VISLIJN INFOBLAD VOOR DE OPENBARE VISSERIJ IN VLAANDEREN AGENTSCHAP VOOR NATUUR EN BOS - JAARGANG 2009
Agentschap voor
Natuur en Bos
Bijlage Reglement Openbare Visserij 2009 in Vlaanderen
In dit nummer Hengelwateren Het Breeven te Bornem Het Kanaal Bocholt-Herentals Het Provinciaal domein De Gavers De hengelvijver van Groenendaal Het Kanaal van Brugge naar Oostende
3 4 5 6 7
Vissoort De paling Verontreinigende stoffen in paling Bescherming en herstel van het Europese palingbestand
8-9 10-11 12-13
Onderzoeksprojecten Het Meetnet Zoetwatervis Herstel van vismigratie vanuit de Grensmaas Visstandonderzoek in de Haven van Antwerpen
14-15 16 17
Viswaterprojecten Nieuwe visdoorgang op de kleine Nete
18
Extra buitendijkse vispaaiplaats langs de Demer 19 Bevorderen van de vismigratie in de Molenbeek 20-21 Monitoring van vooroevers langs het Zeekanaal 22 Hengelfaciliteiten langs het Leopoldkanaal 23
Om verder te vertellen langs de waterkant
24-27
Bijzondere vangsten
28-29
Wetgeving
2
Beste hengelaar en natuurliefhebber, Vissers die al eerder een visverlof hebben aangeschaft, kennen VISLIJN ondertussen. Afgaande op de enthousiaste reacties die we mogen ontvangen, maken we ons sterk dat ook deze VISLIJN opnieuw naar waarde zal worden geschat. Mocht dit een eerste kennismaking zijn dan kunnen we u alleen maar aanmoedigen om verder te lezen. U zult ontdekken dat deze VISLIJN weer een waaier aan interessante artikels verzamelt over het visserijgebeuren in Vlaanderen. We serveren u enkele boeiende bijdragen van wetenschappers en visserijbiologen met als smaakmaker een aantal Vlaamse hengelwateren in eigen streek om “zelf te ontdekken”. Binnen de Vlaamse overheid lopen momenteel heel wat projecten die elk op hun manier tegemoetkomen aan bezorgdheden van de vissers. U verneemt hier meer over de verschillende projecten die het visserijbeleid een duwtje in de goede richting geven. Stuk voor stuk positieve realisaties voor visfauna en vissers. Verscheidene vissersverenigingen reageerden op de oproep van de Minister van Leefmilieu en organiseren zwerfvuilcampagnes op openbare hengelwateren. Met deze inspanning nodigen ze iedereen uit om ook bij te dragen tot het zuiver houden van de Vlaamse viswateren. Op het vlak van soortherstel plaatsen we dit jaar de paling prominent in de kijker. Europa lanceert een dringende oproep om palingbeheerplannen op te maken. U verneemt hier alles over het Vlaamse palingbeleid. Heel concreet werden er in 2008 niet minder dan 385.000 glasaaltjes in Vlaamse hengelwateren vrijgelaten. Als de aanvoer van glasaaltjes even meezit, doen we dit in 2009 nog eens over. Aansluitend hierbij krijgt ook de leefwereld van de vissen de nodige aandacht en worden de vrije vismigraties op onze waterlopen systematisch en stapsgewijs mogelijk gemaakt.
Visserijcontrole nader bekeken Weer hengelen in de Schelde
30 31
U ziet, dit is een tijdschrift boordevol informatie rond vissen, vissers en visserij. U vindt ongetwijfeld iets dat u bevalt.
Nuttige adressen
32
Ik wens u veel leesgenot, maar bovenal, een aangenaam vertoeven langs de waterkant. n
De Paling Coverfoto: Vilda Natuurfotografie
Marleen Evenepoel Voorzitter Visserijfonds Administrateur-generaal
Antwerpen
In het hart van Klein-Brabant, wat verscholen in de groene omgeving van het gelijknamige recreatiedomein, ligt het openbare viswater het Breeven. De vijver is ongeveer 6,6 ha groot en werd aangelegd halfweg de jaren ’70. Via de Guil, een merkwaardig ondergronds kanaaltje, watert het Breeven af naar de Oude Schelde. De eerste sporen van het Breeven duiken op in de 14de eeuw. Door veenwinning ontstond in een laagveengebied een grote waterplas met de toepasselijke naam “Breedvenne”. In 1870 begon graaf de Marnix de Ste-Aldegonde het ven droog te leggen door middel van een gegraven geul “De Guil” doorheen de stuifzandrug richting Oude Schelde. Zo ontstond een slotenrijk gebied dat in aanmerking kwam voor beplanting. Eerst gebeurde dit onder de vorm van elzenhakhout en later als populierenaanplanting. In 1971 kocht de gemeente Bornem het gebied aan. Het noordelijk deel werd in 1976 ingericht als recreatiedomein. Het zuidelijke gedeelte behield het grachtenstelsel met hakhout en populieren. Centraal werd een vijver gegraven, waarvan de grondspecie gebruikt werd voor de ophoging van het noordelijk deel. Actieve recreatie is enkel toegestaan in het noordelijke deel van het domein. Je vindt hier ondermeer een zwembad en een sporthal. Het zuidelijke bosrijke deel van het Breeven vervult een belangrijke functie voor “zachte” recreatie zoals hengelen en wandelen. De zuidkant van de vijver van het Breeven werd speciaal ingericht voor de hengelsport. De hengelaar heeft hier keuze uit 26 comfortabele hengelsteigers. Deze werden in 2008 door de gemeente samen met het toegangspad vernieuwd. Ook de oevers werden natuurvriendelijk heringericht. De visstand van het Breeven bestaat uit een tiental soorten. Blankvoorn, rietvoorn, brasem, kolblei en zeelt worden het meest bevist met de vaste hengel. Op paling wordt minder N419 gehengeld, hoewel er bij visstandonderzoek een behoorlijke palingpopulatie werd vastgesteld. Schelde
Breeven Foto: Rudi Yseboodt
Het Breeven is ook gekend bij karpervissers, die de combinatie van een rustige groene omgeving en de kans op een mooie vangst weten te waarderen. Voor roofvishengelaars zijn vooral snoek en baars en in mindere mate snoekbaars interessant.
el Rupp
Het Breeven behoort tot het snoek-blankvoorn viswatertype. Door het vrij heldere water en de aanwezigheid van waterplanten wordt voorzichtig omgesprongen met de uitzetting van karperachtigen. Het aandeel aan roofvis blijft daardoor vrij hoog. De Provinciale Visserijcommissie van Antwerpen zette de voorbije jaren in het Breeven glasaal, snoek en blankvoorn uit. Het visstandbeheer richt zich op een variatie aan vissoorten, die verschillende hengeldisciplines kunnen aanspreken. Traditioneel wordt éénmaal per jaar door het gemeentebestuur en de lokale hengelaars, voor de hengelaars uit deze regio een hengelweekend georganiseerd, met de steun van de Provinciale Visserijcommissie Antwerpen en het Agentschap voor Natuur en Bos. n
Schelde
N1 6
Hengelwateren
Het Breeven te Bornem
Rudi Yseboodt Agentschap voor Natuur en Bos
Wintam
ka
e Ze
Hingene
na
Hengelaars nemen best de ingang van het Breeven via de Barelstraat. Volg hiervoor de borden “Breeven zwembad”. Om hier te hengelen volstaat het visverlof van het Vlaamse Gewest. Er mag enkel gevist worden van op de hengelsteigers. De toegang tot het Breeven wordt geregeld via het gemeentelijke politiereglement (informatie : www.bornem.be). al
us Br
l se
Breeven
e
N1 59
ld
e ch -S
Bornem
3
Hengelwateren
Limburg
Het Kanaal Bocholt-Herentals Het Kanaal Bocholt-Herentals, in België ook wel Kempisch Kanaal of MaasScheldekanaal genoemd, verbindt de Zuid-Willemsvaart te Bocholt met het Albertkanaal te Herentals en dit over een afstand van ruim 60 kilometer. In Limburg bestrijkt het kanaal een traject van 25 kilometer. Dwars doorheen de Kempen verbindt het kanaal enerzijds Antwerpen via de Zuid-Willemsvaart met de Maas en anderzijds het Luikse industriebekken. De rol, als verbinding tussen de Maas en de Schelde, kwam sinds de ingebruikname in 1940 geleidelijk in het gedrang. Het Albertkanaal biedt namelijk een kortere en snellere verbinding met een grotere capaciteit. Kanaal Bocholt-Herentals Foto: Bart Denayer
Op het Kanaal Bocholt-Herentals geven metingen op basis van het zuurstofgehalte aan dat het water niet verontreinigd is. De biologische waterkwaliteit is voor heel het kanaal ‘matig’. In Herentals mondt het Kanaal Bocholt-Herentals uit in het Albertkanaal, dat het drinkwater voor de stad Antwerpen levert. Het kanaal wordt in hoofdzaak bevolkt met blankvoorn en baars. Paling doet het er behoorlijk. Daarnaast worden ook regelmatig rietvoorn, pos en winde gevangen. De roofvisstand bestaat uit grote baarzen en paling. Onderzoeken geven aan dat de natuurlijke reproductie van de visfauna op het kanaal kan verbeteren. Om het tekort aan natuurlijke voortplanting voor vissen aan te vullen worden visuitzettingen uitgevoerd. Bijzondere aandacht krijgt de snoekpopulatie omdat deze vissoort, aan de top van de voedselpiramide, de witvispopulaties in evenwicht en gezond houdt.
natuurtechnieken uiteenlopende projecten op stapel hebben. De eerstvolgende jaren zullen verscheidene kilometers ondiepe en vegetatierijke plasbermoevers worden ingericht. Kanaaloevers worden zo omgetoverd tot een streepje boeiende natuur en kraamkamers voor vissen. n Bart Denayer Agentschap voor Natuur en Bos Om te hengelen in het Kanaal van Bocholt naar Herentals volstaat een visverlof geldig voor gans het Vlaamse Gewest en verkrijgbaar in elk postkantoor in Vlaanderen. Op dit kanaal mag je gans het jaar hengelen, zowel in de paaitijd als tijdens de nacht. Voor de nachtvisserij is wel een duurder visverlof vereist. Daarenboven moet elke gevangen vis onmiddellijk worden teruggezet. ‘s Nachts mag er dus geen leefnet gebruikt worden.
Heel wat vissoorten zijn voor hun voortplanting in de waterloop afhankelijk van de aanwezigheid van ondiepe, rustige en plantenrijke zones waar ze kunnen paaien en waar het jonge broed ongehinderd kan opgroeien. Te Sint-Huibrechts-Lille (foto) worden de rietkragen beschermd zodat vissen er voldoende paaimogelijkheden krijgen. Dergelijke zones mogen er meer zijn op het kanaal. Vandaar dat het Agentschap voor Natuur en Bos in samenspraak met de beheerder van het kanaal, NV De Scheepvaart, de Provinciale Visserijcommissie Limburg en deskundigen op het vlak van
Hammont-Achel
nn aa
aa ll
BB oo
ll tt --
H H ee
a ll ss n tt a rr ee n
Lommel Lommel
N74
KK aa
oo cc hh
Kanaa l Boch olt-He rental s
Neerpelt
N71
Neerpelt
ZZ uu
erl o
Overpelt
r B ev N1 8
ii dd
W -- W
ii ll ll
m ee m
Overpelt
Bocholt
l n aa Ka naa
4
Hamont-Achel
Bocholt
Hechtel-Eksel
Peer Peer
Hechtel-Eksel
N73
N73
ss vv
aa aa
rr tt
Oost-Vlaanderen
Hengelwateren
Het Provinciaal domein “De Gavers” Het Provinciaal domein “De Gavers” is een gebied voor zachte recreatie van ongeveer 62 ha, gelegen langs de Dender, te Onkerzele, een deelgemeente van Geraardsbergen. De Vereniging van Belgische Karpervissers (VBK) onderbouwt het karperbeheer met specifieke vangstregistraties op basis van fiches en foto’s van gevangen karpers. Het visserijonderzoek toont een degelijke visstand van snoekbaars en paling aan. De witvispopulatie is laag. Diepe zandwinputten zijn gekenmerkt door een lage biologische productie. Voedsel dat in het diepe water naar de bodem bezinkt, is immers minder beschikbaar voor de vissen. In 2006 werd een duidelijke verschuiving naar voornamelijk kleine baarzen en een sterke afname van de brasem vastgesteld. De voornpopulatie wordt bijkomend ondersteund door visuitzettingen van 2-zomerige en maatse blank- en rietvoorns. De zonering en de visvriendelijke inrichting van de vijvers werden in de verdere aanleg van het domein geïntegreerd. Een belangrijke actie bij zulke diepe zandwinputten is ondiepe oeverstroken te creëren om het aanbod aan paai- en opgroeizone voor de vissen te vergroten en zo een duurzame visstand te bekomen. Een oplossing voor de wateroverlast, die in dit meersgebied van de Dender voorkomt, wordt via een studieproject uitgewerkt. Daarbij worden ook maatregelen ten gunste van de visstand voorgesteld zoals vismigratie, paaimogelijkheden, oeverstructuur en gunstige waterpeilen. n Luc Samsoen Provinciaal centrum voor milieuonderzoek
Op de Poelaertplas ter hoogte van de jeugdherberg ‘t Schipken kan je hengelen als je beschikt over een Vlaams visverlof en een gratis visvergunning van het domein zelf.
