Skip to main content

dossier 2022-151.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/151

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2022/151

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 17 maart 2022 diende xxx (hierna: verzoeker) een verzoek in bij de stad Landen om een afschrift te verkrijgen van het proces-verbaal met betrekking tot de uitvoering van werken te xxx. Met haar beslissing van 31 maart 2022 – die op 5 april 2022 werd verstuurd- weigerde de stad Landen een afschrift van het gevraagde PV. Op 4 mei 2022 werd beroep ingesteld bij de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur. Op 5 mei 2022 werd dit beroep geregistreerd door de beroepsinstantie Op 2 juni 2022 werd, in toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet, de beslissingstermijn door de beroepsinstantie verlengd van dertig kalenderdagen tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijke verzoek dateert van 17 maart 2022.

www.vlaanderen.be


De beslissing van 31 maart 2022 werd per mail van 5 april 2022 aan xxx verzonden en maakt melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk.

Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Oorspronkelijk verzoek

Middels het verzoekschrift van 17 maart 2022 wenst verzoeker een afschrift van het PV met betrekking tot de uitvoering van werken te xxx.

2.

Inhoud van de bestreden beslissing

De stad Landen weigerde een afschrift te verlenen van het proces-verbaal omwille van de vertrouwelijkheid binnen de instanties, nodig voor de uitoefening van administratieve handhaving.

3.

Inhoud van het beroepschrift

Via het indienen van het beroepschrift wenst beroeper alsnog een afschrift van het gevraagde PV te verkrijgen. Beroeper wijst er op dat de stad Landen de relatieve uitzonderingsgrond “De vertrouwelijkheid binnen de instanties, nodig voor de uitoefening van administratieve handhaving” niet gemotiveerd inroept. De stad lijkt zo te verwijzen naar een uitzonderingsgrond te vinden onder artikel II.35, 5° Bestuursdecreet: “de bescherming van het vertrouwelijk karakter van de handeling van een overheidsinstantie als die vertrouwelijkheid noodzakelijk is voor de uitoefening van de administratieve handhaving”. Aangezien de controle ter plaatse is uitgevoerd en de overtreder reeds een kopie van het proces-verbaal heeft ontvangen valt volgens beroeper niet in te zien hoe het verkrijgen van dit PV dat op vraag van zijn cliënt werd opgesteld het beschermde belang zou kunnen schaden. Beroepers cliënt is schadelijder en zou het proces-verbaal kunnen aanwenden in het kader van haar bewijsvoering. Ingevolge het lange tijd uitblijven van handhavend optreden door de stad Landen, heeft zijn cliënte bovendien zelf de bevoegde rechter reeds gevat en reeds een kortgedingvonnis van de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven dd. 24 maart 2022 bekomen (rolnr. 22/2/C) t.a.v. xxx. Dit kortgedingvonnis maakt een eindbeschikking uit waarvan de overwegingen en het dictum gezag van gewijsde hebben,

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/151

pagina 2 van 4


Het te beschermen belang moet dan nog afgewogen worden tegen het belang van de openbaarheid. Uit niets mag blijken dat zulke afweging gebeurd is, voor deze relatieve uitzonderingsgrond. Beroeper meent dat in elk geval het algemeen belang – de openbaarmaking – zwaarder doorweegt.

4.

