Skip to main content

h21_Naar een nieuw ruimtelijk beleid met betrekking tot natuur.pdf

Page 1

L E F A T S D U O H N I

21. Naar een nieuw ruimtelijk beleid met betrekking tot natuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . KRIS DECLEER, WIM MERTENS, NIKO BOONE & AN CLIQUET - Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen : juridisch kader . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - Belang van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen voor de natuur : link tussen het RSV en het decreet natuurbehoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - Evaluatie van de groene gewestplanherzieningen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . - Aanbevelingen voor toekomstige gewestplanherzieningen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Literatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Afkortingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Auteurs . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Bijlagen Rode Lijsten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Bijlagen kaarten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

194 194 195 191 201 207 213 214 215 251


21. Naar een nieuw ruimtelijk beleid met betrekking tot natuur

21. Naar een nieuw ruimtelijk beleid met betrekking tot natuur KRIS DECLEER, WIM MERTENS, NIKO BOONE & AN CLIQUET

Dit hoofdstuk behandelt achtereenvolgens: het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) en het belang ervan voor het natuurbehoud en de gewestplanherzieningen die zijn opgestart in uitvoering van het RSV.

Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen: juridisch kader Teneinde de nadelen van de statische ruimtelijke ordening te verhelpen (zie hoofdstuk 18) werd het concept van de ruimtelijke structuurplanning in het ruimtelijke ordeningsbeleid ingevoerd21. Deze ruimtelijke structuurplanning kreeg een juridische basis door het Decreet houdende de ruimtelijke planning22, nu ingelast in het nieuwe Decreet op de ruimtelijke ordening van 18/5/99. Door het voorzien van het instrument van de ruimtelijke structuurplanning wordt tegemoet gekomen aan de vereiste voor een globale ruimtelijke beleidsvisie en een continu en dynamisch planningsproces.

Onder ruimtelijk structuurplan wordt een beleidsdocument verstaan dat het kader aangeeft voor de gewenste ruimtelijke structuur. Het geeft een langetermijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van het betrokken gebied. Het is erop gericht samenhang te brengen in de voorbereiding, de vaststelling en de uitvoering van beslissingen die de ruimtelijke ordening aanbelangen. Structuurplannen worden opgemaakt op drie niveaus: het ruimtelijk structuurplan voor het Vlaamse Gewest, het provinciale structuurplan en het gemeentelijk structuurplan. Bij Besluit van 23 september 1997 werd het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) vastgesteld door de Vlaamse Regering (waarvan de bindende bepalingen werden bekrachtigd door het Decreet van 17 december 199723). Daarmee beschikt de Vlaamse overheid over een ruimtelijk beleidskader met planningshorizont 2007. Dit RSV formuleert als centrale doelstelling o.a. het maximaal behoud van de open ruimte ("buitengebied") in Vlaanderen en het creĂŤren van ruimtelijk samenhangende, goed gestructureerde gehelen voor landbouw, bos en natuur. Als gevolg van het decreet ruimtelijke planning krijgt naast de plannen van aanleg24 - ook de structuurplanning als planningsvorm een juridische basis. Een ruimtelijk structuurplan legt in tegenstelling tot de plannen van aanleg geen bestemmingen vast. Naast de structuurplannen (het referentiekader) zullen ook nog de plannen van aanleg als uitvoeringsplannen blijven bestaan. De plannen van aanleg vormen het juridisch instrument op basis waarvan vergun-

Overzicht bestaand en nieuw juridisch kader: structuurplannen en plannen van aanleg:

1. huidig wettelijk kader

2. nieuw wettelijk kader

Wet Ruimtelijke Ordening: Plannen van aanleg (gewestplannen APA's BPA's) = bestemmingsplan/basis voor vergunningsbeoordeling

Decreet Ruimtelijke Planning: Ruimtelijke structuurplannen (RSV, provinciaal RSP, gemeentelijk RSP) = beleidskader met ruimtelijke visie

nieuw Decreet Ruimtelijke Ordening: ruimtelijke structuurplannen â ruimtelijke uitvoeringsplannen van structuurplannen met voorschriften inzake bestemming en inrichting (cf. huidige plannen van aanleg) PLANNEN VAN AANLEG BLIJVEN BESTAAN: 2 MOGELIJKHEDEN:

3. overgangsfase

1. met structuurplan strijdig plan van aanleg blijft rechtsgeldig bestaan; de overheid moet het plan in overeenstemming brengen met het structuurplan (maar er is geen systeem van gedwongen aanpassing, dus er is geen garantie voor de uitvoering van de structuurplannen!). 2. nieuw of herzien plan van aanleg: moet in overeenstemming zijn met structuurplan

21

22 23

24

Zie hierover: DE CLERCQ, J., "De ruimtelijke planning in het Vlaamse Gewest na het decreet van 24 juli 1996 houdende de ruimtelijke planning",Tijdschrift voor Milieurecht, 1996, 417-433. Decreet van 24 juli 1996 houdende de ruimtelijke planning, BS 27 juli 1996. Decreet van 17 december 1997 houdende bekrachtiging van de bindende bepalingen van het B.Vl.R. van 23 september 1997 houdende definitieve vaststelling van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, BS 21 maart 1998. gewestplan, Algemeen plan van aanleg, Bijzonder plan van aanleg

Instituut voor Natuurbehoud 194

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid


21. Naar een nieuw ruimtelijk beleid met betrekking tot natuur ningen worden verleend of geweigerd. Het is dus van belang dat deze desgevallend aan de structuurplannen worden aangepast. De bedoeling is dat de plannen van aanleg in de toekomst een uitvoeringsinstrument ("ruimtelijk uitvoeringsplan") zijn van de ruimtelijke structuurplannen. Daarvoor is een herziening van de ruimtelijke ordeningswetgeving doorgevoerd, waarbij structuurplanning en ruimtelijke uitvoeringsplannen (o.a. plannen van aanleg) in één decreet zijn ondergebracht (cf. nieuw Decreet op de ruimtelijke ordening van 18/5/99). Tot zolang er geen ruimtelijke uitvoeringsplannen zijn uitgewerkt, heeft de vaststelling van het RSV geen onmiddellijke gevolgen voor de bestaande plannen van aanleg. Dit betekent dat met het structuurplan strijdige plannen van aanleg rechtsgeldig blijven. Wel moet de overheid die het structuurplan heeft vastgesteld, de nodige maatregelen nemen om de plannen van aanleg in overeenstemming te brengen met het structuurplan.Voor de nieuwe of herziende plannen van aanleg is er wel een gevolg: deze mogen niet in strijd zijn met de structuurplannen.

Evaluatie: knelpunten (1) Aangezien er geen systeem is voorgeschreven om de plannen van aanleg verplicht aan te passen aan de ruimtelijke structuurplannen, bestaat het risico dat de ruimtelijke structuurplannen nooit of met veel vertraging worden uitgevoerd25. (2) Gelet op de omslachtige totstandkoming van de structuurplannen is er voorlopig geen garantie dat het statische karakter van de plannen van aanleg wordt doorbroken. Ook kan de vraag worden gesteld of al de verschillende plannen (ruimtelijk structuurplan Vlaanderen, provinciaal ruimtelijk structuurplan, gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, gewestplan, APA en BPA) voldoende op elkaar kunnen worden afgestemd26. Alhoewel de structuurplanning een dynamisch planningsproces beoogt, is ook het ruimtelijk structuurplan een momentopname die juridisch wordt vastgelegd.

Belang van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen voor de natuur: koppeling met het Decreet Natuurbehoud. In het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen wordt de gewenste natuurlijke structuur voor het Vlaamse Gewest aangegeven (cf. bindende bepalingen RSV). Het Decreet Natuurbehoud beoogt een afstemming tot stand te brengen tussen het gebiedsgericht natuurbeleid en het ruimtelijk

25 26

beleid door bij de afbakening van de gebiedscategorieën van het decreet natuurbehoud (GEN,GENO,NVWG: zie verder en hoofdstuk 20) een koppeling te realiseren met stedenbouwkundige bestemmingen. De kwantitatieve doelstellingen van het gebiedsgericht beleid van het Decreet Natuurbehoud stemmen overeen met deze van het RSV. De "natuurlijke structuur", in haar ruimtelijke betekenis, is "het geheel van rivier- en beekvalleien, grote natuur- en boscomplexen en de andere gebieden waar voor de natuur bepalende processen plaatsvinden. De ecologische infrastructuur, gevormd door de lijn-, punt- en vlakvormige natuurelementen en kleinere natuur- en boscomplexen, vult deze natuurlijke structuur verder aan." In de bindende bepalingen van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen hebben de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement zich geëngageerd om, ter uitvoering van het buitengebiedbeleid, tegen 2007 in gewestelijke "ruimtelijke uitvoeringsplannen" (momenteel: gewestplannen) 125.000 ha grote eenheden natuur (GEN) en grote eenheden natuur in ontwikkeling (GENO), 150.000 ha natuurverwevingsgebieden (NVWG), 10.000 ha gebieden voor ecologisch verantwoorde bosuitbreiding en 750.000 ha agrarisch gebied af te bakenen. Deze afbakening moet plaatsvinden "op basis van een gelijktijdige en gelijkwaardige ruimtelijke afweging van natuur, bos en landbouw". Bij de definitieve goedkeuring van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen werden de opties m.b.t. de natuurlijke structuur afgestemd met de bepalingen van het Decreet Natuurbehoud. Beiden voorzien immers, zij het volgens eigen procedures, in een afbakening van GEN, GENO en NVWG. In het Decreet is voorzien dat GEN-, GENO- en NVWG-gebieden, afgebakend in het kader van het Natuurbehoudsdecreet en gekoppeld aan ruimtelijke bestemmingscategorieën, als overdruk worden aangebracht op de toekomstige ruimtelijke uitvoeringsplannen. Voor de realisatie van het gebiedsgericht natuurbeleid zijn groene gewestplanherzieningen noodzakelijk: naast 10.000 ha extra bos en bosuitbreiding is voorzien dat 38.000 bijkomende hectare natuur- en reservaatgebied moeten worden afgebakend. Beiden zijn essentieel om te komen tot: • een samenhangend ecologisch netwerk (én natuurontwikkeling); • logische gebiedsgrenzen, die tevens een maximale buffering bieden tegen negatieve omgevingsinvloeden; • een gepaste planologische bescherming van de waardevolle gebieden die momenteel niet of onvoldoende beschermd zijn;

DE CLERCQ, J., o.c., 431 (1996). DE CLERCQ, J., o.c., 433 (1996); DE PUE, E., LAVRYSEN, L. EN STRYCKERS, P., Milieuzakboekje ’98, Antwerpen, Kluwer Rechtswetenschappen, 1998, 114-115.

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

195


21. Naar een nieuw ruimtelijk beleid met betrekking tot natuur • bosuitbreiding in bosarme regio's (bossen met vooral sociaal-recreatieve functie). Deze kwantitatieve beleidsopties voor bos en natuur passen als volgt in de ruimteboekhouding van het RSV. Natuur- en reservaatsgebied

+ 38.000 ha

Bosgebied en bosuitbreidingsgebied

+ 10.000 ha

Bedrijventerreinen

+ 7.000 ha

Recreatie

+ 1.000 ha

Agrarisch gebied

- 56.000 ha

Overige functies en activiteiten

Status quo

Deze tabel kan de indruk wekken dat alle bijkomende natuur- en reservaatgebieden en bosgebieden te koste gaan van gronden met een agrarische bestemming. Dit is zeker niet het geval, het gaat om een eindbalans na onderlinge verschuivingen tussen de verschillende bestemmingen op het gewestplan. Bijkomende natuur of bos kan bijvoorbeeld ook worden afgebakend op gronden die momenteel een bestemming woonuitbreidingsgebied hebben, enzovoort. Het eindresultaat is grafisch voorgesteld in Figuur 21.1a en 21.1b (zie kaartenbijlage).

Evaluatie (1) Zowel het Decreet Natuurbehoud als het RSV voorzien in de afbakening van een "natuurlijke structuur", hoewel deze specifieke term in het Decreet Natuurbehoud niet wordt gebruikt. Dit laatste kan tot verwarring leiden. Het is vanzelfsprekend dat een volledige afstemming nodig is tussen beide afbakeningen. Een gefaseerde aanpak is daarom aangewezen. (2) Door de afbakening van de gebiedscategorieën (Grote Eenheden Natuur (in Ontwikkeling) en Natuurverwevingsgebied) van het Decreet Natuurbehoud te koppelen aan de stedenbouwkundige bestemmingen, beperkt de overheid haar mogelijkheden voor een optimaal gebiedsgericht natuurbehoudbeleid. De afbakening is immers beperkt tot de bestaande ruimtelijke bestemmingen of afhankelijk van een voorafgaande herziening van het gewestplan. De ruimtelijke ordening speelt dus een zeer belangrijke rol bij de afbakening van het Vlaams Ecologisch Netwerk en de Natuurverwevingsgebieden. De vraag kan hierbij worden gesteld of dit voor het natuurbehoud een geschikte keuze is.Voor de afbakening van een ecologisch netwerk zou in principe als belangrijkste criteria de aanwezigheid van actuele of potentiële natuurwaarden en de gewens-

27

te samenhang tussen gebieden moeten gelden, zonder daarbij beperkt te worden door de ruimtelijke bestemmingen in het buitengebied.27 (3) De voorziene 48.000 ha bijkomend bos- en natuurgebied is het resultaat van een politiek compromis en beantwoordt maar zeer gedeeltelijk aan de reële noden voor de bescherming en ontwikkeling van een duurzame natuur in Vlaanderen. Een schatting in de grootteorde van 100.000 ha bijkomend bos- en natuurgebied is in dit opzicht wellicht meer realistisch in overeenstemming met de meest dringende noden. In dezelfde context is er een grote behoefte aan een aanzienlijke toename van de oppervlakte "landbouwgebied met ecologische waarde". • Uit hoofdstuk 18 blijkt dat ongeveer 23.500 ha of 36 % van de "biologisch zeer waardevolle" natuurgebieden (census Biologische waarderingskaart, periode 1978-1986) planologisch onvoldoende beschermd zijn (d.i. niet gelegen in N-, R- of B-gebied).Wanneer daarbij ook nog park- en buffergebied, militair domein en agrarisch gebied met ecologische waarde als een "goed beschermingsstatuut" zou worden beschouwd, liggen nog steeds ongeveer 15.000 ha of 22 % van de biologisch zeer waardevolle natuurgebieden daarbuiten. De "biologisch waardevolle" terreinen (exclusief kleinschalige agrarische landschappen met kleine landschapselementen) zijn in oppervlakte nog vele malen groter: bij benadering 80.000 ha (of 54%) ligt buiten N-,R- of B-gebied of resp. 60.000 ha (41 %) wanneer ook rekening wordt gehouden met park-, buffergebied, militair domein en agrarisch gebied met ecologisch belang. Daarnaast is in Vlaanderen nog een moeilijk te becijferen oppervlakte van verschillende duizenden hectare uitermate geschikt om, met eenvoudige ingrepen (b.v. instellen van hogere grondwaterpeilen, stimuleren van natuurlijke processen), aan natuurontwikkeling of -herstel te doen (b.v. in beek- en riviervalleien). De huidige groengebieden op het gewestplan zijn overwegend klein en in hoge mate versnipperd (ongeveer de helft van alle gebieden zijn kleiner dan 5 ha en 75% is kleiner dan 20 ha, zie hoofdstuk 18) en het is daarom voor een goed natuurbehoudbeleid essentieel dat zo veel mogelijk gestreefd wordt naar grote(re), logische beheersentiteiten, zodat binnen deze gebieden gunstige abiotische condities duurzaam kunnen worden gegarandeerd en natuurversnippering zo beperkt mogelijk kan gehouden worden. In het licht van deze cijfers en randvoorwaarden is het zonder meer duidelijk: (a) dat 38.000 ha bijkomend N- en R-gebied beperkt is en hoogstens voor de meest priori-

Zie hierover : VAN HOORICK, G., DE ROO, K. & RUTTEN, J. (1998). Het decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu. Tijdschrift voor Milieurecht, 1998, (2-19), 12.

Instituut voor Natuurbehoud 196

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid


21. Naar een nieuw ruimtelijk beleid met betrekking tot natuur taire gebieden kan worden aangewend, zonder dat veel aandacht kan gaan naar gebieden met grote potenties, het streven naar een samenhangende structuur en een zo goed mogelijke buffering tegen randinvloeden. (b) dat voor een "stand still" inzake verdere natuurverarming een forse toename noodzakelijk is van de oppervlakte met een planologisch beschermingsstatuut. Dit statuut moet minstens worden gericht op verweving van de natuurfunctie met andere functies (vooral landbouw). Dit geldt vooral voor de grote oppervlakte die als biologisch waardevol werd gekarteerd op de Biologische waarderingskaart (rivier- en beekvalleien, kleinschalige landbouwlandschappen, historisch permanente graslanden). Een toename van de planologische bestemming "agrarisch gebied met ecologisch belang", die bij uitstek is gericht op dergelijke functieverweving, is niet expliciet voorzien noch onmogelijk gemaakt in het RSV. Gelet op de grote oppervlakte die hiervoor in aanmerking komt, was een wettelijke basis aangewezen. Het RSV blijft hier dus in gebreke. Enig aanknopingspunt in het RSV vormt de afbakening van 150.000 ha natuurverwevingsgebied op de gewestplannen of in de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen, waarvan gesteld wordt dat 70.000 ha in overdruk met landbouwgebied mag worden aangeduid. Uit het voorgaande blijkt dat dit cijfer geen onredelijke ambitie kan worden genoemd. • Momenteel telt Vlaanderen 114.585 ha R-, N- en Ggebied, goed voor 8,4% van Vlaanderen. Met de bos-, park- en buffergebieden erbij gerekend, komt dit op 188.631 ha of 13,9% van Vlaanderen. Daaraan zou nu nog 48.000 ha toegevoegd worden of 246.631 ha, wat neerkomt op 18 % van Vlaanderen. Dit is nog steeds een stuk minder dan b.v. Nederland, dat met een vergelijkbare bevolkingsdichtheid, tegen 2018 700.000 ha of 20% van de landoppervlakte en daarenboven 7 miljoen ha grote wateren voor natuur reserveert in het kader van de realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur (BAL EN REIJNEN, 1997). Ter vergelijking: in de ontwerp-Groene Hoofdstructuur voor Vlaanderen (MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP, 1991) was een perimeter-oppervlakte afgebakend van 362.066 ha Natuurkerngebied en Natuurontwikkelingsgebied, of 26,6% van Vlaanderen. • In de "Gewenste Bosstructuur voor Vlaanderen" (MENS EN RUIMTE, 1996), opgesteld in opdracht van AMINAL Afdeling Bos en Groen, worden voorstellen gedaan voor ca. 37.000 ha wenselijke bosuit-

breiding in Vlaanderen. Op basis van criteria als streven naar grotere gehelen (ontsnippering) en voorkeuren voor multifunctioneel bos en aanleg van stadsrandbossen wordt een prioritaire oppervlakte van ca. 18.000 ha gewenste bosuitbreiding voorop gesteld. De toegekende 10.000 ha bosuitbreiding in het kader van het RSV laten dus niet toe de meest prioritaire projecten te realiseren. Bovendien blijkt uit een combinatie van de Biologische waarderingskaart met het gewestplan dat ca. 6.500 ha biologisch zeer waardevol bos en ca. 19.000 ha aanplanten planologisch niet is beschermd (zie hoofdstuk 18). • De aanduiding van internationaal beschermde gebieden in Vlaanderen (zie hoofdstuk 16) schept verplichtingen naar een aangepast ruimtelijk beleid in deze gebieden. In hoofdstuk 18 werd aangetoond dat ruim 25.000 ha EG-Habitatrichtlijngebied planologisch onvoldoende beschermd is. Hetzelfde geldt voor 1.600 ha van de integraal beschermde EGVogelrichtlijngebieden en 47.000 ha van de niet integraal beschermde Vogelrichtlijngebieden. (4) De timing voor de afbakening van de natuurlijke structuur verschilt tussen het RSV en het Decreet Natuurbehoud. Dit kan voor problemen zorgen bij de voortgang van de gewestplanherzieningen, die noodzakelijk zijn voor de realisatie van het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN). Het Decreet Natuurbehoud voorziet een afbakening van het VEN (125.000 ha) en de natuurverwevingsgebieden (150.000 ha) binnen de 5 jaar (2002). Het RSV heeft als tijdsdoelstelling voor het VEN 2007. Het is van het grootste belang dat de groene gewestplanherzieningen tegen 2002 gebeuren, zodanig dat er een optimale afbakening van het VEN plaatsvindt op grond van het Decreet Natuurbehoud, die dan tegen 2007 wordt overgenomen in de ruimtelijke uitvoeringsplannen.

Evaluatie van de gewestplanherzieningen Aanvang 1997 is de Vlaamse Regering gestart met de systematische in herzieningstelling van de 25 Vlaamse gewestplannen. Alhoewel er bij deze globale gewestplanherzieningen beleidsmatig wordt geopteerd om een oplossing te creëren voor de meest dringende, ruimtelijke problemen van bovenlokaal belang, worden deze herzieningen ook aangegrepen om een belangrijk deel van de voorziene 48.000 ha bijkomend bos- en natuurgebied te realiseren. Zes van de 25 gewestplannen werden sinds begin 1997 al herzien en - in afwachting van afrondend openbaar onderzoek - voorlopig goedgekeurd door de Vlaamse Regering, nl.: Gentse en Kanaalzone, Leuven, Antwerpen,

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

197


21. Naar een nieuw ruimtelijk beleid met betrekking tot natuur Kortrijk, Roeselare-Tielt en Oudenaarde. Deze 6 gewestplannen beslaan samen 344.194 ha of 25,3% van Vlaanderen. AROHM, Afdeling Ruimtelijke Planning, bereidt momenteel volgende gewestplannen voor: OostendeMiddenkust, Maasland, Aarschot-Diest, Mechelen en IeperPoperinge. De voorstellen voor bijkomend natuurgebied en bosuitbreiding worden gegroepeerd door het Instituut voor Natuurbehoud in samenwerking met AMINAL Afdeling Natuur en Afdeling Bos & Groen. De procedure die hierbij wordt gevolgd, is: • opsporen van actueel of potentieel waardevolle natuurgebieden met onvoldoende planologische bescherming, in het bijzonder rond bestaande natuurkernen; • voorstellen voor een (meer) logische begrenzing van bestaande natuurkernen, rekening houdend met mogelijkheden voor een verbetering van de buffering tegen negatieve omgevingsinvloeden; • visievorming rond een gewenste natuurlijke structuur voor het betreffende gewestplan (in eerste instantie zonder rekening te houden met de voorziene oppervlaktebeperkingen). • voorstellen voor bosuitbreiding, voor een belangrijk deel steunend op de visie uitgewerkt in de Gewenste Bosstructuur voor Vlaanderen (MENS EN RUIMTE, 1996); • opsporen van gebieden met actuele natuurbestemming die door lokale omstandigheden achterhaald is en eventueel kan wijzigen naar een "hardere" bestemming; • opsporen van biologisch waardevolle gronden, waarvan de nagestreefde natuurwaarden kunnen worden gerealiseerd via een verweving met landbouw (zgn. landbouwgebieden met ecologisch belang s.l. en landschappelijk waardevolle landbouwgebieden); • zo gedetailleerd mogelijk onderbouwen en argumenteren van elke voorgestelde gewestplanherziening. Gelet op het feit dat sinds het RSV (aanvang 1997) de planologische bestemmingen voor één vierde van de oppervlakte van Vlaanderen al werden herzien, is het zinvol een tussentijdse evaluatie te maken. De resultaten worden samengevat in Tabel 21.1, 21.2 en 21.3.

