Skip to main content

STUDIE 73 BEROEPSPROFIEL. beeldend kunstenaar.pdf

Page 1

STUDIE 73 BEROEPSPROFIEL beeldend kunstenaar


BEROEPSPROFIEL beeldend kunstenaar (m/v)

sector studiegebied opleiding beroep

:

beeldende, muzische en dramatische kunsten : audiovisuele & beeldende kunst : beeldende kunst : beeldend kunstenaar

Werkgroep beroepsprofiel van de Vlaamse Hogescholen in opdracht van de Vlaamse Onderwijsraad D/1998/6356/12 De leden van de werkgroep beroepsprofielen zijn inhoudelijk verantwoordelijk voor het beroepsprofiel. De Vlor heeft enkel ingestaan voor een uniforme en toegankelijke lay-out.


INHOUD BEROEPSPROFIEL BEELDEND KUNSTENAAR

I N H O U D

1

2

IDENTIFICATIE

1

1.1

Identificatiegegevens

1

1.2

Opdracht 1.2.1 Opdrachtgever 1.2.2 Doelstellingen

1 1 1

1.3

Procedure

1

1.4

Methode

1

BEROEPSPROFIEL

3

2.1

3 3

Vooronderzoek 2.1.1 Situering van het beroep in de sector 2.1.2 Socio-economische en structurele ontwikkelingen in de sectoranalyse van de arbeidsmarkt 2.1.3 Beroepenstructuur en beroepenclusters

3 5

2.2

Eigenlijke beroepsprofiel 2.2.1 Benaming opgedeeld naar opleidingsopties 2.2.2 Algemene beschrijving van het beroep beeldend kunstenaar 2.2.3 Specifieke beschrijvingen van het beroep 2.2.4 Beschrijving van de activiteiten 2.2.5 Contextgegevens

6 6 7 8 9 14

2.3

Ondersteunende kennis 2.3.1 Gemeenschappelijke basiskennis 2.3.2 Algemene beroepsgerichte kennis 2.3.3 Aanbevelingen naar het leerplan

15 15 15 17

2.4

Beroepshoudingen

18

3

NIVEAU VAN DE BEROEPEN IN DE SECTOR

19

4

MEDEWERKERS

20


BEROEPSPROFIEL BEELDEND KUNSTENAAR

1

1.1

1

IDENTIFICATIE

Identificatiegegevens Sector Beroep Beroepsprofiel

1.2

Opdracht

1.2.1

Opdrachtgever

: : :

beeldende, muzische en dramatische kunsten beeldend kunstenaar (m/v) beeldend kunstenaar

De Minister van onderwijs heeft de opdracht gegeven beroepsprofielen te ontwikkelen in het kader van het Decreet op het Hoger Onderwijs.

1.2.2

Doelstellingen Het opstellen van een beroepsprofiel beeldende kunstenaar met de verwachting hieruit opleidingsprofielen af te leiden.

1.3

Procedure Dit beroepsprofiel werd opgesteld door een werkgroep samengesteld uit vertegenwoordigers van de departementen beeldende kunst (2 cycli) van alle Vlaamse Hogescholen. Het werd voorgelegd aan experts uit de beroepspraktijk.

1.4

Methode Volgens de Handleiding voor het schrijven van beroepsprofielen, uitgegeven door de Dienst voor onderwijsontwikkeling. Om een duidelijk onderscheid inzake opleidingsprofielen te kunnen maken tussen opleidingen van één cyclus en van twee cycli wenst de werkgroep het begrip beeldende kunstenaar in één beroepsprofiel te vatten. De werkgroep vertrok daarbij van het gegeven dat de term beeldende kunstenaar de verzamelnaam is van een onuitputtelijke en zelfgenererende reeks van mogelijke beroepen, die slechts in tweede instantie gegroepeerd kunnen worden binnen een viertal beroepenclusters. Deze beroepenclusters, en de daaraan gekoppelde beroepen, stemmen grosso modo overeen met de decretaal vastgelegde opleidings-opties binnen de basisopleiding Beeldende Kunst (2 cycli). In plaats van voor elk van deze opties afzonderlijk een beroepsprofiel op te stellen, opteerde de werkgroep om slechts daar waar nodig differentiaties te maken en meer specifieke beroepsomschrijvingen te geven voor ieder van deze opties.


2

BEROEPSPROFIEL BEELDEND KUNSTENAAR

Op die manier wenst de werkgroep te onderstrepen dat de beeldende kunstwaarde van die optie of van dat beroep niet bepaald wordt door specifiek vakkundige aspecten of eigenheden van een bepaald beroep. Gezien zijn specificiteit, werd voor het beroep restaurateur, in een afzonderlijke bijlage, een beroepsprofiel uitgewerkt.


BEROEPSPROFIEL BEELDEND KUNSTENAAR

2

3

BEROEPSPROFIEL

2.1

Vooronderzoek

2.1.1

Situering van het beroep in de sector Tot de sector van de beeldende kunsten behoren alle beroepen die instaan voor en vormgeven aan het beeldend vermogen van de samenleving. Dit vermogen drukt zich uit door middel van kunstwerken en andere beeldende uitingen, ontwerpen en creaties, zonder onderscheid van gebruikte media, materialen, middelen en technieken. Het beroep beeldend kunstenaar is dan ook multisectorieel. Het situeert zich binnen het ruime veld van de audiovisuele en beeldende kunsten en is relateerbaar aan alle mogelijke beroepen binnen dit veld: cineast, videokunstenaar, multimediakunstenaar, fotograaf, illustrator, striptekenaar, grafisch vormgever, mode-, kostuum- of textielontwerper, kunstschilder, beeldhouwer, boetseerder, keramist, etser, designer, enz... . Het is onmogelijk een exhaustieve opsomming te geven van alle beroepen binnen de sector van de beeldende kunsten. Daarbij dient onderstreept dat de professionele wereld, vooral de wereld van de vrije kunsten, het beeldend kunstenaarschap niet zozeer ziet als een beroep, maar in de eerste plaats als een persoonlijk en creatief levenspatroon dat maatschappelijk en cultureel gericht is op divergent denken en handelen. De enige opleidingsoptie binnen de beeldende kunsten die hierop wellicht een uitzondering vormt is de optie restauratie.

