Skip to main content

nederlandse_plooifolder_201020111.pdf

Page 1

Vlaamse overheid

2010 - 2011

HET VLAAMS ONDERWIJS in beeld

Samenstelling: Vlaamse overheid Beleidsdomein Onderwijs en Vorming Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 Brussel Coördinatie: Stafdiensten Onderwijs en Vorming Website: http://www.ond.vlaanderen.be/onderwijsstatistieken Verantwoordelijke uitgever: Micheline Scheys, secretaris-generaal Depotnummer: D/2011/3241/235 Vormgeving en druk: Joh. Enschedé ⎥ Van Muysewinkel, Evere

Deze uitgave of delen ervan mogen gebruikt worden mits bronvermelding.


STRUCTUUR VAN HET VLAAMS ONDERWIJS 2010 - 2011 SCHOOLJAAR 201 - 2006

Bachelor na bachelor

Minstens 60 studiepunten

Minstens 60 studiepunten

Minstens 60 studiepunten

Master na master

Master Schakelprogramma

Professioneel gerichte bachelor Minstens 180 studiepunten

HOGER ONDERWIJS

Doctor (Enkel universiteiten)

Academisch gerichte bachelor

UNIVERSITEITEN EN HOGESCHOLEN (ASSOCIATIE)

ENKEL HOGESCHOLEN HBO5 (3)

theoretische leeftijd

Beroeps (1)

4de graad

18

VII

16

Algemeen

VI V

VII Kunst

Se-n-Se

VI V

Se-n-Se Technisch

VI V

VII

VI V

Beroeps

3de graad

16 14

Algemeen

IV III

IV III

Kunst

DEELTIJDS

IV III

Technisch

V IV III

Beroeps

2de graad

14 12

II I

A

Beroepsvoorbereidend

B

II I

1ste graad leerjaren

BUITENGEWOON ONDERWIJS

SECUNDAIR ONDERWIJS (2)

leerjaren

BASISONDERWIJS

12

VI V IV III II I

6 LAGER ONDERWIJS 6 2,5 2,5

KLEUTERONDERWIJS (1) Iedereen die het tweede leerjaar van de 3de graad met vrucht heeft beëindigd of geslaagd is in een toelatingsexamen, heeft toegang tot de 4de graad beroepsonderwijs. (2) Het modulair onderwijs wordt niet in graden en leerjaren ingedeeld en is bijgevolg niet in het schema opgenomen. (3) De opleidingen hoger beroepsonderwijs (HBO5) kunnen ingericht worden door de centra voor volwassenenonderwijs maar ook door de hogescholen. HBO5 verpleegkunde wordt georganiseerd door instellingen van het voltijds secundair onderwijs. Het HBO5 behoort tot het hoger onderwijs.


LEERLINGEN De leerlingenaantallen voor het basis- en secundair onderwijs in deze plooifolder hebben betrekking op het aantal ingeschreven leerlingen op 1 februari 2011. In het hogescholenonderwijs en het universitair onderwijs worden alle actieve inschrijvingen met een diplomacontract in een instelling van het hoger onderwijs op 30 juni 2011 in kaart gebracht. Eén student kan meerdere inschrijvingen hebben. In het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs wordt het aantal inschrijvingen geteld. Dit aantal ligt hoger dan het aantal fysieke personen, omdat een leerling voor meerdere cursussen ingeschreven kan zijn. In het volwassenenonderwijs wordt het aantal unieke inschrijvingen in de referteperiode van 1 april 2010 tot en met 31 maart 2011 geteld. Leerlingen die omwille van een langdurige ziekte les volgen in het buitengewoon onderwijs (de zogenaamde type-5-leerlingen) worden, om dubbeltellingen te vermijden, niet in het cijfermateriaal van het buitengewoon onderwijs opgenomen. Voor het buitengewoon kleuteronderwijs betreft het 116 leerlingen, voor het buitengewoon lager onderwijs 207 leerlingen en voor het buitengewoon secundair onderwijs 319 leerlingen. De leerlingen en studenten die ingeschreven zijn in Franstalige scholen of in Franstalige afdelingen van Nederlandstalige scholen onder de bevoegdheid van de Vlaamse overheid, worden evenmin in dit cijfermateriaal opgenomen. In het hoger onderwijs daarentegen zijn de opleidingen in een andere taal wel inbegrepen in de cijfers. Op 1 september 2009 zijn in het Vlaams onderwijsbestel twee nieuwe onderwijsvormen ingevoerd: het hoger beroepsonderwijs (hbo) en het secundair na secundair (Se-n-Se). Het Vlaamse hoger onderwijs omvat vanaf het academiejaar 20042005 opleidingen die leiden tot de graad van bachelor en master. Bachelorsopleidingen zijn in Vlaanderen ofwel professioneel gericht ofwel academisch gericht. Voor academisch gerichte bachelorsopleidingen vormt het doorstromen naar een mastersopleiding de hoofddoelstelling. Mastersopleidingen kunnen ook toegankelijk zijn voor professioneel gerichte bachelors na het succesvol afronden van een schakelprogramma. Bachelorsopleidingen hebben een studieomvang van minstens 180 studiepunten. Mastersopleidingen hebben een studieomvang van minstens 60 studiepunten. Vanaf het academiejaar 2005-2006 werd het klassieke jaarsysteem vervangen door een meer flexibel systeem met studiepunten.

SCHOLEN Een school is een instelling waar onderwijs wordt verstrekt en die onder het bestuur staat van één directeur.

recteurs en adjunct-directeurs. Het onderwijzend personeel vervult een lesopdracht of is terbeschikkinggesteld voorafgaand aan het rustpensioen. De andere personeelscategorieën bestaan uit het administratief personeel, het werkliedenpersoneel van het gemeenschapsonderwijs, het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch personeel, het CLBpersoneel, het inspectiepersoneel, het personeel pedagogische begeleiding, het personeel van de internaten en de kinderverzorgsters van het kleuteronderwijs. In het basisonderwijs komen voor het bestuurs- en onderwijzend personeel vanaf het schooljaar 2003-2004 ook de leraars LO (kleuteronderwijs) en de zorgcoördinatoren in aanmerking. Het aantal personeelsleden wordt uitgedrukt in fysieke personen. Vervangingen van korte duur worden meegerekend. De fysieke personen worden geregistreerd in het onderwijsniveau en onderwijsnet waar zij de grootste lesopdracht hebben. Het aantal personeelsleden uitgedrukt in budgettaire fulltime-equivalenten is de som van alle deelopdrachten van alle personeelsleden (m.a.w. met inbegrip van de vervangingen van minder dan een jaar). Bij het hogescholenonderwijs zijn de lesopdrachten van de gastprofessoren en de mandaatvergoedingen niet in de voltijdse eenheden opgenomen. Voor het universitair onderwijs zijn de gastprofessoren en vervroegd gepensioneerden in het cijfermateriaal opgenomen voor wat betreft het aantal personeelsleden, maar niet voor de budgettaire fulltime-equivalenten. Vanaf 1 september 2008 wordt de betaling van de personeelsleden van de Centra voor Basiseducatie overgenomen door het Beleidsdomein Onderwijs en Vorming. Vanaf die datum treedt het Beleidsdomein op als ‘derde betaler’ voor die personeelsleden die met een arbeidsovereenkomst verbonden zijn aan een Centrum voor Basiseducatie (Contractueel door Onderwijs) en die niet op een andere wijze worden betaald. Op basis van de invoering van het decreet op het Volwassenenonderwijs van 15 juni 2007 wordt dit derdebetalersysteem ingevoerd Op 1 september 2009 werd de vierde graad verpleegkunde afgesplitst van het secundair onderwijs en ondergebracht in het hoger beroepsonderwijs. Dit soort onderwijs kan worden ingericht door de instellingen van het secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs en het hoger onderwijs. De cijfers van dit HBO5 verpleegkunde zijn schattingen, daar om deze te bekomen twee databanken die niet op elkaar zijn afgestemd met elkaar in verband gebracht moesten worden.

