DE BIOLOGISCHE LANDBOUW IN 2012
Entiteit: Departement Landbouw en Visserij Afdeling: Monitoring en Studie Auteurs(s): Vincent Samborski (AMS), Luc Van Bellegem (VLAM) Datum: 04/04/2013
COLOFON Samenstelling Entiteit: Departement Landbouw en Visserij Afdeling: Monitoring en Studie Verantwoordelijke uitgever Jules Van Liefferinge, secretaris-generaal van het Departement Landbouw en Visserij Depotnummer D/2013/3241/100 Druk Vlaamse overheid Voor bijkomende exemplaren neemt u contact op met Afdeling Monitoring en Studie Koning Albert II-laan 35 bus 40 1030 Brussel Tel.02 552 78 20 | Fax 02 552 78 71 | ams@lv.vlaanderen.be Een digitale versie vindt u terug op www.vlaanderen.be/landbouw/studies
Vermenigvuldiging en/of overname van gegevens zijn toegestaan mits de bron expliciet vermeld wordt: Samborski V. & Van Bellegem L. (2013) De biologische landbouw in 2012, Beleidsdomein Landbouw en Visserij, Brussel. Graag vernemen we het als u naar dit rapport verwijst in een publicatie. Als u een exemplaar ervan opstuurt, nemen we het op in onze bibliotheek. Wij doen ons best om alle informatie, webpagina's en downloadbare documenten voor iedereen maximaal toegankelijk te maken. Indien u echter toch problemen ondervindt om bepaalde gegevens te raadplegen, willen wij u hierbij graag helpen. U kunt steeds contact met ons opnemen.
INHOUD VOORWOORD............................................................................................................................................. 1 SAMENVATTING ......................................................................................................................................... 2 INLEIDING ................................................................................................................................................. 4 1. DE BIOLOGISCHE LANDBOUW IN EUROPA IN 2011 .................................................................................... 5 1
STAND VAN ZAKEN IN DE EU-27 ...................................................................................................... 5
2
NEDERLAND ................................................................................................................................... 6
3
FRANKRIJK .................................................................................................................................... 7
4
VERENIGD KONINKRIJK................................................................................................................... 8
5
DUITSLAND ................................................................................................................................... 9
2. DE BIOLOGISCHE PRODUCTIE VAN VLAANDEREN 2012 ............................................................................ 10 1
EVOLUTIE 2008-2012 .................................................................................................................... 10
2
KERNCIJFERS PRODUCENTEN......................................................................................................... 11
3
KERNCIJFERS ANDERE MARKTDEELNEMERS..................................................................................... 12
4
KERNCIJFERS AREALEN ................................................................................................................. 12
5
DIERLIJKE PRODUCTIE .................................................................................................................. 14
6
EVOLUTIE VAN DE PRIJZEN............................................................................................................ 15 6.1
Melk .................................................................................................................................. 15
6.2
Evolutie van de prijs voor biologische groenten en fruit ........................................................... 16
3. OVERHEIDSUITGAVEN VOOR DE BIOLOGISCHE LANDBOUWSECTOR 2012 ................................................. 20 1
SAMENVATTING............................................................................................................................ 20
2
HECTARESTEUN............................................................................................................................ 21
3
RECHTSTREEKSE STEUN................................................................................................................ 22
4
ONDERZOEK ................................................................................................................................ 23
4. CONTROLES ........................................................................................................................................ 24 5. CONSUMPTIE EN DISTRIBUTIE VAN BIOLOGISCHE PRODUCTEN IN 2012 ................................................... 25 1
MARKTOMVANG ............................................................................................................................ 25
2
CONSUMENTENPROFIEL ................................................................................................................ 27
3
DISTRIBUTIEKANALEN .................................................................................................................. 30
4
CONSUMENTENPRIJS .................................................................................................................... 31
5
KORTEKETENVERKOOP VAN BIOPRODUCTEN ................................................................................... 32
BIJLAGE 1: BIOLOGISCHE AREALEN PER TEELT IN 2012 ............................................................................... 33 FIGUREN ................................................................................................................................................. 35 TABELLEN ................................................................................................................................................ 35 BRONNEN ................................................................................................................................................ 36
VOORWOORD De publicatie kwam tot stand met medewerking van Marcel De Jong (ADLO), Vanessa Deraedt (ADLO), Sofie Hoste (Boerenbond – Bio Zoekt Boer), Lieve De Cock (ILVO), Paul Verbeke (BioForum Vlaanderen) en Jonathan Platteau (AMS). Eveneens onze oprechte dank aan de biologische landbouwers die deelnamen aan de enquête rond de rechtstreekse verkoop van bioproducten van november 2012.
1
SAMENVATTING Het areaal bio in de EU-27 groeide verder in 2011 en bereikte 9,8 miljoen hectare, een groei van bijna 6%. De jaarlijkse groei vertraagt wel: in 2008 bedroeg die nog 13% en in 2010 was dat 8%. Het aandeel biologische grond in de totale landbouwoppervlakte van de EU-27 bedraagt 5,6%. Het aandeel bio blijft het hoogst in Oostenrijk met 17%. België haalt een aandeel van 4% en Vlaanderen 0,8%. Bio groeit verder in Vlaanderen maar de sector blijft klein in omvang, als men bedenkt dat 89% van de Belgische gezinnen (=ca 4 miljoen) wel eens een bio-product kochten in 2012. In de periode 2008-2012 is het areaal met 41% toegenomen, en ook het aantal producenten, bereiders en verdelers nam met 30% toe. Het marktaandeel van biologische versproducten steeg in dezelfde periode van 1,3% naar 1,9%. Eind 2012 stonden 299 producenten onder controle, waarvan 24 nieuwkomers. Er waren 7 stopzettingen. Van de nieuwkomers gingen 16 onder hen vooraf bij Bio Zoekt Boer om advies. Sinds 2009 stapten al 435 landbouwers naar Bio Zoekt Boer voor een persoonlijk advies. 119 biolandbouwers of 40% hebben dieren op hun bedrijf. Naast de producenten zijn er ook 601 andere marktdeelnemers geregistreerd: 238 bereiders, 95 verdelers, 24 importeurs, 51 verkooppunten en 193 bedrijven die meerdere van voornoemde activiteiten beoefenen. 15% van de biologische landbouwers verwerken zelf primaire producten. In 2012 bedroeg het Vlaams biologisch areaal 4.939 hectare, waarvan 1.316 hectare in omschakeling. Hoewel het totale areaal met 8% is gegroeid ten opzichte van 2011 is het areaal in omschakeling met 19% gedaald. 75% van het areaal wordt ingenomen door grasland, gronden onder natuurbeheer, bodembedekkers, industriële gewassen en voedergewassen. 57% van de bio-bedrijven hebben 10 hectare of minder aan biologische percelen, goed voor amper 12% van het totale bio-areaal. 25 bedrijven of 8% van de bio-bedrijven beschikken over een oppervlakte van meer dan 50 hectare en hebben bijna de helft van het volledige bio-areaal in handen. In vergelijking met vorig jaar is er 376 hectare bio-areaal bijgekomen, waarvan 308 hectare door de nieuwkomers bewerkt wordt. De biologische veestapel is er met 3,5% op achteruitgegaan, met dalingen in het aantal schapen en paarden. Dat kan te wijten zijn aan een kleiner aantal aanwezige dieren op het moment van controle in vergelijking met het jaar ervoor. Of het om een trend gaat, kan pas in komende jaren bevestigd worden. De overheid gaf 3,68 miljoen euro uit ten voordele van de biologische sector in 2012. 38% daarvan komt rechtstreeks bij de landbouwer terecht in de vorm van hectaresteun, bijdrage in de controlekosten, investeringssteun en de financiering van Bio Zoekt Boer. 24% ging naar keten- en marktontwikkeling, waar extra middelen werden toegekend aan maatregelen die gericht zijn op ketenontwikkeling. Nog eens 25% ging naar onderzoek en kennisuitwisseling. Dat omvat een reeks onderzoeksprojecten en de subsidiëring van de praktijkcentra CCBT en Inagro, maar ook de werking van het biobedrijfsnetwerk en demonstratieprojecten. De laatste 13% werd besteed aan communicatie en draagvlakverbreding, waar de EU-gecofinancierde campagne “de Renaissance van de Echte Smaak” de grootste uitgavenpost is. Voor campagnejaar 2011 werd 1.003.000 euro hectaresteun uitbetaald voor 3.412 hectare areaal. Dat is 11% meer dan in het vorige campagnejaar. In 2011 kregen 115 biologische landbouwers voor 975.342 euro aan toeslagrechten (gewone+speciale) in het kader van de directe inkomensondersteuning. De biologische sector wordt in Vlaanderen sterk gecontroleerd: er werden in 2012 niet minder dan 630 steekproefcontroles uitgevoerd, wat betekent dat ongeveer 70% van alle gecertificeerde bedrijven (producenten en alle andere marktdeelnemers) aan controle werd onderworpen. De totale bestedingen van biologische producten in België, opgemeten door GfK Panelservices Benelux in opdracht van VLAM, bedroegen in 2012 417 miljoen euro. Bijna 89% van de Belgische gezinnen kocht vorig jaar wel eens een bioproduct. 18% van de gezinnen zijn frequente biokopers die 78% van alle biobestedingen voor hun rekening nemen. Voor de totale biomarkt (voeding, drogisterijartikelen, cosmetica en non-food) bedroeg het marktaandeel in 2012 1,5% (bio-versproducten: 1,9%). Het grootste marktaandeel hebben de
2
biologische vleesvervangers. Een kwart van de gekochte vleesvervangers is biologisch. Het kleinste marktaandeel hebben de biovleeswaren met 0,7%. De groei van de bestedingen van verse bioproducten zette zich, na een iets minder jaar, in 2012 verder door en bedroeg 7%. De stijging was groter in Vlaanderen (+12%) dan in de rest van België. De alleenstaanden ouder dan 40 jaar hebben het hoogste aandeel bio maar dat aandeel daalde vorig jaar weer tot net onder de 3%. De groeiers binnen de biomarkt zijn de tweeverdieners en de welgestelde gepensioneerden. De jonge alleenstaanden (jonger dan 40jaar) hadden tot 2009 het hoogste bio-aandeel maar zijn de laatste jaren teruggevallen. Biologische versproducten waren in 2012 gemiddeld een derde duurder dan gangbare producten en dit prijsverschil blijft stabiel over de jaren heen. Het grootste verschil is er bij braadkip, eieren en aardappelen. Het kleinste prijsverschil is er bij bio-groenteburgers. De klassieke supermarkt (Dis 1) is het grootste kanaal met bijna 45% van de markt maar moet terrein prijsgeven aan de nummer twee: de ‘speciaalzaak, natuurvoedingswinkel en overige’ met 31,5% marktaandeel. De buurtsupermarkt staat op de derde plaats met 11,5%.
