Gezamenlijk advies
Gezamenlijk advies Wijzigingen waterwetgeving
Ontwerp van decreet tot wijziging van diverse bepalingen in de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018 Datum van goedkeuring
16/09/2021
Datum goedkeuring SALV Datum goedkeuring SERV
17/09/2021 20/09/2021
Volgnummer Minaraad Volgnummer SALV
2021|022 2021-14
Coördinator + e-mailadres
Wim Van Gils, wim.van.gils@minaraad.be
Co-auteur + e-mailadres
Annick Lamote, alamote@serv.be Koen Carels, kcarels@salv.be
Inhoudstafel Inhoudstafel ....................................................................................................................................... 2 Krachtlijnen ........................................................................................................................................ 3 Procesbeschrijving.............................................................................................................................. 4 1 Implementatie van de verordening met betrekking tot hergebruik van water ................ 5 1.1 Beschrijving....................................................................................................... 5 1.2 Aanbevelingen .................................................................................................. 5 2 Aanpassingen aan de watertoets en de informatieplicht ................................................. 8 2.1 Beschrijving....................................................................................................... 8 2.2 De watertoets en de informatieplicht binnen het overstromingsbeleid ......... 8 2.3 Aanbevelingen bij decretale wijzigingen .......................................................... 9 2.4 Aanbevelingen over het verdere proces ........................................................ 10 3 Achteruitgang / Wezer..................................................................................................... 11 3.1 Beschrijving..................................................................................................... 11 3.2 Aanbevelingen ................................................................................................ 12 4 Overige wijzigingen .......................................................................................................... 13 4.1 Beschrijving..................................................................................................... 13 4.2 Aanbevelingen ................................................................................................ 13 4.3 Tekstuele opmerkingen en correcties ............................................................ 14
Minaraad, advies Wijzigingen waterwetgeving, 16/09/2021
2
Krachtlijnen In dit advies formuleren de raden aanbevelingen bij de diverse wijzigingen in de waterwetgeving. De raden vinden het belangrijk dat Vlaanderen tijdig werk maakt van de omzetting van de Europese Verordening inzake hergebruik van water. Ze herhalen een aantal aandachtspunten en vragen een grondig debat over de reikwijdte, de gevolgen en de meerwaarde van de voorstellen voor een bredere scope dan de Verordening. Aldus is het voorstel om enkele definities aan te passen en te verengen tot het toepassingsgebied van de Verordening, en/of specifieke toepassingen die voor ogen worden gehouden. Daarnaast vragen ze om goed af te stemmen met de federale overheidsinstanties en het begrip “gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid” te verduidelijken. De raden herhalen hun steun voor de informatieplicht en de watertoets. Ze steunen de voorgestelde decreetswijzigingen, mits het onderscheid tussen ‘mogelijk’ en ‘effectief’ overstromingsgevoelig gebied vervangen wordt door het meer gedifferentieerde systeem dat hen werd toegelicht. Ze formuleren verdere aanbevelingen over enkele aspecten van het vervolgproces: de timing, het overleg over de informatieplicht en de attestering. De raden steunen de ambitie om door de aangepaste kaarten de reële kans op overstromingen zo goed mogelijk in beeld te brengen. Ze bevelen aan om een goed uitgewerkte duiding op te zetten bij de wijzigingen, gericht op zowel doelgroepen als het grote publiek. De raden vragen een voorafgaand overleg waarin verdere duiding wordt gegeven bij een aantal keuzes. Tenslotte formuleren ze enkele aanbevelingen over de bredere doorwerking van deze kaarten. In het kader van de implementatie van het Wezer-arrest (achteruitgang) vragen de raden om te motiveren waarom de beoordeling van wat “activiteiten van groot maatschappelijk belang” zijn, niet wordt overgelaten aan de Vlaamse Regering. Daarnaast vragen ze om het decreet aan te passen, zodat het in lijn is met de bepalingen en voorwaarden uit de Kaderrichtlijn Water, art. 4.7. Tenslotte formuleren de vragen een reeks vragen tot verduidelijkingen, aanbevelingen en meer tekstuele opmerkingen op de overige wijzigingen in dit decreet.
Minaraad, advies Wijzigingen waterwetgeving, 16/09/2021
3
Procesbeschrijving Datum adviesvraag
16 juli 2021
Naam adviesvrager + functie
Zuhal Demir, Vlaams minister van Justitie en handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme
Adviestermijn
30 dagen, verlengd tot 16 september 2021
Samenwerking
SERV en SALV
Overlegcommissie
Water
Vergaderingen: soort + datum
2/9/2021: werkgroepvergadering (digitaal) 9/9/2021: werkgroepvergadering (digitaal)
Minaraad, advies Wijzigingen waterwetgeving, 16/09/2021
4
1
Implementatie van de verordening met betrekking tot hergebruik van water
1.1
Beschrijving
[1]
In uitvoering van de Europese Verordening met betrekking tot hergebruik van water1 worden enkele wijzigingen voorgesteld in titel II van het waterwetboek en in het DABM. Deze verordening wordt van kracht op 26 juni 2023 en verplicht de lidstaten om een specifiek regulerend kader in te voeren voor het gebruik van gezuiverd RWZI-effluent voor irrigatie in de landbouw. De Verordening bevat een opt out mogelijkheid die lidstaten toelaat de omzetting niet te doen, maar dan is het gebruik van RWZI-effluent niet toegelaten voor irrigatie in de landbouw.