BUDGET Het budget wordt uitgedrukt in termen van beschikbare beleidskredieten die jaarlijks worden geraamd en ingeschreven in de (aangepaste) uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.

In het onderwijs voor sociale promotie wordt de term “centrum voor volwassenenonderwijs” gebruikt.

De beleidskredieten omvatten de niet-gesplitste kredieten, de gesplitste vastleggingskredieten, de variabele kredieten, de machtigingen en de bijkredieten vorige jaren, verminderd met de vereffeningskredieten en de uitgaven voor de schuldenlast.

Instellingen die onderwijs verstrekken aan leerlingen van het type 5, worden niet in het cijfermateriaal opgenomen. Voor het buitengewoon kleuteronderwijs en lager onderwijs betreft het 6 scholen en voor het buitengewoon secundair onderwijs 4 scholen.

De term beschikbare kredieten betekent dat deze kredieten naast de hierboven vermelde kredieten ook het aandeel in de globale provisies (vnl. index en CAO) en kredietherschikkingen omvatten. De gegevens voor 2011 hebben betrekking op de initiële kredieten.

PERSONEEL

Bepaalde niveauoverschrijdende uitgaven, waarvan de verdeling over de niveaus gekend is, worden toegewezen aan de respectieve niveaus (o.a. onderwijsvoorrangsbeleid en investeringen). Zonder deze aanpassing is het beeld van de reële uitgaven per niveau vertekend. Voor 2011 zijn de werkelijke gegevens nog niet beschikbaar en werd er ofwel een schatting toegepast ofwel dezelfde verdeling als 2010 verondersteld.

In de personeelsstatistieken wordt enkel het personeel geregistreerd dat ofwel rechtstreeks door het beleidsdomein Onderwijs en Vorming wordt betaald ofwel waarvan de lonen ten laste zijn van de werkingsenveloppe van het hoger onderwijs. Het personeel dat geniet van het stelsel ‘terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen’ (TBS55+) is dus opgenomen in deze statistieken. Het meester-, vak- en dienstpersoneel van het gesubsidieerd onderwijs komt niet aan bod in de statistieken. De gesubsidieerde contractuelen worden ook buiten beschouwing gelaten, omdat deze personeelsleden niet volledig door het beleidsdomein Onderwijs en Vorming worden betaald. De contractuelen van onbepaalde duur worden geregistreerd. De personeelsgegevens hebben betrekking op de maand januari 2011, zoals gekend in juni 2011. De personeelsgegevens voor het universitair onderwijs zijn afkomstig van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (Vl.I.R.), en hebben betrekking op 1 februari 2010. De gegevens voor het academiejaar 2010-2011 waren bij het drukken van deze plooifolder nog niet beschikbaar. Binnen het onderwijspersoneel wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds het bestuurs- en onderwijzend personeel en anderzijds de andere personeelscategorieën. Het bestuurspersoneel bestaat uit di-

Er wordt in dit cijfermateriaal dus geen rekening gehouden met de inspanningen van andere (lokale) overheden, noch met de inspanningen van ouders, scholen en privé-bedrijven. De kostprijs per leerling wordt berekend op basis van het aantal financierbare leerlingen. Een financierbare leerling is een regelmatig ingeschreven leerling die op basis van bepaalde criteria zoals onderwijsniveau, studierichting, herkomst,... een wegingscoëfficiënt krijgt. Deze financierbare eenheden bepalen de grootte van de werkingsmiddelen en het personeelsbestand van elke onderwijsinstelling. De bedragen worden steeds in duizend euro (duizend EUR) uitgedrukt, tenzij anders vermeld.


BUDGET De Vlaamse overheid onderging in 2006 een herstructurering onder de naam ‘Beter Bestuurlijk Beleid’ (BBB). Het hele landschap werd herschikt in 13 homogene beleidsdomeinen met telkens dezelfde interne structuur.

Totaal onderwijsbudget (beleidskredieten 2011): 10.064.242 duizend euro Aandeel van het onderwijsbudget in de Vlaamse begroting: 38,81%

onder wijsbudget per onder wijsniveau (in duizend EUR) 4.000.000 3.500.000

3.988.636 3.256.753

3.000.000 2.500.000 2.000.000

1.666.121

1.500.000 1.000.000 588.284

500.000 0

349.552

basisonderwijs

secundair onderwijs

hoger onderwijs

volwassenenonderwijs

214.896 deeltijds kunstonderwijs

niet-onderwijsniveau-gebonden

2010 - 2011

HET VLAAMS ONDERWIJS

Het beleidsdomein Onderwijs en Vorming is de overkoepelende naam voor: • de zes autonome organisaties die samen de Vlaamse onderwijsadministratie vormen: • het Departement Onderwijs en Vorming dat het Vlaamse onderwijsbeleid uitstippelt, • en vijf agentschappen die dat beleid uitvoeren: • het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen (AHOVOS) • het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn) • het Agentschap voor Onderwijscommunicatie (AOC) • het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) (basisonderwijs, secundair onderwijs, deeltijds kunstonderwijs, centra voor leerlingenbegeleiding, inspectie en begeleiding) • het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming (AKOV) Het departement en de agentschappen functioneren autonoom, met aan het hoofd een secretaris-generaal in het departement, een administrateur-generaal in een agentschap. • de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, die in de Beleidsraad samen met de leidend ambtenaren van de zes entiteiten het beleidsdomein aanstuurt en opvolgt. De Beleidsraad is het forum waarop het politieke en het administratieve niveau overleg plegen, en dat de regering ondersteunt bij de aansturing van het beleidsdomein. • de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR), de strategische adviesraad voor het beleidsdomein.

in beeld

Beleidsdomein Onderwijs en Vorming deeltijds kunstonderwijs 2,1%

niet-onderwijsniveau-gebonden 5,8%

Minister

VLOR

volwassenenonderwijs 3,5% Beleidsraad

basisonderwijs 32,4%

hoger onderwijs 16,6%

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming

secundair onderwijs 39,6%

Departement Onderwijs en Vorming

Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi)

Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenonderwijs en Studietoelagen (AHOVOS)

Agentschap voor Onderwijscommunicatie (AOC)

Managementcomité

Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming (AKOV)

Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn)

Verantwoordelijke uitgever: M. Scheys, secretaris-generaal

procentuele verdeling van het onder wijsbudget

Vlaamse overheid


SCHOOLBEVOLKING

INSTELLINGEN

schoolbevolking in het voltijds onderwijs (1): 1.317.118 schoolbevolking per onderwijsniveau: kleuteronderwijs lager onderwijs basisonderwijs

259.399 410.208 669.607

secundair onderwijs (2) 444.307

hogescholenonderwijs universitair onderwijs hoger onderwijs (3) (4)

500.000

300.000

instellingen in het voltijds onderwijs: 3.627 instellingen per onderwijsniveau: autonome kleuterscholen 171 autonome lagere scholen 270 hogescholenonderwijs scholen met kleuter- ĂŠn lager onderwijs 2.086 universitair onderwijs basisonderwijs 2.527 secundair onderwijs (2) 1.071 hoger onderwijs 2.500

kleuteronderwijs lager onderwijs

444.307 410.208

400.000

123.629 79.575 203.204

PERSONEEL

2.356

2.257

22 7 29

kleuteronderwijs lager onderwijs

2.000

hogescholenonderwijs universitair onderwijs

aantal personeelsleden (1): 194.056

basisonderwijs

secundair onderwijs

500 0

hoger onderwijs

verdeling over de netten in het basis- en secundair onderwijs gewoon basis- en secundair onderwijs OGO 16,9%

OGO 14,9%

basisonderwijs

secundair onderwijs

gewoon basis- en secundair onderwijs OGO 18,0%

GO 23,8%

VGO 61,3%

VGO 67,7%

55+ 14.533

10.000

hoger onderwijs

OGO 16,6%

7.462 3.873 3.707

0

buitengewoon basis- en secundair onderwijs

GO 17,5%

20-29

VGO 65,6%

(1) Niet inbegrepen: HBO5 verpleegkunde: 5.837 cursisten. (2) Niet inbegrepen: deeltijds beroepssecundair onderwijs: 7.871 leerlingen. (3) Bachelors, masters, masters die volgen op een professionele bachelor en licenties.

