Mevrouw Hilde CREVITS Vlaams minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw Consciencegebouw Koning Albert II laan 15 1210 Sint-Joost-ten-Node
contactpersoon Wim Knaepen wknaepen@serv.be Tim Buyse tbuyse@serv.be
ons kenmerk SERV_20200629_COVID_19_Winwinlening_BR
Brussel 29 juni 2020
COVID-19-Winwinlening Mevrouw de minister Het Vlaamse coronaherstelplan werd aangekondigd om ondernemingen en ondernemers ook op langere termijn doorheen de coronacrisis te loodsen. Het vierluik omvat als solvabiliteitsplan, naast de uitbreiding van de winwinlening en de creatie van vriendenaandelen, ook de uitbreiding van achtergestelde leningen, de oprichting van een welvaartsfonds en de uitbreiding van overheidswaarborgen. De SERV wordt in deze fase enkel om advies gevraagd over de COVID19-Winwinlening. De sociale partners konden hierover geen consensus bereiken. U vindt hierna de standpunten van de respectieve organisaties.
Hoogachtend
Pieter Kerremans
Danny Van Assche
administrateur-generaal
voorzitter
Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen Wetstraat 34-36, 1040 Brussel T +32 2 209 01 11 F +32 2 217 70 08 info@serv.be www.serv.be
COVID-19-Winwinlening
1
Standpunt ACV, ABVV en ACLVB
Een eerste vierluik van het Vlaamse economische coronaherstelplan werd recent aangekondigd om ondernemingen en ondernemers ook op langere termijn doorheen de coronacrisis te loodsen. Dit vierluik omvat een solvabiliteitsplan. Het plan voorziet de uitbreiding van de bestaande Winwinlening naar een COVID-19 Winwinlening, de creatie van vriendenaandelen, de uitbreiding van achtergestelde leningen en waarborgen en tenslotte ook de oprichting van een nieuw welvaartsfonds. De SERV ontving in een eerste fase enkel een adviesvraag over de COVID-19-Winwinlening. Het ontwerpdecreet voor deze COVID-19-winwinlening voorziet het optrekken van grensbedragen, een versoepeling van voorwaarden, een verhoging van belastingvoordeel bij verlies en een versoepeling van looptijden. Een consensus met de werkgeversorganisaties over een gezamenlijk advies over deze Covid-19 versoepeling van de winwinlening kon in de schoot de SERV niet worden bereikt. Hierna volgen de standpunten van ACV, ABVV en ACLVB.
De fiscale voordelen in het solvabiliteitsplan De werknemersorganisaties hebben principiële bedenkingen bij het toekennen van belastingvoordelen voor risicokapitaal met soepele voorwaarden. Zeker ook als dit gebeurt zonder duidelijke doelgroepafbakening. Onvoorwaardelijke fiscale voordelen ter ondersteuning van risicokapitaal zorgen volgens de literatuur voor “windfall profits”. Zulke maatregelen zijn dus vaak niet efficiënt. Zij kosten de belastingbetaler veel geld zonder al te veel concrete engagementen van investeerders en bedrijven. Er wordt dus beter gekeken naar andere meer effectieve manieren om het investeringsklimaat te verbeteren. Het zijn vooral personen uit de hoogste 2 inkomensdecielen die tot nu toe het meeste gebruik maken van fiscale stimuli voor winwinleningen. Belastingvoordelen verbonden aan verschillende maatregelen voor risicokapitaal kunnen ook gecumuleerd worden. ACV, ABVV en ACLVB vragen de Vlaamse Regering te onderzoeken of deze extra besteding van Vlaamse overheidsmiddelen nu prioritair is.
De verhouding met andere fiscale maatregelen De versoepeling van de Covid-19-winwinlening kan dus niet los gezien worden van andere fiscale maatregelen ter ondersteuning van risicokapitaal. Er staan concreet nieuwe fiscale mechanismen in de steigers zoals het Vlaamse vriendenaandeel en het Vlaamse welvaartsfonds. Ook bestaan er gelijkaardige federale mechanismen zoals de Taks shelter KMO waarvan de voorwaarden ook nu versoepeld worden. Om tot een evenwichtig en correct advies te kunnen komen, had het beter geweest om inzicht te krijgen in alle (geplande) nieuwe fiscale mechanismen, dit om o.a. overlappingen te voorkomen. De werknemersorganisaties vragen de Vlaamse regering meer oog te hebben voor complementariteit van dit soort fiscale kapitaalsteun en de SERV bij wijzigingen ook om advies te vragen over het globale fiscale uitgavenplaatje voor kapitaalinvesteringen. Bovendien zullen deze verschillende bijkomende fiscale maatregelen uit het plan de fiscale koterij van belastingverminderingen verder doen toenemen. Deze nieuwe verminderingen staan haaks op het recente pleidooi van de Hoge Raad Van Financiën om de wildgroei aan belastingverminderingen een halt toe te roepen. Inkomsten op peil te houden, is meer dan
COVID-19-Winwinlening
ooit nodig nu de overheid het onderste uit de kan haalt om de impact van de corona crisis te temperen. Inkomstenstabiliteit zal een echte belastingverschuiving richting vervuiling, kapitaal en vermogen vergen. En geen nieuwe overheidsuitgaven voor belastingverminderingen.
