Uitspraak beroepsinstantie OVB/2017/50
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie afdeling openbaarheid van bestuur Boudewijnlaan 30 bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 F : 02 553 57 02 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2017/50
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Gelet op het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie; Gelet op het oorspronkelijke verzoek d.d. 20 februari 2017 van xxx gericht aan de gemeente Kuurne, om een afschrift te krijgen van het inrichtingsplan dat Leiedal heeft opgemaakt voor de gronden van Agimex tussen Rijksweg en Koning Boudewijnstraat; Gelet op de weigeringsbeslissing d.d. 22 februari 2017 van de gemeente Kuurne; Gelet op het beroepschrift d.d. 24 februari 2017, ingediend door xxx; Gelet op de registratie van het beroepschrift op 28 februari 2017;
Wat de ontvankelijkheid betreft: Overwegende dat het oorspronkelijk verzoek van xxx aan de gemeente Kuurne dateert van 20 februari 2017; dat de in beroep aangevochten beslissing dateert van 22 februari 2017; dat in deze beslissing de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel 35 van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur, werden vermeld; dat het beroepschrift de datum draagt van 24 februari 2017; Overwegende dat daaruit volgt dat het beroep binnen de in artikel 22, lid 2 van het decreet van 26 maart 2004 gestelde termijn van 30 dagen is ingediend;
www.vlaanderen.be
Overwegende dat het beroepschrift bijgevolg ontvankelijk is;
Wat de gegrondheid betreft: Overwegende dat overeenkomstig artikel 7, tweede lid van het decreet van 26 maart 2004 het recht op passieve openbaarheid betrekking heeft op bestuursdocumenten; dat op grond van deze bepaling elke instantie in principe verplicht is aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten; Overwegende dat de openbaarmaking slechts kan geweigerd worden, mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen 11 tot en met 15 van voormeld decreet; Overwegende dat het oorspronkelijke verzoek d.d. 20 februari 2017 van xxx gericht was op het verkrijgen van een afschrift van het inrichtingsplan dat Leiedal heeft opgemaakt voor de gronden van Agimex tussen Rijksweg en Koning Boudewijnstraat; Overwegende dat de gemeente Kuurne bij beslissing van 22 februari 2017 deze aanvraag heeft afgewezen en daarbij heeft gesteld dat het gevraagde inrichtingsplan, opgemaakt door Leiedal, een schets in ontwerpfase betreft, en dus niet als definitief document kan beschouwd worden; dat de gemeente eraan toevoegt dat het ontwerp bovendien nog niet is goedgekeurd en dat een instantie een aanvraag mag afwijzen, als ze betrekking heeft op bestuursdocumenten die nog niet af of onvolledig zijn; dat de gemeente hierbij dus duidelijk de uitzonderingsgrond van artikel 11, 2° van het openbaarheidsdecreet voor ogen heeft; Overwegende dat beroeper in het thans voorliggende beroepschrift aanhaalt dat het om een document zou gaan dat verband houdt met de mogelijke ontwikkeling van een gebied gelegen te Kuurne, dat sedert de opmaak van het voorstel tot afbakening van het regionaalstedelijk gebied Kortrijk in 2001 een statuut van grenszone zou hebben; dat het aan de gemeente Kuurne zou zijn om een concrete invulling te geven betreffende de mogelijke ontwikkelingen in dat gebied; dat het inrichtingsplan dat door Leiedal zou zijn opgemaakt, een mogelijk antwoord zou kunnen bieden op de vragen inzake de mogelijke ontwikkeling van het gebied; dat beroeper vervolgt dat “dat gezien de gemeente sedertdien geen andere voorstellen heeft laten opmaken, dit document wel degelijk als volledig [kan] worden beschouwd”; Overwegende dat de beroepsinstantie, om met kennis van zaken over het actuele beroep te kunnen oordelen, de gemeente Kuurne op 28 februari 2017 heeft gevraagd om nadere toelichting te verstrekken betreffende haar weigeringsbeslissing van 22 februari 2017; dat de gemeente op 13 maart 2017 de gevraagde toelichting aan de beroepsinstantie heeft overgemaakt; dat de gemeente haar eerder standpunt (weigering) heeft bevestigd; Overwegende de gemeente stelt dat het document dat wordt opgevraagd (startnota Ruimtelijk Uitvoeringsplan 4-1 Rijksweg) werd opgemaakt door de Intercommunale Leiedal, in opdracht van het
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/openbaarheid
uitspraak beroepsinstantie OVB/2017/50
pagina 2 van 7
