Onderzoeksrapport Gingelom, Montenakenstraat 14 Eindverslag van een archeologisch onderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstelling
Agentschap Onroerend Erfgoed
COLOFON TITEL Gingelom, Montenakenstraat, 14. Eindverslag van een archeologisch onderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstelling. REEKS Onderzoeksrapporten agentschap Onroerend Erfgoed nr. 209 AUTEURS Marleen Martens, Geert Vynckier, Peter Van den Hove, Marnix Pieters, Giel Verbeelen & Johan Van Laecke. JAAR VAN UITGAVE 2021 Een uitgave van agentschap Onroerend Erfgoed Wetenschappelijke instelling van de Vlaamse Overheid, Beleidsdomein Omgeving Published by the Flanders Heritage Agency Scientific Institution of the Flemish Government, policy area Environment VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Gonda Callaert OMSLAGILLUSTRATIE Detail van enkele van de aangetroffen munten van de ‘muntschat’. Copyright Onroerend Erfgoed, foto: Leentje Linders agentschap Onroerend Erfgoed Havenlaan 88 bus 5 1000 Brussel T +32 2 553 16 50 info@onroerenderfgoed.be www.onroerenderfgoed.be Dit werk is beschikbaar onder de Modellicentie Gratis Hergebruik v1.0. This work is licensed under the Free Open Data Licence v.1.0. Dit werk is beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationaal-licentie. Bezoek http://creativecommons.org/licenses/by/4.0/ om een kopie te zien van de licentie. This work is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License. To view a copy of this license, visit http://creativecommons.org/licenses/by/4.0/. ISSN 1371-4678 D/2021/3241/398 ///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////// pagina 2 van 29
Gingelom, Montenakenstraat 14
2021
//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
GINGELOM, MONTENAKENSTRAAT 14 Eindverslag van een archeologisch onderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstelling //////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////
MARLEEN MARTENS, GEERT VYNCKIER, PETER VAN DEN HOVE, MARNIX PIETERS, GIEL VERBEELEN & JOHAN VAN LAECKE
INHOUD 1
ADMINISTRATIEVE GEGEVENS VAN HET PROJECT ...................................................... 5
2
INLEIDING .................................................................................................................... 7
3
BESCHRIJVING VAN HET UITGEVOERDE ONDERZOEK ................................................. 9
3.1
DE ONDERZOEKSOPDRACHT .................................................................................................... 9
3.1.1
ALGEMENE BEPALINGEN ................................................................................................................................ 9
3.1.2
DE VRAAGSTELLING MET BETREKKING TOT HET ONDERZOCHTE GEBIED ....................................................................9
3.2
WERKWIJZE EN OPGRAVINGSSTRATEGIE ................................................................................ 9
4
BESCHRIJVING VAN DE RESULTATEN 14 .................................................................... 13
4.1
BESCHRIJVING VAN HET ONDERZOCHTE GEBIED .................................................................. 13
4.2
HISTORISCHE EN ARCHEOLOGISCHE VOORKENNIS ............................................................... 16
4.3
BESCHRIJVING VAN DE SITE ................................................................................................... 19
4.3.1
BESCHRIJVING VAN SITE VOOR HET OPGRAVEN .................................................................................................19
4.3.2
STRATIGRAFISCHE OPBOUW VAN DE SITE ........................................................................................................20
4.3.3
BESCHRIJVING VAN DE KUIL ..........................................................................................................................21
4.4
INSCHATTING VAN AARD EN HOEVEELHEID VONDSTEN ....................................................... 22
4.4.1
KARAKTERISATIE VAN DE MUNTEN AAN DE HAND VAN EEN STEEKPROEF ................................................................22
4.4.2
VERGELIJKING MUNTEN OVERGEDRAGEN AAN DEPOT EN MUNTEN TERREINONDERZOEK ............................................ 23
4.5
INTERPRETATIE ARCHEOLOGISCHE SITE ................................................................................ 24
4.6
INSCHATTING BEWARINGSTOESTAND VONDSTEN................................................................ 24
5
BESCHRIJVING VERDERE AANPAK ............................................................................. 25
6
BEWARING EN DEPONERING ARCHEOLOGISCH ENSEMBLE ...................................... 25
7
BIBLIOGRAFIE ............................................................................................................ 25
8
BIJLAGEN ................................................................................................................... 26
8.1
LIJST TERREINFOTO’S ............................................................................................................. 26
pagina 4 van 29
Gingelom, Montenakenstraat 14
2021
1 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS VAN HET PROJECT (Gingelom, Montenakenstraat 14) Projectcode
2019K57
Naam en erkenningsnummer erkende archeoloog Agentschap Onroerend Erfgoed (OE) OE/ERK/Archeoloog/2015/00001 Veldwerkleider
Marleen Martens
Locatiegegevens van het onderzochte gebied Provincie Gemeente Deelgemeente Adres Toponiem Bounding box in Lambertcoördinaten (EPSG:31370)