N8
N42
Voordien was het een stedelijk domein van de stad Geraardsbergen met participatie van het provinciebestuur. Sinds 1993 is het eigendom van de provincie. Van in het begin is bij de uitbouw gestreefd naar een recreatief medegebruik voor het grote publiek. Een combinatie van natuur met variatie aan bos, water en de verscheidenheid aan sport- en verblijfsaccommodaties zijn de speerpunten van dit domein. In het verleden doken regelmatig conflicten op omdat het uitoefenen van verschillende watersporten en het zwemmen, dat strengere eisen stelt naar waterkwaliteit toe, in eenzelfde zone plaats hebben. Dit heeft geleid tot een duidelijk afgelijnde afbakening voor de verschillende watersporten. De Poelaertplas is voorbehouden voor het hengelen, terwijl op de Gaverplas verscheidene andere watersporten zoals zwemmen, windsurfen, zeilen, roeien en kajakken kunnen doorgaan. In navolging van de goede resultaten, die in het Provinciaal domein Puyenbroeck werden geboekt, werd in 2006 op initiatief van de Provinciale Visserijcommissie (PVC) een overleg met de terreinbeheerder opgestart. Dit was met de bedoeling om de visserijvisie voor de waterpartijen maximaal in de andere beleidsvisies van de provinciale overheid te integreren. Dit leidde tot de oprichting van een visserijbeheereenheid voor het domein, waarin zowel het PVC secretariaat, het PVC commissielid voor de regio alsook de lokale hengelclubs en de terreinbeheerder zetelen. Het instellen van een plaatselijk reglement, dat de hengelwijze regelt en een hengelvangstregistratie verplicht, is een eerste aanzet tot een gestructureerd visserijbeheer. Via de invoering van een verplichte, maar gratis visvergunning kunnen de provinciale wachters en de Vlaamse handhavingstoezichters de visserij controleren. De hengelvangstgegevens en de visserijonderzoeken vormen een basis voor het vispopulatiebeheer.
N45
De Gavers Foto: Luc Samsoen Idegem
Schendelbeke N
0 46
Dender Poelaertplas De Gavers Onkerzele
5
Hengelwateren
Vlaams-Brabant
De hengelvijver van Groenendaal
Het kasteel van Groenendaal te Hoeilaart, werd in de 2de helft van de 18de eeuw, als wagenhuis met personeelsverblijf, op de site van de voormalige Priorij van Groenendaal gebouwd. Na de overdracht van het kasteel van Groenendaal van de federale overheid naar het Vlaamse Gewest werd gestart met restauratiewerken aan het kasteel. Voor een betere uitstraling van het gebouw en de hele site werden aan de oevers van de historische Putselen Lindevijver slibruimingen en herstellingswerken uitgevoerd. Speciale aandacht ging uit naar een panoramisch zicht over beide vijvers vanuit het kasteel van Groenendaal.
van het watersysteem en past bij een evenwichtige vispopulatie. De volgende vissoorten worden ondermeer uitgezet: blankvoorn, rietvoorn, winde, zeelt en kroeskarper. Er werd beslist om het eerste jaar tweederde maatse vis uit te zetten om zo het hengelen onmiddellijk aantrekkelijk te maken. Op deze manier kan in het volgende voorjaar ook al natuurlijke reproductie verwacht worden. In de loop van 2009 wordt ook gestart met de uitzetting van glasaal en snoek. n Chris Van Liefferinge Agentschap voor Natuur en Bos Vanaf de start van het volgende visseizoen op 1 juni 2009, kan de vijver door iedereen bevist worden die een visverlof van het Vlaams Gewest bezit.
E4
N5
Het beheer en de inrichting van het viswater en van de visstand op de hengelvijver van Groenendaal wordt uitgevoerd door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) in samenspraak met de Provinciale Visserijcommissie Vlaams-Brabant. De hengelzone bevindt zich op de zuidelijke oever, terwijl de noordelijke en westelijke oevers worden ingericht als moeraszone. Deze moeraszone moet gedeeltelijk dienst doen als paai- en rustzone voor vissen en een natuurlijke en evenwichtige ontwikkeling van het visbestand toelaten. Ze is ook van belang voor tal van andere watergebonden dier- en plantensoorten. R 22 De onderhoud- en inrichtingswerken aan de vijvers werden eind november 2007 gestart en afgerond in mei 2008. Bij de aanleg van de moeraszone werd slib met een goed ontwikkelde moerasvegetatie uit de Putselvijver gebruikt. Daarom werd beslist om de natuurlijke vegetatieontwikkeling in de hengelvijver af te wachten. Tijdens de stabilisatieperiode van enkele maanden kon het plankton in de lente en de zomer volop tot ontwikkeling komen. In het najaar van 2008 werden dan de eerste vissen in de vijver gezet. Aangezien de vijver volledig werd afgelaten voor de herstelwerkzaamheden, wordt het visbestand via een planmatig visstandbeheer terug opgebouwd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een wetenschappelijk onderbouwde herbepotingstrategie. Daarbij is het de bedoeling om een snoek-blankvoorn ondiep viswatertype te realiseren. De hoeveelheid uit te zetten vis wordt vastgesteld op basis van de draagkracht
Hengelvijver Groenendaal Foto: Chris Van Liefferinge
N2 75
R0
6
Hengelvijver Groenendaal
Ijsse Ijse
11
E4 N4 11
West-Vlaanderen
Hengelwateren
Het Kanaal van Brugge naar Oostende Wie er nog niet van overtuigd is dat de inspanningen van de Vlaamse overheid voor het herstel van de waterkwaliteit vruchten afwerpen, moet dringend eens langs het Kanaal van Brugge naar Oostende fietsen. Men zal versteld staan van het grote aantal hengelaars uit de regio, die dit kanaal erg weten te waarderen. De recreatieve hengelaars vissen voornamelijk op witvis en paling. Stilaan vinden ook de karpervissers er een vaste stek. Een achttal hengelclubs uit de regio organiseren er hun club- en regionale wedstrijden. rietvoorn
snoekbaars
snoek
zeelt
paling
baars
overige vissoorten (*) kolblei blankvoorn karper giebel blauwband grondel
brasem
(*) vetje, dunlipharder, bermpje, bot, 3-doornige stekelbaars, pos
Zuidleie in aanmerking zoals ter hoogte van het Fort en de kanaalarmen waaronder de Miseriebocht, de Gevaertsarm en het Waggelwater. Gelijktijdig moet naar een gunstige ontwikkeling van de leefomgeving voor vissen langsheen de kanaaloevers worden gestreefd. Dit kan door middel van de aanleg van natuurvriendelijke oevers met voldoende schuilgelegenheid, onder andere tegen aalscholverpredatie. De visserijcommissie focust ook op de uitbouw van hengelfaciliteiten langs het kanaal. Intussen werd de Miseriebocht ingericht en werd een 300 meter lange wedstrijdzone aangelegd langs de Steenkaai. In de toekomst zal werk worden gemaakt van faciliteiten ter hoogte van Moerbrugge en van een verlenging van de hengelzone stroomafwaarts de spoorwegbrug te Brugge. Daarnaast wordt er onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om het Waggelwater aan te sluiten op het kanaal. n Sven Vrielynck Agentschap voor Natuur en Bos Patrick Danneels Provinciale Visserijcommissie West-Vlaanderen
nn aa aa ll
se
N34
Bredene Bredene
D a m
Zuienkerke Zuienkerke
V a a rt
e
DeDe Haan Haan Oostende
N31
Wag g elw ater 4 N3
a w ii jj nn kk a ew B B oo uu dd e
4 N3
1
Bru
gge
N351
Gistel
N9
à
7 Ka
3
Jabbeke Jabbeke
0
o rr tt a aa ll K w pp oo o K aa nn aN ii ee uu w Oudenburg Oudenburg aa ll ee -- N ss ee nn dd s s a a l l P P
e t ee nn dd e O oo ss t t -- O G ee nn t a aa ll G K K aa nn a
R3
A10
E403
A10
E4 0
Kanaal Brugge naar Oostende Foto: Misjel Decleer
Aantalverhouding in %
R3
Dit kanaal werd met mankracht gegraven en volgt grotendeels het traject van de voormalige Zuidleie. Hierdoor ontstond een aaneensluiting van de verschillende waterloopsystemen met het Kanaal GentOostende als centrale as. Ten noorden van het kanaal vinden we poldersloten en –vaarten, terwijl ten zuiden daarvan vooral stromende beken het hydrografische beeld bepalen. Uit historische bronnen blijkt dat rond 1900 de visstand bestond uit minstens 20 vissoorten: alver, baars, barbeel, beekprik, bittervoorn, blankvoorn, brasem, driedoornige stekelbaars, elft, fint, karper, kopvoorn, kwabaal, paling, pos, rietvoorn, riviergrondel, snoek, tiendoornige stekelbaars en zeelt. In 1908 schreef men al dat dit kanaal voor de visserij oninteressant was geworden omwille van de frequente vervuiling. In 1924 bleek de situatie nog erger te zijn; “samen met het Kanaal van Lissewege, het Kanaal Ieper-IJzer, de Leie en het Schipdonkkanaal is het kanaal onmogelijk geworden voor de visserij” klonk het toen. Deze situatie bleef tot eind de jaren 90 bestaan. Het zuiveren van het industrieel en huishoudelijk afvalwater leidde tot een terugkeer van heel wat vissoorten. Recente gegevens van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) melden de aanwezigheid van 16 vissoorten. De structuurkwaliteit van het kanaal is echter nog voor verbetering vatbaar. De mogelijkheden hiervoor zijn beperkt en moeten worden gezocht in de opwaardering en aansluiting van nevenleefgebieden. Hiervoor komen op de eerste plaats overblijfselen van de voormalige
E4
0
E4
0
na
al
Ge
n
De Paling De Europese paling of Anguilla anguilla is een van de 15 soorten palingen op de wereld. De vorm van de paling is welbekend. Zijn slangachtig uiterlijk laat toe dat hij zich zelfs op het land vrij snel kan voortbewegen.
Vissoort
Een complexe levenscyclus De paling is een “katadroom” migrerende mariene vissoort. Dit betekent dat hij het grootste deel van zijn leven in zoet water doorbrengt en dan voor zijn voorplanting vanuit het zoet water naar zee trekt. Hij maakt een complexe levenscyclus door.
Er zijn duidelijke geslachtsverschillen wat de grootte betreft. De mannelijke palingen hebben een tragere groei. Ze blijven duidelijk kleiner (maximaal 45 cm) dan hun vrouwelijke soortgenoten, die een grootte van 1 m kunnen bereiken. Na gemiddeld zes jaar (mannelijke paling) tot negen jaar (vrouwelijke paling) ondergaan palingen opnieuw een gedaanteverwisseling. De zogenaamde “gele paling” wordt dan “zilverpaling”, ook wel “schieraal” genoemd. Ze krijgen een zilverachtige kleur, hun ogen worden groter, de vinnen veranderen van vorm en de geslachtsorganen beginnen te ontwikkelen. Op dit ogenblik, meestal in het najaar, trekken deze zilverpalingen onze rivieren af en beginnen ze hun paaimigratie met als bestemming de Sargasso Zee.
Voedsel Schematische voorstelling van de levenscyclus van de Europese paling
De voortplantingsplaats van de palingen situeert zich in de Sargasso Zee. Dit is een gebied in de Atlantische Oceaan nabij Bermuda. Alle individuele palingen, die over het ganse verspreidingsgebied verdeeld zijn, gaan zich op dezelfde plaats voortplanten. Op deze manier vormen ze samen éénzelfde grote aaneensluitende populatie.