De versoepeling van de Covid-19-winwinlening Het instrument van de win-win lening bestaat sinds 2006 zonder dat er criteria voor positieve evaluatie zijn vastgelegd. Er is tot op heden, zover bij de werknemersorganisaties bekend, geen evaluatie gebeurd of middelen goed ingezet worden. Hierdoor is er geen doelgroep bekend waar Covid-19-winwinleningen nu het meest zinvol zouden zijn. ACV, ABVV en ACLVB stellen vast dat de Vlaamse overheid nu een groot deel van het risico op verlies op ten laste neemt. Dit verhoogd risico - een tussenkomst van 40% bij faillissement van een KMO – kan een zeer grote budgettaire impact hebben gezien het verhoogde risico door de COVID-19 crisis. Het optrekken van de grensbedragen en de optie van vervroegd terugbetalen gaan ook het karakter van een vriendenlening voorbij. ACV, ABVV en ACLVB vinden het niet slim dat een zaakvoerder, een echtgenoot of werknemers – als deze met hun privékapitaal investeren in hun eigen bedrijf – kunnen genieten van een belastingvoordeel, zelfs bij faling. De werknemersorganisaties vragen dat deze optie – al gaat het maar om minimale bedragen - helemaal gesloten wordt. Het ondernemingsrisico mag niet afgewenteld worden op de belastingbetaler.
De doelstelling Met de Covid-19-winwin wil de overheid de spaarder mobiliseren met een fiscaal voordeel om zijn schouders te zetten onder de economische relance. De Nationale Bank (NBB) wijst op de kost van het belastingvoordeel en beperkte effectiviteit. De werknemersorganisaties volgen de redenering van de NBB hierin en is bijgevolg geen voorstander van (versoepeling) van de winwinlening. ACV, ABVV en ACLVB vragen de Vlaamse regering een alternatieve optie te onderzoeken. Met name zelf gebruik te maken van de lage rente op de kapitaalmarkten en direct strategische KMO met kapitaalbehoeften door de corona crisis te ondersteunen via participaties en achtergestelde leningen. En niet de duurdere omweg van de spaarder, werknemer of partner te nemen, door hen met een fiscaal voordeel te lokken richting risicovolle “vriendenlening”.
Het Welvaartsfonds De werknemersorganisaties dringen er op aan dat de doelgroep en conditionaliteit sterker wordt uitgewerkt om het belastingvoordeel voor investeerders in dit fonds te motiveren. De link naar koolstofarm, goede jobs en valorisatie binnen de EU ontbreekt momenteel nog in de communicatie van de Vlaamse regering. Ook vragen de werknemersorganisaties duidelijke criteria omtrent ethisch handelen van bedrijven, bijvoorbeeld wat betreft de aanwezigheid in belastingparadijzen.