Limburg Gingelom Montenaken Montenakenstraat 14 Punt 1 x: 178044.06 - y: 181533.79 Punt 2 x: 178093.00 - y: 181581.80
Kadastrale informatie
Afdeling 9, Sectie A 0239 00 A 00
Melding CAI Datum vondst Datum melding Toelating
17 en 18 oktober 2019 18 oktober 2019 htpps://id.erfgoed.net/archeologie/toelatingen_
opgravingen/324) Begin- en einddatum veldwerk
5 november 2019
Oppervlakte van het onderzoeksgebied
3106 m²
2021
Gingelom, Montenakenstraat 14
pagina 5 van 29
Terreinwerk
Marleen Martens (archeoloog) Geert Vynckier (archeoloog) Marnix Pieters (archeoloog-bodemkundige) Peter Van den Hove (archeoloogmetaaldetectorist) Johan Van Laecke (landmeter-expert) Jurgen Staf (veldtechnicus) Rudy Roosen (veldtechnicus)
Opmetingen en aanmaak kaartmateriaal
Johan Van Laecke
Tekenwerk en plannen
Johan Van Laecke
Fotografie terrein en vondsten
Geert Vynckier Kris Vandevorst Leentje Linders
Rapportage
Marleen Martens
Lay-out
Sylvia Mazereel
pagina 6 van 29
Gingelom, Montenakenstraat 14
2021
2 INLEIDING Op vrijdag 18/10/2019 meldde Dhr. Patrice Taber-Seer de vondst van munten op zijn eigendom (fig. 1 & 2) in Gingelom via het mailadres van de CAI (Centrale Archeologische Inventaris). In zijn mail schreef hij ook dat hij de munten met de metaaldetector had aangetroffen op donderdag 17/10/2019 en op vrijdag 18/10/2019 op zoek naar metalen voorwerpen die hij van zijn terrein wenste te verwijderen. Hij legde verder uit dat hij in de loop van september via mail aan het agentschap gevraagd had of hij de talrijke metalen voorwerpen van zijn terrein mocht verwijderen met de detector ten einde zijn terrein te saneren van metalen. Hij voegt een foto toe met een handvol munten. Eén van de munten is duidelijk herkenbaar als een Antoninianus1. Op dinsdag 22/10/2019 krijgt Marleen Martens opdracht contact op te nemen met Dhr. Traber-Seer en het terrein te bezoeken. Dit terreinbezoek van Marleen Martens, samen met Michel Mulleners, gaat door op woensdag 23/10/2019. De heer TraberSeer en zijn zoon tonen in de weide de plaats waar de sporen van een gegraven kuil bedekt met graszoden te zien is. Daarna overhandigt Dhr. Traber-Seer twee grote emmers met grote hoeveelheden munten aan Marleen Martens. Er wordt mondeling overeengekomen dat het agentschap de omgeving van de kuil en de kuil zelf mag onderzoeken in de loop van volgende weken. Op donderdag 24/10/2019 stuurt Marleen Martens via mail foto’s van het terreinbezoek naar de heer Traber-Seer met de vraag enkele foto’s van de munten bij de ontdekking te bezorgen en naar wat de heer Traber-Seer na het onderzoek met de munten wenst te doen. Hij antwoordt hierop: “ Je n'ai pas de photos des monnaies dans le sol et je le regrette, j'aurais dû en faire pour garder un souvenir. Si les monnaies intéressent par exemple un musée en Belgique, je pense que ça serait bien qu'elles puissent être exposées au public. Je serais donc d'accord pour que l'on me fasse une proposition pour l'acquisition du trésor.” Kortom is zijn antwoord in de mail van 24/10/2019 dat er geen foto’s zijn van het blootleggen en verzamelen van de munten en dat hij akkoord is dat een Belgisch museum hem een bod mag doen om de munten te verwerven . Het agentschap besluit een archeologisch onderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstelling uit te voeren op het terrein om de context van deze vondsten te bepalen. In een bijkomende mail op 24/10 stuurt Marleen Martens een overeenkomst waarin toelating gevraagd wordt om de omgeving van de kuil te onderzoeken in de week van 4-8 november en de munten in bewaring te houden in het depot tot de oplevering van het eindverslag van het onderzoek. Nog dezelfde dag ondertekent Mr. Traber-Seer deze overeenkomst en stuurt ze ingescand terug. Op dinsdag 5 november gaat een onderzoeksteam van het agentschap bestaande uit Marleen Martens (archeologe), Geert Vynckier (archeoloog), Marnix Pieters (archeoloog-bodemkundige) Peter Van den Hove (archeoloog-metaaldetectorist), Johan Van Laecke (landmeter-expert), Jurgen Staf (veldtechnicus) en Rudy Roosen (veldtechnicus) het terrein en het kuiltje waar de munten werden aangetroffen onderzoeken en opgraven.
1 De antoninianus is een munt die in gebruik was tijdens het Romeinse Rijk en had een waarde van 2 denarii. De munt was oorspronkelijk van zilver, maar werd gaandeweg gedevalueerd tot brons. De munt werd geïntroduceerd door keizer Caracalla in 215 als zilverstuk dat nominaal twee maal zo veel waard was als de denarius. Hij was iets groter en portretteerde de keizer met een zogenaamde stralenkroon. Deze kroon fungeerde al enkele eeuwen als teken van dubbele waarde. (https://nl.wikipedia.org/wiki/Antoninianus)
2021
Gingelom, Montenakenstraat 14
pagina 7 van 29
Fig. 1: Het onderzochte gebied geprojecteerd op het GRB. (©AGIV)
Fig. 2: Het onderzochte gebied geprojecteerd op de topografische kaart. (©AGIV)
pagina 8 van 29
Gingelom, Montenakenstraat 14
2021
3 BESCHRIJVING VAN HET UITGEVOERDE ONDERZOEK 3.1 DE ONDERZOEKSOPDRACHT 3.1.1 Algemene bepalingen Zoals voorgeschreven in de Code van Goede Praktijk voor de uitvoering van en rapportering over archeologisch vooronderzoek en archeologische opgravingen en het gebruik van metaaldetectoren (versie 2.0) wil dit archeologierapport, in afwachting van een latere volledige verslaggeving (eindverslag) aantonen dat het voorziene veldwerk volledig werd afgerond, een eerste inzicht bieden in de resultaten van het archeologisch onderzoek, duidelijk maken hoe de verdere verwerking tot deze latere volledige verslaggeving zal verlopen.
