Skip to main content

Garantiefonds_Jaarverslag_2019.pdf

Page 1

JAARVERSLAG GARANTIEFONDS VOOR HUISVESTING 2019


INHOUDSOPGAVE 1. Algemene informatie............................................................................................................................................................ 5 2. Organisatie........................................................................................................................................................................... 5 Maatschappelijke zetel..................................................................................................................................................... 5 Maatschappelijk doel........................................................................................................................................................ 5 Administratief en boekhoudkundig beheer en financiële dienst...................................................................................... 5 Stuurgroep........................................................................................................................................................................ 5 3. Werking................................................................................................................................................................................ 6 4. Projecten.............................................................................................................................................................................. 6 Algemeen.......................................................................................................................................................................... 6 Gunningsprocedure.......................................................................................................................................................... 7 Overzicht........................................................................................................................................................................... 8 5. Beheersverslag..................................................................................................................................................................... 9 Evolutie financiële situatie boekjaar 2019........................................................................................................................ 9 Evolutie financiële situatie: prognose voor de toekomst................................................................................................ 12 6. Toelichting bij de financiële staten...................................................................................................................................... 14 Staat van de vorderingen................................................................................................................................................ 14 Staat van de schulden..................................................................................................................................................... 14 Staat van mogelijke schuldverplichtingen....................................................................................................................... 14 Staat van de vaststaande toekomstige verplichtingen en verbintenissen....................................................................... 14 Detail van de subsidies, dotaties en soortgelijke............................................................................................................. 14 Subsidies aan lokale besturen......................................................................................................................................... 14 7. Toelichting bij de uitvoering van de ESR-begroting............................................................................................................. 15

Jaarverslag 2019 – Garantiefonds voor Huisvesting | 3


JAARVERSLAG BOEKJAAR 2019 Garantiefonds voor Huisvesting Dit verslag bevat informatie over de werking en het beheer van het Garantiefonds voor Huisvesting en wordt door de Vlaamse Regering aan het Vlaams Parlement voorgelegd zoals bepaald in artikel 77 quinquies van de Vlaamse Wooncode en in artikel 18 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 ter uitvoering van de bepalingen over de oprichting en de organisatie van het Garantiefonds voor Huisvesting in het kader van PPS-projecten sociale huisvesting.

4 | Jaarverslag 2019 – Garantiefonds voor Huisvesting


1. ALGEMENE INFORMATIE Het Garantiefonds voor Huisvesting is opgericht bij het decreet van 20 december 2002 dat een afdeling 3 artikel 77bis tot 77sexies toegevoegd heeft in de Vlaamse Wooncode (VWC) (inwerkingtreding 1 januari 2003). Het Garantiefonds heeft rechtspersoonlijkheid en is opgericht als een Vlaamse Openbare Instelling van categorie A in de zin van het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof(1). De bepalingen van dat decreet zijn op het fonds van toepassing voor zover er in het oprichtingsdecreet niet van afgeweken wordt. Het Garantiefonds wordt beheerd door de Vlaamse Regering. Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 ter uitvoering van de bepalingen over de oprichting en de organisatie van het Garantiefonds voor Huisvesting in het kader van PPS-projecten sociale huisvesting geeft uitvoering aan artikel 77bis van de VWC.

2. ORGANISATIE Maatschappelijke zetel Herman Teirlinckgebouw Havenlaan 88 bus 94 B-1000 Brussel

Maatschappelijk doel De Vlaamse Regering wou met een publiek-private samenwerking (PPS) in de sociale huisvesting een bijkomend aantal sociale woningen laten bouwen naast de bestaande investerings- en subsidieprogramma’s in de sociale huisvesting (het investeringsprogramma van de toenmalige Vlaamse Huisvestingsmaatschappij en het SBR-subsidieprogramma voor de bouw en renovatie van sociale woningen), zonder dat het volledige investeringsbedrag volgens de ESR-aanrekeningregels meteen in rekening gebracht moet worden bij de schuld van het Vlaams Gewest. Ernst & Young tekende in 2003 een ruim kader uit voor PPS-projecten. In juni van hetzelfde jaar startte een pilootproject op voor de realisatie van circa 430 sociale huurwoningen, die 45 maanden na de vaststelling van de procesgang (exclusief voorstudiefase) bewoond zouden worden. In 2007 namen de eerste bewoners hun intrek.

Administratief en boekhoudkundig beheer en financiële dienst Bij Ministerieel Besluit werd de werking en het beheer van het Garantiefonds en de gunning van overheidsopdrachten tot een miljoen euro overgedragen aan de gedelegeerd bestuurder van de VMSW. Dit om het Garantiefonds formeel te operationaliseren. Daarnaast verduidelijkte een protocol wie binnen de VMSW de boekhoudkundige en financiële taken van het Garantiefonds zou uitvoeren. Sinds boekjaar 2014 betaalt het Garantiefonds hiervoor een jaarlijkse kostenvergoeding van 25.650 euro (jaarlijkse indexatie o.b.v. de gezondheidsindex) aan de VMSW.(2)

Stuurgroep In de praktijk is er een stuurgroep per locatie. Hierin zijn het Vlaams Gewest, de lokale huisvestingsinstantie (LHI) en de bouwpromotor vertegenwoordigd. Zolang niet alle gegunde projecten opgeleverd waren, diende minstens jaarlijks bij de begrotingsopmaak een raming gemaakt te worden van de betaalstaten van de nieuwe opleveringen. Tijdens de gunningsfase stonden vier ingenieurs/ingenieur-architecten van de VMSW deeltijds ter beschikking van het agentschap Wonen-Vlaanderen.

