ADVIES AR-AR-ADV-2122-004
Doelstellingen inschrijvingsrecht sterker nastreven Advies over drie voorontwerpen van decreet die het inschrijvingsrecht regelen
Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be
Wijs beleid door overleg
Advies op vraag van Ben Weyts, Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand op 19 juli 2021 Uitgebracht door de Algemene Raad op 23 september 2021 met eenparigheid van stemmen. Daar waar de raadsleden van mening verschillen, wordt dat vermeld. Voorbereiding: commissie Diversiteit en Gelijke Onderwijskansen op 31 augustus 2021 en 14 september 2021 onder voorzitterschap van Kaat Delrue. Inbreng van de Raad Basisonderwijs (8 september 2021) en Raad Secundair Onderwijs (9 september 2021). Dossierbeheerder: Marleen Colpin
Inhoud 1
Situering .......................................................................................................................................... 2
2
Vooraf: regeling voor buitengewoon onderwijs dringend verduidelijken .................................... 2
3
Positieve elementen ....................................................................................................................... 3
4
Doelstellingen van het inschrijvingsrecht sterker nastreven....................................................... 3
5
Dubbele contingentering als optie behouden .............................................................................. 4
6
Voorrang voor ondervertegenwoordigde groepen inzetten om segregatie te vermijden........... 5
7
Criterium afstand (basisonderwijs) relativeren ............................................................................ 6
8
Voorrang Nederlands in Vlaamse Rand en Brussel anders vormgeven ..................................... 7
9
Lokale overlegplatforms in hun rol erkennen ............................................................................... 8
10 Ondersteuning voor scholen en ouders garanderen .................................................................... 9 11 Aanmeldingssysteem en algoritme verduidelijken ..................................................................... 10 12 Centrale tijdslijn bijstellen ............................................................................................................ 10 13 Voor inschrijving bij vechtscheiding uitzondering maken .......................................................... 10 14 Ventielprocedure verscherpen ..................................................................................................... 10 15 Capaciteitsprobleem niet onderschatten .................................................................................... 11 16 Monitoring en evaluatie inbouwen .............................................................................................. 11
1
vlor.be
1 Situering De Vlor geeft advies over drie voorontwerpen van decreet over het inschrijvingsrecht die de Vlaamse Regering op 16 juli 2021 goedkeurde. Het gaat om: 1 Voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR; 2 Voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad; 3 Voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft bijkomende maatregelen voor het inschrijvingsrecht betreffende voorrangs-en ordeningscriteria. De doelstellingen van de decreten zijn (zie Nota aan de Vlaamse Regering): • Een realisatie van het Regeerakkoord op gebied van inschrijvingsrecht; • Een reeks aanpassingen in aanvulling en verduidelijking van het decreet betreffende het inschrijvingsrecht van 17 mei 2019 (bijna uitsluitend juridisch en technische aanvullingen om de regelgeving in overeenstemming te brengen met nieuwe of gewijzigde onderwijsregelgeving in het evoluerend onderwijsveld). De decreten bouwen voort op het decreet van 17 mei 2019 (waarvan de bepalingen al doorgevoerd zijn in de niveau-decreten met vermelding van de ingangsdatum 01/09/2022).1 De principes die in dat decreet al vastgelegd werden voor het secundair onderwijs, worden nu doorgetrokken naar het basisonderwijs. De Vlor gaf in voorbereiding op het decreet van 17 mei 2019 advies in oktober en november 2018.2 De principes die aan de decreten ten grondslag liggen, zijn dus niet nieuw voor ons. We bouwen dan ook voort op de eerdere adviezen en de bezorgdheden, aandachtspunten en voorstellen die de Vlor daarin formuleerde.
