Skip to main content

Jaarverslag-Vlaamse-Sociale-Inspectie-2020.pdf

Page 1

JAARVERSLAG 2020

DEPARTEMENT WERK & SOCIALE ECONOMIE

vlaanderen.be/departement-wse


SAMENSTELLING Vlaamse overheid DEPARTEMENT WERK & SOCIALE ECONOMIE Vlaamse Sociale Inspectie Koning Albert II-laan 35 bus 20 1030 Brussel 02 553 08 88 vlaamse.sociale.inspectie@vlaanderen.be www.vlaanderen.be/departement-wse

VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Dirk Vanderpoorten Secretaris-generaal

UITGAVE Juni 2021


Inhoudstafel 1.

Voorwoord

4

2. Samenvatting

6

2.1.

7

Wijze van optreden

2.2. COVID-19

8

3.

Hoe ziet de Afdeling Vlaamse Sociale Inspectie eruit?

9

3.1.

Organogram en personeelssamenstelling

10

3.2.

Vorming, Training en Opleiding

3.3.

Veiligheid van de inspecteurs door corona

11

4. De collega’s van SYNTRA Vlaanderen meren aan 5. Projecten

11

13 16

5.1. Diepteonderzoeken

17

5.2. Handhavingskader

18

6.

De Vlaamse Sociale Inspectie in cijfers

19

6.1.

Wijze van optreden

20

7.

Onze werking per materie

7.1.

Economische Migratie

25

7.2.

Private arbeidsbemiddeling

29

7.3.

Antidiscriminatie

31

24

7.4. ESF

33

7.5. Taaldecreet

36

7.6. Dienstencheques

38

7.7.

Sociale economie

41

7.8.

Doelgroepen- en subsidiemaatregelen / Competentie & Loopbaan

42

8.

Administratieve geldboeten

44

8.1. Procedure

45

8.2.

45

Dossiers

9. Samenwerking

49

10. Slotwoord

50


01 Voorwoord INTERVIEW

Wat betekende 2020 voor jullie?

afdelingen en diensten. We betrekken de afdeling meer

Dirk: 2020 was een ongelooflijk uitdagend jaar voor

dan vroeger in de opmaak van nieuwe beleidsinitiatie-

de Vlaamse Sociale Inspectie en bij uitbreiding voor

ven. Vanuit hun expertise spelen ze bovendien een be-

het hele Departement Werk en Sociale Economie.

langrijke rol in de correcte toepassing van maatregelen

Organisatorisch moesten we ons heruitvinden,

en het in de markt zetten van onze producten.

maar ook alle medewerkers moesten enorm veel wendbaarheid en veerkracht aan de dag leggen.

Wat zijn voor u de belangrijkste realisaties van de Vlaamse Sociale Inspectie?

Minister Crevits: De uitdagingen zijn inderdaad groot.

Minister Crevits: De Vlaamse Sociale Inspectie levert

We zijn vanuit mijn bevoegdheden meteen aan de

natuurlijk al jaren knap en zeer waardevol werk, maar

slag gegaan om getroffen sectoren, werknemers en

de manier waarop de afdeling zich vorig jaar heeft

werkgevers bij te staan. Met de horecasector hebben

heruitgevonden en haar werkzaamheden heeft aangepast

we een actieplan uitgewerkt, we troffen maatregelen

tijdens de pandemie, verdient toch een extra pluim!

voor de evenementensector, dienstenchequesector, de landbouw, er waren de verschillende financiële maatregelen,… Met de sociale partners hebben we ook heel snel het relanceplan ‘Alle hens aan dek’ afgesloten om onze arbeidsmarkt weer op de rails te krijgen na corona. We mogen tot slot zeker de nieuwe generatie sectorconvenanten niet vergeten waarmee we sectoren ondersteunen in hun werkgelegenheidsbeleid en inzetten op antidiscriminatie.

Hoe ziet u de Vlaamse Sociale Inspectie in uw departement? Dirk: De Vlaamse Sociale Inspectie is een belangrijke radar in het departement, verbonden met alle andere

Hoe heeft de coronacrisis het werk van de Vlaamse Sociale Inspectie beïnvloed? Dirk: Uiteraard was ook voor de Vlaamse Sociale Inspectie 2020 een bijzonder jaar. Binnen de opgelegde veiligheidsmaatregelen konden bepaalde controles niet worden uitgevoerd. Daarom zochten we voor een aantal materies naar alternatieven. In andere maatregelen bleek dit moeilijker. Toch durf ik zeggen dat we onze doelstellingen grotendeels behaald hebben. Ook had de COVID-crisis een positieve invloed op onze werking, door corona lag de focus meer op data-gedreven en administratief toezicht.


Wat wenst u de Vlaamse Sociale Inspectie nog toe? Minister Crevits: In de eerste plaats wens ik de Vlaamse Sociale Inspectie een ‘normaler’ jaar in 2021, zonder dat corona steeds een invloed heeft op de werkzaamheden. En dit wil ik zeker nog meegeven: blijf inzetten op innovatie en de ontwikkeling van expertise binnen jullie organisatie. Blijf zoeken naar wat er werkt en trek lessen uit wat er niet werkt. Dirk: Door innovatie te zoeken, bijvoorbeeld met het gebruik van databanken, zorgen we ervoor dat de inspectie efficiënter kan werken. Met de boordtabel voor inspectie waken we erover dat de prioritaire thema’s, namelijk de arbeidskaarten, de dienstencheques en de uitzendkantoren, de nodige aandacht krijgen binnen de beschikbare personeelscapaciteit. Door de ervaringen vanop het terrein te vertalen in insteken voor het beleid, creëert de Vlaamse Sociale Inspectie een enorme meerwaarde. Blijf dit zeker doen!

Hilde Crevits

Minister bevoegd voor werk

& Dirk Vanderpoorten

Secretaris-generaal van het Departement Werk en Sociale Economie

”

De manier waarop de afdeling zich heeft heruitgevonden en haar werkzaamheden heeft aangepast tijdens de pandemie, verdient een pluim!


DEPARTEMENT WERK & SOCIALE ECONOMIE

02 Samenvatting 6


JAARVERSLAG VLAAMSE SOCIALE INSPECTIE

“

Dit jaarverslag biedt een overzicht van de werkzaamheden van Vlaamse Sociale Inspectie in dit turbulente jaar. Zo vindt u onder meer informatie over de werking per materie en specifiek de impact van de COVID-19-crisis op de controles. Verder leest u hoe de integratie met SYNTRA Vlaanderen verliep, en welke specifieke projecten in 2020 op de agenda stonden.

Wijze van optreden 151

193

Pro Justitia

Waarschuwingen

515

3.565.959 €

processen-verbaal in 2020

67 Waarschuwing met termijnstelling

Controles 2020

Bedrag voorgesteld terug te vorderen

104 Proces-verbaal van Inlichtingen

Klassieke controles Administratieve controles

Uitgevoerde controles

7


DEPARTEMENT WERK & SOCIALE ECONOMIE

COVID-19 Omwille van de COVID-19-crisis heeft de Vlaamse Sociale Inspectie zich volledig heruitgevonden en gereorganiseerd. De oorspronkelijke doelstellingen worden bijgesteld. Voor alle materies geldt in de eerste plaats dat dossiers administratief werden afgewerkt waar dat mogelijk was. Controles op het terrein werden alléén nog uitgevoerd ingeval van zware en/of georganiseerde sociale fraude mits ondersteuning van een politiedienst, rekening houdend met diverse hygiënemaatregelen. In 2020 verschoof de focus dus naar administratieve taken en ‘on desk’-controles. Het aantal fysieke vaststellingen daalde vanwege de verminderde controlemogelijkheden. Anderzijds is het aantal terugvorderingen aanzienlijk gestegen. Daarnaast werden (bijkomende) opdrachten geïnitieerd in diverse materieclusters. Deze opdrachten hebben betrekking op de handhaving van specifieke aspecten van de materie, het vervroegen van reeds geplande controle-rondes ten opzichte van vorig jaar dankzij een consequente stijging in het aantal administratieve controles. In functie van de adviezen en beslissingen van de Nationale Veiligheidsraad en van de diverse regeringen heeft de Vlaamse Sociale Inspectie, in overleg met de Sociale Inlichtingenen Opsporingsdienst (SIOD) en het Openbaar Ministerie, maatregelen genomen om de veiligheid en de gezondheid van de inspecteurs maximaal te garanderen. Daarbij zette de Vlaamse Sociale Inspectie in op veiligheidsmateriaal (mondmaskers, handschoenen, gel, face shields) voor haar personeelsleden. De uitgevaardigde richtlijnen voor de inspecteurs wijzigden doorheen het jaar afhankelijk van het aantal besmettingen.

