Skip to main content

STUDIE 35 BEROEPSPROFIEL. chemicus (algemene benaming) labochemicus milieuchemicus procestechnoloog.

Page 1

STUDIE 35 BEROEPSPROFIEL chemicus (algemene benaming) met opties

biochemicus labochemicus milieuchemicus procestechnoloog


BEROEPSPROFIEL chemicus (algemene benaming) (m/v) met opties

biochemicus labochemicus milieuchemicus procestechnoloog

sector studiegebied

: :

opleiding beroepen

: :

chemie industriële wetenschappen & technologie chemie biochemicus-labochemicusmilieuchemicus-procestechnoloog

Werkgroep beroepsprofielen van de Vlaamse Hogescholen in opdracht van de Vlaamse Onderwijsraad D/1997/6356/24 De leden van de werkgroep beroepsprofielen zijn inhoudelijk verantwoordelijk voor het beroepsprofiel. De Vlor heeft enkel ingestaan voor een uniforme en toegankelijke lay-out.


INHOUD BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

I N H O U D

1

2

3

4

IDENTIFICATIE

1

1.1

Identificatiegegevens

1

1.2

Opdracht 1.2.1 Opdrachtgever 1.2.2 Doelstellingen

1 1 2

1.3

Procedure

3

1.4

Methode

5

BEROEPSPROFIEL

6

2.1

Vooronderzoek 2.1.1 Socio-economische structurele ontwikkelingen in de sector

6 6

2.2

Analyse van de arbeidsmarkt 2.2.1 Gegevens van tewerkstelling in de sector 2.2.2 Gegevens over het beroep 2.2.3 Gegevens over de functies verbonden aan het beroep 2.2.4 Relateren van de functies aan het beroep

7 7 9 14 16

2.3

Vastlegging van de beroepenstructuur en de beroepenclusters

17

2.4

In kaart brengen van relatie tussen beroepen en opleidingen

17

2.5

Beroepsprofiel 2.5.1 Benaming 2.5.2 Beschrijving van het beroep 2.5.3 Beschrijving van de activiteiten 2.5.4 Ondersteunende kennis 2.5.5 Beroepshoudingen

17 17 17 18 22 26

2.6

Niveau van het beroep in de sector 2.6.1 Omschrijving van het niveau 2.6.2 Criteria 2.6.3 Niveaubepaling

27 27 27 28

BIBLIOGRAFIE

29

3.1

Vraag naar de opleiding

29

3.2

Begrippenkader - terminologie

29

3.3

Gebruikte bronnen

30

BIJLAGEN

32

Bijlage 1: medewerkers bij het opstellen van het Beroepsprofiel van de Gegradueerde in de chemie (eerste en tweede versie) Bijlage 2: Vlaamse Hogescholen die de opleiding chemie inrichten Bijlage 3: enquêteformulier Bijlage 4: samenvatting der enquêteresultaten

32 33 34 35


BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

1

1.1

1

IDENTIFICATIE

Identificatiegegevens Sector Beroep

: :

Beroepsprofiel

:

1.2

Opdracht

1.2.1

Opdrachtgever

Chemie Chemicus (algemene benaming) met opties labochemicus (m/v) biochemicus (m/v) milieuchemicus (m/v) procestechnoloog (m/v) Chemicus met opties labochemicus biochemicus milieuchemicus procestechnoloog

Op 30 maart 1993 gaf de Vlaamse Gemeenschapsminister van Onderwijs, de Heer L. Van den Bossche, de opdracht een werkgroep samen te stellen die het beroepsprofiel van de gegradueerde in chemie met de verschillende opties diende vast te leggen. Tijdens een introductievergadering werd door leden van de Dienst voor Onderwijsontwikkeling (D.V.O.) schriftelijke en mondelinge toelichting gegeven omtrent deze opdracht. Inzake planning werd gevraagd om dit werk te voltooien uiterlijk tegen april 1994. In diezelfde periode werden tevens de voorbereidende gesprekken gevoerd rond het nieuwe decreet betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap van 13 juli 1994. Vele directies werden parallel betrokken bij de voorbereiding van deze twee opdrachten. Omwille van tijdgebrek werd het uitschrijven van de beroepsprofielen een jaar uitgesteld. De problematiek van de beroepsprofielen werd op dat moment eveneens ter sprake gebracht binnen de VLOR, die hieraan een gunstig advies verleende. Op uitnodiging van de heer G. Aelterman, directeur van de I.H.- C.T.L. te Gent en door de D.V.O. aangesteld als voorzitter voor het uitschrijven van de beroepsprofielen van de gegradueerde in chemie, werd op 30 maart 1994 een algemene werkgroep geïnstalleerd die deze opdracht zou uitvoeren. De algemene werkgroep bestond uit een voorzitter en 6 leden. De samenstelling is opgenomen in bijlage 1.


2

BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

Tijdens de eerste vergadering werd de opdracht besproken, werden de taken verdeeld over de leden van de algemene werkgroep en werd een timing opgesteld. Er werd overeengekomen om de beroepsprofielen van de gegradueerde in chemie optie chemie, chemie optie biochemie, chemie optie milieuzorg en chemie optie procestechnieken per opleiding op te stellen in 4 subwerkgroepen. Iedere subwerkgroep zou geleid worden door een secretaris van de algemene werkgroep (samenstelling zie bijlage 2) en bevat drie kernleden (= leden van de algemene werkgroep). Op deze wijze werd het voor de algemene werkgroep mogelijk om de verschillende activiteiten binnen de 4 subwerkgroepen te coördineren.

1.2.2

Doelstellingen Volgens de Federatie der Chemische Nijverheid van België omschrijft de chemische sector zijn missie als 'een belangrijke bijdrage leveren voor de voedselvoorziening en de gezondheid van de wereldbevolking'. In Vlaanderen is de chemische industrie sterk aanwezig. De chemische bedrijven denken er helemaal niet aan hun productie-eenheden over te plaatsen, maar kiezen resoluut voor een nog sterkere verankering in Vlaamse (Europese) bodem. De sector investeert hiervoor in productiemiddelen en vooral ook in mensen. Ook al is chemie een zeer kapitaalintensieve bezigheid, het komt erop aan over de know-how te beschikken om de processen op een veilige en milieuvriendelijke manier te sturen. En know-how zit nu eenmaal in de hoofden van mensen. Daarom besteedt de sector enorme bedragen aan onderzoek en ontwikkeling. Dit is de juiste weg om de sterke positie van de sector naar de toekomst te handhaven. De technologische evolutie kent binnen de chemische sector een continu verloop, en leidt tot een gestage verhoging van de profielen van de medewerkers. Wie in de chemische industrie wil gaan werken, komt terecht in een zeer hoog technologische omgeving en draagt grote verantwoordelijkheid. Daarom rekruteert de sector steeds minder laaggeschoolden en doet ze een beroep op degelijk geschoolde medewerkers met grote inzet. De verscheidenheid binnen de chemische industrie is groot. Zowel de KMO's als de reuzen dragen bij tot deze verwezenlijking. Hun streven naar perfectie is groot. Medewerkers met een degelijke basiskennis chemie spelen hierin de hoofdrol. Opdat een productieproces (of onderzoek) perfect zou verlopen moet het kunnen steunen op een degelijke technische (of wetenschappelijke) pijler. Wie degelijk zijn vak kent en bereid is nauwgezet mee te helpen de uitdagingen van deze veeleisende industrie te realiseren, maakt binnen de sector een eerlijke kans. Wie zijn talen kent, het belang van veiligheid en respect voor het leefmilieu erkent en zich op een flexibele manier weet in te zetten, beantwoordt aan het profiel van deze industrie. De afgestudeerden moeten voldoende basiskennis en basisvaardigheden bezitten, zodat ze zich later in hun beroepsleven gemakkelijk kunnen bijscholen en/of specialiseren. Dit is immers meer dan ooit een levenslange opdracht geworden, terwijl de toegepaste uitvoeringstechnieken en principes dikwijls wijzigen of snel achterhaald zijn. Dit betekent dat veel aandacht moet besteed worden aan o.a. het verwerven van inzicht in fundamentele principes, probleemoplossend en kritisch denken, in teamverband werken, analyseren, zorgvuldig en verantwoord handelen, systematisch werken, creativiteit en persoonlijk initiatief, informatie opvragen en verwerken, creatieve transfer van vruchtbaar gebleken denkpatronen naar nieuwe


BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

3

problemen, orde en stiptheid in de uitvoering,.... Daarnaast constateren we dat het kennis- en toepassingsveld steeds ruimer wordt en de opleidingsduur constant is gebleven. Hieruit besluiten dat de leerinhouden de ontwikkelingen in het kennis- en beroepsveld niet hoeven te volgen, is fout. Immers, goed gekozen en relevante leerinhouden zullen de studenten een motiverende meerwaarde geven tijdens hun studie die ze levenslang behouden. Het beheersen van een inhoudonafhankelijke methodologie is veel belangrijker dan het bezitten van encyclopedische kennis. Een gevolg van deze aanpak is dat afgestudeerden in principe een ruimer toekomstbeeld voor zich hebben als ze zich op de arbeidsmarkt begeven. De persoonlijke kwaliteiten zijn hierbij minstens even belangrijk als de technischwetenschappelijke kennisbagage van de afgestudeerde. In vele functies verwacht men een grotere betrokkenheid en verantwoordelijkheid, het louter uitvoerende werk komt steeds minder aan bod. Talenkennis, communicatieve en sociale vaardigheden worden steeds belangrijker.

