Skip to main content

dossier 2021-378.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/378

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/378

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 16 september 2021 diende xxx (verder: verzoeker) een verzoek in bij de gemeente Zele om hem mee te delen: - of de twee katten die in de week van 11/7/2021 bij xxx werden aangeboden voor behandeling wel degelijk door een vrijwilliger zijn uitgezet/teruggezet, dan wel of ze terug aan de melder van zwerfkatten zijn overhandigd; - wie de melder van de zwerfkatten in het kwestieuze geval was. De gemeente Zele heeft nagelaten om binnen de decretaal voorgeschreven termijn een beslissing te nemen aangaande voormeld openbaarheidsverzoek. Op 7 oktober 2021 diende verzoeker bij de beroepsinstantie beroep in tegen het uitblijven van een antwoord van de gemeente Zele. Het beroepschrift werd bij de beroepsinstantie geregistreerd op 7 oktober 2021. Ontvankelijkheid van het beroep Op 16 september 2021 werd het oorspronkelijke verzoekschrift ingediend. Op 7 oktober 2021 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur, tegen het uitblijven van een antwoord van de gemeente Zele.

www.vlaanderen.be


Aangezien de gemeente Zele niet tijdig gereageerd heeft op het oorspronkelijke openbaarheidsverzoek, heeft de termijn om beroep in te dienen conform artikel II.48 van het Bestuursdecreet geen aanvang genomen. Het beroepschrift van verzoeker d.d. 7 oktober 2021 is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk.. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Ontstentenis van beslissing

Het beroepschrift van 7 oktober 2021 is gericht tegen het uitblijven van een antwoord van de gemeente Zele op de oorspronkelijke vraag d.d. 16 september 2021 om verzoeker mee te delen wie de melder was van de zwerfkatten die in de week van 11/7/2021 bij xxx werden aangeboden voor behandeling, en wat er nadien mee gebeurde.

2. Inhoud van het beroepschrift Via het indienen van het beroepschrift wenst verzoeker alsnog de gevraagde informatie te verkrijgen.

3. Standpunt van de beroepsinstantie De beroepsinstantie heeft contact opgenomen met de gemeente Zele om meer informatie en duiding te krijgen betreffende dit beroepsdossier. De gemeente Zele heeft op 12 oktober 2021 een mail gestuurd aan verzoeker, waarbij hem gemeld werd dat de zwerfkatten daags na de behandeling bij de dierenarts door de vrijwilliger overhandigd werden aan één van de bewoners van de woning waar de zwerfkatten gevangen werden, adres xxx. De beroepsinstantie werd bij die mail in cc geplaatst. Daaruit kan de beroepsinstantie opmaken dat de eerste vraag van verzoeker alsnog behandeld werd, zodat het beroep thans zonder voorwerp is geworden. Wat betreft de vraag naar de melder van deze zwerfkatten, heeft de beroepsinstantie kunnen vaststellen dat deze informatie vervat zit in een excel-bestand ‘LijstZwerfkatten’ waarin alle informatie m.b.t. het zwerfkattenproject van de gemeente staat. De naam van de melder is echter een persoonsgegeven dat in principe niet openbaar kan gemaakt worden in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Voormelde decreetbepaling bevat de verplichting om, behoudens toestemming van de betrokkene, een aanvraag af te wijzen als de openbaarmaking afbreuk doet aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Deze bepaling laat niet toe dat gegevens worden verstrekt die de identificatie van derden mogelijk maken, in de mate dat daarmee afbreuk zou worden gedaan aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Hoewel het hier om een absolute uitzonderingsgrond gaat waardoor er geen belangenafweging moet plaatsvinden tussen het door de uitzonderingsgrond beschermde belang met het belang van de

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/378

pagina 2 van 3


openbaarheid, vertoont de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet voorziene uitzonderingsgrond niettemin een relatief aspect. De decreetgever was weliswaar van oordeel dat er geen afweging vereist is met het openbaar belang dat met de openbaarheid is gediend, maar wijst er desondanks op dat telkens en in concreto geoordeeld moet worden of er al dan niet een inbreuk is gepleegd op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (Vlaams Parlement, Parl. St. 2017-2018, nr. 1656/1, blz. 58). Artikel 22 van de Grondwet waarborgt uitdrukkelijk het recht op eerbiediging van het privéleven, net zoals artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dit doet. De bedoeling en het fundamentele uitgangspunt van de in artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet bedoelde uitzonderingsgrond bestaat er precies in om het aan iedereen toegekende grondwettelijke recht op de eerbiediging van zijn privéleven te beschermen. De beroepsinstantie merkt op dat bij het onderzoek naar de uitzonderingsgrond met betrekking tot de persoonlijke levenssfeer moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van informatie in een bestuursdocument die op de persoonlijke levenssfeer betrekking heeft. In casu stelt de beroepsinstantie vast dat de gevraagde informatie precies de persoonsgegevens (naam, voornaam) van een natuurlijke persoon betreft. Dergelijke naamgegevens behoren tot de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene. Het vrijgeven van deze informatie zou bijgevolg een inbreuk uitmaken op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die persoon. De beroepsinstantie is bijgevolg van oordeel dat het meedelen aan verzoeker van wie de bewuste zwerfkatten gemeld heeft, afbreuk doet aan het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene en dat deze gegevens dan ook in principe moeten worden afgeschermd in toepassing van artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet. Artikel II.34, 2° van het Bestuursdecreet laat echter wel de mogelijkheid dat dergelijke gegevens toch openbaar worden gemaakt, mits toestemming van de betrokken perso(o)n(en). Gelet op het feit dat de beroepsinstantie niet over de contactgegevens van deze persoon beschikt, heeft ze hiervan afgezien. Voor wat betreft de tweede vraag van verzoeker, moet het beroepschrift bijgevolg als ongegrond worden beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 7 oktober 2021, gericht tegen het uitblijven van een beslissing van de gemeente Zele omtrent zijn oorspronkelijk verzoek van 16 september 2021 wordt als ontvankelijk doch deels zonder voorwerp, deels ongegrond beschouwd. Brussel, 15 oktober 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno Asscherickx Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/378

pagina 3 van 3


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
dossier 2021-378.pdf by Vlaanderen-be - Issuu