Skip to main content

dossier 2020-230.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/230

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/230

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 7 augustus 2020 diende xxx een verzoek in bij de vzw Recreatief Vliegveld Grimbergen (hierna RVG) tot het verkrijgen van een afschrift, voor de periode 2006 tot nu, van: - de notulen van de Raad van bestuur; - de notulen van de Algemene Vergadering; - de notulen van het Deontologisch orgaan. Op 28 augustus 2020 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie wegens ontstentenis van beslissing door RVG. Dit beroep werd geregistreerd op 1 september 2020. Ontvankelijkheid van het beroep Een beroep kan maar op ontvankelijke wijze bij de beroepsinstantie aanhangig worden gemaakt, voor zover het is gericht tegen een beslissing van een overheidsinstantie, bedoeld in artikel II.28 van het Bestuursdecreet. In voormeld artikel II.28, §1 van het Bestuursdecreet wordt het toepassingsgebied van het hoofdstuk “Toegang tot bestuursdocumenten” als volgt gedefinieerd:

www.vlaanderen.be


“§ 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de volgende overheidsinstanties: 1° de Vlaamse overheid; 2° de lokale overheden; 3° de instellingen met een publieke taak, wat hun publieke taak betreft; 4° de milieu-instanties wat hun milieuverantwoordelijkheden, -functies of -diensten betreft. Wat betreft de instellingen met een publieke taak die voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel I.3, 6°, c), 1), maar niet aan de voorwaarden, vermeld in artikel I.3, 6°, c), 2) of 3), is dit hoofdstuk alleen van toepassing op de bestuursdocumenten die betrekking hebben op beslissingen die derden binden.” In artikel I.3, 6° van het Bestuursdecreet wordt voorts het begrip “instellingen met een publiek taak” gedefinieerd als volgt: “instellingen die niet behoren tot de Vlaamse overheid of tot een lokale overheid maar die voldoen aan al de volgende kenmerken: a) ze zijn opgericht met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang die niet van industriële of commerciële aard zijn; b) ze bezitten rechtspersoonlijkheid; c) 1) ofwel worden ze voor meer dan de helft gefinancierd door de Vlaamse overheid, een lokale overheid of een andere instelling met een publieke taak; 2) ofwel hebben de Vlaamse overheid, een lokale overheid of een andere instelling met een publieke taak meer dan de helft van de stemmen in de raad van bestuur; 3) ofwel staat hun beheer onder toezicht van de Vlaamse overheid, een lokale overheid of een andere instelling met een publieke taak.” In zijn beroepschrift stelt verzoeker dat RVG voldoet aan de categorieën a) en b) en voor wat betreft categorie c) aan subcategorie 3) van artikel I.3 6° van voornoemd decreet en dus als een instelling met een publieke taak kan worden beschouwd. De beroepsinstantie kan verzoeker er evenwel niet in bijtreden dat subcategorie c) 3) van voornoemd artikel op RVG van toepassing zou zijn. Omtrent die subcategorie stelt verzoeker het volgende:

“De lokale overheid in kwestie is de gemeente Grimbergen, zoals Artikels 13 en 14 van de Uitbatingsvoorwaarden vastleggen. We verwijzen hierbij hoofdzakelijk naar Art. 14 van de uitbatingsvoorwaarden: “De gemeente zal 4 leden van de gemeenteraad met raadgevende stem afvaardigen die deel zullen uitmaken van de algemene vergadering van de vereniging. De gemeente zal 2 leden van de gemeenteraad met raadgevende stem afvaardigen die deel zullen uitmaken van de raad van beheer van de vereniging. [..]” Deze clausule laat geen twijfel over het feit dat de lokale overheid, via de algemene vergadering en de raad van bestuur, over het beheer van de vzw toezicht houdt. We verwijzen hierbij ook nog naar Art 13.1 van de uitbatingsvoorwaarden: “Ter controle van de aangegane verbintenissen met betrekking tot de vliegactiviteit wordt een deontologisch orgaan met 9 leden, bestaande uit 3 afgevaardigden van de Gemeenteraad [..] opgericht dat een controlerende, toezicht houdende en sanctionerende functie heeft.” Ook deze clausule laat geen twijfel over het feit dat de lokale overheid, via

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/230

pagina 2 van 4


het deontologisch orgaan, over het beheer van de vzw toezicht houdt. Het feit dat de gemeentelijke afgevaardigden in dit dossier geen meerderheid vormen in de voornoemde organen moet als irrelevant beschouwd worden vermits de wetgever voor voorwaarde c)3) geen enkele numerieke vereisten vermeldt, in tegenstelling met de voorwaarden c)1) en c)2)” De decreetgever heeft in de memorie van toelichting subcategorie c) 3) als volgt geduid:

