Veranderingsprocessen en hun impact op de bebouwde ruimte Een transitiebenadering
omgevingvlaanderen.be
2
Veranderingsprocessen
COLOFON Dit rapport bevat de mening van de auteur(s) en niet noodzakelijk die van de Vlaamse Overheid. Verantwoordelijke uitgever Departement Omgeving Vlaams Planbureau voor Omgeving Koning Albert II-laan 20 bus 8 1000 Brussel vpo.omgeving@vlaanderen.be www.omgevingvlaanderen.be Verantwoording coverfoto: Tom D'Haenens, Sweco Depotnummer: D/2020/3241/052 PARTNERS
i.s.m. Foto Š Tom D'Haenens, Sweco
3
4
Veranderingsprocessen
. Veranderingsprocessen en hun impact op de bebouwde ruimte Vandaag worden we geconfronteerd met belangrijke uitdagingen op het vlak van globalisering, demografie, klimaat, energie, mobiliteit, economie, biodiversiteit, voedselproductie. Deze ontwikkelingen hebben een belangrijke impact op onze ruimte, en in het bijzonder op ons ruimtegebruik en de kwaliteit daarvan. Binnen de beperkte oppervlakte waarover Vlaanderen beschikt, strijden heel wat functies om plaats. Een aantal van de maatschappelijke ontwikkelingen die zich vandaag voordoen, verplichten ons om de manier waarop we onze ruimte invullen en gebruiken te herdenken. Deze studie werd uitgeschreven met als doel door middel van stakeholdersoverleg inzicht te krijgen in het wat, waar en wanneer van veranderingsprocessen m.b.t. ruimte in Vlaanderen, en hoe het beleid hiermee kan omgaan in functie van de vooropgestelde doelstellingen uit de Strategische Visie voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. HOE ZIJN WE TE WERK GEGAAN De focus van het onderzoek beperkt zich tot de bebouwde ruimte, met name wonen, voorzieningen en bedrijvigheid en industrie. Op basis van literatuuronderzoek en een aantal verkennende gesprekken werd in eerste instantie een longlist opgesteld van trends die zich vandaag voordoen op vlak van ruimtegebruik. In navolging van ‘Van Dale’ gebruiken we het begrip trends om te verwijzen naar ontwikkelingen die zich gedurende een langere periode in een bepaalde duidelijke richting bewegen. Tijdens een tweede fase werden drie verkenningsdagen gehouden met denkers en doeners van zowel overheden, kennisinstellingen, het bedrijfsleven, de financiële wereld en het middenveld, aangevuld met een aantal nieuwe actoren. Tijdens deze verkenningsdagen werd de longlist afgetoetst en werd bekeken welk met betrekking tot wonen, voorzieningen en bedrijvigheid de trends zijn waar het meeste winst te halen valt in functie van de doelstellingen uit de strategische visie
voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Tevens werden strategieën voorgesteld om deze trends om te buigen of te ondersteunen. De resultaten vormen de weerslag van een bevraging en geven aan welke trends door de bevraagde groep van actoren worden beschouwd als potentievolle trends in functie van het realiseren van de doelstellingen uit de strategische visie voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (SVBRV). Door de voorgestelde trends en strategieën te bekijken vanuit een transitiebenadering, kunnen over de trends en strategieën heen een aantal interessante inzichten geformuleerd worden met het oog op het realiseren van deze doelstellingen en de taak van het departement Omgeving daarbij. TRANSITIEBENADERING De manier waarop we onze ruimte gebruiken is niet alleen het resultaat van de ruimtelijke planning maar is bovendien diep geworteld in onze maatschappelijke organisatie en onze waarden, normen en gewoontes. Hier verandering in brengen is heel moeilijk. Om complexe maatschappelijke veran-
dering te begrijpen wordt vanuit de transitiebenadering een onderscheid gemaakt tussen 3 niveaus. Op vlak van ruimtegebruik gaat het hierbij om (zie figuur 1): 1 Brede maatschappelijke ontwikkelingen die ons ruimtegebruik bepalen; 2 Het systeem volgens hetwelk we onze ruimte doorgaans gebruiken; 3 Niches of ook weinig voorkomende, originele manieren om onze ruimte te gebruiken.
Het begrip trends verwijst in deze studie naar ontwikkelingen die zich gedurende een langere periode in een bepaalde duidelijke richting bewegen.