In de Sargasso Zee, in de oceaan, ontluiken de eieren en de larven van de paling. Deze larven worden, leptocephali genoemd. Ze lijken helemaal niet op palingen, maar hebben de vorm van een wilgenblaadje en zijn heel klein. Deze larven migreren naar het Europese continent gebruik makend van zeestromingen zoals de warme Golfstroom. Via deze oceaanstroom oor Vislijn 2009 - C. Belpaire 2008) 2 kusten waar ze een komen de larven(september voor de Europese gedaanteverwisseling ondergaan en ze glasaal worden. In dit stadium zijn ze 7 cm groot en lijken ze al op een kleine paling maar zijn ze volledig doorzichtig. De meeste glasalen zwemmen onze rivieren op waar ze op zoek zijn naar een vaste stek. Daar gaan ze geleidelijk aan pigmenteren, een groei- en eetperiode doormaken en aanvetten als gele paling. Een deel van de populatie blijft voor de kusten of groeit op in de riviermonding (estuarium).
Glasaal Foto: Alain Dillen
8
Palingen voeden zich voornamelijk ’s nachts of bij valavond, en dan enkel in de warmere maanden van het jaar. Het voedsel van de gele paling bestaat uit een grote verscheidenheid aan ongewervelden (slakken, wormen, larven) en vissen. Palingen kleiner dan 40 cm voeden zich haast uitsluitend met ongewervelde diertjes in of op de bodem, maar ook in de waterkolom. Bij grotere individuen bestaat het voedsel uit een toenemend aandeel van vis. Studies hebben uitgewezen dat er een vorm van selectief voedselgedrag bestaat. Dat wil zeggen dat bepaalde individuen zich specialiseren op een welbepaalde prooi. Er bestaan twee vormen van paling, breedbekken en smalbekken, waarbij de breedte van de kop varieert. Het dieet van smalbekken bestaat hoofdzakelijk uit ongewervelden, bij breedbekken echter staat vooral vis op het menu.
Verspreiding De Europese paling kan je over een groot stuk van Europa terugvinden, van Noorwegen tot Marokko en van de Azoren tot Turkije.2Van nature is paling een ruim verspreide vissoort die bijna in alle types van wateren gedijt. Zowel een volledig mariene omgeving, het brakke water van de riviermonding, tot zelfs kleine bovenlopen vormen geschikte opgroeigebieden. Hij voelt zich thuis in stromende rivieren, maar ook in kanalen, polderwaterlopen en plassen en meren. Nochtans is zijn verspreiding in Vlaanderen beperkt. Slechts op 18% van de 993 meetplaatsen van het Meetnet Zoetwatervis van het Instituut voor Natuuren Bosonderzoek (INBO) is paling aanwezig. Ook de concentraties die aangetroffen worden zijn zeer ondermaats. De slechte waterkwaliteit en de zeer talrijke migratiebelemmeringen op Vlaamse waterlopen zijn de voornaamste oorzaken van deze slechte toestand. De overheid probeert hieraan te verhelpen door op heel wat plaatsen glasaal uit te zetten.
Paling Foto: Geert Goemans
Vissoort Verspreiding en abundantie
Tekst voor Vislijn 2009 - C. Belpaire (september 2008) van 3 paling in Vlaanderen in rivieren en beken.
Tekst voor Vislijn 2009 - C. Belpaire (september 2008) 3
1000
800
600
Maar niet alleen in Vlaanderen is de toestand van de paling 500 slecht. De Europese stock is al sinds de jaren 1980 zeer sterk verslechterd. De achteruitgang is het duidelijkst voor 400 de hoeveelheden glasaal die de Europese rivieren optrekt. In veel rivieren is de glasaalmigratie teruggevallen tot slechts 300 1% van de toestand van vóór 1980.
800
Maximale dagvangst
90
Maximale dagvangst
80
700
70
600
60
500
50
400
40
300
30
200
20
100
10
2008
2006
2004
2002
2000
1998
1996
1994
1992
1990
1988
1986
1984
1982
1980
1978
1976
1974
1972
1970
1968
1964
0 1966
0
200
2008
2006
2004
2002
1998
1996
1994
1992
1990
1988
1986
1984
1982
1980
1978
1976
1974
1972
1970
1966
vangsten zeer laag (gemiddeld 28 kg/jaar). De situatie verslechterde nog meer na het jaar 2000. Sindsdien blijven de vangsten meestal onder 1 kg/jaar.
2000
De 3daaropvolgende jaren 1983-2000 waren dede Ijzer te Nieuwpoort optrekk Fig. Monitoring van de hoeveelheden glasaal die jaarlijks 1964
De figuur hiernaast geeft de situatie aan de IJzer weer, met 100 schommelingen in de totale jaarlijkse schepnetvangsten in de sluis in Nieuwpoort en de maximale dagvangst per 0 seizoen. In de periode 1966-1979 zijn de vangsten hoog (gemiddeld 511 kg/jaar). Waarschijnlijk zijn deze cijfers zelfs een onderschatting van de werkelijkheid. De jaren 1980-1982 waren blijkbaar overgangsjaren met afnemende en lage populaties (gemiddeld 157 kg/jaar).
Totale jaarvangst
1968
De paling in gevaar
Totale jaarvangst (kg)
Totale jaarvangst (kg)
700
100
Totale jaarvangst
900
Maximale dagvangst (kg)
1000
900
Over de oorzaken van deze achteruitgang Fig. 3 Monitoring van de hoeveelheden glasaal diebestaan jaarlijks de Ijzer te Nieu
Het glasaalseizoen in België valt vooral in de maanden maart en april. Op dit tijdstip verkeren de palinglarven, gevangen te Nieuwpoort, in het ongepigmenteerd glasaalstadium. De gemiddelde lengte en het gemiddelde gewicht nemen af naarmate het seizoen vordert. Bij het begin van het seizoen bedraagt de gemiddelde lengte 6,7 tot 6,9 cm en het gemiddelde gewicht 260 tot 310 mg. Op het einde van de maand april bedraagt de gemiddelde lengte 6,6 cm en het gemiddelde gewicht 210 mg.
verschillende wetenschappelijke hypotheses. Wellicht spelen meerdere elementen een rol zoals overbevissing, algemene verslechtering van de waterkwaliteit, verontreiniging door toxische stoffen, verlies van leefomgevingen, roofdieren (predatie), migratieknelpunten waaronder pompgemalen en waterkrachtcentrales, verandering in klimaat en oceanische factoren. n
Claude Belpaire Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek
9
Verontreinigende stoffen in paling
Vissoort
Sinds 1994 heeft het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) een monitoringmeetnet om de verspreiding van verontreinigende stoffen (polluenten) op de openbare wateren in Vlaanderen in kaart te brengen. De bedoeling van dit polluentenmeetnet is een beeld te krijgen van de kwaliteit van openbare viswateren, waaronder zowel stromende wateren als kanalen, afgesloten wateren en polderwaterlopen. Tussen 1994 en 2007 werden meer dan 3000 palingen, afkomstig van 376 meetplaatsen, onderzocht op de aanwezigheid van ongeveer 100 giftige stoffen. Enkele voorbeelden van deze verontreinigende stoffen zijn ondermeer: PCB’s (Polychloorbifenylen), bestrijdingsmiddelen, zware metalen, dioxines. Deze reeks onderzochte producten bevat slechts een klein deel (minder dan 0,5%) van de meer dan 30.000 scheikundige stoffen die regelmatig in Europa verhandeld worden. De resultaten van dit polluentonderzoek in paling leveren een belangrijke informatie voor het
milieubeleid. Dit is vooral van belang zowel voor de opvolging en de normering van milieugevaarlijke stoffen alsook voor de sanering van waterbodems en de regelgeving rond het gebruik van deze stoffen. Gezien hun giftige eigenschappen is het uiteraard belangrijk om de aanwezigheid van deze stoffen in vissen te kennen. Op deze manier kunnen de risico’s voor de gezondheid van de hengelaar geÍvalueerd worden en kan op basis daarvan gefundeerd consumptieadvies worden verstrekt.
Verspreiding verontreinigende stoffen in paling
Paling Foto: Geert Goemans
10
Waarom paling?
Verontreinigende stoffen en hun effecten Vlaanderen is toonaangevend in het onderzoek rond het meten van concentraties en effecten van verontreinigende stoffen in paling. Vooral rond het voorkomen van PCB’s, bestrijdingsmiddelen en zware metalen is al heel wat geweten. De laatste jaren worden steeds meer nieuwe stoffen geanalyseerd. De toenemende concentraties in organen tonen aan dat deze stoffen in staat zijn om zich op te stapelen in het milieu, in de voedselketen en in de organismen. Onderzoek heeft aangetoond dat eenmaal PCB’s in het palingweefsel opgeslagen zijn, het 1 tot 4 jaren kan duren vooraleer deze stoffen het lichaam weer verlaten. Sommige polluenten verlaten de paling zelfs nooit meer. In de opgroeifase van paling zullen de effecten zich het minst doen gelden omdat verontreinigende stoffen in het vetweefsel opgeslagen worden. Deze invloed is pas echt merkbaar wanneer bij paling tal van veranderingen plaatsvinden zoals op het ogenblik dat de vis verzilvert tot zilverpaling. Tijdens de migratie naar hun voortplantingsgebied in de Sargasso zee, stopt de paling met eten en teert op zijn vetvoorraad. Daarom is een goede conditie van de zilverpalingen, die onze riviersystemen verlaten, een eerste vereiste voor een succesvolle migratie van de Europese wateren naar de voortplantingsgronden bij de Sargasso zee. De energievoorraden moeten volstaan om de ongeveer 6000 km lange reis aan te kunnen en een goede kwaliteit aan voortplantingscellen te ontwikkelen. Tijdens deze tocht verbruiken palingen bijna 60% van hun vetvoorraden. Dit betekent dat een gedeelte van de opgeslagen verontreinigende stoffen opnieuw beschikbaar wordt en de paling kan vergiftigen. Een dergelijke vergiftiging leidt tot fysiologische verstoringen in het voortplantingsstelsel, het zenuwstelsel en het hormoonstelsel en veroorzaakt een verminderde weerstand tegen infecties van virussen en
parasieten. Concreet leidt dit op zijn beurt weer tot een verstoorde voortplanting en zelfs direct tot de dood van de paling. Onlangs kon door het Instituut voor Natuuren Bosonderzoek aangetoond worden dat de vetconcentraties in onze paling, tijdens de laatste 15 jaar beduidend gedaald zijn. Dit geldt zowel in Vlaanderen als in Nederland. Ongetwijfeld heeft dat een negatieve weerslag op het migratievermogen en het voortplantingssucces van de soort. Anderzijds kan de vervuiling in paling ook rechtstreeks oorzaak zijn van risico’s op ziektes of opstapeling van vervuilende stoffen in de mens. Paling wordt in Vlaanderen op culinair vlak sterk geapprecieerd, maar is op veel plaatsen heel zwaar vervuild. In 78% van de onderzochte locaties wordt de Belgische PCB-standaard voor vis (75 ng g-1) overschreden. Via hun consumptiegedrag vormen sportvissers een risicogroep. Uit een studie waarin de opname van PCB’s via de palingconsumptie bij hengelaars en bij de gemiddelde bevolking vergeleken werd, bleek dat de consumptie van zelfgevangen paling een serieus probleem vormt. Palingvissers die vaak hun vangsten zelf opeten worden doorgaans tot 200 maal meer aan PCB’s blootgesteld dan niet-palingvissers. Voor erg vervuilde gebieden is het dus heel belangrijk om de concentraties op te volgen. Verder onderzoek hieromtrent verdient in de toekomst zeker aanbeveling.
Vissoort
Paling is door zijn bijzondere levenscyclus zeer gevoelig voor de giftige effecten van verontreinigende stoffen. Deze effecten kunnen namelijk plaatsvinden op verschillende momenten in zijn levenscyclus. Dit kan gebeuren tijdens de opgroeifase, het verzilveren tot zilverpaling, de migratie, bij de aanmaak van de geslachtsproducten en de ontwikkeling van de larven. Een aantal kenmerken maken van paling een belangrijke indicatorsoort. Zo heeft deze vissoort een hoog vetgehalte, tot meer dan 16% van het lichaamsgewicht. Bij karper is dit maar 3% van het lichaamsgewicht. Op deze manier kunnen, vetoplosbare polluenten (PCB’s, bestrijdingsmiddelen,...) zich in hoge concentraties in dit vet opstapelen. Door de grote vetreserves zijn de polluentenconcentraties hoger dan bij de meeste andere vissoorten. Paling staat aan de top van de aquatische voedselketen waardoor hij grote hoeveelheden verontreinigende stoffen binnenkrijgt. Daarnaast leeft deze vissoort in de binnenwateren op vervuilde rivierbodems waardoor hij veel in contact komt met de in de bodem en in het slib opgeslagen verontreinigingen. Op deze manier kan paling jarenlang allerlei stoffen in zijn vetweefsel ophopen.