3
INLEIDING Dit jaarrapport heeft als doel een kwantitatief beeld te geven van de biologische landbouw in Vlaanderen en de trends en evoluties binnen de biologische sector weer te geven. Het rapport situeert de Vlaamse landbouw in de Europese context, geeft een structureel beeld aan de hand van cijfers en geeft aan hoeveel specifieke steun de sector jaarlijks ontvangt. Het rapport wordt aangevuld met resultaten van het GfK-consumentenpanel, die door de VLAM aangereikt worden. Daaruit blijkt hoeveel de consument uitgeeft aan biologische producten, via welke distributiekanalen de producten aangekocht worden en naar welke producten er vraag is. Gedetailleerde tabellen kunt u terugvinden op onze website op volgend adres: www.vlaanderen.be/landbouw/cijfers
4
1. DE BIOLOGISCHE LANDBOUW IN EUROPA IN 2011 1 STAND VAN ZAKEN IN DE EU-27 In 2011 bedroeg het Europese biologische areaal 9,8 miljoen hectare, een toename met 6% ten opzichte van 2010. De groei vertraagt in de loop der jaren: in 2008 vertoonde het areaal nog een groei van 13% en in 2010 was dat 8%. Inmiddels is de kaap van 10 miljoen hectare reeds overschreden. Er is een merkbaar verschil tussen de oudere EU-landen, de nieuwe EU-lidstaten en de Zuid-Europese landen. In Oost-Europa zijn er nog steeds grote areaaltoenames te zien van jaar op jaar, de nieuwe EU-landen schakelen nog volop om. Roemenië heeft 25% meer bio-areaal dan in 2010, gevolgd door Estland (+19%) en Polen (+17%). Het Verenigd Koninkrijk en Denemarken kenden daarentegen elk een daling van het areaal met -9%. In Duitsland lijkt het areaal zich te stabiliseren (+2%). België kon zich in dezelfde periode met een groei van +12% tot de betere leerlingen van de EU rekenen. Het Europese aandeel bio voor de 27 lidstaten lag in 2011 op 5,62% van de totale oppervlakte cultuurgrond (5,31% in 2010). In de EU zijn er heel wat verschillen. De koploper is nog steeds Oostenrijk: 17% van het totale landbouwareaal is er biologisch. Daarna volgen Zweden (15%), Estland (15%) en Tsjechië (14%). Achteraan in de lijst, met minder dan 2% vinden we Ierland (1,3%), Bulgarije (0,5%) en Malta (0,2%) (figuur 1). Het aandeel bio in de totale Vlaamse landbouwoppervlakte bedraagt 0,8%. Figuur 1: biologisch areaal (in omschakeling+biologisch) in de EU-27, in hectare (linker-as) en in procentueel aandeel biologisch areaal in totaal landbouwareaal (rechter-as), 2005-2011
2.000.000
18%
1.800.000
16%
1.600.000
14%
1.400.000
12%
1.200.000
10%
1.000.000
8%
800.000
6%
600.000 400.000
4%
200.000
2%
0
0%
2005
2006
2007
2008
2009
2010
2011
aandeel 2011
Bron: Departement Landbouw en Visserij op basis van Eurostat en FiBL
5
Het areaal biologische landbouw blijft nog toenemen in de EU, maar het areaal in omschakeling stabiliseert op 2 miljoen hectare (op basis van beschikbare Eurostat-data voor 20 landen). Het aandeel areaal in omschakeling tegenover het totaal bio-areaal van een land geeft een indicatie over de toekomstige groei van de sector in die landen. Landen met meer dan 20% areaal in omschakeling hebben nog steeds groeipotentieel. Lidstaten met minder dan 10% zullen volgende jaren minder sterk groeien. Roemenië en Bulgarije hebben aandelen van 58% en 64% areaal in omschakeling: er wordt dus nog een aanzienlijke groei verwacht in deze landen. Ook in Polen, Litouwen en Spanje, met meer dan 30% aandeel, lijkt de groei nog niet voorbij. Vlaanderen vertoont momenteel nog steeds potentieel om verder te groeien met een aandeel van 30% areaal in omschakeling in 2011 (België 28%). Landen waar het aandeel onder de 10% ligt, zijn het Verenigd Koninkrijk (5%), Denemarken (7%) en Nederland (7,5%).
2 NEDERLAND In Nederland is er een stabilisatie van de groei. Tussen het einde van de jaren negentig en 2004 groeide de Nederlandse biosector het sterkst. In de periode 2004-2009 is de areaaltoename gering. Pas vanaf 2010 komt de groei weer op gang. In 2011 nam het areaal met 2,3% toe tot 55.182 hectare of 3% van het totale landbouwareaal. De besteding aan biologische voeding nam in 2011 met 17% toe en bedroeg 881 miljoen euro (tabel 1). Ter vergelijking: de totale voedselbesteding in Nederland steeg met 2,8%. De verkoop heeft vooral betrekking op versproducten. Aardappelen, groenten en fruit vertegenwoordigen 20% van de totale consumentenbestedingen, gevolgd door zuivelproducten exclusief kaas en boter (19%) en de groep “vleeswaren en vleesvervangers” (14%). Het marktaandeel biologisch voedsel bedroeg hiermee 2,7% (3,1% voor de versproducten). De bestedingen voor fruit stegen met 35% en voor melk met 30%. Biolandbouw is in Nederland de weg van de verzelfstandiging op gegaan. De overheid steunt enkel nog het onderzoek met een jaarlijkse bijdrage van 5 miljoen euro (januari 2013) en erkent hiermee de voorlopersrol van bio als duurzame productiemethode (Wageningen UR). De sector beweegt vanaf mei 2011 op eigen kracht verder en wordt vertegenwoordigd door Bionext, de ketenorganisatie die de belangen van de sector in zijn geheel behartigt, van producent tot en met consument. Daarnaast is het een kerntaak van de organisatie om de sector op weg te helpen naar verduurzaming en om de dialoog binnen de keten en tussen producent en onderzoeker te bevorderen (dit heet een “participatief ontwikkelingsproces” met bemiddeling van Bioconnect). Het is hierbij de bedoeling dat de bedrijven hun onderzoeksnoden aanbrengen en als voorstellen formuleren. Ze dragen dus actief en rechtstreeks bij aan innovaties en aan het realiseren van de beoogde doelstellingen. Tot slot is Bionext ook de gesprekspartner van de overheid. Hiermee is de biosector haast volledig losgekoppeld van overheidsfinanciering: geen hectaresteun meer, geen werkingssubsidie meer. Bionext leeft van de opbrengsten van promotiecampagnes, van externe projectfinanciering en giften. Nederland werkt met een budget van 1,6 miljoen euro.
6
Tabel 1: omzet bio per productcategorie, Nederland, 2010-2011
Productcategorie
Omzet 2010(miljoen euro)
aardappelen groenten fruit conserven en diepvriesproducten vlees en vleeswaren waarvan varkensvlees rundvlees pluimveevlees vleeswaren overig vlees zuivelproducten eieren brood en ontbijtgranen biologische vleesvervangers overige voeding TOTAAL
Omzet 2011 (miljoen euro) 29,3 96,3 30,8
28,7 102,9 35,7
Evolutie 2010-2011 -1,8% +17,5% +34,5
8,4
10,8
+9,5%
97,3 13,5 40,6 15,7 23,9 3,6 160,7 24,4 72,6 13,3 218,9 756
113,5 14,9 47,3 16,8 30,4 4,1 201,4 31,9 80,9 13,7 261,4 880,9
+16,6% +10,4% +16,5% +7% +27,2% +13,9% +25,3% +30,7% +11,4% +3% +19,4% +17,4%
Bron: LEI, onderdeel van Wageningen UR
3 FRANKRIJK De forse groei van de Franse biolandbouw bleef zich ook in 2011 voortzetten. Het areaal nam met 15% toe tot 975.141 hectare waarvan 275.841 hectare in omschakeling. Het aantal bedrijven lag eind 2011 op 23.135 (+12%). Ook de andere schakels in de keten volgden de groei: het aantal bereiders, verdelers en importeurs kende een stijging van 16%. Intussen zijn 4,5% van alle landbouwbedrijven en 3,6% van het totale landbouwareaal biologisch. Dat is nog steeds beneden de vooropgestelde doelstelling van 6% eind 2012, dat in het “Horizon 2012” plan werd vermeld en eind 2012 ten einde liep. Bioproducten zorgen voor een omzetcijfer van net geen 4 miljard euro. Dat is een aandeel van 2,3% in de totale Franse voedingsmarkt. 3,75 miljard euro daarvan is bestemd voor thuisverbruik. De omzetstijging doet zich voor in alle distributiekanalen en voor alle productcategorieën. Thuisverkoop vertegenwoordigt ongeveer 11% van de totale omzet maar supermarkten blijven met 49% het verkoopkanaal bij uitstek. De groei van de markt neemt jaarlijks met ongeveer 10% toe. 89% van de consumenten koopt minstens één keer biologische groenten en fruit per jaar. Daarna volgen de zuivelproducten (72%) en eieren (66%). Ook wijn is een belangrijk product in het gamma (10% van de totale bio-omzet). De prijzen bleven in 2011 op eenzelfde niveau als in 2010. Een op de vier boeren verwerkt zelf producten op het bedrijf. Frankrijk blijft een van de succesverhalen binnen de EU. De groei van de sector loopt duidelijk parallel met het strategisch plan en de toekenning van overheidsgeld. Europa betaalde in 2011 voor Frankrijk 84 miljoen euro aan omschakelings- en hectaresteun. Ook het belastingkrediet voor biobedrijven, vooral bestemd om kleine bedrijven die weinig Europese premies ontvangen leefbaar te houden, blijkt een zinvolle maatregel. Deze maatregel werd in 2006 in het leven geroepen tegen een bedrag van 2.000 euro per bedrijf met een maximum van 4.000 euro per bedrijf. De verlenging van de maatregel werd in 2011 heronderhandeld onder druk van de belangengroeperingen en er werd voor de jaren 2012 en 2013 opnieuw budget uitgetrokken. Een bedrijf komt in aanmerking als ten minste 40% van de omzet gehaald wordt uit de verkoop van biologische producten. Tot slot is er een structuurfonds om de keten te ondersteunen (3 miljoen euro per jaar)
7
4 VERENIGD KONINKRIJK 83% van de consumenten kocht minstens ĂŠĂŠn keer een biologisch product in 2011. 71% van de bestedingen gebeurde voornamelijk door de meer gegoede inkomensklassen, de overige 29% voor de lagere inkomenscategorieĂŤn (arbeiders, studenten, gepensioneerden). Toch is er weinig reden tot juichen: de verkopen gingen met 3,7% achteruit tot 1,67 miljard GBP. Ter vergelijking: dat is 30% minder dan in de jaren 2007 en 2008, toen de bestedingen nog een niveau haalden van 2,2 miljard GBP. De verkoop in supermarkten ging in 2011 met 5% achteruit, maar de verkoop via kleinere kanalen zoals abonnementen en thuislevering nam wel toe met +7,2% (tabel 2). Zuivel (528 miljoen GBP), verse groenten en vers fruit (272 miljoen GBP) zijn samen goed voor 48% van de totale bestedingen. Tabel 2: omzetten per distributiekanaal in het Verenigd Koninkrijk, miljoen pond, 2010-2011
Distributiekanaal
Omzet
supermarkten 2011 (*)
1.190
supermarkten 2010
1.252
abonnementen, thuislevering, postorder 2011
167
abonnementen, thuislevering, postorder 2010
155,8
hoeveverkoop 2011
30,45
hoeveverkoop 2010
31,55
boerenmarkten 2011
17,64
boerenmarkten 2010
17,82
catering 2011
15,70
catering 2010
15,33
kleinhandel 2011
246,6
kleinhandel 2010
259,3
totaal 2011
1.667
totaal 2010
1.731
Aandeel in totale verkoop bioproducten 2011
Evolutie 2011 t.o.v. 2010
71,4%
-5%
10%
+7,2%
1,8%
-3,5%
1,1%
-1%
0,9%
+2,4%
14,8%
-3,7%
100%
-3,7%
* inclusief gespecialiseerde winkels Bron: Organic Market Report
Volgens de recentste cijfers van DEFRA kromp het bio-areaal in het Verenigd Koninkrijk (Engeland, Wales, Schotland en Noord-Ierland) met 9% tot 655.987 hectare. Dat is 4% van het totaal landbouwareaal. Zowel het aantal boeren als het aantal bereiders ging erop achteruit. In 2011 was er een verdere terugval van het areaal in omschakeling naar 36.914 hectare. De verliezen zijn voor rekening van groenten en aardappelen (-13%), granen (-8%) en grasland (-7%). De daling in het Verenigd Koninkrijk is volgens de Soil Association het gevolg van een gebrek aan daadkracht vanwege de overheden en de dalende koopkracht bij de consument. De organisatie stelt verder dat verbetering afhangt van stijgend consumentenvertrouwen en een stabielere situatie in Europa. De supermarkten, die hun aanbod aan bioproducten terugschroeven door de negatieve berichten in de sector, krijgen het verwijt van defaitisme.