(4) Het betreft alle actieve inschrijvingen met een diplomacontract in een instelling van het hoger onderwijs op 30 juni. EĂŠn student kan meerdere inschrijvingen hebben. (5) Data van de referteperiode 1/4/2010 - 31/3/2011

60+

secundair volwassenenonderwijs hoger beroepsonderwijs van het volwassenenonderwijs basiseducatie

deeltijds kunstonderwijs:

(1) De som van het aantal kleuterscholen en het aantal lagere scholen is groter dan het aantal basisscholen aangezien er 2.086 basisscholen zowel kleuter- als lager onderwijs organiseren. (2) Aantal instellingen in het deeltijds secundair onderwijs: 47. Er zijn 20 scholen die HBO5 verpleegkunde organiseren. (3) Data van de referteperiode 1/4/2010 -31/3/2011

GO: Gemeenschapsonderwijs VGO: Gesubsidieerd Vrij Onderwijs OGO: Gesubsidieerd Officieel Onderwijs

105 59 13 168

leeftijd

43.109 59.620 16.511 51.587 69.727 18.140 623 288 911

HBO5 verpleegkunde

LEVENSLANG LEREN

50-59

basisonderwijs

GO 17,9%

6.134 3.839 9.973

universitair onderwijs (1)

volwassenenonderwijs (3)

40-49

personeelsleden uitgedr ukt in voltijdse eenheden

hogescholenonderwijs

volwassenenonderwijs volwassenenonderwijs (5) secundair volwassenenonderwijs lineair 2.943 modulair 311.633 hoger beroepsonderwijs van lineair 1.454 het volwassenenonderwijs modulair 16.303 specifieke lerarenopleiding lineair modulair 9.097 basiseducatie n.b. deeltijds kunstonderwijs: 171.663

30-39

secundair onderwijs

VGO 64,5%

LEVENSLANG LEREN

14.036

5.000

7

verdeling over de netten in het basis- en secundair onderwijs

buitengewoon basis- en secundair onderwijs

GO 15,4%

19.032

20.000

22

13.792 32.425

15.000 79.575

18.868

36.077

24.846

25.000

123.629

0

mannen vrouwen

6.284 1.302 5.680 868 6.274

30.000

1.000

100.000

38.065

35.000

hogescholenonderwijs universitair onderwijs

1.071

200.000

secundair volwassenenonderwijs hoger beroepsonderwijs van het volwassenenonderwijs deeltijds kunstonderwijs basiseducatie andere (2)

40.000

1.500

259.399

personeelsleden per onderwijsniveau: basisonderwijs 69.680 secundair onderwijs 78.307 HBO5 verpleegkunde 1.118 hogescholenonderwijs 12.705 universitair onderwijs (1) 11.838

8.547

secundair volwassenenonderwijs hoger beroepsonderwijs van het volwassenenonderwijs

3.085 1.746 4.831 472 328 800

vastbenoemden tijdelijken totaal

3.181 1.053 4.234

deeltijds kunstonderwijs 0 652

basiseducatie

652 3.451 1.683 5.134

andere (2)

0

10.000

20.000

30.000

(1) Gegevens academiejaar 2009-2010. (2) Personeel CLB, onderwijsinspectie, pedagogische begeleiding.

40.000

50.000

60.000

70.000

80.000


BUDGET Budget basisonderwijs (beleidskredieten 2011): 3.256.753 duizend euro. Aandeel basisonderwijs t.o.v. het totaal onderwijsbudget: 32,36% Budget gewoon basisonderwijs: 2.819.847 duizend euro waarvan 14,96% naar werking, 3,96% naar investeringen en 81,08% naar lonen die rechtstreeks door het beleidsdomein Onderwijs en Vorming betaald worden, gaat. Budget buitengewoon basisonderwijs: 413.391 duizend euro waarvan 8,78% naar werking, 0,82% naar investeringen en 90,40% naar lonen die rechtstreeks door het beleidsdomein Onderwijs en Vorming betaald worden, gaat.

Het Basisonderwijs wordt behandeld door vier afdelingen die samen verantwoordelijk zijn voor het gewoon en buitengewoon kleuter- en lager onderwijs. Departement Onderwijs en Vorming - afdeling Instellingen en Leerlingen Basisonderwijs en Deeltijds kunstonderwijs Deze entiteit verzorgt de beleidsvoorbereiding, de beleidsevaluatie en de ontwikkeling van de regelgeving voor de organisatie en de financiering van de onderwijsinstellingen uit het gewoon en buitengewoon basisonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs (meer bepaald betreft het materies als omkadering, schoolstructuren, toelagen en gelijke-onderwijskansenbeleid, spijbelbeleid, rechten en plichten van ouders en leerlingen, …). U kan de afdeling contacteren via basisonderwijsbeleid@vlaanderen.be en deeltijdskunstonderwijsbeleid@vlaanderen.be

verdeling over de netten

GO 15,2% VGO 61,4%

GO 31,5% OGO 23,3%

VGO 54,8%

OGO 13,7%

evolutie van de kostprijs per leerling (1) (in EUR)

gewoon basisonderwijs

15.000

12.000

11.937,05

13.445,20

14.163,42

14.567,62

12.413,74

9.000

6.000 3.944,36

4.088,45

4.675,49

4.185,88

4.586,21

4.644,94

3.000 0

2006

2007

2008

2009

2010

Deze afdeling staat in voor de dienstverlening aan basisscholen en aan centra voor leerlingenbegeleiding.

Scholen kunnen hier terecht voor: • de erkenning, financiering of subsidiëring van instellingen • het wijzigen van de schoolstructuur en het onderwijsaanbod • de verificatie van leerlingenaantallen en regelmatigheid van de leerlingen • de berekening en controle op de aanwending van de omkadering • de berekening en controle op het gebruik van de verschillende soorten toelagen • samenstelling en omkadering van scholengemeenschappen • afwijkingen op de organisatie van het schooljaar • de ondersteuning van Lokale Overlegplatforms • de ondersteuning van de schooladministraties • de leerlingentellingen • het verkrijgen van hulpmiddelen die een kind met een handicap nodig heeft om het onderwijsleerproces in een gewone school te kunnen volgen CLB’s kunnen hier terecht voor: • de erkenning, financiering of subsidiëring van centra voor leerlingenbegeleiding • de berekening en controle op de aanwending van de omkadering • de berekening en controle op het gebruik van de verschillende soorten toelagen

buitengewoon basisonderwijs

13.642,79

in beeld

Agentschap voor Onderwijsdiensten – afdeling Scholen Basisonderwijs en Centra voor Leerlingenbegeleiding

buitengewoon basisonderwijs

Netoverschrijdend 0,1%

BASISONDERWIJS

2011

(1) De stijging van de kostprijs per leerling in 2008 ten opzichte van 2007, en de daling van de kostprijs per leerling in 2009 ten opzichte van 2008 kan voornamelijk worden verklaard door een vooruitbetaling van de werkingsmiddelen voor 2009.

