Skip to main content

Ondernemingsplan vlm 2019.pdf

Page 1

Vlaamse Landmaatschappij

Ondernemingspl 2019


Woord vooraf De Vlaamse Landmaatschappij (VLM) is een extern verzelfstandigd agentschap dat werd opgericht bij decreet van 21 december 1988, laatst grondig gewijzigd bij decreet van 7 mei 2004. De VLM maakt deel uit van het beleidsdomein Omgeving (OMG) en investeert in de verbetering van de omgevingskwaliteit op het platteland en in het randstedelijk gebied.

In 2015 bezorgde de VLM haar meerjarenplan (2015-2019) aan de minister. Daarin werden de beleidsdoelstellingen vertaald in strategische en operationele doelstellingen. De VLM werkt aan een veerkrachtige open ruimte vol leven waar het goed is om te wonen, te werken, te ontspannen en elkaar te ontmoeten, als antwoord op uitdagingen als verstedelijking en klimaatverandering. Dit doen we samen met onze vele partners, de burgers en de politiek maar ook intern. De samenwerking van onze specialisten vormt de basis van onze geïntegreerde aanpak. Samen kunnen we complexe opdrachten aan om de omgevingskwaliteit te verbeteren. Met een doorgedreven digitalisering willen we een toegankelijke en transparante overheid zijn voor de burgers, bedrijven en organisaties. Intern willen we een voorbeeld zijn van een doelmatige organisatie die erin slaagt om de moeilijke balans met welzijn te vinden en om haar menselijk kapitaal te waarderen en gemotiveerd te houden.

Dit jaarondernemingsplan bestaat uit vier delen. Het eerste deel geeft kort de uitdagingen weer waarvoor de VLM in 2019 staat en welke extra personeels- en IT-middelen er nodig zijn voor (het ontwerp van) MAP 6. In het tweede deel wordt beschreven welke inspanningen de VLM zal ondernemen om de doelstellingen opgelegd door de Vlaamse Regering te realiseren. Dit tweede deel omvat ook de vertaling van de strategische en operationele doelstellingen uit het meerjarenplan in jaardoelstellingen (zowel de beleidsdoelstellingen als de doelstellingen m.b.t. recurrente taken en de beheersdoelstellingen). Het derde deel omvat de rapportering over de uitvoering van het ondernemingsplan 2018. Het vierde deel, tenslotte, bevat de bijlagen (overzicht jaardoelstellingen VLM 2019, risicoanalyse 2019, prestatiebegroting, realisatiegraad ondernemingsplan 2018 en het personeelsplan).

Toon Denys

Huub Broers

Gedelegeerd bestuurder

Voorzitter Raad van Bestuur

1


Inhoud Woord vooraf............................................................................................................................................................1 Inleiding: de grootste uitdagingen voor 2019.......................................................................................................... 3 Personeelsmiddelen en IT-middelen voor (ontwerp van) MAP 6.......................................................................... 11 Bijsturing meerjarenplan 2015-2019..................................................................................................................... 18 Doelstellingen opgelegd door regeringsafspraken................................................................................................ 19 Jaardoelstellingen 2019..........................................................................................................................................21 Rapportering uitvoering ondernemingsplan 2018................................................................................................. 22 Bijlagen...................................................................................................................................................................34 Bijlage 1: Jaardoelstellingen VLM ondernemingsplan 2019...................................................................................... Bijlage 2: Risicoanalyse 2019..................................................................................................................................... Bijlage 3: prestatiebegroting...................................................................................................................................... Bijlage 4: rapportering realisatiegraad ondernemingsplan 2018............................................................................. Bijlage 5: personeelsplan VLM...................................................................................................................................

2


Inleiding: de grootste uitdagingen voor 2019 Plattelandsbeleid We maken de realisaties van het Vlaams plattelandsbeleid voor de periode 2005-2018 zichtbaar via een publicatie. Aansluitend bereiden we de komende beleidsperiode voor door de plattelandsuitdagingen te benoemen en beleidsopties voor te stellen. Hierbij wordt afgestemd met initiatieven van de Open Ruimte Beweging. In de schoot van het Interbestuurlijk Plattelandsoverleg leggen we begin 2019 de beleidsaanbevelingen over het thema "Financiering van de open ruimte" voor ter goedkeuring. We zetten het initiatief van het Platform voor Oogstbare Landschappen verder, om zo de IPO-beleidsaanbevelingen hierover om te zetten in concrete resultaten. Het aanspreekpunt Lokale Voedselstrategie (VVSG) (IPO advies) wordt verder ondersteund. De thema's grond voor voedsel, circulaire voedselsystemen en voedselparken worden verder uitgewerkt. We blijven het dorpenbeleid ondersteunen via het toekennen van subsidies voor stakeholders en projectinitiatieven. We actualiseren de samenstelling van het Platform voor Plattelandsonderzoek en plegen overleg over de onderzoeksnoden voor actuele plattelandsthema's. We beheren de maatregelen "Omgevingskwaliteit", "LEADER" en "Samenwerking met de stad" uit het PDPO III in samenwerking met de provincies op een kwaliteitsvolle wijze en maken hiervoor gebruik van het e-plattelandsloket. We bundelen de inbreng van de coördinatoren tot een tussentijdse zelfevaluatie met betrekking tot LEADER en Omgevingskwaliteit. We zetten volop in op de voorbereiding van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid na 2020, coördineren de inzichten van het beleidsdomein Omgeving, gaan in overleg met het departement Landbouw en Visserij en bereiden de uitwerking van het nieuwe programma voor Vlaanderen voor. In overleg met het beleidsdomein Omgeving maken we een bijdrage voor de nieuwe Vlaamse regering en zorgen we dat de voor VLM belangrijke onderwerpen deel uitmaken van de beleidsnota's. We voeren het jaarprogramma 2019 van het EIP Agri Service Point uit en bereiden ons voor op een mogelijke nieuwe opdracht vanaf 2020. We blijven zoeken naar externe (Europese en andere) financiering voor onze innovatieve projecten en ideeën.

Landinrichting en grondenbank In 2019 slaan we opnieuw de brug tussen verschillende functies en actoren en staan we in voor een gedragen uitvoering op het terrein in geïntegreerde gebiedsgerichte projecten. We zijn hierbij actief in strategische openruimtegebieden waar we water-, natuur-, landbouw- en landschapsdoelen verzoenen. In de projecten De Blankaart, Zwinpolders, Moervaartvallei, Liereman, De Merode en de ruilverkavelingen geven we hierbij uitvoering aan raamakkoorden en beslissingen van de Vlaamse Regering. In de Oudlandpolder ondersteunen we de opmaak van een raamakkoord, parallel aan een onderzoek naar de inzet van landinrichting. We focussen met natuurinrichtingsprojecten op de realisatie

van

prioritaire

IHD-doelen

Wellemeersen, Schuddebeurze,

(De

Blankaart,

Biscopveld,

Kraenepoel, Torfbroek, Zwarte

Berlare

Broek-Donkmeer,

Beek, Vrieselhof, Zoerselbos,

Liereman, Graafweide-Schupleer) en proberen de versnelde uitvoering verder te zetten. We komen 3


tot een gebalanceerde ontwikkeling van landbouw en tot een realisatie van natuur- en waterdoelen in de ruilverkavelingsprojecten (Jesseren, Molenbeersel, St-Rijkers, Izenberge fase 1, Zondereigen, Schelde-Leie, All, Willebringen, Rijkevorsel Wortel, Gooik). We zetten in op randstedelijke gebieden met open ruimte onder druk en realiseren er groen-blauwe verbindingen, randstedelijke parken en groenpolen (landinrichting Wijers, Schelde en Rupel, Leie-Schelde, Gentse Kanaalzone, Brugse Veldzone, Vinderhoutse bossen, Parkbos Gent, Vlaamse Rand). In de Vlaamse Rand en de Wijers wordt het LIFE-project Green4Grey afgewerkt. Samen met VMM, De Vlaamse Waterweg, provincie en tal van andere actoren, geven we via de landinrichting in de Vlaamse Rand ook uitvoering aan het LIFE-project Belini. In het project Maasvallei geven we een invulling aan het dorpenbeleid en versterken we de landschappelijke samenhang. In de kustregio gaan we via de Europese projecten Salfar, Carbon Connects, Vedette en Coastal na hoe we de kuststreek nu en in de toekomst best inrichten in functie van de klimaatwijziging. We zorgen voor een volwaardig open ruimte luik bij belangrijke investeringsprojecten (All, RO, Koppelingsgebieden Gentse Kanaalzone, RSO, LSO met het Europees project Grenspark Groot-Saeftinghe, Natuurcompensaties Zeebrugge, Zwankendamme, N60, Sigma, Rivierherstel Leie) waardoor het draagvlak toeneemt en de omgevingskwaliteit wordt versterkt. We zetten op terrein volop in op de mogelijkheden van landinrichtingsplannen

vestigen

we

erfdienstbaarheden

tot

het decreet landinrichting. openbaar

nut,

voeren

In we

inrichtingswerken uit kracht van wet, herverkaveling uit kracht van wet, beheerovereenkomsten op maat en uitvoeringsinitiatieven uit. We beschrijven deze eerste cases zodat ze een inspiratiebron zijn voor Vlaamse, provinciale en gemeentelijke overheden bij realisatie van hun programma's, plannen en projecten. We begeleiden onze partners bij de opmaak van inrichtingsnota's voor de uitvoering van hun plannen. Zo ondersteunen we heel wat overheden bij hun onderzoek naar de mogelijkheden van herverkaveling met planologische ruil (Niel, Aartselaar, provincie Antwerpen, Departement Omgeving en VMM) en starten we met de uitvoering van de eerste case herverkaveling met planologische ruil. We leveren op vraag van partners verschillende landbouw-effecten-rapporten op. In de schoot van de Programmacommissie Landinrichting komen we tot een advies aan de Minister inzake het landinrichtingsbeleid. Daarin stelt de Programmacommissie in welke gebieden in Vlaanderen de inzet van landinrichting op korte termijn de meeste toegevoegde waarde kan bieden. Dit vormt een belangrijke toetssteen bij de concrete advisering van individuele vragen naar landinrichtingsprojecten. Samen

met het Agentschap Natuur en

Bos komen we tot een

meerjarenprogramma voor natuurinrichting dat maximaal inzet op gebiedsinrichting in functie van de realisatie van urgente instandhoudingsdoelstellingen en doelstellingen van het herstelbeheer. We zetten opnieuw sterk in op het realiseren van grondmobiliteit in ondersteuning van belangrijke Vlaamse projecten. In een 25-tal lokale grondenbanken zetten we niet alleen in op grondverwerving in voor Vlaanderen strategische gebieden (om overstromingen tegen te gaan, nieuwe infrastructuur en Europese natuur te realiseren) maar zetten we gelijktijdig in op een flankerend beleid voor de betrokken landbouwers. We sluiten nieuwe overeenkomsten zoals de grondenbank GraafweideSchupleer. Daarnaast zet de Vlaamse Grondenbank in op een meer proactieve aankoop van strategische gronden in open ruimte gebieden om toegang tot grond te blijven verzekeren voor cruciale open ruimte functies zoals voedselvoorziening, klimaatbuffering, biodiversiteit,.. Zo wenden we de middelen flankerend beleid IHD-PAS aan voor een versterkte inzet op IHD en het aanbieden van oplossingen aan landbouwers met gronden in IHD-gebied. Uit een evaluatie van de Vlaamse Grondenbank blijkt dat de flankerende grondbeleidsinstrumenten voor pachters nog ontoereikend

4


zijn. We formuleren hiervoor in 2019 een aantal gedragen voorstellen in overleg met onder meer Departement Landbouw- en Visserij, ILVO, de landbouworganisaties en eigenaarsvereniging. In een intensief begeleidingstraject van de rode en oranje PAS-bedrijven, behandelen we aanvragen voor bedrijfsadvies, bedrijfsreconversie, bedrijfsverplaatsing en koopplicht. We leggen op basis van de eerste dossiers aan de landcommissies een aantal princiepsbeslissingen voor, zodat dit een sterkere houvast biedt voor landbouwers die wensen gebruik te maken van het flankerend beleid. We geven uitvoering aan het nog goed te keuren instrumentendecreet voor de onderdelen met betrekking tot harmonisering van compenserende vergoedingen, de harmonisering van koopplichten, de harmonisering van de inrichtingsprojecten en verbetervoorstellen aan recht van voorkeur, planologische ruil,.... We werken hiervoor in 2019 aan uitvoeringsbesluiten en de implementatie van de Watergevoelige Open Ruimtegebieden. We werken verder op de beleidsaanbevelingen van het Open Ruimte Platform en, op basis van de inzichten vanuit provinciale en thematische tafels in 2018, lanceren partners in 2019 een aantal programma's die weerkerende urgenties in de open ruimte aanpakken. In het kader van het eerste Programma Water-Land-Schap kunnen, onmiddellijk na de instelling van het landinrichtingsproject Water-Land-Schap, 14 gebiedscoalities aan de slag gaan met concrete uitvoeringsinitiatieven op terrein. Deze uitvoeringsinitiatieven zijn gericht op het gezamenlijk bereiken van waterdoelen, een meer duurzame landbouw en een kwalitatief landschap in een samenwerking tussen lokale overheden, landbouwers en waterbeheerders. Op die manier voeren we een planmatige versnelling door in de realisatie van Europese waterdoelen in een sterke bottom-up aanpak en geven we de landbouw de mogelijkheid om zich te wapenen tegen de gevolgen van de klimaatverandering en meer klimaatrobuust te worden.