8
5 DUITSLAND Duitsland is ongetwijfeld het voorbeeld van een goed groeiende biologische sector. Ook in 2011 legden ze mooie cijfers voor (tabel 3). Zowel het aantal bedrijven als het biologisch areaal verdubbelde bijna in tien jaar tijd. Inmiddels produceren 23.003 of 7,5% van de Duitse landbouwbedrijven biologisch. Wat het areaal betreft overschreed de oppervlakte voor het eerst een miljoen hectare (6,1% van de totale Duitse landbouwoppervlakte), 2,3% meer dan in 2010 en of 1.013.540 hectare. Het aantal bedrijven nam met bijna 5% toe. De sector is helemaal anders gestructureerd dan in België: de producenten sluiten zich aan bij een van de talrijke federaties (Bioland, Demeter, Naturland, Biokreis etc.) met daarboven een nationale koepelorganisatie, BÖLW (Bund Ökologischer Lebensmittelwirtschaft). Een biologische landbouwer kan pas premies krijgen als hij zijn volledige bedrijf omschakelt. De overheidssteun die de biolandbouwer geniet, is niet zoveel verschillend van die in Vlaanderen. De hectaresteun is ook daar de belangrijkste maatregel: de helft bestaat uit nationale steun (60% federaal, 40% voor de deelstaat) en Europa cofinanciert de andere helft. Daarnaast is er enkel nog financiering aan de ketenontwikkeling, zoals het in praktijk brengen van nieuwe commercialisatieconcepten en investeringen in samenwerkingsverbanden. Tabel 3: evolutie van het aantal bedrijven en het biologisch areaal in Duitsland, 2000-2011
Jaar 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011
Aantal bedrijven 12.740 14.702 15.626 16.476 16.603 17.020 17.557 18.703 19.813 21.047 21.942 23.003
Totaal biologisch areaal (hectare) 546.023 634.998 696.978 734.027 767.891 807.406 825.538 865.336 907.786 947.115 990.702 1.013.540
Bron: BÖLW
Ook de verkopen doen het goed, met in 2011 een omzetcijfer van 6,6 miljard euro (+9% t.o.v. 2010) ofwel 3,6% van de totale voedingsmarkt. De verkoop van primaire biologische landbouwproducten door de landbouwer zelf bedraagt volgens het marktstudiebureau AMI 1,4 miljard euro. De BÖLW merkt wel op dat een deel van de groei aan prijsstijgingen toe te schrijven is. Duitsland kreeg begin 2011 af te rekenen met een dioxinecrisis als gevolg van vervuilde vetten en in mei/juni 2011 met een EHEC-crisis. De crisissen schaadden het consumentenvertrouwen voor gangbaar geproduceerde producten. Dat wantrouwen zorgde voor een sterke toename in de verkoop van het biologische equivalent van de gemeden producten: de omzet uit de verkoop van biologisch vlees steeg met 40%, van biologische melk en melkproducten met 10% en van bio-eieren met 32%. Zowel gangbare als biologische komkommers en tomaten werden tijdens de EHEC-crisis gemeden.
9
2. DE BIOLOGISCHE PRODUCTIE VAN VLAANDEREN 2012 1 EVOLUTIE 2008-2012 Het eerste Strategisch Plan voor Biologische Landbouw 2008-2012 is inmiddels afgelopen. Het heeft een vervolg gekregen in het nieuw Strategische Plan, dat opnieuw vijf jaar zal lopen. Het tweede plan legt nog sterker de nadruk op ketenwerking. Het eerste plan heeft ongetwijfeld een stimulerende rol gespeeld, wat opvalt wanneer enkele kerngegevens over 5 jaar bekeken worden. Het areaal steeg met 41%, het aantal producenten nam toe met 30% en het aantal marktdeelnemers (bereiders, verdelers en importeurs van bioproducten) nam eveneens met 30% toe. Het areaal in omschakeling ging in stijgende lijn: tot 30% van het totale biologische areaal was in omschakeling (figuur 2). Tot slot groeide ook het marktaandeel van biologische versproducten van 1,3% in 2008 tot 1,9% in 2012. De sector groeit, maar blijft bescheiden in omvang in vergelijking met andere Europese landen. Figuur 2: evolutie van het biologisch areaal, aantal producenten, aantal andere marktdeelnemers en aandeel van het areaal omschakeling, Vlaanderen, 2003-2012
6.000
800
EVOLUTIE 2008 - 2012 Producenten: +30%
700
Bereiders, verdelers, importeurs: +30%
20%
30%
27%
3.000
16%
4.000
10%
Hectare
Areaal: +41%
600 500 400 300
2.000 200 1.000 100 0
0 2003
2004
2005
areaal biologisch aantal productiebedrijven
2006
2007
2008
2009
2010
2011
2012
areaal in omschakeling aantal marktdeelnemers (excl. producenten)
Bron: Departement Landbouw en Visserij
10
Aantalbedrijven
5.000
2 KERNCIJFERS PRODUCENTEN In 2012 waren er 299 actieve biologische bedrijven in Vlaanderen, die onder controle stonden van een erkend controleorgaan. Er waren 24 nieuwe biologische bedrijven en daarnaast 7 bedrijven die er in de loop van het jaar mee stopten (tabel 4). De evolutie van het aantal biologische bedrijven blijft licht stijgend. Tabel 4: aantal biologische producenten onder controle, Vlaanderen, 2012
(aantal bedrijfseenheden) West-Vlaanderen Oost-Vlaanderen Limburg Antwerpen Vlaams-Brabant Totaal
Totaal onder controle 65 67 44 61 62 299
Gestopt in 2012
Nieuw in 2012
1 3 1 0 2 7
3 4 7 4 6 24
Nettogroei t.o.v. 2011 +2 +1 +6 +4 +4 +17
Bron: Departement Landbouw en Visserij op basis van gegevens van Certisys / Tüv Nord Integra / Quality Partner / Control Union
Figuur 3 geeft een beeld van de in- en uitstroom van biologische landbouwers over de periode 2000-2012. Bij de interpretatie van de figuur is het belangrijk om te weten dat bedrijven die zijn overgenomen niet langer als overgebleven instapper worden beschouwd waardoor het bedrijf in de rechterbalk (van het instapjaar) niet langer voorkomt. Het ‘nieuwe’ overgenomen bedrijf wordt in de figuur opnieuw opgenomen als een instapper en wordt dus weergegeven in de linkerbalk in het jaar van overname. In 2000 en 2001 waren er 90 instappers. Daarvan zijn minder dan 40% nog actief als biobedrijf. Van 2002 tot en met 2007 kende de sector een lage instroom. Pas vanaf 2009, wat overeenkomt met de toepassing van het strategisch plan, neemt de belangstelling opnieuw toe. Van de landbouwers die vanaf 2008 overschakelden op de biologische teeltwijze, zijn in 2012 nog tussen de 80% en 100% actief. In 2000 waren er 182 landbouwbedrijven die naar de biologische bedrijfsvoering omschakelden in de jaren negentig en vroeger. In 2012 blijven hier nog 73 van over. Het volstaat dus niet om nieuwe landbouwers te overtuigen om over te schakelen naar bio, het behouden van bestaande biologische bedrijven en van biologisch uitgebate grond in de sector zijn minstens even belangrijk voor groei. Figuur 3: aantal instappers in jaar X, aantal overgebleven instappers in 2012 van instappers in jaar X en aandeel van de blijvers van jaar X in 2012, Vlaanderen, 2012
50
100%
40
80%
30
60%
20
40%
10
20%
0
0% 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 aantal instappers in jaar x aantal overgebleven instappers van jaar x in 2012 aandeel blijvers van jaar x in 2012
Bron: Departement Landbouw en Visserij op basis van gegevens van Certisys /Tüv Nord Integra / Quality Partner/ Control Union
37 bedrijven of 12% van de biologische landbouwbedrijven staan naast hun productieactiviteiten ook nog onder controle voor verkoop van biologische producten. Ze verkopen hun eigen producten en de producten van hun collega-landbouwers. 119 bedrijven of 40% hebben biologisch gehouden dieren op hun bedrijf.
11
Een belangrijke factor in de groei is ook het project Bio Zoekt Boer, dat gepersonaliseerd advies verleent aan gangbare land- en tuinbouwers die willen weten of biologische bedrijfsvoering een gunstige strategie is voor hun bedrijf. Stimulansen vanuit afzet, handel en distributie zijn cruciaal in het beslissingsproces. 435 landbouwers kregen persoonlijk advies op maat sinds het eerste werkjaar van Bio Zoekt Boer in 2009. In 2012 gaf Bio Zoekt Boer advies aan 92 nieuwe landbouwers. Van de geïdentificeerde nieuwe biolandbouwers gingen 16 vooraf bij Bio Zoekt Boer over de vloer.
