Vlaanderen
is onderwijs & vorming
STEM monitor
juni 2016
DEPARTEMENT ONDERWIJS & VORMING
www.onderwijs.vlaanderen.be 1
Inleiding
In het STEM-actieplan 2012-2020 van de Vlaamse regering werd voorzien dat de doelstellingen van het STEM-actieplan worden opgevolgd aan de hand van een aantal indicatoren. Hiervoor werd de STEM monitor ontwikkeld. De STEM monitor geeft inzicht in evoluties van relevante STEM – indicatoren zoals instroomdoorstroom en uitstroomgegevens van leerlingen in het secundair onderwijs, cursisten volwassenenonderwijs en studenten hoger onderwijs. De evoluties worden bekeken tegenover een overeengekomen ‘nuljaar’ (nulmeting). We gebruiken hiervoor de gegevens van het referentiejaar 2010-2011. Het was de bedoeling om de gegevens om de twee jaar te actualiseren. Door de grote vraag naar STEM-gegevens werd door de STEM - stuurgroep beslist om vanaf 2016 de STEM monitor jaarlijks aan te vullen. In de versie van 2016 zijn alleen instroom-, doorstroom- en uitstroomgegevens opgenomen. Op het moment van publicatie van de STEM monitor 2016 waren nog geen bijkomende prestatiegegevens uit PISA-onderzoek voor het secundair onderwijs beschikbaar. Die gegevens worden pas gepubliceerd op het einde van 2016. Ze zullen worden opgenomen in de monitor 2017.
Uitgangspunten
Voor de nulmeting gaan we uit van de cijfergegevens voor het schooljaar 2010- 2011. Gegevens van vroegere jaren worden eveneens weergegeven, maar doelstellingen en vaststellingen worden verbonden ten opzichte van de evolutie sinds 2010 - 2011. Voor de indeling van studierichtingen naar STEM baseren we ons op de definitie en classificatie uit de VRWI studie1 (STEM / zorg-STEM / lichte STEM / Niet-STEM), met bijzondere aandacht voor de categorie (zuivere) STEM. Waar in de tabellen STEM staat zonder verdere bepaling, wordt deze zuivere STEM bedoeld, dus zonder zorg-STEM en lichte STEM.
We ordenen en labelen de indicatoren als volgt: I.
STEM-instroom (studiekeuze) a. secundair (S): gewoon secundair onderwijs (2de en 3de graad) b. hoger (H) onderwijs
II.
STEM- onderwijsprestaties (doorstroom) a. secundair (S): nog niet beschikbaar b. hoger (H) onderwijs
1 Van den Berghe, W & D. De Martelaere (2012). Kiezen voor Stem. De keuze van jongeren voor technische en wetenschappelijke studies. VRWI studiereeks 25. Voor de definitie en classificatie van STEM-studierichtingen: zie pagina 36-37.
2
III.
Gekwalificeerde STEM-uitstroom (studiebewijzen) a. secundair (S) b. hoger (H) onderwijs
Voor het hoger onderwijs wordt HBO5 afzonderlijk vermeld.
3
Situering In het STEM-actieplan 2012-2020 van de Vlaamse regering werd voorzien dat de STEM - stuurgroep voor de algemene monitoring van het actieplan zorgt op basis van een aantal indicatoren. Hiervoor werd de STEM monitor ontwikkeld. De STEM monitor geeft inzicht in evoluties van relevante STEM – indicatoren rond instroom-, doorstroom- en uitstroomgegevens van leerlingen, cursisten en studenten. De evoluties worden bekeken tegenover een overeengekomen ‘nuljaar’ (nulmeting). We gebruiken hiervoor de gegevens van het referentiejaar 2010-2011. Het was de bedoeling om de gegevens om de twee jaar te actualiseren. Door de grote vraag naar STEM-gegevens werd door de STEM - stuurgroep beslist om vanaf 2016 de STEM monitor jaarlijks aan te vullen. In de versie van 2016 zijn alleen instroom-, doorstroom- en uitstroomgegevens aangevuld. Op het moment van publicatie van de STEM monitor 2016 waren nog geen bijkomende prestatiegegevens uit PISA-onderzoek voor het secundair onderwijs beschikbaar. Die gegevens worden pas gepubliceerd op het einde van 2016. Ze zullen worden opgenomen in de monitor 2017.
Doelstellingen Op lange termijn is de kernboodschap van het STEM-actieplan: meer jongeren aantrekken en positief motiveren voor wetenschappelijke en technische studierichtingen en beroepen. Alleen zo komen we tegemoet aan de behoeften van de kenniseconomie en de arbeidsmarkt. De STEM monitor geeft inzicht in evoluties die plaatsvinden in STEM-studierichtingen in het voltijds secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs, HBO5 -opleidingen, bachelor- en masteropleidingen aan de hand van een aantal indicatoren rond instroom, doorstroom- en uitstroom van leerlingen, cursisten en studenten. Op basis van de indicatoren kunnen cijfermatige doelstellingen geformuleerd worden op korte en (middel)lange termijn. Doelstellingen op korte termijn zijn zinvol voor indicatoren die voldoende ‘beleidsgevoelig’ zijn. Hieronder verstaan we indicatoren waarvan hypothetisch kan verondersteld worden dat ze snel kunnen wijzigen als gevolg van acties of beleid. We denken hierbij aan de instroom in STEM-richtingen. Voor wat betreft de instroom van leerlingen en studenten in STEM-richtingen adviseerde het STEM-platform de stuurgroep en de Vlaamse regering om volgende cijfermatige doelen tegen het jaar 2020 voorop te stellen (STEM-advies, 2013):
1. Een voortgang met 4 procentpunten boeken voor de instroom in STEM in de periode 2011 - 2020. 2. De stijging moet voor een aanzienlijk deel komen van een hogere participatie van vrouwen aan STEM-studierichtingen. Het heeft echter weinig zin om kortetermijndoelstellingen te formuleren op loggere (maar daarom niet minder relevante) indicatoren die veel minder snel te beïnvloeden zijn zoals de STEM- uitstroomgegevens of anders gezegd het aantal STEM studiebewijzen. We gebruiken uitstroomgegevens voor (middel) -lange termijndoelstellingen. We moeten deze gegevens dus over een veel langere termijn bekijken vooraleer er conclusies uit te kunnen trekken. We volgen de STEM-gegevens nu gedurende een viertal jaar systematisch 4
op. Dat is sinds het STEM-actieplan in werking is gegaan. Dat is echter nog niet voldoende lang om de mogelijke effecten van het STEM-actieplan op de uitstroom in te schatten. Daarvoor is een langer volgehouden STEM-beleid nodig.
Vaststellingen
We presenteren hier de belangrijkste vaststellingen voor de instroom, doorstroom en uitstroom indicatoren uit de STEM monitor 2016. Zoals hiervoor al gezegd worden de vaststellingen afgezet tegen het referentiejaar 2011-2012, ook als er gegevens beschikbaar zijn van de jaren daarvoor. We vergelijken de resultaten ook met de doelstellingen van het STEM-actieplan en het advies van het STEM-Platform.