Standpunt van de beroepsinstantie

Om met kennis van zaken over het beroep te kunnen oordelen, heeft de beroepsinstantie contact opgenomen met de stad Landen, om het gevraagde document te krijgen en de stad Landen in de gelegenheid te stellen om wat meer duiding te verstrekken betreffende dit dossier. De stad Landen bezorgde het proces-verbaal in kwestie aan de beroepsinstantie, aan wie het thans toekomt om te oordelen over het ingestelde beroep. Er bestaat voor de beroepsinstantie geen twijfel over het feit dat het hier gaat om een bestuursdocument in de zin van artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet, dat bijgevolg principieel voor openbaarmaking in aanmerking komt. Het Bestuursdecreet maakt, voor wat betreft de uitzonderingen op het recht op openbaarheid, een onderscheid naargelang het gaat om een aanvraag tot openbaarmaking die betrekking heeft op milieuinformatie dan wel op andere informatie. Zo beschrijft artikel II.35, 5° de uitzonderingsgrond voor niet milieu-informatie en artikel II.36, §1, 9° de variant voor milieu-informatie. Conform voormelde uitzonderingen moet een aanvraag tot openbaarmaking worden afgewezen als het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van het vertrouwelijk karakter van de handeling van een overheidsinstantie als die vertrouwelijkheid noodzakelijk is voor de uitoefening van de administratieve handhaving. Deze uitzondering op de openbaarheid is een relatieve uitzonderingsgrond. Eerst moet worden onderzocht of de openbaarmaking het beschermde belang – de administratieve handhaving – schaadt. Als er belangenschade is, moet het te beschermen belang vervolgens worden afgewogen tegen het belang van de openbaarheid. De openbaarmaking mag enkel worden bevolen als daarmee een algemeen belang wordt gediend dat zwaarder doorweegt dan het door de uitzonderingsgrond beschermde belang. In de Memorie van Toelichting bij dit artikel van het Bestuursdecreet staat dat het begrip ‘administratieve handhaving’ ruim geïnterpreteerd moet worden en niet alleen gaat over bv. het toezicht op het naleven van milieuregels, maar ook over het opleggen en uitvoeren van sancties. Toch valt in concreto moeilijk in te zien hoe het openbaar maken van dit proces-verbaal de administratieve handhaving in een concreet dossier kan schaden. Ook lijkt moeilijk te verdedigen dat deze informatie enig inzicht geeft in informatie met betrekking tot het handhavingsbeleid, die elders niet beschikbaar is (in de wetgeving in casu). De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat deze uitzonderingsgrond in casu dan ook niet kan worden ingeroepen. Wel stelt de beroepsinstantie vast dat mogelijkse andere wettelijke of decretale uitzonderingsgronden van toepassing zijn om de informatie die wordt opgevraagd aan de openbaarmaking te onttrekken. Het voorwerp van dit openbaarheidsverzoek betreft immers een proces-verbaal dat inmiddels werd overgemaakt aan de Procureur des konings. Dergelijk document maakt met andere woorden deel uit van een strafvorderingsprocedure en dient om die reden niet openbaar worden gemaakt. De beroepsinstantie verwijst hiervoor naar de toepassing van artikel II.34, 4° van het Bestuursdecreet. Op grond van voormelde decreetbepaling dient de aanvraag tot openbaarmaking afgewezen te worden als die betrekking heeft op bestuursdocumenten die uitsluitend ten behoeve van de strafvordering of de vordering van een administratieve sanctie werden opgesteld. Zoals blijkt uit de memorie van toelichting (Parl.St. Vl.Parl 2017-18 nr. 1656/1, 59) belet deze bepaling dat bestuursdocumenten die uitsluitend werden opgesteld ten behoeve van de strafvordering, worden vrijgegeven om het goede verloop van het strafonderzoek, de rechten van verdediging en het vermoeden van onschuld te vrijwaren. Deze uitzonderingsgrond is aldus

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/151

pagina 3 van 4


van toepassing indien het vrijgeven van het gevraagde bestuursdocument schade toebrengt aan het opsporen en vervolgen van strafbare feiten of de rechten van verdediging in het gedrang brengt. Voor de volledigheid wijst de beroepsinstantie ook nog op de toepassing van de uitzonderingsgrond bepaald in artikel 6, §1, 5°, van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur. Deze bepaling voorziet dat een administratieve overheid de openbaarmaking weigert wanneer de openbaarmaking niet opweegt tegen de bescherming van de opsporing of vervolging van strafbare feiten. Deze uitzondering geldt ook voor de niet-federale overheden omdat zij verband houdt met de strafvervolging, die met uitzondering van de bevoegdheden die artikel 11 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 aan de gemeenschappen en de gewesten heeft toegekend, een federale bevoegdheid blijft. Uit de informatie die de beroepsinstantie heeft ontvangen is gebleken dat het proces-verbaal in kwestie werd bezorgd aan de bevoegde diensten van het Parket. Dit dossier is nog steeds in onderzoek bij het Parket, zodat het strafonderzoek in dat verband nog niet werd afgerond. Om voormelde reden is de beroepsinstantie dan ook van oordeel dat toepassing moet worden gemaakt van de uitzonderingsgrond, zoals voorzien in artikel II.34, 4° van het Bestuursdecreet. Het opgestelde procesverbaal moet worden bestempeld als een document dat uitsluitend ten behoeve van de strafvordering werd opgemaakt. Ook de uitzonderingsgrond zoals bepaald in artikel 6, §1, 5°, van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur belet dat het opgevraagde proces-verbaal openbaar kan worden gemaakt. Het ingestelde beroep wordt om voormelde reden dan ook als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 4 mei 2022 tegen de weigeringsbeslissing van de stad Landen is ontvankelijk doch ongegrond. Brussel, 20 juni 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/151

pagina 4 van 4


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2022-151.pdf by Vlaanderen-be - Issuu