3 KERNCIJFERS ANDERE MARKTDEELNEMERS Naast de landbouwers worden ook bereiders, importeurs (invoer uit niet-EU-landen), verdelers en sommige verkooppunten gecontroleerd. In de praktijk kan een producent perfect ook gecertificeerd zijn als bereider en nog eens als verkooppunt. Voor de statistieken worden de producenten niet meer opnieuw geteld voor een activiteit als andere marktdeelnemer. Van de 299 producenten waren er 76 die nog voor andere marktactiviteiten onder controle stonden (58 in 2011). Er stonden in 2012 in totaal nog 601 andere marktdeelnemers onder controle, producenten niet meegerekend, een toename met 11,5% ten opzichte van 2011 (tabel 5). De biosector telde 238 bereiders, 95 verdelers, 24 importeurs, 51 verkooppunten en 193 marktdeelnemers die verschillende marktactiviteiten combineren. Het aantal verkooppunten is een onderschatting, omdat de hoofdzetel geteld wordt en niet de verschillende vestigingen van de onderneming. Tabel 5: aantallen markdeelnemers onder controle (exclusief producenten), Vlaanderen, 2008-2012
marktactiviteit enkel bereider enkel verdeler enkel importeur enkel verkooppunt combinatie van meerdere activiteiten totaal
236 42 18 48
238 58 22 47
226 68 23 51
226 78 20 44
238 95 24 51
Evolutie 20112012 +12 +17 +4 +7
118
137
144
171
193
+22
462
502
512
539
601
+62
2008
2009
2010
2011
2012
Bron: Departement Landbouw en Visserij op basis van gegevens van Certisys /Tüv Nord Integra / Quality Partner/ Control Union
160 marktdeelnemers staan voor twee marktactiviteiten onder controle en 33 marktdeelnemers staan zelfs voor 3 van bovengenoemde marktactiviteiten onder controle. Daarnaast zijn er nog 152 bereiders die eveneens als verdeler1 onder controle staan. Dat is de meest voorkomende combinatie van activiteiten. Als de producenten met andere activiteiten ook bij de telling opgenomen worden, stellen we vast dat 45 producenten (15% van het totaal aantal biologische producenten) ook zelf primaire producten verwerken. Meer aandacht gaat nu ook naar de tussenschakels in de biologische agrovoedingsketen, met de biologische verwerkende bedrijven op kop, want daar liggen kansen voor de groei van het marktaandeel biologische voeding.
4 KERNCIJFERS AREALEN In 2012 bedroeg het Vlaams biologisch areaal 4.939 hectare, waarvan 1.316 hectare in omschakeling. Hoewel het totale areaal met 8% is gegroeid ten opzichte van 2011 is het areaal in omschakeling met 19% gedaald. Voorts beschikken de biobedrijven ook nog samen voor 1.063 hectare aan gangbaar areaal. De biobedrijfsgrootte bedroeg gemiddeld 16,5 hectare per bedrijf. Bijna een derde van het bio-areaal ligt in de provincie Antwerpen, waar een aantal bedrijven grote oppervlaktes grasland en natuurland beheren. Bijna 75% van het Vlaams biologisch areaal wordt ingenomen door grasland, boomkweek, gronden onder natuurbeheer, bodembedekkers, voedergewassen voor dieren en gewassen met industriële bestemming. Een belangrijk deel van de gronden is bestemd om te voldoen aan de wettelijke vereisten rond dierlijke productie. Bodembedekkers zijn nodig om de bodem te voorzien van voedingsstoffen en zuurstof, en maken deel uit van de vruchtwisseling
1
Onder de noemer verdeler worden volgende types begrepen: de verdeler van voorverpakte producten, de verdeler van producten in bulk, de loonwerker-verdeler, de integrator en de trader.
12
op het bedrijf. Een goede bodemstructuur is van wezenlijk belang voor de kwaliteit van het biologisch product. Het gaat om bijna 800 hectare. Verdere details per teelt vindt u in bijlage I van deze publicatie. Tabel 6: areaal in omschakeling, biologisch en totaal, Vlaanderen, in hectare, 2012
Teeltgroep akkerbouw bodembedekking (vlinderbloemigen, klavers) grasland, boomkweek, areaal onder natuurbeheer sierteelt (sierbomen) groenten fruit totaal
in omschakeling
biologisch
totaal
110 77
681 701
791 778
1.007
1.488
2.495
4 30 88 1.316
1 433 319 3.623
5 463 407 4.939
Bron: Departement Landbouw en Visserij op basis van gegevens van Certisys /TĂźv Nord Integra / Quality Partner/ Control Union
Niet alle biologische bedrijven zijn voor de volle 100% biologisch. Sommige kiezen ervoor om hun bedrijf stelselmatig biologisch te maken (gefaseerd omschakelen), of om op een deel van hun bedrijf gangbaar te blijven produceren. Als ze een teelt of een productie omschakelen, dienen ze de volledige teelt om te schakelen. 62% van de biologische bedrijven zijn volledig biologisch en bewerken 77% van het Vlaams biologisch areaal, 27% van de bedrijven zijn overwegend biologisch (minstens 50%) met een deel gangbare productie en bewerken 21% van het Vlaams biologisch areaal. Tot slot zijn 11% van de gecertificeerde bedrijven overwegend gangbaar, met 2% van het Vlaams bio-areaal in handen (figuur 4). 57% van de biobedrijven hebben 10 hectare of minder biologische percelen, goed voor amper 12% van het totale bioareaal. 25 bedrijven of 8% van de biobedrijven beschikken over een oppervlakte van meer dan 50 hectare en hebben bijna de helft van het volledige bio-areaal in handen (2.310 hectare) (figuur 5).
Figuur 4: aandeel van het biologisch areaal van de Vlaamse biobedrijven opgesplitst volgens volledig bio, overwegend bio en overwegend gangbaar, 2012
50 - 99,9% biologisch: 21%
<50% biologisch: 2%
100% biologisch: 77%
Bron: Departement Landbouw en Visserij
13
Figuur 5: aantal biobedrijven (rechter-as) en biologisch areaal (linker-as), opgedeeld naar grootte van het bedrijf, 2012
2.600
80
2.400 70
2.200 2.000
hectare
1.800 50
1.600 1.400
40
1.200 1.000
aantal bedrijven
60
30
800 20
600 400
10
200 0
0 >50 hectare 20-50 hectare 10-20 hectare 5-10 hectare 2-5 hectare 0-2 hectare areaal aantal bedrijven
Bron: Departement Landbouw en Visserij
Elk jaar keren percelen terug naar de gangbare productiemethode en komen er ook biologische bij. Een wat diepgaandere analyse op perceelsniveau maakt het mogelijk om een onderscheid te maken tussen nieuwe percelen van reeds omgeschakelde biolandbouwers en percelen van nieuw gecertificeerde producenten. De achterliggende vraag is of de biosector al dan niet groeit door producenten die al jarenlange ervaring hebben opgedaan en zich verder verbeteren en ontwikkelen, of dat de groei toe te wijzen is aan nieuwkomers. In het eerste geval gaat het om uitbreidingen of inkrimpingen van bestaande bedrijven, in het tweede geval is er een winst aan areaal. Er is netto, dus na verrekening van bijkomend en wegvallend areaal, 376 hectare biologisch areaal bijgekomen in 2012. Van het totale bio-areaal is 4.430 hectare van bestaande biobedrijven (dus met uitsluiting van de nieuwkomers en de overnames). 308 hectare behoort toe aan de nieuwe biologische landbouwers en 201 hectare is van bedrijven die ofwel overgenomen zijn ofwel een administratieve wijziging hebben ondergaan bij het controleorgaan. In vergelijking met 2011 is er bij de groep bestaande bioboeren netto 61 hectare bijgekomen. Bij de overgenomen bedrijven en bedrijven met administratieve wijziging is er 17 hectare bijgekomen in vergelijking met de situatie voor hun overname. Het areaal dat een verlies voor de sector betekent, blijft beperkt tot 11 hectare.
5 DIERLIJKE PRODUCTIE De bepaling van het aantal varkens, lammeren, kalveren en stuks pluimvee gebeurt op basis van het aantal verkochte dieren op jaarbasis. Voor alle andere diersoorten gaat het om het aantal aanwezige dieren op het moment van controle. De veestapel nam voor het eerst af in de biologische veehouderij. In 2012 werden iets meer dan 358.000 dieren volgens de biologische productiemethode gekweekt (-3,5%) door 119 van de 299 gecertificeerde biolandbouwers. Het aantal melkkoeien nam toe naar 1.271 stuks (+4%). Het aantal verkochte varkens bedroeg 2.098 dieren (+10%). In alle andere diercategorieĂŤn nam het aantal dieren lichtjes af. Het aantal verkochte legkippen nam af met bijna 11.000 stuks. Het aantal schapen viel terug van bijna 3.900 dieren naar 2.600 dieren en ook bij de paarden en hertachtigen is er een forse terugloop van 196 naar 74 dieren. Het aantal grootvee-eenheden bedroeg 5.861. De biologisch gehouden dieren bedragen 0,9% van de
14
totale Vlaamse veestapel. Hierbij vallen vooral de geiten op, met een aandeel van 16% in het totale aantal geiten (tabel 7). Tabel 7: evolutie van het aantal biologisch gehouden dieren en aantal GVE, 2008-2012, Vlaanderen + aandeel in de totale Vlaamse veestapel (2012)
runderen waarvan melkkoeien varkens pluimvee waarvan legkippen schapen geiten paarden en hertachtigen Andere TOTAAL TOTAAL (in GVE)
2008
2009
2010
2011
2012
2.533
2.554
2.676
3.014
2.797
Aandeel in totale veestapel 0,21%
1.157
1.132
1.191
1.224
1.271
0,40%
2.217 205.224
2.098 233.804
1.672 264.376
1.908 357.631
2.098 346.731
0,03% 1,10%
80.234
133.885
140.161
230.464
219.677
2,00%
3.964 3.760 238 50
1.972 2.808 231 24
1.859 2.292 153 20
3.876 4.134 196 30
2.578 4.180 74 23
3,64% 16,34% 0,33% 0,02%
217.986
243.491
273.748
370.789
358.481
0,91%
4.874
4.923
4.864
5.898
5.861
Bron: Departement Landbouw en Visserij op basis van gegevens van Certisys /TĂźv Nord Integra / Quality Partner/ Control Union
In 2012 waren er 46 biobedrijven met rundvee (20 met vleesvee en 26 met melkvee) waarvan 28 enkel en alleen rundvee hebben. Van de 12 bedrijven met geiten zijn er 10 die niet combineren met andere diersoorten. 31 op de 43 bedrijven met pluimvee hebben enkel pluimvee. Het kweken van schapen (32 bedrijven), varkens (11 bedrijven) en paardachtigen (6 bedrijven) gebeurt dan weer overwegend in combinatie met andere dieren.
6 EVOLUTIE VAN DE PRIJZEN 6.1
Melk
In de loop van 2012 zakte de gangbare melkprijs bij prijszetter Milcobel rond de zomerperiode onder de 25 euro per 100 liter, terwijl de prijs het jaar daarvoor rond de 30 euro bleef schommelen. De ongunstige prijsvorming in vergelijking met het buitenland is vorige zomer vaak besproken en heeft volgens de landbouworganisaties veel te maken met een zuivelsector waar investeren in producten met toegevoegde waarde achterop hinkt (Boer & Tuinder). De biologische melkprijs bij Biomelk Vlaanderen, de belangrijkste ophaler van biologische melk, kende in dezelfde periode een opmerkelijke tijdelijke neerwaartse schok waarbij de prijs voor biologische melk rond mei zakte tot 24 euro voor 100 liter. Die schok was te wijten aan een korte periode van afzetproblemen door overaanbod (BioForum Vlaanderen). Zodra dat was opgelost, herstelde de prijs onmiddellijk om eind 2012 het niveau van 40 euro per 100 liter te bereiken. Dat is een verschil van 10 euro per 100 liter in vergelijking met de gangbare prijs op hetzelfde moment (figuur 6).
