BESTUURLIJK
JAARBOEK 2006
EN BEGELEIDEND TOEZICHT
VLAAMS
MINISTERIE VAN
AGENTSCHAP
VOOR
BESTUURSZAKEN
BINNENLANDS BESTUUR AFDELING LIMBURG
Vlaams ministerie van Bestuurszaken Agentschap voor Binnenlands Bestuur Afdeling Limburg
COLOFON VERANTWOORDELIJKE
UITGEVER:
Willy Honings afdelingshoofd Vlaams ministerie van Bestuurszaken agentschap voor Binnenlands Bestuur afdeling Limburg
REDACTIERAAD: Sandra Beckers, Maryse Bouduin, Erwin Das, Georges Jorissen, Gerda Stevens en Valentijn Vanvoorden
REDACTIEADRES: Erwin Das stafmedewerker agentschap voor Binnenlands Bestuur afdeling Limburg Universiteitslaan 1 3500 Hasselt Tel.: 011 23 81 16 Fax: 011 23 81 10 E-mail: erwin.das@bz.vlaanderen.be
LAY-OUT
EN DRUK
departement Bestuurszaken digitale drukkerij Lidia Defossez
DEPOTNUMMER D/2007/3241/223
UITGAVE Hasselt, 1 september 2007
Dit jaarboek is geprint op Greentop → chloorvrij, zonder optische witmakers, FSC-labeled
JAARBOEK 2006
Bestuurlijk en begeleidend toezicht
Vlaams ministerie van Bestuurszaken Agentschap voor Binnenlands Bestuur Afdeling Limburg
INHOUDSOPGAVE I.
Voorwoord
II.
De afdeling aan u voorgesteld 1. 2. 3.
......................................................................................................................................
.............................................................
7
Situering binnen de Vlaamse overheid ........................................................ Organogram en taakstelling .................................................................................. Vademecum ........................................................................................................................
9 10 15
..........................................
25
.............................................................................................................
57
De bouwcommissie kerkbesturen en de te volgen procedure door de kerkfabriek bij werken aan het kerkgebouw ................................
59
Nieuwe regelgeving voor de lokale besturen in 2006
...............................
77
Personeelsaangelegenheden ................................................................................. Lokale fiscaliteit ............................................................................................................... Werking lokale besturen ........................................................................................... Algemene gewesttaken .............................................................................................
79 82 86 90
III.
Algemeen overzicht van het bestuurlijk toezicht
IV.
Begeleidend toezicht
V.
3
1. 2. 3. 4.
1
VOORWOORD Jaarboek 2006
-3-
Geachte lezer,
Wij hebben de eer u het eerste jaarboek van de afdeling Limburg van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur voor te stellen. Dit jaarboek is de opvolger van het jaarverslag van de afdeling Binnenlandse Aangelegenheden Limburg dat sinds 2002 jaarlijks verscheen. Van de reorganisatie van de administratie Binnenlandse Aangelegenheden van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap tot het intern verzelfstandigd agentschap voor Binnenlands Bestuur, deel uitmakend van het Vlaams ministerie van Bestuurszaken, is gebruik gemaakt om ook het jaarverslag van de afdeling inhoudelijk en vormelijk te herbronnen. De bedoeling is het jaarverslag, dat in hoofdzaak een ‘activiteitenverslag’ was, om te vormen tot een instrument van bestuurlijk en begeleidend toezicht, zoals de titel zelf aangeeft en dat meteen ook verwijst naar de kernopdracht van de afdeling en van het agentschap. Naast de voorstelling van de afdeling en een traditioneel vademecum, wordt vooral gefocust op deze kernopdracht. U vindt in dit jaarboek een algemeen overzicht van het thans, d.i. sedert 1 januari 2007, vigerende bestuurlijk toezicht op de gemeenten, gewone en autonome gemeentebedrijven en gemeentelijke intern en extern verzelfstandigde agentschappen. Daarnaast bevat dit jaarboek een praktijkvoorbeeld van begeleidend toezicht, waarin de afdeling Limburg trendsetter tracht te zijn; met name stellen wij de Limburgse ‘bouwcommissie kerkbesturen’ aan u voor. Tot slot vindt u ook een overzicht van de belangrijkste nieuwe regelgeving voor de lokale besturen die het afgelopen jaar van kracht is geworden. Al werd de werking van de afdeling in 2006 grotendeels gedomineerd door de voorbereiding en de overigens succesvolle organisatie van de provincie- en gemeenteraadsverkiezingen op 8 oktober 2006, de benoeming en de eedaflegging van de nieuwe burgemeesters en de behandeling van het ‘verkiezingscontentieux’ door de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, het voorliggend jaarboek besteedt hier slechts zijdelings aandacht aan. Voor meer informatie en cijfermateriaal over deze verkiezingen verwijzen wij u graag naar het Jaarbeeld 2006 van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur. Ongetwijfeld blijft het concept van dit nieuwe jaarboek voor bijsturing vatbaar. Het verbeteren ervan zal voor het redactieteam een permanent aandachtspunt blijven. Alle voorstellen zijn dan ook zeer welkom. Neem het rustig door en laat ons weten wat je ervan vindt.
Willy Honings Afdelingshoofd-bestuursdirecteur
Jaarboek 2006
Steve Stevaert Gouverneur
-5-
De afdeling Binnenlands Bestuur Limburg is gehuisvest in de E-blok van het Provinciehuis, Universiteitslaan 1 te Hasselt.
2
DE Jaarboek 2006
AFDELING AAN U VOORGESTELD -7-
-8-
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
Agentschap voor Facilitair Management
Kristel Gevaert
IVA zonder rechtspersoonlijkheid
Agentschap voor Overheidspersoneel
Frans Cornelis
IVA zonder rechtspersoonlijkheid
College van Gouverneurs
IVA zonder rechtspersoonlijkheid
Guido Decoster
Agentschap voor Binnenlands Bestuur
Vastgoed
Logistiek
Regelgeving Bestuurlijke Organisatie
Personeel
Kwaliteit
Informatica Ondersteunende diensten
Coรถrdinerende diensten
Beleidsdomein Bestuurszaken - Departement Luc Lathouwers
EVA privaatrechterlijk vormgegeven
Mireille Deziron
Vlaams Agentschap voor Recrutering en Selectie
Vlaamse Adviesraad voor Bestuurszaken
Minister functioneel bevoegd voor Bestuurszaken
Overkoepelende Beleidsraad Bestuurszaken, Binnenland & Vlaanderen
Minister functioneel bevoegd voor Binnenlands Bestuur
BESTUURSZAKEN
SITUERING
BINNEN DE
VLAAMSE
OVERHEID
De Vlaamse overheid onderging in 2006 een metamorfose onder het motto Beter Bestuurlijk Beleid.
BETER BESTUURLIJK BELEID –
HERVORMING VAN DE
VLAAMSE
ADMINISTRATIE
Het project Beter Bestuurlijk Beleid omvat een grondige reorganisatie van de Vlaamse administratie. De uitgangspunten waarop deze hervorming steunt, zijn opgenomen in het kaderdecreet Beter Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003 (BS 22.08.2003). Het vroegere ministerie van de Vlaamse Gemeenschap was opgedeeld in 7 departementen. Daarnaast waren er een aantal meer autonome diensten werkzaam, waaronder de Vlaamse openbare en de Vlaamse wetenschappelijke instellingen. Beter Bestuurlijk Beleid heeft deze organisatiestructuur herdacht. De Vlaamse administratie is voortaan ingedeeld in 13 homogene beleidsdomeinen, ministeries genoemd. Elk beleidsdomein bestaat uit een departement en één of meerdere agentschappen. Het kan gaan om intern verzelfstandigde agentschappen (IVA) of extern verzelfstandigde agentschappen (EVA). Deze laatste beschikken over meer autonomie dan de intern verzelfstandigde.
DE 13
BELEIDSDOMEINEN ZIJN DE VOLGENDE:
Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid Bestuurszaken Financiën en Begroting Buitenlands Beleid, Buitenlandse Handel, Internationale Samenwerking en Toerisme Economie, Wetenschap en Innovatie Onderwijs en Vorming Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Cultuur, Jeugd, Sport en Media Werk en Sociale Economie Landbouw en Visserij Leefmilieu, Natuur en Energie Mobiliteit en Openbare Werken Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed
De taken van Binnenlands Bestuur zijn ondergebracht in het beleidsdomein Bestuurszaken. De vroegere administratie Binnenlandse Aangelegenheden is omgevormd tot het Agentschap voor Binnenlands Bestuur. Het beleidsdomein Bestuurszaken bestaat uit een departement, drie intern verzelfstandigde agentschappen zonder rechtspersoonlijkheid en een extern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid.
Jaarboek 2006
-9-
ORGANOGRAM AGENTSCHAP
VOOR
BINNENLANDS BESTUUR
Administrateur-generaal Guido Decoster
Stafdienst administrateur-generaal Beleid Binnenland, Steden en Inburgering Piet Van der Plas (wnd) Organisatie en Beheer Agentschap Tom Doesseselaere (wnd) Lokale Besturen - FinanciĂŤn en Personeel Johan Ide Lokale Besturen - Regelgeving en Werking Rudy Janssens Binnenlands Bestuur Antwerpen Guido Peeters Binnenlands Bestuur Limburg Willy Honings Binnenlands Bestuur Oost-Vlaanderen Riet Erauw-Zegers Binnenlands Bestuur Vlaams-Brabant Geert Demarsin (wnd) Binnenlands Bestuur West-Vlaanderen Bruno Vanmarcke
AGENTSCHAP
VOOR
BINNENLANDS BESTUUR
Het Agentschap voor Binnenlands Bestuur is bij besluit van de Vlaamse regering van 28 oktober 2005 (BS 13.03.2006) opgericht als een intern verzelfstandigd agentschap. De Vlaamse regering besliste het takenpakket Binnenlands Bestuur onder te brengen in een agentschap en niet in het departement van het beleidsdomein Bestuurszaken. Deze beslissing is in hoofdzaak gesteund op volgende motieven: door Binnenlands Bestuur onder te brengen in een apart agentschap wordt een samenhangende beleidsuitvoering naar de lokale en provinciale besturen, dit zijn de belangrijkste klanten van Binnenlands Bestuur, het best mogelijk gemaakt;
- 10 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
een agentschap creëert een duidelijke zichtbaarheid naar de lokale en provinciale besturen; de rechtstreekse aansturing en rapportering tussen de minister en het beleidsveld Binnenlands Bestuur wordt het best gevrijwaard door de oprichting van een agentschap.
MISSIE
EN OPDRACHTEN VAN HET AGENTSCHAP
Het agentschap heeft als missie te zorgen voor een kwaliteitsvol Vlaams bestuurlijk beleid, waarin bestuurskrachtige lokale en provinciale overheden op een efficiënte en democratische wijze hun taken kunnen vervullen voor de bevolking. Concreet krijgt het agentschap volgende opdrachten toegewezen: de voorbereiding van de bestuurlijke regelgeving betreffende de lokale en de provinciale besturen (gemeentedecreet, provinciedecreet, bestuurlijke organisatie van de OCMW’s, intergemeentelijke samenwerking), met inbegrip van het aanbieden van ondersteuning aan die besturen in dat verband; de verdeling en het beheer van de fondsen: Gemeentefonds, Provinciefonds, Stedenfonds; de organisatie van de verkiezingen voor de gemeente- en provincieraden en van de betrokkenheid van de Vlaamse overheid bij de verkiezingen van het Vlaamse Parlement; de voorbereiding van het administratief toezicht op de lokale en provinciale besturen; het stedenbeleid; de begraafplaatsen en de lijkbezorging; de eredienstinstellingen; de inburgering; de ondersteuning van de gouverneurs bij de uitoefening van hun bestuurskundige opdrachten ten behoeve van de Vlaamse regering; de ontwikkeling van een kenniscentrum betreffende de lokale en provinciale besturen.
KLANTENGROEPEN
VAN HET AGENTSCHAP
Het Agentschap voor Binnenlands Bestuur werkt voor de lokale en de provinciale besturen. Meer specifiek gaat het om: gemeenten OCMW’s provincies intergemeentelijke samenwerkingsverbanden OCMW-verenigingen eredienstinstellingen politiezones gewone en autonome gemeentebedrijven gewone en autonome provinciebedrijven gemeentelijke en provinciale IVA en EVA wateringen. Voor de materie Inburgering gaat het om onthaalbureau’s, integratiecentra, integratiediensten en een aantal vzw’s. De vroegere administratie Binnenlandse Aangelegenheden ondersteunde ook de Hoge Raad voor Binnenlands Bestuur. Met het hervormingstraject Beter Bestuurlijk Beleid werd de Hoge Raad geïntegreerd in een Strategische Adviesraad Bestuurszaken, die ruimere taken heeft. De strategische adviesraad zal werken ten behoeve van het hele beleidsdomein Bestuurszaken en adviezen geven over het bestuurlijk beleid voor zowel de Vlaamse als de lokale overheden.
INTERNE
STRUCTUUR VAN HET
AGENTSCHAP
VOOR
BINNENLANDS BESTUUR
Het Agentschap voor Binnenlands Bestuur wordt geleid door een administrateur-generaal en be-
Jaarboek 2006
- 11 -
staat uit 4 centrale en 5 provinciale afdelingen. De Vlaamse regering heeft beslist om de leiding van het agentschap toe te vertrouwen aan de heer Guido Decoster, voorheen directeur-generaal van de administratie Binnenlandse Aangelegenheden. Hij wordt in deze opdracht bijgestaan door een algemeen directeur, die hem ook vervangt bij afwezigheid. De 4 centrale afdelingen zijn: afdeling Beleid Binnenland, Steden en Inburgering afdeling Organisatie en Beheer afdeling Lokale en Provinciale Besturen – Regelgeving en Werking afdeling Lokale en Provinciale Besturen – Financiën en Personeel Het adres van deze centrale afdelingen is: Boudewijnlaan 30, bus 70 te 1000 Brussel Daarnaast zijn er 5 provinciale afdelingen, één per provincie. De personeelsleden van de administratie Binnenlandse Aangelegenheden werden overgeheveld naar het Agentschap voor Binnenlands Bestuur.
TAAKSTELLING
VAN DE PROVINCIALE AFDELING
LIMBURG
De provinciale afdelingen van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur hebben als taak: 1) de provinciegouverneurs te ondersteunen bij de uitoefening van hun bestuurskundige opdrachten ten behoeve van de Vlaamse regering; 2) het verzorgen van de eerstelijnscontacten met en coaching van de lokale besturen. In de eerste plaats ondersteunt de afdeling de gouverneur van de provincie Limburg in de bestuurskundige taken die hij als Vlaams regeringscommissaris namens de Vlaamse regering in de provincie uitoefent. Deze ondersteuning situeert zich in hoofdzaak op het vlak van het bestuurlijk toezicht op de lokale besturen (gemeenten, OCMW’s, kerkbesturen, politiezones, gemeentebedrijven) en op het vlak van de klachtenbehandeling. In het volgende hoofdstuk vindt u een algemeen overzicht van het in hoofdzaak door het gemeentedecreet geregelde bestuurlijk toezicht, dat de laatste jaren steeds meer is vereenvoudigd en grotendeels herleid tot een algemeen toezicht. Uitgezonderd het systematische toezicht op de door de lokale besturen decretaal verplicht in te zenden beslissingen, zal dit toezicht door de gouverneur in de regel slechts worden uitgeoefend na ontvangst van een klacht. Ook de uitvoering van de externe audit op de boekhouding van de OCMW-besturen behoort tot de opdracht van de afdeling. Door de vestiging in de provinciehoofdplaats is de provinciale afdeling binnen het agentschap ook het best geplaatst om de eerstelijnscontacten met de lokale besturen te onderhouden. Steeds vaker doen deze besturen een beroep op de afdeling voor advies en ondersteuning bij de uitvoering van hun taken. Ook onderhoudt de afdeling Limburg zeer nauwe contacten met de provinciale federaties van gemeente- en OCMW-secretarissen en –ontvangers en gewestelijke ontvangers via de Stuurgroep voor begeleiding en ondersteuning van de lokale besturen en houdt zo de vinger aan de pols van het werkveld. Een bijzondere vermelding verdient zeker de ondersteuning die de afdeling aanbiedt aan de kerkbesturen die dit wensen, bij de samenstelling en afhandeling van een bouwdossier via de ‘bouwcommissie’. De commissie en haar specifieke dienstverlening worden in de schijnwerper geplaatst in een apart hoofdstuk van dit jaarboek. En tot slot dienen er nog enkele niet-bestuurskundige taken die de gouverneur namens de Vlaamse regering behartigt en waarbij de afdeling de nodige administratieve ondersteuning aanreikt, vermeld te worden, o.m. op het vlak van de ruimtelijke ordening, het milieu, de jacht en de openbare visserij.
- 12 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
ORGANOGRAM BINNENLANDS BESTUUR LIMBURG Gouverneur Steve Stevaert 011/23 70 14 Afdelingshoofd Willy Honings 011/23 81 10 Organisatie & Beheer
Management Ondersteunende Diensten
Erwin Das, Stafmedewerker 011/23 81 16
Valentijn Vanvoorden, Provinciaal coördinator 011/23 81 16
Personeel & Financiën Lokale Besturen Frank Baret, directeur 011/23 81 72 Personeel Lokale Besturen Maryse Bouduin adjunct v/d directeur 011/23 81 30
Financiën Gemeenten Sandra Beckers adjunct v/d directeur 011/23 81 65
Financiën OCMW Bart François, adjunct v/d directeur 011/23 81 64
Bert Houbrechts, adj. v/d directeur 011/23 81 63
Lokale Fiscaliteit Kristof Vanhamel, adjunct v/d directeur 011/23 81 21
Organisatie Lokale Besturen n Wim Somers, directeur 011/23 80 62 Organisatie Gemeenten & OCMW Ludo Callens, adjunct v/d directeur 011/23 80 72
Organisatie Kerkbesturen Ann Dewil, medewerker 011/23 80 67
Algemene Gewesttaken n Jan Ruyters, directeur 011/23 81 22 Overheidsopdrachten Kristine Van de Peer, adjunct v/d directeur 011/23 81 49
Overheidsopdrachten Kerkbesturen Georges Jorissen, adjunct v/d directeur 011/23 83 66
Patrimonium & Publiek Private Samenwerking NN Politie, Welzijn & Ruimtelijke Ordening Denise Robben, adjunct v/d directeur 011/23 81 25
Jaarboek 2006
- 13 -
ENKELE
CIJFERGEGEVENS OVER DE UITOEFENING VAN HET BESTUURLIJK TOEZICHT IN PROVINCIALE AFDELING LIMBURG
2006
DOOR DE
Aantal inzendingsplichtige dossiers en ontvangen klachten en de genomen toezichtmaatregel, uitgesplitst volgens lokaal bestuur
AANTALLEN Bestuur
inzendpl. dossiers
Ontvangen klachten
Schorsing
Goedkeuring
Gemeente
649
69
12
44
OCMW*
279
6
3
34
1
1
Kerkbestuur Politiezone
40
Gemeentebedrijf
17
Watering
22
Totalen
1007
Externe audit
37
13 2
6 21
78
16
118
37
* inclusief OCMW-verenigingen
Aantal inzendingsplichtige dossiers en ontvangen klachten en de genomen toezichtmaatregel, uitgesplitst volgens materie
AANTALLEN Materie
Inzendpl. dossiers
Ontvangen klachten
Schorsing
FinanciĂŤn
560
4
5
Personeel
447
20
6
Organisatie
3
Overheidsopdr.
