Jaarverslag
2020-2021
Het wachten moe Hoe komt het Kinderrechtencommissariaat op voor rechten van kinderen? Hoe detecteert, signaleert en adviseert het? Waar knelt het voor kinderen en hun rechten?
Deel 1 Het Kinderrechtencommissariaat komt op voor de rechten van kinderen en © jongeren Koen Broos
2
Jaarverslag 2020-2021
Het wachten moe Hoe komt het Kinderrechtencommissariaat op voor rechten van kinderen? Hoe detecteert, signaleert en adviseert het? Waar knelt het voor kinderen en hun rechten?
Jongeren die klaar waren om uit te vliegen, zaten vast Schooljaar 2020-2021 was er opnieuw een als nooit tevoren. Het tweede jaar op rij met corona in de hoofdrol. Een schooljaar met mondmaskers en afstandsregels, onlinelessen in de eigen slaapkamer of living en weinig kansen om samen met vrienden leuke dingen te doen. Een schooljaar met opnieuw veel belemmeringen om gewoon jong te kunnen zijn. Scholen en leerkrachten deden vaak hard hun best om in de uitzonderlijke omstandigheden goed onderwijs te blijven bieden. Toch kregen we bij het Kinderrechtencommissariaat heel wat meldingen over buitengewoon veel stress bij jongeren. Veel taken, leerstof die ze er snel doorjoegen, te veel toetsen in de week dat de leerlingen op school waren - soms tien tot twaalf -, onlinelessen waar niet altijd evenveel kwaliteit in zat en leerstof die leerlingen soms gewoon zelf moesten verwerken. Vorige winter legde ik bezoeken af, online en fysiek, om het met kinderen en jongeren over corona te hebben. In mijn gesprekken met de jongeren viel op dat ze vaak
4
veel meer moeite hadden met de situatie als er op school geen aandacht was voor hoe ze zich voelden. Een jongere zei dat hij echt een gelukzak was, want ‘in zijn school besteedden alle leerkrachten aandacht aan hoe het met hem gaat’. Jongeren vroegen om de toetsen meer te spreiden en ze vroegen ook leuke activiteiten op school. Ze zeiden vaak dat elkaar online zien nooit fysiek contact kan vervangen. Soms zagen we gelatenheid. Veel jongeren zeiden me dat ze hun vrienden eigenlijk alleen nog zagen in de klas. Hobby’s konden vaak niet doorgaan en afspreken was nooit evident. En ook de onzekerheid over wat mag en wat niet mag, remde.
Veel jongeren zaten met het gevoel dat hun inspanningen in de crisis niet gezien werden. Ze zeiden zoveel te missen in de mooiste jaren van hun leven. Het is de natuurlijke gang van zaken dat je als jongere uitvliegt en wat afstand neemt van je gezin, dat je tijd doorbrengt met leeftijdsgenoten. Het maakt deel uit van het proces waarin je je identiteit ontdekt en vormgeeft. En dat werd nu in de kiem gesmoord. Een jongere zei het zo: ‘Het leven staat stil maar wij worden wel ouder en missen daardoor leuke en belangrijke momenten in ons leven.’
Onze grootste bezorgdheid was het mentale welzijn van jongeren We kregen heel wat meldingen van jongeren die worstelden met de situatie en van ouders en professionals die zich zorgen maakten over hun kinderen. Enkele ouders klaagden dat de hoge druk bij hun tieners leidde tot depressieve gedachten, soms zelfs tot suïcidegedachten. Andere ouders signaleerden wat er mankeerde aan het afstandsonderwijs en dat hun kind ervan afzag. Volgens een enquête van Waddist waar meer dan 2.000 jongeren aan meededen in maart 2021 zocht één op de twee jongeren in de coronaperiode psychologische hulp. 15% deed dat bij een psycholoog of psychiater. Uit adviezen van de Hoge Gezondheidsraad blijkt dat de situatie van de Belgische kinderen en jongeren en zeker die van adolescenten en jongvolwassenen zorgwekkend is. Ze kampen met angst, rusteloosheid en depressieve gevoelens. Ook al zijn ze zelf niet erg kwetsbaar voor het coronavirus, jongeren zijn wel buiten proportie kwetsbaar voor de negatieve effecten van de beperkingen. Sociale steun en interacties zijn vooral bij jongeren cruciaal voor het mentaal welzijn. Internationaal onderzoek en de andere Europese kinderombudsmannen en -vrouwen bevestigen dat. Wetenschappers voorspellen dat de coronarichtlijnen en zeker ook de sluiting van de scholen nog negatieve effecten zullen hebben op langere termijn.
Onaanvaardbare wachtlijsten in geestelijke gezondheidszorg en jeugdhulp Dat het mentaal welzijn van jongeren erg onder druk kwam te staan, zagen we ook in de langere wachtlijsten in de hulpverlening. Wat ons bijzonder ongerust maakte, waren de signalen van huisartsen, kinderpsychiaters, psychiatrische ziekenhuizen, CLB’s en scholen over wachtlijsten die ontploften in de jeugdhulp en de geestelijke gezondheidszorg. Elk jaar klagen we in ons jaarverslag de wachtlijsten aan in de zorg voor jongeren, omdat die een enorme impact hebben op hun welzijn en op hun rechten. In de meldingen zien we dat kinderen en jongeren eronder lijden als ze maanden of soms jaren moeten wachten op hulp. Hun schoolcarrière loopt moeilijk of komt soms tot stilstand. Gemiste kansen. Ze zitten vast en hun ouders of de volwassenen die voor hen zorgen weten ook niet meer wat gedaan. Ik denk bijvoorbeeld aan de 17-jarige Remco die dringend een GES+-plaats nodig heeft in een voorziening (GES staat voor gedrags- en emotionele stoornis) maar die anderhalf tot twee jaar zal moeten wachten. De ouders van Remco staan er in de tussentijd alleen voor. Ook een groot Centrum voor Leerlingenbegeleiding maakte de vele pijnpunten duidelijk. Zo gaf het voorbeelden van de vele vragen over psychisch lijden, het gebrek aan vooruitzichten voor jongeren door de wachtlijsten. De CLB-medewerkers raken gefrustreerd dat ze vaak alleen maar kunnen luisteren door het gebrek aan aanbod. Het CLB onderstreepte dat de situaties en pijnpunten niet per se een gevolg zijn van corona, maar dat corona de impact wel vergroot. Gelijkaardige signalen bereikten ons ook uit scholen. Een school voor buitengewoon onderwijs alarmeerde ons dat hun vaak hoogbegaafde jongeren met autisme slecht in hun vel zitten en kampen met donkere gedachten. En dat er groeiende wachtlijsten zijn in
5
de geestelijke gezondheidszorg. De wachttijd voor crisissituaties steeg het afgelopen jaar van 48 uur naar 3 weken. De school doet wat ze kan om de leerlingen en hun gezin te ondersteunen, maar ziet met lede ogen dat het niet goed gaat met die kinderen. De directie wees ook op het gebrek aan middelen en expertise voor de medisch-psychosociale begeleiding van hun leerlingen.
Haal kinderen en jongeren uit de wachtkamer In het begin van het schooljaar 2020-2021 kregen we opnieuw veel meldingen van ouders, scholen en internaten dat kinderen in het buitengewoon onderwijs soms vijf uur per dag in de bus zaten om naar school te gaan. Het hele jaar door krijgen we daar meldingen over en zo gaat dat al jaren. Ouders zitten soms letterlijk met de handen in het haar. Ik denk aan een meisje van 11 dat elke dag moet opstaan om kwart over vijf. Om kwart over zes moet ze klaarstaan bij de bushalte en daarna zit ze dan meer dan twee uur in de bus. Samen met de terugrit zit ze elke dag meer dan vier uur in de bus wat een effect heeft op haar gemoed, haar energieniveau en haar schoolresultaten. Vaak komt ze om 18.30 uur thuis. Dan moet ze nog eten, huiswerk maken, zich opfrissen. Ouders klagen terecht dat dat niet vol te houden is. Bovendien gaat het om kinderen met een extra kwetsbaarheid. Ook procedures die te lang duren, zetten levens van gezinnen stil. Zo denk ik aan het gezin uit Syrië dat in 2015 vluchtte voor de oorlogsgruwel. Omdat de reis per boot te riskant was, lieten Amar en Walid hun zoontje Adam van 1 jaar en 9 maanden achter bij zijn grootmoeder met de belofte dat ze hem zo snel mogelijk zouden komen halen. We zijn nu vijf jaar later. Hun asielprocedure sleepte lang aan. In 2017 werden ze een eerste keer uitgenodigd door het Commissariaat-
Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen. Maar hun papieren zijn nog altijd niet in orde. Amar en Walid begrijpen het niet. Ze hebben alle inburgerings- en taalcursussen gevolgd. Ze werken alle twee in de horeca. De oma heeft het Amerikaanse staatsburgerschap en kan probleemloos naar hier vliegen, maar hun zoontje brengen lukt niet omdat Adam geen paspoort heeft. Adam woont al vijf jaar bij zijn grootmoeder in Beiroet, in afwachting van hereniging met zijn ouders. In augustus vorig jaar werd ook nog eens het huis van grootmoeder verwoest door een ontploffing. Sindsdien zijn ze dakloos. Bovendien is de gezondheidstoestand van Adam zorgwekkend. Ouders, professionals en vrijwilligers haalden ook dit jaar opnieuw alles uit de kast om kinderen en jongeren te begeleiden en te ondersteunen. Ook zij zijn niet onuitputtelijk. Ook zij botsen op wachttijden. Met alle frustraties en gevoelens van onmacht van dien. In al die domeinen komen verschillende rechten onder druk door te moeten wachten. Het recht op integriteit, op vrije tijd, op eerbiediging van het gezins- en familieleven, het recht op onderwijs, op participatie zonder discriminatie. Door minderjarigen eindeloos te laten wachten, komt hun ontwikkeling vaak helemaal op de helling te staan. Wachten is nooit zonder impact. Het remt kinderen en jongeren om banden te smeden, om hun identiteit te vormen, om kennis en vaardigheden op te doen, om hun plek te vinden in de samenleving. Elk jaar worden gezinnen geconfronteerd met wachttijden en wachtlijsten maar dit jaar waren die wachtlijsten nog veel langer. Dit jaar moet voor ons dan ook een scharniermoment worden om voor eens en altijd te beslissen dat we kinderen en jongeren uit de wachtkamer halen. Caroline Vrijens Vlaams kinderrechtencommissaris
CAROLINE VRIJENS
“ Sociale steun en interacties zijn vooral bij jongeren cruciaal voor het mentaal welzijn.” 6
7
Hou de wegen van kinderen en jongeren filevrij Je staat muurvast in de file. Overal auto’s, fietsers, bussen, vrachtwagens. Je vraagt je af waarom je deze weg koos: die ging anders toch sneller? Links van je zie je een geërgerde chauffeur in diezelfde lange rij. Je hebt een afspraak en je wordt onrustig want je komt graag op tijd. Stress. Herkenbaar? Dat gevoel is waar heel veel kinderen en jongeren vandaag mee kampen. Een route uitstippelen, plannen en afspraken maken, vooruit willen en toch muurvast zitten. Aan de file kunnen ze zelf niets veranderen.
Aanvaarding? Het brengt me naadloos bij de urenlange busritten van kinderen in het buitengewoon onderwijs. De verhalen komen elk jaar terug en ondertussen krijg ik het ongemakkelijke gevoel dat we er ons bij neerleggen. Wat zouden volwassenen doen als ze elke dag 3 uur van
8
hun kostbare tijd kwijt waren aan een busrit van 5 kilometer? Het Kinderrechtencommissariaat zat ook dit jaar weer niet stil. Het jaarverslag wordt elk jaar dikker. De medewerkers van het Kinderrechtencommissariaat geven advies in individuele situaties waarin ouders, professionals en jongeren vastlopen. Telkens opnieuw zetten ze het perspectief van kinderen en jongeren op de kaart. Ze ‘empoweren’ melders zodat die opnieuw de situatie zelf in handen krijgen. Vooral in de jeugdhulp zijn melders soms bang. Ze hebben soms liever dat het Kinderrechtencommissariaat niet actief tussenbeide komt. Het zou weleens nadelige gevolgen kunnen hebben voor hun kind of pleegkind. Toch is angst een
slechte raadgever. Die angst van melders toont hoe er iets schort aan het systeem, hoe het vertrouwen soms zoek is. En ook hoe ouders soms al blij zijn met die ene tussenoplossing en verder wel wachten op de hulp die hun kind echt nodig heeft. Alica is 15 jaar en weegt amper nog 35 kilo. Sinds de eerste lockdown kampt ze met een eerstoornis. Het begon geleidelijk, niet opvallend, onder het mom van ‘gezonder eten’. Het ging heel snel. Ze vond geen hulp: in de kinderpsychiatrie kwam ze overal op een wachtlijst terecht. Tijdens al dat wachten zagen de ouders hun dochter verder wegsmelten. Ze lieten haar noodgedwongen opnemen in het ziekenhuis waar ze sondevoeding kreeg. Allemaal in afwachting van de hulp die ze echt nodig had. ‘Vier weken wachten voor een crisisopname in de kinderpsychiatrie’: bij het Kinderrechtencommissariaat kijken ze er niet meer van op. De wachttijden werden nog langer en corona deed daar nog een schep bovenop.
Hun leven staat niet stil De groep jongeren die hulp nodig heeft groeit. En ook de jongeren zelf groeien: hun leven staat ondertussen niet stil. Het tweede coronaschooljaar zorgde opnieuw voor veel stress. Zóveel stress dat sommige jongeren ook daar externe hulp voor nodig hebben. Een meisje van 16 schreef in haar brief: ‘Ik wil geen erkenning voor de situatie van jongeren. Ik wil echte hulp.’ Voortdurend horen dat je bovenop de leerstof ook nog een achterstand in te halen hebt, weegt. Er is veel stress bij scholieren. Ouders klagen dat dat anders moet. Ze zien hun kinderen afhaken en alle moed verliezen. Dat kan niemand volhouden. Soms vragen zelfs leerkrachten zich af of leerlingen nog wel in staat zijn om te leren. Of ze niet beter eerst hulp krijgen voordat onderwijs weer kan. CLB’s zitten met de handen in het haar. Ze kunnen hun leerlingen niet meer helpen, het zijn er te veel. Ze botsen samen met schooldirecties op hun grenzen. Ze zien het met lede ogen aan. Door een tekort aan ondersteuning op maat zitten sommige leerlingen na een tuchtsanctie
soms weken of maanden thuis. Te wachten zonder les. Meer dan eens vroeg het Kinderrechtencommissariaat in individuele situaties om te focussen op de psychosociale en lichamelijke gezondheid van leerlingen. Wachtlijsten wegwerken moet een beleidsprioriteit zijn. Veel klachten keren terug. Cijfers doen ons even schrikken, maar waarop moet je je inlevingsvermogen richten als je geen gezichten te zien krijgt, maar alleen cijfers? Dankzij het Kinderrechtencommissariaat krijgen we de verhalen van de kinderen en jongeren te horen, en zien we de kinderen en jongeren achter de cijfers.
Moed, hoop en veerkracht Dankzij het Kinderrechtencommissariaat horen we gelukkig ook verhalen van moed, hoop en veerkracht. Maar laat dit jaarverslag toch opnieuw vooral een uitgestoken hand zijn om op zoek te gaan naar oplossingen. Stel stoplichten beter af. Zorg voor minder snelheidsverschillen. Hou de wegen van kinderen en jongeren filevrij. En wacht nooit om met kinderen en jongeren zelf te praten.
Kristel Verbeke Voorzitter van het Overleg- en Adviesorgaan van het Kinderrechtencommissariaat
9
Inhoud Deel 1: Kinderrechtencommissariaat komt op voor de rechten van kinderen en jongeren......................................................................................................................................................................14 1. Kinderrechtencommissariaat is een onafhankelijke instelling van het Vlaams Parlement........................15 2. Wie is wie bij het Kinderrechtencommissariaat?....................................................................................................................16 3. Ingebed in het Vlaams Parlement...................................................................................................................................................... 17 3.1. Overleg- en adviesorgaan.................................................................................................................................................................................................. 17 3.2. Partner van parlementaire en paraparlementaire diensten.................................................................................................................. 17 Eerste Kinderrechtendag van het Vlaams Parlement..........................................................................................................................................................................17 De Kracht van je Stem, Vlaams Parlement......................................................................................................................................................................................................17 Gidsen in het Vlaams Parlement............................................................................................................................................................................................................................. 18 Samenwerken met de Vlaamse Ombudsdienst....................................................................................................................................................................................... 18 Samenwerkingsprotocol met het Algemeen Secretariaat Vlaams Parlement........................................................................................................... 18
Deel 2: Van signaal tot advies.......................................................................................................................20 1. Kinderrechtencommissariaat onderzoekt klachten, bemiddelt, verwijst door en adviseert bij problemen............................................................................................................................................................................................................ 21 1.1. Werkingsprincipes, kwaliteitsbewaking en maatstaven bij individuele meldingen..............................................................21 Klachten toetsen we aan verschillende maatstaven.............................................................................................................................................................................21 Bemiddeling en onderzoek............................................................................................................................................................................................................................................21
1.2. Meldingen en klachten in cijfers.....................................................................................................................................................................................22 Hoeveel meldingen komen er binnen?.............................................................................................................................................................................................................. 22 Wie doet een beroep op ons?................................................................................................................................................................................................................................... 23 Hoe nemen melders contact op?........................................................................................................................................................................................................................... 23 Waarover gaan de meldingen?...............................................................................................................................................................................................................................24 Hoe behandelen we vragen en klachten?..................................................................................................................................................................................................... 25
2. Kinderrechtencommissariaat adviseert het beleid............................................................................................................... 26 2.1. Beleidsadviezen..........................................................................................................................................................................................................................26 Duidelijke aanbevelingen.............................................................................................................................................................................................................................................................. 26 Signaleren aan overheid................................................................................................................................................................................................................................................................ 26 Structurele problemen vertalen naar adviezen.................................................................................................................................................................................................... 26
2.2. Kinderrechtenperspectief uitdragen........................................................................................................................................................................29 Gericht informeren over onze dienstverlening bij individuele kinderrechtenschendingen............................................................................30 Websites kinderrechtencommissariaat.be en kinderrechten.be.............................................................................................................................................30 Twitter..............................................................................................................................................................................................................................................................................................32 LinkedIn........................................................................................................................................................................................................................................................................................... 32 E-zine................................................................................................................................................................................................................................................................................................32 Facebook.......................................................................................................................................................................................................................................................................................32 Instagram......................................................................................................................................................................................................................................................................................32 Artikels in tijdschriften en boeken.......................................................................................................................................................................................................................... 32 Opiniestukken en persberichten.............................................................................................................................................................................................................................33 Kinderrechtencommissaris op pad......................................................................................................................................................................................................................35
3. Samenwerken met externen.................................................................................................................................................................39 3.1. Samenwerken met kinderrechtenorganisaties.................................................................................................................................................39 3.2. Meewerken in stuurgroepen en projecten............................................................................................................................................................39 3.3. Samenwerken met overheden........................................................................................................................................................................................41 3.4. Bijdragen aan debatten, congressen en studiedagen...............................................................................................................................42
10
Deel 3: Waar knelt het?.....................................................................................................................................44 1. Recht op basiszorg........................................................................................................................................................................................45 1.1. Recht op kwaliteitsopvang................................................................................................................................................................................................. 45 Wantoestanden in de kinderopvang voor baby’s en peuters.....................................................................................................................................................45 Buitenschoolse kinderopvang: komt het decreet buitenschoolse kinderopvang en activiteiten onder druk?............................46
1.2. Recht op fysieke integriteit................................................................................................................................................................................................47 Kinderen met variaties in seksekenmerken.................................................................................................................................................................................................. 47
1.3. Rechten in en op gezondheidszorg............................................................................................................................................................................. 49 Jongeren en vaccinatie...................................................................................................................................................................................................................................................49
1.4. Recht op hulp op maat......................................................................................................................................................................................................... 50 Vooral ouders kloppen bij ons aan.......................................................................................................................................................................................................................50 Jeugdhulp is vaak maar één aspect in een complex verhaal.....................................................................................................................................................50 De veelzijdige rol van het Kinderrechtencommissariaat.................................................................................................................................................................50 Kinderen en hun ouders zijn het wachten op hulp moe...................................................................................................................................................................... 51 Gemandateerde voorzieningen: op het snijpunt tussen aanklampende hulp en gerechtelijke jeugdhulp......................................57 Van vrijwillige naar gerechtelijke jeugdhulp: is het belang van het kind doorslaggevend of spelen er andere overwegingen?........................................................................................................................................................................................................................................................................58 Eenmaal in de jeugdhulp, altijd in de jeugdhulp? Duidelijke verwachtingen en handelingsplannen nodig...................................60 Rechten van minderjarigen in de jeugdhulp: praktijk nodig.......................................................................................................................................................... 61 Is jeugdhulp de oplossing voor vechtscheidingen?..............................................................................................................................................................................62 Scheiding gecombineerd met ernstige zorgen over psychische en fysieke veiligheid van kinderen en jongeren..................64 Kinderen en jongeren in de pleegzorg...............................................................................................................................................................................................................64
1.5. Kinderen met beperking vragen extra zorg en aandacht.........................................................................................................................68 Meer signalen dan vragen om bemiddeling of onderzoek............................................................................................................................................................68 De impact van corona op kinderen en jongeren met een grotere zorgbehoefte.....................................................................................................69 Eenzijdig hulp stopzetten als drukkingsmiddel?......................................................................................................................................................................................70 Jongeren met complexe problematieken en hun ouders en professionals aan het woord..............................................................................71 Dossier Gewoon complex...............................................................................................................................................................................................................................................72
1.6. Recht op een behoorlijke levensstandaard..........................................................................................................................................................74 Kinderen van woonwagenbewoners.................................................................................................................................................................................................................. 74 Wachten op een dak boven het hoofd...............................................................................................................................................................................................................75 Kinderen in armoede...........................................................................................................................................................................................................................................................77
2. Rechten op en in onderwijs.....................................................................................................................................................................81 2.1. Onderwijs in tijden van corona........................................................................................................................................................................................81 Scholen zoveel mogelijk open.................................................................................................................................................................................................................................... 81 Afstandsonderwijs................................................................................................................................................................................................................................................................ 81 Mondmaskers............................................................................................................................................................................................................................................................................85 Door corona niet op school..........................................................................................................................................................................................................................................89 Tot slot..............................................................................................................................................................................................................................................................................................90
2.2. Blijvende structurele knelpunten..................................................................................................................................................................................91 Een school vinden.................................................................................................................................................................................................................................................................. 91 Weg naar inclusie blijft moeizaam........................................................................................................................................................................................................................92 Pesten en geweld op school........................................................................................................................................................................................................................................92 En nog meer structurele knelpunten...................................................................................................................................................................................................................92
2.3. Nieuwe toelatingsvoorwaarden voor lager onderwijs...............................................................................................................................92 Kind tussen wal en schip?..............................................................................................................................................................................................................................................93 Consequenties voor jongere kleuters................................................................................................................................................................................................................94 Schooltoeslag bij het groeipakket: onduidelijkheid opgelost.....................................................................................................................................................95
2.4. Collectief leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs...............................................................................................................95 Kinderrechtencommissariaat trekt onmiddellijk aan alarmbel.................................................................................................................................................95 Wachten op betere tijden..............................................................................................................................................................................................................................................96
2.5. Vragen over uithuwelijking...............................................................................................................................................................................................97
Inhoud
11
2.6. Ziek of met psychische problemen.............................................................................................................................................................................98 Meer meldingen......................................................................................................................................................................................................................................................................98 Belang van systematisch overleg, ook met externen..........................................................................................................................................................................98 Nog in staat om te leren?...............................................................................................................................................................................................................................................99 Lerende netwerken jeugdhulp–onderwijs..................................................................................................................................................................................................100 Wachtlijsten en groeiende psychische noden........................................................................................................................................................................................100 Klasziekaal..................................................................................................................................................................................................................................................................................102 Scholen grijpen naar tuchtmaatregelen.......................................................................................................................................................................................................102 Mentaal welzijn van leerlingen bevorderen................................................................................................................................................................................................103
2.7. Sancties......................................................................................................................................................................................................................................... 103 Zorgbeleid en sanctiebeleid.....................................................................................................................................................................................................................................103 Lang thuis zitten....................................................................................................................................................................................................................................................................107
2.8. Armoededrempels in onderwijs................................................................................................................................................................................ 108 Armoede als extra complicerende factor................................................................................................................................................................................................... 108 Digitale kloof............................................................................................................................................................................................................................................................................109
2.9. Onderwijs en nieuwe technologie............................................................................................................................................................................ 109 Visienota Digisprong........................................................................................................................................................................................................................................................109 Scholen nemen voorsprong.......................................................................................................................................................................................................................................110 Verschuivende grenzen tussen privé en school.........................................................................................................................................................................................111
2.10. Schoolresultaten....................................................................................................................................................................................................................112 B-attesten met vergaande uitsluitingen..........................................................................................................................................................................................................112 Zittenblijven en het recht om zich te herpakken.......................................................................................................................................................................................112 Groeigericht evalueren................................................................................................................................................................................................................................................... 113 Meldingen op het einde van het schooljaar................................................................................................................................................................................................ 114
3. Rechten van kinderen op de vlucht..................................................................................................................................................117 3.1. Nieuw kabinet, nieuw migratiewetboek................................................................................................................................................................. 117 Bekijk het asiel- en migratiebeleid vanuit kinderrechtenoogpunt.........................................................................................................................................117 Eerste stappen op weg naar een nieuw migratiewetboek............................................................................................................................................................117
3.2. Oog voor het belang van het kind bij beslissingen..................................................................................................................................... 120 Waarom wachten om het belang van het kind te bepalen en te beoordelen?........................................................................................................120
3.3. Verblijfsstatuut van buitenlandse minderjarigen in de jeugdhulp kan niet wachten.......................................................121 18 en bevel om het grondgebied te verlaten................................................................................................................................................................................................121 Mogelijke pistes..................................................................................................................................................................................................................................................................... 122 Begeleid op papier, niet begeleid in realiteit............................................................................................................................................................................................ 123
3.4. Niet-begeleide minderjarigen.....................................................................................................................................................................................123 Maghrebijnse straatkinderen................................................................................................................................................................................................................................... 123 Groeipakket voor NBMV, jonger dan 12 jaar: wachten op ministerieel besluit..........................................................................................................126 Leeftijdsschattingen NBMV.......................................................................................................................................................................................................................................126 Een bankrekening openen als niet-begeleide minderjarige.......................................................................................................................................................127
3.5. Begeleide minderjarigen.................................................................................................................................................................................................. 127 Kinderen van Palestijnse vluchtelingen die geboren zijn in België wachten op Belgische nationaliteit............................................127 Kinderen van hongerstakers in Brussel...........................................................................................................................................................................................................128 Crisis in Kaboel.......................................................................................................................................................................................................................................................................128 Levens on hold........................................................................................................................................................................................................................................................................129
4. Rechten van jongeren in contact met de wet........................................................................................................................... 131 4.1. LIVC R-decreet heeft kinderrechtenbocht nodig...........................................................................................................................................131 Kinderrechten onder spanning................................................................................................................................................................................................................................ 131 Verscherp de focus............................................................................................................................................................................................................................................................. 131 Feedback op vraag- en antwoordfiche LIVC R...................................................................................................................................................................................... 132
4.2. Jongeren en politie...............................................................................................................................................................................................................132 Handhaving coronamaatregelen zette relatie politie en justitie versus minderjarigen extra onder druk......................................133 Kindtoets nodig in de justitiële keten................................................................................................................................................................................................................135
4.3. Uitvoering van het decreet jeugddelinquentierecht..................................................................................................................................136
12
5. Recht op en in vrije tijd............................................................................................................................................................................ 137 5.1. Recht op spel en vrije tijd onder druk in tweede lockdown.................................................................................................................... 137 Lokaal verbod op vrijetijdsactiviteiten voor min 12-jarigen.........................................................................................................................................................137 Bewegen zonder verplicht mondmasker......................................................................................................................................................................................................138 1-hobbybeleid roept vragen op..............................................................................................................................................................................................................................138 Rondhangen in tijden van covid............................................................................................................................................................................................................................138 GAS-boetes?...........................................................................................................................................................................................................................................................................139
5.2. Integriteit in vrije tijd en sport.......................................................................................................................................................................................139 Recht op bescherming van integriteit..............................................................................................................................................................................................................139 Gezond, ethisch en veilig klimaat bevorderen.........................................................................................................................................................................................139
5.3. Minderjarigen in de media.............................................................................................................................................................................................140 Inkijk in de leefsituatie.................................................................................................................................................................................................................................................... 140 Waakzaamheid voor kinderen in kwetsbare positie.......................................................................................................................................................................... 141
5.4. Sociale media............................................................................................................................................................................................................................141 Kinderrechtencommissaris op hoorzitting cyberpesten................................................................................................................................................................. 141 Recht op vergetelheid.....................................................................................................................................................................................................................................................142 Sharenting en influencers...........................................................................................................................................................................................................................................142
6. Rechten op en in het gezin....................................................................................................................................................................145 6.1. Rechten van het ongeboren kind................................................................................................................................................................................145 6.2. Afstammingscentrum en DNA-databank laten niet langer op zich wachten........................................................................146 6.3. Eindrapport expertenpanel interlandelijke adoptie...................................................................................................................................146 Aanbevelingen van het expertenpanel.......................................................................................................................................................................................................... 147
6.4. Ouder-kindrelatie..................................................................................................................................................................................................................149 Opvoedingsvragen............................................................................................................................................................................................................................................................149 Geweld in het gezin............................................................................................................................................................................................................................................................149
6.5. Onderlinge familierelaties............................................................................................................................................................................................. 150 Broers en zussen: het recht om niet van elkaar gescheiden te worden............................................................................................................................ 151
6.6. Blijf bij scheiding het belang van kinderen vooropstellen.....................................................................................................................152 Spreekrecht om kinderen in beeld te brengen........................................................................................................................................................................................153 Contactbreuken tussen ouders en kinderen..............................................................................................................................................................................................153
7. Jeugd- en kinderrechtenbeleid.........................................................................................................................................................156 7.1. Verticaal overleg jeugd- en kinderrechtenbeleid..........................................................................................................................................156 7.2. Evaluatie kind- en jongereneffectenrapport (JoKER)...............................................................................................................................156 7.3. Kinderrechten lokaal............................................................................................................................................................................................................156 Label Kindvriendelijke Stad of Gemeente...................................................................................................................................................................................................156 Pleidooi voor gedachtewisseling over lokale kinderrechten in Vlaams Parlement...............................................................................................157
8. Kinderrechten internationaal.............................................................................................................................................................159 8.1. Europese kinderombudsdiensten..............................................................................................................................................................................159 Jaarvergadering over Child Rights Impact Assessment (CRIA).............................................................................................................................................159 Op naar permanente Europese wetgeving tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik van kinderen online................159 Uitwisseling tussen de Europese kinderombudsdiensten over de impact van de pandemie op kinderen en jongeren..160
8.2. VN-Kinderrechtencomité................................................................................................................................................................................................ 160 Algemene aanbeveling over kinderrechten online.............................................................................................................................................................................160 VN-Kinderrechtencomité en Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) roepen op om kinderarbeid uit te bannen tegen 2025...........................................................................................................................................................................................................................................................160
8.3. VN-Comité tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing............161 Kinderrechtenverdrag...................................................................................................................................................................................................................161
Deel 4: Bijlagen.................................................................................................................................................... 164 Naar wie verwijzen we door?...................................................................................................................................................................165 Kinderrechten in de media.........................................................................................................................................................................166 Colofon....................................................................................................................................................................................................................184
Inhoud
13
Deel 1 Kinderrechtencommissariaat komt op voor de rechten van kinderen en jongeren
14
↑ Inhoudstafel
1. Kinderrechtencommissariaat is een onafhankelijke instelling van het Vlaams Parlement Met het decreet van 15 juli 1997 richtte het Vlaams Parlement het Kinderrechtencommissariaat op. In maart 2017 kreeg het Kinderrechtencommissariaat er een extra opdracht bij: een commissie oprichten voor toezicht op voorzieningen voor vrijheidsbenemende opvang van kinderen en jongeren. Decreet van 15 juli 1997 houdende oprichting van een Kinderrechtencommissariaat en instelling van het ambt van Kinderrechtencommissaris en houdende oprichting van een Commissie van toezicht met betrekking tot voorzieningen voor vrijheidsbenemende opvang van kinderen en jongeren, BS 7 oktober 1997, zoals gewijzigd bij decreten van 31 januari 2003, 17 juli 2005, 9 november 2012, 3 februari 2017, 1 december 2017, 21 december 2018 en 10 juli 2020. kinderrechtencommissariaat.be/oprichtingsdecreetkinderrechtencommissariaat
Het kinderrechtenverdrag onderstreept het belang van onafhankelijke instanties voor kinderrechten. Het Kinderrechtencommissariaat is de officieel erkende vertolker van de rechten, noden en belangen van minderjarigen bij het Vlaams Parlement.
Pleitbezorger van minderjarigen en hun rechten Het Kinderrechtencommissariaat ziet toe op de naleving van kinderrechten in Vlaanderen. We vangen signalen op van kinderen, jongeren en professionals. We bemiddelen, onderzoeken klachten en adviseren het beleid. Altijd met het oog op de naleving van kinderrechten in Vlaanderen. De informatie over de leefsituatie van kinderen en jongeren vanuit onze klachtenwerking en onze contacten met het middenveld en kinderrechtenactoren vertalen we naar het Vlaams Parlement. Zo proberen we de stem van kinderen en jongeren maximaal te vertolken en te vertegenwoordigen. Het Kinderrechtencommissariaat brengt maatschappelijk onrecht tegenover kinderen en jongeren onder de aandacht en waakt erover dat
de nodige instrumenten, kanalen en voorzieningen uitgebouwd worden en kwaliteit blijven leveren. De Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen werkt onder de vleugels van het Kinderrechtencommissariaat. Het is een toezichtsorgaan voor alle Vlaamse gemeenschapsinstellingen en private voorzieningen die ‘Veilig Verblijf’ aanbieden aan minderjarigen. De Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen rapporteert in een eigen jaarverslag. Meer informatie over de Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen op cvtj.be
In het beleidsplan 2020-2025 legt het Kinderrechtencommissariaat de grote lijnen vast voor de volgende jaren. kinderrechtencommissariaat.be/beleidsplankinderrechtencommissariaat
Richt zich tot verschillende doelgroepen Om zijn opdracht uit te voeren, richt het Kinderrechtencommissariaat zich tot verschillende doelgroepen. Het formuleert adviezen voor het Vlaams Parlement, de Vlaamse Regering, administraties en agentschappen, internationale organisaties en buitenlandse overheden. De belangrijkste signaalfunctie naar het beleid is zo verzekerd. Als dat nodig is, formuleert het Kinderrechtencommissariaat voorstellen en aanbevelingen over nieuwe wetgevende initiatieven die van belang zijn voor minderjarigen of over regels of praktijken die indruisen tegen kinderrechten. Kinderen, jongeren, ouders en professionals informeren we over onze dienstverlening in individuele situaties waarin minderjarigen vastlopen. Met professionals bouwt het Kinderrechtencommissariaat netwerken uit. Hoe kinderrechten gestalte kunnen krijgen of waar het knelt voor kinderen en hun rechten duiden we in lezingen, debatten, artikels en via andere kanalen en media. Om zo het maatschappelijk draagvlak voor kinderrechten te versterken en de maatschappelijke positie van kinderen te verbeteren.
Deel 1 Het Kinderrechtencommissariaat komt op voor de rechten van kinderen en jongeren
15
2. Wie is wie bij het Kinderrechtencommissariaat? Aan het hoofd van het Kinderrechtencommissariaat staat de kinderrechtencommissaris. Haar mandaat loopt zes jaar en is één keer verlengbaar.
360 gradenevaluatie van de kinderrechtencommissaris. Caroline Vrijens werd in juni 2020 positief geëvalueerd en bevestigd in haar mandaat.
Caroline Vrijens is sinds 1 augustus 2019 de derde Vlaamse kinderrechtencommissaris. Op 22 mei 2019 keurde het Vlaams Parlement haar aanstelling goed en legde ze de eed af bij de voorzitter van het Vlaams Parlement. Zoals omschreven in het decreet organiseerde een extern bureau na de proefperiode een
Een multidisciplinair team van vijftien mensen – samen goed voor 12,3 FTE – ondersteunt de kinderrechtencommissaris. Het secretariaat van de Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen wordt verzorgd door een 1,5 FTE.
Caroline Vrijens
Leen Ackaert
Michaël Bouchez
Vlaamse kinderrechtencommissaris
Beleidsadviseur
Adviseur klachtenbehandeling
Gehandicaptenzorg, wonen, kinderopvang, gezinsondersteuning, jeugd- en kinderrechtenbeleid, vrije tijd
Hilde Cnudde
Tine De Winter
Sarah Meys
Communicatieadviseur en coördinerend adviseur
Administratief medewerker klachtenwerking
Beleidsadviseur
Isabel Moerman
Yentl Roels
Julie Ryngaert
Directiesecretaresse
Adviseur klachtenbehandeling
Beleidsadviseur
Jeugdhulp, gehandicaptenzorg en jeugd(delinquentie)recht
Inge Schoevaerts
Eline Strik
Coördinerend adviseur klachtenbehandeling
Secretaris Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen
Jeugdhulp, wonen, kinderopvang, justitie, politie en (geestelijke) gezondheid
Sofie Van Rumst
Communicatieadviseur klachtenwerking
Beleidsadviseur
Chris Vleugels Adviseur klachtenbehandeling Onderwijs, media, vrije tijd, sport, kinderarmoede, milieu, consumentenzaken, werk
Kinderarmoede, sociaal beleid, media, mobiliteit, milieu, gezondheid, cultuur
Asiel en migratie, diversiteit, interculturaliteit, religie, gelijke kansen, identiteit en afstamming, sport, kinderrechten internationaal
Dominique van den Akker Adviseur klachtenbehandeling Gezinsondersteuning, familierecht, welzijns- en sociaal beleid, mobiliteit, onderwijs
Els Van Hemelrijck Jeugdinformatie
16
Asiel en migratie, diversiteit, interculturaliteit, religie, gelijke kansen, afstamming, adoptie
Familierecht, jeugdhulp, jeugd(delinquentie)recht, politie, justitie
Jean Pierre Verhaeghe Beleidsadviseur Onderwijs
↑ Inhoudstafel
3. Ingebed in het Vlaams Parlement 3.1. Overleg- en adviesorgaan
personen uit de samenleving en de wetenschappelijke wereld. De leden van het advies- en overlegorgaan zetelen een hele legislatuur.
Het overleg- en adviesorgaan is een klankbord voor de kinderrechtencommissaris en haar medewerkers om de opdrachten van het Kinderrechtencommissariaat mee vorm te geven. In het overleg- en adviesorgaan zijn alle politieke fracties vertegenwoordigd, samen met
Het overleg- en adviesorgaan vergaderde op 23 september 2020 en op 3 maart 2021. Kristel Verbeke is voorzitter. Zij is gekend voor haar groot engagement voor kinderen en kinderrechten.
Overleg- en adviesorgaan 2019-2024 Uit de politieke partijen
Uit de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR)
Uit de Verenigde Verenigingen
Hannes Anaf (Vooruit)
Charlotte Declerck (UHasselt)
Heidi Degerickx volgde Licorice Leroy op (Netwerk tegen Armoede)
Filip Brusselmans (Vlaams Belang)
Dimokritos Kavadias (VUB)
Inge Geerardyn (Vlaamse Jeugdraad)
Elisabeth Meuleman (Groen)
Stefaan Pleysier (KU Leuven)
Erika Coene volgde Elke Valgaeren op (Gezinsbond)
Freya Perdaens (N-VA)
Didier Reynaert (UGent)
Freya Saeys (Open Vld)
Julie Vinck (UAntwerpen)
Katrien Schryvers (CD&V) Lise Vandecasteele (PVDA) Voorzitter: Kristel Verbeke
3.2. Partner van parlementaire en paraparlementaire diensten Eerste Kinderrechtendag van het Vlaams Parlement Op 30 november 2020 besliste het Uitgebreid Bureau van het Vlaams Parlement om vanaf 2021, naar aanleiding van de internationale dag voor de rechten van het kind op 20 november, een ‘Kinderrechtendag’ te houden in het Vlaams Parlement. Een dag waarop de stem en het perspectief van kinderen en jongeren in alle themacommissies van het Vlaams Parlement zou weerklinken. Het Kinderrechtencommissariaat zette een stuurgroep op met het Kenniscentrum Kinderrechten, de Kinderrechtencoalitie, de Vlaamse Scholierenkoepel, de Vlaamse Jeugdraad en de educatieve dienst van het Vlaams Parlement (team Kracht van je Stem) om dit idee uit te werken. We zetten ook een jongerenadviesraad op
die aanbevelingen doet en bijdraagt aan de organisatie van de dag. Het doel is om op 19 november 2021, de eerste editie van de Kinderrechtendag in het Vlaams Parlement, een dialoog op gang te brengen tussen een 60 tal jongeren tussen 12 en 18 jaar en 40 Vlaamse volksvertegenwoordigers. We willen dat kinderen en jongeren onderwerpen op de agenda kunnen zetten, of ideeën kunnen geven voor thema’s die al op de agenda staan, zodat volksvertegenwoordigers gevoed worden met inzichten, vragen en bezorgdheden van jongeren en daarover ook de bevoegde ministers kunnen interpelleren in de weken en maanden daarna. Aan de volksvertegenwoordigers vragen we het engagement om de jongeren feedback te geven over de vervolgwerkzaamheden.
De Kracht van je Stem, Vlaams Parlement Het Kinderrechtencommissariaat is lid van de stuurgroep van De Kracht van je Stem, de educatieve
Deel 1 Het Kinderrechtencommissariaat komt op voor de rechten van kinderen en jongeren
17
dienst van het Vlaams Parlement. De dagprogramma’s voor leerlingen gaan na een coronapauze opnieuw van start. In de inhoudelijke uitwerking van de Kinderrechtendag 2021 van het Vlaams Parlement vindt het Kinderrechtencommissariaat in De Kracht van je Stem opnieuw een sterkte partner.
Gidsen in het Vlaams Parlement In normale omstandigheden ontvangt het Vlaams Parlement veel bezoekers. Door corona werden alle rondleidingen voorlopig geschrapt. Na een jaar zonder bezoekersgroepen en zonder kinderen en jongeren in het Vlaams Parlement, hervatten we de rondleidingen in het najaar van 2021.
Samenwerken met de Vlaamse Ombudsdienst Het Kinderrechtencommissariaat en de Vlaamse Ombudsdienst overleggen geregeld over klachten die ze binnenkrijgen. Als een klacht die bij het Kinderrechtencommissariaat binnenkomt eerder wijst op een probleem van een volwassene in zijn relatie met een overheidsdienst dan op een schending van kinderrechten, spelen we die klacht door naar de Vlaamse Ombudsdienst. En als de Vlaamse Ombudsdienst geconfronteerd wordt met een schending van kinderrechten of een probleem dat rechtstreeks kinderen treft, maakt hij de klacht over aan het Kinderrechtencommissariaat. Het gaat vooral om meldingen over jeugdhulp, welzijn, onderwijs of wonen. Soms is een klacht zo complex dat ze zowel ouders als kinderen treft. Het spreekt voor zich dat we die klachten dan aanpakken in overleg. De Vlaamse Ombudsdienst bekijkt of er nog een bemiddelende rol voor hen is weggelegd en het Kinderrechtencommissariaat neemt het kindperspectief ter harte of maakt de vertaalslag vanuit het kinderrechtenverdrag.
18
Samenwerkingsprotocol met het Algemeen Secretariaat Vlaams Parlement Het Kinderrechtencommissariaat werkt als paraparlementaire instelling in het Huis van de Vlaamse volksvertegenwoordigers. Het Algemeen Secretariaat van het Vlaams Parlement ondersteunt sinds jaar en dag het Kinderrechtencommissariaat in financiën en aankoop, personeelszaken, informatica, algemene logistiek en gegevensbescherming. De samenwerking met de ondersteunende diensten loopt volgens een samenwerkingsprotocol dat regelmatig geüpdatet wordt.
19
Deel 2 Van signaal tot advies
20
↑ Inhoudstafel
1. Kinderrechtencommissariaat onderzoekt klachten, bemiddelt, verwijst door en adviseert bij problemen 1.1. Werkingsprincipes, kwaliteitsbewaking en maatstaven bij individuele meldingen
vooral te maken met behoorlijkheid en zorgvuldigheid van de dienstverlening van overheden, diensten en voorzieningen.
Bij het Kinderrechtencommissariaat komen heel uiteenlopende vragen en signalen binnen over de rechten van kinderen. De meldingen komen van ouders, familieleden, opvoedingsverantwoordelijken, professionals en jongeren zelf.
_
De meeste klachten worden afgesloten nadat de melders uitgebreide informatie of advies kregen. Niet elke melding vraagt om een onderzoek. Soms volstaat advies over de stappen die de melder nog kan zetten, over wat de rechten van een kind zijn of hoe die rechten weer volop aandacht kunnen krijgen. Als dat nodig is, volgen we de situatie nog even verder op, samen met de melder. Het Kinderrechtencommissariaat krijgt ook vragen over situaties van kinderen en jongeren zonder duidelijke link met kinderrechten of klachten die een andere dienst beter kan behandelen. Dan verwijzen we warm door naar de juiste dienst of hulpverlening. Klachten over minderjarigen die botsen op regels en procedures of die vastlopen in hun relaties met instanties en dienstverleners behandelen we zelf. Vaak gaat het over problemen en knelpunten die niet opgelost raken langs de gewone administratieve of juridische weg of over situaties waarin de communicatie erg stroef loopt.
Klachten toetsen we aan verschillende maatstaven Afhankelijk van de melding en de vraag van de melder, onderneemt het Kinderrechtencommissariaat verschillende acties. We toetsen de melding eerst aan het kinderrechtenverdrag en het wettelijk kader. Daarnaast zijn de algemeen aanvaarde ombudsnormen een belangrijk toetsingskader. Die normen hebben
Toetsingskaders
_ _
Het kinderrechtenverdrag is het referentiekader in het onderzoek naar klachten. Het verdrag is de kapstok waaraan we praktijken toetsen over kinderen en jongeren, zowel individueel als structureel. Daarnaast toetsen we de klachten aan decreten, wetten, regelgeving en omzendbrieven. Voor de beoordeling van klachten gaan we na of voldaan werd aan de behoorlijkheids- en zorgvuldigheidsnormen. De ombudsnormen werden vastgelegd in de samenwerkingsverbanden POOL (Permanent Overleg van de Ombudslui) en ENOC (European Network of Ombudspersons for Children).
Bemiddeling en onderzoek Het Kinderrechtencommissariaat gaat altijd na of er nog ruimte is om te bemiddelen. We streven ernaar klachten om te buigen naar oplossingen in het belang van de minderjarige. Daarvoor verzamelen we informatie bij de klager en bij de betrokken dienst of instantie. Dat is de voorbereidende onderzoeksfase. We gaan na of we het probleem kunnen aanpakken met bemiddeling en overleg. Dan werken we met de methodiek van de pendelbemiddeling. Vaak telefonisch, maar ook ter plaatse als dat nodig is. We steunen dan op het principe van meerzijdige partijdigheid. Als go-between kan het Kinderrechtencommissariaat vaak al verheldering brengen en tegemoetkomen aan de klacht. Een probleem direct oplossen door te bemiddelen, kan niet altijd. Dan kunnen we op vraag en altijd met toestemming van de melder de volgende stap in een onderzoek opstarten. Voor dat onderzoek vragen we verschillende stukken op of voeren we ter plaatse gesprekken. Zo gaan we na of een overheid, een dienst
Deel 2 Van signaal tot advies
21
of een voorziening de rechten van een kind te weinig garandeerde of zelfs schond. We oordelen op basis van de toetsingskaders en formuleren aanbevelingen voor de betrokken diensten, maar we kunnen niet sanctioneren. Voor optimale kwaliteit van de klachtenbehandeling bouwen we voor melders garanties in en passen we interne werkingsprincipes toe.
_ _
We streven naar zo groot mogelijke openheid en transparantie. We bespreken en onderzoeken complexe klachten over kinderrechten in ons multidisciplinair team.
1.2. Meldingen en klachten in cijfers
Interne werkingsprincipes: kind centraal
Hoeveel meldingen komen er binnen?
_ _ _
Vragen, klachten en signalen
_ _
_
_
We zijn onafhankelijk. We richten ons op samenwerking en bemiddeling. We ondernemen niets zonder de toestemming van de melder. We geven regelmatig feedback over het verloop van de klacht. We streven ernaar om ook de minderjarige te spreken over wie het in de klacht gaat. Als dat kan, willen we het mandaat van die minderjarige. We behandelen elke klacht in drie fasen: > De klacht moet in de eerste plaats behandeld worden op de plaats waar het probleem zich voordoet. > Als er geen intern klachtenmechanisme is of als een oplossing uitblijft, treedt het Kinderrechtencommissariaat op. > Als de klachtenbehandelaars geen individuele oplossing vinden omdat er een structureel knelpunt is, signaleren ze dat aan de beleidsmedewerkers. We rapporteren cases naar externe partners altijd anoniem.
Het onderzoek naar klachten heeft drie doelen: _ Analyseren waar de geboden dienst, hulp of zorg vastliep. _ Proberen het conflict te herstellen met dienst- of hulpverlening. _ Toewerken naar een concrete oplossing voor de minderjarige.
Kwaliteitsbewaking _ _
_
22
We behandelen of onderzoeken een vraag of klacht binnen een aanvaardbare termijn. We behandelen alle informatie discreet. We houden rekening met de beroepspositie van de melder en met het delicate karakter van elke melding. We zorgen voor duidelijke communicatie met alle partijen.
Vragen, klachten, signalen
1.530
Dit werkjaar kregen we meldingen over 1.260 individuele problemen en 270 algemene meldingen over schendingen van kinderrechten.
Vragen, klachten en signalen per werkjaar Werkjaar 2010-2011
1.077
Werkjaar 2011-2012 Werkjaar 2012-2013 Werkjaar 2013-2014 Werkjaar 2014-2015 Werkjaar 2015-2016
1.035 969 975 1.028 1.141
Werkjaar 2016-2017
1.239
Werkjaar 2017-2018
1.224
Werkjaar 2018-2019
1.218
Werkjaar 2019-2020 Werkjaar 2020-2021
1.128 1.530
↑ Inhoudstafel
Wie doet een beroep op ons? De melders Totaal Privépersonen
1.173 Minderjarige
79
Opvoedingsverantwoordelijke
856
Grootouder
66
Andere familie
24
Buur, kennis, vriend
44
Ongedefinieerde privépersoon
104
Professionelen
332 Onderwijs
125
Welzijn
33
Jongerenwelzijn
50
Gezondheidszorg
36
Asiel en Migratie
41
Justitie
9
Kinderrechten- en mensenrechtenorganisaties
16
Vrije tijd
7
Media
4
Zorg voor personen met een beperking
7
Buitenschoolse kinderopvang
1
Onderneming
2
Mobiliteit
1
Overheden
25 Niet-sectorale overheid
25 1.530
De minderjarige melders Leeftijd
Aantal
Hoe nemen melders contact op?
8 jaar
2
9 jaar
1
Telefoon
722
10 jaar
2
Website
75
11 jaar
5
12 jaar
2
Brief
12
13 jaar
6
Bezoek
3
14 jaar
3
Vlaamse Ombudsdienst
1
15 jaar
6
Andere
16 jaar
6
Totaal
17 jaar
11
18 jaar
4
Onbekend
31
Totaal
79
682
35 1.530
Deel 2 Van signaal tot advies
23
Waarover gaan de meldingen? Totaal Onderwijs
578 Corona en onderwijs
189
Sancties
75
School vinden en er geraken
71
Schoolreglement en informele regels
62
Betwiste schoolresultaten
52
Leerlingen met specifieke behoeften
41
Pesten
32
Leerlingenbegeleiding
21
Leerplicht
14
Schoolkosten
7
Nieuwe media en technologie
6
Recht op informatie
6
Voor- en naschoolse kinderopvang
2
Hulp aan minderjarigen
350 Jeugdhulp
219
Gezondheidszorg
74
Welzijn
43
Zorg voor personen met een beperking
14
Gezin
317 Scheiding
Vluchtelingen (asiel)
202
Ouderschap
95
Afstamming en adoptie
20 71
Vrije tijd
62 Spel en cultuur
38
Sport
24
Justitie en politie
Media
59 Politie
37
Justitie
22
21
21
12
12
Huisvesting Verkeer en mobiliteit
5
5
Leefmilieu en technologie
4
4
Relaties en seksualiteit
4
4
3
3
3
3
3
3
38
38
Consumenten- en geldzaken Werk
Kinderrechten algemeen Andere Totaal
1.530
We registreerden 376 meldingen of signalen die te maken hadden met corona. Die registreerden we apart. De meeste signalen namen we mee in ons advieswerk. Daarnaast gaven we in individuele situaties persoonlijk advies, verwezen we door of gingen we na of er bemiddelingsmarge was.
24
↑ Inhoudstafel
Hoe behandelen we vragen en klachten? Informatie, advies en doorverwijzing
910
Onderzoek en bemiddeling
126
Beleidsaanbeveling
19
Signaal/suggestie
175
Nog in behandeling
208
Geen afhandeling mogelijk Totaal
92 1.530
Veel meldingen leiden tot directe dienstverlening. Dat houdt in dat we de klager informeren, adviseren of doorverwijzen. Vaak blijven we de melder bijstaan met advies in de verschillende stappen die hij zelf zet. Daardoor krijgt het Kinderrechtencommissariaat meer inzicht in de praktijk. Ook zonder actieve tussenkomst (onderzoek of bemiddeling) kunnen onze klachtenbehandelaars pijnpunten vaststellen en situaties deblokkeren. Daardoor scoren informatie en advies zo hoog.
Deel 2 Van signaal tot advies
25
2. Kinderrechtencommissariaat adviseert het beleid 2.1. Beleidsadviezen Veel individuele klachten en meldingen van knelpunten over kinderrechten hebben een signaalfunctie. Ook professionals en vrijwilligers trekken bij ons aan de alarmbel.
Duidelijke aanbevelingen Het Kinderrechtencommissariaat probeert kinderen en jongeren die vastlopen of in een kwetsbare situatie zitten sterker naar de voorgrond te brengen. Onze klachtenbehandelaars ondersteunen die kinderen en hun gezinnen. En we kaarten hun situatie aan bij het Vlaams Parlement. Niet vrijblijvend, maar met duidelijke aanbevelingen.
Signaleren aan overheid Wijst een individuele klacht op onduidelijke, inconsequente, discriminerende of ontbrekende regelgeving? Of op regels of praktijken die in strijd zijn met het kinderrechtenverdrag? Dan signaleren we dat bij de bevoegde overheid. Dat lost het probleem van de minderjarige niet meteen op. Maar het helpt om in de toekomst gelijkaardige problemen te voorkomen. Het Kinderrechtencommissariaat onderzoekt, verheldert en vertaalt kinderrechtenproblemen naar beleids- en regelgevend niveau.
Gehoord in de parlementen Op eigen initiatief of op vraag van het Vlaams Parlement schrijven we adviezen. Het laatste jaar hoorden commissies van het Vlaams Parlement én van de Kamer van Volksvertegenwoordigers de kinderrechtencommissaris over verschillende kinderrechtenthema’s: _ Hoorzitting over een voorstel van resolutie dat onder andere een structurele aanpak van cyberpesten en de oprichting van een multidisciplinair kenniscentrum cyberpesten vraagt (commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media van het Vlaams Parlement, 17 juni 2021) _ Toelichting bij de knelpunten en beleidsaanbevelingen uit het jaarverslag 20192020, Laat kinderrechten nooit meer in lockdown gaan, van het Kinderrechtencommissariaat (Onlinevoorstelling op 18 november 2020; commissie voor Onderwijs, 7 januari 2021; commissie voor Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding, 20 januari 2021; commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media, 29 april 2021) > Herbekijk de bespreking in de commissie voor Onderwijs op youtu.be/kBuWmuRr6vU?t=509 > Herbekijk de bespreking in de commissie voor Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding op youtu.be/oE2W0OSFO0 > Herbekijk de bespreking in de commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media op youtube.com/ watch?v=I8SvwfjG-2w
_
_
Structurele problemen vertalen naar adviezen _ Het Kinderrechtencommissariaat vertaalt de structurele problemen in dossiers, adviezen, standpunten en knelpuntnota’s naar het Vlaams Parlement en de bevoegde ministers. Het onderzoekt diepgaand kinderrechtenthema’s en de onderliggende problemen om het Vlaams Parlement te informeren en te adviseren. Het wijst ook op de mogelijke vertaling van adviezen in Vlaamse regelgeving. Het toetst beleidsinitiatieven zoals ontwerpen en voorstellen van decreet aan het kinderrechtenverdrag.
26
_
Gedachtewisseling Vlaams Jeugd- en Kinderrechtenbeleidsplan 2020-2024 (commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media, 18 maart 2021) Hoorzitting over het jaarverslag 2020 van de Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen (commissie voor Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding, 31 maart 2021) Hoorzitting over het wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek in verband met de persoonlijke banden tussen broers en zussen (commissie Justitie van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, 23 februari 2021) Hoorzitting over jeugdhulp en kinderopvang in het coronabeleid (tijdelijke commissie van het Vlaams Parlement over de coronacrisis, 21 september 2020)
Schriftelijke adviezen Het Kinderrechtencommissariaat bracht schriftelijk advies uit over verschillende onderwerpen die raken aan kinderrechten:
↑ Inhoudstafel
_
_
_
_ _ _ _ _ _ _ _ _ _
_
Vlaams Actieplan Armoedebestrijding (VAPA) 2020-2024 onder de kinderrechtenloep (20202021/01) Jaarverslag Kinderrechtencommissariaat 20192020, Laat kinderrechten nooit meer in lockdown gaan (2020-2021/02) Nood aan een versterkte samenwerking om buitenlandse straatkinderen opvang te bieden en te beschermen tegen geweld (2020-2021/03) Recht op spel en vrije tijd onder druk in steden en gemeenten door corona (2020-2021/04) Corona en onderwijs: heroriënteren na kerstexamens? (2020-2021/05) Visienota ‘Digisprong’: naar meer kansen voor elk kind (2020-2021/06) Wetsvoorstel over persoonlijke banden tussen broers en zussen (2020-2021/07) Maak het afstandsleren minder afstandelijk (20202021/08) Mondmaskerplicht in de lagere school, graag zo kort mogelijk (2020-2021/09) Jaarverslag 2020 Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen (2020-2021/10) LIVC R-decreet heeft kinderrechtenbocht nodig (2020-2021/11) Bescherming van ongeboren kinderen (20202021/12) Rapport aan het Europees Comité voor Sociale Rechten over het vijftiende periodiek verslag van België, samen met het Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de Rechten van de Mens en de Délégué général aux droits de l’enfant, 30 juni 2021 (2020-2021/13) Bezorgdheden en suggesties naar aanleiding van de wantoestanden in de kinderopvang (20202021/14) Onze adviezen, knelpuntennota’s en dossiers vindt u op: kinderrechtencommissariaat.be/adviezen_en_ standpunten
Liesbeth Homans Vlaams Parlementsvoorzitter
Benjamin Dalle Vlaams coördinerend minister Kinderrechten
Caroline Vrijens Vlaamse kinderrechtencommissaris
Ali 17 jaar
Onlinevoorstelling jaarverslag Op 18 november 2020 stelde de kinderrechtencommissaris haar jaarverslag online voor. 790 mensen schreven zich in voor de voorstelling. Een 600-tal mensen keek in real time. Gasten waren: _ Liesbeth Homans, Vlaams Parlementsvoorzitter _ Benjamin Dalle, Vlaams coördinerend minister Kinderrechten _ Kinderen en jongeren over corona: Ali, Winde en Benjamin _ Mama Tine die een brief schreef aan haar zoon kinderrechtencommissariaat.be/actueel/laatkinderrechten-nooit-meer-lockdown-gaan
Deel 2 Van signaal tot advies
27
Webinar Gewoon Complex Het Kinderrechtencommissariaat organiseerde op 5 februari 2021 de webinar ‘Gewoon complex’. Daarin kwam het perspectief van jongeren met complexe problematieken, hun ouders en professionals aan bod. Hoe kijken zij naar de ‘problemen’? Wat hebben die jongeren nodig? Waar zien ze oplossingen? VRTjournalist Xavier Taveirne leidde alles in goede banen en modereerde twee panelgesprekken. Een pleegouder en een ouder getuigden. En er werden enkele fragmenten uit de podcast van Joris Hessels en Dominique Van Malder afgespeeld waarin jongeren zelf aan het woord komen. Minister Wouter Beke gaf een reflectie vanuit het beleid. Ruim 3.300 mensen schreven zich in voor de webinar. 2.580 mensen volgden de uitzending in real time. Heel wat mensen keken uitgesteld. kinderrechtencommissariaat.be/actueel/ webinar-gewoon-complex
Xavier Taveirne Moderator
Moeder
Pleegmoeder
Caroline Vrijens Vlaamse kinderrechtencommissaris
Leen Ackaert Beleidsadviseur
Wouter Beke Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding
Evelien Dobbelaere Coördinator Mobiel Care Team - RADAR
Annelies Demeyere Projectcoördinator ‘Project Jongvolwassenen’
Lim Vervueren Coördinator KoinoorLeerrecht
Panelgesprekken
Sarah-Ann Van Lysebeth Psychiater in kinder- en jeugdpsychiatrisch ziekenhuis en verantwoordelijk psychiater van WINGG
28
Frank Smits Directeur VAPHvoorziening Ter Heide
Luc Deneffe Directeur jeugdhulpvoorziening De Wissel
↑ Inhoudstafel
2.2. Kinderrechtenperspectief uitdragen Het Kinderrechtencommissariaat wil de overheid en het middenveld zo goed mogelijk informeren over waar het knelt voor kinderen en hun rechten. Daarom signaleren en ontsluiten we onze adviezen en knelpunten rond kinderrechten in Vlaanderen via onze website, nieuwsbrief, Facebook, Twitter, Instagram en LinkedIn. Kinderen, ouders en intermediairen informeren we over onze klachtenwerking en wat we voor hen kunnen betekenen. We geven lezingen en schrijven opiniestukken, persberichten en artikels in tijdschriften en bijdragen aan boeken. We posten foto’s en filmpjes om onze publicaties onder de aandacht te brengen en initiatieven van externe organisaties te steunen. Zo maakten we onder andere een filmpje voor beweging. net over kinderarmoede en een videoboodschap voor de uitreiking van het label Kindvriendelijke Stad en Gemeente op 26 november 2020.
Videoboodschap van de kinderrechtencommissaris in de ‘Week van Zo Geflikt’ over jeugdwerk en politie van Uit De Marge: uitdemarge.be/week-van-zo-geflikt-jeugdwerk-politie/
Een filmpje voor de ouderkoepels over wat polarisering betekent voor het recht op onderwijs en de mogelijke rol die de ouderwerking kan opnemen. Herbekijk op youtube.com/ watch?v=4g0B-oX2SFg
Een paar andere voorbeelden:
Videoboodschap van de kinderrechtencommissaris over het recht van kinderen om cultuur te beleven en zich artistiek te uiten. Herbekijk op youtube.com/watch?v=QwNnbi6pHao
Een filmpje voor de ‘Dag van de CLB-medewerker’. Herbekijk op youtube.com/watch?v=nyJsDBWxSBc
Videoboodschap van de kinderrechtencommissaris waarin ze jongeren moed inspreekt in coronatijden en belooft zich te blijven inzetten om hun belangen te verdedigen. Herbekijk op kinderrechtencommissariaat.be/actueel/ kinderrechtencommissaris-spreekt-jongeren-moed Deel 2 Van signaal tot advies
29
Gericht informeren over onze dienstverlening bij individuele kinderrechtenschendingen Vaak zijn het kinderen en jongeren die opgroeien in de grootste kwetsbaarheid die verstoken blijven van hulp, ongelijk behandeld worden of verstrikt raken in procedures en regels. Net daarom zijn tussenpersonen zo belangrijk voor onze contacten met kinderen, jongeren en ouders. We maken ons bekend bij professionelen die elke dag werken met kinderen en jongeren en regelmatig botsen op onrecht. We bezorgen ze mapjes over het Kinderrechtencommissariaat met informatie op maat van jongeren, ouders en professionelen. In het najaar van 2020 stuurden we een mailing naar meer dan vierduizend tussenpersonen in Centra voor Leerlingenbegeleiding, Centra voor Algemeen Welzijnswerk en hun jongerenaanbod, de jeugdhulpsector, de wijkgezondheidscentra, de huizen van het kind, maar ook naar straathoekwerkers, jeugdwelzijnswerkers, leerlingenbegeleiders op school: ze kregen allemaal een pakket in de bus. Verder maakten we onze dienstverlening bekend op klasse.be en in het gedrukte magazine van Klasse. Via de Vlaamse Scholierenkoepel bereiken we de leerlingenraden van secundaire scholen met onze contactgegevens op de VSK-jaarkalender. Klachten bereiken ons via kinderrechten.be, via mail of het gratis 0800-nummer. Verder maakt, herwerkt en verspreidt het Kinderrechtencommissariaat samen met partners zoals ’t Zitemzo informatiemateriaal over kinderrechten en het kinderrechtenverdrag.
De website kinderrechten.be werd 43.674 keer bezocht.
Van 1 september 2020 tot en met 31 augustus 2021 werd de site kinderrechten.be 43.674 keer bezocht. Dat leverde 141.035 paginaweergaven op. Gemiddeld is 87,3% van de bezoekers nieuw en 12,7% zijn terugkerende bezoekers. Klassiek zien we meer bezoekers rond de internationale kinderrechtendag. De eerste maanden van 2021 was het enorm druk op kinderrechten.be. Veel vragen en klachten over corona vertalen zich ook in bezoekersaantallen op kinderechten.be.
Aantal bezoekers kinderrechten.be September 2020
4.605
Oktober 2020
4.793
November 2020
5.138
December 2020
3.251
Januari 2021
5.259
Februari 2021
Websites kinderrechtencommissariaat.be en kinderrechten.be Website kinderrechten.be De website kinderrechten.be heeft drie deelsites. Vanop de landingspagina kiest de bezoeker voor de deelsite jongeren, ouders of professionals. Op kinderechten.be vindt de bezoeker informatie over onze dienstverlening in individuele situaties en basisinformatie over de toepassing van kinderrechten.
30
4.800
Maart 2021
4.842
April 2021
3.537
Mei 2021
3.494
Juni 2021 Juli 2021 Augustus 2021
2.331 722 902
↑ Inhoudstafel
Website kinderrechtencommissariaat.be Kinderrechtencommissariaat.be richt zich vooral tot Vlaamse volksvertegenwoordigers, andere beleidsmakers en middenveldorganisaties. We ontsluiten er onze adviezen, dossiers, brochures, activiteiten, persberichten en teksten van lezingen. We brengen er ook nieuws over studiedagen en activiteiten waaraan we meewerken. Voor onlinebestellingen van onze publicaties werken we samen met Vlaanderen.be. We gebruiken hun tools en zo verschijnen onze publicaties tegelijk op hun website en in hun nieuwsbrief met een breed bereik.
Aantal bezoekers kinderrechtencommissariaat.be September 2019
5.297
Oktober 2019
7.756
November 2019
11.766
December 2019
6.465
Januari 2020
19.208
Februari 2020
15.559
Maart 2020
9.177
April 2020
7.318
Mei 2020
7.865
Juni 2020 Juli 2020 Augustus 2020
5.600 3.259 3.761
De meeste bezoekers gebruiken nog altijd een pc of laptop (69,92%). 28,45% bezoekt de site via zijn gsm. We werken volop aan een nieuwe website die aansluit bij onze strategische doelstellingen en het strategisch communicatieplan. Eind dit jaar stellen we onze nieuwe website voor aan het publiek.
De website kinderrechtencommissariaat.be is er vooral voor beleidsmakers en middenveld.
Van 1 september 2020 tot en met 31 augustus 2021 werd de site kinderrechtencommissariaat.be 103.031 keer bezocht. Dat is zo’n 4.000 bezoeken minder dan vorig jaar. Dit jaar organiseerden we geen grote enquête. Dat kan zeker een daling verklaren. Tegelijk zien we dat er in november, januari en februari meer bezoekers waren dan anders. De onlinevoorstelling van ons jaarverslag en de webinar gewoon complex waren belangrijke trekkers. We telden 218.102 paginaweergaven. Mensen blijven gemiddeld een kleine twee minuten op de website.
Deel 2 Van signaal tot advies
31
Facebook Op de Facebookpagina van het Kinderrechtencommissariaat delen we informatie en filmpjes. Eind augustus 2021 volgden 8.857 personen en organisaties ons, en 7.930 vonden ons ‘leuk’. facebook.com/kinderrechtencommissariaat
Eind augustus 2021 hadden we 8.857 volgers op onze Facebookpagina. Sinds 20 november 2012 twittert de kinderrechtencommissaris. Eind augustus 2021 telden we 7.112 volgers.
Instagram LinkedIn Netwerken uitbouwen en informatie uitwisselen doen we ook via het profiel van de kinderrechtencommissaris op LinkedIn.
Eind mei 2018 maakte het Kinderrechtencommissariaat zijn Instagramkanaal aan. Dat deden we vooral in het kader van onze twintigste verjaardag. Eind augustus 2021 zijn er 1.921 volgers. instagram.com/kinderrechtencommissariaat
E-zine Het Kinderrechtencommissariaat stuurde het voorbije werkjaar vier e-zines ‘Knipperlicht kinderrechten’ uit met informatie over de eigen activiteiten, ontwikkelingen rond kinderrechten en initiatieven van partnerorganisaties. Eind augustus hadden we 1.383 abonnees.
Artikels in tijdschriften en boeken Het Kinderrechtencommissariaat werkt regelmatig mee aan tijdschriften en boeken. _ Donorkinderen op zoek naar afstammingsinformatie Julie Ryngaert in e-zine van Tijdschrift Jeugd- en Kinderrechten (TJK), november 2020, jeugdrecht.be/search/artikel/donorkinderen-op-zoeknaar-afstammingsinformatie
Een abonnement nemen op onze nieuwsbrief: kinderrechtencommissariaat.be/inschrijven-nieuwsbrief
_
32
Kindvriendelijke steden en gemeenten: een sterk mandaat voor kinderrechten op lokaal niveau
↑ Inhoudstafel
voorzieningen met een ‘beveiligend verblijf’ raakten de eerste lockdown en de coronamaatregelen aan cruciale rechten van jongeren. In hun jaarverslag ‘Open venster op gesloten en besloten jeugdinstellingen’ formuleren de maandcommissarissen aanbevelingen voor de instellingen en de overheid om de rechten van jongeren in geslotenheid te versterken.
Caroline Vrijens in ‘Dwalen met een doel. Lokaal kiezen voor kindvriendelijkheid’, Nathalie Van Ceulebroeck, Imke Pichal, Chris Peeters en Didier Reynaert (red.) Bataljong vzw, 2021
_
Fairness in siblingrelaties tijdens het scheidingsproces van ouders Kathleen Emmery, Claire Wiewauters, Sofie Van Rumst, David De Coninck en Koen Matthijs in ‘Broer of zus, de match van je leven. Fairness in siblingrelaties’, Kathleen Emmery en Gianni Loosveldt (red.), Garant, 2021
_
Eerder dan crisismanagement hebben jongeren met complexe problematieken een ‘thuis’ nodig met veel zorg, persbericht, 5 februari 2021 Het Kinderrechtencommissariaat praatte met jongeren met complexe problematieken en hun ouders en professionals. Alle inzichten bundelden we in het dossier Gewoon complex met ideeën voor verbeteringen. Het zijn misschien complexe dossiers, maar het zijn vooral gewone jongeren. Gewone jongeren in heel ongewone omstandigheden, met een ongewoon parcours, een moeilijke geschiedenis of een moeilijke situatie. Nu wordt er met die kinderen en jongeren vaak ‘geleurd’. Ze verhuizen van de ene voorziening naar de andere. Van psychiatrie over jeugdhulp naar een voorziening voor kinderen met gedragsproblemen en soms terug naar huis na een crisis in een voorziening. 24 voorzieningen in één kinderleven is geen uitzondering. Terwijl ze vooral een veilige plek nodig hebben, een ‘thuis’ met gezichten die ze elke dag zien, met de nodige zorg die niet loslaat, maar blijft vasthouden.
_
Open brief: Jongeren willen opstaan uit hun opgelegde winterslaap, 22 januari 2021 Leerkrachten, CLB-medewerkers, ouders en jongeren trekken al weken bij ons aan de alarmbel. De maatregelen wegen heel zwaar op jongeren: er is veel angst en stress door het afstandsleren, door de vele toetsen en door de regels. Ze missen elkaar en hun energie is op. Ze hebben het mentaal moeilijk of erger: ze haken af thuis of op school. De kinderrechtencommissaris roept op om jongeren als een kwetsbare groep te beschouwen in de verdere aanpak van de crisis. In de maatregelen, in versoepelingen en in de vaccinatiestrategie. Dit is een oproep om ervoor te zorgen dat de doffe blikken weer oplichten, dat jongeren eindelijk kunnen opstaan uit hun opgelegde winterslaap.
_
Laat min-12-jarigen op school en in de publieke ruimte vrij bewegen zonder verplicht mondmasker, persbericht samen met de Vlaamse Jeugdraad, 11 januari 2021 De Vlaamse Jeugdraad en het Kinderrechtencommissariaat zijn erg bezorgd over het mogelijk
Opiniestukken en persberichten Het Kinderrechtencommissariaat schreef het voorbije jaar twee opiniestukken en stuurde vijf persberichten uit. _
Open brief: Jongeren liepen niet enkel schoolse leerachterstand op maar ook leefachterstand, 16 april 2021 In een open brief vragen kinderpsychologen, psychiaters, Unicef en de Vlaamse en Franstalige kinderrechtencommissaris om van het welzijn van jongeren een prioriteit te maken op school zodat hun sociale en emotionele ontwikkeling weer op gang kan komen.
_
Opinie: Naar school kunnen gaan is broodnodig, Knack.be, 14 april 2021 280.000 14- tot 18-jarigen zitten vanaf volgende week weer minstens de helft van de tijd thuis afstandsonderwijs te volgen. Hun noodkreet klinkt steeds luider. Wanneer gaan we echt luisteren naar de scholieren? Naast de medische argumenten moet er ook ruimte zijn voor het mentale welzijn van jongeren en hun belangen. Zodra het kan, moeten de scholen voor alle leerlingen weer voltijds de deuren openen met aandacht voor het welbevinden van jongeren. Corona is balanceren en evenwichten zoeken: laat de balans overhellen in het belang van jongeren en hun welzijn.
_
Corona was motor van verandering in gesloten jeugdinstellingen, persbericht, 21 maart 2021 Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen stelt haar jaarverslag voor. Als er iets positief is aan corona, dan is het dat het de digitale evolutie in de gesloten jeugdinstellingen versnelde: jongeren konden vaker en op verschillende momenten beeldbellen met thuis. Dat apprecieerden ze enorm. Net als de lossere en warmere sfeer in de leefgroep. De coronamaatregelen hakten er stevig in bij de jongeren, de begeleiders en verantwoordelijken van de voorzieningen in de jeugdhulp. Ook in de gesloten jeugdinstellingen, proeftuinen,
Deel 2 Van signaal tot advies
33
verder inperken van de leefwereld van kinderen, vooral van de min-12-jarigen. We vragen om kinderen zoveel mogelijk toegang te blijven geven tot spel, speelruimte, vrijetijdsaanbod, sport en kwalitatief onderwijs en om daarvoor de creativiteit en bestaande kaders aan te spreken. We vragen dat de scheidingslijn voor maatregelen niet verschuift van 12 naar 10 jaar, of nog verder. _
34
Laat kinderrechten nooit meer in lockdown gaan, persbericht, 18 november 2020 Vlaams kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens stelde op 18 november online haar jaarverslag 2019-2020 voor. ‘Laat kinderrechten nooit meer in
lockdown gaan’, titelt het nieuwe jaarverslag van het Kinderrechtencommissariaat. De impact van de coronamaatregelen op kinderen en jongeren loopt als een rode draad door het jaarverslag. De coronacrisis is nog niet voorbij. Ze blijft de mentale gezondheid van kinderen, jongeren en hun ouders op de proef stellen. Persberichten en opiniestukken: kinderrechtencommissariaat.be/persberichten-enopiniestukken
Achteraan in het jaarverslag staat een overzicht van onze aanwezigheid in de media.
↑ Inhoudstafel
Kinderrechtencommissaris op pad De klachten die het Kinderrechtencommissariaat bereiken, geven een inkijk in waar het vaak knelt voor kinderen, jongeren en hun rechten. Om nog meer voeling te krijgen met wat er leeft bij kinderen en jongeren of om dieper in te gaan op thema’s, gaat de kinderrechtencommissaris op pad. Ze praat met kinderen en jongeren en hun begeleiders of ouders. Kinderen en jongeren waren heel creatief en veerkrachtig en bleven optimistisch ondanks corona. Ook opvallend was het medeleven en doorzettingsvermogen van begeleiders en hulpverleners om er het beste van te maken in moeilijke omstandigheden.
Het schooljaar 2020-2021 was net zo atypisch als het schooljaar daarvoor. Corona dwarsboomde vaak de planning, lessen moesten halftijds online, uitstappen konden niet doorgaan en jongeren vanaf 14 jaar moesten een mondmasker dragen op school. Ook veel vrijetijdsactiviteiten stonden on hold en op straat moesten jongeren zich vaak houden aan strenge regels. Vooral voor jongeren in het secundair waren er echt veel belemmeringen om zich te ontspannen, elkaar te zien en gewoon jong te kunnen zijn.
Deel 2 Van signaal tot advies
35
Om hier eens rustig met kinderen en jongeren over te kunnen praten, ging de kinderrechtencommissaris op bezoek bij circusschool Circolito in Mechelen, in een viertal secundaire scholen en sprak ze met kinderen uit lagere scholen. Soms waren het fysieke bezoeken maar soms ook online als een bezoek ter plaatse niet kon door de richtlijnen. Jongeren zeiden vaak dat het deugd deed om er eens met anderen over te kunnen praten. Dat ze soms moeten horen dat ze het maar moeten aankunnen.
Mentaal welzijn In de gesprekken vielen er grote verschillen op tussen leerkrachten. Sommige leerkrachten maken in de les tijd om te luisteren hoe het gaat en hebben daar echt aandacht voor. Anderen maken daar weinig tijd voor. Jongeren zeggen dat er nog meer aandacht kan zijn voor hun mentale gezondheid. Bijvoorbeeld door ze aan te moedigen om erover te praten.
‘Er wordt heel weinig tot niet gevraagd hoe ik me voel op school’ tegenover andere jongeren die zeiden ‘als ik jullie zo hoor, dan ben ik een gelukzak: in mijn school besteden al mijn leerkrachten aandacht aan hoe het met me gaat’. ‘Ik kan terecht bij mijn ouders als ik iets kwijt wil. Ik ben niet de persoon die gemakkelijk met iemand gaat praten als ik ergens mee zit.’ ‘Mijn bubbel is mijn lief. Dat betekent dat ik geen andere vriendinnen meer kan zien. Dat mis ik heel erg.’ ‘Ik zie geen vrienden meer. Mijn ouders, broers en zussen zijn mijn enige contacten.’ ‘Als het niet gaat, kan ik terecht bij een psycholoog en een paar goede vrienden.’
‘Door te babbelen met anderen is er weer wat meer structuur in mijn hoofd gekomen rond waar het eigenlijk allemaal over gaat.’ ‘Te horen van anderen dat er andere mogelijkheden zijn om met bepaalde dingen om te gaan, kan me de moed geven om problemen op school aan te kaarten.’ ‘Doordat er zo weinig gelegenheid is om erover te praten, denk ik dat het voor de anderen allemaal niet zo moeilijk is. Het doet deugd te horen dat zij het ook moeilijk hebben.’ 36
↑ Inhoudstafel
Stress voor school Over school zeiden jongeren dat er meer druk is dan anders en meer stress. Dat ze ontzettend veel taken krijgen en leerkrachten soms de leerstof erdoor jagen. In de week dat ze op school zijn, moeten ze vooral toetsen afleggen. In de week dat ze onlineles volgen, wordt er nauwelijks les gegeven en moeten ze de leerstof zelf verwerken. Soms hebben jongeren tien tot twaalf toetsen per week.
‘Op school draait het alleen nog om les. Voor de rest staan wij letterlijk en figuurlijk in de kou.’ ‘De praktijklessen gaan wel gewoon door en dat is goed. In de eerste lockdown moesten we thuis zelf aan de slag en werd er alleen maar herhaald.’ ‘Leerkrachten stemmen onderling veel te weinig af over de hoeveelheid leerstof die we moeten verwerken en de vele taken.’ ‘Ik zit in mijn laatste jaar. Wij konden online meedoen aan een sit-in, georganiseerd door de Vlaamse overheid. Ik heb de hele avond geprobeerd maar ben niet binnengeraakt.’ Jongeren zeiden dat veel leerlingen in januari overgestapt waren naar een gemakkelijkere richting. Ze vroegen zich af of dat zo gelopen was omdat ze niet goed konden volgen door het afstandsonderwijs of omdat ze het misschien fout inschatten, want eind vorig jaar waren er vaak geen echte examens. Sommige jongeren vroegen zelf aan de school of ze om de andere dag op school mochten zijn en niet in weekblokken. Dan zou de binding beter zijn met de vrienden en zouden ze zich meer betrokken blijven voelen. Ze vonden dat ook onlinetoetsen moesten kunnen in de week van het afstandsonderwijs en vroegen uitdrukkelijk leuke activiteiten op school. Ze zeiden dat het vaak koud was in de klas en op de speelplaats.
