Visbestandopnames in Vlaanderen in het kader van het ReferentiemeetnetBemonsteringsresultaten 2019 Gerlinde Van Thuyne, Linde Galle, Yves Maes, Adinda De Bruyn, Isabel Lambeens, Thomas Terrie, Jan Breine
Auteurs: Gerlinde Van Thuyne, Linde Galle, Yves Maes, Adinda De Bruyn, Isabel Lambeens, Thomas Terrie, Jan Breine Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek Reviewers: Hugo Verreycken Het INBO is het onafhankelijk onderzoeksinstituut van de Vlaamse overheid dat via toegepast wetenschappelijk onderzoek, data- en kennisontsluiting het biodiversiteitsbeleid en -beheer onderbouwt en evalueert. Vestiging: INBO Linkebeek Dwersbos 28, 1630 Linkebeek www.inbo.be e-mail: gerlinde.vanthuyne@inbo.be Wijze van citeren: Van Thuyne, G.; Galle, L.; Maes, Y.; De Bruyn, A. Lambeens, I.; Terrie, T.; Breine J. (2021). Visbestandopnames in Vlaanderen in het kader van het Referentiemeetnet-Bemonsteringsresultaten 2019. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2021 (4). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. DOI: doi.org/10.21436/inbor.19208199 D/2021/3241/004 Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2021 (4) ISSN: 1782-9054 Verantwoordelijke uitgever: Maurice Hoffmann Foto cover: De Zenne in Zemst
© 2020, Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek
VISBESTANDOPNAMES IN VLAANDEREN IN HET KADER VAN HET REFERENTIEMEETNET BEMONSTERINGSRESULTATEN 2019 Gerlinde Van Thuyne, Linde Galle, Yves Maes, Adinda De Bruyn, Isabel Lambeens, Thomas Terrie en Jan Breine
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
Dankwoord/Voorwoord Met dank aan Jean-Pierre Croonen, Marc Dewit, Danny Bombaerts, Franky Dens en Jan Vanden Houten voor de uitvoering van de bemonsteringen. Ook dank aan de studenten en de vrijwilligers om hun steentje bij te dragen. We zijn ook Tom De Boeck en Jo Loos dankbaar voor de bijdrage aan de gegevensverwerking en Hugo Verreycken voor de review van het rapport.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 2 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
Samenvatting Dit rapport geeft de bemonsteringsresultaten weer van viscampagnes uitgevoerd op beken en rivieren door het INBO in 2019. De bemonsteringen gebeurden in het kader van het ‘Referentiemeetnet Zoetwatervis’, meer bepaald het deel dat invulling moet geven aan de Toestand- en Trendmonitoring voor de Kaderrichtlijn Water, categorie type ‘rivier’ waartoe ook de beken behoren. Indien er op de desbetreffende waterloop ook resultaten werden verzameld in het kader van het ‘Verdichtingsmeetnet’ (opvolging van habitatrichtlijnsoorten) dan werden deze ook in dit rapport opgenomen. De resultaten van 2019 worden per bekken weergegeven en bondig besproken in verschillende hoofdstukken. In totaal bevisten we 89 locaties met elektrovisserij, fuiken of een combinatie van de twee. De 89 locaties zijn gelegen op 68 verschillende waterlichamen, waarvan 35 Vlaamse waterlichamen en 33 lokale waterlichamen van de eerste orde. Op drie plaatsen vingen we geen vissen. Op de overige locaties varieert de soortendiversiteit tussen 1 en 14 soorten. In totaal troffen we 39 vis- en rondbeksoorten aan. De meest verspreide soort is driedoornige stekelbaars met zijn aanwezigheid op 64 % van de beviste meetplaatsen, gevolgd door riviergrondel die op 55 % van de meetplaatsen aanwezig was. Op nummer drie staat bermpje (48 %) gevolgd door blauwbandgrondel (47 %). Blankvoorn, met een aanwezigheid op 46 % van de meetplaatsen, staat op nummer vijf. De Europees beschermde soorten bittervoorn en kleine modderkruiper werden elk op 14 % van de beviste meetplaatsen gevangen. De donderpad op 9 % van de meetplaatsen, en beekprik op 3 %. In het rapport bespreken we ook de EQR-waarden (Ecological Quality Ratio of Ecologische Kwaliteitsverhouding) van de bemonsterde waters. In het kader van de Europese Kaderrichtlijn Water en bij uitbreiding het Decreet Integraal Waterbeleid zijn de berekende EQR‐waarden van de verschillende waterlichamen belangrijk, omdat ze een maat zijn voor de ecologische toestand van een waterlichaam. De klassengrenzen en de bijhorende beoordelingsschaal die in deze rapportage werden gebruikt zijn de originele KRW-klassengrenzen en wijken lichtjes af van de huidige KRW-classificatie. De waarden bepaald met de oorspronkelijke schaal zijn immers al veel langer in gebruik en geven beter de trends doorheen de tijd weer. Slechts 11 % van de bemonsterde locaties op de beken en rivieren bevindt zich in de door de Kaderrichtlijn vereiste ‘goede toestand’. De meeste locaties bevinden zich in een ‘matige toestand’ (51 %). Eenentwintig procent van de locaties heeft een ‘ontoereikende kwaliteit’ en 17 % van de locaties krijgt zelfs een beoordeling ‘slechte kwaliteit’.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 3 van 93
English abstract This report presents the results of fish surveys performed by INBO in 2019 in rivers and streams. These surveys were carried out in the framework of the 'Reference Freshwater Monitoring’. The results provide the biological information (about the fish populations) required by the European Water Framework Directive (WFD). The 2019 results are displayed and concisely discussed per basin. We surveyed 89 locations in 2019. We used electric fishing gear, fyke nets or a combination of both methods. The 89 sites are located in 68 water bodies, of which only three sites were without fish. In total, we caught 39 fish species. In the top five of the most widespread species are the three-spined stickleback in 64% of the sampled sites followed by gudgeon (55 %), stone loach (48 %), topmouth gudgeon (47 %) and roach (46 %). The protected species bitterling and spined loach were each caught at 14 % of the sampled sites while bullhead and brook lamprey at 9 % and 3 % of the sites respectively. We also calculated the EQR values (Ecological Quality Ratio). In the context of the Water Framework Directive these values are an important measure of the ecological condition of the water body. Only 11 % of the surveyed locations on rivers has a ‘good status’. Most of the water bodies obtain a ‘moderate status’ (51 %). However, 21 % of the water bodies is in a ‘poor state’ and 17 % of the water bodies even has a ‘bad ecological quality’.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 4 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
Inhoudstafel Dankwoord/Voorwoord ................................................................................................................ 2 Samenvatting ................................................................................................................................ 3 English abstract ............................................................................................................................. 4 Lijst van figuren ............................................................................................................................. 7 Lijst van tabellen ........................................................................................................................... 7 1
INLEIDING ............................................................................................................... 10
2
MATERIAAL EN METHODE ...................................................................................... 12
3
RESULTATEN ........................................................................................................... 15
3.1. IJzerbekken........................................................................................................................................................... 15 3.1.1Ligging van de staalnameplaatsen ...................................................................................................................... 15 3.1.2 Specificaties van de uitgevoerde afvissingen ..................................................................................................... 16 3.1.3 Fysische en chemische metingen en biotoopbeschrijving ................................................................................. 17 3.1.4 Visbestandgegevens ........................................................................................................................................... 19 3.1.4 Bespreking .......................................................................................................................................................... 21 3.2 Brugse Polders en Gentste kanalen....................................................................................................................... 24 3.2.1 Ligging van de staalnameplaatsen ..................................................................................................................... 24 3.2.2 Specificaties van de uitgevoerde afvissingen ..................................................................................................... 24 3.2.3 Fysische en chemische metingen en biotoopbeschrijving ................................................................................. 25 3.2.4 Visbestandgegevens ........................................................................................................................................... 26 3.2.5 Bespreking .......................................................................................................................................................... 28 3.3 Leiebekken ........................................................................................................................................................... 29 3.3.1 Ligging van de staalnameplaatsen ..................................................................................................................... 29 3.3.2 Specificaties van de uitgevoerde afvissingen ..................................................................................................... 29 3.3.3 Fysische en chemische metingen en biotoopbeschrijving ................................................................................. 30 3.3.4 Visbestandgegevens ........................................................................................................................................... 31 3.3.5 Bespreking .......................................................................................................................................................... 32 3.4. Boven- en benedenscheldebekken ...................................................................................................................... 33 3.4.1 Ligging van de staalnameplaatsen ..................................................................................................................... 33 3.4.2 Specificaties van de uitgevoerde afvissingen ..................................................................................................... 34 3.4.3 Fysische en chemische metingen en biotoopbeschrijving ................................................................................. 35 3.4.4 Visbestandgegevens ........................................................................................................................................... 37 3.4.5 Bespreking .......................................................................................................................................................... 39 3.5 Dijlebekken ........................................................................................................................................................... 41 3.5.1 De Zenne ........................................................................................................................................................... 41 3.5.1.1 Ligging van de staalnameplaatsen .................................................................................................................. 41 3.5.1.2 Specificaties van de uitgevoerde afvissingen .................................................................................................. 41 3.5.1.3 Fysische en chemische metingen .................................................................................................................... 42 3.5.1.4 Visbestandgegevens ....................................................................................................................................... 43 3.5.1.5 Bespreking ...................................................................................................................................................... 47 3.5.2 De Dijle ........................................................................................................................................................... 49 3.5.2.1 Ligging van de staalnameplaatsen .................................................................................................................. 49 3.5.2.2 Specificaties van de uitgevoerde afvissingen .................................................................................................. 49 3.5.2.3 Fysische en chemische metingen en biotoopbeschrijving .............................................................................. 50 3.5.2.4 Visbestandgegevens ....................................................................................................................................... 52 3.5.2.5 Bespreking ...................................................................................................................................................... 57 3.5.3 Zijlopen Dijle ...................................................................................................................................................... 59 3.5.3.1 Ligging van de staalnameplaatsen .................................................................................................................. 59 3.5.3.2 Specificaties van de uitgevoerde afvissingen .................................................................................................. 59 3.5.3.3 Fysische en chemische metingen en biotoopbeschrijving .............................................................................. 60 3.5.3.4 Visbestandgegevens ....................................................................................................................................... 62 ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 5 van 93
3.5.3.5 Bespreking ...................................................................................................................................................... 64 3.6 Demerbekken........................................................................................................................................................ 66 3.6.1 Ligging van de staalnameplaatsen ..................................................................................................................... 66 3.6.2 Specificaties van de uitgevoerde afvissingen ..................................................................................................... 67 3.6.3 Fysische en chemische metingen en biotoopbeschrijving ................................................................................. 68 3.6.4 Visbestandgegevens .......................................................................................................................................... 70 3.6.5 Bespreking ......................................................................................................................................................... 72 3.7 Netebekken ........................................................................................................................................................... 74 3.7.1 Ligging van de staalnameplaatsen ..................................................................................................................... 74 3.7.2 Specificaties van de uitgevoerde afvissingen ..................................................................................................... 74 3.7.3 Fysische en chemische metingen en biotoopbeschrijving ................................................................................. 76 3.7.4 Visbestandgegevens .......................................................................................................................................... 77 3.7.5 Bespreking ......................................................................................................................................................... 79 3.8 Maasbekken .......................................................................................................................................................... 81 3.8.1 Ligging van de staalnameplaatsen ..................................................................................................................... 81 3.8.2 Specificaties van de uitgevoerde afvissingen ..................................................................................................... 82 3.8.3 Fysische en chemische metingen en biotoopbeschrijving ................................................................................. 83 3.8.4 Visbestandgegevens .......................................................................................................................................... 84 3.8.5 Bespreking ......................................................................................................................................................... 87
4
Overzicht van de vangsten en de Ecologische kwaliteitsverhouding (EQR) .......... 89
Referenties .................................................................................................................................. 93
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 6 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
Lijst van figuren Figuur 1 Overzicht van de 89 locaties bemonsterd in 2019 in het kader van het ‘Referentiemeetnet Zoetwatervis’ type ‘rivier’ .......................................................................... 11 Figuur 2: Aantalsverhouding van de gevangen vissoorten op de Dijle in 2019 (Totaal aantal = 525) ............................................................................................................................................. 56 Figuur 3: Biomassaverhouding van de gevangen vissoorten op de Dijle in 2019 (Totaal gewicht = 22 kg) ........................................................................................................................................ 56 Figuur 4: Vangstfequentie per soort voor Vlaanderen in 2019 .................................................. 89 Figuur 5: Procentuele verdeling van het aantal meetpunten bemonsterd in 2019 per kwaliteitsklassen (goed, matig, ontoereikend, slecht) (N=89). ................................................... 90 Figuur 6: Procentuele verdeling volgens de EQR-kwaliteitsklassen van het aantal meetpunten bemonsterd in 2019 opgesplitst per typologie ........................................................................... 91 Figuur 7: Procentuele verdeling volgens de EQR kwaliteitsklassen van het aantal meetpunten opgesplitst per bekken ................................................................................................................ 92
Lijst van tabellen Tabel 1 Gebruikte methodes voor het bemonsteren van het visbestand in het type ‘rivier’ voor de KRW. ....................................................................................................................................... 12 Tabel 2 Overzicht van de kwaliteitsbeoordeling en overeenkomstige klassering van de EQRscore voor rivieren en beken (Breine et al., 2001). ..................................................................... 14 Tabel 3: Situering van de staalnameplaatsen in het IJzerbekken. .............................................. 15 Tabel 4: Specificaties van de uitgevoerde afvissingen (met LO = linkeroever, RO = rechteroever, SO = stroomopwaarts en SA = stroomafwaarts) ......................................................................... 16 Tabel 5: Fysische en chemische metingen: zuurgraad of pH, zuurstofconcentratie (O2 in mg/l), temperatuur (T in °C), conductiviteit (Cond in µS/cm), turbiditeit (Turb in NTU) en biotoopbeschrijving op het moment van de visbestandopname (RO: rechteroever). ............... 17 Tabel 6: Overzicht van de aangetroffen vissoorten en het totaal aantal soorten (N) op de verschillende locaties (met * elektrisch, + fuiken, X beide methoden). ..................................... 19 Tabel 7: Effectieve vangst per soort en per staalnameplaats in 2019 uitgedrukt in CPUE (in g/100 m en N/100 m met N = aantal). ........................................................................................ 20 Tabel 8: Overzicht van de visindexwaarden (in EQR) en hun appreciatie. ................................. 21 Tabel 9: Situering van de staalnameplaatsen in het bekken van de Gentse kanalen en de Brugse polders bemonsterd in 2019 ....................................................................................................... 24 Tabel 10: Specificaties van de uitgevoerde afvissingen (SO: stroomopwaarts; SA: stroomafwaarts; LO: linkeroever en RO: rechteroever) ............................................................. 24 Tabel 11: Fysische en chemische metingen: zuurgraad of pH, zuurstofconcentratie (O2 in mg/l), temperatuur (T in °C), conductiviteit (Cond in µS/cm), turbiditeit (Turb in NTU) en de biotoopbeschrijving op het moment van de visbestandopname (RO: rechteroever). ............... 25 Tabel 12: Overzicht van de aangetroffen vissoorten en het totaal aantal soorten (N) op de verschillende locaties in de verschillende campagnes (GK = Gentse kanalen, BP = Brugse polders). ...................................................................................................................................... 26 Tabel 13: Effectieve vangst per soort en per staalnameplaats in 2019 uitgedrukt in CPUE (g/100 m en N/100 m met N = aantal). .................................................................................................. 27 Tabel 14: Overzicht van de visindexwaarden (in EQR) en hun appreciatie. ............................... 28 Tabel 15: Situering van de staalnameplaatsen bemonsterd in het Leibekken 2019. ................. 29 Tabel 16: Specificaties van de uitgevoerde afvissingen (SO: stroomopwaarts ). ....................... 29 Tabel 17: Fysische en chemische metingen: zuurgraad of pH, zuurstofconcentratie (O2 in mg/l), temperatuur (T in °C), conductiviteit (Cond in µS/cm), turbiditeit (Turb in NTU) en de ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 7 van 93
biotoopbeschrijving op het moment van de visbestandopname (LO: linkeroever; RO: rechteroever) .............................................................................................................................. 30 Tabel 18: Overzicht van de aangetroffen vissoorten en het totaal aantal soorten (N) op de verschillende locaties. ................................................................................................................. 31 Tabel 19: Effectieve vangst per soort en per staalnameplaats in 2019 uitgedrukt in CPUE (in g/100 m en N/100 m, met N = aantal) ........................................................................................ 31 Tabel 20: Overzicht van de visindexwaarden (in EQR) en hun appreciatie. ............................... 32 Tabel 21: Situering van de staalnameplaatsen in het Boven- en Benedenscheldebekken. ....... 33 Tabel 22: Specificaties van de uitgevoerde afvissingen (SA: stroomafwaarts; SO: stroomopwaarts; LO: linkeroever; RO: rechteroever). ............................................................... 34 Tabel 23: Fysische en chemische metingen: zuurgraad of pH, zuurstofconcentratie (O2 in mg/l), temperatuur (T in °C), conductiviteit (Cond in µS/cm), turbiditeit (Turb in NTU) en biotoopbeschrijving op het moment van de visbestandopname (RO: rechteroever en LO: linkeroever). ................................................................................................................................ 35 Tabel 24 Overzicht van de aangetroffen vissoorten en het totaal aantal soorten (N) op de verschillende locaties .................................................................................................................. 37 Tabel 25: Effectieve vangst per soort en per staalnameplaats in 2019 uitgedrukt in CPUE (in g/100 m en N/100 m met N =aantal). ......................................................................................... 38 Tabel 26: Overzicht van de visindexwaarden (in EQR) en hun appreciatie. ............................... 39 Tabel 27: Situering van de meetplaatsen op de Zenne. .............................................................. 41 Tabel 28: Specificaties van de uitgevoerde afvissingen (LO: linkeroever; RO: rechteroever). ... 41 Tabel 29: Fysische en chemische metingen: pH, zuurstofconcentratie (O2 in mg/l), temperatuur (T in °C), conductiviteit (Cond in µS/cm ), turbiditeit (Turb in NTU) en de biotoopbeschrijving op het moment van de visbestandopname (RO: rechteroever en LO: linkeroever) ....................... 42 Tabel 30: Overzicht van de aangetroffen vissoorten en het totaal aantal soorten (N) op de verschillende locaties in de periode 2007-2019 ......................................................................... 43 Tabel 31: Effectieve vangst per soort en per staalnameplaats in 2019 uitgedrukt in CPUE (elektrisch in g/100 m en N/100 m, fuiken in g/fuik/dag en N/fuik/dag met N = aantal) .......... 45 Tabel 32: Overzichtstabel van de totale vangsten op de Zenne in 2019 met per soort: de geviste aantallen (N), de aantalspercentages (N %), de geviste biomassa (G in g) en de gewichtspercentages (G %). ........................................................................................................ 46 Tabel 33 Overzicht van de visindexwaarden (in EQR) en hun appreciatie. ................................ 46 Tabel 34: Ligging van de meetpunten op de Dijle bemonsterd in deze campagne. ................... 49 Tabel 35: Specificaties van de uitgevoerde afvissingen (RO: rechteroever; LO: linkeroever). ... 49 Tabel 36: Fysische en chemische metingen: pH, zuurstofconcentratie (O2 in mg/l), temperatuur (T in °C), conductiviteit (Cond in µS/cm), turbiditeit (Turb in NTU) en biotoopbeschrijving op het moment van de visbestandopname (LO: linkeroever en RO rechteroever). ....................... 50 Tabel 37: Overzicht van de aangetroffen vissoorten en het totaal aantal soorten (N) op de verschillende locaties op de Dijle. ............................................................................................... 52 Tabel 38: Effectieve vangst in 2019 per soort en per staalnameplaats uitgedrukt in CPUE (in g/100 m en N/100 m met N = aantal). ........................................................................................ 54 Tabel 39: Overzichtstabel (2019) van de totale vangsten op de Dijle met per soort: de geviste aantallen (N), de aantalspercentages (N %), de geviste biomassa (G in g) en de gewichtspercentages (G %). ........................................................................................................ 55 Tabel 40: Overzicht van de EQR-waarden en hun appreciatie voor de vangstjaren 2013 en 2019............................................................................................................................................. 57 Tabel 41: Ligging van de meetplaatsen op enkele waterlopen in het Dijlebekken. ................... 59 Tabel 42: Specificaties van de uitgevoerde afvissingen (met SO = stroomopwaarts, SA = stroomafwaarts). ......................................................................................................................... 59
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 8 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
Tabel 43: Fysische en chemische metingen (pH, zuurstofconcentratie (O2 in mg/l), temperatuur (T in °C), conductiviteit (Cond in µS/cm ), turbiditeit (Turb in NTU) en de biotoopbeschrijving op het moment van de visbestandopname. (LO = linkeroever en RO = rechteroever). .................. 60 Tabel 44: Overzicht van de aangetroffen vissoorten en het totaal aantal soorten (N) op de verschillende locaties (* gegevens van de twee trekken)........................................................... 62 Tabel 45: Effectieve vangst per soort en per staalnameplaats in 2019 uitgedrukt in CPUE (elektrisch in g/100 m en N/100 m met N = aantal). .................................................................. 63 Tabel 46: Overzicht van de ecologische kwaliteit ratio (EQR) en hun appreciatie. .................... 64 Tabel 47: Situering van de staalnameplaatsen bemonsterd in 2019. ......................................... 66 Tabel 48: Specificaties van de uitgevoerde afvissingen (met SO = stroomopwaarts, SA = stroomafwaarts). ......................................................................................................................... 67 Tabel 49: Fysische en chemische metingen: zuurgraad of pH, zuurstofconcentratie (O2 in mg/l), temperatuur (T in °C), conductiviteit (Cond in µS-cm), turbiditeit (Turb in NTU) en de biotoopbeschrijving op het moment van de visbestandopname. .............................................. 68 Tabel 50: Overzicht van de aangetroffen vissoorten en het totaal aantal soorten. ................... 70 Tabel 51: Effectieve vangst per soort en per staalnameplaats in 2019 uitgedrukt in CPUE (in g/100 m en N/100 m met N =aantal). ......................................................................................... 71 Tabel 52: Overzicht van de visindexwaarden (in EQR) en hun appreciatie. ............................... 72 Tabel 53: Situering van de staalnameplaatsen in het Netebekken bemonsterd in 2019. .......... 74 Tabel 54: Specificaties van de uitgevoerde afvissingen (met SO = stroomopwaarts, SA = stroomafwaarts, LO = linkeroever, RO = rechteroever). ............................................................. 74 Tabel 55: Fysische en chemische metingen: zuurgraad of pH, zuurstofconcentratie (O2 in mg/l), temperatuur (T in °C), conductiviteit (Cond in µS/cm), turbiditeit (Turb in NTU) en de biotoopbeschrijving op het moment van de visbestandopname (met LO =: linkeroever en RO = rechteroever). ............................................................................................................................. 76 Tabel 56 Overzicht van de aangetroffen vissoorten en het totaal aantal soorten (N) op de verschillende locaties. ................................................................................................................. 77 Tabel 57: Effectieve vangst per soort en per staalnameplaats uitgedrukt in CPUE (elektrisch in g/100 m en N/100 m met N = aantal). Indien het traject in het kader van de Habitatrichtlijn meerdere keren werd bevist zijn hier enkel de resultaten van de eerste ‘trek’ weergegeven. . 78 Tabel 58: Overzicht van de visindexwaarden (in EQR) en hun appreciatie. ............................... 79 Tabel 59: Situering van de staalnameplaatsen in het maasbekken bemonsterd in 2019. ......... 81 Tabel 60: Specificaties van de uitgevoerde afvissingen (Met SO = stroomopwaarts, SA = stroomafwaarts, LO = linkeroever, RO = rechteroever). ............................................................. 82 Tabel 61: Fysische en chemische metingen: zuurgraad of pH, zuurstofconcentratie (O2 in mg/l), temperatuur (T in °C), conductiviteit (Cond in µS/cm), turbiditeit (Turb in NTU) en de biotoopbeschrijving op het moment van de visbestandopname. .............................................. 83 Tabel 62 Overzicht van de aangetroffen vissoorten en het totaal aantal soorten (N) op de verschillende locaties .................................................................................................................. 84 Tabel 63: Effectieve vangst per soort en per staalnameplaats in 2019 uitgedrukt in CPUE (elektrisch in g/100 m en N/100 m met N = aantal). Indien de locatie in het kader van de Habitatrichtlijn meerdere keren werd afgevist werden hier enkel de gegevens van de ‘eerste trek’ opgenomen. ........................................................................................................................ 85 Tabel 64: Overzicht van de visindexwaarden (in EQR) en hun appreciatie. ............................... 87
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 9 van 93
1 INLEIDING Dit rapport geeft de bemonsteringsresultaten weer van viscampagnes op beken en rivieren uitgevoerd door het INBO in 2019. De bemonsteringen gebeurden in het kader van het ‘Referentiemeetnet Zoetwatervis’, meer bepaald het deel dat de invulling moet geven aan de Toestand- en Trendmonitoring (T&T) voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW, 2000) voor de categorie type ‘rivier’. De verschillende deelgebieden of strata voor het type ‘rivier’, zijn (i) kleine beek (BKK,BKL BkZ 1), (ii) grote beek en kleine rivier (Bg,BgK2), (iii) stroom (grote rivieren en zeer grote rivieren (Rg,RzG3) en kanalen) en (iii) polderwaterlopen (zoet (PZ) en brak(Pb)). Indien er op de desbetreffende waterloop ook resultaten werden verzameld in het kader van het ‘Verdichtingsmeetnet’ dan werden deze ook in dit rapport opgenomen. De gegevens voor de types ‘meer’ en ‘overgangswateren’ maken echter geen deel uit van dit rapport. Bovenstaand meetnet dient voornamelijk het algemene waterbeleid. Dit beleid heeft nood aan globale cijfers per stroomgebied (indicatoren over de ecologische toestand van de oppervlaktewateren). De resultaten van het meetnet moeten helpen om strategische beslissingen te oriënteren en om de effectiviteit van het beleid als geheel te evalueren. De beleidsmakers moeten hiertoe de omvang, ruimtelijke spreiding (toestand) en evolutie in de tijd (trend) van de problemen kennen voor elk oppervlaktewatertype. Men wenst op basis van deze gegevens tijdig te detecteren of er onverwachte problemen aftekenen die de lokale inspanningen tenietdoen. Voor al deze doelstellingen heeft de KRW de T&T voorzien waarvoor de lidstaten alle biologische kwaliteitselementen verplicht moeten opvolgen. De gegevens in dit rapport geven dan ook meestal geen totaalbeeld van de aanwezige visstand op een bepaalde waterloop. In totaal visten we in 2019 op 89 meetplaatsen verspreid over elf rivierbekkens. Per bekken bespreken we bondig de resultaten. Op onderstaande kaart zijn de verschillende meetplaatsen aangegeven. Een eerste cyclus werd doorlopen tussen 2013-2018. 2019 is het eerste bemonsteringsjaar van de nieuwe cyclus.