2
Patrimonium Andere* Totalen
1007
3
1
46
4
78
16
Goedkeuring
Externe audit
118
37
118
37
* o.a. milieu, ruimtelijke ordening, persoonsgebonden en culturele aangelegenheden
- 14 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
AGENTSCHAP
Jaarboek 2006
VOOR
VADEMECUM
BINNENLANDS BESTUUR AFDELING LIMBURG - 15 -
- 16 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
Agentschap voor Binnenlands Bestuur Afdeling Limburg Universiteitslaan 1 3500 Hasselt Tel 011 23 81 13 Fax 011 23 81 10 e-mail binnenland.limburg@vlaanderen.be
LEIDING
Honings Willy, afdelingshoofd-bestuursdirecteur
011 23 81 13
ORGANISATIE & BEHEER Stafmedewerker: Das Erwin, adjunct van de directeur
011 23 81 16
Medewerkers:
Bellen Claire Coemans Carine Conaert Gerda Deronde Peter Hermans Griet Stevens Gerda Vananderoye Bert
011 011 011 011 011 011 011
Opdrachten:
-
23 23 23 23 23 23 23
81 81 81 81 81 81 81
60 13 19 79 14 48 35
Algemene managementondersteuning Persoonlijk secretariaat afdelingshoofd Afdelingssecretariaat Postregistratie en correspondentiebeheer Informatiebeheer en dossieropvolging Beheer van de werkstromen Economaat ICT-ondersteuning Administratief secretariaat SEOC (syndicaal overleg)
MANAGEMENT ONDERSTEUNENDE DIENST (MOD) Provinciaal coรถrdinator:
Vanvoorden Valentijn
011 23 81 17
Ondersteuning:
Eyben Nicole
Opdrachten:
- Personeelsbeheer - Facilitair beheer - Schakelfunctie met de centrale MOD van het Vlaams ministerie van Bestuurszaken - Buitengewone rekenplicht Vlaamse overheid
Jaarboek 2006
011 23 81 18
- 17 -
SECTIE 1 - PERSONEEL & FINANCIËN LOKALE BESTUREN Leiding:
Baret Frank, directeur
011 23 81 72
Secretariaat:
Fox Flor
011 23 81 73
1.1 - PERSONEEL LOKALE BESTUREN Leiding:
Bouduin Maryse, adjunct van de directeur
011 23 81 30
Medewerkers:
Schiepers Cornie Vanderstukken Marc Vanwelckenhuyzen Marie-Hélène Wuestenbergs Christianne
011 011 011 011
Opdrachten:
Klachtenbehandeling en toezicht: - gemeenten - OCMW - OCMW-verenigingen - politiezones - wateringen - provincie
23 23 23 23
81 81 81 81
40 42 43 45
Inzendingsplichtige dossiers: - rechtspositieregeling van het personeel - vaststellingen en wijzigingen van de personeelsformatie Bijzondere dossiers: - tuchtdossiers OCMW - eretekens lokale en regionale ambtenaren
1.2 – FINANCIËN
GEMEENTEN
Leiding:
Beckers Sandra, adjunct van de directeur
Medewerkers:
Bellen Viviane Benaets Greta Bogaerts Marc Hermans Dany Jordens Elly Vanhees Mia Vanhoenshoven Rudi
Opdrachten:
Klachtenbehandeling en toezicht: - gemeenten - politiezones - gewone gemeentebedrijven/gemeentelijke IVA - gemeentelijke EVA (o.a. autonome gemeentebedrijven) - wateringen - provincie
- 18 -
011 23 81 65
011 011 011 011 011 011 011
23 23 23 23 23 23 23
81 81 81 81 81 81 81
62 56 51 53 58 52 57
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
Inzendingsplichtige dossiers: - budgetten en budgetwijzigingen - meerjarenplanning - jaarrekeningen - eindrekeningen - gemeentelijke dotatie aan politiezones - schuldherschikkingen - saneringsleningen - dwingende en onvoorziene uitgaven - leningen bij wateringen Bijzondere dossiers: - overruling bij visumverlening - overruling bij betalingen
1.3 – FINANCIËN OCMW Leiding:
Houbrechts Bert, adjunct van de directeur Francois Bart, adjunct van de directeur
011 23 81 63 011 23 81 64
Medewerkster:
De Brone Els
011 23 81 61
Opdrachten:
Klachtenbehandeling en toezicht: - OCMW - OCMW-verenigingen Inzendingsplichtige dossiers: - jaarrekeningen - eindrekeningen Bijzondere dossiers: - externe audit jaarrekening - beroepsprocedure budget en meerjarenplan OCMW - beroepsprocedure inzake de kwijting van de ontvanger
1.4 – LOKALE FISCALITEIT Leiding:
Vanhamel Kristof, adjunct van de directeur
Medewerkers:
Corthouts Linda De Graef Stefaan Wissels Linda
Opdrachten:
Klachtenbehandeling en toezicht: - gemeenten - politiezones - wateringen
011 23 81 21
011 23 81 54 011 23 81 46 011 23 81 47
Inzendingsplichtige dossiers: - belastingreglementen - retributiereglementen
Jaarboek 2006
- 19 -
- retributietariefreglementen - belastingreglementen wateringen - retributiereglementen politiezones Bijzondere dossiers: - uitvoerbaarverklaring kohieren wateringen - toezicht fiskale oninbare posten bij de jaarrekening - werkgroep lokale fiscaliteit
SECTIE 2 – ORGANISATIE LOKALE BESTUREN Leiding:
Somers Wim, directeur
011 23 80 62
Secretariaat:
Meyers Luc
011 23 80 63
2.1 – GEMEENTEN & OCMW Leiding:
Callens Ludo, adjunct van de directeur
Opdrachten:
Samenstelling & werking gemeenten: - verkiezingen - werking gemeenteraad - college burgemeester en schepenen - burgemeester - raadscommissies
011 23 80 72
Samenstelling & werking OCMW: - raad voor maatschappelijk welzijn - vast bureau - voorzitter Samenstelling en werking gemeentebedrijven, wateringen en interlokale verenigingen Statuut mandatarissen: - wedden en pensioenen - presentiegelden - vergoedingen - politiek verlof - tuchtstelsel - eretitel van het ambt Andere dossiers: - college van provinciegouverneurs - rechtsgedingen - raad voor verkiezingsbetwistingen
- 20 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
2.2 – KERKBESTUREN Leiding:
Dewil Ann
Medewerkers:
Geboors Christiane Fastré Marguerite
Opdrachten:
Werking kerkbesturen: - samenstelling en werking - verkiezingen - tussentijdse vervanging - personeelsaangelegenheden - rechtsgedingen - stichtingen, schenkingen en legaten
011 23 80 67
011 23 80 71 011 23 80 86
Financiën kerkbesturen: - budgetten en meerjarenplanning - goedkeuring jaarrekeningen en eindrekeningen - leningen (financiering buitengewone investeringen)
SECTIE 3 – ALGEMENE GEWESTTAKEN Leiding:
Ruyters Jan, directeur
011 23 81 22
Secretariaat:
Vroonen Christiane
011 23 81 23
3.1 – OVERHEIDSOPDRACHTEN Leiding:
Van de Peer Kristine, adjunct van de directeur
011 23 81 49
Medewerkers:
Hoedemakers Els Hoedemakers Marleen Vroonen Christiane
11 23 81 38 011 23 81 36 011 23 81 23
Opdrachten:
Klachtenbehandeling en toezicht: - gemeenten - OCMW - wateringen - politiezones Gemeenten: - investeringsfonds - gewestbijdrage gemeentelijke riolering - subsidiëring schoolgebouwen Wateringen: - subsidiëring werken
Jaarboek 2006
- 21 -
3.2 – OVERHEIDSOPDRACHTEN KERKBESTUREN Leiding:
Jorissen Georges, adjunct van de directeur
011 23 81 66
Medewerkers:
Lambrechts Lea Rodolfs Marijke Vandebrouck Marèse
Opdrachten:
Overheidsopdrachten kerkbesturen: - klachtenbehandeling, toezicht en adviesverlening overheidsopdrachten kerkbesturen - premies restauratiewerken beschermde gebouwen - premies restauratiewerken niet beschermde gebouwen - herstellingswerken zonder toelagen aan gebouwen voor de eredienst - bouwcommissie kerkbesturen
011 23 81 83 011 23 81 71 011 23 81 84
3.3 – PATRIMONIUM & PUBLIEK PRIVATE SAMENWERKING Leiding:
NN
Medewerkers:
Peeters Marie-Jeanne Snellinx Jeanny Vroonen Christiane
Opdrachten:
Klachtenbehandeling en toezicht: - gemeenten - OCMW - politiezones - wateringen - kerkbesturen
011 23 81 77 011 23 81 78 011 23 81 23
Inzendingsplichtige dossiers: - patrimoniumverrichtingen wateringen Bijzondere dossiers: - adviesverlening publiek-publieke en publiek-private samenwerking lokale besturen - vaststelling punten van oorsprong en wijziging loop onbevaarbare waterlopen - openbaar onderzoek buitengewone werken van wijziging onbevaarbare waterlopen Permanente Werkgroep Overheidsopdrachten & Patrimonium: - secretariaat
- 22 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
3.4 – POLITIE, WELZIJN
EN
RUIMTELIJKE ORDENING
Leiding:
Robben Denise, adjunct van de directeur
011 23 81 25
Medewerkers:
Jooken Gilberte Kellens Wilma Desaver Dorothee
011 23 81 76 011 23 81 37 011 23 81 24
Opdrachten :
Klachtenbehandeling en toezicht: - persoonsgebonden materies: culturele aangelegenheden, welzijn en onderwijs - politionele materies: politiereglementen, besluiten burgemeester, begraafplaatsen en lijkbezorging - ruimtegebonden materies: ruimtelijke ordening, natuur en milieu Inzendingsplichtige dossiers: - besluiten college van burgemeester en schepenen: milieuvergunningen 2de klasse, akteneming 3de klasse, natuurvergunningen 2de klasse - besluiten gemeenteraad en burgemeester voor opname in Bestuursmemoriaal Bijzondere dossiers: - aanstelling technische ambtenaren van gemeente voor vaststelling overtredingen ruimtelijke ordening - register van stedenbouwkundige ontwerpers voor opmaak RUP’s - werkgroep politie
PROVINCIALE VISSERIJCOMMISSIE LIMBURG Medewerkers:
Dupont Raymond, secretaris-penningmeester Denayer Bart, visserijbioloog
011 23 83 55 011 23 83 54
Opdrachten : De provinciale visserijcommissies verlenen, zoals geregeld bij koninklijk besluit, hun medewerking aan het Vlaams ministerie van Landbouw en Visserij, voor wat betreft de aanwending van het Vlaamse Visserijfonds. De commissie overlegt over het visstandbeheer, het toezicht en de handhaving van de Wet op de Riviervisserij, over de steun aan de strijd tegen de verontreiniging en de verbetering van de visserij in het algemeen.
ONDERSTEUNING
VAN DE ARRONDISSEMENTSCOMMISSARIS
Medewerker:
Chantal Willemans
Opdrachten:
- onderzoek van jachtverloven en jachtvergunningen - beheer van jachtplannen en jachtrechthouders
Jaarboek 2006
011 23 80 06
- 23 -
- 24 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
3
ALGEMEEN
OVERZICHT VAN HET BESTUURLIJK TOEZICHT
Jaarboek 2006
- 25 -
- 26 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
Jaarboek 2006
- 27 -
-
° N.Gem.W.: Nieuwe Gemeentewet ° GD: Gemeentedecreet van 15 juli 2005 zoals laatst gewijzigd bij decreet van 22 december 2006 ° Toezichtdecreet: Decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten, zoals gewijzigd ° R.B.: Besluit van de Regent van 18 juni 1846 betreffende het financieel beheer van de gemeentebedrijven ° ARGC: Koninklijk besluit van 02/08/1990 houdende het algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit ° Besluit Vlaamse Regering van 24 november 2006: Besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 2006 betreffende de inwerkingtreding van sommige bepalingen van het gemeentedecreet van 15 juli 2005 en ter uitvoering van artikel 160 en 179 van het gemeentedecreet van 15 juli 2005 ° Besluiten Vlaamse Regering van 15 december 2006: - Besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 houdende vaststelling van de tuchtprocedure voor het statutair gemeentepersoneel in uitvoering van de artikels 129, 136 en 143 van het gemeentedecreet en voor het statutair provinciepersoneel in uitvoering van de artikels 125, 132 en 139 van het provinciedecreet - Besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2006 houdende vaststelling van de samenstelling, de vergoeding van de leden en de werking van de Beroepscommissie voor tuchtzaken in uitvoering van het artikel 138 van het gemeentedecreet en 134 van het provinciedecreet ° Omzendbrief BA 2006/01 van 13 januari 2006: Omzendbrief BA 2006/01 van 13 januari 2006 betreffende het Gemeentedecreet en Provinciedecreet - inwerkingtreding van de bepalingen inzake bestuurlijk toezicht ° Omzendbrief ABB 2006/19 van 1 december 2006: Omzendbrief ABB 2006/19 van 1 december 2006 betreffende het Besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 2006 betreffende de inwerkingtreding van sommige bepalingen van het gemeentedecreet van 15 juli 2005 en ter uitvoering van artikel 160 en 179 van het gemeentedecreet van 15 juli 2005 ° Vl. Reg.: Vlaamse Regering ° GR: gemeenteraad ° CBS: college van burgemeester en schepenen ° RG en OG: roerende goederen en onroerende goederen ° IVA: intern verzelfstandigd agentschap ° EVA: extern verzelfstandigd agentschap ° AGB: autonoom gemeentebedrijf
- Vooraf
ALGEMEEN OVERZICHT VAN HET BESTUURLIJK TOEZICHT op Vlaamse gemeenten, gewone en autonome gemeentebedrijven, gemeentelijke IVA en gemeentelijke EVA (inclusief specifieke regeling voor gemeente Voeren) cfr. Nieuwe Gemeentewet, Toezichtdecreet en Gemeentedecreet zoals van toepassing sedert 01/01/2007)
- 28 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
GEMEENTEN
(Art. 43, §2, 4°, 103 en 253, §1, 1° GD)
Vaststelling en wijziging personeelsformatie (GR)
(Art. 43, §2, 4°, 105 en 253, §1, 1° GD)
Rechtspositieregeling gemeentepersoneel (GR) omvat minstens: - bezoldiging gemeentepersoneel en toepasselijke salarisschalen r.h.m. gestelde bekwaarmheidsvereisten en functievereisten - toekenning toelagen en vergoedingen - voorwaarden en procedures aanwerving en bevordering - bekendmaking vacatures en proeftijd - evaluatie, wijze van aanwijzing evaluatoren, bijbehorende procedures, periodiciteit en rechtsgevolgen ervan - organisatie loopbaan en interne mobiliteit - administratieve standen, anciënniteit en dienstbeëindiging (enkel voor statutair personeel) - arbeidsduur, verlof, afwezigheden - onverenigbaarheden, beperkingen en voorwaarden voor cumulatie - nadere regels tuchtstelsel (enkel voor statutair personeel) - toepasselijkheid nieuwe regels tav statutair, al in dienst zijnd gemeentepersoneel - verlies hoedanigheid ambtenaar en ambtsneerlegging (enkel voor statutair personeel)
I. PERSONEEL
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → verplicht ingeval financiële haalbaarheid dmv financiële nota van het meerjarenplan niet wordt aangetoond → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur
(Art. 249 en 255-256 GD)
Opmerking: hoewel deze procedure in de wetge-
(Art. 146 §2 en 267-269 N.Gem.W.)
Goedkeuringstoezicht gouverneur (90 dgn): weigering goedkeuring op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval schending taalwetgeving)
(Art. 264-265 N.Gem.W.)
Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit)
VOEREN Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
GEMEENTEN
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang
VLAAMSE
Jaarboek 2006
- 29 -
Goedkeuringstoezicht gouverneur (90 dgn): weigering goedkeuring op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval schending taalwetgeving) (Art. 146 §2 en 267-269 N.Gem.W.)
Goedkeuringstoezicht gouverneur (90 dgn): weigering goedkeuring op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval schending taalwetgeving) (Art. 28 §2-3, 65 §2-3 en 267-269 N.Gem.W.)
Gouverneur: ambtshalve tuchtstraf - na twee opeenvolgende schriftelijke waarschuwingen en op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval schending taalwetgeving) (Art. 41 en 68 §3 en 267-269 N.Gem.W.)
= onderdeel Rechtspositieregeling Zie supra onder I. Personeel gemeenten: Rechtspositieregeling
= onderdeel Rechtspositieregeling Zie supra onder I. Personeel gemeenten: Rechtspositieregeling
Overtreding van de verbodsbepaling tot het stellen van daden van koophandel in hoofde van de secretaris en financieel beheerder kàn aanleiding geven tot het opleggen van een tuchtstraf (art. 79 en 119 GD)
(Art. 105, §1 en §2, 3° GD)
Vaststelling salarisschaal gemeentesecretaris en financieel beheerder (GR)
(Art. 105, §1 en §2, 1° GD)
Tuchtstraf gemeentesecretaris en financieel beheerder indien GR/tuchtcommissie geen tuchtstraf oplegt bij overtreding van verbod tot stellen daden van koophandel
ving enkel expliciet voorzien is voor de vaststelling wordt ze ook toegepast op de wijziging van de personeelsformatie
Vaststelling wervings- en bevorderingsvoorwaarden (GR)
(Art. 117, 249 en 255-256 GD)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → verplicht ingeval financiële haalbaarheid dmv financiële nota van het meerjarenplan niet wordt aangetoond in gerechtvaardigd of aangepast besluit tot vaststelling of wijziging personeelsformatie → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit)
- 30 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
Vermindering door GR aantal betrekkingen bij de burgerlijke stand en vermindering van de eraan verbonden wedde
(bezwaar door titularis)
Tuchtstraffen t.a.v. door de gemeenteoverheid benoemd gemeentepersoneel incl. secretaris, adjunct-secretaris, plaatselijke ontvanger/financieel beheerder, bijzondere rekenplichtige: - beslissing GR tot schorsing voor 3 mndn, terugzetting in graad, ontslag van ambtswege of afzetting - beslissing GR tot opheffing van een bediening of vermindering van de eraan verbonden wedde
Tucht onderwijzend personeel benoemd door GR: - beslissing GR tot schorsing voor min. 3 mndn en afzetting - beslissing GR tot opheffing van een bediening of vermindering van de eraan verbonden wedde (bezwaar door titularis)
Zie supra onder I. Personeel gemeenten:
= onderdeel Personeelsformatie
Opmerking: de op 1 januari 2007 hangende tuchtvorderingen worden nog afgehandeld volgens de bepalingen die vóór de inwerkingtreding van hoofdstuk VI van titel III GD van toepassing waren (art. 306 GD)
van 15.12.2006)
Beroep mogelijk bij beroepscommissie voor tuchtzaken (tegen àlle tuchtstraffen, ook lichte) (art. 137 e.v. GD + besluiten Vlaamse Regering
GD)
Tuchtoverheid = aanstellende overheid d.i. - GR voor decretale graden (secretaris en financieel beheerder) - CBS voor overig gemeentepersoneel (delegeerbaar aan secretaris) (Art. 106 en 123
(art. 102, 118 e.v. GD + besluiten Vlaamse Regering van 15.12.2006)
Tucht gemeentelijk niet-gesubs. onderwijzend personeel = gewone regeling gemeentepersoneel (zie infra - Tuchtstraffen t.a.v. door de gemeenteoverheid benoemd gemeentepersoneel…)
Tucht gemeentelijk gesubsidieerd onderwijzend personeel is een gemeenschapsbevoegdheid en valt buiten toepassingsgebied GD
uitz.: ingeval schending taalwetgeving)
Goedkeuringstoezicht gouverneur (90 dgn): weigering goedkeuring op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1
(Art. 287 §3 en 267-269 N.Gem.W.)
Beroepsmogelijkheid GR/benadeeld personeelslid tegen beslissing gouverneur bij Vl. Reg. binnen 14 dgn na kennisgeving
uitz.: ingeval schending taalwetgeving)
Goedkeuringstoezicht gouverneur (90 dgn): weigering goedkeuring op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1
(Art. 150 §3 en 267-269 N.Gem.W.)
Beroepsmogelijkheid GR/benadeeld personeelslid tegen beslissing gouverneur bij Vl. Reg. binnen 14 dgn. na kennisgeving
uitz.: ingeval schending taalwetgeving)
Goedkeuringstoezicht gouverneur (90 dgn): weigering goedkeuring op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1
Jaarboek 2006
- 31 -
GEMEENTEN
2. Aangezien de bepaling i.v.m. budgetwijzigingen uit het GD (art. 154) nog niet in werking is getreden, blijven de art. 15-16 ARGC van toepassing. (cfr. Omzendbrief ABB 2006/19 van 1 december 2006 betreffende het onder opm. 1. ver-
1. Aangezien de bepaling i.v.m. de financiële nota van het budget uit het GD (art. 151) nog niet in werking is getreden, wordt met toepassing van art. 179 GD het begrip “financiële nota van het budget” voorlopig ingevuld door het begrip “begroting” uit het ARGC; (cfr. art. 2 Besluit Vl. Reg. van 24 november 2006)
Opmerkingen:
(Art. 148-150 en 253, §1, 2° GD, art. 1, 1°-2° en 5 e.v. ARGC en art. 7 Toezichtdecreet)
+ Budgetwijzigingen (GR)
uit ARGC, incl. bijlagen zoals o.a. meerjarig financieel beleidsplan)
Budget (GR) = beleidsnota + financiële nota (= “begroting”
II. FINANCIËN GEMEENTEN
of
→ rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na nieuwe vaststelling door GR van de begroting(-swijziging)/ budget(wijziging) na schorsing)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → facultatief ingeval schending wet of strijdigheid met algemeen belang
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending wet of strijdigheid met algemeen belang → verplicht in vier gevallen
Aangezien art. 177 GD nog niet in werking is getreden, blijft de regeling van het Toezichtdecreet (art. 8-10) voor het toezicht op de begrotingen/budgetten en begrotingswijzigingen/budgetwijzigingen van toepassing (cfr. Omzendbrief ABB 2006/19 van 1 december 2006 – punt I.6.3.4)
VLAAMSE
Vaststelling en wijziging personeelsformatie
Beroepsmogelijkheid voor gemeente tegen niet-goedkeuring bij Vl. Reg. binnen 10 dgn → beroep schorst tenuitvoerlegging ged. 30 dgn (ev. verlengbaar met 30 dgn) → definitieve vaststelling begroting/budget door Vl.
Opmerking: hoewel deze procedure in de wetgeving enkel expliciet voorzien is voor de begroting/ budget wordt ze ook toegepast op de begrotingswijzigingen/budgetwijzigingen
(Art. 241 §2, 244 §1 en 267-269 N.Gem.W.)
Goedkeuringstoezicht gouverneur (90 dgn): weigering goedkeuring op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval schending taalwetgeving)
VOEREN
(Art. 155 §3 en 267-269 N.Gem.W.)
Beroepsmogelijkheid GR/ambtenaar burgerlijke stand en beambten tegen beslissing gouverneur bij Vl. Reg. binnen 15 dgn na kennisgeving
- 32 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
3. Aangezien de bepalingen i.v.m. de strategische meerjarenplanning uit het GD (art. 146-147) nog niet in werking zijn getreden, is er ook nog geen afzonderlijke inzendingplicht voor het meerjarenplan cf. art. 253, §1, 2° GD. De bijzondere bepalingen betreffende het bestuurlijk toezicht opgenomen in artikel 176 GD zijn evenmin reeds van toepassing. Het meerjarig financieel beleidsplan dient conform art. 7 Toezichtdecreet nog steeds als bijlage bij de begroting/het budget te worden gevoegd.
melde besluit van de Vlaamse Regering – punt I.6.3.5)
(Art. 14 Toezichtdecreet)
Uitzondering op toezichtregeling uit art. 8-10 Toezichtdecreet: voor gemeenten die ter sanering van hun financiën leningen zijn aangegaan waaraan het Vlaamse Gewest zijn waarborg heeft verleend → Advies gouverneur (30 dgn) → Goedkeuringstoezicht Vl. Reg. (50 dgn): ° niet-goedkeuring wegens schending wet of strijdigheid algemeen belang of ° goedkeuring (= definitieve vaststelling) met mogelijkheid tot het treffen van vereiste maatregelen om begrotingsevenwicht te herstellen en tot ambtshalve inschrijvingen, schrappingen of correcties
Definitieve vaststelling Vl. Reg. (50 dgn) van de door de GR opnieuw vastgestelde begroting(-swijziging)/budget(wijziging) na schorsing, met mogelijkheid tot - het treffen van vereiste maatregelen om budget-/begrotingsevenwicht te herstellen - ambtshalve inschrijvingen, schrappingen of correcties
(Art. 258 §3 N.Gem.W.)
Indien zowel de GR als de BD geen of een ontoereikend krediet hebben uitgetrokken op de begroting, dan beslist de Vl. Reg. (bepaalt desgevallend het aantal te heffen opcentiemen)
(Art. 258 §3 N.Gem.W.)
