2009 vlaamse raad voor wetenschapsbeleid
Colofon Uitgave van de Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie (VRWI)
VRWI KoloniĂŤnstraat 56 B-1000 Brussel T +32 2 212 94 10 F +32 2 212 94 11 E-mail: info@vrwi.be Website: www.vrwi.be Creatie en realisatie: VM Consulting Depotnummer: D/2010/3241/240
2009
ยง vlaamse raad voor wetenschapsbeleid
WOORD VOORAF ADVIEZEN ACTIVITEITEN PROJECTEN PUBLICATIE WERKING REGELGEVING
03 06 16 20 24 26 36
- - - - - - -
05 15 19 23 25 35 48
woord vooraf
Voor u ligt het allerlaatste jaarverslag van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid. Op 22 april 2009 keurde het Vlaams Parlement het decreet goed betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid. Hiermee werd de beslissende stap gezet naar de omvorming van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB) tot de Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie (VRWI), de strategische adviesraad van de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement voor wetenschap en innovatie. Inmiddels is op 1 januari 2010 het decreet in werking getreden. Op 4 februari 2010 werd de nieuwe VRWI en zijn nieuwe voorzitter Dirk Boogmans, geïnstalleerd door Vlaams minister van Innovatie Ingrid Lieten. 2009 was dan ook een overgangsjaar. Tijd om even terug te blikken op een aantal hoogtepunten uit de VRWB-geschiedenis en deze ook tastbaar te maken in een jubileumboek ‘VRWB – een kwarteeuw Vlaams wetenschapsbeleid’. Tijd ook om vooruit te kijken naar de nieuwe VRWI, die uiteraard voortbouwt op de sterke fundamenten gelegd door de VRWB, maar die ook kansen biedt voor een aantal vernieuwingen: een nieuw logo, een nieuwe huisstijl, een nieuwe website, een vernieuwde werking en interne structuur, een verruimde opdracht, en de installatie in de schoot van de Raad van een International Advisory Board. Heel wat voorbereidingen werden getroffen om een snelle doorstart mogelijk te maken. Hoewel de VRWB het afgelopen jaar op zijn laatste benen liep, zijn we niet blijven stilstaan, wel integendeel. De Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid bracht in 2009 zeven adviezen uit en een aanbeveling.
woord vooraf | 3
Zo was er Advies 130 over de oprichting van twee nieuwe strategische onderzoekscentra. Beide zijn de eerste concrete resultaten van de set van 6 clusters en 30 prioriteiten die de VRWB in 2006 heeft geïdentificeerd. Het doet ons en de voltallige Raad bijzonder plezier dat dit referentiekader als inspiratiebron heeft gediend bij de uitwerking van twee concrete speerpuntinitiatieven die voor Vlaanderen een doorbraak kunnen betekenen: het Centrum voor Medische Innovatie (CMI) en het Strategisch Initiatief Materialen (SIM). De VRWB tracht ook voortdurend zijn vinger aan de internationale pols te houden. Getuige hiervan de drie adviezen over het Europese wetenschaps- en innovatiebeleid. Advies 125 formuleert een aantal voorstellen voor een nationaal actieplan om de mobiliteit in de Europese Onderzoeksruimte te stimuleren. Advies 126 bereidt het Belgisch EUvoorzitterschap 2010 voor waarbij de VRWB een leidende rol voor Vlaanderen ambieert. In aanbeveling 34 ten slotte schaart de Raad zich volledig achter het voorstel van verordening voor een communautair rechtskader voor een Europese onderzoeksinfrastructuur. Eindigen deed de VRWB met zijn spraakmakend advies bij de Beleidsnota Wetenschappelijk Onderzoek en Innovatie 2009-2014. De Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB) stelt verbaasd vast dat de Vlaamse Regering haar investeringen in onderzoek en innovatie terugschroeft. Dit is niet alleen in strijd met haar eigen Regeerakkoord, maar zal vooral nefaste en onomkeerbare gevolgen hebben voor de concurrentiepositie van Vlaanderen. In zijn advies bij de beleidsnota Wetenschappelijk Onderzoek en Innovatie 2009-2014 plaatst de VRWB de voltallige Vlaamse Regering voor haar collectieve verantwoordelijkheid. De Raad roept op de investeringen in onderzoek en innovatie resoluut te versnellen. Het behalen van de 1%‐norm in 2014, zoals opgenomen in het ViA‐Pact 2020 en bevestigd in het Regeerakkoord, moet hierbij de doelstelling zijn. De VRWB schuift in zijn advies drie prioriteiten naar voor m.n. (1) de evenwichten tussen gericht en niet-gericht onderzoek en tussen thematische en niet-thematische financieringskanalen, (2) de prioriteiten m.b.t. bestaande niet-thematische financieringskanalen en (3) de speerpunten. Verderop in dit jaarverslag kan u trouwens een stand van zaken lezen van het VRWB-cluster- en speerpuntenbeleid.
4 | woord vooraf
De VRWB heeft de voorbije 25 jaar zijn plaats opgeĂŤist in en zijn stempel gedrukt op het wetenschaps- en innovatiebeleid in Vlaanderen. Zijn opgang liep parallel met de uitbouw van het Vlaamse wetenschaps- en innovatiesysteem. De raad heeft er in belangrijke mate toe bijgedragen dat er vandaag een breed maatschappelijk draagvlak bestaat voor de beleidskeuze om wetenschap en innovatie als grote prioriteiten naar voor te schuiven. De reputatie die de VRWB heeft opgebouwd, is excellent. Onze adviezen zijn goed doorgesijpeld in de regeringsdocumenten. Niet alleen wij zeggen dit. Dit wordt ook bevestigd in het Rapport van het Steunpunt Bestuurlijke Organisatie Vlaanderen van de K.U.Leuven. In een bevraging van de leden van de verschillende strategische adviesraden, scoort de VRWB sterk boven het gemiddelde voor de mate van ontvankelijkheid van zijn adviezen door de bevoegde minister. Als voorzitter en secretaris van een instelling die de regering adviseert, kan je daar alleen maar tevreden over zijn. Ook de zichtbaarheid van de VRWB is gedurende de laatste jaren gegroeid. In 2009 haalden we regelmatig de media. De regelmatige hoorzittingen in de commissies van het Vlaams Parlement versterkten ook de interactie met de Vlaamse parlementsleden. Dit alles maakt dat de VRWB de fundamenten heeft gelegd en het pad heeft geĂŤffend voor een krachtige en gezaghebbende VRWI. We willen in dit laatste jaarverslag graag nog eens alle mensen die in al die jaren hun medewerking hebben verleend aan de VRWB van harte bedanken: de opeenvolgende voogdijministers, alle voorzitters, de leden van de Raad, de leden van de commissies en van de werkgroepen, onze partners van het beleidsdomein economie, wetenschap en innovatie, en al onze externe partners. Afscheid nemen hoort bij veranderen en verandering is de motor die Vlaanderen doet draaien. We mogen nu geen tijd verspelen en moeten volop inzetten op wetenschap en innovatie om de transformatie van onze economie te bewerkstelligen. Alleen dan zullen wij onze welvaart en welzijn kunnen vrijwaren. Met dank voor uw aanhoudende belangstelling.
Danielle Raspoet secretaris
Karel Vinck voorzitter
§ woord vooraf | 5
adviezen
Adviezen De Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid bracht in 2009 zeven adviezen uit en één aanbeveling. Hieronder vindt u een samenvatting van deze aanbeveling en adviezen. De volledige teksten kan u raadplegen op www.vrwi.be.
22 januari 2009
AANBEVELING 34 EEN COMMUNAUTAIR RECHTSKADER VOOR EEN EUROPESE ONDERZOEKSINFRASTRUCTUUR Europese rechtszekerheid voor grootschalige onderzoeksinfrastructuur
Op 25 juli 2008 publiceerde de Europese Commissie een ’Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende een communautair rechtskader voor een Europese onderzoeksinfrastructuur.’ Het voorgestelde rechtskader heeft als doel het vergemakkelijken van de oprichting en van de werking van grootschalige multinationale onderzoeksinfrastructuren in Europa. Met deze verordening zouden nieuwe Europese onderzoeksinfrastructuurprojecten kunnen kiezen voor een rechtspersoon die in alle lidstaten erkend wordt, en die tegelijkertijd flexibel genoeg is om aan specifieke voorwaarden te voldoen. Een dergelijk internationaal orgaan worden vrijgesteld van BTW, van de betaling van accijnzen en van specifieke procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten. De verordening kan door de Raad van de EU worden aangenomen met een gekwalificeerde meerderheid, omdat ze gebaseerd wordt op artikel 171 van het Verdrag tot oprichting van de EG. Dit artikel 171 behoort tot het deel ‘Onderzoek en technologische ontwikkeling‘ van het Verdrag, en daarom wordt dit voorstel voor verordening behandeld in de Raad Competitiviteit (COMP). Er bestaat op politiek niveau grote eensgezindheid over dit voorstel. De opname van fiscale voordelen in deze verordening zorgde echter voor protest van een aantal ministers van financiën. In aanbeveling 34 schaart de VRWB zich volledig achter dit voorstel van verordening, inclusief het verlenen van fiscale voordelen. In het bijzonder roept de VRWB alle betrokken beleidsmakers in België, zowel op federaal als regionaal niveau, op om zich actief in te zetten voor een snelle aanvaarding van deze verordening.
12 maart 2009
ADVIES 128 WIJZIGING VAN HET STELSEL VAN DE TOEKENNING VAN DOCTORAATSBEURZEN DOOR HET IWT (SPECIALISATIEBEURZEN) IWT-specialisatiebeurzen afstemmen op innovatielandschap
De voorgestelde verruiming/afschaffing van de diplomavereisten voor de IWT-specialisatiebeurzen oogst bijval bij de VRWB. Maar de focus op het toegepaste karakter ervan (cf. mandaat IWT) moet bewaard blijven. Daarom ligt een koppeling aan de inhoudelijke finaliteit van de aanvragen voor de hand. Door de focus op het toegepaste karakter krijgt de mogelijke economische en/of maatschappelijke toepasbaarheid van de resultaten een belangrijker gewicht in de evaluatie. De toegevoegde waarde ligt vooral in de opleiding van de doctorandi, en excellentie moet het hoofdcriterium blijven bij selectie, waarschuwt de Raad. Ook opgepast met té strikte interpretatie van de deelcriteria.
adviezen | 7
De verruiming van de nationaliteitsvereiste is een hele stap voorwaarts volgens de VRWB. Maar gezien de huidige context van internationalisering, mag het IWT hierin best nog wat verder gaan. Dergelijke kunstmatige barrières moeten plaats maken voor kwaliteitscriteria, en liefst zo snel mogelijk. Dit laatste geldt evenzeer voor het openstellen van de beurzen naar maatschappelijke finaliteit, uiteraard mét de nodige financiële middelen. De VRWB sluit zich verder aan bij de voorstellen voor de tussentijdse evaluatie en doet enkele suggesties voor verdere verfijning van het ontwerpbesluit, onder andere over de begeleiding en over de vereiste onderscheiding. Voorliggende hervorming mag zeker niet los worden gezien van de andere beurzenstelsels voor doctorandi. De mogelijke invloeden ervan op de andere stelsels moeten worden nagegaan, vindt de Raad, zodat passende maatregelen kunnen worden genomen.