1
BKK=Kleine beek Kempen, BKL=Kleine beek leem, BkZ=Kleine beek zand
2
Bg=Grote beek, BgK=Grote beek Kempen
3
Rg=Grote Rivier, Rzg=Zeer grote rivier, behorende tot typologie ‘Stroom’
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 10 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
Figuur 1 Overzicht van de 89 locaties bemonsterd in 2019 in het kader van het ‘Referentiemeetnet Zoetwatervis’ type ‘rivier’
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 11 van 93
2 MATERIAAL EN METHODE Het doel is om op niveau Vlaanderen gegevens te verzamelen om de EQR (ecologische kwaliteitsverhouding) te bepalen in functie van de KRW (volgens richtlijnen van het European Committee for Standardization (CEN)) en zicht te houden op de verspreiding van vissen in Vlaanderen. De keuze van de bemonsteringsmethode is afhankelijk van het type waterloop of het te bemonsteren water. De methode is gestandaardiseerd omdat eenzelfde type waterloop (vb. een grote rivier zoals de Leie) steeds gelijkaardig wordt afgevist (tabel 1). Indien een locatie echter ook geselecteerd is om een habitatrichtlijnsoort op te volgen, dan kunnen bijkomende bemonsteringen noodzakelijk zijn. Een traject wordt dan meerdere keren bemonsterd in functie van de te bemonsteren soort. Indien een bepaalde habitatrichtlijnsoort niet wordt gevonden in de daarvoor geselecteerde locatie, zoeken we verder tot 1,5 km stroomop- of stroomafwaarts het oorspronkelijk geselecteerde punt. Tabel 1 Gebruikte methodes voor het bemonsteren van het visbestand in het type ‘rivier’ voor de KRW.
Type water
Gebruikte methode
Beviste afstand/tijd geselecteerde locatie
op
Lijnvormig tot 1,5 m breed, diepte <1,30 m, zoet
Elektrovisserij elektrode
wadend
1
100 m totale breedte
Lijnvormig tot 6 m breed, diepte <1,30 m, zoet
Elektrovisserij elektrodes
wadend
2
100 m totale breedte
Lijnvormig >6 m breed, diepte <1,30 m, zoet
Elektrovisserij elektrodes
wadend
2
1 elektrode, 100 m linkeroever en 1 elektrode 100 m rechteroever (± 2 m oeverzone per elektrode)
Lijnvormig >6 m breed, diepte >1,30 m, stromend (zoals Demer, Maas, Dijle), zoet
Elektrovisserij vanaf de boot met 2 elektrodes
2 elektrodes 250 m linkeroever en 2 elektrodes 250 m rechteroever
Lijnvormig >6 m breed, diepte >1,30 m, traagstromend of stilstaand (kanalen, Leie, Schelde), zoet
Elektrovisserij vanaf de boot met 2 elektrodes
2 elektrodes 250 m linkeroever en 2 elektrodes 250 m rechteroever
Schietfuiken 2 schietfuiken gedurende 48 uur parallel met elke oever Lijnvormige gekanaliseerde waterlopen < 20 m en doorwaadbaar maar waarvan de conductiviteit te hoog is om elektrisch te vissen
Zegenvisserij
100 m, het water wordt langs beide kanten over de gehele breedte afgezet met een afzetnet, de sleep wordt 2X uitgevoerd
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 12 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
Voor elektrovisserij gebruiken we een of twee Honda EU20i-generator(en). Een generator kan 2kW leveren. De gebruikte generator(en) koppelen we aan een controlebox van Smith Root type VVP 15 C. Deze controlebox laat ons toe om het voltage te selecteren (tot 600 Volt). Ook de frequentie en puls kunnen worden ingesteld. Het toestel kan daardoor optimaal worden ingesteld om een bepaalde vissoort (of bepaalde familie) te bemonsteren. In de praktijk streven we naar een zo laag mogelijk voltage bij een stroomsterkte van vier Ampère en indien mogelijk met een continue gelijkstroom (eigenlijk een gelijkgeschakelde wisselstroom). We gebruiken meestal twee dubbele schietfuiken (diameter grootste hoepel 90 cm; 22 m totale lengte) per locatie. Het sleepnet wordt gekozen in functie van het af te vissen water. Op de verschillende staalnameplaatsen meten we enkele fysische en chemische variabelen. De gegevens worden opgeslagen in het Vis Informatie Systeem (http://vis.inbo.be). De voornaamste vangstresultaten geven we weer in tabellen: - per locatie worden de vangstresultaten van de vissoorten weergegeven, de elektrische vangsten geven we aan met *, de fuikvangsten met +, indien een soort gevangen is zowel met fuiken als elektrisch, geven we dit aan met X; - per soort en per locatie geven we de aantallen en gewichten per vangstinspanning (‘Catch Per Unit Effort’ of CPUE), soms wordt de CPUE ook in een figuur weergegeven; - per locatie vindt men de visindex uitgedrukt in de Ecologische Kwaliteitsverhouding (EQR); De visindex wordt berekend op basis van metriekscores. De metrieken kunnen we onderbrengen in drie groepen parameters die verband houden met 1) soortensamenstelling en -rijkdom, 2) trofische samenstelling en 3) hoeveelheid vis en conditie van het visbestand. De metrieken werden geselecteerd op basis van het feit dat hun waarde wijzigt in functie van toenemende degradatie van het milieu, bijvoorbeeld door pollutie en habitatmodificatie. Zo zal bij een verstoring van het aquatische milieu het aantal soorten in de visgemeenschap meestal afnemen, de gevoelige soorten zullen ontbreken terwijl het aantal individuen van tolerante soorten zal toenemen. Iedere metriek wordt beoordeeld en gescoord ten opzichte van een referentie. Indien geen referentie aanwezig is dan kan die worden bepaald op basis van historische gegevens, expertkennis of via modellering. Op basis van de behaalde metriekscores wordt een Ecologische Kwaliteitsverhouding bepaald. Deze EQR-waarde varieert tussen nul en een en wordt verdeeld in vijf integriteitklassen (tabel 2). De EQR integreert kenmerken van de populatie en de individuele organismen in een visgemeenschap en geeft weer in hoeverre het aquatische ecosysteem in staat is een gebalanceerde en geïntegreerde gemeenschap van organismen te dragen, waarvan de samenstelling, soortenrijkdom en functieverdeling vergelijkbaar zijn met een natuurlijk en onverstoord habitat van dezelfde geografische regio. De in tabel 2 opgenomen grenzen zijn de originele KRW-klassengrenzen. Deze wijken enigszins af van de huidige, aangepaste KRWclassificatie. Er werd immers in de loop van de tijd (meermaals) een aantal klassengrenzen aangepast (zelfs op niveau waterlichaam). De originele klassengrenzen zijn al langer in gebruik en werden gebruikt in eerdere INBO-publicaties en geven dus consistenter de trends weer. ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 13 van 93
Tabel 2 Overzicht van de kwaliteitsbeoordeling en overeenkomstige klassering van de EQR-score voor rivieren en beken (Breine et al., 2001). EQR (beken en Klasse rivieren)
Indeling
Kleurcode
>0,8-1
1
Uitstekend
>0,6-≤0,8
2
Goed
>0,4-≤0,6
3
Matig
>0,2-≤0,4
4
Ontoereikend
≤0,2
5
Slecht
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 14 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
3 RESULTATEN 3.1. IJZERBEKKEN We bemonsterden 12 locaties gelegen op volgende waterlopen in het IJzerbekken in 2019: de Grote Beverdijkvaart (twee locaties), de Kemmelbeek (drie locaties), de Martjevaart (drie locaties), de Heidebeek (een locatie), de IJzer (twee locaties) en de Handzamevaart (een locatie).
3.1.1
Ligging van de staalnameplaatsen
Tabel 3: Situering van de staalnameplaatsen in het IJzerbekken. Nummer
X
Y
Waterloop
Gemeente
Omschrijving
01222100
35647
187987
GROTE BEVERDIJKVAART
Lo-Reninge
nabij Slopgatbrug
01422100
40522
197773
GROTE BEVERDIJKVAART
Diksmuide
Karpelbrug
21121150
40719
176212
KEMMELBEEK
Ieper
Elverdinge, aan Veurnseweg
21121400
39198
184526
KEMMELBEEK
Lo-Reninge
ter hoogte van de monding in de IJzer
21121400B
39224
183739
KEMMELBEEK
Lo-Reninge
aan de Broekstraat
22130100
47066
178953
MARTJEVAART
LangemarkPoelkapelle
achter fabriek aan de Boezingenstraat
22130150
42887
183370
MARTJEVAART
Lo-Reninge
achter kasteel van Merkem
22130150B
43187
182958
MARTJEVAART
Lo-Reninge
tussen de velden
23030100
26021
178440
HEIDEBEEK
Poperinge
/
23110100
26150
179533
IJZER
Poperinge
ter hoogte van Kruisstraat, grens Frankrijk
23110300
27264
180335
IJZER
Poperinge
ter hoogte van Dode Ijzer
24223050
59151
192276
HANDZAMEVAART
Torhout
Spanjaard
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 15 van 93
3.1.2 Specificaties van de uitgevoerde afvissingen Tabel 4: Specificaties van de uitgevoerde afvissingen (met LO = linkeroever, RO = rechteroever, SO = stroomopwaarts en SA = stroomafwaarts) Nummer
Datum
Beviste afstand
Methode
Opmerking
01222100
26/03/2019
100 m LO + 100 m RO
Elektrovisserij vanaf de boot met 2 elektroden
01422100
26/03/2019
100 m LO + 100 m RO
Elektrovisserij vanafde boot met 2 elektroden
21121150
26/04/2019
100 m
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
21121400
26/04/2019
100 m LO + 100 m RO
Elektrovisserij vanaf de boot met 2 elektroden
Tevens locatie in functie van de Habitatrichtlijn voor bittervoorn. De soort werd gevangen op de B-locatie
21121400B
26/04/2019
100 m LO + 100 m RO
Elektrovisserij vanaf de boot met 2 elektroden
Hier wel bittervoorn gevangen
22130100
3/05/2019
100 m SO de brug
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
22130150
3/05/2019
100 m LO + 100 m RO
Elektrovisserij vanaf de boot met 2 elektroden
Tevens afgevist in functie van de Habitatrichtlijn voor bittervoorn. De soort werd niet gevangen ook niet op Bof C-locatie, op C-locatie werd zelfs geen vis gevangen
22130150B
3/05/2019
100 m LO + 100 m RO
Elektrovisserij vanaf de boot met 2 elektroden
Bittervoorn niet gevangen
23030100
2/05/2019
100 m
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
Tevens afgevist in functie van de Habitatrichtlijn voor kleine modderkruiper. Het traject van 100 m werd 2 keer afgevist.
23110100
24/05/2019
238 m LO + 238 m RO
Elektrovisserij vanafde boot met 2 elektroden
Dit is een locatie binnen de straal van 3 km van 23110300 en werd bemonsterd in functie van de Habitatrichtlijn voor bittervoorn want deze werd niet gevangen op 23110300
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 16 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
23110300
24/05/2019
250 m LO + 250 m RO
Elektrovisserij vanafde boot met 2 elektroden
24223050
26/03/2019
100 m SO weg
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
Tevens afgevist in functie van de Habitatrichtlijn voor kleine modderkruiper en bittervoorn. Het traject werd 1 keer afgevist (boot). Kleine modderkruiper werd gevangen en bittervoorn niet maar wel op punt 23110100
3.1.3 Fysische en chemische metingen en biotoopbeschrijving Tabel 5: Fysische en chemische metingen: zuurgraad of pH, zuurstofconcentratie (O2 in mg/l), temperatuur (T in °C), conductiviteit (Cond in µS/cm), turbiditeit (Turb in NTU) en biotoopbeschrijving op het moment van de visbestandopname (RO: rechteroever). Nummer
pH
O2
T
Cond
Turb
Biotoopbeschrijving
01222100
7,68
7,94
9,2
669
29,5
Gem. 8,2 m breed. Kunstmatig verstevigde oevers, steile taluds, bodem van slib en stenen, natuurlijke schuilplaatsen matig aanwezig, maïsakker langs 1 oever, gem. 1,20 m diep en doorzicht tot 50 cm. Er is een stuw aanwezig.
01422100
8,04
11,49
10,3
1136
31
Gem. 11,7 m breed. Oevers gedeeltelijk verstevigd, flauwe taluds, zanderige bodem, weinig schuilplaatsen aanwezig, ingezaaid grasland langs beide oevers, rietgordels langs de oevers, doorzicht tot 45 cm diep.
21121150
7,83
6,1
11,6
708
Gem. 3,2 m breed, bodem van modder, slib en stenen, oevers gedeeltelijk met hout verstevigd, kleine stuw aanwezig, veel natuurlijke schuilplaatsen aanwezig, 10 tot 60 cm diep en doorzicht tot op bodem.
21121400
8,87
20,94
16
763
Gem. 8,8 m breed, bodem van zand, natuurlijke schuilplaatsen matig aanwezig, oevers verstevigd, weide op RO, riet aanwezig, waterplanten aanwezig, doorzicht tot 30 cm.
22130100
7,6
7,01
13,8
1063
12,6
Gem. 4,7 m breed, bodem van klei en stenen, weinig natuurlijke schuilplaatsen, oevers gedeeltelijk verstevigd met schanskorven en beton, landbouw en een fabriek langs de oevers, gem. 70 cm diep en doorzicht tot op de bodem.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 17 van 93
22130150
7,8
4,56
14,6
1407
28,2
Gem. 7,7 m breed, bodem van klei en modder, oevers gedeeltelijk verstevigd, natuurlijke schuilplaatsen matig aanwezig, weides en landbouw langs de oevers, gem. 1,1 m diep en doorzicht tot 45 cm.
23030100
8,08
11,5
11,5
1077
18,9
Gem. 4,2 m breed. Natuurlijke oevers, bodem van zand, slib en stenen, waterplanten en draadalgen creëren veel natuurlijke schuilplaatsen, weide en natuurgebied op LO en grasland op RO, gem. 60 cm diep, doorzicht tot op de bodem en de gem. stroomsnelheid is 0,12 m/s.
23110300
8,14
7,48
17,1
758
11,7
Gem. 18 m breed, bodem van klei. Oevers deels verstevigd met betonplaten, taluds matig steil, weides en bebouwing langs beide oevers, natuurlijke schuilplaatsen matig aanwezig,
24223050
8,29
13,3
10,1
579
17,7
Gem. 5,4 m breed. Oevers met paaltjes en betonplaten verstevigd, steile taluds, bodem met stenen en grint, weinig natuurlijke schuilplaatsen aanwezig, akker op LO en grasland op RO, gem. 73 cm diep, doorzicht tot op de bodem en de gem. stroomsnelheid is 0,21 m/s.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 18 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
3.1.4 Visbestandgegevens
21121150 21121400 22130150 23030100 23110100 23110300 24223050
* * * *
*
* * * *
* * * * * * * * *
*
* *
* * * *
* * * *
* * * *
* *
* * *
* * * *
* * *
*
*
* *
*
* * * * * *
* * *
+ *
* * *
* * *
* * * * * * * *
* * * * * * *
* * * *
*
*
*
* *
* * * * * *
*
* *
* * *
* *
Totaal
zeelt
winde
+
vetje
* *
tiendoornige stekelbaars
snoekbaars
* X *
* * *
* *
riviergrondel
* X *
snoek
X * *
rietvoorn
pos
X *
*
* * *
* *
kopvoorn
X
kolblei
*
kleine modderkruiper
* X
karper
blauwbandgrondel
blankvoorn * X * *
giebel
*
driedoornige stekelbaars
* X * *
bittervoorn
bermpje
baars
alver +
paling
01422100
2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2019 2013 2019 2013
brasem
01222100
jaar
Nummer
Tabel 6: Overzicht van de aangetroffen vissoorten en het totaal aantal soorten (N) op de verschillende locaties (met * elektrisch, + fuiken, X beide methoden).
8 15 7 5 2 5 4 16 6 14 7 9 10 10 16 5 5
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 19 van 93
01422100 elektrisch
g/100m N/100m
71,45 6
87,25 8
21121150 elektrisch
g/100m N/100m
21121400 elektrisch 21121400B elektrisch 22130100 elektrisch
g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m
5,8 0,5 21,4 2
22130150 elektrisch
g/100m N/100m
29,4 1
278,9 6,5
22130150B elektrisch
g/100m N/100m
8,6 0,5
225,4 5
23030100 elektrisch
g/100m N/100m
23110100 elektrisch 23110300 elektrisch
g/100m N/100m g/100m N/100m
24223050 elektrisch
g/100m N/100m
1691, 95 44
2,08 0,42 0,92 0,2 159, 9 15
winde
vetje
tiendoornige stekelbaars
snoek
45,15 2,5
riviergrondel
paling
kleine modderkruiper kolblei
karper
giebel
kopvoorn
0,65 0,5
12,8 2
447,85 1,5
4,25 0,5
0,3 0,5
290,5 1
1613,95 47,5
13,05 0,5
177,75 16,5
716,3 229
4,0 2,5
165,0 5
14,3 3 57,54 3,36 44,08 2,2
228,0 5 0,5 0,8 0,5
67,3 12
3,1 0,5
driedoornige stekelbaars
brasem 1,25 0,5
Totaal
378,1 5 8
zeelt
210,2 31,5
rietvoorn
g/100m N/100m
pos
01222100 Elektrisch
blauwbandgrondel
blankvoorn
bittervoorn
bermpje
baars
Nummer
Tabel 7: Effectieve vangst per soort en per staalnameplaats in 2019 uitgedrukt in CPUE (in g/100 m en N/100 m met N = aantal).
1 1 1, 0 0, 5
652, 9 0,5
1 0,5
16,2 1,5 49,5 2
89,1 1,47 185 3,8 11 ,3 13
1,1 0,5
15,65 1 20,9 0,5
2,2 0,5
29,6 0,5
13 ,3 6 1,09 0,42
783,6 241
48,4 4,5
0,9 0,5
16,3 0,5
35,6 0,5 14,6 8
4,9 3
222,7 6
2,37 2,94 0,68 0,2
0,61 0,42 11,5 8 0,2
46,11 1,47 67,58 1
14,2 8 0,4
0,4 1
4,8 1
60,8 2
431,2 12
334,5 9
653,6 17
10 ,6 6 3,3 0,21 1,16 0,2
4, 79 1, 89 1, 06 0, 8
1714,4 46,5 921,9 18 0 0
280,4 32 320,53 0,21 16,78 0,2 0,7 2
527,52 12,81 343,12 9,2 177,1 32
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 20 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
Tabel 8: Overzicht van de visindexwaarden (in EQR) en hun appreciatie. Nummer
Waterloop
Waterlichaamnummer
Jaar
EQR
Appreciatie
01222100
GROTE BEVERDIJKVAART
VL11_13
2013 2019
0,58 0,60
matig matig
GROTE BEVERDIJKVAART
VL11_13
2013
0,47
matig
2019
0,48
matig
KEMMELBEEK
L107_10
01422100
21121150
21121400
KEMMELBEEK
KEMMELBEEK
VL05_2
22130100
MARTJEVAART
L111_1001
MARTJEVAART
MARTJEVAART
VL11_10
23030100
HEIDEBEEK
VL05_4
23110100
IJZER
VL08_7
23110300
IJZER
VL08_7
HANDZAMEVAART
matig
2019
0,20
slecht
2013
0,55
matig
2019
0,45
matig
2019
0,45
matig
2013
0,2
slecht
2019
0
slecht
2013
0,58
matig
2019
0,45
matig
2019
0,40
ontoereikend
2013
0,6
matig
2019
0,37
ontoereikend
2019
0,6
matig
2013
0,55
goed
2019
0,55
matig
2013
0,4
ontoereikend
2019
0,33
ontoereikend
VL11_10
22130150 B
24223050
0,43
VL05_2
21121400B
22130150
2013
L111_1044
3.1.4 Bespreking In het bekken van de IJzer bemonsterden we 12 locaties gelegen op zes waterlopen. In totaal visten we 21 soorten. Op de Grote Beverdijkvaart (2 locaties) visten we 11 vissoorten: baars, blankvoorn, brasem, karper, kolblei, paling, pos, rietvoorn, snoek, vetje en zeelt. Baars gevolgd door blankvoorn zijn hier de meest gevangen soorten. De index op het meest stroomopwaartse punt (Lo-Reninge) bedraagt 0,60 en 0,48 op de locatie in Diksmuide. Beide krijgen de waardebeoordeling ‘matige kwaliteit’. In 2013 visten we hier 15 soorten, dezelfde soorten domineerden. De indexen hadden toen eveneens de ‘matige kwaliteit’. ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 21 van 93
De Kemmelbeek werd op drie locaties bemonsterd, in totaal vingen we hier 13 soorten: baars, bermpje, bittervoorn, blankvoorn, blauwbandgrondel, driedoornige stekelbaars, giebel, kolblei, kopvoorn, paling, pos, rietvoorn en zeelt. Op de locatie in Ieper vingen we slechts twee soorten waarvan het merendeel driedoornige stekelbaars. Ook op de locatie in Lo-Reninge vingen we amper vier soorten, vooral blankvoorn, terwijl er in 2013 nog 16 soorten gevangen werden op deze locatie. De strook van 100 m werd toen wel drie maal bemonsterd in het kader van de Habitatrichtlijn. De locatie was geselecteerd voor bittervoorn. De kans om meerdere soorten te vangen neemt toe met de bemonsteringsintensiteit. Omdat de habitatrichtlijnsoort bittervoorn hier in 2019 niet werd gevangen, werd een bijkomende locatie in de nabijheid bemonsterd (21121400B). Hier vingen we 12 soorten en dit leunt dus meer aan bij de vangsten van 2013. De locatie in Ieper scoort een EQR-waarde van 0,20 wat een ‘slechte kwaliteit’betekent. De locaties in Lo-Reninge scoren hoger en halen een EQR van 0,45. De Kemmelbeek op de locatie in Ieper is van een ‘matige kwaliteit’ in 2013 naar een ‘slechte kwaliteit’ gegaan. Locaties met slechts twee soorten scoren sowieso de ‘slechte kwaliteit’. De locaties gelegen in Lo-Reninge scoren lager dan in 2013 maar toch wordt ook in 2019 een ‘matige kwaliteit’ gehaald. De Martjevaart werd op drie locaties bemonsterd, in totaal vingen we volgende acht soorten: baars, blankvoorn, brasem, giebel, karper, kolblei, rietvoorn en winde. Op de meest stroomopwaartse locatie vingen we geen enkele vis. Met een bodem van beton en stenen en weinig natuurlijke schuilplaatsen is het een slecht biotoop voor vissen. De index krijgt dan ook de score 0 wat overeenkomt met de waardebeoordeling ‘slechte kwaliteit’. In 2013 werd hier alleen blauwbandgrondel gevangen en de index scoorde dus ook de ‘slechte kwaliteit’. De meer stroomafwaarts gelegen locatie, biedt een iets beter biotoop. We vingen er zes soorten, maar in lage densiteiten. De basiskwaliteitsnorm voor de zuurstofconcentratie van 6 mg/l wordt niet gehaald en bedroeg maar 4,56 mg/l tijdens onze bemonstering . Opmerkelijk was dat we hier in 2013 14 soorten vingen waaronder de kleine modderkruiper. Het was toen de eerste keer dat die soort er werd gevangen en dat terwijl we op het moment van de bemonstering slechts een zuurstofconcentratie van 2,6 mg/l vaststelden. Dit zijn geen waarden waarbij een stabiele visstand kan worden gewaarborgd. De index in 2019 scoort met een waarde van 0,45 een ‘matige kwaliteit’, wat lager is dan in 2013 maar wel in dezelfde categorie (zie tabel 8). Deze locatie was ook geselecteerd voor bittervoorn in het kader van de Habitatrichtlijn. Aangezien we geen bittervoorn vingen, werd een bijkomend punt in de nabijheid (22130150B) bemonsterd. Hier vingen we vijf soorten maar geen bittervoorn. De EQR behaalde hier 0,4 en is dus van ‘ontoereikende kwaliteit’. De Heidebeek werd op een locatie bemonsterd. We vingen er volgende zeven soorten: driedoornige stekelbaars, bermpje, blauwbandgrondel, kleine modderkruiper, kopvoorn, paling en riviergrondel. In het kader van de bemonstering in functie van de Habitatrichtlijn werd deze locatie twee maal bemonsterd voor kleine modderkruiper. In totaal vingen we 24 exemplaren van deze soort (al 8 na de eerste bemonstering). De index scoort 0,37; een ‘ontoereikende kwaliteit’ en is hiermee ten opzichte van 2013 een klasse gedaald. De vangsten lagen dan ook een pak lager en er werden weinig juveniele exemplaren aangetroffen. Ook de IJzer werd in deze campagne op een locatie bemonsterd in het kader van het referentiemeetnet (in Poperinge). We vingen 10 soorten namelijk baars, bermpje, blankvoorn, kleine modderkruiper, kolblei, kopvoorn, paling, pos, riviergrondel en winde. De ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 22 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
vangstaantallen waren laag en de index scoort er 0,55 wat een ‘matige kwaliteit’ is. Deze locatie is ook geselecteerd als staalnameplaats voor de Habitatrichtlijn in functie van kleine modderkruiper en bittervoorn. Omdat bittervoorn niet werd aangetroffen op deze locatie werd er binnen een straal van 3 km een bijkomende bemonstering uitgevoerd op een locatie in Poperinge, ter hoogte van de Kruisstraat, op de grens met Frankrijk (23110100). Ook hier werden 10 vissoorten gevangen waaronder de gezochte bittervoorn. De index scoort hier 0,60 en krijgt de waardebeoordeling ‘matige kwaliteit’. De IJzer zal in cyclus 2 (2022-2025) bijkomend op zes locaties worden bemonsterd. De Handzamevaart bevisten we eveneens op een locatie. We noteerden er tiendoornige stekelbaars, driedoornige stekelbaars, bermpje, blauwbandgrondel en paling. Bermpje is de meest gevangen soort. De index scoort 0,33 wat overeenkomt met een ‘ontoereikende kwaliteit’ en dus dezelfde klasse als in 2013.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 23 van 93
3.2 BRUGSE POLDERS EN GENTSTE KANALEN We bemonsterden in 2019 in het bekken van de Gentse Kanalen twee waterlopen: de Isabellastroom en het Brakeleike. In de Brugse polders bemonsterden we het Zuidervaartje, de Rivierbeek en de Ringbeek. Op elke waterloop werd slechts een locatie bemonsterd, behalve op de Rivierbeek waar twee locaties werden bemonsterd.