De oppervlaktewinst voor natuur blijft relatief beperkt. Tabel 21.1 geeft voor elk van de 6 in herziening gestelde gewestplannen een overzicht van de oppervlaktebalansen voor de verschillende bestemmingscategorieën. Afgaande op de door de Vlaamse Regering goedgekeurde ontwerpplannen tot gedeeltelijke gewestplanwijzing zou er in totaal 2.655 ha N- en R-gebied en 869 ha bos bijkomen,

terwijl 84 ha park- en buffergebied verdwijnen. Vertaald naar de ruimteboekhouding van het RSV in 2007 betekent dit een "rendement" van resp. +7%, +8,7% en -0,3%.

De gewestplanherzieningen verlopen te traag Rekeninghoudend met een (planologische) natuurwinst van 2.655 ha over een periode van ca. 24 maanden, zou het aan hetzelfde tempo nog ruim 25 jaar duren voor de wettelijke einddoelstelling van 38.000 ha bijkomend N- en Rgebied zou worden gehaald (Figuur 21.2). De vooropgestelde tijdshorizont van het RSV zal aan dit tempo dus niet worden gehaald, de onvoldoende beschermde natuurgebieden zullen (verder) aftakelen of verdwijnen en de realisatie van een samenhangend ecologisch netwerk (en alle daaraan gekoppelde maatregelen voor een actief aankoop- en beheersbeleid) komt in het gedrang. Om te voldoen aan de tijdshorizont van 2002, vooropgesteld in het Natuurdecreet, dient in de periode 1999-2002 jaarlijks ongeveer 8.800 ha bijkomende natuur planologisch te worden beschermd.

Bijna de helft van de groene gewestplanwijzigingen zijn het gevolg van een doorschuifoperatie binnen de bestaande groene bestemmingen; groene gewestplanwijzigingen binnen landbouwgebied verlopen uiterst moeizaam Een groot aantal voorstellen voor groene gewestplanwijzigingen die betrekking hebben op landbouwgebied werden niet goedgekeurd (Tabel 21.2). Hoewel een bestemmingswijziging van agrarisch gebied of agrarisch gebied met landschappelijke waarde naar natuurgebied met wetenschappelijke argumenten degelijk kon worden onderbouwd is er slechts een goedkeuringspercentage van ca. 30%. Dit verklaart voor een belangrijk deel het feit dat nog geen 50% werd goedgekeurd van de oorspronkelijke voorstellen voor groene gewestplanwijzigingen. Ook voorstellen tot wijziging van landbouwgebied naar "agrarisch gebied met ecologisch belang"(s.l.) werden slechts beperkt gehonoreerd. Gedurende het ruimtelijk planningsproces is het aangewezen de balans met betrekking tot de ruimteboekhouding van het RSV min of meer in evenwicht te houden.Toetsing van de 6 Ontwerpplannen tot gewestplanwijziging (25% van Vlaanderen) leert dat "landbouw" ongeveer 1.375 ha (of 35%) minder heeft afgestaan dan volgens de ruimteboekhouding kon worden verwacht (zie Tabel 21.3). Met andere woorden: hoewel slechts een klein deel van de einddoelstellingen voor natuur en bos is bereikt (resp. 7% en 8,7%), bestaat al een discrepantie ten aanzien van de voorziene

Instituut voor Natuurbehoud 198

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid


21. Naar een nieuw ruimtelijk beleid met betrekking tot natuur Tabel 21.1: Samenvattende oppervlaktebalans (in ha) van de ontwerpplannen tot gewestplanwijziging, zoals goedgekeurd door de Vlaamse Regering, voor ongeveer een kwart van de oppervlakte van Vlaanderen op 1/1/1999 (gegevens AROHM afdeling Ruimtelijke Planning). "Plus" wijst op een oppervlaktetoename van de betreffende bestemmingscategorie; "min" op een oppervlakte-afname.

Tabel 21.2: Goedkeuringspercentage van de voorstellen van het Instituut voor Natuurbehoud (in ha) voor "groene gewestplanwijzingen" in de 6 ontwerpplannen tot gewestplanwijziging (totale oppervlakte: ca. ĂŠĂŠn vierde van Vlaanderen). Telkens zijn de herkomstbestemmingen aangegeven. In de tabel zijn ook een deel ontwerp-gewestplanwijzigingen opgenomen die niet op basis van voorstellen van het Instituut voor Natuurbehoud doorgevoerd werden. Dit verklaart bijvoorbeeld de hoge goedkeuringspercentages voor bijkomend N- en R-gebied afkomstig van parkgebied en overig groen.

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

199


21. Naar een nieuw ruimtelijk beleid met betrekking tot natuur Tabel 21.3: Tussentijdse toetsing van de doelstellingen geformuleerd in de bindende ruimteboekhouding van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen aan de ruimteboekhouding van de 6 ontwerpplannen tot gewestplanwijziging (oppervlakte : een vierde van Vlaanderen)

Geplande timing volgens Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (opname VEN in ruimtelijke uitvoeringsplannen) Geplande timing in functie van optimale afbakening Vlaams Ecologisch Netwerk (Decreet Natuurbehoud) Timing bij voortzetting huidig beleid

Figuur 21.2:Timing voor aanduiding van 38.000 ha bijkomend N- en R-gebied in Vlaanderen bij gepland versus uitgevoerd beleid (situatie 1/1/99)

Instituut voor Natuurbehoud 200

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid


21. Naar een nieuw ruimtelijk beleid met betrekking tot natuur areaalafname voor landbouw (reductie met 4,5%). Dit betekent dat de oppervlaktetoename van natuur en bos momenteel disproportioneel wordt gehaald uit andere bodembestemmingen dan landbouw. Inderdaad blijkt dat 30% van de goedgekeurde gewestplanwijzigingen naar Nof R-gebied komen van parkgebied, buffergebied, bos of Ngebied en nog eens 17% van agrarisch gebied met ecologische waarde (Figuur 21.3 zie kaartenbijlage). Als 47% van de groene gewestplanwijzigingen het gevolg zijn van een doorschuifoperatie binnen de bestaande groene bestemmingen, kan de vraag worden gesteld in welke mate hier nog sprake is van een werkelijke planologische natuurwinst.

De goedgekeurde groene gewestplanwijzigingen zijn vaak gereduceerd tot een versnipperde versie van de ecologisch gewenste gewestplanwijzigingen Bij het formuleren van voorstellen tot gewestplanwijzigingen voor natuur wordt veel aandacht besteed aan het creĂŤren van grote entiteiten natuur en de verbinding van bestaande natuurkernen indien de tussenliggende gebieden belangrijke ecologische potenties bezitten. De gewestplanherzieningen zijn immers essentieel om de uitbouw van een samenhangend en functioneel ecologisch netwerk en een duurzame natuur voor Vlaanderen mogelijk te maken. De uiteindelijk goedgekeurde gewestplanwijzigingen schieten in de praktijk in vele gevallen tekort om dit strategisch doel te bereiken: de bestaande natuurkernen blijven versnipperd, het belang van logische gebiedsgrenzen en noodzakelijke buffers worden te vaak miskend.

De groene gewestplanherzieningen bieden (nog) geen garanties voor het behoud van de aanwezige natuurwaarden Hoewel zeer belangrijk, blijft de afbakening van bijkomend groengebied in de praktijk vaak nog te veel een "papieren bescherming". Het handhavingsbeleid vertoont veel tekortkomingen (zie hoofdstuk 18), waardoor zelfs een "stand still" niet wordt gegarandeerd. Verdrogingsinvloeden of een te intensief landbouwgebruik, bijvoorbeeld, moeten vaak nog jarenlang worden gedoogd voor een gepast natuurbeheer kan worden opgestart. In dit verband moet nogmaals worden gewezen op het belang van een succesvolle afbakening van het Vlaams Ecologisch Netwerk en de Natuurverwevingsgebieden en de snelle uitvoering van hieraan gekoppelde maatregelen. De realisatie van bosuitbreiding in bosuitbreidingsgebied met onderdruk agrarisch gebied op het gewestplan kan trouwens worden gehypothekeerd omdat deze bestemmingscategorie volgens het Decreet Natuurbehoud noch in VEN noch in Natuurverwevingsgebied kan worden opgenomen.

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

201


21. Naar een nieuw ruimtelijk beleid met betrekking tot natuur

Aanbevelingen voor toekomstige groene gewestplanherzieningen (1) De groene gewestplanherzieningen moeten steunen op een wetenschappelijk onderbouwde toekomstvisie voor natuur met een selectie van prioritaire gebieden. Er is daartoe nood aan een wetenschappelijk document met voorstellen voor een "gewenste natuurlijke structuur" voor elke provincie. In vergelijking met de afbakening van een agrarische structuur is de geografische "manoeuvreerruimte" bij afbakening van de natuurlijke structuur veel beperkter. De voorziene 38.000 ha extra N/R-gebied kunnen niet om het even waar worden afgebakend, maar moeten kaderen in een visie voor de uitbouw van een samenhangend ecologisch netwerk met grote eenheden duurzame natuur. Er moet niet alleen worden uitgegaan van bestaande natuurwaarden, ook de aanwezigheid van belangrijke potenties, noodzakelijke interne buffering, een logische begrenzing, ontsnippering van geïsoleerde natuurkernen en uitbouw van natuurrecreatieve mogelijkheden zijn belangrijke motieven voor voorstellen voor groene gewestplanwijzigingen. Bovendien spelen ecologische sleutelprocessen (b.v. herstel van de natuurlijke bodemvruchtbaarheid, "verschraling" van graslandvegetaties, (her)kolonisatie van terreinen door weinig mobiele soorten, infiltratie- en kwelverschijnselen, enz.) zich doorgaans op langere termijn af, zodat een goede keuze van de gebieden met een bestemming natuur essentieel is. Uiteraard kan ten aanzien van andere grondgebruiksvormen een fasering in de effectieve natuurrealisatie worden voorzien indien dit wenselijk wordt geacht. De oppervlaktebehoefte voor planologische bescherming van bestaande of te ontwikkelen natuur in Vlaanderen is groot en een essentiële opdracht is dan ook een selectie van prioriteiten. Er zou daarom zo snel mogelijk werk moeten worden gemaakt van een "Gewenste natuurlijke structuur" (onafhankelijk van de bestaande gewestplanbestemmingen) voor elke provincie, met de nodige wetenschappelijk verantwoorde prioriteitenbepalingen. Vermits voorrang moet worden gegeven aan de meest prioritaire groene gewestplanwijzigingen, zou mogen worden verwacht dat betrokken sectoradministraties en belangengroepen begrip opbrengen bij de beoordeling van de geformuleerde voorstellen.

(2) gewestplanherzieningen gebeuren best volgens globale oppervlaktetaakstellingen per gewestplan voor zowel landbouw, natuur en bos (Tabel 21.4 en 21.5). Bij de gefaseerde aanpak die wordt gepland, is het wenselijk dat globale, taakstellende oppervlakten voor elk gewestplan worden geformuleerd. Op die manier wordt het ook mogelijk om de ruimteboekhouding van het RSV te vertalen naar een indicatieve ruimteboekhouding voor elk gewestplan afzonderlijk. Enkele gefundeerde voorstellen worden in de volgende paragrafen toegelicht en doorgerekend. Taakstelling landbouw Volgens de ruimteboekhouding van het RSV zal de totale oppervlakte met een landbouwbestemming in Vlaanderen afnemen met 56.000 ha. Met een totale oppervlakte van ca. 804.000 ha die actueel een bodembestemming landbouw op de gewestplannen heeft, betekent dit een afname met 7%. Er is nood aan een wetenschappelijk gefundeerd beleidsdocument aangaande de "Gewenste Agrarische Structuur" voor Vlaanderen, dat terdege rekening houdt met zowel korte als lange termijn evoluties binnen de landbouwsector. Dit document kan een waardevol instrument blijken bij het maken van afwegingen en vastleggen van prioriteiten rond wijzigingen van een agrarische bestemming naar een groene bestemming en - omgekeerd - het formuleren van voorstellen voor gewestplanwijzigingen naar landbouwgebied in functie van de bindende bepaling van het RSV om 750.000 ha agrarisch gebied af te bakenen. Een methode om tot taakstellende oppervlakten te komen voor de globale afname van het totale areaal met een landbouwbestemming wordt hierna geïllustreerd. Bij wijze van oefening gaan we gemakshalve uit van een "eerlijke", proportioneel gelijke afname van het areaal landbouw, verdeeld over de verschillende gewestplannen. Op die manier wordt de sector in alle regio's in gelijke mate "getroffen". In elk gewestplan zou het areaal landbouw dus met ongeveer 7% afnemen. Wat deze taakstelling voor elk gewestplan afzonderlijk betekent, is weergegeven in Tabel 21.4. Deze oppervlaktedoelstellingen zijn best te hanteren als indicatieve waarden; het verdient echter aanbeveling de taakstellende oppervlaktes voor elke provincie met een marge van maximaal 10-20% te respecteren. Het eindtotaal voor Vlaanderen blijft natuurlijk behouden. Het voordeel van dergelijke methode is dat de landbouwsector een houvast heeft om binnen het areaal van elk gewestplan zelf actief mee te zoeken naar een bepaalde oppervlakte die zij eventueel kan afstaan aan andere bestemmingen. Tegelijk kan ze bestuderen welke compensatiemogelijkheden aanwezig zijn voor wijzigingen naar landbouwgebied zodat vol-

Instituut voor Natuurbehoud 202

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid


Tabel 21.4: Oefening voor het berekenen van indicatieve, taakstellende oppervlaktes (ha) per gewestplan (groene balkjes) voor afname van het areaal landbouw en toename van het areaal natuur en bos, conform de ruimteboekhouding van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Meer uitleg in de tekst.

21. Naar een nieuw ruimtelijk beleid met betrekking tot natuur

Instituut voor Natuurbehoud

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

203


Tabel 21.5: Oefening voor het berekenen van indicatieve, taakstellende oppervlaktes (ha) per gewestplan (groene balkjes) voor afname van het areaal landbouw en toename van het areaal "agrarisch gebied met ecologisch belang s.l.". In dit voorbeeld is uitgegaan van een gewenste oppervlakte AEB van 50.000 Ă 70.000 ha in Vlaanderen (cf. interpretatie Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen). Meer uitleg in de tekst.

21. Naar een nieuw ruimtelijk beleid met betrekking tot natuur

204

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

Instituut voor Natuurbehoud


21. Naar een nieuw ruimtelijk beleid met betrekking tot natuur daan wordt aan de ruimteboekhouding van het RSV. Ook kan met dergelijke oppervlaktetaakstellingen reeds in een vroeg stadium rekening gehouden worden wanneer een "Gewenste Agrarische Structuur" wordt afgebakend. Taakstelling natuur Een berekening van de toename van N- en R-gebied kan op drie manieren gebeuren: 1. In de ruimteboekhouding van het RSV verhouden natuur en landbouw zich als 38.000/56.000, of een aandeel van 67,9% van de voorziene landbouwafname. Op de totale landbouwoppervlakte van 804.000 ha zou op die manier 4,7% worden gewijzigd naar natuur. Een proportionele verdeling over de verschillende gewestplannen geeft een taakstellende oppervlakte zoals weergegeven in Tabel 21.4. De resultaten kunnen gelden als een theoretische benadering; in werkelijkheid is het vanzelfsprekend niet

zo dat alle groene gewestplanwijzigingen rechtstreeks ten koste gaan van het areaal met een landbouwbestemming. 2. Een meer verantwoorde manier om de taakstellende oppervlakte voor natuur te berekenen vertrekt van de noodzakelijke oppervlakte extra natuur voor de realisatie van het Vlaams Ecologisch Netwerk. In hoofdstuk 20 werden voor het VEN indicatieve taakstellende oppervlaktes per gewestplan berekend. Hierbij werd niet alleen uitgegaan van de hoeveelheid bestaande groene bestemmingen op elk gewestplan, maar ook van de hoeveelheid gewenste groene bestemmingen, noodzakelijk voor de afbakening van een samenhangend ecologisch netwerk met grote eenheden natuur. Voor de berekening van dit laatste werd uitgegaan van een gereduceerde oppervlakte van de ontwerp-Groene Hoofdstructuur (nl. de som van de helft van de oppervlakte "natuurkerngebied" en ĂŠĂŠn vierde van de oppervlakte "natuurontwikkelingsgebied", cf. MINA-akkoord

Figuur 21.4: Indicatieve, taakstellende oppervlaktes per provincie voor groene gewestplanwijzigingen en uitbouw van een Vlaams Ecologisch Netwerk in Vlaanderen.

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

205


21. Naar een nieuw ruimtelijk beleid met betrekking tot natuur 19/1/1993). Op basis van deze cijfers kan eenvoudig worden berekend wat de noodzakelijke oppervlakte bijkomend N- en R-gebied is om de VEN-doelstellingen mogelijk te maken. Omdat sommige gewestplannen aldus een negatief saldo toebedeeld kregen voor toename van N/R-gebied, werd nog rekening gehouden met twee correctiefactoren, nl. dat een wijziging naar N/Rgebied moet gelden voor minimum 1% van de gewestplanoppervlakte evenals voor de door het Duinendecreet beschermde duingebieden. De taakstellende oppervlaktes die aldus worden bekomen, zijn weergegeven in Tabel 21.4, evenals een overzicht van de uiteindelijke oppervlakte N/R-gebied per gewestplan. Een synthese is visueel voorgesteld in Figuur 21.4.

1. Een verhouding 10.000/56.000 kan volgens de ruimteboekhouding van het RSV worden gereserveerd voor bosuitbreiding, of 1,2% van het totale landbouwareaal op de huidige gewestplannen. 2. Een meer verantwoorde manier om de taakstelling bosuitbreiding te berekenen, volgt uit de visie die in opdracht van Aminal, afdeling Bos en Groen werd uitgewerkt voor een gewenste bosstructuur voor Vlaanderen (MENS EN RUIMTE, 1996). Een overlay van de prioritaire gebieden voor bosuitbreiding (ca. 18.000 ha) met de gewestplannen resulteert in een concrete oppervlaktetaakstelling per gewestplan. (Vergelijking met de theoretisch beschikbare RSV-oppervlakte leert dat het hier wenselijk is om "overschotten" landbouwgebied te verschuiven naar Oost-Vlaanderen. Deze "overschotten" komen vooral uit het bosarme West-Vlaanderen.)

Een vergelijking met de voorgaande berekeningsmethode leert dat alleen in de provincie Limburg er een "tekort" is aan landbouwgebied voor de realisatie van het VEN en een bijkomend areaal van 38.000 ha N- en R-gebied. Omdat er in de overige provincies een boekhoudkundig "overschot" is, kunnen deze overschotten naar Limburg worden "doorgeschoven" om te voldoen aan de ruimteboekhouding van het RSV. Wanneer in de nabije toekomst meer concreet werk wordt gemaakt van een visie op de gewenste natuurlijke structuur voor Vlaanderen kunnen de oppervlaktetaakstellingen voor bijkomend N/R-gebied definitief worden bijgesteld.

Taakstelling overig groen Volgens de RSV-ruimteboekhouding moet de oppervlakte "overig groen" status quo blijven. Dit betekent in principe dat wanneer een oppervlakte parkgebied bijvoorbeeld doorschuift naar N/R-gebied, elders eenzelfde oppervlakte nieuw parkgebied wordt aangeduid.

3. Een derde manier om de oppervlaktetaakstellingen te berekenen, kan vertrekken vanuit de ca. 75.000 ha biologisch zeer waardevolle en biologisch waardevolle ecotopen (exclusief agrarische gebieden met louter kleine landschapselementen) op de Biologische waarderingskaart die niet gelegen zijn binnen groengebied (s.l.), agrarisch gebied met ecologische waarde of militair domein (zie hoofdstuk 18). Een oppervlakte ter grootte van ongeveer de helft van deze gebieden kan op elk gewestplan veranderen naar groengebied om de oppervlaktetaakstelling van 38.000 ha te bereiken. De biologisch zeer waardevolle ecotopen die momenteel onvoldoende zijn beschermd, genieten daarbij prioriteit. Deze benadering houdt geen rekening met gewenste, grootschalige natuurontwikkeling in zones: (1) met geringe biologische waarde die grote potenties bezitten of (2) noodzakelijk zijn voor een samenhangend en goed functionerend ecologisch netwerk. Deze derde manier van benadering heeft dan ook eerder een theoretisch karakter. Taakstelling Bos Analoog kunnen taakstellende oppervlaktes voor bosuitbreiding worden berekend (Tabel 21.4):

Taakstelling agrarisch gebied met ecologisch belang De RSV-ruimteboekhouding spreekt zich niet concreet uit over een toename van de oppervlakte agrarisch gebied met ecologisch belang (AEB). Wel wordt gesteld dat 70.000 ha landbouwgebied als overdruk op het gewestplan kan worden aangeduid als Natuurverwevingsgebied in uitvoering van het Decreet Natuurbehoud. Deze gebieden zullen logischerwijs hoofdzakelijk bestaan uit bestemmingen "agrarisch gebied met ecologisch belang s.l." en "landschappelijk waardevol agrarisch gebied". Vermits de voor het natuurbehoud in de praktijk meest nagestreefde verweving met landbouw een verweving op perceelsniveau betreft, is het logisch dat voor deze gebieden de meest geschikte planologische bestemming wordt toegekend, nl. "agrarisch gebied met ecologisch belang". Wegens de actueel beperkte aanwezigheid van deze bestemmingscategorie en het feit dat een aanzienlijke oppervlakte met deze huidige bestemming bij de gewestplanherzieningen doorschuift naar N/R-gebied, ontstaat een groot tekort aan AEB. De ecologisch gewenste oppervlakte kan op minstens 50.000 ha, met een beleidsmatig maximum (RSV) van 70.000 ha, worden geraamd en behelst o.a. grote delen van rivier- en beekvalleien, gebieden met permanente graslanden, gebieden met weidevogels, kleinschalige landbouwlandschappen met specifieke fauna en flora... Terzake kan nog worden gerefereerd aan de Nederlandse situatie waar 100.000 ha Relatienota-gebied is afgebakend waarbinnen gestreefd wordt naar een duurzame verweving van de landbouw- en natuurfunctie.