ADVIES 129 ONDERSTEUNING VAN DE INDUSTRIËLE ONDERZOEKSFONDSEN EN DE INTERFACEACTIVITEITEN VAN DE ASSOCIATIES IN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP Een gezamenlijk reglementair besluit voor IOF en de interfaceactiviteiten
Het voorontwerp van besluit over de ondersteuning van de Industriële Onderzoeksfondsen (IOF) en de Interfaceactiviteiten van de associaties legt een gezamenlijke reglementaire basis voor deze instrumenten die beiden de samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijven bevorderen. Een zo eenvoudig mogelijke regelgeving, waarbij de autonomie van de universiteiten/associaties met betrekking tot het beheer van het IOF en de Interfacediensten, wordt gerespecteerd, is noodzakelijk vindt de VRWB. Grotere autonomie dient gepaard te gaan met een grotere responsabilisering van de instellingen, erkent de Raad, maar enkel een verantwoording voor de besteding van de verkregen overheidsmiddelen - die voor de interfacediensten slechts een deel uitmaken in de totale financiering ervan - is hier op zijn plaats. De Raad doet hierop een aantal concrete voorstellen voor dergelijke deregulering. De VRWB stelt tevens voor om de 20% voorwaardelijke subsidiëring voor IOF en de Interfacediensten te schrappen. Daarnaast mag de actualisering van de verdeelsleutel voor de interfacesubsidies geen impact hebben op het personeelsbestand. Ten slotte herinnert de Raad aan de initiële missie van het IOF. Die moet beter in de verf wordt gezet. De VRWB vraagt ook inzage in het eindrapport van de doorlichting van de Interfacediensten en adviseert het eendimensionale beeld hierover in de memorie van toelichting te nuanceren en in de juiste richting bij te stellen. Beide instrumenten zijn belangrijke hefbomen voor zinvolle samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen en verdienen dus versterking. De Raad herinnert hiervoor aan eerdere adviezen.
8 | advieZen
ADVIES 130 ADVIES BIJ DE VOORSTELLEN TOT OPRICHTING VAN TWEE NIEUWE STRATEGISCHE ONDERZOEKSCENTRA: • HET CENTRUM VOOR TRANSLATIONELE BIOMEDISCHE INNOVATIE (CTBI) 1 , • HET STRATEGISCH INITIATIEF MATERIALEN (SIM). Eerste concretisering uit de set van 6 clusters en 30 prioriteiten
De aanvragen tot oprichting van het CTBI en het SIM zijn de eerste concretisering die volgt uit de set van 6 clusters en 30 prioriteiten die de VRWB in 2006 heeft geïdentificeerd. De VRWB heeft de resultaten van deze verkenningsoefening aangereikt als referentiekader aan alle stakeholders in Vlaanderen: de overheid, de industrie en de kennisinstellingen. De VRWB is bijzonder verheugd dat dit referentiekader als inspiratiebron heeft gediend bij de uitwerking van twee concrete speerpuntinitiatieven die voor Vlaanderen een doorbraak kunnen betekenen. Bovendien vormen beide initiatieven een perfecte illustratie van de implementatie van het toekomstplan ‘Vlaanderen in Actie’. De VRWB blijft er wel voor pleiten dat de Vlaamse overheid zeer zuinig zou omspringen met het opstarten van zulke nieuwe grootschalige initiatieven. Die moeten in de toekomst kaderen in een globaal meerjarenplan voor wetenschap en innovatie. Binnen dit meerjarenplan moet er ruimte zijn voor de ondersteuning en versterking van de bestaande kanalen, maar ook voor het gericht inzetten op strategische doorbraken. In lijn met het VRWB-memorandum 2009-2014, vraagt de VRWB uitdrukkelijk dat beide nieuwe SOC’s gefinancierd worden met nieuwe middelen waardoor de gerechtvaardigde groei van de reguliere kanalen niet onder druk komt. De Raad wijst er tevens op dat het globale klimaat binnen de onderzoeksfinanciering in Vlaanderen vandaag helemaal anders is dan goed tien jaar geleden. Beide dossiers zijn een duidelijk bewijs van een positieve trend naar meer toenadering en een grotere bereidheid om samen te werken tussen de kenniscentra (ook onderling) en het bedrijfsleven. In zijn evenwichtenadvies 114 pleitte de VRWB overigens al expliciet voor prioritaire aandacht voor initiatieven die deze samenwerking bevorderen. Hoewel elk van deze centra in de opstartfase een samenwerkingsverband zal zijn van een eerder beperkte groep bedrijven en academische onderzoeksgroepen, moeten ze in de toekomst openstaan voor nieuwe, kwaliteitsvolle partners, zowel grote als kleine. Bovendien moet ook de mogelijkheid geboden worden tot internationale samenwerking met buitenlandse partners en/of in internationale netwerken of samenwerkingsverbanden.
1 De oorspronkelijke (werk)benaming CTBI werd later gewijzigd in TRIM, wat staat voor “Translational Research and Innovative Medicine Centre” in het Engels en “Centrum voor Translationeel Onderzoek en Innovatieve Geneeskunde”.
advieZen | 9
De VRWB is onder de indruk van de kwaliteit van de voorliggende dossiers, die bovendien kunnen rekenen op een positieve internationale expertbeoordeling. Voor de VRWB moet de ambitie bij de uitbouw van zowel het CTBI als het SIM zeer hoog liggen. Beide centra moeten internationaal meespelen en binnen afzienbare tijd zelfs gaan behoren tot absolute internationale top. Beide SOC’s hebben ongetwijfeld een goede kans op slagen mits rekening wordt gehouden met de geformuleerde aanbevelingen. De Raad onderschrijft de visie van de internationale experts dat het voor de groei van het translationeel onderzoek in Vlaanderen even belangrijk is extra middelen uit te trekken voor de uitbouw van de klinische mandaten en de aanpassing van het programma Toegepast Biomedisch Onderzoek. Voor het SIM moet maximale complementariteit worden nagestreefd met bestaande initiatieven, in het bijzonder FLAMAC.
2 juli 2009
ADVIES 131 BEGROTING WETENSCHAP EN INNOVATIE 2009 Evaluatie van de budgettaire inspanningen van de Vlaamse Overheid en van het Vlaamse Innovatiepact
De VRWB maakte de balans op van het begrotingsbeleid voor wetenschap en innovatie tijdens de voorbije legislatuur 2004-2009. De Raad voerde ook de tweejaarlijkse monitoring uit van het Vlaams Innovatiepact 2003 aan de hand van de 11 VRWB-kernindicatoren. 1. Evaluatie van de budgettaire inspanningen van de Vlaamse Overheid In absolute bedragen stegen de overheidsmiddelen voor O&O tijdens de afgelopen legislatuur 20042009 zeer sterk, met ongeveer 40% tot 1 147 miljoen euro. De VRWB vindt het uiteraard positief dat de Vlaamse Regering haar engagement uit het Innovatiepact om jaarlijks 60 miljoen euro extra te investeren in onderzoek en ontwikkeling correct is nagekomen. Deze inspanningen zijn evenwel ruim onvoldoende gebleken om de 1%-norm te halen in 2010. Het is zelfs zo dat de overheidskredieten voor O&O uitgedrukt in functie van het BBPR op het einde van de legislatuur iets lager liggen dan bij de start (0,71% in 2009 t.o.v. 0,73% in 2004). Dit houdt in dat de extra inspanningen voor O&O maar net gelijke tred hielden met de economische groei. Bovendien merkt de VRWB op dat een groot deel van de bijkomende middelen tijdens de voorbije legislatuur een eenmalig karakter hadden, en dus niet structureel verworven zijn. De Raad roept de nieuwe Vlaamse Regering op om prioritair haar aandacht te richten op wetenschap en innovatie om van Vlaanderen een topregio te maken in een wereldwijde kennismaatschappij. Door net in tijden van economische crisis resoluut te kiezen voor bijkomende financiering voor onderzoek en ontwikkeling zal Vlaanderen een betekenisvolle voorsprong kunnen uitbouwen. Het behalen van de 3%-norm moet daarbij onverminderd het richtsnoer blijven, en dit tegen 2014. Een nieuw budgettair groeipad voor de realisatie van de 1%-norm in 2014 moet worden verankerd in een meerjarenbegroting. Op basis van officiĂŤle groeiprognoses van begin juli 2009 komt dit neer op 177 miljoen euro aan extra O&O-middelen, en dit vanaf 2010 structureel en elk jaar opnieuw. De VRWB pleit ervoor om voor de regeerperiode 2009-2014 een globaal meerjarenplan op te stellen voor wetenschap en innovatie, gekoppeld aan die meerjarenbegroting. Dit moet het ruimer kader vormen waarbinnen gefundeerde afwegingen kunnen worden gemaakt voor enerzijds de ondersteuning en gerechtvaardigde versterking van de zeer gediversifieerde bestaande kanalen en anderzijds de nood aan middelen voor het gericht inzetten op strategische domeinen die moeten leiden tot doorbraken (cfr. VRWB clusters en ViA-doorbraken).
10 | adviezen
Niet alleen de overheid, ook de ondernemingen moeten hun verantwoordelijkheid opnemen. Het bedrijfsleven moet zijn O&O-inspanningen sterk opdrijven om de doelstelling van 2% van het BBPR te halen. Bedrijven die nu besparen op innovatie zijn fout bezig. Innovatie is immers dé sleutel om op lange termijn hun continuïteit te garanderen. Daarbij mogen we niet uit het oog verliezen dat de 3% norm een pure inputnorm is, die niets zegt over de opbrengst die we uit die O&O-investeringen mogen verwachten. Dus hamert de VRWB op de noodzaak om die extra middelen op een strategische, gecoördineerde en selectieve manier in te zetten. Bovendien moet meer werk gemaakt worden van effectmeting aan de hand van duidelijke en passende maatstaven. 2. Evaluatie van het Vlaamse Innovatiepact Wanneer we de Vlaamse data voor de 11 kernindicatoren voor innovatie internationaal, en meer bepaald relatief ten opzichte van het EU-27-gemiddelde, uitzetten, blijkt Vlaanderen nog steeds een eerder ge-middeld innovatieprofiel te vertonen. Vergelijken we de Vlaamse scores met de top 3-landen (i.e. Finland, Zweden en Denemarken), dan is het beeld echter zeer ontnuchterend en moeten we vaststellen dat Vlaanderen op het vlak van onderzoek en ontwikkeling nog een lange weg naar de top heeft af te leggen. In het licht van het Vlaanderen-in-Actieplan – waarbij Vlaanderen de ambitie moet hebben om tegen 2020 tot de top 5 regio’s van Europa te behoren – vormt dit een belangrijke boodschap aan de Vlaamse Regering. Doorheen de tijd stellen we vast dat Vlaanderen aan de inputzijde op een aantal factoren vooruitgang heeft geboekt, maar op een even groot aantal erop is achteruit gegaan. Zorgwekkend is vooral de terugval op het vlak van effecten en impact. Zo blijft Vlaanderen kampen met een groot probleem op het vlak van absorptiecapaciteit, dat bovendien steeds belangrijker wordt. Het Vlaamse valorisatiepotentieel blijft onderbenut. Deze vaststellingen verdienen primordiaal aandacht en dit vraagt een beleidsaanpak die het O&O-beleid overschrijdt.