3.2.1 Ligging van de staalnameplaatsen Tabel 9: Situering van de staalnameplaatsen in het bekken van de Gentse kanalen en de Brugse polders bemonsterd in 2019 Y
08141100
103018
214234
13143100
100663
204230
09028150
68950
207890
15630100
68430
199925
15630150
70676
202364
15673100
73166
19672
Bekken
Gentse Kanalen
X
Brugse Polders
Nummer
Waterloop
Gemeente
Omschrijving
ISABELLASTROOM
Assenede
hoek van Nieuwe Boekhoutestraat en Heulken, naast Nieuwe Boekhoutestraat
BRAKELEIKE
Evergem
Sleidinge, Schroonhoek
ZUIDERVAARTJE
Brugge
Sint-Michiels, Rijselstraat
RIVIERBEEK
Oostkamp
Hillestraat
RIVIERBEEK
Oostkamp
Waterstraat
RINGBEEK
Wingene
tussen Beekhoek en Peerstalk
3.2.2 Specificaties van de uitgevoerde afvissingen Tabel 10: Specificaties van de uitgevoerde afvissingen (SO: stroomopwaarts; SA: stroomafwaarts; LO: linkeroever en RO: rechteroever) Nummer
Bekken
08141100
Gentse Kanalen
13143100 09028150 15630100 15630150 15673100
Brugse Polders
Datum
Beviste afstand
Methode
5/04/2019
100 m
Elektrisch wadend met 1 elektrode
5/04/2019
100 m LO + 100 m RO
27/03/2019
100 m
Elektrovisserij vanaf de boot met 2 elektroden Elektrisch wadend met 2 elektroden
27/03/2019
100 m SA weg
Elektrisch wadend met 2 elektroden
27/03/2019
100 m SO brug
Elektrisch wadend met 2 elektroden
27/03/2019
100 m SA weg
Elektrisch wadend met 2 elektroden
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 24 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
3.2.3 Fysische en chemische metingen en biotoopbeschrijving Tabel 11: Fysische en chemische metingen: zuurgraad of pH, zuurstofconcentratie (O2 in mg/l), temperatuur (T in °C), conductiviteit (Cond in µS/cm), turbiditeit (Turb in NTU) en de biotoopbeschrijving op het moment van de visbestandopname (RO: rechteroever). Nummer
pH
O2
T
Cond
Turb
Biotoopbeschrijving
08141100
7,55
4,9
7,7
491
16,5
Gem. 1,5 m breed. Oevers met schanskorven verstevigd die zijn overgroeid, bodem van zand en modder, natuurlijke schuilplaatsen matig aanwezig, riet en gras aanwezig, weide en landbouw langs de oevers, gem. 35 cm diep en gem. stroomsnelheid is 0,12 m/s.
13143100
8,26
21,82
10,4
610
21,4
Gem. 6,5 m breed. Oevers deels met schanskorven verstevigd, bodem van slib en modder, natuurlijke schuilplaatsen matig aanwezig, zeer veel wieren, weide langs beide oevers, gem. 1,2 m diep en doorzicht tot 50 cm.
09028150
7,19
8,09
9,5
441
16,9
Gem. 3,9 m breed. De waterloop is gem. 4 m breed, de bodem is verhard met beton, alsook de oevers, geen natuurlijke schuilplaatsen, enkele stroomversnellingen in het traject aanwezig, 2 bochten, geen landbouw, paardenweide op RO, bomen langs de oevers, gem. 50 cm diep, doorzicht tot op de bodem en de gem. stroomsnelheid is 0,57 m/s.
15630100
7,75
8,73
10,1
615
20,1
Gem. 3,8 m breed, bodem met slib, natuurlijke schuilplaatsen matig aanwezig, natuurlijke oevers, weide langsheen de oevers, enkele bomen langs de oevers, waterplanten afwezig, gem. 1,05 m diep en de gem. stroomsnelheid is 0,11 m/s.
15630150
7,71
8,86
10,4
489
23,7
Gem. 3,6 m breed. Bodem van zand en stenen, natuurlijke schuilplaatsen aanwezig, 3 bochten in het traject, oever gedeeltelijk met schanskorven en houten paaltjes verstevigd, bos, landbouw en weides op de oevers, waterplanten afwezig, gem. 55 cm diep en de gem. stroomsnelheid is 0,18 m/s.
15673100
7,99
10,71
11,3
578
23,6
Gem. 2,95 m breed. Zanderige bodem met stenen, natuurlijke schuilplaatsen matig aanwezig, enkele stroomversnellingen in het traject, 2 bochten, oevers kunstmatig verstevigd en deels overgroeid,landbouw, weides en enkele bomen langs de oevers, een verval vormt knelpunt, gem. 65 cm diep, doorzicht tot op de bodem en de gem. stroomsnelheid is 0,48 m/s.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 25 van 93
3.2.4 Visbestandgegevens
13143100 09028150 15630100 15630150 15673100
GK
ZUIDERVAARTJE
* *
* *
*
RIVIERBEEK *
*
*
*
* *
*
2 2 * *
*
Totaal
zeelt
tiendoornige stekelbaars
snoek
riviergrondel
rietvoorn
paling
kolblei *
* *
*
RIVIERBEEK
*
* * *
BP *
giebel
* *
*
BRAKELEIKE
driedoornige stekelbaars
brasem
blauwbandgrondel
blankvoorn
bermpje
ISABELLASTROOM
baars
2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019
Bekken
Waterloop
08141100
vangstjaar
Nummer
Tabel 12: Overzicht van de aangetroffen vissoorten en het totaal aantal soorten (N) op de verschillende locaties in de verschillende campagnes (GK = Gentse kanalen, BP = Brugse polders).
6 7
* *
2 4
* *
*
*
* *
2 6
* *
*
*
* *
2 7
* *
2 2
RINGBEEK *
*
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 26 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
08141100 elektrisch 13143100 elektrisch 09028150 elektrisch 15630100 elektrisch 15630150 elektrisch 15673100 elektrisch
g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m
21,4 15 182,65 9,5
53,3 5
24,35 1
217 35
1,6 3 8,2 16 0,9 1
153,5 2
24,8 10 7,9 3 28,7 13 303,5 165
49 3 4 1
359,3 13,5
0,95 1
0,4 1 336 45
62,55 0,5 27,1 16 9,1 4 1,8 1 5,3 4
299 12,5
Totaal
zeelt
snoek
19,4 57
1354,9 74,5 17,6 2
tiendoornige stekelbaars
riviergrondel
rietvoorn
kolblei
giebel
driedoornige stekelbaars
brasem
blauwbandgrondel
bermpje
blankvoorn
baars
Nummer
Tabel 13: Effectieve vangst per soort en per staalnameplaats in 2019 uitgedrukt in CPUE (g/100 m en N/100 m met N = aantal).
40,8 72 2283,7 112,5 71,1 31 228,1 29 641,7 101 308,8 169
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 27 van 93
Tabel 14: Overzicht van de visindexwaarden (in EQR) en hun appreciatie. Nummer
Waterloop
08141100
ISABELLASTROOM
13143100
BRAKELEIKE
09028150
ZUIDERVAARTJE
15630100 RIVIERBEEK 15630150 15673100
RINGBEEK
Bekken
Gentse Kanalen
Waterlichaam L111_1112 VL05_154 VL05_18
Brugse Polders
VL05_20 VL05_20 L111_1068
Jaar
EQR
Appreciatie
2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019
0,2 0,2 0,35 0,63 0,2 0,3 0,2 0,28 0,2 0,38 0,2 0,2
slecht slecht ontoereikend goed slecht ontoereikend slecht ontoereikend slecht ontoereikend slecht slecht
3.2.5 Bespreking In het bekken van de Gentse kanalen bemonsterden we een locatie op de Isabellastroom en een op het Brakeleike. In het bekken van de Brugse polders bemonsterden we vier locaties gelegen op drie beken namelijk het Zuidervaartje, de Rivierbeek en de Ringbeek. Op de Isabellastroom vingen we, net als in 2013, slechts de twee stekelbaarssoorten, de index krijgt de waarde 0,2 en dat is dus een ‘slechte’ beoordeling voor deze waterloop. Op het Brakeleike vingen we zeven soorten: baars, blankvoorn, kolblei, rietvoorn, riviergrondel, snoek en zeelt. Blankvoorn werd het meest gevangen maar ook van rietvoorn, zeelt en baars werden meerdere exemplaren gevangen. De index krijgt score 0,63 en de waardebeoordeling is ‘goede kwaliteit’. Met dit visbestand is de index ten opzichte van 2013 met twee klassen gestegen! Op het Zuidervaartje vingen we bermpje, blauwbandgrondel en de twee stekelbaarssoorten. Het is voor de eerste keer dat we op het Zuidervaartje bermpje en blauwbandgrondel aantreffen. In 2013 vingen we hier alleen drie- en tiendoorinige stekelbaars. De index is lichtjes gestegen tot 0,3 en komt in de klasse ‘ontoereikend’terwijl het in 2013 nog een ‘slechte kwaliteit’ was. Op de Rivierbeek vingen we acht soorten: baars, bermpje, blauwbandgrondel, brasem, driedoornige stekelbaars, giebel, riviergrondel en tiendoornige stekelbaars. Het is voor de eerste keer dat we op deze beek bermpje en riviergrondel vangen. De locatie in Oostkamp, aan de Hillestraat krijgt een EQR-score van 0,28 aangezien hier voornamelijk blauwbandgrondel werd gevangen. Op de andere locatie zijn bermpje en riviergrondel de meest gevangen soorten. De EQR krijgt hier een iets hogere score 0,38. Beide locaties vallen nu in de klasse ‘ontoereikende kwaliteit’. In 2013 scoorden beide locaties echter nog een ‘slechte kwaliteit’. Op de locatie op de Ringbeek, vingen we 165 driedoornige stekelbaarzen. Hier scoort de EQR 0,2 en deze locatie bevindt zich net als in 2013 in een ‘slechte kwaliteitstoestand’. ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 28 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
3.3 LEIEBEKKEN We bemonsterden de Douvebeek, de Geluwebeek, de Neerbeek, de Kasselrijbeek en de Mandel in het Leiebekken in 2019.. Op elke waterloop bemonsterden we een locatie.
3.3.1 Ligging van de staalnameplaatsen Tabel 15: Situering van de staalnameplaatsen bemonsterd in het Leibekken 2019. Nummer
X
Y
Waterloop
Gemeente
Omschrijving
30043150
47299
161556
DOUVEBEEK
Mesen
aan de Steenbrug
31030150
61149
166828
GELUWEBEEK
Menen
Ons Dorp
31149100
68652
168769
NEERBEEK
Wevelgem
Wevelgem, aan Vliegpleinstraat
32046100
81512
170720
KASSELRIJBEEK
Anzegem
Knok
34021150
59990
183372
MANDEL
Roeselare
baan Roeselare-Staden
3.3.2 Specificaties van de uitgevoerde afvissingen Tabel 16: Specificaties van de uitgevoerde afvissingen (SO: stroomopwaarts ). Nummer
Datum
Beviste afstand
Methode
30043150
28/03/2019
100 m
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
31030150
28/03/2019
100 m
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
31149100
28/03/2019
100 m
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
32046100
29/03/2019
100 m
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
34021150
29/03/2019
100 m SO brug
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 29 van 93
3.3.3 Fysische en chemische metingen en biotoopbeschrijving Tabel 17: Fysische en chemische metingen: zuurgraad of pH, zuurstofconcentratie (O2 in mg/l), temperatuur (T in °C), conductiviteit (Cond in µS/cm), turbiditeit (Turb in NTU) en de biotoopbeschrijving op het moment van de visbestandopname (LO: linkeroever; RO: rechteroever) Nummer
pH
O2
T
Cond.
Turb.
Biotoopbeschrijving
30043150
7,98
9,79
9,9
1295
28,9
Gem. 2,5 m breed. Oevers verstevigd en deels overgroeid, zanderige bodem met stenen, landbouw en weides langs de oevers, weinig natuurlijke schuilplaatsen, een aantal bochten in het traject, gem. 65 cm diep, doorzicht tot op de bodem en de gem. stroomsnelheid is 0,16 m/s.
31030150
7,68
8,43
10,6
634
43,6
Gem. 3,6 m breed. Oevers verstevigd met paaltjes, zanderige bodem met stenen, weinig natuurlijke schuilplaatsen, bebouwing op LO en bosje op RO, gem. 63 cm diep, doorzicht tot op de bodem, en de gem. stroomsnelheid is 0,04 m/s.
31149100
7,83
6,99
10,5
752
37,7
Gem. 1,3 m breed. Natuurlijke oevers, steile taluds, bodem van slib, landbouw op RO, weides en vliegveld, speeltuin en tuinen op LO, weinig natuurlijke schuilplaatsen aanwezig, gem. 30 cm diep, doorzicht tot op de bodem en de gem. stroomsnelheid is 0,26 m/s. Het water stinkt.
32046100
7,9
11,66
10,9
652
11,1
Gem. 1,6 m breed. Oevers met schanskorven en beton verstevigd, betonnen bodem met zand, natuurlijke schuilplaatsen afwezig, steile taluds, landbouw, grasland en bebouwing met tuinen langs de oevers, draadalgen aanwezig, gem. 25 cm diep, doorzicht tot op de bodem en de gem. stroomsnelheid is 0,22 m/s.
34021150
7,92
12,93
12,2
2460
27,6
Gem. 4,5 m breed. kunstmatige oevers die overgroeid zijn, weinig natuurlijke schuilplaatsen steile talud, landbouw en weides op LO, bebouwing met tuinen op RO, bodem met slib, waterplanten aanwezig, gem. 50 cm diep, doorzicht tot op de bodem en de gem. stroomsnelheid is 0,05 m/s.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 30 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
3.3.4 Visbestandgegevens
2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019
31149100 32046100 34021150
*
*
*
* * *
* * *
* *
* *
*
*
Totaal
karper
giebel
driedoornige stekelbaars
tiendoornige stekelbaars
31030150
riviergrondel
2013 2019
paling
30043150
blauwbandgrondel
Nummer
Vangstjaar
Tabel 18: Overzicht van de aangetroffen vissoorten en het totaal aantal soorten (N) op de verschillende locaties.
4 1
*
3 1 0 1 0 0 2 4
giebel
Totaal
g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m
karper
30043150 elektrisch 31030150 elektrisch 31149100 elektrisch 32046100 elektrisch 34021150 elektrisch
driedoornige stekelbaars
Nummer
blauwbandgrondel
Tabel 19: Effectieve vangst per soort en per staalnameplaats in 2019 uitgedrukt in CPUE (in g/100 m en N/100 m, met N = aantal)
14,2 1
0,3 1 585,5 342 2,4 2 0 0 213,1 24
0,3 1 585,5 342 2,4 2
1 3
19,3 6
178,6 14
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 31 van 93
Tabel 20: Overzicht van de visindexwaarden (in EQR) en hun appreciatie. Nummer
Waterloop
Waterlichaam
30043150
DOUVEBEEK
L107_113
31030150
31149100
32046100
34021150
GELUWEBEEK
NEERBEEK
KASSELRIJBEEK
MANDEL
Jaar
EQR
Appreciatie
2013
0,48
matig
2019
0,2
slecht
2013
0,3
ontoereikend
2019
0,2
slecht
2013
0
slecht
2019
0,2
slecht
2013
0
slecht
2019
0
slecht
2013
0,2
slecht
2019
0,25
ontoereikend
L111_1003
L107_104
L107_97
L111_1084
3.3.5 Bespreking Van de zijbeken van de Leie werden vijf locaties gelegen op evenveel waterlopen bevist. Met de visstand blijft het heel droevig gesteld. Op de Douvebeek vingen we enkel een driedoornige stekelbaars. In 2013 troffen we nog de twee stekelbaarssoorten, paling en riviergrondel aan. In 2019 is de EQR 0,2 wat overeenkomt met een ‘slechte kwaliteit’. Op de Geluwebeek, , is alleen driedoornige stekelbaars aanwezig maar wel talrijk. De EQR krijgt een score van 0,2 en dus een waardebeoordeling ‘slechte kwaliteit’. In 2013 vingen we hier nog drie soorten. Op de Neerbeek vingen we ook enkel driedoornige stekelbaars en deze beek scoort dan ook ‘slecht’ (EQR = 0,2). In 2013 werd hier geen visleven vastgesteld. Op de Kasselrijbeek ( L107_97) konden net als in 2013 geen vissen worden aangetroffen. De EQR scoort dan ook 0. Op de Mandel tenslotte werd driedoornige stekelbaars en blauwbandgrondel aangetroffen waardoor de EQR 0,2 is en de beek dus een ‘slechte kwaliteit’-waardebeoordeling krijgt. In 2013 werden hier ook nog giebel en karper gevangen.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 32 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
3.4. BOVEN- EN BENEDENSCHELDEBEKKEN In 2019 bemonsterden we twee waterlopen in het Bovenscheldebekken, de Molenbeek (een locatie) en de Peerdestokbeek (een locatie) terwijl we in het Benedenscheldebekken zes waterlopen bemonsterden, namelijk het Antitankkanaal (een locatie), de Lede (een locatie), de Molenbeek (twee locaties), de Birrebeek (twee locaties), de Benedenvliet (een locatie) en de Zuidelijke watergang (een locatie).
3.4.1 Ligging van de staalnameplaatsen Tabel 21: Situering van de staalnameplaatsen in het Boven- en Benedenscheldebekken. Nummer
X
Y
Waterloop
Bekken
45130250
99583
167701
MOLENBEEK
46159200
102280
174400
PEERDESTOKBEEK
10332150
167039
213000
ANTITANKKANAAL
47247200
117648
198314
LEDE
82130175
143885
193277
MOLENBEEK
Puurs
t.h.v. Hof ter Bollendreef
82130200
144290
194058
MOLENBEEK
Puurs
aan de stuw
82230100
148198
189600
BIRREBEEK
Beneden
Kapelle-op-den-Bos
Het Broek
82230125
148992
194158
BIRREBEEK
scheldebekken
Willebroek
stroomopwaarts Vinkstraat
84030300
147445
202182
BENEDENVLIET
Hemiksem
achter de kerk, aan het basketpleintje
86268100
135964
214634
Beveren
135915
214636
stroomafwaarts verval
86268100B
ZUIDELIJKE WATERGANG
Boven scheldebekken
Gemeente
Omschrijving
Maarkedal
/
Zwalm
Weg van Nederzwalm naarSint-DenijsBoekel
Ranst
Oelegem, fort
Lokeren
t.h.v. Nieuwe Stationstraat
stroomopwaarts verval
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 33 van 93
3.4.2 Specificaties van de uitgevoerde afvissingen Tabel 22: Specificaties van de uitgevoerde afvissingen (SA: stroomafwaarts; SO: stroomopwaarts; LO: linkeroever; RO: rechteroever). Nummer
Datum
45130250
Waterloop
Beviste afstand/duur
Methode
Opmerking
10/05/2019 MOLENBEEK
100 m SA weg
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
Dit punt werd ook geselecteerd in het kader van Habitatrichtlijn voor donderpad. De soort werd niet gevonden, ook niet op de twee locaties die extra werden bemonsterd (45130250B en 4513250C)
46159200
29/03/2019 PEERDESTOKBEEK
100 m
10332150
4/11/2019
ANTITANKKANAAL
47247200
5/04/2019
LEDE
82130175
1/08/2019
MOLENBEEK
82130200
1/08/2019
MOLENBEEK
82230100
5/08/2019
BIRREBEEK
82230125
5/08/2019
BIRREBEEK
84030300
5/08/2019
BENEDENVLIET
86268100
20/09/2019 ZUIDELIJKE WATERGANG
86268100B 20/09/2019 ZUIDELIJKE WATERGANG
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden 100 m LO + 100 Elektrovisserij m RO vanaf de boot met 2 elektroden 100 m SA weg Elektrovisserij wadend met 2 elektroden 100 m SO weg Elektrovisserij wadend met 2 elektroden 50 m SA de suw Elektrovisserij en 50 m SO de wadend met 2 elektroden stuw 100 m SO de Elektrovisserij wadend met 1 weg elektrode 100 m SO weg Elektrovisserij wadend met 2 elektroden 100 m Elektrovisserij wadend met 2 elektroden 100 m SA het Elektrovisserij wadend met 2 verval elektroden
100 m SO het Elektrovisserij wadend met 2 verval elektroden
Deze locatie is ook een meetpunt in het kader van de Habitatrichtlijn voor bittervoorn, de soort werd gevangen
Dit meetpunt is ook een meetpunt in functie van de Habitatrichtlijn voor kleine modderkruiper. Kleine modderkruiper werd niet gevangen maar wel op 86268100 B dit punt werd 2maal afgevist (zie locatie hieronder) Locatie werd twee maal afgevist in functie van kleine modderkruiper
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 34 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
3.4.3 Fysische en chemische metingen en biotoopbeschrijving Tabel 23: Fysische en chemische metingen: zuurgraad of pH, zuurstofconcentratie (O2 in mg/l), temperatuur (T in °C), conductiviteit (Cond in µS/cm), turbiditeit (Turb in NTU) en biotoopbeschrijving op het moment van de visbestandopname (RO: rechteroever en LO: linkeroever). Nummer
pH
O2
T
cond
Turb
Biotoopbeschrijving
45130250
7,84
9,53
11,2
494
26,5
2,5 m -4 m breed, oevers verstevigd met beton en schanskorven, steile taluds, bodem van zand, stenen en grint, natuurlijke schuilplaatsen matig aanwezig, stroomopwaarts is er een verval, draadalgen aanwezig, gem. 60 cm diep en doorzicht tot 40 cm. De gem. stroomsnelheid is 0,42 m/s.
