Skip to main content

dossier 2020-172.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/172

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/172

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 10 mei 2020 diende xxx een verzoek in bij het OCMW Gent tot het verkrijgen van een afschrift van het bestand 2016 en 2017_bankverrichtingen huurwaarborg + spaarrek + zichtrek_xxxpdf, deel van zijn OCMW dossier. Op 26 mei 2020 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen de ontstentenis van beslissing door het OCMW Gent. Dit beroep, gekend onder kenmerk OVB/2020/131, werd op 16 juni 2020 door de beroepsinstantie als onontvankelijk verklaard, aangezien het voortijdig werd ingediend. Op 19 juni 2020 diende xxx opnieuw beroep in betreffende zijn aanvraag van 10 mei 2020, wegens ontstentenis van beslissing vanwege het OCMW Gent. Dit beroep werd geregistreerd op 22 juni 2020. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoekschrift werd door xxx ingediend op 10 mei 2020. Bij ontstentenis van

www.vlaanderen.be


beslissing door het OCMW Gent over zijn openbaarheidsverzoek heeft de termijn om in beroep te gaan in toepassing van artikel II.48 Bestuursdecreet bijgevolg geen aanvang genomen. Het beroepschrift is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van ĂŠĂŠn of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Ontstentenis van beslissing

Op 10 mei 2020 diende verzoeker een verzoek in bij het OCMW Gent tot inzage, afschrift en uitleg van de bestanden die gerelateerd zijn aan een hoorzitting met hem. Hij ontving geen reactie van het OCMW Gent binnen de door het Bestuursdecreet bepaalde termijn.

2. Toelichting door het OCMW Gent Naar aanleiding van het eerdere beroepschrift van verzoeker nam de beroepsinstantie al contact op met het OCMW Gent. Het OCMW gaf per mail van 8 juni 2020 enige toelichting aan de beroepsinstantie. Hieruit bleek dat het openbaarheidsverzoek van 10 mei 2020 van verzoeker, voorwerp van onderhavig beroep, aan de aandacht van het OCMW ontsnapt was, vermoedelijk door de grote hoeveelheid openbaarheidsverzoeken en mails die zij van verzoeker ontvangen. Met betrekking tot de gevraagde documenten laat het OCMW weten dat zij onderdeel zijn van het sociaal dossier van verzoeker. Dit dossier werd hem reeds herhaaldelijk bezorgd in het kader van openbaarheid van bestuur. Bijgevolg zijn de gewenste bestuursdocumenten dan ook reeds in zijn bezit. Betrokkene blijft echter dezelfde vragen stellen en beroepen indienen. In de periode tussen 19 september 2019 en 17 mei 2020 heeft het OCMW 10 openbaarheidsverzoeken van verzoeker geregistreerd, waarbij hij 7 keer verzocht om zijn eigen OCMW-dossier.

3. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie stelt vast dat verzoeker reeds meermaals zijn persoonlijk dossier bij het OCMW Gent heeft opgevraagd, en gekregen (7 keer tussen september 2019 en mei 2020). Hierin waren telkens de gevraagde documenten aanwezig.