Instituut voor Natuurbehoud 206

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid


Literatuur

Literatuur ANSELIN, A. & K. DEVOS. 1992. Populatieschattingen van broedvogels in Vlaanderen, periode 1989-1991. Rapport Vlavico vzw., Gent. 16 p. + bijlagen. ANSELIN, A., DEVOS, K. & KUIJKEN, E., 1998. Kolonievogels en zeldzame broedvogels in Vlaanderen in 1995 en 1996. Rapport Instituut voor Natuurbehoud 98/9,Vlacico-rapport 98/1. ANSELIN, A., DEVOS, K., P. MEIRE & E. KUIJKEN, 1998.The new breeding bird monitoring scheme in Flanders (Belgium) as a tool in nature conservation and management. Die Vogelwelt, Special Issue. Proceedings ‘Bird Numbers 1998’ EBCCConference (ingediend). ANSELIN, A. & DUFRÈNE, 1998a. Reference list for the Habitats and Species of the Continental Region (Annex I and Annex II of the Habitat Directive). Instituut voor Natuurbehoud A98.116, 2+20 p. ANSELIN, A. & DUFRÈNE, 1998b. Reference list for the Habitats and Species of the Continental Region (Annex I and Annex II of the Habitats Directive). Instituut voor Natuurbehoud A98.117, 2+20 p. ANSELIN, A. & E. KUIJKEN, 1995. Speciale beschermingszones voor het Vlaams Gewest, in uitvoering van de Habitat Richtlijn 92/43/EEG. Inventaris en afbakening. Rapport IN 95.20, 29 p. ANSELIN, A, D. PAELINCKX, K. DEVOS, M.VAN HOVE, E. KUIJKEN, 1998.Voorstel tot aanpassing van de perimeter van de Vogelrichtlijngebieden in Vlaanderen en tot uitbreiding van het aantal habitats binnen de niet integraal beschermde gebieden. IN, Nota A98.107 ANTROP, M., H. GULINCK, K.VAN LOOY, G. DE BLUST, P.VAN GHELUE, I. MELKEBEKE & E. KUIJKEN. 1993. Structuurplan Vlaanderen. Deelfacet open ruimte. Eindrapport IN A93-103. BAL,D. & R. REIJNEN, 1997. Natuurbeleid in uitvoering. Inspanningen, effecten, verwachtingen en kansen. IKC Natuurbeheer en IBN-DLO. Achtergronddocument 8 bij Natuurverkenning ‘97, 136 pp. BAUWENS, D. & K. CLAUS. 1996. Verspreiding van amfibieën en reptielen in Vlaanderen. Uitgave van de Wielewaal Natuurvereniging v.z.w.,Turnhout. 192 pp. BENNETT, G. 1991. Towards a European Ecological Network. Institute of European Environmental Policy, Arnhem. 80 pp. BINK, F.A., 1992. Ekologische atlas van de dagvlinders van Noordwest-Europa.Schuyt & Co Uitgevers en Importeurs bv, Haarlem. BOEYE, D., VAN STRAATEN, D. & VERHEYEN, R.F., 1995. A recent transformation from poor to rich fen caused by artificial groundwater recharge. Journal of hydrology 196: 111-129. BOSMANS, R., 1991. Enkele opmerkingen over vroeger van België geciteerde spinnen, waarvan het voorkomen in ons land twijfelachtig is of dient bevestigd te worden. Nieuwsbrief van de Belgische Arachnologishe Vereniging 6 (2): 9-12. BRUYLANTS, B.,VANDELANNOOTE, A. & VERHEYEN, R.F., 1989. De vissen van onze Vlaamse beken en rivieren: hun ecologie, verspreiding en bescherming. WEL vzw. Antwerpen. CAEKEBEKE, G. (1986). Vergelijkende studie van de epifytische lichenen van de Denderstreek. Ongepubl. Lic. Verh., Universiteit Gent, Gent. CAMMAERTS, R., 1979. Atlas provisoire des Insectes de Belgique et des régions limitrophes. Cartes 1333 à 1400. Les Odonates de belgique et des régions limitrophes. Gembloux. CHRISTIAENS, B. (1998). Gezocht en gevonden: de Wilde hamster Cricetus cricetus. De Wielewaal 64 (6): 199-200. CLIQUET, A. & KUIJKEN, E., 1996. De regelgeving in Vlaanderen inzake het natuurbehoud als kader voor de implementatie van het Biodiversiteitsverdrag,Tijdschrift voor Milieurecht, 1995/4, 283-293. COSYNS, E., LETEN, M., HERMY, M. VANHECKE, L. & TRIEST, L., 1994a. Checklist van de Vlaamse vaatplanten 1993. V.U.B., Instituut voor Natuurbehoud. COSYNS, E., LETEN, M., HERMY, M. & TRIEST, L., 1994b. Een statistiek van de wilde flora van Vlaanderen.V.U.B., Instituut voor Natuurbehoud. COUNCIL OF EUROPE, UNEP, EUROPEAN CENTRE FOR NATURE CONSERVATION, 1996. The Pan-European Biological and Landscape Diversity Strategy. A vision for Europe’s natural heritage. 50 pp. CRIEL, D. (1997). De Das in Vlaanderen: een verhaal in zwart en wit. Bestendige deputatie van de Provincieraad van Limburg, Hasselt. CRIEL, D., LEFEVRE, A., VAN DEN BERGE, K., VAN GOMPEL, J. & VERHAGEN, R., 1994. Rode Lijst van de zoogdieren in Vlaanderen. AMINAL, Brussel. DAVIS T.J., 1994.The Ramsar Convention Manual: a guide to the Convention on Wetlands of International Importance especially as a Waterfowl Habitat. Ramsar Convention Bureau, Gland, Switzerland. DE BLOCK, W. & KUIJKEN, E., 1981. Randvoorwaarden voor het behoud van waardevolle oecotopen in het natuurgebied “de Lage Moere” te Meetkerke (West-Vlaanderen). Rapport Universiteit Gent in opdracht van Ruilverkavelingscomité Houtave. 89 pp.

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

207


Literatuur DE BLUST, G., A. FROMENT, E. KUIJKEN, L. NEF & R.F.VERHEYEN. 1985. Biologische waarderingskaart van België. Algemene verklarende tekst. Instituut voor Hygiëne en Epidemiologie, Brussel. DE BLUST, G., PAELINCKX, P. & KUIJKEN, E. 1994. Up-to-date information on nature quality for invironmental management in Flanders. In: Ecosystem classification for Environmental Management. Klijn, F. (ed.), pp. 223-244. Dordrecht: Kluwer Academic Publishers. DE BLUST, G. & SCHNEIDERS, A., 1989. Heiden en heidebeheer. In: Hermy, M., Natuurbeheer. pp: 104-124. Van de Wiele, Stichting Leefmilieu, Natuurreservaten en Instituut voor Natuurbeheer, Brugge. DE BLUST, G. & SPELMANS, N., 1997. Gevolgen voor de natuur. In: Verbruggen, A. Milieu- en natuurrapport Vlaanderen 1996. Leren om te keren. Wetenschappelijk Rapport.Vlaamse Milieumaatschappij. DE KLEMM C. & CRÉTEAUX I., 1994.The legal development of the Ramsar Convention. Ramsar Convention Bureau, Gland, Switzerland. DE KNIJF, G. & ANSELIN, A., 1996. Een gedocumenteerde Rode Lijst van de libellen van Vlaanderen. Mededelingen van het Instituut voor Natuurbehoud 1996 (4), Brussel. 90 pp. DE KNIJF, G., ANSELIN, A. & DEMOLDER, H., 1996.The Odonatofauna of the Damvallei (East-Flanders, Belgium): past glory or still worthwhile? Biologisch Jaarboek Dodonaea 64: 75-91. DE LOOSE, L., VAN ELSACKER, C. & VERHEYEN, R.F. (1996). Een verwervingsplan voor de Vlaamse kustduinen en aangrenzende gebieden. Groep toegepaste ecologie, U.I.A., Wilrijk, 109 p. + kaarten. DE PUE, E, STRYCKERS, P. & VANDEN BILCKE, C., 1991. Milieuzakboekje 1991: leidraad voor de milieuwetgeving in Vlaanderen. Kluwer rechtswetenschappen, Antwerpen. DE PUE, E., LAURYSEN, L. & STRYCKERS, P., 1997. Milieuzakboekje 1997: leidraad voor de milieuwetgeving in Vlaanderen. Kluwer rechtswetenschappen, Antwerpen. DE PUE,E., LAURYSEN,L. & STRYCKERS,P., 1998. Milieuzakboekje. Kluwer Rechtswetenschappen. 804 pp. DE RIDDER, F., & GABRIËLS, J., 1994. Wijzigingen in het broedvogelbestand in de Vogelrichtlijngebieden in de provincie Limburg. Oriolus 60: 93-101. DE ROO, K., 1994.Vogelrichtlijngebieden: pluimgewichten van het natuurbeleid? Leefmilieu 17:10-17. DE ROO, K., 1996. Het natuurbehoud en de ruimtelijke ordening. In : Jadot, B. (Ed.), Het Natuurbeschermingsrecht. Kluwer Rechtswetenschappen, Antwerpen, pp. 111-159. DECLEER, K., 1988. De spinnenfauna van het natuurreservaat ‘Het Molsbroek’. Onderzoek naar de invloeden van waterpeilen maaibeheer. Nieuwsbrief van de Belgische Arachnologishe Vereniging 9: 7-18. DESENDER, K., 1996. Diversity and dynamics of coastal dune carabids. Annales Zoologici Fennici, 33 (1): 65-76. DESENDER, K., BACKELJAU, TH., DELAHAYE, K. & DE MEESTER, L., 1998. Age and size of European saltmarshes and its population genetic consequences for ground beetles. Oecologia 144:503-513 DESENDER, K. & BAERT, L., 1995. Carabid beetles as bio-indicators in Belgian coastal dunes: a long term monitoring project. Bulletin van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, Entomologie, 65: 35-54. DESENDER, K. & BOSMANS, R., in druk. Ground beetles (Coleoptera, Carabidae) on set-aside fields in the Campine region and their importance for nature conservation in Flanders (Belgium). Biodiversity and Conservation. DESENDER, K. & MAELFAIT, J.-P., in druk. Diversity and conservation of terrestrial arthropods in tidal marshes along the river Schelde: a gradient analysis (Biological Conservation) DESENDER, K., MAES, D. & MAELFAIT, J.-P. 1995. Een gedocumenteerde Rode Lijst van de zandloopkevers en loopkevers van Vlaanderen. Instituut voor Natuurbehoud, Brussel. DEVILLERS, P., & ROGGEMAN, W., 1988. Tapuit Oenanthe oenanthe. In: Devillers et al., (red.). Atlas van de Belgische Broedvogels, pp. 250-251. Brussel, Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen. DEVILLERS, P., ROGGEMAN, W.,TRICOT, J. DEL MARMOL, P. KERWIJN, C., JACOB, J.-P. & ANSELIN, A., 1988. Atlas van de Belgische broedvogels. Brussel, Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen. DEVOS, K., & ANSELIN, A., 1996. Kolonievogels en zeldzame broedvogels in Vlaanderen in 1994. Rapport Instituut voor Natuurbehoud 96/20,Vlavico-rapport 96/1, Brussel, Gent. DEVOS, K., & ANSELIN, A., 1997a. Aantallen en verspreiding van kolonievogels en zeldzame broedvogels in Vlaanderen tijdens het seizoen 1994. Oriolus 63:25-40. DEVOS, K., & ANSELIN, A., 1997b. Monitoring of rare, colonial and feral birds in Flanders: first results. Bird Census News 9:53-61. DEVOS, K. & ANSELIN, A., in voorbereiding. Rode Lijst van de broedvogels in Vlaanderen. Mededelingen van het Instituut voor Natuurbehoud. DEVOS, K., G. DE KNIJF, D. PAELINCKX & E. KUIJKEN, 1998. Aanzet tot herziening van de habitats binnen de niet integraal beschermde Vogelrichtlijngebieden. Nota IN A98.053/2.

Instituut voor Natuurbehoud 208

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid


Literatuur DEVOS, K., MEIRE, P., YSEBAERT, T. & KUIJKEN, E., 1997. Watervogels in Vlaanderen tijdens het winterhalfjaar 1995/96. Rapport Instituut voor Natuurbehoud 97/17. DIEDERICH, P., SÉRUSIAUX, E.,VAN DEN BOOM, P. & BRAND, M., in voorb.The lichens and lichenicolous fungi of Belgium and Luxembourg. An annotated checklist. DRAULANS, D., 1988. Woudaapje Ixobrychus minutus. In: DEVILLERS et al., (Red.). pp. 38-39. Atlas van de Belgische Broedvogels. Brussel, Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen. GABRIËLS, J., STEVENS, J., & VAN SANDEN, P., 1994. Broedvogelatlas van Limburg.Veranderingen in aantallen en verspreiding na 1985. LIKONA, Provinciale Vogelwerkgroep, 366 pp. HASLETT, J.R., 1997. Suggested additions to the invertebrate species listed in appendix II of the Bern Convention. Final report to the Council of Europe. Council of Europe T-PVS (98) 9, Strasbourg. HENDRICKX, F. & MAELFAIT, J.-P., 1996. Spinnen en zware metalen. 2. Contaminatie door zware metalen bij enkele spinnensoorten van het Schelde-estuarium. Nwsbr. Belg. arachnol.Ver. 11 (2): 51-56. HUET, M., 1962. Influence du courant sur la distribution des poissons dans les eaux courantes. Revue suisse d’Hydrologie, 24: 412-432. IUCN COMMISSION ON NATIONAL PARKS AND PROTECTED AREAS,1994. Parks for Life :Action for Protected Areas in Europe, IUCN, Gland, Switzerland and Cambridge, UK, 154 pp. IUCN, 1996. 1996 IUCN Red List of threatened animals. Gland, IUCN. KALKHOVEN, J.T.R.,VAN APELDOORN,R.C. & FOPPEN,R.P.B., 1995. Fauna en natuurdoeltypen; minimumoppervlakte voor kernpopulaties van doelsoorten zoogdieren en vogels, IBN-rapport 193. KUIJKEN E., 1972. Belgian Wetlands of International Importance for Waterfowl. Proc. Int. Conf. on Conserv. of wetlands & waterfowl. Ramsar, Iran, pp. 179-188. KUIJKEN E. (Red.), 1996. Ramsar National Report Belgium. 1993-1995. Rapport Instituut voor Natuurbehoud 96.01/2, Brussel. KUIJKEN, E. & DE BLUST,G., 1997. The ecological network concept : a realistic contribution to nature conservation policy in Flanders (Belgium)? Le réseau écologique. Actes du colloque, Arquennes, 8-9/11/95. Région Wallonne, Direction générale des Ressources naturelles et de l’Environnement, Conservation de la nature,Travaux n° 18 : 57-62. KUIJKEN E., DEVOS K. & MEIRE P., 1992. Ramsar National Report Belgium (Flemish Region). 1990-1992. Nota A 92.105, Instituut voor Natuurbehoud, Hasselt. KUIJKEN, E. & MEIRE, P., 1996. Some results of long-term monitoring of wintering geese in Oostkustpolders, Flanders, Belgium. Wetlands International Goose Specialist Group Bulletin No 8: 22-25. KUIJKEN E., VAN VESSEM J. & DRAULANS D., 1986. Ramsar areas in the Flemish part of Belgium. Rapport Instituut voor Natuurbehoud, Hasselt. LEHTONEN, H., 1994. Climate change and European freshwater fishes. Report FAO/EIFAC/XVIII/94/Inf.15. Rome. LEMBRECHTS, J. & VAN STRAATEN, D., 1982. Gradient investigation of a peat-bog (Buitengoor-Meergoor / Mol, Belgium). 1. Physical and chemical investigation of surface water and soil. Bull. Soc. Roy. Bot. Belg. 115: 325-336. LIPPENS, L., & WILLE, H., 1972. Atlas van de vogels van België en West-Europa.Tielt, Lannoo. MAELFAIT, J.-P., 1993. Listes rouges et régions d’Europe. Bulletin de la Société entomologique de France 98 (5): 487-489. MAELFAIT, J.-P., 1995. Recente ontwikkelingen in het projekt betreffende ongewervelde dieren van het Instituut voor Natuurbehoud. Phegea 23 (1): 59-64. MAELFAIT, J.-P., 1996. Beheer van wegen en bermen: geen gemakkelijke opdracht. In: K. Claus & Janssen, L. (eds.), Referaten Studiedag Natuurtechnische Milieubouw, pp. 39-44, LIN, Brussel. MAELFAIT, J.-P. & BAERT, L., 1997. Spinnen als bio-indicatoren ten behoeve van het natuurbehoud in Vlaanderen. De Levende Natuur 98 (5): 174-183. MAELFAIT, J.-P., BAERT, L. & ALDERWEIRELDT, M., (in voorbereiding). Becommentarieerde Rode Lijst van de spinnen van Vlaanderen. In voorbereiding. MAELFAIT, J.-P., BAERT, L. & DESENDER, K., 1997. Effects of groundwater catchment and grassland management on the spider fauna of the dune nature reserve ‘De Westhoek’ (Belgium). Proceedings of the 15th European Colloquium of Arachnology, Siedlce, Poland: 221-235. MAELFAIT, J.-P., COULON, G. & DESENDER, K., 1992.The Flemish legislation on the protection of Coleoptera in European perspective. Proceedings of the 8th International Colloquium of the European Invertebrate Survey, Brussels: 81-90. MAELFAIT, J.-P. & DE KEER, R., 1990.The border zone of an intensively grazed pasture as a corridor for spiders (Araneae). Biological Conservation 54: 223-238. MAELFAIT, J.-P., DE KNIJF, G., DE BECKER, P. & HUYBRECHTS, W., 1995. Analysis of the spider fauna of the riverine forest nature reserve ‘Walenbos’ (Flanders, Belgium) in relation to hydrology and vegetation. In: V. Ruzicka (Ed.), Proceedings of the 15th European Colloquium of Arachnology, Institute of Entomology, Ceske Budejovice: 125-135.

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

209


Literatuur MAELFAIT, J.-P., JOCQUÉ, R., BAERT, L. & DESENDER, K., 1990. Heathland management and spiders. Acta Zool. Fennica 190: 261- 266. MAELFAIT, J.-P. & SEGHERS, R., 1986. Spider communities and agricultural management of meadow habitats. Actas X Congr. Int. Aracnol. Jaca/Espana, 1986. I: 239-243. MAES, D., MAELFAIT, J.-P. & KUIJKEN, E., 1995. Rode lijsten: een onmisbaar instrument in het moderne Vlaamse natuurbehoud. Wielewaal 61 (5): 149-156. MAES, D. & VAN DIJCK, H. 1996. Een gedocumenteerde Rode lijst van dagvlinders van Vlaanderen. Instituut voor Natuurbehoud i.s.m. De Vlaamse Vlinderwerkgroep vzw. Brussel. MAES, D. & VAN DYCK, H., 1997. Een Zilveren-maansverduistering in Vlaanderen.Vlinders 12 (4): 8-11. MAES, D. & VAN DYCK, H., 1999. Dagvlinders in Vlaanderen - Ecologie, verspreiding en behoud. Stichting Leefmilieu i.s.m. Instituut voor Natuurbehoud en Vlaamse Vlinderwerkgroep, Antwerpen/Brussel. MAES, P., MEEUS, H., & VOET, H., 1985. Broedvogels in Vlaanderen, 1980-1982. Wielewaal 51: 185-202. MATTHEWS G.V.T., 1993.The Ramsar Convention on Wetlands: its history and development. Ramsar Convention Bureau, Gland, Switzerland. MEININGER, P.M., SCHEKKERMAN, H. & VAN ROOMEN, M.W.J., 1995. Population estimates en 1% criteria for waterbird species ocurring in the Netherlands: suggestions for standardization. Limosa 68: 41-48. MENS EN RUIMTE ,1996. De gewenste Bosstructuur voor Vlaanderen. Visievorming, selectie en globale afbakening/differentiatie voor de gebieden of elementen op schaal 1/50.000 door de overheidssector “Bosbouw”. Studie in opdracht van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, AMINAL, Afdeling Bos en Groen. MINA-RAAD VLAANDEREN, 1993. Advies van 19/1/1993 inzake de Richtnota Groene Hoofdstructuur van Vlaanderen. 31 pp. MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP (1991). De Groene Hoofdstructuur van Vlaanderen. Richtnota. Uitgave AMINAL, Dienst Natuurbehoud en Instituut voor Natuurbehoud, Brussel. 48 pp. + kaarten. MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP (1998). Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. 594 pp. MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP, 1995.Vlaamse Regionale Indicatoren (VRIND) 1995 en 1997. ONKELINX,T., 1997.Voorlopige atlas van de Vlaamse zoogdieren. Euglena 16 (6). OPDAM,P., 1987. De metapopulatie : model van een populatie in een versnipperd landschap. Landschap 4/4 : 289-305. OSIECK, E., 1998a.Vogel- en Habitatrichtlijn : hoekstenen van het Europese natuurbeleid. De Levende Natuur 99,6 : 204-208. OSIECK, E., 1998b. Natura 2000 : naar een Europees netwerk van beschermde gebieden. De Levende Natuur 99,6 : 224-231. PAELINCKX, D. & KUIJKEN, E. 1998. Digitale lokalisatie van gronden met een natuurfunctie in het kader van het decreet van 23/1/1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen. Rapport Instituut voor Natuurbehoud 97.22 i.o.v.VLM-Mestbank, 43 pp. + kaartbijlagen. PAELINCKX, D. & E. KUIJKEN (red.), 1999 (in voorbereiding). Biologische waarderingskaart van het Vlaamse Gewest. Aanvullende Algemene Verklarende Tekst. Rapport Instituut voor Natuurbehoud ,IN99.1. PARENT, G. H., 1984. Atlas des batraciens et reptiles de Belgique. Cahiers d'Ethologie Appliq., 4: 1-198. PARENT, G.H., 1997. Contribution à la connaissance du peuplement herpétologique de la Belgique - Note 10. Chronique de la régression des batraciens et reptiles en Belgique et Grand-Duché de Luxembourg au cours du Xxème siècle. Les Naturalistes Belges 78: 257-304. POLLET, M., 1992. Impact of environmental variables on the occurrence of dolichopodid flies in marshland habitats in Belgium (Diptera: Dolichopodidae). Journal of Natural History, 26: 621-636. POLLET, M. (submitted). Dolichopodid biodiversity and site quality assessment of reed marshes versus grasslands in Belgium (Diptera: Dolichopodidae). Journal of Insect Conservation POLLET, M. & GROOTAERT, P., 1987. Ecological data on Dolichopodidae (Diptera) from a woodland ecosystem. I. Colour preference, detailed distribution and comparison of different sampling techniques. Bull. Inst. R. Sci. Nat. Belg., Ent., 57: 173-186. POLLET, M. & GROOTAERT, P., 1991. Horizontal and vertical distribution of Dolichopodidae (Diptera) in a woodland ecosystem. Journal of Natural History, 25: 1297-1312. POLLET, M. & GROOTAERT, P., 1995.The Dolichopodid fauna of coastal habitats in Belgium. Bull. Annls Soc. r. belge Ent., 130: 331-344. POLLET, M. & GROOTAERT, P., 1996. An estimation of the natural value of dune habitats using Empidoidea (Diptera). Biodiversity and Conservation, 5(7): 859-880. POLLET, M., GROOTAERT, P. & MEUFFELS, H., 1989. Relationship between habitat preference and distribution of dolichopodid flies in Flanders (Dipt., Dolichopodidae).Verhandelingen van het symposium “Invertebraten van België”: pp. 363-371. POLLET, M., VERBEKE, C. & GROOTAERT, P., 1986. Verspreiding en fenologie van Dolichopodidae in een bosbiotoop te Wijnendale (West-Vlaanderen). Bull. Annls Soc. r. belge Ent., 122: 285-292.

