Uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/028
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2022/028
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Bij mail van 19 januari 2022 diende xxx een verzoek in bij het Agentschap voor Natuur en Bos (verder “ANB”) om, in navolging van de uitspraak van de beroepsinstantie d.d. 6 januari 2022 in dossier OVB/2021/443, een afschrift te bekomen van ”de bijlagen, alsook van het proces-verbaal van vaststelling door
gerechtsdeurwaarder xxx, waarnaar wordt verwezen in het besluit van het Agentschap voor Natuur en Bos d.d. 12 november 2021 waarbij een bestuurlijke maatregel werd opgelegd aan mijn cliënt (xxx)”. Bij mail van ANB d.d. 24 januari 2022 werd de openbaarmaking opnieuw geweigerd. Bij mailbericht d.d. 24 januari 2022 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen voormelde beslissing “waarbij opnieuw mijn verzoek tot openbaarheid c.q. het bekomen van een afschrift van de bijlagen, alsook van het proces-verbaal van vaststelling door gerechtsdeurwaarder xxx, waarnaar wordt verwezen in het besluit van het Agentschap voor Natuur en Bos d.d. 12 november 2021 waarbij een bestuurlijke maatregel werd opgelegd aan mijn cliënt (xxx), wordt geweigerd”. Dit beroep werd geregistreerd op 24 januari 2022. Ontvankelijkheid van het beroep Het oorspronkelijk verzoek dateert van 19 januari 2022. De bestreden beslissing dateert van 24 januari 2022.
www.vlaanderen.be
Deze beslissing maakt geen melding van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet. Bijgevolg start de termijn om een beroep in te dienen conform artikel II.48 §1, 4de lid van het Bestuursdecreet pas vier maanden na de kennisgeving. Het beroep werd ingediend bij mailbericht d.d. 24 januari 2022 en is bijgevolg tijdig ingesteld. Het beroepschrift is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Aangevochten beslissing
In een mailbericht van 24 januari 2022 wordt door ANB gesteld: “De beroepsinstantie stelt: “Het
beroepschrift van xxx d.d. 7 december 2021 tegen de weigeringsbeslissing d.d. 17 november 2021 vanwege ANB wordt als ontvankelijk en gegrond onder voorbehoud van de toepassing van wettelijke of decretale uitzonderingsgronden.” Het Agentschap voor Natuur en Bos meent nog steeds dat de artikelen 28quinquies en 57 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) in casu van toepassing zijn en de gevraagde documenten niet openbaar kunnen worden gemaakt zolang het gerechtelijk onderzoek lopende is. Overeenkomstig artikel 21bis Sv kunt u een toelating krijgen op inzage of afschrift in het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek via een verzoek dat u dient in te dienen bij de Procureur des Konings of de onderzoeksrechter. Ook op basis artikel 27, §1, 4° van de wet van 5 augustus 2006 betreffende de toegang van het publiek tot milieu-informatie wordt uw verzoek afgewezen. Deze bepaling voorziet dat een vraag tot openbaarmaking afgewezen wordt als het publiek belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de opsporing of vervolging van sanctioneerbare feiten. Het Agentschap voor Natuur en Bos meent dat de openbaarmaking van documenten die deel uitmaken van een lopend gerechtelijk onderzoek dit onderzoek kan schaden.” 2. Inhoud van het beroepschrift De beroeper tekent beroep aan tegen voormelde beslissing van ANB en verwijst hierbij in eerste instantie naar zijn beroepschrift tegen de eerdere weigeringsbeslissing van het Agentschap voor Natuur en Bos d.d. 17 november 2021 op zijn verzoek d.d. 17 november 2021 tot het bekomen van een afschrift van de bijlagen, alsook van het proces-verbaal van vaststelling door gerechtsdeurwaarder xxx, waarnaar wordt verwezen in het besluit van het Agentschap voor Natuur en Bos d.d. 12 november 2021 waarbij een bestuurlijke maatregel werd opgelegd aan zijn cliënt. Over dit beroep werd door de beroepsinstantie uitspraak gedaan op 6 januari 2022 (dossier OVB/2021/443) waaruit bepaalde passages door de beroeper worden overgenomen, meer bepaald m.b.t. artikel 6, §1, 5° van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur en artikel 27, §1, 4° van de wet van 5 augustus 2006 betreffende de toegang van het publiek