12 augustus 2009
ADVIES 132 DE TOETREDING VAN BELGIË TOT DE EUROPESE CONFERENTIE VOOR MOLECULAIRE BIOLOGIE EN HET EUROPEES LABORATORIUM VOOR MOLECULAIRE BIOLOGIE De SARiV en de VRWB menen dat het voor Vlaanderen van belang is dat België volwaardig en stemgerechtigd lid wordt van de EMBC en het EMBL
Op haar vergadering van 3 juli 2009 hechtte de Vlaamse Regering haar principiële goedkeuring aan (i) het ontwerp van decreet tot instemming met de Overeenkomst houdende stichting van de Europese Conferentie voor Moleculaire Biologie (EMBC), opgemaakt in Genève op 13 februari 1969 en (ii) het ontwerp van decreet tot instemming met de Overeenkomst houdende oprichting van het Europees Laboratorium voor Moleculaire Biologie (EMBL), opgemaakt in Genève op 10 mei 1973. Minister-president Kris Peeters en minister Patricia Ceysens vroegen vervolgens advies aan de Strategische Adviesraad internationaal Vlaanderen (SARiV). Op zijn beurt heeft de SARiV contact opgenomen met de VRWB, en beide strategische adviesraden zijn overeengekomen om een gezamenlijk advies uit te brengen.
advieZen | 11
Het betreft hier twee gemengde verdragen, waarbij de bevoegdheden zowel liggen bij de federale overheid als bij de Gemeenschappen en Gewesten. Dit betekent dat ook het Vlaams parlement, zoals ook de parlementen van de andere Gewesten en Gemeenschappen, zijn akkoord moet geven opdat deze verdragen zouden kunnen worden geratificeerd. De SARiV en de VRWB sluiten zich aan bij de twee instemmingsdecreten, en vragen de Vlaamse regering met aandrang om dit dossier zo snel mogelijk af te ronden. Zij wijzen op de verwachte economische en wetenschappelijke return van beide organisaties, hun band met de Vlaamse bevoegdheden, het VIAproject, de Vlaamse beleidsprioriteiten en het belang van de Europese samenwerking op het vlak van onderzoek en innovatie. De SARiV en de VRWB menen dat het voor Vlaanderen van belang is dat België volwaardig en stemgerechtigd lid wordt van de EMBC en het EMBL.
11 december 2009
ADVIES 133 PROGRAMMADECRETEN 2009-2010 Geen structurele maatregelen doorvoeren via een programmadecreet, zonder diepgaand debat
De voorontwerpen van decreet ‘houdende bepalingen tot begeleiding van de derde aanpassing van de begroting 2009 en van de begroting 2010’ behelzen hoofdzakelijk het aanpassen van artikels in diverse decreten en besluiten van de Vlaamse regering met het oog op de uitvoering van de voorziene besparingsmaatregelen van de Vlaamse overheid voor de betrokken begrotingsjaren. De VRWB sprak zich in zijn advies enkel uit over die bepalingen in deze ‘programmadecreten’ die relevant zijn voor zijn werkterrein; ze hebben voornamelijk betrekking op de financiering van universiteiten en hogescholen. De Raad vindt het weliswaar verdedigbaar dat ook het Hoger Onderwijs solidair een deel opneemt van de besparingen die moeten doorgevoerd worden, maar dit mag de deur niet sluiten voor de ambities en intenties die opgenomen zijn in het Vlaams Regeerakkoord 2009-2014, het plan Vlaanderen in Actie (ViA)… waar innovatie een belangrijke rol krijgt toebedeeld. De aangekondigde noodzakelijke inhaalbeweging van de basisfinanciering HO blijft een cruciale randvoorwaarde voor de uitbouw van een performant hoger onderwijs. Maar tal van maatregelen uit voorliggende programmadecreten (zoals de nulindexering in 2010, het schrappen van de jaarlijkse betoelaging van het rationalisatiefonds, de voorgestelde wijziging in het kliksysteem) hollen deze basisfinanciering verder uit. Bovendien is de voorgestelde wijziging in het kliksysteem een structurele besparing die nefaste gevolgen zal hebben en gedurende vele jaren voelbaar zal zijn. De VRWB pleit er daarom voor om het kliksysteem in zijn oorspronkelijke vorm te behouden en in de plaats een lineaire besparing door te voeren van 1,27%, vanaf 2011 geplafonneerd op 16 meur. Dergelijke structurele maatregelen moeten, in het kader van een kwaliteitsvolle regelgeving, het voorwerp vormen van een meer diepgaand debat en niet via een programmadecreet worden geregeld, vindt de Raad tot slot.
12 | advieZen
22 december 2009
Jan Cornelis, toenmalig adjunct-kabinetschef wetenschap en innovatie van viceminister-president Ingrid Lieten lichtte tijdens de Raadsvergadering van 17 december 2009 de Beleidsnota Wetenschappelijk Onderzoek en Innovatie 2009-2014 toe. Wegens verplichtingen in het Vlaams Parlement kon de minister zelf niet op de VRWB-vergadering aanwezig zijn.
ADVIES 134 BELEIDSNOTA ‘WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK EN INNOVATIE 2009-2014’ Prioritair inzetten op wetenschap en innovatie is verantwoordelijkheid van voltallige Vlaamse regering
De VRWB juicht toe dat minister Lieten het wetenschaps- en innovatiebeleid prioritair stelt. Maar de Raad waarschuwt de voltallige Vlaamse Regering dat de verminderde investeringen in onderzoek en innovatie in 2009 en 2010 nefaste en onomkeerbare gevolgen zullen hebben voor de concurrentiepositie van Vlaanderen. Wil Vlaanderen een rol van betekenis spelen in de internationale context en de beoogde top-5 positie in Europa uit het Pact 2020 halen, dan moet de Vlaamse Regering nu onverwijld handelen. Het behalen van de 1%-norm in 2014, zoals opgenomen in het Pact 2020 en bevestigd in het Regeerakkoord 2009-2014, moet hierbij de doelstelling zijn. De Raad wijst er op dat dit een collectieve verantwoordelijkheid is van de voltallige Vlaamse Regering. En toch stelt de VRWB vast dat de sense of urgency uitblijft. Het is absoluut noodzakelijk dat de Vlaamse Regering een meerjarenplan opstelt voor wetenschap en innovatie voor de regeerperiode 2009-2014, gekoppeld aan een meerjarenbegroting. Daarbij moet worden vertrokken van de engagementen die in het verleden reeds werden genomen en moet een duidelijke visie met strategische keuzes en coherente aanpak naar voor komen, met name de volgende prioriteiten: [1] de evenwichten tussen gericht en niet-gericht onderzoek en tussen thematische en niet-thematische financieringskanalen. [2] de prioriteiten m.b.t. bestaande niet-thematische financieringskanalen.
De VRWB herhaalt de volgende prioriteiten voor wat betreft de ondersteuning en versterking van de niet-thematische financieringskanalen: een groeipad voor de vrije niet-geoormerkte onderzoeksmiddelen van het BOF en het FWO; een substantieel groeipad voor het vaste kader van de universiteiten; en een meerjarenplan voor de inhaalbeweging van de basisfinanciering voor het hoger onderwijs.
[3] de speerpunten. Het engagement van de minister om in te zetten op speerpunten vindt de VRWB zeer positief. Bij de keuze ervan dient wel zeer selectief te worden opgetreden, met als leidraad het clusterbeleid van de VRWB. De VRWB juicht toe dat de minister in haar beleidsnota een sterke nadruk legt op de internationalisering van het Vlaamse O&O. Om het hoofd te bieden aan een aantal nieuwe Europese initiatieven, zoals ‘joint programming’, het EIT, en grootschalige onderzoeksinfrastructuur, is er volgens de VRWB nood aan een generieke strategische programmafinanciering. Maar dat is niet voldoende; er is nood aan een brede en diepgaande internationalisering om het Vlaamse onderzoek doeltreffend te houden. Hierbij moet zowel multilateraal, Europees als internationaal gewerkt worden; het stimuleren van cross border funding is hiervan een mooi voorbeeld. advieZen | 13
  artikel verschenen in De Tijd 26 december 2009
14 | adviezen
Media-aandacht voor VRWB-advies bij de beleidsnota 'Wetenschappelijk onderzoek en innovatie 2009-2014'
artikel verschenen in de De Morgen 24 december 2009
§ advieZen | 15
Activiteiten
activiteiten DAGELIJKS BESTUUR TE GAST IN HET VLAAMS PARLEMENT 12 februari 2009
De commissie voor Economie, Werk en Sociale Economie van het Vlaams Parlement organiseerde op 12 februari 2009 een gedachtewisseling met het Dagelijks Bestuur van de VRWB over het Memorandum 2009-2014 ‘Duurzame Welvaart en Welzijn door Wetenschap en Innovatie'. Voorzitter Karel Vinck en de vier permanente commissievoorzitters Roger Bouillon, Andreas De Leenheer, Gilbert Declerck en Sandra Rosvelds stelden de zes krachtlijnen uit het Memorandum voor. De toelichting werd gevolgd door een geanimeerde discussie met de leden van deze commissie. Het verslag van deze hoorzitting kan u nalezen op http://jsp.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2008-2009/g2169-1.pdf. 20 januari 2010
De Commissie voor Economie, Economisch Overheidsinstrumentarium, Innovatie, Wetenschapsbeleid, Werk en Sociale Economie organiseerde op 20 januari 2010 een gedachtewisseling met het Dagelijks Bestuur van de uittredende VRWB - in aanwezigheid van Vlaams Minister voor Innovatie Ingrid Lieten - over het advies 134 van de VRWB bij de beleidsnota Wetenschappelijk Onderzoek en Innovatie 2009-2014, ingediend door mevrouw Ingrid Lieten. Deze gedachtewisseling vond plaats nadat de beleidsnota al was besproken in de commissie. Het verslag van deze hoorzitting kan u nalezen op http://jsp.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2009-2010/g207-7.pdf.