1.3

Procedure Om de geloofwaardigheid van de uitgeschreven beroepsprofielen te verzekeren, is het belangrijk dat aan het opstellen van deze profielen zoveel mogelijk partijen deelnemen. Daarom werden de subwerkgroepen die het beroepsprofiel van de gegradueerde in chemie optie chemie, chemie optie biochemie, chemie optie milieuzorg en chemie optie procestechnieken opgesteld hebben, samengesteld uit volgende medewerkers: − één afgevaardigde van elke Vlaamse hogeschool die bedoelde optie organiseert (de directeur of een docent) − per optie minimum 3 oud-studenten actief in het beroepsveld − per optie minimum 4 externe deskundigen uit het werkveld (chemische nijverheid, toegepaste en fundamentele onderzoekscentra, milieudiensten,...) − een afgevaardigde van de Federatie der Chemische Nijverheid van België − een voorzitter zoals die werd aangeduid door de D.V.O. De volledige deelnemerslijsten zijn in bijlage 1 opgenomen. In mei 1994 werd schriftelijk aan alle Vlaamse hogescholen met een opleiding chemie gevraagd hun daadwerkelijke medewerking te willen verlenen aan het opstellen van deze profielen. Iedere hogeschool vaardigde één docent (of directielid) per opleiding af, deed voorstellen in verband met kandidaatafgestudeerden en kandidaat-externe deskundigen. Aan de hogescholen werd tevens gevraagd om hun afgestudeerden te enquêteren. Op deze wijze zouden we valide beroeps- en tewerkstellingsgegevens verzamelen of actualiseren . Hiervoor werd een gezamenlijk enquêteformulier ontworpen (zie bijlage 3). De meerderheid van de hogescholen ging hierop in en in oktober 1994 kwamen de gegevens toe. Na verwerking vormden deze enquêteresultaten,


4

BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

samengevat weergegeven in bijlage 4, de basis voor het schrijven van een eerste sneuveltekst over het beroepsprofiel. Omwille van de gemeenschappelijkheid van heel wat kenmerken die de beroepsbeoefenaars van deze 4 studierichtingen dienden te bezitten, werd geopteerd om één gemeenschappelijk deel met kenmerken op te stellen dat geldt voor elk van de 4 opties. Ondertussen werden de 4 subwerkgroepen definitief samengesteld en werden bijkomende nuttige gegevens omtrent het beroepsprofiel opgevraagd bij de verschillende hogescholen, de beroepsverenigingen en andere instanties. Literatuurgegevens werden verzameld. Hiermee rekening houdende werd in december 1994 een eerste algemene ontwerptekst of sneuveltekst klaargemaakt. Deze tekst werd vanaf december 1994 toegelicht en aangevuld binnen iedere subwerkgroep. Nadien werden alle opmerkingen samengebracht door de algemene werkgroep. Binnen iedere subwerkgroep werd bovendien een specifieke tekst opgesteld die de eigenheid van hun optie karakteriseert. Deze specifieke kenmerken werden op hun beurt geuniformiseerd in de algemene werkgroep. Tijdens de maanden december 1994 t.e.m. april 1995 vonden heel wat plenaire vergaderingen plaats, zowel van de subwerkgroepen als de algemene werkgroep. Hierbij werden, in een zeer constructieve sfeer, de sneuvelteksten grondig besproken, toegelicht, gecorrigeerd en aangevuld. Eind april 1995 werden alle gegevens administratief verwerkt. Na voltooiing van de eerste versie van het beroepsprofiel op 19 mei 1995 publiceerde de Dienst voor Onderwijsontwikkeling een reeks nieuwe criteria ter validering van de Beroepsprofielen (21 december 1995). In de loop van 1996 werd de oorspronkelijke tekst herwerkt om te voldoen aan deze nieuwe criteria, waarbij andermaal beroep werd gedaan op de medewerking van de verschillende hogescholen. Meer dan vroeger dienden de beroepen, waartoe de verschillende opties leiden, in verband gebracht te worden met de overkoepelende benaming 'chemicus'. Wat betreft de opleidingsbenamingen en graden, gebruiken we in de tekst de terminologie die in het Decreet betreffende de Hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap van 13 juli 1994 staat. In sommige bijlagen is er nog sprake over de "finaliteit chemie". In het kader van het decreet moet dit echter gelezen worden als de "optie chemie". Het opstellen van beroepsprofielen is niet eenvoudig. Instellingen, laboratoria en bedrijven komen niet spontaan vertellen welke kennis en vaardigheden afgestudeerden in een bepaald beroep moeten bezitten. Op het moment dat afgestudeerden in het beroep stappen, zijn ze niet meer verbonden aan een hogeschool. Docenten begeleiden en instrueren mensen in opleiding en hebben heel wat contacten met het werkveld, doch zien niet steeds hoe de opleiding in het beroepenveld geconcretiseerd wordt. Daarnaast merken we ook dat het beroepenveld geen statisch geheel is, maar onder invloed van maatschappelijke en economische parameters voortdurend in beweging is. En tenslotte spelen persoonsgebonden aspecten een belangrijke rol bij het uitoefenen van een concreet beroep.


BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

5

Bij de redactie van de inhoud van de beroepsomschrijving werd geopteerd voor een ruime, maximalistische visie. Door de grote variatie aan beroepen enerzijds, en taakgebieden binnen een bepaald beroep anderzijds, is het zeer moeilijk of zelfs onmogelijk dat een individu in staat zou zijn zich al deze eigenschappen en vaardigheden eigen te maken tijdens een normale beroepsloopbaan.

1.4

Methode Voorliggende tekst werd opgesteld in overeenstemming met de richtlijnen en werkwijze vervat in : − Criteria ter validering van de Beroepsprofielen (BP) − Vlaamse Onderwijsraad − 21 december 1995 − Handleiding voor het schrijven van beroepsprofielen Dienst voor Onderwijsontwikkeling - Studies en documenten 1995


6

BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

2

BEROEPSPROFIEL

2.1

Vooronderzoek

2.1.1

De socio-economische structurele ontwikkelingen in de sector 2.1.1.1

Macro-economische situering van de sector

Het economisch belang van de chemische nijverheid in België maakt haar tot de tweede sector van ons land. De sector zorgt voor meer dan één vijfde van de totale omzet van de be- en verwerkende nijverheden, vertegenwoordigt een vijfde van de export van de BLEU en wordt gekenmerkt door een snelle internationalisering. Het aandeel van de Belgische chemische nijverheid in de resultaten van de chemie in Europa overtreft het Belgisch bevolkingsaandeel. 2.1.1.2

Beschrijving van de ontwikkelingen in de sector

♦ Socio-economische factoren In 1994 beliep de omzet van de chemische nijverheden 1050,4 miljard frank, waarvan 89 % gerealiseerd werd via export. De totale tewerkstelling bij de ondernemingen, aangesloten bij de Federatie der Chemische Nijverheid, bereikte in 1991 een maximum van 98875 personen. Sedertdien valt een lichte terugval te noteren, tot 93072 in 1995; toch blijft het aandeel van de chemische nijverheid in de totale werkgelegenheid voortdurend toenemen. De werkgelegenheid in de chemische industrie bestaat voor een groot deel uit betrekkingen die hooggekwalificeerd personeel vergen, op de hoogte van moderne onderzoeks- en productietechnieken. ♦ Technologische factoren Investeringen, grotendeels gericht op het in stand houden en verstevigen van technologische voorsprong, kenden de laatste jaren een evolutie, gelijklopend met de conjunctuur. Een gemiddelde van 59 miljard per jaar over de laatste 10 jaren, in 1994 weliswaar gedaald tot ong. 50 miljard, beschouwt de Federatie der Chemische Nijverheid als ‘een zeer verdienstelijke prestatie’. Onderzoek en ontwikkeling, van oudsher een belangrijk punt van interesse voor de chemische nijverheid, leiden tot innovaties inzake producten en technologieën. Een beslissend concurrentievoordeel kan hieruit voortkomen, zeer belangrijk in periodes van slechte conjunctuur. ♦ Structuur van de bedrijven Alhoewel de chemische fabriek een klassiek beeld van grootindustrie oproept, blijkt dat twee derden van de bij de Federatie der Chemische Nijverheid aangesloten bedrijven kunnen beschouwd worden als zijnde van het KMO-type. Opgedeeld volgens het aantal werknemers komen wij tot volgende verdeling (1994):


BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

Aantal werknemers > 1000 500-999 150-499 100-149 50-99 20-49 10-19 <9 Totaal

Bedrijven in Vlaams gewest 6 16 73 34 62 110 75 116 492

7

Bedrijven in Waals gewest 1 6 28 20 31 32 29 51 198

Bedrijven in Brussel-Hoofdstad 1 1 20 11 28 56 31 92 240

Noteren wij in dit verband de relatief sterkere vertegenwoordiging van de basischemie (organische basisproducten-petrochemie, anorganische basisproducten, meststoffen) in het Vlaamse gewest, een nagenoeg identiek relatief aandeel van de parachemie (afgeleide producten met de meest diverse toepassingen) in het Vlaamse en het Waalse gewest en een sterker aandeel van been verwerking (rubber, kunststoffen) in het Waalse gewest. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest onderscheidt zich door een sterke tewerkstelling, hoofdzakelijk van bedienden, in de sector handel (hoofdzetels, commerciële filialen).