Beheerovereenkomsten We begeleiden landbouwers verder naar een duurzamere bedrijfsvoering door het sluiten van beheerovereenkomsten. We houden de focus van de gebiedsgerichte werking aan en streven ernaar onze beheerpakketten geïntegreerd in te zetten, zowel op bedrijven als in doordacht gekozen gebieden. We bakenen prioritaire doelstellingen af en hebben aandacht voor het verlengen van overeenkomsten die einde looptijd zijn. We focussen de werking van de bedrijfsplanners op deze doelstellingen. Het is onze ambitie om de beschikbare middelen maximaal aan te wenden. We leveren alle gegevens tijdig aan voor de betaling van de subsidies aan de landbouwers door het departement Landbouw en Visserij. Een INBO rapport met de resultaten van de monitoring van beheerovereenkomsten wordt in 2019 openbaar gemaakt.

Mestbeleid & Mestbank Met MAP6 wil het beleid de noodzakelijke trendbreuk in de stagnerende tot verslechterende waterkwaliteit realiseren. Uitgangspunt van het ontwerp van MAP6 is een verscherpt gebiedsgericht beleid met jaarlijks strengere standaardmaatregelen in gebieden waar de doelafstand tot de waterkwaliteit groot is. Momenteel loopt het openbaar onderzoek van het ontwerp van zesde 5


mestactieprogramma MAP6 met bijhorend plan-MER. Het openbaar onderzoek loopt af op 21 februari 2019. We bereiden het nieuw beleid voor door de oplevering van ontwerpteksten voor omzetting van het zesde mestactieprogramma MAP 6 in het Mestdecreet en de VLAREME. We leveren aan de Minister de ontwerptekst voor een derogatieverzoek bij de Europese Commissie om op een verantwoorde manier meer dierlijke mest te kunnen gebruiken. Het ontwerp van MAP6 voorziet de uitvoering van actieplannen rond mestverwerking, kunstmest, silosappen en grondloze tuinbouw. We installeren een commissie die equivalente innovatieve technieken en bemestingspraktijken kan evalueren die ten minste even goed zijn als de gebiedsgerichte standaardmaatregelen in MAP 6. We starten de procedure voor het certificeren van instanties die bemestingsadviezen geven. We ontwikkelen strategieën om de bodemkwaliteit te verbeteren. We herwerken het monitoringsnetwerk ter opvolging van de derogatie. Een wetenschappelijk onderzoeksproject naar de ontwikkeling en implementatie van mogelijke maatregelen voor de voeders en het voedermanagement van melk- en vleesvee zal geïnitieerd worden. We maken een analyse van de overschrijdingen van de normen van oppervlakte- en grondwater in gebieden waar de gemiddelde resultaten in orde zijn om de specifieke oorzaken van deze nitraatvervuiling te achterhalen. We starten het onderzoek op naar regionale attenuatiefactoren in relatie tot waterkwaliteit en onderzoeken de invloed van de pH-toestand op de waterkwaliteit in Vlaanderen. We zetten het onderzoek naar de beïnvloeding van grondwater op oppervlaktewater verder. In samenwerking met het Onderzoeksplatform voor duurzame bemesting bekijken we hoe we de onderzoeksagenda optimaal kunnen financieren. De

ontwikkeling

van

het

waterkwaliteitsmodel

NEMO,

ondersteund

door

het

bemestingsallocatiemodel BAM, biedt VLM en VMM een onderbouwing voor nieuwe maatregelen. We stemmen het mestbeleid af met het klimaatbeleid en het iuchtkwaliteitsplan. De VLM volgt de studie van de criteria voor het gebruik van verwerkte dierlijke mest binnen de Nitraatrichtlijn op. We leveren ter ondersteuning van het beleid kwaliteitsvolle rapporten aan, met name het Mestrapport en het derogatierapport. Het instrument nitraatresidu blijft een belangrijke maatstaf in het ontwerp van MAP6 en wordt hervormd tot een begeleidend instrument. We passen de verschillende IT-toepassingen aan om deze nieuwe aanpak mogelijk te maken. Belangrijker dan ooit wordt de handhaving van de regelgeving. Het ontwerp van MAP6 legt extra focus op fraudegevoelige sectoren. Mestverwerking blijft een belangrijke hoeksteen in het mestbeleid maar een verscherpte opvolging van de nutriëntenstromen blijkt noodzakelijk. Op een doortastende maar gepaste manier zal door bedrijfsdoorlichting meer ingezet worden op mestverwerkingsbedrijven en zullen waar nodig maatregelen en sancties opgelegd worden. Het kunstmestgebruik willen we beter in kaart krijgen door het opvragen van de aan- en verkoopgegevens van de handelaars en gerichtere omgevingscontroles. Controles op de lm teeltvrije strook worden onverminderd verdergezet; controles op de inzaai van vanggewas worden samen met het Departement Landbouw en Visserij bijgestuurd. Bij de uitrol van MAP6 zullen we veel aandacht besteden aan een goede communicatie via pers, individuele communicatie en toelichtingen aan alle land- en tuinbouwers, adviseurs en andere

6


belanghebbenden om de nieuwe regelgeving en de instrumenten uit te leggen zodat de naleving ervan snel ingang kan vinden. De mestbankmedewerkers verzorgen een correcte, duidelijke eerstelijns­ communicatie; de digitale kanalen worden maximaal benut. De dienstverlening via de VLM-website en het Mestbankloket is 24/24 en 7/7 beschikbaar. Erkende mestvoerders kunnen vanaf januari 2019 de transporten melden via de vernieuwde MTIL (MestTransport InternetLoket). We blijven veel belang hechten aan juiste mestinhouden en de verdere implementatie van de bedrijfsspecifieke mestsamenstelling. Het belang van bodemstalen neemt nog verder toe. We zetten verder in op de harmonisatie van de bodemstalen en denken na over een aanpak voor de certificering van bodemstalen. Door extra in te zetten op controle van de gegevens willen we hand in hand met een goede communicatie de juiste signalen geven om uitspoeling van nutriënten naar oppervlakte- en grondwater te beperken en zo te werken aan gedragsverandering.

Digitalisering en IT De VLM zal in 2019 verder inzetten op de digitale dienstverlening, digitaal werken op kantoor en op het terrein en de daaraan gekoppelde administratieve vereenvoudiging voor haar klanten. Voor de Mestbank zullen belangrijke ondersteunende IT-toepassingen gewijzigd, verbeterd, verder of nieuw ontwikkeld worden, voornamelijk gefocust op de wijzigingen ten gevolge van MAP6. In het ontwerp van 6de Actieprogramma wordt een overstap gemaakt naar een systeem waarbij specifieke maatregelen worden opgelegd in het ganse gebiedstype waar in het 5de Actieprogramma alleen landbouwers met een negatieve bedrijfsevaluatie van het nitraatresidu onderworpen waren aan versterkte maatregelen. Het fundamenteel nieuw opzet rond gebiedsgericht beleid en de herziening van het nitraatresiduinstrument vereisen ingrijpende aanpassingen aan de betreffende IT-toepassingen. Maar ook andere IT-programma's moeten bijgestuurd worden omwille van het ontwerp van MAP 6: •

Aanpassingen aan

IT-toepassing maatregelen (TOMAS): deze toepassing brengt alle

maatregelen die vooreen bedrijf van toepassing zijn in een bepaald jaar samen. Op die manier krijgt elk bedrijf een correct geconsolideerd overzicht van zijn na te leven begeleidende en sanctionerende maatregelen. Deze toepassing moet conceptueel helemaal herzien worden aangezien de basis wijzigt. •

Er zal een nieuwe IT-toepassing noodzakelijk zijn om het in te zaaien areaal te berekenen op bedrijfsniveau zodat elk bedrijf goed weet waar hij zou moeten aan voldoen en om het evaluatiekader te programmeren met daaraan gekoppeld de gevolgen en sancties. Bepaalde aspecten moeten eveneens in het e-loket van Dept LV ingebouwd worden.

•

Aanpassingen aan toepassingen Bemestingsprognoses en Bedrijfsafzetruimte voor de mestbalans: deze toepassingen houden rekening met alle aspecten om de bemestingsnorm op perceelsniveau en bedrijfsniveau te berekenen. Door het ontwerp van MAP6 moeten de businessregels herbekeken worden.

•

Aangezien het ontwerp van MAP6 wijzigingen zal introduceren aan de uitrijregeling, moet de uitrijtool bijgestuurd worden.

7


In het ontwerp van MAP6 wordt een betere naleving beoogd door een effectiever toezichts- en sanctioneringsbeleid. De VLM werkt, voor zover de resources beschikbaar komen, daarom verder aan een online TerreinOpvolgingsApplicatie (TOA) voor alle diensten waarin het mogelijk is om lijsten in te laden, documenten op te laden en af te drukken, dossiers aan te maken en waarin men een duidelijke opvolging van deze dossiers heeft. Het Plattelandsloket zal worden uitgebreid met een onderdeel projectenlijst zodat alle financiële gegevens gecentraliseerd worden en een betere opvolging mogelijk is. Voor inrichtingsprojecten wordt software ontwikkeld die digitalisering en standaardisatie van het financieringsplan en hiermee samenhangend een uitvoeringsprogramma beoogt. Deze applicatie bestaat uit verschillende modules. In 2019 wordt, voor zover resources beschikbaar komen, verder gewerkt aan een eerste module, een tooi voor de financiële opvolging voor de gebiedsgerichte projecten van de VLM. Deze tooi - met als werktitel PROFIN - moet het mogelijk maken om de financiering van de inrichtingsprojecten van raming tot en met eindafrekening op te volgen. Voor een volgende module, DOSFIN, gericht op uitvoeringsdossiers, studies en projectmatige grondverwerving, wordt de analyse gestart. De huidige projectadministratietoepassingen worden vernieuwd. In 2019 wordt de analyse van PAD afgerond en indien mogelijk wordt gestart met de ontwikkeling. In 2019 analyseren we de vereisten voor een nieuwe applicatie voor het berekenen van de gebruikersvergoedingen

in

uitvoering

van

het

decreet

betreffende

het

realisatiegerichte

instrumentarium, het zgn. Instrumentendecreet. In 2019 zal een impactanalyse/toepasbaarheidsonderzoek uitgevoerd worden op het gebruik van een unieke codering van klanten/leveranciersgegevens en worden de voorbereidingen getroffen om de applicaties aan te passen aan het overkoepelende boekhoudsysteem Orafin. Tenslotte zal de implementatie van de aanbevelingen uit het strategisch informaticaplan 2015 verdergezet worden. We werken een actieplan uit om de personeelsleden van de afdeling AIG proactief te vormen en in te zetten zodat ze optimaal kunnen renderen op basis van de IT-strategie en technologische evoluties. We evalueren in 2019 de implementatie van het strategisch informaticaplan 2015-2018 en

bekijken hoe we een volgend strategisch

informaticaplan

best aanpakken.

