Skip to main content

Maes_etal_2021_CriteriaVoorHetAanduidenVanProvinciaalPrioritaireSoortenMateriaalEnMethodeVersie2021.

Page 1

Criteria voor het aanduiden van Provinciaal Prioritaire Soorten Materiaal en methode. Versie 2021 Dirk Maes, Geert De Knijf, Koen Devos, Jan Gouwy, Ralf Gyselings, Jo Packet, Jeroen Speybroeck, Kristijn R. R. Swinnen, Arno Thomaes, Koen Van Den Berge, Wouter Van Landuyt, Gerlinde Van Thuyne & Glenn Vermeersch


Auteurs: Dirk Maes , Geert De Knijf , Koen Devos , Jan Gouwy , Ralf Gyselings , Jo Packet , Jeroen Speybroeck , Arno Thomaes , Koen Van Den Berge , Wouter Van Landuyt , Glenn Vermeersch & Frederic Piesschaert Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek Kristijn R. R. Swinnen Natuurpunt Studie Reviewers: Filiep T’jollyn & Marc Pollet (INBO), Mark Alderweireldt (provincie oost-Vlaanderen), Luc Crevecoeur (provincie Limburg), Olivier Dochy (provincie West-Vlaanderen), Jorg Lambrechts (Natuurpunt), Dirk Vandenbussche (provincie Antwerpen) Het INBO is het onafhankelijk onderzoeksinstituut van de Vlaamse overheid dat via toegepast wetenschappelijk onderzoek, data- en kennisontsluiting het biodiversiteitsbeleid en -beheer onderbouwt en evalueert. Vestiging: Herman Teirlinckgebouw INBO Brussel Havenlaan 88 bus 73, 1000 Brussel vlaanderen.be/inbo e-mail: dirk.maes@inbo.be Wijze van citeren: Maes D, De Knijf G, Devos K, Gouwy J, Gyselings R, Packet J, Speybroeck J, Swinnen KRR, Thomaes A, Van Den Berge K, Van Landuyt W, Van Thuyne G, Vermeersch G & Piesschaert F (2021). Criteria voor het aanduiden van Provinciaal Prioritaire Soorten. Materiaal en methode. Versie 2021. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2021 (50). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. DOI: doi.org/10.21436/inbor.54722626 D/2022/3241/031 Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2021 (50) ISSN: 1782-9054 Verantwoordelijke uitgever: Maurice Hoffmann Foto cover: Doode Bemde in Neerijse (foto Yves Adams / Vilda) Dit onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van: Dit onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van: het Interprovinciaal Kenniscentrum (IPKC), de provincie Antwerpen, de provincie Limburg, de provincie Oost-Vlaanderen, de provincie VlaamsBrabant, de provincie West-Vlaanderen

Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding‐GelijkDelen 4.0 Internationaal‐licentie.


CRITERIA

VOOR

HET

AANDUIDEN

VAN

PROVINCIAAL PRIORITAIRE SOORTEN Materiaal en methode Versie 2021 Dirk Maes, Geert De Knijf, Koen Devos, Jan Gouwy, Ralf Gyselings, Jo Packet, Jeroen Speybroeck, Kristijn R. R. Swinnen, Arno Thomaes, Koen Van Den Berge, Wouter Van Landuyt, Gerlinde Van Thuyne, Glenn Vermeersch & Frederic Piesschaert

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


Dankwoord Zonder de hulp van duizenden vrijwilligers die verspreidingsgegevens verzamelen over verschillende taxonomische groepen en vele beheerders die de data uit allerlei databanken valideren, is het niet mogelijk om analyses voor provinciaal prioritaire soorten uit te voeren. We willen ze dan ook van harte bedanken voor hun voortdurende inzet om de verspreiding van soorten in Vlaanderen in kaart te brengen. Natuurpunt Studie beheert het dataportaal waarnemingen.be en bezorgde ons een groot deel van de gegevens (INBODATAVR-283) van verschillende taxonomische groepen (amfibieën en reptielen, broedvogels, zoogdieren, dagvlinders, libellen en sprinkhanen en krekels), waarvoor veel dank. Daarnaast werden ook gegevens gebruikt uit andere databanken om de bekomen resultaten te evalueren, waaronder de INBO carnivorendatabank. Marc Pollet, Filiep T’jollyn, Dirk Vandenbussche, Luc Crevecoeur, Joris Verhees, Mark Alderweireldt, Jorg Lambrechts en Olivier Dochy bedanken we voor het nalezen van eerdere versies van dit rapport.

Voorwoord Het Vlaamse natuurbeleid en -behoud wordt op verschillende niveaus en door verschillende spelers gerealiseerd in het veld. Op Vlaams niveau is er het Agentschap Natuur en Bos (ANB) dat het beheer uitvoert in vaak grote Vlaamse natuurgebieden en militaire domeinen en dat verantwoordelijk is voor het toepassen van de Europese Vogel - en Habitatrichtlijn (Louette et al. 2015). Op het meer lokale niveau zijn het vooral terreinbeherende verenigingen die natuurgebieden aankopen en beheren. Tenslotte zijn er de provincies die vooral de taak hebben om voor natuurverbindingsgebieden te zorgen (bv. groenblauwe ecologische netwerken, aangepast beheer van bermen; Adriaens et al. 2007). Door vooral aandacht te schenken aan de open ruimte buiten de ‘echte’ natuurgebieden kunnen ze dus als complementair gezien worden met wat er op Vlaamse en lokale schaal gebeurt.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 2 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


Samenvatting In dit rapport, dat samen met de vijf provinciale rapporten één geheel vormt, beschrijven we de procedure voor de afbakening van provinciaal prioritaire soorten, maar ook van andere soorten die voor het provinciale natuurbehoud en/of -beleid van belang kunnen zijn. Naast provinciaal prioritaire soorten sensu Bauwens et al. (2001), waarbij de soorten zowel op de Rode Lijst moeten staan als beduidend meer voorkomen in de provincie dan in de rest van Vlaanderen, gebruiken we in deze analyse ook Vogel- of Habitatrichtlijnsoorten en Vlaams prioritaire soorten. Om soorten te kunnen gebruiken bij een meer biotoopgericht beheer, duiden we ook habitattypische soorten aan die beduidend wijder verspreid zijn in bepaalde provincies dan in de rest van Vlaanderen. Om locaties weer te geven waar veel van de soorten van provinciaal belang voorkomen, maken we op basis van de kilometerhokgegevens of meetpuntlocaties een heat map die een beeld geeft van de verspreiding van de natuurbehoudswaarde in de provincie. Voor de behandelde soortgroepen (vaatplanten, amfibieën en reptielen, vissen, broedvogels, overwinterende watervogels, zoogdieren, dagvlinders, libellen, sprinkhanen en krekels) geven we aan waar de gegevens vandaan komen en wat de inventarisatiegraad is. Daarnaast geven we voor elk van de taxonomische groepen een overzicht van de soorten die in aanmerking komen om geselecteerd te worden als provinciaal prioritaire soort. Van enkele andere soortgroepen (bladmossen, vleermuizen, mollusken, saproxyle kevers en spinnen) waartoe ook Habitatrichtlijnsoorten en/of Vlaams prioritaire soorten behoren, geven we enkel aan of ze in de provincie voorkomen. De resultaten van deze analyse worden in vijf afzonderlijke rapporten (één per provincie) besproken. We bediscussiëren uiteindelijk bondig hoe deze soorten gebruikt kunnen worden in het provinciale natuurbehoud en -beleid en hoe de set van soorten, indien gewenst, nog verder uitgebreid zou kunnen worden.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 3 van 62


English abstract In this report, we describe the procedure for delineating Provincial Prioritary Species, but also other species that may be important for provincial nature conservation and/or policy. In addition to Provincial Prioritary Species sensu Bauwens et al. (2001), whereby the species must both be on the Red List and occur significantly more in the province under consideration, we also indicate which Birds or Habitats Directive species, Flemish Priority Species and other Red List species are present in the province. To be able to use species in a more biotope-oriented management, we also indicate habitat-typical species that occur significantly more in certain provinces than in the rest of Flanders. To indicate the locations where many of the species of provincial importance co-occur, we produce a heat map with an indication of the conservation value per 1 x 1 kilometer grid cell. For the discussed species groups (higher plants, amphibians and reptiles, fish, breeding birds, wintering waterfowl, mammals, butterflies, dragonflies, grasshoppers and crickets) we indicate the data source and the mapping intensity per province. In addition, for each of the taxonomic groups and for each province, we provide a list of species that potentially qualify as provincial priority species (Birds or Habitats Directive, European or Flemish Red List, Flemish Priority species, habitat-typical species. For other species groups with Habitat Directive species and/or Flemish priority species (mosses, bats, molluscs, saproxylic beetles and spiders) , we indicate if these species occur in the province. The results of these analyses are discussed in five separate reports (one per province). Finally, we briefly discuss how these species can be used in provincial nature conservation and policy and how the set of species could be expanded even further, if desired.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 4 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


Inhoudstafel Dankwoord ..........................................................................................................................2 Voorwoord ..........................................................................................................................2 Samenvatting.......................................................................................................................3 English abstract....................................................................................................................4 1 Inleiding..........................................................................................................................8 2 Materiaal en methode .....................................................................................................9 2.1 De vijf Vlaamse provincies.........................................................................................9 2.2 Soorten die belangrijk zijn voor het natuurbehoud in Vlaanderen................................9 2.2.1

Vogel- of Habitatrichtlijnsoorten ......................................................................9

2.2.2

Vlaamse en Europese Rode Lijstsoorten ......................................................... 10

2.2.3

Vlaams prioritaire soorten ............................................................................. 10

2.2.4

Habitattypische soorten ................................................................................ 10

2.3 Soortgroepen ......................................................................................................... 11 2.3.1

Vaatplanten.................................................................................................. 13

2.3.1.1

Gegevensbron .......................................................................................... 13

2.3.1.2

Inventarisatiegraad................................................................................... 13

2.3.1.3

Soorten die in aanmerking komen als provinciaal prioritaire soort of als provinciaal belangrijke habitattypische soort ............................................. 14

2.3.2

Amfibieën en reptielen.................................................................................. 23

2.3.2.1

Gegevensbron .......................................................................................... 23

2.3.2.2

Inventarisatiegraad................................................................................... 23

2.3.2.3

Soorten die in aanmerking komen als provinciaal prioritaire soort of als provinciaal belangrijke habitattypische soort ............................................. 24

2.3.3

Vissen........................................................................................................... 25

2.3.3.1

Gegevensbron .......................................................................................... 25

2.3.3.2

Inventarisatiegraad................................................................................... 25

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 5 van 62


2.3.3.3

Soorten die in aanmerking komen als provinciaal prioritaire soort of als provinciaal belangrijke habitattypische soort ............................................. 26

2.3.4

Broedvogels.................................................................................................. 27

2.3.4.1

Gegevensbron .......................................................................................... 27

2.3.4.2

Inventarisatiegraad................................................................................... 27

2.3.4.3

Soorten die in aanmerking komen als provinciaal prioritaire soort of als provinciaal belangrijke habitattypische soort ............................................. 28

2.3.5

Overwinterende watervogels......................................................................... 30

2.3.5.1

Gegevensbron .......................................................................................... 30

2.3.5.2

Inventarisatiegraad................................................................................... 30

2.3.5.3

Soorten die in aanmerking komen als provinciaal prioritaire soort of als provinciaal belangrijke habitattypische soort ............................................. 31

2.3.6

Zoogdieren (exclusief vleermuizen) ................................................................ 32

2.3.6.1

Gegevensbron .......................................................................................... 32

2.3.6.2

Inventarisatiegraad................................................................................... 32

2.3.6.3

Soorten die in aanmerking komen als provinciaal prioritaire soort of als provinciaal belangrijke habitattypische soort ............................................. 32

2.3.7

Dagvlinders................................................................................................... 34

2.3.7.1

Gegevensbron .......................................................................................... 34

2.3.7.2

Inventarisatiegraad................................................................................... 34

2.3.7.3

Soorten die in aanmerking komen als provinciaal prioritaire soort of als provinciaal belangrijke habitattypische soort ............................................. 34

2.3.8

Libellen......................................................................................................... 36

2.3.8.1

Gegevensbron .......................................................................................... 36

2.3.8.2

Inventarisatiegraad................................................................................... 36

2.3.8.3

Soorten die in aanmerking komen als provinciaal prioritaire soort of als provinciaal belangrijke habitattypische soort ............................................. 36

2.3.9

Sprinkhanen en krekels ................................................................................. 38

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 6 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


2.3.9.1

Gegevensbron .......................................................................................... 38

2.3.9.2

Inventarisatiegraad................................................................................... 38

2.3.9.3

Soorten die in aanmerking komen als provinciaal prioritaire soort of als provinciaal belangrijke habitattypische soort ............................................. 38

2.3.10

Provinciaal prioritaire soorten uit andere taxonomische groepen die in aanmerking komen als provinciaal prioritaire soort ......................................... 40

2.4 Analyse .................................................................................................................. 42 2.4.1

Provinciaal prioritaire soorten........................................................................ 43

2.4.2

Provinciaal belangrijke habitattypische soorten .............................................. 45

2.4.3

Heat map...................................................................................................... 46

2.4.4

Vergelijking met de vorige lijst van provinciaal prioritaire soorten.................... 47

2.4.5

Provinciaal belangrijke biotopen .................................................................... 47

3 Resultaten..................................................................................................................... 49 3.1 Provinciaal prioritaire soorten ................................................................................. 49 3.2 Provinciaal belangrijke habitattypische soorten........................................................ 50 4 Discussie ....................................................................................................................... 51 4.1 Hoe kan de provincie deze lijsten gebruiken? ........................................................... 51 4.2 Verschillen met de vorige lijst van provinciaal prioritaire soorten .............................. 52 4.3 Enkele bedenkingen en aanbevelingen .................................................................... 52 4.3.1

Impact van inventarisatie-inspanning op provinciaal prioritaire soorten ........... 52

4.3.2

Impact van de gebruikte periode.................................................................... 53

4.3.3

Wat met andere taxonomische groepen? ....................................................... 54

5 Referenties.................................................................................................................... 55 Lijst van figuren.................................................................................................................. 59 Lijst van tabellen ................................................................................................................ 59 6 Bijlagen......................................................................................................................... 62

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 7 van 62


1

INLEIDING

Dit rapport geeft de wetenschappelijke onderbouwing om per Vlaamse provincie tot een lijst van provinciaal prioritaire soorten (kapstoksoorten) te komen. Uit die lijst kan iedere provincie inspiratie putten om haar natuurbeleid op te enten. In onderling overleg hebben de provincies negen taxonomische groepen geselecteerd waaruit soorten aangeduid kunnen worden als provinciaal prioritaire soort: vaatplanten, amfibieën en reptielen, vissen, broedvogels, overwinterende watervogels, zoogdieren, dagvlinders, libellen en sprinkhanen en krekels. Provinciaal prioritaire soorten zijn bedreigde soorten die beduidend meer in een bepaalde provincie voorkomen dan in de rest van Vlaanderen. Daarnaast bestaan er lijsten van soorten van regionaal (bv. Vlaams prioritaire soorten, habitattypische soorten) of internationaal natuurbehoudsbelang (bv. Europese Rode Lijstsoorten, Vogel- of Habitatrichtlijnsoorten) die hier worden gecombineerd tot prioritaire soorten voor het provinciale natuurbeleid. Met deze onderbouwde lijst beschikken de provincies over een krachtig instrument waarmee ze een belangrijke sensibiliserende en stimulerende rol ten aanzien van burgers en specif ieke doelgroepen (landbouwers, natuurverenigingen, ....) kunnen vervullen (Louette et al. 2011). In het verleden werden voor alle Vlaamse provincies al lijsten van provinciaal prioritaire soorten opgesteld. De eerste was voor Limburg (Colazzo & Bauwens 2003) en daarna volgden die

voor

West-Vlaanderen

(Dochy

et

al.

2007),

Vlaams-Brabant

(https://waarnemingen.be/focus/category/7/; Nijs 2009), Antwerpen (Beckers et al. 2009) en Oost-Vlaanderen (Adriaens et al. 2013). De meeste van deze lijsten zijn ondertussen al meer dan 10 jaar oud en de verspreiding van soorten heeft behoorlijk wat verandering ondergaan. Ook was de gebruikte methode niet altijd uniform, wat een vergelijking tussen provincies bemoeilijkt. Ondertussen zijn er ook lijsten gemaakt van Vlaams prioritaire soorten (De Knijf et al. 2014) en habitattypische soorten (fauna: De Knijf et al. 2013; flora: Oosterlynck et al. 2013) die gebruikt kunnen worden om soorten aan te duiden die voor het provinciaal natuurbehoud belangrijk kunnen zijn.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 8 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


2

MATERIAAL EN METHODE

2.1 DE VIJF VLAAMSE PROVINCIES In Tabel 1 geven we per provincie de oppervlakte, het aantal kilometerhokken, het aantal inwoners (toestand januari 2021; https://statbel.fgov.be/nl/themas/bevolking/structuur-vande-bevolking), de bevolkingsdichtheid en de oppervlakte Natura2000-gebied.

Tabel 1

Oppervlakte (in km²), aantal kilometerhokken (#km), aantal inwoners (#inw), bevolkingsdichtheid (#inw/km²), de oppervlakte Natura2000-gebied (N2000, in km²) en het percentage Natura2000-gebied (%N2000) per provincie in Vlaanderen.

Provincie Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Vlaanderen

Oppervlakte

#km

#inw

#inw/km²

N2000

%N2000

2867 2422 2982 2106 3144

2984 2570 3089 2370 3331

1 875 524 880 397 1 531 745 1 116 084 1 203 312

654 364 514 530 383

395.49 588.56 222.19 193.67 262.33

13.8 24.3 7.5 9.2 8.3

13 521

14 344

6 607 062

489

1662.24

12.3

2.2 SOORTEN DIE BELANGRIJK ZIJN VOOR HET NATUURBEHOUD IN VLAANDEREN In Vlaanderen zijn er verschillende lijsten met soorten die belangrijk zijn voor het natuurbehoud en/of -beleid.