gemeentebestuur; dat het document dateert van februari 2009; dat dit document nooit aan enig orgaan ter goedkeuring werd voorgelegd, doch slechts een opstartdocument is, afkomstig van de intercommunale Leiedal; dat het geen visie van het gemeentebestuur bevat; dat de gemeente vervolgt dat het document nooit werd aangevuld of bijgestuurd, maar dat het enkel het voorwerp heeft uitgemaakt van een toelichting door de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar op het schepencollege van 17 maart 2009; dat uit de latere ontwikkelingen van dit dossier blijkt dat de procedure van het betrokken gemeentelijk RUP on hold werd gezet; Overwegende dat de beroepsinstantie zich thans moet uitspreken over de vraag of het betrokken document inderdaad, zoals de gemeente stelt, een onafgewerkt document betreft, en of er nog eventuele andere uitzonderingsgronden van toepassing zijn; Overwegende dat het door de gemeente Kuurne ingeroepen artikel 11, 2° van het openbaarheidsdecreet stipuleert dat een instantie een aanvraag mag afwijzen als de aanvraag betrekking heeft op bestuursdocumenten die niet af of onvolledig zijn; dat in de weigeringsbeslissing werd aangegeven dat er betreffende het gevraagde document nog geen principiële goedkeuring is geweest; Overwegende dat moet worden vastgesteld dat er, in tegenstelling tot wat er vroeger was voorzien in het eerdere decreet inzake openbaarheid van bestuur van 18 mei 1999, in het huidige openbaarheidsdecreet geen uitzonderingsgrond fungeert op grond waarvan de openbaarmaking van een welbepaald document zou kunnen worden geweigerd zolang er geen eindbeslissing in het globale dossier is genomen; Overwegende echter dat eveneens moet worden geconstateerd dat de openbaarheidsreglementering ook de nodige waarborgen biedt voor een vlot en evenwichtig verloop van een besluitvormingsproces over beleidsvoornemens; dat het bij de besluitvorming, zeker bij complexe en soms gevoelige materies, dikwijls een lange zoektocht is op weg naar het bereiken van een consensus; dat daarbij moet vermeden worden dat het bereiken van dergelijke consensus al te zeer wordt bemoeilijkt of dat politieke discussies volkomen worden lamgelegd; Overwegende dat dergelijke besluitvorming zeker wordt gehinderd wanneer een instantie bepaalde bestuursdocumenten waaraan nog volop wordt gewerkt, al openbaar zou moeten maken; dat het precies in dat licht moet worden gezien dat de uitzonderingsgrond van artikel 11, 2° in het openbaarheidsdecreet werd opgenomen, waardoor het besluitvormingsproces op bepaalde ogenblikken moet worden afgeschermd van de openbaarheid; Overwegende dat de beroepsinstantie van oordeel is dat het ogenblik waarop een document als “af” kan worden bestempeld kan verschillen van geval tot geval; dat daarbij zeer zeker een onderscheid moet worden gemaakt tussen documenten die worden opgesteld in het kader van een formele besluitvormingsprocedure en andere documenten; Overwegende dat in de memorie van toelichting bij voormeld decreetartikel, het volgende kan gelezen worden: “Het ogenblik waarop een document als "af" kan beschouwd worden verschilt van document tot
document. Zo moet een onderscheid gemaakt worden tussen documenten die worden gemaakt in het
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/openbaarheid
uitspraak beroepsinstantie OVB/2017/50
pagina 3 van 7
kader van een besluitvormingsprocedure en andere documenten. Documenten ter voorbereiding van een besluitvormingsprocedure zijn pas af indien ze een definitieve status hebben verkregen, dit wil zeggen indien ze ondertekend zijn door de persoon die in het kader van deze procedure bevoegd is. Dit betekent geenszins dat er een eindbeslissing in de procedure zou moeten genomen zijn. Ook tussentijdse rapporten, adviezen en nota's zijn openbaar, nog voor de eindbeslissing is gevallen, voor zover ze definitief af zijn, dit wil zeggen ondertekend door de bevoegde persoon, zelfs al zijn deze documenten vatbaar voor wijziging of herziening ten gevolge van nieuwe factoren en elementen.” Overwegende dat de beroepsinstantie vaststelt dat de betrokken startnota, voorwerp van het beroep, kadert binnen een officiële besluitvormingsprocedure, nl. de procedure tot opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan; dat een dergelijk plan wordt opgemaakt conform de artikelen 2.2.13 tot en met 2.2.18 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (zie VCRO); dat de opgevraagde startnota overigens zelf melding maakt van de officiële stappen van de procedure tot opmaak van een RUP, zijnde de plenaire vergadering, het voorontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, de voorlopige vaststelling van ontwerp gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan in de gemeenteraad, het openbaar onderzoek van het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, het advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (GECORO), de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan in de gemeenteraad, en de definitieve goedkeuring van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan; Overwegende echter dat de startnota op zich geen formele procedurestap