Uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/111
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2022/111
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 16 maart 2022 diende xxx (hierna: verzoeker), een verzoek in bij de gemeente Edegem om, met betrekking tot de ontwikkeling van de Beerschotsite, een afschrift te krijgen van de principeovereenkomst tussen het gemeentebestuur en de projectontwikkelaar. Op 17 maart 2022 werd door verzoeker een bijkomende vraag gesteld om een afschrift te krijgen van “alle details, documenten en e-mails met alle betrokken partijen, randvoorwaarden en krachtlijnen” betreffende de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 14 juni 2021 “2021_SC_00771 - omgeving algemene principes ontwikkeling van voormalige site 'Beerschot' te Hovestraat 71 - principiële goedkeuring”. Op 22 maart 2022 werd door verzoeker andermaal een bijkomende vraag gesteld om, in het kader van de heraanleg Hovestraat en de aansluiting naar de Beerschotsite, een afschrift te bekomen van de aansluiting Hovestraat/Beerschotsite, nadat de gemeente reeds de aansluiting Hovestraat/Lentelei aan verzoeker had bezorgd. Op 22 maart 2022 heeft de gemeente aan verzoeker geantwoord dat de gevraagde principeovereenkomst tussen het gemeentebestuur en de projectontwikkelaar voor de Beerschotsite onbestaande is. Wel werd de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 14 juni 2022 overgemaakt. Op 6 april 2022 volgde voor de overige documenten een weigeringsbeslissing van de gemeente Edegem.
www.vlaanderen.be
Op 7 april 2022 diende verzoeker beroep in tegen vermelde beslissingen. Op 7 april 2022 werd dit beroepschrift geregistreerd door de beroepsinstantie. Ontvankelijkheid van het beroep De oorspronkelijke verzoeken dateren van 16, 17 en 22 maart 2022. De bestreden beslissingen van de gemeente Edegem dateren van 22 maart en 6 april 2022. Deze beslissingen maken melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 (verder ‘Bestuursdecreet’). Op 7 april 2022 diende verzoeker beroep in tegen voormelde beslissingen. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Inhoud van het beroepschrift
Met het beroepschrift van 7 april 2022 wenst verzoeker alsnog de openbaarmaking van de gevraagde documenten te verkrijgen.
2. Toelichting door de gemeente Edegem In de weigeringsbeslissing van 22 maart 2022 betreffende de vraag van 16 maart 2022 naar de principeovereenkomst tussen het gemeentebestuur en de projectontwikkelaar voor de Beerschotsite heeft de gemeente gesteld dat deze principeovereenkomst niet bestaat. In de weigeringsbeslissing van 6 april 2022 betreffende de vraag van 17 maart 2022 naar een afschrift van “alle details, documenten en e-mails met alle betrokken partijen, randvoorwaarden en krachtlijnen” betreffende de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 14 juni 2021 “2021_SC_00771 -
omgeving - algemene principes ontwikkeling van voormalige site 'Beerschot' te Hovestraat 71 - principiële goedkeuring” heeft de gemeente Edegem geantwoord dat deze documenten “niet openbaar worden gemaakt omdat het dossier nog in voorbereiding is en de documenten nog niet afgewerkt zijn en dus nog geen definitieve status hebben.” Na hierover bevraagd te zijn door de beroepsinstantie op 8 april 2022 heeft de gemeente Edegem op 21 april 2022 aan de beroepsinstantie aanvullende toelichting en gegevens bezorgd. De gemeente Edegem bevestigt in dit antwoord van 21 april 2022 aan de beroepsinstantie dat er geen principeovereenkomst is met de projectontwikkelaar: “Het dossier werd vorig jaar wel besproken door het
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/111
pagina 2 van 9
college van burgemeester en schepenen waarin de krijtlijnen werden bepaald en de principiële randvoorwaarden voor een toekomstig project op 'site Beerschot' werden opgesteld. De heer Verhezen ontving van ons deze collegebeslissing (bijlage 4) met bijhorende bijlagen (bijlagen 5 en 6). In zijn bijkomende mail van 22 maart 2022 (bijlage 7) werd een bijkomend plan opgevraagd. In ons antwoord van 28 maart 2022 (bijlage 8) werd verduidelijkt dat alle stukken in ons oorspronkelijk antwoord werden bezorgd.” Verder bevestigt de gemeente Edegem dat de vraag van verzoeker naar “alle details, documenten en e-mails met alle betrokken partijen, randvoorwaarden en krachtlijnen (elektronisch) met betrekking tot de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 14 juni 2021 “2021_SC_00771 - omgeving algemene principes ontwikkeling van voormalige site 'Beerschot' te Hovestraat 71 - principiële goedkeuring” door de gemeente op 6 april 2022 afwijzend werd beantwoord omdat het dossier zich nog in een voorbereidende fase bevindt en bovendien plannen bevat die auteursrechtelijke beschermd zijn.