Figuur 1
Multi-level perspectief Illustratie © Sweco
5
6
Veranderingsprocessen
De brede maatschappelijke ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die moeilijk te beïnvloeden zijn en die meestal traag veranderen. De ontwikkelingen zijn ingedeeld volgens zes thema’s. Voor elk van deze thema’s duiden we een aantal brede maatschappelijke ontwikkelingen aan die bepalend zijn voor de manier waarop we onze ruimte gebruiken zoals bv. de bevolkingsgroei en vergrijzing, de opwarming van de aarde, de historische lage rente en de groei van de ‘deel’cultuur. De thema’s en brede maatschappelijke ontwikkelingen met een invloed op ons ruimtegebruik worden, samen met de weerhouden trends waarop ze een invloed uitoefenen, weergegeven in figuur 2. Het systeem volgens hetwelk we doorgaans onze ruimte gebruiken verwijst naar de ‘normale’ manier van dingen doen. Drie elementen staan hierbij centraal nl. (1) de materiële en immateriële structuur zoals infrastructuur, regelgeving en fiscaliteit; (2) de dominante waarden en normen met bv. de alleenstaande woning met tuin’ als ideaal en (3) het gewoontegedrag. Traditioneel werd er vanuit het beleid vooral ingespeeld op de infrastructuur, de regelgeving en de fiscaliteit. Het is pas recent dat vanuit het beleid ook het besef is gegroeid, dat om te komen tot een verandering in de manier waarop we onze ruimte gebruiken, ook moet worden ingezet op het veranderen van waarden en normen en het gewoontegedrag. Binnen het systeem volgens hetwelk we onze ruimte gebruiken, onderscheiden we in eerste instantie trends die al jaren aan de gang zijn. Ze vormen de dominante manier van doen en sluiten aan bij hoe de meeste mensen over onze ruimte denken en ermee omgaan. We duiden ze aan als gangbare trends.
Niches zijn heel nieuwe manieren om met onze ruimte om te gaan. Ze worden nog maar door een beperkt aantal mensen toegepast en bevinden zich nog in een experimentele fase. Als deze niches reeds op een bepaald niveau geïnstitutionaliseerd zijn, worden ze aangeduid als nieuwe trends. Nieuwe trends zijn originele manieren om met onze ruimte om te gaan, die passen binnen een breder verhaal dat reeds door een grotere groep mensen onderschreven wordt.
Systeemtransitie kan maar op gang komen wanneer er tegelijk druk is vanuit een aantal brede maatschappelijke ontwikkelingen én intern binnen het systeem zelf. Daarnaast moeten er reeds een aantal niches en nieuwe trends bestaan die inspirerend kunnen werken en die van onderuit verandering in gang kunnen zetten. Vandaag de dag komt de druk op vlak van brede maatschappelijke ontwikkelingen o.a vanuit de voortdurende bevolkingstoename, de toename van het aantal huishoudens en de vergrijzing, samen met de opwarming van de aarde en het uitputten van de grondstoffen en de opkomst van de ‘deel’-cultuur. Op vlak van ons ruimtegebruik zien we dat gedurende vele jaren aan de vraag naar ruimte voldaan werd door het aansnijden van onbebouwde en/of open ruimte. Doordat vandaag zo veel functies tegelijk strijden om ruimte is deze gang van zaken niet langer houdbaar. Initiatieven rond het delen of tijdelijke gebruiken van ruimte zoals het ‘Zaalzoeker’project en het delen van de sportkantines in park Groot Schijn in Antwerpen of het deelgebruik van hangars van de Abbatoir in Anderlecht 'Cultureghem' tonen aan dat het ook anders kan en kunnen inspirerend werken.