Instituut voor Natuurbehoud 210

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid


Literatuur PROVOOST, S. & HOFFMANN, M., 1996. Ecosysteemvisie voor de Vlaamse Kust - I. Ecosysteembeschrijving. Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, AMINAL, Afdeling Natuur, Brussel. PROVOOST, S. & HOFFMANN, M., RED. (1996). Ecosysteemvisie voor de Vlaamse kust. 2 delen. Universiteit Gent en Instituut voor Natuurbehoud in opdracht van AMINAL, Afdeling Natuur, Brussel, 375 + 130 p. + bijl. PROVOOST, S. & VAN LANDUYT, W. (in prep.). The flora of the Flemish coastal dunes (Belgium) in a changing landscape. Proceedings European Symposium Southport 22-26 September 1998: Coastal Dunes of the Atlantic Biogeographical Region. QUANTEN, E. (1986). Vergelijkende Studie Van De Epifytenflora in Midden-Limburg : 1960-1985. Ongepubl. Lic. Verh., Universiteit Gent, Gent. ROSE, P.M. & SCOTT, D.A., 1997. Waterfowl Population Estimates. Second Edition. Wetlands International Publication 44. Wetlands International, Wageningen. SCHAMINÉE, J.H.J., ARTS, G.H.P. & WESTHOFF, V., 1995. Littorelletea (Oeverkruid-klasse). In: SCHAMINÉE, J.H.J., WEEDA, E.J. & WESTHOFF, V. (red.). De vegetatie van Nederland. Deel 2: plantengemeenschappen van wateren, moerassen en natte heiden. pp: 109-138. Opulus, Uppsala. SCHAMINÉE, J.H.J. & WILLEMS, J.H., 1996. Festuco-Brometea (Klasse der kalkgraslanden). In: SCHAMINÉE, J.H.J.,WEEDA, E.J. & WESTHOFF,V. (Ed.). De vegetatie van Nederland. Deel 3: plantengemeenschappen van graslanden, zomen en droge heiden. pp: 145-162. Opulus, Uppsala. SCHNEIDERS, A., WILS, C., PEYMEN J. & VERHEYEN, R.F. 1995. Finalisering: Onderzoek naar de verspreiding en de typologie van ecologisch waardevolle waterlopen in het Vlaamse Gewest - Finalisering. Universitaire Instelling Antwerpen, in opdracht van Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, AMINAL, Afdeling Water, 74 p. SCHORR, M., 1990. Grundlagen zu einem Artenhilfsprogramm Libellen der Bundesrepublik Deutschland. Ursus Scientific Publishers and Societas Internationalis Odonatologica (S.I.O.), Bilthoven. 512 pp. (45 fig.). SCHUMACKER, R. ed. (1985). Atlas de distribution des bryophytes de Belgique, du Grand-Duché de Luxembourg et des régions limitrophes. 1. Anthocerotae & Hepaticae (1830-1984), Editions du Jardin botanique national de Belgique, Meise. SCHUMACKER, R., WERNER, J., ARTS,T., SOTIAUX, A. & STIEPERAERE, H., in voorbereiding. Liste et statut des bryophytes de Belgique et du Grand-Duché de Luxembourg. SCOTT, D.A. & ROSE, P.M., 1996. Atlas of Anatidae Populations in Africa and western Eurasia. Wetlands International Publication 41. Wetlands International, Wageningen. SEEUWS, P., COECK, J. & VERHEYEN, R.F., 1998.Voorstel tot afbakening van waterlooptrajecten voor de bescherming van de Beekprik (Lampetra planeri). Rapport Universitaire Instelling Antwerpen en Instituut voor Natuurbehoud IN.98.8. 27 pp. STIEPERAERE, H. & FRANSEN, K., 1982. Standaardlijst van de Belgische vaatplanten met aanduiding van hun zeldzaamheid en socio-oecologische groep. Dumortiera 22: 1-41. SWERTZ, C.A., SCHAMINÉE, J.H.J. & DIJK, E., 1996. Nardetea (Klasse der heischrale graslanden). In: SCHAMINÉE, J.H.J., WEEDA, E.J. & WESTHOFF, V. (Ed.). De vegetatie van Nederland. Deel 3: plantengemeenschappen van graslanden, zomen en droge heiden. pp: 145-162. Opulus, Uppsala. THOMAS, C. D. & ABERY, J. C. G., 1995. Estimating rates of butterfly decline from distribution maps: the effect of scale. Biological Conservation 73: 59-65. TRAETS, J., 1965. Vegetatiekaart van België. Comité voor het opnemen van de Bodemkaart en Vegetatiekaart van België onder auspiciën van het Instituut tot aanmoediging van het Wetenschappelijk Onderzoek in Nijverheid en Landbouw. TUCKER, G. & HEATH, M. 1994. Birds in Europe.Their Conservation Status. BirdLife Conservation Series n°3. Cambridge, UK, BirdLife International. VAN DEN BERGE, K., 1995. De Vos Vulpes vulpes in Vlaanderen: inventarisatie en synthese van de belangrijkste knelpunten. Mededelingen IBW 1995/1: 71-100. VAN DEN BERGE, K., in druk. Marterachtigen in Vlaanderen. De Levende Natuur. VAN DER GUCHT, K., & HOFFMANN, M. (1990).The impact of air pollution on the occurence of corticolous and saxicolous lichens in the industrial area north of Ghent (Belgium). Mém. Soc. Roy. Belg. 12: 111-126. VAN DER WEIJDEN,W & MIDDELKOOP, N.,1998. Heeft Nederland veel of weinig natuurgebied? Een internationale vergelijking. Landschap 15/4, 225-230. VAN GHELUE,P. , DECLEER,K., DE BLUST,G., PAELINCKX,D. & KUIJKEN,E. (1993). Aanzet tot een regionaal landschapsecologisch model (RELEM) voor het gebruik in landinrichting, Rapport IN i.o.v.VLM, A93.91. VAN HOORICK,G. (1998). De invloed van het Decreet Natuurbehoud op de landbouwexploitatie en het statuut van het onroerend goed. Tijdschrift voor Agrarisch Recht 1998, afl. 2. VAN LANDUYT,W., 1997. Florabank: naar een databank voor de flora van Vlaanderen. De Levende Natuur: 98 (5): p. 160-163. VAN ROMPAEY, E. & DELVOSALLE, L., 1972. Atlas van de Belgische en Luxemburgse Flora. Pteridofyten en Spermatofyten. Nationale Plantentuin van België, Brussel.

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

211


Literatuur VAN SWAAY, C. A. M., WARREN, M. S. & GRILL, A., 1997. Threatened butterflies in Europe. De Vlinderstichting/British Butterfly Conservation, Wageningen/Wareham. VAN TOL, J & VERDONK, M., 1988.The protection of dragonflies (Odonata) and their biotopes. Nature and Environment series N°38, Raad van Europa, Straatsburg. VAN VESSEM, J. & MEIRE, P., 1990.Vlaamse bijdrage tot de Europese broedvogelatlas. Uitgave Instituut voor Natuurbehoud en Rijksuniversiteit Gent, i.s.m.Vlavico, 56 pp. VAN ZADELHOFF, E. & LAMMERS,W., 1995. The Dutch ecological network. Landschap 12(3) : 77-88. VANDEKERKHOVE K., 1993. Populatiedynamiek van de Grauwe Klauwier in Europa. Het Vogeljaar 41: 211-215. VANDELANNOOTE, A., 1998. Recente evoluties van de visfauna van Vlaamse beken en rivieren. In:VANDELANNOOTE, A., YSEBOODT, R., BRUYLANTS, B., VERHEYEN, R., COECK, J., MAES, J., BELPAIRE, C., VAN THUYNE, G., DENAYER, B., BEYENS, J., DE CHARLEROY, D. & VANDENABEELE, P. (Eds.) Atlas van de Vlaamse beek- en riviervissen. WEL vzw. Antwerpen. pp. 255-257. VANDELANNOOTE, A., BRUYLANTS, B., DE CHARLEROY, D. & ADRIAENSEN, F., 1998. De ecologie en verspreiding van zoetwatervis- en rondbeksoorten in Vlaamse beken en rivieren. In:VANDELANNOOTE,A.,YSEBOODT, R., BRUYLANTS, B.,VERHEYEN, R., COECK, J., MAES, J., BELPAIRE, C.,VAN THUYNE, G., DENAYER, B., BEYENS, J., DE CHARLEROY, D. & VANDENABEELE, P. (Eds.) Atlas van de Vlaamse beek- en riviervissen. WEL vzw. ntwerpen. pp. 41-212. VANDELANNOOTE, A. & COECK, J., 1998. Rode Lijst van de inheemse en ingeburgerde zoet- en brakwatervissen en van de rondbekken in Vlaanderen. In:VANDELANNOOTE, A.,YSEBOODT, R., BRUYLANTS, B.,VERHEYEN, R., COECK, J., MAES, J., BELPAIRE, C.,VAN THUYNE, G., DENAYER, B., BEYENS, J., DE CHARLEROY, D. & VANDENABEELE, P. (Eds.) Atlas van de Vlaamse beek- en riviervissen. WEL vzw. Antwerpen. pp. 259-264. VANHECKE, L. (1985). Beschermde en bedreigde plantensoorten in België : de toestand in 1985. Publ. Natuurhist. Gen. Limburg 35: 27-35. VANHECKE, L. 1985. Beschermde en bedreigde planten in België: de toestand in 1985. Publ. Natuurhist. Gen. Limburg. 1985 XXXV (3-4): 27-35. VERBOOM,J., LITTIKHUIZEN,P.C. & KALKHOVEN,J.T.R. (1997). Minimumarealen voor dieren in duurzame populatienetwerken, IBN-rapport 259 VERHEYEN, R.F.,VAN SPAENDONCK, G., MAELFAIT, J.-P., HERMY, M., ULENAERS, P., ROMBOUTS K. & RUTTEN, J. 1994. Verlies van biodiversiteit. In: A. Verbruggen (red.), Leren om te keren. Milieu- en natuurrapport Vlaanderen, Garant, Leuven/Apeldoorn: 497-520 VLAVICO, 1989.Vogels in Vlaanderen.Voorkomen en verspreiding. I.M.P. Bornem. WERKDOCUMENT IKF-NBLF NR 48, Ontwerpnota Ecosysteemvisie EHS, Wageningen, 1993. WINDIG, J. & FLORUS, M. 1997. Evolutie van het broedbestand in Vlaanderen van Oeverzwaluw Riparia riparia, Huiszwaluw Delichon urbica en Boerenzwaluw Hirundo rustica. Oriolus 63:3, 1-32. ZUIDHOFF, A.C., SCHAMINÉE, J.H.J. & VAN ‘T VEER, R., 1996. Molinio-Arrhenatheretea. In: SCHAMINÉE, J.H.J., STORTELDER, A.H.F. & WEEDA, E.J. (Ed.). De vegetatie van Nederland. Deel 3: plantengemeenschappen van graslanden, zomen en droge heiden. Opulus, Uppsala. ZWAENEPOEL, A. & MAELFAIT, J.-P., 1997. Bermen en dijken of: van “het weiden langs ‘s Heren straeten” tot het Bermbesluit. In: M. Hermy & G. De Blust (eds.), Punten en lijnen in het landschap,Van de Wiele, Brugge: 143-172.

Instituut voor Natuurbehoud 212

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid


Afkortingen

Afkortingen AEB AGBW AMINAL APA AROHM B.Vl.Ex B.Vl.R BBV BBV-project BPA BS BVR BWK EG EHS EU FSAGX GEN GENO GHS GIS IBW IN IUCN IVON JNM K.B. MAP MER NGO NKG NOG NVBG NVWG Rli RSV RUCA UIA SAC SCI VEN

Agrarisch gebied met Ecologisch Belang Agrarisch gebied met Bijzondere Waarde Administratie Milieu, Natuur en Landinrichting Algemeen Plan van Aanleg Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen Besluit van de Vlaamse Executieve (nu:Vlaamse Regering) Besluit van de Vlaamse Regering Bijzondere Broedvogels Vlaanderen Monitoringsproject "Bijzondere Broedvogels Vlaanderen" Bijzonder Plan van Aanleg Belgisch Staatsblad Besluit van de Vlaamse Regering Biologische waarderingskaart Europese Gemeenschap Ecologische Hoofdstructuur (Nederland) Europese Unie FacultĂŠ des Sciences Agronomiques de Gembloux Grote Eenheden Natuur Grote Eenheden Natuur in Ontwikkeling Groene Hoofdstructuur Geografisch Informatiesysteem Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer Instituut voor Natuurbehoud International Union for the Conservation of Nature and Natural Resources Integraal Verwevings- en Ondersteunend Netwerk Jeugdbond voor Natuurstudie en Milieubescherming Koninklijk Besluit Mest Actie Plan Milieueffectrapport Niet-Gouvernementele Organisatie Natuurkerngebied Natuurontwikkelingsgebied Natuurverbindingsgebied Natuurverwevingsgebied Rode Lijst en soorten van internationaal belang Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen Rijksuniversitair Centrum Antwerpen Universitaire Instelling Antwerpen Special Areas of Conservation Sites of Community Importance Vlaams Ecologisch Netwerk

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

213


Afkortingen Auteurs

Auteurs Instituut voor Natuurbehoud Kliniekstraat 25, B-1070 Brussel. Anny Anselin anny.anselin@instnat.be Desiré Paelinckx desire.paelinckx@instnat.be Dick van Straaten dick.van.straaten@instnat.be Dirk Bauwens dirk.bauwens@instnat.be Dirk Maes dirk.maes@instnat.be Eckhart Kuijken eckhart.kuijken@instnat.be Geert De Blust geert.de.blust@instnat.be Geert De Knijf geert.de.knijf@instnat.be Jean-Pierre Maelfait jean-pierre.maelfait@instnat.be Johan Coeck johan.coeck@instnat.be Koen Devos koen.devos@instnat.be Kris Decleer kris.decleer@instnat.be Mieke De Wilde mieke.dewilde@instnat.be Niko Boone niko.boon@instnat.be Sam Provoost sam.provoost@instnat.be Sandra Colazzo sandra.colazzo@instnat.be Tom Ysebaert tom.ysebaert@instnat.be Valérie Goethals valerie.goethals@instnat.be Wim De Belder wim.de.belder@instnat.be Wouter Van Landuyt wouter.van.landuyt@instnat.be Léon Baert Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen Departement Entomologie Vautierstraat 29 1000 Brussel Email: baert@kbinirsnb.be Hans Baeté Universiteit Gent Labo Plantkunde Ledeganckstraat 35 9000 Gent An Cliquet Universiteit Gent Departement voor Internationaal Publiek Recht Universiteitsstraat 6 9000 Gent an.cliquet@rug.ac.be Konjev Desender Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen Departement Entomologie Vautierstraat 29 1000 Brussel Email: desender@kbinirsnb.be

Olivier Heylen Nationale Plantentuin van België Domein van Bouchout 1860 Meise Email: olivier.heylen@br.fgov.be Patrick Meire Universitaire Instelling Antwerpen Departement Biologie Universiteitsplein 1, B-2610 Wilrijk Email: pmeire@uia.ua.ac.be Marc Pollet Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen Departement Entomologie Vautierstraat 29 1000 Brussel Email: mp@iwt.be Anik Schneiders Universitaire Instelling Antwerpen Departement Biologie Universiteitsplein 1, B-2610 Wilrijk Email: anikschn@uia.ua.ac.be Koen Van Den Berge Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer Duboislaan 14 1560 Groenendaal Email: koen.vandenberge@lin.vlaanderen.be Paul Van den Bremt Flo.Wer Baron de Gieylaan 109 9840 De Pinte Hans Van Dyck Universitaire Instelling Antwerpen Departement Biologie Universiteitsplein 1, B-2610 Wilrijk Email: hvdyck@uia.ua.ac.be Leo Vanhecke Nationale Plantentuin van België Domein van Bouchout 1860 Meise Email: leo.vanhecke@br.fgov.be Zoogdierenwerkgroep Jeugdbond voor Natuurstudie en Milieubescherming Kortrijksepoortstraat 140 9000 Gent

Instituut voor Natuurbehoud 214

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid


Bijlagen

Bijlagen Bijlage 1: Rode lijst van de zoogdieren in Vlaanderen en soorten van internationaal belang. Beschermd in Vlaanderen = K.B. van 22/09/1980. RL = Rode-Lijstcategorie in Vlaanderen (volgens Criel et al. 1994). Internationaal belang: Be = Conventie van Bern, Bo = Conventie van Bonn, HRL = Habitatrichtlijn; II = Annex II; IV = Annex IV. IUCN: Vu = Vulnerable, NT = Near-threatened. SOORT

BESCHERMD IN VLAANDEREN (K.B. 22/09/1980)

Uitgestorven in of verdwenen uit Vlaanderen Bever Bruine beer Europese nerts Grote hoefijzerneus Kleine hoefijzerneus Mopsvleermuis Otter Tuimelaar Wilde kat Wolf Met uitsterven bedreigd Bechsteins vleermuis Bosvleermuis Bruinvis Gewone zeehond Hamster Ingekorven vleermuis Vale vleermuis Bedreigd Brandt's vleermuis Das Grijze grootoorvleermuis Hazelmuis Meervleermuis Waterspitsmuis Waarschijnlijk bedreigd Baardvleermuis Franjestaart Grootoorvleermuis Ruige dwergvleermuis Zeldzaam Veldspitsmuis Momenteel niet bedreigd Bosspitsmuis Dwergmuis Dwergspitsmuis Dwergvleermuis Eekhoorn Egel Eikelmuis Grote bosmuis Huisspitsmuis Laatvlieger Rosse vleermuis Tweekleurige bosspitsmuis Watervleermuis

INTERNATIONAAL BELANG

+ + + + + + -

HRL (II+IV), IUCN (NT) Be (II), HRL (II+IV) Be (II), HRL (II+IV) Be (II), Bo (II), HRL (II+IV), IUCN (NT) Be (II), Bo (II), HRL (II+IV), IUCN (Vu) Be (II), Bo (II), HRL (II+IV) Be (II), HRL (II+IV) Be (II), Bo (II), HRL (II+IV) Be (II), HRL (IV) Be (II), HRL (IV)

+ + + + + + +

Be (II), Bo (II), HRL (II+IV), IUCN (Vu) Be (II), Bo (II), HRL (IV), IUCN (NT) Be (II), Bo (II), HRL (II+IV), IUCN (Vu) Bo (II), HRL (II) Be (II), HRL (IV) Be (II), Bo (II), HRL (II+IV), IUCN (Vu) Be (II), Bo (II), HRL (II+IV), IUCN (NT)

+ + + + + +

Be (II), Bo (II), HRL (IV) Be (II), Bo (II), HRL (IV) HRL (IV), IUCN (NT) Be (II), Bo (II), HRL (II+IV), IUCN (Vu) -

+ + + +

Be Be Be Be

(II), Bo (II), Bo (II), Bo (II), Bo

(II), HRL (II), HRL (II), HRL (II), HRL

(IV) (IV) (IV) (IV)

+

-

+ + + + + + + + + +

IUCN (NT) Bo (II), HRL (IV) IUCN (NT) IUCN (Vu) Be (II), Bo (II), HRL (IV) Be (II), Bo (II), HRL (IV), IUCN (Vu) Be (II), Bo (II), HRL (IV)

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

215


Bijlagen

Bijlage 2: Rode Lijst van de broedvogels in Vlaanderen, voorkomen in Bijlage I van de Europese Vogelrichtlijn bedreigingscategorie op Europees niveau en populatieschatting in Vlaanderen (*=zeer ruwe schatting, NJB = niet-jaarlijkse broedvogel). Soort Uitgestorven in Vlaanderen Duinpieper Hop Kemphaan Zwarte Stern Met uitsterven bedreigd Draaihals Dwergstern Grauwe Kiekendief Grauwe Klauwier Grote Karekiet Grote Stern Klapekster Korhoen Kuifleeuwerik Kwartelkoning Ortolaan Paapje Roerdomp Snor Strandplevier Tapuit Watersnip Woudaapje Zomertaling Bedreigd Geelgors Grauwe Gors Nachtzwaluw Oeverzwaluw Porseleinhoen Rietzanger Roodborsttapuit Tureluur Visdief Kwetsbaar Aalscholver Baardmannetje Boomleeuwerik Bruine Kiekendief Gekraagde Roodstaart Geoorde Fuut IJsvogel Kerkuil Kleine Mantelmeeuw Kluut Kwartel Nachtegaal Patrijs Sprinkhaanrietzanger Wielewaal Zilvermeeuw

Bijlage I Vogelrichtlijn

European Conservation Status

Populatie 1995/1996

+ +

Vulnerable Stable Stable Declining

-

+ + + + + + + + + -

Declining Declining Stable Declining Stable Declining Declining Vulnerable Declining Vulnerable Vulnerable Stable Vulnerable Stable Declining Stable Stable Vulnerable Vulnerable

3 250 3 8 NJB 607 1-3 3mm/2ww 80-100 2 2mm 20-25 8 15-20 70-75 30-35 22-25 <5 60-70