[2]
De voorgestelde decretale wijzigingen gaan verder dan de omzetting van de Verordening, wat een bewuste keuze is van de Vlaamse regering om ook andere gebruikstoepassingen te regelen in volgende fases. Hiermee wordt een decretaal kader gecreëerd voor hergebruik van zogenaamd “tweede circuitwater”, dat de Vlaamse Regering nader kan invullen via een uitvoeringsbesluit.
1.2
Aanbevelingen
1.2.1 [3]
Algemeen Waterhergebruik stimuleren is nodig. Vlaanderen stoot op verschillende uitdagingen inzake waterbeschikbaarheid en kent een hoge waterstress2. In het licht van waterschaarste en droogte is het nodig om in te zetten op proactieve maatregelen waaronder het stimuleren van waterhergebruik. De raden verwijzen hiervoor naar eerdere adviezen3 met aanbevelingen over circulair watergebruik. De omzetting van de Europese Verordening kan bijdragen tot meer waterhergebruik. Daarom is het belangrijk dat Vlaanderen tijdig werk maakt van de omzetting van deze verordening. De raden formuleren wel een aantal bemerkingen bij de voorgestelde decretale wijzigingen (zie 1.2.2). Ze wijzen erop dat het stimuleren van waterhergebruik kan via verschillende beleidsinstrumenten waarop bij voorkeur gelijktijdig wordt ingezet. Regulering is daar slechts één van. Een grondig debat over het nut, de noodzaak en het toepassingsgebied van regulering als instrument binnen dat spectrum, is nog niet gebeurd. Volgens de raden moet dat debat plaatsvinden voordat in het decreet de bepalingen worden verbreed. Ze bevelen aan om dat debat te voeren in de werktafel Afvalwater van het Strategisch Plan Waterbevoorrading en de werkagenda Waterkringlopen van Vlaanderen Circulair. Aldus is het voorstel om in deze tekst de definitie te verengen tot 1Verordening
(EU) 2020/741 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 2020 inzake minimumeisen voor hergebruik van water. Publicatieblad van de Europese Unie 5.06.2020 L 177/32.
2
Dit blijkt uit internationale rankings o.a. door het WRI. Meer info in het Achtergrondrapport bij het SERV-advies p. 1012.
3
SERV (2020) Advies Waterschaarste en Droogte – aanbevelingen voor slim en circulair watergebruik. Brussel, 13 juli 2020. Minaraad, SALV en SERV (2021) Advies derde stroomgebiedbeheerplannen, Brussel 11/12/15 juli 2021.
Minaraad, advies Wijzigingen waterwetgeving, 16/09/2021
5
het toepassingsgebied van de Verordening, en/of specifieke toepassingen die voor ogen worden gehouden. [4]
1.2.2 [5]
Aandachtspunten bij waterhergebruik. De raden herhalen enkele aandachtspunten voor het beleid inzake waterhergebruik en die zowel gelden voor de omzetting van de Verordening als waterhergebruik in het algemeen. Ze zien belangrijke opportuniteiten in het uitwisselen van afvalwaterstromen vb. in lokale coalities, op bedrijven- of haventerreinen, tussen bedrijven onderling, met landbouwers, met woonwijken… −
Barrières: blijvende aandacht moet gaan naar het wegwerken van barrières die waterhergebruik belemmeren. Het gaat zowel over juridische, economische, psychologische als administratieve belemmeringen. Bij de uitwerking van een nieuw juridisch kader – in dit geval voor toepassing van RWZI-effluent voor irrigatie in de landbouw moet volgens de raden gestreefd worden naar een evenwicht tussen noodzakelijke regulering en praktische toepasbaarheid (vb. transactiekosten, administratieve lasten). Voor ‘matching’ tussen aanbod en vraag zijn data over de beschikbare stromen en hun kwaliteit essentieel.
−
Ecologische impact: de raden wijzen op het belang van RWZI-effluent als watertoevoer voor bepaalde waterlopen, zeker in periodes van droogte. Tot nu toe is het gebruik van RWZI-effluent in de landbouw zeer beperkt4. Dit neemt niet weg dat er lokaal een impact kan zijn. Zeker tijdens het instellen van droogtemaatregelen ontrolt zich een alternatief circuit aan waterbevoorrading. Dit mag niet leiden tot een bijkomend watertekort in het watersysteem, gezien de mogelijke impact ervan op de verslechtering van het aquatisch milieu. De raden benadrukken dat nieuwe beleidskaders hiermee rekening moeten houden en herhalen hun vraag om e-flows op te maken5. De raden vragen om deze impact in beeld te brengen in en ermee rekening te houden bij de afweging waar, wanneer en hoeveel RWZI effluent voor irrigatie kan gebruikt worden in tijden van droogte6.