2.2.1 Vogel- of Habitatrichtlijnsoorten In Vlaanderen komen/kwamen 44 soorten voor die in Bijlage I van de Vogelrichtlijn staan (Europese Commissie 1979) en 75 soorten die in de bijlagen II en/of IV van de Habitatrichtlijn staan (European Commission 1992). Daarnaast zijn er ook meerdere soorten overwinterende watervogels die in één of meerdere gebieden in internationaal belangrijke aantallen voorkomen en waarvoor gewestelijke instandhoudingsdoelen zijn opgesteld (Vermeersch et al. 2019). Aangezien Vlaanderen voor deze soorten wettelijk verplicht is om ze te beschermen

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 9 van 62


en/of om er gebieden voor aan te duiden, beschouwen we ze per definitie als provinciaal prioritaire soort in elke provincie.

2.2.2 Vlaamse en Europese Rode Lijstsoorten Een Rode Lijst geeft een inschatting van de kans op uitsterven van een bepaalde soort in een bepaalde regio (IUCN Standards and Petitions Committee 2019). We beschouwen de soorten in de Rode Lijstcategorieën Regionaal Uitgestorven, Ernstig Bedreigd, Bedreigd en Kwetsbaar als Rode Lijstsoorten sensu stricto (Maes et al. 2011). Elke provincie heeft een belangrijke verantwoordelijkheid voor het behoud van Rode Lijstsoorten en hun biotopen. Om die reden geven we hier per taxonomische groep een overzicht van de Vlaamse en Europese Rode Lijstsoorten (amfibieën en reptielen, dagvlinders, libellen, sprinkhanen en krekels, vaatplanten, vissen, broedvogels en zoogdieren).

2.2.3 Vlaams prioritaire soorten Op Vlaamse schaal werden soorten aangeduid die als prioritair beschouwd worden voor het Vlaamse natuurbehoud. We gebruiken dit eveneens als een criterium voor het aanduiden van provinciaal prioritaire soorten. Dit zijn soorten die niet op de Vogel- of Habitatrichtlijn staan, maar in Vlaanderen bedreigd zijn (Rode Lijstsoorten sensu stricto). De Vlaams prioritaire soorten worden opgevolgd in het Soortenmeetnettenproject (De Knijf et al. 2014; Maes et al. in prep. 2022).

2.2.4 Habitattypische soorten Om soorten te kunnen gebruiken als insteek voor biotoopbehoud of -beheer in de provincie gebruiken we ook habitattypische soorten (fauna: De Knijf et al. 2013; flora: Oosterlynck et al. 2013) voor het aanduiden van provinciaal belangrijke habitattypische soorten. Een habitattypische soort is (Evans & Arvela 2011): a) een goede indicator voor de gunstige staat van instandhouding van een Europees habitattype (Bijlage 1); b) niet-destructief en goedkoop te monitoren; c) op (middel)lange termijn constant voor het habitattype.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 10 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


2.3 SOORTGROEPEN Om een actuele lijst van provinciaal prioritaire soorten en andere soorten die van belang kunnen zijn voor het provinciale natuurbehoud en -beheer op te maken, hebben de provincies een selectie van negen taxonomische groepen gemaakt: vaatplanten, amfibieën en reptiele n, vissen, broedvogels, overwinterende watervogels, zoogdieren, dagvlinders, libellen en sprinkhanen en krekels (Tabel 2). De soorten uit deze groepen zijn meestal goed herkenbaar voor of bekend bij het brede publiek en kunnen zo zorgen voor een grotere maatschappelijke betrokkenheid bij eventuele beschermingsacties (citizen science; Baert et al. 2009). Daarnaast is de beschikbaarheid van een recente (≥2011) en gevalideerde Rode Lijst primordiaal omdat dit één van de voorwaarden is om in aanmerking te komen als provinciaal prioritaire soort . Voor de vaatplanten is de Rode Lijst ouder dan 2011, maar zijn er wel voldoende gestandaardiseerde gegevens beschikbaar voor deze analyse . Voor overwinterende watervogels bestaat er (nog) geen Rode Lijst, maar zijn er wel voldoende recente en gestandaardiseerde telgegevens voorhanden en kunnen de Vogelrichtlijncriteria gehanteerd worden om ze op te nemen in deze analyse (Devos et al. 2020). Naast de verspreidingsgegevens uit waarnemingen.be werden ook andere databanken gebruikt om de bekomen lijsten van provinciaal prioritaire soorten te beoordelen en waar nodig aan te passen (bv. de carnivorendatabank van het INBO).

Tabel 2

INBO-experten, de referentie naar de meest recente gevalideerde Rode Lijst en de gegevensbron voor deze analyse per taxonomische groep.

INBO-expert

Rode Lijst

Gegevensbron

Van Landuyt et al. (2006a)

Florabank (INBO) Soortenmeetnetten (INBO)

Jooris et al. (2013)

Waarnemingen.be (Natuurpunt) Soortenmeetnetten (INBO)

Verreycken et al. (2014)

Vis Informatie Systeem (INBO)

Vaatplanten Wouter Van Landuyt

Amfibieën en reptielen Jeroen Speybroeck

Vissen Gerlinde Van Thuyne

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 11 van 62


Broedvogels Glenn Vermeersch

Devos et al. (2016)

Waarnemingen.be (Natuurpunt)

-

Watervogeldatabank (INBO)

Maes et al. (2014)

Waarnemingen.be (Natuurpunt) Soortenmeetnetten (INBO) Carnivorendatabank (INBO)

Maes et al. (2021f)

Waarnemingen.be (Natuurpunt) Soortenmeetnetten (INBO)

De Knijf et al. (2021)

Waarnemingen.be (Natuurpunt) Libellenvereniging Vlaanderen Soortenmeetnetten (INBO)

Maes et al. (2017)

Waarnemingen.be (Natuurpunt) Soortenmeetnetten (INBO)

Overwinterende watervogels Koen Devos Zoogdieren Koen Van Den Berge

Dagvlinders Dirk Maes

Libellen Geert De Knijf

Sprinkhanen en krekels Tim Adriaens & Geert De Knijf

Niet alle taxonomische groepen die in de vorige rapporten met provinciaal prioritaire soorten behandeld werden, komen nu opnieuw aan bod (Tabel 3). De voornaamste reden hiervoor is het ontbreken van een recente, gevalideerde Rode Lijst, maar ook hun mindere bekendheid bij het brede publiek. De meeste van deze taxonomische groepen blijven echter minder goed onderzocht en worden daardoor in het provinciale natuurbeleid minder of helemaal niet gebruikt.

Tabel 3

Taxonomische groepen die in de vorige lijsten van provinciaal prioritaire soorten werden opgenomen, maar hier niet behandeld worden.

Provincie

Taxonomische groep

Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen

Paddenstoelen, spinnen Mieren Lieveheersbeestjes, spinnen Korstmossen, lieveheersbeestjes, mieren, mollusken, paddenstoelen, spinnen Lieveheersbeestjes, mieren

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 12 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


Soorten uit taxonomische groepen die niet in Tabel 2 vermeld staan, maar wel op de bijlagen van de Habitatrichtlijn en/of in Vlaanderen als prioritair worden beschouwd (bladmossen, mollusken, nachtvlinders, saproxyle kevers, spinnen en vleermuizen), worden per provincie na de bespreking van de negen taxonomische groepen vermeld.

2.3.1 Vaatplanten 2.3.1.1

Gegevensbron

De gegevens zijn afkomstig van de Florabank, een INBO-databank met systematisch verzamelde verspreidingsgegevens (streeplijsten) van vaatplanten in Vlaanderen (Van Landuyt & Brosens 2020). De meest recente verspreidingsatlas van vaatplanten is Van Landuyt et al. (2006b).

2.3.1.2

Inventarisatiegraad

Met 75% van alle kilometerhokken onderzocht in de periode 2000-2020 behoren de vaatplanten tot de best onderzochte taxonomische groepen in Vlaanderen (Tabel 4). WestVlaanderen is de minst goed onderzochte provincie (66%) en Limburg de best onderzochte (84%). Qua soortenrijkdom is Vlaams-Brabant de soortenarmste provincie (845 soorten) en zijn Limburg (932) en West-Vlaanderen (930) de soortenrijkste provincies. Voor het bepalen van de provinciaal prioritaire soorten werden verspreidingsgegevens vanaf het jaar 2000 gebruikt in plaats van 2011 voor de meeste andere groepen.

Tabel 4

Aantal onderzochte kilometerhokken (#km), percentage onderzochte kilometerhokken (%km) en het aantal soorten vaatplanten (#sp) per provincie in de periode 2000-2020.

Provincie

#km

%km

#sp

Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen

2119 2157 2432 1664 2201

71 84 79 75 66

912 932 899 845 930

10 574

75

1077

Vlaanderen

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 13 van 62


2.3.1.3

Soorten die in aanmerking komen als provinciaal prioritaire soort of als provinciaal belangrijke habitattypische soort

Op basis van hun aanwezigheid op de Habitatrichtlijn, de Vlaamse of Europese Rode Lijst of de lijst van Vlaams prioritaire soorten zijn er 276 potentiële provinciaal prioritaire soorten vaatplanten (Tabel 5): drie Habitatrichtlijnsoorten (bijlage II en/of IV), 274 Rode Lijstsoorten (Van Landuyt et al. 2006a) en 27 Vlaams prioritaire soorten (De Knijf et al. 2014). 252 soorten vaatplanten werden als habitattypisch aangeduid (Oosterlynck et al. 2013). De drie Habitatrichtlijnsoorten en 24 Vlaams prioritaire soorten worden opgevolgd in het Soortenmeetnettenproject (Van Landuyt & Westra 2019).

Tabel 5

Soorten vaatplanten die in aanmerking komen als provinciaal prioritaire soort of als provinciaal belangrijke habitattypi sche soort. De gebruikte afkortingen worden in Box 2 uitgelegd.

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Aangebrande orchis Aapjesorchis Aardbeiganzerik Adelaarsvaren Akkerandoorn Akkerboterbloem Akkerviltkruid Akkerwalstro Alpenandoorn Alpenrus Armbloemige waterbies Azorenaddertong Beemdkroon Beenbreek Berghertshooi Bergnachtorchis Beursjesganzenvoet Beverneltorkruid Bevertjes Biestarwegras Bittere veldkers Blauw kweldergras Blauwe bosbes Blauwe knoop Blauwe zeedistel Blauwgras Bleek bosvogeltje Bleek kweldergras Bleek schildzaad Bleekgeel blaasjeskruid Bleekgele hennepnetel

Neotin ea ustulata Orchis simia Potentilla sterilis Pteridiu m aquilinum Stachys arvensis Ranunculus arvensis Filago arvensis Galium spuriu m Stachys alpina Juncus alpinoarticulatus Eleocha ris quinqueflora Ophioglossum azoricum Knautia arvensis Nartheciu m ossifragum Hypericum montanum Platanthera chlorantha Chenopodium chenopodioides Oenanthe pimpinelloides Briza media Elymus fa rctus Cardamine ama ra Puccinellia fascicula ta Vaccinium myrtillus Succisa p ratensis Eryngium maritimu m Sesleria caerulea Cephalanthera damasonium Puccinellia capillaris Alyssum alyssoides Utricula ria ochroleuca Galeopsis seg etu m

HRL -

RLC RLCEur VPS

HTS

RE CR LC LC VU CR RE RE CR CR EN CR NT VU CR EN CR CR VU NT LC EN LC NT NT CR NT NT RE CR VU

HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS -

LC LC LC LC LC DD -

-

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 14 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

HRL

Bleeksporig bosviooltje Viola riviniana Bloedzuring Rumex sanguineus Blonde zegge Carex hostiana Bokkenorchis Himantoglossu m hircinum Bolderik Agrostemma githago Bonte paardenstaart Equisetu m variegatum Borstelgras Nardus stricta Bosanemoon Anemone nemo rosa Bosbingelkruid Mercurialis perennis Bosboterbloem en kalkboterbloem Ranunculus serp ens Bosereprijs Veronica montana Bosgierstgras Milium effusum Boskortsteel Brachypodium sylva ticu m Bosmuur Stellaria n emo rum Bosroos Rosa arvensis Boswederik Lysimachia nemo rum Boszegge Carex sylvatica Brave hendrik Chenopodium bonus-henricus Brede orchis Dactylo rhiza majalis Breed wollegras Eriophoru m latifolium Bruine snavelbies Rhynchospora fusca Bruinrode wespenorchis Epipactis a tro rubens Buntgras Corynephorus canescens Christoffelkruid Actaea spicata Cyperzegge Carex bohemica Dalkruid Maianthemu m bifolium Daslook Allium ursinum Dennenwolfsklauw Huperzia selago Dicht havikskruid Hieracium la chenalii Dichtbloemige duivenkervel Fumaria densiflo ra Doffe ereprijs Veronica opaca Dolik Lolium temulentum Donkersporig bosviooltje Viola reichenbachiana Donzige klit Arctiu m to mentosu m Doorgroeid fonteinkruid Potamogeton perfoliatus Doorwas Bupleurum rotundifolium Draadgentiaan Cicendia filiformis Draadrus Juncus filiformis Draadzegge Carex lasioca rpa Driedistel Carlina vulgaris Driehoornig walstro Galium trico rnutum Driekantige bies Schoenoplectus triqueter Drienerfmuur Moehringia trinervia Drienervige zegge Carex trinervis Drietallig glaskroos Elatine triandra Drijvende egelskop Sparganium angustifolium Drijvende waterweegbree Luronium natans II+IV Dubbelloof Blechnum spicant Duindoorn Hippophae rhamnoides Duindravik Bromus ho rdeaceus subsp. tho minei Duinfakkelgras Koeleria albescens Duingentiaan Gentianella uliginosa Duinlangbaardgras Vulpia ciliata subsp . ambigua -

RLC RLCEur VPS

HTS

LC LC CR EN CR CR NT LC LC CR LC LC LC LC LC LC LC EN VU CR VU CR NT EN RE LC LC CR VU CR CR CR LC EN EN CR CR LC NT EN CR CR LC NT NT EN VU LC LC NT NT CR LC

HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS

LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC -

VPS VPS VPS -

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 15 van 62


Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Duinrus Duinviooltje Duinvogelmuur Duinzwenkgras Duits viltkruid Duitse gentiaan Dunstaart Dwergbloem Dwerggras Dwergrus Dwergviltkruid Dwergvlas Dwergzegge groep Echt melkviooltje Echte guldenroede Eenarig wollegras Eenbes Eenbloemig parelgras Eenbloemige zeekraal Eironde leeuwenbek Eivormige waterbies Elzenzegge Engels gras Engelse alant Fijn goudscherm Framboos Franse silene Galigaan Gebogen driehoeksvaren Geel cypergras Geel viltkruid Geel zonneroosje Geelgroene wespenorchis Geelhartje Gegolfd fonteinkruid Gegroefde veldsla Gele anemoon Gele monnikskap Gele zegge Gelobde maanvaren Gelobde melde Genadekruid Geoorde veldsla Gerande schijnspurrie Geschubde mannetjesvaren Gesteeld glaskroos Gesteelde zoutmelde Gestreepte klaver Getande veldsla Gevlekte aronskelk Gevlekte orchis Gewone dophei

Juncus anceps Viola curtisii Stellaria pallida Festuca juncifolia Filago vulgaris Gentianella germanica Parapholis strigosa Centunculus minimus Mibora minima Juncus pygmaeus Filago minima Radiola linoides Carex viridula s.l. Viola lactea Solidago virgaurea Eriophoru m vaginatum Paris quadrifolia Melica uniflo ra Salicornia pusilla Kickxia spuria Eleocha ris ovata Carex elongata Armeria ma ritima Inula britannica Bupleurum tenuissimum Rubus idaeus Silene gallica Cladium mariscus Gymnoca rpium dryop teris Cyperus flavescens Filago lutescens Helianthemum nummulariu m Epipactis muelleri Linum catharticu m Potamogeton x angustifolius Valerian ella ca rinata Anemone ranunculoides Aconitum lycoctonum Carex flava Botrychium lunaria Atriplex lacinia ta Gratiola officinalis Valerian ella rimosa Spergularia media subsp. angustata Dryopteris affinis subsp. affinis Elatine hexandra Halimione peduncula ta Trifoliu m striatu m Valerian ella dentata Arum ma culatum Dactylo rhiza ma culata Erica tetralix

HRL -

RLC RLCEur VPS

HTS

RE NT LC EN CR RE NT EN EN RE VU CR EN CR NT NT LC LC RE EN NT LC EN EN RE LC RE NT CR RE RE NT CR EN CR EN EN RE CR EN EN CR CR NT EN LC CR NT EN LC VU NT

HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS

LC LC LC LC LC LC -

VPS VPS -

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 16 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

HRL

RLC RLCEur VPS

HTS

Gewone salomonszegel Gewone vleugeltjesbloem Gewone zoutmelde Gewoon kweldergras Gipskruid Glad biggenkruid Glad parelzaad Glad walstro Glanzig fonteinkruid Goudhaver Graslathyrus Groene nachtorchis Groenknolorchis Groot blaasjeskruid Groot heksenkruid Groot spiegelklokje Groot streepzaad Groot warkruid Grote bevernel Grote bosaardbei Grote bremraap Grote keverorchis Grote muggenorchis Grote pimpernel Grote ratelaar Grote tijm Grote veldbies Grote watereppe Grote waterranonkel Grote wolfsklauw Gulden boterbloem Gulden sleutelbloem Haaksterrenkroos Handjesereprijs Hangende zegge Harige ratelaar Harlekijn Heelkruid Heemst Heidekartelblad Heidespurrie Helm Hengel Hennepvreter Herfstadonis Herfstschroeforchis Hondsviooltje Honingorchis Hulst Jeneverbes Kalkbedstro Kalketrip Kamvaren