+ + +

Stable Stable Declining Declining Stable Stable Declining Declining Stable

2.000-3.000* 1.000-10.000* 250-300 4650 <3 400-600* 1.000-10.000* 150-250 1864

+ + + + -

Stable Stable Vulnerable Stable Vulnerable Stable Declining Declining Stable Localized Vulnerable Stable Vulnerable Stable Stable Stable

113-123 9-13 300-400 90-95 1.000-10.000* 83-85 200-220 300-600* 180 250-280 300-600* 1.000-10.000* 2.000-5.000* 200-500* 500-5.000* 464

Instituut voor Natuurbehoud 216

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid


Bijlagen Soort Zeldzaam Bontbekplevier Buidelmees Cetti's Zanger Graszanger Kleine Barmsijs Kwak Noordse Stern Pijlstaart Rode Wouw Roodkopklauwier Sijs Steltkluut Stormmeeuw Velduil Zwartkopmeeuw Achteruitgaand Boerenzwaluw Boompieper Dodaars Graspieper Huismus Huiszwaluw Rietgors Ringmus Spreeuw Tortel Veldleeuwerik

Bijlage I Vogelrichtlijn

European Conservation Status

Populatie 1995/1996

+ + + + + + +

Stable Stable Stable Stable Stable Declining Stable Vulnerable Stable Vulnerable Stable Stable Declining Vulnerable Stable

16 9-13 <5 2 >30 42 1 14 4 NJB <5 NJB 6 4 123

-

Declining Stable Stable Stable Stable Stable Stable Stable Stable Declining Vulnerable

60.000 1.000-10.000* 300-600* 1.000-10.000* 100.000-500.000* 14.000 100-1.000* 5.000-50.000* >50.000* 3.000-6.000* >1.000

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

217


Bijlagen

Bijlage 3: AmfibieĂŤn en reptielen in de Rode Lijst en/of van internationaal belang. (Bauwens & Claus 1996) Soort Uitgestorven Geelbuikvuurpad Ringslang Met uitsterven bedreigd Adder Boomkikker Bedreigd Knoflookpad Vroedmeesterpad Kwetsbaar Gladde slang Vuursalamander Zeldzaam Hazelworm Heikikker Kamsalamander Levendbarende hagedis Rugstreeppad Vinpootsalamander

Internationaal belang HRL (II), Be (II) HRL (IV), Be (II) HRL (IV), Be (II) HRL (IV), Be (II) HRL (IV), Be (II) HRL (IV), Be (II) HRL (II), Be (II) HRL (IV), Be (II) -

Instituut voor Natuurbehoud 218

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid


Bijlagen

Bijlage 4: Rode lijst van de vis- en rondbeksoorten in Vlaanderen en soorten van internationaal belang (Vandelannoote & Coeck 1998). Bescherming in Vlaanderen: + = volledig beschermd; maten tussen haakjes geven de minimale vangstmaat aan. Internationaal belang: HRL = Habitatrichtlijn, II = Annex II, IV = Annex IV, IUCN: CR = Critically endangered, DD = Data deficient, NT = Near threatened. Biotoop: a = kunstmatige, stilstaande of zeer traagstromende waterlopen; b = bronbeek; c = kleine beek uit de Zandleem- en Leemstreek en de niet-Kempense zandstreek; d = Kempense kleine beken; e = grote Kempense beken; f = grote beek uit de Zandleem- en Leemstreek en de nietKempense zandstreek; g = rivieren; h = grote rivieren; i = grindrivier; j = zoetwatergetijderivier; k = brakwatergetijdestroom; ? = niet reproducerende exoot, soms uitgezet. Soort

Bescherming Vlaanderen

Uitgestorven in Vlaanderen Atlantische steur (Acipenser sturio) Atlantische zalm (Salmo salar) Elft (Alosa alosa alosa) Europese meerval (Silurus glanis) Fint (Alosa falax falax) Grote marene (Coregonus lavaretus) Houting (Coregonus oxyrhynchus) Kwabaal (Lota lota) Vlagzalm (Thymallus thymallus) Zeeforel (Salmo trutta trutta) Zeeprik (Petromyzon marinus) Met uitsterven bedreigd Gestippelde alver (Alburnoides bipunctatus) Kwetsbaar Beekprik (Lampetra planeri) Zeldzaam Amerikaanse hondsvis (Umbra pygmaea) Barbeel (Barbus barbus) Beekforel (Salmo trutta trutta m. fario) Bot (Platichthys flesus) Brakwatergrondel (Pomatoschistus microps) Bruine Amerikaanse dwergmeerval (Ictalurus nebulosus) Diklipharder (Chelon labrosus) Dunlipharder (Liza ramada) Elrits (Phoxinus phoxinus) Kleine modderkruiper (Cobitis taenia) Koornaarvis (Atherina presbyter) Kopvoorn (Leuciscus cephalus) Rivierdonderpad (Cottus gobio) Rivierprik (Lampetra fluviatilis) Serpeling (Leuciscus leuciscus) Sneep (Chondrostoma nasus) Spiering (Osmerus eperlanus) Momenteel niet bedreigd Aal, Paling (Anguilla anguilla) Bermpje (Noemacheilus barbatulus) Blankvoorn (Rutilus rutilus) Karper (Cyprinus carpio) Rietvoorn (Scardinius erythrophthalmus) Snoek (Esox lucius) Snoekbaars (Stizostedion lucioperca) Zeelt (Tinca tinca)

Internationaal belang

Biotoop

+ + + (30 cm) + +

HRL (II+IV), IUCN (CR) HRL (II) HRL (II), IUCN (DD) HRL (II), IUCN (DD) HRL (II+IV), IUCN (DD) HRL (II)

i,j,k i i,j h i,j k i,k e,f,g,h,i i i i,j,k

-

-

+

HRL (II), IUCN (NT)

b,d

(40 cm) (25 cm) + (25 cm) + + (25 cm) (30 cm) -

HRL (II) HRL (II) HRL (II), IUCN (NT) IUCN (DD)

d,e,f c,f,i b,c g,h,i,j,k k e,f,g,h k k b,c c,d k c,e,f,i b,c,d i,j,k c,d,e,f c,f,i j,k

(25 cm) + (15 cm) (30 cm) (15 cm) (45 cm) (40 cm) (25 cm)

-

c

a,e,f,g,i,j,k c,d,e,f a,e,f,i a,e,f,g,h,j,k a,e,f,g,h,j,k e,f,g,h,i,j h,i,j a,e,f,g,h,j

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

219


Bijlagen Soort

Bescherming Vlaanderen

Onvoldoende gekend (met uitsterven bedreigd) Grote modderkruiper (Misgurnus fossilis) Onvoldoende gekend (Zeldzaam) Bittervoorn (Rhodeus sericeus amarus) Kroeskarper (Carassius carassius) Winde (Leuciscus idus) Niet opgenomen Regenboogforel (Oncorhynchus mykiss)

Internationaal belang

Biotoop

+

HRL (II), IUCN (NT)

a

+ (25 cm)

HRL (II) IUCN (NT) -

(25 cm)

-

Instituut voor Natuurbehoud 220

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

g,h a e,f,g,h ?


Bijlagen

Bijlage 5: Rode lijst van de Slankpootvliegen van Vlaanderen (Pollet, in voorbereiding) Soort

Habitat

Uitgestorven in Vlaanderen Argyra hoffmeisteri Diaphorus disjunctus Diaphorus hoffmannseggi Diaphorus winthemi Dolichopus cilifemoratus Dolichopus eurypterus Dolichopus plumitarsis Hercostomus chetifer Hercostomus germanus Hercostomus longiventris Hydrophorus balticus Liancalus virens Neurigona pallida Orthoceratium lacustre Poecilobothrus regalis Rhaphium auctum Rhaphium nigribarbatum Rhaphium quadrispinosum Sybistroma crinipes Sybistroma sciophilus Tachytrechus ammobates Xanthochlorus ultramontanus Met uitsterven bedreigd Aphrosylus ferox Chrysotus cupreus Dolichopus clavipes Dolichopus latipennis Machaerium maritimae Muscidideicus praetextatus Syntormon filiger Tachytrechus insignis Thinophilus flavipalpis Thinophilus ruficornis Bedreigd Achalcus bimaculatus Chrysotus obscuripes Dolichopus notatus Dolichopus sabinus Dolichopus strigipes Hercostomus nigripennis Poecilobothrus principalis Rhaphium bilamellatum Rhaphium brevicorne Rhaphium consobrinum Sciapus laetus Sciapus longulus Sciapus maritimus Syntormon spicatum

? ? ? ? ? ? ? snelstromende waterlopen / bronnen bloemrijke bosranden snelstromende waterlopen / bronnen ? snelstromende waterlopen mesotroof bos slik en schorre ? ? ? ? ? ? ? ? littorale rotsen bosranden slik en schorre slik en schorre slik en schorre slik en schorre slik en schorre oevers slik en schorre slik en schorre moeras open habitats op zandbodem kalkgrasland slik en schorre slik en schorre droge heide / heischraal hooiland slik en schorre oevers oevers slik en schorre struwelen open habitats op zandgrond overgang schorre-duin moeras

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

221


Bijlagen Soort Kwetsbaar Argyra grata Chrysotus laesus Chrysotus monochaetus Diaphorus oculatus Dolichopus acuticornis Dolichopus longitarsis Dolichopus migrans Dolichopus planitarsis Hercostomus gracilis Hercostomus rusticus Hydrophorus albiceps Hydrophorus oceanus Nematoproctus distendens Rhaphium commune Rhaphium monotrichum Syntormon aulicum Zeer zeldzaam Achalcus melanotrichus Aphrosylus celtiber Campsicnemus magius Campsicnemus pusillus Dolichopus apicalis Dolichopus argyrotarsis Dolichopus lineatocornis Dolichopus rupestris Hercostomus fulvicaudis Hercostomus nigrilamellatus Hercostomus parvilamellatus Hydrophorus nebulosus Lamprochromus strobli Rhaphium micans Rhaphium nasutum Syntormon metathesis Syntormon tarsatum Systenus bipartitus Systenus leucurus Systenus pallipes Systenus scholtzii Tachytrechus notatus Telmaturgus tumidulus Thrypticus smaragdinus

Habitat oevers beboste habitats oevers alluviaal bos duinbos moeras duinbos moeras duinbos droge bossen vochtige dopheide slik en schorre oevers oevers diverse (loofbos/moeras) ? vochtige boomholtes littorale rotsen slik en schorre moeras slik en schorre moeras ? droge bossen moerasbos alluviaal bos alluviaal bos vochtige heide rietland moeras moeras moeras ? uitlopend boomsap (sapruns) uitlopend boomsap (sapruns) uitlopend boomsap (sapruns) uitlopend boomsap (sapruns) ? vochtige dopheide rietland

Instituut voor Natuurbehoud 222

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid


Bijlagen Soort

Habitat

Zeldzaam Achalcus phragmitidis Argyra atriceps Argyra elongata Argyra ilonae Asyndetus latifrons Campsicnemus alpinus Campsicnemus armoricanus Campsicnemus compeditus Chrysotimus flaviventris Dolichopus atratus Dolichopus diadema Dolichopus picipes Dolichopus signifer Gymnopternus blankaartensis Hercostomus verbekei Medetera muralis Medetera petrophiloides Melanostolus melancholicus Poecilobothrus ducalis Rhaphium elegantulum Rhaphium ensicorne Rhaphium fascipes Rhaphium longicorne Rhaphium riparium Scellus notatus Sciapus lobipes Syntormon monilis Teuchophorus simplex Thrypticus tarsalis Vrij zeldzaam Achalcus cinereus Achalcus flavicollis Achalcus vaillanti Argyra argentina Argyra argyria Argyra vestita Campsicnemus lumbatus Campsicnemus pectinulatus Dolichopus atripes Dolichopus campestris Dolichopus excisus Dolichopus griseipennis Dolichopus urbanus Dolichopus vitripennis Hercostomus nigriplantis Hercostomus pilifer Hercostomus praeceps Hydrophorus bipunctatus Hydrophorus praecox Lamprochromus bifasciatus Medetera abstrusa Medetera diadema Medetera impigra

rietland ? rietland zure mesofiele bossen droog grasland vochtige dopheide ? vochtige dopheide/venige heide mesofiel bos met mul-humus vochtige dopheide/venige heide slik en schorre moeras moeras (aan kust) rietland moeras basische rotswand duingrasland oligotroof moeras poldergrasland oevers mesofiel bos met mul-humus vochtige dopheide vochtige dopheide/hoogveen ? duinbos beboste gebieden moeras alluviaal bos heischraal grasland moeras moeras rietland moeras moerasbos rietland moeras vochtige dopheide vochtige/droge heide moeras moeras ? moeras vochtige dopheide duinbos mesotroof bos moeras vochtige dopheide oevers rietland boomstammen boomstammen (zandgrond) boomstammen

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

223


Bijlagen Soort

Habitat

Medetera jugalis Medetera micacea Medetera plumbella Nodicornis nodicornis Rhaphium antennatum Rhaphium fasciatum Schoenophilus versutus Teuchophorus calcaratus Teuchophorus monacanthus Teuchophorus nigricosta

boomstammen droog grasland droog grasland oevers oevers moeras oligotroof moeras moerasbos moerasbos moerasbos

Instituut voor Natuurbehoud 224

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid


Bijlagen

Bijlage 6: Rode lijst van de Dagvlinders in Vlaanderen en soorten van internationaal belang (Maes & Van Dyck 1999). HRL = Habitatrichtlijn, Be = Bern: II = Annex II, Annex IV; IUCN: En = Endangered; RLE = Rode Lijst Europa (van Swaay et al. 1998): Vu = Vulnerable. Soort

Bescherming in Vlaanderen

Uitgestorven in Vlaanderen Adippevlinder Bosparelmoervlinder Bretons spikkeldikkopje Bruin dikkopje Duinparelmoervlinder Groot geaderd witje Grote ijsvogelvlinder Grote parelmoervlinder Kleine heivlinder Moerasparelmoervlinder Pimpernelblauwtje Rouwmantel Vals heideblauwtje Woudparelmoervlinder Zilverstreephooibeestje Zilvervlek Met uitsterven bedreigd Boswitje Bruine vuurvlinder Keizersmantel Klaverblauwtje Kleine parelmoervlinder Veenhooibeestje Veldparelmoervlinder Zilveren maan Bedreigd Aardbeivlinder Gentiaanblauwtje Grote vos Grote weerschijnvlinder Kommavlinder Sleedoornpage Kwetsbaar Bont dikkopje Bruin blauwtje Bruine eikepage Groentje Heideblauwtje Heivlinder Kleine ijsvogelvlinder Zeldzaam Dambordje Dwergblauwtje Spiegeldikkopje

+ -

Internationaal belang

Biotoop

Loofbosranden Vochtige graslanden in loofbossen Duingrasland Kalkgrasland Kalkrijk duingrasland Meidoornstruwelen Loofbossen Graslanden en heiden in de buurt van loofbossen Vegetatieloos stuifduin HRL (II), Be (II), RLE (Vu) Onbemest,vochtig pijpestrootjesgrasland HRL (II), Be (II+IV), IUCN (En), RLE (Vu) Mesofiele hooilanden Loofbossen Droge heide Vochtige graslanden in loofbossen HRL (II+IV), Be (IV), RLE (Vu) Moerassen in vochtige loofbossen Vochtige graslanden in bossen

-

RLE (Vu) -

Kalkgraslanden en bosranden Droge schrale graslanden en heiden Loofbossen Kalkgraslanden Kalkrijk duingrasland Hoogveen Struisgrasvegetatie op zure bodem Zuur laagveen

+ -

IUCN (En), RLE (Vu) -

-

-

Graslanden in loofbossen Schrale graslanden Struwelen met eiken Droge en vochtige heide Droge en vochtige heide Droge en vochtige heide Loofbossen

-

-

Kalkgraslanden Kalkgraslanden Moerassen

Droog, schraal grasland Vochtige dopheidevegetatie Loofbossen Loofbossen Droge heide en zure borstelgrasvegetatie Sleedoornhagen

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

225


Bijlagen

Bijlage 7. Rode lijstvan de Zandloopkevers en Loopkevers van Vlaanderen (Desender et al. 1995). (NT = Near-threatened) Wetenschappelijke naam Uitgestorven in Vlaanderen Aepus marinus Agonum lugens Amara strenua Anisodactylus poeciloides Bembidion atrocoeruleum Bembidion monticola Bembidion tenellum Bembidion tibiale Brachinus sclopeta Calosoma maderae Carabus convexus

Cymindis axillaris Dromius fenestratus Dyschirius impunctipennis Dyschirius nitidus Harpalus atratus Harpalus azureus Harpalus cordatus Harpalus dimidiatus Harpalus honestus Harpalus melancholicus Harpalus nitidulus

Harpalus sabulicola Harpalus signaticornis Harpalus solitaris Lebia cruxminor Lebia cyanocephala Lebia marginata Pterostichus interstinctus Pterostichus kugelanni Pterostichus longicollis Pterostichus punctulatus

Met uitsterven bedreigd Agonum scitulum Amara municipalis Amara quenseli Amara tricuspidata Anisodactylus nemorivagus Bembidion elongatum Bembidion pallidipenne

Blethisa multipunctata Brachinus crepitans Brachinus explodens Callistus lunatus Calosoma sycophanta Carabus intricatus (IUCN: NT) Chlaenius tristis

Dyschirius semistriatus Harpalus modestus Harpalus neglectus Harpalus quadripunctatus Perileptus areolatus Pogonus littoralis

Bedreigd Agonum livens Agonum piceum Amara kulti Asaphidion pallipes Bembidion litorale Bembidion maritimum Calathus ambiguus

Calosoma inquisitor Carabus arvensis Carabus nitens Chlaenius nigricornis Chlaenius nitidulus Cicindela maritima Cicindela sylvatica

Harpalus autumnalis Harpalus froelichi Harpalus griseus Harpalus puncticollis Harpalus vernalis Tachys bistriatus Tachys bisulcatus

Kwetsbaar Acupalpus brunnipes Agonum versutum Amara convexior Amara eurynota Amara montivaga Bembidion decorum Bembidion ephippium Bembidion normannum Bradycellus caucasicus

Calathus cinctus Carabus cancellatus Carabus clathratus Carabus coriaceus Diachromus germanus Dyschirius intermedius Elaphrus uliginosus Harpalus flavescens Harpalus serripes

Harpalus smaragdinus Leistus spinibarbis Molops piceus Olisthopus rotundatus Parophonus maculicornis Stenolophus skrimshiranus Zabrus tenebrioides

Waarschijnlijk bedreigd Agonum ericeti Amara brunnea Bembidion laterale Bembidion stomoides

Bembidion testaceum Dromius bifasciatus Dromius longiceps Harpalus luteicornis

Harpalus melleti Leistus piceus Pogonus luridipennis Tachys quadrisignatus

Instituut voor Natuurbehoud 226

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid


Bijlagen Wetenschappelijke naam Achteruitgaand Agonum sexpunctatum Carabus auratus Carabus monilis Zeldzaam Abax ovalis Abax parallelus Acupalpus exiguus Agonum gracilipes Agonum micans Agonum nigrum Agonum viridicupreum Amara consularis Amara convexiuscula Amara equestris Amara famelica Amara infima Amara lucida Amara praetermissa Amara tibialis Anisodactylus signatus Asaphidion stierlini Badister anomalus Badister peltatus Bembidion aeneum Bembidion argenteolum Bembidion bipunctatum Bembidion clarki Bembidion deletum Bembidion fluviatile Bembidion fumigatum Bembidion harpaloides Bembidion humerale Bembidion iricolor Bembidion lunatum Bembidion milleri

Carabus nemoralis Cicindela campestris Cicindela hybrida

Carabus nemoralis Cicindela campestris Cicindela hybrida

Bembidion nigricorne Bembidion octomaculatum Bembidion punctulatum Bembidion quadripustulatum Bembidion quinquestriatum Bembidion semipunctatum Bembidion stephensi Bembidion velox Bradycellus distinctus Bradycellus sharpi Calathus micropterus Calathus mollis Carabus auronitens Chlaenius vestitus Cicindela germanica Cychrus attenuatus Cymindis humeralis Cymindis macularis Cymindis vaporariorum Demetrias monostigma Dicheirotrichus gustavii Dicheirotrichus obsoletus Dromius agilis Dromius angustus Dromius meridionalis Dromius notatus Dromius sigma Dyschirius angustatus Dyschirius chalceus Dyschirius obscurus Dyschirius politus

Dyschirius salinus Elaphrus aureus Harpalus puncticeps Harpalus rufipalpis Harpalus rupicola Harpalus servus Licinus depressus Lionychus quadrillum Masoreus wetterhali Microlestes maurus Microlestes minutulus Notiophilus aestuans Notiophilus germinyi Notiophilus quadripunctatus Pogonus chalceus Pristonychus terricola Pterostichus aterrimus Pterostichus cristatus Pterostichus gracilis Pterostichus macer Pterostichus quadrifoveolatus Sphodrus leucophthalmus Tachys micros Tachys parvulus Trechus rubens Trechus secalis Trichocellus cognatus Trichotichnus laevicollis Trichotichnus nitens

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

227


Bijlagen

Bijlage 8: Rode lijst van de libellen in Vlaanderen en soorten van internationaal belang (De Knijf & Anselin 1996). RL-Europa = VAN TOL & VERDONK: Endangered = Bedreigd, Vulnerable = Kwetsbaar, Threatened = Bedreigd in sommige delen van Europa, vooral de meer ge¸rbaniseerde landen. Bij de opsomming van de habitats wordt er gebruikt gemaakt van de *. Zo wordt er onder C* alle karteringseenheden verstaan die voorkomen onder de groep van de C (= Heiden). Soort

Internationaal belang (i)

Uitgestorven in Vlaanderen Bronslibel (Oxygastra curtisii)

Dwergjuffer (Nehalennia speciosa) Gaffelwaterjuffer (Coenagrion scitulum) Gevlekte witsnuitlibel (Leucorrhinia pectoralis) Kleine tanglibel (Onychogomphus forcipatus)

Mercuurwaterjuffer (Coenagrion mercuriale)

Noordse glazenmaker (Aeshna subarctica) Sierlijke witsnuitlibel (Leucorrhinia caudalis) Tweevlek (Epitheca bimaculata)