In de marge geeft de gemeente Edegem bijkomend aan dat op 16 maart 2022 ook een vraag van het buurtcomité ‘Beerschot Buren’ werd ontvangen om geïnformeerd te worden. Deze vraag werd ondertekend door 149 buren. De gemeente meldt hierover verder dat op 23 maart 2022 vanuit de gemeente werd geantwoord op deze vraag. In vermeld antwoord werd tevens verwezen naar de bovenvermelde collegebeslissing van 14 juni 2021 met algemene principes. De collegebeslissing werd ook meegestuurd. Ook werd een inspanningsverbintenis geformuleerd om een contactmoment met de buurt te organiseren.
3. Standpunt van de beroepsinstantie Betreffende de principeovereenkomst tussen gemeentebestuur en projectontwikkelaar In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument gedefinieerd als de informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Het recht op openbaarheid kan aldus maar uitgeoefend worden voor zover het gaat om informatie die gematerialiseerd werd op een drager. In casu wordt evenwel door de beroepsinstantie vastgesteld dat de gemeente Edegem niet in het bezit is van de door verzoeker gevraagde principeovereenkomst (nu deze onbestaande is), zodat zij niet in staat is om daarvan een afschrift te verlenen. Het ingestelde beroep is op dit punt bijgevolg ongegrond.
Betreffende de documenten gelinkt aan de collegebeslissing van 14 juni 2021 De beroepsinstantie heeft kennis kunnen nemen van de documenten waarover de gemeente Edegem in dat kader beschikt. Deze werden aan de beroepsinstantie overgemaakt in vier verschillende mailberichten. ● In een eerste mail d.d. 21 april 2022 werd aan de beroepsinstantie het mailverkeer betreffende dit project overgemaakt. Na kennisname van de betrokken mails, is de beroepsinstantie van oordeel dat het in casu grotendeels gaat over interne communicatie in de zin van artikel II.33, 3° van het Bestuursdecreet, waarin bepaald is dat overheidsinstanties een aanvraag tot openbaarmaking van bestuursdocumenten mogen afwijzen wanneer deze betrekking heeft op interne communicatie, tenzij het belang van de openbaarheid zou primeren. De Memorie van Toelichting bij artikel II.33, 3° van het Bestuursdecreet verduidelijkt dat deze uitzondering betrekking heeft op de interne uitwisseling van berichten, communicatie en mailwisseling tussen kabinetten en administratie, en administratie en kabinetten onderling. Daarbij zijn er geen beperkingen wat de inhoud
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/111
pagina 3 van 9
van communicatie betreft: het kan zowel gaan om persoonlijke beleidsopvattingen als feitelijke informatie of loutere data, zolang die informatie kadert in de voorbereiding van een beslissing of in het zoeken naar een oplossing van een specifiek probleem. Het begrip “intern” houdt in dat het gaat om informatie die niet buiten de muren van de overheidsinstantie terechtkomt, in het bijzonder wanneer zij niet is bekendgemaakt aan een derde of niet beschikbaar is gesteld aan het publiek. In casu kan er voor de beroepsinstantie geen twijfel over bestaan dat het door verzoeker opgevraagde mailverkeer (hoofdzakelijk bestaande uit voorbereidende correspondentie tussen de diverse diensten van het lokale bestuur, de burgemeester, de betrokken architect) betrekking heeft op zulke interne communicatie, zoals bedoeld in de zin van art. II.33, 3° van het Bestuursdecreet. De bestuursdocumenten waarvan de openbaarmaking wordt gevorderd bevatten grotendeels een vrije gedachtewisseling tussen de betrokkenen in functie van de aanpak van het project dat werd opgestart voor de ontwikkeling van voormalige site 'Beerschot', dat nog in een voorbereidende fase is. Dergelijk intern mailverkeer is niet bestemd om buiten de muren van de gemeente terecht te komen, nu het onder meer gaat over verkennende contacten, interne werkafspraken, enz., dit alles in functie van het opstarten van de officiële besluitvorming rond dit project. Teneinde de