8


JAARVERSLAG VLAAMSE SOCIALE INSPECTIE

03 Hoe ziet de afdeling eruit? 9


DEPARTEMENT WERK & SOCIALE ECONOMIE

Organogram en personeelssamenstelling Op 31 december 2020 waren er 48 personen (reëel VTE 42,81) in de Vlaamse Sociale Inspectie actief binnen onderstaand organogram:

Afdelingshoofd

1 5

Secretariaat en administratieve ondersteuning

5

Beleidscel

18

19 Dienst operationele inspectie West

Dienst operationele inspectie Oost

Inhoudelijk wordt de werking verder ondersteund door materie-experts van de afdeling. De materie-experts leveren vooral een inhoudelijke bijdrage aan de materies.

Vorming, Training en Opleiding De Vlaamse Sociale Inspectie zet sterk in op een degelijk vormingsbeleid. Zo participeerde de afdeling ook in 2020 ten volle aan het vormingsplan van het Departement Werk en Sociale Economie. De Vlaamse Sociale Inspectie volgde in 2020 in totaal meer dan 600 uren vorming. Er werd ingezet op interne vorming binnen het Departement Werk en Sociale Economie met opleidingen op maat, die focussen op de kennisversterking van de inspecteurs. 10


JAARVERSLAG VLAAMSE SOCIALE INSPECTIE

INTERVIEW

Veiligheid van de inspecteurs door corona Ter bescherming van onze werknemers tijdens de COVID-19-crisis namen we als Vlaamse Sociale Inspectie verregaande maatregelen. De praktische uitrol hiervan gebeurde door het secretariaat van de afdeling. Ondersteuners Evy en Annicq vertellen wat dit voor hen betekende.

Hoe hebben jullie het afgelopen jaar ervaren? Afgelopen jaar was ook voor ons een bewogen jaar, met zowel voor- als nadelen. Plots werkten we bijna volledig digitaal. Het telewerken werd een verplichting, en helaas viel daardoor ook het informele en sociale contact in de wandelgangen weg. Eén van de voordelen was dat we niet meer geconfronteerd werden met de hectische ochtendrituelen en vertragingen van de treinen. Er kwam tijd vrij om de kinderen naar school te brengen en om samen te ontbijten.

Wat was de impact van de coronacrisis op jullie job bij de Vlaamse Sociale Inspectie? Tijdens de corona was de werkdruk enorm hoog. Boven onze normale taken stroomden de klachten van ontevreden werknemers binnen, zowel telefonisch als digitaal. Werkgevers kwamen met vragen over de nieuwe maatregelen, die we allemaal beantwoordden. Elke klacht/melding/vraag moest in het systeem

bijgehouden worden. Inspecteurs mochten niet meer de baan op, waardoor er meer ‘on desk’-controles werden uitgevoerd. Op digitaal vlak werd Teams gelanceerd om het werken te vergemakkelijken. We werden ambassadeurs en moesten ervoor zorgen dat iedereen hiermee overweg kon. Kortom, het afgelopen jaar is voorbij gevolgen. >

“ Annicq Jacobs

Tijdens de corona was de werkdruk enorm hoog. Boven onze normale taken stroomde de klachten van ontevreden werknemers binnen, zowel telefonisch als digitaal. Werkgevers kwamen met vragen over de nieuwe maatregelen die allemaal beantwoord moesten worden.

11


DEPARTEMENT WERK & SOCIALE ECONOMIE

“

Evy Vandenberg

Alle collega’s kunnen nog steeds beroep doen op beschermingsmateriaal zoals: mondmaskers, handgel, handschoenen, faceshields, beschermpakken en schoenovertrekken.

Wat liep er anders dan in een gewoon jaar?

Een grote verandering was de communicatie die alleen nog digitaal verliep. De vergaderingen werden frequenter en dat nam soms veel tijd in beslag. De verplaatsing naar Brussel en de VAC-gebouwen werd beperkt tot één dag per week. De verplaatsingstijd naar Brussel werd nu ingezet als extra werktijd. Het me-time momentje in de trein viel weg, de koffiebreak met de collega’s was er niet meer. Dat zijn toch wel dingen die wij enorm missen. We deden wel online babbels maar dat is toch niet hetzelfde.

Hoe zagen de beschermingsmaatregelen er uit? Inspecteurs die de baan op gingen, moesten voorzien worden van beschermingsmateriaal. Dit was toen geen eenvoudige taak, omdat we geen exacte leveringsdatum kregen. Alle collega’s kunnen nog steeds beroep doen op beschermingsmateriaal zoals: mondmaskers, handgel, handschoenen, face-

12

shields, beschermpakken en schoenovertrekken. In de verhoorlokalen plaatsten we plexiglas-schermen. Voor de externe bezoekers (bv. bij een verhoor) stelden we mondmaskers, handgel en handschoenen ter beschikking. Op de werkvloer is ontsmettingsspray en handgel aanwezig. Iedereen moet bij aankomst of vertrek zijn werkplek schoonmaken. Het administratief team kreeg roll-overs, zodat ze op een veilige manier de nieuwe collega’s konden opleiden.

Wat mogen we behouden uit de huidige situatie? En wat willen jullie terug zien veranderen? Het telewerk mag voor ons grotendeels behouden blijven, omdat je geconcentreerder kan werken. Wij zouden opteren voor 3 dagen thuiswerk en 2 dagen op de werkplek. Het sociale contact met collega’s is voor ons een belangrijke. Dit mogen we zeker niet uit het oog verliezen voor ons mentaal welzijn.


JAARVERSLAG VLAAMSE SOCIALE INSPECTIE

04 De collega’s van SYNTRA Vlaanderen meren aan 13


DEPARTEMENT WERK & SOCIALE ECONOMIE

“

Na de opheffing van het Agentschap voor Ondernemersvorming SYNTRA Vlaanderen op 1 januari 2021 kreeg de Vlaamse Sociale Inspectie een aantal bijkomende toezichtsopdrachten toegewezen. Zo verruimt de afdeling haar actieterrein op het gebied van het toezicht op het leren op de werkplek en het levenslang leren en ondernemen.

Concreet gaat het over de volgende bevoegdheden: 1. toezicht op de duale trajecten aangeboden in het secundair onderwijs en aan de centra voor ondernemersvorming (Syntra vzw), in een gedeelde verantwoordelijkheid met de Onderwijsinspectie 2. toezicht op de leertijdtrajecten aan de centra voor ondernemersvorming (Syntra vzw), in samenwerking met de Onderwijsinspectie voor wat het kwaliteitstoezicht betreft en in samenwerking met VDAB voor wat het algemeen en financieel toezicht betreft 3. toezicht op de uitvoering van het Decreet en BVR Overeenkomsten Alternerende Opleidingen (OAO) 4. toezicht op de ondernemerschapstrajecten aan de centra voor ondernemersvorming (Syntra vzw), in samenwerking met het Agentschap voor Innoveren en Ondernemen (VLAIO) Samen met deze bevoegdheden, maakten 14 personeelsleden van de afdeling Inspectie en toezicht van SYNTRA Vlaanderen de overstap naar de Vlaamse Sociale Inspectie. Elf personeelsleden zetten de toezichtsactiviteiten van SYNTRA Vlaanderen verder onder de vlag van een ‘projectteam kwaliteitstoezicht’. Dit verwijst naar de doelstelling van het toezicht om op de hierboven genoemde terreinen (duaal leren, leertijd, ondernemersvorming) de kwaliteit van het leertraject voor de lerende te bevorderen. Aan deze integratie ging een voorbereidingstraject vooraf in 2020. Alle mijlpalen in het integratieproces en de beoogde uitkomsten worden gevat in een projectplan, dat de koers uitzet voor de komende 2 jaar. Dit plan omvat 3 hoofddomeinen:

