JAARVERSLAG schooljaar 2009-2010
Lokale overlegplatforms Partners in gelijke onderwijskansen
Vlaams ministerie van Onderwijs & Vorming Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel http://www.ond.vlaanderen.be/wegwijs/agodi
Eindredactie Emiel Bogemans, Johan De Backere, Jean-Paul De Beleyr LOP-deskundigen, AgODi, Scholen Basisonderwijs en CLB Marleen Lembrechts Afdelingshoofd, AgODi, Scholen Basisonderwijs en CLB Valeer Schodts Voorzitter LOP Basisen Secundair onderwijs Diest Patrick Vanspauwen LOP-coördinator, AgODi, Scholen Basisonderwijs en CLB Kurt Van Damme LOP- gegevensanalist, AgODi, Scholen Basisonderwijs en CLB Veerle Van de Velde Adjunct van de directeur, Stafmedewerker, Coördinatie jaarverslag AgODi, Scholen Basisonderwijs en CLB Verantwoordelijke uitgever Guy Janssens Administrateur-generaal; Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel Lay-out Departement Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid Communicatie Patricia Vandichel Foto http://intra.ond.vlaanderen.be/fotobib/ Druk Management Ondersteunende Diensten Onderwijs en Vorming Digitale drukkerij Depotnummer D/2011/3241/283
Inhoud
Inleiding...................................................................................................................................................... 5 Hoofdstuk 1 Samenstelling en werking van de LOP’s.................................................... 7 1.1 Deelname aan en werking van de LOP’s .......................................................... 7 1.2 Voorzitters en deskundigen ................................................................................. 12 1.2.1 Voorzitters........................................................................................................ 12 1.2.2 Deskundigen ................................................................................................... 13
1.3 Partners Engagementsverklaring ..................................................................... 14 1.4 Budgettaire ondersteuning .................................................................................. 15 1.5 LOP-beleidsplannen .............................................................................................. 16
Hoofdstuk 2 Decretale opdrachten van de LOP’s........................................................... 17 2.1 Omgevingsanalyse .................................................................................................. 17 2.2 Anderstalige nieuwkomers ................................................................................. 18 2.2.1 Regelgeving ..................................................................................................... 19 2.2.2 Cijfers................................................................................................................ 20 2.2.3
Decretale opdracht van het LOP.................................................................. 22
2.3 Inschrijvingsrecht .................................................................................................... 25 2.3.1
Afspraken maken over de inschrijvingsperioden...................................... 25
2.3.2
Communicatie inschrijvingsbeleid van de scholen.................................. 27
2.3.3
Bemiddelen bij weigeringen.......................................................................... 32
2.3.4
Dubbele inschrijvingen.................................................................................. 35
2.3.5
Afspraken i.v.m. experimenten in het kader van een aanmeldingsprocedures.................................................................................................................. 36
2.4 Kleuterparticipatie................................................................................................... 40 2.4.1
Maximale deelname van kleuters aan het onderwijs: een korte situering............................................................................................................ 40
2.4.2
Ontwikkelingen in de LOP-werking ............................................................ 42
2.4.3
Vier- en vijfjarige niet-ingeschreven kleuters............................................. 42
2.5 Engagementsverklaring.......................................................................................... 44 2.6 Kosteloosheid en kostenbeheersing ................................................................ 46 2.6.1
Samenwerking met de Koning Boudewijnstichting................................. 46
2.6.2
Samenwerking met SOS Schulden 0p School........................................... 47 3
Hoofdstuk 3 Uitbouw van een lokaal onderwijs(kansen)beleid........................... 48 3.1 Samenwerking met lokale niet-decretale partners..................................... 48 3.2 Lokaal flankerend onderwijsbeleid en samenwerking met gemeenten................................................................................................................... 48
Hoofdstuk 4 Besluiten en aanbevelingen........................................................................... 51 4.1 Samenstelling en werking van de LOP’s......................................................... 51 4.1 De decretale opdrachten van de LOP’s........................................................... 55 4.2 Uitbouw van een lokaal onderwijs(kansen)beleid....................................... 57
Bijlage....................................................................................................................................................... 59 Monitoring LOP-werking. Cijferbijlage schooljaar 2009-2010.......................... 59
4
Inleiding
Het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) biedt u met dit jaarverslag een overzicht van de werkzaamheden van de LOP-werking in het schooljaar 2009-2010. Met het in voege gaan van het decreet betreffende gelijke onderwijskansen in 20021, zijn in Vlaanderen 70 lokale overlegplatforms actief die lokale partners samenbrengen om de gelijke onderwijskansen in hun regio mee te helpen realiseren. Tot die lokale partners behoren niet alleen de scholen, CLB’s en hun besturen maar ook vertegenwoordigers van de ouderverenigingen, lerarenvakbonden, leerlingenraden, verenigingen waar armen het woord nemen, etnisch-culturele verenigingen, onthaalbureaus, de integratiesector, het schoolopbouwwerk, de gemeentebesturen en lokaal relevante socioculturele en economische partners. Naar jaarlijkse gewoonte rapporteren we de voortgang in de LOP-werking aan de hand van vaste thematische rubrieken: ontwikkelingen in de samenstelling en werking van de LOP’s, ontwikkelingen in de manier waarop de LOP’s vorm en inhoud geven aan hun decretale opdrachten en ten slotte ontwikkelingen in de manier waarop de LOP’s meewerken aan de uitbouw van een lokaal onderwijs(kansen)beleid. We maken hiervoor niet alleen gebruik van de verslaggeving van de LOP’s en de periodieke voortgangsrapportages van de LOP-deskundigen, maar evenzeer van tabellen uit de LOP-monitor. Deze monitor brengt jaarlijks de werking van de LOP’s in kaart aan de hand van een selectie van kritische indicatoren. De gegevens voor deze monitor worden eveneens aangeleverd door de LOP-deskundigen. In dit verslag beschrijven we niet alle tabellen uit de monitor maar beperken we ons tot het aangeven van de belangrijkste ontwikkelingen t.o.v. de vorige schooljaren. Geïnteresseerde lezers kunnen alle tabellen wel raadplegen in de tabellenbijlage bij dit verslag. Door eenzelfde tabelnummering en format aan te houden over de schooljaren heen, hopen we het leescomfort te bevorderen. Dit schooljaar zoomen we dieper in op de decretale opdrachten van de LOP’s m.b.t.: • Anderstalige nieuwkomers. Onder druk van een toenemende instroom van minderjarige nieuwkomers, bekijken we in welke mate dat ook de aandacht van de LOP’s voor deze groep heeft verscherpt; • Capaciteit en aanmelding. Naar aanleiding van capaciteitsproblemen in een aantal LOPregio’s, evalueren we de huidige regelgeving m.b.t. capaciteit, volverklaringen en weigeringen. We evalueren - na twee jaar experimenteren met een aanmeldingsprocedure - ook tot welke inzichten dat bij de LOP’s heeft geleid: wat zijn hun ervaringen en aanbevelingen? • Dubbele inschrijvingen. Hier gaan we na hoe LOP’s invulling geven aan hun opdracht om instrumenten te ontwikkelen die dubbele inschrijvingen voorkomen. We inventariseren de redenen waarom voor deze opdracht maar weinig animo bestaat bij de LOP’s;
1 Decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen (B.S. 14 september 2002).
5
• Kleuterparticipatie. Schooljaar 2009-2010 is het eerste schooljaar waarin LOP’s, op basis van gegevens van Kind en Gezin, specifieke acties nemen naar vier- en vijfjarige niet-ingeschreven kleuters. We bekijken ook hoe deze acties verlopen. Ten slotte ronden we af met een aantal aanbevelingen voor de toekomstige LOP-werking. We hopen u met dit jaarverslag te kunnen boeien en wensen u veel leesplezier.
6
Hoofdstuk 1 Samenstelling en werking van de LOP’s
1.1
Deelname aan en werking van de LOP’s
Lokale overlegplatforms brengen lokale partners samen die via overleg de gelijke onderwijskansen van de jongeren in hun werkingsgebied mee kunnen helpen realiseren. De deelnemers aan de LOP’s zijn vastgelegd in het GOK-decreet2. Grosso modo kunnen we twee groepen onderscheiden: • Tot de onderwijsverstrekkers rekenen we de besturen en directies van scholen voor gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs gelegen in het werkingsgebied van het LOP, evenals de besturen en directies van de CLB’s die deze scholen begeleiden. Daarnaast participeren aan het overleg ook de besturen en directies van scholen buitengewoon onderwijs buiten het werkingsgebied waarmee frequente leerlingenstromen bestaan. Besturen van scholen en CLB’s kunnen zich echter laten vertegenwoordigen door een directie van een school of CLB van het eigen bestuur; • Tot de stakeholders rekenen we de organisaties die een belang hebben bij gelijke kansen in het onderwijs en bij het werkterrein of de opdrachten van een LOP. De meesten onder hen willen ook meewerken aan en invloed uitoefenen op een structurele verbetering van de onderwijskansen en talentontwikkeling van kinderen en jongeren. Het GOK-decreet voorziet dat aan het LOP ook vertegenwoordigers participeren van onderwijsvakbonden, ouderverenigingen, leerlingenraden (alleen in LOP’s voor het secundair onderwijs), organisaties van etnisch-culturele minderheden, verenigingen waar armen het woord nemen, de integratiesector en de onthaalbureaus. Die vertegenwoordigers worden aangeduid door de koepelorganisaties of centrale organisaties waarbij ze zijn aangesloten. Hun maximale aantallen zijn decretaal vastgelegd. Daarnaast is ook een vertegenwoordiging voorzien van het onderwijsopbouwwerk en van lokale soco-culturele of socio-economische partnerorganisaties (maximaal tien) die door het LOP kunnen worden gecoöpteerd. Ten slotte is ook één vertegenwoordiging voorzien per gemeentebestuur van gemeenten die behoren tot het werkingsgebied van een LOP. Die vertegenwoordiger treedt niet op in de hoedanigheid van inrichtende macht van onderwijs maar moet het LOP adviseren over gemeentelijke aangelegenheden die een nauwe band vertonen met de bevoegdheden van het LOP. De deelname van de onderwijspartners aan het LOP is verplicht: het is een financieringsvoorwaarde voor het gemeenschapsonderwijs en een subsidiëringsvoorwaarde voor het gesubsidieerd officieel en vrij onderwijs. Voor de stakeholders voorziet de regelgeving geen verplichte deelname aan het LOP, maar kunnen vertegenwoordigers zich vrijwillig aanmelden aan het LOP. In deze paragraaf staan we stil bij enkele opvallende vaststellingen m.b.t. de deelname en werking van de LOP’s voor het schooljaar 2009-2010. Voor meer gedetailleerde cijfers en evoluties overheen de tijd verwijzen we graag naar het tabellenrapport in bijlage bij dit jaarverslag.
2 Zie decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen I (B.S. 14 september 2002).
7
❍❍ Plenaire vergadering In het schooljaar 2009-2010 telt een LOP in een grootstad gemiddeld 159 leden, in een centrumstad 60 leden en in de andere steden en gemeenten 35 leden. Deze cijfers blijven over de schooljaren heen zeer stabiel. Hoewel een LOP in principe tot tien lokale socio-economische of soco-culturele organisaties kan coöpteren, tellen we voor het schooljaar 2009-2010 niet meer dan gemiddeld 2,7 gecoöpteerde partners. In een grootstad zijn dat er gemiddeld nog 4,8; in een centrumstad 2,0 en in de andere steden en gemeenten 2,8. Daarmee evenaren we de cijfers van het vorige schooljaar. Onderwijspartners nemen 90% tot 100% van de hun toegewezen mandaten in het LOP ook op. Alleen de besturen van de vrije CLB’s en van de scholen die ressorteren onder het Overlegplatform van de kleine koepels van het vrij gesubsidieerd onderwijs (OKO) scoren hier lager (respectievelijk 89% en 83% van de toegewezen mandaten opgenomen). Stakeholders nemen 73% tot 94% van de hun toegewezen mandaten op in de LOP’s: • Vooral de gemeentebesturen (94%), het onderwijsopbouwwerk (90%) en de integratiesector (94%) blijven sterk scoren; • Ouderkoepels (52% en 63%) en leerlingenraden (50%) blijven het traditioneel moeilijk hebben. Leerlingenraden kennen echter weer een uitgesproken stijging van het aantal opgenomen mandaten t.o.v. de vorige schooljaren (van 15% naar 24%, 28% en nu 50%). Stakeholders zijn in minstens 80% van de LOP’s waar ze een mandaat krijgen toegewezen, ook vertegenwoordigd met minstens één opgenomen mandaat: • Uitzonderingen hierop vormen de vakbonden ACOD (76%) en VSOA (73%), de ouderkoepels VCOV (51%) en KOOGO-GO! Ouders (62%) en de leerlingenraden (44%); • Vooral bij de ouderverenigingen zien we een langzame maar gestage afname van het aantal LOP’s waarin men nog een vertegenwoordiger heeft. De plenaire vergadering van het LOP komt in het schooljaar 2009-2010 gemiddeld 1,6 keer samen. Daarmee evenaren de LOP’s de cijfers van het vorige schooljaar. In de centrumsteden ligt de vergaderfrequentie het laagst (gemiddeld 1,2 vergaderingen per schooljaar) en merken we een dalende trend over de schooljaren heen. In de LOP’s basisonderwijs merken we de laatste twee schooljaren ook een dalende trend en komt het vergaderritme in de buurt van de LOP’s secundair onderwijs (1,6 en 1,5 vergaderingen per schooljaar).
8
Bekijken we vervolgens de gemiddelde procentuele aanwezigheid op deze plenaire vergaderingen. Bij de onderwijspartners kunnen we vaststellen dat de aanwezigheid van dertien van de achttien decretale partners er t.o.v. het vorige schooljaar op vooruit is gegaan: • De gemiddelde procentuele aanwezigheid blijft het hoogst bij de CLB-directies. Hun procentuele aanwezigheid varieert tussen 71% en 93% (met uitzondering van het provinciaal CLB met 29%); • Bij de schooldirecties varieert de gemiddelde procentuele aanwezigheid tussen 47% en 64%; • Besturen van scholen en CLB’s blijven het door de band moeilijk hebben met hun aanwezigheid op de plenaire vergaderingen. De mogelijkheid om zich te laten vertegenwoordigen door een directie wordt maar in beperkte mate gebruikt. In maar twintig van de 70 LOP’s (of 29%) bestaan hierover afspraken. In niet meer dan vier LOP’s worden die afspraken ook opgenomen in het huishoudelijke reglement. In de LOP’s met afspraken hierover, gaat het in 80% om een permanente bevoegdheidsdelegatie en in 20% om een ‘ad hoc’-delegatie (per vergadering). Ook bij de stakeholders zien we dat de gemiddelde procentuele aanwezigheid op de plenaire vergadering er voor negen van de dertien decretale partners op vooruit is gegaan t.o.v. het vorige schooljaar: • De meest aanwezige partners blijven de leerlingenraden (89%), het onderwijsopbouwwerk (75%) en de integratiesector (73%); • Vakbonden, ouderverenigingen en organisaties van etnish-culturele minderheden blijven laag scoren (+/- 40% gemiddelde procentuele aanwezigheid). ❍❍ Dagelijks bestuur Het gemiddelde aantal mandaten dat een dagelijks bestuur telt, blijft over de schooljaren heen evenzeer constant. In het schooljaar 2009-2010 telt een dagelijks bestuur in een grootstad gemiddeld 26 leden, in een centrumstad dertien leden en in de andere steden en gemeenten elf leden. De vergaderfrequentie van een dagelijks bestuur ligt uiteraard hoger dan van een plenaire vergadering. In het schooljaar 2009-2010 komt dat bestuur gemiddeld 4,3 keer samen (in het vorige schooljaar 4,0 keer). LOP’s in grootsteden vergaderen het meest (gemiddeld 7,2 keer per schooljaar), gevolgd door de centrumsteden (gemiddeld 4,3 keer) en de andere steden en gemeenten (gemiddeld 3,9 keer).
9
De verschillende onderwijskoepels krijgen bij hoofde van hun directies van scholen en CLB in 90% tot 100% van de LOP’s minstens één mandaat toegewezen in het dagelijks bestuur: • Alleen de directies van OKO en het provinciaal CLB scoren lager (in respectievelijk 79% en 43% van de LOP’s); • De besturen van scholen en CLB’s zijn veel minder (of helemaal niet) vertegenwoordigd in de dagelijkse besturen. Alleen de schoolbesturen van het vrij onderwijs krijgen nog een mandaat toegewezen in 36% van de dagelijkse besturen. Alle andere besturen scoren beduidend lager (van 0 tot 31%). De directies slagen erin om 90% tot 100% van de hen toegewezen mandaten in het dagelijks bestuur ook daadwerkelijk op te nemen. Van de besturen evenaren alleen het vrij onderwijs en de vrije CLB’s die cijfers. M.b.t. de decretale stakeholders in het LOP stellen we vast dat meer dan de helft van hen (acht van de dertien partners) in minder dan 50% van de dagelijkse besturen een mandaat krijgt toegewezen: • Bij vier partners (VSOA, gecoöpteerde partners, leerlingenraden en onthaalbureau) gaat het om 35% of minder van de dagelijkse besturen waarin men een mandaat krijgt toegewezen; • Gemeentebesturen (met een mandaat in 74% van de dagelijkse besturen), onderwijsopbouwwerk (79%), de integratiesector (69%) en de gecoöpteerde leden (60%) blijven het sterkst vertegenwoordigd in de dagelijkse besturen. Kijken we vervolgens naar de gemiddelde procentuele aanwezigheid op de vergaderingen van het dagelijks bestuur. Bij de onderwijspartners stellen we vast dat zeven van de vijftien partners met een mandaat in het dagelijks bestuur in het schooljaar 2009-2010 beter of even goed scoren qua aanwezigheid dan het vorige schooljaar: • Vooral directies van vrije scholen en CLB’s en de schoolbesturen van het vrij onderwijs laten hoge gemiddelde aanwezigheidscijfers optekenen (70%, 77% en 69%); • Voor de andere onderwijspartners schommelt de gemiddelde procentuele aanwezigheid tussen 66% en 53%, met uitschieters naar beneden voor het provinciaal CLB (7%) en de besturen van het CLB van het GO! (27%). Bij de stakeholders merken we dat niet meer dan vier van de dertien decretale stakeholders met een mandaat in het dagelijks bestuur een betere aanwezigheid dan of even goede aanwezigheid als het vorige schooljaar laten optekenen. De meest aanwezige participanten blijven het onderwijsopbouwwerk (73%), de integratiesector (64%), de onthaalbureaus (62%) en de gemeentebesturen (60%). Lage aanwezigheidscijfers tekenen we opnieuw op voor VSOA (33%), de ouderkoepels (38% en 41%), de leerlingenraden (40%) en de etnischculturele minderheden (33%). Samenvattend kunnen we stellen dat er een lichte verbetering is van de participatie aan de plenaire vergaderingen, zowel in termen van het aantal georganiseerde vergaderingen als in termen van aanwezigheden. Bij de dagelijkse besturen zien we eveneens een lichte toename van het aantal georganiseerde vergaderingen, maar daar stabiliseert de gemiddelde aanwezigheid. Opvallend blijft zowel de beperkte vertegenwoordiging als aanwezigheid van de verschillende stakeholders op de vergaderingen van het dagelijks bestuur. ❍❍ Werkgroepen Een belangrijke parameter voor deelname aan de LOP-werking blijft ook de deelname aan de werkgroepen waar vaak het beleidsvoorbereidend werk inhoudelijk wordt voorbereid.
10
• Gemiddeld aantal werkgroepen in een LOP 2,5 t.o.v. 2,5 vorig schooljaar en 3,8 in het schooljaar 2007-2008; • Gemiddelde omvang van een werkgroep 12,8 leden t.o.v. 11,5 vorig schooljaar en eveneens 11,5 in het schooljaar 2007-2008; • Gemiddelde aanwezigheid Gemiddeld 74% van de leden aanwezig op de vergaderingen t.o.v. 77% en 81% in de schooljaren 2008-2009 en 2007-2008; • Gemiddeld aantal vergaderingen per werkgroep 3,6 t.o.v. 3,5 en 3,2 in de schooljaren 2008-2009 en 2007-2008. • Thema’s waarrond werkgroepen in minstens 20% van de LOP’s actief zijn • • • • • • • • • • • • • • •
Ouder- en schoolbetrokkenheid: 51% Participatie aan kleuteronderwijs: 43% Communicatie naar specifieke doelgroepen: 41% Inschrijvingsbeleid: 37% Anderstalige nieuwkomers: 36% Armoede: 36% Participatie van doelgroepen: 36% Schoolkosten: 31% School- en studietoelagen: 24% Schoolloopbanen en doorstroming: 30% Anderstaligheid: 29% Opvoedingsondersteuning: 26% Taalstimulering: 24% Taalbeleid: 20% Spijbelen en schoolverzuim: 20%
• Deelnemers aan de werkgroepen • De deelname van directies van scholen en CLB’s aan werkgroepen, is gedaald (tot 20%). Toch participeren directies van scholen en CLB’s van het GO! en het vrij onderwijs nog steeds aan werkgroepen in 50% of meer van de LOP’s; • Ook bij de decretale stakeholders merken we dat de deelname van vroeger sterke participanten aan werkgroepen in de LOP’s (gemeentebesturen, integratiesector, onderwijsopbouwwerk en verenigingen waar armen het woord nemen) is gedaald (met 10% tot 15%). Gemeentebesturen (43%), de integratiesector (33%) en het onderwijsopbouwwerk (31%) blijven weliswaar de meest aanwezige partners in werkgroepen van de LOP’s. Verenigingen waar armen het woord nemen participeren in nog amper 1/5 van de LOP’s aan werkgroepen, de organisaties van etnisch-culturele minderheden in 1/10 van de LOP’s; • Daartegenover staat dat de deelname van decretaal gecoöpteerde en andere (niet-gecoöpteerde) partners aan de werkgroepen dan weer is gestegen. Vooral de deelname van OCMW’s en Kind en Gezin of andere kinderopvanginitiatieven is daarbij opvallend. Samengevat beschikt een LOP dus over gemiddeld 2,5 werkgroepen die elk 12,8 leden tellen en die gemiddeld 3,6 keer per schooljaar vergaderen met gemiddeld ¾ van hun leden. Naast de decretale thema’s (inschrijvingsbeleid, anderstalige nieuwkomers, kleuterparticipati), zien we dat toch ook heel wat werkgroepen actief zijn rond thema’s die voor de minister een prioriteit zijn: ouderbetrokkenheid, kosten, taal, spijbelen… De participatie van heel wat decretale leden aan werkgroepen daalt, in tegenstelling tot deze van de decretaal gecoöpteerde en andere uitgenodigde partners.
11
In het schooljaar 2009-2010 zijn vormingsinitiatieven genomen om LOP’s te stimuleren zichzelf kritisch te bevragen over de participatie van de leden aan hun werking. Op 27 november 2009 organiseren de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) en het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) een studiedag waarop begeleiders diversiteit, LOP-voorzitters en deskundigen en andere leden van het LOP zich in twee interactieve werkwinkels buigen over de participatiecultuur in de LOP’s en de werking van de plenaire vergadering. Hierbij staan volgende vragen centraal: hoe, via welke ingrepen en met welke methodologie kan men een effectieve participatiecultuur bewerkstellingen in de LOP’s en hoe kan een algemene vergadering een dynamisch instrument worden dat bijdraagt tot een meer gedragen LOP-werking? Volgende leerpunten worden geformuleerd: • Het bewerkstelligen van een effectieve participatiecultuur bevordert de betrokkenheid van alle actoren. Belangrijke handvatten daartoe zijn o.a. het zichtbaar maken van mogelijke win-winsituaties en het expliciteren van de rol van de verschillende partners, het organiseren van brede netwerken met ondersteunende contacten (persoonlijk, pro-actief…), via een persoonlijke benadering vooraf polsen naar het draagvlak voor bepaalde initiatieven; • De plenaire vergadering is een belangrijk instrument om een draagvlak te creëren en beslissingen te formaliseren. Het is ook een plaats waar de verschillende participanten hun netwerk kunnen uitbouwen. Participatie kan worden bevorderd via geëigende methodieken die rekening houden met de context en het aantal deelnemers: belang van formele en informele momenten, actieve werkvormen en ruimte voor argumentatie, visualisatie en concrete cases, helder taalgebruik, geen overladen agenda...
1.2
Voorzitters en deskundigen
1.2.1 Voorzitters LOP’s beschikken over een voorzitter die op hun voordracht door de Vlaamse Regering voor een periode van vier kalenderjaren wordt aangesteld om het lokale overleg mee te organiseren en vorm te geven. Op 1 januari 2010 ontvangen 61 LOP-voorzitters een jaarlijkse forfaitaire vergoeding voor hun voorzitterschap: • Eén LOP heeft geen voorzitter en acht LOP-voorzitters zitten dan twee LOP’s voor; • Achtendertig LOP’s hebben een voorzitter met vijf of meer jaar anciënniteit; • Tweeënveertig LOP’s hebben dan nog steeds hun eerste voorzitter, 25 LOP’s zijn toe aan een tweede voorzitter en drie LOP’s zijn toe aan hun derde voorzitter; • Er wordt één nieuwe voorzitter aangesteld in de loop van het schooljaar 2009-2010. Om de communicatie tussen de LOP-voorzitters onderling en met het centrale beleid te optimaliseren, wordt verder gewerkt aan de uitbouw van eerder opgezette communicatiekanalen. Een regelmatig provinciaal overleg van voorzitters vormt de basis van een gestructureerd horizontaal en verticaal overleg. In de provinciale overlegkernen worden onderlinge ervaringen uitgewisseld er wordt informatie opgedaan en men tekent vooral signalen op vanuit de LOP’s. De provinciale overlegkernen vaardigen op hun beurt een LOP-voorzitter af naar de groep van ‘gemandateerde LOP-voorzitters’. Die groep vergadert drie à vier keer per jaar, samen met de coördinator van de LOP-deskundigen en met vertegenwoordigers van AgODi en het kabinet van de bevoegde minister. In de vergadering van de gemandateerde voorzitters worden vooral de signalen vanuit de provinciale overlegmomenten ter sprake gebracht. Vanuit dat overleg groeit ook de agenda voor de jaarlijkse ontmoeting met de minister.
12
Deze overlegstructuur werkt maar effectief en efficiënt als het provinciaal overleg tussen LOPvoorzitters goed wordt ingevuld. Daartoe moeten een aantal voorwaarden vervuld zijn: • Er moet op regelmatige basis overleg zijn met een minimum van één bijeenkomst per trimester; • De agenda van dat overleg moet vooral door de voorzitters zelf worden bepaald; • Alle voorzitters uit de betrokken provincie moeten aan dat overleg deelnemen. Aan de invulling van deze voorwaarden moet nog verder gewerkt worden. In de provincie Antwerpen is nog steeds geen provinciale overlegkern en bijgevolg ook geen gemandateerde voorzitter aangeduid. AgODi installeerde een sharepoint voor de LOP-voorzitters en -deskundigen om de informatieverstrekking verder te verbeteren. LOP- voorzitters maken echter te weinig gebruik van deze mogelijkheid. Het overlegmoment met de minister is alleen maar zinvol op voorwaarde dat er op dat moment een echte dialoog plaatsvindt tussen centraal en lokaal beleid inzake gelijke onderwijskansen. De formule van deze ontmoeting moet worden geëvalueerd.
1.2.2 Deskundigen Op 1 januari 2010 zijn er 29 LOP-deskundigen in dienst, van wie zeventien gedetacheerden en twaalf contractuelen. Op 1 mei 2010 gaan twee contractuele LOP-deskundigen halftijds werken. Er wordt één bijkomende gedetacheerde LOP-deskundige in dienst genomen: • Vijftien LOP-deskundigen ondersteunen drie of meer LOP’s; • In de loop van het schooljaar 2009-2010 starten vier nieuwe LOP-deskundigen; • De anciënniteit als LOP-deskundigen bedraagt op 1 januari 2010: • Voor vijf LOP-deskundigen minder dan één jaar • Voor tien LOP-deskundigen minder dan twee jaar • Voor 14 LOP-deskundigen minstens zeven jaar; • Tweeëndertig van de 70 LOP’s hebben nog steeds hun eerste LOP-deskundige, 21 LOP’s zijn toe aan hun tweede LOP-deskundige, twaalf LOP’s aan hun derde; twee LOP’s aan hun vierde en nog eens twee aan hun vijfde. Ten slotte is één LOP toe aan zijn zesde LOP-deskundige. ❍❍ Naar nieuwe interne structuren Het schooljaar 2009-2010 start met een miniseminarie voor alle LOP-deskundigen in de Landcommanderij Alden-Biesen in Limburg. De nadruk in het programma ligt op het creëren van betere interne structuren voor ervaringsuitwisseling en samenwerking tussen de LOP-deskundigen. Zowel de stappen om tot een efficiëntere werking te komen van het deskundigenoverleg als de verschillende werk- en intervisiegroepen krijgen zo verder vorm. Centraal in de benadering staat het werken met een duidelijke missie/opdracht. Ook de monitoring van de LOP-werking en de verbetering van het vormingsplan krijgen aandacht. In Alden Biesen start een operatie om veel meer in te zetten op trainen in vaardigheden en houdingen om een proces te begeleiden in een LOP. De aandacht voor kennis en inzichten blijft (zie o.a. kader met lijst van gastsprekers), maar de competenties komen toch meer op de voorgrond. Dat vertaalt zich in de loop van het schooljaar in individuele en collectieve opleidingen. Collectief wordt o.a. sterk geïnvesteerd in ‘strategische meerjarenplanning’, ‘coachende vaardigheden’ en ‘intervisietechnieken’. Op het individuele vlak volgen LOP-deskundigen, meer dan in het verleden, opleidingen in verband met het ’faciliteren van groepen’ en ‘procesbegeleiding bij (moeilijke) vergaderingen’.