−
Innovatie en proeftuinen: de raden wijzen op het belang van innovatie ondersteunen initiatieven (o.a. via het opzetten van proeftuinen) in het kader van de Blue Deal en de Werkagenda Waterkringlopen sluiten binnen Vlaanderen Circulair.
Aanbevelingen bij decretale wijzigingen Pas definities aan. De voorgestelde wijzigingen zijn veel ruimer dan de scope van de Europese Verordening. De raden zijn niet principieel tegen een uitbreiding van de scope, maar vinden de gevolgen ervan alsnog onduidelijk en soms te verregaand. −
Tweede circuitwater en water bestemd voor menselijke aanwending: door toepassing van de definities water bestemd voor menselijke aanwending en tweede
4
In 2019 ging het om 60 000 m³ op een jaarlijks totaal van ongeveer 825 miljoen m³ (0,007%). Zie achtergronddocument bij SERV-advies p. 34.
5
Minaraad, SERV en SALV (2019) Advies derde waterbeleidsnota, Brussel 23/24/27 mei 2019. Zie paragraaf 67 en 82.
6
Dit voorzien in het afwegingskader prioritair watergebruik tijdens droogte en waterschaarste.
Minaraad, advies Wijzigingen waterwetgeving, 16/09/2021
6
circuit water7 wordt een reglementair kader gecreëerd dat in feite alle waterbronnen en alle watergebruiken vat. De raden vinden dit te verregaand omdat de consequenties van deze verruiming onduidelijk zijn of niet wenselijk. Dit lijkt te kunnen zorgen voor verwarring en lijkt het onnodig complex te maken. Bedrijven hebben immers al een performant kwaliteitswaarborgingssysteem. Dit geldt in het bijzonder voor de toegang tot inrichtingen door bevoegde ambtenaren om leidingen en apparatuur te controleren. Volgens de raden is toezicht enkel nuttig wanneer het bedrijf een feitelijke waterleverancier is (eventueel ook van tweede circuitwater) en wanneer er mogelijke risico’s voor de volksgezondheid of gezondheid van werknemers. De raden vragen om de sectoren te consulteren bij de invulling van de nadere regels.
[6]
−
Waterleverancier: de definitie van waterleverancier wordt uitgebreid, waardoor ook aanbieders van tweede circuitwater gevat worden. Dit impliceert dat informatieverplichtingen8 en de openbare dienstverplichtingen9 van toepassing kunnen worden. Ook hier is het raadzaam om via voorafgaandelijk overleg uit te klaren in hoeverre dat wenselijk is.
−
Water bestemd voor menselijke consumptie: het Waterwetboek bevat twee verschillende definities10 van water bestemd voor menselijke consumptie. De raden vragen een eenduidige definitie met letterlijke overname uit de nieuwe Europese Drinkwaterrichtlijn11.
Stem goed af met andere (federale) overheidsinstanties. Er wordt verduidelijkt dat de VMM niet bevoegd is voor het aspect voedselveiligheid12 bij het gebruik van gerecupereerd afvalwater dat gebruikt wordt voor land- en tuinbouwirrigatie. Dit aspect valt onder de bevoegdheid van het FAVV. De raden dringen aan op een goede afstemming tussen de VMM en het FAVV en overlappende regelgevingen te vermijden. Ze verwijzen onder meer naar het gebruik van lastenboeken waarin zeer gedetailleerd beschreven wordt welk water voor welke toepassing mag gebruikt worden. Het is niet nodig dat Vlaanderen hierrond specifieke (afwijkende) regels uitvaardigt. Dit zou volgens
7
“Water bestemd voor menselijke aanwending”: water bestemd voor menselijke consumptie, tweede circuitwater en al het water dat wordt aangewend voor huishoudelijke, agrarische of industriële toepassingen, ongeacht de herkomst van dat water (Waterwetboek Art. 1.1.3. §2 53°) “Tweede circuitwater”: hemelwater, grondwater, oppervlaktewater en gerecupereerd afvalwater dat niet bestemd is menselijke consumptie en apparatuur bevoorraadt voor bijvoorbeeld het sproeien van tuinen, WC, wasmachine of reinigen van vloeren of voor industriële of agrarische toepassingen (Waterwetboek Art. 2.1.2. 28°)
8
Artikel 2.2.1 §4 1° de inlichtingen die aan het publiek moeten worden verstrekt; 2° de gevallen waarvan de waterleverancier de bevoegde diensten van de Vlaamse Regering op de hoogte moet houden en van informatie moet voorzien; 3° de gevallen waarin de bevoegde diensten van de Vlaamse Regering advies verstrekken of inwinnen. Er zijn nog veel andere bepalingen in het waterwetboek met betrekking tot waterleveranciers, maar die zijn expliciet beperkt tot de leveranciers van “water voor menselijke consumptie (drinkwater).
