ADVIES 27 januari 2022
Meer garanties voor kwalitatieve instelling voor bewaken van mensenrechten Advies over het voorontwerp van decreet tot oprichting van een Vlaams Mensenrechteninstituut (VMRI)
Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be
Wijs beleid door overleg
Advies op vraag van Bart Somers, viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen op 24 december 2021 Uitgebracht door de Algemene Raad op 27 januari 2022 met eenparigheid van stemmen Voorbereiding: commissie Diversiteit en Gelijke Onderwijskansen op 13 januari 2022 onder voorzitterschap van Kaat Delrue Dossierbeheerder: Marleen Colpin
Inhoud 1
Situering .................................................................................................................................... 2
2
Garanties voor expertise en bevoegdheden van Unia .............................................................. 2
3
2.1
Waardering voor samenwerking onderwijs-Unia ............................................................... 2
2.2
Belang van afdwingbaarheid mensenrechten ................................................................... 3
Garanties voor transparantie mensenrechtenlandschap en behoud van eigen orgaan voor kinderrechten ............................................................................................................................ 3 3.1
Versnippering mensenrechtenlandschap.......................................................................... 3
3.2
Eigen toegang voor kinderen en jongeren ......................................................................... 4
4
Garanties voor evenwicht in bewaken van alle mensenrechten .............................................. 4
5
Garanties voor onafhankelijkheid ............................................................................................. 4
6
Garanties op continuïteit........................................................................................................... 4
7
Kansen ...................................................................................................................................... 4
1
vlor.be
1 Situering In haar regeerakkoord heeft de Vlaamse Regering bepaald dat ze de samenwerking met Unia, het Interfederaal Gelijkekansencentrum, zal stoppen. Ter vervanging daarvan zal een eigen Vlaams Mensenrechteninstituut worden opgericht.1 Op uiterlijk 15 maart 2023 moet de uitstap een feit zijn en dat na de formele opzeg van het lopende samenwerkingsakkoord tegen uiterlijk 15 september 2022. Wil het zijn Europeesrechtelijke verplichtingen nakomen, moet Vlaanderen voor 15 maart 2023 een eigen mechanisme in de steigers zetten. Op 16 juli 2021 keurde de Vlaamse Regering een conceptnota goed met de basisarchitectuur van een Vlaams Mensenrechteninstituut. Daarin is bepaald dat Vlaanderen een onafhankelijk mensenrechteninstituut zal oprichten dat zich binnen eigen bevoegdheden, krachtig en ambitieus zal organiseren op het promoten van mensenrechten in het algemeen en het bestrijden van discriminatie in het bijzonder. Op 17 december 2021 hechtte de Vlaamse Regering dan haar principiële goedkeuring aan het voorontwerp van decreet tot oprichting van een Vlaams Mensenrechteninstituut (VMRI). De Vlor doet met dit advies geen uitspraak over de opportuniteit van de oprichting van het VMRI, maar spreekt zijn bezorgdheden uit bij de uitwerking van het voorontwerp van decreet.
2 Garanties voor expertise en bevoegdheden van Unia 2.1 Waardering voor samenwerking onderwijs-Unia Hoewel de voorbije jaren de verschillende rollen van Unia (preventie en sensibilisering, klachtenbehandeling, bemiddeling, belangenbehartiging) in de praktijk wel eens door elkaar dreigden te lopen, wenst de Vlor eerst en vooral te benadrukken dat het onderwijsveld de huidige samenwerking met Unia waardeert. Zowel rond de tafel van de Vlor als met de afzonderlijke organisaties in onderwijs is er de voorbije jaren intens en constructief overleg gepleegd en gewerkt aan optimalisering van de samenwerking. De deskundigheid en ervaring van Unia worden gewaardeerd door het onderwijsveld. Dat mag niet verloren gaan. Het voorontwerp van decreet biedt ons echter onvoldoende garanties dat het nieuwe Vlaamse instituut een betere expertise en dienstverlenging zal garanderen voor afhandeling van meldingen, preventie van structurele discriminatie en de afdwingbaarheid van non-discriminatie. We vragen om meer garanties te voorzien voor de uitbouw van een kwalitatieve instelling voor het bewaken van de mensenrechten in het onderwijs in Vlaanderen en het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. De vooropgestelde uitstap van Vlaanderen uit Unia roept dus veel bezorgheden op, al zien we ook enkele kansen. De impact van de transitie is alleszins niet te onderschatten en zal van alle partners veel energie vragen. Dat wordt duidelijk in het vervolg van dit advies.
1
‘De samenwerking met Unia stopt op het einde van de lopende samenwerkingsovereenkomst en wordt vervangen door een eigen Vlaams gelijkekansencentrum, dat werkt op basis van de anti-discriminatiewetgeving en dat de opdrachten van Unia en de genderkamer van de Vlaamse ombudsdienst bundelt. Dit gelijkekansencentrum schakelt zich in in een interfederaal mensenrechtenmechanisme conform de principes van Parijs om een Astatus te behalen.’