15
Figuur 6: evolutie van de gangbare (Milcobel) en biologische melkprijs (Biomelk Vlaanderen), euro per 100 liter, 2002-2012
50 45 40 35 30 25 20 15 10 5
prijs gangbaar
dec/12
jul/12
feb/12
sep/11
apr/11
nov/10
jun/10
jan/10
aug/09
mrt/09
okt/08
mei/08
dec/07
jul/07
feb/07
sep/06
apr/06
nov/05
jun/05
jan/05
aug/04
mrt/04
okt/03
mei/03
dec/02
jul/02
0
prijs bio
Bron: ABS – Drietandmagazine
6.2
Evolutie van de prijs voor biologische groenten en fruit
De verkoopprijzen voor groenten en fruit zijn afkomstig van de CoĂśbraveiling in Zellik, waarbij momenteel een 60-tal bio-telers zijn aangesloten. Intussen is de fusie met de Mechelse Veiling een feit en heet de veiling voortaan Belorta, die hiermee marktleider wordt voor verse groenten. Beide veilingen samen waren vorig jaar goed voor 37% van de omzet van de Belgische groente- en fruitveilingen. Voor groenten realiseerden ze zelfs 56% van de nationale omzet. Sommige groenten bieden de biologische telers een meerprijs, maar dat is niet altijd het geval. De prijs van biologische en gangbare wortelen zijn dezelfde en bij bloemkool is het nu eens de gangbare kool die een betere prijs heeft en dan weer de biologische. 6.2.1 Witloof De prijs van biologisch witloof kent dezelfde schommelingen als de gangbare witloof, maar ligt tussen 1 en 1,5 euro per kilo hoger en bereikte een piek van 4,4 euro per kilo in december 2012. Het gangbare witloof werd in oktober verkocht voor 1,5 euro per kilo maar zakte in de laatste maanden van het jaar opnieuw waardoor het verschil eind 2012 met bio-witloof 3,5 euro per kilo bedroeg (figuur 7).
16
Figuur 7: evolutie van de prijs van gangbare en biologische witloof, euro per kilo, 2007-2012
5,0 4,5 4,0 3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5
witloof bio
dec/12
sep/12
jun/12
mrt/12
dec/11
sep/11
jun/11
mrt/11
dec/10
sep/10
jun/10
mrt/10
dec/09
sep/09
jun/09
mrt/09
dec/08
sep/08
jun/08
mrt/08
dec/07
0,0
witloof gangbaar
Bron: Veiling Coรถbra, Verbond Belgische Tuinbouwveilingen
6.2.2 Prei De prijzen van prei kennen een vrij stabiel verloop over de jaren heen. De prijs van de prei kende tot in augustus een stijging tot 1 euro per kilo om in het najaar weer te zakken tot 0,5 euro per kilo. De biologische prijzen volgen dezelfde trend maar liggen tussen 1,5 en 2 euro per kilo (figuur 8). Figuur 8: evolutie van de prijs van gangbare en biologische prei, in euro per kilo, 2007-2012
3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5
prei bio
okt/12
jul/12
apr/12
jan/12
okt/11
jul/11
apr/11
jan/11
okt/10
jul/10
apr/10
jan/10
okt/09
jul/09
apr/09
jan/09
okt/08
jul/08
apr/08
jan/08
okt/07
jul/07
0,0
prei gangbaar
Bron: Veiling Coรถbra, Verbond Belgische Tuinbouwveilingen (VBT)
17
6.2.3 Wortelen In tegenstelling tot prei en witloof, vallen de prijzen van biologische en gangbare wortelen samen sinds 2010. De wortelprijzen kennen vrij grote schommelingen van 0,25 euro per kilo (najaar 2008) tot een piek van bijna 0,9 euro per kilo in de zomer van 2012 (figuur 9). Figuur 9: evolutie van de prijs van gangbare en biologische wortelen, euro per kilo, 2007-2012
1,0 0,9 0,8 0,7 0,6 0,5 0,4 0,3 0,2 0,1
wortelen gangbaar
dec/12
sep/12
jun/12
mrt/12
dec/11
sep/11
jun/11
mrt/11
dec/10
sep/10
jun/10
mrt/10
dec/09
sep/09
jun/09
mrt/09
dec/08
sep/08
jun/08
mrt/08
dec/07
0,0
wortelen bio
Bron: Veiling CoĂśbra, Verbond Belgische Tuinbouwveilingen (VBT)
6.2.4 Fruit De oogst van appelen en peren viel tegen in 2012. Het voorjaar werd gekenmerkt door veel regen en late nachtvorst wat voor fruit van minderwaardige kwaliteit zorgde. De tweede helft van het jaar kende dan weer een lagere oogst, wat de prijzen opnieuw wat deed stijgen. De twee onderste lijnen geven het prijsverloop weer van de gangbare jonagoldappel en confĂŠrencepeer. De twee bovenste onderbroken lijnen geven de biologische varianten weer (figuur 10). De prijzen bleven in eerste instantie op een laag niveau hangen tot mei. Daarna stegen de prijzen van appels van 0,2 euro per kilo in het begin van het jaar naar 0,4 euro in het najaar, maar op het eind van het jaar zakte de prijs opnieuw. Voor de peren stegen de prijzen van 0,4 euro per kilo tot 0,7 euro per kilo. De prijzen voor de biologische varianten lagen rond 1,2 euro en eindigden het jaar goed met prijzen rond 1,3 euro per kilo voor de appel en net geen 1,6 euro per kilo voor de peer.
18
Figuur 10: evolutie van de prijs voor gangbare en biologische appels en peren, euro per kg, 2006-2012
2,0 1,8 1,6 1,4 1,2 1,0 0,8 0,6 0,4 0,2
prijs jonagold (gangbaar) prijs jonagold (bio)
sep/12
mei/12
jan/12
sep/11
mei/11
jan/11
sep/10
mei/10
jan/10
sep/09
mei/09
jan/09
sep/08
mei/08
jan/08
sep/07
mei/07
jan/07
sep/06
mei/06
jan/06
0,0
prijs confĂŠrenceperen (gangbaar) prijs confĂŠrenceperen (bio)
Bron: Veiling CoĂśbra en Verbond Belgische Tuinbouwveilingen
19
3. OVERHEIDSUITGAVEN VOOR DE BIOLOGISCHE LANDBOUWSECTOR 2012 1 SAMENVATTING Het Departement Landbouw en Visserij maakt elk jaar een overzicht van de financiële inspanningen van de overheid ten behoeve van de biosector. Het overzicht neemt enkel de met Vlaamse en Europese middelen gefinancierde uitgaven op. De cijfers zijn effectieve uitgaven die binnen het kalenderjaar 2012 gebeurd zijn. In 2012 ligt het bedrag op 3,68 miljoen euro inclusief EU-steun (figuur 11). Dat is bijna 19% meer dan in 2011 en heeft verschillende oorzaken: meer uitbetaalde hectaresteun, meer bestede middelen voor onderzoek en de promotiecampagne “de Renaissance van de echte Smaak” die op gang kwam. Schommelingen hebben vooral betrekking op het onderzoek, waar sommige jaren al eens meer uitbetaald wordt dan in andere jaren en waar met aanzienlijke budgetten wordt gewerkt. Deze schommelingen vertellen echter niks over de hoeveelheid en de doeltreffendheid van het onderzoek dat gevoerd wordt. Het doel is vooral om een realistisch beeld te geven van de gespendeerde overheidsmiddelen. Voor een gedetailleerd overzicht van het lopend onderzoek verwijzen we naar de publicatie: “Biologische landbouw in Vlaanderen: onderzoek 2011-2012”, dat uitgegeven wordt door het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek. (http://www.nobl.be/nl/node/30). Figuur 11: evolutie van de overheidsuitgaven, Vlaanderen (excl. indirect IWT-onderzoek), euro, 2000-2012
4.000.000 3.500.000 3.000.000 2.500.000 2.000.000 1.500.000 1.000.000 500.000 0 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012
Bron: Departement Landbouw en Visserij
Het gebruik van de middelen wordt verdeeld over een reeks beleidspunten (hefbomen genoemd) uit het Strategisch Plan 2008-2012, die elk bestaan uit een reeks maatregelen of projecten. 38% (1,4 miljoen euro) vloeit rechtstreeks naar de landbouwers (hefboom 2), 24% (869.000 euro) werd geïnvesteerd in keten- en marktontwikkeling (hefboom 1), 25% ging naar onderzoek en de kennisuitwisseling tussen praktijk en onderzoek (hefboom 4) en 13% (523.000 euro) werd besteed aan communicatie plus verbreding van het
20
maatschappelijk draagvlak (hefboom 5). Tot slot zijn ook verhoging van de rendabiliteit (hefboom 3) en verbreding van het beleid (hefboom 6) opgenomen in het Strategisch Plan (tabel 8). Tabel 8:overzicht van de betalingen voor de biologische landbouw, opgedeeld naar doelstelling in het strategisch plan, Vlaanderen, in euro, 2009-2012
Strategische doelstelling hefboom 1 – marktontwikkeling
Keten-
en
Hefboom 2 – Biologische productie Hefboom 3 – Verhogen van rendabiliteit Hefboom 4 – Onderzoekkennisuitwisseling Hefboom 5 – Communicatie draagvlak
totale uitgave 2009
totale uitgave 2010
totale uitgave 2011
791.680
731.600
655.941
868.706
992.155
1.055.776
1.170.959
1.406.340
0
0
0
0
596.658
659.664
785.248
914.758
577.333
503.755
504.576
495.098
20.700
0
0
0
2.978.526
2.950.795
3.116.725
3.684.902
de en en
Hefboom 6 – Verbreding van beleid Totaal
totale 2012
uitgave
Bron: Departement Landbouw en Visserij
De uitgaven voor de landbouwer nemen elk jaar toe en stijgen met 42% tussen 2009 en 2012. Het toenemend aantal biologische landbouwers zorgt ervoor dat er meer hectaresteun wordt uitbetaald (inmiddels bijna een derde van alle uitgaven). De uitgaven voor ketenwerking namen in 2012 toe door de invoering van bijkomende maatregelen.
2 HECTARESTEUN Landbouwers krijgen elk jaar tot 21 april de kans om een aanvraag in te dienen. De betaling gebeurt het voorjaar daarop. In 2012 werden aldus de aanvragen van 2011 uitbetaald. 225 van de 282 geregistreerde biologische producenten kwamen in aanmerking voor de premie. Dat is 80% van alle biolandbouwers. Instappers moeten zich bij het afsluiten van de verbintenis onmiddellijk voor 5 jaar engageren tot het toepassen van de biologische productiemethode. Er werd voor 1.003.030 euro aan hectaresteun uitbetaald in 2012 (campagnejaar 2011) inclusief de verrekening van nabetalingen en recuperaties en inclusief EU-cofinanciering en top-up (tabel 9). Het bedrag van de uitbetaalde hectaresteun ligt 11% hoger dan in 2011 (campagnejaar 2010). Dat gebeurde voor een totaal van 3.412 hectare. De oorzaak voor deze grote stijging van de betalingen is de toename van het areaal dat in aanmerking komt voor hectaresteun. Tabel 9: verdeling van de uitbetaalde hectaresteun over de teeltgroepen en de steungroepen, euro per hectare, campagnejaar 2011
omschakeling (1)
bio (2)
bio 5+ (3)
Totalen per teeltgroep
eenjarige akkerbouw- en ruwvoederteelten
132.862
35.587
102.838
271.287
grasland, natuurlijke begroeiing
126.997
35.756
154.469
317.222
23.761
50.774
2.826
55.288
2.029
12.357
18.305
113.513
235.850
489.239
1.003.330
subsidiebedrag per teeltgroep
eenjarige groenteteelten
<= 2,5 ha
27.717
>2,5 ha
Beschutte teelten
3.919
meerjarige groente- en fruitteelten Totalen per steunperiode
111.776 403.271
10.561 110.520
160.366
Bron: Departement Landbouw en Visserij op basis van cijfers Agentschap Landbouw en Visserij (1)
eerste twee jaar, eerste drie jaar voor de fruitteelt
(2)
3e tot 5e jaar, 4de en 5de jaar voor de fruitteelt
(3)
vanaf het 6de jaar.