Ouders en leerlingen kunnen hier terecht voor: • het verkrijgen van een verslag van een schooldoorlichting • het volgen van huisonderwijs • de opvolging van de leerplicht • vragen over de rechten en plichten van leerlingen U kan de afdeling contacteren via scholen.basisonderwijs.agodi@vlaanderen.be en clb.agodi@vlaanderen.be Departement Onderwijs en Vorming – afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid Deze entiteit volgt het arbeidsvoorwaardenbeleid op in de onderwijssector (met uitzondering van het hoger onderwijs). In nauw overleg met Vlaamse, federale en internationale organisaties en belangengroepen werkt ze het meest aangepaste arbeidsvoorwaardenbeleid uit en houdt daarbij rekening met de steeds evoluerende arbeidsmarkt, met de actuele evoluties in het werkveld en met de inzichten van het beleidsniveau. Evoluties in andere segmenten van de arbeidsmarkt worden opgevolgd en desgevallend geïntegreerd in beleidsvoorstellen. U kan de afdeling contacteren via personeelsbeleid.onderwijs@vlaanderen.be Agentschap voor Onderwijsdiensten – afdeling Personeel Basisonderwijs en Centra voor Leerlingenbegeleiding Deze afdeling zorgt voor een correcte en tijdige uitbetaling van de salarissen voor de personeelsleden van het gewoon en buitengewoon basisonderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding en de inspectie en pedagogische begeleiding. Daarnaast beheert zij het administratief dossier van deze personeelsleden. Dit gaat van de eerste indiensttreding, over de vaste benoeming tot de voorbereiding van het pensioendossier. Ook alle dienstonderbrekingen worden bijgehouden in een elektronisch personeelsdossier. Over deze materies verstrekt zij ook inlichtingen aan de directies en secretariaatsmedewerkers van basisscholen en CLB’s en in tweede instantie aan de personeelsleden zelf. U kan de afdeling contacteren via personeel.basisonderwijs.agodi@vlaanderen.be en clb.agodi@vlaanderen.be

Verantwoordelijke uitgever: M. Scheys, secretaris-generaal

gewoon basisonderwijs

2010 - 2011

Vlaamse overheid


LEERLINGEN aantal leerlingen:

kleuteronderwijs gewoon buitengewoon totaal kleuteronderwijs totaal basisonderwijs: 669.607

SCHOLEN

lager onderwijs gewoon buitengewoon totaal lager onderwijs

257.424 1.975 259.399

381.983 28.225 410.208

aantal scholen:

basisonderwijs (1) (2) gewoon 2.336 buitengewoon 191 totaal 2.527

verdeling over de provincies (1) 120.000

7.814

kleuteronderwijs gewoon buitengewoon

100.000 80.000

473 4.471 373

0

42.627 64.866

58.674 86.536

Vlaams-Brabant en B.H.G.

West-Vlaanderen

31.948 48.926

Oost-Vlaanderen

44 25

30

Limburg

buitengewoon lager 4,2%

0

615

440 564

Antwerpen

473

401 430

426

Vlaams-Brabant en B.H.G.

West-Vlaanderen

475

Oost-Vlaanderen

283

Limburg

GO 16,7%

2.328

1.637

3.098

2.432

415

0

20-29

30-39

40-49

50-59

vastbenoemd personeel in het gewoon basisonderwijs

1.382

60+

leeftijd

vastbenoemd personeel in het buitengewoon basisonderwijs

GO 13,6%

OGO 23,8%

OGO 15,2%

VGO 62,5%

GO 23,4%

VGO 61,4%

tijdelijk personeel in het gewoon basisonderwijs

GO 16,4%

OGO 22,1%

GO 14,8%

OGO 22,4% VGO 62,8% (1) Niet opgenomen in de grafiek: provincie Henegouwen.

55+

VGO 61,7%

lager onderwijs

VGO 62,3%

1.863

lager onderwijs

verdeling over de netten

GO 14,5%

12.065

personeelsleden verhouding kleuter/lager/gewoon/buitengewoon uitgedr ukt in voltijdse eenheden

OGO 21,6%

VGO 62,6% buitengewoon kleuter 0,3%

314

kleuteronderwijs

GO 15,4%

6.652

5.000

289

verdeling over de netten

OGO 22,0%

gewoon lager 57,0%

507

17.058

16.846

14 28

481 412

totaal 60.147 9.533 69.680

10.000

28

548

vrouwen 51.642 8.128 59.770

12.419

45

basisonderwijs gewoon kleuter 38,4%

OGO 23,2%

25

mannen 8.505 1.405 9.910

15.000

22 44

45

11 30

200

mannen vrouwen

lager onderwijs gewoon buitengewoon 44

44

verhouding kleuter/lager/gewoon/buitengewoon

kleuteronderwijs

aantal personeelsleden: gewoon basisonderwijs buitengewoon basisonderwijs totaal totaal basisonderwijs: 69.680 20.000

kleuteronderwijs gewoon buitengewoon

400

100 Antwerpen

2.165 191 2.356

personeelsleden naar geslacht en leeftijd

300 346

52.244 75.357

700

basisonderwijs (1) gewoon buitengewoon

500

256

71.896 106.271

800

600

5.491

40.000 20.000

lager onderwijs gewoon buitengewoon

4.163

60.000

lager onderwijs 2.160 gewoon 97 buitengewoon 2.257 totaal

verdeling over de provincies (1)

6.286

527

kleuteronderwijs gewoon buitengewoon totaal

PERSONEEL

VGO 61,5%

OGO 13,5%

GO 20,7%

OGO 23,4%

B.H.G.: Brussels Hoofdstedelijk Gewest GO: Gemeenschapsonderwijs VGO: Gesubsidieerd Vrij Onderwijs OGO: Gesubsidieerd Officieel Onderwijs

bestuurs- en onderwijzend personeel overig personeel

GO 33,6%

VGO 52,9%

VGO 55,9% (1) De som van het aantal kleuterscholen en het aantal lagere scholen is groter dan het aantal basisscholen aangezien er 2.086 scholen zowel kleuter- als lager onderwijs organiseren. (2) 6 scholen voor buitengewoon onderwijs vanhet type 5 zijn niet opgenomen in de cijfers Deze organiseren zowel buitengewoon kleuterals lager onderwijs. (3) Niet opgenomen in de grafiek: provincie Henegouwen.

tijdelijk personeel in het buitengewoon basisonderwijs

gewoon basisonderwijs 46.811 gewoon basisonderwijs   4.542

buitengewoon basisonderwijs buitengewoon basisonderwijs

6.108 2.159


BUDGET

verdeling over de netten gewoon secundair onderwijs

buitengewoon secundair onderwijs

Netoverschrijdend 0,5%

GO 19,5% VGO 70,8%

VGO 62,0%

OGO 12,6%

evolutie van de kostprijs per leerling (1) (in EUR)

gewoon secundair onderwijs

buitengewoon secundair onderwijs

20.000 17.546,27 16.166,68

15.000

18.086,67

18.641,20

17.076,81

15.124,17

10.000 7.167,20

7.376,44

8.124,26

7.517,85

8.081,50

8.194,98

5.000

0

2006

2007

2008

2009

2010

2011

(1) De stijging van de kostprijs per leerling in 2008 ten opzichte van 2007, en de daling van de kostprijs per leerling in 2009 ten opzichte van 2008 kan voornamelijk worden verklaard door een vooruitbetaling van de werkingsmiddelen voor 2009.