3.1.2 De vraagstelling met betrekking tot het onderzochte gebied De toelating beoogt het onderzoek, de registratie en documentatie van de archeologische context van de muntschat. Zijn er sporen van een Romeinse kuil aanwezig? Is er bodemvorming die wijst op een kuil uit de Romeinse periode? Zijn er nog archeologische vondsten in situ? Bevinden deze zich in de vaste of geroerde grond? Zijn er in de omgeving van de muntschat nog metalen vondsten aanwezig? In welke bodemhorizont is de recente kuil gegraven?
3.2 WERKWIJZE EN OPGRAVINGSSTRATEGIE De uitvoering van dit onderzoek, de registratie en opgraving van de gemelde vondst, vond plaats volgens de bepalingen van het Onroerenderfgoeddecreet (2013) zoals beschreven in de Code van Goede Praktijk voor de uitvoering van en rapportering over archeologisch vooronderzoek en archeologische opgravingen en het gebruik van metaaldetectoren (versie 4.0). We maken de onmiddellijke omgeving rond de recent gemaakte kuil vrij van planten (fig. 3, 4, 5 & 6). Vervolgens wordt deze zone onderzocht met de metaaldetector. Dan leggen we het vlak rond de gemaakte kuil in het vlak bloot (nog in de bouwvoor) om de grootte van de recente kuil exact te registreren. Vervolgens maken we een doorsnede van de gemaakte kuil om de diepte van de kuil t.o.v. de bouwvoor te bepalen en deze doorsnede exact te registreren. Vervolgens leggen we het vlak bloot net onder de bouwvoor om de gemaakte kuil in het vlak te registreren. Bij elke stap gaan we met de metaaldetector na of er nog vondsten te registreren zijn. Registratie van sporen en bemonstering voor natuurwetenschappelijke e.a. doeleinden gebeurt volgens de normen van de Code Goede Praktijk. Alle aanwezige- en zichtbare sporen werden manueel met een truweel opgeschoond, gefotografeerd (Body: Nikon D-50 met een Nikkor lens DX 18-55mm, 3.5 – 5.6) en digitaal en gegeorefereerd opgemeten. Het digitaal inmeten gebeurde met een Robotic Total Station (RTS) en GPS-RTK toestel in Lambert 72. De hoogtes werden geregistreerd in TAW (Tweede Algemene Waterpassing), met minimum GPS nauwkeurigheid. Het spoor werd geregistreerd en beschreven. Er is een onderscheid gemaakt tussen vondst- en staal inventarisnummers. Deze werden beschreven. De gemaakte doorsnede van het aanwezige spoor werd eveneens gefotografeerd en via 3D-opname in detail geregistreerd. De werken werden uitgevoerd door een ploeg van het agentschap Onroerend Erfgoed bestaande uit Marleen Martens, Geert Vynckier, Peter Van den Hove, Marnix Pieters en de technische medewerkers, Jurgen Staf en Rudy Roosen. Het digitale inmeten van het spoor en de 3D-opname gebeurde door landmeter-expert Johan Van Laecke. Marnix Pieters adviseerde over de aardkundige opbouw van het terrein. De blootgelegde kuil en de omgeving werden door Peter Van den Hove met een metaaldetector onderzocht. Foto’s van het terrein, de omgeving en de kuil werden genomen door Geert Vynckier. De foto’s in het hoofdstuk 4.1.1 werden gemaakt door Leentje Linders. 2021
Gingelom, Montenakenstraat 14
pagina 9 van 29
De munten zullen globaal gescreend worden door Giel Verbeelen, erfgoedconsulent en specialist Romeinse munten bij het agentschap Onroerend Erfgoed. Fig. 3: Zicht op de toegang tot de weide vanuit de Montenakenstraat (© agentschap Onroerend Erfgoed).
Fig. 4: Zicht op de weide vanuit de Montenakenstraat (© agentschap Onroerend Erfgoed).
pagina 10 van 29
Gingelom, Montenakenstraat 14
2021
Fig. 5: Zicht op de beekvallei ter hoogte van de kuil (© agentschap Onroerend Erfgoed).
Fig. 6: Kuil bedekt met graszoden zoals we ze aantroffen (© agentschap Onroerend Erfgoed).
2021
Gingelom, Montenakenstraat 14
pagina 11 van 29
Fig. 7: De eerste munten in de recente heropvulling van de door Dhr. TraberSeer gegraven kuil onder de graszoden (© agentschap Onroerend Erfgoed).