13
Er wordt ook ingezet op een uitgebreid en verbeterd onthaaltraject voor nieuwe LOP-deskundigen. Een draaiboek met een gedetailleerde beschrijving van een kader voor het onthaal van nieuwe LOP-deskundigen krijgt vorm. In dit draaiboek is er ook aandacht voor verdiepingsdagen waar in verschillende sessies met ervaren collega’s wordt ingezoomd op thema’s en opdrachten. Verder besteden we aandacht aan de overdracht: wat gebeurt er bij uitdiensttreding en hoe gebeurt de overdracht van documenten naar een nieuwe collega? Gastsprekers op het deskundigenoverleg 2009-2010: • Guy Degrande en Elke Defranc van het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) over Orafin 2010 (nieuwe boekhoudkundige aanpak); • Mieke Santermans over de acties van het Agentschap voor Onderwijscommunicatie (AOC); • Michael Van der Eycken van AgODi over de taaltoets en de verplichte derde kleuterklas; • Anne-Marie Van Wijnsberghe van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en Studietoelagen (AHOVOS) over studietoelagen; • Mieke Coulembier en Ann Verbist over de werking van de federatie basiseducatie en het Vlaams Ondersteuningscentrum voor het volwassenenonderwijs (VOCVO); • John De Plecker van het Departement Onderwijs en Vorming over de werkwijze van projectgroepen met betrekking tot de implementatie van de beleidsnota van minister Pascal Smet; • Elke Naessens van het Departement Onderwijs en Vorming over de projectaanvragen in het kader van het flankerend onderwijsbeleid; • Elke Peeters en Evi Neven van het Departement Onderwijs en Vorming over time-out; • Luc Driesmans en Jef Van de Wiele over hun opdrachten als begeleiders diversiteit bij de CLB’s; • Trudo Beckers, Kristina Verpoten, Monique Wauters en Fred Braeckman over hun opdrachten als begeleiders diversiteit bij de vakorganisaties; • Martien Geerts over de werking van het Centrum van taal en onderwijs (CTO) en taalbeleid; • Sonja Van Craeymeersch van het Departement Onderwijs en Vorming over Onderwijsdecreet XX en het inschrijvingsbeleid vanaf het schooljaar 2010-2011; • Ann Lips over verificatie en andere opdrachten binnen AgODi; • Pauline Everaert (stagiaire AgODi) over de resultaten van een enquête over vorming bij LOPdeskundigen.
1.3
Partners Engagementsverklaring
De aanwezigheid van de begeleiders diversiteit als gastsprekers op het deskundigenoverleg (zie kader) is al een goede indicator van de verbeterde samenwerking tussen de begeleiders diversiteit en de LOP-deskundigen. Die verbeterde samenwerking komt ook tot zijn recht in het uitwerken van studiedagen. We onderscheiden twee werkvormen: ‘Focus op…’ en andere studiedagen. Eigen aan een ‘Focus op …’ is dat men op locatie gaat en daar met de lokale betrokkenen inzoomt op een afgebakend thema. De andere studiedagen streven een breder bereik na. Eigen aan de activiteiten tijdens het schooljaar 2009-2010 is de nauwe samenwerking tussen de LOP-deskundigen en de begeleiders diversiteit en dit van bij de creatieve fase waarin de opzet van de vormingsinitiatieven wordt uitgewerkt. ❍❍ Focus op … De samenwerking met de Vlor resulteert in drie geslaagde ‘Focus op …’- dagen: • In Beringen ligt de nadruk op de meerwaarde van de samenwerking met flankerende diensten van de gemeenten in een LOP;
14
• In Sint-Niklaas zoomen we in op de LOP-werking rond ROMA; • In Ronse is de aandacht voor taal in de LOP-werking de rode draad. Bij de drie gelegenheden is er telkens een afsluitend bezoek van Pascal Smet, minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel. ❍❍ Andere studiedagen “Werken in uitvoering” De studiedag georganiseerd door de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) en AgODi op 27 november 2009 in Antwerpen richt zich tot alle leden van de LOP’s in Vlaanderen. De processen in de LOP’s staan centraal in een divers aanbod van werkwinkels. Met vragen als “Wat zijn de grenzen van de LOP-werking?” ontspinnen zich discussies over de afbakening van taken tussen LOP’s en lokale besturen en LOP’s en pedagogische begeleidingsdiensten. Andere werkwinkels zoomen meer in op de inhoudelijke processen in de LOP’s: o.a. over spijbelen en omgevingsanalyse. Met “Uit een impasse raken” en “Werken met een algemene vergadering” gaat ook de nodige aandacht naar de groepsdynamische processen van de LOP-werking (zie ook eerder). “Inschrijvingsbeleid: inzoomen op ontwikkelingen in de LOP’s” Op 19 maart 2010 organiseren Vlor en AgODi een interne vormingsdag. Die vormingsdag moet de LOP-voorzitters, LOP-deskundigen en begeleiders diversiteit inspireren bij het begeleiden en ondersteunen van reflecties, ontwikkelingen en acties rond het inschrijvingsbeleid in de LOP’s (zie ook verder).
1.4
Budgettaire ondersteuning
Wegens besparingen worden de werkingsmiddelen van de LOP’s geconsolideerd op het niveau van het vorige schooljaar. Er gebeuren geen indexaanpassingen, maar er worden evenmin besparingen doorgevoerd op de toegekende werkingsmiddelen aan de individuele LOP’s. Aanpassingen in de boekhoudkundige aanpak - intern gekend als ORAFIN - spelen in de kaart om nog bewuster en planmatiger met de beschikbare budgetten om te springen. Voor een aantal LOP’s creëren we mogelijkheden tot bijkomende vastleggingen voor specifieke initiatieven. Daarvoor gebruiken we het gemeenschappelijke budget. Voor meer toelichting bij het gebruik van het gemeenschappelijke budget en de gehanteerde criteria, verwijzen we graag naar het jaarverslag 2008-20093. Een overzicht van de initiatieven gefinancierd met het gemeenschappelijke budget van 2009: • Communicatie naar ouders over CAR4 Antwerpen (LOP voor het basisonderwijs Antwerpen); • Brochure ’Inschrijven in een Gentse basisschool’ (LOP voor het basisonderwijs Gent); • Expertise LOP-project naar scholen overbrengen via instaptheater (LOP voor het basis- en secundair onderwijs Brugge); • Kansarmoede en onderwijs: OBOS5 vertelt (LOP voor het basisonderwijs Sint-Truiden); • Voorschools educatief project rond taal (LOP voor het basisonderwijs Houthalen-Helchteren); • Communicatie naar ouders over CAR Brussel (LOP voor het basis- en secundair onderwijs Brussel); 3 Zie: Lokale overlegplatforms. Werken in uitvoering, Jaarverslag schooljaar 2008-2009, Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming, AgODi, 98 p. (http://www.ond.vlaanderen.be/wegwijs/agodi). 4 CAR staat voor Centraal Aanmeldingsregister. 5 OBOS staat voor Ondernemende Bewuste Ouders Sint-Truiden.
15
• Studiedag tienerouders (LOP voor het secundair onderwijs Oostende-Middelkerke); • Begeleiding doorlichting stuurgroep (LOP voor het basisonderwijs Antwerpen).
1.5 LOP-beleidsplannen Naar aanleiding van de interne LOP-evaluatie 2004-20066 wordt aan de LOP’s gevraagd om een beleidsplan op te maken voor een periode van drie schooljaren, startend in het schooljaar dat volgt op het schooljaar waarin de (nieuwe) voorzitter wordt aangesteld voor een nieuwe ambtsperiode. De overheid wil daarmee de LOP’s aanmoedigen om meer methodisch te werken en continuïteit te brengen in hun werking. Een eerste reeks beleidsplannen wordt opgemaakt voor de periode 2008-2009 tot 2010-2011. Een lezing van de plannen leert dat het methodologische kader van strategische meerjarenplanning nog niet door alle LOP’s verworven is. Op vraag van de LOP-voorzitters en -deskundigen wordt met het oog op de opmaak van nieuwe beleidsplannen in het voorjaar van 2010 een eendaagse vorming opgezet rond strategische meerjarenplanning. Volgende aspecten komen aan bod in deze vorming: • Wat zijn de functies van een strategische meerjarenplanning? • Hoe kan men goede strategische doelen en streefnormen formuleren? • Welke technieken van informatieverzameling kan men daarbij gebruiken? • Hoe vat men het schrijfproces met het LOP aan? • Waaruit bestaat een goede voortgangsrapportage? Zowel LOP-voorzitters als -deskundigen en begeleiders diversiteit worden uitgenodigd op dit vormingsinitiatief. Als spin-off van deze eendaagse vorming wordt ook een handleiding opgemaakt met theoretische achtergronden en praktische handvatten voor de opmaak van een goed strategisch meerjarenplan. Die handleiding wordt verspreid naar alle LOP-deskundigen.7
6 Ook te raadplegen op: http://www.ond.vlaanderen.be/wegwijs/agodi/lop/. 7 Conings V., Het beleidsplan als plannings- en sturingsinstrument voor de lokale LOP-werking. Hoe schrijf ik een goed strategisch plan voor mijn LOP?, Instituut voor de Overheid, 2009, 30 p.
16
Hoofdstuk 2 Decretale opdrachten van de LOP’s
8
2.1 Omgevingsanalyse Een belangrijk instrument in de werking van een LOP is de omgevingsanalyse van de gelijke onderwijskansen in het werkingsgebied. Het doel van de omgevingsanalyse is de (on)gelijke onderwijskansen in de LOP-regio in kaart te brengen in functie van het detecteren van knelpunten en het formuleren van prioritaire actiepunten voor het LOP. Een grondige analyse van de knelpunten en een zorgvuldige diagnose van de situatie moeten zorgen voor een degelijke basis voor weloverwogen en goed onderbouwde acties. In het schooljaar 2009-2010 zijn LOP’s actiever bezig rond omgevingsanalyses dan het vorige schooljaar. Zesenvijftig procent van de LOP’s werken met periodieke omgevingsanalyses a.d.h.v. een vast format en 66% van de LOP’s maken ook ad hoc analyses op basis van lokaal gedefinieerde vragen (vorig schooljaar was dit telkens 46% van de LOP’s): • Van de LOP’s die werken met een periodieke omgevingsanalyse met een vast format dateert de laatste omgevingsanalyse in zes op tien LOP’s van schooljaar 2009-2010, in één op vier LOP’s dateert de laatste omgevingsanalyse van één tot twee schooljaren terug. • LOP’s die werken met ad hoc omgevingsanalyses buigen zich in het schooljaar 2009-2010 vooral rond volgende thema’s: anderstalige nieuwkomers (50% van de LOP’s), schoolloopbanen en doorstroming (37%), inschrijvingsbeleid (26%), tuchtmaatregelen en definitieve uitsluitingen (26%), school- en studietoelagen (24%) en anderstaligheid (20%). In vier op vijf LOP’s levert AgODi ook in het schooljaar 2009-2010 gegevens aan en in bijna één op vier LOP’s ondersteunt AgODi ook bij de verwerking en analyse. Het zijn echter vooral de LOPdeskundigen die de gegevens verwerken, analyseren en rapporteren (in acht op tien LOP’s). Van de onderwijspartners participeren vooral de directies van de scholen aan de opmaak van een omgevingsanalyse maar dan alleen in termen van toelevering van de nodige gegevens. Van de decretale stakeholders verlenen vooral het onderwijsopbouwwerk en de gemeentebesturen hun medewerking: niet alleen in termen van toelevering van gegevens (in 40% en 20% van de LOP’s) maar ook bij de verwerking en analyse (in 23% en 10% van de LOP’s) en de rapportering (10% en 7%). Daarnaast kan één op tien LOP’s nog rekenen op de medewerking vanuit de integratiesector en het onthaalbureau voor de toelevering van gegevens. In vier en vijf LOP’s nemen ze ook deel aan de verwerking en analyse. De vragen vanuit de LOP-voorzitters en deskundigen naar professionele ondersteuning blijven in het licht van bovenstaande vaststellingen ook in het schooljaar 2009-2010 leven: • Ondersteuning bij het analyseren en interpreteren van gegevens en het correct vertalen van verworven inzichten naar aangewezen acties; • Beter zicht krijgen op de beschikbare en relevante gegevens.
8 Dit hoofdstuk is onder meer gebaseerd op het tabellenrapport in bijlage bij dit verslag. Voor meer gedetailleerde cijfers verwijzen we u dan ook graag naar hoofdstuk twee van deze tabellenbijlage.
17
In het schooljaar 2009-2010 worden verschillende initiatieven genomen om tegemoet te komen aan de geformuleerde behoeften: Tijdens de studiedag van 27 november 2009 georganiseerd door Vlor en AgODi kunnen LOPvoorzitters, deskundigen, leden van het LOP en begeleiders diversiteit deelnemen aan een interactieve werkwinkel die zich buigt over volgende vragen: hoe situeren we de omgevingsanalyse in de LOP-werking, hoe kunnen we samenwerken aan een omgevingsanalyse en hoe vertalen we deze analyse naar gerichte acties? Er wordt ook een interne themagroep “Omgevingsanalyse” opgericht waaraan LOP-deskundigen, begeleiders diversiteit en de gegevensanalist voor de LOP’s participeren en die zich als opdracht heeft gesteld: • De opmaak van een starterskit voor (beginnende) LOP-deskundigen waarin volgende aspecten worden opgenomen: beschrijving van het wettelijk kader, deontologische regels (beroepsgeheim, ambtsgeheim…), overzicht van beschikbare standaardtabellen, overzicht van interessante gegevensbronnen, een protocol voor samenwerking met derden en uitwisseling van gegevens, een kader voor het opmaken van een omgevingsanalyse; • Het organiseren van uitwisselingen van collegiale ervaringen (praktijkvoorbeelden) en deze ervaringen delen met de begeleiders diversiteit; • De mogelijkheden van samenwerking met omgevingsanalyses van LOP-leden en derden verkennen. De interne werkgroep “Spijbelen” waaraan naast LOP-deskundigen ook de afdeling Ondersteuningsbeleid van het Departement Onderwijs en Vorming participeert, neemt het initiatief om een spijbelmonitor voor de LOP’s op te maken met o.a. gegevens over laattijdige inschrijvingen, in- en uitschrijvingen in de loop van het schooljaar, problematische afwezigheden en definitieve uitsluitingen. Met de installatie van een sharepoint voor LOP-voorzitters en deskundigen, wil AgODi een communicatieplatform aanbieden waar het agentschap, de LOP-voorzitters en de deskundigen op een gebruiksvriendelijke manier ervaringen met elkaar kunnen uitwisselen en ook cijfers en andere informatie ter beschikking kunnen stellen. De aanstelling door AgODi van een gegevensbeheerder moet meer duidelijkheid brengen over het beleid dat het agentschap zal voeren m.b.t. het actief en passief ter beschikking stellen van gegevens aan de verschillende gebruikers. Er zal tevens worden bekeken in welke mate de LOP’s kunnen aansluiten bij het datawarehouse en het geplande kenniscentrum.
2.2
Anderstalige nieuwkomers
Onthaalonderwijs is onderwijs dat de taalvaardigheid Nederlands én de sociale integratie van de anderstalige nieuwkomer bevordert. Het onthaalonderwijs heeft tot doel de anderstalige nieuwkomer voor te bereiden op instromen in het gewoon onderwijs en de doorstroming te bevorderen in de reguliere klaspraktijk en de verdere schoolloopbaan. Waar het onthaalonderwijs in het basisonderwijs ook aandacht besteedt aan het leren omgaan met sociale en culturele verscheidenheid en integratie in de samenleving, ligt de klemtoon in het secundair onderwijs sterker op het Nederlands leren in functie van een snelle doorstroming naar de onderwijsvorm en studierichting die het nauwst aansluit bij individuele capaciteiten van de anderstalige nieuwkomer.
18
2.2.1 Regelgeving ❍❍ Gewoon basisonderwijs De regelgeving voor het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in het gewoon basisonderwijs zit vervat in de omzendbrief BaO/2006/03 van 30 juni 20069. Om toegelaten te worden tot het onthaalonderwijs in het basisonderwijs, moet de leerling aan een aantal voorwaarden voldoen: • Vijf jaar of ouder zijn (of ten laatste op 31 december van het lopende schooljaar vijf jaar worden); • Het Nederlands niet als moedertaal of thuistaal hebben; • Onvoldoende de onderwijstaal beheersen om met goed gevolg de lessen te kunnen volgen; • Maximaal negen maanden ingeschreven zijn in een school met het Nederlands als onderwijstaal (vakantiemaanden juli en augustus niet meegerekend); • Een nieuwkomer zijn, d.w.z. maximaal één jaar ononderbroken in België verblijven. Naast deze groep omvatten anderstalige nieuwkomers ook kinderen die officieel verblijven in een open asielcentrum. Voor deze kinderen blijft enkel de leeftijdsvoorwaarde behouden. Gewezen anderstalige nieuwkomers zijn leerlingen in het basisonderwijs die in het voorafgaande schooljaar anderstalige nieuwkomer waren én onthaalonderwijs hebben genoten. Voor de opvang van gewezen anderstalige nieuwkomers wordt er voor het volledige schooljaar één lestijd gefinancierd of gesubsidieerd per gewezen anderstalige nieuwkomer die ingeschreven is op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar. ❍❍ Gewoon voltijds secundair onderwijs De regelgeving voor het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in het gewoon voltijds secundair onderwijs zit vervat in de omzendbrief SO 75 van 30 juni 200610. Om in aanmerking te komen voor het organiseren van onthaalonderwijs, moeten er in de deelnemende school of scholen van de scholengemeenschap op 1 oktober of op een latere datum minimaal 25 regelmatige anderstalige nieuwkomers ingeschreven zijn. Een anderstalige nieuwkomer kan als regelmatige leerling tot het onthaalonderwijs toegelaten worden als hij voldoet aan de volgende voorwaarden: • Uiterlijk op 31 december volgend op het begin van het schooljaar enerzijds minimaal twaalf jaar en anderzijds maximaal geen achttien jaar geworden zijn; • Een nieuwkomer zijn, dat wil zeggen, maximaal één jaar ononderbroken in België verblijven; • Het Nederlands niet als moedertaal of thuistaal hebben; • De onderwijstaal onvoldoende beheersen om met goed gevolg de lessen bij te wonen in een instelling met het Nederlands als onderwijstaal; • Maximaal negen maanden ingeschreven zijn (juli en augustus niet inbegrepen) in een onderwijsinstelling met het Nederlands als onderwijstaal. Elke contactschool van een scholengemeenschap die in aanmerking komt voor de organisatie van onthaalonderwijs en voor de toekenning van een specifiek pakket uren-leraar, heeft recht op 22 uren-leraar om in de ondersteuning van gewezen anderstalige nieuwkomers te voorzien tijdens en na de overstap naar het reguliere onderwijs. Dat is alleen op voorwaarde dat in de betrokken school of scholengemeenschap het schooljaar daarvoor een onthaaljaar werd ingericht. Deze uren moeten worden besteed aan: 9 BaO/2006/03 - Onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers (Publicatiedatum: 30/06/2006). 10 SO 75 - Onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in het gewoon voltijds secundair onderwijs (30/06/2006).
19
• Het verbeteren van het begrip en de expertise van reguliere leerkrachten in de onthaalschool en in de andere scholen van de scholengemeenschap (en na overleg ook in scholen van andere scholengemeenschappen) door middel van coaching door leerkrachten van het onthaalonderwijs; • Het voorzien in een goede doorstroming van leerlingeninformatie en in het onderhouden van contacten met de gewezen onthaalleerlingen. ❍❍ Deeltijds beroepssecundair onderwijs (DBSO) Sinds de invoering van het stelsel van leren en werken is de regelgeving wat betreft het onthaalonderwijs in het DBSO vervat in de omzendbrief m.b.t. leren en werken11. Het deeltijds onthaalonderwijs is een specifiek en tijdelijk onderwijsaanbod dat anderstalige nieuwkomers voorbereidt op betere doorstroming naar arbeidsdeelname. Het onderwijsaanbod is gericht op taalvaardigheid, inburgering en zelfredzaamheid. Het onthaalonderwijs is geïntegreerd in een beroepsopleiding. Om toegelaten te worden tot het onthaalonderwijs DBSO, mag de leerling niet meer voltijds leerplichtig zijn en moet hij aan volgende voorwaarden voldoen: • Een nieuwkomer zijn: dit wil zeggen maximaal één jaar ononderbroken in België verblijven; • Het Nederlands niet als moedertaal of thuistaal hebben; • Maximaal negen maanden ingeschreven zijn of geweest zijn (juli en augustus niet inbegrepen) in een onderwijsinstelling met het Nederlands als onderwijstaal; • Het Nederlands onvoldoende beheersen om deeltijds beroepssecundair onderwijs met goed gevolg te doorlopen; • Op 31 december na het begin van het schooljaar de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt.
2.2.2 Cijfers12 Op alle niveaus van het initieel onderwijs is er sinds het schooljaar 2007-2008 een opvallende toename van het aantal gefinancieerde of gesubsidieerde anderstalige nieuwkomers: Procentuele aangroei sinds het schooljaar 2007-2008: • Gewoon basisonderwijs
+91%
• Gewoon voltijds secundair onderwijs:
+45%
• Deeltijds beroepssecundair onderwijs:
+75%
11 SO/2008/08 - Stelsel van leren en werken (Publicatiedatum: 08/08/ 2008). 12 Zie ook: Jaarverslag Onthaalonderwijs 2008-2009 en 2009-2010, Vlaams ministerie van Onderwijs & Vorming, AgODi, 2010.
20
De provincie Antwerpen is koploper wat betreft het aantal gefinancieerde of gesubsidieerde anderstalige nieuwkomers. Op de tweede plaats volgt Oost-Vlaanderen en op de derde plaats Limburg. Gewoon basisonderwijs:
Gewoon voltijds secundair onderwijs:
21
De recente toename van het aantal gefinancieerde of gesubsidieerde anderstalige nieuwkomers heeft tot gevolg dat de organisatie van goed onthaalonderwijs onder druk komt te staan. Het maken van afspraken binnen het LOP is daardoor urgent.
2.2.3 Decretale opdracht van het LOP13 Het behoort tot de decretale opdracht van de LOP’s om afspraken te maken over: • De opvang, toeleiding en begeleiding van anderstalige nieuwkomers naar het onthaalonderwijs; • De ondersteuning, begeleiding en opvolging van gewezen anderstalige nieuwkomers in het reguliere onderwijs. ❍❍ Verzamelen van informatie In 37 van de 41 LOP’s voor het basisonderwijs (of 90%) wordt er onthaalonderwijs georganiseerd. • Toch verzamelen of interpreteren maar 31 LOP’s gegevens over de manier waarop de toeleiding naar het onthaalonderwijs verloopt. We hebben geen gegevens waarom bepaalde LOP’s daaromtrent geen initiatieven nemen; • In 26 LOP’s voor het basisonderwijs volgt men de spreiding van de anderstalige nieuwkomers cijfermatig op; • In drie LOP’s verzamelt men informatie om de doorstroming van gewezen anderstalige nieuwkomers in beeld te krijgen. In 21 LOP’s voor het secundair onderwijs wordt er onthaalonderwijs georganiseerd. • Hier verzamelen of interpreteren twintig LOP’s gegevens over de manier waarop de toeleiding naar het onthaalonderwijs verloopt. Behalve één LOP wordt er dus overal informatie verzameld en geïnterpreteerd over de toeleiding naar het onthaalonderwijs; • Elf LOP’s verzamelen ook gegevens over de spreiding van de anderstalige nieuwkomers in het werkingsgebied; • Zes LOP’s brengen ook de doorstroming van gewezen anderstalige nieuwkomers in kaart. Het is leerrijk deze gegevens te vergelijken met die uit de LOP-jaarverslagen van de schooljaren 2007-2008 en 2008-2009 (zie tabel 1). Opvallend daarbij is de recente toename van het aantal LOP’s dat gegevens begint te verzamelen / interpreteren over de instroom en spreiding van anderstalige nieuwkomers over het onderwijs. Tabel 1: Gegevens verzamelen / interpreteren m.b.t. instroom en spreiding van AN en doorstroom van gewezen AN. Eigen bevraging (N=70).
Instroom van AN Spreiding van AN Doorstroming van gewezen AN Totaal aantal LOP’s
07-08 64%
Basis 08-09 62%
09-10 76%
07-08 56%
Secundair 08-09 61%
09-10 69%
07-08 60%
Totaal 08-09 61%
09-10 73%
44%
49%
63%
41%
36%
38%
43%
43%
53%
8%
10%
7%
33%
14%
21%
19%
12%
13%
36
39
41
27
28
29
63
67
70
❍❍ Opvang, aanbod en toeleiding van anderstalige nieuwkomers naar het onthaalonderwijs Als we de betrokkenheid van de verschillende partners bij de organisatie van de concrete opvang en toeleiding van anderstalige nieuwkomers naar het (onthaal)onderwijs bekijken, dan stellen we vast dat naast de onthaalbureaus vooral de CLB’s, LOP’s, gemeentebesturen en integratiediensten de meest betrokken partners zijn (in minstens 40% van de LOP’s) (zie tabel 2). Als we de 13 Voor meer gedetailleerde cijfers, zie ook tabellenbijlage
22
cijfers over de laatste drie schooljaren heen vergelijken, dan springt vooral de betrokkenheid in steeds meer LOP’s van de CLB’s en het onderwijsopbouwwerk in het oog. In zes LOP’s worden afspraken met het onthaalonderwijs buiten het werkingsgebied gemaakt (één LOP in een centrumstad en vijf LOP’s in niet-centrum- of grootsteden). Tabel 2: Partners binnen het LOP-werkingsgebied betrokken bij de organisatie van de concrete opvang en toeleiding van AN naar het (onthaal)onderwijs. Eigen bevraging (N=70).
Gemeente Onthaalbureau Integratiedienst CLB LOP Schoolsopbouwwerk Andere Totaal aantal LOP’s
07-08 42% 47% 39% 19% 44% 28% 31% 36
Basis 08-09 49% 54% 36% 33% 44% 18% 22% 39
09-10 41% 49% 39% 46% 46% 32% 22% 41
07-08 37% 44% 30% 30% 37% 7% 26% 27
Secundair 0809 29% 50% 36% 43% 32% 18% 14% 28
09-10 41% 66% 41% 45% 41% 17% 14% 29
07-08 40% 46% 35% 24% 41% 19% 29% 63
Totaal 08-09 40% 52% 36% 37% 39% 18% 19% 67
09-10 41% 56% 40% 46% 44% 26% 19% 70
Tabel 3: Afspraken of initiatieven m.b.t. de opvang, het aanbod en de toeleiding van AN naar het onthaal- onderwijs. Eigen bevraging (N=70).
Afspraken m.b.t. de wederzijdse taakverdeling tussen enerzijds instanties actief op het terrein van de opvang van nieuwkomers en anderzijds het onderwijsveld om de toeleiding van AN naar het onthaalonderwijs te optimaliseren. Het installeren van procedures waarbij in het basisonderwijs AN worden toegeleid naar een beperkter aantal scholen die zich kandidaat hebben gesteld als onthaalschool Vervoersproblemen en hoe de bereikbaarheid van onthaalscholen kan worden geoptimaliseerd. Formuleren van voorstellen/nemen van initiatieven om onthaalscholen maximaal te ondersteunen in hun onthaalopdracht Andere Totaal aantal LOP’s
07-08
Basis 08-09
09-10
07-08
Secundair 08-09 09-10
07-08
Totaal 08-09
09-10
11%
11%
41%
26%
26%
31%
17%
17%
37%
8%
8%
29%
4%
4%
17%
6%
12%
24%
3%
3%
10%
0%
0%
14%
2%
2%
11%
8%
8%
10%
11%
11%
21%
10%
10%
14%
0% 36
0% 39
2% 41
7% 27
7% 28
3% 29
3% 63
3% 67
3% 70
Als we opnieuw de gegevens van de laatste drie schooljaren met elkaar vergelijken, dan is het markant dat er aanzienlijk meer inspanningen worden geleverd om afspraken te maken en procedures te installeren m.b.t. de opvang, het aanbod en de toeleiding van anderstalige nieuwkomers naar het onthaalonderwijs (zie tabel 3). Op het niveau van het basisonderwijs is er een duidelijke ontwikkeling waarbij het aantal LOP’s dat hier inspanningen levert bijna verviervoudigt. In beperktere mate is deze tendens ook te zien op het niveau van het secundair onderwijs. Opvallend is ook de stijging van het aantal LOP’s dat procedures installeert om anderstalige nieuwkomers toe te leiden naar een beperkter aantal scholen dat zich wil profileren als onthaalschool. Die vaststellingen moeten in relatie worden gebracht met de recente toename van het aantal anderstalige nieuwkomers en het gegeven dat meer LOP’s inspanningen leveren om daarover informatie te verzamelen. In de grootsteden worden integraal afspraken gemaakt, procedures geïnstalleerd en initiatieven genomen om vervoersproblemen te optimaliseren en onthaalscholen te ondersteunen in hun opdracht. In de centrumsteden en de andere gemeenten is die ontwikkeling nog niet in die mate
23
gerealiseerd, maar gelet op de groeiende instroom van anderstalige nieuwkomers is er ook daar een ontwikkeling in die zin merkbaar. In de praktijk zijn de afspraken, procedures of ondersteunende maatregelen heel divers. In verschillende LOP’s worden afspraken gemaakt over volverklaringen en het weigeren van anderstalige nieuwkomers, zijn er werkgroepen opgestart of opnieuw geactiveerd en/of worden er acties ondernomen om onthaalscholen te ondersteunen in hun specifieke opdracht. ❍❍ Opvolging van gewezen anderstalige nieuwkomers in het reguliere onderwijs � Vervolgschoolcoaches In (maar) zestien van de 29 LOP’s voor het secundair onderwijs (of 55%) is men op de hoogte van de aanstelling van vervolgschoolcoaches in hun werkingsgebied. � Afspraken over opvolging Op het niveau van het basisonderwijs blijven inspanningen om afspraken te maken in functie van de opvolging van gewezen anderstalige nieuwkomers uiterst beperkt. In maar twee LOP’s zijn daarover afspraken gemaakt. Dat heeft mogelijks te maken met het feit dat heel wat gewezen anderstalige nieuwkomers in het basisonderwijs blijven in de oorspronkelijke onthaalschool. Op het niveau van het secundair onderwijs worden er op dit vlak vooral afspraken gemaakt in de grootsteden en centrumsteden: • Afspraken m.b.t. het uitwisselen van informatie over gewezen anderstalige nieuwkomers tussen onthaalscholen en doorstroom- en vervolgscholen: In zes LOP’s - waarvan twee in grootsteden en drie in de centrumsteden – wordt initiatief genomen; • Afspraken m.b.t. het in kaart brengen van schoolloopbanen van gewezen anderstalige nieuwkomers: In elf LOP’s - waarvan twee in de grootsteden en zeven in de centrumsteden – wordt initiatief genomen; • Afspraken m.b.t. het uitwisselen van informatie over gewezen anderstalige nieuwkomers tussen de verschillende vervolgschoolcoaches in de verschillende scholen: In vijf LOP’s - waarvan twee in de grootsteden en twee in de centrumsteden – wordt initiatief genomen; • Het maken van afspraken over de onderlinge afstemming van de ondersteuning, begeleiding en opvolging van gewezen anderstalige nieuwkomers vanuit de verschillende onthaalscholen in de vervolg- en doorstroomscholen: Dat is maar in zes LOP’s onderwerp van overleg. Opnieuw is het opvallend dat het zwaartepunt ligt in de grootsteden (twee LOP’s) en de centrumsteden (drie LOP’s).
