Vlaanderen is materiaalbewust
’14
Activiteiten overzicht
www.ovam.be
INHOUD
Colofon
HOOFDREDACTEUR EN VERANTWOORDELIJKE UITGEVER: Jan Verheyen REDACTIERAAD: Lise Belmans, Patriek Casier, Sofie De Keyser, Els Gommeren, Willy Sarlee, Els Van Camp, Anne Vandeputte, Caroline Van Gool
Interview met administrateur-generaal Henny De Baets
3
OVAM gaat voor 15% minder restafval
5
Het Vlaams Materialenprogramma
8
De strijd tegen voedselverlies
10
2015, Internationaal Jaar van de Bodem
12
Snellere bodemsanering via doelgerichte instrumenten
13
Efficiënter sorteren door samenwerking met sectorfederaties
17
Vlaanderen en Europa bestuiven elkaar
19
Buurtbewoners betrekken bij sanering en herbestemming
22
Duurzaam ruimte- en materialengebruik moet Limburg een boost geven
24
Asbest versneld afbouwen
26
Nieuwe aanpak in strijd tegen zwerfvuil
27
Cijfers
30
CONCEPT, COPYWRITING EN VORMGEVING: Pantarein FOTOGRAFIE: OVAM, Shutterstock, VLM, Stad Gent. PAPIER: cover: macosilk 300 g FSC Mix (FSC-QGS-CO6-004006), binnenwerk: macosilk 135 g FSC Mix WETTELIJK DEPOTNUMMER: D/2015/5024/05 OVAM, Stationsstraat 110, 2800 Mechelen
2
3
12
27
Henny De Baets, administrateur-generaal van de OVAM
“Wie veranderingen niet oppikt, verliest zijn relevantie”
2014 was een turbulent jaar. Zowel op het internationale toneel als in Vlaanderen zelf raakten we maar niet verlost van de naweeën van de economische crisis. En ook de milieubarometer stond op wisselvallig. Internationale rapporten toonden aan dat Vlaanderen mooie prestaties neerzet op het vlak van recyclage en afvalbeheer, maar dat onder meer de strijd tegen de klimaatwijziging nog opgevoerd moet worden. Hoe bepalend was die turbulente context voor de OVAM? Henny De Baets: “Niet de context op zich maakt het verschil, wel de manier waarop je er als organisatie mee omgaat. Een moderne overheidsorganisatie moet efficiënt en relevant werk leveren. Dat betekent dat je de maatschappelijke en socio-economische context goed in de gaten moet houden om gepaste oplossingen te kunnen aanreiken. Dat is een wetmatigheid in het bedrijfsleven,
maar het geldt evenzeer voor de overheid. Wie nieuwe trends, evoluties of inzichten niet oppikt, verliest zijn relevantie.”
“Wie wil inspelen op de veranderende wereld om zich heen, moet ook de moed hebben om zijn eigen werkmethodes ter discussie te stellen.”
“In 2014 hebben we een aantal acties ondernomen die sterk inspelen op de veranderde context en die oplossingen aanreiken. Ik denk bijvoorbeeld aan het versnelde afbouwbeleid voor asbest dat de Vlaamse Regering heeft goedgekeurd, aan het maatwerk waarmee we bedrijven helpen om aan hun sorteerverplichtingen te voldoen, of aan de socio-economische instrumenten die we hebben ontwikkeld om bodemverontreiniging sneller aan te pakken.”
www.ovam.be
3
De directieraad van de OVAM (v.l.n.r.): Herman Gobel, Danny Wille, Henny De Baets, Eddy Van Dyck, Ann Cuyckens en Rudy Meeus
“Onze medewerkers, zeker de jongere generatie, vinden het belangrijk om niet in hun eentje op een eiland aan een dossier te zitten werken.”
Die aanpak moet ongetwijfeld ook gevolgen hebben binnen de organisatie. Het vergt een hoge mate van wendbaarheid en een open vizier. Wie efficiënt wil inspelen op de veranderende wereld om zich heen, moet ook de moed hebben om zijn eigen werkmethodes ter discussie te stellen en waar nodig bij te sturen. In 2014 zijn we bijvoorbeeld gestart met een traject om de werking van onze afdeling bodembeheer te optimaliseren. Wendbaarheid betekent ook dat je een innovatieve organisatie moet zijn die ook minder conventionele samenwerkingsmodellen durft aan te gaan – zoals het Vlaams Materialenprogramma, waarin de OVAM
4
en haar partners in gedeelde verantwoordelijkheid de Vlaamse kringloopeconomie vormgeven. En het heeft ook gevolgen voor het personeelsbeleid. In 2014 hebben we het IMPACT-traject (Inspirerend Model voor Prestaties ontwikkelen en opvolgen, Anders werken en Competentie- en talentmanagement) verder doorgevoerd. Dat past helemaal in onze visie dat een wendbare organisatie de interne ondernemer in haar medewerkers naar boven laat komen en mensen kansen geeft om nieuwe uitdagingen aan te gaan. Wordt die aanpak geapprecieerd? “Ik denk het wel. Onze medewerkers, zeker de jongere generatie, vinden het belangrijk om niet in hun eentje op een eiland aan een dossier te zitten werken. Ze willen in een open sfeer kunnen samenwerken, binnenshuis maar ook met externe stakeholders. En daarvoor willen we hun ook de ruimte en het vertrouwen geven.” “Maar ook in de buitenwereld krijgen we waardering voor onze
aanpak. De OVAM werd in 2014 genomineerd als ‘overheidsorganisatie van het jaar’ – precies vanwege die open aanpak, en omdat we steeds gepast op de ontwikkelingen in de maatschappij inspelen.” Wat betekent dat voor 2015? “Dat we op de ingeslagen weg moeten doorgaan. We gaan een heel jaar lang samen met onze partners campagne voeren rond het Internationale Jaar van de Bodem. Er komt een nieuwe aanpak voor de strijd tegen zwerfvuil, in nauw overleg met onze stakeholders. Daarbij houden we ook rekening met nieuwe inzichten en vragen, zoals de aanpak van marien afval of de noodzaak van statiegeld. En we stellen in 2015 een nieuw Plan Huishoudelijke Afvalstoffen op, dat richtinggevend zal zijn voor de toekomst van ons sorteer- en recycleerbeleid. Volgens ons kunnen we nog 15 procent meer recycleren en kunnen we daarmee bovendien ook nog klimaatwinst boeken. Ook dát is rekening houden met de context.”
Nieuw OVAM-doel: 15 procent minder restafval in 2022!
Het Vlaamse afvalbeleid behoort al jaren tot de wereldtop. Meer dan 70 procent van ons afval wordt gerecycleerd en nauwelijks 0,5 procent belandt op een stortplaats. Toch kan het nog beter. Tegen het jaar 2022 wil de OVAM de hoeveelheid restafval van gezinnen en bedrijven met 15 procent doen dalen. Hoe? Door nog meer in te zetten op recyclage en hergebruik. 503 kg: zoveel huisvuil produceerde elke Vlaming in 2013. Dat is 10 kg minder dan het jaar voordien en 52 kg (!) minder dan in 2007. Dat hebben we te danken aan een goede inzameling en een sterke focus op preventie, hergebruik en recyclage. En bij sommige afvalstromen met een positieve economische waarde, zoals textiel, ook aan alternatieve inzameling en zelfs afvaldiefstal. Sinds 2011, toen het Afvalstoffendecreet werd vervangen door het Materialendecreet, ligt de klemtoon nog sterker op het sluiten van materiaalkringlopen. Zo worden afvalstoffen opnieuw ingezet als grondstoffen.
Nog meer kringlopen sluiten Dat we steeds minder afval produceren, is een goede zaak. Maar de daling zit vooral bij het selectief ingezamelde afval: pmd, glas, papier en karton, groenafval ... De hoeveelheid restafval per persoon daalt veel langzamer. Daarom gaat de OVAM opnieuw de uitdaging aan: kunnen we in Vlaanderen de komende jaren 15 procent minder restafval produceren? Om dat doel te halen, moeten we nog meer materiaalkringlopen sluiten en zoveel mogelijk afval opnieuw gebruiken.
Huishoudelijk afval per Vlaming De hoeveelheid restafval die we produceren daalt veel trager dan het gesorteerde afval. Daarom wil de OVAM nog beter selectief inzamelen.
