Skip to main content

dossier 2022-067.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/67

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2022/67

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 18 januari 2022 diende xxx een verzoek in bij de Vlaamse overheid, departement Omgeving met het verzoek om een digitale kopie te willen bezorgen van: 1. alle processen-verbaal die reeds werden opgemaakt lastens de uitbaters van de luchthaven Deurne, waaronder (doch niet uitsluitend) het PV van 28-04-2021; 2. alle adviezen die werden uitgebracht naar aanleiding van de (intussen ingetrokken) omgevingsvergunningsaanvraag xxx. Het departement Omgeving heeft nagelaten om binnen de decretaal voorgeschreven termijn een beslissing te treffen. Op 8 maart 2022 diende xxx beroep in tegen de ontstentenis van beslissing door het departement Omgeving. Dit beroep werd geregistreerd op 9 maart 2022. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 18 januari 2022.

www.vlaanderen.be


Op 8 maart 2022, de datum van het beroep, was de in artikel II.43, § 1, 2e lid van het Bestuursdecreet bepaalde beslissingstermijn van 20 kalenderdagen voor het departement Omgeving verstreken, zonder dat verzoeker een beslissing had ontvangen aangaande zijn openbaarheidsverzoek. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Ontstentenis van beslissing

Het departement Omgeving liet na om tijdig een beslissing te nemen naar aanleiding van het openbaarheidsverzoek. De beroeper geeft aan dat hij op 10 en 25 februari 2022 herinneringen verstuurde doch zonder verder gevolg.

2. Toelichting door het departement Omgeving De beroepsinstantie contacteerde op 11 maart 2022 het departement Omgeving voor toelichting bij het uitblijven van een beslissing. Op 11 maart deelde het departement Omgeving vanuit de afdeling Gebiedsontwikkeling, Omgevingsplanning en -projecten (afdeling GOP) mee dat het openbaarheidsverzoek niet correct in het openbaarheidsregister werd opgenomen waardoor er niet tijdig gereageerd werd. De gevraagde adviezen werden alsnog aan de beroeper overgemaakt. Ter staving bezorgt de afdeling GOP een afschrift van het bericht d.d. 11 maart 2022 aan de beroeper met in bijlage de gevraagde adviezen bij de stopgezette procedure (mededeling met vraag tot omzetting van een milieuvergunning met referentie xxx). De processen-verbaal worden geweigerd. De afdeling GOP van het departement Omgeving deelt mee aan de beroeper dat deze worden afgewezen op grond van artikel 27, §1, 4° van de wet van 5 augustus 2006 betreffende de toegang van het publiek tot milieu-informatie. Deze documenten worden gebruikt voor de opsporing of vervolging van sanctioneerbare feiten en maken deel uit van een strafdossier dat in handen is van de procureur des Konings te Antwerpen. Om het geheim van het onderzoek en de rechten van verdediging niet te schenden, wenst de bestuursinstantie niet in te gaan op dit onderdeel van het openbaarheidsverzoek. Op 21 maart 2022 werd vanuit de afdeling Handhaving van het departement Omgeving aan de beroepsinstantie meegedeeld dat de toezichthouder milieu een proces-verbaal heeft opgesteld in april 2021 wegens het niet vergund uitbreiden van het luchthaventerrein met percelen gelegen in landbouwgebied. Aangezien er een gerechtelijk onderzoek lopende is, valt dit onder de uitzonderingen van openbaarheid van bestuur, aldus de afdeling Handhaving. Er wordt tevens verwezen naar een tweede proces-verbaal van de hand van de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur dat eerder opgesteld werd en dat handelt over stedenbouwkundige overtredingen met betrekking tot het niet-vergund aanleggen van een perimeterweg. Dit proces-verbaal zou momenteel in behandeling zitten bij het Hof van Beroep. Over dit laatste proces-verbaal vroeg de

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/67

pagina 2 van 4


beroepsinstantie op 22 maart 2022 aan de Afdeling Handhaving of het proces-verbaal dan nog dienst doet in een dossier dat in handen is bij de procureur des Konings. Aangezien de afdeling Handhaving niet meer reageerde op deze vraag contacteerde de beroepsinstantie op 1 april 2022 de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur die het betreffende proces-verbaal had opgesteld. Op 4 april 2022 deelde deze mee dat voor de openbaarmaking van de processen-verbaal die deel uitmaken van een opsporings- of gerechtelijk onderzoek naar de voorgaande antwoorden verwezen kon worden. Na een bijkomende vraag om verduidelijking benadrukte de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur op 6 april 2022 dat alle door de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur opgestelde processen-verbaal in dit dossier die betrekking hebben op de schendingen inzake ruimtelijke ordening heden nog steeds deel uitmaken van strafonderzoeken. Er is daarnaast momenteel geen actuele bestuurlijke handhavingsprocedure voor deze schendingen opgestart. Inzage of kopie van deze processen-verbaal kan aldus enkel verkregen worden mits uitdrukkelijke toestemming van de procureur des Konings, aldus de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur. Op 11 maart 2022 deelde de afdeling GOP tevens mee aan de beroepsinstantie dat de gevraagde adviezen bezorgd werden aan de beroeper. Er wordt aan de beroepsinstantie een afschrift bezorgd van het mailbericht dat op diezelfde datum werd uitgestuurd naar de beroeper. Daarin staat vermeld dat de gevraagde processen-verbaal niet en de gevraagde adviezen wel aan de beroeper worden bezorgd.