Doelstellingen STEM-actieplan – Instroom secundair en hoger onderwijs (o.b.v. advies STEM Platform) De doelstellingen van het STEM-actieplan rond instroom in STEM-richtingen in het secundair en hoger onderwijs komen globaal genomen stap voor stap in zicht. Het aandeel meisjes dat in een STEM-richting start neemt toe (professionele bachelor) of blijft constant (secundair onderwijs, academische bachelor).
INSTROOM STEM
2010-2011 (ref. jaar)
2013-2014
2014-2015
Einddoel 2020
1
Aandeel meisjes in secundair onderwijs (instroom 3de graad)
27,40 %
29,68%
29,66%
33,33%
2
Aandeel studenten STEM-richtingen in Professionele Bachelors
23,82%
24,98%
25,57%
27,82%
3
Aandeel vrouwen in Professionele STEM-Bachelors
21,13%
21,88%
22,54%
25,20%
4
Aandeel STEM –richtingen in Academische bachelors
29,02%
30,29%
30,46%
33,02%
5
Aandeel vrouwen in Academische STEM-bachelors
33,50%
33,15%
33,56%
33,50% (*)
(*) Dit aandeel moet dus in principe niet stijgen maar er moet wel een verschuiving komen naar sommige studierichtingen als informatica, ingenieur…
· De instroom van het aantal meisjes in STEM-richtingen in het secundair onderwijs is toegenomen ten opzichte van het referentiejaar 2010-2011. Na een fikse stijging in 2013-2014 blijven we nu hangen 5
op 29,66% meisjes. Daarmee is de tussentijdse doelstelling (29,77) niet bereikt. · Het aandeel STEM-studenten in de professionele bachelor blijft stijgen en bedraagt nu 25,57 %. Dat is een stijging met 1,75 % punten t.o.v. het referentiejaar van 4 jaar eerder. Daarmee is de tussentijdse doelstelling voor 2014-2015 bereikt en zelfs licht overschreden. · Het aandeel vrouwen in de professionele bachelor blijft eveneens lichtjes stijgen. Ten opzichte van 2010-2011 is er een stijging met 1,41 % punten. Deze progressie is niet sterk genoeg om de tussentijdse doelstelling van 2014-2015 te bereiken. · De instroom in STEM-richtingen in de academische bachelor is ook lichtjes toegenomen, met 1,44 % t.o.v. het referentiejaar. Ook hier is de progressie niet sterk genoeg om de tussentijdse doelstelling te halen. · Het aantal meisjes dat instroomt in academische STEM-opleidingen blijft constant. Conclusie: Van de 5 doelstellingen (einddoel 2020) is er voor één het einddoel reeds behaald (aandeel vrouwen in academische bachelors). Voor de overige 4 doelstellingen ligt het cijfer voor 2014-2015 zeer dicht op schema.
Hoger onderwijs
In het hoger onderwijs noteren we een lichte daling of status quo van het aantal studenten dat instroomt in STEM-studierichtingen met uitzondering van de professionele bachelor. Het genderverschil blijft bestaan. Het aandeel vrouwen in STEM neemt toe in de professionele bachelor en de masteropleidingen. Het % vrouwen blijft het grootst in de academische opleidingen.
In HBO5 blijft het totaal aantal studenten dat instroomt nagenoeg constant (ongeveer 18.000 studenten). De instroom van het aantal STEM-cursisten blijft over de jaren heen ook nagenoeg constant. In het academiejaar 2014-2015 is het aandeel STEM-studenten in HBO5 echter gedaald tot 22,93%. Dat is vergelijkbaar met het aandeel STEM-studenten in het referentiejaar maar een daling met 2,62% -punt t.o.v 2013-2014. Het % vrouwen in STEM binnen HBO5 is in 2014-2015 eveneens gedaald met 4,96%-punt. Hiermee bevindt zich het aandeel STEM-vrouwen opnieuw op het niveau van 201-2011 (11,6%). STEM-richtingen blijven binnen HBO5 samen goed voor ongeveer 1/4 van het totaal aantal HBO5 studenten maar meisjes blijven er nog altijd een minderheid (1/6) In de professionele bachelor neemt het totaal aantal studenten verder toe. Het aantal STEM-studenten stijgt eveneens verder. In het academiejaar 2014-2015 is het aandeel STEM-studenten gestegen tot 25,57%. Dat is een stijging met iets meer dan 1,75%-punt t.o.v. het referentiejaar. Het % vrouwen stijgt lichtjes. In 2014-2015 komen we aan 22,54%. Hiermee blijven we echter toch nog altijd onder de vooropgestelde 25,20%. In de academische bachelor neemt het totaal aantal studenten dat instroomt verder af. De instroom in STEM-richtingen neemt in absolute aantallen lichtjes af tegenover vorig academiejaar maar is vergelijkbaar met. het referentiejaar. Procentueel neemt het aantal STEM-studenten in de academische bachelor toe en bedraagt nu 30,46%. Het aandeel vrouwen blijft constant rond 33,56 % (1/3) en blijft hiermee voldoen aan het gevraagde % vrouwen door het STEM Platform. In de masteropleidingen neemt het totaal aantal studenten ten opzichte van 2013-2014 lichtjes af, maar
6
blijft nog altijd een stuk hoger dan in het referentiejaar. De instroom van STEM studenten daalt eveneens t.o.v 2013-2014 , maar ook hier blijft het aandeel groter dan in 2010-2011. Procentueel blijft het aandeel STEM- studenten toenemen. Een stijging van 0,63% -punt t.o.v. het referentiejaar. Het aandeel vrouwen in STEM-opleidingen in een eerste masterjaar blijft stijgen. We komen aan een toename van 2,88 %-punt t.o.v. van het referentiejaar. We bereiken hiermee 34,71% van de vrouwen in het eerste masterjaar. Het studierendement (doorstroom) van STEM-studenten hoger onderwijs blijft lager dan in 2010-2011. Het studierendement tussen STEM-studenten en niet STEM-studenten is globaal genomen -voor het eerst sinds jaren- vergelijkbaar. Het aandeel STEM-studenten dat met succes doorstroomt in het hoger onderwijs blijft in 2014-2015 lager t.o.v. van het referentiejaar. Een grotere instroom is -zoals in de monitor 2015 reeds werd opgemerkt- dus geen garantie dat effectief ook meer studenten uitstromen en beschikbaar zullen zijn voor de arbeidsmarkt. Voor STEM-studenten blijft het studierendement in de professionele bachelor bij de laagste van alle studenten. In de academische opleidingen is het studierendement van STEM-studenten hoger dan van de andere studenten. In de professionele bachelor blijft dit andersom. Het aantal studiebewijzen (uitstroom) HO blijft stijgen. Het aantal STEM-studiebewijzen volgt deze evolutie. Het aandeel vrouwen stijgt lichtjes. Het marktaandeel van STEM in de uitstroom hoger onderwijs blijft stabiel. Het absolute aantal STEM-studiebewijzen stijgt. Algemeen kunnen we stellen dat de (absolute) toename in STEM studiebewijzen het gevolg is van de expansie van het hoger onderwijs. Het aantal vrouwen dat uitstroomt met een STEM-studiebewijs stijgt lichtjes en ligt rond 30%. Het % STEM diploma’s op de populatie met een diploma HO blijft constant en schommelt rond de 25% (1/4). Per 1000 inwoners van de populatie 20-29 – jarigen zijn een stijgend aantal jongeren met een STEM-diploma, t.o.v. het referentiejaar. Het aantal STEM studiebewijzen stijgt van 16,55 naar 17,89 STEM-diploma’s op duizend inwoners van de populatie 20-29-jarigen.