activiteiten | 17
RAPPORT ONDERZOEKSPROJECT IO/SBOV ‘HET NIEUWE STRATEGISCHE ADVIESSTELSEL IN VLAANDEREN: EEN VERBETERINGSGERICHTE PROCESANALYSE’ De Raadsleden werkten in de zomer van 2009 mee aan een enquête rond het strategische adviesstelsel in Vlaanderen, in kader van een onderzoeksproject van het Steunpunt Bestuurlijke Organisatie Vlaanderen (K.U. Leuven en HoGent). Opzet was om aan de hand van case studies (Vlor en MORA) en een survey bij de leden een beter zicht te krijgen op die werking. Er werden ook aanbevelingen geformuleerd met het oog op een optimalisatie van de werking. De resultaten van dit onderzoek werden gebundeld in een rapport. Algemeen komt de VRWB zeer goed uit de survey, zowel naar ontvankelijkheid van de adviezen door de minister en de doorwerking in het beleid, als naar de faciliterende rol van de voorzitter en secretariaat. Naar aanleiding van het verschijnen van dit rapport verscheen in De Tijd (dd. 2 december) een artikel waarin de resultaten nogal ongenuanceerd negatief werden voorgesteld. Voorzitter Karel Vinck en secretaris Danielle Raspoet stuurden een reactie naar De Tijd. Deze lezersbrief verscheen in De Tijd op 8 december 2009.
artikel verschenen in De Tijd 2 december 2009
18 | activiteiten
VRWB-BIJDRAGE AAN HET BOEK ‘KENNIS IN WORDING’ ‘Kennis in Wording. Het Vlaamse onderzoeks- en innovatiepotentieel’ is een status questionis van het innoverend landschap van Vlaanderen in diverse facetten. Bijdragen van experts vanuit vijf universitaire instellingen , het FWO, IWT, het departement EWI, de POD Wetenschapsbeleid en de VRWB werden gebundeld. Specifieke aandacht wordt besteed aan het belang van onderzoekers en doctors en hoe ze dit landschap weten te kleuren zowel binnen de academische wereld als erbuiten. Het boek werd op 19 maart ll. door het Expertisecentrum O&O Monitoring (ECOOM) van de UGent voorgesteld.
§ activiteiten | 19
projecten
projecten IMPACTANALYSE VAN FISCALE STIMULI OP INVESTERINGEN IN ONDERZOEK EN ONTWIKKELING IN VLAANDEREN Op 15 februari 2008 startte een onderzoeksgroep1 van de Universiteit Antwerpen onder het promotorschap van professor Joseph Plasmans in opdracht van de VRWB een onderzoek naar de impact van fiscale maatregelen op investeringen in onderzoek en ontwikkeling in Vlaanderen. Doorheen de looptijd van het onderzoeksproject werd de voortgang en de concrete uitvoering opgevolgd door een speciaal daartoe samengestelde stuurgroep van experten in het O&O-domein en/of op het vlak van fiscaliteit. Het onderzoek omvat twee grote luiken: (1) een econometrische analyse en (2) een kwalitatieve analyse. De data werden verzameld via een online-enquête met een intensieve telefonische en/of onsite-opvolging, waarbij gepolst werd naar cijfergegevens, alsook naar bijkomende toelichtingen door open vragen en stellingen. De resultaten werden voorgesteld aan de VRWB op 23 april 2009. Het finale eindrapport werd eind mei 2009 bezorgd aan toenmalig Vlaams minister voor Economie, Wetenschap en Innovatie, Patricia Ceysens. Naast de literatuurstudie, poogt de studie ook een antwoord te vinden op de onderzoeksvragen die de VRWB vooraf had gedefinieerd. Het eerder beperkt aantal bedrijven dat deelnam aan de bevraging en effectief financieel-fiscale gegevens aanleverde, heeft, zeker in het kwantitatieve gedeelte, een nadelig effect op de representativiteit en de betrouwbaarheid van de analyses. De Raad heeft echter vastgesteld dat de uitvoering van de opdracht niet evident was. Tal van belastingsmaatregelen hebben immers een zeer recent karakter, zoals bijvoorbeeld de vermindering van de bedrijfsvoorheffing op de loonkost van onderzoekers, de door de bedrijven meest gebruikte en als meest aantrekkelijk ervaren fiscale O&O-maatregel. Bovendien is het momenteel niet mogelijk om toegang te krijgen tot de fiscale data beschikbaar bij de FOD Financiën met betrekking tot deze maatregelen. Toch werd een interessante poging gedaan om vertrekkende van de bestaande theoretische modellen, een econometrische modellering voor Vlaanderen uit te werken. De studie heeft bijgevolg de verdienste een econometrisch model te hebben ontwikkeld, dat eventueel kan worden gehanteerd bij opvolgsurveys in de toekomst. In die zin kan overwogen worden om in toekomstige CIS/O&O-enquêtes, die het Expertisecentrum O&O Monitoring afneemt, ook een fiscaal luik op te nemen. Uit de kwalitatieve analyse van de studie, leidt de VRWB af dat fiscale O&O-maatregelen aan een aantal belangrijke voorwaarden moeten voldoen opdat ze aantrekkelijk zouden zijn voor bedrijven en dus mogelijk een effect kunnen ressorteren. Zo dient er voldoende informatie en transparantie te worden gegeven over de diverse fiscale maatregelen, vooral ten behoeve van KMO’s. Verder moet het fiscaal voordeel opwegen tegen de administratieve last. Een fiscale maatregel mag bovendien geen winstvereiste inhouden. En, tenslotte, vormen fiscale maatregelen slechts één element van een goede policy mix.
VALORISATIE VAN ONDERZOEK IN DE HUMANE EN SOCIALE WETENSCHAPPEN De VRWB schreef in het voorjaar 2009 de opdracht uit voor een verkennende studie rond valorisatie van onderzoek in de humane en sociale wetenschappen (H&SW). De motivatie hiervoor was dat met de discussie over de Europese innovatieparadox, de notie valorisatie van wetenschappelijk onderzoek toenemende aandacht krijgt. Valorisatie komt erop neer dat wetenschappelijk onderzoek ook een waarde heeft bovenop de kennis en de inzichten waar het toe leidt, doordat de resultaten overdraagbaar zijn voor andere partijen. Deze toegevoegde waarde kan zowel
1 Samenstelling onderzoeksgroep: J. Plasmans (promotor), R. Lukach, W. Meeusen, D. Van Stappen en P. Vanlerberghe
projecten | 21
economisch, maatschappelijk of cultureel van aard zijn of een combinatie ervan. Valorisatie van onderzoek wordt echter vaak (te) eng bekeken en toegespitst op technologische innovatie die meestal voortvloeit uit (delen van) de exacte en toegepaste wetenschappen. De vraag naar valorisatie moet breder worden bekeken, vindt de VRWB, en stelt zich evenzeer voor de humane en sociale wetenschappen. Het onderzoeksproject van de VRWB moet een antwoord bieden op de vraag naar wat valorisatie in de humane en sociale wetenschappen inhoudt, welke de instrumenten zijn, mogelijke knelpunten… , om hieruit beleidsaanbevelingen te distilleren. De opdracht van de VRWB bevat drie grote delen: • Algemeen inleidend, beschrijvend en beschouwend stuk over valorisatie: » uitdiepen en -bouwen van de typologie en de verschillende vormen van valorisatie in de H&SW; » een benchmarking van studies in het buitenland; • Het in kaart brengen van valorisatie in de H&SW in Vlaanderen: » analyse van bestaande overheidsprogramma’s (SBO, PWO…); » bevraging van inzichten en ervaringen omtrent valorisatie in H&SW bij de TechTransfer diensten (TTO’s) van de associaties; » gevalstudies van valorisatie in de H&SW in Vlaanderen; • Detecteren van knelpunten en formuleren van beleidsaanbevelingen. De beleidsaanbevelingen moeten gericht zijn op de lange termijn en verder gaan dan een extrapolatie van het bestaande. De onderzoeksopdracht werd toevertrouwd aan een consortium van onderzoekers onder het promotorschap van HIVA –K.U.Leuven. Ook ECOOM (expertisecentrum O&O indicatoren), de UA en de VUB maken deel uit van het onderzoeksteam. Het project startte effectief op 1 september 2009 en loopt nog tot 28 februari 2011.
HET VRWB CLUSTER- EN SPEERPUNTENBELEID: ‘HOE KAN EEN KLEINE REGIO ALS VLAANDEREN (EEN DEEL VAN) HAAR BEPERKTE PUBLIEKE O&O MIDDELEN MEER OPTIMAAL INZETTEN?’ In 2006 definieerde de VRWB zes strategische clusters met 30 prioritaire domeinen voor wetenschap en innovatie in Vlaanderen, als resultaat van een technologische verkenningsoefening (cf. VRWB-aanbeveling 29, VRWB-studiereeks 18). Deze verkenningsstudie kaderde in het initiatief van de VRWB om een lange termijn referentiekader te ontwikkelen voor technologie en innovatie in Vlaanderen, rekening houdend met de eigen techno-economische context enerzijds, met de internationale ontwikkelingen anderzijds, en de mogelijke kruisbestuiving tussen beide. Hiermee wou de VRWB aan alle stakeholders – overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen - een cartografie aanreiken van de strategische keuzes inzake technologie en innovatie die welvaart en welzijn in Vlaanderen blijvend kunnen verzekeren. In 2007 werd een brede sensibiliserings- en bekendmakingsactie op het getouw gezet, die er toe heeft geleid dat er vandaag een breed draagvlak is voor deze zes clusters, zowel bij de verschillende actoren uit het veld als bij de beleidsmakers. Begin 2008 sloeg de VRWB de handen in elkaar met Voka, een aantal sectororganisaties (Agoria, Essenscia, Fevia), en de kennisinstellingen om, vertrekkende van de dertig prioritaire domeinen binnen de zes clusters door een verdere verfijning te komen tot concrete, implementeerbare innovatieprojecten.
22 | projecten
Deze oefening resulteerde in een tiental speerpunten, met als ambitie het realiseren van doorbraken in hun respectievelijke domein met als finaal objectief het genereren van economische en maatschappelijke meerwaarde voor Vlaanderen. Voor een aantal van deze speerpunten werd in 2009 via een haalbaarheidsstudie een businessplan uitgetekend. De Vlaamse Regering gaf in 2009 groen licht voor de oprichting van twee nieuwe strategische onderzoekscentra: het Strategisch Initiatief Materialen (SIM) in juli en het Centrum voor Medische Innovatie (CMI) in december. De VRWB heeft in deze dossiers zijn rol van katalysator ten volle gespeeld. Zowel het SIM als het CMI bieden een unieke kans om via samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijven Vlaanderen de internationale wereldtop binnen te loodsen. Ook het IMEC-gebaseerde platform gericht op geïntegreerde nano-elektronicasystemen, COHESI (Complexe heterogene systemen) is begin december 2009 van start gegaan. Het Vlaams Smart Grid Platform ging van start in maart 2010. De haalbaarheidsstudie Flanders’ Initiative for Sustainable Chemistry (FISCH) ligt ter beoordeling voor aan het IWT.