8


Doelmatige organisatie Een doelmatige organisatie is een voorwaarde voor de realisatie van de kerntaken. Via verschillende sporen en projecten zorgen de ondersteunende diensten daar opnieuw voor in 2019. De VLM is een klantgerichte organisatie en neemt klachten van klanten en belanghebbenden ter harte. De kwaliteit van de klachtenbehandeling bij de VLM wordt ook in 2019 gemeten aan de indicatoren van de kwaliteitstandaarden uit de Servicemeter. De VLM zorgt ervoor dat de Vlaamse Ombudsman begin

februari

2019

beschikt

over

het

klachtenrapport.

We blijven inzetten op een daadkrachtig bestuur. Naast het aanreiken van het jaarverslag passieve openbaarheid, worden ook de aanpassingen in de regelgeving van de organisatie door de hervorming van het vennootschapsrecht en het Vlaams Bestuursdecreet nauwlettend opgevolgd. We bewaken de efficiënte uitrol en opvolging van alle financiële processen. De jaarrekening 2018 wordt in maart 2019 voorgelegd aan de Algemene Vergadering. Door het voeren van een vastleggingsboekhouding wordt het vastleggingskrediet quasi volledig benut in 2019. De begroting 2019 wordt op kwartaalbasis opgevolgd om overschrijdingen van het ESR-vorderingensaldo en begrotingssaldo te vermijden. De VLM sensibiliseert haar leveranciers om facturen via e-invoicing in te dienen. Dat biedt tal van voordelen, zoals snellere verwerking en vlottere betaling van facturen. Onder meer door acties zoals het aansturen op e-invoicing bereikt de VLM de tijdige betaling van facturen (90%) en beperkt de VLM het betalen van verwijlintresten in 2019. Op vlak van externe communicatie zet de VLM in 2019 in op een actief communicatiebeleid dat opgebouwd is rond een geactualiseerde corporate story en dat gericht is naar al haar partners en belanghebbenden, in het bijzonder naarde nieuwe gemeente- en provinciebesturen en naar de nieuwe Vlaamse Regering. De VLM past in 2019 de principes van helder taalgebruik toe (campagne Heerlijk helder Vlaamse overheid) in al haar communicatieproducten. We zorgen er ook voor dat alle communicatiemedia voldoen aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De interne communicatie verloopt volgens het intern communicatieplan 2019, gebaseerd op het intern communicatiebeleid

VLM

2019

-

2024.

Zo markeert de VLM een aantal organisatiedoelstellingen met een intern communicatielabel (IC label). Door een IC-label toe te kennen aan belangrijke organisatieprojecten en -doelstellingen engageert de organisatie zich om voor die projecten en doelstellingen extra aandacht te besteden aan interne communicatie naar het personeel. Er wordt blijvend geïnvesteerd in een positief arbeidsklimaat o.m. via een geïntegreerd project "Gezond en Wel", waarbij de VLM sterk proactief inzet op preventieve (welzijns)acties aanvullend bij het formele welzijnsbeleid. De resultaten van de personeelspeiling 2018 worden geanalyseerd en waar nodig geconcretiseerd tot bijkomende acties. Ook met een actief gelijke kansen en diversiteitsbeleid en integriteitsbeleid dragen we bij tot een positief arbeidsklimaat. Kenmerkend voor de VLM is de participatieve aanpak waarmee dergelijke plannen en projecten tot stand komen en uitgevoerd worden en waarmee we zorgen voor een grote betrokkenheid en engagement van het personeel. In 2019 werken we verder aan de realisatie van de

9


acties uit het gelijke kansen en diversiteitsplan en focussen we op een aantal thema's (o.a. integrale toegankelijkheid en communicatie, het aanbieden van diverse stages en het ondersteunen van personen met een handicap of chronische ziekte) en.

Het facility beleid van de VLM kenmerkt zich door een efficiënte en duurzame aanpak. De ambities vervat in het geactualiseerde facility plan weerspiegelen de behoeften uit de jaarplanning en het jaaractieplan GDPB. In 2019 wordt extra ingezet op de implementatie van een tooi wagenparkbeheer en de aanbevelingen van het vervoersbehoeftenplan. De VLM engageert zich tot het benutten van de centrale dienstverlening. In 2019 wordt de inkanteling in het Dienstencentrum Boekhoudkantoor vanaf 2022 voorbereid,

de nieuwe aanpak inzake

vlootbeheer in samenwerking met HFB geconcretiseerd en tekenen we in op het raamcontract met een

nieuwe

arbeidsgeneeskundige

dienst

De samenwerking met de dienstverlening van het Dienstencentrum Personeelsadministratie wordt verder geoptimaliseerd, onder andere door een doorlichting van de onthaalprocedure en de voorbereiding van de implementatie van de module Vlimpers Talent. Besparingen In juli 2015 besliste de Vlaamse regering over de kerntakenplannen en de verdeling, per beleidsdomein, van de personeelsbesparingen. Binnen het Voorzitterscollege werd afgesproken om de gevraagde budgettaire besparing lineair te verdelen over de entiteiten. De VLM heeft de afgelopen jaren al bijzondere besparingsinspanningen geleverd en daarmee de opgelegde personeelsbesparing (koppen) kunnen realiseren eind 2018, een jaar eerder dan vooropgesteld waardoor in 2019 geen verdere afbouw meer dient te gebeuren.

Organisatiebeheersing De VLM hecht veel belang aan een mature organisatiebeheersing/interne controle wat zich weerspiegelt in de organisatiestructuur: sinds februari 2010 zijn deze opdrachten ondergebracht in een onafhankelijke stafdienst. We werken systematisch verder aan de verbetering van ons systeem van organisatiebeheersing. De twee laatste aanbevelingen uit de audit risicomanagement en de thema-audit debet- en kredietkaarten van Audit Vlaanderen zal de VLM in 2019 realiseren. Aan eventuele aanbevelingen uit de nog lopende organisatieaudit financieel management en de begin 2019 op te starten thema-audit ICT-organisatie zal het nodige gevolg gegeven worden. We zetten in 2019 verder in op het op punt zetten van ons informatie- en archiefbeheer en dienen het informatiebeheersplan tegen midden 2019 in bij de Vlaamse selectiecommissie. Door het structureel ter beschikking stellen van de essentiële managementinformatie en rapporteringen gekoppeld aan de beschikbare middelen, verzekeren we ook in 2019 een doelmatige werking. 2019 zal ten slotte een jaar zijn van afronden en vooruitblikken: een jaar waarbij we het huidige meerjarenplan opleveren en ons voorbereiden op de uitdagingen van 2019-2024.

10


Personeelsmiddelen en IT-middelen voor (ontwerp van) MAP 6 Personeelsbehoeften (ontwerp van) MAP 6 Het ontwerp van MAP 6 legt een aantal bijkomende accenten waardoor de nood op toezicht verder toeneemt. Algemeen is één van de 10 krachtlijnen van MAP6 het realiseren van een hogere effectiviteit van de bestaande maatregelen door de handhaving van de bestaande maatregelen. Zo is er de nood aan verhoogd toezicht op mestverwerkingsinstallaties en anaërobe vergisters, de opvolging van de kunstmeststromen maar ook en vooral de gebiedsgerichte maatregelen waarop dit actieprogramma verder inzet. MAP 6 maakt gebruik van 4 gebiedstypes ingedeeld op basis van de doelafstand van de afstroomzones tot de gewenste waterkwaliteit: Gebiedstype 0 (GTO) bevat de afstroomzones waar de streefwaarde reeds bereikt is. In gebiedstype 1 (GT1) is de streefwaarde in zicht. Hier volstaat een verderzetting van het huidige beleid aangevuld met een beperkt aantal bijkomende maatregelen. Gebiedstypes 2 en 3 (GT2 en GT3) zijn gebieden waar vergaande bijkomende maatregelen nodig zijn om een verbetering in de waterkwaliteit te realiseren Onder het 5de mestactieprogramma is 237.437 ha afgebakend als focusgebied in 2018. Onder het 6de actieprogramma is 370.339 ha afgebakend als gebiedstype 1,2 en 3. Dit is een toename van 56% van het gebied waar gebiedsspecifieke maatregelen van kracht zijn. Gebiedstype 1

135.707 ha

Gebiedstype 2

112.029 ha

Gebiedstype 3

122.603 ha

totaal

370.339 ha

Terreincontrole De focus van terreinhandhaving ligt momenteel (MAP 5) op de 31 VODKA-gemeenten (80 MAPmeetpunten) VODKA staat voor Verantwoord omgaan met Dierlijke Mest, Kunstmest en Andere meststoffen. Het zijn gemeenten met een hoge concentratie aan rode MAP-meetpunten (80). Hierbij wordt intensief ingezet op mestopbrengingscontroles, controle op de bemestingsdosis, het respecteren van de afstandsregels tot de waterlopen. De toename van te monitoren gebieden samen met de bijkomende handhavingsaccenten in het 6de actieprogramma, vraagt een toename van de handhavingsslagkracht en capaciteit. In 2019 zijn 26,8 VTE voor handhaving beschikbaar. In het controleactieplan (CAP) werken we risico gestuurd. We leggen de focus maximaal in de gebieden met een minder goede waterkwaliteit. Een 61% van de controles worden uitgevoerd in het VODKA gebied. De niet VODKA controles omvatten onder meer de behandeling van meldingen, controles van beheerovereenkomsten en controle op de bodem- en meststaalnames. Voor de intensieve gebiedsgerichte terreincontroles (VODKA) kan in 2019 16,3 VTE ingezet worden.

11


De landbouwers, lokale overheden, vakverenigingen worden vooraf via mail op de hoogte gebracht van de intensere controledruk. Onze toezichthouders zijn in de uitrijperiode minstens 2 dagen per week in de VODKA gemeenten en voeren controles op de mestopbrenging, mestopslagen, controles op de bemestingen en teeltvrije zone, transportcontroles en toezicht op het kunstmest gebruik. Van elke VTE worden dan ook minstens 45 unieke contacten met de landbouwers binnen VODKA verwacht Er zijn 121 gemeenten met oppervlakte in gebiedstype 3 waarvan 47 gemeenten met een oppervlakte van meer dat 1.000 ha in gebiedstype 3. De in 2019 inzetbare 16,3 handhaving VTE eenheden worden nu voorzien om ingezet te worden in 23 gemeenten met het belangrijkste areaal in GT3. Met de huidige bezetting kan per jaar slechts 50 % van het areaal afgedekt worden. Dit betekent dat slechts in 50% van het areaal handhavers aanwezig zijn. VODKA wordt uitgewerkt in een meerjarenperspectief waarbij de gemeenten die positief evolueren naar aantal overschrijdingen vervangen worden door minder goede gemeenten. Wanneer we alle gemeenten met meer dan 1000 ha in GT 3 willen afdekken is een versterking van 15,2 VTE nodig. In dit geval zou 83% van GT 3 en 29% van GT 2 meegenomen worden in de controles. Als alle gemeenten met meer dan 1000 ha in GT 2 nog meegenomen worden is een versterking van 8,6 VTE nodig. In dit geval zou 60% van de GT 2 en 83% van de GT3 afgedekt worden met een totale versterking van 24 VTE. Binnen VODKA 2019 zal extra ingezet worden op de bemonstering en toezicht op de bemonstering. Vooral in het oosten van Vlaanderen blijft digestaat overbemesting een probleem. In het westen van Vlaanderen zal extra toegezien worden op de kunstmest opbrenging en -registratie. Binnen MAP 6 wordt bestuursdwang via de DABM dwangsom een belangrijke handhavingshefboom. In de afstemming en coördinatie met andere controlediensten zoals Wegen en Verkeer, afdeling handhaving, departement landbouw is effectiviteitswinst te boeken. Bedrijfsdoorlichting Belangrijker dan ooit wordt de handhaving van de regelgeving. MAP6 legt extra focus op fraudegevoelige sectoren. Bedrijfsdoorlichting is hierbij een belangrijk instrument. De focus ligt hierbij op mestverwerking en kunstmest, naast het verder opvolgen van de andere thema's (dierlijke productie, akkerbouw, tuinbouw volle grond, mestvoerders). Om in heel Vlaanderen een gelijke controledruk van 2,8% te hanteren is er nood aan 6 VTE extra in het westen van Vlaanderen (provincies Oost- en West-Vlaanderen). Internationaal is een controledruk van 5% algemeen aanvaard als goede praktijk om tot een performante controle te komen. Om deze controledruk te halen in Vlaanderen is er nood aan een extra 28 VTE. Om een controledruk van 3% te realiseren is er een nood aan 8 VTE extra. Bedrijfsdoorlichting van kunstmesthandelaars is een nieuw en belangrijk element. Via bedrijfsdoorlichtingen zal ingezet worden op het aan het licht brengen van onaangepast nutriëntengebruik en sanctioneren van overbemesting door kunstmest. In de bedrijfsdoorlichting kunnen en zullen andere informatiebronnen dan de jaarlijkse aangifte en de geïnventariseerde gegevens worden gebruikt, zoals informatie over meststalen, facturen voor de aankoop van kunstmest, boekhoudkundige informatie over de opbrengsten en inkomsten per gewastype, vergelijking met de boekhoudkundige informatie van kunstmestverdelers,...

