Uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/104
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2020/104
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 27 februari 2020 diende xxx een verzoek in bij Vlaamse Landmaatschappij (verder “VLM”) tot het verkrijgen van een afschrift van “(een deel van) de relevante schattingsverslagen, vergelijkingspunten, etc.. o.b.v. waarvan de voorgestelde prijs werd begroot” en dit in het kader van een onteigeningsprocedure (minnelijke verwerving) van een onroerend goed, gelegen in xxx. Bij mailbericht d.d. 23 maart 2020 weigerde de VLM een afschrift. Bij mail van 21 april 2020 diende xxx een beroepschrift in tegen voormelde beslissing van de VLM. Het beroepschrift werd op 27 april 2020 geregistreerd. Ontvankelijkheid van het beroep De beslissing van de VLM dateert van 23 maart 2020. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet.
www.vlaanderen.be
Het beroep van xxx werd ingediend bij mailbericht d.d. 21 april 2020 en is bijgevolg tijdig ingesteld. Het ingediende beroep is bijgevolg ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Inhoud van het beroepschrift
Op 27 februari 2020 diende xxx een verzoek in bij de VLM tot het verkrijgen van een afschrift van “(een deel van) de relevante schattingsverslagen, vergelijkingspunten, etc... o.b.v. waarvan de voorgestelde prijs werd begroot” en dit in het kader van een onteigeningsprocedure (minnelijke verwerving) van een onroerend goed, gelegen in xxx. Bij mailbericht d.d. 23 maart 2020 weigerde de VLM een afschrift van de relevante schattingsverslagen (met inbegrip van de vergelijkingspunten) op basis waarvan de voorgestelde aankoopprijs voor de minnelijke verwerving van het betrokken onroerend goed werd bepaald. De VLM geeft in de bestreden beslissing aan dat zij voor wat betreft schattingsverslagen (bepalen van venale waarde en eventuele bijkomende vergoedingen) in het kader van (al dan niet minnelijke) verwervingen in dit project een beroep doet op de Afdeling Vastgoedtransacties (AVT) van de Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) en dat deze afdeling zich voor de opmaak van deze schattingsverslagen standaard beroept op referentiepunten/verkoopprijzen van vergelijkbare goederen. Volgens de VLM moet de door de verzoeker aangehaalde verwijzing naar het Vlaams Onteigeningsdecreet (artikel 16) trouwens genuanceerd worden: “het Vlaams Onteigeningsdecreet noch het daarbij horende uitvoeringsbesluit regelt hoe de onteigenende overheid het geheel en de samenstellende delen van de aangeboden vergoeding in concreto moet verantwoorden. Van een schattingsverslag of vergelijkingspunten wordt niet gesproken.” De openbaarmaking wordt dan geweigerd op grond van artikel II.35, 1° Bestuursdecreet omdat de openbaarmaking ervan de financiële belangen van de VLM in dit dossier in het gedrang zou kunnen brengen. Er wordt ook aangehaald dat de vergelijkingspunten persoonsgegevens bevatten die op grond van artikel II.36, §1, lid 2, 1° Bestuursdecreet niet mogen worden vrijgegeven zonder toestemming van de betrokken personen. Volgens de VLM is het binnen de perken van de redelijkheid en naar kostprijs van het aantal aan te schrijven personen ook niet mogelijk om al deze personen te contacteren. Het is volgens de VLM ook niet mogelijk om het gevraagde gedeeltelijk openbaar te maken (met weglating van de persoonsgegevens) omdat de VLM t.a.v. de AVT een verbintenis tot geheimhouding heeft, waarbij alle informatie die de VLM van AVT op enige wijze ontvangt als strikt vertrouwelijk moet behandeld worden, zodat de VLM op basis van artikel II.34, 6° Bestuursdecreet het schattingsverslag en de daarbij horende vergelijkingspunten niet openbaar kan maken. AVT heeft ook laten weten aan de VLM dat zij niet kunnen instemmen met de openbaarmaking.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/104