24
Tabel 4: Afspraken/ initiatieven van het LOP m.b.t. de opvolging van gewezen AN in het regulier onderwijs. Eigen bevraging (N=70).
Afspraken m.b.t. het uitwisselen van informatie over gewezen anderstalige nieuwkomers tussen onthaalscholen en doorstroom- of vervolgscholen. Afspraken m.b.t. het in kaart brengen van schoolloopbanen van gewezen anderstalige nieuwkomers. Afspraken m.b.t. de onderlinge afstemming van de ondersteuning, begeleiding en opvolging van gewezen anderstalige nieuwkomers in doorstroom- of vervolgscholen. Afspraken m.b.t. het uitwisselen van informatie over gewezen anders-talige nieuwkomers tussen de vervolgschoolcoaches van de verschillende scholengemeen-schappen (enkel voor SO). Andere Totaal aantal LOP’s
07-08
Basis 08-09
09-10
07-08
Secundair 08-09 09-10
07-08
Totaal 08-09
09-10
0%
5%
0%
37%
36%
21%
16%
18%
9%
3%
8%
5%
37%
32%
31%
17%
18%
16%
0%
3%
0%
19%
25%
21%
8%
12%
9%
0%
0%
0%
30%
21%
17%
13%
9%
7%
0% 36
0% 39
0% 41
11% 27
0% 28
3% 29
5% 63
0% 67
1% 70
2.3 Inschrijvingsrecht14 2.3.1 Afspraken maken over de inschrijvingsperioden De regelgever15 voorziet een aantal voorrangsgroepen die onder bepaalde voorwaarden vroeger kunnen ingeschreven worden: • Broers en zussen: verplichte voorrangsgroep voor elke school sinds het schooljaar 2004-2005; • GOK-leerlingen16: iedere school mag sinds het schooljaar 2005-2006 voorrang geven aan GOKleerlingen in het gewoon basisonderwijs en in de eerste graad van het gewoon secundair onderwijs; • Niet-GOK-leerlingen: een school mag sinds het schooljaar 2005-2006 voorrang geven aan niet-GOK-leerlingen op voorwaarde dat de relatieve aanwezigheid van de leerlingen die beantwoorden aan één of meerdere gelijke kansenindicatoren in de school of vestigingsplaats minstens 10% boven de relatieve aanwezigheid ligt van de leerlingen in het werkingsgebied (of deelgebieden) van het LOP17.
14 Voor meer gedetailleerde cijfers zie tabellenbijlage 15 Zie decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen I (B.S. 14 september 2002) en voor meer toelichting zie ook volgende omzendbrieven: BaO/2006/01 – Het gelijke onderwijskansenbeleid voor het basisonderwijs (publicatiedatum: 13/06/2006) en SO/2005/07 – Het gelijke onderwijskansenbeleid voor het secundair onderwijs (publicatiedatum: 25/06/2008). 16 GOK-leerlingen die in aanmerking komen voor voorrang, voldoen aan ten minste één van volgende vijf gelijkekansenindicatoren: - Het gezin ontving voorafgaand aan het schooljaar waarop de inschrijving van het kind betrekking heeft ten minste één schooltoelage; - De leerling is tijdelijk of permanent buiten het eigen gezinsverband opgenomen; - De ouders behoren tot de trekkende bevolking; - De moeder is niet in het bezit van een diploma van het secundair onderwijs of van een daarmee gelijkwaardig studiebewijs; - De taal die de leerling in het gezin spreekt, dit is de taal die de leerling spreekt met vader, moeder, broers of zussen, is niet het Nederlands. 17 De relatieve aanwezigheid wordt berekend op basis van de 5 gelijke kansenindicatoren, waarbij de indicator thuistaal niet het Nederlanf-ds aook als op zichzelf staande indicator meetelt. Voor de school of vestigingsplaats betreft het de verhouding tussen het aantal leerlingen dat beantwoordt aan één of meerder van de vijf gelijke kansenindicatoren en het totale aantal leerlingen in de school of vestigingsplaats. De berekening voor het werkingsgebied gebeurt door de verhouding te nemen van het aantal leerlingen dat voldoet aan één of meerdere van de glijke kansenindicatoren en het totale aantal leerlingen in alle scholen in het werkingsgebied van het lokaal ovelegplatform, binnen een deelgebied ervan of binnen de gemeente als er geen lokaal overlegplatform is.Voor het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad bestaat er een specifieke regeling.
25
Voorrangsgroepen stellen scholen in de mogelijkheid om een actief rekruterings- en inschrijvingsbeleid te voeren en te streven naar een evenredige verhouding tussen GOK- en niet-GOKleerlingen. Het behoort tot de decretale bevoegdheid van de LOP’s om afspraken te maken over het hanteren van gemeenschappelijke inschrijvingsperioden. Schoolbesturen opteren er vaak vanuit concurrentiële overwegingen voor om inschrijvingen zo vroeg mogelijk in het schooljaar te organiseren (mag ten vroegste op 1 september van het voorgaande schooljaar). Zo wordt er een bijkomende drempel opgeworpen voor leerlingen die traditioneel een late studiekeuze maken of een school kiezen. Door gemeenschappelijke inschrijvingsperioden af te spreken, kan die ontwikkeling worden tegengegaan. We lichten de gemeenschappelijke afspraken verder toe. ❍❍ M.b.t. gemeenschappelijke inschrijvingsperioden voor broers en zussen In het schooljaar 2009-2010 zetten 42 LOP’s of 60% het thema van gemeenschappelijke inschrijvingsperioden voor broers en zussen op de agenda. Dat is exact even veel als vorig schooljaar.18 In de grootsteden gaat het om vier op zes LOP’s; in de centrumsteden om vier op tien LOP’s en in de andere gemeenten om zeven op tien LOP’s. Kijken we in hoeveel LOP’s er voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2009-2010 een gemeenschappelijke voorrangsperiode voor broers en zussen wordt afgesproken, dan komen we tot volgende vaststellingen: • Vier op zes LOP’s in de grootsteden richten een gemeenschappelijke voorrangsperiode voor broers en zussen in; • In de centrumsteden gaat het om vijf van de 22 LOP’s; • In de andere gemeenten gaat het om zeventien van de 42 LOP’s. Voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2009-2010 zijn er vier LOP’s extra die een gemeenschappelijke voorrangsperiode voor broers en zussen organiseren dan voor de inschrijvingen voor het vorige schooljaar (26 tegenover 22). In de LOP’s voor het basisonderwijs worden meer gemeenschappelijke inschrijvingsperioden afgesproken dan in de LOP’s voor het secundair onderwijs (63% tegenover 55%). Organisatorisch zien we dat 23 van de 26 LOP’s (of 88%) met een gemeenschappelijke inschrijvingsperiode voor broers en zussen, kiezen om over de loop van de volledige inschrijvingsperiode voorrang te geven aan broers en zussen. Twee LOP’s kiezen ervoor om scholen een eigen beginen einddatum te laten bepalen tijdens de gemeenschappelijke voorrangsperiode. ❍❍ M.b.t. gemeenschappelijke voorrangsperioden voor GOK-leerlingen In het schooljaar 2009-2010 zetten 23 LOP’s of 33% het thema van gemeenschappelijke inschrijvingsperioden voor GOK-leerlingen op de agenda. Dat is beduidend minder dan vorig schooljaar (35 of 52% van de LOP’s). Voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2009-2010 organiseren nog maar twee LOP’s een gemeenschappelijke voorrangsperiode voor GOK-leerlingen. Dat is de helft minder dan voor de inschrijvingen voor het vorig schooljaar (vier LOP’s). Beide LOP’s opteren ervoor om over de loop van de volledige gemeenschappelijke inschrijvingsperiode voorrang te verlenen aan GOK-leerlingen.
18 Lokale Overlegplatforms. Werken in uitvoering, jaarverslag schooljaar 2008-2009, Ministerie van Onderwijs en Vorming, AgODi, p.29.
26
❍❍ M.b.t. gemeenschappelijke voorrangsperioden voor niet-GOK-leerlingen Twintig LOP’s of 29% agenderen het thema van gemeenschappelijke inschrijvingsperioden voor niet-GOK-leerlingen. Vorig schooljaar waren dat er nog 35 of 52% van de LOP’s. In slechts vier LOP’s wordt voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2009-2010 nog een gemeenschappelijke voorrangsperiode voor niet-GOK-leerlingen ingericht. Het betreft vier LOP’s voor het basisonderwijs en twee LOP’s uit de grootsteden. Voor de inschrijvingen voor het vorige schooljaar zijn dat nog zes LOP’s. Organisatorisch zien we dat twee LOP’s kiezen om over de loop van de volledige gemeenschappelijke inschrijvingsperiode voorrang aan niet-GOK-leerlingen te verlenen. De twee andere LOP’s geven voorrang binnen dezelfde periode, maar scholen bepalen hun eigen begin- en einddatum. In twee LOP’s (uit de grootsteden) gaat het om een gemeenschappelijke voorrangsperiode die van toepassing is in het hele werkingsgebied; de twee andere LOP’s werken per deelgebied. ❍❍ M.b.t. gemeenschappelijke inschrijvingsperioden voor reguliere leerlingen Vijvendertig LOP’s of 50% zetten dit schooljaar het thema van gemeenschappelijke inschrijvingsperioden voor reguliere19 leerlingen op de agenda. Vorig schooljaar was dat nog in 43 LOP’s (of 64%) het geval. In 23 LOP’s worden voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2009-2010 afspraken gemaakt voor een gemeenschappelijke inschrijvingsperiode voor reguliere leerlingen. Dat zijn twee LOP’s meer dan voor de inschrijvingen voor het vorige schooljaar. Naast vier LOP’s uit de grootsteden (d.i. 67%), behoren daartoe ook vijf LOP’s uit de centrumsteden (d.i. 23%) en veertien LOP’s uit de andere gemeenten (d.i. 33%). Organisatorisch zien we dat veertien van de 23 LOP’s (of 61%) kiezen om over de loop van de volledige gemeenschappelijke inschrijvingsperiode leerlingen in te schrijven. In de grootsteden is dat 50%, in de centrumsteden 80% en in de andere gemeenten 57% van de LOP’s.
2.3.2 Communicatie inschrijvingsbeleid van de scholen ❍❍ Afspraken Het maken van afspraken over de communicatie van het inschrijvingsbeleid van de scholen is eveneens een decretaal vastgelegde bevoegdheid van de LOP’s.20 In 40 LOP’s (of 57%) wordt die thematiek in het schooljaar 2009-2010 formeel besproken en geagendeerd (in de grootsteden in 100%, in de centrumsteden in 50% en in de andere gemeenten in 55% van de LOP’s). Negen LOP’s of 13% maken voor het communiceren van het inschrijvingsbeleid van de scholen afspraken met het LOP van het andere onderwijsniveau binnen hetzelfde werkingsgebied. Telkens een tiental LOP’s voert een communicatiebeleid in samenspraak met LOP’s en/of gemeenten buiten het werkingsgebied (zelfde/andere onderwijsniveau). In 33 LOP’s of 47% bestaan er voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2009-2010 gezamenlijke afspraken over de communicatie van het inschrijvingsbeleid van de scholen (in de grootsteden in alle LOP’s, in de centrumsteden in 55% en in de andere gemeenten in 36% van de LOP’s). Hier bestaat nauwelijks een verschil tussen LOP’s voor het basisonderwijs en LOP’s voor het secundair onderwijs (46% en 48%). Daarbij worden overwegend afspraken gemaakt over de communicatie 19 Met reguliere leerlingen bedoelen we leerlingen die zich kunnen inschrijven na de verschillende voorrangsperioden. Daartoe behoren ook broers en zussen, GOK- en niet-GOK-leerlingen die geen gebruik maken van de voorrangsperioden. 20 Zie Art. IV.4 van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen I (B.S. 14 september 2002).
27
van het algemene inschrijvingsbeleid in het LOP-werkingsgebied en minder over de communicatie van het inschrijvingsbeleid van individuele scholen (in 79% versus 24% van de LOP’s). ❍❍ Gebruikte materialen Om transparant te communiceren over het inschrijvingsbeleid gebruiken LOP’s een hele waaier aan communicatiekanalen en/of –dragers (zie tabel 5). Tabel 5: Gebruikte materialen voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Materialen
Secundair onderwijs %
Aantal LOP’s (N=70)
%
Basisonderwijs % (N=41)
25 22
36% 31%
34% 37%
(N=29) 38% 31%
20
29%
32%
24%
15
21%
29%
10%
12
17%
17%
17%
10
14%
15%
14%
1
1%
2%
0%
Folders
Websites Gemeentelijke infobladen Infomomenten Lokale pers Affiches Film
Folders, websites en gemeentelijke infobladen zijn voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2009-2010 de meest populaire communicatiekanalen van de LOP’s. In het basisonderwijs maken iets meer LOP’s gebruik van infomomenten dan in het secundair onderwijs. ❍❍ Decretale stakeholders De betrokkenheid van de decretale stakeholders van het LOP bij het opzetten en/of uitvoeren van communicatieve acties is significant (zie tabel 6). Gemeentebesturen/VGC, de integratiesector, het onderwijsopbouwwerk en de onthaalbureaus zijn als geledingen in meer dan de helft van de LOP’s betrokken bij de communicatie van het inschrijvingsbeleid. Ouderverenigingen, verenigingen waar armen het woord nemen en organisaties van etnisch-culturele minderheden zijn in opvallend minder LOP’s betrokken. Tabel 6: Betrokkenheid decretale stakeholders bij de communicatie van de inschrijvingen voor het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70).
Betrokkenheid
Stakeholders Gemeentebestuur/VGC
Integratiesector Schoolopbouwwerk Onthaalbureau Verenigingen waar armen het woord nemen COC/COV ACOD Organisatie van etnisch-culturele minderheden VSOA KOOGO-GO! Ouders Gecoöpteerde organisaties VCOV Leerlingenraden
28
%
N LOP’s 25 17
76% 52%
13
39%
10
30%
6
18%
5
15%
5
15%
4
12%
3
9%
3
9%
3
9%
2
6%
1
3%
❍❍ Maximumcapaciteit � Regelgeving Met betrekking tot het bepalen van de maximumcapaciteit op basis waarvan scholen leerlingen kunnen weigeren wegens ‘volzet’, vinden we in het GOK-decreet21 volgende bepalingen: • Een schoolbestuur kan autonoom de maximumcapaciteiten vastleggen op verschillende, door de regelgever vastgelegde niveaus. Vanaf dat die capaciteit bereikt wordt, kan het schoolbestuur elke bijkomende inschrijving weigeren wanneer wegens materiële omstandigheden die vastgelegde capaciteit overschreden wordt;
Deze weigeringsgrond kan worden toegepast: • In het gewoon basisonderwijs op het niveau van de school, van de vestigingsplaats, het niveau kleuteronderwijs, het niveau lager onderwijs, het niveau van het leerjaar of van de leerlingengroep zoals gedefinieerd in artikel 3,28°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997; • In het buitengewoon basisonderwijs op het niveau van de school, van de vestigingsplaats, het niveau kleuteronderwijs, het niveau lager onderwijs en voor elk type afzonderlijk; • In het gewoon voltijds secundair onderwijs op het niveau van de school, van de vestigingsplaatsen, het studiegebied of de administratieve groep; • In het buitengewoon secundair onderwijs op het niveau van de school, van de vestigingsplaats, op het niveau van een opleidingsvorm, een type, een administratieve groep en de pedagogische eenheid, zoals bepaald in artikel 11 van het Koninklijk Besluit van 28 juni 1978 houdende de omschrijving van de types en de organisatie van het buitengewoon onderwijs en vaststellende de toelatings- en behoudsvoorwaarden in de diverse niveaus van het buitengewoon onderwijs; • In het deeltijds beroepssecundair onderwijs en in de leertijd op het niveau van het centrum, de vestigingsplaats of de opleiding.
Wanneer de maximumcapaciteit bereikt wordt, mag het schoolbestuur in volgende uitzonderingen toch overgaan tot een inschrijving: • Voor de toelating van een anderstalige nieuwkomer in het gewoon basisonderwijs; • Voor de toelating van leerlingen in het basisonderwijs die geplaatst zijn door de jeugdrechter of door de comités voor bijzondere jeugdzorg of die als intern verblijven in een internaat verbonden aan of met de school; • Voor de toelating in het buitengewoon basis- en secundair onderwijs van leerlingen die opgenomen zijn in een voorziening van residentiële opvang verbonden aan een school voor buitengewoon onderwijs; • Voor de toelating in een school voor gewoon basis- of secundair onderwijs die een project voert met betrekking tot OETC (Onderwijs in eigen Taal en Cultuur) van leerlingen die effectief deelnemen aan dit project. � Consequenties van de regelgeving
Aangezien het overschrijden van de maximumcapaciteit één van de gronden is op basis waarvan de inschrijving van een leerling geweigerd kan worden, is het belangrijk dat schoolbesturen daar de nodige aandacht aan besteden. Het schoolbestuur heeft daarbij volledige autonomie. Het aantal leerlingen dat in een leerlingengroep of administratieve groep toegelaten wordt, kan dus niet in vraag gesteld worden. Uit de jarenlange jurisprudentie van de Commissie inzake Leerlingenrechten leren we dat de commissie, in geval van een klacht, peilt naar een consequente capaciteitsbepaling over verschillende schooljaren heen en vraagt om de relevantie van eventuele schommelingen en wijzigingen aan te tonen. 21 Zie Art.III.8 van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen I (BS. 14 september 2002).
29
Het bepalen van de maximumcapaciteit is een secure verantwoordelijkheid. Zo is het niet ondenkbaar dat de som van de leerlingengroepen of administratieve groepen groter kan zijn dan de capaciteit van de hele vestigingsplaats. Het gebrek aan schoolinfrastructuur, andere dan klaslokalen, kan een reden zijn om een school of vestigingsplaats volzet te verklaren vooraleer de verschillende leerlingengroepen of administratieve groepen effectief volzet zijn. Of de maximumcapaciteit mag veranderen in de loop van de inschrijvingsperiode, wordt in de regelgeving nergens gestipuleerd en daarover bestaan dan ook verschillende interpretaties. Sommige LOP’s maken hierover afspraken: • Sommige LOP’s laten capaciteitsverhogingen tijdens de inschrijvingsperiode toe, ongeacht hun omvang. Andere LOP’s staan dat alleen toe als het gaat om significante verhogingen (bv. bij ontdubbelingen van klassen). In enkele gevallen leiden specifieke omstandigheden tot een verhoging (bv. als bij een aanmelding van een tweeling de school nog maar één vrije plaats heeft. De tweede wordt dan meestal in overtal ingeschreven); • Ook verlagingen van maximumcapaciteit in de loop van het schooljaar zijn denkbaar en doen zich frequent voor (bv. bij een onverwachte verhuis naar nieuwe lokalen, afsplitsingen van de school…). Als er nieuwe samenzettingen gevormd worden, is het vaak moeilijk om de oorspronkelijke maximumcapaciteit aan te houden (bv. drie administratieve groepen van elk twintig leerlingen samenzetten in één klas van 24 leerlingen veronderstelt nieuwe maxima; driemaal acht leerlingen). Over het hanteren van maximumcapaciteiten in relatie tot het inschrijvingsbeleid, noteren we vanuit de LOP’s hierover volgende signalen: • Een definitie van de maximumcapaciteit en de voorwaarden expliciteren waaronder die kan stijgen of dalen, kan schoolbesturen meer houvast bieden; • Het kunnen ’volzet’ verklaren van een samenzetting van verschillende administratieve groepen en van aparte modules biedt extra ruimte en mogelijkheden om flexibel in te spelen op de vrijgekomen plaatsen; • Het wegvallen van de chronologie in de weigeringen na tien schooldagen voorkomt dat vrijgekomen plaatsen niet onmiddellijk worden ingevuld waardoor een kunstmatig plaatsgebrek wordt gecreëerd; • Schoolbesturen zijn vragende partij om opties in het eerste leerjaar van het secundair onderwijs ‘volzet’ te kunnen verklaren (bv. Latijn, Wiskunde, Hotel…). Het staat hen toe de regelgeving correct te volgen en voorkomt een inschrijvingsstop voor het hele eerste jaar terwijl er nog vrije plaatsen zijn in andere opties. � Maximumcapaciteit en communicatie aan de LOP’s Niet alleen over het vastleggen van de maximumcapaciteiten maar ook over de communicatie van die capaciteiten is weinig decretaal geregeld. Dat neemt niet weg dat voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2009-2010 in 31 LOP’s of 44% afspraken worden gemaakt over het melden van maximumcapaciteiten aan het LOP (in de grootsteden in 50%, de centrumsteden in 45% en in de andere gemeenten in 43% van de LOP’s). Er bestaat hier weinig verschil tussen LOP’s voor het basis- en secundair onderwijs (46% en 41%). Daartoe behoren uiteraard alle LOP’s die experimenteren met een aanmeldingsprocedure. Het is immers noodzakelijk om vooraf te weten hoeveel vrije plaatsen er zijn om de door de ordeningscriteria gerangschikte leerlingen te kunnen inschrijven. Voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2008-2009 bestaan over het melden van maximumcapaciteiten maar in 26 LOP’s afspraken. Een aantal LOP’s (47 of 67%) maken voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2009-2010 ook afspraken over het melden van het bereiken van de maximumcapaciteit aan de LOP’s, de zogenaamde ‘volverklaring’. Op het moment dat één van de vastgelegde maxima van een niveau (pe-
30
dagogische eenheid, leerlingengroep, administratieve groep, vestigingsplaats …) bereikt wordt, melden scholen dat ook aan het LOP. In de grootsteden bestaan daarover afspraken in 67% van de LOP’s, in de centrumsteden in 55% en in de andere gemeenten in 74% van de LOP’s. In het schooljaar 2008-2009 worden daarover maar in 36 LOP’s afspraken gemaakt. In 2003 wordt door de Gentse LOP’s een instrument ontwikkeld waarmee men op elk moment een overzicht van de volle, en dus ook de niet-volle richtingen kan raadplegen. Dit ‘Volle Richtingen InstrumeNT’ (VRINT) kan online worden geraadpleegd op www.lop.be. Sommige LOP’s maken ook afspraken over wie toegang heeft tot dit instrument. In sommige LOP’s is VRINT openbaar en kan iedereen het instrument online consulteren. In andere LOP’s kan dat alleen voor de leden van het LOP via een paswoord en login. Het gebruik van VRINT blijft jaarlijks toenemen: voor de inschrijvingen voor het schooljaar 20092010 maken elf LOP’s hiervan gebruik, het schooljaar voordien waren dat er zeven en het schooljaar daarvoor vijf LOP’s. Tot de elf LOP’s behoren vier LOP’s uit de grootsteden, vijf LOP’s uit de centrumsteden en twee LOP’s uit de andere gemeenten. VRINT is vooral populair in LOP-gebieden met capaciteitsproblemen. Waar er weinig volle richtingen zijn, worden meldingen via mail of telefoon gebruikt om derden te informeren. Schermen uit de VRINT van de LOP’s voor het basis- en secundair onderwijs in Gent Door op het nummer van de administratieve groep te klikken krijgt men een overzicht van de scholen die deze administratieve groep aanbieden en waar deze al dan niet werd vol verklaard.
31
De minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel geeft in zijn Beleidsnota 2009-2014 al aan werk te willen maken van een versterking van het onderwijs in de centrumsteden.22 Door recente demografische evoluties ontstaan er capaciteitsproblemen. Waar deze problemen acuut zijn, wil de minister aan de onderwijsaanbieders vragen om een masterplan op te stellen waarin ze afspraken maken over de manier waarop ze de capaciteit op korte termijn kunnen verhogen. De regie daarvoor wordt aan de gemeenten gegeven maar LOP’s zijn daarbij ook belangrijke partners: via hun omgevingsanalyses en informatienetwerk leveren zij actuele informatie aan over het onderwijsaanbod, de huidige capaciteit, de volle richtingen, de knelpunten… In het schooljaar 2009-2010 wordt, onder impuls van de minister, in vier steden met een acute capaciteitsproblematiek gestart met een ‘taskforce’. Die ‘taskforce’ moet niet alleen de omvang van de problematiek in kaart brengen maar ook een plan van aanpak uitwerken. Concreet gaat het om de steden Antwerpen, Brussel, Gent, Vilvoorde en Halle.
2.3.3 Bemiddelen bij weigeringen ❍❍ Regelgeving Het inschrijvingsrecht voorziet dat elk kind zich kan inschrijven in de school of vestigingsplaats van keuze op voorwaarde dat de leerling voldoet aan de formele toelatingsvoorwaarden en de ouders (jongeren) akkoord gaan met het pedagogische project en het schoolreglement van de school. Een school kan een leerling weigeren in te schrijven: • Als er geen plaats meer is in de school of het niveau zijn maximumcapaciteit heeft bereikt; • Als de leerling het vorige schooljaar of het jaar daarvoor met een tuchtprocedure definitief werd uitgesloten door de school;
22 Zie: OD 6.5 Het onderwijs in de centrumsteden versterken. In: Pascal Smet, Onderwijs. Samen grenzen verleggen voor elk talent. Beleidsnota 2009-2014, 53 p.
32
• Op grond van onvoldoende draagkracht en na een vastgelegde procedure als de leerling zich met een inschrijvingsverslag voor het buitengewoon onderwijs (type 1 en type 7) aanbiedt voor het gewoon onderwijs; • Als de leerling in een andere school definitief werd uitgesloten in de loop van het schooljaar en zich in de nieuwe school aanbiedt om ingeschreven te worden. De leerling kan alleen geweigerd worden als de school beantwoordt aan vooraf door het LOP vastgelegde criteria en het LOP akkoord gaat met deze weigering (alleen voor het gewoon secundair onderwijs) 23. De bemiddelingscel van een LOP wordt op twee manieren geactiveerd: • Op vraag van de ouders/belanghebbenden (i) wanneer een leerling geweigerd wordt wegens het overschrijden van de maximumcapaciteit of (ii) wanneer de leerling geweigerd wordt wegens een definitieve uitsluiting in het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar in de school; • Automatisch bij (i) een weigering van een leerling die volgens een inschrijvingsverslag georiënteerd wordt naar het buitengewoon onderwijs en waarbij de draagkracht van de school in het gedrang dreigt te komen of (ii) bij een weigering van een leerling die in de loop van het schooljaar wegens een definitieve uitsluiting van school verandert24. ❍❍ Samenstelling In de helft van de LOP’s (53%) werkt de bemiddelingscel met een vaste samenstelling waarbij alle leden telkens worden uitgenodigd (in de grootsteden 50%, in de centrumsteden 77% en in de andere gemeenten 40% van de LOP’s). Er bestaan geen verschillen naar onderwijsniveau (basis/ secundair). In 20% van de LOP’s wordt de bemiddelingscel ad hoc samengesteld, d.w.z. dat naargelang de te bemiddelen case er relevante leden aan een vaste bemiddelingskern worden toegevoegd. Vaak zijn dit de vertegenwoordigers van de ouders of de leden van de integratiesector of van verenigingen waar armen het woord nemen. ❍❍ Decretale bemiddelingen Het LOP wordt automatisch of op vraag van ouders/leerlingen belast met een bemiddelingsopdracht zoals voorzien in het decreet (zie eerder). Afhankelijk van de weigeringsgrond is er in het schooljaar 2009-2010 in 14 tot 31% van de LOP’s bemiddeld: • Tweeëntwintig LOP’s of 31% hebben bemiddeld bij weigeringen op basis van maximumcapaciteit; • Vijftien LOP’s of 21% hebben bemiddeld bij weigeringen wegens speciale onderwijsbehoeften; • Tien LOP’s of 14% hebben bemiddeld bij weigeringen van eerder definitief uitgesloten leerlingen; • Negen LOP’s voor het secundair onderwijs of 31% hebben bemiddeld bij weigeringen van leerlingen die in de loop van het schooljaar elders uitgesloten werden (zie tabel 7).
23 Voor meer info zie ook: decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen I (BS 14 september 2002) en de omzendbrieven BaO/2006/01 – Het gelijke onderwijskansenbeleid voor het basisonderwijs (publicatiedatum: 13/06/2006) en SO/2005/07 – Het gelijke onderwijskansenbeleid voor het secundair onderwijs (publicatiedatum: 25/06/2008). 24 Voor meer info zie ook: decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen I (BS 14 september 2002) en de omzendbrieven BaO/2006/01 – Het gelijke onderwijskansenbeleid voor het basisonderwijs (publicatiedatum: 13/06/2006) en SO/2005/07 – Het gelijke onderwijskansenbeleid voor het secundair onderwijs (publicatiedatum: 25/06/2008).