Habitat

HRL (II+IV), IUCN (Vu), RLE (En) Grindrivier; grotere Kempense beken; grotere beek uit de Zandleem- en Leemstreek en de niet-Kempense zandstreek RLE (Vu) Ao, Ae, Aev, Aer, Am, C*, M*, Hf, Sm, So,Vm,Vo,Vt RLE (Vu) Ao, Ae, Aev, Aer, Am, Ah, M*, Hf, Sm HRL (II+IV), Be (II+IV), RLE (Vu) Ao, Ae, Aev, Aer, Am, C*,T*, M*, Sm, So,Vm,Vo,Vt RLE (Vu) Grindrivier; grotere Kempense beken grotere beek uit de Zandleem- en Leemstreek en de niet-Kempense zandstreek HRL (II), Be (II+IV), IUCN (Vu), Vc; Kempense kleine RLE (En) beken; kleine beek uit de Zandleem- en Leemstreek en de niet-Kempense zandstreek RLE (Vu) Ao, C*,T*, Sm, So,Vo,Vt Be (II+IV), IUCN (DD), RLE (En) Ao, Ae, Aev, Aer, Am, C*, M*, Hf, Sm, So,Vm,Vt RLE (Vu) Ao, Ae, Aev, Aer, Am, M*, So,Vm,Vt

Met uitsterven bedreigd Bruine korenbout (Libellula fulva)

RLE (Thr)

Gevlekte glanslibel (Somatochlora flavomaculata)

RLE (Vu)

Glassnijder (Brachytron pratense)

-

Hoogveenglanslibel (Somatochlora arctica)

RLE (Thr)

Noordse witsnuitlibel (Leucorrhinia rubicunda)

RLE (Thr)

Vroege glazenmaker (Aeshna isosceles)

RLE (Thr)

Ao, Ae, Aev, Aer, Am, Ah, M*, Hf, Sm, So,Vm,Vt Ao, Ae, Aev, Aer, Am, C*, M*, Hf, Sm, So,Vo,Vm,Vt Ao, Ae, Aev, Aer, Am, Ah, C*, M*, Hf, Sm, So,Vm,Vt Ao, C*,T*, Mc, Md, Mk, Sm, So,Vo,Vt Ao, Ae, Aev, Aer, Am, C*,T*, M*, Sm, So,Vo,Vt Ao, Ae, Aev, Aer, Am, Ah, M*, Hf, Sm, So,Vm,Vt

Instituut voor Natuurbehoud 228

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid


Bijlagen Soort

Internationaal belang (i)

Habitat

Bedreigd Beekoeverlibel (Orthetrum coerulescens)

-

Beekrombout (Gomphus vulgatissimus)

RLE (Vu)

Bosbeekjuffer (Calopteryx virgo) Bruine winterjuffer (Sympecma fusca)

RLE (Thr) -

Gewone bronlibel (Cordulegaster boltonii)

RLE (Thr)

Speerwaterjuffer (Coenagrion hastulatum)

RLE (Thr)

Tangpantserjuffer (Lestes dryas)

RLE (Thr)

Tengere grasjuffer (Ischnura pumilio)

-

Variabele waterjuffer (Coenagrion pulchellum)

-

Ao, Ae, Aev, Aer, Am, C*, M*, Hf, Sm, So,Vo,Vt Grindrivier; Kempense kleine beken; grotere Kempense beken Kempense kleine beken Ao, Ae, Aev, Aer, Am, Ah, C*, T*, M*, Hf, Sm, So,Vm,Vo,Vt Sm, So,Vc,Vm,Vt, Bronbeek; Kempense kleine beken Ao, Ae, Aev, Aer, Am, C*,T*, M*, Sm, So,Vo,Vt Ao, Ae, Aev, Aer, Am, C*, M*, Hf, Sm, So,Vm,Vo,Vt Ao, Ae, Aev, Aer, Am, Ah, M*, Hf Ao, Ae, Aev, Aer, Am, Ah, C*, M*, Hf, Sm,Vm,

Kwetsbaar Grote roodoogjuffer (Erythromma najas)

-

Maanwaterjuffer (Coenagrion lunulatum)

RLE (Vu)

Metaalglanslibel (Somatochlora metallica)

-

Smaragdlibel (Cordulia aenea)

-

Venwitsnuitlibel (Leucorrhinia dubia)

RLE (Thr)

Zeldzaam Bandheidelibel (Sympetrum pedemontanum)

-

Kempense heidelibel (Sympetrum depressiusculum)

RLE (Vu)

Koraaljuffer (Ceriagion tenellum)

RLE (Thr)

Tengere pantserjuffer (Lestes virens)

-

Venglazenmaker (Aeshna juncea)

-

Weidebeekjuffer (Calopteryx splendens)

-

Ao, Ae, Aev, Aer, Am, C*, M*, Hf,Vm Ao, Ae, Aev, Aer, Am, C*,T*, M*, Sm, So,Vo,Vt Ao, Ae, Aev, Aer, Am, C*, M*, Hf, Sm, So,Vm,Vt Ao, Ae, Aev, Aer, Am, C*, M*, Hf, Sm, So,Vm,Vt Ao, Ae, Aev, Aer, Am, C*,T*, M*, Sm, So,Vo,Vt

Ao, Ae, Aev, Aer, Am, C*,T*, Hf, Sm, So,Vo,Vt Ao, Ae, Aev, Aer, Am, Ah, C*, T*, M*, Hf, , Sm, So,Vo,Vt Ao, Ae, Aev, Aer, Am, C*,T*, Hf, M*, So, Sm,Vm,Vo,Vt Ao, Ae, Aev, Aer, C*,T*, M*, Sm, So,Vo,Vt Ao, Ae, Aev, Aer, Am, C*,T*, Sm, So,Vo,Vt Kempense kleine en grotere beken; kleine en grotere beken uit de Zandleem- en leemstreek en de nietKempense zandstreek, Grindrivier

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

229


Bijlagen

Bijlage 9. Rode lijst van de spinnen van Vlaanderen (Maelfait et al. 1998). Soort

Habitat

Uitgestorven in Vlaanderen Alopecosa cursor (HAHN, 1831) Aulonia albimana (WALCKENAER, 1805) Cheiracanthium punctorium (VILLERS,1789) Eresus sandaliatus (MARTINI & GOEZE, 1778) Heliophanus aeneus (HAHN, 1831) Oxyopes heterophthalmus LATREILLE, 1801 Pardosa paludicola (CLERCK, 1757) Pirata knorri (SCOPOLI, 1763) Xysticus lineatus (WESTRING, 1951)

Hdo Gsdv Gsdds Hdos Gsdos Hdos Ms Os Gsdd

Met uitsterven bedreigd Agroeca dentigera KULCZYNSKI, 1913 Allomengea scopigera (GRUBE, 1859) Alopecosa trabalis (CLERCK, 1758) Arctosa cinerea (FABRICIUS, 1777) Argenna patula (SIMON, 1871) Baryphyma duffeyi (MILLIDGE, 1951) Baryphyma trifrons (O.P.-CAMBRIDGE, 1863) Centromerus levitarsus (SIMON, 1881) Clubiona genevensis L. KOCH, 1867 Clubiona juvenis SIMON, 1878 Crustulina sticta (O.P.-CAMBRIDGE, 1861) Dipoena inornata (O.P.-CAMBRIDGE, 1861) Dipoena tristis (HAHN, 1833) Dolomedes fimbriatus (CLERCK, 1757) Dolomedes plantarius (CLERCK, 1757) Entelecara omissa O.P.-CAMBRIDGE, 1902 Episinus truncatus LATREILLE, 1809 Erigone promiscua (O.P.-CAMBRIDGE, 1872) Glyphesis cottonae (LA TOUCHE, 1915) Gnaphosa lucifuga (WALCKENAER, 1802) Gnaphosa nigerrima L. KOCH, 1877 Gongylidiellum murcidum SIMON, 1881 Haloratus reprobus (O.P.-CAMBRIDGE, 1879) Haplodrassus umbratilis (L. KOCH, 1866) Linyphia tenuipalpis SIMON, 1881 Marpissa pomatia (WALCKENAER, 1802) Micaria dives (LUCAS,1816) Micrommata virescens (CLERCK, 1757) Neon valentulus FALCONER, 1912 Neriene radiata (WALCKENAER, 1811) Notioscopus sarcinatus (O.P.-CAMBRIDGE, 1872) Ozyptila nigrita (THORELL, 1875) Pardosa agricola (THORELL, 1856) Pardosa purbeckensis F.O.P.-CAMBRIDGE, 1895 Pardosa sphagnicola (F. DAHL, 1908) Philodromus fallax SUNDEVALL, 1833 Philodromus margaritatus (CLERCK, 1757) Phrurolithus minimus C.L. KOCH, 1839

Hnh Szb Bldzs Os Szb Szb Hdo Ms Gsdv Mrv Ms Hd Gsdd Ms Aed Gsnp Gsdd Gsdo Hnh Gsdo Hnh Mrv Szb Gsdps Hd Mrv Gsdpm Blnz Hnh Bldz Hnh Gsdp Os Szb Ms Gsdpz Blnk Gsdpm

Instituut voor Natuurbehoud 230

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid


Bijlagen Soort

Habitat

Pirata tenuitarsis SIMON, 1876 Pirata uliginosus (THORELL, 1872) Pistius truncatus (PALLAS, 1772) Satilatlas britteni (JACKSON, 1913) Scotina gracilipes (BLACKWALL, 1859) Silometopus ambiguus (O.P.-CAMBRIDGE, 1905) Silometopus bonessi CASEMIR, 1970 Tetragnatha reimoseri (ROSCA, 1939) Theridion uhlighi MARTIN, 1975 Thyreostenius biovatus (O.P.-CAMBRIDGE, 1875) Titanoeca quadriguttata (HAHN, 1883) Trichoncus hackmanni MILLIDGE, 1956 Trochosa robusta (SIMON, 1876) Walckenaeria alticeps (DENIS, 1952) Xysticus acerbus THORELL, 1872 Xysticus bifasciatus C.L. KOCH, 1837 Xysticus luctuosus (BLACKWALL, 1836) Zelotes praeficus (L. KOCH, 1866) Zora nemoralis (BLACKWALL, 1861)

Ms Hnh Bldo Hn Hdo Szb Hd Mr Hdo Gsdpm Bldzs Os Gsdk Ms Hdo Gsdk Bldz Hdo Bldzs

Bedreigd Acartauchenius scurrilis (O.P.-CAMBRIDGE, 1872) Agroeca cuprea MENGE, 1873 Agyneta cauta (O.P.-CAMBRIDGE, 1902) Alopecosa fabrilis (CLERCK, 1757) Aphileta misera (O.P.-CAMBRIDGE, 1882) Apostenus fuscus WESTRING, 1851 Araeoncus crassiceps (WESTRING, 1861) Araneus angulatus CLERCK, 1757 Arctosa perita (LATREILLE, 1799) Argenna subnigra (O.P.-CAMBRIDGE, 1861) Baryphyma maritimum (CROCKER & PARKER, 1970) Bathyphantes setiger F.O.P.-CAMBRIDGE, 1891 Bianor aurocinctus (OHLERT, 1865) Carorita paludosa DUFFEY, 1971 Centromerus semiater (L. KOCH, 1879) Ceratinopsis romana (O.P.-CAMBRIDGE, 1872) Cheiracanthium virescens (SUNDEVALL, 1833) Clubiona caerulescens L. KOCH, 1867 Cryphoeca silvicola (C.L. KOCH, 1831) Dictyna latens (FABRICIUS, 1775) Dictyna pusilla THORELL, 1856 Dipoena melanogaster (C.L. KOCH, 1815) Dipoena prona (MENGE, 1868) Drassodes pubescens (THORELL, 1856) Drepanotylus uncatus (O.P.-CAMBRIDGE, 1873) Dysdera erythrina (WALCKENAER, 1802) Enoplognatha oelandica (THORELL, 1875) Erigonella ignobilis (O.P.-CAMBRIDGE, 1871) Euophrys petrensis C.L. KOCH, 1837 Evarcha laetabunda (C.L. KOCH, 1818) Glyphesis servulus (SIMON, 1881) Gnaphosa leporina (L. KOCH, 1866) Hahnia nava (BLACKWALL, 1811)

Gsdpm Gsdp Blno Gsdo Hnh Bldd Hnh Bldz Gsdo Gsdo Gsdpz Hnh Gsdo Mrv Hn Gsdp Gsdp Bldo Bldd Gsdd Gsdd Gsdd Gsdd Gsdp Ms Bldd Gsdd Gsnp Gsdo Hdo Blmoh Hn Gsdv

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

231


Bijlagen Soort

Habitat

Halorates distinctus (SIMON, 1879) Haplodrassus dalmatensis (L. KOCH, 1866) Haplodrassus silvestris (BLACKWALL,1833) Harpactea hombergi (SCOPOLI, 1763) Heliophanus auratus C.L. KOCH, 1835 Hygrolycosa rubrofasciata (OHLERT, 1865) Hypselistes jacksoni (O.P.-CAMBRIDGE, 1902) Hypsosinga heri (HAHN, 1831) Hypsosinga pygmaea (SUNDEVALL, 1831) Hypsosinga sanguinea (C.L. KOCH, 1811) Leptothrix hardyi (BLACKWALL, 1850) Maro sublestus FALCONER, 1915 Marpissa nivoyi (LUCAS, 1816) Maso gallicus SIMON, 1891 Mastigusa arietina (THORELL, 1871) Meioneta affinis (KULCZYNSKI, 1898) Micaria fulgens (WALCKENAER, 1802) Neriene furtiva (O.P.-CAMBRIDGE, 1871) Neriene hammeni (VAN HELSDINGEN, 1963) Ozyptila atomaria (PANZER, 1810) Ozyptila brevipes (HAHN, 1831) Ozyptila sanctuaria (O.P.-CAMBRIDGE, 1871) Ozyptila scabricula (WESTRING, 1851) Parapelecopsis nemoralis (BLACKWALL, 1841) Pardosa agrestis (WESTRING, 1861) Pardosa monticola (CLERCK, 1757) Pellenes tripunctatus (WALCKENAER,1802) Phaeocedus braccatus (L. KOCH, 1866) Philodromus albidus KULCZYNSKI, 1911 Philodromus praedatus O.P.-CAMBRIDGE, 1871 Pirata piscatorius (CLERCK, 1757) Robertus arundineti (O.P.-CAMBRIDGE, 1871) Silometopus incurvatus (O.P.-CAMBRIDGE, 1873) Singa hamata (CLERCK, 1757) Sitticus caricis (WESTRING, 1861) Sitticus distinguendus (SIMON, 1868) Sitticus saltator O.P.-CAMBRIDGE, 1868 Tetragnatha striata L. KOCH, 1862 Theridion instabile O.P.-CAMBRIDGE, 1871 Theridiosoma gemmosum (L. KOCH, 1877) Trichopterna thorelli (WESTRING, 1861) Walckenaeria mitrata (MENGE, 1868) Walckenaeria nodosa O.P.-CAMBRIDGE, 1873 Walckenaeria stylifrons (O.P.-CAMBRIDGE, 1875) Xerolycosa miniata (C.L. KOCH, 1831) Xysticus erraticus (BLACKWALL, 1831) Xysticus ninnii THORELL, 1872 Xysticus sabulosus (HAHN, 1832) Zelotes lutetianus (L. KOCH, 1866) Zelotes pedestris (C.L. KOCH,1839 Zora silvestris KULCZYNSKI, 1897

Gsnv Gsdp Bldd Bldd Mrv Blmoh Hnh Gsnv Hn Hd Gsnd Blmo Gsdp Gsnv Gsdpm Gsdg Gsdpm Bldz Bldz Gsdp Gsnp Gsdp Hdo Gsdpz Oz Gsdg Gsdo Hdo Bldz Bldz Ms Gsnv Gsdo Gsnv Ms Gsdo Gsdo Mr Mc Blmo Gsnv Bldd Gsnv Gsdoz Gsdo Gsdp Gsdo Gsdo Gsnp Gsdp Hdo

Instituut voor Natuurbehoud 232

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid


Bijlagen Soort

Habitat

Kwetsbaar Achaearanea riparia (BLACKWALL, 1831) Aelurillus v-insignitus (CLERCK, 1757) Agalenatea redii (SCOPOLI, 1763) Agroeca lusatica (L. KOCH, 1875) Allomengea vidua (L. KOCH, 1879) Alopecosa barbipes (SUNDEVALL, 1833) Alopecosa cuneata (CLERCK, 1757) Araneus alsine (WALCKENAER, 1802) Arctosa leopardus (SUNDEVALL, 1833) Argyroneta aquatica (CLERCK, 1757) Atypus affinis EICHWALD,1830 Baryphyma pratense (BLACKWALL, 1861) Clubiona frisia WUNDERLICH & SCHโ นTT, 1995 Clubiona trivialis C.L. KOCH, 1811 Coelotes terrestris (WIDER, 1831) Crustulina guttata (WIDER, 1831) Donacochara speciosa (THORELL, 1875) Enoplognatha mordax (THORELL, 1875) Ero tuberculata (DEGEER, 1778) Euophrys aequipes (O.P.-CAMBRIDGE, 1871) Euryopis flavomaculata (C.L. KOCH, 1836) Hahnia helveola SIMON, 1875 Hypomma fulvum BOSENBERG, 1902 Hypsosinga albovittata (WESTRING, 1851) Kaestneria dorsalis (WIDER, 1831) Leptorhoptrum robustum (WESTRING, 1851) Marpissa radiata (GRUBE, 1859) Metopobactrus prominulus (O.P.-CAMBRIDGE, 1872) Microlinyphia impigra (O.P.-CAMBRIDGE, 1871) Misumena vatia (CLERCK, 1757) Neriene emphana (WALCKENAER, 1837) Oedothorax gibbosus (BLACKWALL, 1811) Oxyopes ramosus (PANZER, 1801) Pachygnatha listeri SUNDEVALL, 1830 Pardosa lugubris (WALCKENAER, 1802) Pardosa prativaga (L. KOCH, 1870) Pardosa saltans TรทPFER-HOFMANN & VON HELVERSEN, 1990 Philodromus histrio (LATREILLE, 1819) Phlegra fasciata (HAHN, 1826) Pholcomma gibbum (WESTRING, 1851) Robertus neglectus (O.P.-CAMBRIDGE, 1871) Saloca diceros (O.P.-CAMBRIDGE, 1871) Savignia frontata BLACKWALL, 1833 Silometopus elegans (O.P.-CAMBRIDGE, 1905) Silometopus reussi (THORELL, 1871) Sitticus floricola (C.L. KOCH, 1837) Steatoda albomaculata (DE GEER, 1778) Steatoda phalerata (PANZER, 1801) Taranucnus setosus (O.P.-CAMBRIDGE, 1863) Tegenaria silvestris L. KOCH, 1872 Thanatus striatus C.L. KOCH, 1815 Theonoe minutissima (O.P.-CAMBRIDGE, 1879) Tibellus maritimus (MENGE, 1875)

Gsdom Gsdd Gsdd Gsdd Gsnv Gsdo Gsdo Blnz Gsnp Aes Gsdps Gsnv Gsdp Gsdp Bldd Gsdp Gsnv Gsdd Gsdd Gsdos Gsdv Bldd Mrv Gsdd Gsdd Oo Mrv Gsdo Mrv Gsdb Bldz Blmo Hd Blmo Bldz Mc Bldz Hdo Gsdo Gsdv Blnz Blno Gsnv Gsnv Gsnv Ms Hd Hd Hn Bldd Gsdp Hnh Gsnp

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

233


Bijlagen Soort

Habitat

Tibellus oblongus (WALCKENAER, 1802) Tmeticus affinis (BLACKWALL, 1811) Trematocephalus cristatus (WIDER, 1831) Trichopterna cito (O.P.-CAMBRIDGE, 1872) Trochosa spinipalpis (F.O.P.-CAMBRIDGE, 1895) Walckenaeria corniculans (O.P.-CAMBRIDGE, 1875) Xerolycosa nemoralis (WESTRING, 1861) Zelotes electus (C.L. KOCH, 1839) Zelotes longipes (L. KOCH, 1866) Zelotes petrensis (C.L. KOCH, 1839)

Gsnp Mr Bldz Gsdo Gsnp Blno Bldz Gsdp Gsdp Gsdp

Bedreigd (ongekende mate) Agelena gracilens C.L. KOCH, 1811 Asthenargus paganus (SIMON, 1881) Centromerus persimilis (O.P.-CAMBRIDGE, 1912) Clubiona pseudoneglecta WUNDERLICH, 1994 Entelecara flavipes (BLACKWALL, 1831) Gibbaranea bituberculata (WALCKENAER, 1802) Hahnia pusilla C.L. KOCH, 1811 Hilaira excisa (O.P.-CAMBRIDGE, 1870) Labulla thoracica (WIDER, 1831) Maro minutus O.P.-CAMBRIDGE, 1906 Micrargus apertus (O.P.-CAMBRIDGE, 1870) Pelecopsis radicicola (L. KOCH, 1875) Philodromus emarginatus (SCHRANK, 1803) Porrhomma rosenhaueri (L. KOCH, 1872) Robertus kuehnae BAUCHHENS & UHLENHAUT, 1993 Sintula cornigera (BLACKWALL, 1856) Syedra gracilis (MENGE, 1866) Tapinocyba biscissa (O.P.-CAMBRIDGE, 1872) Tapinocyba pallens (O.P.-CAMBRIDGE, 1872) Thanatus formicinus (CLERCK, 1757) Trichoncus saxicola (O.P.-CAMBRIDGE, 1861) Walckenaeria capito (WESTRING, 1861) Zelotes apricorum (L. KOCH, 1876) Zygiella stroemi (THORELL, 1870)

X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X

Zeldzaam Agraecina lineata (SIMON, 1878) Altella lucida (SIMON, 1871) Anelosimus aulicus (C.L. KOCH, 1838) Anelosimus pulchellus (WALCKENAER, 1802) Arctosa figurata (SIMON, 1876) Argiope bruennichi (SCOPOLI, 1772) Bolyphantes luteolus (BLACKWALL, 1833) Callilepis nocturna (LINNAEUS, 1758) Centromerus capucinus (SIMON, 1881) Centromerus leruthi FAGE, 1933 Centromerus pabulator (O.P.-CAMBRIDGE, 1875) Centromerus serratus (O.P.-CAMBRIDGE, 1875) Ceratinopsis stativa (SIMON, 1881) Cheiracanthium montanum (L. KOCH, 1877) Cheiracanthium pennyi O.P.-CAMBRIDGE, 1873 Clubiona subsultans THORELL, 1875