Geen echte vrije tijd Voor heel veel jongeren vielen de uitlaatkleppen compleet weg. Vaak doen ze buiten de school, in hun vrije tijd, weinig samen met anderen. Soms spreken ze met één of twee vrienden af om te wandelen of te fietsen. Alles was echt afgeschaft, wat heel moeilijk was. Jongeren zeiden dat ze graag iets zouden hebben om naar uit te kijken in de vakanties, zoals hobby’s. Ze zijn suf en hebben minder energie en dat zie je ook in de klas. Er was veel behoefte aan perspectief voor de lente en de zomer.
‘We denken dat het beter is dat ons verteld wordt wat we wel kunnen doen, want momenteel is er alleen aandacht voor wat niét mag.’ ‘Het zou fijn zijn dat de mensen die de maatregelen wél volgen ook eens bedankt worden in plaats van altijd te focussen op wie de maatregelen niet volgt.’ ‘Het leven staat stil. Wij worden wel ouder en missen daardoor de leuke en belangrijke momenten in het leven. Dat is heel jammer. Het meest missen we feestjes, uitgaan, optredens.’ ‘De druk op het gezin is groter. De ruzies of discussies kunnen wel eens heviger zijn omdat je meer bij elkaar bent.’ De kinderrechtencommissaris nam alles wat ze hoorde van de jongeren mee in adviezen voor het parlement.
Deel 2 Van signaal tot advies
37
De vragen van de kinderrechtencommissaris aan de scholieren _ _ _
Kies een emotie of een woord dat voor jou de laatste twee weken samenvat. Wat zou jij willen doen als de coronaregels niet meer gelden en niemand nog ziek kan worden? Wat is voor jou het stomste aan corona?
Ingewikkeld
Met vrienden op vakantie gaan
Eigenlijk gewoon alles
Overweldigd
Mijn hobby niet kunnen beoefenen
Stress
Dat het juist nu moet gebeuren
Mijn vriendinnen knuffelen
Verbazing
Afspreken met vrienden, fuiven, iets gaan drinken
zwaar
Verveeld
38
↑ Inhoudstafel
3. Samenwerken met externen Het Kinderrechtencommissariaat werkt samen met verschillende organisaties om expertise uit te wisselen, ons inhoudelijk te verdiepen in een thema en netwerken uit te bouwen. Dit is een greep uit die vele samenwerkingsverbanden.
3.1. Samenwerken met kinderrechtenorganisaties We werkten dit jaar opnieuw intens samen met het Kenniscentrum Kinderrechten (KeKi). Na de enquête #jongerenovercorona dienden we samen met succes een abstract in voor het seminar Child in the city in Cascais. We zetten samen interuniversitair overleg op over ethiek om kinderen veilig te betrekken bij onderzoek, en werkten samen aan input voor een werkgroep van de Hoge Gezondheidsraad over kinderreclame voor ongezonde voeding. Met KeKi werkten we net als met de Kinderrechtencoalitie, de Vlaamse Scholierenkoepel en de Vlaamse Jeugdraad nauw samen aan de eerste Kinderrechtendag in het Vlaams Parlement op 19 november 2021. We betrokken daar actief jongeren bij van Roots, GRIP en Awel. KeKi ontwikkelde het stappenplan ‘Belang van het Kind: in 5 stappen naar een beslissing in het belang van het kind’. Het Kinderrechtencommissariaat was lid van de stakeholdersgroep die het stappenplan ontwikkelde. De Ambrassade roept een drietal keer per jaar de Commissie Jeugdinformatie samen. Dit werkjaar vergaderde die telkens online maar zeker niet minder dynamisch. In de Commissie Jeugdinformatie zitten jeugdinformatiespelers uit verschillende sectoren, ook van het Kinderrechtencommissariaat. De commissie wisselt informatie en expertise uit, en geeft input over actuele beleidsthema’s rond jeugdinformatie. Elk jaar zijn er ook twee open ontmoetingsmomenten voor de brede jeugdinformatiesector. De Commissie Jeugdinformatie is meteen ook de stuurgroep van WAT WAT, een platform van meer dan 70 organisaties die jongeren informeren over allerlei thema’s en ze de weg wijzen naar advies of hulp. De commissie evalueert de werking van WAT WAT en stuurt bij. De Ambrassade coördineert ook Waddist, een app
waarin jongeren vragen kunnen beantwoorden en die zo de vinger aan de pols houdt bij de Vlaamse jeugd. Een project waarvan het Kinderrechtencommissariaat al dankbaar gebruikmaakte en waarbij we ook actief betrokken zijn via de beleidswerkgroep. Met de Vrouwenraad en Caritas werkten we actief samen om menstruatiearmoede onder de aandacht te brengen. Samen met Goe Gespeeld! en andere organisaties brainstormen we over nieuwe acties voor het recht van kinderen op uitdagende en toegankelijke speelkansen in het groen. Het Kinderrechtencommissariaat zit als waarnemer in de werkgroepen Kinderen in gezinnen met precair of onwettig verblijf en Niet-begeleide minderjarige vreemdelingen van het Platform Kinderen op de Vlucht. Verder werkten we samen met de Délégué général aux droits de l’enfant aan betere samenwerking om buitenlandse straatkinderen op te vangen en te beschermen tegen geweld. We organiseerden rondetafels met mensen uit justitie, politie en hulpverlening en kwamen tot een advies. En we zitten in de werkgroep CLIS-LIVC. Met andere mensenrechtenorganisaties komen we regelmatig samen in het platform ‘rechten van de mens’ om thema’s te bespreken. Met andere ombudsdiensten werkten we ad hoc samen aan concrete dossiers, en structureel in het Permanent Overleg Ombudslui (POOL) van België. POOL bundelt informatie voor de burger op ombudsman.be. Dit jaar werkten we onder andere samen aan het advies over internettoegang als essentiële behoefte.
3.2. Meewerken in stuurgroepen en projecten Het Kinderrechtencommissariaat werkt systematisch samen met verschillende werk- en stuurgroepen en op verschillende fora. Zo houden we de vinger aan de pols van wat er beweegt op het terrein en bij de overheid. De signalen over schendingen van kinderrechten en het perspectief van jongeren proberen we maximaal binnen te brengen op die fora. Deel 2 Van signaal tot advies
39
De kinderrechtencommissaris zit als waarnemend lid in de jury voor het label ‘Kindvriendelijke steden en gemeenten’ en we zijn lid van de kerngroep van het Vlaams Netwerk Kind- en Jeugdvriendelijke Steden en Gemeenten. Dat brengt lokale besturen, academici en jeugd- en kinderrechtenactoren samen. Met studiedagen, netwerkmomenten, lezingen en internationale uitwisseling ondersteunt en inspireert het netwerk lokaal kind- en jeugdvriendelijk beleid. Het versterkt de brug tussen het lokale en het Vlaamse kinderrechten- en jeugdbeleid.
_ _
_
_
_ Op vraag van het Kenniscentrum Gezinswetenschappen van Odisee Hogeschool werken we sinds 2020 mee aan het project ‘Kansen voor begeleide kinderen in opvang versterken: visieontwikkeling en ondersteuning’ in het kader van de AMIF 45-oproep over Opvang. Dat project leidde tot een visietekst en een vormingspakket voor opvangmedewerkers. Sinds december 2020 werkt het Kinderrechtencommissariaat mee met de stuurgroep van Klasziekaal–Steunpunt onderwijs voor zieke leerlingen, een tweejarig proefproject op initiatief van de Provincie West-Vlaanderen. Het project onderzoekt de pijnpunten in het onderwijs aan zieke leerlingen en informeert over de onderwijsmogelijkheden voor leerlingen die lang ziek zijn. Het Kinderrechtencommissariaat werkt mee aan de stuurgroep Kindreflex van het Vlaams expertisecentrum Kindermishandeling. Andere stuurgroepen, projecten en werkgroepen waar het Kinderrechtencommissariaat aan meewerkt: _ European Network of Ombudspersons for Children (ENOC) _ Netwerk Onderwijs en Discriminatie, Unia regio Antwerpen _ Werkgroep definitieve uitsluitingen, Lokaal Overlegplatform Brussel Basis _ Kenniskring De Vrije Ruimte, SAM (Steunpunt Mens en Samenleving) _ Begeleidingsgroep Steunpunt voor inclusie _ Commissie Diversiteit en Gelijke Onderwijskansen, Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) _ Klankbordgroep Infopunt Onderwijs, Intercultureel Netwerk Gent _ Klankbordgroep BE-Reyn, Platform voor inclusie van Romafamilies _ Laat ze leren, een netwerk voor scholen met leerlingen zonder papieren, een initiatief van Katholiek Onderwijs Vlaanderen _ Werkgroep Onderwijs en vluchtelingen, Vlor
40
_ _
_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _
Denkgroep Onderwijs aan het Jonge Kind, Vlor Stuurgroep ‘Als het spannend wordt in de klas’, UC Leuven-Limburg, Onderzoeksgroep Inclusive Society Adviesgroep Academische werkplaats ‘positief leefklimaat’, Vereniging Ons Tehuis en faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen, UGent Gebruikersgroep Family 2.0: de nieuwe uitdagingen van postmoderne familiesolidariteit, UAntwerpen, UGent, KU Leuven, Arteveldehogeschool Resonansgroep Onderzoeksproject middagpauzes op school, Expertisecentrum Pedagogische Ondersteuning in Kinderopvang en School, Karel de Grote Hogeschool Stuurgroep Onderzoek Gezinshereniging, Kenniscentrum Gezinswetenschappen Odisee Lerend Netwerk project ‘Kleine Kinderen, Grote Kansen’, Koning Boudewijnstichting en Vlaamse overheid Stuurgroep Zo Geflikt, Uit De Marge Stuurgroep SAM, Steunpunt Mens en Samenleving Klankbordgroep doctoraat Sara Lembrechts, ‘Kinderrechten in asielprocedures’, UGent Klankbord- en coördinatiegroep Woonwagenbewoners Werkgroep Armoede en onderwijs met onder meer het Netwerk tegen armoede en andere partners. Beleidswerkgroep Waddist, De Ambrassade CSS/HGR-werkgroep ‘Advertising about unhealthy food aimed at children’ Platform kindermishandeling, Opgroeien Stuurgroep project jeugdwerk en verontrusting, Vlaams expertisecentrum Kindermishandeling Opvolggroep Jeugddelinquentierecht, Opgroeien Stuurgroep ‘Op het randje’ over kinderen in de jeugdhulp en vrije tijd, Arteveldehogeschool
↑ Inhoudstafel
3.3. Samenwerken met overheden
reflectiegroep jeugd- en kinderrechtenbeleid. Dat is een klankbord voor het departement. De groep evalueert en voedt het jeugd- en kinderrechtenbeleid.
Adviesraad Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind
Mobiliteitsoverleg
De kinderrechtencommissaris is lid van de adviesraad van de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind. In het verlengde van de concluding observations van het VN-Kinderrechtencomité aan België werkten we met de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind, de Délégué général aux droits de l’enfant, de Kinderrechtencoalitie, la Code (Coordination des ONG pour les droits de l’enfant), Kenniscentrum Kinderrechten, Unicef België en andere kinderrechtenactoren en kinderen en jongeren aan de childfriendly concluding observations. De coronamaatregelen hebben de geplande activiteiten en workshops verschillende keren gedwarsboomd. Een goeie dosis creativiteit, volharding en enthousiasme zorgde dat de jongeren elkaar toch konden ontmoeten. Ze bespraken het belang van kinderrechten en kinderrechteneducatie. Ze brainstormden over formats waarin de concluding observations hun weg kunnen vinden naar kinderen en jongeren. Andere groepjes jongeren, samengesteld door de kinderrechtenorganisaties, werkten daar op verder. Eind dit jaar, legt de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind de resultaten van hun werk voor aan het beleid en het ruime publiek. Met de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind (NCRK-CNDE) werkten we aan een gezamenlijk advies over de rechten van ongeboren kinderen en aan een advies over de rechten van kinderen en jongeren in relatie tot de politie.
Federaal Instituut voor de Mensenrechten Het Kinderrechtencommissariaat diende samen met de Délégué général aux droits de l’enfant en het FIRM, het Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de Rechten van de Mens, een rapport in bij het Europees Comité voor Sociale Rechten. Dat wijst onder andere op het gebrek aan follow-up door België van de veroordeling door het Comité in 2015 in verband met lijfstraffen.
Reflectiegroep Jeugd- en Kinderrechtenbeleid Verschillende keren per jaar komen we samen met de aanspreekpunten jeugd- en kinderrechtenbeleid, jeugd- en kinderrechtenorganisaties en medewerkers van het departement Cultuur, Jeugd en Media in de
Het Kinderrechtencommissariaat heeft samen met de Vlaamse Jeugdraad elk jaar een overleg met De Lijn.
Overleg vluchtelingen en onderwijs In het Overleg vluchtelingen en onderwijs wisselen verschillende betrokkenen bij opvang van en onderwijs aan minderjarige vluchtelingen, informatie uit. Het gaat om het kabinet van de minister van Onderwijs, het departement Onderwijs, het Agentschap voor de Onderwijsdiensten (Agodi), de onderwijsnetten en –koepels en het kabinet van de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, de Dienst Vreemdelingenzaken, Fedasil en het Rode Kruis. Sinds oktober 2016 wordt ook het Kinderrechtencommissariaat uitgenodigd voor dit overleg.
Overleg met de Vlaamse kleutercoördinator Het Kinderrechtencommissariaat werkt mee aan het coördinerend overleg van de Vlaamse kleutercoördinator met verschillende onderwijsactoren om kleuterparticipatie te bevorderen. Op dat overleg wisselen de deelnemers informatie uit over vaststellingen, beleidsmaatregelen en goede praktijkvoorbeelden om de participatie van kleuters uit risicogroepen in het kleuteronderwijs te verbeteren.
Klankbordgroep Leerlingenvervoer Buitengewoon Onderwijs Het Kinderrechtencommissariaat zetelt in de klankbordgroep Leerlingenvervoer van het departement Onderwijs en Vorming. Daar volgen we de ontwikkelingen van de pilootprojecten op. Op 26 november 2020 kwam de klankgroep online samen.
Expoo Expoo is het Expertisecentrum Opvoedingsondersteuning van de Vlaamse overheid. Het verzamelt en verspreidt kennis over opvoeden, opvoedingsondersteuning en de leefomgeving van kinderen en jongeren. Het ondersteunt het brede werkveld met methoden, technieken en instrumenten. Het Kinderrechtencommissariaat is lid van de reflectiegroep van Expoo.
Deel 2 Van signaal tot advies
41
Opvolggroep Jeugddelinquentierecht Deze opvolgingsgroep van het agentschap Opgroeien met vertegenwoordigers uit het werkveld, jeugdrechters, parket, academici, FOD Justitie en FOD Volksgezondheid volgt de praktische toepassing van het decreet nauwgezet op. De groep capteert signalen uit het werkveld en bespreekt oplossingen en verbetervoorstellen.
Andere stuurgroepen en projecten Verder werkt het Kinderrechtencommissariaat actief mee aan: _ Taksforce kwetsbare gezinnen, coördinerend minister voor armoedebestrijding _ Lerend netwerk Ethisch sporten van Sport Vlaanderen, Kennis- en informatiecentrum sport op initiatief van de Vlaamse minister van Sport _ Lerend netwerk project ONaRVla-Online positieve Narratieven ter preventie van Radicalisering in het Vlaamse Onderwijs, departement Onderwijs en Vorming _ Stakeholdersgroep hervorming burgerrechtelijke opdracht justitiehuizen van het departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin _ Stuurgroep Cliëntenrechten van het departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin _ Stuurgroep Tienerpooiers op initiatief van de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin _ Netwerkgroep Onderzoek kinderen en jongeren in Vlaanderen, departement Cultuur, Jeugd en Media _ Expertenpanel interlandelijke adoptie, minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin _ Netwerk Samen tegen Schooluitval Brussel, departement Onderwijs en Vorming _ Adult Advisory Group van de NCRK, begeleiding van een participatief traject voor de ontwikkeling van childfriendly concluding observations _ Stuurgroep van ‘De Kracht van je Stem’, educatieve dienst van het Vlaams Parlement. _ Stuurgroep onderzoek ‘Kind van de rekening: kosten en bijdragen in de jeugdhulp’, agentschap Opgroeien en KU Leuven _ Onderzoeksproject ‘Recht op inzage dossier in de integrale jeugdhulp’, departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin _ Werkgroep JoKER, departement Cultuur, Jeugd en Media _ Werkgroep Inspiratiekader Buitenschoolse Opvang en Activiteiten, Opgroeien _ Gemengd platform dak- en thuisloosheid, kabinetten van de ministers van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, en van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed _ Klankbordgroep kinderrechtenmonitor, departement Cultuur, Jeugd en Media 42
3.4. Bijdragen aan debatten, congressen en studiedagen Het Kinderrechtencommissariaat wordt regelmatig gevraagd om op studiedagen en congressen de eigen werking, het kinderrechtenverdrag en kinderrechtenthema’s toe te lichten. Dit is een overzicht van de studiedagen en congressen waaraan het Kinderrechtencommissariaat een actieve bijdrage leverde. _
_
_
_ _
_
_
_ _
_
_ _
_ _ _
Onlinecongres ENOC, over ‘Child Rights Impact Assessment’ en de ENOC-statuten, 21-22 september 2020 Gastcollege ‘Voorstelling Kinderrechtencommissariaat en jongeren over corona’, Hogeschool PXL Hasselt, Online, 25 september 2020 Lezing ‘De stem van kinderen en jongeren: over corona’, Dag van het Onderzoek, Vives, Brugge, 6 oktober 2020 Netwerkmoment ‘Jongeren over Corona’, Huis van het Kind, Turnhout, 6 oktober 2020 Presentatie ‘Kinderrechten en gezondheid’, Preventietop Lokaal Gezondheidsoverleg, Nieuwpoort, 7 oktober 2020 Panel Tiendaagse van de Geestelijke Gezondheidszorg, ‘Impact van corona op kinderen’, Stad Gent, 9 oktober 2020 Reflectie studiedag ‘Intersectorale richtlijn diagnostiek’, Kwaliteitscentrum voor Diagnostiek, Gent, 14 oktober 2020 Studiedag ‘Naar een statuut voor de plusouder’, UHasselt, 22 oktober 2021 Online keynote op roadtrip cultuureducatie, ‘De stem van kinderen en jongeren: over corona’, hetpaleis, 29 oktober 2020 Afsluitende reflectie ‘Welzijn van kinderen en jongeren’, Research on stage ‘welbevinden van kinderen en jongeren’, KeKi, 10 november 2020 ENOC 24th Annual Conference 2020, ENOC, 16 en 17 november 2020 Onlinelezing ’Zorgen voor kinderrechten in de zorg’, KOPP-Congres ‘Gewone kinderen in bijzondere omstandigheden’, Familieplatform Geestelijke Gezondheid, 26 november 2020 Workshop ‘Klachtenbehandeling en mechanismes’, Zo Geflikt, Jongeren en politie, 26 november 2020 Inspiratiebabbel jongerenredacteurs ‘Aan tafel met…’, StampMedia, online, 2 december 2020 Onlinelezing ‘Zorgzaam omgaan met kinderen in de media’, workshop ‘Deontologie en rechten van het kind’, VRT, 4 januari 2021
↑ Inhoudstafel
_
_
_ _
_ _
_ _
_ _ _ _
_ _
_ _
_
_
Reflecties zoekconferentie ‘Brusselse gezinnen met kleine kinderen in precaire leefomstandigheden, Inclusief Brussel en Opgroeien, online, 14 januari 2021 Onlinelezing ‘Voorstelling Kinderrechtencommissariaat en jongeren over corona’, Soroptimist Sint-Truiden, 19 januari 2021 Caroline luistert, ‘Jongeren over corona’, Circolito, Mechelen, 23 januari 2021 Provinciale vormingsdag ‘Klasbakken online: webinar voor leraren lager onderwijs’ over ‘welzijn van kinderen en jongeren in coronatijden’, Provincie West-Vlaanderen, Brugge, 10 februari 2021 Panelgesprek ‘G-Sport’, Voetbal Marke, Kortrijk, 10 februari 2021 Toespraak ‘Voorstelling Kinderrechtencommissariaat’, Basisschool De Bron, Lovendegem, 25 februari 2021 Gesprek ‘Hoewist?’-sessie voor jongeren’ over ‘Jongeren over corona’, MNM, 25 februari 2021 Onlinevoorstelling Kinderrechtencommissariaat, Basisschool De Wegwijzer, Morkhoven, 26 februari 2021 Talkshow ‘Klein Geluksken’, vzw Tzal wel zijn, Sint-Niklaas, 27 februari 2021 Panelgesprek ‘Creative in Solitude’, ‘Impact corona op jongeren’, Leuven, 28 februari 2021 Online-event ‘Voel jij je veilig? Let’s talk!’, Roots jeugdwerk-Vlaanderen en Brussel, 4 maart 2021 Onlinegesprek ‘Levende bib’, ‘Hoe kan de grootstedelijke context (i.c. Antwerpen) bijdragen aan een goed klimaat van opgroeien voor kinderen en jongeren?’ AP Hogeschool Antwerpen, 11 maart 2021 Onlinelezing ‘Kinderen willen echt gehoord worden’, Unie van Jeugdadvocaten, 19 maart 2021 Reflectie op webinar ‘Lancering stappenplan: in 5 stappen naar een beslissing in het belang van het kind’, ‘Wat met het belang van het jonge kind?’, departement Cultuur, Jeugd en Media en KeKi, online, 19 maart 2021 Online-expertmeeting ‘Smartphone op school’, Groen, 26 maart 2021 Onlinedebat ‘Impact van corona’, voorstelling jaarverslag onderwijsspiegel 2021, Vlaamse Onderwijsinspectie, 1 april 2021 Onlinelezing ‘Kinderrechten: mentaal welzijn en gelijke kansen voor alle kinderen en jongeren’, VNverkiezingsavond Vlaamse Jeugdraad, 1 april 2021 Onlinepanelgesprek ‘Toegankelijkheid, zorgnoden en de impact van de coronacrisis op onze jongeren en hun welzijn’, Jongsocialisten Oostende, online, 15 april 2020
_
_
_
_
_
_ _ _
_
_
_ _
Gastcollege ‘Jongeren en corona’, Erasmushogeschool en Hogeschool Rotterdam, 19 april 2021 Webinar ‘Reflectie op de Kindreflex met input vanuit het Kinderrechtencommissariaat’, Vlaams Expertisecentrum Kindermishandeling, 19 en 27 april 2021 Managementcomité Onderwijs en Vorming, ‘Voorstelling Kinderrechtencommissariaat en kinderrechten in onderwijs’, Brussel, 7 mei 2021 Children’s Rights Impact Assessment in the Flemish Jurisdiction, Mainstreaming children’s rights in the EU legislation under the Better Regulation Agenda, the Committee on Legal Affairs, Europees Parlement, 26 mei 2021 Gesprek ‘Developing the full potential of our young generations’, 72Hours Reload, Oostende, 30 mei 2021 Onlineseminar ‘COVID-19 and Children’s Rights: Learning for the Future’, ENOC, 1 en 4 juni 2021 Onlinevoorstelling Kinderrechtencommissariaat, Kindeswohlkommission Oostenrijk, 1 juni 2021 Dialoogmoment ‘Naar een rechtspositie voor jongeren in gesloten settings - focus op ontwikkeling, integratie en participatie’, Opgroeien, departement WVG, VAPH en agentschap Zorg en Gezondheid, online 3 juni 2021 Woonbeleid vanuit kindperspectief, inspiratiesessie ‘Kinderen en jongeren in het lokale woonbeleid’, agentschap Wonen Vlaanderen, 11 juni 2021 Onlinegesprek ‘Beleidsaanbevelingen welzijnsbeleid’, Studenten Katholieke Hogeschool VIVES, 22 juni 2021 Bezoek aan vrije basisschool Jan Ruusbroec, Ruisbroek, 24 juni 2021 Webinar ‘EU strategie voor de rechten van het kind’, Vlaams-Europees verbindingsagentschap (VLEVA), 24 juni 2021
Deel 2 Van signaal tot advies
43
Deel 3 Waar knelt het?
44
↑ Inhoudstafel
1. Recht op basiszorg 1.1. Recht op kwaliteitsopvang Wantoestanden in de kinderopvang voor baby’s en peuters In de steek gelaten door Kind en Gezin en door Justitie Wij zijn de ouders van de 3-jarige Mattias. Toen we op een avond onze zoon gingen halen bij de onthaalmoeder, was hij aan het huilen. We zagen ook dat zijn beentje niet meer bewoog zoals het moest. De huisarts stuurde ons door naar het ziekenhuis. Zijn dijbeen was gebroken. Volgens ons kon dat alleen maar bij de onthaalouder gebeurd zijn. Maar die zei dat wij Mattias misschien mishandeld hadden. We beslisten een klacht in te dienen bij Kind en Gezin en bij de politie. Maar zij laten ons in de steek en namen ons niet serieus. Strafrechtelijk werd het dossier al na één verhoor van onszelf en van de onthaalouder geseponeerd omdat het woord tegen woord was. Er kon niet bewezen worden hoe of waar ons kind zijn dijbeen gebroken had. Nog straffer zelfs als ze al in onze richting zouden kijken, werd dat niet eens onderzocht. Onze bewijzen dat er nog klachten waren van andere ouders, werden niet meegenomen. Ook Kind en Gezin koppelde die dossiers niet aan elkaar. Ook al zijn er vijf eerdere klachten van vermoedelijke mishandeling. We kregen de feedback dat elke melding apart onderzocht wordt en niet elke klacht met zekerheid gegrond was of dat het ook daar bij woord tegen woord bleef. Ook de zorginspectie kon weken later geen duidelijk aanwijsbare tekorten vaststellen. Ah nee, bij een inspectie zou het maar al te gek zijn dat een onthaalouder dan iets doet dat grenzen overschrijdt. Dit is toch pure waanzin en bureaucratie? En zo blijven verschillende klachten gewoon ‘hangen’. Andere ouders weten gewoon niet dat er al klachten zijn tegen een bepaalde onthaalouder. En als de onthaalouder verandert van kinderopvang of onder een andere naam begint, dan kan dat allemaal. Voor onze zoon is het te laat. Maar we willen ons verhaal brengen om te tonen hoe we zowel door Kind en Gezin als door Justitie in de steek gelaten zijn. Niet alleen wij als ouders maar vooral Mattias. Er mogen nog zoveel campagnes
komen over kindermishandeling en de plicht van iedereen om het te melden en te reageren. Als het dan in de praktijk gebeurt, lijkt niemand goed te weten hoe om te gaan met een klacht. Het Kinderrechtencommissariaat praatte met de ouders en kreeg het volledige dossier. De melding was het vertrekpunt om verder te overleggen met de klachtendienst van Kind en Gezin. We gingen na hoe een klachtenonderzoek verloopt: Wat is de verhouding met de zorginspectie? Koppelt Kind en Gezin verschillende meldingen aan elkaar? Wie beslist wanneer dat verschillende meldingen erop wijzen dat bij een onthaalouder of groepsopvang de integriteit van baby’s en peuters aangetast wordt en het niet meer veilig is? Welke stappen volgen ze na een klachtenonderzoek, ook al is de klacht niet bewijsbaar of deels gegrond? Welke opvolgingsmogelijkheden hebben ze naar een onthaalouder of de groepsopvang? En hoe koppelen ze terug naar de ouders? Begin december 2020 bracht Het Laatste Nieuws wantoestanden in de kinderopvang aan het licht op basis van inspectieverslagen en getuigenissen van ouders, zoals de ouders van de 3-jarige Mattias. Samen met veel anderen was de kinderrechtencommissaris verontwaardigd. We vroegen de minister van Welzijn, Gezin, Volksgezondheid en Armoedebestrijding om een overleg.
Bezorgdheden en suggesties van het Kinderrechtencommissariaat In ons gesprek op 14 januari 2021 met het kabinet van de minister en met Kind en Gezin kaartten we verschillende bezorgdheden aan. Met de kamer kinderopvang en preventieve gezinsondersteuning van het raadgevend comité van Opgroeien praatten we op 19 mei 2021. Telkens lichtten we deze suggesties toe. Garandeer kwaliteitsopvang Al jaren is onze vaste mantra: kwaliteitsvolle kinderopvang vraagt om meer dan één paar sterke schouders. Kwaliteit vraagt aandacht voor vorming, coaching, intervisie en supervisie, én één begeleider voor maximum zes kinderen én degelijk toezicht en monitoring.
Deel 3 Waar knelt het?
45
Ga voor straffer toezicht Er zijn behoorlijk wat toezichts- en monitoringssystemen, en toch zijn er nog wantoestanden. We vragen een nog straffer toezichts- en monitoringssysteem. Ga voor een verplichte ‘eenmeting’ MeMoQ. De resultaten van de nulmeting MeMoQ zijn al van vijf jaar geleden. Zet de klachtendienst uitdrukkelijker in als kwaliteitsbewaker met gezag. Dat kan door te streven naar een transparant klachten- en inspectiebeleid. Gebruik de jaarlijkse verslaggeving en bijbehorende beleidssuggesties als werkinstrument voor het beleid. Laat de zorginspectie sneller opnieuw langskomen en geef meer gewicht aan de conclusies van de zorginspectie. Vermijd de heropstart van een nieuw kinderopvanginitiatief nadat de initiatiefneemster de vorige heeft moeten sluiten door wantoestanden. Ga voor transparante rolverdeling tussen de klachtendienst, Kind en Gezin en de Zorginspectie bij klachtenbehandeling en handhaving. Creëer extra handelingsruimte voor Kind en Gezin vanuit het recht op zorg Kind en Gezin heeft een unieke handelings- en handhavingsruimte nodig die vertrekt van het recht op kwaliteitszorg voor baby’s en peuters en minder van een justitiële schuld-onschuldlogica. Zodra het recht op kwaliteitszorg in het gedrang komt, moet Kind en Gezin tussenbeide kunnen komen vanuit een ruim handelingspalet, dat gaat van ondersteuning, supervisie, intervisie, coaching op de werkvloer tot de mogelijkheid om een vergunning in te trekken. Daarvoor moet er een alarmsysteem komen op basis van klachten, signalen, meldingen en inspectieverslagen, en een interdisciplinaire commissie met interne en externe actoren. Externe actoren zijn nodig om extra ogen en oren aan boord te hebben in een context waarin het evenwicht tussen vraag en aanbod in de kinderopvang onder spanning staat. Kinderrechtencommissariaat, Advies Bezorgdheden en suggesties naar aanleiding van de wantoestanden in de kinderopvang, 2020-2021/14, kinderrechtencommissariaat.be/advies/bezorgdhedenen-suggesties-naar-aanleiding-van-dewantoestanden-de-kinderopvang
Buitenschoolse kinderopvang: komt het decreet buitenschoolse kinderopvang en activiteiten onder druk? Het Kinderrechtencommissariaat staat al vanaf dag 1 achter de doelstellingen van het decreet over de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten (BOAdecreet). Vanuit het recht op spel en onder regie van lokale besturen mikt het decreet op samenwerking tussen verschillende sectoren en actoren die voor het recht op spel en ontspanning van kinderen een verschil kunnen maken. Dankzij het samenspel tussen Vlaamse middelen, lokale regie en afstemming tussen de activiteiten is een gevarieerd activiteitenaanbod voor kinderen na schooltijd mogelijk. In ons advies ‘Decreet buitenschoolse opvang en activiteiten biedt kansen maar sterker vangnet is nodig’ wezen we op de vele kansen in het decreet: _ Lokale besturen krijgen meer slagkracht om de buitenschoolse opvang en activiteiten uit te tekenen. Ze kunnen beter inspelen op de behoefte van kinderen aan een buurtgerichte aanpak. _ De Vlaamse Regering plant verschillende subsidies voor lokale besturen, waaronder subsidies om de participatie van kinderen met specifieke zorgbehoeften en kinderen uit kwetsbare gezinnen te bevorderen. _ Het decreet stuurt aan op meer samenwerking en een integraal uitgebouwd buitenschools activiteitenaanbod. Daarmee verlaagt het de drempels tussen actoren die een rol kunnen spelen in de buitenschoolse activiteiten. _ En het vergroot de kans op een divers georganiseerd activiteitenpalet voor kinderen die opgroeien in kansarme buurten met weinig vrijetijdsaanbod of publieke ruimte om te spelen. Kinderrechtencommissariaat, Advies Decreet buitenschoolse opvang en activiteiten biedt kansen maar sterker vangnet is nodig, 2018-2019/10, kinderrechtencommissariaat.be/advies/decreetbuitenschoolse-opvang-en-activiteiten-biedt-kansenmaar-sterker-vangnet-nodig Kinderrechtencommissariaat, Advies Kwaliteitsvolle kleuteropvang heeft meer dan één paar sterke schouders nodig, 2019-2020/09, kinderrechtencommissariaat.be/advies/kwaliteitsvollekleuteropvang-heeft-meer-dan-één-paar-sterkeschouders-nodig
Vanuit ons geloof in het decreet werkte het Kinderrechtencommissariaat mee aan de lerende
46
↑ Inhoudstafel
netwerken van de VVSG om bij lokale besturen het decreet toe te lichten en een beeld te schetsen van wat het allemaal mogelijk maakt voor kinderen en hun recht op spel. Ook werkten we mee aan de recente cocreatiesessies van Opgroeien rond het inspiratiekader voor BOA.
1.2. Recht op fysieke integriteit
De verdere uitvoering van het decreet roept vragen op. We zijn bang dat de nodige integrale aanpak op de helling komt. Het valt ons op dat de buitenschoolse opvang riskeert te blijven samenvallen met het financierend beleidsdomein Welzijn. We zijn er altijd vanuit gegaan dat het een gezamenlijk decreet is van alle Vlaamse beleidsdomeinen die activiteiten voor kinderen na schooltijd kunnen organiseren en op elkaar afstemmen. We geloven dat een buitenschools gevarieerd activiteitenaanbod voor kinderen op lokaal niveau veel meer kans op slagen heeft als alle relevante Vlaamse beleidsdomeinen er hun schouders onder zetten. ‘In een goede buitenschoolse opvang zitten er veel verschillende activiteiten’, zeggen kinderen. Welzijn, Jeugd, Sport, Cultuur, Onderwijs en Binnenlands Bestuur horen de uitvoering van het decreet mee te ondersteunen.
In juni 2020 nodigde de Commissie voor Gezondheid en Gelijke Kansen van de Kamer van Volksvertegenwoordigers het Kinderrechtencommissariaat uit om advies te geven in een hoorzitting over de rechten van personen met variaties in seksekenmerken. Ons advies benadrukt het belang van een verbod op medisch nietnoodzakelijke onomkeerbare heelkundige ingrepen op jonge kinderen met variaties in seksekenmerken zonder hun geïnformeerde toestemming. We gaan uit van het recht op bescherming van hun fysieke integriteit, het belang van het kind en het recht op participatie.
Daarnaast hebben we ook vragen rond de continuïteit in de buitenschoolse opvang en activiteiten en de plaats van het belang van het kind en de participatie van kinderen en ouders in de organisatie en afstemming ervan. Sommige beslissingen dreigen daar spanning op te zetten, zoals de herverdeling van de middelen die winnaars en verliezers meebrengt, terwijl we liever geen verliezers zien, en het plotse sneller schakelen van de betrokken actoren. In plaats van een overgangstermijn tot 1 januari 2027, wordt die twee jaar ingekort. We hopen dat dat geen gevolgen heeft voor het speelplezier van kinderen, dat iedereen klaar is om vanuit het belang van het kind samen te werken, en om ouders en kinderen te betrekken bij de buitenschoolse opvang en activiteiten. Als er snel geschakeld moet worden, riskeren zij ondergesneeuwd te raken door andere belangen of door tijdgebrek. Op 24 juni 2021 maakten we onze bezorgdheden over aan de minister-president en de ministers van Cultuur, van Welzijn, van Onderwijs en Sport, en van Jeugd. Op 9 september 2021 overlegden we met het kabinet van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen. De Vlaamse Regering gaf enigszins gehoor aan de verschillende signalen van het Kinderrechtencommissariaat en andere actoren.
Kinderen met variaties in seksekenmerken
Kinderrechtencommissariaat, Advies Naar een versterkt kinderrechtenperspectief bij kinderen met variaties in seksekenmerken, 2019-2020/13, kinderrechtencommissariaat.be/advies/naar-eenversterkt-kinderrechtenperspectief-bij-kinderen-metvariaties-seksekenmerken
Nieuwe federale resolutie over recht van intersekse kinderen op fysieke integriteit Federaal kwamen er twee voorstellen van resolutie. Daarna waren er verschillende hoorzittingen waar ook het Kinderrechtencommissariaat bij was. Op 11 februari 2021 keurde de Kamer de resolutie goed over de erkenning van het recht van intersekse kinderen op fysieke integriteit. Voorstel van resolutie over de erkenning van het recht van de interseksuele minderjarige op fysieke integriteit, Parl.St. Kamer 2019-20, nr. 0043/001, dekamer.be/kvvcr/showpage.cfm?section=/ flwb&language=nl&cfm=/site/wwwcfm/flwb/flwbn. cfm?legislist=legisnr&dossierID=0043 Voorstel van resolutie over het instellen van een juridisch raamwerk om de bescherming van de fundamentele rechten van interseksuele personen te waarborgen, Parl. St. Kamer 2019-20, nr. 0974/001, dekamer.be/kvvcr/showpage.cfm?section=/ flwb&language=nl&cfm=/site/wwwcfm/flwb/flwbn. cfm?legislist=legisnr&dossierID=0974 Resolutie over de erkenning van het recht van de interseksuele minderjarigen op fysieke integriteit, Parl.St. Kamer, nr. 0043/008, dekamer.be/kvvcr/showpage.cfm?section=/ flwb&language=nl&cfm=/site/wwwcfm/flwb/flwbn. cfm?legislist=legisnr&dossierID=0043 Deel 3 Waar knelt het?
47
Het Kinderrechtencommissariaat is blij met de resolutie waarin we verschillende van onze aandachtspunten terugvinden: _ De wettelijke bescherming van de fysieke integriteit van minderjarigen met variaties in seksekenmerken door te waarborgen dat elke beslissing om de geslachtskenmerken van een minderjarige aan te passen verboden is zonder de geïnformeerde toestemming van die minderjarige, behalve bij een medische noodzaak of in een noodsituatie, waardoor het onmogelijk is om de beslissing uit te stellen. _ Als er een verandering overwogen wordt samen met de belanghebbenden nadenken over de criteria op basis waarvan de beroepsbeoefenaars kunnen vaststellen waarin het belang van het kind, de dringendheid en de ernstige medische noodzaak bestaan. _ Onderzoek bevorderen om aan cijfers te komen over ingrepen op grond van fenotypische, chromosale of gonodale variatie. Zo krijgen we beter zicht op de huidige praktijken en komen we meer te weten over kinderen met variaties die geen heelkundige ingrepen of behandelingen met geneesmiddelen ondergaan. En kunnen we beter tegemoetkomen aan hun behoeften. _ Een Belgisch register opzetten voor variaties in geslachtsontwikkeling. Dat register houdt systematisch en strikt vertrouwelijk bij hoeveel baby’s een variatie in seksekenmerken hebben bij de geboorte. Ook de ingrepen moeten geregistreerd worden. _ In overleg met de deelstaten de beroepsbeoefenaars die een rol spelen in het leven van kinderen met variaties in seksekenmerken op een gepaste manier informeren, sensibiliseren en opleiden. Denk aan artsen, het agentschap Opgroeien en zijn Franstalige tegenhanger ONE, klinisch psychologen, klinisch orthopedagogen, klinisch seksuologen, chirurgen, vroedvrouwen, verpleegkundigen, leerkrachten en ambtenaren. _ In overleg met de deelstaten de bekendheid en de kennis bij het bredere publiek verbeteren om te zorgen voor een de-stigmatisering van personen met variaties in geslachtskenmerken. _ In samenwerking met de koepelorganisaties de ouders, de gezinnen, kinderen met variaties in seksekenmerken toegang waarborgen tot informatie over de medische en socioculturele aspecten van de variaties in geslachtskenmerken, en tot psychosociale begeleiding als ze die nodig hebben, zonder ze te beschouwen als kinderen met een aandoening en met respect voor de mensenrechten. _ Minstens twee referentiecentra, gekoppeld
48
_
aan een universitair ziekenhuis, oprichten voor personen met variaties in seksekenmerken in België. Met multidisciplinaire teams van verschillende professionals die evenwaardig samenwerken om kinderen en jongeren met variaties in seksekenmerken, hun ouders en familie de best mogelijke informatie, begeleiding, erkenning, waardering, zorg – psychosociaal en medisch – te bieden, in de verschillende levensfasen en in samenwerking met laagdrempelige doorverwijzing door de ziekenhuisnetwerken, psychologen of relevante instanties zoals Kind en Gezin of ONE. De regeling voor de genderregistratie herzien.
De resolutie geeft een krachtig signaal dat fysieke integriteit van kinderen met variaties in seksekenmerken belangrijk is. Ook in onze meldingen en klachten weerklinkt die wens. Dat deze resolutie minderjarigen met variaties in seksekenmerken en hun rechten sterker een plek geeft dan vandaag, is een enorme stap vooruit. Hoewel een resolutie geen verplichtingen inhoudt, heeft ze wel politiek gezag. We hopen dat nu ook de federale regering samen met de Vlaamse Regering werk maakt om de rechten van kinderen en jongeren met variaties in seksekenmerken ten volle te realiseren.
Ook Vlaamse conceptnota voor nieuwe regelgeving en hoorzitting Ook het Vlaams Parlement wachtte niet om actie te ondernemen. De Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding behandelde in 2020 een conceptnota voor nieuwe regelgeving over de bescherming van de fysieke integriteit en de bevordering van het welzijn en de gelijke kansen van personen met variaties in seksekenmerken. In 2021 volgde daar nog een hoorzitting over. De conceptnota roept op om zeker deze maatregelen te nemen: _ Variaties in seksekenmerken en behandelingen die daaraan gekoppeld zijn systematisch registreren. _ Multidisciplinaire zorgpaden uittekenen voor personen met variaties in seksekenmerken en hun naasten. _ De stem van het kind met variaties in seksekenmerken versterken. _ Zorgverleners opleiden en sensibiliseren. _ Zorgen voor genoeg medische, psychosociale, laagdrempelige informatie voor personen met variaties in seksekenmerken en hun naasten. _ Waarheidsgetrouwe informatie ter beschikking stellen via het onderwijs.
↑ Inhoudstafel
_ _
_ _
De maatschappij sensibiliseren via de media. De doelsectoren, zoals het onderwijs, de sportsector, vrijetijdsbestedingen, jeugdbeweging en jeugdwerk gericht sensibiliseren. Lotgenotenverenigingen en belangengroepen ondersteunen. Seksekenmerk als beschermd. antidiscriminatiekenmerk opnemen in het decreet van 10 juli 2008 over een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid.
Conceptnota voor nieuwe regelgeving van Orry Van de Wauwer, Katrien Schryvers, Brecht Warnez, Loes Vandromme en Maaike De Rudder over de bescherming van de fysieke integriteit en de bevordering van het welzijn en de gelijke kansen van interseksepersonen, Parl.St. Vl.Parl. 2019-2020 nr. 329/1, docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=1565810
Ook deze conceptnota voor nieuwe regelgeving neemt kinderen en jongeren met variaties in seksekenmerken, hun rechten en uitdagingen serieus. We hopen dat er niet lang meer gewacht wordt om ook daar verdere stappen in te zetten.
1.3. Rechten in en op gezondheidszorg Jongeren en vaccinatie Kinderen met een risicoprofiel ‘Als alle kwetsbare groepen gevaccineerd zijn, kunnen we stilaan het leven weer heropenen’: dat was in februari 2021 de boodschap in de media. Het ging vooral over 65-plussers. Voor kinderen met gezondheidsproblemen en daardoor kwetsbaar voor corona was er nog geen uitzicht op vaccinatie. We kregen veel meldingen van bezorgde ouders van die kinderen. De gezinnen ontzegden zichzelf al sinds maart 2020 ongelooflijk veel: ouders zegden hun job op, broers en zussen schrapten hun hobby’s en bleven thuis van school, en iedereen snoeide drastisch in de contacten om elk risico op besmetting uit te sluiten. Hun situatie werd stilaan ondraaglijk. Het Kinderrechtencommissariaat nam contact op met Sciensano en stuurde een brief naar de bevoegde Vlaamse en federale ministers, de Vlaamse taskforce Covid-19 Zorg, de Pediatric taskforce en de Gems, om te polsen naar de strategie en de timing voor de vaccinatie van gezinnen met kinderen met een risicoprofiel voor corona. En om die gezinnen ook perspectief te geven.
Versoepelen kan niet voor alle jongeren Mag ik even jullie aandacht vragen voor een ‘vergeten’ groep in deze pandemie? Onze zoon van 15 jaar is door een longaandoening - samen met nog veel andere kinderen en jonge tieners risicopatiënt voor covid-19. Daardoor kan hij niet naar hobby’s, niet op kamp en zijn veel dingen die voor zijn leeftijdsgenoten wél kunnen, voor hem nu uitgesloten. Ook zijn broer en zus leven mee in sociaal isolement om hem te beschermen. Vakantie in je bubbel of vakantie met je vrienden is voor die tieners een heel ander verhaal. Kunnen jullie op de een of andere manier deze urgentie signaleren? Voor deze jongeren zou dat een wereld van verschil maken. Het is een groep die vergeten dreigt te worden omdat ze niet even hard roepen als de antivaxers.
Geïnformeerde toestemming van minderjarige In het voorjaar klopte een andere groep ouders bij het Kinderrechtencommissariaat aan, bezorgd dat kinderen en jongeren verplicht zouden worden om zich te laten vaccineren. Of dat de overheid te weinig of geen eerlijke informatie geeft over de risico’s van vaccins bij kinderen en jongeren waardoor die moeten kiezen op basis van eenzijdige informatie.
Het Kinderrechtencommissariaat schreef een standpunt vanuit de rechten van de minderjarige. _ Jongeren hebben recht op informatie. De minderjarige moet op maat en helder geïnformeerd worden in de uitnodigingsbrief en in het vaccinatiecentrum zelf. In het vaccinatiecentrum moeten medewerkers de minderjarige informeren en nagaan of hij de effecten goed kan inschatten en zijn ‘geïnformeerde toestemming’ geeft. _ Jongeren hebben recht op participatie en op geïnformeerde toestemming voor hun vaccinatie. We pleiten ervoor dat ouders met hun kinderen praten over de vaccinatie. Volgens de wet op de patiëntenrechten oefenen bekwame minderjarigen hun rechten in de gezondheidszorg zelfstandig uit. Dat geldt dus ook voor hun toestemming. In principe hebben ze hun ouders daar niet voor nodig. Uiteraard streef je het best altijd ook naar het akkoord van de ouders. Als de ouders en de minderjarige het niet met elkaar eens zijn, kan de minderjarige zelfstandig beslissen. Deel 3 Waar knelt het?
49
Een arts moet dan wel beoordelen of de minderjarige bekwaam is om zelf te beslissen. _ Het Kinderrechtencommissariaat adviseert om twee garanties in te bouwen om de rechten van de minderjarige te garanderen: > Vraag in het vaccinatiecentrum nog eens uitdrukkelijk de geïnformeerde toestemming van de minderjarige voordat die zijn prik krijgt. Om zeker te zijn dat de minderjarige akkoord is. Dat voorkomt dat minderjarigen die geen vaccin willen, zich toch laten vaccineren, omdat ze door hun ouders gedwongen of onder druk gezet worden. > Installeer een soort informatie- en meldpunt waar minderjarigen terechtkunnen die gevaccineerd willen worden zonder het akkoord van hun ouders. Dan kun je zoeken naar een arts die de minderjarige kent en die kan oordelen over de bekwaamheid van de minderjarige. Waardoor de minderjarige naargelang het oordeel over zijn bekwaamheid wel of niet zijn rechten zelf kan uitoefenen.
Familieleden – vooral grootouders - of mensen uit de directe omgeving die zich zorgen maken over kinderen en jongeren nemen contact op om advies te vragen, en omdat ze zoeken naar de juiste hulpverlening. Grootouders horen we ook soms vanuit hun rol als pleegouder bij een netwerkpleegplaatsing. Minderjarigen kloppen zelf minder snel aan. Soms nemen we na een melding wel zelf contact op met de jongere.
Kinderrechtencommissariaat, 12- tot 15-jarigen en vaccinatie: wie beslist?, 7 juli 2021, kinderrechtencommissariaat.be/actueel/12-tot-15jarigen-en-vaccinatie-wie-beslist
In de meldingen zien we vaak een verwevenheid van moeilijkheden op verschillende levensdomeinen van gezinnen, kinderen en jongeren. Moeilijke en onveilige thuissituaties staan zelden op zichzelf. In sommige gevallen worstelen ouders met psychische of psychiatrische problemen. Soms zijn er verslavingsproblemen bij ouders of bij jongeren. Sommige kinderen en jongeren kampen met een ernstige gedragsstoornis. Verder zien we vaak huisvestingsproblemen en financieel kwetsbare leefsituaties. Of geïsoleerde gezinnen met een weinig ondersteunend of te klein sociaal netwerk.
1.4. Recht op hulp op maat De Integrale Jeugdhulp organiseert hulp en ondersteuning aan kinderen en jongeren. Jeugdhulporganisaties bieden verschillende modules aan. Dat gaat van ambulante hulp, zoals context- en crisisbegeleiding tot residentiële hulp door een verblijf in een voorziening. En het kan vrijwillig of door een beslissing van een rechter. Voor kinderen met een beperking biedt het VAPH hulp en ondersteuning. De twee sectoren vallen onder het agentschap Opgroeien. Ook de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg, de netwerken Geestelijke Gezondheidszorg en de kinderen jeugdpsychiatrie organiseren hulp voor kinderen en jongeren met ernstige psychische en psychiatrische noden.
Vooral ouders kloppen bij ons aan Vooral ouders nemen contact op met het Kinderrechtencommissariaat. Ze hebben vragen, zijn op zoek naar advies, of liepen vast in de samenwerking met actoren of organisaties in de jeugdhulp. 50
Professionals zijn de vierde belangrijke groep van melders. Zij slaan vaak de brug tussen het Kinderrechtencommissariaat en de jongere door in hun naam vragen te stellen of dingen aan te kaarten waar minderjarigen op vastlopen. Daarnaast nemen professionals ook contact op als zijzelf vastlopen. Ze vragen advies en informatie over de toepassing van kinderrechten en willen graag samen reflecteren over situaties om de focus scherp te houden op het belang en de positie van het kind.
Jeugdhulp is vaak maar één aspect in een complex verhaal
De veelzijdige rol van het Kinderrechtencommissariaat Verhelderen en link met kinderrechten Veel meldingen gaan over situaties met een geschiedenis in de jeugdhulp. Het Kinderrechtencommissariaat neemt dan eerst de tijd om het jeugdhulpverhaal te reconstrueren. Daarna bespreken we met de melder wat het kinderrechtenperspectief in de melding is, en wat het Kinderrechtencommissariaat kan doen. We lichten helder toe wat de melder van ons mag verwachten, en wat het Kinderrechtencommissariaat niet kan.
↑ Inhoudstafel
Machteloosheid en afhankelijkheid Heel wat gezinnen ervaren een vorm van machteloosheid en afhankelijkheid tegenover de jeugdhulp. Ze botsen soms op moeilijk bereikbare hulpverleners, en krijgen soms weinig inspraak. Soms sluit de hulp niet aan bij hun hulpvraag. Daarnaast is er niet altijd een gedeelde visie op het probleem. En dan is er nog de traagheid: sommige melders hebben het gevoel dat ze geen stappen vooruit zetten, en als dat wel lukt, zijn er altijd nieuwe verwachtingen die dan opnieuw werkpunten opleveren. Vandaar dat gezinnen wel eens de indruk krijgen: eens in de jeugdhulp, altijd in de jeugdhulp.
Angst als raadgever Het laatste jaar viel op dat gezinnen en jongeren bang zijn dat als het Kinderrechtencommissariaat contact zou opnemen met diensten of jeugdhulpactoren, de situatie alleen maar verergert. Dat individuele hulpverleners of diensten het de gezinnen kwalijk zouden nemen dat ze bij een externe klachtendienst hun ongenoegen uiten of dingen benoemen waar ze niet akkoord mee gaan. Dat hangt vermoedelijk samen met het gevoel van machteloosheid en afhankelijkheid. Ook al lichten we toe met hoeveel zorg we tussenbeide komen, toch kregen we vaak niet de toestemming om met de klacht iets te doen. Die angst maakt het moeilijk om transparantie en samenwerking tussen jeugdhulp en gezinnen te versterken. De hulp aan kinderen en jongeren kan daaronder lijden. Maar diensten en jeugdhulpactoren staan er in onze ervaring wel degelijk vaak voor open om klachten en ongenoegen te bespreken. Het blijft belangrijk dat hulpverleners, consulenten en diensten zich bewust blijven van hun positie, en hoe gezinnen die ervaren. Alleen door die angst weg te werken, kunnen we de samenwerking tussen de jeugdhulp en de gezinnen verbeteren. Dat kan de hulp aan de jongere alleen maar ten goede komen.
Van advies tot go-between met het kinderrechtenverdrag als leidraad Het Kinderrechtencommissariaat helpt ouders, jongeren en andere betrokkenen een taal te geven om verder in dialoog te gaan. We ondersteunen ze in de vragen die ze willen stellen aan de hulpverlening en hoe ze dat het best aanpakken. Vaak gaat het om de vertaling van emoties naar concrete vragen. Een uitgebreid advies ondersteunt melders soms al genoeg. Het sluit aan bij onze doelstelling om melders te empoweren zodat ze de regie zelf in handen krijgen.
Het Kinderrechtencommissariaat blijft zo heel wat situaties volgen van op de zijlijn. In sommige situaties is er meer nodig, en bemiddelt het Kinderrechtencommissariaat tussen ouders, minderjarigen en diensten. Als we bemiddelen, staat meerzijdige partijdigheid centraal. Daardoor kunnen we vastgelopen situaties of spanningsvelden tussen gezinnen en professionals deblokkeren. Het kinderrechtenverdrag en de rechtspositie van de minderjarige in de jeugdhulp zijn altijd de leidraad. We zetten het perspectief van kinderen en jongeren opnieuw op de kaart. Als dat nodig is, doen we ook aanbevelingen. Melders en professionals krijgen in alle transparantie feedback.
Kinderen en hun ouders zijn het wachten op hulp moe Wachtlijsten over de hele lijn voor hulp- en ondersteuning aan kinderen en jongeren De laatste jaren ging het in het jaarverslag van het Kinderrechtencommissariaat elke keer opnieuw over wachtlijsten. Ook vorig jaar kregen we alarmerende signalen over sterk groeiende wachtlijsten in de eerstelijns psychologische hulpverlening, in de residentiële kinderpsychiatrie, in de jeugdhulp en in de hulp en ondersteuning van het VAPH. Het jaarverslag 2020 van het agentschap Opgroeien laat zien dat op 31 december 2020 in totaal 6.113 kinderen en jongeren op een wachtlijst stonden voor niet-rechtstreeks toegankelijke hulp. Dat is de meer intensieve vorm van hulp zoals residentiële begeleiding in een voorziening, een CKG, een Centrum voor Integrale Gezinszorg, een gemeenschapsinstelling, een GES+ voorziening en bepaalde vormen van pleegzorg. Het is wel mogelijk dat – in afwachting – een minder intensieve of alternatieve vorm van hulpverlening gestart werd.
Corona zet geestelijke gezondheid nog meer onder druk Volgens een enquête van Waddist in maart 2021 zocht 50% van de jongeren in de coronaperiode psychologische hulp. 15% deed dat bij een psycholoog of psychiater. Uit adviezen van de Hoge Gezondheidsraad blijkt dat de situatie van de Belgische kinderen en jongeren en zeker die van adolescenten en jonge volwassenen zorgwekkend is. Ze kampen met angst, depressieve gevoelens en rusteloosheid. Dat de lockdown zolang bleef duren, hinderde hun sociale Deel 3 Waar knelt het?
51
leven sterk en hun schermtijd nam toe. Ook al zijn ze zelf niet erg kwetsbaar voor covid-19, jongeren zijn buiten proportie kwetsbaar voor de negatieve effecten van de opgelegde beperkingen. Sociale steun en sociale interacties zijn cruciale factoren voor een goede geestelijke gezondheid, vooral bij de jeugd. Daarnaast zijn kinderen in de lockdown vaker slachtoffer van geweld. De Hoge Gezondheidsraad benadrukt dat de meeste geestelijke gezondheidsproblemen ontstaan in de adolescentie en jongvolwassenheid en dat ze vaak tot in de late volwassenheid blijven duren, met alle negatieve individuele en maatschappelijke gevolgen van dien. Hoge Gezondheidsraad, Advies nr. 9662 Psychosociale opvang tijdens de covid-19 pandemie Kinderen & Jongeren, juli 2021, health.belgium.be/sites/default/files/uploads/fields/ fpshealth_theme_file/20210715_hgr-9662_kinderen_ en_jongeren_vweb.pdf
Door corona moeten kinderen nog langer wachten De Vlaamse Vereniging voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie (VVK) stelde in april 2021 haar dossier ‘Wij gaan over kop’ voor. Het gevoel leefde dat sinds corona de wachtlijsten nog langer geworden waren, maar de VVK wilde dat hard maken. Haar enquête werd ingevuld door 607 artsen, kinderpsychiaters, kinderartsen, psychiaters, CLB-artsen en andere professionals. Die zijn het erover eens dat de zorgvraag sterk toenam en dat de wachtlijsten langer werden. Ze spreken over jongeren met ernstige gedragsproblemen, zware depressies, angst- en eetstoornissen en suïcidale neigingen. 37% van de ondervraagden had de week voor de enquête een jongere op consult gehad met zelfmoordgedachten. Meestal was het niet mogelijk om de nodige hulp te organiseren, zelfs niet bij nood- of crisisdiensten. Huisartsen hadden de vorige maand gemiddeld 2,7 jongeren met acute psychische nood, van wie maar 15% daadwerkelijk hulp kreeg. De vereniging berekende dat 23.749 minderjarigen op hulp wachten.
Een gebrekkige registratie van gegevens Hoewel psychische problemen reusachtige proporties aannemen en kinderen en jongeren de grootste slachtoffers zijn van wachtlijsten in de zorg, is er ook dringend behoefte aan objectief cijfermateriaal om de geestelijke gezondheid van kwetsbare groepen zoals kinderen en jongeren te monitoren. Ook de Hoge Gezondheidsraad vroeg om een geestelijke gezondheidsbarometer. Er zijn actuele cijfers nodig van jongeren die wachten op hulp en van het aantal zelfdodingen en pogingen tot suïcide. Dat moet absoluut gemonitord worden om die gegevens mee te nemen in het volksgezondheidsbeleid. Er moet dringend werk gemaakt worden van een gebruiksvriendelijke registratietool met en voor professionals. 52
Wanneer trekken we de grens en zeggen we ‘het is genoeg’? Verschillende experten trokken bij het Kinderrechtencommissariaat aan de alarmbel. Huisartsen, kinderpsychiaters, CLB’s, jeugdhulpverleners, schooldirecties en ook ouders en familieleden. We hoorden de wanhoop in hun verhalen en de roep om hulp. We luisterden met verbijstering hoe ouders, kinderen, jongeren en professionals vaak vergeefs het hoofd boven water proberen te houden. We vragen ons hardop af of het nog verantwoord is om te zeggen ‘we kennen het probleem, heb nog even geduld, we geven het signaal door’. We zijn het onze melders en de kinderen en jongeren verplicht om hardop te zeggen dat kinderen en jongeren met ernstige zorgbehoeften in de steek gelaten worden. Structurele wachtlijsten in de drie sectoren, de geestelijke gezondheidszorg, de jeugdhulp en het VAPH, verhinderen dat kinderen en jongeren op tijd juiste hulp op maat krijgen. Dat zorgt voor breuklijnen in de hulp- en ondersteuningstrajecten, wat het vertrouwen in de hulpverlening op de proef stelt. Door de wachtlijsten ontstaan er breuklijnen op verschillende levensdomeinen van minderjarigen. Wisselen van voorziening of jeugdhulpaanbieder gaat vaak gepaard met wisselen van school, en kan ook impact hebben op hobby’s, sport en vrije tijd. Amper 35 kg en toch vijf maanden wachten De 15-jarige Alicia kampt sinds de eerste lockdown met eetstoornissen. Het begon geleidelijk, niet opvallend. Ze wilde gezonder eten, meer gaan wandelen en sporten. Dat maakte haar ouders niet zo ongerust. Het viel ze meer en meer op dat Alicia door corona stilaan wegzakte in sociaal isolement. Ze zocht afleiding op sociale media, een beperkt referentiekader maar het enige als het isolement toeneemt. Eind augustus 2020 zochten de ouders hulp bij de huisarts. Ondertussen was Alicia sterk afgevallen en viel ze af en toe flauw. De huisarts belde naar ziekenhuizen met een afdeling kinderpsychiatrie. Nergens was er plaats maar ze kwam wel op de wachtlijst. De ouders startten begeleiding op bij een diëtiste die gespecialiseerd is in eetstoornissen en die ook psycholoog was. Terugbetaling door het ziekenfonds kon niet want de diëtiste had nog geen drie jaar haar diploma als psychologe. Half oktober ging het snel bergaf. Nog altijd was er geen plaats in een gespecialiseerde dienst. Zelfs niet in de kinderpsychiatrie voor een crisisopname.
↑ Inhoudstafel
Alicia werd opgenomen in het ziekenhuis voor sondevoeding omdat ze nog amper 35 kg woog. Door de sondevoeding won ze weer wat gewicht. Haar moeder zegt dat er ook daarvoor geen enkele terugbetaling is. Een pediater die veel van eetstoornissen kent, was toevallig van dienst. Hij volgde Alicia tijdelijk op, ook na de ziekenhuisopname. Begin januari 2021 stort Alicia opnieuw in. Opnieuw wordt ze opgenomen voor sondevoeding. Allemaal lapmiddelen om de tijd te overbruggen in afwachting van degelijke gespecialiseerde begeleiding. In de derde week van januari krijgen Alicia en haar ouders het nieuws dat ze opgenomen kan worden in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Crisisopname kinderpsychiatrie nodig? Ook dan minstens vier weken wachten Een kinderpsychiater in een crisisunit voor jongeren trekt aan de alarmbel. In de provincie zijn er vier crisisbedden bij hen voor jongeren met een acute behoefte aan psychiatrische opvang. In een andere kinderpsychiatrische unit zijn er acht crisisbedden. De crisisopvang start met twee weken opname om rust te bieden, alle vragen te ontwarren, de copingvaardigheden te versterken, een signalerings- en veiligheidsplan te ontwerpen, en verdere hulpverlening te adviseren door intensieve contacten met de jongeren, ouders en hulpverleners. De druk op de opvangplaatsen wordt groot. Op het moment van de melding staan er acht jongeren op de wachtlijst. Die dag alleen al waren er nog drie aanmeldingen. Met de gewone gang van zaken zou dat betekenen dat de unit al vol ligt voor de volgende vier weken en dat elke nieuwe aanmelding dus minstens vier weken moet wachten. Voor jongeren die nergens nog ruimte of rust vinden, zichzelf ernstig verwonden of op de rand van suïcide staan, met alle stress bij de ouders en de andere gezinsleden van dien. Naast die crisisplaatsen is de kinderpsychiatrische unit ook verantwoordelijk voor de gedwongen opnames van jongeren. De teller voor die maand stond al op vier gedwongen opnames. De jongeren blijven dan voor tien dagen of bij bevestiging van de noodzaak van die opname door de jeugdrechter, voor veertig dagen op de afdeling. Dat zou korter kunnen, als uitstroom naar andere K-bedden (reguliere kinderpsychiatrie) mogelijk was, maar ook die bedden zijn hopeloos overbevraagd. Mijn verhaal met mijn zoon Laurens van 2019 tot vandaag (augustus 2021) De moeder van de 16-jarige Laurens vertelt haar verhaal nadat ze een krantenartikel las over de
wachtlijsten van jongeren met psychische noden. In de zomer van 2020 deed haar zoon een eerste suïcidepoging. Het ging al niet zo goed met hem sinds 2019. Hij kwam niet meer tot leren, niet meer tot basiszorg en hygiëne voor zichzelf. Hij sloot zich af van het gezin en wilde alleen zijn in zijn kamer. Hij kampte met een depressie. In 2019 meldde de moeder Laurens aan bij een multidisciplinaire groepspraktijk. Het multidisciplinair diagnostisch onderzoek werd afgerond. Conclusie was dat Laurens meer intensieve behandeling nodig had omdat de zelfdodingsgedachten begonnen te overheersen. Het advies tot opname op de kinder- en jeugdpsychiatrie volgde. Daar werd hij eind 2020 aangemeld. Het gezin en Laurens zelf dachten dat het nu vooruit zou gaan. Maar ze schrokken van de reacties. Eén centrum liet weten dat ze tweehonderd meter van hun provinciegrens woonden, dus ze verwezen naar de aangrenzende provincie. Bij die kinderpsychiatrische unit vernamen ze dat er een wachtlijst was van één jaar. Bij de andere kregen ze te horen dat ze begin juni 2021 konden bellen om te bekijken wat mogelijk was in het najaar van 2021. Laurens had het geluk dat de privégroepspraktijk hem verder kon opvolgen. Zijn moeder zegt dat zij als gezin het geluk hebben dat te kunnen betalen, want dat is zeker niet voor iedereen weggelegd. In februari 2021 deed Laurens een tweede suïcidepoging. De groepspraktijk schakelde het mobiele crisis- en careteam in. Pas na drie weken kwamen zij aan huis, maar ondertussen was de ergste crisis al voorbij. Laurens’ moeder zegt dat daar een hele papierwinkel aan voorafging. De crisisbegeleidingsmodule bestaat uit vier gesprekken in vier weken en dan ronden ze af. Dat was het. Ze brengen in kaart wat gaande is en maken een veiligheidsplan op. De moeder vindt het jammer dat die module zo beperkt is. Het zijn erg bekwame mensen met de nodige specialisatie maar ze kunnen niet langer begeleiden. Op 8 juni bellen moeder en Laurens naar de kinder- en jeugdpsychiatrie zoals afgesproken. Het eerste bericht was dat een opname kon op 27 december. Enkele dagen later kregen ze het bericht dat er een plaats vrijkwam voor half september. En daarna kreeg Laurens’ moeder nog een uitnodiging van de kinder- en jeugdpsychiatrie (die eerst stelde dat ze niet in de provincie woonde) om eind augustus op intake te komen.
Deel 3 Waar knelt het?
53
Laurens’ moeder zegt dat als een kind in crisis gaat en te kampen heeft met een psychiatrische stoornis, het hele gezin mee in crisis gaat en eronder lijdt. Als ouder is het pijnlijk te beseffen dat je je kind niet meer alleen kunt helpen. Als je dan hulp inroept en je krijgt die niet, is dat erg moeilijk. De groepspraktijk blijft ze opvolgen tot ze terechtkunnen bij gespecialiseerde zorg. Ze doen wat ze kunnen, maar ook dat blijft beperkt tot een maandelijks gesprek. Wat zou kunnen helpen, is dat je als ouder kunt bellen met bijvoorbeeld een kinderpsychiatrische unit als hulplijn om te vragen hoe je het best reageert in bepaalde situaties of als er zich iets voordoet. Nu is alles ingepland en moet je wachten op een gesprek. Daarnaast zou het crisisteam meer moeten kunnen begeleiden dan vier gesprekken in vier weken. Hun expertise is groot en ze leveren goed werk maar ze moeten weer stoppen als ze net tot de kern van de zaak komen. Grootvader zoekt gepaste hulpverlening Een grootvader neemt contact op over zijn 15-jarige kleindochter. De kleindochter groeit op bij haar grootouders omdat de ouders weinig aandacht hebben voor het meisje. De laatste twee jaar ziet de grootvader zijn kleindochter vervallen in negatief gedrag. Ze drinkt veel alcohol, gebruikt drugs, gaat veel uit en trekt op met verkeerde jongens. Hij vermoedt ook dat zijn kleindochter seksueel misbruikt werd. De grootvader trekt al twee jaar aan de alarmbel en zoekt gepaste hulp. Het meisje verbleef uiteindelijk tijdelijk in een voorziening ter observatie en om te bekijken wat ze nodig heeft. Daar vonden ze dat een opname in een jeugdpsychiatrie nodig is. De jeugdpsychiatrie wil geen ondersteuning starten omdat het meisje geen hulpvraag stelt. De grootvader is ontgoocheld omdat zijn kleindochter momenteel te diep zit om probleeminzicht te hebben en zelf een hulpvraag te stellen. Uiteindelijk werd het meisje geplaatst in een andere voorziening, waar ze langer kan blijven. Maar die voorziening kan niet de intensieve therapie bieden die het meisje nodig heeft. Zijn kleindochter staat aangemeld voor therapie, maar stuit op een heel lange wachtlijst. Ondertussen escaleert de situatie. Zijn kleindochter vluchtte al verschillende keren weg uit de voorziening, is dan dagenlang spoorloos en verblijft altijd in zorgwekkende milieus met mogelijk ook seksuele uitbuiting. De grootvader is radeloos en erg ongerust over de 54
veiligheid van zijn kleindochter. Hij signaleert dat zijn kleindochter in de kou staat en de situatie escaleert door het gebrek aan gepaste hulpverlening. GES+ plek voor adolescenten is ongeveer twee jaar wachten Ik ben de moeder van de 17-jarige Remco. We hebben met Remco al een moeilijk traject achter de rug. Door heel wat oorzaken raakte Remco aan de drugs en gebruikte hij meer alcohol dan goed voor hem is. Verschillende diensten hebben we afgelopen, verschillende keren hebben we hulp gevraagd. Nergens was er plaats. Drugs en alcohol lokten de psychische moeilijkheden waar hij al zo gevoelig voor was nog meer uit. We hadden contact met de kinderpsychiatrie en smeekten om een opname. Dat kon niet want Remco zei in het intakegesprek ‘fuck you allemaal’. Conclusie was: Remco heeft geen hulpvraag. We vielen bijna van onze stoel. Nee, hij zag het probleem nog niet helemaal. Ons gezin stond wel al lang onder druk. We moesten wachten tot hij feiten begon te plegen, meestal onder invloed van drugs en alcohol. De jeugdrechtbank plaatste hem in een afdeling forensische kinderpsychiatrie (For-K). Eindelijk kwam er een lichtpuntje. Hij kickte af van drugs en alcohol. Het zal met ups en downs gaan. Thuis kunnen we hem niet meer opvangen. For-K en de consulent raden een GES+ voorziening aan. Die kunnen op dit moment de beste zorg bieden. Wat is het volgende dat we horen? Minstens anderhalf tot twee jaar wachten. Ik verwacht geen wonder van het Kinderrechtencommissariaat om plaatsen bij te toveren. Wel dat jullie ook zicht hebben op hoe het gaat in de praktijk. We capteerden de signalen en gaven ze door aan het kabinet van de minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoede en de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. Het recht op hulp van minderjarigen wordt nog niet genoeg gewaarborgd.
55
Versterkte inzet nodig op verschillende terreinen Positieve evoluties We zien zeker positieve evoluties om zo laagdrempelig mogelijk en op het niveau van de nulde- en de eerstelijnszorg de aandacht en het aanbod voor het psychisch welzijn van kinderen en jongeren te versterken: _ De uitbreiding van de terugbetalingsmodaliteiten van de eerstelijnspsychologische zorg. _ De uitbreiding van de Overkophuizen. _ De versterking van de mobiele crisisteams. _ Eén gezin één plan. Het zijn voorbeelden van hoe op verschillende terreinen geprobeerd wordt om snel ambulante en laagdrempelige zorg op te starten, om psychische kwetsbaarheid op tijd te detecteren, en om er op tijd iets aan te doen. Op 29 juli 2021 sloten de FOD Volksgezondheid, het Riziv en de sector een akkoord over de terugbetalingsmodaliteiten van sessies bij klinische psychologen en orthopedagogen. Daardoor hebben kinderen en jongeren recht op meer sessies in de eerstelijnspsychologische zorg, zonder dat een doorverwijzing van de huisarts nodig is. Het Kinderrechtencommissariaat, en veel diensten samen met ons, drong daar al jaren op aan.
Meer dan alleen maar een kwestie van geld Om de wachtlijsten in te korten, zijn er meer middelen nodig. Er waren al verschillende initiatieven. Zo trekt de Vlaamse Regering extra budget uit voor het ‘Actieplan Zorgen voor Morgen’ waarin de jeugdhulp mee opgenomen is. Ook kwam er geld vrij van het Vlaamse relanceplan, om sterker in te zetten op mentaal welzijn. Federaal kwam er meer geld voor meer opnamecapaciteit in kinder- en jeugdpsychiatrie. Dat zijn financiële injecties die nodig zijn om het hoofd te bieden aan steeds meer hulpvragen. We hopen dat het geen eenmalige financiële tegemoetkoming is, maar dat het een structurele ingreep is die ook na corona verder ingebed wordt. Wachtlijsten afbouwen moet een blijvende beleidsprioriteit zijn. We zijn er ons van bewust dat alleen maar meer geld niet alles oplost. Extra geld is nodig, maar het gaat ook over gedeelde samenwerkingstrajecten en gedeelde verantwoordelijkheid. Gepaste hulp voor kinderen en jongeren is niet alleen een opdracht van ofwel jeugdhulp ofwel het VAPH ofwel de kinder- en jeugdpsychiatrie of de sector geestelijke gezondheid, maar vaak van alle sectoren samen.
56
Ook jeugdwerk en onderwijs worden elke dag geconfronteerd met het belang van geestelijke gezondheid van kinderen en jongeren. Dat er een sterke brug moet zijn tussen onderwijs en welzijn is evident. Problemen waar jongeren mee kampen, stoppen niet aan de schoolpoort. Niet elk psychisch onwelbevinden hoeft te resulteren in een opname in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Maar voor psychische stoornissen is er wel een gespecialiseerde aanpak nodig. Breng de expertise, ook de kinderpsychiatrische expertise, op tijd tot bij de minderjarige, het gezin en zijn omgeving, zoals de school. We horen nog te vaak van schroom in de scholen om externe specialisten die de minderjarige goed kennen toe te laten op overlegmomenten op school. Blijf investeren in laagdrempelige geestelijke gezondheidszorg, binnen handbereik van scholen en gezinnen en nauw aansluitend bij de nulde- en de eerstelijnszorg. Luister naar de ervaringen van gezinnen, kinderen en jongeren over wat ze had kunnen helpen in crisismomenten. Wat hadden ze nodig? Het hoeft niet altijd om grootse veranderingen in structuren te gaan. Soms hebben ze al genoeg aan kort telefonisch advies met gerichte handvatten. Of ga na of een iets langere crisisbegeleiding aan huis mogelijk is.
Vertrek van het recht op psychische zorg en ondersteuning De helft van de psychische stoornissen duikt al op voor de leeftijd van 17 tot 21 jaar. Zorgnet ICURO, professor Bruffaerts, De mythes voorbij, Het public health perspectief als leidraad bij hervormingen in de geestelijke gezondheidszorg, Brussel 2021
Preventie en vroege detectie bij kinderen en jongeren is nodig om escalatie op latere leeftijd te voorkomen. Hoe later je ingrijpt, hoe meer ingrijpend de zorg zal zijn. Als minderjarigen niet de zorg en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben, brengt dat een zware maatschappelijke en economische kost met zich mee. Willen we iedereen mee aan boord houden, dan moeten we vertrekken van het recht op tijdige en gepaste psychische hulp. Een andere visie op zorg en gezondheid is nodig. We hebben in onze welvaartsstaat een goed uitgebouwd systeem voor fysieke gezondheidszorg. Heb je een gebroken been? Dan kun je rekenen op een snelle opname, een efficiënte kwaliteitsbehandeling, en goede nazorg door bijvoorbeeld kinesisten. Voor de kosten is er een uitgebouwde ziekteverzekering. Loop je mentaal vast, zelfs zó vast dat je met
↑ Inhoudstafel
suïcidegedachten kampt? Of leef je in een onveilige situatie? Heb je traumatische gebeurtenissen meegemaakt en heb je speciale zorg nodig? Dan is de kans erg groot dat die acute nodige hulp niet onmiddellijk beschikbaar is, en dat je naam terechtkomt op een wachtlijst.
Gemandateerde voorzieningen: op het snijpunt tussen aanklampende hulp en gerechtelijke jeugdhulp Het Ondersteuningscentrum Jeugdzorg (OCJ) en het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling (VK) zijn gemandateerde voorzieningen. Zij worden ingeschakeld als vrijwillige jeugdhulp aan gezinnen vastloopt omdat er niet langer vrijwillige samenwerking mogelijk is, terwijl er wel ernstige bezorgdheden zijn over de veiligheid of de ontwikkeling van de kinderen. Gemandateerde voorzieningen werken op basis van vrijwilligheid, maar hun tussenkomst is aanklampend en niet vrijblijvend. Als een gemandateerde voorziening vaststelt dat de hulp vastloopt of er geen medewerking meer is, dan kan ze een gezinssituatie melden bij het parket en vragen om een gerechtelijke tussenkomst. Een gemandateerde voorziening slaat dus de brug tussen vrijwillige en gedwongen hulpverlening. Hoe meer je in vrijwilligheid kunt werken met gezinnen, hoe groter de participatieruimte voor ouders, kinderen en jongeren. Samen zoeken naar wat ondersteunend en betekenisvol is voor het gezin, terwijl het engagement ook bij het gezin blijft liggen, is een groot verschil met de gerechtelijke jeugdhulp.
Veel onduidelijkheid over de rol en de manier van werken van de gemandateerde voorzieningen Meldingen bij het Kinderrechtencommissariaat laten zien dat ouders en professionals soms weinig zicht hebben op de rol en de werking van een gemandateerde voorziening. Het is niet altijd duidelijk wat ‘vrijwillig maar niet meer vrijblijvend’ betekent. Ook is niet duidelijk wanneer een situatie wel of niet toegewezen wordt aan het OCJ of het VK. Bovendien waren gezinssituaties soms al aangemeld bij het VK via de reguliere werking voor kindermishandeling en daarna ook via de functie als gemandateerde voorziening. Dat veroorzaakt voor gezinnen vaak verwarring, wat wantrouwen tegenover de hulpverlening in de hand werkt.
Het engagementsgesprek Is er geen akkoord van de ouders of de minderjarige om de hulp op te starten of verder te zetten, dan start een laatste fase bij de gemandateerde voorzieningen: het engagementsgesprek. Dat is de laatste mogelijkheid om jeugdhulpverlening in vrijwilligheid te houden en te voorkomen dat een jeugdrechter het overneemt. Uit de meldingen blijkt heel wat onduidelijkheid over dat engagementsgesprek. Gemandateerde voorzieningen vullen het gesprek op een verschillende manier in, en er zijn ook regionale verschillen. Soms kunnen gezinnen in dat engagementsgesprek hun eigen visie en mening inbrengen en zoeken ze toch nog samen naar een oplossing. Maar we horen ook dat er in een engagementsgesprek maar weinig ruimte is voor een open dialoog, en dat eenzijdig opgelegde doelstellingen of verwachtingen niet onderhandelbaar zijn. Gezinnen krijgen dan opnieuw het gevoel dat ze afhankelijk zijn van de goodwill van een individuele hulpverlener of dienst. Het Kinderrechtencommissariaat vraagt de manier van werken en het opzet van de engagementsgesprekken meer te stroomlijnen over de verschillende diensten heen. Voor gezinnen is het een wezenlijk verschil tussen toch nog een beroep kunnen doen op vrijwillige jeugdhulp of doorverwezen worden naar de jeugdrechtbank. Hoe krijgt onze visie een plek? De moeder van de 14-jarige Mathias vluchtte samen met haar zoon anderhalf jaar geleden uit een situatie van intrafamiliaal geweld. Ze had geen huis meer en trok in bij vrienden. De impact van het conflict was groot. Nadat ze haar huis verloor, werd de dagelijkse zorg voor Mathias even te zwaar. Ze zocht eerst hulp in haar netwerk en bracht haar zoon af en toe naar een vriendin. Ook Mathias leed onder de situatie en dat uitte zich in problematisch gedrag. Het OCJ werd ingeschakeld. Ondertussen heeft de moeder alles in het werk gesteld om weer meer de opvoeding van Mathias op te nemen en stabiliteit te bieden. Mathias woont weer voltijds bij haar. Het OCJ blijft naar het verleden kijken en stuurt aan op een plaatsing van Mathias omdat zijn gedrag bij de aanmelding verontrustend was. Mathias en zijn moeder hebben de indruk dat het OCJ te weinig hun vooruitgang ziet. Ze voelen zich niet gehoord, hun mening heeft maar weinig waarde. Uiteindelijk organiseerde het OCJ een engagementsgesprek. De moeder klaagt aan dat er in dat gesprek geen sprake was van dialoog, en ook Mathias had de Deel 3 Waar knelt het?
57
indruk dat er niet geluisterd werd. Een plaatsing van Mathias is niet wat moeder en zoon nodig hadden. Doordat ze niet akkoord gingen met de plaatsing, besloot het OCJ het dossier af te sluiten en door te geven aan het jeugdparket. Ondertussen hadden Mathias en zijn moeder een ondersteunend gesprek met de consulent van de sociale dienst van de jeugdrechtbank. Mevrouw nam contact op met het Kinderrechtencommissariaat omdat ze verbouwereerd was door de manier van doen van het OCJ. Ze wil voorkomen dat andere gezinnen hetzelfde meemaken en uitte haar ervaring als signaal. Er was geen sprake van samenwerking. Ook het engagementsgesprek was eenrichtingsverkeer. De beslissing om Mathias te plaatsen was ‘te nemen of te laten’.