pagina 12 van 29
Gingelom, Montenakenstraat 14
2021
4 BESCHRIJVING VAN DE RESULTATEN 14 4.1 BESCHRIJVING VAN HET ONDERZOCHTE GEBIED Het terrein van 31a en 6ca is sinds 04/09/2017 eigendom van Dhr. Traber-Seer. Het is kadastraal gekend als 71040 GINGELOM 9 AFD/MONTENAKEN/A 0239 00 A 000 en situeert zicht op ca. 1 km ten noorden van de dorpskern van Montenaken, deelgemeente van Gingelom (Prov. Limburg) in het oosten van de provincie Limburg. De Montenakenstraat begrenst het perceel in het oosten. Ten noorden en ten zuiden grenzen meerdere weides aan het onderzoeksgebied en in het westen wordt het begrensd door de Boenebeek. Het perceel is momenteel weide (fig. 8). Op de topografische kaart (fig. 2) staat het perceel aangeduid als permanent hooiland, op het Gewestplan als landbouwgebied (fig. 9). Het perceel situeert zich in Droog-Haspengouw, in een gebied met een uitgesproken reliëf dat wordt bepaald door topografisch hoger gelegen plateaus die sterk ingesneden zijn (fig. 10). Het landschap kent weinig actieve rivieren, maar wel een netwerk van droge dalen die ZZO naar NNW georiënteerd zijn2. Het perceel ligt op de westelijke flank van een hoger gelegen leemplateau dat in westen door de Boenebeek wordt ingesneden. Het onderzoeksterrein daalt sterk in westelijke richting naar de vallei van de Boenebeek. Tijdens het laat-krijt bedekken continentale en kustnabije mariene zanden en kleien en later dikke pakketten krijt het gebied. Deze sedimentatie ging verder tijdens het tertiair. Op de tertiairgeologische kaart staan deze afzettingen op de plaats van het onderzoeksgebied ingetekend als de Formatie van Sint-Huibrechts-Hern. Deze formatie is het mariene gedeelte van de Groep van Tongeren en bestaat uit het Lid van Neerrepen en het Lid van Grimmertingen. Het Lid van Neerrepen betreft een los fijn, groenig zand met veel glimmers en is vaak gelamineerd3. Tijdens de laatste ijstijd (Weichsel- of Würm-ijstijd, 116.000 tot 11.500 jaar geleden) vervoerden krachtige winden zand- en leemdeeltjes vanuit de schaars begroeide toendravlakten in het noordnoordwesten naar onze streken. In het zuiden van Nederland en het noorden van Vlaanderen (Kempen) werden zwaardere zanddeeltjes afgezet (cfr. dekzand). Verder zuidwaarts werden de lichtere deeltjes afgezet, eerst zandleem en vervolgens de kleinste leemdeeltjes (met een korrelgrootte van 0,03 mm). Zo werd Midden-België met een leemmantel bedekt. Gebaseerd op de atmosferische vochtigheid kan men twee afzettingsperioden onderscheiden: het Hesbayaan en het Brabantiaan4. Tijdens het Hesbayaan, een koude, zeer vochtige periode met veel neerslag, werd het afgezette leempakket t.g.v. neerslag door smeltwaters herwerkt, zodat men over niveo-eolisch leem spreekt. Meestal kreeg men hierdoor uit deze eerste periode van de Weichsel-ijstijd een afwisselende afzetting van leem en zand. Immers werd het zand reeds bij een groot debiet van de smeltwaters afgezet terwijl het leem pas bij een klein debiet werd afgezet, dus in de zomer. Deze afwisseling van zand en leem noemt men Haspengouw Leem5. Het Brabantiaan was als tweede periode uit de Weichsel-ijstijd ook een koude, maar een veel drogere periode met weinig of geen neerslag. Hierdoor bleef de leem of het leempakket ter plaatse liggen en vormde zo een hangende leemmassa, namelijk Brabant Leem. Deze leem werd tijdens het Holoceen gedeeltelijk ontkalkt. Hierdoor omvat de Brabant Leem een ontkalkt gedeelte en een onderliggend kalkrijk gedeelte. Tussen beide perioden was er een verdroging van het klimaat wat op terrein te zien is door de vele gebroken tertiaire keien (ten gevolge van vorstwerking). Door deze verdroging kon er zich een bodem vormen, namelijk de Kesseltbodem. Getuige van deze verdroging zijn tevens de gebroken (t.g.v. vorstwerking) tertiaire keitjes aan de basis van het Brabantiaan. Goossens 2007. De Geyter 2001, 10, 22. 4 Goossens 2007, 22. 5 Idem. 2 3
2021
Gingelom, Montenakenstraat 14
pagina 13 van 29
Het Holoceen wordt gekenmerkt door een opwarming van het klimaat. Deze klimaatsverbetering had belangrijke gevolgen: het afsmelten van de enorme ijsmassa’s, verhoging van het zeeniveau, verhoging van de erosiebasis zodat de rivieren hun profiel moesten ophogen. Anderzijds verdween de permanent bevroren ondergrond, zodat een deel van de neerslag in de grond kon insijpelen en bronnen vormen langs de valleiwanden. Hierbij had dan een nieuwe actieve bronerosie plaats. Door het toenmalige klimaat werd ook de toendra vervangen door een bosvegetatie. Dit had allemaal een weerslag op de holocene morfologie enerzijds door sedimentatie van het alluvium (opvulling der dalen) en anderzijds door erosie onder de vorm van ravinatie6. Volgens de quartairprofieltypekaart worden de tertiaire afzettingen in het projectgebied afgedekt door een dun pakket Haspengouw Leem (ca. 1 m) met daarboven een dik (3 à 4 m) pakket Brabant Leem7. Op de bodemkaart staat het onderzoeksbebied aangegeven als een droge leembodem waarin zich een textuur B-horizont heeft gevormd (Fig. 11). Aba-gronden verzamelen goed gedraineerde leembodems met een met klei aangerijkte B-horizont. Een Aba-bodem is het voornaamste bodemtype op de plateaus en de zachte hellingen. Het onderzoeksterrein staat op de potentiële bodemerosiekaart niet gekarteerd. Fig. 8: Het onderzochte gebied geprojecteerd op een orthofoto (©AGIV).