33
Tabel 7: Aantal LOP’s die bemiddeld hebben in de loop van het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Binnen de LOP-regio
Decretale bemiddelingen Op basis van maximumcapaciteit Omwille van speciale onderwijsbehoeften Eerder definitief uitgesloten (X-1, X-2) Elders in de loop van het schooljaar uitgesloten
Aantal LOP’s (n=70) 22 15 10 9
31% 21% 14% 31%
De tendens dat de deskundige alleen of in overleg met enkele sleutelfiguren uit het LOP de bemiddelingen opneemt, wordt voortgezet. Het aantal LOP’s dat uiteindelijk in een formele zitting van de bemiddelingscel samenkomt, varieert tussen de vier en zeven LOP’s afhankelijk van de weigeringsgrond (zie tabel 8). Tabel 8: Aantal LOP’s waar de bemiddelingscel in een formele zitting is samen gekomen in de loop van het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Binnen de LOP-regio
Formele bemiddelingscel Definitief uitgesloten in loop schooljaar Op basis van maximumcapaciteit Omwille van speciale onderwijsbehoeften Eerder definitief uitgesloten (X-1, X-2)
Aantal LOP’s (n=70) 4 14% * 7 10% 6 9% 4 6%
❍❍ Criteria voor het weigeren van elders definitief uitgesloten leerlingen Schoolbesturen van het gewoon secundair onderwijs mogen, onder bepaalde voorwaarden, leerlingen weigeren die in de loop van het schooljaar elders definitief werden uitgesloten. Het signaal dat leerlingen die tijdens het schooljaar definitief worden uitgesloten, vaak in een beperkt aantal scholen terechtkomen en er de draagkracht op de proef stellen, heeft geleid tot de invoering van deze weigeringsgrond25. De voorwaarden om deze leerlingen te kunnen weigeren, zijn de volgende: • De school behoort tot een LOP; • Het LOP heeft vooraf, los van concrete dossiers, afspraken gemaakt over de weigeringsmodaliteiten; • Om de draagkracht van scholen te bepalen, stelt het GOK-decreet dat er minimaal rekening gehouden wordt met volgende criteria: • Het aantal leerlingen dat voldoet aan de gelijke kansenindicatoren; • Het aantal leerlingen met een begeleidingsdossier ‘problematische afwezigheden’; • Het aantal eerder ingeschreven leerlingen dat in de loop van het schooljaar elders definitief werd uitgesloten. Het LOP kan beslissen om bijkomende criteria te gebruiken om de balans van de draagkracht/ draaglast van scholen in kaart te brengen. De bemiddelingscel van het LOP krijgt automatisch een bemiddelingstaak bij het inroepen van deze weigeringsgrond. In geval er geen consensus bereikt kan worden tussen ouder en school, beoordeelt de Commissie inzake Leerlingenrechten het voorliggende dossier. De helft van de LOP’s voor het secundair onderwijs (52%) plaatst dit thema op de LOP-agenda. In zeven op tien LOP’s bespreekt men de knelpunten, in vier op tien LOP’s maakt men een evaluatie en in drie op tien LOP’s heeft men het over het maken van lokale afspraken.
25 Zie: Art III.9 §2 van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen I (BS 14 september 2002).
34
In totaal hebben elf van de 29 LOP’s voor het secundair onderwijs of 38% afspraken om elders definitief uitgesloten leerlingen te kunnen weigeren (in de grootsteden twee, in de centrumsteden vier en in de andere gemeenten vijf LOP’s). Dat leidt in het schooljaar 2009-2010 tot 24 officiële weigeringen op basis van deze weigeringsgrond (vorig jaar achttien dossiers). Negentien weigeringen worden opnieuw in de eigen LOP-regio ingeschreven en vier weigeringen in een school buiten de LOP-regio. Voor één leerling wordt een oplossing gevonden buiten het onderwijs. Negentien weigeringen komen van de B-stroom (acht in 1B, vijf in het BVL en zes in de tweede graad van het BSO). Vijf weigeringen zijn afkomstig van de A-stroom (vier weigeringen in de eerste graad en één weigering in de tweede graad van het ASO).
2.3.4 Dubbele inschrijvingen Het ontwikkelen van instrumenten om dubbele inschrijvingen te voorkomen, behoort eveneens tot de decretale opdrachten van het LOP. In de LOP’s bestaat maar weinig animo rond deze opdracht en dit om verschillende redenen: • Het LOP-werkinggebied is een begrensde regio. Leerlingen schrijven zich in zowel in scholen die behoren tot het LOP als erbuiten. Instrumenten ontwikkelen voor de eigen LOP-regio ressorteert maar weinig effect; • Een aantal geïsoleerde acties door individuele schoolbesturen bestaat uit het manueel vergelijken van de inschrijvingslijsten van de eigen scholen in bepaalde perioden (bv. eind augustus). Die oefening blijft uiteraard beperkt (geen inschrijvingsgegevens over de andere scholen in het LOP of erbuiten); • De financiële slagkracht van de LOP’s is te beperkt om instrumenten voor een ruimer werkingsgebied te ontwikkelen; • De huidige regelgeving laat toe dat leerlingen zich in verschillende scholen inschrijven vooraleer het schooljaar begint. Pas vanaf één september kan men maar in één school ingeschreven blijven. Het LOP kan ontmoedigen maar niet verbieden waarop ouders/jongeren volgens de regelgeving recht hebben; • In de meeste LOP’s groeit een consensus dat een sluitende manier om dubbele inschrijvingen tegen te gaan, niet bestaat. Met een centraal inschrijvingsregister kan men echter wel zicht krijgen op de leerlingen die in verschillende scholen zijn ingeschreven en kunnen scholen ouders/jongeren daarover aanspreken. In tien LOP’s wordt het thema van de dubbele inschrijvingen nog geagendeerd tijdens het schooljaar 2009-2010 en in zeven LOP’s leidt dat nog tot acties. LOP’s met een aanmeldingssysteem werken a fortiori aan dubbele inschrijvingen. Een leerling krijgt op het einde van de aanmeldingsperiode immers maar één ticket om zich te gaan inschrijven in een school. Dat sluit inschrijvingen in verschillende scholen uit. Daarenboven volgen sommige aanmeldingssystemen leerlingen op die zich toch nog in een andere school van de LOP-regio zouden inschrijven. Hun ticket wordt dan opnieuw vrijgegeven zodat de volgende geweigerde leerling zich kan inschrijven. Uiteraard blijft ook hier het argument van de begrensde LOP-regio spelen.
35
2.3.5 Afspraken i.v.m. experimenten in het kader van een aanmeldingsprocedures De meest recente decretale opdracht26 die aan de LOP’s wordt toevertrouwd, is de mogelijkheid om te experimenteren met aanmeldingsprocedures bij de inschrijvingen voor de schooljaren 2009-2010, 2010-2011 en 2011-2012. Nijpende capaciteitsproblemen, kampeertoestanden en andere pijnlijke situaties aan de schoolpoorten, nopen schoolsturen ertoe om binnen de context van een LOP afspraken te maken over de aanpak van lokale inschrijvingsproblematieken. De bevoegdheid om te experimenteren met een aanmeldingsprocedure is een belangrijk instrument in de handen van de LOP’s om de mogelijkheden ervan verder te verkennen. Een aanmeldingsprocedure maakt het mogelijk voor ouders en leerlingen om voorafgaand aan de inschrijvingsperiode hun intentie tot inschrijving kenbaar te maken. Die procedure maakt het voor de scholen tevens mogelijk om, bij meer vragen tot inschrijven dan beschikbare plaatsen, aan de hand van goedgekeurde ordeningscriteria door het LOP, een rangorde aan te brengen in de aanmeldingen. De belangrijkste doelstellingen van een aanmeldingsprocedure zijn: • Komaf maken met kampeertoestanden en lange wachtijen van ouders en leerlingen aan de schoolpoorten; • Dubbele inschrijvingen tegengaan (kandidaten krijgen maar een inschrijvingsticket voor één school). Daarvoor moeten wel alle scholen uit het LOP deelnemen; • Segregatie tegengaan door sociale mix voorop te stellen. Dat kan door ook bij aanmelden en rangordening voorrang te geven aan GOK- of niet-GOK- leerlingen in functie van een evenredige verdeling. ❍❍ Kenmerken In totaal maken acht LOP’s gebruik van de mogelijkheid om te experimenteren met aanmeldingsprocedures: vijf LOP’s voor het secundair en drie LOP’s voor het basisonderwijs, vijf LOP’s in de grootsteden en drie in de centrumsteden. In de LOP’s voor het basisonderwijs in Gent, Brussel en Antwerpen is de aanmeldingsprocedure van toepassing op alle scholen van het gewoon onderwijs in het LOP-werkingsgebied. In het LOP secundair van Brussel geldt de aanmeldingsprocedure alleen voor het eerste jaar gewoon én buitengewoon onderwijs. In de LOP’s voor het secundair onderwijs in Gent, Leuven (tweemaal) en Mechelen gaat het over aanmeldingsprocedures in één of een deel van de scholen. In de steden Antwerpen, Brussel en Gent maakt men gebruik van een ’online’- aanmeldingsprocedure (CAR = Centraal aanmeldingsregister). Mechelen en Leuven laten ouders telefonisch aanmelden via een callcenter. ❍❍ Ordeningscriteria LOP basisonderwijs Gent: • Afstand ‘thuis – school’ én • Toeval (bij gelijke afstand)
26 Zie Art. X2 van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen (B.S. 14 september 2002).
36
LOP basisonderwijs Brussel: • Afstand ‘thuis - school’ of ‘thuis - werkplaats’ én • Aantal dagen kinderdagverblijf LOP basisonderwijs Antwerpen: • Afstand ‘thuis - school’ én • Chronologie van aanmelden LOP secundair onderwijs Gent: • Aantal schooljaren school gelopen in het methodeonderwijs én toeval (bij gelijke stand) of • Aantal schooljaren school gelopen in een school van de ‘Federatie Steinerscholen Vlaanderen’ én toeval (bij gelijke stand) LOP secundair onderwijs Brussel: • Aantal maanden in de basisschool die verbonden is aan de secundaire school én • Chronologie van aanmelden LOP secundair onderwijs Mechelen (eerste jaar): • Chronologie van aanmelden LOP secundair onderwijs Leuven (eerste jaar): • Chronologie van aanmelden LOP secundair onderwijs Leuven: • Chronologie van aanmelden ❍❍ Communicatie en informatie Om alle ouders (ook van kansengroepen) gelijke kansen te geven om zich tijdig aan te melden, besteden de LOP’s veel aandacht aan het informeren van en communiceren met de ouders en partners van het LOP. Een goed bemande helpdesk blijkt een absolute noodzaak. De organisatie van de helpdesk gebeurt door de scholen, het LOP (de LOP-deskundige) of in samenwerking met derden (in Brussel met de Vlaamse Gemeenschapscommissie en in Antwerpen met de Studiewijzer). In het kader van de experimenten moeten alle LOP’s een evaluatieverslag voorleggen aan de Vlaamse Regering voor 1 november 2010. Dat gebeurt door de acht LOP’s correct op tijd. ❍❍ Werking De verschillende aanmeldingssystemen leggen uiteenlopende resultaten voor. Een kleine greep: • Callcenters hebben een enorme druk te verwerken tijdens de aanvangsfase. Het aantal inbellers is dan enorm waardoor ‘virtuele wachtrijen’ ontstaan; • Callcenters kampen ook met kleinere technische en organisatorische problemen. Enkele telefoonlijnen vallen uit en de controle op dubbele aanmeldingen is niet sluitend; • De vrees om bij telefonisch inbellen niet binnen te geraken, maakt dat nog meer ouders netwerken van vrienden en familie gaan mobiliseren om mee in te bellen; • Bij het gebruik van een callcenter weten inbellers onmiddellijk het resultaat van hun aanmelding (volgnummer of afspraak);
37
• Chronologie zorgt voor hectische toestanden op korte termijn; zowel bij gebruik van een callcenter als bij ‘online’-aanmeldingen (CAR). Mensen zonder computer vormen weer fysieke wachtrijen om geholpen te worden bij het aanmelden; • Hoewel ‘online’-aanmelden technisch gezien de grote druk bij chronologie moet aankunnen, doet het dat niet altijd feilloos; andere technische problemen beïnvloeden de perceptie hierover; • ‘Online’-aanmelden kent enkele kleine strubbelingen die snel worden opgelost (technische, rangordemotor, website …); • Wanneer aanmelden gekoppeld wordt aan het ‘eerst komt, eerst maalt’-principe, wordt de gebruiksvriendelijkheid bij ‘online’- aanmeldingen in vraag gesteld; • Door financiële en tijdsdruk gebeuren een aantal gewenste aanpassingen aan CAR niet of niet tijdig. Waar niet wordt gewerkt met chronologie, speelt tijdsdruk minder en worden de technische problemen en individuele problemen van aanmelders snel opgelost; • De service en ondersteuning bij een aanmeldingsprocedure gebeurt het best door een goed uitgeruste helpdesk. Die is niet overal tijdig voorzien; • Tussen het moment van aanmelden en de mededeling van (on)gunstige ordening aan de aanmelders, liggen bij een ‘online’- aanmeldingssysteem enkele dagen; • Afhankelijk van de gekozen optie bij de operationalisering van de rangordemotor (maximalisatie van de eerste schoolkeuze of niet) neemt het belang om strategische keuzes te maken (eerste, tweede, derde schoolkeuze) toe. Welke impact deze aanmeldingssystemen hebben op het inschrijvingsbeleid van scholen is niet sluitend aan te geven na twee schooljaren van experimenteren. Een verdere monitoring is nodig. Als we kijken naar de kansengroepen, kunnen we toch al wel enkele constanten aangeven: • Kansengroepen mogen dan al wel over een telefoon beschikken, ze hebben niet het grote netwerk of kunnen dat moeilijker mobiliseren om evenveel kansen op inbellen te maken dan andere ouders. Toch kunnen geen noemenswaardige verschuivingen in de leerlingenpopulatie worden opgetekend. Kansengroepen worden door fysieke wachtrijen en kampeertoestanden ook benadeeld; • Aanmeldingssystemen boren geen nieuwe doelgroepen aan; het is niet omdat er moet worden aangemeld dat leerlingen die anders niet zouden komen, dat nu wel doen; • Het geven van voorrang aan een bepaalde doelgroep leidt niet automatisch tot succes; een handelingsplan en zeer gerichte communicatie zijn eveneens een noodzaak; • De weigeringratio (het aantal weigeringen per poging tot inschrijving) is bij aanmelding ongeveer gelijk voor allochtone en autochtone leerlingen. Dat is niet het geval bij gewone inschrijvingen; • GOK-leerlingen krijgen via een ‘online’-aanmeldingsprocedure even vaak hun eerste schoolkeuze toegewezen als niet-GOK-leerlingen; dat geldt ook voor de tweede tot de vijfde schoolkeuze. Om de volledige impact van de aanmeldingsprocedures te meten, is ruimer onderzoek en monitoring over de tijd heen noodzakelijk. Wel kunnen we zeggen dat expliciete perverse gevolgen uitblijven en dat er een tendens naar positieve effecten is; ook wat betreft het wegwerken van ongelijkheden. ❍❍ Klachten De mate waarin aanmelders vragen hebben over de aanmeldingssystemen en over een eventuele ongunstige ordening verschilt van LOP tot LOP. Sommige LOP’s krijgen geen klachten of vragen naar meer toelichting.
38
In andere LOP’s lossen de respectieve helpdesks de klachten op of wordt de bemiddelingscel gevat conform de lokale afspraken. Nog anderen schakelen het dagelijks bestuur van het LOP in of roepen een ‘disfunctie’- commissie in het leven. Sommige ouders dienen rechtstreeks klacht in bij de Commissie inzake Leerlingenrechten (CLR). In totaal worden 48 klachten bij de CLR ingeleid. Veertien klachten hebben betrekking op de aanmeldingsprocedure van het LOP voor het secundair onderwijs Brussel. Vierendertig klachten hebben betrekking op de aanmeldingsprocedure van het LOP voor het basisonderwijs Brussel. Studiedag over inschrijvingsrecht en aanmeldingsprocedures Op 19 maart 2010 vindt een studiedag over het inschrijvingsrecht en de aanmeldingsprocedures plaats die wordt georganiseerd door AgODi en Vlor. In haar inleiding bekijkt mevrouw Estelle Cantillon (ULB) de ontwikkelingen rond ‘enrollment’ (aanmeldings- en inschrijvingsprocedures) vanuit een ruimer internationaal perspectief: welke lessen trekken we uit buitenlandse ervaringen? Ze maakt ook een vergelijking tussen actuele ontwikkelingen in Vlaanderen en Wallonië en geeft toelichting bij de verschillende gangbare procedures. In een werkwinkel komt de inschrijvingsproblematiek in het buitengewoon onderwijs aan bod a.d.h.v. een aantal concrete cases. Veel interesse is er voor de tussentijdse informatie-uitwisseling rond de lopende aanmeldingsprocedures. De (eerste) ervaringen en resultaten uit vier steden worden in een werkwinkel naast elkaar gelegd. In een andere werkwinkel zijn de criteria over elders uitgesloten leerlingen in het secundair onderwijs het voorwerp van een kritische blik: beslissingen in één LOP hebben een impact op de werking van andere LOP’s of gebieden zonder LOP. In een laatste werkwinkel wordt de vraag gesteld of het LOP wel een forum kan zijn om segregatie in het basisonderwijs tegen te gaan. Op basis van drie cases bekijken we de evoluties in schoolpopulatie sinds de invoering van het GOK-decreet. We bekijken daarbij in het bijzonder wat de mogelijke impact is geweest van specifieke maatregelen in de LOP’s. In een slotbeschouwing geeft Dirk Jacobs (ULB) aanwijzingen dat meer inschrijvingsbeleid kan leiden tot desegregatie. ❍❍ Beleidsaanbevelingen De belangrijkste beleidsaanbevelingen uit de evaluatieverslagen van de LOP’s met een aanmeldingsprocedure op een rij: • Het hanteren van eenzelfde procedure door alle scholen van een LOP is noodzakelijk; • Vraag naar herstel van de lokale autonomie bij het uitwerken van een aanmeldingssysteem (ook wat de ordecriteria betreft); • Regiobrede aanmeldingssystemen faciliteren; • Zoeken naar afstemming met de randgebieden van LOP’s met een aanmeldingsprocedure; • De financiële impact van aanmeldingssystemen aanpakken; • Een koppeling van het elektronisch aanmeldingssysteem aan de software van de schooladministratie is wenselijk; • De extra potenties van ‘online’-aanmeldingsprocedures valoriseren; • Gebruik de gegevens uit ‘online’-aanmeldingsprocedures om de ouders te sensibiliseren voor een tijdige en bewuste schoolkeuze; • Januari is voor veel leerlingen te vroeg om een goede schoolkeuze te maken; • Aanmeldingsprocedures faciliteren aan de hand van objectieve ordeningscriteria; afstand kan ook in het secundair onderwijs gebruikt worden om bij grotere vraag dan aanbod de aanmeldingen te ordenen; 39
• Discriminerende criteria of voorrang vermijden (bv. voorrang leerlingen van eenzelfde campus, voorrang internen…); • Mogelijke criteria per onderwijsvorm vastleggen en beperkt houden; • Criteria duidelijk omschrijven en de toepassingsmodaliteiten vastleggen; • Voorrang voor GOK- en niet-GOK-leerlingen versoepelen en versterken; • Een eerstelijnsdienstverlening op lokaal vlak is een noodzaak (bv. helpdesk, ‘disfunctie’-commissie…); • Idealiter is er op het lokale vlak afstemming met de Commissie inzake Leerlingenrechten; • De regelgeving moet een houvast en stabiliteit bieden; • Een duidelijke rolverdeling tussen de betrokken partners (overheid, lokale partners, LOP…) voorzien; • Een inschrijving is nog altijd meer dan een technische procedure; het schoolkeuzeproces blijft primordiaal.
2.4 Kleuterparticipatie27 2.4.1 Maximale deelname van kleuters aan het onderwijs: een korte situering De inschrijvingsgraad van kleuters in het Vlaamse onderwijs bedraagt in het schooljaar 2009-2010 98,8%. Het aandeel van de niet-ingeschreven tweeënhalf- en driejarigen en vier- en vijfjarigen bedraagt respectievelijk 1,67% en 0,98%. Achter deze globale cijfers schuilen grote ongelijkheden naar sociale afkomst: de graad van nietinschrijving is veel hoger als de ouders laaggeschoold zijn, allochtoon, alleenstaand of als de vader niet tewerkgesteld is. Ingeschreven zijn betekent echter nog niet dat het kind ook regelmatig deelneemt.28 Kleuters die niet naar de kleuterschool gaan vanaf het begin van het kleuteronderwijs en daardoor achterstand oplopen, dreigen die achterstand bij het einde van de kleuterschool niet in te halen.29 Het recente gelijke onderwijskansenbeleid m.b.t. kleuterparticipatie is erop gericht om de talenten van alle kinderen maximaal te laten ontwikkelen en hun zo alle kansen te bieden op een succesvolle loopbaan in het leerplichtonderwijs. Vandaar de noodzaak aan een vroegtijdige en regelmatige deelname aan het kleuteronderwijs. Aangezien de leerplicht pas geldt vanaf zes jaar30, voorziet het beleid in gerichte maatregelen die ouders moeten overtuigen van de meerwaarde van het kleuteronderwijs en zo te komen tot een veralgemeende deelname aan het kleuteronderwijs. � Een decretale opdracht voor het LOP In oktober 2006 maakt de toenmalige minister van Onderwijs en Vorming een nota over aan de Vlaamse Regering waarin hij toelichting geeft over de maatregelen die hij wenst te nemen om de deelname aan het kleuteronderwijs te stimuleren31. Via een impulsplan met zeven assen legt hij uit op welke manier hij dat wil doen. Eén van die assen gaat over de opdracht die weggelegd is voor de LOP’s.
27 Voor meer gedetailleerde gegevens, zie ook tabellenbijlage. 28 Nicaise I. e.a., Gelijke kansen op school: het kan! Zestien sporen voor praktijk en beleid, Mechelen: Wolters-Plantijn, 2008, 69 p. 29 Vandenbroucke F., Beleidsnota 2004-2009, Onderwijs en Vorming, p. 69. 30 De leerplicht voor een kind start op 1 september van het kalenderjaar van zijn of haar zesde verjaardag. 31 Vandenbroucke F., Maatregelen ter stimulering van de participatie aan het kleuteronderwijs, 18 oktober 2006 (versie 2 februari 2007), 21 p.
40
Tijdens het schooljaar 2007-2008, dat uitgeroepen wordt tot het Jaar van de Kleuter, krijgen diverse maatregelen een structureel karakter. Dat is onder meer het geval voor kleuterparticipatie als thema van de LOP-werking. Onderwijsdecreet XVII32 voegt de nieuwe opdracht om afspraken te maken over het verhogen van de kleuterparticipatie toe aan de lijst van decretale opdrachten van het LOP. Dat het LOP die opdracht krijgt, ligt voor de hand. Het LOP wordt gezien als een ideaal forum om alle betrokkenen rond dit thema lokaal samen te brengen en strategieën en acties naar actieve toeleiding en deelname aan het onderwijs op te zetten. Daarenboven zetten veertien LOP’s al acties op rond kleuterparticipatie vóór dat het Jaar van de Kleuter plaatsheeft. Die LOP-initiatieven zijn spontaan gegroeid.33 � Hoe krijgt deze opdracht vorm? In het kader van kleuterparticipatie is het de taak van de LOP’s om alle lokale actoren rond de tafel samen te brengen met als doel de lokale samenwerking te bevorderen en tot lokale afspraken te komen. Wat dit laatste betreft, gaat het om afspraken op drie onderscheiden domeinen: • Afspraken over gegevensverzameling; • Afspraken over het informeren van ouders, scholen en intermediairs; • Afspraken over de toeleiding van kleuters die niet ingeschreven zijn in het onderwijs. ❍❍ Afspraken over gegevensverzameling Hierbij gaat het om: • Afspraken over welke gegevens verzameld worden: • Kwantitatieve gegevens (bv. aantal niet-ingeschreven t.o.v. ingeschrevenen kleuters, aantal aan- en afwezigheden, aantal laattijdige aanwezigheden op school); • Kwalitatieve gegevens (bv. redenen voor afwezigheden, acties die de school opzet naar afwezigheden, resultaten en effecten van acties die scholen ondernemen); • Afspraken over (wijze van) registreren; • Afspraken over het opmaken van een thematische omgevingsanalyse (bv. gegevensverzameling en -verwerking, analyse en interpretatie). ❍❍ Afspraken over het informeren en sensibiliseren van ouders, scholen en intermediairs Hierbij gaat het om: • Het informeren van ouders en intermediairs over (i) regelgeving i.v.m. kleuteronderwijs (bv. instapperiodes, voorwaarden i.v.m. aanwezigheid i.f.v. schooltoelage; voorwaarden i.v.m. overgang naar het lager onderwijs) en (ii) over het aanbod van kleuteronderwijs in de LOP-regio; • Het sensibiliseren van ouders over de meerwaarde van kleuteronderwijs bij de ontwikkeling van hun kind en het sensibiliseren van scholen over het belang van het inschrijvingsen instapmoment.
32 Decreet betreffende het onderwijs XVII van 22 juni 2007 (B.S. 21-08-2007). 33 Vandenbroucke F., Maatregelen ter stimulering van de participatie aan het kleuteronderwijs, 18 oktober 2006 (versie 2 februari 2007), p. 11.
41
Informeren en sensibiliseren gebeurt via het organiseren van activiteiten (bv. informatieve bijeenkomst, vormingsmoment, studiedag), het opzetten van acties (bv. sensibiliseringscampagne) en het ontwikkelen van materialen (bv. publicaties en ander drukwerk). Deze activiteiten, acties en materialen kunnen zijn gericht naar ouders, scholen en intermediairs. ❍❍ Afspraken over het toeleiden van kleuters die niet ingeschreven zijn in het onderwijs Kind en Gezin en AgODi gaan in juli 2010 een engagement aan in het kader van de verhoging van de participatie aan het kleuteronderwijs.34 Het protocol legt een reeks algemeen geformuleerde afspraken vast over de manier waarop de samenwerking, communicatie en gegevensuitwisseling tussen Kind en Gezin en AgODi plaatsvindt. Met betrekking tot het LOP bevat het volgende elementen: • Het LOP krijgt erkenning voor zijn rol als linking pin (tussenschakel, red.) in de afstemming en informatiedoorstroming tussen de onderwijsinstellingen en Kind en Gezin; • Kind en Gezin onderneemt de nodige acties naar niet-ingeschreven driejarigen en het LOP naar de (andere, red.) niet-ingeschreven kleuters; • Kind en Gezin bezorgt gedetailleerde informatie (over niet-ingeschreven vier- en vijfjarige kleuters, red.) aan AgODi. AgODi maakt die informatie over aan de LOP-deskundigen voor de regio’s waar er een LOP is en aan de contactpersonen van de gemeenten die niet in een LOP-werkingsgebied gelegen zijn. Die contactpersonen moeten zijn gebonden aan het beroepsgeheim. De actie van het LOP houdt in de praktijk in dat het (na overleg binnen het LOP) één of meerdere organisaties aanduidt die de gezinnen van niet-ingeschreven vier- en vijfjarige kleuters benaderen. Net zoals voor de gemeenten geldt, wordt binnen het overleg van LOP-deskundigen afgesproken dat de acties worden ondernomen door personen die gebonden zijn aan het beroepsgeheim. De ’gedetailleerde informatie’ waarvan hierboven sprake, is in de feiten informatie over de acties die Kind en Gezin ondernam toen de kleuters drie jaar waren.
2.4.2 Ontwikkelingen in de LOP-werking De huidige LOP-monitor biedt onvoldoende gepreciseerde en te rubriceren gegevens over wat de LOP’s ondernemen in het kader van kleuterparticipatie; met name over hoe LOP’s invulling geven aan het maken van afspraken over gegevensverzameling en over het informeren en sensibiliseren van ouders, scholen en intermediairs. We beperken ons hier tot een beschrijving van de manier waarop LOP’s tijdens het schooljaar 2009-2010 werken aan de toeleiding van niet-ingeschreven kleuters (zie 2.4.3).
2.4.3 Vier- en vijfjarige niet-ingeschreven kleuters Het schooljaar 2009-2010 is het eerste schooljaar waarin er specifieke acties zijn in de LOP’s naar vier- en vijfjarige niet-ingeschreven kleuters. De LOP’s organiseren die acties op basis van gegevens van Kind en Gezin dat de afgelopen jaren acties ondernomen heeft bij de driejarige kleuters. De opdrachten voor de LOP’s zijn de volgende: • Bespreek de geaggregeerde gegevens van de vier- en vijfjarige niet ingeschreven kleuters binnen een algemene vergadering of dagelijks bestuur; • Maak afspraken rond bijkomende acties. Adres- en andere persoonsgegevens worden daarbij alleen besproken met partners die gehouden zijn aan een beroepsgeheim.
34 “Engagementsverklaring van het Agentschap voor Onderwijsdiensten en het Agentschap Kind en Gezin in het kader van de participatie aan het kleuteronderwijs”, Brussel, 12 juli 2010.
