Skip to main content

dossier 2020-321.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/321

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/321

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 2 november 2020 diende xxx (hierna: verzoeker), een verzoek in bij de stad Antwerpen tot het verkrijgen van een afschrift van de samenwerkings- of beheersovereenkomst gesloten tussen de stad Antwerpen en de projectontwikkelaar xxx omtrent het beheer en onderhoud van het privatief voorplein en plein voorzien in de omgevingsvergunning xxx voor het bouwen van een ensemble van vijf nieuwbouwvolumes aan xxx. Op 18 november 2020 heeft de stad Antwerpen dit geweigerd. Op 2 december 2020 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie tegen de weigeringsbeslissing van de stad Antwerpen van 18 november 2020. Dit beroep werd op 3 december 2020 door de beroepsinstantie geregistreerd. Op 24 december 2020 werd de beslissingstermijn van de beroepsinstantie, in toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, verlengd van dertig kalenderdagen naar vijfenveertig kalenderdagen. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 2 november 2020.

www.vlaanderen.be


De weigeringsbeslissing van de stad Antwerpen dateert van 18 november 2020. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (hierna: Bestuursdecreet). Op 2 december 2020 diende verzoeker beroep in tegen voormelde weigeringsbeslissing. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Aangevochten beslissing

Het beroepschrift van 2 december 2020 is gericht tegen de weigeringsbeslissing d.d. 18 november 2020. In deze beslissing weigert de stad Antwerpen op basis van artikel II.35, 1° van het Bestuursdecreet : economisch, financieel of commercieel belang van een instantie een afschrift van de door verzoeker gevraagde beheersof samenwerkingsovereenkomst afgesloten met de projectontwikkelaar xxx in het kader van de omgevingsvergunning xxx.

2. Inhoud van het beroepschrift Via het indienen van het beroepschrift wenst verzoeker alsnog de overeenkomst afgesloten tussen de stad en de projectontwikkelaar omtrent de inrichting, het beheer en het onderhoud van het privatief doch publiek toegankelijke voor- en binnenplein bij de realisatie van een ensemble van vijf nieuwbouwvolumes aan xxx te verkrijgen.

3.

Standpunt van de beroepsinstantie

Nadat de beroepsinstantie contact heeft opgenomen met de stad Antwerpen om meer informatie te verkrijgen betreffende dit beroepsdossier, bezorgde de stad op 14 december 2020 een afschrift van de gevraagde overeenkomst getiteld “Overeenkomst voor het bepalen van de stedenbouwkundige ontwikkelingskosten” aan de beroepsinstantie. De stad Antwerpen licht toe aan de beroepsinstantie dat de gevraagde overeenkomst het resultaat vormt van vertrouwelijke onderhandelingsgesprekken tussen de projectontwikkelaar en de stad in uitvoering van het collegebesluit van 9 maart 2018. Dit kaderbesluit van 9 maart 2018 omvat principes en criteria die van toepassing zijn op stedenbouwkundige lasten die op het grondgebied van de stad Antwerpen kunnen worden opgelegd. Stedenbouwkundige lasten kunnen worden opgelegd aan de aanvrager van een vergunning bij projecten met een zekere ruimtelijke, sociale of economische impact. Zij vinden hun oorsprong in het voordeel dat de vergunninghouder haalt uit zijn vergunning enerzijds en uit de bijkomende taken die dit voor de overheid teweegbrengt anderzijds. De last kan de vorm aannemen van een louter financiële last of een realisatie in