46159200
7,79
10,21
7,8
645
37,7
Gem. 2,1 m breed, oevers gedeeltelijkkunstmatig verstevigd met stenen ,steile taluds, bodem van zand, grint en stenen, schuilplaatsen matig aanwezig, landbouw en weides langs beide oevers, gem. 48 cm diep en doorzicht tot de bodem. De gem. stroomsnelheid is 0,55 m/s.
10332150
5,21
7,5
9,6
316
7,89
Gem. 12 m breed, bodem van slib en stenen, oevers gedeeltelijk verstevigd, matig steile taluds aanwezig, weide langs beide oevers en gem. 90 cm diep.
47247200
7,84
16,24
11,5
663
13,2
Gem. 4,1 m breed. Bodem van zand, oevers gedeeltelijk verstevigd, natuurlijke schuilplaatsen matig aanwezig, natuurlijke oevers, weide op RO. De gem. stroomsnelheid is 0,23 m/s.
82130175
7,34
5,4
18,2
651
12,8
2,5 m - 3,4 m breed, bodem van zand en modder, weinig natuurlijke schuilplaatsen, oevers natuurlijk, steile taluds, natuurlijke schuilplaatsen weinig aanwezig, bos langs beide oevers, gem. 22 cm diep en doorzicht tot op de bodem. De gem. stroomsnelheid is 0,1 m/s.
82130200
7,45
5,03
18,2
625
22,5
Gem. 4 m breed, bodem van zand en stenen, oevers gedeeltelijk verstevigd, steile taluds, natuurlijke schuilplaatsen matig aanwezig, weides en bos langs de oevers, een stuw met vistrap is aanwezig, gem. 33 cm diep en doorzicht tot de bodem. De gem. stroomsnelheid is 0,16 m/s.
82230100
7,35
4,88
22,3
566
52,1
Gem. 1,35 m breed, breed, oevers gedeeltelijk verstevigd met stenen, steile taluds, bodem met modder en slib, bos op beide taluds, doorzicht tot op de bodem.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 35 van 93
82230125
8,15
4,63
20,8
2000
27,5
Gem. 2,72 m breed. Bodem met zand en slib, oevers kunstmatig verstevigd met beton, steile taluds, weinig natuurlijke schuilplaatsen, gras en wandelpad langs de ene oever, struiken en bomen langs de andere oever. Gem. 13 cm water en doorzicht tot op de bodem. De gem. stroomsnelheid is 0,2 m/s.
84030300
7,29
5,8
20,2
845
9,54
Gem. 7,1 m breed. Oevers natuurlijk, taluds steil, bodem met zand, weides en bebouwing langs beide oevers, gem. 20 cm diep en doorzicht tot op de bodem. De gem. stroomsnelheid is 0,29 m/s.
86268100
7,79
8,28
13,8
781
8,36
Gem. 6,2 m breed. Oevers gedeeltelijk verstevigd, matig steile taluds, zanderige bodem met stenen, veel natuurlijke schuilplaatsen, akker op LO en grasland op RO, waterplanten aanwezig, gem. 90 cm diep, doorzicht tot op de bodem, stuw met verval van 10 cm aanwezig
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 36 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
3.4.4 Visbestandgegevens
46159200
PEERDESTOKBEEK
* *
2013 2019
47247200
LEDE
2013 2019
82130200 82230100 82230125
MOLENBEEK BIRREBEEK BIRREBEEK
*
2013 2019
86268100
ZUIDELIJKE WATERGANG
2013 2019
86268100B
ZUIDELIJKE WATERGANG
2019
* * * *
*
* *
*
* *
* *
*
*
* *
*
* *
* *
*
*
* *
*
Totaal
zonnebaars
zeelt
tiendoornige stekelbaars
snoek
serpeling
riviergrondel
rietvoorn
pos
paling
kopvoorn
kolblei
dikkopelrits
brasem
brakwatergrondel
blauwbandgrondel
blankvoorn
bittervoorn
kleine modderkruiper
* *
7 8 2 3
*
*
* * *
* *
* *
*
2013 2019
BENEDENVLIET
* *
* *
2013 2019
84030300
* * * *
*
* *
2013 2019 2013 2019
*
karper
2013 2019
ANTITANKKANAAL
MOLENBEEK
bermpje * *
10332150
82130175
baars
2013 2019
giebel
MOLENBEEK
driedoornige stekelbaars
45130250
Jaar
Nummer
Tabel 24 Overzicht van de aangetroffen vissoorten en het totaal aantal soorten (N) op de verschillende locaties
* * *
*
*
4 4 *
3 2
*
* *
*
4 8
*
* *
*
3 12
* *
*
1 2
* *
* *
2 3
* *
* *
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
* * *
* *
*
5 3
*
* * *
13 3 11
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// WATERGANG www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 37 van 93
145,5 27
46159200 elektrisch
g/100m N/100m
75,7 12
10332150 elektrisch
g/100m 217,5 N/100m 22
47247200 elektrisch
g/100m N/100m
82130175 elektrisch
g/100m N/100m
23,4 14
82130200 elektrisch
g/100m N/100m
494,7 134,1 494,7 251 51 292
82230100 elektrisch
g/100m N/100m
82230125 elektrisch
g/100m N/100m
84030300 elektrisch
g/100m N/100m
86268100 elektrisch
g/100m 132,3 N/100m 3
86268100B elektrisch
g/100m 2519,6 N/100m 270
1,2 1
34,1 8
112,75 56
129,9 47
115 390
0,6 1
507,8 1861
9,7 3
3,9 1
Totaal
zonnebaars
zeelt
serpeling
tiendoornige stekelbaars
1172,4 28,5 146,85 64
237,8 5
8,1 2
4 7
2,6 8
105,5 415,2 22 496
30,1 12
27,1 70
19,6 5
1967,6 2553
11,8 42
2,6 4
14,4 46
154,3 418
9,6 19
164,2 438
0,7 1
333,2 4
0,6 2
167,4 1
408,7 1,5
4,9 1
331,9 1
2,5 1
5,8 1
15,5 2
191,1 37
142,1 4
183 1
457,4 8
152,7 1
0,6 1
3184 327
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
21141,2 92 514,6 234
509,05 4
11,9 8
snoek
rietvoorn
riviergrondel
71,7 3
437,7 221
0,3 1
112 2
kopvoorn
5374,4 40,9 46 1
37,15 1
34,2 7
paling
pos
426,3 15046,6 1 9
kleine modderkrioper
6,2 4
karper
dikkopelrits
29,6 1
giebel
g/100m N/100m
driedoornige stekelbaars
45130250 elektrisch
brasem
blauwbandgrondel
Blankvoorn
bittervoorn
bermpje
baars
Nummer
Tabel 25: Effectieve vangst per soort en per staalnameplaats in 2019 uitgedrukt in CPUE (in g/100 m en N/100 m met N =aantal).
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 38 van 93
Tabel 26: Overzicht van de visindexwaarden (in EQR) en hun appreciatie. Nummer
Naam
45130250
MOLENBEEK
46159200
PEERDESTOKBEEK
Bekken
Bovenscheldebekken
Waterlichaam
Jaar
EQR
Appreciatie
L111_1019
2013 2019
0,43 0,43
matig matig
L107_266
2013
0,2
slecht
2019
0,5
matig
10332150
ANTITANKKANAAL
L111_1114
2013 2019
0,53 0,45
matig matig
47247200
LEDE
VL05_171
2013
0,45
matig
2019
0,2
2013
0,35
slecht slecht ontoereikend
2019
0,43
matig
2013
0,4
ontoereikend
2019
0,4 0,4 0,2
ontoereikend slecht
2013
0,2 0,2 0,2
2019
0,37
ontoereikend
2013
0,37
ontoereikend
2019
0,35
ontoereikend
2013
0,6
matig
2019
0,43
ontoereikend
2019
0,58
matig
82130175 82130200 82230100 82230125
MOLENBEEK
L107_664
MOLENBEEK BIRREBEEK BIRREBEEK
L107_664 Benedenscheldebekken
L111_1059
2013 2019
L111_1059
84030300
BENEDENVLIET
VL05_28
86268100
ZUIDELIJKE WATERGANG
L107_328
86268100B
ZUIDELIJKE WATERGANG
L107_328
slecht slecht
3.4.5 Bespreking In het bekken van de Bovenschelde bemonsterden we de Molenbeek en de Peerdestokbeek, elk op een locatie. Op de locatie op de Molenbeek-Markebeek, vingen we acht soorten: driedoornige stekelbaars, bermpje, blankvoorn, giebel, karper, kopvoorn, rietvoorn en serpeling. Kopvoorn, gevolgd door bermpje, zijn er de meest gevangen soorten. De EQR scoort net zoals in 2013 0,43 en krijgt daarmee de waardebeoordeling ‘matige kwaliteit’. Op de locatie gelegen op de Peerdestokbeekkonden we in 2019 driedoornige stekelbaars, bermpje en blauwbandgrondel vangen. De EQR scoort 0,5 wat staat voor een ‘matige kwaliteit’. In 2013 scoorde deze locatie slechts 0,2 omdat er toen maar twee soorten werden gevangen. In het bekken van de Benedenschelde bemonsterden we het Antitankkanaal ,de Lede en de Benedenvliet op een locatie en de Molenbeek-Zijp, de Birrebeek-Zielbeek en de Zuidelijke watergang op twee locaties. Op het Antitankkanaal (L111_1114) vingen we baars, blankvoorn, paling en snoek. net zoals in 2013, alleen werd er nu minder vis gevangen. De EQR daalde dan ook van 0,53 naar 0,45 maar blijft in de klasse van de ‘matige kwaliteit’.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 39 van 93
Op de Lede troffen we enkel driedoornige stekelbaars en blauwbandgrondel aan, in 2013 vingen we hier ook nog tiendoornige stekelbaarsen rietvoorn. De EQR is gedaald van 0,45 naar 0,2 wat overeenkomt met een ‘slechte kwaliteit’. Op de Molenbeek-Zijp vonden we 11 soorten namelijk driedoornige stekelbaars, tiendoornige stekelbaars, bittervoorn, blankvoorn, blauwbandgrondel, dikkopelrits, giebel, karper, rietvoorn, riviergrondel en zonnebaars. Driedoornige stekelbaars en de niet-inheemse blauwbandgrondel zijn de meest gevangen soorten. Ten opzichte van de vangsten in 2013 steeg de soortendiversiteit van 4 naar 11 soorten. In Puurs aan de Nieuwe Stationstraat wordt een EQR behaald van 0,43 en daarmee stijgt de index een klasse ten opzichte van de vorige campagne van een ‘ontoereikende‘ naar een ‘matige kwaliteit’. In Puurs aan de stuw blijft de EQR, ondanks de toename van diversiteit en vangstbiomassa, een waarde 0,40 scoren en de kwaliteit blijft daarmee ‘ontoereikend’. Het visbestand blijft gedomineerd door driedoornige stekelbaars die 73% van de vangstaantallen uitmaakt. De zuurstofconcentratie ligt onder de milieukwaliteitsnorm van 6 mg/l wat een mogelijk verklaring kan zijn voor het magere visbestand. De Birrebeek-Zielbeek, scoort op de locatie in Kapelle-op-den-Bos, net zoals in 2013, een EQR van 0,2; dit is een ‘slechte kwaliteit’. Ook nu vingen we hier alleen drie- en tiendoornige stekelbaars. In Willebroek vingen we één soort, blauwbandgrondel, meer. De EQR scoort hier 0,37 wat een ‘ontoereikende kwaliteit’ betekent. Alhoewel we nu maar drie soorten vingen werd er in vroegere campagnes (2002, 2006 en 2010) helemaal niets gevangen. De zuurstofconcentraties liggen in 2019 nog wel onder de milieukwaliteitsnorm van 6 mg/l maar toch al wel hoger dan in het verleden (20022010) toen de opgeloste zuurstof amper 1 tot 2 mg/l was. Dergelijke waarden laten geen visleven toe. Op de Benedenvliet, vingen we ook maar drie soorten namelijk drie- en tiendoornige stekelbaars en paling. Tijdens de vorige campagne vonden we hier ook nog brakwatergrondel en zeelt. De EQR is 0,35 en blijft in dezelfde klasse als in 2013 namelijk ‘ontoereikende kwaliteit’. Op de locatie gelegen op de Zuidelijke watergang, vingen we baars, snoek en zeelt. Dit is heel wat minder dan in 2013 toen we 13 vissoorten bemonsterden (zie tabel 24) waaronder de beschermde kleine modderkruiper. Deze locatie is ook geselecteerd als meetpunt in het kader van de Habitatrichtlijn voor kleine modderkruiper en daarom werd er bijkomend stroomopwaarts de stuw gevist. Hier kon wel kleine modderkruiper gevangen worden naast tien andere soorten (zie tabel24). Op deze bijkomende plaats benadert de EQR (0,58 of ‘matige kwaliteit’) die van 2013 op de reguliere plaats. In 2011 werd kleine modderkruiper voor het eerst gevangen in deze beek.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 40 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
3.5 DIJLEBEKKEN In het Dijlebekken bemonsterden we de Zenne, de Dijle en zes zijlopen van de Dijle namelijk de Laan (twee locaties), de IJse (drie locaties), de Lipsebeek (een locatie), de Barebeek (een locatie), de Vrouwvliet (twee locaties) en de Bruinbeek (een locatie).
3.5.1 De Zenne De Zenne werd in 2019 op vijf locaties bemonsterd. De Zenne is een interessant studieterrein omdat het in Vlaanderen de langst vervuilde waterloop is (er zijn indicaties dat de vervuiling teruggaat tot de 15e eeuw). Tussen 1867 en 1871 werd de Zenne in Brussel overwelfd omdat het een open riool was geworden. Deze rivier is uniek omdat ze door de drie gewesten vloeit en er dus een optimale samenwerking noodzakelijk is om van de Zenne weer een ‘gezond water’ te maken. Het is een unieke gelegenheid om na te gaan of een visstand zich kan herstellen na waterzuivering. Gezien de Zenne opnieuw intensief werd bemonsterd, worden de resultaten uitgebreid vergeleken met de vorige vangstjaren. 3.5.1.1
Ligging van de staalnameplaatsen
Tabel 27: Situering van de meetplaatsen op de Zenne. Nummer
X
Y
Naam
Gemeente
Situering
70020100
139827
155708
ZENNE
Halle
Lembeek aan het voetbalveld
70020200
145708
163219
ZENNE
Drogenbos
Zennebeemden
70020250
145520
167784
ZENNE
Anderlecht
70020350
158244
185308
ZENNE
Zemst
Weerde, 250 m stroomopwaarts de E19
70020400
153743
191634
ZENNE
Leest
Aan taverne het Brughuis
3.5.1.2
Specificaties van de uitgevoerde afvissingen
Tabel 28: Specificaties van de uitgevoerde afvissingen (LO: linkeroever; RO: rechteroever). Datum
Beviste afstand/duur
70020100
17/05/2019
275 m LO + 250 m RO
Elektrovisserij vanaf de boot met 2 elektroden
70020200
17/05/2019
250 m LO + 250 m RO
Elektrovisserij vanaf de boot met 2 elektroden
70020250
14/05/2019
100m LO + 100 m RO
Elektrovisserij vanaf de boot met 2 elektroden
16/09/2019
100m LO + 100 m RO
Elektrovisserij vanaf de boot met 2 elektroden
70020350
16/05/2019
2 dagen
2 schietfuiken
70020400
5/03/2019 10/09/2019
1 dag
2 schietfuiken
1 dag
2 schietfuiken
Nummer
Methode
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 41 van 93
3.5.1.3
Fysische en chemische metingen
Tabel 29: Fysische en chemische metingen: pH, zuurstofconcentratie (O2 in mg/l), temperatuur (T in °C), conductiviteit (Cond in µS/cm ), turbiditeit (Turb in NTU) en de biotoopbeschrijving op het moment van de visbestandopname (RO: rechteroever en LO: linkeroever) Nummer
pH
O2
T
Cond
Turb
Biotoopbeschrijving
70020100
7,75
4,43
13,3
687
6,93
11,5 m breed, bodem met modder, slib en stenen. De oevers zijn gedeeltelijk verstevigd met schanskorven, zeer steile taluds, weinig natuurlijke schuilplaatsen aanwezig, langs beide oevers bos en grasland, veel algen aanwezig
70020200
7,79
7,1
14,5
691
7,12
Natuurlijke oevers, matig steile taluds, weinig natuurlijke schuilplaatsen aanwezig, meanderend, landbouw op RO, bos op LO
70020250 14/05/2019
7,65
6,17
12,6
660
16/09/2019
7,41
2,64
17,9
917
70020350
7,77
8,48
17,1
1040
9,49
57,9
70020400 5/03/2019
8,08
5,88
10,1
750
10/09/2019
7,31
2,74
17,8
1113
42,1
8 m breed, bodem met zand, modder en stenen, zeer steile, met schanskorven verstevigde oevers, natuurlijke schuilplaatsen weinig tot matig aanwezig, veel algen
De oevers zijn overal kunstmatig verstevigd met schanskorven, zeer steile taluds, weinig natuurlijke schuilplaatsen aanwezig, bodem van modder en stenen, 13 m breed, doorzicht tot 50 cm Oevers verstevigd met beton, steile taluds, weinig natuurlijke schuilplaatsen, bodem met stenen, slib en een weinig modder, waterloop is rechtgetrokken
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 42 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
3.5.1.4
Visbestandgegevens
70020100
70020200
70020250
2019 2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 2019 2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 2019 2016 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007
* * * *
* * * *
*
*
*
*
* *
* *
* * *
* * * * *
* * * * * * * * * * * *
*
* * * *
*
*
* *
*
*
*
*
*
*
* *
*
*
*
*
* * * *
*
*
*
*
*
totaal aantal soorten
zonnebaars
zeebaars
zeelt
winde
*
* * * * *
*
vetje
tiendoornige stekelbaars
spiering
snoekbaars
snoek
rivierprik
riviergrondel
rietvoorn
pos
paling
kopvoorn
kolblei
karper
giebel
Europes meerval
driedoornige stekelbaars
donderpad
dikkopje
brasem
*
* *
brakwatergrondel
* *
*
*
bot
blauwbandgrondel
blankvoorn
bittervoorn
bermpje
baars
Nummer
Vangstjaar
Tabel 30: Overzicht van de aangetroffen vissoorten en het totaal aantal soorten (N) op de verschillende locaties in de periode 2007-2019
6 5 4 5 1 0 0 0 1 11 4 7 7 4 1 6 1 5 2 8 0 1 0 0 1 0 0
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 43 van 93
70020350
70020400
+ *
+
+
+
+
X
+
+ +
+ +
+ + + + + + + + + +
+ +
X +
+
+
+ + + + + + +
+ + + + + + +
+ + + + +
+
+ +
+
+ + +
+ + +
+ + +
+ + +
+ +
+ + + + + + +
+
+ + + + + +
+ + + + + +
+
+ + +
+ + +
+ + + +
+ + +
+
+
+ +
+
+
+ +
+ + + +
+ +
+ + + +
+ + + + + +
+
+
+ + + + +
+
totaal aantal soorten
zonnebaars
zeebaars
zeelt
winde
vetje
spiering
X
snoekbaars
+
+
snoek
+
+
riviergrondel
+
riivierprik
+
rietvoorn
+
pos
kolblei
X * + +
paling
karper
kopvoorn
giebel
Europese meerval
X
donderpad
+
*
dikkopje
X
brasem
X
brakwatergrondel
*
bot
blauwbandgrondel
*
blankvoorn
X
bittervoorn
*
bermpje
baars
2016 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007 2019 2017 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2019 2016 2014 2013 2012 2011 2010 2009 2008 2007
driedoornige stekelbaars
70020300
tiendoornige stekelbaars
Nummer
Vangstjaar
Vervolg tabel 30
13 1 7 2 5# 1 1 0 5 4 2 2 6 9* 2 0 11 14 14 6## 12 16 15 1 2 1
#De Zenne werd met een hogere intensiteit bemonsterd t.o.v. de vorige bemonsteringsjaren dus de kans dat er meer soorten zijn gevangen is groter ##De Zenne werd met een lagere intensiteit bemonsterd t.o.v. de vorige bemonsteringsjaren dus de kans dat er minder soorten zijn gevangen is groter
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 44 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
20,9 4,2
70020200 elektrisch
g/100m N/100m
33,9 6,4
70020250 elektrisch
g/100m N/100m
70020350 fuiken
g/fuikdag N/fuikdag
70020400 fuiken
G/fuikdag N/fuikdag
2,0 2,0
1,3 1
1978,6 230,0
0,9 0,5
1,4 0,5
6,2 1,5
6,0 1,0
15,9 21,0
801,8 1,5
142,6 21,4 0,1 0,2
12,8 1,2
Totaal
53,2 5,5
zeelt
3,3 3,0
winde
5,5 2
vetje
4,3 1,5
spiering
13,6 13,5
snoek
3,6 3,5
6,9 0,2
riviergrondel
19,9 14,0
rietvoorn
0,1 0,2
giebel
3,9 1,2
paling
driedoornige stekelbaars 31,0 12,6
brasem
0,8 0,4
brakwatergrondel
7,8 0,4
bot
blauwbandgrondel
g/100m N/100m
blankvoorn
70020100 elektrisch
bittervoorn
bermpje
Nummer
Tabel 31: Effectieve vangst per soort en per staalnameplaats in 2019 uitgedrukt in CPUE (elektrisch in g/100 m en N/100 m, fuiken in g/fuik/dag en N/fuik/dag met N = aantal)
209,96 39,2 67,1 0,2
1,0 1,2
22,6 0,4
0,2 0,2
163,52 27,2 17,15 17 67,6 13
11460,5 56,5
4,3 0,5
33,1 9,5
7,6 0,5
14316,2 323
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 45 van 93
Tabel 32: Overzichtstabel van de totale vangsten op de Zenne in 2019 met per soort: de geviste aantallen (N), de aantalspercentages (N %), de geviste biomassa (G in g) en de gewichtspercentages (G %). Vissoort
N
N%
G
G%
bermpje
53
5,1
273,9
0,9
bittervoorn
10
1,1
9,9
<0,1
blankvoorn
468
45,4
4015,6
13,1
blauwbandgrondel
11
1,4
13,1
0,1
bot
2
0,2
11,9
<0,1
brakwatergrondel
42
4,1
31,8
0,1
brasem
3
0,3
1603,6
5,2
driedoornige stekelbaars
161
16,1
284,4
1
giebel
3
1,4
12,3
0,7
paling
114
11
22955,5
74,5
rietvoorn
2
0,2
9,2
<0,1
riviergrondel
113
10,9
777
2,5
snoek
1
0,1
335,4
1,1
spiering
19
1,8
66,2
0,2
vetje
6
0,6
5,1
<0,1
winde
3
0,3
128,4
0,4
zeelt
1
0,1
0,8
<0,1
Tabel 33 Overzicht van de visindexwaarden (in EQR) en hun appreciatie. Nummer
Waterlichaam
Jaar
EQR
Appreciatie
70020100
VL08_92
2013 2019
0,55 0,48
matig matig
70020200
VL08_92
2013 2019
0,48 0,50
matig matig
70020250
VL08_92
2013 2019
0 0,2
slecht slecht
70020350
VL05_93
2013 2019
0,2 0,33
slecht ontoereikend
70020400*
VL08_95
2013 2019
0,35
ontoereikend
*Dit deel van de Zenne behoort tot het getijdenwater. Voor de Zenne is er een specifieke index ontwikkeld (Breine en Van Thuyne, 2020). De EQR-waarden voor getijdenwater worden op jaarbasis berekend en niet per bemonstering. Gezien we in 2013 slechts gegevens hebben van een staalname wordt de index hier niet berekend.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 46 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
3.5.1.5
Bespreking
We bevisten de Zenne in 2019 met elektrovisserij en fuikvisserij. Op alle locaties vingen we vissen; in totaal 1037 exemplaren met een gewicht van 31 kg. Zeventien soorten troffen weaan: bermpje, bittervoorn, blankvoorn, blauwbandgrondel, bot, brakwatergrondel, brasem, driedoornige stekelbaars, giebel, paling, rietvoorn, riviergrondel, snoek, spiering, vetje, winde en zeelt. In aantallen domineert blankvoorn (45%), gevolgd door driedoornige stekelbaars (16%), paling en riviergrondel (elk 11%). Paling maakt het grootste deel van de biomassa uit (75%) terwijl blankvoorn nog goed is voor 13%. De overige soorten maken elk 5% of minder uit van de totale biomassa (tabel 32). Op de meest stroomopwaartse locatie in Lembeek vingen we zes soorten waarvan riviergrondel het meest gevangen werd (tabel 31). De ecologische kwaliteitsratio krijgt de score 0,48 wat wijst op een ‘matige kwaliteit’ op deze locatie. Dichter bij Brussel, in Drogenbos (aan de Zennebeemden waar de Zenne vrij natuurlijk meandert), vingen we elf soorten. Driedoornige stekelbaars is hier de meest gevangen soort. Voor het eerst vingen we hier de beschermde bittervoorn. De EQR scoort hier 0,5 wat duidt op een ‘matige kwaliteit’. In Anderlecht troffen we slechts twee soorten aan, namelijk driedoornige stekelbaars en blauwbandgrondel. De EQR scoort hier slecht (0,2). In Weerde bemonsterden we met fuiken en vingen er vijf soorten waarvan giebel de meest gevangen soort is. De EQR scoort er 0,33 wat een ‘ontoereikende kwaliteit’ is. In Leest bij Mechelen is de Zenne onderhevig aan het tij en werd zowel in het voorjaar als het najaar met fuiken bemonsterd. De Zenne valt hier onder de categorie ‘overgangswater’ en de EQR wordt dan anders berekend. Op jaarbasis vingen we 11 soorten. Op deze locatie vingen we de grootste aantallen vissen. Opvallend zijn de hoge blankvoornvangsten vooral bestaande uit kleine exemplaren met een gemiddelde lengte van 9,8 cm. Ook paling wordt veel gevangen. Spiering, bot en brakwatergrondel zijn de soorten die hier via de Rupel vanuit de Zeeschelde de Zenne bereiken. Ondanks de grote aantallen scoort de EQR maar 0,35 wat wijst op een ‘ontoereikende kwaliteit’. De locatie in Vilvoorde (70020300), net na het waterzuiveringsstation Brussel-Noord, werd in 2019 niet bemonsterd. Vergelijking met vroeger In het verleden werd de Zenne tijdelijk veel intensiever bevist om de gevolgen van de ingebruikname van nieuwe waterzuiveringsstations in Beersel, Sint-Pieters-Leeuw (2006) en Brussel Noord (2007) nauw op te volgen. Voor 19xx bemonsterden we de Zenne niet omdat de zuurstofconcentraties gewoon geen visleven toelieten maar vanaf 2007 tot 2013 werd de Zenne jaarlijks op zes locaties bemonsterd. De waterzuivering resulteerde al snel in een verbetering met de eerste aanwezigheid van vis, een paling in Leest in 2007, op de Zenne stroomafwaarts Brussel. In 2008 vingen we zelfs al een baars, een giebel en een 60-tal palingen. De soortendiversiteit was nog laag en het ging toen vooral over soorten die goed bestand zijn tegen vervuiling. Toch toonde dit aan dat vissen op zeer korte termijn kunnen terugkeren eenmaal de kwaliteit van de habitat toeneemt. Vanaf 2010 nam de soortendiversiteit toe en tot nu telden we al 23 soorten stroomafwaarts Brussel (met een gemiddelde diversiteit van 13 soorten per vangstjaar ter hoogte van Leest). Door de toenemende waterkwaliteit vonden de vissen vanuit de Schelde hun weg terug via de Rupel naar de Zenne. We vinden zelfs typische soorten voor de Zeeschelde zoals brakwatergrondel, spiering, bot, dikkopje en ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 47 van 93
