Skip to main content

SERV_20220706_Begroting_BO2023_ADV.pdf

Page 1

ADVIES OVER DE VLAAMSE BEGROTING 2023


Advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, Wetstraat 34-36, 1040 Brussel W www.serv.be – T +32 2 209 01 11 – E info@serv.be

Goedkeuring raad

6 juli 2022

Contactpersoon

Erwin Eysackers

eeysackers@serv.be

Contactpersoon

Pim Verbunt

pverbunt@serv.be

Contactpersoon

Tuur Verschueren

tverschueren@serv.be

De informatiegegevens verwerkt in dit advies zijn afgesloten op 19 juni 2022.

2


De heer Matthias DIEPENDAELE Vlaams minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed Koning Albert II-laan 7 B-1210 Sint-Joost-ten-Node

Advies over de begroting 2023 Mijnheer de minister De opmaak van een advies over en raming van een komende Vlaamse begroting is opnieuw een uitdaging met vele onbekende variabelen. Die onzekerheid is vergelijkbaar met deze in de voorbije jaren gedomineerd door de impact van de coronacrisis. De onverwachte aanzienlijke inflatieopstoot heeft niet alleen een uitzonderlijke impact op de gehele economie en maatschappij, maar ook op de begrotingssituatie van alle overheden in België en Vlaanderen. Het vorderingensaldo zou in de SERV-actualisatie van de Vlaamse begroting 2022 bij ongewijzigd beleid uitkomen op € -3,7 mld (-7,1% van de ontvangsten), of een verslechtering met € 181 mln ten opzichte van de begrotingsaanpassing BA 2022. In de twee laatste jaren van deze legislatuur zouden de begrotingstekorten bij ongewijzigd beleid veel kleiner worden, tot € -1,7 mld in 2023 (-3,1% van de ontvangsten) en tot € -1,2 mld in 2024 (-2,2% van de ontvangsten). De Vlaamse sociale partners hebben de afgelopen jaren – ook tijdens de coronacrisis – steeds gepleit voor een evenwichtig begrotingsbeleid, als antwoord op de economische en maatschappelijke uitdagingen waarmee Vlaanderen geconfronteerd wordt. De eerste centrale beleidsdoelstelling blijft: zo efficiënt mogelijk (blijven) inzetten op een duurzame economische groei. De tweede centrale beleidsdoelstelling van de afgelopen jaren en voor de verdere legislatuur blijft eveneens integraal relevant: de houdbaarheid van de Vlaamse overheidsfinanciën blijvend garanderen. Beide beleidsdoelstellingen dienen vandaag gecombineerd te worden met het gericht opvangen van de negatieve impact van de aanhoudende inflatieopstoot, zeker voor sectoren, ondernemingen, zelfstandigen, werknemers en huishoudens die de gevolgen van de inflatie ondergaan zonder dat de eigen ontvangsten voldoende (kunnen) volgen. De SERV is uiteraard steeds bereid dit advies verder toe te lichten.


Hoogachtend

Pieter Kerremans

Hans Maertens

administrateur-generaal

voorzitter


Inhoud Krachtlijnen

7

Advies 1.

2.

14 Omgevingsanalyse

14

1.1

Macro-economische context

14

1.2

Recente evolutie van de inflatie in België

16

1.3

Europese begrotingsopvolging

20

Uitgangspunten van de SERV-ramingen

23

2.1

Samenvatting

23

2.2

Inflatieopstoot: budgettair gunstig voor de Vlaamse

2.3 3.

4.

begroting bij ongewijzigd beleid

24

Vlaamse Veerkracht

26

Geactualiseerde begroting BA 2022

27

3.1

Ontvangsten

27

3.2

Uitgaven

28

3.3

Begrotingssaldo

34

3.4

Infrastructuurbeleid

36

3.5

Evolutie van de belangrijkste uitgavenposten

37

3.6

Inzet van de coronaprovisie

39

Raming begrotingsevolutie 2023-2024 bij ongewijzigd beleid 4.1

41

Begrotingen 2023 en 2024: aanzienlijke verbeteringen van de begrotingstekorten

41

4.2

Begrotingsdoelstellingen van de Vlaamse Regering

45

4.3

Kwantitatieve aanbevelingen van de HRF

45

4.4

Resultaten schuldevolutie

46

5.

Evaluatie BA-light: verder gaan op ingeslagen weg

48

6.

Vlaamse Veerkracht

50 5


6.1

Meerjarig VEK-overzicht naar speerpunten

50

6.2

Meerjarig overzicht naar financieringsbron

51

6.3

Begrotingsuitvoering 2021

52

6.4

Herverdelingen 2022

54

Bijlage: methodologische toelichting bij de SERV-ramingen

56

Ontvangsten

56

Uitgaven

65

Vlaamse Veerkracht

70

Regeringsbeslissingen (MJR 2021-2026)

70

Onderbenutting

71

Schuldevolutie

71

Bibliografie

75

Lijst met figuren en tabellen

78

6


Krachtlijnen Beduidende economische groeivertraging, grote onzekerheid blijft 1. De opmaak van een advies over een komende Vlaamse begroting is opnieuw een uitdaging met vele onbekende variabelen. Die onzekerheid is vergelijkbaar met deze in de voorbije jaren gedomineerd door de impact van de coronacrisis. Deze crisis lijkt vandaag onder controle gebracht te worden, maar nieuwe, sterk negatieve factoren hypothekeren de eerder verwachte economische relance. Reeds in het najaar van 2021 zijn de energieprijzen sterk gestegen, met een duidelijk negatieve impact op de economische relance. De Russische inval in Oekraïne heeft de groeivertraging nog aanzienlijk versterkt. Deze oorlog heeft geleid tot een zeer grote humanitaire crisis inclusief grote economische en financiële repercussies, zeer verstoorde goederen-, voedsel- en energiemarkten, een aanzienlijk verminderde internationale handel, een sterk aangetast vertrouwen bij de consumenten en ondernemingen, en een grote financiële onzekerheid. 2. Het resultaat is een snelle economische groeivertraging gekoppeld aan een zeer snel oplopende inflatie, terwijl tegelijkertijd belangrijke segmenten van de maatschappij en economie nog herstellende zijn van de negatieve impact van de coronacrisis. Vele onzekerheden kunnen de economie nog sterker afremmen: een mogelijke escalatie van de oorlog in Oekraïne inclusief bijkomende wederzijdse sancties tussen de EU en Rusland, internationale voedseltekorten met wereldwijde sociale spanningen of een nieuwe opflakkering van corona met aanvoerproblemen tot gevolg. Deze komen bovenop de bestaande uitdagingen om de klimaat- en energiedoelstellingen te realiseren, zoals onder andere blijkt uit het extreme noodweer in de zomer van 2021. 3. De Nationale Bank van België (NBB, juni 2022) raamt dat op het einde van 2022 de inflatie aanzienlijk zal gedaald zijn, en dat de economische groei terug herneemt. De NBB is daarmee aanzienlijk positiever dan het Federale Planbureau (FPB) of de OESO, die voor België in 2023 een reële economische groei van 1,0% en een inflatie (CPI) van 4,8% verwacht. 4. Door de Russische invasie in Oekraïne, de nasleep van de COVID-19-pandemie, de hogere energie- en voedselprijzen, en de daaruit volgende grotere onzekerheid en sterke neerwaartse risico’s voor de economische vooruitzichten, 7


besliste de Europese Commissie einde mei om de toepassing van de algemene ontsnappingsclausule van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) te verlengen t.e.m. 2023. De Europese Commissie verduidelijkte dat ze een aantal wijzigingen aan het SGP na de zomer 2022 zal voorstellen, die het begrotingskader eenvoudiger, transparanter en evenwichtiger moeten maken. Begrotingsbeleid wordt beïnvloed door impact inflatie 5. De Vlaamse sociale partners hebben de afgelopen jaren – ook tijdens de coronacrisis – steeds gepleit voor een evenwichtig begrotingsbeleid, als antwoord op de economische en maatschappelijke uitdagingen waarmee Vlaanderen geconfronteerd wordt. De eerste centrale beleidsdoelstelling blijft dan ook: zo efficiënt mogelijk (blijven) inzetten op een duurzame economische groei. Deze groei is geen doel op zich, maar noodzakelijk om budgettaire ruimte te creëren voor de beleidsprioriteiten. Van cruciaal belang daarbij zijn: de investeringen voor een groene en digitale transitie, het ondersteunen van de concurrentiepositie en innovatiecapaciteit van onze economie, en het versterken van het gezondheids- en welzijnsbeleid evenals van het arbeidsmarkt-, onderwijs- en vormingsbeleid. De tweede centrale beleidsdoelstelling van de afgelopen jaren en voor de verdere legislatuur blijft eveneens integraal relevant: de houdbaarheid van de Vlaamse overheidsfinanciën blijvend garanderen. Belangrijke instrumenten daarvoor zijn recent door de Vlaamse Regering ontwikkeld, zoals het ontwerp van uitgavennormering evenals uitgavendoorlichtingen via de Vlaamse Brede Heroverweging. 6. Beide beleidsdoelstellingen blijven ook vandaag prioritair, maar dienen gecombineerd te worden met het gericht opvangen van de negatieve impact van de aanhoudende inflatieopstoot, zeker voor sectoren, ondernemingen, zelfstandigen, werknemers en huishoudens die de gevolgen van de inflatie ondergaan zonder dat de eigen ontvangsten voldoende (kunnen) volgen. 7. De onverwachte aanzienlijke inflatieopstoot heeft niet alleen een uitzonderlijke impact op de gehele economie en maatschappij, maar ook op de begrotingssituatie van alle overheden in België en Vlaanderen. De vier overschrijdingen van de spilindex sinds augustus 2021 (met een vijfde verwacht voor september 2022) werden immers in geen enkele prognose voorzien. In de andere landen werd de grootteorde van deze opstoot eveneens onderschat.

8


8. De impact van de inflatie op de Vlaamse overheidsfinanciën is bij ongewijzigd beleid groter voor de ontvangsten dan voor de uitgaven, en is dus op korte termijn per saldo positief voor het begrotingsresultaat. Het merendeel van de Vlaamse ontvangsten volgt de inflatie, zodat de inflatiecijfers zich vertalen in stijgende ontvangsten: bijvoorbeeld de Bijzondere Financieringswet (BFW) bepaalt dat de meeste dotaties geïndexeerd worden volgens de evolutie van de index van de consumentenprijzen (CPI). Anderzijds zijn er binnen de Vlaamse begroting eveneens sterk gestegen uitgaven door diezelfde inflatieparameters. De loonkredieten stijgen wel aan hetzelfde ritme als de gezondheidsindex, maar vele uitgaven in de Vlaamse begroting volgen de inflatiedynamiek niet of slechts gedeeltelijk en/of met vertraging. Voor andere beleidsengagementen gelden vaste groeipercentages (buiten inflatie). In de praktijk bestaan er duidelijke verschillen in de manier waarop verschillende werkingsmiddelen en toelagen (aan instellingen) geïndexeerd worden. In sommige domeinen zijn deze uitgaven reeds jaren niet geïndexeerd, soms zonder transparante motivering of zonder rekening te houden met eerder aangegane verbintenissen. 9. In de visie van de SERV mogen de fundamentele beleidsdoelstellingen, ook niet tijdelijk, uit het oog verloren worden. Integendeel, de duurzame economieversterkende transitie en de houdbaarheid van de Vlaamse overheidsfinanciën dienen de hoogste prioriteit te behouden. Er dient dan ook versterkt ingezet te worden op grondige hervormingen, via bijkomende gerichte investeringen en strategische transities. Via systematische heroverwegingen en een focus op de kerntaken moet de nodige budgettaire marge voor de beleidsprioriteiten gecreëerd worden. Ook de gesignaleerde positieve marge tussen de Vlaamse ontvangsten en uitgaven door de inflatieopstoot kan voor de beleidsprioriteiten gedeeltelijk ingezet worden. 10. De SERV pleit er binnen dit heroverwegingskader voor dat de Vlaamse Regering onderzoekt welke stappen zij kan nemen, om gericht ondersteuning te bieden daar waar op het terrein aantoonbaar een significant negatieve impact van de inflatieopstoot vastgesteld wordt. De reële impact van de inflatieopstoot op het terrein kan immers niet ontkend worden. 11. Het is daarbij niet aangewezen om, zoals in het recente verleden n.a.v. de coronacrisis, de Vlaamse begroting in te zetten als buffer om de negatieve gevolgen van de inflatieopstoot voor de gehele samenleving op te vangen.

9


Het gaat er eerder om de in de afgelopen jaren uitgetekende instrumenten en verbeteringstrajecten – het normeren van het Vlaamse uitgaventraject en het evalueren van bestaand beleid qua relevantie, efficiëntie en effectiviteit – versneld en versterkt in te zetten. Uitgangspunten SERV-raming begrotingstraject 12. Zoals aangegeven bestaat er grote onzekerheid over de te verwachten macro-economische evoluties, en er moet niet verwacht worden dat die onzekerheid op de korte termijn (begrotingsopmaak 2023) zal verminderen. De SERV heeft de actualisering van de begroting 2022 en volgende jaren in dit advies consequent vanuit de assumptie van ongewijzigd beleid uitgevoerd. De macro-economische parameters beschikbaar bij opmaak van het advies (Economische Vooruitzichten van het Federaal Planbureau van juni 2022) worden integraal toegepast, wat impliceert dat geen nieuwe beleidsimpulsen verondersteld worden die zouden kunnen gerealiseerd worden met bijkomende ontvangsten door de inflatie. Er wordt eveneens rekening gehouden met de verminderde Europese ontvangsten ter financiering van het relanceplan Vlaamse Veerkracht. De SERV heeft deze ramingen opgemaakt zonder rekening te houden met een eventuele volgende coronagolf. Gezien de huidige onzekerheid is het niet uitgesloten dat de Vlaamse Regering bij de begrotingsopmaak 2023 wel rekening zal moeten houden met gewijzigde macro-economische parameters evenals bijkomende budgettaire uitdagingen, zoals een corona-provisie 2023. Raming Vlaamse begroting in de verdere legislatuur 13. Het vorderingensaldo zou in de actualisatie van de Vlaamse begroting 2022 door de SERV € -3,7 mld (-7,1% van ontvangsten) bedragen, of een verslechtering met € 181 mln ten opzichte van de begrotingsaanpassing BA 2022. Hierbij is het belangrijk te benadrukken dat in de SERV-raming de uitgavenzijde volledig geactualiseerd is aan de toegenomen inflatieramingen (waar relevant). De impact van de verhoogde inflatieramingen van 2022 op de Vlaamse overheidsontvangsten zal zich pas in belangrijke mate in 2023 doen gevoelen, via de afrekeningen in de Bijzondere Financieringswet (BFW) voor het jaar 2022. Het saldo na het aftoetsen van de begrotingsdoelstelling conform de Vlaamse Regering (verwijderen van uitgaven voor Oosterweel en Vlaamse Veerkracht) bedraagt in de SERV-raming € -2,4 mld. 14. In de twee laatste jaren van deze legislatuur zouden de begrotingstekorten bij ongewijzigd beleid veel kleiner worden, tot € -1,7 mld in 2023 (-3,1% van 10


de ontvangsten) en tot € -1,2 mld in 2024 (-2,2% van de ontvangsten). De begrotingstekorten verbeteren daarmee aanzienlijk ten opzichte van de laatste Meerjarenraming (€ +790 mln voor 2023 en € +538 mln voor 2024). Door voornamelijk de inflatie wordt de stijging van de Vlaamse ontvangsten in 2023 en 2024 ten opzichte van de MJR 2021-2026 respectievelijk op € 3,6 en € 3,4 mld geraamd. In 2023 zou een grote positieve BFW-afrekening (inflatieopstoot van 2022) van naar verwachting € 633 mln geregistreerd worden. De Europese ontvangsten voor Vlaamse Veerkracht dalen in deze jaren daarentegen met respectievelijk € 206 mln en € 52 mln. De Vlaamse uitgaven zouden de komende jaren – in de veronderstelling van ongewijzigd beleid - minder snel toenemen dan de ontvangsten (zowel € +2,8 mld in 2023 als 2024 ten opzichte van de MJR). De toename wordt in essentie verklaard door de inflatie (€ +2,4 mld in 2023 en 2024). Vele uitgaven zijn echter niet integraal gekoppeld aan inflatieparameters. Daarnaast spelen de stijgende rente-uitgaven (€ +74 mln in 2023 en € +114 mln in 2024), de geactualiseerde vereffeningskalender van Vlaamse Veerkracht (€ -128 mln in 2023 en € +101 mln in 2024), en een aantal beslissingen (bijvoorbeeld Programmatorische Aanpak Stikstof PAS), open-end-aandrijvers en andere kostendrijvers (hoofdzakelijk energiekost) mee, die niet gekend of beslist waren bij opmaak van de Meerjarenraming (gezamenlijk € +456 mln in 2023 en € +227 mln in 2024). 15. Na het verwijderen van de ontvangsten en uitgaven voor Vlaamse Veerkracht en de Oosterweeluitgaven – conform de begrotingsdoelstelling zoals gedefinieerd door de Vlaamse Regering – nadert de Vlaamse begroting de komende jaren bij ongewijzigd beleid een evenwicht tegen het einde van de legislatuur: een tekort van € -620 mln in 2023 en € -263 mln in 2024. De grote onzekerheid in de huidige ramingen mag daarbij niet uit het oog verloren worden. Evolutie Vlaamse schuld bij ongewijzigd beleid 16. De Vlaamse geconsolideerde schuld groeide de afgelopen coronajaren sterk aan door de aanzienlijke begrotingstekorten, van € 20,0 mld in 2019 naar € 30,0 mld in 2021 (exclusief. ziekenhuisschuld). Deze toename maakt de Vlaamse openbare financiën kwetsbaar voor rentestijgingen: de komende jaren zullen de rente-uitgaven, voornamelijk door de toename van de schuld, steeds meer beleidsruimte innemen, al lijkt de impact vandaag beperkt te blijven (SERV: € +99 mln in 2023 en € +150 mln in 2024). De rentestijgingen laten zich immers voornamelijk voelen bij de herfinanciering van bestaande schuld. 17. In de MJR 2021-2026 zou de Vlaamse schuld (exclusief ziekenhuisschuld) tegen het einde van de legislatuur € 45,8 mld bedragen (88,3% van de Vlaamse 11


ontvangsten), en zou daarmee ver boven de schuldratiodrempel van de Vlaamse Regering (65%) uitkomen. In de SERV-raming zou de Vlaamse schuld (exclusief ziekenhuisschuld) toenemen tot € 42,7 mld in 2024, of 77,2% van de ontvangsten (-11,1% ten opzichte van de meerjarenraming). De naar beneden bijgestelde schuld in 2021 vormt de belangrijkste verklaring voor deze daling. Daarnaast doen de lager geraamde begrotingstekorten de schuld minder snel aangroeien, ondanks de gedaalde EU-ontvangsten ter financiering van het relanceplan Vlaamse Veerkracht. Er mag niet uit het oog verloren worden dat de minder sterke aangroei van de schuld niet alleen ontstaat door kleinere tekorten (teller) maar eveneens door aanzienlijk hogere ontvangsten (noemer). Bij ongewijzigd beleid zou de beoogde schulddoelstelling tegen het einde van deze legislatuur weliswaar niet gerealiseerd zijn, maar de schuldpositie van Vlaanderen zou wel minder ongunstig evolueren dan aanvankelijk geraamd. Aangepaste begroting light: verder gaan op ingeslagen weg 18. De Vlaamse Regering besloot vorig jaar om de jaarlijkse begrotingsaanpassing inhoudelijk te beperken tot een technische aanpassing van de initiële begroting, wat als BA-light aangeduid wordt. De SERV heeft in het verleden aangegeven principieel positief te staan tegenover het voorstel om de jaarlijkse begrotingsaanpassing te beperken tot een actualisering van deze begroting. In de praktijk betekent dit dat slechts eenmaal per jaar een gedetailleerde begroting wordt opgemaakt (bij de initiële begroting), waarin alle essentiële beleidsbeslissingen verwerkt worden. 19. De Vlaamse sociale partners zijn van mening dat de aangepaste begroting 2022 globaal in overeenstemming is met de ‘BA light’-vereisten. De begrotingsaanpassing betreft immers hoofdzakelijk actualiseringen van technische elementen (herverdelingen, overdrachten, open end, top-down bijstelling van de ontvangsten, …), en de nieuwe impulsen kunnen begrepen worden als een beleidsreactie onder druk van externe en dringende omstandigheden (Oekraïne, inflatie en dergelijke meer). 20. De SERV waardeert dat de rapportering in de Algemene Toelichting van de BA 2022 werd uitgebreid ten opzichte van de aangepaste begroting van het voorgaande jaar. Tegelijkertijd is de SERV van oordeel dat de rapportering nog op verschillende punten verbeterd kan worden. De SERV constateert dat de impact van de fors gestegen energieprijzen op de Vlaamse begroting enkel qua hoofdlijnen wordt toegelicht. Zo wordt de dynamiek langs de uitgaven- en 12


ontvangstenzijde van het Vlaams Energiebedrijf slechts zeer summier beschreven, ondanks sterk toegenomen middelen en uitgaven. Ook de totale meerkost van de gestegen energieprijzen voor de Vlaamse begroting ontbreekt. De beschrijving van de dynamiek langs de uitgaven is bij de meeste beleidsdomeinen sterk verbeterd, maar voor sommige is deze nog ontoereikend. Zo wordt in de Algemene Toelichting bijvoorbeeld niet verduidelijkt hoe de sterke stijging van de betaalkredieten (VEK) met € 134,0 mln (+8,1%) bij het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) tot stand komt. Het lijkt aangewezen om een tabel met de gewijzigde uitgaven op niveau van de inhoudelijke structuurelementen (ISE’s) toe te voegen. Op deze manier kan op een eenvoudige en transparante manier vastgesteld worden waar de belangrijkste wijzigingen zich situeren, en welke elementen deze evolutie bepalen (index, energie, open end, actualisatie betaalkalender, besparingen, nieuw beleid…).

13


Advies 1. Omgevingsanalyse 1.1 Macro-economische context 21. De opmaak van een advies over een komende Vlaamse begroting is opnieuw een uitdaging met vele onbekende variabelen. Die onzekerheid is vergelijkbaar met deze in de voorbije jaren gedomineerd door de impact van de coronacrisis. Deze crisis lijkt vandaag onder controle gebracht te worden, maar nieuwe, sterk negatieve factoren hypothekeren de eerder verwachte economische relance. Reeds in het najaar van 2021 zijn de energieprijzen sterk gestegen, met een duidelijk negatieve impact op de economische relance. De Russische inval in Oekraïne heeft de groeivertraging nog aanzienlijk versterkt. Deze oorlog heeft geleid tot een zeer grote humanitaire crisis inclusief grote economische en financiële repercussies, zeer verstoorde goederen-, voedsel- en energiemarkten, een aanzienlijk verminderde internationale handel, een sterk aangetast vertrouwen bij de consumenten en ondernemingen, en een grote financiële onzekerheid. 22. Het resultaat is een snelle economische groeivertraging gekoppeld aan een zeer snel oplopende inflatie, terwijl tegelijkertijd belangrijke segmenten van de maatschappij en economie nog herstellende zijn van de negatieve impact van de coronacrisis. Volgens de ramingen van de NBB (juni 2022) zou de economie in het tweede en derde kwartaal van 2022 bijna niet groeien, omdat de inflatie weegt op de private consumptie, aanwervingen en investeringen van ondernemingen en zelfstandigen. In de laatste maanden van dit jaar zou de economische groei hernemen. Voor 2022 gaat de NBB uit van een reële economische groei van 2,4%. In haar Economische Projecties van december 2021 raamde de NBB de economische groei op 2,6%. Zie Tabel 1. In 2023 en 2024 zou de economische groei boven haar potentieel liggen, met groeicijfers van respectievelijk 1,5% en 2,0%. De groei wordt vooral aangedreven door een herstel van de private consumptie en een tragere, maar gestage groei van de investeringen. In haar Economische Projecties van december 2021 ging de NBB nog uit van een economische groei van 2,4% voor 2023 en van 1,6% voor 2024. De projecties van de NBB wijzen dus eerder op een groeivertraging dan een diepe economische recessie en een stagflatie-scenario. 23. De indicator van het consumentenvertrouwen (NBB, juni 2022) stijgt terug licht sinds april 2022, na de forse daling in maart 2022 door het conflict in Oekraïne. Hoewel de economische situatie tijdens de eerste en tweede coronagolf in 2020 aanvankelijk veel negatiever ingeschat 14


werd, blijft deze indicator vandaag nog steeds ver onder het lange termijngemiddelde. Het recente vertrouwensverlies is voornamelijk te wijten aan verslechterde vooruitzichten qua algemene economische situatie en de financiële situatie van de gezinnen. Consumenten zijn wel nog eerder positief over de werkloosheid in België en de evolutie van hun spaarvermogen. 24. Ook de conjunctuurbarometer (producenten) van de NBB (juni 2022) daalt in de afgelopen maanden en ligt sinds juni terug onder het lange termijn gemiddelde. Ondernemingen in de bouwnijverheid, de verwerkende nijverheid en vooral de handel schatten de economische toestand somberder in, terwijl het producentenvertrouwen van de bedrijfstak diensten aan de bedrijven hoog blijft. 25. Vele onzekerheden kunnen de economie nog sterker afremmen: een mogelijke escalatie van de oorlog in Oekraïne inclusief bijkomende wederzijdse sancties tussen de EU en Rusland, internationale voedseltekorten met wereldwijde sociale spanningen of een nieuwe opflakkering van corona met aanvoerproblemen tot gevolg. Deze komen bovenop de bestaande uitdagingen om de klimaat- en energiedoelstellingen te realiseren. Dit betreft niet alleen doelstellingen op internationaal niveau, zoals onder andere blijkt uit het extreme noodweer in de zomer van 2021. Het FPB gaat in haar Economische Vooruitzichten van juni 2022 uit van een lagere reële economische groei in de komende jaren dan de NBB. Gecumuleerd tegen 2024 gaat het om 0,4 procentpunt minder groei. Ook de OESO schat de groeiverwachtingen somberder in: zij raamt dat de Belgische economie in 2023 met slechts 1% zou groeien. De onzekerheid over de te verwachten macro-economische evoluties vertaalt zich dus rechtstreeks in zeer uiteenlopende prognoses. Tabel 1:

België, recente groeicijfers van het reële bbp, in %

BBP, MJR 2021-2026, sep 2021 FPB BBP, dec 2021 NBB BBP, jun 2022 OESO BBP, jun 2022 NBB BBP, jun 2022 FPB

Tabel 2:

2020 -6,2% -5,7% -5,7% -5,7% -5,7%

2021 5,7% 6,1% 6,2% 6,2% 6,2%

2022 3,0% 2,6% 2,4% 2,4% 2,6%

2023 1,5% 2,4% 1,0% 1,5% 1,3%

2024 1,4% 1,6% 2,0% 1,6%

Vgl 2024 met 2019 (= index 100) 105,1 106,8 106,2 105,8

België, jaarlijkse rente op tienjarig Belgisch overheidspapier, in %

Lange termijn rente, dec 2021 NBB Lange termijn rente, jun 2022 NBB

2021 0,0% 0,0%

2022 0,2% 1,4%

2023 0,4% 1,9%

2024 0,5% 2,1%

26. De rente op tienjarig Belgisch overheidspapier zou de komende jaren nog verder doorstijgen, van 1,4% dit jaar over 1,9% tot 2,1% in 2024. Deze rentestijgingen reflecteren de 15


verwachtingen van de markt op de aangekondigde koersverandering van het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank. In december 2021 ging de NBB er nog van uit dat de rente de komende jaren niet boven een halve procent zou uitkomen. Zie Tabel 2.