Van vrijwillige naar gerechtelijke jeugdhulp: is het belang van het kind doorslaggevend of spelen er andere overwegingen? Uit meldingen blijkt dat het vaak onduidelijk is welke criteria bepalen dat vrijwillige jeugdhulp te weinig garanties biedt op veiligheid, en dat het jeugdparket ingeschakeld wordt. Signs of Safety lijkt de dominante methode te zijn. Het Kinderrechtencommissariaat krijgt signalen dat de hulpverlening sommige verontrustende situaties te lang in de vrijwilligheid houdt. Met veiligheidsplannen, bijsturing en overlegmomenten met het netwerk zoeken hulpverleners voortdurend naar veiligheid voor kinderen en jongeren, ook in gezinnen waar ernstige vermoedens zijn van misbruik. Wanneer kan vrijwilligheid niet meer? Wat met ‘schijnvrijwilligheid’? Schaden we de belangen en noden van kinderen en jongeren niet juist meer door ze in onveilige omgevingen te laten blijven waar geen verandering mogelijk is? Daartegenover krijgen we ook signalen dat gezinnen ervaren dat er soms weinig moeite gedaan wordt om vrijwillige hulp mogelijk te maken. Als situaties escaleren of het vraagt plots te veel energie van de hulpverleners, verwijzen ze snel door naar de gerechtelijke jeugdhulp. Gezinnen verliezen dan de regie. Als hulpverleners botsen op wachtlijsten bij de diensten waar ze ondersteuning willen opstarten, verwijzen ze soms snel door naar het jeugdparket. Blijkbaar heerst nog altijd het idee dat de jeugdrechtbank sneller hulp
58
kan opstarten. Helaas, de jeugdrechtbank kan niet altijd op korte termijn tussenbeide komen of hulp met voorrang opstarten. OCJ bepaalt welke hulp nodig is Een moeder neemt contact op met het Kinderrechtencommissariaat over haar drie dochters die opgevolgd worden door het OCJ. Een meisje van 11 en een tweeling van 9 jaar. De relatie tussen de ouders is verbroken na jaren emotionele mishandeling van de moeder door haar man. Daardoor willen de kinderen niet meer naar hun vader gaan om niet ook zelf slachtoffer te worden van emotionele mishandeling. Hun vader spreekt soms weken niet tegen de kinderen, straft ze emotioneel en vernedert ze. De kinderen durven ook niet op te komen voor zichzelf uit angst voor de gevolgen. Vroeger deden ze dat wel, maar toen geloofde niemand ze door de scheiding van de ouders. Daardoor maken de moeder, de school en hulpverleners zich zorgen over het emotionele welzijn van de meisjes. Als zij hun zorgen overmaken aan de consulent van het OCJ, legt die de bezorgdheden naast zich neer. Het OCJ bekijkt de situatie als een probleemscheiding en vraagt ouders altijd om tot gezamenlijk ouderschap te komen. De moeder krijgt altijd te horen dat er bij de vader hulpverlening loopt en dat die positief geëvalueerd wordt. Er wordt met de meisjes bekeken hoe zij meer kunnen opkomen voor hun belangen bij hun vader en dat loopt goed. Het OCJ wil vooral een vertrouwenspersoon voor de kinderen installeren bij zowel vader als moeder zodat er iemand dichter bij de meisjes staat. De moeder wil graag dat haar dochters geholpen worden en een spreekbuis krijgen om over hun gevoelens te praten. Ze denkt aan therapie maar dat kan alleen als haar ex daarmee instemt. Het OCJ neemt daar geen standpunt over in om onpartijdig te blijven. Als de ouders akkoord gaan met de therapie, kan het OCJ zich daarin vinden. Behalve als een van de meisjes uitdrukkelijk therapie zou vragen, dan gaat het OCJ er wel verder mee aan de slag. Maar ondertussen ziet de moeder haar kinderen achteruitgaan en nemen de zorgen toe. Het Kinderrechtencommissariaat neemt contact op met de consulent om de bezorgdheden van de moeder te bespreken. Na een wissel van consulent dringt het Kinderrechtencommissariaat aan op een gesprek tussen de meisjes en de nieuwe consulent. Er wordt snel een gesprek
↑ Inhoudstafel
gepland en dat stelt de moeder al wat gerust. We informeerden haar over de mogelijkheden om therapie mogelijk te maken via de familierechtbank als haar dochter daar ook zelf om vraagt en de bezorgdheid blijft toenemen.
Gerechtelijke jeugdhulp en de positie van de sociale dienst van de jeugdrechtbank Veel meldingen gaan over de gerechtelijke jeugdhulp en de rol van de consulent bij de sociale dienst van de jeugdrechtbank. Soms botsen gezinnen met de jeugdrechter of de consulent op visieverschillen over wat gepaste jeugdhulp is. Ze hopen dan dat het Kinderrechtencommissariaat de knoop kan doorhakken of ‘de waarheid’ kan bovenhalen. Ouders, kinderen en jongeren verwachten dat we vonnissen kunnen veranderen of de jeugdrechter kunnen beïnvloeden. Maar dat kan niet, wat soms leidt tot teleurstelling of frustratie en boosheid.
Probleem van samenwerking In de gerechtelijke jeugdhulp speelt de consulent een cruciale rol in de jeugdhulp. De consulent coördineert de hulpverlening, leidt toe naar nieuwe hulpverlening en adviseert de jeugdrechter over te nemen beslissingen. Vaak voelen gezinnen zich afhankelijk van de consulent. Als het vertrouwen zoek is, staat dat constructieve communicatie en samenwerking in de weg. Het Kinderrechtencommissariaat gaat bij alle partijen na hoe ze opnieuw verbindend kunnen werken, om de hulpverlening opnieuw op het goede spoor te krijgen.
Vraag om de consulent te vervangen Soms loopt de samenwerking tussen het gezin en de consulent zó moeilijk, dat er een bemiddelingsgesprek komt met de teamverantwoordelijke. Als ook dat de situatie niet deblokkeert, is de consulent vervangen de laatste optie. Maar een vraag om de consulent te vervangen wordt vaak negatief beantwoord. We hebben begrip voor de cruciale en vaak ook moeilijke positie van een consulent bij de sociale dienst van de jeugdrechtbank. Duidelijke en conforme richtlijnen, en de motivering van de beslissing om de vervanging van de consulent te weigeren, kan ouders helpen om de beslissing te aanvaarden.
Te weinig continuïteit De laatste jaren stippen we elke keer opnieuw aan dat ongevraagd wisselen van consulent een nijpend probleem is. Vandaag is het dat meer dan ooit. Soms neemt zelfs een vijfde of zesde consulent het dossier over. Daardoor hebben gezinnen vaak het gevoel dat er geen continuïteit is in de hulpverlening. Bij elke wissel gaat een stukje informatie en voeling met de situatie verloren. De positie van een consulent is zo belangrijk in de samenwerking met gezinnen. De hoge dossierlast - soms 80 à 90 dossiers, lees gezinnen, kinderen en jongeren - verhindert dat consulenten de hulpverlening snel en actief kunnen opvolgen. De hoge werklast maakt de consulent moeilijk bereikbaar. Ook dat signaal moeten we herhalen, want het is nefast voor het recht op continuïteit van de hulpverlening. Geen geloof meer in consulent De vader van Jeff en Marie signaleert ons zijn ongenoegen over de consulent van de jeugdrechtbank. Die werd ingeschakeld omdat het de ouders niet meer lukt om nog afspraken te maken over hun kinderen waardoor de bezoekregeling nauwelijks nageleefd werd. Volgens de vader liep het onderzoek van de sociale dienst niet goed en hadden ze daar al snel een oordeel klaar: hoogoplopende vechtscheiding. De vader gaat daar niet mee akkoord en verloor zijn geloof in een sociale dienst. Sinds mei 2020 is er geen contact meer tussen hem en de consulent, waardoor hij niet begrijpt waar de informatie van de sociale dienst nog vandaan komt. De verslagen van de consulent zijn volgens de vader niet correct waardoor de jeugdrechter beslist op basis van foutieve informatie. Dat versterkt alleen maar het wantrouwen van de vader in de sociale dienst. Zowel hij als de consulent zochten oplossingen om weer te communiceren. Zo was er al een overleg tussen vader, consulent en teamverantwoordelijke en werd er intern gezocht naar manieren om weer communicatie mogelijk te maken. Zonder succes. Ondertussen ziet hij zijn kinderen afglijden en meer problemen krijgen op school. Ook school en CLB zijn bezorgd over de kinderen. Vader vraagt zich af in hoeverre de verslagen de beleving van de kinderen correct weerspiegelen omdat er nauwelijks contact is tussen zijn kinderen en de consulent. Hij blijft zich zorgen maken over de ontwikkeling en het welzijn van zijn kinderen.
Deel 3 Waar knelt het?
59
Het Kinderrechtencommissariaat nam contact op met de consulent en met andere hulpverlening om meer zicht te krijgen op de situatie en hoe Marie en Jeff die beleven. Bij die contacten brachten alle partijen onafhankelijk van elkaar hetzelfde verhaal. Elke hulpverlener ziet de kinderen achteruitgaan en maakt zich zorgen over de impact van de situatie op de kinderen. We keken ook verslagen in: daarin geeft de sociale dienst de beleving van de kinderen weer. We stelden voor om opnieuw een overleg te organiseren tussen vader, consulent en teamverantwoordelijke en te bekijken hoe ze weer kunnen samenwerken. We willen zo berusting voorkomen en dat de situatie verder escaleert.
Toegankelijke jeugdrechtbank Het formele taalgebruik van de jeugdrechtbank met verwijzingen naar hulpverleningsmodules en termijnen is voor veel mensen ontoegankelijk en moeilijk te verstaan. Gezinnen hechten veel belang aan vonnissen en beschikkingen, en verwijzen geregeld naar de inhoud ervan. Wat mondeling besproken wordt op een kabinetsbespreking of de jaarlijkse zitting, onthouden ze vaak minder, wat de jeugdhulp moeilijker maakt. Een taal die iedereen begrijpt kan tegemoetkomen aan de frustratie en gevoelens van onmacht van ouders.
Eenmaal in de jeugdhulp, altijd in de jeugdhulp? Duidelijke verwachtingen en handelingsplannen nodig Ouders, kinderen en jongeren hebben soms het gevoel dat er aan de jeugdhulp geen uitgang zit. Ook al bereiken ze de verwachtingen en doelstellingen uit het handelingsplan, toch lijkt het alsof er altijd maar nieuwe verwachtingen bijkomen. Zo ontstaat de indruk dat de jeugdhulp in elk geval opgelegd blijft tot het kind meerderjarig is, hoe iedereen ook zijn best doet. Gezinnen worden moedeloos, gaan in weerstand, en dat heeft dan weer negatieve gevolgen voor het traject van het kind of jongere. Het Kinderrechtencommissariaat vertaalt na een melding de verwachtingen en bezorgdheden van diensten en hulpverleners naar het gezin, om weerstand te verminderen. Opvallend is dat hulpverleners vaak zeggen dat ze de bezorgdheden, verwachtingen en doelstellingen al verschillende keren en op verschillende manieren besproken hebben met ouders. Hoe komt het toch dat zo’n belangrijk onderdeel van de hulpverlening 60
door ouders, kinderen en jongeren zo weinig gekend is of gedeeld wordt? Mogelijk wordt de capaciteit of het zelfinzicht van het gezin overschat. De voortdurende stress van de ouders kan ervoor zorgen dat ze informatie moeilijker onthouden. Tegelijk kan de opgebouwde weerstand zorgen dat ouders meer ‘hun gelijk’ willen halen, waardoor ze niet ontvankelijk zijn voor bepaalde informatie. Daardoor dreigt de hulpverlening altijd maar langer te duren. Het Kinderrechtencommissariaat pleit ervoor dat de jeugdhulp duidelijk zegt wat ze verwacht van de gezinnen, op maat van het gezin. Vaak gebeurt dat in hulpverleningsjargon: ‘Er moet voldoende stabiliteit zijn.’ Of ‘er moet ingezet worden op pedagogische vaardigheden’ of ‘ouders moeten psychisch sterker worden’. Dat is niet duidelijk. Zeg concreet wat nodig is voor een veilige gezinssituatie of om de ontwikkelingskansen van kinderen en jongeren te waarborgen. Als gezinnen dat niet meer zien, stijgt hun gevoel van ‘eens in de jeugdhulp, altijd in de jeugdhulp’. Wanneer kan en mag ik weer mama zijn? Een moeder van vier kinderen neemt contact op met het Kinderrechtencommissariaat. Ze heeft een peuter van 2, een tweeling van 3 en een kleuter van 5 jaar. Door een moeilijke relatie tussen de ouders vluchtte ze met haar kinderen naar een vluchthuis. Uit angst voor de vader en om veiligheid in te bouwen, meldde het Openbaar Ministerie dat bij het OCJ. Ook om te voorkomen dat de vader de kinderen zou ontvoeren en in een onveilige situatie zou brengen. Volgens de moeder werd het traject bij het OCJ positief afgerond. Door aanhoudende belaging door de vader kreeg de moeder te kampen met psychische problemen. Na een agressie-incident tussen haar en de politie werd de jeugdrechter ingeschakeld en die plaatste de kinderen. Twee kinderen gingen naar een voorziening en de twee andere werden apart in een pleeggezin geplaatst. De vader kreeg een gevangenisstraf. De moeder zegt dat ze nauwelijks geïnformeerd werd over de besprekingen in de jeugdrechtbank waardoor de plaatsing van haar kinderen automatisch verlengd werd. Dat gaf haar een gevoel van machteloosheid. Ze zegt dat ze vooral bezorgd is als de vader van haar kinderen uit de gevangenis mag. Haar psychische toestand is al een tijdje stabiel en samen met haar psycholoog, huisarts en psychiater stelde ze een zorgplan op. Daardoor kon er weer meer bezoek. Een nieuwe evaluatie van die regeling is gepland, maar er is geen perspectief op hoe meer bezoek er zal uitzien en of dat er komt. Er wordt ook niet
↑ Inhoudstafel
gesproken over de mogelijkheid dat de moeder de opvoeding weer voltijds opneemt. Ze is bereid om een thuisbegeleidingsdienst toe te laten of een andere ambulante dienst. Maar daar wordt niet naar gekeken. De plaatsing van de kinderen wordt altijd met één jaar verlengd en er wordt altijd verwezen naar de onzekere situatie als de vader vrijkomt en naar de vroegere psychische toestand van moeder. Ze heeft het gevoel dat zij en de kinderen gestraft worden voor haar hulpvragen van vroeger en dat de hulpverlening te weinig kijkt naar de hele situatie. Ze vraagt hulp om een snellere terugkeer naar huis mogelijk te maken. Ze weet ook niet goed meer wat ze moet doen om te bewijzen dat het goed zit en dat ze de zorg voor haar kinderen opnieuw kan opnemen. We gaven informatie over de werking van de jeugdrechtbank en de mogelijkheid om in beroep te gaan tegen de beslissing van de jeugdrechtbank. De verwachting van de moeder dat door het Kinderrechtencommissariaat een snellere terugkeer naar huis mogelijk was, kunnen we niet inlossen. We namen contact op met de consulent en hamerden erop dat het belangrijk is dat de moeder informatie krijgt over wat ze van haar verwachten, en wat de huidige zorgen zijn. Zo kan een nodeloos lange plaatsing van jonge kinderen vermeden worden.
Rechten van minderjarigen in de jeugdhulp: praktijk nodig De rechten van minderjarigen in de jeugdhulp staan in het decreet over de Rechtspositie van de Minderjarige in de Integrale Jeugdhulp. Het Kinderrechtencommissariaat krijgt vooral vragen van professionals over de toepassing van dat decreet. Professionals nemen contact op als ze vastlopen in deontologische vragen. Ze zoeken ondersteuning en intervisie om situaties te bespreken en samen te reflecteren. Ze wegen rechten van minderjarigen tegenover elkaar af om te komen tot een invulling van het belang van het kind.
duidelijk en allesomvattend antwoord bestaat. Hulpverleners zijn niet alleen bang om fouten te maken. Ze voelen soms ook de behoefte om zich in te dekken en verantwoordelijkheid te delen. Het is nodig de kinderrechten in hulpverleningsrelaties concreet toepasbaar te maken. Dat kan door jeugdhulpverleners te coachen, door ruimte te maken voor intervisie en door handvatten aan te reiken over het belang van het kind. Het stappenplan van KeKi, In 5 stappen naar een beslissing in het belang van het kind, kan helpen. KeKi, In 5 stappen naar een beslissing in het belang van het kind, handleiding, maart 2021, keki.be/nl/onderzoek-en-beleid/het-belang-van-hetkind
Recht op informatie versus recht op privacy Een consulent zoekt handvatten in een situatie die zij opvolgt. Een gezin van zes kinderen wordt opgevolgd door de Jeugdrechter. De moeder van de kinderen is niet meer betrokken in het leven van vijf van haar kinderen en er is ook geen contact meer tussen de hulpverlening en moeder. De kinderen werden via een familielid ingelicht over de zwangerschap van hun moeder, haar zesde kind. Dat zorgde voor heel wat onrust bij de kinderen, omdat ze met veel vragen zitten over de afwezigheid van hun moeder. Ondertussen is hun moeder bevallen. De consulent vraagt het Kinderrechtencommissariaat tips en kapstokken hoe ze het best kan omgaan met die situatie. Wat mag ze doorgeven en wat niet? Rekening houdend met het recht op informatie van de vijf kinderen én het recht op privacy van de pasgeboren baby? Het Kinderrechtencommissariaat informeert de consulent over de twee rechten en zoekt mee naar mogelijkheden. De consulent mag de kinderen vertellen dat hun moeder bevallen is en wat het geslacht is van de baby. Voor meer informatie is de toestemming van de moeder nodig en dat moet ze dus verder met de moeder bespreken. Het is ook belangrijk om dat zo aan de kinderen te vertellen en ze te informeren over de twee rechten. En om duidelijk te krijgen wat de kinderen nodig hebben en hoe de hulpverlening daaraan tegemoet kan komen.
Het Kinderrechtencommissariaat biedt kapstokken aan. We reflecteren mee en zetten onze expertise in om het belang van het kind vorm te geven en de stem van de minderjarige centraal te stellen. Het thema beroepsgeheim komt het meest terug in de meldingen. Beroepsgeheim raakt vaak aan deontologische keuzes, waarvoor niet altijd een Deel 3 Waar knelt het?
61
Is jeugdhulp de oplossing voor vechtscheidingen? Als ouders niet meer samenleven, loopt de spanning soms hoog op. Aanhoudend zwaar conflict tussen ouders kan de ontwikkeling van kinderen en jongeren bedreigen, bijvoorbeeld door een voortdurend loyaliteitsconflict. Dan komt de jeugdhulp in beeld. We zien ook situaties waarin ouders niet meer samenleven en de klemtoon ligt op verontrustende elementen in de thuissituatie van de moeder of de vader. Door de complexiteit van een echtscheiding dreigen de individuele zorgen in het milieu van een ouder onderbelicht te raken, en worden ze alleen gekaderd in een echtscheiding, terwijl er soms meer aan de hand is.
kanaliseren. Als de jeugdhulp start, is de situatie vaak al zo complex en gespannen, dat de hulpverleners moeilijk nog door de gespannen sfeer raken en dit heeft een impact op de samenwerking met kinderen en ouders. Door die gespannen relatie worden hulpverleners vaak in de rol van ‘scheidsrechter’ geduwd. In complexe scheidingen proberen ze te voorkomen om meegezogen te worden in het conflict. Neutraliteit is belangrijk, maar hulpverleners worden daar vaak in uitgedaagd. Als ze niet meegaan in de bezorgdheden van ouders of een andere visie hebben, zien ouders dat vaak als partijdigheid, wat verdere hulpverlening moeilijker maakt.
Complexe verhalen en de roep om een scheidsrechter
Bij die complexere situaties zijn vaak verschillende hulpverlenende diensten betrokken. Dat maakt het niet evident om iedereen op eenzelfde manier te laten kijken naar de situatie. Ouders maken dan wel eens handig gebruik van de onenigheid tussen professionals om de strijd opnieuw aan te gaan.
Voordat jeugdhulp ingeschakeld wordt, is er vaak al veel geprobeerd door ouders of de familierechtbank om de situatie te beheersen en de impact op de kinderen te
Het Kinderrechtencommissariaat wordt geconfronteerd met de complexiteit van scheidingssituaties waarin verwacht wordt dat de jeugdhulp antwoorden of
62
↑ Inhoudstafel
oplossingen aanreikt. Vaak gaan de meldingen over verschillende kinderen in een nieuw samengesteld gezin en zijn er al verschillende hulpverleningsorganisaties bij betrokken. Het ongenoegen van ouders gaat over ‘partijdigheid’ van een hulpverlener en de impact ervan op hun kind. En ook hulpverleners nemen contact op. Door de complexiteit dreigt het belang van het kind ondergesneeuwd te raken. Met overleg wil de hulpverlening de focus scherp houden. Tot slot signaleren professionals dat ze te maken krijgen met fors meer probleemscheidingen in de jeugdhulp. Ze hebben betere omkadering en achtergrondinformatie nodig. Op basis van de meldingen vraagt het Kinderrechtencommissariaat of er in de jeugdhulp genoeg aanbod, expertise en uitwisseling is om met complexe vechtscheidingen om te gaan. Het thema complexe scheidingen en jeugdhulp moet op de agenda blijven. Niet alleen de jeugdhulpactoren, maar ook jeugdrechters moeten gehoord en erbij betrokken worden. De methodieken van Kinderen uit de Knel en de ORO-tafels kunnen heel waardevol zijn, maar hebben toch ook beperkingen. Een evaluatie dringt zich op. Kinderen plaatsen als enige uitweg Marie, 13 jaar, neemt contact op met het Kinderrechtencommissariaat. Zij en haar broer worden al een jaar opgevolgd door de jeugdrechtbank na de moeilijke scheiding van hun ouders. Vanwege de strijd tussen de ouders werd met verschillende hulpverlening geprobeerd om de situatie te deblokkeren. Ondertussen probeert de jeugdrechter een standvastige bezoekregeling uit te werken. Uiteindelijk besloot de jeugdrechter dat zowel Marie als haar broer op internaat moeten om ze zoveel mogelijk uit de conflicten tussen hun ouders te houden. Maar ook die maatregel had weinig effect op de situatie: de hulpverleners zagen opgewekte Marie veranderen in een meisje dat zich meer en meer terugtrekt. Dat verontruste de consulent en de jeugdrechter waardoor die inschatte dat het beter is de kinderen te plaatsen in een voorziening. In de hoop ze te onttrekken aan de negativiteit tussen haar ouders. Zo krijgen ze rust. Die boodschap kwam hard aan bij Marie en haar broer. Ze zien dat helemaal niet zitten en voelen zich gestraft omdat hun ouders er niet in slagen hun strijdbijlen te begraven. Marie vraagt zich af of dat zomaar kan.
Het Kinderrechtencommissariaat besprak de bezorgdheid van Marie met de consulente van de sociale dienst. Die begrijpt dat Marie zich slachtoffer voelt van de moeilijkheden tussen haar ouders, maar er zijn helaas weinig mogelijkheden tegenover ouders. Zal een voorziening er wel in slagen om rust te bieden aan de kinderen en tegelijk met de ouders te werken? Er was al heel wat hulpverlening om de spanningen tussen de ouders te ontmijnen, maar zonder succes. Is het niet beter die hoop los te laten en te kiezen voor een radicale beslissing in de verblijfsregeling met volledig parallel ouderschap in plaats van te blijven zoeken naar verbinding? Het Kinderrechtencommissariaat betreurt de beperkte mogelijkheden om in vechtscheidingen op te treden tegen zware conflicten waarvan kinderen altijd het slachtoffer zijn.
Ouderverstoting als verontrustende opvoedings- en leefsituatie? De term ouderverstoting of oudervervreemding slaat op kinderen die een ouder afwijzen of het contact met één ouder helemaal verbreken. Van de andere ouder wordt gezegd dat die de afwijzing bewust of onbewust in de hand werkt. Als een kind een ouder afwijst, hoopt een ouder op structureel contactherstel met zijn kind door een snelle interventie van jeugdhulp. Maar de jeugdhulp is daar helemaal niet op afgestemd. Dat stelt ouders teleur. Ze hopen dat het Kinderrechtencommissariaat de jeugdhulp kan overtuigen dat het om ouderverstoting gaat. Het Kinderrechtencommissariaat wordt steeds meer geconfronteerd met situaties waar men over ouderverstoting spreekt. Toch is niet duidelijk welke lading de term dekt en welke handvatten er zijn om vroeg in te grijpen als een kind zich afkeert van een ouder. Er is wetenschappelijk onderzoek nodig over ouderverstoting, en een plan van aanpak om ermee om te gaan, zowel voor de familierechtbank, als voor de jeugdhulp. De benadering vanuit de rechten van het kind is essentieel.
Deel 3 Waar knelt het?
63
Scheiding gecombineerd met ernstige zorgen over psychische en fysieke veiligheid van kinderen en jongeren Veel ouders melden dat de jeugdhulp hun bezorgdheid minimaliseert over het welzijn en de veiligheid van hun kind bij de andere ouder. Ze krijgen vaak het gevoel dat hun bezorgdheid gezien wordt als de andere ouder in een slecht daglicht willen stellen, en alleen gekaderd wordt in de ‘vechtscheiding’. Het Kinderrechtencommissariaat roept op tot waakzaamheid, zodat de veiligheid van kinderen en jongeren niet ondergesneeuwd raakt door een vechtscheiding. Daarnaast vragen we om elke keer opnieuw – in alle mogelijke situaties – echt te luisteren naar kinderen en jongeren, zonder vooringenomenheid, en zonder ervan uit te gaan dat een van de ouders het kind beïnvloedde. Ook de stem van kinderen en jongeren dreigt de stempel ‘vechtscheiding’ te krijgen, en dat moeten we absoluut vermijden. Na verschillende meldingen over seksueel misbruik volgt plaatsing in een OOOC Een moeder is ongerust over de veiligheid van haar zesjarig dochtertje bij de vader. Ze stelt letsels vast bij haar dochter als ze terugkomt van bij haar vader. Bovendien vertelt het dochtertje zorgwekkende verhalen over agressie en misbruik. De moeder legt die verwondingen altijd vast en diende al verschillende keren een klacht in bij de politie voor seksueel misbruik. Er was ook al een videoverhoor. De klachten werden geseponeerd door te weinig harde juridische bewijslast. Ondertussen is ook het OCJ ingeschakeld. Het OCJ schatte in dat er een observatie in een OOOC nodig is om grondig te onderzoeken wat de noden van het meisje zijn. De moeder schrok van die reactie en krijgt het gevoel dat ze haar vermoedens van misbruik niet au sérieux nemen en alles verklaren door de vechtscheiding. Ze begrijpt dat niet want ze deed al verschillende keren een poging tot bemiddeling maar de vader ging daar niet op in. Het OCJ denkt ook aan een uithuisplaatsing voor het meisje. Wat moeder gedeeltelijk geruststelt omdat het meisje dan niet bij haar vader is, maar tegelijk mag haar dochter ook niet meer bij haar verblijven. De moeder heeft het gevoel dat ze haar dochter altijd maar meer afpakken en dat ze niet meer terug naar
64
huis zal komen. Het is haar niet duidelijk wat de doelstellingen zijn van het OOOC. Het Kinderrechtencommissariaat informeert de moeder over de werking van een OOOC en raadt aan om haar bezorgdheid te bespreken. We denken samen na hoe ze dat het best kan aanpakken. We staan met haar ook stil bij de positieve kanten van een neutrale derde. Mogelijk kan er zo meer duidelijkheid komen over de noden en het welzijn van het meisje. Dat is ook iets dat de moeder graag wil. Het Kinderrechtencommissariaat wil haar ondersteunen in die contacten, maar zij wil graag alles eerst zelf bespreken. Vanuit kinderrechtenperspectief is het belangrijk dat dat goed voorbereid wordt met het dochtertje. De moeder had een goed gevoel bij het overleg en ondertussen startte het OOOC op. We volgen de situatie met de moeder verder op.
Kinderen en jongeren in de pleegzorg Over pleegzorg nemen mensen contact op als er conflicten zijn tussen ouders, pleegouders en pleegzorgbegeleiding of als er bedenkingen zijn over beslissingen en in hoeverre die in het belang zijn van het kind.
Zowel ouders als pleegouders voelen zich afhankelijk en niet gehoord Pleegouders nemen contact op met het Kinderrechtencommissariaat omdat ze bezorgd zijn over hun pleegkind. De zorgen gaan over de impact van de bezoekregeling op het pleegkind, over dreigende stopzetting van pleegzorg of over de samenwerking met de pleeggezinnendienst. Pleegouders vangen vaak de eerste signalen op van hun pleegkind als het minder goed gaat. Ze zijn vaak onzeker over welk kanaal ze het best aanspreken om die zorgen te delen. Ook ouders voelen zich soms machteloos bij de pleegplaatsing van hun kind. Ze voelen zich vaak niet gehoord en hebben het gevoel dat ze moeten vechten voor hun rechten. Er is ook vaak onduidelijkheid over de werking van pleegzorg en wat hun rechten als ouder nog zijn. Ze vragen zich af hoe ze nog ouder kunnen zijn als hun kind in pleegzorg zit.
↑ Inhoudstafel
Zowel pleegouders als ouders hebben het gevoel dat ze afhankelijk zijn van de begeleidende dienst, waardoor ze vaak terughoudend zijn om hun bezorgdheden te bespreken. Ze zijn bang dat te veel zorgen of klachten uiten nadelige gevolgen heeft op hun kind of pleegkind en op hun engagement. Ouders en pleeggezinnen voelen zich afhankelijk van de goodwill van de individuele pleegzorgbegeleider. Waar zit de stem van de ouders? De pleegmoeder van Yasmine, 9 jaar, neemt contact op met het Kinderrechtencommissariaat. Yasmine verblijft al zes maanden in het pleeggezin onder toezicht van de jeugdrechter. Toen de pleegmoeder hoorde dat ze op zoek waren naar een plekje voor Yasmine, ging ze daarop in. De pleegplaatsing van Yasmine startte in crisis, maar werd al snel verlengd. De pleegmoeder zei dat ze zeker voor Yasmine wil blijven zorgen, zolang dat nodig is. Daardoor kreeg ze al snel het gevoel dat er niet meer intensief samengewerkt werd met de ouders. En daardoor kon Yasmine niet op korte termijn terug naar huis. Er was minder druk om de biologische ouders te laten groeien. Ze werden nauwelijks ondersteund om sterker te worden als ouder en weer meer zorg op te nemen voor Yasmine. De vader heeft één keer om de 14 dagen een bezoek dat begeleid wordt door pleegzorg. Dat maakt het onmogelijk om een band op te bouwen met zijn kind. Er wordt vaak van ouders verwacht dat ze een bezoek aan hun kind ‘verdienen’, terwijl dat een automatisch recht is van kinderen en ouders. Er wordt weinig rekening gehouden met de individuele noden en mogelijkheden van ouders. Volgens de pleegmoeder wordt er te weinig gezocht naar alternatieven om contact mogelijk te maken of te onderhouden. De pleegmoeder vroeg het Kinderrechtencommissariaat om het signaal mee te nemen. Zelf durft ze dat niet openlijk te bespreken met haar pleeggezinnendienst. Ze ondervindt dat kritisch kijken naar situaties niet altijd in dank afgenomen wordt of dat ze haar engagement dan in vraag stellen. Het Kinderrechtencommissariaat betreurt dat het recht van het kind op contact met zijn ouders onderbelicht raakt zodra er sprake is van een pleeggezin. Pleeggezinnen zijn heel waardevol voor kinderen en jongeren en dragen bij tot het recht op zorg, maar tegelijk moeten hulpverleners blijven proberen om goed samen te werken met de ouders.
Bezorgd over veiligheid bij vader De pleegmoeder van de 3-jarige Emiel neemt contact op. De pleegplaatsing startte door een beslissing van de jeugdrechter en wordt opgevolgd door pleegzorg en de sociale dienst van de jeugdrechtbank. Volgens de pleegmoeder wordt er plots overwogen om de bezoekregeling uit te breiden waardoor de vader bezoekrecht krijgt zonder toezicht. Ze maakt zich zorgen over de impact daarvan op Emiel. Zijn vader kampt met psychoses, is onvoorspelbaar en heeft moeite om structuur te bieden. Onlangs heeft hij ook een hond gekocht die al een kind gebeten heeft. Als de pleegmoeder dat bespreekt met de vader, antwoordt hij dat hij de hond wel leert wie de baas is. Daardoor vraagt de pleegmoeder zich af of de vader zijn zoon wel veiligheid kan bieden. Als de pleegmoeder haar zorgen bespreekt met de hulpverleners, zeggen die dat Emiel moet leren omgaan met zijn vader en dat hij zich moet leren beredderen in de relatie. Door de jonge leeftijd van Emiel verontrust dat de pleegmoeder. Er wordt te weinig rekening gehouden met de risico’s, zegt ze. Pleegmoeder vraagt om de drie komende bezoeken goed op te volgen en dan te bekijken of de bezoekuitbreiding in het belang is van Emiel. Ze vraagt nog niet direct actie van het Kinderrechtencommissariaat, maar zoekt vooral kapstokken waarmee ze verder kan. Het Kinderrechtencommissariaat adviseerde de pleegmoeder om bij de drie bezoeken aandachtig te blijven voor wat haar opvalt. Hoe reageert Emiel op de contacten met zijn vader? Wat hoort ze? Wat valt haar op? We raden haar aan om haar vaststellingen schriftelijk terug te koppelen met pleegzorg en de consulent. Zeker bij jonge kinderen zijn de vaststellingen en observaties van pleegouders erg belangrijk. Verder merkt het Kinderrechtencommissariaat ook dat de pleegmoeder bang is dat het misgaat met de bezoeken. We hechten belang aan die inschatting, maar staan met haar ook stil bij de mogelijk positieve evolutie. Tot slot is jeugdhulp verantwoordelijk om genoeg veiligheid in te bouwen bij de bezoeken. Wij kunnen daar nog weinig in betekenen, omdat we ons niet kunnen uitspreken over welke inschatting de juiste is. We spreken met de pleegmoeder af dat ze altijd contact mag opnemen als ze na het evaluatiemoment ongerust blijft.
Deel 3 Waar knelt het?
65
Veel vragen over de bezoekmogelijkheden tussen kind en ouders Pleegouders hebben een belangrijke rol bij de bezoekregeling. Ze engageren zich vaak om - minstens gedeeltelijk – het vervoer op zich te nemen zodat er contact kan zijn tussen het kind en het gezin. Daardoor worden ze vaak geconfronteerd met de impact van de bezoeken op het kind. Ouders klagen dan weer dat er weinig mogelijkheden zijn tot bezoek aan hun kind zodra er een pleegplaatsing is. De frequentie van de bezoekregeling hangt vaak af van in welke begeleidingsmodule het kind verblijft. Bij een perspectiefbiedende pleegzorgsituatie horen we dat bezoek beperkt blijft tot een maandelijks contact tussen het kind en zijn biologische ouders. We vragen ons af of dat echt een richtlijn is of alleen maar een interne regel bij sommige diensten voor pleegzorg. Ook de afstand tussen het pleeggezin en de ouders speelt vaak een té doorslaggevende rol voor de bezoekmogelijkheden. Bovendien wordt er soms misschien te veel rekening gehouden met de draagkracht en de mogelijkheden van het pleeggezin in vergelijking met het recht van het kind op contact met zijn ouders en familie. Naast ouders vragen ook andere familieleden bezoek. Dat is geen simpele puzzel voor de hulpverleners, maar vanuit kinderrechtenperspectief betreuren we dat praktische overwegingen meer doorslag geven dan het recht van het kind op contact met zijn ouders en familie. In die situaties wordt er te weinig rekening gehouden met het belang van het kind. We roepen op om intensiever te zoeken naar alternatieve mogelijkheden om meer contacten tussen kinderen en jongeren en hun familie mogelijk te maken. Vier uur bezoek per maand De moeder van Charlotte, 9 jaar, neemt contact op. Charlotte woont al in een pleeggezin van toen ze 6 maanden was. Dat was een beslissing van de jeugdrechter omdat haar moeder geen woonplaats had en vooral op straat leefde. De moeder stelt zich vragen bij pleegzorg. Ze krijgt het gevoel dat pleegzorg niet neutraal is en het pleeggezin voortrekt. Door eerdere moeilijkheden verloor ze haar vertrouwen in de pleegzorg. Ze heeft per maand maar vier uurtjes bezoek en mag elke week een keer videobellen met haar dochter. Ze vindt die bezoekregeling erg beperkt en heeft het gevoel dat ze daardoor geen gezonde relatie
66
met haar dochter kan opbouwen. Charlotte heeft ook maar één keer per maand contact met haar zusje dat thuis woont. De moeder krijgt geen duidelijkheid over wat er van haar verwacht wordt om meer bezoeken te krijgen. Volgens haar vraagt ook Charlotte meer bezoek. Daardoor krijgt de moeder het gevoel dat ze het contact tussen Charlotte en haar zoveel mogelijk tegenhouden. Het Kinderrechtencommissariaat informeert de moeder over de werking van de jeugdrechtbank. Ook al moet het Kinderrechtencommissariaat de bevoegdheid van de jeugdrechter respecteren, toch moeten we rekening houden met het recht van Charlotte op contact met haar zus, ouders en familie. Als de moeder niet akkoord gaat met de beslissing van de jeugdrechtbank, informeren we haar over de mogelijkheid om in beroep te gaan. Verder zeggen we haar dat familieleden de jeugdrechter altijd een brief kunnen bezorgen over hun vraag tot contact. De jeugdrechter moet dan verder bekijken of dat aangewezen is. Het Kinderrechtencommissariaat bood aan om contact op te nemen met pleegzorg om het perspectief op een bezoekregeling op te helderen. De moeder gaf daarvoor geen toestemming uit angst voor gevolgen. We spraken af dat ze opnieuw met ons contact opneemt na het volgende overleg met pleegzorg, maar we hebben haar niet meer gehoord.
Perspectief op terugkeer naar huis bij plaatsing jonge kinderen We krijgen meldingen over jonge kinderen in de jeugdhulp. Het valt ons op dat bij een plaatsing van jonge kinderen in een voorziening of via pleegzorg hulpverleners minder snel geneigd zijn om ook nog met de mensen thuis te werken. We kunnen ons voorstellen dat het bij jonge kinderen soms moeilijker is om het belang van het kind in te schatten. Door hun jonge leeftijd is het moeilijk om met die kinderen in gesprek te gaan. Bovendien zijn jonge kinderen minder weerbaar waardoor er geen risico’s genomen worden over veiligheid. Dat kan verklaren waarom sneller terug naar huis gaan moeilijk ligt. Tegelijk gaat er heel wat kostbare tijd verloren. De eerste jaren zijn cruciaal voor de veilige hechting van een kind. Het kind heeft recht op een gezinsleven en op contact met zijn ouders, tenzij dit natuurlijk niet in zijn belang is. We zien meldingen over contacten met de ouders die vaak lang beperkt blijven.
↑ Inhoudstafel
Bovendien zijn praktische overwegingen vaak te doorslaggevend in de hulp aan kinderen en jongeren. Zo maakt de afstand tussen voorziening of pleeggezin en ouders een intensieve contactregeling moeilijker en dat is dan weer een argument voor een beperkte bezoekregeling. Of bij bezoeken onder toezicht horen we het argument dat de hulpverlener er niet meer werkuren aan kan spenderen. We vragen dat praktische bezwaren nooit de bovenhand krijgen bij de uitwerking van contactmogelijkheden tussen kinderen en ouders maar dat het belang van het kind de eerste overweging is. De coronamaatregelen zetten de bezoekregeling tussen ouders en kinderen extra onder druk. Bij verstrengde maatregelen konden contacten tussen ouders en kinderen alleen nog online. Dat is natuurlijk minder waardevol dan fysiek contact. Het is belangrijk dat we daarover blijven waken als die situaties zich opnieuw zouden voordoen. Na twee jaar nog altijd één bezoek van een uur om de zes weken Toen Amber 1 jaar was, plaatste de jeugdrechter haar bij haar grootmoeder. Er waren grote zorgen over de psychiatrische problemen van de moeder. Ondertussen is Amber 3 en laat de moeder zich begeleiden. Ze zat ook een paar maanden in een psychiatrisch ziekenhuis. Al zes maanden ziet de moeder Amber één uurtje om de zes weken onder toezicht van pleegzorg. En dat zou minstens een jaar zo blijven. Aanleiding waren incidenten vóór de opname van moeder in het ziekenhuis. Ondanks de positieve evolutie tijdens de opname van moeder begrijpt ze niet waarom de bezoekregeling nog altijd zo beperkt blijft. Ze krijgt daar ook geen duidelijkheid over van de hulpverlening. Ze kan door de beperkte bezoekregeling geen band met haar dochter opbouwen en ze merkt dat het contact met Amber moeizamer loopt. De samenwerking tussen de moeder, de dienst Pleegzorg en de consulent van de jeugdrechtbank loopt moeilijk. Moeder klaagt dat ze geen informatie krijgt over het welzijn van haar dochter en dat de grootmoeder de afspraken niet naleeft. De grootmoeder zou ook weinig ruimte laten aan de moeder om haar moederrol op te nemen en geeft altijd onwaarheden door aan de hulpverlening. Daardoor krijgt de moeder altijd de schuld en dat heeft negatieve gevolgen op de bezoekregeling. Ze vindt dat er niet in het belang van Amber gekeken wordt en dat zij er als moeder niet bij betrokken wordt.
Het Kinderrechtencommissariaat nam contact op met de consulent, de pleegzorgbegeleidster en de sociale assistente van het psychiatrisch ziekenhuis. Er waren vroeger al zorgen over de eerlijkheid van moeder over haar individueel functioneren. Vandaar dat de bezoeken teruggeschroefd werden naar één uurtje om de zes weken onder begeleiding van de dienst Pleegzorg. Ook tijdens het verblijf van moeder in het psychiatrisch ziekenhuis bleef dat zo. Het Kinderrechtencommissariaat wees op de beperkte bezoekregeling en we vroegen ons af of er geen mogelijkheden waren om meer bezoeken te organiseren in een beveiligd kader tijdens de opname van de moeder. We vroegen na te gaan of een uitbreiding van contact in de nabije toekomst kan. En wat de concrete verwachtingen daarvoor zijn want ‘stabiel blijven’ is vaag. Door de bezoekregeling van één uurtje voor een jaar vast te leggen, is dat een erg beperkte invulling van het recht van het kind op contact met haar ouders. We vroegen zo snel mogelijk een evaluatiemoment vast te leggen, zodat de moeder weer perspectief kreeg, wat ook gebeurde. Ondertussen is de bezoekregeling uitgebreid en werd er uitgekeken naar een ander pleeggezin. De verwachtingen zijn nu duidelijk voor de moeder en ze kijkt uit naar het volgende evaluatiemoment.
Module crisispleegzorg: ondersteuning en begeleiding nodig In crisissituaties waarin snelle beslissingen nodig zijn, bieden gezinnen zich soms aan om tijdelijk te zorgen voor een kind of jongere. Ondanks hun grote engagement zijn ze verontwaardigd over de werking van pleegzorg. De eerste dagen na de crisisopvang is er niemand die even polst hoe het met de kinderen gaat en of ze daar goed zitten. Daarnaast voelen pleegouders zich in de kou staan. Er is nauwelijks tot geen ondersteuning van de dienst Pleegzorg in die onverwachte en onduidelijke periode. Een crisisperiode duurt meestal 14 dagen, waarin er juist heel veel begeleiding nodig is. Maar in de praktijk is die er soms nauwelijks of niet. Dan kun je in zo’n crisisperiode niet snel anticiperen omdat de werkdruk bij pleegzorg hoog is en er niet onmiddellijk een begeleider vrij is.
Deel 3 Waar knelt het?
67
Tegelijk zijn er veel pleeggezinnen nodig en is die hulpverleningsvorm heel waardevol voor kinderen en jongeren. Maar door te weinig ondersteuning en begeleiding haken veel gezinnen af. Crisisopvang en weinig opvolging Er werd een plaatsje gezocht voor twee kinderen, 2 en 3 jaar. De jeugdrechter is ongerust over de veiligheid van de kinderen na een wanhoopspoging van hun moeder waar de kinderen bij waren. Omdat een vrouw zo onder de indruk was, bood ze vrijblijvend aan om tijdelijk voor de kinderen te zorgen. Ze had geen ervaring met pleegzorg. De politie vroeg de pleegmoeder of zij de twee kinderen voor één nacht kon opvangen. Ze schrok dat er zomaar ingegaan werd op haar aanbod zonder één grondig gesprek. Na die ene nacht vroeg de consulent van de jeugdrechtbank of ze het zag zitten om de kinderen nog twee weken langer op te vangen. Dat deed ze. Ook die twee weken zag ze niemand. Er was geen ondersteuning voor de kinderen, de ouders of de kersverse pleegouders. De pleegmoeder voelde zich daardoor in de kou staan. Ook was er niemand die stilstond bij de impact op de kinderen van die ingrijpende gebeurtenis en de plotse scheiding van hun moeder. Ook de gezondheid van hun moeder was lang één groot vraagteken. Op het einde van de twee weken was er een overleg met de pleegouders, de dienst Pleegzorg en de sociale dienst van de jeugdrechtbank om het vervolgtraject voor de kinderen uit te stippelen. Al snel vond de jeugdrechter dat terug naar huis gaan op korte termijn niet kon. In dat overleg kreeg de pleegmoeder de vraag of ze een langer engagement zag zitten, maar dat was niet haalbaar. Ze was wel bereid om de kinderen nog twee weken op te vangen, zodat er ondertussen een andere oplossing gezocht kon worden. De pleegmoeder nam contact op met het Kinderrechtencommissariaat en uitte haar verontwaardiging over haar laatste maand: hoe snel de jeugdrechtbank meegaat in het aanbod van een onbekende, en het gebrek aan ondersteuning voor kinderen en pleegouders in die cruciale periode. Daarnaast was de pleegmoeder ongerust over de beperkte informatie. Wat was het plan van aanpak? Werd er ondertussen al een nieuw gezin gevonden? Hoe is het met de gezondheid van de moeder en
68
hoe pakt ze de vragen van de kinderen daarover het best aan? Het Kinderrechtencommissariaat nam contact op met de sociale dienst van de jeugdrechtbank om na te gaan in hoeverre er aandacht was voor de impact van de gebeurtenissen op de kinderen. En hoe de informatiedoorstroom was naar het crisispleeggezin. De consulent liet weten dat ze de bezorgdheid van de pleegmoeder begrijpt, maar dat ze niet alle informatie kan doorgeven door het recht op privacy van de kinderen en door haar beroepsgeheim. De hulpverlening nam de bezorgdheden wel mee in de zoektocht naar een nieuw pleeggezin. Ondertussen waren er ook contacten tussen de kinderen en hun moeder, maar door corona was dat niet gemakkelijk. Het Kinderrechtencommissariaat concludeerde dat het te lang geduurd heeft voordat er met de kinderen gesproken werd. De impact op de kinderen is te lang genegeerd en miskend. We vroegen om daar meer rekening mee te houden, ook bij de overgang naar een nieuw pleeggezin. Het is belangrijk dat dat met de kinderen grondig voorbereid en besproken wordt, ongeacht hun leeftijd.
1.5. Kinderen met beperking vragen extra zorg en aandacht Meer signalen dan vragen om bemiddeling of onderzoek Bij meldingen over residentiële en semiresidentiële VAPH-voorzieningen was er nog meer angst voor tussenkomst van het Kinderrechtencommissariaat. Ouders zijn bang dat voorzieningen bij klachten de verdere samenwerking stopzetten. Of dat het nadelig is voor de zorg voor hun kind. Nadat ouders al heel lang moesten wachten op een plek in een voorziening of op extra hulp voor hun kind, zijn ze bang die hulp kwijt te raken als ze ongenoegen uiten. Meestal willen ze hun bezorgdheid signaleren maar vragen ze niet dat we verder contact opnemen. Bovendien willen melders vaak anoniem blijven, wat klachtenonderzoek moeilijker maakt. Begeleiding neemt me niet serieus De 16-jarige Dilano neemt contact op met het Kinderrechtencommissariaat omdat hij zich niet
↑ Inhoudstafel
goed voelt in de voorziening. Hij wordt gepest door andere jongeren in de leefgroep. Als hij zijn grenzen aangeeft, dagen de anderen hem uit. Dat leidt tot conflicten. Volgens Dilano hecht de begeleiding weinig waarde aan zijn verhaal als ze tussenbeide komen in de conflicten. Ze viseren hem. Tegelijk heeft Dilano het gevoel dat hij geen fouten mag maken want hij is bang dat hij anders weg moet uit het MFC wegens moeilijk gedrag. Hij wil niet dat het Kinderrechtencommissariaat contact opneemt met het MFC om zijn ervaring te bespreken. Hij is vooral op zoek naar tips en advies. We informeren Dilano over de mogelijkheid tot bemiddeling in de jeugdhulp. Dan probeert een onafhankelijke bemiddelaar de situatie te deblokkeren en mee te zoeken naar oplossingen. Daarnaast bespreken we zijn recht op een vertrouwenspersoon. Die kan hem bijstaan in zijn jeugdhulptraject en hem helpen om zijn gevoelens te verwoorden voor de begeleiders zodat die daar rekening mee kunnen houden. We informeren Dilano ook over de mogelijkheid van een jongerencoach. Dat kan in zijn regio. Zo’n coach kijkt samen met de jongere waarin hij hem kan ondersteunen of helpen. Dilano kon verder met die tips.
De impact van corona op kinderen en jongeren met een grotere zorgbehoefte Het Kinderrechtencommissariaat kreeg verschillende signalen dat kinderen en jongeren in de VAPHvoorziening gebukt gaan onder de strenge richtlijnen. Vooral voor kinderen en jongeren die in het weekend niet naar huis gaan, waren de maatregelen ingrijpend. Er was nauwelijks aandacht voor fysiek contact en bezoek was amper mogelijk. Om toch contact te houden met hun zoon of dochter, gingen sommige ouders noodgedwongen aan het raam van de voorziening staan. Het recht op contact met ouders kwam stevig onder druk. Tegelijk stonden sommige voorzieningen maar één knuffelcontact toe. Als kinderen en jongeren naar huis kwamen, moesten de andere gezinsleden dus een mondmasker op. Ouders werden onder druk gezet om zich akkoord te verklaren met die richtlijnen, anders ging het bezoek niet door. Bovendien werd van de gezinnen verwacht dat ze andere contacten zoveel mogelijk beperkten, wat een grote impact had op de vrijetijdsbesteding van de kinderen en jongeren.
De strenge richtlijnen in de VAPH-sector heeft grote gevolgen voor het recht op contact en het recht op spel en vrije tijd van die kinderen. Er kwamen wel minder meldingen naarmate vaccineren in de sector een prioriteit werd. Het Kinderrechtencommissariaat was blij met die vaccinatiestrategie om extra kwetsbare kinderen met voorrang te vaccineren. In de hoop dat dat versoepelingen mogelijk maakte. Toch bleven we meldingen krijgen over de strenge richtlijnen voor kinderen en jongeren met een beperking. Dat bleef veel druk leggen op de draagkracht van ouders die oplossingen zoeken om genoeg zorg voor hun zoon of dochter te bieden, en tegelijk te voorkomen dat zijzelf eronderdoor gaan. Ouders en professionals signaleren de impact van de strenge maatregelen op het emotioneel welzijn van kinderen en jongeren. De telkens veranderende richtlijnen zorgden voor onvoorspelbaarheid en onduidelijkheid bij de kinderen. Die raakten daardoor nog meer in de war en in combinatie met de beperkingen op contact en vrije tijd, werd van die kinderen veel flexibiliteit gevraagd. Ouders zien hun kinderen meer afglijden en maken zich ongerust over hun veerkracht. Het Kinderrechtencommissariaat vraagt waakzaam te blijven en kinderrechten altijd mee te nemen in die richtlijnen. Coronamaatregelen zetten kinderrechten onder druk De achtjarige Louis heeft een mentale beperking. Hij verblijft in de week in een VAPH-voorziening. In het weekend gaat hij gewoonlijk naar huis. Omdat de zorg voor Louis soms zwaar wordt voor de ouders, gaat hij af en toe ook in het weekend een dag naar een andere voorziening. Dan wordt de draagkracht van het gezin niet overgeschreden en hebben de ouders ook tijd voor de zus van Louis. Door de coronamaatregelen werd er verwacht dat Louis tien dagen in quarantaine zou moeten na de weekendopvang. Volgens zijn ouders zijn er al maanden geen versoepelingen meer toegelaten en blijft de voorziening altijd in code rood, ondanks de vaccinaties. Ook in de grote vakantie, als Louis op binnenlands kamp zou gaan, verwacht de voorziening dat hij eerst tien dagen in quarantaine gaat voordat hij mag terugkomen. Door de gunstige evolutie van corona versoepelden de richtlijnen en schakelde de voorziening over naar code oranje. Dat maakt weer meer mogelijk. Alleen een sneltest is dan aangeraden. De regels leggen veel druk op het gezin en zorgen net voor meer belasting.
Deel 3 Waar knelt het?
69
Er is geen enkele ondersteuning meer waardoor veel ouders overbevraagd en uitgeput raken. De ouders voelen zich daardoor nog meer in de kou staan en krijgen het gevoel dat kinderen met een beperking veel strenger aangepakt worden dan andere kinderen en jongeren. Het VAPH heeft geen algemene richtlijnen over verplichte quarantaine na binnenlandse kampen. Omdat we daar verschillende meldingen over kregen, besloten we om die verzuchtingen over te maken aan de leidend ambtenaar van het VAPH. Met de vraag om waakzaam te blijven voor het recht op ontspanning en vrije tijd van kinderen en jongeren. Het VAPH bood aan om contact op te nemen met de voorzieningen die strenger optreden dan van de richtlijnen moet.
Eenzijdig hulp stopzetten als drukkingsmiddel? Ondanks de richtlijnen om eenzijdige stopzetting van zorg te voorkomen, krijgen gezinnen toch soms te horen dat een voorziening dat wel zomaar kan beslissen. Kinderen en jongeren zijn dan de dupe omdat zij in afwachting van een geschikte plaats terug naar huis moeten of van voorziening naar voorziening gaan. Zeker voor kinderen en jongeren met een grotere zorgnood, die voorspelbaarheid en duidelijkheid nodig hebben, komt dat zwaar aan. Gezinnen weten vaak niet wat nu wel kan en wat niet. Het Kinderrechtencommissariaat informeert gezinnen en professionals over de richtlijnen voor eenzijdige stopzetting van hulpverlening. We informeren ze over de bemiddelingsmogelijkheden en wettelijke opzegtermijnen. Geregeld raden we ze aan om contact op te nemen met de Integrale Toegangspoort. Die zoekt mee naar oplossingen en volgt de situatie verder op. Dreigende stopzetting van residentieel verblijf De 17-jarige Tess deed verschillende zelfmoordpogingen en vluchtte verschillende keren. Na een lange zoektocht naar gepaste hulpverlening kon Tess terecht bij het MFC waar ze nu nog verblijft. Door de complexiteit van de situatie en de combinatie met psychiatrische zorg liep het moeilijk in het MFC. Er werden verschillende rustmomenten ingepland waarop Tess twee weken in een psychiatrische voorziening bleef. Dat deed haar altijd deugd. Ze zette stappen vooruit en de hulpverleners zagen haar positief evolueren. Toch kwam eind mei de boodschap dat de zorg voor Tess te zwaar werd voor de voorziening en 70
dat ze wilden stoppen. Door de psychiatrische zorg voor Tess is er te weinig omkadering voor het meisje. Die boodschap kwam hard aan bij Tess en haar ouders, zeker na die positieve evolutie. Tess’ moeder begrijpt dat haar dochter veel zorg nodig heeft, maar wil graag blijven zoeken naar oplossingen zodat Tess zorg op maat krijgt en niet aan haar lot overgelaten wordt. Volgens de moeder is de stopzetting van het MFC geen constructieve oplossing. Tess haar uitdrukkelijke vraag is om in de voorziening te blijven en te werken aan haar zelfstandigheid, maar ze krijgt niet de kans om iets op te bouwen. Door de plotse stopzetting zouden heel wat mogelijkheden van ondersteuning voor Tess wegvallen, zeker als ze binnenkort meerderjarig wordt. De moeder begrijpt niet waarom er geen gedeeld traject en geen partnerschap komt voor de psychiatrische noden van Tess. Ook de ouders proberen te ondersteunen waar ze kunnen. Naar aanleiding van de dreigende stopzetting was er een overleg met Tess, de voorziening, ouders, jeugdhulpregie en andere mogelijke jeugdhulpaanbieders. Om samen te zoeken naar oplossingen en naar mogelijkheden voor een gedeeld traject. Dat moet de druk op de voorziening verminderen, terwijl Tess toch gepaste zorg krijgt. Iedereen is het erover eens dat er ook gewerkt moet worden aan Tess haar individueel functioneren en aan psychiatrische omkadering. Er wordt momenteel gezocht naar partnerschap in de psychiatrische zorg. En er wordt gekeken naar mogelijkheden om tegemoet te komen aan de vraag van Tess om te werken aan haar zelfstandigheid. De moeder signaleert dat Tess in de kou blijft staan zodra de zorg moeilijker wordt. Ze is gefrustreerd omdat ze de indruk krijgt dat er niet intensief gezocht wordt naar oplossingen, maar dat de voorziening eerder berust in de situatie. Het Kinderrechtencommissariaat bevestigt nog maar eens de knelpunten voor kinderen en jongeren met een complexe problematiek. Daardoor riskeren ze van de ene voorziening naar de andere gestuurd te worden in de hoop een gepaste voorziening te vinden. Door de zorgnood van jongeren kunnen ze niet zomaar in één voorziening zorg op maat krijgen, maar is er een samenspel nodig van verschillende expertises. We informeerden de moeder over het dossier ‘Gewoon complex’ dat het Kinderrechtencommissariaat in februari 2021 voorstelde. Verder volgen we de situatie van Tess mee op van de zijlijn. Als dat aangewezen is, kunnen we mee aansluiten bij een volgend overleg.
↑ Inhoudstafel
Jongeren met complexe problematieken en hun ouders en professionals aan het woord Te complex, niets voor ons Els maakt zich grote zorgen om haar zoon Mathias. Ze is ten einde raad. Ze lopen overal tegen gesloten deuren aan als het over hulpverlening en onderwijs gaat. Els is al drie maanden thuis om voor haar zoon te zorgen. Zonder opvang en met inkomensverlies. Hulpverleners en artsen zijn ervan overtuigd dat hij hulp nodig heeft en niet naar huis kan, maar toch pikt niemand dat op: ‘Te complexe problematiek, dit is niet voor ons.’ Voor wie dan wel, vraagt Els zich af? Het Kinderrechtencommissariaat krijgt wel vaker zorgwekkende meldingen over kinderen en jongeren met complexe problematieken. Vaak gaat het om adolescenten met zware gedragsproblemen en agressie tegen anderen of tegen zichzelf. Vaak hebben ze ook een verstandelijke beperking of psychische problemen. Kinderen en jongeren met complexe problematieken hebben aparte zorg nodig maar stuiten op wachtlijsten. Of de zorg die ze nodig hebben, bestaat niet. Soms wachten ze maanden of jaren op hulp, thuis of op de verkeerde plek. Vaak moeten ze verhuizen en voelen ze zich van het kastje naar de muur gestuurd, zonder te weten waar ze zullen uitkomen. Het resultaat is een verbrokkeld parcours met breuken in hun netwerk, hobby’s en school.
Jongeren met complexe problematieken, ouders, professionals en het Kinderrechtencommissariaat trekken aan alarmbel
Wat hebben ze nodig? Waar zien ze oplossingen? Al die inzichten bundelden we in het dossier ‘Gewoon complex’. Jongeren met complexe problematieken en hun ouders en professionals aan het woord. Op 5 februari 2021 organiseerden we over dat dossier een webinar en brachten we een podcast uit die we samen realiseerden met twee jongeren met complexe problematieken, met Joris Hessels, Dominique Van Malder en met Uitgesproken.
Kinderrechtencommissariaat, dossier Gewoon complex. Jongeren met complexe problematieken en hun ouders en professionals aan het woord, februari 2021, kinderrechtencommissariaat.be/actueel/webinargewoon-complex
Herbekijk de webinar ‘Gewoon complex’ via https://www.youtube.com/watch?v=mJfsOFrHRGM Luister naar de podcast ‘Gewoon complex’ via kinderrechtencommissariaat.be/actueel/webinargewoon-complex
Het lot van die kinderen en jongeren baart niet alleen het Kinderrechtencommissariaat zorgen. Ook kinderpsychiaters, hulpverleners, netwerkmedewerkers, jeugdhulpregisseurs en beleidsmedewerkers vragen meer beleidsaandacht voor die kinderen en jongeren. Daarom organiseerde het Kinderrechtencommissariaat tussen februari en juni 2019 vijf rondetafelgesprekken met professionals uit de jeugdhulp en de kinder- en jeugdpsychiatrie: Wat zijn de grootste struikelblokken in de hulp- en zorgverlening? Hoe kunnen we die vermijden? Tussen november 2019 en januari 2020 interviewden we ouders en jongeren met complexe problematieken: Hoe kijken ze naar die problemen?
© Koen Broos
Deel 3 Waar knelt het?
71
Gezocht: een ‘thuis’ die blijft vasthouden Alle professionals waren het erover eens: er is een grote behoefte aan een veilige plek, een thuis, met gezichten die ze elke dag zien. Leuren met kinderen met complexe problematieken omdat ze ‘moeilijk’ en ‘onhandelbaar’ zijn, moet stoppen. De hulp is te veel een carrousel van voorzieningen, crisissen, crisisopvang, time-outs, gemeenschapsinstellingen, terug naar huis, wachtlijsten. Sommige jongeren gaan al jaren niet meer naar school.
Bouwen aan gezamenlijke zorg
© Koen Broos
Professionals maakten duidelijk dat ze willen kunnen rekenen op de ondersteuning en de expertise van andere sectoren, zoals jeugdhulp, VAPH en kinderen jeugdpsychiatrie. Ze willen samenwerken met alle nodige sectoren en voorzieningen, en die hulp en ondersteuning ook binnenhalen. Jongeren met complexe problematieken hebben vaak hulp nodig van verschillende sectoren. Gevolg? De jongere verhuist van de ene soort voorziening of instelling naar de andere. Beter is dat de ondersteuning en de expertise naar de jongere komt.
Dossier Gewoon complex
Crisis hoeft geen breekpunt te zijn
Kinderen en jongeren met complexe problematieken horen dat ze complex zijn, maar willen gewoon jong zijn en zo normaal mogelijk opgroeien.
Professionals pleiten voor een andere kijk op crisismomenten en vragen een plan van aanpak om met crisismomenten en agressie om te gaan. Als kinderen en jongeren met complexe problematieken ‘ontploffen’, zijn er alleen slachtoffers, de jongeren incluis. Die crisismomenten zijn vaak kantelmomenten in de hulp. Ze leiden soms tot drastische beslissingen, zoals het stopzetten van de zorg. Crisismomenten kunnen hefbomen zijn om een crisisbeleid uit te werken, samen met de jongeren, en ouders of pleegouders.
Dat is een van de conclusies van het dossier Gewoon complex. Gedragsproblemen, crisis, medicatie, jeugdrechter, psychiatrie, time-out, carrousel van voorzieningen: die woorden vallen vaak over jongeren met complexe problematieken. Als je ze laat vertellen over zichzelf, hoor je die woorden ook wel, maar vooral nog veel andere: welke toekomst ze voor zichzelf dromen, wat ze graag doen in hun vrije tijd, welke mensen ze een warm hart toedragen en voor wie ze graag zorgen. Het dossier combineert de analyse van de professionals in de rondetafelgesprekken en de interviews met de jongeren en de ouders. De eerste hoofdstukken belichten de ervaringen van professionals, ouders en jongeren met de hulpverlening. Daarna komen de ervaringen. Het dossier sluit af met verbetersuggesties van de jongeren, de ouders, de professionals en met beleidssuggesties van het Kinderrechtencommissariaat.
72
Blijf alternatieven zoeken voor time-out, afzondering en isolatie Net als crisissituaties zijn ook time-out, isolatie en afzondering vaste begrippen in het leven van jongeren met complexe problematieken. Al te vaak zijn afzondering en isolatie het antwoord op crisissituaties of zelfs een sanctie. Soms worden time-outs in een gemeenschapsinstelling vooraf gepland om de voorziening te ontlasten. Sommige jongeren gaan van time-out naar time-out, of moeten noodgedwongen in
↑ Inhoudstafel
time-out blijven omdat de voorziening ze niet opnieuw wil opvangen. Vanuit kinderrechten is afzondering en isolatie alleen maar te verantwoorden als de veiligheid van de jongere zelf en zijn omgeving in het gedrang komt. Dat moet zo weinig mogelijk gebeuren, zo kort mogelijk, en altijd veilig. En het mag geen sanctie zijn. Beter is alternatieven zoeken. Praat met jongeren over hoe ze tot rust komen. Evalueer de time-outpraktijken vanuit de rechten van kinderen en jongeren. Zet ze constructief in, met leermomenten, want sommige timeoutpraktijken zetten het leven van jongeren te veel on hold.
Recht op informatie en participatie moet een boost krijgen Kinderen en jongeren met complexe problematieken hebben een complex hulpverleningstraject. Ze verhuizen van voorziening naar voorziening, van sector naar sector. Jongeren, ouders en professionals op tijd begrijpelijk en regelmatig informeren is dan cruciaal. Niet alleen voor de hulp maar ook voor het recht op contact tussen jongere en ouder. Jongeren maken zich soms zorgen om hun ouders als ze in een voorziening verblijven. Ze willen bijvoorbeeld weten hoe het met de ouder gaat als die ziek is. Of ouders willen weten hoe de dag van hun zoon of dochter verliep. Ook het recht op participatie moet meer aandacht krijgen, zeggen alle betrokkenen. Dat moet verder gaan dan een zitje reserveren voor ouders en jongeren aan de overlegtafel. Ouders en jongeren zijn soms bang voor dat overleg. Zullen ze hun zelfbeheersing verliezen als ze slecht nieuws horen, en daardoor hun kans op hulp hypothekeren? Ouders kennen hun kind, weten wat rust kan brengen, wat voor hun kind belangrijk is. Ze willen mee zoeken naar oplossingen, maar vinden te weinig gehoor.
Preventie: constructief-positief op koers helpen houden
Sommige ouders waren vol lof over de thuisbegeleiding toen de kinderen klein waren. Het was thuisbegeleiding met expertise in opvoeding van kinderen met complexe problematieken.
Onderwijs en vrije tijd moeten meer aandacht krijgen Het onderwijs voor jongeren met complexe problematieken schiet tekort. Sommige ouders hebben heel goede ervaringen met de school van hun kind. Maar dat is niet voor elke jongere zo. Ouders zien hun kind stilstaan of achteruitgaan en de jongeren hebben het gevoel dat ze weinig of niets bijleren. Ook het recht op vrije tijd lijdt onder de complexe zorg die ze nodig hebben. Jongeren met complexe problematieken hebben zeeën van tijd maar het voelt niet aan als vrije tijd, tijd waarin je zelf beslist wat je doet. Jongeren die hun hobby konden voortzetten in de voorziening, zijn daar enorm blij mee. Onderwijs en vrije tijd moeten als volwaardige pijler aan bod komen in de begeleiding en de zorg, bijvoorbeeld door de kinderen en jongeren uitdrukkelijk mee te nemen in hun weekplanning, ongeacht waar ze verblijven of in time-out zitten.
Vasthouden na 18 jaar Een grote vraag die leeft bij de professionals, de ouders en de jongere is: wat na 18 jaar? Voor de jongeren zelf is ‘alleen wonen’ de grote droom. Eindelijk ruimte voor zichzelf. Maar ze zien die verjaardag toch ook met enige nervositeit tegemoet. Ze hebben veel minder van de buitenwereld gezien dan de meeste leeftijdsgenoten. Professionals, ouders en jongeren willen kunnen terugvallen op begeleiding en ondersteuning die onmiddellijk in gang schiet als de meerderjarige jongere signaleert dat hij hulp nodig heeft. Lang voor dat overgangsmoment moet er met die jongeren gewerkt worden. Begin op tijd met de jongeren te leren omgaan met vrijheid, verantwoordelijkheid, regie krijgen over je eigen leven, jezelf inschatten en ontdekken waarin je steun en rust vindt.
In de rondetafelgesprekken hoorden we het wel vaker: kinderen en jongeren met complexe problematieken moeten veel vroeger omringd worden met zorg, op jongere leeftijd als dat nodig is en in elk geval voordat hun ontwikkeling helemaal blokkeert. Liever een vroege constructief-positieve bijsturing - zoals thuisbegeleiding of opvoedingsondersteunende trainingsprogramma’s – dan gespecialiseerde en hoogbeveiligde zorg later in hun leven.
Deel 3 Waar knelt het?
73
1.6. Recht op een behoorlijke levensstandaard Kinderen van woonwagenbewoners Woonwagenbewoners niet langer doelgroep in het integratiebeleid Het regeerakkoord 2020-2024 maakt duidelijk dat de Vlaamse Regering in haar integratiebeleid de rondtrekkende woonwagenbewoners niet langer als een doelgroep ziet. De instrumenten om de situatie van rondtrekkende woonwagenbewoners te verbeteren, zouden in andere beleidsdomeinen liggen. Dat betekent dat het agentschap Integratie en Inburgering en het agentschap Binnenlands Bestuur geen rol meer spelen voor rondtrekkende woonwagenbewoners. Elk beleidsdomein moet zelf de nodige initiatieven nemen. De coördinatie en de ondersteuning van gemeentebesturen vallen daardoor weg. Ook de signaalfunctie van het Minderhedenforum valt weg: het kan zijn rol van belangenbehartiger, bemiddelaar en woordvoerder van de doelgroep niet meer opnemen. Bijkomend is er de vaststelling dat meer en meer gemeenten terreinen sluiten. Het Kinderrechtencommissariaat is daarover bezorgd want het recht op wonen op wielen kan zo niet meer worden gerealiseerd. Heel wat expertise over deze groep gaat verloren. Ook de monitoring van de terreinen en de beschikbare plaatsen alsook het aanspreekpunt voor deze woonwagenbewoners verdwijnen. Het blijft belangrijk dat de Vlaamse overheid rekening houdt met de stem van woonwagenbewoners en hun kinderen. Ook op Vlaams niveau blijft er coördinatie nodig.
Wachten op vaste standplaats Woonwagenterrein verdwijnt De papa van Ellin contacteert het Kinderrechtencommissariaat. Zijn gezin met drie kinderen kreeg te horen dat het terrein waarop ze wonen verdwijnt en dat ze zullen moeten verhuizen. De sluiting van het terrein zou volgens de ouders ook een invloed hebben op het welzijn van de kinderen. Ze vragen een beoordeling van de situatie vanuit kinderrechtenperspectief.
74
Het gezin behoort tot de ‘Voyageurs’. Dat zijn Vlamingen die afstammen van gezinnen die in de 19e en 20e eeuw aan de kost kwamen door rond te trekken. Ze hielpen bij de oogst of deden andere seizoenarbeid. Veel Voyageurs zijn nog altijd actief als zelfstandig handelaar. Rondtrekken is voor de meesten niet meer rendabel. De ouders van Ellin groeiden zelf ook op in een woonwagen en koesteren die manier van leven en het vrijheidsgevoel. Ze beroepen zich op hun recht om te wonen op wielen. De kinderen gaan naar school in de buurt van het terrein. Daarnaast is het gezin aangewezen op medische zorg van twee dokters in de buurt. Over de oudste dochter schrijft de school: ‘Ellin is de laatste twee schooljaren gegroeid. Ze durft zichzelf meer tonen, iets vertellen aan de juffen. Ook in de klasgroep steekt ze haar vinger op om te antwoorden. Je ziet dat ze zich thuis voelt in de klas en op school. Dat duurde een hele tijd. Zich thuis voelen heeft ze nodig om zichzelf te zijn en optimaal te leren. In het begin van het schooljaar had ze een heel krampachtige schrijfhouding. Ook haar werktempo lag enorm laag. Ze kon zich moeilijk concentreren op haar werk. Nu ze zich veilig voelt in de klas en op school, zijn haar schrijfmotoriek en schrijfhouding vloeiender en natuurlijker. Ook laat ze in haar werkjes zien wat ze kan en durft ze meestal hulp te vragen. Dat is niet vanzelfsprekend voor haar.’ Ook de school vindt het in het belang van de drie kinderen dat ze in hun vertrouwde omgeving naar school kunnen blijven gaan. De gemeente maakt ruim op voorhand haar plannen met het woonwagenterrein bekend. De gezinnen kregen dus de kans om op tijd te zoeken naar een alternatieve oplossing. Ze kregen adressen van alternatieve standplaatsen en konden zich inschrijven op een wachtlijst voor een sociale woning. Uit het klachtonderzoek blijkt dat het een uitdrukkelijke wens en een recht is van het gezin om in een woonwagen te wonen. De geboden alternatieven zijn ontoereikend. Alle standplaatsen in de buurt staan zo overvol dat er zelfs geen wachtlijsten meer worden gehanteerd. Andere terreinen staan dan weer op het punt te verdwijnen. Daarom is hier extra aandacht nodig voor de kinderen en hun vrije tijd, gezondheid, huisvesting en onderwijs. Als het gezin weg
↑ Inhoudstafel
moet, moet het allicht uitwijken naar een doortrekkersterrein of naar een andere plek waar ze niet permanent mogen blijven. Dan moeten ze verplicht rondtrekken. Dat zou onder andere de fragiele relatie van de oudste dochter met de school onder druk zetten. Vanuit onze opdracht om de stem van kinderen en jongeren te versterken, schreven we burgemeester en schepenen aan. Het recht op een passende levensstandaard, het recht op onderwijs, het recht van kinderen van minderheden om hun eigen cultuur te beleven en ‘het principe dat beide ouders gezamenlijk de eerste verantwoordelijken zijn voor de opvoeding van hun kinderen en dat de Staat hen bij deze taak dient te ondersteunen’, komen hier in het gedrang. Voor de uitvoering van het kinderrechtenverdrag zijn alle beleidsniveau’s gebonden aan dat Verdrag. Dat geeft uitdagingen voor het ontwikkelen van een lokaal kinderrechtenbeleid dat ook dient te vertrekken vanuit het belang van het kind bij beslissingen die effect hebben op minderjarigen. We vroegen de beleidsmakers naar de gemaakte afwegingen bij hun keuzes. We ontvingen nog geen antwoord. We zien het wel vaker: steeds meer woonwagenbewoners worden van hun vaste standplaats verdreven en gedwongen om te blijven rondtrekken. Voor hun kinderen wordt naar school gaan zo goed als onmogelijk en de toegang tot gezondheidzorg een stuk lastiger. Bovendien dreigen de gezinnen ook nog eens buiten elke maatschappelijke dienstverlening te vallen.
Wachten op een dak boven het hoofd Kinderen hebben recht op menswaardig wonen. Dat staat in de Vlaamse Wooncode en in het kinderrechtenverdrag. In de eerste plaats zijn de ouders daarvoor verantwoordelijk, maar als de ouders daar niet in slagen, moet de overheid het nodige doen om te zorgen voor eten, kleren, materiële bijstand, ondersteuning en huisvesting. Maar niet iedereen heeft de luxe om te kunnen wonen in een veilige omgeving en in een degelijke woonst. Gezinnen wonen soms in erbarmelijke huizen die soms zelfs onbewoonbaar verklaard worden. De sociale woningmarkt kreunt onder gebrek aan sociale huurwoningen. Dat zien we ook in de meldingen. Gezinnen wachten op een sociale woning. Er wordt
verondersteld dat zij in de tussentijd toch op de privémarkt een woonst zoeken. Voor heel wat gezinnen in een kwetsbare financiële situatie is dat onbetaalbaar. De huurprijzen zijn torenhoog en tussen de kandidaathuurders ontstaat er een sterke ongelijkheid. Tweeverdieners of de kandidaat met de hoogste loonbrief krijgen voorrang. Dat maakt dat gezinnen keer op keer uit de boot vallen en in veel te krappe, ongezonde woningen mét te hoge huurprijzen moeten blijven wachten op iets beters. Iets beters dat soms nooit komt. Het Kinderrechtencommissariaat maakt zich zorgen over de groeiende groep gezinnen die net iets te veel verdienen om te kunnen huren of kopen op de sociale woningmarkt maar te weinig om iets betaalbaars te vinden op de privémarkt. We krijgen meldingen van gezinnen die daardoor serieus in de problemen komen. Ze krijgen het niet betaald en de schulden lopen op. Ze dreigen uit hun huis gezet te worden. Zelfs in sociale woningen komen gezinnen op straat terecht omdat termijnen voor de crisiswoningen verstreken zijn en er geen andere oplossing was. De impact op de kinderen is groot. Het weegt niet alleen mentaal: geen plek hebben om je goed te voelen, om je thuis te voelen, raakt aan de integriteit en ontwikkelingskansen van kinderen en jongeren.
Kinderrechtencommissariaat in verbindende rol Meldingen waar structurele tekorten zo duidelijk aan de basis liggen, zijn ook voor ons moeilijk op te lossen. Naast structurele signalen opvangen en verhalen beluisteren, proberen we toch het verschil te maken door verbindend te werken. We werken samen of brengen gezinnen in contact met lokale ombudsdiensten en sociale organisaties. Afhankelijk van de vraag werken we ook samen met de Vlaamse Ombudsdienst. Dan zet het Kinderrechtencommissariaat het kindperspectief op de kaart. En we gaan ook na of er meer verbinding nodig is met bijvoorbeeld de school van de kinderen. Is de school op de hoogte van de precaire woonst, de uithuiszetting of het verblijf in de nachtopvang? Kan de school bijvoorbeeld tijdelijk zorgen voor warme maaltijden? Om de impact op het leven van kinderen en jongeren te verkleinen? In één maand dak- én thuisloos Ik begeleid een gezin met vier jonge kinderen. Ze zijn uit hun sociale woning gezet en wonen nu al zeven maanden in een crisiswoning van het OCMW. Binnen een maand moeten zij daar weg. De ouders aanvaarden hulp, wat lange tijd niet zo was. Ze werken hard aan een stabiel leven.
Deel 3 Waar knelt het?
75
Maar ze hebben geen vooruitzicht op een andere woonst binnen een maand. Dat betekent dat het gezin naar de noodopvang moet. Al ons werk is dan voor niets geweest. Het gezin is bang dat de kinderen dan geplaatst worden. Ik heb al steun en hulp gevraagd maar niemand lijkt te kunnen helpen. Kunnen jullie iets doen? We namen contact op met het OCMW. Daar hadden ze al verschillende immokantoren gebeld maar niets gevonden. Ze hanteren al een langere termijn voor crisiswoningen dan andere OCMW’s, namelijk vier maanden, uitzonderlijk één keer verlengbaar met nog eens vier maanden. Het gezin wil ook per se in dezelfde gemeente blijven wonen, wat de zoektocht moeilijker maakt. Volgens het OCMW kunnen nog andere diensten iets betekenen voor het gezin maar iedereen kijkt naar het OCMW om een oplossing te zoeken. Ondertussen hadden we ook contact met het CAW. We vroegen of het sociaal comité nog twee maanden verlenging kon goedkeuren in afwachting van wat OCMW en CAW samen nog konden bereiken. Nee, dat kon niet. De diensten die met het gezin werken, gaan een brief sturen naar de burgemeester in de hoop iets van oplossing te vinden. Nachtopvang dreigt enige oplossing te worden Ik ben bevriend met een gezin dat binnenkort op straat staat. Ze zitten in een noodwoning van het sociaal verhuurkantoor. Daar moeten ze weg voor renovatiewerken. Maar het gezin vindt geen andere woning. Niet op de privémarkt want daar is hun inkomen te klein voor en niet op de sociale woningmarkt. Het gezin staat hoog op de wachtlijst voor een sociale woning maar er is geen aanbod. Ik schrijf in hun naam en vooral voor de kinderen het CLB aan, het Kinderrechtencommissariaat, het sociaal verhuurkantoor (SVK), de sociale woningmaatschappij en het CAW dat woonbegeleiding doet. De vader werkt en heeft een vast inkomen. De moeder is huisvrouw en er zijn drie schoolgaande kinderen. Kunnen de diensten een oplossing uitwerken? Kan het Kinderrechtencommissariaat in het belang van de kinderen zorgen voor een hogere plek op de wachtlijst? Natuurlijk kunnen we er niet voor zorgen dat gezinnen voorrang krijgen. Het SVK en de sociale woningmaatschappij bevestigen dat het gezin de hoogste punten scoort voor woningnood maar dat er geen vooruitzicht, want geen aanbod is op
76
korte termijn. Bezorgd voor dak- en thuisloosheid van de kinderen mailen we naar alle diensten. We vragen of het CAW kan samenwerken met het OCMW. Samen met het CLB bekijken we of zij bij het gezin kunnen nagaan of ze de school op de hoogte mogen brengen. Stel dat nachtopvang de enige optie is, kan de school het gezin dan ondersteunen met warme maaltijden op school? Het is ook belangrijk om de verbinding te behouden tussen school en thuis. Stel dat de kinderen huiswerk te laat inleveren of niet in orde zijn met taken of opdrachten: dan is het goed dat ze op school weten wat er gaande is en geen opmerkingen in de agenda schrijven of de kinderen erop aanspreken.
Actieplan om dak- en thuisloosheid te voorkomen en te bestrijden 2020-2024 De Vlaamse Regering heeft duidelijke ambities om daken thuisloosheid te voorkomen en te bestrijden. Met het Actieplan ter voorkoming en bestrijding van dak- en thuisloosheid 2020-2024 wil ze daar werk van maken. Het Kinderrechtencommissariaat staat achter de ambities van de Vlaamse Regering. We pleitten al vaker voor een actieplan dak- en thuisloosheid 2.0 op kindformaat met acties op verschillende beleidsdomeinen: woon- en huurbeleid, problemen met woningen en wanpraktijken op de huurmarkt, preventie van uithuiszettingen, armoedebestrijding, antidiscriminatie en de aanpak van intrafamiliaal geweld. De verschillende beleidsdomeinen en -niveaus moeten beter samenwerken en de thuislozenzorg moet kindvriendelijker. Kinderrechtencommissariaat, Memorandum 2019, Voorstellen voor een meer kindvriendelijke toekomst, kinderrechtencommissariaat.be/advies/memorandumvoorstellen-voor-een-meer-kindvriendelijke-toekomst
Het Actieplan ter voorkoming en bestrijding van dak- en thuisloosheid 2020-2024 wil minder uithuiszettingen, minder dak- en thuisloosheid bij jongvolwassenen en minder dak- en thuislozen in het algemeen. Het wil meer ondersteuning van lokale besturen en bovenlokale netwerken om dak- en thuisloosheid te monitoren en te bestrijden. Het Kinderrechtencommissariaat drukte zijn waardering uit voor de aandacht voor het kindperspectief in het actieplan en in de acties om dak- en thuisloosheid te voorkomen bij jongvolwassenen, zoals jongeren die de jeugdhulp moeten verlaten als ze 18 worden.