zeebaars in de getijdenzone van de Zenne. Tot 2010 domineerde paling het visbestand in dit deel, vanaf 2011 nemen de palingvangsten echter geleidelijk af ten voordele van andere soorten. Opmerkelijke vangsten waren een rivierprik in 2013 en een Europese meerval in 2011. Tot 2009 had de Zenne in Leest een slechte kwaliteit. Sindsdien scoort de EQR iets beter op deze locatie maar blijft van ‘ontoereikende kwaliteit’. De aanwezigheid van de diadrome soorten zoals paling, bot en spiering - een soort die specifieke voortplantingseisen stelt - beïnvloedt de EQR positief maar het aantal soorten voor deze getijdenrivier ligt nog steeds laag en het merendeel van de aanwezige soorten eist geen goede waterkwaliteit en/of bijzondere habitateisen. Op het meest stroomopwaartse punt in Lembeek bij Halle, treffen we in de periode 2007-2011 enkel driedoornige stekelbaars aan maar vanaf 2012 zien we een verbetering. De vangsten van de gevoeligere soorten donderpad (in 2012) en bermpje (vanaf 2013 ) wijzen hierop. Vanaf 2012 vangen we ook riviergrondel, een soort die we in dit type waterloop verwachtten. We vonden vanaf dan ook meer soorten in grotere aantallen: in totaal zijn nu toch al negen vissoorten geregistreerd met een gemiddelde vangstdiversiteit van vijf per vangstjaar. Tot 2011 scoorde de EQR slecht, sindsdien heeft de Zenne hier een ‘matige kwaliteit’. In Drogenbos is de soortendiversiteit in 2019 gestegen tot 11 soorten. Van de stroomopwaarts gelegen locaties (boven Brussel) heeft deze locatie sinds de start van de bemonsteringen altijd de meeste vissen en de grootste diversiteit. De Zenne meandert hier door de Zennebeemden en kent een natuurlijker verloop, en heeft dus betere habitatcondities. Toch scoorde de Zenne hier tot 2011 eveneens een ‘ontoereikende kwaliteit’. In de jaren daarna scoort deze plaats een ‘matige kwaliteit’. Op deze locatie vangen we bermpje en riviergrondel en in 2019 zelfs een snoek. In Anderlecht zijn de vangsten nooit goed geweest. Meestal vingen we er niets of beperkte de vangst zich tot de resistente blauwbandgrondel en driedoornige stekelbaars. Uitzondering hierop waren de vangsten in 2016 toen we acht soorten vingen, weliswaar vooral driedoornige stekelbaars. Helaas viel de visstand in 2019 terug naar twee soorten wat duidt op het fragiel evenwicht van de Zenne. De index scoort een ‘slechte kwaliteit’, alleen in 2016 werd even de iets betere ‘ontoereikende kwaliteit’ gehaald. De vorige afvissing in Vilvoorde dateert van 2016, toen vingen we hier 11 soorten. Dat het visbestand ook hier fragiel is, bewijzen de vangsten door de tijd heen. Meestal werden slechts een tot twee soorten aangetroffen. De uitzonderingen waren 2010 (maar toen werd de Zenne hier met een grotere intensiteit bemonsterd) en 2012 toen we voor het eerst zeven soorten vingen. In Weerde vingen we in 2017 vier soorten en werd een ‘ontoereikende kwaliteit’ gehaald terwijl in de periode 2010-2011 opmerkelijk hogere aantallen en meer soorten gevangen werden. Na deze betere periode met een ‘matige kwaliteit’ zakte in 2012 en 2013 de kwaliteit naar ‘slecht’ en vingen we slechts twee soorten. Besluit Sinds 2012 merken we dat stroomopwaarts Brussel het visbestand op de Zenne verbetert. Voor het eerst worden er dan ook gevoeligere soorten zoals bermpje en donderpad gevangen. In het getijdengedeelte van de Zenne konden we reeds in de periode 2007-2012 een geleidelijke verbetering van het visbestand vaststellen. Een verdere verbetering voor de hele Zenne lijkt nu te stagneren en van een stabiel visbestand is nog lang geen sprake. Daarvoor moet de habitatkwaliteit toenemen en ook de waterkwaliteit moet nog verder verbeteren en stabiliseren. Zo worden nog te vaak lage zuurstofconcentraties gemeten. Blijvende inspanningen voor de verdere waterkwaliteitsverbetering zijn dan ook een absolute noodzaak.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 48 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
3.5.2 De Dijle De Dijle ontspringt in Houtain-Le-Val (Waals-Brabant) en stroomt Vlaams-Brabant binnen in Huldenberg. Ze stroomt verder in noordoostelijke richting via Oud-Heverlee, Bertem en Leuven naar Werchter (Rotselaar) waarde Demer bij de Dijle komt. Vandaar stroomt ze in noordwestelijke richting verder en vormt er eerst de grens Haacht-Tremelo, vervolgens Haacht-Keerbergen en stroomt zo verder via Bonheiden en Boortmeerbeek naar Mechelen tot aan het "Zennegat" waar de Zenne en het Kanaal van Leuven naar de Dijle, de Dijle vervoegen. Een kilometer verder geeft de Dijle samen met de Nete ontstaan aan de Rupel. Aangezien de Dijle op voldoende locaties werd bevist om een totaalbeeld te geven over de visstand worden de resultaten uitgebreid besproken en wordt er ook een vergelijking met de vorige vangstjaren gemaakt. In functie van het referentiemeetnet werden er, ten gevolge van een nieuwe steekproeftrekking, een aantal locaties bemonsterd die al lang niet meer waren bevist. Tegelijk zijn een aantal meetpunten uit het voorgaande meetnet zoetwatervis uit het meetnet verdwenen. 3.5.2.1
Ligging van de staalnameplaatsen
Tabel 34: Ligging van de meetpunten op de Dijle bemonsterd in deze campagne. Nummer
X
tY
Waterloop
Gemeente
Omschrijving
71018100
169645
161047
DIJLE
Huldenberg
Florivalstraat
71318100
169229
168160
DIJLE
Huldenberg
aan de monding van de IJse
71318300
173061
173913
DIJLE
Leuven
aan de Dijlemolens
72018100
174057
176275
DIJLE
Leuven
aan de spoorweg achter industriegebied
72018150
173809
179531
DIJLE
Leuven
Wijgmaal, aan de Dijlebrug (Aquafin)
72118200
169186
186325
DIJLE
Haacht
Hansbrug
72118300
165259
187664
DIJLE
Bonheiden
/
72718100
163071
188041
DIJLE
Bonheiden
aan oude Dijle
3.5.2.2
Specificaties van de uitgevoerde afvissingen
Tabel 35: Specificaties van de uitgevoerde afvissingen (RO: rechteroever; LO: linkeroever). Nummer
Datum
Beviste afstand
Methode
Opmerking
71018100
17/06/2019
250 m RO + 250 LO
elektrovisserij vanaf boot met 2 elektroden
Tevens geselecteerd in functie van de Habitatrichtlijn voor bittervoorn en donderpad. Donderpad werd gevangen, bittervoorn niet
71318100
17/06/2019
250 m RO + 250 m LO
elektrovisserij vanaf boot met 2 elektroden
Tevens geselecteerd in functie van de Habitatrichtlijn voor bittervoorn. Bittervoorn werd gevangen.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 49 van 93
71318300
18/06/2019
250 m RO + 250 m LO
elektrovisserij vanaf boot met 2 elektroden
72018100
18/06/2019
250 m Lo
elektrovisserij vanaf boot met 2 elektroden. We hebben de RO niet kunnen bemonsteren want de elektrovisserijmachine was uitgevallen wegens oververhitting
Tevens geselecteerd in functie van de Habitatrichtlijn voor bittervoorn. Bittervoorn werd niet gevangen.
72018150
19/06/2019
250 m RO + 250 m LO
elektrovisserij vanaf boot met 2 elektroden
Tevens geselecteerd in functie van de Habitatrichtlijn voor bittervoorn. Bittervoorn werd niet gevangen.
72118200
19/06/2019
250 m RO + 250 m LO
elektrovisserij vanaf boot met 2 elektroden
Tevens geselecteerd in functie van de Habitatrichtlijn voor bittervoorn. Bittervoorn werd niet gevangen.
72118300
20/06/2019
250 m RO + 250 m LO
elektrovisserij vanaf boot met 2 elektroden
72718100
20/06/2019
250 m RO + 250 m LO
elektrovisserij vanaf elektroden boot met 2 elektroden
3.5.2.3
Tevens geselecteerd in functie van de Habitatrichtlijn voor bittervoorn. Bittervoorn werd niet gevangen.
Fysische en chemische metingen en biotoopbeschrijving
Tabel 36: Fysische en chemische metingen: pH, zuurstofconcentratie (O2 in mg/l), temperatuur (T in °C), conductiviteit (Cond in µS/cm), turbiditeit (Turb in NTU) en biotoopbeschrijving op het moment van de visbestandopname (LO: linkeroever en RO rechteroever). Nummer
pH
O2
T
Cond
Turb
Biotoopbeschrijving
71018100
7,78
6,91
15,4
608
25,3
Gem. 10 m breed, zanderige bodem met modder en slib, schuilplaatsen matig aanwezig, 2 bochten, oevers gedeeltelijk verstevigd, steile taluds en normaal waterpeil. De gem. stroomsnelheid is 0,23 m/s.
71318100
7,86
7,17
18,1
624
51,9
Gem. 8 m breed. Zanderige bodem met stenen, schuilplaatsen matig aanwezig, goede pool-riffle structuur, 3 bochten, natuurlijke oevers, steile oevers, weide op RO, natuurgebied op LO, bodemwaterplanten aanwezig.
71318300
7,96
8,07
17,8
645
14,9
Gem. 10 m breed, zanderige bodem met stenen, natuurlijke schuilplaatsen weinig aanwezig, oevers kunstmatig verstevigd, bebouwing langs beide oevers, een stuw vormt knelpunt en waterplanten aanwezig.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 50 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
72018100
8,12
8,59
19
699
15,4
Gem. 12,5 m breed, zanderige bodem met stenen, weinig natuurlijke schuilplaatsen, oevers verstevigd met schanskorven, steile taluds, waterplanten aanwezig.
72018150
7,97
6,88
19,5
729
10,6
Gem. 13 m breed, zanderige bodem met stenen, weinig natuurlijke schuilplaatsen, goede pool-riffle structuur, 1 bocht, oevers verstevigd met schanskorven en stenen, steile taluds, sportcentrum op LO en een bosje op RO en draadalgen aanwezig.
72118200
7,74
5,99
21,4
647
15
17,6 m breed, zanderige bodem met stenen, oevers verstevigd met stenen, zeer steile taluds, natuurlijke schuilplaatsen matig aanwezig, kunstmatig verstevigde oevers maar overgroeid, landbouw langs 1 oever en weides langs andere oever, bodemwaterplaten aanwezig en doorzicht tot 1 m.
72118300
7,73
6,39
20
657
8,31
Gem. 20 m breed, zanderige bodem met stenen, weinig natuurlijke schuilplaatsen, oevers verstevigd met stenen, steile taluds, weide langs 1 oever, waterplanten aanwezig, doorzicht tot 1 m.
72718100
7,76
7,08
20,1
679
10,8
Gem. 30 m breed, bodem met zand en stenen, weinig natuurlijke schuilplaatsen, oevers kunstmatig verstevigd, weides langs beide oevers, op de RO is er ook bos.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 51 van 93
3.5.2.4
Visbestandgegevens
72018100
72018150
72118200
* * *
* * *
*
*
* * * * * * * *
*
*
* * *
* * *
*
* * *
* * *
*
* * * * *
*
* * * *
*
* * *
*
* * *
*
* *
* *
* * * * * * *
* *
* *
*
* * *
*
* *
*
*
* * * * * * * * * * * *
*
* * *
*
*
*
* * *
*
*
* * *
* *
* * *
* *
*
*
*
* *
*
* *
* *
*
* *
* * *
*
*
*
* * *
*
* *
*
*
Totaal
zwartbekgrondel
zonnebaars
*
* * *
zeelt
*
* * *
*
winde
vetje
snoek
tiendoornige stekelbaars
serpeling
rivierprik
riviergrondel
rietvoorn
regenboogforel
paling
kopvoorn
kolblei
karper
giebel
*
*
* * * *
* * * *
*
*
*
Eurr. meerval
* * * * *
* * * * * *
gestippelde alver donderpad
* * * * * * * * *
driedoornige stekelbaars
*
brasem
*
bot
bittervoorn * * * * * *
blauwbandgrondel
71318300
* *
* * * * * * * * *
blankvoorn
71318100
* * *
bermpje
2019 2013 2010 2007 2003 2019 2013 1999 1994 2019 2013 2010 2019 2013 2010 2007 2003 2019 2013 1999 1994 2019 2013 1999
beekforel
Vangstjaar
71018100
baars
Nummer
Tabel 37: Overzicht van de aangetroffen vissoorten en het totaal aantal soorten (N) op de verschillende locaties op de Dijle.
9 5 9 1 1 3 1 7 1 2 1 0 1 0 9 2 1 5 0 3 5 4 4 5 1 7 0 1 2 1 4 1 1 3
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 52 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
72718100
* *
* *
* * * *
* *
*
* * *
* * * *
*
* *
* * * *
* *
*
*
* * *
*
* *
*
Totaal
zwartbekgrondel
zonnebaars
zeelt
*
* *
winde
vetje
snoek
tiendoornige stekelbaars
serpeling
rivierprik
riviergrondel
rietvoorn
regenboogforel
paling
kopvoorn
kolblei
karper
giebel
Eurr. meerval
driedoornige stekelbaars
*
donderpad
*
gestippelde alver
*
brasem
*
bot
blauwbandgrondel
*
blankvoorn
bittervoorn
bermpje
2019 2013 2010 2007 2003 2019 2013 2010 2007 2003
beekforel
Vangstjaar
72118300
baars
Nummer
Vervolg tabel 37
6 2 6 3 5 9 5 5 1 2
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 53 van 93
71318300
g/100m
0,8
1,0
2,4
2,7
107,0
elektrisch
N/100m
0,4
0,2
0,8
0,4
1
72018100
g/100m
6,4
2,7
8,2
18,0
elektrisch
N/100m
2,4
0,8
14,4
17,6
72018150
g/100m
9,6
13,1
4,6
0,84
4,1
56,8
elektrisch
N/100m
5,8
0,6
3,2
1,4
0,4
5,6
72118200
g/100m
70,3
0,02
1,7
0,02
11,3
29,7
elektrisch
N/100m
2,4
0,2
0,2
0,2
0,8
2,6
480, 3 5,6
72118300
g/100m
36,0
9
0,1
0,12
3,9
4,24
53,3
elektrisch
N/100m
1,8
0,8
0,2
0,4
0,8
0,4
4,4
72718100
g/100m
58,6
0,7
0,8
0,08
1280
3,9
35,6
1,2
4,7
1385,5
elektrisch
N/100m
2,8
0,2
0,4
0,4
0,2
0,6
0,6
0,4
0,4
6
baars
Totaal
1
zwartbekgrondel
12,8
4,4
zonnebaars
2,0
0,2
winde
0,9
0,2
vetje
0,6
2,2
serpeling
3,4
0,6
rivierprik
12,3
N/100m
riviergrondel
g/100m
elektrisch
rietvoorn
71318100
paling
0,2
kopvoorn 13,16
0,2
karper
0,02
0,2
giebel
1,3
0,6
gestippelde alver
driedoornige stekelbaars
0,6
0,4
Europese meerval
donderpad
3,7
2,2
bot
blauwbandgrondel
4,12
N/100m
bittervoorn
g/100m
elektrisch
bermpje
71018100
Nummer
blankvoorn
tiendoornige stekelbaars
Tabel 38: Effectieve vangst in 2019 per soort en per staalnameplaats uitgedrukt in CPUE (in g/100 m en N/100 m met N = aantal).
186, 0 1,4
0,7
15,6
225,1
0,2
0,2
5,6
0,6
30,2
4,8
3,04
0,3
0,3
71,2
5,8
0,6
1,6
0,2
2,8
0,2
19,8
507, 1 1,6
73,3
16,8
0,2
711,5
13,8
1
0,2
19,4
1216 ,4 5,8
36,3
6,9
1,6
1350,3
4,8
0,4
0,2
28,2
1,3
1,0
1,3
0,4
597,3
0,2
0,2
0,2
0,2
12,8
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 54 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
Tabel 39: Overzichtstabel (2019) van de totale vangsten op de Dijle met per soort: de geviste aantallen (N), de aantalspercentages (N %), de geviste biomassa (G in g) en de gewichtspercentages (G %). Vissoort
Ntot
N%
baars bermpje
38 58
7,24 11,05
bittervoorn
3
blankvoorn
12
blauwbandgrondel bot donderpad driedoornige stekelbaars
Gtot
G%
885,4 101,3
4,02 0,46
0,57
6,8
0,03
2,29
147,4
0,67
49
9,33
58,6
0,27
2
0,38
3,8
0,02
6
1,14
70,8
0,32
78
14,86
30,9
0,14
Europese meerval
4
0,76
56,4
0,26
gestippelde alver
2
0,38
13,7
0,06
giebel
2
0,38
20,4
0,09
karper
1
0,19
6400
29,07
kopvoorn
54
10,29
1072,5
4,87
paling
80
15,24
12299
55,86
rietvoorn
3
0,57
12,8
0,06
riviergrondel
102
19,43
575,6
2,61
rivierprik
1
0,19
5,1
0,02
serpeling
9
1,71
140,1
0,64
tiendoornige stekelbaars
14
2,67
1,7
0,01
vetje
1
0,19
1,2
0,01
winde
1
0,19
78,1
0,35
zonnebaars
3
0,57
11,5
0,05
zwartbekgrondel
2
0,38
23,7
0,11
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 55 van 93
blankvoorn serpeling tiendoornige 2% 2% stekelbaars rest 3% 6% baars 7%
riviergrondel 20%
blauwbandgrondel 9%
paling 15%
kopvoorn 10%
driedoornige stekelbaars 15%
bermpje 11%
Figuur 2: Aantalsverhouding van de gevangen vissoorten op de Dijle in 2019 (Totaal aantal = 525)
blankvoorn 1% riviergrondel 2% baars kopvoorn 4% 5%
serpeling rest 1% 2%
paling 56%
karper 29%
Figuur 3: Biomassaverhouding van de gevangen vissoorten op de Dijle in 2019 (Totaal gewicht = 22 kg)
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 56 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
Tabel 40: Overzicht van de EQR-waarden en hun appreciatie voor de vangstjaren 2013 en 2019.
Nummer
3.5.2.5
Waterlichaam
2013
2019
EQR
Appreciatie
EQR
Appreciatie
71018100
VL05_77
0,45
matig
0,48
matig
71318100
VL09_78
0,58
matig
0,55
matig
71318300
VL11_79
0,63
goed
0,57
matig
72018100
VL08_80
0,5
matig
0,35
ontoereikend
72018150
VL08_80
0,63
goed
0,60
matig
72118200
VL05_81
0,45
matig
0,55
matig
72118300
VL05_81
0,20
slecht
0,53
matig
72718100
VL08_82
0,40
ontoereikend
0,45
matig
Bespreking
Campagne 2019 Tijdens deze campagne bemonsterden we de Dijle van de grens met Wallonië tot Bonheiden op acht locaties. In totaal vingen we 23 vissoorten (zie tabel 39). De diadrome bot werd opnieuw gevangen op de Dijle en voor het eerst ook een rivierprik. Europese meerval en zwartbekgrondel werden de eerste keer in 2016 gevangen (Breine et al., 2017). In deze campagne bemonsterden we 3750 m oever en vingen we 525 vissen, met een totale biomassa van 22 kg. Riviergrondel (20%) was de frequentst gevangen soort op de Dijle gevolgd door paling en driedoornige stekelbaars (elk 15%). In biomassa domineerden paling (56%) en karper (29%) (figuren 2 en 3). De soortendiversiteit varieerde tussen 3 en 12 met een gemiddelde van 8,5 soorten/locatie. De EQR heeft een ‘matige kwaliteit’ en in Leuven zelfs een ‘ontoereikende kwaliteit’ (zie tabel 40). De zuurstofconcentraties in de Dijle waren, voor alle locaties tijdens deze campagne, boven of gelijk aan de basiskwaliteitsnorm van 6 mg/l. Vergelijking met vroegere gegevens In 2013 werden dezelfde locaties bemonsterd. Toen werden er 17 soorten gevangen en riviergrondel was, net als nu, de meest gevangen soort (al was de dominantie met meer dan 50% meer uitgesproken). Alhoewel de gemiddelde soortendiversiteit per meetpunt lager lag dan in 2019, waren de gevangen aantallen en gewichten vergelijkbaar. De EQR scoorde toen op twee locaties net de ‘goede kwaliteit’ en ook in 2019 halen deze locaties de hoogste EQR-waarden. Ze vallen echter nu in de klasse van de ‘matige kwaliteit’ al verschilt hun waarde niet veel (een achteruitgang van respectievelijk 0,03 en 0,06). We volgen de Dijle al op sinds 1994. Een vergelijking van het visbestand van 1994,1999, 2003 en 2007 is weergegeven in de rapporten ‘Het visbestand in de Dijle (2003)’ (Van Thuyne en Breine, ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 57 van 93
2003) en ‘Visbestandopnames in Vlaamse beken en rivieren’ (Van Thuyne en Breine, 2008). In Van Thuyne en Breine (2011) worden de gegevens van 2010 besproken. In 1994 vingen we de hoogste aantallen en densiteiten. Er werden toen 18 vissoorten waargenomen maar het waren vooral giebel, bittervoorn, blankvoorn en karper die gevangen werden. In 1999 vingen we reeds 24 vissoorten met een verschuiving in de visstand waarbij riviergrondel, bermpje en blankvoorn domineerden. De bemonstering in 2003 leverde 25 soorten op waarbij dezelfde soorten als in 1999 domineerden. De vangstaantallen en -densiteiten namen echter af in de tijd. In 2007 werden evenwel weer de vangstaantallen van 1999 gehaald en toen vingen we 21 soorten. We zagen opnieuw een verschuiving van de visstand met een enorme toename van de riviergrondelvangsten over de volledige lengte van de Dijle. Sinds 2007 is riviergrondel de dominante vissoort en het aandeel van giebel en bittervoorn neemt af doorheen de jaren. Deze laatste twee soorten werden begin jaren ’90 jaarlijks uitgezet in de Dijle en werden daardoor vaak gevangen maar de aantallen verminderden vlug na het stopzetten van de bepotingen Zo werd er slechts een bittervoorn gevangen in 2010 en telkens drie in daaropvolgende bemonsteringen. De beschermde donderpad werd in 2007 voor het eerst gevangen in de Dijle (1 exemplaar). In 2010 vingen we vier individuen, 11 in 2013 en zes in 2019. In 2010, 2013 en 2019 vingen we respectievelijk 19, 18 en 23 soorten. In 2010 vingen we voor het eerst de bot op de Dijle, deze diadrome soort werd tijdens de latere campagnes steeds opnieuw gevangen. Ook de zeldzame rivierprik werd gevangen in 2019. Deze soort werd ook in 2016 al gevangen maar dan enkel op het deel van de Getijdendijle. De vangsten van Europese meerval en zwartbekgrondel gebeurden slechts zeer recent. De dominantie van riviergrondel tijdens de laatste bemonstering is minder uitgesproken dan in vroegere campagnes en dit ten voordele van een meer divers visbestand van riviergrondel, paling, driedoornige stekelbaars, bermpje, kopvoorn, blauwbandgrondel en baars. Vier locaties op de Dijle werden bemonsterd in 2016 maar niet in 2019; deze zullen in 2022 opnieuw bemonsterd worden. Samenvattend De Dijle herbergt in 2019 minstens 23 vissoorten . De kleinere vissoorten zoals riviergrondel, bermpje en driedoornige stekelbaars zijn het talrijkst. De Dijle bezit een overwegend ‘matige kwaliteit’. Daar waar het visbestand in het begin van de jaren 1990 nogal sterk beïnvloed werd door herbepotingen met giebel, blankvoorn en bittervoorn is de visstand meer geëvolueerd naar een natuurlijke visstand. In de Dijle bemonstereden we ook beschermde soorten zoals rivierprik, bittervoorn en donderpad. Een minder gunstige situatie is dat de zwartbekgrondel, een invasieve exoot, recent de Dijle heeft weten te bereiken. Opmerkelijk was ook de vangst van twee gestippelde alvers in Leuven aan de Dijlemolens, voorheen vingen we deze soort alleen maar in 2003 op de grens met Wallonië..