12


Op basis van de 3.050 bij het FAVV geregistreerde kunstmesthandelaars/fabrikanten en in de veronderstelling dat hiervan 60% in Vlaanderen actief zijn betekent dit een totaal van 1.500 handelaars. Een bedrijfsdoorlichting is een arbeidsintensief proces. Om een controledruk van 5% te realiseren betekent dit een inzet van 8 VTE. Dit is een heel intensief proces waarbij op 20 jaar alle kunstmesthandelaren zijn doorgelicht. Een aanvullend alternatief is om de stromen van kunstmest van de handelaren naar de landbouwers digitaal in kaart te brengen wat toelaat om op middellange termijn een volledig beeld te hebben van het gebruik van kunstmest. Het uitbouwen hiervan wordt geraamd op 3 VTE. Op die manier kan de intensieve doorlichting van de kunstmesthandelaren na verloop van tijd afgebouwd worden tot 3 VTE. Mestverwerking is een belangrijke hoeksteen van het mestbeleid. Voor een goede invulling van het mestbeleid is een correct zicht nodig op de stromen die van en naar mestverwerking gaan. Een versnelde doorlichting van mestverwerkingsinstallaties is hiervoor aan de orde. Met een extra inzet van 4 VTE is dit mogelijk. Besluit Voor een effectieve en daadkrachtige handhaving is er nood aan volgende bijkomende VTE binnen de VLM: Terrein controles gebiedstype 3 Terrein controles gebiedstype 2 Doorlichting landbouwbedrijven Doorlichting kunstmest Uitbouwen digitale gegevens kunstmest Doorlichting mestverwerking Totaal

15 VTE 9 VTE 8 VTE 3 VTE (8 bij aanvang) 3 VTE 4 VTE 42 VTE

13


Nieuwe IT-toepassingen en wijzingen bestaande toepassingen voor MAP 6 Reeds gekende IT-vereisten ten gevolge van (ontwerp van) MAP 6 Algemeen Door de complexiteit van de berekeningen en verschillende voorwaarden die in een mestactieplan voorzien worden is een manuele afhandeling niet meer mogelijk. Daarom is zowel voor de landbouwer als voor andere klanten betrokken bij het mestbeleid, alsook voor de interne werking van VLM door de jaren een volledige softwarearchitectuur uitgebouwd, die door wijzigende regelgeving en bijsturing van criteria, regelmatig moet worden bijgestuurd. Deze aanpassingen vragen reeds een aanzienlijke capaciteit van de recurrente IT-resources (medewerkers en investeringsbudgetten). Men mag rekenen op een jaarlijks budget van 20% van de investeringskost van een applicatie. Op basis van de krachtlijnen van MAP6 kan nog geen nauwkeurige berekening van de noodzakelijke IT-resources voor aanpassing van systemen en/of nieuwe software begroot worden. Dit is pas mogelijk nadat de implementatieprocessen door de mestbank zijn uitgetekend en er een duidelijker zicht is op de concrete en noodzakelijke aanpassingen aan applicaties en loketten. In het 6de Actieprogramma wordt een overstap gemaakt naar een systeem waarbij specifieke maatregelen worden opgelegd in het ganse gebiedstype waar in het 5de Actieprogramma alleen landbouwers met een negatieve bedrijfsevaluatie van het nitraatresidu onderworpen waren aan versterkte maatregelen. Het fundamenteel nieuw opzet rond gebiedsgericht beleid en de grondige herziening van het nitraatresidu-instrument vereisen ingrijpende aanpassingen aan de betreffende IT-toepassingen. Maar ook andere IT-programma's moeten bijgestuurd worden omwille van MAP 6. De belangrijkste IT-toepassingen - die momenteel gekend zijn - worden hieronder opgesomd. Aanpassingen aan IT-toepassing maatregelen (TOMAS): Deze toepassing is gebouwd n.a.v. MAP 5 (focusbedrijf) en brengt alle maatregelen die voor een bedrijf van toepassing zijn in een bepaald jaar samen. Op die manier krijgt elk bedrijf een correct geconsolideerd overzicht van zijn na te leven begeleidende en sanctionerende maatregelen. MAP6 heeft impact op volgende aspecten: •

•

Bedrijfsstatus als basis voor maatregelen focusgebieden en nitraatresidu verdwijnt. Landbouwer krijgt standaardmaatregelen per perceel (generiek op basis van ligging in gebiedstype). Andere instrumenten zijn wel nog op bedrijfsniveau: equivalente maatregelen, maatregelen nitraatresidu, maatregelen bedrijfsdoorlichting.

Implicaties voor ICT: IT-toepassing moet conceptueel helemaal herzien worden, aangezien de basis wijzigt. •

Cascade om nitraatresidumaatregelen op te leggen is gewijzigd (gewijzigde cascade opvolging perceelsevaluatie /bedrijfsevaluatie, geen impact omwille van historiek of het niet naleven van maatregelen). 14


• • •

Systeem van equivalente maatregelen moet ontsloten worden in TOMAS Maatregelen opgelegd door Bedrijfsdoorlichting moeten nog steeds ontsloten worden in TOMAS Alle verschillende, soms onafhankelijk van elkaar opgelegde maatregelen moeten op elkaar afgestemd worden en vereisen een consolidatie zodat er geen tegenstrijdigheden ontstaan en de maatregelen eenduidig zijn voor het individuele bedrijf.

Nieuw instrument vanggewassen ikv standaardmaatregelen: nieuwe toepassing en aanpassing van bestaande toepassingen Bepalen van verplicht in te zaaien areaal vanggewas in gebiedstype 2 en gebiedstype 3 bovenop de inzaai van vanggewas waar teelt en bodem het toelaat (gebiedstype 1).

Implicaties voor ICT: Nieuwe toepassing bouwen om: • •

Het in te zaaien areaal te berekenen op bedrijfsniveau zodat elk bedrijf goed weet waar hij zou moeten aan voldoen en Het evaluatiekader te ontwikkelen met daaraan gekoppeld de gevolgen en sancties.

Aanpassing aan bestaande toepassingen: •

•

Deze nieuwe toepassing moet deel kunnen uitmaken van de bemestingsprognoses (begeleidend instrument in het begin van het bemestingsseizoen) waardoor deze toepassing moet aangepast worden. Bepaalde aspecten moeten eveneens in het e-loketvan het Departement Landbouw en Visserij ingebouwd worden.

Aanpassingen: berekening bemestingsprognoses. berekening bedrijfsafzetruimte voor de mestbalans. Deze toepassingen houden rekening met alle aspecten om de bemestingsnorm op perceelsniveau en bedrijfsniveau te berekenen (forfaitaire normen, kwetsbare gebieden waaronder gebiedstype, eventueel nieuwe derogatievoorwaarden, verhoogde bemesting, sancties met bemestingsbeperkingen zoals n.a.v. derogatie en verplichte stikstofstalen, andere bepalingen met bemestingsbeperkingen zoals Beheerovereenkomsten, Ecologisch Aandachtsgebied en de interacties tussen al die parameters).

Implicaties voor ICT: Door MAP6 moeten de businessregels herbekeken worden, wat een aanpassing van de applicatie tot gevolg heeft. Aanpassing uitrijregeling (aanpassen uitriitool):

Implicaties voor ICT: •

Aangezien MAP6 wijzigingen zal introduceren aan de uitrijregeling, moet de uitrijtool bijgestuurd worden.

Digitale aangifte uitbaters uitbouwen naast de bestaande aangifte van landbouwers en verwerkers 15


Om gerichter door te lichten en te handhaven, is het noodzakelijk om alle aangiftegegevens snel ter beschikking te hebben. De aangiftegegevens van de landbouwers en verwerkers worden momenteel al uitsluitend digitaal verzameld. Door ook de aangiftegegevens van erkende mestvoerders, uitbaters van mestverzamelpunten, producenten of verdelers van andere meststoffen en producenten, invoerders of verkopers van diervoeders digitaal te inventariseren, kan sneller gebruik gemaakt worden van deze gegevens, en wordt bovendien capaciteit vrijgemaakt voor extra handhaving.

Implicaties voor ICT: •

Het is noodzakelijk het Mestbankloket met een nieuwe module uit te breiden en de nodige linken te leggen met bestaande applicaties.

Terreinopvolgingsapplicatie (TOA) In MAP6 wordt een betere naleving beoogd door een effectiever toezichts- en sanctioneringsbeleid. Door het maken van een overkoepelende applicatie die een vlotte verwerking van de terreinvaststellingen en een vlotte opvolging van de dossiers mogelijk maakt, kunnen de controles efficiënter verlopen. Daarom wordt een online TerreinOpvolgingsApplicatie (TOA) ontwikkeld waarin het mogelijk is om lijsten in te laden, documenten op te laden en af te drukken, dossiers aan te maken en waarin men een duidelijke opvolging van deze dossiers heeft. De analyse is reeds gestart in 2018. TOA zal ook aangeven wie (welke dienst) waar (plaats/landbouwer) en wanneer (datum gepland) een bezoek/controle gepland heeft. Daar waar deze contacten en bezoeken momenteel naast elkaar gebeuren, zal met TOA intern beter afgestemd worden, wat voor de landbouwer tijdswinst en duidelijkheid betekent. In het kader van het voorbereiden en het doorstromen van gegevens bij vaststellingen zullen er linken voorzien worden met verschillende andere interne en externe systemen/applicaties zoals bv. Tomas, VAR (Verwerking Analyse Resultaten), en systemen van andere entiteiten zoals afdeling Handhaving van het departement Omgeving en het departement Landbouw en Visserij (SPIN: applicatie om kortingen toe te kennen op de subsidies aan de hand van terreinvaststellingen),...

Implicaties voor ICT: •

Versneld bouwen van TOA.

•

Integratie van de bestaande functionaliteiten uit andere applicaties: een belangrijk punt hierbij is de connectie met verschillende applicaties en databanken (zoals VAR, Tomas, SMIL, MTIL,...).