2 Vooraf: regeling voor buitengewoon onderwijs dringend verduidelijken De nota aan de Vlaamse Regering die de voorontwerpen van decreet aankondigt, meldt dat er voor het buitengewoon onderwijs nog een eigen inschrijvingsbeleid uitgewerkt zal worden, waarbij het uitgangspunt is dat een leerling, indien mogelijk, terecht moet kunnen in een school met het type (en opleidingsvorm) zoals bepaald in het verslag voor buitengewoon onderwijs. De Vlor dringt erop aan dat er heel snel duidelijkheid komt over het inschrijvingsbeleid voor kinderen en jongeren met een verslag voor buitengewoon onderwijs, ongeacht of zij voor gewoon Decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht betreft, 17 mei 2019. 2 Vlor, Algemene Raad. Een nieuw kader voor het inschrijvingsrecht in basis- en secundair onderwijs, 25 oktober 2018. Vlor, Algemene Raad. Wijziging inschrijvingsrecht, ook voor buitengewoon onderwijs, 29 november 2018. 1
2
vlor.be
dan wel buitengewoon onderwijs kiezen. Het uitgangspunt moet zijn dat ze zeker terecht kunnen in een gepaste school in de eigen regio. Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, van wie de ouders kiezen voor buitengewoon onderwijs, vinden in de eigen regio niet altijd een plaats in een school die aan hun noden beantwoordt. Het aanbod is niet overal afgestemd en er zijn ook capaciteitsproblemen in het buitengewoon onderwijs. Daarnaast moeten scholen in het gewoon onderwijs gestimuleerd en ondersteund worden om leerlingen met een verslag in te schrijven.3 Het is positief dat zij die leerlingen in overcapaciteit kunnen inschrijven.
3 Positieve elementen De Vlor ziet positieve elementen in de nieuwe regeling. Kamperen aan de schoolpoort wordt uitgesloten en dubbel inschrijven wordt zo veel mogelijk vermeden. Scholen die leerlingen willen kunnen weigeren op basis van capaciteit, moeten verplicht werken met een digitaal aanmeldingssysteem en daarover afspraken maken met de omliggende scholen. Anderzijds wordt de planlast verminderd voor scholen die geen leerlingen willen weigeren. Er komt een centrale tijdslijn voor de aanmeldingen. Scholen kunnen een beroep doen op een digitaal systeem dat de overheid daarvoor ter beschikking stelt en op subsidies om de aanmeldingen te organiseren. Er wordt een grotere autonomie toegekend aan het lokale niveau. Er komen enkele overcapaciteitsgroepen bij. De Vlor vond het in zijn eerdere advies positief dat er een regeling zou komen voor de Vlaamse Rand die voorrang zou geven aan een minimaal percentage Nederlandstalige leerlingen. Er is nu een regeling en daar gaan we verder op in (zie punt 8).
4 Doelstellingen van het inschrijvingsrecht sterker nastreven Wanneer het decreet van 17 mei 2019 en de voorliggende decreten ingevoerd worden, zijn dit volgens het Decreet Basisonderwijs en de Codex Secundair Onderwijs de doelstellingen van het inschrijvingsrecht: “De gezamenlijke doelstellingen van het inschrijvingsrecht, als instrument van het beleid op gelijke onderwijskansen, zijn: 1° het waarborgen van de vrije schoolkeuze van alle ouders en leerlingen; 2° het realiseren van optimale leer- en ontwikkelingskansen voor alle leerlingen en dit, voor zover mogelijk, in een school in hun buurt;4
Vlor, Algemene Raad. Naar een nieuw decreet leersteun. Advies over de conceptnota decreet leersteun, 23 september 2021. 4 “en dit, voor zover mogelijk, in een school in de buurt” geldt enkel voor het basisonderwijs. 3
3
vlor.be
3° het bevorderen van sociale cohesie; 4° het vermijden van uitsluiting, segregatie en discriminatie.” ‘Het bevorderen van sociale mix’ is geen doelstelling meer van het inschrijvingsrecht. ‘Sociale cohesie’ nog wel. De Vlor verstaat daaronder dat een diverse groep leerlingen zich verbonden voelen met elkaar en met de school. Het is niet duidelijk hoe je die sociale cohesie kan bereiken zonder eerst sociale mix na te streven. We zien in het decreet ook geen performante instrumenten waarmee je doelstellingen 3 en 4 kan nastreven. De enige mogelijke piste is de 20%-voorrang voor ondervertegenwoordigde groepen, maar die wordt niet verder geconcretiseerd. We gaan daar in punt 6 verder op in. Los daarvan erkent de Vlor dat je sociale mix en cohesie niet enkel kan bereiken via een inschrijvingsdecreet. Daarvoor zijn vele inspanningen nodig. Denk aan omkadering en middelen voor gelijke onderwijskansenbeleid op schoolniveau. En initiatieven om te sensibiliseren en motiveren om de blik te verruimen: voor scholen bij het rekruteren van leerlingen en voor ouders bij het zoeken naar een school. Daarover staat echter niets in het decreet. We komen daar in punt 10 op terug. Ook over de eerste twee doelstellingen is de Vlor bezorgd, met name vanuit het perspectief en de rechtspositie van ouders en leerlingen uit kansengroepen. Zij hebben nood aan informatie en ondersteuning om op een gelijkwaardige manier aan het digitaal aanmelden te kunnen deelnemen (zie ook punten 10 en 11).