2.1.2

Socio-economische en structurele ontwikkelingen in de sector - analyse van de arbeidsmarkt Het moet gezegd dat de werkgroep niet over de middelen, noch de tijd beschikte om op een systematische manier een socio-economische analyse te maken van de sector. Bovendien moest de werkgroep vaststellen dat er weinig of helemaal geen systematische studies of cijfergegevens over de sector voor handen zijn. Algemeen kan nochtans gesteld worden dat een professionele erkenning als beeldend kunstenaar een zaak is die soms letterlijk moet bevochten worden. Wie voor dit beroep kiest, moet sterk gemotiveerd zijn en over voldoende persoonlijkheid beschikken om zelf een plek binnen de beeldende kunsten te veroveren. Maakt men een differentiatie naar de verschillende opleidingsopties beeldende kunst (2 cycli) dan wordt de beeldende kunstenaar geconfronteerd met specifieke arbeidsmarktgegevens.


4

BEROEPSPROFIEL BEELDEND KUNSTENAAR

2.1.2.1 Vrije kunsten In België is beeldend kunstenaar geen beschermd beroep, noch een beroep dat statutair geregeld is. De Belgische wetgever beschouwt een beeldend kunstenaar soms als een zelfstandige, soms als een loontrekkende, soms als geen van beiden. Door deel te nemen aan een manifestatie of expositie, of door werk te verkopen aan een particuliere kunstverzamelaar, kan de beeldende kunstenaar een inkomen verwerven. Subsidieregelingen en voorzieningen of opdrachten in het onderwijs of binnen de meer commerciële wereld van de ontwerpers of de media vormen voor de beeldende kunstenaar vaak een noodzakelijke inkomstenbron. Veel kunstenaars kunnen niet leven van hun werk en oefenen daarom een ander beroep uit (eender welk). Wat niet wil zeggen dat zij niet als beeldend kunstenaar kunnen functioneren. Verder kan worden vastgesteld dat de kunstmarkt in de strikte zin van het woord een hoogst speculatieve en erg fluctuerende markt is, maar dat de maatschappelijke belangstelling voor beeldende kunst nog nooit zo groot is geweest. Niet zelden wordt trouwens de economische waarde van de beeldende kunsten onderschat. 2.1.2.2 Fotografie Zoals voor de vrije kunsten zijn er over de arbeidsmarkt van de fotografen weinig precieze gegevens beschikbaar. Het meeste cijfermateriaal heeft bovendien bijna uitsluitend betrekking op de fotohandel en de traditionele fotostudio of op het fotolabo. Een groot deel van de functies in deze sectoren van de fotografie zijn technische functies en worden uitgeoefend door afgestudeerden van het secundair onderwijs of met een opleiding fotografie één cyclus, elektronica, chemie of informatica. Een twee cycliopleiding fotografie richt zich daarentegen op de markt van de fotografie als beeldende kunst. Naast de vaktechnische toepassingen van de fotografie is hierbij vooral de eigen fotografische visie of het beeldend vermogen van de fotograaf van betekenis. De fotograaf-beeldend kunstenaar profileert zich dan ook vooral als beeldend vormgever en ontwerper binnen de cultureel-artistieke sector en binnen de sector van de media. Vooral de sector van de media is momenteel één van de snelst groeiende sectoren en het meest vatbaar voor nieuwe technologische evoluties. Het is dan ook een sector die van de fotograaf een grote conceptuele en mentale flexibiliteit onderstelt en een bereidheid tot permanente bijscholing. 2.1.2.3 Grafische en reclamevormgeving Geen gegevens beschikbaar. 2.1.2.4 Driedimensionale vormgeving Zie vrije kunsten.


BEROEPSPROFIEL BEELDEND KUNSTENAAR

5

2.1.2.5 Mode-, textiel en toneelkostuumontwerp Zoals de beeldende kunstenaar ziet de modeontwerper zijn beroep meer als een persoonlijk en creatief levenspatroon, geïntegreerd in een maatschappelijk circuit en gebonden aan ritmes en seizoenen, mensen en plaatsen die bepalend zijn voor het slagen van zijn creatief levenspatroon. Modeontwerpen houdt het woord ontwerpen in. Om te kunnen ontwerpen doet de modeontwerper aan research en zet ideeën om in een 3D-object of kledingstuk. Daarbij maakt de modeontwerper gebruik van tekeningen en grafieken die omgezet worden door patroonstudies in een 3D-vorm. Drapage en moulage zijn andere technieken om tot het gewenste resultaat te komen. De stof is de materie van de ontwerper en het patroon zijn middel. Technieken van breigoed, stoffenkennis, elektronische vormgeving, fotografie, kennis van de pers- en reclamewereld zijn niet onbelangrijk. De weergave in installaties of showrooms verlangen een kennis van video- en tentoonstellingstechnieken. In België is het beroep van modeontwerper geen beschermd beroep, noch een beroep dat statutair geregeld is. De Belgische wetgever beschouwt een modeontwerper soms als een zelfstandige, soms als een loontrekkende, soms als geen van beiden. Modeontwerpers kunnen steeds aan de slag en zijn daarom zelden werkloos. Zij kunnen werken als: − ontwerper in een bestaand bedrijf − ontwerper in een eigen bedrijf − als stilist voor fotografen en tijdschriften − als modejournalist voor kranten of tijdschriften − als visionairs voor styling bureaus − als lesgever − als illustrator Meer en meer wordt een beroep gedaan op een modeontwerper in een bedrijf om een imago te creëren. 2.1.2.6 Restauratie Zie beroepsprofiel restaurateur.

2.1.3

Beroepenstructuur en beroepenclusters Hoewel de term beeldend kunstenaar de verzamelnaam is van een onuitputtelijke en zelfgenererende reeks van mogelijke beroepen, en maakt men bovendien abstractie van de audiovisuele kunsten waarbinnen ook de beeldende kunstenaars meer en meer actief zijn (getuige Documenta X), zou men het beroepsveld kunnen indelen in een viertal beroepenclusters. 1 2 3 4

Beroepen uit de ontwerperswereld. Beroepen uit de wereld van de fotografie. Beroepen uit de wereld van de vrije of autonome kunsten. Beroepen uit de restauratiewereld.