9
Art. 2.5.1.1. 2° het bevorderen van duurzaam watergebruik bij de abonnee en de verbruikers, … 4° de dienstverlening aan de abonnee verzekeren, waarbij servicegaranties geboden worden; 5° het in acht nemen van milieuzorg bij de winning, de behandeling en de distributie van water bestemd voor menselijke consumptie en van tweedecircuitwater, gebaseerd op de beste beschikbare technieken; 8° het streven naar zo laag mogelijke kostprijzen, onder afweging van de kosten en baten, die voortvloeien uit de realisering van de overige openbare dienstverplichtingen.
10
Waterwetboek, Art. 1.1.3 §2 54° en Art. 2.1.1 33°.
11
Artikel 2 (1) uit de Europese Drinkwaterrichtlijn 2020/2184.
12
Artikel 13 van het voorliggende decreet, dat een aanvulling voorziet van Art. 2.1.1 van het Waterwetboek.
Minaraad, advies Wijzigingen waterwetgeving, 16/09/2021
7
de raden enkel tot verwarring leiden en tot extra administratieve lasten zonder meerwaarde voor milieu. In de memorie van toelichting wordt er ook verwezen naar de bescherming van de gezondheid van de gebruiker van tweede circuitwater en dat hiervoor zal samengewerkt worden met het Agentschap Zorg en Gezondheid. De raden vragen daarbij ook aandacht voor de gezondheid van personeel, waarvoor de FOD WASO13 bevoegd is. Ook daarmee zal dus moeten afgestemd worden. [7]
2
Verduidelijk begrip “gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid”. Artikel 16 van het wijzigingsdecreet verhoogt de maximale geldboetes en verruimt tegelijk het toepassingsgebied ervan tot producenten en gebruikers van tweede circuitwater. De raden wijzen op een mogelijks afschrikkend effect, zeker omdat niet duidelijk is wat moet verstaan worden onder “gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid”. De raden vragen om dit begrip te verduidelijken zowel qua inhoud (wat) als qua toepassing (voor welke toepassingen) in het Besluit van de Vlaamse Regering.
Aanpassingen aan de watertoets en de informatieplicht
2.1
Beschrijving
[8]
Via artikel 8 van het voorgelegde decreet wordt voorzien dat bij de uitoefening van de watertoets, meerdere instanties om advies kunnen gevraagd worden. Via artikel 10 wordt een rechtsbasis ingevoerd voor een attestering voor gebouwen van lagere overstromingsgevoeligheid (door specifieke maatregelen op gebouw niveau). Via datzelfde artikel wordt het verschil tussen “effectief” en “mogelijk” overstromingsgevoelig gebied geschrapt14. De betreffende overstromingskaart wordt voor twee doeleinden gebruikt: • De watertoets: voor vergunningsaanvragen binnen deze gebieden moet de
vergunningverlenende overheid verplicht advies vragen aan meerdere instanties. • De informatieplicht: bij vastgoedtransacties in deze gebieden is er een
informatieplicht in hoofde van de makelaar / notaris. Deze bepalingen zijn, volgens de memorie van toelichting, een gevolg van de evaluatie van de informatieplicht door de CIW, samen met het Notariaat en de vastgoedsector. 2.2
De watertoets en de informatieplicht binnen het overstromingsbeleid
[9]
De Minaraad en de SERV hebben in het verleden aangedrongen op het invoeren van de informatieplicht15. De raden herhalen hun steun voor dit instrument om potentiële kopers en huurders correct te informeren over de risico’s, én ook als sensibilisatie-
13
Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg https://werk.belgie.be/nl/themas/welzijn-ophet-werk
14
Ter duiding: de wijziging lijkt aanzienlijk, maar omvat in wezen enkel deze schrapping. De overige wijzigingen zijn ofwel redactioneel, ofwel een toevoeging van een verwijzing naar het betreffende Vlaamse UB.
15
Advies 2011|32, paragraaf 4.2.1
Minaraad, advies Wijzigingen waterwetgeving, 16/09/2021
8
instrument om aan te zetten tot overstromingsbestendig bouwen. Ze wijzen erop dat de voordelen van deze instrumenten niet beperkt zijn tot de bewoners van deze gebieden, maar dat de hele gemeenschap er baat bij heeft, aangezien de kosten van de schade door overstromingen in hoge mate gesolidariseerd zijn, via verzekeringen, rampenfonds, etc … [10]
Vooralsnog slaagt het beleid onvoldoende in de opzet om schade door overstromingen zoveel mogelijk te minimaliseren. Uit de waterbeleidsnota blijkt dat de overstromingsrisico’s in Vlaanderen sterk kunnen toenemen, zowel door fluviale, pluviale als overstromingen vanuit zee. De twee belangrijkste drivers van deze toename zijn enerzijds de klimaatverandering16 en anderzijds de toenemende intensivering van het landgebruik (zowel urbaan als niet-urbaan)17.