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/028
pagina 2 van 5
tot milieu-informatie. Hij geeft aan dat uit de weigeringsbeslissing van ANB niet de minste belangenafweging blijkt. 3. Toelichting door ANB De beroepsinstantie nam op 25 januari 2022 bij mail contact op met ANB om nadere toelichting te verkrijgen. Bij mailbericht d.d. 31 januari 2022 ontving de beroepsinstantie volgende toelichting: “Dit dossier zit op het parket met status “in onderzoek”. Het Agentschap voor Natuur en Bos meent nog
steeds dat de artikelen 28quinquies en 57 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) (op basis van de uitzonderingsgrond in artikel 6, §2, 2° Wet 11 april 1994) van toepassing zijn en de gevraagde documenten niet openbaar kunnen worden gemaakt zolang het gerechtelijk onderzoek lopende is, dit geldt eveneens jegens de beroepsinstantie. Overeenkomstig artikel 21bis kan de betrokkene een toelating krijgen op inzage of afschrift in het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek via een verzoek bij de Procureur des Konings of de onderzoeksrechter. Gelet op het feit dat de betrokken artikelen uit het Sv van toepassing zijn, dient geen belangenafweging te worden gemaakt.” 4. Standpunt van de beroepsinstantie Vooreerst verwijst de beroepsinstantie naar de uitspraak van 6 januari 2022 in dossier OVB/2021/443. De beroepsinstantie wenst op te merken dat in het dossier OVB/2021/443 de beroepsinstantie bij uitspraak d.d. 6 januari 2022 het beroep ontvankelijk en gegrond, onder voorbehoud van de toepassing van wettelijke of decretale uitzonderingsgronden, heeft beschouwd omwille van het feit dat de gevraagde documenten niet werden bezorgd aan de beroepsinstantie en een in concreto beoordeling bijgevolg niet tot de mogelijkheden behoorde. Niettegenstaande de beroepsinstantie de gevraagde documenten nog steeds niet mocht ontvangen en dus in se geen concrete beoordeling kan maken, is de beroepsinstantie thans op basis van het geheel van de aan de beroepsinstantie verstrekte gegevens in huidig beroepsdossier en de dossiers (OVB/2021/443 en OVB/2022/022) van oordeel dat in casu toepassing dient gemaakt te worden van de uitzonderingsgronden zoals bepaald in artikel 6, §2, 2° en artikel 6, §1, 5° van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur (wat niet milieu-informatie betreft) en artikel 27, §1, 4° van de wet van 5 augustus 2006 betreffende de toegang van het publiek tot milieu-informatie (voor wat milieu-informatie betreft). Processen-verbaal (en de bijlagen) zijn te beschouwen als gerechtelijke documenten én bestuursdocumenten in de zin van artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet (in zoverre in bezit van de overheidsinstantie zoals in casu) en komen derhalve principieel in aanmerking voor openbaarmaking tenzij uitzonderingsgronden van toepassing zijn. In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument gedefinieerd als de informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Het is duidelijk dat dit PV en bijlagen waaronder ook het PV van vaststelling van gerechtsdeurwaarder xxx, bestuursdocumenten zijn conform het Bestuursdecreet. Het Bestuursdecreet maakt, voor wat betreft de uitzonderingen op het recht op openbaarheid, een onderscheid naargelang het gaat om een aanvraag tot openbaarmaking die betrekking heeft op milieuinformatie dan wel op andere informatie.