2007
555 KG
2013
503 KG
(-45 KG)
400 KG
355 KG
Selectief ingezameld
Selectief ingezameld
155 KG
Restafval
148 KG (-7 KG)
Restafval
www.ovam.be
5
Inhoud van de huisvuilzak
organisch-biologisch afval
houtafval
24 kg
glas
3 kg
3 kg
kga
3 kg textiel
8 kg
papier & karton
19 kg
kunststoffen
15 kg
drankkartons
1 kg
metalen
2 kg
hygiënisch afval overige
11 kg
Concreet ziet de OVAM nog mogelijkheden om: • kunststoffen beter selectief in te zamelen. Dat kan via een algemene selectieve inzameling, zoals op sommige plaatsen in Vlaanderen al gebeurt, of via een uitbreiding van de pmd-zak. Die laatste methode maakt het sorteren ook makkelijker. • meer organisch-biologisch afval in te zamelen. Dat kan bijvoorbeeld door groen- en keukenafval, inclusief voedselresten, in gft-bakken te verzamelen en aan huis te laten ophalen, zoals vele Vlaamse gemeenten vandaag al doen. Ook Nederland en Duitsland gebruiken deze methode. • de hoeveelheid grofvuil verder te beperken. Meer dan 50 procent van ons grofvuil kan nog worden hergebruikt. Recycleerbaar afval (bijvoorbeeld houtafval) en herbruikbare goederen moeten makkelijker richting kringloop worden geleid. • een beleid op maat te voeren: elke lokale situatie heeft haar eigen uitdagingen: dichte bebouwing of net erg verspreid, kleine of grote gezinnen, oudere of jongere bevolking, meer of minder interesse in sorteren ... De OVAM wil meer samenwerkingen
6
13 kg
vast en niet-brandbaar afval
9 kg
op maat opzetten met de lokale besturen.
Huishoudens en bedrijven doen mee De beoogde daling van het restafval zou voor één derde door de huishoudens worden gerealiseerd en voor twee derde door de bedrijven. Op basis van een uitgebreide studie in 2014 ziet de OVAM vooral in de horeca en de specifieke kleinhandel (bakkers, elektro- en meubelzaken) nog ruimte voor verbetering. De federaties van beide sectoren willen zich in 2015 mee inzetten om hun leden te sensibiliseren. Er komen onder meer artikels over afval sorteren in de ledenbladen en de OVAM zal ook een poster verspreiden met uitleg over de verschillende restfracties in afval.
Nieuwe uitdagingen Nu onze maatschappij evolueert naar een kringloopeconomie, krijgt afval steeds meer waarde. Onze schaarse grondstoffen worden duurder en de vraag naar makkelijk te recycleren afvalstoffen stijgt. Dat zorgt voor nieuwe uitdagingen waarop de OVAM snel een antwoord wil formuleren. Zo
TOTAAL
110 kg
moeten we komen tot duidelijke afspraken over hoe we het afvalbeheer op lokaal niveau efficiënter organiseren. Zowel de lokale besturen als de private inzamelaars en de distributie spelen een rol in het inzamelen van afvalstoffen. Hoe kunnen we die partijen zo goed mogelijk laten samenwerken en er zo voor zorgen dat burgers en bedrijven maximaal worden ondersteund om afvalstoffen te vermijden of gesorteerd aan te bieden voor hergebruik en recyclage? Hoe kunnen we nieuwe inzamelsystemen invoeren die beter tegemoetkomen aan een lokale situatie of aan een bepaalde doelgroep? Een ander, moeilijker op te lossen probleem zijn afvaldiefstallen. Afval wordt steeds vaker weggenomen: uit textielcontainers, bij huis-aanhuis-inzamelingen van papier en karton, uit containerparken … In 2013 kreeg de OVAM meer dan 140 meldingen van diefstal, maar het werkelijke aantal ligt wellicht nog veel hoger. Om de diefstallen een halt toe te roepen, werkt de OVAM maximaal samen met de politie. Daarnaast staat er op de website een registratieformulier waarmee burgers en bedrijven diefstallen kunnen signaleren.
1 Winnaar OVAM Ecodesign Award voor studenten categorie ‘eindwerk’ Jeroen Op de Beeck
Hoe wordt huishoudelijk restafval verwerkt?
950.000 TON Zoveel niet-gesorteerd restafval zamelt Vlaanderen elk jaar in.
7%
1%
92%
URBAN COMPOSTER De Urban composter is een precomposteringsinstallatie voor gftafval. Een langzaam draaiende cilinder reduceert het volume van het afval, waardoor minder vervoer nodig is. Het hele concept is duurzaam opgebouwd, met makkelijk vervangbare standaardonderdelen, en verbruikt nauwelijks energie. Dat zorgt voor een lagere milieu-impact.
rechtstreeks verbrand gedroogd of gescheiden naar stortplaats www.ovam.be
7
Vlaams Materialenprogramma zet Vlaanderen op weg naar kringloopeconomie Een studie die uitrekent dat de kringloopeconomie ons 27.000 jobs kan opleveren, een gecrowdfund e-boek dat toont hoe bedrijven nu al werken in materialenkringlopen, en ontwerpers en recycleurs die samen nadenken over een design dat herstel, hergebruik en recyclage van elektronica en kunststofproducten makkelijker maakt: in 2014 timmerden de partners van het Vlaams Materialenprogramma uit de bedrijfswereld, de kennisinstellingen, de overheid en het middenveld verder aan de weg naar een kringloopeconomie. Het Vlaams Materialenprogramma (VMP) moet Vlaanderen tegen 2040 naar de Europese top vijf in duurzaam materialenbeheer loodsen. In 2012 engageerden partners uit alle hoeken van de maatschappij zich om de kringloop van materialen maximaal te sluiten. Het VMP is ondertussen uitgegroeid tot een erkend publiek-privaat coördinatieplatform dat Vlaanderen klaarstoomt voor de transitie naar een duurzame omgang met grondstoffen en materialen in een performante kringloopeconomie. Het VMP werkt via 3 complementaire pijlers: 1. Visie, netwerking & experiment Plan C, het Transitienetwerk Duurzaam Materialenbeheer, timmert aan een doorbraak van duurzaam materialenbeheer via visievorming, netwerking en transitie-experimenten.
e-boek over de jonge kringloopeconomie in Vlaanderen In 2014 lanceerde Plan C het e-boek Product <=> Dienst – Nieuwe businessmodellen in de circulaire economie. In een kringloopeconomie verandert de manier waarop we omgaan met grondstoffen fundamenteel. Een afgedankt product is niet langer afval, maar een bron van waardevolle materialen die opnieuw in de kringloop terechtkomen. Die overstap naar levenscyclusdenken kan gebeuren op vele creatieve manieren, die in dit e-boek bijeengebracht worden. Het e-boek kwam tot stand dankzij crowdfunding – voor de technische realisatie – en crowdsourcing – voor de inhoud. http://eboek.plan-c.eu/
8
Kringloopeconomie kan Vlaanderen 27.000 nieuwe jobs opleveren In een kringloopeconomie gaan we met z’n allen efficiënter met materialen om. Maken we de overstap naar een kringloopeconomie, dan kunnen in Vlaanderen tegen 2020 naar schatting 27.000 nieuwe jobs ontstaan. Dat berekende SuMMa, het Steunpunt Duurzaam Materialenbeheer. Bovendien creëert de kringloopeconomie een toegevoegde waarde van 2,3 miljard euro voor Vlaanderen. Door materialen uit gebruiksgoederen steeds opnieuw te gebruiken en kringlopen te sluiten, worden we veel minder afhankelijk van buitenlandse grondstoffen en prijsschommelingen op de internationale markt. Kapotte producten herstellen we, en bedrijven wisselen hun reststromen uit.
2. Onderzoek SuMMa, het Steunpunt Duurzaam Materialenbeheer, doet onderzoek naar hoe materiaalstromen bewegen in onze economie, hoe we duurzaam materialenbeheer kunnen meten en hoe taksen, subsidies en wetgeving een duurzamer gebruik van materialen in gang kunnen zetten.
1 Winnaar OVAM Ecodesign Award PRO categorie ‘product op de markt’ Brecht Bonte en Hans Delabie Waar zit het goud in uw laptop?
Designers hebben vaak te weinig zicht op hoe ze een product zo moeten ontwerpen dat een recycler het achteraf snel en efficiënt kan ontmantelen. Omgekeerd hebben recyclagebedrijven niet altijd zicht op de barrières waar designers en producenten op stoten als ze gerecycleerd materiaal willen inzetten. Willen we dat producten vandaag al ontworpen worden met het oog op hun latere hergebruik en recyclage, dan is kennisuitwisseling cruciaal. In 2014 bracht het Vlaams Materialenprogramma ontwerpers, producenten en recyclagebedrijven samen om te bekijken hoe een doordacht design hergebruik, herstel en recyclage van elektrische en elektronische apparaten mogelijk kan maken. Ook de kunststoffensector boog zich over die uitdaging. Het probleem is dat recyclers vaak niet weten waar in de afgedankte pc’s of gsm’s de kostbare materialen zich precies bevinden. Dat zoekt de OVAM nu uit in samenwerking met de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO), KU Leuven, UGent, het Interuniversitair Micro-electronica Centrum (IMEC) en de sector.
3. Agenda 2020 Samen met een brede groep partners zet het VMP ambitieuze projecten op touw op het kruispunt tussen materialen en andere maatschappelijke uitdagingen. Het uitgangspunt voor die acties op het terrein is een dynamisch actieplan, Agenda 2020. In een roadmap stippelde het VMP uit welke stappen er gezet moeten worden inzake technologische ontwikkeling, infrastructuur, wetgeving, onderwijs, arbeidsmarkt en competenties om de kringlopen in belangrijke economische sectoren te sluiten.