1.2 Recente evolutie van de inflatie in België 27. Het afgelopen jaar is de geraamde evolutie van de inflatie, zowel op Belgisch als internationaal niveau, sterk onderschat. Het Federale Planbureau ging er sinds de zomer van 2021 – dus bij de start van de inflatiegolf - van uit dat de ‘piek’ van de inflatieopstoot in het eerste kwartaal van 2022 zou vallen én nagenoeg volledig zou weggewerkt zijn tegen het vierde kwartaal van 2022. Zie Figuur 1 (index van de consumptieprijzen CPI) en Figuur 2 (gezondheidsindex GZI) op de volgende pagina’s voor de geraamde inflatievooruitzichten sinds mei 2021. Volgens de meest recente prognose van het Federaal Planbureau (juni 2022) zou de piek van de inflatie-opstoot bereikt zijn in mei 2022, al zou de inflatie op maandbasis gedurende heel 2022 hoog (>5%) blijven. Op jaarbasis zou de inflatie uitkomen op 8,1%. En ook volgend jaar zou het algemeen prijspeil gedurende lange tijd nog hoog blijven: de inflatie op maandbasis zou pas in oktober 2023 terug onder de 2%-drempel duiken. De inflatie op jaarbasis zou voor 2023 3,5% bedragen. Met andere woorden: in de loop van het afgelopen jaar is de geraamde piek van de inflatie van het eerste naar tweede kwartaal 2022 opgeschoven, en is de ‘staart’ (daling naar ‘normale’ cijfers onder of nabij 2% op jaarbasis) veel langer dan aanvankelijk geraamd: oorspronkelijk wordt de 2,0%-drempel bereikt in het laatste kwartaal van 2022, vandaag is dat opgeschoven naar het laatste kwartaal van 2023. 28. De onzekerheid over de huidige inflatievooruitzichten is bovendien zeer groot, zelfs voor ramingen op korte termijn. Zo schatten het FPB en de OESO de inflatie de komende jaren hoger in dan de NBB. Voor het FPB gaat het gecumuleerd tegen 2024 om 1 procentpunt meer inflatie. Ook de GZI zou 0,4 procentpunt hoger liggen in de prognose van het FPB. De OESO wijkt nog harder van de NBB-prognose: de instelling gaat uit van een inflatie van 9% in 2022 en van 4,8% in 2023. Gecumuleerd over twee jaren zou de inflatie dus 3 procentpunten hoger liggen. Zie Tabel 3. Tabel 3:

België, recente vooruitzichten van de inflatie en gezondheidsindex, in %

Inflatie, MJR 2021-2026, sep 2021 FPB Inflatie, jun 2022 OESO Inflatie, jun 2022 NBB Inflatie, jun 2022 FPB GZI, MJR 2021-2026, sep 2021 FPB GZI, jun 2022 NBB GZI, jun 2022 FPB

2020 0,74% 0,4% 0,4% 0,74% 0,99% 1,0% 0,99%

2021 1,9% 3,2% 3,2% 2,44% 1,6% 2,0% 2,01% 16

2022 2,1% 9,0% 8,2% 8,1% 2,1% 7,3% 7,6%

2023 1,7% 4,8% 2,6% 3,5% 1,8% 3,5% 3,6%

2024 1,7% 1,3% 1,8% 1,8% 1,8% 1,8%

Vgl 2024 met 2019 (= index 100) 108,4 116,5 117,5 108,6 116,5 116,9


29. De geraamde overschrijdingen van de afgevlakte gezondheidsindex relevant voor de loonvorming en sociale uitkeringen, met een belangrijke impact op de uitgavenzijde (geïndexeerde uitgaven) van de Vlaamse begroting, verschuiven aanzienlijk door de aangepaste inflatievooruitzichten. Tabel 4 geeft de geraamde data van de belangrijkste overschrijdingen van de spilindex sinds augustus 2021. Tabel 4: Federale Planbureau, België, opeenvolgende geraamde overschrijdingen van de afgevlakte gezondheidsindex in 2021 en volgende jaren, inflatieramingen FPB sep 2021 (Economische begroting FPB april 2022 STATBEL REAL 2021-2022 + Economische vooruitzichten (BA 2022) 2021-2026 van juni 2021, MJR 2021-2026) 2021 aug 2021 dec 2022 feb 2022 april

2021 aug 2022 jun 2023 aug 2024 okt

2021 aug 2021 dec 2022 feb 2022 apr 2022 nov 2023 apr

FPB juni 2022 2021 aug 2021 dec 2022 feb 2022 apr 2022 sep 2023 jan 2024 feb

In het afgelopen jaar werd de index vier maal overschreden (augustus 2021, december 2021, februari 2022 en april 2022). Deze overschrijdingen werden in geen enkele prognose voorzien: in de MJR 2021-2026 werd nog uitgegaan van drie indexoverschrijding over de gehele periode 20222024, met ongeveer jaarlijks een overschrijding. De BA 2022 neemt de inflatieraming van april 2022 van het FPB als uitgangspunt. In deze raming zouden de volgende spilindexoverschrijdingen plaatsvinden in november 2022 en april 2023. Volgens de meest recente inflatieraming van het FPB (juni 2022) zouden de volgende overschrijdingen echter telkens twee maanden vroeger vallen: in september 2022 en januari 2023. Tenslotte dient er gewezen te worden op de laatste indexoverschrijding van de legislatuur: vandaag (juni 2022) wordt geraamd dat deze zal plaatsgrijpen in februari 2024.

17


Figuur 1: België, 2021 en 2022, inflatie index consumptieprijzen (CPI) op jaarbasis, realisaties (Statbel) en ramingen (FPB) sinds mei 2021

10% 9% 8% 7% 6% 5% 4% 3% 2% 1% 0%

REAL

2021 mei

2021 jun

2021 aug

2021 sep

2021 okt

2021 nov

2021 dec

2022 jan

2022 feb

2022 maa

2022 apr

2022 mei

2022 jun

18


Figuur 2: België, 2021 en 2022, inflatie gezondheidsindex (GZI) op jaarbasis, realisaties (Statbel) en ramingen (FPB) sinds mei 2021 9%

8%

7%

6%

5%

4%

3%

2%

1%

0%

REAL

2021 mei

2021 jun

2021 aug

2021 sep

2021 okt

2021 nov

2021 dec

2022 jan

2022 feb

2022 maa

2022 apr

2022 mei

2022 jun

19


1.3 Europese begrotingsopvolging Algemene ontsnappingsclausule SGP verlengd tot en met 2023 30. Door de economische crisis ontstaan na de uitbraak van de coronacrisis heeft de Europese Commissie in maart 2020 de zogenaamde algemene ontsnappingsclausule1 (general escape clause) in het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) geactiveerd. Deze clausule biedt de lidstaten de mogelijkheid om tijdelijk af te wijken van het begrotingstraject dat ze in normale tijden zouden moeten volgen. 31. Op 2 maart 2022 publiceerde de Europese Commissie2 een Mededeling over het te voeren begrotingsbeleid, bedoeld ter voorbereiding van de stabiliteits- en convergentieprogramma’s van de lidstaten om de coördinatie van het begrotingsbeleid te versterken. Deze Mededeling voorzag nog dat de algemene ontsnappingsclausule in 2023 zou gedeactiveerd worden. De Europese Commissie verzocht de lidstaten hun stabiliteitsprogramma’s 2022-2025 in te dienen zonder rekening te houden met de verlenging van de algemene ontsnappingsclausule, en de programma’s op te stellen met inachtneming van de normale begrotingscriteria (zoals: afbouw overheidstekorten, houdbaarheid overheidsschuld, streven naar Europese economische coördinatie). Het Stabiliteitsprogramma is dus opgemaakt in de veronderstelling dat de algemene ontsnappingsclausule op korte termijn zou opgeheven worden, zodat het gehele (huidige) SGP terug van toepassing is. 32. Door de Russische invasie in Oekraïne, de nasleep van de COVID-19-pandemie, de hogere energie- en voedselprijzen, en de daaruit volgende grotere onzekerheid en sterke neerwaartse risico’s voor de economische vooruitzichten, besliste de Europese Commissie 3 einde mei echter om de algemene ontsnappingsclausule van het SGP tot en met 2023 te verlengen. Einde mei 2022 heeft de Europese Commissie verduidelijkt dat de ontsnappingsclausule verlengd wordt tot en met 2023, nadat een aantal wijzigingen worden aangebracht. De concrete wijzigingen zouden na de zomer 2022 verduidelijkt worden.

1

Europese Commissie (2020): Mededeling van de Commissie aan de Raad over de activering van de algemene ontsnappingsclausule van het stabiliteits- en groeipact.

2

Europese Commissie (2022a): Communication from the Commission to the Council: Fiscal policy guidance for 2023, 2.3.2022.

3

Europese Commissie (2022b): Aanbeveling voor een aanbeveling van de Raad over het nationale hervormingsprogramma 2022 van België en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2022 van België.

20


Belgische Stabiliteitsprogramma 2022 tot 2025 33. In zijn advies4 van 9 april 2022 ter voorbereiding van het Belgische Stabiliteitsprogramma vraagt de Hoge Raad van Financiën (HRF) aan de verschillende overheden in dit land om de sanering van de overheidsfinanciën te versterken, gezien bij ongewijzigd beleid de schuldgraad en het vorderingentekort verder zullen stijgen. Het advies bevat een begrotingstraject op middellange termijn gebaseerd op de economische vooruitzichten van het FPB van februari 2022, wat dus geen rekening houdt met de gevolgen van de Russische invasie in Oekraïne en de sindsdien gestegen inflatie. De HRF pleit er opnieuw voor om het uitgavenbeleid meer te richten op groeibevorderende uitgaven zoals kwaliteitsvolle investeringen, om via uitgavenevaluaties (spending reviews) de doelmatigheid en doeltreffendheid van eerdere beleidsbeslissingen door te lichten 5, om een dwingende uitgavennorm te hanteren vanuit een meerjarige aanpak, en om meer aandacht te besteden aan de houdbaarheid van de schuld. 34. Het Belgische Nationaal Hervormingsprogramma 2022 en het Stabiliteitsprogramma 20222025 (einde april ingediend bij de Europese Commissie) bevat een licht afwijkend begrotingstraject6 op middellange termijn in vergelijking met het HRF-advies. Voor Entiteit II (gemeenschappen, gewesten en lokale overheden) bepaalt het Programma dat het genormeerde vorderingensaldo (lopende prijzen) zou moeten dalen van -1,29% bbp naar -0,51% bbp tussen 2022 en 2025. Over de verdeling van de jaarlijkse inspanning is geen formeel akkoord tussen die verschillende overheden gesloten, zoals dat ook in de voorgaande jaren het geval was. 35. De Europese Commissie heeft op 23 mei 20227 haar reactie op het Belgische stabiliteitsprogramma verduidelijkt, waarin ze tevens de budgettaire toestand in 2021 analyseert. Het verslag concludeert dat België niet voldeed aan de belangrijkste criteria, aangezien het overheidstekort in 2021 hoger was dan de vooropgestelde referentiewaarde van 3% van het bbp, en de schuld hoger was dan de vooropgestelde referentiewaarde van 60% van het bbp en niet aan een bevredigend tempo is verminderd. De Commissie meent evenwel dat, door de huidige uitzonderlijke economische omstandigheden, de naleving van de schuldreductiebenchmark een te zware en vroege begrotingsinspanning zou inhouden die dreigt de economische groei in gevaar te brengen. In deze fase zal de Commissie dan ook geen procedure voor buitensporige tekorten openen, wat ook geldt voor de andere leden van de Eurozone. Ze zal de begrotingstoestand van België in

4

Deze bespreking houdt rekening met het corrigendum (18 april 2022) bij het oorspronkelijke advies (9 april), inclusief de impact op het Vlaamse traject. Hoge Raad van Financiën (2022): Advies ter voorbereiding van het stabiliteitsprogramma 2022-2025.

5

De SERV bracht recent op eigen initiatief een advies en achtergrondrapport uit over de Vlaamse Brede Heroverweging als opstap naar een structureel evaluatiebeleid.

6

Federale Overheid (2022): Stabiliteitsprogramma van België 2022-2025.

7

Europese Commissie (2022b): Aanbeveling voor een aanbeveling van de Raad over het nationale hervormingsprogramma 2022 van België en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2022 van België.

21


het najaar van 2022 herbekijken en opnieuw onderzoeken of het opportuun is om dergelijke procedure in het voorjaar van 2023 op te starten. 36. De Europese Commissie formuleert aanvullend de volgende aanbevelingen: •

in 2023 een voorzichtig begrotingsbeleid voeren, door de groei van de lopende uitgaven te beperken tot onder de potentiële outputgroei op middellange termijn, rekening houdend met de tijdelijke en gerichte steun aan huishoudens en ondernemingen die het kwetsbaarst zijn voor stijgingen van de energieprijzen;

•

het Belgische Plan voor Herstel en Veerkracht (waarvan Vlaamse Veerkracht een onderdeel is) integraal uitvoeren, in overeenstemming met de Europese aanbevelingen8;

•

voorrang geven aan duurzame en groeibevorderende investeringen, vooral ter ondersteuning van de groene en de digitale transitie en voor energiezekerheid;

•

voorrang geven aan structurele budgettaire hervormingen die bijdragen tot de financiering van prioriteiten in het overheidsbeleid en tot de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op lange termijn, onder meer door de dekking, de toegankelijkheid en de houdbaarheid van de stelsels voor zorg- en welzijnssysteem evenals sociale bescherming voor iedereen te versterken;

•

de belasting- en uitkeringsstelsels hervormen zodat er minder negatieve prikkels zijn om uit werken te gaan, door de belastingdruk te verschuiven weg van arbeid en het belastingen uitkeringsstelsels te vereenvoudigen;

•

de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verminderen door meer inspanningen te leveren om de energie-efficiëntie te verbeteren en het gebruik van fossiele brandstoffen in gebouwen terug te dringen, het gebruik en het aanbod van openbaar vervoer te bevorderen, en de uitrol van hernieuwbare energie te versnellen.

8

Europese Commissie (2021): voorstel voor een uitvoeringsbesluit van de Raad betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan voor België.

22


2. Uitgangspunten van de SERV-ramingen 2.1 Samenvatting 37. Zoals aangegeven bestaat er grote onzekerheid over de te verwachten macro-economische evoluties, en moet er niet verwacht worden dat die onzekerheid op de korte termijn (begrotingsopmaak 2023) zal verminderen. De SERV heeft de actualisering van de begroting 2022 en volgende jaren in dit advies consequent vanuit de assumptie van ongewijzigd beleid uitgevoerd. De belangrijkste uitgangspunten, in lijn met de ramingen in de voorgaande begrotingsrapporten en -adviezen van de SERV, zijn: •

De macro-economische parameters beschikbaar bij opmaak van het advies (Economische Vooruitzichten 2022-2027 van juni 2022 van het Federaal Planbureau) zijn integraal toegepast. In de huidige context impliceert deze assumptie dat de ontvangsten sneller aangroeien dan de uitgaven, door de gestegen inflatie. De assumptie van ongewijzigd beleid veronderstelt dat geen nieuwe beleidsimpulsen gerealiseerd kunnen worden met deze bijkomende ontvangsten. Zie Hoofdstuk 2.2 vanaf pagina 24.

•

Er wordt rekening gehouden met de lagere Europese ontvangsten ter financiering van het relanceplan Vlaamse Veerkracht, gecumuleerd € 537 mln in de periode 2022 tot 2026. Zie Hoofdstuk 2.3 vanaf pagina 26.

•

De SERV-raming van de rente-uitgaven integreert de recent gestegen rentevoeten, alsook veranderingen in het schuldniveau. Zie de Bijlage vanaf pagina 67.

•

De SERV-raming houdt rekening met open end-aandrijvers, nieuwe beleidsimpulsen (bv. stikstofakkoord en provisie versnelling woningrenovatie en hernieuwbare energie) en kostendrijvers (hoofdzakelijk energiekosten), zoals gedocumenteerd in de Algemene Toelichting (AT) van de Aangepaste Begroting 2022. De interpretatie van de SERV verschilt op een aantal punten van deze in de Algemene Toelichting. Deze elementen resulteren samen in gewijzigde ESR-uitgaven voor de daarop volgende jaren (€ +456 mln in 2023 en € +227 mln in 2024). Zie de Bijlage vanaf pagina 69.

•

De vandaag gekende en gedocumenteerde regeringsbeslissingen (MJR 2021-2026) langs ontvangsten- en uitgavenzijde zijn in de ramingen voor de komende jaren meegenomen. Dit betekent dat de beslissingen die voortvloeien uit het regeerakkoord evenals recente regeringsbeslissingen (rondes BO en BA 2022) integraal verwerkt zijn. Zie de Bijlage vanaf pagina 70.

•

De SERV-raming van de onderbenutting voor 2023 en 2024 hanteert het recent geactualiseerde onderbenuttingspercentage van de BA 2022 (2,03% ten opzichte van 2,1% bij de BO 2022). Zie de Bijlage vanaf pagina 71. 23


De SERV heeft deze ramingen opgemaakt zonder rekening te houden met een eventuele

•

volgende coronagolf. Gezien de huidige onzekerheid is het niet uitgesloten dat de Vlaamse Regering bij de begrotingsopmaak 2023 wel rekening zal moeten houden met gewijzigde macro-economische parameters evenals bijkomende budgettaire uitdagingen, zoals een corona-provisie 2023. De Bijlage vanaf pagina 56 geeft een toelichting van de methodieken gehanteerd in de SERV-raming. Dit hoofdstuk verduidelijkt enkel de meest in het oog springende elementen, zoals de inflatie-evolutie evenals Vlaamse Veerkracht.

2.2 Inflatieopstoot: budgettair gunstig voor de Vlaamse begroting bij ongewijzigd beleid 38. De recente macro-economische parameters (Economische Vooruitzichten van juni 2022 van het Federaal Planbureau) zijn in dit rapport toegepast. Zie Tabel 5. Tabel 5:

België, recente macro-economische vooruitzichten, in %

BBP, MJR 2021-2026, sep 2021 FPB BBP, BA 2022, febr 2022 FPB BBP, SERV-raming, jun 2022 FPB Inflatie, MJR 2021-2026, sep 2021 FPB Inflatie, BA 2022, febr 2022 FPB Inflatie, SERV-raming, jun 2022 FPB GZI, MJR 2021-2026, sep 2021 FPB GZI, BA 2022, april 2022 FPB GZI, SERV-raming, jun 2022 FPB

2020

2021

2022

2023

2024

Vgl 2024 met 2019 (= index 100)

-6,2% -5,7% -5,7% 0,74% 0,74% 0,74% 0,99% 0,99% 0,99%

5,7% 6,1% 6,2% 1,9% 2,44% 2,44% 1,60% 2,01% 2,01%

3,0% 3,0% 2,6% 2,1% 5,5% 8,1% 2,1% 7,1% 7,6%

1,5%

1,4%

105,1

1,3% 1,7%

1,6% 1,7%

105,8 108,4

3,5% 1,8%

1,8% 1,8%

117,5 108,6

3,6%

1,8%

116,9

In de FPB-prognose ligt het reële bbp tegen het einde van de legislatuur (gecumuleerd) 0,7 procentpunt hoger ten opzichte van het bbp-niveau in de Economische Vooruitzichten van het Federaal Planbureau van september 2021 (MJR 2021-2026). Het effect van de groeivertraging in 2022 en 2023 wordt dus gecompenseerd door de snelle economische relance op het einde van 20219 en in beperkte mate door de verwachte groeiversnelling in 2024. De inflatievooruitzichten verschillen in aanzienlijke mate. De gehanteerde inflatie- (HICP) en de gezondheidsindex liggen in de SERV-raming in 2024 immers (gecumuleerd) 9,1 en 8,3 procentpunten hoger dan in de MJR 20212026.

9

In september 2021 (Economische Begroting FPB) werd een reële economische groei van 5,7% voor 2021 geraamd. Het realisatiecijfer voor 2021 ligt op 6,2%.

24


39. De impact van de inflatie op de Vlaamse overheidsfinanciën is bij ongewijzigd beleid groter voor de ontvangsten dan voor de uitgaven, en is dus op korte termijn per saldo positief voor het begrotingsresultaat. Het merendeel van de Vlaamse ontvangsten evolueren bijna volledig in verhouding met de inflatie (index van de consumptieprijzen CPI). De bepalingen in de Bijzondere Financieringswet (BFW) voorzien immers dat de van het federale niveau overgedragen middelen steeds integraal aan de inflatie aangepast worden. Ook de ontvangsten uit de bruto-opcentiemen en de meeste gewestbelastingen evolueren in hoge mate mee met de inflatie. Dit impliceert: indien de inflatie voor 2023 geraamd wordt op 2%, dan stijgen de ontvangsten (door de inflatie) eveneens met 2%. Dat geldt niet langs de uitgavenzijde. Binnen de Vlaamse begroting groeien bepaalde uitgaven eveneens door diezelfde inflatieparameters. De loonkredieten stijgen wel aan hetzelfde ritme als de gezondheidsindex, maar vele uitgaven in de Vlaamse begroting volgen de inflatiedynamiek niet of slechts gedeeltelijk en/of met vertraging. Voor andere beleidsengagementen gelden vaste groeipercentages (buiten inflatie). In de praktijk bestaan er duidelijke verschillen in de manier waarop verschillende werkingsmiddelen en toelagen (aan instellingen) geïndexeerd worden. In sommige domeinen zijn deze uitgaven reeds jaren niet geïndexeerd, soms zonder transparante motivering of rekening houdende met eerder aangegane verbintenissen. 40. Een Expertengroep Uitgavennormering onder voorzitterschap van voormalig Vlaams minister van Financiën Wivina Demeester heeft in september 2020 in opdracht van de Vlaamse Regering een eerste rapport voor een Vlaamse uitgavennorm uitgewerkt . In dat rapport wordt dieper ingegaan op de verschillende impact van de inflatie op de ontvangsten- dan wel de uitgavenzijde van de Vlaamse begroting. Er wordt geraamd dat de Vlaamse uitgaven zouden stijgen met 1,16% bij een verwachte gemiddelde stijging van de Gezondheidsindex (GZI) met 2%, indien de werkingskredieten niet geïndexeerd worden. Indien de werkingskredieten wel worden geïndexeerd stijgen de uitgaven met 1,29%. In dit SERV-rapport wordt de verhouding 1,16% / 2,00% = 58% gehanteerd om de impact van de inflatie op de Vlaamse uitgaven voor begrotingsjaren 2023 en 2024 te ramen. Dit impliceert: indien zou geraamd worden dat in jaar y een gezondheidsindex van 3% van toepassing is, dan wordt geraamd dat de uitgaven (door de inflatie) in dat jaar stijgen met 58% * 3% = 1,74%. 41. De primaire uitgaven voor begrotingsjaar 2022 worden aangepast aan de inflatie aan de hand van de methodiek beschreven in de Algemene Toelichting van de BA 2022. De inflatie beïnvloedt de Vlaamse uitgaven via het moment van overschrijding van de spilindex door de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex (indexatie binnen indexprovisie), en via de evolutie van de gezondheidsindex GZI (indexatie buiten indexprovisie). De Bijlage vanaf pagina 65 geeft meer duiding.