Noodzakelijke bijkomende resources MAP 6 De inschatting van de vereiste resources voor implementatie van MAP6 kan op dit moment nog niet nauwkeurig gepaald worden. Om een beeld te krijgen van de kosten kunnen we MAP 5 als referentie nemen, gezien ook MAP5 een fundamentele vernieuwde aanpak voorzag t.o.v. MAP 4. MAP5 voerde het begrip "Focusbedrijf" in als centrale kern van het individuele mestbeleid. Dit was een fundamentele aanpassing aan de IT-architectuur t.o.v. MAP4 en daarom zijn de afgelopen jaren

16


een aantal belangrijke nieuwe toepassingen gebouwd (waaronder TOMAS) en is de IT-architectuur sterk omgevormd, in functie van het bepalen van de voorwaarden rond al dan niet Focusbedrijf. Voor MAP6 wordt "Focusbedrijf" verlaten en steunt het mestbeleid op "Focusgebieden". Bijgevolg wordt het individuele beleid niet bepaald per bedrijf, doch wel of een bedrijf al of niet gelegen is in een focusgebied (geografische afbakening). Het is dus duidelijk dat voor MAP6 centrale applicaties opnieuw belangrijke wijzigingen zullen moeten ondergaan. De grootteorde is te vergelijken met de implementatie van MAP5. Bij de begroting van voorgaande jaren waren de toegekende budgetten veel minder dan de gevraagde budgetten. Het betrof jaarlijks een niet toekennen van een budget van 250 a 300.000,- t.o.v. het gevraagde budget. De gevraagde budgetten steunden nochtans op een redelijk nauwkeurige meerjarige resourceplanning. Dit heeft tot gevolg dat tot midden 2019 nog steeds wordt gewerkt om de gewijzigde regelgeving t.g.v. MAP5 te implementeren in bestaande toepassingen en/of nieuwe toepassingen. Vanaf 1/1/2019 begint strikt genomen de planperiode van MAP6 waardoor de softwarematige implementatie reeds met vertraging kan starten. Ondersteuning van het nieuwe beleid door (aan)gepaste IT-systemen is essentieel om de nodige/noodzakelijke informatie op maat van elke landbouwer bij de landbouwers te krijgen, zodat ze op de hoogte zijn van de rechten en plichten in het nieuwe mestdecreet en de mogelijke impact op hun bedrijf. Om een snelle implementatie van MAP6 te kunnen realiseren en geen structurele achterstand op te bouwen, ramen we een jaarlijks bijkomend investeringsbudget van 750.000 euro voor de jaren 2019, 2020 en 2021 als noodzakelijk, naast het investeringsbudget "bestaand beleid".

17


Bijsturing meerjarenplan 2015-2019 Voor 2019 worden de volgende wijzigingen aan het meerjarenplan aangebracht: 1)

SOD 3: De VLM faciliteert optimaal grondgebruik in Vlaanderen OOD 3.1: Grondmobiliteit draagt bij tot een gedragen uitvoering van projecten, plannen en programma's op Vlaams niveau. Indicator: % van de transacties bij grondenbanken dat gerealiseerd is met ruil. Prestatienorm: 30% Wijziging 2019: 30% blijkt niet realistisch te zijn. We stellen de prestatienorm bij naar 20%.

2)

SOD 3: De VLM faciliteert optimaal grondgebruik in Vlaanderen OOD 3.1: Grondmobiliteit draagt bij tot een gedragen uitvoering van projecten, plannen en programma's op Vlaams niveau. Wijziging 2019: nieuwe indicator: doorgevoerde herverkavelingen i.f.v. optimaal grondbeleid nieuwe prestatienorm: min. 5000 ha

3)

SOD 5 - Land- en tuinbouwers worden begeleid naar een duurzamere bedrijfsvoering Wijziging 2019: OOD 5.3 schrappen o.w.v. stopzetten activiteiten bedrijfsadvisering

4)

SOD 5 - Land- en tuinbouwers worden begeleid naar een duurzamere bedrijfsvoering OOD 5.5: De VLM ontwikkelt hulpmiddelen om duurzamer nutriënten- en bodembeheer te ondersteunen. Wijziging 2019: OOD 5.5 schrappen o.w.v. stopzetten activiteiten bedrijfsadvisering

18


Doelstellingen opgelegd door regeringsafspraken Aanbevelingen audit Vlaanderen De VLM werkt systematisch verder aan de verbetering van haar systeem van organisatiebeheersing. Dit uit zich in de gestegen maturiteit voor risicomanagement en het opnemen van openstaande aanbevelingen. In 2018 werden 5 aanbevelingen volledig gerealiseerd en 2 anderen werden opgestart, waarvan één nog eind 2018 werd gerealiseerd en een andere in 2019 verder uitgevoerd zal worden In 2018 werd er o.a. werk gemaakt van de aanbevelingen n.a.v. de organisatie-audit risicomanagement (auditopdracht 1701 042 van 21 november 2017): Het evalueren en bijsturen van onze bestaande richtlijn risicoanalyse wat o.a. resulteerde in een verduidelijking van rollen en verantwoordelijkheden m.b.t. het risicomanagement; afspraken omtrent het actualiseren van de risicoanalyses conform de risicostrategie; een verduidelijking van de te volgen risicostrategie en de opvolging van de geformuleerde beheersmaatregelen; Het verder uitbouwen van een risicocascade tot op het niveau van doelstellingen, hoofdprocessen en verschillende projecttypes (organisatie-, beleids- en IT-projecten); De interne communicatie/opleiding inzake risicomanagement.

Daarnaast werd er ook werk gemaakt van de aanbevelingen uit de thema-audit debet- en kredietkaarten (auditopdracht 1701 050 van 3 juli 2018): De evaluatie van de uitgavenlimieten voor debet- en kredietkaarten rekening houdend met de omzendbrief "Gedragscode voor bestuurlijke uitgaven"; Het toezicht van de interne controller op alle uitgaven met debet- en kredietkaarten; De uitwerking van verschillende interne afspraken als onderdeel van een effectief controleproces m.b.t. de debet- en creditkaarten.

De VLM hecht veel belang aan een mature organisatiebeheersing/interne controle wat zich weerspiegelt in de organisatiestructuur: sinds februari 2010 zijn deze opdrachten ondergebracht in een onafhankelijke stafdienst.

Jaarlijks

doet

de

VLM

ook

een

grondige

zelfevaluatie

van

haar

systeem

voor

organisatiebeheersing/interne controle. Op basis van die zelfevaluatie worden de prioriteiten voor het volgende jaar bepaald. De jaardoelstellingen voor organisatiebeheersing/interne controle zijn terug te vinden onder OOD 7.9 "Het systeem van organisatiebeheersing en interne controle is adequaat en doeltreffend".

19


Uitvoering kerntakenplan De doelstellingen uit het kerntakenplan werden reeds in 2018 bijna volledig gehaald. Op 30 juni 2018 was 34,75 VTE van de vooropgestelde 35,06 VTE via optimalisatie en afbouw van de kernprocessen bespaard. De VLM zal in 2019 verder inzetten op de digitale dienstverlening en de daaraan gekoppelde administratieve vereenvoudiging voor haar klanten.

Daarnaast

voorzien

we

in

het

instrumentendecreet

vereenvoudigingen van instrumenten. VLM

belangrijke

harmoniseringen

en

is verantwoordelijk voor de harmonisering van

compenserende vergoedingen, de harmonisering van koopplichten, de harmonisering van de inrichtingsprojecten en verbetervoorstellen aan recht van voorkeur, planologische ruil,.... We werken hiervoor in 2019 aan de verdere operationalisering via uitvoeringsbesluiten en de implementatie van de Watergevoelige Open Ruimtegebieden.

Opvolging personeelsbesparing In juli 2015 besliste de Vlaamse regering over de kerntakenplannen en de verdeling, per beleidsdomein, van de personeelsbesparingen. Binnen het Voorzitterscollege werd afgesproken om de gevraagde budgettaire besparing lineair te verdelen over de entiteiten. De door de Vlaamse regering besliste besparing op het aantal personeelsleden (in totaliteit 1950 tegen het einde van de legislatuur) werd niet lineair verdeeld. Hier werd o.a. rekening gehouden met de besparingen die de beleidsdomeinen en entiteiten in de vorige legislatuur al hadden gerealiseerd. Eind 2016 werd de besparingsinspanning opgetrokken tot 56 koppen om een personeelstoename in de vorige legislatuur in het voormalige departement Leefmilieu, Natuur en Energie te compenseren. Deze besparing wordt gerealiseerd via natuurlijke en vrijwillige afvloeiingen in combinatie met een selectief wervingsbeleid. Personeelsbehoeften worden zoveel als mogelijk ingevuld door interne verschuivingen binnen het kader van het kerntakenplan. De VLM realiseerde tot en met 2018 deze koppenbesparing. Deze besparing werd gerealiseerd via natuurlijke en vrijwillige afvloeiingen in combinatie met een selectief wervingsbeleid.

Doelstellingen m.b.t. welzijn en gelijke kansen en diversiteit.

De doelstellingen m.b.t. welzijn en gelijke kansen en diversiteit zijn terug te vinden onder OOD 7.4 (welzijn) en 7.10 (gelijke kansen en diversiteit).

20


Jaardoelstellingen 2019 In bijlage 1 wordt per strategische organisatiedoelstelling (SOD) de doelstellingencascade voor 2019 weergegeven. De VLM voerde opnieuw een risicoanalyse op haar jaardoelstellingen uit. In bijlage 2 wordt een overzicht geboden van de voornaamste risico's, i.e. de risico's met een brutorisico van minstens 3,5. In dit overzicht worden kans en impact ingeschat, de strategiekeuze weergegeven en worden de bestaande en nieuwe beheersmaatregelen omschreven.

21


Rapportering uitvoering ondernemingsplan 2018 In dit deel wordt gerapporteerd over de realisatiegraad van het ondernemingsplan 2018.

Kernactiviteiten Plattelandsbeleid We bereidden voor het Interbestuurlijk Plattelandsoverleg beleidsaanbevelingen over het thema "Financiering van de open ruimte" voor. We zetten de IPO-beleidsaanbevelingen over "Oogstbare Landschappen" om in concreet beleid door de organisatie van een uitwisselingsplatform van experten. We werkten hiervoor samen met ANB en OVAM. We formuleerden op basis van de dialoogdagen Dorpenbeleid van 2017 beleidsaanbevelingen voor een Vlaams dorpenbeleid en ondersteunden dit beleid verder via het toekennen van subsidies voor de organisatie van dorpsateliers, een publicatie over dorpenbeleid, de werking van de Vlaamse Vereniging voor Dorpsbelangen en de organisatie van een wedstrijd voor Dorpskracht. We beheerden de maatregelen "Omgevingskwaliteit", "LEADER" en "Samenwerking met de stad" uit het PDPO III in samenwerking met de provincies op een kwaliteitsvolle wijze en maakten hiervoor gebruik van het e-plattelandsloket. We bezorgden de coördinatoren de nodige instructies voor een tussentijdse zelfevaluatie voor de maatregelen LEADER en Omgevingskwaliteit. In 2018 werd ook ingezet op het overbrengen van de audit-aanbevelingen over overheidsopdrachten aan de Plattelandsen Leadercoördinatoren. Als Lead, samen met de partners, voerden we het jaarprogramma 2018 van het EIP Agri Service Point kwaliteitsvol uit en kregen we hiervoor positieve terugkoppeling van de Europese Commissie. We bereidden in het kader van de Europese subsidieprogramma's zoals Interreg projectvoorstellen voor, waarvan er een aantal in 2018 werden goedgekeurd(Green-WIN, BioGOV, COASTAL, Atlantic Wall en Carbon Connects).

In het kader van de Tripartite overeenkomst met instellingen uit Nederland,

Duitsland en Wallonië, organiseerden we een geslaagde bijeenkomst in Voeren omtrent oplossingen voor de degradatie van het landschap.

Landinrichting en grondenbank We zetten volop in op de nieuwe mogelijkheden van het decreet landinrichting. In de loop van 2018 waren 8 inrichtingsnota's in opmaak of in begeleiding. Daarbij doen provincies, gemeenten of Vlaamse collega's beroep op de instrumenten van het decreet landinrichting voor de uitvoering van hun projecten.

