Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/361
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be
Dossiernummer: OVB/2021/361
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie.
Voorafgaande procedure Op 3 augustus 2021 diende xxx (hierna: verzoeker) een verzoek in bij de stad Landen om een afschrift te verkrijgen van -onder meer- het “aanvraagformulier, eensluidend met het origineel, en houdende de
omgevingsvergunningsaanvraag zoals ingediend volgens het modelaangifteformulier, gevoegd aan het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning + een afschrift van alle addenda uit de addenda-bibliotheek, eensluidend met het origineel, gevoegd aan de omgevingsvergunningsaanvraag xxx. Op 12 augustus 2021 ontving verzoeker een antwoord van de stad Landen. Op 10 september 2021 stelde verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur tegen het vermelde antwoord van de stad Landen, in die mate dat geen gevolg zou zijn gegeven op de vraag van verzoeker om een afschrift te verkrijgen van het voormelde aanvraagformulier en de erbij horende addenda. Op 13 september 2021 werd dit beroep geregistreerd door de beroepsinstantie. Op 12 oktober 2021 werd, in toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet, de beslissingstermijn door de beroepsinstantie verlengd van dertig kalenderdagen tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen.
www.vlaanderen.be
Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 3 augustus 2021. De bestreden beslissing van de stad Landen werd aan verzoeker overgemaakt op 12 augustus 2021. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (verder ‘Bestuursdecreet’). Op 10 september 2021 diende de heer Peeters beroep in tegen voormelde weigeringsbeslissing. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Oorspronkelijk verzoekschrift
In het oorspronkelijke verzoekschrift van 3 augustus 2021 werd een afschrift gevraagd van -onder meer- het “aanvraagformulier, eensluidend met het origineel, en houdende de omgevingsvergunningsaanvraag zoals
ingediend volgens het modelaangifteformulier, gevoegd aan het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning + een afschrift van alle addenda uit de addenda-bibliotheek, eensluidend met het origineel, gevoegd aan de omgevingsvergunningsaanvraag xxx. 2.
Inhoud van het beroepschrift
Aangezien volgens verzoeker geen (voldoende) gevolg werd gegeven aan zijn vraag om een afschrift te krijgen van voormelde omgevingsvergunningsaanvraag en de erbij horende addenda, wenst verzoeker via het indienen van een beroep bij de beroepsinstantie alsnog een afschrift van alle gevraagde documenten te verkrijgen.
3.
Standpunt van de beroepsinstantie
Om met kennis van zaken over het beroep te kunnen oordelen, heeft de beroepsinstantie op 14 september en 18 en 29 oktober 2021 contact opgenomen met de stad Landen, om de gevraagde documenten te krijgen en de stad Landen in de gelegenheid te stellen om wat meer duiding te verstrekken betreffende dit dossier. Op 29 oktober 2021 heeft de stad Landen geantwoord aan de beroepsinstantie. De beroepsinstantie heeft kunnen vaststellen dat de stad Landen op 12 augustus 2021 reeds een aantal documenten aan verzoeker heeft overgemaakt, doch eveneens dat deze daar geen genoegen mee neemt.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/361
pagina 2 van 6
Bij de vergelijking van de reeds aan verzoeker overgemaakte documenten en de overige documenten waarover de stad Landen beschikt komt de beroepsinstantie tot de volgende bevindingen. In het mailbericht dat de stad Landen aan de beroepsinstantie heeft toegestuurd is een verwijzing naar een WeTransfer-link. Deze link bevat, naast de bestanden die reeds aan verzoeker werden overgemaakt op 12 augustus 2021, ook nog een aantal bestanden waarover de beroepsinstantie thans dient te oordelen. - De beschrijvende nota (RV) 20210419 (met een grootte van 117.292 bytes): Hierop zijn volgens de beroepsinstantie geen uitzonderingsgronden van toepassing, behalve de uitzondering van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet inzake de persoonlijke levenssfeer. De nota dient bijgevolg openbaar gemaakt te worden met uitzondering van de persoonsgegevens van natuurlijke personen die erin voorkomen. De nota bevat met name de volgende persoonsgegevens van een aantal natuurlijke personen: naam, voornaam, adres, e-mailadres, rijksregisternummer, telefoonnummer. Deze gegevens dienen geanonimiseerd te worden in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Voormeld decreetartikel stelt immers dat een verzoek tot openbaarmaking moet worden afgewezen indien de openbaarmaking afbreuk zou doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever is weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend (wat nogmaals uitdrukkelijk werd bevestigd in een recent arrest van de Raad van State, RvS, arrest nr. 243.607 van 7 februari 2019, TBP 2019/6, 339: “Zoals reeds overwogen, moet er geen belangenafweging plaatsvinden tussen het
door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, en de weigering tot openbaarmaking moet niet door deze belangenafweging worden gemotiveerd.”), maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz.58).
Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. De voormelde persoonsgegevens die vermeld worden in het betrokken document behoren ontegensprekelijk tot het privéleven van de betrokkenen en het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van deze gegevens heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2°, van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is dan ook van oordeel dat de mededeling van de hiervoor vermelde persoonsgegevens afbreuk zou doen aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen en dat deze gegevens dan ook moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/361
pagina 3 van 6
Het beroep is op dit punt bijgevolg gedeeltelijk gegrond. Volgens artikel II.50, §1, derde lid van het Bestuursdecreet dient de beroepsinstantie in de regel alsnog de betrokken natuurlijke personen aan te schrijven om toestemming te vragen voor het overhandigen van een volledig afschrift. In casu heeft de bestuursinstantie de betrokkenen gecontacteerd (voor zover de correspondentiegegevens beschikbaar waren), doch nog geen toestemming ontvangen. - De bouwplannen die opgenomen zijn in de bovenvermelde WeTransfer-link kunnen volgens de beroepsinstantie niet openbaar gemaakt worden in toepassing van de auteursrechtelijke bescherming ervan. In het Bestuursdecreet komt de bescherming van het auteursrecht niet als uitzondering voor. De intellectuele eigendom is volgens artikel 6, §1, VI, lid 5, 7° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, een federale aangelegenheid. Het ontbreken van regels op het vlak van de bescherming van intellectuele rechten, waaronder het auteursrecht, is een gevolg van de onbevoegdheid van de decreetgever. Echter, het Bestuursdecreet laat de federale regelgeving betreffende de intellectuele rechten onverlet, en overheidsinstanties dienen bijgevolg de federale regelgeving te eerbiedigen bij het nemen van beslissingen over aanvragen tot openbaarmaking. Uit artikel XI.165 en volgende van het Wetboek van economisch recht, volgt dat het recht om een werk van letterkunde of kunst te reproduceren op welke wijze en in welke vorm ook, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, volledig of gedeeltelijk, uitsluitend is voorbehouden aan de auteur. De plannen genieten de bescherming van het auteursrecht indien ze van oorspronkelijkheid getuigen, wat inhoudt dat het werk de persoonlijke stempel draagt van de auteur. De bescherming ontstaat van rechtswege. De betrokken plannen zijn detailplannen die bij de omgevingsvergunningsaanvraag horen, en betreffen het gelijkvloers, eerste verdieping, tweede verdieping, voorgevel, achtergevel, enz. De beroepsinstantie is van oordeel dat deze gedetailleerde bouwplannen getuigen van de nodige originaliteit en het vereiste individuele karakter om door het auteursrecht te worden beschermd. Bijgevolg houdt de overhandiging van een afschrift van dit plan, zonder toestemming van de auteur ervan, een schending in van het auteursrecht, behoudens de in het bovenvermeld wetboek vermelde uitzonderingen. In casu zijn er evenwel geen dergelijke uitzonderingsgronden van toepassing. Bovendien figureert in het Bestuursdecreet geen bepaling die een overheidsinstantie verplicht de auteursrechthebbende te vragen of, en onder welke voorwaarden, een aanvrager een afschrift van een auteursrecht overhandigd mag worde. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat het beroep, in zoverre het is gericht op het verkrijgen van een afschrift van de betrokken plannen, ongegrond is. - De foto’s 1 en 2 die opgenomen zijn in de bovenvermelde WeTransfer-link kunnen volgens de beroepsinstantie openbaar gemaakt worden aangezien zij genomen zijn vanaf de straatzijde en bijgevolg de persoonlijke levenssfeer niet in beeld brengen. Voor foto 2 dienen wel de nummerplaten van de voertuigen die erop voorkomen onleesbaar gemaakt te worden, omwille van de persoonlijke levenssfeer van de eigenaars van de voertuigen (zie bovenvermelde bespreking van de uitzonderingsgrond van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet, mutatis mutandis). Het beroep is voor deze foto’s dus gedeeltelijk gegrond. Volgens artikel II.50, §1, derde lid van het Bestuursdecreet dient de beroepsinstantie in de regel alsnog de betrokken natuurlijke personen aan te schrijven om toestemming te vragen voor het overhandigen van een volledig afschrift. In casu beschikt de bestuursinstantie niet over de contactgegevens van de betrokkenen
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/361
pagina 4 van 6