Secundair onderwijs
In het secundair onderwijs (2de en 3de graad) is er t.o.v. de nulmeting weinig evolutie in het aantal leerlingen dat instroomt in STEM-richtingen. Er zijn wel verschillen tussen de onderwijsvormen op te merken. Algemeen zien we dat in de tweede graad het aandeel STEM-leerlingen lichtjes is gestegen (35,50%), in de derde graad blijft het aandeel status quo (43%). Het % meisjes blijft in de tweede graad schommelen rond de 24% en in de derde graad rond de 29%. Hiermee blijven we het beter doen dan in 2010-2011 maar hebben we de vooropgestelde 33,33 % voor 2020 nog niet bereikt. Er is ook weinig evolutie merkbaar. In ASO zijn er voldoende leerlingen die in STEM richtingen instromen en blijft het aandeel lichtjes stijgen t.o.v. het referentiejaar: rond de 31% in de tweede graad en 52,5% in de derde graad. Het aandeel STEM leerlingen in tweede graad en derde graad stijgt in ASO. Het aandeel meisjes in STEM - richtingen schommelt in de tweede graad rond de 45% en in de derde graad rond de 48%. Hiermee blijven we veel hoger uitkomen dan de gevraagde 33,33% door het Platform. In TSO en BSO is de % instroom aan leerlingen in STEM-richtingen in de tweede graad lichtjes gestegen. In de derde graad daarentegen is het dalend (BSO) of constant (TSO). Het aandeel meisjes in STEM binnen TSO en BSO blijft laag tot extreem laag. Er is totaal geen evolutie merkbaar in het aandeel meisjes. Hier blijven we dus nog steeds ver onder de gevraagde 33,33% van het Platform.
7
Steeds meer leerlingen met een STEM -diploma secundair onderwijs stromen door naar een STEM-richting in het hoger onderwijs, ook meisjes. Het percentage jongeren met een STEM diploma secundair onderwijs dat doorstroomt in STEM HO is lichtjes gestegen t.o.v. het referentiejaar. Dat wil zeggen dat we er iets beter in slagen om leerlingen die in het secundair onderwijs voor een STEM-richting kiezen ook in het hoger onderwijs binnen STEM te houden. Ook steeds meer meisjes met een STEM – diploma SO kiezen voor een STEM-opleiding in het hoger onderwijs, 31,94 % in 2014-2015 tegenover 27,90% in 2010-2011. Het absolute aantal leerlingen dat het secundair onderwijs verlaat (uitstroom) met een STEM-studiebewijs daalt lichtjes tegenover het referentiejaar. Procentueel is het aantal leerlingen met een STEM-studiebewijs echter lichtjes gestegen t.o.v. de nulmeting. Er is weinig evolutie in het aandeel leerlingen met een STEM-studiebewijs in het secundair onderwijs. Het % uitstromende leerlingen met een STEM-studiebewijs is nagenoeg constant en schommelt rond de 44%. In ASO loopt dit op tot 53,43 % in 2014-2015. In BSO daalt het % STEM-studiebewijzen met 2% tussen 2010-2011 en 2014-2015 tot 36,02% In TSO is er weinig evolutie in het absolute aantal uitgereikte studiebewijzen. Het % STEM studiebewijzen is eveneens constant, rond de 39%. Het % meisjes dat met een STEM studiebewijs uit het secundair onderwijs uitstroomt, schommelt rond de 30%.
Algemene conclusies 1. De evoluties rond STEM blijven verschillen volgens onderwijsniveau en onderwijsvorm. 2. Er is een blijvende evolutie merkbaar in de richting van de vooropgestelde kwantitatieve doelstellingen voor meer instroom in STEM-richtingen zoals voorzien in het STEM-actieplan, maar nog steeds niet overal en niet in dezelfde mate. 3. In het hoger onderwijs neemt het aantal STEM-studenten lichtjes toe. Vooral in de professionele bachelor is een duidelijke toename merkbaar. Ook het aandeel meisjes dat instroomt in de professionele bachelor stijgt. 4. In het secundair onderwijs stijgt het aantal leerlingen dat voor STEM kiest vooral in ASO. In TSO en BSO is de keuze voor STEM lichtjes stijgend in de tweede graad maar constant of lichtjes dalend in de derde graad. 5. Het aandeel meisjes in STEM-richtingen neemt toe maar blijft over het algemeen lager dan het aandeel van de jongens. In TSO en BSO blijft het aandeel meisjes in STEM zeer laag. 6. Er is weinig evolutie merkbaar in de uitstroom van leerlingen met een STEM-diploma. Meer dan de helft van de leerlingen in ASO behaalt een STEM-diploma. De daling van het % STEM studiebewijzen binnen BSO vraagt bijzondere aandacht. 7. Meer leerlingen met een STEM-studiebewijs secundair onderwijs kiezen voor een STEM-richting in het hoger onderwijs. 8. De prestaties voor STEM in het hoger onderwijs (studierendement) verschillen nauwelijks van de prestaties van niet -STEM studenten. 8
Indicatoren
I. STEM Instroom (studiekeuze) a. Secundair onderwijs
Indicator I.S: Studiekeuze voor STEM in secundair onderwijs. Percentages leerlingen die STEM studiekeuze maken en percentage meisjes in de STEM categorie2
Leerlingen eerste leerjaar tweede graad Totaal aantal
schooljaar
aantal leerlingen
aantal STEM aantal zorg-STEM
aantal lichte STEM
2006-2007
75.208
24.551
164
1.169
49.324
2007-2008
74.223
24.579
168
1.246
48.230
2008-2009
71.541
23.772
168
1.232
46.369
2009-2010
70.550
24.001
-
1.906
44.643
2010-2011
70.912
23.758
-
2.018
45.136
2011-2012
71.142
23.876
-
2.113
45.153
2012-2013
70.456
23.944
-
2.062
44.450
2013-2014
69.197
23.685
-
2.057
43.455
2014-2015
69.201
24.567
-
1.935
42.699
niet-STEM
% % STEM STEM
Per onderwijsvorm ASO aantal
aantal
lichte STEM
niet-STEM
-
-
9.453
-
32.322
9.174
2009-2010
32.568
2010-2011 2011-2012
% STEM
% STEM vrouw
25.178
26,52%
42,89%
-
24.117
28,16%
44,81%
-
-
23.148
28,38%
44,06%
9.616
-
650
22.302
29,53%
44,09%
32.684
9.733
-
726
22.225
29,78%
44,85%
33.129
10.122
-
773
22.234
30,55%
44,80%
schooljaar
aantal leerlingen
aantal STEM
aantal zorg-STEM
2006-2007
34.264
9.086
2007-2008
33.570
2008-2009
2 Dit zijn alle leerlingen voltijds gewoon secundair onderwijs op 1 februari (of de eerstvolgende schooldag), inclusief de leerlingen in het modulair stelsel op het niveau van het 1e lj. 2e gr. En het 1e lj. 3e gr. De leerlingen in Franstalige afdelingen van Nederlandstalige scholen onder de bevoegdheid van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming zijn niet opgenomen in de cijfers.