§ projecten | 23
PUBLICATIE
PUBLICATIE VRWB – Een kwarteeuw Vlaams wetenschapsbeleid In 2010, 25 jaar na zijn oprichting in 1985 wordt de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB) omgevormd tot een strategische adviesraad, de Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie – kortweg VRWI. In het jubileumboek “VRWB – Een kwarteeuw Vlaams wetenschapsbeleid” blikken we terug op hoe alles is gegroeid. Dit belevenisboek wil een blijvende herinnering zijn aan een boeiende periode waarin de Raad uitgroeide van een ‘prille kleuter’ tot een volwassen, dynamisch adviesinstrument en een belangrijke speler in het besluitvormingsproces van de Vlaamse overheid. De VRWB heeft de fundamenten gelegd voor een krachtige en gezaghebbende VRWI. In het boek laten we de opeenvolgende VRWB-voorzitters en de voogdijministers aan het woord en zetten we de hoogtepunten uit de VRWB-geschiedenis in de verf.
§ PUBLICATIE | 25
WERKING
WERKING 1. VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID 1.1. SAMENSTELLING
De Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid is samengesteld uit een voorzitter en zestien leden, allen benoemd op grond van hun deskundigheid en/of betrokkenheid bij het wetenschaps- en technologiebeleid in Vlaanderen. Zes van deze leden werden voorgedragen door de Vlaamse Interuniversitaire Raad, drie door respectievelijk de werkgevers- en werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de SERV en vier leden worden rechtstreeks benoemd door de Vlaamse Regering. Vijf hoge ambtenaren uit de Vlaamse administratie nemen met raadgevende stem deel aan de vergaderingen. De samenstelling van de Raad zag er op 31 december 2009 als volgt uit. Voorzitter
Karel Vinck Zes leden voorgedragen door de VLIR
- - - - - -
Roger Bouillon, gewoon hoogleraar afd. experimentele geneeskunde - endocrinologie, K.U.Leuven Andreas De Leenheer, prorector Universiteit Gent Paul Janssen, voorzitter Onderzoeksraad, Universiteit Hasselt André Oosterlinck, ererector K.U.Leuven Dirk Van Dyck, vicerector Onderzoek, Universiteit Antwerpen Lode Wyns, vicerector Onderzoek – R&D-departement, Vrije Universiteit Brussel
Drie leden voorgedragen door de werkgeversorganisaties vertegenwoordigd in de SERV
- Viviane Camphyn, secretaris-generaal, Nelectra - An Van de Vel, manager Scientific Relations, Umicore Research - Peter Verboven, adviseur, kenniscentrum VOKA Drie leden voorgedragen door de werknemersorganisaties vertegenwoordigd in de SERV
- Jeroen Roskams, studiedienst, ACV - Sandra Rosvelds, diensthoofd Studie en Ontwikkeling, ACW - Maureen Verhue, adviseur studiedienst, Vlaams ABVV (tot 31 juli 2009) Vier leden rechtstreeks benoemd door de Vlaamse regering
- - - -
Gilbert Declerck, algemeen directeur IMEC Ann De Clercq, octrooigemachtigde, De Clercq, Brants & Partners c.v. Carine Smolders, hoogleraar, Hogeschool Gent Ludo Verhoeven
Leden die ambtshalve lid zijn met raadgevende stem1
- - - -
Veerle Lories, administrateur-generaal, IWT Elisabeth Monard, secretaris-generaal, FWO Noël Vercruysse, afdelingshoofd universiteiten, departement Onderwijs en Vorming Pierre Verdoodt, wnd. secretaris-generaal, departement Economie, Wetenschap en Innovatie
1 Op 17 maart 2009 overleed Raadslid Paul Zeeuwts, directievoorzitter van het IWT. Hij werd in eerste instantie in de Raad vervangen door Leo Van de Loock, wnd. administrateur-generaal van het IWT. Per besluit van 30 oktober 2009 werd Veerle Lories aangesteld als nieuwe voorzitter van het directiecomité van het IWT en werd zij ambtshalve lid van de VRWB. Op 20 november 2009 stelde de Vlaamse Regering Pierre Verdoodt aan tot waarnemend secretaris-generaal van het departement Economie, Wetenschap en Innovatie. Hij verving als dusdanig Veerle Lories vanaf 1 december 2009 in de Raad. werking | 27
1.2. Dagelijks bestuur
Karel Vinck, als voorzitter van de VRWB en prof. Roger Bouillon, prof. Andreas De Leenheer, Sandra Rosvelds en Gilbert Declerck, als commissievoorzitters maken deel uit van het dagelijks bestuur, die de onderwerpen die aan de Raad worden voorgelegd voorbereidt en toeziet op de uitvoering van de beslissingen van de Raad. Danielle Raspoet, secretaris, staat het dagelijks bestuur bij.
1.3. VERGADERINGEN
De Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid kwam in 2009 vijf maal samen: op 22 januari, 12 maart, 23 april, 2 juli en 17 december. Het dagelijks bestuur kwam negen maal samen: op 8 januari, 22 januari, 12 februari, 12 maart, 26 maart, 23 april, 18 juni, 2 juli en 25 november.
28 | werking
2. COMMISSIES VAN DE VRWB Om de werkzaamheden van de Raad voor te bereiden en om bijzondere vraagstukken te onderzoeken worden permanente commissies ingesteld. 2.1. COMMISSIE WETENSCHAPSBELEID (CWB)
2.1.1. Samenstelling op 31 december 2009
Voorzitter Roger Bouillon, gewoon hoogleraar afdeling Experimentele Geneeskunde – Endocrinologie,
K.U.Leuven - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Rik Ampe, onderzoeksdirecteur Meten en Evalueren, VITO Staf Borghs, IMEC Herwig Bruneel, vakgroep Telecommunicatie en Informatieverwerking, Universiteit Gent Yvan Bruynseraede, departement Natuurkunde, K.U.Leuven – Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten Christine Buelens, gedelegeerd bestuurder, Metalogic Jo Bury, algemeen directeur, VIB Jan Danckaert, vakgroep Toegepaste Natuurkunde en Fotonica, Vrije Universiteit Brussel René Dekeyzer, manager external R&D-materials, Agfa-Gevaert Patrick Develtere, directeur, HIVA Marleen Easton, departement Handelswetenschappen en Bestuurskunde, Hogeschool Gent Mieke Gijsemans, onderzoekscoördinator R&D-departement, Vrije Universiteit Brussel Danielle Gilliot, stafmedewerker Onderzoeksbeleid, VLIR Benno Hinnekint, directeur, FWO Ludo Lauwers, Senior vicepresident R&D en vicechairman van de Janssen Pharmaceutica Management Board (vanaf 17 december 2009, in opvolging van Stef Heylen) Ignace Lemahieu, directeur Onderzoeksaangelegenheden, Universiteit Gent Christelle Maeyaert, stafmedewerker dienst Onderzoekscoördinatie, K.U.Leuven Peter Marijnen, vicerector onderzoeksbeleid, K.U.Leuven (vanaf 17 december 2009, in opvolging van Paul De Boeck) Dirk Packet, R&D-manager, Oleon An Peters, directeur Onderzoekscoördinatie, Universiteit Hasselt Sandra Rosvelds, diensthoofd Studie en Ontwikkeling, ACW Maarten Sileghem, directeur Strategisch en Europees Onderzoek, IWT Dirk Snyders, ondervoorzitter Onderzoeksraad, Universiteit Antwerpen Jan Steyaert, vakgroep Toegepaste Biologische Wetenschappen, Vrije Universiteit Brussel Jean-Pierre Timmermans, voorzitter Onderzoeksraad, Universiteit Antwerpen Jeroen Vanden Berghe, directie Onderzoeksaangelegenheden, Universiteit Gent Gilles Vandorpe, economisch adviseur studiedienst, UNIZO Noël Vercruysse, afdelingshoofd Hoger Onderwijsbeleid, departement Onderwijs en Vorming Pierre Verdoodt, waarnemend secretaris-generaal, departement Economie, Wetenschap en Innovatie
2.1.2. Vergaderingen
De commissie Wetenschapsbeleid kwam vier maal samen: op 2 maart, 20 mei, 17 juni en 9 november.
werking | 29
2.2. COMMISSIE TECHNOLOGIEBELEID (CTB)
2.2.1. Samenstelling op 31 december 2009
Voorzitter Gilbert Declerck, executive officer – Member of the board of directors, IMEC
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Ann Aerts, departement Onderzoek, Universiteit Antwerpen Paul Berckmans, directeur, STV-Innovatie & Arbeid André Convents, section head New Technologies/Enzymes, Procter & Gamble Eurocor Freek Couttenier, stafmedewerker Economische Aangelegenheden en Industrieel Beleid, Agoria-Vlaanderen Koenraad Debackere, algemeen beheerder, K.U.Leuven Rudy Dekeyser, vice-algemeen directeur, VIB René Dekeyzer, manager external R&D-materials, Agfa-Gevaert Gilbert Devos, senior vicepresident, Proviron Luc De Vuyst, vakgroep Toegepaste Biologische Wetenschappen, Vrije Universiteit Brussel Sonja Haesen, hoofd Technology Transfer Interface, Vrije Universiteit Brussel (vanaf 17 december 2009, in opvolging van Jan Cornelis) Mehdi Koocheki, adviseur Vlaams ABVV (vanaf 17 december 2009, in opvolging van Maureen Verhue) Luc Kupers, Genzyme Flanders Paul Lagasse, vakgroep Informatietechnologie, Universiteit Gent Erwin Lamot, algemeen directeur, Flanders’Food Jan Laperre, directeur-generaal, Centexbel Egbert Lox, vicepresident, Group Research & Development, Umicore Harry Martens, directeur IMO-IMOMEC, Universiteit Hasselt Pascale Redig, dienst Interface, Universiteit Antwerpen Jeroen Roskams, adviseur studiedienst, ACV Jan Sijnave, External Relations Manager Technology, Bekaert Peter Spyns, navorser, departement Economie, Wetenschap en Innovatie Jean-Marie Stassart, coördinator Wetenschappelijk Onderzoek en Dienstverlening, Provinciale Hogeschool Limburg Hendrik Van Brussel, afdeling PMA, K.U.Leuven Leo Van de Loock, directeur Evaluatie en Opvolging, IWT Carl Van der Auwera, senior advisor Productveiligheid, Milieu en Innovatie, Essenscia Vlaanderen Herman Van der Auweraer, RTD-manager, LMS International An Van de Vel, manager Scientific Relations, Umicore Research Joos Vandewalle, afdeling ESAT - SCD, K.U.Leuven Gilles Vandorpe, economisch adviseur studiedienst, UNIZO Johan Van Helleputte, directeur Strategische Ontwikkeling, IMEC Frank Van Riet, engineering manager, Clayton of Belgium Jos Van Sas, R&D external affairs manager, Alcatel-Lucent Peter Verboven, adviseur kenniscentrum Voka Peter Vercaemst, unit manager Transitie, Energie en Milieu, VITO Stijn Verleyen, beleidsadviseur, FWO Bart Wallaeys, IDC manager, Recticel Michel Waroquier, vakgroep Subatomaire en Stralingsfysica, Universiteit Gent
2.2.2. Vergaderingen
De commissie Technologiebeleid kwam vier maal samen: op 7 januari, 26 februari, 11 juni en 13 november.