1.  Dit decreet wordt ook het Rekendecreet genoemd. 2.  Overeenkomstig artikel 67 van het decreet van 29 april 2011 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot Wonen dat een derde lid toevoegt aan artikel 77bis van de VWC waarin o.a. bepaald wordt dat de VMSW jaarlijks een kostenvergoeding ontvangt lastens de begroting van het Garantiefonds voor Huisvesting.

Jaarverslag 2019 – Garantiefonds voor Huisvesting | 5


Het oprichtingsbesluit bepaalt geen procedure rond de communicatie over een nieuw project in het beheer. Tot er een andere regeling is, verwittigt de VMSW het Garantiefonds van komende opleveringen van PPS-woningen. Op heden zijn alle gegunde projecten opgeleverd en bewoond. Er zijn verder geen toekomstige gunningen gepland. Na de oplevering vergadert de stuurgroep minstens één keer per jaar over het onderhoud van de gebouwen en om eventuele knelpunten (slijtage schrijnwerk,…) te behandelen. Momenteel vertegenwoordigt de VMSW via Bart Velleman, afdelingshoofd projectrealisatie, het Garantiefonds in de stuurgroep(en) als contracterende partij. Hij wordt bijgestaan door een organisator en één of meerdere deskundigen.

3. WERKING De voornaamste doelstelling van het PPS-instrument in de sociale huisvesting is de bouw van een bijkomend aantal sociale woningen. Elke partner in de samenwerking voert daarbij de taken uit waarvoor hij over de meeste kennis beschikt. De PPS in de sociale huisvesting werkt met drie spelers: de private partner, de lokale huisvestingsinstantie (LHI) en de Vlaamse overheid.

Private partner De private partner zorgt voor het ontwerp, de bouw en de financiering van het project. Daarnaast staat hij gedurende 27 jaar in voor het groot onderhoud van de huurwoningen. De private partner betaalt jaarlijks een beheersvergoeding aan de lokale huisvestingsinstanties voor de huuradministratie, de dekking van huurschade en als compensatie voor de onroerende voorheffing. In vakjargon wordt dit DBFM - Design, Build, Finance en Maintenance - genoemd. Door de gebouwen zelf te ontwerpen, is de inschrijver niet gebonden aan een volledig uitgewerkt ontwerp van een externe architect. De inschrijver heeft een korte opdracht per locatie: het bouwprogramma. De eisen van de bouw komen uit een prestatiebestek in de plaats van uit een klassiek middelenbestek. De grotere vrijheidsgraad door de DBFM-methode zou moeten leiden tot lagere kosten. De private partner is verantwoordelijk voor de primaire financiering en moet de gebouwen gedurende de volledige contractperiode in stand houden. Uiteindelijk levert de inschrijver dus niet louter een gebouw dat na oplevering wordt verkocht, maar wel “een dienst wonen”; een woning die gedurende 27 jaar in stand wordt gehouden en nadien wordt overgedragen aan de opdrachtgever.

Lokale huisvestingsinstantie De lokale huisvestingsinstantie - 5 sociale huisvestingsmaatschappijen en 1 stad voor het pilootproject - wordt door de samenwerking met de private partner volledig ontlast van de bouw, de primaire financiering en het groot onderhoud van de gebouwen. De rol van de LHI spitst zich voornamelijk toe op de sociale huurder. De LHI bepaalt samen met de gemeente de sociale woonbehoeften, verhuurt woningen aan de sociale doelgroep, ontvangt de huur en is in regelmatige dialoog met haar doelgroep. Daarnaast zorgt hij voor het dagelijks onderhoud en het beheer van het gebouw samen met de private partner. De LHI betaalt de erfpachtcanon (de primaire huur) aan de private partner. De primaire huur wordt gefinancierd door twee bronnen: de huurgelden van de huurder enerzijds en de maandelijkse subsidie van de Vlaamse overheid via het Garantiefonds anderzijds.

Vlaamse overheid De Vlaamse overheid zorgt voor de normstelling, het afsluiten van de overheidsopdracht en de subsidiëring van het PPS-project.