25


2.3 Vlaamse Veerkracht Uitgaven 42. De Algemene Toelichting van de BA 2022 (Bijlage 8) geeft een meerjarige inschatting van de relanceprovisie Vlaamse Veerkracht (betaalkredieten VEK). Deze inschatting vertrekt van de laatste voortgangsrapportering van het relanceplan (december 2021). Tabel 6:

Vlaamse begroting, relanceplan Vlaamse Veerkracht, uitgaven, MJR 2021-2026 en SERV-raming, in € dz

2021 2022 2023 2024 2025 2026 Totaal VV-uitgaven, MJR 20212026 439.400 1.600.000 1.210.178 713.133 213.684 123.565 4.299.960 VV-uitgaven, BA 2022 (zie Bijlage 8) 291.266 1.627.900 1.081.995 813.761 337.495 146.249 4.298.666 VV-uitgaven, delta (SERV – MJR 2021-2026) -148.134 27.900 -128.183 100.628 123.811 22.684 -1.294

Deze elementen worden overgenomen in de SERV-ramingen. Ten opzichte van de MJR 2021-2026 betekent de actualisatie een verschuiving van een aantal VEK-uitgaven van begrotingsjaar 2021 en 2023 naar begrotingsjaren 2024 tot en met 2026. Zie Tabel 6. Ontvangsten 43. Het relanceplan Vlaamse Veerkracht wordt deels gefinancierd met Europese middelen. In de BO 2022 en de MJR 2021-2026 werd er uitgegaan van in totaal € 2,255 mld aan RRF-ontvangsten (Recovery and Resilience) voor Vlaanderen (52,4% van totale uitgaven van Vlaamse Veerkracht). Bij de BO 2022 kwam dit neer op € 839 mln aan VV-ontvangsten (€ 1,6 mld VV-uitgaven in VEK). Tabel 7:

Vlaamse begroting, verwerking van het relanceplan Vlaamse Veerkracht, ontvangsten, MJR 2021-2026 en SERV-raming, in € dz 2021

VV-ontvangsten, MJR 20212026

2022

2023

2025

2026

Totaal

230.429 VV-ontvangsten, UITV 2021 en BA 2022 131.334 VV-ontvangsten, delta (UITV 2021 en BA 2022 – MJR 2021-2026) -99.095 131.334 VV-ontvangsten, SERV

-199.770 644.590

VV-ontvangsten, delta (SERV – MJR 2021-2026)

-194.480 -206.209 -51.760 21.576 -6.891 -536.859

-99.095

839.070

2024

634.640 373.980 112.060 64.800 2.254.979

639.300

26

428.431 322.220 133.636 57.909 1.718.120


Door de relatief snelle economische heropleving in 2021 zou België een aanzienlijke vermindering van de RRF-ontvangsten kunnen verwachten. Op basis van de in maart 2022 door de Europese Commissie meegedeelde voorlopige cijfers, zou de enveloppe voor België van € 5,925 mld euro naar € 4,514 mld euro dalen, of een vermindering met bijna 24%. In de BA 2022 worden de Vlaamse RRF-ontvangsten daardoor naar beneden bijgesteld met € 537 mln over de volledige looptijd van het relanceplan, tot € 1,7 mld (40% van de voorziene VV-uitgaven): men gaat daarbij uit van een lineaire vermindering van de enveloppes die op Belgisch niveau aan elke entiteit worden toegekend. In de SERV-raming worden de te verwachten lagere EU-ontvangsten evenredig verdeeld over de geraamde vereffeningskalenders. Zie Tabel 7. Verwerking Vlaamse Veerkracht in de schuldevolutie 44. Het relanceplan Vlaamse Veerkracht wordt, conform de aanpak van de Vlaamse Regering, afzonderlijk opgenomen in de raming van de Vlaamse schuld. De impact van het relanceplan Vlaamse Veerkracht op de SERV-raming van de Vlaamse schuld wordt toegelicht in de Bijlage (Hoofdstuk Schuldevolutie vanaf pagina 71).

3. Geactualiseerde begroting BA 2022 45. Deze bespreking van de aangepaste begroting BA 2022 focust voornamelijk op het verschil tussen de aangepaste en de initiële begroting 2022. Daarnaast wordt stil gestaan bij enkele bijkomende verschillen die de SERV vaststelt, voornamelijk als gevolg van beslissingen en ontwikkelingen in de laatste twee maanden (na het indienen van de aangepaste begroting).

3.1 Ontvangsten 46. De oplopende inflatie komt in het begrotingsjaar 2022 niet tot uiting bij gewestelijke opcentiemen en andere ontvangsten via de Bijzondere Financieringswet (BFW): de parameters gehanteerd in de BFW (zoals inflatie en bbp) voor jaar x worden op het einde van het voorgaande jaar x-1 vastgelegd, en normaliter niet aangepast in de loop van het jaar. Afwijkingen in positieve of negatieve zin worden in het begin van het volgende jaar x+1 gecorrigeerd. De effecten van de sterke inflatiestijging in het voorjaar 2022 worden dus pas in het voorjaar 2023 ontvangen (SERVraming: € +633 mln). Er wordt wel al een beperkte bijstelling van de gewestbelastingen in 2022 geraamd. De actualisatie van de ontvangsten Vlaamse Veerkracht (VV) volgt uit de licht gestegen uitgaven (BA 2022) voor VV. De ontvangsten worden steeds geraamd aan de hand van de verhouding Europese ontvangsten / totale uitgaven: de aangegeven meeruitgaven voor VV in 2022 leiden daarmee tot naar boven bijgestelde ontvangsten. Zie Tabel 8 voor een overzicht.

27


Tabel 8:

Begroting BA 2022 en aangepaste begroting BA 2022, ontvangsten, belangrijkste verschillen met de begroting BO 2022, in € dz BA 2022 – BO 2022

Evolutie ontvangsten bij ongewijzigd beleid Ontvangsten MVG Bruto aanvullende belasting op de PB Gewestmiddelen BFW Gemeenschapsmiddelen BFW Gewestbelastingen Actualisatie ontvangsten relanceplan Actualisatie ontvangsten Vlaams Klimaatfonds Overige ontvangsten MVG Ontvangsten instellingen Vlaams Energiebedrijf DAB VIF De Lijn Universiteiten en hogescholen Overige

2.092.696 1.394.984 -144.937 162.837 1.281.522 218.664 -199.770 59.477 17.191 697.712 609.003 22.754 -55.000 81.878 39.077

Afwijking SERV 30.466 30.466

25.177 5.290

0

BA 2022 SERV – BO 2022 2.123.162 1.425.450 -144.937 162.837 1.281.522 243.841 -194.480 59.477 17.191 697.712 609.003 22.754 -55.000 81.878 39.077

3.2 Uitgaven 47. Het verschil tussen de initiële (BO 2022) en aangepaste (BA 2022) begroting is groot, en ook groter dan zou kunnen verwacht worden bij een BA-light. Onderstaande analyse gaat dieper in op deze verschillen, waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen de evolutie bij ongewijzigd beleid en na beleidsbeslissingen van de Vlaamse Regering. De Algemene Toelichting (AT) bij deze begroting maakt dit onderscheid niet. Tabel 9:

Begroting BA 2022 en aangepaste begroting BA 2022, uitgaven bij ongewijzigd beleid, belangrijkste verschillen met de begroting BO 2022, interpretatie SERV, in € dz en % BA 2020 – BO 2022, VAK

Som Index Oekraïne Energiekost Buffer monitoring Open end uitgaven Actualisatie betaalkalender Klimaatfonds Instellingen

2.384.540 1.121.286 254.556 699.624 125.000 -102.667 171.858 71.585 43.298

28

BA 2022 – BO 2022, VEK

2.466.333 1.050.430 254.556 698.847 175.000 -100.188 201.304 47.374 139.010

Evolutie VAK, in % 100,0% 47,0% 10,7% 29,3% 5,2% -4,3% 7,0% 3,0% 2,0%

Evolutie VEK, in % 100,0% 42,6% 10,3% 28,3% 7,1% -4,1% 8,2% 1,9% 5,6%


3.2.1

Impact van indexering, energiekost en Oekraïnecrisis

48. De uitgavenverschillen tussen de initiële en de aangepaste begroting 2022 worden in hoge mate bepaald door de recente inflatieopstoot en de impact daarvan op de energiekost. Daarnaast speelt ook de Oekraïnecrisis een belangrijke rol. Zie Tabel 10. De groei van de betaalkredieten tussen de BO en de BA (€ +2,47 mld VEK) is voor meer dan 70% een gevolg van indexeringen (43%) en identificeerbare energie-uitgaven (28%). In beleidskredieten (VAK) gaat het samen om meer dan 75%. Daarnaast leidt de Oekraïnecrisis tot stijgende uitgaven met afgerond € 250 mln, of iets meer dan 10% van het verschil tussen de BO en de BA 2022. 49. Het is onmogelijk om alle energie-uitgaven in de Vlaamse begroting te identificeren, omdat zij in de regel onderdeel zijn van de werkingskosten en niet afzonderlijk gerapporteerd worden. Het is wel mogelijk een aantal specifieke elementen aan te duiden, die in Tabel 10 worden samengevat. In totaal gaat het om bijna € 700 mln beleids- (VAK) en betaalkredieten (VEK). Tabel 10: Begroting BA 2022, uitgaven, belangrijkste verschillen met de begroting BO 2022, energie-uitgaven, interpretatie SERV, in € dz BA 2022 2022BO, VAK TOTAAL Departementen KA De Lijn

Bijstelling energiekrediet departement Exploitanten: toepassing parameters, o.a. brandstofkosten en inflatie

De Lijn

Regie (o.a. brandstofkosten en inflatie)

De Lijn

Kost hoogspanning Leerlingenvervoer (toepassing parameters, o.a. brandstofkosten en inflatie)

De Lijn Vlaamse Waterweg

Bijstelling energiekost Onderhoud waterinfrastructuur (voornamelijk baggerbedrijven), bijstelling energiekost

DAB Vloot

Bijstelling energiekost

HFB

Ag Facilitair bedrijf, bijstelling energiekrediet

Instellingen Aquafin

Bijstelling energiekrediet

VEB

Actualisatie begrotingscontouren (zie ook ontvangsten)

BA 2022 2022BO, VEK

699.624

698.847

50.899

62.702

738

738

24.760

24.760

10.880

10.880

6.591

6.591

3.311

3.311

1.641

1.641

8.760

7.898

664

664

5.357

5.357

636.922

637.007

28.529

28.529

608.393

608.478

De toename van de gestegen energie- en inflatiekost bij De Lijn wordt geraamd op € 45 mln. Ook bij het Agentschap Facilitair Bedrijf (beheer en uitbating van de gebouwen van de Vlaamse Overheid) wordt een bijstelling van het energiekrediet met € 5 mln geïdentificeerd. Daarnaast worden in het beleidsdomein MOW de energiekosten van verschillende actoren op het terrein naar boven bijgesteld met in totaal ongeveer € 11 mln. 29


Belangrijker zijn de bijstellingen bij instellingen zoals Aquafin (€ 29 mln) en vooral het Vlaams Energiebedrijf (€ 608 mln). De Algemene Toelichting verduidelijkt enkel dat ontvangsten en uitgaven van het VEB, dat gas en elektriciteit aankoopt voor en voornamelijk verdeelt aan de entiteiten van de Vlaamse overheid, aanzienlijk gestegen zijn. Minister Diependaele heeft in het Vlaams Parlement verduidelijkt dat de energiekost voor de administratieve gebouwen van de Vlaamse overheid een meerkost van € 84,8 mln impliceert. Dit is een aanzienlijke stijging in vergelijking met 2021 (€ 73,2 mln) en 202010 (€ 46,2 mln), maar verklaart uiteraard maar een deel van de totale aangroei van de uitgaven van het VEB. 50. De monitoring van de uitgaven wordt sinds jaren ondersteund door een provisioneel krediet (buffer), om de overhevelingen van en naar begrotingsartikelen op het einde van het jaar te vereenvoudigen. Deze buffer wordt (ook in ESR-termen) met € 125 mln VAK (5% van verschil tussen BA en BO) en 175 mln VEK (7%) verhoogd, om eventuele noden voor het Oekraïnebeleid of andere dossiers (zoals de drinkwatertoelage of de energiekosten van Aquafin) op te vangen. 51. De inflatie-uitgaven, de Oekraïnecrisis en de bijkomende buffer verklaren samen meer dan 85 (betaalkredieten) tot 90% (beleidskredieten) van de gestegen uitgaven tussen de initiële en de aangepaste begroting 2022. Dat neemt niet weg dat nog een aantal budgettaire evoluties om verduidelijking vragen. We overlopen deze kort in de volgende paragrafen, waarbij we een andere indeling volgen dan deze gehanteerd in de Algemene Toelichting bij de begroting BA 2022.

3.2.2

Evolutie overige uitgaven bij ongewijzigd beleid

52. De open end-uitgaven betreffen uitgaven waar het aanbod de vraag volgt: als bijvoorbeeld aan elk kind onderwijs dient aangeboden te worden, dan dient de ondersteuning van de Vlaamse overheid (leraren, klaslokalen, omkadering…) de evolutie van het aantal leerlingen te volgen. Ook in het beleidsdomein welzijn (kinderbijslag, ouderenzorg…) zijn er heel wat open end-uitgaven. Deze open end-uitgaven dalen met afgerond € 100 mln beleids- en betaalkrediet in de aangepaste begroting BA 2022. In het onderwijs dalen deze uitgaven met meer dan € 77 mln tussen beide begrotingen, maar tegelijkertijd worden op dezelfde begrotingsartikels grote bedragen ontvangen vanuit de bij BA 2022 verdeelde onderwijsprovisie (in totaal € 240 mln): € 115 mln op het eerste artikel (basisonderwijs) en € 63 mln op het tweede (secundair onderwijs). Met andere woorden: de uitgaven op deze artikels stijgen wel degelijk, wat vooral via de inzet van de onderwijsprovisie wordt gerealiseerd. Zie Tabel 11 voor een overzicht. De twee vermelde begrotingsartikels in het beleidsdomein welzijn noteren een stijging van de open end-uitgaven: € +34 mln bij de kinderbijslag (bovenop de toename door de Oekraïnecrisis) en € +18 mln in de toelage voor de Vlaamse Sociale Bescherming (VSB). Op dit laatste artikel wordt eveneens € 32 mln overgedragen naar artikelen: € 15 mln voor de artikelen waar de

10

Deze cijfers worden beïnvloed door de gedeeltelijke sluiting van gebouwen tijdens de coronacrisis.

30


koopkrachtverhoging van het zesde Vlaamse Intersectorale Akkoord (VIA6) voor de welzijnssector wordt opgevangen, terwijl € 17 mln bijkomend vereist wordt voor het zorgbudget voor ouderen (ZBO) bij het Vlaamse Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH). Tabel 11: Begroting BA 2022, uitgaven, belangrijkste verschillen met de begroting BO 2022, open end-uitgaven, interpretatie SERV, in € dz BA 2022 - BO BA 2022 - BO 2022, VAK 2022, VEK FD FD GE

FC0-1FDD2DAWT FC0-1FDD2DDWT GB0-1GEF2QX-IS

SOM Basisonderwijs salarissen gemeenschapsonderwijs Secundair onderwijs salarissen gemeenschapsonderwijs Opgroeien Regie kinderbijslag (zonder Oekraïne)

GH GB0-1GHF2TX-IS

VSB toelage

JD

Vlaams Zorgkrediet publieke sector

JB0-1JDB2ED-WT

Overige (ESR)

-102.667

-100.188

-14.924

-14.924

-61.997

-61.997

33.806

33.806

18.374

18.374

-9.048

-9.048

-68.878

-66.399

Tabel 12: Begroting BA 2022, uitgaven, belangrijkste verschillen met de begroting BO 2022, actualisaties betaalkalender, interpretatie SERV, in € dz BA 2022 - BO 2022, VAK CB

CB0-1CBG2AB-PR

SOM Provisioneel krediet endogene groei

CE

CB0-1CEG2BA-WT

Rente op overheidsschuld

EC

EB0-1ECB4BA-WT

Limburg Sterk Merk subsidie

EC

EC0-1ECB2BA-WT

Verliesfinanciering overheidswaarborg

EC

EC0-1ECB4BA-WT

EC

EC0-1ECB5DY-IS

Verliesfinanciering overheidsinstrumentarium Hermesfonds FOI

U&H

Actualisatie Universiteiten en Hogescholen (U&H) Actualisatie uitvoering DBFM-programma

SvM GI

GB0-1GIF2SX-IS

VIPA

JD

JB0-1JDB2EA-WT

Dienstencheques

MF

MB0-1MFH2LY-IS

VIF

MH

MB0-1MHH5RU-IS

Lantis Leefbaarheidsprojecten

MH

MB0-1MIH2UA-WT

Onderhoud waterinfrastructuur

MH

MB0-1MIH2VB-WT

Terugbetaling NL Gent-Terneuzen

QC

QB0-1QCE2OX-IS

Minafonds Overige (ESR)

BA 2022 - BO 2022, VEK

171.858 -6.300 -6.880 5.000 -6.588 7.040

201.304 -6.300 -6.880 5.000 -6.588 7.040

10.129 133.897

10.129 74.650

18.548 -35.210 -68.918 -18.853 26.145 8.760 -7.318 29.369 83.037

18.548 -35.210 -68.918 -18.853 10.671 7.898 -7.318 29.369 188.066

In het beleidsdomein Werk en Sociale Economie daalt tenslotte het vereiste Vlaams zorgkrediet voor de publieke sector met € 9 mln, en uitgaven voor dienstencheques met € 69 mln. Voor deze 31


laatste uitgaven gaan we ervan uit dat de impact van de verminderde fiscale ondersteuning, zoals vastgelegd bij opmaak van het Regeerakkoord, reeds integraal in de initiële begroting verwerkt is. 53. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met de aangepaste betaalkalender van heel wat uitgaven, waarvan de belangrijkste elementen in Tabel 12 worden samengevat. Deze elementen worden in de Algemene Toelichting bij de begroting BA 2022 verduidelijkt, wat eveneens geldt voor de uitgaven via het Klimaatfonds evenals de ontwikkelingen bij de geconsolideerde instellingen.

3.2.3

Beleidsbeslissingen van de Vlaamse Regering

54. De Algemene Toelichting bij de begroting BA 2022 vermeldt geen bijkomende budgettaire impact door beleidsbeslissingen van de Vlaamse Regering. In dit overzicht brengen we wel een aantal elementen samen, die door de SERV als een beleidsbeslissing beschouwd worden. Uitbreiding beleidsruimte (maatregelen) 55. Vooreerst dient gewezen op een beperkte uitbreiding van de beleidsruimte. Op de begrotingsartikels voor de salarissen van het gemeenschapsonderwijs (basis en secundair) worden een aantal maatregelen genomen conform de engagementen bij de regeringsformatie. De surplusmaatregelen op het nieuwe provisieartikel leiden echter tot het omgekeerde resultaat, gezien recente beslissingen van de Vlaamse Regering. Op hetzelfde artikel komt eveneens een belangrijk deel van de onderwijsprovisie toe, onder andere om de budgettaire impact van de einde 2021 afgesloten cao onderwijs op te vangen. Zie Tabel 13. Tabel 13: Begroting BA 2022, uitgaven, belangrijkste verschillen met begroting BO 2022, bijkomende impact maatregelen van afgelopen jaren, interpretatie SERV, in € dz BA 2022 - BO BA 2022 - BO 2022, VAK 2022, VEK 4.644 4.644

SOM FB

FC0-1FBD2AA-PR

FD

FC0-1FDD2DA-WT

FD

FC0-1FDD2DD-WT

FE

FD0-1FED2EA-IS

Provisie salarissen onderwijs: surplusmaatregelen Basisonderwijs salarissen gemeenschapsonderwijs Secundair onderwijs salarissen gemeenschapsonderwijs U&H Praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek

25.123

25.123

-11.259

-11.259

-3.282

-3.282

-5.938

-5.938

56. Uitbreidingen van de beleidsruimte bij begroting BA 2022 betreffen een beperkt aantal elementen: in essentie gaat het om het afromen van de corona- en relancemiddelen toegekend aan Vlaamse instellingen zoals het Fonds voor Innoveren en Ondernemen (voormalige Hermesfonds), de VDAB en de VMSW. Het is niet duidelijk wat er concreet met de afgeroomde kredieten gebeurt, dus ook niet of deze middelen eventueel ingezet worden voor andere bestedingen. Bij 32


gebrek aan informatie over een mogelijke besteding beschouwen we deze elementen als een uitbreiding van de beleidsruimte. Zie Tabel 14. Tabel 14: Begroting BA 2022, uitgaven, belangrijkste verschillen met de begroting BO 2022, maatregelen bij formatie, interpretatie SERV, in € dz BA 2022 - BO BA 2022 - BO 2022, VAK 2022, VEK -740 -84.569

SOM EC JD QE

Hermesfonds afromen kredieten relance en EC0-1ECB5DY-IS corona JB0-1JDB2CY-IS VDAB: afromen relancekrediet QF0-1QDG2QK-IS VMSW: afromen relancekrediet Overige (ESR)

0

-58.928

0 0 -740

-3.245 -12.209 -10.187

Besteding van beleidsruimte (nieuw beleid) 57. Ook bij enkele maatregelen die we als nieuw beleid bij begroting BA 2022 omschrijven, maken we een onderscheid tussen het versterken van recente nieuwe beleid (begrotingen 2021 en BO 2022), en nieuwe beleidsmaatregelen. De bijstelling van de investeringspremies voor zonnepanelen, warmteboilers en dergelijke meer is een versterking van beleidsbeslissingen uit het voorjaar 2021. Het gaat om bijkomende budgetten, niet om het realiseren van eerder besliste beleidsuitgaven. Tabel 15: Begroting BA 2022, uitgaven, belangrijkste verschillen met de begroting BO 2022, aanvullingen op recente nieuwe beleidsinitiatieven, interpretatie SERV, in € dz BA 2022 - BO 2022, VAK

SOM QE

Retroactieve investeringspremies zonnepaQE0-1QEE2KA-WT nelen (NB 2021)

BA 2022 - BO 2022, VEK

9.763

9.763

9.763

9.763

Tabel 16: Begroting BA 2022, uitgaven, belangrijkste verschillen met de begroting BO 2022, nieuwe beleidsuitgaven bij BA 2022, interpretatie SERV, in € dz BA 2022 - BO 2022, VAK

SOM CB

CB0-1CBG2AK-PR

Programmatorische Aanpak Stikstof (PAS)

FB

FC0-1FBD2AA-PR

AGODI-provisie salarissen Provisie versnelling woningrenovatie en hernieuwbare energie

QE QE0-1QEX2KM-PR

33

BA 2022 - BO 2022, VEK

341.053

69.210

226.000

-11.333

21.353

21.353

93.700

59.190


58. In het voorjaar van 2022 zijn via provisies voor in totaal € 69 mln VEK en 341 mln VAK nieuwe engagementen aangegaan. De eerder vermelde provisie bij het beleidsdomein onderwijs vereist € 21 mln bijkomende middelen. Daarnaast wordt een provisie gecreëerd voor de versnelling van woningrenovaties en het inzetten van hernieuwbare energie, waarvoor € 59 mln gereserveerd is. In beleidskredieten is de provisie voor de Programmatorische Aanpak Stikstof (PAS) veruit het belangrijkste element, al zijn er in 2022 minder (en niet meer) betaalkredieten voorzien. Tabel 17: Vlaamse begroting, begrotingssaldo BO 2022, BA 2022 en SERV-raming, in € dz en %

Uitgaven [-] Ontvangsten [+] Saldo voor onderbenutting en ESRcorrecties Onderbenutting [+] ESR-correcties [+] Impact regeerakkoord en begrotingsconclaaf 2022 [+] Saldo na onderbenutting, ESR-correcties en impact regeerakkoord en begrotingsconclaaf 2022 Saldo na onderbenutting, ESR-correcties en impact regeerakkoord en begrotingsconclaaf 2022, in % ontvangsten Ontvangsten VV [-] Uitgaven VV [+] Bouwkost Oosterweel [+]

Saldo na aftoetsen begrotingsdoelstelling VR Saldo na aftoetsen begrotingsdoelstelling VR, % ontvangsten

BO 2022 BA 2022 54.452.071 56.917.112 49.967.109 52.059.805

BA 2022 – SERV 2022 BO 2022 SERV 2022 – BA 2022 2.465.041 57.128.538 211.426 2.092.696 52.090.271 30.466

-4.484.962 1.223.197 -1.080

-4.857.307 1.229.311 116.757

-372.345 6.114 117.837

-5.038.266 1.229.311 116.757

-180.959 0 0

0

0

0

0

0

-3.262.845

-3.511.239

-248.394

-3.692.198

-180.959

-6,5% 839.070 1.600.000 246.944

-6,7% 639.300 1.600.000 306.434

-0,2% -199.770 0 59.490

-7,1% 644.590 1.627.900 306.434

-0,3% 5.290 27.900 0

-2.254.971

-2.244.105

10.866

-2.402.454

-158.349

-4,5%

-4,3%

0,2%

-4,6%

-0,3%

3.3 Begrotingssaldo 59. Het vorderingensaldo van de ingediende begroting BA 2022 bedraagt € -3,5 mld, of een verslechtering van het saldo met € 248 mln ten opzichte van de BO 2022. Zie Tabel 17. Het begrotingssaldo na aftoetsen van de begrotingsdoelstelling (€ -2,2 mld in de BA 2022) verbetert evenwel ten opzichte van de BO 2022, met € 11 mln. De lagere EU-ontvangsten voor het relanceplan Vlaamse Veerkracht alsook de gestegen uitgaven voor Oosterweel worden in deze benaderingswijze geneutraliseerd. 60. Het vorderingensaldo zou in de SERV-actualisatie van de Vlaamse begroting 2022 € -3,7 mld (-7,1% van de ontvangsten) bedragen, of een verslechtering met € 181 mln ten opzichte van 34


de begrotingsaanpassing BA 2022 (Tabel 17). Het saldo na aftoetsen van de begrotingsdoelstellingen van de Vlaamse Regering bedraagt € -2,4 mld (-4,6% van de ontvangsten). Indien ook de covid-provisies (€ 740 mln) en de uitgaven gerelateerd aan Oekraïne (€ 255 mln) uit het vorderingensaldo zouden verwijderd worden, zou het begrotingstekort € -1,4 mld bedragen. De door de SERV geraamde ESR-uitgaven voor het begrotingsjaar 2022 stijgen in totaal met € 211 mln ten opzichte van de BA 2022. De wijzingen betreffen bijkomende uitgaven door de toegenomen inflatie (€ +124 mln), geactualiseerde VV-uitgaven (€ +28 mln), toegenomen rente-uitgaven (€ +16 mln) en de recent genomen beslissing om de indexering van de dienstencheques11 te verhogen (€ +43 mln). Zoals toegelicht stijgen de ontvangsten in de SERV-raming beperkt met € 30 mln ten opzichte van de BA 2022, waaronder € 25 mln bij de gewestbelastingen en € 5 mln bij Vlaamse Veerkracht (zie Tabel 8 pagina 28). Daarbij mag niet uit het oog verloren worden dat in de SERV-raming de uitgavenzijde volledig geactualiseerd is aan de toegenomen inflatieramingen (waar relevant), wat niet het geval is langs ontvangsten zoals hoger verduidelijkt (paragraaf 3.1 vanaf pagina 27). Tabel 18: Vlaamse begroting, begrotingsjaar 2022, vergelijking begrotingsresultaten SERVraming en begrotingstraject van de HRF, in € dz en % bbp

Genormeerd vorderingensaldo, apr 2022 HRF, % bbp, Genormeerd vorderingensaldo, apr 2022 HRF, lopende euro's Vorderingensaldo, SERV-raming, % bbp Vorderingensaldo, SERV-raming, lopende euro's Delta HRF-traject en SERV-raming, % bbp Delta HRF-traject en SERV-raming, lopende euro's Vorderingensaldo (excl. VV), SERV-raming, % bbp Vorderingensaldo (excl. VV), SERV-raming, lopende euro's Delta HRF-traject en SERV-raming (excl. VV), % bbp Delta HRF-traject en SERV-raming (excl. VV), lopende euro's

2022 -0,27% -1.494.955 -0,67% -3.692.198 -0,40% -2.197.243 -0,46% -2.550.539 -0,19% -1.055.584

61. Het advies van de Hoge Raad van Financiën bevat een begrotingstraject op middellange termijn om de sanering van de overheidsfinanciën te versterken. Dit traject is gebaseerd op de economische vooruitzichten van het FPB van februari 2022, met dus intussen sterk gewijzigde macro-economische vooruitzichten. Zie Tabel 18. Voor de Vlaamse begroting 2022 komt het genormeerde HRF-traject neer op een tekort van 0,27% van het bbp, of € -1,5 mld in nominale termen. De Vlaamse begroting heeft in de SERV-raming een vorderingentekort van € -3,7 mld (-0,67% van het bbp), of een verschil van € -2,2 mld (0,40% bbp) met het genormeerde traject. Zelfs indien alle ontvangsten en uitgaven van Vlaamse

11

Zie de beslissing VR van 17 juni 2022: https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/documentview/62AB37AF94D257C3524669E8.