Naast grondenbankwerking en flankerende vergoedingen voor

landbouw, wordt ook het instrument herverkaveling met planologische ruil sterk bevraagd om oplossingen te geven aan slecht gelegen

woongebieden

(in signaalgebieden,

beschermde

landschappen of kwetsbare zones). Ook in de landinrichtingsprojecten doen we een beroep op de bijkomende instrumenten van het decreet landinrichting zoals inrichtingswerken uit kracht van wet, erfdienstbaarheden

tot

openbaar

nut,

herverkaveling

uit

kracht van

wet,

projectmatige

beheerovereenkomsten en uitvoeringsinitiatieven. De landcommissie en de VLM behandelden in 2018 4 nieuwe aanvragen voor 'rode' PAS-bedrijven en 2 aanvragen voor 'oranje' PAS-bedrijven. In totaal zijn er 14 dossiers 'rode' bedrijven behandeld of in

22


behandeling (5 bedrijfsverplaatsing, 5 bedrijfsbeëindiging, 2 bedrijfsreconversie, 1 gemengde aanvraag, 1 koopplicht) en 2 dossiers 'oranje' bedrijven (bedrijfsreconversie). De Programmacommissie Landinrichting heeft een leidraad gevalideerd als basis voor advisering van de instelling van nieuwe landinrichtingsprojecten. In functie van een eerste interne afstemming inventariseerde de programmacommissie de investeringsprioriteiten van de Vlaamse actoren voor de volgende legislatuur. Ze formuleerde een advies over het landinrichtingsbeleid en de prioriteiten voor landinrichting. Voor het ontwerp van het instrumentendecreet formuleerden we voorstellen voor de harmonisering van de compenserende vergoedingen, de harmonisering van de koopplichten en de harmonisering van natuur- en landinrichting en voerden we optimalisaties door in het instrument recht van voorkeur en herverkaveling met planologische ruil. In de ontwerpregelgeving zijn procedures, voorwaarden, ontstaansfeiten, recht op vergoedingen/koopplicht, berekeningswijze,... van de verschillende compenserende vergoedingen en koopplichten op elkaar afgestemd. We stemden niet alleen natuurinrichting procedureel volledig af op

landinrichting,

maar voerden ook procedurele

vereenvoudigingen door in natuurinrichting en landinrichting.

De verbetering van het recht van

voorkeur houdt vooral een verduidelijking in voor andere administratieve overheden. De aanpassingen aan het instrument herverkaveling uit kracht van wet met planologische ruil moeten toelaten dat ook de meer complexe maar meer gebruikelijke vormen van ruil mogelijk worden.

In het kader van de Open Ruimte Beweging gingen we na voor welke urgente opgaven in de open ruimte een versnelling in realisaties op terrein noodzakelijk is. Het eerste programma Water-LandSchap realiseert waterdoelen (aanpak van droogte, realisatie waterkwaliteit, bescherming tegen overstromingen en aanpak klimaatverandering) gekoppeld aan een duurzame landbouw en een kwaliteitsvol landschap in een sterk bottom-up gerichte aanpak. 14 concrete projectvoorstellen van lokale gebiedscoalities van landbouwers, lokale overheden en waterbeheerders hebben we in de loop van 2018 gebundeld in een landinrichtingsproject Water-Land-Schap. Na instelling van dit project krijgen de gebiedscoalities beschikking over de instrumenten en subsidies landinrichting. De lokale gebiedscoalities worden hierbij begeleid door een programmateam van 9 Vlaamse partners die hiervoor hun kennis, middelen en instrumenten bundelen. Naast dit eerste programma, verkenden we de mogelijkheden voor nieuwe programma's rond de thema's : op(en)ruimen, voedselparken, gewaardeerde landschappen, circulaire voedselbouw, grondzaken en luwteoases. Voor de openruimteprojecten was 2018 opnieuw een vruchtbaar jaar. We legden 12.198.770 euro Vlaamse cofinanciering vast voor concrete uitvoeringsdossiers op terrein in de verschillende landinrichtings-, ruilverkavelings- en natuurinrichtingsprojecten. In een 25-tal grondenbanken (onder meer LSO, RSO, Gentse Kanaalzone, Zeebrugge, Rivierherstel Leie en Sigma) investeerden de Vlaamse Grondenbank en VLM 32.588.575 euro in grondaankopen en flankerend beleid in functie van het realiseren van grote investeringsprojecten, het flankeren van de getroffen landbouwers en het realiseren van natuurcompensaties. De Grondenbank realiseerde eveneens grondaankopen in functie van flankerende maatregelen voor landbouwers in of in de nabijheid van Europese natuurgebieden. Een greep uit de concrete projectrealisaties in 2018: •

We gaven verder vorm aan het flankerend beleid voor de expansie van de havens van Antwerpen, Gent en Zeebrugge, en voor andere grote investeringsprojecten.

23


•

Voor

de

haven

van

Gent

werden

de

koppelingsgebieden

verder

ingericht.

De

landinrichtingsplannen Rieme-Oost en Zelzate-Zuid gingen in 2018 in openbaar onderzoek en werden goedgekeurd door planbegeleidingsgroep, respectievelijk Vlaamse Regering. Beide plannen zijn goed voor een open ruimte investering van 5,5 mio euro, waarvan 1,7 mio euro subsidies landinrichting. •

Voor de natuurcompensaties van de haven van Zeebrugge stelde de Vlaamse Regering de inrichtingsnota Kwetshage-Meetkerkse Moeren vast. De uitvoering vormt het sluitstuk van deze natuurcompensaties.

•

Voor de haven van Antwerpen, het project LSO, zijn 71 ha gronden en gebouwen verworven en geruild. Er werd 7,9 mio euro besteed, waarvan 1,3 mio euro voor flankerende vergoedingen. Samen met de provincie Zeeland ondertekenden we een convenant om beter samen te werken in grensoverschrijdende grondzaken en kavelruil, volgend uit het Europees project Grenspark Groot Saeftinghe. De Afdeling Maritieme Toegang (AMT) gaf VLM de opdracht een inrichtingsnota op te maken met begeleidende maatregelen verbreding E34 (Beveren en Zwijndrecht).

•

Flankerend aan de uitbreiding van het Zwin, legde de Minister voor het landinrichtingsplan 'Nieuwe Watergang' 1,2 miljoen euro subsidies landinrichting vast. De werken gingen van start.

•

Het landinrichtingsproject Moervaartvallei, gekoppeld aan de raamovereenkomst o.l.v. de gouverneur van Oost-Vlaanderen, werd ingesteld door de Vlaamse Regering en we startten de opmaak van het eerste landinrichtingsplan. Dit project voorziet een investering van 20 mio euro in de open ruimte, waarvan 6,4 mio euro subsidies landinrichting.

•

Voor het project Rivierherstel Leie maakten we in 2018 2 inrichtingsplannen op en werden 18 ha gronden verworven.

•

We slaagden erin een gedragen visienota op te stellen voor de Oudlandpolder. De Minister gaf ons daarom opdracht een onderzoek op te starten naar de opportuniteit en haalbaarheid (OOH) van een landinrichtingsproject in deze polders.

•

In de Brugse Veldzone werd verder ingezet op de uitvoering op terrein. Het multifunctioneel bufferbekken in Groenhove is volledig afgewerkt, zodat de stad Torhout beschermd is tegen overstromingen en de regio een avontuurlijke speelplek rijker is. Voorts heeft het grootste groengebied tussen Genten Brugge, het Landschapspark Bulskampveld, verder vorm gekregen en zijn de plannen klaar om er kwaliteitsvolle onthaalpoorten in te richten.

•

Voor de inrichting van de randstedelijke groengebieden van Gent en Brugge voerden we werken uit in Parkbos, Malem en Assebroekse meersen.

•

Voor de bebossing van de Gentse groenpool Vinderhoutse bossen werden cruciale gronden verworven en percelen bebost.

•

Op

het plateau van Izenberge zijn de werken binnen de ruilverkaveling Sint-Rijkers in

uitvoering, waaronder de aanleg van kilometers veilige functionele fietsverbindingen. Voor het ruilverkavelingsplan Izenberge fase 1 is de advisering gestart. Voor het ruilverkavelingsproject Schelde-Leie zijn de uitvoeringsplannen in opmaak, en voor de vereenvoudigde ruilverkaveling All zijn de eerste werken aanbesteed.

24


•

Voor het natuurinrichtingsproject Schuddebeurze keurde de Minister het besluit maatregelen en modaliteiten goed en voor het project Wellemeersen is het projectrapport in opmaak. Voor het natuurinrichtingsproject de Kraenepoel loopt een ecohydrologische studie. De projecten De Blankaart, Biscopveld en Berlare Broek-Donkmeer zijn in uitvoering.

•

De Minister gaf ons de opdracht een onderzoek naar de opportuniteit en haalbaarheid op te starten voor een programmatisch landinrichtingsproject 'Water-Land-schap'. Dit onderzoek werd afgerond en de Programmacommissie gaf positief advies.

•

In VLM regio Oost besteedden we voor 7,1 mio euro voor het voor Sigma en flankerend beleid IHD PAS. Dit was goed voor 152 ha gronden. Van deze 152ha is 92ha ruilgrond. Met deze grondreserve kunnen we getroffen landbouwers ondersteunen door hen buiten de projectgebieden grond aan te bieden.

•

Het projectrapport voor de Liereman is afgewerkt en goedgekeurd door het comité. Ook in 2018 zijn zowel rechtstreekse aankopen in het projectgebied als aankopen van ruilgronden gebeurd.

•

Voor Schelde en Rupel zijn de uitvoeringsinitiatieven goedgekeurd. De landinrichtingsplannen Sint-Jansveldbeek en Openruimteverbindingen Rupelstreek hebben een openbaar onderzoek ondergaan en zijn door de planbegeleidingsgroepen goedgekeurd.

•

In de Merode lopen de uitvoeringen als een trein. Het laatste landinrichtingsplan Natuur- en landschapsherstel en onthaal is door de planbegeleidingsgroep goedgekeurd. In dit plan zijn voor het eerst beheerovereenkomsten uitgewerkt in uitvoering van het decreet landinrichting.

•

Het LIFE-project Belini liep in 2018.

Hiermee wordt uitvoering gegeven aan drie

landinrichtingsplannen in de Vlaamse rand: IJsevallei, Molenbeekvallei en Maalbeekvallei. •

Landinrichtingsplan Hooghof werd goedgekeurd door de minister. In uitvoering van het Europese LIFE-project Green4Grey startten we de werf op in het Zeen (Zaventem). We zetten enkele goed gesmaakte evenementen op om de realisaties in de Kapittelbeek, Neerdorp, Kerremanspark en het Zeen aan het brede publiek te tonen. Na de Beekstraat brengen we hiermee ontharding in de praktijk.

•

Ook in het randstedelijk gebied van Hasselt en Genk deden we uitvoeringen: het buurtpark in Schansbroek kwam er tot stand. We werkten aan de waterhuishouding in de omgeving van de Slagmolen (Genk). In de Dauteweyers herstelden we het biotoop voor de boomkikker.

•

De oproep voor uitvoeringsinitiatieven in de Wijers is gelanceerd. Het landinrichtingsplan Mijn Mangelbeek is voorbereid.

•

In de ruilverkaveling Willebringen realiseerden we een belangrijke fietsverbinding, enkele wegenwerken en een wateropvangbekken.

•

In Jesseren realiseerden we de tweede ruilverkavelingsakte. Hiermee wordt de financiering van de ruilverkaveling geregeld.

•

In Noord-Limburg voerden we een participatietraject uit voor een voorstel tot herwaardering van de dorpskern in Kessenich. Voor de ruilverkaveling Molenbeersel voerden we het openbaar onderzoek uit in Kinrooi.

25


•

De akte van de ruilverkaveling in der minne in Molenveld Rotem is in december verleden: meer dan 100 eigenaars en gebruikers kregen een betere groepering en ontsluiting van hun landbouwpercelen.

•

Het projectuitvoeringsplan van de vallei van de Zwarte beek heeft een openbaar onderzoek ondergaan: we willen de veenvoorraad en zo ook de koolstofopslag veiligstellen.

Beheerovereenkomsten We kozen in 2018 voor een doorgedreven gebiedsgerichte aanpak en meer te focussen op zorgvuldig gekozen gebieden. Door deze aanpak konden we in de gebieden voor soortenbescherming de dekkingsgraad aan maatregelen gevoelig verhogen. In totaal hebben onze bedrijfsplanners meer dan 1.000 nieuwe aanvragen besproken met landbouwers in deze gebieden. De maatregelen die het meest aangevraagd werden, zijn maatregelen voor soortenbescherming (1.200 ha) en perceelsrandenbeheer (640 ha). Met een opname van ruim 200 ha maatregelen ter verbetering van het leefgebied van de grauwe kiekendief, hebben we de doelen van het Vlaams Soortenbeschermingsplan ruimschoots gehaald. We betaalden de vergoedingen van de beheerovereenkomsten aan meer dan 3.000 landbouwers tijdig uit voor een totaal van 10,5 miljoen euro. We werkten performant en correct als beheersdienst, zoals bleek uit de uitgevoerde audits die geen noemenswaardige tekortkomingen op de betalingen en processen konden vaststellen.