besluitvorming niet te hypothekeren en ze in een serene sfeer te laten plaatsvinden is het van belang dat deze interne communicatie van de openbaarheid wordt afgeschermd. De beroepsinstantie ziet geen hoger openbaar belang dat zou kunnen primeren op het belang dat wordt beschermd door artikel II.33, 3° van het Bestuursdecreet inzake de interne communicatie. In casu is de beroepsinstantie dan ook van oordeel dat het belang om in alle vrijheid van gedachten te kunnen wisselen over een project in voorbereiding en de noodzaak om de vrije uitwisseling van standpunten te beschermen zwaarder doorweegt dan het belang van de openbaarheid. Wat deze mailberichten betreft is het beroep aldus ongegrond. Een ander deel van de mailberichten bevat echter ook communicatie met de buurtbewoners (‘Buurtbewoners Beerschot’). Deze mailberichten vallen niet onder de uitzonderingsgrond van artikel II.33, 3° van het Bestuursdecreet inzake de interne communicatie en kunnen dus wél vrijgegeven worden, met dien verstande dat de persoonsgegevens (namen, adressen, telefoonnummers, faxnummers en handtekeningen) van de natuurlijke personen die erin voorkomen dienen geanonimiseerd te worden. De beroepsinstantie is van oordeel dat de voormelde persoonsgegevens niet openbaar kunnen gemaakt worden in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Voormelde decreetbepaling bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vl. Parl., Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/111
pagina 4 van 9
uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. In casu stelt de beroepsinstantie vast dat in de opgevraagde mailberichten van en naar de buurtbewoners de persoonsgegevens van natuurlijke personen voorkomen: namen, adressen, telefoonnummers, faxnummers en handtekeningen. Dergelijke persoonsgegevens behoren ontegensprekelijk tot de persoonlijke levenssfeer en het privéleven van de betrokkenen. Het vrijgeven van deze naamgegevens zou wel degelijk een inbreuk uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die personen. Het privéleven vormt de kern van de persoonlijke levenssfeer (F. SCHRAM, Het decreet openbaarheid van bestuur. Een juridische analyse in historisch perspectief, Brugge, Vanden Broele, 247; Concl. Adv.Gen. bij HvJ 8 april 2014, nr. C-293/12, Digital Rights Ireland Ltd, nr. 61 – zie ook het arrest nr . 234.609 d.d. 2 mei 2016 van de Raad van State). De beroepsinstantie is bijgevolg, na kennisname van de inhoud van de opgevraagde mails, van oordeel dat de betrokken concrete persoonsgegevens van de natuurlijke personen moeten worden afgeschermd van de openbaarheid in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet laat echter wel de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken personen. Gelet op de veelheid van de betrokken gegevens ziet de beroepsinstantie ervan af om alsnog de toestemming op te vragen aan alle betrokkenen. Op basis van artikel II.45 § 2 van het Bestuursdecreet kan een document ook gedeeltelijk openbaar gemaakt worden als informatie waarop een uitzondering van toepassing is samen met andere informatie in een bestuursdocument opgenomen is, en het mogelijk is om de informatie die niet openbaar kan gemaakt worden, te scheiden van de andere informatie, wat in casu het geval is. Uit het voorgaande besluit de beroepsinstantie dat de gevraagde mailberichten, voor zover het gaat om communicatie met de buurtbewoners, openbaar dienen te worden gemaakt, mits weglating van de erin vermelde persoonsgegevens van natuurlijke personen, zodat het beroep wat dit onderdeel betreft als gedeeltelijk gegrond kan worden beschouwd. ● In een tweede mail d.d. 21 april 2022 werd aan de beroepsinstantie een ontwerpvoorstel betreffende dit project overgemaakt, alsook het principebesluit d.d. 14 juni 2021 van het college van burgemeester en schepenen en een nota over een overleg over dit project van midden januari 2022. Wat het ontwerpvoorstel betreft