Indien de GR uitgaven op de begroting heeft gebracht en de gouverneur (cf. art. 267-269 N.Gem.W.) deze heeft verworpen of verminderd, dan beslist de Vl. Reg. (bepaalt desgevallend het aantal te heffen opcentiemen)
(Art. 258 §2 N.Gem.W.)
Indien de GR in gebreke blijft om, bij ontoereikende ontvangsten op de begroting (ter betaling van schulden die erkend en opeisbaar zijn of voortvloeien uit een beslissing in laatste aanleg van het gewone of administratieve gerecht), middelen voor te stellen om erin te voorzien, voorziet de BD ambtshalve er in na twee opeenvolgende schriftelijke waarschuwingen met name door bevel tot heffing van een bepaald aantal opcentiemen op de in de gemeente betaalde directe belastingen (onder goedkeuring van de Vl. Reg.)
(Art. 254 N.Gem.W.)
Indien niet-sluitende begroting wordt voorgelegd kan de gouverneur elke noodzakelijke maatregel nemen om uitgaven L en ontvangsten K
(Art. 244 §2-3 N.Gem.W.)
Reg. binnen voormelde termijn
Jaarboek 2006
- 33 -
(Art. 163 §2 GD)
Overruling bij betalingen: Weigering gemeentesecretaris/door gemeentesecretaris met betalingsverrichtingen belast personeelslid om betalingsopdracht aan financiële instelling te ondertekenen → CBS kan op eigen verantwoordelijkheid bevelen de betaling uit te voeren
(Art. 161 GD)
Overruling bij visumverlening: Gemotiveerde beslissing financieel beheerder om visum te weigeren → CBS kan op eigen verantwoordelijkheid positief visum verlenen
(Art. 153 GD)
Verdeling wettelijk of decretaal opgelegde uitgaven tussen verschillende betrokken gemeenten naar evenredigheid van het belang dat ze erbij kunnen hebben
(Art. 163 §2 GD)
Beslissing CBS pas uitvoerbaar na verstrijking toezichttermijn voorzien in art. 255 GD (30 dgn)
Beslissing CBS naar gouverneur + externe auditcommissie (zodra deze geïnstalleerd is)
Beslissing CBS pas uitvoerbaar na verstrijking toezichttermijn voorzien in art. 255 GD (30 dgn) (Art. 161 GD)
Beslissingen financieel beheerder en CBS naar gouverneur + op de hoogte stellen van de externe auditcommissie (zodra deze geïnstalleerd is)
Opm. : art. 13 Toezichtdecreet dat deze beroepsmogelijkheid tegen een gelijkaardige beslissing van de bestendige deputatie voorziet, is niet opgeheven
(Art. 153 §2 GD)
Beroepsmogelijkheid voor GR bij Vl. Reg. binnen 30 dgn → beslissing over beroep binnen 50 dgn
(Art. 153 §1 GD)
Ingeval van weigering of onenigheid over de verhouding van het belang en van de te dragen lasten, beslist de gouverneur
Idem.
Idem.
Idem.
- 34 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
(Art. 138bis N.Gem.W.)
Eindrekening ontvanger/financieel beheerder
(Art. 15 T oezichtdecreet en 253, §1, 11° GD)
Rekening (GR)
(Art. 240 §2, 244 §1 en 267-269 N.Gem.W.)
Beroepsmogelijkheid voor GR of ontvanger/
(Art. 16 en 19 Toezichtdecreet)
Goedkeuringstoezicht gouverneur (90 dgn): weigering goedkeuring op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval schending taalwetgeving)
Beroepsmogelijkheid voor gemeente tegen niet-goedkeuring bij Vl. Reg. binnen 10 dgn → beroep schorst tenuitvoerlegging ged. 30 dgn (ev. verlengbaar met 30 dgn) → definitieve vaststelling rekening door Vl. Reg. binnen voormelde termijn (Art. 244 §2-3 N.Gem.W.)
uitz.: ingeval schending taalwetgeving) (Art. 240 §2, 244 §1 en 267-269 N.Gem.W.)
Goedkeuringstoezicht gouverneur (90 dgn): weigering goedkeuring op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1
Goedkeuring en vaststelling bedragen van de eindrekening door gouverneur (300 dgn)
Aangezien art. 170 GD waarbij de eindrekening vervangen wordt door een verslag van de externe auditcommissie nog niet in werking is getreden, blijft de regeling van het Toezichtdecreet (art. 16-19) van toepassing voor het toezicht op de eindrekening.
(Art. 17-18 Toezichtdecreet)
Beroepsmogelijkheid voor GR of ontvanger/ financieel beheerder tegen beslissing gouverneur inzake de rekening (gdk of niet-gdk) bij Vl. Reg. binnen 30 dgn → vaststelling rekening door Vl. Reg. (50 dgn)
(Art. 16 Toezichtdecreet)
Goedkeuring en vaststelling bedragen van de rekening door gouverneur (300 dgn)
Aangezien een aantal artikelen uit Hfdst. V Boekhouding, financiële rapportering en kascontrole, Hfdst. VI Inventaris, jaarrekening en kwijting uit Titel IV Planning en Financieel Beheer evenals Hfdst. II Externe Audit uit Titel VIII Bestuurlijk toezicht en externe audit van het GD nog niet in werking zijn getreden, blijft de regeling van het Toezichtdecreet (art. 16-18) van toepassing voor het toezicht op de gemeenterekening (cfr. Omzendbrief BA 2006/01 van 13 januari 2006 – punt II. 15, 1°).
Jaarboek 2006
- 35 -
(Art. 253, §1, 4° GD)
Vaststelling (én wijziging) van de gemeentelijke dotatie aan de politiezone (enkel voor gemeenten die deel uitmaken van een meergemeentezone) (GR)
(Art. 43, §2, 15° en 253, §1,3° GD)
Belasting- en retributiereglementen (GR)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur
(Art. 249 en 255-256 GD)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn)
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang
Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit)
Niet van toepassing want Voeren = ééngemeentezone
(Art. 264-265 N.Gem.W.)
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
Opmerking: hoewel deze procedure van goedkeuring + beroepsmogelijkheid in de wetgeving enkel expliciet voorzien is voor de rekening wordt ze ook toegepast op de eindrekening
(Art. 244 §2-3 N.Gem.W.)
Beroepsmogelijkheid voor gemeente tegen niet-goedkeuring bij Vl. Reg. binnen 10 dgn → beroep schorst tenuitvoerlegging ged. 30 dgn (ev. verlengbaar met 30 dgn) → definitieve vaststelling rekening door Vl. Reg. binnen voormelde termijn
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang
(Art. 17-18-19 Toezichtdecreet)
financieel beheerder tegen beslissing gouverneur inzake de eindrekening (gdk of nietgdk) bij Vl. Reg. binnen 30 dgn → vaststelling eindrekening door Vl. Reg. (50 dgn)
- 36 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
(Art. 253, §1, 7° GD)
Schuldherschikkingen (GR)
(Art. 157 en 253, §1, 5° GD)
Besluiten dwingende en onvoorziene uitgaven/kosten (GR en CBS)
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang) Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke
Onverwijlde mededeling aan de gouverneur Goedkeuringstoezicht gouverneur (90 dgn): weigering goedkeuring op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval schending taalwetgeving) (Art. 249 § 2-3 en 267-269 N.Gem.W.)
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit) (Art. 249 en 255-256 GD)
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang
GD)
Ingeval besluit CBS, brengt CBS GR en externe auditcommissie (zodra deze geïnstalleerd is) onverwijld op de hoogte (Art. 157
(Art. 249 en 255-256 GD)
→ facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit)
Jaarboek 2006
- 37 -
(Art. 253, §1, 9° GD)
Saneringsleningen (GR)
(Art. 264-265 N.Gem.W.)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur
Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit) (Art. 249 en 255-256 GD)
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
(Art. 264-265 N.Gem.W.)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur
→ facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang
(Art. 249 en 255-256 GD)
schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit)
- 38 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
GEMEENTEN
(Art. 57, §3, 4° GD)
CBS-besluit tot gunning van overheidsopdracht
5° en 6° GD)
CBS-besluit (ingevolge delegatie door GR) tot vaststelling wijze van en voorwaarden voor gunning van overheidsopdrachten mbt dagelijks beheer en binnen de kredieten van de gewone begroting (= bewoordingen opgeheven art. 234 N.Gem.W. - thans in gewijzigde bewoordingen geregeld door art. 57, §3,
(Art. 43, §2, 11° GD)
GR-besluit tot vaststelling wijze van en voorwaarden voor gunning van overheidsopdrachten
III. OVERHEIDSOPDRACHTEN GEMEENTEN
Zie infra onder IV Diversen gemeenten: Andere besluiten van gemeenteoverheid
Zie infra onder IV Diversen gemeenten: Andere besluiten van gemeenteoverheid
Zie infra onder IV Diversen gemeenten: Lijst beknopte omschrijving besluiten GR
= lijstbesluit GR
VLAAMSE
Verplichte mededeling aan gouverneur Niet-uitvoerbaar tot de dag waarop ze niet meer vatbaar zijn voor schorsing of vernieti-
Let wel:Goedkeuring niet vereist wanneer totale waarde van de opdracht een bepaald bedrag niet overschrijdt (Art. 235 §2 N.Gem.W. → art. 264-265 N.Gem.W.)
(Art. 235 §1 en §3 en 267-269 N.Gem.W.)
Goedkeuringstoezicht gouverneur (90 dgn): weigering goedkeuring op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval schending taalwetgeving) Geen betekening van beslissing v/d gouverneur binnen 90 dgn = goedkeuring (onverminderd toepassing art. 268-269 N.Gem.W.)
Let wel: Goedkeuring niet vereist wanneer totale waarde van de opdracht een bepaald bedrag niet overschrijdt (Art. 235 §2 N.Gem.W. → art. 264-265 N.Gem.W.)
(Art. 235 §1 en §3 en 267-269 N.Gem.W.)
Goedkeuringstoezicht gouverneur (90 dgn): weigering goedkeuring op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval schending taalwetgeving) Geen betekening van beslissing v/d gouverneur binnen 90 dgn = goedkeuring (onverminderd toepassing art. 268-269 N.Gem.W.)
VOEREN
Jaarboek 2006
- 39 -
GEMEENTEN
GEMEENTEN
= lijstbesluit GR Zie infra onder IV Diversen gemeenten: Lijst beknopte omschrijving besluiten GR
(Art. 43, §2, 13° GD)
Zie infra onder IV Diversen gemeenten: Lijst beknopte omschrijving besluiten GR
= lijstbesluit GR
VLAAMSE
Aanvaarding van schenkingen en legaten (GR)
(Art. 17 GD)
Vaststelling presentiegeld GR-leden (GR)
IV. DIVERSEN
Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.:
2. Schenkingen en legaten waarvan de waarde 2 500 euro te boven gaat: Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
↔!
1. Schenkingen en legaten waarvan de waarde 2 500 euro NIET te boven gaat: Goedkeuringstoezicht gouverneur (90 dgn): weigering goedkeuring op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval schending taalwetgeving) (Art. 231 §3, 2° en 267-269 N.Gem.W.)
Goedkeuringstoezicht gouverneur (90 dgn): weigering goedkeuring op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval schending taalwetgeving) (Art. 12 §3 en 267-269 N.Gem.W.)
VOEREN
(Art. 237 N.Gem.W.)
ging cf. art. 264-265 N.Gem.W. (2 uitzonderingen)
- 40 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
Beheersovereenkomst tussen gemeente en ocmw over gemeenschappelijk gebruik van elkaars diensten/personeelsleden (Art. 271 GD)
(Art. 253, §1, 10° GD)
Deelname aan intergemeentelijke samenwerkingsverbanden (Decreet 6 juli 2001) (GR)
(Art. 43, §2, 6° GD)
Goedkeuring door GR
Idem.
(Art. 264-265 N.Gem.W.)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur
Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit) (Art. 249 en 255-256 GD)
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang
(Art. 264-265 N.Gem.W.)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur
ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
Jaarboek 2006
- 41 -
- uitsluiting bepaalde categorieën van verrichtingen van dagelijks bestuur van visumverplichting (art. 160 GD) - kader provisie voor geringe exploitatie-
16° GD)
- vaststelling (overheids-)opdrachten van dagelijks bestuur (art. 43, §2, 10° GD) - vaststelling wijze en voorwaarden voor gunning overheids-opdrachten (Let wel: bevoegdheden CBS) (art. 43, §2, 11° GD) - daden van beschikking mbt RG + OG (Let wel: bevoegdheden CBS) (art. 43, §2, 12° GD) - definitieve aanvaarding schenkingen en legaten (art. 43, §2, 13° GD) - klachtenbehandelingsysteem (art. 43, §2,
43, §2, 9° GD)
- gemeentelijke reglementen (andere dan belastingen en retributies – art. 43, §2, 3° GD)- gemeentelijke reglementen van inwendig bestuur en politieverordeningen (uitz.: tijdelijke politieverordeningen op wegverkeer → CBS) (art. 119 N.Gem.W.) - organogram (art. 43, §2, 4° GD) - goedkeuring beheersovereenkomst met OCMW (art. 43, §2, 6° GD) - intern controlesysteem (art. 43, §2, 8° GD) - vaststelling begrip “dagelijks bestuur” (art.
GD)
- huishoudelijk reglement GR (art. 40 GD) - deontologische code GR (art. 41 GD) - delegatiebesluiten GR aan CBS (art. 43, §1
17 GD)
Lijst beknopte omschrijving besluiten GR (zgn. lijstbesluiten GR) o.a. (niet-limitatief): - vaststelling presentiegelden GR-leden (art.
Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang) Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur (Art. 264-265 N.Gem.W.)
(Art. 249 en 255-256 GD)
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (30/50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) (30 dgn) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit) (50 dgn)
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (30 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang
- 42 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
(Art. 248, §1, 1° en 261 GD)
Aanstelling commissaris(sen) om ter plaatse de gevraagde inlichtingen of opmerkingen in te zamelen of om maatregelen ten uitvoer te brengen die in rechte zijn voorgeschreven (dwangtoezicht)
(Art. 248, §1, 1° GD)
Andere besluiten van gemeenteoverheid (= besluiten die niet moeten worden doorgestuurd en die niet voorkomen op de overzichtslijst GR o.a. - besluiten van CBS - besluiten van burgemeester - besluiten van personeelsleden bvb van gemeentesecretaris, financieel beheerder, budgethouders)
(Art. 252, §1GD)
uitgaven van dagelijks bestuur en inning geringe dagontvangsten (art. 162 GD) - opheffing gemeentelijk IVA - ontbinding en vereffing AGB (art. 244 GD) - alg. beleidsprogramma (242bis N.Gem.W.)
(Art. 248, §1, 2° en 261 GD)
Bevoegdheid toezichthoudende overheid (gouverneur en/of Vl. Regering), na verstrijking van de termijn bepaald in schriftelijke ingebrekestelling
(Art. 266 N.Gem.W.)
Beroepsmogelijkheid bij Vl. Regering
Bevoegdheid gouverneur op eensluidend advies van het college van provinciegouverneurs, na twee opeenvolgende schriftelijke waarschuwingen
(Art. 264-265 N.Gem.W.)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur
Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (30/50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) (30 dgn) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit) (50 dgn) (Art. 248, §1, 2°, 249 en 254-255-256 GD)
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
(Art. 254 GD)
Idem.
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (30 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang
Opvraging door toezichthoudende overheid (gouverneur en/of Vl. Regering) ambtshalve (facultatief) of na klacht (verplicht)
Jaarboek 2006
- 43 -
(Art. 261 N. Gem.W., art. 1 e.v. R.B. en art. 23 Toezichtdecreet)
Oprichting gewoon gemeentebedrijf (GR) (tot en met 31.12.2006)
Opmerking: Aangezien enkele artikelen van bovenvermeld hoofdstuk voorlopig nog niet van toepassing zijn, betekent dit evenwel dat de overgangstermijn van drie jaar voor de bestaande gewone gemeentebedrijven nog niet loopt. (cfr. Omzendbrief ABB 2006/19 van 1 december 2006 – punt I.9)
De besturen moeten zich alleszins bij GRbesluit conformeren met de bepalingen van het GD alvorens de periode van 3 jaar na de algehele (!) inwerkingtreding van titel VII, hfdst. II GD een einde neemt. (art. 310 GD)
Bestaande gewone gemeentebedrijven kunnen bij GR-besluit vanaf 01.01.2007 hun werking in overeenstemming brengen met de bepalingen van het GD.
- Overgangsperiode -
V. BESTAANDE GEWONE GEMEENTEBEDRIJVEN & GEMEENTELIJKE IVA GEMEENTEN
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → facultatief ingeval schending wet of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging geschorst besluit) (Art. 23, 29, 30 en 33 Toezichtdecreet)
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending wet of strijdigheid met algemeen belang
Uitzonderingen: bij de algehele (!) inwerkingtreding van titel VII, hfdst. II GD zijn deze bedrijven evenwel onmiddellijk onderworpen aan de art. 228-229-230 GD (art. 310 GD)
Goedkeuringstoezicht Vl. Reg. (100 dgn) → GD treedt voor deze bedrijven in werking de dag volgend op ontvangst goedkeuringsbesluit Vl. Reg. en uiterlijk 3 jaar na de algehele (!) inwerkingtreding van titel VII, hfdst. II GD
VLAAMSE
Niet van toepassing bij gebrek aan gewoon gemeentebedrijf
Niet van toepassing bij gebrek aan gewoon gemeentebedrijf
GEMEENTE VOEREN
- 44 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
(Art. 11 e.v. R.B. en art. 24 Toezichtdecreet)
Begroting en begrotingswijziging bestaand gewoon gemeentebedrijf tot einde overgangsperiode (GR)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → facultatief ingeval schending wet of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending wet of strijdigheid met algemeen belang → verplicht in vier gevallen
(Art. 223 GD)
(Art. 223 GD)
Opmerking: voor bestaande gewone gemeentebedrijven is een beheersovereenkomst niet wettelijk of decretaal opgelegd
Jaarlijkse evaluatie door GR Verplicht opsturen naar Vlaamse Regering (geen goedkeuringstoezicht)
Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit) (Art. 249 en 255-256 GD)
Niet van toepassing bij gebrek aan gewoon gemeentebedrijf
Idem.
(Art. 264-265 N.Gem.W.)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang
Beheersovereenkomst (evenals verlenging, wijziging, schorsing of ontbinding ervan) tussen CBS en hoofd gemeentelijk IVA
(Art. 221, §2 en 253, §1, 6° GD)
Oprichting gemeentelijk IVA (GR) (vanaf 01.01.2007)
Jaarboek 2006
- 45 -
(Art. 14 Toezichtdecreet)
→ Goedkeuringstoezicht Vl. Reg. (50 dgn): ° niet-goedkeuring wegens schending wet of strijdigheid algemeen belang of ° goedkeuring (= definitieve vaststelling) met mogelijkheid tot het treffen van vereiste maatregelen om begrotingsevenwicht te herstellen en tot ambtshalve inschrijvingen, schrappingen of correcties
Uitzondering op toezichtregeling uit art. 8-10 Toezichtdecreet: voor gewone gemeentebedrijven van gemeenten die ter sanering van hun financiën leningen zijn aangegaan waaraan het Vlaamse Gewest zijn waarborg heeft verleend → Advies gouverneur (30 dgn)
(Art. 8-10 en 24 Toezichtdecreet)
Definitieve vaststelling Vl. Reg. (50 dgn) van de door de GR opnieuw vastgestelde begroting(-swijziging) na schorsing, met mogelijkheid tot - het treffen van vereiste maatregelen om begrotingsevenwicht te herstellen - ambtshalve inschrijvingen, schrappingen of correcties
of
schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na nieuwe vaststelling door GR van de begroting(-swijziging) na schorsing)
- 46 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg = lijstbesluit GR Zie supra onder IV Diversen gemeenten: Lijst beknopte omschrijving besluiten GR
Opmerkingen: 1. Hoewel niet expliciet geregeld in het GD is de opheffing van een gemeentelijk IVA - naar analogie met de oprichting ervan - een bevoegdheid van de GR 2. De opheffing van bestaande gewone gemeente
len door Vl. Regering)
Wordt ‘geconsolideerd’ (waarschijnlijk wordt bedoeld: met die van de gemeente) (Art. 224 §2 GD → nog nadere regels vast te stel-
(Art. 27 Toezichtdecreet)
Bij niet-goedkeuring kan GR binnen 30 dgn 1. jaarreking of staat van ontvangsten en uitgaven omwerken → opnieuw goedkeuringstoezicht gouverneur (50 dgn) 2. beroep indienen → beslissingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn): ingeval verwerping beroep → zie 1. (binnen 50 dgn)
Opheffing gemeentelijke IVA (GR)
(Art. 224 GD)
Jaarrekening gemeentelijk IVA
Goedkeuringstoezicht gouverneur (300 dgn)
(Art. 29 e.v. R.B. en 26 Toezichtdecreet) (Art. 26 Toezichtdecreet)
(Art. 30 R.B. en art. 25 Toezichtdecreet)
Voorlopige goedkeuring door GR
len door Vl. Regering)
Wordt ‘geconsolideerd’ (waarschijnlijk wordt bedoeld: met dat van de gemeente) (Art. 224 §2 GD → nog nadere regels vast te stel-
Jaarrekening en staat van ontvangsten en uitgaven bestaand gewoon gemeentebedrijf tot einde overgangsperiode (GR)
(Art. 224 GD)
Budget gemeentelijk IVA
Idem.
Idem.
Niet van toepassing bij gebrek aan gewoon gemeentebedrijf
Idem.
Jaarboek 2006
- 47 -
EN
EVA
IN PRIVAATRECHTELIJKE
Opmerking: Aangezien enkele artikelen van bovenvermeld hoofdstuk voorlopig nog niet van toepassing zijn, betekent dit evenwel dat de overgangstermijn van drie jaar voor de bestaande autonome gemeentebedrijven nog niet loopt. (cfr. Omzendbrief ABB 2006/19 van 1 december 2006 – punt I.9 en bevestigd bij brief van 20 april 2007 van de bevoegde minister Keulen aan de VVSG)
(art. 310 GD)
De besturen moeten zich alleszins bij GRbesluit conformeren met de bepalingen van het GD alvorens de periode van 3 jaar na de algehele (!) inwerkingtreding van titel VII, hfdst. II GD een einde neemt.