↑ Inhoudstafel
We deden dat op het Gemengd Platform dak- en thuisloosheid, een initiatief van de kabinetten van Welzijn, Gezin, Volksgezondheid en Armoedebestrijding, en van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed. Ook pleitten we samen met anderen voor een meer integrale en structurele aanpak van dak- en thuisloosheid. Dak- en thuisloosheid bij kinderen en jongeren heeft veel oorzaken en treft verschillende kinderrechten.
Kindperspectief in het Vlaams woonbeleid Een van de vijf prioriteiten in het Jeugd- en Kinderrechtenbeleidsplan 2020-2024 is ‘gezonde en leefbare buurten’. Om dat te realiseren, besteedt de Vlaamse overheid aandacht aan leefbaar en duurzaam samenleven waarin kinderen en jongeren de stuwende motor zijn, en erkent ze de rol en de plaats van kinderen en jongeren in de publieke ruimte en inrichting ervan. Met de actie ‘De Vlaamse overheid ondersteunt de lokale besturen bij de uitwerking van hun lokale woonbeleid. In dat ondersteuningsaanbod zal het agentschap Wonen-Vlaanderen de nodige aandacht vragen voor de positie van kinderen, jongeren en jongvolwassenen’, probeert de Vlaamse Regering een kindvriendelijker woonbeleid uit te bouwen. Op 11 juni 2021 organiseerde Wonen-Vlaanderen een inspiratiesessie, ‘Kinderen en jongeren in het lokale woonbeleid’. Het Kinderrechtencommissariaat kreeg de kans om de startsessie te verzorgen met een lezing over ‘Kindperspectief in het Vlaamse woonbeleid’. _ _
_ _ _
_
We pleitten voor een kindreflex bij beleidsbeslissingen over lokaal woonbeleid. We benadrukten het belang van kwaliteitsvolle woningen voor de gezondheid en de ontwikkeling van kinderen. We wezen op de behoefte aan extra sociale huurwoningen. We stipten het belang aan van een debat over rationele bezettingsnormen voor gezinnen. We pleitten voor genoeg initiatieven voor alleenstaande jongeren (die net de jeugdhulp verlaten). En we vroegen meer aandacht voor de impact van de woonomgeving op het welzijn van kinderen.
Kinderrechtencommissariaat, Presentatie 11 juni 2021, Kindperspectief in het Vlaamse woonbeleid. Inspiratiesessie. Kinderen en jongeren in het lokale woonbeleid. wonenvlaanderen.be/lokale-besturen/inspiratiesessiekinderen-en-jongeren-het-lokale-woonbeleid
Kinderen in armoede 9% van de kinderen en 21% van de eenoudergezinnen in Vlaanderen leeft onder de armoededrempel. De rechten van kinderen die opgroeien in armoede worden elke dag geschonden. Effecten zijn te zien op al hun levensdomeinen: hun onderwijs, hun welbevinden, hun gezondheid, woonomstandigheden, toekomstkansen. Het Kinderrechtencommissariaat blijft op die nagel kloppen, bijvoorbeeld in de taskforce kwetsbare gezinnen, opgericht door de minister voor Armoedebestrijding naar aanleiding van de coronacrisis. Dat corona impact had op het leven van kinderen en jongeren, is duidelijk. Ook dit jaar kregen we weer alarmsignalen over niet geschikte of te dure laptops en andere vormen van digitale armoede, zoals slechte internetverbindingen. De lange periodes van afstandsonderwijs brachten jongeren in moeilijkheden. We schreven samen met de federale Ombudsman en dertig regionale en lokale ombudsdiensten een aanbeveling aan de regering om internettoegang te erkennen als basisrecht. POOL (Permanent Overleg Ombudslui), Resolutie van POOL over internettoegang als een basisbehoefte die specifieke rechtsbescherming vereist, 11 december 2020, federaalombudsman.be/sites/default/files/explorer/ Resolutie_ombudsmannen_internettoegang.pdf
Schoolkosten blijven zorgen voor participatiedrempels. We blijven ervoor pleiten om de maximumfactuur in het lager onderwijs te respecteren. En voor een maximumfactuur in het secundair onderwijs. Hoge schoolkosten in ‘dure’ richtingen beperken de keuzemogelijkheden voor jongeren die het thuis niet breed hebben. Ook voor kinderen en jongeren die ondersteuning of hulpverlening nodig hebben door een beperking of psychische problemen, kan armoede zware gevolgen hebben. Soms komen ze niet tot de nodige zorg door financiële drempels of door wachtlijsten in het hulpaanbod dat wel betaalbaar is.
Deel 3 Waar knelt het?
77
Armoede als indicatie bij meldingen Armoede komt niet zo vaak binnen als klacht op zich. Soms is er duidelijk sprake van armoede, naast andere klachten en signalen. Dat blijkt als melders zeggen dat de financiële situatie heel kwetsbaar is, dat er een collectieve schuldenregeling is of dat ze te weinig geld hebben om een rechtszaak te starten. Vaak is er schaamte. De gesprekken geven ons een summiere inkijk in de sociale uitsluitingsmechanismes waar die gezinnen op botsen. Hoe een scheiding een gezin in armoede verder dreigt te isoleren Onze zoon van 12 is bevriend met Aiko. Die komt regelmatig bij ons logeren. Zijn ouders leven in armoede. We helpen het gezin door kleren of schooltassen door te geven en hebben bijvoorbeeld ook al eens Aiko’s zomerkamp betaald. De ouders van Aiko gaan scheiden. Ze wonen al apart. Dat versterkt de armoedesituatie waarin Aiko opgroeit. Toen we onlangs Aiko bij zijn vader gingen afzetten, herkende de vader ons bijna niet meer. De weedgeur waaide ons tegemoet en de vader was zwaar onder invloed. De moeder van Aiko heeft geen geld. Het CLB zou op de hoogte zijn van de escalatie in het gezin en de leefomstandigheden van Aiko. Ze zijn ermee bezig, zeggen ze. Maar onze zorgen over de precaire leefomstandigheden van Aiko blijven. Welke impact heeft dat op zijn verdere ontwikkeling? De ouders botsen op zoveel drempels om uit armoede te komen. Nu ze allebei alleenstaand ouder zijn, dreigt dat nog erger te worden. Kunnen er niet meer diensten intensief met een gezin samenwerken om verder afglijden te voorkomen? We kregen geen toestemming om het verhaal verder te beluisteren bij het CLB. Dat gaf de tip mee om de ouders van Aiko voor te stellen naar het CAW te gaan voor ondersteuning en om te horen wat mogelijk was. Het CAW zou dan verder kunnen bekijken met Aiko’s moeder of vader welke familiale of financiële ondersteuning mogelijk is. Op tijd een netwerk opzetten, kan verhinderen dat een gezin zich verder isoleert of geen aansluiting meer vindt. Schuldbemiddelaar houdt achterstallen groeipakket achter Ik ben de vader van Aaron, 2 jaar. Sinds enkele maanden woont hij bij mij. Zijn moeder
78
is overleden. Ze woonde in Afrika. Nadat ik mijn zoon hier inschreef, vroeg ik ook het groeipakket aan. Na twee maanden kreeg ik een eerste storting met twee maanden terugwerkende kracht. Ikzelf ben invalide en zit in een collectieve schuldenregeling. Nu weigert mijn schuldbemiddelaar me de twee maanden achterstallen van het groeipakket door te storten. Vanaf nu krijg ik wel elke maand de bijdrage doorgestort maar de achterstallen houdt hij in. Kan dat wel? Ik wil een mail opstellen maar weet niet goed wat de wet zegt en waar mijn zoontje recht op heeft. We leggen uit dat sinds 2012 de kinderbijslag of het groeipakket niet ingehouden mag worden om schulden af te lossen. We mailen de vader de juridische informatie. We raden hem aan de rechter aan te spreken bij problemen. Geen geld om rechten af te dwingen Ik leef gescheiden van mijn man. We hebben twee kinderen. Mijn ex kijkt daar nauwelijks naar om. Dan komt hij eens langs, dan weer niet. Ik kan daar niets tegen beginnen, ook al weegt die onvoorspelbaarheid op de kinderen. Hun vader zwaait met het principe dat het bezoekrécht is, geen plícht. De kinderen willen niet meer naar hem gaan en ikzelf wil dat liever ook niet meer. Hij is vaak niet nuchter als hij ze komt halen en zit liever op café dan thuis. Door de lockdown zijn de cafés wel gesloten maar dan drinkt hij thuis, wat het nog gevaarlijker maakt. Hij betaalt zijn alimentatiegeld niet. Hij stort af en toe waardoor ik niet kan rekenen op Dienst voor alimentatievorderingen. Hij weigert de helft van de school- en medische kosten te betalen. Ik heb een klein inkomen. Ik durf het niet hardop te zeggen maar ik leef in armoede. Dat geeft erg veel stress. Dat mijn ex alles zomaar kan doen en dat er eigenlijk niets aan te beginnen valt, dat kan zo niet langer. Ik heb gewoon het geld niet voor een rechtszaak. Ik verdien net 100 euro te veel voor een pro-Deoadvocaat. Kan het Kinderrechtencommissariaat iets doen? Alleenstaande moeders lopen meer risico op armoede. In deze melding was de hoofdvraag of we iets konden betekenen in de verblijfsregeling van de kinderen. Maar onderliggend bleek het geldgebrek het zwaarst door te wegen. Maar af en toe wat alimentatiegeld krijgen, niet voldoen aan de voorwaarden om een dossier te openen bij de DAVO, de kinderen niet langer kunnen inschrijven bij de sportclub wogen voor
↑ Inhoudstafel
de moeder zwaar door. Juridisch liep ze vast omdat ze geen geld heeft voor een advocaat. We adviseerden haar langs te gaan bij de eerstelijns juridische rechtsbijstand in het justitiehuis. Een advocaat kan daar een eerste juridisch advies geven of tips over wat ze juridisch kan doen. Nieuwe beslissing over afvalverwerking treft gezinnen in armoede Onze gemeente start binnenkort met Diftar. Pampers moeten ook in de grijze afvalbak. Voor een gezin met kleine kinderen gaat het over acht tot tien pampers per dag, dus die zitten met een gigantische afvalberg en een extra rekening achteraf. Voor gezinnen in armoede is dat onbetaalbaar. De gemeente doet niet aan tegemoetkomingen. Ze suggereren herbruikbare luiers te kopen. Aankooprijs: 600 euro en in de kinderopvang willen ze alleen wegwerpluiers. Bovendien kost luiers wassen ook veel geld. Ik verwacht niet dat het Kinderrechtencommissariaat dit oplost maar ik wil het wel signaleren. Er worden te vaak beslissingen genomen die voor een middenklassengezin nog net haalbaar zijn maar de effecten op gezinnen in armoede worden zelden meegenomen in beleidsbeslissingen.
Armoede toevallig ontdekt Ook scholen of vrijetijdsorganisaties ontdekken soms toevallig armoede bij kinderen en jongeren. Wij raden ze aan om die signalen niet te negeren, maar er actief mee aan de slag te gaan. Leerkrachten, sporttrainers of monitoren kunnen allemaal een belangrijk verschil maken in het leven van kinderen en jongeren. Bij onze bezoeken aan buurtwerking Fabota in Leuven zagen we mooie voorbeelden van hoe toevallige ontdekkingen, bijvoorbeeld over de opvoedingssituatie van een kind, aanleiding zijn om met gezinnen aan de slag te gaan. Leerlijn fietsen in basisonderwijs kost ook geld Als een moeder advies vraagt omdat haar jongste dochter (8) gepest wordt, vertelt ze dat haar oudste dochter (11) volgende maandag fietsles heeft. De ouders kregen het bericht dat de kinderen hun fiets moeten meebrengen. De moeder schreef in de agenda dat de rem en het versnellingsapparaat stuk zijn en dat die niet tegen maandag gemaakt kunnen worden omdat ze daar het geld niet voor hebben. De fietsactiviteit gaat niet door omdat de lessen opgeschort worden door corona, maar de
moeder blijft er wel mee zitten. Ze signaleert het omdat het allemaal niet evident is voor ouders zoals zij die in een collectieve schuldenregeling zitten. Een buurtwerker vertelde haar over een bibliotheek van kinderfietsen die in het voorjaar 2021 opengaat. We zochten gelijkaardige initiatieven waar de moeder nu al terechtkan. We vroegen haar ook om bij de fietsenmaker een offerte te vragen om de fiets te herstellen en om die kost voor te leggen aan de advocaat die haar schulden beheert.
Groeipakket als hefboom om kinderarmoede te bestrijden – maar niet genoeg en niet voor iedereen Kinderbijslag is een belangrijke hefboom in de strijd tegen kinderarmoede. In maart 2020 publiceerde het agentschap Opgroeien de langverwachte resultaten van een evaluatieonderzoek over het nieuwe Vlaamse groeipakket. Samen met andere organisaties waren we teleurgesteld omdat dat rapport gemaakte beleidskeuzes niet in vraag stelt. Vroeger werd voor vragen over kinderarmoede altijd naar dat (toekomstige) rapport verwezen, maar nu is er geen nieuwe armoedetoets gemaakt, omdat er ‘geen nieuwe beleidskeuzes werden gemaakt’. Het rapport beschrijft alleen wat de effecten van de genomen maatregelen zijn, zonder die te koppelen aan een aanpak van kinderarmoede. Het rapport leidde dan ook alleen maar tot aanbevelingen voor minimale, eerder technische rechtzettingen. In een resolutie van 14 juli 2021 vraagt het Vlaams Parlement om gezinnen te compenseren als ze minder gezinsbijslag krijgen na het overlijden van een ouder dan de maand ervoor. Over die ‘(half) wezentoeslag’ kregen we verschillende klachten. Het Kinderrechtencommissariaat wil graag een groter herverdelend effect van het groeipakket, door op korte termijn de sociale toeslagen te verhogen, om dit instrument – waarvan het nut internationaal bewezen is – optimaal in te zetten in de strijd tegen kinderarmoede.
Lokaal armoedebeleid Ook gemeentebesturen kunnen armoede aanpakken. Ze hebben een coördinerende rol. We bezochten verschillende steden en gemeenten met goede voorbeelden van visie en acties om armoede aan te pakken. Gemeenten werken bijvoorbeeld samen
Deel 3 Waar knelt het?
79
met scholen rond schoolkosten. Wijkcentra kunnen een belangrijke rol spelen in toegankelijkheid van dienstverlening. Kinderopvang met tarieven op basis van het gezinsinkomen wordt ingepland in de wijken die daar het meest baat bij hebben. En ook het sociaal woonbeleid biedt mogelijkheden. Hoewel lokale besturen het leven van mensen in armoede zeker kunnen verbeteren, kunnen we niet verwachten dat zij het armoedeprobleem oplossen. Daarvoor blijven structurele maatregelen op hogere beleidsniveaus nodig. Bovendien hangt wat gemeenten kunnen doen ook af van hun grootte en van hoeveel maatschappelijk werkers ze hebben.
Menstruatiearmoede Eén deelaspect van armoede waar we sterk voor aan de alarmbel trokken, is menstruatiearmoede. Uit een onderzoek van Caritas blijkt dat in Vlaanderen één op de acht meisjes en vrouwen tussen 12 en 25 jaar soms niet genoeg geld heeft om maandverband en tampons te kopen. Voor meisjes in armoede loopt dat op tot 45%. Ze krijgen te maken met een dubbel
80
taboe: op armoede én op menstruatie. En het zorgt voor stress en isolatie. Vijf procent van de Vlaamse meisjes bleef al eens weg van school omdat ze geen geld hadden om menstruatieproducten te kopen en uit angst voor lekken. Samen met Caritas Vlaanderen en de Vrouwenraad zochten we duurzame oplossingen. We overlegden met de Children and Young People’s Commissioner Scotland, over de maatregelen die in Schotland genomen zijn. Daar kunnen de meisjes op school terecht voor hygiënisch materiaal. Ze mogen dat ook meenemen voor thuis als dat nodig is. En ook in elke apotheek kunnen ze terecht – net als eerder al voor gratis condooms. Het Kinderrechtencommissariaat pleitte er dit jaar geregeld voor om menstruatieproducten laagdrempelig beschikbaar te maken op school. Ook sensibilisering en taboedoorbreking zijn belangrijk. Niet alleen bij meisjes. Caritas Vlaanderen, Dubbel taboe – Menstruatiearmoede in Vlaanderen, maart 2020, caritasvlaanderen.be/sites/default/files/inline-files/ Caritas_rapport_Menstruatiearmoede_0.pdf
↑ Inhoudstafel
2. Rechten op en in onderwijs 2.1. Onderwijs in tijden van corona Door een nieuwe coronagolf in het najaar van 2020 en daarna nog eens in het voorjaar van 2021 stond ook het schooljaar 2020-2021 in het teken van de coronamaatregelen.
Scholen zoveel mogelijk open De overheid had een duidelijk doel: zoveel mogelijk coronabesmettingen op school tegengaan én tegelijk de scholen zoveel mogelijk openhouden. De scholen openhouden is belangrijk om leerachterstand tegen te gaan en te voorkomen dat de onderwijskloof tussen kansarme en kansrijke kinderen en jongeren nog groter wordt. En is natuurlijk ook belangrijk voor de mentale gezondheid van kinderen en jongeren en hun kansen op sociale ontwikkeling. Scholen zijn voor leerlingen ook en vooral een plaats waar ze leeftijdsgenoten ontmoeten en dat is belangrijk om hun identiteit te ontwikkelen en om zich sociaal te ontplooien. Anders dan in andere Europese landen lukte het in Vlaanderen behoorlijk goed om de scholen zoveel mogelijk open te houden. Al moesten scholen daarvoor wel een resem veiligheidsmaatregelen in stelling brengen. Met een extra week herfstvakantie en een extra week ‘paaspauze’ voor de paasvakantie mikte de overheid op extra afkoeling. Daarnaast moesten afzonderlijke klassen of soms hele scholen na een besmetting in quarantaine. Voor de leerlingen was dat geen pretje. Maar over hoe dat in de praktijk ging, kregen we ook positieve reacties. Tevreden over hoe de school het aanpakt Een moeder van twee tienerzonen in een Brusselse school voor secundair onderwijs laat ons weten dat de school de coronasituatie heel goed aanpakt. De leerlingen en de leerkrachten dragen plichtbewust hun mondmasker als het moet en nemen het af als het kan, zoals in de speeltijd of in de turnles. Iedereen houdt afstand en de school heeft een duidelijk
circulatieplan. De moeder is heel tevreden over de communicatie van de school. Eind augustus kreeg elke ouder en leerling een videoboodschap en een powerpoint over de coronamaatregelen op school. In het Nederlands én in het Frans. Dinsdag testte een klasgenoot positief op covid. Alle ouders werden opgebeld om te melden dat de school de klasgenoten naar huis zou sturen. De moeder vindt het knap dat de school op zo’n stressmoment ook nog besefte dat haar zoon autisme heeft en dat ze hem daarom op school hield tot zijn ouders hem konden ophalen. Woensdag kregen de leerlingen al een eerste reeks videolessen en -opdrachten als huiswerk. En vanaf maandag volgt de klas lessen online. De moeder is ook tevreden over hoe de school gezinnen met financiële of andere moeilijkheden ondersteunt. Ze waardeert enorm de discretie van de school. Momenteel houdt de school een enquête bij de ouders: Weten ze wie de contactpersoon is als ze financiële vragen hebben? Wat kan er nog beter? De moeder schuift de school van haar kinderen naar voren als goed praktijkvoorbeeld. Naast de scholen en de medewerkers verdienen ook ondersteunende instanties een pluim voor hun inspanningen om het onderwijs coronaveilig te laten doorgaan. We denken vooral aan de CLB’s en hun rol in de contacttracing en het in kaart brengen van corona-uitbraken in scholen. Ze ondersteunden en begeleidden ook leerlingen die het zwaar hadden door de coronamaatregelen. We appreciëren het ook dat de vier hoogste jaren in het secundair onderwijs in mei in principe opnieuw 100% les konden krijgen in de klas. Veel jongeren hadden dat echt nodig.
Afstandsonderwijs In het secundair onderwijs kregen leerlingen van het derde tot het laatste jaar van half november tot minstens de eerste week van mei nog hooguit de helft van de tijd live les op school. De rest van de tijd volgden ze de lessen online. In februari, één week voor de krokusvakantie, kwam daar voor alle secundaire scholen nog eens een afkoelingsweek bovenop, met
Deel 3 Waar knelt het?
81
nog meer onlinelessen en zelfstandig te verwerken schooltaken. Er waren grote verschillen in hoe scholen het afstandsonderwijs aanpakten. Dat blijkt uit de klachten bij het Kinderrechtencommissariaat en uit digitale schoolbezoeken en wandelbezoeken van de kinderrechtencommissaris. Ook in dit tweede coronaschooljaar hadden jongeren vaak minder goede ervaringen met afstandsonderwijs.
Grote druk op jongeren We kregen verschillende meldingen over hoe scholen hun afstandsonderwijs invullen. In combinatie met de beperkingen door andere maatregelen zette het afstandsonderwijs sommige jongeren erg onder druk. Brief aan het Vlaams Parlement: veer gebroken Een meisje van 16, vijfde jaar secundair onderwijs, slaakt een noodkreet in een brief aan het Vlaams Parlement, die ze ook doorstuurde naar het Kinderrechtencommissariaat. Het meisje beschrijft haar ervaringen met de coronamaatregelen. Op school moet ze voortdurend horen dat ze bovenop de leerstof ook achterstand in te halen heeft. Na zeven uur les online moet ze tegen de volgende lesdag op school ook nog eens studeren voor toetsen. Vrienden ziet ze weinig. Al vijf maanden kan ze geen hobby beoefenen, kunnen ze met niet meer dan vier samen buiten komen en kan ze geen hechte contacten onderhouden. Van onlinecontacten krijgt ze stress. Online voelt niet ‘echt’ aan. Ze doet veel aan zelfzorg: de dag voor zichzelf plannen, kijken wat wel kan, elke week iets positiefs opschrijven. Maar de veer is gebroken. Ze kan niet meer. Ze wil geen erkenning voor de situatie van jongeren, maar echte hulp. Ook ouders melden onhoudbare druk op leerlingen door de opeenvolging van zelfstandige leertaken in de ‘thuisweek’ en de daaropvolgende toetsen in de ‘schoolweek’. Overweldigende taak- en toetsdruk Een vader is bezorgd over het afstandsonderwijs in de school van zijn twee dochters. De leerkrachten lijken niet van elkaar te weten wie welke taken opgeeft of wie wanneer welke toetsen plant. Door de druk kampen zijn dochters met stress. Zo waren er voor de kerstvakantie elf toetsen in één week. Morgen hebben ze er weer vier op één dag. De leerkrachten lijken alleen de formule te kennen met onlinelessen en onlinetaken in de thuisweek en toetsen in de schoolweek – waardoor die ene week op school propvol zit
82
met toetsen. Dat is niet langer houdbaar voor de jongeren. Na de onlinelessen starten de taken en het studeren. De vader stelt vast dat zijn dochters de leerstof online minder goed capteren, waardoor ze nog elke avond tot tien uur of halfelf bezig zijn. ‘Dat moet anders. Dit kan niemand volhouden tot juni.’ Enkele ouders klaagden dat die hoge druk bij hun tieners leidde tot depressieve gedachten, soms zelfs tot zelfmoordgedachten. Andere ouders klaagden over wat er mankeerde aan het afstandsonderwijs: dat met al die zelfstandige thuistaken en toetsen op school maar weinig ruimte was voor echte interactie tussen leerkracht en leerlingen. Zo kregen leerlingen op school niet overal genoeg gelegenheid om vragen te stellen over wat ze thuis niet begrepen hadden. Of ging de tijd voor contactonderwijs grotendeels op aan toetsen. Uiteraard moeten leerkrachten de leervorderingen van hun leerlingen opvolgen. En we begrijpen dat leerkrachten daar meer behoefte aan hebben als de leerlingen een groot deel van de leerstof zelfstandig moeten verwerven. Schoolteams spreken daarom het best af hoe ze dat kunnen doen zonder de beperkte contactdagen grotendeels op te offeren aan toetsen die leerlingen ook weer alleen en in stilte moeten afleggen. Ook het contact met klasgenoten had vaak te lijden onder het afstandsonderwijs. Bij onlinelessen laten de leerlingen hun camera vaak uit. Om bandbreedte uit te sparen en om privacyredenen. Jongeren en leerkrachten zeggen dat het contact zo grotendeels verloren gaat. Opvallend is dat jongeren in periodes van afstandsonderwijs dat gemis aan livecontact niet allemaal of niet altijd aanvulden met onlinecontacten. Over hoe de school het afstandsonderwijs invulde en de impact ervan op het contact met leerkrachten en klasgenoten hoorden we ook positieve geluiden. Andere organisatie – ander effect Lorenzo zit in het derde jaar secundair onderwijs. Zijn school organiseert afstandsonderwijs en contactonderwijs in één schoolweek. De ene week heeft hij drie dagen les op school en twee dagen thuis. De week daarna is het andersom. Lorenzo hoeft zo niet alleen zijn vrienden minder lang te missen. Hij zegt dat het veel gemakkelijker is om vragen te stellen aan leerkrachten en antwoorden te krijgen. Zijn leerkrachten vinden het gemakkelijker om in de klas vragen te beantwoorden dan online. Online kan hijzelf ook niet zo goed inschatten of hij zijn klasgenoten of zijn leerkrachten stoort met zijn vragen.
↑ Inhoudstafel
Soms liep het afstandsonderwijs mank door technische problemen. Jongleren met elektronische lesplatformen Mijn zoon volgt al de hele maand thuis onlineles. Smartschool loopt voortdurend vast. We jongleren nu met ongeveer vier verschillende platformen voor lessen en taken. Dat wordt totaal onoverzichtelijk. Eind maart heeft mijn zoon examens maar hij heeft amper les gekregen.
Leerkloof en digitale kloof nemen verder toe We kregen ook signalen over meer leerachterstand, meer vragen om leerhulp en over de digitale kloof die met het afstandsonderwijs ook dit jaar weer prominent in het vizier kwam. Jeugdwerkers overstelpt met vragen om bijles Een Brusselse jeugdwelzijnswerker signaleert dat ze al het hele schooljaar overstelpt wordt met vragen om bijles te geven, zowel van kinderen in basisscholen als van jongeren uit het secundair onderwijs. Of ze de leerstof opnieuw kan uitleggen, maaltafels inoefenen, dat soort vragen. De jeugdwerkers kunnen niet meer iedereen met een vraag helpen. Ook deze week – de week voor de paasvakantie waarin de scholen dicht zijn – begeleiden ze heel wat kinderen, vooral uit het basisonderwijs, om hun oefeningenbundels te verwerken. Haar organisatie leende het laatste jaar zo’n tweehonderd laptops uit. Een eerste digitale kloof (tekort aan laptops) probeerden ze zo mee te overbruggen. Tegelijk werd vooral het gemis duidelijk aan digitale vaardigheden bij ouders, kinderen en jongeren (de tweede digitale kloof). Hun jeugdhuizen bleven open en werken in kleinere groepjes van hooguit acht jongeren. De meisjes bleven het hele jaar komen. De jongens bleven lang weg. Die deden liever andere activiteiten of bleven gewoon thuis gamen. Nu vinden ook zij hun weg terug naar de jeugdhuiswerking. De ouderwerking start geleidelijk weer op. Bij ouders is er een grote behoefte om samen te komen met andere ouders. De combinatie van werk, gezin en zorg voor het onderwijs aan hun kinderen legt een grote druk op de ouders. In de net afgelopen aanmeldingsperiode voor het Nederlandstalige basisonderwijs zagen ze ook opvallend meer pas gescheiden ouders. De melder signaleert het en volgt onze standpunten en adviezen via onze website en Facebookpagina.
Rem op inclusie Leerlingen met specifieke onderwijsnoden hadden het vaak nog lastiger met het afstandsonderwijs. Zij hebben het vaak nog moeilijker om zelfstandig taken te begrijpen en leerstof te plannen en onder de knie te krijgen. Er waren minder kansen om extra uitleg te krijgen. De redelijke aanpassingen op school moesten hertekend worden of vielen soms helemaal weg. Ook de externe ondersteuning viel soms weg of moest anders ingevuld worden omdat het online moest gebeuren. In zijn rapport ‘Corona is een aanval op inclusie’ meldt het Steunpunt voor Inclusie gelijklopende ervaringen: extra onrust door corona bij veel kinderen en jongeren met een beperking, wat kon leiden tot demotivatie voor school. Steunpunt voor Inclusie, Corona is een aanval op inclusie – rapport 2.0, 2021, oudersvoorinclusie.be/wp-content/uploads/2021/04/ Corona-is-een-aanval-op-inclusie-rapport-2.0..pdf
In ons standpunt bij de visienota ‘Digisprong’ die de minister van Onderwijs in december 2020 aan het Vlaams Parlement bezorgde, onderstreepten we het belang van redelijke aanpassingen voor leerlingen met een beperking, ook bij onlinelessen. Kinderrechtencommissariaat, Standpunt Visienota ‘Digisprong’: naar meer kansen voor elk kind, 20202021/06, kinderrechtencommissariaat.be/sites/default/files/ bestanden/standpunt_2020_2021_06_visienota_ digisprong.pdf
Digitale schoolbezoeken Van eind januari tot eind maart gingen we (digitaal) op bezoek in klassen van het 3e en 5e jaar secundair onderwijs, in verschillende richtingen, in vrije en GO!-scholen verspreid over Vlaanderen en Brussel. Dat deden we online met interactieve whiteboards, waarmee je collages kunt maken en met plakbriefjes kunt samenwerken. Uit onze gesprekken met leerlingen kwamen veel dezelfde knelpunten naar voren die we ook in meldingen en klachten te horen kregen: afstandsonderwijs zorgt voor een veel grotere taakbelasting, te weinig kans tot interactie met leerkrachten en klasgenoten, eenzaamheid. Evengoed hoorden we ook positieve ervaringen. Leerkrachten en scholen bedenken soms creatieve mogelijkheden om het contact met de leerlingen en hun thuisfront te behouden, zoals wandelingen.
Deel 3 Waar knelt het?
83
De vele ervaringen die we van scholieren te horen kregen over afstandsonderwijs, waren voor ons de aanleiding om te pleiten voor een duidelijk referentiekader voor kwaliteitsvol afstandsonderwijs en om de scholen zo snel mogelijk volledig te heropenen. Kinderrechtencommissariaat, Heropen de scholen voltijds voor alle leerlingen, 23 april 2021, kinderrechtencommissariaat.be/actueel/heropen-descholen-voltijds-voor-alle-leerlingen
Knelpuntennota Op basis van gesprekken, digitale schoolbezoeken en wandelbezoeken met jongeren stelden we een knelpuntennota op die we op 9 maart doorspeelden aan de Vlaamse volksvertegenwoordigers. Daarin vroegen we aandacht voor knelpunten in hoe scholen het afstandsonderwijs realiseren: _
_ _ _ _ _
Te weinig interactie met de leerkrachten over de lesinhoud en over hoe de leerlingen het hele afstandsonderwijs ervaren. Te weinig interactie met klasgenoten. Te weinig schoolgerelateerde ervaringen en symbolische momenten. Te grote taaklast voor leerlingen. Te weinig aandacht voor welbevinden van de leerlingen. Te weinig aandacht voor leerlingen die extra zorg nodig hebben.
Daarnaast vroegen we in de nota aandacht voor leerlingen die deeltijds leren-deeltijds werken voor een contactberoep. Zij konden geen stages volgen, en daardoor misschien niet afstuderen. Daar komen we verder in dit hoofdstuk nog op terug. Ook de toegang van leerlingen tot de digitale technologie was in de knelpuntennota een aandachtspunt. Een substantieel deel van de leerlingen mist nog altijd het nodige basismateriaal: computer, recent tekstverwerkingsprogramma, stabiele internetverbinding. Voor de digitale kloof verwezen we naar onze eerdere aanbevelingen bij de conceptnota Digisprong. In onze knelpuntennota van 9 maart 2021 formuleerden we aanbevelingen voor het beleid en het onderwijsveld: _ Laat zo snel mogelijk weer voltijds contactonderwijs toe. Het liefst met de mogelijkheid om schooluitstappen en mijlpaalmomenten te organiseren.
84
_ Creëer een referentiekader voor kwaliteitsvol afstandsonderwijs en voor gecombineerd onderwijs. Zo’n referentiekader moet oog hebben voor de vermelde knelpunten en gaat dus niet alleen over onlinelessen. Het is niet alleen relevant voor toekomstige noodsituaties, maar ook omdat sommige scholen secundair onderwijs al lieten weten dat ze – ook na corona – voordelen zien in een combinatie van contactonderwijs met bijvoorbeeld een dag of een halve dag afstandsonderwijs per week. _ Professionaliseer leerkrachten in kwaliteitsvol gecombineerd onderwijs. _ Zorg voor begeleiding van schoolteams om gecombineerd onderwijs kwaliteitsvol te realiseren. _ Heb aandacht voor het welbevinden van leerlingen en geef ze inspraak bij de invulling en organisatie van afstandsonderwijs. Kinderrechtencommissariaat, Knelpuntennota Maak het afstandsleren minder afstandelijk, 2020-2021/08, kinderrechtencommissariaat.be/sites/default/ files/bestanden/knelpuntennota_2020_2021_08_ afstandsonderwijs.pdf
In ons standpunt over de visienota ‘Digisprong’ van de minister van Onderwijs riepen we op om de kansen van elk kind maximaal te garanderen bij de verdere digitalisering van het onderwijs. We deden dat op basis van de signalen die we kregen. De digitale kloof in onze samenleving werd door corona ontzettend zichtbaar. Kinderrechtencommissariaat, Standpunt Visienota ‘Digisprong’: naar meer kansen voor elk kind, 20202021/06, kinderrechtencommissariaat.be/sites/default/files/ bestanden/standpunt_2020_2021_06_visienota_ digisprong.pdf
Onderbroken werkplekleren De maatregelen om het coronavirus in te dijken, hadden een impact op het verloop van de les- en werkplekcomponent in duaal leren, deeltijds beroepsonderwijs en de leertijd. Voor de werkplekcomponent gelden de regels van de onderneming die de leerling opleidt. Ondernemingen die door corona moesten sluiten of geconfronteerd werden met tijdelijke werkloosheid konden de overeenkomst schorsen. CLB’s en competentiecoaches signaleerden hun bezorgdheid over jongeren in een onderbroken
↑ Inhoudstafel
opleiding voor een contactberoep: hun recht op onderwijs was niet gegarandeerd, hun welbevinden ging erop achteruit en doordat de leervergoeding wegviel, kwamen verschillende jongeren ook financieel in de problemen. Verbinding houden met contactberoepen In december 2020 meldt een CLB-medewerker die verbonden is aan Syntra haar bezorgdheid over jongeren in de opleidingen haarzorg, schoonheidszorg en horeca. Door corona kunnen ze niet meer naar hun werkplek. De vrijgekomen dagen worden niet ingevuld. Ze maakt zich samen met de competentiecoaches zorgen over hun kansen op evaluatie en afstuderen. De jongeren zitten thuis en verliezen hun motivatie om één dag les te volgen. Ze komen in financiële problemen doordat de leervergoeding wegviel. Syntra biedt geen alternatieven. We kaartten het probleem aan bij de minister en in de commissie Onderwijs tijdens de presentatie van ons jaarverslag. We vroegen vervangende opleidingen. We volgden de situatie van de jongeren verder op. In januari 2021 begonnen Syntra en VDAB extra beroepsgerichte vorming op afstand te organiseren. Naar het einde van het schooljaar konden livelessen opnieuw. Voor sommige leerlingen was dat een zegen. Ook werkplekleren startte weer op en sommige jongeren haalden de eindmeet. Anderen niet. Het gebrek aan structuur, een moeilijke thuissituatie, financiële moeilijkheden zorgden ervoor dat de klassenraden op het einde van het schooljaar sommige leerlingen niet meer bespraken omdat ze al gestopt waren met school, opgenomen waren of in een gesloten instelling beland. Daardoor waren er veel te weinig evaluatiegegevens en kregen die leerlingen een C-attest, vaak gecombineerd met een advies tot heroriëntering. Omdat het om jongeren gaat met een erg moeilijke schoolloopbaan, is heroriëntering heel moeilijk. Sommige jongeren stromen ongekwalificeerd uit. Het CLB vindt dat dat te voorkomen was met meer extra lessen beroepsgerichte vorming, individuele ondersteuning, en een positiever klimaat. Het CLB vindt dat Syntra nog meer oog kan hebben voor het welzijn van de jongeren.
Mondmaskers Voor leerlingen in het secundair onderwijs gold vanaf het begin van het schooljaar 2020-2021 een mondmaskerplicht in de schoolgebouwen. Buiten was dat alleen verplicht als de anderhalve meter fysieke afstand niet gegarandeerd kon worden. Voor de lessen lichamelijke opvoeding golden aparte regels. In het basisonderwijs was er lang geen mondmaskerplicht. Al kwam die in januari wel al in beeld voor kinderen vanaf tien jaar. Op 11 januari 2021 vroegen we samen met de Vlaamse Jeugdraad om min-12-jarigen op school en in de publieke ruimte vrij te laten bewegen zonder verplicht mondmasker. We riepen op om geen algemene mondmaskerplicht in te voeren voor 10- tot 12-jarigen op school. We konden wel akkoord gaan met: _ een ‘tijdelijke’ lokale mondmaskerplicht voor min 12-jarigen in scholen met een coronauitbraak, _ ruimte om vrijwillig een mondmasker te dragen voor kinderen die dat echt willen of van wie de ouders erop staan omdat ze bijvoorbeeld samenleven met een kwetsbaar gezinslid. Kinderrechtencommissariaat, Laat min-12-jarigen op school en in de publieke ruimte vrij bewegen zonder verplicht mondmasker, 11 januari 2021, kinderrechtencommissariaat.be/actueel/laat-min12-jarigen-op-school-en-de-publieke-ruimte-vrijbewegen-zonder-verplicht-mondmasker
Op 25 januari 2021 werd een nieuwe, relatief beperkte richtlijn van kracht: zodra een medeleerling of leraar van hun leerjaar besmet was en in isolatie of in quarantaine moest, moesten alle vijfde- en zesdeklassers van die lagere school twee weken lang in de hele school – in de klas en buiten op de speelplaats – een mondmasker dragen. Het CLB kon ook in andere gevallen voorstellen om vijfde- en zesdeklassers een mondmasker te laten dragen. Maar een algemene mondmaskerplicht in de lagere scholen kwam er niet.
Verruimde mondmaskerplicht voor vijfde- en zesdeklassers In maart zagen we vooral in het lager onderwijs opmerkelijk meer corona-uitbraken, waardoor steeds meer klassen en zelfs hele scholen in quarantaine moesten. Deel 3 Waar knelt het?
85
In het secundair onderwijs was de stijging minder uitgesproken. Ook de hoge positiviteitsratio bij de coronatests en de opmars van meer besmettelijke virusvarianten baarden zorgen. Dat leidde tot een strengere mondmaskerplicht in de lagere scholen. Vanaf 22 maart, twee weken voor de gewone paasvakantie en een week voor de start van de ‘paaspauze’, werd die veralgemeend voor de vijfde en zesde klassen van alle lagere scholen, ook al was er nog bij niemand op school een besmetting vastgesteld. Er waren maar twee uitzonderingen: voor leerlingen en personeel met medische aandoeningen zoals allergieën voor bepaalde stoffen en in de lessen lichamelijke opvoeding, als de leerlingen tenminste onderling de nodige afstand konden houden en alle contacten – zelfs vluchtige – konden vermijden. Opvallend is dat de mondmaskerplicht in de twee hoogste jaren van het lager onderwijs in het begin strenger was dan in het secundair onderwijs. Anders dan in het secundair onderwijs was een mondmasker in het lager onderwijs eerst ook buiten op de speelplaats verplicht. Kort na die verstrenging stroomde de mailbox van het Kinderrechtencommissariaat vol met klachten over de nieuwe maatregel. Eerder hadden we over mondmaskers op school ook andere meldingen gekregen. Van ouders die bezorgd zijn om de gezondheid van hun kind en daarom net wél voorstander waren van mondmaskers op school, ook in de hoogste klassen van de lagere school. We hebben oog en oor voor de argumenten uit beide hoeken. We noteerden ook dat hoe de school de mondmaskerplicht toepast, vaak bepalend is voor het effect op de leerlingen. Op 22 maart 2021, de dag dat de maatregel inging, publiceerde het Kinderrechtencommissariaat een standpunt over de veralgemeende mondmaskerplicht in de lagere school, dat we aan alle Vlaamse volksvertegenwoordigers bezorgden. Daarin stelden we dat voor ons primeert dat scholen maximaal en voor zoveel mogelijk leerlingen open kunnen blijven. Welke veiligheidsmaatregelen daarvoor in het kader van de pandemie nodig zijn, is een vraag waarover het Kinderrechtencommissariaat niet kan oordelen. We zeiden wel dat we bang waren dat de maatregel weleens langer kon blijven duren. We toonden ons bezorgd over de ongemakken van lang een mondmasker te moeten dragen in
86
de klas voor leerlingen van die leeftijd: fysieke ongemakken, belemmering van de communicatie met leerkracht en klasgenoten, minder aandachtig kunnen zijn in de les. We vroegen de overheid twee maatregelen: _ Schaf de mondmaskerplicht in het lager onderwijs weer af zodra dat kan. _ Geef basisscholen ondertussen wel de mogelijkheid om mondmaskervrije pauzes in te lassen voor hun vijfde- en zesdeklassers, door toe te staan dat de leerlingen buiten de school hun mondmasker afzetten als ze genoeg afstand kunnen houden. (Dat was de regel in het secundair onderwijs.) Door klasbubbels gescheiden te houden en speeltijden te spreiden, moest dat ook in de basisschool mogelijk zijn. Aan de scholen vroegen we empathie bij de toepassing van de mondmaskerplicht, met aandacht voor de verschillende zorgen van leerlingen en ouders. Kinderrechtencommissariaat, Standpunt Mondmaskerplicht in de lagere school, graag zo kort mogelijk, 2020-2021/09, kinderrechtencommissariaat.be/advies/ mondmaskerplicht-de-lagere-school-graag-zo-kortmogelijk
Dat het een maatregel van langere duur zou worden, kwam helaas uit. De mondmaskerplicht bleef ook na de paasvakantie van kracht in Vlaanderen. Ouders attendeerden ons erop dat in het Franstalig onderwijs de mondmaskerplicht voor de vijfde en zesde klas lager onderwijs meteen na de paasvakantie opgeheven was. Ze vroegen hoe het mogelijk was dat eenzelfde beslissing van het Overlegcomité in de verschillende landsgedeelten heel anders uitgevoerd werd. De kinderrechtencommissaris bracht dat ook ter sprake op het corona-overleg van de Vlaamse minister voor Onderwijs met onderwijsverstrekkers, vakbonden en andere stakeholders. Fédération Wallonie-Bruxelles – Enseignement.be, Reprise des cours dans l’enseignement obligatoire, 15 april 2021, enseignement.be/index.php?page=25703&ne_id=6644
De maatregel bleef in Vlaanderen uiteindelijk gelden tot het einde van het schooljaar. Na de paasvakantie werd hij wel wat versoepeld: op de speelplaats hoefden vijfde- en zesdeklassers geen mondmasker meer op als ze anderhalve meter afstand konden houden van elkaar. Dat kwam alvast tegemoet aan een van onze
↑ Inhoudstafel
vragen in ons standpunt van 22 maart 2021. Toch bleven we klachten binnenkrijgen, vaak over hoe scholen de mondmaskerplicht toepasten. Vrijgesteld maar wel geïsoleerd Kort na de paasvakantie zegt een moeder ons dat haar zoon in het vijfde leerjaar een doktersattest heeft waardoor hij geen mondmasker hoeft te dragen (om mentale redenen). Hij zit nu achteraan in de klas achter een wand van plexiglas. Daardoor voelt hij zich anders behandeld en door de lichtweerkaatsing kan hij door het plexiglas het bord niet goed lezen waardoor hij de lessen minder goed kan volgen. De les godsdienst (eerste lesuur) is in een ander lokaal en daar heeft hij geen plexi-scherm. Hij mag die dag later naar school komen. De turnles kon hij voor de paasvakantie niet meedoen. Nu zou de turnles maximaal buiten zijn, maar het blijft voor de moeder nog onduidelijk of dat ook zonder mondmasker kan. Waar haar zoon het vooral moeilijk mee heeft, is dat hij voor de paasvakantie in de speeltijd niet mee naar buiten mocht. Hij moest in de klas blijven. De directeur zou alternatieven bekijken, maar voorstellen kwamen er niet voor de paasvakantie. Toen organiseerde de school speeltijden nog anders en waren er voor verschillende klasbubbels afspraken over afwisselend gebruik van speelplaats en voetbalveld. Dit weekend mailde de school dat speeltijden opnieuw gewoon zouden lopen en dat de refter weer opengaat. Vanmorgen sprak de moeder nog met de directeur. Op de speelplaats moeten de leerlingen van 5 en 6 een mondmasker dragen omdat afstand niet gewaarborgd kan worden. De schooldirectie lijkt vooral te verwijzen naar het schoolbestuur, het gemeentebestuur. Haar zoon voelt zich heel slecht. Hij wil kind kunnen zijn en ook kunnen spelen samen met zijn vrienden. Nu heeft hij het gevoel dat hij weggestopt wordt op school. We spraken met de jongen, zijn ouders en de schooldirecteur. We organiseerden onlineoverleg met de directeur en de schepen van Onderwijs. We bespraken verschillende mogelijkheden om het isolement te doorbreken. De school vond extra mogelijkheden om mondmaskerpauzes in te bouwen voor de hele klas. In de voormiddagspeeltijden mocht de jongen samen met een vriend naar het groene gedeelte van de kleuterspeelplaats. Voor de directie en de schepen was het een hele uitdaging om toezicht te garanderen en de draagkracht van het leerkrachtenteam te bewaken. Door te schuiven met de plexi-wand kon de jongen het bord lezen.
Op 12 mei 2021 vroeg de kinderrechtencommissaris de leden van de commissie voor Onderwijs om te waken over de evaluatie van de mondmaskerplicht in het lager onderwijs zodat die niet stilzwijgend tot het eind van het schooljaar zou blijven duren: _ Bekijk of er indicaties zijn dat er zich bij de leeftijdsgroep van 10- tot 11-jarigen in scholen nog grote uitbraken voordoen. In de publicaties van Sciensano zien we alleen gegevens voor de veel te globale categorie van 10- tot 19-jarigen. Daar zitten zowel lagereschoolkinderen als scholieren en studenten in. Maar hoe evolueert de situatie bij de 10- tot 11-jarigen? Wat zijn de vooruitzichten voor die leeftijdsgroep? _ Neem in die evaluatie ook op hoe scholen de maatregel toepassen. We vernamen dat heel wat scholen de maatregel strenger toepasten dan volgens de richtlijnen moest, bijvoorbeeld door leerlingen te verplichten om de hele dag een mondmasker te dragen, ook bij buitenactiviteiten waar ze afstand kunnen houden. _ Waak er mee over dat de maatregel redelijk toegepast en zo snel mogelijk afgevoerd wordt. Kinderrechtencommissariaat, Mondmaskerplicht in het vijfde en zesde leerjaar: hoelang nog?, 12 mei 2021, kinderrechtencommissariaat.be/actueel/ mondmaskerplicht-het-vijfde-en-zesde-leerjaar-hoelang-nog
In de loop van het derde trimester volgden er nog versoepelingen. Met de nodige afstand tussen de leerlingen en genoeg ventilatie mocht het mondmasker vanaf dan ook binnenskamers eventjes af. En buiten mochten de mondmaskers af als de leerlingen ‘intense fysieke contacten’ konden vermijden. De door ons bepleite mondmaskervrije pauzes werden daarmee nog beter mogelijk. Op het sociaal onderwijsoverleg van augustus 2021 pleitte de kinderrechtencommissaris er samen met anderen voor om voor de mondmaskerplicht bij de start van schooljaar 2021-2022 rekening te houden met verschillen tussen regio’s en alleen een mondmaskerplicht op te leggen waar dat echt nodig is voor de gezondheid. Uiteindelijk besliste de minister om in het lager onderwijs het schooljaar te starten zonder mondmaskerplicht voor de leerlingen, behalve als de preventieadviseur of, op grond van de lokale epidemiologische situatie, de lokale crisiscel anders zou beslissen. Deel 3 Waar knelt het?
87
88
↑ Inhoudstafel
Leerlingen en leerkrachten die een mondmasker willen dragen, mogen dat. In het secundair onderwijs moeten leerlingen in de klas geen mondmasker meer dragen als ze stil zitten. Op de speelplaats blijven ze wel verplicht om een mondmasker op te zetten als ze intens fysiek contact niet kunnen vermijden. Door de lagere vaccinatiegraad in Brussel startte schooljaar 2021-2022 in Brusselse scholen met de strengere coronaregels van in juni 2021, dus mét mondmaskerplicht voor leerlingen in het secundair onderwijs en voor vijfde- en zesdeklassers in het lager onderwijs. Departement Onderwijs, Coronamaatregelen schooljaar 2021-2022, 17 augustus 2021, onderwijs.vlaanderen.be/nl/coronamaatregelenschooljaar-2021-2022
Ventilatie en CO2-meters in de klas We kregen vragen die de mondmaskerplicht in verband brachten met gebrekkige ventilatie van klassen en te weinig CO2-meters. Zou de mondmaskerplicht niet overbodig zijn als er effectief op toegezien werd dat klassen en andere schoolruimtes goed genoeg geventileerd worden? En zou een verplichte CO2-meter in elk schoollokaal daar geen betere garantie voor zijn? Andere melders wijzen erop dat goede luchtkwaliteit in klaslokalen, ook los van corona, van belang is voor het welbevinden van leerlingen en voor het leren. Onderzoek toont dat die luchtkwaliteit in veel klassen ondermaats is, melden ze. Onder het motto ‘meten is weten’, pleiten ze voor een verplichte CO2-meter in elke klas. Die vraag kwam ook in parlementaire debatten aan bod. We legden ze ook twee keer voor op het overleg tussen de minister van Onderwijs, onderwijsverstrekkers, vakbonden en andere stakeholders. In zijn reactie verwees de minister op 17 juni 2021 naar eerdere initiatieven en investeringen voor ventilatie van schoollokalen en de aanschaf van CO2-meters. Een verplichting is maar zinvol als er ook overal controle volgt, wat niet doenbaar is. En in moderne gebouwen met uitstekende ventilatie is het ook niet nodig. Hij verkiest daarom het vertrouwen te geven aan de scholen en hun preventieadviseurs. Dat standpunt bevestigde hij in augustus. Ook voor het nieuwe schooljaar is het aan de preventieadviseur om te beslissen in welke klassen en andere schoollokalen er een CO2-meter moet zijn.
Door corona niet op school Door corona bleven meer leerlingen afwezig op school. Soms moesten ze thuis in quarantaine. Soms kwamen
ze niet naar school voor hun gezondheid of die van een inwonende risicopatiënt of grootouders thuis. Soms uit onvrede over de coronamaatregelen, zoals de verplichte mondmaskers op school. De meldingen kwamen van bezorgde schooldirecties, ouders en CLB’s. In ons advies of in ons onderzoek naar de klachten spreken we er ons niet over uit of de leerling wel of niet terecht afwezig blijft. Dat is de bevoegdheid van de CLB-arts. Wel bekijken we of CLB, school en ouders al het mogelijke doen om leerlingen aan boord te houden, om leerachterstand of schooluitval te voorkomen en om te vermijden dat het sociaal contact en de verbinding met de school wegvalt. Angst voor besmetting Begin november belt een directeur van een middenschool naar het Kinderrechtencommissariaat. Hij maakt zich ernstig zorgen over een leerling uit het tweede jaar die al sinds begin september niet meer naar school komt. Er is wel een medisch attest van de huisarts, maar de school betwijfelt of de leerling wel echt ziek is. De directeur vermoedt dat de alleenstaande vader zijn dochter niet naar school laat komen omdat hij bang is dat ze daar besmet raakt met corona. De vader weigert elk gesprek. De directeur is bezorgd over het recht op onderwijs en het sociaal isolement waarin de leerling terechtkomt. Hij vraagt zich wat af de school kan doen. Het is niet duidelijk of de leerling zelf ook zo bang is voor een besmetting. Het Kinderrechtencommissariaat adviseert het CLB contact te laten opnemen met de vader en de leerling om alle bezorgdheden uit te praten en samen een oplossing te zoeken. Belangrijk is dat de school grondig haar maatregelen toelicht om de veiligheid van de leerlingen en het risico op besmetting te beperken. De directie informeerde het CLB al over de situatie, maar door de werkdruk had het CLB nog geen contact opgenomen. We raden ook aan om te blijven streven naar verbinding. We geven tips over wat de school zelf kan doen, zoals op huisbezoek gaan, kijken of er klasgenoten zijn die wel nog contact hebben met de leerling en die wat zicht hebben op de situatie. Ook polsen we hoe de leerling tot nu aan lesmateriaal komt. Was er ook al gedacht aan afstandsonderwijs, tijdelijk onderwijs aan huis of synchroon internetonderwijs via Bednet? Dat laatste was voor de directeur een moeilijk punt omdat hij er eigenlijk van uitgaat dat de leerling niet echt ziek is. We benadrukken het recht op onderwijs van de
Deel 3 Waar knelt het?
89
leerling en hopen dat de school toch het nodige doet om leerachterstand te voorkomen. Als het CLB en de school er niet in slagen de leerling weer te laten aansluiten op school, kan de CLB-arts nog contact opnemen met de huisarts. Als de verontrusting blijft, kan het CLB verdere stappen zetten. CLB is argwanend om Bednet op te starten De eerste week van september mailt een moeder het Kinderrechtencommissariaat. Ze heeft een zware longaandoening en een zenuwziekte. Ze heeft kinderen in basis- en in secundair onderwijs. De behandelende arts schreef in een attest dat het aangewezen is dat de kinderen niet naar school gaan. Voor het secundair onderwijs was Bednet snel geregeld. Voor het kind in het basisonderwijs niet. De ouders leven al van in de zomervakantie in onzekerheid of Bednet nu wel of niet zal kunnen. Ze voelen zich niet correct behandeld door de CLB-arts. Die geeft de moeder het gevoel dat ze twijfelt aan het attest van de behandelende arts. De CLBarts wil contact opnemen met de behandelende arts, maar de moeder blokt dat af. Ze vindt het een schending van haar privacy. Ook negatieve ervaringen met het CLB uit haar eigen schooltijd voeden haar wantrouwen. De onzekerheid of Bednet wel of niet kan starten, weegt wel. We informeren de ouders over de rol van het CLB bij kinderen van ouders uit de risicogroep en over de mogelijkheden van Bednet en tijdelijk onderwijs aan huis. Het CLB moet mee de zin van synchroon internetonderwijs evalueren en goedkeuren. Het contact tussen de CLB-arts en de behandelende arts van de moeder is geen schending van de privacy. We adviseren de moeder om haar bezorgdheid te bespreken met het CLB. Als er zorgen zijn over privacy, is het belangrijk dat het CLB duidelijk maakt waarom het bepaalde informatie nodig heeft en wat ermee gebeurt. We laten de moeder ook weten dat het CLB een klachtenprocedure heeft voor ouders die zich niet correct behandeld voelen. Achteraf laat de moeder weten dat Bednet opstartte en dat er goede samenwerking is met de school. Zorgen over lange afwezigheid Een CLB vraagt eind november advies over een leerling uit het vierde leerjaar. Het kind gaat al sinds de lockdown in maart 2020 niet meer naar school. Opa woont in bij het gezin en hij behoort tot de risicogroep. Onlinelessen lukken niet en de ouders willen geen tijdelijk onderwijs aan huis, dus 90
werkt de school met bundeltjes. Dat loopt moeilijk. Het CLB en de school maken zich zorgen over het welzijn en de leerachterstand van de leerling. Zelf wil die wel graag terug naar school, maar de ouders weigeren. De afwezigheid is gewettigd met een medisch attest van de huisarts, maar in een gesprek met de CLB-arts liet de huisarts zich ontvallen dat de leerling wel naar school zou kunnen gaan. De school en het CLB deden de ouders heel wat voorstellen om hun kind zo veilig mogelijk terug naar school te laten komen: niet samen aankomen of vertrekken met de andere leerlingen, altijd dezelfde plaats in de klas, mondmasker, een plaatsje op de speelplaats waar de leerling afstand kan houden. Maar de ouders blijven weigeren. Het CLB schrikt er nu van dat de huisarts opnieuw een attest schrijft om de afwezigheid te wettigen tot de kerstvakantie. Het CLB vraagt advies. Het overweegt de schoolagent in te schakelen voor een gesprek met de ouders. We adviseren om de CLB-arts opnieuw contact te laten opnemen met de huisarts. Waarom schreef die ondanks zijn terughoudendheid toch opnieuw een medisch attest? Is de huisarts bereid om samen te praten met de school, het CLB en de ouders? Om uit de impasse te raken? Het is belangrijk om dan ook te luisteren naar de zorgen en angsten van de ouders. Maar ook dat de school en het CLB duidelijk zeggen dat ze zich zorgen maken over de lange afwezigheid en het isolement van de leerling. De huisarts kan vanuit zijn vertrouwensrelatie met de ouders een belangrijke rol opnemen. Samen kunnen ze bekijken hoe de school tegemoet kan komen aan de angsten van de ouders en welke oplossingen mogelijk zijn. Voor het welzijn van het kind en om leerachterstand en sociaal isolement te voorkomen, is het wel belangrijk dat er iets verandert. Bij een nog langere afwezigheid wordt de situatie zorgwekkend. Het CLB bekijkt het verder met het team.
Tot slot Naast de vermelde aspecten leidden deeltijds afstandsonderwijs en andere coronamaatregelen nog tot andere vragen en klachten, onder andere over de privacy van leerlingen, het leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs, de evaluatie en heroriëntering van leerlingen en extra schoolkosten. Ook inclusief onderwijs leed eronder. Dat komt verder nog aan bod.
↑ Inhoudstafel
2.2. Blijvende structurele knelpunten
_
Ondanks de prominente plaats van klachten over de coronamaatregelen op school doken in de klachten en meldingen ook weer veel knelpunten op die vroeger al uitvoerig aan bod kwamen in onze jaarverslagen.
Een school vinden _ Een eerste terugkerend knelpunt is de realisatie van een schoolinschrijving. In gemeenten en regio’s met een capaciteitstekort of waar een beperkt aantal scholen – ondanks het ruimere aanbod – de voorkeur krijgen van veel meer ouders en leerlingen dan er plaats is in die scholen, is het aanmeldsysteem een bron van frustratie voor een deel van de ouders en leerlingen die niet terechtkunnen in hun voorkeurschool. Dat is vooral het geval in gemeenten of regio’s die voor het eerst met een aanmeldsysteem werkten. Een terugkerend misverstand is dat het ‘allemaal de schuld van het aanmeldsysteem’ is. De essentie is natuurlijk dat er in de eigen buurt, gemeente of regio ofwel te weinig plaatsen zijn, ofwel dat te veel ouders en leerlingen in dezelfde wijk, gemeente of regio dezelfde voorkeur hebben voor één of een beperkt aantal scholen. Aanmeldsystemen zijn een manier om die mismatch tussen vraag en aanbod zo eerlijk en zo transparant mogelijk aan te pakken. Waardoor ieder kind meer gelijke kansen krijgt op een inschrijving in een school van eigen hoge voorkeur. Door aanmeldsystemen af te schaffen, gaan niet méér kinderen in een school van eigen voorkeur terechtkomen. Ook de voorrangsregels worden soms gezien als een ‘aanslag op de vrije schoolkeuze’. Maar dan zie je over het hoofd dat ook de ouders van de kinderen die in een school voorrang krijgen, een hoge voorkeur voor die school hebben. Anders zouden ze geen gebruikmaken van die voorrang of hun kind niet voor die school aanmelden. Met of zonder voorrangsregels kunnen precies evenveel kinderen of ouders hun voorkeur realiseren. Het zijn alleen voor een deel andere kinderen en ouders die hun hoogste voorkeur kunnen realiseren. Er zijn ook terechte kritieken: _ Sommige aanmeldsystemen beperken het aantal scholen dat ouders kunnen aanvinken, bijvoorbeeld tot drie. Daar is geen enkele goede reden voor, behalve bij handmatige verwerking. Drie, vijf of zoveel scholen aanvinken als je wilt, maakt voor een computer geen verschil. En het evidente nadeel van zo’n beperking is dat je minder kans hebt om een plaats toegewezen te krijgen. En dat je dus na de
_
aanmeldperiode toch nog zelf op zoek moet gaan naar een school met nog vrije plaatsen. Als aan elkaar grenzende regio’s met verschillende aanmeldsystemen werken, wordt aanmelden een stuk complexer voor kinderen en jongeren (en hun ouders) voor wie scholen uit verschillende van die regio’s een logische optie zijn. De ongemakken worden nog groter als de aanmeldperiodes dan ook nog eens verschillen of als er over de aanmelden inschrijfprocedure en -kalender weinig of geen informatie is buiten de regio van de school. Voor de inschrijvingen in het eerste jaar secundair onderwijs is het niet correct om de nodige capaciteit (en de monitoring daarvan) alleen te bekijken in termen van 1A of 1B. Dat eerste jaar secundair onderwijs mag dan officieel wel een ‘algemeen jaar’ zijn, zonder verder onderscheid in studierichting – veel leerlingen en ouders kijken bij hun keuze voor een secundaire school al een stuk verder en houden rekening met het studieaanbod in de bovenbouw. Voor jongeren die alvast hun zinnen gezet hebben op een aso-opleiding is een plek in een school met alleen maar tso en bso in de bovenbouw geen optie. En vice versa. Idem voor jongeren die later een STEM-richting willen volgen of die juist een andere voorkeur hebben. De monitoring van de schoolcapaciteit en het daarop afgestemde lokale beleid moeten dus meer gedifferentieerd gebeuren. Een beperking in de regelgeving is ook dat scholen voor gewoon onderwijs geen plaatsen mogen reserveren voor leerlingen met beperkingen. Voor sommige kinderen en jongeren met een beperking is een school die een heel stuk verder weg is van huis, praktisch echt geen optie. De LOP’s hebben momenteel ook geen wettelijke mogelijkheid om via hun bemiddelingscel of disfunctiecommissie de rangorde van de aanmeldprocedure te overrulen, rekening houdend met heel specifieke noden van een individuele leerling. Het voorontwerp van nieuw inschrijvingsdecreet maakt dat vanaf 20232024 wel mogelijk en staat scholen voor gewoon onderwijs ook toe om leerlingen met een verslag voor buitengewoon onderwijs in overcapaciteit te nemen. Dat is positief. Vlaamse Regering, Voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied BrusselHoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR. (VR 2021 1607 DOC.0958/4BIS), 16 juli 2021, beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/ document-view/60F000EE364ED9000800155D
Deel 3 Waar knelt het?
91
Een ander al langer bekend knelpunt is het plaatstekort in het buitengewoon onderwijs en de erg ongelijkmatige geografische spreiding van het aanbod van verschillende types buitengewoon onderwijs. Sommige kinderen en jongeren van wie de ouders kiezen voor buitengewoon onderwijs, moeten daardoor een heel eind van huis naar school. We herhalen ons standpunt dat er verschillende complementaire wegen naar inclusie mogelijk zijn. Essentieel is dat elk kind en elke jongere dicht bij huis terechtkan in een school die passend onderwijs kan aanbieden. Kleine vestigingsplaatsen van scholen voor buitengewoon onderwijs inbedden in campussen van scholen voor gewoon onderwijs is een van de mogelijkheden om te komen tot een betere geografische spreiding van het buitengewoon onderwijs. Een kwestie die hiermee samenhangt, is die van het leerlingenvervoer voor het buitengewoon onderwijs. Daar komen we nog op terug.
Weg naar inclusie blijft moeizaam Door corona kwam inclusief onderwijs vaak extra onder druk te staan. Daarnaast bleven we klachten krijgen die duidelijk maken dat de weg naar inclusie een hobbelig pad is: de lange weg om een school voor gewoon onderwijs te vinden die het kind wil inschrijven (ook al is dat de eerste zestig dagen onder ontbindende voorwaarde), het soms onduidelijke verloop van het overleg en de afweging over de nodige aanpassingen, scholen of individuele leerkrachten die de afgesproken redelijke aanpassingen achteraf niet of niet zoals afgesproken uitvoeren – soms gevolgd door onenigheid over de bereikte resultaten, het attest of de heroriëntering op het einde van het schooljaar. Soms is het ook niet duidelijk of een kind nu een individueel aangepast curriculum (IAC) volgt of een algemeen curriculum met redelijke aanpassingen, resulterend in de strijdvraag of de leerling nu wel of niet een gewoon getuigschrift kan krijgen. Klachten waren er ook over de ondersteuning of de soms al te poreuze grens tussen zorgbeleid en sanctiebeleid. Bij deze klachten kiest het Kinderrechtencommissariaat vooral voor bemiddeling tussen ouders en school, zoveel mogelijk samen met het CLB. Ook (ultra-)hoogbegaafde kinderen en jongeren krijgen lang niet altijd het onderwijs dat aangepast is aan hun specifieke onderwijsbehoeften. In meldingen daarover horen we dat ze stuiten op onbegrip of onkunde bij de school. Ook dan nemen we, als de melder dat wil, een bemiddelende rol op. We wijzen onder andere op de mogelijkheden van flexibele leerwegen om tegemoet te komen aan de onderwijsbehoeften van die leerlingen.
92
Pesten en geweld op school Opnieuw kregen we veel klachten over pestgedrag door medeleerlingen en de aanpak daarvan door de school. De klachten komen uit kleuter-, lager en secundair onderwijs. Het gaat vaak over situaties die al langer aanslepen, soms al jaren. In verschillende klachten is ook sprake van fysiek geweld. De leerlingen en hun ouders voelen zich vaak onbegrepen of in de steek gelaten door de school. We blijven ook meldingen krijgen over incidenten met leerkrachten, ander personeel of de directie. Die gaan vooral over verbale of fysieke agressie tegen leerlingen. We herhalen ons pleidooi voor een Kenniscentrum Pesten dat expertise bundelt over doeltreffende aanpak van pesten en dat scholen, CLB’s, pedagogische begeleiding en andere betrokkenen kan ondersteunen in hun pestbeleid.
En nog meer structurele knelpunten Andere structurele knelpunten die terugkeren in de klachten gaan over leerlingenvervoer, armoededrempels in onderwijs, sanctie- en tuchtbeleid van scholen en de evaluatie van leerlingen. Verder in dit hoofdstuk gaan we daar dieper op in.
2.3. Nieuwe toelatingsvoorwaarden voor lager onderwijs Sinds 1 september 2020 geldt de leerplicht vanaf de eerste schooldag van september van het jaar waarin een kind 5 wordt. De nieuwe toelatingsvoorwaarden voor het lager onderwijs die pas vanaf 1 september 2021 van kracht werden, hadden het voorbije schooljaar wel al een invloed op de werking van scholen. Om toegelaten te worden tot het eerste leerjaar, moet een zesjarige voortaan op het einde van het laatste jaar in het kleuteronderwijs een positieve beoordeling krijgen van de klassenraad van de kleuterschool, zeker over Nederlandse taalvaardigheid, of in het laatste jaar kleuteronderwijs effectief 290 halve dagen naar school gegaan zijn, of toestemming krijgen van de toelatingsklassenraad van het lager onderwijs.
↑ Inhoudstafel
Door de directie aanvaardbaar geachte afwezigheden (zoals door ziekte of om familiale redenen) tellen niet mee om aan die 290 halve dagen te komen. Krijgt een zesjarige toelating tot het eerste leerjaar ondanks te weinig Nederlandse taalvaardigheid, dan moet die in het eerste leerjaar een ‘taalintegratietraject’ volgen. Voor zesjarigen die geen kleuteronderwijs volgden in een erkende Nederlandstalige kleuterschool, is het direct aan de toelatingsklassenraad van het lager onderwijs om het kind wel of niet toe te laten. Kinderen die al 7 jaar werden of nog voor 1 januari 7 worden, kunnen in september zonder verdere voorwaarden overgaan naar het lager onderwijs. De klassenraad van het kleuteronderwijs moet zijn advies ten laatste op 30 juni meedelen aan de ouders. Geen advies geldt als positief advies, zegt de jongste update van omzendbrief BaO/2001/10. Is een beslissing van de toelatingsklassenraad van de lagere school nodig, dan krijgt die daarvoor de tijd tot de tiende schooldag van september. Bij een inschrijving vanaf 1 september moet de toelatingsklassenraad zijn beslissing ten laatste tien schooldagen na de inschrijving meedelen aan de ouders. Kinderrechtencommissariaat, Advies Laat kinderrechten nooit meer in lockdown gaan. Jaarverslag 2019-2020, kinderrechtencommissariaat.be/sites/ default/files/bestanden/jaarverslag_ kinderrechtencommissariaat_2019-2020_interactief_ def.pdf Departement Onderwijs, Toelatingsvoorwaarden leerlingen in het gewoon basisonderwijs. Omzendbrief BaO/2001/10 – datum laatste wijziging 30 maart 2021, data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document. aspx?docid=13126
Kind tussen wal en schip? Is een beslissing van de toelatingsklassenraad van de lagere school nodig, zo vermeldt omzendbrief BaO/2001/10 nog, dan wordt een nieuwe leerling voorlopig ingeschreven ‘onder opschortende voorwaarde’. Komt de beslissing van de klassenraad niet op tijd, dan is de leerling definitief ingeschreven. Bij een tijdige negatieve beslissing moet het kind terug naar de derde kleuterklas. Gaat het om een nieuw ingeschreven leerling – bijvoorbeeld omdat de ouders bij de overgang van kleuter- naar lager onderwijs van school veranderen – dan moet de school de ouders een ‘mededeling van niet-gerealiseerde inschrijving’ (weigeringsattest) meegeven. Voor kinderen die het lager onderwijs in dezelfde basisschool starten waar ze ook kleuteronderwijs
volgden, levert die regeling geen probleem op. Zij kunnen in veruit de meeste gevallen terugvallen op de zogenaamde ‘gegarandeerde schoolloopbaan’. Dat wil zeggen dat ze geen nieuwe inschrijving nodig hebben voor het lager onderwijs. Ze kunnen bij een niet-toelating tot het lager onderwijs in dezelfde school terug naar de derde kleuterklas. Maar voor kinderen die tussen kleuter- en lager onderwijs van school willen of moeten veranderen, kan er wel een probleem zijn. Met name als de betrokken scholen snel volzet zijn. Dan kan zich bij kinderen die te weinig aanwezig waren in de derde kleuterklas dit scenario afspelen: _ In het voorjaar: inschrijving in de nieuwe lagere school onder de opschortende voorwaarde dat het kind in september voldoet aan de decretale toelatingsvoorwaarden. _ Op 30 juni: negatief advies van de kleuterschool (‘oude school’). _ Op 1 juli meldt Discimus aan de ‘oude school’ dat het kind dubbel ingeschreven is. Dan mag die school dat kind uitschrijven. Ouders noch school zijn zich van enig kwaad bewust en het kind wordt uitgeschreven. _ 1 september: voorlopige instap in de nieuwe school. _ 10e schooldag van september: negatieve beslissing van de toelatingsklassenraad. De nieuwe school schrijft een weigeringsattest uit. _ Als de ouders de nieuwe school vragen om het kind in te schrijven in de kleuterklas, blijkt die al volzet te zijn. De nieuwe school moet ook voor de kleuterklas een weigeringsattest uitschrijven. _ Ouders gaan terug naar de oude school met een vraag tot herinschrijving in de kleuterklas, maar die school blijkt ondertussen voor dat geboortejaar ook al volzet te zijn. _ Ouders moeten nu op zoek naar nog een andere school. Het is ondertussen al half september of later. Het spreekt voor zich dat dit soort situaties voor de kinderen nefast is. Te meer omdat het allicht om extra kwetsbare kinderen gaat die net extra aandacht en ondersteuning nodig hebben. Voor hoeveel kinderen dit scenario zich kan afspelen, is vooraf moeilijk in te schatten. Maar half juni was dit al wel bekend: _ In sommige regio’s zou ruim een vijfde van de kinderen in de derde kleuterklas eind juni niet voldoen aan de voorwaarde van minstens 290 halve dagen effectieve aanwezigheid. _ Soms namen al 100 of meer leerlingen voor volgend schooljaar een nieuwe inschrijving (onder opschortende voorwaarde) voor het eerste leerjaar van de lagere school.
Deel 3 Waar knelt het?
93
_
Veel basisscholen hadden voor volgend schooljaar al een korte of langere wachtlijst voor de derde kleuterkas. Op 17 juni 2021 schreef de kinderrechtencommissaris de minister van Onderwijs een adviesbrief waarin ze hem daarop wees. We vroegen de minister: _ Vraag basisscholen om bij een melding van Discimus (vanaf 1 juli) van dubbele inschrijving van een leerling van geboortejaar 2015 eerst na te kijken of het kind vorig schooljaar minder dan 290 halve dagen aanwezig was en van de eigen klassenraad van het kleuteronderwijs een negatief advies kreeg om over te gaan naar de lager school. _ Vraag basisscholen om in dat geval de uitschrijving van die leerling uit te stellen tot ze van de nieuwe school te horen krijgen wat hun beslissing is over toelating tot het lager onderwijs. _ En vraag ze om, als die beslissing negatief is, de ouders de mogelijkheid te geven om hun kind de derde kleuterklas in zijn ‘oude’ school te laten overdoen. Zo’n uitstel van uitschrijving is mogelijk volgens de regelgeving (omzendbrief BaO/1997/12). Maar de keuze is aan de scholen. We suggereerden de minister om die oproep te lanceren in het kader van de ‘Ronde van Vlaanderen voor schooldirecties’ die scholen vanaf 22 juni online zou informeren over wat nieuw is in de onderwijsregelgeving. We vroegen de minister ook om tegen het schooljaar 2022-2023 de regelgeving over dubbele inschrijving (omzendbrief BaO/1997/12) zo bij te sturen dat kinderen die (voorlopig nog) niet voldoen aan de toelatingsvoorwaarden voor het lager onderwijs in elk geval hun inschrijving in hun kleuterschool behouden tot er meer zekerheid is over het verdere verloop van hun schoolloopbaan.
In zijn antwoord zei de minister dat hij de kwestie met de administratie zou opnemen om zo snel mogelijk verschillende beleidsopties uit te werken. Het was wel al te kort dag om dit ook al te kunnen aankaarten in ‘de Ronde van Vlaanderen voor schooldirecties’. Het voorontwerp van nieuw inschrijvingsdecreet van 16 juli 2021 komt alvast tegemoet aan onze bezorgdheid. De in 2019 al goedgekeurde ‘automatische’ beëindiging
94
van een eerdere inschrijving na vaststelling van een recentere inschrijving zou niet gelden bij een latere inschrijving voor een ander onderwijsniveau. Bij de overgang van kleuter- naar lagere school zouden kinderen ook vanaf 1 september 2022 nog een poos een dubbele inschrijving kunnen houden. Dat zou alvast helpen om het knelpunt te omzeilen. Departement Onderwijs, Schoolveranderen in het basisonderwijs. Omzendbrief BaO/1997/12 – datum laatste wijziging 20 augustus 2018, data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document. aspx?docid=13022 Vlaamse Regering, Voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft het inschrijvingsrecht in het gewoon onderwijs buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de regelgeving over het LOP en de CLR. (VR 2021 1607 DOC.0958/4BIS), 16 juli 2021, beslissingenvlaamseregering.vlaanderen.be/ document-view/60F000EE364ED9000800155D
Consequenties voor jongere kleuters Oorspronkelijk was het de bedoeling om de taalscreening bij de instap in het lager onderwijs, en het daarna volgende ‘taalintegratietraject’ voor kinderen met te weinig Nederlandse taalvaardigheid, samen met de vervroeging van de leerplicht voortaan bij vijfjarigen (derde kleuterklas) te organiseren. Zo zouden meer kinderen tegen de leeftijd van 6 jaar de nodige Nederlandse taalvaardigheid kunnen opdoen. Door corona besliste de overheid eerder al om die vervroeging van de taalscreening een jaar uit te stellen. Maar ook al komt de taalscreening pas vanaf het schooljaar 2021-2022 op de leeftijd van 5 jaar, toch moesten scholen en CLB’s daardoor het voorbije schooljaar al sommige praktijken met jongere kleuters herdenken. Zo kun je je afvragen hoeveel zin het nog heeft om jongere kleuters (vierjarigen bijvoorbeeld) al een jaar te laten overdoen. Heeft de tweede kleuterklas overdoen nog zin? Een brugfiguur meldt ons dat een school van plan is om een kind uit het tweede kleuterklasje een jaar te laten overzitten. Zijn ouders zijn het daar niet mee eens. De school wijst op de leerachterstand van het kind en meer bepaald zijn gebrekkige kennis van het Nederlands. Het CLB volgt de school. De ouders en de brugfiguur wijzen op de geboortedatum van de kleuter,
↑ Inhoudstafel
21 december 2016. Het leeftijdsverschil met zijn jaar- en klasgenoten is daardoor nogal groot. De ouders zeggen ook dat er geen klik is met de klasjuf en dat die veel roept tegen het kind. Nog eens een jaar bij die juf vinden ze geen goed idee. Kan de school dat zomaar zelf beslissen? Wat kunnen de ouders doen?
vindt, tellen mee voor de nodige 290 halve dagen aanwezigheid.
In ons antwoord wijzen we de brugfiguur erop dat de indeling in klasgroepen in het basisonderwijs een autonome bevoegdheid is van de school. Er is geen formele procedure om die te betwisten. We adviseren de brugfiguur en de ouders om met de school en het CLB te praten en bekijken de argumenten. De late geboortedatum en de spanningen tussen de juf en het kind vinden we belangrijk om mee te nemen. Maar de belangrijkste vraag is wat de school denkt te doen aan de taalachterstand van het kind. Vanaf schooljaar 2021-2022 wordt het kind leerplichtig. De school zal het kind dan samen met de andere vijfjarigen moeten meenemen in de verplichte taalscreening. Of het dan in de tweede of de derde kleuterklas zit, maakt niet uit. De school moet het kind daarna een taalintegratietraject aanbieden als het te weinig Nederlands begrijpt. Als het kind dat schooljaar genoeg op school is, zijn het hoe dan ook de ouders die moeten beslissen of het kind in schooljaar 2022-2023 wel of niet naar het eerste leerjaar gaat. Ook al heeft het kind dan niet de leeractiviteiten van de derde kleuterklas gevolgd. Is het met dat vooruitzicht dan niet beter om het kind toch nu al naar de derde kleuterklas te laten gaan? Voor meer kansen op een succesvolle overgang naar het eerste leerjaar? En als de school eind volgend schooljaar overtuigd zou zijn dat het kind echt niet klaar is om naar het eerste leerjaar te gaan, kan ze dan nog altijd adviseren om een extra jaar kleuteronderwijs te doen. Tegen dan hebben ook de ouders wellicht een beter zicht op hoe hun kind zich ondertussen verder ontwikkelde.
2.4. Collectief leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs
Schooltoeslag bij het groeipakket: onduidelijkheid opgelost In ons vorige jaarverslag stipten we aan dat er nog onduidelijkheid was over de aanwezigheidseis bij vijfjarigen om recht te hebben op de schooltoeslag bij het groeipakket. Dat is ondertussen opgehelderd. Uit de informatie op de website van het groeipakket is nu duidelijk dat dezelfde regeling geldt als om te voldoen aan de leerplicht en om mee te tellen als regelmatige leerling. Afwezigheden die de school aanvaardbaar
Groeipakket. Aanwezigheidsvoorwaarden schooltoeslag, geraadpleegd op 10 augustus 2021, groeipakket.be/tegemoetkomingen/schooltoeslag/ aanwezigheidsvoorwaarden
Kinderrechtencommissariaat trekt onmiddellijk aan alarmbel In het begin van het schooljaar 2020-2021 meldden verschillende ouders, scholen en internaten dat kinderen in het buitengewoon onderwijs soms vijf uur per dag in de bus zaten om naar school te gaan. Dat kwam door een coronamaatregel: lagereschoolkinderen moesten in een andere bus dan scholieren. Kinderen met grote zorgnoden moesten nog vroeger opstaan dan anders. Ouders konden zo vroeg niet rekenen op thuisverpleging. Internaten moesten sommige kinderen en jongeren een pamper aandoen om het de hele rit vol te houden. Dat was niet redelijk meer. Het Kinderrechtencommissariaat trok aan de alarmbel bij de ministeries van Onderwijs en Mobiliteit en bij De Lijn. Waren die verschillende bussen voor basis- en secundair onderwijs echt nodig? Kon de norm van 2,5 uur voor een enkele rit niet terug naar het vroegere maximum van 110 minuten? De ministers van Onderwijs en van Mobiliteit reageerden snel en ook De Lijn en de scholen konden snel schakelen. Leerlingen van basis- en secundair onderwijs hoefden niet langer in aparte bussen. Dat had een positieve impact op heel wat kinderen en jongeren. Toch bleven sommige scholen het hele schooljaar wel nog kiezen voor gescheiden vervoer als voorzorgsmaatregel tegen corona of ze vroegen ouders om zoveel mogelijk zelf hun kinderen naar school te brengen. Elke dag opstaan om kwart over vijf? Mijn dochter is 11 en startte vandaag in het eerste jaar secundair, opleidingsvorm 4, type 9. Voor de bus wordt er verwacht dat ze elke dag om kwart over vijf opstaat, zich klaarmaakt en om kwart over zes klaarstaat bij de bushalte.