6

BEROEPSPROFIEL BEELDEND KUNSTENAAR

In grote trekken beantwoorden deze clusters aan de klassieke, maar hopeloos verouderde, indeling “vrije kunsten” en “toegepaste kunsten” en stemmen zij in meer of mindere mate overeen met de indeling inzake opties van de bestaande opleiding beeldende kunst (2 cycli). Er dient nochtans onderstreept dat deze indeling niet rigoureus hanteerbaar is, gezien de permanente interactie tussen de “vrije kunsten” en de “toegepaste kunsten”. Beide voeden mekaar wederzijds en leveren een bijdrage aan het beeldend vermogen van de samenleving. Het is trouwens pas in de mate dat de toegepaste kunsten en de fotografie, zoals de vrije kunsten, op een persoonlijke, kritische en inventieve wijze bijdragen aan dit beeldend vermogen dat zij tot het gebied van de beeldende kunsten kunnen gerekend worden. Vooral met betrekking tot het ontwikkelen van opleidingsprofielen is deze opmerking van belang om ééncyclusopleidingen te onderscheiden van tweecycliopleidingen. Vertaald naar de huidige opleiding beeldende kunsten (2 cycli), komen deze beroepenclusters grosso modo overeen met volgende opties: − ontwerpers: • • •

grafische- en reclamevormgeving mode-, textiel- en toneelkostuumontwerp driedimensionale vormgeving

•

fotografie

•

vrije kunsten

•

restauratie

− fotografen:

− vrije kunstenaars: − restaurateurs:

2.2

Eigenlijke beroepsprofiel

2.2.1

Benaming opgedeeld naar opleidingsopties 2.2.1.1 Vrije kunsten Een officieel erkende benaming voor de vrije kunstenaar bestaat niet. De meest geeigende term is deze van kunstenaar tout court; eventueel beeldend kunstenaar of plastisch kunstenaar. Meer specifieke benamingen kunnen zijn: kunstschilder, beeldhouwer, etser, fotograaf, videokunstenaar, tekenaar, illustrator, typograaf, graficus, filmmaker, multimediakunstenaar, ... 2.2.1.2 Fotografie De algemene term fotograaf is ingeburgerd. Naargelang zijn specialisatie spreekt men van modefotograaf, portretfotograaf, reclamefotograaf, setfotograaf, foodfotograaf, persfotograaf, reportagefotograaf, industrieel fotograaf, architectuurfotograaf, wetenschappelijke fotograaf, enz… Het spreekt voor zich dat de fotograaf zich ook als kunstenaar kan profileren en dat hij werkzaam kan zijn in verschillende werkvelden. 2.2.1.3 Grafische- en reclamevormgeving Gangbare beroepsbenamingen binnen het gebied van de grafische en reclamevormgeving zijn: graficus, grafisch ontwerper, reclameontwerper, vormgever, ontwerper, artdirector, illustrator, tekenaar, striptekenaar, enz... Het spreekt voor zich dat de


BEROEPSPROFIEL BEELDEND KUNSTENAAR

7

grafische ontwerper zich ook als kunstenaar kan profileren en dat hij werkzaam kan zijn in verschillende werkvelden. 2.2.1.4 Driedimensionale vormgeving Een officiële benaming voor de driedimensionale vormgever bestaat niet. Meer specifieke benamingen kunnen zijn: juweelontwerper, edelsmid, ceramist, goudsmid, glaskunstenaar, enz... Het spreekt voor zich dat de driedimensionale vormgever zich als kunstenaar stout cour kan profileren en dat hij werkzaam kan zijn in verschillende werkvelden. 2.2.1.5 Mode-, textiel- en toneelkostuumontwerper De term modeontwerper wordt algemeen gebruikt, naast de term stilist. Het begrip modeontwerper verwijst daarbij meer naar de creatieve kant van het beroep, terwijl de stilist eerder bestaande vormen en stromingen commercieel toegankelijker maakt. Daarbij ontwerpt de stilist kleding voor een fabrikant of een merknaam (modisch vormgever) of kan aan styling doen voor fotografen en voor de media. Het spreekt voor zich dat ook de modeontwerper zich als kunstenaar tout court kan profileren en dat hij werkzaam kan zijn in verschillende werkvelden. 2.2.1.6 Restauratie Zie beroepsprofiel restaurateur.

2.2.2

Algemene beschrijving van het beroep beeldend kunstenaar De beeldende kunstenaar concipieert, ontwerpt en maakt werken die op een persoonlijke, kritische en creatief-inventieve wijze een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van het beeldend vermogen van de samenleving. Daarbij levert hij een aanbod op een maatschappelijke vraag naar kunst of naar beeldende uitingen, ontwerpen en creaties. Deze vraag wordt beïnvloed door de culturele, technologische, economische, sociale en politieke ontwikkelingen in onze samenleving. Door zijn eigen motieven op een beeldende wijze ter waardering in de openbaarheid te brengen, creëert de beeldende kunstenaar bovendien een vraag naar zijn eigen aanbod. De beroepsbekwaamheid van de beeldende kunstenaar slaat niet in de eerste plaats op technische kennis of vaardigheden maar op de manier waarop hij technieken en vaardigheden hanteert. De betekenis en de functie van zijn werk zijn afhankelijk van de waardering die door individuen en groepen eraan gegeven wordt. Deze waardering is vaak tijd- en cultuurgebonden. Ongeacht of hij werkt als kunstenaar, fotograaf of ontwerper, zal de beeldende kunstenaar in staat moeten zijn veranderingen en ontwikkelingen in het beeldend vermogen van de samenleving te signaleren en deze om te zetten in eigentijdse en persoonlijke kunstwerken, ontwerpen of creaties. Bij dit alles onderhoudt de beeldende kunstenaar contacten met galerijen of musea, particuliere kunstverzamelaars, mediabedrijven en overheidsinstanties. Hij doet dit al dan niet als zelfstandige of in dienstverband, in een eenmalige of continue opdracht. De beeldende kunstenaar kan aan de slag in de kunstwereld, de culturele sector en in de sector van de media.


8

BEROEPSPROFIEL BEELDEND KUNSTENAAR

Om zijn beroep te kunnen uitoefenen dient de beeldende kunstenaar bijgevolg in staat te zijn: − de nodige creatieve en onderzoeksvermogens te ontwikkelen om kunstwerken of beeldende uitingen, ontwerpen of creaties te concipiëren − de nodige organisatorische en uitvoerende vermogens te ontwikkelen om kunstwerken of beeldende uitingen, ontwerpen of creaties te realiseren aan de hand van geëigende technieken − de nodige communicatieve, evaluatieve, organisatorische, legitimerende en commerciële vermogens te ontwikkelen om kunstwerken of beeldende uitingen, ontwerpen of creaties ter waardering aan te bieden op een geëigende markt Naast deze algemene omschrijvingen van het beroep beeldend kunstenaar kennen de verschillende beroepen van de eerder genoemde beroepenclusters meer specifieke of beroepseigen invullingen.