behelst, doch enkel een eerste opstart is tot opmaak van het ruimtelijk uitvoeringsplan, voorafgaand aan de plenaire vergadering over het voorontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan, zijnde de eerste officiële procedurestap; dat dit betekent dat de gevraagde startnota principieel voor openbaarmaking in aanmerking komt indien er niets meer aan dient veranderd te worden, wat niet uitsluit dat wijzigingen achteraf mogelijk zijn ten gevolge van nieuwe omstandigheden; dat de betrokken startnota in die zin beschouwd moet worden als een afgewerkt bestuursdocument, met dien verstande dat de inhoud ervan niet werd goedgekeurd en zeker niet als definitief kan beschouwd worden; dat het document niet meer is dan een startnota, maar ook niet minder, en als startnota wel een afgewerkt bestuursdocument is; dat het de gemeente uiteraard vrijstaat een duiding in die zin toe te voegen bij de openbaarmaking van het document; dat de afgewerkte status (als startnota) ook blijkt uit het feit dat de nota het voorwerp heeft uitgemaakt van een toelichting door de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar op het schepencollege van 17 maart 2009; dat het beroep in die mate bijgevolg gegrond is, behoudens de toepassing van andere uitzonderingsgronden; dat de beroepsinstantie dit verder onderzoekt; Overwegende dat de beroepsinstantie vaststelt dat de betrokken startnota een document is van 34 bladzijden, bevattende gegevens over: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Situering; Feitelijke toestand; Juridische toestand; Planningscontext; Onderzoek lokale bedrijvigheid; De gewenste ruimtelijke structuur;
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/openbaarheid
uitspraak beroepsinstantie OVB/2017/50
pagina 4 van 7
7.
Technische screening;
Overwegende dat de startnota ook een Figurenindex bevat, met in totaal 33 figuren: figuur figuur figuur figuur figuur figuur figuur figuur figuur figuur figuur figuur figuur figuur figuur figuur figuur figuur figuur figuur figuur figuur figuur figuur figuur figuur figuur figuur figuur figuur figuur figuur figuur
01: 02: 03: 04: 05: 06: 07: 08: 09: 10: 11: 12: 13: 14: 15: 16: 17: 18: 19: 20: 21: 22: 23: 24: 25: 26: 27: 28: 29: 30: 31: 32: 33:
Situering Orthofoto Fotoreportage Feitelijke toestand Gewestplan RUP’s en BPA’s Afbakening van het regionaalstedelijk gebied Kortrijk Atlas der buurtwegen Verkavelingen GRS Aanbod aan bedrijventerreinen Inventaris zonevreemde bedrijven Inventaris onbebouwde terreinen binnen het stedelijk gebied Inventaris onbebouwde terreinen binnen het stedelijk gebied - opties GRS Inventaris onbebouwde terreinen binnen het stedelijk gebied - opties ASK Inventaris onbebouwde terreinen binnen het stedelijk gebied - verkavelingen Inventaris onbebouwde terreinen binnen het stedelijk gebied - restpercelen Inventaris onbebouwde terreinen binnen het stedelijk gebied - Saldo Categorisering van zonevreemde bedrijven Leegstaande bedrijfsgebouwen Inventaris van restpercelen in het bedrijventerrein Kortrijk-Noord- grondgebied Kuurne Concept scenario 1 Concept scenario 2 Bestaand bebouwingspatroon De gewenste ruimtelijke groenstructuur De gewenste ruimtelijke bebouwingsstructuur De gewenste ruimtelijke structuur van functies De gewenste ruimtelijke structuur van ontsluiting De gewenste ruimtelijke structuur Waterhoofdstuk Buurtwegentoets Plan-merscreening Verordenend plan
Overwegende dat de gemeente geen andere uitzonderingsgronden heeft opgeworpen; dat de beroepsinstantie vaststelt dat toch de volgende bepalingen nog van belang zijn bij de beoordeling van dit beroep:
Artikel 13, 2° in combinatie met artikel 9 van het openbaarheidsdecreet (persoonlijke levenssfeer): Overwegende dat de familienamen van de eigenaars van de restterreinen in het industriegebied van Kuurne worden weergegeven in de tabel ‘Overzicht van de restterreinen in het industriegebied van Kuurne’ op bladzijde 24 van de nota; dat deze namen, behalve wat betreft de naam vermeld onder volgnummer 29 van de tabel (geen natuurlijke persoon), behoren tot de persoonlijke levenssfeer van de vermelde natuurlijke personen; dat artikel 13, 2° decreet openbaarheid stelt dat een verzoek tot openbaarmaking moet worden afgewezen indien de openbaarmaking afbreuk zou doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer; Overwegende dat, hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, de in artikel 13,2° bedoelde uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/openbaarheid
uitspraak beroepsinstantie OVB/2017/50
pagina 5 van 7