Bestaande autonome gemeentebedrijven kunnen bij GR-besluit vanaf 01.01.2007 hun werking en statuten in overeenstemming brengen met de bepalingen van het GD.
- Overgangsperiode -
(= AGB VORM)
VI. BESTAANDE AUTONOME GEMEENTEBEDRIJVEN (AGB) & GEMEENTELIJKE EVA
bedrijven (tot einde overgangsperiode) behoort eveneens tot de bevoegdheid van de GR en gaat gepaard met het opmaken van o.m. een eindrekening (art. 37 R.B.)
GEMEENTEN
Uitzonderingen: bij de algehele (!) inwerkingtreding van titel VII, hfdst. II GD zijn deze bedrijven evenwel onmiddellijk onderworpen aan de art. 228-229-230 GD (art. 310 GD)
Goedkeuringstoezicht Vl. Reg. (100 dgn) → GD treedt voor deze bedrijven in werking de dag volgend op ontvangst goedkeuringsbesluit Vl. Reg. en uiterlijk 3 jaar na de algehele (!) inwerkingtreding van titel VII, hfdst. II GD
VLAAMSE
Niet van toepassing bij gebrek aan autonoom gemeentebedrijf.
GEMEENTE VOEREN
- 48 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
Goedkeuringstoezicht Vlaamse Regering (100 dgn) (Art. 232 GD)
Beslissing Raad van Bestuur AGB Advies GR (50 dgn) Goedkeuringstoezicht Vlaamse Regering (100 dgn) (Art. 27ter Toezichtdecreet en brief
Oprichting incl. vaststelling statuten AGB (GR) (vanaf 01.01.2007)
(Art. 43, §2, 5° en 232 GD)
Gedeeltelijke wijziging statuten bestaand AGB tot einde overgangsperiode
Idem. Idem.
Goedkeuring door GR (art. 43, §2, 6° GD) Jaarlijkse evaluatie GR (Art. 235 §3 GD)
(Art. 234 GD)
Beheersovereenkomst tussen gemeente en AGB (Art. 235 GD)
Idem.
Niet van toepassing bij gebrek aan autonoom gemeentebedrijf
Advies/voorstel Raad van Bestuur AGB Beslissing GR Goedkeuringstoezicht Vlaamse Regering (100 dgn) (Art. 234 GD)
GD en brief van 20 april 2007 van de bevoegde minister Keulen aan de VVSG)
Beslissing Raad van Bestuur AGB + (!) Beslissing GR Goedkeuringstoezicht Vlaamse Regering (100 dgn) (Art. 27ter Toezichtdecreet, art. 310
Niet van toepassing bij gebrek aan autonoom gemeentebedrijf
Idem.
Niet van toepassing bij gebrek aan autonoom gemeentebedrijf
Wijziging statuten AGB
(Art. 27ter Toezichtdecreet en art. 310 GD)
Volledige wijziging statuten (nl. in overeenstemming brengen met GD) bestaand AGB tot einde overgangsperiode
van 20 april 2007 van de bevoegde minister Keulen aan de VVSG)
(art. 27bis Toezichtdecreet)
en art. 27bis Toezichtdecreet)
(Art. 27ter Toezichtdecreet)
Goedkeuringstoezicht Vlaamse Regering (100 dgn)
Oprichting incl. vaststelling statuten AGB (GR) (tot 31.12.2006) (Art. 263bis N.Gem.W.
Jaarboek 2006
- 49 -
(Art. 249 en 255-256 GD)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit)
Opmerking: voor bestaande AGB zijn er m.b.t. het personeel geen specifieke wettelijke of decretale bepalingen
(Art. 241, §2 en 253, §2, 1° GD)
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang
(Art. 249 en 255-256 GD)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit)
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang
(Art. 235 §1 GD)
Verplicht opsturen van beheersovereenkomst (ook verlenging, wijziging, schorsing of ontbinding ervan) naar Vlaamse Regering (geen goedkeuringstoezicht)
Afwijking rechtspositieregeling gemeentepersoneel (Raad van Bestuur AGB)
(Art. 253, §1, 8° GD)
Besluit GR betreffende aangaan of wijziging van beheersovereenkomst met AGB
Opmerking: voor bestaande autonome gemeentebedrijven is een beheersovereenkomst niet wettelijk of decretaal opgelegd
Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
(Art. 264-265 N.Gem.W.)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur
Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
Idem.
- 50 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
Opmerking: voor bestaande AGB zijn er m.b.t. retributies geen specifieke wettelijke of decretale bepalingen
(Art. 242, §4 en 253, §2, 2° GD)
Retributies (Raad van Bestuur AGB)
Opmerking: voor bestaande autonome gemeentebedrijven is een budget/begroting niet wettelijk of decretaal opgelegd
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang
(art. 242, §4 GD)
Bevoegdheid GR - goedkeuring beheersovereenkomst waarin grondregels inzake tarifering zijn opgenomen (Art. 43, §2, 6° en 235, §2, 4°-5° GD) - goedkeuring van maximumtarieven of berekeningsformules indien deze niet in beheersovereenkomst zijn geregeld
(Art. 243 GD)
(Art. 243 lid 4 GD)
Aangezien de eerste en tweede zin van art. 243 GD nog niet in werking zijn getreden, kan de opmaak van het budget van het AGB zich beperken tot het opstellen van een raming van het resultaat volgens de indeling van de klasse 6 en 7 in de resultatenrekening en het opstellen van een investeringsplanning. (cfr. Omzendbrief ABB 2006/19 van 1 december 2006 – punt I. 9)
Goedkeuring Gemeenteraad
Budget (Raad van Bestuur AGB)
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
Idem.
Idem.
(Art. 264-265 N.Gem.W.)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur
Jaarboek 2006
- 51 -
2. Aangezien de eerste en tweede zin van art. 243 GD nog niet in werking zijn getreden, blijft voor
Opmerkingen: 1. Aangezien o.m. art. 240 GD i.v.m. de controle door de externe audit-commissie op de jaarrekening nog niet in werking is getreden, blijft art. 263quater N.Gem.W. van toepassing en is het algemeen bestuurlijk toezicht uit het GD (art. 253, §2, 3° en 255-256) nog niet van toepassing.
(Art. 243 lid 3 GD)
Jaarrekening (Raad van Bestuur AGB)
(art. 263quater N.Gem.W.)
Jaarrekening bestaand AGB tot einde overgangstermijn
Goedkeuring GR (Art. 243 GD)
Toezicht op (financiële toestand en) jaarrekening AGB door College van drie commissarissen, door GR gekozen buiten Raad van Bestuur van AGB: 1 bedrijfsrevisor, anderen zijn GR-leden (art. 263quater N.Gem.W.)
Geen goedkeuring door GR !
(art. 263quater N.Gem.W.)
Toezicht op (financiële toestand en) jaarrekening AGB door College van drie commissarissen, door GR gekozen buiten Raad van Bestuur van AGB: 1 bedrijfsrevisor, anderen zijn GR-leden
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur
(Art. 249 en 255-256 GD)
Idem.
Idem.
Idem.
(Art. 264-265 N.Gem.W.)
Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit)
- 52 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg Machtiging Vlaamse Regering (Art. 242, §2 GD)
Bevoegdheid GR: goedkeuring beheersovereenkomst waarin
(Art. 242, §2 GD)
Oprichting van, deelname aan of vertegenwoordiging in andere rechtspersonen (Raad
(Art. 263sexies §1 N.Gem.W.)
Machtiging Vlaamse Regering
Onteigeningen (Raad van Bestuur AGB)
Opmerking: Art. 263sexies N.Gem.W. werd m.i.v. 1 januari 2007 opgeheven. De bevoegde minister is echter van oordeel dat zolang het GD niet in werking treedt voor de bestaande AGB, de opheffing van de bepalingen van de N.Gem.W. zoals bepaald in het GD, ook niet in werking treedt (conform brief van 20 april 2007 van de bevoegde minister Keulen aan de VVSG)
(Art. 263sexies §1 N.Gem.W.)
Onteigeningen door bestaand AGB tot einde overgangsperiode (Raad van Bestuur AGB)
3. Art. 172 GD dat bepaalt dat de Vl. Reg. nadere regels vaststelt voor de consolidatie van de jaarrekening van de gemeente met de jaarrekeningen van de AGB en de gemeentelijke EVA in privaatrechtelijke vorm, is nog niet in werking getreden.
de opmaak van de jaarrekening van het AGB art. 263novies van de N.Gem.W. van toepassing dat de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding en de jaarrekeningen van de ondernemingen van toepassing verklaart op de AGB (cfr. Omzendbrief ABB 2006/19 van 1 december 2006 – punt I. 9)
Idem.
Idem.
Niet van toepassing bij gebrek aan autonoom gemeentebedrijf
Jaarboek 2006
- 53 -
(Art. 43, §2, 6° en 235, §2, 7° GD)
Opmerking: voor bestaand AGB bestaat filialisering ook maar onder de stringente voorwaarde dat het AGB in al de organen van de filialen over de meerderheid van de stemmen én over het voorzitterschap beschikt (uitz.: in het kader van een lokale PPS) (Art. 263sexies § 2 N.Gem.W.)
(Art. 254 GD)
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding,
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (30 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strij-
(Art. 248, §1, 1° GD)
Idem.
(Art. 264-265 N.Gem.W.)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur
Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
Opvraging door toezichthoudende overheid (gouverneur en/of Vl. Regering) ambtshalve (facultatief) of na klacht (verplicht)
(Art. 249 en 255-256 GD)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (30/50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) (30 dgn) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit) (50 dgn)
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (30 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang
Andere besluiten van organen en personeelsleden van AGB (= besluiten die niet moeten worden doorgestuurd en die niet voorkomen op de overzichtslijst Raad van Bestuur AGB)
Opmerking: dezelfde regeling geldt voor het bestaand AGB
(Art. 252, §1 GD)
Lijst beknopte omschrijving besluiten Raad van Bestuur AGB (zgn. lijstbesluiten Raad van Bestuur AGB)
Goedkeuringstoezicht Vlaamse Regering (100 dgn) (Art. 242, §5 GD)
de voorwaarden zijn opgenomen waaronder de oprichting van, deelname aan of vertegenwoordiging in andere rechtspersonen is toegestaan
(Art. 242, §5 GD)
van Bestuur AGB)
- 54 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
(Art. 43, §2, 5° en 245, §2 GD)
Oprichting van of deelname in gemeentelijk EVA in privaatrechtelijke vorm (vennootschap, vereniging of stichting) incl. statuten (GR)
Opmerking: dezelfde toezichtregeling geldt voor het bestaand AGB
(Art. 244 GD)
Ontbinding en vereffening AGB (GR)
(Art. 248, §1, 1° en 261 GD)
Aanstelling commissaris(sen) om ter plaatse de gevraagde inlichtingen of opmerkingen in te zamelen of om maatregelen ten uitvoer te brengen die in rechte zijn voorgeschreven (dwangtoezicht)
(Art. 245, §3 GD)
Goedkeuringstoezicht Vlaamse Regering (100 dgn)
Zie supra onder IV Diversen gemeenten: Lijst beknopte omschrijving besluiten GR
= lijstbesluit GR
(Art. 248, §1, 2° en 261 GD)
Bevoegdheid toezichthoudende overheid (gouverneur en/of Vl. Regering), na verstrijking van de termijn bepaald in schriftelijke ingebrekestelling
(Art. 248, §1, 2°, 249 en 254-255-256 GD)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (30/50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) (30 dgn) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit) (50 dgn)
digheid met algemeen belang
Idem.
Idem.
(Art. 266 N.Gem.W.)
Beroepsmogelijkheid bij Vl. Regering
Bevoegdheid gouverneur op eensluidend advies van het college van provinciegouverneurs, na twee opeenvolgende schriftelijke waarschuwingen
(Art. 264-265 N.Gem.W.)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur
Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
Jaarboek 2006
- 55 -
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang → rechtstreeks (zonder voorafgaandelijke schorsing door gouverneur) of onrechtstreeks (na rechtvaardiging of aanpassing geschorst besluit) (Art. 249 en 255-256 GD)
(Art. 253, §1, 8° GD)
(Art. 264-265 N.Gem.W.)
Vernietigingsbevoegdheid Vl. Reg. (1 mnd) tov vernietigingsbesluit gouverneur
Vernietigingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn): vernietiging op eensluidend advies van college van provinciegouverneurs (1 uitz.: ingeval uitsluitende schending taalwetgeving) → facultatief (schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (40 dgn) → facultatief (bevoegdheidsoverschrijding, schending wet of strijdigheid met algemeen belang)
Idem.
4. Dit algemeen overzicht van het bestuurlijk toezicht werd geactualiseerd en afgesloten op datum van 31 mei 2007.
3. De Vlaamse Regering kan een besluit rechtstreeks vernietigen, zonder dat de gouverneur voorafgaand heeft geschorst (art. 255 §1 GD). In principe beschikt de Vlaamse Regering voor een dergelijke vernietiging over eenzelfde termijn als de gouverneur heeft om het besluit te schorsen (30 of 50 dagen). Maar wanneer de toezichthoudende overheid een besluit of dossier bij aangetekende brief opvraagt, dan beschikt de gouverneur over een nieuwe termijn van 30 of 50 dagen om eventueel te schorsen. De termijn waarover de Vlaamse Regering in dat geval beschikt om eventueel rechtstreeks te vernietigen is gelijk aan de termijn waarover de gouverneur beschikt om te schorsen, vermeerderd met 20 dagen (art. 255 §3 GD).
2. De toezichtprocedure ingeval van overruling door het CBS bij visumverlening en/of bij betalingen (onder II. Financiën gemeenten) is ook van toepassing op de gemeente Voeren. In beide gevallen van overruling is de beslissing van het CBS pas uitvoerbaar na verstrijking van de toezichttermijn voorzien in artikel 255 GD d.i. in principe 30 dagen omdat beide besluiten niet vermeld zijn in artikel 253 GD (cfr. Omzendbrief ABB 2006/19 van 1 december 2006, punt I.4.3.2.1 en I.4.3.2.2). De vraag kan gesteld worden of in het geval van Voeren ook de termijn van 30 dagen toepasselijk is dan wel de termijn van 40 dagen conform het voor Voeren toepasselijk algemeen toezicht geregeld in artikel 264 N.Gem.W.
Slotbemerkingen: 1. Het algemeen bestuurlijk toezicht conform artikel 249 GD beperkt zich tot een toetsing aan het recht en aan het algemeen belang. Het begrip “recht” omvat o.m. de internationale normen met rechtstreekse werking, Grondwet, wetten en decreten en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (zie Memorie van Toelichting Gemeentedecreet). Het algemeen belang wordt gedefinieerd als elk belang dat ruimer is dan het gemeentelijk belang. Het algemeen administratief toezicht conform artikel 30 Toezichtdecreet beperkt zich tot een optreden ingeval de wet wordt geschonden of het algemeen belang wordt geschaad. Onder “strijdig met het algemeen belang” in het kader van voormeld decretaal artikel wordt verstaan strijdig met de beginselen van behoorlijk en goed bestuur of strijdig met het algemeen beleid of met de belangen van de hogere overheid (zie art. 30, §5 Toezichtdecreet).
Schorsingsbevoegdheid gouverneur (50 dgn) → facultatief ingeval schending recht of strijdigheid met algemeen belang
(art. 43, §2, 6° GD)
Goedkeuring door GR
Besluit GR betreffende aangaan of wijziging van samenwerkingsovereenkomst met gemeentelijke EVA in privaatrechtelijke vorm (vennootschap, vereniging of stichting)
Samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente en gemeentelijke EVA in privaatrechtelijke vorm (vennootschap, vereniging of stichting) (Art. 247 GD)
- 56 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
4
BEGELEIDEND Jaarboek 2006
TOEZICHT - 57 -
- 58 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
DE BOUWCOMMISSIE
KERKBESTUREN EN DE TE VOLGEN PROCEDURE DOOR DE KERKFABRIEK BIJ WERKEN AAN HET KERKGEBOUW
INLEIDING Door het nieuwe decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiĂŤle organisatie van de erkende erediensten, werden belangrijke wijzigingen doorgevoerd inzake de toezichtregeling o.m. op besluiten betreffende werken aan gebouwen van de eredienst. Niettegenstaande er vanuit de subsidiĂŤringreglementering voor werken aan monumenten er nog steeds een machtiging dient verkregen te worden, heeft de decreetgever het administratief toezicht inzake deze aard van beslissingen alleszins reeds versoepeld. Het bijzonder administratief toezicht dat van toepassing was voor werken aan gebouwen van de eredienst was gebaseerd op het Koninklijk Besluit van 16 augustus 1824. Dit KB werd thans door voormeld decreet van 7 mei 2004 opgeheven, zodat bedoelde beslissingen voortaan ressorteren onder het algemeen toezicht. Een belangrijk nadeel van de vroegere regeling bestond erin dat de machtiging de handeling vooraf diende te gaan. Door de overheveling van de beslissingen inzake werken aan gebouwen naar het algemeen toezicht en dit ongeacht het bedrag, worden deze beslissingen onmiddellijk uitvoerbaar, niettegenstaande ze in princiep vanaf de toezending van afschriften van de notulen nog gedurende de toezichttermijn vatbaar blijven voor schorsing of vernietiging. Ondanks deze versoepeling die zich louter situeert op het vlak van het toezicht, blijven de ingewikkelde procedurevoorschriften en de inzendingplicht van toepassing voor dossiers inzake werken aan gebouwen van de eredienst waarvoor een subsidie vanwege de Vlaamse Gemeenschap gevraagd wordt. De kerkbesturen moeten bijgevolg voor subsidiedossiers nog steeds rekening houden met ingewikkelde procedures en dit naast de toepassing van de complexe wetgeving inzake overheidsopdrachten.
Jaarboek 2006
- 59 -
HOOFDSTUK I KNELPUNTEN
BOUWDOSSIERS
KF
Bij de behandeling van de overheidsopdrachtendossiers van kerkbesturen, inzake onderhouds- en herstellingswerken aan de gebouwen van de eredienst, stelde de Afdeling regelmatig vast dat de ingezonden dossiers onvolledig samengesteld waren, ofwel zware procedurefouten bevatten, ofwel grote vertragingen in de uitvoering opliepen hetgeen soms financiĂŤle gevolgen voor zowel het kerkbestuur en onrechtstreeks voor de gemeente tot gevolg hadden. Ook sommige gemeentebesturen bevestigden dat zij regelmatig ten behoeve van de kerkbesturen veel tijd en energie in de werkendossiers van de kerkbesturen investeren omdat deze dossiers meestal pas in een ver gevorderd stadium van de procedure aan de gemeente worden voorgelegd, terwijl soms uiteindelijk blijkt dat het dossier vanaf het begin opnieuw moet opgestart worden omdat de procedure niet correct gevolgd werd. In vele gevallen waren de vastgestelde verkeerde inschattingen of toepassingen te wijten aan zowel het gebrek aan de nodige ervaring van de leden van deze kerkbesturen in deze materie als aan het uitzonderlijke karakter van bedoelde werken. Nieuwe dossiers inzake herstellingswerken dienen immers na lange tussenperiodes opgesteld te worden, terwijl de samenstelling van het bestuur intussen grondig kan gewijzigd zijn, waardoor de opgedane ervaring in vele gevallen volledig verdwenen is. Tijdens onze werkbezoeken werd inderdaad vastgesteld dat de leden van de kerkbesturen onvoldoende vertrouwd zijn met de complexe wetgeving betreffende overheidsopdrachten, evenals met de uitgebreide randwetgeving ervan en met de eveneens van toepassing zijnde subsidiĂŤringreglementering en de geldende bepalingen inzake het toezicht. Als belangrijk tekort dient toegegeven dat de kerkbesturen niet beschikken over een eigen administratie die een zekere continuĂŻteit inzake dossierkennis zou kunnen verzekeren. In een kerkfabriek dient immers zowel het beleid als de administratieve afwikkeling van het dossier door dezelfde personen waargenomen te worden.
- 60 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
HOOFDSTUK II VOORNAAMSTE
WETGEVING INZAKE BOUWDOSSIERS
Van de leden van de kerkfabrieken wordt verwacht dat zij beslagen zijn in navolgende materies:
- WETGEVING -
OVERHEIDSOPDRACHTEN
wet van 24 december betreffende de overheidsopdrachten uitvoeringsbesluit van 8 januari 1996 (tot en met de gunning) uitvoeringsbesluit 26 september 1996 (Algemene Uitvoeringsregels) bijlage bij het uitvoeringsbesluit van 26 september 1996 (Algemene Aannemingsvoorwaarden) Randwetgeving wetgeving overheidsopdrachten - R.S.Z- reglementering - registratiewetgeving - wet en uitvoeringsbesluiten op de erkenning van aannemers - energieprestatieregelgeving - bodemsaneringdecreet - wetgeving inzake veiligheidscoördinatie
- SUBSIDIËRINGREGLEMENTERING
NIET MONUMENTALE GEBOUWEN
Wettelijke basis: - K.B. van 23 juli 1981 (B.S. 10-9-1989) “betreffende de subsidiëring van bepaalde werken, leveringen en diensten die in het Vlaams Gewest door of op initiatief van ondergeschikte besturen of ermee gelijkgestelde rechtspersonen worden uitgevoerd” (fase ontwerp). - Besluit van de Vlaamse regering van 21 juni 1989 (B.S. 8-9-1989) houdende vaststelling van de procedure inzake de subsidiëring van bepaalde werken, leveringen en diensten die door of op initiatief van regionale of lokale besturen of ermee gelijkgestelde rechtspersonen worden uitgevoerd (fase gunning) Volgens artikel 5 van voormeld KB van 23 juli 1981 bedraagt het subsidiëringspercentage 30 pct. voor de hiernavermelde opdrachten, inbegrepen de bijbehorende werken, verwervingen van onroerende goederen en vergoedingen voor innemingen van de ondergrond, die rechtstreeks ten laste van de aanvrager zijn en voor de verwezenlijking van de opdracht noodzakelijk: 1° .......... 2° .......... .......... .......... 8° op voorstel van de Minister die het bestuur der erediensten in zijn bevoegdheid heeft: het bouwen, het verbouwen, het uitbreiden en de buitengewone herstelling van kerken, pastorieën, bisschoppelijke seminaries, met inbegrip van het plaatsen van de verwarmings- en elektrische installaties en openbare sanitaire inrichtingen. Het subsidiepercentage van het Vlaams gewest wordt berekend op de raming van bovenbedoelde werken. Dit subsidiebedrag wordt nog verhoogd met een tussenkomst in de algemene kosten ten bedrage van 7%. Laatstgenoemd bedrag is bedoeld voor dekking van administratiekosten, ereloon ontwerper en het honorarium van de eventuele veiligheidscoördinator. De dossiers van voornoemde gesubsidieerde werken dienen door de Afdeling gecontroleerd te worden inzake het aspect toezicht, inzake wetgeving overheidsopdrachten (en voornoemde rand-
Jaarboek 2006
- 61 -
wetgevingen) en inzake naleving van de procedurevoorschriften subsidiĂŤringreglementering. De ingezonden afzonderlijke dossiers die door de Afdeling gecontroleerd moeten worden en voorzien worden van een advies aan het Team Gesubsidieerde Infrastructuur hebben per project betrekking op: - het dossier inzake vaststelling van het ontwerp - het gunningdossier - het uitvoeringdossier (nazicht vorderingsstaten en eindafrekening) De dossieraantallen worden achteraan in de tekst van onderhavige bijdrage vermeld.