2.2

Analyse van de arbeidsmarkt

2.2.1

Gegevens van tewerkstelling in de sector 2.2.2.1

Huidige tewerkstelling en instroomproblematiek

Uit de enquête uitgevoerd bij de afgestudeerden uit de verschillende onderwijsinstellingen (*) blijkt een hoog tewerkstellingspercentage, wat moge blijken uit volgende samenvattende cijfers, gelicht uit de resultaten : Optie Chemie Biochemie Milieuzorg procestechn.

Nuttige antwoorden 710 94 210 74

Tewerkgesteld (of zelfstandige) 681 89 175 70

% werk 95.9 94.6 83.3 94.5

(*) Voor de meeste onderwijsinstellingen kon beschikt worden over gegevens betreffende afgestudeerden uit de periode 1988-1993; voor één inrichting konden afgestudeerden ge-enqueteerd worden teruggaande tot 1966.

Voor de periode januari-september 1996 beschikken wij via de VDAB over volgende gegevens inzake de vraag en het aanbod op de arbeidsmarkt voor de gegradueerden in chemie :


8

BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

januari 96 werkzoekend (m) werkzoekend (v) werkaanbiedingen februari 96 werkzoekend (m) werkzoekend (v) werkaanbiedingen maart 96 werkzoekend (m) werkzoekend (v) werkaanbiedingen april 96 werkzoekend (m) werkzoekend (v) werkaanbiedingen mei 96 werkzoekend (m) werkzoekend (v) werkaanbiedingen juni 96 werkzoekend (m) werkzoekend (v) werkaanbiedingen juli 96 werkzoekend (m) werkzoekend (v) werkaanbiedingen augustus 96 werkzoekend (m) werkzoekend (v) werkaanbiedingen september 96 werkzoekend (m) werkzoekend (v) werkaanbiedingen

CHEMIE

BIOCHEMIE

MILIEUZ.

PROCEST.

2 4 47

3 4 14

2 0 2

0 0 2

5 1 19

0 0 3

0 1 2

0 0 0

5 3 16

1 2 8

0 0 0

0 0 0

4 2 27

1 1 8

0 0 1

0 0 0

2 2 24

1 1 5

0 0 1

0 0 0

3 1 22

0 3 10

1 2 0

1 1 0

36 36 18

10 26 5

12 19 0

7 0 3

20 14 20

8 9 5

5 5 0

3 1 0

9 10 18

8 9 6

3 3 3

1 0 0

Uit deze cijfers mag afgeleid worden dat de huidige situatie op de arbeidsmarkt voor de gegradueerde in chemie gunstig kan genoemd worden en de absorptie van nieuwafgestudeerden door deze arbeidsmarkt bevredigend verloopt. 2.2.2.2

Toekomstige tewerkstelling : perspectieven

Voorzichtige prognoses, steunend op een verbeterende conjunctuur, laten toe minstens een stabilisering, eventueel een verbetering, inzake tewerkstelling te voorspellen. Een onderscheid volgens de gevolgde optie dringt zich wel op : − de labochemicus is de van ouds gekende chemicus en inzetbaar in de meest diverse industrieën en laboratoria; daar deze studierichting reeds sedert vele jaren bestaat, is hier enerzijds de kans op stabilisering van de tewerkstelling het grootst, terwijl anderzijds nieuwe rekruteringen ook het gevolg kunnen zijn van doorstroming of pensionering van oudere werknemers


BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

9

− hetzelfde geldt voor de biochemicus, tewerkgesteld in de voedingsnijverheid; als nieuwe industrie schept de biotechnologie daarentegen mogelijkheden die parallel lopen met de groei van deze bedrijfstak; het gevaar bestaat wel dat hier tijdelijk een verzadiging zal optreden ten gevolge van opvulling der kaders door jongere elementen − de groeiende interesse voor de milieuproblematiek zorgt eveneens voor een belangrijke rekrutering van de milieuchemicus door bedrijven en instellingen, actief in deze sector; ook hier is gevaar voor mogelijke verzadiging niet uitgesloten − de inschakeling van de gegradueerde in chemie als procestechnoloog is van recente datum, zodat zich hier momenteel geen problemen inzake tewerkstelling stellen; de ondervinding leert dat in de opleiding bijzondere aandacht dient besteed aan de mentale voorbereiding op de specifieke taken van procestechnoloog, opdat de afgestudeerden zichzelf niet eerder als algemeen chemicus zouden blijven beschouwen

2.2.2

Gegevens over het beroep 2.2.2.1

Classificatie

♦ Chemicus (algemeen) De beroepen, uitgeoefend door de gegradueerde in chemie, situeren zich derhalve uiteraard in de chemische sector. Zij zijn zowel voor mannen als vrouwen toegankelijk. Het voornaamwoord ‘hij’, omwille van de leesbaarheid gebruikt in gans de hierna volgende tekst, dient dan ook in deze brede zin geïnterpreteerd te worden. Ongeacht de gevolgde optie heeft de gegradueerde in chemie in de eerste plaats een basisopleiding chemie gekregen. Hij beheerst de meest courante chemische analysetechnieken, is in staat ze uit te voeren en de resultaten ervan te interpreteren. Een meer gedetailleerde classificatie kan verkregen worden mits uitsplitsing naargelang de gevolgde optie : ♦ Labochemicus Dank zij een zo ruim mogelijke chemische vorming, waarbij de klemtoon ligt op de analytische chemie, de organische chemie en de fysicochemie, kan de afgestudeerde uit de optie chemie ingeschakeld worden als laboratoriumtechnoloog (analist) in de meest diverse toepassingen, onderzoeks- en ontwikkelingsmedewerker, projectmedewerker, technisch-commercieel medewerker, lesgever, .... ♦ Biochemicus De biochemische klemtonen, gelegd tijdens de opleiding, leiden tot uitgeoefende functies, analoog aan deze van de labochemicus (laboratoriumtechnoloog (analist), onderzoeksmedewerker, proces- of productiemedewerker, technisch-commercieel medewerker, projectmedewerker, lesgever), maar als gevolg van de specificiteit van de optie biochemie, voornamelijk gesitueerd in de betreffende sectoren.


10

BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

♦ Milieuchemicus De gegradueerde in chemie, optie milieuzorg, zal functies van laboratoriumtechnoloog (analist), onderzoeksmedewerker, milieuambtenaar, milieutechnoloog, procesof productiemedewerker, technisch-commercieel medewerker, projectmedewerker uitoefenen. Dank zij het specifieke milieugerichte aspect van zijn vorming zal hij deze functies uitoefenen in instellingen, bedrijven en laboratoria waar bijzondere aandacht aan de milieuproblematiek besteed wordt. ♦ Procestechnoloog De gegradueerde in chemie, optie procestechnieken, kan de functies uitoefenen van procestechnieker, hulpploegleider, ploegleider, productiecoördinator, laboratoriumtechnoloog, medewerker in proces- en productontwikkeling. De gegradueerde in chemie, optie procestechnieken, is als gevolg van zijn specifieke opleiding als dusdanig vooral werkzaam in de chemische procesindustrie (alle producerende sectoren). 2.2.2.2

Beroepenveld

De chemicus (algemeen) is vooral werkzaam in de industriële sector en in mindere mate in de dienstverlenende sector. Hij functioneert onder meer in : − industriële laboratoria − openbare en private controlelaboratoria − onderzoeksinstituten voor toegepast onderzoek en ontwikkeling − universiteiten en andere instituten voor fundamenteel onderzoek − productie-eenheden − kwaliteitsdiensten − technisch-commerciële en administratieve diensten − onderwijsinstellingen en opleidingscentra De gegradueerde in chemie vestigt zich in principe niet als zelfstandige. Hij functioneert normaal als personeelslid in dienstverband, zodat financiële en/of economische vereisten niet van toepassing zijn. De afgestudeerden uit de verschillende opties oefenen hun beroep uit in volgende sectoren : ♦ Labochemicus De gegradueerde in de chemie, optie chemie, is werkzaam in de onderzoeks- en controlelaboratoria van de meest uiteenlopende takken van de chemische nijverheid, in het bijzonder : − kunststoffenproductie − farmaceutische industrie − basischemicaliënproductie − voedingsindustrie − fotografische industrie − verfindustrie − metallurgie − kunststofverwerking − petroleumraffinaderij − overige chemische industriële sectoren


BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

11

Daarnaast zijn de afgestudeerden tewerkgesteld in onderzoekscentra. Naargelang de aard van het onderzoek onderscheiden we: − fundamenteel wetenschappelijk onderzoek − toegepast wetenschappelijk onderzoek De gegradueerde in chemie kan ook ingeschakeld worden in de technischcommerciële diensten van de chemische en aanverwante industrie. Tot slot oefenen sommige afgestudeerden hun beroep uit in: − het secundair onderwijs en het hoger onderwijs van één cyclus − ziekenhuizen en medische laboratoria − overheidsdiensten − andere sectoren (informatica, commercieel-technische branche, verzekeringen, bouw, bankwezen, ...) ♦ Biochemicus De gegradueerde in chemie, optie biochemie, werkt meestal in: − onderzoeks- (fundamenteel en toegepast), ontwikkelings- en controlelaboratoria − het industrieel productieproces − de kwaliteitsbewaking − technische-commerciële functies In volgende sectoren : − agro- en levensmiddelensector − farmaceutische en cosmetische sector − fermentatie- en biotechnologische sector Sommige afgestudeerden oefenen verder hun beroep uit in : − het secundair onderwijs en het hoger onderwijs van één cyclus − ziekenhuizen en medische laboratoria − overheidsdiensten ♦ Milieuchemicus Het specifieke beroepsveld van de gegradueerde in chemie, optie milieuzorg, omvat de diverse facetten van het milieu (water, bodem, lucht, afval, geluid, toegepaste milieutechnologie) in: − controlelaboratoria − onderzoekingslaboratoria (fundamenteel en toegepast) − kwaliteits-en milieubewaking − milieubiotechnologie en bioremediëring − technisch-commerciële functies − milieuadministratie Deze functies worden uitgeoefend in volgende sectoren : − overheidsdiensten en -instellingen (milieuadministratie: gemeente, provincie en gewest) − diverse industrieën ( (milieu)hygiënische aspecten) − milieusaneringstechnieken en milieutechnologie − milieulaboratoria