9
2012-2013
32.887
10.169
-
753
21.965
30,92%
45,08%
2013-2014
32.648
10.135
-
780
21.733
31,04%
45,40%
2014-2015
32.845
10.718
-
756
21.371
32,63%
46,20%
% STEM
% STEM vrouw
BSO schooljaar
aantal aantal zorg- aantal aantal STEM leerlingen STEM lichte STEM
aantal
2006-2007
16.562
6.774
-
325
9.463
40,90%
3,19%
2007-2008
16.400
6.748
-
323
9.329
41,15%
3,28%
2008-2009
16.284
6.580
-
350
9.354
40,41%
3,54%
2009-2010
15.718
6.510
-
361
8.847
41,42%
6,04%
2010-2011
16.221
6.565
-
405
9.251
40,47%
5,73%
2011-2012
16.104
6.312
-
416
9.376
39,20%
5,69%
2012-2013
15.517
6.191
-
400
8.926
39,90%
5,14%
2013-2014
14.877
6.004
-
348
8.525
40,36%
5,31%
2014-2015
15.009
6.228
-
363
8.418
41,50%
5,14%
% STEM
% STEM vrouw
niet-STEM
KSO schooljaar
a a n t a l a a n t a l aantal zorg- aantal leerlingen STEM* STEM* lichte STEM
aantal
2006-2007
1.214
-
-
844
370
0,00%
0,00%
2007-2008
1.377
-
-
923
454
0,00%
0,00%
2008-2009
1.350
-
-
882
468
0,00%
0,00%
2009-2010
1.359
-
-
895
464
0,00%
0,00%
2010-2011
1.362
-
-
887
475
0,00%
0,00%
2011-2012
1.424
-
-
924
500
0,00%
0,00%
2012-2013
1.435
-
-
909
526
0,00%
0,00%
2013-2014
1.376
-
-
929
447
0,00%
0,00%
2014-2015
1.288
-
-
816
472
0,00%
0,00%
TSO
10
niet-STEM
schooljaar
aantal aantal zorg- aantal aantal STEM leerlingen STEM* lichte STEM
aantal
2006-2007
23.168
8.691
164
-
2007-2008
22.876
8.378
168
2008-2009
21.585
8.018
2009-2010
20.905
2010-2011 2011-2012
% STEM
% STEM vrouw
14.313
37,51%
8,08%
-
14.330
36,62%
8,14%
168
-
13.399
37,15%
8,13%
7.875
-
-
13.030
37,67%
9,88%
20.645
7.460
-
-
13.185
36,13%
10,38%
20.485
7.442
-
-
13.043
36,33%
11,70%
2012-2013
20.617
7.584
-
-
13.033
36,79%
10,71%
2013-2014
20.296
7.546
-
-
12.750
37,18%
10,59%
2014-2015
20.059
7.621
-
-
12.438
37,99%
10,37%
11
niet-STEM
Leerlingen eerste leerjaar derde graad
Totaal schooljaar aantal leerlingen
aantal aantal zorg-STEM STEM
aantal
aantal
lichte STEM
niet-STEM
2006-2007 70.312
31.751
199
950
2007-2008 71.682
32.141
173
2008-2009 72.074
32.097
2009-2010
71.209
2010-2011 2011-2012
% STEM
% STEM vrouw
37.412
45,16%
27,59%
983
38.385
44,84%
27,32%
209
974
38.794
44,53%
27,65%
30.845
194
1.464
38.706
43,32%
27,51%
68.805
29.994
191
1.521
37.099
43,59%
27,40%
68.043
29.929
59
1.524
36.531
43,99%
28,43%
2012-2013
68.021
29.697
78
1.570
36.676
43,66%
29,38%
2013-2014
68.560
29.812
63
1.607
37.078
43,48%
29,68%
2014-2015
68.583
30.102
81
1.516
36.884
43,89%
29,66%
% STEM
% STEM vrouw
Per onderwijsvorm ASO schooljaar aantal leerlingen aantal STEM aantal zorg-STEM*
aantal
aantal
lichte STEM
niet-STEM
2006-2007
27.493
14.486
-
-
13.007
52,69%
48,35%
2007-2008
28.156
14.664
-
-
13.492
52,08%
47,57%
2008-2009 28.007
14.835
-
-
13.172
52,97%
47,64%
2009-2010
27.470
13.958
-
562
12.950
50,81%
48,04%
2010-2011
26.709
13.839
-
564
12.306
51,81%
47,01%
2011-2012
26.660
13.840
-
550
12.270
51,91%
47,73%
2012-2013
26.746
14.050
-
587
12.109
52,53%
48,73%
2013-2014
26.570
14.105
-
584
11.881
53,09%
48,75%
2014-2015
26.559
14.165
-
590
11.804
53,33%
49,50%
BSO
12
aantal
aantal
lichte STEM
niet-STEM
-
437
6.580
-
16.983
6.489
2009-2010
16.860
2010-2011 2011-2012
% STEM
% STEM vrouw
9.780
38,81%
3,32%
463
9.789
39,09%
3,43%
-
464
10.030
38,21%
3,22%
6.399
-
448
10.013
37,95%
3,56%
16.426
6.225
-
495
9.706
37,90%
3,68%
15.892
6.017
-
447
9.428
37,86%
3,84%
2012-2013
16.101
5.938
-
502
9.661
36,88%
3,84%
2013-2014
16.448
5.850
-
507
10.091
35,57%
4,17%
2014-2015
16.365
5.931
-
467
9.967
36,24%
3,66%
aantal
aantal
schooljaar
aantal leerlingen aantal STEM aantal zorg-STEM*
2006-2007
16.697
6.480
2007-2008
16.832
2008-2009
KSO
lichte STEM
% niet-STEM STEM
% STEM vrouw
-
513
841
21,60%
62,73%
373
-
520
838
21,55%
56,30%
1.662
339
-
510
813
20,40% 65,19%
2009-2010
1.738
396
-
454
888
22,78%
53,54%
2010-2011
1.677
349
-
462
866
20,81%
52,72%