2.2.3

Specifieke beschrijvingen van het beroep beeldende kunstenaar 2.2.3.1 Vrije kunsten De vrije kunstenaar beantwoordt het meest aan de algemene omschrijving van het beroep beeldend kunstenaar. Van hem wordt verwacht dat hij kunstwerken maakt die hij, volgens eigen intenties en aan de hand van eigen gekozen technieken, methoden en media, ter waardering aanbiedt aan de maatschappij. 2.2.3.2 Grafische- en reclamevormgeving Zoals elke ontwerper werkt de grafische- en reclamevormgever heel vaak in opdracht van de media. Hij geeft daarbij vorm aan een boodschap van een opdrachtgever en maakt daarbij gebruik van de gepaste audiovisuele en tekstuele middelen. De grafische- en reclamevormgever intervenieert in de directe leefomgeving van ieder individu. Een gedegen kennis en inzicht in maatschappelijke beeldvormingsprocessen en -technieken zijn daarbij onmisbaar. De grafische- en reclamevormgever zet dan ook socio-culturele ontwikkelingen op een persoonlijke manier om in eigentijdse ontwerpen en creaties. 2.2.3.3 Fotografie De fotograaf-beeldend kunstenaar geeft op een beeldende manier vorm aan een boodschap en maakt daarbij gebruik van de gepaste fotografische technieken en middelen. Deze boodschap kan ontstaan vanuit een zuiver persoonlijke visie of het resultaat zijn van een confrontatie met een opdrachtgever uit de media. Zoals de ontwerper of vormgever legt ook de fotograaf daarbij de socio-culturele ontwikkelingen - hetzij op een documentaristische, hetzij op een meer plastische manier - vast in eigentijdse foto’s. In de mate dat de fotograaf werkt voor de media is zijn opdracht in grote lijnen dezelfde als deze van de ontwerper. 2.2.3.4 Mode-, textiel en toneelkostuumontwerp De mode-, textiel- en toneelkostuumontwerper ontwerpt kleding in opdracht of op eigen initiatief. Hij is in staat door styling kleding- en modebeelden vorm te geven die het kleedgedrag van individuele gebruikers en groepen consumenten beïnvloeden. Zoals elke ontwerper of vormgever zet ook de modeontwerper socio-culturele ontwikkelingen op een persoonlijke manier om in eigentijdse creaties.


BEROEPSPROFIEL BEELDEND KUNSTENAAR

9

De term modeontwerper, vertaald uit het Engelse “fashion designer” en het Franse “createur”, verwijst naar de creatieve kant van het beroep. De modeontwerper profileert zich als een creatief kunstenaar wanneer hij of zij een collectie opstart, niet gebonden aan bestaande tendensen, maar iets toevoegt aan de maatschappij, dank zij zijn authentieke stijl en visie. De term modeontwerper kan gebruikt worden voor een ontwerper werkzaam in een bedrijf, waar hij zal ontwerpen in een bestaand patroon, maar waar hij dank zij zijn eigen visie iets zal toevoegen aan het bestaand modebeeld, (wat ook het commerciële eindpunt mag wezen). De modeontwerper heeft een eigen vocabulaire, een eigen visualisering, een eigen uitdrukkingsvorm. Daarvoor wordt hij gevraagd, ondanks al zijn eigenzinnigheid. Hij heeft een creatieve opleiding genoten, met een professionele onderbouw wat betreft techniek en vormgeving. De toneelkostuumontwerper onderscheidt zich van de modeontwerper door een aantal factoren: − hij is gericht naar een specifieke opdracht binnen de podiumkunsten − zijn opdracht is steeds gebonden aan een dramaturgisch gegeven in brede zin − zijn flexibiliteit en esthetisch aanvoelen gelden op de eerste plaats de vernieuwing binnen de podiumkunsten. 2.2.3.5 Driedimensionale vormgeving Zoals de vrije kunstenaar beantwoordt de driedimensionale vormgever het meest aan de algemene omschrijving van het beroep beeldende kunstenaar. Van hem wordt verwacht dat hij kunstwerken maakt die hij, volgens eigen intenties en aan de hand van keramische, beeldbouwkundige technieken of aan de hand van de technieken van de edelsmeedkunst of glasverwerkingstechnieken, ter waardering aanbiedt aan de maatschappij. Hij geeft op een beeldende manier vorm aan een persoonlijke idee, ontwerpt en realiseert op een plastische manier zijn werk. 2.2.3.6 Restauratie Zie beroepsprofiel restaurateur.

2.2.4

Beschrijving van de activiteiten Ongeacht de specifieke sector (in termen van de vermelde beroepenclusters) waarvoor hij werkt, is de belangrijkste taak of functie van de beeldende kunstenaar de creatie van kunstwerken of van beeldende uitingen, ontwerpen of creaties die op een persoonlijke, authentieke of kritische en innoverend creatieve wijze een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van het beeldend vermogen van de samenleving. Deze taak laat zich globaal omschrijven als een opvolging van handelingen die achtereenvolgens te maken hebben met: de conceptie, de realisatie en het ter waardering aanbieden van kunstwerken of beeldende uitingen, ontwerpen en creaties op een geëigende markt. Naargelang de specificiteit van de sector kunnen bepaalde differenties op het vlak van de taken genoteerd worden.


10

BEROEPSPROFIEL BEELDEND KUNSTENAAR

2.2.4.1 Vrije kunsten TAAKGEBIED

TAKENCLUSTER

TAKEN

Maatschappelijk, esthetisch, kritisch denken

− analyseren − synthetiseren − formuleren − informeren − oordelen

− de kunstenaar analyseert het beeldend vermogen en de beeldende uitingen van de maatschappij − hij ontwikkelt een eigen oordeel omtrent het beeldend vermogen en de beeldende uitingen van de maatschappij − hij formuleert een eigen alternatief, doel of visie omtrent de beeldende uitingen van de maatschappij

Creatie van kunstwerken

− onderzoeken − oordelen − innoveren − ontwerpen − beslissen − kiezen − produceren − informeren − organiseren

− vanuit zijn kritisch denken ontwikkelt de kunstenaar een persoonlijke stellingname en onderzoekt of deze een sturende visie kan zijn voor het ontwerpen van een eigen project − hij onderzoekt en beoordeelt het innoverend en beeldend vermogen van zijn ontwerpen − hij beslist zijn ontwerpen uit te werken en kiest daarvoor geëigende technieken, vormen en productiewijzen − hij informeert zich over deze technieken, vormen en productiewijzen

Aanbieden van kunstwerken aan de kunstwereld

− beslissen − analyseren − oordelen − legitimeren − organiseren − verkopen − communiceren − beheren − plannen − onderzoeken

− de kunstenaar beslist zijn werk ter waardering aan te bieden − hij onderzoekt de mogelijkheden waar en hoe hij zijn werk kan aanbieden- meestal realiseert hij daarvoor een tentoonstelling − hij werkt daarvoor een organisatorisch, financieel, en carrièreplan uit