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/028
pagina 3 van 5
De beroepsinstantie mocht bij mailbericht van 31 januari 2022 van het Agentschap voor Natuur en Bos vernemen dat “Dit dossier zit op het parket met status “in onderzoek”. Conform artikel II.39, tweede lid Bestuursdecreet, wijst de beroepsinstantie vooreerst op artikel 6, §2, 2° van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur. Conform voormeld artikel wijst een federale of niet-federale administratieve overheid de vraag om inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een bestuursdocument af wanneer de openbaarmaking van het bestuursdocument afbreuk doet aan een bij wet ingestelde geheimhoudingsverplichting. In dit geval is niet vereist dat er een afweging dient plaats te vinden tussen het belang van de openbaarheid en het beschermde belang. De artikelen 28quinquies en 57 van het Wetboek van Strafvordering bevatten een dergelijke bij wet ingestelde geheimhoudingsverplichting. Volgens artikel 28quinquies, §1 (wat het geheim karakter van het opsporingsonderzoek betreft) en artikel 57 (wat het geheim karakter van het gerechtelijk onderzoek betreft) van het Wetboek van Strafvordering zijn de personen die professioneel betrokken worden bij een strafonderzoek gebonden door het beroepsgeheim en zijn die personen, als zij informatie vrijgeven over een strafonderzoek, bijgevolg strafbaar uit hoofde van artikel 458 van het Strafwetboek. In de rechtspraak werd reeds meermaals gesteld dat het geheim van het strafonderzoek geldt van zodra een overtreding door middel van een proces-verbaal is vastgesteld. Wanneer een proces-verbaal wordt verzonden naar het parket maakt dit deel uit van het strafonderzoek en door deze informatie vervat in het proces-verbaal openbaar te maken, dreigt men het geheim van het strafonderzoek te omzeilen. Artikel 21bis Sv voorziet een recht op inzage of afschrift in het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek, in te dienen bij de Procureur des Konings of de onderzoeksrechter. Een dergelijk bekomen toelating is in casu echter niet voorhanden of werd toch niet voorgelegd. De uitzonderingsgrond van artikel 6, §2, 2° van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur is bijgevolg in casu van toepassing voor wat betreft de gevraagde informatie, in zoverre het niet gaat om milieu-informatie. Eveneens dient in casu toepassing te worden gemaakt van de uitzonderingsgronden bepaald in artikel 6, §1, 5° van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur (wat niet milieu-informatie betreft) en artikel 27, §1, 4° van de wet van 5 augustus 2006 betreffende de toegang van het publiek tot milieu-informatie (voor wat milieu-informatie betreft). Op grond van artikel 6, §1, 5° van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur moet een aanvraag tot openbaarmaking door een federale of niet federale administratieve overheid worden afgewezen als het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de opsporing of vervolging van strafbare feiten. Voor milieu-informatie dient echter artikel 27, §1, 4° van de wet van 5 augustus 2006 betreffende de toegang van het publiek tot milieu-informatie bekeken te worden. Deze bepaling voorziet dat een vraag tot openbaarmaking afgewezen wordt als het publiek belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van de opsporing of vervolging van sanctioneerbare feiten. Deze uitzondering geldt ook voor de niet-federale overheden omdat zij verband houdt met de strafvervolging, die met uitzondering van de bevoegdheden die artikel 11 en 11bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 aan de Gemeenschappen en de Gewesten hebben toegekend, een federale bevoegdheid blijft. In bovenvermelde wet worden met “sanctioneerbare feiten” de strafrechtelijk beteugelde feiten bedoeld, evenals de feiten die onderworpen zijn aan een administratieve sanctie met inbegrip van de disciplinaire maatregelen. Onder deze uitzonderingsgrond kunnen bijvoorbeeld ook de documenten vallen die nog niet gelinkt zijn aan een lopend gerechtelijk onderzoek, maar waarvan de openbaarmaking het onderzoek eventueel kan schaden (Parl.St. Kamer 2005-2006, nr. 51, 2511/001, 36). Uit deze bepalingen volgt dat de aanvraag wordt afgewezen als het publiek belang van de openbaarmaking niet opweegt tegen de bescherming van het belang van de opsporing of vervolg van strafbare of sanctioneerbare feiten. De beroepsinstantie wenst hierbij te benadrukken dat bij voormelde belangenafweging geen rekening dient te worden gehouden met de individuele belangen. Zoals reeds
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/028
pagina 4 van 5
vermeld mocht de beroepsinstantie bij mailbericht van 31 januari 2022 van het Agentschap voor Natuur en Bos vernemen dat “Dit dossier zit op het parket met status “in onderzoek”. Zolang er sprake is van een onderzoek door het Parket, wat in casu het geval is, kan de openbaarmaking van de gevraagde documenten niet toegestaan worden. De neutraliteit en objectiviteit van het onderzoek moet gevrijwaard worden zonder daarbij een lopend onderzoek door het Parket te beïnvloeden. Zolang het strafonderzoek nog lopende is, zou het vroegtijdig onthullen van het gevraagde kunnen verhinderen dat mogelijke nuttige onderzoekdaden in een geruststellende en serene sfeer zouden kunnen plaatsvinden. Een publiek belang inzake de openbaarmaking is niet voorhanden, zodat de afweging van beide belangen bijgevolg in casu resulteert in het primerende belang van de uitzonderingsgrond vermeld in bovenvermelde bepalingen. Bijgevolg is het beroepschrift, gelet op de voorgaande overwegingen, ongegrond. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 24 januari 2022 tegen de weigeringsbeslissing d.d. 24 januari 2022 vanwege het Agentschap voor Natuur en Bos wordt als ontvankelijk en ongegrond beschouwd. Brussel, 16 februari 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/028
pagina 5 van 5