FOCUS 2014
DE VLAAMSE ZUIVELBAROMETER SEPTEMBER 2014 Vlaamse overheid | Departement Landbouw en Visserij afdeling Monitoring en Studie
1. De zuivelbarometer: ter inleiding
2. Opbrengsten en variabele kosten per 100 l melk 3. Bruto saldo per 100 l melk
1.
DE ZUIVELBAROMETER: TER INLEIDING
In april van dit jaar werd de Vlaamse zuivelbarometer voor het eerst opgesteld. De zuivelbarometer dient als instrument voor een objectieve waardemeter voor de actuele economische toestand van de Vlaamse melkveebedrijven. Het maakt het mogelijk om snel en accuraat de impact van prijsveranderingen van de belangrijkste inputs en outputs door te rekenen. In de periode waarin de eerste zuivelbarometer (april 2014) werd opgesteld, was de algemene economische situatie waarin de Vlaamse melkveehouders zich bevonden uitstekend. De melkprijzen stonden op een hoog niveau terwijl de inputprijzen gedaald waren.
4. Conclusies Ondertussen is de economische situatie sterk veranderd. Onder druk van de dalende wereldmarktprijzen, nam de gemiddeld uitbetaalde melkprijs ook in Vlaanderen stelselmatig af om in augustus af te klokken op een reële netto prijs van 34,36 euro per 100 liter melk (BCZ). De onderstaande zuivelbarometer geeft de resultaten voor het tweede kwartaal (april – juni). Door de actuele situatie (crisis Rusland) en om kort op de bal te spelen worden de maanden juli en augustus bijgevoegd.
Meer info vindt u op www.vlaanderen.be/landbouw/studies Vermenigvuldiging en/of overname van gegevens zijn toegestaan mits de bron expliciet vermeld wordt: Van der Straeten B. & Deuninck, J. (2014) De Vlaamse zuivelbarometer – september 2014, Beleidsdomein Landbouw en Visserij, afdeling Monitoring en Studie, Brussel. Depotnummer: D/2014/3241/275.
www.vlaanderen.be/landbouw
1
FOCUS: De Vlaamse zuivelbarometer. April 2014
2. OPBRENGSTEN EN VARIABELE KOSTEN PER 100 LITER MELK In de onderstaande figuur geven we de evolutie van zowel de opbrengsten als variabele kosten per 100 liter melk weer van 2008 tot augustus 2014. De opbrengsten kennen sinds hun piek in het 4e kwartaal van 2013 een continue daling. Deze daling is volledig toe te schrijven aan de daling van de melkprijs. De prijzen voor nuchtere kalveren en reforme koeien zijn min of meer constant gebleven. De opbrengsten per 100 liter melk staan nu op het laagste niveau sinds begin 2013 maar zijn nog steeds hoger dan tijdens de referentieperiode 2008-2012. De variabele kosten vertonen sinds begin 2013 een licht dalende trend. Ook de laatste maanden zet de daling van de variabele kosten zich verder als gevolg van de dalende krachtvoederprijzen. Met een index van 110 bereiken de variabele kosten hun laagste peil in 2 jaar. Figuur 1: Opbrengsten en variabele kosten per 100 liter melk, 2008-2014
Bron: Departement Landbouw en Visserij
De gebruikte referentie staat niet noodzakelijk model voor een leefbaar inkomen. Bijgevolg kan er geenszins uitspraak worden gedaan over de leefbaarheid van de Vlaamse melkveehouderij op basis van de gebruikte indexen
3. BRUTO SALDO PER 100 LITER MELK In de onderstaande figuur geven we zowel het actueel als het voortschrijdend bruto saldo per 100 liter geproduceerde melk weer per kwartaal voor 2008 tot het tweede kwartaal van 2014. De maanden juli en augustus van 2014 worden bijkomend apart weergegeven teneinde de meest recente situatie in te schatten. Het actueel bruto saldo geeft het verschil weer tussen de opbrengsten en de variabele kosten per 100 liter melk en dit per kwartaal of maand en geeft een indicatie van de actuele economische situatie. Het voortschrijdend bruto saldo geeft aanvullend het gemiddelde bruto saldo weer van de laatste vier kwartalen en is, meer dan het actueel bruto saldo, een maatstaf voor de rentabiliteit in de melkveehouderij van het afgelopen jaar. Omdat het voortschrijdend gemiddelde de situatie van
www.vlaanderen.be/landbouw
2
FOCUS: De Vlaamse zuivelbarometer. April 2014
de laatste 4 kwartalen berekent, kan voor de afzonderlijke maanden juli en augustus 2014 geen voortschrijdend bruto saldo gegeven worden. Het actueel bruto saldo kende tussen medio 2012 en eind 2013 een continue toename. Vanaf 2014 kent het actueel bruto saldo dan weer een afname. Het actueel bruto saldo is in het tweede kwartaal afgenomen tot 126. In augustus 2014 is de index verder afgenomen tot 109, wat het laagste peil is sinds het eerste kwartaal van 2013. Dat is echter nog steeds hoger dan de gemiddelde index in de referentieperiode 2008-2012. Niettemin is de sterke daling van de index in enkele kwartalen tijd een belangrijke indicatie van een verslechterende economische situatie in de melkveehouderij. Door de zeer gunstige economische situatie rond de jaarwisseling, heeft de minder gunstige huidige evolutie zich nog niet doorgezet in het voortschrijdend actueel bruto saldo. Dit staat met 133 immers op het hoogste peil sinds 2008. Dat betekent dat, ondanks de mindere laatste maanden, de melkveehouders over een heel jaar bekeken een hoog bruto saldo per 100 liter melk gehaald hebben. Figuur 2: Actueel en voortschrijdend bruto saldo per 100 liter melk, 2008-2014
Bron: Departement Landbouw en Visserij
De gebruikte referentie staat niet noodzakelijk model voor een leefbaar inkomen. Bijgevolg kan er geenszins uitspraak worden gedaan over de leefbaarheid van de Vlaamse melkveehouderij op basis van de gebruikte indexen
4. CONCLUSIES Sinds de eerste publicatie van de zuivelbarometer in april 2014 is de situatie voor de melkveehouder in negatieve zin geÍvolueerd. De dalende melkprijs zorgt voor een afname van het actueel bruto saldo per 100 liter melk in het tweede kwartaal van 2014. De index is tijdens de zomer verder gedaald. Over het laatste jaar bekeken (juli 2013 – juni 2014) is de index van het voortschrijdend bruto saldo nog heel hoog, wat erop wijst dat de economische situatie van de melkveehouder goed was tijdens deze periode. Als de daling van de melkprijs zich voortzet, zal ook die index stilaan beginnen te dalen.
www.vlaanderen.be/landbouw
3