35


Veerkracht (dus ook de uitgaven niet gefinancierd met Europese middelen) uit het vorderingensaldo verwijderd worden, dan zou het verschil met de doelstelling nog steeds € -1,1 mld (-0,19% van het bbp) bedragen. Tabel 19: Vlaamse begrotingen 2020 UITV, 2021 UITV, 2022 BO en 2022 BA, uitgaven voor infrastructuurbeleid via administraties, Diensten voor Afzonderlijk Beheer (DAB) inclusief toelagen aan instellingen, betaalkredieten, in € dz

BD ISE

INFRASTRUCTUURBELEID

E

EJ

ONDERZOEKSINFRASTRUCTUUR (EWI)

F

FB

G

BO 2022 UITV 2021

UITV 2021

BO 2022

BA 2022 - BO 2022

BA 2022

32.170

2.430

34.600

-6.580

28.020

ONDERWIJSINFRASTRUCTUUR

486.529

32.113

518.642

-2.318

516.324

GS

ZORGINFRASTRUCTUUR

420.377

4.827

425.204

-33.445

391.759

H

HB

INVESTEREN IN INFRASTRUCTUUR (CJSM)

33.685

2.055

35.740

295

36.035

H

HO SPORTINFRASTRUCTUUR

0

0

0

0

0

M

MD LUCHTHAVENINFRASTRUCTUUR

3.005

-95

2.910

5

2.915

M

MQ ONDERHOUD WEGENINFRASTRUCTUUR

182.643

-956

181.687

10

181.697

M

MR INVESTERINGEN WEGINFRASTRUCTUUR

724.451

40.606

765.057

12.238

777.295

M

MU ONDERHOUD WATERINFRASTRUCTUUR

248.600

6.658

255.258

7.266

262.524

M

MV INVESTERINGEN WATERINFRASTRUCTUUR

452.322 148.432

600.754

1.028

601.782

S

SN

DIGITALISERING

S

SP

VASTGOED TOTAAL

50.590

25.943

76.533

-3.148

73.385

104.762

50.243

155.005

4.808

159.813

2.739.134 312.256 3.051.390

-19.841 3.031.549

3.4 Infrastructuurbeleid 62. Het infrastructuurbeleid van de Vlaamse overheid komt voornamelijk tot stand in een beperkt aantal beleidsdoelstellingen. We maken het overzicht aan de hand van de Inhoudelijke structuurelementen (ISE) waarin infrastructuur duidelijk de prioriteit is. Deze invalshoek garandeert dat de kern van het Vlaamse investeringsbeleid wordt meegenomen evenals de grotere elementen, maar het overzicht blijft onvolledig: een aantal investeringsuitgaven door instellingen worden gemist. De infrastructuuruitgaven door de administraties inclusief hun Diensten voor Afzonderlijk Beheer (DAB), zoals het MINAfonds, het Vlaamse Infrastructuurfonds (VIF) en dergelijke meer, zijn wel opgenomen. Ook de interne stromen (toelagen aan geconsolideerde instellingen die onder deze ISE’s vallen, zoals het Vlaams Investeringsfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA) en het Fonds voor Culturele Infrastructuur (FOCI), worden meegenomen in dit overzicht. 63. De afgelopen jaren is de kern van het infrastructuurbeleid van de Vlaamse overheid duidelijk versterkt. Daarbij mag niet uit het oog verloren worden dat tot op zekere hoogte een corona-effect aanwezig is: vele investeringen zijn immers door de lockdown niet in 2020 gerealiseerd, maar wel in volgende jaren, wat in de cijfers tot uiting komt. Zie Tabel 19 voor een overzicht.

36


3.5 Evolutie van de belangrijkste uitgavenposten 64. De loonmassa van de Vlaamse overheid valt uiteen in twee delen: de lonen vereist voor de administratie en de onderwijsinstellingen. De lonen betaald door de geconsolideerde instellingen zijn niet via de algemene uitgavenbegroting in kaart te brengen, en worden in dit overzicht dan ook niet opgenomen. Tabel 20: Vlaamse begrotingen 2020 UITV, 2021 UITV, 2022 BO en 2022 BA, uitgaven voor lonen via administraties en Diensten voor Afzonderlijk Beheer (DAB), betaalkredieten, in € dz

Beleidsdomein

UITV 2021

Financiën en Begroting (FB) 70.613 Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) 38.299 Onderwijs en Vorming (OV) 69.541 Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG) 174.694 Cultuur, Jeugd, Sport en Media (CJSM) 98.315 Werkgelegenheid en Sociale Economie (WSE) 23.610 Landbouw en Visserij (LV) 54.139 Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) 210.415 Omgeving (OMG) 154.282 Kanselarij, Binnenlands bestuur en Justitie (KBBJ) 169.897 Hogere Entiteiten (HE) 31.307 TOTAAL (administratie) 1.095.112 Lonen onderwijsinstellingen 8.853.832 TOTAAL 9.948.944

BO BA 2022 2022 BO 2022 BA 2022 UITV BO 2021 2022 2.760 73.373 1.090 74.463 -218 38.081 41 38.122 3.141 72.682 181 72.863 -43.463 131.231 5.369 136.600 1.862 100.177 191 100.368 572 24.182 257 24.439 1.285 55.424 286 55.710 31.593 242.008 -32.465 209.543 5.362 159.644 2.084 161.728 67.003 236.900 3.529 240.429 4.131 35.438 0 35.438 74.028 1.169.140 -19.437 1.149.703 229.496 9.083.328 113.868 9.197.196 303.524 10.252.468 94.431 10.346.899

De loonmassa wordt geïdentificeerd via de economische code (11) van elk begrotingsartikel, zodat naast de directe loonmassa ook bijvoorbeeld de pensioenuitgaven eronder vallen. Vanaf de begroting 2022 wordt de bijdrage van de Vlaamse overheid aan de federale pensioenkost voor ambtenaren (zogenaamde responsabiliseringsbijdrage opgenomen in de Bijzondere Financieringswet) in de Vlaamse begroting als een loonuitgave geboekt: deze uitgave (€ 260 mln bij BA 2022) is niet in dit overzicht opgenomen, voor een correcte vergelijking met de voorgaande begrotingen. In totaal bedraagt de beschreven loonmassa van de Vlaamse overheid (administraties en onderwijsinstellingen) € 10,3 mld, of ongeveer 20% van de totale uitgaven. De dynamiek in de laatste jaren wordt voornamelijk bepaald – naast uiteraard de impact van de indexeringsmechanismen – doordat een aantal entiteiten vandaag als een afzonderlijke instelling worden geregistreerd terwijl ze voorheen onder de administratie vielen (bijvoorbeeld binnen de beleidsdomeinen WVG en MOW). Zie Tabel 20. 65. De werkingskosten van de Vlaamse overheidsadministraties worden op een gelijkaardige manier in kaart gebracht: zie Tabel 21. Opnieuw gaat het om de uitgaven van de Vlaamse 37


administraties inclusief DAB’s, dus zonder de uitgaven van geconsolideerde instellingen. De werkingskosten van de Vlaamse overheid nemen aanzienlijk toe, maar de belangrijkste elementen zijn opnieuw de wijzigingen door verschuivingen van de administratie naar een instelling dan wel vice versa. Tabel 21: Vlaamse begrotingen 2020 UITV, 2021 UITV, 2022 BO en 2022 BA, uitgaven voor werking via administraties en Diensten voor Afzonderlijk Beheer (DAB), betaalkredieten, in € dz

UITV 2021

Beleidsdomein Financiën en Begroting (FB) Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) Onderwijs en Vorming (OV) Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG) Cultuur, Jeugd, Sport en Media (CJSM) Werkgelegenheid en Sociale Economie (WSE) Landbouw en Visserij (LV) Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) Omgeving (OMG) Kanselarij, Binnenlands bestuur en Justitie (KBBJ) Hogere Entiteiten (HE) TOTAAL (administratie)

62.954 14.061 44.027 199.116 20.284 23.108 20.043 299.934 98.707 218.664 2.706 1.003.605

BO BA 2022 2022 BO 2022 BA 2022 UITV BO 2021 2022 2.737 65.691 325 66.016 6.967 21.027 -3.288 17.739 1.424 45.451 3.103 48.554 -94.808 104.308 17.510 121.818 -2.422 17.862 722 18.584 -1.983 21.125 585 21.710 19.715 39.758 2.338 42.096 34.533 334.467 -1.897 332.570 53.646 152.353 75.768 228.121 10.816 229.479 9.382 238.861 252 2.958 0 2.958 30.874 1.034.479 104.548 1.139.027

Tabel 22: Vlaamse begrotingen 2020 UITV, 2021 UITV, 2022 BO en 2022 BA, uitgaven voor subsidies aan ondernemingen, vzw’s en huishoudens via administraties en Diensten voor Afzonderlijk Beheer (DAB), betaalkredieten, in € dz UITV 2021

Beleidsdomein Financiën en Begroting (FB) Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) Onderwijs en Vorming (OV) Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG) Cultuur, Jeugd, Sport en Media (CJSM) Werkgelegenheid en Sociale Economie (WSE) Landbouw en Visserij (LV) Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) Omgeving (OMG) Kanselarij, Binnenlands bestuur en Justitie (KBBJ) Hogere Entiteiten (HE) TOTAAL (administratie)

1.687.262 172.014 201.152 2.061.715 387.920 2.574.628 33.986 58.850 433.942 40.676 0 7.652.145

BO 2022 - UITV 2021 -102.755 27.077 -11.495 -549.079 -5.544 152.817 -4.899 25.987 96.855 4.171 0 -366.866

BO 2022 1.584.507 199.091 189.657 1.512.636 382.376 2.727.445 29.087 84.837 530.797 44.846 0 7.285.279

BA 2022 - BO 2022 -2.299 4.621 5.716 -2.131 6.527 -82.604 69 476 36.402 799 0 -32.424

BA 2022 1.582.208 203.712 195.373 1.510.505 388.903 2.644.841 29.156 85.313 567.199 45.645 0 7.252.855

66. Een laatste element betreft het geheel van subsidies (inkomensoverdrachten, geen kapitaalsubsidies) die door de administraties en DAB’s aan ondernemingen, vzw’s en huishoudens 38


worden voorzien. Zie Tabel 22. In deze cijfers komen vooral de uitgaven via de coronaprovisie tot uiting, die in belangrijke mate gericht waren op het ondersteunen van de economie en maatschappij.

3.6 Inzet van de coronaprovisie 67. Bij de begrotingsopmaak BO 2022 werden de corona-uitgaven geraamd op € 540 mln VAK en € 740 mln VEK, waarvan € 500 mln VAK en € 700 mln VEK via het provisieartikel bij Financiën en Begroting12 en € 40 mln VAK/VEK op een nieuw provisieartikel bij WVG. Bij de begrotingsaanpassing is geen bijstelling voorzien. Via de herverdelingen vanuit het provisieartikel naar de inhoudelijke artikels kan een eerste stand van zaken van de inzet van coronaprovisie in het voorjaar van 2022 opgesteld worden. Er dient benadrukt te worden dat de rapportering over herverdelingen slechts enkele weken na de beleidsbeslissing gedocumenteerd wordt via de website van Financiën en Begroting, zodat bij opmaak van dit advies slechts een onvolledig beeld kan geschetst worden. Tabel 23: Vlaamse overheid, inzet van de corona-provisies 2022 via herverdelingen gedocumenteerd tot begin juni 2022, per inhoudelijk structuurelement (ISE), in € dz en % In % VAK

In % VEK

-40.000

24,0%

13,3%

34.531 5.469

-17,2% -6,7%

-11,5% -1,8%

-126.996 -261.475

76,0%

86,7%

BD

ISE

Beschrijving ISE

VAK

VEK

WVG

GJ

PROVISIE COVID 2022

-40.000

WVG WVG

GJ PREVENTIE GK WOONZORG EN EERSTE LIJN

28.771 11.229

FB

CA PROVISIE COVID 2022

EWI

EB

OV

FINANCIERING ONDERNEMINGEN GROEI-ONDERSTEUNING KMO'S EN ED GROEIBEDRIJVEN FD KLEUTER- EN LEERPLICHTONDERWIJS

WVG

GI

ALGEMEEN GEZONDHEIDSBELEID

WVG

GJ

PREVENTIE

WVG

GK WOONZORG EN EERSTE LIJN

WVG

GU GEINTEGREERD GEZINSBELEID

8.191

8.191

-4,9%

-2,7%

WVG

GZ ZONDER ISE

1.839

1.839

-1,1%

-0,6%

CJSM

HN SPORT VOOR ALLEN

0

5.200

0,0%

-1,7%

16.742

16.742

-10,0%

-5,6%

0

44.411

0,0%

-14,7%

EWI

MOW ME BASISBEREIKBAARHEID KBBJ

12

SG BINNENLANDS BESTUUR

Ingediend via amendement (Nr. 22) bij de initiële begroting 2022.

39

50.000

50.000

-29,9%

-16,6%

350

350

-0,2%

-0,1%

1.068

1.068

-0,6%

-0,4%

1.314

1.314

-0,8%

-0,4%

13.789

13.789

-8,3%

-4,6%

33.703

118.571

-20,2%

-39,3%


68. Op basis van de eind juni 2022 beschikbare gegevens werd € 167 mln VAK en € 302 mln VEK herverdeeld, bijna een derde (VAK) en ongeveer twee vijfde (VEK) van de beschikbare middelen. Zie Tabel 23. De provisie bij WVG (€ 40 mln) werd volledig herverdeeld naar ISE GJ preventie voor onder andere het contactonderzoek (€ 21 mln VAK en VEK) en ISE GK woonzorg en eerste lijn voor de verlenging van de vaccinatiecentra (€ 11 mln VAK en € 5 miljoen VEK). De provisie bij FB werd hoofdzakelijk herverdeeld naar beleidsdomein WVG en in mindere mate naar beleidsdomein EWI en KBBJ. Bij EWI gaat het onder meer om overbruggingsleningen voor ondernemingen (€ 50 mln, ISE EB). Bij WVG gaan de herverdelingen eveneens hoofdzakelijk naar ISE GK woonzorg en eerste lijn (€ 34 mln VAK en € 119 mln VEK) en naar ISE GJ preventie (€ 14 mln VAK/VEK). Tenslotte gingen er nog € 44 mln VEK-middelen naar beleidsdomein KBBJ, voor ISE SG binnenlands bestuur. 69.De inzet van de coronaprovisie in 2022 verschilt aanzienlijk met deze van de voorbije coronajaren. Ten eerste is het duidelijk dat de omvang van de coronaprovisie significant afneemt: van € 3,46 mld in 2020, naar € 1,8 mld in 2021, tot € 740 mln (steeds VEK, waarvan vandaag € 261 mln herverdeeld). Tabel 24: Vlaamse overheid, inzet coronaprovisie 2020, 2021 (begrotingsuitvoering) en 2022 (via herverdelingen) gedocumenteerd tot einde juni 2022, per beleidsdomein, vereffeningskredieten, in € dz 2020 (VEK, UITV 2020)

2020 (%, UITV 2020)

2021 (VEK, herverdelingen)

2021 (%, herverdelingen)

2022 (VEK, herverdelingen)

2022 (%, herverdelingen)

FB

-3.457.500

-100,0%

1.768.661

-100,0%

-261.475

-100,0%

EWI

48,1% 2,4% 27,2% 3,4% 0,0% 0,3% 6,8% 0,0% 11,7% 0,0% 48,1%

50.350

19,3%

2.160.035

62,5%

OV

156.174

4,5%

WVG

468.854

13,6%

CJSM

78.046

2,3%

WSE

125.254

3,6%

LV

16.069

0,5%

MOW

76.133

2,2%

OMG

168.306

4,9%

KBBJ

208.629

6,0%

HE

0

0,0%

851.370 42.659 481.411 60.330 0 5.014 119.717 505 207.655 0

TOT

0

0,0%

0

1.068

0,4%

143.704

55,0%

5.200

2,0%

0

0,0%

0

0,0%

16.742

6,4%

0

0,0%

44.411

17,0%

0

0,0%

0

0,0%

Ten tweede is ook de inhoudelijke samenstelling van de corona-herverdelingen sterk gewijzigd. In het eerste coronajaar lag de focus hoofdzakelijk op het ondersteunen van het economische weefsel (62,5%) en gingen er middelen naar quasi alle beleidsdomeinen. Ook vorig jaar gingen de meeste middelen naar het beleidsdomein EWI (48,1%), al nam het relatieve belang van dit 40


beleidsdomein af ten voordele van voornamelijk WVG (27,2%, vooral voor de vaccinatiecampagnes). In de eerste helft van 2022 is slechts ongeveer een vijfde van de herverdelingen van de coronaprovisie te situeren bij EWI. Zie Tabel 24.

4. Raming begrotingsevolutie 2023-2024 bij ongewijzigd beleid 4.1 Begrotingen 2023 en 2024: aanzienlijke verbeteringen van de begrotingstekorten 70. In de twee laatste jaren van deze legislatuur wordt geraamd dat de begrotingstekorten (vorderingensaldo) bij ongewijzigd beleid aanzienlijk kleiner worden, tot € -1,7 mld (-3,1% van de ontvangsten) in 2023 en € -1,2 mld (-2,2% van de ontvangsten) in 2024. De begrotingstekorten zouden daarmee aanzienlijk verbeteren ten opzichte van de MJR 2021-2026 (€ +790 mln voor 2023 en € +538 mln voor 2024). De Vlaamse uitgaven zouden de komende jaren, in de veronderstelling van ongewijzigd beleid, minder snel toenemen dan de ontvangsten (zowel € +2,8 mld in 2023 als 2024 ten opzichte van de MJR). De toename wordt in essentie verklaard door de impact van de gestegen inflatie (€ +2,4 mld in 2023 en 2024). Vele uitgaven zijn echter niet integraal gekoppeld aan inflatieparameters. Daarnaast spelen de stijgende rente-uitgaven (€ +74 mln in 2023 en € +114 mln in 2024), de geactualiseerde vereffeningskalender van Vlaamse Veerkracht (€ -128 mln in 2023 en € +101 mln in 2024), en een aantal beslissingen (bijvoorbeeld Programmatorische Aanpak Stikstof PAS), open end-aandrijvers en andere kostendrijvers (hoofdzakelijk energiekost), die niet gekend of beslist waren bij opmaak van de Meerjarenraming (gezamenlijk € +456 mln in 2023 en € +227 mln in 2024). Zie Tabel 25. Tabel 25: Vlaamse begroting, SERV-raming 2022-2024, verschil ESR-uitgaven in SERV-raming ten opzichte van BA 2022 (SERV 2022) en MJR 2021-2026 (2023 en 2024), in € dz SERV 2022 SERV 2023 SERV 2024 Veranderende inflatievooruitzichten

124.318

2.351.016

2.399.955

0

-25.177

-36.146

Verandering rente-uitgaven door stijging rentevoet

16.472

99.159

150.426

Vlaamse Veerkracht

27.900

-128.183

100.628

Verandering rente-uitgaven door daling schuld

Evolutie recurrente uitgaven (BA 2022 - BO 2022) Totaal actualisatie uitgaven

42.735

456.176

226.858

211.426

2.752.991

2.841.721

Door voornamelijk de inflatie wordt de stijging van de Vlaamse ontvangsten in 2023 en 2024 ten opzichte van de MJR 2021-2026 respectievelijk op € 3,6 en € 3,4 mld geraamd. In 2023 wordt 41


een grote positieve BFW-afrekening (inflatie-opstoot van 2022) van naar verwachting € 633 mln geregistreerd. De Europese ontvangsten voor Vlaamse Veerkracht zouden in deze jaren met respectievelijk € 206 mln en € 52 mln verminderen. Zie Tabel 26. 71. Na het verwijderen van de ontvangsten en uitgaven voor Vlaamse Veerkracht en de Oosterweel-uitgaven, conform de begrotingsdoelstelling zoals gedefinieerd door de Vlaamse Regering, nadert de Vlaamse begroting bij ongewijzigd beleid een evenwicht tegen het einde van de legislatuur: een tekort van € -620 mln in 2023 en € -263 mln in 2024. De grote onzekerheid in de huidige ramingen mag daarbij echter niet uit het oog verloren worden. Tabel 26: Vlaamse begroting, SERV-raming 2022-2024, verandering aan de ESR-ontvangsten binnen de SERV-raming ten opzichte van de BA 2022 en de MJR 2021-2026, in € dz SERV 2022

SERV 2023

SERV 2024

BFW-dotaties

0

2.493.706

2.625.964

Afrekeningen BFW-dotaties

0

632.676

0

Bruto opcentiemen

0

302.155

459.815

Gewestbelastingen

25.177

356.446

382.708

Instellingen

0

0

0

Overige ontvangsten

0

0

0

Vlaamse Veerkracht

5.290

-206.209

-51.760

30.466

3.578.773

3.416.728

Totaal

Tabel 27 op pagina 43 geeft de belangrijkste begrotingsresultaten van de SERV-raming, terwijl Figuur 3 op pagina 44 het geheel visualiseert. Tabel 25 op pagina 41 en Tabel 26 op pagina 42 geven een overzicht van respectievelijk de gewijzigde uitgaven en ontvangsten ten opzichte van de BA 2022 (SERV 2022) en de MJR 2021-2026 (SERV 2023-2024). Tabel 39 op pagina 64 in de Bijlage focust op de wijzigingen aan de geraamde gewestelijke belastingen.

42


Tabel 27: Vlaamse begroting, begrotingssaldo, begrotingsjaren 2022-2024, MJR 2021-2026 en SERV-raming, in € dz en %

Uitgaven [-] Ontvangsten [+] Saldo voor onderbenutting en ESR-correcties Onderbenutting [+] ESR-correcties [+] Impact regeerakkoord en begrotingsconclaaf 2022 [+] Saldo na onderbenutting, ESR-correcties en impact regeerakkoord en begrotingsconclaaf 2022 Saldo na onderbenutting, ESR-correcties en impact regeerakkoord en begrotingsconclaaf 2022, in % ontvangsten Ontvangsten VV [-] Uitgaven VV [+] Bouwkost Oosterweel [+]

Saldo na aftoetsen begrotingsdoelstelling VR Saldo na aftoetsen begrotingsdoelstelling VR, % ontvangsten

BA 2022 SERV 2022 56.917.112 57.128.538 52.059.805 52.090.271

delta MJR 2023 SERV 2023 211.426 54.309.473 57.062.464 30.466 50.556.252 54.135.025

delta MJR2024 SERV 2024 2.752.991 54.968.668 57.810.389 3.578.773 51.634.389 55.051.117

delta 2.841.721 3.416.728

-4.857.307 -5.038.266 1.229.311 1.229.311 116.757 116.757

-180.959 -3.753.221 -2.927.439 0 1.242.007 1.205.793 0 -3.391 -3.391

825.782 -3.334.279 -2.759.272 -36.214 1.264.622 1.227.655 0 0 0

575.007 -36.967 0

0

0

-3.511.239 -3.692.198

-6,7% 639.300 1.600.000 306.434

-7,1% 644.590 1.627.900 306.434

-2.244.105 -2.402.454 -4,3%

-4,6%

0

61.926

61.926

-180.959 -2.452.679 -1.663.111

-0,3% 5.290 27.900 0

0

323.100

323.100

0

789.568 -1.746.557 -1.208.517

538.040

-4,9% 634.640 1.210.178 389.686

-3,1% 428.431 1.081.995 389.686

1,8% -206.209 -128.183 0

-3,4% 373.980 713.133 454.038

-2,2% 322.220 813.761 454.038

1,2% -51.760 100.628 0

-158.349 -1.487.455

-619.861

867.594

-953.366

-262.939

690.427

-0,3%

-1,1%

1,8%

-1,8%

-0,5%

1,4%

43

-2,9%


Figuur 3: Vlaamse overheid, dynamiek saldo, MJR 2021-2026 en SERV-raming, in € mld

44


4.2 Begrotingsdoelstellingen van de Vlaamse Regering 72. Bij de opmaak van de begroting 2021 besliste de Vlaamse Regering tot volgende begrotingsdoelstelling: op het einde van de legislatuur (2024) bedraagt het tekort op de begroting de helft van het verwachte tekort in 2022. Deze doelstelling kan getoetst worden via deze raming: het resultaat voor 2024 bij ongewijzigd beleid wordt vergeleken met de helft van het verwachte tekort in 2022; vervolgens kan de gecumuleerde inspanning tussen 2022 en 2024 berekend worden om deze doelstelling te bereiken. Zie Tabel 28. De helft van het geraamde tekort van de BA 2022 (€ -2,2 mld zonder Oosterweeluitgaven, VV-uitgaven en -ontvangsten) komt neer op een doelstelling (toegestane tekort in 2024) van € -1,1 mld. Het verwachte tekort van € -953 mln in 2024, zoals geraamd in de laatste Meerjarenraming uit het najaar van 2021, is € 169 mln positiever dan deze doelstelling. Tabel 28: Vlaamse begroting BA 2022, MJR 2021-2026 en SERV-raming, begrotingsdoelstelling 2024 en vereiste begrotingsinspanning om deze doelstelling te bereiken, in € dz

Saldo 2022 BA 2022 en MJR 2021-2026, saldo exclusief VV en Oosterweel MJR 2021-2026, saldo exclusief VV en Oosterweel, % ontvangsten 2024 SERV, saldo exclusief VV en Oosterweel SERV, saldo exclusief VV en Oosterweel, % ontvangsten 2024

Saldo 2024

Doelstelling (50% 2022)

Gecumuleerde inspanning om doelstelling 2024 te bereiken

-953.366

-1.122.053

168.687

-2.244.105

-1,8% -2.402.454

-262.939 -0,5%

-2,2%

0,3%

-1.201.227 -2,3%

938.288 1,8%

73. In de SERV-actualisering zou het tekort bij ongewijzigd beleid in 2024 verbeteren, voornamelijk door de impact van de gestegen inflatiecijfers. Hoewel het tekort in 2022 iets hoger zou uitvallen ontwikkelt het saldo zich bij de huidige macro-economische parameters in zeer gunstige zin in de volgende jaren, met als resultaat een geraamd tekort (na aftoetsen begrotingsdoelstellingen van de Vlaamse Regering) van € -263 mln in 2024. Dit is bijna € 1 mld gunstiger dan vereist voor de huidige Vlaamse begrotingsdoelstelling, die dus bij ongewijzigd beleid zonder bijkomende inspanningen zou gehaald worden.