5 Dubbele contingentering als optie behouden De Vlor neemt akte van de beslissing van de Vlaamse Regering over de dubbele contingentering. Het is een werkwijze die volgens sommige leden van de raad wel de beste kansen biedt op vermijden van segregatie en bevorderen van sociale cohesie, doordat ze evenredigheid op basis van de referentiepopulatie als uitgangspunt neemt en daarbij tegelijk voorrang voorziet voor kansarme en kansrijke leerlingen. Op vele plaatsen werkte dat goed en onderzoek toonde het positieve effect op een meer diverse samenstelling van scholen en het wegwerken van segregatie aan.5 Het decreet biedt geen volwaardig alternatief. Daarom betreuren die leden het verbod op het gebruik van de dubbele contingentering in het basis- en secundair onderwijs. De Vlor stelt dan ook voor om de dubbele contingentering niet volledig te verbieden. Het zou een optie moeten kunnen blijven voor lokale entiteiten, in het bijzonder waar men er al gebruik van maakte en waar scholen en ouders er tevreden over zijn. Dat zou beter aansluiten bij de doelstelling van de decreten om meer autonomie te geven aan het lokale niveau.
5
Havermans, N., Wouters, T., & Groenez, S. (2018). Evaluatie van dubbele contingentering: Impact op schoolsamenstelling en schoolse segregatie bij instappers in het kleuteronderwijs. Steunpunt Onderwijsonderzoek.
4
vlor.be
6 Mogelijkheid op voorrang voor ondervertegenwoordigde groepen inzetten om segregatie te vermijden Principe Het decreet schrijft voor dat lokale overlegplatforms of scholen(groepen) een voorstel kunnen formuleren om voor maximaal 20% van de capaciteit voorrang bij inschrijving te voorzien voor (een of meer) groepen leerlingen die volgens objectieve criteria en in vergelijking met de referentiepopulatie ondervertegenwoordigd zijn. Dat voorstel van een lokaal overlegplatform moet goedgekeurd worden door de gemeenteraad/-raden van de betrokken scholen. We verwachten dat de Vlaamse overheid aanbeveelt om van die mogelijkheid gebruik te maken en lokale partners daartoe motiveert. Die lokale partners weten doorgaans het best wat nodig en mogelijk is in hun specifieke context, maar ze mogen zich niet onttrekken aan de morele plicht om actie te ondernemen als in sommige scholen een of meer groepen ondervertegenwoordigd zijn. De Vlor pleit er wel voor om de voorrang voor ondervertegenwoordigde groepen maximaal in te zetten om segregatie te vermijden en zodoende sociale cohesie na te streven. Dat kan betekenen dat de voorrang naar een kansarme populatie gaat, maar evengoed naar een kansrijke. We zijn er ons wel van bewust dat 20% in bepaalde gevallen niet zal volstaan om de ondervertegenwoordiging te compenseren. Een ondervertegenwoordigde groep mag niet overlappen met een groep die volgens een andere decretale bepaling al voorrang heeft. Scholen binnen een lokaal overlegplatform (LOP) (of gemeente) moeten in functie van hun eigen context ondervertegenwoordigde groepen en voorrangspercentages kunnen definiëren die verschillen van andere scholen binnen het LOP, als daarover een akkoord is in het LOP.6