2
vlor.be
2.2 Belang van afdwingbaarheid mensenrechten De Vlaamse burger verliest met de uitstap uit Unia de mogelijkheid op bijstand bij de juridische procedure door Unia als bemiddeling geen oplossing biedt. Het VMRI zal zich ook niet burgerlijke partij kunnen stellen, wat Unia wel kan. Dat kan leiden tot een verlies in rechtstoegang en rechtsbescherming. Het advies van de geschillenkamer die zal optreden als bemiddeling geen oplossing biedt, is immers niet bindend. Dat er nu een mogelijkheid is om mensenrechten zo nodig via de rechtbank af te dwingen, blijkt in de praktijk soms een belangrijke hefboom te zijn om de bemiddeling alle kansen te geven. Een niet-bindend advies kan leiden tot vrijblijvendheid en dus een gebrek aan slagkracht. De ervaring leert dat dat een slecht signaal is ten aanzien van de overgrote meerderheid van de burgers die de rechten wel respecteren. De mogelijkheid op bijstand bij een juridische procedure is, zeker voor de meest kwetsbaren in onze samenleving, geen overbodige luxe. Andere organisaties verliezen met de uitstap uit Unia een instantie waarnaar ze mensen kunnen doorverwijzen voor die bijstand.
3 Garanties voor transparantie mensenrechtenlandschap en behoud van eigen orgaan voor kinderrechten 3.1 Versnippering mensenrechtenlandschap Wat ook de bedoeling van de Vlaamse Regering zij, er wordt een extra organisatie toegevoegd aan het mensenrechtenlandschap in België. Onderwijs is een Vlaamse bevoegdheid en dus zal men zich met klachten over en vanuit onderwijs in Vlaanderen en het Nederlandstalig onderwijs in Brussel veelal tot het VMRI moeten wenden. Maar dat geldt niet voor andere materies die tot de bevoegdheid van de federale overheid behoren en die nog steeds door Unia behandeld zullen worden. Dat zal tot verwarring leiden. We vragen ons dan ook af of iedereen zijn weg nog zal vinden naar het juiste orgaan. Een toegankelijkere en sprekendere benaming - in de plaats van VMRI – kan daar alleszins tot bijdragen. Maar de Vlor wil zeker geen inkanteling van de bestaande sectorale mensenrechteninstituten zoals het Kinderrechtencommissariaat en het Vlaams Vredesinstituut, waarmee Onderwijs een structurele en gewaarde samenwerking heeft. Besparingsoverwegingen mogen in geen geval tot verschraling leiden. Het is belangrijk om de bevoegdheden van alle instellingen duidelijk uit te klaren en overlap te vermijden. En alle instellingen moeten vertrekken van een gemeenschappelijke interpretatie van de mensenrechten en de antidiscriminatiewetgeving. Er wordt een eenheidsloket gesuggereerd om burgers zo snel en efficiënt mogelijk door te verwijzen naar het juiste orgaan. Dat kan een meerwaarde vormen voor volwassenen, maar het is niet verder uitgewerkt hoe dat vorm zal krijgen. Wat gaat er bijvoorbeeld gebeuren met de lokale meldpunten discriminatie die in veel gevallen sterk ingezet hebben op bekendmaking en vertrouwen?
3
vlor.be
3.2 Eigen toegang voor kinderen en jongeren Voor kinderen en jongeren is het eenheidsloket geen goede piste. Zij hebben een eigen laagdrempelig en herkenbaar aanspreekpunt nodig. Dat is nu voorzien bij het Kinderrechtencommissariaat. De expertise en het budget daarvoor moeten gevrijwaard blijven. Uit de ervaringen in Frankrijk met de inkanteling van het instituut voor kinderrechten leren we dat de kinderrechten daar minder zichtbaar en dus ook minder verdedigd worden. De Scandinavische landen daarentegen, hebben er in een gelijkaardige oefening voor gekozen een eigen ombudsdienst voor kinderen te behouden. Laten we dat als voorbeeld nemen.
4 Garanties voor evenwicht in bewaken van alle mensenrechten De Vlor is bezorgd over de bepaling dat het VMRI zich niet noodzakelijk in dezelfde mate met alle mensenrechten moet bezighouden en daarin zelf prioriteiten kan bepalen. Hoe moeten we dat inschatten voor onderwijs? Bestaande hiaten in het mensenrechtenlandschap in België, zoals discriminatie op basis van taal, worden niet opgevangen via het VMRI. Ook in onderwijsmateries is kennis van het Nederlands vaak een criterium. Bij de oprichting van een nieuw instituut moet dat hiaat dan ook opgevangen worden.
5 Garanties voor onafhankelijkheid De Vlor is heel bezorgd over de onafhankelijkheid van de Raad van Bestuur en de geschillenkamer. Er mag geen enkele politieke druk uitgeoefend worden bij de samenstelling en beslissingen van die organen, want dat kan een bedreiging vormen voor (verworven) mensenrechten. We verwachten ook dat er in de organen voldoende kennis van en affiniteit met het onderwijs gegarandeerd wordt.
6 Garanties op continuïteit Het tijdspad voor de oprichting van het VMRI en de uitstap is erg krap. We lezen bovendien in het voorontwerp van decreet niets over een uitstap- of overgangsregeling. We vragen maximale garanties op continuïteit. Hoe dan ook zal er een impact zijn voor individuele burgers en alle organisaties die mensen doorverwijzen voor klachten inzake mensenrechten. Die impact moet zo beperkt mogelijk zijn, aangezien al die organisaties ook onder druk staan.
7 Kansen De verschillende rollen van Unia, als bemiddelaar of belangenbehartiger, zijn in de praktijk niet altijd makkelijk te hanteren door alle betrokken partijen. Een nieuw instituut kan de rollen duidelijker uitklaren.
4
vlor.be
De vooropgestelde samenwerking met onderzoeksinstellingen en universiteiten kan garantie bieden op expertise. De – weliswaar verplichte – onderzoekscomponent is positief, maar daar moet dan ook voldoende budget tegenover staan.
5
vlor.be