SMAPPEE Smappee is een slimme elektriciteitsmonitor met app, waarmee consumenten hun energieverbruik in de gaten houden en waar nodig bijsturen. In de doos zit ook nog een stopcontact waarmee je op afstand een toestel kan in- of uitschakelen.
Meer info: www.vlaamsmaterialenprogramma.be
www.ovam.be
9
Goed voedsel hoort niet in de vuilnisbak
De Vlaming verspilt elk jaar tot 23 kg voedsel. Vooral brood, groenten en fruit belanden massaal bij het afval. Al dat weggegooide eten kost ons jaarlijks gemiddeld 475 miljoen euro, of 180 euro voor een gezin met twee kinderen. Dat is zonde van het voedsel én van het geld. Met het project ‘Voedselverlies in ketenperspectief’ brengt de OVAM vier manieren in kaart om voedselverspilling tegen te gaan. Concreet gaat het om duidelijke houdbaarheidsinformatie, innovatieve verpakkingen die voedsel langer vers houden, overschotten aan sociale doelen schenken en productieverliezen verminderen. Zo kunnen we voedselverlies in elke schakel van de voedselketen terugdringen.
Hoeveel voedsel verspillen we? 23 KG
94-142 miljoen kilo
De Vlaamse consument verspilt elk jaar tot 23 kg voedsel per persoon. Voor heel Vlaanderen liggen de cijfers tussen 94 en 142 miljoen kilo. Met dat voedsel kan men 30.000 voetbalploegen een jaar lang te eten geven.
10
Voedselverlies treedt op in elke schakel van de voedselketen: een oogst die mislukt, een koelinstallatie die het laat afweten … Cijfers van de Interdepartementale werkgroep voedselverlies tonen bovendien aan dat Vlamingen elk jaar tussen de 94.000 en de 142.000 ton voedsel in de vuilniszak gooien. Omdat het er niet foutloos uitziet, omdat het niet meer vers oogt, of omdat de consument er gewoon geen zin in heeft.
Ongeopend weggegooid 60 procent van het voedsel dat we weggooien, bestaat uit brood en banket, verse groenten en fruit.
Een belangrijke stap in de strijd tegen voedselverspilling is het correct interpreteren van de houdbaarheidsdatum. Veel mensen kennen het verschil niet tussen ‘te gebruiken tot’ (TGT) en ‘ten minste houdbaar tot’ (THT). Levensmiddelen die snel bederven, zoals vers vlees of bereide schotels, krijgen een TGT-datum. Na die datum mag u ze niet meer opeten. Voedingswaren die minder snel bederven, zoals pasta of blikgroenten, krijgen het label ‘ten minste houdbaar tot’. Zulke producten kunt u nog een hele tijd na de houdbaarheidsdatum opeten, op voorwaarde dat u ze goed bewaart en de verpakking niet beschadigd is.
Zulke voedingswaren belanden meestal bij het afval omdat ze niet meer kraakvers zijn: de laatste sneetjes van het brood van gisteren, een appel die een geel kleurtje krijgt … Andere voedingswaren, zoals zuivelproducten, vlees, vis, kip en desserts, belanden soms zelfs ongeopend in de vuilniszak. In 45 procent van die gevallen is de houdbaarheidsdatum van zulke producten nog niet overschreden. Dat voedselverlies kost per persoon zo’n 76 euro per jaar. Allemaal samen gooien de Vlaamse consumenten elk jaar gemiddeld 475 miljoen euro in de vuilnisbak.
De Engagementsverklaring Om het voedselverlies in Vlaanderen verder aan te pakken ondertekenden alle ketenpartners op 31 maart 2014 een Engagementsverklaring. Het ging om vertegenwoordigers van de productiebedrijven, de distributie, de horeca, de consumenten en de Vlaamse overheid. Het doel: een roadmap opstellen om
1
TGT: te gebruiken tot
Mag u voedsel nog eten na de houdbaarheidsdatum?
uiterste gebruiksdatum YOGHURT TGT: 27052015
Voorverpakt vlees, voorverpakte vis, charcuterie, salades, yoghurt …
NIET MEER GEBRUIKEN na deze datum! THT: tenminste houdbaar tot
TOMAAT THT: 27052015
minimale houdbaarheidsdatum Ongekookte pasta, koekjes, UHT-melk, conserven …
WEL NOG GEBRUIKEN na deze datum! TOMAAT THT: 27052015
Winnaar OVAM Ecodesign Award voor studenten categorie ‘jaarwerk’ Niels Kinds, Korneel De Viaene en Sam Van Landuyt
Op voorwaarde dat het product goed werd bewaard en de verpakking niet beschadigd is.
voedselverlies te beperken. In de loop van 2014 is er over de roadmap overlegd. Begin april 2015 wordt die gelanceerd.
Wat kunt u zelf doen? Ook als particulier kunt u uw steentje bijdragen. Uit consumentenonderzoek van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) blijkt dat 77 procent van de Vlamingen het weggooien van eten probeert te beperken. Een eerste stap in de goede richting is een boodschappenlijstje opstellen. Daarmee voorkomt u dat u meer voedsel koopt dan u nodig hebt. Ook de grootte van de porties correct inschatten is belangrijk: een kind eet minder dan een volwassene, een vrouw (meestal) minder dan een man. Bij twijfel kunt u gewoon een recept volgen. Tot slot loont het altijd de moeite om restjes te bewaren en de volgende dag op te eten.
BREADY De BREADY is een terracotta bewaardoos die brood langer vers houdt. Het terracotta reguleert de vochtigheid in de box, waardoor de levensduur van het brood van 3 naar 5 dagen gaat. Een groot pluspunt in een land waar brood het meest weggegooide voedsel is.
www.ovam.be
11
2015: Internationaal Jaar van de Bodem Kan een gezonde bodem u helpen om een burn-out te voorkomen? Hoe zorgt een zuivere bodem voor de ontwikkeling van uw kind? Met die prikkelende vragen wil de Vlaamse overheid iedereen doen nadenken over hoe belangrijk een gezonde bodem is. We lopen er elke dag overheen, maar staan er nauwelijks bij stil: de bodem onder onze voeten is voor elk van ons van levensbelang. Een zuivere bodem is een voorwaarde om gezond voedsel te telen en helder drinkwater te produceren. Een gezonde bodem levert bovendien de ruimte die we nodig hebben om te wonen, te leven, te werken en te ondernemen. Een schone bodem is ook doorslaggevend voor de vitaliteit van de natuur en haar ecosystemen.
20 jaar bodemdecreet In 2015 bestaat het Vlaamse bodemdecreet 20 jaar. Door bodemverontreiniging te voorkomen, te inventariseren en waar nodig aan te pakken, draagt de Vlaamse overheid samen met haar partners al 20 jaar lang bij tot een gezondere leefomgeving. Bovendien hebben de Verenigde Naties 2015 uitgeroepen tot het Internationaal Jaar van de Bodem. De Vlaamse overheid grijpt die gelegenheid aan om een jaar lang het belang van een gezonde bodem in de kijker te zetten.
12
Met de lancering van www.bodembewust.be gaven de Vlaamse leefmilieuadministraties (OVAM, Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, Vlaamse Landmaatschappij, Vlaamse Milieumaatschappij, Departement Landbouw & Visserij en Agentschap voor Natuur en Bos) op 5 december 2014 – Wereldbodemdag – het
startschot voor de bodemcampagne. Op de nieuwe website vindt u zorgvuldig gedocumenteerde achtergrondinformatie en cases en kunt u alle geplande activiteiten volgen. Via de website kunt u ook op de hoogte blijven van alle initiatieven rond het Internationale Jaar van de Bodem. Schrijf u in op www.bodembewust.be.
Droombeeld 2036:
geen historische bodemverontreiniging meer
Tegen 2036 wil de OVAM voor alle historische bodemverontreinigingen minstens de sanering opstarten. Om die ambitie te realiseren moeten bodemonderzoeken en -saneringen in een stroomversnelling geraken. In 2014 stelde de OVAM scherp hoe ze dat gaat waarmaken. Samen met de gemeenten wil de OVAM tegen eind 2017 alle gronden met historische risicoactiviteiten versneld inventariseren. Die inventarisatie komt bovenop de gronden met VLAREM-vergunning die de gemeenten eerder in kaart brachten. Zo kunnen ernstige risico’s zo snel mogelijk aan het licht komen. De prioriteit gaat naar kwetsbare gebieden, en dan vooral de beschermingszones voor drinkwaterwinning uit grondwater. Ook gronden met een ernstige historische bodemverontreiniging die momenteel bewoond zijn, brengen we versneld in kaart en saneren we zo snel mogelijk.