Figuur 2
Overzicht van de brede maatschappelijke ontwikkelingen met impact op ruimtegebruik en de trends die uit de stakeholdersgesprekken naar voor kwamen als trends waar de grootste winst te halen valt mbt de strategische doelstellingen uit de SVBRV. Welke brede maatschappelijke ontwikkelingen een invloed uitoefenen op de verschillende trends wordt weergegeven door de symbolen. Illustratie © Sweco
Foto © Swings vzw
7
8
Veranderingsprocessen
Gangbaar (systeembevestigend)
=
Vb. inname open ruimte
=
Vb. verbouwen
Beleidsverzwakkend
Figuur 3
Beleidsversterkend
Vb. verdwijnen van posten bankkantoren in de kernen
Vb. gedeeld gebruik van ruimte in tijd
Vb. opkomst tiny houses
Vb. rendementsverhoging bedrijventerreinen
Nieuw (systeemafwijkend)
Denkkader voor categorisering trends en niches Illustratie © Sweco
DE STRATEGISCHE VISIE VOOR HET BELEIDSPLAN RUIMTE VLAANDEREN De strategische visie voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen formuleert zes strategische doelstellingen die de komende decennia de leidraad zullen vormen voor de manier waarop in Vlaanderen moet worden omgegaan met onze ruimte om een duurzaam antwoord te kunnen bieden op de huidige maatschappelijke ontwikkelingen en uitdagingen nl. 1. het verminderen van het bijkomend ruimtebeslag; 2. de inbedding van Vlaanderen in een Europees stedelijk-economische ruimte en energienetwerk; 3. de realisatie van een pallet van leefomgevingen; 4. het stimuleren van wonen en werken nabij collectieve = vervoersknopen en voorzieningen; = 5. het verzekeren van een robuuste open ruimte voor voedselproductie en biodiversiteit; = 6. het realiseren van een multifunctioneel groenblauw netwerk van waterlopen en natuurlijke structuren als verbinding van de open ruimte en het stedelijk gebied.
trends vragen om strategieën die de trends ondersteunen en verder faciliteren. Omgekeerd zijn beleidsverzwakkende trends, trends die de strategische visie voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen niet volgen en bijgevolg de uitvoering van het beleid tegengaan. Beleidsverzwakkende trends vragen dan ook om strategieën die de trend ombuigen. Gangbare trends zijn niet noodzakelijk beleidsverzwakkend, terwijl ook nieuwe trends niet noodzakelijk beleidsversterkend zijn. Figuur 3 biedt een samenvatting van het denkkader voor de categorisering van trends en niches. We onderscheiden volgende mogelijkheden:
Vandaag weten we dat een aantal trends in de manier waarop we onze ruimte gebruiken niet bijdragen tot de doelstellingen uit de strategische visie voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Afhankelijk van de mate waarin trends of niches de doelstellingen uit de strategische visie ondersteunen kunnen ze worden aangeduid als beleidsversterkend of beleidsverzwakkende. Beleidsversterkende trends zijn trends die de doelstellingen uit de strategische visie voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen ondersteunen en helpen realiseren. Beleidsversterkende
Beleidsversterkende niches
Beleidsverzwakkende niches
= = = = =
Gangbare beleidsversterkende trends
= =
Gangbare beleidsverzwakkende trends Nieuwe beleidsversterkende trends
=
Nieuwe beleidsverzwakkende trends
Veranderingsprocessen en hun ruimtelijke impact verwijst dan naar het geheel van nieuwe trends én naar de strategieën die moeten worden ingezet om beleidsverzwakkende, gangbare en nieuwe trends om te buigen en beleidsversterkende, gangbare en nieuwe trends verder te faciliteren.
VERANDERINGSPROCESSEN EN HUN RUIMTELIJKE IMPACT De trends die tijdens de verkenningsdagen werden aangeduid als trends waar in functie van de doelstellingen uit de strategische visie voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, de grootste winst te halen valt op vlak van wonen, bedrijvigheid en voorzieningen, worden weergegeven in figuur 2. Het feit dat in functie van de beleidsdoelstellingen nieuwe trends en niches ongeveer evenveel worden aangeduid als gangbare trends, geeft aan dat systeemverandering nodig zal zijn om de doelstellingen uit de strategische visie voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen te realiseren. Hieronder worden een aantal opmerkelijke bevindingen weergegeven. Functiewijziging door de werking van de vastgoedlogica en de blijvende bebouwing van niet bebouwde ruimte en/of de inname van de open