stelt de beroepsinstantie vast dat het gaat om inleidende tekst, een projectanalyse en een projectvoorstel van het betrokken architectenbureau, BVBA WV Architecten te Antwerpen. Wat de projectanalyse en het projectvoorstel betreft, gaat het om plannen en schetsen die een originele visie weergeven op het betrokken project. De vraag rijst of dit alles als een originele creatie in de zin van de auteurswet te beschouwen is, dit wil zeggen een intellectuele creatie, eigen aan de maker ervan. In bevestigend geval kan er, behoudens toestemming van de auteur ervan, geen afschrift van worden overhandigd.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/111
pagina 5 van 9
In het Bestuursdecreet komt de bescherming van het auteursrecht niet als uitzondering voor. De intellectuele eigendom is volgens artikel 6, §1, VI, lid 5, 7° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, een federale aangelegenheid. Het ontbreken van regels op het vlak van de bescherming van intellectuele rechten, waaronder het auteursrecht, is een gevolg van de onbevoegdheid van de decreetgever. Echter, het Bestuursdecreet laat de federale regelgeving betreffende de intellectuele rechten onverlet, en overheidsinstanties dienen bijgevolg de federale regelgeving te eerbiedigen bij het nemen van beslissingen over aanvragen tot openbaarmaking. Uit artikel XI.165 en volgende van het Wetboek van economisch recht, volgt dat het recht om een werk van letterkunde of kunst te reproduceren op welke wijze en in welke vorm ook, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, volledig of gedeeltelijk, uitsluitend is voorbehouden aan de auteur. De plannen en schetsen genieten de bescherming van het auteursrecht indien ze van oorspronkelijkheid getuigen, wat inhoudt dat het werk de persoonlijke stempel draagt van de auteur. De bescherming ontstaat van rechtswege. De betrokken plannen en schetsen die deel uitmaken van het ontwerpvoorstel in kwestie, geven een gedetailleerde eerste visie weer van de architecten op het project, en getuigen naar het oordeel van de beroepsinstantie van de vereiste originaliteit en het vereiste individuele karakter om door het auteursrecht te worden beschermd. Bijgevolg houdt de overhandiging van een afschrift van deze plannen en schetsen, zonder toestemming van de auteur ervan, een schending in van het auteursrecht, behoudens de in het bovenvermeld wetboek vermelde uitzonderingen. In casu zijn er evenwel geen dergelijke uitzonderingsgronden van toepassing. Bovendien figureert in het Bestuursdecreet geen bepaling die een overheidsinstantie verplicht de auteursrechthebbende te vragen of, en onder welke voorwaarden, een aanvrager een afschrift van een auteursrecht overhandigd mag worden. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat het beroep, in zoverre het is gericht om een afschrift te krijgen van de betrokken plannen en schetsen ongegrond is. Louter op basis van de auteursrechtelijke bescherming is het aldus niet mogelijk om van dergelijke plannen en schetsen een afschrift te verkrijgen, doch inzage zou in principe wel mogelijk zijn. Echter, dit is in het voorliggende geval ook niet mogelijk gelet op de uitzonderingsgrond van artikel II.33, 3° van het Bestuursdecreet, die de bescherming van interne communicatie regelt. De onder punt 1 weergegeven motivering wordt hier hernomen en geldt ook voor het betrokken ontwerpvoorstel van het architectenbureau, BVBA WV Architecten. Het gaat in casu immers om een document dat werd opgesteld door een extern architectenbureau ten behoeve van het intern beraad binnen de overheidsinstantie, meer bepaald in functie van het project ‘ontwikkeling Beerschotsite’. Het document komt bijgevolg voor afscherming in aanmerking: “Om te kunnen