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/172

pagina 2 van 4


Verwijzend naar de uitspraak OVB/2020/130 leidt de beroepsinstantie uit de voorgaande vaststellingen en overwegingen een materieel en intentioneel aspect af bij verzoeker dat niet te rijmen valt met de redelijke uitoefening van het recht van openbaarheid van bestuur. Het grondwettelijke recht op openbaarheid van bestuur is een instrument dat de burgers moet toelaten controle uit te oefenen op het handelen van het bestuur en hen in staat moet stellen de rechtmatigheid van het overheidsoptreden te beoordelen en met kennis van zaken te beslissen of er grond bestaat dat optreden in rechte aan te vechten. Verzoekers hebben aldus het volste recht gebruik te maken van de openbaarheid van bestuur om het doen en laten van bepaalde bestuursinstanties betreffende aangelegenheden die ze zich ter harte hebben genomen, na te gaan. Hierbij zijn zij er echter niet van ontslagen om hun rechten op redelijke en zorgvuldige wijze uit te oefenen. Het belang dat de verzoekers bij de uitoefening van hun rechten hebben, moet in redelijke verhouding staan met de gevolgen voor de werking van de diverse bestuursinstanties. De vraag wanneer repetitieve aanvragen tot openbaarmaking de grens van de kennelijke onredelijkheid overschrijden, is weliswaar zeer delicaat en moeilijk. Daar moet, het uitgangspunt indachtig dat de uitzonderingsgronden op de openbaarheid restrictief moeten worden geïnterpreteerd en toegepast, heel behoedzaam mee worden omgegaan. Gezien deze herhaalde vraag van dezelfde documenten die ook telkens ingewilligd werd, en waarbij de bestanden zelfs meermaals moesten verstuurd worden door het OCMW Gent, kan de beroepsinstantie echter alleen maar besluiten dat de huidige verzoeker de perken van de redelijkheid manifest te buiten is gegaan met zijn verzoek d.d. 10 mei 2020. Hij heeft deze bestanden immers diverse keren ontvangen in de afgelopen maanden. Zijn recht op openbaarheid van deze bestuursdocumenten is dus ruimschoots gehonoreerd. Zijn handelswijze, gelet op het aantal (herhaalde) aanvragen, schaadt de normale werking van een bestuursinstantie (in casu het OCMW Gent). De beroepsinstantie is van oordeel dat hier sprake is van rechtsmisbruik door verzoeker. Het verbod van rechtsmisbruik vormt een algemeen rechtsbeginsel dat volgens de rechtspraak en rechtsleer de uitoefening van een recht is, niet alleen met het enkele opzet te schaden, maar ook het uitoefenen van dat recht op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de normale uitoefening van dit recht door een voorzichtig en bezorgd persoon (ter goeder trouw). De gevolgen van de uitoefening van een recht mogen niet in onevenredigheid zijn met de voordelen voor degene die het recht uitoefent. Dit betreft een belangenafweging. Het misbruik van recht is een uitzonderingsgrond die onder toepassing van artikel II.33 van het Bestuursdecreet kan worden ingeroepen en die de aanvraag tot openbaarmaking “kennelijk onredelijk” maakt. Dit is volgens het oordeel van de beroepsinstantie in casu het geval gelet op de herhaalde vragen tot openbaarmaking van telkens dezelfde documenten bij het OCMW Gent. Er kan niet anders geconcludeerd worden dan dat verzoeker zijn recht inzake openbaarheid van bestuur misbruikt, en dat, na billijke afweging van ieders belangen, de aanvragen van verzoeker tot openbaarmaking van telkens dezelfde bestuursdocumenten terecht niet langer beantwoord worden door het OCMW Gent omdat zij een manifeste uitdrukking zijn van rechtsmisbruik en kennelijke onredelijkheid. Verzoeker geeft immers ook geen enkel concreet argument waarom de vorige openbaarmakingen (van dezelfde documenten) niet zouden volstaan en hij opnieuw een aanvraag doet van documenten die al zeven keer openbaar gemaakt werden. Het voordeel van verzoeker om voor de achtste keer dezelfde documenten te bekomen, zonder dat hij hiervoor enige uitleg geeft, weegt kennelijk niet op tegen de werklast die deze

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/172

pagina 3 van 4


aanvraag opnieuw veroorzaakt binnen de diensten van het OCMW Gent. In deze omstandigheden is de beroepsinstantie van oordeel dat dit de norm van de redelijkheid kennelijk te boven gaat, en dat de grote aantallen verzoeken en de gehanteerde werkwijze daarbij, niet te rijmen vallen met wat van een normaal, zorgvuldig en vooruitziend persoon, geplaatst in dezelfde concrete omstandigheden, zou mogen verwacht worden (zie hiervoor ook de eerdere uitspraken van de beroepsinstantie OVB/2013/45, OVB/2014/28, OVB/2015/19-33-38-53-54-55OVB/2015/80, OVB/2016/149). De beroepsinstantie moet bijgevolg besluiten dat hier sprake is van rechtsmisbruik van de regelgeving betreffende de openbaarheid van bestuursdocumenten en dat de uitzonderingsgrond van artikel II.33 van het Bestuursdecreet van toepassing is op dit beroep. Om deze redenen wordt het beroepschrift als ongegrond beschouwd.

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 19 juni 2020 tegen de ontstentenis van beslissing van het OCMW Gent wordt als ontvankelijk en ongegrond beschouwd. Brussel, 25 juni 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// // https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/172

pagina 4 van 4


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2020-172.pdf by Vlaanderen-be - Issuu