Concrete uitwerking We vragen dat de voorrang voor ondervertegenwoordigde groepen kan worden toegepast op een wijze die effectief resulteert in de toewijzing van plaatsen aan kinderen uit ondervertegenwoordigde groepen die anders, puur op basis van ordening naar afstand of het behoren tot andere voorrangsgroepen, geen toewijzing gekregen zouden hebben. Volgens het voorontwerp van decreet moeten scholen/LOP’s hun keuze om gebruik te maken van de voorrangsregeling voor ondervertegenwoordigde groepen uiterlijk op 31 januari (voor de start van de aanmeldperiode) melden aan de Vlaamse overheid. De tekst laat vermoeden, maar expliciteert niet, dat voor LOP’s de hele procedure van bekrachtiging door de gemeenteraad/-raden voordien afgerond moet zijn. Dat veronderstelt dat een eerste voorstel uiterlijk begin december aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Maar voor de aanmeldingsprocedure geldt dat scholen/LOP’s hun keuze van standaarddossier en eventuele afwijkingen ten laatste op 15 november aan de Vlaamse overheid melden, respectievelijk aan de Commissie inzake Leerlingenrechten (CLR) voorleggen. Betekent dat dat de afspraken over de toepassing van voorrang voor
6
ACOD-Onderwijs, KOOGO, OVSG en de Verenigde Verenigingen kunnen niet akkoord gaan met dit voorstel, omwille van de technische onhaalbaarheid om zowel de doelgroepomschrijving als het voorrangspercentage per school anders in te vullen.
5
vlor.be
ondervertegenwoordigde groepen niet in het aanmeldingsdossier moeten worden opgenomen? En dat er twee procedures naast elkaar kunnen lopen: een voor het aanmeldingsdossier (bij de CLR en/of de Vlaamse Regering) en een over de toepassing van de voorrang voor ondervertegenwoordigde groepen (bij de gemeenteraad)? Als de afspraken over de voorrang voor ondervertegenwoordigde groepen wel in het aanmeldingsdossier opgenomen moeten worden, kan en moet dan bij niet-bekrachtiging door de gemeenteraad en na eventuele formulering van een nieuw voorstel en bekrachtiging daarvan, een nieuw aanmelddossier bij de CLR worden ingediend? De Vlor vraagt daar verduidelijking over en merkt op dat de lokale uitwerking van voorrang voor ondervertegenwoordigde groepen een impact heeft op verschillende aspecten van de aanmeldingsprocedure. De Vlor vindt het echter geen goed idee dat het gemeentebestuur (of meerdere betrokken besturen) de LOP-afspraken over de toepassing van voorrang voor ondervertegenwoordigde groepen moet bekrachtigen. Als regisseur van het hele onderwijsaanbod in hun gemeente en als onderwijsverstrekker van het officieel gesubsidieerd onderwijs hebben gemeentebesturen immers een gemengde rol. De LOP’s, waarin de lokale besturen ook vertegenwoordigd zijn, zijn het best geplaatst om een lokale regeling uit te werken omtrent de voorrang voor ondervertegenwoordigde groep(en).7
7 Criterium afstand (basisonderwijs) relativeren Dat basisscholen een afspiegeling moeten zijn van de buurt, staat ook voor de Vlor buiten kijf. Daarom is het goed dat het criterium ‘afstand tot de school’ behouden blijft voor het basisonderwijs. 8 Dat is echter nog geen garantie op sociale mix. Het criterium afstand is bovendien relatief voor ouders die kiezen voor een specifiek pedagogisch project waarvan er minder scholen zijn. Dat heeft een grote impact op de vrije schoolkeuze voor die ouders. Dat geldt ook bij de overgang van basis- naar secundair onderwijs als die ouders voor continuïteit in het pedagogisch project blijven kiezen.