Bevoegdheidsoverdracht

14

Personeelsinzet en -integratie

Administratieve en ICT-matige integratie


JAARVERSLAG VLAAMSE SOCIALE INSPECTIE

Onder de noemer ‘opdrachten’ werden mijlpalen gedefinieerd die de contouren van de toezichtsbevoegdheden in de regelgeving en in samenwerkingsafspraken hertekenen. Heel wat bevoegdheden worden immers in een partnerschap met een andere overheids- of inspectiedienst uitgevoerd. De opheffing van het Agentschap SYNTRA Vlaanderen leidde tot nieuwe samenwerkingsafspraken of een grondige herziening van bestaande afspraken. In 2020 werden in totaal 4 samenwerkingsovereenkomsten herzien en 2 nieuwe samenwerkingsovereenkomsten gesloten, met grote zorg voor de continuïteit in de uitvoering van de toezichtsopdrachten. Onder het projectdomein ‘mensen’ werd onder meer een onthaal- en vormingstraject op touw gezet, om de nieuwe personeelsleden vertrouwd te maken met de werking en de inspecteurs te informeren over het nieuwe ‘actieterrein’ met betrekking tot kwaliteitstoezicht. Het onthaal- en vormingstraject bestaat uit verschillende bouwstenen die in 2021 worden uitgerold. Omdat een dergelijk onthaaltraject vanzelfsprekend extra uitdagend is in tijden van langdurig werken op afstand, werden digitale alternatieven zoals collegiale webinars ontwikkeld. Tot slot besteedt het projectdomein ‘middelen’ ook aandacht aan de omkaderende processen, zoals de administratieve ondersteuning, de planning en opvolging van het aantal toezichten en de ICT-ondersteuning.

“

Maarten (inspecteur):

“Vooral het verschil in schaalgrootte tussen SYNTRA Vlaanderen en DWSE valt op. Toch liepen alle contacten tot nu toe vlot en mijn nieuwe collega’s zien er ook best ok uit, dus dat komt zeker goed.”

”

Inge (inspecteur):

“Ik kijk nieuwsgierig uit naar de uitdagingen die de overstap naar een nieuwe werkgever voor mij meebrengen en hoop snel te kunnen proeven van de nieuwe werkomgeving en kennis te maken met de nieuwe collega’s.”

15


DEPARTEMENT WERK & SOCIALE ECONOMIE

05 Projecten 16


JAARVERSLAG VLAAMSE SOCIALE INSPECTIE

Diepteonderzoeken We kiezen ervoor om de arbeidsintensieve diepteonderzoeken beter in het vizier te brengen en apart op te volgen. Diepteonderzoeken zijn onderzoeken die vanwege een aantal bepalende kenmerken een bijzondere onderzoeksmethodiek vergen. Dit zijn de kenmerken die van een onderzoek een diepteonderzoek maken, opgesomd in een niet-exhaustieve, niet-cumulatieve lijst: 1. Het onderzoek vergt onderzoekdaden in diverse geografische regio’s. 2. Het onderzoek behelst meer dan één deelmaterie waarvoor de afdeling bevoegd is. 3. Het onderzoek overschrijdt met een factor 3 het voorziene gemiddeld aantal mensdagen per dossier zoals voorzien in de boordtabel. 4. Het onderzoek loopt in samenwerking met één of meerdere externe diensten. 5. De gecumuleerde toegekende subsidiebedragen overschrijden het gemiddelde in de materie(s). Niet elk van deze kenmerken afzonderlijk maakt een onderzoek tot diepteonderzoek. Het is in de specifieke combinatie van deze criteria dat maakt dat een onderzoek voldoende zwaarte krijgt om als diepteonderzoek beschouwd te worden. Elke materie kan voorwerp uitmaken van een diepteonderzoek. In 2020 werden 19 onderzoeken weerhouden als diepteonderzoek. De aanleiding van deze onderzoeken zijn: • 7 eigen onderzoeken, spontaan opgestart • 4 kantschriften (onderzoeken in opdracht van het arbeidsauditoraat) • 4 onderzoeken naar aanleiding van een klacht of melding • 3 onderzoeken op vraag van de beleidsafdelingen van het Departement Werk en Sociale Economie, de SERV,… • 1 onderzoek naar aanleiding van een opvolgingscontrole In 14 van de 19 diepteonderzoeken (74%) werd samengewerkt met een andere dienst. In de meerderheid van de gevallen is dat met de federale inspectiedienst, de politie en het arbeidsauditoraat. De totale tijd die aan deze onderzoeken werd besteed is 1,99 VTE. Deze onderzoeken werden hoofdzakelijk uitgevoerd in de materies migratie, arbeidsbemiddeling en dienstencheques. Diepteonderzoeken leiden regelmatig tot het opstellen van een Pro Justitia waardoor er mogelijks een strafrechtelijke sanctionering volgt. In de 19 diepteonderzoeken werden 7 Pro Justitia opgesteld. In 4 dossiers werd een advies geformuleerd terugvordering van subsidies. 17


DEPARTEMENT WERK & SOCIALE ECONOMIE

Handhavingskader Het werkgelegenheidsbeleid in Vlaanderen bestaat uit rechten én plichten. Dit houdt niet alleen een duidelijke, toepasbare en afdwingbare wetgeving in maar evenzeer een efficiënte en effectieve handhaving. Hierbij is handhaving geen doel op zich is maar moet het er in de eerste plaats voor zorgen dat de wetgeving wordt nageleefd en dat eventuele inbreuken worden voorkomen of zo nodig worden rechtgezet. In het sociaalrechtelijk handhavingsbeleid van het beleidsdomein Werk en Sociale Economie wordt aandacht geschonken aan 2 pijlers, preventie en sanctionering. Preventie is erop gericht om overtredingen te voorkomen maar een op preventie gericht beleid op zich volstaat evenwel niet. Naast preventie is ook een wettelijk sanctioneringskader nodig. De basis voor het bestaande sanctioneringskader werd in 2010 gelegd. Met de invoering van het decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling werd een sanctioneringskader ingevoerd van 3 niveaus. Dit werd in 2012 en in 2015 uitgebreid met een 4e en 5e niveau. Bij de opstelling en de uitbreiding van dit kader werd in de mate van het mogelijke naar een zekere logica en evenwicht gestreefd met het toenmalige federale sociaalrechtelijk sanctioneringskader. Dit kader onderging achteraf ook een aantal wijzigingen en werd door de aanpassing van de opdeciemen (o.a. door de aanpassing aan de levensduurte) een aantal keren in de praktijk verhoogd.

18


06 Vlaamse Sociale Inspectie in cijfers


DEPARTEMENT WERK & SOCIALE ECONOMIE

“

De Vlaamse Sociale Inspectie in cijfers Ook voor de Vlaamse Sociale Inspectie was 2020 een jaar waarin de COVID-19-crisis centraal stond. In periodes van lockdown en thuiswerk is het voor inspecteurs allesbehalve evident hun job uit te voeren.

In functie van de adviezen en beslissingen van de Nationale Veiligheidsraad en van de diverse regeringen heeft de Vlaamse Sociale Inspectie, in overleg met de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD) en het Openbaar Ministerie, een aantal maatregelen genomen om de veiligheid en de gezondheid van de inspecteurs maximaal te garanderen. De oorspronkelijke doelstellingen werden bijgesteld. Voor alle materies gold in de eerste plaats dat dossiers administratief werden afgewerkt waar mogelijk. Dit kon als de nodige onderzoeksdaden op het terrein reeds voor de crisis werden uitgevoerd en het dossier verder ‘on desk’ kon worden behandeld. Controles op het terrein werden alleen nog uitgevoerd ingeval van zware en/of georganiseerde sociale fraude mits ondersteuning van een politiedienst, rekening houdend met de diverse hygiënemaatregelen. Dit betekent dat er meer (administratieve) dossiers werden uitgevoerd ten opzichte van de voorgaande jaren. Door de verminderde controlemogelijkheden daalde het aantal fysieke vaststellingen. Daarnaast werden (bijkomende) opdrachten geïnitieerd in diverse materieclusters. Deze opdrachten hebben betrekking op de handhaving van specifieke aspecten van de materie, het vervroegen van reeds geplande controle-rondes,...

* Het eerste toezicht ter plaatse op een BKT kan pas gebeuren in het jaar nadat het traject voor de eerste keer volledig werd doorlopen. De eerste trajecten zijn pas in 2020 gestart, met als gevolg dat toezichten ter plaatse ten vroegste in het najaar van 2021 kunnen plaatsvinden.