42
❍❍ Aantal niet-ingeschreven kleuters In onderstaande tabel bevat de rubriek ‘aantal kleuters’ de kleuters die volgens de gegevens van het Rijksregister op 1 september 2009 naar het kleuteronderwijs mochten gaan. Het ‘aantal niet-ingeschreven kleuters’ zijn die kleuters die we niet terugvinden in het onderwijs (zowel in het Vlaamse onderwijs als in het Franstalige onderwijs) tijdens het schooljaar 2009-2010 (zie tabel 9). Tabel 9: Aantal niet-ingeschreven kleuters tijdens het schooljaar 2009-2010. Vlaams Gewest
Leeftijd
Aantal kleuters
Werkingsgebeiden LOP’s basis
2,5 jaar 3 jaar 4 jaar 5 jaar Leeftijd
11513 68400 67064 66262 Aantal kleuters
2,5 jaar 3 jaar 4 jaar 5 jaar
5868 28670 27718 27154
Aantal niet-ingeschreven kleuters 305 1033 667 624 Aantal niet-ingeschreven kleuters 185 631 390 369
% 2,6% 1,5% 1,0% 0,9% % 3,2% 2,2% 1,4% 1,4%
In het Vlaams Gewest vinden we 1291 niet-ingeschreven vier- en vijfjarigen: • 759 kinderen (58%) zijn gedomicilieerd in één van de 40 LOP-regio’s voor het basisonderwijs; • 542 kinderen (42%) zijn op een andere plaats gedomicilieerd. Spreiding van de niet-ingeschreven vier- en vijfjarigen over de werkingsgebieden van de LOP’s voor het basisonderwijs: • Antwerpen en Gent:
487
• Overige centrumsteden:
148
• Andere: 124 ❍❍ Resultaten van de besprekingen binnen de LOP’s In 35 LOP’s worden concrete afspraken gemaakt om de ouders van niet-ingeschreven kleuters te bereiken en om ze aan te zetten hun kind(eren) alsnog in te schrijven. Achtentwintig LOP’s hebben dat gerealiseerd in de periode mei-juli 2010. ❍❍ Aandachtspunten • In de meeste LOP’s gaat het maar om enkele kleuters die niet ingeschreven zijn; • De partners voor de opvolging van de niet-ingeschreven kleuters verschillen sterk van LOP tot LOP; • In een groot aantal LOP’s wensen de CLB’s geen rol op te nemen m.b.t. de benadering van niet-ingeschreven vier- en vijfjarigen vanuit volgende overwegingen: • CLB-begeleiding werkt vraaggestuurd (behalve voor leerplichtbegeleiding, maar kleuters zijn niet leerplichtig); • De CLB-begeleiding richt zich op ingeschreven kleuters die niet regelmatig participeren aan het kleuteronderwijs. In enkele LOP’s wordt ervoor gekozen om de benadering van niet-ingeschreven vier- en vijfjarigen niet door de CLB’s te laten gebeuren omdat het netgebonden instellingen zijn die gezamenlijke beleidsplannen of beleidscontracten hebben afgesloten met (netgebon-
43
den) scholen. Het CLB is geen ongebonden, neutrale partner. In andere regio’s werken de CLB’s heel enthousiast en tot ieders tevredenheid mee; • Uit de evaluatie blijkt duidelijk de voorkeur voor huisbezoeken. Er worden een aantal belangrijke randvoorwaarden opgesomd: • De huisbezoeken moeten goed voorbereid worden. Er wordt o.m. nagegaan of een tolkendienst nodig is; • Materialen (folder, brochure, prentkaart e.d.) zijn hulpmiddelen die ouders doen herinneren aan het bezoek; • De houding van de hulpverlener bij een huisbezoek. Het huisbezoek mag geen dwingend - en zeker geen beschuldigend - karakter hebben. De vragen en adviezen van de hulpverlener aan ouders zijn vrijblijvend. • Een aantal huisbezoeken wordt afgelegd door de LOP-deskundigen zelf. Vanuit AgODi werd dit niet als richtlijn meegegeven. Naar de toekomst toe zal dit door AgODi nadrukkelijker worden gesteld. De mogelijke procedures voor het aanduiden van een contactpersoon of een organisatie die verdere acties onderneemt naar de niet-ingeschreven kleuters kunnen duidelijker omschreven worden; • Het is soms onduidelijk welke concrete acties Kind en Gezin eerder al heeft ondernomen. De omschrijvingen die Kind en Gezin hiervoor gebruikt, zijn niet altijd even duidelijk voor de lokale betrokkenen; • Het beroepsgeheim wordt als grootste knelpunt ervaren. Niet alle partners waar het LOP mee wil samenwerken, zijn gehouden aan het beroepsgeheim. Daardoor kunnen zij niet ingeschakeld worden voor de huisbezoeken. Vaak gaat het net om ‘laagdrempelige’ partners (bv. zelforganisaties). Het beroepsgeheim heeft in sommige regio’s ook een ongewenst effect. “Doe het dan maar zelf”, is soms de reactie. Ook worden gevoeligheden over het beroepsgeheim geregistreerd bij de OCMW’s. Hun beroepsgeheim krijgt een andere invulling dan bij de CLB’s. OCMW’s nemen wel vaker het engagement op om ouders te contacteren, maar verbinden zich daarna niet tot feedback over het huisbezoek. De gevoeligheden m.b.t. het beroepsgeheim liggen verschillend van LOP-regio tot LOP-regio; • In een aantal LOP’s neemt de contactpersoon van de organisatie die een actie zal ondernemen vooraf contact op met de burgerlijke stand van de gemeente. Hij of zij wil dan nagaan of de betrokkene nog op het aangegeven adres gedomicilieerd is en de gegevens correct zijn. De gegevens uit het rijksregister blijken niet altijd up-to-date te zijn. Soms hebben ouders het land al lang verlaten; • Omdat de nodige controles uitgevoerd moeten worden op basis van de gegevens van de tellingen van februari, kunnen de gegevens vanuit AgODi pas eind april ter beschikking worden gesteld aan de LOP-deskundigen. Dat maakt het soms moeilijk om de vooropgestelde deadline van (begin juli) te halen. Er is een groot verschil in opvolging wanneer het maar om enkele dossiers gaat, dan wel wanneer het gaat om de opvolging van honderden dossiers zoals in grootsteden als Antwerpen of Gent. Vanuit deze ervaring is het belangrijk om voor het volgende schooljaar al van bij het begin van het kalenderjaar 2011 de partners rond de tafel te brengen en concrete afspraken en een goede planning te maken. Als de gegevens dan beschikbaar zijn, kan snel werk worden gemaakt van de nodige acties.
2.5 Engagementsverklaring35 ❍❍ Situering Voor de inschrijvingen vanaf het schooljaar 2010-2011 moet het schoolreglement ook een engagementsverklaring bevatten waarin wederzijdse afspraken tussen school en ouders worden 35 Voor meer gedetailleerde gegevens, zie ook tabellenbijlage.
44
opgenomen over oudercontact, voldoende aanwezigheid, vormen van individuele leerlingenbegeleiding en het positieve engagement ten aanzien van de onderwijstaal. De doelstelling van de engagementsverklaring is de ouderbetrokkenheid bij het schoolgebeuren te vergroten, zodat ook de leerkansen van de kinderen vergroten. Met betrekking tot het positieve engagement van de ouders ten aanzien van de onderwijstaal, bevat het schoolreglement de bepaling dat leerlingen aangemoedigd worden om Nederlands te leren. Andere bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal kunnen alleen, worden toegevoegd op voorwaarde dat daarover in het bevoegde LOP een akkoord is bereikt. Op 1 september 2009 krijgen de LOP’s er dus een nieuwe opdracht bij: ’het uitwerken van aanvullende bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal’.36 De LOP’s krijgen de bevoegdheid om dit engagement te concretiseren door er specifieke engagementen aan toe te voegen in functie van plaatselijke factoren. Die bevoegdheid wordt toevertrouwd aan de LOP’s omdat hun samenstelling (onderwijsverstrekkers en stakeholders) er borg voor staat dat men tot realistische engagementen komt. Van het engagement van ouders kan pas één en ander verwacht worden op voorwaarde dat er voldoende aanbod is aan initiatieven waardoor kinderen buiten de schooltijd in contact komen met de Nederlandse taal.37 ❍❍ Realisaties � Op het niveau van de LOP’s In het schooljaar 2009-2010 agenderen of behandelen zeven op de tien LOP’s het thema. Voor het basisonderwijs is dat in drie op vier LOP’s en in het secundair onderwijs in drie op vijf LOP’s. Het thema komt aan bod in ruim de helft van de LOP’s in de centrumsteden (en Brussel) en in bijna vier op vijf van de andere LOP’s. Amper één op vijf LOP’s dat het thema agendeert, werkt ook aanvullende bepalingen uit: zes LOP’s voor het basisonderwijs en vier LOP’s voor het secundair onderwijs. De LOP’s die in de centrumsteden werken, scoren op dit vlak verhoudingsgewijs hoger dan de andere LOP’s (verhouding twee op één). In totaal hebben dus tien op 70 LOP’s (of 14%) tijdens het eerste jaar waarin ze deze opdracht krijgen, aanvullende bepalingen uitgewerkt. Waar dat gebeurt, bereidt het dagelijks bestuur in acht van de tien gevallen de aanvullende bepalingen voor. � Op het niveau van de LOP-deskundigen AgODi werkt een geactualiseerde versie van de leidraad voor LOP-deskundigen uit. Die leidraad bevat het regelgevend kader (decreet, administratieve omzendbrieven, ‘vragen en antwoorden’-rubriek), een overzicht van kritische bedenkingen geformuleerd door diverse instanties, documenten van de onderwijskoepels, het GO! en andere overkoepelende organisaties en een opsomming van diverse materialen en achtergrondinformatie over ouderbetrokkenheid.
36 Decreet van 20 maart 2009 betreffende de toelatingsvoorwaarden voor het gewoon lager onderw ijs en de engagementsverklaring tussen de school en de ouders in het basis- en secundair onderwijs (B.S. 09/04/2009). 37 Zie: Memorie van toelichting bij het ontwerp van decreet van 23 december 2008.
45
2.6
Kosteloosheid en kostenbeheersing
2.6.1 Samenwerking met de Koning Boudewijnstichting Naar aanleiding van de resultaten van de HIVA-studie38 over de studiekosten in het secundair onderwijs vraagt toenmalig minister van Onderwijs en Vorming Frank Vandenbroucke aan de Koning Boudewijnstichting om een sensibiliseringscampagne op te zetten rond kostenbeheersing in het secundair onderwijs. Zijn opvolger en huidig minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel Pascal Smet neemt die prioriteit ook op in zijn Beleidsnota 2009-2014.39 Onder het voorzitterschap van professor Van Petegem wordt de stuurgroep ‘Kostenbeheersing op school’ opgericht. Die stuurgroep heeft als opzet een proces op gang te brengen waarbij de secundaire scholen warm worden gemaakt voor het ontwikkelen van een visie over kostenbeheersing in het onderwijs. Binnen het kader van gelijke onderwijskansen moet die visie de basis vormen voor het ontwikkelen van een breed gedragen kostenbewust onderwijsbeleid in en door de hele school. Aan de stuurgroep participeren zowel vertegenwoordigers van de onderwijskoepels als vertegenwoordigers van de armenverenigingen, welzijnszorg, pedagogische begeleidingsdiensten, middenveldorganisaties, het beleidsdomein Onderwijs en Vorming en een vertegenwoordiging vanuit de LOP’s. De stuurgroep verleent haar medewerking aan de opmaak van een verkennende nota ‘Onderwijs, dagelijkse kost?’40 en begeleidt de sensibiliseringscampagne die in het schooljaar 2009-2010 bestaat uit volgende initiatieven: • 17 november 2009: Kick-off dag in Brussel voor alle coördinerende en algemene directies waarbij de campagne officieel gelanceerd wordt en waar de onderwijskoepels van de inrichtende machten en het GO! een gezamenlijke engagementsverklaring ondertekenen in het bijzijn van de pers; • In het voorjaar van 2010 vinden er vijf ‘interactieve denk- en doedagen’ plaats voor alle secundaire scholen: • 14 januari 2010 in het Provinciaal Technisch Instituut in Kortrijk, West-Vlaanderen; • 2 februari 2010 in het Dommelhof in Neerpelt, Limburg; • 2 maart 2010 in het Provinciaal vormingscentrum in Malle, Antwerpen; • 10 maart 2010 in het Provinciehuis in Leuven, Vlaams-Brabant; • 16 maart 2010 in De Bijloke in Gent, Oost-Vlaanderen. De stuurgroep vraagt de minister om de campagne voort te mogen zetten tijdens het schooljaar 2010-2011 en denkt na over de aanmaak van een website, een studiedag over de schoolboekenprijzen en een advies aan het beleid. Vele LOP’s voor het secundair onderwijs hebben op lokaal vlak interessante initiatieven lopen of zijn bezig ze te ontwikkelen. In de verkennende nota en op de denk- en doedagen komen heel wat goede voorbeelden uit de verschillende LOP’s aan bod. De LOP’s blijven via hun vertegenwoordiger in de stuurgroep de sensibiliseringscampagne opvolgen en mee vorm geven.
38 Vandeputte M. & Bollens J, Studiekosten in het secundair onderwijs. Wat het aan ouders kost om schoolgaande kinderen te hebben, HIVA-KULeuven, 2008. 39 Zie: OD7.7 Nieuwe financiering en de maximumfactuur evalueren. In: Pascal Smet, Beleidsnota 2009-2014. Samen grenzen verleggen voor elk talent, p.44. 40 De Mets J., Onderwijs, dagelijkse kost? Kostenbeheersing in het secundair onderwijs. Een verkenning., Koning Boudewijnstichting, 2009, 60 p.
46
2.6.2 Samenwerking met SOS Schulden 0p School Onder andere naar aanleiding van de HIVA-studie, het invoeren van de maximumfactuur in het basisonderwijs en de door de minister gevraagde sensibiliseringscampagne aan de Koning Boudewijnstichting is de aandacht voor kostenbeheersing in het secundair onderwijs significant toegenomen. Het Platform armoede en onderwijs, opgericht in de schoot van SOS Schulden op School (www. schuldenopschool.be), biedt een platform voor dialoog en samenwerking met partners die zich als doel stellen de onderwijskansen voor kansarme gezinnen te verbeteren. De partners zijn de verschillende onderwijskoepels en CLB’s, het Vlaams Ouderplatform (VCOV, KOOGO, GO!ouders), Welzijnszorg, het Vlaams Netwerk van Verenigingen waar Armen het Woord nemen, de Vlaamse Scholierenkoepel, de Gezinsbond, het OKO (overleg kleine onderwijsverstrekkers), SOS Schulden Op School en AgODi met een vertegenwoordiger vanuit de LOP’s. De verschillende partners engageren zich tot: • Bewustmaking: elke partner wil zijn leden en de scholen bewust maken van de impact van kansarmoede op de schoolloopbaan van leerlingen: • Het platform wil scholen stimuleren om een geïntegreerd beleid rond omgaan met kansarmoede te ontwikkelen; • Het platform wil daartoe in een gezamenlijke ondersteuning voorzien. • Informatie-uitwisseling: binnen het brede netwerk van het platform informeren leden elkaar over de eigen acties, hun ondersteuningsaanbod en beschikbare materialen; • Beleidsaanbevelingen: in de mate dat bepaalde vaststellingen leiden tot beleidsadviezen of -suggesties, worden die adviezen of suggesties via de eigen organisaties teruggekoppeld en gekanaliseerd. Tijdens het schooljaar 2009-2010 gaat er veel aandacht naar de opstart van het platform, het uitwerken van een visie, het kiezen van de partners en het vastleggen van engagementen. Het is de bedoeling om zo snel mogelijk tot concrete samenwerking te komen. De LOP’s blijven via hun vertegenwoordiger het platform armoede en onderwijs opvolgen en mee vorm geven.
47
Hoofdstuk 3 Uitbouw van een lokaal onderwijs(kansen) beleid 41
3.1
Samenwerking met lokale niet-decretale partners
Naarmate een LOP meer invulling en gestalte geeft aan de verschillende decretale opdrachten, kan men veronderstellen dat de samenwerking van een LOP met andere lokale partners en structuren zal toenemen. Ten opzichte van het schooljaar 2008-2009 zien we dat de deelname van lokale niet-decretale partners aan werkgroepen en overlegmomenten van het LOP opnieuw licht is toegenomen (van gemiddeld 1,8 naar 2,0 partners). Daarbij gaat het in meerderheid om structurele (en niet occasionele) vormen van samenwerking en dat is opnieuw een toename t.o.v. het vorige schooljaar (van 47 naar 57% van de partners). Ook de ondersteuning van het aantal lokale niet-decretale partners aan de uitvoering van afspraken, projecten en initiatieven van het LOP is licht toegenomen (van gemiddeld 0,9 naar 1,2 partners). Omgekeerd stellen we opnieuw een verhoogde deelname vast van LOP’s aan andere lokale / regionale samenwerkingsverbanden, overlegorganen, werkgroepen, stuurgroepen… waarvan het zelf niet de initiatiefnemer is (van gemiddeld 1,0 naar 1,6 initiatieven).
3.2
Lokaal flankerend onderwijsbeleid en samenwerking met gemeenten
Onder lokaal flankerend onderwijsbeleid wordt het geheel van acties van een lokale overheid gevat die vorm geven aan een lokaal onderwijsbeleid dat aanvullend is op het Vlaamse onderwijsbeleid en dat beleid versterkt. Sommige problematieken (spijbelen, kleuterparticipatie…) zijn moeilijk aan te pakken vanuit een centraal niveau en vergen lokale hefbomen. Met het decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid42 wil de overheid gemeenten aanzetten tot het opnemen van de lokale regie, d.w.z. zelf acties opzetten of de acties van andere lokale actoren coördineren of ondersteunen. Door een aantal overlappende bevoegdheden (o.a. bevorderen van kleuterparticipatie en het tegengaan van spijbelgedrag) zijn in het decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid een aantal waarborgen tot samenwerking en afstemming tussen LOP’s en gemeenten ingebouwd: • Centrumsteden moeten aangeven hoe LOP’s bij de opmaak van hun onderwijsplan actief worden betrokken; • Centrumsteden moeten in hun onderwijsplan ook expliciet aangeven op welke wijze wordt samengewerkt met het LOP; • Bij het indienen van een aanvraag voor projectsubsidies in het kader van het flankerend onderwijsbeleid moet ook het advies van het LOP worden gevraagd voor zover het project betrekking heeft op het basis- of secundair onderwijs.
41 Voor meer gedetailleerde gegevens, zie ook tabellenbijlage.. 42 Decreet van 30 november 2007 betreffende het flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveau (B.S. 11 februari 2008).
48
Hoe die samenwerking (en wederzijdse taakverdeling) verder concreet moet vorm krijgen, wordt door het decreet niet ingevuld, maar overgelaten aan de lokale autonomie. Bekijken we de samenwerking en afstemming op het niveau van de jaarplannen dan stellen we vast dat in het schooljaar 2009-2010 in 60% van de gemeenten met een LOP, de LOP’s werken met een jaarplanning (in het schooljaar 2008-2009 was dat nog maar in 27% van de LOP-gemeenten het geval). In de LOP-gemeenten waar zowel het LOP als de gemeente werken met een jaarplanning, wordt in 77% van die gemeenten afspraken gemaakt over wederzijdse afstemming. Afspraken maken tussen LOP en gemeenten over de oprichting, samenstelling en/of werking van nieuwe deelorganen van het LOP stabiliseert zich rond de 30% van de LOP-gemeenten; afspraken over de oprichting, samenstelling en/of werking van nieuwe deelorganen door de LOP-gemeenten stabiliseert zich rond de 20% van de LOP-gemeenten (schooljaar 2008-2009 19% en schooljaar 2009-2010 22%). In de LOP-gemeenten met een onderwijs(gerelateerd)overleg: • Participeert het LOP in 55% van deze gemeenten als vast lid en in 22% op uitnodiging aan dit overleg: • Wordt het LOP in 32% van de LOP-gemeenten ook betrokken bij de opmaak van de agenda en ontvangt 48% de agenda alleen ter informatie; • Worden in 43% van de gemeenten afspraken gemaakt met het LOP over het afstemmen van de vergaderkalenders (in schooljaar 2008-2009 was dat maar in 27% van de LOP-gemeenten); • Ontvangt het LOP in amper 14% van de gemeenten geen verslag van het onderwijs(gerelateerd) overleg (in schooljaar 2008-2009 was dat 9%). In het schooljaar 2009-2010 bedraagt het percentage LOP-gemeenten zonder expliciete afspraken over de wijze van samenwerking met het LOP 22% (schooljaar 2008-2009: 30%). Hoewel bovenstaande cijfers aangeven dat er in de gemeenten met een LOP duidelijk inspanningen worden geleverd om de samenwerking en afstemming tussen LOP’s en gemeenten te formaliseren (o.a. via afspraken en samenwerking op het niveau van overleg, jaarplanningen, vergaderkalenders, agenda’s, doorgeven van verslaggeving) blijven duidelijk groeimarges aanwezig. In de beleidsnota Onderwijs 2009-2014 van de minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel wordt alvast een evaluatie en eventuele bijsturing van het decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid voorzien in het licht van: • Een betere afstemming van de taken van het Lokaal Overlegplatform (LOP) en de gemeente én • Een duidelijker definiëring van de regiefunctie van de gemeente. Intussen zijn in het schooljaar 2009-2010 ook vormingsinitiatieven opgezet rond deze thematiek. Tijdens de studiedag van 27 november 2009 georganiseerd door de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) en AgODi kunnen LOP-voorzitters, deskundigen, leden van het LOP en begeleiders diversiteit zich in een interactieve werkwinkel samen buigen over de vraag naar de grenzen van het LOP: • Hoe ruim kunnen de decretale opdrachten van het LOP worden ingevuld? Waar liggen de grenzen van de LOP-werking? • Hoe sterk bepalen contextuele factoren de wijze waarop een LOP-werking vorm en inhoud krijgt? • Hoe verhoudt de LOP-werking zich tot het lokaal flankerend onderwijsbeleid? • Hoe verhoudt de LOP-werking zich tot de opdrachten van de pedagogische begeleidingsdiensten? • Waar en hoe kan wel en niet worden samengewerkt? 49
Belangrijke conclusies uit deze werkwinkel hebben betrekking op het belang van een sterk regisserende lokale overheid en de meerwaarde van een goede samenwerking tussen LOP’s en gemeenten: • Een LOP-werking is sterk gebaat met een lokale overheid die sterk regisseert en erop toeziet dat agendapunten op overlegtafels terechtkomen waarvan de deelnemers borg kunnen staan voor evenwichtig probleemformuleringen, adequate diagnoses en gedragen oplossingsstrategieën; • Een goede samenwerking tussen LOP’s en lokale overheden mondt doorgaans uit in sterke en gedragen initiatieven. Het LOP kan gemeenten (mee) sensibiliseren en ondersteunen bij het formuleren van projecten / initiatieven die tegemoetkomen aan duidelijk geformuleerde noden in de regio. In de loop van het schooljaar 2009-2010 wordt ook gestart met een interne werkgroep ‘LOP’s en lokale besturen’ waaraan naast LOP-deskundigen ook de afdeling Ondersteuningsbeleid van het Departement Onderwijs participeert. Deze werkgroep heeft als belangrijkste doelstelling concrete handvatten aan te reiken aan de LOP’s (i.c. LOP-voorzitters en -deskundigen) om binnen de regelgevende contouren de samenwerking met de lokale besturen uit te bouwen tot een wederzijdse win-winsituatie. Daartoe wil de werkgroep de huidige modellen van samenwerking tussen LOP’s en lokale besturen in kaart brengen en evalueren op belemmerende en faciliterende factoren van samenwerking. Dat moet resulteren in een inspiratiehandboek voor LOP-voorzitters en -deskundigen.
50
Hoofdstuk 4 Besluiten en aanbevelingen
4.1
Samenstelling en werking van de LOP’s
De breed opgezette en decretaal gewaarborgde samenstelling van een LOP is gebaseerd op de overtuiging dat kansengelijkheid binnen onderwijs maar effectief kan worden gerealiseerd binnen een lokale dynamiek van overleg en samenwerking; niet alleen tussen scholen maar ook met andere lokale belanghebbenden bij de thematiek (stakeholders). Een belangrijke doelstelling van het LOP is om onderwijsverstrekkers en stakeholders kennis te laten nemen van elkaars referentiekaders om van daaruit te komen tot gedragen afspraken die de onderwijspositie van kansengroepen structureel kunnen verbeteren. De samenstelling en werking van een LOP, vastgelegd per decreet, moet er borg voor staan dat men komt tot gedegen en breed gedragen probleemanalyses, diagnoses en oplossingsstrategieën.
Aanbeveling 1: Brede samenstelling en expertise LOP-werking blijven waarborgen In het jaarverslag van het schooljaar 2008-2009 werd gesteld dat de sterkte van een breed opgezette en decretaal gewaarborgde samenstelling van een LOP een zwakte wordt als partners in het LOP hun mandaat niet kunnen opnemen. ❍❍ Onderwijspartners Bij de onderwijspartners kunnen we vaststellen dat de meeste partners 90% tot 100% van de hun toegewezen mandaten in de LOP’s kunnen opnemen. Aan de vraag om ook de sector leren en werken expliciet (decretaal) te betrekken bij de LOPwerking, werd intussen tegemoetgekomen met het Onderwijsdecreet XX dat aan de autonome centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en ook aan de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen (de leertijd) een expliciete vertegenwoordiging geeft in de LOP’s.43 Aan de vraag om eveneens de scholengemeenschappen expliciet (decretaal) te erkennen in de LOP-werking, is nog niet tegemoetgekomen. Mogelijk kan dat aspect worden meegenomen met de geplande bijsturingen aan de werking van de scholengemeenschappen in het basis- en secundair onderwijs. ❍❍ Stakeholders Ook bij de decretale stakeholders stellen we vast dat een meerderheid van hen erin slaagt om 73% tot 95% van de hun toegewezen mandaten in de LOP’s op te nemen. Alleen de ouderverenigingen en leerlingenraden blijven (ver) onder dit percentage (52%, 63% en 50%). Een meerderheid van de stakeholders slaagt er ook in om in 80% van de LOP’s waar ze mandaten krijgen toegewe43 Decreet betreffende het onderwijs XX (B.S. 31 augustus 2010), artikel VIII.9 en artikel VIII.15.
51
zen, er minstens één op te nemen. Ouderverenigingen (met 51% en 62%) en leerlingenraden (met 44%) blijven opnieuw ver onder dit percentage. Vooral de verdere afkalving van de vertegenwoordiging vanuit de ouderverenigingen is opvallend. We pleiten er dan ook voor dat deze koepelorganisaties hun vertegenwoordiging in de LOP’s als een belangrijk aandachtspunt in hun werking blijven beklemtonen. In het jaarverslag van 2008-2009 werd in dat verband al gewezen op de mogelijkheid van de LOP’s om extra leden te coöpteren als oplossing om verzekerd te blijven van voldoende maatschappelijk draagvlak. Cijfers over het gemiddelde aantal gecoöpteerde leden in de LOP’s (gemiddeld 2,7 partners tegenover een maximaal te coöpteren aantal van tien) doen vermoeden dat van deze mogelijkheid nog onvoldoende gebruik wordt gemaakt. Verdere sensibilisatie is hier zeker aangewezen. Ten slotte blijven we ook het belang van een extra kader verdedigen dat garanties biedt op een meer intensieve betrokkenheid van ruimere welzijnsstructuren op de LOP-werking en dat ook vormen van ‘ad hoc’-betrokkenheid honoreert. Misschien kan dit aspect worden meegenomen bij de geplande evaluatie en mogelijke bijsturingen aan het decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid. Het is een beleidsintentie van de minister om de taken van de LOP’s en de gemeenten beter op elkaar af te stemmen en te komen tot een duidelijker definitie van de regiefunctie van de gemeente. LOP’s zijn gebaat met een lokale overheid die sterk regisseert en erop toeziet dat de juiste agendapunten op de juiste overlegtafels terechtkomen waarvan de deelnemers borg kunnen staan voor evenwichtig probleemformuleringen, adequate diagnoses en gedragen oplossingsstrategieën. Gemeenten beschikken daartoe niet alleen over een ruim netwerk aan contacten maar ook over belangrijke financiële middelen (i.c. stimulansen). De toegenomen participatie van gecoöpteerde en andere niet-decretale partners aan werkgroepen van het LOP (o.a. van OCMW’s, Kind en Gezin, hogescholen…) kan zeker al als een positieve ontwikkeling in deze richting worden geïnterpreteerd.
Aanbeveling 2: Aanhoudend investeren in efficiënte & effectieve overlegstructuren Enkele vaststellingen: ❍❍ Plenaire vergadering Ook in het schooljaar 2009-2010 komt een plenaire vergadering gemiddeld één à twee keer samen met al zijn leden. De aanwezigheid van de meeste onderwijspartners en decretale stakeholders op die vergaderingen gaat er in vergelijking met het vorige schooljaar op vooruit. Toch blijven bij de onderwijspartners vooral de besturen van scholen en CLB’s het moeilijk hebben met hun aanwezigheid op de vergaderingen. Hoewel zij zich kunnen laten vertegenwoordigen door hun directies, wordt van die mogelijkheid maar in beperkte mate gebruik gemaakt. Niet meer dan twintig van de 70 LOP’s maken hierover afspraken. Bij de stakeholders merken we dat vooral vakbonden, etnisch-culturele minderheden en (opnieuw) ouderverenigingen de laagste aanwezigheidscijfers laten optekenen (gemiddelde procentuele aanwezigheid rond de 40%). ❍❍ Dagelijks bestuur In het dagelijks bestuur zien we dat bij de onderwijspartners de meeste onderwijskoepels hierin een mandaat hebben, vooral bij hoofde van hun directies. Dat geldt veel minder voor de decretale stakeholders: meer dan de helft van hen heeft in minder dan de helft van de dagelijkse besturen een mandaat. Vooral stakeholders die werken met professionele krachten zoals het onderwijsopbouwwerk, de integratiesector en de gemeentebesturen zijn in deze dagelijkse besturen het sterkst vertegenwoordigd. 52
Kijken we naar de aanwezigheden op de vergaderingen van de dagelijkse besturen die in het schooljaar 2009-2010 gemiddeld vier tot vijf keer bijeenkomen, dan stellen we bij de onderwijspartners vast dat vooral directies van vrije scholen en CLB’s en ook de besturen van de vrije scholen het hoogste scoren (gemiddelde procentuele aanwezigheid tussen 69% en 77%). Bij de meeste decretale stakeholders zien we echter geen verbetering in aanwezigheid t.o.v. het vorige schooljaar (2008-2009). Tegenover sterk aanwezige partners als het onderwijsopbouwwerk, de integratiesector, de onthaalbureaus en de gemeentebesturen (gemiddelde procentuele aanwezigheid van minstens 60%) staan opnieuw zwak aanwezige partners zoals het VSOA, de ouderkoepels en de leerlingenraden (gemiddelde procentuele aanwezigheid van 40% of minder). ❍❍ Werkgroepen De dynamiek van een LOP in termen van actieve werkgroepen stabiliseert zich op het niveau van het vorige schooljaar. Een LOP telt gemiddeld twee tot drie werkgroepen met 13 leden die drie à vier keer per schooljaar vergaderen. Naast decretale thema’s (inschrijvingsbeleid, anderstalige nieuwkomers, kleuterparticipatie) komen in deze werkgroepen ook thema’s aan bod die aansluiten bij de beleidsprioriteiten van de minister (ouderbetrokkenheid, kosten, taal, spijbelen…). Opvallend t.o.v. het vorige schooljaar is een daling van de participatie van decretale leden ten voordele van een toenemende participatie van gecoöpteerde en andere niet-decretale leden. Aanbevelingen: Gegeven de lage aanwezigheid van besturen van scholen en CLB’s op de plenaire vergaderingen en het feit dat maar in beperkte mate gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om zich te laten vertegenwoordigen door hun directies, moet worden overwogen om LOP’s meer expliciet te sensibiliseren rond deze delegatiemogelijkheid. Afgelopen schooljaar werden vormingsinitiatieven genomen om LOP’s te stimuleren zichzelf kritisch te bevragen over de participatie van de leden aan hun werking. Hoewel het belang van dergelijke vormingen door de deelnemers (LOP-voorzitters, deskundigen, LOP-leden en begeleiders diversiteit) wordt onderstreept en die zeker moeten worden voortgezet, blijft het belangrijk om volgende flankerende initiatieven in beschouwing te blijven nemen: • Initiatieven die erop gericht zijn dat onderwijs en gelijke onderwijskansen een prioriteit blijven/worden binnen de lokale werkingen van de koepelorganisaties en die lokale vertegenwoordigers beter ondersteunen in functie van hun actieve inbreng in de lokale LOP-werking; • Participatie vanuit de decretale stakholders minder vrijblijvend maken door concrete verbintenissen te formuleren op lokaal en Vlaams niveau. Op Vlaams niveau kan gedacht worden aan een actualisering van de engagementsverklaring “Diversiteit als meerwaarde” die de Vlaamse Onderwijswereld in de schoot van de Vlaamse Onderwijsraad ondertekende in het kader van de uitvoering van het GOK-decreet (19 februari 2003)44.
