Skip to main content

MAS-Leemstreek_tstijds_rapport2020.pdf

Page 1

Tussentijdse rapportage MAS Vlaanderen – Leemstreek door Johannes Jansen – 26.03.2020 met hulp van Popko Wiersma & Wouter Vansteelant Grauwe Kiekendief: Kenniscentrum Akkervogels

Met dit tussentijds verslag geven we een overzicht van het Meetnet Agrarische Soorten, voor het deelgebied van de Leemstreek in Vlaanderen. Dit verslag is opgemaakt voor iedereen die op de hoogte wil blijven hoe onze akkervogels het stellen op het Leemplateau. Voor de vele vrijwilligers, want je wil waarschijnlijk wel weten wat je tellingen opleveren, en voor de opdrachtgevers en partners waarbij we de vinger aan de pols houden bij Plan Kiekendief, om te zien of de talrijke maatregelen (vogelakkers, beheerovereenkomsten en andere initiatieven) wel opleveren voor de akkervogels. Het MAS is een langetermijnsproject, waardoor conclusies nog moeilijk te trekken zijn, en we vooral kijken naar het resultaat na enkele jaren, waar we na afloop van komend seizoen (2020) hopelijk al wat zicht op zouden moeten krijgen, n.a.v. de vele akkervogelmaatregelen die zijn genomen in de streek.

Korte inhoud Vrijwilligers en telinspanning.................................................................................................................2 Databeheer............................................................................................................................................3 Resultaten MAS 2019............................................................................................................................5 Muizenmonitoring.................................................................................................................................9 Verderzetting 2020..............................................................................................................................10 Besluit..................................................................................................................................................10 1


2


Vrijwilligers en telinspanning In 2019 namen 15 vrijwilligers deel aan het Meetnet Agrarische Soorten (MAS), waarvan 5 in Brabant, 5 in Limburg en 5 in de Moeren. Het meetnet omvat een netwerk van punten waar op vaste tijdstippen, vier maal per voorjaar, alle akkervogels worden geteld. Dit netwerk is de voorbije jaren gegroeid, waardoor een grotere dekking van de Leemstreek is bekomen (zie Fig. 1). Zo werd in de Leemstreek en in de Moeren in 2019 op 187 punten consistent geteld. Dit is goed voor ruwweg 240 velduren, en 12.129 records van vogels. En op al die tijd (tijdens MAS) slechts 1 melding van Grauwe Kiekendief. De tafel lijkt gedekt, maar de gasten blijven (voorlopig weg).

3


Fig.1 Evolutie van MAS-netwerk in Vlaamse Leemstreek 2017 tot en met 2019. Alle beschikbare MAS-punten zijn geplot, en op gekleurde punten werden min. 3 telrondes uitgevoerd. Merk op dat de dekking die in 2018 werd bekomen door medewerking van vrijwilligers in 2019 grotendeels werd gereproduceerd, maar met verlies aan dekking bij Outgaarden (RGLX00) en Heers (Dirk O.), en uitbreiding van het netwerk ten zuiden van Hoegaarden (KGDS00) en ten westen van Rutten (LEVS01). OPGELET: In de loop der jaren zijn telpunten herverdeeld onder tellers, maar in Avimap shapefile is er maar 1 ‘waarnemer’-value per telpunt (zijnde de huidige ‘hoofdteller’ voor dat telpunt volgens Avimap). Bijgevolg zijn niet overal de juiste kleuren weergegeven. Zo zijn in 2017 bijvoorbeeld alle toen getelde punten door WVNT00 geteld, en zijn een deel van die punten pas later herveldeeld onder andere tellers. Een andere tekortkoming in deze visualisatie is dat de telpunten van Dirk Ottenburghs uit 2018 in zwart geplot zijn, omdat Dirk ondertussen niet meer als MAS-teller geregistreerd staat in Avimap, en er daardoor geen ‘waarnemer’-value meer bestaat voor die punten.

Databeheer Ook in 2019 werd het grootste deel van de MAS tellingen ingevoerd via het digitale invoersysteem van SOVON: Avimap. Via deze app kunnen vrijwilligers hun waarnemingen reeds in ´t veld digitaal invoeren, en zo wordt het tijdrovende en foutgevoelige proces van digitalisatie vermeden. Via de Avimap-website kan de MAS-coordinator bovendien makkelijk opvolgen of tellingen op tijd worden uitgevoerd. Met de UHasselt werd ook een akkoord gesloten in 2019 om data uit te wisselen. Zij zijn bezig met gedetailleerd onderzoek op akkervogels in twee gebieden, in de Moeren in WestVlaanderen en op het plateau van Leefdal. Behalve zenderen, nestonderzoek en voedselonderzoek voeren ze ook tellingen uit volgens het MAS-protocol. Zij hebben beslist om vanaf 2019 ook hun gegevens in Avimap in te voeren, en hun gegevens beschikbaar te maken voor analyse. Dit kan gebruikt worden in de eindrapportage, om de gegevens van de Leemstreek te vergelijken met de trends in heel Vlaanderen en daarbuiten.