20


JAARVERSLAG VLAAMSE SOCIALE INSPECTIE

Uitgevoerde controles

De realisatiegraad ten opzichte van het vooropgesteld objectief volgens de respectieve strategische boordtabellen is:

21


DEPARTEMENT WERK & SOCIALE ECONOMIE

Wijze van optreden 151

193

Pro Justitia

Waarschuwingen

515

3.565.959 €

processen-verbaal in 2020

Bedrag voorgesteld terug te vorderen

104

67 Waarschuwing met termijnstelling

Proces-verbaal van Inlichtingen

Totaal aantal Processen Verbaal periode 2016-2020

22


JAARVERSLAG VLAAMSE SOCIALE INSPECTIE

Totaal aantal PV’s

23


DEPARTEMENT WERK & SOCIALE ECONOMIE

07 Onze werking per materie 24


JAARVERSLAG VLAAMSE SOCIALE INSPECTIE

Economische Migratie Tewerkstelling buitenlandse werknemers Materie In 2019 ging het nieuwe economische migratiebeleid van start waarbij er ook enkele administratieve vereenvoudigingen werden doorgevoerd. De maximale duur van een toelating tot arbeid werd voor sommige categorieën van werknemers opgetrokken van 1 tot 3 jaar. Onder andere hooggeschoolde werknemers en leidinggevend personeel komen hiervoor in aanmerking. Onregelmatigheden kunnen dus in het slechtste geval maar opgemerkt worden na 3 jaar bij de hernieuwing van de toelating tot arbeid. Om ongewilde fouten of bewuste misbruiken niet 3 jaar onopgemerkt te laten voortduren, werd een specifieke controleronde georganiseerd naar de verloning van hooggeschoolde werknemers en leidinggevend personeel. De eerste categorie moet minstens 100% van het gemiddeld bruto jaarloon in België verdienen en leidinggevenden 160%. Zo’n controleronde leent zich goed om het toezicht ‘on desk’ te organiseren. Zo moesten de inspecteurs niet bij de ondernemingen langsgaan, wat gelet op de COVID-19-crisis een groot voordeel was. Bij 363 ondernemingen werd aan de hand van databankgegevens het loon nagekeken van de hooggeschoolde werknemers en het leidinggevend personeel die beschikken over een toelating tot arbeid. In sommige gevallen werd extra informatie opgevraagd bij de onderneming of bij het sociaal secretariaat. Ondernemingen waarbij niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat het loon voldoet aan de regelgeving, zullen in 2021 normal aan een algemene controle worden onderworpen.

Impact van de COVID-19-crisis De impact van de COVID-19-crisis liet zich goed voelen bij de controle op de tewerkstelling van buitenlandse werknemers. Om het toezicht hierop naar behoren te kunnen uitoefenen zijn ook andere (federale) regelgevingen van belang, zoals de verblijfswetgeving en de arbeids- en sociale zekerheidswetgeving. Specifieke coronamaatregelen genomen door de federale overheid hadden dus ook een impact op de controles van de Vlaamse Sociale Inspectie. Denk hierbij aan de verlenging van de verblijfstitel voor onderdanen van derde landen die door overmacht België niet konden verlaten, de tijdelijke vrijstelling van de limosa meldingsplicht of de verruiming van de regels van tijdelijke werkloosheid. Diverse infosessies waren noodzakelijk om de inspecteurs van de snel wijzigende regels op de hoogte te houden. Naast het organiseren van een administratieve controleronde zoals hierboven toegelicht, werden de steekproeven van een aantal later op het jaar geplande controlerondes vervroegd ter beschikking gesteld zodat de voorbereiding van deze inspecties (die on desk kan gebeuren) reeds kon worden aangevat. In 2020 bleek ook het belang van de fysieke controle (heterdaad) met alle gevolgen vandien voor de controles. 25


DEPARTEMENT WERK & SOCIALE ECONOMIE

Cijfers

26


JAARVERSLAG VLAAMSE SOCIALE INSPECTIE

Buitenlandse zelfstandigen Materie De regelgeving betreffende beroepskaarten dateert uit 1965 en maakt geen onderscheid tussen de verschillende soorten zelfstandige activiteiten. De oprichter van een innovatieve startup, de overnemer van een bestaande horecazaak, een professionele sportbeoefenaar,… vallen onder dezelfde regels. Het huidige beleid is niet afgestemd op het aantrekken van zelfstandigen die een economische of innovatieve meerwaarde kunnen realiseren voor Vlaanderen. Een bestuurder van een hightech onderneming en een meewerkend vennoot van een kleine handelszaak worden aan dezelfde criteria getoetst. De huidige wetgeving is ontoereikend om de meeste potentiële misbruiken in de kiem te smoren, ondanks de grondige 1ste-lijnscontrole die de Dienst beroepskaarten van het Departement Werk en Sociale Economie uitvoert bij de beoordeling van de aanvraag. Door de combinatie van de opsporing van zelfstandigen die aan het werk zijn zonder geldige beroepskaart en/of geldig verblijf en het gericht controleren van zelfstandigen op aangeven van onder andere de Dienst beroepskaarten, worden er in meer dan een derde van de onderzoeken inbreuken vastgesteld. Vlaanderen werkt ondertussen aan een nieuwe regelgeving rond beroepskaarten met een beleid dat meer gericht is op het aantrekken van buitenlands talent en waarbij de economische meerwaarde en/of het innovatieve karakter primeert. Tegelijkertijd worden drempels ingebouwd om misbruiken beter tegen te gaan. De nieuwe regelgeving zal begin 2022 in voege treden.

Impact van de COVID-19-crisis Omwille van de coronamaatregelen werden in vergelijking met de voorgaande jaren minder controles op eigen initiatief uitgevoerd. Deze daling werd volledig gecompenseerd door een stijging van het aantal gevraagde controles.

27


DEPARTEMENT WERK & SOCIALE ECONOMIE

Cijfers

28


JAARVERSLAG VLAAMSE SOCIALE INSPECTIE

Private arbeidsbemiddeling Materie De Vlaamse Sociale Inspectie is volgens art. 2, 7° van het Inspectiedecreet bevoegd voor het uitoefenen van het toezicht op het decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling. Private arbeidsbemiddeling wordt in omschreven als het geheel van diensten uitgeoefend door een tussenpersoon die gericht zijn op: • het bijstaan van werknemers bij het zoeken van een nieuwe tewerkstelling • het bijstaan van werkgevers bij het zoeken naar geschikte werknemers • het in dienst nemen van werknemers om hen ter beschikking te stellen met het oog op de uitvoering van een tijdelijke arbeid zoals bepaald bij of krachtens de wet van 24 juli 1987 • betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers

Impact van de COVID-19-crisis Ook in deze materie werd gezocht naar een alternatieve wijze van controleren. De vorig jaar opgestarte administratieve controleronde werd verder uitgebreid. Na de implementatie van de coronamaatregelen, werden de nodige verrijkingen opgevraagd om een actualisering te kunnen doen. Door deze actualisatie detecteerden we een 100-tal nieuwe controleobjecten. Hier wordt een onderzoek voor opgestart, waarbij de bureaus worden aangeschreven, op de hoogte gebracht van de geldende regelgeving en wordt gevraagd informatie over te maken zodat een ‘on desk’-controle kan worden uitgevoerd. Dit kan onder andere resulteren in een waarschuwing of een diepgaander opsporingsonderzoek. Deze administratieve controleronde had betrekking op buitenlandse uitzendbureaus die mogelijks zonder geldige erkenning activiteiten in Vlaanderen uitvoerden. Voor dit soort onderzoek is de Vlaamse Sociale Inspectie afhankelijk van de snelheid waarmee buitenlandse bedrijven gevraagde informatie aanleveren. Van de 100 vooropgestelde ‘on desk’controles konden er 66 worden afgerond in 2020, grotendeels door de lange doorlooptijden in deze dossiers. Hierdoor strandden we op 86% van de jaardoelstelling, want de uitvoering van de reguliere controles werd zo goed als volledig gerealiseerd.