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/321

pagina 2 van 5


natura door de ontwikkelaar. In elk geval zal telkens ingespeeld worden op maatschappelijke noden en behoeften op buurt- en wijkniveau. In casu werden onderhandelingen opgestart met de projectontwikkelaar om te bekijken en te bepalen of een louter financiële last aan de ontwikkelaar zou worden opgelegd of een realisatie in natura door de ontwikkelaar zou worden gevraagd of een combinatie van beide. Samen met de vergunningsaanvrager wordt steeds naar een resultaat gestreefd dat een win-win kan opleveren voor beide partijen. Het kaderbesluit laat onderhandelingsmarges toe waarbij bepaalde inspanningen ook met een korting kunnen worden beloond. De onderhandelingen kaderen dan ook in een vertrouwelijke sfeer. De betreffende overeenkomst werd specifiek op maat van deze aanvraag met de projectontwikkelaar opgemaakt en bevat gevoelige financiële informatie. Het komt nu toe aan de beroepsinstantie om te oordelen over het ingestelde beroep. Artikel II.35 1° van het Bestuursdecreet stipuleert dat, tenzij de aanvraag betrekking heeft op milieuinformatie, een overheidsinstantie een aanvraag tot openbaarmaking afwijst als ze van oordeel is dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van een economisch, financieel of commercieel belang van de overheidsinstantie. Volgens de memorie van toelichting moet deze uitzonderingsgrond het beleid of de beleidsintenties van de instanties en de economische, financiële en commerciële belangen van alle instanties die onder de bevoegdheid van de gehele Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest vallen, beschermen tegen het risico van speculatieve daden die voorkennis van informatie kan meebrengen. Deze bepaling is dus in het leven geroepen om handelsbelangen en investeringen te kunnen beschermen tegen voor de instantie nadelige handelsintenties die het gevolg zouden kunnen zijn van een openbaarmaking van bepaalde gevoelige informatie. In casu bevat de overeenkomst bedragen, namelijk de financiële last en de waarde van de last in natura die de projectontwikkelaar werd opgelegd. Dergelijke bedragen moeten beschouwd worden als commerciële gegevens van de overheidsinstantie, waarvan de openbaarmaking haar onderhandelingspositie voor toekomstige overeenkomsten zou kunnen benadelen. Als vergunningverlenende overheid beoordeelt de stad Antwerpen regelmatig grote projecten die zowel een zeker economisch voordeel voor de aanvrager als een aantal bijkomende taken voor de stad opleveren. Voor dergelijke projecten worden dan ook lasten voorzien in de vergunning waarover -in functie van de effectieve realisatie ervan- vaak onderhandelingen in vooroverleg dienen te worden gevoerd. Indien deze bedragen publiek worden gemaakt, zal dit ongetwijfeld voorkennis verschaffen aan partijen waar de stad Antwerpen later mogelijks mee zal moeten onderhandelen, hetgeen voor de onderhandelingspositie van de stad nadelig zou kunnen zijn. De beroepsinstantie stelt evenwel vast dat enkel in artikel 1 (Voorwerp van de overeenkomst) in §2 en §3 de bedragen en de lasten worden beschreven. Alsook in artikel 2 ( Gebruik van het door xxx te betalen bedrag) wordt enkel in de eerste zin van §1 het te betalen bedrag vermeld. Voor het overige is het een overeenkomst met de gebruikelijke algemene bepalingen over onder andere de inwerkingtreding, de uitvoerbaarheid, de wijzigbaarheid, indexering, toepasselijk recht, … Voor deze algemeen juridische bepalingen acht de beroepsinstantie de uitzonderingsgrond van artikel II.35 1° van het Bestuursdecreet niet van toepassing. Het Bestuursdecreet voorziet in artikel II.45, §2 dat een bestuursdocument gedeeltelijk openbaar kan worden gemaakt als de informatie waarop een uitzondering van toepassing is als vermeld in afdeling 3 of waarvoor de verplichting geldt inzake het aantonen van het belang, vermeld in artikel II.40, § 3, tweede lid, samen

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/321

pagina 3 van 5


met andere informatie in een bestuursdocument opgenomen is, en het mogelijk is om de informatie die niet openbaar kan gemaakt worden, te scheiden van de andere informatie. De beroepsinstantie stelt vast dat de overeenkomst 2 plannen in bijlage bevat. Wat deze plannen betreft, kan vooreerst in algemene termen gesteld worden dat deze mogelijks in aanmerking komen voor een bescherming door het auteursrecht. In het Bestuursdecreet komt de bescherming van het auteursrecht niet als uitzondering voor. De intellectuele eigendom is volgens artikel 6, §1, VI, lid 5, 7° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, een federale aangelegenheid. Het ontbreken van regels op het vlak van de bescherming van intellectuele rechten, waaronder het auteursrecht, is een gevolg van de onbevoegdheid van de decreetgever. Echter, het Bestuursdecreet laat de federale regelgeving betreffende de intellectuele rechten onverlet, en overheidsinstanties dienen bijgevolg de federale regelgeving te eerbiedigen bij het nemen van beslissingen over aanvragen tot openbaarmaking. Uit artikel XI.165 en volgende van het Wetboek van economisch recht, volgt dat het recht om een werk van letterkunde of kunst te reproduceren op welke wijze en in welke vorm ook, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, volledig of gedeeltelijk, uitsluitend is voorbehouden aan de auteur. De stukken genieten de bescherming van het auteursrecht indien ze van oorspronkelijkheid getuigen, wat inhoudt dat ze de persoonlijke stempel dragen van de auteur. De bescherming ontstaat van rechtswege. De beroepsinstantie is van oordeel dat de plannen in kwestie het vereiste individuele karakter vertonen om door het auteursrecht te worden beschermd. De overhandiging van een afschrift zonder toestemming van de architect houdt dan ook een schending in van het auteursrecht, behoudens de in het bovenvermeld wetboek vermelde uitzonderingen. In casu kunnen geen dergelijke uitzonderingsgronden van toepassing worden geacht op de kwestieuze plannen. In het Bestuursdecreet figureert bovendien geen bepaling die een instantie verplicht de auteursrechthebbende te vragen of en onder welke voorwaarden een aanvrager een afschrift overhandigd mag worden. De beroepsinstantie besluit dat de stad Antwerpen in de gegeven omstandigheden een afschrift van de gevraagde overeenkomst moet verlenen met weglating van de twee plannen in bijlage, artikel 1, §2 en §3 en artikel 2, §1, eerste lid en dat het beroep om die reden gedeeltelijk gegrond is. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift d.d. 2 december 2020 van xxx tegen de weigeringsbeslissing d.d. 18 november 2020 van de stad Antwerpen wordt als ontvankelijk doch deels ongegrond en deels gegrond beschouwd. Bijgevolg dient de stad Antwerpen een afschrift te bezorgen van de gevraagde overeenkomst afgesloten tussen de stad en de projectontwikkelaar omtrent de inrichting, het beheer en het onderhoud van het privatief doch publiek toegankelijke voor- en binnenplein bij de realisatie van vijf nieuwbouw-volumes aan xxx met weglating van de twee plannen in bijlage, artikel 1, §2 en §3 en artikel 2, §1, eerste lid.

Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/321

pagina 4 van 5


In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om het/de gevraagde bestuursdocument(en) te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 15 januari 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/321

pagina 5 van 5


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2020-321.pdf by Vlaanderen-be - Issuu