Deel 3 Waar knelt het?
95
Vanmorgen kreeg ik een sms dat ze om 8.20 uur aankwam op school. Een rit van meer dan twéé uur! Samen met de terugrit zit ze dan elke dag meer dan vier uur in de bus. Dat heeft een nefaste impact op haar gemoedstoestand, vermoeidheid, schoolresultaten. Vandaag kwam ze om 18.30 uur thuis. Dan moet ze nog eten, huiswerk maken, zich opfrissen. Waar is de tijd voor ontspanning en om alle indrukken te ordenen in dat vanzelf al warrige hoofdje? We hopen op begrip dat dit niet lang vol te houden is. Het was een van de vele meldingen hierover. We deden navraag bij De Lijn en het kabinet Onderwijs. We trokken aan de alarmbel bij de ministers van Onderwijs en Mobiliteit en bij De Lijn. Al snel konden we de melders op de hoogte brengen van de beslissing om weer terug te schakelen naar ‘normaal’, zonder gescheiden bussen voor basis- en secundair onderwijs.
Wachten op betere tijden En dan nog blijft het nodig om de situatie te verbeteren. Het hele jaar door krijgen we meldingen. Ook na de aanpassing zitten veel kinderen nog elke dag drie tot vier uur in de bus om naar school te kunnen gaan. Het Kinderrechtencommissariaat pleit voor een decretale norm van maximaal 60 minuten enkele reis. Sommige bussen komen structureel te laat op school, waardoor leerlingen lesuren missen. En erger: soms kiezen ouders niet voor het meest geschikte type onderwijs, omdat de school dan veel verder weg van huis ligt. Ook de kwaliteit van het busvervoer moet beter, zowel pedagogisch als infrastructureel. Er rijden bussen die geen werkende lift hebben, waardoor leerlingen in een rolstoel niet mee kunnen, behalve als ouders en chauffeurs de rolstoel zelf in de bus tillen. Verschillende rechten komen zwaar onder druk: _ Het recht op integriteit _ Het recht op vrije tijd _ Het recht op eerbiediging van gezins- en familieleven _ Het recht op onderwijs _ De menselijke waardigheid We blijven deze problemen signaleren aan de bevoegde instanties en bemiddelen waar dat kan. Ouders zoeken ondertussen ook zelf naar oplossingen. Sommigen overwegen om samen een taxi in te zetten en vragen
96
dat de overheid financieel ondersteunt. Veel families wringen zich in bijna onmogelijke bochten om hun kind of kleinkind busritten te besparen. We kregen signalen dat door de coronamaatregelen kinderen met een meervoudige handicap vaker terechtkomen in bussen met meer kinderen en dus voor langere ritten. Andere ouders moesten wachten op een vrije rolstoelplaats. Wachten op rolstoelplaats Eind september schrijven de gezinsbegeleidster en de ouders van Jerom naar het Kinderrechtencommissariaat. Jerom is 12 jaar en heeft een ernstige mentale beperking en een motorische handicap. In het begin van het schooljaar probeerden ze Jerom met de bus mee te laten gaan zonder rolstoel. Dat was geen goed idee. Hij kon onmogelijk veilig vervoerd worden. De ouders maakten nieuwe afspraken op hun werk en brachten Jerom tijdelijk zelf naar school. De school vroeg onmiddellijk rolstoelvervoer aan. Ze kregen een officiële bevestiging dat Jerom daar recht op heeft. Maar er is geen bus meer beschikbaar met een plaats voor zijn rolstoel. De ouders kregen zelfs geen perspectief op welke termijn er wel zo’n bus kan zijn. Ze kunnen het vervoer onmogelijk zelf blijven doen. Ze vragen dringend een veilige oplossing. Het Kinderrechtencommissariaat sprak met de directeur en de verantwoordelijke voor het busvervoer van de school. Samen drongen we bij het kabinet van de minister van Mobiliteit en bij De Lijn aan op een oplossing. Een week later kon Jerom mee met een kleiner busje met plaats voor acht leerlingen en in het midden twee plaatsen voor rolstoelen. Hij is ’s morgens en ’s avonds een uur onderweg. Dat vinden de ouders redelijk. In januari signaleerde de vader een groot verloop van buschauffeurs. In oktober en november was er een vaste chauffeur. Nu vier in enkele weken. Vanmorgen was er weer een nieuwe chauffeur. Die wist niet hoe de lift werkte en hoe hij de rolstoel van Jerom vast moest maken. Gelukkig was Jeroms vader nog thuis om te helpen. Hij heeft zijn ongenoegen via de school overgemaakt aan de busmaatschappij. Het signaal van de vader is een bekende bezorgdheid waarnaar we ook al verwezen in onze knelpuntennota van 2013. Melders tonen vaak begrip. Ze begrijpen dat het leerlingenvervoer niet in een-twee-drie kan verbeteren. Maar de problemen slepen al zo lang aan. Onze uitgebreide knelpuntennota dateert ondertussen van 2013 en kwam er na jaren van klachten.
↑ Inhoudstafel
Het beleid volgde met actiefiches (2014), een conceptnota (2015) en pilootprojecten (vanaf 2017) die experimenteren met multimodaal vervoer. Kinderrechtencommissariaat, Knelpuntennota Leerlingenvervoer Buitengewoon Onderwijs, 20132014/3, 23 oktober 2013, kinderrechtencommissariaat.be/advies/ leerlingenvervoer-buitengewoon-onderwijs
De uitrol is vooropgesteld vanaf september 2022. De nieuwe regelgeving zou klaar moeten zijn tegen maart 2022, als de leerlingen zich inschrijven voor het schooljaar 2022-2023. Het schooljaar 2021-2022 belooft cruciaal te worden. Hopelijk wordt dit werkjaar het scharnierjaar voor de mobiliteitsondersteuning voor al die kinderen, jongeren en voor al wie voor hen zorg draagt. We vinden het een gemiste kans dat het leerlingenvervoer niet opgenomen werd als een van de grote werven van het onderwijs.
2.5. Vragen over uithuwelijking Vier mensen stelden ons vragen over uithuwelijking. Soms brengt een leerling het fenomeen ter sprake, soms vraagt een school zich af of ze er attent voor moeten zijn. School vraagt wat ze kan doen Een leerkracht: ‘Ik heb een meisje in mijn klas dat nu stilaan mij en de directeur van de school vertelt hoe ze zich soms voelt. Ik maak me zorgen over haar, ook omdat ze overduidelijk tekenen van trauma vertoont die te maken hebben met wat ze zag in haar land van herkomst. Ze raakt echt in de knoop. Ook is ze bang dat ze haar uithuwelijken of terugsturen naar Afghanistan. Daar is al mee gedreigd. Wat kunnen we doen om haar als school te beschermen, zonder dat we haar vertrouwen beschamen?’ Het Kinderrechtencommissariaat organiseerde een uitwisseling tussen leerkracht, directie, Ondersteuningsteam Allochtonen (OTA) en de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp. Omdat het de uitdrukkelijke wens was van de leerlinge om zelf controle te houden, werkten we samen een traject uit: het meisje kreeg de rest van het schooljaar ondersteunende gesprekken met een therapeut. OTA besprak met het meisje ook hoe ze thuis haar vrees ter sprake kan brengen.
In België zijn zowel het gedwongen huwelijk als de poging om iemand te dwingen om te trouwen strafbaar. Maar het is onmogelijk om juridisch te verhinderen dat ouders met hun kinderen naar het buitenland gaan. Die beslissing valt onder het ouderlijk gezag. Als het kind daar dan uitgehuwelijkt wordt, is de enige manier om jongeren te beschermen een aangifte te doen bij politie of jeugdhulp. In het land waar ze moeten trouwen, kunnen minderjarigen ook naar de Belgische ambassade gaan. Daar kunnen ze een ‘laissez-passer’ krijgen om terug te keren naar België waar het huwelijk dan nietig verklaard wordt. Dat kan wel alleen voor kinderen met de Belgische nationaliteit en helaas pas als het kind al uit België vertrokken is. Na het huwelijk kan ook nog aangifte gedaan worden van een huwelijk onder dwang: het huwelijk wordt dan nietig verklaard, de partner krijgt geen toegang tot België. Omdat een gedwongen huwelijk gebruikt kan worden om een verblijfsvergunning te krijgen, werd de wet op gezinshereniging verstrengd en krijgen partners die trouwen met iemand die nog geen 21 is geen vergunning meer. Scholen kunnen hun bezorgdheid melden bij het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. Een aangifte is vaak niet wat jongeren willen. Dus wordt er vaak gekozen voor preventie en bemiddeling. In het gesprek met ouders of kinderen kunnen kinderrechten wel een kapstok zijn: Wat is het recht op inspraak van de minderjarige? Hoe wil de minderjarige dochter dat bespreken met haar ouders? Doet ze dat zelf en heeft ze alleen maar argumenten nodig of wil ze dat iemand anders dat doet? Hoe en waar is het kind eventueel bang voor? Hoe kunnen we eventuele weerstand tegen het gesprek met de ouders wegnemen? Natuurlijk is het belangrijk wie dat gesprek aangaat en dat er een vertrouwensrelatie is tussen die persoon en de jongere. Ook kan het zinvol zijn om de motivatie voor de uithuwelijking te bespreken. Financiële redenen? Traditie? Papieren? Gaat het over een gedwongen, een gearrangeerd of een verstandshuwelijk? Afhankelijk van die motivatie en dat onderscheid, moet er ook een ander gesprek komen. Voor een school is dan de vraag wat te doen met de gekregen informatie. Kan en moet de school daar wat mee? Hoe? Komt er geen antwoord op alle vragen? Dan kan de school de jongere in contact brengen met het CLB of met een gespecialiseerde organisatie. Bij ernstig gevaar voor de minderjarige moet de school de jeugdhulp inschakelen.
Deel 3 Waar knelt het?
97
2.6. Ziek of met psychische problemen Meer meldingen Onderwijs is een basisrecht, ook voor wie ziek is of kampt met psychische of psychiatrische problemen. Soms kunnen die leerlingen niet naar school en blijven ze thuis of in een ziekenhuis. Soms kunnen ze wel nog naar school, maar dan met extra ondersteuning: les in een ziekenhuisschool, tijdelijk onderwijs aan huis (TOAH), synchroon internetonderwijs (SIO, Bednet), een vrijwilligersinitiatief of een flexibel individueel leertraject. Dit schooljaar kregen we meer meldingen dan anders over passend onderwijs voor zieke leerlingen. Ook Bednet zag al van bij de start van het schooljaar 2020-2021 een enorme instroom van aanvragen, tot zelfs een verdubbeling in vergelijking met andere schooljaren. In bijna één op de vijf aanvragen ging het om psychische en gedragsproblemen.
Belang van systematisch overleg, ook met externen Voor sommige scholen is dit nog onbekend of te weinig bekend terrein en dan roepen ouders onze hulp in als de school niet mee lijkt te willen. Voor een goed onderwijsaanbod op maat van de zieke leerling is systematisch en georganiseerd overleg nodig met de leerling, de ouders en alle betrokkenen op school. In de eerste plaats is de school daarvoor verantwoordelijk. De klassenraad, de schooldirectie, het CLB, de zorgcoördinator en de leerlingbegeleiding moeten de nodige leerzorg realiseren om te komen tot een gecoördineerd onderwijsaanbod thuis en op school. Vaak heb je ook medische of psychiatrische kennis en ervaring nodig om zieke leerlingen goed te begeleiden, hun lesprogramma aan te passen en om te gaan met de ziekte. Ook die schoolexterne expertise moet een plaats krijgen in het overleg. Het is niet altijd gemakkelijk en soms zelfs moeilijk om de verwachtingen van de medische wereld te verzoenen met die van de onderwijswereld. Soms staan ze zelfs lijnrecht tegenover elkaar. Naast een goed zicht op de noden van de zieke leerling is goede kennis van de mogelijkheden cruciaal. Scholen kennen niet altijd alle spelers op het terrein en de mogelijkheden in de regelgeving. We zien wel bereidheid bij scholen die op weg geholpen worden.
98
Hier ligt een verantwoordelijkheid voor de CLB’s om ouders, leerling en school te informeren, maar ook om zich verder te verdiepen in de nodige zorg voor de leerling. Voor kinderen met een beperking is er vaak een concreet handelingsplan, voor zieke leerlingen vaak niet. Zeker niet als ze lang of chronisch ziek zijn. Blijvende zoektocht naar wat helpt Indra (17) zit in het vijfde jaar en heeft een medische aandoening waardoor ze vaak niet op school kan zijn. Om te kunnen functioneren moet ze vaak rusten, veel wisselen van houding en ze kan geen fysieke inspanningen aan. Dat leidde op haar vorige school tot discussie met leerkrachten en tot onbegrip, omdat ze niet zichtbaar ziek is. We bemiddelden op verschillende momenten in het schooljaar 2019-2020 en maakten afspraken voor het volgende schooljaar. Indra behaalde uiteindelijk haar A-attest, na uitgestelde examens in augustus. Ze liet daarna weten dat ze toch van school zou veranderen. Ze had een goed gesprek met de directie van een andere school en hoopt daar op meer begrip en aanpassingen aan haar conditie. We adviseerden om van bij de start van schooljaar 2020-2021 zeker overleg te plannen met de zorgcoördinator, de leerlingenbegeleider, de directie, de klastitularis, het CLB, de CLB-arts, de behandelende arts en de revalidatiearts. Om duidelijke afspraken te maken over Indra’s medische noden, redelijke aanpassingen, TOAH, SIO, het curriculum, evaluaties en wederzijdse verwachtingen. We drongen aan op een schriftelijke neerslag van die afspraken. Indra en haar moeder vonden dat niet echt nodig, zeiden dat ze geen hulp meer nodig hadden en stelden alle vertrouwen in de nieuwe school. Er kwam alleen overleg met de zorgcoördinator en het CLB. In november 2020 neemt de mama opnieuw contact met ons op. Er zijn ernstige problemen. Het schooljaar was goed gestart. Indra ging alle dagen naar school. Maar na drie weken lukte dat niet meer. De school organiseerde Bednet en TOAH. Dat liep goed. Nu verwacht de school dat Indra toch naar school komt als het haar lukt. En al zeker voor de examens. Ineens lijkt de school sommige beloftes weer in vraag te stellen. Bovendien groeide er wantrouwen bij leerkrachten over thuis toetsen afleggen. Nu de examens voor de deur staan, vraagt de school dat Indra die op school aflegt en het examenrooster volgt zoals alle andere leerlingen. Als ze om medische redenen zou uitvallen, mag ze een examen uitstellen. De moeder bezorgde de school een attest van de huisarts dat de examens gespreid
↑ Inhoudstafel
moeten worden met maximaal twee examens per week. Ze vraagt opnieuw bemiddeling van het Kinderrechtencommissariaat. Eerst vragen we een coronaproof onlineoverleg met Indra, haar moeder, de zorgcoördinator en het CLB om zicht te krijgen op de gemaakte afspraken. Naast enkele praktische afspraken en TOAH en Bednet had de school een individueel flexibel traject voorgesteld: een graad spreiden over drie jaar. Maar dat had Indra geweigerd. Ze wil volgend schooljaar afstuderen en een gewoon traject volgen. Pas toen Indra uitviel en de vraag naar examens thuis en hooguit twee examens per week kwam, bleken de wederzijdse verwachtingen niet gelijk te lopen. De examens gingen starten over een week. We bekeken dus samen wat nog haalbaar was. De klassenraad blijft aandringen op examens op school en wil gedeeltelijk ingaan op de vraag om die meer te spreiden. Maar twee examens per week is geen realistische spreiding. Doordat Indra nieuw is op school, al veel taken en toetsen moest missen, heeft de school geen zicht op haar mogelijkheden. De examens zijn nodig om te kunnen evalueren en eventueel na de kerstvakantie te heroriënteren. De school richt voor Indra een lokaal in met een bed, een statafel, een zetel en een bureau. Na twee examens haakt Indra af en wettigt haar afwezigheid met een medisch attest. Het is niet alleen lichamelijk te zwaar, maar vooral psychisch. Na de examens bekijken we verder met alle betrokkenen, ook de medische experten en de CLB-arts, hoe het verder moet. Er is geen eensgezindheid binnen de school, maar ook niet onder de artsen over de aanpassingen die nodig zijn en over de vraag of de problemen alleen maar te wijten zijn aan haar medische conditie. Ook Indra en haar moeder geven wisselende boodschappen. Alle opties komen op tafel. Uiteindelijk hakt Indra de knoop door. Ze zegt dat de combinatie van Bednet, TOAH, taken, toetsen en examens haar lichamelijk en psychisch te veel stress bezorgt en uitput. Ze kiest ervoor om de examens voor haar derde graad af te leggen voor de Examencommissie. De school blijft haar verder ondersteunen, ze blijft ingeschreven als regelmatige leerling, ze kan verder een beroep doen op TOAH, ze kan bij vakleerkrachten terecht met vragen en ze krijgt ondersteuning van een vrijwilligersorganisatie. We blijven verder contact houden met Indra. Ze legde al enkele goede examens af en vond rust nu dat op haar eigen tempo kan.
We beklemtonen nog eens de noodzaak van georganiseerd en systematisch overleg van bij de start van dergelijke trajecten.
Nog in staat om te leren? Als het in een ondersteuningstraject even wat moeilijker gaat, krijgen ouders en leerlingen soms de vraag of de leerling door zijn ziekte wel nog in staat is om te leren. Of het niet beter is om eerst te genezen en daarna de draad weer op te nemen. Soms is die vraag terecht, soms niet. De overweging of gezondheid tijdelijk wel of niet primeert op onderwijs is moeilijk. Dat gebeurt het best in overleg met alle betrokkenen. Het uitgangspunt moet altijd zijn wat de zieke leerling nodig heeft. Bij psychisch zieke leerlingen botsen scholen vaker op hun grenzen. Ze vragen zich sneller af of de leerling nog in staat is om te leren. Soms stellen ze ouders voor het ultimatum dat hun kind eerst hulp moet krijgen voordat onderwijs weer kan. Met de wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg is dat een onmogelijke verwachting. Om de school toch tegemoet te komen, schakelen sommige ouders privé dure therapeutische hulp in. Te donkere gedachten Semih is 16 en heeft al lang donkere gedachten. Hij ging vorig schooljaar al kort in opname in de psychiatrie, op aanraden van de huisarts. Hij spreekt steeds vaker over zelfmoord. Zijn ouders zoeken hoe ze hun zoon kunnen helpen. De ervaringen in de psychiatrie waren niet echt positief. Dat wil hij niet meer. Semih en zijn ouders geven de voorkeur aan ambulante hulp. Maar er zijn wachtlijsten en Semih lijkt ook niet erg gemotiveerd om hulp te aanvaarden. De problemen van Semih hebben een zware impact op school. Zijn schoolresultaten kelderen, hij is nooit in orde met taken, hij daagt niet op voor de onlinelessen, hij spijbelt in de klas. De leerlingenbegeleider maakt zich ernstig zorgen en slaagt er niet in om te connecteren met Semih. Hij komt niet opdagen voor geplande gesprekken. Ook de klastitularis en het CLB slagen er niet in om zijn vertrouwen te winnen. Voor de school kan het zo niet verder. De school vraagt zich af of Semih in deze toestand nog wel tot leren kan komen. Is er geen tijdelijke onderbreking nodig, zodat Semih kan werken aan herstel en daarna de draad weer kan opnemen? De school stelt een time-out voor en dringt aan op therapeutische begeleiding als voorwaarde om te blijven. De ouders vragen advies of de school dat zomaar
Deel 3 Waar knelt het?
99
kan opleggen en of ze Semih kunnen uitsluiten als ze niet ingaan op die vraag. We leggen de ouders uit dat de school en het CLB allicht oprecht bezorgd zijn om het psychisch welzijn van Semih. De school kan inderdaad Semih niet zomaar uitsluiten zonder tuchtprocedure. We informeren de ouders over time-out en wat de mogelijkheden zijn. We zeggen dat we begrijpen dat de school externe begeleiding vraagt en laten weten dat het CLB daarvoor kan helpen. De ouders hadden nog geen contact met het CLB. We leggen uitgebreid uit welke hulp ze van het CLB kunnen verwachten. We vragen of we dat ook met Semih zelf kunnen bespreken, maar die wil dat zelf liever niet. Achteraf laten de ouders weten dat ze een goed gesprek hadden met het CLB en de school. Semih gaat naar een time-out en start binnenkort wekelijkse gesprekken met een psycholoog.
Lerende netwerken jeugdhulp– onderwijs Uit het agentschap Opgroeien groeide een initiatief om bruggen te bouwen met onderwijs om schooluitval te voorkomen. In september 2020 startten zes regionale lerende netwerken jeugdhulp-onderwijs. Ze brengen onderwijs- en welzijnswerkers samen en sensibiliseren over het belang van goede samenwerking. En ze brengen goede samenwerkingen in kaart, met noden en hiaten. De netwerken zijn aanvullend en werken nauw samen met de provinciale netwerken Samen tegen Schooluitval. Het Kinderrechtencommissariaat is blij met het initiatief. Ook zieke kinderen zijn kwetsbaar voor schooluitval. Het lerend netwerk kan expertise versterken. In verschillende onderzoeken en bemiddelingen verwezen we school, CLB en hulpverleners door naar hun lerend netwerk voor advies, ondersteuning of nazorg. School en CLB met de handen in het haar Een directeur van een basisschool vraagt advies over de aanpak van een leerling met een vermoedelijke psychiatrische problematiek. De school weet niet meer wat ze kan doen. De leerling zit in het vijfde leerjaar. Hij vertoont erg bizar gedrag, heeft waanbeelden, krijst op de meest onverwachte momenten, doet dierengeluiden na, gaat op de grond liggen. Bovendien is de jongen heel begaafd. Ondersteuning is opgestart. Maar om iets te doen aan zijn psychische nood zijn hulp en screening nodig. De ouders erkennen
100
het probleem niet, de jongen zelf wel. De ouders lijken niet echt de ernst van de problemen te zien en zeggen dat de jongen waarschijnlijk gewoon nog erg speels is voor zijn leeftijd. De directie sprak het CLB aan om mee te zoeken naar een oplossing. Het CLB stelde zich afwachtend op en zei te weinig expertise in huis te hebben. Maar de jongen, de medeleerlingen en de leerkrachten hebben een adempauze nodig. De directie wil het signaal geven dat het erg moeilijk is om de weg te vinden in het aanbod van jeugdhulp en welzijn. En wat als ouders de rechten van hun kind lijken te schenden door hulp te weigeren als er duidelijk sprake is van psychische problemen die de ontwikkeling van hun kind schaden? We informeerden de directie over wat mogelijk is in de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp. Ondertussen zet het CLB wel stappen naar de jeugdhulp. We informeerden verder bij het agentschap Opgroeien naar initiatieven in de regio van de school die met een project lerende netwerken bruggen slaan tussen onderwijs en jeugdhulp. Maar het lokale lerende netwerk richt zich alleen op secundair onderwijs. De melding illustreert dat er in de lerende netwerken jeugdhulp-onderwijs ook aandacht nodig is voor het basisonderwijs.
Wachtlijsten en groeiende psychische noden Voor CLB’s was het geen gewoon schooljaar. Het Kinderrechtencommissariaat kreeg van enkele CLB’s signalen dat de zorg voor leerlingen met lichamelijke en psychische gezondheidsnoden bedreigd is. Dat geldt ook voor leerlingen met een vraag naar hulp in verontrustende thuissituaties of met een beperking. Een melding van een groot CLB maakte de vele pijnpunten duidelijk. Zo gaf het CLB voorbeelden van de vele vragen over psychisch lijden, het gebrek aan vooruitzichten voor jongeren met psychische en psychiatrische problemen, de wachtlijsten in de psychiatrie, het dichtslibben van eerstelijnshulp bij de meest laagdrempelige hulpverlening en het plaatsgebrek in de residentiële jeugdhulpverlening. In zijn werking merkt het CLB steeds meer psychische moeilijkheden en crisissituaties bij leerlingen, en raken de medewerkers gefrustreerd dat ze vaak alleen kunnen luisteren want er is te weinig aanbod. Het CLB
↑ Inhoudstafel
onderstreept dat de situaties en pijnpunten niet per se een gevolg zijn van corona, maar dat corona de impact wel vergroot. Gelijkaardige signalen bereikten ons ook uit scholen. Zo leert overleg met een school voor buitengewoon onderwijs ons dat veel van hun vaak hoogbegaafde jongeren met autisme slecht in hun vel zitten en kampen met donkere gedachten. De school klaagt de groeiende wachtlijsten aan in de geestelijke gezondheidszorg. De wachttijd voor crisissituaties steeg van 48 uur naar 3 weken. De school doet wat ze kan om de leerlingen en hun gezin te ondersteunen, maar ziet met lede ogen dat het niet goed gaat met de kinderen. De directie wijst ook op het gebrek aan middelen en expertise voor de medisch-psychosociale begeleiding van hun leerlingen. Ook als we meldingen onderzoeken en als we bemiddelen, horen we verontrustende signalen: CLB’s zeggen dat ze op hun grenzen botsten, schooldirecties en leerlingbegeleiders zeggen dat ze van hun CLB de vraag krijgen om het aantal zorgvragen te beperken, CLB’s zeggen dat hun wachtlijsten aangroeien. ‘Kunnen nu niet meteen opstarten’ ‘Momenteel kunnen we onmogelijk meteen begeleiding opstarten. We kampen met een enorme wachtlijst, waardoor we pas over enkele
maanden een eerste gesprek kunnen aanbieden.’ (Een CLB-medewerker) ‘Ik kreeg een bericht van ons CLB dat we vanaf dit schooljaar maar twee vragen tegelijk kunnen aanmelden door hun inzet in de coronapandemie. De leerkrachten wordt gevraagd een inschatting te maken van wat echt prioritair is. Als er toch meer vragen zijn, komen die op een wachtlijst. We hebben leerlingen die al sinds vorig schooljaar wachten op hulp en dit schooljaar al zeker vier leerlingen. We maken ons serieus zorgen over hun mentaal welzijn en hun psychische problemen.’ (Een leerlingenbegeleider) De Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg (VWVJ) trok in mei 2021 aan de alarmbel in een open brief: ‘Geef kinderen de jeugdgezondheidszorg terug’. De grote inzet van de CLB’s in de coronapandemie eiste zijn tol. In de brief riep de VWVJ de beleidsmakers en hun adviseurs op om de preventieve gezondheidszorg voor kinderen en jongeren in de CLB’s volop te hervatten. Het Kinderrechtencommissariaat signaleerde die bezorgdheid aan de Vlaamse ministers van Onderwijs en van Welzijn en Volksgezondheid.
Deel 3 Waar knelt het?
101
Klasziekaal Op verzoek van de West-Vlaamse gedeputeerde voor Onderwijs werkt het Kinderrechtencommissariaat sinds 2021 mee met de stuurgroep van het project ‘Klasziekaal’ waarmee de provincie de onderwijskansen van zieke kinderen bevordert. Ze doen dat door de mogelijkheden voor onderwijs aan zieke leerlingen meer bekend te maken, door een info- en coördinatiepunt te organiseren voor scholen, ouders, artsen en CLBmedewerkers, door scholen te ondersteunen, door vormingen voor TOAH-leerkrachten te organiseren en door een leerkrachtenpool op te zetten met inzetbare en opgeleide leerkrachten. Op de stuurgroep van 11 mei 2021 bracht de kinderrechtencommissaris vanuit klachten en meldingen een bijdrage over psychisch kwetsbare leerlingen. Daaruit bleek onder andere dat dat geen eenduidige categorie is. Vaak gaat het over een problematiek die de grenzen doorkruist van wat we beschouwen als lichamelijke ziekte, psychische kwetsbaarheid, handicap of ontwikkelingsstoornis. We benadrukten vanuit onze meldingen het belang van samenwerken met de lerende netwerken maar ook van de school en het CLB met artsen, psychologen en therapeuten die het kind vaak heel goed kennen. Ook in de stuurgroep trokken artsen aan de alarmbel over de wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg. Huisartsen of pediaters kunnen een tiener met psychische moeilijkheden soms niet doorverwijzen door de wachtlijsten en hebben het daar erg moeilijk mee. Provincie West-Vlaanderen, Over Klasziekaal, west-vlaanderen.be/klasziekaal
Scholen grijpen naar tuchtmaatregelen We kregen ook meldingen over tuchtsancties als antwoord van de school op het gedrag van een leerling met psychische problemen. Motivering van de beslissing is meestal dat de leerling een gevaar is voor zichzelf en de medeleerlingen. De school zegt dan voor zichzelf geen andere uitweg te zien dan een tuchtmaatregel om de leerling (tijdelijk) niet toe te laten op school. In die klachten benadrukken we altijd het recht op onderwijs van de zieke leerling, bekijken we met alle betrokkenen de mogelijkheden en verwijzen we naar de lerende netwerken.
102
Noodkreet beantwoord met preventieve schorsing Fien (17 jaar) wordt al langer opgevolgd door een psycholoog. Ze heeft het heel moeilijk met de echtscheiding van haar ouders en met het verlies van dierbaren. In januari zit ze diep en neemt in de middagpauze op school een overdosis medicatie. Ze wordt onwel en de school belt een ambulance. Fien blijft een paar dagen in het ziekenhuis. Het provinciale netwerk geestelijke gezondheidszorg schakelt een mobiel team in dat ruim een maand tot vier contacten per week heeft met Fien, zowel online als bij haar thuis. Na de opname in het ziekenhuis staat de school toe dat Fien twee weken thuis blijft om persoonlijke redenen. Begin maart neemt de vader van Fien contact op met het Kinderrechtencommissariaat. De directie heeft een bijzondere klassenraad samengeroepen over Fien. De school schorst haar vijf weken preventief tot de paasvakantie, om Fien zelf te beschermen tegen haar ziekte en om te voorkomen dat haar aanwezigheid het normale lesgebeuren verder in het gedrang brengt. De school verwijst naar de opstart van een tuchtprocedure, maar stelt die uit omdat er intensief gezocht wordt naar een manier om haar mentaal welzijn te verbeteren. Een tuchtmaatregel wordt nog niet uitgesproken tot er meer zekerheid is dat Fien op school en in haar klas goed kan functioneren. Minstens tot de paasvakantie bezorgen de leerkrachten haar opdrachten voor thuis. Het CLB en de hulpverleners bemiddelden eerder al bij de school om Fien uit haar isolement te halen en haar opnieuw toegang te geven tot het onderwijs. We spraken met Fien, haar vader, de schooldirectie en het CLB. Er bleek al een gemotiveerd verslag type 3 opgemaakt te zijn, waardoor het ondersteuningsnetwerk ingeschakeld was. Naast problemen met psychisch welzijn waren er gedragsproblemen. We praatten ook met de ondersteuner. Het leerkrachtenteam botst op zijn grenzen voor de psychische problemen. We bemiddelden met de school om de patstelling te doorbreken zodat het recht op onderwijs van Fien en haar slaagkansen niet verder in het gedrang kwamen. We wezen de school erop dat ze de maximale termijnen van een preventieve schorsing overschreed. Toen het mobiele team in overleg met Fiens psycholoog besloot dat intensievere begeleiding of een opname op dat moment nog niet echt
↑ Inhoudstafel
nodig was, verviel ook de schoolexterne grond om de preventieve schorsing aan te houden. De directeur was het met ons eens dat een tuchtmaatregel op dat moment echt geen goed signaal zou zijn voor Fien. De directeur stopte de tuchtprocedure waardoor Fien opnieuw kon meedoen met alle schoolactiviteiten. In een volgend overleg bekeken directie, leerkrachten en ondersteuner samen met Fien hoe ze haar lesprogramma verder zouden opbouwen om haar slaagkansen te maximaliseren. In de eerste weken lag de klemtoon eerder op stage en GIP-opdrachten inhalen en kwam ze maar één of anderhalve dag per week naar de les. Daarna werd dat geleidelijk meer. We volgen de situatie van Fien verder op. Van Fien en het CLB hoorden we dat ze haar afspraken met haar psycholoog altijd nakwam. We adviseerden school, CLB en ondersteuningsnetwerk om deze casus te bespreken in het lerend netwerk jeugdhulp–onderwijs. Mogelijk geeft dat ook wat nazorg aan de leerkrachten. En kan het tegelijk een leermoment zijn om leerkrachten nog te versterken in omgaan met leerlingen met psychische moeilijkheden.
Mentaal welzijn van leerlingen bevorderen In het kader van het relanceplan ‘Vlaamse veerkracht’ schreef de Vlaamse minister van Onderwijs een visienota over zijn plannen om het onderwijs in 20212022 en 2022-2023 toekomstbestendig te maken. Speerpunt 1 wil de leerachterstand wegwerken die vooral kwetsbare leerlingen opliepen door de coronacrisis. Speerpunt 2 wil het verminderde welbevinden aanpakken. Daarvoor wil de minister de CLB’s versterken, zodat ze zich opnieuw meer kunnen toeleggen op hun rol als leerlingbegeleider. Daar is sinds de coronacrisis ook meer vraag naar. Om de toegang tot het CLB nog laagdrempeliger te maken en leerlingen en ouders extra te ondersteunen, wil de minister een digitaal CLB-platform laten ontwikkelen waarin dan ook CLBch@t een plaats krijgt. Daarnaast wil hij zorgcoördinatoren en leerlingenbegeleiders in scholen een digitale tool geven waarmee ze een beter zicht krijgen op het welbevinden van hun leerlingen. Daarmee zouden de CLB’s de scholen beter kunnen ondersteunen. Het Kinderrechtencommissariaat is alvast blij met de aandacht van de minister voor het welbevinden van leerlingen en met de extra ondersteuning voor scholen
en CLB’s. We kijken met belangstelling uit naar de concrete realisatie van deze plannen. Nota van de Vlaamse Regering, Visienota. Van kwetsbaar naar weerbaar. Deel 1. Beter leren, beter voelen. Plan voor een kwalitatief versterkt onderwijs in uitvoering van het relanceplan Vlaamse Veerkracht, 11 mei 2021, https://docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=1699982
2.7. Sancties Zorgbeleid en sanctiebeleid Discipline handhaven in overeenstemming met het verdrag Een geïntegreerd beleid voor leerlingenbegeleiding is een uitdrukkelijke opdracht voor elke school. Heel wat scholen doen grote inspanningen om een gunstig leef- en pedagogisch klimaat uit te bouwen. Ze tekenen een kader uit, bepalen de grenzen van wat kan en niet kan en proberen duidelijk te zijn. Toch is dat niet altijd zo eenvoudig. Vooral het maatregelencontinuüm, tuchtprocedures, preventieve schorsingen en definitieve uitsluitingen leiden tot veel vragen en klachten. Voor het Kinderrechtencommissariaat gaan proportionaliteit, maatregelencontinuüm en zorgbeleid hand in hand. Belangrijke richtvragen in klachtenonderzoek en bemiddeling zijn: Wat staat daarover in het schoolreglement? Hoe werkt de school aan een positief, veilig en krachtig leerklimaat? Hoe gaat de school om met moeilijk gedrag? Welke interventies en begeleiding deed de school al met welke effecten? Helpt de aanpak de ontwikkeling van de leerling? Heeft de leerling inspraak? Hoe volgt de school de leerling op? Hoe vermindert ze risicofactoren? Hoe versterkt ze beschermende factoren? Hoe herstelt ze relaties? Dat is wat artikel 28 van het kinderrechtenverdrag vraagt van scholen: de discipline handhaven op een manier die verenigbaar is met de menselijke waardigheid van het kind en met het verdrag. Klachtenonderzoek doet soms vragen rijzen over begeleiding en zorg. Voor sommige leerlingen tonen scholen zich soms weinig bereid tot aanpassingen op maat. Ze houden dan liever vast aan de eigen standaardaanpak en negeren ervaringen of signalen van de leerling en zijn ouders. Scholen zien soms te weinig de impact van hun aanpak op het gedrag van de leerling. Daardoor kijken ze vooral naar wat de
Deel 3 Waar knelt het?
103
leerling fout doet en hoe dat gedrag bijgestuurd moet worden. We blijven stuiten op situaties waarin scholen snel switchen van zorgbeleid naar tuchtsancties. Of waarin ze tuchtprocedures gebruiken om te starten met meer zorg. Als het dan toch misloopt, zien ze vaak geen andere uitweg dan opnieuw te kiezen voor een tuchtprocedure. In plaats van de relatie met de leerling aan te halen en te kijken naar waarom een leerling bepaald gedrag stelt. Als we bemiddelen, focussen we daarop. Afspraken nakomen? De ouders van Nadir (15) vragen eind februari advies en hulp. De school start een tuchtprocedure na enkele incidenten op enkele dagen tijd: Nadir werd uit de les Nederlands gezet omdat hij niet met de opdracht bezig was en op de gang reageerde hij ongepast op een leerkracht. Een medeleerlinge zegt dat Nadir haar privacy schond. De ouders zeggen dat ze al nota’s lazen in het leerlingvolgsysteem. En twee jaar geleden was er al eens een tuchtprocedure. Die leidde tot een volgkaart. De ouders hopen nu op begeleiding en samenwerking met de school. We luisterden naar Nadir en zijn ouders en we namen het tuchtdossier door. We gingen mee naar het tuchtverhoor als vertrouwenspersoon en om de overwegingen van de school te horen. De directie besloot Nadir vijf dagen uit te sluiten en te starten met een gedragscontract en volgkaarten. We waren bezorgd omdat die heel algemeen en erg negatief opgesteld waren. Voor de directie was het uitgesloten dat Nadir daar zelf een stem in zou krijgen. Omdat Nadir vooraf en ook in het tuchtverhoor zei dat hij in de knoop lag met zichzelf en met de verwachtingen van leerkrachten, stelden we herstelgesprekken voor. Nadir en de directeur kozen elk twee leerkrachten. En Nadir ging ook praten met de leerkracht Nederlands. Wij waren klankbord bij zijn voorbereiding. Nadir stelde ook een herstelgesprek voor met de medeleerlinge, maar daar werd verder geen werk van gemaakt. Niet door Nadir, niet door de school. De leerkrachten reageerden positief. Voor Nadir waren de gesprekken verhelderend, al vond hij het jammer dat er heel weinig aandacht was voor zijn eigen zorgen. We vroegen om een zorgoverleg om zijn bezorgdheden verder op te nemen. In overleg met Nadirs moeder, de leerlingbegeleider, de adjunct-directeur en het CLB maakten we verdere afspraken over schoolinterne en schoolexterne opvolging bij een psycholoog, en over de samenwerking tussen die psycholoog en 104
de school. De leerlingenbegeleiding evalueerde ondertussen het contract en de volgkaart als positief. En Nadir startte een traject bij een psycholoog. Begin mei belt de adjunct-directeur ons op. Bij een herhalingstoets voor aardrijkskunde werd Nadir betrapt met zijn gsm onder de bank. Hij weigerde zijn gsm af te geven en bleef daarna beweren dat hij die gsm niet gebruikt had. De directeur spreekt van een onherroepelijke vertrouwensbreuk. Hij start een nieuwe tuchtprocedure. De adjunct-directeur vraagt ons advies. Als de school een definitieve uitsluiting nodig vindt, adviseren we die te laten ingaan op het einde van het schooljaar. Nu nog moeten veranderen van school, zou nefast zijn voor Nadir zijn slaagkansen. We hoorden ook Nadir. Hij had hard gestudeerd voor de toets maar kon maar op een van de vijf vragen antwoorden. Hij panikeerde en wilde spieken met zijn smartphone. Toen hij betrapt werd en moest wachten op de directeur, werd hij bang voor de gevolgen op school en thuis. Hij dacht dat het beter was om te ontkennen en fantaseerde een uitleg bij elkaar. De directeur volgde ons advies en Nadir kreeg de kans om zijn schooljaar af te maken. We waren tegelijk teleurgesteld omdat zijn volgkaarten al twee maanden een bijna vlekkeloos parcours toonden. Nadir kwam twee keer een paar minuten te laat op school. We waren vooral teleurgesteld over hoe het zorgoverleg opgevolgd werd. Op dat zorgoverleg uitten de school én de ouders hun bezorgdheid over hoe Nadir de dingen beleeft en er soms op reageert. Er was afgesproken dat ze dan Nadir zouden vragen om zijn perspectief op te schrijven. De leerlingenbegeleiding zou het dan samen met het perspectief van de school overmaken aan zijn psycholoog. Bij het eerste voorval viel de school niet terug op die zorgafspraken, maar koos ze voor de definitieve uitsluiting. Toch was er enkele dagen later op school al een afspraak gepland met de leerlingenbegeleiding, de psycholoog en het CLB. De adjunct-directeur was daarvan niet op de hoogte.
Redelijke aanpassingen en sancties Bij kinderen met een label is een goed evenwicht nodig tussen aanpassingen voor zorg en voor onderwijs. Welke ‘redelijke aanpassingen’ er ook nodig zijn, ons
↑ Inhoudstafel
klachtenonderzoek toont dat inclusie meer kans op slagen heeft en meer rechtszekerheid biedt met goede voorbereiding, overleg en duidelijke afspraken, het liefst al van bij de start. Soms wachten scholen nog even af om noden duidelijk in kaart te brengen, aanpassingen vast te leggen, te communiceren over wederzijdse verwachtingen, samen te werken met externen, maatregelen te evalueren en bij te sturen. Dat leidt tot frustraties bij leerling, ouders en leerkrachten. Bij kinderen met autisme of ADHD kan dat gepaard gaan met gedrags-, sociale of emotionele problemen. Scholen grijpen dan naar sancties om een signaal te geven en bij te sturen, maar vergeten soms te kijken naar hun zorg. Als het verder escaleert, zien ze alleen nog maar een uitweg in tuchtmaatregelen. Het is dan erg moeilijk om de dialoog weer op gang te brengen. Geen evaluatie, wel uitsluiting Eind april vragen de ouders van Pieter (14) advies in de aanloop van een tuchtverhoor. Voor de tweede keer dit schooljaar is Pieter preventief geschorst. De school verwijst naar een opeenstapeling van storend gedrag in de les en niet in orde zijn met materiaal. Ze ziet te weinig verbetering na de vorige tuchtprocedure. Pieter zijn ouders geven toe dat het moeilijk loopt. In de loop van het eerste trimester startte er een zorgtraject naar aanleiding van de diagnoses: ADD, dysgrafie en een vermoeden van DCD, een stoornis in de coördinatie-ontwikkeling. Er was al verschillende keren overleg met de zorgcoördinator, de klastitularis, het CLB en de ouders. Eén keer sloot de therapeut aan. Er kwamen afspraken over sticordimaatregelen zoals vooraan in de klas zitten, een hoofdtelefoon mogen opzetten bij toetsen, hulp vragen voor zijn agenda en nota’s vragen aan medeleerlingen of leerkracht. De maatregelen werden niet goed nageleefd, niet door Pieter, niet door de leerkrachten. Door zijn concentratieproblemen is hij snel afgeleid en stoort hij de les. Pieter voelt niet aan wanneer hij moet stoppen. Na de vorige tuchtprocedure verwees het CLB hem door naar een neuroloog. Onlangs startte die medicatie op. De ouders hopen dat de school de samenwerking nog een kans wil geven. We hielpen Pieter en zijn ouders om het tuchtverhoor voor te bereiden. Ze vroegen een evaluatie van de redelijke aanpassingen, wat ze zelf anders kunnen doen en wat ze mochten verwachten van de school. Ze opperden de mogelijkheid van een NAFT-traject. En ze wezen op het late tijdstip in het schooljaar.
Eind april werd Pieter definitief uitgesloten. De ouders herhaalden hun argumenten, bezorgdheden en wensen voor de beroepscommissie. Die oordeelde dat de school genoeg begeleiding geboden had en bevestigde de definitieve uitsluiting. De beroepscommissie verwees ook naar het feit dat Pieter zijn jaar overdeed met een B-attest en dus sowieso mocht overgaan. Pieter bleef de rest van het schooljaar thuis. Zijn ouders vroegen of de school nog kon zorgen voor wat taken. De school ging daar niet op in. Zijn tante die in het onderwijs staat, gaf hem wat opdrachten.
Definitieve uitsluitingen in het basisonderwijs Sinds 1 september 2019 melden ook basisscholen hun definitieve uitsluitingen aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AGODI). Dat kan gaan om een definitieve uitsluiting in de loop of op het einde van het schooljaar. Het Kinderrechtencommissariaat vroeg om die meldingsplicht in zijn dossier Straffe School (2015). Daardoor kunnen we het aantal definitieve uitsluitingen in het basisonderwijs en het profiel van de uitgesloten leerlingen in kaart brengen. Kinderrechtencommissariaat, Dossier Straffe School: De grenzen van sanctioneren verkend, 2015, kinderrechtencommissariaat.be/advies/straffe-schoolde-grenzen-van-sanctioneren-verkend
De tabel toont het aantal definitieve uitsluitingen voor het schooljaar 2019-2020. Tegelijk wijst AGODI erop dat de tweede helft van het schooljaar 2019-2020 getekend werd door de coronacrisis. Scholen bleven lang dicht. De volgende jaren zullen ons een beter zicht geven op de omvang van het gebruik van de zwaarste sanctie die een basisschool kan nemen.
Onderwijsniveau
Aantal definitieve uitsluitingen (schooljaar 2019-2020)
Gewoon kleuteronderwijs leerplichtige leerlingen
21
Buitengewoon kleuteronderwijs leerplichtige leerlingen
0
Gewoon lager onderwijs
33
Buitengewoon lager onderwijs
5
Totaal
59
Deel 3 Waar knelt het?
105
AGODI, Cijfermateriaal - Problematische afwezigheden en tucht, Overzicht 2019-2020, agodi.be/cijfermateriaal-problematischeafwezigheden-en-tucht
Doordat we meewerken in de werkgroep definitieve uitsluitingen van LOP Brussel Basisonderwijs kregen we vroeg in het schooljaar al nieuwe cijfers over definitieve uitsluitingen in het gewoon lager onderwijs. Op 13 oktober 2020 waren dat er in Vlaanderen en Brussel samen al 22. In het hele schooljaar 19-20 waren dat er 33. Ook dit jaar kregen we meldingen van tuchtprocedures voor lagereschoolkinderen. Uitweg zoeken Half december belt de mama van Wannes ons. Ze kreeg een uitnodiging voor een tuchtverhoor de volgende dag. Wannes is 9 jaar. Er waren op school eerder al wat incidenten waar Wannes bij betrokken was, zoals vechtpartijen op de speelplaats. Wannes is heel gevoelig voor prikkels en barst uit als het hem te veel wordt. Er was al afgesproken dat Wannes een time-outplaatsje kreeg waar hij zich kan terugtrekken als hij te veel spanning voelt. Nu was er opnieuw een incident op de speelplaats. Wannes vond een bal en begon ermee te spelen. Andere kinderen wilden ook die bal. De toezichter vroeg om te delen. Wannes weigerde en werd kwaad. Hij schopte de bal op het dak. Hij wou naar zijn time-outplekje, maar mocht niet. Hij begon te stampen en te slaan en heeft een leerkracht ernstig verwond. Er moest een ambulance komen. Wannes kreeg vijf dagen preventieve schorsing. Hij moet de straf uitzitten in het bureau van de directeur van een andere vestiging van de school. Hij krijgt ook geen speeltijd. Na een dag in dat kantoor loopt het mis. Als Wannes thuiskomt, is hij een brok frustratie en reageert hij zich heftig af. Om erger te voorkomen, schrijft de huisarts een medisch attest waardoor Wannes thuis blijft. De preventieve schorsing wordt verlengd omdat het tuchtonderzoek door externe factoren nog niet afgerond kon worden. Morgen kan Wannes’ mama het tuchtdossier inkijken en is er een tuchtverhoor. Zij had al contact met het CLB dat ook vragen heeft bij de sanctie. We namen contact op met het CLB. Het loopt al jaren heel moeilijk. Wannes’ mama heeft lang hulp afgewezen, maar staat er nu wel voor open. Er waren dit schooljaar al verschillende
106
stappen zoals een leertraject om Wannes tot rust te leren komen en een gemotiveerd verslag en maatregelen om Wannes en de leerkracht te helpen. In november wees een onderzoek in een multidisciplinair centrum op een vermoeden van autisme. Dat gaf een heel andere kijk op de aanpak en werd ook besproken met de school. De huidige juf pakt het goed aan. De juf van volgend schooljaar heeft al laten weten dat ze Wannes niet in de klas wil. Na het laatste incident op de speelplaats wees de directie op de veiligheid van de andere leerlingen die in het gedrang komt. Toch zijn er nog heel veel mogelijkheden voor ondersteuning en maatregelen die nog niet benut zijn. Het CLB betreurt dat de school nu naar een tuchtsanctie grijpt, net nu er een handelingsplan klaar ligt. Het vertrouwen van de moeder in de school is ondertussen zo zwaar geschonden dat ze zich bij het CLB afvragen of het nog hersteld kan worden. Het CLB gaf in elk geval een negatief advies over de uitsluiting van Wannes. We bieden aan om te bemiddelen. Samen met Wannes’ moeder bereiden we het tuchtverhoor voor. Dat verloopt moeilijk. De school ziet twee opties: starten in een andere vestiging van de school of overstappen naar buitengewoon onderwijs. We hebben daarna een gesprek met de pedagogisch en de algemeen directeur van de school. Die halen nogal wat andere incidenten aan. Ze doen al jaren inspanningen maar vinden dat ze expertise missen om de problemen van Wannes aan te pakken. Al begrijpen ze zelf ook niet waarom Wannes op dat moment op de speelplaats niet naar zijn time-outplekje mocht. De verhalen van de moeder, het CLB en de school lopen sterk uit elkaar. We begrijpen dat het incident een impact had, zowel op de leerlingen als op de leerkrachten. We bieden aan om na de kerstvakantie samen met CLB, moeder en school te kijken wat nodig is om Wannes aan boord te houden zonder een uitsluiting. We adviseren de school om contact op te nemen met de pedagogische begeleidingsdienst om een plan van aanpak op te maken over omgaan met moeilijk gedrag. Na de kerstvakantie laat de moeder ons weten dat ze Wannes ingeschreven heeft in een andere school. Ze gelooft niet in beterschap. Van de school vernemen we dat ze verder werken aan een plan voor omgaan met probleemgedrag en zich daarin laten ondersteunen.
↑ Inhoudstafel
Lang thuis zitten Een nooddecreet zorgde dat alle leerlingen die uitgesloten werden na 1 februari 2020 en nog geen andere school vonden, voorlopig op de uitsluitende school konden blijven met recht op toegang tot gelijkwaardig onderwijs. De startdatum van die definitieve uitsluitingen werd verplaatst naar 31 augustus 2020. In het schooljaar 2020-2021 gold opnieuw de gewone regelgeving. De scholen bleven open. Leerlingen zouden na hun definitieve uitsluiting snel een nieuwe school kunnen vinden, was blijkbaar de veronderstelling. Ouders van een definitief uitgesloten leerling in het basisonderwijs moeten zelf hun kind zo snel mogelijk inschrijven in een andere school. Als een school voor secundair onderwijs een leerling definitief uitsluit, is de school verplicht om samen met het CLB de leerling actief te helpen zoeken naar een andere school. Ze moet rekening houden met de studiekeuze, met de afstand tussen thuis en school, en met het onderwijsnet. Maar het gaat alleen om een inspanningsverplichting. Als de school geen andere school vindt, blijft de leerling uitgesloten. Het Kinderrechtencommissariaat krijgt elk jaar meldingen van gezinnen waar kinderen na een tuchtsanctie weken of zelfs maanden thuis zitten. De leerling blijft wel ingeschreven als regelmatige leerling, maar zit eigenlijk thuis, nog te vaak zonder opvolging door de school of zonder verdere hulp om een nieuwe school te vinden. Daardoor kunnen leerlingen hun recht op onderwijs niet effectief uitoefenen. Al vier maanden thuis aan het wachten Eind april laat de moeder van Jorn (15) ons weten dat haar zoon al vier maanden thuis zit zonder les. Op 12 januari 2021 schorste de directeur hem preventief en startte de tuchtprocedure. Die leidde tot zijn definitieve uitsluiting vanaf vrijdag 22 januari 2021. Jorns moeder tekende beroep aan. Op 8 februari 2021 bevestigde de beroepscommissie de tuchtmaatregel. De moeder ging eerst zelf op zoek naar een andere school. Omdat ze geen oplossing vond, vroeg ze vanaf 17 februari 2021 hulp van het CLB. Dat nam contact op met verschillende scholen. Uiteindelijk volgde er geen inschrijving in een andere school. Sommige scholen waren volzet. Andere scholen niet, maar daar zeiden ze dat ze zich volzet zouden verklaren naar aanleiding van de vraag tot inschrijving. Nog andere scholen voerden pedagogische of andere redenen aan waarom
Jorn beter niet daar zou starten. Het CLB besprak de weigeringen met de moeder en informeerde haar over de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de Commissie Leerlingenrechten. Jorns moeder wilde die ‘strijd’ niet aangaan in de hoop dat Jorn toch welkom zou zijn in een andere school. Maar overal bleef de deur dicht. De verificateur stelde in april voor om Jorn zijn examens van juni te laten afleggen met een aparte examenregeling. Hij stelde voor dat de leerkrachten zouden zorgen voor ingevulde cursussen waarmee Jorn de leerstof zelf zou kunnen instuderen. De directie besloot om dat niet toe te staan. Jorns moeder en het CLB zitten helemaal vast. We bekeken de brieven over de definitieve uitsluiting, de schoolrapporten en het schoolreglement. We luisterden naar het CLB en de schooldirectie. Daarnaast informeerden we bij de provinciale bemiddelingscel en het departement Onderwijs. Na overleg met de moeder en het CLB besloten we om voorlopig niet aan te dringen op een gesprek met Jorn. Hij was nog te gekwetst door de beslissing van de schooldirectie om geen aangepaste examenregeling met toegang tot ingevulde cursussen mogelijk te maken. We maakten een schrijven op waarin we wezen op het schenden van het inschrijvingsrecht door de omliggende scholen. We vroegen het schoolbestuur initiatief te nemen tot overleg met naburige schoolbesturen om hierover naar de toekomst afspraken te maken. We adviseerden om de provinciale bemiddelingscel voor gemeenten gelegen buiten het werkingsgebied van het LOP te betrekken. Het schoolbestuur gaf hier later positief gevolg aan en zetten het op de agenda van het netoverstijgend overleg van schoolbesturen. Het Kinderrechtencommissariaat vroeg of de school opnieuw in verbinding zou kunnen komen met Jorn. Jorn bleef in aanmerking komen voor een evaluatie en een attest omdat hij nog altijd ingeschreven was in de school. Het Kinderrechtencommissariaat werd uitgenodigd op een online klassenraad. Daar stelden we vast dat er bij de leerkrachten weinig bereidheid was om verbinding te maken met Jorn. De leerkrachten hadden het er heel moeilijk mee dat Jorn een A-attest zou kunnen krijgen op basis
Deel 3 Waar knelt het?
107
van zijn schoolresultaten, terwijl hij maar tot half januari op school was. De klassenraad stelde meer proeven voor en vier weken stage. We bespraken het voorstel met Jorn en zijn moeder. In de stage konden we ons vinden. De extra proeven vonden we geen goed idee omdat die niet gepaard gingen met enige vorm van onderwijs. Toen de klassenraad eind juni formeel besloot om voor alle vakken, inclusief LO extra proeven op te leggen, besloot Jorn om ermee te stoppen. Het CLB regelde nog hulp, ook om zijn schoolloopbaan weer op de rails te krijgen. Jorn kiest allicht voor deeltijds onderwijs
Leerling en ouders voelen zich elders niet welkom Ouders die hun elders uitgesloten kind willen inschrijven, worden niet altijd eerlijk behandeld. Scholen gaan niet altijd even zorgvuldig om met de regelgeving en de daaruit voortvloeiende taken. Het Kinderrechtencommissariaat adviseert leerlingen, ouders, CLB’s en uitsluitende scholen om te informeren of er nog plaats is in de school en studierichting, én om expliciet een inschrijving te vragen. Zo moet het duidelijk zijn voor de ontvangende school wat van hen verwacht wordt in geval van weigering. We adviseren uitdrukkelijk te vragen naar een ‘mededeling van een niet-gerealiseerde inschrijving’. Het Kinderrechtencommissariaat stelt regelmatig vast dat scholen die geen wettelijke reden hebben om een leerling te weigeren, dan wel inschrijven. Anders kunnen ouders nog altijd een klacht indienen bij de Commissie Leerlingenrechten. We verwijzen dan door of ondersteunen waar dat nodig is. Het zijn stappen die ouders maar weinig zetten. Uit ons klachtenonderzoek blijkt dat ouders en leerlingen zich in die situatie niet welkom voelen. Een klacht indienen bij de Commissie Leerlingenrechten of een advocaat inschakelen, betekent voor ouders dat ze in conflict moeten gaan met een nieuwe school nog voordat hun kind daar ingeschreven is. Veel ouders geven dan de voorkeur aan verder zoeken naar een school waar ze zich wel welkom voelen. Soms vinden ze die na maanden nog niet.
Thuis zitten vermijden Het Kinderrechtencommissariaat pleit er al langer voor om geen leerlingen meer definitief uit te sluiten na de 108
paasvakantie. Als een definitieve uitsluiting toch nodig is, vragen we om eerst een nieuwe school te vinden via lokaal overleg. Dat moet een normale studievoortgang beter garanderen. Verschillende LOP’s hebben procedures om definitief uitgesloten leerlingen zo snel mogelijk aan een nieuwe school te helpen waar de leerling nieuwe kansen krijgt en om in de zoektocht naar een nieuwe school een correcte behandeling te waarborgen. Het Kinderrechtencommissariaat is er voorstander van om de goede praktijken die lokaal ontstaan, decretaal te verankeren. Maar niet overal is er een LOP actief en niet elk LOP heeft zo’n procedure. We denken dat lang thuis zitten ook vermeden kan worden door effectiever gebruik te maken van de registratiegegevens in Discimus. Leerlingen die lang gewettigd afwezig staan door een tuchtmaatregel, zouden bij AGODI een alarmbelletje moeten laten rinkelen. Er zou bij de leerling en zijn ouders en bij de uitsluitende school gehoord kunnen worden of de leerling in een traject of thuis zit. Via de provinciale netwerken tegen schooluitval kunnen er dan gerichte acties komen. Ook het CLB heeft een verantwoordelijkheid om te signaleren dat leerlingen thuis zitten.
2.8. Armoededrempels in onderwijs Armoede als extra complicerende factor Armoede in het gezin maakt andere problemen van leerlingen nog complexer. Voor leerlingen met een beperking bijvoorbeeld kan armoede ertoe leiden dat ze niet de nodige en doorgaans vanzelfsprekende medische zorg of opvolging krijgen. Voor de school is de armoede niet altijd onmiddellijk zichtbaar. Soms komt ze pas aan het licht door samenwerking met externe organisaties. Armoede op de achtergrond Een gezinscoach in Brussel begeleidt een jongen van 15 voor wie ze in het begin van het schooljaar aan zijn nieuwe school extra zorg en aandacht vroeg omdat hij een zware vorm heeft van ADD. De school beloofde daarvoor te zorgen, maar toch liep het mis. Voor de herfstvakantie was de jongen al eens geschorst voor een incident waarin hij de les had gestoord – een sanctie die hij aanvaard had. Na die schorsing kreeg hij een
↑ Inhoudstafel
12-puntencontract. Door zijn zware ADD is dat voor hem een wurgcontract waaraan hij zich niet kan houden. Nu was er een incident met een gsm die hij en een vriend uit de klas meegenomen hadden omdat ze dachten te weten van wie die was. Toen ze even later, in de bus naar huis, de gsm wilden teruggeven bleek die niet van die klasgenoot te zijn. Even later ging de gsm over. De jongen nam op en probeerde de situatie uit te leggen, maar door het lawaai in de bus kon hij zich niet verstaanbaar maken. De school beticht hem nu van ‘ontvreemding’ van die gsm. Naar aanleiding van dat nieuwe incident terwijl zijn 12-puntencontract nog loopt, overweegt de school nu een definitieve uitsluiting. De gezinscoach vindt dat buiten proportie en vraagt of het Kinderrechtencommissariaat de zaak mee kan opvolgen. We bereidden met de gezinscoach het tuchtoverleg op de school voor en gingen op haar verzoek ook naar dat overleg. In ons Zoomgesprek met de jongen – vóór het tuchtoverleg – kregen we een inkijk in zijn armoedige woonomstandigheden. In muren op de achtergrond achter hem zitten scheuren en grote vochtplekken. Op het tuchtoverleg met de school zorgden we er mee voor dat de focus op het zorgaspect lag. Hoe gaat de school om met de ADD? Wat kan beter? Dat resulteerde in een aangepast zorgplan. Ook bleek er door financiële problemen in het gezin geen medische opvolging te zijn van de medicatie die de jongen krijgt voor zijn ADD. De gezinscoach neemt dat verder op. Zij bezorgt de jongen ook een doos chirurgische mondmaskers. Die zijn een stuk comfortabeler dan de zware stoffen mondmaskers die hij tot dan toe droeg.
Digitale kloof Door de coronacrisis kwamen sommige armoededrempels in het onderwijs sterker op de voorgrond. Net als vorig jaar liep vooral de digitale kloof in de kijker. Uit een enquête van Waddist in het voorjaar van 2021 bleek dat 13% van de 14- en 15-jarigen thuis geen laptop of computer of geen stabiele internetverbinding heeft, wat het natuurlijk fors moeilijker maakt om onlinelessen te volgen en de leerkloof tussen kansarme en kansrijke kinderen nog dreigt uit te diepen. We kregen signalen dat naast Vlaamse beleidsinitiatieven ook lokale acties ontplooid werden om daaraan te verhelpen.
2.9. Onderwijs en nieuwe technologie Visienota Digisprong Op 22 december 2020 bezorgde de minister van Onderwijs zijn visienota ‘Digisprong’ aan het Vlaams Parlement. De nota schetst de noodzaak van een digitale sprong voorwaarts in het Vlaamse onderwijs. Naar aanleiding van de ervaringen met onlinelessen in het voorjaar van 2020 hadden verschillende onderwijsexperts er al op gewezen dat het Vlaamse onderwijs veelal niet klaar was voor die omschakeling naar digitaal afstandsonderwijs. Op 2 februari 2021 bezorgden we de minister van Onderwijs en alle Vlaamse volksvertegenwoordigers een nota met ons standpunt over de plannen van de minister in zijn visienota ‘Digisprong’. Daarin noemden we kwaliteitsvol onlineonderwijs ook belangrijk vanuit het recht op onderwijs. We appreciëren de aandacht voor gelijke kansen en e-inclusie en de geplande investeringen in ICTinfrastructuur zodat elke leerling (vanaf het vijfde leerjaar basisonderwijs) de onlineleeractiviteiten kan volgen. Ook de aandacht voor verschillen tussen leernoden bij leerlingen, voor cyberveiligheid en cyberpesten en de plannen voor een referentiekader voor kwaliteitsvol onlineonderwijs waarderen we. De nota gaat terecht heel breed. Voor de verdere uitwerking en opvolging lijkt het ons wel aangewezen een helder onderscheid te maken tussen: _ Digitale onderwijs- en leeractiviteiten (of digitale componenten daarvan) _ Data-ondersteund schoolbeleid (voor interne kwaliteitszorg door scholen) _ Data-ondersteund onderwijsbeleid op Vlaams niveau en _ Verdere digitalisering in de administratieve ondersteuning van scholen. Voor de digitale onderwijs- en leeractiviteiten: _ Vermijd financiële drempels als scholen ouders een financiële waarborg of bijdrage vragen voor gebruik van ICT-materiaal. _ Bekijk hoe scholen kunnen helpen als ouders van leerlingen digitaal ongeletterd zijn en hun kinderen daardoor minder goed kunnen
Deel 3 Waar knelt het?
109
ondersteunen bij huistaken en onlinelessen. Hoe kan samenwerking met lokale besturen, centra voor volwassenenonderwijs en andere externe organisaties scholen daarbij helpen? _ Neem ‘leerlingen motiveren’ en ‘interactie met leerlingen’ op als aspecten van het referentiekader kwaliteitsvol digitaal onderwijs. _ Heb aandacht voor de rol van flexibele leerwegen om de differentiatiemogelijkheden van digitaal onderwijs volop te benutten, zowel voor leerlingen met een beperking als voor (ultra-)hoogbegaafde leerlingen. _ Ontwikkel een ‘inclusietoets’ die checkt of de digitale leermiddelen en activiteiten geen leerlingen met beperkingen uitsluiten en of scholen redelijke aanpassingen doen waar dat nodig is.
voor aan de Commissie Zorgvuldig Bestuur en aan de juridische dienst van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Ze vraagt hoe het Kinderrechtencommissariaat ernaar kijkt. Een extra probleem is dat de ouders hun kinderen door corona vaak online moeten inschrijven. Ze krijgen dan de vraag om aan te vinken of ze akkoord gaan met het schoolreglement en met het pedagogisch project van de school. Zonder dat ze dus mondeling toelichting kregen bij het pedagogisch project en het schoolreglement. Wat betekent dat voor het recht op informatie van ouders en leerlingen? Wat kan ze terugkoppelen naar de LOP-partners?
Scholen nemen voorsprong
Een laptop is een geïndividualiseerd werkmiddel. In het secundair onderwijs kan de school de kostprijs aanrekenen aan de ouders. Maar ze moet daarvoor wel een procedure volgen: _ De school moet vooraf meedelen dat de laptop nodig is. _ De verplichte aankoop van de laptop moet in het schoolreglement staan. _ De school moet de kost opnemen in de bijdrageregeling. Die moet transparant zijn over de verschillende kosten zoals een bijkomende verzekering van de laptop. _ De schoolraad moet daarover vooraf overleggen. Scholen horen een beleid van kostenbeperking te voeren om gelijke kansen te bevorderen en het kinderrechtenverdrag te realiseren. Bij het kostenbeleid horen maatregelen of tegemoetkomingen voor minder gegoede gezinnen.
Sommige scholen lijken al een voorsprong te willen nemen op de uitrol van ‘Digisprong’ en vragen hun leerlingen alvast om zelf een laptop te kopen. Voor financieel kwetsbare gezinnen is dat helemaal niet evident.
We vragen ook aandacht voor mogelijk verborgen schoolkosten die buiten de schoolrekening blijven. Scholen kunnen minder gegoede gezinnen informeren en doorverwijzen naar ondersteuning door gemeente, OCMW of Vlaamse overheid.
Ten slotte vragen we in ons standpunt om de rol van ontwikkelaars en educatieve uitgeverijen in de ontwikkeling van digitaal onderwijs verder uit te klaren. We vragen om in de ethische code die de minister met uitgeverijen en onderwijsverstrekkers wil afsluiten de nodige aandacht te besteden aan de bescherming van de privacy van de leerlingen. Kinderrechtencommissariaat, Standpunt Visienota ‘Digisprong’: naar meer kansen voor elk kind, 20202021/06, kinderrechtencommissariaat.be/sites/default/files/ bestanden/standpunt_2020_2021_06_visienota_ digisprong.pdf
Vragen bij verplichte aankoop van laptops De projectcoördinator van Samen tegen Onbetaalde Schoolfacturen krijgt signalen van LOP-partners over scholen voor secundair onderwijs die ouders en dus ook kwetsbare ouders verplichten of aanmoedigen om een laptop te kopen voor de onlinelessen van hun kinderen. In andere scholen zijn er ook plannen om laptops te verplichten. Kan dat wel? Kunnen scholen ouders verplichten, ook al staat het in de bijdrageregeling bij het schoolreglement? Wat met minder gegoede gezinnen? De melder legde de vraag ook
110
Voor de digitale inschrijvingen zou het vanzelfsprekend moeten zijn dat scholen hun schoolreglement (inclusief de bijdrageregeling) voor iedereen toegankelijk op hun website zetten. We moedigen de LOP’s aan om daarover afspraken te maken. Zij hebben de opdracht om afspraken te maken over alle aspecten die gelijke onderwijskansen bevorderen. Schoolbesturen hebben de verantwoordelijkheid helder en transparant te communiceren over al wat verandert aan hun pedagogisch project.
↑ Inhoudstafel
In zijn visienota ‘Digisprong’ wil de minister voor elke leerling secundair onderwijs een laptop (of ander ICT-toestel). We horen ondertussen dat de extra subsidies die de minister daarvoor uittrekt, volgens verschillende schoolbesturen de aankoopkosten niet helemaal dekken. En dat ze dus een deel van de extra kosten moeten aanrekenen aan de ouders. We dringen erop aan dat scholen een kostenregeling uitwerken die rekening houdt met de financiële draagkracht van gezinnen.
Verschuivende grenzen tussen privé en school We horen van scholen die graag meer lessen online willen organiseren. En ook van leerlingen die dat graag willen. Door de lessen online verschuiven de grenzen tussen privé en publiek. In tijden van corona leidt dat tot vragen en verscherpte aandacht. Moeten de camera’s van leerlingen altijd aanstaan terwijl ze online les volgen? Hoever kun je in lessen lichamelijke opvoeding gaan met sportapplicaties om routes, tijdstippen of snelheden door te sturen ? Hoe organiseren scholen toezicht op toetsen en opdrachten? Moeten leerlingen die les volgen via Bednet strenger gecontroleerd worden bij examens? Leerlingen vragen vertrouwen. Als ze nooit gespiekt hebben of als toetsen en examens die ze thuis afleggen in dezelfde lijn liggen als wat ze in de klas presteren, is er dan echt een nog ingrijpender controle nodig? Of is het fair om een leerling die Bednet volgt een herexamen te geven omdat thuis het internet haperde waardoor het camerabeeld voor de controlerende leerkracht wegviel? Angst en identiteit spelen ook mee. Sommige jongeren krijgen stress als ze voor een camera moeten spreken of in beeld zijn. Ze hebben geen controle over hun beeld en het risico bestaat dat iemand anders ze filmt of fotografeert. Jongeren zijn zich erg bewust van hoe ze overkomen. Kinderen en jongeren die opgroeien in armoede, hebben soms te weinig privacy thuis of ze willen hun thuis liever niet tonen. Scholen moeten omzichtig omspringen met de privacy van hun leerlingen. Het Kinderrechtencommissariaat vraagt altijd aandacht voor de basisrechten van leerlingen en ouders: het recht op informatie, op afbeelding en op toestemming. Scholen kunnen er niet zomaar van uitgaan dat een leerling het oké vindt om te filmen of een app te gebruiken. We vragen om leerlingen en ouders te informeren en om erover te praten met de leerlingen. Het is belangrijk aandacht te hebben voor bezorgdheden van leerlingen en ze te
betrekken bij mogelijke oplossingen. Zo werk je ook aan mediawijsheid. Controle: blijf jezelf filmen terwijl je verplicht boek leest Onze zoon (14 jaar) moet een boek lezen voor school. De leerkracht vraagt om bij elk hoofdstukje een kort filmpje te maken. Hij wil ook dat de leerlingen zich constant filmen terwijl ze lezen. Zo wil hij controleren of ze het boek wel echt lezen. Ik vind dat een te vergaande en een te zware inbreuk op de privacy van mijn zoon en van mijn gezin. Mijn zoon leest vaak in de living waar iedereen rondloopt. Ik kaartte dat aan bij de leerkracht, maar die ziet geen probleem. Niemand klaagt erover, zegt hij. Ik vind dat er andere, minder ingrijpende manieren zijn om te controleren of leerlingen wel echt het boek lezen in plaats van samenvattingen die ze online vinden. Bovendien gaf noch ik, noch mijn zoon toestemming. Ik wil dit verder aankaarten op school. Graag uw advies. We vinden het buiten proportie om jezelf constant te moeten filmen terwijl je een boek leest. We raadden vader en zoon aan om dit verder aan te kaarten op school: bij de directeur en als dat nodig is ook bij het schoolbestuur. Andere leerlingen en ouders kunnen zich aansluiten. Leerlingen kunnen het melden aan de leerlingenraad, ouders aan de ouderraad. Die participatieorganen kunnen regels kritisch in vraag stellen. We verwezen ook door naar de gegevensbeschermingsautoriteit. Herexamen omdat camerabeeld uitviel De moeder van Hannah belde het Kinderrechtencommissariaat voor advies bij de uitgestelde beslissing van haar dochter. Hannah is 15 en zit in 4 Sociale en Technische Wetenschappen. Als risicopatiënt volgde ze het hele schooljaar les via Bednet. Hannah heeft voor enkele vakken een inhaaltaak. Het examen wiskunde van het derde trimester moet ze opnieuw afleggen. Ze haalde 73%, maar er waren die dag internetstoringen, waardoor haar camerabeeld een paar keer uitviel. Hannah moet daarom het examen opnieuw maken. Toch was er nooit een aanwijzing dat ze zou valsspelen. De resultaten van haar examen liggen ook helemaal in dezelfde lijn als die van haar andere examens en toetsen. Er bestaat geen formele procedure om een uitgestelde beslissing te betwisten. Het Kinderrechtencommissariaat adviseerde
Deel 3 Waar knelt het?
111
wel om te gaan praten met de directie en het schoolbestuur. We reikten kapstokken aan. Hannahs moeder raadpleegde ook een advocaat. Ze liet achteraf weten dat de advocaat de school in gebreke stelt. Hannah deed eind augustus niet mee aan de bijkomende proeven. We vroegen ons op de hoogte te houden.
2.10. Schoolresultaten B-attesten met vergaande uitsluitingen Begin september 2020 kregen we meer meldingen en klachten dan ooit over betwiste schoolresultaten in secundaire scholen. Door corona moesten sommige leerlingen langer wachten op hun definitieve uitslag. De meldingen en klachten gingen vooral over scholieren die eind juni een uitgestelde beslissing gekregen hadden. Na hun extra proeven gingen ze niet akkoord met hun B-attest omdat ze uitgesloten werden voor een of meer volledige onderwijsvormen. De melders kennen hun rechten en zijn goed geïnformeerd over de beroepsprocedure. Ze vragen onze inschatting en wat het Kinderrechtencommissariaat eventueel kan betekenen. Het Kinderrechtencommissariaat vraagt bij een B-attest een meer gerichte uitsluiting, toegespitst op de tekorten van de leerling en aansluitend op het studieaanbod van de school. Dat beperkt minder de toekomstkansen van de leerling. We adviseren en reiken kapstokken aan. Uitzonderlijk bemiddelt het Kinderrechtencommissariaat ook. Verregaande uitsluiting, wachten op beroepscommissie In de tweede helft van september bellen Lien (18 jaar) en haar schooldirecteur naar het Kinderrechtencommissariaat. Na haar herexamens kreeg Lien op haar vorige school een B-attest. Ze volgde 4 Sociale en Technische Wetenschappen (STW). Nu kreeg ze een B-attest met uitsluiting voor aso, tso en kso en zonder de mogelijkheid om haar jaar over te doen. De directeur van haar nieuwe school liet Lien voorlopig wel toe in 4STW. Hij hoort van zijn leerkrachten dat ze het goed doet. Tot de kerstvakantie volgde ze vorig schooljaar aso. Daarna stapte ze over naar STW. En toen kwam corona. De vorige school verwijt Lien dat ze niet alle onlinelessen volgde. De directeur van haar nieuwe school wil Lien helpen om in beroep te gaan. Want ze kreeg geen reactie op haar vraag 112
aan de directie voor een gesprek. Verschillende keren had ze gebeld en de directeur zou terugbellen. Maar dat gebeurde niet. De termijn om beroep aan te tekenen is bijna voorbij en daarom hielp de directeur Lien met haar brief aan de beroepscommissie. Hij helpt haar nu verder om haar argumentatie op te bouwen om het attest te betwisten. Mogen ze vermelden dat ze advies vroegen aan het Kinderrechtencommissariaat? Het Kinderrechtencommissariaat kon zich vinden in de argumentatie. We adviseerden om het argument van de hypotheek op de verdere schoolloopbaan toe te voegen. We vroegen Lien of de school gevraagd had waarom ze de onlinelessen niet volgde. Maar de school had geen contact opgenomen. Dat argument lieten we ook nog toevoegen aan de motivering omdat dat een opdracht is van de school. Toen Lien geen reactie kreeg op haar brief, namen we zelf contact op met de beroepscommissie om te vragen hoe het zat met de beroepsprocedure. Daaruit bleek dat Lien de aangetekende brief veel later verstuurd had dan ze beweerde. In principe was het beroep daardoor niet ontvankelijk, maar de beroepscommissie nam wel contact op met de nieuwe school. Na het gesprek met de directeur en rekening houdend met de coronamaatregelen besloot de beroepscommissie Lien het voordeel van de twijfel te geven en het B-attest aan te passen.
Zittenblijven en het recht om zich te herpakken Als leerlingen na het eerste jaar A of B een oriënteringsattest A behalen met een beperking tot één of meer basisopties, kunnen ze hun jaar overdoen na een gunstig advies van de klassenraad en een niet-bindend advies van het CLB. Voor die leerlingen gelden dus dezelfde voorwaarden als voor leerlingen die in de hogere jaren na een oriënteringsattest B willen overzitten. Het Kinderrechtencommissariaat betreurt de aanpassing in de regelgeving over het B-attest waardoor een leerling met zo’n attest niet meer zelf kan kiezen tussen het jaar in dezelfde richting overzitten of overgaan naar het tweede jaar in een andere, niet uitgesloten studierichting. Door de mogelijkheid om over te zitten afhankelijk te maken van het gunstig advies van de klassenraad, worden leerlingen en hun ouders ernstig beperkt in hun autonomie en keuzevrijheid.
↑ Inhoudstafel
We spraken uitgebreid met Yasira en haar moeder en keken haar schoolrapporten in met de motivering van de klassenraad. We spraken ook met de schooldirectie. Op onze vraag kregen Yasira en haar moeder meer toelichting bij de beslissing van de klassenraad. In het schooljaar waren er al gesprekken over haar tekorten en na de kerstexamens adviseerde de school haar om over te stappen naar tso. Omdat Yasira dat niet wilde, kwam er geen verdere studiekeuzebegeleiding. Dat neemt de school op vraag van het Kinderrechtencommissariaat eind augustus verder op. De school heeft een uitgebreid studieaanbod in aso, tso en bso op verschillende campussen, met warme overdracht tussen die campussen. De directie legde Yasira en haar moeder uit dat een jaar schoolse vertraging niet nodig is. De klassenraad vindt wél dat tso aangewezen is en concretiseert dat nu in de richting Sociale en Technische Wetenschappen. Als volgend schooljaar blijkt dat Yasira thuishoort in het aso, zal de school zorgen voor een vlotte overstap. Hoe dan ook kan Yasira met een getuigschrift van de tweede graad tso terugkeren naar aso. De school belooft dat actief op te volgen. Voor Yasira en haar moeder was dat doorslaggevend. Yasira ging naar 4 STW. We vroegen de school om leerlingen en ouders voortaan beter te informeren over de beroepsmogelijkheid.
De aanpassing kwam er oorspronkelijk om te streven naar minder zittenblijvers. We krijgen bezorgde signalen dat de maatregel de ‘waterval’ in het secundair onderwijs dreigt te versterken. Dat lijkt ons een remedie die erger is dan de kwaal die ze wil bestrijden – ook voor de gelijke onderwijskansen. De maatregel draagt niet bij tot een positieve studiekeuze. Een school heeft ook niet altijd zicht op waarom een leerling – mogelijk tijdelijk – slechter presteert. Jongeren moeten volgens ons de mogelijkheid krijgen om zich dan te herpakken. Het Kinderrechtencommissariaat hoort in onderwijskringen dat ouders vaak – en tegen beter weten in – ‘te hoog mikken’ en hun kind opzadelen met een onrealistische studiekeuze. Vermoedelijk was dat ook een overweging om de regelgeving aan te passen. Maar in andere gevallen kan een weigering tot overzitten in dezelfde studierichting de toekomstkansen fnuiken van een jongere die het wel ziet zitten en nog eens wil proberen. Bij meldingen over schoolresultaten bekijken we hoeveel aandacht de school en het CLB in het schooljaar zelf hadden voor studiekeuze- en onderwijsloopbaanbegeleiding. Die begeleiding schoot er soms wat bij in door corona of door keuzes van de leerling of de ouders. In bemiddelingen vragen we die draad weer op te nemen. Zo openen zich soms alternatieven voor zittenblijven. Zittenblijven of warme overdracht? Yasira (14 jaar) behaalde een B-attest in 3 Humane Wetenschappen (aso). De klassenraad oriënteert haar naar tso, maar Yasira zou graag de kans krijgen om haar schooljaar over te doen. Door de beslissing van de school kan dat niet. Yasira en haar ouders beseffen dat pas half augustus als ze de school bellen om in te schrijven. De school verwijst naar het attest en de gemiste mogelijkheid om in beroep te gaan. Yasira’s moeder zegt dat ze daarover niet geïnformeerd is. De directie verwijst naar kleine lettertjes op het schoolrapport. Door de coronamaatregelen was het voor Yasira een erg zwaar jaar, vooral door het afstandsonderwijs. Ze verloor haar motivatie, volgde minder en minder onlinelessen en was niet in orde met haar taken. Haar schoolresultaten gingen achteruit. Yasira zou graag de kans krijgen om te tonen dat ze aso wel aankan. In de eerste graad behaalde ze altijd goede schoolresultaten in de A-stroom. Kan het Kinderrechtencommissariaat helpen?