29


DEPARTEMENT WERK & SOCIALE ECONOMIE

Cijfers

Uitgevoerde inspecties en vastgestelde inbreuken

Top 10 Vastgestelde inbreuken

30


JAARVERSLAG VLAAMSE SOCIALE INSPECTIE

Evolutie sanctiedocumenten

Aard onderzoeken

Antidiscriminatie Materie De Vlaamse Sociale Inspectie is bevoegd voor toezicht op het decreet houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt dd. 8 mei 2002 (EPA-decreet) en de antidiscriminatieerkenningsvoorwaarden uit de regelgeving dienstencheques (Wet 20/07/2001 ter bevordering van buurtdiensten en -banen). De werkzaamheden van de Vlaamse Sociale Inspectie worden gevat door het actieplan ter bestrijding van arbeidsgerelateerde discriminatie (ABAD). Bij de laatste actualisering werd het addendum met betrekking tot de afdeling geïntegreerd in het actieplan zelf, ook naar aanleiding van de resolutie 415 van het Vlaams Parlement dd. 28 oktober 2015 waarin de Vlaamse Regering verzocht wordt:

8° erop toe te zien dat de Afdeling Toezicht en Handhaving van het Departement Werk en Sociale Economie prioritaire aandacht zal geven aan het vermijden van alle vormen van wettelijk verboden discriminatie, voornamelijk in de risicovolle sectoren. Dat moet vertaald worden in versterkte controles. In 2020 planden we een controleronde waarin het selectieproces van specifieke vacatures onder de loep werd genomen bij uitzendkantoren. Hierbij werden de verschillende stappen van de selecties bekeken en werd nagegaan of hierbij geen ongeoorloofde criteria werden gebruikt. De vooropgestelde doelstelling van deze controleronde werd voor 2/3 gerealiseerd. 31


DEPARTEMENT WERK & SOCIALE ECONOMIE

Impact van de COVID-19-crisis In tegenstelling tot de voorbije jaren kon de jaardoelstelling van bijna 100 controles maar gedeeltelijk worden verwezenlijkt. Dit is een rechtstreeks gevolg van de coronamaatregelen die werden genomen. Om het respecteren van de anti-discriminatieregels na te kijken bij uitzendkantoren wordt de registratie van de (persoons)gegevens en het mailverkeer nagekeken op de computer van een of meerdere medewerkers van het kantoor. Gelet op de bescherming van de inspecteurs en de gecontroleerden, werd geen veilig alternatief gevonden voor deze controles. Daarom werden er in periodes van hoge besmettingscijfers geen controles uitgevoerd in deze materie.

Cijfers Uitgevoerde inspecties

Genomen maatregel

32

Oorsprong


JAARVERSLAG VLAAMSE SOCIALE INSPECTIE

ESF Materie Het ESF (Europees Sociaal Fonds) is één van de fondsen binnen de Europese Structuur- en Investeringsfondsen (ESIF). Deze fondsen bevatten middelen die de lidstaten van de Europese Unie moeten helpen om de Europa 2020-doelen en streefcijfers op het vlak van werkgelegenheid te behalen. De Vlaamse Sociale Inspectie voert in opdracht van de auditautoriteit controles uit op het terrein. De te auditeren dossiers worden door de auditautoriteit geselecteerd en aan de Vlaamse Sociale Inspectie overgemaakt. De foutenmarges die werden vastgesteld in de audits die de Vlaamse Sociale Inspectie uitvoeren, blijven net zoals vorig jaar rond de 2% schommelen. De foutenmarge is sinds enkele jaren steevast in dalende lijn. Een goed uitgebouwde eerstelijnscontrole van de managementautoriteit die kan plaatsvinden dankzij de aanwezigheid van alle benodigde stukken van de promotoren in een digitaal archief, ligt hiervan vast en zeker aan de basis. De verdere uitbouw van de eerstelijnscontrole, waarbij de data digitaal beschikbaar is en dus op geautomatiseerde wijze met elkaar vergeleken kan worden, zal dit ingeslagen traject van dalende foutenmarge en terugvorderbaar bedrag alleen maar versterken. De meeste vaststellingen blijven zich in problemen met de registratie voordoen. Het kan hierbij gaan over het ontbreken van registratie of om vaststellingen dat de registratie niet volledig betrouwbaar is, omdat ze bijvoorbeeld bij een cross-check met andere stukken onregelmatigheden vertoont.

Impact van de COVID-19-crisis De timing van de ESF-audits vindt traditioneel plaats in voornamelijk het tweede en deels derde kwartaal van het kalenderjaar. De start is voorzien in de maand mei. In 2020 viel zowel de voorbereiding van de audits als de audits zelf in de eerste lockdown omwille van COVID-19. Hoewel controle- en inspectiediensten als essentiële dienst werden aangeduid, was het niet aangewezen om onder deze omstandigheden audits ter plaatse bij de promotoren uit te voeren. Daarom werd op aangeven van de auditautoriteit gekozen om de audits op afstand uit te voeren. Er werd gewerkt met maximaal 2 vragenlijsten en het principe van de single audit werd voor het eerst volledig toegepast, waardoor de impact op de promotor zo laag mogelijk werd gehouden. 33


DEPARTEMENT WERK & SOCIALE ECONOMIE

Cijfers

Geauditeerde NSK (netto subsidiale kost)

Terugvorderbaar bedrag

34


JAARVERSLAG VLAAMSE SOCIALE INSPECTIE

Foutenmarge

Deze resultaten hebben geen betrekking op de totaliteit van de uitgevoerde audits op het ESFprogramma. Naast de audits op concrete acties die de Afdeling Vlaamse Sociale Inspectie uitvoerden, werden door de auditautoriteit nog andere audits uitgevoerd. Deze foutenmarges zijn dus geen een weerspiegeling van de totale gecontroleerde kosten en kunnen geen indicatie zijn van de vastgestelde foutenmarges over het volledige programma.

Aantal uitgevoerde audits Het aantal uitgevoerde audits is lager dan de voorbije jaren. Omwille van de pandemie werd een steekproef genomen door de Audit Autoriteit die minder audits opleverde.

35


DEPARTEMENT WERK & SOCIALE ECONOMIE

Taaldecreet Materie Het Taaldecreet van 19 juli 1973, voluit ‘het decreet tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en de werknemers, alsmede van de voor de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen’ bepaalt dat de Vlaamse Gemeenschap, met het oog op de bescherming van de werknemers en ter versterking van de sociale cohesie, het gebruik van de Nederlandse taal in de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en de werknemers aanmoedigt. De te gebruiken taal tussen werkgevers en werknemers dient in het Nederlands te zijn voor natuurlijke personen en rechtspersonen die een exploitatiezetel in het Nederlandse taalgebied hebben of die personeel in het Nederlandse taalgebied tewerkstellen. Inspecties Taaldecreet worden benaderd vanuit het integraal inspectieoptreden. Het grootste deel van deze inspecties komen tot stand naar aanleiding van inspecties binnen andere materies. Daarnaast kan een taalinspectie ook voortvloeien uit een klacht, melding of opvolging specifiek gericht op de toepassing van het Taaldecreet. Binnen een breder onderzoek wordt enkel een inspectiedossier Taaldecreet opgemaakt wanneer hierbij verder opzoekingswerk vereist is of effectief inbreuken op het Taaldecreet werden vastgesteld. Ook naar de toekomst toe wordt het aspect ‘Taaldecreet’ telkens mee opgenomen in de inspecties van de Vlaamse Sociale Inspectie.

Cijfers Uitgevoerde inspecties

36


JAARVERSLAG VLAAMSE SOCIALE INSPECTIE

Evolutie genomen maatregelen

Grafiek: Evolutie genomen maatregelen over de periode 2015-2018

Tabel: Vastgestelde inbreuken 2016-2020

37


DEPARTEMENT WERK & SOCIALE ECONOMIE

Dienstencheques Materie In 2020 stijgt het aantal inspecties spectaculair (stijging van 88% ) t.o.v. het gemiddelde aantal controles van de voorbije jaren. Wanneer de gevolgen van een inspectie worden bekeken, zien we echter een meer divers beeld. Zowel het aantal processen-verbaal of waarschuwingen, als het aantal inbreuken daalde t.o.v. het gemiddelde van de voorbije jaren (respectievelijke daling van 49% en 38%). Het bedrag van de terugvorderingen bleef ongeveer gelijk aan het gemiddelde van de voorgaande jaren, maar het aantal inspecties met terugvordering steeg significant (stijging van 162%). Een ander opvallende wijziging is het aantal inspecties dat werd uitgevoerd op basis van een klacht of melding (stijging van 263%) en het aantal binnengekomen klachten of vragen (stijging van maar liefst 668%). Niet elke binnenkomende klacht of vraag leidt tot een onderzoek ter plaatse. In veel gevallen wordt de indiener voorzien van de nodige informatie of in geval van onbevoegdheid wordt de klacht of vraag overgemaakt aan de bevoegde instantie.

