Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/282
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/282
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur
Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 28 mei 2021 diende xxx een verzoek in bij de gemeente Lint om haar een afschrift te bezorgen van het volledige juryverslag voor de toewijzing van het ontwerpbureau voor het huis van de Lintenaar. Op 14 juni 2021 liet de gemeente Lint aan verzoekster weten dat zij het gevraagde verslag kon komen inkijken, maar dat het omwille van auteursrechten niet gekopieerd mocht worden. Per mail van 15 juni 2021 contacteerde verzoekster de beroepsinstantie met de vraag of er een mogelijkheid bestaat om toch een afschrift van het verslag te verkrijgen. De beroepsinstantie oordeelt dat dit mailbericht als een beroepschrift moet worden beschouwd. Het beroepschrift werd geregistreerd op 17 juni 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 28 mei 2021. De in beroep aangevochten weigeringsbeslissing van de gemeente Lint van 14 juni 2021 maakt geen melding van de beroepstermijn en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet zodat de beroepstermijn pas aanvangt vier maanden na kennisgeving van de beslissing.
www.vlaanderen.be
Het ingediende beroep van 15 juni 2021 is ingesteld binnen de decretaal voorgeschreven termijn, conform artikel II.48, §1, derde lid van het Bestuursdecreet en is bijgevolg ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Bestreden beslissing
De gemeente Lint deelde verzoekster mee dat zij inzage kon krijgen in het gevraagde juryverslag, maar dat haar geen afschrift van het verslag kon worden bezorgd omwille van auteursrechten.
2. Inhoud van het beroepschrift Verzoekster kan zich daar moeilijk in vinden en contacteerde de beroepsinstantie met de vraag of dit wel klopt en of er een mogelijkheid bestaat om toch een afschrift van het juryverslag te bekomen.
3. Toelichting door de gemeente Lint Om met voldoende kennis van zaken te kunnen oordelen heeft de beroepsinstantie de gemeente Lint om een toelichting gevraagd, die zij op 21 juni 2021 samen met het juryverslag ontving. De gemeente Lint stelt nooit te hebben geweigerd om inzage te verlenen en betreurt dat verzoekster niet is ingegaan op de uitnodiging van de gemeente om het document te komen inkijken.
4. Beoordeling door de beroepsinstantie In het Bestuursdecreet komt de bescherming van het auteursrecht niet als uitzondering voor. De intellectuele eigendom is volgens artikel 6, §1, VI, lid 5, 7° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, een federale aangelegenheid. Het ontbreken van regels op het vlak van de bescherming van intellectuele rechten, waaronder het auteursrecht, is een gevolg van de onbevoegdheid van de decreetgever. Echter, het Bestuursdecreet laat de federale regelgeving betreffende de intellectuele rechten onverlet, en overheidsinstanties dienen bijgevolg de federale regelgeving te eerbiedigen bij het nemen van beslissingen over aanvragen tot openbaarmaking. Uit artikel XI.165 en volgende van het Wetboek van economisch recht, volgt dat het recht om een werk van letterkunde of kunst te reproduceren op welke wijze en in welke vorm ook, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, volledig of gedeeltelijk, uitsluitend is voorbehouden aan de auteur.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/282
pagina 2 van 5
Het juryverslag geniet de bescherming van het auteursrecht indien het van oorspronkelijkheid getuigt, wat inhoudt dat het werk de persoonlijke stempel draagt van de auteur. De bescherming ontstaat van rechtswege. De beroepsinstantie kan de gemeente Lint er niet in bijtreden dat hier sprake zou zijn van een auteursrecht. Het juryverslag heeft enkel betrekking op de beoordeling van de door de geselecteerde kandidaten ingediende projectvoorstellen, volgens de in het bestek vooropgestelde gunningscriteria. Het gaat duidelijk niet om een creatieve verwezenlijking of een originele realisatie die de persoonlijke stempel van de auteur of de juryleden draagt. Het auteursrecht kan in casu dan ook niet worden ingeroepen om het door verzoekster gevraagde afschrift te weigeren. In het juryverslag komt informatie van commerciële aard voor die naar het oordeel van de beroepsinstantie in toepassing van artikel II.35, 3° Bestuursdecreet als vertrouwelijk dient te worden beschouwd. Voornoemd artikel bepaalt dat tenzij de aanvraag betrekking heeft op milieu-informatie, de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.28, § 1, een aanvraag tot openbaarmaking afwijzen als ze van oordeel zijn dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen het vertrouwelijke karakter van commerciële en industriële informatie, als die informatie beschermd wordt om een gelegitimeerd economisch belang te vrijwaren. De beroepsinstantie meent dat de hierna opgesomde informatie in het juryverslag dient beschouwd te worden als vertrouwelijke commerciële informatie waarvan de openbaarmaking de legitieme economische belangen van de geselecteerde kandidaten kan schaden. Het gaat om eenheidsprijzen en informatie omtrent erelonen, waarvan de openbaarheid de concurrentiepositie van de kandidaten kan verstoren. Kennis over die informatie kan andere marktspelers er immers toe aanzetten om hun eigen prijszetting hierop af te stemmen, wat onmiskenbaar commercieel nadelig zou zijn voor deze ondernemingen. Het belang van de openbaarheid weegt in casu dan ook niet op tegen de bescherming van het belang dat gepaard gaat met het vertrouwelijke karakter van deze commerciële informatie. Volgende informatie uit het juryverslag dient dan ook te worden afgeschermd: -
Paragraaf 7 Raming en beheersing van de projectkosten (15/100): de door de kandidaten geboden eenheidsprijzen nieuwbouw. Paragraaf 8 Prijs- 20/100 punten: het door de kandidaten geboden ereloonpercentage en de aan de hand daarvan berekende score. Paragraaf 9 Samenvatting: de kolommen ‘Erelonen’ en ‘Totaal’ uit de overzichtstabel.