4. PROJECTEN Algemeen In november 2002 sloten de toenmalige afdeling Financiering Huisvestingsbeleid en Ernst & Young een dienstencontract met het oog op het afleveren van een algemeen concept voor PPS met verschillende vrijheidsgraden. De realisatie ervan zou stapsgewijs worden ingevoerd. Er werd gekozen voor een contractuele DBFM-formule op basis van een promotieopdracht: een alternatief met een sterk vereenvoudigd algemeen concept om ervaring op te doen in een niet te complexe omgeving en snel van start te kunnen gaan met een pilootproject. Het concept hield de volgende voorwaarden in:

6 | Jaarverslag 2019 – Garantiefonds voor Huisvesting


- uitsluitend nieuw te bouwen sociale woningen worden opgenomen; - de lokale huisvestingsinstantie is eigenaar van de bouwgrond; - de huurder kan de woning niet kopen tijdens de contractperiode. De ingezamelde inschrijvingen werden beoordeeld volgens prijs en kwaliteit op advies van een selectiecommissie. Van zodra de Vlaamse Regering de percelen gegund had aan de private partner, werd per locatie een PPS-overeenkomst afgesloten tussen de 3 partners (private partner, lokale huisvestingsinstantie en Vlaamse overheid). Deze overeenkomst regelde de eigendoms- en gebruiksverhoudingen van het vastgoed en de wijze van samenwerking tussen de 3 partners gedurende de opbouw van de woningen en gedurende 27 jaar effectieve bewoning. De private partner kreeg een recht van opstal van de LHI. Vervolgens werd in overleg en volgens de gegunde offerte een ontwerp opgebouwd. Nadien diende de private partner een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning in. De bouw van de woningen startte nadat de stedenbouwkundige vergunning verkregen was. Na de voorlopige oplevering konden de huurders er wonen. De te ontwikkelen projecten zijn juridisch gescheiden van elkaar omdat er een aparte PPS-overeenkomst is per locatie. Per locatie zijn er stuurgroepen opgericht met het oog op een vlotte ontwikkeling en eenheid van besluitvorming. De Vlaamse overheid bekleedt het voorzitterschap in deze stuurgroepen. Het subsidiesysteem werd vastgelegd in het besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 over het Garantiefonds voor Huisvesting. De Vlaamse overheid past via een financiële tegemoetkoming het verschil bij tussen de erfpachtcanon die de LHI betaalt aan de private partner en de reële huurgelden die de LHI ontvangt van de huurders. Bovendien betaalt zij een forfaitaire vergoeding van 5% op de reële huurprijs als compensatie voor leegstand en wanbetaling. Het Garantiefonds fungeert hierbij als doorgeefluik. De geldstromen van en naar de LHI (de betaling van erfpachtcanon en de ontvangst van sociale huurgelden en de subsidie) verlopen maandelijks, waardoor de LHI met uitzondering van de grond geen kapitaal moest inbrengen. De LHI ontvangt als eigenaar van de grond een opstalvergoeding. De toenmalige bestaande financieringssystemen in de sociale huisvesting werkten via aanbesteding met een middelenbestek en een klassieke gunningsprocedure. Hier werd er gekozen voor een alternatieve financiering met een andere wijze van uitbesteding: een contractuele DBFM+-formule op basis van een prestatiebestek (i.p.v. middelenbestek). Het gekozen alternatief bood verschillende voordelen: - financieel: de private sector zorgt voor de primaire financiering, er wordt betaald volgens het gebruik van de woondienst; - operationeel: er is minder fysiek toezicht nodig, de private partner wordt meer geresponsabiliseerd; - maatschappelijk: test van de verschuiving van de kerntaak van de LHI, van “bouwmaatschappij” naar “huisvestingsmaatschappij”.

Gunningsprocedure Het pilootproject werd ingedeeld in drie percelen: - perceel 1: vier locaties in Gent en één in Aalst; - perceel 2: drie locaties in Tienen en één in Dilbeek; - perceel 3: één locatie in Antwerpen en telkens twee locaties in Lommel en Izegem. PERCELEN 1 en 3 De beperkte offertevraag van maart 2004 voor de drie percelen voldeed niet aan de prijsverwachtingen. Met de gevraagde erfpachtcanons was er nauwelijks één perceel te subsidiëren. De procedure werd stopgezet en er werd overgestapt naar een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking met de inschrijvers van de beperkte offertevraag. In die onderhandelingsprocedure werd een éénmalige herziening van de vaste erfpachtcanons toegestaan op het ogenblik van de oplevering van de woningen. Die herziening gebeurde volgens een formule toegevoegd aan het bestek. Als de langetermijnrente veranderd was op het moment van de oplevering, kon de erfpachtcanon éénmalig wijzigen. Vanaf dat moment lag de erfpachtcanon definitief vast. De eerste offertes van de onderhandelingsprocedure werden ontvangen op 7 september 2004. De prijzen waren nog te hoog om drie percelen te subsidiëren. Percelen 1 en 3 lagen wel binnen bereik als er verder onderhandeld werd. Perceel 2 (VlaamsBrabant) werd voorlopig geparkeerd. Op 13 december 2004 was er een tweede ronde met ‘the best and final offers’ (BAFO) voor de percelen 1 en 3. Die BAFO liet toe om twee percelen te subsidiëren als het krediet verhoogd werd met 205.000 euro of 0,2% ten opzichte van de voorziene 25 miljoen euro. Op basis van prijs en kwaliteit van de ingediende offertes besliste de Vlaamse Regering op 15 juli 2005 om de percelen 1 en 3 te gunnen aan de private partner SOWO. De percelen 1 en 3 betreffen 235 woningen op tien locaties.