12

BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

♦ Procestechnoloog De gegradueerde in de chemie, optie procestechnieken, wordt in principe voorbereid op taken in productie-eenheden, pilootinstallaties en procesontwikkelings- en controlelaboratoria. Hij wordt ingeschakeld in : − het industrieel productieproces − ontwikkelings- en controlelaboratoria − technisch-commerciële functies 2.2.2.3

Beschrijving van het beroep

De labochemicus werkt in onderzoeks-, ontwikkelings- en controlelaboratoria. Hij gebruikt er de meest uiteenlopende technieken en de meest diverse monsters vormen zijn onderzoeksmateriaal. Het doel van dit laboratoriumwerk is veelzijdig: − analyse van de structuur, de samenstelling, de eigenschappen en de functie van chemische verbindingen van zeer uiteenlopende aard en herkomst − onderzoek op laboratoriumschaal naar mogelijkheden om nieuwe en/of bestaande chemische verbindingen te synthetiseren of te wijzigen − kwaliteitsbewaking binnen de industrie ter ondersteuning en optimalisering van het productieproces Hij wordt ook ingeschakeld als medewerker bij de technische realisaties van chemische en fysische reacties tijdens het industrieel productieproces. Naast de opvolging en de optimalisatie van de ontwikkeling en de productie van deze verbindingen, moet de gegradueerde in chemie in staat zijn de impact van het productieproces op het milieu te analyseren en zo mogelijk een bijdrage te leveren tot sanering. De biochemicus oefent analoge taken uit, maar zijn werkterrein zal zich eerder situeren in bedrijven behorend tot de sector van de biochemie, de biotechnologie en de voedingsnijverheid. Aan de hand van de meest uiteenlopende technieken behoren volgende opdrachten tot de mogelijkheden : − ontwikkeling van nieuwe producten en technieken − identificatie, zuivering en verwerking van biomoleculen − analyse van de structuur, de samenstelling, de eigenschappen en de functie van materiaal van biologische oorsprong Hij wordt ook ingeschakeld als medewerker bij de industriële uitvoering van biochemische en microbiologische reacties en van biotechnologische processen, waarbij ook aandacht besteed wordt aan de milieu-implicaties en aan de veiligheids- en hygiëneaspecten van het productieproces en van de producten. Een milieuchemicus is een chemicus die zich bezighoudt met het onderzoek van de relatie van de mens, het dier en de plant met het biologisch, fysisch en chemisch milieu. Hiertoe heeft hij een interdisciplinaire opleiding genoten op het domein van de chemie, biochemie, biologie, fysica.


BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

13

Het onderzoek wordt verricht in het laboratorium en op het veld, in opdracht van een universiteit of hogeschool, een instituut, de overheid of een bedrijf. Het kan omvatten : − bemonstering (staalname, transport, bewaring, toevoeging) − analyse (chemisch, fysisch, biologisch, microbiologisch) − verwerking en interpretatie van de meetgegevens − rapportering Hierop steunend kan overgegaan worden tot : − ontwikkeling van saneringstechnieken in de diverse milieudomeinen − optimalisatie van de analysemethodes − uitwerking en bestudering van milieuaudit, MER (Milieu Rapportering); hygiëne- en veiligheidsmaatregelen

Effecten

Hiernaast kan hij ook ingeschakeld worden bij de technische realisatie en sturing van systemen die de bestrijding van de milieuverontreiniging tot doel hebben. Bedrijven die betrokken zijn bij de ontwikkeling en uitbating van dergelijke systemen behoren derhalve tot zijn werkterrein. De procestechnoloog houdt zich bezig met het ontwikkelen en controleren van producten en fabricageprocessen en met het ontwerpen en in bedrijf houden van de procesinstallaties. Hij kan betrokken zijn bij de productieafdeling of assisteren bij de leiding. Hij is verantwoordelijk voor de controle, regeling, opstarten en stilleggen van de installaties, onderhoud, reparaties en moet kunnen ingrijpen bij storingen, d.w.z. dat hij het productieproces in een zodanige staat houdt dat de eindproducten binnen de gewenste specificaties worden geproduceerd en dit met een minimale druk op het milieu en in de veiligst mogelijke omstandigheden. Hij realiseert dit werk binnen een ploeg operators onder leiding van een ploegoverste. Tijdens de uitvoering moet hij op adequate wijze kunnen beroep doen op allerlei diensten die het bedrijf ter beschikking stelt van de productie-eenheid (dienst veiligheid, informatica, mechanische werkplaats, elektronica, meet- en regeltechnieken). Dank zij de opleiding zal hij na enkele jaren dienst een zodanig doorzicht in het productieproces hebben verworven dat hij zal doorgroeien tot hulpploegleider en zelfs tot ploegleider. In een later stadium van de loopbaan kan hij een functie als coördinator der ploegen verwerven. De taak van de gegradueerde in chemie, optie procestechnieken, ingeschakeld in een controlelaboratorium, bestaat in het nauwgezet uitvoeren van analyses van grondstoffen, intermediairen en eindproducten. Door de kennis van het productieproces is hij in staat de resultaten van de analyses te interpreteren en daardoor een optimale (bij)sturing van het productieproces mogelijk te maken. De gegradueerde in chemie, optie procestechnieken, kan daarnaast ook ingeschakeld worden om op laboschaal of pilootschaal mee te werken aan procesen productontwikkeling.


14

BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

In geval van procesontwikkeling bestaat de taak uit het meewerken aan het optimaliseren van bestaande processen of het implementeren van nieuwe technologieën in de industrie. In het geval van productontwikkeling helpt de gegradueerde in chemie optie procestechnieken mee om met behulp van de bestaande productie-installaties de eigenschappen van de eindproducten te verbeteren of van nieuwe producten te ontwikkelen.

2.2.3

Gegevens over de functies verbonden aan het beroep Onderstaande gegevens zijn van toepassing voor functies kenmerkend voor de beroepen, voortspruitend uit de verschillende opties uit de opleiding chemie. Het is niet uitgesloten dat bepaalde kenmerken van groter belang zijn voor de afgestudeerden van één bepaalde optie dan voor de andere. 2.2.3.1

Functies

De gegradueerde in chemie is opgeleid voor functies waarin de betrokkene de taken zelfstandig moet kunnen uitoefenen. Hiervoor is een grote praktische en theoretische onderlegdheid vereist. De mogelijke functies die gegradueerden in chemie opnemen bij indiensttreding worden hieronder weergegeven. Per functie wordt een korte omschrijving gegeven van de bijhorende taken en verantwoordelijkheden. ♦ De gegradueerde in chemie tewerkgesteld in de controlelaboratoria − kan ruim ingezet worden voor het uitvoeren van erg gevarieerde analyses/ onderzoeken binnen de verschillende vakgebieden van de chemie − verricht in dit verband beheersactiviteiten − draagt bij tot de innovatie van de analyse- en onderzoekstechnieken − werkt mee aan het implementeren van nieuwe analysemethoden onderzoek en ontwikkeling − werkt mee aan fundamenteel of toegepast projectmatig onderzoek − verricht analyses, voert synthesen uit, doet fysische metingen, ... − verwerkt, interpreteert en rapporteert meetgegevens en onderzoeksresultaten − werkt mee aan de ontwikkeling van nieuwe en de optimalisatie van bestaande analyse-, onderzoeks- en productietechnieken de kwaliteitsdiensten − is verantwoordelijk voor de analysewerkzaamheden m.b.t. de kwaliteitscontrole − levert een bijdrage tot de kwaliteitsbeheersing en de kwaliteitsborging binnen het laboratorium/bedrijf de productie (in procesontwikkeling en -opvolging) − beheerst en controleert het productieproces of onderdelen ervan − werkt als operator in hoogtechnologische processen − levert een bijdrage tot de innovatie van de procestechnologie − werkt mee aan het veiligheids- en milieubeleid van het productieproces


BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

15

de technisch-commerciële diensten − werkt binnen een commercieel team mee aan de promotie, presentatie, prospectie, documentatie, marketing, verkoop en lancering van technologische producten, diensten en apparaten en verstrekt er advies over − is (mede-)verantwoordelijk voor het uitvoeren en opvolgen van offertes, bestellingen, leveringen, technische dienstverlening en ondersteuning van klanten − levert een bijdrage aan het verzamelen van relevante informatie m.b.t. productverbetering en het verstevigen van de marktpositie − werkt mee in de organisatie en het beheer van magazijnen (grondstoffen, productiemiddelen, laboratoriumbenodigdheden,...) het onderwijs − in het hoger onderwijs kan hij tewerkgesteld worden in de functie van praktijklector of in een administratieve of technische functie (stockbeheer van laboratoria, bestelling van didactisch materiaal,...) − in de eerste en tweede graad van het secundair onderwijs kan hij functioneren als leraar wetenschappen Algemeen behoren de gegradueerden in chemie tot de technische bedienden binnen het bedrijf of de instelling. Naargelang de ervaring, de persoonlijke kwaliteiten en de inzet van de gegradueerde kan hij zich verder ontwikkelen in doorstroom- en finaliteitsfuncties met een hogere specialisatie en/of verantwoordelijkheid als: − wetenschappelijk onderzoeker − kwaliteitsverantwoordelijke − leidinggevende of laboratoriummanager − projectverantwoordelijke − productieverantwoordelijke 2.2.3.2

Beschrijving van de functies

♦ Normaal toegankelijke functies Uit de resultaten van de uitgevoerde enquête blijkt dat volgende functies de belangrijkste zijn: Laboratoriumtechnoloog in controlelaboratoria van de (chemische) industrie belast met uitvoerend werk. De aard van het uitgevoerde laboratoriumwerk wordt als volgt omschreven: − chemische kwaliteitscontrole van grondstoffen en producten − controle van het productieproces − algemene chemische analyses − uitvoering van specifieke (industriële) analyses − uitvoering van analyses en metingen in het kader van een procesontwikkelingslabo − diverse (fysische parameters, radiofarmaca, kleurenontwikkeling,...)


16

BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

Medewerker in onderzoek en ontwikkeling. Volgende disciplines worden vernoemd: − chemisch onderzoek − ontwikkeling van nieuwe analyse- en synthesemethoden − procesontwikkeling en productontwikkeling − projectwerk in verschillende toepassingen Medewerker in kwaliteitsdiensten van de (chemische) industrie. Een ganse lijst van functies en verantwoordelijkheden wordt opgesomd: − gekoppelde (on-line)- metingen − ingangscontrole grondstoffen − kwaliteitsbeheersing, validatie van analysemethoden − kwaliteitsfunctionaris ISO 9000, kwaliteitscoördinator − assistent kwaliteitszorg: opsporen en oplossen van fouten, ondersteunende research Medewerker in productie. Dit gebeurt in volgende functies: − operator, procescontrole − werkleider − medewerker in procesontwikkeling, chemisch technoloog − productiecoördinator, verantwoordelijke productie-eenheid Commercieel-technische functies: − commercieel afgevaardigde voor verkoop en distributie van chemicaliën, diagnostica,... − verantwoordelijke aankoop en productverzendingen − technische dienstverlening, technische marketing − commerciële buitendienst, klantenverantwoordelijke, prospectie Alternatieve of occasionele functies: Er worden heel wat functies vermeld die minder frequent voorkomen. Deze kunnen als volgt gegroepeerd worden: − Functies van administratieve en logistieke aard Voorbeelden: medewerker octrooiaanvragen, documentalist, medewerker offerte en facturatie, computerapplicaties, magazijn- en voorraadbeheerder, logistiek medewerker, productieplanning ... .

− Leidinggevende en managementfuncties

Voorbeelden: labohoofd, kwaliteitsmanager, productiemanager, onderhoudsmanager, technisch adviseur, logistiek manager, hoofd planning en coördinatie, ... .

2.2.4

Relateren van de functies aan het beroep De uitgevoerde werkzaamheden en taken, verbonden met de verschillende functies worden gedetailleerd beschreven in 2.5.3.


BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

2.3

17

Vastlegging van de beroepenstructuur en de beroepenclusters CHEMICUS

Labochemicus

2.4

Biochemicus

Milieutechnicus

Procestechnoloog

In kaart brengen van relatie tussen beroepen en opleidingen BEROEP

CHEMICUS Labochemicus Biochemicus Milieuchemicus Procestechnoloog

OPLEIDING

HOBU één cyclus gegradueerde in de chemie (*) optie chemie optie biochemie optie milieuzorg optie procestechnieken

(*) Het uitschrijven van het beroepsprofiel wordt bemoeilijkt doordat de afdeling chemie tot in 1988 werd georganiseerd zonder de optie-opleidingen. Dit betekent dat er heel wat meer beroepsbeoefenaars zijn met de algemene chemie-opleiding, van wie er een aantal functies bekleden die tegenwoordig ook behoren tot het beroepsveld van de afgestudeerden van de opties biochemie, milieuzorg en procestechnieken.

2.5

Beroepsprofiel

2.5.1

Benaming CHEMICUS

Met opties

2.5.2

labochemicus biochemicus milieuchemicus procestechnoloog

Beschrijving van het beroep De beroepen van labochemicus, biochemicus, milieuchemicus en procestechnoloog worden uitvoerig beschreven in 2.2.2.3 Beschrijving van het beroep.


18

2.5.3

BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

Beschrijving van de activiteiten 2.5.3.1

Taakgebieden

♦ Specifieke taakgebieden − − − −

Bewerking 1 : mechanische besturing Bewerking 2 : chemische besturing Bewerking 3 : fabricage Bewerking 4 : controle

♦ Aanverwante taakgebieden − Bewerking 1 : commerciële dienstverlening − Bewerking 2 : onderwijs − Bewerking 3 : beheer ♦ Clustering van de taakgebieden tot een beroep Het beroep wordt geclusterd door de groep taakgebieden. ♦ Specifieke beschrijving van de taakgebieden in takenclusters en taken

TAAKGEBIED

MECHANISCHE BESTURING

TAKENCLUSTER

TAKEN

CHEMICUS (algemeen) ANALYSEREN − − − −

CHEMISCHE BESTURING

Hij lokaliseert, signaleert en levert een bijdrage tot oplossing van problemen Hij spoort problemen op en formuleert een oplossing Hij formuleert de vraagstelling in overleg met de opdrachtgever Hij kiest de technieken in functie van het gestelde probleem

ADVISEREN

−

Hij adviseert met betrekking tot technieken en apparatuur

ORGANISEREN

−

Hij organiseert de werkzaamheden voor bemonstering, analyse of onderzoek

ORGANISEREN

−

Hij organiseert de werkzaamheden voor bemonstering, analyse of onderzoek

ANALYSEREN

−

Hij spoort problemen op en formuleert een oplossing Hij formuleert de vraagstelling in overleg met de opdrachtgever Hij kiest de technieken in functie van het gestelde probleem

− −

INNOVEREN

− −

ADVISEREN

−

Hij werkt in teamverband mee aan innovaties Hij schoolt zich bij. Hij adviseert met betrekking tot technieken en apparatuur.


BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

FABRICAGE

CONTROLE

19

UITVOEREN

−

Hij voert een opdracht voor bemonstering, analyse of onderzoek uit.

ORGANISEREN

−

Hij leidt een aantal medewerkers die routine- en semiroutinewerkzaamheden uitvoeren.

BEGELEIDEN

− −

Hij begeleidt medewerkers. Hij werkt in teamverband.

INFORMEREN

−

Hij rapporteert, mondeling of schriftelijk, aan collega’s en/of opdrachtgevers. Hij structureert en interpreteert de bekomen resultaten.

−

BEWAKEN

− − − −

Hij bewaakt de kwaliteit van het product. Hij bewaakt de kwaliteit van het proces. Hij bewaakt de veiligheidsen hygiëne-aspecten van het product. Hij bewaakt de veiligheidsen hygiëne-aspecten van het proces (GLP, GMP)

LABOCHEMICUS Taken komen globaal overeen met deze vermeld sub “chemicus (algemeen)”, aangevuld met : CHEMISCHE ONDERZOEKEN − Hij identificeert moleculen. BESTURING − Hij optimaliseert technieken. − Hij analyseert de structuur, de samenstelling, de eigenschappen en de functie van chemische stoffen FABRICAGE UITVOEREN − Hij verwerkt stoffen. − Hij zuivert stoffen. ONTWIKKELEN − Hij ontwikkelt nieuwe technieken en producten. − Hij werkt mee aan de technische realisatie van chemische reacties tijdens een proces. BIOCHEMICUS Taken komen globaal overeen met deze vermeld sub “chemicus (algemeen)”, aangevuld met : CHEMISCHE ONDERZOEKEN − Hij identificeert biomoleBESTURING culen. − Hij optimaliseert technieken. − Hij analyseert de structuur, de samenstelling, de eigenschappen en de functie van biomateriaal. FABRICAGE UITVOEREN − Hij verwerkt biomoleculen. − Hij zuivert biomoleculen. ONTWIKKELEN − Hij ontwikkelt nieuwe technieken en producten. − Hij werkt mee aan de technische realisatie van biochemische, microbiologische en biotechnologische reacties tijdens een proces.


20

BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

MILIEUCHEMICUS Taken komen globaal overeen met deze vermeld sub “chemicus (algemeen)”, aangevuld met : CHEMISCHE CONTROLEREN − Hij analyseert het BESTURING productieproces. − Hij verwerkt en interpreteert meetgegevens. − Hij onderzoekt stalen. − Hij rapporteert. ONDERZOEKEN − Hij ontwikkelt saneringstechnieken. − Hij optimaliseert analysemethoden. CONTROLE − Hij bewaakt de kwaliteit van het milieu : (MER) PROCESTECHNOLOOG Taken komen globaal overeen met deze vermeld sub “chemicus (algemeen)”, aangevuld met : MECHANISCHE − Hij voert BESTURING eenheidsbewerkingen uit zoals filtreren, centrifugeren, bezinken. − Hij werkt transportsystemen voor massa’s en energie uit. CHEMISCHE UITVOEREN − Hij voert BESTURING eenheidsbewerkingen uit in verband met reactoren − Hij voert fysisch-chemische bewerkingen uit zoals destilleren, extraheren, verdampen, kristalliseren, drogen zoals destilleren, extraheren, verdampen, kristalliseren, droge ANALYSEREN − Hij analyseert grondstoffen, intermediairen en eindproducten. BESTUREN − Hij stuurt het proces bij. FABRICAGE

2.5.3.2

BEDIENEN

−

Hij bedient het productieproces.