OVSG en KOOGO bekrachtigen het principe ‘versterken van de rol van de lokale besturen’ in het voorontwerp van decreet. De bekrachtiging door de gemeenteraad/-raden van een voorstel van de scholen gelegen op hun grondgebied of een voorstel van het LOP over de omschrijving van de doelgroep van de ‘ondervertegenwoordigde groepen’, is van essentieel belang. Gemeentebesturen zijn het best geplaatst om op basis van hun bevolkingssamenstelling te oordelen of het voorstel van de scholen/LOP een bijdrage levert aan de doelstellingen 3 en 4 van het inschrijvingsrecht. 8 Met betrekking tot de mogelijkheid om het ordeningscriterium ‘afstand’ te operationaliseren als ‘leerlingen die in dezelfde gemeente wonen als de school’, oordelen OVSG en KOOGO dat deze mogelijkheid niet beperkt mag worden tot de gemeenten gelegen in de Vlaamse Rand. Deze mogelijkheid moet ingeschreven worden voor alle scholen in Vlaanderen. Daardoor kunnen basisscholen hun rol als buurtschool maximaal waarmaken. 7
6
vlor.be
8 Voorrang Nederlands in Vlaamse Rand en Brussel anders vormgeven9 Voor Brussel en de Vlaamse Rand worden aparte systemen aangekondigd om extra voorrang te kunnen geven aan leerlingen van wie minstens één ouder het Nederlands in voldoende mate machtig is, of, bij de overgang naar het secundair onderwijs, aan leerlingen die in het basisonderwijs Nederlandstalig onderwijs gevolgd hebben. Voor Brussel is er sprake van ‘9 jaar Nederlandstalig basisonderwijs gevolgd hebben’, voor de Vlaamse Rand ‘vanaf 3 jaar Nederlandstalig basisonderwijs gevolgd hebben’. Ook de percentages voorrang verschillen: in Brussel 65% voorrang voor leerlingen van wie minstens één ouder het Nederlands in voldoende mate machtig is + 15% voorrang voor leerlingen die 9 jaar basisonderwijs gevolgd hebben; in de Vlaamse Rand 70% voorrang voor leerlingen die vanaf 3 jaar Nederlandstalig onderwijs gevolgd hebben, met een uitzondering voor leerlingen die sinds hun domiciliëring in het Vlaams Gewest of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest onafgebroken Nederlandstalig onderwijs gevolgd hebben. De regelgeving wordt best afgestemd met het oog op transparantie voor iedereen, in de eerste plaats voor ouders die zowel inschrijven in de Vlaamse Rand als in Brussel overwegen. We vragen om de regeling voor de Vlaamse Rand ook in Brussel in te voeren. De Vlor wijst er bovendien op dat de vereisten voor voorrang voor leerlingen die al Nederlandstalig (basis)onderwijs gevolgd hebben, te streng zijn en heel wat kinderen zullen uitsluiten. Immers: • De leerplicht geldt pas vanaf 5 jaar; • Sommige leerlingen lopen een versneld traject of stromen pas later in het Nederlandstalig onderwijs in (bv. verhuizers of anderstalige nieuwkomers); • Door de capaciteitsproblemen die er zijn in Brussel, kunnen leerlingen soms pas na enkele jaren of helemaal niet inschrijven in het Nederlandstalig onderwijs, waardoor ze ook niet van de voorrang kunnen gebruikmaken; • De toegang voor leerlingen tot het Nederlandstalig onderwijs mag niet beperkt mag worden als gevolg van het (migratie)traject of de taalkennis van hun ouders • Leerlingen kunnen huisonderwijs gevolgd hebben. Daarom vragen we, op basis van het continuïteitsprincipe in het Kinderrechtenverdrag, om voor neveninstromers in het basisonderwijs en voor instromers in het secundair onderwijs in Brussel en in de Vlaamse Rand een redelijk percentage voorrang te voorzien voor leerlingen die voorheen Nederlandstalig onderwijs gevolgd hebben, met minder strikte vereisten inzake het aantal jaren dat ze al Nederlandstalig onderwijs volgden. Dat betekent dus ook dat de afwijking voor leerlingen secundair onderwijs in de Vlaamse Rand die sinds hun domiciliëring in het Vlaams Gewest of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest onafgebroken voor Nederlandstalige onderwijs gekozen hebben, doorgetrokken wordt naar het basisonderwijs (neveninstromers) en naar de regelgeving voor Brussel. Met een ‘redelijk’ percentage bedoelen we ‘ten opzichte van de referentiepopulatie’. De controle op die voorgaande schoolloopbaan in het Nederlandstalige onderwijs moet via de aanmeldingsprocedure kunnen gebeuren (door gegevens die de ouders invullen te koppelen aan
9
We hanteren in dit advies ‘Vlaamse Rand’. Decretaal gaat het om gemeenten die door de Vlaamse Regering bepaald worden. Voor het secundair onderwijs geldt dat die nabij een gewestgrens moeten gelegen zijn. Het doel is om de bijzondere noden van verschillende Vlaamse gemeenten op die manier te erkennen (cfr. Memorie van Toelichting).