2.2.4.2 Fotografie TAAKGEBIED

TAKENCLUSTER

TAKEN

Maatschappij, kritisch denken

− analyseren − onderzoeken

− de fotograaf informeert zich − hij analyseert het mens- en wereldbeeld

voorbereiden

− communiceren − analyseren

− hij onderhandelt met de opdrachtgever − hij analyseert de opdracht − hij formuleert de doelstellingen − hij concretiseert de opdracht

ontwerpen

− onderzoeken − informeren − scheppen

− hij onderzoekt verschillende opnamemoeilijkheden − hij selecteert onderwerpen in verband met boodschap, context, enz. − hij neemt inlichtingen en verwerkt deze tot bruikbare informatie − hij maakt een ontwerp of voorstudie

budgetteren

− informeren − beheren

− hij vraagt prijzen op − hij maakt prijsopgave, rekening houdend met alle facetten van de prijsberekening

produceren

− organiseren − plannen

− hij regelt de nodige afspraken − hij plant de opname in tijd, ruimte en middelen − hij zoekt naar oplossingen binnen het budget

realiseren

− visualiseren − regisseren − realiseren − verwerken

− hij brengt alle elementen samen voor het maken van de opname volgens ontwerp − hij zorgt voor decor, modellen, enz. − hij bepaalt de sfeer in functie van de opdracht − hij maakt de opname met het juiste opnamemateriaal − hij zorgt voor de ontwikkeling van het opnamemateriaal − hij zorgt voor de fotografische prints


BEROEPSPROFIEL BEELDEND KUNSTENAAR

11

− hij zorgt voor de digitale output − hij zorgt voor retouche (al dan niet digitaal) − hij zorgt voor digitale bewerking evalueren

− oordelen − verbeteren

− hij controleert samen met de opdrachtgever de gemaakte beelden − hij brengt de nodige verbeteringen aan of hermaakt de opname

beheren

− factureren − boekhouden − inventariseren

− hij maakt een factuur − hij houdt de boekhouding bij − hij inventariseert alle gegevens over de opdracht

2.2.4.3 Grafische en reclamevormgeving De grafische en reclamevormgever zorgt ervoor dat een boodschap van een opdrachtgever met commerciële, sociale, culturele of andere doelstellingen door zijn vormgeving optimaal bij de vooraf bepaalde doelgroep terechtkomt en daar de gewenste reactie losmaakt. Aan de vormgevers worden hoge eisen gesteld op het gebied van vakkennis, uitdrukkingsvaardigheden, algemene cultuur, maatschappelijke visie en maatschappelijke betrokkenheid. Door de nadruk die gewoonlijk gelegd wordt op het marktgericht denken, vergeet men soms dat de persoonlijke creativiteit van doorslaggevende betekenis is in deze sector. Visuele communicatie bestaat niet bij de gratie van het toepassen van geijkte technische formules. De boeiendste communicatie op dit domein bevat dikwijls een verrassend poëtisch artistiek effect. De grafische en reclamevormgever creëert, als beeldend kunstenaar, naast de communicatie die hij helpt tot stand te brengen, vanuit zijn vormgeving, ook een nieuwe artistieke werkelijkheid. Door zijn beeldend optreden wordt hij evenzeer tot cultuurschepper. In deze zin is zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid zeer groot. De vormgevers hebben kennis van allerhande illustratietechnieken, driedimensionale communicatievormen, typografie en kleurgebruik. Met deze kennis zijn zij in staat om folders, brochures, affiches, advertenties, belettering van voertuigen en gebouwen, lichtreclames, complete huisstijlprogramma’s, tv-spotjes... te ontwerpen; al deze maatregelen moet men kunnen samenvoegen tot een doeltreffend, inhoudelijk en visueel stijlgeheel. Alles steunt op een beredeneerde wetenschappelijk onderbouwde communicatiestrategie en gebeurt met een oog voor de nieuwste digitale ontwikkelingen voor wat de realisatiemiddelen en mediamaatregelen betreft. TAAKGEBIED

TAKENCLUSTER

TAKEN

Maatschappelijk, esthetisch, kritisch denken

− analyseren − synthetiseren − formuleren − informeren − oordelen

− de graficus analyseert het beeldend vermogen en de beeldende uitingen van de maatschappij − hij ontwikkelt een eigen oordeel omtrent het beeldend vermogen en de beeldende uitingen van de maatschappij − hij formuleert een eigen alternatief, doel of visie omtrent de beeldende uitingen van de maatschappij

creatie van kunstwerken

− onderzoeken − oordelen − innoveren − ontwerpen − beslissen − kiezen − produceren − informeren − organiseren

− vanuit zijn kritisch denken ontwikkelt hij een persoonlijke stellingname en onderzoekt of deze een sturende visie kan zijn voor het ontwerpen van een eigen project − hij onderzoekt en beoordeelt het innoverende en beeldende vermogen van zijn ontwerpen − hij beslist zijn ontwerpen uit te werken en kiest daarvoor geëigende technieken, vormen en productiewijzen − hij informeert zich over deze technieken, vormen en productiewijzen

aanbieden van

− beslissen

− de gaficus beslist zijn werk ter waardering aan te


12

BEROEPSPROFIEL BEELDEND KUNSTENAAR

kunstwerken aan de kunstwereld

− analyseren − oordelen − legitimeren − organiseren − verkopen − communiceren − beheren − plannen − onderzoeken

bieden − hij onderzoekt de mogelijkheden waar en hoe hij zijn werk kan aanbieden − hij werkt daarvoor een organisatorisch, financieel en carrièreplan uit

2.2.4.4 Driedimensionale vormgeving TAAKGEBIED

TAKENCLUSTER

TAKEN

Maatschappelijk, esthetisch, kritisch denken

− analyseren − synthetiseren − formuleren − informeren − oordelen

− de 3D-vormgever analyseert het beeldend vermogen en de beeldende uitingen van de maatschappij − hij formuleert een eigen, al dan niet, alternatief model of visie omtrent de 3D-uitingen van de maatschappij − de 3D-vormgever is een katalysator die de maatschappelijke omgeving op een kritische wijze tracht te vatten en dan deze gegevens op een flexibele manier verwerkt

creatie van 3Dobjecten

− onderzoeken − oordelen − innoveren − ontwerpen − beslissen − kiezen − produceren − informeren − organiseren

− vanuit zijn kritisch denken ontwikkelt hij een persoonlijke stellingname en onderzoekt of deze een sturende visie kan zijn voor het ontwerpen van een eigen project − hij onderzoekt en beoordeelt het innoverende en beeldende vermogen van zijn ontwerpen − hij beslist zijn ontwerpen uit te werken en kiest daarvoor geëigende technieken, vormen en productiewijzen − hij informeert zich over deze technieken, vormen en productiewijzen − het proces van ontwerp tot definitieve realisatie is meestel in handen van de ontwerper zelf. Hij kan al dan niet een beroep doen op medewerkers en/of techniekers om specifieke eigenheden van het ontwerp te laten uitvoeren. In dat geval geeft hij instructies en leiding aan de uitvoerders.