Jaarverslag 2019 – Garantiefonds voor Huisvesting | 7


Voor negen van de tien locaties werd een PPS-overeenkomst gesloten op 17 november 2005. De tiende overeenkomst voor de locatie Sas- en Bassijnwijk in Gent volgde op 3 februari 2006. Van zodra SOWO de stedenbouwkundige vergunning verworven had, konden de werkzaamheden starten. Locatie Lommel “Heserbergen” van perceel 3 werd pas na een wijziging stedenbouwkundig vergund op 8 juli 2009. De eerste offerte voor het gewijzigde project werd door de VMSW als onvoldoende beoordeeld in 2009. Na overleg met de plaatselijke actoren werd beslist om te streven naar een goedkopere offerte. Op 22 juli 2010 diende de promotor SOWO een nieuwe offerte in. Een belangrijke wijziging t.o.v. de eerste offerte was dat de promotor afzag van de voorziene mogelijkheid tot herziening van de erfpachtcanon op het ogenblik van de oplevering. Bij een lage IRS27jaar rente betekende dit engagement een aanzienlijk risico dat wegviel voor de subsidiërende overheid. Erfpacht en subsidie zijn namelijk extreem gevoelig aan rentestijgingen bij een lage rentestand. Verder werden er enkele kwaliteitsverbeteringen aangebracht. Na een grondige analyse van de inhoud en de prijs van de offerte beoordeelde de VMSW de prijs-kwaliteitverhouding als voldoende gunstig en werd voorgesteld om de locatie LommelHeserbergen te laten starten. Op 15 oktober 2010 besliste de Vlaamse Regering om doorstart te geven aan de locatie Lommel “Heserbergen” voor het ontwerp, de bouw, het beheer en de instandhouding van 32 woningen. Daarvoor werd het resterende deel van de vastlegging van perceel 3 ingenomen. Op 6 december 2011 werden de 32 woningen op deze locatie opgeleverd. Acht locaties van perceel 1 en 3 (vijf locaties van perceel 1 en drie van perceel 3) zijn afgewerkt. Twee locaties van perceel 3 werden uiteindelijk afgevoerd door plaatselijke factoren. In december 2007 ontving WoninGent de eerste subsidie via het Garantiefonds voor de locatie Rooigemlaan in Gent. Sinds 6 december 2011 zijn alle 208 woningen bewoond en ontvangen de betrokken LHI’s maandelijks een subsidie van het Garantiefonds. PERCEEL 2 De Vlaamse Regering keurde op 14 juli 2006 de gunningswijze voor ongeveer 188 woningen voor het tweede perceel (VlaamsBrabant) goed. In 2006 werd een krediet van 18,5 miljoen euro voor subsidies ingeschreven conform het besluit m.b.t. het Garantiefonds. De offertes werden op 18 april 2007 in ontvangst genomen. Na onderzoek bleken de prijzen te hoog. Vanaf september 2007 werd daarom een onderhandelingsprocedure opgestart met de deelnemers van de algemene offerteaanvraag. Er werd ingezet op verhoogde conformiteit: de aangeschreven promotoren ontvingen een lijst van de vastgestelde gebreken in de ingediende offertes van de algemene offerteaanvraag en een afzonderlijke samenvatting met gebreken specifiek van toepassing op hun ingediende offerte. Daarnaast werden bilaterale interactieve informatiesessies aangeboden. Op 8 oktober 2007 werden vier offertes in ontvangst genomen. Na analyse werd een ‘best and final offer’ gevraagd tegen 4 februari 2008. Alle promotoren dienden opnieuw een offerte in. (Eén van die offertes voldeed niet aan de vormvereisten) Van 5 tot 7 februari 2008 brachten selectiecommissies advies uit over de kwaliteit van de offertes. Het bestek voorzag een kwalitatieve beoordeling (architectuur en aanpak van groot onderhoud) én een cijfermatige beoordeling (prijs en uitvoeringstermijn). Uit analyse bleek dat de best gequoteerde offerte nog moest geoptimaliseerd worden om stedenbouwkundig vergund te raken zonder een tijdrovend ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP). De onderhandelingen met de voorkeursbieder over een nieuw financieringsvoorstel voor perceel 2 werden verdergezet. De afronding ervan bleef echter uit, mede door de impact van de bankencrisis op de financiering. Een gunning was niet meer haalbaar wegens te hoge prijzen, een te hoge subsidiekost en te grote onzekerheid over de aard van de prijsvoorstellen. Op 15 oktober 2010 besliste de Vlaamse Regering om de procedure van onderhandelingen zonder bekendmaking met het oog op een promotieovereenkomst volgens een PPS voor het ontwerp, de bouw, het beheer en de instandhouding van 197 sociale woningen in Dilbeek en Tienen stop te zetten. De als PPS-projecten vervallen locaties van Vlaams-Brabant werden gecompenseerd in de vaststelling van de verdeelsleutel voor de sociale woningbouw over de rest van de legislatuur.

Overzicht Onderstaande tabel geeft een gedetailleerd overzicht van de gerealiseerde en afgevoerde projecten: PERCEEL 1 Locaties

Gent Rooigemlaan

aantal woningen bewoning

Groendreef

Aalst Sas & Bassijnwijk

Antwerpsesteenweg

Pastoor Lauwerystr.