Impact van de COVID-19-crisis Deze cijfers zijn uiteraard een rechtstreeks gevolg van de COVID-19-crisis, die een zware impact had op de sector van de dienstencheques. Zoals in elke maatregel die door de Vlaamse Sociale Inspectie gecontroleerd wordt, diende ook voor de dienstencheques de werking grondig geheroriënteerd te worden. In de eerste golf viel het aantal prestaties binnen de sector terug tot een absoluut minimum. Bij de heropstart werden een aantal beleidsmaatregelen genomen om de sector financieel te ondersteunen. Voor een deel van de tegemoetkoming diende aangetoond te kunnen worden dat deze besteed werd aan veiligheidsmaatregelen voor de dienstencheque-werknemers. 38


Dit resulteerde in de tweede jaarhelft in het opvragen van een kostendossier bij een 400-tal ondernemingen en de behandeling en controle van de binnengekomen dossiers. Dit verklaart de hoge stijging van het aantal inspecties en het aantal inspecties met een terugvordering. Aangezien de controle van deze kostendossiers verder loopt in de eerste jaarhelft van 2021, zal over de globale resultaten van deze controles pas in 2021 kunnen gerapporteerd worden. Tegen elke voorgestelde terugvordering door de Vlaamse Sociale Inspectie kan door de onderneming ook nog een bezwaar worden ingediend. De heropstart ging gepaard met de nodige bezorgdheden bij zowel gebruikers als werknemers wat betreft de veiligheid. Die bezorgdheid vertaalde zich in het sterk verhoogde aantal klachten, meldingen en vragen waarmee onze dienst geconfronteerd werd (stijging van 668%). Ook tijdens latere coronagolven en dan voornamelijk bij de start van de tweede ‘lockdown’ voor de herfstvakantie, steeg het aantal vragen sterk om na een aantal weken terug te normaliseren. Bij de heropstart zette de Vlaamse Sociale Inspectie acties op om de veiligheid van dienstencheque-werknemers te garanderen. Er werd een senbiliseringsactie opgezet naar bedrijven en een meldpunt opgericht voor dienstencheque-werknemers. Uit de vele vragen en meldingen werden door de inspecteurs concrete klachten gedetecteerd die allen onderzocht werden. Met uitzondering van het afwerken van lopende dossiers en verder onderzoek naar fraude-dossier werd de gewone werking tijdelijk opgeschort. De extra tegemoetkoming die aan de ondernemingen werd toegekend, werd in de tijd gradueel verminderd en eindigde op 30 juni. Tijdens de tweede zware coronagolf in de maand november werd een nieuwe bijkomende subsidie toegekend, geldig tijdens de maanden november en december. De bedrijven moesten de gemaakte kosten niet aantonen, maar via een Ministerieel Besluit werden een aantal concrete veiligheidsmaatregelen verplicht. De tegemoetkoming werd automatisch toegekend en uitbetaald, maar om hierop aanspraak te maken, dienden de ondernemingen de opgelegde maatregelen te volgen. In 2020 werden enkel controles hierop uitgevoerd in kader van klachten. Net na nieuwjaar, in 2021 werd door de Vlaamse Sociale Inspectie meegewerkt aan een grootschalige controle-actie van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst naar de naleving van de coronamaatregelen in dienstencheque-ondernemingen. Aangezien deze controles in 2021 werden uitgevoerd, zijn ze niet vervat in de cijfers van dit jaarverslag. We onderstrepen dat de bevoegdheid van de Vlaamse Sociale Inspectie zich beperkt tot de controle van de maatregelen die werden gekoppeld aan een verhoogde tegemoetkoming voor de erkende ondernemingen. De controle op de COVID19-maatregelen in ondernemingen zelf is immers een federale bevoegdheid, die krachtens het Sociaal Strafwetboek exclusief aan federale sociale inspectiediensten werd toebedeeld. Om de samenwerking hierover te bevorderen heeft de Vlaamse Sociale Inspectie in 2020 een protocol met Toezicht Welzijn op het Werk en de SIOD afgesloten op vlak van o.a. informatiedoorstroming, ondersteuning en opleiding. 39


DEPARTEMENT WERK & SOCIALE ECONOMIE

Cijfers Inbreuken en terugvorderingen

Klachten/meldingen/vragen Aantal inspecties

40


@Filip Claus

JAARVERSLAG VLAAMSE SOCIALE INSPECTIE

Sociale economie Collectief maatwerk De Vlaamse Sociale Inspectie wilde in 2020 een spontane controleronde uitvoeren net zoals het jaar ervoor, met de focus op enclaves en begeleidingsnorm, op een andere steekproef van maatwerkbedrijven. Door het uitbreken van de COVID-19-crisis stelden we dit plan bij. De controleronde werd beperkt tot het aspect “begeleidingsnorm op organisatieniveau” en werd on-desk gehouden. Omwille van het aanhouden van de coronamaatregelen werd uiteindelijk beslist om alle maatwerkbedrijven en afdelingen op die manier te controleren, en dit voor de kwartalen 2019/4, 2020/1 en 2020/2. In de loop van 2020 werden zo 282 on-deskcontroles uitgevoerd. Hieruit resulteerden 20 waarschuwingen: maatwerkbedrijven die in 2 of 3 van de onderzochte kwartalen de norm niet bereikten, kregen een formele waarschuwing om zich in regel te stellen, met daarbij de aankondiging dat zij in 2021 een opvolgingscontrole ter plaatse zouden krijgen. Daarnaast werden in de eerste maanden van 2020 nog 8 controles van de spontane controleronde van 2019 gefinaliseerd.

Lokale diensteneconomie In deze sector werden 97 controles uitgevoerd. Dit bestond vooral uit 95 on-deskonderzoeken naar de financiële gezondheid van private LDE-ondernemingen (hoofdzakelijk vzw’s en een achttal cvba’s met sociaal oogmerk). Als bron werden hierbij de jaarrekeningen van 2016, 2017 en 2018 gebruikt. De jaarrekening van 2019 kon nog niet meegenomen worden in het onderzoek, omdat de onderzoeken wegens de coronamaatregelen vervroegd werd ingepland. 12 organisaties werden niet in dit onderzoek betrokken omdat zij ofwel geen jaarrekeningen moeten neerleggen bij de Nationale Bank (11 organisaties) ofwel pas eind 2018 werden opgericht (1 organisatie). Bij 81 organisaties luidde het besluit “financieel gezond” (85%). De overige bleken “zwak” (10) tot “zeer zwak” (4). Rekening houdende met het aantal tewerkgestelde LDE-doelgroepwerknemers en het aandeel van deze LDE-werknemers in de totale tewerkstelling van de organisatie, zijn er 3 organisaties waar de zeer zwakke financiële structuur een verhoogd risico vormt voor de continuïteit van de LDEtewerkstelling. Zij worden van nabij opgevolgd door de operationele afdeling. De overige 2 controles werden geïnitieerd door een klacht en een melding van de operationele dienst. De Vlaamse Sociale Inspectie bezorgde op basis van deze onderzoeken een advies aan deze dienst. 41


DEPARTEMENT WERK & SOCIALE ECONOMIE

Impact van de COVID-19-crisis De coronamaatregelen, waardoor spontane controles ter plaatse tijdelijk niet mogelijk waren, hadden een impact op de geplande controlerondes maatwerk en LDE: • maatwerk: het aspect “enclaves”, dat enkel onaangekondigd ter plaatse gecontroleerd kan worden, werd uit de scope gehaald en het overblijvend aspect “begeleidingsnorm op organisatieniveau” werd ‘on desk’ gecontroleerd. Qua techniek was deze werkwijze niet nieuw, omdat dit al een onderdeel was in de voorbereiding van de controles 2019 • LDE: de controleronde 2020 werd uitgesteld naar 2021. Zij leende zich niet tot een ‘on desk’-variant omwille van de uitgebreide focus en de nood aan contacten en vaststellingen ter plaatse.