[11]
De herwerking van de kaarten is prioritair. In hun advies over de waterbeleidsnota hebben de raden daarom gevraagd om snel werk te maken van een reeks maatregelen, waaronder de aangekondigde herwerking van de watertoetskaart aan de klimaatverandering18. In het ontwerp van derde stroomgebiedbeheerplan werden inderdaad een reeks maatregelen opgenomen. Uit de prioritering die daar werd uitgevoerd, komen de preventieve acties (zoals het watertoetsinstrument) als hoogste prioriteit naar voren19. Zowel de overheid als de raden achten de herwerking van de overstromingskaarten dus prioritair, om het hoofd te kunnen bieden aan de stijgende risico’s op overstromingen.
2.3
Aanbevelingen bij decretale wijzigingen
[12]
De raden steunen het uitgangspunt dat een systeem via attesten wordt opgezet waarbij inspanningen om gebouwen minder overstromingsgevoelig te maken, zichtbaar worden gemaakt. Een eigenaar die maatregelen heeft genomen om het overstromingsrisico in te dijken wordt daarmee beloond.
[13]
De raden steunen ook het schrappen van het onderscheid tussen ‘mogelijk’ en ‘effectief’ overstromingsgevoelig gebied, mits het vervangen wordt door het meer gedifferentieerde systeem zoals dat aan de raden is toegelicht door de VMM (zie verder). De raden vragen om blijvend aandacht te hebben voor de communicatie: het concept ‘mogelijk overstromingsgevoelig gebied bleek moeilijk uit te leggen, ook de nieuwe begrippen zullen nood hebben aan duiding voor het brede publiek.
[14]
De raden hebben geen opmerkingen over de wijziging die toelaat dat meerdere instanties betrokken worden bij de watertoets – dit reflecteert de praktijk.
16
Zoals recent nog bevestigd in het zesde IPCC rapport, zie https://www.ipcc.ch/report/ar6/wg1/downloads/factsheets/IPCC_AR6_WGI_Regional_Fact_Sheet_Europe.pdf
17
Waterbeleidsnota 2020-2025 - deel Waterbeheerkwesties, p 12
18
Advies 2019-009: De derde waterbeleidsnota (2020-2025) (met SERV en SALV), § [59]
19
Maatregelenprogramma bij ontwerp-stroomgebiedbeheerplan voor Schelde en Maas 2022 - 2027
Maatregelenpakket per groep, p 59
Minaraad, advies Wijzigingen waterwetgeving, 16/09/2021
9
2.4
Aanbevelingen over het verdere proces
[15]
Timing. Uit de toelichting die aan de raden is gegeven, blijkt dat het de bedoeling is om de wijzigingen in artikel 10 (informatieplicht) te laten ingaan op het moment dat ook de achterliggende kaarten zijn geactualiseerd, de attestering is opgezet en – desgevallend – ook de regels inzake publiciteit zijn bijgesteld. Het decreet omvat echter geen specifieke bepalingen omtrent de inwerkingtreding van dit artikel. De raden zijn voorstander van een snelle implementatie – indien dit toch niet haalbaar zou zijn, is wellicht aangewezen om artikel 10 op te nemen in de lijst van artikels die in werking treden door een besluit van de Vlaamse Regering.
[16]
Overleg over de informatieplicht. De raden vinden de aanpak, waarbij overlegd werd met het notariaat, de Vlaamse Ombudsdienst en de vastgoedsector over de toepassing van de informatieplicht, positief. Ze vragen om dit overleg verder te zetten, met name over de eventuele aanpassingen aan de nadere regels inzake publiciteit bij de informatieplicht, Die regels zijn immers cruciaal om te garanderen dat één en ander praktisch toepasbaar is.
[17]
Attestering. De raden steunen de aanpak die werd voorgesteld over de attestering, omdat die betrokkenen een correct beeld geeft van de kwetsbaarheid van het vastgoed in kwestie. Ze vragen om de attesten op te nemen in de woningpas, zodat ze ook in de toekomst vlot consulteerbaar zijn.
[18]
Aangepaste kaarten. De praktische impact van het schrappen van het onderscheid tussen ‘mogelijk’ en ‘effectief’ overstromingsgevoelig gebied, wordt bepaald door de hertekening van de kaart, waarop deze gebieden zijn afgebakend. De aanpassing van deze kaart wordt al enige tijd voorbereid en aangekondigd20 en de uitgangspunten ervan werden toegelicht aan de raden:
[19]
−
er wordt gewerkt met 4 klassen van overstromingsgevoeligheid;
−
er komt een opsplitsing van de informatie over het gebouw (G-score) en het perceel (P-score);
−
de bron van het overstromingsrisico wordt vermeld;
−
de kaarten zijn het resultaat van modellen voor fluviale en pluviale overstromingen, die getoetst zijn aan de realiteit.