- SUBSIDIËRINGREGLEMENTERING MONUMENTEN a- Restauratiepremie - Wettelijke basis - Besluit van de Vlaamse regering van 14 december 2001 (B.S. 19-1-2001) houdende vaststelling van het premiestelsel voor restauratiewerkzaamheden aan beschermde monumenten. Onder restauratiewerkzaamheden dient verstaan: - werkzaamheden in onroerende staat voor het behoud, de instandhouding of het herstel van een beschermd monument of van een gedeelte daarvan, met inbegrip van de cultuurgoederen die er integrerend deel van uitmaken, die nodig zijn omwille van hun artistieke, wetenschappelijke, historische, volkskundige, industrieel-archeologische of andere sociaal-culturele waarde; - werkzaamheden en diensten, vereist voor de voorbereiding en uitvoering van voornoemde werkzaamheden of vereist voor het onderzoek, de documentatie, de ontsluiting, de toegankelijkheid, de bereikbaarheid, de herbestemming of de valorisatie van een beschermd monument, met inbegrip van de cultuurgoederen die er integrerend deel van uitmaken; Voor de toekenning van de restauratiepremie komen restauratiewerkzaamheden in aanmerking die vermeld zijn in artikel 5 van voormeld B.V.R. van 14 december 2001. Voor restauratiewerkzaamheden aan beschermde monumenten, toebehorend aan lokale besturen, die bestemd zijn voor een erkende eredienst, seminaries en pastorieÍn, worden de kosten verdeeld als volgt: - het Vlaamse Gewest: 60 % - de provincie: 20 % - de gemeente: 10 % - de kerkfabriek:10 % Binnen de perken van de daartoe bestemde kredieten, ingeschreven op de begroting van de Vlaamse Gemeenschap, kan de restauratiepremie worden toegekend door de minister. Het bedrag wordt vastgelegd op basis van de door het agentschap aanvaarde kostenraming, offerte of inschrijving voor de beoogde restauratiewerkzaamheden, verhoogd met 10 % als tussenkomst in de algemene kosten.
- 62 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
De premie wordt uitgekeerd in drie fases: - eerste voorschot van 25% bij de aanvang der werken - tweede voorschot: na uitvoering van 50% van de betoelaagbare delen van het werk - het saldo: bij de voorlopige oplevering. Onze Afdeling is betrokken in het nazicht van alle stappen die door de besturen genomen worden in de volledige afhandeling van de procedure (vanaf aanstelling van ontwerper tot en met voorlopige oplevering). Er dient opgemerkt dat voor zowel de aanstelling van de ontwerper als voor de aanstelling van de uitvoerder (aannemer) er uitgebreide verplichte selectie- en gunningcriteria opgelegd worden. Door een foutieve toepassing van voormelde voorschriften hebben enkele besturen de procedure van aanstelling van een ontwerper moeten herbeginnen. Anderzijds schrijft de subsidiëringreglementering voor dat een restauratiedossier een totale duur van maximaal 5 jaren mag bedragen vanaf het ogenblik van toekenning van de toelage. Om deze redenen wordt het kerkbestuur continu door de Afdeling ondersteund allereerst door aan het bestuur telkens een detail te geven van alle onderdelen van de volgende procedurestap met vermelding van de documenten die bij de volgende stap dienen bijgebracht te worden. Deze elementaire richtlijnen, eventueel aangevuld met bijkomende toelichtingen op verzoek van de besturen, hebben enerzijds als doel onnodige vertragingen in de afhandeling van het dossier te voorkomen en anderzijds om onmiddellijk in te spelen op de problemen die zich in de loop van de procedure kunnen voordoen. Op deze wijze tracht de Afdeling te verhinderen dat door overschrijding van de toegelaten uitvoeringstermijn van 5 jaar, het bestuur de reeds toegekende subsidies zou moeten terugstorten aan de subsidiërende instanties.
b- Onderhoudspremie - Wettelijke basis Besluit van de Vlaamse regering van 14 juli 2004 tot het vaststellen van een onderhoudspremie voor beschermde monumenten en stads- en dorpsgezichten” (B.S. 29-9-2004). Dit nieuwe Besluit vervangt het Besluit van de Vlaamse regering van 29 september 1994 tot het instellen van een onderhoudspremie voor beschermde monumenten. Het bedrag van de premie bedraagt 40% van de aanvaarde kostenraming, die minimaal 1.000 en maximaal 30.000 euro bedraagt. De aanvragen voor een onderhoudspremie moeten evenwel rechtstreeks bij de provinciale cel Monumenten en Landschappen in de Waaistraat te Leuven ingediend worden. Niettemin zijn wij de besturen behulpzaam bij het helpen opstellen van het dossier, beantwoorden van vragen e.d.m. - Wetgeving inzake administratief toezicht Naar aanleiding van de vereenvoudiging van het toezicht, doorgevoerd door het decreet van 7 mei 2004, moeten de kerkfabrieken de bouwdossiers zonder subsidie niet meer toezenden aan de Gouverneur. Van iedere beslissing in een bouwdossier dient enkel een afschrift van de notulen gezonden te worden aan gouverneur, gemeente en bisdom. Wanneer er evenwel subsidies worden gevraagd, moeten deze dossiers wel in het kader van de subsidiëringreglementering voor onderzoek en advies naar de Afdeling gezonden worden.
Jaarboek 2006
- 63 -
De Minister bevoegd voor de uitoefening van het toezicht op de handelingen van de lokale besturen, heeft in het verleden geopteerd voor een preventieve samenwerking eerder dan voor een repressieve voogdijuitoefening, hetgeen in Limburg reeds jaren volop zijn toepassing vindt.
HOOFDSTUK III ONDERZOEK
MOGELIJKHEDEN TOT ONDERSTEUNING VAN DE KERKFABRIEKEN INZAKE BOUWDOSSIERS
In theorie kunnen de kerkbesturen, naast de ondersteuning die soms door de gemeentelijke diensten in meerdere of in mindere mate geboden wordt, bijkomende hulp verkrijgen van andere instanties die betrokken zijn in de procedure. Deze aanvullende dienstverlening kan door de betrokken instanties ofwel individueel ofwel collectief aan de kerkbesturen aangeboden worden. Welke zijn nu de mogelijkheden waarover de kerkfabriek beschikt om zich inzake bouwdossiers te laten assisteren en welke bijdrage kan door wie en op welk moment geleverd worden. Oplossingen: a- Centraal Kerkbestuur De oplossing die de wetgever aan voormeld probleem van het ontbreken aan het nodige en gekwalificeerd personeel aanreikt door de oprichting van een centraal kerkbestuur betekent evenwel geen effectieve verbetering van de toestand.
- 64 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
Immers worden enerzijds de leden van het centraal kerkbestuur gerekruteerd uit de leden van de deelnemende kerkbesturen en anderzijds zal de expert van het centraal kerkbestuur vele bekwaamheden moeten bezitten met het gevolg dat men ofwel een expert aanwerft gespecialiseerd in slechts enkele branches ofwel dat een veelzijdige expert niet betaalbaar wordt voor dit bestuur. Een oplossing zou er dus kunnen in bestaan dat men voor iedere specialiteit een aparte externe expert of adviseur belast met een afzonderlijke studieopdracht, hetgeen mogelijk nog duurder kan uitvallen voor de besturen. b- Gemeente In de praktijk krijgen een beperkt aantal kerkbesturen reeds de nodige ondersteuning vanwege de gemeentelijke diensten. In enkele gemeenten neemt de gemeentelijke technische dienst of de afdeling die de gemeentelijke overheidsopdrachtendossiers behandelt deze taak op zich. Meestal mag men dan spreken van een continue en grondige administratieve bijstand vanwege de gemeente. In sommige gevallen worden zelfs de belangrijkste documenten door de gemeentelijke dienst zelf aangemaakt ten behoeve van de kerkfabriek. In andere gemeenten begeleiden de verantwoordelijken van de financiële dienst van de gemeente de kerkbesturen. In dit geval stellen we vast dat de dienstverlening naar de kerkfabrieken toe minder intensief is en dat men zich meestal vooral beperkt tot de louter financiële controle. In enkele en vooral kleinere gemeenten stellen wij vast dat zelfs de gemeentesecretaris tracht, in bepaalde gevallen, de hoogstnoodzakelijke ondersteuning te bieden aan de kerkbesturen. Algemeen mag gesteld worden dat de kerkbesturen van de meeste gemeenten op zichzelf aangewezen zijn in deze complexe materie. c- Bisdom Ter gelegenheid van de bespreking van het liturgische aspect van de werken aan het interieur van de kerkgebouwen, geven de diensten van het bisdom in occasionele gevallen technisch advies over werken aan kerkgebouwen die niet als monument erkend zijn. Inzake overheidsopdrachten kan de ondersteunende taak van het bisdom als volgt omschreven worden: • Advies van de bisschop, bindend inzake dossiers met impact op de viering van de eredienst. • Vrijblijvende informatie inzake administratieve en technische aspecten van lopende dossiers. • Voorafgaande informatie bij opstarten van nieuwe dossiers. d- Monumentenwacht Hoofdzakelijk voor monumentale kerkgebouwen kunnen de kerkbesturen een beroep doen op de dienst Monumentenwacht die op zeer grondige wijze een analyse maakt van alle gebreken die zij tijdens hun onderzoek van het gebouw vaststellen. Bij de inventarisatie van de gegevens wordt er bovendien een gradatie gemaakt inzake urgentie van de nodige ingrepen. Er wordt evenwel geen kostenraming van de nodige werken opgemaakt. e- Bouwcommissie Kerkbesturen De enige haalbare oplossing inzake efficiënte en gecoördineerde administratieve, juridische en technische ondersteuning ligt in de samenbundeling van alle bestaande ondersteunende initiatieven.
Jaarboek 2006
- 65 -
Vanuit deze vaststelling en mede vanuit de actuele tendens om het administratief toezicht achteraf te vervangen door een anticiperende en ondersteunende functie, heeft het agentschap voor Binnenlands Bestuur, afdeling Limburg ervoor gekozen een officieus samenwerkingsverband tussen alle voormelde diensten op te richten en hierin een actieve rol te vervullen. Ter verduidelijking dient vooraf opgemerkt dat alle voormelde diensten weliswaar meestal afzonderlijk opereren maar dat alle partners, ieder wat hun werkterrein betreft, alleszins naar elkaar refereren en dat zij desgevallend uitzonderlijk sommige probleemdossiers samen bespreken. Als eigen inbreng engageert onze afdeling zich ertoe in eerste instantie alle vragen inzake overheidsopdrachten vanwege de kerkbesturen te registreren en hen zo spoedig mogelijk de nodige administratieve juridische ondersteuning bij de afhandeling van hun dossiers zelf aan te bieden en dit vanaf de eerste procedurestap in een volledig werkendossier. Steeds wordt dan onmiddellijk ofwel rechtstreeks contact met de gemeente opgenomen of wordt er bij de kerkfabriek geïnformeerd in hoever de gemeente op de hoogte is van de voorgenomen initiatieven. Om de ondersteuning in te vullen van het ontbrekend en zeer belangrijk technisch luik van bedoelde opdrachten inzake werken aan niet geklasseerde kerkgebouwen, werd het bisdom gevraagd dit onderdeel voor zijn rekening te willen nemen. Tot deze dienstverlening heeft het bisdom zich onmiddellijk bereid verklaard. Op deze wijze ontstond de “Bouwcommissie Kerkbesturen” Dat dit initiatief aan een noodzakelijkheid beantwoordde moge blijken uit diverse vragen vanwege de meeste kerkfabrieken bij de opstart en afhandeling van hun bouwdossiers.
DOELSTELLINGEN BOUWCOMMISSIE De Bouwcommissie heeft als doelstellingen: • voorafgaande controle van de financiële middelen van het kerkbestuur voor het project • kennisname en eventuele bespreking van het standpunt van de gemeente • toelichting en voorstellen inzake keuze van procedure • nauwkeurige detaillering van het te volgen stappenplan van het individueel project alsmede van de volgorde van achtereenvolgende projecten • meedelen van wettelijke voorschriften aan het kerkbestuur • eventueel formuleren van technische aanbevelingen tijdens een mogelijk onderzoek ter plaatse • verzameling en overhandiging documentatie in functie van iedere procedurestap • ondersteuning bij de aanstelling ontwerper en de veiligheidscoördinator • verdere ondersteuning gedurende de ganse loop van de procedure en vooral bij problemen in de gunning- en in de uitvoeringfase • behulpzaam zijn bij het invullen van de modellen • suggesties inzake eventuele bijsturing van het dossier • verwijzing naar Monumentenwacht inzake algemene inspectie van het gebouw, waarbij een gedetailleerd verslag wordt gemaakt met aanbevelingen die slaan op korte, middellange en lange termijn. Hierbij dient evenwel opgemerkt dat de Commissie enkel beoogt de kerkbesturen in hun verantwoordelijke taak vrijblijvend te ondersteunen. De raadpleging van de Commissie verschaft aan de kerkbesturen enerzijds meer zekerheid omtrent de correcte toepassing van de procedure, hetgeen kan resulteren in een snellere afhandeling van het dossier. Anderzijds wordt duidelijkheid verschaft over de standpunten van alle betrokken instanties die
- 66 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
in het overleg en de ontwerpfase van het dossier betrokken zijn. Bovenbedoelde ondersteuning beperkt zich voornamelijk tot onderhouds- of herstellingswerken aan gebouwen van de eredienst die niet als monument erkend zijn. Wat de herstellings- of onderhoudswerken aan monumenten betreft, lijkt het ons niet aangewezen de bestaande procedure en de overlegstructuur bijkomend te verzwaren. Het opleggen van bijkomende overlegmomenten zou in deze reeds uitgebreide materie immers niet bijdragen tot een snellere afhandeling van het dossier. Dit belet evenwel niet dat ook voor werken aan monumenten de nodige administratieve ondersteuning kan geboden worden met uitzondering van de aspecten die exclusief tot de bevoegdheid van de Cel Monumenten behoren. Om reden dat de taak van een kerkbestuur in een bouwdossier vanaf de aanstelling van een ontwerper in grote mate verlicht wordt en gelet op de ingewikkelde voorschriften inzake deze aanstelling ingeval van werken aan monumenten, zal de meest actieve ondersteuning van de Bouwcommissie, geboden door het agentschap voor Binnenlands Bestuur, afdeling Limburg, zich vooral in deze fase situeren. Het is pas in fase van voorontwerp, opgesteld door de ontwerper, dat er een eerste vergadering met de cel Monumenten en met alle subsidiërende instanties plaatsvindt. Pas tijdens deze bespreking worden er standpunten ingenomen omtrent de aard, de omvang en de prioriteit van de uit te voeren werken. Ook voor de reeds lopende dossiers kan ieder kerkbestuur het dossier alsnog aan bedoelde Commissie voorleggen. Tenslotte vermelden we volledigheidshalve nog dat de Afdeling in het verleden, voor het tijdstip van oprichting van de Bouwcommissie, voornamelijk ook reeds volgende tussenkomsten verrichtte: - het anticiperen op inzending van foutieve dossiers door kerkfabrieken - het deblokkeren van dossiers waarin sedert geruime tijd geen handelingen meer werden gesteld en dit door de oorzaak van de vertraging op te sporen en oplossingen aan te reiken - betwistingen tussen kerkfabrieken en ontwerpers of aannemers onmiddellijk aanpakken en deze niet laten aanslepen Verder in de tekst wordt een cijfermatige gedetailleerde opgave gedaan van alle verdere tussenkomsten van de Bouwcommissie in 2006 en voorgaande jaren.
SAMENSTELLING BOUWCOMMISSIE KERKBESTUREN De Bouwcommissie is opgericht in 2004. Adres: Agentschap voor Binnenlands Bestuur – afdeling Limburg Commissie Overheidsopdrachten Kerkbesturen Provinciehuis Universiteitslaan 1 3500 Hasselt (contactpersoon: Georges Jorissen tel. 011-23.81.66 - fax: 011/23.81.10) Samenstelling: Vanwege het agentschap voor Binnenlands Bestuur - afdeling Limburg - Georges Jorissen – voorzitter – georges.jorissen@bz.vlaanderen.be - Marèse Vandebrouck – medewerkster – marese.vandebrouck@bz.vlaanderen.be tel: 011/23.81.84 - Lea Lambrechts – medewerkster – lea.lambrechts@bz.vlaanderen.be tel: 011/23.81.71
Jaarboek 2006
- 67 -
Vanwege het Bisdom: DIOCESANE DIENST VOOR HET KERKELIJK KUNSTPATRIMONIUM (D.D.K.K.) (per 21/11/2006) Secretariaat: Bonnefantenstraat 1, 3500 Hasselt, 011/21.30.82 of 0474/80.83.22 E-mail: kunstpatrimonium@bisdomhasselt.be (permanentie op donderdag namiddag of bezoek na afspraak) Bisschoppelijke vicaris: Champagne Augustin Diocesaan adviseur: Dethier Valentin Secretaris: Houben Fons Leden: Bollen Raymond, Driesen Edgard, Fredricx Dirk, Hermans Luc, Lenaers Jan, Nivelle Dolf, Rombouts Jo, Spaas Francis en Waegeman Tony Vanwege de gemeente: Deze samenstelling varieert vaak van: - ofwel: geen afvaardiging wanneer de gemeente het voldoende acht dat zij nadien een kort verslag toegezonden krijgt van de knelpunten, de voorgestelde oplossingen en van de gemaakte afspraken - ofwel: een of meerdere leden van de technische en/of financiële dienst van de gemeente - ofwel: de gemeentesecretaris - ofwel: een of meerdere leden van het schepencollege en in sommige gevallen samen met het voltallig schepencollege. Vanwege de subsidiërende instanties: Om reden dat de verantwoordelijken van de subsidiërende overheden niet in staat zijn om stelselmatig aanwezig te zijn bij iedere bespreking met gemeenten en kerkbesturen, wordt ingeval van vragen in verband met de toepassing van de subsidiëringreglementering, onmiddellijk het advies van de subsidiërende overheid ingewonnen en ter plaatse meegedeeld aan de besturen.
HOOFDSTUK IV EVOLUTIE
VAN DE WERKING VAN DE
BOUWCOMMISSIE KERKBESTUREN
Hierna volgt een opsomming van de meest voorkomende tussenkomsten die de Bouwcommissie inzake bouwdossiers van kerkbesturen gedaan heeft in 2006. Ze worden duidelijkheidshalve ingedeeld volgens de aard van de gestelde problemen en van de gevraagde ondersteuning. Teneinde een overzicht te krijgen van de evolutie in de werking van de Bouwcommissie wordt er een vergelijking gemaakt met tussenkomsten verleend in de voorgaande jaren. Tenslotte wordt er van de overheidsopdrachtendossiers die een onderdeel vormden van een totaal project, een aparte opsomming hiervan gegeven.
- 68 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
OPDELING
IN FUNCTIE VAN DE AARD VAN DE VRAGEN OM TUSSENKOMST
2004 B = beschermd monument NB = niet beschermd
NB
opstart procedure en toelichting
11
aanstelling ontwerper
1
B
2005 NB + B
1 1
aanstelling ontwerper / problemen procedure ontwerp
1
veiligheidscoĂśrdinator aanstelling ontwerper orgel
3
NB
B
2006 NB + B
NB
B
20
8
3
20
6
3
4
1
4
7
4
4
3
9
4
2
3
3
3
2
2
2
1
13
2
6
1
2
gunning – problemen
1
2
2
1
uitvoering
1
5
4
2
2
1
1
1
1
1
3
4
1
eindafrekening oplevering met problemen
1
beveiliging
1 2
onderhouddossier (B)
1 2
dossier zonder subsidie (NB) Leningen
3
2
2 1
2 1
1
bisdom
1
betwisting bevoegdheid gemeente allerlei problemen
2
6
9
5
meerjarenplan
21
totaal per jaar
32
totaal NB
129
totaal B
115
algemeen TOTAAL
Jaarboek 2006
2
1
2
1
2
totaal
totaal NB + B
1
10
gunning
1
NB + B
8
3
58 119
57
4
50
50
4
104
11 255
- 69 -
OPDELING
IN FUNCTIE VAN DE WIJZE VAN TUSSENKOMST
2004
2005
2006
totaal
29
106
67
202
3
19
22
telefonische adviesvragenl
692
629
adviesverstrekkingen via E-mail
362
362
1140
1278
bezoeken ter plaatse
besprekingen in het agentschap
totaal
TOELICHTING
29
109
BIJ DEZE CIJFERGEGEVENS
Inzake de adviesverstrekkingen via e-mail, dient verduidelijkt dat het relatief eenvoudige adviesvragen betreffen die als vaststaande beleidsstandpunten kunnen beschouwd worden. Van zodra de vraagstelling van complexe aard is, wordt de vraagsteller uitgenodigd de zaak mondeling te komen bespreken in het Provinciehuis of begeven wij ons ter plaatse met het oog op een grondige mondelinge bespreking. Overigens worden complexe schriftelijke vragen, die bovendien soms niet nauwkeurig geformuleerd worden en die niet alle nodige elementen bevatten om met kennis van zaken te kunnen reageren, veiligheidshalve best niet onmiddellijk beantwoord. Vooral ingeval van vragen van verschillende aard die een uitgebreide uiteenzetting vergen, en wanneer uit de vraagstelling blijkt dat de vraagsteller zelfs de meest essentiële elementen van de wetgeving niet volledig beheerst, is het aangewezen het ganse procedureverloop op summiere wijze uit te leggen ten aanzien van liefst het voltallige kerkbestuur. In laatstbedoelde gevallen begeven wij ons alsdan ter plaatse. Ook dient verduidelijkt dat in de loop van een bespreking er bijkomend financiële aspecten en patrimoniumaangelegenheden aan bod kunnen komen. Evenzeer moet er nog aan toegevoegd worden dat sommige kerkbesturen meermaals moeten bijgestaan worden vooral wanneer er achtereenvolgens meerdere projecten moeten gerealiseerd worden. De eerste bespreking heeft dan voornamelijk betrekking op de uitleg over de te volgen procedure in het algemeen en verder wordt er nadien ingegaan op de te ondernemen stappen tot en met de procedurestap “aanstelling van een ontwerper”. Tevens wordt in deze eerste toelichting de aparte onderdelen van subsidiëring, toezicht en reglementering overheidsopdrachten verduidelijkt en wordt het onderscheid gemaakt tussen inzendingsplichtige dossiers vanuit de toezichtreglementering enerzijds en de loutere opname van beslissingen inzake werken zonder toelage in de notulen en de verplichte inzending van enkel de afschriften van notulen van laatstgenoemde beslissingen anderzijds.