Fig.2 Het aantal waargenomen individuen per telronde (geel = 1 ste ronde, oranje = 2 de ronde, rood = 3rde ronde, bruin = 4 de ronde) voor soorten per jaar (2017, 2018 en 2019) waarvoor in 2019 minstens 80 individuen werden vastgesteld.

4


5


6


7


Resultaten MAS 2019 In het broedseizoen 2019 werden op de 187 consistent getelde punten in totaal 12,149 individuen genoteerd van 128 vogelsoorten. De ranglijst met de meest talrijke soorten in 2019 (Fig.2) vertoont een aantal opvallende overeenkomsten met de ranglijst van 2018. Uitspringer dit jaar is de S preeuw, waarvan er in 2019 in de laatste telronde opvallen meer (grotere groepen) werden geteld. Dit maakt van de Spreeuw plotsklaps de talrijkste soort. Dit heeft niet noodzakelijk als oorzaak dat de populatie spreeuwen plots is toegenomen, dat is onwaarschijnlijk, want we zien een sterk dalende trend bij deze soort in de laatste decennia. Het kan ook betekenen dat de soort eerder op het jaar in groepen begon te verzamelen om te foerageren (door de droogte?). De rest van de rangschikking is vrij gelijkaardig. Zo bevestigen de tellingen dat Veldleeuwerik en Zwarte Kraai nog steeds erg algemene soorten zijn in het onderzoeksgebied. Bij de veldleeuwerik lijkt er een dalende trend te zijn in 2019 in vergelijking met 2018. Gele kwikstaart lijkt daarentegen toe te nemen in aantal. Er zijn nog meer verschillen tussen de ranglijsten van 2017, 2018 en 2019, die moeten echter meer in detail worden bekeken en gerelateerd aan de toename en wijzigingen van het aantal telpunten. Hiervoor is ook een geografische link en correlatie met de gewassen en nabijheid van beheerovereenkomsten en vogelakkers relevant. Dit kan voor de eindrapportage nader bekeken worden. Om waarnemingen te vertalen naar schattingen van het aantal broedvogels en verspreidingskaarten is het van groot belang rekening te houden met de zogenaamde “broedcodes” die aan de waarnemingen worden toegekend. Bij de interpretatie van broedcodes is het dan belangrijk rekening te houden met verschillen in gedrag tussen soorten (Fig.3 a en b).

Fig.3 a De relatieve verdeling van broedcodes doorheen het telseizoen voor 5 typische akkervogelsoorten in 2019. Veldleeuwerik en Grauwe Gors werden in alle telrondes vooral

8


zingend (broedcode 3, oranje) vastgesteld. Om broedgevallen te bepalen is het wel van belang rekening te houden met datumgrenzen, gezien Grauwe Gorzen ook uitbundig zingen wanneer ze zich tijdens de eerste telronde nog in groepen ophouden. Gele Kwikstaarten werden vaak foeragerend waargenomen (broedcode < 1) en in de eerste telperiode, tijdens hun migratie, ook vaak overvliegend (broedcode 0). Zelfs in de 3 de en 4de telperiode (mei – juli) kregen minder dan de helft van de kwikstaarten een broedcode hoger dan 1-2, maar er konden toen aan de hand van voedselvluchten wel relatief vaak nestlocaties genoteerd worden in vergelijking met andere soorten (broedcode 4, rood). Kneu wordt vaker dan andere soorten overvliegend, en dus niet plaatsgebonden (broedcode 0, donkergrijs), vastgesteld. Het blijkt moeilijk om deze soort middels MAS-tellingen op broeden te betrappen.

Fig.3 b Ter vergelijking, de relatieve verdeling van broedcodes doorheen het telseizoen voor 5 typische akkervogelsoorten in 2018

Voor de vijf akkervogels in Fig.3 hebben we de aantallen broedverdachte individuen op een eenvoudige wijze in kaart gebracht in 2019 en ter vergelijking de situatie in 2018 (zie Veldleeuwerik in Fig.4 a en b; overige soorten in bijlage). Per telpunt werd voor elke telronde berekend hoeveel individuen met een broedcode hoger dan 1 werden genoteerd. Uit deze kaarten blijkt een vrij consistente verspreiding tussen telrondes (Fig.4) en bovendien duidelijke verschillen in verspreiding tussen soorten (zie Bijlage). De vijf soorten die in Fig.4 en Bijlage aan bod komen bereiken allemaal hoge dichtheden in de welbekende akkervogelrefugia, zoals het Plateau van Outgaarden.