Mestbeleid, Bedrijfsadvies en Mestbank We bereidden in 2018 het zesde mestactieprogramma (MAP 6) voor. We bereikten hierover half december 2018 overeenstemming met de Europese Commissie. Een plan-MER werd uitgevoerd op MAP 6 en het openbaar onderzoek over MAP 6 en de plan-MER werd opgestart. Het Mestrapport, dat we midden oktober aan de Minister overhandigden en eind november gepubliceerd werd, gaf aan dat de verbetering van de waterkwaliteit en de realisatie van de vooropgestelde doelstellingen nog niet op koers liggen en dat verdere actie nodig is. We bezorgden tijdig het rapport inzake derogatie bij de Europese Commissie. Met het oog op verdere beleidsontwikkeling en -implementatie hebben we 7 onderzoeken afgerond, zoals het bepalen van landbouwkundige en milieuverantwoorde fosforbemestingsnormen, verbeterde voederstrategieën, bemestingsstrategieën ter verlaging van het nitraatresidu en de impact van bemesten langs de waterlopen op nutriëntenverliezen. Deze leverden ai een bijdrage aan de voorbereiding van MAP 6 en worden meegenomen bij verdere beleidsontwikkelingen. Een onderzoek rond fosfordynamiek in de waterlopen is opgestart en 2 andere onderzoeksopdrachten werden voorbereid. We ondersteunden het Onderzoeksplatform voor Duurzame Bemesting en de bouw van een bemestingsallocatie (BAM) ter ondersteuning van de VMM.

26


We droegen bij tot het Vlaams standpunt voor de herziening van de Meststoffenverordening en tot de opdrachten van de Minister in het kader van de financiering van het waterbeleid. De MAPman-campagne werd in 2018 doorgetrokken en er werden in dat kader samen met de stakeholders diverse artikels gepubliceerd. We begeleidden het CVBB bij de uitvoering van hun taken. 2018 was het laatste jaar van M AP5 met voor bedrijfsdoorlichting een zeer ambitieuze doelstelling van 3000 bedrijfsdoorlichtingen over een periode van 4 jaar. Eind 2018 waren 2700 bedrijfsdoorlichtingen uitgevoerd en waren er nog 400 lopende. Dit mag terecht als een succes bestempeld worden. Voor het uittekenen en het implementeren van dit nieuwe controleproces werd de afdeling Mestbank gereorganiseerd in 2015. Het proces werd in 2018 nog verder geoptimaliseerd en de doorlooptijd van de dossiers ingekort. Op vele bedrijven werden nutriëntenverliezen zichtbaar en bespreekbaar gemaakt met de landbouwers en uitbaters. Via een doorgedreven aanpak werden bepaalde slechte praktijken meeren meer bloot gelegd, bv. bij mestverwerkers, -vervoerders en adviesbureaus. Meer nog, door de instrumentenmix van adviezen, maatregelen, boetes en/of proportionele sancties worden niet alleen slechte praktijken gestopt en bedrijven terug binnen het wettelijk kader gebracht, maar worden ook belangrijke stappen gezet naar een oordeelkundiger omgaan met nutriënten. De werking van Bedrijfsdoorlichting werd aan een breder publiek kenbaar gemaakt via contactmomenten met de CVBB medewerkers en een artikel in Buitenkans. De gebiedsgerichte VODKA-actie (Verantwoord Omgaan met Dierlijke mest, Kunstmest en Andere meststoffen) ging in 2018 zijn 4de jaar in. De intensieve aanwezigheid van de handhavers op terrein resulterend in een verhoogde controledruk in gemeenten met een minder goede waterkwaliteit, had een positieve impact zowel op de nalevingsgraad van opgelegde aanmaningen, maatregelen,... als op de waterkwaliteit. Zo is sinds het winterjaar 2015/2016 het aantal overschrijdingen met 6,4% gedaald in de gemeenten Diksmuide, Moorslede, Ledegem, Roeselare, Dentergem en Oostrozebeke. Deze gemeenten zijn ondertussen vervangen door een aantal gemeenten met een minder goede tendens naar waterkwaliteit. In de 19 hardnekkige VODKA gemeenten zijn sinds winterjaar 2015/2016 3,7 % minder overschrijdingen vastgesteld. 2018 stond ook in het teken van de controle op de naleving van de lm teeltvrije strook langs waterlopen zoals bepaald in het Decreet Integraal Waterbeleid. De aanpak was sensibiliserend. Bij het ontbreken van de strook in het vroege voorjaar kregen de betrokken landbouwers een aanmaning. In de zomer volgde een hercontrole. Van de 169 gecontacteerde landbouwers met aanmaningen, hadden 167 landbouwers een teeltvrije strook op hun percelen aangelegd. De jarenlange gerichte opvolging van staalnemers hebben hun impact niet gemist. Waar er in 2016 nog 9 ernstige fraudevaststellingen werden gedaan, waren dat er in 2017 nog 3 en in 2018 nog slechts 1. Er werd verder ingezet op de omgevingscontroles met maar liefst 1030 mesttransportcontroles, 2793 mestopbrengingscontroles, 397 mestopslagcontroles en 620 meststaalnames.

De ingeslagen weg van digitalisering van de mestbankprocessen en procedures werd in 2018 onverminderd verder gezet.

27


Zo ging de nieuwe StaalName applicatie (SNapp) Online op 1 januari voor de eerste module 'aanvraag van een nieuwe fosfaatklasse'. Het onlineplatform SNapp heeft als doel om bodemanalyses in het kader van het Mestdecreet makkelijker te laten beheren door de verschillende betrokken partijen. De landbouwer kan een bodemstaalname bestellen bij een erkend labo; het labo kan alle bestellingen gemakkelijk inplannen en opvolgen; de Mestbank kan de opgeladen analyseresultaten tenslotte snel en correct verwerken. bodemstalen

in

het

Het platform zal verder uitgebreid worden voor de andere verplichte kader

van

het

Mestdecreet

(nitraatresidu,

verplichte

stikstofstalen,

derogatiestalen, ...) en is zo ontworpen dat het kan uitgroeien tot de authentieke databank van bodemstalen

voor

Vlaanderen.

De gebruiksvriendelijke toepassing was meteen een succes: op een handvol dossiers na zijn alle aanmeldingen van fosfaatstalen (25.350 in totaal van 5610 landbouwers) gebeurd via SNapp. In totaal werd € 205.125

uitgekeerd aan landbouwers. Sinds de fosfaatregeling opgenomen is in het

Mestdecreet (MAP5) werd in totaal € 1.715.500 uitbetaald aan landbouwers. Op 1 januari 2018 trad ook de nieuwe regelgeving over mestsamenstelling en de bedrijfsspecifieke mestsamenstelling in werking. Heel wat exploitaties met varkensmest kozen voor het systeem analyse (49% voor vleesvarkens, 28% voor biggen, 20% zeugen en biggen,...). In totaal werkten 21 landbouwers met hun bedrijfsspecifieke mestsamenstelling en kregen nog 43 andere er een aangeboden. Voor het nemen van meststalen werd samen met het VITO een procedure uitgewerkt en geïmplementeerd om mestvoerders bevoegd te verklaren in afwachting van de juridische verankering van de registratie staalnemer-voerder in VLAREL. In totaal kregen 52 mestvoerders de "erkenning". Naar aanleiding van de nieuwe diensten inzake mest- en bodemstalen werd intensief ingezet op het uitbouwen van de noodzakelijke digitale applicaties zoals het StaalnameMeldings Internet Loket (SMIL) en de Verwerkingsapplicatie AnalyseResultaten (VAR). Tot slot werd het nieuwe MestTransport Internet Loket (MTIL) ontwikkeld voor in productiestelling op 1 januari 2019. De andere administratieve processen en de daaraan gekoppelde kwaliteitsbewaking werden volgens planning uitgevoerd. Identificeren van land- en tuinbouwers en uitbaters met toekennen rechten aan starters (900 dossiers), stoppers (388 dossiers), volmachten (4331 dossiers waarvan ruim 34% digitaal werden ingediend),.... Verwerken van de voor 99% digitaal ingediende mestbankaangiften van de landbouwers. Behandelen van 6234 NER-dossiers waarvan 3846 jaarlijkse NER-MVW evaluaties die in 2018 ook automatisch berekend konden worden. Opvolgen transporten (378.181 meldingen waarvan 24.852 burenregelingen die voor bijna 55% digitaal ingediend werden). Publiceren bedrijfsstatus voor alle bedrijven waarvan er 10550 focusmaatregelen opgelegd kregen en het opvolgen van de opgelegde maatregelen. Heel wat extra werk en aandacht is gegaan naar de nitraatresiducampagne 2018. Door de uitzonderlijke weersomstandigheden was er veel teelt- en oogstmislukking. Op heel korte tijd moesten ingestuurde verslagen van de schadecommissies verwerkt worden. Van de initieel 25.300 geselecteerde percelen werden er 2270 geannuleerd en 1710 herselecties uitgevoerd. Er kwamen ook heel wat meldingen binnen van staalnemers, labo's en landbouwers omwille van de extreem moeilijke omstandigheden om de bodems te bemonsteren. 28


Toekennen bemestingsrechten op basis van de verzamelaanvraag, derogatie, verhoogde bemesting, inkorting van afzetruimte door maatregelen en/of sancties (verplichte N-stalen voor groenten, sierteelt, aardbeien, boomkweek).... Opvolgen van mestverwerkingsplicht (1295 verwerkingsplichtige landbouwers). Toekennen van mestverwerkingscertificaten (MVC's) (ruim 11.156.000 voor pluimveemest en ruim 20.470.000 voor niet-pluimveemest). Erkennen van labo's, erkend mestvoerders,.... Verzenden van kennisgevingen natuurgebieden GRUP's en afhandelen van bezwaren tot correctie. Behandelen van ruim 1000 bezwaren tegen opgelegde maatregelen, sancties en boetes na adequate beoordeling en binnen termijn. Opleggen van boetes (zo'n 2500-tal), innen en invorderen van de boetes (afbetalingsplannen, herinneringen, dwangbevelen) met maximale benutting van de invorderingsmogelijkheden. Voor de opvolging van alle boete-dossiers werd de DAS2 toepassing uitgewerkt, aangepast aan de nieuwe databank en technologie, met extra modules voor het opvolgen van de bezwaardossiers en van de dossiers met speciale opvolging voor het innen (bv. in kader van faillissement) en voor het invorderen via de deurwaarder.

Bij de uitvoering van haar taken besteedde de Mestbank ook in 2018 veel aandacht aan een goede dienstverlening en een duidelijke communicatie. Zo werd er verder ingezet op de gefaseerde uitrol van de visie e-communicatie en de le-lijnsondersteuning ten dienste van alle stakeholders. Alle bedrijfsdoorlichters volgden een opleiding 'klare taal' om ervoor te zorgen dat de boodschap van de bedrijfsdoorlichters beter en duidelijker de landbouwers en uitbaters bereikt.

Digitalisering en IT De VLM heeft in 2018 verder ingezet op de digitale dienstverlening, digitaal werken op het terrein en de daaraan gekoppelde administratieve vereenvoudiging voor haar klanten en de eigen medewerkers. Nieuwe diensten werden toegevoegd aan het Mestbankloket: •

Het staalname melding internet loket (SMIL) werd verder uitgebouwd om naast fosfaat- nu ook nitraatstalen (en op langere termijn ook eventueel andere bodemstalen), meststalen en aanvragen forfait/analyse te inventariseren. Dit houdt ook functionaliteiten in om de landbouwer en de labo's te ondersteunen bij het nemen van de verplichte bodemstalen en tevens het uitwerken van een systeem om de landbouwer de mogelijkheid te bieden (of te verplichten) te werken met een bedrijfseigen mestsamenstelling.

•

Bestaande toepassingen werden verder uitgebouwd, zoals MEST, NER, VAR...