21
Een detail van de betalingen per teeltgroep en per steungroep geeft meer duiding (Tabel 9). De hectaresteun bestaat uit 40% betalingen aan landbouwers in omschakeling en 60% aan biologische landbouwers. De steun voor boeren in omschakeling ligt 8% hoger dan in 2011 en de betalingen aan de andere biolandbouwers ligt 14% hoger. Het zwaartepunt lag in 2012 duidelijk op de permanente premie, die zo goed als de helft van de totale hectaresteun vertegenwoordigt. De recentste voorlopige cijfers voor campagnejaar 2012 tonen een toename van het areaal met steun, maar een uitbetaald bedrag dat op hetzelfde niveau blijft als campagnejaar 2011 (Figuur 12). Figuur 12: evolutie van het aantal producenten onder controle, het areaal onder controle, het areaal met steun (*) (linker-
6.000
1.200.000
5.000
1.000.000
4.000
800.000
3.000
600.000
2.000
400.000
1.000
200.000
hectaresteun (₏)
oppervlakte (ha)
as) en de betalingen hectaresteun (rechter-as), per campagnejaar, Vlaanderen, 1994-2012
231 253 251 233 231 236 232 230 230 242 256 282 299 95 100 102 107 164 176 0
0 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012
campagnejaar areaal met ha-steun
totaal areaal bio onder controle
hectaresteun
aantal bedrijven
Bron: Beleidsdomein Landbouw en Visserij (*)campagnejaar 2012: voorlopige cijfers
Per teeltgroep bekeken neemt het grasland en de natuurlijke begroeiing het belangrijkste deel van de uitgave in. Dat is ook normaal, aangezien er voor 1.333 hectare grasland premie is aangevraagd. Er werd 55.000 euro meer uitgegeven voor grasland dan vorig jaar, 18.000 euro meer voor eenjarige groenteteelten, 15.000 euro meer voor akkerbouw- en ruwvoederteelten en 10.000 euro meer voor meerjarige groente- en fruitteelten.
3 RECHTSTREEKSE STEUN Via het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) wordt steun verleend in het kader van diverse Europese steunregelingen. Deze steunregelingen kunnen opgedeeld worden in twee belangrijke groepen: de betalingen die gebeuren in het kader van de directe inkomensondersteuning (pijler I van het GLB) en de betalingen die gebeuren in het kader van de indirecte steun, met name voor plattelandsontwikkeling (PDPO) (pijler II van het GLB).De rechtstreekse steun is in grote mate ontkoppeld door de introductie van de bedrijfstoeslag. De bedrijfstoeslag is in Vlaanderen individueel bepaald op basis van de historische steun die de landbouwer ontvangen heeft tijdens een referentieperiode of op basis van de historische productie van de landbouwer. De bedrijfstoeslag bestaat uit en wordt toegekend via een aantal toeslagrechten met elk een bepaalde waarde: gewone toeslagrechten (GTR), en speciale toeslagrechten (STR). De biolandbouwers ontvingen naast de bio-specifieke steun ook nog rechtstreekse steun (uit Pijler I). Uit de cijfers van het Agentschap Landbouw en Visserij (ALV) blijkt dat 115 biolandbouwers (op een resultaat van 296 biolandbouwers) 975.342 euro aan toeslagrechten (gewone + speciale toeslagrechten) uitbetaald kregen in
22
2011. Gemiddeld gezien kregen de bedrijven die toeslagrechten uitbetaald kregen in 2011 een bedrag van 8.481 euro aan toeslagrechten. (ALV databank op 23 november 2012). In 2011 zijn in Vlaanderen de slachtpremie kalveren (SK) en de zoogkoeienpremie (ZK) nog gekoppeld. 13 van de 299 biolandbouwers ontvingen in 2011 de zoogkoeienpremie met een totale waarde van 42.936 euro. Dat komt neer op een gemiddelde zoogkoeienpremie van 3.302 euro per bedrijf. De biolandbouwers ontvingen in 2011 geen slachtpremie kalveren.
4 ONDERZOEK Het onderzoek voor biologische landbouw is een complex geheel waarbij heel wat instellingen betrokken zijn. De leidraad is de onderzoeksagenda, waarin de prioriteiten beschreven staan: bodemverbetering, plantaardige productie, dierlijke productie en tot slot, bedrijfseconomische en sectorale aspecten. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de betalingen voor specifiek bio-onderzoek, opgesplitst naar financieringsbron. Opgelet: er wordt ook onderzoek gevoerd die niet enkel betrekking heeft op de biologische productie, maar niettemin kan worden toegepast op bio. Dat heeft vooral betrekking op het IWT. De uitgaven voor dit bio-relevant onderzoek worden slechts gedeeltelijk opgenomen volgens een verdeelsleutel en zijn dus een raming. De totale besteding bedroeg 783.762 euro en dekt naast de onderzoekskosten eveneens de lonen van de onderzoekers. Tabel 10: betalingen voor de diverse onderzoeksprojecten voor de biologische sector met overheidsmiddelen, per financieringsbron, 2012, Vlaanderen
Financieringsbron
Besteding (in euro)
IWT
329.791 euro
ADLO
147.094 euro
CCBT
160.000 euro
ILVO
41.000 euro
INAGRO-Bio
105.877 euro Totaal
783.762 euro
Bron: Departement Landbouw en Visserij, Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek
23
4. CONTROLES In tegenstelling tot veel andere lastenboeken of labels, zijn de regels voor de biologische productiemethode vastgelegd in de Europese en Vlaamse wetgeving. De naleving van de wetgeving wordt in Vlaanderen uitgevoerd door de erkende controleorganen. Elke bedrijf wordt minstens één keer per jaar ter plaatse gecontroleerd door de controleorganen. Dat bezoek is altijd aangekondigd en tijdens de controle worden alle aspecten van het lastenboek gecontroleerd. Daarenboven moeten de controleorganen een minimum aantal steekproefcontroles uitvoeren dat tussen 50 tot 75 procent van het aantal bedrijven ligt. Tijdens een steekproefcontrole wordt telkens een specifiek deelaspect van het lastenboek gecontroleerd. De selectie van de bedrijven gebeurt op basis van een risicoanalyse, waarin rekening wordt gehouden met resultaten van de eerdere controles, de hoeveelheid producten en het risico op verwisseling van bio- en niet-bioproducten. Daarnaast worden verscherpte controles, naar aanleiding van een ernstige inbreuk, en administratieve controles uitgevoerd (tabel 11). Tabel 11: aantal uitgevoerde controles, 2012
Soort controle
aantal
steekproefcontrole verscherpte controle administratieve controle
630 34 161
Bron: Departement Landbouw en Visserij
Het aantal staalnames bij een marktdeelnemer is wettelijk vastgelegd. De selectie van de staalnames gebeurt op basis van een risicoanalyse. Bovendien is het controleorgaan verplicht om bij een vermoeden van een inbreuk of regelmatigheid een staal te nemen van het bewuste product. In hoofdzaak worden de staalnamen geanalyseerd met het oog op het vinden van residuen van pesticiden. Maar er wordt ook getest op nitraten, genetisch gewijzigde organismen of geneesmiddelen. In 2012 werden 419 stalen genomen en evenveel analyses uitgevoerd. Als ten gevolge van een controle of staalname een inbreuk op het lastenboek wordt vastgesteld, is het controleorgaan verplicht een sanctie uit te spreken. Dat kan gaan van een gewone opmerking tot de volledige schorsing van het bedrijf. De term ‘biologisch’ en afgeleiden daarvan zijn wettelijk beschermd. Bij gebruik van deze term op etiketten of reclame van producten moet worden voldaan aan de voorschriften van de regelgeving biologische landbouw. Elk bedrijf dat bioproducten produceert, verwerkt, opslaat, invoert of verhandelt moet onder controle staan van een erkend controleorgaan. In 2012 kreeg de overheid 42 meldingen over bedrijven die mogelijk in overtreding waren met de wetgeving. Ze werden onderzocht door een controleur van de overheid en indien nodig werden de bedrijven aangemaand om zich in regel te stellen. Daarnaast staat de overheid in voor de correcte werking van de controleorganen. Hiertoe verricht de overheid jaarlijks zelf supervisiecontroles. Dat zijn zowel administratieve controles als controles ter plaatse.
24
5. CONSUMPTIE EN DISTRIBUTIE VAN BIOLOGISCHE PRODUCTEN IN 2012
Voorafgaande opmerking: GfK PanelServices Benelux is in 2012 overgeschakeld op een nieuwe methode voor het wegen en extrapoleren van de resultaten van de streekproef (5.000 gezinnen) naar de volledige Belgische populatie. Dat resulteerde in gevoelige dalingen van de absolute volumes en de bestedingen waardoor de vergelijkbaarheid met de data uit vorige rapporten niet meer mogelijk is.
1 MARKTOMVANG De bestedingen van de Belgische gezinnen aan biologische producten bedroegen vorig jaar ruim 417 miljoen euro. De biobestedingen kwamen hiermee 7% hoger dan het jaar ervoor (figuur 13). Die stijging wordt verklaard door een groeiend aantal biokopers en een hogere besteding per winkelbezoek. Het aantal biokopers steeg lichtjes van 88 tot 89 op 100. Het aantal winkelbezoeken daarentegen daalde vorig jaar zowel voor bio als voor de gangbare producten. Figuur 13: totale besteding aan biologische producten (voeding, drogmetica en non-food) door de Belgische gezinnen, miljoen euro, 2001-2012
700
mio euro
600 500 +19% +3%
400
+7%
+13%
300 200 100 0 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008
2008* 2009 2010 2011 2012
* zie voorafgaande opmerking Bron: GfK Panelservices Benelux
VLAM volgt binnen de overeenkomst met GfK PanelServices Benelux de verse voeding op (inclusief diepvriesproducten en enkele kruidenierswaren zoals ontbijtgranen, rijst, droge deegwaren en koekjes). De cijfers verder in deze tekst hebben enkel betrekking op deze uitgebreide verscategorie.