2010 - 2011

Departement Onderwijs en Vorming – afdeling Instellingen en Leerlingen Secundair Onderwijs en Volwassenenonderwijs Deze entiteit verzorgt de beleidsvoorbereiding, de beleidsevaluatie en de ontwikkeling van de regelgeving voor de organisatie en de financiering van de onderwijsinstellingen uit het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en het volwassenenonderwijs (meer bepaald betreft het materies als omkadering, schoolstructuren, toelagen, gelijke-onderwijskansenbeleid, leerlingenrechten, Regionale Technologische Centra, …). U kan de afdeling contacteren via secundaironderwijsbeleid@vlaanderen.be en volwassenenonderwijsbeleid@vlaanderen.be Agentschap voor Onderwijsdiensten – afdeling Scholen Secundair Onderwijs en Deeltijds kunstonderwijs Deze afdeling staat in voor de dienstverlening aan secundaire scholen en leerlingen en aan het DKO. Dit omvat o.a. : • • • •

GO 25,4%

OGO 9,2%

Het Secundair Onderwijs wordt behandeld door vier afdelingen die samen verantwoordelijk zijn voor het gewoon voltijds secundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs en het deeltijds secundair onderwijs.

SECUNDAIR

ONDERWIJS

in beeld

toekenning van de verschillende soorten urenpakketten en punten; toekenning van de verschillende soorten toelagen; verificatie van de leerlingengegevens; opvolgen van de spijbelproblematiek.

U kan de afdeling contacteren via scholen.secundaironderwijs.agodi@vlaanderen.be en deeltijdskunstonderwijs.agodi@vlaanderen.be Departement Onderwijs en Vorming - afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid Deze entiteit volgt het arbeidsvoorwaardenbeleid op in de onderwijssector (met uitzondering van het hoger onderwijs). In nauw overleg met Vlaamse, federale en internationale organisaties en belangengroepen werkt ze het meest aangepaste arbeidsvoorwaardenbeleid uit en houdt daarbij rekening met de steeds evoluerende arbeidsmarkt, met de actuele evoluties in het werkveld en met de inzichten van het beleidsniveau. Evoluties in andere segmenten van de arbeidsmarkt worden opgevolgd en desgevallend geïntegreerd in beleidsvoorstellen. U kan de afdeling contacteren via personeelsbeleid.onderwijs@vlaanderen.be Agentschap voor Onderwijsdiensten – afdeling Personeel Secundair Onderwijs en Deeltijds kunstonderwijs Deze afdeling zorgt voor een correcte en tijdige uitbetaling van de salarissen voor de personeelsleden van het gewoon voltijds secundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs, het deeltijds secundair onderwijs en het deeltijds kunstonderwijs. Zij beheert de bijbehorende financiële en administratieve personeelsdossiers. Dit omvat: • het bijhouden, opvolgen en verwerken van de verschillende verlofstelsels zoals ziekteverlof, loopbaanonderbreking, verschillende stelsels van verlof of afwezigheid voor verminderde prestaties, verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen in het onderwijs, … • het bijhouden, controleren en verwerken van de verschillende terbeschikkingstellingen in het onderwijs (wegens ziekte, wegens ontstentenis van betrekking, wegens persoonlijke aangelegenheden, voorafgaand aan het rustpensioen, ...) Zij verstrekt inlichtingen en levert een aantal gegevens aan voor interne en externe klanten. U kan de afdeling contacteren via personeel.secundaironderwijs.agodi@vlaanderen.be en deeltijdskunstonderwijs.agodi@vlaanderen.be

Verantwoordelijke uitgever: M. Scheys, secretaris-generaal

Budget secundair onderwijs (beleidskredieten 2011): 3.988.636 duizend euro. Aandeel secundair onderwijs t.o.v. het totaal onderwijsbudget: 39,63% Budget gewoon secundair onderwijs: 3.622.043 duizend euro waarvan 12,35% naar werking, 2,79% naar investeringen en 84,86% naar lonen die rechtstreeks door het beleidsdomein Onderwijs en Vorming betaald worden, gaat. Budget buitengewoon secundair onderwijs: 361.080 duizend euro waarvan 7,09% naar werking en 3,42% naar investeringen en 89,49% naar lonen die rechtstreeks door het beleidsdomein Onderwijs en Vorming betaald worden, gaat.

Vlaamse overheid


LEERLINGEN aantal leerlingen secundair onderwijs: voltijds secundair onderwijs deeltijds secundair onderwijs gewoon 424.820 deeltijds beroepssecundair onderwijs buitengewoon 19.487 totaal voltijds: 444.307

SCHOLEN

aantal cursisten 7.871 HBO5 verpleegkunde (1)

5.837

aantal scholen: voltijds secundair onderwijs deeltijds secundair onderwijs (1) gewoon 960 deeltijds beroepssecundair onderwijs buitengewoon (3) 111 totaal voltijds: 1.071

verdeling over de provincies gewoon secundair onderwijs

buitengewoon secundair onderwijs

gewoon secundair onderwijs

300

5.324

903 3.438

15.000

118.203

72.534

79.439

95.603

59.041

Vlaams-Brabant en B.H.G.

West-Vlaanderen

Oost-Vlaanderen

Limburg

0

gewoon secundair onderwijs

18

OGO 13,0%

VGO 75,2%

7.121

169

186

199

144

3.000 Antwerpen

Vlaams-Brabant en B.H.G.

gewoon secundair onderwijs OGO 7,4%

VGO

TSO 24,6%

KSO 1,4%

BSO 22,2%

West-Vlaanderen

Oost-Vlaanderen

TSO 32,7%

1.665 1.412

Limburg 20-29

30-39

GO 23,0%

VGO 69,6%

buitengewoon secundair onderwijs OGO 15,3%

BSO 44,4%

GO 18,0%

VGO 66,7%

KSO 8,5%

(1) Op vijf na, maken alle centra voor deeltijds secundair onderwijs deel uit van een school voor gewoon voltijds secundair onderwijs. (2) 16 van de 20 scholen bieden naast HBO5 verpleegkunde ook voltijds gewoon secundair onderwijs aan. 4 scholen richten enkel HBO5 verpleegkunde in. (3) Vier scholen voor buitengewoon secundair onderwijs van het type 5 zijn niet opgenomen in de tabel.

KSO 2,5% (1) De opleiding verpleegkunde die vroeger behoorde tot de vierde graad van het BSO ging vanaf 2009-2010 over naar het hoger beroepsonderwijs (HBO5). HBO5 behoort tot het niveau hoger onderwijs. De opleidingen HBO5 kunnen worden ingericht door centra voor volwassenenonderwijs of door hogescholen. HBO5 verpleegkunde wordt als enige uitzondering ingericht door instellingen van het voltijds secundair onderwijs.

OGO 9,3%

B.H.G.: Brussels Hoofdstedelijk Gewest GO: Gemeenschapsonderwijs VGO: Gesubsidieerd Vrij Onderwijs OGO: Gesubsidieerd Officieel Onderwijs

50-59

60+

leeftijd

ASO: algemeen secundair onderwijs TSO: technisch secundair onderwijs KSO: kunstsecundair onderwijs BSO: beroepssecundair onderwijs

vastbenoemd personeel in het buitengewoon secundair onderwijs

GO 17,5%

OGO 13,0%

GO 21,6%

VGO 73,1%

VGO 65,4%

tijdelijk personeel in het gewoon secundair onderwijs

tijdelijk personeel in het buitengewoon secundair onderwijs

OGO 9,7%

ASO 12,1% TSO 35,0%

40-49

personeelsleden verhouding kleuter/lager/gewoon/buitengewoon uitgedr ukt in voltijdse eenheden

OGO ASO 43,7%

55+

4.094

vastbenoemd personeel in het gewoon secundair onderwijs

GO 23,9%

6.574

6.000 262

verdeling over de netten

verdeling over de onderwijsvormen in de 2de, 3de en 4de graad en het modulair onderwijs voor het voltijds gewoon secundair onderwijs