Polygonatum multiflo rum Polygala vulgaris Halimione portulacoides Puccinellia maritima Gypsophila muralis Hypochaeris glab ra Lithospermu m officinale Galium mollugo Potamogeton lucens Trisetum flavescens Lathyrus nissolia Coeloglossum virid e Liparis lo eselii Utricula ria vulgaris Circaea lu tetiana Legousia speculum-ven eris Crepis biennis Cuscuta eu ropaea Pimpinella majo r Fragaria moschata Orobanche rapum-g enistae Listera ovata Gymnadenia conopsea Sanguisorba officinalis Rhinanthus angustifolius Thymus pulegioides Luzula sylvatica Sium latifolium Ranunculus peltatus Lycopodium clavatum Ranunculus aurico mus Primula veris Callitriche hamulata Veronica triphyllos Carex pendula Rhinanthus alecto rolophus Orchis morio Sanicula europaea Althaea officinalis Pedicularis sylvatica Spergula morisonii Ammophila arenaria Melampyrum p ratense Orobanche ra mosa Adonis annua Spiranthes spiralis Viola canina Herminium monorchis Ilex aquifolium Juniperus co mmunis Asperula cynanchica Centaurea calcitrapa Dryopteris cristata

II+IV -

LC VU EN NT RE CR NT LC EN NT NT CR CR NT LC EN NT LC LC EN NT LC CR VU VU VU LC VU LC EN LC LC LC CR LC CR CR LC NT VU LC LC NT RE RE RE VU CR LC VU NT RE NT

HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS

LC NT LC LC LC LC LC LC LC DD -

VPS VPS VPS VPS -

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 17 van 62


Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

HRL

Karwijvarkenskervel Kattendoorn Kegelsilene Kievitsbloem Kikkerbeet Klein blaasjeskruid Klein glaskroos Klein nimfkruid Klein schorrenkruid Klein slijkgras Klein spiegelklokje Klein tasjeskruid Klein vlooienkruid Klein warkruid Klein wintergroen Klein zeegras Kleine biesvaren Kleine duivenkervel Kleine maagdenpalm Kleine maanvaren Kleine ratelaar Kleine schorseneer Kleine tijm Kleine valeriaan Kleine veenbes Kleine wolfsklauw Kleine wolfsmelk Kleine zonnedauw Kleverige reigersbek Klimopbremraap Klimopklokje Klokjesgentiaan Knikkend nagelkruid Knollathyrus Knolsteenbreek Knolvossenstaart Knoopkruid s.l. Knopbies Koekruid Kogelbies Koningsvaren Koprus Koraalmeidoorn Korenschijnspurrie Korensla Kortarige en langarige zeekraal Kraailook Krabbenscheer Kranskarwij Kransvederkruid Kruipbrem Kruipend moerasscherm

Peucedanum carvifolia Ononis spinosa Silene conica Fritilla ria meleagris Hydrocharis mo rsus-ranae Utricula ria minor Elatine hydropiper Najas mino r Suaeda maritima Spartina ma ritima Legousia hybrida Teesdalia nudicaulis Pulicaria vulgaris Cuscuta epithymum Pyrola minor Zostera noltei Isoetes echinospora Fumaria parviflo ra Vinca minor Botrychium simplex Rhinanthus minor Scorzonera humilis Thymus serpyllum Valeriana dioica Vaccinium oxycoccos Diphasiastru m trista chyum Euphorbia exigua Drosera intermedia Erodium lebelii Orobanche hederae Wahlenbergia hederacea Gentiana pneumonanthe Geum rivale Lathyrus linifolius Saxifraga granulata Alopecurus bulbosus Centaurea ja cea Schoenus nigricans Vaccaria hispanica Scirpoides holoschoenus Osmunda regalis Juncus capita tus Crataegus rhipidophylla Delia segetalis Arnoseris minima Salicornia eu ropaea en S. pro cumb ens Allium vineale Stratio tes aloides Carum verticillatu m Myriophyllum verticilla tum Genista pilosa Apium repens II+IV

RLC RLCEur VPS

HTS

CR VU NT RE VU EN NT CR NT RE CR VU EN EN CR RE CR RE LC RE VU EN CR VU NT CR VU LC LC EN CR VU RE EN LC RE LC CR CR CR LC CR RE RE CR LC LC CR NT NT VU CR

HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS -

LC LC LC LC LC NT LC LC LC LC NT

VPS VPS VPS VPS VPS VPS

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 18 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

HRL

Kruipend stalkruid Kruisdistel Kruismuur Kuifvleugeltjesbloem Kustmelde Kustzegge Kwelderzegge Lamsoor Lange zonnedauw Langstengelig fonteinkruid Lathyruswikke Lavendelhei Lelietje-van-dalen Lidsteng Liggend bergvlas Liggend hertshooi Liggend walstro Liggende asperge Liggende ganzerik Liggende vleugeltjesbloem Loogkruid Loos blaasjeskruid Maarts viooltje Malrove Mannetjesorchis Margriet Melkkruid Moerasgamander Moerashertshooi Moeraskartelblad Moeraslathyrus Moerasooievaarsbek Moerasorchis Moerassmele Moerasvaren Moerasviooltje Moeraswederik Moerasweegbree Moeraswolfsklauw Moeslook Mosbloempje Muskuskruid Naaldenkervel Naaldwaterbies Nachtkoekoeksbloem Nachtsilene Noordse rus Noordse streepvaren Oeverkruid Ogentroost (G) Ondergedoken moerasscherm Ongelijkbladig fonteinkruid Opstijgende steentijm

Ononis repens Eryngium campestre Moenchia erecta Polygala comosa Atriplex glabriuscula Carex divisa Carex extensa Limonium vulga re Drosera anglica Potamogeton pra elongus Vicia la thyroides Andromeda polifolia Convallaria majalis Hippuris vulgaris Thesium hu mifusum Hypericum humifusum Galium saxatile Asparagus officinalis subsp. pro stratus Potentilla supina Polygala serpyllifolia Salsola kali Utricula ria australis Viola odorata Marrubiu m vulgare Orchis mascula Leucanthemu m vulgare Glaux maritima Teucrium scordiu m Hypericum elodes Pedicularis palustris Lathyrus palustris Geraniu m palustre Orchis palustris Descha mpsia setacea Thelypteris palustris Viola palustris Lysimachia thyrsiflora Baldellia ranunculoides Lycopodiella inundata Allium olera ceum Crassula tillaea Adoxa moschatellina Scandix pecten-veneris Eleocha ris acicularis Silene noctiflora Silene nutans Juncus arcticus Asplenium septentrionale Littorella uniflora Euphrasia Apium inundatum Potamogeton gra mineus Calamintha ascenden s

-

RLC RLCEur VPS

HTS

LC NT CR CR NT CR CR EN RE RE LC EN LC VU NT LC LC EN EN VU LC VU LC CR EN LC LC CR LC EN EN EN RE CR NT LC NT NT LC CR RE LC CR LC EN NT CR CR NT VU NT EN RE

HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS -

LC LC LC LC LC LC LC LC NT LC LC LC LC LC -

VPS -

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 19 van 62


Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Overblijvende hardbloem Paarbladig goudveil Parnassia Pilvaren Pilzegge Plat blaasjeskruid Plat fonteinkruid Platte bies Polei Priemkruid Puntig fonteinkruid Puntkroos Purperorchis Rapunzelklokje Rechte driehoeksvaren Reuzenpaardenstaart Reuzenzwenkgras Rijsbes Rivierfonteinkruid Rivierkruiskruid Rode dophei Roggelelie Rond wintergroen Ronde zegge Ronde zonnedauw Rood peperboompje Rossig fonteinkruid Roze duivenkervel Rozenkransje Ruig klokje Ruig zoutkruid Ruige leeuwentand Ruige veldbies Ruw parelzaad Ruwe klaver Schaduwkruiskruid Schedegeelster Scherpe fijnstraal Scheve hoornbloem Schorrenzoutgras Schubzegge Selderij Sierlijke vetmuur Slangenlook Slangenwortel Slank wollegras Slanke waterbies Slijkzegge Smal fakkelgras Smalle beukvaren Smalle waterweegbree Snavelruppia

Scleranthus perennis Chrysosplenium oppositifoliu m Parnassia palustris Pilularia globulifera Carex pilulifera Utricula ria intermedia Potamogeton co mpressus Blysmus compressus Mentha pulegium Subularia aquatica Potamogeton friesii Lemna trisulca Orchis purpu rea Campanula rapunculus Gymnoca rpium robertianum Equisetu m telma teia Festuca gigantea Vaccinium uliginosum Potamogeton nodosus Senecio sa rra cenicus Erica cinerea Lilium bulbiferum Pyrola rotundifolia Carex diandra Drosera ro tundifolia Daphne mezereum Potamogeton alpinus Fumaria vaillantii Antennaria dioica Campanula trachelium Bassia hirsuta Leontodon hispidus Luzula pilosa Lithospermu m arvense Trifoliu m scab rum Senecio ovatus Gagea spathacea Erigeron acer Cerastiu m diffusum Triglochin maritima Carex lepidoca rpa Apium graveolens Sagina nodosa Allium scorodopra sum Calla palustris Eriophoru m gracile Eleocha ris uniglumis Carex limosa Koeleria macrantha Phegopteris connectilis Alisma gramin eum Ruppia maritima

HRL -

RLC RLCEur VPS

HTS

CR LC EN VU LC CR CR CR CR RE CR LC EN LC CR LC LC RE NT CR VU RE NT CR VU CR CR CR RE LC RE NT LC EN NT LC EN VU NT NT CR VU LC EN LC CR LC CR CR CR CR RE

HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS -

NT DD DD LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC NT LC LC LC LC

VPS VPS VPS VPS VPS -

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 20 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Snavelzegge Spaanse ruiter Spatelkruiskruid Spekwortel Spinnenorchis Spiraalruppia Spits fonteinkruid Spits havikskruid Steeneppe Steentijmereprijs Stekelbrem Stekende bies Stekende wolfsklauw Stijf hardgras Stinkend streepzaad Stinkende ganzenvoet Stomp kweldergras Strandbiet Strandduizendguldenkruid Strandmelde Struikhei Tandjesgras Teer guichelheil Teer vederkruid Tengere veldmuur Torenkruid Trekrus Tweehuizige zegge Tweenervige zegge Valkruid Vals melkviooltje Valse kamille Valse salie Veelbloemige veldbies Veenbies Veenbloembies Veenmosorchis Veenorchis Veenpluis Veenreukgras Veldgentiaan Veldlathyrus Veldsalie Verfbrem Verspreidbladig goudveil Vertakte maanvaren Vetblad Vingerhoedskruid Vingerzegge Vlasdolik Vliegenorchis Vlottende bies Vlottende waterranonkel

Carex rostra ta Cirsium dissectum Tephroseris h elenitis Tamus communis Ophrys sphegodes Ruppia cirrhosa Potamogeton acu tifolius Hieracium la ctu cella Sison amomum Veronica acinifolia Genista anglica Schoenoplectus pungens Lycopodium annotinum Catapodium rigidum Crepis foetida Chenopodium vulvaria Puccinellia distans Beta vulgaris subsp. ma ritima Centaurium littorale Atriplex littoralis Calluna vulgaris Danthonia decumbens Anagallis tenella Myriophyllum alterniflo rum Minuartia hybrida Arabis glabra Juncus squarro sus Carex dioica Carex binervis Arnica montana Viola persicifolia Anthemis a rvensis Teucrium scorodonia Luzula multiflora Trichophorum cespitosu s Scheuchzeria palustris Hamma rbya paludosa Dactylo rhiza sphagnicola Eriophoru m angustifolium Hiero chloe odorata Gentianella campestris Lathyrus p ratensis Salvia pratensis Genista tinctoria Chrysosplenium alternifolium Botrychium matricariifolium Pinguicula vulgaris Digitalis purpurea Carex digitata Lolium remo tum Ophrys insectifera Isolepis fluitans Ranunculus fluitans

HRL -

RLC RLCEur VPS

HTS

LC CR RE LC RE RE NT EN EN CR NT CR RE EN EN CR LC NT NT NT NT NT NT NT CR EN LC CR NT RE RE VU LC LC VU RE CR NT VU CR RE LC NT CR LC RE RE LC CR RE CR LC NT

HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS

LC LC LC NT LC LC LC DD LC LC NT LC LC LC LC

VPS VPS VPS -

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 21 van 62


Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

HRL

Vlozegge Vogelnestje Voorjaarsganzerik Voszegge Vroege ereprijs Walstrobremraap Wantsenorchis Wateraardbei Waterdrieblad Watergentiaan Waterlobelia Waterscheerling Weegbreefonteinkruid Weidegeelster Weidekervel-torkruid Welriekende nachtorchis Welriekende salomonszegel Wijdbloeiende rus Wilde gagel Wilde hyacint Wilde kamperfoelie Wilgsla Witte engbloem Witte klaverzuring Witte snavelbies Witte veldbies Witte waterranonkel Wollige distel Wondklaver Wortelloos kroos Zacht vetkruid Zachte haver Zanddoddengras Zandhaver Zandvarkensgras Zeealsem Zeegerst Zeelathyrus Zeepostelein Zeeraket Zeerus Zeeweegbree Zeewinde Zeewolfsmelk Zilt torkruid Zilte rus Zilte schijnspurrie Zilte zegge Zomeradonis Zomerklokje Zomerschroeforchis Zompzegge

Carex pulicaris Neottia nidus-avis Potentilla neu manniana Carex vulpina Veronica praecox Orobanche caryophylla cea Orchis coriophora Comarum palustre Menyanthes trifolia ta Nymphoides peltata Lobelia dortmanna Cicuta virosa Potamogeton colo ratus Gagea pratensis Oenanthe silaifolia Platanthera bifolia Polygonatum odoratum Juncus tenageia Myrica gale Hyacinthoides non-scrip ta Lonicera periclymenum Lactuca saligna Vincetoxicu m hirundinaria Oxalis acetosella Rhynchospora alba Luzula luzuloides Ranunculus ololeucos Cirsium eriophoru m Anthyllis vulneraria Wolffia arrhiza Sedum sexangulare Avenula pubescens Phleum arena rium Leymus arena rius Polygonum oxyspermum Artemisia ma ritima Hordeum marinu m Lathyrus japonicus Honckenya peploides Cakile maritima Juncus ma ritimus Plantago maritima Calystegia soldanella Euphorbia paralias Oenanthe lachenalii Juncus gera rdii Spergularia marina Carex distans Adonis aestivalis Leucoju m aestivum Spiranthes aestivalis Carex canescens

-

RLC RLCEur VPS

HTS

CR EN NT EN CR EN RE LC VU EN CR EN EN CR EN EN CR EN NT LC LC CR CR LC VU NT EN RE VU EN NT LC LC LC CR CR RE RE NT LC EN NT NT NT NT LC LC NT RE EN RE LC

HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS

LC LC LC LC LC LC LC LC LC DD LC DD LC

VPS VPS VPS -

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 22 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Zulte Zware dreps Zwarte bes Zwarte populier var. nigra

Aster tripoliu m Bromus g rossus Ribes nigru m Populus nigra var. nigra

Totaal

HRL

RLC RLCEur VPS

HTS

-

LC CR LC EN

DD -

-

HTS HTS -

3

274

-

27

252

2.3.2 Amfibieën en reptielen 2.3.2.1

Gegevensbron

De gegevens zijn afkomstig uit waarnemingen.be, het dataportaal van Natuurpunt Studie. De meest recente verspreidingsatlas is Jooris et al. (2013).

2.3.2.2

Inventarisatiegraad

Met 52% van alle kilometerhokken onderzocht, behoren amfibieën en reptielen tot de relatief goed onderzochte taxonomische groepen in Vlaanderen (Tabel 6). Met waarden tussen 50% en 55% zijn alle provincies ongeveer even goed onderzocht. Qua soortenrijkdom zijn We st- en Oost-Vlaanderen de soortenarmste provincie (18 soorten) en is Limburg de soortenrijkste provincie (23 soorten).

Tabel 6

Aantal onderzochte kilometerhokken (#km), percentage onderzochte kilometerhokken (%km) en het aantal soorten amfibieën en reptielen (#sp) per provincie in de periode 20112020.

Provincie

#km

%km

#sp

Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen

1542 1409 1647 1256 1650

52 55 53 53 50

21 23 18 19 18

Vlaanderen

7504

52

24

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 23 van 62


2.3.2.3

Soorten die in aanmerking komen als provinciaal prioritaire soort of als provinciaal belangrijke habitattypische soort

Op basis van hun aanwezigheid op de Habitatrichtlijn, de Vlaamse of Europese Rode Lijst of de lijst van Vlaams prioritaire soorten zijn er 12 potentiële provinciaal prioritaire soorten amfibieën en reptielen: negen Habitatrichtlijnsoorten (bijlage II en/of IV), tien Rode Lijstsoorten (Jooris et al. 2013) en acht Vlaams prioritaire soorten (De Knijf et al. 2014). Acht soorten amfibieën en reptielen werden als habitattypisch aangeduid ( De Knijf et al. 2013; Tabel

7).

Negen

soorten

amfibieën

en

reptielen

worden

opgevolgd

in

Soortenmeetnettenproject (Speybroeck et al. 2020).

Tabel 7

Soorten amfibieën en reptielen die in aanmerking komen voor de selectie van provinciaal prioritaire soort of provinciaal belangrijke habitattypische soort. De gebruikte afkortingen worden in Box 2 uitgelegd.