COÖRDINEREN

−

Hij coördineert de verschillende cellen in het productieproces.

Beroepscontext

♦ Contextgegevens Werkomstandigheden − laboratorium, zelfstandig of verbonden met industriële productie − industriële productie zelf Hulpmiddelen − procedures en recepten, zoals beschreven in documenten van interne (bedrijfseigen) of externe (vakliteratuur) herkomst; informatica (hardware en software) Vereiste resultaten − opstellen van procedures, organisatie van uitvoering, aanpassing aan concrete situaties


BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

21

− uitvoering van procedures (bereidingen, controles, sturingen) − interpretatie en rapportering van resultaten ♦ Organisatie van de arbeid Vorm De chemicus verricht zijn taak individueel of in teamverband in opdracht van zijn werkgever. Voor de concrete invulling van zijn opdrachten en voor de rapportering van de resultaten zal hij regelmatig contact moeten hebben met andere instanties uit zijn werkmidden. Werkplaats − Grondstoffen

Door de aard van het beroep kunnen alle chemische producten en monsters van minerale, dierlijke, plantaardige, .... oorsprong als 'grondstof' beschouwd worden

− Hulpmiddelen

de chemicus maakt voor de uitvoering van zijn taak gebruik van de specifieke apparatuur ontwikkeld voor het werk in het chemische laboratorium eenvoudige apparatuur: glaswerk in allerhande vormen en formaten, verwarmtoestellen, weeg- en meetapparatuur geavanceerde apparatuur voor scheiding, identificatie en dosering : spectrofotometer, chromatograaf, elektrochemische meetapparatuur, ... Deze apparatuur kan aangepast zijn aan de specifieke taken van de milieuchemicus en de procestechnoloog (inplanting, meetbereik, aflezing, verwerking en transmissie van de meetresultaten)

Werkvloer De meest specifieke ruimte voor de uitoefening van het beroep van chemicus is het laboratorium, in zijn uitvoering aangepast aan de verrichte werkzaamheden (laboratorium voor fundamenteel onderzoek, laboratorium voor productie- en kwaliteitscontrole, milieulaboratorium, laboratorium voor onderzoek van dierlijke, plantaardige, microbiologische stalen); de procestechnoloog kan zijn activiteit ook uitoefenen in de controlekamer van de productie-eenheid van het chemische bedrijf; voor occasioneel uitgeoefende functies gelden uiteraard de specifieke werkplaatsen die hiermede verbonden zijn Voorschriften van algemene aard Zoals alle bedrijfstakken is ook de chemische nijverheid onderworpen aan reglementeringen in verband met arbeidsveiligheid en milieuzorg. Het valt buiten het bestek van dit beroepsprofiel om in detail op deze regelgeving in te gaan. In verband met de specifieke gevaarsituaties in het chemisch bedrijf, voortspruitend uit het werk met giftige, corrosieve, brandbare en andere gevaarlijke stoffen, vaak in extreme omstandigheden van temperatuur en druk, kan hier o.m. verwezen worden naar: − de nieuwe wet over welzijn op het werk en haar uitvoeringsbesluiten (B.S. 18/09/96) − het belang van de Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM) (veiligheidsbril, beschermende kleding, e.d.) − de verplichting tot duidelijke etikettering en vermelding van gevaarsymbolen op de verpakkingen − de noodzaak van duidelijke signalisatie in de werkplaats − alle verdere voorzorgsmaatregelen die de werknemer van het chemisch bedrijf dient te nemen, op grond van zijn kennis van de specifieke gevaarsituaties − algemene en specifieke regels, uitgevaardigd door internationale, federale en regionale instanties, ter bescherming van het milieu


22

BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

In dit verband erkent de chemische industrie integraal haar verantwoordelijkheden en opdrachten en wil zij tegemoetkomen aan de gewettigde bezorgdheden onder het publiek. Dit resulteert in een verbintenis tot het aanvaarden van de Responsible Care-filosofie, vertaald in tien beleidsprincipes en verder geconcretiseerd in richtlijnen inzake bescherming van het leefmilieu, veiligheid en gezondheid bij de productie, productveiligheid, veiligheid bij de distributie en communicatie. Hieruit volgen de noodzakelijke ‘codes van goede praktijk’.

2.5.4

Ondersteunende kennis 2.5.4.1 Gemeenschappelijke basiskennis Om de breedte van de opleiding van de chemicus te waarborgen is een gemeenschappelijke algemene basiskennis naast een kennis over het beroep vereist. Deze minimale kennis omvat volgende vaardigheden : De chemicus − kan beknopt en duidelijk, zowel mondeling als schriftelijk, communiceren met collega's en opdrachtgevers en aan hen rapporteren. Hiervoor moet hij de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken of experimenten kunnen structureren, interpreteren, samenvatten en rapporteren. Hij begrijpt, spreekt en schrijft de vaktaal. − is op de hoogte van de eisen met betrekking tot veiligheid, milieu, arbeidsomstandigheden en kwaliteitszorg en kan daarmee rekening houden bij zijn werkzaamheden. Is zich bewust van zijn eigen verantwoordelijkheid en de gevolgen van zijn handelen. − bezit voldoende kennis van de informatica om met de in de werkomgeving gebruikelijke programma's te kunnen werken 2.5.4.2 Algemene beroepsgerichte kennis De chemicus − kan efficiënt een opdracht voor bemonstering, analyse of onderzoek (in de regel "toegepast" onderzoek) uitvoeren en kan deze werkzaamheden organiseren en systematisch uitvoeren − kan problemen die ontstaan bij het uitvoeren van de bemonstering, de analyses en/of de onderzoeken lokaliseren, signaleren en een bijdrage leveren tot de oplossing hiervan − heeft kennis van en inzicht in chemie (anorganische, organische, analytische, fysische chemie en biochemie), chemische technologie, wiskunde en statistiek, fysica, microbiologie en informatieverwerking om: de relevantie van de gegevens t.a.v. een technisch of wetenschappelijk vakprobleem te onderkennen deze informatie te gebruiken bij het oplossen van een afgelijnd probleem zich te verdiepen in diverse specialisaties binnen het vakgebied nieuwe technieken of methoden te assimileren met het oog op de introductie in de eigen specifieke situatie

− de ontwikkelingen op technisch-wetenschappelijk vlak die zich voordoen in zijn werksituatie te blijven volgen − beschikt over een zodanige vaardigheid dat hij de experimentele werkzaamheden zelfstandig op een technisch-wetenschappelijk verantwoorde en veilige wijze kan uitvoeren − heeft inzicht in de mogelijkheden en beperkingen van het beschikbare


BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

23

instrumentarium en maakt op een verantwoorde wijze gebruik van dit instrumentarium. Hij dient een kritische kijk te hebben op de kwaliteit van het uitgevoerde werk, de procedures, de mogelijke beperkingen en foutoorzaken. Hij kan een bijdrage leveren tot de kwaliteitswaarborging van de methoden. − bezit voldoende kennis van statistiek zodanig dat hij zijn meetresultaten op een wetenschappelijk verantwoorde wijze kan bewerken, weergeven en interpreteren − is in staat mee te werken aan innovatie van de toegepaste methoden Naarmate na verloop van tijd sommige kandidaten ervaring hebben verworven in gespecialiseerde en/of leidinggevende functies (doorstroom- en finaliteitsfuncties) kunnen, naast een verder doorgedreven beroepsgerichte kennis, volgende vaardigheden en kennispunten belangrijk zijn : De chemicus − is in staat zelfstandig problemen op te sporen en daaruit een probleemstelling te formuleren in overleg met een opdrachtgever de vraagstelling m.b.t. het gewenste onderzoek te formuleren − analyse- en bemonsteringstechnieken te kiezen in functie van het gestelde probleem of deze desgevallend te ontwikkelen of aan te passen − heeft een houding om het eigen handelen en denken en dat van anderen kritisch te evalueren en is bereid en in staat daarover met de betrokkenen te communiceren (beoordelingsgesprek) − is in staat om de relevante vakgebieden buiten zijn specialisatie te beoordelen en zich nieuwe specialisaties eigen te maken − kan adviseren met betrekking tot technieken en apparatuur − kan leiding geven aan een aantal medewerkers die routine- en semi-routinewerkzaamheden uitvoeren en beheerst dus de vaardigheden die van belang zijn om door te groeien naar leidinggevende en managementfuncties − is in staat kennis en vaardigheden over te dragen op andere medewerkers van verschillend niveau in kennis en vaardigheid (begeleiden) − bezit communicatievaardigheden en is in staat in teamverband te functioneren waar hij kan doorgroeien tot projectleider − heeft voldoende kennis van de organisatie en de werking van het bedrijf of de instelling waar hij werkt. Hij handelt overeenkomstig en betrekt daarbij de ethische normen die van toepassing zijn. − is kostenbewust en betrekt ook de economische aspecten in zijn werk. Hij is in staat de bedrijfsvoering in technische en economische zin te optimaliseren. 2.5.4.3Specifieke vakgerichte kennis De labochemicus − heeft een uitgesproken en ruime interesse voor de chemie − bezit een brede en diepgaande kennis van de analytische chemie, organische chemie, polymeerchemie en fysische chemie. Hierdoor beheerst hij een ruim chemisch vakgebied wat resulteert in een polyvalente en flexibele inzetbaarheid − is vertrouwd met en bezit een goede praktische vaardigheid in de meest diverse analyse- en synthesetechnieken − kent in ruime mate de achtergronden van de gebruikte technieken − kan precies en accuraat werken en rapporteren − is in staat om hoofdzaken te onderscheiden van bijzaken en zijn handelen daaraan aan te passen − is eerlijk, betrouwbaar en integer, heeft zin voor verantwoordelijkheid