pagina 2 van 8
xxx kan zich niet vinden in deze weigeringsbeslissing en tekent beroep aan bij de beroepsinstantie. In het beroepschrift wordt geargumenteerd dat er niet is aangetoond dat de VLM economisch financieel nadeel zou kunnen ondervinden, integendeel het zijn net de financiële belangen van xxx die worden geschaad aangezien zij geen objectief oordeel kan vellen omtrent het voorgestelde overnamebedrag. Zonder objectieve gegevens is het voor haar onmogelijk om na te gaan of het voorgestelde bedrag voldoende is en op deze manier worden haar financiële belangen en eigendomsrechten geschaad. Ook in het beroepschrift wordt verwezen naar de wettelijke verankering in artikel 16 van het Onteigeningsdecreet en de memorie van toelichting die o.m. stelt: “Dit aanbod, net als elk aanbod, moet
objectief en gemotiveerd zijn. Het aanbod dat wordt gedaan is gebaseerd op gevoerde onderhandeling – indien de onteigende daartoe bereid is geweest. De onderhandelingen zijn conform artikelen 15 en 16 verplicht. Dit houdt in dat de onteigende instantie, op vraag van de burger, de samenstelling van haar aanbod en de onderscheiden posten waarop haar aanbod betrekking heeft, nader moet kunnen duiden en dat niet zomaar een totaalbedrag kan worden aangeboden. Dit geldt voor elk aanbod dat gedaan wordt, op welk moment in het proces ook. De transparantie is in die zin belangrijk voor het maatschappelijk verantwoord onderhandelen en stelt de burger in staan om een beter inzicht te verkrijgen in het aanbod dat hem door de onteigenende instantie wordt gedaan. Het spreekt voor zich dat de onteigenende instantie in staat moet zijn om het gedane aanbod inhoudelijk te verantwoorden. Hierbij behoudt ze haar volle vrijheid, het gaat tenslotte om een koop-verkoop, doch het is niet de bedoeling dat zij een onredelijk of manifest onzorgvuldig aanbod doet. Deze transparantie moet de rechter in staat stellen om het aangeboden bod op zijn objectiviteit en redelijkheid te kunnen beoordelen. “ Volgens de beroeper heeft de VLM geen belangenafweging gemaakt tussen het eigendomsrecht van xxx en het financiële belang van de VLM. Ze vervolgt: “De beoordeling in het kader van de onteigeningswetgeving is in deze zeer relevant aangezien de opgevraagde informatie geschied in het kader van een geplande onteigening. xxx is eigenaar van het perceel en zij heeft op grond van artikel 16 van de Grondwet en artikel 1 1ste Protocol bij het EVRM recht op ongestoord genot van haar eigendom. Dit impliceert dat zij ten volle op de hoogte moet worden gebracht van hetgeen zich rond haar eigendom afspeelt en zij op basis daarvan alle maatregelen moet kunnen nemen om verdere nadelige implicaties naar haar eigendom toe, te vermijden. Zij dient haar eventuele rechten te kunnen vrijwaren ten aanzien van derden die mogelijks ook in haar eigendom geïnteresseerd zijn.” xxx stelt eveneens dat zij akkoord gaat dat de persoonsgegevens worden weggelaten of dat bepaalde delen worden geanonimiseerd maar dat de VLM hieraan echter geen gehoor wil geven. Zij stelt dat de privacywetgeving toelaat om de prijs per vierkante meter van andere gelijkaardige projecten (al dan niet met vermelding van locatie, grootte,…) mee te delen. Bijgevolg is er volgens de beroeper geen enkele reden om de openbaarmaking te weigeren.