- 70 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
Ook wordt de aandacht van de kerkbesturen erop gevestigd dat zij de gemeente vanaf het eerste ogenblik moeten betrekken in hun planning. De gemeenten kunnen immers actueel hun schorsingsbevoegdheid uitoefenen wanneer zij oordelen en kunnen aantonen dat het gemeentelijk financiële belang geschaad wordt bij bvb een niet correcte toepassing van de procedure of ingeval van onnodige of ongewenste investeringen. Van iedere bespreking wordt er systematisch een kort verslag opgesteld bevattende volgende onderdelen: - probleemstelling - toetsing van reeds ondernomen stappen aan de wettelijke voorschriften - controle of er overleg gepleegd werd met de gemeente, de subsidiërende instanties, eventueel het bisdom en Monumentenwacht - bespreking van de knelpunten - suggereren van voorstellen of oplossingen - eventueel opstellen van een stappenplan - noteren van de gemaakte afspraken - verder overleg in functie van de omstandigheden - wijze van opvolging van de gemaakte afspraken Van deze verslagen wordt steeds een exemplaar digitaal verzonden aan het kerkbestuur en verder eventueel aan de gemeente, de ontwerper en iedere partij die aan de bespreking heeft deelgenomen. Een kopie van dit verslag wordt bovendien in het dossier gevoegd zodat er bij de behandeling van de dossiers rekening kan gehouden worden met de feitelijke gegevens en opmerkingen en afspraken opgetekend in het verslag. Bij iedere bespreking wordt bovendien overeengekomen dat de teksten die door de kerkbesturen werden opgesteld of ingevuld in de ontwerptekst van de bezorgde modeldocumenten, voorafgaandelijk voor nazicht en advies aan onze Afdeling kunnen doorgemaild worden. Op deze wijze kan er tijdig geanticipeerd worden op eventuele foutieve standpunten of beslissingen vanwege de kerkbesturen. Deze aanpak heeft als nuttig gevolg dat men enerzijds wel de nodige tijd dient uit te trekken voor de begeleiding bij het nemen van beslissingen of bij het innemen van standpunten maar dat men anderzijds geen repressief toezicht achteraf dient uit te oefenen.
ADVISERING
BIJ DIVERSE PROJECTEN OF PROBLEMEN:
Zoals voordien reeds aangestipt dient vermeld dat de tussenkomst van de Bouwcommissie zich dikwijls niet beperkt tot louter overheidsopdrachtendossiers. Vaak wordt er ondersteuning gevraagd voor één bepaald project, terwijl er tijdens het bezoek meerdere andere vragen aan bod komen die verband houden met ondermeer patrimonium of financiën. Hierna volgt een overzicht van de uitgebreide vraagstellingen: Niet-beschermd - verkoop grond – bouw multifunctioneel centrum - oprichten school op grond van KF - herstelling pastorie met verkoop en ruiling grond - herwaardering/uitbouw omgeving - ondersteuning KF in een project samen met de gemeente (art. 19) - ondersteuning KF inzake overheidsopdrachten in combinatie met financiële vragen en opmerkingen
Jaarboek 2006
- 71 -
- investeringsdossier met zware financiële gevolgen – gemeente niet akkoord – organisatie overleg tussen de partijen en formuleren van voorstellen - bouwen appartementen + verkoop pastorij – gemeente niet akkoord – toelichting financiële haalbaarheid - schorsing beslissing KF door schepencollege i.v.m. bouw parochiecentrum - overleg met KF en gemeente + oplossing aanreiken - doorbreken impasse tussen gemeente/KF/penningmeester - vervreemding eigendom – bespreking i.v.m. herinvesteren in gebouwen eredienst Beschermd - overleg problemen i.s.m. M.&L. - bemiddeling tussen gemeente/KF - bijwonen coördinatievergadering na vraag tot administratieve ondersteuning door KF en M&L - betalingen: toelichting over de gevolgen van wanbetaling van effectief verschuldigde bedragen door KF - erfpacht + bouwproject: procedure - ontwerp: deblokkeren van aanslepend dossier - stabiliteitproblemen: bijwerken – overleg met gemeente
HOOFDSTUK VI STAPPENPLAN
TEN BEHOEVE VAN DE KERKBESTUREN
De ervaring leert ons dat het voor de leden van een kerkbestuur niet volstaat om alle informatie mondeling mee te geven in een enkele bespreking die hen in staat moet stellen de onderrichtingen en adviezen nadien consequent toe te passen. Meestal stelden de leden van de bezochte kerkfabriek na verloop van tijd opnieuw dezelfde vragen meestal in verband met het verdere verloop van de procedure. Gelet op de complexiteit en het eenmalige karakter van werkendossiers, is deze reactie van de besturen niet zo verwonderlijk. De toestand wordt nog ingewikkelder wanneer het kerkbestuur tezelfdertijd werken wil uitvoeren aan een geklasseerd monument (kerk) en aan een niet geklasseerde pastorie of wanneer werken worden uitgevoerd aan het volledige kerkgebouw waarvan slechts een deel als monument erkend is. De werken aan beide delen van dit gebouw verlopen immers volgens aparte voorschriften en de betalingen van de toegekende premies verschillen zowel in percentage als in tijdstip van uitbetaling.
OPSTELLEN
VAN EEN APART PROCEDUREVERLOOP EN VAN DE BIJHORENDE MODELDOCUMENTEN
Hoewel de weerkerende vragen meestal via telefoon of desgevallend via e-mail kunnen beantwoord worden, heeft de Afdeling, in overleg en samenwerking met afgevaardigden van kerkbesturen enerzijds en van gemeentelijke ambtenaren van de technische dienst anderzijds, gewerkt aan een duidelijk en overzichtelijk procedureverloop waarin alle procedurestappen vermeld worden, voorzien van de nodige toelichting. Om reden dat de voorschriften inzake werken aan monumenten en aan niet beschermde gebouwen qua samenstelling van het dossier en qua te volgen procedure fundamenteel van elkaar verschillen werd er geopteerd voor het opstellen van twee afzonderlijke modellen van procedureverloop.
- 72 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
Deze documenten bevatten voor beide procedures, de specifieke procedurestappen, alsmede de nodige uitleg over ieder onderdeel van de procedure, de opsomming van verplichte dossierstukken en de nodige uitleg over de aangewezen procedure. Deze ontwerpteksten inzake dossierverloop werden reeds aan meerdere kerkbesturen bezorgd die om onze ondersteuning gevraagd hebben. Nadien is echter gebleken dat deze scenario’s niet voldoende waren om het kerkbestuur toe te laten op zelfstandige wijze de procedure verder af te handelen. In functie van de materie en van de procedurestap werden er samen met de individuele kerkfabrieken bepaalde modelteksten (bestekken, beslissingen, brieven e.d.m.) opgesteld. Toen vastgesteld werd dat deze teksten voor algemeen gebruik vatbaar waren, groeide het idee om naast het procedureverloop, modelteksten te ontwerpen over het ganse verloop van de procedure. Er werd geopteerd om deze modellen via een hyperlink aan te klikken in de tekst van het procedureverloop. Nu men uiteindelijk beschikt over alle nodige modelteksten over het ganse verloop van de procedure, werd aan de Permanente Werkgroep Overheidsopdrachten en Patrimonium van het agentschap voor Binnenlands Bestuur gevraagd deze teksten te officialiseren en te verspreiden over het ganse Vlaams landsgedeelte. Momenteel worden deze ontwerpteksten gescreend door een subwerkgoep van bovenvermelde Permanente Werkgroep met het oog op de voorlegging van de aangepaste teksten aan de Permanente Werkgroep. Wanneer de teksten van beide procedures eenmaal goedgekeurd zijn door de werkgroep en nadien door het agentschap gevalideerd, kan men deze praktische informatie raadplegen via de website van het agentschap (www.binnenland.vlaanderen.be), zodat de vraag naar begeleiding hierdoor nadien sterk zal afnemen.
Jaarboek 2006
- 73 -
TOT TE
SLOT.
VERWACHTEN EVOLUTIE INZAKE AARD EN INTENSITEIT VAN DE OPVOLGING
Rekening houdende met het aantal jaarlijkse bijkomende tussenkomsten van de Bouwcommissie en van de daaruit voortspruitende verdere opvolging alsmede van de opstart van nieuwe dossiers, mag men stellen dat de intensiteit van de verdere begeleiding aan iedere kerkfabriek in de loop der jaren tijdelijk nog zal toenemen, gelet op de gemiddelde uitvoeringstermijn van een drie- tot viertal jaren vanaf de toekenning van de subsidie, die inzake monumenten zelfs maximaal 5 jaar kan aanslepen. Op basis van dit gegeven kan men volgende prognose vooropstellen: Het aantal opgestarte dossiers, waarin voornamelijk in de beginperiode een continue begeleiding vereist is, dient gedurende ongeveer een periode van vijf jaar geaccumuleerd te worden. Nadien zal het aantal afgesloten dossiers het aantal nieuw op te starten dossiers compenseren zodat het aantal en de werkdruk zich in de loop der jaren zal stabiliseren. Daarbij dient men rekening te houden met de verwachting dat de aanvragen tot tussenkomsten op langere termijn zullen verminderen van zodra de teksten van procedureverloop en de daarbij corresponderende modelteksten op de website van het agentschap consulteerbaar zullen zijn. Maar tot dan zal de Afdeling de begeleiding van de kerkbesturen op intensieve wijze verder moeten combineren met de taken in verband met de opstelling en de aanpassing van de modelteksten voor werkendossiers aan gebouwen van de eredienst. Uit bovenvermelde gegevens mag men concluderen dat de Afdeling in de beginfase van de Bouwcommissie extra inspanningen moet leveren die het echter mogelijk moeten maken op termijn correcte dossiers te verwachten, die het nazicht aanzienlijk zullen vereenvoudigen. Deze preventieve en ondersteunende werkwijze zal op termijn zowel voor de kerkbesturen als voor de toezichthoudende en subsidiĂŤrende instanties een vereenvoudiging van hun opdachten inhouden.
- 74 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
Jaarboek 2006
- 75 -
- 76 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
5
NIEUWE
REGELGEVING VOOR DE LOKALE BESTUEN IN 2006
Jaarboek 2006
- 77 -
- 78 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
Aangezien het juridisch kader waarbinnen de lokale besturen zich bewegen voortdurend evolueert, zou een volledige opsomming van alle mogelijke veranderingen of nieuwigheden tijdens 2006 te ver leiden. Wij hebben ervoor gekozen om hier per materie de belangrijkste wijzigingen aan bod te laten komen en deze beknopt toe te lichten.
PERSONEELSAANGELEGENHEDEN Het gemeentedecreet van 15 juli 2005 hertekende op grondige wijze het personeelsbeleid in de gemeentebesturen. Uitgangspunten waren meer autonomie en bijgevolg ook een ruimere mogelijkheid tot maatwerk, aangepast aan de noden en behoeften van elk bestuur. De uitvoering van hetgeen bepaald werd inzake de personeelsmaterie in het gemeentedecreet gebeurde gefaseerd, zowel inzake de inwerkingtreding van de verschillende artikels als inzake de voorbereiding en totstandkoming van de nodige uitvoeringsbesluiten. Omdat de bepalingen van het provinciedecreet van 9 december 2005 hier grotendeels mee samenlopen, en de regelgeving voor OCMW’s nog in volle ontwikkeling is, zullen wij ons hier beperken tot een toelichting van de nieuwe regelgeving voor de gemeentebesturen.
I. INWERKINGTREDING VAN OP 1 JANUARI 2006
EEN AANTAL BEPALINGEN VAN HET GEMEENTEDECREET
Artikel 313 van het gemeentedecreet bepaalt ondermeer dat de artikelen 102 tot en met 117 van dit decreet op 1 januari 2006 in werking treden. Deze artikelen hebben betrekking op de personeelsmaterie, in het bijzonder de personeelsformaties, de rechtspositie van het personeel en bijzondere bepalingen betreffende het bestuurlijk toezicht inzake de vaststelling of de wijziging van de personeelsformatie. De titel “Personeel” van het gemeentedecreet is van toepassing op het voltallige personeel, dus zowel op het personeel in statutair dienstverband als op het personeel in dienst genomen krachtens de wet van 3 juli 1978 op de arbeidsovereenkomsten. Voor de gemeentesecretaris, de eventuele adjunct-gemeentesecretaris en de gemeentelijke financieel beheerder, en ook voor de samenstelling en de werking van het managementteam, gelden andere en/of bijkomende specifieke bepalingen, die terug te vinden zijn in Titel II, hoofdstuk V van het gemeentedecreet. Dit hoofdstuk was in 2006 nog niet van kracht. Het bestaande administratief toezicht op de besluiten betreffende de personeelsformaties wordt in artikel 117 van het gemeentedecreet vereenvoudigd. In afwachting van de inwerkingtreding van artikel 146 van het gemeentedecreet wordt de financiële haalbaarheid aangetoond door middel van de begroting en het meerjarenplan. Voor de gemeente Voeren dienen we te vermelden dat er, voor wat betreft het toezicht, een uitzonderingsregeling geldt die is ingevoerd door de Pacificatiewet van 9 augustus 1988. Voor die regels is de federale overheid bevoegd gebleven. Anders dan voor de andere Vlaamse gemeenten blijven dus de beslissingen omtrent de personeelsformatie van de gemeente Voeren nog aan goedkeuringstoezicht onderworpen. Voor wat betreft de rechtspositie van het personeel, bevestigt artikel 104 van het gemeentedecreet de algemene regel dat het overheidspersoneel in principe statutair in dienst wordt genomen en dat contractuele tewerkstelling alleen krachtens uitzonderingsbepalingen mogelijk is. De tweede paragraaf van dit artikel legt wettelijk vast in welke gevallen gebruik kan worden gemaakt van niet-statutaire tewerkstelling.
Jaarboek 2006
- 79 -
Verder krijgt de gemeenteraad in het gemeentedecreet uitdrukkelijk de opdracht om de rechtspositieregeling van hun personeel vast te stellen. Nieuw is dat er een gedetailleerde lijst is opgenomen van wat er moet worden geregeld. De meeste aangelegenheden werden door de besturen ook in het verleden reeds geregeld in hun statuten en reglementen voor het resp. statutair en contractueel personeel. Waar de bestaande regelingen afwijken van de dwingende bepalingen van het decreet, moeten de huidige statuten en reglementen worden aangepast. De in het decreet bepaalde regels hebben uiteraard voorrang op de lokale regelingen die daarmee niet strijdig mogen zijn. Artikel 116 van het gemeentedecreet bepaalt dat de Vlaamse Regering voor de rechtspositieregeling nog minimale voorwaarden zal vaststellen. Dit uitvoeringsbesluit wordt verwacht eind 2007. Tot aan het tot stand komen van het gemeentedecreet waren alle plaatselijke evaluatieprocedures geregeld op basis van de afspraken in de sectorale akkoorden. Het gemeentedecreet heeft het principe van evaluatie van de personeelsleden nu decretaal verankerd. Ook hier wordt er van de Vlaamse Regering nog een omschrijving verwacht van de minimale voorwaarden terzake. Tot slot traden de bepalingen van het gemeentedecreet in voege die betrekking hebben op de aanstelling, het ontslag en de eedaflegging van het personeel; evenals de artikelen die handelen over de deontologische rechten en plichten van het personeel; voortaan geldt er een meer omstandige en meer consistente omschrijving van de onderwerpen waaraan de besturen aandacht moeten besteden inzake deontologie.
II. UITVOERINGSBESLUITEN
VAN DE
VLAAMSE REGERING
Voor een heel aantal bepalingen met betrekking tot personeelsaangelegenheden in het gemeentedecreet dient de Vlaamse Regering bij besluit nog de minimale voorwaarden vast te stellen. Dit is ondermeer het geval voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling van het personeel, maatregelen inzake externe mobiliteit enz. Een eerste uitvoeringsbesluit inzake personeel dat in 2006 reeds tot stand kwam was het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2006 houdende de minimale voorwaarden voor het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en bepaling over de taalpremie (BS 21 maart 2006). Dit besluit trad met terugwerkende kracht in werking vanaf 1 januari 2006. Het besluit voorziet ondermeer welke soorten functies bij mandaat vervuld kunnen worden, de toegangsvoorwaarden voor mandaatfuncties en de selectie, de salarisschaal en functionele loopbaan, en de evaluatie, de verlenging en beĂŤindiging van het mandaat. In hetzelfde besluit wordt de taalpremie afgeschaft. In de artikelen 118 tot en met 144 van het gemeentedecreet worden een aantal nieuwe regels en principes vastgesteld inzake tucht. Verdere uitvoeringsbesluiten van de Vlaamse Regering waren hieromtrent vereist. Deze uitvoeringsbesluiten kwamen tot stand op 15 december 2006, en kregen hun uitvoering vanaf 1 januari 2007: 1) besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van de tuchtprocedure voor het statutair gemeentepersoneel in uitvoering van de artikels 129, 136 en 143 van het gemeentedecreet en voor het statutair provinciepersoneel in uitvoering van de artikels 125, 132 en 139 van het provinciedecreet; 2) besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van de samenstelling, de vergoeding van de leden en de werking van de Beroepscommissie voor tuchtzaken in uitvoering van het artikel 138 van het gemeentedecreet en 134 van het provinciedecreet. (beiden BS 12 januari 2007)
- 80 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
In vergelijking met de tuchtregeling in de nieuwe gemeentewet, werd het aantal mogelijke tuchtstraffen beperkt: de blaam vervangt de vroegere straffen waarschuwing en berisping; en de tuchtstraf terugzetting in graad werd afgeschaft. Wel blijven mogelijk: de inhouding van salaris, de schorsing, het ontslag van ambtswege en de afzetting. Een andere nieuwigheid is dat de volheid van tuchtbevoegdheid voortaan toekomt aan de overheid die de betrokken ambtenaar heeft aangesteld. Dit is het college van burgemeester en schepenen, de gemeentesecretaris of de gemeenteraad. Wij moeten hieraan toevoegen dat de delegatie van de bevoegdheid tot aanstelling van het personeel eveneens de delegatie van de tuchtbevoegdheid impliceert. Vanaf artikel 124 van het gemeentedecreet wordt de nieuwe tuchtprocedure toegelicht. Achtereenvolgens wordt er bepaald hoe het tuchtonderzoek en de hoorzitting dient te verlopen, en op welke manier de betrokkene op de hoogte wordt gebracht van de beslissing van de tuchtoverheid. Het eerste bovengenoemde uitvoeringsbesluit van 15 december 2006 treedt verder in detail over de te volgen stappen in de procedure en bevat meer specifieke informatie over de inhoud van de oproepingsbrief, de concrete organisatie van de hoorzitting, de beraadslaging en kennisgeving. Zowel het gemeentedecreet als het genoemd besluit bevatten tevens een hoofdstuk over de preventieve schorsing, die als ordemaatregel door de tuchtoverheid kan worden opgelegd in het geval dat tegen een personeelslid een strafrechtelijk of tuchtrechtelijk onderzoek loopt en zijn aanwezigheid onverenigbaar is met het belang van de dienst. In uitvoering van artikel 137 van het gemeentedecreet richtte de Vlaamse Regering een Beroepscommissie voor tuchtzaken van de lokale besturen op. Dit gebeurde bij bovenvermeld tweede besluit van 15 december 2006. In het verleden werd er een onderscheid gemaakt tussen het beroep tegen het opleggen van de tuchtstraf waarschuwing en berisping, dat kon worden ingesteld bij de provinciegouverneur, en het beroep tegen de besluiten van de gemeentelijke overheid houdende het opleggen van de tuchtstraf inhouding van wedde, schorsing, terugzetting in graad, ontslag van ambtswege en afzetting, waartegen de betrokkene zich kon wenden tot de Vlaamse Regering. Door de invoering van de nieuwe reglementering valt dit onderscheid weg. De commissie voor tuchtzaken zal als beroepsinstantie voor alle gemeentelijke en provinciale tuchtbeslissingen optreden. De beroepscommissie beschikt over een hervormingsrecht. Dit betekent dat bij een beroep de beslissingsmacht over de zaak wordt overgedragen aan de beroepscommissie, die zelf ook nog onderzoeksdaden kan stellen. Eventuele tekortkomingen in de procedure of een gebrekkige motivering kunnen in beroep ook nog worden bijgestuurd. Dit hervormingsrecht kan bijgevolg ook leiden tot een verzwaring van de tuchtstraf. De beroepscommissie moet een uitspraak doen. Behalve in geval van preventieve schorsing, schorst het beroep immers de beslissing van de tuchtoverheid en kunnen de tuchtstraffen niet worden uitgevoerd.