Aanbeveling 3: Horizontaal & verticaal overleg LOP-voorzitters verder uitbouwen In functie van een verdere uitbouw van de communicatie tussen de LOP-voorzitters onderling en met de centrale overheid, moet werk worden gemaakt van: • De installatie van een provinciale overlegkern van voorzitters in Antwerpen en het versterken van de provinciale overlegkernen elders (belang van regelmatig overleg, sterke participatie); • Een meer actieve promotie van de sharepoint die in het schooljaar 2008-2009 werd aangeboden vanuit AgODi als communicatieplatform en instrument voor informatie-uitwisseling tussen LOP-voorzitters en -deskundigen; • Een evaluatie van de jaarlijkse ontmoeting met de minister; 44 Zie http://www.vlor.be/files/engagementsverklaring.pdf.
53
• Het sterker betrekken van de voorzitters en geven van meer verantwoordelijkheid bij de budgettaire planning. Dat kan worden gerealiseerd door hen een adviserende rol te geven in de herbestemming van het gemeenschappelijke LOP-budget. De huidige werkwijze zal ook opnieuw moeten geëvalueerd worden in het licht van de verwachte goedkeuring van het Rekendecreet (nieuwe regeling m.b.t. de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan).
Aanbeveling 4: Vormingsnoden LOP-deskundigen inpassen in een ruimer VTO-beleid Vorming, training en opleiding (VTO) aan LOP-deskundigen houden, meer dan in het verleden, verband met competenties. Vorming, training en opleiding inplannen en toestaan, gebeurt steeds minder ad hoc. We pleiten om nog sterker te evolueren naar een integraal VTO-beleid waarbij de vormingsnoden van de LOP-deskundigen worden onderkend, geïnventariseerd en ingepast in een ruimer beleid: • Naast een onthaalprogramma voor instappers bij de start van het schooljaar moet ook werk worden gemaakt van een volwaardig onthaalprogramma voor LOP-deskundigen die in de loop van het schooljaar starten; • De transparantie van het VTO-beleid naar de LOP-deskundigen moet worden verhoogd door een betere monitoring én van de deelname aan verschillende vormingsinitiatieven én van de aanwezige expertise bij collega’s LOP-deskundigen.
Aanbeveling 5: Samenwerking met begeleiders diversiteit consolideren De samenwerking tussen LOP-deskundigen en begeleiders diversiteit is de afgelopen jaren sterk gegroeid. Met de ‘Focus op …’ en gezamenlijke studiedagen vinden we werkvormen die toelaten van in de creatieve fase, waarin het opzet van de vormingsinitiatieven wordt uitgewerkt, constructief en opbouwend samen te werken. Door een herziening van het aantal detacheringen die voor het schooljaar 2010-2011 ter beschikking worden gesteld aan de koepelorganisaties binnen het project ‘Diversiteit als meerwaarde’, zal de samenwerking met de begeleiders diversiteit vanaf het najaar 2010 herbekeken moeten worden. De uitdaging zal erin bestaan om de uitgewerkte samenwerking binnen de nieuwe gegevenheden maximaal te consolideren.
Aanbeveling 6: Termijnen beleidsplannen afstemmen op legislatuurplannen gemeenten In het licht van een aantal overlappende bevoegdheden tussen de LOP’s en gemeenten met een flankerend onderwijsbeleid, is overleg en samenwerking belangrijk. Daarom wordt aan de LOP’s gevraagd om ook in hun beleidsplannen aan te geven hoe ze bij de realisatie van de geformuleerde doelstellingen zullen samenwerken met de gemeenten in hun werkingsgebied. Ook aan gemeenten met een beleidsplan in het kader van het flankerend onderwijsbeleid wordt gevraagd om in hun plannen aan te geven hoe wordt samengewerkt met de LOP’s. In functie van een betere onderlinge afstemming is het daarom aangewezen dat in de toekomst beide beleidsplannen op eenzelfde moment worden opgemaakt en de termijnen op elkaar worden afgestemd. Met het verwachte planlastendecreet zullen de verschillende beleidsplannen van een gemeente moeten worden geïntegreerd in één strategische meerjarenplanning die opgemaakt moet worden voor de termijn van een hele gemeentelijke legislatuur. Dat impliceert dat ook de
54
termijnen van de LOP-beleidsplannen bij voorkeur worden afgestemd op de geplande legislatuurplannen van de gemeenten.
4.1
De decretale opdrachten van de LOP’s
Aanbeveling 7: Ondersteuning omgevingsanalyses consolideren en versterken In steeds meer LOP’s wordt het belang van een goede omgevinganalyse bij de uitbouw van hun werking erkend. Cijfers van de laatste schooljaren tonen aan dat LOP’s deze decretale opdracht steeds meer ter harte nemen. Daarmee groeien ook de vragen naar beschikbaarheid van gegevens, naar professionele ondersteuning en naar samenwerking met derden die een substantiële bijdrage kunnen leveren aan de opmaak van kwalitatieve omgevingsanalyses. Het is belangrijk dat in het schooljaar 2008-2009 genomen initiatieven om tegemoet te komen aan de vragen naar een verdere professionalisering van de omgevingsanalyses in de LOP’s, worden voortgezet: • Vormingsinitiatieven voor LOP-voorzitters, deskundigen en LOP-leden die focussen op de procesmatige aanpak van een omgevingsanalyse en hoe binnen een LOP kan worden samengewerkt zowel bij de opmaak van deze analyses als bij de vertaalslag naar concrete acties; • De opmaak van een starterskit voor LOP-deskundigen met praktische tools voor de opmaak van een omgevingsanalyse (decretale grondslag, algemeen kader voor de opmaak van omgevingsanalyses, deontologische regels, overzicht beschikbare standaardtabellen en andere interessante gegevensbronnen….); • Het verkennen van samenwerkingsmogelijkheden met derden die een inhoudelijke, technische of logistieke bijdrage kunnen leveren aan de LOP-omgevingsanalyses; • De verdere uitbouw van de sharepoint tot een interactief platform voor informatie-uitwisseling tussen LOP-voorzitters en -deskundigen. Heel wat LOP’s werken voor de opmaak van hun omgevingsanalyses ook samen met lokale overheden (gemeenten, steden, provincies). In het kader van die samenwerking hebben LOP’s er dan ook alle belang bij dat het beleidsdomein Onderwijs en Vorming op korte termijn meer duidelijkheid verschaft over de invulling dat het aan de actieve en passieve openbaarheid van bestuur wenst te geven. Momenteel is het voor de lokale overheden niet duidelijk over welke gegevens ze kunnen beschikken en welke procedures ze daarbij moeten respecteren. Die onduidelijkheid hypothekeert vandaag ook de samenwerking met de LOP’s. LOP’s zijn eveneens vragende partij om bij de verdere uitbouw van het datawarehouse en de oprichting van een kenniscentrum voor het hele beleidsdomein te worden betrokken.
Aanbeveling 8: Uitwisseling gegevens anderstalige nieuwkomers tussen Onderwijs en Inburgering De inspanningen van de LOP’s m.b.t. de opvang, toeleiding en begeleiding van anderstalige nieuwkomers zijn - onder druk van een stijgend aantal anderstalige nieuwkomers - toegenomen. Meer LOP’s verzamelen en interpreteren gegevens over de instroom en spreiding van anderstalige nieuwkomers en maken ook afspraken en installeren procedures m.b.t. de opvang, het aanbod en de toeleiding van anderstalige nieuwkomers naar het onthaalonderwijs. In het basisonderwijs zien we sommige inspanningen verdrievoudigen of bijna verviervoudigen, in het secundair zien we eenzelfde tendens maar is de toename beperkter. 55
Om te evalueren of de inspanningen van de LOP’s in samenwerking met andere lokale partners renderen, is het aangewezen om na te gaan of alle minderjarige anderstalige nieuwkomers die zich aanmelden bij de onthaalbureaus ook daadwerkelijk hun weg vinden naar het onderwijs. Wanneer er zicht is op de minderjarigen die niet ingeschreven raken in een school, kunnen immers bijkomende acties worden opgezet om die jongeren te bereiken. Voor deze oefening is het aangewezen dat op regelmatige basis onderwijsgegevens worden uitgewisseld tussen AgODi en Inburgering (Agentschap voor Binnenlands Bestuur): kunnen minderjarigen in de Kruispuntendatabank Inburgering worden teruggevonden in de onderwijsdatabanken van AgODi en vice versa en dit conform met de privacyregelgeving. Op basis van die informatie kunnen zowel LOP’s als onthaalbureaus gerichter worden geactiveerd.
Aanbeveling 9: Methodische ondersteuning van een LOP-werking rond anderstalige nieuwkomers verder versterken De aandacht voor anderstalige nieuwkomers is duidelijk toegenomen in de LOP’s. Het aanreiken van praktijkvoorbeelden, het nauwer opvolgen en monitoren van de ontwikkelingen en het verruimen van de expertise van de LOP-deskundigen is dan ook meer dan ooit aan de orde. Het dient daarom aanbeveling om anderstalige nieuwkomers een prominente plaats te geven bij de uitwerking van werkbezoeken en hospiteersessies.
Aanbeveling 10: LOP’s stimuleren om sociale mix van leerlingen te bewerkstelligen We stellen vast dat in meer LOP’s de inschrijvingsproblematiek op de tafel komt. Er worden meer officiële weigeringen geregistreerd en er wordt in steeds meer LOP’s informatie over capaciteiten en volle leerjaren of studierichtingen uitgewisseld tussen scholen. Daarenboven dwingen nieuwe initiatieven (bv. taskforce rond de capaciteitsproblematiek) schoolbesturen op korte termijn oplossingen te vinden voor nijpende tekorten en tegelijkertijd vooruit te denken om ervoor te zorgen dat het recht op onderwijs voor alle kinderen verzekerd blijft. Daartegenover staat dat maar in beperkte mate gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om bij de inschrijvingen voorrang te verlenen aan GOK- of niet-GOK-leerlingen. Dat betekent dat de mogelijkheden van het inschrijvingsrecht als instrument om meer sociale mix te bewerkstellingen in de scholen nog onvoldoende worden benut. Het is aan de LOP’s om binnen de voorliggende regelgeving te blijven zoeken naar opstappen om de sociale mix in de scholen te bewerkstellingen of te behouden. Flankerende initiatieven kunnen LOP’s daarbij ondersteunen (organisatie-uitwisseling praktijkvoorbeelden tussen LOP-regio’s, betrekken van internationale ervaringen en relevante wetenschappelijke inzichten).
Aanbeveling 11: Centraal inschrijvingsregister om dubbele inschrijvingen te ontmoedigen Aangezien individuele LOP’s geen sluitende instrumenten kunnen ontwikkelen wegens de beperktheid van toepassing in de eigen regio, is een centrale aanpak wenselijk. Bovendien kunnen dubbele inschrijvingen voorlopig niet onmogelijk worden gemaakt door de geldende regelgeving. Die laat toe dat, zolang het nieuwe schooljaar nog niet is begonnen, leerlingen zich in verschillende scholen kunnen inschrijven. De plannen van het Vlaams Ministerie 56
van Onderwijs en Vorming om een centrale inschrijvingsdatabank te installeren voor Vlaanderen en Brussel (project Discimus), biedt in dit kader meer perspectief voor de LOP’s. Een centraal inschrijvingsregister kan scholen wel informeren dat leerlingen al in verschillende scholen zijn ingeschreven. Zij kunnen dan de betrokken ouders en leerlingen daarop aanspreken.
Aanbeveling 12: Regelgevend sluitstuk voor de experimentele aanmeldingsprocedure Twee schooljaren experimenteren met aanmeldingsprocedures heeft heel wat informatie opgeleverd over de manier waarop er met lange wachtrijen, kampeertoestanden en dubbele inschrijvingen kan worden omgegaan. LOP’s die met een aanmeldingsprocedure experimenteren, hebben in hun evaluaties heel wat beleidsaanbevelingen geformuleerd. Die moeten als basis dienen voor een regelgevend initiatief dat duidelijke lijnen vastlegt voor de organisatie van een gelijkekansenbeleid op het vlak van inschrijvingen; niet in het minst in regio’s met een uitgesproken capaciteitsproblematiek.
Aanbeveling 13: LOP-monitor ‘kleuterparticipatie’ verfijnen Ondanks aanpassingen geeft de huidige LOP-monitor nog onvoldoende weer wat de LOP’s ondernemen in het kader van kleuterparticipatie. Vooral hoe de LOP’s invulling geven aan het maken van afspraken over gegevensverzameling en over het informeren en sensibiliseren van ouders, scholen en intermediairs is onvoldoende duidelijk. Een aangepaste monitor zal daarover in de toekomst meer duidelijkheid moeten geven.
Aanbeveling 14: Procedure voor opvolging vier- en vijfjarige niet-ingeschreven kleuters verduidelijken Het schooljaar 2009-2010 is het eerste schooljaar waarin er specifieke acties zijn vanuit de LOP’s naar vier- en vijfjarige niet-ingeschreven kleuters. De LOP’s organiseren die acties op basis van gegevens van Kind en Gezin dat de afgelopen jaren zelf stappen heeft ondernomen naar de driejarige kleuters. Rond het maken van afspraken over bijkomende acties vanuit het LOP, waarbij adres- en andere persoonsgegevens worden besproken met partners die gehouden zijn aan een beroepsgeheim, zijn er op basis van de evaluatie zeker verbeterpunten. De mogelijke procedures voor het aanduiden van een contactpersoon of een organisatie die verdere acties onderneemt naar de niet-ingeschreven kleuters kunnen duidelijker omschreven worden. Dat geldt evenzeer voor de omschrijving en terminologie die Kind en Gezin hanteert om de acties aan te geven die het eerder heeft ondernomen naar de ouders en de kleuters.
4.2
Uitbouw van een lokaal onderwijs(kansen)beleid
Aanbeveling 15: Uitbreiding lokale inbedding LOP-werking verder verkennen Om vorm en inhoud te geven aan de decretale opdrachten is het belangrijk dat het LOP netwerken uitbouwt met lokale partners en structuren. In termen van het gemiddelde aantal lokale niet-decretale partners met wie wordt samengewerkt, kent dit proces van lokale verankering een eerder langzaam verloop.
57
Het verdient aanbeveling om de achterliggende oorzaken voor deze eerder traag verlopende lokale inbedding verder te verkennen. Misschien kan een sterker regisserende lokale overheid hier een uitweg bieden (zie ook aanbeveling 1).
Aanbeveling 16: Waarborgen afstemming LOP’s en gemeenten verder verkennen en verfijnen In de beleidsnota Onderwijs 2009-2014 wordt een evaluatie en eventuele bijsturing van het decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid voorzien in het licht van een betere afstemming van de taken van het LOP en de gemeente en een duidelijker definiëring van de regiefunctie van de gemeente (zie ook eerder). Een eerste aanzet om de taken van de gemeente en het LOP beter op elkaar af te stemmen wordt alvast genomen met het initiatief om de mandaatperiode van de voorzitters af te stemmen op de gemeentelijke legislatuur. Met het verwachte planlastendecreet zullen de verschillende beleidsplannen van een gemeente ook moeten worden geïntegreerd in één strategische meerjarenplanning die wordt opgemaakt voor de duur van een hele gemeentelijke legislatuur. Het zal dan uitkijken worden naar de manier waarop de huidige waarborgen tot samenwerking en afstemming van de gemeenten met het LOP behouden kunnen blijven en eventueel verfijnd kunnen worden. In afwachting van eventuele decretale bijsturingen moeten vormingsinitiatieven waarbij huidige modellen van samenwerking tussen LOP’s en lokale besturen worden geëvalueerd op hun belemmerende en faciliterende factoren verder worden gestimuleerd. Huidige cijfers m.b.t. het formaliseren van deze samenwerking tonen dat hier nog duidelijke groeimarges zijn.
58
Bijlage
Monitoring LOP-werking. Cijferbijlage schooljaar 2009-2010 Hoodfstuk 1: Samenstelling en werking van de LOP’s. • Vertegenwoordiging van verschillende partners in het LOP. Tabel 1: Aantal opgenomen mandaten in het LOP. Eigen bevraging. Aantal mandaten Grootstad Centrumstad Andere Totaal Gemiddeld aantal mandaten per LOP Grootstad Centrumstad Andere Totaal
2009-2010 (N=70)
2008-2009 (N= 67)
2007-2008 (N=63)
2006-2007 (N=68)
951 1324 1449 3724
662 1097 1247 3006
932 1313 1261 3506
922 1255 1380 3557
159 60 35 53
166 64 34 52
155 63 35 56
154 60 34 52
2008-2009 (N= 67)
2007-2008 (N=63)
2006-2007 (N=68)
19 69 106 194
27 64 92 183
24 48 88 160
4,8 3,3 2,6 2,9
4,5 3,0 2,6 2,9
4,0 2,3 2,1 2,4
Tabel 2: Aantal gecoöpteerde partners in het LOP. Eigen bevraging. 2009-2010 (N=70) Aantal gecoöpteerde partners Grootstad 29 Centrumstad 44 Andere 117 Totaal 190 Gemiddeld aantal gecoöpteerde partners per LOP Grootstad 4,8 Centrumstad 2,0 Andere 2,8 Totaal 2,7
59
Tabel 3a: Percentage LOP’s met minstens één opgenomen mandaat* door de onderwijsverstrekkers. Eigen bevraging. Directie vrij onderwijs Directie gemeenschapsonderwijs Directie gemeentelijk onderwijs Directie provinciaal onderwijs Directie OKO Inrichtende macht vrij onderwijs Inrichtende macht gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht provinciaal onderwijs Inrichtende macht OKO CLB vrij onderwijs CLB gemeenschapsonderwijs CLB gemeentelijk onderwijs CLB provinciaal onderwijs Inrichtende macht CLB vrij onderwijs Inrichtende macht CLB gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht CLB gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht CLB provinciaal onderwijs
2009-2010 (N=70) 100% 100% 100% 100% 93% 100% 92% 98% 92% 85% 99% 97% 100% 100% 89% 91% 100% 100%
2008-2009 (N= 67) 98% 98% 100% 100% 93% 97% 89% 100% 100% 86% 97% 97% 100% 100% 85% 78% 71% 71%
2007-2008 (N=63) 100% 100% 100% 100% 100% 90% 90% 97% 80% 88% 95% 93% 100% 100% 90% 81% 75% 50%
* = aantal LOP’s met minstens één opgenomen mandaat (gewoon opgenomen of gedelegeerd) /aantal LOP’s met minstens één mandaat voor de betreffende geleding.
Tabel 3b: Percentage opgenomen mandaten* in het LOP door de onderwijsverstrekkers. Eigen bevraging. Directie vrij onderwijs Directie gemeenschapsonderwijs Directie gemeentelijk onderwijs Directie provinciaal onderwijs Directie OKO Inrichtende macht vrij onderwijs Inrichtende macht gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht provinciaal onderwijs Inrichtende macht OKO CLB vrij onderwijs CLB gemeenschapsonderwijs CLB gemeentelijk onderwijs CLB provinciaal onderwijs Inrichtende macht CLB vrij onderwijs Inrichtende macht CLB gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht CLB gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht CLB provinciaal onderwijs
2009-2010 (N=70) 99% 97% 97% 100% 98% 97%
2008-2009 (N=67) 96% 91% 98% 100% 98% 91%
2007-2008 (N=63) 100% 99% 99% 100% 100% 89%
2006-2007 (N=68) 99% 98% 100% 100% 97% 98%
92%
92%
94%
97%
100%
100%
98%
96%
93%
100%
80%
100%
83% 96% 94% 100% 100%
91% 96% 96% 100% 100%
84% 94% 93% 100% 100%
83% 99% 100% 100% 100%
89%
90%
89%
91%
93%
82%
83%
85%
100%
100%
92%
83%
100%
75%
50%
43%
* = Aantal opgenomen mandaten (gewoon of gedelegeerd) per geleding overheen alle LOP’s / totaal aantal mandaten per geleding overheen alle LOP’s
60
Tabel 4a: Percentage LOP’s met minstens één opgenomen mandaat door de stakeholders. Eigen bevraging. COC/COV ACOD VSOA VCOV KOOGO-GO! Ouders Leerlingenraden Gecoöpteerde leden Organisatie van etnisch-culturele minderheden Vereniging waar armen het woord nemen Integratiesector Onthaalbureau Schoolopbouwwerk Gemeentebestuur (of -besturen) / VGC Andere organisaties / personen
2009-2010 (N=70) 82% 76% 73% 51% 62% 44% 100%
2008-2009 (N= 67) 81% 72% 68% 55% 67% 30% 100%
2007-2008 (N=63) 80% 79% 78% 62% 68% 25% 96%
84%
84%
86%
80% 94% 80% 91% 95% 100%
83% 97% 89% 97% 97% 97%
84% 96% 82% 100% 89% 91%
Tabel 4b: Percentage opgenomen mandaten in het LOP door de stakeholders. Eigen bevraging. COC/COV ACOD VSOA VCOV KOOGO-GO! Ouders Leerlingenraden Gecoöpteerde leden Organisatie van etnisch-culturele minderheden Vereniging waar armen het woord nemen Integratiesector Onthaalbureau Schoolopbouwwerk Gemeentebestuur (of -besturen) / VGC Andere organiosaties / personen
2009-2010 (N=70) 82% 76% 73% 52% 63% 50% 92%
2008-2009 (N= 67) 80% 70% 74% 53% 63% 28% 83%
2007-2008 (N=63) 80% 79% 82% 62% 68% 24% 93%
2006-2007 (N=68) 85% 83% 84% 73% 81% 15% 83%
79%
77%
73%
69%
71%
75%
75%
85%
94% 81% 90%
95% 90% 93%
96% 82% 100%
97% 88% 91%
94%
91%
85%
89%
85%
95%
83%
97%
61
Tabel 5: Gemiddelde (procentuele) aanwezigheid van de onderwijsverstrekkers op de plenaire vergaderingen van de LOP’s. Eigen bevraging. DIR - Vrij onderwijs DIR - Gemeenschapsonderwijs DIR - Gemeentelijk onderwijs DIR - Provinciaal onderwijs DIR - OKO Inrichtende macht vrij onderwijs Inrichtende macht gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht provinciaal onderwijs Inrichtende macht OKO CLB - Vrij onderwijs CLB - Gemeenschapsonderwijs CLB - Gemeentelijk onderwijs CLB - Provinciaal onderwijs Inrichtende macht CLB vrij onderwijs Inrichtende macht CLB gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht CLB gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht CLB provinciaal onderwijs
2003-2004 75% 68% 73% 70% 75% 59%
2005-2006 61% 57% 58% 59% 40% 32%
2007-2008 63% 59% 62% 44% 36% 28%
2008-2009 62% 56% 60% 64% 44% 34%
2009-2010 64% 62% 50% 47% 53% 39%
50%
23%
32%
27%
42%
54%
38%
39%
52%
65%
74%
47%
54%
54%
50%
52% 85% 83% 81% 62%
23% 76% 68% 79% 53%
19% 84% 85% 64% 50%
32% 79% 70% 64% 64%
37% 72% 71% 93% 29%
49%
27%
36%
43%
46%
37%
20%
25%
21%
36%
47%
17%
29%
29%
50%
55%
40%
40%
0%
25%
Tabel 6: Gemiddelde (procentuele) aanwezigheid van de stakeholders op de plenaire vergaderingen van de LOP’s. Eigen bevraging. COC-COV ACOD VSOA VCOV KOOGO-GO! Ouders Leerlingenraden Gecoöpteerde leden Org. van etnisch-cult. minderheden Ver. waar armen het woord nemen Integratiesector Onthaalbureau Schoolopbouwwerk Gemeentebestuur/VGC Andere org./personen
2003-2004 77% 55% 55% 62% 67% 48% 65%
2005-2006 49% 33% 38% 40% 44% 52% 42%
2007-2008 49% 41% 27% 42% 36% 80% 48%
2008-2009 45% 34% 33% 31% 35% 100% 48%
2009-2010 41% 41% 42% 41% 48% 89% 46%
60%
31%
31%
43%
40%
61%
51%
60%
54%
58%
75% 66% 82% 64% 54%
59% 30% 76% 47% 45%
66% 29% 79% 49% 48%
62% 38% 70% 48% 47%
73% 49% 75% 53% 38%
62
• Dagelijks bestuur Tabel 9: Aantal mandaten in de dagelijkse besturen van de LOP’s. Eigen bevraging. 2005-2006 Grootstad Centrumstad Andere Totaal 2007-2008 Grootstad Centrumstad Andere Totaal 2008-2009 Grootstad Centrumstad Andere Totaal 2009-2010 Grootstad Centrumstad Andere Totaal
Totaal aantal mandaten 154 313 358 825 154 292 350 796 102 350 422 874 156 295 455 906
Aantal LOP's 6 21 39 66 6 21 36 63 4 21 41 66 6 22 42 70
Gemiddeld aantal mandaten per LOP 26 15 9 13 26 14 10 13 26 17 10 13 26 13 11 13
Tabel 10a: Percentage LOP’s met in het dagelijks bestuur minstens één toegewezen mandaat* aan de onderwijsverstrekkers. Eigen bevraging. Directie vrij onderwijs Directie gemeenschapsonderwijs Directie gemeentelijk onderwijs Directie provinciaal onderwijs Directie OKO Inrichtende macht vrij onderwijs Inrichtende macht gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht provinciaal onderwijs Inrichtende macht OKO CLB vrij onderwijs CLB gemeenschapsonderwijs CLB gemeentelijk onderwijs CLB provinciaal onderwijs Inrichtende macht CLB vrij onderwijs Inrichtende macht CLB gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht CLB gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht CLB provinciaal onderwijs
2009-2010 (N=70) 96% 97% 93% 92% 79% 36% 30% 25% 31% 0% 96% 97% 100% 43% 11%
2008-2009 (N= 67) 97% 95% 87% 75% 86% 30% 29% 32% 45% 21% 92% 98% 73% 38% 16%
2007-2008 (N=63) 97% 95% 92% 73% 56% 33% 21% 32% 10% 6% 94% 93% 93% 0% 14%
5%
6%
9%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
*= aantal LOP’s met minstens één toegewezen mandaat voor de betreffende geleding/totaal aantal LOP’s
63
Tabel 10b: Percentage LOP’s met in het dagelijks bestuur minstens één opgenomen mandaat door de onderwijsverstrekkers. Eigen bevraging. Directie vrij onderwijs Directie gemeenschapsonderwijs Directie gemeentelijk onderwijs Directie provinciaal onderwijs Directie OKO Inrichtende macht vrij onderwijs Inrichtende macht gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht provinciaal onderwijs Inrichtende macht OKO CLB vrij onderwijs CLB gemeenschapsonderwijs CLB gemeentelijk onderwijs CLB provinciaal onderwijs Inrichtende macht CLB vrij onderwijs Inrichtende macht CLB gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht CLB gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht CLB provinciaal onderwijs
2009-2010 (N=70) 100% 100% 97% 92% 91% 96% 90% 100% 100% 98% 97% 100% 100% 100%
2008-2009 (N= 67) 97% 97% 97% 100% 92% 89% 78% 100% 100% 67% 92% 92% 100% 67% 100%
2007-2008 (N=63) 100% 98% 91% 100% 89% 90% 85% 83% 100% 0% 98% 96% 100% 100%
100%
100%
80%
-
-
-
-
-
-
Tabel 10c: Percentage opgenomen mandaten door de onderwijsverstrekkers in de dagelijkse besturen van de LOP’s.Eigen bevraging. DIR - Vrij onderwijs DIR - Gemeenschapsonderwijs DIR - Gemeentelijk onderwijs DIR - Provinciaal onderwijs DIR - OKO IM - Vrij onderwijs IM - Gemeenschapsonderwijs IM - Gemeentelijk onderwijs IM - Provinciaal onderwijs IM - OKO CLB - Vrij onderwijs CLB - Gemeenschapsonderwijs CLB - Gemeentelijk onderwijs CLB - Provinciaal onderwijs IM CLB - Vrij onderwijs IM CLB - Gemeenschapsonderwijs IM CLB - Gemeentelijk onderwijs IM CLB - Provinciaal onderwijs
2006-2007 (N=66) 88% 87% 98% 100% 80% 77% 63% 79% 75% 0% 91% 98% 93% 50% 45% 33% 0% 0%
2007-2008 (N=63) 99% 96% 92% 100% 90% 93% 79% 83% 100% 0% 98% 96% 100% 100% 80% 100% -
64
2008-2009 (N= 67) 95% 95% 94% 100% 93% 88% 63% 67% 80% 33% 92% 92% 100% 67% 90% 67% 100% -
2009-2010 (N=70) 98% 99% 95% 92% 92% 90% 80% 82% 75% 99% 97% 100% 100% 100% 67% -
Tabel 11a: Percentage LOP’s met in het dagelijks bestuur minstens één toegewezen mandaat aan de stakeholders. Eigen bevraging. COC/COV ACOD VSOA VCOV KOOGO-GO! Ouders Leerlingenraden Gecoöpteerde leden Organisatie van etnisch-culturele minderheden Vereniging waar armen het woord nemen Integratiesector Onthaalbureau Schoolopbouwwerk Gemeentebestuur (of -besturen) / VGC Andere organisaties / personen
2009-2010 (N=70) 54% 46% 35% 42% 45% 30% 60% 47% 46% 69% 27% 79% 74% 36%
2008-2009 (N= 67) 65% 50% 44% 53% 40% 27% 52% 48% 64% 83% 22% 74% 66% 41%
2007-2008 (N=63) 54% 40% 24% 46% 29% 38% 60% 41% 47% 76% 15% 73% 60% 48%
Tabel 11b: Percentage LOP’s met in het dagelijks bestuur minstens één opgenomen mandaat door de stakeholders. Eigen bevraging. COC/COV ACOD VSOA VCOV KOOGO-ROGO Leerlingenraden Gecoöpteerde leden Organisatie van etnisch-culturele minderheden Vereniging waar armen het woord nemen Integratiesector Onthaalbureau Schoolopbouwwerk Gemeentebestuur (of -besturen) / VGC Andere organisaties / personen
2009-2010 (N=70) 90% 88% 80% 56% 59% 33% 100% 92% 95% 96% 82% 94% 96% 100%
2008-2009 (N= 67) 83% 83% 71% 65% 56% 33% 96% 81% 78% 94% 75% 100% 97% 93%
2007-2008 (N=63) 93% 89% 90% 82% 71% 20% 97% 86% 95% 98% 75% 93% 100% 92%
Tabel 11c: Percentage opgenomen mandaten door de stakeholders in de dagelijkse besturen van de LOP’s. Eigen bevraging. COC-COV ACOD VSOA VCOV KOOGO-GO! Ouders Leerlingenraden Gecoöpteerde leden Org. van etnisch-cult. minderheden Ver. waar armen het woord nemen Integratiesector Onthaalbureau Schoolopbouwwerk Gemeentebestuur/VGC Andere org./personen
2006-2007 (N= 66) 83% 83% 71% 65% 50% 33% 95% 82% 79% 93% 75% 100% 94% 94%
2007-2008 (N=63) 93% 89% 90% 82% 71% 20% 90% 83% 96% 94% 75% 83% 100% 70%
65
2008-2009 (N= 67) 72% 68% 73% 70% 46% 10% 60% 58% 70% 83% 50% 85% 86% 66%
2009-2010 (N=70) 90% 88% 80% 56% 59% 33% 100% 88% 96% 94% 82% 95% 95% 100%
Tabel 12: Gemiddelde (procentuele) aanwezigheid van de onderwijsverstrekkers in de dagelijkse besturen van de LOP’s. Eigen bevraging. DIR - Vrij onderwijs DIR - Gemeenschapsonderwijs DIR - Gemeentelijk onderwijs DIR - Provinciaal onderwijs DIR - OKO Inrichtende macht vrij onderwijs Inrichtende macht gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht provinciaal onderwijs Inrichtende macht OKO CLB - Vrij onderwijs CLB - Gemeenschapsonderwijs CLB - Gemeentelijk onderwijs CLB - Provinciaal onderwijs Inrichtende macht CLB vrij onderwijs Inrichtende macht CLB gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht CLB gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht CLB provinciaal onderwijs
2003-2004 75% 71% 72% 80% 80% 84%
2005-2006 69% 66% 52% 72% 63% 77%
2007-2008 67% 69% 63% 53% 73% 74%
2008-2009 70% 70% 59% 73% 54% 58%
2009-2010 70% 63% 66% 55% 58% 69%
62%
70%
53%
58%
55%
60%
45%
72%
47%
58%
63%
50%
50%
30%
53%
25% 78% 77% 75% 64%
0% 66% 72% 69% 0%
82% 74% 76% 100%
60% 80% 74% 57% 29%
77% 65% 66% 7%
69%
53%
67%
62%
46%
75%
3%
78%
88%
27%
100%
0%
64%
40%
-
60%
-
-
-
-
Tabel 13: Gemiddelde (procentuele) aanwezigheid van de stakeholders in de dagelijkse besturen van de LOP’s. Eigen bevraging. COC-COV ACOD VSOA VCOV KOOGO-GO! Ouders Leerlingenraden Gecoöpteerde leden Org. van etnisch-cult. minderheden Ver. waar armen het woord nemen Integratiesector Onthaalbureau Schoolopbouwwerk Gemeentebestuur/VGC Andere org./personen
2003-2004 63% 60% 44% 63% 59% 63% 64%
2005-2006 46% 40% 37% 47% 56% 50% 53%
2007-2008 43% 44% 42% 35% 60% 17% 58%
2008-2009 45% 46% 47% 51% 56% 100% 70%
2009-2010 53% 58% 33% 38% 41% 40% 61%
61%
36%
37%
35%
33%
74%
56%
62%
59%
55%
80% 64% 78% 56% 62%
67% 46% 76% 56% 58%
71% 59% 75% 66% 75%
64% 56% 78% 62% 61%
64% 62% 73% 60% 38%
Tabel 13a: LOP-afspraken over de manier waarop de inrichtende macht van een school of clb haar bevoegdheid delegeert naar respectievelijk een directie van een school of een CLB in het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (n=70) . Afspraken Ja Neen Totaal
Andere N LOP's % 10 24% 32 76% 42
Centrumstad N LOP's % 7 32% 15 68% 22
Grootstad N LOP's % 3 50% 3 50% 6
66
BASIS N LOP's % 10 24% 31 76% 41
SECUNDAIR N LOP's % 10 34% 19 66% 29
Totaal N LOP's % 20 29% 50 71% 70
Tabel 13b: Opname LOP-afspraken over delegatiemogelijkheid in het huishoudelijk reglement van het LOP. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70) HHR Ja Neen Totaal
Andere N LOP's % 0% 10 100% 10
Centrumstad N LOP's % 4 57% 3 43% 7
Grootstad N LOP's % 0% 3 100% 3
BASIS N LOP's % 2 20% 8 80% 10
SECUNDAIR N LOP's % 2 20% 8 80% 10
Totaal N LOP's % 4 20% 16 80% 20
Tabel 13c: Bevoegdheidsdelegatie inrichtende machten aan directie permanent of adhac. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Delegatie Ad hoc (per vergadering) Permanent Totaal
Andere N LOP's % 2
20%
8 10
80%
Centrumstad N LOP's %
7 7
Grootstad N LOP's %
BASIS N LOP's %
SECUNDAIR N LOP's %
Totaal N LOP's %
0%
2
67%
1
10%
3
30%
4
20%
100%
1 3
33%
9 10
90%
7 10
70%
16 20
80%
• LOP-werkgroepen Tabel 16: Aantal lopende werkgroepen van het LOP in het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70).