6 7
Goossens 2007, 25-26. Van de Staey en Wesemael 2019: 14, afb. 9.
pagina 14 van 29
Gingelom, Montenakenstraat 14
2021
Fig. 9: Het onderzochte gebied geprojecteerd op het Gewestplan (©AGIV).
Fig. 10: Het onderzochte gebied geprojecteerd op het DHM (©AGIV).
2021
Gingelom, Montenakenstraat 14
pagina 15 van 29
Fig. 11: Het onderzochte gebied geprojecteerd op de bodemkaart (©AGIV).
4.2 HISTORISCHE EN ARCHEOLOGISCHE VOORKENNIS Montenaken wordt in 1139 voor het eerst vermeld als Montyneis (Gallo-Romeins Montiniacum, toebehorend aan Montinius). Het gaat om een Loons allodium met belangrijke burcht op de zuidgrens van het graafschap Loon. De vrijheerlijkheid Montenaken bestond uit Montenaken, Klein-Vorsen, Bosschellen, Nerem, WalsWezeren en Walsbets. Montenaken was ook de hoofdplaats van een gelijknamig kwartier van zesendertig gemeenten, door een drossaard voorgezeten. Het was een parochie van het bisdom Luik, aartsdiaconie Haspengouw en dekenij van Sint-Truiden. Het tiendrecht werd in 1214 en het begevingsrecht in 1260 door de graaf van Loon verkocht aan de abdij Val-Notre-Dame te Hoei. De landbouwgemeente heeft een gaaf bewaard kerndorp gelegen op een hoogte die eertijds beheerst werd door één van de oudste burchten van Loon. Deze was gelegen op een omgrachte heuvel en werd in 1465 volledig verwoest door graaf van Nassau met zijn Bourgondische troepen. De burchttombe met de fundamenten van drie torens werd volledig genivelleerd in 18228. Binnen een straal van 400 m van het projectgebied zijn geen archeologische vindplaatsen geregistreerd in de CAI. Het kortste bij het onderzoeksgebied, op ca. 500m ten westen ervan, werd op CAI locatie 216378 een vroegmiddeleeuwse schijffibula uit de 9de eeuw aangetroffen. In het centrum van Montenaken, op ca. 1000m ten zuiden van het onderzoeksgebied bevond zicht een Romeinse tumulus (CAI locatie 700019). Het heuvellichaam werd in 1848 genivelleerd en de grafkamer in 1863 opgegraven. Aan de Montenakenstraat, op ca. 200m ten noorden van het onderzoeksgebied, bevindt zich een projectzone waarvoor in 2019 een archeologienota werd opgemaakt9. Het gaat om een bureauonderzoek waarin, gezien het landschappelijk potentieel, verder onderzoek wordt aanbevolen. Uit het onderzoek van de historische kaarten blijkt dat onderzoeksgebied na de jaren 1770 grotendeels onbebouwd is gebleven. Op de Villaretkaart (1745-1748) is het onderzoeksgebied gemarkeerd als bos (fig. 12). Op de kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden, opgemaakt door Graaf de Ferraris (1771-1778), zijn er aangeplante bomen te zien (fig. 13). De atlas van de buurtwegen (ca. 1840) toont 8 9
https://id.erfgoed.net/themas/13861 Van de Staaey & Wesemael 2019; https://id.erfgoed.net/archeologie/archeologienotas/11208.
pagina 16 van 29
Gingelom, Montenakenstraat 14
2021
geen bewoning (fig. 14). Ook de Vandermaelenkaart (1846-1854) geeft aan dat er zich in het midden van de 19de eeuw geen bewoning bevond op het terrein. Deze kaarten geven geen info over het bodemgebruik. Op een luchtfoto uit 1971 is te zien dat het terrein beplant was met bomen, mogelijk fruitbomen (fig. 15). Samenvattend kan gesteld worden dat het gebied vanaf het einde van de 18de eeuw regelmatig gebruikt werd voor de aanplanting van bomen en in de laatste decennia wellicht als gras -en hooiland werd gebruikt (fig. 16). Fig. 12: Het onderzochte gebied geprojecteerd op de Villaretkaart (©AGIV).
Fig. 13: Het onderzochte gebied geprojecteerd op de Ferrariskaart (©AGIV).
2021
Gingelom, Montenakenstraat 14
pagina 17 van 29
Fig. 14: Het onderzochte gebied geprojecteerd op de Atlas der buurtwegen (©AGIV).
Fig. 15: Het onderzochte gebied geprojecteerd op de kaart van Vandermaelen (©AGIV).
pagina 18 van 29
Gingelom, Montenakenstraat 14
2021
Fig. 16: Het onderzochte gebied geprojecteerd op een luchtfoto van 1971 (©AGIV).
4.3 BESCHRIJVING VAN DE SITE 4.3.1 Beschrijving van site voor het opgraven Het onderzoeksgebied met de gegraven kuil bevond zich op een onbebouwd terrein aan de Montenakenstraat te Gingelom. Het terrein was vóór het opgraven begroeid met weidegras en onkruid (fig. 17). Op de plaats waar de kuil gegraven was werden de zoden door de vinder verwijderd en later terug gelegd. Fig. 17: Toestand van het terrein op de eerste opgravingsdag 05/11/2019 (© agentschap Onroerend Erfgoed).