“De kern van de criteria, vermeld in artikel I.3, 6°, c), is dat er een sterke afhankelijkheid van een instelling ten aanzien van de overheid of andere instellingen met een publieke taak is. Specifiek voor het criterium “toezicht op het beheer” oordeelde het Hof van Justitie dat het toezicht een afhankelijkheid van de betrokken instelling ten opzichte van de overheid moet scheppen die gelijkwaardig is aan die welke bestaat wanneer aan één van de twee andere alternatieve criteria is voldaan. Het is uitgesloten dat een loutere controle achteraf volstaat om aan dit criterium te voldoen, aangezien de overheid via een dergelijke controle de besluiten van de instelling per definitie niet kan beïnvloeden. Het bepalende element om te kunnen spreken van een sterke afhankelijkheid van de overheid is of de overheid al dan niet de mogelijkheid heeft om door middel van haar toezicht de beslissingen betreffende het beheer van de rechtspersonen te beïnvloeden. Concrete voorbeelden van zaken die aanvaard worden als toezicht op beheer om aan het betreffende criterium te voldoen zijn: - de minister oefent toezicht uit over de rechtspersoon en bezit daarbij de bevoegdheid om de rechtspersoon te ontbinden, om de bestuursorganen te schorsen en een voorlopige bewindvoerder aan te wijzen, dit weliswaar enkel in geval van ernstige onregelmatigheden, grove fout of nalatigheid. Dit alles impliceert volgens het Hof van Justitie echter een permanent toezicht aangezien enkel op die manier zware fouten of nalatigheden van de bestuursorganen op het spoor kunnen gekomen worden; - de minister kan een bepaald beheersprofiel opleggen, hetzij door de instellingen te verplichten tot een minimum aan dynamisme, hetzij door als overdreven aangemerkte activiteiten te beperken; - de overheid controleert niet alleen de jaarrekening, maar ook of het lopende beheer van de rechtspersoon cijfermatig correct, spaarzaam, economisch en doelmatig wordt gevoerd. Deze regering is voorts bevoegd om de kantoren en installaties van de rechtspersoon te bezoeken en over deze onderzoeken verslag uit te brengen bij een territoriaal lichaam dat via een andere vennootschap het maatschappelijk kapitaal in handen heeft. De beroepsinstantie stelt vast dat de gemeente Grimbergen niet over mechanismen beschikt die als een vorm van toezicht kunnen worden beschouwd, waarmee zij de beslissingen rond het beheer van RVG kan beïnvloeden. De vaststelling dat de gemeente (met raadgevende stem) vertegenwoordigd is in de algemene vergadering en de raad van beheer van RVG, doet hier niet ter zake. De gemeente Grimbergen kan niet ingrijpen tegen de beslissingen die deze organen nemen, noch heeft de gemeente controle over de boekhouding van RVG of kan zij eenzijdig de beheerlijn van RVG bepalen. In dat verband kan nog worden opgemerkt dat de afvaardiging van de gemeente in het deontologisch orgaan van RVG geen aanwijzing kan zijn dat het beheer van RVG onder toezicht van de gemeente zou staan. Dit orgaan heeft slechts als functie bindende adviezen te verstrekken aan de bevoegde organen van RVG omtrent het sanctioneren van een overtreder en staat bijgevolg los van het beheer van RVG.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/230

pagina 3 van 4


De beroepsinstantie oordeelt dat RVG evenmin voldoet aan de subcategorieën 1) en 2) van categorie c), waardoor die categorie in haar volledigheid geen toepassing kan vinden ten aanzien van RVG. Bijgevolg is er niet voldaan aan de cumulatieve voorwaarden met betrekking tot alle categorieën uit artikel I.3 6° van het Bestuursdecreet. De beroepsinstantie besluit dat RVG niet als een “instelling met publieke taak” kan worden beschouwd en dus geen overheidsinstantie is in de zin van voormeld artikel II.28 van het Bestuursdecreet, zodat er uiteraard ook geen beroep kan worden ingesteld bij de beroepsinstantie tegen de ontstentenis van een beslissing in dat verband. Het beroepschrift wordt dan ook als onontvankelijk wordt beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 28 augustus 2020 tegen de ontstentenis van beslissing vanwege RVG, wordt als onontvankelijk beschouwd. Brussel, 8 september 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/230

pagina 4 van 4


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2020-230.pdf by Vlaanderen-be - Issuu