4.3 Kwantitatieve aanbevelingen van de HRF 74. Naast de eigen begrotingsdoelstelling kunnen de resultaten van de SERV-raming ook vergeleken worden met het begrotingstraject uitgetekend door de Hoge Raad van Financiën. Het genormeerde HRF-traject komt voor de Vlaamse begroting van 2023 en 2024 uit op een tekort van respectievelijk -0,32% en -0,26% van het Belgische bbp. In lopende euro’s komt dit overeen met een tekort van € -1,8 mld voor 2023 en € -1,5 mld voor 2024. 45


De Vlaamse begrotingen hebben in de SERV-raming een tekort van € -1,7 mld (-0,29 % van het bbp) voor 2023 en van € -1,2 mld (-0,20 % van het bbp) voor 2024. Dit betekent dat het HRF-begrotingstraject in 2023 en 2024 bij ongewijzigd beleid en de huidige macro-economische parameters gehaald wordt: in 2023 ontstaat een positief verschil van € 166 mln (0,03% van het bbp), in 2024 bedraagt dit verschil € 329 mln (0,06% van het bpp). Zie Tabel 29. Tabel 29: Vlaamse begroting, 2022-2024, vergelijking begrotingsresultaten SERV-raming en begrotingstraject van de HRF, in € dz en % bbp 2022 Genormeerd vorderingensaldo, apr 2022 HRF, % bbp, Genormeerd vorderingensaldo, apr 2022 HRF, lopende euro's Vorderingensaldo, SERV-raming, % bbp Vorderingensaldo, SERV-raming, lopende euro's Delta HRF-traject en SERV-raming, % bbp Delta HRF-traject en SERV-raming, lopende euro's Vorderingensaldo (excl. VV), SERV-raming, % bbp Vorderingensaldo (excl. VV), SERV-raming, lopende euro's Delta HRF-traject en SERV-raming (excl. VV), % bbp Delta HRF-traject en SERV-raming (excl. VV), lopende euro's

-0,27% -1.494.955 -0,67% -3.692.198 -0,40% -2.197.243 -0,46% -2.550.539 -0,19% -1.055.584

2023

-0,32% -1.828.781 -0,29% -1.663.111 0,03% 165.670 -0,18% -1.009.547 0,14% 819.234

2024

-0,26% -1.538.004 -0,20% -1.208.517 0,06% 329.487 -0,12% -716.977 0,14% 821.027

4.4 Resultaten schuldevolutie 75. Dit SERV-advies raamt de verwachte evolutie van de Vlaamse schuld bij ongewijzigd beleid, vertrekkende van de gerealiseerde geconsolideerde schuld in 2021. Vervolgens verhogen we jaarlijks de schuld met het geraamde begrotingstekort, alsook met de andere gekende elementen die de schuldevolutie beïnvloeden (zoals gedocumenteerd in de Algemene Toelichting bij de BA 2022 en MJR 2021-2026). De schuld aangegaan voor de Oosterweelverbinding en het relanceplan Vlaamse Veerkracht is eveneens opgenomen in het totaal. 76. De Vlaamse geconsolideerde schuld groeide de afgelopen coronajaren sterk aan door de aanzienlijke begrotingstekorten, van € 20,0 mld in 2019 naar € 30,0 mld in 2021 (exclusief ziekenhuisschuld). De gerealiseerde schuld van 2021 ligt € 3,2 mld lager dan geraamd bij de BA 2021. De daling wordt verklaard door het kleinere begrotingstekort bij de begrotingsuitvoering 2021 (€ -1,9 mld), minder rechtstreekse financieringen13 (€ -0,7 mld) alsook andere elementen14 (€ -0,5 mld). Deze toename maakt de Vlaamse openbare financiën kwetsbaar voor rentestijgingen: de komende jaren zullen de rente-uitgaven, voornamelijk door de toename van de schuld, steeds meer

13

De categorie rechtstreekse financieringen omvat aflossingen van de rechtstreekse financieringen uit het verleden. De aflossingen van de gewaarborgde schulden van VMSW en VWF zijn eveneens verrekend.

14

Deze betreffen hoofdzakelijk de ESR-8 verrichtingen van het ministerie en van de instellingen die tot het centraal kasbeheer behoren. In de BA 2021 werd er daarnaast nog rekening gehouden met € 0,2 mld impact van interne financieringen op eindvervaldag die niet herbelegd werden.

46


beleidsruimte innemen, al lijkt de impact vandaag beperkt te blijven (SERV: € +99 mln in 2023 en € +150 mln in 2024). De rentestijgingen laten zich immers voornamelijk voelen bij de herfinanciering van bestaande schuld. 77. In de MJR 2021-2026 zou de Vlaamse schuld (exclusief ziekenhuisschuld) tegen het einde van de legislatuur € 45,8 mld bedragen, of 88,3% van de Vlaamse ontvangsten, en komt daarmee ver boven de schuldratiodrempel van de Vlaamse Regering (65%) uit. Tabel 30: Vlaamse begroting, 2019-2024, evolutie van de geconsolideerde schuld, begrotingsrapporteringen en SERV-raming, in € dz UITV 2019 Geconsolideerde schuld (incl. Ziekenhuisschuld) Geconsolideerde schuld (incl. ziekenhuisschuld), % bbp Geconsolideerde schuld (excl. Ziekenhuisschuld) Geconsolideerde schuld (excl. Ziekenhuisschuld), % ontvangsten

UITV 2020

UITV 2021

SERV 2022

SERV 2023

SERV 2024

24.119.905 30.274.890 33.350.440 39.144.486 42.553.370 45.317.577 5,04%

6,63%

6,58%

7,1%

7,4%

7,7%

20.020.445 26.616.919 30.009.050 36.039.019 39.688.361 42.687.767 43,9%

61,5%

62,5%

69,2%

73,3%

77,2%

78. In de SERV-raming zou de Vlaamse schuld (exclusief ziekenhuisschuld) toenemen tot € 42,7 mld in 2024, of 77,2% van de ontvangsten (-11,1%-punt ten opzichte van de meerjarenraming). De naar beneden bijgestelde schuld in 2021 vormt de belangrijkste verklaring voor deze daling. Daarnaast doen de lager geraamde begrotingstekorten de schuld minder snel aangroeien, ondanks de gedaalde EU-ontvangsten ter financiering van het relanceplan Vlaamse Veerkracht. Er mag niet uit het oog verloren worden dat de minder sterke aangroei van de schuld niet alleen ontstaat door kleinere tekorten (teller) maar eveneens door aanzienlijk hogere ontvangsten (noemer). Bij ongewijzigd beleid zou de beoogde schulddoelstelling tegen het einde van deze legislatuur weliswaar niet gerealiseerd zijn, maar de schuldpositie van Vlaanderen zou wel minder ongunstig evolueren dan aanvankelijk geraamd. De methodiek van de SERV-raming van de Vlaamse schuld wordt in detail toegelicht in de Bijlage (Hoofdstuk Schuldevolutie op pagina 71). Tabel 30 geeft de resultaten van de SERV-raming van de schuldevolutie, terwijl Figuur 4 deze visualiseert. Zie Tabel 48 op pagina 73 in de Bijlage voor een meer gedetailleerd overzicht van de schuldevolutie.

47


Figuur 4: Vlaamse overheid, evolutie schuld (excl. ziekenhuisfactuur), MJR 2019-2024 en SERV-raming, in € mld

5. Evaluatie BA-light: verder gaan op ingeslagen weg 79. De Vlaamse Regering besloot vorig jaar om de jaarlijkse begrotingsaanpassing te beperken tot een technische aanpassing van de initiële begroting, wat als BA-light aangeduid wordt. De BA-light werd eerder dit jaar formeel verankerd in de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën (VCO). De Algemene Toelichting werd inhoudelijk uitgebreid, ter vervanging van de weggevallen beleidsen begrotingstoelichtingen (BBT). In een BA-light worden in principe geen nieuwe beleidsinitiatieven opgenomen, behalve wanneer onder druk van omstandigheden dringende initiatieven dienen gerealiseerd te worden. De SERV heeft in het verleden aangegeven principieel positief te staan tegenover het voorstel om de jaarlijkse begrotingsaanpassing te beperken tot een actualisering van de initiële begroting. In de praktijk betekent dit dat slechts eenmaal per jaar een gedetailleerde begroting wordt opgemaakt, waarin alle essentiële beleidsbeslissingen verwerkt worden. 80. De Vlaamse sociale partners zijn van mening dat de aangepaste begroting 2022 globaal in overeenstemming is met de ‘BA-light’-vereisten. De begrotingsaanpassing betreft immers 48


hoofdzakelijk actualiseringen van technische elementen (herverdelingen, overdrachten, open end, top-down bijstelling van de ontvangsten, …), en de nieuwe impulsen kunnen begrepen worden als een beleidsreactie onder druk van externe en dringende omstandigheden (Oekraïne, inflatie en dergelijke meer). De SERV onderstreept al jaren het belang van een degelijke, transparante, toegankelijke en leesbare rapportering van de Vlaamse begroting. Aangezien bij de aangepaste begroting geen afzonderlijke BBT’s meer gepubliceerd worden, wordt de rapportering in de Algemene Toelichting des te belangrijker. 81. De SERV waardeert dat de rapportering in de Algemene Toelichting van de begroting BA 2022 werd uitgebreid ten opzichte van de aangepaste begroting van het voorgaande jaar, in het bijzonder voor de volgende elementen: •

De beschrijving van de dynamiek langs de uitgaven per beleidsdomein is verbeterd. Het informatieverlies dat ontstaat door het wegvallen van de BBT’s wordt voor de meeste beleidsdomeinen goed opgevangen, zonder dat er op een overdreven manier in details getreden wordt. De rapportering van sommige beleidsdomeinen kan nog wel verbeterd worden (zie beneden).

•

Het rapporteren van compensaties met een materialiteitsdrempel van meer dan € 3 mln komt de transparantie van de begroting ten goede.

•

De sensitiviteit van de uitgaven aan de inflatie werd grondiger en ruimer toegelicht. Dit is een goede zaak gegeven de hoge en snel veranderende inflatieprognoses.

•

De SERV apprecieert de uitgebreide bijlagen, die duiding geven rond een aantal budgettair belangrijke elementen (bv. Oekraïne-provisie, uitgaven Vlaamse Veerkracht).

82. Tegelijkertijd is de SERV van oordeel dat de rapportering nog op verschillende punten verbeterd kan worden: •

De SERV constateert dat de impact van de fors gestegen energieprijzen op de Vlaamse begroting enkel op hoofdlijnen wordt toegelicht. Zo wordt de dynamiek langs de uitgaven- en ontvangstenzijde van het Vlaams Energiebedrijf slechts zeer summier beschreven, ondanks sterk toegenomen middelen en uitgaven. Het is bovendien niet duidelijk hoe de stijgende energieprijzen opgevangen zullen worden binnen de Vlaamse entiteiten die klant zijn bij het VEB en wat de totale meerkost van de gestegen energieprijzen is voor de Vlaamse begroting. De SERV meent dat de gestegen energieprijzen in de huidige context adequate duiding vereisen, ook al gaat het in principe om een technische aanpassing.

•

Bij sommige beleidsdomeinen is de rapportering van de dynamiek van de uitgaven ontoereikend. Zo wordt in de Algemene Toelichting bijvoorbeeld niet verduidelijkt hoe de sterke stijging van de VEK-uitgaven met € 134 mln (+8,1%) bij het beleidsdomein EWI tot stand komt.

•

Het lijkt aangewezen om een tabel met de gewijzigde uitgaven op niveau van de ISE’s toe te voegen. Op deze manier kan op een eenvoudige en transparante manier vastgesteld worden waar de belangrijkste wijzigingen te situeren zijn, en welke elementen deze evolutie

49


bepalen (index, energie, open end, actualisatie betaalkalender, besparingen, nieuw beleid…).

6. Vlaamse Veerkracht 6.1 Meerjarig VEK-overzicht naar speerpunten 83. Dit hoofdstuk geeft een meerjarig overzicht van de VEK-uitgaven van het relanceplan Vlaamse Veerkracht, opgedeeld naar de diverse speerpunten. Deze indeling is gebaseerd op Bijlage 8 uit de Algemene Toelichting van de BA 2022. Het betreft enkel om de projecten tot en met VV158, de overige projecten tot VV180 zijn gefinancierd met reguliere uitgaven. Zie Tabel 31 en Figuur 5. De meeste middelen gaan naar speerpunten 1 (verduurzaming van economie en samenleving), 2 (investeren in infrastructuur) en 4 (investeren in mensen en talenten), met respectievelijk € 1,6 mld, € 1,1 mld en € 0,7 mld. Speerpunten 6 (de coronacrisis en Brexit beheren) en 7 (de overheid efficiënter maken) zijn kleiner, met € 113 miljoen en € 10 miljoen. Tabel 31: Vlaamse Veerkracht, uitgaven per speerpunt, 2021 tot 2026, VEK, in € dz en % Speerpunt SP1 SP2 SP3 SP4 SP5 SP6 SP7

Beschrijving

VEK 2021

Verduurzaming van economie en sa100.234 menleving Investeren in infra52.191 structuur Vlaanderen digitaal 59.263 transformeren Investeren in men21.575 sen en talenten Versterking van het Vlaams zorg- en wel- 43.657 zijnssysteem De coronacrisis en 13.465 Brexit beheren De overheid efficiën1.538 ter maken Totaal Totaal (%)

VEK 2022 VEK 2023

VEK 2024

VEK 2025

VEK 2026

Totaal

Totaal (%)

423.030

445.353 390.322 178.231

67.950 1.605.120

37,3%

332.789

301.565 250.864 136.212

51.909 1.125.530

26,2%

191.611

98.820

73.651

13.092

8.195

444.632

10,3%

465.039

159.278

75.108

0

0

721.000

16,8%

165.035

44.590

6.111

3.285

17.583

280.261

6,5%

49.015

29.389

15.955

5.175

0

112.999

2,6%

1.381

3.000

1.750

1.500

612

9.781

0,2%

291.923 1.627.900 1.081.995 813.761 337.495 146.249 4.299.323 100,0% 6,8%

37,9%

25,2%

18,9%

7,8%

3,4%

100,0%

84. Volgens deze meerjarige prognose zou tegen het einde van deze Vlaamse legislatuur 88,7% van de voorziene budgetten van het relanceprogramma uitgevoerd zijn. Vorig jaar werd 7% van de totale VEK-uitgaven uitgevoerd. Hoofdstuk 6.3 vanaf pagina 52 geeft meer duiding over de VV-uitvoeringsgegevens van 2021, met een opdeling naar economische codes. Voor 50


dit jaar en volgend jaar is voorzien dat het grootste deel van de VEK-uitgaven gerealiseerd wordt, respectievelijk 37,9% en 25,2% (gecumuleerd 69,8%, inclusief uitvoering 2021). 85. Het tijdsverloop is evenwel verschillend bij de verschillende speerpunten. Zo worden de speerpunten 3 (Vlaanderen digitaal transformeren), 4 (investeren in mensen en talenten), 5 (versterking van het Vlaams zorg- en welzijnssysteem) en 6 (de coronacrisis en Brexit beheren) (bijna) volledig uitgevoerd in komende twee à drie jaren, met allen een gecumuleerd percentage boven 90%. Speerpunten 4 en 5 zouden reeds in 2023 voor 90% uitgevoerd worden, terwijl speerpunten 1 (verduurzaming van economie en samenleving), 2 (investeren in infrastructuur) en 7 (de overheid efficienter maken) onder de 85% blijven tegen 2024. Een verklaring hiervoor is het type investeringsprojecten: de focus op renovaties van gebouwen en infrastructuurwerken vragen een langere doorlooptijd voor hun realisatie. Figuur 5: Vlaamse Veerkracht, gecumuleerde VEK t.o.v. totale VEK, per speerpunt, in %

6.2 Meerjarig overzicht naar financieringsbron 86. Het overzicht van de totale VV-middelen kan opgedeeld worden naar herkomst, waarbij per speerpunt wordt nagegaan of de projecten via Europese dan wel Vlaamse middelen gefinancierd worden. Deze gegevens (gebaseerd op het voortgangsrapport van december 2021) gaan nog uit van een RRF-financiering van € 2,255 mld. Samen met het Brexit-fonds (€ 83 mln) en React EU (€ 62 mln) ligt de verhouding op 55,8% Europese middelen (€ 2,40 mld) ten opzichte van 44,2% Vlaamse relancemiddelen (€ 1,90 mld). Zie Tabel 32. Intussen werden de Europese RRF-subsidies met € 537 mln naar beneden bijgesteld, tot € 1,72 mld (voorlopige gegevens). Er is nog onzekerheid over hoe de Europese minderontvangsten 51


zullen worden verwerkt en verdeeld over de projecten. De Vlaamse Regering heeft zich evenwel geëngageerd voor de volledige uitvoering van de Vlaamse Veerkracht-projecten, ongeacht de EUontvangsten. Met de verminderde RFF-middelen zou de financieringsverhouding omwisselen: 43,3% van het gehele plan Vlaamse Veerkracht zou gefinancierd worden met Europese subsidies en 56,7% met eigen Vlaamse middelen. 87. Veruit de meeste Europese middelen gaan naar speerpunt 1 (verduurzaming economie en samenleving), namelijk 51,7% (€ 1,2 miljard). Daarna volgen speerpunten 4 (investeren in mensen en talenten) en 2 (investeren in infrastructuur) met respectievelijk 21,0% (€ 504 miljoen) en 14,4% (€ 345 miljoen). Bij de eerste twee speerpunten zijn de projecten te linken aan de Europese doelstelling van klimaatneutraliteit, met o.a. de renovatie van gebouwen, de Blue Deal en groene mobiliteit. Bij speerpunt 4 zijn de Europese middelen in hoge mate te situeren bij Vlaamse Veerkracht project 15 rond de Digisprong in het onderwijs (€ 318 miljoen). Tabel 32: Vlaamse Veerkracht, herkomst van de begrote middelen, per speerpunt, in € dz

Speerpunt

SP1 SP2 SP3 SP4 SP5 SP6 SP7

Beschrijving Verduurzaming van economie en samenleving Investeren in infrastructuur Vlaanderen digitaal transformeren Investeren in mensen en talenten Versterking van het Vlaams zorg- en welzijnssysteem De coronacrisis en Brexit beheren De overheid efficiënter maken Totaal Totaal (%)

Europese Europees middeHerstellen (tofonds taal) (RRF)

Brexitfonds

React EU

Vlaamse Relancemiddelen

Totaal middelen begroot

1.240.455

1.240.455

0

0

365.540 1.605.995

345.460

345.460

0

0

783.441 1.128.901

218.826

213.826

0

5.000

226.174

445.000

504.060

447.060

0

57.000

216.940

721.000

0

0

0

0

280.000

280.000

83.000

0

83.000

0

30.000

113.000

8.300

8.300

0

0

1.700

10.000

2.400.101 2.255.101 55,8% 52,4%

83.000 1,9%

62.000 1.903.795 4.303.896 1,4% 44,2% 100,0%

(bron: Voortgangsrapport Vlaamse Veerkracht, december 2021)

6.3 Begrotingsuitvoering 2021 88. De uitgaven (bij uitvoering van de begroting) voor het relanceplan Vlaamse Veerkracht bedroegen vorig jaar € 476 mln. Drie vijfde van deze uitgaven waren ESR-aanrekenbaar (€ 292 mln), en worden daarmee verwerkt in het begrotingssaldo. Iets meer dan de helft van de totale middelen gingen naar Speerpunt 1 (verduurzaming van economie en samenleving) en 6 (de coronacrisis en Brexit beheren). Speerpunt 1 (verduurzaming van economie en samenleving), 2 (investeren in 52


infrastructuur) en 3 (Vlaanderen digitaal transformeren) omvatte vorig jaar bijna drie vierde van de totale ESR-uitgaven. Zie Tabel 33. Tabel 33: Vlaamse Veerkracht, begrotingsuitvoering 2021, ESR- en niet-ESR-uitgaven per speerpunt, in € dz en % Speerpunt SP1 SP2 SP3 SP4 SP5 SP6 SP7

Beschrijving

ESR

Verduurzaming van economie en samenleving Investeren in infrastructuur Vlaanderen digitaal transformeren Investeren in mensen en talenten Versterking van het Vlaams zorg- en welzijnssysteem De coronacrisis en Brexit beheren De overheid efficiënter maken Totaal Totaal (%)

100.234 52.191 59.263 21.575

63.271 13.550 4.884 15.697

43.657

78

13.465 1.538 291.923 61,30%

N-ESR

ESR + N- ESR + NESR ESR (%) 163.505 34,30% 65.741 13,80% 64.147 13,50% 37.272 7,80% 43.735

9,20%

87.258 100.723 21,10% -240 1.298 0,30% 184.499 476.422 100,00% 38,70% 100,00%

89. Aan de hand van de economische codes kunnen de ESR-uitgaven verder inhoudelijk opgedeeld worden. Daarbij dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de uitgaven van de departementen en deze van de geconsolideerde instellingen: enkel van de eerste wordt de economische bestemming van de uitgaven in dit overzicht verwerkt. Tabel 34:

Speerpunt SP1 SP2 SP3 SP4 SP5 SP6 SP7 Totaal Totaal (%)

Vlaamse Veerkracht, begrotingsuitvoering 2021, ESR-uitgaven per speerpunt, in € dz en %

Werking Subsidies Investeringen Overige ESR IS ESR ESR (%) 229 7.230 33.014 0 59.761 100.234 34,3% 81 0 37.231 146 14.733 52.191 17,9% 3.261 7.241 3.478 93 45.190 59.263 20,3% 2.749 9.788 97 13.438 -4.497 21.575 7,4% 16 1.990 0 404 41.247 43.657 15,0% 382 1.500 0 0 11.583 13.465 4,6% 969 0 0 0 569 1.538 0,5% 7.687 27.749 73.820 14.081 168.586 291.923 100,0% 2,6% 9,5% 25,3% 4,8% 57,8% 100,0%

Een kwart van de registreerde ESR-uitgaven (€ 74 mln) betreft investeringen (zowel directe overheidsinvesteringen en kapitaaloverdrachten ter ondersteuning van investeringen door derden). Deze investeringen zijn hoofdzakelijk te situeren bij Speerpunt 1 (verduurzaming van economie en samenleving) en 2 (investeren in infrastructuur). Subsidies (aan ondernemingen, vzw’s en gezinnen) vormen bijna een tiende (€ 28 mln) van de ESR-uitgaven in 2021. Het belangrijkste element zijn 53


echter de interne stromen, dus toelagen aan geconsolideerde instellingen: het gaat om bijna drie vijfde van de ESR-uitgaven (€ 169 mln). Zie Tabel 34. 90. Drie vijfde van de ESR-neutrale VV-uitgaven worden gerealiseerd via participaties en kredietverleningen (€ 123 mln). Het overige deel wordt gerealiseerd via toelagen aan geconsolideerde instellingen, die dus niet tot ESR-uitgaven leiden. De participaties binnen Speerpunt 6 (de coronacrisis en Brexit beheren) betreffen de LRM (€ 80 mln) en het welvaartsfonds (€ 5 mln), samen goed voor € 85 mln. De participaties binnen Speerpunt 1 (verduurzaming van economie en samenleving) betreffen € 24 mln voor Fidimec (Imec.x pands II investeringsfonds) en € 13 mln voor Finlab (uitbreiding van de casco Imec cleanroom extensie). Zie Tabel 35. Tabel 35: Vlaamse Veerkracht, begrotingsuitvoering 2021, ESR-neutrale uitgaven per speerpunt, in € dz en %

PA DEP

N-ESR IS

N-ESR

SP1

37.479

25.792

63.271

34,3%

SP2

152

13.398

13.550

7,3%

SP3

0

4.884

4.884

2,6%

SP4

0

15.697

15.697

8,5%

SP5

0

78

78

0,0%

SP6

85.000

2.258

87.258

47,3%

SP7

0

-240

-240

-0,1%

TOT

122.631

61.868

184.499 100,0%

33,5%

100,0%

66,5%

6.4 Herverdelingen 2022 91. De begrotingsaanpassing 2022 voorziet € 2,0 mld VAK (via een VAK-ruiter) en € 1,6 mld VEK voor het provisie-artikel Vlaamse Veerkracht. De VV-provisie blijft daarmee ongewijzigd ten opzichte van de ingediende begroting 2022. Op basis van de eind juni 2022 beschikbare gegevens werd € 451 mln VAK en € 239 mln VEK herverdeeld, bijna een vijfde van de beschikbare middelen beleidskredieten (VAK) en ongeveer een zevende van de betaalkredieten (VEK). De provisie Vlaamse Veerkracht wordt herverdeeld naar een brede waaier aan inhoudelijke structuurelementen (ISE) in verschillende beleidsdomeinen, waarmee de brede sociaaleconomische scope van het relanceplan Vlaamse Veerkracht tot uiting komt. De herverdeelde kredieten hebben vooral betrekking op infrastructuur, energie, welzijn, economie en onderwijs. Qua beleidskredieten wordt bijna drie vierde herverdeeld naar vier beleidsdomeinen: MOW (€ 108 mln), OMG (€ 74 mln), WVG (€ 72 mln) en EWI (€ 71 mln). Zie Tabel 36.