2021
Gingelom, Montenakenstraat 14
pagina 19 van 29
4.3.2 Stratigrafische opbouw van de site De bovenste donkergrijze laag kan geïnterpreteerd worden als een met organisch materiaal aangerijkte bouwvoor van ca. 30 cm dikte (Ap) (fig. 18 & 19). Hieronder bevindt zich geelbruin lemig materiaal waarin minstens 10% silexkeien aanwezig zijn die geen sporen van capping vertonen. Deze keien hebben dus geen intense vries-dooi cycli ondergaan. De ondergrens van de bouwvoor is zeer scherp en vertoont V-vormige verdiepingen10 die naar spitsporen verwijzen (fig. 19). De bovenste 5 tot 7 cm van de Ap-horizont bevat duidelijk meer organisch materiaal alsook heel veel nog levende wortels van grassen. Dit bovenste gedeelte van de Ap-horizont verwijst naar de meest recente fase van grondgebruik van dit perceel als grasland. De Ap-horizont bevat ook een aantal baksteenfragmentjes (er zijn er een vijftal waargenomen over de breedte van het opgeschoonde profiel) en sporadisch ook wat houtskool. De ingezamelde baksteenfragmentjes hebben afmetingen van ca. 5 cm op 3 cm. Fig. 18: doorsnede van de kuil aangelegd in de bouwvoor (Ap); noordelijk profiel (© agentschap Onroerend Erfgoed).
Fig. 19: doorsnede van de kuil aangelegd in de bouwvoor (Ap) met op de voorgrond de uitgegraven kuil en op de achtergrond het zuidelijk profiel van de doorsnede (© agentschap Onroerend Erfgoed).
10
Goed te zien op fig. 19.
pagina 20 van 29
Gingelom, Montenakenstraat 14
2021
4.3.3 Beschrijving van de kuil Bij het heruitgraven van de kuil die Dhr. Traber-Seer had uitgegraven en daarna weer had gedempt kwamen in de losse grond van de opvulling van de kuil, vermengd met droog gras talrijke munten voor (fig. 20). Ook op de bodem van de kuil lagen in de losse grond talrijke munten vermengd met droog gras (fig. 21). De kuil gegraven door Dhr. Traber-Seer heeft een ovale vorm van ca. 75 cm in de lengte en ca. 55 cm in de breedte (fig. 21). Op de doorsnede van de kuil gegraven door Traber-Seer is te zien dat deze uitgegraven werd in de bouwvoor tot op een diepte van 18 cm (fig. 21). De gegraven kuil heeft een komvormige doorsnede. Onder de bodem van de kuil loopt de bouwvoor nog ca. 11 cm dieper. In de bouwvoor onder de kuil is duidelijk een stukje baksteen te zien uit de post-middeleeuwse periode (fig. 22). Daaronder bevindt zich de bovenvermelde leem vermengd met silexkeien. In de leem werden geen baksteenfragmenten of houtskoolspikkels vastgesteld. Fig. 20: Munten in de losse grond, gemengd met droog gras van de oppervlakte
Fig. 21: De kuil gegraven door Dhr.Taber-Seer met munten tussen de losse grond (© agentschap Onroerend Erfgoed).
2021
Gingelom, Montenakenstraat 14
pagina 21 van 29
Fig. 22: Doorsnede van de kuil (© agentschap Onroerend Erfgoed).
4.4 INSCHATTING VAN AARD EN HOEVEELHEID VONDSTEN Er werden 2 vondstnummers toegekend. Vondstnummer 1 hoort bij de aangetroffen Romeinse munten. Vondstnummer 2 werd toegekend aan de stukjes baksteen die we uit de bouwvoor in het profiel verzamelden. We namen 2 bodemmonsters. Van de bouwvoor in de doorsnede namen we een staal van 10 l, gelabeld met monsternummer 1. De vaste grond onder de bouwvoor werd bemonsterd in een emmer van 10 l en kreeg monsternummer 2.
4.4.1 Karakterisatie van de munten aan de hand van een steekproef11 Een steekproef van 100 munten werd onderworpen aan een eerste oppervlakkig onderzoek met als doel tot een globale karakterisering en datering van de muntschat te komen. Hierbij werden in de eerste plaats de keizers geïdentificeerd (fig. 23). Voor de analyse en interpretatie zijn de munten ondergebracht in Reece-periodes 12 (238 – 260) 13 (260-275) of 14 (275 – 296). Dit zijn periodes die betekenisvol zijn in de analyse van muntcirculatie. Alle keizers evenals de tegenkeizers12 binnen het tijdsvak 260-296 zijn aanwezig. Imitaties van munten zijn niet aanwezig in de steekproef. Imitaties werden mogelijk gezien als kleingeld en niet als waardevol genoeg beschouwd om mee op te nemen in een schat. De munten zijn uitsluitend stralenkronen (antoniniani en aureliani). De antoninianus (dubbele denarius) werd aan het begin van de 3de eeuw geïntroduceerd door keizer Caracalla, maar door het lage zilvergehalte kende deze munt een overwaardering. Hierdoor werd ze geen succes. Een eerste kleine heropleving komt vanaf 238, onder Gordianus III (Reece periode 12). De echte bloeiperiode vond plaats rond 260, wanneer in Gallië extra muntateliers werden geopend (Reece periode 13). Hierdoor kende deze munt 8 jaar lang een stabiele periode en werd ze gedurende deze periode ook gespaard. Na 268 kende de munt, wellicht doordat ze zoveel gespaard werd, een devaluatie. Hierdoor was men genoodzaakt de munten geslagen vóór 268 uit circulatie te halen. In de daaropvolgende jaren werden vele antoniniani aangemunt, terwijl deze denominatie op het Italisch schiereiland een instorting kende. In 274 sloot Aurelianus het atelier in Trier. Hij opende een nieuw atelier in Lyon waar de aurelianus werd vervaardigd, de opvolger van de Antoninianus. Het 11 12
deze werden gedetermineerd en beschreven door collega Giel Verbeelen. Behalve Marius en Tetricus II, maar zij waren dan ook zeer kortstondig keizer.