2011-2012
1.796
396
-
527
873
22,05% 60,35%
2012-2013
1.677
328
-
481
868
19,56%
56,10%
2013-2014
1.750
370
-
516
864
21,14%
61,08%
2014-2015
1.708
339
-
459
910
19,85%
61,36%
schooljaar
aantal leerlingen
aantal STEM
aantal zorg-STEM
2006-2007
1.727
373
2007-2008
1.731
2008-2009
TSO aantal
aantal
% STEM
% STEM vrouw
13.784
42,68%
12,56%
14.266
42,16%
13,02%
-
14.779
41,04%
13,20%
194
-
14.855
40,14%
13,27%
9.581
191
-
14.221
39,93%
13,55%
23.695
9.676
59
-
13.960
40,84%
14,82%
2012-2013
23.497
9.381
78
-
14.038
39,92%
15,62%
2013-2014
23.792
9.487
63
-
14.242
39,87%
15,83%
2014-2015
23.951
9.667
81
-
14.203
40,36%
15,43%
schooljaar aantal leerlingen
aantal STEM aantal zorg-STEM
2006-2007
24.395
10.412
199
-
2007-2008
24.963
10.524
173
-
2008-2009 25.422
10.434
209
2009-2010
25.141
10.092
2010-2011
23.993
2011-2012
13
lichte STEM niet-STEM
b. Hoger onderwijs
Indicator I.H: Studiekeuze voor STEM in hoger onderwijs. Percentage studenten die STEM studiekeuze maken en percentage meisjes in de STEM categorie
Cursisten HBO5 Verpleegkunde3 (zorg –STEM) aantal
aantal
STEM
1.983 2.176
2011-2012
aantal
zorg-STEM
aantal % zorg-STEM lichte STEM niet-STEM
% zorg-STEM vrouw
-
1.983
-
-
100,00%
85,78%
-
2.176
-
-
100,00%
86,17%
2.242
-
2.242
-
-
100,00%
88,09%
2012-2013
2.439
-
2.439
-
-
100,00%
87,29%
2013-2014
2.785
-
2.785
-
-
100,00%
86,14%
2014-2015
2.507
-
2.507
-
-
100,00%
86,92%
schooljaar
aantal cursisten
2009-2010 2010-2011
Cursisten HBO54 in het volwassenonderwijs
A
B
Aantal cursisten
Aantal STEM
Aantal
Aantal
zorg-STEM
lichte STEM
Aantal % STEM niet-STEM
B/A*100 B’/B*100 % STEM vrouw
2008-09
17093
4246
178
0
12669
24,84%
11,28%
2009-10
17930
4363
119
0
13448
24,33%
11,37%
2010-11
17757
4149
111
0
13497
23,36%
11,64%
2011-12
18235
4210
110
0
13914
23,09%
12,76%
2012-13
17913
4355
93
0
13465
24,31%
11,37%
2013-14
17989
4597
86
0
13306
25,55%
16,58%
2014-15
17862
4095
111
0
13767
22,93%
11,62%
3 In de tabel zijn enkel de cursisten HBO
verpleegkunde opgenomen die op 1 oktober ingeschreven zijn in de eerste module: initiatie verpleegkunde 5 (20 weken). De opleiding verpleegkunde die vroeger behoorde tot de vierde graad van het BSO ging vanaf 2009-2010 over naar het hoger beroepsonderwijs (HBO5). HBO5 behoort tot het niveau hoger onderwijs. De opleidingen HBO5 kunnen worden ingericht door centra voor volwassenenonderwijs of door hogescholen. HBO5 verpleegkunde wordt als enige uitzondering ingericht door instellingen van het voltijds secundair onderwijs.
4
Voor deze tabel werd gebruik gemaakt van het aantal unieke inschrijvingen van een cursist in een bepaalde opleiding per referteperiode en niet het aantal generatiestudenten per academiejaar. Het is immers op dit ogenblik niet mogelijk om de eerste module die een bepaalde cursist in een HBO5-opleiding heeft afgelegd eenduidig vast te stellen. Deze wijze van berekenen heeft als gevolg dat bepaalde unieke cursisten in een bepaalde opleiding mogelijk in twee verschillende referteperioden kunnen worden meegeteld. Dit zal de cijfers van het totaal aantal HBO5-cursisten bij een CVO licht vertekenen (t.o.v. de gegevens voor HO en SO) in die zin dat het effectief aantal generatiestudenten/cursisten lager zal liggen dan de aangeleverde cijfers. Onder een unieke inschrijving in een opleiding wordt het volgende begrepen: iemand die zich gedurende een referteperiode twee of meer keer inschrijft in dezelfde opleiding en binnen hetzelfde stelsel, wordt slechts éénmaal geteld. Wanneer hij/zij zich twee (of meer) keer inschrijft in dezelfde opleiding, maar in een verschillend stelsel (de ene keer lineair, de andere keer modulair), dan wordt hij tweemaal geteld. Wanneer hij/zij zich in twee verschillende opleidingen -al dan niet binnen hetzelfde studiegebied- inschrijft, wordt hij tweemaal geteld.