Grootstad Centrumstad Andere BASIS SECUNDAIR Totaal
Aantal werkgroepen Maximum 6 7 5 6 7 7
Minimum 1 0 0 0 0 0
Gemiddelde 3,7 3,0 2,0 2,6 2,3 2,5
Tabel 17: Aantal werkgroepen met vergaderfrequentie, gemiddeld aantal leden en aanwezigheid.Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N = 70)
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal
Aantal vergaderingen per werkgroep Aantal leden per werkgroep Aanwezigheid per werkgroep Gemiddelde Minimum Maximum Gemiddelde Minimum Maximum Gemiddelde Minimum Maximum 2,7 1 5 20,9 7 35 55% 20% 93% 3,2 1 6 13,1 3 35 72% 6% 100% 4,3 1 15 11,0 2 30 78% 40% 100% 3,5 1 15 11,7 2 34 74% 35% 100% 3,7 1 15 14,7 3 35 74% 6% 100% 3,6 1 15 12,8 2 35 74% 6% 100%
67
Tabel 18: Thema’s waarrond werkgroepen actief zijn in het LOP tijdens het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Thema's Anderstalige nieuwkomers Anderstaligheid Armoede Brede school Communicatie naar specifieke doelgroepen Communicatie rond inschrijvingsrecht Huiswerk Inschrijvingsbeleid Leerzorg Leren en werken Opvoedingsondersteuning Ouder- en schoolbetrokkenheid Participatie aan het kleuteronderwijs Participatie van specifieke doelgroepen School- en studietoelagen Schoolkosten Schoolloopbaan en doorstroming Sociale cohesie Spijbelen en schoolverzuim Taalbeleid Taalstimulering Time-out Tuchtmaatregelingen en definitieve uitsluitingen Andere Totaal
Aantal LOP’s 25 20 25 10 29 17 12 26 6 1 18 36 30 25 17 22 21 13 14 14 17 7 5 23 70
68
% 36% 29% 36% 14% 41% 24% 17% 37% 9% 1% 26% 51% 43% 36% 24% 31% 30% 19% 20% 20% 24% 10% 7% 33%
Tabel 19: Aantal LOP’s waar partners actief zijn in werkgroepen van het LOP. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70) . Decretale partners N LOP's
Gecoöpteerde partners N LOP's
Directie vrij onderwijs Directie gemeenschapsonderwijs Directie gemeentelijk onderwijs Directie provinciaal onderwijs Directie OKO
39
56%
OCMW
18
26%
Niet-decretale, niet-gecoöpteerde partners N LOP's % OCMW 20 29%
38
54%
VDAB
2
3%
VDAB
6
9%
25
36%
CAW/JAC
9
13%
CAW/JAC
0
0%
6
9%
2
3%
0%
4%
27
39%
10
14%
Inrichtende macht vrij onderwijs Inrichtende macht gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht provinciaal onderwijs Inrichtende macht OKO CLB vrij onderwijs CLB gemeenschapsonderwijs CLB gemeentelijk onderwijs CLB provinciaal onderwijs Inrichtende macht CLB vrij onderwijs Inrichtende macht CLB gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht CLB gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht CLB provinciaal onderwijs COC/COV ACOD VSOA VCOV KOOGO-GO! Ouders Leerlingenraden Gecoöpteerde leden Organisatie van etnisch-culturele minderheden Vereniging waar armen het woord nemen Integratiesector Onthaalbureau Schoolopbouwwerk Gemeentebestuur (of -besturen) / VGC
11
16%
10
14%
12
17%
9
13%
4
6%
Gezinsbond/Gezinsraad Kind en Gezin/ kinderopvang Scholengemeenschap Hogeschool
0
3
Gezinsbond/ Gezinsraad Kind en Gezin/ kinderopvang Scholengemeenschap Hogeschool
8
11%
6
9%
6
9%
4
6%
1
1%
6
9%
10
14%
0
0%
0
0%
2
3%
35
50%
2
3%
6
9%
35
50%
Belangenorganisatie Vormingswerk Hulpverlening
6
9%
10
14%
8
11%
12
17%
3
4%
Samenlevingsopbouw Politie
2
1
1%
Andere
14
0
0%
0
0%
0
0%
7 6 0 3 5 2 0
10% 9% 0% 4% 7% 3% 0%
8
11%
13
19%
23 16 22
33% 23% 31%
30
43%
%
Bijzondere jeugdzorg Jeugdsector
69
%
Bijzondere jeugdzorg Jeugdsector Belangenorganisatie Vormingswerk Hulpverlening
4
6%
3%
Samenlevingsopbouw Politie
10
14%
20%
Andere
34
49%
• Budget Tabel 20: Logistieke ondersteuning van gemeentebesturen/VGC aan het LOP. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70).
Administratieve ondersteuning Audiovisuele ondersteuning Catering Vergaderzalen
Aantal LOP's
%
Gratis
14 45 51 58
20% 64% 73% 83%
N LOP's 12 40 40 48
70
Met beperkte toeslag N LOP's 2 1 6 4
Met volledige vergoeding N LOP's
Geen antwoord
2 4 2
2 1 4
N LOP's
Tabel 21: Logistieke ondersteuning vanuit de onderwijsverstrekkers en stakeholders van het LOP. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (n = 70).
Directie vrij onderwijs Directie gemeenschapsonderwijs Directie gemeentelijk onderwijs Directie provinciaal onderwijs Directie OKO Inrichtende macht vrij onderwijs Inrichtende macht gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht provinciaal onderwijs Inrichtende macht OKO CLB vrij onderwijs CLB gemeenschapsonderwijs CLB gemeentelijk onderwijs CLB provinciaal onderwijs Inrichtende macht CLB vrij onderwijs Inrichtende macht CLB gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht CLB gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht CLB provinciaal onderwijs COC/COV ACOD VSOA VCOV KOOGO-GO!ouders Leerlingenraden Gecoöpteerde leden Organisatie van etnischculturele minderheden Vereniging waar armen het woord nemen Integratiesector Onthaalbureau Schoolopbouwwerk Gemeentebestuur (of -besturen) / VGC Totaal N LOP’s
Administratieve ondersteuning N LOP’s % 1 1%
Audiovisuele ondersteuning N LOP’s % 4 6%
Catering
Vergaderzalen
N LOP’s 11
% 16%
N LOP’s 21
% 31%
1
1%
4
6%
9
13%
15
22%
0
0%
1
1%
5
7%
8
12%
1
1%
1
1%
2
3%
3
4%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
1
1%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
2
3%
2
3%
2
3%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0 1
0% 1%
0 6
0% 9%
0 8
0% 12%
0 22
0% 33%
1
1%
4
6%
5
7%
13
19%
0 1
0% 1%
0 0
0% 0%
0 0
0% 0%
0 0
0% 0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0 0 0 1 1 1 0
0% 0% 0% 1% 1% 1% 0%
0 0 0 0 0 0 0
0% 0% 0% 0% 0% 0% 0%
0 0 0 0 0 0 2
0% 0% 0% 0% 0% 0% 3%
0 0 0 0 0 0 4
0% 0% 0% 0% 0% 0% 6%
0
0%
0
0%
2
3%
2
3%
0
0%
2
3%
4
6%
8
12%
0 1 5
0% 1% 7%
0 1 3
0% 1% 4%
5 1 3
7% 1% 4%
4 3 7
6% 4% 10%
12
18%
39
58%
37
55%
52
78%
67
67
67
71
67
Hoofdstuk 2: Decretale opdrachten van de LOP’s. • Omgevingsanalyse Tabel 22: Wijze van invulling decretale omgevingsanalyse. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70).
Actualisering van een periodieke omgevingsanalyse (aan de hand van een vast format) Ad hoc omgevingsanalyse op bais van lokaal gedefinieerde vragen Andere Totaal
Andere N LOP's % 24 57%
Centrumstad N LOP's % 13 59%
Grootstad N LOP's % 2 33%
BASIS N LOP's % 22 54%
SECUNDAIR N LOP's % 17 59%
Totaal N LOP's % 39 56%
25
60%
15
68%
6
100%
27
66%
19
66%
46
66%
5 42
12%
8 22
36%
1 6
17%
9 41
22%
5 29
17%
14 70
20%
72
Tabel 23: Medewerking aan de omgevingsanalyse van het LOP. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). AgODi LOP-deskundige LOP-voorzitter Directie vrij onderwijs Directie gemeenschapsonderwijs Directie gemeentelijk onderwijs Directie provinciaal onderwijs Directie OKO Inrichtende macht vrij onderwijs Inrichtende macht gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht provinciaal onderwijs Inrichtende macht OKO CLB vrij onderwijs CLB gemeenschapsonderwijs CLB gemeentelijk onderwijs CLB provinciaal onderwijs Inrichtende macht CLB vrij onderwijs Inrichtende macht CLB gemeenschapsonderwijs Inrichtende macht CLB gemeentelijk onderwijs Inrichtende macht CLB provinciaal onderwijs COC/COV ACOD VSOA VCOV KOOGO-GO! Ouders Leerlingenraden Gecoöpteerde leden Organisatie van etnischculturele minderheden Vereniging waar armen het woord nemen Integratiesector Onthaalbureau Schoolopbouwwerk Gemeentebestuur (of -besturen) / VGC Totaal
Toelevering gegevens 56 80% 41 59% 12 17% 20 29% 19 27%
Verwerking en analyse 16 23% 57 81% 16 23% 1 1% 1 1%
Rapportering 4 54 9 0 0
6% 77% 13% 0% 0%
9
13%
0
0%
0
0%
2
3%
0
0%
0
0%
5 0
7% 0%
0 0
0% 0%
0 0
0% 0%
0
0%
0
0%
0
0%
1
1%
1
1%
0
0%
1
1%
1
1%
0
0%
0 6 6
0% 9% 9%
0 4 3
0% 6% 4%
0 1 1
0% 1% 1%
0 1 0
0% 1% 0%
0 0 0
0% 0% 0%
0 0 0
0% 0% 0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0 0 0 0 0 0 4 3
0% 0% 0% 0% 0% 0% 6% 4%
0 0 0 0 0 0 1 0
0% 0% 0% 0% 0% 0% 1% 0%
0 0 0 0 0 0 1 0
0% 0% 0% 0% 0% 0% 1% 0%
6
9%
4
6%
2
3%
9 10 29 14
13% 14% 41% 20%
4 5 16 7
6% 7% 23% 10%
1 1 7 5
1% 1% 10% 7%
70
70
73
70
Tabel 24: Ter beschikking stellen van de omgevingsanalyse. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Aan LOP-leden Externen Totaal
Grootstad N LOP's % 4 67% 3 50% 6
Centrumstad N LOP's % 16 73% 6 27% 22
Andere N LOP's % 35 83% 6 14% 42
BASIS N LOP's % 32 78% 9 22% 41
SECUNDAIR N LOP's % 23 79% 6 21% 29
Totaal N LOP's % 55 79% 15 21% 70
• Andestalige nieuwkomers Tabel 25: Gegevensvezameling/interpretatie m.b.t. anderstalige nieuwkomers. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Gegevens over De spreiding van AN over het (onthaal) onderwijs De doorstroom van gewezen AN naar het regulier onderwijs Andere Geen antwoord Totaal
Grootstad N LOP's %
Centrumstad N LOP's %
Andere N LOP's %
BASIS N LOP's %
SECUNDAIR N LOP's %
Totaal N LOP's %
4
67%
13
59%
20
48%
26
63%
11
38%
37
53%
2
33%
4
18%
3
7%
3
7%
6
21%
9
13%
1 2 6
17% 33%
0 6 22
0% 27%
3 7 42
7% 17%
2 7 41
5% 17%
2 8 29
7% 28%
4 15 70
6% 21%
Tabel 26: Partners binnen het LOP-werkingsgebied betrokken bij de organisatie van de concrete opvang en toeleiding van AN naar het (onthaal)onderwijs. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70) Partners
Grootstad N LOP's % Gemeente 2 33% Onthaalbureau 5 83% Integratiedienst 3 50% CLB 5 83% LOP 4 67% Schoolopbouwwerk 1 17% Andere 0 0% Geen antwoord 1 17% Totaal 6
Centrumstad N LOP's % 9 41% 12 55% 7 32% 9 41% 8 36% 5 23% 5 23% 6 27% 22
Andere N LOP's % 18 43% 22 52% 18 43% 18 43% 19 45% 12 29% 8 19% 9 21% 42
74
BASIS N LOP's % 17 41% 20 49% 16 39% 19 46% 19 46% 13 32% 9 22% 9 22% 41
SECUNDAIR N LOP's % 12 41% 19 66% 12 41% 13 45% 12 41% 5 17% 4 14% 7 24% 29
Totaal N LOP's % 29 41% 39 56% 28 40% 32 46% 31 44% 18 26% 13 19% 16 23% 70
Tabel 27: Initiatieven of afspraken in het LOP-werkingsgebied m.b.t. de opvang, het aanbod en de toeleiding van AN naar het onthaalonderwijs. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Initiatieven / afspraken
Grootstad N LOP's %
Afspraken mbt de wederzijdse taakverdeling tussen enerzijds instanties actief op het terrein van de opvang van (minderjarige) nieuwkomers en anderzijds het onderwijsveld om de toeleiding van AN naar het onthaalonderwijs te optimaliseren Het installeren van procedures waarbij in het basisonderwijs AN worden toegeleid naar een beperkter aantal scholen die zich kandidaat hebben gesteld als onthaalschool (met respect van de vrije schoolkeuze) Vervoersproblemen en hoe de bereikbaarheid van onthaalscholen kan worden geoptimaliseerd Formuleren van voorstellen / nemen van initiatieven om onthaalscholen maximaal te ondersteunen in hun onthaalopdracht Andere Totaal
Centrumstad N LOP's %
Andere N LOP's %
BASIS N LOP's %
SECUNDAIR N LOP's %
Totaal N LOP's %
3
50%
6
27%
17
40%
17
41%
9
31%
26
37%
0
0%
6
27%
11
26%
12
29%
5
17%
17
24%
1
17%
3
14%
4
10%
4
10%
4
14%
8
11%
1
17%
3
14%
6
14%
4
10%
6
21%
10
14%
0 6
0%
1 22
5%
1 42
2%
1 41
2%
1 29
3%
2 70
3%
Tabel 28: Afspraken m.b.t. wederzijdse taakverdeling tussen instanties actief op het terrein van de opvang van (minderjarige) nieuwkomers en het onderwijsveld om de toeleiding van AN naar het onthaalonderwijs te optimaliseren. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Afspraken
Afspraken mbt informatieuitwisseling inzake aanbod onthaalonderwijs in de regio met het onthaalbureau en/of andere lokale opvanginitiatieven in de regio. Afspraken mbt het gericht werven om niet-ingeschreven minderjarige nieuwkomers toe te leiden naar het onderwijs Afspraken mbt het informeren van ouders en/of minderjarige nieuwkomers over de leerplicht en het recht op onderwijs Afspraken met het onthaalbureau mbt het toeleiden van minderjarige nieuwkomers die na 60 schooldagen nog geen school gevonden hebben Andere Totaal
Grootstad
Centrumstad
Andere
BASIS
SECUNDAIR
Totaal aantal LOP’s N LOP's %
N LOP's
%
N LOP's
%
N LOP's
%
N LOP's
%
N LOP's
%
3
100%
5
83%
14
82%
13
76%
9
100%
22
85%
3
100%
5
83%
7
41%
9
53%
6
67%
15
58%
3
100%
3
50%
10
59%
11
65%
5
56%
16
62%
3
100%
3
50%
7
41%
7
41%
6
67%
13
50%
0 3
0%
1 6
17%
2 17
12%
2 17
12%
1 9
11%
3 26
12%
75
Tabel 29: Afspraken gemaakt / initiatieven genomen in het LOP m.b.t. de opvolging van gewezen AN in het reguliere onderwijs. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Afspraken Afspraken mbt het uitwisselen van informatie over gewezen AN tussen onthaalscholen en doorstroom / vervolgscholen Afspraken mbt het in kaart brengen van schoolloopbanen van gewezen AN Afspraken mbt de onderlinge afstemming van de ondersteuning, begeleiding en opvolging van gewezen AN in vervolgscholen/doorstroomscholen Afspraken mbt het uitwisselen van informatie over gewezen AN tussen de vervolgschoolcoaches van de verschillende scholengemeenschappen (enkel vvoor SO) Andere Totaal
Grootstad N LOP's %
Centrumstad Andere N LOP's % N LOP's %
BASIS N LOP's %
SECUNDAIR N LOP's %
Totaal N LOP's %
2
33%
3
14%
1
2%
0
0%
6
21%
6
9%
2
33%
7
32%
2
5%
2
5%
9
31%
11
16%
2
33%
3
14%
1
2%
0
0%
6
21%
6
9%
2
33%
2
9%
1
2%
0
0%
5
17%
5
7%
0 6
0% 100%
1 22
5% 100%
0 42
0% 100%
0 41
0% 100%
1 29
3% 100%
1 70
1% 100%
76
• Inschrijvingsrecht Tabel 30a: Gemeenschappelijke voorrangsperiode voor broers en zussen: werd dit formeel besproken op het LOP tijdens het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Formeel besproken Geen antwoord Ja Neen Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 3 7% 2 9% 1 17% 4 10% 2 7% 6 9% 29 69% 9 41% 4 67% 26 63% 16 55% 42 60% 10 24% 11 50% 1 17% 11 27% 11 38% 22 31% 42 22 6 41 29 70
Tabel 30b: LOP-agendapunten m.b.t. het thema “gemeenschappelijke voorrangsperiode broers en zussen” tijdens het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Agendapunten Vastleggen data Evaluatie voorbije voorrangsperiode Bespreking knelpunten Andere Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 21 72% 8 89% 4 100% 21 81% 12 75% 33 79% 9
31%
4
44%
4
100%
10
38%
7
44%
17
40%
11 6 29
38% 21%
5 2 9
56% 22%
4 1 4
100% 25%
12 4 26
46% 15%
8 5 16
50% 31%
20 9 42
48% 21%
Tabel 31: Een gemeenschappelijke voorrangsperiode voor de inschrijvingen van broers en zussen voor het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Gemeenschappelijke voorrangsperiode Geen antwoord Ja Neen Totaal
Andere
Centrumstad
Grootstad
BASIS
SECUNDAIR
Totaal
N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 2 9% 1 17% 2 5% 1 3% 3 4% 17 40% 5 23% 4 67% 18 44% 8 28% 26 37% 25 60% 15 68% 1 17% 21 51% 20 69% 41 59% 42 22 6 41 29 70
Tabel 32: Gemeenschappelijke voorrangsperioden voor de inschrijvingen van broers en zussen voor het schooljaar 2009-2010: hoe georganiseerd.Eigen bevraging (N=70). Organisatie Geen antwoord Alle scholen geven over de loop van de volledige gemeenschappelijke afgesproken periode voorrang aan broers en zussen Alle scholen geven voorrang aan broers en zussen in dezelfde periode, maar bepalen binnen diezelfde periode nog hun egen begin en einddatum Totaal
Andere N LOP's % 0 0%
Centrumstad Grootstad N LOP's % N LOP's % 1 20% 0 0%
BASIS N LOP's % 1 6%
SECUNDAIR N LOP's % 0 0%
Totaal N LOP's % 1 4%
16
94%
4
80%
3
75%
16
89%
7
88%
23
88%
1
6%
0
0%
1
25%
1
6%
1
13%
2
8%
17
5
4
18
8
26
Tabel 33a: Gemeenschappelijke voorrangsperiode voor GOK-leerlingen: werd dit formeel besproken op het LOP tijdens het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Formeel besproken Geen antwoord Ja Neen Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 7 17% 2 9% 1 17% 8 20% 2 7% 10 14% 16 38% 5 23% 2 33% 14 34% 9 31% 23 33% 19 45% 15 68% 3 50% 19 46% 18 62% 37 53% 42 22 6 41 29 70
77
Tabel 33b: LOP-agendapunten m.b.t. het thema “gemeenschappelijke voorrangsperiode GOK-leerlingen” tijdens het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Agendapunten Vastleggen data Evaluatie voorbije voorrangsperiode Bespreking knelpunten Andere Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 5 31% 2 40% 2 100% 7 50% 2 22% 9 39% 1
6%
1
20%
2
100%
3
21%
1
11%
4
17%
8 7 16
50% 44%
4 3 5
80% 60%
2 0 2
100% 0%
9 6 14
64% 43%
5 4 9
56% 44%
14 10 23
61% 43%
Tabel 34a: Een gemeenschappelijke voorrangsperiode voor de inschrijvingen van GOK-leerlingen voor het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Gemeenschappelijke voorrangsperiode Geen antwoord Ja Neen Totaal
Andere
Centrumstad
Grootstad
BASIS
SECUNDAIR
Totaal
N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 0 0% 2 9% 1 17% 3 7% 0 0% 3 4% 0 0% 0 0% 2 33% 2 5% 0 0% 2 3% 42 100% 20 91% 3 50% 36 88% 29 100% 65 93% 42 22 6 41 29 70
Tabel 34b: Gemeenschappelijke voorrangsperioden voor de inschrijvingen van GOK-leerlingen voor het schooljaar 2009-2010: hoe georganiseerd.Eigen bevraging (N=70). Organisatie Geen antwoord Alle scholen gaven over de loop van de VOLLEDIGE gemeenschappelijke periode voorrang Alle scholen gaven voorrang in dezelfde periode, maar bepaalden binnen diezelfde periode nog hun eigen begin en eind datum Totaal
Andere N LOP's % 0 0%
Centrumstad Grootstad N LOP's % N LOP's % 0 0% 0 0%
BASIS N LOP's % 0 0%
SECUNDAIR N LOP's % 0 0%
Totaal N LOP's % 0 0%
0
0%
0
0%
2
100%
2
100%
0
0%
2
100%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0%
0
0
2
2
0
2
Tabel 35a: Gemeenschappelijke voorrangsperiode voor niet-GOK leerlingen: werd dit formeel besproken op het LOP tijdens het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Formeel besproken Geen antwoord Ja Neen Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 6 14% 3 14% 1 17% 7 17% 3 10% 10 14% 15 36% 3 14% 2 33% 13 32% 7 24% 20 29% 21 50% 16 73% 3 50% 21 51% 19 66% 40 57% 42 22 6 41 29 70
Tabel 35b: LOP-agendapunten m.b.t. het thema “gemeenschappelijke voorrangsperiode niet-GOK leerlingen” tijdens het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Agendapunten Vastleggen data Evaluatie voorbije voorrangsperiode Bespreking knelpunten Andere
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 4 27% 3 100% 2 100% 7 54% 2 29% 9 45% 1
7%
0
0%
2
100%
3
23%
0
0%
3
15%
9 5 15
60% 33%
3 2 3
100% 67%
2 0 2
100% 0%
10 4 13
77% 31%
4 3 7
57% 43%
14 7 20
70% 35%
78
Tabel 36a: Een gemeenschappelijke voorrangsperiode voor de inschrijvingen van niet-GOK leerlingen voor het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Gemeenschappelijke voorrangsperiode Geen antwoord Ja Neen Totaal
Andere
Centrumstad
Grootstad
BASIS
SECUNDAIR
Totaal
N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 0 0% 3 14% 1 17% 3 7% 1 3% 4 6% 2 5% 0 0% 2 33% 4 10% 0 0% 4 6% 40 95% 19 86% 3 50% 34 83% 28 97% 62 89% 42 22 6 41 29 70
Tabel 36b: Gemeenschappelijke voorrangsperioden voor de inschrijvingen van niet-GOK leerlingen voor het schooljaar 2009-2010: hoe georganiseerd.Eigen bevraging (N=70). Organisatie Geen antwoord Alle scholen gaven over de loop van de VOLLEDIGE gemeenschappelijke periode voorrang Alle scholen gaven voorrang in dezelfde periode, maar bepaalden binnen diezelfde periode nog hun eigen begin en eind datum Totaal
Andere N LOP's % 0 0%
Centrumstad Grootstad N LOP's % N LOP's % 0 0% 0 0%
BASIS N LOP's % 0 0%
SECUNDAIR N LOP's % 0 0%
Totaal N LOP's % 0 0%
0
0%
0
0%
2
100%
2
50%
0
0%
4
100%
2
100%
0
0%
0
0%
2
50%
0
0%
0
0%
2
0
2
4
0
4
Tabel 37a: Gemeenschappelijke inschrijvingsperiode voor “reguliere” leerlingen: werd dit formeel besproken op het LOP tijdens het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Formeel besproken Geen antwoord Ja Neen Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 5 12% 3 14% 1 17% 8 20% 1 3% 9 13% 23 55% 8 36% 4 67% 20 49% 15 52% 35 50% 14 33% 11 50% 1 17% 13 32% 13 45% 26 37% 42 22 6 41 29 70
Tabel 37b: LOP-agendapunten m.b.t. het thema “gemeenschappelijke inschrijvingsperiode reguliere leerlingen” tijdens het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Agendapunten Vastleggen data Evaluatie voorbije voorrangsperiode Bespreking knelpunten Andere Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 14 61% 5 63% 4 100% 13 65% 10 67% 23 66% 4
17%
2
25%
4
100%
6
30%
4
27%
10
29%
5 8 23
22% 35%
5 3 8
63% 38%
4 1 4
100% 25%
9 6 20
45% 30%
5 6 15
33% 40%
14 12 35
40% 34%
Tabel 38: Een gemeenschappelijke periode voor de inschrijvingen van “reguliere” leerlingen voor het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Inschrijvingsperiode Geen antwoord Ja Neen Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 0 0% 3 14% 1 17% 3 7% 1 3% 4 6% 14 33% 5 23% 4 67% 16 39% 7 24% 23 33% 28 67% 14 64% 1 17% 22 54% 21 72% 43 61% 42 22 6 41 29 70
79
Tabel 39: Gemeenschappelijke inschrijvingsperiode voor de inschrijvingen van “reguliere leerlingen” voor het schooljaar 2009-2010: hoe georganiseerd.Eigen bevraging (N=70). Organisatie Geen antwoord Alle scholen gaven over de loop van de VOLLEDIGE gemeenschappelijke periode voorrang Alle scholen gaven voorrang in dezelfde periode, maar bepaalden binnen diezelfde periode nog hun eigen begin en eind datum Totaal
Andere Centrumstad Grootstad N LOP's % N LOP's % N LOP's % 4 29% 0 0% 0 0%
BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % 2 13% 2 29% 4 17%
8
57%
4
80%
2
50%
12
75%
2
29%
14
61%
2
14%
1
20%
2
50%
2
13%
3
43%
5
22%
14
5
4
16
7
23
Tabel 40: Communicatie inschrijvingsbeleid van de scholen: werd dit formeel besproken op het LOP tijdens het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Formeel besproken Geen antwoord Ja Neen Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 5 12% 1 5% 0 0% 4 10% 2 7% 6 9% 23 55% 11 50% 6 100% 27 66% 13 45% 40 57% 14 33% 10 45% 0 0% 10 24% 14 48% 24 34% 42 22 6 41 29 70
Tabel 41: Gezamenlijke afspraken over de communicatie van de inschrijvingen van de scholen voor het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Communicatie Geen antwoord Ja Neen Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 2 5% 1 5% 0 0% 2 5% 1 3% 3 4% 15 36% 12 55% 6 100% 19 46% 14 48% 33 47% 25 60% 9 41% 0 0% 20 49% 14 48% 34 49% 42 22 6 41 29 70
Tabel 42a: Afspraken over het bekendmaken van het inschrijvingsbeleid van de scholen voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2009-2010: algemeen of van individuele scholen. Eigen bevraging (N=70). Communicatie over Geen antwoord In het algemeen Van individuele scholen Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 1 7% 0 0% 0 0% 1 5% 0 0% 1 3% 12 80% 9 75% 5 83% 14 74% 12 86% 26 79% 2 13% 4 33% 2 33% 4 21% 4 29% 8 24% 15 12 6 19 14 33
Tabel 43: Communicatie inschrijvingsbeleid van de scholen: afspraken met wie tijdens het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Afspraken Geen antwoord Afspraken met LOP's en/of gemeenten buiten het LOP, maar binnen hetzelfde niveau Afspraken met het andere niveau, maar niet buiten het werkingsgebied Afspraken met LOP's en/of gemeenten buiten het LOP, en tegelijkertijd ook met het andere niveua Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 33 79% 15 68% 2 33% 30 73% 20 69% 50 71% 5
12%
3
14%
1
17%
6
15%
3
10%
9
13%
4
10%
3
14%
2
33%
5
12%
4
14%
9
13%
0
0%
1
5%
1
17%
0
0%
2
7%
2
3%
42
22
6
80
41
29
70
Tabel 44: Communicatie inschrijvingsbeleid van de scholen: gebruikte materialen voor de inschrijvingen voor het het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Materialen Folders Video Film Lokale pers Websites Gemeentelijk infoblad Infomomenten Affiches Geen antwoord Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 12 29% 9 41% 4 67% 14 34% 11 38% 25 36% 0 0% 0 0% 0 0% 0 0% 0 0% 0 0% 0 0% 0 0% 1 17% 1 2% 0 0% 1 1% 5 12% 3 14% 4 67% 7 17% 5 17% 12 17% 12 29% 6 27% 4 67% 15 37% 7 24% 22 31% 11 26% 6 27% 3 50% 13 32% 7 24% 20 29% 8 19% 4 18% 3 50% 12 29% 3 10% 15 21% 5 12% 3 14% 2 33% 6 15% 4 14% 10 14% 21 50% 9 41% 1 17% 17 41% 14 48% 31 44% 42 22 6 41 29 70
Tabel 45: Communicatie inschrijvingsbeleid van de scholen: betrokkenheid decretale stakeholders bij de communicatie van de inschrijvingen voor het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70).
