Skip to main content

Productierekening_Vlaamse_land_tuinbouw_2006_2007.pdf

Page 1

Productierekening van de Vlaamse land- en tuinbouw 2006-2007

Departement Landbouw en Visserij afdeling Monitoring en Studie

Els Bernaerts Els Demuynck Jonathan Platteau


Productierekening van de Vlaamse land- en tuinbouw 2006-2007 Els Bernaerts, Els Demuynck & Jonathan Platteau maart 2008 Download PDF-document: Rapport, 11 blz

Departement Landbouw en Visserij afdeling Monitoring en Studie Ellipsgebouw (6de verdieping) Koning Albert II - laan 35, bus 40 1030 Brussel Tel. 02 552 78 24 - Fax 02 552 78 21 e-mail: ams@vlaanderen.be Vermenigvuldiging of overname van gegevens zijn toegestaan mits de bron expliciet vermeld wordt: Bernaerts E., Demuynck E.& Platteau J. (2008) Productierekening van de Vlaamse land- en tuinbouw 2006-2007, Beleidsdomein Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel. Wij doen ons best om alle informatie, webpagina's en downloadbare documenten voor iedereen maximaal toegankelijk te maken. Indien u echter toch problemen ondervindt om bepaalde gegevens te raadplegen, willen wij u graag hierbij helpen. U kan steeds contact met ons opnemen.


PRODUCTIEREKENING VAN DE VLAAMSE LAND- EN TUINBOUW 2006-2007


Productierekening van de Vlaamse land- en tuinbouw 2006-2007 Dit verslag geeft een beknopte analyse van de productierekeningen 2007 van de Vlaamse land- en tuinbouw. Voor de verschillende aggregaten (eindproductiewaarde, intermediair verbruik, bruto en netto toegevoegde waarde) worden de voornaamste evoluties ten opzichte van 2006 beschreven. Een samenvattend overzicht met de cijfers van 2000 tot 2007 wordt opgenomen in bijlage 1. Er moet uitdrukkelijk gewezen worden op het zeer voorlopige karakter van de voorgestelde cijfers van 2007. De voornaamste basisconcepten van de productierekening worden in bijlage 2 weergegeven. Voor meer details in verband met de berekeningswijze wordt verwezen naar de publicatie ‘Regionale rekeningen van de landbouw’ 1 .

1. Eindproductiewaarde De eindproductiewaarde van de verkoopsactieve Vlaamse land- en tuinbouwsector in 2007 wordt geraamd op 4.934 miljoen euro of een stijging t.o.v. 2006 met 5,4% en bereikt hiermee de hoogste waarde van de afgelopen 8 jaar (figuur 1). De toename is merkbaar in alle sectoren. Er dient wel opgemerkt te worden dat de compenserende bedragen in het kader van de hervormingen van het GLB (o.a. voor granen, rundvlees, melk en suikerbieten) niet opgenomen zijn in de eindproductiewaarden. Figuur 1: Evolutie van de eindproductiewaarde, miljoen euro, 2000-2007 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 0 2000

2001

2002 Veeteelt

2003

2004

Tuinbouw

2005

2006

2007

Akkerbouw

Bron: afdeling Monitoring en Studie

1

Demuynck E. & Bernaerts E. (2005) Regionale rekeningen van de landbouw, Beleidsdomein Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie. Brussel.

1


1.1 Akkerbouw De waarde van de akkerbouwproducten bedraagt 506 miljoen euro of een verhoging met 17,3% ten opzichte van 2006. Het aandeel van de akkerbouw bereikt 10,3% van de totale eindproductiewaarde. Granen, aardappelen en suikerbieten zijn de voornaamste producten. Zij nemen in 2007 samen 82% voor hun rekening (figuur 2). Figuur 2: Verdeling van de productiewaarde van de akkerbouwproducten, 2007 andere 18%

graan 28%

suikerbieten 11%

aardappelen 43%

Bron: afdeling Monitoring en Studie

Met uitzondering van akkerbouwproducten.