Groeigericht evalueren Sinds het voorjaar van 2020 leidt de coronacrisis tot extra leerachterstand. In juni 2020 gingen veel scholen extra voorzichtig evalueren. Daardoor zouden ze in januari 2021 wellicht meer leerlingen moeten heroriënteren naar een andere studierichting. Het Kinderrechtencommissariaat kreeg daarover vragen en opmerkingen van verontruste leerlingen, ouders en onderwijsmensen. We publiceerden begin december een standpunt. _ _
_
_
We vroegen rekening te houden met de individuele situatie van elke leerling. We vroegen leerlingen en leerkrachten genoeg tijd te geven om de achterstand door de coronasituatie weg te werken, desnoods tot in juni. We vroegen uit te gaan van een groeigerichte benadering en de mogelijkheden en de talenten van de leerling centraal te stellen bij een oriëntering of heroriëntering. We vroegen de mogelijkheden te benutten van ‘flexibele leerwegen’ die het coronaDeel 3 Waar knelt het?
113
onderwijsdecreet van 10 november 2020 biedt, ook waar dat niet in het schoolreglement staat. Kinderrechtencommissariaat, Standpunt Corona en onderwijs: Heroriënteren na kerstexamens?, 2020-2021/05, 9 december 2020, kinderrechtencommissariaat.be/advies/corona-enonderwijs-heroriënteren-na-kerstexamens
In januari kregen we daarover geen meldingen meer. Na de paasvakantie zouden de scholen voltijds heropenen. Kinderpsychologen, psychiaters, Unicef en de Vlaamse en Franstalige kinderrechtencommissaris vroegen in een open brief om van het welzijn van jongeren een prioriteit te maken op school zodat hun sociale en emotionele ontwikkeling weer op gang kon komen. We vroegen scholen de kans te bieden om in het laatste trimester los te komen van de puntencultuur. We vroegen te evalueren welke leerstof en taken essentieel waren voor de overstap naar volgend schooljaar. En om daarnaast ruimte te maken voor verbindende activiteiten. We vroegen om te focussen op de psychosociale en lichamelijke gezondheid van leerlingen. En om mild te evalueren. Open brief Jongeren liepen niet enkel schoolse leerachterstand op maar ook leefachterstand, 16 april 2021, kinderrechtencommissariaat.be/actueel/open-briefjongeren-liepen-niet-enkel-schoolse-leerachterstandop-maar-ook-leefachterstand
Meldingen op het einde van het schooljaar Van eind juni tot eind augustus kregen we meer klachten dan anders over zittenblijven en oriënteringsattesten. Een vijfde van de meldingen ging over kleuter- of lagere scholen, vier van de vijf meldingen over secundaire scholen.
Zittenblijven in de lagere school Elk jaar krijgen we meldingen over zittenblijven in de lagere school. De school beslist in welke niveaugroep of in welke klas de leerling terechtkomt. Bij een beslissing tot zittenblijven moet er voldaan zijn aan voorwaarden. Zo hoort de school vóór de beslissing te overleggen met het CLB. Er is geen formele procedure om de beslissing te betwisten. Ouders kunnen wel een gesprek vragen met de directeur en het CLB of het schoolbestuur vragen om
114
te bemiddelen. Maar de directeur neemt in principe de eindbeslissing. Het Kinderrechtencommissariaat luistert en reikt kapstokken aan voor dat gesprek met de directeur. Als we merken dat ouders heel moeilijk begrijpen hoe de school tot een bepaald eindoordeel komt, dan gaan we ze meer persoonlijk ondersteunen, bijvoorbeeld om hun argumenten op papier te zetten. Leesachterstand inhalen Ouders kregen te horen dat hun zoontje Joshua (8) het derde leerjaar moet overdoen omdat hij het beoogde leesniveau niet haalt. Ze zijn niet akkoord omdat Joshua sinds januari enorm gegroeid is. Dat kwam door een andere aanpak van de leesmeester op school en de externe ondersteuning door een logopediste. De ouders vinden het ook geen goed idee voor zijn motivatie als hun zoon zou moeten blijven zitten alleen omdat zijn leesniveau nog te laag is. De ouders vragen advies en hulp. Bij het Kinderrechtencommissariaat luisterden we naar de ouders en namen we de uitgebreide motivering van de school door. We adviseerden om te blijven praten met de school. Het schoolbestuur of het CLB konden bemiddelen. We stelden een brief op voor de ouders. Daarin schoven we overwegingen en bezorgdheden naar voren die ze kunnen meenemen naar een overleg: _ Er is verduidelijking nodig bij de positie van het CLB. _ School en CLB moeten de vooruitgang en het leerpotentieel van Joshua als uitgangspunt nemen. _ De aanpak doet ertoe. De aanpak van de nieuwe leesmeester maakt Joshua rustiger en geeft hem meer zelfvertrouwen. Een groot verschil met moeten lezen met een chronometer. Die aanpak bezorgt hem stress. _ De ondersteuning in en buiten de school werd geregeld onderbroken door de verplichte quarantaine door corona. _ Er moet ruimte komen voor betere samenwerking tussen school en logopedist. _ Er moet meer aandacht zijn voor Joshua’s sterktes. In augustus liet Joshua’s moeder ons weten dat haar zoon naar het vierde leerjaar kan. De school wil ook beter samenwerken met de logopedist.
↑ Inhoudstafel
Meer evenwichtige verwachtingen nodig In het secundair onderwijs is de motivering voor een oriënteringsattest op het einde van het schooljaar niet altijd even duidelijk en soms erg minimalistisch. Dat stuit melders tegen de borst. Bovendien geven scholen niet altijd informatie over de mogelijke beroepsprocedure. Daardoor missen heel wat leerlingen de kans op beroep: de korte periode waarin de beroepsprocedure moet starten, gaat voorbij zonder dat ze daar erg in hebben. De procedure en de modaliteiten staan wel in het schoolreglement, maar een extra kopie bij het B- of C-attest zou beter tegemoetkomen aan het recht van leerlingen en ouders op duidelijke informatie. Soms voelen ouders zich zelfs aan het lijntje gehouden, als ze geen antwoord krijgen op hun mails of telefoontjes. Met de modernisering van het secundair onderwijs doken ook nieuwe termen op: oriënteringsattest A met verplichte remediëring, oriënteringsattest A met uitsluiting tot een of meer basisopties of pakketten van de basisopties, B-stroom, doorstroomfinaliteit, dubbele finaliteit, opstroomopties. Voor ouders en leerlingen is het niet altijd duidelijk wat de betekenissen en de gevolgen zijn. We informeren ze dan en bezorgen ze de infogids van de ouderkoepels. Er zijn nog maar heel weinig scholen met een opstroomoptie in de B-stroom. In sommige regio’s is het nog wachten op een aanbod. Via de opstroomoptie kan de leerling met een gunstig advies van de klassenraad overstappen van de B-stroom naar de A-stroom. Een belangrijke structurele ingreep om de ‘waterval van het secundair onderwijs’ te beperken en schoolse achterstand te voorkomen. Uitgesloten van alle basisopties in 2A Op 28 juni kreeg mijn dochter Petra een oriënteringsattest A met uitsluiting van alle basisopties in 2A. Dat legt een zware hypotheek op haar toekomstkansen. Wij willen een meer gerichte clausulering of de mogelijkheid om haar jaar te mogen overdoen in 1A. We vroegen onmiddellijk een gesprek aan met de directeur. Op 1 juli waren we op school, maar de directeur had toen geen tijd voor een gesprek. We moesten wachten. Omdat ik op maandag 5 juli nog altijd niets gehoord had, probeerde ik de school te bellen. De telefoon werd niet opgenomen. Ik ben naar school gegaan en drong erop aan om de directeur te spreken. Dat kon heel kort. Ze had eigenlijk geen tijd maar liet wel verstaan dat ze de klassenraad zeker niet opnieuw zou
samenroepen. Mijn dochter moet maar voor kapper gaan studeren, vond ze. Petra haar schoolresultaten waren dit schooljaar heel matig, dat beseffen we. Maar we weten dat ze veel beter kan. Het was een erg moeilijk jaar voor haar. Door corona is de buitenschoolse ondersteuning van de logopedist regelmatig onderbroken. De school schakelde regelmatig over op afstandsonderwijs. Dat maakte het voor haar extra moeilijk. Petra heeft een achterstand voor Nederlands. Daar werken we aan. Door corona kon die begeleiding niet altijd doorgaan. Het was ook mentaal een zwaar jaar doordat haar vader en ik gescheiden zijn. We hebben de school daarover geïnformeerd. De leerkrachten merkten regelmatig dat ze er met haar gedachten niet bij was. Allemaal omstandigheden waardoor ze zich veel minder kon concentreren en die bijdroegen aan haar mindere schoolresultaten. Petra behaalde vorig schooljaar het getuigschrift basisonderwijs. Nu na één schooljaar in een nieuwe school, na een bijzonder zwaar jaar door corona en de echtscheiding van haar ouders, worden alle wegen naar de A-stroom al afgesloten. Dat vinden we veel te streng. We hoorden dat er in 2B opstroomopties bestaan. Maar er is in de wijde omgeving geen enkele school die zo’n optie organiseert. Het Kinderrechtencommissariaat luisterde en adviseerde om beroep aan te tekenen. We lazen de brief na. De beroepscommissie riep eind augustus de klassenraad terug samen. Petra krijgt de mogelijkheid om 1A over te doen.
Grijpen scholen wel genoeg kansen op flexibiliteit? De regelgeving maakt best wel wat flexibiliteit mogelijk voor oriënteringsattesten. Naast de oriënteringsattesten A, B en C zijn er structurele flexibele leerwegen, ad hoc flexibele leerwegen of de mogelijkheid van zittenblijven met vrijstelling voor sommige vakken zodat de leerling dan al vakken van volgend leerjaar kan volgen. Het is een beleidskeuze van het schoolbestuur en de school om daar gebruik van te maken en die mogelijkheden op te nemen in het schoolreglement. Het zijn instrumenten die de klassenraad extra mogelijkheden bieden om te kunnen omgaan met leerlingen die de doelen nog niet allemaal bereikten.
Deel 3 Waar knelt het?
115
Het corona-onderwijsdecreet 4 (art. 25) en de bijbehorende omzendbrief maakten het voor scholen net als vorig schooljaar mogelijk om evaluatiemaatregelen te nemen die verschillen van de bepalingen in het schoolreglement. Zo konden scholen ervoor kiezen om sommige examens, stages of geïntegreerde proeven te schrappen, of om flexibele leerwegen te hanteren zonder dat die al in het schoolreglement stonden. De overheid wil op die manier optimale maar haalbare studieloopbanen garanderen. In geen enkele melding bij het Kinderrechtencommissariaat paste de school die vormen van flexibiliteit toe. In het schooljaar 2019-2020 kwamen er meer ‘attesten van regelmatige lesbijwoning met uitstel van deliberatie’. Het ging vooral over leerlingen die een uitgestelde beslissing kregen en dus herexamens of bijkomende proeven moesten afleggen. Een fractie van die attesten ging over overgaan met tekorten.
116
Het Kinderrechtencommissariaat vraagt de overheid, de onderwijsnetten en de pedagogische begeleidingsdiensten om flexibele leerwegen nog meer te promoten. Het zijn potentieel interessante instrumenten voor meer gelijke onderwijskansen. Samen met andere maatregelen kunnen ze ertoe bijdragen dat jongeren hun schoolloopbaan op het juiste spoor krijgen en houden. En voor sommige leerlingen kunnen die flexibele leerwegen ook helpen voorkomen dat ze ongekwalificeerd uitstromen.
↑ Inhoudstafel
3. Rechten van kinderen op de vlucht 3.1. Nieuw kabinet, nieuw migratiewetboek Bekijk het asiel- en migratiebeleid vanuit kinderrechtenoogpunt Op 1 oktober 2020 kwam er een nieuwe federale regering met een nieuwe staatssecretaris voor Asiel en Migratie. In het regeerakkoord staan heel wat hoopgevende kapstokken en voornemens voor het beleidsdomein asiel en migratie: _ De regering wil de asiel- en opvangketen in zijn geheel monitoren. _ Ze wil asielaanvragen snel weer fysiek registreren. _ Ze wil asielzoekende gezinnen met kinderen onderbrengen in kleinschalige opvang. _ Ze wil de verblijfsprocedures inkorten (tot hooguit zes maanden voor asiel). _ Ze wil de signalements- en identificatieprocedures van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen (NBMV) versterken zodat die niet meer onder de radar verdwijnen. _ Ze wil bijzondere aandacht voor minderjarige slachtoffers van mensenhandel. _ Ze wil een humanitair traject als duurzame oplossing voor transmigranten. _ Ze wil in pilootprojecten samenwerken met steden, ngo’s en sociale voorzieningen en de oriëntatie van personen in onwettig verblijf versterken om een humaan terugkeerbeleid uit te werken, in samenhang met sterkere begeleiding in alle fasen van het traject van die mensen vanaf hun aankomst in België. _ Ze wil volop alternatieven voor detentie ontwikkelen en systematisch evalueren. _ Ze wil minderjarigen niet meer vasthouden in gesloten centra. _ Ze wil de detentie met het oog op gedwongen terugkeer zo kort mogelijk houden. _ Ze wil een transparant beleid voeren over humanitaire visa. Omdat er onder de asielzoekers en migranten heel wat minderjarigen zijn, benadrukken we graag de noodzaak om het asiel- en migratiebeleid ook te bekijken door een kinderrechtenbril.
Op 25 november 2020 hadden we een gesprek met de nieuwe staatssecretaris voor Asiel en Migratie over verschillende thema’s: _ Het opvangmodel voor NBMV dat ertoe leidt dat sommigen heel lang in een collectief opvangcentrum moeten blijven. _ De nood aan psychologische ondersteuning in de opvang, zeker voor minderjarigen. _ Het idee van een onafhankelijk casemanagement voor het hele traject vanaf aankomst in België, om een duurzame oplossing te vinden vanuit het belang van het kind – ook voor gezinnen met kinderen. _ De mogelijkheid, ook voor begeleide kinderen, om in alle verblijfsprocedures gehoord te worden. _ Kindvriendelijke terugkeertrajecten, met aandacht voor continuïteit in de onderwijsloopbaan en terug kunnen aansluiten met een school in het land van herkomst. _ De wettelijke verankering van het uitgangspunt om minderjarigen niet vast te houden in gesloten centra. _ De rol van open terugkeerwoningen in het traject van gezinnen met kinderen op de vlucht of in migratie en de doelgroepen voor die woningen. _ Duurzame oplossingen voor gezinnen met kinderen die al heel sterk in België geworteld zijn. _ Specifieke maatregelen of trajecten voor minderjarige transmigranten. _ De rol die België kan spelen in de hulp aan minderjarige vluchtelingen die vastzitten in Griekse kampen.
Eerste stappen op weg naar een nieuw migratiewetboek Meer dan honderd keer werd de vreemdelingenwet van 1980 aangepast. Dat leidde tot een kluwen van vaak onlogische en onsamenhangende bepalingen. In overeenstemming met de beleidsopties van het regeerakkoord stelde de staatssecretaris voor Asiel en Migratie een commissie aan om de vreemdelingenwet van 15 december 1980 en de opvangwet van 12 januari 2017 (en uitvoeringsbepalingen) te herzien, wat moet uitmonden in een nieuw Migratiewetboek. De commissie
Deel 3 Waar knelt het?
117
waakt over de rechtszekerheid, de samenhang en leesbaarheid van de verblijfs- en opvangregels en de Europese en internationale regelgeving en rechtspraak. Ze signaleert ook lacunes in de regelgeving. In een eerste fase identificeerde de commissie zowel de sterktes als de zwaktes van de huidige federale verblijfs- en opvangregelgeving. Daarvoor hield ze een ruime enquête. Ook het Kinderrechtencommissariaat werd gevraagd om inzichten te leveren over de huidige federale verblijfs- en opvangregeling en over mogelijke verbeterpunten. Op basis van de antwoorden zal de commissie aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie krachtlijnen voorstellen voor de redactie van het Migratiewetboek. Het Kinderrechtencommissariaat formuleerde heel wat aanbevelingen. Het is onmogelijk om hier volledig te zijn. Vaak gaat het om erg juridisch-technische opmerkingen. Hieronder belichten we enkele aandachtspunten die altijd al hoog op de agenda van het Kinderrechtencommissariaat stonden. _ Het belang van het kind zou als rode draad door het hele Migratiewetboek moeten lopen. Nu komt het alleen aan bod als het over procedures gaat: de gespecialiseerde dossierbehandelaar, de aanstelling van een voogd, de bijstand van een raadsman. Verder blijft het bij een algemene verwijzing naar het kinderrechtenverdrag. Elke beslissing en elke maatregel in de vreemdelingen- en de opvangwet die een impact heeft op een minderjarige, moet systematisch het belang van het kind vermelden en er rekening mee houden dat een kind een rechtssubject is met eigen belangen. Het belang van het kind moet bij beslissingen en maatregelen verder en grondig inhoudelijk geconcretiseerd worden door verschillende criteria vast te leggen om het beter en effectiever te beoordelen of te motiveren. _ Artikel 57/1 van de vreemdelingenwet verankert het hoorrecht van begeleide kinderen. Dat gaat uitsluitend over wat gebeurt bij het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS). De Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) wordt niet één keer genoemd. Toch zijn er ook verblijfsprocedures waarvoor minderjarigen naar de Dienst Vreemdelingenzaken moeten. Het principe van het hoorrecht en het belang van het kind moet daar evengoed gelden. De vereiste dat een verklaring van kinderen niet tegen hun ouders kan worden gebruikt, een bepaling dat ouders
118
niet kunnen eisen aanwezig te zijn bij het verhoor van hun kinderen wanneer kinderen dit niet wensen, en de vereiste dat kinderen adequaat moeten geïnformeerd worden over hun rechten, zou hier ook moeten opgenomen worden. _ Momenteel moet er minstens een advocaat (en eventueel een vertrouwenspersoon) bij het eerste gesprek zijn op het CGVS. Later kan de NBMV ook gehoord worden zonder advocaat of vertrouwenspersoon. We vragen dat er bij elk onderhoud minstens een advocaat en bij voorkeur ook een vertrouwenspersoon is. _ We vinden dat kinderen nu buitensporig grondig hun geloofwaardigheid moeten bewijzen als ze internationale bescherming willen. Veel hangt af van hun opleidingsniveau en of de minderjarigen zich goed kunnen uitdrukken op een manier die aansluit bij wat wij hier ‘geloofwaardig’ vinden: chronologisch, samenhangend en met oog voor emotionele beleving en detail. Opleiding, cultuur, schroom en intelligentie kunnen een beslissende impact hebben op hun verklaringen. Dat is niet altijd even duidelijk. Bij beoordelende instanties is er een beschermingscultuur nodig die doordrongen is van de rechten en garanties in het kinderrechtenverdrag, en een erg grondige multidisciplinaire kennis van de ontwikkeling en behoeften van een kind. _ De duurzame oplossing in de vreemdelingenwet is verblijfsrechtelijk: gezinshereniging met ouders in het land waar ze verblijven, terugkeer naar het land van herkomst of naar een ander land, verblijf in België. De hereniging met de ouders is prioritair. Daarna komt geschikte opvang en verzorging in het herkomstland of in een ander land. En pas op het laatst een verblijf in België. Of die rangorde altijd het belang van het kind dient en inspeelt op hun kwetsbaarheid, valt te betwijfelen. Beter is om bij de verschillende verblijfsoplossingen altijd het belang van het kind voorop te stellen en af te wijken van de rangorde als dat in het belang van het kind is. Er is ook te weinig gelijkwaardige inspraak van alle partijen die betrokken zijn bij de besluitvorming rond de duurzame oplossing. Zo zijn de dienst Voogdij en de voogd betrokken bij de voorbereidende fase van de beslissing, maar is het de Dienst Vreemdelingenzaken die finaal beslist. Hoe de DVZ de criteria toepast, is erg onduidelijk. Heel wat beslissingen rond de duurzame oplossing worden genomen boven
↑ Inhoudstafel
het hoofd van de minderjarige. We pleiten ervoor om een multidisciplinair team het laatste woord te geven. Hoewel kwetsbare Europese NBM ook onder de definitie van NBMV vallen in de voogdijwet en nu ook recht hebben op een voogd die een duurzame oplossing moet zoeken, werd de definitie van NBMV in de vreemdelingenwet niet aangepast. De procedure duurzame oplossing is dus niet van toepassing op kwetsbare Europese NBM. De vraag is hoe er dan wel een duurzame oplossing kan komen voor die NBM, want in de voogdijwet blijft het wel de plicht van de voogd om daarvoor te zorgen. _ Maak werk van een vereenvoudigde procedure van gezinshereniging, zeker voor de ouders van een niet-begeleide minderjarige die erkend werd als vluchteling of die subsidiaire bescherming kreeg. _ We raden aan om ook werk te maken van een meer kindvriendelijke Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV). > Creëer de mogelijkheid om ook NBMV zelf te horen in de beroepsprocedures (momenteel lopen die alleen maar schriftelijk). > Maak alle arresten over minderjarigen kindvriendelijk zodat minderjarigen het arrest zelf kunnen volgen en begrijpen. > De Rechtbank van Eerste Aanleg en het Hof van Beroep hebben een jeugdkamer. Zo’n jeugdkamer stellen we ook voor bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. _ Zorg voor kwaliteitsopvang aangepast aan de noden van NBMV > Investeer in kwaliteitsopvang, met kindvriendelijke omkadering en kleinschalige structuren. > Creëer structureel alternatieve, kleinschalige en menselijke opvangmogelijkheden voor jongeren met specifieke noden: straatkinderen, zwangere meisjes, jongeren met psychische en verslavingsproblemen. > Creëer transitopvangplaatsen die dag en nacht NBMV kunnen opvangen, in de week en in het weekend. > Ontwikkel en versterk de opvang in pleeggezinnen. Voeg dat officieel toe aan de opvangmodaliteiten voor NBMV. > Zorg dat de toegang tot de lokale opvanginitiatieven gebeurt op basis van het leerproces en de autonomie van de jongere,
en niet op basis van wel of geen verblijfstitel hebben. _ Vang ook gezinnen kindvriendelijk op > Laat elk gezin met kinderen dat asiel aanvraagt opvangen door de bevoegde instanties, zelfs gezinnen die verschillende keren asiel aanvragen. > Zorg voor kleinschaligere opvang voor gezinnen. Investeer in kwaliteitsopvang met gezins- en kindvriendelijke omkadering en kleinschalige structuren. _ Wat de terugkeer betreft: > Zorg voor een duidelijk en degelijk uitgewerkt maatregelencontinuüm in de terugkeerbegeleiding: terugkeerbegeleiding aan huis als eerste maatregel, huisvesting in een open terugkeerwoning als ultieme maatregel. > Besteed in het Migratiewetboek ook uitdrukkelijk aandacht aan kinderen. Dat geldt niet alleen bij vrijwillige terugkeertrajecten, maar ook bij gedwongen terugkeer van gezinnen met kinderen en NBMV die op hun 18 een bevel krijgen om het grondgebied te verlaten. > Maak werk van kindvriendelijke alternatieven voor detentie en neem die op in het Migratiewetboek. > Bepaal en motiveer terugkeerbeslissingen en inreisverboden duidelijk in het belang van het kind. > Veranker in het Migratiewetboek een onvoorwaardelijk wettelijk verbod op opsluiting van kinderen vanwege hun verblijfsstatus. > Neem in het Migratiewetboek uitdrukkelijk op dat minderjarigen na x jaar verblijf in België permanent verblijfsrecht krijgen ook als hun ouders indertijd ‘fraude’ pleegden bij hun asielaanvraag. Voor kinderen en jongeren die hier al lang verblijven en stevig in onze samenleving geworteld zijn, vragen wij een permanente verblijfsvergunning. ‘Geworteld zijn’ vraagt om een goede definitie. Die moet in elk geval rekening houden met het reële verblijf in ons land en niet alleen met wat de wet omschrijft als ‘regelmatig verblijf’.
Deel 3 Waar knelt het?
119
3.2. Oog voor het belang van het kind bij beslissingen Waarom wachten om het belang van het kind te bepalen en te beoordelen? Van verontruste professionals en bezorgde middenveldorganisaties krijgen we vragen over concrete beslissingen en maatregelen waarin het voor de melders helemaal niet duidelijk is hoe het belang van het kind werd meegenomen en beoordeeld. Het gaat om verblijfs- en terugkeerbeslissingen, beslissingen om ouders vast te houden of om ouders van begeleide minderjarige vreemdelingen uit te wijzen, en regularisatiebeslissingen. Onaangekondigd politieoptreden In december bracht de politie een moeder en twee kinderen over van hun opvangcentrum naar een terugkeerwoning. Daar was er met zoon Nassim een incident. De begeleiders van de terugkeerwoning vonden dat die crisissituatie hun bevoegdheid oversteeg. Dus kwam de politie opnieuw langs om de vrouw en haar twee kinderen over te brengen naar nog een ander centrum. De beslissingen voor overbrenging werden formeel ingetrokken maar door de politie toch uitgevoerd waardoor de advocate geen beroep kon aantekenen. Nassim heeft autisme en was helemaal ontredderd door het onaangekondigde politieoptreden, het vervoer en de verschillende overbrengingen. Uit ons onderzoek bleek dat politie en DVZ vooraf geen rekening hielden met de impact van een onaangekondigd politieoptreden en een transfer op een kind met autisme. Toch hadden ze daarover de nodige informatie. Door het gezin toe te wijzen aan een open terugkeercentrum kwam ook Nassims recht op onderwijs in het gedrang. De begeleiding bij zijn schooltaken liep moeilijk in het nieuwe centrum en hij kreeg eetproblemen. Het centrum meldde dat de ondersteuning door de medische dienst ontoereikend is. Het was in zijn belang geweest dat hij zolang mogelijk naar zijn vertrouwde school en therapeutisch centrum kon blijven gaan. Op onze vragen over de mogelijkheden voor een beroepsprocedure, over de begeleiding in het terugkeercentrum, over de termijn waarin de transfer naar Spanje kon plaatsvinden en de
120
toepassing van de soevereiniteitsclausule kregen we van de DVZ geen antwoord. ‘Standaard’ interviewtechniek voor jong, kwetsbaar kind? De voogd van Fawad (8) meldt dat zijn pupil door het CGVS verhoord werd met de ‘standaard’ interviewtechniek. Die hield volgens hem te weinig rekening met de kwetsbaarheid van het kind. We bekeken de normale criteria: een cultuursensitief interview om het verzoek te beoordelen, objectieve landeninformatie, verklaringen van familieleden en informatie uit sociale media. Het CGVS had de basisprincipes gerespecteerd: een goede relatie tussen interviewer en kind, duidelijke doelomschrijving, open vragen, een opgeleide interviewer met de nodige communicatietools, een gefaseerde interviewmethodiek. De kwetsbaarheid van Fawad zat meer in zijn erg jonge leeftijd en in het gebrek aan andere bronnen dan in wat hij zelf vertelde. Dat maakt dat de beoordeling alleen kon gebeuren op basis van zijn verhaal en van de internationale rapporten over de veiligheidssituatie in zijn land van herkomst. Verklaringen van familieleden of informatie uit sociale media waren er niet. Ook een inschatting van zijn maturiteits- en ontwikkelingsniveau, zijn herinneringsvermogen en van andere kwetsbaarheden, staan niet vermeld. De interviewer maakte geen gebruik van aangepaste methodieken voor kinderen en extra kwetsbare asielzoekers: de duplomethodiek met poppetjes, muurpanelen of tekenmateriaal om het verhaal duidelijker te krijgen. Contact met het CGVS leerde dat er door coronamaatregelen beperkingen waren voor de manier van interviewen. Voor verdere bedenkingen werden voogd en pupil verwezen naar de beroepsprocedure bij de RvV. Niet echt gedomicilieerd bij vader Een consulente van een ondersteuningscentrum jeugdzorg (OCJ) meldt: ‘Ik begeleid twee minderjarige meisjes die onlangs een brief kregen dat ze het land moeten verlaten omdat hun biologische vader niet bij hen gedomicilieerd is. Die vader heeft een tweede vrouw met vier kinderen, maar die aanvaardt de kinderen van zijn eerste vrouw niet. Daarom huurt de vader twee huizen. De twee minderjarige meisjes wonen bij hun zus van 19. En daarom werd het gezin aangemeld bij het OCJ. Wij hebben daar familiehulp opgestart om de drie zussen te ondersteunen.
↑ Inhoudstafel
Toen ze hun identiteitskaarten vernieuwden, stelde de gemeente vast dat de kinderen niet bij hun referentiepersoon wonen. Het meisje van 12 kreeg ondertussen al een uitwijzingsbevel. Eind deze maand zijn de identiteitskaarten van de andere zussen (13 en 19) ook aan vernieuwing toe. Nu krijgt de meerderjarige zus nog een leefloon maar dat zal ze eind deze maand verliezen. Vanuit het OCJ moeten we vooral naar de minderjarige kinderen kijken. Zodra die op straat komen, zullen de minderjarige zussen in crisisopvang geplaatst moeten worden.’ Het Kinderrechtencommissariaat onderzoekt momenteel hoe de beslissing rekening hield met de oorzaak, de aard van de gezinsband, de duur van het verblijf in België en de banden met het land van herkomst. Het is bedenkelijk dat de kinderen gestraft zouden worden voor een keuze waar zij niet verantwoordelijk voor zijn. Er is nog geen duidelijkheid over het gewicht dat die factoren kregen. Vader in gevangenis Hakima schreef ons een brief over haar vader die in de gevangenis zit. De man zal het land uitgezet worden: ‘Op mijn 19 jaar kreeg ik net mijn leven op de rails. Ik ga weer naar school en wil graag verder studeren. Nu is dat allemaal niet meer haalbaar als mijn vader hier niet is. Hij regelde thuis alles financieel samen met mama, en hij ging elke dag werken van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Hij was er voor de kinderen en voor mama. Samen spraken ze af wie kookt als we terug zijn van school. Ze waren er voor ons, voor de kinderen. Geef mijn papa alstublieft een kans om zijn vaderschap te kunnen opnemen. Hij heeft nog twee minderjarige kinderen en ook mij en mijn tweelingbroer die met mijn vader een garage wil openen. Het is moeilijk om dat alleen te doen.’ Een andere vader kreeg bij zijn uitwijzing te horen dat zijn kinderen hem altijd kunnen gaan bezoeken in zijn land van herkomst en dat ze ook via Zoom contact kunnen houden. Het Kinderrechtencommissariaat kan niet tussenbeide komen in individuele gerechtsdossiers, maar we bespraken met de advocaten wel de kijk van deze kinderen op de uitwijzing van hun vader en wat dat betekent vanuit kinderrechtenperspectief. Naast de gebruikelijke afweging tussen individuele en maatschappelijke belangen, moeten hier ook de belangen van de kinderen in de weegschaal
liggen. Het verhaal van Hakima kan zo een plek krijgen in de argumentatie van de advocaat. Het Kinderrechtencommissariaat vraagt DVZ, CGVS en RvV om bij maatregelen of beslissingen die een impact hebben op kinderen en jongeren het belang van het kind in acht te nemen, te bepalen en te beoordelen. Dat kan door in elke situatie uit te zoeken wat relevant is in een belangenbeoordeling en dat concreet in te vullen. Dat zou niet alleen de kwaliteit van maatregelen, beslissingen en procedures vooruithelpen. De diensten zouden ook grotendeels tegemoetkomen aan de geciteerde klachten van kinderen en jongeren, professionals en middenveldorganisaties. Een mooi voorbeeld kregen we van het CGVS dat een uitgebreide enquête deed bij jongeren naar hun beleving van het video-interview. Op basis van de antwoorden werd de methodiek aangepast.
3.3. Verblijfsstatuut van buitenlandse minderjarigen in de jeugdhulp kan niet wachten 18 en bevel om het grondgebied te verlaten We kregen verschillende meldingen over buitenlandse jongeren met een precair verblijfsstatuut in de jeugdhulp. 12 jaar zonder toekomst Vigo (17) is wegens betrokkenheid bij een jeugddelict in begeleiding bij een dienst voor herstelgerichte en constructieve afhandeling (HCA). Die meldt ons: ‘Vigo zegt dat hij met de verkeerde jongens begon op te trekken. Daar heeft hij nu spijt van. Maar soms wordt het hem allemaal te veel want hij heeft een zware rugzak. Zijn hele migratietraject valt hem zwaar. Niet verhuizen op zich, maar het gevoel van onrecht is moeilijk te plaatsen. Sinds hij vijf jaar is, is hij al weg uit zijn land van herkomst. Hij herinnert er zich weinig van. Zijn verblijf in België was sindsdien overleven in onzekerheden: altijd maar wachten op papieren, negatieve beslissing, in beroep gaan. Uiteindelijk moest hij met zijn gezin het land verlaten. Ondertussen had hij er ook een broer bijgekregen (nu 12 jaar). Ze probeerden tevergeefs om medische redenen een verblijfstatuut te krijgen want hun ouders zijn allebei seropositief.
Deel 3 Waar knelt het?
121
Dat lukt ook niet. Al die jaren zitten Vigo en zijn familie met onzekerheden. Hij is bang dat hij plots weg moet en dat hij 18 wordt en niet weet hoe hij met alles in orde kan zijn. Hij weet dat hij als hij 18 wordt zelfstandig moet zijn en minder op zijn familie kan rekenen. Er is niet veel geld. Dat maakt dingen zoals school moeilijk. Ook dat hij geen papieren heeft, zorgt voor stress. Zijn ouders zijn ziek en hebben het moeilijk. Hij ziet ze lijden en weet niet meer wat gedaan. Zijn jongere broer en hij kennen het land van zijn ouders niet. Vigo doet zijn best op school, helpt zijn ouders en zijn broer. Hij is niet agressief, maar zit vol angsten en onzekerheden. Eigenlijk valt dit buiten de kunde en de bevoegdheid van onze HCA-dienst, maar we kunnen moeilijk geen aandacht geven aan de situatie.’ We namen contact op met Vigo en met de advocaat van zijn ouders. Vigo bezorgde ons een brief met zijn getuigenis over leven zonder papieren. Daarin zegt hij hoe het weegt dat hij geen toekomstperspectief heeft en hoe graag hij zijn opleiding wil afmaken. Ook zijn begeleiders maakten een verslag en samen met onze platformtekst voegde de advocaat die informatie als extra elementen bij de laatste regularisatieaanvraag. Een advocaat zegt dat hij in zijn praktijk regelmatig op jongeren stuit die met een precair verblijfsstatuut in de jeugdzorg belanden. Aan dat verblijfsstatuut wordt soms weinig gedaan terwijl jongeren geplaatst zijn. Op hun 18e verjaardag of kort daarna leidt dat vaak tot een pijnlijke verrassing: een bevel om het grondgebied te verlaten of je moeten melden bij een open terugkeercentrum. Kortom: ze moeten het land uit. Veel jeugdadvocaten zijn te weinig vertrouwd met vreemdelingenrecht en hebben vaak niet de reflex om zich ook te buigen over de verblijfssituatie van de minderjarige. Het blijkt te gaan om kinderen en jongeren in verschillende situaties. In de erg verschillende situaties zien we wel vaak dezelfde groepen terugkeren: _
_
122
Niet-begeleide minderjarige vreemdelingen van wie de voogd of de advocaat te weinig bezig is met de verblijfssituatie. Niet-begeleide Europese minderjarigen: Zij krijgen standaard geen voogd toegewezen. Behalve als de minderjarige bij de DVZ aangemeld wordt als slachtoffer van mensenhandel en mensensmokkel of als de dienst Voogdij ze als kwetsbaar beschouwt. Anders hebben ze geen voogd en moeten ze zelf hun verblijfssituatie regelen.
_
Begeleide minderjarige vreemdelingen volgen in principe het verblijfsstatuut van hun ouders, maar: > Soms doen die ouders te weinig om het verblijfsstatuut in orde te brengen. > Kinderen kunnen ook individuele gronden voor internationale bescherming hebben (los van hun ouders). > Soms krijgen ouders een humanitaire regularisatie, maar niet hun kinderen in de jeugdhulp, omdat die niet bij hen wonen of omdat de ouders niet de nodige documenten voor de kinderen in orde brachten. > Ouders en kinderen kunnen ook tegenstrijdige belangen hebben. Denk aan geplaatste kinderen van wie de jeugdrechter oordeelde dat ze in een verontrustende opvoedingssituatie zitten. Wat als hun ouders terug moeten naar het land van herkomst? Soms is er al jaren geen band meer met biologische ouders of spreken ze hun moedertaal niet meer.
Hun verblijfsstatuut regelen, duurt soms te lang omdat een voogd of een ouder niet genoeg bezig is met de verblijfssituatie. Ook jeugdhulp denkt er niet meteen aan, want er zijn andere prioriteiten als een jongere geplaatst wordt. Op 18 jaar duiken de problemen dan op.
Mogelijke pistes Het Kinderrechtencommissariaat zocht naar pistes om het precaire verblijfsstatuut van buitenlandse jongeren zo vroeg mogelijk onder de aandacht van jeugdhulp te brengen. Er kan veel meer gerealiseerd worden vóór de achttiende verjaardag dan daarna. We maakten onze bezorgdheden en voorstellen ook over aan het agentschap Opgroeien. Zij waren bereid om na te gaan wat mogelijk was in overleg met de dienst Voogdij.
Registratie: extra velden bij elektronische dossiers Bij elektronische dossiers voor jeugdhulpverlening staat alleen het veld ‘nationaliteit’. Betere monitoring zou kunnen met een extra veld over het actuele verblijfsstatuut van de minderjarige en een extra veld dat zegt of de buitenlandse minderjarige begeleid is of niet. _ Als hij begeleid is, moet naar de verblijfssituatie van de ouders gekeken worden (en of ouders ermee bezig zijn, of ze tegenstrijdige belangen hebben, of er een individuele procedure nodig is). _ Als hij niet begeleid is, is de vraag of hij wel of geen voogd toegewezen kreeg.
↑ Inhoudstafel
Die extra velden hebben dan een knipperlichtfunctie: bij buitenlandse jongeren die onder jeugdhulp vallen, zie je meteen hoe het staat met hun verblijfsstatuut en wie ermee bezig is. Door de registratie komt er ook een duidelijker zicht op de groep: hoeveel en welke minderjarigen in de jeugdhulp hebben een precair verblijfsstatuut?
Wie doet de monitoring? Vraag is natuurlijk wie het verblijfsstatuut van die jongeren nagaat. En als er knipperlichten gaan branden: wie dat opneemt als er nog niemand mee bezig is. Pleegouders of jeugdhulpverleners zijn niet de aangewezen personen om het verblijfsstatuut van buitenlandse minderjarigen in orde te brengen, een advocaat te zoeken en een procedure op te starten. Een piste is misschien om voor die jongeren toch nog een voogd met een exclusief mandaat voor verblijf aan te stellen. Kan de dienst Voogdij daar iets betekenen? Een extra aanbod van Jeugdhulp is een andere optie. Kan iemand bij het agentschap Opgroeien of samen met Pleegzorg Vlaanderen de monitoring op zich nemen? Daarover is overleg nodig om dit snel concreet vorm te geven zodat minder jongeren in zo’n situatie terechtkomen.
goede band heeft. Als het op gewone gezinshereniging aankomt, is die biologische band een van de belangrijkste criteria. Maar als er al een stiefmoeder in België is, is die biologische band van geen tel meer, ook al is er geen relatie meer met de stiefmoeder. Het contactverbod met de vader volstaat voor de DVZ niet om vast te stellen dat de jongen hier niemand meer heeft.
3.4. Niet-begeleide minderjarigen Maghrebijnse straatkinderen Verontrustende signalen
Begeleid op papier, niet begeleid in realiteit
Het lot van niet-begeleide buitenlandse straatkinderen staat al lang hoog op onze agenda. We blijven verontrustende signalen en meldingen krijgen over Maghrebijnse kinderen die op straat leven, rondzwerven en geregeld delicten plegen. Ze zitten in Brussel, maar verplaatsen zich evengoed naar andere delen van België. Er bereikten ons ook signalen uit Antwerpen, Gent, Kortrijk en kustgemeenten en -steden. Hun jonge leeftijd valt op: wel vaker tussen 9 en 14 jaar. Er zijn indicaties dat ze slachtoffer zijn van geweld en mensenhandel. Sommigen werden ook seksueel misbruikt. Vaak zijn ze nog verslaafd ook.
Niet voor alle jongeren is het even duidelijk of ze begeleid dan wel onbegeleid zijn. Geplaatste jongen mist mama in Palestina Een multifunctioneel centrum (MFC) schrijft ons over een jongen van 17 jaar. Hij kwam naar België met zijn vader en zijn stiefmoeder. Zijn biologische moeder bleef in Palestina. Vader scheidde van de stiefmoeder en kreeg contactverbod met zijn zoon. Na een crisis bij de stiefmoeder werd de jongen geplaatst in het MFC. De jongen mist zijn biologische moeder enorm. Hij wil haar terugzien.
Ingebroken om aan eten te komen Dit weekend liet de politie van Brussel mij als voogd van een NBMV weten dat mijn pupil (11) ’s nachts ingebroken had in een nachtwinkel in Sint-Gillis, samen met twee andere kinderen van 11. De drie kinderen werden slapend gevonden in de kelder van het gebouw. De politie zei me dat ze de inbraak gepleegd hadden om aan eten te komen. Twee dagen later werden de twee andere jongeren naar een opvangcentrum van Fedasil gebracht. Daar liepen ze dezelfde avond weer weg.
We raadden het MFC aan om contact op te nemen met een jurist van het CAW om te onderzoeken of een humanitair visum kan. Wie een bijzondere band heeft met een vreemdeling met legaal verblijf in ons land, kan daarvoor in aanmerking komen. Het speciale in dit geval is dat de jongen wel nog een biologische moeder heeft in Palestina, met wie hij een
Die jongeren komen dus in contact met hulpverleners en met de politie. Er wordt gezocht naar oplossingen, maar dat is niet eenvoudig. Er zijn heel wat hinderpalen om die kinderen en jongeren te bereiken. Zo is er vooral te weinig coördinatie tussen hulpverlenende organisaties en tussen hulpverlening en politie. Daarnaast is de hulpverlening niet aangepast aan de complexe problematiek van die jongeren. Zelf vragen ze weinig tot geen hulp. Deel 3 Waar knelt het?
123
Versterkte samenwerking nodig om buitenlandse straatkinderen op te vangen en te beschermen tegen geweld In november 2020 formuleerde het Kinderrechtencommissariaat een advies om aandacht te vragen voor niet-begeleide buitenlandse straatkinderen. Dat advies is het resultaat van verschillende rondetafels die we samen organiseerden met de Délégué général aux droits de l’enfant en met mensen uit hulpverlening, administratie, politie en justitie. Vanuit kinderrechtenperspectief formuleerden we aanbevelingen om de samenwerking tussen diensten te versterken en om kwetsbare buitenlandse straatkinderen effectief op te vangen en te beschermen tegen geweld: _ Zorg voor coördinatie Bepaal wie de coördinatie op zich neemt. Niet alleen om een gepast hulpaanbod te realiseren, maar ook in contacten met politie en gerecht als de kinderen delicten plegen of slachtoffers zijn van mensenhandel. Bepaal ook welke minister en welke administratie aanspreekpunt is voor het dossier van de straatkinderen. En werk sectoroverschrijdend samen aan een kader om elkaar toch minstens informatie door te geven in het belang van de jongeren. Dossieropbouw en centrale bundeling van gegevens is onmisbaar. _ Streef naar hulpverlening die de connectie met die kinderen en jongeren kan vasthouden Stel voor al die kinderen en jongeren een voogd aan uit het arrondissement waarin ze verblijven. Die kan informatie bundelen en aanspreekpunt zijn voor alle diensten die in contact komen met de jongeren. De voogd als trajectbegeleider die alles kan volgen. Stel ook een pool aan van gespecialiseerde voogden die al expertise hebben met deze doelgroep. Ondersteun die voogden en leid ze op. Centraliseer de dossiers van de Brusselse straatkinderen bij één pool van voogden uit Brussel. Er moet ook een laagdrempelig inloopcentrum komen, waar die jongeren terechtkunnen om te eten, te douchen, te slapen of als ze 124
een vraag hebben of iets nodig hebben. Zorg dat die kinderen en jongeren een vertrouwensband kunnen opbouwen via interculturele bemiddelaars, jongerenwerkers, straathoekwerkers, ex-straatjongeren die dezelfde taal spreken en de cultuur begrijpen. Vanuit die vertrouwensband kun je dan verder werken om die jongeren een hulpverleningstraject te laten aanvaarden. Er is ook familiale bemiddeling nodig, zodat de familie mee kan zorgen voor het kind. Werk ook een aangepast residentieel aanbod uit voor kinderen die nog geen 15 jaar zijn. Het huidige residentiële aanbod is niet aangepast. Tot slot is er heel wat expertise in het buitenland die we moeten benutten, zoals belangrijke sleutelfiguren en organisaties en good practices. _ Richt een projectgroep Maghrebijnse straatkinderen op Minstens voor een duidelijk afgebakende groep, zoals jongeren die nog geen 15 zijn en met een duidelijk mandaat. De projectgroep centraliseert de dossiers, werkt aanklampend en met casemanagement een hulpverleningstraject uit voor de jongeren. Voorzie ook een draaiboek. Op basis van de ervaringen van de projectgroep kunnen er concrete beleidsaanbevelingen volgen voor de toekomst. Agendeer dit probleem op Europees niveau Omdat die jongeren zich verplaatsen in verschillende Europese lidstaten en ze ook daar met gelijkaardige vragen en uitdagingen zitten, moeten we op Europese niveau ervaringen uitwisselen en nadenken over een plan van aanpak. Kinderrechtencommissariaat, Advies Nood aan een versterkte samenwerking om buitenlandse straatkinderen opvang te bieden en te beschermen tegen geweld, 2020-2021/03, kinderrechtencommissariaat.be/sites/default/files/ bestanden/advies_2020_2021_03_maghrebijnse_ straatkinderen.pdf
Eind maart 2021 schreven we een brief aan de staatssecretaris van Asiel en Migratie en de minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding. We vestigden eens te meer de aandacht op de niet-begeleide buitenlandse straatkinderen. Uit onze contacten bleek dat er wel geprobeerd werd om signalen, informatie en expertise te delen in overlegmomenten en om ad-hocoplossingen uit te werken, maar dat is niet genoeg. Signalen raakten niet genoeg gebundeld en expertise raakte niet altijd
↑ Inhoudstafel
gedeeld. We hoorden van hulpverleners dat de toestand van de erg jonge kinderen zienderogen achteruitgaat. We drongen er opnieuw op aan om zo snel mogelijk een gecoördineerde aanpak uit te werken over beleidsdomeinen heen en een werkgroep op te richten met een duidelijk mandaat om samen met de juiste partners een oplossing te zoeken voor de individuele situaties: individuele dossierregie en -opvolging, expertisedeling, netwerkvorming met straathoeken andere werkingen, monitoring van de groep en visieontwikkeling over hun problematiek. We kaartten het probleem nog eens aan in april 2021 op een overleg van de werkgroep ‘verdwijningen NBMV’ die focust op de Maghrebijnse straatkinderen. Ook de procureurs van Brussel en Vilvoorde werden aangeschreven.
Heel wat in beweging maar vooral ad hoc, nog altijd wachten op afstemming en coördinatie Ondertussen zijn er al wat hordes genomen. Zo zijn er op het terrein al organisaties die de doelgroep daadwerkelijk bereiken. Begin juli kwam er ook een inloopcentrum voor de primaire behoeften van alle straatkinderen, Macadam. Het sluitstuk, genoeg crisisopvang, staat zeker nog niet op punt.
Er wordt momenteel vooral ad hoc gezocht naar opvangplaatsen. Het blijft ook nog altijd zoeken naar onderlinge afstemming en coördinatie. De minister van Justitie zegt dat er een voogdenpool straatkinderen komt en organiseert een opleiding in 2021. Samen met de staatsecretaris voor Asiel en Migratie denkt hij na over een protocolakkoord over de vrijwillige terugkeer van Marokkaanse niet-begeleide minderjarigen. Er was al contact met de Marokkaanse verbindingsmagistraat. De overeenkomst moet de identificatie van niet-begeleide minderjarigen en de opsporing van familieleden vergemakkelijken in samenwerking met de Marokkaanse autoriteiten. De terugkeer van een niet-begeleide minderjarige naar familie of een voorziening in Marokko kan alleen als er garanties zijn, zoals de lokalisatie en identificatie van de ouders in Marokko, de toestemming van de ouders en de garantie dat de minderjarige er de juiste steun en zorg krijgt. De staatssecretaris voor Asiel en Migratie bekijkt momenteel samen met de Vlaamse en Franstalige gemeenschap of er een aanbod kan komen voor de doelgroep in Brussel. Ook het kabinet van de minister van Welzijn, Gezin, Volksgezondheid en Armoedebestrijding bekijkt wat er mogelijk is om tegemoet te komen aan de noden van de Maghrebijnse straatkinderen.
Deel 3 Waar knelt het?
125
Groeipakket voor NBMV, jonger dan 12 jaar: wachten op ministerieel besluit Groeipakket discrimineert NBMV die nog geen 12 zijn Ik diende beroep in tegen de weigeringsbeslissing van de uitbetaler van het groeipakket voor de NBMV van wie ik voogd ben. De Vlaamse overheid heeft de toekenningsvoorwaarden voor NBMV gedefinieerd op zo’n manier dat kinderen die nog geen 12 zijn louter op basis van leeftijd gediscrimineerd worden. Mijn opdracht als voogd verplicht me om alle passende maatregelen te nemen zodat de minderjarige de overheidshulp krijgt waar hij recht op heeft. Daarom informeer ik ook de kinderrechtencommissaris hierover om vanuit haar opdracht dit dossier te evalueren en eventueel actie te ondernemen. We kregen verschillende meldingen van voogden die problemen hadden om het groeipakket aan te vragen voor NBMV die nog geen 12 jaar zijn. Een blik op de regelgeving maakt duidelijk waarom. Om als NBMV het recht op een groeipakket te openen, geldt het principe van een stabiel verblijfsrecht: meer dan drie maanden. NBMV die erkend zijn als vluchteling, als subsidiair beschermde of gemachtigd tot verblijf op grond van de bijzondere verblijfsprocedure krijgen het groeipakket automatisch. Op dat principe kwam er een uitbreiding: NBMV voldoen ook aan die voorwaarde als ze in België verblijven met een attest van immatriculatie (AI). Dat heeft het voordeel dat niet alleen verzoekers om internationale bescherming in aanmerking komen, maar ook minderjarigen die de procedure voor verblijf als slachtoffer van mensenhandel opstarten of NBMV die in de bijzondere verblijfsprocedure zitten. Alleen krijgen minderjarigen onder de 12 jaar geen AI. De uitbetalers van het groeipakket interpreteren die uitbereiding letterlijk en beperkend: wie geen AI heeft, heeft ook geen recht op een groeipakket. Dat was niet de bedoeling. De wetgever wilde aan elke NBMV in procedure het recht geven op een groeipakket zonder kinderen onder de 12 jaar uit te sluiten. Navraag bij de dienst Voogdij en het agentschap Integratie en Inburgering leert dat het probleem ook daar op de radar staat en dat ze het al vaak aankaartten bij de verschillende diensten, zonder dat er verandering kwam. We namen ook contact op met het agentschap Opgroeien, dat op de hoogte was van het manco en het met het kabinet zou bespreken. Na een analyse van het groeipakket besliste de Vlaamse Regering uiteindelijk om de lacune weg te werken. Het 126
AI wordt vervangen door een attest van de voogd of voogdijdienst. Op basis van die aanpassing kunnen alle NBMV in de procedure of hun voogd het recht op groeipakket openen. Toch blijft het nog wachten voor NBMV onder de 12 in een procedure. Zij worden momenteel wel erkend als rechthebbende, maar krijgen nog altijd niets. Een ministerieel besluit moet daar verandering in brengen.
Leeftijdsschattingen NBMV Voor jongeren die beweren dat ze minderjarig zijn en van wie de dienst Voogdij of een bevoegde overheid twijfelt aan hun leeftijd of bij gebrek aan een geboorteakte, gebruikt België een drievoudige medische test: pols, gebit en sleutelbeen. De uitkomst van de test houdt rekening met de laagste leeftijd. Tegen het resultaat van de test kan de jongere binnen 60 dagen in beroep gaan. Dat annulatieberoep kan lang duren en is niet opschortend: ondertussen wordt de jongere dus als meerderjarig beschouwd en behandeld. Op die medische leeftijdstest is er veel kritiek. Zo zijn er bezwaren over de gezondheidsrisico’s door straling, de interpretatie van de foto’s en de nauwkeurigheid van de test. De twijfels over de test versterken ons pleidooi om de test niet standaard te gebruiken en om de procedures om de leeftijd te schatten, te herzien en te verfijnen. We kregen verschillende klachten van jongeren die zeggen dat het resultaat van hun leeftijdstest niet klopt. Ze drukken hun ongenoegen en ongeloof uit en vinden dat het gebruik van de tripletest geen rekening houdt met hun rechten als kind. Ze twijfelen over de waarheidsgetrouwheid van de test zelf en betwisten de manier waarop België de leeftijd van NBMV bepaalt. ‘Test is unjust and unfair’ We kregen enkele brieven van jongeren uit een opvangcentrum: ‘I don’t know how to write a formal letter but I want to say that I’m 15 years old and a test claimed I’m 20. This is unjust and unfair. There are many boys with this same problem. We have gone through many difficulties and then we face this problem. We are actually minors and I don’t want this to happen to upcoming boys. I have many things to say but I cannot.’ Als je meerderjarig verklaard wordt, heeft dat een grote impact. Niet alleen krijg je dan geen voogd, het maakt je plots ook jaren ouder. Bovendien wordt een asielaanvraag na zo’n test anders bekeken omdat de jongeren ‘gelogen’ hadden over hun leeftijd. De
↑ Inhoudstafel
effectieve toegang tot bescherming komt in gevaar, jongeren worden mogelijk overgedragen naar een ander land, verdere verblijfsaanvragen worden moeilijker, toegang tot onderwijs wordt moeilijker, recht op opvang kan in vraag gesteld worden, toegang tot gezondheidszorg wordt beperkt tot het uiterst noodzakelijke en de jongeren zijn niet langer beschermd tegen mogelijke detentie. Dat gaat vaak ook samen met een impact op de geestelijke gezondheid en de identiteit. De parketten hanteren niet altijd dezelfde leeftijd als de dienst Voogdij. Zo komt het voor dat de dienst Voogdij voor jongeren een voogd aanstelt die bij een voorleiding niet mag meegaan met zijn jongere.
Een bankrekening openen als nietbegeleide minderjarige Van verschillende voogden hoorden we dat er regelmatig problemen zijn als ze een bankrekening willen openen voor hun jongeren. Radeloze voogd Als voogd van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen heb ik de plicht om voor al mijn pupillen een bankrekening te openen om het groeipakket te krijgen en te beheren. Er zijn banken die zich lijken af te sluiten en geen afspraken willen maken om zo’n rekening te openen. Op al mijn verzoeken volgt er een automatisch antwoord met de belofte dat de bank contact zal opnemen, maar dat gebeurt nooit. Een telefoonnummer bemachtigen van een bankkantoor is onmogelijk, en als je dan toch iets vindt, zijn alle excuses goed: het telefoonnummer is niet meer in gebruik of alle medewerkers zijn in gesprek. Ik ben een radeloze voogd. Navraag bij de dienst Voogdij leert dat dat een herkenbaar signaal is. Voor hun groeipakket hebben NBMV een bankrekening nodig. Sommige bankfilialen krijgen enorm veel vragen om een rekening te openen. Meer dan anders moeten ze dringende mails beantwoorden doordat er sinds corona geen normale openingstijden zijn en alles op afspraak moet. Andere banken weigeren een afspraak of bankrekening als iemand geen identiteitskaart heeft. Globaal blijft het beeld genuanceerd: sommige voogden zijn tevreden over de service, maar er blijven toch klachten komen. Er zijn ook verschillen tussen de verschillende banken en verkooppunten.
Het Kinderrechtencommissariaat overlegt verder met Febelfin dat de banksector al duidelijke richtlijnen gaf over de identiteitsvoorwaarden.
3.5. Begeleide minderjarigen Kinderen van Palestijnse vluchtelingen die geboren zijn in België wachten op Belgische nationaliteit Is Palestina een staat? Als twee staatloze ouders in België een kind krijgen, krijgt dat kind de Belgische nationaliteit. Dat staat te lezen in artikel 10 van het Wetboek Nationaliteit. Of kinderen van Palestijnse vluchtelingen de Belgische nationaliteit krijgen, hangt onder meer af van de vraag: is Palestina een staat? De FOD Justitie vindt alvast van niet, want België erkent de Palestijnse staat niet. Volgens die logica zouden kinderen van Palestijnse vluchtelingen die in België geboren zijn, de Belgische nationaliteit krijgen. Maar sinds enkele jaren beschouwen heel wat Vlaamse rechtbanken en het Openbaar Ministerie Palestina wél als staat en krijgen kinderen van Palestijnse vluchtelingen dus niet de Belgische nationaliteit. Kafka alom… De gemeente of de stad waar een staatloos kind geboren wordt, beslist over de toekenning van de Belgische nationaliteit op grond van artikel 10. In de praktijk gebeurt het vaak dat zij advies vragen bij het Openbaar Ministerie of de FOD Justitie. Maar net die twee houden er een andere mening op na. Het Openbaar Ministerie erkent Palestijnen niet meer als staatloos, de FOD Justitie wel. Daardoor worden in sommige gemeenten en steden kinderen van Palestijnse ouders Belg, in andere niet. Willekeur. Het Kinderrechtencommissariaat kreeg verschillende klachten van Palestijnse vluchtelingen met een kind dat in België geboren werd. Wij staatloos en onze dochter niet? Mijn dochter is vandaag 1 jaar en als identiteitsbewijs heeft ze alleen dit kleine verzekeringspapiertje. Dat wordt ‘onbepaald’ genoemd in officiële transacties. De gemeente wil haar het Belgisch staatsburgerschap niet toekennen, omdat ze Palestina als een erkende staat beschouwt. Terwijl we als Palestijn in België in onze interacties met de overheid telkens beschouwd worden als mensen met een onbepaalde identiteit, als staatloos.
Deel 3 Waar knelt het?
127
De gemeente steekt zich weg achter een advies van de procureur-generaal die zegt dat Palestina wel een staat is. Terwijl de Belgische wet van decennia geleden mijn dochter de Belgische nationaliteit zou geven, doordat Palestina een niet-erkende staat is - zoals in het grootste deel van Europa. De gemeente negeert dus het advies van het ministerie van Justitie om mijn dochter het Belgisch staatsburgerschap te geven, maar volgt in plaats daarvan het advies van de procureurgeneraal. Wij voelen onrecht, zeker omdat Palestijnse kinderen in Staden, in Veurne en in andere provincies wél Belg kunnen worden. En dat terwijl wij ons inspannen om alle wettelijke en morele verplichtingen in België na te leven, zonder bewuste vertragingen, in een land waarin we leven en met zijn vriendelijke mensen. In maart volgde een bericht van de procureur dat hij alle dossiers over kinderen van ouders met een Palestijnse oorsprong on hold zet. Zonder einddatum.
Kinderen van hongerstakers in Brussel Het Kinderrechtencommissariaat volgde met grote bezorgdheid de situatie van de hongerstaking aan de campussen van VUB en ULB en in de Brusselse Begijnhofkerk. We vernamen dat één minderjarige af en toe zijn moeder in de kerk bezocht. En dat er onder de hongerstakers ouders waren van kinderen die opgroeien in België. Die kinderen verbleven niet op de campussen of in de kerk. We waren bang dat er bij de hongerstaking kinderen betrokken waren die hun ouders onherstelbare schade zagen oplopen of zelfs konden verliezen. Het kan natuurlijk nooit in het belang van de kinderen zijn om door de hongerstaking één of beide ouders te verliezen en zo terecht te komen in een jeugdhulpvoorziening. We probeerden daarom zicht te krijgen op het aantal ouders maar dat was moeilijk. Wij schreven op 13 juli 2021 een brief aan de minister van Welzijn, Gezin, Volksgezondheid en Armoede en aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie. We spraken onze grote bezorgdheid uit en vroegen hoeveel moeders en vaders van minderjarige kinderen betrokken waren bij de actie. Waren deze kinderen en jongeren op de hoogte van wat er met de ouders aan de hand was? Communiceerden ze met deze kinderen? We polsten ook naar de maatregelen die ze al troffen om
128
te anticiperen op een eventuele slechte afloop. We waren ons bewust van de druk rond het dossier. Maar het is de taak van het Kinderrechtencommissariaat om te wijzen op de belangen en rechten van minderjarigen. We drongen aan op monitoring en begeleiding van de kinderen en om te blijven zoeken met de gezinnen naar structurele oplossingen. Ten slotte verwezen we naar onze platformtekst ‘Een toekomst voor kinderen en jongeren zonder papieren’ Kinderrechtencommissariaat, platformtekst Een toekomst voor kinderen en jongeren zonder papieren, kinderrechtencommissariaat.be/sites/default/files/ bestanden/platformtekst.pdf
Het kabinet van de Staatssecretaris voor Asiel en Migratie liet weten aandacht te hebben voor de kinderen en jongeren. Zo konden kinderen opgevangen worden in een veilige omgeving. Kinderen gingen ook naar school. Daarnaast komt er een informatiepunt om beter zicht te krijgen op de hongerstakers en dus ook op de kinderen en jongeren. Daarnaast zou het kabinet de aanwezigheid van minderjarige kinderen in aanmerking nemen bij de behandeling van individuele regularisatieaanvragen.
Crisis in Kaboel Verschillende gezinnen namen contact met ons op na de machtsovername door de taliban in Kaboel op 16 augustus 2021. We bezorgden namen, telefoonnummers en whatsappgegevens van de ouders aan de FOD Buitenlandse Zaken. Het Nationaal Crisiscentrum, de Belgische ambassade in Islamabad (Pakistan) en het kabinet van de minister van Buitenlandse Zaken bereidden toen de terugkeer voor van de landgenoten. Voor één gezin liep die terugkeer erg moeilijk. Ze bleven achter in Kaboel nadat op 24 augustus 2021 de Belgische repatriëringen gestopt waren. Een schooldirecteur schreef ons daarover: Ik heb hier een leerkracht van wie een leerlinge, Afida, vast zit in Afghanistan. Afida had normaal vrijdag een terugvlucht maar die is geannuleerd. Het gezin verblijft nu in Kaboel. Tot gisteren had onze school contact maar de internetverbinding en telefoonverbinding zijn nu onderbroken. Hun minderjarige zoon is hier alleen in België gebleven en is natuurlijk heel ongerust. Kunnen jullie aub verder helpen? Omdat het gezin niet meer tot in de luchthaven van Kaboel raakte, moest het naar de dichtstbijzijnde Belgische ambassade, die van Islamabad in Pakistan.
↑ Inhoudstafel
Maar die was amper bereikbaar. Ook al stond het gezin op de lijst van achtergebleven landgenoten, toch kreeg het maar erg moeilijk persoonlijk advies. Afida en haar ouders hadden vragen over welke grensovergang ze konden gebruiken, over de documenten om Afghanistan uit en Pakistan binnen te komen. Uiteindelijk kon een medewerker van de ambassade in contact komen met het gezin om ze te adviseren en de nodige documenten te geven. Afida landde op 1 september op Melsbroek en zat vanaf 2 september weer bij haar juf in de klas. De situatie in Afghanistan roept voor de toekomst veel vragen op over hoe de aanvragen tot gezinshereniging behandeld zullen worden.
Levens on hold Asielprocedure blijft maar aanslepen en zolang krijg ik mijn zoontje niet te zien Amar is Syrische, Walid komt uit Libanon, maar het gezin woonde in Raqqa in Syrië, samen met Amars familie, toen ze eind 2015 vluchtten voor de oorlogsgruwel van IS. Omdat de route via Turkije te gevaarlijk was, gingen ze zoals de meesten via Libanon. Daar zijn grote vluchtelingenkampen: ‘Adam was 1 jaar en 9 maanden. De overtocht in het bootje vonden we te riskant. Daarom lieten we hem achter bij de moeder van Walid, een weduwe, met de belofte dat we hem snel zouden komen halen’, zegt Amar.
Soms wordt wachten uitzichtloos, vooral bij asiel en migratie. We zien het in de kampen aan de grenzen van Europa en in de complexe en langdurige procedures die kinderen op de vlucht moeten doorlopen. Adam woont al vijf jaar bij zijn grootmoeder in Beiroet, in afwachting van hereniging met zijn ouders. In augustus vorig jaar werd ook nog het huis van grootmoeder verwoest bij een ontploffing. Sindsdien zijn ze dakloos. Bovendien is de gezondheidstoestand van Adam zorgwekkend. De ouders van Adam dienden in december 2015 in België een aanvraag in voor internationale bescherming. Het negatieve antwoord daarop werd vernietigd door de RvV. Sindsdien was het gezin zonder antwoord, wat de advocaat bewoog tot een aanvraag voor een humanitaire regularisatie wegens de onredelijk lange asielprocedure. Ook op die vraag had het gezin eind september 2020 nog geen antwoord. Het Kinderrechtencommissariaat nam contact op met de DVZ die het dossier opnieuw indiende bij de directeur-generaal. Kort daarna kreeg het gezin een tijdelijke regularisatie zodat ze na vijf jaar werk kunnen maken van de volgende procedure: gezinshereniging.
Intussen zijn we ruim vijf jaar verder. ‘Onze asielprocedure blijft maar aanslepen. We werden in 2017 een eerste keer uitgenodigd voor een gesprek bij het Commissariaat-Generaal voor Staatlozen en Vluchtelingen. Dat is al erg laat in vergelijking met anderen. Maar onze papieren zijn nog altijd niet in orde. Ik begrijp het niet. We hebben alle inburgerings- en taalcursussen gevolgd. Mijn man werkt in een restaurant en ik in een Burger King. Mijn schoonmoeder heeft het Amerikaanse staatsburgerschap en kan probleemloos naar hier vliegen, maar ze hangt vast aan Adam, en hij heeft geen paspoort. Zelf kan ik als Syrische Libanon niet meer binnen.’
Deel 3 Waar knelt het?
129
130
↑ Inhoudstafel
4. Rechten van jongeren in contact met de wet 4.1. LIVC R-decreet heeft kinderrechtenbocht nodig
Zorg- en hulpverleners staan voor een patstelling die hun bestaansreden kan hypothekeren
Op 21 april 2021 stond het ontwerp van decreet over de Lokale Integrale Veiligheidscellen inzake Radicalisme, extremisme en terrorisme (LIVC R) op de agenda van de bevoegde commissie in het Vlaams Parlement. Het Kinderrechtencommissariaat schreef een advies bij het decreet. We maken er ons zorgen over. We pleitten voor een kinderrechtenbocht in het decreet.
Voor zorg en hulpverlening is een vertrouwensrelatie nodig. Maar tegelijk moeten hulpverleners volgens het decreet van meet af aan meegeven dat ze dat vertrouwen kunnen verbreken als ze mogelijke signalen van radicalisme zien. Zonder dat hulpvrager of hulpverlener weten waar de grenzen liggen van radicalisme en extremisme, want het decreet geeft geen duidelijke, nauwkeurige, voorspelbare definitie.
Kinderrechtencommissariaat, Advies LIVC R decreet heeft kinderrechtenbocht nodig, 2020-2021/11, kinderrechtencommissariaat.be/advies/livc-r-decreetheeft-kinderrechtenbocht-nodig
Kinderrechten onder spanning Het decreet zet veel kinderrechten onder spanning. Denk aan het recht op duidelijke, nauwkeurige, voorspelbare wetgeving, op privacy, op vrije meningsuiting, op identiteitsontwikkeling en op religie. Het decreet riskeert het recht op zorg- en hulpverlening van kinderen en hun ouders te ondermijnen.
Zorg en hulpverlening worden zwaar uitgedaagd Het LIVC R-decreet plaatst Vlaamse diensten, voorzieningen en organisaties die voor een casusoverleg in een LIVC R uitgenodigd kunnen worden, voor een moeilijke opdracht.
Essentiële vertrouwensrelatie tussen minderjarige en zorg- en hulpverlener komt onder druk Vertrouwen en geloof in geheimhoudingsplicht zijn de basis van preventie, zorg- en hulpverlening. Het casusoverleg schept juridisch wel een veilige context om het beroepsgeheim te kunnen schenden, maar biedt helemaal geen antwoord op het wantrouwen dat die schending kan teweegbrengen.
Er komt veel verantwoordelijkheid op de schouders van de deelnemers aan het casusoverleg in een LIVC R Het zijn de deelnemers die moeten waken over de doelstelling van een LIVC R. Zij moeten nagaan of hun rol en de verwerking van persoonsgegevens beperkt blijven tot de doelstelling van het LIVC R. Ze zijn allemaal individueel verwerkingsverantwoordelijke. Zal het draaiboek, dat het praktisch verloop van een LIVC R moet ondersteunen, alle mogelijke vragen van de deelnemers kunnen beantwoorden?
Verscherp de focus De directe link tussen de vele persoonsgegevens die verwerkt mogen worden en de doelstelling van het LIVC R, namelijk terroristische misdrijven voorkomen, is behoorlijk zoek. Vanuit de vrees dat het LIVC R-decreet de werking van zorg- en hulpverlenende organisaties onder druk zet, schoven we in ons advies verbeterpunten naar voren:
Kies voor een trapsgewijze aanpak voor minderjarigen Bespreek een casus van een minderjarige pas op een LIVC R als er in een verontrustende situatie duidelijk tekenen zijn van radicalisering. Zorg- en hulpverlenende diensten moeten tussenbeide komen vanuit het belang van het kind. Alleen uitzonderlijk mogen ze persoonsgegevens verwerken volgens de LIVC R-wet. Alleen uitzonderlijk is het te verantwoorden dat ze hun beroepsgeheim verbreken.
Deel 3 Waar knelt het?
131
Alleen bij duidelijke tekenen van extreme radicalisering met risico op een terroristisch misdrijf kan volgens ons een zorg- en hulpverlenende organisatie meewerken aan een casusoverleg.
Amendeer artikel 3 We pleiten ervoor om alle diensten, voorzieningen en gesubsidieerde organisaties met minderjarigen als doelgroep net als het jeugdwerk te beschouwen als residuaire categorie van mogelijke deelnemers. We vinden het pedagogisch onverantwoord om minderjarigen al van jongs af aan te benaderen als potentiële terroristen. Er schuilen veel risico’s in het vragen aan zorg- en hulpverlenende diensten om die detectivebril op te zetten.
Amendeer artikel 4 Het LIVC R-decreet benadrukt dat iedereen vrijwillig meewerkt aan een casusoverleg. Maar als ze niet meedoen, moeten genodigden dat motiveren bij de burgemeester. We vragen om de motivatieplicht in artikel 4 te schrappen en te vervangen door: ‘Niet-deelname aan een LIVC R heeft geen negatieve gevolgen voor de genodigden en hun organisatie.’ De garantie dat niet-deelname geen gevolgen heeft, hoort thuis in het decreet zelf, niet in de toelichting bij artikel 4.
Organiseer een hoorzitting over het LIVC R-decreet We vroegen de leden van de parlementscommissie om toch nog een hoorzitting te organiseren over het LIVC R-decreet met Vlaamse diensten, voorzieningen en gesubsidieerde organisaties. De gevraagde hoorzitting ging niet door. De commissie keurde het decreet goed op 21 april 2021. Op 21 mei 2021 volgde de goedkeuring in de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement.
Feedback op vraag- en antwoordfiche LIVC R De kabinetten van Justitie en Handhaving, en van Samenleven en Binnenlands Bestuur nodigden het Kinderrechtencommissariaat op 25 juni 2021 uit voor feedback op de vraag- en antwoordfiche LIVC R, een onderdeel van het LIVC R-draaiboek over het regelgevend kader en het praktische verloop van een LIVC R.
132
Die vraag- en antwoordfiche antwoordt op vragen als: Wat is een LIVC R? Hoe is het samengesteld? Kun je weigeren om mee te doen? Wie wordt besproken op een LIVC R? Hoe wordt een casus besproken? Wat is de verhouding met de lokale taskforce? Het Kinderrechtencommissariaat herhaalde zijn bezorgdheden over het decreet. We vroegen in de vraag- en antwoordfiche meer aandacht voor de maatschappelijke discussie over de LIVC R. We benadrukten het belang van praktijkvoorbeelden vanuit het perspectief van de deelnemers. Bijvoorbeeld: Wat zijn tekenen van extreme radicalisering? Hoe moet een hulpverlener de jongere laten weten dat hij meewerkt aan een LIVC R? Kan er in de vraag- en antwoordfiche een voorbeeld komen van een motivatiebrief aan de burgemeester?
4.2. Jongeren en politie Minderjarigen komen in aanraking met politie als slachtoffer, als getuige of als verdachte van strafbare feiten. Het Kinderrechtencommissariaat krijgt vragen over de rechten van minderjarigen tegenover de politie. Die gaan over politieoptreden in de openbare ruimte zoals bij manifestaties of betogingen. Ook over politieoptreden thuis of in voorzieningen waar jongeren verblijven, krijgen we vragen. En ook scholen hebben informatie nodig, vaak over politie die jongeren op school wil ophalen voor verhoor. Scholen willen weten of dat kan, wie de ouders moet waarschuwen en of er iemand van de school kan meegaan voor bijstand en ondersteuning aan de leerling. De meest gehoorde klacht is dat de politie te weinig rekening houdt met de erg grote impact van soms buitenproportionele interventies bij minderjarigen. In interventies verliest de politie soms de context en de kwetsbaarheid van minderjarigen uit het oog. Er is ook geen handleiding of wetgeving over omgaan met minderjarigen. Daardoor zijn er grote verschillen op het terrein en krijgen individuele politiemensen veel marge in hoe zij vinden dat ze kunnen omgaan met jongeren. We informeren melders over de eerstelijnsklachtendienst bij de politie als ze een klacht willen indienen. De meeste politiezones hebben een eigen dienst Intern Toezicht. Voor kleinere politiezones is de korpschef het aanspreekpunt bij klachten. Als dat nodig is, vragen we ons actief op de hoogte te houden van het klachtenonderzoek. In een tweede beweging kunnen we een klacht ook doorgeven aan Comité P.
↑ Inhoudstafel
De nacht van Axel in het politiekantoor De 16-jarige Axel betoogt mee in een manifestatie in Brussel. Rond 20 uur wil hij terug naar huis gaan met de trein. De vreedzame betoging begon te escaleren en daar wil Axel niets mee te maken hebben. Aan het station raakt hij ingesloten. De politie had buurten afgezet om de groepen bij elkaar te drijven. Axel wordt mee opgepakt. Alle betogers worden apart gezet op straat met handboeien en colsonbandjes. Als alle betogers geboeid zijn, worden ze met combi’s overgebracht naar het politiekantoor. Axel kon nog even bellen naar huis toen hij zat te wachten voor de trip naar het politiekantoor. Op het politiebureau moeten ze allemaal in de cel. Axel zegt verschillende keren dat hij minderjarig is en dat de colsonbandjes pijn doen. Hij vraagt om ze losser te maken of gewoon uit te laten omdat hij toch niet het minste teken van agressie toont. Pas na een tijd mag hij naar de cel voor minderjarigen. Na verhoor van alle arrestanten, worden ze vrijgelaten. Het is ondertussen 3 uur ’s nachts. Axel wordt afgezet in een buurt die hij niet kent, want zelf is hij niet van Brussel. Hij kreeg wel zijn gsm terug om zijn ouders te bellen. De politie checkte niet of hij nog genoeg batterij of belwaarde had om te kunnen bellen. Al die tijd hoorden de ouders niets. Niemand nam contact op om ze te zeggen in welk kantoor hun zoon zat. Na verhoor bleek ook dat Axel niets te maken had met de opstootjes in de betoging en dus een toevallige passant was op weg naar huis. Axel nam om 3 uur een foto van zijn polsen en stuurde die achteraf op naar ons. Zijn polsen waren vuurrood en de afsnijding van de bandjes stond nog duidelijk in zijn polsen. We adviseerden om een klacht in te dienen bij de dienst Intern Toezicht. Over de buitensporige handboeien, dat niemand de moeite genomen had om Axels ouders te waarschuwen, en dat ze een jongere ’s nachts op een hoek van de straat afzetten zonder na te gaan of die wel thuis raakt, goed wetend dat hij uit een andere provincie komt. Een jaar na de klacht, kwam er een reactie: ‘Wij hebben geen weet van de strips die te hard zouden aangespannen zijn. Indien wel, dan zouden we ze verwijderen. Volgens onze info heeft uw zoon niet gevraagd iemand te verwittigen en aangezien het aantal aanhoudingen was dat ook niet mogelijk. Gezien zijn leeftijd werd hij zo snel mogelijk vrijgelaten.’ Dat was alles. Axel en zijn ouders begrijpen niet dat dit het enige antwoord was een jaar na hun klacht. Dat ze hem zomaar ’s nachts op straat zetten? De foto’s waarop de
aftekening van de polsbandjes heel goed te zien was? Geen woord erover. We speelden de klacht door naar Comité P.
Handhaving coronamaatregelen zette relatie politie en justitie versus minderjarigen extra onder druk De politiediensten werden belast met de handhaving van en de controle op de toepassing van de coronamaatregelen. Niet altijd een dankbare extra taak. We kregen er meldingen over. Jongeren zochten manieren om elkaar buiten te ontmoeten. Ze liepen sneller in het vizier bij politiecontroles en werden soms echt brutaal aangesproken over de naleving van de coronamaatregelen. Nuance of begrip viel soms helemaal weg. Dat zagen we in meer verhalen van jongeren die ze wilden vertellen als signaal. Een signaal dat het voor hen al niet gemakkelijk was en dat ze het gevoel hadden bekeken te worden als onverantwoordelijken die zich niets aantrekken van de coronamaatregelen. Dat stuitte jongeren tegen de borst. Jongeren op een speelpleintje zijn een o zo gemakkelijk doelwit Als vader van een 15-jarige dochter wil ik mijn ongenoegen uiten in de hoop dat het Kinderrechtencommissariaat de stem van minderjarigen kan versterken. Mijn dochter had afgesproken met drie vriendinnen. Ze waren dus met vier buiten, wat volgens de coronarichtlijnen mag. Wandelen is niet de meest leuke activiteit voor jongeren. Ze wandelen tot het speelpleintje hier in de buurt. Wisselend komt er dan een ander groepje goeiendag zeggen. Dat kunnen drie jongeren zijn of zelfs één extra jongere. Nu al twee keer geeft de politie die jongeren een boete omdat ze het samenscholingsverbod niet naleven. Ze respecteren de afstand, hangen niet aan elkaar, durven zelfs niet samen te sporten. Maar omdat ze met meer dan vier op het pleintje zijn, worden ze beboet. Ik maak me echt zorgen over die gang van zaken. Jongeren lopen snel in het vizier. Naast vader ben ik ook leerkracht. Ik zie hoe de politie controleert rond de school en op de uitkijk staat om boetes uit te schrijven. Wat verwachten ze toch van onze jongeren? Iedereen roept dat het mentaal niet zo goed gaat met die groep. Krijgen we ze toch eens buiten en pushen we ze om sociaal contact te onderhouden, dan krijgen ze een boete.
Deel 3 Waar knelt het?
133
‘Awel, wat zijn wij hier aan het doen?’ Dat is dan ieder 250 euro Na het examen moesten we zo snel mogelijk weg uit de school. Buiten aan de schoolpoort stond ik met drie vrienden na te praten over het examen. Er kwam nog iemand van onze klas voorbijgefietst. Hij had al in de voormiddag examen afgelegd. Hij stopte en deed mee met het gesprek. We stonden er niet bij stil dat we met vijf buiten stonden. Er stopte een politiecombi. We kregen elk 250 euro boete. Is dat een coronaboete? Een boete voor samenscholing? De andere agent sprak van een GAS-boete, we weten het dus niet. Die boete was nog niet erg genoeg. De agenten konden het niet nalaten cynische uitspraken te doen: ‘Awel, wat zijn wij hier aan het doen? Tof begin van de kerstvakantie hé voor jullie op die manier. Jullie ouders zullen tevreden zijn als ze dit horen. Of denken jongeren tegenwoordig dat de coronamaatregelen niet voor hen gelden? Iedereen heeft er last van en moet ze naleven!’ Ik vertel dit omdat ik eigenlijk nog altijd gedegouteerd ben door deze werkwijze van de politie.