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

HRL

RLC

RLCEur

VPS

HTS

Adder Boomkikker Gevlekte ringslang Gladde slang Hazelworm Heikikker Kamsalamander Knoflookpad Levendbarende hagedis Muurhagedis Poelkikker Rugstreeppad Vroedmeesterpad Vuursalamander

Vipera berus Hyla arborea Natrix helvetica Coronella austria ca Anguis fragilis Rana arvalis Triturus cristatus Pelobates fuscus Zootoca vivipara Podarcis muralis Pelophylax lessonae Epidalea calamita Alytes obstetricans Salamandra salamandra

IV IV IV II+IV IV IV IV IV IV -

EN CR EN EN LC VU VU CR LC DD NT VU EN VU

LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC

VPS VPS VPS VPS VPS VPS VPS VPS

HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS

9

10

-

8

8

Totaal

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 24 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


2.3.3 Vissen Het gaat hier enkel om zoetwatervissen zoals ze behandeld werden in de meest recente Rode Lijst (Verreycken et al. 2014). Rivierdonderpad en Beekdonderpad worden pas recent van elkaar onderscheiden als twee aparte soorten (vroeger werden ze als één soort beschouwd, nl. Cottus gobio). Omdat ze moeilijk in het veld te determineren zijn, worden ze hier echter als één soort behandeld: donderpad (Cottus perifretum/rhenanus; Van Thuyne et al. 2019a).

2.3.3.1

Gegevensbron

De gegevens zijn afkomstig van de vismonitoring databank van het INBO V.I.S. (Van Thuyne et al. 2019b). In tegenstelling tot de andere groepen werkten we hier met meetpuntlocaties in plaats van kilometerhokken voor het bepalen van provinciaal prioritaire soorten. Door de opname van een geografische component doet de VIS-databank tevens dienst als verspreidingsatlas.

2.3.3.2

Inventarisatiegraad

In totaal werden 1737 meetpunten bemonsterd in Vlaanderen ( Tabel 8). West- en OostVlaanderen hebben het laagste aantal meetpunten (224) en Antwerpen het hoogste aantal (536). Qua soortenrijkdom is West-Vlaanderen de soortenarmste provincie (26 soorten) en Limburg de soortenrijkste provincie (34 soorten). Indien ook de soorten uit het Schelde estuarium enerzijds en uit de Noordzee anderzijds opgenomen waren, dan zouden respectievelijk Antwerpen en Oost-Vlaanderen enerzijds en West-Vlaanderen anderzijds er uiteraard veel soortenrijker uitgekomen zijn.

Tabel 8

Aantal onderzochte meetpunten (#mp) en het aantal soorten vissen (#sp) per provincie in de periode 2011-2020.

Provincie

#mp

#sp

Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen

536 462 224 291 224

31 34 31 28 26

Vlaanderen

1737

40

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 25 van 62


2.3.3.3

Soorten die in aanmerking komen als provinciaal prioritaire soort of als provinciaal belangrijke habitattypische soort

Op basis van hun aanwezigheid op de Habitatrichtlijn of de Palingve rordening, de Vlaamse of Europese Rode Lijst of de lijst van Vlaams prioritaire soorten zijn er 22 potentiële provinciaal prioritaire soorten vissen (Tabel 9): acht Habitatrichtlijnsoorten (bijlage II), één soort van de Palingverordening, 18 Vlaamse Rode Lijstsoorten (Verreycken et al. 2014) en één Europese Rode Lijstsoort. Acht soorten zoetwatervissen werden als habitattypisch aangeduid (De Knijf et al. 2013; Tabel 9).

Tabel 9

Soorten vissen die in aanmerking komen voor de selectie van provinciaal prioritaire soort of provinciaal belangrijke habitattypische soort. De gebruikte afkortingen worden in Box 2 uitgelegd.

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

HRL

RLC

RLCEur

VPS

HTS

Atlantische zalm Barbeel Beekforel/Zeeforel Beekprik Bermpje Bittervoorn donderpad Dunlipharder Elrits Fint Gestippelde alver Grote modderkruiper Kleine modderkruiper Kopvoorn Kwabaal Paling Riviergrondel Rivierprik Serpeling Sneep Snoek Vlagzalm Winde Zeelt Zeeprik

Salmo salar Barbus barbus Salmo trutta Lampetra planeri Barbatula barbatula Rhodeus amarus Cottus perifretu m/rh enanus Liza ramada Phoxinus phoxinus Alosa fallax Alburnoides bipunctatus Misgurnus fossilis Cobitis taenia Squalius cephalus Lota lota Anguilla anguilla Gobio gobio Lampetra fluviatilis Leuciscus leuciscus Chondrostoma nasus Esox lucius Thymallus thymallus Leuciscus idus Tinca tin ca Petro myzon ma rinus

II+V V II II II II+V II II PV II+V V -

CR VU VU VU LC LC VU VU CR CR CR CR NT NT EN CR LC VU VU EN LC CR VU LC CR

NE LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC CR LC LC LC LC LC LC LC LC LC

-

HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS -

8

18

1

-

8

Aantal

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 26 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


2.3.4 Broedvogels 2.3.4.1

Gegevensbron

De gegevens zijn afkomstig uit waarnemingen.be, het dataportaal van Natuurpunt Studie. Enkel waarnemingen die wijzen op broedgedrag (Vergeer et al. 2016) werden gebruikt voor het aanduiden van provinciaal prioritaire soorten. De meest recente atlas is die van Vermeersch et al. (2004), maar er wordt momenteel gewerkt aan een nieuwe verspreidingsatlas. De meest recente status, de trends en de naamgeving van de broedvogels in Vlaanderen zijn terug te vinden in Vermeersch et al. (2020).

2.3.4.2

Inventarisatiegraad

Met 96% van alle kilometerhokken onderzocht, zijn broedvogels de best-onderzochte taxonomische groep in Vlaanderen (Tabel 10). West-Vlaanderen is de “minst” goed onderzochte provincie (90%) en Antwerpen en Oost-Vlaanderen zijn de best onderzochte provincies (99%). Qua soortenrijkdom zijn er in alle provincies ongeveer evenveel soorten waargenomen (156-161 soorten).

Tabel 10

Aantal onderzochte kilometerhokken (#km), percentage onderzochte kilometerhokken (%km) en het aantal soorten broedvogels (#sp) per provincie in de periode 2011-2020.

Provincie

#km

%km

#sp

Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen

2942 2422 3061 2268 3009

99 94 99 96 90

159 161 156 158 160

13 701

96

167

Vlaanderen

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 27 van 62


2.3.4.3

Soorten die in aanmerking komen als provinciaal prioritaire soort of als provinciaal belangrijke habitattypische soort

Op basis van hun aanwezigheid op de Vogelrichtlijn en/of de Vlaamse of Europese Rode Lijst of de lijst van Vlaams prioritaire soorten zijn er 80 potentiële provinciaal prioritaire broedvogels (Tabel 11): 31 Vogelrichtlijnsoorten, 70 Vlaamse (Devos et al. 2016) en tien Europese Rode Lijstsoorten (BirdLife International 2021) en zes Vlaams prioritaire soorten (De Knijf et al. 2014). 41 soorten broedvogels werden als habitattypisch aangeduid (De Knijf et al. 2013; Tabel 11).

Tabel 11

Soorten broedvogels die in aanmerking komen voor de selectie van provinciaal prioritaire soort of provinciaal belangrijke habitattypische soort. De gebruikte afkortingen worden in Box 2 uitgelegd.

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

VRL

RLC

RLCEur

VPS

HTS

Appelvink Baardmannetje Bergeend Blauwborst Boerenzwaluw Bontbekplevier Bonte vliegenvanger Boomklever Boomleeuwerik Boompieper Bosrietzanger Bosuil Braamsluiper Bruine kiekendief Buidelmees Dodaars Draaihals Dwergstern Europese kanarie Fitis Fluiter Gekraagde roodstaart Geoorde fuut Glanskop Goudhaan Goudvink Grasmus Graspieper Graszanger Grauwe gors Grauwe kiekendief Grauwe klauwier Grote bonte specht

Coccothraustes co ccoth raustes Panurus biarmicus Tadorna tadorna Cyanecula svecica Hirundo rustica Charadrius hiaticula Ficedula hypoleuca Sitta europaea Lullula arborea Anthus trivialis Acrocephalus palustris Strix aluco Sylvia curruca Circus aeruginosus Remiz pendulinus Tachybaptus ruficollis Jynx torquilla Sternula albifrons Serinus serinus Phylloscopus tro chilus Phylloscopus sibilatrix Phoenicurus phoenicu rus Podiceps nigricollis Parus palustris Regulus regulus Pyrrhula pyrrhula Sylvia communis Anthus pratensis Cisticola juncidis Emberiza calandra Circus pygargus Lanius collurio Dendrocopos major

VRL VRL VRL VRL VRL VRL -

LC VU LC LC VU CR LC LC NT NT LC LC LC EN CR LC CR CR CR VU VU LC EN LC VU NT LC EN CR CR CR EN LC

LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC VU LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC

VPS VPS VPS -

HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 28 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


Nederlandse naam Grote karekiet Grote stern Grutto Havik Hop Houtsnip Huismus Ijsvogel Kemphaan Kievit Kleine barmsijs Kleine bonte specht Kleine mantelmeeuw Kleine plevier Kleine zilverreiger Kluut Kneu Kokmeeuw Kraanvogel Kramsvogel Kruisbek Kuifleeuwerik Kwak Kwartel Kwartelkoning Lepelaar Matkop Middelste bonte specht Nachtegaal Nachtzwaluw Oehoe Ooievaar Paapje Patrijs Pijlstaart Porseleinhoen Raaf Ringmus Rode wouw Roek Roerdomp Roodborsttapuit Scholekster Slechtvalk Snor Sprinkhaanzanger Staartmees Steenuil Steltkluut Stormmeeuw Strandplevier Tafeleend Taigaboomkruiper Tapuit

Wetenschappelijke naam Acrocephalus arundinaceus Thalasseus sandvicensis Limosa limosa Accipiter gentilis Upupa epops Scolopax rusticola Passer domesticus Alcedo atthis Philomachus pugnax Vanellus vanellus Acanthis flammea caba ret Dryobates minor Larus fuscus Charadrius dubius Egretta garzetta Recurvirostra avosetta Carduelis cannabina Larus ridibundus Grus grus Turdus pilaris Loxia curvirostra Galerida cristata Nyctico rax nycticorax Coturnix coturnix Crex crex Platalea leuco rodia Parus montanus Leiopicus medius Luscinia megarhyn chos Caprimulgus eu ropaeus Bubo bubo Ciconia ciconia Saxicola rubetra Perdix perdix Anas acuta Porzana porzana Corvus corax Passer montanus Milvus milvus Corvus frugilegus Botaurus stella ris Saxicola torquatus Haematopus ostralegus Falco peregrinus Locustella luscinioides Locustella naevia Aegithalos caudatus Athene noctua Himantopus himan topus Larus canus Charadrius alexandrinus Aythya ferina Certhia fa miliaris Oenanthe oenanthe

VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL -

RLC RLCEur CR LC EN LC VU NT NT LC RE LC NT LC VU LC VU LC CR NT EN VU CR LC LC LC NT LC VU LC EN LC VU LC VU LC VU LC NE(CR) LC CR LC VU LC CR LC NE(CR) LC LC NT CR LC CR LC EN LC NT LC VU LC NT LC NE(CR) LC EN LC CR LC VU LC NE(CR) VU CR LC NE(CR) LC EN LC NE(CR) LC LC VU CR LC LC LC LC VU EN LC CR LC LC LC VU LC LC LC EN LC CR LC CR LC NT VU VU LC CR LC

VPS VPS VPS -

HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 29 van 62


Nederlandse naam Tureluur Veldleeuwerik Velduil Visdief Watersnip Wespendief Wielewaal Woudaap Wulp Zomertaling Zomertortel Zwarte specht Zwarte wouw Zwartkopmeeuw

Wetenschappelijke naam Tringa to tanus Alauda arvensis Asio flammeus Sterna hirundo Gallinago gallinago Pernis apivorus Oriolus oriolus Ixobrychus minu tus Numenius arquata Spatula querquedula Streptopelia tu rtu r Dryocopus martius Milvus mig rans Ichtyaetus melanocephalus

Vlaanderen

VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL 31

RLC RLCEur VU VU VU LC NE(CR) LC VU LC CR VU NT LC EN LC EN LC EN NT EN LC CR VU NT LC (CR) LC VU LC 70

10

VPS VPS -

HTS HTS HTS HTS HTS HTS -

6

41

2.3.5 Overwinterende watervogels 2.3.5.1

Gegevensbron

De gegevens zijn afkomstig van de watervogeldatabank van het INBO (Devos et al. 2020). In tegenstelling tot de andere groepen werken we hier met aantallen op meetpuntlocaties in plaats van met het aantal bezette kilometerhokken voor het bepalen van provinciaal prioritaire soorten. De gegevens worden regelmatig gepubliceerd op GBIF (Devos et al. 2019). Omdat drie meeuwensoorten (Kokmeeuw, Stormmeeuw en Zilvermeeuw) niet systematisch geteld worden tijdens de overwinterende watervogeltellingen en er geen gebiedsdekkende wintertelling van deze soorten gedaan wordt, laten we ze in deze analyse buiten beschouwing .

2.3.5.2

Inventarisatiegraad

Er zijn grote provinciale verschillen in het aantal telgebieden in Vlaanderen (Tabel 12). WestVlaanderen heeft het grootste aantal telgebieden (315) en Limburg (64) en Vlaams -Brabant (90) hebben er vrij weinig.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 30 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


Tabel 12

Aantal telgebieden (#sites) en het aantal soorten overwinterende watervogels (#sp) per provincie in de periode 2011-2020.

Provincie

#sites

#sp

Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen

223 62 268 83 307

24 24 23 23 24

Vlaanderen

943

24

2.3.5.3

Soorten die in aanmerking komen als provinciaal prioritaire soort of als provinciaal belangrijke habitattypische soort

In totaal komen 22 soorten overwinterende watervogels, waaronder 19 Vogelrichtlijnsoorten en zes Europese Rode Lijstsoorten (BirdLife International 2021), in aanmerking als potentiële provinciaal prioritaire soorten (Tabel 13).

Tabel 13

Overwinterende watervogels die in aanmerking komen voor de selectie van provinciaal prioritaire soort. De gebruikte afkortingen worden in Box 2 uitgelegd.

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

HRL

RLC

RLCEur

VPS

HTS

Bergeend Goudplevier Grauwe gans Grote zilverreiger Kemphaan Kievit Kleine rietgans Kleine zwaan Kluut Kolgans Krakeend Kuifeend Pijlstaart Scholekster Slobeend Smient Steenloper Tafeleend Toendrarietgans Tureluur Wintertaling Wulp

Tadorna tadorna Pluvialis apricaria Anser anser Casmerodius albus Philomachus pugnax Vanellus vanellus Anser brachyrhynchus Cygnus columbianus Recurvirostra avosetta Anser albifrons Mareca strepera Aythya fuligula Anas acuta Haematopus ostralegus Spatula clypeata Mareca penelope Arenaria interp res Aythya ferina Anser serrirostris Tringa tetanus Anas crecca Numenius arquata

VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL VRL

-

VU VU VU VU VU VU -

-

-

19

-

6

-

-

Totaal

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 31 van 62


2.3.6 Zoogdieren (exclusief vleermuizen) 2.3.6.1

Gegevensbron

De gegevens zijn afkomstig uit waarnemingen.be, het dataportaal van Natuurpunt Studie. De meest recente verspreidingsatlas is deze van Verkem et al. (2003). Voor de beoordeling van de carnivoren wordt tevens gebruik gemaakt van de INBO-carnivorendatabank.

2.3.6.2

Inventarisatiegraad

Met 74% van alle kilometerhokken onderzocht, behoren zoogdieren tot de goed onderzochte taxonomische groepen in Vlaanderen (Tabel 14). West-Vlaanderen is de minst goed onderzochte provincie (61%) en Antwerpen en Vlaams-Brabant de best onderzochte (80%). Qua soortenrijkdom is Vlaams-Brabant de soortenarmste provincie (32 soorten) en is Limburg de soortenrijkste provincie (37 soorten).

Tabel 14

Aantal onderzochte kilometerhokken (#km), percentage onderzochte kilometerhokken (%km) en het aantal soorten zoogdieren (#sp) per provincie in de periode 2011-2020.

Provincie

#km

%km

#sp

Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen

2400 1836 2442 1888 2041

80 71 79 80 61

36 37 35 32 34

10 607

74

40

Vlaanderen

2.3.6.3

Soorten die in aanmerking komen als provinciaal prioritaire soort of als provinciaal belangrijke habitattypische soort

Op basis van hun aanwezigheid op de Habitatrichtlijn, de Vlaamse of Europese Rode Lijst of de lijst van Vlaams prioritaire soorten zijn er 20 potentiële provinciaal prioritaire soorten zoogdieren (Tabel 15): 10 Habitatrichtlijnsoorten, 17 Vlaamse (Maes et al. 2014) en één Europese Rode Lijstsoort (Temple & Terry 2009) en zes Vlaams prioritaire soorten (De Knijf et al. 2014). Vier soorten zoogdieren werden als habitattypisch aangeduid ( De Knijf et al. 2013; Tabel 15).

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 32 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


Tabel 15

Zoogdieren die in aanmerking komen voor de selectie van provinciaal prioritaire soort of provinciaal belangrijke habitattypische soort. De gebruikte afkortingen worden in Box 2 uitgelegd.