ruimte. Twee trends worden door stakeholders uit alle domeinen aangeduid als dé belangrijkste trends om aan te pakken met het oog op het beperken van het bijkomend ruimtebeslag nl. ‘functiewijziging door de werking van de vastgoedlogica’ en de ‘blijvende bebouwing van niet bebouwde ruimte en/of de inname van de open ruimte’. Bovendien geldt dit zowel in de stads- en dorpskernen, de randen als het buitengebied. De nood aan een duidelijke en aangepaste regelgeving om deze trends stop te zetten wordt sterk aangevoeld. Belangrijke strategieën op dit vlak zijn o.a. de aanpassingen van de planbaten- en planschaderegeling inclusief het degelijk overwegen van de gevolgen van deze aanpassing en het vergroten van de haalbaarheid van het uitgewerkte systeem van de verhandelbare ontwikkelingsrechten. Ook het uitwerken van een multicriteria afwegingskader voor het bepalen van welke functies waar kunnen komen en onder welke voorwaarden, is meermaals aangehaald. Een dergelijk afwegingskader houdt rekening met het geheel aan elementen zoals knooppuntwaarde, voorzieningenniveau, bouwfysische waarde, erfgoed, beeldkwaliteit, sociale cohesie, energie, landschap en milieu, en kan door steden en gemeenten worden gehanteerd bij de beoordeling van omgevingsvergunningsaanvragen. Trends en niches gerelateerd aan de opkomst van de ‘deel’-cultuur Bij de nieuwe trends en niches valt op dat ze vaak gerelateerd zijn aan de opkomst van de ‘deel’-cultuur. Het juridische en/of financiële kader op vlak van ruimtegebruik is vandaag echter hoofdzakelijk sectoraal uitgewerkt waardoor dit vaak verschilt over de verschillende beleidsdomeinen. Het in overeenstemming brengen van de regelgeving en het financiële kader over de verschillende functies en beleidsdomeinen heen zal dan ook belangrijk zal zijn om deze nieuwe beleidsversterkende trends m.b.t. delen en verweven definitief te laten doorbreken. Deze trends komen vooral voor in de stadskernen en de stadsranden maar nog weinig of niet in de dorpskernen. Om ook dorpskernen mee te krijgen in het ‘deel’-verhaal zal het belangrijk zijn om te onderzoeken hoe het delen van ruimte kan vertaald worden naar, en vorm en betekenis kan krijgen in, kleinere steden en gemeenten.
1
2
3
= =
1. Blijvende bebouwing van niet bebouwde ruimte. Foto © Sweco
2. Blijvende inname van de open ruimte Foto © Sweco
3. Cohousing project in Vinderhoute Foto © www.cohousingprojects.com
9
10
Veranderingsprocessen
Inspelen op waarden en gewoontegedrag De manier waarop we onze ruimte gebruiken wordt bepaald door drie elementen nl. bestaande structuren (tastbare elementen zoals het patrimonium, de regelgeving en het financiële), onze dominante waarden en het gewoontegedrag. Veel van de voorgestelde strategieën zijn vooral gericht op het eerste element nl. de regelgeving, het financiële en het patrimonium. Nochtans zijn verschillende beleidsversterkende, nieuwe trends zoals bv. het delen van ruimte in tijd en de opkomst van bedrijventerreinen met gedeelde voorzieningen gerelateerd aan de opkomst van een nieuw waardenpatroon nl. de ‘deel’-cultuur. Eén belangrijke en vaak aangehaalde strategie die kan inspelen op de waarden m.b.t. ons ruimtegebruik, is het breed verspreiden en bekend maken van goede voorbeelden. Goede voorbeelden kunnen inspireren en duidelijk maken dat andere manieren om onze woon-, werk- en ontspanningsruimte in te richten even-
zeer kunnen voldoen aan de eisen die we op dat vlak stellen. Sociale media bieden hierbij hedendaagse mogelijkheden die vandaag nog te weinig zijn onderzocht. Hoewel strategieën die inspelen op ons gewoontegedrag heel belangrijk zijn om een echte transitie op gang te brengen, kan men hier m.b.t. de bebouwde omgeving slechts beperkt op inspelen. Gebouwen hebben immers een grote inertie. Terwijl men op jonge leeftijd misschien nog wel eens zal verhuizen, bouwt de Vlaming meestal voor zijn leven, en worden woningen ook daarna vaak doorverkocht en opgeknapt. Hoewel bedrijven en voorzieningen al iets sneller zullen verhuizen van locatie, is ook hier de inertie groot. Inspelen op het gewoontegedrag m.b.t. ons ruimtegebruik zal zich dan ook vooral focussen op kantelmomenten bv. bij uitbreiding of reorganisatie in geval van bedrijven en voorzieningen, of op momenten waarop de samenstelling van het gezin wijzigt in geval van wonen.