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 58 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
3.5.3 Zijlopen Dijle 3.5.3.1
Ligging van de staalnameplaatsen
Tabel 41: Ligging van de meetplaatsen op enkele waterlopen in het Dijlebekken. Nummer
X
Y
Waterloop
Gemeente
314
165596
161231
LAAN
Overijse
314B
164717
160717
LAAN
Overijse
stroomafwaarts de N4, Tombeek
313
159600
162127
IJSE
Hoeilaart
stroomafwaarts E411, hoeilaart
71130300
164964
164296
IJSE
Huldenberg
aan de molen
71130500
168865
167799
IJSE
Huldenberg
Eigenstraat
72245150
170003
181994
LIPSEBEEK
Haacht
/
72430200
161031
188356
BAREBEEK
Mechelen
/
72521100
175920
189601
VROUWVLIET
Tremelo
Bonte Os
72621150
161155
190141
VROUWVLIET
Mechelen
/
72636150
161686
190873
BRUINBEEK
Bonheiden
/
3.5.3.2
Omschrijving
Specificaties van de uitgevoerde afvissingen
Tabel 42: Specificaties van de uitgevoerde afvissingen (met SO = stroomopwaarts, SA = stroomafwaarts). Nummer
Datum
Beviste afstand
Methode
Opmerking
314
23/04/2019
100 m SO de weg
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
4/07/2019
100 m SA de weg
Tevens geselecteerd in functie van de Habitatrichtlijn voor bittervoorn, maar werd niet gevangen. Er werd op latere datum opnieuw gevist maar dan iets meer SA.
314 B
4/07/2019
136 m SO de brug
313
23/04/2019
100 m SA E411
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
71130300
19/04/2019
100 m SA molen
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
Ook op een locatie meer stroomopwaarts 314B werd gevist maar bittervoorn werd niet gevonden
Tevens geselecteerd in functie van de Habitatrichtlijn voor donderpad en bittervoorn, het traject werd een maal afgevist. Donderpad werd gevangen, maar bittervoorn niet. Er werd niet bijkomend gezocht naar bittervoorn.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 59 van 93
71130500
17/04/2019
100 m SA brug
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
Tevens afgevist in functie van de Habitatrichtlijn voor donderpad en bittervoorn, het traject werd twee maal afgevist. Donderpad werd gevangen, maar bittervoorn niet. Er werd niet bijkomend gezocht naar bittervoorn.
72245150
23/04/2019
100 m, 50 m SO en 50 m SA de weg
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
72430200
17/04/2019
100 m
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
72521100
23/04/2019
100 m
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
72621150
17/04/2019
100 m SO weg
Elektrovisserij vanaf de boot met 2 elektroden
72636150
17/04/2019
100 m
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
3.5.3.3
Fysische en chemische metingen en biotoopbeschrijving
Tabel 43: Fysische en chemische metingen (pH, zuurstofconcentratie (O2 in mg/l), temperatuur (T in °C), conductiviteit (Cond in µS/cm ), turbiditeit (Turb in NTU) en de biotoopbeschrijving op het moment van de visbestandopname. (LO = linkeroever en RO = rechteroever). Nummer
pH
O2
T
Cond
Turb
314
8,13
10,04
15,8
625
Gem. 7 m breed. Bodem met zand en stenen, oevers deels kunstmatig verstevigd, pool-rifflestructuur aanwezig, steile taluds, akker en grasland op RO en bos op LO, draadalgen en bodemwaterplanten aanwezig, sterke stroming, gem. 75 cm diep, doorzicht tot op de bodem en de gem. stroomsnelheid is 0,5 m/s.
313
7,91
10,22
15,3
614
Gem. 2,75 m breed. Natuurlijke oevers, zanderige bodem met grint, pool-rifflestructuur aanwezig, steile taluds, draadalgen aanwezig, gem. 52 cm diep, doorzicht tot op de bodem en de gem. stroomsnelheid is 0,29 m/s, parking langs ene oever en natuurgebied langs andere oever
71130300
8
11,28
10,8
554
15
Biotoopbeschrijving
Gem. 2,25 m breed, bodem met zand, oevers gedeeltelijke verstevigd, zanderige bodem, veel natuurlijke schuilplaatsen, bodemwaterplanten aanwezig, watermolen vormt een knelpunt, gem. 38 cm diep, doorzicht tot op de bodem en de gem. stroomsnelheid is 0,35 m/s.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 60 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
71130500
7,73
10,45
11,7
637
19,2
Gem. 5,6 m breed. Oevers deels kunstmatig verstevigd, op RO weides, natuurlijke schuilplaatsen matig aanwezig, bodemwaterplanten en draadalgen aanwezig, gem. 32 cm diep, doorzicht tot op de bodem en de gem. stroomsnelheid is 0,45 m/s.
72245150
7,78
6,91
13,1
1009
72430200
7,89
10,87
14,1
652
72521100
7,06
2,26
12,9
508
72621150
7,15
4,38
11,7
478
22,2
Gem. 4,45 m breed. Bodem van modder en organisch materiaal, oevers gedeeltelijk verstevigd met houten paaltjes, natuurlijke schuilplaatsen matig aanwezig, matig steile taluds, huizen met tuinen langs de oevers, bodemwaterplanten aanwezig, gem. 93 cm diep en doorzicht tot 25 cm.
72636150
7,24
8,02
11,4
490
16,7
Gem. 1,81 m breed. Oevers met schanskorven en stenen verstevigd, steile taluds, modderige bodem en stenen, natuurlijke schuilplaatsen matig aanwezig, bodemwaterplanten en draadalgen aanwezig, weides en bebouwing langs de oevers, gem. 30 cm diep, doorzicht tot op de bodem en de gem. stroomsnelheid is 0,18 m/s.
Gem. 2,6 m breed, bodem met zand, modder, slib en stenen. Oevers verstevigd met houten paaltjes, weinig natuurlijke schuilplaatsen, weides, akkers en een manege langs de oevers, draadalgen aanwezig, gem. 60 cm diep, doorzicht tot op de bodem en de gem. stroomsnelheid is 0,17 m/s. 44,7
Gem. 6,32 m breed, bodem met modder en slib, weides en grasland langs de oevers, weinig natuurlijke schuilplaatsen, steile taluds, bodemwaterplanten en draadalgen aanwezig, gem. 20 cm diep, doorzicht tot op de bodem en de gem. stroomsnelheid is 0,32 m/s. Gem. 4,9 m breed, bodem van slib, natuurlijke oevers met flauwe talud, natuurlijke schuilplaatsen matig aanwezig, bodemwaterplanten aanwezig, bos, weides, grasland en bebouwing langs de oevers, gem. 20 cm diep en doorzicht tot op de bodem en de gem. stroomsnelheid is 0,07 m/s.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 61 van 93
3.5.3.4
Visbestandgegevens
2013 2019
314B 313
LAAN IJSE
2019 2013 2019
71130300
IJSE
2013 2019
71130500* 72245150 72430200
IJSE LIPSEBEEK BAREBEEK
2013 2019 2013 2019 2013 2019
72521100
VROUWVLIET
2013 2019
72621150
VROUWVLIET
2013 2019
72636150
BAREBEEK
2013 2019
*
*
* *
* *
*
* *
* * *
* *
*
* *
*
* *
* *
* *
* *
* * *
5 6 *
6 6 7
* *
*
*
* *
* *
* *
* *
* *
*
* *
*
*
* *
*
* *
* *
*
*
2 1 4 8
*
* *
*
*
*
* * *
13 11 7 6
* *
Totaal
zonnebaars
zeelt
tiendoornige stekelbaars
serpeling
snoekbaars
riviergrondel
rietvoorn
regenboogforel
paling
kwabaal
kopvoorn
*
* * *
*
* *
giebel
* *
* *
driedoornige stekelbaars
donderpad
bot
* *
*
* *
blauwbandgrondel
* *
blankvoorn
* *
bittervoorn
bermpje
LAAN
beekforel
314
baars
Nummer
vangstjaar
Tabel 44: Overzicht van de aangetroffen vissoorten en het totaal aantal soorten (N) op de verschillende locaties (* gegevens van de twee trekken).
*
* *
*
* *
1 0 *
3 5 2 3
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 62 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
61,6 11 637,1 137
2,7 3
17,8 17
9,9 1 120,4 10
0,1 0,7 83,6 36 2,4 1 4,6 2
3,5 2
82,7 1
208,9 1
11 7
454,9 4 452,3 1 51,6 0,7 271,9 7 2167,4 26 1295,6 7 215,9 1 494,4 16
17 11 78,7 112
Totaal
zonnebaars
zeelt
tiendoornige stekelbaars
snoekbaars
serpeling
riviergrondel
rietvoorn
paling
kopvoorn
48,2 44
giebel
9,7 2
driedoornige stekelbaars
31,8 1
0,6 1 1,8 1 4,0 2,9 20,4 15 24,9 16
donderpad
blauwbandgrondel
1154 3
bittervoorn
21 2
501,1 120 12,6 8 42,1 14
blankvoorn
g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m
bermpje
314 23/04/2019 314 04/07/2019 314B 04/07/2019 313 elektrisch 71130300 elektrisch 71130500* elektrisch 72245150 elektrisch 72430200 elektrisch 72521100 elektrisch 72621150 elektrisch 72636150 elektrisch
beekforel
Nummer
Tabel 45: Effectieve vangst per soort en per staalnameplaats in 2019 uitgedrukt in CPUE (elektrisch in g/100 m en N/100 m met N = aantal).
16,6 3
1,4 1
16,1 1,5 204,8 90 314,7 20 158,3 36
2,8 2
2 2
5,4 8
87,4 51 26,6 2
0,3 0,7 192,8 31 801,6 86
15,4 1
0,8 1 23,6 32
26,5 28
991 145 487,7 12 114,2 20,5 790,3 181 4859,9 167 2216 192 215,9 1 574,3 78 0 0 137,1 99 128,9 146
* Enkel de gegevens van de eerste ‘passage’
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 63 van 93
Tabel 46: Overzicht van de ecologische kwaliteit ratio (EQR) en hun appreciatie. Nummer
waterlichaamnummer
Jaar
EQR
Appreciatie
2013 2019 april 2019 2013 2019 2019 juli 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019
0,60 0,55 0,63 0,48 0,40 0,53 0,50 0,68 0,68 0,60 0,20 0,20 0,33 0,38 0,20 0,00 0,27 0,38 0,20 0,35
matig matig goed matig ontoereikend matig matig goed goed matig slecht slecht ontoereikend ontoereikend slecht slecht ontoereikend ontoereikend slecht ontoereikend
314
LAAN
VL11_84
314B 313
LAAN IJSE
VL11_84 L107_439
71130300
IJSE
VL11_83
71130500
IJSE
VL11_83
72245150
LIPSEBEEK
L111_1042
72430200
BAREBEEK
VL11_76
72521100
VROUWVLIET
L111_1056
72621150
VROUWVLIET
VL11_88
72636150
BRUINBEEK
L107_648
3.5.3.5
Bespreking
Naast de Dijle zelf bemonsterden we in het Dijlebekken ook nog 10 locaties gelegen op zes zijlopen. In totaal vonden we 17 soorten. Wanneer een traject in het kader van de Habitatrichtlijn meerdere keren werd bemonsterd, worden enkel de gegevens van de eerste afvissing meegenomen in de berekening van de index. De Laan bevisten we in april en juli. De tweede bemonstering was in functie van de Habitatrichtlijn voor bittervoorn. Aangezien deze soort niet werd aangetroffen, visten we nog bijkomend op een locatie meer stroomopwaarts. We vingen zeven vissoorten: driedoornige stekelbaars, beekforel, bermpje, blauwbandgrondel, paling, riviergrondel en snoekbaars. Bermpje vingen we het meest. De EQR scoort net als in 2013 een ‘matige kwaliteit’, maar op de meer stroomopwaartse locatie in Tombeek constateren we zelfs een ‘goede kwaliteit’ (score van 0,63). Op de IJse bemonsterden we drie locaties en vingen er 13 vissoorten: driedoornige stekelbaars, beekforel, bermpje, blankvoorn, blauwbandgrondel, donderpad, giebel, kopvoorn, paling, rietvoorn, riviergrondel, serpeling en zeelt. Kopvoorn en serpeling worden bepoot in functie van soortondersteuning. Ook kwabaal wordt hier uitgezet maar deze soort troffen we niet aan. In totaal vingen we 540 exemplaren met een gewicht van 8 kg. Bermpje en riviergrondel maakten het grootste aandeel uit van het gevangen bestand (elk 27%). In 2013 vingen we op deze locaties 16 vissoorten. Toen werd kwabaal wel gevangen en was de helft van alle gevangen vis driedoornige stekelbaars. In Hoeilaart werden zeven vissoorten gevangen waarvan riviergrondel het meest. De EQR scoort hier 0,53 en krijgt de waardebeoordeling ‘ontoereikende kwaliteit’. In 2013 vingen we zes vissoorten en de EQR was maar 0,4. Aan de molen in Huldenberg vingen we 11 soorten. Serpeling, die hier wordt bepoot, werd het meest gevangen. Paling en beekforel vormen het grootste deel van de biomassa. De EQR scoort er 0,68 wat overeenkomt met een ‘goede kwaliteitsbeoordeling’. In 2013 vingen we hier 13 soorten maar 79 % van de gevangen vis was toen driedoornige stekelbaars waardoor maar een ‘matige kwaliteit’ gehaald werd. ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 64 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
Op de andere locatie in Huldenberg aan de Eigenstraat vingen we vijf vissoorten. Bermpje is hier de meest gevangen soort. De EQR scoort 0,60 wat een ‘matige (en net niet een goede) kwaliteit’ inhoudt. In 2013 vingen we hier zeven soorten, toen werd wel een ‘goede kwaliteit’ gehaald. De gemiddelde EQR-waarde van de twee meetplaatsen op de IJse voor het waterlichaam VL11_183 geeft een ‘matige kwaliteit’ in 2013 maar een ‘goede kwaliteit’ in 2019. Op de Lipsebeek -vingen we slechts een paling. In 2013 vingen we hier drie- en tiendoornige stekelbaars. De EQR bleef 0,20 wat staat voor een ’slechte kwaliteit’. We vingen acht soorten op de Barebeek waarbij blauwbandgrondel meer dan 50 % van vangst uitmaakte. In 2013 vingen we maar vier soorten (drie- en tiendoornige stekelbaars, blauwbandgrondel en zeelt. De zuurstofconcentratie was toen extreem laag (1,77 mg/l) terwijl in 2019 een hoge waarde van 10, 87 mg/l werd gemeten. De EQR blijft echter ook in 2019 een ‘ontoereikende kwaliteit’ scoren. De Vrouwvliet werd op twee locaties bemonsterd. In Tremelo werd niets gevangen en in 2013 alleen tiendoornige stekelbaars. Dit kan verklaard worden door de lage zuurstofconcentratie van 2,26 mg/l, die ver onder de basiskwaliteitsnorm van 6 mg/l ligt. De EQR is dan ook ‘slecht’. In Mechelen vingen we vijf vissoorten waarvan de helft uit riviergrondel bestaat. In 2013 vingen we slechts drie soorten (twee stekelbaarssoorten en giebel). De EQR steeg dan ook van 0,27 naar 0,38 maar blijft nog steeds van ‘ontoereikende kwaliteit’. Ook de Bruinbeek leverde matige vangsten op (twee stekelbaarssoorten en riviergrondel). De EQR scoort 0,35 en is ten opzichte van 2013 een kwaliteitsklasse gestegen.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 65 van 93
3.6 DEMERBEKKEN We bemonsterden 11 waterlopen in het Demerbekken namelijk de Kaatsbeek, de Mangelbeek, de Mombeek, de Herk, de Kleine Herk, de Dormaalbeek, de Kleine Gete, de Velpe, de Begijnebeek, de Zwartebeek en het Zwartwater. Elke waterloop werd op een locatie bemonsterd.
3.6.1 Ligging van de staalnameplaatsen Tabel 47: Situering van de staalnameplaatsen bemonsterd in 2019. Nummer
X
Y
Waterloop
Gemeente
Omschrijving
60185100
223686
179094
KAATSBEEK
Diepenbeek
Kempenstraat
60532200
215860
191244
MANGELBEEK
Heusden-Zolder
Sluisbamd
61130150
222891
168743
MOMBEEK
Kortessem
Gors-Opleeuw, vistrappen
61220150
218172
170242
HERK
Wellen
Wellen, molen
61220275
212055
179003
KLEINE HERK
Hasselt
Stevoort
62030100
201051
158512
DORMAALBEEK
Landen
voor Walsbets
62130250
200658
168001
KLEINE GETE
Zoutleeuw
-
64123050
187854
171091
VELPE
Tienen
Baan Aarschot - Tienen
66130300
197454
184880
BEGIJNEBEEK
Diest
stroomafwaarts Kloosterberg
66325450
207770
191310
ZWARTEBEEK
Beringen
stroomafwaarts Gestelse molen
66440200
200556
184493
ZWARTWATER
Halen
baan Zelk-Zelem
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 66 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
3.6.2 Specificaties van de uitgevoerde afvissingen Tabel 48: Specificaties van de uitgevoerde afvissingen (met SO = stroomopwaarts, SA = stroomafwaarts). Nummer
Waterloop
datum
beviste afstand
Methode
60185100
KAATSBEEK
22/10/2019
100 m SO fietsbrug
Elektrovisserij wadend met een elektrode
60532200
MANGELBEEK
24/06/2019
100 m SO weg
Elektrovisserij wadend met twee elektroden
61130150
MOMBEEK
22/10/2019
100 m SO weg
Elektrovisserij wadend met twee elektroden
61220150
HERK
25/03/2019
50 m SO de weg en 50 m SA de weg
Elektrovisserij wadend met twee elektroden
61220275
KLEINE HERK
21/10/2019
72 m SO brug
Elektrovisserij wadend met twee elektroden
62030100
DORMAALBEEK
21/10/2019
100 m
Elektrovisserij wadend een elektrode
62130250
KLEINE GETE
25/03/2019
100 m
Elektrovisserij wadend met twee elektroden
64123050
VELPE
25/03/2019
100 m
Elektrovisserij wadend met twee elektroden
66130300
BEGIJNEBEEK
13/03/2019
100 m SA weg
Elektrovisserij wadend met twee elektroden
66325450
ZWARTEBEEK
13/03/2019
100 m SA de molen
Elektrovisserij wadend met twee elektroden
66440200
ZWARTWATER
21/10/2019
100 m
Elektrovisserij wadend met twee elektroden
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 67 van 93
3.6.3
Fysische en chemische metingen en biotoopbeschrijving
Tabel 49: Fysische en chemische metingen: zuurgraad of pH, zuurstofconcentratie (O2 in mg/l), temperatuur (T in °C), conductiviteit (Cond in µS-cm), turbiditeit (Turb in NTU) en de biotoopbeschrijving op het moment van de visbestandopname. Nummer
pH
O2
T
60185100
6,99
8,26
14,1
60532200
6,74
6,69
61130150
7,77
61220150
Cond
Turb
Biotoopbeschrijving
333
19,9
Gem. 2,1 m breed, bodem met klei, grind en stenen, de oevers zijn gedeeltelijk verstevigd met stenen, steile taluds, weinig natuurlijke schuilplaatsen aanwezig, pool-rifflestructuur matig aanwezig, bodemwaterplanten aanwezig, mais op de oever, 0,35 cm diep, doorzicht tot op de bodem en de gemiddelde stroomsnelheid is 0,35 m/s.
22,2
221
50,5
Gem. 2,7 m breed, oevers gedeeltelijk verstevigd, steile taluds, natuurlijke schuilplaatsen matig aanwezig, 25 cm diep, doorzicht tot op de bodem en de gemiddelde stroomsnelheid is 0,28 m/s.
9,68
13,2
728
58,3
Gem. 3,4 m breed, bodem met klei en stenen, natuurlijke oevers met steile taluds, natuurlijke schuilplaatsen matig aanwezig, pool-rifflestructuur afwezig, wel enkele stroomversnellingen, 40 cm diep, doorzicht tot op de bodem en de gem. stroomsnelheid is 0,21 m/s.
7,87
11,05
8,3
707
13,1
Gem. 4,9 m breed. Verstevigde oevers met schanskorven en beton, steile taluds, bodem met stenen, weinig natuurlijke schuilplaatsen aanwezig, meanderend met verschillende stroomversnellingen, de Wellenmolen vormt een knelpunt, het traject is gemiddeld 5 m breed, 60 cm diep en de gem. stroomsnelheid is 0,66 m/s.
61220275
7,74
5,57
12,7
503
16
Gem. 5 m breed. Gedeeltelijk verstevigde oevers met steile taluds, natuurlijke schuilplaatsen matig aanwezig, zandbodem met plaatselijk zeer veel slib, er zijn een aantal poelen in het traject, de gem. stroomsnelheid is 0,17 m/s.
62030100
7,61
9,81
12,1
690
13,5
Gem. 2,4 m breed, gedeeltelijk verstevigde oevers met matig steile taluds, weinig natuurlijke schuilplaatsen aanwezig, goed meanderend, zandbodem met slib en stenen, veel vlottende waterplanten en bodemwaterplanten aanwezig, gem. 48 cm diep.
62130250
7,98
10,68
10
686
26,8
Gem. 7,1 m breed. Oevers verstevigd met schanskorven, steile taluds, weinig natuurlijke schuilplaatsen, bodem met zand en stenen, 65 cm diep, doorzicht tot op de bodem en de
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 68 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
gem. stroomsnelheid is 0,53 m/s. 64123050
7,65
10,89
11
531
24,4
Gem. 3,45 m breed, oevers gedeeltelijk verstevigd met schanskorven, steile taluds, bodem met zand en slib, weinig natuurlijke schuilplaatsen, recent aangelegde vistrap aanwezig, pool-rifflestructuur aanwezig, 60 cm diep en doorzicht tot 40 cm en de gem. stroomsnelheid is 0,27 m/s.
66130300
7,91
9,58
7,7
357
30,5
Gem. 2,8 m breed, natuurlijke oevers, steile taluds, bodem met modder, stenen en beton, weinig natuurlijke schuilplaatsen aanwezig , zwakke pool-riffle structuur, er is een verval aanwezig wat een migratieknelpunt kan vormen, het traject is gemiddeld 50 cm diep, doorzicht tot op de bodem en de gem. stroomsnelheid is 0,48 m/s.