3. Standpunt van de beroepsinstantie Uit de verschafte informatie blijkt dat het departement Omgeving op 11 maart 2022 alsnog deels aan het verzoek van xxx is tegemoetgekomen, met name voor wat betreft de gevraagde adviezen. Het beroep wordt voor dit onderdeel als zonder voorwerp beschouwd. Betreffende de vraag voor een afschrift van de processen-verbaal wordt het verzoek afgewezen op grond van artikel 27, §1, 4° van de wet van 5 augustus 2006 betreffende de toegang van het publiek tot milieuinformatie. Deze documenten worden gebruikt voor opsporing of vervolging van sanctioneerbare feiten en maken deel uit van een strafdossier dat in handen is van de procureur des Konings te Antwerpen. Om het geheim van het onderzoek en de rechten van verdediging niet te schenden, wenst het departement Omgeving niet in te gaan op dit deel van het openbaarheidsverzoek. lndien de beroeper inzage wenst in dit strafdossier, moet hij hiervoor rechtstreeks een machtiging vragen aan de bevoegde procureur des Konings, aldus het departement Omgeving. Hoewel een toepassing van artikel II.36, §1, 3° Bestuursdecreet in casu vermoedelijk niet valt uit te sluiten, beroept het departement Omgeving zich voor de weigering tot openbaarmaking van de processen-verbaal op artikel 27, §1, 4° van de wet van 5 augustus 2006 betreffende de toegang van het publiek tot milieuinformatie. Op grond van artikel 6, §1, 5° van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur moet een aanvraag tot openbaarmaking door een federale of niet-federale administratieve overheid worden afgewezen als het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de opsporing of vervolging van strafbare feiten. Voor milieu-informatie, waarvan in casu ontegensprekelijk sprake is vermits de processen-verbaal betrekking hebben op vermeende milieu- en stedenbouwkundige inbreuken, dient echter artikel 27, §1, 4° van de wet van 5 augustus 2006 betreffende de toegang van het publiek tot milieu-informatie nader bekeken te worden. Deze bepaling voorziet dat een vraag tot openbaarmaking afgewezen wordt als het publiek belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de opsporing of vervolging van sanctioneerbare feiten. Deze uitzondering geldt ook voor de niet-federale overheden omdat zij verband houdt met de strafvervolging, die met uitzondering van de bevoegdheden die artikel 11 en 11bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 aan de Gemeenschappen en de Gewesten hebben toegekend, een federale bevoegdheid blijft. In bovenvermelde wet worden met

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/67

pagina 3 van 4


“sanctioneerbare feiten” de strafrechtelijk beteugelde feiten bedoeld, evenals de feiten die onderworpen zijn aan een administratieve sanctie met inbegrip van de disciplinaire maatregelen. Onder deze uitzonderingsgrond kunnen bijvoorbeeld ook de documenten vallen die nog niet gelinkt zijn aan een lopend gerechtelijk onderzoek, maar waarvan de openbaarmaking het onderzoek eventueel kan schaden (Parl.St. Kamer 2005-2006, nr. 51, 2511/001, 36). Uit deze bepalingen volgt dat de aanvraag wordt afgewezen als het publiek belang van de openbaarmaking niet opweegt tegen de bescherming van het belang van de opsporing of vervolging van strafbare of sanctioneerbare feiten. De beroepsinstantie wenst hierbij te benadrukken dat bij voormelde belangenafweging geen rekening dient te worden gehouden met de individuele belangen. De beroepsinstantie mocht uit de ontvangen toelichting van het departement Omgeving afleiden dat betreffende processen-verbaal deel uitmaken van een dossier op het parket met status “in onderzoek”. Zolang er sprake is van een onderzoek door het Parket, wat in casu dus het geval is, kan de openbaarmaking van de gevraagde documenten niet toegestaan worden. De neutraliteit en objectiviteit van het onderzoek moet gevrijwaard worden zonder daarbij een lopend onderzoek door het Parket te beïnvloeden. Zolang het strafonderzoek nog lopende is, zou het vroegtijdig onthullen van het gevraagde kunnen verhinderen dat mogelijke nuttige onderzoekdaden in een geruststellende en serene sfeer zouden kunnen plaatsvinden. Het publiek belang weegt in casu niet op tegen het belang van de uitzonderingsgrond zoals hierboven uiteengezet. Om deze redenen wordt het beroep voor dit onderdeel als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 8 maart 2022 tegen de ontstentenis van beslissing van het departement Omgeving naar aanleiding van het verzoek tot openbaarmaking d.d. 18 januari 2022 wordt als ontvankelijk en deels ongegrond, deels zonder voorwerp beschouwd. Brussel, 8 april 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/67

pagina 4 van 4


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2022-067.pdf by Vlaanderen-be - Issuu