Het INBO stelt via de interactieve databank Vis Informatie Systeem, of kortweg VIS (http://vis.milieuinfo.be/), zoveel mogelijk verzamelde gegevens ter beschikking over vissen, visbestanden, vispolluenten en visindexen in Vlaanderen. Recent werd er voor elke afvisplaats ook een consumptieadvies toegevoegd om de hengelaar te waarschuwen voor de aanwezigheid van hoge concentraties aan giftige stoffen in paling en roofvis. n Caroline Geeraerts Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek
11
Vissoort
Bescherming en herstel van het Europese palingbestand Om de dramatische achteruitgang van het palingbestand in Europa te stoppen heeft de Europese Raad in het najaar van 2007 een Palingverordening uitgevaardigd. Deze Verordening verplicht alle lidstaten om tegen eind 2008 palingbeheerplannen op te maken. In ‘Vislijn editie 2008’ werd al dieper ingegaan op de inhoud en doelstellingen van deze Verordening. Samenvattend stelt de Verordening dat de lidstaten de nodige maatregelen moeten treffen zodat op termijn minstens 40% van de volwassen zilverpalingen (ten opzichte van een referentiesituatie zonder tussenkomst van menselijke activiteiten) de open zee kan bereiken om zich voort te planten. Met menselijke activiteiten worden hier ondermeer visvangst, stroperij en migratieknelpunten bedoeld. Om dit doel te bereiken moeten alle lidstaten per stroomgebied een beheerplan opmaken met de nodige maatregelen en acties om het hierboven vermelde 40% ontsnappingspercentage van de zilverpalingen te halen. Voor België moeten beheerplannen opgemaakt worden voor de bekkens van de Maas, Schelde, IJzer en Brugse Polders. Op het moment van het schrijven van dit artikel zijn de plannen dus nog in volle voorbereiding. De belangrijkste aspecten worden hieronder toegelicht. In een volgende editie van Vislijn zal dieper in gegaan worden op de concrete uitvoering van de palingbeheerplannen. Voor Vlaanderen levert het Instituut voor Natuuren Bosonderzoek (INBO) de wetenschappelijke ondersteuning voor de opmaak van de palingbeheerplannen. Het INBO maakt een inschatting van de impact van de belangrijkste factoren die een negatieve invloed hebben op de levenscyclus van paling. Op basis daarvan worden de nodige acties en maatregelen geformuleerd om op te nemen in de palingbeheerplannen. Voor glasaal en jonge paling is het essentieel dat ze hun stroomopwaartse opgroeigebieden kunnen bereiken. In Vlaanderen bevinden zich op het netwerk van waterlopen, die belangrijk zijn voor vismigratie, maar liefst 800 migratieknelpunten. Momenteel is 14,5% van deze knelpunten passeerbaar gemaakt voor vissen. Naast de stroomopwaartse migratie is er ook de nodige aandacht voor stroomafwaartse migratie. In Vlaanderen zijn er ongeveer 130 pompgemalen en een tiental kleinschalige waterkrachtcentrales. Een groot aantal van de pompgemalen die gebruikt worden voor de waterhuishouding zijn echte visslachtmachines. Bij hoge waterstanden treden deze pompen in werking en creëren zo een stroming in de polderwateren. Deze hoge afvoeren gecombineerd met de gecreëerde stroming zijn voor zilverpaling dan ook het startsein voor de migratie richting zee. De trekkende paling wordt door de pompen aangezogen en loopt daarbij meestal zware verwondingen op die in vele gevallen fataal zijn. Ook kleinschalige waterkrachtcentrales die uitgerust zijn met een turbine kunnen tijdens de stroomafwaartse migratie van de zilverpaling sterfte veroorzaken. In de palingbeheerplannen nemen we een lijst op van de belangrijkste knelpunten voor zowel stroomopwaartse als stroomafwaartse migratie.
12
Paling in peurbak Foto: Sus Willems
Voor de knelpunten worden met de waterbeheerders concrete afspraken gemaakt om deze belemmeringen binnen een redelijke termijn op te lossen. Niet alleen moeten de opgroeigebieden bereikbaar zijn voor paling, maar ook de kwaliteit van het volledige leefgebied is essentieel. Een goede kwaliteit van het water en van de waterbodem zijn namelijk belangrijke vereisten, niet alleen voor paling maar voor alle vissoorten. In Vlaanderen is in verband met de waterzuivering al een aanzienlijke inspanning geleverd. Een verdere verbetering van de waterkwaliteit is in de nabije toekomst echter nog altijd nodig. Omwille van een historische, maar ook recente vervuiling zijn heel wat waterbodems met allerlei vervuilende stoffen ernstig verontreinigd. Uiteindelijk komen deze polluenten in de voedselketen en vervolgens in de paling terecht. De sanering van de waterbodems zal jammer genoeg omwille van de erg hoge kostprijs niet op korte termijn gerealiseerd kunnen worden. In de beheerplannen lijsten we de concrete acties op betreffende een verdere verbetering van de waterkwaliteit. Op langere termijn kan de aanpak van de vervuilde waterbodems
Glasaal Foto: Alain Dillen
Vissoort
Het Agentschap voor Natuur en Bos zal de komende
Controle palingstroperij Foto: ANB
jaren een verhoogde aandacht besteden aan het bestrijden van de palingstroperij. In 2008 werden al enkele stropers op heterdaad betrapt, die met illegale fuiken langsheen de Schelde en in de polderwateren in West-Vlaanderen op paling visten. Het herstel van de Europese palingpopulatie zal volgens specialisten waarschijnlijk meerdere palinggeneraties in beslag nemen. Vlaanderen zal ook voor een groot deel afhankelijk zijn van maatregelen die in andere lidstaten genomen worden. In afwachting dat er weer voldoende glasaal aan onze riviermondingen arriveert en dat de opgroeigebieden voor paling bereikbaar ĂŠn van goede kwaliteit zijn, wordt in de Vlaamse openbare wateren glasaal uitgezet. Deze glasaal is afkomstig van ecologisch vergelijkbare rivierbekkens in het buitenland waar nog een overschot aan glasaal is. In 2008 werd al 117 kg glasaal, wat overeenkomt met 385.000 stuks, in de Vlaamse wateren uitgezet. De volgende jaren zullen we glasaal blijven uitzetten. Op deze manier kunnen we de palingpopulatie in de stroomopwaartse opgroeigebieden, die geschikt zijn voor paling, op peil houden. Uiteindelijk kan deze paling op zijn beurt bijdragen tot het verhogen van het ontsnappingspercentage van zilverpaling. Het instituut voor Natuur- en Bosonderzoek bekijkt momenteel de mogelijkheden om het ontsnappingspercentage aan zilverpaling op Vlaams niveau te becijferen. Dit is echter een complexe aangelegenheid omdat er nauwelijks gegevens over zilverpaling voorhanden zijn. Op die manier zal in de toekomst gemeten worden hoever we nog verwijderd zijn van de doelstelling van de Verordening. n
Dossier
worden opgenomen. Aangezien de achteruitgang van paling meerdere oorzaken heeft, zal ook het herstel vanuit meerdere invalshoeken moeten worden aangepakt. Vlaanderen kent geen beroepsvisserij meer op paling of glasaal zodat hier geen maatregelen meer nodig zijn. Indien nodig, zullen via wetgeving, wel beperkende maatregelen worden opgelegd, die gebaseerd zullen zijn op een inschatting van de palingoogst, die gemaakt is door fuikvissers op de Zeeschelde stroomafwaarts Antwerpen en door recreatieve vissers . Gelet op het feit dat in Europa naar schatting 20.000 mensen actief zijn in de beroepsvisserij op paling, zullen de inspanningen om de visserij impact te verminderen vooral op dat vlak moeten genomen worden. Andere factoren die een effect hebben op paling zoals bijvoorbeeld predatie door visetende vogels waaronder de aalscholver, worden door het INBO aan de hand van de beschikbare gegevens ook berekend.
Maarten Stevens en Johan Coeck Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek Kristof Vlietinck Agentschap voor Natuur en Bos
13
Het Meetnet Zoetwatervis
Onderzoeksprojecten
Een overzicht van de resultaten voor 2007
14
Het Meetnet Zoetwatervis van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) volgt de visstand op in de Vlaamse wateren. Op vaste plaatsen en op geregelde tijdstippen worden vissen gevangen met fuiken of elektrovisserij. De naam van de vissoort, de aantallen per soort en de lengte en het gewicht van de individuele vissen worden daarbij genoteerd. Daarna laat men de vissen weer vrij in hetzelfde water. Aangezien deze staalnames periodiek herhaald worden, krijgt men een beeld van de evolutie van de visbestanden in Vlaanderen. Elektrovisserij Foto: INBO
In 2007 werden 149 locaties, gelegen op beken en rivieren en verspreid over 9 rivierbekkens, bevist. Van de grotere waterlopen werden dit jaar de Dijle, de Leie en de Zenne steekproefsgewijs onderzocht. De belangrijkste vooruitgang van de visstand viel het Leiebekken te beurt. Voor de Leie zelf zijn er niet langer visloze locaties en zijn de vangstaantallen en –concentraties spectaculair toegenomen. De verbetering in het traject Kortrijk-Deinze is het duidelijkst, maar de meeste vis komt nog altijd voor op de Toeristische Leie. In de Leie werd zelfs de zeldzame kleine modderkruiper gevangen,
Meten van een zilverkarper Foto: INBO
een primeur voor het Leiebekken. Met de terugkeer van de vissen hebben ook de hengelaars de weg naar de Leie teruggevonden. Ook een aantal zijlopen zoals de Heulebeek en de Mandel zijn niet langer visloos. Ook in de Zenne (Dijlebekken) werden voor het eerst een vijftal vissoorten gevangen. Het visbestand is er nog zeer pover, maar gezien de jarenlange reputatie van de Zenne als open riool is dit resultaat spectaculair te noemen. De Dijle verbeterde dan weer op locaties stroomafwaarts van Leuven. Doorheen de jaren blijven de bovenstrooms gelegen locaties, van de grens met WalloniĂŤ tot Leuven, een betere kwaliteit hebben. Op de Motte en de Winge (Demerbekken) werd eerder een achteruitgang van het visbestand vastgesteld.
De beviste polderwaterlopen van het IJzerbekken en de beken gelegen in de Gentse kanalen zijn ten opzichte van vorige campagnes iets verbeterd, maar scoren nog steeds matig tot ontoereikend. De beken gelegen in het bekken van de Bovenschelde blijven ongewijzigd en scoren net als vorige campagnes ontoereikend tot slecht. Van het Beneden-Scheldebekken werden een aantal zijbeken van het Groot Schijn bevist, alsook enkele beken gelegen op de linkeroever van de Beneden-Schelde waaronder de Barbierbeek. De helft van de locaties bleek visloos te zijn. Op de Barbierbeek werd een voorzichtige verbetering opgemerkt. Van de kanalen werden het Kanaal Bocholt-Herentals, het Kanaal Charleroi-Brussel-Schelde, het Kanaal PlassendaleNieuwpoort en de Vladslovaart onderzocht. In het Kanaal Bocholt-Herentals komt een vrij eenzijdige visstand voor van vooral baars, paling en blankvoorn in middelmatige tot goede concentraties. De situatie is vergelijkbaar met die in 1996-1997 en 2002. Opmerkelijk voor 2007 is de vangst in het kanaal van de zeldzame beschermde rivierdonderpad. Ook in het Kanaal Charleroi-Brussel-Schelde hebben we te maken met een vrij eenzijdige visstand waarbij baars en blankvoorn domineren. De vangstaantallen van 2002 en
2007 zijn vergelijkbaar, maar de biomassa is afgenomen. Dit betekent dat de gevangen vis in 2007 dus gemiddeld kleiner is dan in 2002. Ook worden de plaatselijke hoge concentraties, zoals gevonden in 2002, niet gehaald. Net zoals in 2002 zit er in het deel Brussel-Schelde minder vis dan in het deel Charleroi-Brussel. Bot en brakwatergrondel, afkomstig van de Schelde, worden enkel in het kanaalgedeelte Brussel-Schelde gevangen. In het Kanaal Plassendale-Nieuwpoort domineren kolblei, baars, blankvoorn en paling. De visconcentraties liggen heel wat lager dan in 2001. Van blankvoorn en kolblei wordt, in vergelijking met de vangsten in 2001, slechts een fractie gevangen. Ook snoekbaars, veelvuldig gevangen in 2001 werd in 2007 nog nauwelijks gevangen. Het is niet duidelijk waarom de vangsten en dus vermoedelijk ook de visconcentraties op het kanaal zoveel lager zijn dan in 2001.
Onderzoeksprojecten
In het Netebekken waaronder de Kleine Nete en enkele zijbeken van de Grote en de Kleine Nete, evenals in het Maasbekken waaronder de Bosbeek en de Zanderbeek, bleef de toestand ongewijzigd ten opzichte van vroegere afvissingen. Deze twee bekkens hebben nog steeds de beste kwaliteit in Vlaanderen.