30 | WERKING
2.3. COMMISSIE FEDERALE EN INTERNATIONALE SAMENWERKING (CFIS)
2.3.1. Samenstelling op 31 december 2009
Voorzitter Andreas De Leenheer, prorector, Universiteit Gent
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Anne Adams, stafmedewerker Onderzoek en Interface, Universiteit Antwerpen Claire Bosch, algemeen afgevaardigde, Fevia Vlaanderen Jan Buysse, adviseur studiedienst, VOKA Gerard Cielen, stafmedewerker dienst Onderzoekscoördinatie, K.U.Leuven Cathérine De Clercq, vakgroep Fysica, Vrije Universiteit Brussel Alain Deleener, coördinator Europese en Internationale Programma's, IWT Marc De Mey, voorzitter VLAC, KVAB Kristin De Meyer, strategische coördinatie Doctoraatsonderzoek, IMEC Herman Derache, directeur, Sirris Patrick Develtere, directeur, HIVA Martine Follet, coördinator Europese Onderzoeksinitiatieven, R&D-departement, Vrije Universiteit Brussel Ludo Froyen, departement Metaalkunde en Toegepaste Materiaalkunde, K.U.Leuven Danielle Gilliot, stafmedewerker Onderzoeksbeleid, VLIR Peter Paul Knops-Gerrits, liason officer, Vleva Bart Laethem, navorser, departement Economie, Wetenschap en Innovatie Jan Laperre, directeur-generaal, Centexbel Godelieve Laureys, vakgroep Scandinavistiek en Noord-Europakunde, Universiteit Gent Jozef Maes Guy Marin, vakgroep Chemische Proceskunde en Technische Chemie, Universiteit Gent Ivan Nijs, departement Biologie, Universiteit Antwerpen Nele Nivelle, stafmedewerker Onderzoekscoördinatie, Universiteit Hasselt Lieve Ongena, VIB Sandra Rosvelds, diensthoofd Studie en Ontwikkeling, ACW Francis Vanderhaeghen, directeur Business en Marktstrategie, VITO Gilles Vandorpe, economisch adviseur studiedienst, UNIZO Cynthia Van Hulle, departement Toegepaste Economische Wetenschappen, K.U.Leuven Chris Van Keer, adjunct-departementshoofd Industrieel Ingenieur, KAHO Sint Lieven Noël Vercruysse, afdelingshoofd Hoger Onderwijsbeleid, departement Onderwijs en Vorming Hans Willems, beleidsmedewerker, FWO
2.3.2. Vergaderingen
De commissie Federale en Internationale Samenwerking kwam vijf maal samen: op 8 januari, 19 februari, 26 maart, 18 juni en 13 november.
werking | 31
2.4. COMMISSIE BEGROTING EN FINANCIËN (CBF)
2.4.1. Samenstelling op 31 december 2009
Voorzitter Sandra Rosvelds, diensthoofd Studie en Ontwikkeling, ACW
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Geert Bouckaert, Instituut voor de Overheid, K.U.Leuven Donald Carchon, adviseur Monitoring en Analyse, IWT Karl Collaerts, adviseur studiedienst, VOKA Freek Couttenier, stafmedewerker Economische Aangelegenheden en Industrieel Beleid, Agoria-Vlaanderen Ina Dambre, stafmedewerker Personeel en Financiën, VLIR Linda De Kock, adjunct van de directeur, departement Onderwijs en Vorming Alain De Waele, directeur Financiën, Artesis Hogeschool Antwerpen Josée Houben, dienst Onderzoeksbeleid, K.U.Leuven Danny Huysmans, directeur Intern Beleid, FWO Marc Jegers, vakgroep Micro-economie voor profit en non-profitsector, Vrije Universiteit Brussel Mehdi Koocheki, adviseur studiedienst ABVV Ignace Lemahieu, directeur Onderzoeksaangelegenheden, Universiteit Gent Etienne Poelvoorde, SERV Jeroen Roskams, adviseur studiedienst, ACV Serge Simon, beheerder, Universiteit Antwerpen Marc Smeyers, juridisch adviseur, Universiteit Hasselt Barbara Tan, onderzoeksmanager Academisering, Universiteit Antwerpen Nic Van Craen, financieel beheerder, Vrije Universiteit Brussel Carl Van der Auwera, senior advisor Productveiligheid, Milieu en Innovatie, Essenscia Vlaanderen Marie Claire Van de Velde, directeur Valorisatie and Business Development, IBBT Gilles Vandorpe, economisch adviseur studiedienst, UNIZO Peter Verboven, adviseur kenniscentrum, VOKA Willy Verstraete, vakgroepvoorzitter Biochemie & Microbiële Technologie, Universiteit Gent Reinhilde Veugelers, departement Toegepaste Economische Wetenschappen, K.U.Leuven André Vinck, directeur Budget en Financiën, IMEC Koen Waeyaert, navorser, departement Economie, Wetenschap en Innovatie
2.4.2. Vergaderingen
De commissie Begroting en Financiën kwam vijf maal samen: op 16 januari, 13 februari, 15 mei, 16 juni en 20 november.
32 | werking
3. WERKGROEPEN 3.1. STUURGROEP PROJECT IMPACTANALYSE FISCALE O&O STIMULI Voorzitter Danielle Raspoet, secretaris VRWB
- - - - - - - - - - - - -
Paul De Boeck, coördinator Onderzoeksbeleid, K.U.Leuven (tot 17 december 2009) Michel Dumont, Federaal planbureau Jeroen Fiers, wetenschappelijk adviseur Monitoring & Analyse, IWT Benno Hinnekint, directeur, FWO Koen Meesters, adviseur studiedienst, ACV Pierre Moortgat, uitvoerend secretaris, FRWB Michèle Oleo, raadgever Wetenschap en Innovatie, Kabinet Economie, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel Carine Smolders, hoogleraar, Hogeschool Gent - Departement Handelswetenschappen & Bestuurskunde Peter Teirlinck, POD Wetenschapsbeleid Tom Tournicourt, teamleider Valorisatie en Industrieel beleid, departement Economie, Wetenschap en Innovatie Peter Verboven, adviseur kenniscentrum, VOKA André Vinck, directeur Budget en Financiën, IMEC Ward Ziarko, diensthoofd Productie en Analyse van O & O-indicatoren, POD Wetenschapsbeleid
3.1.2. Vergaderingen
De stuurgroep Project Impactanalyse Fiscale O&O-stimuli kwam twee maal samen: op 20 maart en 20 april.
werking | 33
3.2. STUURGROEP HUMANE EN SOCIALE WETENSCHAPPEN
3.2.1. Samenstelling op 31 december 2009
Voorzitter Filip Abraham, vicerector onderzoek humane wetenschappen, K.U.Leuven
- - - - - - - - - -
Anne Adams, departement Onderzoek, Universiteit Antwerpen Paul Berckmans, directeur, Stichting Innovatie & Arbeid Johan Bil, directie onderzoeksaangelegenheden, Universiteit Gent Bruno Deborger, departement Economie, Universiteit Antwerpen Godelieve Laureys, vakgroep Scandinavistiek en Noord-Europakunde, Universiteit Gent (vanaf 17 december 2009, in opvolging van Marc De Mey) Dieter Lesage, onderzoekscoรถrdinator dept. RITS, Erasmushogeschool Brussel, Univ. Associatie Brussel Paul Schreurs, wetenschappelijk adviseur, IWT Ingrid Vanhoren, centrale coรถrdinator Onderzoek en dienstverlening, K.H.Leuven Geert Wets, departement Bedrijfskunde - vakgroep verkeerskunde en beleidsinformatica, Associatie Universiteit-Hogescholen Limburg' Hans Willems, directeur steun aan onderzoekers, FWO
3.2.2. Vergaderingen
De stuurgroep Humane en Sociale Wetenschappen kwam vier maal samen: op 2 juni, 3 juli, 15 oktober en 17 december.
34 | werking
4. STAFDIENST De Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid beschikt over een eigen stafdienst die geleid wordt door een secretaris. De stafdienst ondersteunt en coรถrdineert de werkzaamheden van de VRWB.
van links naar rechts > Elie Ratinckx, Carine Brackenier, Kristien Vercoutere, Danielle Raspoet,
Jan Adriaenssens, Eva Van Maele, Vincent Thoen en Nicole Bogaerts
Secretaris Navorsers Communicatieverantwoordelijke Administratieve ondersteuning
dr. Danielle Raspoet dr. Jan Adriaenssens dr. Elie Ratinckx dr. Vincent Thoen dr. Kristien Vercoutere Eva Van Maele Nicole Bogaerts Carine Brackenier
ยง werking | 35
REGELGEVING
REGELGEVING 1. DECREET TOT OPRICHTING VAN DE VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID 15 december 1993 (B.S., 26 maart 1994) GEWIJZIGD BIJ:
Decreet van 18 mei 1999 houdende wijziging van sommige decreten betreffende de raadpleging van adviesorganen door het Vlaams Parlement (B.S., 15 juli 1999). Wijzigt artikel 3.
HOOFDSTUK I Algemeen
Artikel 1 Dit decreet regelt aangelegenheden als bedoeld in artikel 59bis en artikel 107quater van de Grondwet. (Lees: de artikelen 39 en 127 van de gecoördineerde Grondwet)
HOOFDSTUK II Oprichting van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid
Artikel 2 Voor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest wordt een Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid opgericht, hierna te noemen de Raad.
HOOFDSTUK III Bevoegdheid van de Raad
Artikel 3 § 1. De Raad is bevoegd om inzake elke aangelegenheid betreffende het wetenschapsbeleid, met inbegrip van het technologiebeleid, op eigen initiatief aanbevelingen te formuleren en studies te verrichten en om, op verzoek van de Vlaamse regering en de in § 5 vermelde overheden, over die aangelegenheden advies te verstrekken. § 2. Meer in het bijzonder kan de Raad advies verstrekken, aanbevelingen formuleren en studies verrichten in verband met: • de globale beleidslijnen en prioriteiten van het wetenschapsbeleid; • de vorming van het onderzoekspersoneel; • de grote trends in het wetenschapsbeleid en acties op federaal en internationaal vlak; • het toetsen van de doelmatigheid van de organisatie van het wetenschapsbeleid; • het toetsen van het wetenschapsbeleid aan de ontwikkelingen op sociaal, economisch, technologisch en cultureel vlak en het formuleren van behoeften die daaruit voortvloeien. § 3. Vóór 30 september van elk jaar brengt de Raad een met redenen omkleed advies uit over het gevoerde en het te voeren begrotingsbeleid inzake het wetenschapsbeleid. Het advies wordt toegezonden aan de Vlaamse regering.
regelgeving | 37
§ 4. De Vlaamse regering is verplicht vooraf het advies van de Raad in te winnen over: • alle voorontwerpen van decreet en ontwerpen van reglementaire besluiten van de Vlaamse regering inzake wetenschapsbeleid die algemene aangelegenheden regelen waarvoor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest bevoegd zijn, met uitzondering van de voorontwerpen van decreet die de begroting betreffen; • alle voorontwerpen van decreet of besluiten houdende de oprichting, afschaffing of verandering van bevoegdheden van instellingen die instaan voor materies inzake wetenschapsbeleid waarvoor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest bevoegd zijn; alle belangrijke niet-gereglementeerde acties en initiatieven inzake wetenschapsbeleid, met inbegrip van acties van de Vlaamse regering op federaal en internationaal vlak. § 5. Het advies van de Raad kan gevraagd worden door: • het Vlaams Parlement; • de Vlaamse minister, bevoegd voor het wetenschapsbeleid of, bij ontstentenis van de expliciete toewijzing van deze bevoegdheid, de minister-president van de Vlaamse regering; • elke Vlaamse minister voor wat zijn bevoegdheden betreft. § 6. De adviezen, bedoeld in § 4 en § 5, dienen te worden verstrekt binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de aanvraag. In geval van spoed kan de Vlaamse minister bevoegd voor het wetenschapsbeleid, of bij ontstentenis van de expliciete toewijzing van deze bevoegdheid, de minister-president van de Vlaamse regering, de termijn inkorten met dien verstande dat die niet minder dan tien werkdagen mag bedragen. [Het Vlaams Parlement kan een andere termijn bepalen, die niet korter mag zijn dan dertig dagen (ingevolge het decreet van 18 mei 1999, art.11)] Het in vorig lid bedoeld advies wordt geacht te zijn gegeven indien het niet binnen bovengenoemde termijn is verstrekt. § 7. De Raad treedt op als Vlaamse gesprekspartner en kan als vertegenwoordiger van Vlaanderen worden betrokken bij gelijkaardige federale en internationale adviesorganen.