ASO 37,3%

8.722

9.000

27

19

0

VGO 63,1%

GO

11.545

17

buitengewoon secundair onderwijs

OGO GO 7,6% 17,2%

8.410 7.311

10.062

50 Antwerpen

totaal 70.275 8.032 78.307

13.850

13.262

12.000

verdeling over de netten

BSO 35,6%

mannen vrouwen

30

150 100

vrouwen 43.487 5.304 48.791

personeelsleden naar geslacht en leeftijd

buitengewoon secundair onderwijs

200

3.936

2.339

60.000

4.450

1.403

779

mannen 26.788 2.728 29.516

250

1.770

90.000

0

20

aantal personeelsleden: gewoon secundair onderwijs buitengewoon secundair onderwijs totaal totaal secundair onderwijs: 78.307

350 3.016

30.000

HBO5 (2) 47 HBO5 verpleegkunde

verdeling over de provincies deeltijds secundair onderwijs

150.000 120.000

PERSONEEL

GO 28,7%

VGO 61,6%

bestuurs- en onderwijzend personeel overig personeel

OGO 12,9%

GO 27,9%

VGO 59,2%

gewoon secundair onderwijs 55.782 prof bachelors vr het onderwijs 25.034 ten minste master 20.196 andere 10.552 gewoon secundair onderwijs   6.717

buitengewoon secundair onderwijs 6.147

buitengewoon secundair onderwijs 1.081


BUDGET Budget hoger onderwijs (beleidskredieten 2011): 1.666.121 duizend euro

Met de invoering van BBB werd de administratie Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek opgeheven. Twee afdelingen zijn nu samen verantwoordelijk voor het hoger onderwijs.

Aandeel hoger onderwijs t.o.v. het totaal onderwijsbudget: 16,55%

(in duizend EUR) 2.000.000

1.500.000

1.464.116

1.636.195

1.648.823

1.666.121

1.528.040

1.000.000

500.000

0

2006

2007

2008

2009

2010

2011

HOGER

ONDERWIJS

in beeld

• een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de kennissamenleving door de kwaliteit en de relevantie van het hoger onderwijs en onderzoek continu te verbeteren • het adaptatie- en innovatievermogen van de hogescholen en universiteiten en van het hoger onderwijsbestel versterken door het verruimen van de autonomie van de hogescholen en universiteiten, door deregulering en vereenvoudiging • de internationale erkenning en herkenbaarheid van het Vlaams hoger onderwijsbestel versterken • zorg dragen voor een kwaliteitsvolle en relevante regelgeving • tijdige en correcte informatie verstrekken aan alle belanghebbenden met het oog op een correcte interpretatie van de decreten en de besluiten • zorg dragen voor een goede communicatie, dialoog en overleg met alle stakeholders, vnl. met de studenten en de instellingen • een bijdrage leveren aan de internationale ontwikkelingen op het gebied van het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek

Ze staat ook in voor de ontwikkeling van de regelgeving voor de instellingen van het hoger onderwijs (hogescholen en universiteiten) en van de regelgeving inzake de rechtspositie van het personeel van de hogescholen. De inschakeling van het hoger onderwijs in een Europese en internationale context, bv. op het gebied van het erkenningsbeleid van diploma’s, wordt ook opgevolgd door deze entiteit. U kan de afdeling contacteren via hogeronderwijsbeleid@vlaanderen.be. Agentschap Hoger Onderwijs en Volwassenenonderwijs – afdeling Hoger Onderwijs Deze entiteit is verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid inzake hoger onderwijs. Zo staat ze o.a. in voor de subsidiëring/ financiering van de hogescholen en de universiteiten en fungeert ze als sociaal secretariaat ten aanzien van de hogescholen. De afdeling stelt zich de volgende doelstellingen: • Ze verzorgt de financiële dienstverlening voor de personeelsleden van de hogescholen ten einde tijdig en correct de salarissen uit te betalen. • Ze kent de werkingsmiddelen van de onderwijsinstellingen van het hoger onderwijs toe. Dit omvat o.a. het tijdig verstrekken van ramingen, het correct berekenen en tijdig uitbetalen van de werkingsmiddelen, en de tijdige opmaak van begrotingsvoorstellen. • Ze verzorgt het gegevensbeheer met betrekking tot het hoger onderwijs. Dit omvat o.a. het tijdig en correct inzamelen van studentengegevens teneinde deze beschikbaar te stellen voor financiering, publieke verantwoording en informatieverstrekking. • Ze onderzoekt de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van nieuwe regelgevende initiatieven teneinde de beleidsvoorbereiding te informeren over de repercussies van de regelgeving op de uitvoering. • De afdeling verzorgt een klantvriendelijke dienstverlening aan instellingen, studenten en personeelsleden. De ondersteuning van de commissarissen van de Vlaamse regering voor de universiteiten, resp. hogescholen, situeert zich ook binnen deze entiteit. U kan de afdeling contacteren via hogeronderwijs@vlaanderen.be.

Verantwoordelijke uitgever: M. Scheys, secretaris-generaal

evolutie van het budget hoger onder wijs

1.633.961

2010 - 2011

Departement Onderwijs en Vorming – afdeling Hoger Onderwijs Deze entiteit verzorgt de beleidsvoorbereiding en de beleidsevaluatie. Samen met de hogescholen, universiteiten en intermediaire organisaties wil de afdeling Hoger Onderwijs toekomstgerichte initiatieven pro-actief ontwikkelen, stimuleren en uitbouwen op het gebied van het hoger onderwijs en onderzoek. De entiteit zal:

Vlaamse overheid


STUDENTEN

STUDENTEN

HOGESCHOLENONDERWIJS

HOGER ONDERWIJS

aantal inschrijvingen (bachelor- en masteropleidingen) (1) mannen PBA 39.595 ABA + MA 16.956 totaal hogescholenonderwijs 56.551

vrouwen 55.541 11.537 67.078

totaal 95.136 28.493 123.629

AANTAL INSCHRIJVINGEN PER HOGESCHOOL mannen

totaal

vrouwen

Artesis Hogeschool Antwerpen

3.747

4.227

7.974

Arteveldehogeschool

3.161

6.665

9.826

Erasmushogeschool Brussel

2.309

2.584

4.893

Groep T-Internationale Hogeschool Leuven

1.512

658

2.170

Hogere Zeevaartschool

625

62

687

Hogeschool Gent

8.517

8.322

16.839

Hogeschool Sint-Lukas Brussel

320

303

623

Hogeschool voor Wetenschap & Kunst

1.399

1.709

3.108

Hogeschool West-Vlaanderen

2.959

2.120

5.079

HUB-EHSAL

2.927

4.055

6.982

Karel de Grote-Hogeschool KH Antwerpen

4.217

5.104

9.321

Katholieke Hogeschool Brugge-Oostende

1.396

2.141

3.537

Katholieke Hogeschool Kempen

2.983

3.448

6.431

Katholieke Hogeschool Leuven

2.387

3.822

6.209

Katholieke Hogeschool Limburg

2.509

3.440

5.949

Katholieke Hogeschool Sint-Lieven

3.828

2.793

6.621

Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen

2.977

4.750

7.727

Lessius Antwerpen

960

2.429

3.389

Lessius Mechelen

2.700

2.771

5.471

Plantijn-Hogeschool

1.298

2.109

3.407

Provinciale Hogeschool Limburg

2.195

2.300

4.495

XIOS Hogeschool Limburg

1.625

1.266

2.891

0

3.000

6.000

9.000

12.000

15.000

(1) Het betreft alle actieve inschrijvingen met een diplomacontract in een instelling van het hoger onderwijs op 30 juni 2011. EĂŠn student kan meerdere inschrijvingen hebben. PBA: professioneel gerichte bachelor ABA: academisch gerichte bachelor MA: master

aantal inschrijvingen in het hoger onderwijs naar finaliteit (1) (2) Professioneel hoger onderwijs hogescholen Totaal professioneel hoger onderwijs Academisch hoger onderwijs hogescholen Academisch hoger onderwijs universiteiten Totaal academisch hoger onderwijs Totaal hoger onderwijs