14
Generatiestudenten professionele bachelor Academiejaar1
Aantal inschrijvingen
Aantal STEM HO
Aantal Zorg STEM HO
Aantal Lichte STEM HO
Aantal NietSTEM HO
% STEM HO
% vrouwen STEM HO
2008 - 2009
22.960
5.568
2.711
11
14.670
24,25%
21,10%
2009 - 2010
23.894
5.791
3.019
11
15.073
24,24%
20,07%
2010 - 2011
24.535
5.844
3.263
13
15.415
23,82%
21,13%
2011 - 2012
24.991
5.938
3.368
18
15.667
23,76%
22,63%
2012 - 2013
24.990
6.071
3.267
11
15.641
24,29%
20,77%
2013 - 2014
25.390
6.343
3.185
8
15.854
24,98%
21,88%
2014 - 2015
26031
6.656
3.530
25
15.820
25,57%
22,54%
Generatiestudenten academische bachelor
Academiejaar
2
Aantal inschrijvingen
Aantal STEM Aantal Zorg Aantal Lichte HO STEM HO STEM HO
Aantal Niet- STEM HO
% STEM HO
% vrouwen STEM HO
2008 - 2009
20.329
5.926
2.730
1275
10.398
29,15%
33,82%
2009 - 2010
20.891
6.025
3.040
1236
10.590
28,84%
31,57%
2010 - 2011
21.224
6.159
3.215
1225
10.625
29,02%
33,50%
2011 - 2012
21.050
6.429
3.000
1273
10.348
30,54%
34,47%
2012 - 2013
20.740
6.524
3.199
1258
9.759
31,46%
32,48%
2013 - 2014
20.747
6.284
3.481
1170
9.813
30,29%
33,15%
2014 - 2015
20.519
6.251
3.437
1123
9.708
30,46%
33,56%
Studenten in hun eerste masterjaar Eerste academiejaar master3
Aantal inschrijvingen
Aantal STEM HO
Aantal Zorg STEM HO
Aantal
Aantal
Lichte STEM HO
Niet- STEM HO
% STEM HO
% vrouwen STEM HO
2008-2009
18.034
4.911
2.207
754
10.162
27,23%
30,48%
2009-2010
18.513
5.070
2.212
845
10.386
27,39%
29,66%
2010-2011
18.890
5.417
2.203
780
10.490
28,68%
31,83%
2011-2012
19.815
5.591
2.595
812
10.817
28,22%
31,87%
2012 - 2013
20.485
5.823
2.751
881
11.030
28,43%
32,22%
2013 - 2014
20.408
5.954
2.788
770
10.902
29,15%
33,41%
2014 - 2015
20.071
5.883
2.627
842
10.719
29,31%
34,71%
15
II. STEM onderwijsprestaties en doorstroom Indicator II. S-H Doorstroom van jongeren met een STEM diploma secundair onderwijs naar een STEM studierichting hoger onderwijs5 (met opdeling naar geslacht)
Academie jaar generatie
Aantal lln dat STEM diploma in SO behaalde in jaar x-1
Aantal lln met STEM-diploma SO doorstromen naar HO STEM richting
% van lln met SO STEM diploma dat instroomt in HO STEM
% berekend enkel op de populatie meisjes
student 2007-08
24.055
9.450
39,28%
27,56%
2008-09
24.581
9.853
40,08%
29,25%
2009-10
25.082
10.191
40,63%
27,68%
2010-11
25.453
10.208
40,11%
27,90%
2011-12
24.619
10.288
41,79%
31,61%
2012-13
24.112
10.365
42,99%
31,29%
2013-14
24.360
10.529
43,22%
31,43%
2014-15
24.881
10.555
42,42%
31,94%
Opgelet! Deze tabel verschilt van de tabel in de STEM monitor van 2013 omdat we ervoor gekozen hebben dezelfde werkwijze te hanteren die gebruikt wordt om de doorstroom te berekenen voor de website onderwijskiezer. Dat betekent dat we hier kijken naar:
5
-
studenten die rechtstreeks doorstromen van het SO naar het HO.
-
leerlingen die niet in het modulaire stelsel of verpleegkunde gezeten hebben in het SO
-
die geen HBO5 hebben gedaan
-
die niet in een studierichting zaten waarmee geen onderwijsvorm geassocieerd is.
Voorlopig is dit het cijfermateriaal zonder HBO5 omdat dat nog niet geïntegreerd werd in het datawarehouse.
16
Indicator II. H doorstroom in hoger onderwijs: studierendement van generatiestudenten
Studierendement is een doorstroomindicator en geeft de verhouding weer van het aantal verworven studiepunten ten opzichte van het aantal opgenomen studiepunten. De meeste variatie in deze indicator vinden we bij generatiestudenten (1ste inschrijvingen). Om de indicator voldoende gevoelig te maken, maken we de berekeningen voor de bacheloropleidingen op de generatiestudenten. Voor de masteropleidingen kijken we naar de 1ste inschrijvingen (proxy generatiestudenten).
Academiejaar
Soort opleiding
Aantal STEM HO
Totaal opgenomen studieptn
Totaal verworven studieptn
Studie
Studie
rendement
STEM
STEM
STEM
rendement Rest
2008 - 2009
Academisch gerichte bachelor
5.926
348.948
236.673
67,82%
65,40%
2008 - 2009
Professioneel gerichte bachelor
5.568
326.488
222.704
68,21%
70,00%
2008 - 2009
Master*
4.911
261.798
241.729
92,33%
90,27%
Totaal
16.405
937.234
701.106
74,81%
74,05%
2009 - 2010
Academisch gerichte bachelor
6.025
354.749
237.173
66,86%
65,78%
2009 - 2010
Professioneel gerichte bachelor
5.791
336.666
229.529
68,18%
69,66%
2009 - 2010
Master*
5.070
267.079
248.333
92,98%
90,38%
Totaal
16.886
958.494
715.035
74,60%
73,93%
Academiejaar
Soort opleiding
Aantal STEM HO
Totaal opgenomen studieptn
Totaal verworven studieptn
Studie
Studie
rendement
STEM
STEM
STEM
rendement Rest
2010 - 2011
Academisch gerichte bachelor
6.159
361.215
246.665
68,29%
64,25%
2010 - 2011
Professioneel gerichte bachelor
5.844
336.655
226.499
67,28%
69,37%
2010 - 2011
Master*
5.417
280.898
262.099
93,31%
90,73%
Totaal
17.420
978.768
735.263
75,12%
73,26%
17
Academiejaar
Soort opleiding
Aantal STEM HO
Totaal opgenomen studieptn
Totaal verworven studieptn
Studie
Studie
rendement
STEM
STEM
STEM
rendement Rest
2011 - 2012
Academisch gerichte bachelor
6.429
374.884
254.856
67,98%
65,51%
2011 - 2012
Professioneel gerichte bachelor
5.938
340.542
226.347
66,47%
68,66%
2011 - 2012
Master*
5.591
286.959
266.057
92,72%
90,93%
Totaal
17.958
1.002.385
747.260
74,55%
73,75%
2012 - 2013