7
vlor.be
de leerlingendatabank), om te vermijden dat scholen het handmatig moeten controleren bij inschrijving. Dat moet voorzien worden in de regelgeving en gescreend door de gegevensbeschermingsautoriteit. Om nog meer afstemming en transparantie te garanderen, vragen we een oplossing voor de dubbele inschrijvingen in Brussel en de Vlaamse Rand. Die mogelijkheid wordt immers nog niet uitgesloten en zorgt elk jaar voor een heuse carrousel op inschrijvings- en wachtlijsten. Dat is voor niemand wenselijk: het zorgt voor veel planlast voor scholen en onzekerheid voor ouders en leerlingen. Zo’n oplossing kan gevonden in een gemeenschappelijk aanmeldingssysteem of door (1) de resultaten van de aanmeldingen in Brussel en de Vlaamse Rand op eenzelfde datum uit te sturen en vervolgens (2) op basis van een koppeling van toewijzingsgegevens uit de betrokken centrale aanmeldregisters, ouders van leerlingen met een dubbele toekenning te vragen om bij het ‘inschrijven met ticket’ een finale keuze te maken. Tot slot adviseren we om in dialoog te gaan met de bevoegde minister(s) voor het Franstalig onderwijs in Brussel. Ouders die hun kind in Brussel willen inschrijven, zien zich geconfronteerd met verschillende systemen, capaciteitsproblemen aan beide zijden, voorrang op basis van een taalachtergrond die vaak niet hun realiteit is enzovoort. Dialoog kan leiden tot een gezamenlijke oefening over een transparant inschrijvingsbeleid in het Brusselse onderwijs, dat recht doet aan de reële (taal)achtergrond van de schoolpopulatie. Er leven veel kansarme en anderstalige gezinnen in Brussel. Behalve via de 20%-voorrangsregel, als die daartoe ingezet wordt, hebben zij geen enkele garantie om zich te kunnen inschrijven in het Nederlandstalig onderwijs.
9 Lokale overlegplatforms in hun rol erkennen Een deel van de leden van de Vlor10 begrijpt niet waarom het aantal niet-onderwijspartners in het LOP beperkt wordt. Het is niet duidelijk waar dat ooit een probleem gevormd heeft. Bovendien krijgen zij ook geen stem meer bij essentiële beslissingen zoals de goedkeuring van de aanmeldingsprocedure incl. de eventuele voorrang voor ondervertegenwoordigde groepen. Daartoe is voortaan enkel een meerderheid van de onderwijspartners nodig en bovendien zou het voorstel ook nog ter bekrachtiging moeten voorgelegd worden aan het lokale bestuur. Die maatregelen hollen de samenwerking uit tussen onderwijs- en niet-onderwijspartners, nochtans essentieel met het oog op gelijke onderwijskansen en het inschrijvingsrecht van alle leerlingen. Die samenwerking is net de kracht van het LOP. Door het aantal en de stem te beperken van verenigingen waarvan verwacht wordt dat zij een actieve rol opnemen in de ondersteuning van kwetsbare ouders o.a. bij het aanmelden en inschrijven van hun kinderen, wordt de waarde miskend van het zorgvuldig overleg in het LOP en worden de kansen op uitwisseling beperkt. Die leden vragen dan ook om de maatregelen die impact hebben op de rol en de beslissingskracht van alle partners in het LOP, te herbekijken.
10
ACOD-Onderwijs, COC, COV, GO! ouders, directeurs VCLB en de Verenigde Verenigingen
8
vlor.be
Een ander deel van de leden van de Vlor11 gaat akkoord met het voorontwerp van decreet waarbij de beslissingsbevoegdheid m.b.t. de aanmeldingsprocedure en de voorrang voor ondervertegenwoordigde groepen bij de onderwijspartners wordt gelegd. De ombudsdienst inschrijvingen die de disfunctiecommissie vervangt, krijgt best een huishoudelijk reglement met een minimale inhoud, zoals het huishoudelijk reglement bij een participatiedecreet. Dat is handig voor de gebruikers.