Andere informatie uit het juryverslag is zodanig beknopt en eigen aan de opdracht, dat de vrijgave ervan volgens de beroepsinstantie geen commercieel nadeel met zich mee kan brengen. Artikel II.50, §1, derde lid van het Bestuursdecreet laat toe aan de beroepsinstantie om aan de betrokken firma’s om toestemming te vragen voor het openbaar maken van voormelde commerciële informatie. De beroepsinstantie heeft die toestemming aan de betrokken kandidaten gevraagd, maar niet verkregen. Het juryverslag maakt anderzijds melding van de ledensamenstelling van de jury. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bepaalt dat een verzoek tot openbaarmaking moet worden afgewezen indien de openbaarmaking afbreuk zou doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat, waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever is weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend (wat nogmaals uitdrukkelijk werd bevestigd in een recent arrest van de Raad van State, RvS, arrest nr. 243.607 van 7 februari 2019, TBP 2019/6, 339: “Zoals reeds overwogen, moet er geen belangenafweging plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/282
pagina 3 van 5
van de openbaarheid, en de weigering tot openbaarmaking moet niet door deze belangenafweging worden gemotiveerd.”), maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz.58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. De naam van de juryleden behoort ontegensprekelijk tot het privéleven van de betrokkene en het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61). Het openbaar maken van dit gegeven heeft aldus betrekking op de kern van een belang – het door artikel 22 van de Grondwet en het door artikel 8 EVRM aan eenieder toegekende recht op eerbiediging van zijn privéleven – dat de uitzonderingsgrond uit artikel II.34, 2°, van het Bestuursdecreet wenst te beschermen tegen de openbaarheid van bestuur (RvS, nr. 234.609 dd. 2 mei 2016). De beroepsinstantie is dan ook van oordeel dat de mededeling van de namen van de juryleden afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die natuurlijke personen en dat dit gegeven dan ook moet worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Uitzondering hierop zijn volgens de beroepsinstantie de namen van de gemeentelijke mandatarissen en de algemeen directeur die al publiek gekend zijn. Gelet op artikel 1, 8° van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones, kunnen ook de namen van de leden van de gemeentelijke adviesraden worden vrijgegeven. Artikel II.50, §1, derde lid van het Bestuursdecreet laat toe aan de beroepsinstantie om aan de betrokken natuurlijke personen om toestemming te vragen voor het openbaar maken van hun namen. De beroepsinstantie beschikt echter niet over de nodige contactgegevens en is dan ook niet bij machte om die toestemming te vragen. Artikel II.45, §2 van het Bestuursdecreet bepaalt dat een bestuursdocument gedeeltelijk openbaar wordt gemaakt als informatie waarop een uitzondering van toepassing is als vermeld in afdeling 3 of waarvoor de verplichting geldt inzake het aantonen van het belang, vermeld in artikel II.40, § 3, tweede lid, samen met andere informatie in een bestuursdocument opgenomen is, en het mogelijk is om de informatie die niet openbaar kan gemaakt worden, te scheiden van de andere informatie., wat in casu het geval is. Het beroepschrift wordt als gedeeltelijk gegrond beschouwd. Na beraadslaging,
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/282
pagina 4 van 5
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 15 juni 2021 tegen de weigeringsbeslissing van de gemeente Lint d.d. 14 juni 2021 wordt als ontvankelijk en deels gegrond beschouwd. Bijgevolg dient de gemeente Lint aan verzoekster een afschrift te bezorgen van het juryverslag voor de toewijzing van het ontwerpbureau voor het huis van de Lintenaar, mits weglating van de namen van de juryleden – uitgezonderd die van de gemeentelijke mandatarissen, de algemeen directeur en de leden van de gemeentelijke adviesraden en mits weglating van volgende commerciële informatie: -
Paragraaf 7 Raming en beheersing van de projectkosten (15/100): de door de kandidaten geboden eenheidsprijzen nieuwbouw. Paragraaf 8 Prijs- 20/100 punten: het door de kandidaten geboden ereloonpercentage en de aan de hand daarvan berekende score. Paragraaf 9 Samenvatting: de kolommen ‘Erelonen’ en ‘Totaal’ uit de overzichtstabel.
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (zie artikel II.44, §3, van het Bestuursdecreet). Brussel, 5 juli 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/282
pagina 5 van 5