pagina 22 van 29
Gingelom, Montenakenstraat 14
2021
zilvergehalte werd weer opgetrokken. In 294 hervormt Diocletianus opnieuw de munten door de invoering van de nummus.13 De samenstelling van de muntschat weerspiegelt het hierboven geschetste beeld. Het grootste aantal munten komt uit de periode 260-275 (Reece periode 12). Het grootste aantal kan aan Postumus (260269) toegewezen worden. Zoals hierboven aangegeven, zijn het enkel munten met keizers met stralenkronen. Vermoedelijk is men voor de muntschat beginnen te sparen tussen 260 en 268. Dit heeft men verdergezet tot aan de munthervorming van Diocletianus, die de nummus invoerde. Het is ook rond die periode, namelijk de overgang tussen de derde en vierde eeuw, dat de depositie van de schat wellicht gedateerd kan worden. Fig. 23: Aantal munten per periode en per keizer.
4.4.2 vergelijking munten overgedragen aan depot en munten terreinonderzoek De ingezamelde munten (fig. 24) werden overgedragen aan het depot voor verder onderzoek en registratie. Als we de munten gemeld op 17 en 18 oktober 2019 op foto vergelijken met de munten uit ons terreinonderzoek van 5 november 2019 (fig. 25) blijkt dat de gemelde munten volledig droog zijn. De grond rond de munten aangetroffen in de kuil tijden het terreinonderzoek is vochtig op het moment van de opname van de foto (8 november 2019). Fig. 24: Tijdens het terreinonderzoek ingezamelde munten gefotografeerd zoals ze werden overgebracht naar het depot (© agentschap Onroerend Erfgoed)
13
Verbeelen G., 2015, 49-50.
2021
Gingelom, Montenakenstraat 14
pagina 23 van 29
Fig. 25: De gemelde munten (links) met munten uit het archeologisch terreinonderzoek (rechts) (© agentschap Onroerend Erfgoed)
4.5 INTERPRETATIE ARCHEOLOGISCHE SITE De kuil gemaakt door Dhr. Traber-Seer, is uitgegraven in de aan de oppervlakte liggende bouwvoor die hoogstens enkele eeuwen oud is. De aanwezigheid van laat- of post-middeleeuwse fragmenten van bakstenen in de bouwvoor bewijst dat deze bovenste bodemlaag maximaal een aantal eeuwen oud is. Het is onmogelijk dat de kuil de originele locatie van de munten is en dat de dat de munten zich sinds de 3e eeuw n.C. op die plaats in de ondergrond bevinden. Een kuil uit de Romeinse periode moet volgens de gelaagdheid van het terrein onder de bouwvoor in de vaste grond uitgegraven zijn om nog een concentratie van munten te kunnen bevatten. De aanwezigheid van fragmenten van laat- of postmiddeleeuwse baksteen in de bouwvoor onder de kuil bewijst dat zelfs de bodem van de kuil de vaste grond niet raakte. Op basis van de stratigrafie van het terrein kan dus duidelijk en ontegensprekelijk worden aangetoond dat de kuil niet de originele locatie van de muntschat is.
4.6 INSCHATTING BEWARINGSTOESTAND VONDSTEN14 Bij het archeologisch onderzoek werden op enkele baksteenfragmenten na alleen munten in koperlegering met een zeker zilvergehalte aangetroffen. Archeologisch metaal is vooral gevoelig voor temperatuur, relatieve luchtvochtigheid (RV) en luchtverontreiniging. Idealiter worden koperlegeringen, zilver, loodlegeringen bewaard in een ruimte met een relatieve luchtvochtigheid van maximum 30% en een temperatuur van 16-18°C. Voor archeologisch ijzer wordt een max. RV van 15% aangeraden. Het belangrijkste is dat deze waarden zo constant mogelijk gehouden worden. Wanneer de vochtigheid te hoog wordt of de omgevingsfactoren gaan schommelen, is het mogelijk dat het voorwerp actief gaat corroderen. Daarom worden de artefacten verpakt in een luchtdichte container met silicagel. Silicagel is een droogmiddel met grote vochtopname. Hierdoor wordt de relatieve luchtvochtigheid onder 15% gehouden en blijft het constant.
14
Opgemaakt door Leentje Linders.
pagina 24 van 29
Gingelom, Montenakenstraat 14
2021
5 BESCHRIJVING VERDERE AANPAK Gezien de locatie van de vondst onmogelijk uit de 3de eeuw kan dateren is het zinloos om verdere vragen te stellen naar de archeologische of landschappelijke context van de munten op deze plaats.
6 BEWARING EN DEPONERING ARCHEOLOGISCH ENSEMBLE De gemelde munten en de vondsten en monsters van het terreinonderzoek worden voorlopig bewaard in het depot van het agentschap Onroerenderfgoed.