54


Tabel 36: Vlaamse overheid, inzet van de provisie Vlaamse Veerkracht 2022 via herverdelingen gedocumenteerd tot begin juni 2022, per inhoudelijk structuurelement (ISE), belangrijkste bestedingen, in € dz

BD ISE Beschrijving ISE C

CA PROVISIE VV 2022

E F

GROEI-ONDERSTEUNING KMO'S EN ED GROEIBEDRIJVEN FE HOGER ONDERWIJS

F G G G

FG GB GT GU

H J K

M Q

HB INVESTEREN IN INFRASTRUCTUUR JG DUURZAME ARBEIDSMARKT KB LAND- EN TUINBOUW MODI-OVERSCHRIJDEND MOBILITEITSML BELEID INVESTERINGEN WATERINFRASTRUCMV TUUR QK ENERGIE

Q

THEMA-OVERSCHRIJDEND INSTRUQO MENTARIUM OMGEVING

Q S S S S

QN SC SG SN SW

M

VAK

ONDERSTEUNING ONDERWIJSINSTELLINGEN EN ONDERWIJSVELD BELEIDSONDERSTEUNING SOCIALE BESCHERMING GEINTEGREERD GEZINSBELEID

OMGEVINGSBELEID RUIMTE EN MILIEU GELIJKE KANSEN BINNENLANDS BESTUUR DIGITALISERING TOERISME Overige

55

VEK

In % VAK

In % VEK

-450.646

-238.677

-100,00%

-100,00%

70.885 21.542

26.139 0

15,73% 4,78%

10,95% 0,00%

10.507 13.905 44.789 2.955

8.373 6.142 41.379 10.975

2,33% 3,09% 9,94% 0,66%

3,51% 2,57% 17,34% 4,60%

12.050 4.602 6.294

4.387 7.360 1.467

2,67% 1,02% 1,40%

1,84% 3,08% 0,61%

65.359

9.907

14,50%

4,15%

34.576 14.033

3.328 14.033

7,67% 3,11%

1,39% 5,88%

41.228

23.391

9,15%

9,80%

14.394 7.751 12.910 16.139 14.500 42.227

4.267 3.044 6.606 15.575 1.250 51.054

3,19% 1,72% 2,86% 3,58% 3,22% 9,37%

1,79% 1,28% 2,77% 6,53% 0,52% 21,39%


Bijlage: methodologische toelichting bij de SERV-ramingen Ontvangsten BFW-dotaties Voor de berekening van de ontvangsten (mee) bepaald door de BFW voor de periode 2021 tot 2024 worden de berekeningswijzen verduidelijkt in Tabel 37. De gedeeltelijke koppeling aan de bbp-groei bij de voorafnames op de PB, de dotaties ouderenzorg, gezondheidszorg, ziekenhuisinfrastructuur, middelen diverse bevoegdheden, werk en fiscale uitgaven is enkel van toepassing op het deel van de bbp-groei dat kleiner is dan 2,25%. Op het deel dat groter is dan een groei van 2,25% wordt een volledige koppeling (100%) toegepast. De SERV-raming houdt rekening met de in juni 2022 geactualiseerde bevolkingsvooruitzichten van het Federaal Planbureau. De laatste prognose gaat uit van een sterk opwaartse herziening van de bevolkingsgroei in 2022 door de oorlog in Oekraïne (vluchtelingen). Tabel 37: SERV-ramingen voor ontvangsten via de BFW (buiten regionale opcentiemen), berekeningswijze BFW-ontvangst FINANCIERING VAN HET UNIVERSITAIR ONDERWIJS VOOR BUITENLANDSE STUDENTEN (ARTIKEL 62 BIJZONDERE FINANCIERINGSWET) AANDEEL IN DE WINST VAN DE NATIONALE LOTERIJ (ARTIKEL 62BIS BIJZONDERE FINANCIERINGSWET) NATIONALE PLANTENTUIN VAN BELGIE (ARTIKEL 62TER BIJZONDERE FINANCIERINGSWET) (PM)

Berekeningswijze Universitair onderwijs dotatie t = Universitair onderwijs dotatie (t-1) * (1 + CPI t)

Cijfers afkomstig van de meerjarenraming 2021-2026.

Nationale plantentuin dotatie t = Nationale plantentuin dotatie (t-1) * (1 + CPI t) * (1 + reële bbp-groei t)

BTW-dotatie t = BTW-dotatie (t-1) * (1 + CPI t) * (1 + 0,91 * reële bbpgroei t) *(evolutie denataliteit)* (verdeelsleutel onderwijs t/verdeelsleutel onderwijs t-1) PB-dotatie t = PB-dotatie (t-1) * (1 + CPI t) * (1 + 0,55 * reële bbp-groei t) * VOORAFNAMES OP DE PB (aandeel gemeenschap in de personenbelasting t / aandeel gemeenschap in de personenbelasting t-1) Dotatie gezinsbijslag t = dotatie gezinsbijslag (t-1) * (1 + CPI t) * (1 + 0,25 DOTATIE GEZINSBIJSLAG (AR* reële bbp-groei per capita t) * (aantal 0 tot en met 18-jarigen t / aantal TIKEL 47/5 EN 47/6 BFW) 0 tot en met 18-jarigen t-1) VOORAFNAMES OP DE BTW

56


Dotatie ouderenzorg t = dotatie ouderenzorg (t-1) * (1 + CPI t) * (1 + 0,65 DOTATIE OUDERENZORG (AR* reële bbp-groei per capita t) * (aantal plus 80-jarigen t / aantal plus 80TIKEL 47/7 BFW) jarigen t-1 ) Dotatie gezondheidszorg t = dotatie gezondheidszorg (t-1) * (1 + CPI t) * DOTATIE GEZONDHEIDSZORG (1 + 0,65 * reële bbp-groei t) * (relatief aantal inwoners gemeenschap t / (ARTIKEL 47/8 BFW) relatief aantal inwoners gemeenschap t-1) DOTATIE ZIEKENHUISINFRA- Dotatie ziekenhuisinfrastructuur t = dotatie ziekenhuisinfrastructuur (t-1) STRUCTUUR (VANAF 2016) * (1 + CPI t) * (1 + 0,65 * reële bbp-groei t) *(relatief aantal inwoners ge(ARTIKEL 47/9 BFW) meenschap t / relatief aantal inwoners gemeenschap t-1) DOTATIE JUSTITIEHUIZEN (AR- Dotatie justitiehuizen t = dotatie justitiehuizen (t-1) * (1 + CPI t) * (1 + reTIKEL 47/10 BFW) ele bbp-groei t) DOTATIE INTERUNIVERSITAIRE ATTRACTIEPOLEN Dotatie interuniversitaire attractiepolen t = dotatie interuniversitaire at(VANAF 2018) (ARTIKEL 47/11 tractiepolen (t-1) * (1 + CPI t) * (1 + reële bbp-groei t) BFW) PERSONEEL REGISTRATIE- EN Dotatie personeel reg&erf t = dotatie personeel reg&erf (t-1) * (1 + CPI t) ERFBELASTINGEN PERSONEEL VERKEERSGEREDotatie personeel verkeer t = dotatie personeel verkeer (t-1) * (1 + CPI t) LATEERDE BELASTINGEN TOEGEWEZEN GEDEELTE VAN DE PB (ARTIKEL 35OCTIES Dotatie middelen diverse bevoegdheden t = dotatie middelen diverse beBFW) = middelen diverse be- voegdheden (t-1) * (1 + CPI t) * (1 + 0,55 * reële bbp-groei t) voegdheden Dotatie werk t = dotatie werk (t-1) * (1 + CPI t) * (1 + 0,55 * reële bbpDOTATIE WERK (ARTIKEL groei t) * (aandeel gewest in de personenbelasting t / aandeel gewest in 35NONIES BFW) de personenbelasting t-1) Dotatie fiscale uitgaven t = dotatie fiscale uitgaven (t-1) * (1 + CPI t) * (1 + DOTATIE FISCALE UITGAVEN 0,55 * reële bbp-groei t) * (aandeel gewest in de personenbelasting t / (ARTIKEL 35DECIES BFW) aandeel gewest in de personenbelasting t-1) OVERGANGSMECHANISME Het overgangsbedrag blijft constant in nominale termen tussen 2015 en GEWEST EN GEMEENSCHAP 2024 en wordt tussen 2025 tot en met 2034 lineair afgebouwd tot nul. (ARTIKEL 48/1,§2 BFW) PENDELDOTATIE (ARTIKEL 0 want vanaf 2018 als uitgave opgenomen en niet meer als minderont64QUATER BFW) vangst. Vanaf 2021 wordt de responsabiliseringsbijdrage bepaald door een bijdragepercentage toe te passen op de Vlaamse weddemassa betaald in het voorgaande kalenderjaar. Voor het begrotingsjaar 2021 is dat bijdragepercentage 30% van de RSZ-werkgeversbijdrage voor pensioenen van RESPONSABILISEjaar t-1. De huidige RSZ-werkgeversbijdrage pensioenen is 8,86%, wat reRINGSBIJDRAGE (G&G) (ART. sulteert in een bijdragepercentage van 2,66% voor 2021. Vanaf 2022 65QUINQUIES, §1 BFW) wordt het bijdragepercentage lineair opgetrokken met 10% zodat het vanaf 2028 gelijk is aan 100% van de RSZ-werkgeversbijdrage voor pensioenen. Cijfers afkomstig van de meerjarenraming 2021-2026. Vanaf 2022 wordt het responsabiliseringsmechanisme geregistreerd als een uitgave in plaats van een (minder)ontvangst. PERSONEEL AUTOMATISCHE ONTSPANNINGSTOESTELLEN, SPELEN EN WEDDENSCHAP- Dotatie personeel spelen t = dotatie personeel spelen (t-1) + (1 + CPI t) PEN EN OPENINGSBELASTING

57


Gewestbelastingen De SERV-raming van de gewestbelastingen is qua aanpak gebaseerd op de parameters zoals beschreven in de Algemene Toelichtingen van de begrotingen 2022 en de MJR 2021-2026. Een aantal parameters worden bijgesteld om rekening te houden met de gerealiseerde gewestbelastingen in 2021 (begrotingsuitvoering) en de gewijzigde macro-economische omstandigheden. De resultaten van de gewestbelastingen in de aangepaste begroting 2022 worden steeds als startbasis genomen voor de SERV-ramingen. Verkooprecht Bij de SERV-raming van het verkooprecht voor begrotingsjaar 2022 worden de resultaten van de BA 2022 overgenomen: 𝑆𝐸𝑅𝑉2022 = 𝐵𝐴20222022 Bij de SERV-raming van het verkooprecht voor begrotingsjaren 2023 en 2024 worden de parameters van de MJR 2021-2026 overgenomen (d.w.z. volume-effect = 2,9% en prijseffect = inflatie): 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) (1 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) 𝑆𝐸𝑅𝑉2023 = 𝑆𝐸𝑅𝑉2022 ∗ (1 + 𝑖𝑛𝑓𝑙2023 ∗ + 𝑣𝑜𝑙𝑢𝑚𝑒2023 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) (1 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) 𝑆𝐸𝑅𝑉2024 = 𝑆𝐸𝑅𝑉2023 ∗ (1 + 𝑖𝑛𝑓𝑙2024 ∗ + 𝑣𝑜𝑙𝑢𝑚𝑒2024

Verdeelrecht Bij de SERV-raming van het verdeelrecht voor begrotingsjaar 2022 worden de resultaten van de BA 2022 overgenomen: 𝑆𝐸𝑅𝑉2022 = 𝐵𝐴20222022 Bij de SERV-raming van het verdeelrecht voor begrotingsjaren 2023 en 2024 worden de parameters van de MJR 2021-2026 overgenomen (d.w.z. groei gemiddeld recht = inflatie): 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) 𝑆𝐸𝑅𝑉2023 = 𝑆𝐸𝑅𝑉2022 ∗ (1 + 𝑖𝑛𝑓𝑙2023 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) 𝑆𝐸𝑅𝑉2024 = 𝑆𝐸𝑅𝑉2023 ∗ (1 + 𝑖𝑛𝑓𝑙2024

Hypotheekrecht Bij de SERV-raming van het hypotheekrecht voor begrotingsjaar 2022 worden de resultaten van de BA 2022 overgenomen: 𝑆𝐸𝑅𝑉2022 = 𝐵𝐴20222022

58


Bij de SERV-raming van het hypotheekrecht voor begrotingsjaren 2023 en 2024 worden de parameters van de MJR 2021-2026 overgenomen (d.w.z. groei gemiddeld recht = inflatie): 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) 𝑆𝐸𝑅𝑉2023 = 𝑆𝐸𝑅𝑉2022 ∗ (1 + 𝑖𝑛𝑓𝑙2023 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) 𝑆𝐸𝑅𝑉2024 = 𝑆𝐸𝑅𝑉2023 ∗ (1 + 𝑖𝑛𝑓𝑙2024

Erfbelasting Bij de SERV-raming van het erfrecht voor begrotingsjaar 2022 worden de resultaten van de BA 2022 overgenomen: 𝑆𝐸𝑅𝑉2022 = 𝐵𝐴20222022 Volgens de Algemene Toelichting van de BA 2022 omvat de raming van de ontvangsten uit de erfbelasting 2022 eenmalige effecten (= bijkomende overlijdens in 2021 en 2022). Aangezien de SERV-raming van het erfrecht voor 2023 en 2024 de BA 2022 als startbasis neemt, worden de bijkomende overlijdens in 2021 en 2022 impliciet meegenomen in de SERV-raming. Bij gebrek aan concrete gegevens kunnen deze eenmalige effecten niet uit de SERV-raming verwijderd worden. Ter compensatie gaat de SERV-raming niet uit van een bijkomende groei van de overlijdens in 2023 en 202415. Conform de MJR 2021-2026 wordt tenslotte verondersteld dat het gemiddeld vermogen aangroeit à rato van de inflatie: 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) 𝑆𝐸𝑅𝑉2023 = 𝑆𝐸𝑅𝑉2022 ∗ (1 + 𝑖𝑛𝑓𝑙2023 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) 𝑆𝐸𝑅𝑉2024 = 𝑆𝐸𝑅𝑉2023 ∗ (1 + 𝑖𝑛𝑓𝑙2024

Schenkbelasting Bij de SERV-raming van de schenkbelasting voor begrotingsjaar 2022 worden de resultaten van de BA 2022 overgenomen: 𝑆𝐸𝑅𝑉2022 = 𝐵𝐴20222022 Bij de SERV-raming van de schenkbelasting voor begrotingsjaren 2023 en 2024 worden de parameters van de MJR 2021-2026 overgenomen (d.w.z. groei gemiddelde schenking = inflatie): 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) 𝑆𝐸𝑅𝑉2023 = 𝑆𝐸𝑅𝑉2022 ∗ (1 + 𝑖𝑛𝑓𝑙2023 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) 𝑆𝐸𝑅𝑉2024 = 𝑆𝐸𝑅𝑉2023 ∗ (1 + 𝑖𝑛𝑓𝑙2024

15

De MJR 2021-2026 gaat uit van een jaarlijkse groei van het aantal overlijdens van 0,4% in 2023 en 2024.

59


Onroerende voorheffing Bij de SERV-raming van de onroerende voorheffing voor begrotingsjaar 2022 worden de resultaten van de BA 2022 overgenomen: 𝑆𝐸𝑅𝑉2022 = 𝐵𝐴20222022 Bij de SERV-raming van de onroerende voorheffing voor begrotingsjaren 2023 en 2024 worden de parameters van de MJR 2021-2026 overgenomen (d.w.z. indexatie = inflatie (t-2) en groei KI = +0,6%): 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) (1 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) 𝑆𝐸𝑅𝑉2023 = 𝑆𝐸𝑅𝑉2022 ∗ (1 + 𝑖𝑛𝑓𝑙2021 ∗ + 𝑔𝑟𝑜𝑒𝑖 𝐾𝐼2023 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) (1 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) 𝑆𝐸𝑅𝑉2024 = 𝑆𝐸𝑅𝑉2023 ∗ (1 + 𝑖𝑛𝑓𝑙2022 ∗ + 𝑔𝑟𝑜𝑒𝑖 𝐾𝐼2024

Verkeersbelasting Bij de SERV-raming van de verkeersbelasting voor begrotingsjaar 2022 worden de resultaten van de BA 2022 gecorrigeerd voor de toegenomen inflatie: 𝑆𝐸𝑅𝑉2022 = 𝐵𝐴20222022 ∗

𝑆𝐸𝑅𝑉 ) (1+𝑖𝑛𝑓𝑙2022 𝐵𝐴2021 ) (1+𝑖𝑛𝑓𝑙2022

Bij de SERV-raming van de verkeersbelasting voor begrotingsjaren 2023 en 2024 worden sommige parameters van de MJR 2021-2026 bijgesteld. Het milderen van het vergroeningseffect vastgesteld bij de BA 2022 (+1 procentpunt ten opzichte van de BO 2022) wordt doorgetrokken naar 2023 en 2024 (d.w.z. SERV-raming: vergroening (2023) = -1,5% en vergroening (2024) = -1%16). Daarnaast wordt verondersteld dat het wagenpark in de jaren 2023 en 2024 niet meer zal aangroeien17 (zie ook de raming van de Belasting op inverkeerstelling): 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) (1 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) 𝑆𝐸𝑅𝑉2023 = 𝑆𝐸𝑅𝑉2022 ∗ (1 + 𝑖𝑛𝑓𝑙2023 ∗ + 𝑣𝑒𝑟𝑔𝑟𝑜𝑒𝑛𝑖𝑛𝑔2023 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) (1 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) 𝑆𝐸𝑅𝑉2024 = 𝑆𝐸𝑅𝑉2023 ∗ (1 + 𝑖𝑛𝑓𝑙2024 ∗ + 𝑣𝑒𝑟𝑔𝑟𝑜𝑒𝑛𝑖𝑛𝑔2024

Belasting op inverkeerstelling Bij de SERV-raming van de inverkeerstelling voor begrotingsjaar 2022 worden de resultaten van de BA 2022 overgenomen18:

16

De MJR 2021-2026 gaat uit van een vergroeningseffect van -2,5% en -2% voor respectievelijk 2023 en 2024.

17

De MJR 2021-2026 gaat uit van een jaarlijkse groei van het wagenpark met 1% in 2023 en 2024.

18

In de BA 2022 wordt verondersteld dat het aantal inschrijvingen 6% lager ligt ten opzichte van de begrotingsopmaak. In haar onderzoek naar de begrotingsaanpassing 2022 vraagt het Rekenhof zich af of de daling van 6% wel voldoende

60


𝑆𝐸𝑅𝑉2022 = 𝐵𝐴20222022 Bij de SERV-raming van de ontvangsten inverkeerstelling voor begrotingsjaren 2023 en 2024 wordt uitgegaan van een jaarlijkse groei van het aantal inschrijvingen met respectievelijk +1% en +2% (= gedeeltelijk herstel automarkt ten opzichte van de krimp van 6% in 2022). In 2024 ligt het aantal inschrijvingen in de SERV-raming daarmee nog steeds ongeveer 3% lager dan in de MJR 2021-202619. De overige parameters uit de MJR 2021-2026 worden wel overgenomen (d.w.z. indexatie = inflatie en vergroening (2023) = -1,25%): 𝑆𝐸𝑅𝑉 𝑆𝐸𝑅𝑉 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) ∗ (1 + 𝑣𝑜𝑙𝑢𝑚𝑒2023 ) 𝑆𝐸𝑅𝑉2023 = 𝑆𝐸𝑅𝑉2022 ∗ (1 + 0.4 ∗ 𝑖𝑛𝑓𝑙2023 ) ∗ (1 + 𝑣𝑒𝑟𝑔𝑟𝑜𝑒𝑛𝑖𝑛𝑔2023 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) 𝑆𝐸𝑅𝑉 𝑆𝐸𝑅𝑉2024 = 𝑆𝐸𝑅𝑉2023 ∗ (1 + 0.4 ∗ 𝑖𝑛𝑓𝑙2024 ∗ (1 + 𝑣𝑜𝑙𝑢𝑚𝑒2024 )

Kilometerheffing Bij de SERV-raming van de kilometerheffing voor begrotingsjaar 2022 worden de resultaten van de BA 2022 gecorrigeerd voor het aantal kilometers (=reële bbp-groei):

𝑆𝐸𝑅𝑉2022 = 𝐵𝐴20222022 ∗

𝑆𝐸𝑅𝑉 ) (1 + 𝑏𝑏𝑝2022 𝐵𝐴2021 (1 + 𝑏𝑏𝑝2022 )

Bij de SERV-raming van de kilometerheffing voor begrotingsjaren 2023 en 2024 worden de parameters van de MJR 2021-2026 overgenomen (d.w.z. indexatie = inflatie, aantal kilometers = reële bbp-groei en vergroening = -0,7% voor 2023 en -0,6% voor 2024): 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) (1 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) (1 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) 𝑆𝐸𝑅𝑉2023 = 𝑆𝐸𝑅𝑉2022 ∗ (1 + 𝑖𝑛𝑓𝑙2023 ∗ + 𝑏𝑏𝑝2023 ∗ + 𝑣𝑒𝑟𝑔𝑟𝑜𝑒𝑛𝑖𝑛𝑔2023 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) (1 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) (1 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) 𝑆𝐸𝑅𝑉2024 = 𝑆𝐸𝑅𝑉2023 ∗ (1 + 𝑖𝑛𝑓𝑙2024 ∗ + 𝑏𝑏𝑝2024 ∗ + 𝑣𝑒𝑟𝑔𝑟𝑜𝑒𝑛𝑖𝑛𝑔2024

Spelen en weddenschappen Bij de SERV-raming van de belasting op spelen en weddenschappen voor begrotingsjaar 2022 worden de resultaten van de BA 2022 overgenomen: 𝑆𝐸𝑅𝑉2022 = 𝐵𝐴20222022 Bij de SERV-raming van de belasting op spelen en weddenschappen voor begrotingsjaren 2023 en 2024 worden de parameters van de MJR 2021-2026 overgenomen (d.w.z. jaarlijkse groei = 4,8%):

rekening houdt met de evolutie die blijkt uit de effectieve cijfers van het aantal inschrijvingen. Bij gebrek aan meer concrete gegevens wordt deze opmerkingen niet meegenomen in de SERV-ramingen. 19

De MJR 2021-2026 hield het aantal inschrijving constant op het niveau van de BO 2022.