De Vladslovaart herbergt in 2007 18 vissoorten. Ten opzichte van 2001 zijn het nog steeds dezelfde vissoorten die domineren namelijk baars, blankvoorn, kolblei en qua biomassa karper en giebel. De dominantie is minder uitgesproken dan in 2001 wat de diversiteit op het kanaal ten goede komt. De vangsten zijn vrij goed te noemen. Opmerkelijk is ook dat de beschermde bittervoorn er goed weet te gedijen. Zowel paling als een behoorlijk aantal snoeken en snoekbaarzen worden er regelmatig gevangen. n Gerlinde Van Thuyne en Jan Breine Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek
Meetnet Zoetwatervis INBO
15
Herstel van vismigratie vanuit de Grensmaas naar de Bosbeek
Onderzoeksprojecten
De Bosbeek ontspringt ter hoogte van Waterschei en mondt na 24km uit in de Maas ter hoogte van Maaseik (Aldeneik). Het deel van de Maas dat de natuurlijke grens vormt tussen Belgisch en Nederlands Limburg wordt de Grensmaas genoemd. Tot voor kort stortte het water uit de Bosbeek via een betonnen constructie 3 meter naar beneden in de Grensmaas. Voor vissen uit de Grensmaas was het dan ook onmogelijk de Bosbeek op te zwemmen. Recent werd dit vismigratieknelpunt, in het kader van het integrale waterbeheer, weggewerkt. Een visdoorgang van ongeveer 700 meter werd aangelegd om het grote hoogteverschil op te vangen. De verschillende trappen in deze visdoorgang werden opgebouwd uit natuurstenen. Naast zijn functie voor vrije migratie kan deze visdoorgang ook dienst doen als paai- en opgroeiplaats of tijdelijke verblijfplaats voor rheofiele vissoorten, aan eurytope vissoorten en zelfs limnofiele vissoorten. Ecologische gilde
Vissoort
riviergrondel
Beperkte vangstaantallen
rivierdonderpad kopvoorn blauwbandgrondel beekforel bermpje sneep serpeling regenboogforel
Eurytoop: soorten waarvan alle levensstadia in vrijwel elk watertype kunnen aangetroffen worden
blankvoorn driedoornige stekelbaars baars tiendoornige stekelbaars paling snoekbaars
bittervoorn snoek rietvoorn zeelt zonnebaars
16
In een fuik die gedurende drie maanden opgesteld stond aan het stroomopwaartse uiteinde van de visdoorgang, werden 309 vissen aangetroffen. Rivierdonderpad (24%), riviergrondel (20%) en driedoornige stekelbaars (15%) vertegenwoordigden 59% van de totale vangst. Andere vissoorten die in behoorlijke aantallen door de visdoorgang zwommen waren bermpje, kopvoorn, zonnebaars en baars. Met behulp van elektrovisserij werden in totaal 943 vissen gevangen. Bermpje (35%), driedoornige stekelbaars (26%) en baars (25%) werden het meest aangetroffen. Een aantal oorzaken liggen aan de basis van de eerder beperkte vangstaantallen. Er werd vastgesteld dat er zeer veel zwerfvuil zoals drankblikjes, grasmaaisel, snoeiafval, plastic, in de beek wordt gedumpt. Daarenboven komt er bij hevige neerslag heel wat rioolslib vrij uit twee overstorten die uitmonden in dit traject van de Bosbeek. Dit zijn factoren die een negatieve invloed hebben op de waterkwaliteit en de aantrekkingskracht van de visdoorgang. Daarnaast stelde het INBO ook vast dat bij een lage waterstand van de Maas de toegang tot de visdoorgang van de Bosbeek soms moeilijk passeerbaar is voor stroomopwaarts migrerende vissen.
Toekomst
Limnofiel: soorten van stilstaand water waarvan één of meer levensstadia gebonden zijn aan waterplanten
Soortenrijkdom Tijdens het onderzoek werden 20 verschillende vissoorten gevangen. Bijzonder was de vangst van rivierdonderpad en bittervoorn. Beide vissoorten genieten in Vlaanderen een volledige bescherming door de Wet op de riviervisserij. Onder de vangsten troffen we ook kopvoorn, serpeling, beekforel en sneep aan. Dit zijn stroomminnende vissoorten, die in de Rode Lijst van bedreigde diersoorten onder de categorie ‘zeldzaam’, vermeld staan.
Rheofiel: soorten waarvan één of meerdere levensstadia gebonden zijn aan stromend water
Van april tot en met juli 2008 onderzocht het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) in opdracht van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) de migratie en aanwezigheid van vissen in de visdoorgang.
In de toekomst kunnen er meer vissen vanuit de Grensmaas de Bosbeek optrekken als de vervuiling wordt teruggedrongen en kleine aanpassingen worden doorgevoerd aan de toegang tot de visdoorgang. Hierdoor zal deze visdoorgang dan, ook bij een laag waterpeil van de Grensmaas, permanent optrekbaar zijn. n David Buysse, Seth Martens en Johan Coeck Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek
Visstandonderzoek in de Haven van Antwerpen
Fuikvisserij in de Waaslandhaven Foto: Alain Dillen
Onderzoeksprojecten
Om een goed beeld te krijgen van de visstand in de Haven van Antwerpen, liet het Gemeentelijk Havenbedrijf van Antwerpen samen met het Agentschap voor Natuur en Bos en de Provinciale Visserijcommissies van Antwerpen en Oost-Vlaanderen, een visstandonderzoek uitvoeren. Dit onderzoek vulde eerder uitgevoerde bemonsteringen in de haven aan. Eind januari 2008 werden in de dokken van de haven in totaal tien locaties onderzocht, waarvan vier op de Linkeroever en zes op de Rechteroever. Dit visstandonderzoek helpt daarenboven om de ecologische doelstellingen onder de Europese Kaderrichtlijn Water voor het waterlichaam van de Antwerpse havendokken te bepalen. De grote omvang en diepte van de dokken vergt aangepast materiaal om voldoende gegevens te kunnen verzamelen bij het afvissen. Daarom werd, zoals bij het onderzoek in het gedempte Doeldok in 2007, gebruik gemaakt van sonarapparatuur aangevuld met afvissingen met behulp van fuiken en kieuwnetten. Op de meeste locaties werd bovendien een trek van 300 tot 400 meter lengte met een kleine boomkor uitgevoerd. Om het onderzoek veilig te laten verlopen en de scheepvaart niet te hinderen, werden met de havenkapitein en het Havenbedrijf vooraf de nodige afspraken gemaakt. Er werden in totaal tien vissoorten gevangen, waarvan snoekbaars, brasem, bot en blankvoorn het meest voorkwamen. Daarnaast werden ook haring, paling, brakwatergrondel, spiering, baars en kolblei gevangen. Op Rechteroever bestond de vangst qua aantallen voornamelijk uit snoekbaars (29%), brasem (19%) en haring (17%). Op Linkeroever was dit voornamelijk snoekbaars (53%) en bot (22%). De gevangen vissen waren over het algemeen in een goede conditie. De haven kent een visbezetting die gemiddeld tussen de 1 en 25 kilogram vis per hectare ligt, wat op het eerste zicht erg laag lijkt. Uit de sonarbeelden bleek dat
grote visarme zones worden afgewisseld door lokaal hoge visconcentraties. Vaak was dit in de buurt van het oevertalud of van oneffenheden in de bodem. Ook te verwachten bij dergelijke winterse bemonsteringen was dat de meeste vissen zich in de diepere waterlagen ophielden. De dokken op Linkeroever bleken iets visrijker dan de dokken op Rechteroever. Over het algemeen werd er zeer weinig jonge vis aangetroffen, behalve in het Verrebroekdok. De vangsten bevestigden opnieuw dat de meeste vissen zich bij de demping van het noordelijke gedeelte van het Doeldok in 2007 tijdig hebben weten te redden. In beide havengedeelten werden bijvangsten van kleine mosselsoorten, krabben en garnalen gedaan. De snoekbaarzen op Linkeroever bleken zich voornamelijk met haring en garnalen te voeden. De snoekbaarzen op Rechteroever hebben voornamelijk een voorkeur voor jonge bot. EĂŠn snoekbaars had het zelfs gepresteerd om een paling van 30 cm lengte te verorberen. De samenstelling van de visstand komt vrij goed overeen met die van het snoekbaars-brasem diepwatertype. Het brakke karakter en de drukke scheepvaart drukken echter hun stempel op de visbezetting. Aangezien dit beeld kan variĂŤren naargelang het zomer of winter is, kan een zomerbemonstering waardevolle aanvullende informatie opleveren. n Alain Dillen en Rudi Yseboodt Agentschap voor Natuur en Bos Sofie Bracke Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen
Blankvoorn schoolt tijdens de winter samen in de havendokken Foto: Alain Dillen
17
Nieuwe visdoorgang op de Kleine Nete te Retie
Viswaterprojecten voor vissen en vissers
De Kleine Nete herbergt een interessante en waardevolle visgemeenschap. Ook andere bovenlopen zoals de Daelemansloop, de Breiloop en de Desselse Nete zijn voor de visfauna zeer belangrijk. De ecologische waarde van de Kleine Nete blijkt ook uit de selectie als EU-habitatrichtlijngebied. Het voorkomen van beschermde vissoorten zoals de rivierdonderpad en de kleine modderkruiper zijn hiervoor de aanleiding. In deze gebieden moeten maatregelen genomen worden om de bescherming, het herstel of de instandhouding van de leefomgevingen en vissoorten, waarvoor deze gebieden werden aangeduid, te verzekeren. De waterkwaliteit van de Kleine Nete is over het algemeen goed tot zeer goed. Maar vissen hebben meer nodig. Ook een goede kwaliteit van hun leefomgeving (habitat) en vrije vismigratie zijn essentieel. In overleg met het Agentschap voor Natuur en Bos kiest de Vlaamse Milieumaatschappij er voor, waar dit haalbaar is, om kruidruimingen in de beschermde zone van de Kleine Nete achterwege te laten. Voor heel wat vissoorten zijn zulke ruimingen namelijk schadelijk. Ter hoogte van Herentals wordt de inschakeling van meerdere oude meanders voorbereid. Dergelijk project is ook zeer belangrijk om de habitatdiversiteit te verhogen. De mogelijkheden voor vismigratie worden beperkt door heel wat migratieknelpunten. Het is daarom noodzakelijk om de migratiemogelijkheden te herstellen door visdoorgangen aan te leggen. Het herstel van vismigratie in de Kleine Nete komt ten goede aan grote trekvissen of migratoren zoals paling en rivierprik. Ook andere vissoorten hebben hier baat bij. Denk maar aan de kopvoorn, die gedurende het jaar in de rivier meerdere verblijfplaatsen heeft en bij de paaimigratie op zoek gaat
naar geschikte paaigebieden. Het herstel van vismigratie is ook belangrijk om tussen deelpopulaties terug een genetische uitwisseling mogelijk te maken. De watermolen van Retie veroorzaakte een belangrijk migratieknelpunt. In 2008 werd, via een nevengeul die in totaal 1200 m lang is, vismigratie mogelijk gemaakt. Meerdere v-vormige trappen werden voorzien om het hoogteverschil te overbruggen. De nevengeul werd natuurlijk ingericht, zodat deze kan uitgroeien tot een waardevolle leefomgeving voor vissen en andere organismen. De watermolen kan, na de realisatie van de nevengeul, zonder problemen blijven werken. Hiervoor werd in de visdoorgang een schuif voorzien waarmee de nevengeul afgesloten kan worden. Na de sanering van het vismigratieknelpunt ter hoogte van de watermolen van Retie, blijven er verder stroomafwaarts op de Kleine Nete nog twee knelpunten over. De stuw aan de watermolen van Grobbendonk zal in 2009 voorzien worden van een visdoorgang, uitgerust met een permanent meetstation voor migrerende vissen. Het knelpunt aan de watermolen in Kasterlee wordt in 2010 aangepakt. Concreet betekent dit dat vismigratie mogelijk zal zijn vanuit de Schelde tot aan de bovenlopen van de Kleine Nete. De provincie Antwerpen ondernam hier de voorbije jaren heel wat maatregelen ten bate van vismigratie, zodat ook de bovenlopen zelf weer optrekbaar worden. n Meer info: www.vmm.be of info@vmm.be Marc Florus en Koen Martens Vlaamse Milieumaatschappij Afdeling Operationeel Waterbeheer
18
De nieuwe visnevengeul rond de watermolen van Retie Foto: VMM
Extra buitendijkse vispaaiplaats langs de Demer Sluisbeemden Demer Limburg Foto: Raymond Dupont
Viswaterprojecten voor vissen en vissers
Dit project, gelegen op het grondgebied van de gemeente Diepenbeek, in het gebied Sluisbemden – Steenakker, is een onderdeel in de ontwikkeling van het natuurverbindingsgebied ”Vallei van de Demer tussen Diepenbeek en Kuringen”. Tegelijk met het herstellen van de vallei van de Demer als systeem, heeft dit project ook als doelstelling om opnieuw kansen te geven aan de gebiedseigen natuurlijke fauna en flora.