Wachten in de cel vraagt altijd een goede afweging Politie-interventies zijn de eerste stap. Voor verdere vervolging is de parketmagistraat verantwoordelijk. De procureur beslist tot eventuele aanhouding en voorleiding bij de jeugdrechtbank en ook wat gebeurt tussen het verhoor van de minderjarige en de eventuele voorleiding bij de jeugdrechtbank: blijft de jongere in de cel, of kan hij in afwachting van de voorleiding naar huis? We horen verhalen van jongeren die een dag of nacht in de politiecel moeten doorbrengen voordat ze voorgeleid worden bij de jeugdrechtbank. Jongeren die niet gekend staan voor recidive, die geen agressie of weerspannigheid toonden. Is die beslissing een automatisme en wordt er afgewogen of die jongere naar huis kan vóór de voorleiding? We waken erover dat dit geen standaardbeslissing mag zijn waardoor de ‘gemakkelijkheidsoverweging’ de bovenhand neemt. Dertig uur cel om voorgeleid te worden bij de jeugdrechter Ik ben de nonkel van de 16-jarige Nina. Zij was ’s nachts met vrienden samengekomen in een appartement voor een feestje. Dat mag uiteraard niet. De politie is binnengevallen. Tot daar allemaal correct. De meerderjarigen kregen een pv en een coronaboete. Verder 134
werden ze met rust gelaten. De minderjarigen werden meegenomen voor verhoor. We kregen pas in de voormiddag telefoon dat Nina op het politiebureau was. Wat blijkt nu? Minderjarigen worden bij overtreding van de maatregelen voorgeleid bij de jeugdrechter. Meerderjarigen krijgen alleen maar een boete. Nina is pas voorgeleid na 30 uur cel, want de jeugdrechter kwam pas de volgende dag. Maakt voor ons niet uit of het eerst een politiecel is en daarna een wachtcel in het justitiepaleis. Opgesloten worden in een cel is opgesloten worden! Nooit eerder kwam ze in aanraking met het gerecht. We willen niet dat het Kinderrechtencommissariaat iets doet want we gaan nog in beroep tegen de uren werkstraf en het huisarrest en misschien doet dat dan meer kwaad dan goed. Ik snap dat een parketmagistraat ’s nachts opgebeld wordt en dan een beslissing moet nemen op basis van informatie die dan voorhanden is. Maar automatisch voorleiden en dus beslissen tot celverblijf en niet afwegen of de jongere een dag later zelf naar het justitiepaleis kan komen, daar kunnen wij niet bij. Als samenkomen met zeven voor een filmavond een ‘lockdownparty’ heet Wij waren met zeven jongeren bij iemand thuis samengekomen. Oorspronkelijk hadden we afgesproken in de tuin. Maar het werd veel te koud en we besloten binnen te gaan zitten. Plots reden er combi’s op de oprit en belde de politie aan. Onze eerste reactie was gaan lopen omdat we beseften dat het met corona te maken had. Maar uiteraard zagen ze ons. De politiemensen zelf waren heel vriendelijk. Ze stelden ons vragen wat we daar deden, en wie er allemaal was. Ze doorzochten ook wel de woonst, wat we vreemd vonden. Eén agent belde naar iemand anders. Ik denk een onderzoeksrechter of een procureur, dat weten we niet goed. Dat zei hij ook niet. Hij zei na dat telefoontje dat ze de opdracht hadden ons mee te nemen naar het politiekantoor voor verhoor. We mochten onze ouders nog bellen. Op het bureau werden we elk apart verhoord. Vragen over wie zijn idee dat was, of er nog jongeren langsgekomen waren, hoeveel we gedronken hadden. We moesten elk apart blijven. Op den duur leek het wel of we de grootste criminelen waren. Veel meer dan ‘we zijn binnen gaan zitten omdat het te koud werd, we waren met zeven en we hebben wel iets gedronken’ was er ook niet te vertellen. We wisten dat het tegen de coronamaatregelen was. Toen we allemaal verhoord waren, was het al 3 uur ’s nachts. De politie bleef ook dan
↑ Inhoudstafel
nog vriendelijk en behulpzaam. Ze deden nog een telefoontje en kwamen zeggen dat ze ons moesten aanhouden om ons de volgende dag voor te leiden bij de jeugdrechter. Daar schrokken we enorm van. Niemand van ons was ooit bij een jeugdrechter geweest. Ja, we hadden iets gedaan dat niet mocht, maar een nacht in de cel én een jeugdrechter? Onze overtreding werd blijkbaar gezien als een lockdownfeestje. De volgende ochtend werden we overgebracht naar het justitiepaleis. Ook daar moesten we de cel in tot we naar de jeugdrechter konden. Daar zagen we een advocaat en eindelijk onze ouders. Als je denkt dat het dan wel genoeg was omdat dit zo’n impact had op ons, dan vergis je je. De jeugdrechter behandelde ons ook als de grootste criminelen. Hoe onverantwoord waren we wel? Beseften we wel dat we mee verantwoordelijk waren voor de coronadoden en het verspreiden van het virus? Dat we mee verantwoordelijk waren voor de staatsschuld die corona met zich meebracht? We kregen taakstraffen en huisarrest. Het Kinderrechtencommissariaat overlegde met de voorzitter van de rechtbank en de procureur des konings. Heel open en constructief luisterden ze naar de ervaringen en belevingen van de jongeren. Het Kinderrechtencommissariaat spreekt zich niet uit of de feiten strafrechtelijk zwaar genoeg zijn en over de maatregelen van de jeugdrechtbank. Dat komt de rechterlijke macht toe. Wel bespraken we hoe de jongeren zich bejegend voelden en de nood aan een kindtoets in het hele traject. De bereidheid om hier verder over na te denken, om justitie kindvriendelijker te maken en kritisch te blijven kijken naar het handhavingsbeleid voor corona was groot.
Kindtoets nodig in de justitiële keten Het Kinderrechtencommissariaat was ook dit werkjaar actief pleitbezorger van een kind- of jongerentoets in het politiewerk. We vinden het nodig om op metaniveau te onderzoeken hoe een kind- of jongerentoets geïntegreerd kan worden in het politiewerk. We pleiten voor de oprichting van een projectgroep met academici, experts uit de besturen van centrumsteden, en vertegenwoordigers van parketten en politie. Om de hele keten van het justitieapparaat in kaart te brengen.
Het Adviesorgaan van het NCRK formuleert onder andere volgende aanbevelingen: _
_
_
_
_
_
Vrijheidsbeneming kan alleen onder bepaalde strikte voorwaarden worden toegepast: als uiterste maatregel, voor een zo kort mogelijke periode, in overeenstemming met de wet en met waardigheid. Kinderen dienen ook in het kader van een bestuurlijke aanhouding meteen geïnformeerd te worden, in een taal die aangepast is aan hun leeftijd, over hun rechten en over waarom ze aangehouden zijn en wat er gaat gebeuren. Dit is des te belangrijker omdat de Salduz-procedure in dit stadium nog niet van toepassing is en er dus nog geen advocaat aanwezig is. Tijdens de detentie moeten kinderen toegang hebben tot juridische bijstand en de steun van hun ouders (wettelijke vertegenwoordiger) en moeten hun basisbehoeften (water, sanitaire voorzieningen) worden gerespecteerd. Er dient nader onderzocht te worden of de huidige regelgeving en procedures binnen het politiewerk voldoende het belang en de rechten van het kind garanderen en willekeur tegengaan, rekening houdende met de kwetsbaarheid van de minderjarige. Het gebrek aan systematische documentatie van politiecontroles van jongeren vormt een belangrijke belemmering voor het afleggen van verantwoording en het nemen van verantwoordelijkheid. Het Adviesorgaan beveelt systematische verzameling van gegevens over discriminerende en onrechtmatige identiteitscontroles van kinderen en jongeren aan. Het Adviesorgaan dringt erop aan dat meer rekening wordt gehouden met de preventieve maatregelen die door de jongeren zelf worden voorgesteld en die ertoe kunnen bijdragen spanningen die vaak tot geweld leiden, te voorkomen of te verlichten. Het Adviesorgaan dringt erop aan dat alle professionals van justitie, met inbegrip van de politie, een passende multidisciplinaire opleiding krijgen over de inhoud en de betekenis van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Adviesorgaan van de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind, Advies over de rechten van kinderen en jongeren in relatie met de politie, 28 juni 2021, ncrk-cnde.be/IMG/pdf/advies_ncrk_-_kinderen_en_ politie-3.pdf
Het Kinderrechtencommissariaat werkte mee aan het advies van de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind (NCRK). Deel 3 Waar knelt het?
135
Ook vanuit jeugdwerk zorg voor relatie tussen politie en minderjarigen Het kabinet van de minister van Jeugd organiseerde werkoverleg om vanuit het jeugdwerk te bekijken wat nodig is om de verhouding tussen jongeren en politie te verbeteren. Ook het Kinderrechtencommissariaat nam deel aan dat overleg.
4.3. Uitvoering van het decreet jeugddelinquentierecht Het Kinderrechtencommissariaat volgt de verdere realisatie van het decreet jeugddelinquentierecht op de voet, onder andere in de opvolggroep
136
jeugddelinquentierecht. Dat is een initiatief van het agentschap Opgroeien met vertegenwoordigers uit het werkveld, jeugdrechters, parket, academici, FOD Justitie en FOD Volksgezondheid om de praktische toepassing van het decreet op te volgen. We capteren signalen en bespreken mogelijke oplossingen en verbetervoorstellen. Daarnaast blijft het Kinderrechtencommissariaat waken over de rechtswaarborgen van minderjarigen als een aanpassing van het decreet nodig is. Decreet Jeugddelinquentierecht, 15 februari 2019, BS 26 april 2019, jongerenwelzijn.be/assets/docs/ons/regelgeving/ decreet_jdr.pdf
↑ Inhoudstafel
5. Recht op en in vrije tijd 5.1. Recht op spel en vrije tijd onder druk in tweede lockdown Lokaal verbod op vrijetijdsactiviteiten voor min 12-jarigen Het Kinderrechtencommissariaat kreeg in de tweede lockdown verschillende signalen over gestopte of gesloten vrijetijdsactiviteiten voor kinderen jonger dan twaalf jaar. Toch was er nationaal beslist dat vrijetijdsactiviteiten voor min twaalfjarigen wel nog konden. Ouders en kinderen klaagden die lokale sluitingen aan. Ze lieten ons weten dat in verschillende Vlaamse steden en gemeenten de coronamaatregelen strenger waren dan de federale en de Vlaamse maatregelen. Er waren verschillen in geldigheidsduur. In de ene gemeente golden de maatregelen tot eind december 2020. In de andere tot eind maart 2021. Niet alleen lokale besturen stopten vrijetijdsactiviteiten. Ook vrijetijdsorganisaties of verenigingen besloten dat activiteiten niet langer veilig waren voor hun vrijwilligers of lesgevers. Nochtans kregen lokale besturen ruimte om af te wijken van de richtlijnen als ze bepaalde procedures volgden. Ook vrijetijdsorganisaties of verenigingen hadden die ruimte. De maatregelen hypothekeerden het recht op spel van de min twaalfjarigen en hun gelijke toegang tot het vrijetijdsaanbod. Activiteiten georganiseerd door kleinere privéverenigingen konden niet doorgaan, terwijl het deeltijds kunstonderwijs in de stad of gemeente wel kon doorgaan. In ons standpunt van 2 december 2020 formuleerden we aanbevelingen voor het gemeentebeleid: _ We vroegen de lokale besturen waakzaam te zijn en niet te snel vanuit een beschermingsreflex over te gaan tot een compleet verbod op vrijetijdsactiviteiten voor min 12-jarigen. _ We vroegen om kinderen zoveel mogelijk toegang te geven tot spel, speelruimte, vrijetijdsaanbod en sport en om de creativiteit
aan te spreken om het op een andere manier te organiseren. De filosofie om kinderen jonger dan 12 jaar zoveel mogelijk kind te laten zijn en omkadering te geven, moet het uitgangspunt blijven. _ We vroegen de lokale besturen om voor een maximaal aanbod te gaan en daarover duidelijk te communiceren bij kinderen en jongeren. We bezorgden ons standpunt ook aan de provinciegouverneurs. Kinderrechtencommissariaat, Standpunt Recht op spel en vrije tijd onder druk in steden en gemeenten door corona, 2020-2021/04, kinderrechtencommissariaat.be/advies/recht-op-spelen-vrije-tijd-onder-druk-steden-en-gemeenten-doorcorona
Mijn gemeente verbiedt vrijetijdsactiviteiten voor min twaalfjarigen. Dat kan toch niet? In mijn gemeente verbieden ze elke jeugdbewegingswerking en alle georganiseerde sportactiviteiten tot 31 december 2020. Ook voor kinderen jonger dan twaalf jaar. Toch stellen de federale overheid en de sportbond dat kinderen jonger dan 12 jaar wél mogen sporten. Ik werk zelf in de zorg, dus ik besef maar al te goed dat er maatregelen moeten zijn om het coronavirus tegen te gaan. Maar jongeren moeten ook kunnen bewegen, zich ontwikkelen. Samen, zonder ouders erbij, los van de school. Het is ook moeilijk te begrijpen voor mijn kinderen, want vriendjes of familieleden die niet in onze gemeente wonen, mogen vaak wel verder sporten en spelen. Kunnen jullie de lokale verschillen nog eens aankaarten alstublieft? We legden uit hoe we omgaan met lokale beslissingen en verwezen naar het standpunt op onze site dat de melder kan gebruiken voor overleg.
Deel 3 Waar knelt het?
137
Wel shoppen, niet buiten sporten December 2020. Een ouder signaleert dat in zijn gemeente de kinderen jonger dan 12 nog altijd niet mogen trainen in hun voetbalclub, ook al zijn de Vlaamse en de federale regels anders. Alle winkels gaan open en nog altijd mogen die jonge kinderen niets doen. De gemeente vindt shoppen blijkbaar veiliger dan sporten in de buitenlucht. Ik vind dat totaal absurd. Dit moet zo snel mogelijk stoppen. In buurgemeenten mogen kinderen wel voetballen, terwijl de coronacijfers daar niet beter zijn. Jullie zijn dan ook het laatste redmiddel om de absurde regels van de gemeente te stoppen en de jongeren weer hun hobby te laten uitoefenen. We belden met de vader. We legden uit hoe we omgaan met lokale beslissingen en verwezen naar het standpunt op onze site dat hij kan gebruiken voor overleg. Hij liet achteraf weten dat de gemeente half december haar beslissing gaat herbekijken. Ons standpunt circuleerde ondertussen op de Facebookpagina van de gemeente.
Bewegen zonder verplicht mondmasker In januari 2021 vroegen de Vlaamse Jeugdraad en het Kinderrechtencommissariaat om geen algemene mondmaskerplicht in te voeren voor 10- tot 12-jarigen in de openbare ruimte. Aan een mondmaskerplicht zitten voor jonge kinderen heel wat risico’s: angst, minder goede communicatie doordat de non-verbale communicatie wegvalt, impact op het mentaal welbevinden van kinderen en de kans dat ze die mondmaskers niet correct dragen. Kinderrechtencommissariaat en Vlaamse Jeugdraad, Laat min 12-jarigen op school en in de publieke ruimte vrij bewegen zonder verplicht mondmasker, 11 januari 2021, kinderrechtencommissariaat.be/actueel/laat-min12-jarigen-op-school-en-de-publieke-ruimte-vrijbewegen-zonder-verplicht-mondmasker
1-hobbybeleid roept vragen op Eind januari 2021 kwam de aanbeveling ‘kinderen en tieners kiezen beter maar één hobby’. Ouders en vrijetijdsorganisaties namen contact op met het Kinderrechtencommissariaat. De 1-hobbyregel zette een
138
domper op het kinderplezier en het organiseren ervan. Activiteiten voor kinderen tot 13 jaar konden aanvankelijk wel in de tweede lockdown, maar omdat er bij kinderen en jongeren meer besmettingen waren, kwam de 1-hobbyregel er. 1-hobbyregel is aantasting van recht op ontspanning Ik vind het een aantasting van het recht op vrijheid en ontspanning van mijn kind dat ze moet kiezen tussen haar hobby’s. Er is geen enkele evidentie dat die leeftijdsgroep een risico vormt voor de verspreiding van covid-19. Het Kinderrechtencommissariaat vond de 1-hobbyaanbeveling niet ideaal, maar schaarde zich er wel achter. Het maakte beperkte vrijetijdsbesteding mogelijk en de scholen konden open blijven, wat voor het Kinderrechtencommissariaat absolute prioriteiten zijn.
Rondhangen in tijden van covid Het Kinderrechtencommissariaat kreeg meldingen over rondhangende jongeren. Belangenbehartigers zagen publieke ruimte voor kinderen en jongeren verdwijnen. De indruk leeft dat coronamaatregelen als argument gebruikt werden om ‘hangjongeren’ aan te pakken. Recht op rondhangen in openbare ruimte In onze gemeente komt er een pop-upzomerbar in juli en augustus. Die bar komt bij het openbare speelterrein voor kinderen en jongeren. Het aangrenzende voetbal- en basketpleintje wordt opgeofferd als fietsenstalling. Ik begrijp dat niet. Er is al heel weinig plek voor jongeren om samen te komen. Dat is hun lievelingsplek om samen wat rond te hangen. Het zou ons niet verbazen dat het een verdoken manier is om hangjongeren aan te pakken. Alles is beslist zonder overleg of zonder participatie van de buurtjongeren. Kan iemand hun stem vertolken of laten horen? Het is pijnlijk vast te stellen dat ze, net nu er wat meer mag, hun vrijetijdsplek inperken. In ons advies aan de melder zetten we het recht op participatie aan het beleid, het recht op deelname aan het publieke leven en het gebruik van de publieke ruimte centraal. We suggereerden om samen met de jongeren op zoek te gaan naar een volwaardige alternatieve ruimte waar ze konden samenkomen om te sporten en samen rond te hangen.
↑ Inhoudstafel
GAS-boetes? Lokale besturen mogen de coronaregels in hun gemeente strenger maken. En om die maatregelen te handhaven, is de politie bevoegd. Die kan een procesverbaal schrijven voor wie een coronamaatregel overtreedt. In meldingen hoorden we dat in sommige steden en gemeenten jongeren of ouders te horen kregen dat ze een GAS-boete (gemeentelijke administratieve sanctie) krijgen. Dat is tegen de regels voor GAS-boetes voor de handhaving van de coronamaatregelen: volgens die regels kunnen minderjarigen geen GAS-boete krijgen. GAS-boete voor skaters? Een moeder signaleert ons dat de stad twee skateparken en twee speelpleinen sloot. Ze betreurt dat de stad de toegang (maximaal vier skaters tegelijkertijd) en het gebruik (beperkte tijd, beurtrol) niet probeert te organiseren met bijvoorbeeld de jeugddienst of de stadswacht. Ze kiezen voor de gemakkelijkste weg: sluiten voor iedereen. De moeder is blij dat haar zoon wel blijft skaten. In het weekend trok hij eropuit met twee vrienden. Toen ze even uitrustten, maakten ze een praatje met een ander groepje skaters. De politie gaf alle jongeren een pv omdat ze het samenscholingsverbod niet naleefden. De moeder vulde de vragenlijst bij de GAS-boete in. Toen ze die ging afgeven, zei de onthaalmedewerker van het politiekantoor dat er een boete volgt. Komt het tot een boete, dan zal de moeder die betalen. Ze heeft liever dat haar zoon blijft bewegen en naar buiten gaat, dan dat hij te veel binnen zou zitten, gamen of depressief worden. We namen het signaal mee en informeerden de moeder over ons standpunt. We zeiden dat minderjarigen geen GAS-boete kunnen krijgen voor het niet-naleven van coronamaatregelen. We informeerden haar wat ze kan doen, als ze wel een boete zou krijgen.
5.2. Integriteit in vrije tijd en sport Recht op bescherming van integriteit Vrije tijd voor kinderen en jongeren: dat is eindelijk tijd vrij van school en huiswerk, maar ook vrij zijn om te ontspannen, op avontuur te gaan, dingen uit te proberen, plezier te maken, vrienden te leren kennen en om heel wat vaardigheden op te doen. Samen of alleen. De jeugdbeweging, de hobby- of sportclub, de muziekschool, al die plekken zijn veel meer dan alleen maar ruimtes voor vrijetijdsactiviteiten. Kinderen en jongeren gaan er graag naartoe, kijken er reikhalzend naar uit, maar willen zich er ook veilig voelen. Op informele plaatsen waar kinderen en jongeren rondhangen, zijn er vaak meer informele en ongeschreven regels, maar ook in jeugdwerk, sport en cultuur is er een beleid nodig dat de integriteit van kinderen en jongeren beschermt. Het recht op bescherming van integriteit van kinderen en jongeren staat indirect in artikelen 19 en 24 van het kinderrechtenverdrag. De integriteit van een kind of jongere is niet zo gemakkelijk te omschrijven. De term verwijst letterlijk naar het recht om je lichaam ‘als ongeschonden geheel’ (integer) te behouden. De integriteit van een kind is broos. Het is dus belangrijk om ze te beschermen. De aandacht voor integriteit is zo belangrijk dat het ook in artikel 22 van de Grondwet staat. Het zou het fundament moeten zijn van onze blik op en ons handelen met kinderen en jongeren.
Gezond, ethisch en veilig klimaat bevorderen Kinderen kunnen niet altijd aangeven wanneer gedrag een grens overschrijdt. Of net wel, en dan laten ze van zich horen als iemand hun grens overschrijdt: een ander kind of jongere, de begeleider of coach, de club of vereniging. Dat wordt niet altijd op prijs gesteld. Dat sportclubs bijvoorbeeld sommige jongeren verplichten om tegen hun wil naakt te douchen, dat zijn soms beslissingen over hun lichaam, zonder dat ze daar zelf inspraak in hebben, en het tast hun integriteit sterk aan. Het is belangrijk dat kinderen en jongeren hun grenzen aangeven en dat die gerespecteerd worden. Het Kinderrechtencommissariaat zet die stemmen kracht bij als we doorverwijzen, een klacht onderzoeken of bemiddelen. Als we de integriteit van elk kind serieus Deel 3 Waar knelt het?
139
nemen, is hun participatie essentieel. Het is belangrijk dat interne meldpunten en aanspreekpersonen integriteit (API) daar oog en oor voor hebben. Veranderen van club door pesten Maxim (8 jaar) veranderde van zwemclub na aanhoudende pesterijen. De trainer en de voorzitter reageerden niet doortastend. De situatie escaleerde toen Maxims moeder de pesters verbaal aanpakte. Toen Maxim gekneusde ribben overhield aan trappen onder water, nam zijn moeder contact op met de federatie. De API bemiddelde, maar Maxim zag zich toch verplicht om te veranderen van club. Hij voelt zich daar heel goed. Zijn moeder laat het daar niet bij. De API liet weten dat ze dit kunnen rapporteren aan de ethische commissie. De moeder vraagt ons advies. We adviseerden om hun getuigenis over te maken aan de ethische commissie van de federatie. De moeder bezorgde ons achteraf hun bevindingen. De ethische commissie wijst op tekortkomingen in de communicatie en het pestbeleid van de club. De commissie betreurt de agressieve communicatie van de ouders naar andere minderjarigen, ouders, trainers en bestuur. De ethische commissie oordeelt dat dergelijke incidenten altijd opgelost moeten kunnen worden op clubniveau. Het beveelt de club en de API aan om het horen van kinderen en jongeren te integreren in de werking.
Rapport Onafhankelijke Onderzoekscommissie Gymnastiek In ons vorige jaarverslag rapporteerden we over de klacht van de ouders van Elle en Lara. De meisjes verloren hun topsportstatuut. Hun klacht ging ook over psychisch grensoverschrijdend gedrag van hun coach. We maakten onze bezorgdheden en aanbevelingen over aan de Gymfederatie en aan de Onafhankelijke Onderzoekscommissie Gymnastiek. In april stelden de minister van Sport en de voorzitter van de Onafhankelijke Onderzoekscommissie Gymnastiek hun rapport voor. Het rapport stelt kinderrechten centraal. Er kwam een duidelijke erkenning voor de slachtoffers en er is aandacht voor verder herstel. De commissie formuleerde 13 aanbevelingen voor een geïntegreerd beleid in de Gymnastiekfederatie waarin een gezonde ontwikkeling vooropstaat en hand in hand gaat met streven naar topsportprestaties.
140
Gezond en ethisch sporten op de eerste plaats zetten, is continu werken aan een cultuur. Onder andere in trainersopleidingen en bijscholingen en van onderuit met kinderen en jongeren. De aanbevelingen van het rapport zijn relevant voor elke sportfederatie en club.
5.3. Minderjarigen in de media Inkijk in de leefsituatie Kinderen en jongeren komen geregeld in de media. Ze geven hun mening over dagelijkse of zwaardere thema’s, getuigen over hun leefsituatie of worden ter sprake gebracht door hun ouders of andere volwassenen. Ze doen mee aan spelprogramma’s, shows of wedstrijden. Meestal zijn dat leuke of zinvolle ervaringen en zorgt de media-aandacht voor een bredere inkijk in de leefsituatie van minderjarigen. Het Kinderrechtencommissariaat waakt over de naleving van het kinderrechtenverdrag. We vragen aandacht voor de rechten en het belang van de minderjarigen, zoals hun recht op privacy en op afbeelding, hun recht om hun mening te uiten, hun recht om vergeten te worden. Mensen uiten bij het Kinderrechtencommissariaat hun bezorgdheid over berichtgeving op tv, in de geschreven of onlinemedia. Ze zijn bijvoorbeeld bezorgd over kinderen van bekende Vlamingen in realityprogramma’s, over de berichtgeving over jonge verkeersslachtoffers of over kinderen die vertellen over corona. Meisje in de krant over corona Iemand is bezorgd over een krantenartikel met als titel ‘Coronaheldin: 8-jarig meisje gaat in quarantaine op eigen kamer nadat ze positief getest werd.’ De melder vindt het verschrikkelijk dat een krant dat gedrag normaliseert. Ze vindt het kindermishandeling, pedagogisch onverantwoord. Kinderen en jongeren worden gebrainwasht. Vinden wij dat verantwoord? In onze gesprekken over corona stellen we vast dat kinderen en jongeren een duidelijke mening hebben en beslissingen kunnen nemen. Dat het meisje haar verhaal wil delen in een krant, is geen schending van haar rechten. We lazen het artikel en begrijpen dat het kind het zelf wilde omdat een van haar ouders een zwakke gezondheid heeft. Het is ook het recht van een krantenredactie
↑ Inhoudstafel
om daar een pakkende kop boven te zetten. We verwezen naar onze standpunten over de impact van de coronamaatregelen op kinderen en jongeren.
Waakzaamheid voor kinderen in kwetsbare positie Kinderen en jongeren voelen zich niet altijd fair behandeld door de media. Omdat ze bijvoorbeeld mee in beeld komen bij problemen van volwassenen. Of omdat gegevens uit hun privéleven publiek gemaakt worden. Kinderen in een kwetsbare positie hebben er soms baat bij niet of niet meer identificeerbaar in de media te komen. Hulpverleners kloppen bij ons aan over mogelijke media-aandacht voor jongeren die ze begeleiden. Angst om opnieuw in de krant te komen Het CLB begeleidt een jongen van 17. Zijn moeder is vorige week opgepakt en naar de gevangenis gebracht. Er verschenen al artikels online en in de pers. In een krant stond ook een foto van hun huis. Vroeger kwam de jongen al in de pers als slachtoffer. Met de huidige situatie heeft hij niets te maken. Maar hij is bang dat journalisten hem opnieuw gaan aanspreken. Hij wil dat niet meer meemaken. Hij wil niet meer in de krant. Het CLB vraagt wat zij en de jongen kunnen doen als dat toch zou gebeuren? Hoe kunnen ze de jongen geruststellen? Hij staat niet onder toezicht van een jeugdrechter. We informeerden het CLB over het recht op privacy en afbeelding van de jongen. We spraken af dat als er iets zonder zijn toestemming of medeweten verschijnt, ze samen opnieuw contact zouden opnemen met ons. Dan zouden we ze actief ondersteunen in hun klacht tegen de journalist en de redactie. We zouden ze ook kunnen ondersteunen in een klacht bij de Raad voor de Journalistiek. Journalisten en programmamakers kloppen soms aan bij het Kinderrechtencommissariaat met deontologische en ethische vragen bij een artikel of programma dat ze eventueel willen maken. Het Kinderrechtencommissariaat informeert over de rechten van minderjarigen. We verwijzen naar onze brochure. We adviseren om extra op te letten dat de inhoud van het artikel of programma minderjarigen niet schaadt. We vragen om te zorgen voor ondersteuning en waar nodig de weg te wijzen naar hulpverlening.
Kinderrechtencommissariaat, Brochure Minderjarigen in de media? Tips voor journalisten en programmamakers en modelformulier toestemming minderjarigen en media, kinderrechtencommissariaat.be/minderjarigen-enmedia
5.4. Sociale media Kinderrechtencommissaris op hoorzitting cyberpesten Cyberpesten schaadt het welzijn van kinderen en jongeren. Dit jaar kregen we te maken met extreme situaties van zelfdoding van jonge mensen nadat naaktbeelden of beelden van seksueel geweld online uitgelekt waren. Op 17 juni 2021 organiseerde de commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media van het Vlaams Parlement een hoorzitting over een voorstel van resolutie dat onder andere een structurele aanpak vraagt van cyberpesten en de oprichting van een multidisciplinair kenniscentrum cyberpesten. De kinderrechtencommissaris werd gehoord, samen met experts zoals Elfi Baillien, Gie Deboutte en vertegenwoordigers van Mediawijs en Pimento. Gehoord in het Vlaams Parlement over cyberpesten Op basis van meldingen bij het Kinderrechtencommissariaat, onze grote coronaenquête en de aanbevelingen van de Europese jongerenambassadeurs (ENYA) vertolkten we de stem van kinderen en jongeren: _ Jongeren vragen transparantie: Wat gebeurt er met een melding? Wat is het beleid van de school, de sportclub, de vereniging? _ Jongeren willen op een positieve manier kunnen opkomen voor zichzelf of voor een ander, maar weten niet altijd goed hoe ze dat moeten doen. _ Jongeren verwachten dat volwassenen op dezelfde manier omgaan met cyberpestproblemen als met pestproblemen ‘offline’.
Deel 3 Waar knelt het?
141
Dit zijn de aanbevelingen van het Kinderrechtencommissariaat: _ Focus op preventie, mediawijsheid en informatie rond privacywetgeving: langetermijnacties en sensibilisering rond cyberpesten en sexting blijven heel erg nodig. _ Hef het taboe op en maak het bespreekbaar thuis, op school, in de sportclub, de vereniging. Slachtoffers zijn niet schuldig. _ Zorg voor hulpverlening en voor werken aan veerkracht. _ Maak kinderen en jongeren, onderwijsprofessionals, begeleiders van jeugdbewegingen, trainers in sportclubs bewust van hun rol als omstaander. Cyberpesten is een groepsgebeuren. _ Geef aanbieders van sociale media, de platformen, de bedrijven meer verantwoordelijkheid om te voorkomen dat iemand dergelijke beelden uploadt en verspreidt. Ze moeten snel en efficiënt ingrijpen als die beelden toch gepubliceerd worden en een doeltreffend klachtenmechanisme organiseren. Het Kinderrechtencommissariaat vraagt concreet: _ Een pestbeleid in elke school, club, vereniging, gebaseerd op evidence based methodieken. _ De oprichting van een kenniscentrum pesten om hen daarin te ondersteunen. _ Aandacht voor welbevinden in het schoolteam, bij de leerlingen en in de lesinhoud en klasgesprekken. _ Een smartphonebeleid op school en in de georganiseerde vrije tijd. _ Een leerlingenstatuut dat ieders rechten en verantwoordelijkheden verankert. _ Bij elke doorlichting aandacht van de onderwijsinspectie voor beleid tegen pesten en cyberpesten. Kinderrechtencommissariaat, Cyberpesten, Commissie Jeugd, 17 juni 2021, kinderrechtencommissariaat.be/advies/cyberpesten
Recht op vergetelheid Kinderen en jongeren krijgen achteraf soms spijt van informatie die ze gedeeld hebben. Ze worden zich meer bewust van de risico’s of vertrouwden de verkeerde mensen. Het is belangrijk te blijven inzetten op mediawijsheid en bescherming van de privacy. We zien jongeren en hun ouders worstelen met kwetsende inhouden, valse profielen of 142
gehackte accounts. Als ze aankloppen bij het Kinderrechtencommissariaat, proberen we ze zo goed mogelijk te adviseren en gericht door te verwijzen naar de Gegevensbeschermingsautoriteit, Child Focus of de politie. Tegelijk moeten alle aanbieders van media meer rekening houden met kinderrechten en met toegankelijke klachtenprocedures. Graag verlost van vals TikTokaccount Een vader meldt dat zijn dochter (11) een vals TikTokaccount heeft. Ze maakte het omdat ze ruzie had met een vriendinnetje. Ze gebruikte het om te pesten. De ouders kwamen erachter. Naast het ernstig gesprek dat ze erover gehad hebben met hun dochter, willen ze dat account verwijderen. Maar dat lukt ze niet: hun dochter weet het paswoord en het e-mailadres niet meer want dat heeft ze verzonnen. Door het valse e-mailadres kunnen ze ook geen reset vragen van het paswoord. Vader nam contact op met Childfocus en TikTok. Zien wij nog mogelijkheden? De vader zegt dat je zo’n account kunt aanmaken met e-mailadressen die niet eens bestaan en als je een account wilt laten verwijderen, zijn er te veel drempels ingebouwd. We adviseerden op het platform te rapporteren dat de dochter te jong was om een account aan te maken: ze is 11 en een TikTokaccount kan pas vanaf 13.
Sharenting en influencers Het Kinderrechtencommissariaat krijgt af en toe vragen over sharenting: ouders of grootouders die online gretig persoonlijke informatie van hun kinderen delen. Of over influencers die hun kinderen een grote rol geven in hun filmpjes. Dat is niet per se in strijd met de rechten van het kind, maar kan het wel zijn. De grote uitdaging is een juiste afweging tussen enerzijds de bescherming van de privacy en de ontwikkeling van het kind en anderzijds de verantwoordelijkheid van ouders om de opvoeding vorm te geven. Ouders moeten zich bewust zijn van de gevaren van sharenting of influencing en de gevolgen die het kan hebben voor de toekomst van het kind. Er kan sprake zijn van een onrechtmatige aantasting van de eer en de goede naam van het kind of het kan het een onrechtmatige inmenging opleveren in het privé- of gezinsleven (artikel 16 van het kinderrechtenverdrag). Die praktijken houden het risico in dat ouders een bepaald beeld van hun kind vormen op het internet tegen de wil van het kind in. Het kind heeft het recht om een eigen
↑ Inhoudstafel
identiteit te ontwikkelen, offline én online. Het is aan de ouders om het kind daarin te ondersteunen. Het Kinderrechtencommissariaat pleit voor meer mediawijsheid. Mediawijze ouders zijn voorzichtiger als ze beelden van hun kinderen delen. We pleiten ook voor dialoog thuis. We vinden het belangrijk dat kinderen zelf toestemming geven of minstens geconsulteerd worden (naargelang leeftijd en maturiteit) als anderen – ook de ouders – beelden of verhalen over hen delen. Ook jonge kinderen zenden al signalen uit of ze het wel of niet fijn vinden dat foto’s, filmpjes, verhalen online komen waarin zij een rol spelen. De trend dat jonge kinderen meer en meer actief zijn op sociale media en dat daar soms ook een verdienmodel achter schuilt, vraagt opvolging en debat. Kinderen en jongeren riskeren onder druk gezet te worden om mee te doen. Als er echt geld mee verdiend wordt, is de grens met kinderarbeid heel dun. Er is verder onderzoek nodig, ook om te vatten waar er lacunes in de regelgeving zitten. Het lijkt ons niet correct om de verantwoordelijkheid alleen bij minderjarigen, hun ouders of bedrijven als TikTok en Instagram te leggen. Ook merchandisingbedrijven zijn mee verantwoordelijk. Sociale mediabedrijven dragen in sterke mate bij aan dat verdienmodel en moeten ook aangesproken kunnen worden op wat zij doen om minderjarigen te beschermen. Melders vragen ons of wij persoonlijk kunnen optreden tegen influencers of ouders of grootouders die
overmatig of tegen de wil van het kind beelden delen. Dat kunnen wij niet. We zijn niet bevoegd om klachten te onderzoeken tegen privépersonen. We informeren over rechten en geven gericht advies over wat mensen kunnen doen. Stoppen met sharenting Mijn dochter (13) en ik hebben haar vader en stiefmoeder al verschillende keren gevraagd om te stoppen met foto’s delen op sociale media. Ze luisteren niet. Onze dochter wil dat die sharenting stopt. Wat kunnen we doen? We spraken met de moeder en de dochter en begrepen dat alle pogingen om erover te praten met haar vader mislukten. We adviseerden om in een aangetekende brief te laten weten dat dochter en moeder er niet mee instemmen. Dat kan op basis van het ouderlijk gezag. Daarnaast zou de dochter, eventueel in dezelfde brief, schriftelijk kunnen laten weten dat ze niet akkoord is met de verspreiding van de beelden, en dat het een schending van haar portretrecht is. Tegelijk adviseerden we om Facebook te vragen de foto’s weg te halen. We bezorgden de link. Als dat allemaal nog niet het verhoopte resultaat oplevert, kan de moeder naar de rechter gaan. De dochter kan ook zelf proberen, omdat zij de houder van het portretrecht is. Als ze daarvoor kiezen, adviseren we om een advocaat te raadplegen.
Deel 3 Waar knelt het?
143
144
↑ Inhoudstafel
6. Rechten op en in het gezin 6.1. Rechten van het ongeboren kind Kinderrechten starten niet per definitie vanaf de geboorte. Al in de baarmoeder kunnen de rechten van een kind op bescherming en op gezondheid in het gedrang komen. Risicogedrag van zwangere vrouwen door bijvoorbeeld zware verslaving kan vergaande gevolgen hebben voor de verdere ontwikkeling van de foetus. In uitzonderlijke situaties kan dat gevolgen hebben voor de rest van het leven van het kind. Is meer aanklampende hulp nodig vanuit de rechten van het ongeboren kind? Op 20 februari 2020 werd een federaal wetsvoorstel ingediend om het Burgerlijk Wetboek aan te passen met het oog op prenatale rechtsbescherming. Dat trok het maatschappelijk debat verder op gang. Naar aanleiding van dit voorstel schreef het Kinderrechtencommissariaat mee aan het advies van de Nationale Commissie Van de Rechten van het Kind. Nationale Commissie Van de Rechten van het Kind, Advies over het wetsvoorstel 55-1029/001 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met het oog op prenatale rechtsbescherming, Maart 2021, ncrk-cnde.be/nl/adviezen/article/advies-betreffendehet-wetsvoorstel-55-1029-001-tot-wijziging-van-het
Na het advies van de Raad van State om af te zien van het wetsvoorstel in zijn huidige vorm werden op 23 februari en 15 maart twee conceptnota’s over de bescherming van ongeboren kinderen ingediend in de commissie voor Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding van het Vlaams parlement. Het Kinderrechtencommissariaat juicht dit Vlaamse initiatief toe, zodat nieuwe regelgeving tot stand kan komen.
Op 8 juni 2021 bezorgden we het advies Rechtsbescherming van ongeboren kinderen aan de parlementsleden van de commissie voor Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding in het Vlaams Parlement. In ons advies kaartten we deze bezorgdheden aan: _ Er is weloverwogen en precieze wetgeving nodig om fundamentele grondrechten van alle betrokkenen tegen elkaar af te wegen. _ De kwetsbaarheid van ongeboren kinderen vraagt meer specifieke en aanklampende hulpverlening. De regelgeving schiet tekort om ongeboren kinderen te beschermen. _ De nationale en internationale regelgeving biedt de wetgever de mogelijkheid om een kader uit te werken dat het ongeboren kind beschermt, zonder dat het kind rechtspersoonlijkheid krijgt. _ De wetgeving moet conform zijn aan de internationale principes, rechtsregels en rechtspraak die onder andere voortvloeien uit het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Belgische Grondwet. _ Het recht van het kind om zijn ouders te kennen en door hen opgevoed te worden, en de positieve verplichting van de overheid om het privé- en gezinsleven te eerbiedigen, zijn cruciale principes. _ Het Kinderrechtencommissariaat is ervan overtuigd dat de klemtoon eerst en vooral moet liggen op preventie en de uitbouw van een gepast hulpverleningsaanbod. Dat kan op verschillende manieren: _ Door een duurzaam preventiebeleid te schoeien op wetenschappelijk onderzoek. _ Door de realisatie van een breed toegankelijk prenataal zorgpad en multidisciplinaire samenwerking. _ Door het hulpverleningsaanbod te versterken. _ Door gezinnen te versterken zodat uithuisplaatsing overbodig wordt.
Deel 3 Waar knelt het?
145
Daarnaast moet de wetgeving aangepast worden. Zo kun je het personele toepassingsgebied van het decreet over integrale jeugdhulp uitbreiden naar ongeboren kinderen en zo de brug maken met gedwongen hulpverlening. Het Kinderrechtencommissariaat vindt een beslissing tot plaatsing voor de geboorte van een kind niet opportuun. Wel moet de gedwongen opname van zwangere vrouwen bespreekbaar zijn, om hun ongeboren kind te beschermen in heel uitzonderlijke situaties waarin in de vrijwilligheid alles al geprobeerd is. Maar de plaatsen waar mensen gedwongen opgenomen worden, zijn nu absoluut niet uitgerust voor die zwangere vrouwen met een verslaving. Doelstelling moet zijn: de zwangere vrouw begeleiden en een uithuisplaatsing na de geboorte voorkomen. Bovendien is het raadzaam om – bijvoorbeeld in Nederland - na te gaan of die vorm van gedwongen opname van zwangere vrouwen doeltreffend is. Kinderrechtencommissariaat, Advies Rechtsbescherming voor ongeboren kinderen, 2020–2021/12, kinderrechtencommissariaat.be/advies/advies-overde-bescherming-van-ongeboren-kinderen
6.2. Afstammingscentrum en DNA-databank laten niet langer op zich wachten Vorig jaar kreeg vzw Pleegzorg van agentschap Opgroeien de opdracht om het Vlaams Afstammingscentrum op te richten. In april 2021 gingen het Afstammingscentrum en de DNA-databank effectief van start. We brachten iedereen op de hoogte die ons hierover de laatste jaren iets gemeld of gevraagd had. Het Afstammingscentrum is een onafhankelijk aanspreeken oriëntatiepunt voor alle vragen over afstamming. Het vertrekt van het recht van iedereen op informatie over de eigen achtergrond. Het behartigt de belangen van kinderen, adolescenten en volwassenen, die om welke reden ook geen duidelijk zicht hebben op hun afstamming, vooral in situaties waar de wettelijke verwantschap niet samenvalt met de genetische, zoals bij adoptie of medisch geassisteerde bevruchting. Het Afstammingscentrum kreeg deze opdrachten: _ Iedereen met vragen over de eigen afstamming praktisch en psychosociaal ondersteunen. Daar kan ook bemiddeling bij horen.
146
_
_
_
Vragen beantwoorden over inzagerecht in adoptiedossiers, DNA-stalen voor verwantschapsonderzoek, familiegeschiedenis van metissen uit de koloniale periode. Voor het DNAonderzoek werkt het Afstammingscentrum samen met het Centrum voor Menselijke Erfelijkheid van de KU Leuven. Sensibiliseren over afstammingsthema’s en het recht op informatie daarover, campagnes uitwerken en beleidsdossiers opstellen. Expertise ontwikkelen in al wat met afstamming te maken heeft.
De eerste doelgroep van het Afstammingcentrum zijn donorkinderen, geadopteerden en metissen uit de koloniale periode. En verder donoren, eerste ouders, adoptieouders en andere verwanten. Vanaf dag 1 kreeg het centrum vragen uit al die doelgroepen. Het Vlaams Afstammingscentrum is een belangrijke stap om het recht op afstammingsinformatie te realiseren voor kinderen en jongeren. Het hele concept gaat wel uit van vrijwilligheid. Mensen beslissen zelf of ze gezocht en gevonden willen worden. Niemand kan verplicht worden. Om het recht op afstammingsinformatie effectief te realiseren, zijn ook heel wat andere maatregelen nodig. Daarvoor moet onder andere de donoranonimiteit afgeschaft worden. Er is ook regelgeving nodig die het mogelijk maakt om discreet maar niet anoniem te bevallen. En draagmoederschap moet geregeld worden.
6.3. Eindrapport expertenpanel interlandelijke adoptie Eind april 2019 publiceerde Het Laatste Nieuws getuigenissen van geadopteerden en hun adoptieouders over fraude bij adopties uit Ethiopië tussen 1997 en 2017: biologische ouders die in het adoptiedossier onterecht dood verklaard waren, kinderen die onder druk moesten liegen over hun leeftijd, kinderen die onterecht voorgesteld werden als broer en zus. Deze publicaties deden ook vragen rijzen over mogelijke wanpraktijken bij interlandelijke adopties vanuit andere herkomstlanden naar Vlaanderen. Dat leidde in mei 2019 tot een hoorzitting en een gedachtewisseling over interlandelijke adopties uit Ethiopië in de commissie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van het Vlaams Parlement. Uiteindelijk richtte de Vlaamse Regering een expertenpanel op om interlandelijke adopties uit het verleden te onderzoeken. Ze nodigde ook het
↑ Inhoudstafel
Kinderrechtencommissariaat uit als expert. Het panel is ondertussen klaar met zijn eindrapport en zijn aanbevelingen. Voor die aanbevelingen vertrok het panel van deze ethische en juridische basisprincipes: _ Het belang van het kind als belangrijkste overweging. _ Het subsidiariteitsprincipe: interlandelijke adoptie kan maar als er geen passend alternatief is in het land van herkomst. _ Het belang van geïnformeerde toestemming.
_
Geef de Vlaamse Centrale Autoriteit meer verantwoordelijkheid om adopteerbaarheid vast te stellen en te controleren. Stel duidelijke criteria op om de adopteerbaarheid in het herkomstland te waarborgen. Schakel ook onafhankelijke internationale organisaties of consulaire vertegenwoordigers in die vertrouwd zijn met de lokale context.
_
Pas het wettelijk kader sterker aan in de richting van open adoptie. Ontmoedig de automatische erkenning van een buitenlandse adoptie als volle interlandelijke adoptie. Open adoptie is geen juridisch afgebakend begrip. Het is niet hetzelfde als gewone adoptie of als gedeeld juridisch ouderschap. Combineer de principes van open adoptie met volle en met gewone adoptie. Geef de eerste ouders meer inspraak in het adoptieproces en geef ze de mogelijkheid om in contact te blijven met hun kind. In open adoptie zijn er juridisch verschillende gradaties van contact tussen geadopteerden en hun eerste ouders.
_
Vervang het systeem van wachtlijsten door een pool van potentiële adoptieouders, zoals in het pleegzorgsysteem. Stop onmiddellijk de instroom van nieuwe kandidaat-adoptanten. Kandidaatadoptanten die al een kindvoorstel kregen, kunnen de adoptie afronden met extra waarborgen en verificaties. Voor de anderen op de wachtlijst is er een adoptiepauze nodig tot na de hertekening van het wettelijk kader en de omvorming van de wachtlijst tot pool.
Aanbevelingen van het expertenpanel Herteken het wettelijk kader _
_
_
Maak interlandelijke adoptie alleen nog mogelijk op initiatief van het herkomstland. Vandaag vertrekt interlandelijke adoptie vaak bij de kinderwens van de kandidaat-adoptieouders. De nood van een kind aan interlandelijke adoptie moet het enige uitgangspunt zijn van adoptiebemiddeling. Daarvoor is er een fundamentele hervorming nodig van het adoptiesysteem. Actief gaan zoeken naar adopteerbare kinderen in herkomstlanden, moet stoppen. Nieuwe kanalen openen, moet stoppen. Interlandelijke adoptie kan alleen nog op initiatief van een herkomstland. Ondersteun in landen met een hoog risico op wanpraktijken de lokale zorgsystemen in plaats van de interlandelijke adoptie. Hanteer risicofactoren als criteria om dat risico te beoordelen. Breng de taken van de adoptiediensten voor interlandelijke adoptie onder bij de overheid, bij voorkeur bij de Vlaamse Centrale Autoriteit. Centraliseer alle adopties bij één adoptiedienst die alleen in actie komt op vraag van herkomstlanden en niet andersom. Het expertenpanel beveelt aan om zelfs nog een stap verder te gaan: de adoptiebemiddeling centraliseren bij de Vlaamse overheid. Dan heeft die directe controle op interlandelijke adoptie, wat betere garanties biedt om wanpraktijken te voorkomen. Het Vlaams Centrum voor Adoptie is daarvoor het best geplaatst.
Het huidige systeem van wachtlijsten is niet langer houdbaar. Vervang het door een poolsysteem van kandidaat-adoptieouders die zich kandidaat stellen voor een mogelijke adoptie, maar zonder de garantie dat er effectief een adoptie komt. De adoptie gebeurt op basis van een match tussen het gezin van de kandidaat-adoptieouders en de noden van het adopteerbare kind. De hervorming van een systeem van wachtlijsten naar een poolsysteem heeft een grote impact op kandidaat-adoptanten. De overheid krijgt een belangrijke collectieve en individuele informatie- en nazorgplicht. _
Voorzie in aangepaste opvolging, ondersteuning en zorg voor geadopteerden met bijzondere ontwikkelingsbehoeften.
Deel 3 Waar knelt het?
147
Laat de Dienst Maatschappelijk Onderzoek in het voorbereidingstraject van kandidaat-adoptanten extra aandacht besteden aan de ervaringen en uitdagingen waar opgroeiende geadopteerden mee te maken krijgen. Bespreek thema’s zoals identiteit, discriminatie en racisme, en de impact van mogelijke wanpraktijken al van bij de voorbereiding.
_
Installeer een onafhankelijk meldpunt waar interlandelijke geadopteerden terechtkunnen met hun juridisch-administratieve vragen. Dat meldpunt kan geadopteerden ondersteunen die administratieve problemen hebben door fouten of gebreken in de registratie van hun adoptieprocedure. Geef geadopteerden toegang tot vereenvoudigde procedures om die fouten of gebreken in de registratie te herstellen.
Maak een beter kader voor nazorg
_
Denk na over een gedeeld archief met herkomstlanden. Er is centrale en digitale registratie van interlandelijke adopties nodig.
_
Onderzoek extra en diepgaand de eventuele foutvraag en de daaruit voortvloeiende aansprakelijkheid voor wanpraktijken bij adopties uit het verleden.
_
_
_
_
Voorzie in een beter kader voor nazorg voor alle betrokkenen, zoals in de perspectiefbiedende pleegzorg. Probeer zo ruim mogelijk vorm te geven aan het recht van geadopteerden op inzage in hun adoptiedossier. Het inzagerecht voor geadopteerden is momenteel nog te weinig geregeld. Volledige toegang tot dossiers kan geweigerd worden als dat de rechten, de fysieke en psychische integriteit van derden zou kunnen aantasten. Een afweging van verschillende belangen in het adoptieproces dringt zich op.
_
Breid de mogelijkheden tot herstel in het strafrecht uit en zorg voor effectieve handhaving. Zo zouden Belgische actoren strafrechtelijk verantwoordelijk kunnen worden voor wanpraktijken door actoren in het herkomstland als die wanpraktijken toekenbaar zijn aan de Belgische actoren. Ook de verjaringstermijn kan verlengd worden, zodat wanpraktijken uit het verleden langer vervolgd kunnen worden.
_
Werk herziening van adoptie en andere alternatieven concreter uit als mogelijkheden tot herstel.
_
Creëer voor adopties uit het verleden minstens een uitzonderlijke regularisatiemogelijkheid, ook om identificatiegegevens zoals de naam, geboorteplaats en -datum eenvoudig aan te passen.
_
Breid het wettelijk kader voor herstel uit Het huidige nazorgaanbod is erg algemeen en staat weinig stil bij mogelijkheden van herstel voor wanpraktijken in interlandelijke adopties. Werk een uitgebreid wettelijk kader uit om het contact tussen de geadopteerde en eerste ouders of familie te vergemakkelijken en om de geadopteerde en zijn eerste ouders of familie mogelijkheden te bieden tot herstel. Dat kan bijvoorbeeld met een bemiddeling, mogelijk in de schoot van de op te richten erkennings- en bemiddelingscommissie.
Zorg dat een onafhankelijk centrum zoals het Afstammingscentrum geadopteerden morele, psychologische, juridische, administratieve en financiële steun kan bieden bij de zoektocht naar contact met hun eerste ouders of familie.
Erken de wanpraktijken uit het verleden _
Erken als Vlaamse Regering publiekelijk de wanpraktijken die zich bij interlandelijke adoptie voordeden en het leed dat die veroorzaakten.
_
Richt een tijdelijke Vlaamse erkennings- en bemiddelingscommissie op voor wanpraktijken bij interlandelijke adopties. Een commissie zoals de erkennings- en bemiddelingscommissie voor slachtoffers van historisch misbruik. Die commissie moet luisteren naar de slachtoffers van wanpraktijken bij interlandelijke adoptie, ze informeren en steunen. Ze moet zoeken naar gepaste bemiddeling en herstelmogelijkheden om slachtoffers de nodige erkenning te geven. Ze moet ook mensen helpen met hulpverleningsvragen of plannen voor juridische stappen.
148
Zorg voor meer mogelijkheden tot herstel na wanpraktijken
↑ Inhoudstafel
Expertenpanel inzake interlandelijke adoptie, Eindrapport, 14 augustus 2021, opgroeien.be/nieuws-en-pers/nieuws/rapportexpertenpanel-interlandelijke-adoptie-in-vlaanderen
6.4. Ouder-kindrelaties Het Kinderrechtencommissariaat krijgt adviesvragen over hoe kinderrechten vorm krijgen in gezins- en opvoedingsrelaties. De meldingen over gezin of familie gaan vooral over scheiding en ouder-kindrelaties, over kinderen die opgroeien bij grootouders en over geweld of andere verontrustende situaties. We geven altijd informatie en verwijzen door. Meldingen over ouderkindrelaties of situaties in de privésfeer kunnen we niet opnemen. Daarvoor zijn andere hulpverleningsdiensten bevoegd.
Opvoedingsvragen Kinderen en jongeren vragen ons vooral: ‘Mogen mijn ouders dit doen of beslissen?’ Dat gaat dan over discussies of ze wel of niet hun lief of vrienden mogen zien of andere dagelijkse beslissingen in de opvoeding. Die meldingen zitten in het spanningsveld tussen kinderrechten en ouderlijke rechten en plichten. Het Kinderrechtencommissariaat geeft informatie en verwijst voor verder advies en tips door naar JAC, Awel en watwat.be.
Geweld in het gezin Grootouders en professionals melden geweld in gezinnen die nog samenwonen en in scheidingssituaties. Ze willen aftoetsen of ze zich terecht zorgen maken en vragen advies over wat er kan gebeuren of wat ze zelf nog kunnen doen. Professionals informeren we over de consultfunctie van het Ondersteuningscentrum Jeugdzorg als er verdere actie nodig is. In de meldingen vallen concrete zorgen op over psychosociale of verslavingsproblemen bij één of beide ouders. Daarnaast klinken in de meldingen zorgen door over intrafamiliaal geweld. In scheidingszaken komt dat nog meer voor. Het Kinderrechtencommissariaat verwijst door naar diensten zoals 1712 of het CAW. Omdat die professionele diensten kunnen aanmelden bij een Family Justice Center of de ketenaanpak van een hoogrisicoteam.
Kinderen en jongeren zelf nemen ook contact op over geweld in het gezin. Dan gaan we na of ze al iemand in vertrouwen namen om hulp te vragen. Daarna geven we informatie over JAC, CLB, 1712 of nupraatikerover.be. We kunnen ze ook rechtstreeks in contact brengen met die diensten als ze dat willen. Geld ontvreemden Ik ben leerkracht van de 16-jarige Lieze. De thuissituatie van Lieze is problematisch. Haar moeder kampt met een alcoholverslaving. Ze werd al gedwongen opgenomen. De vader woont nog in het gezin maar distantieert zich van de moeder en de kinderen. Hij laat begaan. Nu heeft de moeder de bankkaart van Lieze opgeëist en haar code. Er staat wat spaargeld op Liezes rekening en geld van haar vakantiewerk. De moeder heeft geld van de rekening gehaald. Lieze vraagt of haar moeder dat mag doen. We leggen uit dat een ouder in principe alleen geld van de rekening mag halen voor ‘specifieke opvoedingsnoden’. Bewijzen dat een ouder moedwillig geld afhaalt voor zichzelf, is niet zo evident. Om dat te betwisten, kan Lieze het best contact opnemen met een jeugdadvocaat. We stellen vast dat jongeren tegen ouders op dat vlak maar weinig bescherming krijgen. Voor een juridische procedure tegen je eigen ouders moet je over een ontzettend moeilijke en hoge drempel. We adviseren bij de bank na te gaan of de bankkaart geblokkeerd kan worden en uit te leggen wat er gaande is. Tot slot informeren we over het JAC of het CLB omdat we ons ook zorgen maken over de thuissituatie. De leerkracht neemt achteraf opnieuw contact op om te melden dat ze met het CLB gesproken hebben. Blijkbaar is er inderdaad heel wat gaande in het gezin buiten de geldkwestie. Het CLB gaat een M-doc (document maatschappelijke noodzaak) indienen bij de jeugdhulp. Shitgevoel Mijn ouders respecteren mijn rechten niet. Ik mag mijn mening niet geven. Dan worden ze boos op mij en beginnen ze weer te roepen. Ze verwijten me vaak dat ik een nietsnut ben, dat ik niets goed kan doen. Ik ben een mislukkeling. Als ze gestrest zijn, wordt het nog erger. Ze geven ook wel al eens een klap. Tijd hebben ze nooit voor mij. Ik voel me soms echt shit. Het Kinderrechtencommissariaat brengt de jongen in contact met het JAC. We informeren over 1712 en nupraatikerover.be.
Deel 3 Waar knelt het?
149
Agressie in het gezin: waar kan ik terecht? Ik ben zes jaar getrouwd en samen hebben we drie kinderen. We zijn van buitenlandse origine. Ik heb het gevoel dat ik er alleen voor sta en weet niet goed waar ik hulp moet zoeken. Mijn man neemt soms een wit poeder, ik weet niet wat het precies is. Hij wordt daar agressief van. Hij begint dan ’s nachts de kinderen wakker te maken. Hij is voorlopig alleen nog maar verbaal agressief tegen mij en de kinderen. Ik wil dat hij iets aan zijn probleem doet maar hij weigert. Ik ben bang voor mijn veiligheid en die van de kinderen. Ze zijn nog zo jong. Waar kan ik terecht voor zoiets? Het Kinderrechtencommissariaat informeert over CAW, politie en 1712 en legt uit wat ze kunnen doen. Mevrouw vertelt dat ze al eens contact opgenomen had met de politie voor zijn verbale agressie en zijn dreigingen als hij dat poeder gesnoven heeft. De politie antwoordde haar dat bedreigingen niet genoeg zijn om een strafklacht in te dienen. Van een vriendin had mevrouw al eens van een CAW gehoord. Ze zag het zitten om daar contact mee op te nemen.
Recht op geweldloze opvoeding België is een van de laatste landen in Europa waar het niet verboden is je eigen kinderen te slaan. Verder is dat alleen zo in Italië, Tsjechië en het Verenigd Koninkrijk. Het Kinderrechtencommissariaat pleit al langer voor een verbod op elke vorm van geweld tegen kinderen. In de maatschappelijke en politieke discussie gaat het dan vaak over de vraag ‘en wat met de pedagogische tik?’ Laat ons duidelijk zijn: er is niets pedagogisch aan een tik. Door de term ‘pedagogisch’ te gebruiken, wordt het debat sterk gepolariseerd. Dat ‘pedagogische’ lijkt een mooie sluier te leggen over geweld tegen kinderen, alsof het toch nog enigszins geoorloofd is. Terwijl elke vorm van geweld, hoe klein en groot ook, het recht op fysieke en psychische integriteit van kinderen schendt. Wie bepaalt trouwens welke tik, hoe vaak, hoe hard, nog aanvaardbaar is? België werd al verschillende keren veroordeeld door internationale instanties omdat zo’n verbod hier uitblijft. Het Kinderrechtencommissariaat steunt het recente wetsvoorstel om het recht van een kind op geweldloze opvoeding te verankeren in het Burgerlijk Wetboek. Dat is belangrijk als principe om duidelijk te maken dat geweld in de opvoeding niet kan. Het is een belangrijke stap voor een mentaliteitswijziging van ‘wie niet horen wil, moet voelen’ naar ‘elke vorm van geweld tegen kinderen is een schending van hun fysieke integriteit’. 150
Pleidooi van het Kinderrechtencommissariaat: Is geweldloos opvoeden binnenkort de norm? 5 mei 2021, kinderrechtencommissariaat.be/actueel/geweldloosopvoeden-binnenkort-de-norm
Het probleem komt ook aan bod in het verslag dat het Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de Rechten van de Mens, het Kinderrechtencommissariaat en de Délégué général aux droits de l’enfant op 30 juni overmaakten aan het Europees Comité voor Sociale Rechten. Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de Rechten van de Mens, Kinderrechtencommissariaat en Délégué général aux droits de l’enfant, Rapport voor het Europees Comité voor sociale rechten betreffende het vijftiende periodieke verslag van België, 30 juni 2021, kinderrechtencommissariaat.be/advies/rapport-aanhet-europees-comité-voor-sociale-rechten-over-hetvijftiende-periodiek-verslag
6.5. Onderlinge familierelaties Elk kind heeft het recht om contact te houden met personen met wie het een affectieve band heeft. Dat is niet voor elke minderjarige vanzelfsprekend. Familierelaties kunnen onderling zo verstoord raken dat contacten tussen kinderen en familieleden stoppen. Het Kinderrechtencommissariaat krijgt daarover vooral meldingen van grootouders. Zij kloppen aan als ouders de contacten met hun kleinkinderen verhinderen. Ze vragen wat ze kunnen doen om hun kleinkind te zien. Ook ouders nemen contact met ons op als ze vinden dat opgelegd contact tussen een grootouder en hun kind niet in het belang van het kind is. Onze kleinzoon Milan Ik ben de grootmoeder van de 8-jarige Milan. Mijn zoon is de vader van het kind maar hij is vier jaar geleden overleden. Sindsdien zijn er conflicten tussen ons en de moeder van Milan. Discussies gaan over erfenissen en testamenten die betwist worden. Ons contact met Milan is het laatste pestmiddel dat de moeder kan inzetten. En dat doet ze. We hebben Milan lang niet mogen zien. De enige uitweg was een bezoek aanvragen bij de familierechtbank. We zien hem nu in de bezoekruimte. De moeder van Milan is in beroep gegaan. We zijn zo bang dat we het contact met hem verliezen. Milan geniet ervan tijd met ons door te brengen. Kan het Kinderrechtencommissariaat iets voor ons doen vanuit het recht en de vraag van Milan om ons toe te laten in zijn leven?
↑ Inhoudstafel
We leggen de grootmoeder uit waarom alleen een rechtbank bevoegd is om zich hierover uit te spreken als de familie er zelf niet uitkomt. De advocaat is de meest aangewezen persoon om verder advies te geven.
Broers en zussen: het recht om niet van elkaar gescheiden te worden Zo graag eens spelen met halfbroertje De oma van de 13-jarige Emma legt uit dat haar kleindochter na de relatiebreuk bij haar vader woont. De familierechtbank legde voorlopig geen contacten op tussen Emma en haar moeder. Oma heeft heel goed contact met haar schoonzoon en daardoor ziet ze Emma regelmatig. De moeder van Emma heeft met haar nieuwe partner een zoontje van 18 maanden, Liam. Emma zou heel graag Liam nog eens zien. Ze stelt veel vragen over hem en zou graag een namiddagje met hem spelen. Maar haar dochter blokt die vraag af. Zijn er mogelijkheden voor Emma? Het houdt haar sterk bezig.
De vraag van Emma is begrijpelijk maar niet eenvoudig. Haar moeder en haar partner zijn de opvoedingsverantwoordelijken van Liam en zij bepalen met wie hun kind wel of geen contact heeft. Maar ook de wens en de vraag van Emma is legitiem. Juridisch valt dat wel moeilijk af te dwingen. Vooral omdat er een verbod is op contact tussen Emma en haar moeder. Emma heeft voorlopig ook geen initiatiefrecht om dat contact op te eisen. We stelden de grootmoeder voor te bekijken of een tussenweg mogelijk is zoals foto’s of een tekening uitwisselen. Aparte verblijfsregeling voor twee broers Ik ben de vader van twee kinderen, 11 en 9 jaar. Sinds de scheiding woont de oudste zoon bij mij, de jongste bij zijn mama. De weekends zijn ze samen, afwisselend bij mij en bij mama. Dat lijkt een vreemde regeling maar dat was indertijd het beste zo. Nu wil mijn jongste zoon ook liever in de week bij mij wonen. Ik heb onlangs gehoord dat broers en zussen niet meer van elkaar gescheiden mogen worden. Is dat voor mij dan een wettelijke basis om een aanpassing te vragen van de verblijfs-en omgangsregeling?
Deel 3 Waar knelt het?
151
Het Kinderrechtencommissariaat legt uit wat de nieuwe wet betekent. De vraag van de vader zal niet automatisch ingewilligd worden. De familierechter zal de hele situatie bekijken en luisteren naar de visie en het standpunt van de twee ouders. Ook de kinderen kunnen zelf een brief schrijven naar de rechter met de vraag gehoord te worden. Broers en zussen (brussen) kunnen soms niet samen opgroeien door een aparte verblijfsregeling na een scheiding, een tussenkomst van de jeugdhulp bij uithuisplaatsing van kinderen of vertroebelde relaties tussen halfbroers en -zussen door een relatiebreuk in het nieuw samengesteld gezin. Het Kinderrechtencommissariaat pleitte altijd al voor contactrecht tussen brussen. Na een scheiding en zeker ook voor kinderen die opgroeien in de jeugdzorg. Ze delen hetzelfde verleden. Broers of zussen zijn vaak ook de laatste link met hun gezin en een heel belangrijke opstap naar een sociaal netwerk. Dat broers en zussen in de praktijk vaak niet samen kunnen opgroeien, signaleerde het Kinderrechtencommissariaat al eerder: Kinderrechtencommissariaat, Standpunt contactrecht met broers en zussen, 2019-2020/2, kinderrechtencommissariaat.be/standpuntcontactrecht-met-broers-en-zussen
Op 21 november 2019 werd in de Kamer van Volksvertegenwoordigers een wetsvoorstel ingediend om het Burgerlijk Wetboek aan te passen in verband met de persoonlijke banden tussen broers en zussen. Over dat wetsvoorstel adviseerde het Kinderrechtencommissariaat een eerste keer in juni 2020. Kinderrechtencommissariaat, Advies Recht doen aan het recht van broers en zussen om samen op te groeien, 2019-2020/14, kinderrechtencommissariaat.be/advies/recht-doenaan-het-recht-van-broers-en-zussen-om-samen-opte-groeien
Na verschillende amenderingen en een eerste stemming over het wetsvoorstel was er op 23 februari 2021 een hoorzitting. Het Kinderrechtencommissariaat lichtte in de hoorzitting zijn standpunt toe. Het Kinderrechtencommissariaat pleitte voor de verankering in het Burgerlijk Wetboek van het recht van minderjarige broers en zussen om niet van elkaar gescheiden te worden. We
152
benadrukten dat het nodig is om daar een eigen vorderingsrecht voor de minderjarige aan te koppelen. Kinderrechtencommissariaat, Keynote hoorzitting 23 februari 2021, kinderrechtencommissariaat.be/sites/default/files/ bestanden/keynote_kinderrechtencommissariaat_ hoorzitting_23_februari_2021.pdf
Uiteindelijk werd de wet goedgekeurd op 20 mei 2021. Een grote stap vooruit voor broers en zussen, nu de wet uitdrukkelijk zegt dat minderjarige broers en zussen het recht hebben om niet van elkaar gescheiden te worden. Alle broers en zussen, ongeacht hun leeftijd, hebben ook recht op contact met elkaar. Een eigen vorderingsrecht voor de minderjarige kwam er voorlopig niet.
6.6. Blijf bij scheiding het belang van kinderen vooropstellen In het thema gezin staan vragen en meldingen over scheiding al jaren op nummer 1. Heel wat kinderen groeien niet op in hun kerngezin. Dat hoeft niet per se een probleem te zijn. Het Kinderrechtencommissariaat krijgt meldingen over waar het minder goed loopt. De meeste meldingen gaan over problemen met of onenigheid over de verblijfs- en omgangsregeling. Ouders, kinderen en jongeren, professionals en familieleden vragen wat ze kunnen doen. Of ze verwachten dat het Kinderrechtencommissariaat actief tussenbeide komt om een situatie te ontmijnen, maar dat valt buiten onze opdracht. We adviseren ouders eerst over het aanbod van familiale bemiddeling in het belang van de kinderen. Als er geen enkele vorm van communicatie meer mogelijk is, informeren we ze over gerechtelijke procedures, maatschappelijke onderzoeken door het justitiehuis en verwijzen we ze door naar een advocaat. Uit de vele meldingen over vechtscheidingen die we elk jaar krijgen van bezorgde grootouders, ouders, kinderen en jongeren blijkt hoe zwaar de impact kan zijn op het welzijn van kinderen. Daarom vraagt het Kinderrechtencommissariaat dat ouders bij een scheiding eerst verplicht worden tot een bemiddelingsgesprek over de omgangsregeling waarin ook hun kinderen inspraak krijgen. Daarna moet er een ouderschapsplan komen met ook daarin inspraak voor kinderen en jongeren.
↑ Inhoudstafel
Spreekrecht om kinderen in beeld te brengen In de familierechtbank kunnen kinderen en jongeren hun stem laten horen als een zaak ze aanbelangt zoals bij de scheiding van hun ouders. Jongeren vanaf 12 jaar krijgen automatisch een brief met de vraag of ze gehoord willen worden. Zijn ze jonger dan 12 jaar, dan kunnen ze zelf een brief sturen naar de rechter om gehoord te worden. Hoe ervaren kinderen en jongeren dat spreekrecht? Voelen ze zich gehoord en beluisterd? Wat vinden ze van hoe de rechter met hen praat? En wat doen rechters met wat ze vertellen in de eindbeslissing? Sommige jongeren zijn opgelucht, anderen zijn teleurgesteld. Kinderen voelen zich niet altijd oprecht gehoord door de rechter. Rechters stellen soms meteen duidelijk dat het kind een vader en moeder heeft en dat het naar de twee ouders moet blijven gaan. Dat ze zich niet goed voelen bij een ouder door psychisch of fysiek geweld, wordt in hun beleving soms snel geklasseerd als: beïnvloeding door de andere ouder. Of kinderen en jongeren die een brief schrijven om gehoord te worden maar daar een negatief antwoord op krijgen. Omdat ze nog geen 12 jaar zijn of omdat de rechter ze al gesproken heeft, ook al is dat bijvoorbeeld een jaar of anderhalf jaar geleden. Het Kinderrechtencommissariaat kan kinderen en jongeren ondersteunen als ze een brief willen schrijven naar de rechtbank. Dat bekijken we per situatie. Kinderen en jongeren hebben geen enkele mogelijkheid om feedback te geven over hun ervaring of kunnen nergens aankloppen als de rechter niet ingaat op hun vraag voor een gesprek. We zien in sommige situaties een schending van het recht om gehoord te worden. Dat betekent niet dat het Kinderrechtencommissariaat oordeelt welke verblijfsregeling de rechter moet uitspreken. Die bevoegdheid ligt bij de rechter en dat respecteren we ook. Wel vinden we het belangrijk de jongere als een gelijkwaardige gesprekspartner te benaderen en niet af te wimpelen. Spreken vanaf 12 jaar? Ik begeleid een meisje van 15 jaar. Haar ouders maken er al vier jaar een vechtscheiding van. Het meisje woont nu bij haar moeder en ziet haar vader één weekend op de twee. Ze wil liever bij haar vader wonen. Het meisje vertelde me dat haar moeder niet wil dat ze bij haar vader intrekt. Ik neem aan dat zij gehoord kan worden omdat ze ouder is dan 12? Welke opties zijn er? Wat kunnen zij of wij doen? Hoe kan zij het best gehoord worden, als haar mama dat niet zou willen?
Ervaringen van kinderen en jongeren in kaart gebracht in kwalitatief onderzoek Er zijn veel klachten van kinderen en jongeren over het spreekrecht in scheidingssituaties. En er zijn grote arrondissementele verschillen in de uitvoering van het spreekrecht en de toegang van de minderjarige tot de rechter. Daarom lanceerden we in 2019 een project over spreekrecht. Dit jaar kreeg dat project, in samenwerking met de Orde van Vlaamse Balies, de Gezinsbond en prof. Charlotte Declerck (UHasselt) verder vorm. Het Kinderrechtencommissariaat en de Gezinsbond interviewden meer dan dertig kinderen uit verschillende arrondissementen om te peilen naar hun ervaring met spreekrecht in procedures. We stuurden ook een enquête naar alle magistraten van de Nederlandstalige familierechtbanken en de hoven van beroep. Nu bundelen en analyseren we de resultaten. Begin 2022 stellen we ze voor aan het grote publiek.
Contactbreuken tussen ouders en kinderen Elk kind heeft recht op contact met beide ouders, ook als die niet meer samenwonen. Dat contact kan wel opgeschort worden als het niet langer in het belang van het kind is of het kind schaadt. Omdat het gaat over een ouder-kindrelatie kan alleen een rechtbank een tijdelijk contactverbod opleggen. Het Kinderrechtencommissariaat krijgt verschillende meldingen over contactbreuken tussen ouders en kinderen. Ouders, kinderen en jongeren doen ook een beroep op ons om een van de twee ouders niet meer te moeten zien na mishandeling, verwaarlozing of andere traumatische gebeurtenissen. Natuurlijk kunnen wij daar niet over oordelen. Wel geeft het ons een inkijk in scheidingssituaties die echt zwaar problematisch lopen. Waar een kind beschermd zou moeten worden, lopen ze erop vast dat hun situatie al snel geklasseerd wordt als vechtscheiding. In andere situaties mist de rechtbank mogelijkheden om ouders zich verplicht te laten ondersteunen of begeleiden in de reorganisatie van het ouderschap en het belang van hun kind weer centraal te stellen. Verplichte gezins-of ouderbegeleidingen bestaan niet. Ouders zitten soms al te ver in de negatieve spiraal of het gevecht en komen er niet meer uit.
Het Kinderrechtencommissariaat informeert over het spreekrecht van kinderen en jongeren en wat ze kunnen doen. Deel 3 Waar knelt het?
153
We horen ook over ouderverstoting en oudervervreemding. Vooral ouders melden dat. Contactbreuken tussen ouders en kinderen bestaan en zijn een probleem. Ouderverstoting en oudervervreemding is nefast voor kinderen. De begrippen worden niet echt gedefinieerd, waardoor het gevaar bestaat dat kinderen die - om gegronde redenen - tijdelijk een ouder niet willen zien, niet meer geloofwaardig geacht worden. En dat is even nefast. De vraag is welke oplossingen ondersteunend kunnen werken voor kinderen en jongeren. We merken dat het zoeken is om het belang van kinderen en jongeren in die situaties te formuleren. En we zien die situaties ook in de jeugdhulp. Wachten bij de rechtbank, wachten voor een maatschappelijk onderzoek en wachten om een vonnis af te dwingen: gevaarlijke cocktail voor contactbreuk Ik ben vader van vier kinderen. We zijn al een hele tijd verwikkeld in rechtszaken. Hun moeder heeft al die tijd de kinderen kunnen beïnvloeden en opgezet tegen mij. Dat het soms lang duurt voordat de rechtbank een zaak opneemt, doet daar niet echt goed aan. Ook al had ik omgangsrecht, mijn ex weigerde dat na te leven. En dan is het opnieuw wachten voor je naar de rechtbank kunt om een vonnis te laten afdwingen. De rechtbank stelde een gerechtsdeskundige aan. Die concludeert dat er geen tegenindicaties zijn voor contacten tussen mij en de kinderen. Ook dat was wachten tot het maatschappelijk onderzoek kon starten en dan is het daarna opnieuw wachten om te verschijnen. Natuurlijk zijn de kinderen nu al helemaal aan de kant van hun moeder gaan staan, wat voor hen erg moet zijn. De kinderen zijn bij een therapeut maar die doorprikt de ouderverstoting niet. Ook de advocaat van mijn ex roept haar niet ter orde om te stoppen met die verstoting en werkt de contactbreuken gewoon mee in de hand. Ik vind het belangrijk dat jullie op de hoogte zijn van de praktijken rond ouderverstoting en hoe kinderen daar slachtoffer van zijn. Bezoekruimte We zijn de grootouders van Michiel. Na een familieruzie mochten we onze kleinzoon niet meer zien van onze zoon en schoondochter. We konden niet anders dan de familierechter om een bezoek vragen. We mogen Michiel nu eerst zien in de neutrale bezoekruimte. We hebben gebeld naar zijn ouders maar krijgen te horen dat we acht maanden moeten wachten. Dat kan toch niet?
154
Kunnen jullie ervoor zorgen dat we onze kleinzoon sneller kunnen zien? Ouderverstoting als enige bril om naar een situatie te kijken? Mijn kinderen zijn 8, 12 en 14 jaar. Ik heb met mijn ex-man een week-weekregeling. De kinderen zeggen al langer dat ze zich daar niet goed bij voelen. In de week bij de vader is hij zelden thuis door zijn werk. Ze zitten dan meer bij hun oma. De kinderen vragen al langer om een weekend om de twee weken naar hem te kunnen gaan. Dan heeft hij ook meer tijd voor hen. Mijn ex wil daar niets van weten. Voor hem gaat het principieel over gelijkmatig verblijf of over het alimentatiegeld dat bij een klassieke regeling komt kijken, dat zou ook goed kunnen. De kinderen keren zich volledig af tegen hem. We moesten van de rechter bemiddeling proberen. Mijn ex heeft dat stopgezet. Hij wil samenwerken met een vzw die gespecialiseerd zou zijn in ouderverstoting, want daar beschuldigt hij me nu van. De wereld op zijn kop noem ik dat. Van bij het eerste gesprek voelde ik heel goed dat ze radicaal de kaart trokken van mijn ex-man. Ik heb dat stopgezet. Toch stuurt die vzw een heel rapport met bevindingen naar de rechtbank. Dat kan toch niet? Expertisecentrum nodig Al vier jaar zit ik in een vechtscheiding. Ik neem contact op omdat ik wil signaleren dat er een expertisecentrum nodig is voor kinderen in vechtscheidingen. Kinderen en ook ouders hebben geen plek waar ze beschermd worden, waar ze terechtkunnen met al hun vragen. Heel wat diensten zijn nog niet vertrouwd met vechtscheidingen. Denk aan scholen die moeilijk doen over twee oudercontacten, twee rapporten, twee rekeningen en geen oog hebben voor gevoeligheden bij een scheiding. Ik had met mijn ex-man ook een traject bij het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. Het VK zal zeker goed werk doen op verschillende domeinen maar niet bij vechtscheidingen. Ze hebben geen expertise en gaan niet correct om met informatie, met kinderen en met de gevoeligheden bij vechtscheidingen. Zo blijft het VK aandringen op contact tussen onze twee zonen en hun vader. Ook al willen de jongens dat zelf echt niet meer. Het VK blijft zeggen: je hebt een mama én een papa. Het VK weet dat mijn ex contactverbod heeft met mij vanwege extreme stalking. Maar dat contactverbod geldt niet voor onze zonen, zeggen ze. Er zijn voor onze relatiebreuk pv’s opgesteld van intrafamiliaal
↑ Inhoudstafel
geweld. Mijn ex zegt dat hij dat niet meer zal doen en dat is oké voor het VK. Mijn kinderen kunnen bijvoorbeeld geen psychologische begeleiding krijgen omdat hun vader dat weigert. Er is een gemis aan een expertisecentrum dat alle expertise rond vechtscheidingen bundelt en dat ouders en kinderen ondersteunt. De melder wilde haar ervaring delen. De meldingen over het VK werden niet verder onderzocht omdat daar ook geen vraag naar was. Dat konden we dus niet verder verifiëren.
Wachten als versterkende factor met impact voor kinderen en jongeren In de meldingen zien we telkens weer dezelfde elementen opduiken. Wachten is ook hier een kernwoord. Als vonnissen niet langer nageleefd worden, horen we van ouders dat het wachten is. Wachten om opnieuw voor de rechtbank te verschijnen. Wachten op een oplossing. De eerste keer dat ouders moeten verschijnen voor een verblijfs- en omgangsregeling, is
het wéér wachten. Er is een wachttijd tussen de zaak inleiden of op de rol laten zetten en de eerste afspraak met de rechter. Ook in meldingen over maatschappelijke onderzoeken door het justitiehuis horen we van wachtlijsten. Een rechter kan een maatschappelijk onderzoek opleggen in moeilijke scheidingssituaties om eerst meer zicht te krijgen op de situatie voordat hij een vonnis ten gronde uitspreekt. En tot slot vernamen we van ouders en grootouders dat ze moeten wachten bij de opstart van een neutrale bezoekruimte. Corona versterkte dat nog. Er konden een hele tijd geen bezoeken begeleid worden. Dat verschuift dan en ondertussen lopen er nieuwe aanvragen binnen. We hoorden over wachtlijsten van zes tot acht maanden, een eeuwigheid in een kinderleven. Die wachttijden bij elkaar optellen, zorgt dat kinderen en jongeren lang geconfronteerd worden met erg gespannen situaties. En dat ook zij wachten op duidelijkheid. Want van de kinderen en jongeren wordt verwacht dat zij zich telkens aanpassen aan beslissingen over een regeling of een verandering van een vonnis.
Deel 3 Waar knelt het?
155
7. Jeugd- en kinderrechtenbeleid 7.1. Verticaal overleg jeugden kinderrechtenbeleid Artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering over het jeugd- en kinderrechtenbeleid stelt dat elke Vlaamse minister elk jaar een verticaal overleg organiseert met het Kinderrechtencommissariaat, de Vlaamse Jeugdraad en de aanspreekpunten voor jeugd- en kinderrechtenbeleid. Opzet: de beleidsnota’s en de jaarlijkse beleidsbrieven van de Vlaamse ministers waar dat nodig is bijsturen vanuit kinderrechtenperspectief. Het Kinderrechtencommissariaat had het laatste jaar verticaal overleg met acht Vlaamse ministers. We legden ze de signalen en klachten voor over schendingen van kinderrechten en we deden verschillende beleidssuggesties die aansluiten bij de bezorgdheden van kinderen, jongeren en hun belangenbehartigers.
7.2. Evaluatie kind- en jongereneffectenrapport (JoKER) Voor elk ontwerp van decreet dat raakt aan belangen van kinderen en jongeren jonger dan 25 jaar, is een kind- en jongereneffectenrapport (JoKER) verplicht. Zo’n JoKER moet in kaart brengen welk effect het ontwerp van decreet heeft op het leven van kinderen en jongeren. Een JoKER antwoordt onder andere op deze vragen: _ Wat is het effect van de voorgenomen beslissing op de situatie van het kind of de jongere? _ Wat is het effect op de situatie van het kind of de jongere zonder de voorgenomen beslissing? _ Welke alternatieven zijn er om de nadelige gevolgen van de beslissing voor de situatie van het kind of de jongere te voorkomen, te beperken en te verhelpen. De JoKER-verplichting bestaat al sinds 1997 en is al vaker geëvalueerd en bijgestuurd. De beleidsnota Jeugd 2019-2024 zegt dat er bij een JoKER nog altijd te veel administratieve overlast komt kijken, wat de slagkracht van het instrument beperkt. De minister van Jeugd wil daar graag verandering in brengen met een evaluatie. Het laatste jaar werkte het Kinderrechtencommissariaat mee aan de evaluatie van de JoKER-verplichting.