61


𝑆𝐸𝑅𝑉2023 = 𝑆𝐸𝑅𝑉2022 (1 + 4,8%) 𝑆𝐸𝑅𝑉2024 = 𝑆𝐸𝑅𝑉2023 ∗ (1 + 4,8%) Belasting op automatische ontspanningstoestellen Bij de SERV-raming van de belasting op automatische ontspanningstoestellen voor begrotingsjaar 2022 worden de resultaten van de BA 2022 overgenomen: 𝑆𝐸𝑅𝑉2022 = 𝐵𝐴20222022 Bij de SERV-raming van de belasting op automatische ontspanningstoestellen voor begrotingsjaren 2023 en 2024 worden de parameters van de MJR 2021-2026 overgenomen (d.w.z. groei = inflatie): 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) 𝑆𝐸𝑅𝑉2023 = 𝑆𝐸𝑅𝑉2022 ∗ (1 + 𝑖𝑛𝑓𝑙2023 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) 𝑆𝐸𝑅𝑉2024 = 𝑆𝐸𝑅𝑉2023 ∗ (1 + 𝑖𝑛𝑓𝑙2024

Bruto-opcentiemen Bij de SERV-raming van de bruto-opcentiemen voor begrotingsjaar 2022 worden de resultaten van de BA 2022 overgenomen (gebaseerd op de mededeling van de FOD Financiën van 17 maart 2022). De raming van de bruto-opcentiemen voor begrotingsjaar 2022 hebben betrekking op het inkomstenjaar 2021. De ontvangsten uit de bruto-opcentiemen liggen in de aangepaste begroting BA 2022 lager ten opzichte van de initiële begroting BO 2022, omdat de nominale inkomens in 2021 minder sterk aangegroeid zijn dan aanvankelijk geraamd. Bij de SERV-raming van de bruto-opcentiemen voor begrotingsjaren 2023 en 2024 worden de resultaten van de MJR 2021-2026 aangepast. De raming van de voorschotten van de bruto-opcentiemen van de BO 2022 zijn gebaseerd op de raming van de belasting Staat voor het aanslagjaar 2022 (FOD Financiën, mededeling van 23 september 2021 ). Bovendien heeft de FOD Financiën – op 4 oktober 2021 - op verzoek van de gewesten een meerjarenraming van de Belasting Staat opgesteld. Laatstbedoelde meerjarenraming vertrekt van de mededeling van 23 september 2021 en is op zich gebaseerd op de Economische Vooruitzichten van het Federale Planbureau van 24 juni 2021 en de Regionale Economische Vooruitzichten van het Federale Planbureau van 16 juli 2021. De SERV-raming voor begrotingsjaren 2023 en 2024 corrigeert de ontvangsten uit de bruto-opcentiemen (voorschotten en afrekeningen) van de MJR 2021-2026 voor de bovengenoemde lager geraamde inkomensgroei van 2021. Vervolgens worden bruto-opcentiemen van de MJR 20212026 aangepast aan de veranderde macro-economische parameters (inflatie en reële bbp-groei). Formeel: 𝑆𝐸𝑅𝑉 𝐵𝐴2022 𝑂𝑝𝑐2022 = 𝑂𝑝𝑐2022

62


𝑀𝐽𝑅 𝑆𝐸𝑅𝑉 𝑂𝑝𝑐2023 = 𝑂𝑝𝑐2023 ∗ 𝐶𝑜𝑟𝑟𝑒𝑐𝑡𝑖𝑒2021 ∗ 𝐶𝑜𝑟𝑟𝑒𝑐𝑡𝑖𝑒2022 𝑀𝐽𝑅 𝑆𝐸𝑅𝑉 𝑂𝑝𝑐2024 = 𝑂𝑝𝑐2024 ∗ 𝐶𝑜𝑟𝑟𝑒𝑐𝑡𝑖𝑒2021 ∗ 𝐶𝑜𝑟𝑟𝑒𝑐𝑡𝑖𝑒2022 ∗ 𝐶𝑜𝑟𝑟𝑒𝑐𝑡𝑖𝑒2023

Met, 𝐶𝑜𝑟𝑟𝑒𝑐𝑡𝑖𝑒2021 als de correctie voor de lager geraamde nominale inkomensgroei in 2021, waarbij 𝐶𝑜𝑟𝑟𝑒𝑐𝑡𝑖𝑒2021 =

𝐵𝐴2022 −𝑂𝑝𝑐 𝐵𝑂2022 𝑂𝑝𝑐2022 2022 20 ; 𝐵𝑂2022 𝑂𝑝𝑐2022

𝐶𝑜𝑟𝑟𝑒𝑐𝑡𝑖𝑒2022 als de correctie voor de gewijzigde macro-economische omstandigheden in 𝑆𝐸𝑅𝑉 1+𝑖𝑛𝑓𝑙2022

2022, waarbij 𝐶𝑜𝑟𝑟𝑒𝑐𝑡𝑖𝑒2022 = (

𝑀𝐽𝑅 1+𝑖𝑛𝑓𝑙2022

∗

𝑆𝐸𝑅𝑉 1+𝑒𝑙𝑎𝑠2022 ∗𝑏𝑏𝑝2022 𝑀𝐽𝑅

1+𝑒𝑙𝑎𝑠2022 ∗𝑏𝑏𝑝2022

);

𝐶𝑜𝑟𝑟𝑒𝑐𝑡𝑖𝑒2023 als de correctie voor de gewijzigde macro-economische omstandigheden in 𝑆𝐸𝑅𝑉 1+𝑖𝑛𝑓𝑙2023

2022, waarbij 𝐶𝑜𝑟𝑟𝑒𝑐𝑡𝑖𝑒2023 = (

𝑀𝐽𝑅 1+𝑖𝑛𝑓𝑙2023

∗

𝑆𝐸𝑅𝑉 1+𝑒𝑙𝑎𝑠2022 ∗𝑏𝑏𝑝2023 𝑀𝐽𝑅

1+𝑒𝑙𝑎𝑠2023 ∗𝑏𝑏𝑝2023

);

𝑒𝑙𝑎𝑠𝑡 als de geraamde elasticiteit van de reële bbp-groei en de groei van de bruto-opcentiemen, waarbij 𝑒𝑙𝑎𝑠𝑡 = (

𝑀𝐽𝑅

𝑂𝑝𝑐𝑡

𝑀𝐽𝑅

𝑂𝑝𝑐𝑡−1

) ∗ ((

1 𝑀𝐽𝑅

1+𝑖𝑛𝑓𝑙𝑡−1

𝑀𝐽𝑅 21 ) − 1)⁄𝑏𝑏𝑝t−1 .

Overige ontvangsten Bij de SERV-raming van de overige ontvangsten (= instellingen, toegewezen en niet-toegewezen niet-fiscale ontvangsten, exclusief ontvangsten Vlaamse Veerkracht) voor begrotingsjaar 2022 worden de resultaten van de BA 2022 en de MJR 2021-2026 overgenomen: 𝑆𝐸𝑅𝑉2022 = 𝐵𝐴20222022 𝑆𝐸𝑅𝑉2023 = 𝑀𝐽𝑅2023 𝑆𝐸𝑅𝑉2024 = 𝑀𝐽𝑅2024 Er wordt verondersteld dat bijkomende toegewezen ontvangsten (bv. klimaatfonds) resulteren in bijkomende uitgaven van eenzelfde grootorde, dus zonder impact op het vorderingensaldo.

20

Bij de berekening van de correctie voor de inkomensgroei in 2021 wordt geen rekening gehouden met de afrekeningen van vorige aanslagjaren omdat deze geen relatie hebben met het inkomstenjaar 2021.

21

Waarbij geassumeerd wordt dat de bruto-opcentiemen in begrotingsjaar t aangroeien met de inflatie in jaar t-1 en een factor (=elasticiteit) van de reële economische groei in jaar t-1. Formeel, 𝑂𝑝𝑐𝑡 = 𝑂𝑝𝑐𝑡−1 ∗ (1 + 𝑖𝑛𝑓𝑙𝑡−1 ) ∗ (1 + 𝑒𝑙𝑎𝑠𝑡 ∗ 𝑏𝑏𝑝𝑡−1 ).

63


Resultaten Tabel 38: Vlaamse begroting, belangrijkste ontvangstencategorieën, BA 2022, MJR 2021-2026 en SERV-actualisatie, in € dz

Bruto opcentiemen BFW-dotaties Afrekeningen dotaties Gewestbelastingen Instellingen Overige ontvangsten Ontvangsten Vlaamse Veerkracht Totaal

BA 2022 SERV 2022 8.159.601 8.159.601 28.981.509 28.981.509 759.983 759.983 7.455.366 7.480.543 5.005.458 5.005.458 1.058.588 1.058.588 639.300 644.590 52.059.805 52.090.271

delta MJR 2023 SERV 2023 delta MJR 2024 SERV 2024 delta 0 8.631.175 8.933.330 302.155 8.867.183 9.326.998 459.815 0 28.537.052 31.030.758 2.493.706 29.329.546 31.955.510 2.625.964 0 0 632.676 632.676 0 0 0 25.177 7.448.558 7.805.004 356.446 7.671.140 8.053.848 382.708 0 4.338.588 4.338.588 0 4.302.654 4.302.654 0 0 966.239 966.239 0 1.089.886 1.089.886 0 5.290 634.640 428.431 -206.209 373.980 322.220 -51.760 30.466 50.556.252 54.135.025 3.578.773 51.634.389 55.051.117 3.416.728

Tabel 39: Vlaamse begroting, gewestbelastingen, BA 2022, MJR 2021-2026 en SERV-actualisatie, in € dz

Verkooprecht Verdeelrecht Recht op hypotheekvestiging Schenkbelasting Erfbelasting excl. fiscale regularisaties Erfbelasting fiscale regularisaties Onroerende voorheffing Verkeersbelasting Belasting op inverkeerstelling Kilometerheffing Spelen en weddenschappen Automatische ontspanningstoestellen Totaal

BA 2022 2.836.264 88.091 174.105 433.850

SERV 2022 2.836.264 88.091 174.105 433.850

delta

MJR 2023 SERV 2023 2.956.007 3.020.664 85.060 91.174 189.557 180.199 403.793 449.035

delta MJR 2024 SERV 2024 64.657 3.104.294 3.164.212 6.114 86.506 92.815 -9.358 192.779 183.442 45.242 410.657 457.117

delta 59.918 6.309 -9.337 46.460

1.612.223 1.743 288.476 1.111.450 254.038 570.219 62.907

1.612.223 1.743 288.476 1.138.841 254.038 568.005 62.907

0 0 0 27.391 0 -2.214 0

1.524.555 0 296.497 1.064.437 274.828 564.571 66.792

1.668.651 0 297.288 1.161.020 256.918 591.359 65.927

144.096 0 791 96.583 -17.910 26.788 -865

1.556.674 0 302.361 1.071.490 276.697 576.839 69.998

1.698.687 0 323.296 1.170.099 263.944 607.965 69.091

142.013 0 20.935 98.609 -12.753 31.126 -907

22.000 7.455.366

22.000 7.480.543

0 22.462 25.177 7.448.559

22.770 7.805.004

308 22.844 356.445 7.671.139

23.180 8.053.848

336 382.709

0 0 0 0

64


Uitgaven Index (inflatie) Begrotingsjaar 2022 De inflatie beïnvloedt de Vlaamse uitgaven via 1\ het moment van overschrijding van de spilindex door de evolutie van de afgevlakte gezondheidsindex (indexatie binnen indexprovisie), en 2\ via de evolutie van de gezondheidsindex GZI (indexatie buiten indexprovisie). Vertrekbasis bij de begroting BA 2022 zijn de inflatievooruitzichten op 5 april 2022 gepubliceerd door het Federaal Planbureau (GZI = 7,1% in 2022 en GZI = 3,1% voor 2023). In 2022 werd de spilindex reeds overschreven in februari en april. De inflatievooruitzichten van april 2022 gaan uit van een volgende overschrijding van de spilindex in november 2022 en april 2023. Op basis van de recente vooruitzichten van het Federaal Planbureau (juni 2022) zou de spilindex in september 2022 (i.p.v. november 2022 zoals bij de BA 2022) en januari 202322 (i.p.v. april 2023 zoals bij de BA 2022) overschreden worden. De Algemene Toelichting van de BA 2022 raamt het effect van een afwijking van de overschrijding van de spilindex met één of meerdere maanden. In de SERV-raming stijgen de ESR-uitgaven van begrotingsjaar 2022 door de snellere overschrijding van de spilindex met € 108,7 mln. Zie Tabel 40 en Tabel 41. Tabel 40: Vlaamse begroting, impact op ESR-uitgaven 2022, wijziging overschrijding spilindex 118,36, in € dz (bron: Algemene Toelichting BA 2022)

Overschrijding spilindex (118,36) augustus 2022 Overschrijding spilindex (118,36) september 2022 Overschrijding spilindex (118,36) oktober 2022 Overschrijding spilindex (118,36) december 2022 Overschrijding spilindex (118,36) januari 2023 Overschrijding spilindex (118,36) februari 2023

Delta indexprovisie t.o.v. BA 2022 126.075 82.499 37.655 -8.863 -8.863 -22.572

Volgens de Algemene Toelichting van de BA 2022 stijgen de Vlaamse uitgaven met € 3,1 mln 23 bij een stijging van de GZI met 10 basispunten. Deze stijging van de uitgaven komt bovenop het bovenvermelde effect van het overschrijden van de spilindex. De GZI zou in de laatste prognose van het Federaal Planbureau doorstijgen tot 7,6% (+50 basispunten ten opzichte van de BA 2022), wat

22

23

De overschrijding in januari 2023 heeft een effect op de uitgaven van 2022 omdat de salarissen van de maanden maart, april en mei de referentiemaanden zijn voor het berekenen van het vakantiegeld 2023 dat ESR-aanrekenbaar is op 2022. Concreet: € 0,041 mln via werkingskredieten en € 3,087 mln via loonkredieten.

65


resulteert in een stijging van de uitgaven met € 16 mln. In totaal stijgen de ESR-uitgaven voor begrotingsjaar 2022 in de SERV-raming door de toegenomen inflatie met € 124 mln. Tabel 41: Vlaamse begroting, impact op ESR-uitgaven 2022, wijziging overschrijding spilindex 118,36, in € dz (bron: Algemene Toelichting BA 2022)

Overschrijding spilindex (120,73) januari 2023 Overschrijding spilindex (120,73) februari 2023 Overschrijding spilindex (120,73) maart 2023

Delta indexprovisie t.o.v. BA 2022 26.179 12.195 724

Begrotingsjaren 2023-2024 Om de impact van de fors toegenomen inflatie op de Vlaamse uitgaven voor begrotingsjaren 2023 en 2024 te ramen, wordt beroep gedaan op studiewerk van de Expertengroep Uitgavennormering onder voorzitterschap van voormalig Vlaams minister van Financiën Wivina Demeester. Deze Expertengroep heeft in september 2020 in opdracht van de Vlaamse Regering een eerste rapport voor een Vlaamse uitgavennorm uitgewerkt24. In dat rapport wordt dieper ingegaan op de verschillende impact van de inflatie op de ontvangsten- dan wel uitgavenzijde van de Vlaamse begroting. Er wordt geraamd dat de Vlaamse uitgaven stijgen met 1,16% bij een verwachte gemiddelde stijging van de Gezondheidsindex (GZI) met 2%, indien de werkingskredieten niet geïndexeerd worden. Indien de werkingskredieten wel worden geïndexeerd stijgen de uitgaven met 1,29%. In de SERV-ramingen wordt de verhouding 1,16% / 2,00% = 58% gehanteerd om de impact van de inflatie op de Vlaamse uitgaven te ramen: de vanaf 2021 gecumuleerde verschillen in de gezondheidsindex gehanteerd in de MJR 2021-2026 en in de SERV-raming (Tabel 42) (1) worden vermenigvuldigd met 58% (2) en de primaire uitgaven van begrotingsjaar t (3) 25. Het is belangrijk om rekening te houden met de stijging van de gezondheidsindex in 2021 ten opzichte van de gehanteerde GZI in de MJR 2021-2026. Zo resulteert de (in de MJR 2021-2026 niet voorziene) indexoverschrijding van december 2021 in bijkomende uitgaven via de diverse indexmechanismen. Voor 2023 en 2024 vertrekken we van de MJR 2021-2026: 𝑀𝐽𝑅 𝑆𝐸𝑅𝑉 𝑆𝐸𝑅𝑉 𝑃𝑟𝑖𝑚𝑈𝑖𝑡𝑔2023 = 𝑃𝑟𝑖𝑚𝑈𝑖𝑡𝑔2023 + ∆𝑃𝑟𝑖𝑚𝑈𝑖𝑡𝑔2023

24

Zie: https://fin.vlaanderen.be/vlaamse-uitgavennorm/. De vermelde cijfers zijn afkomstig uit een recente actualisering van dit rapport, waardoor de verhouding tussen de gezondheidsindex en de uitgavengroei door inflatie iets wijzigt.

25

De uitgaven voor het relanceplan Vlaamse Veerkracht worden niet meegerekend in de primaire uitgaven.

66


𝑆𝐸𝑅𝑉 𝐵𝐴2022 ∆𝑃𝑟𝑖𝑚𝑈𝑖𝑡𝑔2023 = 𝑃𝑟𝑖𝑚𝑈𝑖𝑡𝑔2022 ∗ 0,58 𝑀𝐽𝑅 𝑀𝐽𝑅 𝑀𝐽𝑅 𝑆𝐸𝑅𝑉 𝑆𝐸𝑅𝑉 𝑆𝐸𝑅𝑉 ∗ (𝐺𝑍𝐼2021 − 𝐺𝑍𝐼2021 + 𝐺𝑍𝐼2022 − 𝐺𝑍𝐼2022 + 𝐺𝑍𝐼2023 − 𝐺𝑍𝐼2023 ) 𝑀𝐽𝑅 𝑆𝐸𝑅𝑉 𝑆𝐸𝑅𝑉 𝑃𝑟𝑖𝑚𝑈𝑖𝑡𝑔2024 = 𝑃𝑟𝑖𝑚𝑈𝑖𝑡𝑔2024 + ∆𝑃𝑟𝑖𝑚𝑈𝑖𝑡𝑔2024 𝑆𝐸𝑅𝑉 𝐵𝐴2022 ∆𝑃𝑟𝑖𝑚𝑈𝑖𝑡𝑔2024 = 𝑃𝑟𝑖𝑚𝑈𝑖𝑡𝑔2022 ∗ 0,58 𝑀𝐽𝑅 𝑀𝐽𝑅 𝑀𝐽𝑅 𝑀𝐽𝑅 𝑆𝐸𝑅𝑉 𝑆𝐸𝑅𝑉 𝑆𝐸𝑅𝑉 𝑆𝐸𝑅𝑉 ∗ (𝐺𝑍𝐼2021 − 𝐺𝑍𝐼2021 + 𝐺𝑍𝐼2022 − 𝐺𝑍𝐼2022 + 𝐺𝑍𝐼2023 − 𝐺𝑍𝐼2023 + 𝐺𝑍𝐼2024 − 𝐺𝑍𝐼2024 )

Tabel 42: België, gehanteerde GZI bij de MJR 2021-2026 en SERV-raming, in % en %-punt 2021

2022

2023

2024

GZI, MJR 2021-2026, sep 2021 FPB

1,60%

2,10%

1,80%

1,80%

GZI, SERV-raming, jun 2022 FPB

2,01%

7,60%

3,60%

1,80%

GZI, delta

0,41%

5,50%

1,80%

0,00%

GZI, delta, gecumuleerd

0,41%

5,91%

7,71%

7,71%

Rente Bij de SERV-raming van de rente-uitgaven wordt rekening gehouden met veranderingen in het schuldniveau en met veranderingen in de rentevoet. Verandering in het schuldniveau De Vlaamse schuld binnen de SERV-raming ligt lager dan de Vlaamse schuld binnen de MJR 20212026. De MJR 2021-2026 (ingediend oktober 2021) neemt het schuldniveau uit de BA 2021 als vertrekbasis. In de BA 2021 wordt de Vlaamse schuld geraamd op € 33,2 mld euro (exclusief de ziekenhuisschuld A1/A3), of een stijging met € 6,5 mld ten opzichte van 2020. Uit de realisatiecijfers blijkt dat de Vlaamse schuld in 2021 echter minder sterk toegenomen is, tot € 29,2 mld of een stijging met € 3,4 mld ten opzichte van 2020. Daarnaast impliceren de door de SERV lager geraamde tekorten voor begrotingsjaren 2023 en 2024 ten gevolge van de bijkomende inflatieontvangsten een minder sterke schuldaangroei (ten opzichte van de MJR 2021-2026). In de SERV-raming worden de rente-uitgaven pro-rata aangepast aan de verandering in het geraamde schuldniveau. Formeel, ∆𝑅𝑒𝑛𝑡𝑒𝑡𝑠𝑐ℎ𝑢𝑙𝑑 = (

𝑅𝑒𝑛𝑡𝑒𝑡𝑀𝐽𝑅 𝑀𝐽𝑅 𝑆𝑐ℎ𝑢𝑙𝑑𝑡−1

𝑀𝐽𝑅 𝑆𝐸𝑅𝑉 ) ∗ (𝑆𝑐ℎ𝑢𝑙𝑑𝑡−1 − 𝑆𝑐ℎ𝑢𝑙𝑑𝑡−1 )

Met, ∆𝑅𝑒𝑛𝑡𝑒𝑡𝑠𝑐ℎ𝑢𝑙𝑑 = de verandering in rente-uitgaven in de SERV-raming ten gevolge van de verandering in het schuldniveau; 67


𝑀𝐽𝑅 𝑆𝐸𝑅𝑉 (𝑆𝑐ℎ𝑢𝑙𝑑𝑡−1 − 𝑆𝑐ℎ𝑢𝑙𝑑𝑡−1 ) = het verschil tussen de SERV-raming van de Vlaamse schuld 𝑀𝐽𝑅 𝑆𝐸𝑅𝑉 (𝑆𝑐ℎ𝑢𝑙𝑑𝑡−1 ) en de schuld uit de MJR 2021-2026 ( 𝑆𝑐ℎ𝑢𝑙𝑑𝑡−1 ); 𝑀𝐽𝑅

(

𝑅𝑒𝑛𝑡𝑒𝑡

𝑀𝐽𝑅

) = de impliciete rente op de uitstaande schuld, berekend als de rente-uitgaven

𝑆𝑐ℎ𝑢𝑙𝑑𝑡−1 (𝑅𝑒𝑛𝑡𝑒𝑡𝑀𝐽𝑅 )

𝑀𝐽𝑅 die betaald worden op de schuld van het voorgaande jaar (𝑆𝑐ℎ𝑢𝑙𝑑𝑡−1 ).

De verandering in de rente-uitgaven ten gevolge van de verandering in het schuldniveau wordt niet berekend voor begrotingsjaar 2022: voor de raming van de rente-uitgaven van 2022 worden de resultaten van de BA 2022 overgenomen. Deze laatste begroting vertrekt reeds van de schuldrealisatiecijfers van 2021. Veranderende rentevoet Naast de impact van het lagere schuldniveau op de rente-uitgaven houdt de SERV-raming rekening met de recent gestegen rentevoeten. De Algemene Toelichting van de BA 2022 geeft de gevoeligheid van de rente-ontvangsten en -uitgaven voor een wijziging in de rentevoeten. Voor 2022 resulteert een stijging van de rentevoet met 1 procentpunt in budgettaire extra kost van € 23,5 mln. Nieuwe financieringen worden gespreid over het hele jaar opgenomen, waardoor de rente dus niet voor het volledige jaar toegerekend wordt. De jaren nadien worden de nieuwe financieringen wel volledig meegenomen en begint de extra kost door deze stijging van de rentecurve zwaarder door te wegen. Zie Tabel 43. Tabel 43:

2022 25.532

Vlaamse begroting, verandering in rente-uitgaven bij stijging van rentevoet met 1 procentpunt, in dz euro (bron: Algemene Toelichting BA 2022)

2023 66.106

2024 94.016

In de BA 2022 wordt uitgegaan van een lange termijn rente (OLO 10 jaar) van 0,7%. Deze verwachting is gebaseerd op de Economische Vooruitzichten van het Federaal Planbureau van februari 2022, waardoor alle effecten van de stijgende energieprijzen, de oorlog in Oekraïne en de wijziging in het monetaire beleid van de ECB nog niet verwerkt zijn in deze gegevens. In de recente Economische projecties van de NBB (juni 2022) wordt voor 2022 uitgegaan van een lange termijn rente van 1,4%. Deze rentestijging resulteert in de SERV-raming voor begrotingsjaar 2022 in € 16 mln bijkomende rente-uitgaven (0,7 * € 25,5 mln). In de MJR 2021-2026 wordt de gehanteerde lange termijnrente voor begrotingsjaren 2023 en 2024 niet vermeld. De verandering in rentevoeten wordt geraamd op basis van de Economische projecties voor België van de Nationale Bank. In Economische Projecties van december 2021 lag de 10-jarige rente op Belgisch overheidspapier voor 2023 en 2024 op 0,4% en 0,5%. Volgens de Economische Projecties van juni 2022 zou de rente doorstijgen tot respectievelijk 1,9% en 2,1%, of een stijging met 1,5 en 1,6%-punt ten opzichte van de prognose van december 2021. Deze 68


rentestijgingen resulteren in de SERV-raming voor begrotingsjaren 2023 en 2024 in € 99 mln (1,5 * € 66 mln) en € 150 mln (1,6 * € 94 mln) bijkomende rente-uitgaven. Zie Tabel 44. Tabel 44: België, recente ramingen van de lange termijn rente (OLO 10 jaar), in % en %punt 2021 0,1% 0,1% -0,1% 0,0% -0,1% 0,0% 0,0%

Lange termijn rente, FPB jun 2021 Lange termijn rente, NBB jun 2021 Lange termijn rente, FPB sep 2021 (BO 2022) Lange termijn rente, NBB dec 2021 Lange termijn rente, FPB feb 2022 (BA 2022) Lange termijn rente, NBB jun 2022 Renteverandering, SERV-raming

2022 0,4% 0,4% -0,1% 0,2% 0,7% 1,4% 0,7%

2023 0,7% 0,6%

2024 1,0%

0,4%

0,5%

1,9% 1,5%

2,1% 1,6%

Open end-aandrijvers, nieuw beleid en andere kostendrijvers (BA 2022) De SERV-raming houdt rekening met aantal open-end-aandrijvers, nieuwe beleidsimpulsen en andere kostendrijvers (hoofdzakelijk energiekosten) gedocumenteerd in de Algemene Toelichting van de Aangepaste Begroting 2022. Deze beslissingen resulteren ook in gewijzigde ESR-uitgaven in de daarop volgende jaren. Het gaat uiteraard om een stand van zaken opgemaakt op basis van de beschikbare informatie in juni 2022. De open-end-aandrijvers doen de Vlaamse Uitgaven met ongeveer € 100 mln dalen ten opzichte van de BO 2022. Zie Hoofdstuk 3.2.2 op pagina 30 voor een toelichting. Zie Tabel 45. Naast de open-end-dynamiek worden een aantal kostendrijvers gerelateerd aan de stijgende energiekosten in de SERV-raming voor 2023 en 2024 meegenomen. Zoals toegelicht in Hoofdstuk 3.2.1 op pagina 29 betreft het een stijging van € 62 mln bij de departementen en € 637 mln bij de instellingen, waarvan € 608 mln bij het VEB en € 29 mln bij Aquafin. Minister Diependaele heeft in het Vlaams Parlement verduidelijkt dat de energiekost via het VEB voor de eigen administratieve gebouwen een meerkost van € 84,8 mln impliceert. Deze toenamen worden verrekend in de SERV-raming van de ESR-uitgaven van 2023 en 2024, waarbij eveneens een correctie wordt toegepast voor de evolutie van de energieprijzen26. De nieuwe beleidsimpulsen betreffen het stikstofakkoord, de provisie versnelling woningrenovatie en hernieuwbare energie en de hogere indexering voor dienstencheques27. Voor begrotingsjaar 2023 komen deze maatregelen neer op € 382 mln bijkomende ESR-uitgaven, waaronder € 158 mln voor het stikstofakkoord, € 151 mln voor de provisie versnelling woningrenovatie en hernieuwbare energie en € 74 mln voor de hogere indexering van de dienstencheques .

26

De verandering in het energieprijspeil is afkomstig van de Economische Projecties van de NBB van juni 2022. Voor 2023 en 2024 wordt uitgegaan van een verandering van de energieprijzen van respectievelijk 0,2% en -6,4%.

27

Zie de beslissing VR van 17 juni 2022: https://beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/documentview/62AB37AF94D257C3524669E8.