Door het in verbinding stellen en inrichten van deze oude meander wordt voor het visbestand van de Demer een zowat driehonderd meter lange buitendijkse paaiplaats gecreëerd. Het Provinciebestuur Limburg was de opdrachtgever voor dit project, in overleg met de Vlaamse overheid, het gemeentebestuur Diepenbeek en de Provinciale Visserijcommissie Limburg. De financiële middelen werden bijgebracht door het Provinciebestuur Limburg, de Vlaamse overheid, de Europese Gemeenschap en de Provinciale Visserijcommissie Limburg. n Raymond Dupont Provinciale Visserijcommissie Limburg
19
nieuw aangelegde visnevengeul Foto: VMM
Voorkomen van wateroverlast en bevorderen van de vismigratie in de Molenbeek te Opbrakel
Viswaterprojecten voor vissen en vissers
De realisatie van een semi-natuurlijk overstromingsgebied op de Molenbeek te Opbrakel maakt deel uit van een reeks acties om wateroverlast in de woonkernen, in het stroomgebied van de Zwalm, te voorkomen. Deze worden uitgevoerd door de Afdeling Operationeel Waterbeheer van de Vlaamse Milieumaatschappij, kortweg VMM-AOW genoemd.
20
Met het oog op de uitvoering van een integraal waterbeleid werd in dit project ook naar een oplossing voor vismigratie gezocht. Stroomafwaarts van het overstromingsgebied komt bij een oude watermolen namelijk een verval van bijna drie meter hoogte voor. Dit verval vormt een belemmering voor optrekkende vissen. In overleg met Natuurpunt en met het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) werd door VMM-AOW een plan opgemaakt dat niet alleen de vismigratie bevordert, maar ook het natuurlijke karakter van de beek herstelt. Hierdoor ontstaan er meer mogelijkheden voor de vissen die in de Molenbeek leven. In april 2006 werd met de werken begonnen. Doorheen het overstromingsgebied van bijna 7 ha groot werd, op het laagste punt van de vallei, een zeer sterk meanderende visnevengeul uitgegraven. Het rijke bochtenpatroon zorgt in deze nieuwe migratieroute voor een grote variatie aan leefgebieden. Bovendien wordt het waterbergende vermogen van de waterloop vergroot. Om de wanden van de waterloop verticaal te kunnen uitgraven werd een aangepaste graafmachine met een roteerbare graafbak gebruikt. Zo kan de beek in het overstromingsgebied zelf zijn oevers bepalen door het proces van afspoelen en afzetten van sediment. Het benedenstrooms gedeelte van de visnevengeul werd bewust aan de woelkom van de molen aangesloten. Vissen die stroomopwaarts willen zwemmen, worden daar de lokstroom van de nevengeul gewaar en vinden zo de juiste doorgang. Door het sterk glooiende landschap kent het benedenstroomse gedeelte van de visnevengeul een snel verval. Om het verval te verzachten, werd dit gedeelte in extra grote bochten gelegd. Met losse stenen werden kleine passeerbare drempels aangelegd, die voor vissen makkelijker passeerbaar zijn.
ook enkele driedoornige stekelbaarsjes en ĂŠĂŠn beekpriklarve aangetroffen. Zeker voor beekprik is dit een snelle kolonisatie te noemen. Dat er nog geen beekforellen zijn aangetroffen, was op deze korte termijn ook te verwachten. Daarvoor moeten eerst voldoende prooidieren aanwezig zijn. Bovendien zit de beekforel ook niet zo dik gezaaid in de rest van de Molenbeek. Tegelijkertijd met de afvissingen werd door de Vlaamse Milieumaatschappij de waterkwaliteit en het insectenleven in de nevengeul onderzocht. In het ganse traject bleek een gevarieerd insectenbestand aanwezig te zijn. Het zuurstofgehalte was overal voldoende hoog om de zeldzame en kwetsbare vissen in stand te kunnen houden. In het najaar 2008 zal door het Instituut voor Natuuren Bosonderzoek een bijkomende evaluatie van de aanwezige biotopen voor beekforel gebeuren. Op basis van dit onderzoek kunnen er mogelijk nog lichte aanpassingen gebeuren zoals het inbrengen van losse stenen of dood hout. Verwacht wordt dat tegen eind 2008 de werken aan het overstromingsgebied en de visnevengeul afgerond zullen zijn. Dit project toont aan dat de aanpak van wateroverlast en het herstel van de natuur samen kunnen gaan. Zowel bij de opmaak van het ontwerp als bij de uitvoering werd veel aandacht besteed aan het samengaan van deze twee doelstellingen. Dit was mogelijk dankzij de goede samenwerking tussen de verschillende betrokken partners.
Vanaf april 2008 stroomt er water doorheen de nevengeul. Om de evolutie van het visbestand goed te kunnen opvolgen, werd in mei 2008 door het Agentschap voor Natuur en Bos een eerste afvissing uitgevoerd. Hoewel de rivierdonderpad bekend staat als een weinig mobiele vissoort, die vrij moeilijk nieuwe gebieden koloniseert, werden er over de ganse lengte van de nevengeul exemplaren gevangen. De grootste aantallen werden in het benedenstroomse gedeelte aangetroffen. De verwachting is dat de rivierdonderpad zich nog verder en gelijkmatiger over de nevengeul zal verspreiden. Bovendien werden
Alain Dillen Agentschap voor Natuur en Bos
Alle partners waren dan ook verheugd om, zo snel na de realisatie van de visnevengeul, twee zeldzame vissoorten aan te treffen. Nu is het nog vol spanning afwachten of ook de beekforel zich naar dit gebied zal uitbreiden. Voor wat waarschijnlijk de laatste restpopulatie van deze vissoort in de Vlaamse Ardennen is, zou dit alvast een flinke steun in de rug betekenen. n
Kris Soete Vlaamse Milieumaatschappij Afdeling Operationeel Waterbeheer Geert De Knijf Instituut voor Natuur en Bosonderzoek (INBO)
Rivierdonderpad Foto: Vilda Natuurfotografie
Viswaterprojecten voor vissen en vissers
21
Monitoring van de voor-oevers langs het Zeekanaal In 2002 werden door NV Waterwegen en Zeekanaal,
als proefproject, verschillende types vooroeververdedigingen aangelegd langs het Zeekanaal van Brussel naar de Schelde, ter hoogte van Humbeek. In 2007 werd de laatste fase afgewerkt. De plasbermen werden afgeschermd met behulp van schanskorven of damplanken, maar staan wel in verbinding met het kanaal. Ze variĂŤren in lengte van 100 tot 1000 meter.
Foto: Bram Van Ballaer
Ophalen fuik Foto:Chris Van Liefferinge
Plasberm Foto: Bram Van Ballaer
Resultaten
Viswaterprojecten voor vissen en vissers
Vanwege de betonnen, rechte oevers en het uniforme dwarsprofiel zijn er voor de meeste vissen in het kanaal zelf weinig of geen geschikte paaimogelijkheden. Door de aanleg van deze plasbermen wordt een ondiepe, rustige waterpartij bekomen waarin zich op termijn plantengroei kan ontwikkelen. Deze plasbermen kunnen dienst doen als mogelijke paaiplaats. De inrichting van de vooroevers speelt eveneens een belangrijke rol bij het herstel en de populatiestructuur van de visfauna in het Zeekanaal. De onderzoeksgroep Ecosysteembeheer van de Universiteit Antwerpen onderzoekt in opdracht van de Dienst Natuurtechnische Milieubouw hoe de verschillende zones door vissen worden gebruikt. Het onderzoek en de evaluatie gebeuren zowel op vissoortals op gemeenschapsniveau. Hiervoor worden twee verschillende vangsttechnieken toegepast: elektrovisserij in de plasberm zelf (2007 en 2010) en fuikvangsten in de verbindingsbuizen (lente 2008).
In 2007 werd met de tweemaandelijkse monitoring gestart. Op basis van 5 afvissingen werden in totaal 2117 vissen gevangen, verspreid over 16 verschillende vissoorten en daarbij nog 9 Amerikaanse rivierkreeften (zie grafiek, aantallen per vissoorten). Er werden 4 zeldzame en/of beschermde vissoorten aangetroffen: bittervoorn, kopvoorn, winde en vetje. In de vooroevers komen de dominante vissoorten baars en blankvoorn voor. Bittervoorn is minder opvallend aanwezig. Sommige vissoorten zoals rietvoorn, 3-doornige en 10doornige stekelbaars komen beduidend meer voor in de ondiepste plasbermen met de meest uitgebreide plantengroei. In de lente (mei–juli) van 2008 werd een intensieve campagne gevoerd om de rol van de aangelegde vooroevers als paaiplaats te evalueren. Met behulp van fuiken in de verbindingsbuizen tussen het kanaal en de oeverzones werden de in- en uittrekkende vissen bemonsterd. De eerste resultaten hiervan wijzen in het voorjaar op een grote mobiliteit van de vissen tussen de plasberm en het kanaal.
Conclusie Overzicht seizoenale visstandgegevens in de vooroevers van het Zeekanaal te Humbeek Overige soorten
aantal gevangen vissen
700
Zonnebaars Paling
600
Karper Rietvoorn Bittervoorn
500
Baars Blankvoorn
400 300 200 100 0
22
De grote mobiliteit van in- en uitzwemmende vissen in het voorjaar kan er op wijzen dat paairijpe vissen de vooroevers effectief gebruiken als paaiplaats. Van volgende vissoorten zoals blankvoorn, baars, rietvoorn en bittervoorn werden gedurende het gehele jaar in de plasbermen jonge exemplaren (juvenielen) aangetroffen. Daarom kan aangenomen worden dat deze kalmere zones in het kanaal ook effectief gebruikt worden als opgroeigebied voor verschillende vissoorten.
apr/07
jun/07
jul/07
okt/07
jan/08
Naast de opvolging van de visfauna wordt door de Universiteit Antwerpen ook gekeken naar macro-invertebraten, plantengroei ontwikkeling, erosie en waterkwaliteit. Deze globale monitoring moet toelaten de verschillende vooroevertypes te vergelijken. In 2010 is de laatste uitgebreide monitoring gepland, die gevolgd wordt met aanbevelingen voor latere inrichtingswerken. n Bram Van Ballaer Universiteit Antwerpen Chris van Liefferinge Agentschap voor Natuur en Bos
Hengelfaciliteiten langs het Leopoldkanaal
Hengelsteigers Ramskapelle Foto: Sven Vrielynck
Rond 1950 waren baars, blankvoorn, brasem, karper, paling, riviergrondel, snoek, zeelt, spiering en kabeljauw op het kanaal de meest voorkomende vissoorten. In 2003 werden 16 vissoorten aangetroffen. In tegenstelling tot vroeger werden er echter geen typische brakwatersoorten of zeevissoorten meer gevangen. De meest gevangen soorten zijn kolblei en blankvoorn. De roofvisstand bestaat uit snoekbaars, snoek en enkele grotere baarzen. Winde, snoek en baars zijn beter vertegenwoordigd in het westelijke pand. De keuze van de locaties voor de aanleg van deze faciliteiten gebeurde weldoordacht. Er werd rekening gehouden met een goede spreiding, de aanwezige visstand en, niet onbelangrijk, de aanwezigheid van voldoende parkeergelegenheid. Binnenkort starten de werken op het Oost-Vlaams gedeelte. Ter hoogte van de Moershoofdebrug in de gemeente St-Laureins wordt eveneens gekozen voor een lang hengelponton met bijhorende taludtrap. Ter hoogte van Oesterputbrug te Boekhoute worden verspreide hengelplateaus aangelegd. n Sven Vrielynck Agentschap voor Natuur en Bos
Viswaterprojecten voor vissen en vissers
De Provinciale Visserijcommissies van West- en Oost-Vlaanderen voeren een gemeenschappelijk project uit om het Leopoldkanaal voor de vissers aantrekkelijker te maken. In 2008 investeerde West-Vlaanderen fors in de aanleg van hengelfaciliteiten ter hoogte van de Leestjesbrug te Maldegem en ter hoogte van “de Palingpot� te Ramskapelle. Er werden hengelsteigers van 20m en 40 m lengte aangelegd. Deze pontons werden telkens voorzien van een taludtrap, zodat de visser op een veilige en comfortabele manier vlak boven de waterspiegel kan plaatsnemen. De oeverstructuur van dit kanaal wordt namelijk gekenmerkt door erg steile en hoge taluds, waardoor dit water zonder deze faciliteiten moeilijk bevisbaar is. Nochtans is de visstand er aantrekkelijk!