7 instrumenten
pakken bodemverontreiniging versneld aan Een verontreinigde bodem houdt gezondheidsrisico’s in: voor de mensen die erop wonen, werken of naar school gaan en voor de gewassen die erin groeien. Met een korf vol doelgerichte bodeminstrumenten pakt de OVAM risicovolle verontreinigingen versneld aan. Op die manier moet tegen 2036 de sanering van alle historische bodemverontreinigingen minstens opgestart zijn. De OVAM staat in Vlaanderen in voor een gezonde bodem. Ze spoort (historische) verontreinigingen op en pakt ze zo snel mogelijk aan. De doelstelling: tegen 2036 de sanering opstarten van alle historisch verontreinigde gronden. Om alle verontreinigde gronden in Vlaanderen in kaart te brengen, is het bodemattest een doeltreffend instrument. Wie een grond verkoopt of verwerft, heeft een bodemattest nodig. Dat vermeldt alle informatie die de OVAM kent over de grond: hebben er ooit risicovolle activiteiten plaatsgevonden? Hebben die geleid tot bodemverontreiniging? Is die verontreiniging aangepakt? Eigenaars of verkopers van een risicogrond moeten voor de verkoop bovendien aan een aantal verplichtingen voldoen: ze moeten een oriÍnterend bodemonderzoek (OBO) laten uitvoeren en het verslag aan de OVAM bezorgen. Wanneer blijkt dat de grond verontreinigd is, dan is een diepgaander onderzoek en eventueel een sanering nodig. Die wettelijke verplichtingen beschermen niet alleen de koper, ze maken van de overdracht van een grond of pand ook een cruciaal moment in de bescherming van onze bodem en ons milieu. Op die manier komt de OVAM verontreinigde gronden op het spoor en kan ze die versneld aanpakken. Tegen 2036 wil de OVAM voor alle historische bodemverontreinigingen in Vlaanderen minstens starten met de sanering. Om die deadline te halen heeft ze, naast de gewone overdrachtsregeling, zeven doelgerichte instrumenten uitgewerkt die de bodemonderzoeken en de saneringen moeten versnellen.
1.
Gemeenten sporen risicogronden op
In 2014 brachten 275 Vlaamse gemeenten risicovolle activiteiten op hun grondgebied in kaart. Die informatie is belangrijk omdat verontreinigde sites nu versneld aangepakt kunnen worden. Via het OVAM-webloket delen gemeenten sinds 2012 alle informatie over activiteiten die de bodem mogelijk bedreigen. Eind 2014 hadden 275 gemeenten informatie over de risico-inrichtingen binnen hun gemeentegrenzen aan de OVAM doorgegeven. In totaal weten we nu over 100.000 percelen of er een risico bestaat dat de bodem verontreinigd is. 30 gemeenten hebben de inventaris van risicogronden volledig uitgewisseld met het webloket. Met hen werkt de OVAM nu een aanpak op maat uit om brownfields, stadskankers of andere historische erfenissen te saneren en kwetsbare gebieden te beschermen. De gemeenten wisselden vooral informatie uit over risicogronden van 1991 tot nu, die een VLAREM-vergunning hebben gekregen. De volgende stap is om ook de informatie over risicoactiviteiten van voor 1991 uit te wisselen. De OVAM wil de gemeenten daarbij helpen, onder meer door teams van experts uit te sturen. Die aanpak moet ervoor zorgen dat alle gemeenten hun inventaris van risicogronden tegen eind 2017 vervolledigd hebben. www.ovam.be
13
2.
Samenwerkingsovereenkomst beschermt schoolkinderen Een lekkende stookolietank, een metaalbewerkingsatelier: heel wat scholen kampen met bodemverontreiniging op hun terreinen. In dat geval moeten ze een bodemonderzoek en -sanering laten uitvoeren. Een zware dobber voor een school. Daarom helpt de OVAM hen daarbij. In 2014 kregen alle scholen een oproep om zich aan te melden voor ondersteuning. Op 5 september 2013 ondertekenden de ministers van Leefmilieu en Onderwijs een samenwerkingsovereenkomst. Het doel: vervuilde schoolterreinen in kaart brengen en scholen bijstaan en financieel ondersteunen bij bodemonderzoeken en -saneringen. Vanaf het beschrijvend bodemonderzoek voert de OVAM de bodemonderzoeken en de sanering uit. Eind 2014 lanceerde de OVAM de webstek www.ovam.be/ onderwijssector. Daar vinden scholen alle info over hun rechten en plichten. Wanneer moet een school een bodemonderzoek laten uitvoeren? Wat moet de school doen als ze haar grond wil verkopen? Welke ondersteuning krijgt ze van de OVAM en het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn)? Tot wanneer kan een school zich aanmelden voor die subsidie? In het najaar van 2014 stuurde de OVAM alle scholen een e-mail met een oproep om zich aan te melden voor het project. Nog tot 30 juni 2015 komen scholen met een verontreiniging op hun terrein in aanmerking voor aanzienlijke subsidies van de OVAM en AGIOn. Meer info: www.ovam.be/onderwijssector
3.
OVAM cofinanciert sanering van historische bodemvervuiling
Sinds 1 september 2013 kunnen particulieren, ondernemingen en openbare besturen bij de OVAM financiĂŤle ondersteuning aanvragen voor de sanering van een ernstige historische bodemverontreiniging. Ondernemingen kunnen 35 procent subsidie krijgen, particulieren en openbare besturen 50 procent. De ondersteuning bedraagt maximaal 200.000 euro, gespreid over een periode van drie jaar. Eind 2014 kende de OVAM al cofinanciering toe in 36 saneringsdossiers voor een totaal bedrag van 3.382.842 euro. Dat is een gemiddelde subsidie van 93.968 euro per dossier. Wie een aanvraag wil indienen, kan dat doen via het aanvraagformulier op www.ovam.be/cofinanciering.
14
4.
Eén aanpak voor verontreinigingen in woongebied Een oude stortplaats waar nu een woonwijk ligt, een steenbakkerij die werd gesloopt voor een appartementsblok: op heel wat plaatsen in Vlaanderen wonen mensen op gronden die mogelijk verontreinigd zijn. Die woonzones pakt de OVAM gegroepeerd aan. Afzonderlijke woonpercelen waar in het verleden een risicovolle activiteit plaatsvond, groepeert de OVAM via een sitebesluit. Voor al die percelen hoeft dan maar één overkoepelend bodemonderzoek uitgevoerd te worden. Dankzij die globale aanpak hebben bewoners en eigenaars minder kosten en minder administratieve rompslomp. In 2014 werden in Vlaanderen tien nieuwe locaties erkend als woonzone. Op die manier viel de onderzoeks- en saneringsplicht weg voor 347 gronden. Voor 2015 is de OVAM nog ambitieuzer, en het trekt daarvoor ook extra middelen uit: voor minstens 400 gronden moet een woonzoneproject opgestart worden. Dat streefcijfer wil de OVAM elk jaar verhogen. Meer info: www.ovam.be/woonzones
5.
Afkoopregeling trekt uitzichtloze dossiers uit het slop
Moeilijke dossiers geraken eindelijk uit het slop dankzij de afkoopregeling. Die houdt in dat de saneringsplichtige de OVAM betaalt om de saneringswerken uit te voeren. In 2014 werd de afkoopregeling gebruikt voor de Zeematex-site in de haven van Zeebrugge. Defensie gebruikte dat terrein tussen de jaren 50 en begin jaren 90 als reservebasis voor de Zeemacht. Die activiteiten én de verontreiniging op het aanpalende Carcoke-terrein vervuilden de bodem. Defensie wilde het terrein zo snel mogelijk verlaten en werkte daarom een afkoopregeling uit met de OVAM. In zo’n regeling betaalt de saneringsplichtige de OVAM om de saneringswerken uit te voeren. Naast het geraamde saneringsbedrag betaalde Defensie een risico- en een administratieve premie. De afkoopregeling biedt alle partijen heel wat voordelen. Na de afkoop is de saneringsplichtige volledig van zijn plichten verlost. Op de Zeematex-site bijvoorbeeld moet Defensie niet langer concessiegeld betalen of personeel inzetten voor een terrein dat het niet meer gebruikt. Voor de OVAM betekent de regeling dat ze de bodemsanering zoveel mogelijk kan afstemmen op de sanering van de Carcoke-site.
www.ovam.be
15
7.
Grootschalige aanpak van gassites
Verspreid over heel Vlaanderen liggen nog heel wat voormalige gasfabrieken en gashouders. De OVAM stippelde een gezamenlijke aanpak uit om die verontreinigde terreinen aan te pakken. In de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw werd in en rond steden gas gewonnen uit steenkool, onder andere voor straatverlichting. Bij de gasproductie kwamen toxische stoffen vrij, zoals teer en cyanide. De bodem en het grondwater van die locaties zijn daardoor vaak ernstig verontreinigd. De voorbije jaren bracht de OVAM de gassites in Vlaanderen in kaart.