suikerbieten,

stijgt

de

productiewaarde

bij

de

meeste

De graangewassen noteren de grootste waardestijging (+53,9%) als gevolg van een forse prijsstijging. Aan de basis liggen de slechte oogst binnen en buiten Europa, de extreem lage voorraden wereldwijd en de toenemende vraag. De Vlaamse graanoogst is kleiner als gevolg van de slechte weersomstandigheden, alhoewel het areaal iets uitbreidde. De tarwe-oogst noteert de grootste daling. De productiewaarde van de aardappelen stijgt met 6,7%. De aardappelproductie in volume neemt sterk toe door een areaal- en rendementsverhoging. Ook op het vlak van de bewaring zijn er minder problemen dan in het verkoopseizoen 2006. De aardappelprijzen daarentegen daalden gevoelig op de vrije markt. Wat de suikerbieten betreft, neemt de productiewaarde af met 18%, wat toe te schrijven is aan de dalende prijzen. De MTR hervorming leidt tot een aanzienlijke verlaging van de prijsondersteuning. De gegarandeerde prijs voor witte suiker wordt over 4 jaar (beginnend vanaf 2006/07) met 36% verlaagd, met als gevolg dalende prijzen voor suikerbieten.

2


1.2 Tuinbouw De productiewaarde van de tuinbouwproducten wordt geraamd op 1.560 miljoen euro of een stijging met 1,8%. De stijging bij fruit (+13,2%) en de niet-eetbare tuinbouwproducten (+1,5%) compenseren de daling bij de groenten (-3,9%). De tuinbouw neemt 31,6% van de totale productiewaarde voor zijn rekening, met groenten als grootste sector (figuur 3). Figuur 3: Verdeling van de productiewaarde van de tuinbouwproducten, 2007

niet-eetbare gew assen, 34% w aarvan:- boomkw ekerij: 47% - bloemkw ekerij: 53%

groenten, 41% w aarvan: - groenten in open lucht: 45% - beschutte teelt: 55%

fruit, 25% w aarvan: - appelen:34% - peren: 34%

Bron: afdeling Monitoring en Studie

In de groentesector noteert men een omzetdaling, die zowel merkbaar is bij de glasgroenten (3,0%) als bij de vollegrondsgroenten (-5,1%). Wat de openluchtgroenten betreft, is de waardevermindering te wijten aan de groenten voor vers verbruik. Bij de industriegroenten is er globaal een prijsverbetering na de prijsdaling in de voorgaande jaren. De twee belangrijkste producten qua productiewaarde (prei en witloof) noteren allebei een waardevermindering. De prijs voor prei zakt fors na de gevoelige stijging in 2006. Vooral in de eerste maanden van het jaar kampte de preihandel met slechte prijsnoteringen. Onder meer door de warme winterperiode was er een onevenwicht tussen vraag en aanbod. Ook de prijs voor het witloof evolueerde neerwaarts, wat toe te schrijven was aan de lage noteringen in het voorjaar. Het mooie voorjaarsweer leidde tot een verminderde consumptie. Wat de glasgroenten betreft, zorgen kropsla en alternatieve slasoorten voor de grootste waardevermindering door een zeer slechte prijsvorming. Het jaar 2007 startte nog behoorlijk, maar vanaf april raakte de markt verstoord. Door het zachte weer ontstond een overproductie in Europa met een beperking van de exportmogelijkheden tot gevolg. Bovendien had het slechte weer een negatief effect op de consumptie. In de fruitsector worden gevoelige omzetstijgingen genoteerd voor appelen (+10,6%) en peren (+20,3%). Voor de peren is er zowel een productie- als prijstoename. Na een seizoen met lage perenprijzen zit de perenprijs opnieuw in de lift. De algemene productieafname in Europa enerzijds en de goede vraag in zowel binnen- als buitenland door de goede maatsortering en kwaliteit anderzijds zorgen voor een positieve prijsevolutie.