10 Ondersteuning voor scholen en ouders garanderen Bij aanmelden en documenten uitwisselen Het is positief dat scholen een beroep kunnen doen op een subsidie om het digitaal aanmelden te organiseren. We vragen dat alle scholen daarvan kunnen gebruikmaken, ongeacht welk systeem zij hanteren: een eigen systeem of het systeem dat de overheid ter beschikking stelt. Alle ouders moeten geïnformeerd worden over het (nieuwe) systeem, met bijzondere aandacht voor kwetsbare ouders, anderstalige ouders en ouders van instappers. Ouders met een beperkte toegang tot online systemen of met een beperkte vaardigheid in het gebruik ervan, moeten een beroep kunnen doen op laagdrempelige ondersteuning. Ouders die aan de rand van een stad wonen, moeten goed geïnformeerd worden over mobiliteitsopties als zij voor bepaalde scholen kiezen. Dat soort ondersteuning bieden lokale verenigingen en besturen, LOP’s en scholen vandaag al, maar het zorgt voor een zware extra taakbelasting. Ook de niet-onderwijspartners hebben dus nood aan versterking. Weigeringsdocumenten moeten voortaan niet meer bij aangetekend schrijven of tegen afgiftebewijs afgeleverd worden, maar moeten ‘schriftelijk of digitaal’ bezorgd worden aan de ouders. En ouders kunnen, na de initiële inschrijving, schriftelijk of digitaal akkoord gaan met wijzigingen in het pedagogische project of schoolreglement, De Vlor vraagt dat de decreetgever scholen en beheerders van aanmeldingssystemen verplicht om te garanderen dat de documenten alle ouders op toegankelijke wijze bereiken. Dat kan bijvoorbeeld door de afleveringswijze te laten kiezen bij aanmelden.
Bij schoolkeuze Om schoolkeuzeprocessen te bevorderen die leiden tot minder segregatie en meer sociale cohesie, moeten alle ouders breed geïnformeerd worden over het volledige aanbod aan scholen waaruit zij en hun kind kunnen kiezen. Nu maken ouders hun keuze al te vaak op basis van gekleurde percepties of een te beperkte kennis van de scholen in de regio. Een schoolkeuze kan pas echt vrij zijn als ze op goed geïnformeerde wijze gebeurt en alle reële opties in het keuzeproces betrekt. Daartoe zijn informatie-, sensibiliserings- en toeleidingscampagnes voor ouders en leerlingen nodig. Lokale organisaties kunnen die organiseren in samenwerking met scholen en/of lokale besturen, zowel voor een kansarm als voor een kansrijk publiek, maar daarvoor zijn ook middelen nodig.
11
GO!, Katholiek Onderwijs Vlaanderen, OKO, OVSG, KOOGO en directeurs vrij onderwijs
9
vlor.be
Bijkomend moeten scholen gesensibiliseerd worden om bestaande drempels te slopen en geen nieuwe op te werpen, bedoeld of onbedoeld, die ouders kunnen ontmoedigen om hun kind in te schrijven. Gerichte ondersteuning van scholen die hun imago willen bijsturen, is ook aangewezen.
11 Aanmeldingssysteem en algoritme verduidelijken Het is positief dat de overheid een aanmeldingssysteem ter beschikking zal stellen van alle scholen. Daar had de Vlor in zijn vorige advies ook om gevraagd. Het gebruik van dat systeem mag echter niet verplicht worden. Lokaal moet men kunnen blijven kiezen voor een eigen aanmeldingssysteem waarmee men goede ervaringen heeft. Binnen het systeem van de overheid zal de optie voorzien zijn om lokaal te kiezen voor een gewenst algoritme. Niet alle algoritmes zijn echter strategieneutraal. De Vlor vraagt uitdrukkelijk dat de voorkeur wordt gegeven aan algoritmes waarbij ouders die hun echte eerste voorkeurschool bovenaan zetten, daar ook de beste garanties op krijgen. En ouders moeten in elke geval goed geïnformeerd worden over het gekozen algoritme.