De terreinapplicatie van handhaving werd aangepast om de registratie van controles op de lm bufferstrook mogelijk te maken. Deze gegevens stromen automatisch door naar het verwerkende backofficesysteem (HHAP). Het oude, autonoom staande Mest Transport Internet Loket is vervangen door een nieuwe MTILtoepassing: een verzameling functionaliteiten die geïntegreerd worden in het Mestbankloket. 29


In het kader van PDPOIII zijn verdere stappen gezet om de digitalisering van de correspondentie tussen de VLM en de begunstigde voor het aanvragen, sluiten en melden van problemen bij uitvoering van een beheerovereenkomst, via een e-loket, nog te verbeteren. Dit e-loket is vanaf begin 2019 beschikbaar. Het e-voorkooploket is uitgebreid om de procedure van elektronische openbare verkopen mogelijk te maken. De wijzigingen in de ondersteunende IT-systemen, naast de uitbouw van nieuwe IT-toepassingen door de invoering van het nieuwe decreet landinrichting zijn in 2018 verder aangepakt. Dit betreft o.a. de digitalisering van financieringsplannen gebiedsgerichte projecten en een vernieuwde toepassing voor de projectadministratie. Ook een aantal wijzigingen in de ondersteunende IT-systemen voor de administratieve opvolging van de inrichtingswerken (AWBM) en de opvolging dossiers grondzaken (DOG) werden gerealiseerd. Ter voorbereiding van de verhuis van de VLM Brussel naar de Noordwijk, is het VLM Datacenter verhuisd naar een gemeenschappelijk datacenter onder beheer van VMM in Aalst. De ICTondersteuning PTOW is verder uitgebouwd in het kader van telewerk. Ook het DB2-platform werd verder afgebouwd. Tenslotte werd de initiële concrete invoering van nieuwe PMO-principes omtrent ICT-activiteiten in de dagdagelijkse werking in belangrijke mate gerealiseerd.

Doelmatige organisatie In 2018 investeerde en groeide de VLM opnieuw in daadkracht, deugdelijk bestuur, wendbaarheid en duurzaamheid. Het PTOW project werd in heel de organisatie uitgerold. Een intensieve evaluatie met betrokkenheid van alle afdelingen resulteerde in een actualisatie van de entiteitseigen visie PTOW en het bijhorende afsprakenkader. De kwaliteit van het jaarlijkse klachtenrapport werd opnieuw expliciet geapprecieerd door de Vlaamse Ombudsman en blijft een referentiedocument om onze klantgerichtheid te meten en waar nodig de aanpak bij te sturen. Ook het jaarverslag passieve openbaarheid voor de periode van 1 juli 2017 tot 30 juni 2018 werd tijdig overgemaakt aan de voorzitter van de beroepsinstantie Openbaarheid van Bestuur. Van het decreet deugdelijk bestuur dat op 5 december 2018 werd goedgekeurd door het Vlaams parlement is een impactsanalyse beschikbaar. Mede dank zij de kritische doorlichting van de VLM werd de tekst van het decreet nog gewijzigd zodat de uitwerking op het vlak van de uitwisseling van elektronische berichten beheersbaar bleef voor verschillende entiteiten van de Vlaamse overheid. De hervorming van het vennootschapsrecht werd verder opgevolgd en de mogelijke gevolgen voor VLM zijn gescreend zodat de implementatie van de nieuwe wetgeving vlot kan verlopen. We

investeerden

verder

in

een

kwaliteitsvol

financieel

beleid.

De jaarrekening 2017 werd opnieuw tijdig gevalideerd door de Algemene Vergadering. De begrotingsaanpassingen 2018 en de begrotingsopmaak 2019 verliepen op het ritme van de beleidsuitvoering en -voorbereiding. De financiële betrokkenheid van de kernafdelingen werd

30


ondersteund door de optimalisatie van het financieel comité dat de actualiteit van de financiële informatie

in

de

VLM-boekhouding

en

begroting

verzekert.

De

verdere

uitrol

van

de

vastleggingsboekhouding stimuleerde de maximale benutting van het vastleggingskrediet. De werking met e-invoicing is operationeel: meer dan 50% van de ontvangen facturen bereikt VLM op deze manier.

Meer

dan

95%

van

alle

facturen

worden

tijdig

betaald.

Via een externe doorlichting werd de werking van de dienst financiën en het verloop van de financiële processen

geauditeerd.

Een

aantal

aanbevelingen

zullen

worden

uitgevoerd.

Een

aantal

aanbevelingen zullen echter een vervolg kennen via het project inkanteling in het boekhoudkantoor. We zijn gestart met de voorbereiding van de overstap naar OraFin en de toetreding tot het centrale boekhoudkantoor van de Vlaamse overheid: een impactanalyse werd uitgevoerd, de besprekingen met het departement Financiën en Begroting werden opgestart, een interne projectstructuur werd opgezet en een projectplan werd uitgewerkt. De

inkanteling

in

het

Gemeenschappelijk

Dienstencentrum

Personeelsadministratie

werd

gerealiseerd. In 2018 besteedde de VLM veel tijd aan de actualisatie van haar functiecatalogus conform de richtlijnen van Via

het verschillende

sporen

project bouwden

we

verder

functieclassificatie. aan

een

positief

arbeidsklimaat.

Met het organisatieproject "Gezond en wel" wil de VLM haar medewerkers ondersteunen in het creëren van gezonde leefgewoontes. Het project zet in op 4 thema's : (1) fit en gezond, (2) mentaal vitaal, (3) werk-privébalans en (4) open werksfeer, waarrond diverse acties worden opgezet (o.a. communicatieacties, sport- en bewegingsinitiatieven, opleidingen en workshops, ergocoaching, groepscoaching, enz...). Met gerichte opleidingen en coaching (zowel individueel als in team) werkten we aan de kwaliteit van leidinggeven en groeiden we verder naar een open feedbackcultuur. Het

interne

en

externe

communicatiebeleid

kende

een

evaluatie

en

bijsturing.

In 2018 werd de corporate story, kernboodschap en slagzin van de Vlaamse Landmaatschappij geactualiseerd. Dit kent een vervolg in 2019 door aanpassing van verschillende communicatiedragers op bedrijfsniveau. Het bedrijfsblad Buitenkans kende zoals vooropgesteld vier edities: twee onder de vorm

van

een

e-zine

en

twee

in

printversie.

De campagne "Heerlijk helder Vlaamse overheid" kreeg weerklank in de communicatie naar land- en tuinbouwers over de uitvoeringsmaatregelen van MAP 5.

De Mestbank collega's werden via

workshops uitgedaagd om in alle dossiers de principes van helder taalgebruik actief toe te passen. Een communicatiestrategie ter voorbereiding van MAP 6 is in volle ontwikkeling in samenwerking met de betrokken De

interne

afdelingen. communicatie

verliep

volgens

het

intern

communicatieplan

2018.

Alle

organisatiedoelstellingen met een intern communicatielabel genoten bijzonder aandacht in de interne communicatie via campagnes op het intranet en interne infosessies. Zo verliep ook de verhuisoperatie van het hoofdkantoor projectmatig en met grote betrokkenheid van alle personeelsleden vlot en succesvol.

31


Met het Governance Plan digitale informatie als interne leidraad werd verder gewerkt aan de uitbouw van onze digitale werkplek. Het Governance Plan werd in 2018 geactualiseerd en afgestemd op de bepalingen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. De eigen SharePointomgeving werd verder uitgebouwd als intern en extern samenwerkingsplatform in combinatie met een Cloud omgeving (Office 365). Het opschonen, inventariseren van het archief van het hoofdkantoor en de verhuis ervan naar de daarvoor ingerichte archieflokalen in Brugge en het Consciencegebouw werd in de eerste helft van 2018 afgerond. In 2018 werd gestart met het opschonen en opnieuw inventariseren van het archief in de regionale vestigingen. In 2018 werden belangrijke stappen gezet in de opmaak van het Informatiebeheersplan van de VLM. Via de verdere implementatie van een digitale dienstencatalogus en de opmaak van een geactualiseerd facility-plan gesteund op de behoeften uit de jaarplanning en het jaaractieplan GDPB, bouwde de VLM gestaag voort aan een duurzaam facility-beleid. Een nieuw meerjarenplan GDPB werd uitgeschreven. Zowel in het gebouwen- als wagenparkbeheer werd rekening gehouden met de door de Vlaamse Regering vooropgestelde klimaatdoelstellingen. Zo investeerde de VLM voor het eerst in vijf elektrische dienstvoertuigen en werd gestart met de opmaak van een vervoersbehoefteplan op maat van

de

organisatie.

Een nieuw gelijke kansen en diversiteitsplan 2018-2019 werd opgemaakt en er werd gestart met de uitvoering ervan. Ook dit gelijke kansen en diversiteitsplan kwam op een participatieve manier tot stand met het nodige engagement en betrokkenheid van het management en de medewerkers. In het plan wordt extern gefocust op integrale toegankelijkheid en integrale communicatie Intern zetten we meer in op het aanbieden van diverse stages en het bekendmaken van ondersteunende maatregelen voor personen met een handicap of chronische ziekte. Met een specifiek communicatieplan diversiteit 2018-2019 ondersteunen we de uitvoering van het plan en diversiteit en gelijke kansen in het algemeen. De VLM blijft er naar streven om de streefcijfers voor personen van buitenlandse herkomst en personen met een handicap of chronische ziekte te halen wat niet eenvoudig is door de minimale instroom van de laatste jaren. De VLM scoort wel goed voor de kansengroep 'vrouwen in topmanagement' en 'vrouwen in middenmanagement' (telkens 50 %).

Besparingen In juli 2015 besliste de Vlaamse regering over de kerntakenplannen en de verdeling per beleidsdomein van de personeelsbesparingen. In 2016 werd na grondig overleg op niveau van het beleidsdomein beslist dat de VLM bovenop de eerder afgesproken afbouw, vijf extra werknemers moest besparen ter compensatie van personeelsuitbreiding in het toenmalige departement LNE in de vorige legislatuur. Dit bracht de opgelegde besparingsuitdaging op 56 personeelsleden tegen einde 2019. De VLM realiseerde tot en met 2018 deze koppenbesparing doch werd ook geconfronteerd met een (geraamd) tekort op het personeelsbudget (dotatie) van

1

miljoen euro door besparingen op

het

personeelsbudget en het gedeeltelijk toekennen van endogene groei.

32


Organisatiebeheersing De VLM werkte gestaag verder aan de verbetering van haar systeem van organisatiebeheersing. Dit uit zich in de gestegen maturiteit voor risicomanagement. In 2018 werden 4 van de 5 aanbevelingen volledig gerealiseerd en werd een andere, laatste, aanbeveling opgestart en zal verder worden geïmplementeerd in 2019. Van de twee openstaande aanbevelingen uit de thema-audit debet- en kredietkaarten werd er één volledig gerealiseerd en één opgestart (en eind 2018 gerealiseerd). We deden het voorbije jaar veel inspanningen om aan de voornaamste eisen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming te voldoen. Zo werd een functionaris voor gegevensbescherming aangeduid, waren er verschillende informatie- en communicatiemomenten over de verordening en is er een verwerkingsregister beschikbaar met aandacht voor de geautomatiseerde verwerking en profilering. Zoals al jaren de goede gewoonte is, volgden we ook in 2018 systematisch de voortgang van onze realisaties op: jaarlijks voor het meerjarenplan en per kwartaal voor het ondernemingsplan. Dit doen we sinds 2016 in Traject, de centrale tooi voor doelstellingenmanagement in de Vlaamse overheid. De resultaten van de kwartaalrapporteringen werden systematisch op het intranet gepubliceerd om een grotere betrokkenheid binnen alle geledingen van de VLM te bereiken. De doelstellingen uit het kerntakenplan werden reeds in 2018 bijna volledig gehaald. Op 30 juni 2018 was 34,75 VTE van de vooropgestelde 35,06 VTE via optimalisatie en afbouw van de kernprocessen bespaard. Dankzij al de inspanningen van de ondersteunende afdeling en diensten kon de VLM zich ook in 2018 focussen op de realisatie van haar kerntaken. Realisatie iaardoelstellinaen 2018 Bijlage 4 geeft een overzicht van de realisatiegraad van het ondernemingsplan 2018.

33


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook