Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/299
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/299
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 9 oktober 2020 diende xxx een verzoek in bij het agentschap Audit Vlaanderen (hierna vermeld als: Audit Vlaanderen), waarbij werd verzocht om een afschrift te verlenen van het recente auditrapport bij de VRT. Op 11 oktober 2020 werd het openbaarheidsverzoek afgewezen door Audit Vlaanderen omwille van het feit dat verzoekster niet rechtstreeks en persoonlijk in haar rechtssituatie wordt geraakt door het opgevraagde auditrapport. Op 10 november 2020 diende verzoekster beroep in bij de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur tegen de voormelde weigeringsbeslissing van Audit Vlaanderen. Het beroep werd door de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur geregistreerd op 10 november 2020. Ontvankelijkheid van het beroep Het aanvankelijk verzoek van xxx aan Audit Vlaanderen dateert van 9 oktober 2020. De in beroep aangevochten beslissing dateert van 11 oktober 2020 en deze beslissing bevat de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (verder ‘Bestuursdecreet’).
www.vlaanderen.be
Het beroepschrift draagt de datum van 10 november 2020. Hieruit volgt dat het beroep binnen de decretaal voorgeschreven termijn van 30 dagen en bijgevolg tijdig is ingediend. Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. Er kan geen twijfel over bestaan dat het in casu opgevraagde document moet worden beschouwd als een bestuursdocument in de zin van voormeld Bestuursdecreet. De beroepsinstantie heeft contact opgenomen met Audit Vlaanderen en heeft zelf kennis genomen van de inhoud van het opgevraagde auditrapport. Daarbij heeft de beroepsinstantie kunnen vaststellen dat het hier gaat om een forensisch auditrapport bij de VRT in verband met mogelijke onregelmatigheden of inbreuken op de wetgeving inzake overheidsopdrachten. Het doel van een forensisch auditrapport is het op een objectieve wijze meedelen van door Audit Vlaanderen vastgestelde feiten en eventueel gepleegde inbreuken en bevat bijgevolg onvermijdelijk een beschrijving van gedragingen of handelingen van bij naam genoemde of gemakkelijk identificeerbare natuurlijke personen. De beroepsinstantie kon eigenhandig vaststellen dat het opgevraagde forensisch auditrapport bij de VRT ontegensprekelijk heel wat informatie van persoonlijke aard bevat, zoals bepaald in artikel II.40, §3, 3de lid Bestuursdecreet, zijnde informatie die betrekking heeft op een beoordeling of een waardeoordeel, of die de beschrijving van een gedrag bevat van meerdere bij naam genoemde of gemakkelijk identificeerbare natuurlijke personen. De beroepsinstantie kon zelf vaststellen dat het desbetreffende auditrapport ontzettend veel concrete gedragsbeschrijvingen en waardeoordelen bevat van meerdere natuurlijke personen die bij naam worden genoemd. Krachtens artikel II.40, §3, 2de lid van het Bestuursdecreet moet de aanvrager voor de openbaarmaking van informatie van persoonlijke aard kunnen aantonen dat hij rechtstreeks en persoonlijk in zijn rechtssituatie kan worden geraakt door ofwel de informatie, ofwel de beslissing waarop de informatie betrekking heeft ofwel de beslissing ter voorbereiding waarvan het document dat de informatie bevat, werd opgesteld. De beroepsinstantie moet vaststellen dat verzoekster in casu niet aantoont hoe zij persoonlijk en rechtstreeks in haar rechtssituatie wordt geraakt door de informatie van persoonlijke aard die voorkomt in het opgevraagde auditrapport bij de VRT. Verzoekster vermeldt daarover niets in haar oorspronkelijk openbaarheidsverzoek, noch in haar beroepschrift bij de beroepsinstantie. De beroepsinstantie is van oordeel dat haar hoedanigheid als journaliste in casu niet voldoende is om een persoonlijk en rechtstreeks belang aan te tonen zoals bedoeld in artikel II.40, §3, 2de lid van het Bestuursdecreet. Verzoekster mist derhalve het vereiste belang in concreto om het voornoemde forensisch auditrapport op te vragen. Daarom concludeert de beroepsinstantie dan ook dat het opgevraagde auditrapport niet openbaar kan worden gemaakt, bij gebrek aan het decretaal voorgeschreven belang in hoofde van verzoekster. Omwille van het feit dat het auditrapport doorweven is van informatie van persoonlijke aard, is het praktisch onmogelijk om het auditrapport eventueel gedeeltelijk openbaar te maken, daar als het ware zin per zin in het rapport zou moeten worden afgewogen of er iets zou kunnen worden vrijgegeven of niet. Artikel II.45,
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/299
pagina 2 van 3
§2 van het Bestuursdecreet voorziet in een gedeeltelijke openbaarmaking, als het praktisch mogelijk is om informatie die niet openbaar kan worden gemaakt te scheiden van andere informatie, wat in casu niet het geval is. Het ingestelde beroep wordt dan ook als onontvankelijk beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 10 november 2020 tegen de weigeringsbeslissing van Audit Vlaanderen wordt als onontvankelijk beschouwd. Brussel, 20 november 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur Bruno Asscherickx, Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/299
pagina 3 van 3