aanbieden van 3Dontwerpene op een geëigende markt

− beslissen − analyseren − oordelen − legitimeren − organiseren − verkopen − communiceren − beheren − plannen − onderzoeken

− de 3D-vormgever beslist zijn werk ter waardering aan te bieden − hij onderzoekt de mogelijkheden waar en hoe hij zijn werk kan aanbieden − de 3D-vormgever kan als beeldend kunstenaar, los van een specifieke opdrachtgever, via beurzen, galerijen, atelier, enz., zijn werk voorstellen en aanbieden − de 3D-vormgever kan ook rechtstreeks verkopen aan een opdrachtgever (industrie of particulier) − hij werkt daarvoor een organisatorisch, financieel en carrièreplan uit

2.2.4.5 Mode-, textiel- en toneelkostuumontwerp Ongeacht de sector waarin hij werkt, is de belangrijkste taak of functie van de modeontwerper de creatie van een collectie ontwerpen die persoonlijk zijn, innoverend, authentiek en die, via zijn ontwerpen, een bijdrage betekenen tot het beeldend vermogen van de samenleving. Deze taak laat zich globaal omschrijven als een opvolging van handelingen die achtereenvolgens te maken hebben met de conceptie, de realisatie en het ter waardering aanbieden van de collectie, de ontwerpen, op een geëigende markt.


BEROEPSPROFIEL BEELDEND KUNSTENAAR

13

♦ Taakgebied De taken van de modeontwerper zijn: − Maatschappelijk, esthetisch, kritisch denken − Research om inspiratie op te doen − Research van stoffen, kleuren, vormen − Ontwerpen optekenen − Tekeningen omzetten naar een 3D-vorm dankzij patroonkennis − Realisatie van prototypes ♦ Takencluster Na de realisatie van de prototypes moet de ontwerper: − Synthetiseren: samenstellen van de collectie − Informeren: waar zijn product op de markt brengen − Zijn collectie vast leggen in een fotoboek, modeshow, video, enz., teneinde aan zijn kopers en publiek te leveren in de gevraagde matenschaal en kwantiteiten − Beheren: hij zal een financieel plan uitdenken, samen met een bedrijfsleider − Legitimeren: hij zal zijn ontwerpen beschermen (naam deponeren) ♦ Taken 1 Research − de modeontwerper analyseert de maatschappij. Hij is geïnteresseerd in film, muziek, theater, literatuur, kunst, kunstenaars, vormgevers, architectuur, sociale bewegingen, oorlog, wetenschap, maar ook in etnische minderheden, folklore, historische gedragingen door de eeuwen heen, vestimentaire veranderingen, sociologie en psychologie − na deze analyse maakt hij een eigen synthese van zijn opzoekingen en zet ze om naar zijn eigen droomwereld − hij formuleert een eigen visie voor zijn eigen collectie − hij formuleert een visie voor een opdrachtgever 2 Ontwerp − de modeontwerper zet zijn ideeën op papier − hij maakt prototypes dankzij zijn kennis van patroon of van drapage en moulage − hij werkt in team met patroonmakers, stoffenfabrikanten, breigoedspecialisten 3 − − −

Budgetteren hij vraagt prijzen op bij fabrikanten hij bestelt stoffen hij stelt een financieel plan op

4 − − − − − −

Produceren hij organiseert zijn verkoopsdagen hij plant zijn fotosessies, zijn casting voor de show hij corrigeert zijn prototypes hij verzorgt zijn leveringen van zijn voorbije seizoen hij corrigeert zijn matenschalen hij organiseert zijn show en showroom

5 Evalueren − hij evalueert zijn collectie na elk seizoen − hij corrigeert de productiemogelijkheden en patrooncollecties


14

BEROEPSPROFIEL BEELDEND KUNSTENAAR

6 − − − −

Beheren hij maakt facturen hij sluit contracten af hij organiseert het vervoer hij leeft zijn contracten na

2.2.4.6 Restauratie Zie beroepsprofiel restaurateur

2.2.5

Contextgegevens 2.2.5.1 Werkomstandigheden, hulpmiddelen, vereiste resultaten Naargelang de sector waarbinnen de beeldende kunstenaar zich beweegt kunnen deze contextgegevens verschillend zijn. 2.2.5.2 Vrije kunsten De kunstenaar maakt kunstwerken die hij ter waardering aanbiedt aan de maatschappij. Dit aanbod gebeurt in de eerste plaats via musea, galerijen of andere tentoonstellingsruimten of via de kunstmarkt. Afhankelijk van het soort werk dat hij aanbiedt, realiseert de kunstenaar werk ter plaatse - in situ - of realiseert hij werk in een eigen atelier of werkplaats. Hij doet dit al dan niet in overleg met een opdrachtgever (tentoonstellingsmaker, curator, galeriehouder, openbare instelling, bedrijf) en al dan niet in teamverband. In elk geval zal de kunstenaar de ruimte waarin hij zijn werk tentoonstelt grondig onderzoeken en de best mogelijke presentatiewijze van zijn werk bepalen. In eigen atelier of werkplaats voert de kunstenaar doorgaans alle taken zelf uit. Hij bepaalt zelf de organisatie van zijn werk of de mate waarin hij de technische realisatie ervan al dan niet door derden laat uitvoeren. Daarbij bepaalt hij volledig autonoom de manier waarop hij zijn atelier inricht en de hulpmiddelen, materialen en technieken die hij gebruikt. De inrichting van een atelier kan aan geen enkele organisatieregel onderworpen zijn. De kunstenaar bepaalt zelf hoe veilig of milieuvriendelijk hij wenst te werken. Hij is aan geen enkele beroepsdeontologische regel onderworpen, tenzij aan zijn eigen individuele, persoonlijke deontologie. 2.2.5.3 Fotografie De fotograaf zal hoofdzakelijk ontwerpen in overleg met een opdrachtgever, al dan niet in teamwork. De werkomstandigheden zijn afhankelijk van de aard van de opdracht en zijn autonomie bij het realiseren van de opdracht. Zijn werkterrein kan gaan van zijn onmiddellijke natuurlijke omgeving tot de fotostudio, het lab of computeratelier. Hij bepaalt zelf de organisatie van zijn werk of de mate waarin hij de technische realisatie ervan al dan niet door derden laat uitvoeren. Dit facet zal afhankelijk zijn van de aard van de opdracht of de doelstellingen ervan. De fotograaf is verplicht zich te onderwerpen aan de regels van het milieu, vooral wat betreft de chemische producten en rekening te houden met de regels van veiligheid voor zijn omgeving en medewerkers.