25
In 2012 knoopten de verscategorieën, na een minder jaar, weer aan met een groei. Op jaarbasis bedroeg de gemiddelde bestedingsgroei 7% en kwam er één biokoper op honderd bij. De totale besteding van deze producten bedroeg vorig jaar zo’n 300 miljoen euro. De groei kwam gedurende het jaar stilaan op gang. In het eerste kwartaal was er nog een status quo van de biobestedingen maar in het derde en vooral het vierde kwartaal boekte de bioverkoop forse winst. Deze winst in het vierde kwartaal kwam er door een verhoogde aankoopfrequentie. De groei in 2012 was groter in Vlaanderen (+12%) dan in Brussel (+7,5%) en Wallonië (+2%). Belangrijke groeiers waren graanproducten (ontbijtgranen, koekjes, beschuiten e.d.), boter, vleesvervangers en bereide maaltijden (o.a. quiches). Bij de grootste dalers behoorden de sojadrinks, bloem en vers vlees. De belangrijkste biocategorie, die van de plantaardige voeding, kwam vorig jaar uit op 166 miljoen euro en tekende een groei van 10% op. De besteding van biologisch vlees en andere dierlijke producten (excl zuivelproducten) kende een lichte groei van 2% en klokte af op 64 miljoen euro. De zuivelcategorie groeide vorig jaar van 47 naar 52 miljoen euro (figuur 14). Figuur 14: bestedingen biovoeding per categorie in België, in miljoen euro, 2008-2012
180
+10%
160 140 120 100 80 +2%
60
+10%
40 20 0 2008
2009
2010
zuivel (excl substituten)
2011
2012
dierlijke (excl vleesvervangers)
Q4 2008
Q4 2009
Q4 2010
Q4 2011
Q4 2012
plantaardig (incl vlees- en zuivelvervangers)
Bron: GfK Panelservices Benelux
De biobesteding bestaat voor 59% uit plantaardige producten. Zuivel neemt 18% voor zijn rekening en de overige 23% worden ingenomen door de andere dierlijke producten (figuur 15). Deze aandelen blijven over de jaren heen vrij stabiel. In de gangbare markt zijn dierlijke producten relatief belangrijker dan in de biomarkt. Bij het gangbare hebben de plantaardige en de dierlijke voeding bijna een gelijk aandeel in de gezinsbestedingen, respectievelijk 41% en 39%. Zuivel neemt in het gangbare een iets hoger aandeel in dan bij bio: 20%. Ook hier blijven de verhoudingen stabiel over de jaren heen.
26
Figuur 15: aandeel per categorie binnen verse biovoeding in BelgiĂŤ, 2012
dierlijke (excl. vleesvervangers) 23%
zuivel (excl. substituut) 18%
plantaardig (incl. vleesvervangers en zuivelsubstituut) 59%
Bron: GfK Panelservices Benelux
2 CONSUMENTENPROFIEL Het aantal kopers dat op jaarbasis minstens eenmaal een bioproduct kocht, bedroeg vorig jaar 89% van de Belgische gezinnen. Dat is een lichte groei (+1%) ten opzichte van 2011. Zo’n 18% van de Belgische bevolking zijn frequente biokopers. De frequente biokoper koopt minstens eenmaal om de 10 dagen bio. Die groep is goed voor 78% van alle biobestedingen. Dat aandeel was licht groeiend. Binnen de productgroepen zijn er grote verschillen in kopersaantallen. De kopersgroep van biogroenten is veruit de belangrijkste. Bijna twee Belgische gezinnen op de drie kopen wel eens biogroenten. De tweede belangrijkste kopersgroep is fruit met 43%. Sinds 2005 is het kopersaantal voor fruit verdubbeld. Op de derde plaats komt zuivel met 33 kopers op honderd. Dat aantal stagneert de laatste jaren. De biobroodkopers staan op de vierde plaats. Een kwart van de Belgische gezinnen koopt wel eens een biobrood (figuur 16).
27
Figuur 16: percentage kopers van enkele bio-verscategorieën in België, 2005-2012
70 60 50 40 % 30 20 10 0 2005 aardappelen vlees
2006 2007 brood vleesvervangers
2008 2009 fruit vleeswaren
2010 groenten gevogelte
2011
2012 zuivel eieren
Bron: GfK Panelservices Benelux
De biovleeskopers komen op de vijfde plaats en waren samen met de vleeswaren en de aardappelen de sterkste groeiers. Hun aantallen verdubbelden sinds 2005. Vorig jaar stabiliseerden de kopersaantallen voor deze categorieën. Een licht groeiende kopersgroep is die van bio-eieren op de zesde plaats met 16%. De kopers van biogevogelte zijn met 11% een kleinere kopersgroep. Het rijtje wordt gesloten door de vleesvervangers met zo’n 5 kopers op 100. In absolute cijfers zijn de welgestelde gezinnen met kinderen en de welgestelde gepensioneerden de belangrijkste groep biokopers. Samen zijn zij verantwoordelijk voor de helft van de biobesteding terwijl zij zo’n 45% van de bevolking uitmaken. Er is evenwel bij de welgestelde gezinnen met kinderen zeker nog potentieel omdat deze groep met een marktaandeel van 1,5% onder het gemiddelde van 1,9% zit. Huishoudens met kinderen met een beperkt inkomen en gezinnen met slechts één kostwinner hebben ook een laag marktaandeel. De grootste stijging qua marktaandeel vinden we bij de welgestelde gepensioneerden en de tweeverdieners. De jonge alleenstaanden (jonger dan 40) zijn wat ondervertegenwoordigd maar het zijn wel intensieve biokopers. Het marktaandeel bij deze groep piekte in 2008 boven de 3,5% en viel daarna sterk terug (tabel 12). Tabel 12: marktaandeel bio per levensfase in België, in procentueel aandeel bio in totale voedselbesteding, 2008-2012
-
2008
2009
2010
2011
2012
jonge alleenstaande<40j
3,8%
2,6%
2,3%
2,3%
2,6%
tweeverdieners
0,7%
1,6%
1,7%
1,9%
2,5%
huishoudens met kinderen, beperkt inkomen
0,8%
0,9%
0,9%
1,3%
1,4%
welgestelde huishoudens met kinderen
0,9%
1,2%
1,5%
1,3%
1,5%
kostwinner (2p)
1,8%
1,3%
1,6%
1,5%
1,3%
alleenstaande>40j
1,7%
2,3%
2,8%
3,2%
2,9%
gepensioneerden met beperkt inkomen
1,6%
1,4%
1,4%
1,5%
1,8%
welgestelde gepensioneerden
1,7%
2,0%
2,2%
2,3%
2,4%
Bron: GfK Panelservices Benelux
Qua besteding per capita zijn biozuivel en biogroenten aan elkaar gewaagd. De koploper is biozuivel met 4,80 euro per hoofd van de bevolking, op de voet gevolgd door de biogroenten met 4,50 euro. Daarna volgen fruit (3,50 euro) en brood (2,50 euro). Aan biovlees besteedt de Belg gemiddeld 2,30 euro. Biogevogelte en bio-
28
eieren volgen met elk 1,30 euro. Biovleeswaren, bioaardappelen en biovleesvervangers sluiten de rij met respectievelijk 85, 70 en 68 cent per capita (figuur 17). Figuur 17: besteding bio vers per categorie in België, euro per capita op totale bevolking, 2008-2012
30 Overige 25
Eieren Gevogelte/wild
20
Vleeswaar Vleesvervangers
15
Vlees Groenten
10
Fruit Brood/gebak
5
Aardappelen Zuivelsubstituten Zuivel (excl substituut)
2012
2011
2010
2009
2008
0
Bron: GfK Panelservices Benelux
Het marktaandeel van de biologische versproducten groeide, na enkele jaren van stabilisatie, vorig jaar verder door van 1,8 naar 1,9%. Het marktaandeel van bio verschilt wel sterk van product tot product. De vleesvervangers hebben met 24,5% het hoogste marktaandeel. De andere categorieën met een hoog bioaandeel zijn o.a. eieren (8,9%), groenten (5%) en brood (3%). De vleeswaren staan op de laatste plaats met 0,7% (figuur 18). Figuur 18: evolutie marktaandelen bio vers per productcategorie, België, in % van besteding, 2008-2012
30% 25% 20% 15% 10% 5% 0%
1991*
2008
2009
2010
2011
2012
Bron: GfK PanelServices Benelux en LEI-panel 1991 ( * gegevens incl. onbespoten groenten)
29
3 DISTRIBUTIEKANALEN De klassieke supermarkt (Dis 1) is het grootste biokanaal met 44,4% van de markt, maar moet terrein prijsgeven aan de nummer twee: de ‘speciaalzaak, natuurvoedingswinkel en overige’, die met 31,5% marktaandeel fors groeien. De buurtsupermarkt is ook een groeier en staat op de derde plaats met 11,5%. De kleinere kanalen zoals hard discount en de rechtstreekse verkoop groeiden in 2011 maar stabiliseerden in 2012 en hebben elk ruim 4% van de bioverkoop in handen net zoals de openbare markt (figuur 19). Figuur 19: distributiekanalen biologische voeding, België, % van de besteding, 2008-2012
100%
5,7%
3,6%
3,5%
4,5%
4,1% Hoeve en boerenmarkt
in % van de besteding
80%
60%
28,1%
30,3%
3,9%
4,5%
12,4%
10,0%
1,3%
2,3%
30,8%
29,2%
4,1%
3,4%
11,7%
11,3%
3,4%
4,2%
31,5% Speciaalzaak / Natuurvoeding en overige 4,3% 11,5% 4,2%
40%
48,7%
49,3%
20%
Openbare markt
Buurtsupermarkt
Hard discount 46,5%
47,5%
44,4% Dis 1
0% 2008
2009
2010
2011
2012
Bron: GfK Panelservices Benelux
30
4 CONSUMENTENPRIJS Biologische versproducten waren in 2012 gemiddeld een derde duurder dan gangbare producten en dat prijsverschil blijft stabiel over de jaren heen. Het grootste verschil is er bij braadkip, eieren en aardappelen. Het kleinste prijsverschil is er bij biogroenteburgers. Ook de evolutie van het prijsverschil verschilt van product tot product. In het algemeen wordt het prijsverschil groter zoals voor groenteburgers, braadkip, kaas en yoghurt. Bij halfvolle melk, eieren, tomaten, brood en varkenskotelet wordt het prijsverschil echter kleiner over de jaren heen (figuur 20). Figuur 20: prijsverschil bioproducten vs gangbaar equivalent, BelgiĂŤ, 2009-2012
Bio vers* Groenteburger Braadkip Varkenskotelet 2012
Brood
2011
Aardappel
2010
Tomaten
2009
Eieren Kaas Yoghurt Halfvolle melk 100
index
150
200
Bron: GfK Panelservices Benelux
31
5 KORTEKETENVERKOOP VAN BIOPRODUCTEN De verkoop via korte keten vindt steeds meer ingang in de biologische sector. Voor de landbouwer biedt rechtstreekse verkoop tal van voordelen: de landbouwer is zelf prijszetter, moet niet wachten op zijn inkomsten en kan bepaalde kosten zoals afzet, transport en bewaring besparen, wat ook in het voordeel van de consument speelt. Inmiddels bestaat de korteketenverkoop onder diverse formules. Naast de klassieke thuisverkoop kan de boer ook op de wekelijkse markt gaan staan. De klant kan ook zelf komen plukken of intekenen bij voedselteams. Sommige landbouwers beschikken over een automaat. Volgens een recente enquĂŞte, uitgevoerd door het Departement Landbouw en Visserij in samenwerking met BioForum Vlaanderen bij de biologische landbouwers, verkoopt 44% van de biolandbouwers via de korte keten. De overige 56% verkoopt uitsluitend aan groothandel en/of distributie. In 2010 bracht korteketenverkoop 7,5 miljoen euro op, in 2011 was dat 8,8 miljoen euro, of 17% meer. Thuisverkoop is veruit het meest populaire korteketenkanaal met een aandeel van 63%. De thuisverkoop omvat niet alleen de klassieke winkel aan huis, maar ook webverkoop en verkoop via automaten. Groenteabonnementen worden populairder met een omzettoename van +78%, maar ook de markten doen het niet slecht met +44% omzet (tabel 13). 60% van de korteketenverkoop bestaat uit verse producten. Het aandeel eigen productie binnen de verkoop bedraagt 70%. Tabel 13: raming van de bio-omzet (x1000 euro) uit de korteketenverkoop, Vlaanderen, 2010-2011
