Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/333
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be
Dossiernummer: OVB/2021/333
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie.
Voorafgaande procedure Op 18 juni 2021 diende xxx (hierna vermeld als: verzoeker), een verzoek in bij de gemeente Merelbeke betreffende de bij de gemeente ingediende klachten over zijn verbouwingen op het perceel gelegen aan xxx. Verzoeker wil in het kader van openbaarheid van bestuur graag inzage in de per mail d.d. 4/11/2020, 6/12/2020 en 3/11/2020(2x) ontvangen klachten zoals beschreven in een mail van xxx dd. 6/1/2021. Na een herinnering op 12 juli 2021 mocht verzoeker nog geen reactie van de gemeente Merelbeke ontvangen. Op 8 augustus 2021 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie tegen het uitblijven van een beslissing van de gemeente Merelbeke. Dit beroep werd geregistreerd op 10 augustus 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 18 juni 2021. Op 8 augustus 2021, de datum van het beroep, is de termijn voor de gemeente Merelbeke om een beslissing in deze zaak te nemen inmiddels verstreken. De beroepstermijn heeft bijgevolg nog geen aanvang genomen. Het beroepschrift van verzoeker d.d. 8 augustus 2021 is tijdig ingediend en wordt dan ook als ontvankelijk beschouwd.
www.vlaanderen.be
Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Inhoud van het beroepschrift
Bij gebrek aan reactie van de gemeente Merelbeke ziet beroeper zich genoodzaakt beroep in te stellen.
2. Toelichting door de gemeente Merelbeke Na kennisname van het ingestelde beroep, stuurde de gemeente Merelbeke op 16 augustus 2021 een mail aan beroeper met in bijlage onder andere een geanonimiseerd afschrift van de door de gemeente op 4/11/2020 en 6/12/2020 ontvangen klachten. De gemeente vermeldt dat zij op 3/11/2020 geen mails heeft ontvangen, maar bezorgt bijkomend nog de twee op 3/1/2021 ontvangen mailberichten, alsook volledigheidshalve nog een afschrift van alle reeds overgemaakte stukken naar aanleiding van een vorig verzoek.
3. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie werd in kennis gesteld van voormeld mailbericht van 16 augustus 2021 aan beroeper zodat de beroepsinstantie kon vaststellen dat betreffende de gevraagde klachten dd. 4/11 en 6/12/2020 de gemeente alsnog aan de verzuchtingen van beroeper is tegemoet gekomen. Het beroepschrift dient bijgevolg op dit punt als zonder voorwerp te worden beschouwd. De gemeente Merelbeke deelt nog mee dat aangezien zij op 3/11/2020 geen mailberichten betreffende klachten over de werken van verzoeker heeft ontvangen, zij hiervan evenmin een afschrift kan bezorgen. Evenwel stelt de beroepsinstantie vast dat in het mailbericht van xxx dd. 6/1/2021 -waarop verzoeker zijn oorspronkelijk verzoek heeft gebaseerd- het volgende staat geschreven :
“Beste, Ik verwijs naar uw onderstaand bericht. Vanwege klager(s) mochten wij meerdere berichten ontvangen sinds het laatste plaatsbezoek ( 4/11, 24/11, 6/12 en 3/1 (2x)). ….”
Hier is duidelijk enkel sprake van berichten ontvangen op 3/1 en niet 3/11, zoals wellicht per vergissing in het oorspronkelijk verzoek van verzoeker staat vermeld. In het beroep wordt bovendien zeer duidelijk verwezen naar de mail van xxx van 6/1/2021 die in bijlage werd gevoegd. Beroeper stelt uitdrukkelijk : “Hierin is sprake van klachten ontvangen op 4/11, 24/11, 6/12 en 3/11 (2x). Na heel wat moeite ontvingen we
van de gemeente een aantal klachten, waaronder één ontvangen op 24/11, maar geen klachten van de andere data, wat ons doet besluiten dat de gemeente niet alle informatie heeft overgemaakt.”
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/333
pagina 2 van 4
De beroepsinstantie is dan ook van oordeel dat hier louter een schrijffout aan de basis ligt van de verwarring, maar dat de gemeente door het bezorgen van de op 3/1/2021 ontvangen mailberichten alsnog is tegemoet gekomen aan de verzuchtingen van beroeper. Op grond van het voorgaande dient de beroepsinstantie redelijkerwijze het beroep ook op dit punt dan ook als zonder voorwerp te beschouwen. De gemeente bezorgde, artikel II.34.2° van het Bestuursdecreet indachtig, telkens een geanonimiseerd afschrift van de gevraagde mailberichten. Artikel II.34.2° van het Bestuursdecreet stelt dat een verzoek tot openbaarmaking moet worden afgewezen indien de openbaarmaking afbreuk zou doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon met de openbaarmaking instemt. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat, waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang en het belang van de openbaarheid (wat nogmaals uitdrukkelijk werd bevestigd in een recent arrest van de Raad van State, RvS, arrest nr. 243.607 van 7 februari 2019, TBP 2019/6, 339: “Zoals reeds overwogen, moet er geen belangenafweging plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, en de weigering tot openbaarmaking moet niet door deze belangenafweging worden gemotiveerd.”), vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). De beroepsinstantie heeft kunnen vaststellen dat de mailberichten waarvan de openbaarmaking wordt gevraagd, de naam en het mailadres van de klager bevat. Deze gegevens behoren ontegensprekelijk tot de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene. De beroepsinstantie is van oordeel dat de openbaarmaking van de voormelde gegevens een inbreuk uitmaakt op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene en om die reden dan ook niet kunnen worden vrij gegeven. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet laat echter wel de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken bezwaarindiener. De beroepsinstantie heeft evenwel uit de dossiergegevens duidelijk kunnen afleiden dat deze toestemming niet voorhanden is. Artikel II.45, §2 van het Bestuursdecreet staat evenwel toe dat een bestuursdocument gedeeltelijk openbaar wordt gemaakt als de informatie waarop een uitzondering van toepassing is, te scheiden is van de andere informatie. Naar het oordeel van de beroepsinstantie is dit in casu wel degelijk het geval, zodat het de mailberichten openbaar konden worden gemaakt, mits weglating van de gegevens die afbreuk doen aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de afzender van de mailberichten. Met betrekking tot de in de mailberichten vermelde gegevens die de persoonlijke levenssfeer raken, dient het beroepschrift bijgevolg als ongegrond te worden beschouwd. Na beraadslaging,
BESLUIT:
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/333
pagina 3 van 4
Het beroepschrift van xxx d.d. 8 augustus 2021 tegen het uitblijven van een beslissing van de gemeente Merelbeke naar aanleiding van zijn verzoek dd. 18 juni 2021 wordt als ontvankelijk doch deels zonder voorwerp en deels ongegrond beschouwd.
Brussel, 3 september 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/333
pagina 4 van 4