6. Symbolische euro doorbreekt impasse door faillissementen Faillissementen zetten vaak een rem op de sanering en herontwikkeling van bedrijfssites. Om die impasse te doorbreken sloot de OVAM met de Orde van Vlaamse Balies het protocol curatoren af. Ligt de saneringskost hoger dan de waarde van de grond en vindt de curator op de privémarkt geen geïnteresseerde investeerders? Dan kan de curator het terrein voor het symbolische bedrag van één euro aan de OVAM verkopen. De OVAM wordt dan eigenaar van het terrein en neemt de sanering en herverkoop voor haar rekening. Als eigenaar van de grond kan de OVAM de sanering naadloos afstemmen op de herontwikkeling. Via het protocol curatoren heeft de OVAM ondertussen negen terreinen aangekocht. Op zes daarvan begonnen in 2014 de bodemonderzoeken of de sanering. Twee andere dossiers zijn al afgerond. In 2015 zet de OVAM versterkt in op de verkoop van die gesaneerde gronden. www.ovam.be/protocol-curatoren
16
Zo kwam onder meer de voormalige gasfabriek aan de Gazometerstraat in Sint-Truiden in het vizier van de OVAM. Dat terrein is zwaar verontreinigd met cyaniden, PAK’s en minerale olie. In 2014 bereidde de OVAM de sanering grondig voor. Op de gesaneerde bodem komt straks een nieuwe wijk met appartementen, een jeugdhuis, een bassischool en de stedelijke jeugddienst. De OVAM werkt nauw samen met AGOST, de Sint-Truidense herontwikkelingsmaatschappij, om de sanering en de nieuwe plannen naadloos op elkaar af te stemmen. Meer info: www.ovam.be/gassites
Samenwerking met sectorfederaties maakt sorteercampagnes efficiënter
In 2014 lanceerde de OVAM voor het eerst een sorteercampagne voor één sector. Alle Vlaamse garagisten en carrosserieherstellers kregen een postpakketje toegestuurd met een brief, een brochure en een poster met tips om garageafval beter te sorteren. De inhoud van het pakket werd gekozen na overleg met FEBEM, de beheersorganismen en de sectorfederaties Federauto en Febelcar. De actie verliep zo goed dat de OVAM voor haar volgende campagnes opnieuw de keuze maakt om met de sectorfederaties samen te werken. De OVAM stuurde haar mailing begin 2014 uit naar alle 8.000 garagisten en carrosserieherstellers in Vlaanderen. Om te weten of de ‘Sorteer meer’-campagne effect had gehad, werden enkele maanden later 200 geadresseerden opgebeld voor een korte evaluatie. Wie had de brief (niet) gekregen? En gelezen? Waren de brochure en de poster effectief
onder het personeel verspreid? En leidde de campagne tot een beter afvalbeheer?
Goed onthaald De evaluatie leverde heel wat nuttige informatie op. Zo bleek 66 procent van de geadresseerden zich de inhoud van de brief
te herinneren. De poster en de brochure werden goed onthaald: de garagisten vonden ze positief, duidelijk en overzichtelijk. De campagne kon hen ook echt overtuigen om hun afvalbeheer bij te sturen. De communicatiekanalen die de sectorfederaties hadden aangeraden, bleken dus een goede keuze.
www.ovam.be
17
Samenwerking met de sector Op basis van de evaluatie werden de ‘Sorteer meer’-acties de afgelopen maanden bijgestuurd. Een boodschap die via de sector zelf wordt uitgestuurd is efficiënter en geloofwaardiger. Eind 2014 zette de OVAM een ‘Sorteer meer’-campagne op poten voor de landbouw. In overleg met de Boerenbond en het Algemeen Boerensyndicaat werd beslist geen aparte postpakketten te verzenden, maar een brochure mee te sturen met de ledenbladen van de twee verenigingen.
Effect sorteercampagne bij garagisten en carrosserieherstellers
66% 35%
Inhoud brief onthouden
Ook horeca en bakkers gaan meer sorteren In 2015 richten de acties zich op de horeca en de bakkers. De ledenbladen van de sectorfederaties staan opnieuw centraal, maar deze keer gaat de samenwerking nog een stapje verder. De OVAM levert de inhoudelijke input en aandachtspunten, de redacties zorgen zelf onafhankelijk voor contactpersonen, interviews, vormgeving … Zo moet de ‘Sorteer meer’-campagne nog beter in de leefwereld van de horeca en de bakkers worden ingebed.
18
27%
Brochure gelezen
48%
Poster gezien
Brochure + poster bekeken
Afvalbeleid en duurzaam materialenbeheer:
Vlaanderen en Europa bestuiven elkaar
Een betere inzameling en verwerking van afgedankte elektrische en elektronische apparaten, nieuwe definities voor gevaarlijk afval, Europese steden en regio’s die hun afvalcijfers vergelijken ... Op Europees vlak beweegt er heel wat rond afval en materialen.
Blijft Europa achter de kringloopeconomie staan?
Gevaarlijk afval? Nieuwe definities voor meer veiligheid
In juli 2014 gaf de Europese Commissie groen licht voor een reeks voorstellen die de omslag naar een kringloopeconomie inluiden. Enkele maanden later trok de nieuwe Commissie-Juncker dat circular economy package alweer terug. De belofte: in 2015 een ambitieuzer plan ontwikkelen. De OVAM ijvert ervoor om ook daarin heldere doelstellingen voor een duurzaam materialenbeheer te integreren.
In 2014 werden de Europese Afvalstoffenlijst (EURAL) en de gevaarlijke eigenschappen van de Kaderrichtlijn Afval aangepast.
Met de doelstellingen uit het circular economy package kiest Europa voor een compleet nieuw economisch model. In een kringloopeconomie zijn preventie, hergebruik en recyclage de norm en behoort afval tot het verleden. Voor Vlaanderen zijn die ambities bekend terrein. Tijdens het Belgische voorzitterschap van de Europese Raad Leefmilieu in 2010 zette Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege duurzaam materialenbeheer prominent op de agenda. De krachtlijnen die Vlaanderen toen uittekende, werden door Europa opgepikt en in 2014 in de concrete wetsvoorstellen van het circular economy package vertaald. Vlaanderen ijverde er van in het begin voor om de Vlaamse visie en het beleid rond duurzaam materialenbeheer maximaal in de Europese wetgeving te integreren. Ook nu de Europese Commissie aan een nieuw plan werkt, volgt de OVAM de ontwikkelingen op de voet en blijft ze inzetten op een transitie naar een duurzaam gebruik van grondstoffen in Europa.
De Europese kaderrichtlijn afval beschrijft onder meer of afval gevaarlijk is of niet. Die terminologie en classificatie is onder meer belangrijk voor een veilig transport en beheer van afval, om de juiste vergunningen af te leveren aan afvalverwerkingsinstallaties, en om de afvalproductie tussen de Europese landen te kunnen vergelijken. Producenten van afval moeten zelf onderzoeken of hun afval al dan niet gevaarlijk is. Daarvoor gaan ze na of het afval een van de vijftien gevaarlijke eigenschappen uit de nieuwe verordening bezit: ontplofbaar, oxiderend, ontvlambaar, enzovoort. Voortaan hoort ook ‘specifieke doelorgaantoxiciteit’ bij die gevaarlijke eigenschappen: de vraag of een afvalstof al dan niet gevaarlijk is voor bepaalde menselijke organen. De OVAM presenteerde in de Europese werkgroep een studie van VITO (Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek) over de impact van de nieuwe definitie van ecotoxiciteit, anders gezegd: hoe gevaarlijk een afvalstof is voor het milieu. De resultaten van die studie misten hun effect niet. De Europese Commissie borduurt nu verder op dat onderzoek, waarbij ze de OVAM consulteert.
www.ovam.be
19
Wereldafvalcongres 2015 vindt plaats in Antwerpen
In 2014 wijzigde de regelgeving rond de inzameling en de verwerking van afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA). Ook zonnepanelen zijn nu elektrisch en elektronisch afval.
Van 8 tot 11 september 2014 tekende de OVAM present op het wereldafvalcongres in Sao Paulo. De presentaties van de OVAM en Philip Heylen, voorzitter van ISVAG, de intergemeentelijke samenwerking voor afvalverwerking van Antwerpen en enkele omliggende gemeenten, leidden tot een interessant debat over de overgang van een afval- naar een materialenbeleid.
Europa publiceerde op 24 juli 2012 een herziene richtlijn over de inzameling en verwerking van AEEA. Alle lidstaten moesten die richtlijn voor 14 februari 2014 integreren in hun wetgeving. In Vlaanderen is dat het VLAREMA (Vlaams reglement voor het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen). Nieuw is dat voortaan ook fotovoltaïsche zonnepanelen elektrisch en elektronisch afval zijn en dat eindverkopers met een grote verkoopsruimte heel kleine AEEA gratis moeten aanvaarden, ook als de consument geen nieuw apparaat koopt.
Dat belooft voor de editie van 2015, die van 7 tot 9 september neerstrijkt in Antwerpen. Meer dan 1.000 experts en topverantwoordelijken uit de wereldwijde afvalsector zakken dan af naar de sinjorenstad voor het congres ‘Let’s make the most of our resources and waste!’ van de International Solid Waste Association (ISWA).
In Vlaanderen (en in heel België) organiseert Recupel de inzameling en verwerking van afgedankte elektrische en elektronische apparaten. Recupel werd in 2001 opgericht door de invoerders en producenten van de apparaten. De OVAM ziet toe op de correcte werking. Vlaanderen is Europees koploper in de inzameling en verwerking van AEEA. Daarom koos Vlaanderen er bij de implementatie van de AEEA-richtlijn voor om het performante inzamel- en verwerkingssysteem voort te zetten en te optimaliseren. Enkel voor zonnepanelen geldt een uitzondering, die worden via een apart kanaal ingezameld.
Het ISWA-congres staat geboekstaafd als de jaarlijkse hoogmis van de wereldwijde afvalbeheersector. Het is een uitgelezen kans om de knowhow en troeven van Vlaanderen inzake afval- en materialenbeheer in de verf te zetten.
Strengere regels voor inzameling afgedankte apparaten
Vlaanderen stemde de nieuwe inzameldoelstellingen maximaal af op die uit de Europese richtlijn. Vanaf 2016 moet 45% van de hoeveelheid AEEA in gewicht worden ingezameld. Vanaf 2019 wordt dat 65% van alle apparaten die op de markt werden gebracht. Voor de verwerking van de ingezamelde AEEA legt Vlaanderen de lat zelfs tot 5 procent hoger dan de doelstellingen uit de Europese richtlijn. Meer info: www.ovam.be/aeea
20
Meer info: www.iswa2015.org
Steden en regio’s leren van elkaar in Europees project Drie jaar lang werkte de OVAM samen met twaalf Europese steden en regio’s in het Europese Interreg IVC-project Regions for Recycling. Het doel: van elkaar leren hoe we meer huishoudelijke afvalstoffen kunnen recycleren. Het resultaat: een performante online tool waarmee steden en regio’s hun prestaties kunnen vergelijken en verbeteren. Tegen 2020 moet 50 procent van het huishoudelijke afval in Europa worden gerecycleerd. Regionale en lokale besturen spelen een sleutelrol om die doelstelling te halen. Daarom bundelden zeven Europese regio’s, vijf steden en één internationale organisatie de krachten in het Europese Interreg IVC-project ‘Regions for Recycling’ (R4R). Van 2012 tot 2014 wisselden ze gegevens rond afvalbeleid uit en deelden ze goede praktijkervaringen.
Statistieken tegen het licht In Europa is Vlaanderen koploper in de selectieve inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Die ervaring en expertise is de andere Europese regio’s niet ontgaan. Ze vroegen de OVAM dan ook om het
technische aspect van het project in goede banen te leiden. De OVAM werkte een gemeenschappelijke methodologie en een online tool uit om afvalgegevens op een uniforme manier te rapporteren. Daardoor kunnen Europese landen, regio’s en gemeenten hun statistieken voor huishoudelijk afval beter vergelijken.
Grasduinen Dat is niet alles. Via de tool kunnen gemeenten en regio’s ook grasduinen in veertig goede praktijkvoorbeelden over selectieve inzameling en recyclage. De OVAM schoof bijvoorbeeld de pmd-inzameling, het Vlaamse stort- en verbrandingsbeleid en het toepassen van het ‘de vervuiler betaalt’-principe naar voren als goede praktijkvoorbeelden. Vandaag kunnen regio’s en steden uit heel Europa via de R4R-tool van elkaar leren om hun aandeel gerecycleerde huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen verder op te voeren. Meer info: www.regions4recycling.eu
Regions for Recycling (R4R) R4R past in het INTERREG IVC-programma, gefinancierd door het Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) Projectpartners: Vlaanderen, Ile-de-France (Frankrijk), Odense (Denemarken), Limerick (Ierland), Stiermarken (Oostenrijk), Catalonië (Spanje), Ilfov (Roemenië), Efxini Poli (een vereniging van 30 gemeenten verspreid over Griekenland), Lissabon (Portugal), Tallinn (Estland), Sofia (Bulgarije), Zagreb (Kroatië) en de Association of Cities and Regions for Recycling and Sustainable Resource Management (ACR+) Looptijd: 2012-2014 Budget (van de OVAM): 313.840 euro, waarvan 75% door EFRO wordt gefinancierd
www.ovam.be
21
Bewoners Gentse kanaalzone denken mee over sanering en herbestemming
Tot voor kort wist niemand dat het verlaten en overwoekerde industrieterrein aan de Langerbruggekaai tussen Gent en Evergem zwaar verontreinigd was. Veel buurtbewoners maakten er geregeld een wandeling of lieten er de hond uit. Dat kan straks opnieuw. In 2014 saneerde de OVAM de grond. In overleg met de buurtbewoners en de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) stemde ze de werken af op de toekomstige bestemming: een levendig buurtpark met avontuurlijk speelbos en fietspad door het groen. Vanaf het begin van de vorige eeuw was op het terrein aan de Langerbruggekaai zware industrie gevestigd. Die laat tot vandaag zijn sporen na. De OVAM trof in de grond zware metalen, minerale olie en asbest aan. In het najaar van
22
2014 ging de OVAM van start met de sanering. Daar ging uitgebreid overleg met de buurtbewoners en de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) – die het terrein opnieuw gaat inrichten – aan vooraf.
Om te beginnen organiseerden de OVAM en de VLM bewonersvergaderingen om de plannen toe te lichten. Daar konden omwonenden hun bezwaren en opmerkingen geven. Zo vroegen sommige mensen om de heuvel tussen het
Gentse Kan
Koppelingsgeb Inrichtingsplan
Eindvoorstel Plan 1: Inric LEGENDE
Kanaal Gent - Terneuzen
BOS - SPEEL
RUIGTE -STR
Langerbruggekaai (N474)
GRAZIGE OP
VERHARDE
Zuidledeplein
STRUINPA
Bedrijventerrein
NATUURLI
CENTRALE
ZEECONTA
Lochtingsstraat
KEERELME
t raa
kst
c Slo
VOCHTIGE
OUDE SPO
Aangenaam wonen pal naast Gentse haven
VERSPREID
0
10
Het terrein aan de Langerbruggekaai maakt deel uit 100 80 kanaaldorpen. 60 20 van 40 de Gentse Die liggen pal in de haven van Gent. In 2005 legde de Vlaamse Regering de contouren van de haven definitief vast. Dat gaf de bewoners van de Gentse kanaaldorpen zekerheid: hun dorp zou blijven bestaan. En dat niet alleen,
Zuidledeplein en het toekomstige buurtpark te behouden. Die biedt de omwonenden immers privacy. Daarop paste de VLM de plannen aan: nadat de verontreinigde heuvel was afgegraven, werd hij opnieuw opgebouwd met zuivere grond.
Bezorgdheden Ook op het wijkfeest Wijk van de Maand voor de Gentse kanaaldorpen, waartoe de omgeving van de Langerbruggekaai behoort, waren de OVAM en de VLM present. De
de woongebieden moesten een aangename plek blijven om te leven. Daarom bakende de Vlaamse Regering ‘koppelingsgebieden’ af: groene zones die de kanaaldorpen afschermen van de activiteiten in de haven. Dat kan een weiland zijn, maar ook een natuurgebied of een park. In die bufferzones is plaats voor spel en
buurtbewoners konden er terecht met al hun vragen en bezorgdheden over de sanering en de nieuwe bestemming die het terrein straks krijgt. De bewoners overhandigden persoonlijk een memorandum aan Daniël Termont, burgemeester van Gent. Daarin somden ze hun verzuchtingen voor hun wijk op: een nieuwe speelzone, meer veilige fietspaden, meer groen … Aan die vragen komt het project aan de Langerbruggekaai nu tegemoet.
recreatie: een petanquebaan, een avontuurlijk speelbos … Trage wegen doorkruisen het gebied en loodsen buurtbewoners in alle veiligheid naar hun werk in de haven. Ook het terrein aan de Langerbruggekaai kreeg het etiket ‘bufferzone’ opgeplakt. De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) gaat het nu opnieuw inrichten.
N
aangemaakt op: 20 oktobe
In het voorjaar van 2016 begint de VLM met de herinrichting van het terrein. In de buurt van de huizen komt een park met een picknickplaats en natuurlijke spelelementen. Aan de andere kant, tegen de aanpalende industriezone, mag de natuur haar gang gaan. De oude spoorwegbedding die langs het terrein loopt, wordt een fietsverbinding door het groen. Die sluit aan op het nieuwe langeafstandsfietspad door de Kanaalzone.
www.ovam.be
23
Duurzaam ruimte- en materialengebruik
moet Limburg een boost geven Sinds de sluiting van Ford Genk heeft de Limburgse economie het moeilijk. Daarom ontwikkelde de Vlaamse Regering een actieplan om investeerders aan te trekken. De OVAM zet via het Vlaams Materialenprogramma haar schouders mee onder het project en loodst de regio rond Genk zo naar een circulaire economie en een duurzame invulling van de beschikbare ruimte. Die omslag moet de regio een boost geven. Limburg staat al een tijdje onder druk. De sluiting van Ford Genk heeft het werkloosheidsprobleem nog groter gemaakt, en er worden maar weinig nieuwe bedrijven opgestart. Daarom riep de Vlaamse overheid het investeringsprogramma SALK in het leven, kort voor ‘Strategisch Actieplan Limburg in het Kwadraat’. Dat plan moet de economie versterken en meer duurzame jobs creëren.