7 BIBLIOGRAFIE DE GEYTER G. 2001: Kaartblad 33: Sint-Truiden. Toelichting bij de geologische Kaart van België, Brussel. GOOSENS H. 2007: Toelichting bij de Quartairgeologische kaart, Kaartblad 33: Sint-Truiden, Leuven. VAN DE STAEY I. & E. WESEMAEL 2019: Archeologienota Gingelom, Montenakenstraat – Nieuwbouw van een aardappelloods met omgevingswerken, Tongeren. VERBEELEN G. 2015: De muntcirculatie in het Municipium Tungrorum. Van de eerste tot en met de derde eeuw na Christus, onuitgegeven masterthesis, Katholieke Universiteit, Leuven.
2021
Gingelom, Montenakenstraat 14
pagina 25 van 29
8 BIJLAGEN 8.1 LIJST TERREINFOTO’S Foto’s kunnen opgevraagd worden via https://www.onroerenderfgoed.be/nl/diensten/archief/.
1
2
4 3
5
6
7 8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
pagina 26 van 29
Gingelom, Montenakenstraat 14
2021
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
32 31
2021
33
34
35
37
38
39
40
41
42
Gingelom, Montenakenstraat 14
36
43
pagina 27 van 29
44
45
47 46
Nr.
Werkput
Vlak
48
1 2 3 4 5 6 7 8 9
1 1 1 1 1 1 1 1 1
1 1 1 1 1 1 1 1 1
/ / / / / / / / 1
overzichtsfoto overzichtsfoto overzichtsfoto overzichtsfoto overzichtsfoto overzichtsfoto overzichtsfoto overzichtsfoto detail
10 11 12
1 1 1
1 1 1
1 1 1
detail overzichtsfoto overzichtsfoto
13
1
1
1
overzichtsfoto
14
1
1
1
detail
15
1
1
1
detail
16
1
1
1
overzichtsfoto
17
1
1
1
detail
18
1
1
1
detail
19
1
1
1
close up
20
1
1
1
close up
21
1
1
1
close up
22
1
1
1
detail
23
1
1
1
overzichtsfoto
24
1
1
1
overzichtsfoto
pagina 28 van 29
Spoornummer
Type
Omschrijving/datum: 05/11/2019 Toestand op het terrein Toestand op het terrein Exacte vindplaats op terrein Overleg tussen archeologen op Exacte vindplaats op terrein Toestand op het terrein Archeologen aan het werk Onderzoek met de metaaldetector Een munt aangetroffen bij metaaldetectie Munten aangetroffen bij metaaldetectie Uitgraven van het heropgevulde putje Munten komen tevoorschijn bij graafwerken Meerdere munten komen tevoorschijn bij graafwerken Het pinpointen op zoek naar munten bij metaaldetectie Meerdere munten komen tevoorschijn bij graafwerken Na de graafwerken meerdere munten zichtbaar Na de graafwerken meerdere munten zichtbaar Na de graafwerken meerdere munten zichtbaar Na de graafwerken meerdere munten zichtbaar Na de graafwerken meerdere munten zichtbaar Na de graafwerken meerdere munten zichtbaar Na de graafwerken meerdere munten zichtbaar Na volledig uithalen van het heropvulde putje Na volledig uithalen van het heropvulde putje
Gingelom, Montenakenstraat 14
2021
Nr.
Werkput
Vlak
25
1
1
1
overzichtsfoto
26
1
1
1
overzichtsfoto
27
1
1
1
overzichtsfoto
28
1
1
1
overzichtsfoto
29
1
1
1
detail
30
1
1
1
detail
31
1
1
1
detail
32
1
1
1
detail
33
1
1
1
detail
34
1
1
1
overzichtsfoto
35 36 37 38
1 1 1 1
1 1 1 1
1 1 1 1
overzichtsfoto overzichtsfoto detail profielfoto vanuit het noorden
39
1
1
1
profielfoto vanuit het noorden
40
1
1
1
profielfoto vanuit het noorden
41
1
1
1
profielfoto vanuit het noorden
42
1
1
1
profielfoto vanuit het zuiden
43
1
1
1
detail profielfoto vanuit het zuiden
44
1
1
1
profielfoto vanuit het zuiden
45
1
1
1
overzichtsfoto vanuit het zuiden
46
1
1
1
overzichtsfoto vanuit het noorden
47
1
1
1
overzichtsfoto vanuit het zuiden
2021
Spoornummer
Type
Omschrijving/datum: 05/11/2019 Na volledig uithalen van het heropvulde putje Na de graafwerken meerdere munten zichtbaar Na de graafwerken meerdere munten zichtbaar Na de graafwerken meerdere munten zichtbaar Na de graafwerken meerdere munten zichtbaar Na de graafwerken meerdere munten zichtbaar meerdere munten zichtbaar in kluiten met gras meerdere munten zichtbaar in kluiten met gras Er blijven munten uit het opgevulde kuiltje komen Na het volledig verwijderen van de munten in de opvulling Verder graven om profiel te bekomen Verder graven om profiel te bekomen Opkuisen van het zuidprofiel Het zuidprofiel door het al uitgegraven kuiltje en met de ondergrond zichtbaar Het zuidprofiel door het al uitgegraven kuiltje en met de ondergrond zichtbaar Zuidprofiel met bouwvoor en onderliggende lagen Zuidprofiel met bouwvoor en onderliggende lagen Noordprofiel van het nieuwe uitgegraven kuiltje Noordprofiel van het nieuwe uitgegraven kuiltje met baksteenfragment Noordprofiel van het nieuwe uitgegraven kuiltje met baksteenfragment Het uitgegraven kuiltje na het beëindigen van de werken Het uitgegraven kuiltje na het beëindigen van de werken Het uitgegraven kuiltje na het beëindigen van de werken
Gingelom, Montenakenstraat 14
pagina 29 van 29