De raden steunen de uitgangspunten voor de aanpassing van de kaarten, maar spreken zich niet uit over hun kwaliteit in deze fase – daar de kaarten zelf nog niet ter beschikking zijn. De raden steunen met name de ambitie om door de aangepaste kaarten de reële kans op overstromingen zo goed mogelijk in beeld te brengen. Ze wijzen erop dat zowel het minimaliseren als het maximaliseren van de risico’s ongewenst is. Het minimaliseren van het beeld van de risico's (door bv historische dorpskernen of delen van laaggelegen poldergebieden uit de kaarten te schrappen ) is een "vals goedkope" oplossing: de kans op overstromingen blijft immers even groot,
20
Zie onder andere parlementaire vraag nr. 613 van 4 mei 2020 en CIW werkplan 2017, 2018, 2019, 2020, 2021
Minaraad, advies Wijzigingen waterwetgeving, 16/09/2021
10
maar door de maatregelen om de schade te beperken na te laten, dreigt de toekomstige schade op te lopen. Ook het maximaliseren van de risico's is ineffectief: het zorgt voor bijkomend werk voor de overheden (via de watertoets) en de vastgoedsector (via de informatieplicht) en zou er toe kunnen leiden tot overbodige investeringen in bescherming. [20]
Duiding bij de kaarten. De bijgewerkte kaarten zullen betekenisvol verschillen van de huidige. De raden menen dat dit kan leiden tot veel vragen en wijzen erop dat voorafgaande en actieve inspanningen nodig zullen zijn om het vertrouwen in de accuraatheid van deze kaarten op te bouwen. Ze bevelen daarom aan om een goed uitgewerkte duiding op te zetten bij deze wijzigingen, gericht op zowel doelgroepen als het grote publiek. De raden vragen een voorafgaand overleg waarin verdere duiding wordt gegeven bij de keuzes die gemaakt zijn aangaande: −
de afbakening van het "maatschappelijk aanvaardbaar restrisico" ( vanaf welk risico, worden actoren geïnformeerd ?)21;
−
de omgang met de onzekerheden aangaande de (snelheid en amplitude) van de effecten van klimaatverandering;
−
de voorziene actualisaties.
Ze benadrukken daarbij dat het niet de doelstelling van zulk overleg kan zijn om de volledigheid of accuraatheid van de kaart te verminderen. [21]
3 3.1 [22]
Doorwerking van de kaarten. De raden vragen tenslotte om deze kaarten niet enkel te gebruiken voor het verbeteren van de preventie, maar ook om de protectie en paraatheid te verbeteren. Ze wijzen op het belang van de doorwerking in het ruimtelijk beleid, door het realiseren van de doelen van het BRV, de aanpak van de signaalgebieden en de handhaving van de watertoets. Daarnaast herinneren ze aan de noodzaak om meer bronmaatregelen te treffen die water vasthouden, de vraag om de uitrol van blauwgroene infrastructuur te versnellen, en tenslotte de vraag om de financiering van de maatregelen te garanderen. Geactualiseerde risicokaarten kunnen helpen om gericht maatregelen uit te voeren én om beter prioriteiten te stellen.
Achteruitgang / Wezer Beschrijving In artikel 7 van het voorliggende decreet wordt voorgesteld om de definitie van achteruitgang van de toestand van een oppervlaktewaterlichaam of de chemische toestand van een grondwaterlichaam te wijzigen. In artikel 11 worden bepalingen ingevoegd die:
21
Zie ook de opmerkingen over de term mogelijk overstromingsgevoelig gebied in “Vastgoedpubliciteit wateroverlast: Ombudsman vraagt duidelijkheid”.
Minaraad, advies Wijzigingen waterwetgeving, 16/09/2021
11
−
het mogelijk maken dat andere overheden dan de Vlaamse Regering vergunningen, plannen of programma’s goedkeuren die de achteruitgang van de toestand van waterlichamen impliceren;
−
een rechtsbasis voorzien om nadere regels te bepalen over hoe de beoordeling van de randvoorwaarden en de procedures dienen te verlopen;
−
bepalen dat de CIW om advies moet gevraagd worden;
−
de integratie in de MER, plan-MER, startnota of scopingnota regelen.
Deze wijzigingen houden verband met het zogenaamde “Wezer-arrest”. 3.2
Aanbevelingen
[23]
De beoordeling van wat “activiteiten van groot maatschappelijk belang” zijn, wordt overgelaten aan vergunningverlenende overheden. Dit sluit aan bij de aanpak in het decreet complexe projecten, waar de notie “van groot maatschappelijk en ruimtelijkstrategisch belang” opgenomen werd. De raden wezen in hun adviezen op dit decreet22 en het bijhorende uitvoeringsbesluit23 op de nood aan verduidelijking van deze bepaling en op het risico dat hieraan een verschillende invulling zal gegeven worden, die verschilt zowel tussen de bevoegdheidsniveaus als tussen gemeenten en provincies onderling. Volgens de raden bestaan deze risico’s ook in dit geval, ze vragen dan ook om te motiveren waarom niet werd geopteerd voor de aanpak zoals in het Natuurdecreet24 en de VCRO25, waar de beoordeling expliciet bij de Vlaamse Regering werd gelegd.