Actoren: wie gaat verder mee aan tafel Voor veel van de voorgestelde strategieën is het belangrijk om de juiste combinatie van actoren aan tafel te krijgen. Om een realistisch beeld te krijgen van wat er in het veld het meest nodig is om de doelstellingen te realiseren, moeten denkers in gesprek gaan met doeners en nieuwe actoren uit de maatschappelijke vijfhoek. Terwijl de doeners en nieuwe actoren uit ervaring weten op welke barrières ze concreet botsen, en weten wat maakt dat iets kan werken, beschikken denkers over de juiste instrumentele kennis om dit verder uit te werken. Al deze mensen kunnen worden samengebracht in een creatief lerend netwerk dat de nodige kennis kan genereren om voeding te bieden aan de afdelingen van het departement Omgeving die de verschillende strategieën uitwerken.
Figuur 4
Maatschappelijke vijfhoek Illustratie © Sweco
Inspelen op waarden via goede voorbeelden ©www.architectuurwijzer.be
Wijk met kwaliteitsvolle arbeiderswoningen waar de stad in samenspraak met de bewoners werkt aan een plan om de volledige Cité en enkele omliggende straten in te richten als autovrij woonerf. (Gent)
Samenleef-project bestaande uit twee appartementsgebouwen. Het gelijkvloers van de gebouwen bevat een gezamenlijke binnentuin, een wasruimte,een leefruimte van 80 m2 met beperkte keuken, een fietsenstalling en een ondergrondse garage.
Stapeling van 155 appartementen in vier rijen woningunits, met een collectieve ruimte, een kleuterschool, een kinderdagverblijf en een zorgcentrum. De inpassing in het reliëf maakt dat alle wooneenheden een mooi uitzicht hebben. (Zurich)
Stadsontwikkelingsproject met huizen met elk een privaat terras, een grotere gemeenschappelijke tuin en een moestuin is voorzien. Op het dak is er een grote daktuin, een terras, een gastenappartement, een sauna, en een bibliotheek. (Wenen)
Organisatorische strategieën en de ‘Experimentwetgeving en regelluwe zones’ Veel aangehaalde strategieën, zowel voor het ombuigen van gangbare trends als voor het faciliteren van nieuwe trends, zijn organisatorische strategieën zoals het inventariseren en up-to-date houden van de inventaris van leegstaande, onderbenutte en/of beschikbare gebouwen en gronden, het bekend maken van deze informatie, het begeleiden en ondersteunen in de zoektocht naar de geschikte grond of locatie en het verzamelen en breed bekend maken van inspirerende voorbeelden rond goed ruimtegebruik. Een belangrijke opportuniteit bevindt zich op vlak van het aanbieden van experimenteerruimte. Dit wordt voor verschillende nieuwe trends en niches aangeduid als een belangrijke organisatorische strategie, en wordt ook vanuit transitiebenaderingen gezien als een noodzakelijke voorwaarde voor verandering. Binnen het kader van de ‘Experimentwetgeving en regelluwe zones’ kunnen regelluwe locaties/bestaande bedrijventerreinen/nieuwe ontwikkelingen worden gedefinieerd waar, binnen welomschreven randvoorwaarden, geëxperimenteerd kan worden.
Gezien het wetgevend kader om te experimenteren reeds bestaat vanuit de 'Experimentwetgeving en regelluwe zones’ wacht de Vlaamse overheid een belangrijke taak om de mogelijkheden aan de belanghebbende actoren te communiceren en programma’s uit te werken die actoren aanmoedigen om voorstellen in te dienen.
Tijdskader Algemeen kan men stellen dat juridisch strategieën het meeste kans hebben om uitgewerkt en doorgevoerd te worden op korte termijn. Binnen één en dezelfde legislatuur is het best haalbaar om een voornemen juridisch te vertalen in wetgeving en uitvoeringsbesluiten. Anders is het wanneer het gaat om het aanpassen van de regelgeving die betrekking heeft op allerhande vormen van deelgebruik. Deelgebruik behelst vaak verscheidene beleidsdomeinen, waarbij uitgebreid overleg met uiteenlopende actoren nodig is. Hierbij staan vaak uiteenlopende belangen op het spel waardoor onderhandelingen veel complexer worden. Het uitwerken van juridische strategieën over beleidsdomeinen heen zal bijgevolg wellicht langzamer verlopen, maar is, in het bijzonder voor het gedeeld gebruik van ruimte en de verweving van bedrijvigheid met wonen, broodnoodzakelijk. Wanneer organisatorische strategieën of infrastructuurgebonden strategieën geen wijzigingen in het juridisch kader vragen, kunnen ook deze op korte of middellange termijn uitgewerkt en doorgevoerd worden. Financiële strategieën vragen meer tijd. Om middelen in te zetten, hetzij om beleidsverzwakkende trends om te buigen of om beleidsversterkende trends te faciliteren, moeten er eerst middelen worden vrijgemaakt. Pas wanneer de financiële strategieën zijn uitgewerkt, de middelen zijn gevonden, de noodzakelijke procedures zijn doorlopen én de middelen zijn vrijgegeven, kunnen dergelijke strategieën worden doorgevoerd. De belangrijkste factoren die bepalen of strategieën op de korte, middellange of lange termijn kunnen worden doorgevoerd, zijn de mate waarin de nood aan verandering als urgent wordt ervaren en de aan- of afwezigheid van politieke wil om ruimtelijke vraagstukken aan te pakken.