BEROEPSPROFIEL BEELDEND KUNSTENAAR

15

2.2.5.4 Grafische- en reclamevormgeving De grafische en reclamevormgever hebben een vormgevingstaak in de sector van de media. Dit gebeurt zowel op zelfstandige basis als in dienstverband. In dit laatste geval is men als grafisch ontwerper of als art-director werkzaam in een reclamebureau of is men verantwoordelijk in een bedrijfsstudio. 2.2.5.5 Driedimensionale vormgeving De contextgegevens van de driedimensionale vormgever zijn dezelfde als die van de vrije kunstenaar. Indien de keramische kunstenaar bepaalde technieken hanteert die een specifieke uitrusting vereisen, kan hij onderworpen worden aan de milieuwetgeving. 2.2.5.6 Mode-, textiel en toneelkostuumontwerp De modeontwerper maakt ontwerpen die hij via eigen uitvoering of via een uitvoerend fabrikant of atelier ter waardering aan de maatschappij aanbiedt. Dit aanbod gebeurt vooral via mode-evenementen in de ruimste zin: video, shows, modebeurzen, groot- en detailhandel, pers, enz... Afhankelijk van het soort werk en de werkopstelling (freelance, bedrijfsleider, in dienstverband...) werkt de modeontwerper in een eigen atelier of in een bedrijf. Hij doet dit al dan niet in overleg met een opdrachtgever en al dan niet in teamverband. In elk geval zal de modeontwerper de ruimte waarin hij zijn werk presenteert, grondig onderzoeken en de best mogelijke presentatiewijze van zijn werk bepalen. In eigen atelier werkt de modeontwerper samen met andere gespecialiseerde mensen. De modeontwerper bepaalt autonoom de manier waarop hij zijn atelier inricht of werkt hierin samen met de opdrachtgever. De invulling van een atelier is, wat de samenwerking met andere mensen betreft, gebonden aan de gangbare beroepsdeontologie (o.m. inzake veiligheid). 2.2.5.7 Restauratie Zie beroepsprofiel restaurateur.

2.3

Ondersteunende kennis

2.3.1

Gemeenschappelijke basiskennis Ongeacht de sector waarbinnen hij werkt, bezit de beeldend kunstenaar het vermogen tot divergent denken en handelen. Meer in het bijzonder bezit hij de cognitieve en gevoelsmatige vaardigheden om het beeldend vermogen en de beeldende uitingen van de samenleving op een kritische wijze te analyseren en er zich een eigen oordeel over te vormen. Inzicht in de processen en mechanismen die het beeldend vermogen en de beeldende uitingen van een samenleving bepalen zijn hierbij van doorslaggevend belang. Bovendien moet hij over de nodige kennis beschikken om, volgens zijn eigen persoonlijkheid in te grijpen in deze processen en mechanismen. Inzicht in zijn persoonlijke drijfveren en kennis van de kunstwereld en de media kunnen voor de beeldende kunstenaar nuttig zijn.


16

2.3.2

BEROEPSPROFIEL BEELDEND KUNSTENAAR

Algemene beroepsgerichte kennis Naast deze gemeenschappelijke basiskennis en afhankelijk van de sector waarbinnen hij werkt kan van de beeldende kunstenaar een meer gerichte vaktechnische en beroepskennis worden verwacht. 2.3.2.1 Vrije kunsten Van de kunstenaar wordt verwacht dat hij zelfstandig, persoonlijk en/of innoverend kan werken. In de mate dat hij zelf zijn werken realiseert, beschikt hij over de nodige vaktechnische kennis met betrekking tot de materialen en technologieën die hij gebruikt. Laat hij zijn werk door derden uitvoeren dan is hij in staat de uitvoering ervan te leiden. Vermits de kunstenaar zijn werk ter waardering aanbiedt, moet hij in staat zijn dit werk maatschappelijk te legitimeren. Voor de verkoop van zijn werk moet hij inzicht hebben in de financiële en andere mechanismen van de kunstwereld of kunstmarkt. Communicatieve vaardigheden en de bekwaamheid om dossiers op te stellen zijn hem daarbij een nuttige hulp. 2.3.2.2 Fotografie Zoals in de vrije kunsten wordt van de fotograaf verwacht dat hij het medium fotografie zelfstandig en innoverend zal benaderen. Buiten de gemeenschappelijke basiskennis die voor elke beeldende kunstenaar van essentieel belang zijn, zal hij ook de nodige vaktechnische kennis moeten bezitten. Deze beroepsgerichte kennis is veelzijdig. Wij kunnen enerzijds spreken van de zuivere technische problematiek van het medium zoals kennis van de optische beeldvorming, de fotochemische en elektronische opnametechnieken, de fotografische scheikunde, digitale beeldopname en de verwerking ervan en anderzijds de commerciële en de bedrijfseconomische inzichten. Een specifieke kennis van het fotografische en digitaal of elektronisch materiaal, kennis van de diverse cameratypes, beheersing van het licht (kunstlicht of daglicht), kennis van de gevoelige materialen, sensitometrie en de colorimetrie wordt verondersteld. 2.3.2.3 Grafische- en reclamevormgeving Gelet op de zelfstandige cultuurscheppende activiteiten van de grafische en de reclamevormgever dient hij kennis te hebben van de menswetenschappen in het algemeen en van de kunst- en cultuurgeschiedenis in het bijzonder. Daarenboven dient hij inzicht te hebben in de structuur en de werking van de markt en van de grafische- en reclamevormgeving, zodat hij een audiovisuele communicatiestrategie doelgericht kan uitbouwen. Om zijn beeldend product te kunnen ontwerpen en te zien of het uitgevoerd kan worden dient de grafische- en reclamevormgever specifieke basiskennis te hebben van de volgende in de sector gebruikelijke ontwerp- en vormgevingstechnieken: tekenen, compositie en lay-out, typografie, fotografie, driedimensionale verpakkingsvormen, huisstijlvormgeving... Verder dient hij kennis te hebben van de mogelijkheden van de gebruikelijke druktechnieken in de sector. Al deze kennisinhouden moeten hem in staat stellen een klant te adviseren aangaande de mogelijkheden van de diverse communicatiestrategieën. Door deze kennis moet hij zijn eventuele medewerkers richtlijnen kunnen geven tot het uitvoeren van een beeldende opdracht.