2. Toelichting door de VLM
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/104
pagina 3 van 8
De beroepsinstantie nam op 28 april en 24 mei 2020 contact op met de VLM om met kennis van zaken over het beroepschrift te kunnen oordelen. Bij mailbericht van 5 mei 2020 heeft de beroepsinstantie de betrokken documenten alsook bijkomende toelichting ontvangen. In deze toelichting kadert de VLM het verzoek tot openbaarmaking. De verwerving van de ”Geevaertvijver” kadert in het landinrichtingsplan “Molenbeekvallei”. Door de lage hoogteligging ten opzichte van de omgevende straten is deze vijver een geschikte locatie om de afvoer van de Molenbeek te bufferen. De vijver wordt dan ook verworven en ingericht. De verwerving vormt het voorwerp van maatregel 61.3. van dit plan, de inrichting is voorzien in maatregelen 6.1.4a tot 6.1.4c. Op dit moment is er nog geen onteigeningsprocedure in de formele zin opgestart: er werd nog geen voorlopig onteigeningsbesluit genomen. Er wordt momenteel geprobeerd om met de eigenaars een minnelijk akkoord te bekomen alvorens de onteigeningsprocedure formeel wordt opgestart. In dat kader worden onderhandelingen aangeknoopt. De VLM is ook al bereid om een vergoeding voor wederbeleg en wachtinterest te betalen. In die zin werd dan ook voorgesteld om het voorgestelde bedrag in al haar componenten, meer bepaald de onderverdeling tussen venale waarde, wederbeleg en wachtinterest, eventuele opstanden enzovoort, te verduidelijken en dus niet louter een totaalbedrag mee te delen. M.b.t. de ingeroepen uitzonderingsgrond zoals bepaald in artikel II.35, 1° Bestuursdecreet verwijst de VLM naar een vroegere uitspraak van de beroepsinstantie, waar de beroepsinstantie aanvaardde dat het schattingsverslag niet openbaar wordt gemaakt omdat dit de onderhandelingspositie van de desbetreffende overheid in het gedrang zou kunnen brengen (OVB/2015/223). De VLM vervolgt dat in casu momenteel onderhandelingen worden gevoerd. Door te beschikken over het schattingsverslag staat de verzoeker sterker in zijn onderhandelingspositie met de VLM: er zal nauwelijks nog een onderhandelingsmarge zijn hetgeen de financiële belangen van de VLM kan schaden. De VLM geeft ook aan dat, hoewel de VLM begrip kan opbrengen voor de vraag van de verzoeker, het algemeen belang, en dan meer bepaald de financiële belangen van de VLM als onteigenende instantie, hoger moet worden ingeschat dan het belang van de openbaarheid. Dit geldt volgens de VLM eveneens voor het uitgebreide schattingsverslag, waarin ook de vergelijkingspunten - die mee de basis vormen voor het bepalen van de vergoeding of prijs die wordt geboden - zijn opgenomen. Ook m.b.t. de openbaarmaking van de vergelijkingspunten (en de afweging ervan) verwijst de VLM naar een vroegere uitspraak van de beroepsinstantie waar werd gesteld dat de openbaarmaking van de vergelijkingspunten (en de afweging ervan) aan de kandidaat-verkoper aanvullende en aan de eventuele koop voorafgaande voorkennis zou verschaffen die de onderhandelingspositie en bijgevolg de financiële belangen van de overheid in het gedrang kunnen brengen (OVB/2017/188). Zoals uiteengezet m.b.t. het schattingsverslag, kan de openbaarmaking ook hier het algemeen belang schade berokkenen. Voor wat de uitzonderingsgrond zoals bepaald in artikel II.34, 6° Bestuursdecreet betreft, herhaalt de VLM dat de VLM voor wat betreft schattingsverslagen (bepalen van venale waarde en eventuele bijkomende vergoedingen) in het kader van (al dan niet minnelijke) verwervingen in dit project een beroep doet op de AVT. Hierover zijn afspraken gemaakt met de AVT, opgenomen in een samenwerkingsovereenkomst. AVT bezorgt de VLM dan een schatting van de desbetreffende goederen. Dit schattingsverslag bevat in principe geen vergelijkingspunten. Op uitdrukkelijk verzoek van de VLM, heeft AVT voor deze schatting ook het uitgebreide schattingsverslag waarin de vergelijkingspunten zijn opgenomen aan de VLM bezorgd. Hiertoe heeft de VLM een verbintenis tot geheimhouding moeten onderschrijven waarin uitdrukkelijk wordt bepaald
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/104
pagina 4 van 8