24

BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

− is voldoende assertief om zijn eigen realisaties en ideeën te verantwoorden en te verdedigen − is opmerkzaam voor het verwachte en het onverwachte De biochemicus − bezit een goede kennis van de analytische chemie, de organische chemie, de polymeerchemie en de fysische chemie − bezit een ruime interesse voor, en een diepgaande kennis van biochemie, met inbegrip van enzymologie en immunologie − bezit een grondige kennis van toegepaste microbiologie, levensmiddelenchemie en levensmiddelentechnologie − is vertrouwd met, en beschikt over een degelijke kennis van biotechnologie − beschikt over kennis van, inzicht in en vaardigheid in de biochemische analyseen scheidingstechnieken met inbegrip van biotechnologische en immunologische technieken − bezit naast een zeer grondige kennis van de toegepaste microbiologie ook de nodige technologische vaardigheden inzake microbiologische technieken De milieuchemicus − voelt zich nauw verbonden met de problematiek van milieubescherming en bestrijding van milieuverontreiniging − bezit voldoende vaardigheden om de bestrijding van de milieuverontreiniging op wetenschappelijk, technisch en economisch verantwoorde wijze aan te pakken − bezit een goede kennis van de analytische chemie, in het bijzonder van de methoden en technieken toegepast bij het onderzoek van water-, bodem- en luchtverontreiniging − bezit een goede kennis van de biologie en de microbiologie, in het bijzonder van de indicatoren van milieuverontreiniging − is in staat de resultaten van fysisch, chemisch, biologisch en microbiologisch milieuonderzoek interdisciplinair te correleren, hieruit de passende besluiten te trekken en desgevallend toe te passen in de proceskunde en de milieutechnologie − bezit de nodige technische kennis van de werking van de meetapparatuur te velde om een betrouwbare werking te verzekeren − is in staat de strategie van een meetcampagne te ontwerpen, deze campagne te realiseren en op te volgen − is in staat meetresultaten statistisch te verwerken en hieruit besluiten te trekken − is op de hoogte van de milieuwetgeving en kan de wettelijkheid van concrete toestanden inschatten − is op de hoogte van de bouw en de werking van technische installaties voor bestrijding van milieuverontreiniging (afvalwater, lucht en rookgassen, vaste afval); kan adviseren en assisteren bij het ontwerpen en bij de uitbating van dergelijke installaties De procestechnoloog − kan basiskennis uit de chemie en de toegepaste thermodynamica overdragen op die werkgebieden die in de procesindustrie het meest voorkomen : Enerzijds zijn dit de eenheidsbewerkingen: mechanische eenheidsbewerkingen zoals filtreren, centrifugeren, bezinken fysische eenheidbewerkingen zoals destilleren, extraheren, verdampen, kristalliseren, drogen (bio-)chemische eenheidsbewerkingen (reactorkunde)


BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

− − − − −

25

Anderzijds zijn dit transportsystemen voor massa's ( vaste stoffen, vloeistoffen en gassen) en transportsystemen voor energie (warmteoverdracht en koeltechniek), waarbij hij ook op de hoogte is van alle leidingsystemen en hun toebehoren die voor dit transport noodzakelijk zijn. beschikt daarenboven over een gedegen kennis van het industrieel meten, sturen, regelen en beveiligen, gezien de doorgedreven automatisatie die toegepast wordt in de chemische procesindustrie is op de hoogte van de specifieke veiligheidsregels die gelden voor vaak zeer agressieve stoffen waarmede in de chemische procesindustrie gewerkt wordt in extreme omstandigheden van temperatuur en druk beschikt over materialenkennis voor de grote diversiteit aan materialen, gebruikt in de chemische industrie, met inbegrip van de kunststoffen en hun verwerking moet in staat zijn om in alle situaties kalm en beheerst maar toch gericht en snel de juiste beslissingen te nemen werkt vaak in een "meerploegensysteem"

2.5.4.4 Aanbeveling naar het leerplan Opdat een afgestudeerde van het graduaat chemie de in 2.4.4.3 opgesomde taken en werkzaamheden met succes zou kunnen uitvoeren, moeten er in de opleiding minimale specifieke en algemene opleidingsdoelstellingen gerealiseerd worden. Deze opleidingsdoelstellingen stemmen niet helemaal overeen met de opgesomde kenmerken die een gegradueerde in een basisfunctie dient te bezitten. Dit is voornamelijk het geval voor deze kenmerken die behoren tot de meer "algemene attitudes". Volgende specifieke opleidingsdoelstellingen moeten bereikt worden: De gegradueerde in chemie − beschikt over voldoende kennis van en inzicht in: de algemene en anorganische chemie de analytische chemie de organische en polymeerchemie de fysische chemie de biochemie en microbiologie de technologie

− beschikt over een goede algemene laboratorium- en technologische vaardigheid inzake: de klassieke analytische methoden de instrumentele analytische technieken: - spectrometrische technieken - scheidingstechnieken - elektrochemische analysemethoden de organische synthesereacties, identificatie- en zuiveringstechnieken de productietechnieken

− is in staat om op een deskundige wijze monsters te nemen, ze te analyseren en de meetgegevens en/of onderzoeksresultaten op statistisch verantwoorde wijze te verwerken met behulp van de actuele computertechnieken − is in staat om analysevoorschriften op te stellen en te valideren − kan binnen de grenzen van zijn vakgebied de voorgeschreven onderzoeken (accrediterings- en ISO-voorschriften, ...) en alle andere noodzakelijke onderzoeken ter waarborging van de kwaliteit verrichten, dan wel laten verrichten − kan binnen het kader van de beoogde doelstellingen de resultaten van zijn werk zelfstandig beoordelen


26

BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

Volgende algemene opleidingsdoelstellingen (attitudes) moeten bereikt worden: De gegradueerde in chemie − kan zelfstandig én in teamverband werken − kan verworven inzichten en vaardigheden op anderen overbrenge − kan doeltreffend en adequaat communiceren. Hij kan binnen zijn vakgebied de hoofdzaken onderscheiden van de bijzaken en kan dit in een gesprek op een gepaste wijze tot uiting brengen − heeft inzicht in veilig werken en is zich bewust van de impact van zijn handelen − is communicatievaardig en kan verschillende vormen van informatieoverdracht toepassen: hij beschikt over een goede schriftelijke en mondelinge uitdrukkingsvaardigheid in de Nederlandse taal − beschikt over een voldoende passieve kennis van minstens één vreemde taal om de technisch-wetenschappelijke informatie in zijn vakgebied te kunnen begrijpen − kan een rapport opstellen

2.5.5

Beroepshoudingen 2.5.5.1

Beroepshoudingen

De volgende beroepshoudingen zijn belangrijk en worden omgezet in gedragsindicatoren : − kan samenwerken met zowel collega's uit de eigen als uit andere vakdisciplines. Hij kan goed functioneren in teamverband. − evalueert het eigen handelen en denken kritisch en is bereid en in staat verantwoording af te leggen − bezit de nodige flexibiliteit om zich aan te passen aan gewijzigde werkomstandigheden, die het gevolg zijn van evoluties op wetenschappelijk, technisch of sociaal gebied (wetenschappelijke en technische veranderingen, talenkennis, integrale kwaliteitszorg,...) 2.5.5.2

Beroepsdrempels

Bij de bespreking hiervan werd door de leden van de werkgroep gesteld dat het opstellen van fysische en psychische vereisten moeilijk is, gezien de grote variatie in de aard van de mogelijke functies. Wegens de zeer uiteenlopende taken acht de werkgroep het niet opportuun personen omwille van hun fysische of psychische handicap uit te sluiten en meent derhalve dat de beoordeling moet steunen op evaluatie van concrete situaties.


BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

2.6

Niveau van het beroep in de sector

2.6.1

Omschrijving van het niveau

27

Het niveau van het beroep wordt door drie factoren bepaald − graad van verantwoordelijkheid − graad van complexiteit − graad van transfer De niveaus worden als volgt beschreven ♦ Niveau 1 Kwalificatie, die bedoeld is om betrekkelijk eenvoudig werk uit te voeren dat vrij snel kan verworven worden. ♦ Niveau 2 Kwalificatie, die vooral praktisch werk omvat, dat zelfstandig kan worden uitgevoerd binnen de grenzen van de aangeleerde technieken. ♦ Niveau 3 Kwalificatie, die praktisch werk omvat, dat zelfstandig kan worden uitgevoerd op basis van een goed onderbouwde theoretische kennis over het werk en/of verantwoordelijkheden omvat zoals leiding en coördinatie. ♦ Niveau 4 Kwalificatie, die kennis en bekwaamheden omvat, die het mogelijk maken op autonome of onafhankelijke manier verantwoordelijkheden te nemen voor planning en/of leiding en/of beheer. ♦ Niveau 5 Kwalificatie, die kennis en bekwaamheden omvat, die het mogelijk maken onafhankelijk een beroepsactiviteit uit te oefenen en de wetenschappelijke achtergronden van het beroep te beheersen.