9


Fig.4 a Aantallen broedverdachte Veldleeuwerik per telpunt en telronde in 2019. De Veldleeuwerik werd op 143 van de 153 telpunten waargenomen. Waar aanwezig werd de soort in gemiddeld drie van de vier telrondes vastgesteld, met gemiddeld 3 individuen per telling.

10


Fig.4 b Aantallen broedverdachte Veldleeuwerik in 2018. De Veldleeuwerik werd op 130 van de 139 consistent geteld punten waargenomen. Met Veldleeuwerik gaat het precies bergaf. In 2019 werd op een groter aantal telpunten (153 ipv 140 in 2018) een kleiner totaal van veldleeuweriken geteld. Er in algemeen op alle telpunten minder leeuweriken werden gezien. Veldleeuwerikken zijn bij ons sterk afhankelijk van tarwe, gerst en gras want vroege broedsels en gezien de grootschaligheid en de klassieke wissel met zomerteelten en toename areaal aardappelen kan die sommige jaren totaal afwezig zijn in grote zones. We moeten dit dus best over meerdere jaren bekijken en analyseren met aandacht voor (wissel in) de teeltenkaart. Voor Grauwe Gors lijkt het er op dat de relictpopulatie al twee jaar gestabiliseerd is, en het aantal broedparen misschien licht stijgt. Enkele zingende mannetjes doken op een aantal plaatsen (opnieuw) op, zoals in Honsem en onder Sint-Truiden, maar een broedgeval bleef daar uit. In de kerngebieden zagen we twee goede broedseizoen en jaarrond (plaatselijk) gesoigneerd worden loont eindelijk. Zonder die zorgen was tal gedaan in Vlaanderen... 11


We blijven dus nog met een aantal vragen zitten. Waar blijven de grauwe kiekendieven, waarom hebben ze de maatregelen nog niet ontdekt? En meer algemeen, wat is het effect van al die vogelakkers en beheerovereenkomsten? Zijn de soortendiversiteit en aantallen effectief hoger in de buurt? Is er daar verhoogde concurrentie voor voedsel, zoals het buikgevoel ons aangeeft? Qua trends is het moeilijk, omdat we dit natuurlijk in een brede context moeten zien van grensoverschrijdende demografieken. Reden te meer om te blijven tellen! Een meer diepgravende analyse van de gegevens staat gepland na het laatste veldseizoen van dit project in 2020. Om het aantal broedgevallen per telpunt te schatten zal het maximale aantal broedverdachte individuen worden berekend per telpunt, daarbij enkel rekening houdend met tellingen die binnen soort-specifieke datumgrenzen werden verricht. Zo worden zingende Grauwe Gorzen uit de eerste telronde (Fig.2, en bijlage) bijvoorbeeld niet meegenomen in de schatting van het aantal broedparen. Door tellingen op deze punten jaarlijks te herhalen kunnen we vervolgens ook veranderingen in verspreiding en aantallen van soorten gemonitord worden. Door de gegevens te koppelen aan gewassenkaarten van de VLM zal het ook mogelijk zijn om het voorkomen van diverse akkervogels te onderzoeken in relatie tot diverse teelten, vogelakkers en andere beheerovereenkomsten, en landschapselementen als holle wegen, struweel, e.d.m.

Muizenmonitoring Tellingen van muizenholletjes werden herhaald langs dezelfde transecten die in 2017 en 2018 op vogelakkers werden gelopen (Figs.5-6). Waar mogelijk werd ook weer geteld op aangrenzende reguliere stoppelvelden. Dit waren niet meer steeds gerstpercelen (zoals in 2017 en 2018), maar ook biet, mais en aardappel werd op aangrenzende percelen verbouwd in 2019 en afgelopen. In 2017 werden braakstroken in de vogelakkers nog geklepeld ter bestrijding van melde, waardoor deze stroken toen makkelijk doorwandelbaar waren. Het is echter ondoenlijk om 100m lange transecten te lopen in ongemaaide/ongeklepelde braakstroken. In 2018 zijn transecten in natuurbraakstroken daarom ingekort tot 25m. In 2019 werd dezelfde werkwijze gevolgd. De muizenstand was op de driejarige vogelakkers enorm toegenomen ten opzichte van de situatie in 2017 en 2018, met name in de luzernestroken. Ook in de grasbraakstroken was het aantal actieve holletjes steevast gestegen, maar minder exponentieel. Het aantal actieve muizenholletjes per meter natuurbraakstrook was in 2019 nog eens ca. 4 keer hoger dan in 2018 (Fig.5). Het contrast met de naburige stoppel percelen was groot, met bijna volledige afwezigheid in deze teelten. De muizen lijken zich te beperken tot de vogelakkers zelf.