Academisch gerichte bachelor
6.524
378.400
248.426
65,65%
63,64%
2012 - 2013
Professioneel gerichte bachelor
6.071
345.581
224.295
64,90%
67,42%
2012 - 2013
Master*
5.823
296.763
274.352
92,45%
90,85%
Totaal
18.418
1.020.744
747.073
73,19%
72,87%
2013 - 2014
Academisch gerichte bachelor
6.283
363.357
242.429
66,72%
64,28%
2013 - 2014
Professioneel gerichte bachelor
6.343
359.153
237.275
66,07%
67,23%
2013 - 2014
Master*
5.954
302.981
280.540
92,59%
91,11%
Totaal
18.580
1.025.491
760.244
74,13%
72,84%
2014-2015
Academisch gerichte bachelor
6.251
362.311
245.224
67,68%
65,95%
2014-2015
Professioneel gerichte bachelor
6.656
376.653
241.503
64,12%
68,33%
2014-2015
Master*
5.883
300.659
279.515
92,97%
91,89%
Totaal
18.790
1.039.623
766.242
73,70%
73,95%
* Hiertoe behoort eveneens de master na professioneel gerichte bachelor
18
Grafiek: Evolutie doorstroom in het hoger onderwijs
19
III. Gekwalificeerde STEM uitstroom (studiebewijzen) a. Secundair onderwijs
Indicator III.S (a) STEM Studiebewijzen secundair onderwijs
Studiebewijzen: diploma SO (ASO, KSO, TSO) of studiegetuigschrift 2e leerjaar 3e graad (BSO) voltijds gewoon secundair onderwijs
Totaal aantal lichte STEM
aantal nietSTEM
en % vrouw
en % vrouw
56,25%
570
30.315
45,87%
162 70,37%
684
63,74% 31.108
45,62%
27.133
150 67,33%
690
63,77%
45,20%
60.735
27.400
165 72,12%
684
61,99% 32.486
45,11%
2010-2011
60.230
26.422
169 71,60%
1.109
51,58% 32.530
43,87%
2011-2012
58.529
25.865
156 70,51%
1.197
31.311
44,19%
2012-2013
58.084
25.914
30,15% 38
50,00%
1.177
30.955
44,61%
2013-2014
58.154
25.784
33
45,45%
1.259
31.078
44,34%
2014-2015
59.049
25.970 31,35% 39
48,72%
1.280 51,09% 31.760
43,98%
aantal studiebewijzen
aantal STEM
aantal zorg-STEM
en % vrouw
en % vrouw
2006-2007
57.235
26.254
96
2007-2008
58.764
26.810
2008-2009
60.033
2009-2010
Schooljaar
30,06
4
20
% STEM studiebewijzen
Per onderwijsvorm
ASO
Schooljaar
aantal zorg-STEM
aantal studie- aantal STEM bewijzen en % vrouw
en % vrouw
aantal
aantal
lichte STEM
niet-STEM
en % vrouw
en % vrouw
% STEM studiebewijzen
2006-2007
24.542
49,84%
-
-
-
-
66,28%
52,78%
2007-2008
25.056
50,03%
-
-
-
-
65,61%
53,11%
2008-2009
25.601
48,98%
-
-
-
-
65,35%
52,44%
2009-2010
25.612
49,28%
-
-
-
-
65,09%
53,14%
2010-2011
25.176
49,21%
-
-
35,65%
66,02%
51,12%
2011-2012
24.479
48,12%
-
-
34,78%
66,47%
52,15%
2012-2013
24.548
48,90%
-
-
34,48%
66,08%
52,15%
2013-2014
24.569
49,69%
-
-
34,37%
66,08%
52,88%
2014-2015
24.459
49,77%
-
-
34,52%
66,29%
53,43%
BSO
Schooljaar
aantal studiebe- aantal STEM wijzen en % vrouw
aantal zorg-STEM en % vrouw
aantal lichte STEM
aantal nietSTEM
en % vrouw
en % vrouw
% STEM studiebewijzen
2006-2007
12.718
3,86%
-
-
65,04%
75,70%
39,53%
2007-2008
12.974
3,02%
-
-
67,67%
75,77%
38,54%
2008-2009
13.134
3,37%
-
-
65,03%
75,52%
38,82%
2009-2010
13.438
3,03%
-
-
65,84%
76,44%
38,82%
2010-2011
13.310
3,27%
-
-
62,50%
74,79%
38,18%
2011-2012
13.071
3,72%
-
-
67,26%
74,28%
38,49%
2012-2013
12.741
3,53%
-
-
69,38%
73,61%
38,25%
2013-2014
13.006
3,53%
-
-
59,02%
72,95%
37,44%
2014-2015
13.423
4,05%
-
-
62,08%
73,63%
36,02%
21
KSO
aantal studiebewijzen
Schooljaar
aantal STEM en % vrouw
aantal zorgSTEM
aantal
aantal
lichte STEM
niet-STEM
en % vrouw
en % vrouw en % vrouw
% STEM studiebewijzen
2006-2007
1.207
60,22%
-
-
59,87%
72,24%
22,29%
2007-2008
1.329
63,48%
-
-
60,06%
70,57%
22,05%
2008-2009
1.328
60,21%
-
-
62,64%
73,04%
21,76%
2009-2010
1.298
71,85%
-
-
58,56%
70,57%
20,80%
2010-2011
1.373
56,13%
-
-
63,19%
718 74,09%
22,58%
2011-2012
1.331
56,30%
-
-
66,76%
72,36%
20,29%
2012-2013
1.418
64,22%
-
-
63,52%
70,66%
22,07%
2013-2014
1.354
58,56%
-
-
63,23%
713 71,39%
19,42%
2014-2015
1.436
63,12%
-
-
61,87%
718 71,59%
20,96%
TSO
Schooljaar
aantal studiebewijzen
aantal STEM
aantal
en % vrouw
en % vrouw
zorg-STEM
aantal lichte STEM en % vrouw
aantal niet-STEM
% STEM studiebewijzen
en % vrouw
2006-2007 18.768
12,92%
56,25%
-
-
69,07%
42,65%
2007-2008 19.405
12,96%
70,37%
-
-
68,75%
42,31%
2 0 0 8 - 19.970 2009
13,08%
67,33%
-
-
68,13%
41,66%
2009-2010 20.387
13,93%
72,12%
-
-
68,27%
40,73%
2010-2011
20.371
13,82%
71,60%
-
-
66,88%
40,06%
2011-2012
19.648
13,90%
70,51%
-
-
65,71%
39,69%
2012-2013
19.377
14,88%
50,00%
-
-
65,89%
40,90%
2013-2014
19.225
15,69%
45,45%
-
-
65,74%
39,84%
2014-2015
19.731
16,12%
48,72%
-
-
65,28%
39,36%
22
b. Hoger onderwijs
Indicator III.H (b)STEM studiebewijzen hoger onderwijs Deze indicator is analoog met indicator III.S (a) voor secundair onderwijs mits één aanvulling. Vanwege de mogelijke verderzetting van de expansie van het hoger onderwijs, is het mogelijk dat het aandeel STEM afgestudeerden toeneemt zonder dat dit zichtbaar wordt in de indicator ‘% STEM diploma’s’. Het percentage STEM wordt in deze indicator berekend op de populatie met een diploma hoger onderwijs. We monitoren eveneens de evolutie in verhouding tot de totale jongerenpopulatie - analoog zoals in de UOE6 rapportering- door het aantal studiebewijzen per 1000 inwoners 20-29 jarigen als bijkomende indicator mee te nemen. We splitsen het aantal STEM studiebewijzen ook nog eens op per soort opleiding: Professionele bachelor (PBA), Academische bachelor (ABA) en Master.