12 Centrale tijdslijn bijstellen De Vlor steunt het principe van een centrale tijdslijn, maar de start van de inschrijvingen voor het eerste leerjaar van de eerste graad secundair onderwijs (22 mei 2023) valt te laat voor scholen om dat eerste onthaal- en zorgmoment kwaliteitsvol in te richten. Rekening houdend met het perspectief van scholen en leerlingen, stellen we voor om het mogelijk te maken om al in de eerste helft van mei te starten met inschrijven. Dat heeft een impact op de hele tijdslijn en de planning van studiekeuzeprocessen.
13 Voor inschrijving bij vechtscheiding uitzondering maken De Vlor is bezorgd over de inschrijving van kinderen en jongeren wiens ouders in een vechtscheiding verwikkeld zijn. Die problematiek leeft vandaag op vele scholen en dringt door tot op de klasvloer. Om daar enigszins aan tegemoet te komen, ter wille van alle betrokkenen, zou een dubbele inschrijving in dat geval wel mogelijk moeten zijn, in afwachting van een rechterlijke uitspraak.
14 Ventielprocedure verscherpen Voor scholen die niet met aanmelden werken, maar zich uit ‘overmacht’ toch genoodzaakt zien leerlingen te weigeren, is een ‘ventielprocedure’ bij de Commissie inzake Leerlingenrechten (CLR) voorzien. Die commissie moet oordelen of er overmacht in het spel is. De commissie heeft echter enkel adviesbevoegdheid. De Vlor vraagt om de rol en de bevoegdheden van de commissie grondig te evalueren en te verscherpen, zodat die duidelijk zijn voor onderwijsverstrekkers, ouders en leerlingen en de rechtszekerheid van alle betrokkenen beschermd is. De Vlor adviseert dat: • de CLR de ventielprocedure strikt hanteert en duidelijke criteria bepaalt;
10
vlor.be
• • • •
de school die zonder aanmelden wil weigeren, verplicht de stap naar de commissie moet zetten en de last niet bij de ouders kan leggen; ouders het recht behouden om bij een volgens hen onterechte weigering een klacht bij de CLR neer te leggen en daarvoor een beroep kunnen doen op ondersteuning; de rechten van alle betrokkenen gegarandeerd worden; scholen gefaciliteerd worden bij de overgang naar digitaal aanmelden, zodat zij niet het risico lopen zich op de ventielprocedure te moeten beroepen. Zij moeten bijvoorbeeld altijd toegang hebben tot geboortestatistieken. De overheid moet gemeenten daarover aanspreken.
15 Capaciteitsprobleem niet onderschatten De vrije schoolkeuze van ouders en leerlingen waarborgen, doelstelling 1 van het inschrijvingsrecht, komt in veel regio’s in het gedrang wegens structureel plaatsgebrek in de scholen. Capaciteit is dan ook een blijvend aandachtspunt, in gewoon en buitengewoon onderwijs. Dat los je niet op met een inschrijvingsdecreet. Maar er moeten wel blijvende aandacht en middelen naartoe gaan. De boodschap dat er zal afgestapt worden van het verplicht digitaal aanmelden zodra de capaciteit het toelaat (zie Regeerakkoord en Nota aan de Vlaamse Regering), roept vragen op. Op welk niveau gaat men de capaciteit bekijken? In een regio waar geen structureel capaciteitsprobleem is, kunnen er immers nog altijd scholen zijn waarvoor de vraag het aanbod overstijgt. Er zal altijd een systeem nodig zijn om daarmee om te gaan. Centraal aanmelden binnen die regio is dan de enige praktische oplossing vanuit het standpunt van ouders.
16 Monitoring en evaluatie inbouwen Alle nieuwe maatregelen die het inschrijvingsrecht hervormen, moeten van meet af aan goed gemonitord worden. Die monitoring moet de aanleiding zijn voor een grondige evaluatie na verloop van enkele jaren, met als uitgangspunt de doelstellingen van het inschrijvingsrecht. We dringen ook aan op een evaluatie van de lokale overlegplatforms, o.a. om goede praktijkvoorbeelden te detecteren van samenwerking tussen onderwijs- en niet-onderwijspartners en die bekend te maken.
11
vlor.be