Doelgroepen- en subsidiemaatregelen / Competentie & Loopbaan Doelgroepverminderingen Op vraag van de operationele dienst, die onregelmatigheden had ontdekt in de doelgroepverminderingen voor middengeschoolde jonge werknemers over een periode van 9 kwartalen (2017/2 tot 2019/2), verrichte de Vlaamse Sociale Inspectie een ‘on desk’-controle naar deze onterecht toegepaste verminderingen. De onregelmatigheden bestonden erin dat de jongere ofwel al een diploma van hoger onderwijs had bij zijn indiensttreding, ofwel zo’n diploma behaalde binnen de vier maanden na indiensttreding. Het ging allemaal samen om 716 dossiers, waarvan de aangereikte gegevens werden gedubbelcheckt aan de hand van Dimona en de Leer- en Ervaringsbewijzendatabank (LED). De vaststellingen werden overgemaakt aan de RSZ, die de onterecht toegepaste doelgroepverminderingen annuleerde, voor een totaalbedrag van 1.245.044 euro.

Vlaams opleidingsverlof/Betaald educatief verlof In de eerste maanden van het jaar werden nog 18 opvolgingscontroles verricht van onderzoeken uit de preventieve controleronde van eind 2019, plus een uitgestelde controle op een dossier “betaald educatief verlof”. In de periode juni-augustus (tijdelijke versoepeling van de coronamaatregelen) werden 41 preventieve controles uitgevoerd volgens dezelfde methodiek als eind 2019: bij private opleidingsverstrekkers werd ter plaatse nagegaan in welke mate hun administratieve praktijken (inschrijvingen, registraties…) conform waren aan de nieuwe regelgeving met betrekking tot het Vlaams opleidingsverlof. 42


JAARVERSLAG VLAAMSE SOCIALE INSPECTIE

Tijdens deze ronde werden 20 waarschuwingen gegeven met als doel de vastgestelde tekortkomingen op korte termijn te doen rechtzetten. De Vlaamse Sociale Inspectie voerde tenslotte nog 1 controle ter plaatse uit op vraag van de operationele dienst.

Klassieke tewerkstellingsprogramma’s De Vlaamse Sociale Inspectie voerde 3 controles ter plaatse uit op gesco-projecten uit het veralgemeend stelsel en op 7 DAC-projecten. Het ging voornamelijk over uitlopers van de controleronde 2019, een paar controles op aangeven van de operationele dienst en een opvolgingscontrole naar aanleiding van een eerder gegeven waarschuwing. Bij 1 DAC-controle werd een inbreuk vastgesteld, bij een andere een nalatigheid in de administratieve afhandeling van een pensionering. Aan de operationele dienst werd geadviseerd de betaalde loonkosten terug te vorderen van de betrokken werkgevers.

Impact van de COVID-19-crisis De coronamaatregelen, waardoor spontane controles ter plaatse tijdelijk niet mogelijk waren, hadden enkel een impact op de geplande controlerondes in de sociale economie. De controles op de doelgroepverminderingen zijn steeds ‘on desk’, waardoor hier geen impact was van de COVID-19-crisis. De preventieve controles (ter plaatse) met betrekking tot het Vlaams Opleidingsverlof konden doorgaan in de periode van tijdelijke versoepeling van de coronamaatregelen in de zomer.

43


DEPARTEMENT WERK & SOCIALE ECONOMIE

08 Administratieve geldboeten 44


“

JAARVERSLAG VLAAMSE SOCIALE INSPECTIE

De Cel administratieve geldboeten werd opgericht binnen het Departement Werk en Sociale Economie om onafhankelijk en op zelfstandige basis op te treden in dossiers.

Procedure

Wanneer een pro justitia wordt opgesteld, kan het arbeidsauditoraat beslissen al dan niet strafvervolging in te stellen. Als het Openbaar Ministerie beslist om af te zien van strafvervolging, kan de Cel Administratieve Geldboeten de procedure opstarten. Als een dossier opportuun geacht wordt, wordt de overtreder op de hoogte gebracht en krijgt hij de mogelijkheid zijn verweermiddelen in te dienen. Vervolgens beslist de dossierbehandelaar van de Cel administratieve geldboeten of een boete wordt opgelegd en doet een gemotiveerd voorstel voor het boetebedrag. Hierbij kan rekening worden gehouden met verzachtende omstandigheden. De overtreder heeft vervolgens twee maanden de tijd om beroep aan te tekenen tegen de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete.

Dossiers In 2020 werden 491 dossiers ontvangen. In 351 dossiers werd een boete opgelegd. Gezien het Arbeidsauditoraat in elk geval beschikt over een termijn van maximum 12 maanden waarbinnen het exclusief kan optreden, gaat het over een groot deel van de behandelde dossiers waarbij het Pro Justitia opgesteld werd in voorgaande jaren. Zowel de Vlaamse Sociale Inspectie als de federale inspectiediensten maken Pro Justitia over aan de Vlaamse Cel administratieve geldboeten. Dit is een gevolg van de gedeelde controlebevoegdheid in de materie tewerkstelling buitenlandse werknemers op Vlaams grondgebied. Tot 70% van de ontvangen dossiers inzake de materie migratie zijn federale vaststellingen.

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

45


DEPARTEMENT WERK & SOCIALE ECONOMIE

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de specifieke inbreuken per materie die ter behandeling overgemaakt werden aan de Cel administratieve geldboeten:

46


JAARVERSLAG VLAAMSE SOCIALE INSPECTIE

Een overzicht van de wijze van optreden in de ontvangen dossier in 2020 wordt toegelicht in onderstaande tabel:

De beslissing van niet-opportuniteit werd genomen om volgende redenen: • In 39 dossiers werd opgetreden door het openbaar ministerie, waardoor de oplegging van een administratieve geldboete uitgesloten is. • 42 dossiers werden niet-opportuun verklaard wegens onvoldoende bewijs of gebrek aan inbreuk. Omwille van het tussenkomend faillissement van de onderneming (26) of de onvindbaarheid van de overtreder (14). • 8 dossiers werden overgemaakt aan de Cel administratieve geldboeten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (bevoegdheidsprobleem). • In 6 dossiers was de termijn voor de oplegging van een administratieve geldboete verstreken.

Inning In totaal wordt 70 tot 75% van de boetes effectief geïnd. Het merendeel van de boetes wordt door de overtreder vrijwillig betaald. Slechts een klein aandeel van het totaal opgelegde boetebedrag wordt betaald na gedwongen uitvoering. In geval van niet-betaling, worden maximum 2 aanmaningen gestuurd, gevolgd door een ingebrekestelling. Na 75 dagen wordt het dossier overgemaakt aan de Centrale InvorderingsCel (CIC-VLABEL) voor gedwongen uitvoering. De CIC tracht de geldboete te innen door middel van een dwangbevel, betekend bij exploot van een gerechtsdeurwaarder. In 2020 werden 58 dossiers overgemaakt aan de CIC.

47


DEPARTEMENT WERK & SOCIALE ECONOMIE

Impact van de COVID-19-crisis De COVID-19-crisis van 2020 heeft enkele gevolgen gehad op de werking van de Cel administratieve geldboeten en op de betaling van geldboetes. Door verminderde controle op het terrein tijdens de lockdown, werden minder Pro Justitia opgesteld door de inspectiediensten. Het aantal ontvangen en behandelde dossiers lag door COVID-19 in 2020 lager dan in 2019. Vooral in de materies bemiddeling en dienstencheques werden minder dossiers ontvangen. Het verweer werd niet altijd mondeling, maar ook via Teams georganiseerd. Beslissingen van de Cel administratieve geldboeten werden wel nog per post verstuurd. Werkgevers die ten gevolge van de COVID-19-crisis moeilijkheden ondervonden bij de betaling van de administratieve geldboete, konden van de cel administratieve geldboeten een verlenging van de betalingstermijn van maximum zes maanden krijgen. Gedurende deze termijn werden geen aanmaningen tot betaling verstuurd. Een tijdelijke verlenging van de betalingstermijn doet geen afbreuk aan de plicht tot betaling van de schulden. Sinds 17 juni 2020 worden boetes opnieuw gedwongen ingevorderd door CIC, na de tijdelijke (federale) schorsing van gedwongen invordering.