vertoont; dat de decreetgever weliswaar van oordeel was dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar er desondanks op wijst dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2002-2003, nr. 1732/1, blz.25); Overwegende dat de beroepsinstantie vaststelt dat het volledig vrijgeven van de tabel op bladzijde 24 van de startnota voor gevolg zou hebben dat de beroeper kennis kan nemen van de namen van de betrokkenen, die onmiskenbaar vallen onder de privacywetgeving; dat het vrijgeven van die informatie een inbreuk zou uitmaken op het privéleven van de betrokkenen; Overwegende dat artikel 13, 2° echter wel de mogelijkheid laat dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken personen; dat het decreet eveneens voorziet dat de beroepsinstantie de betrokkenen hiervoor contacteert; dat de beroepsinstantie echter moet vaststellen dat dit in dit geval onmogelijk is gebleken, wegens het ontbreken van actuele en direct bruikbare contactgegevens van de betrokkenen; Overwegende dat de beroepsinstantie van oordeel is dat het wel mogelijk is om met toepassing van artikel 9 van het decreet het bestuursdocument gedeeltelijk openbaar te maken door de namen weg te laten of te doorstrepen (behalve voor volgnummer 29 van de tabel op bladzijde 24); dat het beroep voor wat betreft dit onderdeel bijgevolg gedeeltelijk gegrond is;
Artikel XI.165 en volgende van het Wetboek van economisch recht (auteursrechten): Overwegende dat de beroepsinstantie verder vaststelt dat een aantal van de figuren die deel uitmaken van de startnota vallen onder de auteursrechtelijke bescherming; dat deze nota immers, naast een veelheid aan figuren die ofwel reeds eerder werden gepubliceerd, ofwel een loutere vaststelling zijn van een bestaande toestand, ook figuren bevat die als nieuw en origineel te beschouwen zijn; dat het gaat om de figuren met nummers 22, 23, en 25 tot en met 29; Overwegende dat in het openbaarheidsdecreet de bescherming van het auteursrecht niet als uitzondering voorkomt; dat de intellectuele eigendom volgens artikel 6, §1, VI, lid 5, 7° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, een federale aangelegenheid is; dat het ontbreken van regels op het vlak van de bescherming van intellectuele rechten, waaronder het auteursrecht, een gevolg is van de onbevoegdheid van de decreetgever; dat het openbaarheidsdecreet de federale regelgeving betreffende intellectuele rechten onverlet laat en instanties er niet van ontslaat die regelgeving te eerbiedigen bij het nemen van beslissingen over aanvragen tot openbaarmaking; Overwegende dat uit artikel XI.165 en volgende van het Wetboek van economisch recht, volgt dat het recht om een werk van letterkunde of kunst te reproduceren op welke wijze en in welke vorm ook, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, volledig of gedeeltelijk, uitsluitend is voorbehouden aan de auteur; dat een werk de bescherming geniet van het auteursrecht als het van oorspronkelijkheid getuigt, wat inhoudt dat het werk de persoonlijke stempel draagt van de maker; dat de bescherming van rechtswege ontstaat;
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/openbaarheid
uitspraak beroepsinstantie OVB/2017/50
pagina 6 van 7
Overwegende dat de figuren met nummers 22, 23 en 25 tot en met 29 uit de startnota het vereiste individuele karakter vertonen om door het auteursrecht te worden beschermd; dat de overhandiging van een afschrift zonder toestemming van het architectenbureau een schending inhoudt van het auteursrecht, behoudens de in het bovenvermeld wetboek vermelde uitzonderingen; dat in casu geen dergelijke uitzonderingsgronden van toepassing kunnen worden geacht op de kwestieuze inventaris; dat in het openbaarheidsdecreet bovendien geen bepaling figureert die een instantie verplicht de auteursrechthebbende te vragen of en onder welke voorwaarden een aanvrager een afschrift van een auteursrecht overhandigd mag worden; dat het beroep bijgevolg ongegrond moet worden verklaard; Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift d.d. 24 februari 2017 van xxx, gericht tegen de weigeringsbeslissing d.d. 22 februari 2017 van de gemeente Kuurne wordt als ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond beschouwd. Bijgevolg dient de gemeente Kuurne een afschrift van het gevraagde document beschikbaar te stellen aan xxx, met dien verstande: -
dat de familienamen van de eigenaars van de restterreinen, vermeld in de tabel ‘Overzicht van de restterreinen in het industriegebied van Kuurne’ op bladzijde 24 van de nota, dienen weggelaten te worden, met uitzondering voor de naam vermeld onder volgnummer 29 van de tabel, die geen natuurlijke persoon is en dus wel openbaar mag worden gemaakt;
-
dat de figuren 22, 23 en 25 tot en met 29 enkel ter inzage worden gelegd, zonder dat er een afschrift mag worden van verleend.
Brussel, 28 maart 2017 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/openbaarheid
uitspraak beroepsinstantie OVB/2017/50
pagina 7 van 7