39

20

27

19

24

november 2007

april 2008

juni 2008

september 2008

april 2008

8 | Jaarverslag 2019 – Garantiefonds voor Huisvesting


PERCEEL 2 Locatie

Dilbeek en Tienen

aantal woningen

197

bewoning

afgevoerd

PERCEEL 3 Locaties

Antwerpen

Izegem

Lommel

Koornbloemstraat

Melkmarkt

Wijngaardstraat

Heserbergen

Zinktrekkersplein

20

11

27

32

16

augustus 2008

afgevoerd

april 2009

december 2011

afgevoerd

aantal woningen bewoning

5. BEHEERSVERSLAG Evolutie financiële situatie boekjaar 2019 BALANS Hierna vindt u de balans van 31 december 2019, vergeleken met de cijfers van 31 december 2018. ACTIVA

Codes

2019

VASTE ACTIVA VLOTTENDE ACTIVA Vorderingen op ten hoogste één jaar Overige vorderingen Liquide middelen

Kredietinstellingen (+) Handelsschulden op ten hoogste één jaar TOTAAL DER PASSIVA

228.000

27.694

41

228.000

54/58

27.694 228.000

Codes

14

VREEMD VERMOGEN Financiële schulden

0

228.000

EIGEN VERMOGEN Overgedragen positief/negatief resultaat (+/-)

0

40/41

TOTAAL DER ACTIVA PASSIVA

2018

2019

27.694 2018

360

-16

360

-16

227.640

27.710

43

200.360

430/433

200.360

44

27.280

27.710

228.000

27.694

Het Garantiefonds sloot boekjaar 2019 af met een balanstotaal van 228.000 euro. Dit betekent een stijging van 200.306 euro t.o.v. 2018. De actiefzijde van de balans bestaat op 31/12/2019 uitsluitend uit een vordering van 228.000 euro op de Vlaamse Gemeenschap voor een deel van de toelage van 2019. De passiefzijde bestaat uit de te ontvangen factuur van 27.280 euro van de VMSW voor de kostenvergoeding van 2019. Daarnaast staat het negatief saldo op de bankrekening van -200.360 euro bij de financiële schulden op ten hoogste 1 jaar.

Jaarverslag 2019 – Garantiefonds voor Huisvesting | 9


RESULTATENREKENING De resultatenrekening van 2019 in vergelijking met 2018 is als volgt: Codes

2019

2018

BEDRIJFSOPBRENGSTEN Bedrijfsopbrengsten

70/76A

1.228.000

1.247.000

Inkomens- en kapitaaloverdrachten

73

1.228.000

1.247.000

Andere bedrijfsopbrengsten

74

1.227.625

1.247.411

BEDRIJFSKOSTEN Bedrijfskosten (-) Diensten en diverse goederen

60/66A 61

27.280

27.710

640

1.200.345

1.219.701

375

-411

0

0

NETTO RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR VOOR BELASTING

375

-411

NETTO RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR NA BELASTING

375

-411

TE BESTEMMEN NETTO RESULTAAT VAN HET BOEKJAAR

375

-411

Inkomensoverdrachten Andere bedrijfskosten

641/649

BEDRIJFSRESULTAAT FINANCIEEL RESULTAAT

75/76B/65/66B

Er werd in 2019 een toelage van de Vlaamse Gemeenschap aangevraagd van 1.228.000 euro. De kosten van het Garantiefonds bestaan uit: - de maandelijkse tegemoetkomingen aan lokale huisvestingsinstanties - de kostenvergoeding aan de VMSW voor de terbeschikkingstelling van de nodige diensten, installaties, uitrusting en personeel De financiële tussenkomsten werden in 2019 volgens de bepalingen van het besluit m.b.t. het Garantiefonds op de maandelijkse betaaldag aan de LHI’s uitgekeerd. In 2019 bedroegen de financiële tussenkomsten 1.200.345 euro in totaal. Het oorspronkelijk financieel plan voorzag een totale tussenkomst van 1.209.805 euro voor 2019 op basis van de geïndexeerde reële huurprijzen van januari 2018. De daling van 9.460 euro is vooral te wijten aan de hogere vastgestelde reële huurprijzen van januari 2019 door een stijging van het inkomen van de zittende huurders op verschillende locaties in Lommel en Izegem. Merk op dat de definitieve tussenkomsten voor 2019 herberekend worden op basis van de reële huurprijzen van januari 2019 van zodra deze gekend zijn. Bijgevolg kunnen de tussenkomsten pas bij de begrotingsaanpassing definitief worden vastgesteld. De tabel op de volgende pagina geeft een overzicht van de betalingen per PPS-locatie in 2019 in vergelijking met de geraamde betalingen bij begrotingsopmaak 2019.