uitmaken of een document opgesteld is ten behoeve van intern beraad, moet gekeken worden naar het oogmerk waarmee dit is opgesteld. Degene die het document heeft opgesteld moet de bedoeling hebben gehad dat dit louter zou dienen voor hemzelf of voor het gebruik door anderen binnen de overheid. Documenten die bedoeld zijn om te worden gepubliceerd (op grond van een wettelijke bepaling, zoals nota’s of mededelingen aan de Vlaamse Regering op grond van artikel II.9 van het Bestuursdecreet, of uit hun aard, zoals notulen van organen die beslissingen nemen die derden binden) kunnen niet beschouwd worden als documenten opgesteld ten behoeve van intern beraad.” (SCHRAM., F., “Openbaarheid van Bestuur en verantwoording door de Vlaamse Regering en haar leden: stappen vooruit of achteruit?”, in T.M.R., 2021/4, p. 369). In de voorliggende casus gaat het overduidelijk om een document dat werd opgesteld in functie van intern beraad. Dit document vormt een voorbereidende stap, een eerste worp, in een officieel besluitvormingsproces (omgevingsvergunning voor de Beerschotsite) dat nog moet aangevat worden. Dit
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/111
pagina 6 van 9
dossier bevindt zich nog in een pril en aftoetsend stadium dat nog dient afgetoetst te worden met het gemeentebestuur, waarna het de bedoeling is om éénduidig naar de buurt te kunnen communiceren. Dit heeft als gevolg dat ook geen inzage kan verleend worden in het betrokken document. De beroepsinstantie ziet geen openbaar belang inzake openbaarheid dat primeert op het belang van een serene interne communicatie die dient om tot een efficiënte besluitvorming te kunnen komen. Als nadere toelichting hierbij kan nog verwezen worden naar de parlementaire voorbereiding die geleid heeft tot de invoering van de uitzonderingsgrond van de ‘interne communicatie’ (artikel II.33, 3° van het Bestuursdecreet): “Het begrip intern impliceert dat het gaat om “informatie die niet buiten de muren van
een overheidsinstantie terechtkomt, in het bijzonder wanneer zij niet is bekend- gemaakt aan een derde of niet beschikbaar is gesteld aan het publiek.” (arrest HvJ EU 20 januari 2021, randnummer 42 – C-619/19). Ook informatie die een overheidsinstantie van een externe bron heeft ontvangen, kan intern zijn “mits zij vóór de ontvangst ervan door deze instantie niet beschik- baar was of had moeten worden gesteld aan het publiek en zij niet buiten de muren van die instantie terechtkomt nadat zij deze informatie heeft ontvangen.” (arrest HvJ EU 20 januari 2021, randnummer 43 – C-619/19).” (Parl. St., Vl. Parl., 2020-2021, nr. 780/1, 92).
Onder voorbehoud van wat volgt betreffende de inleidende tekst van het ontwerpvoorstel, is het beroep op dit punt bijgevolg ongegrond. De beroepsinstantie stelt daarnaast echter vast dat het ontwerpvoorstel ook een inleidende tekst (inleiding en voorstelling, waarden en visie) bevat, die noch voldoet aan de bovenvermelde vereisten inzake auteursrechtelijke bescherming, noch aan de voorwaarden die bepaald zijn voor de uitzonderingsgrond van artikel II.33, 3° van het Bestuursdecreet (interne communicatie). Deze tekst, te vinden op bladzijde 2 van de 24, dient bijgevolg wel openbaar gemaakt te worden. Op dit punt is het beroep aldus gegrond. Wat het principebesluit d.d. 14 juni 2021 van het college van burgemeester en schepenen betreft, stelt de beroepsinstantie vast dat verzoeker hiervan reeds in het bezit werd gesteld in het oorspronkelijk antwoord d.d. 22 maart 2022 van de gemeente Edegem, zodat er geen reden is om dit besluit niet nogmaals openbaar te maken. Het beroep is op dit punt aldus gegrond. Wat de nota over een overleg over dit project van midden januari 2022 betreft, is de beroepsinstantie van oordeel dat het hier opnieuw over interne communicatie gaat. De bovenvermelde argumentatie tot afscherming van het mailverkeer tussen de diensten van de gemeente Edegem, is ook van toepassing betreffende de nota van het overleg dat midden januari 2022 heeft plaatsgevonden. Deze argumentatie wordt hier dan ook hernomen, met als besluit dat het beroep op dit