3


De opwaartse waarde-evolutie bij de appelen is toe te schrijven aan de goede prijsvorming. De gestegen appelprijs is o.a. het gevolg van een lage appeloogst in de nieuwe EU-lidstaten en Rusland. De stijging voor de niet-eetbare tuinbouwproducten is vooral toe te schrijven aan de toename bij de bos- en sierboomkwekerij.

1.3 Veeteelt De veeteelt is de belangrijkste subsector (58,1% van de totale eindproductiewaarde), met als drie voornaamste producten varkens- en rundvlees en melk (figuur 4). Figuur 4: Verdeling van de productiewaarde van de veeteeltproducten, 2007 andere 1% eieren 5%

runderen 20%

melk 23%

gevogelte 9%

varkens 42%

Bron: afdeling Monitoring en Studie

In 2007 bedraagt de globale waarde van de veeteeltproducten 2.868 miljoen euro of een toename met 5,5% ten opzichte van 2006. Met uitzondering van de varkens, is de stijging merkbaar bij alle veeteeltproducten. De daling van de productiewaarde in de varkenssector (-4,5%) resulteert uit een prijsdaling, die niet gecompenseerd wordt door een volumevermeerdering. Het grote Europese aanbod en de door de sterke euro bemoeilijkte export buiten Europa lagen aan de basis van de moeilijke prijsvorming. De zuivelsector wordt gekenmerkt door sterke prijsstijgingen bij de zuivelproducten als gevolg van de krappe voorraden wereldwijd en de gestegen internationale vraag. Dit had ook een positief effect op de melkprijs aan boer en op de productiewaarde (+27,8%). In de rundvleessector wordt gemiddeld een lichte waardestijging genoteerd (+1,8%). Dit resulteert uit een vermindering bij de volwassen runderen en een toename bij de kalveren. De prijs van vleeskalveren kende een positieve evolutie, terwijl deze van de volwassen runderen daalde.

4


Een stijging van de eierprijzen in 2007, na de slechte prijsvorming van de afgelopen jaren, zorgt voor een toename van de productiewaarde met 10,6%. De eierproductie is wel gevoelig gekrompen. De eiersector herstelde van een crisis die te wijten was aan het vogelgriepvirus en een overproductie in de Europese Unie. In 2007 daalt het Europese aanbod en is het verbruik gestegen, waardoor de prijs omhoog ging. Pluimveevlees noteert een waardestijging (+19,9%) door hogere prijzen die de daling van het productievolume compenseren. Na de uitbraken van vogelgriep in 2006 in diverse Europese landen was de consumptie in Europa gevoelig gedaald. In Noordwest-Europa stapten veel consumenten over op het eten van varkens- of rundvlees. Ook daalde de export van pluimveevlees naar landen buiten de Europese Unie, omdat zij hun grenzen voor Europees pluimveevlees sloten uit angst voor het vogelgriepvirus. De prijzen van pluimvee kelderden daardoor in 2006. Door het uitblijven van nieuwe uitbraken herstelde het consumentenvertrouwen opnieuw en kwam de export buiten de Europese Unie opnieuw op gang, met een positieve prijsevolutie als gevolg.

5


2. Intermediair verbruik De waarde van het intermediair verbruik wordt geschat op 3.316 miljoen euro of een toename met ongeveer 9% ten opzichte van 2006. Net zoals de eindproductie wordt in 2007 de hoogste waarde opgetekend van de beschouwde periode (figuur 5). Figuur 5: Evolutie van het intermediair verbruik, miljoen euro, 2000-2007 4.000 3.000

2.000 1.000 0 2000

2001

2002

Veevoeders

2003

2004

Meststoffen

2005

Energie

2006

2007

Overige

Bron: afdeling Monitoring en Studie

Opvallend in 2007 is de sterke stijging van de veevoederprijzen. De veevoeders maken 48% uit van het totale bedrag. De forse stijging van de veevoederprijzen was o.a. een gevolg van de positieve prijstendens op de graanmarkten. Ook de energieprijzen stegen verder in 2007. Mede als gevolg hiervan en door een toenemende vraag van kunstmeststoffen vanuit landen buiten Europa stegen ook de meststofprijzen.