PERSONEEL

mannen 39.595 39.595 16.956 35.829 52.785 92.380

vrouwen 55.541 55.541 11.537 43.746 55.283 110.824

totaal 95.136 95.136 28.493 79.575 108.068 203.204

aantal personeelsleden ten laste van de werkingsenveloppe van het hogescholenonderwijs: mannen vrouwen bestuurs- en onderwijzend personeel 5.102 5.118 overig personeel 793 1.692 totaal 5.895 6.810 bestuurs- en onderwijzend personeel

overig personeel

1.423

2.000

2.000

mannen vrouwen

911 1.481

1.449

1.352

AANTAL INSCHRIJVINGEN PER UNIVERSITAIRE INSTELLING

1.500

1.150

1.000 vrouwen

totaal

HUB-KUBrussel

100

137

237

Katholieke Universiteit Leuven

13.290

15.983

29.273

transnationale Universiteit Limburg

649

642

1.291

Universiteit Antwerpen

4.860

5.928

10.788

Universiteit Gent

12.079

16.035

28.114

Universiteit Hasselt

893

588

1.481

Vrije Universiteit Brussel

3.958

4.433

8.391

mannen vrouwen

1.809

1.549

1.500

mannen

totaal 10.220 2.485 12.705

286

1.000

166

55+

524

500 267

217 91

0

20-29

30-39

40-49

50-59

60+

0

leeftijd

241

189

55+

512

459

500

422

183

467 225 65

53

20-29

30-39

40-49

50-59

60+

aantal personeelsleden ten laste van de werkingsuitkeringen van het universitair onderwijs: academiejaar 2009-2010 mannen vrouwen zelfstandig academisch personeel 3.371 923 assisterend academisch personeel 1.276 1.521 administratief en technisch personeel 2.003 2.744 totaal 6.650 5.188 zelfstandig academisch personeel

assisterend academisch personeel

leeftijd

totaal 4.294 2.797 4.747 11.838

administratief en technisch personeel

1.070

0

5.000

10.000

15.000

20.000

25.000

30.000

1200

1200

1.000

1000

1000

800

800

1.200

1.125

mannen vrouwen

1.032

(1) Bachelors, masters, masters die volgen op een professionele bachelor, licenties. (2) Het betreft alle actieve inschrijvingen met een diplomacontract in een instelling van het hoger onderwijs op 30 juni 2011. EĂŠn student kan meerdere inschrijvingen hebben.

847 747

774

633 568

600 De opleidingen hoger beroepsonderwijs (HBO5) behoren tot het hoger onderwijs. Deze opleidingen worden ingericht door de centra voor volwassenenonderwijs maar kunnen ook ingericht worden door de hogescholen. In 2010-2011 worden er geen HBO-opleidingen georganiseerd door hogescholen. HBO5 verpleegkunde wordt als enige uitzondering door de instellingen van het voltijds secundair onderwijs ingericht. De aantallen zijn terug te vinden in de respectievelijke folders van levenslang leren en secundair onderwijs.

18.000

363

400 265

0

153 215

200

67

13 13

20-29

30-39

40-49

50-59

578

600

600

60+

leeftijd

714 482

559 482

578

572

837

792 559 572

497

429

400

400

200

200

55+

837

792

800

0

20-29

30-39

0

287 203

20-29

153

153

114

30-39

40-49

50-59

114

60+

55+ leeftijd


BUDGET

evolutie van het budget voor volwassenonderwijs en deeltijds kunstonderwijs volwassenenonderwijs

deeltijds kunstonderwijs

(in duizend EUR) 350.000

349.552

333.435 315.098

303.189

300.000

282.549

270.364

250.000 200.000

180.943

178.982

188.375

199.175

205.754

214.896

150.000 100.000 50.000 0

2006

2007

2008

2009

2010

2011

evolutie van de kostprijs per leerling in het deeltijds kunstonderwijs (in EUR) 1.400 1.200

1.147,30 1.103,99

1.140,58

1.185,10

1.221,34

1.261,59

1.000 800

HET VOLWASSENENONDERWIJS Het volwassenenonderwijs heeft als doelstelling enerzijds de cursisten kennis, vaardigheden en attitudes bij te brengen, nodig voor: • de persoonlijke ontwikkeling; • het maatschappelijk functioneren; • het verder deelnemen aan onderwijs; • de uitoefening van een beroep; • het beheersen van een taal; en anderzijds de cursisten in staat te stellen erkende studiebewijzen te behalen. Het volwassenenonderwijs wordt ingedeeld in: • basiseducatie; • secundair volwassenenonderwijs; • hoger beroepsonderwijs; • specifieke lerarenopleidingen. 1. De basiseducatie richt zich tot laaggeschoolde volwassenen en omvat opleidingen in 7 leergebieden, die georganiseerd worden op het niveau van lager onderwijs en de eerste graad van het voltijds secundair onderwijs, met uitzondering van de taalopleidingen die gerangschikt worden volgens het Europees referentiekader voor moderne vreemde talen (ERK). 2. Het secundair volwassenenonderwijs omvat opleidingen in 40 studiegebieden, die georganiseerd worden op het niveau van de tweede en de derde graad van het voltijds secundair onderwijs, met uitzondering van de taalopleidingen die gerangschikt worden volgens het ERK. 3. Het hoger beroepsonderwijs omvat beroepsgerichte opleidingen, ingericht in 6 studiegebieden, die georganiseerd worden op niveau 5 van de Vlaamse kwalificatiestructuur en die leiden tot het diploma van gegradueerde. 4. De specifieke lerarenopleidingen leiden tot het diploma van leraar en nemen binnen het onderwijsveld een eigen plaats in. BIS (Begeleid Individueel Studeren) Op 12 december 2006 werd beslist de activiteiten van BIS (afstandsonderwijs) geleidelijk af te bouwen. Concreet betekent dit dat de inschrijvingen van BIS Klassiek werden stopgezet voor het grote publiek op 16 april 2007. De inschrijvingen van BIS Online werden reeds in het najaar van 2006 stopgezet. Enkel de doelgroepen examencommissie en gedetineerden konden zich nog inschrijven voor de schriftelijke cursussen en begeleiding bij BIS. Het decreet betreffende het Onderwijs XX, regelt de verdere afbouw van het BIS. Op 1 januari 2011 worden de inschrijvingen definitief stopgezet. Derhalve worden geen cijfergegevens meer opgenomen in deze folder.

Huizen van het Nederlands De huizen van het Nederlands hebben als opdracht bij te dragen tot de integratie van anderstalige volwassenen in de Vlaamse samenleving, al dan niet in het kader van een traject naar inburgering. De Huizen oriënteren kandidaat-cursisten naar het meest geschikte aanbod NT2, bij de verschillende aanbodsverstrekkers (CVO, CBE en universitaire talencentra). De Huizen vormen samen met de Onthaalbureaus en de VDAB een geïntegreerd samenwerkingsverband, gericht op een efficiënte dienstverlening ten aanzien van anderstalige nieuwkomers. Er zijn acht Huizen van het Nederlands in Vlaanderen: één per provincie en telkens één in de steden Brussel, Gent en Antwerpen.

Alle aspecten van kunstbeleving en kunstbeoefening komen aan bod. Leerlingen verkrijgen artistiek inzicht, leren basistechnieken aan en verwerven theoretische kennis die kan toegepast worden in de praktijk. Alleen al het muziekonderwijs heeft een aanbod van meer dan 70 verschillende instrumenten, in de studierichting beeldende kunst bestaan er meer dan 30 soorten ateliers. Ook de opleidingen in woordkunst en dans zijn in belangrijke mate praktijkgericht. Jongeren kunnen zich degelijk en doelgericht voorbereiden op het hoger kunstonderwijs. Voor volwassenen betekent dit onderwijs een zinvolle tijdsbesteding of een stap naar het beoefenen van kunst als liefhebber of als professioneel. Het deeltijds kunstonderwijs geeft jong en oud de kans om de eigen artistieke persoonlijkheid volwaardig te ontplooien.