Verkoopskanaal (in euro) 2010 2011 thuisverkoop 4.762 5.577 markt 326 472 groenteabonnementen 1.313 2.337 voedselteams 142 165 geen detail 984 260 Totaal 7.527 8.811 Bron: Departement Landbouw en Visserij in samenwerking met BioForum Vlaanderen
Evolutie +17% +44% +78% +16% +17%
32
BIJLAGE 1: BIOLOGISCHE AREALEN PER TEELT IN 2012 2012 plantaardige productie aantal hectare OPPERVLAKTES Akkerbouwgewassen maĂŻs (korrel, silo, suiker) tarwe wintergerst zomergerst rogge snijrogge haver triticale spelt andere granen boekweit textielvlas erwten (droog geoogst) tuin- en veldbonen (droog geoogst) zonnebloempitten braak (faunabraak, spontane bedekking, poelen) niet-bittere lupinen vlinderbloemigen niet-vlinderbloemige groenbemester suikerbieten voederbieten klavers (grasklaver+klaver) luzerne voederwortelen andere voedergewassen hennep hop koolzaad zaden cichorei niet-ingezaaid akkerland Sierteelt Weiland en bossen permanent grasland tijdelijk grasland grassen (raaigras) uitloop boomkweek, bossen gebieden met natuurwaarde Groenten groenten onder glas (totaal) stengelgroenten andere vollegrondsgroenten aardappelen bladgroenten kolen peulvruchten witloof (incl. witloofwortelen) ui-achtigen wortelen en knollen vruchtgroenten asperge champignons kool en raapzaad kruiden andere groenten
IN OMSCHAKELING 186,46 30,59 13,60 0,93 3,35 2,60 0,00 8,85 23,46 7,62 2,73 0,00 0,00 0,00 0,00 1,43 0,41 0,00 0,00 1,11 0,00 3,69 75,25 0,72 0,00 8,55 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 1,57 4,17 1.007,19 247,03 94,00 4,44 0,46 11,80 649,46 29,73 0,56 0,00 8,95 15,79 0,78 0,32 0,00 0,00 0,00 0,12 0,00 0,00 0,00 0,00 0,21 3,00
BIOLOGISCH 1.382,86 140,30 31,59 8,42 43,03 34,73 1,78 46,35 202,72 36,00 45,65 7,03 0,00 0,00 0,61 1,67 8,16 0,98 1,07 0,94 0,22 14,19 699,47 19,45 0,00 5,03 5,01 13,31 3,12 8,45 3,58 0,00 0,91 1.487,86 1.005,54 267,72 0,46 1,44 1,31 211,39 432,78 6,13 1,64 9,09 80,64 44,00 52,93 6,92 4,05 7,76 46,22 57,43 6,43 0,11 0,00 20,04 89,39
totaal 1.569,32 170,89 45,19 9,35 46,38 37,33 1,78 55,20 226,18 43,62 48,38 7,03 0,00 0,00 0,61 3,10 8,57 0,98 1,07 2,05 0,22 17,88 774,72 20,17 0,00 13,58 5,01 13,31 3,12 8,45 3,58 1,57 5,08 2.495,05 1.252,57 361,72 4,90 1,90 13,11 860,85 462,51 6,69 1,64 18,04 96,43 44,78 53,25 6,92 4,05 7,76 46,34 57,43 6,43 0,11 0,00 20,25 92,39
33
Fruit aardbeien meerjarige fruitteelten appelen peren kersen pruimen perziken noten kleinfruit (incl. bessen) bessen druiven rabarber andere eenjarige fruitteelten Totaal
88,34 0,30 34,16 31,58 10,53 3,03 2,39 0,00 0,00 0,00 5,56 0,17 0,00 0,62 1.315,89
318,35 6,45 31,47 157,48 47,54 17,71 3,31 0,29 0,06 0,46 51,25 0,76 1,57 0,00 3.622,76
406,69 6,75 65,63 189,06 58,07 20,74 5,70 0,29 0,06 0,46 56,81 0,93 1,57 0,62 4.938,65
Bron: Departement Landbouw en Visserij
34
FIGUREN Figuur 1: biologisch areaal (in omschakeling+biologisch) in de EU-27, in hectare (linker-as) en in procentueel aandeel biologisch areaal in totaal landbouwareaal (rechter-as), 2005-2011 ................................................. 5 Figuur 2: evolutie van het biologisch areaal, aantal producenten, aantal andere marktdeelnemers en aandeel van het areaal omschakeling, Vlaanderen, 2003-2012 .............................................................................. 10 Figuur 3: aantal instappers in jaar X, aantal overgebleven instappers in 2012 van instappers in jaar X en aandeel van de blijvers van jaar X in 2012, Vlaanderen, 2012 ................................................................... 11 Figuur 4: aandeel van het biologisch areaal van de Vlaamse biobedrijven opgesplitst volgens volledig bio, overwegend bio en overwegend gangbaar, 2012 ..................................................................................... 13 Figuur 5: aantal biobedrijven (rechter-as) en biologisch areaal (linker-as), opgedeeld naar grootte van het bedrijf, 2012 ....................................................................................................................................... 14 Figuur 6: evolutie van de gangbare (Milcobel) en biologische melkprijs (Biomelk Vlaanderen), euro per 100 liter, 2002-2012.......................................................................................................................................... 16 Figuur 7: evolutie van de prijs van gangbare en biologische witloof, euro per kilo, 2007-2012 ...................... 17 Figuur 8: evolutie van de prijs van gangbare en biologische prei, in euro per kilo, 2007-2012 ....................... 17 Figuur 9: evolutie van de prijs van gangbare en biologische wortelen, euro per kilo, 2007-2012.................... 18 Figuur 10: evolutie van de prijs voor gangbare en biologische appels en peren, euro per kg, 2006-2012 ........ 19 Figuur 11: evolutie van de overheidsuitgaven, Vlaanderen (excl. indirect IWT-onderzoek), euro, 2000-2012 .. 20 Figuur 12: evolutie van het aantal producenten onder controle, het areaal onder controle, het areaal met steun (*) (linker-as) en de betalingen hectaresteun (rechter-as), per campagnejaar, Vlaanderen, 1994-2012 ......... 22 Figuur 13: totale besteding aan biologische producten (voeding, drogmetica en non-food) door de Belgische gezinnen, miljoen euro, 2001-2012 ....................................................................................................... 25 Figuur 14: bestedingen biovoeding per categorie in België, in miljoen euro, 2008-2012................................ 26 Figuur 15: aandeel per categorie binnen verse biovoeding in België, 2012 ................................................... 27 Figuur 16: percentage kopers van enkele bio-verscategorieën in België, 2005-2012 ..................................... 28 Figuur Figuur Figuur Figuur
17: besteding bio vers per categorie in België, euro per capita op totale bevolking, 2008-2012 ........... 29 18: evolutie marktaandelen bio vers per productcategorie, België, in % van besteding, 2008-2012...... 29 19: distributiekanalen biologische voeding, België, % van de besteding, 2008-2012 .......................... 30 20: prijsverschil bioproducten vs gangbaar equivalent, België, 2009-2012 ........................................ 31
TABELLEN Tabel 1: omzet bio per productcategorie, Nederland, 2010-2011 ................................................................. 7 Tabel 2: omzetten per distributiekanaal in het Verenigd Koninkrijk, miljoen pond, 2010-2011 ......................... 8 Tabel 3: evolutie van het aantal bedrijven en het biologisch areaal in Duitsland, 2000-2011 ........................... 9 Tabel 4: aantal biologische producenten onder controle, Vlaanderen, 2012 ................................................. 11 Tabel 5: aantallen markdeelnemers onder controle (exclusief producenten), Vlaanderen, 2008-2012 ............. 12 Tabel 6: areaal in omschakeling, biologisch en totaal, Vlaanderen, in hectare, 2012 .................................... 13 Tabel 7: evolutie van het aantal biologisch gehouden dieren en aantal GVE, 2008-2012, Vlaanderen + aandeel in de totale Vlaamse veestapel (2012) ................................................................................................... 15 Tabel 8:overzicht van de betalingen voor de biologische landbouw, opgedeeld naar doelstelling in het strategisch plan, Vlaanderen, in euro, 2009-2012 .................................................................................... 21 Tabel 9: verdeling van de uitbetaalde hectaresteun over de teeltgroepen en de steungroepen, euro per hectare, campagnejaar 2011 ............................................................................................................................. 21 Tabel 10: betalingen voor de diverse onderzoeksprojecten voor de biologische sector met overheidsmiddelen, per financieringsbron, 2012, Vlaanderen................................................................................................. 23 Tabel 11: aantal uitgevoerde controles, 2012 .......................................................................................... 24
35
Tabel 12: marktaandeel bio per levensfase in België, in procentueel aandeel bio in totale voedselbesteding, 2008-2012.......................................................................................................................................... 28 Tabel 13: raming van de bio-omzet (x1000 euro) uit de korteketenverkoop, Vlaanderen, 2010-2011 ............. 32
BRONNEN Agence Bio (2012), “L’agriculture bio en France: une alternative qui prend de l’ampleur” Agence Bio (2012), “La consommation de produits biologiques”, 2012 Bio-Actief 18, “Bio wat kost dat?”, december 2012 Bionext, jaarverslag 2011 Boer & Tuinder n°35, “Wachten op betere melkprijzen”, 31 augustus 2012 BÖLW, (2012) “Die Bio-Branche in 2012” Der ökologische Landbau in Deutschland, www.bmelv.de Eos Magazine n°12, “To bio or not to bio?”, december 2012 Koopmans C.J., Van Veluw K., Wijnandts F.G. (2011), “Participatieve ontwikkeling: samenwerking in een vraaggestuurde context van de biologische landbouw” Management & Techniek, “Dossier omschakelen naar biologische landbouw: meer structuur in de grond dankzij bioteelt”, 23 maart 2012 Ministère de l’Agriculture, de l’Alimentation, de la Pêche, , de la Ruralité et de l’Aménagement du Territoire (2011), “Agriculture biologique: horizon 2020” Ministerie van Economische Zaken (2012), Landbouw en Innovatie, “Monitor Duurzaam voedsel 2011”, blz.2131 Samborski V. (november 2012), “Interne nota resultaten enquête biologische sector” Soil Association (2013), “Organic Market Report 2012” VILT, “Milcobel is Kop van Jut voor lage Belgische melkprijs”, 31 augustus 2012
36