6


3. Netto toegevoegde waarde Uit de respectieve ontwikkelingen van de waarde van de eindproductie en van het intermediair verbruik en rekening houdend met de afschrijvingen en de netto subsidies wordt de netto toegevoegde waarde geraamd op 1.446 miljoen euro of een vermindering met 1,3% ten opzichte van 2006 (figuur 6). De netto toegevoegde waarde vertegenwoordigt het globale inkomen van de land- en tuinbouwactiviteit en omvat de vergoeding voor grond, kapitaal en arbeid. Figuur 6: Evolutie van de netto toegevoegde waarde (NTW) en de netto toegevoegde waarde per arbeidseenheid (NTW/AE), 2000-2007

NTW (miljoen euro)

1.500 30.000 1.400 25.000 1.300 1.200

NTW/AE (euro)

35.000

1.600

20.000 2000

2001

2002

2003 NTW

2004

2005

2006

2007

NTW/AE

Bron: afdeling Monitoring en Studie

De afschrijvingen nemen toe ten gevolge van de toegenomen investeringen en door een verhoging van de vervangingswaarde. De netto subsidies verhogen o.a. door de bijkomende steun voor suiker en hogere investeringssteun. Het aantal arbeidseenheden, uitgedrukt in aantal personen van 20 tot 65 jaar die voltijds op een landbouwbedrijf werkzaam zijn, is sterk gedaald (-2,7%), zodat de netto toegevoegde waarde per arbeidseenheid met 1,5% stijgt tot 32.464 euro. Dit is de stijging in nominale waarde. In reĂŤle termen noteert men een lichte daling (-0,4%).

7


BIJLAGEN

8


Bijlage 1: Productierekening van de Vlaamse land- en tuinbouw, miljoen euro, 2000-2007 2000 2001 2002 2003 2004 2005 4.689 4.811 4.527 4.600 4.481 4.493 EINDPRODUCTIE • AKKERBOUWPRODUCTEN 386 473 418 467 434 413 Granen 64 49 56 78 70 69 Aardappelen 172 272 205 218 186 191 Suikerbieten 107 113 113 119 113 96 • TUINBOUWPRODUCTEN 1.389 1.359 1.389 1.506 1.341 1.449 -GROENTEN : 692 708 683 740 570 577 beschutte teelt 381 391 381 434 307 335 in open lucht 311 318 301 306 263 243 -FRUIT : 287 268 297 328 303 345 Appelen 109 94 102 104 87 98 Peren 75 73 84 92 104 133 -NIET-EETBARE PRODUCTEN 410 383 409 437 467 526 • VEETEELTPRODUCTEN 2.913 2.979 2.720 2.627 2.706 2.632 -DIEREN : 2.202 2.234 2.030 1.915 2.048 2.002 Runderen 546 339 449 493 496 491 Varkens 1.386 1.599 1.314 1.168 1.299 1.255 Gevogelte 241 273 244 234 232 231 -DIERLIJKE PRODUCTEN : 711 744 691 712 658 629 Melk- en melkderivaten 573 612 562 553 544 519 Eieren 138 132 129 159 114 110 2.945 3.020 2.914 2.890 2.912 2.964 INTERMEDIAIRE CONSUMPTIE : Veevoeders en stro 1.477 1.531 1.431 1.396 1.409 1.362 Meststoffen-Grondverbeteringsmiddelen 136 123 127 126 127 129 Energie en smeermiddelen 327 339 308 315 322 380 1.744 1.791 1.614 1.710 1.569 1.529 BRUTO TOEGEVOEGDE WAARDE TEGEN MARKTPRIJZEN 402 417 420 426 430 436 Afschrijvingen 176 178 189 196 201 240 Subsidies -taksen 1.518 1.553 1.383 1.481 1.341 1.333 NETTO TOEGEVOEGDE WAARDE TEGEN FACTORKOSTEN 51.849 50.753 50.509 49.181 48.664 47.384 Aantal arbeidseenheden 29.272 30.593 27.372 30.110 27.549 28.135 NETTO TOEGEVOEGDE WAARDE PER ARBEIDSEENHEDEN (euro)