Nemen geen verantwoordelijkheden op
Nemen wel verantwoordelijkheden op
15% 15% 9% 6% 9% 3%
0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0
0 0 1 0 0 0
5 5 2 2 3 1
0 0 0 1 0 0
4 4 2 0 3 1
1 1 1 1 0 0
3
9%
0
0
0
3
1
1
1
4
12%
0
0
0
4
0
1
3
6
18%
0
1
0
5
1
2
3
17 10 13 25
52% 30% 39% 76%
1 0 1 3
0 0 0 1
2 2 0 2
14 8 12 19
3 1 1 4
3 3 0 1
11 6 12 20
Geen antwoord 5 5 3 2 3 1
N=33 COC/COV ACOD VSOA VCOV KOOGO-GO! Ouders Leerlingenraden Socio-culturele en socio-economische organisaties Organisatie van etnisch-culturele minderheden Vereniging waar armen het woord nemen Integratiesector Onthaalbureau Schoolopbouwwerk Gemeentebestuur/VGC
Betrokkenheid bij het opzetten van com- Betrokkenheid bij het uitvoeren municatie acties van communicatie acties Aanwzeig maar, nemen neit deel aan overleg Beperken zich tot het uitwisselen van informatie Nemen actief deel aan overleg en besluitvorming Geen antwoord
Betrokkenheid
Tabel 46: Afspraken over het melden van maximumcapaciteiten voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Afspraken Geen antwoord Ja Neen Totaal
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 0 0% 1 5% 0 0% 1 2% 0 0% 1 1% 18 43% 10 45% 3 50% 19 46% 12 41% 31 44% 24 57% 11 50% 3 50% 21 51% 17 59% 38 54% 42 22 6 41 29 70
81
Tabel 47a: Afspraken voor het melden van volverklaringen voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Afspraken
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 0 0% 1 5% 0 0% 1 2% 0 0% 1 1% 31 74% 12 55% 4 67% 26 63% 21 72% 47 67% 11 26% 9 41% 2 33% 14 34% 8 28% 22 31% 42 22 6 41 29 70
Geen antwoord Ja Neen Totaal
Tabel 47b: Gebruik van VRINT (Volle Richtingen Instrument) voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Afspraken
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 0 0% 1 5% 0 0% 1 2% 0 0% 1 1% 2 5% 5 23% 4 67% 5 12% 6 21% 11 16% 40 95% 16 73% 2 33% 35 85% 23 79% 58 83% 42 22 6 41 29 70
Geen antwoord Ja Neen Totaal
Tabel 48: Samenstelling bemiddelingscel van het LOP in het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Samenstelling Geen antwoord De bemiddelingscel heeft een vaste samenstelling, waarbij alle leden werden uitgenodigd De bemiddelingscel heeft een vaste samenstelling, maar niet alle leden werden elke keer uitgenodigd De bemiddelingscel wordt ad hoc samengesteld op basis van relevantie, waarbij er toch een vaste kern was De bemiddelingscel wordt case per case ad-hoc samengesteld Totaal
Andere Centrumstad Grootstad N LOP's % N LOP's % N LOP's % 10 24% 2 9% 0% 17
40%
4
10%
10
24%
2
9%
1
2%
1
5%
42
17
77%
3
50%
21
51%
16
55%
37
53%
0%
2
5%
2
7%
4
6%
2
33%
7
17%
7
24%
14
20%
1
17%
3
7%
0%
3
4%
0%
22
BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % 8 20% 4 14% 12 17%
6
41
29
70
Tabel 49: Wijze van bemiddelen.Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70) . Bemiddelingen Binnen de LOP regio
Zitting bemiddelingscel N LOP's % Decretale bemid- Weigeringen op basis van capaciteit delingen Weigeringen op basis van eerder definitief uitgesloten op de school Weigeringen omwille van speciale onderwijsbehoeften Weigeringen van elders uitgelsoten lln op basis van LOP-afspraken
Totaal N LOP's
7
10%
70
4
6%
70
6
9%
70
4
14%
29
Tabel 50: Criteria voor het weigeren van elders definitief uitgesloten leerlingen: LOP-afspraken over de principes / procedures om elders uitgesloten leerlingen te weigeren. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=29). Afspraken Geen antwoord Ja Neen Totaal
Andere N LOP's % 3 20% 5 33% 7 47% 15
Centrumstad N LOP's % 0 0% 4 36% 7 64% 11
82
Grootstad N LOP's % 0 0% 2 67% 1 33% 3
Totaal N LOP's 3 11 15 29
% 10% 38% 52%
Tabel 50b: Aantal keer dat criteria om elders definitief uitgesloten jongeren te weigeren, werden ingeroepen. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=29). aantal geweigerden ATNK 1ste leerjaar A 1ste leerjaar B 2de leerjaar Beroepsvoorbereidend leerjaar 2de graad - ASO 2de graad - BSO 2de graad - KSO 2de graad - TSO 3de graad - ASO 3de graad - BSO 3de graad - KSO 3de graad - TSO 4de graad - BSO Modulair - 2de & 3de graad Modulair - 4de graad Deeltijds beroepsonderwijs Deeltijds zeevisserij onderwijs Buitengewoon secundair onderwijs Totaal
terug ingeschreven buiten eigen LOP 0 0 0 1 3 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
andere oplossing
0 0 8 4 5 1 6 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
aantal terug ingeschreven in eigen LOP 0 0 8 3 2 1 5 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0
0
0
0
24
19
4
1
0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Tabel 51a: Weigeren elders definitief uitgesloten leerlingen: werd dit thema formeel besproken op het LOP. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=29). Formeel besproken Geen antwoord Ja Neen Totaal
Andere N LOP's % 6 40% 6 40% 3 20% 15
Centrumstad N LOP's % 2 18% 7 64% 2 18% 11
Grootstad N LOP's % 1 33% 2 67% 0 0% 3
Totaal N LOP's 9 15 5 29
% 31% 52% 17%
Tabel 51b: LOP-agendapunten m.b.t. het thema “elders definitief uitgesloten leerlingen” tijdens het schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=29). Agendapunten Vastleggen lokale afspraken Evaluatie criteria Bespreking knelpunten Andere Totaal
Andere N LOP's % 1 17% 1 17% 5 83% 0 0% 6
Centrumstad N LOP's % 3 43% 4 57% 4 57% 1 14% 7
Grootstad N LOP's % 0 0% 1 50% 2 100% 1 50% 2
Totaal N LOP's 4 6 11 2 15
% 27% 40% 73% 13%
• Engagementsverklaring Tabel 52: Aanvullende bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal: formeel besproken op het LOP-overleg. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Formeel besproken Geen antwoord Ja Neen Weet niet Totaal
BASIS SECUNDAIR Andere Centrumstad Andere Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 2 5% 1 3% 2 5% 0% 1 17% 3 4% 31 76% 17 59% 33 79% 13 59% 2 33% 48 69% 7 17% 10 34% 5 12% 9 41% 3 50% 17 24% 1 2% 1 3% 2 5% 0% 0% 2 3% 41 29 42 22 6 70
83
Tabel 53: Aanvullende bepalingen over het positieve engagement van ouders ten aanzien van de onderwijstaal. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Aanvullende bepalingen Geen antwoord Ja Neen Totaal
BASIS SECUNDAIR Andere Centrumstad Grootstad Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 0% 1 6% 1 3% 0% 0% 1 2% 6 19% 4 24% 5 15% 4 31% 1 50% 10 21% 25 81% 12 71% 27 82% 9 69% 1 50% 37 77% 31 17 33 13 2 48
Hoofdstuk 3: Uitbouw van een lokaal onderwijs(kansen)beleid • Samenwerking met lokale niet-decretale partners Tabel 58: Deelname lokale niet-decretale partners aan werkgroepen en overlegmomenten van het LOP. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Deelname lokale niet-decretale partners aan werkgroepen, overlegmomenten van het LOP Gemiddelde Minimum Maximum 0,2 0 1 3,0 0 12 1,7 0 18 1,4 0 11 2,7 0 18 2,0 0 18
Grootstad Centrumstad Andere BASIS SECUNDAIR Totaal
Tabel 59: Sectoren waarbinnen de lokale niet-decretale partners die deelnemen aan werkgroepen en overlegmomenten van het LOP, actief zijn.Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Sectoren
Andere Centrumstad N LOP's % N LOP's % Jeugd 0 0% 17 25% Sport 0 0% 2 3% Vrije tijd 0 0% 3 4% Vormingswerk 0 0% 5 7% Opbouwwerk 0 0% 4 6% Sociale dienstverlening 1 100% 37 55% Gezondheidszorg 0 0% 5 7% Tewerkstelling 0 0% 4 6% Lokaal beleid 0 0% 4 6% NT2 0 0% 3 4% Volwassenenonderwijs 0 0% 4 6% Hoger onderwijs 0 0% 2 3% Geen antwoord 0 0% 5 7% Aantal lokale niet1 67 decretale partners
Grootstad N LOP's % 10 14% 1 1% 6 9% 15 21% 5 7% 11 16% 5 7% 2 3% 5 7% 5 7% 5 7% 8 11% 22 31% 70
BASIS N LOP's % 12 20% 1 2% 6 10% 12 20% 5 8% 26 44% 10 17% 4 7% 4 7% 4 7% 3 5% 2 3% 8 14% 59
SECUNDAIR N LOP's % 15 19% 2 3% 3 4% 8 10% 4 5% 23 29% 0 0% 2 3% 5 6% 4 5% 6 8% 8 10% 19 24% 79
Totaal N LOP's % 27 20% 3 2% 9 7% 20 14% 9 7% 49 36% 10 7% 6 4% 9 7% 8 6% 9 7% 10 7% 27 20% 138
Tabel 60: Intensiteit van samenwerking met de lokale niet-decretale partners die deelnemen aan werkgroepen en overlegmomenten van het LOP.Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Samenwerking Geen antwoord Occasionele samenwerking Structurele samenwerking Aantal lokale niet-decretale partners
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 0% 1 1% 1 1% 1 2% 1 1% 2 1% 1 100% 29 43% 27 39% 28 47% 29 37% 57 41% 0% 37 55% 42 60% 30 51% 49 62% 79 57% 1
67
70
84
59
79
138
Tabel 61: Ondersteuning van lokale niet-decretale partners aan de uitvoering van afspraken, projecten, initiatieven van het LOP. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Ondersteuning van lokale niet-decretale partners aan de uitvoering van afspraken, projecten, initiatieven van het LOP… Gemiddelde Minimum Maximum 0,8 0 3 2,0 0 8 0,9 0 9 1,1 0 6 1,4 0 9 1,2 0 9
Grootstad Centrumstad Andere BASIS SECUNDAIR Totaal
Tabel 62: Sectoren waarbinnen de lokale niet-decretale partners die ondersteuning bieden aan de afspraken, projecten, initiatieven van het LOP, actief zijn.Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Sectoren
Andere N LOP's % Jeugd 0 0% Sport 0 0% Vrije tijd 0 0% Vormingswerk 0 0% Opbouwwerk 0 0% Sociale dienstverlening 3 60% Gezondheidszorg 0 0% Tewerkstelling 0 0% Lokaal beleid 0 0% NT2 0 0% Volwassenenonderwijs 0 0% Hoger onderwijs 0 0% Geen antwoord 2 40% Aantal lokale niet5 decretale partners
Centrumstad N LOP's % 12 27% 3 7% 2 5% 6 14% 3 7% 21 48% 3 7% 2 5% 1 2% 1 2% 2 5% 2 5% 7 16% 44
Grootstad N LOP's % 5 14% 0 0% 4 11% 6 17% 4 11% 5 14% 3 8% 1 3% 2 6% 1 3% 2 6% 9 25% 11 31% 36
BASIS N LOP's % 11 25% 1 2% 4 9% 8 18% 4 9% 17 39% 6 14% 3 7% 2 5% 0 0% 1 2% 2 5% 12 27% 44
SECUNDAIR N LOP's % 6 15% 2 5% 2 5% 4 10% 3 7% 12 29% 0 0% 0 0% 1 2% 2 5% 3 7% 9 22% 8 20% 41
Totaal N LOP's % 17 20% 3 4% 6 7% 12 14% 7 8% 29 34% 6 7% 3 4% 3 4% 2 2% 4 5% 11 13% 20 24% 85
Tabel 63: Intensiteit van samenwerking met de lokale niet-decretale partners die ondersteuning bieden aan de afspraken, projecten, initiatieven van het LOP. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Samenwerking Geen antwoord Occasionele samenwerking Structurele samenwerking Aantal lokale niet-decretale partners
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 1 20% 1 2% 5 14% 5 11% 2 5% 7 8% 4 80% 19 43% 12 33% 22 50% 13 32% 35 41% 0% 24 55% 19 53% 17 39% 26 63% 43 51% 5
44
36
44
41
85
Tabel 64: Deelname LOP aan andere lokale regionale samenwerkingsverbanden, overlegorganen, werkgroepen, stuurgroepen en/of initiatieven waarvan het zelf niet de initiatiefnemer is. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal
Gemiddelde 1,2 2,3 1,8 1,5 1,7 1,6
Minimum 0 0 0 0 0 0
85
Maximum 10 8 5 10 8 10
Tabel 65: Sectoren waarbinnen lokale regionale samenwerkingsverbanden, overlegorganen, werkgroepen, stuurgroepen en/of initiatieven waaraan het LOP participeert, actief zijn. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Sectoren
Andere N LOP's % Jeugd 3 27% Sport 0 0% Vrije tijd 2 18% Vormingswerk 1 9% Opbouwwerk 2 18% Sociale dienstverlening 1 9% Gezondheidszorg 0 0% Tewerkstelling 1 9% Lokaal beleid 6 55% NT2 0 0% Volwassenenonderwijs 0 0% Hoger onderwijs 0 0% Geen antwoord 1 9% Aantal lokale, regionale samenwerkingen, 11 initiatieven
Centrumstad N LOP's % 17 33% 1 2% 5 10% 11 22% 10 20% 16 31% 2 4% 1 2% 21 41% 4 8% 1 2% 1 2% 10 20%
Grootstad N LOP's % 18 37% 3 6% 12 24% 6 12% 9 18% 16 33% 4 8% 3 6% 21 43% 4 8% 3 6% 0 0% 8 16%
51
BASIS N LOP's % 29 47% 4 6% 16 26% 9 15% 15 24% 23 37% 6 10% 2 3% 28 45% 4 6% 2 3% 1 2% 5 8%
49
62
SECUNDAIR N LOP's % 9 18% 0 0% 3 6% 9 18% 6 12% 10 20% 0 0% 3 6% 20 41% 4 8% 2 4% 0 0% 14 29% 49
Totaal N LOP's % 38 34% 4 4% 19 17% 18 16% 21 19% 33 30% 6 5% 5 5% 48 43% 8 7% 4 4% 1 1% 19 17% 111
Tabel 66: Intensiteit van samenwerking met de lokale regionale samenwerkingsverbanden, overlegorganen, werkgroepen, stuurgroepen en/of initiatieven waaraan het LOP participeert. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Samenwerking Geen antwoord Occasionele samenwerking Structurele samenwerking Aantal lokale, regionale samenwerkingen, initiatieven
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 1 9% 6 12% 1 2% 5 8% 3 6% 8 7% 1 9% 8 16% 14 29% 14 23% 9 18% 23 21% 9 82% 37 73% 34 69% 43 69% 37 76% 80 72% 11
51
49
62
49
111
• Flankerend onderwijbeleid en samenwerking met gemeenten Tabel 67: Betrokkenheid LOP bij de opmaak van projectvoorstellen waarvoor door de gemeenten subsidies werden aangevraagd in het kader van het lokaal flankerend onderwijsbeleid.Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Samenwerking Betrokken bij alle projectvoorstellen Betrokken bij enkele projectvoorstellen Niet betrokken bij de projectvoorstellen Geen projectvoorstellen ingediend door de gemeente(n) van het LOP Totaal
Andere N LOP's %
Centrumstad Grootstad N LOP's % N LOP's %
BASIS N LOP's %
SECUNDAIR N LOP's %
Totaal N LOP's %
3
50%
13
59%
14
33%
18
44%
12
41%
30
43%
1
17%
4
18%
9
21%
6
15%
8
28%
14
20%
1
17%
3
14%
5
12%
7
17%
2
7%
9
13%
1
17%
2
9%
14
33%
10
24%
7
24%
17
24%
6
22
42
41
29
70
Tabel 71: Gemeenten met een LOP waarvan LOP’s een jaarplanning hebben. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). LOP-jaarplanning Geen antwoord Ja Neen Aantal LOP-gemeenten
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 0 0% 1 5% 9 13% 4 8% 6 12% 10 10% 4 67% 14 64% 42 58% 31 63% 29 57% 60 60% 2 33% 7 32% 21 29% 14 29% 16 31% 30 30% 6 22 72 49 51 100
86
Tabel 72: Gemeenten met een LOP waarvan gemeenten een jaarplanning hebben. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Gemeente jaarplanning Geen antwoord Ja Neen Weet niet Aantal LOP-gemeenten
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 0 0% 1 5% 10 14% 4 8% 7 14% 11 11% 2 33% 10 45% 19 26% 18 37% 13 25% 31 31% 0 0% 3 14% 29 40% 15 31% 17 33% 32 32% 4 67% 8 36% 14 19% 12 24% 14 27% 26 26% 6 22 72 49 51 100
Tabel 73: Afspraken / initiatieven m.b.t. de afstemming van jaarplannen op elkaar. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Afspraken/initiatieven Ja Neen Aantal LOP-gemeenten
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 0 0% 8 89% 15 79% 15 88% 8 62% 23 77% 2 100% 1 11% 4 21% 2 12% 5 38% 7 23% 2 9 19 17 13 30
Tabel 74: Afspraken tussen het LOP en de gemeenten over de oprichting, samenstelling en/of werking van nieuwe deelorganen van het LOP. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Afspraken Geen antwoord Ja Neen Niet van toepassing (geen nieuwe LOP deelorganen in het betreffende schooljaar) Aantal LOP-gemeenten
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 0 0% 1 5% 9 13% 3 6% 7 14% 10 10% 5 83% 11 50% 14 19% 20 41% 10 20% 30 30% 0 0% 4 18% 33 46% 15 31% 22 43% 37 37% 1
17%
6
6
27%
22
16
22%
72
11
22%
49
12
24%
51
23
23%
100
Tabel 75: Afspraken tussen het LOP en de gemeenten over de oprichting, samenstelling en/of werking van nieuwe deelorganen van de gemeenten. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Afspraken Geen antwoord Ja Neen Aantal LOP-gemeenten
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 1 17% 6 27% 35 49% 18 37% 24 47% 42 42% 3 50% 10 45% 9 13% 13 27% 9 18% 22 22% 2 33% 6 27% 28 39% 18 37% 18 35% 36 36% 6 22 72 49 51 100
Tabel 76a: Onderwijs(gerelateerd) overleg in de gemeenten met een LOP. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Onderwijs(gerelateerd) overleg Geen antwoord Ja Neen Weet niet Aantal LOP-gemeenten
Andere
Centrumstad
Grootstad
BASIS
SECUNDAIR
N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's 0 0% 4 18% 25 35% 15 31% 14 6 100% 16 73% 22 31% 24 49% 20 0 0% 1 5% 19 26% 8 16% 12 0 0% 1 5% 6 8% 2 4% 5 6 22 72 49 51
Totaal
% N LOP's % 27% 29 29% 39% 44 44% 24% 20 20% 10% 7 7% 100
Tabel 76b: Deelname LOP aan onderwijs(gerelateerd) overleg in de gemeenten. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70) . Deelname aan onderwijs (gerelateerd) overleg Als vast lid Niet deelgenomen Op uitnodiging Aantal LOP-gemeenten met een ondewijs(gerelateerd) overleg
Andere
Centrumstad
Grootstad
BASIS
SECUNDAIR
Totaal
N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 0 0% 10 63% 8 36% 12 50% 12 60% 24 55% 6 100% 4 25% 7 32% 6 25% 5 25% 11 25% 0 0% 2 13% 7 32% 6 25% 3 15% 9 20% 6
16
22
24
20
44
Tabel 78: Dubbelmandaten tussen het LOP-dagelijks bestuur en het onderwijs(gerelateerd) overleg van de gemeenten. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Dubbelmandaten Ja Neen Weet niet Aantal LOP-gemeenten met een ondewijs(gerelateerd) overleg
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 4 67% 12 75% 16 73% 19 79% 13 65% 32 73% 2 33% 3 19% 6 27% 5 21% 6 30% 11 25% 0 0% 1 6% 0% 0% 1 5% 1 2% 6
16
22
24
20
44
Tabel 79: Gemiddeld aantal dubbelmandaten tussen het LOP-dagelijks bestuur en het gemeentelijk onderwijs(gerelateerd) overleg. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Gemiddelde 6,5 5,6 4,3 4,8 5,2 4,9
Grootstad Centrumstad Andere BASIS SECUNDAIR Totaal
Minimum 6 2 1 1 2 1
Maximum 7 10 12 12 10 12
Tabel 80: Afspraken / initiatieven m.b.t. het afstemmen van de vergaderkalenders van het LOP en het onderwijs(gerelateerd)overleg van de gemeenten. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Afspraken/initiatieven Geen antwoord Ja Neen Aantal LOP-gemeenten met een ondewijs(gerelateerd) overleg
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 0 0% 0 0% 2 9% 1 4% 1 5% 2 5% 2 33% 5 31% 12 55% 11 46% 8 40% 19 43% 4 67% 11 69% 8 36% 12 50% 11 55% 23 52% 6
16
22
24
20
44
Tabel 81: Betrokkenheid LOP bij de opmaak van de agenda van het onderwijs(gerelateerd)overleg van de gemeenten. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Agenda onderwijs(gerelateerd) overleg Het LOP werd betrokken bij de opmaak van de agenda/ Het LOP kon opmerkingen overmaken bij ontvangst van het ontwerp van agenda Het LOP ontving de definitieve agenda enkel ter infomatie Andere Geen antwoord Aantal LOP-gemeenten met een ondewijs(gerelateerd) overleg
Andere
Centrumstad
Grootstad
BASIS
SECUNDAIR
Totaal
N LOP's
%
N LOP's
%
N LOP's
%
N LOP's
%
N LOP's
%
N LOP's
%
2
33%
5
31%
7
32%
7
29%
7
35%
14
32%
3
50%
7
44%
11
50%
11
46%
10
50%
21
48%
2 0
33% 0%
3 1
19% 6%
3 2
14% 9%
6 1
25% 4%
2 2
10% 10%
8 3
18% 7%
6
16
22
24
20
44
Tabel 82: Betrokkenheid gemeenten bij de opmaak van de agenda van het dagelijks bestuur van het LOP. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Agenda dagelijks bestuur LOP De gemeeten werd betrokken bij de opmaak van de agenda/ De gemeente kon opmerkingen overmaken bij ontvangst van het ontwerp van agenda De gemeente ontving de definitieve agenda enkel ter informatie Andere Geen antwoord Aantal LOP-gemeenten met een ondewijs(gerelateerd) overleg
Andere N LOP's %
Centrumstad Grootstad N LOP's % N LOP's %
BASIS N LOP's %
SECUNDAIR N LOP's %
Totaal N LOP's %
5
83%
9
56%
14
64%
17
71%
11
55%
28
64%
1
17%
6
38%
5
23%
6
25%
6
30%
12
27%
0 0
0% 0%
0 1
0% 6%
2 2
9% 9%
1 1
4% 4%
1 2
5% 10%
2 3
5% 7%
6
16
22
24
20
44
Tabel 83: Verslaggeving van het ondewijs(gerelateerd) overleg van de gemeenten naar het LOP. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Verslaggeving van het onderwijs(gerelateerd) overleg Ja, alle verslaggeving Ja, selectieve verslaggeving Nee, geen enkele verslaggeving Geen antwoord Aantal LOP-gemeenten met een ondewijs(gerelateerd) overleg
Andere
Centrumstad
Grootstad
BASIS
SECUNDAIR
Totaal
N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 2 33% 8 50% 7 32% 8 33% 9 45% 17 39% 4 67% 5 31% 10 45% 11 46% 8 40% 19 43% 0
0%
3
19%
3
14%
4
17%
2
10%
6
14%
0
0%
0
0%
2
9%
1
4%
1
5%
2
5%
6
16
22
24
20
44
Tabel 84: Procedurele afspraken tussen het LOP en de gemeenten m.b.t. het formuleren van adviezen en projectvoorstellen door het LOP aan de gemeente. Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70) . Afspraken Geen antwoord Ja Neen Aantal LOP-gemeenten
Andere Centrumstad Grootstad BASIS SECUNDAIR Totaal N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % N LOP's % 0 0% 4 18% 27 38% 17 35% 14 27% 31 31% 2 33% 11 50% 9 13% 10 20% 12 24% 22 22% 4 67% 7 32% 36 50% 22 45% 25 49% 47 47% 6 22 72 49 51 100
Tabel 85: Afspraken over wijze van samenwerking tussen LOP en gemeenten.Schooljaar 2009-2010. Eigen bevraging (N=70). Afspraken schriftelijk neergelegd in één afzonderlijke nota Schriftelijk neergelegd in verschillende documenten Mondelinge afspraken, vanuit organisch gegroeide praktijken Geen afspraken Andere Aantal LOP-gemeenten
Andere N LOP's %
Centrumstad Grootstad N LOP's % N LOP's %
BASIS N LOP's %
SECUNDAIR N LOP's %
Totaal N LOP's %
1
17%
3
14%
1
1%
2
4%
3
6%
5
5%
2
33%
0
0%
5
7%
3
6%
4
8%
7
7%
1
17%
9
41%
16
22%
14
29%
12
24%
26
26%
1 0 6
17% 0%
4 2 22
18% 9%
17 4 72
24% 6%
8 4 49
16% 8%
14 2 51
27% 4%
22 6 100
22% 6%