COVID-19-Winwinlening
2
Standpunt VOKA, UNIZO, Boerenbond (BB) en VERSO
Het Vlaamse coronaherstelplan werd aangekondigd om ondernemingen en ondernemers ook op langere termijn doorheen de coronacrisis te loodsen. Het vierluik omvat als solvabiliteitsplan, naast de uitbreiding van de winwinlening en de creatie van vriendenaandelen, ook de uitbreiding van achtergestelde leningen, de oprichting van een welvaartsfonds en de uitbreiding van overheidswaarborgen. VOKA, UNIZO, BB en VERSO stellen vast dat de SERV in deze fase enkel om advies wordt gevraagd over de COVID-19-Winwinlening. In het advies ‘Krijtlijnen voor een Vlaams economisch relancebeleid’1 heeft de SERV gesteld dat, naarmate de duur van de crisis aanhoudt, bijkomende structurele maatregelen nodig zijn om de solvabiliteit van onze bedrijven op middellange en lange termijn veilig te stellen en het groeipotentieel te verstevigen. Daartoe kan volgens de SERV aan gezinnen die geen inkomensverlies lijden door de crisis en over behoorlijke spaarbuffers beschikken, de mogelijkheid geboden worden om hun spaarcenten voor bepaalde doelen te gebruiken om zo bij te dragen aan de relance. Hiermee sluit de SERV aan bij een eerder advies2 waarin hij de piste naar voor schoof om de doorstroming van spaartegoeden naar (doorgroei)ondernemingen te stimuleren. De werkgeversbank vindt het positief dat de Vlaamse Regering in haar herstelplan de mogelijkheid voorziet om de financiële ruggengraat van Vlaamse ondernemingen te stutten door het aanboren van de spaarcenten van de Vlaamse spaarder. Met onder meer de Winwinlening wil de Vlaamse Regering de spaarder er namelijk toe aanzetten zijn schouders mee te zetten onder de relance van de Vlaamse economie, in hoofdzaak door een fiscaal voordeel als beloning in het vooruitzicht te stellen. Met de Winwinlening kunnen particulieren met relatief kleine bedragen tot maximaal € 50.000 de zaak van een vriend of een familielid steunen, in ruil voor 2,5% korting op de personenbelasting. Het systeem bestaat sinds 2006 en kent jaar na jaar meer succes. In 2019 leenden kmo’s op die manier € 62,5 mln. van vrienden en familieleden. In totaal zijn er op dit moment 19.077 Winwinleningen geregistreerd waarmee een kapitaal van € 478 mln. werd gemobiliseerd. In voorliggend ontwerpdecreet wordt de Winwinlening uitgebreid en versoepeld teneinde de kapitaalstructuur van Vlaamse ondernemingen en ondernemers versterken. Concrete aanpassingen betreffen: een grotere flexibiliteit in de looptijd: in plaats van een looptijd van 8 jaar, wordt het mogelijk te variëren van looptijd tussen 5 en 10 jaar. het optrekken van de maximumbedragen. Het maximum van € 50.000 per kredietgever wordt opgetrokken tot € 75.000, het maximum van € 200.000 per onderneming wordt opgetrokken tot € 300.000. een vrijwillige verlenging van leningen die aflopen in 2020, met 2 jaar. Zo kunnen ondernemingen de terugbetaling meer spreiden of uitstellen. Het fiscale voordeel van 2,5% wordt uitgebreid tot de totale looptijd van maximum 10 jaar.
1
SERV (2020) Advies ‘Krijtlijnen voor een Vlaams economisch relancebeleid’, Brussel, 15 juni 2020.
2
SERV (2012) Advies ‘Doorgroei van ondernemingen met behoud van hun beslissingscentrum in Vlaanderen’, Brussel, 15 februari 2012.
COVID-19-Winwinlening
een versoepeling van de huidige voorwaarde waarbij de kredietverstrekker van een winwinlening geen werknemer van de onderneming mag zijn, noch de echtgeno(o)te of wettelijk samenwonende partner, noch bestuurder of zaakvoerder van de onderneming. De versoepeling laat dit toe zolang men geen aandeelhouder is met meer dan 5% in het kapitaal van de onderneming. een tijdelijke verhoging van de belastingvermindering bij definitief verlies, van de huidige 30% tot 40%, en dit voor alle leningen afgesloten tot eind 2021. VOKA, UNIZO, BB en VERSO vinden het positief dat de duidelijkheid van het beleidskader – één van de grondslagen van het succes van de Winwinlening – onaangeroerd blijft, aangezien enkel de modaliteiten worden versoepeld en verruimd. Terwijl bepaalde versoepelingen (i.c. het percentage van het eenmalige belastingkrediet bij definitief verlies, en de eventuele verlenging van de Winwinlening in geval van crisis of ramp) duidelijk een tijdelijk karakter hebben en zullen uitgewerkt worden in een bijzonder crisisbesluit, krijgen de wijzigingen inzake looptijd, ontleende en geleende bedragen, en inzake de onverenigbaarheidsregeling voor de aandeelhouder als kredietgever een definitief karakter. De werkgeversbank ondersteunt de voorziene verhoging van de maximumbedragen en versoepeling van de looptijd en menen dat de continuïteit in de architectuur en de introductie van het bevoegdheidskader voor de Vlaamse Regering in geval van crisis, zullen bijdragen aan het relatief succes van de maatregel, ook tijdens COVID-19.