OVAM draagt steentje bij SALK heeft ook een ruimtelijke pijler, het Territoriaal Ontwikkelingsprogramma (T.OP) Limburg. Het T.OP moet ervoor zorgen dat de beschikbare ruimte optimaal wordt ingevuld. Het einddoel is een nieuwe, duurzame economie in een Limburg dat aangenaam is om in te wonen, te werken en te ontspannen. Die ambitie werd, met een knipoog naar het mijnverleden, RE-MINE genoemd.
Verschillende partners en experts werken binnen RE-MINE aan drie grote strategieën om Limburg weer op de rails te krijgen: het promoten van het wandel- en fietstoerisme , het stedelijk netwerk als motor van een maatschappelijke dynamiek en de evolutie naar een duurzame, multiproductieve economie. In de regio rond Genk zet de OVAM haar expertise in om een circulaire of kringloopeconomie te creëren. De belangrijkste doelen: meer grondstoffen hergebruiken,
Wie doet mee? De verkennende studie ‘Potentieel Circulaire Economie in de Genkse Regio’ is een gezamenlijk project van de OVAM, Ruimte Vlaanderen, Agentschap Ondernemen, UHasselt, steden en gemeenten in de regio Genk, Provincie Limburg en NV De Scheepvaart. Ook bedrijven uit de regio en bedrijven die nu al binnen het kringloopplaatje passen, worden bij de studie betrokken. De projectpartners onderzoeken welke ruimtelijke en andere voorwaarden vervuld moeten zijn om de circulaire economie in Genk te stimuleren en investeringen aan te moedigen. Concreet worden drie cases uitgewerkt op verschillende ruimtelijke schaalniveaus, die later als voorbeeld kunnen fungeren. In mei 2015 worden de eerste resultaten verwacht.
24
meer werkgelegenheid creëren, de beschikbare ruimte beter benutten en bedrijven op nieuwe manieren laten samenwerken.
Stad speelt een hoofdrol In 2014 zette de OVAM mee haar schouders onder een verkennende studie die het potentieel van de circulaire economie in de Genkse regio in kaart brengt (zie kader op de vorige pagina). Daarbij speelt ruimtegebruik een belangrijke rol: hoe kunnen we wonen en werken met elkaar verzoenen? En hoe kunnen we onderbenutte terreinen opnieuw activeren? Steden en metropolen worden de drijvende kracht achter de nieuwe economie, en dus moeten de ruimtelijke en de economische ontwikkeling goed op elkaar worden afgestemd. Een economie die gebaseerd is op uitwisseling en samenwerking vraagt een heel andere invulling van woon- en bedrijventerreinen dan een traditionele lineaire economie. In 2015 belandt de verkennende studie in een concrete fase. De projectpartners gaan op zoek naar opportuniteiten bij bedrijfsleiders die al in Limburg actief zijn en bij bedrijven uit het buitenland die passen binnen een circulaire economie. Zo willen ze in kaart brengen welke ruimtelijke en andere verwachtingen er leven bij bedrijven die in Genk willen investeren. Het einddoel is de kringlopen van materialen, energie en kennis in de streek beter te sluiten. Zo wordt Genk een knooppunt van kringloopactiviteiten en een hefboom voor economische ontwikkeling.
Staalfabriek APERAM wordt kringloopknooppunt Staalfabrikant APERAM is een wereldspeler in roestvast staal. De vestiging in Genk lag tien jaar geleden nog onder vuur omdat het bedrijf veel geluidsoverlast, afval en fijn stof produceerde. Vandaag is de fabriek geëvolueerd naar een duurzame onderneming die de circulaire economie ondersteunt. Het staalbedrijf recycleert metaalafval van ijzerschrootbedrijven. De metaalresten worden ingesmolten, geraffineerd en in roestvast stalen plakken gegoten. Die plakken gaan naar Charleroi om ze te laten warmwalsen. Het warmgewalste staal komt nadien opnieuw naar Genk om het te koudwalsen, te versnijden en te verkopen. Het vervoer tussen Genk en Charleroi, maar ook naar eindklanten, gebeurt multimodaal: over de weg, maar ook via de binnenvaart en met het spoor. Na de productie verwerken firma’s zoals Recmix de reststoffen van APERAM (vooral ovenslakken) tot nieuwe grondstoffen voor de bouw en de asfalt- en betonnijverheid. Het stof uit de staalfabriek en de koudwalserij wordt gerecycleerd tot grondstof voor de staalfabriek.
www.ovam.be
25
Vlaanderen wil asbest sneller kwijt Meer dan 3,7 miljoen ton: zoveel asbest is er naar schatting in Vlaanderen nog in omloop. De gevaarlijke vezels zitten in bouwmaterialen, bloembakken, rioleringsbuizen … Zonder maatregelen kan het nog tot 2070 duren voor al die restanten verdwenen zijn. Daarom kiest de Vlaamse Regering voor een versneld afbouwbeleid. De komende jaren gaat de OVAM de verwijdering van asbest coördineren en deels mee financieren. Scholen en andere kwetsbare plaatsen krijgen voorrang. Tegen 2040 moet heel Vlaanderen asbestveilig zijn. Asbestvezels inademen is schadelijk voor de gezondheid. Ze veroorzaken longkanker of asbestose (een ziekte die het longweefsel aantast). Daarom is de productie van asbesthoudende materialen in Vlaanderen sinds 1998 verboden. Maar dat wil niet zeggen dat alle asbest verdwenen is. In heel wat oudere gebouwen zitten nog bouwmaterialen, dakbedekking of isolatiemateriaal met asbest. Zolang de gebruikte producten niet stuk zijn en een huis niet wordt gerenoveerd, blijft het gevaarlijke materiaal gewoon zitten.
+
Voordelen van snelle verwijdering
• Minder gezondheidskosten • Minder saneringskosten voor (water)bodems • Minder kosten bij sloop en recyclage van gebouwen • Asbestmateriaal is nog niet zo erg verweerd -> veiliger • Meer werkgelegenheid • Meer innovatie in ontmanteling en verwerkingstechnologie
26
Geschatte hoeveelheden asbest in Vlaamse gebouwen
Scholen
15.000 ton
Gevaarlijk voor de gezondheid Asbestproducten worden opgedeeld in ‘hechtgebonden’ en ‘losse’ asbest. De losse variant, die bijvoorbeeld in asbestisolatie rond verwarmingsbuizen zit, is het gevaarlijkst. De vezels zitten niet goed vast in het dragermateriaal en komen makkelijk vrij. Hechtgebonden asbest, dat goed vastzit in bijvoorbeeld rioleringsbuizen of golfplaten, is veilig zolang het materiaal intact is. Zodra materialen afbrokkelen, verweren of onoordeelkundig verwijderd worden, is er opnieuw een gezondheidsrisico. Zonder actieve maatregelen schat de OVAM dat het nog tot 2070 zal duren voor alle asbesthoudende producten via renovatie- en sloopprojecten verdwenen zullen zijn. Daarom lanceert de Vlaamse Regering een versneld afbouwbeleid. Afhankelijk van de noden en de (financiële) draagkracht van een doelgroep gaat de OVAM de verwijdering van asbest ondersteunen of volledig op zich nemen. Prioritaire doelgroepen zoals scholen en sportcomplexen komen het eerst aan de beurt. Het verwijderde asbest wordt naar stortplaatsen gebracht. Tegen 2040 zou heel Vlaanderen asbestveilig moeten zijn.
Huizen en appartementen
910.000 ton
Land- en tuinbouw
245.000 ton
Bedrijven
724.000 ton
Overheidsgebouwen
6.000 ton
Nutsleidingen (ondergronds)
1,8 miljoen ton
TOTAAL 3,7 miljoen ton
Strijd tegen zwerfvuil vraagt nieuwe aanpak Tieners die colablikjes wegwerpen, toeristen die picknickspullen achterlaten, vissersboten die kapotte netten overboord kieperen … Zwerfvuil bestaat in vele vormen, maar het besef groeit dat ze allemaal aan elkaar gelinkt zijn. Een weggewaaid chipszakje kan kilometers verder ons milieu vervuilen. Daarom mikken de OVAM, de campagne ‘Indevuilbak’ en de Vlaamse Regering op een geïntegreerde aanpak van zwerfvuil. Zo komen alle acties onder één paraplu.
De
5 pijlers van het zwerfvuilbeleid
Het Vlaamse zwerfvuilbeleid steunt op vijf belangrijke pijlers:
1
Communicatie en sensibilisering: rake campagnes om mensen eraan te herinneren dat zwerfvuil in de vuilnisbak hoort.