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

HRL

RLC

RLCEur

VPS

HTS

Boommarter Bunzing Das Dwergmuis Dwergspitsmuis Edelhert Eikelmuis Euraziatische lynx Europese bever Europese hamster Europese otter Gewone bruinvis Gewone zeehond Grijze zeehond Hazelmuis Hermelijn Veldspitsmuis Waterspitsmuis Wilde kat Wolf

Martes martes Mustela puto rius Meles meles Micromys minutus Sorex minutus Cervus elaphus Eliomys quercinus Lynx lynx Castor fiber Cricetus cricetus Lutra lutra Phocoena phocoena Phoca vitulina Halichoerus grypus Muscardinus avellanarius Mustela erminea Crocidura leucodon Neomys fodiens Felis silvestris Canis lupus

V V II+IV II+IV IV II+IV II II II IV IV II+IV

CR VU VU NT VU VU EN DD VU CR CR VU NT VU CR VU EN EN CR RE

LC LC LC LC LC LC NT LC LC LC NT VU LC LC LC LC LC LC LC LC

VPS VPS VPS VPS VPS VPS -

HTS HTS HTS HTS -

10

17

1

6

4

Totaal

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 33 van 62


2.3.7 Dagvlinders 2.3.7.1

Gegevensbron

De gegevens zijn afkomstig uit waarnemingen.be, het dataportaal van Natuurpunt Studie. De meest recente verspreidingsatlas is die van Maes et al. (2013).

2.3.7.2

Inventarisatiegraad

Alle provincies zijn bijzonder goed onderzocht voor dagvlinders (Tabel 16). Uit 91% van de kilometerhokken in Vlaanderen zijn waarnemingen van dagvlinders beschikbaar variërend van 83% in West-Vlaanderen tot 95% in Oost-Vlaanderen. Limburg is de meest soortenrijke provincie met 57 soorten en Oost- en West-Vlaanderen tellen elk 41 soorten dagvlinders.

Tabel 16

Aantal onderzochte kilometerhokken (#km), percentage onderzochte kilometerhokken (%km) en het aantal soorten dagvlinders (#sp) per provincie in de periode 2011-2020.

Provincie

#km

%km

#sp

Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen

2809 2333 2926 2087 2752

94 91 95 93 83

50 57 41 48 41

12 907

91

59

Vlaanderen

2.3.7.3

Soorten die in aanmerking komen als provinciaal prioritaire soort of als provinciaal belangrijke habitattypische soort

Op basis van hun aanwezigheid op de Habitatrichtlijn, de Vlaamse Rode Lijst of de lijst van Vlaams prioritaire soorten zijn er 24 potentiële provinciaal prioritaire soorten dagvlinders (Tabel 17): één Habitatrichtlijnsoort, 21 Vlaamse Rode Lijstsoorten (Maes et al. 2021) en elf Vlaams prioritaire soorten (De Knijf et al. 2014). 17 soorten dagvlinders werden als habitattypisch aangeduid (De Knijf et al. 2013; Tabel 17). Het Resedawitje is recent opgesplitst in twee aparte soorten, die in het veld nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn: het Oostelijk resedawitje Pontia edusa en het Resedawitje Pontia daplidice. De “soort” plant zich nog maar sinds kort voort in Vlaanderen (Maes et al. 2021f), maar omdat het onduidelijk is om welke soort het precies gaat, behandelen we ze hier als Resedawitje Pontia daplidice/edusa. Gezien de Vlaamse populaties helemaal in het oosten van de regio liggen, is de kans het ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 34 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


grootst dat het om het Oostelijk resedawitje gaat, maar enkel genetisch onderzoek kan hier zekerheid over verschaffen.

Tabel 17

Dagvlinders die in aanmerking komen voor de selectie van provinciaal prioritaire soort of provinciaal belangrijke habitattypische soort. De gebruikte afkortingen worden in Box 2 uitgelegd.

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

HRL

RLC

RLCEur

VPS

HTS

Aardbeivlinder Argusvlinder Bont dikkopje Boswitje Bruin blauwtje Bruin dikkopje Bruine eikenpage Bruine vuurvlinder Dambordje Dwergblauwtje Eikenpage Geelsprietdikkopje Gele luzernevlinder Gentiaanblauwtje Groentje Grote weerschijnvlinder Heideblauwtje Heivlinder Keizersmantel Klaverblauwtje Kleine ijsvogelvlinder Kleine parelmoervlinder Kleine vos Kommavlinder Moerasparelmoervlinder Oranje zandoogje Resedawitje Veldparelmoervlinder Zwartsprietdikkopje

Pyrgus malvae Lasiommata megera Carterocephalus palaemon Leptid ea sinapis Aricia agestis Erynnis tages Satyrium ilicis Lycaena tityrus Melanargia galathea Cupido minimus Favonius quercus Thymelicus sylvestris Colias hyale Phengaris alcon Callophrys rubi Apatura iris Plebejus argus Hipparchia semele Argynnis paphia Cyaniris semiargus Limenitis camilla Issoria lathonia Aglais urtica e Hesperia co mma Euphydryas aurinia Pyronia tithonus Pontia daplidice/edusa Melitaea cinxia Thymelicus lineola

II -

EN CR VU VU LC VU EN CR VU VU LC VU VU CR EN LC EN EN LC VU LC LC EN EN RE LC RE NT VU

LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC

VPS VPS VPS VPS VPS VPS VPS VPS VPS VPS VPS -

HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS -

1

21

-

11

17

Totaal

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 35 van 62


2.3.8 Libellen 2.3.8.1

Gegevensbron

De gegevens zijn afkomstig uit waarnemingen.be, het dataportaal van Natuurpunt Studie en de Libellenvereniging Vlaanderen. De meest recente verspreidingsatlas is die van De Knijf et al. (2006).

2.3.8.2

Inventarisatiegraad

Met 63% van alle kilometerhokken onderzocht, behoren libellen tot de goed onderzochte taxonomische groepen in Vlaanderen (Tabel 18). West-Vlaanderen is de minst goed onderzochte provincie (49%) en Antwerpen de best onderzochte (74%). Qua soortenrijkdom is West-Vlaanderen de soortenarmste provincie (47 soorten) en zijn Antwerpen ( 60 soorten) en Limburg (62 soorten) de soortenrijkste provincies.

Tabel 18

Aantal onderzochte kilometerhokken (#km), percentage onderzochte kilometerhokken (%km) en het aantal soorten libellen (#sp) per provincie in de periode 2011 -2020.

Provincie

#km

%km

#sp

Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen

2221 1615 2026 1530 1632

74 63 66 65 49

60 62 51 51 47

Vlaanderen

9024

63

62

2.3.8.3

Soorten die in aanmerking komen als provinciaal prioritaire soort of als provinciaal belangrijke habitattypische soort

Op basis van hun aanwezigheid op de Habitatrichtlijn, de Vlaamse of Europese Rode Lijst of de lijst van Vlaams prioritaire soorten zijn er 19 potentiële provinciaal prioritaire soorten libellen: drie Habitatrichtlijnsoorten, 15 Vlaamse en één Europese Rode Lijstsoorten (Kalkman et al. 2010) en elf Vlaams prioritaire soorten (De Knijf et al. 2014). 17 soorten libellen werden als habitattypisch aangeduid (De Knijf et al. 2013; Tabel 19)

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 36 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


Tabel 19

Libellen die in aanmerking komen voor de selectie van provinciaal prioritaire soort of provinciaal belangrijke habitattypische soort. De gebruikte afkortingen worden in Box 2 uitgelegd.

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

HRL

RLC

RLCEur

VPS

HTS

Bandheidelibel Beekrombout Bosbeekjuffer Bruine korenbout Gaffelwaterjuffer Geelvlekheidelibel Gevlekte glanslibel Gevlekte witsnuitlibel Gewone bronlibel Glassnijder a Hoogveenglanslibel Kempense heidelibel Maanwaterjuffer Noordse witsnuitlibel Rivierrombout Sierlijke witsnuitlibel Speerwaterjuffer Steenrode heidelibel Variabele waterjuffer Venglazenmaker Venwitsnuitlibel Vroege glazenmaker Weidebeekjuffer Zwarte heidelibel

Sympetrum ped emontanu m Gomphus vulgatissimus Calopteryx virgo Libellula fulva Coenagrion scitulu m Sympetrum flaveolum Somatochlora flavo maculata Leuco rrhinia pecto ralis II+IV Cordulegaster boltonii Brachytron pra tense Somatochlora a rctica Sympetrum dep ressiusculu m Coenagrion lunulatum Leuco rrhinia rubicunda Stylurus flavipes IV Leuco rrhinia caudalis IV Coenagrion hastulatum Sympetrum vulgatu m Coenagrion pulchellum Aeshna juncea Leuco rrhinia dubia Aeshna isoceles Calopteryx splendens Sympetrum danae -

VU VU LC LC LC CR LC CR VU LC CR CR CR EN LC CR CR VU LC EN VU LC LC EN

LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC VU LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC

VPS VPS VPS VPS VPS VPS VPS VPS VPS VPS VPS -

HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS -

15

1

11

17

Totaal a wordt sinds 2021 niet langer gemoniterd

3

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 37 van 62


2.3.9 Sprinkhanen en krekels 2.3.9.1

Gegevensbron

De gegevens zijn afkomstig uit waarnemingen.be, het dataportaal van Natuurpunt Studie. De meest recente atlas is die van Decleer et al. (2000).

2.3.9.2

Inventarisatiegraad

Met 60% van alle kilometerhokken onderzocht, behoren sprinkhanen tot de relatief goed onderzochte taxonomische groepen in Vlaanderen (Tabel 20). West-Vlaanderen is de minst goed onderzochte provincie (41%) en Vlaams-Brabant de best onderzochte (70%). Qua soortenrijkdom is Oost-Vlaanderen de soortenarmste provincie (25 soorten) en is Antwerpen de soortenrijkste provincie (33 soorten).

Tabel 20

Aantal onderzochte kilometerhokken (#km), percentage onderzochte kilometerhokken (%km) en het aantal soorten sprinkhanen (#sp) per provincie in de periode 2011-2020.

Provincie

#km

%km

#sp

Antwerpen Limburg Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen

2007 1567 2053 1655 1370

67 61 66 70 41

33 32 25 31 28

Vlaanderen

8652

60

36

2.3.9.3

Soorten die in aanmerking komen als provinciaal prioritaire soort of als provinciaal belangrijke habitattypische soort

Op basis van hun aanwezigheid op de Vlaamse Rode Lijst of de lijst van Vlaams prioritaire soorten zijn er zes potentiële provinciaal prioritaire soorten sprinkhanen en krekels ( zes Vlaamse Rode Lijstsoorten (Maes et al. 2017) en twee Vlaams prioritaire soorten (De Knijf et al. 2014). Elf soorten sprinkhanen en krekels werden als habitattypisch aangeduid (De Knijf et al. 2013; Tabel 21).

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 38 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


Tabel 21

Sprinkhanen en krekels die in aanmerking komen voor de selectie van provinciaal prioritaire soort of provinciaal belangrijke habitattypische soort. De gebruikte afkortingen worden in Box 2 uitgelegd.

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Blauwvleugelsprinkhaan Duinsabelsprinkhaan Heidesabelsprinkhaan Kalkdoorntje Knopsprietje Moerassprinkhaan Rosse sprinkhaan Schavertje Snortikker Veldkrekel Wekkertje Zadelsprinkhaan Zompsprinkhaan Zwart wekkertje

Oedipoda caerulescens Platycleis albopunctata Metrioptera bra chyptera Tetrix tenuicornis Myrmeleo tettix ma culatus Stethophyma g rossum Gomphoceripus rufus Stenobothrus stigma ticus Chorthippus mollis Gryllus campestris Omocestus viridulus Ephippiger diurnus Pseudochorthippus montanus Omocestus rufip es

Totaal

HRL

RLC

RLCEur

VPS

HTS

-

LC LC LC VU LC LC VU CR LC EN NT EN EN NT

LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC LC

VPS VPS -

HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS HTS

-

6

-

2

11

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 39 van 62


2.3.10 Provinciaal prioritaire soorten uit andere taxonomische groepen die in aanmerking komen als provinciaal prioritaire soort Naast de hier behandelde taxonomische groepen komen er in Vlaanderen nog 34 andere soorten in aanmerking als provinciaal prioritaire soort omdat ze op de Habitatrichtlijn staan of omdat ze een Vlaams prioritaire soort zijn (Tabel 22). Voor de Habitatrichtlijnsoorten en Vlaams prioritaire soorten vermelden we in de provinciale rapporten of ze in de provincie voorkomen of niet. Het gaat om één bladmos, 20 vleermuizen, dri e mollusken, twee nachtvlinders, drie saproxyle kevers en twee spinnen (Tabel 22).

Tabel 22

Soorten uit andere taxonomische groepen die in aanmerking komen als provinciaal W Z prioritaire soort. De gebruikte afkortingen worden in Box 2 uitgelegd. = winterverblijven, = zomer.

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

HRL

RLC

RLCEur

VPS

Hamatocaulis vernicosus

II

VU

-

-

IV II+IV IV IV IV IV IV IV II+IV II+IV IV II+IV IV II+IV II+IV IV IV IV II+IV IV

LC /DD EN EN DD W Z LC /DD LC NT EN RE W Z VU /EN DD RE VU EN RE VU LC NE CR NT

VU NT NT NT VU -

-

Bladmossen (1) Geel schorpioenmos Vleermuizen (20) Baardvleermuis Bechsteins vleermuis Bosvleermuis Brandts vleermuis Franjestaart Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Grijze grootoorvleermuis Grote hoefijzerneus Ingekorven vleermuis Kleine dwergvleermuis Kleine hoefijzerneus Laatvlieger Meervleermuis Mopsvleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Tweekleurige vleermuis Vale vleermuis Watervleermuis

Myotis mysta cinus Myotis bechsteinii Nyctalus leisleri Myotis brandtii Myotis nattereri Pipistrellus pipistrellus Plecotus au ritus Plecotus austria cus Rhinolophus ferru mequinum Myotis emarginatus Pipistrellus pygmaeus Rhinolophus hipposideros Eptesicus sero tinus Myotis dasycn eme Barbastella barbastellus Nyctalus noctula Pipistrellus nathusii Vespertilio murinus Myotis myotis Myotis daubentonii

W

Z

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 40 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


Mollusken (3) Nauwe korfslak Platte schijfhoren Zeggekorfslak

Vertigo angustior Anisus (Disculifer) vorticulus Vertigo moulinsiana

II II+IV II

-

VU VU

-

II IV

-

-

-

Osmoderma eremita Cucujus cinnaberinus Lucanus cervus

II+IV II II

CR EN

NT NT

VPS

Dolomedes fimbria tus Eresus sandaliatus

-

-

-

VPS VPS

Nachtvlinders (2) Spaanse vlag Teunisbloempijlstaart

Euplagia quadripunctaria Proserpinus p roserpina

Saproxyle kevers (3) Juchtleerkever Vermiljoenkever Vliegend hert Spinnen (2) Gerande oeverspin Lentevuurspin

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 41 van 62


2.4 ANALYSE Om in te schatten of een soort belangrijk is voor een provincie vergelijken we de verspreiding of de aantallen ervan in de provincie met die in de rest van Vlaanderen. Alle waarnemingen worden daarvoor toegekend aan kilometerhokken van het UTM- of het IFBL-raster of er wordt gebruik gemaakt van meetpuntlocaties (vissen) of telgebieden (overwinterende watervogels) . Kilometerhokken die op de grens van een provincie liggen, tellen pas mee als ze voor 50% of meer in de provincie liggen (Colazzo & Bauwens 2003). We maken in dit rapport gebruik van verspreidingsgegevens die verzameld zijn in de periode 2011-2020, uitgezonderd planten waarvoor de periode 2000-2020 gebruikt werd. Er moet hierbij opgemerkt worden dat het gaat over het totaal aantal kilometerhokken waarin een soort in de periode 2011-2020 (of 2000-2020 voor vaatplanten) gezien werd met aanwijzingen voor lokale vestiging. Wanneer een broedvogel bijvoorbeeld in het ene jaar in een bepaald kilometerhok waargenomen werd, het volgende jaar in het hok erboven en het daaropvolgende jaar in het hok eronder, dan worden in de huidige analyses drie kilometerhokken geteld (het totale aantal over de hele periode) en niet één (het maximum in een bepaald jaar). Hierdoor lijkt het aantal kilometerhokken voor sommige soorten in een provincie veel hoger dan verwacht, maar door dit voor alle taxonomische groepen en voor alle provincies op een gelijkaardige manier in rekening te brengen, gaan we ervan uit dat de verhouding tussen het aantal kilometerhokken per provincie en die in de rest van Vlaanderen een correcte weergave is van het aandeel van de verspreiding van een soort in de provincie. We volgen grotendeels de werkwijze beschreven in Bauwens et al. (2001) om de prioritaire soorten voor het natuurbeleid in elke provincie te bepalen. We betrekken hier echter ook alle Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten, Europese Rode Lijstsoorten en Vlaams prioritaire soorten bij. Voor overwinterende watervogels zijn veel gestandaardiseerde gegevens beschikbaar (watervogeltellingen; Devos et al. 2020), maar werd nog geen Rode Lijst opgesteld. Hier baseren we ons vooral op de criteria van de Vogelrichtlijn om provinciaal prioritaire soorten aan te duiden. Bij de watervogels wordt het relatief provinciaal belang ook niet bepaald op basis van verspreidingsgegevens (bezette kilometerhokken) maar op basis van effectief getelde aantallen. Daarbij werd het wintergemiddelde van een soort (= gemiddelde aantal over de zes tellingen in periode oktober-maart) in een provincie vergeleken met het wintergemiddelde voor Vlaanderen gedurende de winters 2011/12 tot en met 2019/20.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 42 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


De op basis van deze criteria bekomen lijsten met provinciaal prioritaire soorten, worden nagekeken en eventueel aangepast door soortenexperten. Dit kan bijvoorbeeld zijn omdat de soort inmiddels uitgestorven of net recent opnieuw opgedoken is in de provincie, maar in de Rode Lijst nog als Regionaal Uitgestorven vermeld staat. Ook soorten die uitgezet of aangeplant werden of ontsnapt zijn of waarnemingen die enkel slaan op zwervende individuen en dus niet op een populatie, worden uit de lijst verwijderd. De soorten die, ondanks waarnemingen in de provincie, niet opgenomen werden als provinciaal prioritaire soort, worden in een aparte tabel weergegeven met de reden waarom ze door de soortenexpert verwijderd werden uit de lijst. Op basis van deze analyse komen we tot een soortenlijst die de provincies kunnen gebruiken om soorten en/of biotopen (op basis van de habitattypische soorten) aan te duiden die voor het provinciale natuurbehoud belangrijk zijn. Hierna wordt de werkwijze voor het opmaken van de lijsten verder toegelicht.