N N N N N N Z N N N W N N N N Z

Instituut voor Natuurbehoud 234

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid


Bijlagen Soort

Habitat

Coelotes inermis (L. KOCH, 1855) Coriarachne depressa (C.L. KOCH,1837) Cyclosa oculata (WALCKENAER, 1802) Dictyna civica (LUCAS, 1819) Dictyna major MENGE, 1869 Dismodicus elevatus (C.L. KOCH, 1838) Enoplognatha tecta (KEYSERLING, 1881) Entelecara congenera (O.P.-CAMBRIDGE, 1879) Entelecara errata O.P.-CAMBRIDGE, 1913 Entelecara media KULCZYNSKI, 1887 Erigonella hiemalis (BLACKWALL, 1811) Ero aphana (WALCKENAER, 1802) Frontinellina frutetorum (C.L. KOCH, 1831) Gnaphosa opaca HERMAN, 1879 Hahnia candida SIMON, 1875 Heliophanus dubius C.L. KOCH, 1831 Heliophanus tribulosus SIMON, 1868 Heriaeus hirtus (LATREILLE, 1819) Histopona torpida (C.L. KOCH, 1831) Hylyphantes nigritus (SIMON, 1881) Lathys puta (O..P-CAMBRIDGE, 1863) Lepthyphantes lepthyphantiformis (STRAND, 1907) Macrargus carpenteri (O.P.-CAMBRIDGE, 1891) Meioneta fuscipalpus (C.L. KOCH, 1836) Micaria romana L. KOCH, 1866 Micaria silesiaca L. KOCH, 1875 Mioxena blanda (SIMON, 1884) Misumenops tricuspidatus (FABRICIUS, 1775) Monocephalus castaneipes (SIMON, 1881) Oxyopes lineatus LATREIILLE, 1806 Pardosa hortensis (THORELL, 1872) Pardosa proxima (C.L. KOCH, 1817) Philodromus buxi SIMON, 1881 Philodromus rufus WALCKENAER, 1825 Poecilochroa conspicua (L. KOCH, 1867) Pseudocarorita thaleri (SAARISTO, 1971) Pseudomaro aenigmaticus DENIS, 1966 Robertus scoticus JACKSON, 1911 Scotina celans (BLACKWALL, 1811) Synaema globosum (FABRICIUS, 1775) Synageles hilarulus (C.L. KOCH, 1816) Thomisus onustus WALCKENAER, 1806 Tmarus piger (WALCKENAER, 1802) Walckenaeria kochi (O.P.-CAMBRIDGE, 1872) Xysticus ferrugineus MENGE, 1875 Xysticus kempelini THORELL, 1872 Zelotes aeneus (SIMON, 1878) Zodarion rubidum (SIMON, 1911)

N Z N N Z Z N Z N Z Z N W N N Z N N N N N W Z W N N N N Z N N N N N N Z N Z N N N N N Z N N N N

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

235


Bijlagen -Ae : stilstaand of zeer traagstromend eutroof water -Aed : zoals Ae, met behoorlijke bedekking aan drijvende waterplanten -Aes : zoals Ae, met goed ontwikkelde vegetatie van ondergedoken waterplanten -Bl : loofbos -Bld : droger loofbos -Bldd : droger loofbos met veel dood hout -Bldo : open droger loofbos met rijke ondergroei -Bldz : zomen van droger loofbos -Bldzs : naar het zuiden gerichte zomen van droger loofbos -Blm : moerassig loofbos -Blmo : open moerassig loofbos -Blmoh : open moerassig loofbos met vegetatie(zegge)-horsten -Bln : nat loofbos -Blnk : nat loofbos rijk aan korstmossen -Blno : open nat loofbos -Blnz : zomen van nat loofbos -Gs : voedselarm grasland -Gsd : droog schraal grasland -Gsdb : droog schraal grasland rijk aan bloemen -Gsdd : droog schraal grasland met dwergstruiken (b.v. heideplanten, Gaspeldoorn, Duindoorn) -Gsdds : als Gsdd, naar zuiden gericht -Gsdg : kortgazig droog schraal grasland -Gsdk : kalkrijk droog schraal grasland -Gsdo : droog schraal grasland met open grond -Gsdos : als Gsdo, naar zuiden gericht -Gsdoz : als Gsdo, aan zeereep -Gsdp : droog schraal grasland met vegetatiepollen -Gsdpm : droog schraal grasland met pollen en mieren -Gsdps : droog schraal grasland met pollen, naar zuiden gericht -Gsdpz : droog schraal grasland met pollen, aan zeereep -Gsdv : verrruigd droog schraal grasland -Gsn : nat schraal grasland -Gsnd : nat schraal grasland met dwergstruiken -Gsnp : nat schraal grasland met pollen -Gsnv : verruigd nat schraal grasland -Hd : droge heidevegetatie -Hdo : droge heidevegetatie, met veel open plekken (naakt zand en/of begroeid met korstmossen) -Hdos : zoals Hdo, naar zuiden gericht -Hn : natte heidevegetatie -Hnh : natte heidevegetatie met Sphagnum -Mc : moeras met grote zeggen -Mr : moeras met Riet -Mrv : moeras met verruigde rietvegetatie -Ms : zuur laagveenmoeras -Oo : onbegroeide oevers van beken en rivieren -Os : stenige oevers van rivieren -Oz : zandige oevers -Szb : zoute en brakke schorren -X, Y: habitat onvoldoende gekend, respectievelijk voor soorten van categorieĂŤn "Bedreigd (ongekende mate)" en "Onvldoende informatie". -N, W, Z: zeldzame soorten, waarvoor de respectievelijk de noordgrens, de westgrens en de zuidgrens van hun areaal in onze regio gelegen is.

Instituut voor Natuurbehoud 236

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid


Bijlagen

Bijlage 10. Rode lijst van de hogere planten in Vlaanderen (Cosyns et al. 1994 b). Wetenschappelijke naam

Nederlandse naam

Uitgestorven in Vlaanderen Adonis aestivalis Adonis annua Alopecurus bulbosus Antennaria dioica Arnica montana Bassia hirsuta Botrychium matricariifolium Botrychium simplex Bupleurum rotundifolium Bupleurum tenuissimum Camelina allysum Campanula persicifolia Carex bohemica Carex divisa Caucalis platycarpos Centaurea calcitrapa Chenopodium chenopodioides Cirsium eriophorum Coeloglossum viride Crassula tillaea Cuscuta epilinum Cyperus flavescens Delia segetalis Drosera longifolia Epipactis atrorubens Filago arvensis Filago lutescens Filago vulgaris Fritillaria meleagris Gagea villosa Galium spurium Gentianella campestris Gentianella germanica Gratiola officinalis Gypsophila muralis Hordeum marinum Huperzia selago Juncus capitatus Juncus mutabilis Koeleria pyramidata Lactuca saligna Lobelia urens Lolium remotum Lolium temulentum Lycopodium annotinum

Zomeradonis Herfstadonis Knolvossestaart Rozenkransje Valkruid Ruig zoutkruid Vertakte maanvaren Kleine maanvaren Doorwas Fijn goudscherm Vlashuttentut Prachtklokje Cyperzegge Waardzegge Caucalis Kalketrip Beursjesganzevoet Wollige distel Groene nachtorchis Mosbloempje Vlaswarkruid Geel cypergras Korenschijnspurrie Lange zonnedauw Bruinrode wespenorchis Akkerviltkruid Geel viltkruid Duits viltkruid Kievitsbloem Akkergeelster Akkerwalstro Veldgentiaan Duitse gentiaan Genadekruid Gipskruid Zeegerst Plompe wolfsklauw Koprus Dwergrus Breed fakkelgras Wilgsla Brandlobelia Vlasdolik Dolik Stekende wolfsklauw

Rode Lijst Bedreiging Vlaanderen in Europa (Cosyns et al. 1994 b)

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

Socio-ecologische groep (Stieperaere & Fransen 1982) 1b 1b 3c 7f 7f

V V V

7f 1b 3c 1a 8c 2c 3c 1b 1f 2b 1f 6c 2c 1a 2c 2c 7d 8c 6b 6b 6b 5b 8b 1a 7f 6c 2a 2c 3c 7c 2c 2c 6c 1f 7e 1a 1a 9e

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

237


Bijlagen Wetenschappelijke naam

Nederlandse naam

Rode Lijst Bedreiging Vlaanderen in Europa (Cosyns et al. 1994 b)

Melandrium noctiflorum Minuartia hybrida Moenchia erecta Najas minor Ophrys fuciflora Ophrys sphegodes Orchis coriophora Orchis palustris Orchis ustulata Orobanche ramosa Pinguicula vulgaris Polygala comosa Potamogeton praelongus Puccinellia fasciculata Ranunculus serpens ssp. Nemorosus Ranunculus serpens ssp. polyanthemoides Ranunculus tripartitus Rhinanthus alectorolophus Ruppia cirrhosa Ruppia maritima Ruscus aculeatus Scirpus pungens Senecio helenitis Silene gallica Spartina maritima Spiranthes aestivalis Spiranthes spiralis Subularia aquatica Torilis arvensis Trifolium squamosum Tuberaria guttata Utricularia ochroleuca Vaccinium uliginosum Veronica acinifolia Veronica opaca Veronica praecox Vicia tetrasperma ssp. gracilis Viola persicifolia Zostera noltii Aconitum vulparia Met uitsterven bedreigd Aceras anthropophorum Agrostemma githago Allium oleraceum Alyssum alyssoides Anagallis arvensis ssp. coerulea Anemone ranunculoides Apium repens Arabis glabra Aristolochia clematitis

Nachtkoekoeksbloem Tengere veldmuur Kruismuur Klein nimfkruid Hommelorchis Spinnenorchis Wantsenorchis Moerasorchis Aangebrande orchis Hennepvreter Vetblad Kuifvleugeltjesbloem Langstengelig fonteinkruid Blauw kweldergras Bosboterbloem Smalbladige bosboterbloem Driedelige waterranonkel Harige ratelaar Spiraalruppia Snavelruppia Muisdoorn Stekende bies Spatelkruiskruid Franse silene Klein slijkgras Zomerschroeforchis Herfstschroeforchis Priemkruid Akkerdoornzaad

Socio-ecologische groep (Stieperaere & Fransen 1982)

Gevlekt zonneroosje Bleekgeel blaasjeskruid Rijsbes Steentijmereprijs Doffe ereprijs Vroege ereprijs Slanke wikke Perzikbladig viooltje Klein zeegras Gele monnikskap

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

1b 6b 6c 4a 6c 6c 5b 7b 6c 1a 7b 6c 4a 3b 9d 5a 4b 5a 3b 3b 9f 3c 7c 1c 3b 7c 6c 4b 5a 3c 6e 4b 7d 2c 1a 6b 1a 7c 3b 9c

Poppenorchis Bolderik Moeslook Schildzaad Blauw guichelheil Gele anemoon Kruipend moerasscherm Torenkruid Pijpbloem

B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!!

6c 1a 8c 6c 1b 9c 2b 8c 8c

V

Instituut voor Natuurbehoud 238

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid


Bijlagen Wetenschappelijke naam

Nederlandse naam

Rode Lijst Bedreiging Vlaanderen in Europa (Cosyns et al. 1994 b)

Armeria maritima Arnoseris minima Asplenium adiantum-nigrum Berberis vulgaris Blysmus compressus Bromus arvensis Carex diandra Carex digitata Carex dioica Carex extensa Carex hostiana Carex limosa Carex pulicaris Centunculus minimus Cephalanthera damasonium Ceterach officinarum Chenopodium vulvaria Cicendia filiformis Cirsium dissectum Corrigiola litoralis Crepis foetida Cystopteris fragilis Delphinium consolida Diphasiastrum tristachyum Eleocharis quinqueflora Equisetum variegatum Eriophorum latifolium Euphorbia platyphyllos Euphrasia rostkoviana Fumaria densiflora Galium pumilum Galium tricornutum Genista tinctoria Gymnadenia conopsea Gymnocarpium dryopteris Gymnocarpium robertianum Halimione pedunculata Halimione portulacoides Hammarbya paludosa Hieracium lactucella Holosteum umbellatum Hypericum montanum Hypochoeris glabra Juncus maritimus Juncus tenageia Kickxia spuria Lathyrus linifolius Lathyrus palustris Legousia hybrida Legousia speculum-veneris

Engels gras Korensla Zwartsteel Zuurbes Platte bies Akkerdravik Ronde zegge Vingerzegge Tweehuizige zegge Kwelderzegge Blonde zegge Slijkzegge Vlozegge Dwergbloem Bleek bosvogeltje Schubvaren Stinkende ganzevoet Draadgentiaan Spaanse ruiter Riempjes Stinkend streepzaad Blaasvaren Wilde ridderspoor Kleine wolfsklauw Armbloemige waterbies Bonte paardestaart Breed wollegras Brede wolfsmelk (Beklierde ogentroost) Dichtbloemige duivekervel Kalkwalstro Driehoornig walstro Verfbrem Grote muggenorchis Gebogen driehoeksvaren Rechte driehoeksvaren Gesteelde zoutmelde Gewone zoutmelde Veenmosorchis Spits havikskruid Heelbeen Berghertshooi Glad biggekruid Zeerus Wijdbloeiende rus Eironde leeuwebek Knollathyrus Moeraslathyrus Klein spiegelklokje Groot spiegelklokje

B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!!

V

Socio-ecologische groep (Stieperaere & Fransen 1982) 3c 1c 6a 8d 7b 1e 7b 9b 7b 3c 7c 7d 7c 2c 9b 6a 1e 2c 7c 1d 1f 6a 1b 7e 7b 7b 7b 1b 6c 1a 6c 1b 6c 6c 9b 6a 3b 3b 7d 7f 6b 8d 1c 3c 2c 1a 7f 4e 1b 1a

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

239


Bijlagen Wetenschappelijke naam

Nederlandse naam

Rode Lijst Bedreiging Vlaanderen in Europa (Cosyns et al. 1994 b)

Linum catharticum Liparis loeselii Lithospermum arvense Lobelia dortmanna Ludwigia palustris Marrubium vulgare Mentha pulegium Monotropa hypopitys Oenanthe pimpinelloides Ophrys insectifera Orchis militaris Orchis morio Orobanche hederae Parentucellia viscosa Parnassia palustris Petroselinum segetum Phegopteris connectilis Platanthera chlorantha Potamogeton alpinus Puccinellia maritima Pulicaria vulgaris Radiola linoides Ranunculus arvensis Scandix pecten-veneris Scheuchzeria palustris Schoenus nigricans Scirpus triqueter Scleranthus perennis Scorzonera humilis Sison amomum Teucrium scordium Thymus serpyllum Utricularia intermedia Vaccaria hispanica Valerianella dentata Valerianella rimosa Viola lactea Sterk bedreigd Actaea spicata Alisma gramineum Anacamptis pyramidalis Anthemis cotula Anthemis tinctoria Anthyllis vulneraria Apium inundatum Arctium tomentosum Artemisia absinthium Artemisia maritima Asperula cynanchica Asplenium septentrionale

Geelhartje Groenknolorchis Ruw parelzaad Waterlobelia Waterlepeltje Malrove Polei Stofzaad Beverneltorkruid Vliegenorchis Soldaatje Harlekijn Klimopbremraap Kleverige ogentroost Parnassia Wilde peterselie Smalle beukvaren Bergnachtorchis Rossig fonteinkruid Gewoon kweldergras Klein vlooienkruid Dwergvlas Akkerboterbloem Naaldekervel Veenbloembies Knopbies Driekantige bies Overblijvende hardbloem Kleine schorseneer Steeneppe Moerasgamander Wilde tijm Plat blaasjeskruid Koekruid Getande veldsla Geoorde veldsla Melkviooltje

B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!! B!!

Christoffelkruid Smalle waterweegbree Hondskruid Stinkende kamille Gele kamille Wondklaver Ondergedoken moerasscherm Donzige klit Absintalsem Zeealsem Kalkbedstro Noordse streepvaren

B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B!

Socio-ecologische groep (Stieperaere & Fransen 1982)

V

V

9g 4d 6c 1e 1e 6c 4b 1g 1e 3b 6c 6a

Instituut voor Natuurbehoud 240

6c 7b 1b 4b 2b 1f 2a 9d 5a 8c 8c 6c 8b 2c 7b 5a 9g 8c 4b 3b 2c 2c 1a 1d 7d 7b 4c 6b 7f 8b 2a 6e 4b 1b 1b 1b 7d

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid


Bijlagen Wetenschappelijke naam

Nederlandse naam

Atriplex laciniata Atropa belladonna Baldellia ranunculoides s.str. Beta vulgaris ssp. maritima Blackstonia perfoliata Botrychium lunaria Bromus grossus Calamintha ascendens Carduus tenuiflorus Carex brizoides Carex flava s.str. Carex lasiocarpa Carex lepidocarpa Carex punctata Carlina vulgaris Carum verticillatum Catapodium marinum Centaurea scabiosa Cephalanthera longifolia Cirsium acaule Cochlearia officinalis Conopodium majus Crataegus rosiformis Crepis tectorum Crithmum maritimum Dactylorhiza sphagnicola Daphne mezereum Deschampsia setacea Epipactis palustris Epipactis phyllanthes Eriophorum gracile Euphorbia amygdaloides Falcaria vulgaris Gagea lutea Gagea spathacea Gentianella amarella s.str. Geranium palustre Geum rivale Herminium monorchis Himantoglossum hircinum Hyoscyamus niger Inula britannica Juncus anceps Lathyrus maritimus Lathyrus nissolia Leersia oryzoides Leucojum aestivum Lilium bulbiferum ssp. croceum Limosella aquatica Luzula luzuloides

Gelobde melde Wolfskers Stijve moerasweegbree Strandbiet Zomerbitterling Gelobde maanvaren Zwarte dreps Opstijgende steentijm Tengere distel Trilgraszegge Gele zegge Draadzegge Schubzegge Stippelzegge Driedistel Kranskarwij Laksteeltje Grote centaurie Wit bosvogeltje Aarddistel Echt lepelblad Franse aardkastanje Koraalmeidoorn Smal streepzaad Zeevenkel Veenorchis Rood peperboompje Moerassmele Moeraswespenorchis Slank wollegras Amandelwolfsmelk Sikkelkruid Bosgeelster Schedegeelster Slanke gentiaan Moerasooievaarsbek Knikkend nagelkruid Honingorchis Bokkenorchis Bilzekruid Engelse alant Duinrus Zeelathyrus Graslathyrus Rijstgras Zomerklokje Oranjelelie Slijkgroen Witte veldbies

Rode Lijst Bedreiging Vlaanderen in Europa (Cosyns et al. 1994 b)

B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B!

E

V

V

V

Socio-ecologische groep (Stieperaere & Fransen 1982) 3a 8a 4b 3a 2c 7f 1b 8c 1f 9c 7b 7a 7b 7c 6c 7c 6b 6c 9b 6c 3c 9f 8d 1e 3a 7d 9b 4b 7b 9b 7b 9f 1b 9c 9c 7b 4e 9c 6c 6c 1f 2a 7b 3a 5a 2b 4c 2c 9e

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

241


Bijlagen Wetenschappelijke naam

Nederlandse naam

Rode Lijst Bedreiging Vlaanderen in Europa (Cosyns et al. 1994 b)

Socio-ecologische groep (Stieperaere & Fransen 1982)

Lycopodium clavatum Medicago falcata Neottia nidus-avis Nepeta cataria Nymphoides peltata Oenanthe lachenalii Oenanthe silaifolia Orchis mascula Oreopteris limbosperma Orobanche minor Orobanche purpurea Orobanche rapum-genistae Parapholis strigosa Pedicularis palustris Peucedanum carvifolia Plantago maritima Platanthera bifolia Polygonatum odoratum Polygonum raii Potamogeton coloratus Potamogeton gramineus Potamogeton lucens Potamogeton nodosus Potamogeton perfoliatus Potamogeton zizii Potentilla supina Ranunculus fluitans Ranunculus lingua Ranunculus ololeucos Rosa agrestis Rosa pimpinellifolia Salvia pratensis Sedum sexangulare Sesleria caerulea Silaum silaus Sonchus palustris Stachys alpina Stratiotes aloides Trientalis europaea Trifolium subterraneum Utricularia vulgaris Vincetoxicum hirundinaria Vulpia bromoides Wahlenbergia hederacea Wolffia arrhiza Kwetsbaar Acinos arvensis Agrimonia repens Althaea officinalis Anagallis tenella

Grote wolfsklauw Sikkelklaver Vogelnestje Kattekruid Watergentiaan Zilt torkruid Weidekerveltorkruid Mannetjesorchis Stippelvaren Klavervreter Blauwe bremraap Grote bremraap Dunstaart Moeraskartelblad Karwijvarkenskervel Zeeweegbree Welriekende nachtorchis Welriekende salomonszegel Zandduizendknoop Weegbreefonteinkruid Ongelijkbladig fonteinkruid Glanzig fonteinkruid Rivierfonteinkruid Doorgroeid fonteinkruid Gegolfd fonteinkruid Liggende ganzerik Vlottende waterranonkel Grote boterbloem Witte waterranonkel Kraagroos Duinroosje Veldsalie Zacht vetkruid Blauwgras Weidekervel Moerasmelkdistel Alpenandoorn Krabbescheer Zevenster Onderaardse klaver Groot blaasjeskruid Witte engbloem Eekhoorngras Klimopklokje Wortelloos kroos

B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B! B!