“alle informatie die zij [de VLM-medewerker] van de afdeling Vastgoedtransacties op enige wijze ontvangt als strikt vertrouwelijk te behandelen, deze niet te delen met derden, en enkel en alleen te gebruiken voor de uitvoering van de bovenvermelde opdracht(en), dit zowel mondeling als schriftelijk en zowel direct als indirect, behoudens uitdrukkelijke, voorafgaande en schriftelijke toestemming van de afdeling Vastgoedtransacties”. De VLM vervolgt dat, zoals ook blijkt uit de preambule van deze verbintenis, deze (onder meer) erop gericht is om de financiële belangen van de afdeling Vastgoedtransacties te beschermen: “de wetgeving op de privacy en de financiële belangen van de Vlaamse Overheid dienen te allen tijde te worden gevrijwaard. De afdeling Vastgoedtransacties heeft dan ook een gerechtvaardigd belang dat de door haar verstrekte informatie volledig geheim gehouden wordt, zodat ondergetekende verklaart ervan bewust te zijn dat de gegevensuitwisseling privacygevoelige persoonsgegevens betreft die wettelijk beschermd zijn”. De AVT heeft aan de VLM (telefonisch) laten weten dat zij niet kon instemmen met de openbaarmaking ervan. Omtrent de ingeroepen uitzonderingsgrond van artikel II.36, §1, lid 2, 1° Bestuursdecreet is de VLM thans van oordeel dat, hoewel de Geevaertvijver het voorwerp vormt van de hoger vermelde inrichtingsmaatregelen, de vergelijkingspunten strikt beschouwd inderdaad geen milieu-informatie zijn en de VLM verwijst thans naar de analoge uitzonderingsgrond, opgenomen in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. De VLM vervolgt dat het schattingsverslag vergelijkingspunten bevat. Dit zijn per definitie onroerende goederen van derden die een bepaalde mate van gelijkenis vertonen met het onroerend goed dat het bestuur wenst aan te kopen. Het is niet ondenkbaar dat deze vergelijkingspunten informatie bevatten omtrent de persoonlijke levenssfeer van derden (E. LONCKE, “Het meedelen van vergelijkingspunten in de onderhandelingsfase voorafgaand aan onteigening” in A. OOMS en P. FOUBERT (ed.) Geheimen in het recht, Antwerpen, Intersentia, 2011, 73-86). In casu bevatten de vergelijkingspunten dan ook persoonsgegevens (kadastrale gegevens, waarde van het goed,…). Aan de hand van de perceelsgegevens en de omvang van de statistische dataset waaruit de gegevens worden gehaald, is het eventueel mogelijk om individuele verkopen te traceren en te identificeren en wordt informatie vrijgegeven over de waarde van een goed dat tot het vermogen van deze eigenaars behoort (vgl. voor wat betreft de identificeerbaarheid OVB/2017/77). Volgens de VLM zou de gedeeltelijke openbaarmaking van de vergelijkingspunten (zoals de verzoekers vragen) van het uitgebreide schattingsverslag theoretisch misschien wel mogelijk zijn mits de persoonsgegevens volledig geanonimiseerd worden en op voorwaarde dat de statistische dataset minstens 10 vergelijkingspunten bevat zodat de individuele verkoop niet traceerbaar is. Maar deze doorgedreven scheiding van informatie leidt volgens de VLM tot een zodanige verminking van de openbaar gemaakte informatie dat deze volledig onleesbaar en onbegrijpelijk zal worden. Het principe van de gedeeltelijke openbaarmaking van artikel II.45, §2 van het Bestuursdecreet en de scheiding van informatie is blijkens de voorbereidende werken dan ook niet absoluut en dient in alle redelijkheid te worden toegepast. (Parl. St. Vl. Parl. 2002-03, nr. 1732/1, 22). Bovendien wijst de VLM erop dat ze zich in hoofdorde baseert op de toepassing van artikel II.35, 1° van het Bestuursdecreet. Bevraagd door de beroepsinstantie over de verwijzing door de beroeper naar artikel 16 van het Vlaams Onteigeningsdecreet, herhaalt de VLM dat de draagwijdte van deze bepaling genuanceerd dient te worden. Het Vlaams Onteigeningsdecreet, noch het daarbij horende uitvoeringsbesluit regelt hoe de onteigenende overheid het geheel en de samenstellende delen van de aangeboden vergoeding in concreto moet verantwoorden. Van een schattingsverslag of vergelijkingspunten wordt niet gesproken (S. VERBIST en C.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/104
pagina 5 van 8
BIMBENET, “Het Vlaams Onteigeningsdecreet. Vloek of zegen voor lokale besturen, T. Gem 2018/1, 22). Deze bepaling impliceert, naar het oordeel van de VLM, dus geenszins dat het schattingsverslag openbaar moet worden gemaakt. De vereisten van objectiviteit en transparantie zoals bedoeld in het voormeld artikel, alsook de vereiste van billijkheid zoals opgenomen in artikel 16 GW verhinderen evenmin dat er nog enige onderhandelingsmarge zou zijn. Meer nog, zonder onderhandelingsmarge kan er bezwaarlijk sprake zijn van “onderhandelingen”. In die zin kan de openbaarmaking de financiële belangen van de VLM schaden, doordat net die onderhandelingspositie in het gedrang kan komen en dienen de financiële belangen van de VLM dan ook hoger te worden ingeschat dan dat van de openbaarmaking. De VLM stelt nogmaals dat, ook al dient de onteigeningsprocedure nog te worden opgestart, de VLM niettemin bereid is om ook in deze voorafgaande fase de nodige transparantie omtrent de aangeboden vergoeding/prijs te geven door de samenstellende onderdelen van de vergoeding toe te lichten.