[24]
Breng het decreet in lijn met de richtlijn. De voorwaarde om gebruik te kunnen maken van deze uitzonderingsbepalingen zijn op EU niveau vastgelegd in artikel 4.7 van de Kaderrichtlijn Water. Een vergelijking van dit artikel met de decreet tekst toont enkele verschillen. De bepaling in het decreet is inhoudelijk beperkter dan die van de richtlijn, en er ontbreekt een bepaling die garandeert dat een afweging dient te gebeuren tussen de voordelen van het bereiken van de doelen en de voordelen van de voorgestelde fysieke wijziging26. De raden vragen om het decreet in lijn te brengen met de richtlijn.
22
Advies 2013 | 32 §23 en 30 en https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_ADV_20130701_complexe_projecten.pdf §3.1
23
Mina/SERV/SALV advies van 2014 over het ontwerpbesluit, p. 9: https://www.salv.be/sites/default/files/documenten/14026%20Advies%20ontwerpbesluit%20complexe%20projecten_0.pdf
24
Natuurdecreet art 26 bis en art. 36 ter: “De Vlaamse regering oordeelt over het bestaan van een dwingende reden van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard.”
25VCRO
artikel 4.1.1., 5° “handelingen van algemeen belang : door de Vlaamse Regering aangewezen handelingen die betrekking hebben op openbare infrastructuur of openbare wegen, nutsvoorzieningen, infrastructuur op het grondgebied van meerdere gemeenten of infrastructuur ten behoeve of ten bate van de uitoefening van een openbare dienst;”
26KRW,
art. 4.7 c): “de redenen voor die veranderingen of wijzigingen zijn van hoger openbaar belang en/of het nut van het bereiken van de in lid 1 vermelde doelstellingen voor milieu en samenleving wordt overtroffen door het nut van de nieuwe veranderingen en wijzigingen voor de gezondheid van de mens, de handhaving van de veiligheid van de mens of duurzame ontwikkeling”
Minaraad, advies Wijzigingen waterwetgeving, 16/09/2021
12
4 4.1
Overige wijzigingen Beschrijving
[25]
Dit ontwerpdecreet wijzigt drie zaken aan de wet op de onbevaarbare waterlopen. De definitie van bedding van de waterloop en talud wordt (beperkt) gewijzigd; de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het onttrekken van water (captatie) wordt geregeld en tenslotte worden de beroepsmogelijkheden verbeterd – in casu gaat het om beroepen tegen beslissingen inzake de indeling van waterlopen, de toewijzing van beheerskosten ten gevolge van ingrepen door derden, het onderhoud van constructies van derden en de toestemmingen voor (inrichtings)werken.
[26]
Ook in het waterwetboek worden verschillende kleinere wijzigingen doorgevoerd:
4.2
−
de definitie van een talud wordt gewijzigd;
−
er wordt een verbod op nieuwe reliëfwijzigingen in oeverzones ingevoerd;
−
er wordt een uitzondering op dit verbod geïntroduceerd in functie van de uitvoering van erfgoedbeheerplannen;
−
de hoogte van de geldboetes voor overtredingen op de regelgeving door waterleveranciers en abonnees wordt opgetrokken van 15Keuro naar 250Keuro. In de MvT wordt hierover gesteld: “Om tot een sanctiekader te komen dat zowel voor wat betreft de bepalingen rond water bestemd voor menselijke consumptie, maar evengoed de bepalingen rond water voor menselijke aanwending, doeltreffend, evenredig en afschrikkend is wordt de ondertussen twintig jaar geleden ingevoerde strafmaat wat betreft de maximale geldboete afgestemd op moderne strafmaten inzake miskenning van de milieuregelgeving uit titel XVI DABM. Daarvoor wordt voorgesteld om de maximale straf op te trekken naar 250.000 euro.”
Aanbevelingen
[27]
Bij het verbod op het bouwen van nieuwe bovengrondse constructies binnen de vijf meter landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud van een waterloop, wordt er toegevoegd dat dit verbod ook geldt bij overwelfde of ingebuisde waterlopen. Bij een ingebuisde waterloop is het talud moeilijk herkenbaar, waardoor het moeilijk wordt om de zone ‘binnen de vijf meter landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud’ van een ingebuisde waterloop op een correcte manier af te bakenen. De raden vragen om te verduidelijken vanaf waar de vijf meter zone geldt bij ingebuisde/overwelfde waterlopen en hoe de bedding van dergelijke waterlopen moet worden opgemeten.