2
Infrastructuur: vuilnisbakken op de juiste plaatsen (langs wandelroutes, niet in een hoekje van een speelplein), voldoende opruimen …
3
Handhaving: controle door politie en stadswachters, boetes of opruimsancties, sociale controle van familie, vrienden, collega’s …
4 5
Participatie: inwoners en andere partners betrekken bij het opzetten van een netheidsbeleid en het proper houden van de openbare ruimte. Dat kan bijvoorbeeld via een peter-en-metersysteem, horecazaken die asbakken plaatsen … Omgeving: in een propere omgeving, zonder verloedering of leegstand, laten mensen minder snel rommel achter. Overlast door zwerfvuil wordt zoveel mogelijk integraal benaderd, met voldoende overleg tussen alle betrokkenen. Het Netheidsnetwerk van ‘Indevuilbak’, dat lokale besturen helpt om zwerfvuil optimaal aan te pakken, speelt daarin een belangrijke rol.
www.ovam.be
27
Hoe efficiënt zijn controles en boetes? Zijn boetes en (sociale) controle een goede manier om zwerfvuil aan te pakken? Dat wil de Vlaamse Regering de komende jaren uittesten. Binnen het zwerfvuilbeleid ligt de klemtoon niet meer enkel op communicatie, maar ook op handhaving. De reden daarvoor: de afgelopen jaren bleek dat grote campagnes wel veel mensen aanspreken, maar niet leiden tot ander gedrag. Uit een rondvraag bij een breed publiek kwam naar voren dat veel mensen wel heil zien in meer sancties om zwerfvuil aan te pakken.
Inzetten op sociale controle In de praktijk is handhaving moeilijk. Controles zijn duur en tijdsintensief, en boetes voor een weggegooid blikje of chipszakje lokken negatieve reacties uit. Goedkoper en minder omstreden is het verhogen van de sociale controle. Die ‘zachte’ invulling van handhaving kan bijvoorbeeld door de zichtbare aanwezigheid van stadswachters, door het aanmoedigen van sociale controle binnen de familie- en vriendenkring, door reinigingspersoneel en vrijwilligers goed zichtbaar te laten opruimen … Daarnaast zijn ook lokale GAS-boetes een optie. Dat hoeven geen geldboetes te zijn: ook een verplichting om enkele uren zwerfvuil te gaan ruimen is mogelijk. Op Vlaams niveau wordt gedacht aan korte periodes waarin zwerfvuil streng wordt gecontroleerd, naar analogie met de BOB-campagnes en de flitsmarathons. Die acties verlagen het gevoel van straffeloosheid en creëren een groter draagvlak voor de strijd tegen zwerfvuil. In West-Vlaanderen staat zo’n handhavingsweek al in de steigers.
28
Afval in zee vraagt oplossing aan land 80 procent van het marien afval is afkomstig van het vasteland. Vissen stikken in zwerfvuil dat rivieren kilometers ver hebben meegevoerd. De vissen en schelpdieren op ons bord bevatten microplastics die niet alleen afkomstig zijn van de fotodegradatie van macroplastics, maar die we ook zelf via tandpasta’s, scrubs en shampoos met ons afvalwater hebben weggespoeld. Het afval in zee is een probleem dat ons allemaal treft. Daarom slaan vijftien Europese landen de handen in elkaar om mariene vervuiling aan te pakken.
Voortrekkersrol voor OVAM België zet mee zijn schouders onder het Regional Action Plan (RAP) Marine Litter in the North-East Atlantic, dat in 2014 werd goedgekeurd. Het plan bevat dertig maatregelen die afval in zee moeten voorkomen en het bestaande zwerfvuil moeten aanpakken. De OVAM werd voor vijf thema’s als trekker aangeduid, omdat Vlaanderen nu al een internationale voortrekkersrol speelt op het vlak van afval in zee. De focus ligt onder meer op een geharmoniseerde aanpak van scheepsafval en het wegwerken van microplastics. De OVAM zal de maatregelen die in het RAP werden aangenomen verder uitwerken en aanvullen met specifieke richtlijnen en aanbevelingen. Zo komen er lokale maatregelen om het drijfvuil op waterwegen en in havens beter in te zamelen. Er wordt ook onderhandeld met de cosmetische industrie over het vervangen van microplastics door minder vervuilende materialen, en er komen extra maatregelen voor visserij- en scheepsafval.
Kan statiegeld zwerfvuil verminderen? Minder zwerfvuil op straat en meer recyclage van pmd-afval: het klinkt als muziek in de oren. De invoering van statiegeld op blikjes en plastic flessen zou dat doel kunnen bereiken. Alleen: werkt het ook echt? Dat willen de OVAM en de Vlaamse Regering nagaan met een uitgebreide impactanalyse. De studie legt zich toe op alle eenmalige drankverpakkingen: plastic, glas, blik en drankkartons.
Wat en hoeveel? In een eerste fase worden de praktische lijnen uitgezet voor een eventuele invoering van statiegeld. Welke verpakkingen nemen we mee, hoe hoog moet het bedrag zijn? Vervolgens wordt bekeken welke impact de verschillende scenario’s zouden hebben op ecologisch, economisch en sociaal vlak. Eind mei 2015 zouden de analyses klaar moeten zijn. Pas dan wordt beslist of er ook een concreet voorstel voor een statiegeldsysteem wordt uitgewerkt, inclusief financiering en maatregelen om eventuele negatieve bijwerkingen tegen te gaan.
Netheidsindex legt probleemlocaties bloot Of een omgeving ‘vuil’ is, is iets wat iedereen anders aanvoelt. Mensen hechten ook meer belang aan de netheid van hun eigen woonwijk of van het speelplein om de hoek. Netheid is met andere woorden deels een subjectief begrip. Met de Netheidsindex willen de OVAM, Fost Plus en de VVSG (Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten) die subjectieve beleving in kaart brengen. De Netheidsindex is gebaseerd op steekproeven in veertig gemeenten, aangevuld met metingen op snelwegparkings. Het resultaat: objectieve ‘netheidscijfers’ voor heel Vlaanderen.
Anonieme plaatsen Uit de eerste Netheidsindex in 2013 bleek al dat er een groot verschil in netheid is tussen verschillende typeomgevingen. Dat verschil zet zich in 2014 door. Woonwijken en openbare domeinen voor sport, recreatie en toerisme doen het goed, met scores rond 90 op 100. Zwerfvuil duikt vooral op rond glasbollen en textielcontainers, parkings langs autosnelwegen, stations en bus- en tramhaltes. Stuk voor stuk anonieme plaatsen waarvoor niemand zich echt verantwoordelijk voelt. Tegelijk zijn het ook plaatsen waar veel mensen passeren en het zwerfvuil opmerken. Daardoor lijkt Vlaanderen vuiler dan het is. Die probleemlocaties krijgen daarom prioriteit in de aanpak van zwerfvuil. Intussen gebruiken meer dan honderd gemeenten de metingen van de netheidsbarometer om hun netheidsbeleid uit te stippelen.
www.ovam.be
29
Personeel
man
vrouw
134 ₏
234
diversiteit
6,24%
Afval
totaal huishoudelijk afval
totaal bedrijfafval
3.200.000 ton 14.800.000 ton
Budget Begroting 2014 Ontvangsten
Overgedragen saldo
6.181.424,32
Eigen inkomsten (bv. bodemattesten)
13.219.500,77
Inkomensoverdrachten van bedrijven (bv. UMICORE)
1.858.958,40
Inkomensoverdrachten van EU-instellingen
175.573,61
Inkomensoverdrachten binnen de overheid (werkingsdotatie en MINA-dotaties)
29.028.209,41
Kapitaaloverdrachten binnen de overheid (investeringsdotatie en MINA-dotaties)
26.289.701,91
Opname uit het Bodembeschermingsfonds
27.588.478,33
Totaal
104.341.846,75
Beheer MINA-fonds VLABOTEX Subsidies dierlijk afval
8.173.329,21
Subsidies aan erkende kringloopcentra
898.000,00
Inkomensoverdracht aan lokale besturen (preventie en selectieve inzameling)
223.930,00
Subsidies aan lokale besturen (preventie, selectieve inzameling en installaties) Inkomensoverdrachten aan vzw’s (Plan C) Totaal
30
627.835,34
5.574.176,00 150.000,00
15.647.270,55
huishoudelijk afval per inwoner
restafval per inwoner
503 kg
148 kg
selectief ingezameld afval per inwoner
355 kg
Bodem Uitgaven Over te dragen saldo
5.481.291,58
Personeel
23.909.068,44
Werkingsmiddelen
6.628.302,70
Onderzoek
2.425.010,76
Communicatie
1.104.099,39
Saneringen
32.414.784,35
Werkingsbijdrage VLACO, IVC en Summa
1.375.309,77
Schadevergoedingen
1.101.835,76
85.000
risicogronden telt Vlaanderen (naar schatting)
Spijzing van het Bodembeschermingsfonds 29.902.144,00 Totaal
Aantal afgeleverde bodemattesten
104.341.846,75
236.076
Aantal afgeleverde grondstofverklaringen
162
Aantal adviezen voor milieuvergunningen
619
Aantal afgeleverde beslissingen i.k.v. kennisgevingen voor grensoverschrijdend transport van afvalstoffen Aantal verwerkte transportmeldingen i.k.v. grensoverschrijdend transport van afvalstoffen
1.350 198.975
42% van die risicogronden zijn vandaag onderzocht
16% daarvan moet gesaneerd worden
www.ovam.be
31
OVAM Stationsstraat 110 2800 Mechelen www.ovam.be
32