7e 6c 9b 1f 4a 3c 5a 8c 9e 5a 6b 7e 3c 7a 5b 3b 7c 8c 3a 7b 4b 4a 4a 4a 4a 2c 4a 4c 4b 8d 8c 6c 6b 6c 7c 4e 8c 4a 9e 6b 4a 8c 6e 7c 4a

Kleine steentijm Welriekende agrimonie Echte heemst Teer guichelheil

B B B B

6c 8c 4e 7b

Instituut voor Natuurbehoud 242

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid


Bijlagen Wetenschappelijke naam

Nederlandse naam

Rode Lijst Bedreiging Vlaanderen in Europa (Cosyns et al. 1994 b)

Andromeda polifolia Apium graveolens Arabis hirsuta Asparagus officinalis ssp. prostratus Asperula odorata Astragalus glycyphyllos Atriplex glabriuscula Baldellia repens Barbarea intermedia Briza media Bromus diandrus Bromus racemosus s.str. Bromus ramosus ssp. ramosus Carduus nutans Carex caryophyllea Carex distans Carex divulsa ssp. divulsa Carex muricata ssp. lamprocarpa Carex reichenbachii Carex strigosa Catabrosa aquatica Catapodium rigidum Cheiranthus cheiri Chenopodium bonus-henricus Chenopodium hybridum Chenopodium murale Cladium mariscus Crambe maritima Cyperus fuscus Dactylorhiza incarnata Dactylorhiza maculata s.str. Dactylorhiza majalis Dianthus armeria Doronicum pardalianches Draba muralis Elatine hexandra Elatine triandra Eleocharis ovata Epilobium lanceolatum Equisetum hyemale Equisetum sylvaticum Erica cinerea Eriophorum vaginatum Eryngium campestre Euphorbia cyparissias Euphorbia dulcis Euphrasia stricta s.str. Festuca juncifolia Filago minima Fragaria moschata

Lavendelhei Selderij Ruige scheefkelk Liggende asperge Lievevrouwbedstro Hokjespeul Kustmelde Kruipende moerasweegbree Bitter barbarakruid Bevertjes (Stijve dravik) Trosdravik Ruwe dravik Knikkende distel Voorjaarszegge Zilte zegge IJle bermzegge Dichte bermzegge Valse zandzegge Slanke zegge Watergras Stijf hardgras Muurbloem Brave Hendrik Esdoornganzevoet Muurganzevoet Galigaan Zeekoool Bruin cypergras Vleeskleurige orchis Gevlekte orchis Brede orchis Ruige anjer Hartbladzonnebloem Wit hongerbloempje Gesteeld glaskroos Drietallig glaskroos Eivormige waterbies Lancetbladige basterdwederik Schaafstro Bospaardestaart Rode dophei Eenarig wollegras Echte kruisdistel Cipreswolfsmelk Zoete wolfsmelk Stijve ogentroost Duinzwenkgras Dwergviltkruid Grote bosaaardbei

B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B

V

Socio-ecologische groep (Stieperaere & Fransen 1982) 7d 3c 6c 8d 9b 8c 3a 4b 4e 6c 5b 8a 1f 6c 3c 8c 8a 9e 9a 2b 6c 6a 1g 1e 1f 4c 3a 2c 7b 7c 5b 6b 9d 6c 4b 2c 2c 8a 9c 9a 7e 7d 6c 6c 9b 6c 3a 6e 8d

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

243


Bijlagen Wetenschappelijke naam

Nederlandse naam

Rode Lijst Bedreiging Vlaanderen in Europa (Cosyns et al. 1994 b)

Fumaria capreolata Galeopsis angustifolia Galeopsis speciosa Glaucium flavum Goodyera repens Herniaria hirsuta Hieracium maculatum Illecebrum verticillatum Isoetes echinospora Juncus alpinoarticulatus Juncus subnodulosus Juniperus communis Koeleria macrantha Lathyrus aphaca Leonurus cardiaca Limonium vulgare Lithospermum officinale Littorella uniflora Lonicera xylosteum Lysimachia thyrsiflora Malva moschata Mentha longifolia Myosotis stricta Myriophyllum alternifolium Myriophyllum verticillatum Najas marina Onopordum acanthium Orchis purpurea Orobanche caryophyllacea Parietaria judaica Parietaria officinalis Pedicularis sylvatica Petrorrhagia prolifera Phyteuma nigrum Phyteuma spicatum Polygala vulgaris Polystichum aculeatum Potamogeton acutifolius Potamogeton compressus Potamogeton densus Puccinellia capillaris Pulmonaria officinalis Ranunculus penicellatus Rhinanthus minor Rhynchospora alba Rhynchospora fusca Sagina nodosa Salsola kali ssp. ruthenica Sanguisorba officinalis Scirpus holoschoenus

Rankende duivekervel Smalle raai Dauwnetel Gele hoornpapaver Dennenorchis Behaard breukkruid Bochtig havikskruid Grondster Kleine biesvaren Alpenrus Padderus Jeneverbes Smal fakkelgras Naakte lathyrus Hartgespan Lamsoor Glad parelzaad Oeverkruid Rode kamperfoelie Moeraswederik Muskuskaasjeskruid Hertsmunt Stijf vergeet-mij-nietje Teer vederkruid Kransvederkruid Groot nimfkruid Wegdistel Purperochis Walstrobremraap Klein glaskruid Groot glaskruid Heidekartelblad Mantelanjer Zwartblauwe rapunzel Witte rapunzel Gewone vleugeltjesbloem Stijve naaldvaren Spits fonteinkruid Plat fonteinkruid Paarbladig fonteinkruid Bleek kweldergras Gevlekt longkruid Penseelbladige waterranonkel Kleine ratelaar Witte snavelbies Bruine snavelbies Sierlijke vetmuur Zacht loogkruid Grote pimpernel Kogelbies

Socio-ecologische groep (Stieperaere & Fransen 1982)

B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B

8a 1b 1c 3a 9e 6e 8c 2c 4b 7b 7b 7e 6c 1b 1g 3b 8d 4b 9b 7a 8b 4e 6b 4b 4a 4a 1f 8c 6b 6a 8b 7d 6c 9d 9f 6c 9g 4a 4a 4a 3b 9c 4a 5a 7d 7d 2c 3a 5b 3a

Instituut voor Natuurbehoud 244

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid


Bijlagen Wetenschappelijke naam

Nederlandse naam

Rode Lijst Bedreiging Vlaanderen in Europa (Cosyns et al. 1994 b)

Sedum rupestre Senecio aquaticus Senecio paludosus Serratula tinctoria Sherardia arvensis Silene conica Silene nutans Sparganium angustifolium Spergularia marina Taraxacum s. Palustria Thesium humifusum Thlaspi caerulescens ssp. calaminare Torilis nodosa Trifolium medium Trifolium micranthum Utricularia minor Valeriana dioica Veronica longifolia Veronica triphyllos Viola canina Vulpia fasciculata Vulpia membranacea Potentieel bedreigd Acorus calamus Alchemilla glabra Alchemilla xanthochlora Arctium nemorosum Arum italicum Asplenium scolopendrium Atriplex littoralis Avenula pubescens Brachypodium pinnatum Bromus erectus Bromus secalinus Bromus thominei Butomus umbellatus Cakile maritima Calamintha clinopodium Calla palustris Callitriche palustris Callitriche truncata Calystegia soldanella Campanula rapunculoides Carex binervis Carex pallescens Carex panicea Carex trinervis Carex viridula s.l. Carex vulpina Centaurium minus

Tripmadam Waterkruiskruid Moeraskruiskruid Zaagblad Blauw walstro Kegelsilene Nachtsilene Drijvende egelskop Zilte schijnspurrie Moeraspaardebloem Liggend bergvlas Zinkboerenkers Knopig doornzaad Bochtige klaver Draadklaver Klein blaasjeskruid Kleine valeriaan Lange ereprijs Handjesereprijs Hondsviooltje Dicht langbaardgras Langgenaald langbaardgras

B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B B

6b 5b 4e 7c 1b 6b 8c 4b 3b 5b 6b 6c 1f 8c 6b 4b 7c 5b 1c 7f 6b 6b

Kalmoes Kale vrouwenmantel Geelgroene vrouwenmantel Bosklit Italiaanse aronskelk Tongvaren Strandmelde Zachte haver Gevinde kortsteel Bergdravik Dreps Duindravik Zwanebloem Zeeraket Borstelkrans Slangewortel Klein sterrekroos Doorschijnend sterrekroos Zeewinde Akkerklokje Tweenervige zegge Bleke zegge Blauwe zegge Drienervige zegge Dwergzegge Voszegge Strandduizendguldenkruid

P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P

4c 5a 5a 8a 8b 9g 3a 6c 6c 6c 1a 6b 4d 3a 8c 4c 4b 4a 3a 8c 7f 8a 7c 7a 7c 4c 2c

V

Socio-ecologische groep (Stieperaere & Fransen 1982)

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

245


Bijlagen Wetenschappelijke naam

Nederlandse naam

Rode Lijst Bedreiging Vlaanderen in Europa (Cosyns et al. 1994 b)

Cerastium diffusum Cerastium pumilum Cicuta virosa Colchicum autumnale Cuscuta epithymum Dactylorhiza praetermissa Dianthus deltoides Dipsacus pilosus Dryopteris affinis Dryopteris cristata Elatine hydropiper Eleocharis acicularis Elymus farctus Eriophorum angustifolium Erodium lebelii Eryngium maritimum Euphorbia exigua Euphorbia paralias Galeopsis segetum Genista pilosa Gentiana pneumonanthe Gnaphalium sylvaticum Helianthemum nummularium Helleborus viridis Hippuris vulgaris Honckenya peploides Hordeum secalinum Hydrocharis morsus-ranae Hypericum elodes Inula conyzae Juncus compressus Juncus filiformis Juncus foliosus Kickxia elatine Koeleria albescens Lamium maculatum Lepidium campestre Lotus corniculatus ssp. tenuifolius Luronium natans Lycopodiella inundata Malva alcea Medicago minima Melica uniflora Menyanthes trifoliata Mibora minima Montia fontana Mycelis muralis Narthecium ossifragum Ophioglossum vulgatum Ophrys apifera

Scheve hoornbloem Kleine hoornbloem Waterscheerling Herfsttijloos Klein warkruid Rietorchis Steenanjer Kleine kaardebol Geschubde niervaren Kamvaren Klein glaskroos Naaldwaterbies Biestarwegras Veenpluis Kleverige reigersbek Blauwe zeedistel Kleine wolfsmelk Zeewolfsmelk Bleekgele hennepnetel Kruipbrem Klokjesgentiaan Bosdroogbloem Geel zonneroosje Wrangwortel Lidsteng Zeepostelein Veldgerst Kikkerbeet Moerashertshooi Donderkruid Platte rus Draadrus Bladgreppelrus Spiesleeuwebek Duinfakkelgras Gevlekte dovenetel Veldkruidkers Smalle rolklaver Drijvende waterweegbree Moeraswolfsklauw Vijfdelig kaasjeskruid Kleine rupsklaver Eenbloemig parelgras Waterdrieblad Dwerggras Groot bronkruid Muursla Beenbreek Addertong Bijenorchis

P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P

Socio-ecologische groep (Stieperaere & Fransen 1982)

V

Instituut voor Natuurbehoud 246

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

3a 6b 4c 5b 7e 5b 6e 8a 9f 7a 4b 4b 3a 7d 6b 3a 1b 3a 1c 7f 7d 8a 6c 9g 4d 3a 5a 4a 4b 8c 2a 7a 2b 1a 6b 8b 1e 3c 4b 7d 1g 6b 9b 7a 6e 9a 9b 7d 7c 6c


Bijlagen Wetenschappelijke naam

Nederlandse naam

Rode Lijst Bedreiging Vlaanderen in Europa (Cosyns et al. 1994 b)

Osmunda regalis Pilularia globulifera Poa bulbosa Poa chaixii Polygala serpyllifolia Potamogeton friesii Potamogeton polygonifolius Potentilla argentea Potentilla neumanniana Primula vulgaris Pyrola minor Pyrola rotundifolia Ranunculus baudotii Ranunculus hederaceus Rhamnus catharticus Rhinanthus angustifolius Sagina maritima Sagittaria sagittifolia Salicornia 'europaea' groep Salsola kali ssp. kali Sanicula europaea Scabiosa columbaria Scirpus cespitosus Scirpus tabernaemontani Scrophularia umbrosa Scutellaria minor Selinum carvifolia Setaria pumila Sium latifolium Sparganium natans Spergularia maritima Spirodela polyrrhiza Stachys arvensis Stachys officinalis Stellaria nemorum ssp. nemorum Suaeda maritima Taraxacum s. Spectabilia Thalictrum minus ssp.dunense Thelypteris palustris Trifolium scabrum Trifolium striatum Triglochin maritimum Utricularia australis Vaccinium vitis-idaea Viburnum lantana Viola curtisii Viola hirta Vulpia ciliata ssp. ambigua Niet bedreigd Senecio congestus

Koningsvaren Pilvaren Knolbeemdgras Bergbeemdgras Liggende vleugeltjesbloem Puntig fonteinkruid Duizendknoopfonteinkruid Viltganzerik Voorjaarsganzerik Stengelloze sleutelbloem Klein wintergroen Rond wintergroen Zilte waterranonkel Klimopwaterranonkel Wegedoorn Grote ratelaar Zeevetmuur Pijlkruid Zeekraal Stekend loogkruid Heelkruid Duifkruid Veenbies s.l. Ruwe bies Gevleugeld helmkruid Klein glidkruid Karwijselie Geelrode naaldaar Grote watereppe Kleinste egelskop Gerande schijnspurrie Veelwortelig kroos Akkerandoorn Betonie Bosmuur Schorrekruid Schraallandpaardebloem Kleine ruit Moerasvaren Ruwe klaver Gestreepte klaver Schorrezoutgras Loos blaasjeskruid Rode bosbes Wollige sneeuwbal Duinviooltje Ruig viooltje Duinlangbaardgras

P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P P

Moerasandijvie

V

V

Socio-ecologische groep (Stieperaere & Fransen 1982) 9a 4b 6b 9d 7f 4a 4b 6e 6c 9d 9e 7a 4a 4d 8d 5b 3c 4d 3b 3a 9f 6c 7d 4c 4d 7c 7c 1c 4c 4b 3b 4a 1c 8c 9a 3b 7c 3a 9a 6b 6b 3b 4a 7e 8d 6b 8c 6b 2b

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

247


Bijlagen Rode lijst Vlaanderen naar : COSYNS et al. 1994. Een statistiek van de wilde flora van Vlaanderen. + : verdwenen B!! en B! : met verdwijning bedreigd en sterk bedreigd B : kwetsbaar P : potentieel bedreigd Bedreiging in Europa naar : Council of Europe, Nature and Environment Series, nr. 14, Strasbourg. 1983 nr. 27. E : endangered V : vulnerable Socio-ecologische groepen naar : Stieperaere & Fransen. 1982. Standaardlijst van de Belgische Vaatplanten, met aanduiding van hun zeldzaamheid en socio-oecologische groep. Dumortiera 22. 1a akkers op voedselrijke kalkhoudende maar niet kalkrijke grond 1b akkers op kalkrijke grond 1c akkers op relatief voedselarme, kalkarme grond 1d regelmatig betreden plaatsen op voedselrijke grond (tredplanten) 1e ruigten op betreden, voedselrijke, niet humeuze, kalkhoudende maar niet kalkrijke, droge grond 1f ruigten op weinig betreden, kalkrijke, niet humeuze, droge grond 1g ruigten op weinig betreden, voedselrijke, humeuze, matig droge grond 2a relatief voedselrijke plaatsen met wisselende waterstand 2b open, voedsel- (speciaal stikstof-) rijke, natte grond 2c open, matig voedselrijke tot voedselarme, vochtige grond 3a stranden, zeeduinen en zandige vloedmerken 3b zoute tot sterk brakke wateren, slikken en lage schorren 3c hoge schorren en contactsituaties tussen zout en zoet milieu 4a zoete tot matig brakke, (matig) voedselrijke wateren (overwegend obligate waterplanten) 4b zoete, voedselarme wateren en de periodiek droogvallende oevers ervan 4c verlandingsvegetaties in zoete, voedselrijke, stagnerende of lichtstromende ondiepe tot diepe wateren; dikwijls veenvormend 4d verlandingsvegetaties in zoete, voedselrijke, stromende of periodiek droogvallende wateren; niet veenvormend 4e aanspoelingsgordels, natte ruigten en rivierbegeleidende wilgenstruwelen van voedselrijk milieu 5a matig bemeste graslanden op (matig) vochtige grond 5b matig bemeste graslanden op natte grond 6a muren en rotsen 6b graslanden op droge, voedselarme tot matig voedselrijke, niet tot matig kalkhoudende, neutrale tot zwak basische grond 6c graslanden op droge, voedselrijke of zinkhoudende, neutrale tot basische grond 6e graslanden op droge, voedselarme, kalkarme, zure grond 7a matig voedselarme, kalkarme, zure laagveenmoerassen 7b voedselarme, kalkrijke, basische laagveenmoerassen 7c onbemeste graslanden op vochtige tot natte voedselarme, zwak zure grond 7d hoogvenen, natte heiden en onbemeste graslanden op natte, zeer voedselarme, zure, humeuze grond 7e droge heiden op zeer voedselarme grond 7f onbemeste, heischrale graslanden op matig vochtige tot droge, voedselarme, zure, humeuze grond 8a kaalslagen op matig vochtige tot droge, matig voedselrijke tot voedselrijke grond 8b jonge aanplanten en zomen op voedsel- (vooral stikstof-) rijke, neutrale, humeuze matig vochtige tot droge grond 8c zomen op kalkhoudende, lemige, matig vochtige tot droge grond 8d struwelen op matig vochtige tot droge, relatief voedselrijke grond 9a bossen op relatief voedselrijke, vochtige tot natte grond en van brongebieden 9b bossen op voedselarme tot matig voedselrijke, neutrale tot kalkhoudende grond 9c alluviale bossen, op min of meer hydromorfe bodem 9d bossen op gerijpte, zwak zure tot kalkrijke, relatief droge grond 9e bossen op matig voedselarme, droge zure grond 9f bossen op gerijpte, matig voedselrijke tot voedselrijke, matig vochtige tot droge grond 9g bossen op jonge, weinig stabiele, matig vochtige puinbodems (ravijnbossen)

Instituut voor Natuurbehoud 248

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid


Publicaties

Publicaties uitgegeven door het Instituut voor Natuurbehoud Biologische waarderingskaart (BWK) • De Blust, e.a., 1985. Biologische waarderingskaart van België: algemeen verklarende tekst, 98 p., gratis te verkrijgen. • Biologische waarderingskaarten van het Vlaamse Gewest kaartbladen 4/11/12, 5/13, 1/7, 2/8, 22, 25, 26, 29, oude set, gratis te verkrijgen. • Biologische waarderingskaart van het Vlaamse Gewest, kaartbladen 6/14, 21 1994, nieuwe set, 800 BF. • Biologische waarderingskaart van het Vlaamse Gewest, kaartbladen 34/35/(42) 1996, nieuwe set, 800 BF. • Biologische waarderingskaart van het Vlaamse Gewest, kaartbladen 3/9/17, 10/18, 16, 19/20, 23, 24, 27/28/36, 31 1998, 1999, nieuwe set, prijs nog niet bepaald. Informatie is verkrijgbaar op telefoonnummer (02) 558 18 49 (Katrien Van Den Broeck) of Email katrien.van.den.broeck@instnat.be. Bestellen van de BWK (kaarten) bij: - Atlas en Zanzibar, Kortrijksesteenweg 100, 9000 Gent,Tel/Fax 09/220 87 99 - De Wielewaal, Graatakker 11, 2300 Turnhout,Tel 014/41 22 52, Fax 014/43 96 51 - Natuurreservaten vzw (groene winkel) Kon. St. Mariastraat 105, 1030 Brussel,Tel 02/245 43 00, Fax 02/245 39 33

Medelingen van het Instituut voor Natuurbehoud • Konjev Desender, Dirk Maes, Jean-Pierre Maelfait & Marc Van Kerckvoorde, 1995. Een gedocumenteerde rode lijst van de zandloopkevers en loopkevers in Vlaanderen, Mededelingen van het Instituut voor Natuurbehoud 1, 207 p., 450 BF. • Kris van Looy & Geert de Blust, 1995. De Maas natuurlijk?! Aanzet tot een grootschalig natuurontwikkelingsproject in de Grensmaasvallei, Mededelingen van het Instituut voor Natuurbehoud 2, 132 p., 450 BF. • Dirk Maes & Hans Van Dyck,1996. Een gedocumenteerde rode lijst van de dagvlinders in Vlaanderen, Mededelingen van het Instituut voor Natuurbehoud 3, 166 p., 450 BF. • Geert De Knijf & Anny Anselin, 1996. Een gedocumenteerde rode lijst van de libellen in Vlaanderen, Mededelingen van het Instituut voor Natuurbehoud 4, 108 p., 450 BF. • Willy Huybrechts & Piet De Becker, 1997. Dynamische en chemische kenmerken van het ondiep grondwater in kwelsystemen: het Walenbos (Tielt-Winge), Mededelingen van het Instituut voor Natuurbehoud 5, 94 p., 450 BF.

Rapporten van het Instituut voor Natuurbehoud • Wouter van Landuyt & Martin Hermy, 1995. Natuur op bestelling?: naar meer natuur in stad en dorp, 68 p., gratis te verkrijgen. • Koen Devos & Anny Anselin, 1996. Kolonievogels en zeldzame broedvogels in Vlaanderen in 1994. Rapport IN96.20, 65 pp + bijlagen, 300 BF. • Piet De Becker & Willy Huybrechts, 1997. Het Walenbos: ecohydrologische atlas, Rapport IN97.03, 76 p., 200 BF. • Koen Devos, Patrick Meire,Tom Ysebaert en Eckhart Kuijken, 1997. Watervogels in Vlaanderen tijdens het winterhalfjaar 1995-1996, Rapport IN97.19, 98 p., 300 BF. • Kris Decleer & Marc Leten, 1997. De wettelijk verplichte bestrijding van distels in Vlaanderen: een standpunt van het Instituut voor Natuurbehoud, Rapport IN97.13, 46 p., 100 BF. • Anny Anselin, Koen Devos & Eckhart Kuijken, 1998. Kolonievogels en zeldzame broedvogels in Vlaanderen in 1995 en 1996, Rapport IN98.09, 69 p., 300 BF. • Kris Van Looy & Geert De Blust, 1998. Ecotopenstelsel Grensmaas: een ecotopenindeling, referentiebeschrijving en vegetatietypering voor de Levende Grensmaas, Rapport IN98.25, 99 p. 200 BF. • Liesbeth De Neve, Tom Ysebaert, Patrick Meire & Eckhart Kuijken, 1998. Het macrobenthos van het sublitoraal van de Beneden Zeeschelde (1996-1997) , Rapport IN98.17,69 p., 200 BF.

Instituut voor Natuurbehoud Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid

249


Publicaties • Stijn Vanacker, Kris Van Looy & Geert De Blust, 1998.Typologie en habitatmodelering van de oevers van de Grensmaas, Rapport IN98.04, 92 p., gratis te verkrijgen. • Erica Van den Bergh, Tom Ysebaert, Patrick Meire & Eckhart Kuijken, 1998. Watervogels in internationaal beschermde gebieden van de Beneden Zeeschelde: trends van 1980 tot 1997, Rapport IN98.18, 197 p., 300 BF. • Koen Devos, 1998. Watervogels in het Blankaartgebied en de IJzerbroeken, seizoen 1995/1996, Rapport IN98.15, 42 p., 200 BF. • Tom Ysebaert, Koen Devos, Anny Anselin, Patrick Meire, en Eckhart Kuijken, 1998. Watervogels langs de Zeeschelde 1995/1996, Rapport IN98.16, 42 p., 200 BF. • Koen Devos, Patrick Meire, Tom Ysebaert & Eckhart Kuijken, 1998. Watervogels in Vlaanderen tijdens het winterhalfjaar 1996-1997. Rapport IN98.27, 87 p. + bijlagen, 300 BF.

Besteladres Mededelingen en Rapporten Instituut voor Natuurbehoud Kliniekstraat 25 1070 Brussel Tel. (02) 558 18 14 (Margot Rondel & Lieve Gossye) Fax. (02) 558 18 05 Email: bib@instnat.be De vermelde prijzen zijn exclusief 100 BF portkosten.

Instituut voor Natuurbehoud 250

Natuurrapport 1999. Toestand van de natuur in Vlaanderen: cijfers voor het beleid


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook