Advies 20|003
Advies over Vier rode lijsten i.u.v. het Soortenbesluit
Advies over het ontwerp van ministerieel besluit tot vaststelling van vier rode lijsten in uitvoering van artikel 5 van het soortenbesluit
Datum van goedkeuring
11/03/2020
Volgnummer
2020| 003
Coördinator + e‐mailadres
Kathleen Quick, kathleen.quick@minaraad.be
Co‐auteur + e‐mailadres
Jan Verheeke, jan.verheeke@minaraad.be
Inhoudstafel Inhoudstafel ....................................................................................................................................... 2 Krachtlijnen ........................................................................................................................................ 3 Procesbeschrijving .............................................................................................................................. 4 Ontwerpadvies over vier rode lijsten in uitvoering van het Soortenbesluit ...................................... 5 1 Situering ............................................................................................................................. 5 2 Advies ................................................................................................................................. 5 2.1 Over de verzameling van gegevens inzake de opmaak van rode lijsten .......... 6 2.2 Over de rode lijsten als basis voor concreet beleid .......................................... 7 2.3 Over de prioritair op te maken of te actualiseren rode lijsten ......................... 8 Bibliografie ....................................................................................................................................... 10
Minaraad, advies 20|003, over Vier rode lijsten i.u.v. het Soortenbesluit, 11/03/2020
2
Krachtlijnen Wat voor advies voorgelegd werd, zijn vier nieuwe rode lijsten, met name voor saproxyle bladsprietkevers, broedvogels, sprinkhanen en krekels en hauwmossen, levermossen en bladmossen. Voor broedvogels en sprinkhanen en krekels is het de derde keer dat een rode lijst wordt opgemaakt. De Minaraad adviseerde al eerder over rode lijsten en vindt het positief dat gehoor werd gegeven aan enkele elementen uit deze eerdere adviezen. In dit advies vraagt de Minaraad om te voorzien in een programmatische aanpak van de actualisatie van de rode lijsten, gekoppeld aan de vijfjaarlijkse herziening van de bijlagen van het Soortenbesluit. De Minaraad heeft geen kennis van een dergelijke programmatische aanpak voor rode lijsten, opgesteld door het INBO. Het is voor de Raad eveneens niet zeer duidelijk op basis van welke criteria er op een bepaald moment besloten wordt tot de opmaak van een rode lijst. De Minaraad beveelt aan om dit mee te nemen in de voorgestelde programmatische aanpak. Bij het opstellen van die programmatische aanpak zou het wenselijk zijn dat de prioritering van de soortengroepen ook een directe link vertoont met het soortenbeleid dat in de nabije toekomst vooropgesteld wordt door het Agentschap Natuur en Bos. Evenzeer meent de Minaraad dat ook het ANB een programmatische aanpak inzake de herziening van de bijlagen bij het Soortenbesluit zou hanteren, indien dit nog niet het geval is. De Raad adviseert opnieuw om de wenselijkheid te onderzoeken van een herzieningsritme van vijf jaar voor de rode lijsten van sommige soortengroepen. Als laatste vraagt de Minaraad na te gaan of een actualisatie van de rode lijst voor zoogdieren (dd. 2014) niet aan de orde zou zijn en om de opmaak van een rode lijst wilde bijen en bestuivers te overwegen.
Minaraad, advies 20|003, over Vier rode lijsten i.u.v. het Soortenbesluit, 11/03/2020
3
Procesbeschrijving Datum adviesvraag
12 februari 2020
Naam adviesvrager + functie
Minister Demir, Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme
Rechtsgrond van de adviesvraag
Artikel 51, §1, eerste lid, van het Natuurdecreet
Adviestermijn
30 dagen
Samenwerking
n.v.t.
Overlegcommissie
WCOR (+ PWCN + PWCJ)
Vergaderingen: soort + datum
WCOR 13 februari, WCOR 5 maart en schriftelijke beslisprocedure in raadsverband
De Minaraad ontving de adviesvraag over het ontwerp van ministerieel besluit tot vaststelling van vier rode lijsten in uitvoering van artikel 5 van het soortenbesluit op 11 februari 2020. Het dossier bij de adviesvraag bevatte het ontwerp van ministerieel besluit met de vier rode lijsten in bijlage. De Minaraad voegde ten behoeve van haar raadspartners ook de begeleidende INBO‐rapporten toe aan de stukken, met name: Thomaes A., Drumont A., Crevecoeur L. & Maes D. (2015). Rode lijst van de saproxyle
bladsprietkevers (Lucanidae, Cetoniidae en Dynastidae) in Vlaanderen. Rapporten van het Instituut voor Natuur‐ en Bosonderzoek 2015 (INBO.R.2015.7843021). Instituut voor Natuur‐ en Bosonderzoek, Brussel.t Devos K., Anselin A., Driessens G., Herremans M., Onkelinx T., Spanoghe G., Stienen E. W. M.,
T'Jollyn F., Vermeersch G. & Maes D. 2016. De IUCN Rode‐Lijst van de broedvogels in Vlaanderen (2016). Rapporten van het Instituut voor Natuur‐ en Bosonderzoek INBO.R.2016.11485739. Instituut voor Natuur‐ en Bosonderzoek, Brussel. Maes D, Adriaens T, Decleer K, Foquet B, Foquet R, Lambrechts J, Lock K & Piesschaert F
(2017). IUCN Rode Lijst van de sprinkhanen en krekels in Vlaanderen. Rapporten van het Instituut voor Natuur‐ en Bosonderzoek 2017 (29). Instituut voor Natuur‐ en Bosonderzoek, Brussel. Van Landuyt W. & De Beer D. (2017). Een Rode Lijst van de hauwmossen (Anthocerotophyta),
levermossen (Marchantiophyta) en bladmossen (Bryophyta) van Vlaanderen. Rapporten van het Instituut voor Natuur‐ en Bosonderzoek 2017 (48). Instituut voor Natuur‐ en Bosonderzoek, Brussel.
Minaraad, advies 20|003, over Vier rode lijsten i.u.v. het Soortenbesluit, 11/03/2020
4
Ontwerpadvies over vier rode lijsten in uitvoering van het Soortenbesluit 1
Situering
[1]
Grondslag van rode lijsten. Het Instituut voor Natuur‐ en Bosonderzoek (INBO) coördineert, op grond van artikel 5 van het Soortenbesluit, de opmaak van Rode lijsten betreffende inheemse soorten, waarna ze door de minister worden vastgesteld. Artikel 5 bepaalt eveneens dat “Bestaande rode lijsten ten minste om de tien jaar [moeten ]worden geëvalueerd, met het oog op een eventuele aanpassing aan de veranderde staat van instandhouding van de soorten die er in zijn opgenomen.”, maar ook dat de termijn van tien jaar een termijn van orde is.
[2]
Rode lijsten tot dusverre. Tot op heden werden 31 rode lijsten opgemaakt voor 20 soortengroepen. Van deze 31 rode lijsten werden er 12 conform het Soortenbesluit vastgesteld, i.e. gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, na advies van de Minaraad en effectieve beslissing van de minister. Deze vastgestelde lijsten hebben betrekking op 11 soortengroepen: er werd reeds tweemaal een rode lijst voor dagvlinders vastgesteld. De Minaraad adviseerde tot op heden al vier keer – telkens over bundels van rode lijsten1. Ook ter gelegenheid van het advies over de wijziging van het Soortenbesluit in 2016 sprak de Minaraad zich uit over rode lijsten2.
[3]
2 [4]
Adviesvoorwerp. Wat voor advies voorligt zijn vier nieuwe rode lijsten, met name voor saproxyle bladsprietkevers, broedvogels, sprinkhanen en krekels en hauwmossen, levermossen en bladmossen. Voor broedvogels en sprinkhanen en krekels is het de derde keer dat een rode lijst wordt opgesteld. Voor elke rode lijst die voor advies voorligt is eveneens een begeleidend rapport van het INBO beschikbaar.
Advies Duiding van opzet van dit advies. Zoals gesteld adviseerde de Minaraad al eerder over rode lijsten. De Raad vindt het positief dat gehoor werd gegeven aan enkele elementen uit deze eerdere adviezen, zoals het opheffen van de zogenaamde “dubbele sleutel” (i.e. niet alleen opname in rode lijst, maar ook opname in lijst beschermde soorten was nodig vooraleer er sprake zou kunnen zijn van bv. soortenbehoudsmaatregelen) en het gebruik van de IUCN‐criteria. Zoals ook in eerdere adviezen over rode lijsten gesteld heeft de Minaraad geen centrale rol wat betreft het inhoudelijk screenen van de voorgelegde ontwerpen van rode lijsten, noch wat betreft het doen van voorstellen voor de opname, de weglating of het van categorie veranderen van soorten in deze ontwerplijsten. Niettemin behoudt de Raad
1 MINARAAD (2010), MINARAAD (2011), MINARAAD (2013) en MINARAAD (2014). 2 MINARAAD EN SALV (2016).
Minaraad, advies 20|003, over Vier rode lijsten i.u.v. het Soortenbesluit, 11/03/2020
5
zich het recht voor om, op basis van eigen informatiegaring bij zijn leden, een toetsing te doen van de wetenschappelijke correctheid van deze lijsten. Wat de nu voorgelegde lijsten aangaat, heeft deze doorgevoerde toetsing geen manifeste fouten opgeleverd 3, maar wel een aantal specifieke opmerkingen, zoals het feit dat de gebruikte data al van enkele jaren geleden dateren en dat algemene monitoringsmethodes die worden gebruikt voor het verzamelen van data voor sommige soortengroepen minder geschikt zijn om absolute aantallen te schatten. De Minaraad wenst in dit advies geen exhaustieve opsomming op te nemen van de nog niet doorgevoerde suggesties uit vorige adviesvragen. De Raad haalt hieronder wel enkele punten uit eerder adviezen aan die nog extra aandacht vereisen. 2.1
Over de verzameling van gegevens inzake de opmaak van rode lijsten
[5]
Verhouding gegevensverzameling en rode lijsten. Er dient te worden vastgesteld dat, bij het opmaken van rode lijsten in het algemeen, gegevens niet specifiek worden verzameld met het oog op het opstellen van die rode lijst4. Wanneer er evenwel wordt geoordeeld dat er voldoende kwaliteitsvolle data over een langere periode beschikbaar zijn, dan is het opstellen van een rode lijst conform de IUCN‐criteria mogelijk. Voor de nu voorliggende rode lijsten inzake broedvogels en inzake sprinkhanen en krekels is het aldus reeds de derde keer dat er een rode lijst werd opgemaakt. Inzake het verzamelen van gegevens vereist elke specifieke soortengroep eigen specifieke (monitorings)methodieken. De concrete relatie tussen het verzamelen van soortgegevens (bijvoorbeeld onder impuls van lopende monitoringsprogramma’s) en de opmaak van een specifieke rode lijst wordt meestal aangehaald en beschreven in het deel “methodiek” van de achterliggende rapporten. De bronnen waarop men zich heeft gebaseerd voor de opmaak van de lijsten worden eveneens in de achterliggende rapporten opgenomen. Het is bij voorliggende rode lijsten evenwel niet echt duidelijk op basis van welke criteria er op een bepaald moment besloten werd tot de opmaak van die bewuste lijsten (zie hierna ook: pleidooi voor programmatische aanpak). De Minaraad beveelt aan om te duiden hoe men tot de beslissing tot opmaak kwam en om dit in de toekomst mee te nemen in de hieronder voorgestelde programmatische aanpak.
[6]
Zet in op gestructureerde samenwerking voor monitoring. De actualisatie van de rode lijsten moet gebaseerd zijn op een goed gestructureerd en gekaderd monitoringschema, dat bij voorkeur gekoppeld wordt aan reeds lopende monitoringsprogramma’s. Artikel 5, eerste lid, van het Soortenbesluit bepaalt dat het Instituut voor Natuur‐ en Bosonderzoek verantwoordelijk is voor de coördinering van de inventarisatie van soorten die onder het toepassingsgebied van dit besluit vallen.
3 MINARAAD (2010), p. 9 en MINARAAD (2014), p. 3. 4 Zie de dankwoorden in de verschillende rapporten.
Minaraad, advies 20|003, over Vier rode lijsten i.u.v. het Soortenbesluit, 11/03/2020
6
Om te komen tot voldoende actuele en gevalideerde data is het voor de Minaraad in van belang dat er een gedegen samenwerking is tussen degenen die instaan voor het verzamelen van de data, degenen die instaan voor het valideren en verwerken van de data en degenen die gebruik maken van de data om beleid uit te tekenen. Hierbij zal het van belang zijn om de passende evenwichten te vinden tussen (1) het dekken van de kosten voor het verkrijgen en verwerken van de data, (2) het beschermen van openbare en private belangen bij het verzamelen en gebruiken van deze data en (3) het garanderen van de kwaliteit en betrouwbaarheid van de aldus verkregen data. 2.2
Over de rode lijsten als basis voor concreet beleid
[7]
Gevolgen voor rechtsonderhorigen. De Minaraad merkt in de eerste plaats op dat de status van een soort op een rode lijst geen directe gevolgen heeft voor de rechtsonderhorige, maar wel kan meespelen als argument bij beoordelingsvragen in concrete beslissingsdossiers of bij de handhaving van het beleid.
[8]
Bijstelling beschermingsstatus. In de tweede plaats vervullen de rode lijsten een signaalfunctie, en kan aanmerking van een soort als problematisch er toe leiden dat – bij wege van een beleidsbeslissing – de beschermingsstatus ervan bijgesteld wordt (t.t.z. bv. de vermelding of plaats in de bijlagen bij het Soortenbesluit wordt bijgesteld). Wat dit betreft herinnert de Minaraad aan de bepaling van artikel 8, tweede lid, uit het Soortenbesluit, met name dat “het agentschap ten minste elke vijf jaar een evaluatie uit[voert] van de lijsten, opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit of van de categorisering van de soorten die er in is opgenomen” en dit onder andere op basis van informatie uit de rode lijsten5. De Minaraad meent dat deze bepaling bij het ANB een uitdaging legt van programmatische aanpak. Indien het ANB niet over dergelijke aanpak beschikt, beveelt de Raad aan om er een op te maken. Zo wordt het mogelijk om op een gestructureerde manier niet alleen wijzigingen aan een beschermingsstatus van een soort door te voeren, maar ook nieuwe soorten aan de lijst van beschermde soorten toe te voegen.
[9]
Beleidsinitiatieven. Een derde beleidsmatig gevolg van opname van een soort (t.t.z. met specifieke problematische status) in de Rode lijst, bestaat er in dat de minister, op grond van art. 24 van het Soortenbesluit, “voor soorten die opgenomen zijn in de klassen ‘uitgestorven’, ‘ernstig bedreigd’, ‘bedreigd’, ‘kwetsbaar’ en ‘bijna in gevaar’ van een rode lijst als vermeld in artikel 5, soortenbehoudsmaatregelen [kan] nemen of soortenbeschermingsprogramma’s [kan] vaststellen”. In geval de minister er aan zou denken om dergelijke maatregelen te nemen, is het aangewezen om na te gaan of de gegevens waarop de vastgestelde rode lijsten gebaseerd zijn op dat moment nog steeds accuraat en actueel genoeg zijn voor de specifieke soorten waarvoor die maatregelen of programma’s zouden worden vastgesteld of waarvoor specifieke beleidsinitiatieven zouden worden genomen. Bij het
5 Soortenbesluit, artikel 8, tweede lid.
Minaraad, advies 20|003, over Vier rode lijsten i.u.v. het Soortenbesluit, 11/03/2020
7
nemen van bijkomende beleidsinitiatieven moeten ook andere factoren dan enkel de rode lijst status mee in rekening worden gebracht, zoals onder andere de situatie van de soort in kwestie in de buurregio’s (trend en aantallen) en de totale abundantie van de soort in Vlaanderen. 2.3 [10]
Over de prioritair op te maken of te actualiseren rode lijsten Voorzien in een programmatische aanpak voor rode lijsten. De Minaraad verwijst naar de omschrijving van deze taak op de website van het INBO: “Opmaak van Rode Lijsten: De opmaak van een Rode Lijst (RL) start met een prioritering van een taxonomische groep, waarvoor alle beschikbare (bestaande) gegevens worden ingezameld. […] Finaal wordt een document […] opgemaakt met informatie over de toegepaste methodiek en het eindresultaat […], wat als Rode Lijst wordt beschouwd.”6. De Minaraad stelt vast dat in het Soortenbesluit een termijn van tien jaar is voorzien met betrekking tot de actualisatie van rode lijsten7, en (zoals reeds aangestipt in §8 van dit advies) een termijn van vijf jaar voor de evaluatie van de in het Soortenbesluit vervatte bijlagen met beschermde soorten8. Om die reden adviseerde de Raad eerder al dat een herzieningsritme van vijf jaar voor de rode lijsten van sommige soortengroepen meer aangewezen zou zijn9. De Raad beveelt dan ook aan om te voorzien in een programmatische aanpak van de actualisatie van de rode lijsten, gekoppeld aan de vereiste vijfjaarlijkse herziening van de bijlagen van het Soortenbesluit. De Minaraad heeft geen kennis van een dergelijke programmatische aanpak voor rode lijsten, opgesteld door het INBO. Bij het opstellen van die programmatische aanpak zou het wenselijk zijn dat de prioritering van de soortengroepen ook een directe link vertoont met het soortenbeleid dat in de nabije toekomst vooropgesteld wordt door het Agentschap Natuur en Bos.
[11]
Actualisatie rode lijst voor zoogdieren te overwegen. Gelet op onder andere de terugkeer van de wolf en de otter vraagt de Minaraad na te gaan of een actualisatie van de rode lijst voor zoogdieren (dd. 2014) niet aan de orde zou zijn.
[12]
Opmaak rode lijst wilde bijen en bestuivers te overwegen. Tot slot wijst de Raad ook naar volgende notitie uit Regeerakkoord10: “We pakken de sterke achteruitgang van de (wilde) bijen, bestuivers en andere insecten aan via een actieprogramma gericht op tuinen, publiek groen en landbouwgebied.” De Raad stelt vast dat er tot op heden geen Vlaamse rode lijst wilde bijen en andere bestuivers werd opgemaakt of vastgesteld. De opmaak ervan werd nochtans als
6 https://pureportal.inbo.be/portal/nl/projects/compilation‐of‐red‐lists(9a0d46da‐e526‐4967‐9fe5‐5379554d9a12).html 7 Soortenbesluit, artikel 5, derde lid. 8 Soortenbesluit, artikel 8, tweede lid. 9 MINARAAD (2013) EN MINARAAD (2014). 10 VLAAMSE REGERING (2019), p. 226.
Minaraad, advies 20|003, over Vier rode lijsten i.u.v. het Soortenbesluit, 11/03/2020
8
prioritair beschouwd in een eigen advies van INBO uit 200811. Er bestaat wel een recente Belgische rode lijst (2019), opgemaakt in het kader van het interregproject “SAPOLL”12. Met betrekking tot het voornemen uit het regeerakkoord, met name de opmaak van een actieprogramma, wijst de Minaraad op het actieplan13 dat in het kader van dit interregproject werd opgemaakt.
11 INBO (2008), p. 2. 12 http://sapoll.eu/nl/ 13 http://sapoll.eu/wp‐content/uploads/2019/06/Plan‐DAction‐SAPOLL‐_‐NL‐14062019.pdf
Minaraad, advies 20|003, over Vier rode lijsten i.u.v. het Soortenbesluit, 11/03/2020
9
Bibliografie INBO (2008), Adviesvragen betreffende het ontwerp van het besluit van de Vlaamse regering met betrekking tot soortenbescherming en soortenbeheer, Advies van het Instituut voor Natuur‐ en Bosonderzoek (INBO.A.2008.184), Brussel, 13 oktober 2008. MINARAAD (2010), Advies betreffende het ontwerp van ministerieel besluit tot vaststelling van Rode lijsten in uitvoering van art. 5 van het Soortenbesluit, Brussel, 24 juni 2010. MINARAAD (2011), Briefadvies 2011|49 betreffende het ontwerp van ministerieel besluit tot vaststelling van de rode lijst amfibieën en reptielen, Brussel, 8 september 2011. MINARAAD (2013), Briefadvies over het ontwerp van ministerieel besluit tot vaststelling van drie rode lijsten (dagvlinders, amfibieën en reptielen, en zoetwatervissen) in uitvoering van art. 5 van het Soortenbesluit, Brussel, 28 maart 2013. MINARAAD (2014), Briefadvies betreffende de ontwerpen van rode lijsten voor inheemse zoogdieren, inheemse lieveheersbeestjes en inheemse waterwantsen, Brussel, 11 september 2014. MINARAAD EN SALV (2016), Gezamenlijk advies over het voorontwerp van besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van diverse bepalingen van het Soortenbesluit van 15 mei 2009, Brussel, 18 februari 2016. VLAAMSE REGERING (2019), Vlaams regeerakkoord, oktober 2019.
Minaraad, advies 20|003, over Vier rode lijsten i.u.v. het Soortenbesluit, 11/03/2020
10