2.4.1 Provinciaal prioritaire soorten In 2001 stelden Bauwens et al. (2001) criteria op voor het aanduiden van provinciaal prioritaire soorten. Hiervoor moest een soort aan twee voorwaarden voldoen: 1. De soort staat op één of meerdere van de volgende lijsten: a. bijlage I van de Vogelrichtlijn of komt in internationaal belangrijke aantallen voor, bijlage II en/of IV van de Habitatrichtlijn of de Palingverordening; b. de Vlaamse en/of Europese Rode Lijst in de categorieën Regionaal Uitgestorven, Ernstig Bedreigd, Bedreigd of Kwetsbaar. Een soort kan op de meest recente Rode Lijst in de categorie Regionaal Uitgestorven staan, zeker wanneer de Rode Lijst al meerdere jaren oud is, maar kan ondertussen terug opgedoken zijn. Voorbeelden hiervan zijn de Wolf en de Europese otter bij de zoogdieren; c. de lijst van Vlaams prioritaire soorten. 2. Minstens 33% van de verspreiding is gelegen in de provincie of ze komen volgens een Chi²-test (Box 1) beduidend wijder verspreid of in grotere aantallen voor in de provincie dan in de rest van Vlaanderen.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 43 van 62


Box 1

Chi²-test (naar Bauwens et al. 2001).

Een methode om uit te maken wanneer een soort als belangrijk voor een provincie kan beschouwd worden, is het formeel statistisch toetsen van het percentage van het aantal bezette hokken in de provincie door voor elke soort het waargenomen aantal bezette hokken te vergelijken met het verwachte aantal in de provincie. Hierbij wordt volgende formule gebruikt:

[

(

)

]

[

(

)

]

Met: SProv = effectief aantal hokken waarin een soort in de provincie voorkomt EProv = verwacht aantal hokken waarin een soort in de provincie voorkomt EProv = SVL x %NProv %NProv = percentage onderzochte hokken in de provincie ten opzichte van heel Vlaanderen SRVL = effectief aantal hokken waarin een soort in de rest van Vlaanderen voorkomt SRVL = SVL - SProv SVL = effectief aantal hokken waarin een soort in heel Vlaanderen voorkomt ERVL = verwacht aantal hokken waarin een soort in de rest van Vlaanderen voorkomt ERVL = SVL x (100 - %NProv)

De bekomen waarde volgt een Chi²-verdeling met één vrijheidsgraad. Indien de waarschijnlijkheid, geassocieerd met de bekomen waarde, kleiner is dan een gegeven drempelwaarde (p<0.05) dan mag men stellen dat de soort in de provincie in beduidend meer hokken werd waargenomen of talrijker is dan in de rest van Vlaanderen.

In Figuur 1 geven we aan welke procedure nu gevolgd werd om soorten aan te duiden die belangrijk zijn voor het provinciale natuurbehoud en -beleid. Een belangrijk verschil met de vorige procedure is dat de soorten van de bijlage I van de Vogelrichtlijn en van bijlagen II en/of IV van de Habitatrichtlijn per definitie opgenomen worden als provinciaal prioritaire soort.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 44 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


Figuur 1

Flowchart voor het bepalen van provinciaal prioritaire soorten.

Omdat soorten uit de Rode Lijstcategorie Bijna in Gevaar vaak nog vrij algemeen zijn en daardoor eventueel bruikbaar als soorten voor sensibiliseringsacties bij het brede publiek , geven we naast de provinciaal prioritaire soorten ook de lijst met Bijna in Gevaar soorten die beduidend wijder verspreid zijn in de provincie dan in de rest van Vlaanderen.

2.4.2 Provinciaal belangrijke habitattypische soorten Naast de provinciaal prioritaire soorten, stellen we ook een lijst op van provinciaal belangrijke habitattypische soorten (Figuur 2). Deze soorten moeten uiteraard habitattypisch zijn (zie 2.2.4; fauna: De Knijf et al. 2013; flora: Oosterlynck et al. 2013) en voldoen aan minstens één van onderstaande voorwaarden: 1. De soort komt beduidend meer voor in de provincie; 2. De soort staat in de Rode Lijst in de categorieën Regionaal Uitgestorven, Ernstig Bedreigd, Bedreigd of Kwetsbaar 3. De soort is aangeduid als Vlaams prioritaire soort. Deze soorten zijn te vergelijken met de symboolsoorten die eerder voor Oost-Vlaanderen (Adriaens et al. 2013) en West-Vlaanderen (Dochy et al. 2007) opgesteld werden. Deze soorten kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden voor sensibiliseringscampagnes of als typische soorten voor bepaalde biotopen, omdat vele van deze soorten nog relatief algemeen zijn.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 45 van 62


Figuur 2

Flowchart voor het bepalen van provinciaal belangrijke habitattypische soorten.

2.4.3 Heat map Per provincie berekenen we per kilometerhok, meetpuntlocatie of telgebied een natuurbehoudswaarde met behulp van de provinciaal prioritaire soorten en de provinciaal belangrijke habitattypische soorten. Elke soort krijgt een numerieke waarde volgens de Rode Lijstcategorie waartoe ze behoort (Regionaal Uitgestorven = 100, Ernstig Bedreigd = 80, Bedreigd = 50, Kwetsbaar = 30, Bijna in Gevaar = 20 en Momenteel Niet in Gevaar = 1; Maes et al. 2019). Aangezien er voor de watervogels geen Rode Lijst bestaat, wordt daar het aantal provinciaal prioritaire soorten per telgebied weergegeven. Per taxonomische groep wordt de finale som herschaald naar een waarde tussen 0 en 1 zodat de groepen onderling vergeleken kunnen worden en allemaal even zwaar doorwegen. Door per kilometerhok de som te maken van deze waarden, bekomen we een kaart (heat map) met de belangrijkste gebieden voor de provincie (hotspots). Door deze locaties te vergelijken met de ligging van de Natura2000gebieden krijgen we een zicht op belangrijke gebieden die momenteel geen bescherming genieten en/of op locaties waar verbindingen tussen hotspots gemaakt zouden kunnen worden. Hier kan elke provincie zijn eigen accenten leggen.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 46 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


2.4.4 Vergelijking met de vorige lijst van provinciaal prioritaire soorten Per provincie en per taxonomische groep vergelijken we de nieuwe lijst met de vorige lijst van provinciaal prioritaire soorten (dus zonder de provinciaal belangrijke habitattypische soorten). Deze vergelijking moet echter met de nodige voorzichtigheid bekeken worden, aangezien er meerdere oorzaken kunnen zijn voor veranderingen ten opzichte van de vorige lijst (bv. verandering in de methode, nieuwe Rode Lijsten, veranderde inventarisatie -inspanning, veranderde verspreiding …). Deze vergelijking is terug te vinden in de provinciale rapporten. Elke provincie kan op basis van de informatie in de tabellen (provinciaal of Vlaams prioritaire soort, Rode Lijstsoort, Vogel- of Habitatrichtlijnsoort, belangrijke habitattypische soort …) zelf een à-la-carte-selectie van soorten maken waarvoor ze acties wil ondernemen. Ook andere lijsten met nuttige informatie over soorten (bv. aantal broedparen bij vogels, soorten die in de Rode Lijstcategorie Bijna in Gevaar staan) of taxonomische groepen die momenteel niet in aanmerking komen als provinciaal prioritaire soorten (bv. wilde bijen als bestuivers) kunnen uiteraard gebruikt worden voor het opstellen van provinciale sensibiliseringsacties of beschermingsplannen.

2.4.5 Provinciaal belangrijke biotopen In een algemene bespreking geven we op basis van de provinciaal prioritaire en provinciaal belangrijke habitattypische soorten voor elke provincie aan wat de belangrijkste biotopen zijn.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 47 van 62


Box 2

Gebruikte afkortingen bij de tabellen en figuren.

Rode Lijstcategorieën RE = Regionaal Uitgestorven CR = Ernstig Bedreigd EN = Bedreigd VU = Kwetsbaar NT = Bijna in Gevaar LC = Momenteel niet in Gevaar DD = Onvoldoende Data NE = Niet Geëvalueerd VM = Vermoedelijk Bedreigd RLEur(VU) = de soort staat op de Europese Rode Lijst i n de categorie Kwetsbaar. RLEur(CR) = de soort staat op de Europese Rode Lijst in de categorie Ernstig Bedreigd. Overige afkortingen Chi² = significantie van de Chi²-test (*** = p < 0.001, ** = p < 0.01, * = p < 0.05) HRL (II) = Habitatrichtlijnsoort bijlage II HRL (IV) = Habitatrichtlijnsoort bijlage IV HRL (V) = Habitatrichtlijnsoort bijlage V HRL (II+IV) = Habitatrichtlijnsoort bijlage II en bijlage IV HRL (II+V) = Habitatrichtlijnsoort bijlage II en bijlage V HTS = habitattypische soort PV = Palingverordening VPS = Vlaams prioritaire soort VRL = Vogelrichtlijnsoort bijlage I

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 48 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


3

RESULTATEN

De resultaten van deze analyse worden per provincie in afzonderlijke rapporten besproken. Hier geven we enkel een algemeen overzicht over de provincies heen.

3.1 PROVINCIAAL PRIORITAIRE SOORTEN In totaal zijn er, verdeeld over de verschillende provincies, 408 soorten die aangeduid werden als provinciaal prioritaire soorten (Tabel 23). Vaatplanten en broedvogels hebben met respectievelijk 196 en 65 soorten het grootste aandeel hierin. Limburg heeft het grootste aantal provinciaal prioritaire soorten (232; Maes et al. 2021b), gevolgd door Antwerpen (182; Maes et al. 2021a), West-Vlaanderen (164; Maes et al. 2021e), Oost-Vlaanderen (102; Maes et al. 2021c) en Vlaams-Brabant (96; Maes et al. 2021d).

Tabel 23

Aantal provinciaal prioritaire soorten per provincie. AN = Antwerpen, LI = Limburg, OV = Oost-Vlaanderen, VB = Vlaams-Brabant, WV = West-Vlaanderen.

Taxonomische groep

AN

LI

OV

VB

WV

Vlaanderen

Amfibieën en reptielen Bladmossen Broedvogels Dagvlinders Libellen Mollusken Nachtvlinders Overwinterende watervogels Saproxyle kevers Spinnen Sprinkhanen Vaatplanten Vissen Vleermuizen Zoogdieren

7 1 39 8 16 1 2 15 1 1 1 62 9 14 5

9 29 16 17 1 2 13 2 2 4 96 16 16 8

3 31 2 3 1 2 18 1 16 7 15 3

5 18 4 1 2 2 8 2 1 1 29 6 14 3

4 40 4 2 2 22 1 1 62 6 14 6

11 1 64 24 20 2 2 22 2 2 6 196 20 20 16

Totaal

182

231

102

96

164

407

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 49 van 62


3.2 PROVINCIAAL BELANGRIJKE HABITATTYPISCHE SOORTEN In totaal zijn er over verdeeld over de verschillende provincies 288 soorten die aangeduid werden als provinciaal belangrijke habitattypische soorten (Tabel 24). Bedenk dat er bij de provinciaal prioritaire soorten ook habitattypische soorten kunnen zijn, maar die worden hier niet meegeteld. Vaatplanten en broedvogels hebben met respectievelijk 217 en 27 soorten ook hier het grootste aandeel. Limburg heeft het grootste aantal provinciaal belangrijke habitattypische soorten (114; Maes et al. 2021b), gevolgd door Vlaams-Brabant (110; Maes et al. 2021d), West-Vlaanderen (102; Maes et al. 2021e), Antwerpen (96; Maes et al. 2021a) en Oost-Vlaanderen (81; Maes et al. 2021c).

Tabel 24

Aantal provinciaal belangrijke habitattypische soorten per provincie. AN = Antwerpen, LI = Limburg, OV = Oost-Vlaanderen, VB = Vlaams-Brabant, WV = West-Vlaanderen.

Taxonomische groep

AN

LI

OV

VB

WV

Vlaanderen

Amfibieën en reptielen Broedvogels Dagvlinders Libellen Sprinkhanen Vaatplanten Vissen Zoogdieren

2 17 5 5 5 58 3 1

2 5 3 5 7 88 2 2

11 4 2 1 58 3 2

1 11 5 4 2 82 3 2

9 4 4 2 81 2 1

2 27 12 11 10 217 7 2

Totaal

96

114

81

110

102

288

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 50 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


4

DISCUSSIE

4.1 HOE KAN DE PROVINCIE DEZE LIJSTEN GEBRUIKEN? De lijsten van provinciaal prioritaire soorten maken het voor de verschillende provincies mogelijk om op een onderbouwde manier kapstoksoorten voor terreinacties en educatieve of sensibiliseringsacties te kiezen. Daarnaast kunnen de lijsten ook gebruikt worden ter beoordeling van subsidieaanvragen en vergemakkelijken ze de advisering of evaluatie in het vergunningenbeleid (ook al zijn er aan deze lijsten geen juridische verplichtingen verbonden). De provincies hebben vooral de taak om voor natuurverbindingsgebieden te zorgen (bv. groenblauwe ecologische netwerken, aangepast beheer van bermen, beheer van provinciale domeinen …; Adriaens et al. 2007). Door acties toe te spitsen op de open ruimte tussen de natuurgebieden of de provinciale domeinen kunnen de provincies een belangrijke bijdrage leveren aan het verbinden van gebieden en/of aan het vergemakkelijken van uitwisseling van individuen van provinciaal prioritaire soorten tussen populaties in de natuurgebieden. Naast het provinciebestuur zelf kunnen ook gemeenten en vrijwilligersorganisaties gebruik maken van deze lijsten met provinciaal prioritaire soorten door er gemeentelijke acties aan te koppelen. De in deze analyse aangemaakte heat maps geven weer waar voor de verschillende taxonomische groepen de meest waardevolle gebieden liggen (hot spots) en in hoeverre de natuurbehoudswaarde van deze hot spots overeenkomt met de ligging van de Natura2000gebieden in de provincie (Vogel- en Habitatrichtlijngebieden). Deze kaarten kunnen gebruikt worden om na te gaan waar de provincie, indien mogelijk, bijkomende acties kan ondernemen, maar ook hoe het landschap tussen provinciaal belangrijke gebieden beheerd of ingericht zou kunnen worden om tot een functionele verbinding tussen deze gebieden te komen voor de provinciaal prioritaire soorten. Op basis van de provinciaal prioritaire en provinciaal belangrijke habitattypische soorten duiden we biotopen aan waar vele van deze soorten in voorkomen. Door acties te ondernemen voor of in deze biotopen (bv. beheer, ontsnippering) liften soorten uit andere taxonomische groepen mee met de in deze analyse aangeduide soorten.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 51 van 62


4.2 VERSCHILLEN MET DE VORIGE LIJST VAN PROVINCIAAL PRIORITAIRE SOORTEN Samen met de rapporten stellen we alle bekomen tabellen en kaarten ter beschikking van de provincies (dus ook van de soorten die niet aangeduid werden als provinciaal prioritaire soort). Het zo volledig mogelijk documenteren van de gebruikte criteria en het aanleveren van volledige tabellen maakt het gemakkelijker om in de toekomst nieuw opgestelde lijsten van provinciaal prioritaire soorten met elkaar te vergelijken. Doordat in deze oefening alle provincies in één keer behandeld werden, maakt dit bovendien een vergelijking tussen provincies gemakkelijker en eenduidiger. Het vergelijken van de huidige lijst van provinciaal prioritaire soorten met de vorige lijsten is niet eenvoudig omdat in de vorige oefening niet door elke provincie exact dezelfde criteria gebruikt werden. In de vorige lijsten van provinciaal prioritaire soorten werden de Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten niet door alle provincies systematisch opgenomen als provinciaal prioritaire soorten, iets wat we in deze analyse wel doen. Naast de Rode Lijstsoorten gebruiken we hier bovendien ook Vlaams prioritaire soorten als potentiële kandidaten voor provinciaal prioritaire soorten. Naast de provinciaal prioritaire soorten sensu stricto stellen we nu voor alle provincies ook een lijst op met provinciaal belangrijke habitattypische soorten op basis van Oosterlynck et al. (2013) en De Knijf et al. (2013). Deze soorten kunnen enigszins vergeleken worden met de symboolsoorten zoals ze destijds in Oost-Vlaanderen (Adriaens et al. 2013) en WestVlaanderen (Dochy et al. 2007) gebruikt werden.

4.3 ENKELE BEDENKINGEN EN AANBEVELINGEN 4.3.1 Impact van inventarisatie-inspanning op provinciaal prioritaire soorten De inventarisatiegraad per provincie bepaalt in grote mate of een soort de grens van 33% van de verspreiding haalt of beduidend wijder verspreid is in de provincie (Chi²-test). Wanneer een bepaalde provincie veel minder intensief geïnventariseerd werd dan de andere, dan kan de Chi²-test vaker een beduidend resultaat opleveren dan wanneer alle provincies ongeveer even intensief bemonsterd zouden worden. Door dit in rekening te brengen, kunnen soorten met

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 52 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


relatief lage aantallen in de provincie (bv. overwinterende watervogels in Limburg en V laamsBrabant) toch als provinciaal prioritaire soort aangeduid worden. Voor de volledigheid vermelden we alle soorten die om wettelijke redenen belangrijk zijn voor de verschillende provincies (bv. Vogel- of Habitatrichtlijn), maar we raden ten zeerste aan om ook te kijken naar het aandeel dat de provincie heeft in de verspreiding van een soort. Wanneer dat aandeel vrij tot zeer laag is, kan de provincie beslissen om de soort niet meteen als prioritair te behandelen. Een voorbeeld hiervan is de Oehoe waar 2.8% van de verspreiding in de provincie West-Vlaanderen ligt, maar die enkel omwille van het feit dat het een Vogelrichtlijnsoort is, in de lijst van provinciaal prioritaire soorten werd opgenomen (Maes et al. 2021e).