2.6.2

Criteria ♦ Graad van verantwoordelijkheid Heeft betrekking op de mate waarin de beroepsbeoefenaar aanspreekbaar is op zijn beroepsmatig handelen en de gevolgen daarvan voor het handelen van anderen. Deze verantwoordelijkheid kan derhalve beperkt zijn tot het eigen takenpakket ofwel ook betrekking hebben op het werk van anderen met gedeelde verantwoordelijkheden op eenzelfde niveau of hiërarchisch uitgeoefend in taken waar de niveaus functioneel verschillen ♦ Graad van complexiteit Wordt bepaald door de mate waarin de handelingen al dan niet gebaseerd zijn op toepassing van standaardroutines en procedures. De noodzaak bestaande procedures aan nieuwe toestanden aan te passen of gans nieuwe procedures te ontwikkelen, zal de graad van complexiteit bepalen.


28

BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

♦ Graad van transfer Beroepsonafhankelijke vaardigheden kunnen gemakkelijker in een ander vaardigheidsgebied toegepast worden en geven meer transfer. Functie- en beroepsgebonden vaardigheden hebben daarentegen weinig transfer tot gevolg.

2.6.3

Niveaubepaling Op grond van de sub 1.2. beschreven functietyperingen kunnen bovenvermelde criteria voor het beroep van chemicus als volgt ingevuld worden : − hoge graad van verantwoordelijkheid, bij de uitvoering van het eigen takenpakket, eventueel gedeeld voor collegiaal uitgevoerde taken hiërarchische verantwoordelijkheid t.o.v. lagere functies geldt enkel in geval van doorstroomfuncties − de uitgeoefende functies worden gekenmerkt door de noodzaak bestaande procedures aan te passen aan nieuwe situaties en desgevallend nieuwe procedures te ontwikkelen derhalve is de graad van complexiteit groot − alhoewel de basiskennis vereist voor de uitoefening van het beroep van chemicus duidelijke mogelijkheden tot transfer inhoudt, werkt de beroepsgerichte kennis hier eerder beperkend Het beroep kan derhalve gesitueerd worden : − voor de beginnende chemicus : niveau 3 − met een snelle doorstroming mogelijk tot : niveau 4


BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

3

3.1

29

BIBLIOGRAFIE

Vraag naar de opleiding In bovenstaande tekst werd 2.4.4.4 afgeleid welke opleidingsdoelstellingen dienen nagestreefd te worden in functie van de beroepskwalificaties, specifiek voor de chemicus. Samengevat kunnen hier de eisen opgesomd worden die door de sector aan de beginnende beroepsbeoefenaars gesteld worden en waaraan derhalve tijdens de opleiding aandacht dient besteed : − polyvalente inzetbaarheid in taken van uiteenlopende aard − vermogen om de verschillende taken op kwalitatief hoogstaande wijze uit te voeren − vermogen om zelfstandig te werken − vertrouwdheid met en openheid voor nieuwe technieken − zin voor orde, veiligheid en hygiëne; zorgzaamheid met uitrusting en materialen

3.2

Begrippenkader - Terminologie Een beroep is een geheel van bijeenhorende taken in het kader van een arbeidsverdeling binnen een gemeenschap waarin arbeid een economisch goed is, en wordt gekenmerkt door het feit, dat de onderlinge samenhang en de aard van deze taken in hoofdzaak onafhankelijk zijn van de organisatievorm waarbinnen de arbeid wordt verricht. Een functie is een geheel van bijeenhorende taken binnen een organisatie, waarbij de aard van de gebundelde taken voornamelijk door de organisatievorm van de betrokken onderneming wordt bepaald. Een beroepsprofiel is een systematische beschrijving van taken die iemand in het beroep moet kunnen uitoefenen en vereisten (fysieke, psychische, economische) waaraan men moet voldoen om dat beroep of die functie naar behoren te kunnen uitvoeren. In een beroepsprofiel worden de verschillende typen werkzaamheden in de normaal toegankelijke functies bij verschillende werknemers en in de diverse sectoren, verwerkt. Deze taken, werkzaamheden en vereisten (later ook kenmerken genoemd) zijn het gevolg van: − de kennis, het inzicht en de vaardigheden binnen het specifieke vakgebied (chemie) − de attituden. Hiermee wordt het niet-vakspecifieke handelen bedoeld dat nodig is om goed te functioneren in de toegankelijke beroepen en functies. Dit is eveneens een combinatie van kennis en vaardigheden. − het probleemstellend en probleemoplossend vermogen horend bij het betreffende opleidingsniveau.


30

BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

Een beroepsprofiel tracht naast de taken van een beginnend beroepsbeoefenaar ook de situatie weer te geven na enige jaren praktijk. Een taakgebied is een verzameling van taken en wordt bij voorkeur aangeduid met een naam die geënt is op kenmerkende typen van activiteiten die in de beroepsuitoefening voorkomen. Een taak is een min of meer zelfstandig geheel van samenhangende handelingen, die door de beoefenaar alleen of in teamverband moeten worden verricht binnen een bepaald tijdsbestek en waar hij verantwoordelijkheid voor draagt. Onder tewerkstellingssector verstaan we de afdeling binnen het maatschappelijk of economisch leven waarin de beroepsbeoefenaars worden tewerkgesteld, er functies opnemen of er geregeld arbeiden. De 4 hoofdsectoren zijn de volgende: de primaire of agrarische sector, de secundaire of industriële sector, de tertiaire of dienstverlenende sector en de quartaire of verzorgende sector. Het geheel van de verschillende tewerkstellingssectoren waarin personen met een bepaalde kwalificatie arbeid verrichten, noemen we het werkveld. Van de geformuleerde beroepsprofielen worden opleidingsdoelstellingen afgeleid. Samen vormen zij het beroepsopleidingsprofiel waarmee het gewenste opleidingsresultaat bij de student wordt vastgelegd (eindtermen). Opleidingsdoelstellingen moeten vertaald worden in het curriculum van de opleiding. Er moet een logisch verband bestaan tussen de curriculumonderdelen (opleidingsonderdelen of vakken) en de daarmee corresponderende opleidingsdoelstellingen. De term "medewerker" is een algemene term voor de veelheid van functiebenamingen die tegenwoordig gangbaar zijn.

3.3

Gebruikte bronnen − Directies THOKTVL, 1992, Beroepsprofiel van de gegradueerde in chemie. Rapport opgesteld voor de Inspecteur Generaal. Brussel, 2 p. − DVO- cel Hoger Onderwijs 1993, Beroepsprofiel: enkele inleidende begrippen. Stramien voor het samenstellen van een beroepsprofiel. Intern rapport. Brussel, 11 p. − Hogeschool Eindhoven, 1993, Beroepsprofielen en onderwijsdoelstellingen Intern rapport. Eindhoven, 9 - 15 p. − Hogeschool Eindhoven, 1992, Beroepsbeelden binnen de studierichting chemische technologie. Intern rapport. Eindhoven, 14 p. − Hogeschool West-Brabant, 1993, Kernkwalificaties HLO-chemie: beroepsbeeld van de laboratoriumingenieur chemie. Intern rapport. Etten-Leur, 3 p. − Van Poucke, A., 1993, Beroepsprofielen, opleidingsprofielen, eindtermen. V.V.K.H.O.- dienst onderwijsverzorging. Intern rapport. Anderlecht, 6 p. − NN, 1995, Criteria ter validering van de Beroepsprofielen (BP) Vlaamse Onderwijsraad − NN, 1995, Handleiding voor het schrijven van beroepsprofielen Dienst voor Onderwijsontwikkeling - Studies en documenten


BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

31

− NN, 1996, België, thuishaven van de chemie. Federatie der Chemische Nijverheid van België − NN, 1995, De chemische nijverheid in België Federatie der Chemische Nijverheid van België − NN, 1996, Responsible Care: een verbintenis van de chemische nijverheid 4e uitgave


32

BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

BIJLAGE 1

Medewerkers bij het opstellen van het Beroepsprofiel van de Gegradueerde in Chemie (eerste en tweede versie). Een kopie van deze bijlage kan opgevraagd worden op de Vlaamse Onderwijsraad.


BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

BIJLAGE 2

Vlaamse Hogescholen die de opleiding chemie (H.O. één cyclus) inrichten. Een kopie van deze bijlage kan opgevraagd worden op de Vlaamse Onderwijsraad.

33


34

BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

BIJLAGE 3

Enquêteformulier. Een kopie van deze bijlage kan opgevraagd worden op de Vlaamse Onderwijsraad.


BEROEPSPROFIEL BEROEPENCLUSTER CHEMIE

BIJLAGE 4

Samenvatting der enquêteresultaten. Een kopie van deze bijlage kan opgevraagd worden op de Vlaamse Onderwijsraad.

35


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
STUDIE 35 BEROEPSPROFIEL. chemicus (algemene benaming) labochemicus milieuchemicus procestechnoloog. by Vlaanderen-be - Issuu