Totaal HO Academiejaar
Totaal studiebewijzen
Aantal studiebewijzen STEM HO en % vrouw
Aantal studiebewijzen ZorgSTEM HO en % vrouw
Aantal studie- Aantal bewijzen studiebewiLichte STEM jzen HO en Niet STEM % vrouw HO en
% STEM diploma’s
Aantal Diploma’s STEM per 1000 inwoners 20-29 jaar
Populatie 20-29 jaar
25,56%
15,26
776.646
25,73%
15,68
782.165
25,45%
16,55
784.177
25,63%
17,27
791.803
25,24%
17,37
797.564
25,81%
17,68
802.145
25,64%
17,89
805.003
% vrouw 2008 2009
46.372
2009 - 2010
47.645
2010 - 2011
51.007
2011 - 2012
53.348
2012 - 2013 2013 - 2014 2014 - 2015
54.884 54.964 56.153
11.852
5.137
1.323
28.060
28,99%
76,13%
43,46%
66,49%
12.261
5.659
1.342
28.383
29,08%
75,49%
47,32%
66,19%
12.979
6.739
1.458
29.831
29,43%
75,78%
43,21%
66,47%
13.672
7.661
1.364
30.651
29,25%
75,26%
-45,01%
66,99%
13.854
7.959
1.479
31.592
29,37%
74,95%
44,35%
66,57%
14.184
8.015
1.498
31.267
30,68%
74,82%
42,12%
67,30%
14.398
8.367
1.420
31.968
31,29%
74,41%
43,24%
66,75%
Opgelet! Deze tabel verschil licht van de tabel in de STEM monitor 2013 om 2 redenen: 1)
Een student kan voor 1 inschrijving meerdere diploma’s ontvangen indien er meer afstudeerrichtingen gekoppeld zijn aan een inschrijving. Het kan soms zijn dat een student niet voor alle afstudeerrichtingen een diploma behaald. Deze studenten werden in de vroegere tabel niet meegenomen.
2)
De populatie 20-29 jarigen verschilt met de populatie in de tabel van 2013. De populatie 2015 bestaat uit de 20-29 jarigen van het Vlaams gewest aangevuld met 20% van de 20-29 jarigen van het Brussels gewest. De databron is dezelfde als die wordt gebruikt voor de UOE rapportering.
6 Jaarlijkse rapportage voor Unesco, OESO en Eurostat.
23
Professionele bachelor A c a d e m i e - Totaal studiejaar bewijzen
Aantal studiebewijzen STEM HO en % vrouw
2008 - 2009 2009 - 2010 2010 - 2011
18.290 18.466 19.624
2011 - 2012
20.788
2012 - 2013
21.482
2013 - 2014 2014 - 2015
21.462 22.277
Aantal studiebewijzen ZorgSTEM HO en % vrouw
Aantal studiebewijzen
Aantal studiebewijzen
Lichte STEM HO
Niet STEM HO
en % vrouw
en % vrouw
4.079
2.159
19
12.033
24,22%
88,88%
31,58%
71,35%
4.110
2.349
8
11.999
23,82%
87,82%
25,00%
70,93%
4.463
2.536
12
12.613
25,32%
87,78%
25,00%
70,97%
4.680
2.930
13
13.165
24,36%
89,59%
15,38%
71,46%
4.547
3.060
10
13.865
23,62%
88,56%
20,00%
70,91%
4.705
3.092
16
13.649
25,46%
88,13%
31,25%
71,18%
4.927
3.222
9
14.119
26,39%
87,55%
44,44%
71,81%
24
% STEM diploma’s
Aantal Diploma’s STEM per 1000 inwoners 20-29 jaar
Populatie 20-29 jaar
22,30%
5,25
776.646
22,26%
5,25
782.165
22,74%
5,69
784.177
22,51%
5,91
791.803
21,17%
5,70
797.564
21,92%
5,87
802.145
22,12%
6,12
805.003
Academische bachelor Academie- Totaal jaar studiebewijzen
Aantal studiebewijzen STEM HO en % vrouw
2008 2009
13.341
2009 2010
13.515
2010 - 2011
14.099
2011 - 2012
14.570
2012 2013
14.729
2013 2014
14.594
2014 2015
14.317
Aantal studiebewijzen Zorg- STEM HO (1) en % vrouw
Aantal studiebewijzen Lichte STEM HO en % vrouw
Aantal % STEM studiebewi- diplojzen ma’s Niet STEM HO en % vrouw
3.417
1.970
659
7.295
31,31%
66,45%
39,45%
63,07%
3.669
2.023
647
7.176
32,95%
66,49%
44,51%
62,76%
3.778
2.292
720
7.309
32,48%
68,19%
40,00%
63,78%
3.882
2.546
683
7.459
30,89%
65,87%
40,56%
63,27%
4.004
2.529
676
7.520
33,49%
65,20%
41,57%
62,65%
4.088
2.582
713
7.211
35,42%
63,94%
38,85%
64,37%
3.927
2.543
682
7.165
34,05%
65,12%
40,62%
61,87%
Aantal PopulatDiploie 20-29 ma’s jaar STEM per 1000 inwoners 2029 jaar
25,61%
4,40
776.646
27,15%
4,69
782.165
26,80%
4,82
784.177
26,64%
4,90
791.803
27,18%
5,02
797.564
28,01%
5,10
802.145
27,43%
4,88
805.003
(1) De absolute cijfers voor het aantal studiebewijzen Zorg – STEM werden aangepast omdat in de STEM monitor 2015 enkel de vrouwen die een Zorg – STEM diploma hebben gehaald werden weergegeven. Nu zijn de mannen met een Zorg – STEM diploma ook meegerekend.
25
V.U.: Micheline Scheys, Secretaris-generaal Departement Onderwijs en Vorming, Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel • Eindredactie: Christel Op de beeck en Rita Dunon • Werkten mee: Rita Dunon, Anton Derks, Christel Op de beeck, Pieter Vos, Hilde Goeman, Paul Cornelis, Maddy Bollen, Goele Bossaert, Bart Colpaert Vormgeving: Kim Baele • Met dank aan de beeldbank van TechniekTalentNU • Depotnummer: D/2016/3241/203 26
Master Academie- Totaal jaar studiebewijzen
2008 2009
14.741
2009 2010
15.664
2010 2011
17.284
2011 - 2012
17.990
2012 2013
18.673
2013 2014
18.908
2014 2015
19.559
Aantal studiebewijzen STEM HO en % vrouw
Aantal studiebewijzen ZorgSTEM HO en % vrouw
Aantal studiebewijzen Lichte STEM HO en % vrouw
Aantal studiebewijzen
Aantal Diploma’s STEM per 1000 inwoners 20-29 jaar
Populatie 20-29 jaar
5,61
776.646
28,61%
5,73
782.165
27,41%
6,04
784.177
10.027 28,40%
6,45
791.803
6,65
797.564
28,51%
6,72
802.145
10.684 28,35%
6,89
805.003
Niet STEM HO en % vrouw
4.356
1.008
645
31,63%
67,76%
47,91%
62,67%
4.482
1.287
687
9.208
30,75%
67,13%
50,22%
62,68%
4.738
1.911
726
9.909
30,88%
68,97%
46,69%
62,72%
5.110
2.185
668
32,49%
67,00%
50,15%
5.303
2.370
793
31,19%
67,76%
47,04%
63,57%
5.391
2.341
769
10.407
31,63%
69,24%
45,38%
64,25%
5.544
2.602
729
33,69%
67,22%
45,68%
DEPARTEMENT ONDERWIJS EN VORMING Koning Albert II-Laan 15 1210 Brussel www.onderwijs.vlaanderen.be 27
% STEM diploma’s
8.732 29,55%
63,88% 10.207 28,40%
63,35%