66325450
7,79
10
6,5
198,
22,7
Gem. 3,7 m breed, bodem met zand en stenen, de oevers zijn verstevigd met schanskorven, beton en houten paaltjes, steile taluds, zwak meanderende structuur, pool-rifflestructuur zwak aanwezig, natuurlijke schuilplaatsen matig aanwezig, gemiddeld 40 cm diep (molenkom 1 m), fonteinkruid aanwezig, verval aan de molen.
66440200
7,16
4,34
12,4
409
14,2
Gem. 4,55 m breed, bodem met zand, modder en veel bladafval, oevers verstevigd met stenen, steile taluds, veel natuurlijke schuilplaatsen aanwezig, bodemwaterplanten en vlottende waterplanten aanwezig, de gem. stroomsnelheid is 0,04 m/s, veel organisch materiaal aanwezig in het water
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 69 van 93
3.6.4 Visbestandgegevens
60532200
MANGELBEEK
61130150
MOMBEEK
61220150
HERK
61220275
KLEINE HERK
62030100
DORMAALBEEK
62130250
KLEINE GETE
64123050 66130300 66325450 66440200
VELPE BEGIJNEBEEK ZWARTEBEEK ZWARTWATER
*
* *
*
* * * *
* * * * * * * * * * * * *
* * *
*
* *
* * * *
* *
* * * *
* *
* * * * * * *
*
* *
* *
* *
*
*
*
* *
*
*
*
*
*
* *
*
* * * *
* *
*
* * * * *
* *
* * * * * * *
*
*
* * *
* * * *
*
Totaal
zonnebaars
vetje
*
tiendoornige stekelbaars
*
snoek
*
serpeling
riviergrondel
kopvoorn
karper
giebel
* *
rietvoorn
* *
driedoornige stekelbaars
donderpad
blauwbandgrondel
blankvoorn
* * * *
paling
* *
bittervoorn
2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2019 2013
bermpje
Vangstjaar
KAATSBEEK
baars
Waterloop
60185100
Amerikaanse hondsvis
Nummer
Tabel 50: Overzicht van de aangetroffen vissoorten en het totaal aantal soorten.
7 5 4 3 2 1 10 5 7 7 3 2 6 6 6 4 5 4 12 6 5
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 70 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
60185100 elektrisch 60532200 elektrisch 61130150 elektrisch 61220150 elektrisch 61220275 elektrisch 62030100 elektrisch 62130250 elektrisch 64123050 elektrisch 66130300 elektrisch 66325450 elektrisch 66440200 elektrisch
g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m
14,3 1
602 28
343,9 102 89,4 13
0,2 1
1037,7 257 63,33 40,28
1491,9 47 130,28 43,06
140,7 3
19,2 7 6,2 4 70,2 13 104,1 47
15, 28 7
1,5 1 5,6 1 23,19 47,22
0,8 2
102,7 9 77,6 2
26,6 92 10,4 6 532,2 224
102,1 179 20,3 12 26,25 43,06 168 177 2 1 17,2 8 7,3 6 35,1 50
291,6 3 219,72 154,17
130,6 11
22,2 1 199,5 1
0,7 1
1874,8 18
51,6 1
1509,1 15
35,8 1
155,42 1,39
958,6 45
474 25
36,7 4 20,9 1
4800,8 411 124,86 76,39 53,6 2 287,2 19 328,6 75 310,4 31 1990,4 368 1,2 2
1,5 1
39,8 1
4,8 6
32,5 6
399,4 1 56,5 1
1,3 2 6,3 8 0,4 1
3,3 9
Totaal
zonnebaars
vetje
tiendoornige stekelbaars
snoek
serpeling
riviergrondel
rietvoorn
paling
kopvoorn
giebel
31,9 26
594,2 70 70,3 3
driedoornige stekelbaars
donderpad
blauwbandgrondel
blankvoorn
bittervoorn
bermpje
baars
Nummer
Tabel 51: Effectieve vangst per soort en per staalnameplaats in 2019 uitgedrukt in CPUE (in g/100 m en N/100 m met N =aantal).
449,9 136 311,3 16 103,6 180 10216,1 779 743,05 405,57 815,8 249 1923,6 46 399,1 213 399,6 58 4769,2 803 277,2 11
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 71 van 93
Tabel 52: Overzicht van de visindexwaarden (in EQR) en hun appreciatie. Nummer
Waterloop
Waterlichaam
Jaar
EQR
Appreciatie
60185100
KAATSBEEK
L107_846
60532200
MANGELBEEK
L111_1081
61130150
MOMBEEK
L107_812
61220150
HERK
VL05_108
61220275
KLEINE HERK
VL05_108
62030100
DORMAALBEEK
L107_432
62130250
KLEINE GETE
VL11_109
64123050
VELPE
L111_436
66130300
BEGIJNEBEEK
VL11_96
2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019
0,37 0,50 0,48 0,55 0,20 0,20 0,33 0,63 0,63 0,45 0,23 0,26 0,53 0,53 0,55 0,48 0,46 0,54
ontoereikend matig matig matig slecht slecht ontoereikend goed goed matig ontoereikend ontoereikend matig matig matig matig matig matig
66325450
ZWARTEBEEK
VL11_117
66440200
ZWARTWATER
VL05_118
2019 2013 2019
0,65 0,35 0,48
goed ontoereikend matig
3.6.5 Bespreking In het Demerbekken bevisten we 11 locaties op 11 beken. We vonden 17 vissoorten (tabel 51). Op de Kaatsbeek in Diepenbeek vingen we zeven soorten. Bermpje maakt 75% van de vangstaantallen uit. De EQR scoort 0,50 wat wijst op een ‘matige kwaliteit’. In 2013 werd hier nog een ‘ontoereikende kwaliteit’ gehaald. Op de Mangelbeek in Heusden-Zolder vingen we tiendoornige stekelbaars, bermpje, paling en riviergrondel. De EQR was 0,55 wat een ‘matige kwaliteit’ betekent net als in 2013. De bemonstering van de Mombeek in Kortessem leverde slechts driedoornige stekelbaars en een blauwbandgrondel op. De EQR,net als in 2013, scoort 0,20 wat overeenkomt met een ‘slechte kwaliteit’. Op de Herk in Wellen visten we tien vissoorten. Riviergrondel maakt meer dan 50 % en bermpje 33 %. van de aantallen uit. In 2013 vingen we slechts vijf soorten. De EQR is dus gestegen van 0,33 naar 0,63 en toont nu een ‘goede kwaliteit’ aan. In Hasselt werd de Kleine Herk bevisten we vingen er zeven soorten: driedoornige stekelbaars, bermpje, blankvoorn, blauwbandgrondel, giebel, kopvoorn en riviergrondel. Giebel gevolgd door riviergrondel zijn de meest abundante soorten. De EQR scoort 0,45 of een ‘matige kwaliteit’ terwijl hier in 2013 een ‘goede kwaliteit’ werd gehaald. Deze kwaliteitsverlaging kan worden verklaard doordat er nu meer blauwbandgrondel en giebel gevangen werd en minder riviergrondel en bermpje. Op de Dormaalbeek in Landen vingen we driedoornige stekelbaars, donderpad en riviergrondel. De EQR is ten opzichte van 2013 iets gestegen en scoort nu 0,26 maar de kwaliteit blijft ‘ontoereikende’. In de Kleine Gete in Zoutleeuw vonden we zes soorten met riviergrondel en paling in de grootste aantallen. De EQR (0,53) scoort even hoog als in 2013 en dus nog steeds een ‘matige kwaliteit’. ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 72 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
In Tienen op de Velpe vingen we bermpje, bittervoorn, blauwbandgrondel, driedoornige stekelbaars, riviergrondel en zonnebaars. Blauwbandgrondel was echter de meest gevangen soort. De EQR scoort met een waarde van 0,48 iets lager dan in 2013 maar blijft wel in de kwaliteitsklasse ‘matige kwaliteit’. In de Begijnebeek (Diest) konden we vijf vissoorten vangen. Naast riviergrondel (50 % van de aantallen) vonden we ook drie- en tiendoornige stekelbaars, bermpje en blauwbandgrondel. De EQR scoort 0,54; een ‘matige kwaliteit’. Op de Zwartebeek in Beringen vingen we 12 soorten en ook hier was riviergrondel de meest gevangen soort (45 %) gevolgd door blauwbandgrondel (28 %). De EQR scoort met zijn 0,65 een ‘goede kwaliteit’. Zes soorten troffen we aan op het Zwartwater in Halen maar we vingen van elke soort maar enkele exemplaren. De basiskwaliteitsnorm voor zuurstof van 6 mg/l werd niet gehaald nochtans scoort de EQR er 0,48 (‘matige kwaliteit’) wat een klasse hoger is dan in 2013.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 73 van 93
3.7 NETEBEKKEN In het Netebekken bemonsterden we in 2019 de Grote Nete (twee locaties), de Kleine Nete (drie locaties), het Loeijens Neetje (een locatie), de Wamp (een locatie), de Rode Loop (een locatie), de Grote Calie (twee locaties) en de Molenbeek (2 locaties).
3.7.1
Ligging van de staalnameplaatsen
Tabel 53: Situering van de staalnameplaatsen in het Netebekken bemonsterd in 2019. Nummer
X
Y
Waterloop
Gemeente
Omschrijving
155
207965
205852
GROTE NETE
Balen
/
260
182983
208368
KLEINE NETE
Herentals
/
52013050
177254
196555
GROTE NETE
Heist-op-den-Berg
Grote nete
53014200
197751
215110
KLEINE NETE
Retie
Retie, aan oude molen (tssn 53014300 en 53014190)
53048100
196623
216708
LOEIJENS NEETJE
Retie
baan Retie-Kasterlee
53130200
194716
215017
DE WAMP
Kasterlee
aan de stuw
53158100
196059
224161
RODE LOOP
Arendonk
Hoge Mierdse Heide
54085050
190342
219460
GROTE CALIE
Turnhout
/
54085100
185327
213677
GROTE CALIE
Kasterlee
/
55022100
176473
214799
MOLENBEEK
Vorselaar
Galgevoorste brug
55022200
169080
207937
MOLENBEEK
Zandhoven
Viersel
7
178909
208394
KLEINE NETE
Grobbendonk
Kleine Nete: brug Heike: ca. 100 m stroomaf brug tot ca. 100 m stroomop de brug
3.7.2 Specificaties van de uitgevoerde afvissingen
Tabel 54: Specificaties van de uitgevoerde afvissingen (met SO = stroomopwaarts, SA = stroomafwaarts, LO = linkeroever, RO = rechteroever). Nummer
Datum
Beviste afstand
Methode
155
24/06/2019
92 m SO de brug
260
21/06/2019
100 m LO + 100 m RO
52013050
15/03/2019
100 m LO + 100 m RO, SO de weg
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden Elektrovisserij vanaf de boot met 2 elektroden Elektrovisserij vanaf de boot met 2 elektroden
Opmerking
Deze locatie is ook geselecteerd in het kader van de Habitatrichtlijn voor beekprik en donderpad, de
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 74 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
53014200
6/06/2019
160 m
Elektrovisserij vanaf de boot met 2 elektroden
53048100
15/03/2019
100 m SO de weg
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
53130200
25/06/2019
100 m LO + 100 m RO
Elektrovisserij vanaf de boot met 2 elektroden
53158100
7/08/2019
100 m
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
54085050
6/06/2019
100 m
54085100
7/06/2019
100 m
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
55022100
2/07/2019
100 m
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
55022200
1/07/2019
100 m SO weg
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
7
21/06/2019
250 m LO + 250 m RO
Elektrovisserij vanaf de boot met 2 elektroden
soorten werden niet gevangen en er werd ook niet verder gezocht. Deze locatie is ook geselecteerd in het kader van de Habitatrichtlijn voor kleine modderkruiper. Kleine modderkruiper werd gevangen. Deze locatie werd geselecteerd in het kader van de Habitatrichtlijn voor kleine modderkruiper, het traject van 100 m werd twee keer afgevist. Deze locatie werd ook geselecteerd in het kader van de Habitatrichtlijn voor kleine modderkruiper, het traject van 100 m werd een keer afgevist (boot), de soort werd gevonden. Deze locatie werd ook geselecteerd in het kader van de Habitatrichtlijn voor kleine modderkruiper. Kleine modderkruiper werd niet gevangen, ook niet op locatie 53158100B.
Deze locatie werd ook geselecteerd in het kader van de Habitatrichtlijn voor kleine modderkruiper, de soort werd gevonden en het traject van 100 m werd twee keer afgevist. Deze locatie werd ook geselecteerd in het kader van de Habitatrichtlijn voor donderpad, de soort werd gevangen en het traject van 100 m werd twee keer afgevist. Deze locatie werd ook geselecteerd in het kader van de Habitatrichtlijn voor donderpad en kleine modderkruiper, het traject van 100 m werd twee keer afgevist.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 75 van 93
3.7.3
Fysische en chemische metingen en biotoopbeschrijving
Tabel 55: Fysische en chemische metingen: zuurgraad of pH, zuurstofconcentratie (O2 in mg/l), temperatuur (T in °C), conductiviteit (Cond in µS/cm), turbiditeit (Turb in NTU) en de biotoopbeschrijving op het moment van de visbestandopname (met LO =: linkeroever en RO = rechteroever). Nummer
pH
O2
T
Con d
Tur b
Biotoopbeschrijving
155
6,69
7,95
17,6
136, 2
37,5
260
7,27
8,07
19,2
663
13,7
7,91
8,7
273
27,2
Gem. 3,5 m breed, bodem van zand en modder, organisch materiaal, oevers natuurlijk, matig steile taluds, veel natuurlijke schuilplaatsen, bos langs de oevers, bodemwaterplanten en vlottende waterplanten aanwezig, enkele poelen en 2 bochten in het traject, gem. 59 cm diep, doorzicht tot op de bodem en de gem. stroomsnelheid is 0,13 m/s. Gem. 10,3 m breed, bodem van zand en stenen, oevers kunstmatig verstevigd, steile taluds, weinig natuurlijke schuilplaatsen aanwezig, er is een stuw aanwezig, vlottende waterplanten en bodemwaterplanten aanwezig, 40 cm tot 90 cm diep, doorzicht tot op de bodem. Gem. 13,6 m breed. Oevers deels verstevigd met schanskorven, steile taluds, weinig natuurlijke schuilplaatsen en doorzicht tot 36 cm. Gem. 6,25 m breed, bodem met zand en stenen, natuurlijke oevers, taluds zijn eerder flauw, natuurlijke schuilplaatsen matig aanwezig, goede pool-riffle structuur, kanoverhuur op RO, bomen op LO, er is een stuw en een vistrap. Gem. 4,8 m breed, bodem met zand, oevers gedeeltelijk verstevigd met schanskorven, steile taluds, weinig natuurlijke schuilplaatsen aanwezig, een bocht in het traject, een weide op de linkeroever, gem. 70 cm diep, doorzicht tot op de bodem en de gem. stroomsnelheid is 0,54 m/s. Gem. 8,6 m breed, bodem met zand en modder, veel natuurlijke schuilplaatsen aanwezig, oevers natuurlijk, bodemwaterplanten en vlottende waterplanten aanwezig. Gem. 1 m diep en doorzicht tot 90 cm. Paardenweide op linkeroever en maïsveld op rechteroever Gem. 2,85 m breed, bodem met modder, zand en slib, oever is gedeeltelijk verstevigd, steile taluds, natuurlijke schuilplaatsen matig aanwezig. Akkers op RO en een weide en bos op LO, gem. 30 cm diep en doorzicht tot op de bodem. Gem. 2,15 m breed, bodem van zand en stenen, oevers gedeeltelijk verstevigd, met steile taluds, veel natuurlijke schuilplaatsen aanwezig, bos en weide langs de oevers, bijna volledig dichtgegroeid met gele lis, gem. 47,5 cm diep en doorzicht tot 20 cm. Gem. 3,75 m breed, bodem met zand en grint, gedeeltelijk verstevigde oevers, steile taluds, weides en landbouw op de oevers, veel natuurlijke schuilplaatsen aanwezig, bodemwaterplanten aanwezig en de gem. stroomsnelheid is 0,39 m/s. Gem. 1,75 m breed, bodem met zand en stenen. Oevers gedeeltelijk verstevigd, matig steile taluds, veel natuurlijke schuilplaatsen aanwezig, bos op LO en bebouwing en weide op RO, vlottende waterplanten, bodemwaterplanten (gele lis) en draadalgen aanwezig, gem. 70 cm diep, doorzicht tot op de bodem en de gem. stroomsnelheid is 0,24 m/s. Gem. 6,05 m breed, natuurlijke oevers, matig steile taluds, bos langs de oevers, zanderige bodem met slib en stenen, natuurlijke schuilplaatsen matig aanwezig, bodemwaterplanten, vlottende waterplanten en draadalgen aanwezig, 20 cm tot 1 m diep, doorzicht tot 90 cm en de gem. stroomsnelheid is 0,28 m/s. Gem. 12,9 m breed. Natuurlijke oevers, matig steile taluds, zandige bodem met stenen en modder, veel natuurlijke schuilplaatsen, bos, landbouw en weide op de rechteroever, weides op LO, vlottende waterplanten en bodemwaterplanten aanwezig en doorzicht tot 1 m.
52013050 53014200
7,45
7,2
15,7
252
31,7
53048100
7,76
7,58
8,4
244
33,7
53130200
7
5,09
22,4
370
11
53158100
7,11
10
19,5
445
20,9
54085050
6,94
6,82
16
237
60,7
54085100
7,54
7,45
15
268
16,6
55022100
7,66
7,89
17,2
326
7,65
55022200
7,4
5,1
20,2
556
7,38
7
7,23
8,24
17,6
598
11,9
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 76 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
3.7.4 Visbestandgegevens
260
KLEINE NETE
52013050
GROTE NETE
53014200
KLEINE NETE
53048100
LOEIJENS NEETJE
53130200
DE WAMP
53158100 54085050 54085100 55022100 55022200 7
RODE LOOP GROTE CALIE GROTE CALIE MOLENBEEK MOLENBEEK KLEINE NETE
2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013
* *
*
* *
* *
* *
* * * *
* * * *
* *
*
*
* * * * * * * * *
*
* * * *
* * *
*
* *
*
* * * * *
* *
* *
*
* * * * * *
* * * * *
* * * * *
* * *
*
* * * *
* * *
* *
* * * * * * * *
*
* *
*
* * * * *
* * *
* *
* * * * * * * * * * * * * * * * * * * * *
*
* * * * * * *
* * *
*
* * * *
* *
* * * *
*
*
* * *
* * * * * * *
*
* *
*
* *
* *
*
*
Totaal
zonnebaars
zeelt
winde
vetje
*
tiendoornige stekelbaars
snoek
*
snoekbaars
serpeling
riviergrondel
*
*
* *
* * * * * *
*
rietvoorn
pos
paling
marmergrondel
kopvoorn
kolblei
kleine modderkruiper
karper
Europese meerval
donderpad
brasem
bot
*
* * *
* * * *
* * * *
* * * * * * *
blauwbandgrondel
* *
blankvoorn
* *
bittervoorn
* *
* * * * * * * *
bermpje
2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013
beekprik
GROTE NETE
baars
155
alver
Vangstjaar
Nummer
driedoornige stekelbaars
Tabel 56 Overzicht van de aangetroffen vissoorten en het totaal aantal soorten (N) op de verschillende locaties.
8 5 10 17 7 16 14 10 6 2 5 11 8 9 3 4 7 6 8 8 11 10 14 17
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 77 van 93
0,8 1
154,24 3,26 17,8 1 5,5 1 64,88 3,75
0,9 0,5 0,38 2,5
1,19 0,62
19,9 1
268,2 12 92,12 5,8
117,7 9 301,8 15
6,4 4 10,8 9 60,6 34 49,1 14
2,24 0,4
4187,5 0,62
4075 0,62
2 0,5
6,44 4,38 2,1 2 1,5 1
89,85 1,5 0,4 0,5 24,5 0,62
1,44 0,62
0,26 0,2
1536,2 2
3,88 0,62
1,75 0,62
0,3 3
0,1 0,4
3,8 2 1,7 1,2
3,18 0,8
50,4 1 172,42 2,4
0,98 0,2
461,9 3 129,04 1,4
0,08 0,2
0,44 0,2
81,2 5,43 25,5 3 0,35 0,5 22,5 5 42 22 16,35 2,5 154,7 56
688,5 57 16,4 8 7,3 5 1,36 0,2
11,3 1,09 27,85 1 26,3 0,5 1,94 0,62 72,7 1
3,35 1
15,19 3,12 1,3 1 4,4 0,5 47,9 5
0,8 2
235,4 3
284,5 1 285,6 5 104,4 0,2
0,1 1 0,3 2 0,3 1
2,9 1 55,3 1 0,1 1
83,2 28
Totaal
zonnebaars
zeelt
tiendoornige stekelbaars
snoek
serpeling
riviergrondel
rietvoorn 51,3 1,09 3 0,5
199 2 343,5 1 560,4 8
66,7 49
29 14 107,36 8
pos
889,78 2,17 417,7 3
37,2 2
26,1 62 2,7 4
paling
marmergrondel
kopvoorn
kolblei
kleine modderkruiper
karper
1,4 1
24,5 11 21,65 1,5 567,6 27
Europese meerval
driedoornige stekelbaars
donderpad
brasem
2,83 1,09
blankvoorn
228,91 77,17
bittervoorn
baars 285,76 2,17 50 3,5 81,9 1,5 64,81 6,88
bermpje
g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m
beekprik
155 elektrisch 260 elektrisch 52013050 elektrisch 53014200 elektrisch 53048100 elektrisch 53130200 elektrisch 53158100 elektrisch 54085050 elektrisch 54085100 elektrisch 55022100 elektrisch 55022200 elektrisch 7 elektrisch
alver
Nummer
Tabel 57: Effectieve vangst per soort en per staalnameplaats uitgedrukt in CPUE (elektrisch in g/100 m en N/100 m met N = aantal). Indien het traject in het kader van de Habitatrichtlijn meerdere keren werd bevist zijn hier enkel de resultaten van de eerste ‘trek’ weergegeven.
1705,32 93,47 638,45 16 116,15 5,5 8471,4 30,59 143,4 39 161,6 14,5 1550 114 354,4 11 1399,3 152 515,2 118 2645,2 49 615,68 21,6
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 78 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
Tabel 58: Overzicht van de visindexwaarden (in EQR) en hun appreciatie. Nummer
Naam
Waterlichaamnummer
155
GROTE NETE
260
KLEINE NETE
52013050 53014200 53048100 53130200 53158100 54085050 54085100 55022100 55022200 7
GROTE NETE KLEINE NETE
Vangstjaar
EQR
Appreciatie
L107_708
2013 2019
0,37 0,58
ontoereikend matig
VL11_127
2013
0,63
goed
2019
0,58
matig
2013
0,6
matig
2019
0,45
matig
2013
0,60
matig
2019
0,63
goed
2013
0,20
slecht
2019
0,43
matig
2013
0,58
matig
2019
0,48
matig
2013
0,75
goed
2019
0,65
goed
2013
0,43
matig
2019
0,37
ontoereikend
2013
0,57
matig
2019
0,63
goed
2013
0,55
matig
2019
0,53
matig
2013
0,50
matig
2019
0,60
matig
2013
0,63
goed
2019
0,53
matig
VL08_125 VL11_126
LOEIJENS NEETJE
L111_1066
DE WAMP
VL05_130
RODE LOOP GROTE CALIE GROTE CALIE MOLENBEEK MOLENBEEK KLEINE NETE
L107_723 L107_638 L107_638 L107_631 VL05_129 VL11_127
Wanneer het traject in het kader van de Habitatrichtlijn meerdere keren werd bevist, worden enkel de gegevens van de eerste trek meegenomen in de berekening van de index.