BEROEPSPROFIEL BEELDEND KUNSTENAAR

17

Een grondige praktische kennis van de laatste elektronische beeldverwerkingsystemen is een absolute vereiste in de sector. Het praktisch kunnen omgaan met DTP, video, multimedia en internet is fundamenteel. 2.3.2.4 Driedimensionale vormgeving Zie vrije kunsten. 2.3.2.5 Mode-, textiel- en toneelkostuumontwerp Zoals van elke beeldende kunstenaar wordt van de modeontwerper verwacht dat hij zelfstandig en innoverend kan werken. In de mate dat hij zelf zijn werken realiseert, beschikt hij over de nodige vaktechnische kennis met betrekking tot de materialen en technologieën die hij gebruikt. Laat hij zijn werk door derden uitvoeren dan is hij in staat de uitvoering ervan te leiden. Vermits de modekunstenaar, via de modewereld, zijn werk ter waardering aanbiedt, moet hij in staat zijn dit werk maatschappelijk te legitimeren. Voor de verkoop van zijn werk moet hij inzicht hebben in de financiële en andere mechanismen van de modewereld. Communicatieve vaardigheden en de bekwaamheid om dossiers op te stellen zijn hem daarbij een nuttige hulp. Inzicht in de kunstwereld, de media en de actuele modewereld zijn voor de modeontwerper onmisbare vereisten. 2.3.2.6 Restauratie Zie beroepsprofiel restaurateur.

2.3.3

Aanbevelingen naar het leerplan De werkgroep is van oordeel dat, ongeacht de optie of discipline waarin de beeldende kunstenaar zich uitdrukt of manifesteert, beroep en opleiding niet zonder meer complementair zijn. De “academie” is niet meer dan een fase in de ontwikkeling van de beeldend kunstenaar. Een fase waarin één en ander op gang wordt gebracht, maar niet voltooid of afgesloten. Integendeel, eens de academie afgerond, komt de beeldend kunstenaar in een nieuw leerproces waarin hij, zo men wil, moet “afleren” te werken onder de beschermende vleugels of de aangebrachte codes van de academie en moet leren zelfstandig zijn eigen weg te gaan. Vandaar dat in het kunstonderwijs, waar de artistieke factoren van het vormingsproces door studieexperimenten moeten opengehouden worden, het opleidingsprogramma niet gedomineerd kan worden door de projectie ervan naar een gedetermineerd beroepsprofiel. In de beeldende kunsten is er met andere woorden geen rechte weg van beroepsprofielen naar opleidingsprofielen en omgekeerd. De enige garantie dat een opleiding beeldende kunsten afgestemd is op de beroepswereld is het oordeel van ervaren kunstenaars en vormgevers. Het beeldend kunstonderwijs gedijt niet vanuit een statisch vastgelegd beroepsprofiel, maar slechts bij overdracht van kennis en kunde door ervaren kunstenaars en vormgevers, die begeleiden vanuit hun eigen, steeds individuele en wisselende beroepsachtergrond. In laatste instantie bepaalt ieder beeldend kunstenaar volledig autonoom de inhoud van zijn beroep en de opleidingsweg die hij wenst te volgen. Vooral met betrekking tot de grafische- en reclamevormgeving moet ook de aandacht worden gevestigd op de snelle evolutie van de nieuwe media die in het leerplan moet worden opgenomen.


18

2.4

BEROEPSPROFIEL BEELDEND KUNSTENAAR

Beroepshoudingen Ongeacht de sector waarin hij werkt kan de beeldend kunstenaar op een persoonlijke manier zelfstandig of in teamverband werken. Hij toont zin voor initiatief en durft daarbij verantwoordelijkheid op te nemen en doorzettingsvermogen te tonen om een eigen standpunt te bepalen ten opzichte van de beeldende uitdrukkingen, ontwerpen en creaties van de maatschappij. Bovendien beschikt hij over voldoende organisatietalent en beslissingsvermogen om, ondanks mogelijke weerstanden, zijn doel te bereiken. Gezien zijn professionele erkenning afhankelijk is van de waardering van zijn werk kan de beeldend kunstenaar omgaan met kritiek, zonder zijn eigen kritische ingesteldheid op te geven. Uiteindelijk is de belangrijkste beroepshouding van de beeldende kunstenaar zijn individuele en persoonlijke integriteit.


BEROEPSPROFIEL BEELDEND KUNSTENAAR

3

19

NIVEAU VAN HET BEROEP IN DE SECTOR

Gezien het beroep van beeldende kunstenaar kennis en bekwaamheden omvat die het mogelijk maken dat hij onafhankelijk zijn beroepsactiviteiten kan uitoefenen en dat hij de artistieke en maatschappelijke achtergronden van zijn beroep weet te beheersen, situeert het beroep van beeldende kunstenaar zich op niveau 5. Dit niveau wordt vooral bepaald door de graad van verantwoordelijkheid, complexiteit en transfer. Ongeacht de sector waarin hij werkt, is de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de beeldende kunstenaar immens. Hij brengt het beeldend vermogen van een samenleving immers tot uitdrukking, en bijgevolg heel ons menszijn. Een grotere maatschappelijke verantwoordelijkheid kan men zich nauwelijks inbeelden. Zeker wanneer men rekening houdt met de groeiende maatschappelijke impact van beelden, vooral via de media. De manier waarop dit gebeurt, is bovendien uitermate complex, vermits zij fundamenteel samenhangt met de manier waarop heel de emotionele en cognitieve wereld van de mens gestructureerd is.


20

BEROEPSPROFIEL BEELDEND KUNSTENAAR

4

MEDEWERKERS

Samenstelling werkgroep Voorzitter ♦ Willem De Greef, Hogeschool Sint-Lukas Brussel

Leden ♦ Griet Blanckaert, Hogeschool Antwerpen ♦ Rob Bruyninck, Karel De Grote Hogeschool ♦ Joost Caen, Hogeschool Antwerpen ♦ Jan Carlier, Hogeschool Antwerpen ♦ Carlo Christiaen, Hogeschool voor Wetenschap en Kunst ♦ Hugo De Belder, Hogeschool Gent ♦ Marc De Belder, Karel De Grote Hogeschool ♦ Max De Cock, Hogeschool Antwerpen ♦ Carlos Dekeyrel, Hogeschool Gent ♦ Lies De Mayer, Hogeschool Antwerpen ♦ Raf Desmedt, Hogeschool Antwerpen ♦ Maurice Engelen, Provinciale Hogeschool Limburg ♦ Linda Loppa, Hogeschool Antwerpen ♦ Nelly Nooren, Hogeschool Antwerpen ♦ Nina Onzia, Hogeschool Antwerpen ♦ Jan Van Praet, Katholieke Hogeschool Limburg ♦ Erna Verlinden, Hogeschool Antwerpen ♦ Michel Vrancken, Provinciale Hogeschool Limburg


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
STUDIE 73 BEROEPSPROFIEL. beeldend kunstenaar.pdf by Vlaanderen-be - Issuu