3. Standpunt van de beroepsinstantie De VLM bezorgde de beroepsinstantie bij mail van 5 mei 2020 twee documenten: brief van de AVT d.d. 15.02.2019 met raming van de waarde van de te verwerven percelen (verder ‘schattingsverslag’) en een schattingsverslag met vergelijkingspunten d.d. 15.02.2029 van de AVT (verder ‘uitgebreid schattingsverslag’). De beroepsinstantie stelt vast dat beide documenten meerdere (te onteigenen) percelen omvatten, maar in casu is het voorwerp van het beroep beperkt tot - zoals reeds uit het oorspronkelijk verzoek blijkt: “(een deel van) de relevante schattingsverslagen, vergelijkingspunten, etc... o.b.v. waarvan de voorgestelde prijs werd begroot” en dit in het kader van een onteigeningsprocedure (minnelijke verwerving) van een onroerend goed, gelegen in xxx”- dat gedeelte in de beide documenten dat betrekking heeft op het perceel xxx, dat in eigendom is van de beroeper. Na bevraging door de beroepsinstantie op 24 mei 2020 werd bij mail van de VLM van 26 mei 2020 de mail van AVT d.d. 16/11/2016 waarbij ook de schattingsprijs m.b.t voormeld perceel werd gecommuniceerd, aan de beroepsinstantie bezorgd. Het Bestuursdecreet maakt, voor wat betreft de uitzonderingen op het recht op openbaarheid, een onderscheid naargelang het gaat om een aanvraag tot openbaarmaking die betrekking heeft op milieuinformatie dan wel op andere informatie. Artikel I.4, 11° van het Bestuursdecreet somt gedetailleerd op wat onder milieu-informatie moet verstaan worden. De beroepsinstantie sluit zich aan bij het standpunt van de VLM namelijk dat de gevraagde informatie als zodanig niet wordt beschouwd als milieu-informatie in de zin van artikel I.4, 11°, Bestuursdecreet. De VLM doet een beroep op de uitzonderingsgrond van artikel II.35, 1° van het Bestuursdecreet voor de weigeringen tot openbaarmaking van de gevraagde informatie. Voormeld artikel bepaalt dat een aanvraag om openbaarmaking dient afgewezen te worden indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van het economisch, financieel of commercieel belang van een overheidsinstantie. Deze bepaling heeft tot doel de economische, financiële en commerciële belangen van instanties te beschermen tegen het risico van speculatieve daden die voorkennis van informatie kan meebrengen.
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/104
pagina 6 van 8
Daarom moet er worden nagegaan of de eventuele openbaarmaking van het, m.b.t. perceel 149/F, relevant gedeelte uit het (uitgebreid) schattingsverslag mogelijk voorkennis van informatie zou kunnen inhouden met risico op speculatieve daden. Artikel II.35, 1° van het Bestuursdecreet vertoont een relatief karakter zodat het aan de beroepsinstantie toekomt te oordelen of het belang van de ingeroepen uitzonderingsgrond in casu al dan niet opweegt tegen het belang van de openbaarmaking van het gevraagde. De beroepsinstantie treedt het standpunt van de VLM bij om de weigering van de gevraagde informatie te steunen op artikel II.35, 1° van het Bestuursdecreet. Het schattingsverslag, het uitgebreid schattingsverslag en de mail d.d. 16/11/2016 (communicatie schattingsprijs) zijn opgemaakt met het oog op de verwerving van bepaalde goederen, waaronder het perceel van beroeper. De VLM is bezig met de minnelijke aankoop van het te onteigenen perceel en voert met de beroeper als eigenaar onderhandelingen om het perceel minnelijk aan te kopen. Er moet worden vastgesteld dat de openbaarmaking van het schattingsverslag, het uitgebreid schattingsverslag en de mail d.d. 16/11/2016, in het huidige stadium de onderhandelingspositie van de VLM zal aantasten. Binnen de perken van artikel 16 van de Grondwet, dat bepaalt dat de onteigeningsvergoeding billijk moet zijn, mag de VLM het perceel tegen zo gunstig mogelijke omstandigheden proberen te verwerven. Er moet worden aangenomen dat de vrijgave van de betrokken documenten op verzoek van een betrokken eigenaar de onderhandelingsmarge van de VLM in ruime mate zal teniet doen. Als een eigenaar tijdens de onderhandelingen de in opdracht van de VLM geraamde waarde van hun perceel kent, heeft de VLM nog maar weinig ruimte om over de vergoeding te onderhandelen. Het risico is niet ondenkbaar dat de VLM een aanzienlijk hogere onteigeningsvergoeding zal moeten betalen om het perceel te verwerven en zij aldus in haar financiële belangen zal worden geschaad. De bescherming van deze belangen tegen openbaarmaking is de bestaansreden van artikel II.35, 1° van het Bestuursdecreet. De belangenafweging waartoe dit artikel, zoals elke relatieve uitzonderingsgrond, verplicht, leidt niet tot een oordeel in het voordeel van de beroeper. Een in de onteigening betrokken eigenaar met toegang tot het (uitgebreid) schattingsverslag en de schattingsprijs staat sterker in zijn onderhandelingspositie met de onteigenende overheid. Het feit dat het verzoek van de beroeper legitiem is, neemt niet weg dat het gaat om een privaat (commercieel) belang. De openbaarmaking ten koste van het beschermde belang mag echter maar worden bevolen als daarmee het algemeen belang gediend wordt. Uit het voorgaande volgt integendeel dat de openbaarmaking het algemeen belang schade zal berokkenen. Bijkomend wenst de beroepsinstantie nog het volgende op te merken m.b.t. de lijst van vergelijkingspunten die in het uitgebreid schattingsverslag als bijlage aan bod komt. De VLM beroept zich voor de weigering tot openbaarmaking ervan, naast de uitzonderingsgrond van artikel II.35, 1° van het Bestuursdecreet, mede op artikel II.34, 2° van hetzelfde decreet, stellende dat de gebruikte vergelijkingspunten informatie bevatten betreffende de persoonlijke levenssfeer van derden, namelijk de adressen, de kadastrale gegevens, de waarde van het goed. De beroepsinstantie heeft evenwel, na onderzoek van de bijlage, vastgesteld dat voor het betrokken perceel xxx) – waarover het in casu gaat want beroeper is eigenaar van dit perceel - geen
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/104
pagina 7 van 8
vergelijkingspunten zijn opgenomen in deze bijlage van het uitgebreid schattingsverslag. Dit werd eveneens bevestigd bij mail van de VLM d.d. 26 mei 2020. Aangezien de gevraagde informatie, namelijk de vergelijkingspunten m.b.t. het perceel van de beroeper, niet bestaat, kan de beroepsinstantie redelijkerwijze niet anders dan het beroep eveneens ongegrond bevinden. In artikel I.4, 3° Bestuursdecreet wordt de term “bestuursdocumenten” immers gedefinieerd als: “alle informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie”. Vermits de gevraagde informatie niet bestaat m.b.t. het betrokken perceel, kan een afschrift ervan niet verleend worden. Uit het voorgaande besluit de beroepsinstantie dat het beroep tegen de weigering tot openbaarmaking van de gevraagde documenten als ongegrond dient beschouwd te worden; Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 21 april 2020 tegen de beslissing van de Vlaamse Landmaatschappij d.d. 23 maart 2020 wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 27 mei 2020 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2020/104
pagina 8 van 8