2006 (*) 4.682 432 93 203 71 1.532 657 358 300 350 123 113 524 2.718 2.072 566 1.280 207 646 515 131 3.050 1.400 144 406 1.632 446 279 1.464 45.769 31.997

2007 (*) 4.934 506 142 217 58 1.560 631 347 284 397 136 136 532 2.868 2.065 576 1.221 248 803 658 145 3.316 1.596 151 428 1.618 462 289 1.446 44.537 32.464

(*): voorlopige cijfers

Bron: afdeling Monitoring en Studie

9


BIJLAGE 2. DEFINITIES EN CONCEPTEN VAN DE PRODUCTIEREKENING

1. ALGEMENE DEFINITIES EN CONCEPTEN - Productierekening In de productierekening worden de transacties met betrekking tot het productieproces geregistreerd. Samengevat zijn de productieoperaties deze welke leiden tot de vorming van de bruto en netto toegevoegde waarde. De netto toegevoegde waarde tegen factorkosten wordt als volgt gedefinieerd: Eindproductiewaarde - Intermediair verbruik ----------------------------------------------------------------= Bruto toegevoegde waarde tegen marktprijzen - Afschrijvingen + Subsidies - Indirecte belastingen -----------------------------------------------------------------= Netto toegevoegde waarde tegen factorkosten

- Referentieperiode Voor de dierlijke producten is dit het burgerlijk jaar, voor de plantaardige het oogstjaar.

- Regionale hoeve De rekeningen worden opgesteld alsof er slechts één landbouwuitbating bestaat voor heel Vlaanderen. Men boekt dus de in- en output van deze uitbating. Uit dit principe volgt dat de transacties die rechtstreeks plaatsvinden tussen de eenheden die deel uitmaken van de regionale hoeve, niet in rekening worden gebracht.

- Netto eindproductie en intermediair verbruik De rekeningen worden opgesteld met de begrippen netto eindproductiewaarde en netto intermediair verbruik, die het aandeel van de diverse regio’s in de nationale eindproductiewaarde en intermediair verbruik weergeven.

2. INHOUD VAN DE VERSCHILLENDE POSTEN - Eindproductie De eindproductiewaarde omvat de waarde van: • het gedeelte van de productie dat buiten de regionale hoeve verkocht wordt;

10


• het gedeelte van de productie dat verbruikt wordt door de landbouwer en zijn gezin (autoconsumptie); • de inventarisverandering. - Intermediair verbruik Het intermediair verbruik is de waarde van de goederen en diensten aangekocht van buiten de landbouw die bijdragen aan de productie van het beschouwde jaar. Het bevat geen uitgaven waarvan het gebruik verdeeld is over verschillende jaren.

- Afschrijvingen De afschrijvingen geven aan met hoeveel het ingezette vaste kapitaal in de loop van de beschouwde periode door technische slijtage of economische veroudering in waarde verminderen. Zij worden berekend op de vervangingswaarde.

- Subsidies en taksen De subsidies zijn betalingen die de publieke instanties aan de producenten van verhandelbare goederen en diensten uitkeren en die het inkomen rechtstreeks beĂŻnvloeden. De intrestsubsidies, toegekend in het kader van de investeringssteun, worden niet opgenomen in deze rubriek. Onder taksen worden de door publiekrechtelijke organismen opgelegde betalingen aan de producenten geregistreerd. Deze belastingen hebben betrekking op producten of het gebruik van bepaalde productiefactoren. Bij conventie worden de rekeningen exclusief belasting over toegevoegde waarde opgesteld.

- Arbeidseenheden (A.E.) Een arbeidseenheid vertegenwoordigt een persoon van 20 tot 65 jaar die voltijds op het landbouwbedrijf werkzaam is.

11


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Productierekening_Vlaamse_land_tuinbouw_2006_2007.pdf by Vlaanderen-be - Issuu