156
Het Kinderrechtencommissariaat blijft geloven in de JoKER-verplichting en dringt al jaren aan op bijsturing. We zien verschillende mogelijke ingrepen om een JoKER als jeugd- en kinderrechteninstrument te versterken: _ Versterk naast de JoKER-verplichting ook andere instrumenten, zoals onderzoek bij en door kinderen en jongeren of statistieken vanuit het perspectief van kinderen en jongeren. Dat kan het JoKER verrijken en is nodig om de leefsituatie van kinderen en jongeren en de veranderingen daarin in kaart te brengen. _ Start zo vroeg mogelijk met een JoKER om de impact ervan te vergroten. Neem het perspectief en de rechten van kinderen en jongeren mee vanaf de eerste stappen in de richting van nieuwe regelgeving met impact op hun leven. _ Beperkt een JoKER niet tot ontwerpen van decreet. _ Maak van de JoKER een dynamisch proces, en niet alleen maar een administratieve verplichting. _ Richt een commissie op van JoKER-experten die waakt over de opmaak en de kwaliteit van een JoKER.
7.3. Kinderrechten lokaal Label Kindvriendelijke Stad of Gemeente Het Kinderrechtencommissariaat is waarnemend lid van de jury die het label Kindvriendelijke Stad of Gemeente toekent. Een stad of gemeente is kindvriendelijk als ze een breed draagvlak heeft om op lange termijn te werken aan kindvriendelijkheid, focust op participatie van kinderen en jongeren, haar beleid baseert op een analyse van alle beleidsdomeinen die raken aan de leefwereld van kinderen en jongeren, in interactie gaat met andere belanghebbenden en haar keuze voor een kindvriendelijk beleid strategisch verankert. Met een portfolio of een kompas proberen verschillende Vlaamse steden en gemeenten hun label te behalen of te verlengen. De jury van deskundigen in lokaal jeugden kinderrechtenbeleid beslist.
↑ Inhoudstafel
Dit jaar vierde het label zijn tiende verjaardag met de publicatie ‘Dwalen met een doel. Lokaal kiezen voor kindvriendelijkheid’. Nathalie Van Ceulebroeck, Imke Pichal, Chris Peeters en Didier Reynaert (red.), Dwalen met een doel. Lokaal kiezen voor kindvriendelijkheid, Bataljong vzw, 2021
De kinderrechtencommissaris schreef het voorwoord met een achteruit- en een vooruitblik. Ze waardeert het vele werk van de laatste tien jaar. De oogst is groot. In 2018 hadden al 24 steden en gemeenten een label. In 2022 gaan nog eens zoveel steden en gemeenten ervoor. Tegen 2024 zijn er dus mogelijk al 50 steden en gemeenten met het label. Voor kinderrechten is dat schitterend nieuws. Tegen 2024 trekt een zesde van alle 300 Vlaamse steden en gemeenten uitdrukkelijk de kaart van kinderrechten. Tegelijk plaatsen de lokale kinderrechtenambities de labelwerking voor een grote uitdaging. Het label heeft duidelijk de potentie om lokaal een krachtige kinderrechtenmotor te worden. Idealiter kan de labelwerking rekenen op een sterk mandaat met genoeg ondersteuning.
Pleidooi voor gedachtewisseling over lokale kinderrechten in Vlaams Parlement Op 29 april 2021 presenteerde het Kinderrechtencommissariaat zijn jaarverslag 20192020 aan de commissie voor Cultuur, Sport, Jeugd en Media van het Vlaams Parlement. We zoomden in op onze beleidsadviezen, vroegen aandacht voor
de meldingen en de klachten van kinderen, jongeren en hun belangenbehartigers en pleitten in de vragenronde voor een gedachtewisseling over lokale kinderrechten. Ook in de gedachtewisseling met de commissie op 18 maart 2021 over het Vlaams Jeugd- en Kinderrechtenbeleidsplan 2020-2024 vroegen we een debat over lokale kinderrechten. De laatste jaren kiest Vlaanderen voor meer bottom-up en minder top-down. De overheid wil meer decentraliseren. Er gaan meer geld en meer beslissingsbevoegdheden naar lokale besturen. Ook geld en beslissingsbevoegdheden die raken aan kinderen, jongeren en hun rechten. Het Kinderrechtencommissariaat staat achter de bottom-upambities van Vlaanderen. Er is minder afstand tussen beleid en burger. Het gemeentebeleid kan sneller inspelen op de noden van kinderen en jongeren. Maar kinderen en jongeren moeten ook kunnen rekenen op instrumenten die waken over hun rechten en die het beleid kunnen bijsturen. We hebben een belangrijke traditie van Vlaamse kinderrechteninstrumenten. Moeten we niet op zoek gaan naar lokale equivalenten, nu lokale besturen meer middelen en beslissingsbevoegdheden krijgen? Moeten er decretaal verankerde lokale kinderrechteninstrumenten komen die helpen om elke minderjarige, waar hij ook woont, gelijke rechten te garanderen? Zijn er lokale jeugd- en kinderrechtenbeleidsplannen, lokale kinderombudsdiensten, lokale JoKERs? Of volstaan de huidige instrumenten waar lokale besturen vrijwillig mee werken?
Deel 3 Waar knelt het?
157
158
↑ Inhoudstafel
8. Kinderrechten internationaal 8.1. Europese kinderombudsdiensten Het European Network of Ombudspersons for Children (ENOC) verbindt vandaag 43 Europese kinderombudsdiensten uit 34 landen van de Raad van Europa, waaronder 22 van de 27 EU-landen.
Jaarvergadering over Child Rights Impact Assessment (CRIA) Op 16 en 17 november 2020 hield ENOC zijn jaarconferentie. Online en over de Child Rights Impact Assessment (CRIA). CRIA is een systematische beoordeling van de impact van een voorstel of maatregel op de rechten, behoeften en belangen van kinderen en jongeren. Het doel is na te gaan of een wet, beleidsmaatregel of praktijk in overeenstemming is met het kinderrechtenverdrag en de bijbehorende facultatieve protocollen, en voldoet aan de internationale mensenrechtenverplichtingen van staten om de rechten van kinderen te eerbiedigen, te beschermen en te vervullen. Ook het VNKinderrechtencomité wijst er regelmatig op dat elke verdragsstaat een CRIA-procedure moet invoeren. Zover zijn we nog niet. Bovendien bestaat er nog niet veel literatuur over CRIA. Door in 2020 uitgebreid onderzoek te doen over CRIA, op basis van de ervaring en expertise van de landen of regio’s die lid zijn van ENOC en die een CRIA-procedure hebben, toonde ENOC aan dat het systematisch gebruik van CRIA de zichtbaarheid van kinderrechten in de wetgeving, het beleid en de besluitvorming vergroot. De jaarvergadering van ENOC was de ideale gelegenheid voor de kinderombudsdiensten om daarover informatie en ervaringen uit te wisselen. Ook jongeren deden mee, want het is belangrijk om ook kinderen en jongeren te betrekken bij een CRIA. Het position statement over CRIA werd unaniem aangenomen. European Network of Ombudspersons for Children, Position Statement on Child Rights Impact Assessment (CRIA) adopted at the 24th ENOC Annual General Assembly, 17-18 november 2020, enoc.eu/?p=3683
Op naar permanente Europese wetgeving tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik van kinderen online In december 2020 stelde de Europese Commissie een tijdelijke afwijking voor van de e-privacyrichtlijn. Daardoor zouden techbedrijven toch legaal gebruik kunnen blijven maken van gevestigde instrumenten om seksuele uitbuiting en seksueel misbruik van kinderen (CSEA- Child Sexual Exploitation and Abuse) op te sporen. Op 15 februari 2021 drong ENOC er bij het Europees Parlement en de Raad van de EU op aan om daarmee in te stemmen. In 2020 hadden het Europees Parlement en de Raad van de EU beslist om de voorgestelde afwijking uit te stellen, waardoor proactieve kinderbeschermingsinstrumenten op verschillende grote socialemedia- en berichtenplatforms uitgeschakeld werden. Gevestigde CSEA-scanningtools zijn cruciaal in de wereldwijde strijd tegen kinderuitbuiting. Door die technologie kunnen dienstverleners misbruikmateriaal van hun platforms verwijderen, bedreigde kinderen beschermen tegen uitbuiting door groomingpatronen te identificeren, en rechtshandhavingsinstanties ondersteunen om criminelen te vervolgen die kinderen uitbuiten. Alleen al in 2019 werden meer dan 69,1 miljoen afbeeldingen, video’s en bestanden met vermoedelijk kindermisbruik gemeld bij het Amerikaanse National Centre for Missing and Exploited Children (NCMEC). Meer dan 3 miljoen van die bestanden kwamen van daders in de EU - een opsporingspercentage van ruwweg 250.000 bestanden per maand. Sinds de nieuwe bepalingen van de Europese Code voor elektronische communicatie op 21 december 2020 in werking zijn, kwamen er 46% minder meldingen bij het NCMEC waardoor duizenden, wellicht zelfs tienduizenden kinderen geen bescherming meer krijgen tegen aanhoudend misbruik. ENOC maakt zich grote zorgen over de gevolgen van die daling van het aantal meldingen. Door zo snel mogelijk de tijdelijke afwijking goed te keuren, kunnen providers verder bekend en nieuw materiaal over seksueel Deel 3 Waar knelt het?
159
misbruik van kinderen en kinderlokking opsporen. Geen enkel kind mag het slachtoffer worden van de onbedoelde gevolgen van wetgeving. Op 29 april 2021 kondigden EU-wetgevers een tijdelijke overeenkomst aan. Daardoor kunnen technologiebedrijven opnieuw en onder toezicht seksueel kindermisbruik online scannen, rapporteren en verwijderen. We zijn blij met die tijdelijke oplossing maar beseffen dat die nog maar een begin is. Op naar permanente wetgeving voor de veiligheid van kinderen online. ENOC, Open letter on the temporary derogation to the ePrivacy Directive to combat child sexual exploitation and abuse, Statement, 15 februari 2021, https:// enoc.eu/?p=3901
Uitwisseling tussen de Europese kinderombudsdiensten over de impact van de pandemie op kinderen en jongeren We werkten mee aan een seminarie en een onderzoek van de ENOC-leden over de impact van de coronarichtlijnen op het leven en de rechten van kinderen en jongeren. Dat leidde in september 2021 tot een position statement van het netwerk. Wat we leerden in Vlaanderen, kwam vaak terug in de ervaringen in andere landen. Noodmaatregelen waren vaak ontwikkeld met heel weinig aandacht voor kinderen of kinderrechten. Overheden reageerden vooral op de noodsituatie voor de volksgezondheid. Ze hadden te weinig aandacht voor de fysieke, mentale en sociale gevolgen voor kinderen. Zeker kinderen in een kwetsbare situatie werden onevenredig getroffen door noodmaatregelen.
8.2. VN-Kinderrechtencomité Algemene aanbeveling over kinderrechten online Het kinderrechtenverdrag dateert van net vóór het digitale tijdperk. Maar toch zijn de kinderrechten ook relevant voor de digitale wereld. In zijn nieuwe General Comment licht het VN-Kinderrechtencomité toe hoe kinderrechten online het best gerespecteerd, beschermd en gerealiseerd worden. Het VN-Kinderrechtencomité wijst op het belang van bescherming van kinderen tegen de risico’s van schade 160
online, en beseft dat het internet kinderen kan helpen toegang te krijgen tot informatie over hun burgerlijke, politieke, economische, sociale en culturele rechten. Het evenwicht is belangrijk. Zeker in het licht van de digitale kloof waarmee we door de pandemie geconfronteerd werden. Deze General Comment is het werk van professionals en stakeholders bij het Kinderrechtencomité, en van meer dan 700 kinderen en jongeren uit 28 landen uit de hele wereld. Er is ook een kindvriendelijke versie. VN-Kinderrechtencomité, General Comment No. 25 (2021) on children’s rights in relation to the digital environment, UN Doc. CRC/C/GC/25, 2 maart 2021, ohchr.org/EN/HRBodies/CRC/Pages/ GCChildrensRightsRelationDigitalEnvironment.aspx; 5rightsfoundation.com/In_Our_Own_Words_Young_ Peoples_Version_Online.pdf
VN-Kinderrechtencomité en Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) roepen op om kinderarbeid uit te bannen tegen 2025 In de actieweek tegen kinderarbeid riepen het VNKinderrechtencomité en ILO samen op om dringend in actie te komen om de rechten van kinderen te beschermen en kinderarbeid sneller uit te bannen, in overeenstemming met de VN-doelstelling voor duurzame ontwikkeling SDG 8.7. Volgens de laatste wereldwijde ramingen van de ILO en Unicef stijgt voor het eerst in twintig jaar het aantal kinderen dat kinderarbeid doet: ze zijn nu met 160 miljoen. Daarom is actie nu meer dan ooit nodig, zeker ten zuiden van de Sahara, waar er de laatste vier jaar 16,6 miljoen kinderarbeiders bijkwamen. De wereldwijde achteruitgang komt voor een deel ook door corona. De pandemie zet miljoenen kinderen extra aan tot kinderarbeid als er niet dringend maatregelen komen. Om de stijging om te buigen, moeten landen zich opnieuw engageren om de rechten van het kind centraal te stellen in hun economisch en sociaal beleid. De verwezenlijking van het recht van kinderen op kwaliteitsonderwijs, gezondheidszorg, sociale bescherming, een passende levensstandaard en het recht om hun stem te laten horen, is fundamenteel voor hun recht om vrij te zijn van kinderarbeid. De eerbiediging van de rechten van kinderen is ook cruciaal voor de economische en sociale ontwikkeling, omdat ze dan later als volwassenen vlotter toegang krijgen tot
↑ Inhoudstafel
productief en fatsoenlijk werk. Dat kan samenlevingen uit de armoede trekken. VN-Kinderrechtencomité en ILO, Joint Statement of the Committee on the Rights of the Child and the International Labour Organization to mark the Week of Action against Child Labour, 10-18 June 2021, https:// ilo.org/ipec/news/WCMS_804244/lang--en/ index.htm
8.3. VN-Comité tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing Op 15 en 16 juli 2021 besprak België met het VN-Comité tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing de geboekte vooruitgang sinds 2013 en de nog te leveren inspanningen. Op 30 juli 2021 publiceerde het VNComité zijn slotopmerkingen. Comité contre la torture, Observations finales concernant le quatrième rapport périodique de la Belgique, tbinternet.ohchr.org/Treaties/CAT/Shared%20 Documents/BEL/INT_CAT_COC_BEL_45337_F.pdf
Het Kinderrechtencommissariaat diende vooraf een alternatief rapport in bij het VN-Comité. Kinderrechtencommissariaat, Alternative report of the Flemish Office of the Children’s Rights Commissioner to the UN Committee against Torture, 2019-2020/16, 22 juli 2020, kinderrechtencommissariaat.be/advies/alternativereport-flemish-office-children%E2%80%99s-rightscommissioner-un-committee-against-torture
We zoomden in op de inspanningen en de tekortkomingen in de Vlaamse en Belgische wetgeving en het beleid voor minderjarigen en hun rechten bij vrijheidsbeneming. En we formuleerden aanbevelingen die het VN-Comité aan België kan overmaken. We baseerden onze aanbevelingen op drie bronnen: _ De observaties in de gemeenschapsinstellingen en andere vrijheidsbenemende instellingen door de maandcommissarissen van de Commissie van Toezicht voor jeugdinstellingen, waarvan de kinderrechtencommissaris voorzitter is. _ Onze eerdere adviezen aan de overheid. _ De klachten die we krijgen van opgesloten jongeren en hun belangenbehartigers.
Kinderrechtenverdrag Op 20 november 1989 nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York het ‘Internationaal Verdrag over de Rechten van het Kind’ aan. Daarom is het op 20 november internationale kinderrechtendag. Het Kinderrechtenverdrag staat integraal op de website van het Kinderrechtencommissariaat: https://www.kinderrechtencommissariaat.be/ kinderrechtenverdrag
Deel 3 Waar knelt het?
161
162
163
Deel 4 Bijlagen
164
↑ Inhoudstafel
Naar wie verwijzen we door? Algemene dienstverlening
Ombudsdiensten en klachtenlijnen
Voor kinderen en jongeren Awel Jongerenaanbod van het caw tZitemzo (de vroegere Kinderrechtswinkel)
9 11 4
Algemeen Arts 3 Bemiddelaar 3 Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW) 8 Centrum Geestelijke Gezondheidszorg (CGG) 1 Child Focus 1 Infolijn Corona 2 Kind en Gezin 4 Meldpunt 1712 18 OCMW 1 Opvoedingslijn - Opvoedingswinkel 1 Sensoa 1 TEJO (Therapeuten voor jongeren) 3 VAD – De Druglijn 1
Jeugdhulp JO-lijn Jeugdrechtbank
7 1
Aanspreekpersoon Intergriteit (API) – FOS Aanspreekpersoon Intergriteit (API) – speelpleinwerking DGDE Dienst intern toezicht politie JEP - Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame Gegevensbeschermingsautoriteit Geschillencommissie Reizen Kinderombudsman Nederland Ombudsfin Ombudsman Verenigd Koninkrijk Orde der artsen Raad voor de Journalistiek Vlaamse Ombudsdienst Vlaamse bemiddelingscommissie - onderwijs Voetbal Vlaanderen (meldpunt) Unia
1 1 2 2 1 1 1 1 1 1 1 1 6 1 2 1
Zorg voor kwetsbare groepen Bataljong vzw Bruss’help Netwerk tegen armoede Ondersteuningsteam (OTA) Antwerpen SAM, steunpunt Mens en Samenleving
4 1 1 1 2
Juridische bijstand en justitie
Overheden
Advocaat 26 Bureau voor juridische bijstand 1 Familierechtbank 2 Jeugdadvocaat 2 Jeugdrechtbank 2 Politie 7 Vrederechtbank 1
Agentschap Uitbetaling Groeipakket (VUTG) Dienst naamsverandering FOD Justitie FOD Werkgelegenheid en Arbeid Vlaamse jeugdraad
1 1 1 1 1
Onderwijs Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) Commissie Leerlingenrechten Commissie Zorgvuldig Bestuur Inrichtende macht school Leerlingenraad Lokaal Overlegplatform (LOP) Ouderkoepel Pedagogische begeleidingsdienst Schooldirectie Vraag- en meldpunt stedelijk onderwijs Antwerpen
10 1 2 3 1 2 1 1 3 1
Deel 4 Bijlagen
165
Kinderrechten in de media Vorig werkjaar kwamen de standpunten van het Kinderrechtencommissariaat 699 keer aan bod in de media. In tijdschriften en dagbladen, gedrukt of online, op radio en tv. Dit is een overzicht van wat er tussen 1 september 2020 en 31 augustus 2021 in verschillende media verscheen.
Medium
Datum
Uitgever
Titel
Online
1/9/2020
demorgen.be
Honger is niet erg. Voelen dat mensen op je neerkijken: dát is hard
Online
1/9/2020
weliswaar.be
Van ongeboren kinderen tot jongeren van 25 jaar: we laten niemand los
Online
2/9/2020
hln.be
Corona kan geen excuus zijn om kinderen zes uur per dag op een schoolbus te zetten
3/9/2020
nieuwsblad.be
De laatste jongere is weg: Tongerse jeugdgevangenis elf jaar na opening gesloten
Radio
3/9/2020
VRT Radio 2 – Limburg Middagpost Goede zaak dat er geen jongeren meer worden opgesloten in Tongeren
Online
3/9/2020
nieuwsblad.be
Kinderrechtencommissariaat wil maximale reistijd voor leerlingen in buitengewoon onderwijs
Persagentschap
3/9/2020
Belga
Kinderrechtencommissariaat wil maximale reistijd voor leerlingenvervoer
Online, print en persagentschap
3/9/2020
hbvl.be, trends.knack.be, proximus. be, Het Belang van Limburg, Het Nieuwsblad (ed. Limburg), Belga
Laatste jongere is weg uit Tongerse jeugdgevangenis
3/9/2020
Het Laatste Nieuws
Opinie. Geen excuus
Online
9/9/2020
hln.be
Sciensano wil mondmaskerplicht op school herbekijken na kritiek artsen: ‘Eén uur les, en ze hebben hoofdpijn en zijn duizelig’
Online en persagentschap
10/9/2020
knack.be, Belga
Coronavirus – Vlaamse coronacommissie richt blik op gehandicaptenzorg en jeugdhulp
10/9/2020
Het Laatste Nieuws
Mondmasker straks misschien toch niet verplicht in de klas
11/9/2020
KW – Brugsch Handelsblad Brugge-Torhout
Een welles-nietesspelletje met een goede afloop
Online
11/9/2020
kw.be
Happy end voor lange saga: Peruviaanse Noe eindelijk weer samen met Marjolein en Noah
Radio
15/9/2020
VRT MNM – De Avondshow
Caroline Vrijens aan de telefoon
Print en online
17/9/2020
Het Laatste Nieuws (ed. Antwerpen), hln.be
Jeugdfilmorganisatie JEF start met Toekomstmakers, een reizende filmstudio
17/9/2020
Het Nieuwsblad
Nog altijd urenlang op de bus
Online
17/9/2020
hbvl.be, nieuwsblad.be
Ouders niet te spreken over ‘oplossing’ busvervoer buitengewoon onderwijs
Online
18/9/2020
gva.be
Jonge Toekomstmakers in de leer bij Anuna De Wever: ‘Er staat een generatie klaar die meer inbreng wil’
Online
18/9/2020
dewereldmorgen.be, stampmedia.be
Vlaams parlementslid Hannes Anaf (sp.a) over psychisch welzijn bij jongeren in tijden van corona
166
↑ Inhoudstafel
Medium
Datum
Uitgever
Titel
19/9/2020
Gazet van Antwerpen (ed. Stad en rand), Het Nieuwsblad (ed. Antwerpen)
Er staat een generatie klaar die meer inbreng wil
Persagentschap en online
21/9/2020
Belga, despecialist.eu, medi-sfeer.be
Coronavirus – ‘Nooit meer volledige lockdown in welzijnsvoorzieningen. Nooit meer’
Online
21/9/2020
vrt.be
Kinderen en jongeren worden nog altijd geleefd door strenge coronaregels
Radio
21/9/2020
VRT Radio 2 – Limburg Start Je Dag
Corona en jongeren
Online
23/9/2020
fashionista.be
Muziek vormt rode draad doorheen Rode Neuzen (K)uur, de actie van Rode Neuzen Dag 2020
26/9/2020
Zeno (De Morgen)
Tiptop
Online
28/9/2020
humo.be
Hoe overleeft de jeugd nog eens een halfjaar met corona? ‘Ineens appreciëren ze school meer’
29/9/2020
Humo
Hoe overleven we nog eens een halfjaar met corona?
Online
6/10/2020
demorgen.be
Hoe overleeft de jeugd nog eens een halfjaar met corona? ‘Ik heb nog nooit zoveel jongeren blij gezien op 1 september’
Online
6/10/2020
knack.be
Aantal jongeren in jeugdzorg blijft stijgen: ‘Velen kunnen de prestatiedruk niet meer aan’
7/10/2020
Knack
Veel jongeren kunnen de prestatiedruk niet meer aan
Online
8/10/2020
vrt.be
Jongeren voelen zich ‘machteloos’ en ‘eenzaam’ door coronamaatregelen: ‘Luister eindelijk eens naar ons’
Radio
8/10/2020
VRT MNM - Nieuws 19u, VRT Studio Brussel Nieuws 20u
Jongeren voelen zich de eenzaamste mensen
Radio
8/10/2020
VRT Klara - Nieuws 19u
Invloed coronamaatregelen op jongeren
Radio
8/10/2020
VRT Radio 1 - Sporza 19 u
Kinderrechtencommissaris vindt dat de coronamaatregelen de jongeren te veel raken
Radio
8/10/2020
VRT Radio 1 - De Wereld Vandaag
Kwart meer oproepen bij Awel en perspectief ontbreekt voor jongeren
Online
11/10/2020
kw.be
Gaststad Nieuwpoort plant symbolische appelboom voor Preventietop ‘Gezond opgroeien’
Persagentschap
15/10/2020
Belga
Coronavirus - Open Vld hekelt strenge quarantainemaatregelen in de jeugdhulp
16/10/2020
KW - Het Wekelijks Nieuws en Zeewacht kust
Symbolische appelboom voor preventietop ‘Gezond opgroeien’
Online
23/10/2020
demorgen.be
Kinderrechtencommissaris: ‘Wij zijn opgelucht dat men in deze crisis aan de jongeren denkt’
Online
23/10/2020
limburgnieuws.be, tv.be
Ketnet en 13 kinderzenders roepen 12 november uit tot Europese Vriendschapsdag (23 oktober 2020)
Online
23/10/2020
vrt.be
Ouders voor Jongeren smeken: laat jongeren in de winter buiten samen komen
Print en online
24/10/2020
dS Weekblad, standaard.be
Ik voel me completer sinds ik mijn halfzussen ken
Online
25/10/2020
frontview-magazine.be
Ketnet en 13 kinderzenders roepen 12 november uit tot Europese Vriendschapsdag
Online
2/11/2020
nieuws.be
1 kind op de 25 groeit op zonder warm nest
Online
2/11/2020
nieuwsblad.be
SOS Kinderdorpen wil extra aandacht voor kwetsbare kinderen in lockdown: ‘Wat als die eigen bubbel shit is?’
Deel 4 Bijlagen
167
Medium
Datum
Uitgever
Titel
3/11/2020
De Morgen
Niet elk kind hoeft jongen of meisje te zijn
Print en online
4/11/2020
Knack, knack.be
Hoe komen we de tweede lockdown door?
Online en print
6/11/2020
VRT MNM - Nieuws 19u, Studio Brussel Nieuws 20u
Versoepel voor de jongsten zodra het kan. Niet kunnen spelen is nefast
Online en persagentschap
9/11/2020
vrt.be, Belga
Ça va? Jeugddienst Hasselt vraagt hoe het écht met je gaat
Online
9/11/2020
VRT Radio 1 - Sporza 19 u
Ook studenten hebben ademruimte nodig
Radio
9/11/2020
VRT Radio 1 - De Wereld Vandaag
Over de afgelopen maanden blijkt dat jongeren zich vaker eenzamer voelen, meer verdrietig, moe, gestresseerd ook
Online
9/11/2020
invlaanderen.be
Stad Hasselt polst met Ça va? Ça va!-campagne naar mentaal welzijn van Hasseltse jongeren
Print en online
10/11/2020
Het Belang van Limburg, hbvl.be, nieuwsblad.be
Hasselt polst naar mentaal welzijn van jongeren
Online
10/11/2020
hln.be
Stad Hasselt biedt ondersteuning aan jongeren via nieuwe campagne over mentaal welzijn
Online
11/11/2020
proximus.be
Ketnet en 13 kinderzenders roepen 12 november uit tot Europese Vriendschapsdag
Print en online
12/11/2020
De Morgen, demorgen.be
Corona doet meldingen bij Unia pieken
12/11/2020
Courrier International - Belgique
Fille ou garçon, faut-il choisir?
Online
12/11/2020
invlaanderen.be
Laat kinderrechten nooit meer in lockdown gaan - 18/11 online voorstelling jaarverslag Kinderrechtencommissariaat
Print en online
14/11/2020
De Morgen, demorgen.be
Eén meisje op acht heeft geen geld voor tampons
Tv
15/11/2020
VRT Eén - De Zevende Dag
Niet toevallig dat Child Focus, het Expertisecentrum Kindermishandeling en Kinderrechtencommissariaat allemaal zeggen: hou al die scholen open
Radio
18/11/2020
VRT Joe en Qmusic - Nieuws 13u
De impact van de Coronamaatregelen is enorm op kinderen en jongeren. Dat staat in het jaarverslag van het Vlaams Kinderrechtencommissariaat
Online
18/11/2020
demorgen.be, dewereldmorgen.be
Jaarrapport Kinderrechten 2020: ‘Laat kinderrechten nooit meer in lockdown gaan’
Radio
18/11/2020
VRT Studio Brussel - Nieuws 12u
De gevolgen van de lockdown voor kinderen en jongeren waren te groot en kinderrechten zijn te vaak geschonden
Tv
18/11/2020
VRT Ketnet - Karrewiet
De kinderrechtencommissaris vindt dat sommige kinderrechten ook in lockdown zijn gegaan en dat mag niet meer gebeuren
Online
18/11/2020
brf.be
Kinderrechte nie wieder in den Lockdown gehen lassen
18/11/2020
dS Avond, standaard.be
Kinderrechten mogen nooit meer op slot
Online
18/11/2020
hln.be
Kinderrechtencommissaris trekt vijf lessen uit de eerste lockdown: ‘Kind dat Zoom-les moet volgen op toilet: dat mag niet meer gebeuren’
Online
18/11/2020
vrt.be
Kinderrechtencommissaris waarschuwt: ‘Scholen opnieuw sluiten is geen optie’
Online
18/11/2020
demorgen.be
Kinderrechtencommissaris: ‘Corona heeft de rechten van de jeugd aangetast’
Radio
18/11/2020
VRT Radio 1 - Nieuws 12 en 13u, VRT MNM - Nieuws 12u
Jaarverslag - Vlaams Kinderrechtencommissariaat roept in jaarverslag op om scholen niet meer te sluiten
Radio
18/11/2020
VRT Radio 1 - De Wereld Vandaag
Jaarverslag Kinderrechtencommissariaat is dus rapport van 222 bladzijden geworden
168
↑ Inhoudstafel
Medium
Datum
Uitgever
Titel
Persagentschap
18/11/2020
Belga
Jaarverslag -Laat kinderrechten nooit meer in lockdown gaan
Online
18/11/2020
standaard.be
Kinderrechten mogen nooit meer op slot
Tv en radio
18/11/2020
VRT Eén - Het Journaal 19u, VRT Studio Brussel - Nieuws 13u
Kinderrechtencommissaris vraagt om scholen nooit meer te doen sluiten. Het staat in haar jaarverslag dat een toepasselijke titel kreeg: laat kinderrechten nooit meer in lockdown gaan
Radio
18/11/2020
VRT MNM - Nieuws 13u
In de lockdown zijn fundamentele kinderrechten geschonden. Dat staat in het jaarverslag van de kinderrechtencommissaris
Online
19/11/2020
kw.be
Oe ist?: Stad Kortrijk bevraagt jongeren over corona
Online
19/11/2020
hln.be
Brusselse politie trekt ten strijde tegen anarchistische pamfletten op straat
Print en online
19/11/2020
Het Belang van Limburg, hbvl.be, nieuwsblad.be
Jaarverslag - Kinderrechtencommissariaat waarschuwt: ‘Neveneffecten lockdown onverantwoord’
19/11/2020
Het Laatste Nieuws
Jaarverslag - Ook de kinderrechten gingen in lockdown, blijkt uit het rapport
19/11/2020
De Morgen
Jaarverslag - Van spel tot onderwijs: corona heeft de rechten van jongeren aangetast
Online
19/11/2020
hln.be
Kortrijk bevraagt kinderen en jongeren over hoe ze coronacrisis mentaal beleven
Online
19/11/2020
demorgen.be
Ook de kinderrechten gingen in lockdown: ‘Een grote groep kinderen moest een half jaar alleen werken’
Online
20/11/2020
rodeneuzendag.be, frontview-magazine.be
20.000 kinderen en jongeren volgen Rode Neuzen (k)Uur
Print en online
20/11/2020
De Morgen, demorgen.be
Column Saskia De Coster: Angst stuurt onze beslissingen
Online
20/11/2020
nieuwsblad.be
Gemeente Zelzate stapt niet mee in leeftijdsverlaging naar 14 jaar voor GAS-boetes: ‘Die komen toch bij de ouders terecht’
Online
20/11/2020
knack.be
Groen vraagt ‘Kinderrechtendag’ aan parlementsvoorzitter Liesbeth Homans (N-VA)
Online
20/11/2020
weliswaar.be
Jaarverslag - Laat kinderrechten nooit meer in lockdown gaan
Radio
20/11/2020
VRT Radio 1 - De Ochtend
Kinderrechtencommissaris in Het Nieuwsblad: wees mild bij de beoordeling. En ze vraagt de scholen om geen overhaaste beslissingen te nemen
Online
20/11/2020
nieuwsblad.be
Kinderrechtencommissaris roept scholen op om geen drastische beslissingen te nemen na kerstexamens: ‘We moeten mild zijn’
Print en online
20/11/2020
Het Nieuwsblad, Gazet van Antwerpen gva.be
Kinderrechtencommissaris roept scholen op om mild te zijn
Online
20/11/2020
knack.be
Laat kinderen met verhoogde kwetsbaarheid desnoods een jaartje langer schoollopen
Radio
20/11/2020
VRT Radio 2 - Start Je Dag
Wees mild voor leerlingen na de kerstexamens, vraagt de kinderrechtencommissaris
20/11/2020
Het Laatste Nieuws - de RingBrussel
Wij hebben niets te verstoppen
Tv
21/11/2020
ATV - Nieuws, Relax en Trends
Gesprek over het mentale welzijn van kinderen jongeren en ouderen
Radio
21/11/2020
VRT Radio 1 - De Ochtend
In de bijzondere jeugdzorg broers en zussen te vaak van elkaar gescheiden
Deel 4 Bijlagen
169
Medium
Datum
Uitgever
Titel
Online
21/11/2020
Het Nieuwsblad (ed. BrusselNoordrand)
Lezersbrief: Mild voor leerlingen
Print en online
21/11/2020
De Standaard, standaard.be, nieuwsblad.be
Wet moet verhinderen dat broers en zussen worden gescheiden
Online
21/11/2020
hln.be
Zelzate verzet zich tegen verlagen leeftijd voor GAS-boetes naar 14 jaar: ‘Een jeugdopbouwwerker heeft veel meer nut’
Tv
22/11/2020
ATV - Wakker op Zondag - 11u
Online-enquête door Kinderrechtencommissariaat
23/11/2020
Het Laatste Nieuws (ed. GentEeklo-Deinze), (ed. MeetjeslandLeiestreek)
Geen GAS-boetes voor 14-jarigen
Online
23/11/2020
nieuwsblad.be
We zetten drankautomaten op school, waarom geen automaten met maandverband?
24/11/2020
Dag Allemaal
Kristel Verbeke, adviseur bij het Kinderrechtencommissariaat, maakt zich zorgen in coronatijden: ‘We moeten respect tonen voor de bekommernissen van jongeren, hoe futiel die ook lijken’
Online
25/11/2020
brusselstimes.com
‘Period poverty’: Belgium called on to make menstrual products free
Online
25/11/2020
standaard.be
Gratis tampons en maandverband: ook in België?
Online
25/11/2020
vrt.be
Groep Dendermondenaars wil steun van de stad in strijd tegen menstruatie-armoede
Online
25/11/2020
demorgen.be
Het is vandaag moeilijk om grip te krijgen op jongeren. Hoe gaat het echt met hen?
25/11/2020
Jommekeskrant (Het Nieuwsblad)
Jaarverslag - Kinderrechtencommissaris hoopt dat overheid lockdownlessen heeft geleerd
Online en radio
25/11/2020
vrt.be, VRT MNM, Studio Brussel, VRT Klara, VRT Radio1 en Radio2 Nieuws 12 en 13u
Kinderrechtencommissaris en Caritas roepen op om menstruatieproducten ook gratis te maken in België
25/11/2020
De Morgen
Nieuw platform ‘Conflicthelden’ zorgt voor verbinding tussen jongeren en hun begeleiders
Tv
25/11/2020
VRT Eén - Het Journaal 19u
Ook bij ons roept onder meer de kinderrechtencommissaris op om de producten gratis te maken
Online
25/11/2020
hln.be
UCLL lanceert ‘conflicthelden': een nieuwe manier om jongeren en hulpverleners virtueel samen te brengen
Online
25/11/2020
vrt.be
Une jeune flamande sur huit n’a pas les moyens de s’acheter des protections hygiéniques
Online
26/11/2020
hln.be
Het debat: Moeten tampons en maandverband gratis beschikbaar worden in Vlaanderen?
26/11/2020
Het Laatste Nieuws (ed. Leuven en Brabant)
UCLL lanceert ‘conflicthelden’: een nieuwe manier om jongeren en hulpverleners virtueel samen te brengen
Online
27/11/2020
myria.be
Nieuwsbrief november: Vlaamse Kinderrechtencommissaris vraagt in haar jaarverslag om het recht op opvang te garanderen
Print en online
28/11/2020
De Standaard, standaard.be
Ik ben een civil servant en ik ben er trots op
Online
28/11/2020
showbizz24.be, showbizzsite.be, msn.be
Kristel Verbeke maakt zich zorgen om dochters: ‘Mogen we niet zomaar wegwuiven’
1/12/2020
De Bond
Frustratie bij leerkrachten is omgeslagen in bezorgdheid
1/12/2020
Randkrant
Kinderarmoede bestrijden moet topprioriteit zijn
170
↑ Inhoudstafel
Medium
Datum
Uitgever
Titel
Online
1/12/2020
hln.be
Zelzate enige gemeente in Oost-Vlaanderen die leeftijd voor GAS-boetes niet verlaagt naar 14 jaar: ‘Geloven niet in kracht van boetes, wel in die van de jeugd’
1/12/2020
Femma
Zwarte piet moet weg
2/12/2020
VRT MNM - Nieuws 19u, VRT Studio Brussel Nieuws 20u
Zelzate enige gemeente in Oost-Vlaanderen die leeftijd voor GAS-boetes niet verlaagt naar 14 jaar
Online
5/12/2020
knack.be
Een nieuw geïnstalleerde ongelijkheid loopt langs de lijnen van de veerkracht en de angst
6/12/2020
VRT Radio 1 - Sporza 19 u
Gratis tampons in de scholen?
Radio
7/12/2020
VRT Radio 1 - De Wereld Vandaag
Inspectieverslagen van crèches
Online
8/12/2020
kw.be
Stad Kortrijk voorziet locaties om studenten toch samen te laten studeren
Print en persagentschap
10/12/2020
De Morgen
Leerlingen niet te snel heroriënteren
10/12/2020
Libelle - Hallo Wereld
Schotland gaat als eerste land ter wereld tampons en maandverband zo goed als gratis maken
Tv
13/12/2020
VRT Eén - De Zevende Dag
Kinderdagverblijven
Online
13/12/2020
vrt.be
Kinderrechtencommissaris over wantoestanden in kinderopvang: ‘Ik hoop dat dit een wake-upcall is’
Radio en online
14/12/2020
VRT Radio 1 - De wereld van Sofie, radio1.be/luister
Kinderrechtencommissaris: ‘Een mooi gebaar van Time maar ook wat dubbel!’
Online
15/12/2020
hln.be
Dijlestad verlengt label kindvriendelijke stad
Online
15/12/2020
standaard.be
Dit zijn de vijf nieuwe kindvriendelijke steden en gemeenten
Online
15/12/2020
nieuws.be, vrt.be
Geel, Laarne, Oudsbergen, Pelt, Roeselare en Turnhout bekroond tot ‘kindvriendelijke steden en gemeenten’
Online
15/12/2020
gva.be
Mechelen krijgt opnieuw label voor ‘Kindvriendelijke stad’
Online
15/12/2020
tvl.be, hbvl.be, nieuwsblad.be
Oudsbergen en Pelt bekroond tot kindvriendelijke gemeenten
Online
15/12/2020
turnhout.be
Turnhout verlengt label kindvriendelijke stad: ‘We willen van Turnhout een stad maken waar álle kinderen en jongeren volle bak kunnen (op)groeien’
Persagentschap
15/12/2020
Belga
Vijf nieuwe kindvriendelijke steden en gemeenten, vier steden verlengen label
Radio
15/12/2020
VRT Radio 2 - Limburg Middagpost
Volgens kinderrechtencommissaris is het belangrijk dat steden en gemeenten ook vanuit de ogen van kinderen en jongeren kijken
16/12/2020
Het Laatste Nieuws (ed. Mechelen-Lier)
Dijlestad verlengt label kindvriendelijke stad
16/12/2020
Gazet van Antwerpen (ed. Mechelen-Waas)
Mechelen: Weer prijs voor ‘Kindvriendelijke stad’
Print en online
17/12/2020
De Standaard, standaard.be
Een schreeuw om mildheid: ‘We hebben ons kapotgewerkt’
Persagentschap
18/12/2020
Belga
Coronavirus - Gratis lockdownuitgave van Zonneland voor 140.000 kinderen
Online
19/12/2020
nieuwsblad.be
Muziek voortaan niet meer toegelaten op skatepark
Radio
23/12/2020
VRT Radio 1 - De wereld van Sofie
Kinderrechtencommissariaat heeft dat onderzoek gevoerd samen met de universiteit
Deel 4 Bijlagen
171
Medium
Datum
Uitgever
Titel
Radio
24/12/2020
VRT Radio 1 - Nieuws 12u
De regels over knuffelcontacten zijn niet goed uitgelegd
Online
24/12/2020
grenzecho.net
Eine böse Überraschung: Kinder unter zwölf Jahren zählen auch als ‘Knuffelcontact’
Online
24/12/2020
tijd.be
Kinderen tellen wel degelijk als knuffelcontact
Online en Tv
24/12/2020
vrt.be, VRT Eén - Het Journaal 19u
Kinderrechtencommissaris laakt onduidelijke knuffelregels voor kinderen: ‘Begrijp dat mensen niet meer kunnen volgen’
Radio
24/12/2020
VRT MNM - Nieuws 12 en 13u
Regels over knuffelcontact -12-jarigen niet goed uitgelegd
Radio
24/12/2020
VRT Klara - Nieuws 12u
Volgens Vrijens zijn de regels over knuffelcontacten niet goed uitgelegd
Print en online
26/12/2020
De Standaard, standaard.be
Ik mis het om rebels te kunnen zijn zonder immoreel te zijn
Radio
29/12/2020
VRT Radio 2- VRT Klara- VRT Radio 1 - Nationaal nieuws 14u
Minister Lalieux (PS) maakt 200 000 euro vrij voor menstruatiearmoede
Online
29/12/2020
vrt.be
Minister Lalieux (PS) maakt 200.000 euro vrij voor menstruatiearmoede: ‘Niet genoeg, maar eerste stap in goede richting’
Online
31/12/2020
hln.be
20 Belgen over de lessen van 2020: ‘In crisistijd komt de schoonheid van de mens boven’
31/12/2020
Het Laatste Nieuws
Kinderrechtencommissaris: ‘Besef dat we elkaar nodig hebben’
3/1/2021
De Zondag
Uitkijken naar 2021
Radio, persagentschap en online
11/1/2021
VRT Klara Nieuws 22 en 24u, VRT Studio Brussel, VRT MNM - Nieuws 7, 21, 22 en 23u, Belga, knack.be, hbvl.be, proximus.be
Kinderrechtencommissariaat en Vlaamse Jeugdraad willen geen mondmasker voor min-12-jarigen
Tv
12/1/2021
VRT Ketnet - Karrewiet
Experts zitten samen om te bekijken of dat masker ook al moet vanaf tien jaar, maar kinderrechtencommissaris vindt het geen goed idee
Online en radio
12/1/2021
hln.be, VRT MNM - De Ochtendshow met Sander Gillis
Kinderrechtencommissariaat en Vlaamse Jeugdraad willen geen mondmasker voor min-12-jarigen
Online
12/1/2021
VRT MNM - Nieuws 19u, VRT Studio Brussel Nieuws 20u
Mondmaskerplicht voor 10-jarigen?
Online
12/1/2021
standaard.be
Voor meer dan één op de tien jonge vrouwen zijn tampons te duur
Radio
22/1/2021
VRT Radio 1 - De Wereld Vandaag
Coronavirus - Kinderrechtencommissariaat pleit in open brief voor meer aandacht voor jongeren
Radio
22/1/2021
VRT Studio Brussel - Nieuws 12 en 13u
Kinderrechtencommissariaat pleit opnieuw voor meer aandacht voor jongeren: geef jongeren vanaf twaalf jaar voorrang als er versoepelingen mogelijk zijn
Online
22/1/2021
laprovince.sudinfo.be, lacapitalebrabant-wallon.sudinfo.be, nordeclair.be, lameuse.be, lacapitale.be, lanouvellegazette.be
Des voix se font entendre pour qu’une attention accrue soit désormais portée aux jeunes
Radio en online
22/1/2021
VRT Radio 1 - Ayco 13u, VRT Radio Kinderrechtencommissaris doet oproep in een 2 - Nieuws 12u, VRT Klara Nieuws 12 open brief aan de regeringen van ons land en 14 u, msn.be
Online
22/1/2021
knack.be, proximus.be
172
Kinderrechtencommissariaat pleit in open brief voor meer aandacht voor jongeren
↑ Inhoudstafel
Medium
Datum
Uitgever
Titel
Online
22/1/2021
demorgen.be, hln.be
Kinderrechtencommissariaat pleit voor meer aandacht voor jongeren: ‘Geef hen voorrang zodra versoepelingen mogelijk zijn’
Radio
22/1/2021
VRT Radio 1 - De Wereld Vandaag, VRT Radio 1 - Nieuws 12 en 13u, VRT MNM - Nieuws 12 en 13u
Kinderrechtencommissariaat trok inderdaad aan de alarmbel. Kinderen ouder dan twaalf jaar hebben het op dit moment echt heel moeilijk
Online
22/1/2021
vrt.be
Kinderrechtencommissariaat : ‘Jongeren moeten kwetsbare groep worden’. Ook experten Gems willen meer oog voor hen
Online
22/1/2021
7sur7.be
La jeunesse en détresse: ‘Il faut leur donner la priorité’
Online
22/1/2021
lavenir.net
Les jeunes sont un groupe à risque: ‘Donnez leur la priorité dès que des assouplissements seront possibles’
Online
22/1/2021
knack.be
Waarom krijgt de behoefte van jongeren om stoom af te laten niet meer aandacht?
22/1/2021
Het Nieuwsblad
Elf procent van de corona-overtredingen is door tieners. ‘Impact op jongeren is zwaar onderschat’
Online
23/1/2021
nieuwsblad.be
Over versoepelingen voor jongeren geen woord, terwijl ook zij zwaar lijden onder corona: ‘Steeds meer eetstoornissen en verslavingen’
23/1/2021
dS Avond, standaard.be
Corona. ‘We zijn de oudere scholieren uit het oog verloren’
Online
26/1/2021
VRT Radio2.be
Kinderrechtencommissaris: ‘Het gaat echt niet goed met de mentaal kwetsbare groep: jongeren’
Online
26/1/2021
hbvl.be
Tieners dreigen te verstikken: ‘We zijn de oudere scholieren uit het oog verloren’
Online en print
26/1/2021
standaard.be, De Standaard
We zijn de oudere scholieren uit het oog verloren
Persagentschap
27/1/2021
Belga
Kinderrechtencommissaris: ‘Ontzettend blij met akkoord buitenschoolse activiteiten’
Radio
27/1/2021
VRT Studio Brussel en MNM Nieuws 17u, Klara - Pompidou
Kinderrechtencommissaris is tevreden dat de scholen opnieuw openblijven. Voor heel wat kinderen en jongeren is dat hun enige contact met leeftijdsgenoten
Radio
27/1/2021
VRT Radio 1 - De Wereld Vandaag
Kinderrechtencommissaris wikt en weegt wat er gisteren en vandaag allemaal beslist is voor en over onze kinderen
Online
27/1/2021
cdenv.be
Minister Beke zet investeringen in geestelijke gezondheidszorg kracht bij
Online
27/1/2021
stampmedia.be
Wisselende leerresultaten in middelbare school
1/2/2021
Lokaal
De nieuwe lichting kindvriendelijke steden en gemeenten
1/2/2021
Kiddo
Kinderrechten in lockdown
Online
2/2/2021
hln.be
PRO1840: ‘Kinderen worden geviseerd door de meerderheid. Hobby’s moeten kunnen’
Online
2/2/2021
doorbraak.be
Schaf besnijdenis af bij minderjarige jongens
Tv
5/2/2021
VRT MNM - Nieuws 19u, VRT Studio Brussel Nieuws 20u
Kinderrechtencommissaris en enkele ouders van de jongeren waren bij gesprek met burgemeester
Online
5/2/2021
hbvl.be
Commissariaat kinderrechten: ‘Jongeren met complexe problematiek hebben thuis nodig’
Print en online
5/2/2021
VRT Radio 1 - Sporza 19 u
Eén kindertijd, in dertig bedden geslapen
Deel 4 Bijlagen
173
Medium
Datum
Uitgever
Titel
Online
5/2/2021
VRT Radio 1 - De Wereld Vandaag
Eerder dan crisismanagement hebben jongeren met complexe problematieken een ‘thuis’ nodig met veel zorg
Persagentschap en online
5/2/2021
Belga, nieuwsblad.be, knack.be, invlaanderen.be, dewereldmorgen. be, sociaalnet.be
Jongeren met complexe problematiek hebben vooral ‘thuis’ nodig
Radio
5/2/2021
VRT Radio 1 - De Ochtend
Kinderrechtencommissariaat geeft webinar: gewoon complex
Print en online
5/2/2021
De Morgen, demorgen.be
Wanneer mag mijn leven stoppen, vroeg mijn kind
Online
5/2/2021
bruzz.be
Opgepakte jongeren zitten samen met Close: ‘Verwachten concrete maatregelen’
Online
5/2/2021
cdenv.be
Vlaanderen investeert volop in mentaal welzijn van kinderen en jongeren
5/2/2021
De Morgen
Kinderrechtencommissariaat klaagt situatie van jongeren met complexe problemen aan
Online
5/2/2021
bruzz.be
Opgepakte jongeren zitten samen met Close: ‘Verwachten concrete maatregelen’
7/2/2021
De Zondag
Kinderen pesten elkaar minder door positieve campagnes
Online
8/2/2021
hln.be
Leerlingen ’t Hinkelpad verbeteren de wereld met filmpjes
Print en online
9/2/2021
Gazet van Antwerpen (ed. Mechelen-Waas), nieuwsblad.be, gva.be
Leerlingen freinetschool ’t Hinkelpad maken film
Persagentschap
11/2/2021
Belga
Coronavirus - Getuigenissen van jongeren over coronacrisis worden gebundeld in vier podcasts
12/2/2021
Het Belang van Limburg
Ambassadeur moet kinderen in armoede meer kansen geven
Online
12/2/2021
nieuwsblad.be, hbvl.be
Hasselt zoekt ambassadeur voor kinderkansen
Radio en online
15/2/2021
VRT Studio Brussel, VRT MNM - Nieuws 17 en 18u, VRT Radio 2 Antwerpen Spits, vrt.be
Kinderrechtencommissaris is verbaasd dat zeven minderjarigen urenlang zijn vastgehouden door de politie na lockdownfeestje
16/2/2021
Het Laatste Nieuws
14-jarigen hele nacht opgesloten na ‘lockdownfeestje’
Radio
16/2/2021
VRT Radio 1 - Nieuws 12u
14-jarigen uit Kapellen die hele nacht opgesloten zaten na ‘lockdownfeestje’ zijn buiten proportie aangepakt
Tv
16/2/2021
ATV - Nieuws
Betrokken ouders dienden ook klacht in bij de kinderrechtencommissaris in de hoop dat die kan wegen op het beleid om de richtlijnen voor jongeren aan te passen
Persagentschap
16/2/2021
Belga
Coronavirus - Kinderrechtencommissaris over opsluiting jongeren in cel: ‘Lijkt buitenproportioneel’
Radio
16/2/2021
VRT Radio 1 - Nieuws 13u
Hier is de verhouding totaal zoek. De slinger is doorgeslagen. Die kinderen zaten meer dan zestien uur opgesloten
Tv
16/2/2021
VRT Canvas – Ter zake
Jongeren in de cel: rechtvaardig of overdreven?
Tv
16/2/2021
VTM - Nieuws 19u
Kinderrechtencommissaris vindt het buiten alle proportie, politie moet dringend draaiboek opstellen over hoe omgaan met minderjarigen
Radio
16/2/2021
VRT Radio 2 - Antwerpen Middagpost, VRT MNM en VRT Studio Brussel - Nieuws 13u, VRT Radio 2 - De Topcollectie
Klacht bij de kinderrechtencommissaris over 14-jarigen die hele nacht opgesloten zaten na ‘lockdownfeestje’
174
↑ Inhoudstafel
Medium
Datum
Uitgever
Titel
Print en online
16/2/2021
dS Avond, standaard.be
Lockdownfeestje eindigt in de cel voor zeven minderjarigen: ging het gerecht in de fout?
Online
16/2/2021
tijd.be
Minderjarigen in cel: ‘De slinger is doorgeslagen’
Print en online
16/2/2021
dS Avond, standaard.be
Ook jongeren verdienen stemrecht
Tv
16/2/2021
VRT Eén - Het Journaal 13, 19 en Het Journaal Laat, VRT Canvas De Afspraak
Zeven jongeren van 14 en 15 jaar nacht in de cel
Online
16/2/2021
hln.be
Zijn straffen voor (minderjarige) overtreders van coronamaatregelen te streng?
Radio
16/2/2021
VRT Radio 1 - Wonderland 20u - De Kinderrechtencommissaris is verbaasd dat tribune 19u, VRT KLARA - Nieuws minderjarigen urenlang zijn vastgehouden door de 19 en 20u, VRT MNM - Nieuws 18u politie na een lockdownfeestje in Kapellen
Online
16/2/2021
gva.be, nieuwsblad.be
Ouders in beroep tegen taakstraf van minderjarige uit Kapellen wegens ‘lockdownfeestje’
17/2/2021
Het Laatste Nieuws
14-jarigen in cel: ouders dienen klacht in bij Kinderrechtencommissaris
Print en online
17/2/2021
De Standaard, standaard.be
Antwerpen trekt strengste kaart, ook voor minderjarigen
17/2/2021
De Tijd
De slinger is doorgeslagen
Online
17/2/2021
levif.be
En Flandre, l’interpellation de sept jeunes en train de ‘chiller’ choque
Print en online
17/2/2021
Het Laatste Nieuws, hln.be
Jongeren gedroegen zich al bij al kalm op lockdownfeestje
Online
17/2/2021
newsmonkey.be, epicplace.info, msn.com
Liberale minister verdedigt harde aanpak kinderen. CD&V, Vooruit en Groen fluiten dat beleid net terug
17/2/2021
Gazet van Antwerpen
Ouders in beroep tegen taakstraf
17/2/2021
Het Laatste Nieuws
Verontwaardiging alom, maar minister blijft achter parket staan
18/2/2021
De Standaard
Corrigerende tik
Radio
18/2/2021
VRT Radio 1 - De Ochtend
Minister van Justitie Van Quickenborne zegt: ‘het parket heeft de richtlijnen gewoon gevolgd’
20/2/2021
De Morgen
Blijkbaar is de ene jongere de andere niet in ons land
Print en online
20/2/2021
De Tijd, tijd.be
De balans: Caroline Vrijens
Online
20/2/2021
demorgen.be
Waarom sloeg die jongere op de vlucht? Hij had vast en zeker iets uitgespookt, toch?
Online en persagentschap
23/2/2021
vivreici.be, rtbf.be, Belga
La proposition de loi visant à ne pas séparer les fratries ne fait pas l’unanimité
Online en persagentschap
23/2/2021
hln.be, Belga
Wetsvoorstel om broers en zussen niet meer te scheiden blijft meningen verdelen
Online
23/2/2021
apache.be
De diversiteitsindustrie van El Kaouakibi: heimelijke camerasurveillance, misleiding en intimidatie
Online
23/2/2021
kerknet.be
Interview met kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens
23/2/2021
Dag Allemaal
Parlementaire vraag over minderjarigen in de cel
24/2/2021
Tertio
Mijn enige wens is meer vrijheid voor onze jongeren
Online
26/2/2021
knack.be
Al die jongeren die aan de alarmbel trekken, zijn nog maar het topje van de ijsberg
Online
26/2/2021
tagmag.news
MNM plant meer HOEWIST?-sessies in na enthousiasme jongeren
Online
27/2/2021
frontview-magazine.be
HOEWIST? - extra onlinesessies met jongeren in lockdown
Deel 4 Bijlagen
175
Medium
Datum
Uitgever
Titel
1/3/2021
Lokaal
Vrije tijd buiten de vrijetijdsorganisatie
Online en print
2/3/2021
hln.be, Het Laatste Nieuws
Column. ‘De nieuwe Miss Duitsland defileerde niet in badpak maar in broekpak? Dan ken ik een betere kandidate’
Online
3/3/2021
radio1.be
Broers en zussen zouden het recht moeten hebben om samen op te groeien
TV
3/3/2021
VRT Ketnet - Karrewiet
Kinderrechtencommissaris wil wet die voorkomt dat kinderen gescheiden kunnen worden
Radio
3/3/2021
VRT MNM - Nieuws 19u, VRT Studio Brussel Nieuws 20u
Broers en zussen zouden samen moeten kunnen opgroeien
Online
4/3/2021
gva.be
Geen huisarrest voor 15-jarige na lockdownfeestje: ‘Blij dat hij weer kon voetballen’
Online
7/3/2021
VRT Radio 1 - Sporza 19 u
Mannen worden aangenomen op basis van hun potentieel, vrouwen om hun ervaring
Print en online
8/3/2021
VRT Radio 1 - De Wereld Vandaag
100 Antwerpse jongeren in gesprek met De Wever en politie
Online
9/3/2021
demorgen.be
De mythes en misvattingen over partnergeweld houden taboes, schuld en schaamte mee in stand
Print en online
10/3/2021
De Standaard, standaard.be
Extra geld moet druk op jeugdzorg doen dalen
Persagentschap
22/3/2021
Belga
Coronavirus - ‘Mondmaskerplicht in lagere school graag zo kort mogelijk’ (Kinderrechtencommissariaat)
Online
23/3/2021
apache.be
Geestelijke gezondheidszorg ontoereikend voor kinderen met complexe problematieken
23/3/2021
De Morgen
‘Maskerplicht in lagere school zo kort mogelijk’
Persagentschap
24/3/2021
Belga
Coronavirus - Jeugdsector bezorgd om welzijn van kinderen en jongeren in de paasvakantie
Online
24/3/2021
msn.com, proximus.be
Jeugdsector bezorgd om welzijn van kinderen en jongeren in de paasvakantie
Online
24/3/2021
vrt.be
Zes tieners over de nieuwe coronamaatregelen: van ‘motivatie raakt op’ tot ‘het mocht nog strenger’
Radio
24/3/2021
VRT Radio 1 - De Wereld Vandaag, VRT Radio 2 - Vlaams-Brabant Spits, VRT Radio 2 - OostVlaanderen Spits, VRT Radio 2 West-Vlaanderen Spits, VRT Radio 2 - Antwerpen Spits, VRT Radio 2 - Limburg Spits, VRT MNM - Nieuws 18 u
Kinderrechtencommissaris hoopt dat de scholen na de paasvakantie weer voltijds open kunnen
Radio
24/3/2021
VRT Radio 1 - De Wereld Vandaag
Jongeren snakken naar ademruimte: een oproep voor ademruimte in de paasvakantie.
Online
25/3/2021
demorgen.be
Jeugd brandt kaarsje voor goede cijfers op 19 april
Online
25/3/2021
knack.be
Jeugdsector bezorgd om welzijn van kinderen en jongeren in de paasvakantie
25/3/2021
De Morgen
Jeugd hoopt op goede cijfers tegen 19 april
Online
26/3/2021
nieuwsblad.be
Ouders van opgepakte minderjarigen in Gent stappen naar intern toezicht van lokale politie
Online
26/3/2021
knack.be
Gent: ouders van opgepakte jongeren dienen klacht in bij intern toezicht van politie
Persagentschap
26/3/2021
Belga
Politieoptreden minderjarigen Gent - Ouders opgepakte minderjarigen in Gent stappen naar intern toezicht van lokale politie
Online
26/3/2021
demorgen.be
‘Die controle-app is als een plusouder’: helft ouders begrenst mediagebruik van kinderen met software
176
↑ Inhoudstafel
Medium
Datum
Uitgever
Titel
26/3/2021
De Morgen
Ouders rekenen op apps om kind te controleren
Online
31/3/2021
proximus.be, knack.be
Kinderrechtencommissaris: ‘Corona was motor van verandering in gesloten jeugdinstellingen’
1/4/2021
De Morgen
Extra belminuten en minder spanningen, dankzij de pandemie
1/4/2021
Het Laatste Nieuws (ed. Denderstreek)
Openbare toiletten in stadspark weer open
Online
2/4/2021
hln.be
Het debat. Hebben jongeren ‘legale uitlaatkleppen’ nodig?
6/4/2021
De Morgen
‘Het leerrecht wordt echt geschonden’
6/4/2021
VRT MNM - Nieuws 19u, Studio Brussel Nieuws 20u
Meester, hij begint weer!
Online
6/4/2021
demorgen.be
‘Een diploma is zo belangrijk om weer aansluiting te vinden’: CD&V wil onderwijs van jongeren in gesloten instellingen garanderen
Print en online
7/4/2021
VRT Radio 1 - Sporza 19 u
Ik schaam mij niet voor mijn armoede
9/4/2021
VRT Radio 1 - De Wereld Vandaag
‘Naakt fouilleren? De normaalste zaak’
Radio
9/4/2021
VRT Radio 1 - De Ochtend
Vragen bij naakt fouilleren
Online
9/4/2021
demorgen.be
‘Dit was choquerend’: ouders over naaktfouilles bij jongeren door politie in Leuven en Gent
Online
10/4/2021
humo.be
‘Naakt fouilleren? Dat is de normaalste zaak van de wereld’
Radio
12/4/2021
VRT Studio Brussel en MNM Nieuws 17u, Radio 1 - De Wereld Vandaag, VRT Radio 2 - OostVlaanderen Spits, VRT Radio 2 - Vlaams-Brabant Spits, VRT Radio 2 - Limburg Spits, Radio 2 - Antwerpen Spits, VRT Klara - Pompidou, VRT Radio 1, VRT MNM en VRT Studio Brussel - Nieuws 18u, VRT Radio 1 - De Wereld Vandaag
Kinderrechtencommissaris: ‘Afstandsonderwijs botst op limieten’
Online
13/4/2021
knack.be
Opgroeien in coronatijden: is er een angstgeneratie in de maak?
Online
14/4/2021
knack.be
Noodkreet van scholieren klinkt steeds luider: hoeveel flexibiliteit kan je nog van jongeren vragen?
Persagentschap
14/4/2021
Belga
Coronavirus - ‘Wanneer gaan we echt luisteren naar de scholieren?’ (kinderrechtencommissaris)
Online
14/4/2021
nieuwsblad.be, msn.com, hln.be, knack.be
Kinderrechtencommissaris: ‘Wanneer gaan we echt luisteren naar de scholieren?’
Radio
15/4/2021
VRT Radio 1 - De Ochtend
Afkondiging Kinderrechtencommissaris
Radio
15/4/2021
VRT MNM, VRT Studio Brussel en VRT Radio 1 - Nieuws 8u, VRT Radio 1 - De Ochtend, Radio 1 Nieuws 9u en 10u
Kinderen en jongeren zouden prioriteit moeten zijn
Online
15/4/2021
radio1.be
Kinderrechtencommissaris: ‘Te weinig aandacht voor kinderen en jongeren’
Online
15/4/2021
lesoir.be
Carte blanche: ‘Repenser l’évaluation pour prendre soin des ados à l’école’
Online
15/4/2021
ringtv.be
Kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens: ‘Jongeren zijn uitgeput, geef ze voorrang in versoepelingen’
Deel 4 Bijlagen
177
Medium
Datum
Uitgever
Titel
Tv
15/4/2021
Ring TV - Nieuws
Vlaams Kinderrechtencommissaris maakt zich zorgen over het mentaal welzijn van kinderen in het secundair onderwijs
16/4/2021
De Morgen
23.000 jongeren wachten op hulp
16/4/2021
De Standaard
Geef scholen de toelating om mild te evalueren
Online
16/4/2021
businessam.be
Situatie in jeugdpsychiatrie onhoudbaar: 23.000 jongeren raakten de voorbije maand niet aan psychische zorg
Online en print
17/4/2021
standaard.be, De Standaard
Scholen zijn geen welnesscentra
18/4/2021
De Zondag
Het blijft moeilijk om toe te geven dat ik in de armoede zat
Online
18/4/2021
radio1.be
Ik wil armoede bespreekbaar maken. Armoede gaat verder dan je bankrekening. Het zit in heel je lijf
Online
18/4/2021
dezondag.be
Ontbijtbabbel met tv-maker Kristel Verbeke: ‘Het blijft moeilijk om toe te geven dat ik in de armoede zat’
Online
19/4/2021
rtbf.be, msn.com, plus.lesoir.be
Carte blanche de la Belgian Pediatric Covid-19 Task Force : ‘Tous les enfants doivent retourner à l’école dès que possible’
Online
19/4/2021
msn.com
Situatie in jeugdpsychiatrie onhoudbaar: 23.000 jongeren raakten de voorbije maand niet aan psychische zorg
Online
20/4/2021
hbvl.be
Kristel Verbeke: ‘Mijn verleden blijft voor altijd in mijn rugzak zitten’
Online
20/4/2021
knack.be
Terug naar de klas zonder vaccin: ‘Ook volgend jaar wordt geen gewoon schooljaar’
Online
20/4/2021
nieuwsblad.be
Kinderrechtencommissariaat wil meer aandacht voor kinderrechten in preventief radicaliseringsdecreet
Persagentschap
20/4/2021
Belga
LIVC R-decreet heeft kinderrechtenbocht nodig
21/4/2021
Knack
De Croo en de jeugd
21/4/2021
Knack
Een schooljaar zoals vroeger? Dat zal nog even duren
Persagentschap
21/4/2021
Belga
Vlaams Parlement keurt decreet LIVC R goed
22/4/2021
De Standaard
Zorg- of hulpverlener mag radicalisering signaleren
Print en online
24/4/2021
De Tijd, tijd.be
De balans: Kristel Verbeke
24/4/2021
Goesting (Het Belang van Limburg)
Mijn verleden blijft voor altijd in mijn rugzak zitten
26/4/2021
De Morgen
Duidelijkheid voor gesloten jeugdhulp
Online
26/4/2021
demorgen.be
Jongeren in gesloten jeugdhulp krijgen duidelijkheid over rechten
Online
28/4/2021
standaard.be, nieuwsblad.be, knack.be
Broers en zussen krijgen recht niet te worden gescheiden
Radio
28/4/2021
VRT Radio 1 - De Wereld Vandaag, VRT Klara - Pompidou
Kinderrechtencommissaris tevreden over de regel dat broers en zussen niet gescheiden mogen worden
Online en persagentschap
28/4/2021
hln.be, Belga
Broers en zussen krijgen recht niet te worden gescheiden
Online
30/4/2021
cdenv.be
CD&V steunt kindergarantie van de EU om kinderarmoede aan te pakken
4/5/2021
De Morgen
‘Het is gewoon een teken van machteloosheid’
4/5/2021
De Standaard
Wie niet horen wil, moet niet voelen
178
↑ Inhoudstafel
Medium
Datum
Uitgever
Titel
4/5/2021
Het Nieuwsblad, Gazet van Antwerpen
‘Pedagogische tik’ van Francken verdeelt N-VA
Online
4/5/2021
demorgen.be
‘Het is gewoon een eufemisme voor iemand slaan’: maakt politiek een einde aan ‘de pedagogische tik’?
4/5/2021
VRT MNM - Nieuws 19u, Studio Brussel Nieuws 20u
Kinderen worstelen al genoeg met faalangst
Tv
4/5/2021
VRT- De Afspraak
Kinderrechtencommissariaat streeft naar een geweldloze opvoeding voor kinderen
4/5/2021
VRT Radio 1 - Sporza 19 u
Pedagogische tik
Online
4/5/2021
VRT Radio 1 - De Wereld Vandaag
Steun voor wetsvoorstel Geens, ‘maar niet verengen tot pedagogische tik’
Print en online
5/5/2021
Knack, knack.be
Spring niet te kwistig om met B- en C-attesten
Radio
5/5/2021
VRT Radio 2 - Limburg Spits, VRT Radio 2 - Vlaams-Brabant Spits, VRT Radio 2 - Antwerpen Spits, VRT Radio 2 - West-Vlaanderen Spits, VRT Radio 2 - OostVlaanderen Spits, VRT Radio 2 Limburg Spits
Kinderrechtencommissaris: ‘Er is niets pedagogisch aan een tik’
Online
5/5/2021
radio2.be
Kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens over pedagogische tik: ‘Er is niets pedagogisch aan een tik. Dit is een signaal dat geweld niet thuishoort in de opvoeding’
Print en online
12/5/2021
Knack, knack.be
Eindspel: Caroline Vrijens
Persagentschap
12/5/2021
Belga
Decreet LIVC R goedgekeurd in Vlaams Parlement
Online
12/5/2021
vrt.be
Voortaan geen beroepsgeheim meer bij overleg over radicalisering
Online
13/5/2021
proximus.be
Decreet LIVC R goedgekeurd in Vlaams Parlement
Radio
14/5/2021
VRT Radio 2 - Antwerpen Start Je Dag
Kinderrechtencommissaris vindt mondmaskerplicht te streng
Radio
14/5/2021
VRT Radio 1 - De Ochtend, - Nieuws Vlieghe: ‘Te vroeg om mondmaskerplicht te 9u 10u, VRT MNM - Nieuws 12u, VRT schrappen’ Studio Brussel - Nieuws 12u
Online
14/5/2021
knack.be
Decreet LIVC R goedgekeurd in Vlaams Parlement
Online
14/5/2021
vrt.be
Geen mondmaskerplicht meer voor gevaccineerden, is dat een goed idee? Erika Vlieghe: ‘Situatie blijft uiterst fragiel’
Online
14/5/2021
radio1.be, vrt.be
Kinderrechtencommissaris herhaalt oproep: ‘Mondmaskers voor kinderen lagere school moeten zo snel mogelijk verdwijnen’
Online
14/5/2021
proximus.be
Erika Vlieghe: ‘Nog te vroeg om mondmaskers in de klas af te schaffen’
Online
14/5/2021
radio1.be
Geen mondmaskerplicht meer voor gevaccineerden, is dat een goed idee? Erika Vlieghe: ‘Situatie blijft uiterst fragiel’
Online
14/5/2021
knack.be, nieuwsblad.be, hbvl.be, gva.be
Erika Vlieghe: ‘Nog te vroeg om mondmaskers in de klas af te schaffen’
Online
14/5/2021
lalibre.be
Pour Erika Vlieghe, ‘il est trop tôt pour se passer des masques en classe’
Online
14/5/2021
lesoir.be
Enseignement: ‘Il est encore trop tôt pour retirer les masques en classe’, insiste Erika Vlieghe
Online
14/5/2021
knack.be
Dit is niet redelijk: wat met de mondmaskerverplichting in de lagere school?
Deel 4 Bijlagen
179
Medium
Datum
Uitgever
Titel
Online
14/5/2021
dhnet.be
Pour Erika Vlieghe, ‘il est trop tôt pour se passer des masques en classe’
Online
14/5/2021
lecho.be
Là où on accorde la liberté aux vaccinés
TV
14/5/2021
VRT Eén - Het Journaal 13u
Kinderrechtencommissaris pleit ervoor om mondmaskerplicht in de 3e graad van het lager onderwijs te schrappen
Persagentschap
14/5/2021
Belga
Erika Vlieghe: ‘Nog te vroeg om mondmaskers in de klas af te schaffen’
Online
14/5/2021
hln.be
Erika Vlieghe: ‘Nog te vroeg om mondmaskers in de klas af te schaffen’
Online
14/5/2021
despecialist.eu, medi-sfeer.be, farma-sfeer.be
‘Nog te vroeg om mondmaskers in de klas af te schaffen’ (Vlieghe)
Online
14/5/2021
vrt.be
‘Scrap face covering rule for primary school children’ says Children’s Rights Commissioner
Radio
14/5/2021
VRT Radio 1 - De Wereld Vandaag, VRT Studio Brussel - Nieuws 18u, VRT MNM - Nieuws 18u
Oproep van CLB om regels over mondmaskers te blijven volgen
TV
14/5/2021
VRT Eén - Het Journaal Update
Kinderrechtencommissaris pleit ervoor om mondmaskerplicht in de 3e graad van het lager onderwijs te schrappen
Radio
14/5/2021
VRT Klara - Pompidou
Mondmaskerplicht blijven volhouden in het 5e en 6e leerjaar
TV
14/5/2021
VRT Eén - Het Journaal 19u
Kinderrechtencommissaris pleit om zodra het kan mondmakerplicht in lager onderwijs te laten vallen
Persagentschap
14/5/2021
Belga
Coronavirus - ‘Nog te vroeg om mondmaskers in de klas af te schaffen’ (Vlieghe)
Online
14/5/2021
vrt.be
Encore trop tôt pour enlever les masques buccaux en classe
14/5/2021
dS Avond, standaard.be
Is het een goed idee om de mondmaskerplicht af te schaffen?
15/5/2021
Het Laatste Nieuws
Mondkapjes afschaffen zoals in de VS? Eerst meer Belgen vaccineren
15/5/2021
De Morgen
VS zetten mondmaskers af, wanneer volgen wij?
Radio
17/5/2021
VRT Radio 1- De Wereld Vandaag
Kinderrechtencommissaris vraagt om herevaluatie mondmaskers 5e en 6e leerjaar
Online en persagentschap
27/5/2021
bruzz.be, hln.be, Belga
Weyts wil voor vijfde en zesde leerjaar af van mondmaskers op speelplaats
27/5/2021
De Morgen
Weyts wil maskerplicht versoepelen
Online
31/5/2021
weliswaar.be
Als er maar liefde is
1/6/2021
Dag Allemaal
Luister naar wat pesten bij slachtoffers aanricht
1/6/2021
weliswaar.be
Het geluk van een kind hangt niet af van de gezinsvorm
TV en radio
3/6/2021
VRT Eén - Het Journaal 19u, Het journaal laat, VRT Radio 1-Nieuws 20u, 21u, 22u
Te lange wachtlijsten in de kinderpsychiatrie
4/6/2021
De Morgen
Nieuw actieplan tegen kindermishandeling
Radio
4/6/2021
VRT MNM - Nieuws 19u, VRT Studio Brussel Nieuws 20u
Jongeren moeten te lang wachten op professionele hulp
4/6/2021
Het Nieuwsblad
Als ze haar hadden opgenomen, was dit niet gebeurd
4/6/2021
VRT Radio 1 - Sporza 19 u
Pijnlijke spiegel na drama in Gavere
4/6/2021
VRT Radio 1 - De Wereld Vandaag
Altijd meer vragen om hulp dan er plaats is
180
↑ Inhoudstafel
Medium
Datum
Uitgever
Titel
Radio
4/6/2021
VRT MNM en VRT Studio Brussel Nieuws 7u
Te lange wachtlijsten voor jongeren
Online
4/6/2021
demorgen.be
Nieuw platform moet antwoord bieden op toenemende kindermishandeling
Online
4/6/2021
gva.be
Standpunt. Pijnlijke spiegel na tragisch overlijden in Gavere
Persagentschap
4/6/2021
Belga
Coronavirus - Blij dat jongeren een ietwat normale zomer kunnen hebben (kinderrechtencommissaris)
Online
18/6/2021
klara.be
De Liefhebber met Caroline Vrijens
Online
19/6/2021
gva.be
Analyse. Antwerpen pionier in aanpak partnermishandeling: meer focus op de geweldplegers
19/6/2021
DNA (Gazet van Antwerpen)
Meer focus op de plegers van geweld
Print en online
24/6/2021
De Standaard, standaard.be
‘Ik heb dit jaar enkele leerlingen zien uitdoven, de lichtjes in hun ogen verdwenen’
Online
24/6/2021
kw.be
Beslissen 16-jarigen straks mee wie burgemeester wordt?
Print en online
29/6/2021
Het Laatste Nieuws (ed. Pajottenland), hln.be
Jan Ruisbroek krijgt hoog bezoek: kinderrechtencommissaris opent tentoonstelling vijfdejaars
Online
2/7/2021
nieuwsblad.be
Jan Ruisbroek-school in dialoog met kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens
Radio
7/7/2021
VRT Radio 1 - Nieuws 21u, 22u
Jongeren en ouders moeten grondig geïnformeerd worden over vaccinatie.
Persagentschap
7/7/2021
Belga
Coronavirus - ‘Informatie- en meldpunt nodig voor wie zich tegen wil ouders wil laten vaccineren’ (Kinderrechtencommissariaat )
Online
7/7/2021
demorgen.be
Waarom het noodzakelijk is dat 12- tot 15-jarigen óók gevaccineerd worden
Online
7/7/2021
VRT MNM - Nieuws 19u, Studio Brussel Nieuws 20u
‘Informatie- en meldpunt nodig voor wie zich tegen wil ouders wil laten vaccineren’
Online
7/7/2021
proximus.be
‘Informatie- en meldpunt nodig voor wie zich tegen wil ouders wil laten vaccineren’
8/7/2021
VRT Radio 1 - Sporza 19 u
Kinderen aan de beurt: wat u zoal moet weten
8/7/2021
VRT Radio 1 - De Wereld Vandaag
Vaccinatie 12- tot 15-jarigen: liefst met toestemming van ouders, maar het kind beslist
Radio
8/7/2021
VRT Qmusic - Nieuws 7u, Bruzz Nieuws 7u en 8u, Joe Nieuws 7u
Meldpunt nodig voor jongeren van wie ouders niet willen dat ze zich laten vaccineren volgens Caroline Vrijens
Online
12/7/2021
artsenkrant.com
Naar een vaccinatiegraad van 90% bij de Vlaamse volwassen bevolking
Online
17/7/2021
nieuwsblad.be
Gezin in bedreigd woonwagenpark zoekt steun bij Kinderrechtencommissariaat: ‘We moeten hier blijven voor het welzijn van onze dochter’
17/7/2021
Het Nieuwsblad (ed. Leuven-Hageland)
Gezin in bedreigd woonwagenpark zoekt steun
19/7/2021
Het Nieuwsblad
Niet alleen voor wie gediscrimineerd wordt
Online
19/7/2021
msn.com, knack.be, proximus.be
Breed Vlaams Mensenrechteninstituut in plaats van Unia
Online
19/7/2021
nieuwsblad.be
Vlaamse Regering stapt uit federaal Gelijkekansencentrum en richt eigen Unia op
Online
19/7/2021
demorgen.be
Vlaanderen ruilt Unia in voor Mensenrechteninstituut: ‘Voortrekker in mensenrechten’
Deel 4 Bijlagen
181
Medium
Datum
Uitgever
Titel
Online
7/8/2021
hln.be
Kempense kinderen scoren relatief goed op coronawelzijnsbarometer
TV
20/8/2021
RTV Vandaag Kempen
Kempense kinderen welzijnsbarometer op basis van gegevens van het Kinderrechtencommissariaat
Online
27/8/2021
demorgen.be
Pedagoog Philippe Noens: ‘Je hoeft je niet constant tegenover je kind te verantwoorden’
Radio
27/8/2021
VRT Radio 1- De Ochtend
Kinderrechtencommissaris pleit voor maximum factuur in het secundair onderwijs
28/8/2021
Zeno (De Morgen)
Ja, ook u trekt het ene kind soms voor
Online
30/8/2021
hln.be
Pedagoog Philippe Noens: ‘Je hoeft je niet constant tegenover je kind te verantwoorden’
182
183
Colofon Jaarverslag Kinderrechtencommissariaat 2020-2021
Het wachten moe November 2021
184
↑ Inhoudstafel
Redactie Leen Ackaert Michaël Bouchez Hilde Cnudde Tine De Winter Sarah Meys Isabel Moerman Yentl Roels Julie Ryngaert Inge Schoevaerts Eline Strik Dominique van den Akker Els Van Hemelrijck Sofie Van Rumst Jean Pierre Verhaeghe Chris Vleugels Caroline Vrijens
Eindredactie Hilde Cnudde
Tekstredactie Mark Van Bogaert
Vormgeving rca.be
Foto’s team Kinderrechtencommissariaat Koen Broos
Foto cover Koen Broos
Druk Drukkerij Artoos
Verantwoordelijke uitgever Caroline Vrijens Kinderrechtencommissaris Leuvenseweg 86 1000 Brussel ISBN: 9789077021453 Wettelijk depotnummer: D/2021/9680/002 Dit jaarverslag staat ook online op www.kinderrechtencommissariaat.be.
Deel 4 Bijlagen
185
186
187
Kinderen, jongeren en hun ouders zijn het wachten moe Wachtlijsten en wachttijden drukken hun stempel op het welzijn en de ontwikkeling van kinderen en jongeren. We hoorden noodkreten van kinderen en jongeren die door al dat wachten niet tot hun rechten komen. Door corona moesten ze vaak nog langer wachten. Dat valt niet meer uit te leggen aan die kinderen en jongeren. Duizenden jongeren wachten op hulp. Voor bijna duizend minderjarigen in crisis werd er geen crisisplek gevonden. Dat zijn de geregistreerde cijfers. Het probleem is wellicht nog veel groter. Vaak hangen daar veel gevolgen aan vast voor die kinderen en jongeren en soms hangt hun leven er zelfs van af. In dit jaarverslag staan ook getuigenissen over wachttijden voor een geschikte woonst, over kinderen die elke dag uren in de schoolbus zitten en al jaren wachten op verandering, over kinderen op de vlucht die wachten op erkenning en die nu na twee jaar corona weer sneller uitgewezen worden. En ook op school moesten ze vaak langer dan de rest van de samenleving wachten op soepelere coronamaatregelen.
‘ Het is alsof de vleugels van jongeren afgeknipt worden omdat ze niet op tijd de juiste zorg en steun krijgen. Ze kunnen niet uitvliegen zoals dat op hun leeftijd hoort. “We zijn ermee bezig” is niet genoeg’
Kinderrechtencommissariaat Leuvenseweg 86 1000 Brussel 02-552 98 00 kinderrechten@vlaamsparlement.be www.kinderrechtencommissariaat.be www.kinderrechten.be www.youtube.com/user/Kinderrechtencom www.facebook.com/ kinderrechtencommissariaat www.instagram.com/ kinderrechtencommissariaat
Kinderrechtencommissariaat, onafhankelijke instelling van het Vlaams Parlement