11
12
Veranderingsprocessen
KANSEN VOOR HET DEPARTEMENT OMGEVING IN FUNCTIE VAN RUIMTELIJKE VERANDERINGSPROCESSEN Heel veel onderzoek in functie van het verwezenlijken van de doelstellingen uit de strategische visie voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen werd al eerder uitgevoerd en de mogelijke strategieën zijn reeds gekend. De volgende stap is het concreet uitwerken en doorvoeren van deze strategieën. Vanuit de analyse van de voorgestelde trends en strategieën definiëren we drie speerpuntdomeinen waarin het departement Omgeving met het oog op een ruimtelijke transitie een steeds andere rol kan opnemen. Een aantal van deze aanbevelingen sluiten aan bij het regeerakkoord van de Vlaamse Regering 2019-2024. Daarnaast werden een aantal van deze aanbevelingen de voorbije jaren reeds in gang gezet door het departement zelf.
1. Correct reguleren en strikt naleven Dit is de klassieke regelgevende rol van de overheid. Binnen dit speerpuntdomein onderscheiden we volgende taken en aandachtspunten: • Goedkeuring BRV • Samenwerking over afdelingen en beleidsdomeinen • Juridische ondersteuning aan lokale overheden • Prioritaire juridische strategieën (aanpassingen van de planbaten- en planschaderegeling en het degelijk overwegen van de gevolgen daarvan, het vergroten van de haalbaarheid van het uitgewerkte systeem van de verhandelbare ontwikkelingsrechten en het uitwerken van een multicriteria afwegingskader voor het bepalen van welke functies waar kunnen komen en onder welke voorwaarden) • Flankerende maatregelen voor ‘verliezende’ groepen in de overgang naar een nieuwe situatie
2. Strategisch transitiemanagement Om de doelstellingen uit de strategische visie voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen te realiseren is een transitie in ons ruimtegebruik noodzakelijk. Met het oog op het realiseren van deze transitie heeft het departement Omgeving een belangrijke taak als ‘transitiemanager’. Vanuit deze positie moet het departement Omgeving een faciliterende rol opnemen die meerdere opdrachten omvat. • Kennisopbouw, -ontwikkeling en -verspreiding • Breed bekend maken en uitnodigen tot indiening van projecten in het kader van de ‘Experimentwetgeving en regelluwe zones’ • Trekker van vernieuwende trends • Inspelen op waarden en gewoonte gedrag • Monitoring van vernieuwende trends en niches
3. Structurele verankering van vernieuwende trends Het departement Omgeving heeft tevens een belangrijke rol in het structureel verankeren van beleidsondersteunende, vernieuwende trends. Een aantal elementen is hierbij belangrijk. • Verankering van strategieën die nu al werken • Uitbouwen van een creatief, lerend netwerk • Opzetten van een goed gestructureerd en gemakkelijk toegankelijk kennisplatform
Vlaanderen Circulair, de OVAM en de Vlaamse Confederatie Bouw bouwen vandaag al aan een creatief, lerend netwerk. Vanuit een gezamenlijk geloof en een enthousiaste drive proberen bouwbedrijven, bouwmateriaalproducenten, lokale en regionale overheden, private bouwheren, onderzoekers en andere organisaties samen na te denken om in de toekomst circulair bouwen in Vlaanderen tot een dagelijkse realiteit te maken. Een soortgelijk netwerk vormt een belangrijke stap in het realiseren van de noodzakelijke ruimtelijke transformatie.
13
Koning Albert II-laan 20 bus 8 1000 Brussel omgevingvlaanderen.be