Departement Onderwijs en Vorming • Afdeling Instellingen en Leerlingen Secundair Onderwijs en Volwassenenonderwijs: volwassenenonderwijsbeleid@vlaanderen.be • Afdeling Arbeidsvoorwaardenbeleid: personeelsbeleid.onderwijs@vlaanderen.be

200

Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen • Afdeling VWO: volwassenenonderwijs@vlaanderen.be 2008

2009

2010

2011

LEREN

HET DEELTIJDS KUNSTONDERWIJS Het deeltijds kunstonderwijs (DKO) biedt een ruime keuze aan artistieke opleidingen voor jongeren en volwassenen. Het DKO bestaat uit vier studierichtingen: beeldende kunst, muziek, woordkunst en dans. Elk van die studierichtingen is verder onderverdeeld in een aantal opties.

400

2007

in beeld

Er zijn 13 consortia volwassenenonderwijs. Zij zijn verantwoordelijk voor de afstemming van het aanbod, meer samenwerking, kwaliteitsverbetering in en professionalisering van het volwassenenonderwijs. Ze zijn de aanspreekpunten tussen de centra en andere opleidingsverstrekkers, socioculturele en sociaaleconomische actoren. Ook cursisten kunnen bij de ombudsdiensten van de consortia volwassenenonderwijs terecht voor vragen en klachten.

U kan onderstaande entiteiten contacteren via deze e-mailadressen:

2006

LEVENSLANG

Consortia volwassenenonderwijs De consortia volwassenenonderwijs zijn regionale samenwerkingsverbanden tussen de Centra voor Volwassenenonderwijs en de Centra voor Basiseducatie.

600

0

2010 - 2011

Agentschap voor Onderwijsdiensten • Afdeling Scholen Secundair Onderwijs en Deeltijds Kunstonderwijs: deeltijdskunstonderwijs.agodi@vlaanderen.be • Afdeling Personeel Secundair Onderwijs en Deeltijds Kunstonderwijs: deeltijdskunstonderwijs.agodi@vlaanderen.be

Verantwoordelijke uitgever: M. Scheys, secretaris-generaal

Budget levenslang leren (beleidskredieten 2011): 564.448 duizend euro Aandeel levenslang leren t.o.v. het totaal onderwijsbudget: 5,61%

Vlaamse overheid


VOLWASSENENONDERWIJS SCHOOLBEVOLKING aantal cursisten: secundair volwassenenonderwijs mannen 1.278 129.233 130.511

lineair modulair totaal

vrouwen 1.665 182.400 184.065

totaal 2.943 311.633 314.576

VOLWASSENENONDERWIJS BASISEDUCATIE

(referteperiode 1/4/2010- 31/3/2011)

hoger beroepsonderwijs van het volwassenenonderwijs (1) mannen vrouwen totaal lineair 883 571 1.454 modulair 7.416 8.887 16.303 specifieke lerarenopleiding 3.154 5.943 9.097 totaal 11.453 15.401 26.854

aantal centra voor basiseducatie: 13 spreiding van de lesurencursist over de verschillende leergebieden Periode 01/04/2010 - 31/03/2011

verdeling over de netten secundair volwassenenonderwijs hoger beroepsonderwijs van het volwassenenonderwijs 140000

129.012

120000

101.434

100000

10000

lineair modulair 81.187

80000

5000

60000 40000 20000 0

2500 2.459

319

GO

165

VGO

0

OGO

INSTELLINGEN aantal centra voor volwassenenonderwijs (2): secundair volwassenenonderwijs: 105

4.293

4.019 3.289

VGO

hoger beroepsonderwijs van het volwassenenonderwijs: 59

53

secundair volwassenenonderwijs hoger beroepsonderwijs van het volwassenenonderwijs 29

27

30

25

19

20

11

10 0

GO

VGO

1.400 1.000 800 600 400

1.239 954 652

735

vastbenoemd personeel tijdelijk personeel 892

1.400

vastbenoemd personeel tijdelijk personeel

1.200 1.000

alfabetisering anderstaligen 26,5% Nederlands moedertaal 5,2%

400 200

0

0

126

250 111

161

100.000

muziek, woordkunst en dans

56

GO VGO OGO GO VGO OGO (1) De opleidingen hoger beroepsonderwijs (HBO5) behoren tot het hoger onderwijs. Deze opleidingen worden ingericht door de centra voor volwassenenonderwijs maar kunnen ook ingericht worden door de hogescholen. (2) Sommige centra voor volwassenenonderwijs richten zowel secundair volwassenenonderwijs als hoger beroepsonderwijs van het volwassenenonderwijs in. In totaal zijn er 111 centra voor volwassenenonderwijs.

88.678

muziek, woordkunst en dans

80.000 54.739

60.000 40.000

20.000 2.600

40.005 19.195

20.000

9.028

1.861

GO

VGO

165

0

OGO

jongeren (-18 jaar)

23.785

volwassenen

INSTELLINGEN maatschappelijk functioneren/participeren (MO) 5,8%

aantal instellingen: 168 secundair volwassenenonderwijs verdeling hoger onderwijs voor sociale promotie

over de netten 149

150

Personeel basiseducatie mannen vrouwen totaal in fysieke personen: 134 734 868 in voltijdse eenheden: 112 540 652

120 90 25

60

11

30

15

0

4

GO

VGO

OGO

PERSONEEL (1) Bachelors, masters, masters die volgen op een professionele bachelor, licenties. (2) Het betreft alle actieve inschrijvingen met een diplomacontract in een instelling van het hoger onderwijs op 30 juni 2011. EĂŠn student kan meerdere inschrijvingen hebben.

mannen 2.393 1.862

personeelsleden uitgedrukt in fysieke personen: personeelsleden uitgedrukt in voltijdse eenheden:

2.000 96

totaal 59.200 112.463 171.663

beeldende kunst

103.435

40.000

2.500

600

200

120.000

beeldende kunst

60.000

0

volwassenen 19.195 23.785 42.980

verhouding jongeren/volwassenen

80.000

3.000

800 359

100.000

OGO

PERSONEEL secundair volwassenenonderwijs: hoger beroepsonderwijs van het volwassenenonderwijs mannen vrouwen totaal mannen vrouwen totaal in fysieke personen: 2.177 4.107 6.284 in fysieke personen: 706 596 1.302 in voltijdse eenheden: 1.679 3.152 4.831 in voltijdse eenheden: 392 408 800 secundair volwassenenonderwijs hoger beroepsonderwijs van het volwassenenonderwijs (voltijdse eenheden) (voltijdse eenheden)

1.200

SCHOOLBEVOLKING jongeren (-18 jaar) 40.005 88.678 128.683

Nederlands tweede taal 44,8%

50 40

120.000

open module wiskunde 1,4%

OGO

(referteperiode 1/4/2010 - 31/3/2011)

KUNSTONDERWIJS

verdeling over de netten

11

GO

aantal financierbare leerlingen beeldende kunst muziek, woordkunst en dans totaal deeltijds kunstonderwijs

wiskunde 0,9%

1.515

verdeling over de netten 60

maatwerk 1,5%

3.356

1.139

304

talen 2,5% Informatie- en communicatietechnologie (ICT) 11,4%

8.928

lineair modulair specifieke lerarenopleiding

7500

DEELTIJDS

vrouwen 3.287 2.372

totaal 5.680 4.234

2.913 vastbenoemd personeel tijdelijk personeel

1.500 931

1.000 500 0

232

112

GO

36

10

VGO

OGO


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
nederlandse_plooifolder_201020111.pdf by Vlaanderen-be - Issuu