[28]
De raden vragen om ook een verduidelijking toe te voegen aan de bestaande uitzondering op het verbod in de vijf meter zone voor ‘constructies en reliëfwijzigingen die verenigbaar zijn met de functie of de functies van de oeverzone’. Deze uitzondering laat immers te veel ruimte voor onwenselijke afwijkingen van het bouwverbod, afhankelijk van de interpretatie. De functie van een oeverzone is immers erg breed
Minaraad, advies Wijzigingen waterwetgeving, 16/09/2021
13
gedefinieerd27. Concreet vragen de raden om toe te voegen: constructies en reliëfwijzigingen die verenigbaar zijn met de functie of de functies van de oeverzone en het recht van doorgang van de waterbeheerder’. De raden vragen verder om te verduidelijken of de aanleg en heraanleg van een pad of oprit naar een gebouw wordt beschouwd als een constructie die verenigbaar is met de functie of de functies van de oeverzone. [29]
4.3
Inzake de verhoging van de boetes valt op dat de memorie van toelichting wel verwijst naar het DABM, maar dat er, ook na deze aanpassing, aanzienlijke verschillen zijn tussen de bepalingen in het waterwetboek en de regelgeving in het titel XVI DABM. Het gaat daarbij om de aard van de straffen en boetes zelf, de hoogte van de bedragen, de te volgen procedures en bepalingen inzake rechtsbescherming28. De raden vragen dat beiden in overeenstemming worden gebracht.
Tekstuele opmerkingen en correcties
[30]
Art 2. en art 7. De definitie van ‘talud’ in het decreet integraal waterbeleid wordt vervangen door een definitie die afwijkt van de (gewijzigde) definitie in de wet onbevaarbare waterlopen. De raden herhalen hun pleidooi voor integratie van de wet op de onbevaarbare in het waterwetboek29, en pleiten in afwachting voor consistentie. Ze wijzen er ook op dat de onduidelijkheid over waar een talud precies eindigt, blijft bestaan.
[31]
In Art. 3. wordt verwezen naar 'de wet van 28 december 1967 betreffende het integraal waterbeleid'. Deze verwijzing klopt niet.
[32]
Art 8. 2° zou moeten zijn: in punt 18 wordt tussen de zinsnede “het landschap en het onroerend erfgoed,” en de woorden “alsmede de samenhang” de zinsnede “een achteruitgang in de toestand van een waterlichaam,” ingevoegd;
[33]
Op het einde van artikel 9 wordt voor de omschrijving van reliëfwijziging de definitie uit artikel 4.2.1., 4° VCRO overgenomen. Het lijkt duidelijker om in artikel 1.3.2.2, § 1 4° van het decreet integraal waterbeleid te spreken over ‘aanmerkelijke reliëfwijzigingen als vermeld in artikel 4.2.1, 4° van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009’.
[34]
Leesbaarheid: de definitie van “schadelijk effect” in het waterwetboek was al moeilijk leesbaar, de toevoeging maakt het nog complexer. . Ook de definities voor ‘achteruitgang van de toestand van een oppervlaktewaterlichaam’ en ‘achteruitgang van de chemische toestand van een grondwaterlichaam’30 zijn moeilijk lees- en begrijpbaar.
27
Artikel 1.1.3, § 2, 45° van het decreet integraal waterbeleid: ‘45° oeverzone: strook land vanaf de bodem van de bedding van het oppervlaktewaterlichaam die een functie vervult inzake de natuurlijke werking van watersystemen of het natuurbehoud of inzake de bescherming tegen erosie of inspoeling van sedimenten, pesticiden of meststoffen;’
28
Zie DABM hoofdstuk IV (bestuurlijke geldboete) versus waterwetboek, afdeling 2 “straffen”.
29
2017| 005 Gezamenlijk briefadvies over het Machtigingsdecreet coördinatie en codificatie
Waterwetboek. 30
Deze worden ingevoerd via art. 7, 4° van het voorliggende decreet
Minaraad, advies Wijzigingen waterwetgeving, 16/09/2021
14
[35]
De memorie van toelichting (MVT) bij artikel 7 en artikel 8 spreekt van punt 67 en 68 terwijl het ontwerp van decreet van punt 68 en punt 69 spreken.
[36]
De verwijzing in artikel 5.2.2.1. §1, 3° van het waterwetboek naar artikel 2.3.1. §2 van datzelfde wetboek, klopt niet. Waarschijnlijk wordt artikel 2.2.1 bedoeld.
[37]
Art. 5.2.2.2 , 2° uit het waterwetboek lijkt niet meer van toepassing: er is geen verplichting meer om “gratis water” te leveren.
[38]
Doorwerking: de wijziging van de definities van 'bedding' en 'talud' nopen een aanpassing van het gedeelte 'nomenclatuur van de waterloop' in hoofdstuk 2 van het Standaardbestek 250.
Minaraad, advies Wijzigingen waterwetgeving, 16/09/2021
15