48


09 Samenwerking De Vlaamse Sociale Inspectie hecht een groot belang aan samenwerking met andere diensten, zowel gewestelijk, federaal als internationaal. Daarom zetten we volop in op de deelname aan de werkzaamheden van structurele overlegplatforms en de versterking en organisatie van bilateraal of multilateraal overleg rond thema’s of specifieke inspectiedossiers. Op vlak van samenwerking was 2020 een uitdagend jaar. Het structurele overleg met de federale inspectiediensten, het overleg in kader van de Benelux-werkgroep en het overleg met de arbeidsauditeurs liep niet zoals voorzien vanwege de COVID-19-crisis. Dit wordt volgend jaar opnieuw opgenomen. Het samenwerkingsprotocol tussen de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk en de Algemene Directie Toezicht op de Sociale wetten van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg- en de sociale inspectiediensten van de Gewesten en van de Duitstalige Gemeenschap- en de Sociale Inlichtingen -en Opsporingsdienst inzake het toezicht en de naleving van de gewestelijke wetgevingen betreffende het werk is eind 2020 afgerond en ondertekend. Het ontwerp van multilateraal verdrag ter verbetering van de grensoverschrijdende samenwerking inzake de bestrijding van sociale fraude tussen het Koninkrijk België, het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg is in 2021 gepland. Daarnaast werd, omwille van de integratie met SYNTRA Vlaanderen, werk gemaakt van verschillende (nieuwe) overeenkomsten met een aantal partners. Met de Vlaamse Onderwijsinspectie werden aangepaste afspraken gemaakt voor de doorlichtingen van duale trajecten (bekrachtigd in september 2020), voor de doorlichtingen van leertijdtrajecten (januari 2021) en in het kader van het toezicht op de beroepskwalificerende trajecten (december 2020). Voor het toezicht op de leertijd kwam daarenboven een nieuwe samenwerkingsovereenkomst tot stand met de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (bekrachtigd in januari 2021). Met het Vlaams Agentschap voor Innoveren en Ondernemen tot slot werd een overeenkomst gesloten in het kader van het toezicht op de ondernemersvorming.

49


DEPARTEMENT WERK & SOCIALE ECONOMIE

10 Slotwoord INTERVIEW Hoe was 2020 voor de Vlaamse Sociale Inspectie? 2020 was voor de Vlaamse Sociale Inspectie een bewogen

jaar.

COVID-19

had

een

belangrijke

impact op de werking van inspectie. Wat normaal en evident was, was dat opeens niet meer. Door de lockdown kon het normale controleprogramma niet meer uitgevoerd worden. De Vlaamse Sociale Inspectie moest zich dus heruitvinden. Op basis van data kwamen nieuwe vormen van controle in het vizier en werd er voor een deel overgeschakeld naar ‘on desk’-controles. De controles werden in de gegeven omstandigheden complexer en namen meer tijd in beslag door de verscherpte veiligheids- en beschermingsmaatregelen. Zoals bij vele organisaties was het dus alle hens aan dek en constant bijsturen om de situatie beheersbaar te houden.

Naast fraude en het blootleggen van misbruiken, komen inspectiediensten ook bij preventie in functie van het beleid in beeld. In het voorjaar van 2020 heeft de Vlaamse Sociale Inspectie opnieuw haar financiële expertise aangewend om onderzoek te doen naar de financiële leefbaarheid van de dienstenchequesector en van de Lokale Diensteneconomie. Dergelijke onderzoeken leveren niet alleen een mooi financieel plaatje van de sector op, maar laten het beleid ook toe om sneller in te grijpen wanneer dat nodig is. Samenwerken loont. Inspectiediensten leven niet op een eiland en bovendien is samenwerking vaak nodig om complexe vormen van fraude vast te stellen. De laatste jaren hebben we meer en meer ingezet op samenwerking met andere diensten. Die inspanningen beginnen stilaan te renderen met de afsluiting van

Op welke realisaties in 2020 bent u trots?

samenwerkingsakkoorden en -protocollen met de

Naast de donkere COVID-19-periode, zie ik toch

gewestelijke

ook verschillende lichtpunten waar we gerust trots op mogen zijn. Ik denk daarbij vooral aan onze expertiseopbouw, het gebruik van onze expertise in het kader van het beleid, de samenwerking, en tot slot onze wendbaarheid. Sinds een aantal jaren investeert de Vlaamse Sociale Inspectie in expertise in de kernopdrachten illegale tewerkstelling, illegale uitzendkantoren en fraude bij dienstencheques. En die expertise loont, want de Vlaamse Sociale Inspectie was de laatste jaren vaak betrokken bij het blootleggen van diverse fraudefenomenen. Dat ging onder meer

sociale

inspectiediensten,

Toezicht

op het Welzijn op het Werk (TWW), Toezicht op de Sociale Wetten (TSW) en de Sociale Inlichtingen en Opsporingsdienst (SIOD), met de Onderwijsinspectie… Als sociale inspectiedienst werden we in 2020 door de COVID-19-crisis uitgedaagd op onze wendbaarheid en ons aanpassingsvermogen. We werden nog nooit geconfronteerd met een crisis van dit formaat. Het was verre van evident, maar de resultaten uit het jaarverslag tonen aan dat we er als inspectiedienst in geslaagd zijn om onze focus, activiteiten en werking op deze crisis af te stemmen. Daarvoor geef ik aan mijn medewerkers

over de ‘fictieve tewerkstellingen’ om Belgische

een welgemeende en verdiende dankjewel!

paspoorten te krijgen en over de vaststelling van de

Uit welke ervaringen in 2020 hebt u geleerd?

economische uitbuiting van buitenlands personeel

2020 was voor veel organisaties een les in nederigheid,

in bepaalde Gentse restaurants. Het blootleggen van

50

tijdsinvestering, maar leidt ook tot mooie resultaten.

dergelijke

fenomenen

vraagt

een

grote

ook voor ons. Dit neemt niet weg dat de crisis ons een aantal dingen heeft geleerd. We kunnen nooit ‘voldoende’


voorbereid zijn op het ‘onmogelijke’, maar ‘wendbaarheid’ kan wel helpen om ons aan te passen aan de gevolgen ervan. Het gebruik van data-analyse heeft ervoor gezorgd dat we ons sneller konden aanpassen aan de omstandigheden van de COVID-19-crisis.

Hoe ziet u de toekomst? Inspectie en controleactiviteiten zijn om diverse redenen zoals het gebruik van spitstechnologie, IT, internationalisering en criminalisering, een complex gegeven geworden. Niet alleen expertise maar ook een goede datastrategie en fraudedetectie zijn noodzakelijk bij de uitbouw van een moderne inspectiedienst. De Vlaamse Sociale Inspectie moet op dat vlak op de ingeslagen weg verdergaan. De bevoegdheden van de Vlaamse Sociale Inspectie werden met ingang van 1 januari 2021 uitgebreid met het kwaliteitstoezicht van het vroegere Vlaamse Agentschap

SYNTRA

Vlaanderen.

De

komende

jaren gaat dus heel wat aandacht naar het op punt stellen van deze bevoegdheden. Als COVID-19 het toelaat willen we in het kader van de Benelux inzetten op de afsluiting van een verdrag over de samenwerking

van

inspectiediensten.

Daarnaast

willen we onze aandacht richten op een actualisering van het samenwerkingsakkoord van 1 juni 2011 met de federale overheid op het gebied van coördinatie van de controles op illegale arbeid en sociale fraude.

Welke boodschap wil u nog meegeven? Elke euro die in toezicht wordt geïnvesteerd, loont.

Vincent Vandenameele Afdelingshoofd Vlaamse Sociale Inspectie

”

Samenwerken loont. Inspectiediensten leven niet op een eiland en bovendien is samenwerking vaak nodig om complexe vormen van fraude vast te stellen.


Vlaamse overheid DEPARTEMENT WERK & SOCIALE ECONOMIE Vlaamse Sociale Inspectie Koning Albert II-laan 35 bus 20 1030 Brussel 02 553 08 88 vlaamse.sociale.inspectie@vlaanderen.be www.vlaanderen.be/departement-wse

DEPARTEMENT WERK & SOCIALE ECONOMIE


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Jaarverslag-Vlaamse-Sociale-Inspectie-2020.pdf by Vlaanderen-be - Issuu