zodat van deze vraag om toestemming, voor zover deze overigens al enige relevantie zou hebben, wordt afgezien. - De foto’s 3 tot en met 6 die opgenomen zijn in de bovenvermelde We Transfer-link kunnen volgens de beroepsinstantie niet openbaar gemaakt worden in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. De foto’s bevatten immers beelden van de tuinzijde van de betrokken gebouwen (zie bovenvermelde bespreking van de uitzonderingsgrond van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet, mutatis mutandis). Het beroep is voor deze foto’s dus ongegrond. Volgens artikel II.50, §1, derde lid van het Bestuursdecreet dient de beroepsinstantie in de regel alsnog de betrokken natuurlijke personen aan te schrijven om toestemming te vragen voor het overhandigen van een volledig afschrift. In casu beschikt de bestuursinstantie niet over de contactgegevens van de betrokkenen zodat van deze vraag om toestemming, voor zover deze overigens al enige relevantie zou hebben, wordt afgezien. - De checklist toegankelijkheid die opgenomen is in de bovenvermelde WeTransfer-link, kan volgens de beroepsinstantie wel openbaar gemaakt worden, met uitzondering van de persoonsgegevens van natuurlijke personen die erin voorkomen. De checklist bevat met name de volgende persoonsgegevens van een aantal natuurlijke personen: naam, voornaam, en adres. Deze gegevens dienen geanonimiseerd te worden in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet (zie bovenvermelde bespreking van de uitzonderingsgrond van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet, mutatis mutandis). Het beroep is voor deze checklist dus gedeeltelijk gegrond. Volgens artikel II.50, §1, derde lid van het Bestuursdecreet dient de beroepsinstantie in de regel alsnog de betrokken natuurlijke personen aan te schrijven om toestemming te vragen voor het overhandigen van een volledig afschrift. In casu heeft de bestuursinstantie de betrokkenen gecontacteerd (voor zover de correspondentiegegevens beschikbaar waren), doch nog geen toestemming ontvangen. - Het bestand ‘Personenoverzicht 04.05.2021’ dat opgenomen is in de bovenvermelde We Transfer-link, kan volgens de beroepsinstantie wel openbaar gemaakt worden, met uitzondering van de persoonsgegevens van natuurlijke personen die erin voorkomen. De checklist bevat met name de volgende persoonsgegevens van een aantal natuurlijke personen: naam, voornaam, e-mailadres en adres. Deze gegevens dienen geanonimiseerd te worden in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet (zie bovenvermelde bespreking van de uitzonderingsgrond van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet, mutatis mutandis). Het beroep is voor deze checklist dus gedeeltelijk gegrond. Volgens artikel II.50, §1, derde lid van het Bestuursdecreet dient de beroepsinstantie in de regel alsnog de betrokken natuurlijke personen aan te schrijven om toestemming te vragen voor het overhandigen van een volledig afschrift. In casu heeft de bestuursinstantie de betrokkenen gecontacteerd (voor zover de correspondentiegegevens beschikbaar waren), doch nog geen toestemming ontvangen. - Het bestand ‘Projectfase verloop 21.04.2021’ dat opgenomen is in de bovenvermelde WeTransfer-link, kan volgens de beroepsinstantie wel openbaar gemaakt worden, met uitzondering van de persoonsgegevens van een natuurlijke persoon die erin voorkomen. De checklist bevat met name de volgende persoonsgegevens van de betrokkene: naam en voornaam. Deze gegevens dienen geanonimiseerd te worden in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet (zie bovenvermelde bespreking van de uitzonderingsgrond van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet, mutatis mutandis). Het beroep is voor deze checklist dus gedeeltelijk gegrond. Volgens artikel II.50, §1, derde lid van het Bestuursdecreet dient de beroepsinstantie in de regel alsnog de betrokken natuurlijke personen om toestemming aan te schrijven voor het overhandigen van een volledig afschrift. In casu heeft de bestuursinstantie niet de mogelijkheid om de betrokkene te contacteren bij gebreke van correspondentiegegevens, zodat afgezien wordt van de vraag om toestemming. Na beraadslaging,
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/361
pagina 5 van 6
BESLUIT: Het beroepschrift d.d. 10 september 2021 van xxx gericht tegen het onvoldoende bevonden antwoord d.d. 12 augustus 2021 van de stad Landen inzake zijn oorspronkelijk verzoekschrift van 3 augustus 2021, is ontvankelijk en deels gegrond en deels ongegrond. Bijgevolg dient de stad Landen een afschrift van de volgende gegevens over te maken aan verzoeker: - De beschrijvende nota (RV) 20210419 (met een grootte van 117.292 bytes), met uitzondering van de voormelde persoonsgegevens, die onleesbaar moeten gemaakt worden. - De foto’s 1 en 2 die opgenomen zijn in de bovenvermelde WeTransfer-link, met uitzondering van de nummerplaten van de voertuigen, die onleesbaar moeten gemaakt worden. - De checklist toegankelijkheid die opgenomen zijn in de bovenvermelde WeTransfer-link, met uitzondering van de voormelde persoonsgegevens, die onleesbaar moeten gemaakt worden. - Het bestand ‘Personenoverzicht 04.05.2021’ dat opgenomen is in de bovenvermelde WeTransfer-link, met uitzondering van de voormelde persoonsgegevens, die onleesbaar moeten gemaakt worden. - Het bestand ‘Projectfase verloop 21.04.2021’ dat opgenomen is in de bovenvermelde WeTransfer-link, met uitzondering van de voormelde persoonsgegevens, die onleesbaar moeten gemaakt worden.
Brussel, 4 november 2021
Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur,
Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/361
pagina 6 van 6