10 | Jaarverslag 2019 – Garantiefonds voor Huisvesting


PPS project

Datum van oplevering

Geraamd bij BO 2019 o.b.v. geïndexeerde reële huurprijs van januari 2018

Vastgesteld bij BA 2019 o.b.v. reële huurprijs van januari 2019

Perceel 1 Gent - Hoek Drongensesteenweg - Rooigemlaan

01/10/2007

257.851

252.075

Gent - Hoek Groendreef - Abrikoosstraat

01/01/2008

138.544

139.609

Gent - Sas & Bassijnwijk

01/04/2008

139.483

144.274

Gent - Hoek Antwerpsesteenweg - Spijkstraat

01/07/2008

117.721

116.297

Aalst - Pastoor Lauwerystraat 7 - 30

01/02/2008

104.528

107.800

Perceel 3 Antwerpen - Koornbloemstraat

01/06/2008

61.760

63.153

Lommel - Heserbergen

06/12/2011

246.195

243.336

Izegem - Wijngaarstraat

01/02/2009

143.722

133.800

1.209.805

1.200.344

De VMSW is belast met de taken m.b.t. de dagelijkse werking en het beheer van het Garantiefonds en stelt daarbij ook haar faciliteiten ter beschikking(3). Hiervoor betaalt het Garantiefonds jaarlijks een vergoeding. Voor boekjaar 2019 bedroeg de kostenvergoeding 27.280 euro.

RESULTAATVERWERKING Codes Te bestemmen winstsaldo

2019

2018 360

Te verwerken verliessaldo (-)

-16

Te bestemmen netto resultaat van het jaar (+)

375

Te verwerken verlies van het jaar

-411

Overgedragen netto resultaat van het vorige boekjaar (+)

790

Overgedragen verlies van het vorige boekjaar (-)

690

-16

791/2

0

0

0

0

Onttrekking aan het eigen vermogen Aan het kapitaal en aan de uitgiftepremies (+) Aan de reserves (+) Toevoeging aan het eigen vermogen (-)

395

791 792 691/2

Aan het kapitaal en aan de uitgiftepremies (+)

691

Aan de reserves (+)

692

Over te dragen resultaat Over te dragen winst (-)

693

Over te dragen verlies (+)

793

Tussenkomst van de vennoten in het verlies Uit te keren netto resultaat (-)

16

794 694/6

0

0

Het Garantiefonds realiseerde in 2019 een winst van 375 euro. De winst werd toegevoegd aan het overgedragen verlies van -16 euro van boekjaar 2018. Dit resulteert samen in een over te dragen winst van het boekjaar van 360 euro.

3. Zie ‘Administratief en boekhoudkundig beheer en financiële dienst’.

Jaarverslag 2019 – Garantiefonds voor Huisvesting | 11


TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSUITVOERING De begrotingsontvangsten en -uitgaven bedroegen 1.228.000 euro in 2019. Het Garantiefonds startte begrotingsjaar 2019 met een overgedragen tekort uit vorig begrotingsjaar van 16 euro. De toelage van het Vlaams Gewest van 1.228.000 euro in 2019 werd aangewend voor de volgende uitgaven: - de betaling van de maandelijkse financiële tussenkomsten aan de sociale huisvestingsmaatschappijen: 1.092.545 euro - de betaling van de maandelijkse financiële tussenkomsten aan stad Aalst: 107.800 euro - de kostenvergoeding aan de VMSW voor de terbeschikkingstelling van haar faciliteiten, diensten en personeel tijdens 2019: 27.280 euro Op het einde van 2019 was er een begrotingsoverschot van 360 euro, waar bij de raming van begrotingsaanpassing 2019 geen saldo voorzien was. Het overschot wordt overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2011 betreffende de begroting en de boekhouding van de Vlaamse rechtspersonen overgedragen naar het volgende boekjaar.

Evolutie financiële situatie: prognose voor de toekomst In de begroting van 2003 werd oorspronkelijk een vastleggingsmachtiging van 25 miljoen euro voorzien. Door een toevoeging van 205.531 euro konden hiermee percelen 1 en 3 gesubsidieerd worden via het Garantiefonds. In 2006 werd een vastleggingsmachtiging van 18,5 miljoen euro toegevoegd voor perceel 2, berekend op basis van de goedkoopste offerte voor dit perceel in 2004. De onderhandelingen voor perceel 2 werden echter stopgezet. Dit perceel zal niet meer via PPS gerealiseerd worden(4). In 2010 werd een geprojecteerd tekort voor perceel 1 vastgesteld. Op 15 oktober 2010 besliste de Vlaamse Regering om dit geraamd tekort van 4,2 miljoen euro aan te vullen vanuit de vastleggingsmachtiging die oorspronkelijk voorzien was voor perceel 2. Van de resterende vastleggingsmachtiging van 14,3 miljoen euro voor perceel 2 werd bij begrotingscontrole 2012 nog eens 5,2 miljoen euro toegewezen aan perceel 1 voor extra subsidiëring(5). De berekening van de huurprijzen voor de PPS-woningen werd oorspronkelijk afzonderlijk bepaald in artikel 11 van het uitvoeringsbesluit van 14 mei 2004 m.b.t. het Garantiefonds. Dit artikel werd opgeheven op 1 januari 2008 en de huurprijsberekening werd onderworpen aan het Kaderbesluit Sociale Huur van 12 oktober 2007. Het Kaderbesluit Sociale Huur bepaalt dat de huurprijsregeling niet meer afhankelijk is van de oprichtingskost van de woningen, maar van het inkomen en de gezinssamenstelling van de toekomstige huurder. De nieuwe berekeningsmethode voor de huurprijzen betekende een budgetstijging voor de tussenkomsten van het Garantiefonds. Het besluit van de Vlaamse Regering van 4 oktober 2013 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het woonbeleid wijzigde het Kaderbesluit Sociale Huur van 12 oktober 2007. Zo verhoogde o.a. de voornaamste determinant van de huurprijsberekening, het inkomen van de potentiële huurder, volgens de bepalingen van het BVR. De stijging van de inkomensgrenzen bracht een stijging van de plafonnering van de sociale huurprijs met zich mee. Gezien hierdoor het verschil tussen de erfpachtcanon die de lokale huisvestingsinstanties betalen en de sociale huur die ze ontvangen afneemt, vermindert ook de tussenkomst die het verschil tussen beide bijpast. Deze wijziging aan het Kaderbesluit had een budgetverlagend effect voor de tussenkomsten van het Garantiefonds. Volgens de meest recente berekeningen op basis van de (geïndexeerde) reële huurprijzen van januari 2020 zal de tussenkomst van het Garantiefonds in totaal 30.601.804 euro bedragen voor de bewoonde locaties van perceel 1 en 3.