Jaarboek 2006
- 81 -
LOKALE FISCALITEIT Aangezien er inzake lokale fiscaliteit geen ingrijpende wijzigingen zijn ingevolge de inwerkingtreding van het Gemeentedecreet, maken wij van deze gelegenheid gebruik om de aandacht te vestigen op enkele actuele thema’s, alsmede om enkele praktische tips te geven i.v.m. punten waartegen regelmatig gezondigd wordt bij het opstellen van belasting- en retributiereglementen.
I. AANDACHTSPUNTEN A. Verlenging bezwaartermijn gemeente- en provinciebelastingen tot 6 maanden De artikelen 7 tot 9 van de Programmawet van 20 juli 2006 (BS 28 juli 2006) hebben de bezwaartermijn inzake de federale inkomstenbelastingen verlengd van 3 tot 6 maanden. Ingevolge de verwijzingsregeling van artikel 12 van de Wet van 24 december 1996 op de vestiging en invordering van provincie- en gemeentebelastingen, geldt deze verlengde termijn van artikel 371 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen ook voor gemeente- en provinciebelastingen. De overgangsregeling, opgenomen in artikel 9 van de vermelde programmawet, bepaalt dat voor die gevallen waarvoor de oude bezwaartermijn van 3 maanden nog niet verlopen was op datum van de inwerkingtreding van de nieuwe regeling (nl. op 1 augustus 2006), eveneens de nieuwe termijn van zes maanden geldt, te rekenen vanaf de verzending van het aanslagbiljet. B. Omzendbrief BB-2007/02 van 9 februari 2007 betreffende de Belasting op GSM-masten en de Gemeentebelasting op rechtspersonen In de gecoördineerde Omzendbrief Gemeentefiscaliteit BA-2004/03 van 14 juli 2004 werd er reeds afgeraden om nog gemeentebelastingen te heffen op GSM-masten en op rechtspersonen wegens de juridische onzekerheid rond deze types van belastingreglementen. Ondertussen is de rechtspraak in die zin geëvolueerd dat de Heer Marino Keulen, Vlaams Minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering, de heffing van deze beide belastingen formeel heeft afgeraden middels de hierboven vermelde Omzendbrief, die wij hierna kort toelichten : 1. De gemeentebelasting op GSM-masten Met het arrest van 17 november 2006 heeft het Hof van Cassatie een gemeentebelasting op relaisstations voor telecommunicatie strijdig bevonden met het gelijkheidsbeginsel: het doel van de belasting, namelijk de verstoring van het landschap, kan volgens het Hof immers niet in verband gebracht worden met het onderscheid dat het belastingreglement maakt tussen zenders en ontvangers van telefooncommunicatie en zenders of ontvangers van andere vormen van communicatie. Hiermee bevestigt het Hof van Cassatie eigenlijk een standpunt dat reeds eerder werd ingenomen door lagere rechtbanken die het feit dat GSMmasten wel, en andere masten en pylonen niet aan een gemeentebelasting zouden worden onderworpen (wegens verstoring van het landschap), niet verenigbaar vonden met het gelijkheidsbeginsel. Dit had er al toe geleid dat in de gecoördineerde Omzendbrief Gemeentefiscaliteit van 14 juli 2004 werd aanbevolen om dergelijke belastingen meer algemeen te omschrijven, bijvoorbeeld als belasting op masten en pylonen geplaatst op het grondgebied van de gemeente en zichtbaar vanaf de openbare weg. De bedoeling van deze aanbeveling was om het risico op schending van het gelijkheidsbeginsel op deze wijze te beperken. Op 8 september 2005 heeft het Europese Hof van Justitie in zijn Arrest (in de samengevoegde zaken C-544/03 en C-545/03) vervolgens geoordeeld dat de gemeentebelasting op GSM-masten, zoals die voorkomt in veel Belgische gemeenten, in principe niet onverenigbaar is met de vrijheid van dienstverlening zoals gewaarborgd in artikel 49 van het EG-ver-
- 82 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
drag, noch met de Europese richtlijnen die de vrije mededinging in de sector telecommunicatie garanderen. Hiermee waren de juridische problemen rond deze gemeentebelasting echter nog steeds niet van de baan, vermits er door lagere rechtbanken systematisch vonnissen worden uitgesproken waarin ook de uitgebreidere gemeentebelasting op masten en pylonen ten laste van de telecomoperatoren onwettig wordt bevonden wegens strijdigheid met de artikelen 97 en 98 van de Wet van 21 maart 1991 tot hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. Deze artikelen bepalen immers dat de telecomoperatoren een gebruiksrecht hebben, op het openbaar domein om kabels, bovengrondse lijnen en bijhorende uitrusting aan te leggen, waarvoor de overheden geen belasting of retributie van welke aard ook mogen opleggen. In verschillende vonnissen oordeelde de rechter dat de GSM-mast of pyloon waarop de antenne is geplaatst “onmiskenbaar behoort tot de bijhorende uitrusting waarop geen belasting mag worden opgelegd.” De drie telecomoperatoren die momenteel werkzaam zijn in België dienen dan ook systematisch bezwaar in tegen aanslagen inzake deze belasting. Voor hen is dat relatief eenvoudig omdat hetzelfde bezwaarschrift nagenoeg ongewijzigd kan ingediend worden in elke gemeente waar de belasting wordt geheven. Dat heeft voor gevolg dat er niet tot gedwongen invordering kan worden overgegaan zolang er geen definitieve uitspraak is. Bovendien zijn er zoals gezegd steeds meer vonnissen waarin de rechtbanken ontheffing verlenen omdat het reglement onwettig wordt geacht. Dikwijls is het zelfs zo dat de colleges van burgemeester en schepenen het bezwaar al inwilligen en dus in feite zelf een uitspraak doen over de (on)wettigheid van hun eigen verordening. Daarmee overschrijden zij hun bevoegdheid die er één is van administratieve overheid en dus geen wettigheidtoetsing omvat. Nochtans is hun reactie begrijpelijk en te rechtvaardigen gezien zij daarmee wel de kosten voorkomen die een verdere behandeling voor de rechtbank zou meebrengen en die, gelet op voorgaande vonnissen, wellicht toch een verloren zaak zou zijn. In deze omstandigheden raadt de Minister de gemeenten dan ook aan om deze belasting in de toekomst niet meer te heffen en om zelfs de nog lopende verordeningen in te trekken. 2. De gemeentebelasting op rechtspersonen Naar aanleiding van het Arrest van de Raad van State nr. 129.347 van 16 maart 2004 (inzake de gemeentebelasting op handels- en burgerlijke vennootschappen van de gemeente Zelzate) werd in de gecoördineerde Omzendbrief Gemeentefiscaliteit van 14 juli 2004 reeds gewaarschuwd voor de rechtsonzekerheid omtrent de gemeentebelasting op rechtspersonen. Volgens dat arrest is het verschil in fiscale behandeling tussen vennootschappen en anderen die een economische activiteit uitoefenen, niet verantwoord. Het al of niet ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters van de gemeente werd door de Raad van State niet aanvaard als pertinent onderscheidingscriterium. In het recente Arrest nr. 160.600 van 27 juni 2006 (betreffende de gemeentebelasting op bedrijven met een bepaalde vennootschapsvorm van de gemeente Zulte) heeft de Raad van State nog nadrukkelijker gesteld dat het al of niet hebben van rechtspersoonlijkheid geen verschil maakt voor de mate waarin bedrijven kunnen genieten van de gemeentelijke dienstverlening en dat het al of niet bijdragen in de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting (APB) geen aanvaardbare verantwoording biedt voor het verschil in fiscale behandeling tussen rechtspersonen en andere ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid. Als conclusie kan men dan ook stellen dat een gemeentebelasting op rechtspersonen, of een gemeentebelasting op bedrijven waarin een verschillende tarifering wordt toegepast op basis van het al dan niet hebben van rechtspersoonlijkheid strijdig is met het gelijkheidsbeginsel, in zoverre voor dit onderscheid in behandeling totaal geen verantwoording wordt geboden, of geen andere verantwoording dan de afwezigheid van bijdrage in de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting of een verschil in genot van de gemeentelijke dienstverlening. Zodoende raadt onze Minister de gemeenten aan om deze belasting niet meer te heffen.
Jaarboek 2006
- 83 -
C. Aanvullende belastingen op de personenbelasting en opcentiemen op de onroerende voorheffing : jaarlijks herstemd, bevoegde dienst, retroactiviteit Bij deze wensen wij de aandacht te vestigen zowel op de bepalingen in de Omzendbrief Gemeentefiscaliteit van 14 juli 2004 als op recente rechtspraak en een aantal toepassingsmodaliteiten hiervan : In de Omzendbrief wordt duidelijk gesteld dat de opcentiemen op de onroerende voorheffing en de aanvullende belasting op de personenbelasting in principe jaarlijks dienen te worden herstemd, wegens hun overwegend belang voor het begrotingsevenwicht en wegens hun koppeling aan basisbelastingen die ook jaarlijks gestemd worden. In het belang van de rechtszekerheid van de belastingplichtigen is het aangewezen dat de gemeenteraad tijdig, dat wil zeggen uiterlijk in de eerste maanden van het dienstjaar (zie ook opmerking i.v.m. aanvullende belastingen op de personenbelasting verderop) al de belastingreglementen goedkeurt. Het is in het belang van de gemeentebesturen dat de besluiten betreffende de aanvullende personenbelasting en de opcentiemen op de onroerende voorheffing zo vlug mogelijk aan de provinciegouverneur bezorgd worden. 1. Opcentiemen op de onroerende voorheffing De gemeenten moeten uiterlijk op 31 maart van het dienstjaar het aantal opcentiemen meedelen aan zowel de provinciegouverneur als aan het Agentschap Vlaamse Belastingdienst, Koning Albert II-laan 19 bus 7, 1210 Brussel. Terloops merken wij ook nog op dat inzake de heffing van opcentiemen op de leegstandsheffingen van het Vlaams Gewest, thans ook het hierboven vermelde Agentschap Vlaamse Belastingdienst bevoegd is. 2. Aanvullende belasting op de personenbelasting en retroactiviteit In de Omzendbrief wordt verduidelijkt dat “Aanslagjaar” de term is die gebruikt wordt voor federale belastingen, terwijl er in gemeentelijke belastingverordeningen sprake is van “dienstjaar”. Beide begrippen slaan echter op hetzelfde jaar (artikel 238 van de Nieuwe Gemeentewet definieert het financiële dienstjaar als het burgerlijk jaar en artikel 359 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen definieert het aanslagjaar als het jaar dat begint op 1 januari en eindigt op de daaropvolgende 31ste december). Overeenkomstig artikel 200 van het koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 wordt de personenbelasting, met inbegrip van de aanvullende gemeentebelasting, gevestigd op het inkomen van het jaar dat voorafgaat aan het aanslagjaar (en dat dus ook voorafgaat aan het dienstjaar). Om mogelijke begripsverwarring verder uit te sluiten doen de gemeenten er goed aan om hun belastingverordening betreffende de vaststelling van de aanvullende personenbelasting aan te vullen als volgt: “ Er wordt voor het dienstjaar 20.. een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van dit dienstjaar. De belasting wordt vastgesteld op ... % van het volgens artikel 466 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 berekende gedeelte van de personenbelasting die aan het rijk verschuldigd is voor hetzelfde dienstjaar. Het dienstjaar is hetzelfde als het aanslagjaar volgens de terminologie die gebruikt wordt in het Wetboek van de Inkomstenbelastingen. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het dienstjaar voorafgaande jaar, dus in 20… (dienstjaar min 1)” In het licht van bepaalde recente rechtspraak die een schending van het beginsel van
- 84 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
non-retroactiviteit ziet in het feit dat een belastingreglement pas gestemd wordt in het dienstjaar (of aanslagjaar) en toch betrekking heeft op de inkomsten van de burgers in het daaraan voorafgaande inkomstenjaar, is het zeker aan te bevelen om veiligheidshalve de aanvullende gemeentebelasting reeds te stemmen in het inkomstenjaar (zijnde het jaar voorafgaand aan het dienstjaar) en niet pas in de eerste maanden van het dienstjaar, zoals hoger vermeld. (bijvoorbeeld de aanvullende belasting op de personenbelasting voor dienstjaar 2008 reeds stemmen in 2007).
II. PRAKTISCHE TIPS
BIJ HET OPSTELLEN VAN GEMEENTELIJKE FISCALE REGLEMENTEN
A. Vermeldingen in overwegend gedeelte 1. Met uitzondering van de nog toepasselijke artikelen van de Nieuwe Gemeentewet (o.a. de verwijzing naar artikel 260 van de Nieuwe Gemeentewet in belastingreglementen inzake opcentiemen op de onroerende voorheffing en inzake aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting) dient er verwezen te worden naar het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 zoals gewijzigd. 2. In reglementen inzake grafconcessies dient er in ieder geval verwezen te worden naar het Decreet van 16 januari 2004 zoals gewijzigd en desgewenst ook naar de Wet van 20 juli 1971, waarvan enkel nog de artikelen 15bis, par.2, tweede lid, 23bis en 32 van toepassing blijven. B. Ondertekening en inzending (gewone kopie in één exemplaar) 1. Krachtens artikel 182 van het Gemeentedecreet dienen de fiscale reglementen thans ondertekend te worden door de voorzitter van de gemeenteraad en medeondertekend door de gemeentesecretaris. 2. Krachtens artikel 253 van het Gemeentedecreet volstaat thans de inzending van een gewone kopie (weliswaar van het ondertekende en afgestempelde origineel). Deze dient dus niet langer voor eensluidend verklaard te worden. 3. Reeds sinds het Toezichtdecreet van 1993 heeft het geen zin meer om meerdere exemplaren van éénzelfde reglement in te sturen: voor het Agentschap voor Binnenlands Bestuur volstaat één enkel exemplaar, de overige exemplaren worden gewoon teruggestuurd. C. Retroactiviteit en geldigheidsduur belasting- en retributiereglementen 1. Retributiereglementen en indirecte belastingen kunnen uit hun aard niet retroactief worden toegepast vermits zij geen kortstondige feiten of handelingen kunnen belasten die dateren van voor hun inwerkingtreding. 2. In de Omzendbrief Gemeentefiscaliteit van 14 juli 2004 wordt er gewezen op het feit dat het in het belang van een goed bestuur wenselijk is dat belastingverordeningen een duur vermelden die niet te lang is, waarbij de duur van één gemeentelijke legislatuur (zes jaar) wordt vermeld als een redelijk maximum. Dit betekent echter niet dat alle fiscale reglementen strikt dienen samen te vallen met de lopende legislatuurperiode. Om praktische redenen, o.a. ter vermijding van het hierboven vermelde verbod van retroactiviteit zoals toegepast inzake retributiereglementen en indirecte belastingen, kan het immers aangewezen zijn om de legislatuurperiode met enkele maanden te overschrijden zodat er geen vacuüm ontstaat in de periode voor de installatie van de nieuwe gemeenteraad.
Jaarboek 2006
- 85 -
WERKING LOKALE BESTUREN In uitvoering van enerzijds het decreet erediensten en anderzijds de door het gemeentekiesdecreet gewijzigde gemeentekieswet, hebben in 2006 twee nieuwe organen hun werking aangevat. Als overlegorgaan met de betoelagende overheid, en ondersteunend orgaan voor de kerkfabrieken, zijn de centrale kerkbesturen in 2006 als nieuwe openbare instelling met rechtspersoonlijkheid geïnstalleerd. De verkiezingsgeschillen zijn voor de eerste maal behandeld door een daartoe ingesteld administratief rechtscollege, de Raad voor Verkiezingsbetwistingen. Dit rechtscollege nam daarmee deze taak over van de bestendige deputatie.
I. EREDIENSTEN:
OPRICHTING CENTRALE KERKBESTUREN
In 2006 zijn de centrale kerkbesturen van de katholieke eredienst opgericht in voorbereiding van de inwerkingtreding van de financiële bepalingen op 1 januari 2007 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten. De rol van het centraal kerkbestuur situeert zich vooral in het financieel beheer van de kerkfabrieken, enerzijds als overlegorgaan met de gemeente en anderzijds als coördinator van de kerkfabrieken ten opzichte van het gemeentebestuur. Het decreet voorziet de oprichting van een centraal kerkbestuur in gemeenten met 4 parochies of meer en bestaat uit een lid van rechtswege, een aantal verkiesbare leden en een expert. De bisschop benoemt het lid van rechtswege als zijn vertegenwoordiger in het centraal bestuur. Het aantal verkiesbare leden is afhankelijk van het aantal kerkfabrieken dat ressorteert onder het centraal kerkbestuur : minimum 3 verkiesbare leden voor de eerste groep van 5 kerkfabrieken en te verhogen met 1 verkiesbaar lid per bijkomende groep van 5 kerkfabrieken. De verkiesbare leden worden gekozen onder en door de verkiesbare leden van alle kerkfabrieken die behoren tot dat centraal kerkbestuur. Na hun aanstelling verkiezen de leden van het centraal kerkbestuur een expert. Het centraal kerkbestuur kiest onder haar leden een voorzitter en een secretaris, die eveneens instaat voor de boekhouding. De werking van en het administratief toezicht op de centrale kerkbesturen verloopt zoals bij de kerkfabrieken. De bevoegdheden van het centraal kerkbestuur zijn duidelijk opgesomd in het decreet : - minimum 2 x per jaar overleg met de gemeente - gecoördineerd indienen bij gemeente van meerjarenplan van de kerkfabrieken en de wijzigingen van het plan - gecoördineerd indienen bij gemeente van het budget van de kerkfabrieken en de budgetwijzigingen - gezamenlijk indienen bij gemeente van de (individuele) jaarrekeningen van de kerkfabrieken - vaststellen van de bijdrage in de werkingskosten van het centraal kerkbestuur ten laste van de kerkfabrieken - aanwerven personeel centraal kerkbestuur - administratieve en technische ondersteuning verlenen bij de werking van de kerkfabrieken - indeplaatsstelling van in gebreke blijvende kerkfabriek voor indienen meerjarenplan, budget en budgetwijziging
- 86 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
In Limburg is in 35 gemeenten een centraal kerkbestuur opgericht. In de gemeenten Alken, As, Diepenbeek, Ham, Hechtel-Eksel, Herstappe, Opglabbeek, Wellen en Zutendaal is er geen centraal kerkbestuur.
II. DE RAAD
VOOR
VERKIEZINGSBETWISTINGEN
VAN DE PROVINCIE
LIMBURG
A. Situering De klachten over de verkiezingen vanuit de gemeenten en de O.C.M.W.’s werden traditioneel beoordeeld door de bestendige deputatie. Met het oog op de lokale verkiezingen van 2006 is in het Vlaamse Gewest een Raad voor de Verkiezingsbetwistingen opgericht, die voortaan deze taak op zich neemt. Nieuw is dat ook de provincieraadsverkiezingen door de Raad voor de Verkiezingsbetwistingen moeten worden beoordeeld. De Raad voor de Verkiezingsbetwistingen is een administratief rechtscollege, dat provinciaal georganiseerd wordt en een eigen huishoudelijk reglement moet opmaken. Tegen zijn beslissingen staat beroep open bij de Raad van State. In het college zetelen 3 leden en 3 plaatsvervangers. De leden van die raden en de plaatsvervangers zijn houder van een academische graad of een graad van academisch niveau en moeten getuigen van deskundigheid op het vlak van publiek recht, politieke wetenschappen of bestuurswetenschappen. Voor de provincie Limburg zetelen de heer Kris Deschouwer (voorzitter), de heer Ronny Frederickx en mevrouw Marleen Mercelis (raadsleden) en de heer Johan Ackaert, mevrouw Petra Foubert en mevrouw Liesbeth Van Rompaey (plaatsvervangers). Zij werden aangeduid bij Besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2006. Het secretariaat van de Raad voor de Verkiezingsbetwistingen wordt georganiseerd onder de leiding van de provinciegouverneur of de persoon die hij daartoe heeft aangeduid, in casu de heer Wim Somers, directeur bij het Agentschap voor Binnenlands Bestuur. Deze wordt in zijn taak bijgestaan door het personeel dat hem daartoe ter beschikking gesteld wordt. B. Bevoegdheden De Raad voor Verkiezingsbetwistingen beschikt over uitgebreide bevoegdheden. Allereerst dient hij de verkiezingsuitslagen voor provincie, gemeente en OCMW geldig te verklaren en eventueel ambtshalve aan te passen indien de zetelverdeling tussen de lijsten en de rangorde van de verkozenen en opvolgers onjuist is. Het weze opgemerkt dat voor de gemeente en het OCMW Voeren deze bevoegdheid bij de deputatie is gebleven. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen kan de verkiezingen alleen ongeldig verklaren naar aanleiding van een bezwaar. Bovendien moeten er onregelmatigheden zijn gebeurd die zetelverdeling tussen de onderscheiden lijsten hebben kunnen beïnvloeden. Inzake bezwaren tegen gemeenteraads- en OCMW-verkiezingen moet er een onderscheid worden gemaakt tussen de Limburgse gemeenten. Zo is wat Voeren betreft, het College van gouverneurs bevoegd om zich uit te spreken over de bezwaren tegen de gemeenteraadsverkiezingen, de bezwaren tegen de rechtstreekse verkiezing van de schepenen, de bezwaren tegen de rechtstreekse verkiezing van de OCMW-raadsleden en de geschillen die ontstaan na de geldigverklaring van de rechtstreekse verkiezing van de OCMW-raadsleden (bv. ontslag). De Raad voor Verkiezingsbetwistingen is daarentegen bevoegd voor de geschillen ontstaan na de geldigverklaring van de gemeenteraadsverkiezingen en voor de geschillen die ontstaan na de verkiezing/benoeming van schepenen.