23
Hengelaars snellen snoekkweek ter hulp
De kweek van snoek voor uitzetting in de openbare wateren kent een zeer lange traditie in Vlaanderen. Het Centrum voor Visteelt te Linkebeek produceert jaarlijks ruim tweehonderdduizend snoeklarfjes, die daarna tot snoekjes van zes weken tot één zomer oud worden opgekweekt. De grootte van de uitgezette snoek is afhankelijk van het watertype en de schuilmogelijkheden.
Om verder te vertellen langs de waterkant
kleine pootsnoek Foto: R.Yseboodt
24
Het kweekproces start bij het verzamelen van geschikte kweekdieren. Omdat de herkomst belangrijk is, zelfs bij een algemeen verspreide soort als snoek, beschikt de kwekerij over een eigen voorraad aan mannelijke en vrouwelijke kweeksnoeken. In het vroege voorjaar, wanneer de paaitijd voor de snoek aanbreekt, worden een aantal vissen uit de bewaarvijvers geselecteerd en overgeplaatst in kleine ondiepe vijvers om in “paaistemming” te komen. In 2008 stelde zich echter een praktisch probleem. Door onvoorziene omstandigheden kon de bewaarvijver in het Zoniënwoud te Hoeilaart niet tijdig afgelaten worden. Het gebruik van sleepnetten was ook niet mogelijk, vanwege de talloze oude beuken die door de tand des tijds in de vijver waren terechtgekomen. Het leek er dus op dat de snoekvaders en -moeders een jaartje langer in hun “walhalla” zouden blijven, in plaats van voor nakomelingen te zorgen in de viskwekerij. Tot op het laatste moment het idee ontstond om hengelaars in te schakelen voor het vangen van de kweeksnoeken. Het Agentschap voor Natuur en Bos
Kweeksnoek Foto: VRF
deed hiervoor beroep op de Vlaamse Roofvisfederatie (VRF). Op 14 maart 2008 gingen onder toezicht van het Agentschap een tiental ervaren roofvishengelaars aan de slag in de bewaarvijver. Door de vele obstakels en de grillige vorm van het water was dit geen gemakkelijke opdracht. Uiteraard werd er gevist volgens de “Code voor Roofvissers” om de snoek de beste overlevingskansen te bieden gedurende het vervolg van het kweekproces. In totaal werden er 11 snoeken gevangen, waarvan minstens 4 vrouwelijke exemplaren. Deze werden in een speciaal uitgeruste vistransportwagen naar het Centrum voor Visteelt te Linkebeek vervoerd. Het koude weer in de periode rond Pasen dreigde daarna nog even de productie van eitjes in de war te sturen, maar met de nodige vindingrijkheid en de inzet van de viskwekers kon uiteindelijk toch voldoende snoekbroed geproduceerd worden. Hiermee was de snoekkweek voor 2008 gered en zwemmen er intussen in heel Vlaanderen snoekjes rond met een hengelaar als peter of meter. n Rudi Yseboodt Agentschap voor Natuur en Bos
Visredding voorafgaandelijk aan slibruiming in de Lieve In het voorjaar 2008 werd door de Afdeling Operationeel Waterbeheer van de Vlaamse Milieumaatschappij (kortweg VMM-AOW) een slibruiming in de Lieve te Waarschoot gepland. Aangezien in het verleden de zeer zeldzame grote modderkruiper in deze waterloop werd aangetroffen en de ruiming ook andere vissen zou kunnen treffen, werd besloten om bijzondere maatregelen te nemen om de vissen in de waterloop tijdens de werken optimaal te beschermen. Deze beslissing werd genomen in overleg met de provinciale dienst Oost-Vlaanderen van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) Er werd in de waterloop door VMM-AOW een tijdelijke aarden dam aangebracht, die toeliet het water langzaam te verlagen zodat doeltreffend afgevist kon worden. Het ANB voerde met aangepast elektrisch vangstmateriaal een afvissing uit. Dit gebeurde vanuit een klein bootje dat met behulp van touwen vanaf de kant werd voortgetrokken. De afvissing verliep in stroomopwaartse richting vanaf de monding. De ruiming begon in het eerste afgeviste stuk. Op deze manier werd altijd eerst een traject afgevist en daarna pas geruimd. In het eerste geruimde gedeelte van de waterloop werd door VMM-AOW plaatselijk in de bodem een diepe kuil gegraven en opgevuld met slib van goede kwaliteit. Hierin konden de bodemvissen die zich graag in het slib ophouden een goede schuilplaats vinden. Er kwamen in de Lieve voornamelijk blankvoorn, zeelt, baars, kolblei, stekelbaars en snoek voor. Enkele palingen en karpers vervolledigden het plaatje. Er werden geen grote
Alain Dillen Agentschap voor Natuur en Bos Oost-Vlaanderen Kris Soete Vlaamse Milieumaatschappij Afdeling Operationeel Waterbeheer Oost-Vlaanderen
Om verder te vertellen langs de waterkant
Slibruiming en visredding in de Lieve Foto: VMM
modderkruipers gevangen, wat niet noodzakelijk betekent dat deze vissoort niet meer in de Lieve voorkomt. Vermoedelijk komt de grote modderkruiper hier in zulke lage aantallen voor dat hij niet kon worden gevangen. De vroegere meldingen betroffen ook slechts ĂŠĂŠn tot enkele exemplaren. Alle gevangen vissen bleken in goede conditie en werden in een al geruimd traject weer vrijgelaten. n
25
Gratis vis- en looprechtvergunning voor Vlaamse vissers op de Grensmaas Grensmaas Foto: INBO
Bij de Provinciale Visserijcommissie van Limburg kunnen Vlaamse vissers op openbaar water gratis een vis- en looprechtvergunning voor 2008-2009 voor de Nederlandse oever van de Grensmaas bekomen. De vergunning is geldig van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2009 voor de Grensmaas van Navagne tot Stevensweert. Naast de vis- en looprechtvergunning moeten de vissers wel een Vispas in Nederland aanschaffen om te mogen vissen op de Nederlandse oever. De vergunning wordt u op eenvoudige vraag aan de Provinciale Visserijcommissie van Limburg en met opgave van naam en adres toegezonden. n
Om verder te vertellen langs de waterkant
Bart Denayer Agentschap voor Natuur en Bos
Determinatiesleutel voor zoetwatervissen in Vlaanderen Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek publiceerde in 2008 een determinatiesleutel voor zoetwatervissen in Vlaanderen. Hiermee kunnen alle vissoorten, die in de Vlaamse wateren worden aangetroffen, op naam worden gebracht. Dit 47 pagina’s tellende boek in A4-formaat bevat duidelijke foto’s van bijna alle vissoorten die erin behandeld worden. De ‘Determinatiesleutel voor zoetwatervissen in Vlaanderen’ (C. Belpaire en H. Verreycken) kan worden aangekocht bij het INBO door 5 euro per exemplaar over te schrijven op rekeningnummer 733-0390032-25 van het Eigen Vermogen INBO, Kliniekstraat 25, 1070 Brussel met vermelding van ‘het aantal exemplaren’ dat gewenst is en het nummer ‘INBO.M.2007.7’. n Met vragen over de bestelling kan je terecht bij Lymke Janssens (02 528 88 80 of lymke.janssens@inbo.be).
26
Hugo Verreycken Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek
Zwerfvuilacties langs het Ieperleekanaal
Foto zwerfvuilactie Hengelbelangen IJzervallei
Dat de mensen van Hengelbelangen IJzervallei vzw niet vies zijn om een paar ton zwerfvuil langs de waterkant op te halen, is al lang geen nieuwtje meer. Begin april 2008 was het weer zo ver. Tijdens de eerste zaterdag van april werden de oevers langs het volledige Ieperleekanaal en het water afgeschuimd in de jaarlijkse strijd tegen het zwerfvuil aan de waterkant. Een 30-tal enthousiaste vrijwilligers opgedeeld in groepjes naargelang de sectoren werden bijgestaan door 2 bootjes om het drijvende vuil op te vangen. Meer dan 300 zakken zwerfvuil aangevuld met wat grote stukken, die niet in een zak pasten, werden opgehaald. De week erna ging de zwerfvuilwoede door op het kanaal Roeselare-Ooigem tijdens een globale zwerfvuilactie over het hele grondgebied van Izegem. Ook hier namen vissers de oevers van het kanaal voor hun rekening. Er werd een massa vuil opgehaald en afgevoerd, zodat de natuur rond onze favoriete visstekjes zich terug kan herstellen, zonder storend zwerfvuil. Hopelijk zijn dit geen loze dromen. In het voorjaar 2009 staan dezelfde mensen in ieder geval terug aan deze oevers voor hun niet aflatende strijd tegen het zwerfvuil. Denk hierover eens na alvorens iets weg te werpen, achter te laten of indien je dit ziet doen door anderen. n
Cartoon: Jacques Debroux
Zwerfvuilactie Foto: Hengelbelangen IJzervallei
Om verder te vertellen langs de waterkant
Peter Lepouttre Provinciale Visserijcommissie West-Vlaanderen Hengelbelangen IJzervallei vzw
27
Europese meerval
Rivierprik en bot in de Leie In vorige edities van Vislijn werd al gemeld dat rivierprikken tijdens hun stroomopwaartse paaimigratie vanuit de Noordzee de Bovenschelde trachten op te zwemmen via de Zeeschelde.
Recente visbestandopnames van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) op het Limburgse Schulensmeer bevestigen eerdere waarnemingen dat de Europese meerval zich op natuurlijke wijze in dit meer voortplant. Rivierprik Foto: ANB
Daarbij worden ze sterk gehinderd door de sluis-stuwcomplexen in Merelbeke, Asper, Oudenaarde en Kerkhove. In 2007 en 2008 ging het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek na in welke mate trekvissen de verschillende zijwaterlopen van de Schelde optrekken. In het kader van dit onderzoek werden in december 2007 en januari 2008 in totaal 7 rivierprikken in de Leie gevangen ter hoogte van het sluis-stuwcomplex in Sint-Baafs-Vijve. Daarenboven werd op diezelfde locatie in februari 2008 voor de eerste keer een jonge bot gevangen. Dit onderzoek gebeurde in opdracht van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, Afdeling Maritieme Toegang. n David Buysse en Maarten Stevens Instituut voor Natuur en Bosonderzoek
Bot in de Avrijevaart
Bijzondere vangsten
Jonge bot Foto: D. Buysse
28
De Europese meerval is een grote vissoort, die tot 5 m groot en 300 kg kan wegen, maar die in onze wateren zelden groter dan 2 m en zwaarder dan 80 kg wordt. Deze vissoort is te herkennen aan de zes baarddraden waarvan vier kortere op de onderkaak. Kenmerkend is ook de zeer kleine rugvin zonder stekel. De meerval is een alleseter die ’s nachts op vissen en andere aquatische gewervelden jaagt. In het Schulensmeer werden in 1999 acht jonge exemplaren (8–14 cm) aangetroffen. Dit is het gevolg van de natuurlijke reproductie van enkele meervallen, die door sportvissers illegaal in het meer werden
Meldingen van Atlantische zalm in de Maas te Lixhe (Wallonië) De Atlantische zalm is een vissoort, die een belangrijk deel van zijn leven in zee doorbrengt, maar voor zijn voortplanting de rivier optrekt. De jonge zalmen verblijven hun eerste levensjaren in onze rivieren en trekken na enkele jaren terug naar zee.