12


Fig.5 Aantal actieve muizenholletjes per m gelopen transect in luzerne (oranje) en grasbraakstroken (blauw) op de grote en kleine vogelakkers te Meldert en aangrenzende gerststoppel (rood) in 2017, 2018 en 2019.

Fig.6 Transecten voor muizenmonitoring op de grote vogelakker bij Meldert (luzerne = oranje, braakstroken = blauw) en op een aangrenzend perceel waar in 2017 gerst werd geteeld (rood). Elke lijn in de grafiek links in Fig.5 correspondeert met een van de transecten op deze kaart.

13


Verderzetting 2020 We nodigen jullie allen uit om even gemotiveerd de punten te tellen in 2020 (voorlopig het laatste jaar MAS voorzien onder Plan Kiekendief). De start belooft alvast moeilijk te worden, gezien we moeten rekening houden met de corona-maatregelen. Ikzelf zal 12 extra punten er extra bij nemen (een ochtend per ronde erbij), om eventuele hiaten op te vullen en in te springen voor vrijwilligers die de telling niet kunnen uitvoeren te voet of met de fiets, of dit niet kunnen combineren met de broedvogelatlas of andere verplichtingen. Ik zal ook tellingen van muizenholletjes op pas gemaaide luzerne (vogelakkers) en graanpercelen verder opnemen.

Besluit In 2019 werden nog een aantal beheersovereenkomsten extra gerealiseerd. In de Leemstreek werden 187 punten geteld, waavan 153 punten consistent. Deze telpunten liggen voor het overgrote merendeel binnen de kerngebieden van het SBP Grauwe Kiekendief. Met name bij Honsem, Outgaarden, Heers, Rutten en Riemst werd een hoge dekkingsgraad bereikt. De gegevens die in 2019 werden verzameld zijn goed te vergelijken met de gegevens uit 2018. Monitoring van deze punten op lange termijn is nuttig om trends en aantalsontwikkelingen te kunnen opvolgen Verdere uitbreiding van het netwerk naar andere deelgebieden is wenselijk, en daartoe dienen meer vrijwilligers te worden aangetrokken. Uit transecttellingen van muizenholletjes op en nabij de vogelakkers te Honsem en Hakendover zien we een explosie van de muizenpopulates op de meerjarige vogelakkers, en met name in de luzerne. We zien ook een verdere toename in de grasbraakstroken, maar minder explosief. Verdere tellingen moeten uitwijzen of deze dichtheden in de luzerne nog verder groeien, behouden blijven of weer afnemen, naarmate een vogelakker ouder wordt. Waarnemingen van muizenetende (roof)vogels bevestigen dat het voedselaanbod voor kiekendieven op de vogelakkers vele malen groter is dan op reguliere graanpercelen, zelfs reeds in het jaar waarop vogelakkers worden aangelegd. We blijven dus nog met een aantal vragen zitten. Wat is het effect van al die vogelakkers en beheerovereenkomsten? Zijn de soortendiversiteit en aantallen effectief hoger in de buurt? Is er daar verhoogde concurrentie voor voedsel, zoals het buikgevoel ons aangeeft? Qua trends is het moeilijk, omdat we dit natuurlijk in een brede context moeten zien van grensoverschrijdende demografieken. Reden te meer om te blijven tellen!

14


Bijlage: verspreiding van Geelgors, Grauwe Gors, Gele Kwikstaart en Kneu tijdens vier telrondes in 2019 en ter vergelijking in 2018 binnen het MASnetwerk in de Leemstreek

GEELGORS in 2019

15


GEELGORS in 2018

16


GRAUWE GORS in 2019

17


GRAUWE GORS in 2018

18


GELE KWIKSTAART in 2019

19


GELE KWIKSTAART in 2018

20


KIEVIT in 2019

21


KIEVIT in 2018

22


KNEU in 2019

23


KNEU in 2018

24


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
MAS-Leemstreek_tstijds_rapport2020.pdf by Vlaanderen-be - Issuu