4.3.2 Impact van de gebruikte periode Voor de huidige analyse werkten we met gegevens uit de periode 2011-2020 (2000-2020 voor vaatplanten). Dit betekent dat het aantal kilometerhokken dat per soort per provincie en in heel Vlaanderen geteld werd, de som is van alle hokken waarin een soort in die periode waargenomen werd. Dit is altijd een overschatting van het aantal kilometerhokken waarin een soort in een bepaald jaar waargenomen wordt en/of het aantal populaties van die soort in de beschouwde periode. Aangezien het vooral de verhouding tussen het aantal kilometerhokken in de provincie en die in de rest van Vlaanderen is die van belang is, gaan we ervan uit dat door voor alle provincies dezelfde databron te gebruiken, de verhouding min of meer een weerspiegeling is van het aandeel van de verspreiding (of het aantal populaties) in de provincie. Voor enkele soorten werd die verhouding als onjuist beschouwd door de soortenexpert en werden die soorten op basis van expert judgement bijkomend aangeduid (bv. Aardbeivlinder in West-Vlaanderen omdat de helft van de populaties in de provincie ligt; Maes et al. 2021e) of net geschrapt als provinciaal prioritaire soort (bv. Wolf in Antwerpen omdat die waarnemingen enkel betrekking hadden op zwervende exemplaren en niet op een gevestigde populatie; Maes et al. 2021a). Door gebruik te maken van gegevens uit de periode 2011-2020, is het mogelijk dat een soort in de laatste jaren niet meer voorkomt in de provincie en het dus weinig zin heeft om ze aan te duiden als provinciaal prioritaire soort, tenzij er op korte termijn mogelijkheden zijn tot het herstel van de biotoop van de soort. Vooral bij de libellen zijn er door klimaatverandering (aanhoudende droogte in de afgelopen jaren) recent verschillende soorten verdwenen uit bepaalde provincies en werden ze op basis van de recente kennis over de verspreiding door d e soortenexpert verwijderd uit de lijst van provinciaal prioritaire soorten (bv. Kempense ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 53 van 62


heidelibel in Antwerpen; Maes et al. 2021a). Andere soorten kunnen dan weer door diezelfde klimaatverandering hun verspreiding sterk uitgebreid hebben en niet langer op de Rode Lijst staan, waardoor ze ook niet meer opgenomen werden als provinciaal prioritaire soort. Ook bestaat de kans dat er voor een soort die pas de laatste jaren een herstel vertoont, onvoldoende data is voor de beschouwde periode en het gehanteerde verspreidingsbeeld snel gedateerd dreigt te worden. Dit is bijvoorbeeld het geval voor de Europese otter, waarvoor in 2021 al meteen meerdere nieuwe waarnemingslocaties bekend raakten. De provincies kunnen uiteraard flexibel omspringen met deze snelle veranderingen en op basis van bijvoorbeeld de Rode Lijstcategorie alsnog beslissen om dergelijke soorten op te nemen in het provinciaal natuurbeleid.

4.3.3 Wat met andere taxonomische groepen? In deze oefening werden door de provincies negen taxonomische groepen naar voor geschoven waarvoor provinciaal prioritaire soorten aangeduid of geactualiseerd moesten worden. Een belangrijk criterium hierbij was dat de soorten uit deze groepen goed herkenbaar en/of bekend zijn bij het brede publiek, waardoor een grotere publieke betrokkenheid bij eventuele beschermingsacties mogelijk is (citizen science; Baert et al. 2009). Naast deze groepen werden ook andere taxonomische groepen opgenomen indien daar ook soorten toe behoren die vermeld zijn in de bijlagen II en/of IV van de Habitatrichtlijn (bladmossen, vleermuizen, mollusken, kevers en nachtvlinders) of als Vlaams prioritaire soorten (spinnen) gelden. Ook voor deze andere taxonomische groepen kan worden nagegaan of er soorten in aanmerking komen als provinciaal prioritaire soort (zoals eerder gebeurde in de meeste provincies). Een belangrijk criterium hierbij is dat er een recente en gevalideerde Rode Lijst van de taxonomische groep voorhanden is aangezien dat een belangrijke voorwaarde is om in aanmerking te komen als provinciaal prioritaire soort. Voor enkele potentieel interessante taxonomische groepen wordt momenteel nagegaan of het haalbaar is om een Rode Lijst op te stellen of te actualiseren (bv. bijen, loopkevers, nachtvlinders, slankpootvliegen, spinnen, waterkevers …). Als dergelijke lijsten opgemaakt worden, kan voor deze groepen, indien gewenst door de provincies, bekeken worden of het aanduiden van provinciaal prioritaire soorten nuttig is of niet.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 54 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


5

REFERENTIES

Adriaens D, Adriaens T, De Knijf G, Hendrickx F, Maes D, Van Landuyt W, Vermeersch G & Louette G (2013) Soorten en biotopen in Oost-Vlaanderen: prioriteit en symboolwaarde voor het natuurbeleid. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek INBO.R.2013.1040772. Instituut voor Natuuren Bosonderzoek. Instituut voor Natuuren Bosonderzoek, Brussel. https://purews.inbo.be/ws/portalfiles/portal/4531328/Adriaens_etal_2013_SoortenBiotopenOostVl aanderen.pdf Adriaens T, Peymen J & Decleer K (2007) Natuurverbindingsgebieden in Vlaanderen: achtergronden, afbakening en mogelijke inrichting. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek INBO.R.2007.14. Instituut voor Natuuren Bosonderzoek, Brussel. https://pureportal.inbo.be/portal/files/5370183/Adriaens_etal_2007_NatuurverbindingsgebiedenVl aanderen.pdf Baert P, Crevecoeur L & Stevens J (2009) Adoptie van Limburgse soorten. Enkel verpakking of ook inhoud? Natuur.focus 9 (4): 142-148. https://www.natuurpunt.be/sites/default/files/documents/publication/natuur.focus_2009 4_adoptie_van_limburgse_soorten._enkel_verpakking_of_ook_inhoud.pdf Bauwens D, Maes D, De Knijf G & Anselin A (2001) Criteria voor het aanwijzen van prioritaire soorten voor het natuurbeleid in de provincie Limburg. Rapporten van het Instituut voor Natuurbehoud IN.A.2001.79. Natuurbehoud Iv. Instituut voor Natuurbehoud, Brussel. Beckers K, Vermeersch G, Maes D, Adriaens T, De Beer D, De Knijf G, Bosmans R, Hendrickx F, Jooris R, Maelfait J-P, Van Den Berge K, Van Keer K, Van Landuyt W & Van Thuyne G (2009) Een gericht natuurbeleid voor de pri oritaire soorten in de provincie Antwerpen. In: Provinciale Prioritaire Soorten Provincie Antwerpen. Dienst Duurzaam Milieu- en Natuurbeleid (editor)Instituut voor Natuuren Bosonderzoek, Antwerpen, Brussel. p. 13-153. https://pureportal.inbo.be/portal/files/711252/Beckers_etal_2009_GerichtNatuurbeleidPrioritaireS oortenProvincieAntwerpen.pdf BirdLife International (2021) European Red List of birds. Office for Official Publications of the European Communities, Luxembourg. https://doi.org/10.2779/975810. Colazzo S & Bauwens D (2003) Aanwijzen van prioritaire soorten voor het natuurbeleid in de provincie Limburg. Rapport Instituut voor Natuurbehoud 2003.5. Instituut voor Natuurbehoud, Brussel. https://pureportal.inbo.be/portal/files/90294/172587.pdf De Knijf G, Adriaens D, Van Elegem B & Paelinckx D (2013) Natura 2000 habitattypen - Meer dan flora! Selectiecriteria en gebruik van typische faunasoorten bij de gewestelijke beoordeling van de staat van instandhouding. Natuur.focus 12 (3): 109-120. https://www.natuurpunt.be/sites/default/files/documents/publication/natuur.focus_20133_natura_2000_habitattypen_meer_dan_flora.pdf De Knijf G, Anselin A, Goffart P & Tailly M (2006) De Libellen (Odonata) van België: verspreiding evolutie - habitats. De Knijf G, Anselin A, Goffart P & Tailly M. Libellenwerkgroep Gomphus; Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. De Knijf G, Westra T, Onkelinx T, Quataert P & Pollet M (2014) Monitoring Natura 2000 -soorten en overige soorten prioritair voor het Vlaams beleid. Blauwdrukken soortenmonitoring in Vlaanderen. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek INBO.R.2014.2319355. Instituut voor Natuuren Bosonderzoek, Brussel. https://pureportal.inbo.be/portal/files/4231005/DeKnijf_etal_2014_MonitoringNatura2000Soorten OverigeSoortenPrioritairVlaamsBeleid.pdf De Knijf G, Wils C & Maes D (2021) IUCN Rode Lijst van de libellen (Odonata) in Vlaanderen 2021. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. Decleer K, Devriese H, Hofmans K, Lock K, Barenburg B & Maes D (2000) Voorlopige atlas en "rode lijst" van de sprinkhanen en krekels van België (Insecta, Orthoptera). Rapporten van het Instituut voor Natuurbehoud IN.2000/10. Instituut voor Natuurbehoud. SALTABEL i.s.m. IN en KBIN, Brussel. https://purews.inbo.be/ws/portalfiles/portal/275933/167952.pdf

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 55 van 62


Devos K, Anselin A, Driessens G, Herremans M, Onkelinx T, Spanoghe G, Stienen EWM, T'jollyn F, Vermeersch G & Maes D (2016) De IUCN Rode-Lijst van de broedvogels in Vlaanderen (2016). Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek INBO.R.2016.11485739. Instituut voor Natuuren Bosonderzoek. Instituut voor Natuuren Bosonderzoek, Brussel. https://doi.org/10.21436/inbor.11485739. Devos K, T'jollyn F, Brosens D & Desmet P (2019) Watervogels - Wintering waterbirds in Flanders, Belgium. Version 3.8. Research Institute for Nature and Forest (INBO), Brussels. https://doi.org/10.15468/lj0udq Devos K, T’jollyn F, Desmet P, Piesschaert F & Brosens D (2020) Watervogels – Wintering waterbirds in Flanders, Belgium. ZooKeys 915: 127-135. https://doi.org/10.3897/zookeys.915.38265. https://doi.org/10.3897/zookeys.915.38265 Dochy O, Bauwens D, Adriaens T, Vrielynck S, Maes D & Decleer K (2007) Prioritaire en symboolsoorten voor soortbescherming in West-Vlaanderen. Rapporten van het Instituut voor Natuur - en Bosonderzoek INBO.R.2007.13. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek; Provinciebestuur WestVlaanderen, Brussel; Brugge. https://purews.inbo.be/ws/portalfiles/portal/5369039/Dochy_etal_2007_PrioritaireSymboolsoorten SoortbeschermingWestVlaanderen.pdf European Commission (1992) Guidance document on the strict protection of animal species of Community interest under the Habitats Directi ve 92/43/EEC. European Commission. European Commission,, Brussels. http://ec.europa.eu/environment/nature/conservation/species/guidance/pdf/guidance_en .pdf Europese Commissie (1979) Richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand. Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 22 (L103). Evans D & Arvela M (2011) Assessment and reporting under Article 17 of the Habitats Directive. Explanatory Notes & Guidelines for the period 2007-2012. European Topic Centre on Biological Diversity, Paris. https://circabc.europa.eu/sd/a/2c12cea2-f827-4bdb-bb56-3731c9fd8b40/Art17%20%20Guidelines-final.pdf IUCN Standards and Petitions Committee (2019) Guidelines for Using the IUCN Red List Categories and Criteria. Version 14. IUCN Standards and Petitions Committee, Gland, Switzerland. http://www.iucnredlist.org/documents/RedListGuidelines.pdf Jooris R, Engelen P, Speybroeck J, Lewylle I, Louette G, Bauwens D & Maes D (2013) De amfibieën en reptielen van Vlaanderen. Recente verspreiding en toelichting bij de nieuwe Rode Lijst. Rapport Natuurpunt Studie 2013/6. Natuurpunt Studie, Mechelen. https://www.natuurpunt.be/sites/default/files /documents/publication/de_iucn_rode_lijst_amfibiee n_en_reptielen_in_vlaanderen_jooris_et_al.pdf Kalkman VJ, Boudot JP, Bernard R, Conze KJ, De Knijf G, Dyatlova E, Ferreria S, Jovic M, Ott J, Riservato E & Sahln G (2010) European Red List of dragonflies. Publications Office of the European Union, Luxembourg. http://cmsdata.iucn.org/downloads/european_red_list_of_dragonflies_new.pdf Louette G, Adriaens D, Adriaens P, Anselin A, Devos K, Sannen K, Van Landuyt W, Paelinckx D & Hoffmann M (2011) Bridging the gap between the Natura 2000 regional conservation status and local conservation objectives. Journal for Nature Conservation 19 (4): 224 -235. https://doi.org/10.1016/j.jnc.2011.02.001. Louette G, Adriaens D, Paelinckx D & Hoffmann M (2015) Implementing the Habitats Directive: How science can support decision making. Journal for Nature Conservation 23 (1): 27-34. https://doi.org/10.1016/j.jnc.2014.12.002. Maes D, Adriaens T, Decleer K, Foquet B, Foquet R, Lambrechts J, Lock K & Piesschaert F (2017) IUCN Rode Lijst van de sprinkhanen en krekels in Vlaanderen. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2017 (29). Bosonderzoek IvN-e. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. https://doi.org/10.21436/inbor.12800242. Maes D, Baert K, Boers K, Casaer J, Crevecoeur L, Criel D, Dekeukeleire D, Gouwy J, Gyselings R, Haelters J, Herman D, Herremans M, Lefebvre, J., Lefevre A, Onkelinx T, Stuyck J, Thomaes A, Van Den Berge K, Vandendriessche B, Verbeylen G & Vercayie D (2014) De IUCN Rode Lijs t van de zoogdieren in Vlaanderen. Rapporten van het Instituut voor Natuur - en Bosonderzoek INBO.R.2014.1828211.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 56 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


Instituut voor Natuuren Bosonderzoek, Brussel. https://purews.inbo.be/ws/portalfiles/portal/2077866/INBO.R.2014.1828211web.pdf Maes D, De Knijf G, Devos K, Gouwy J, Gyselings R, Packet J, Speybroeck J, Swinnen KRR, Thomaes A, Van Den Berge K, Van Landuyt W, Van Thuyne G & Vermeersch G (2021a) Provinc iaal prioritaire soorten in de provincie Antwerpen. Versie 2021. Rapporten van het Instituut voor Natuur - en Bosonderzoek 2021 (51). Instituut voor Natuuren Bosonderzoek, Brussel. https://doi.org/10.21436/inbor.54726564. Maes D, De Knijf G, Devos K, Gouwy J, Gyselings R, Packet J, Speybroeck J, Swinnen KRR, Thomaes A, Van Den Berge K, Van Landuyt W, Van Thuyne G & Vermeersch G (2021b) Provinciaal prioritaire soorten in de provincie Limburg. Versie 2021. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2021 (52). Instituut voor Natuuren Bosonderzoek, Brussel. https://doi.org/10.21436/inbor.54727740. Maes D, De Knijf G, Devos K, Gouwy J, Gyselings R, Packet J, Speybroeck J, Swinnen KRR, Thomaes A, Van Den Berge K, Van Landuyt W, Van Thuyne G & Vermeersch G (2021c) Provinciaal prioritaire soorten in de provincie Oost-Vlaanderen. Versie 2021. Rapporten van het Instituut voor Natuur - en Bosonderzoek 2021 (53). Instituut voor Natuuren Bosonderzoek, Brussel. https://doi.org/10.21436/inbor.54728844. Maes D, De Knijf G, Devos K, Gouwy J, Gyselings R, Packet J, Speybroeck J, Swinnen KRR, Thomaes A, Van Den Berge K, Van Landuyt W, Van Thuyne G & Vermeersch G (2021d) Provinciaal prioritaire soorten in de provincie Vlaams -Brabant. Versie 2021. Rapporten van het Instituut voor Natuur - en Bosonderzoek 2021 (54). Instituut voor Natuuren Bosonderzoek, Brussel. https://doi.org/10.21436/inbor.54729665. Maes D, De Knijf G, Devos K, Gouwy J, Gyselings R, Packet J, Speybroeck J, Swinnen KRR, Thomaes A, Van Den Berge K, Van Landuyt W, Van Thuyne G & Vermeersch G (2021e) Provinciaal prioritaire soorten in de provincie West-Vlaanderen. Versie 2021. Rapporten van het Instituut voor Natuur - en Bosonderzoek 2021 (55). Instituut voor Natuuren Bosonderzoek, Brussel. https://doi.org/10.21436/inbor.54730730. Maes D, Decleer K, De Bruyn L & Hoffmann M (2011) Nieuwe Rode-Lijstcategorieën en -criteria voor Vlaanderen. Een aanpassing aan de internationale IUCN standaard en. Natuur.focus 10 (2): 54-61. Maes D, Herremans M, Vantieghem P, Veraghtert W, Jacobs I, Fajgenblat M & Van Dyck H (2021f) IUCN Rode Lijst van de dagvlinders in Vlaanderen 2021. Rapporten van het Instituut voor Natuur - en Bosonderzoek 2021 (10). Instituut voor Natuuren Bosonderzoek, Brussel. https://doi.org/10.21436/inbor.34052968. Maes D, Piesschaert F, Ledegen H, Van De Poel S, Adriaens T, Anselin A, Belpaire C, Breine J, Brosens D, Brys R, De Bruyn L, Decleer K, De Knijf G, Devos K, Gouwy J, Herremans M, Leyssen A, Louette G, Onkelinx T, Packet J, Provoost S, Quataert P, Scheppers T, Speybroeck J, Stienen E, Thomaes A, Van Den Berge K, Van Keer K, Van Landuyt W, Van Thuyne G, Verbeylen G, Vermeersch G, Westra T & Pollet M (in prep. 2022) Designing citizen science monitoring schemes for species of conservation concern: Flanders (northern Belgium) as a case. Journal for Nature Conservation. Maes D, Vanreusel W & Van Dyck H (2013) Dagvlinders in Vlaanderen: nieuwe kennis voor betere actie. Uitgeverij Lannoo nv, Tielt. Maes D, Verovnik R, Wiemers M, Brosens D, Beshkov S, Bonelli S, Buszko J, Cantú -Salazar L, Cassar L-F, Collins S, Dincă V, Djuric M, Dušej G, Elven H, Franeta F, Garcia -Pereira P, Geryak Y, Goffart P, Gór Á, Hiermann U, Höttinger H, Huemer P, Jakšid P, John E, Kalivoda H, Kati V, Kirkland P, Komac B, Kőrösi Á, Kulak A, Kuussaari M, L’Hoste L, Lelo S, Mestdagh X, Micevski N, Mihoci I, Mihut S, Monasterio León Y, Morgun DV, Munguira ML, Murray T, Nielsen PS, Ólafsson E, Õunap E, Pamperis LN, Pavlíčko A, Pettersson LB, Popov S, Popovid M, Pöyry J, Prentice M, Reyserhove L, Ryrholm N, Šašid M, Savenkov N, Settele J, Sielezniew M, Sinev S, Stefanescu C, Švitra G, Tammaru T, Tiitsaar A, Tzir kalli E, Tzortzakaki O, van Swaay CAM, Viborg AL, Wynhoff I, Zografou K & Warren MS (2019) Integrating national Red Lists for prioritising conservation actions for European butterflies. Journal of Insect Conservation 23 (2): 301-330. https://doi.org/10.1007/s10841-019-00127-z. https://doi.org/10.1007/s10841-019-00127-z Nijs G (2009) Provinciaal Prioritaire Soorten: het hoe, wat en waarom. In: Brakona Jaarboek 2008. Brakona (editor)Brakona, Leuven. p. 36-39.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 57 van 62