Via de zeesluizen in Terneuzen kunnen er af en toe vissen vanuit de Westerschelde het Kanaal Gent-Terneuzen bereiken. Tijdens visstandbemonsteringen in de Avrijevaart in augustus 2008 werden er door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 3 jonge botjes gevangen. De Avrijevaart mondt uit in het Kanaal GentTerneuzen ter hoogte van Rieme (Evergem). n David Buysse Instituut voor Natuur en Bosonderzoek
De zalm is in de meeste Europese rivieren tussen de 18de en de 20ste eeuw sterk achteruitgegaan of zelfs verdwenen. Belangrijke redenen hiervoor waren de toenemende industrialisatie en de toename van het aantal migratiebarrières op de grote rivieren. Sinds 2008 zijn alle migratieknelpunten in het Nederlandse deel van de Maas opnieuw opengemaakt, voor de vis die de rivier optrekt. Met succes, want de eerste volwassen zalmen zijn al opgemerkt in Wallonië en dit op 300 km van de zee! Tijdens een onderzoek van de Universiteit van Luik zijn er tot nu toe al 3 vangsten van Atlantische zalmen gemeld ter hoogte van de nieuwe vistrap aan de stuw van Visé-Lixhe op de Maas. Op 31 december 2007 werd een eerste mooie, mannelijke zalm (70 cm, 2,7 kg) gevangen. Deze zalm was in perfecte gezondheid en was gemerkt, wat aantoont dat hij afkomstig is van een uitzetting van jonge zalmen (5 tot 15 cm) enkele jaren geleden (Project Saumon Meuse 2000).
plant zich voort in het Schulensmeer uitgezet. De 7 juvenielen die in 2008 gevangen werden, waren nog kleiner (3,5 tot 5,5cm) en bevestigen duidelijk de succesvolle voortplanting van Europese meerval in het meer. Het Schulensmeer is tot nu toe de enige plaats in Vlaanderen waar met zekerheid de natuurlijke voortplanting van deze vissoort is vastgesteld.
Op andere plaatsen werden ook al jonge exemplaren aangetroffen. Er werden bij het visserijkundig onderzoek in het Schulensmeer ook nog 3 grotere meervallen van respectievelijk 25, 65 en 82 cm gevangen. n Hugo.Verreycken Instituut voor Natuur en Bosonderzoek
Europese Meerval Foto: Rollin Verlinde
Op 24 januari 2008 werd een tweede Atlantische zalm in dezelfde vistrap aangetroffen. Het betrof hier een klein volwassen mannelijk exemplaar (60 cm, 1,7 kg), niet gemerkt en in goede gezondheid. Deze wilde zalm werd gevangen om gebruikt te worden voor de kunstmatige bevruchting van zalmeitjes in het onderzoekstation Tihange van de Universiteit van Luik. Op 19 mei 2008 werd een kleine mannelijke zalm van 72 cm en 2,7 kg gevangen, niet gemerkt en in goede gezondheid. De vermoedelijke leeftijd van deze zalm zou ongeveer 2 jaar in de rivier en 1 tot 2 jaar in zee zijn. Verder onderzoek moet dit uitwijzen. De vangst van deze zalmen te Lixhe bevestigt nog meer het nut van de volledige opening van de migratieroute NoordzeeNederlandse Maas-Belgische Maas dankzij het in werking treden in december 2007 van de vistrap ter hoogte van de stuw van Borgharen-Maastricht. Deze stuw is de laatste
van 7 Nederlandse stuwen, die gedurende de laatste 20 jaar (1989-2007) werd voorzien van moderne vispassages. Nu de volwassen zalmen het benedenstroomse deel van de Maas weer kunnen optrekken, is het belangrijk om ook zicht te krijgen op de uittrekmogelijkheden van de jonge zalmen. Om dit in kaart te brengen startte het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) in het voorjaar van 2008, in samenwerking met Rijkswaterstaat Nederland en de Universiteit van Luik, een onderzoek naar de uittrek van jonge zalmen vanuit de Berwijn richting Noordzee. n Samenvatting uit artikels van J-C Philippart, Universiteit Luik (vertaald uit het Frans) en nieuwsbrief Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek juli 2008, Hilde Verbiest.
Zalm in de Maas Foto: J.C Philippart
Bijzondere vangsten
29
Verdeling van de vastgestelde overtredingen
Visserijcontrole nader bekeken Voor een buitenstaander kan het merkwaardig lijken, maar visserijcontrole staat hoog op het verlanglijstje van de hengelaars langs het openbaar water. Niet enkel de controle op zich is belangrijk, maar ook de analyse en zo nodig de bijsturing ervan. Daarom werd in 2007 in de provincie Antwerpen een proefproject gestart rond de registratie van visserijcontroles. Alle bevoegde wachters van het Agentschap voor Natuur en Bos verzamelen er sindsdien op uniforme wijze een aantal relevante gegevens over hun visserijcontroles.
in paaitijd
6% 45%
10%
meer dan 2 hengels in verboden zone
11%
nachtvisserij 16%
overige
We mogen dus gerust stellen dat de grote meerderheid van de hengelaars zich aan de wetgeving houdt. Toch zijn er wel degelijk klachten over het niet naleven van de visserijwet. Deze komen doorgaans van dezelfde wateren. Zo waren langs het Schelde-Rijnkanaal en in de Antwerpse haven bijna 20% van de gecontroleerde vissers in overtreding. Langs het kanaal Bocholt-Herentals daarentegen was dit amper 5 %. Het nieuwe registratiesysteem maakt het mogelijk om gerichter controles te organiseren en de beschikbare mensen en middelen zo goed mogelijk in te zetten. Rudi Yseboodt Agentschap voor Natuur en Bos
Wetgeving
De analyse van de gegevens vanaf april 2007 tot en met juni 2008 leverde een aantal interessante en ook verassende weetjes op : - Er werden 2316 controles uitgevoerd, waarvan ongeveer 30% tijdens de nachtelijke uren. - Slechts 8 % van de gecontroleerde vissers waren op één of meerdere wijzen in overtreding. - De meest voorkomende overtredingen waren “vissen zonder visverlof”, gevolgd door “vissen in de paaitijd”, “vissen met meer dan twee hengels”, “vissen in een verboden zone en nachtvisserij”. - Vissen in een verboden zone kwam het meest voor bij het hengelen op roofvis, terwijl overtredingen aangaande de nachtvisserij vooral door karpervissers werden begaan.
zonder visverlof
12%
30
Drie Goten aan de Schelde foto: Jan Lamberts
Weer hengelen in de Schelde De Schelde herleeft weer. Dankzij de inspanningen voor waterzuivering zit er sinds enkele jaren weer vis in de Schelde. De komende jaren wordt nog een verdere verbetering van de visstand verwacht, vooral sinds de zuivering van het afvalwater van Brussel op kruissnelheid is gekomen. Karper, paling, bot, snoekbaars, blankvoorn en giebel zijn op dit moment de meest voorkomende vissoorten. Onderzoekers vangen echter ook meer zeldzame soorten zoals rivierprik, fint, dunlipharder en spiering. In het vorige nummer van Vislijn-editie 2008 gingen we daar al uitgebreid op in.
Een historisch moment, visserijcontrole op het Sint-Annastrand te Antwerpen foto: ANB
De herstellende visstand in de Schelde trekt ook hengelaars aan. Eerst zijn de vissers wat onwennig door het geweld van een zodanig sterk stromende rivier, maar daarna zijn ze vaak enthousiast over de onverwachte vangsten. Zo werden in het voorjaar van 2008 op het bekende Sint-Annastrand aan de Antwerpse Linkeroever hengelaars gesignaleerd. Ongetwijfeld een historisch moment, want dit jaren geleden voorspellen, zou bij elke Antwerpenaar gegarandeerd een meewarige blik opgeleverd hebben. In het gedeelte stroomaf Antwerpen wordt vooral gevist op paling en bot en zelfs zeevis zoals tong en wijting. Stroomopwaarts van Antwerpen zijn voorlopig paling en snoekbaars de meest beviste vissoorten. Eens de juiste techniek is gevonden, biedt het zoete deel van de stroom ook nieuwe mogelijkheden voor de visserij op karper- en voornachtigen. En wat te denken van de Europese meerval, die mogelijk zijn opmars in de Schelde is begonnen?
Enkel voor de Schelde vanaf de Royersluis te Antwerpen tot de grens met Nederland worden volgende uitzonderingen gemaakt. Hier mag: - het hele jaar door gevist worden op alle vissoorten, - gevist worden met maximaal 5 fuiken, volgens de voorwaarden van een bijzondere vergunning voor de Beneden-Zeeschelde, te bekomen bij het Agentschap voor Natuur en Bos te Antwerpen (zie nuttige adressen). Rudi Yseboodt en Alain Dillen Agentschap voor Natuur en Bos
Wetgeving
De meeste hengelaars zijn goed op de hoogte van de wetgeving en houden zich daar ook aan. Toch circuleren er nog een aantal hardnekkige misverstanden over het vissen in de Schelde. In eerste instantie moet duidelijk gesteld worden dat de volledige Schelde – dus vanaf de grens met Wallonië tot aan de grens met Nederland – onder de wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij en haar uitvoeringsbesluiten valt. De naam “Zeeschelde” die wordt gegeven aan het deel stroomafwaarts van Gent en het feit dat beneden Antwerpen ook zeevissen kunnen gevangen worden, veranderen hier niets aan.
Toch wordt, bij het vissen op de Schelde, regelmatig gezondigd tegen volgende bepalingen uit de visserijwet: - het visverlof is verplicht, - er mag enkel gevist worden met maximaal 2 hengels of peuren, - van 1 januari tot en met 15 april mag niet gevist worden met aasvisjes of kunstaas, - de algemeen gesloten tijd voor alle vissoorten loopt van 16 april tot en met 31 mei, - vissen tijdens de nacht (vanaf 2 uur na zonsondergang tot 2 uur voor zonsopgang) is verboden. n
31
Nuttige adressen Vislijn 2009 Infoloket Openbare Visserij Provinciale Visserijcommissies U heeft een vraag over de openbare visserij? Wenst u meer informatie over visserijregelgeving, viswateren, visrechten, vissoorten en visstandbeheer? Neem dan contact op met de visserijcommissie in uw provincie.
West-Vlaanderen
Burg 2b, 8000 Brugge Tel: 050-40 57 04 E-mail: patrick.van_hooimissen@west-vlaanderen.be
Oost-Vlaanderen
Gouvernementstraat 1, 9000 Gent Tel. 09-267 84 48 E-mail: pvc@oost-vlaanderen.be
Antwerpen
Jan Van Rijswijcklaan 28, 2018 Antwerpen Tel: 03-240 64 39 E-mail: info@visserijcommissie.provant.be
Vlaams-Brabant
Waaistraat 1, 3000 Leuven Tel: 016-21 12 21 E-mail: visserij.vbr.anb@vlaanderen.be
Limburg
Universiteitslaan 1, 3500 Hasselt Tel: 011-29 96 87 E-mail: raymond.dupont@bz.vlaanderen.be
Beheer van de visstand en de visserij Agentschap voor Natuur en Bos Het agentschap voor Natuur en Bos staat in voor het beheer van de visstand, het behoud van de visserij en de naleving van de visserijwetgeving. Vissterfte op openbaar water kan bij het Agentschap gemeld worden, evenals visstroperij of andere ernstige inbreuken op de visserijwetgeving.
West-Vlaanderen
Zandstraat 255 bus 3, 8200 St.-Andries-Brugge Tel: 050-45 41 56, Fax: 050-31 94 58 E-mail:visserij.wvl.anb@vlaanderen.be
Oost-Vlaanderen
Gebr. Van Eyckstraat 4-6, 9000 Gent Tel: 09-265 45 82, Fax: 09-265 45 81 E-mail: visserij.ovl.anb@vlaanderen.be
Antwerpen
Gebouw Anna Bijns Lange Kievitstraat 111-113 bus 13, 2018 Antwerpen Tel: 03-224 62 62, Fax: 03-224 60 90 E-mail: visserij.ant.anb@vlaanderen.be
Vlaams-Brabant
Waaistraat 1, 3000 Leuven Tel: 016-21 12 20, Fax: 016-21 12 30 E-mail: visserij.vbr.anb@vlaanderen.be
Hengelwedstrijd foto: Alex Van Mol
Colofon Vislijn is een jaarlijks magazine van het Agentschap voor Natuur en Bos Verantwoordelijke uitgever: Dirk Bogaert Hoofd Cel Communicatie, Agentschap voor Natuur en Bos Koning Albert II-laan 20 bus 8 1000 Brussel Redactie en samenstelling: Karina Abeels Inverde-opleidingen bos-, groen- en natuurbeheer vzw Rudi Yseboodt Agentschap voor Natuur en Bos Bart Denayer Agentschap voor Natuur en Bos Visserijfonds
Limburg
Voor meer informatie in verband met “Vislijn� 02/553 82 22
Centrale Diensten-Visserijfonds
Lay-out en realisatie: Nadia De Braekeler Digitale Drukkerij BZ
Koningin Astridlaan 50 bus 5, 3500 Hasselt Tel: 011-74 25 00, Fax: 011-74 25 39 E-mail: visserij.lim.anb@vlaanderen.be Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert-II-laan 20 bus 8, 1000 Brussel Tel: 02-553 82 22, Fax: 02-553 81 05 E-mail: visserij.anb@vlaanderen.be Webstek: www.natuurenbos.be
Drukwerk: Drukkerij Boone-roosens nv-Lot in samenwerking met Inverde opleidingen bos-, groen- en natuurbeheer vzw Depotnummer: D/2008/3241/284 Uitgave januari 2009
1