HOOFDSTUK IV Informatiedoorstroming en verslaggeving
Artikel 4 § 1. De Vlaamse regering stelt de Raad de noodzakelijke informatie ter beschikking om hem in staat te stellen zijn opdrachten naar behoren te vervullen. § 2. De adviezen, aanbevelingen en studies van de Raad zijn openbaar, tien werkdagen nadat ze medegedeeld zijn aan de Vlaamse regering.
Artikel 5 § 1. De Raad legt jaarlijks aan de Vlaamse regering een verslag voor van zijn werkzaamheden. De Vlaamse regering overhandigt dit verslag aan het Vlaams Parlement. § 2. De Raad kan steeds bijzondere verslagen opstellen over bepaalde vraagstukken inzake wetenschapsbeleid.
38 | regelgeving
HOOFDSTUK V Samenstelling van de Raad
Artikel 6 § 1. De Raad is samengesteld uit een voorzitter en zestien leden, allen benoemd om hun deskundigheid op grond van en hun betrokkenheid bij het wetenschapsbeleid in de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest. Ten minste acht leden van de Raad, alsook de voorzitter, zijn personen die ervaring hebben met of hoofdzakelijk actief zijn in het wetenschappelijk onderzoek. De Raad dient evenwichtig samengesteld te zijn uit deskundigen op het gebied van de cultuur- en de gedragswetenschappen, de toegepaste, de exacte en de biomedische wetenschappen. § 2. Zes leden zijn actief in of hebben ervaring met het universitair onderwijs of het wetenschappelijk onderzoek. Zij worden voorgedragen door de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR). § 3. Zes leden worden voorgedragen door de werkgevers- en werknemersorganisaties die vertegenwoordigd zijn in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV). § 4. De voorzitter en vier leden worden voorgedragen door de Vlaamse minister bevoegd voor het wetenschapsbeleid of, bij ontstentenis van de expliciete toewijzing van deze bevoegdheid, de ministerpresident van de Vlaamse regering. § 5. De voorzitter en de leden van de Raad worden benoemd door de Vlaamse regering. § 6. De duur van het mandaat van de voorzitter en van de leden bedraagt vier jaar. Het mandaat is éénmaal hernieuwbaar. Indien een lid zijn mandaat niet beëindigt, wordt een nieuw lid benoemd conform de bovengenoemde bepalingen. Dit lid zal het desbetreffende mandaat voltooien en kan slechts één nieuw mandaat innemen.
Artikel 7 § 1. Aan de Raad nemen met raadgevende stem deel: • de secretaris-generaal van het departement Onderwijs; • de secretaris-generaal van het departement Economie, Werkgelegenheid, Binnenlandse Aangelegenheden en Landbouw. • de eerste opdrachthouder van de administratie voor de Programmatie van het Wetenschapsbeleid bij het departement Coördinatie; (nu: Administratie Wetenschap en Innovatie, departement Wetenschap, Innovatie en Media) • de directeur-generaal van het Instituut voor de bevordering van het Wetenschappelijk-Technologisch onderzoek in de industrie (IWT); • de secretaris-generaal van de Vlaamse raad van bestuur van het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (NFWO). (nu: FWO-Vlaanderen). § 2. De Raad kan in zijn huishoudelijk reglement zelf bepalen of hij voor de in § l van dit artikel genoemde ambtenaren plaatsvervangers kan toelaten, alsook of hij, in bepaalde omstandigheden en onder bepaalde voorwaarden, andere personen met raadgevende stem wenst te laten deelnemen aan de vergaderingen.
regelgeving | 39
HOOFDSTUK VI De werking van de Raad
Artikel 8 De Raad kan, binnen de mogelijkheden van zijn dotatie, voor het onderzoek van bijzondere vraagstukken of voor het uitvoeren van studieopdrachten, een beroep doen op permanente commissies of ad-hocwerkgroepen, bestaande uit leden benoemd door de Raad, of op externe deskundigen, onder de voorwaarden bepaald in het huishoudelijk reglement.
Artikel 9 De Raad stelt, binnen een termijn van drie maanden na de inwerkingtreding van dit decreet, een huishoudelijk reglement op, dat minstens regelt: • de bevoegdheden van de voorzitter; • de samenstelling en de bevoegdheden van het eventuele dagelijks bestuur van de Raad; • de wijze van bijeenroeping en beraadslaging; • de frequentie van vergaderen; • de bekendmaking van de handelingen; • de voorwaarden waaronder de Raad een beroep kan doen op externe deskundigen, permanente commissies of ad-hocwerkgroepen, overeenkomstig artikel 8; • de voorwaarden waaronder de Raad een beroep kan doen op personen, zoals vermeld in artikel 7, § 2. Dit reglement is onderworpen aan de goedkeuring van de Vlaamse regering.
Artikel 10 De Vlaamse regering stelt aan de Raad een permanent secretariaat ter beschikking, dat naast personeel met een administratieve opleiding eveneens personeel met een wetenschappelijke opleiding omvat, en bepaalt het aantal, de loopbaan en de bezoldigingsregeling in overeenstemming met de aard van de functie en de gevraagde kwalificaties. De Vlaamse regering kan voor het voormelde secretariaat van de Raad onder meer een beroep doen op gespecialiseerd personeel, statutair of contractueel, in dienst genomen in overeenstemming met de bepalingen van de artikelen 88, 89 en 90 van het decreet van 12 december 1990 betreffende het bestuurlijk beleid. Het secretariaat wordt onder het gezag van de voorzitter van de Raad geleid door een secretaris.
Artikel 11 Het departement Coördinatie (nu: departement Wetenschap, Innovatie en Media) van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap stelt lokalen ter beschikking voor de huisvesting van het secretariaat van de Raad en verleent het alle logistieke steun.
Artikel 12 Voor de leden van de Raad en van het secretariaat van de Raad en voor alle personen die aan de Raad hun medewerking verlenen, gelden de bepalingen van Titel I, Hoofdstuk II, artikel 3 van het koninklijk besluit van 22 november 1991 tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de regeringen en van de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen.
40 | regelgeving
Artikel 13 De Raad beschikt voor het uitvoeren van zijn opdrachten over een dotatie die jaarlijks ingeschreven wordt in de begroting van de Vlaamse Gemeenschap.
HOOFDSTUK VII Het statuut van de Voorzitter, van de leden en van de personen die aan de Raad hun medewerking verlenen
Artikel 14 Inzake protocollaire en administratieve aangelegenheden wordt de voorzitter gelijkgesteld met een ambtenaar van rang 17 en worden de leden van de Raad gelijkgesteld met ambtenaren van rang 16. De leden van commissies of werkgroepen die door de Raad worden opgericht, worden gelijkgesteld met een ambtenaar van rang 15. De ambtenaren die met raadgevende stem deelnemen aan de Raad of aan de commissies of werkgroepen, behouden de rang die zij bekleden in hun administratie.
Artikel 15 ยง 1. De Vlaamse regering bepaalt het presentiegeld en de geldelijke vergoedingen die aan de voorzitter en de leden van de Raad kunnen worden toegekend. ยง 2. De Raad bepaalt, binnen de perken van zijn werkingsmiddelen, de geldelijke vergoedingen van de voorzitters en de leden van de permanente commissies en ad-hocwerkgroepen en van de externe deskundigen.
HOOFDSTUK VIII Slotbepaling
Artikel 16 (niet opgenomen) (Het besluit van de Vlaamse regering van 17 juli 1985 houdende oprichting van een Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid, wordt opgeheven)
regelgeving | 41
2. HUISHOUDELIJK REGLEMENT Ter uitvoering van artikel 9 van het decreet van 15 december 1993 tot oprichting van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid. Gecoördineerde versie (goedgekeurd bij besluit van 29 juni 1994 en besluit van 29 maart 1995 van de Vlaamse regering).
HOOFDSTUK I Definities
Voor de toepassing van dit huishoudelijk reglement wordt verstaan onder: - Decreet: decreet van 15 december 1993 tot oprichting van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (B.S. van 26 maart 1994) - Raad: de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid - Voorzitter: de voorzitter van de Raad - Leden: leden die krachtens artikel 6 van het decreet benoemd zijn tot lid van de Raad - Raadgevende leden: de ambtenaren die uit hoofde van hun functie en krachtens art. 7 van het decreet met raadgevende stem deel nemen aan de Raad.
HOOFDSTUK II Vergaderingen en bijeenroepingen
Artikel 1 De Raad vergadert ten minste vijfmaal per jaar in de lokalen van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap in Brussel. De voorzitter roept de Raad bijeen, hetzij op eigen initiatief, hetzij op schriftelijke aanvraag van ten minste drie leden van de Raad.
Artikel 2 De organen die door de Raad zijn opgericht en die in zijn schoot werken, vergaderen eveneens in de lokalen van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Ze worden bijeengeroepen door hun voorzitter, hetzij ter uitvoering van een beslissing van de Raad, hetzij op verzoek van de voorzitter van de Raad, hetzij op eigen initiatief, hetzij op schriftelijke aanvraag van ten minste twee leden van de Raad.
Artikel 3 De uitnodigingen voor de vergaderingen van de Raad worden ten minste veertien dagen vóór de vergadering verstuurd. In geval van spoed, zoals vermeld in § 6 van art. 3 van het decreet, kan deze termijn tot vier dagen teruggebracht worden.
Artikel 4 § 1. De vergaderingen van de Raad of van zijn organen zijn niet openbaar. § 2. De secretaris van de Raad woont de vergaderingen van de Raad bij.