69


Voor begrotingsjaar 2024 is bijkomend € 70 mln voorzien ter uitvoering van het stikstofakkoord en € 94 mln voor de hogere indexering van de dienstencheques. In totaal wordt geraamd dat deze open-end-aandrijvers, beslissingen en kostendrijvers een impact hebben van € 456 mln en € 227 mln meer uitgaven voor respectievelijk 2023 en 2024. Tabel 45: Vlaamse begroting, wijzingen uitgaven BA 2021 ten opzichte van BO 2021, impact op de begrotingen van 2023 en 2024 in de SERV-raming, in € dz

Open-end-aandrijvers Energiekosten VEB PAS Provisie versnelling woningrenovatie en hernieuwbare energie Indexering dienstencheques Responsabiliseringsmechanisme (actualisering) Totaal

2023 -103.547 90.550 84.970 157.667 150.810 73.801 1.926 456.176

2024 -103.547 84.755 79.532 69.667 0 94.140 2.312 226.858

Vlaamse Veerkracht Zie Hoofdstuk 2.3 (pagina 26) van het corpus.

Regeringsbeslissingen (MJR 2021-2026) Er wordt in de SERV-ramingen van uitgegaan dat de regeringsbeslissingen zoals gedocumenteerd in de Meerjarenraming 2021-2026 integraal uitgevoerd zullen worden (= assumptie van ongewijzigd beleid). Deze beslissingen van de Vlaamse Regering omvatten zowel afspraken gemaakt bij opmaak van het Regeerakkoord, als beslissingen genomen bij de laatste begrotingsronde 2022. Zie Tabel 46. We hernemen daarmee integraal de diverse regeringsbeslissingen zoals toegelicht in de MJR 2021-2026. In de SERV-raming voor begrotingsjaar 2023 en 2024 worden de begrotingsmaatregelen en nieuwe beleidsimpulsen van de Vlaamse Regering niet geïntegreerd in de ontvangsten en uitgaven, maar, conform de aanpak in de Meerjarenraming, rechtstreeks verwerkt in het saldo. Tabel 46: Vlaamse begroting, begroting 2023 en 2024, regeringsbeslissingen uit de MJR 2021-2026, impact op het vorderingsaldo, in € dz

Uitzuiveren maatregelen en nieuw beleid BO 2022 Begrotingsmaatregelen RA Nieuwe beleidsimpulsen RA Begrotingsmaatregelen BO 2022 Nieuwe beleidsimpulsen BO 2022 Totaal 70

2023 72.795 370.446 -733.216 490.779 -138.878 61.926

2024 72.795 554.213 -1.170.880 1.009.779 -142.807 323.100


Onderbenutting De onderbenutting wordt berekend aan de hand van het gemiddelde van de geobserveerde onderbenuttingspercentages van de laatste twee jaren waarvan het onderbenuttingspercentage gekend is (i.e. begrotingsjaren 2020 en 2021). Bij begrotingsopmaak 2022 werd een percentage van 2,1% gehanteerd, in de aangepaste begroting 2022 werd dat percentage bijgesteld naar 2,03% (-0,07 procentpunt). Dit meer actuele onderbenuttingspercentage wordt gehanteerd in de SERV-raming voor de onderbenutting in de periode 2023-2024. De onderbenutting van de Universiteiten en Hogescholen werd niet aangepast. Deze werkwijze resulteert in een lagere onderbenutting van € 36 mln in 2023 en € 37 mln in 2024, met dus een beperkt negatieve impact op het saldo.

Schuldevolutie Het SERV-advies raamt de evolutie van de Vlaamse schuld bij ongewijzigd beleid, zoals gedocumenteerd in de aangepaste begroting 2022 (Algemene Toelichting BA 2022). De gerealiseerde schuld ligt in 2021 op 33,4 mld, € 3,2 mld lager dan geraamd bij de BA 2021.Vervolgens verhogen we voor de komende jaren de schuld met het begrotingstekort, alsook met de andere gekende elementen die de schuldevolutie beïnvloeden (zoals gedocumenteerd in de Algemene Toelichting van MJR 2021-2026). Het relanceplan Vlaamse Veerkracht en de bouwkost voor Oosterweel (ESR9-Lantis) wordt, conform de aanpak van de Vlaamse Regering, afzonderlijk opgenomen in de raming van de schuld (d.w.z.: deze beslissingen zitten niet verwerkt in het ESR-resultaat van de CFO leden en de betoelaging van de niet-CFO leden). De behandeling van het relanceplan Vlaamse Veerkracht in de SERV-raming van de Vlaamse schuld vereist een meer gedetailleerde toelichting. Door de lagere Europese VV-ontvangsten stijgt de Vlaamse schuld tegen 2026 immers met € 537 mln ten opzichte van de MJR 2021-2026. Deze stijging is niet verwerkt in de MJR 2021-2026, maar wel al gedeeltelijk in de raming van de schuld bij de begroting BA 2022. In de begrotingsuitvoering 2021 liggen de VV-uitgaven en -ontvangsten respectievelijk € 148 en € 99 mln lager dan aanvankelijk geraamd voor 2021 bij de MJR 2021-2026. Dit impliceert een daling van de schuld in 2021 met € 49 mln ten opzichte van de raming in de MJR 2021-2026. De SERV gaat ervan uit dat deze daling verwerkt is in de schuldrealisatiecijfers van 2021. Daarnaast dalen de VV-ontvangsten in de BA 2022 met € 200 mln. Zie Tabel 6 en Tabel 7 vanaf pagina 26. In de BA 2022 ligt de Vlaamse schuld door het relanceplan Vlaamse Veerkracht in totaal dus € -49 + 200 = 151 mln hoger dan geraamd bij de MJR 2021-2026. Bij de SERV-raming wordt rekening gehouden met een bijkomende stijging van de schuld door Vlaamse Veerkracht van € 385 mln: het verschil tussen de totale lagere EU-ontvangsten (€ 537 mln) en de veranderde schuld van Vlaamse Veerkracht (€ 151 mln), want reeds geïntegreerd in de geraamde schuld van de BA 2022. Voor begrotingsjaren 2022-2024 komt dit gecumuleerd neer op een stijging van de Vlaamse schuld met € 253 mln. Zie Tabel 47. 71


Tabel 47:

Vlaamse begroting, impact lagere EU-ontvangsten Vlaamse Veerkracht op de evolutie van de Vlaamse schuld, SERV-raming, in € dz

VV, verandering uitgaven SERV-raming VV, verandering ontvangsten SERV-raming VV, toename schuld [a] – [b], SERV-raming

2022 2023 27.900 -128.183

2024 100.628

2025 123.811

5.290 -206.209

-51.760

21.576

152.388

102.235

22.610

78.026

2026 22.684

Totaal 146.840

-6.891 -237.994 29.575

384.834

Tabel 48 geeft een gedetailleerd overzicht van de SERV-raming van de evolutie van de geconsolideerde Vlaamse schuld.

72


Tabel 48:

Vlaamse begroting, 2019-2024, schuldevolutie, gedetailleerde weergave SERV-raming, BA 2022 en MJR 2021-2026, in € dz UITV 2019

Geconsolideerde schuld (incl. ziekenhuisschuld) Netto schuldtoename SERV: Verandering saldo ESR-resultaat CFO leden + betoelaging nietCFO leden (ingediende begrotingen)

24.119.905

UITV 2020 30.274.890

UITV 2021 33.350.440

BA 2022

SERV 2022

delta

38.963.527 5.613.087

39.144.486 5.794.046 158.349

180.959 180.959 158.349

2.543.113

2.543.113

0

1.178.351 0 791.557

1.178.351 22.610 791.557

0 22.610 0

ESR-9 ontvangsten VMSW en VWF ESR-9 uitgaven VMSW en VWF

2.524.000 -1.486.811

2.524.000 -1.486.811

0 0

ESR-9 ontvangsten en uitgaven SI ESR-9 lantis ESR-9 uitgaven Diestepoort

72.181 0 -2.000

72.181 0 -2.000

0 0 0

Saldo esr-9 overige niet CFO-leden

-7.304

-7.304

0

-235.923 3.105.467

0 0 180.959

Relanceplan Vlaamse Veerkracht (MJR) SERV: bijstelling VV ESR-8

ESR-correctie ziekenhuisinfrastructuur Ziekenhuisschuld (A1/A3) Geconsolideerde schuld (excl. ziekenhuisschuld) Geconsolideerde schuld (excl. ziekenhuisschuld), % ontvangsten Geconsolideerde schuld (excl. ziekenhuisschuld), % bbp

4.099.460

3.657.971

3.341.390

-235.923 3.105.467

20.020.445

26.616.919

30.009.050

35.858.060

36.039.019

43,9%

61,5%

62,5%

68,9%

69,2%

0,3%

4,2%

5,8%

5,9%

6,5%

6,5%

0,0%

73


MJR 2023 Geconsolideerde schuld (incl. ziekenhuisschuld) Netto schuldtoename SERV: Verandering saldo ESR-resultaat CFO leden + betoelaging nietCFO leden (ingediende begrotingen)

SERV 2023

delta

MJR 2024

SERV 2024

delta

45.201.380 4.198.452

42.553.370 3.408.884 -867.594

-2.648.010 -789.568 -867.594

48.503.627 3.302.247

45.317.577 2.764.207 -690.427

-3.186.050 -538.040 -690.427

1.487.455

1.487.455

0

953.367

953.367

0

722.779 0 238.000

722.779 78.026 238.000

0 78.026 0

355.530 0 238.000

355.530 152.388 238.000

0 152.388 0

ESR-9 ontvangsten VMSW en VWF ESR-9 uitgaven VMSW en VWF

2.737.000 -1.384.682

2.737.000 -1.384.682

0 0

2.780.000 -1.447.350

2.780.000 -1.447.350

0 0

ESR-9 ontvangsten en uitgaven SI ESR-9 lantis ESR-9 uitgaven Diestepoort

0 400.000 -2.100

0 400.000 -2.100

0 0 0

0 425.000 -2.300

0 425.000 -2.300

0 0 0

0

0

0

0

0

0

-240.458 2.908.221

-240.458 2.865.009

0 -43.212

-235.199 2.673.022

-235.199 2.629.810

0 -43.212

42.293.159

39.688.361

-2.604.798

45.830.605

42.687.767

-3.142.838

Relanceplan Vlaamse Veerkracht (MJR) SERV: bijstelling VV ESR-8

Saldo esr-9 overige niet CFO-leden ESR-correctie ziekenhuisinfrastructuur Ziekenhuisschuld (A1/A3) Geconsolideerde schuld (excl. ziekenhuisschuld) Geconsolideerde schuld (excl. ziekenhuisschuld), % ontvangsten Geconsolideerde schuld (excl. ziekenhuisschuld), % bbp

83,6%

73,3%

-10,3%

88,3%

77,2%

-11,1%

8,1%

6,9%

-1,2%

8,5%

7,2%

-1,3%

74


Bibliografie Europese Commissie (2020). Mededeling van de Commissie aan de Raad over de activering van de algemene ontsnappingsclausule van het stabiliteits- en groeipact. Brussel, COM(2020) 123 final, 20 maart 2020. Geraadpleegd van Mededeling van de Commissie aan de Raad over de activering van de algemene ontsnappingsclausule van het stabiliteits- en groeipact. Europese Commissie (2021). Voorstel voor een uitvoeringsbesluit van de Raad betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan voor België. Brussel, COM(2021) 349 final, 23 juni 2021. Geraadpleegd van Voorstel voor een uitvoeringsbesluit van de Raad betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan voor België. Europese Commissie (2022a). Communication from the Commission to the Council: Fiscal policy guidance for 2023. Brussel, COM(2022) 85 final. Geraadpleegd van Communication from the Commission to the Council: Fiscal policy guidance for 2023, 2.3.2022. Europese Commissie (2022b). Recommendation for a Council recommendation on the 2022 National Reform Programme of Belgium and delivering a Council opinion on the 2022 Stability Programme of Belgium. Brussel, COM(2022) 602 final. Geraadpleegd van Council recommendation on the 2022 National Reform Programme of Belgium. Europese Raad (2022). Aanbeveling van de Raad over het nationale hervormingsprogramma 2022 van België en met een advies van de Raad over het stabiliteitsprogramma 2022 van België. Brussel, COM(2022) 602 final. Geraadpleegd van Aanbeveling van de Raad over het nationale hervormingsprogramma 2022 van België. Federale Overheid (2022). Stabiliteitsprogramma van België 2022-2025. Geraadpleegd van Stabiliteitsprogramma van België 2022-2025. Federaal Planbureau (2021a). Economische vooruitzichten 2021-2026 – Versie van juni 2021. Geraadpleegd van https://www.plan.be/publications/publication-2130-nl-economische_vooruitzichten_2021_2026_versie_van_juni_. Federaal Planbureau (2021b). Economische vooruitzichten 2021-2022 van september 2021. Geraadpleegd van Federaal Planbureau - Publicatie - Economische begroting – Economische vooruitzichten 2021-2022 van september 2021. Federaal Planbureau (2022a). Economische vooruitzichten 2021-2022 van februari 2022. Geraadpleegd van Federaal Planbureau - Publicatie - Economische begroting – Economische vooruitzichten 2021-2022 van februari 2022. 75


Federaal Planbureau (2022b). Economische vooruitzichten 2021-2022 van juni 2022. Geraadpleegd van Federaal Planbureau - Publicatie - Economische begroting – Economische vooruitzichten 2021-2022 van juni 2022. Federaal Planbureau (2022c). Bevolkingsvooruitzichten 2021-2070 van juni 2022. Geraadpleegd van https://www.plan.be/databases/data-35-nl-bevolkingsvooruitzichten_2021_2070. Hoge Raad van Financiën (2022). Advies ter voorbereiding van het stabiliteitsprogramma 20222025. Geraadpleegd van Advies ter voorbereiding van het stabiliteitsprogramma 2022-2025. Nationale Bank van België (2021). Economische projecties voor België – Najaar 2021. Economisch Tijdschrift van december 2021. Geraadpleegd van Economische projecties voor België – Najaar 2021 | nbb.be Nationale Bank van België (2022). Economische projecties voor België – Voorjaar 2022. Economisch Tijdschrift van juni 2022. Geraadpleegd van Economische projecties voor België – Najaar 2021 | nbb.be Nationale Bank van België (2022). Maandelijkse conjunctuurenquête bij de bedrijven – juni 2022. Geraadpleegd van https://www.nbb.be/doc/dq/n/dq3/pnc.pdf Nationale Bank van België (2022). Maandelijkse consumentenenquête – juni 2022. Geraadpleegd van https://www.nbb.be/doc/dq/n/dq3/pne.pdf OESO (2022). Economic Outlook van juni 2022. OECD Economic Outlook, 2022(1). OECD publishing. Geraadpleegd van OECD Economic outlook – juni 2022 Rekenhof (2022). Onderzoek van de aanpassing van de Vlaamse begroting voor 2022. Geraadpleegd van https://www.ccrek.be/NL/Publicaties/Fiche.html?id=24a5b749-8700-466c-836cfcbd10320409. SERV (2021a). Evaluatierapport over de Vlaamse begroting 2021. Geraadpleegd van https://www.serv.be/serv/persberichten/vlaams-begrotingstekort-loopt-verder SERV (2021b). Advies over de initiële begroting 2022. Geraadpleegd van https://www.serv.be/serv/publicatie/advies-over-initiele-begroting-2022 SERV (2022a). Evaluatierapport over de Vlaamse begroting 2022. Geraadpleegd van https://www.serv.be/serv/persberichten/vlaams-begrotingstekort-loopt-verder SERV (2022b). Advies en achtergrondrapport De Vlaamse brede heroverweging als opstap naar een structureel evaluatiebeleid. Geraadpleegd van https://www.serv.be/serv/publicatie/advies-en-achtergrondrapport-vlaamse-brede-heroverweging-opstap-structureel-evaluatiebeleid

76


Statbel (2021). Consumptieprijsindex – versie mei 2022. Geraadpleegd van https://statbel.fgov.be/nl/themas/consumptieprijsindex/consumptieprijsindex#news Vlaamse Regering (2021). Relanceplan Vlaamse Veerkracht. Monitoringsrapport. Geraadpleegd van https://www.serv.be/serv/persberichten/verhoogde-inflatie-meevaller-vlaamse-begroting

77


Lijst met figuren en tabellen Figuren Figuur 1: België, 2021 en 2022, inflatie index consumptieprijzen (CPI) op jaarbasis, realisaties (Statbel) en ramingen (FPB) sinds mei 2021 ........................................................................................... 18 Figuur 2: België, 2021 en 2022, inflatie gezondheidsindex (GZI) op jaarbasis, realisaties (Statbel) en ramingen (FPB) sinds mei 2021 ........................................................................................................... 19 Figuur 3: Vlaamse overheid, dynamiek saldo, MJR 2021-2026 en SERV-raming, in € mld ................ 44 Figuur 4: Vlaamse overheid, evolutie schuld (excl. ziekenhuisfactuur), MJR 2019-2024 en SERVraming, in € mld .......................................................................................................................................... 48 Figuur 5: Vlaamse Veerkracht, gecumuleerde VEK t.o.v. totale VEK, per speerpunt, in % ................ 51

Tabellen Tabel 1: België, recente groeicijfers van het reële bbp, in % ................................................................ 15 Tabel 2: België, jaarlijkse rente op tienjarig Belgisch overheidspapier, in % ...................................... 15 Tabel 3: België, recente vooruitzichten van de inflatie en gezondheidsindex, in % .......................... 16 Tabel 4: Federale Planbureau, België, opeenvolgende geraamde overschrijdingen van de afgevlakte gezondheidsindex in 2021 en volgende jaren, inflatieramingen ...................................... 17 Tabel 5: België, recente macro-economische vooruitzichten, in % ..................................................... 24 Tabel 6: Vlaamse begroting, relanceplan Vlaamse Veerkracht, uitgaven, MJR 2021-2026 en SERVraming, in € dz ............................................................................................................................................. 26 Tabel 7: Vlaamse begroting, verwerking van het relanceplan Vlaamse Veerkracht, ontvangsten, MJR 2021-2026 en SERV-raming, in € dz .................................................................................................. 26 Tabel 8: Begroting BA 2022 en aangepaste begroting BA 2022, ontvangsten, belangrijkste verschillen met de begroting BO 2022, in € dz ....................................................................................... 28

78


Tabel 9: Begroting BA 2022 en aangepaste begroting BA 2022, uitgaven bij ongewijzigd beleid, belangrijkste verschillen met de begroting BO 2022, interpretatie SERV, in € dz en % .................... 28 Tabel 10: Begroting BA 2022, uitgaven, belangrijkste verschillen met de begroting BO 2022, energie-uitgaven, interpretatie SERV, in € dz .......................................................................................... 29 Tabel 11: Begroting BA 2022, uitgaven, belangrijkste verschillen met de begroting BO 2022, open end-uitgaven, interpretatie SERV, in € dz ................................................................................................ 31 Tabel 12: Begroting BA 2022, uitgaven, belangrijkste verschillen met de begroting BO 2022, actualisaties betaalkalender, interpretatie SERV, in € dz ...................................................................... 31 Tabel 13: Begroting BA 2022, uitgaven, belangrijkste verschillen met begroting BO 2022, bijkomende impact maatregelen van afgelopen jaren, interpretatie SERV, in € dz .......................... 32 Tabel 14: Begroting BA 2022, uitgaven, belangrijkste verschillen met de begroting BO 2022, maatregelen bij formatie, interpretatie SERV, in € dz ............................................................................ 33 Tabel 15: Begroting BA 2022, uitgaven, belangrijkste verschillen met de begroting BO 2022, aanvullingen op recente nieuwe beleidsinitiatieven, interpretatie SERV, in € dz .............................. 33 Tabel 16: Begroting BA 2022, uitgaven, belangrijkste verschillen met de begroting BO 2022, nieuwe beleidsuitgaven bij BA 2022, interpretatie SERV, in € dz ......................................................... 33 Tabel 17: Vlaamse begroting, begrotingssaldo BO 2022, BA 2022 en SERV-raming, in € dz en % .. 34 Tabel 18: Vlaamse begroting, begrotingsjaar 2022, vergelijking begrotingsresultaten SERV-raming en begrotingstraject van de HRF, in € dz en % bbp ............................................................................... 35 Tabel 19: Vlaamse begrotingen 2020 UITV, 2021 UITV, 2022 BO en 2022 BA, uitgaven voor infrastructuurbeleid via administraties, Diensten voor Afzonderlijk Beheer (DAB) inclusief toelagen aan instellingen, betaalkredieten, in € dz ............................................................................... 36 Tabel 20: Vlaamse begrotingen 2020 UITV, 2021 UITV, 2022 BO en 2022 BA, uitgaven voor lonen via administraties en Diensten voor Afzonderlijk Beheer (DAB), betaalkredieten, in € dz ............... 37 Tabel 21: Vlaamse begrotingen 2020 UITV, 2021 UITV, 2022 BO en 2022 BA, uitgaven voor werking via administraties en Diensten voor Afzonderlijk Beheer (DAB), betaalkredieten, in € dz ............... 38 Tabel 22: Vlaamse begrotingen 2020 UITV, 2021 UITV, 2022 BO en 2022 BA, uitgaven voor subsidies aan ondernemingen, vzw’s en huishoudens via administraties en Diensten voor Afzonderlijk Beheer (DAB), betaalkredieten, in € dz .............................................................................. 38 Tabel 23: Vlaamse overheid, inzet van de corona-provisies 2022 via herverdelingen gedocumenteerd tot begin juni 2022, per inhoudelijk structuurelement (ISE), in € dz en % ........... 39 79


Tabel 24: Vlaamse overheid, inzet coronaprovisie 2020, 2021 (begrotingsuitvoering) en 2022 (via herverdelingen) gedocumenteerd tot einde juni 2022, per beleidsdomein, vereffeningskredieten, in € dz ........................................................................................................................................................... 40 Tabel 25: Vlaamse begroting, SERV-raming 2022-2024, verschil ESR-uitgaven in SERV-raming ten opzichte van BA 2022 (SERV 2022) en MJR 2021-2026 (2023 en 2024), in € dz .................................. 41 Tabel 26: Vlaamse begroting, SERV-raming 2022-2024, verandering aan de ESR-ontvangsten binnen de SERV-raming ten opzichte van de BA 2022 en de MJR 2021-2026, in € dz ....................... 42 Tabel 27: Vlaamse begroting, begrotingssaldo, begrotingsjaren 2022-2024, MJR 2021-2026 en SERV-raming, in € dz en % ......................................................................................................................... 43 Tabel 28: Vlaamse begroting BA 2022, MJR 2021-2026 en SERV-raming, begrotingsdoelstelling 2024 en vereiste begrotingsinspanning om deze doelstelling te bereiken, in € dz........................... 45 Tabel 29: Vlaamse begroting, 2022-2024, vergelijking begrotingsresultaten SERV-raming en begrotingstraject van de HRF, in € dz en % bbp ..................................................................................... 46 Tabel 30: Vlaamse begroting, 2019-2024, evolutie van de geconsolideerde schuld, begrotingsrapporteringen en SERV-raming, in € dz .............................................................................. 47 Tabel 31: Vlaamse Veerkracht, uitgaven per speerpunt, 2021 tot 2026, VEK, in € dz en % .............. 50 Tabel 32: Vlaamse Veerkracht, herkomst van de begrote middelen, per speerpunt, in € dz, (bron: Voortgangsrapport Vlaamse Veerkracht, december 2021)................................................................... 52 Tabel 33: Vlaamse Veerkracht, begrotingsuitvoering 2021, ESR- en niet-ESR-uitgaven per speerpunt, in € dz en % ............................................................................................................................. 53 Tabel 34: Vlaamse Veerkracht, begrotingsuitvoering 2021, ESR-uitgaven per speerpunt, in € dz en %.................................................................................................................................................................... 53 Tabel 35: Vlaamse Veerkracht, begrotingsuitvoering 2021, ESR-neutrale uitgaven per speerpunt, in € dz en %.................................................................................................................................................. 54 Tabel 36: Vlaamse overheid, inzet van de provisie Vlaamse Veerkracht 2022 via herverdelingen gedocumenteerd tot begin juni 2022, per inhoudelijk structuurelement (ISE), belangrijkste bestedingen, in € dz ................................................................................................................................... 55 Tabel 37: SERV-ramingen voor ontvangsten via de BFW (buiten regionale opcentiemen), berekeningswijze ........................................................................................................................................ 56 Tabel 38: Vlaamse begroting, belangrijkste ontvangstencategorieën, BA 2022, MJR 2021-2026 en SERV-actualisatie, in € dz ........................................................................................................................... 64 80


Tabel 39: Vlaamse begroting, gewestbelastingen, BA 2022, MJR 2021-2026 en SERV-actualisatie, in € dz ............................................................................................................................................................... 64 Tabel 40: Vlaamse begroting, impact op ESR-uitgaven 2022, wijziging overschrijding spilindex 118,36, in € dz (bron: Algemene Toelichting BA 2022) .......................................................................... 65 Tabel 41: Vlaamse begroting, impact op ESR-uitgaven 2022, wijziging overschrijding spilindex 118,36, in € dz (bron: Algemene Toelichting BA 2022) .......................................................................... 66 Tabel 42: België, gehanteerde GZI bij de MJR 2021-2026 en SERV-raming, in % en %-punt ............ 67 Tabel 43: Vlaamse begroting, verandering in rente-uitgaven bij stijging van rentevoet met 1 procentpunt, in dz euro (bron: Algemene Toelichting BA 2022) .......................................................... 68 Tabel 44: België, recente ramingen van de lange termijn rente (OLO 10 jaar), in % en %-punt ...... 69 Tabel 45: Vlaamse begroting, wijzingen uitgaven BA 2021 ten opzichte van BO 2021, impact op de begrotingen van 2023 en 2024 in de SERV-raming, in € dz .................................................................. 70 Tabel 46: Vlaamse begroting, begroting 2023 en 2024, regeringsbeslissingen uit de MJR 20212026, impact op het vorderingsaldo, in € dz ........................................................................................... 70 Tabel 47: Vlaamse begroting, impact lagere EU-ontvangsten Vlaamse Veerkracht op de evolutie van de Vlaamse schuld, SERV-raming, in € dz ......................................................................................... 72 Tabel 48: Vlaamse begroting, 2019-2024, schuldevolutie, gedetailleerde weergave SERV-raming, BA 2022 en MJR 2021-2026, in € dz .......................................................................................................... 73

81


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
SERV_20220706_Begroting_BO2023_ADV.pdf by Vlaanderen-be - Issuu