3.7.5
Bespreking
In het Netebekken bemonsterden we 12 locaties gelegen op zeven waterlopen en in totaal troffen we 24 soorten aan. Op de Grote Nete visten we in Balen en Heist-op-den-Berg. Op de eerste locatie werden er acht vissoorten gevangen maar het grootste deel van de vangst bestond uit beekprik (> 80 %), een eerder zeldzame soort. In 2013 vingen we hier maar vijf soorten. De EQR steeg dan ook van ‘ontoereikend’ naar ‘matig’ in 2019. In Heist-op-den-Berg vingen we zeven vissoorten: driedoornige stekelbaars, alver, baars, blankvoorn, kopvoorn, riviergrondel en snoek. De vangsten waren in vergelijking met 2013 (toen 16 soorten) opmerkelijk laag. De EQR daalt dan ook maar blijft wel in de klasse van de ‘matige kwaliteit’. Op de Kleine Nete visten we op drie locaties namelijk in Herentals, Grobbendonk en Retie. In Herentals vingen we slechts tien soorten in lage densiteiten terwijl we tijdens onze vorige campagne in 2013 hier nog 17 soorten aantroffen. De EQR daalde dan ook van een ‘goede kwaliteit’ naar een ‘matige kwaliteit’. //////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 79 van 93
Ook in Grobbendonk verminderde het aantal soorten van 17 naar 14. Daarenboven werden er nu slechts lage denisteiten geregistreerd. Ook hier zakt de EQR dus en gaat van ‘goede kwaliteit’ naar een ‘matige kwaliteit’. Alleen in Retie, aan de oude molen, vingen we in 2019 meer soorten (14) dan in 2013 (10). De EQR steeg en komt nu in de ‘goede kwaliteit’ terecht. In de Kleine Nete vingen we ook invasieve Chinese wolhandkrabben en gevlekte Amerikaanse rivierkreeften. In het Loeijens Neetje vonden we tiendoornige stekelbaars, bermpje, kleine modderkruiper, riviergrondel, snoek en zonnebaars. In 2013 vingen we hier alleen bermpje en kleine modderkruiper. Aangezien er toen slechts twee vissoorten werden gevangen scoorde de EQR 0,20 wat een ‘slechte kwaliteit’ betekende. Nu is de EQR gestegen naar 0,43 en komt daarmee in de klasse van de ‘matige kwaliteit’. Het visbestand in de Wamp verminderde van 11 soorten in 2013 naarvijf in 2019 namelijk baars, blankvoorn, kleine modderkruiper, riviergrondel en zonnebaars. Ondanks het feit dat de EQR in 2013 hoger was dan in 2019 blijft die wel in dezelfde klasse namelijk ‘matige kwaliteit’. Op de Rode Loop in Arendonk vingen we acht vissoorten. Riviergrondel is de meest gevangen soort en maakt ongeveer 50 % van de aantallen uit. De EQR scoort 0,65 en valt net als in 2013 in de klasse met ‘goede kwaliteit’. Op de Grote Calie bemonsterden we een locatie in Turnhout en een in Kasterlee. In Turnhout vingen we amper drie vissoorten: tiendoornige stekelbaars, bermpje en paling en de kwaliteit is er dan ook ‘ontoereikend’ (EQR = 0,37). Op de locatie in Kasterlee troffen we zeven soorten aan (tabel 56) waaronder de beschermde kleine modderkruiper. Hier is de EQR score 0,63, dus ‘goede kwaliteit’, en een klasse hoger dan in 2013. Hier werd ook een Chinese wolhandkrab gevangen. De Molenbeek werd op twee locaties in Vorselaar en Viersel bemonsterd. In Vorselaar werden acht vissoorten gevangen waaronder de beschermde donderpad, donderpad maakt zelfs meer dan 50 % uit van de totale aantallen. De EQR scoort er 0,53 dus een ‘matige kwaliteit’. Ook in 2013 vingen we hier acht vissoorten en werd er een ‘matige kwaliteit’ gehaald. Ook in Viersel vonden we beschermde vissoorten als kleine modderkruiper en donderpad naast negen andere soorten (tabel 56). Zo vingen we, net als in 2013, ook de diadrome bot (een klein exemplaar van 6 cm). De EQR scoort 0,6 op deze locatie en haalt net als in 2013 een ‘matige kwaliteit’. In 2013 viel de vangst van meer dan 200 Chinese wolhandkrabben op en ook in 2019 zitten hier nog steeds veel Chinese wolhandkrabben (64 exemplaren gevangen).
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 80 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
3.8 MAASBEKKEN We bemonsterden in het Maasbekken zeven waterlopen namelijk de Mark (een locatie), de Oude Jeker (een locatie), de Gulp (een locatie), de Kikbeek (een locatie), de Bosbeek (drie locaties), de Maas (een locatie) en de Kleine Aa (een locatie).
3.8.1 Ligging van de staalnameplaatsen Tabel 59: Situering van de staalnameplaatsen in het maasbekken bemonsterd in 2019. Nummer
X
Y
Waterloop
Gemeente
Omschrijving
233
176081
239107
MARK
Hoogstraten
stroomafwaarts vistrap
90138100
228627
163174
OUDE JEKER
Tongeren
/
91033200
258201
159314
GULP
Voeren
Remersdaal
91061150
244935
184450
KIKBEEK
Maasmechelen
aan de monding in de Maas
92063300
241436
197087
BOSBEEK
Maaseik
aan de Volmolen
92063375
243031
198006
BOSBEEK
Maaseik
Maaseik, Neeroeteren Kanaalstraat
92063500
247349
198986
BOSBEEK
Maaseik
aan de Wurfeldermolen
92219025
250976
201976
MAAS
Maaseik
Teggerse Plas (59 km)
95030300
157828
240574
KLEINE AA
Essen
/
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 81 van 93
3.8.2
Specificaties van de uitgevoerde afvissingen
Tabel 60: Specificaties van de uitgevoerde afvissingen (Met SO = stroomopwaarts, SA = stroomafwaarts, LO = linkeroever, RO = rechteroever). Nummer
waterloop
Datum
Beviste afstand
Methode
Opmerking
233
MARK
2/07/2019
100 m LO + 100 m RO SA vistrap
Elektrovisserij vanaf de boot met 2 elektroden
Er werd 350 m SA gevist dan het werkelijke punt omdat de locatie zelf te dicht begroeid was met gele plomp.
90138100
OUDE JEKER
22/10/2019
100 m SA de spoorwegbrug
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
91033200
GULP
29/05/2019
50 m SO + 50 m SA brug
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
Deze locatie werd ook bemonsterd in het kader van de Habitatrichtlijn voor donderpad, de soort werd gevangen en het traject van 100 m werd twee keer afgevist.
91061150
KIKBEEK
27/08/2019
45,5 m
Elektrovisserij wadend met 1elektrode
Er kon maar 45,5 m gevist worden want de beek was volledig overgroeid met wilg, netels en haagwinde
92063300
BOSBEEK
26/09/2019
100 m SA molen
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
92063375
BOSBEEK
29/08/2019
100 m SA brug
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
92063500
BOSBEEK
29/08/2019
95 m SA stuw
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
92219025
MAAS
20/05/2019
250 m LO
Elektrovisserij vanaf de boot met 2 elektroden
95030300
KLEINE AA
13/08/2019
100 m SA de weg
Elektrovisserij wadend met 2 elektroden
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 82 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
3.8.3
Fysische en chemische metingen en biotoopbeschrijving
Tabel 61: Fysische en chemische metingen: zuurgraad of pH, zuurstofconcentratie (O2 in mg/l), temperatuur (T in °C), conductiviteit (Cond in µS/cm), turbiditeit (Turb in NTU) en de biotoopbeschrijving op het moment van de visbestandopname. Nummer
pH
O2
T
Cond
Turb
Biotoopbeschrijving
233
7,45
5,83
19,2
462
6,37
Natuurlijke oevers, steile taluds, zanderige bodem met slib en takken, veel natuurlijke schuilplaatsen, bodemwaterplanten en vlottende waterplanten aanwezig, grasveld langs de oevers, meer dan 2 m diep, doorzicht tot 65 cm.
90138100
7,36
7,09
12,4
701
30,4
Gem. 5,1 m breed. Oevers deels verstevigd, steile taluds, natuurlijke schuilplaatsen matig aanwezig, weides langsheen beide oevers, bodemwaterplanten aanwezig, een verval van 30 cm aanwezig, gem. 70 cm diep, doorzicht tot op de bodem en de gem. stroomsnelheid is 0,4 m/s.
91033200
8,22
9,84
14,1
422
17,5
Gem. 2 m breed. Natuurlijke oevers, flauwe taluds, bodem van zand en grint, veel natuurlijke schuilplaatsen aanwezig, poolrifflestructuur aanwezig, gem. 40 cm diep, doorzicht tot op de bodem en de gem. stroomsnelheid is 0,25 m/s.
91061150
6,73
8,58
24,6
157,40
13,4
Gem. 1 m breed. Oevers natuurlijk, steile taluds, poolrifflestructuur aanwezig, zeer veel natuurlijke schuilplaatsen, gem. 80 cm diep en doorzicht tot op de bodem.
92063300
6,91
9,26
14,6
159,4
6,03
Gem. 1,8 m breed. Oevers natuurlijk, taluds zijn matig steil, bodem van zand en grint, grasland van Natuurpunt op rechteroever, manege op linkeroever, molen vormt knelpunt, bodemwaterplanten aanwezig, gem. 20 cm diep, in de molenkom 95 cm, doorzicht tot op de bodem en de gem. stroomsnelheid is 0,27 m/s.
92063375
6,8
8,22
20,9
177,3
15,5
Gem. 3,7 m breed. Bodem van zand, oevers deels verstevigd met schanskorven en stenen, taluds zijn steil, natuurlijke schuilplaatsen weinig aanwezig, paardenweide en een bosje langs de oevers, bodemwaterplanten aanwezig, gem. 20 cm diep, doorzicht tot op de bodem en de gem. stroomsnelheid is 0,23 m/s.
92063500
6,5
7,5
21,7
200,9
26,8
Gem. 3,2 m breed. Oevers met houten paaltjes verstevigd, steile taluds, natuurlijke schuilplaatsen matig aanwezig, bodem met stenen en slib, weide en bewoning langs de oevers, een stuw van de molen vormt knelpunt, gem. 70 cm diep, doorzicht tot op de bodem en de gem. stroomsnelheid is 0,05 m/s.
92219025
8,03
10,21
16
405
10,2
Gem. 87,5 m breed. Oevers verstevigd, steile taluds, bodem van zand en stenen, veel natuurlijke schuilplaatsen aanwezig, weides langs beide oevers, drijvende waterplanten aanwezig, doorzicht tot 95 cm.
95030300
7,07
6,9
17,3
453
16,5
Gem. 4,3 m breed. Oevers deels verstevigd, steile taluds, bodem van zand, grint en stenen, akker op RO en weide op LO, bodemwaterplanten aanwezig en de gem. stroomsnelheid is 0,58 m/s, doorzicht tot bodem
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 83 van 93
3.8.4
Visbestandgegevens
90138100
OUDE JEKER
91033200
GULP
91061150
KIKBEEK
92063300 92063375 92063500 92219025 95030300
BOSBEEK BOSBEEK BOSBEEK MAAS KLEINE AA
2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013 2019 2013
* * * * * *
* *
* *
* *
* * *
* * * *
* *
* *
* * *
* * *
* *
*
*
*
* * *
*
* * * * * * * * * *
* *
*
* * * *
* *
* * *
* * * * * *
*
* * * *
*
* * *
* *
*
* *
*
* * *
* * *
*
* * * *
* * *
* * *
* *
* *
* *
* * *
*
* * *
*
* *
* * * *
*
* *
* *
* *
*
* * *
Totaal
zwartbekgrondel
zonnebaars
zeelt
winde
vetje
tiendoornige stekelbaars
snoekbaars
snoek
sneep
serpeling
roofblei
riviergrondel
rietvoorn
regenboogforel
pos
paling
marmergrondel
kwabaal
kopvoorn
*
kleine modderkruiper
*
kesslergrondel
Europese meerval
driedoornige stekelbaars
donderpad
Br. Am. dwergmeerval
blauwbandgrondel
blankvoorn
bittervoorn
bermpje
beekprik
beekforel
barbeel
* *
karper
MARK
giebel
233
baars
Nummer
Vangstjaar
Tabel 62 Overzicht van de aangetroffen vissoorten en het totaal aantal soorten (N) op de verschillende locaties
9 12 4 2 4 2 2 7 12 13 4 4 13 11 10 15 5 4
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 84 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
233 elektrisch 90138100 elektrisch 91033200 elektrisch 91061150 elektrisch 92063300 elektrisch 92063375 elektrisch 92063500 elektrisch 92219025 elektrisch 95030300 elektrisch
g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m
110 1
1,65 1 1129,9 666 371,4 80
121,16 4,21 672,28 9,2
269,3 1
11,1 1
858,7 262 245,8 120 4,63 2,11
618,2 299
3,55 1
391,8 18
2,7 2
3864,53 285,26 79,64 8,8
kleine modderkruiper
kesslergrondel
giebel
Europese meerval
driedoornige stekelbaars
114,75 33,5
18,89 2,22 47,2 2
donderpad
blauwbandgrondel
blankvoorn
bermpje
beekprik
beekforel
barbeel
baars
Nummer
Tabel 63: Effectieve vangst per soort en per staalnameplaats in 2019 uitgedrukt in CPUE (elektrisch in g/100 m en N/100 m met N = aantal). Indien de locatie in het kader van de Habitatrichtlijn meerdere keren werd afgevist werden hier enkel de gegevens van de ‘eerste trek’ opgenomen.
60,53 75,79
135,2 330 162,4 77 3,78 2,22 450,3 625 65,8 214 52,53 104,21
134,74 1,05 150,64 0,4
2,16 0,4
35,5 15
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 85 van 93
0,7 1
1935,16 44,21 177,52 7,2
421,8 1
1,9 8 2614,63 390,53
697,26 61,05 5,48 0,4
14,7 38 1,3 3 1234,21 6,32 0,8 0,4 88 1
58,1 7
9,47 7,37
77,47 4,21 545,48 65,6
7,3 23
Totaal
54,65 7,5
zwartbekgrondel
124,75 2 5,2 11
341,4 12
1058,1 349
vetje
322,4 1
6,4 15
1137,04 0,8
tiendoornige stekelbaars
snoek
serpeling
roofblei
9,6 2,5 25,6 14 2,4 1
4,32 3,16 52,8 0,4
riviergrondel
rietvoorn
paling ? 0,5
zonnebaars
g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m g/100m N/100m
zeelt
233 elektrisch 90138100 elektrisch 91033200 elektrisch 91061150 elektrisch 92063300 elektrisch 92063375 elektrisch 92063500 elektrisch 92219025 elektrisch 95030300 elektrisch
kwabaal
Nummer
kopvoorn
Vervolg tabel 63
741,35 50 1295,9 1021 928 176 22,67 4,44 2482,4 967 314,8 345 10810,64 989,48 2823,84 93,6 1807,1 687
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 86 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
Tabel 64: Overzicht van de visindexwaarden (in EQR) en hun appreciatie. Nummer
Waterloop
Waterlichaam
Vangstjaar
EQR
Appreciatie
233
MARK
VL11_145
2013 2019
0,50 0,58
matig matig
90138100
OUDE JEKER
VL05_139
2013
0,20
slecht
2019
0,58
matig
2013
0,20
slecht
2019
0,46
matig
2013
0,48
matig
2019
0,20
slecht
2013
0,68
goed
2019
0,63
goed
2013
0,50
matig
2019
0,48
matig
2013
0,65
goed
2019
0,70
goed
2013
0,65
goed
2019
0,50
matig
2013
0,40
ontoereikend
2019
0,45
matig
91033200
GULP
91061150
KIKBEEK
92063300
BOSBEEK
92063375
BOSBEEK
92063500
BOSBEEK
92219025
MAAS
95030300
3.8.5
KLEINE AA
L107_893 L111_1091 VL05_135 VL05_135 VL05_135 VL11_203 L111_1102
Bespreking
In het Maasbekken bemonsterden we negen locaties gelegen op zeven waterlopen. In totaal vingen we 26 soorten (tabel 62). De Grensmaas zelf bevisten we dit jaar maar op een locatie alhoewel in het huidige meetnet 9 locaties geselecteerd zijn. De overige acht locaties worden in 2020 bemonsterd. Daarenboven wordt de Grensmaas in het kader van de opvolging van niet-inheemse vissoorten bijkomend jaarlijks bemonsterd. In Maaseik op dee Grensmaas vonden we tien soorten (tegenover 15 in 2013). Opvallend is hoe de zwartbekgrondelpopulatie enorm is toegenomen. De EQR is hier dan ook gedaald en deze plaats gaat van een ‘goede kwaliteit’ naar een ‘matige kwaliteit’. In de Mark vingen we negen soorten maar blankvoorn, waaronder ook broed, is de enige soort die in grotere aantallen aanwezig is. De EQR scoort 0,58 wat staat voor een ‘matige kwaliteit’. De Oude Jeker werd in Tongeren bemonsterd en we vingen er maar vier soorten namelijk tiendoornige en driedoornige stekelbaars, bermpje en riviergrondel. Er werden op een strook van 100 m maar liefst 666 bermpjes gevangen. De EQR was 0,58 en scoort daarmee een ‘matige kwaliteit’. In 2013 vingen we hier slechts twee soorten met een ‘slechte kwaliteit’ tot gevolg. Op de Gulp in Voeren werden bermpje, beekdonderpad, driedoornige stekelbaars en riviergrondel gevangen. In 2013 vingen we hier slechts twee soorten. De EQR in 2019 scoort 0,46; een ‘matige kwaliteit’ dus. De Bosbeek bemonsterden we op drie locaties in Maaseik. In totaal vingen we 17 soorten (tabel 62) waarvan vooral driedoornige stekelbaars maar ook bermpje en riviergrondel. Kwabaal, serpeling, beekforel en kopvoorn worden daar aangetroffen omdat die er worden ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 87 van 93
bepoot in functie van soortherstel- en soortondersteuningsprogramma’s. Het is de eerste keer dat we beekprik vangen op de Bosbeek, uit historische gegevens was het voorkomen van deze soort hier echter al wel bekend. De locaties gelegen aan de Volmolen en de Wurfeldermolen scoren net zoals in 2013 een ‘goede kwaliteit’ terwijl de locatie in Neeroeteren met zijn EQR van 0,48 maar een ‘matige kwaliteit’ heeft. De Kleine Aa of Wildertse beek bemonsterden we in Essen. We vingen vijf soorten met vooral grote aantallen riviergrondel (aantalspercentage van 51 %) en bermpje (43%). De EQR scoort 0,45 wat in de klasse van een ‘matige kwaliteit’ valt. Ten opzichte van 2013 is deze locatie een klasse omhoog gegaan.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 88 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
4 OVERZICHT VAN DE VANGSTEN EN DE ECOLOGISCHE KWALITEITSVERHOUDING (EQR) In totaal troffen we 39 vis- en rondbeksoorten aan op 89 locaties. In onderstaande grafiek is de vangstfrequentie per soort weergegevens.
Figuur 4: Vangstfequentie per soort voor Vlaanderen in 2019
De meest verspreide soort is driedoornige stekelbaars met zijn aanwezigheid op 64 % van de beviste meetplaatsen, gevolgd door riviergrondel die op 55 % van de meetplaatsen aanwezig was. Op nummer drie staat bermpje (48 %) gevolgd door blauwbandgrondel (47 %). Blankvoorn, met een aanwezigheid op 46 % van de meetplaatsen, staat op nummer vijf. De Europees beschermde soorten bittervoorn en kleine modderkruiper werden elk op 14 % van de beviste meetplaatsen gevangen. De donderpad op 9 % van de meetplaatsen en beekprik op 3 %.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 89 van 93
17%
11%
goed matig ontoereikend
21%
slecht 51%
Figuur 5: Procentuele verdeling van het aantal meetpunten bemonsterd in 2019 per kwaliteitsklassen (goed, matig, ontoereikend, slecht) (N=89).
In figuur 5 is de procentuele verdeling weergegeven per kwaliteitsklasse voor de meetpunten bemonsterd in 2019. Slechts 11 % van de bemonsterde locaties op de beken en rivieren bevindt zich in de door de Kaderrichtlijn vereiste ‘goede toestand’. De meeste locaties bevinden zich in een ‘matige toestand’ (51 %). Eenentwintig procent van de locaties heeft een ‘ontoereikende kwaliteit’ en 17 % van de locaties krijgt zelfs een beoordeling ‘slechte kwaliteit’.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 90 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
100% 90% 80% 70% 60%
goede kwaliteit
50%
matige kwaliteit ontoereikende kwaliteit
40%
slechte kwaliteit
30% 20% 10% 0% G (N=37)
K (N=35)
P (N=4)
S (N=13)
Figuur 6: Procentuele verdeling volgens de EQR-kwaliteitsklassen van het aantal meetpunten bemonsterd in 2019 opgesplitst per typologie
In figuur 6 zien we dat de waterlopen van het type ‘kleine beek’ (K) er het slechts aan toe zijn. Ongeveer 37% van de meetpunten bevindt zich in een ‘slechte toestand’. 6% van de meetplaatsen bevindt zich in de ‘goede toestand’. Bij de locaties van het type ‘grote beek’ en ‘kleine rivier’ (G) bevinden zich ongeveer 3% in een ‘slechte toestand’. Het grootste deel (51%) scoort hier de ‘matige kwaliteit’. Het is ook dit stratum waarin de meetpunten het grootste aandeel hebben in de klasse ‘goede kwaliteit’ (22%). Voor de meetpunten in de categorie ‘stroom’ (S) is het aandeel dat zich in een ‘slechte toestand’ bevindt 8%. Ongeveer 77% van de meetplaatsen van dit type scoort ‘matig’ In deze campagne is er geen enkele locatie in dit type dat ‘goed’ scoort. De locaties, slechts vier, van het type ‘polderwaterloop’ (P) scoren allen een ‘matige kwaliteit’.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 91 van 93
100% 90% 80% 70% 60% 50% 40%
goede kwaliteit
30%
matige kwaliteit
20%
ontoereikende kwaliteit
10%
slechte kwaliteit
0%
Figuur 7: Procentuele verdeling volgens de EQR kwaliteitsklassen van het aantal meetpunten opgesplitst per bekken
De bekkens met de beste kwaliteit zijn het Netebekken en het Maasbekken (Figuur 7). Van de meetplaatsen bevinden zich respectievelijk 25% en 22% in de klasse van de ‘goede kwaliteit’. Ongeveer 67% van de meetplaatsen in beide bekkens scoort nog een ‘matige kwaliteit’. Toch bevindt zich voor het Maasbekken nog 11% van de meetplaatsen in een ‘slechte toestand’. Ook het Demerbekken hoort bij de betere, met 18% van de meetplaatsen die in de klasse ‘goed’ terecht komt en 55% in de klasse ‘matige kwaliteit’. Toch krijgt ook nog 18% nog een ‘ontoereikende score’ en 9% scoort de ‘slechte kwaliteit’. Het Leiebekken scoort het slechtst. Met 80% van de meetplaatsen die ‘slecht ‘scoren en 20% die een ‘ontoereikende kwaliteit ‘scoren. Wel gaat het maar om 5 meetplaatsen. In het Dijlebekken scoort 57% een ‘matige kwaliteit’ , 9% van de meetpunten behaalt de ‘goede kwaliteit’. In het bekken van de Brugse polders, Benedenscheldebekken en de BovenScheldebekken, IJzerbekken en Leiebekken scoorde geen enkele meetplaats een ‘goede kwaliteit’. Het bekken van de Gentse kanalen werd slechts op twee locaties bemonsterd, een scoort ‘slecht’ , de andere scoort ‘goed’.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 92 van 93
doi.org/10.21436/inbor.19208199
www.inbo.be
Referenties Breine, J.J.; Goethals, P.; Simoens, I.; Ercken, D.; Van Liefferinghe, C.; Verhaegen, G.; Belpaire, C.; De Pauw, N.; Meire, P.; Ollevier, F., 2001. De visindex als instrument voor het meten van de biotische integriteit van de Vlaamse binnenwateren. Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer, Groenendaal. Eindverslag van project VLINA 9901, studie uitgevoerd voor rekening van de Vlaamse Gemeenschap binnen het kader van het Vlaams Impulsprogramma Natuurontwikkeling. 173 pp. + bijlagen. Breine, J. ; Van Thuyne, G., 2020. Visindex voor getijgebonden zijrivieren in het Zeescheldeestuarium. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2020 (14).Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. 48 pp. Van Thuyne, G.; Breine, J., 2003. Het visbestand in de Dijle (2003). Interne rapporten van het instituut voor bosbouw en wildbeheer - sectie visserij, 2003(145). Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer: Groenendaal. 15 pp. Van Thuyne, G.; Breine, J., 2008. Visbestandopnames in Vlaamse beken en rivieren afgevist in het kader van het ‘Meetnet Zoetwatervis’ 2007. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, 2008(21). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek: Groenendaal. 154 pp. Van Thuyne, G.; Breine, J., 2011. Visbestandopnames in Vlaamse beken en rivieren afgevist in het kader van het ‘Meetnet Zoetwatervis’ 2010. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, 2011(23). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek: Groenendaal. 249 pp. Breine, J., De Bruyn, A., Galle, L., Lambeens, I., Maes, Y., Van Thuyne, G., 2017. Het visbestand in enkele getijgebonden zijrivieren van het Zeeschelde-estuarium: Viscampagnes 2016. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2017(22). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. DOI: doi.org/10.21436/inbor.12932004. 77 pp. Europese Kaderrichtlijn water, 2000: Richtlijn 2000/60/EG van het Europese parlement en de raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid. Van Thuyne G., Galle L., Maes Y., De Bruyn A., Lambeens I en Breine J. 2015. Visbestandopnames in het kader van het Referentiemeetnet 2013-Bemonsteringsverslag. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2015 (rapportnr. 11299278). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel.
///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.inbo.be
doi.org/10.21436/inbor.19208199
Pagina 93 van 93