42 | regelgeving
HOOFDSTUK III Agenda
Artikel 5 De voorzitter stelt de agenda van de vergaderingen van de Raad vast, hetzij ter uitvoering van beslissingen genomen tijdens een vorige vergadering, hetzij op eigen initiatief, hetzij op aanvraag van ĂŠĂŠn van de organen van de Raad, of van een lid van de Raad. In dit laatste geval dienen ten minste twee andere leden de bespreking van dit punt mee te ondersteunen bij het begin van de vergadering.
Artikel 6 Voor de andere organen van de Raad stelt de voorzitter van het betrokken orgaan de agenda van de vergaderingen vast, hetzij ter uitvoering van beslissingen van de Raad, hetzij ter uitvoering van beslissingen genomen tijdens een vroegere vergadering van het betrokken orgaan, hetzij op aanvraag van een van de leden van het betrokken orgaan, hetzij op eigen initiatief.
Artikel 7 De agenda wordt gevoegd bij de uitnodiging bepaald in art. 3.
Artikel 8 In geval van spoed kan de agenda tot bij de opening van de vergadering worden gewijzigd of aangevuld. Eens de vergadering geopend, kan de agenda nog slechts worden gewijzigd of aangevuld krachtens een beslissing van de Raad of van het betrokken orgaan.
Artikel 9 De bescheiden betreffende de kwesties die op de agenda van een vergadering van de Raad of van een van zijn organen voorkomen, worden aan de leden van de Raad of van het betrokken orgaan bezorgd bij de uitnodiging bepaald in art. 3. In geval van spoed kan de voorzitter deze termijn verkorten.
HOOFDSTUK IV Beraadslagingen
Artikel 10 De Raad kan slechts geldig beraadslagen, als de meerderheid van de leden aanwezig is. Wanneer het quorum niet bereikt is om geldig over bepaalde punten van de agenda te beraadslagen, kan de voorzitter deze punten tot de volgende vergadering verdagen. Deze vergadering kan hierover dan geldig beraadslagen ongeacht het aantal aanwezigen op deze vergadering. Dit zal op de uitnodiging uitdrukkelijk worden vermeld.
Artikel 11 De beslissingen, adviezen, aanbevelingen, verslagen en notulen van de Raad of van zijn organen worden vastgesteld bij meerderheid van de aanwezige leden, behoudens strijdige bepaling van dit reglement. De voorzitter neemt normaal niet deel aan de stemming, maar bij staking van stemmen is zijn stem beslissend. Bij afwezigheid van de voorzitter neemt de plaatsvervangend voorzitter wel deel aan de normale stemming. Bij staking van stemmen wordt dan het voorstel tot een volgende vergadering verdaagd.
regelgeving | 43
Artikel 12 De stemmingen geschieden bij handopsteken. Op verzoek van een lid kan tot de naamafroeping worden overgegaan. Indien er wordt gestemd over persoonskwesties, waar de betrokkene geen rechten kan doen gelden, is de stemming evenwel geheim. Elk lid dat zich op een zitting bij een stemming onthoudt, kan na de stemming zijn onthouding verklaren. Als een uitgebracht advies of aanbeveling niet unaniem goedgekeurd is, kan een minderheidsnota worden bijgevoegd, als deze door ten minste drie leden ondertekend is.
HOOFDSTUK V Notulen
Artikel 13 Elke vergadering van de Raad of van een van zijn organen wordt vastgesteld in de notulen. De Raad kan voor sommige organen een afwijking toestaan.
Artikel 14 Als het om een vergadering van de Raad gaat, wordt de tekst van de notulen meegedeeld aan de leden en de raadgevende leden van de Raad. Als het een vergadering van een orgaan van de Raad betreft, wordt de tekst van de notulen meegedeeld aan de leden van het betrokken orgaan en aan de voorzitter van de Raad.
Artikel 15 De notulen worden pas definitief na goedkeuring.
HOOFDSTUK VI Handtekeningen
Artikel 16 De voorzitter en de secretaris van de Raad ondertekenen de beslissingen, adviezen, aanbevelingen, verslagen en notulen van de Raad.
HOOFDSTUK VII Voorzitterschap
Artikel 17 De voorzitter zit de vergaderingen van de Raad voor, neemt deel aan de beraadslagingen, ziet toe op de naleving van de organieke besluiten en van de reglementen van de Raad. Hij vertegenwoordigt de Raad bij de Vlaamse regering en bij elke andere openbare en private instelling. Het secretariaat van de Raad, dat geleid wordt door de secretaris, staat onder het gezag van de voorzitter. De voorzitter brengt bij de Raad verslag uit over zijn activiteiten.
44 | regelgeving
HOOFDSTUK VIII Organen van de Raad
Artikel 18 Om de werkzaamheden van de Raad voor te bereiden en om bijzondere vraagstukken te onderzoeken worden permanente commissies ingesteld.
Artikel 19 De Raad kan ad-hocwerkgroepen oprichten, wanneer hij dit nodig acht.
Artikel 20 De Raad bepaalt voor elke commissie en ad-hocwerkgroep de wijze van samenstelling en stelt de leden en de voorzitter aan.
Artikel 21 De voorzitters van de permanente commissies zijn leden van de Raad. In principe maken twee leden van de Raad altijd deel uit van de commissies en ad-hocwerkgroepen. De leden en de raadgevende leden van de Raad kunnen steeds deelnemen aan de vergaderingen van de commissies en ad-hocwerkgroepen.
Artikel 22 Op voorstel van een lid of de voorzitter van een commissie dan wel een ad-hocwerkgroep, kan de Raad te allen tijde zowel leden van de betreffende commissie of ad-hocwerkgroep schrappen, als bijkomende leden coรถpteren.
Artikel 23 De commissies en de ad-hocwerkgroepen voeren hun werkzaamheden uit onder het toezicht en de controle van de Raad. De Raad bepaalt hun opdrachten en bevoegdheden.
Artikel 24 De Raadsleden, de commissies en ad-hocwerkgroepen treden niet naar buiten met adviezen, aanbevelingen, verslagen of publicaties.
HOOFDSTUK IX Dagelijks bestuur
Artikel 25 De Raad stelt een dagelijks bestuur samen waarin de voorzitter van de Raad en de voorzitters van de permanente commissies zitting hebben. De secretaris van de Raad staat het dagelijks bestuur bij.
Artikel 26 Onder leiding van de voorzitter bereidt het dagelijks bestuur de onderwerpen voor die aan de Raad worden voorgelegd en het ziet toe op de uitvoering van de beslissingen van de Raad. De Raad kan andere bevoegdheden aan het dagelijks bestuur overdragen.
regelgeving | 45
Artikel 27 Het dagelijks bestuur treedt niet zelf naar buiten met adviezen, aanbevelingen, verslagen of publicaties.
HOOFDSTUK X Bekendmaking
Artikel 28 De Raad kan zijn beslissingen, adviezen en aanbevelingen openbaar maken tien dagen nadat ze meegedeeld zijn aan de Vlaamse regering.
HOOFDSTUK XI Plaatsvervanging
Artikel 29 De leden en de raadgevende leden van de Raad kunnen zich niet laten vervangen voor de vergaderingen van de Raad.
Artikel 30 Bij afwezigheid of onbeschikbaarheid van de voorzitter wordt hij vervangen door het oudste beschikbare lid van het dagelijks bestuur. In deze hoedanigheid neemt dit lid alle bevoegdheden van de voorzitter over.
Artikel 31 ยง 1. De leden van de commissies en ad-hocwerkgroepen kunnen zich laten vervangen. ยง 2. Deze plaatsvervangingen dienen evenwel vooraf te worden meegedeeld aan de voorzitter van het betreffende orgaan. De voorzitter van het betrokken orgaan kan in overleg met de voorzitter van de Raad een plaatsvervanger wraken. ยง 3. Bij afwezigheid of onbeschikbaarheid van de voorzitter van een commissie of ad-hocwerkgroep, wijst de voorzitter van de Raad een plaatsvervanger aan.
HOOFDSTUK XII Raadpleging experts
Artikel 32 De Raad kan op voorstel van de voorzitter of van ten minste twee leden, deskundigen ad hoc uitnodigen om met raadgevende stem aan de Raad deel te nemen.
Artikel 33 De commissies en ad-hocwerkgroepen kunnen op verzoek van de Raad of op eigen initiatief en na goedkeuring door de Raad, deskundigen ad hoc uitnodigen om met raadgevende stem aan de werkzaamheden deel te nemen.
46 | regelgeving
HOOFDSTUK XIII Begroting
Artikel 34 § 1. De Raad keurt, na vaststelling van de jaarlijkse dotatie van de Vlaamse Raad, de begroting goed voor zijn werking in het betrokken jaar. § 2. Het dagelijks bestuur bereidt het begrotingsvoorstel voor.
Artikel 35 § 1. Het dagelijks bestuur stelt de jaarrekening op. § 2. De jaarrekening wordt ter goedkeuring aan de Raad voorgelegd.
Artikel 35 bis § 1. Binnen de perken van de dotatie toegekend aan de Raad ter uitvoering van het decreet, inzonderheid van artikel 13 van het decreet, mag de voorzitter in overleg met het dagelijks bestuur contracten afsluiten en financiële verbintenissen aangaan namens en voor de Raad voor alle prestaties die nodig zijn voor het uitvoeren en het ondersteunen van de werkzaamheden van de Raad. § 2. De secretaris kan contractuele en financiële verplichtingen aangaan voor zover het om bedragen gaat niet hoger dan vier procent (4%) van het totale bedrag van de jaarlijkse dotatie. § 3. De secretaris wordt aangeduid als ordonnateur van de rekening, waarop de dotatie wordt gestort en zal in overleg met de voorzitter, een administratief personeelslid van het VRWB-secretariaat aanduiden als rekenplichtige.
HOOFDSTUK XIV Vergoedingen
Artikel 36 De Raad bepaalt jaarlijks, binnen de perken van zijn werkingsmiddelen, de vergoedingen voor de voorzitters en de leden van de commissies en ad-hocwerkgroepen.
HOOFDSTUK XV Bijzondere bepalingen
Artikel 37 De Raad kan bij de Vlaamse regering en de Vlaamse Raad een delegatie onder leiding van de voorzitter afvaardigen voor contact omtrent bepaalde thema's. De samenstelling hangt af van het te bespreken onderwerp.
regelgeving | 47
HOOFDSTUK XVI Wijzigingen van het huishoudelijk reglement
Artikel 38 De Raad kan het huishoudelijk reglement wijzigen. De Raad kan niet beraadslagen over een voorstel tot wijziging van het huishoudelijk reglement, zo het niet op de agenda werd ingeschreven krachtens een beslissing van de Raad in een vroegere vergadering. De wijziging van het huishoudelijk reglement is slechts mogelijk bij goedkeuring door twee derden van de uitgebrachte stemmen en onder voorbehoud van goedkeuring door de Vlaamse regering.
ยง
48 | regelgeving