4.  Cfr. ‘Gunningsprocedure – perceel 2’. 5.  De overige 9,1 miljoen euro werd geheralloceerd naar de bouw van sociale huurwoningen via het reguliere investeringsprogramma van de VMSW.

12 | Jaarverslag 2019 – Garantiefonds voor Huisvesting


De bedragen zijn als volgt over de locaties verdeeld: Berekening obv definitieve erfpacht­ canon en geïndexeerde reële huurprijs januari 2020

Definitieve erfpacht

Leegstand & wanbetaling

Reële huur

Verrekening leegstand & wanbetaling

Tussenkomst Garantiefonds

Gent - Drongensestwg - Rooigemlaan

9.772.072

193.637

3.872.738

-10.286

6.082.685

Gent - Groendreef - Abrikoosstraat

5.910.188

127.076

2.541.511

-21.113

3.474.639

Gent - Sas & Bassijnwijk

5.926.105

140.535

2.810.693

Gent - Antwerpsestwg - Spijkstraat

4.397.453

78.033

1.560.670

Aalst - Pastoor Lauwerystraat 7 - 30

5.267.140

129.541

2.590.814

Totalen perceel 1 (allen bewoond)

31.272.958

668.821

13.376.425

-33.531

18.531.823

Antwerpen - Koornbloemstraat

3.876.131

115.061

2.301.213

-5.193

1.684.785

Lommel – Heserbergen

9.374.223

151.910

3.038.206

Izegem - Wijngaardstraat

3.255.947 -2.131

2.912.685 2.805.867

6.487.927

6.542.080

139.201

2.784.012

Totalen perceel 3 (allen bewoond)

19.792.434

406.172

8.123.432

-5.193

12.069.981

3.897.269

TOTALEN bewoond percelen 1 en 3

51.065.392

1.074.993

21.499.857

-38.724

30.601.804

Daarnaast betaalt het Garantiefonds een jaarlijkse vergoeding aan de VMSW voor de terbeschikkingstelling van de nodige diensten, uitrusting, installaties en personeelsleden. Deze kostenvergoeding bedraagt 25.650 euro, jaarlijks geïndexeerd volgens de gezondheidsindex. De totale uitgave hiervoor bedraagt 752.550 euro, rekening houdend met een indexatie van 1,3% voor de resterende boekjaren t.e.m. 2038. Het geprojecteerde overschot op de totale vastleggingsmachtiging van 34.610.106 euro bedraagt bijgevolg 3.255.752 euro. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de evolutie van de vastleggingen van het Garantiefonds: Evolutie van de vastleggingen van het Garantiefonds Vastlegging 2005 op machtiging 2003 (perceel 1)

€ 13.243.138

Vastlegging 2005 op machtiging 2003 (perceel 3)

€ 11.962.393

Vastlegging 2010 op machtiging 2006 voorbehouden voor perceel 2 (perceel 1)

€ 4.166.030

Vastlegging 2012 op machtiging 2006 voorbehouden voor perceel 2 (perceel 1)

€ 5.238.545

Totale vastlegging

€ 34.610.106

Projectie tussenkomsten o.b.v. geïndexeerde reële huurprijzen van januari 2019

€ 30.601.804

Projectie kostenvergoedingen aan VMSW (index 2019 – 2038: 1,3%)

€ 752.550

Geprojecteerd overschot

€ 3.255.752

De tegemoetkomingen die reeds werden uitbetaald door het Garantiefonds bedragen: Tegemoetkomingen

De kostenvergoedingen die al werden uitbetaald door het Garantiefonds aan de VMSW bedragen: Kostenvergoedingen

2007

€ 35.632

2014

€ 1.230.011

2015 (kostenvergoeding boekjaar 2014)

€ 25.650

2008

€ 589.023

2015

€ 1.217.379

2016 (kostenvergoeding boekjaar 2015)

€ 26.120

2009

€ 983.296

2016

€ 1.240.001

2017 (kostenvergoeding boekjaar 2016)

€ 26.580

2010

€ 971.608

2017

€ 1.243.796

2018 (kostenvergoeding boekjaar 2017)

€ 27.120

2011

€ 1.085.555

2018

€ 1.219.701

2019 (kostenvergoeding boekjaar 2018)