Jaarboek 2006
- 87 -
Voor de overige gemeenten is de Raad voor Verkiezingsbetwistingen bevoegd voor de bezwaren tegen de gemeenteraadsverkiezingen, de geschillen ontstaan na de geldigverklaring van de gemeenteraadsverkiezingen (bv. afstand van mandaat, ontslag, verval), de bezwaren tegen de verkiezing/benoeming van schepenen, de geschillen die ontstaan na de verkiezing/benoeming van schepenen, de bezwaren tegen de verkiezing van een OCMW-raadslid en de geschillen die ontstaan na de geldigverklaring van de verkiezing van de OCMW-raadsleden. Wat de provincieraadsverkiezingen betreft, kan de Raad voor Verkiezingsbetwistingen zich uitspreken over de bezwaren tegen de provincieraadsverkiezingen, de geschillen ontstaan na de geldigverklaring van de provincieraadsverkiezingen (bv. afstand van mandaat, vervallenverklaring wegens het verlies van de verkiesbaarheidsvoorwaarden), de bezwaren tegen de verkiezing/benoeming van gedeputeerden en de geschillen ontstaan na de verkiezing/benoeming van gedeputeerden. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen kan eveneens beslissen over de weerlegging van het vermoeden van taalkennis van de provinciale en gemeentelijke uitvoerende mandatarissen. Betwistingen inzake de taalkennis van de mandatarissen van de gemeente Voeren blijven daarentegen behandeld door de Raad van State. Tot slot is de Raad voor Verkiezingsbetwistingen ook bevoegd inzake de betwistingen over de vervallenverklaring van het mandaat van verkozene wegens het niet-indienen van de aangifte van de verkiezingsuitgaven of het niet in acht nemen van de beperkingen inzake verkiezingspropaganda. Deze bevoegdheid is gelijklopend met deze van de Controlecommissie van het Vlaams Parlement. C. Zittingen De Raad voor Verkiezingsbetwistingen voor de provincie Limburg is samengekomen op volgende data: 10/11/2006 17/11/2006 (hertelling in aanwezigheid van één raadslid) 23/11/2006 01/12/2006 08/12/2006 18/01/2007 01/02/2007 08/02/2007 15/03/2007 29/03/2007 D. Verkiezingscontentieux De Raad voor Verkiezingsbetwistingen voor de provincie Limburg is bij de geldigverklaring van de verkiezingen voor provincie, gemeente en OCMW in vier gevallen ambtshalve opgetreden. Hierbij werd voor de gemeente Peer de OCMW-verkiezing ongeldig verklaard wegens een onregelmatige voordrachtakte. Verder werden voor de gemeenten Genk en Houthalen-Helchteren bepaalde verkozenen en opvolgers voor de OCMW-raad geschrapt omdat zij niet aan de nationaliteitsvereiste voldeden. Voor de gemeenteraadsverkiezingen in Sint-Truiden werd de volgorde van de verkiezing van de opvolgers voor twee lijsten aangepast. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen heeft totnogtoe vijftien bezwaren behandeld. Er werd één bezwaar ingediend tegen de provincieraadsverkiezingen. Dit bezwaar was onontvankelijk wegens ingediend door een niet-kandidaat. Tegen de gemeenteraadsverkiezingen werden acht bezwaren ingediend. Het betreft de gemeenten Bree, Gingelom, Hoeselt (4x), Meeuwen-Gruitrode en Kortessem. Van deze acht
- 88 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
bezwaren waren er twee onontvankelijk. Eén bezwaar was afkomstig van een niet-kandidaat en het andere bezwaar was niet formeel ondertekend. De zes ontvankelijke bezwaren werden telkens verworpen wegens niet-gegrond. Voor de gemeente Gingelom is er wel als onderzoeksmaatregel een gedeeltelijke hertelling door de Raad voor Verkiezingsbetwistingen bevolen. Naar aanleiding van het onderzoek van de geloofsbrieven en de installatie van de gemeenteraadsleden werden voor de gemeente Sint-Truiden twee bezwaren ingediend. Deze bezwaren waren onontvankelijk wegens niet-respecteren van de bezwaartermijn. Voor de gemeente Heusden-Zolder is een bezwaar ingediend tegen de installatie van een opvolgend raadslid. Dit bezwaar was onontvankelijk wegens niet formeel ondertekend. Er is inzake de schepenverkiezing één bezwaar ingediend voor de gemeente Diepenbeek. Dit bezwaar was onontvankelijk wegens niet formeel ondertekend. Tegen de OCMW-raadsverkiezingen werden twee bezwaren ingediend. Het betreft de gemeenten Hoeselt en Peer. Beide bezwaren werden verworpen wegens niet-gegrond. Er werd tegen drie bovenstaande beslissingen van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen beroep aangetekend bij de Raad van State. Twee beroepen werden ondertussen verworpen en het derde is nog in behandeling.
Jaarboek 2006
- 89 -
ALGEMENE GEWESTTAKEN I. WIJZIGINGEN
IN DE OVERHEIDSOPDRACHTENREGLEMENTERING
Met betrekking tot de materie inzake overheidsopdrachten, willen wij de aandacht vestigen op volgende wijzigingen: -
KB van 12 januari 2006 tot indiening van nieuwe modellen van aankondiging en tot wijziging van drie koninklijke besluiten tot uitvoering van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten (BS 27 januari 2006) Dit koninklijk besluit maakt onder meer nieuwe Europese aankondigingsmodellen van toepassing. Deze aankondigingen moeten worden toegepast voor de opdrachten geplaatst vanaf 1 februari 2006 voor aankondiging op Europees en op Belgisch niveau. Deze modellen zijn identiek voor de beide niveaus. Voor de Belgische markt moeten niet alle rubrieken worden ingevuld. Het koninklijk besluit van 12 januari 2006 brengt vervolgens een wijziging aan de bepalingen met betrekking tot de economische en financiële draagkracht van de kandidaten en de inschrijvers. Artikel 3 stelt dat een kandidaat of een inschrijver zich, in voorkomend geval en voor welbepaalde opdrachten kan beroepen op de draagkracht van andere entiteiten, ongeacht de juridische aard van zijn band met die entiteiten. Hij moet evenwel bij de aanbestedende overheid aantonen dat hij voor de uitvoering van de opdracht werkelijk de noodzakelijke middelen zal hebben die deze entiteiten ter beschikking stellen. Daartoe zal de kandidaat of inschrijver bijvoorbeeld moeten aantonen dat hij in staat is om, wanneer de nood zich stelt, voor de uitvoering van de opdracht een beroep te doen op de onderneming die hij aanwijst, en dat rekening houdende met de vermelde referenties, deze onderneming een passend deel van de uitvoering voor haar rekening zal nemen. Dezelfde bepaling is van toepassing op de combinaties van kandidaten of inschrijvers voor de draagkracht van de deelnemers aan de combinatie en van andere entiteiten die daarvan geen deel uitmaken. Ditzelfde koninklijk besluit vervolledigt artikel 115 van het KB van 8 januari 1996. Voor de opdrachten die de Europese drempels bereiken, zal de weging van de gunningscriteria voortaan de regel zijn bij wijze van gunning via algemene of beperkte offerteaanvraag of via onderhandelingsprocedure met bekendmaking. Indien een dergelijke weging om aantoonbare redenen niet mogelijk is, kan bij uitzondering een rangschikking van de gunningscriteria in dalende volgorde worden gegeven. De weging kan uitgedrukt worden binnen een vork met een passend verschil tussen minimum en maximum. De weging heeft tot doel de relatieve waarde van de criteria te bepalen via punten, percentages of andere waarden. Een laatste wijziging via het koninklijk besluit van 12 januari 2006 maakt dat het Bulletin voor Aanbestedingen voortaan dagelijks zal verschijnen en kosteloos, voor zover de gegevens online worden ingevoerd via elektronische gegevensopvang of door de gegevensoverdracht tussen systemen die een automatische gestructureerde bekendmaking mogelijk maken. De bekendmaking van aankondigingen overgemaakt per brief, telefax of email blijft betalend. Bovendien bepaalt het besluit dat informatie van de aankondiging door niemand op individuele wijze aan geïnteresseerde personen mag worden verstrekt voor de datum van de officiële bekendmaking.
-
Participatiefonds: Wet van 3 december 2005 betreffende de vergoeding aan zelfstandigen (BS 2 februari 2006) + acht koninklijke en ministeriële besluiten (BS 26 juni 2006)
- 90 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
De wet introduceert een vervangingsinkomen voor kleine zelfstandigen (minder dan 10 werknemers, omzet van minder dan 2 miljoen euro) die het slachtoffer zijn van hinder ten gevolge van werken op het openbaar domein. De gemeenten op wiens grondgebied de werken zullen plaatsvinden, hebben een informatieplicht. Bij sluiting van minimaal veertien dagen bekomt de zelfstandige een vergoeding op basis van een attest van de gemeente in functie van het aantal sluitingsdagen. De gemeente is opdrachtgever voor werken aan haar eigen wegen. Ze moet meewerken aan het financieringsmechanisme van het Participatiefonds. De gemeente heeft specifieke verplichtingen voor het begin van de werken, eveneens in de fase van de aanvraag van de vergoeding door de zelfstandige en is tenslotte ook verplicht om informatie te verstrekken aan het Participatiefonds. In het kader van de overheidsopdrachtenwetgeving is het hier belangrijk te wijzen op de bepaling dat de werken slechts mogen aanvatten tussen de veertien en dertig kalenderdagen nadat elke betrokken onderneming informatie (in verband met zone van hinder, welke ondernemingen er hinder zullen ondervinden en informatie over de vergoeding via het Participatiefonds) heeft ontvangen, behoudens overmacht. -
Omzendbrief overheidsopdrachten - gevolgen van de prijsstijging van de non-ferrometalen (BS 1 december 2006) Ingevolge de grote vraag naar non-ferrometalen op de internationale grondstoffenmarkten, heeft de prijs van deze metalen (koper, zink, aluminium en lood) de laatste twaalf maanden een forse stijging gekend. Deze stijgingen kon de aannemer redelijkerwijze niet voorzien bij het indienen van de offerte of de gunning van de opdracht (omstandigheid als bedoeld in art.16, § 2 AAV). Voor de in uitvoering zijnde opdrachten kan de aannemer een aanvraag indienen in het kader van de toepassing van art.16, §2 AAV. Wat de opdrachten betreft waarbij de indieningsdatum van de offertes nog niet is verstreken: erop toezien dat de herzieningsformule parameters bevat die de reële kosten van de overheidsopdracht vertegenwoordigen.
-
Omzendbrief overheidsopdrachten - verbod om in bepalingen van een opdracht technische specificaties op te nemen die het gewone verloop van de mededinging beperken of uitsluiten - technische specificaties van microprocessoren in het kader van informaticaopdrachten - aanvulling bij de omzendbrief van 23 juni 2004 (BS 15 december 2006) In de omzendbrief van 23 juni 2004 (BS 25 juni 2004) werden de aanbestedende overheden en diensten herinnerd aan de bepalingen die een principieel verbod opleggen om in het bestek van een opdracht technische specificaties op te nemen die produkten van een bepaald fabrikaat of van een bepaalde herkomst of speciale technieken vermelden, waardoor bepaalde ondernemingen worden bevoordeeld of uitgeschakeld. Dit verbod geldt ook voor de aanschaf van computersystemen. De Europese Commissie heeft evenwel vastgesteld dat de onderhavige verbodsbepaling niet steeds rigoureus wordt nageleefd. Zij heeft meer bepaald opgemerkt dat te vaak gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheid om, wanneer het niet mogelijk is het voorwerp van de opdracht te beschrijven via voldoende nauwkeurige specificaties, het merk van een processor te vermelden, vergezeld van de woorden “of gelijkwaardig”.Van deze mogelijkheid mag namelijk slechts in uitzonderlijke situaties gebruik gemaakt worden, die zich bij de aanschaf van computersystemen in de regel niet zullen voordoen. Daarnaast heeft de Europese Commissie erop gewezen dat bij het formuleren van technische specificaties in het bestek van een informatieopdracht niet mag worden volstaan met een verwijzing naar de minimale kloksnelheid van de in het systeem voorkomende microprocessoren. Deze omzendbrief wil een gepaste oplossing bieden voor deze problemen. Concreet betekent dat de aanbestedende overheden en diensten bij de aanschaf van compu-
Jaarboek 2006
- 91 -
termaterieel aanduiden dat de computersystemen of daarin opgenomen microprocessoren, zonder daarbij merknamen te noemen, een minimaal prestatieniveau moeten halen op een voor het beoogde doel geschikte en niet-discriminatoire benchmark. Voor de definitie van de benchmark, alsook een overzicht van de verschillende benchmark types en het gebruik ervan, wordt verwezen naar de technische bijlage van de omzendbrief. -
Nieuwe wetgeving overheidsopdrachten In het Belgisch Staatsblad van 15 februari 2007 zijn 4 wetten verschenen: -
-
Wet van 15 juni 2006 overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten; Wet van 16 juni 2006 betreffende de gunning, informatie aan kandidaten en inschrijvers en wachttermijn inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten; Wet van 12 januari 2007 tot wijziging van de wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006; Wet van 12 januari 2007 tot wijziging van de wet van 16 juni 2006 betreffende de gunning, informatie aan kandidaten en inschrijvers en wachttermijn inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten.
Deze wetten voorzien in een hervorming van de wetgeving overheidsopdrachten. Deze hervorming is noodzakelijk om de omzetting van de Europese richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 te verzekeren, en om de nodige verduidelijkingen aan te brengen ingevolge de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Op advies van de Commissie voor de overheidsopdrachten wordt voorgesteld de wet van 24 december 1993 op te heffen, dit met het oog op het behoud van een coherente structuur alsook een logische ordening van de wetsbepalingen. Hierna volgt een opsomming van de belangrijkste wijzigingen die de nieuwe wetgeving heeft doorgevoerd: - het toepassingsgebied wordt toegelicht uitgaande van de bevindingen vervat in de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en, wat de speciale sectoren betreft, aan de hand van een nieuwe definitie van de bijzondere en uitsluitende rechten; - de rol van de aankoop- of opdrachtencentrales is wettelijk verankerd; - nieuwe procedures en modaliteiten worden ingevoerd in het klassieke stelsel via de raamovereenkomst en de concurrentiedialoog alsook, voor alle stelsels, via het dynamisch aankoopsysteem; - sommige versoepelingen vloeien voort uit de mogelijkheid een fase voor elektronische veilingen in te bouwen op het einde van de gewone procedure in het kader van leveringen of diensten voor courant gebruik, alsook uit de invoering van nieuwe gevallen van onderhandelingsprocedure met of zonder bekendmaking; - voor de opdrachten onderworpen aan de Europese bekendmaking waarbij diverse gunningscriteria worden bepaald, zal de weging van de criteria de regel zijn; - wat de technische specificaties betreft, wordt een nieuwe benadering gevolgd. De specificaties moeten voortaan worden voorgeschreven hetzij door verwijzing naar de normen, technische erkenningen en gemeenschappelijke technische specificaties, hetzij in termen van prestatie-eisen of functionele eisen; - op het gebied van sociale en milieuoverwegingen moet erop worden gewezen dat, conform de Europese richtlijnen, in de onderhavige wet de bekommernis van een duurzame ontwikkeling is opgenomen, zonder evenwel afbreuk te doen aan de mogelijkheid van de aanbestedende overheden om de beste verhouding kwaliteit/prijs te verkrijgen. De Koning zal de datum van inwerkingtreding van deze wetten vaststellen. De artikelen 2, 4°, 15 en 31 van de wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en
- 92 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
diensten van 15 juni 2006 treden echter al in werking op de dag van hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, met name 15 februari 2007. Is dus nu reeds van toepassing: - een aanbestedende overheid die beroep doet op een aankoop- of opdrachtencentrale is voortaan vrijgesteld van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren (art. 2, 4° en 15); -
elke gewestregering kan, binnen de perken van artikel 34 van de Richtlijn 2004/18/EG, voor overheidsopdrachten die betrekking hebben op het ontwerp en de bouw van een complex van sociale woningen, een bijzondere gunningsprocedure vastleggen die tot doel heeft de aannemer te kiezen die het meest geschikt is om te worden opgenomen in een team dat ook uit afgevaardigden van de aanbestedende overheid en deskundigen bestaat (art.31).
II. PATRIMONIUM A. Jacht Decreet van 16 juni 2006 houdende wijziging van het jachtdecreet van 24 juli 1991 (BS 14 november 2006). Dit decreet vervangt artikel 25 dat de vergoeding regelt ingeval van wildschade. B. Pacht Besluit van de Vlaamse regering van 15 december 2006 houdende vaststelling van de maximale rentabiliteitsoppervlakten vermeld in de pachtwetgeving (BS 18 januari 2007). C. Monumenten Besluit van de Vlaamse regering van 23 juni 2006 houdende de aanpassing van de benamingen voor de reglementering van de monumenten (BS 28 augustus 2006).
III. BEGRAAFPLAATSEN Besluit van de Vlaamse Regering van 24 februari 2006 tot vaststelling van de wijzen van lijkbezorging, de asbestemming en de rituelen van de levensbeschouwing voor de uitvaartplechtigheid die kunnen opgenomen worden in de schriftelijke kennisgeving van de laatste wilsbeschikking die aan de ambtenaar van de burgerlijke stand kan overgemaakt worden (BS 18 april 2006). Door dit besluit kan in een laatste wilsbeschikking niet alleen gekozen worden tussen de mogelijkheid tot begraven of één van de 7 mogelijkheden voor de asbestemming, maar ook voor één van de 8 mogelijke uitvaartplechtigheden (Katholieke, Protestantse, Anglicaanse, Orthodoxe, Joodse, Islamitische Godsdienst, Vrijzinnige Levensovertuiging en Neutraal Filosofische Overtuiging). Door het KB van 19 april 2006 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 tot vaststelling van de informatie die opgenomen wordt in de bevolkingsregisters en in het vreemdelingenregister, kunnen de gegevens vermeld in het besluit van de Vlaamse regering opgenomen worden in het rijksregister. (federale bevoegdheid) Besluit van de Vlaamse regering van 2 december 2005 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 tot organisatie, beheer en inrichting van begraafplaatsen en crematoria (BS. 11 januari 2006). Met dit besluit wordt het verbod aan de burgemeester om een toelating tot opgraving te geven tijdens de periode van grafrust, die loopt tot 10 jaar na de begraving, opgeheven.
Jaarboek 2006
- 93 -
IV. POLITIE Wet van 12 december 2006 tot wijziging van de nieuwe gemeentewet (BS 31 januari 2007). Met deze wet wordt artikel 130 bis ingevoegd in de nieuwe gemeentewet. Dit artikel geeft de bevoegdheid aan het schepencollege om tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer vast te stellen. Voor de wijziging behoorde dit tot de bevoegdheid van de gemeenteraad.
V. AMBULANTE
EN KERMISACTIVITEITEN
Wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten, gewijzigd door de wetten van 4 juli 2005 en 20 juli 2006 (BS 28 juli 2006). + 4 KB’s van 24 september 2006 (BS 29 september 2006) - betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten; - betreffende de uitoefening en organisatie van kermisactiviteiten; - betreffende toegang tot ambulante en kermisactiviteiten voor niet-Europese vreemdelingen die niet vrijgesteld zijn van de beroepskaart; - betreffende de vergoeding van de ondernemingsloketten.) Alhoewel deze wetgeving tot de bevoegdheid van de federale overheid behoort, wordt ze hier opgenomen omdat er dikwijls samenhang is met materies die onder het algemeen toezicht vallen krachtens het gemeentedecreet. Zo is er samenhang met de gemeentelijke reglementering inzake inname van het openbaar domein en concessies van standplaatsen op het openbaar domein. Toelichting en een groot aantal frequent gestelde vragen en antwoorden zijn te vinden op de website van VVSG, onder het beleidsthema lokale economie en werk.
- 94 -
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
Jaarboek 2006
- 95 -
LIJST 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26. 27.
- 96 -
VAN GEPUBLICEERDE FOTO’S
eedaflegging van burgemeester Huub Broers van Voeren in handen van gouverneur Steve Stevaert (22 december 2006) de afdeling Binnenlands Bestuur Limburg is gehuisvest in de E-blok van het Provinciehuis, Universiteitslaan 1, te Hasselt (collage van foto’s) groepsfoto van het personeel van de afdeling Binnenlands Bestuur Limburg de leidinggevende ambtenaren van de afdeling Binnenlands Bestuur Limburg de aanduiding “gemeentehuis” van Maasmechelen het OCMW-gebouw van Overpelt het politiekantoor van de politiezone Lanaken de St.-Pieterskerk van Kortessem de raadzaal van het stadhuis van Hasselt het stadhuis van Bilzen het gemeentehuis van Herstappe het gemeentehuis en vredegerecht van Maasmechelen het gemeentelijk administratief centrum van Beringen de St.-Monulfus en Gondulfuskerk van Kaulille glasraam van de St.-Monulfus- en Gondulfuskerk van Kaulille de pastorie van Zutendaal de kapel van Helshoven de St.-Gertrudiskerk van Kuringen in de steigers de gerestaureerde dekanale St.-Trudokerk van Peer (binnenzicht) het gerestaureerde Picardorgel (1752) van de Onze-Lieve-Vrouw-Geboortebasiliek van Tongeren pancarte van de restauratiewerken aan de St.-Stefanuskerk van Hoeselt een kermis ergens in Limburg een lokaal fiscaal aanslagbiljet gemeentewerkmannen aan’t werk in Bilzen politiewagens van de politiezone Tongeren-Herstappe bord “Bewaakte jacht – Geen toegang” (wildbeheereenheid Herkenrode) sfeerfoto van het oud-kerkhof van Hasselt
Bestuurlijk en begeleidend toezicht - Limburg
COLOFON VERANTWOORDELIJKE
UITGEVER:
Willy Honings afdelingshoofd Vlaams ministerie van Bestuurszaken agentschap voor Binnenlands Bestuur afdeling Limburg
REDACTIERAAD: Sandra Beckers, Maryse Bouduin, Erwin Das, Georges Jorissen, Gerda Stevens en Valentijn Vanvoorden
REDACTIEADRES: Erwin Das stafmedewerker agentschap voor Binnenlands Bestuur afdeling Limburg Universiteitslaan 1 3500 Hasselt Tel.: 011 23 81 16 Fax: 011 23 81 10 E-mail: erwin.das@bz.vlaanderen.be
LAY-OUT
EN DRUK
departement Bestuurszaken digitale drukkerij Lidia Defossez
DEPOTNUMMER D/2007/3241/223
UITGAVE Hasselt, 1 september 2007
Dit jaarboek is geprint op Greentop → chloorvrij, zonder optische witmakers, FSC-labeled
BESTUURLIJK
JAARBOEK 2006
EN BEGELEIDEND TOEZICHT
VLAAMS
MINISTERIE VAN
AGENTSCHAP
VOOR
BESTUURSZAKEN
BINNENLANDS BESTUUR AFDELING LIMBURG
Vlaams ministerie van Bestuurszaken Agentschap voor Binnenlands Bestuur Afdeling Limburg