punt ongegrond is. ● In een derde mail d.d. 21 april 2022 werd aan de beroepsinstantie een brief van de omwonenden met verschillende handtekeningen overgemaakt, alsook een fragment van het masterplan en een plan met de koppeling via de heraanleg van de Hovestraat. Wat de brief van de omwonenden betreft, kan verwezen worden naar de bovenvermelde argumentatie betreffende de mailberichten van de buurtbewoners (‘Buurtbewoners Beerschot’). Deze brief kan dus wél vrijgegeven worden, met dien verstande dat de persoonsgegevens (namen, adressen, telefoonnummers, faxnummers en handtekeningen) van de natuurlijke personen die erin voorkomen dienen geanonimiseerd te worden. Wat deze brief betreft is het beroep bijgevolg gedeeltelijk gegrond. Wat het fragment van het masterplan betreft, gaat het om twee algemene plannen, die naar het oordeel van de beroepsinstantie niet de nodige originaliteit in zich dragen om beschermd te worden door het auteursrecht. Wat deze plannen betreft is het beroep bijgevolg gegrond.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/111
pagina 7 van 9
Wat het plan met de koppeling via de heraanleg van de Hovestraat betreft stelt de beroepsinstantie vast dat verzoeker hiervan reeds in het bezit werd gesteld in het oorspronkelijk antwoord d.d. 22 maart 2022 van de gemeente Edegem, zodat er geen reden is om dit besluit niet nogmaals openbaar te maken. Het beroep is op dit punt aldus gegrond. ● In een vierde mail d.d. 21 april 2022 werden aan de beroepsinstantie twee presentaties betreffende dit project overgemaakt. Wat deze presentaties betreft, stelt de beroepsinstantie vast dat het gaat om inleidende tekst, een projectanalyse en een projectvoorstel van het betrokken architectenbureau, BVBA WV Architecten te Antwerpen. Voor de bespreking van dit punt wordt de bovenvermelde motivering vermeld bij de bespreking van het punt ‘ontwerpvoorstel’ (zie bovenvermelde tweede mail d.d. 21 april 2022) hernomen. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat het beroep, in zoverre het is gericht om een afschrift te krijgen van de betrokken plannen en schetsen ongegrond is. Wat de inleidende tekst betreft is het beroep daarentegen wel gegrond. Voor de motivering van dit oordeel wordt eveneens verwezen naar wat hoger werd vermeld inzake de inleidende tekst (inleiding en voorstelling,
waarden en visie).
Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift d.d. 4 april 2022 van xxx, gericht tegen de weigeringsbeslissing d.d. 22 maart en 6 april 2022 van de gemeente Edegem is ontvankelijk, en deels gegrond en deels ongegrond. Bijgevolg dient de gemeente Edegem een afschrift van de volgende gegevens over te maken aan verzoeker: Betreffende de documenten uit de eerste mail van 22 april 2022 van de gemeente aan de beroepsinstantie: - De mailberichten, voor zover het gaat om communicatie met de buurtbewoners, mits weglating van de erin vermelde persoonsgegevens van natuurlijke personen. Betreffende de documenten uit de tweede mail van 22 april 2022 van de gemeente aan de beroepsinstantie: - De inleidende tekst (inleiding en voorstelling, waarden en visie); - Het principebesluit d.d. 14 juni 2021 van het college van burgemeester en schepenen. Betreffende de documenten uit de derde mail van 22 april 2022 van de gemeente aan de beroepsinstantie: - De brief van de omwonenden, mits weglating van de erin vermelde persoonsgegevens van natuurlijke personen; - Het fragment van het masterplan, bevattende twee plannen; - Het plan met de koppeling via de heraanleg van de Hovestraat. Betreffende de documenten uit de vierde mail van 22 april 2022 van de gemeente aan de beroepsinstantie: - De inleidende tekst (inleiding en voorstelling, waarden en visie).
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/111
pagina 8 van 9
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 27 april 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/111
pagina 9 van 9