€ 27.710

2012

€ 1.249.212

2019

€ 1.200.345

2020 (kostenvergoeding boekjaar 2019)

€ 27.280

2013

€ 1.270.623

Jaarverslag 2019 – Garantiefonds voor Huisvesting | 13


6. TOELICHTING BIJ DE FINANCIËLE STATEN Staat van de vorderingen Overige vorderingen Vordering op de Vlaamse Gemeenschap: toelage 2019

228.000

Totaal

228.000

Staat van de schulden Financiële schulden Negatief saldo op bankrekening

-200.360

Totaal

-200.360

Handelsschulden TOF: kostenvergoeding aan VMSW BJ 2019

-27.280

Totaal

-27.280

Staat van mogelijke schuldverplichtingen Kwantificeerbare mogelijke schuldverplichtingen PPS - beschikbaarheidsvergoeding

20.887.815

Totaal

20.887.815

Staat van de vaststaande toekomstige verplichtingen en verbintenissen Verbintenissen gefinancierd met toelagen van Vlaamse ministeries ingevolge vastleggingsmachtigingen (in euro) Omschrijving machtiging

ESRcode

Tussenkomsten aan lokale huisvestings­ instanties i.k.v. PPS-project Wonen / jaarlijkse kostenvergoeding aan de VMSW

51.21 63.22 12.21

Totaal

Openstaande verbintenissen op 01.01.2019

Nieuwe verbintenissen

Verplichtingen

Openstaande verbintenissen op 31.12.2019

22.115.440

1.227.625

20.887.815

22.115.440

1.227.625

20.887.815

Detail van de subsidies, dotaties en soortgelijke Codes Inkomensoverdrachten opbrengsten Andere dotaties, subsidies, toelagen en soortgelijke

2019

2018

73/74

1.228.000

1.247.000

733

1.228.000

1.247.000

Codes

2019

2018

Inkomensoverdrachten kosten

640

1.200.345

1.219.701

Andere dotaties, subsidies, toelagen en soortgelijke

6404

1.200.345

1.219.701

Subsidies aan lokale besturen Begunstigde Stad Aalst

107.800

Totaal

107.800

14 | Jaarverslag 2019 – Garantiefonds voor Huisvesting


7. TOELICHTING BIJ DE UITVOERING VAN DE ESR-BEGROTING ESR-jaarrapportering 2019

ESR code

ONTVANGSTEN

Initiële begroting

Laatst goedgekeurde begroting

Uitvoering 2019

1.237.000

1.228.000

1.228.000

Overgedragen overschot vorige boekjaren

08.21

0

0

0

Over te dragen tekort van het boekjaar

08.22

0

0

0

46.11.N

1.237.000

1.228.000

1.228.000

over te dragen tekort v/h bj = liquide middelen + vorderingen <= 1j einde boekjaar - schulden <= 1j Toelage Vlaamse Gemeenschap Toelagebesluit 2019 bij BO 2019

1.237.000

Verlaging toelage n.a.v. BA 2019

-9.000

UITGAVEN

1.237.000

1.228.000

1.228.000

Overgedragen tekort vorige boekjaren

03.21

0

0

16

Over te dragen overschot van het boekjaar

03.22

0

0

360

over te dragen tekort v/h bj = liquide middelen + vorderingen <= 1j einde boekjaar - schulden <= 1j 1) banksaldo einde periode:

360

2) vorderingen <= 1 j 3) schulden <= 1j Kostenvergoeding aan de VMSW - boekjaar 2019 Algemene werkingskosten vergoed binnen de sector overheid

12.21

27.000

27.000

27.280

51.21

1.105.000

1.093.000

1.092.544

Kostenvergoeding aan de VMSW - boekjaar 2019 Tegemoetkoming voor het verschil tussen erfpachtcanon & reële huurprijs + forfaitaire tegemoetkoming voor leegstand & wanbetaling aan SHM's

27.280

P1-L1: Gent - Drongensestwg - Rooigemlaan (WoninGent)

252.075

P1-L2: Gent - Groendreef - Abrikoosstraat (WoninGent)

139.609

P1-L3: Gent - Sas & Bassijnwijk (de Gentse Haard)

144.274

P1-L4 : Gent - Antwerpsestwg - Spijkstraat (WoninGent)

116.297

P3-L1: Antwerpen - Koornbloemstraat (Woonhaven Antwerpen)

63.153

P3-L2: Lommel - Heserbergen (Kempisch Tehuis)

243.336

P3-L5: Izegem - Wijngaardstraat (Izegemse Bouwmaatschappij)

133.800

Tegemoetkoming voor het verschil tussen erfpachtcanon & reële huurprijs + forfaitaire tegemoetkoming voor leegstand & wanbetaling aan gemeenten P1-L5 : Aalst - Pastoor Lauwerystraat 7 t/m 30 (stad Aalst)

63.22

105.000

108.000

107.800

107.800

Dit jaarverslag werd opgemaakt op 12 juni 2020 door de VMSW als administratief en financieel beheerder van het Garantiefonds.

Jaarverslag 2019 – Garantiefonds voor Huisvesting | 15


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Garantiefonds_Jaarverslag_2019.pdf by Vlaanderen-be - Issuu