Oosterlynck P, Van Landuyt W & Paelinckx D (2013) Selectie habitattypische flora ten behoeve van de Artikel 17 rapportage omtrent de staat van instandhouding van de Natura 2000 habitattyp en. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek INBO.R.2013.20. Instituut voor Natuur en Bosonderzoek, Brussel. https://purews.inbo.be/ws/portalfiles/portal/701818/Oosterlynck_etal_2013_SelectieHabitattypisch eFloraTenBehoeveVanDeArtikel17RapportageOmtrentStaatInstandhoudingNatura2000Habitatty pen. pdf Speybroeck J, De Bruyn L, Van De Poel S, Ledegen H & Westra T (2020) Monitoringsprotocol Herpetofauna. Versie 2.0. Rapporten van het Instituut voor Natuur - en Bosonderzoek 22. Bosonderzoek IvN-e. Instituut voor Natuuren Bosonderzoek, Brussel. https://doi.org/10.21436/inbor.17954118. Temple HJ & Terry A (2009) European mammals: Red List status, trends, and conservation priorities. Folia Zoologica 58 (3): 248-269. https://www.ivb.cz/wp-content/uploads/58_248-269.pdf Van Landuyt W & Brosens D (2020) Florabank1 - A grid-based database on vascular plant distribution in the northern part of Belgium (Flanders and the Brussels Capital region). Version 45.12. Research Institute for Nature and Forest (INBO), Brussels. GBIF.org (10 August 2021) GBIF Occurrence Download https://doi.org/10.15468/dl.hbxm4z Van Landuyt W, Hoste I & Vanhecke L (2006a) Rode Lijst van de vaatplanten van Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. In: Atlas van de Flora van Vlaanderen en het Brussels Gewest. Van Landuyt W, Hoste I, Vanhecke L, Van den Bremt P, Vercruysse W & De Beer D (editors)Instituut vo or Natuur- en Bosonderzoek, Nationale Plantentuin van België & Flo.Wer., Brussel. p. 69 -81. Van Landuyt W, Hoste I, Vanhecke L, Van den Bremt P, Vercruysse W & De Beer D (2006b) Atlas van de Flora van Vlaanderen en het Brussels Gewest. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Nationale Plantentuin van België & Flo.Wer., Brussel. Van Landuyt W & Westra T (2019) Monitoringsprotocol Vaatplanten en Mossen, versie 2.0. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2019 (47). Bosonderzoek IvN-e. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. https://doi.org/10.21436/inbor.17097948. Van Thuyne G, Belpaire C & De Knijf G (2019a) Staat van instandhouding (status en trends) van de soorten van de Habitatrichtlijn. Deelrapport vissen (rapportageperiode 2013 -2018). Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2019 (10). Instituut voor Natuur - en Bosonderzoek, Brussel. https://doi.org/10.21436/inbor.16089384. Van Thuyne G, Breine J & Brosens D (2019b) VIS - Reference freshwater monitoring in Flanders, Belgium (post 2013). Version 1.8. Research Institute for Nature and Forest (INBO), Brussel. https://doi.org/10.15468/klsy8u Vergeer JW, van Dijk AJ, Boele A, van Bruggen J & Hustings F (2016) Handleiding Sovon broedvogelonderzoek: Broedvogel Monitoring Project en Kolonievogels. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. https://www.sovon.nl/sites/default/files/doc/Handleiding_Broedvogels_2016.pdf Verkem S, De Maeseneer J, Vandendriessche B, Verbeylen G & Yskout S (2003) Zoogdieren in Vlaanderen. Ecologie en verspreiding van 1987 tot 2002. Natuurpunt S tudie & JNMZoogdierenwerkgroep, Mechelen. Vermeersch G, Anselin A, Devos K, Herremans M, Stevens J, Gabriëls J & Van Der Krieken B (2004) Atlas van de Vlaamse broedvogels 2000-2002. Mededelingen van het Instituut voor Natuurbehoud 23. Instituut voor Natuurbehoud, Brussel. Vermeersch G, Devos K, Driessens G, Everaert J, Feys S, Herremans M, Onkelinx T, Stienen EWM & T’Jollyn F (2020) Broedvogels in Vlaanderen 2013-2018. Recente status en trends van in Vlaanderen broedende vogelsoorten. Mededelingen van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2020 (1). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussels. https://doi.org/10.21436/inbor.18794135. Vermeersch G, Devos K, Stienen E, Anselin A & Onkelinx T (2019) Resultaten van de Vlaamse rapportage in het kader van artikel 12 van de Vogelrichtlijn en status van vogelsoorten met instandhoudings populatiedoelen en van typische vogelsoorten van Natura 2000 habitattypes. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. Bosonderzoek IvN-e. Brussel.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 58 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


Verreycken H, Belpaire C, Van Thuyne G, Breine J, Buysse D, Coeck J, Mouton A, Stevens M, Vandenneucker T, De Bruyn L & Maes D (2014) An IUCN Red List of lampreys and f reshwater fishes in Flanders (north Belgium). Fisheries Management and Ecology 21 (2): 122 -132. https://doi.org/10.1111/fme.12052. http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/fme.12052/full

Lijst van figuren Figuur 1

Flowchart voor het bepalen van provinciaal prioritaire soorten.......................... 45

Figuur 2

Flowchart voor het bepalen van provinciaal belangrijke habitattypische soorten.46

Lijst van tabellen Tabel 1

Oppervlakte (in km²), aantal kilometerhokken (#km), aantal inwoners (#inw), bevolkingsdichtheid (#inw/km²), de oppervlakte Natura2000-gebied (N2000, in km²) en het percentage Natura2000-gebied (%N2000) per provincie in Vlaanderen. ......................................................................................................9

Tabel 2

INBO-experten, de referentie naar de meest recente gevalideerde Rode Lijst en de gegevensbron voor deze analyse per taxonomische groep. ................................ 11

Tabel 3

Taxonomische groepen die in de vorige lijsten van provinciaal prioritaire soorten werden opgenomen, maar hier niet behandeld worden. ................................... 12

Tabel 4

Aantal onderzochte kilometerhokken (#km), percentage onderzochte kilometerhokken (%km) en het aantal soorten vaatplanten (#sp) per provincie in de periode 2000-2020. .................................................................................... 13

Tabel 5

Soorten vaatplanten die in aanmerking komen als provinciaal prioritaire soort of als provinciaal belangrijke habitattypische soort. De gebruikte afkortingen worden in Box 2 uitgelegd. ........................................................................................... 14

Tabel 6

Aantal onderzochte kilometerhokken (#km), percentage onderzochte kilometerhokken (%km) en het aantal soorten amfibieën en reptielen (#sp) per provincie in de periode 2011-2020. .................................................................. 23

Tabel 7

Soorten amfibieën en reptielen die in aanmerking komen voor de selectie van provinciaal prioritaire soort of provinciaal belangrijke habitattypische soort. De gebruikte afkortingen worden in Box 2 uitgelegd. ............................................. 24

Tabel 8

Aantal onderzochte meetpunten (#mp) en het aantal soorten vissen (#sp) per provincie in de periode 2011-2020. .................................................................. 25

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 59 van 62


Tabel 9

Soorten vissen die in aanmerking komen voor de selectie van provinciaal prioritaire soort of provinciaal belangrijke habitattypische soort. De gebruikte afkortingen worden in Box 2 uitgelegd.............................................................. 26

Tabel 10

Aantal onderzochte kilometerhokken (#km), percentage onderzochte kilometerhokken (%km) en het aantal soorten broedvogels (#sp) per provincie in de periode 2011-2020. .................................................................................... 27

Tabel 11

Soorten broedvogels die in aanmerking komen voor de selectie van provinciaal prioritaire soort of provinciaal belangrijke habitattypische soort. De gebruikte afkortingen worden in Box 2 uitgelegd.............................................................. 28

Tabel 12

Aantal telgebieden (#sites) en het aantal soorten overwinterende watervogels (#sp) per provincie in de periode 2011-2020. .................................................... 31

Tabel 13

Overwinterende watervogels die in aanmerking komen voor de selectie van provinciaal prioritaire soort. De gebruikte afkortingen worden in Box 2 uitgelegd. ...................................................................................................................... 31

Tabel 14

Aantal onderzochte kilometerhokken (#km), percentage onderzochte kilometerhokken (%km) en het aantal soorten zoogdieren (#sp) per provincie in de periode 2011-2020. ......................................................................................... 32

Tabel 15

Zoogdieren die in aanmerking komen voor de selectie van provinciaal prioritaire soort of provinciaal belangrijke habitattypische soort. De gebruikte afkortingen worden in Box 2 uitgelegd................................................................................ 33

Tabel 16

Aantal onderzochte kilometerhokken (#km), percentage onderzochte kilometerhokken (%km) en het aantal soorten dagvlinders (#sp) per provincie in de periode 2011-2020. .................................................................................... 34

Tabel 17

Dagvlinders die in aanmerking komen voor de selectie van provinciaal prioritaire soort of provinciaal belangrijke habitattypische soort. De gebruikte afkortingen worden in Box 2 uitgelegd................................................................................ 35

Tabel 18

Aantal onderzochte kilometerhokken (#km), percentage onderzochte kilometerhokken (%km) en het aantal soorten libellen (#sp) per provincie in de periode 2011-2020. ......................................................................................... 36

Tabel 19

Libellen die in aanmerking komen voor de selectie van provinciaal prioritaire soort of provinciaal belangrijke habitattypische soort. De gebruikte afkortingen worden in Box 2 uitgelegd............................................................................................ 37

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 60 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


Tabel 20

Aantal onderzochte kilometerhokken (#km), percentage onderzochte kilometerhokken (%km) en het aantal soorten sprinkhanen (#sp) per provincie in de periode 2011-2020. .................................................................................... 38

Tabel 21

Sprinkhanen en krekels die in aanmerking komen voor de selectie van provinciaal prioritaire soort of provinciaal belangrijke habitattypische soort. De gebruikte afkortingen worden in Box 2 uitgelegd.............................................................. 39

Tabel 22

Soorten uit andere taxonomische groepen die in aanmerking komen als provinciaal prioritaire soort. De gebruikte afkortingen worden in Box 2 uitgelegd. W

Tabel 23

= winterverblijven, Z = zomer......................................................................... 40

Aantal provinciaal prioritaire soorten per provincie. AN = Antwerpen, LI = Limburg, OV = Oost-Vlaanderen, VB = Vlaams-Brabant, WV = West-Vlaanderen. .............. 49

Tabel 24

Aantal provinciaal belangrijke habitattypische soorten per provincie. AN = Antwerpen, LI = Limburg, OV = Oost-Vlaanderen, VB = Vlaams-Brabant, WV = West-Vlaanderen. ........................................................................................... 50

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// www.vlaanderen.be/inbo

doi.org/10.21436/inbor.54722626

Pagina 61 van 62


6

BIJLAGEN

Bijlage 1

Omschrijving van de Europese habitattypes.

Habitattype

Omschrijving

1130 1140 1310

Es tua ri a Bi j eb droogva l l ende s l i kwa dden en za ndpl a ten Eenja rige pioniers vegeta ti es va n s l i k en za ndgebi eden met Sa l i corni a s oorten en a ndere zoutmi nnende pl a nten Schorren met s l i jkgra s vegeta ti e (Spa rti ni on ma ri ti ma e) Atl a nti s che s chorren (Gl a uco-Pucci nel l i eta l i a ma ri ti ma e) Embryona a l wa ndel ende dui nen Wa ndel ende dui nen op de s tra ndwa l met Ammophila arenaria ('wi tte dui nen') Va s tgel egde dui nen met krui dvegeta ti e (gri jze dui nen) EU-a tl a nti s che va s tgel egde ontka l kte dui nen (Ca l l uno-Ul i ceta e) Dui nen met Hyppophae rhamnoides Dui nen met Salix repens s s p. argentea (Sa l i ci on a rena ri a ) Bebos te dui nen va n het Atl a nti s che, Conti nenta l e en Borea l e kus tgebi ed Overi ge wa terri jke vegeta ti es i n de dui nen Ps a mmofi el e hei de met Ca l l una en Geni s ta Open gra s l a nd met Corynephorus - en Agros ti s -s oorten op l a nddui nen Mi nera a l a rme ol i gotrofe wa teren va n de Atl a nti s che za ndvl a kten Ol i gotrofe tot mes otrofe s ti l s ta a nde wa teren Ka l khoudende oligo-mesotrofe sti l s ta a nde wa teren met benthi s che Cha ra s pp. vegeta ti es Va n na ture eutrofe meren met vegeta ti e va n het type Ma gnopota mi on of Hydrocha ri ti on Dys trofe na tuurl i jke poel en en meren Submontane en l aagland ri vieren met vegetaties behorend tot het Ranunculion fluitantis en het Ca l l i tri cho-Ba tra chi on Ri vi eren met s l i koevers met vegeta ti es behorend tot het Chenopodi on rubri Noord-Atl a nti s che vochti ge hei de met Erica tetralix Droge Europes e hei de Juni perus communi s -forma ti es i n hei de of ka l kgra s l a nd Ka l kmi nnend gra s l a nd op dorre za ndbodem Droge halfnatuurlijke gra s l a nden en s trui kvormende fa ci es op ka l khoudende s ubs tra ten (Fes tuco-Brometa l i a ) (gebi eden wa a r zel dza me orchi deeën groei en) Soortenri jke hei s chra l e gra s l a nden op a rme bodems Gra s l a nd met Mol i ni a op ka l khoudende, veni ge of l emi ge kl ei bodem (Mol i ni on) Voeds el ri jke zoomvormende rui gten La a ggel egen s chra a l hooi l a nd: gl a ns ha ververbond Acti ef hoogveen Overga ngs - en tri l veen Sl enken i n veengronden met vegeta ti e behorend tot het Rhynchos pori on Ka l khoudende moera s s en met Cladium mariscus en s oorten va n het Ca ri ci on da va l l i a na Ka l ktufbronnen met tufs teenforma ti e (Cra toneuri on) Al ka l i s ch l a a gveen Ni et voor publ i ek openges tel de grotten Beukenbos s en va n het type Luzul o -Fa getum Atl a ntis che zuurmi nnende beukenbos s en met Il ex en s oms ook Ta xus i n de ondergroei Beukenbossen va n het type As perul o -Fa getum, s ubtype Atl a nti s ch neutrofi el beukenbos Mi dden-Europes e ka l kri jke beukenbos s en behorende tot het Cepha l a nthero -Fa gi on Sub-Atl a nti s che en mi dden-Europes e wi nterei kenbos s en of ei kenha a gbeukbos s en Oude zuurmi nnende ei kenbos s en op za ndvl a kten met Quercus robur Bos s en op a l l uvi a l e grond met Alnion glutinosa en Fraxinus excelsior (Al no-Pa di on, Al ni on i nca na e, Sa l i ci on a l ba e) Gemengde oeverformaties met Quercus robur, Ulmus laevis en Ulmus minor, Fraxinus excelsior of Fraxinus angustifolia, l a ngs de grote ri vi eren (Ul meni on mi nori s )

1320 1330 2110 2120 2130 2150 2160 2170 2180 2190 2310 2330 3110 3130 3140 3150 3160 3260 3270 4010 4030 5130 6120 6210 6230 6410 6430 6510 7110 7140 7150 7210 7220 7230 8310 9110 9120 9130 9150 9160 9190 91E0 91F0

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// Pagina 62 van 62

doi.org/10.21436/inbor.54722626

www.vlaanderen.be/inbo


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Maes_etal_2021_CriteriaVoorHetAanduidenVanProvinciaalPrioritaireSoortenMateriaalEnMethodeVersie2021. by Vlaanderen-be - Issuu