Skip to main content

STUDIE 159 BEROEPSOPLEIDINGSPROFIEL. Textielontwerper.pdf

Page 1

STUDIE 159 BEROEPSOPLEIDINGSPROFIEL Textielontwerper


BEROEPSOPLEIDINGSPROFIEL

Textielontwerper sector: textiel

Sectorcommissie beroepsopleidingsprofielen Textiel van de Vlaamse Onderwijsraad D/2000/6356/29

De leden van de sectorcommissie zijn inhoudelijk verantwoordelijk voor het opleidingsprofiel. De Vlor staat in voor een uniforme en toegankelijke lay-out.


T E XT I E L O N T W E R P E R

I N H O U D

1

INLEIDING

1

1.1

Identificatie van het beroepsopleidingsprofiel 1.1.1 Gegevens beroepsprofiel 1.1.2 Gegevens beroepsopleidingsprofiel

1

1.2

Opdracht 1.2.1 Opdrachtgever 1.2.2 Doelstellingen

1

1.3

Ontwikkelingsproces

1

1.4

Legitimatie

2

2

SIT UERING VAN DE O PLEIDING EN

3

2.1

Gegevens uit de beroepenwereld 2.1.1 Beroepenstructuur 2.1.2 Geraadpleegde beroepsprofielen

3

2.2

Gegevens uit de opleidingenwereld 2.2.1 Opleidingenaanbod 2.2.2 Regionale spreiding opleidingen en tewerkstelling

3

2.3

Verantwoording van het te ontwikkelen beroepsopleidingsprofiel

4

3

HET BEROEPSOPLEIDINGSPROFIEL

5

3.1

Benaming van het beroepsopleidingsprofiel

5

3.2

Globale omschrijving van het beroepsopleidingsprofiel

5

3.3

Concrete vertaalslag 3.3.1 Bijeenbrengen van de relevante beroepsprofielen 3.3.2 Evaluatie van de taken uit het beroepsprofiel 3.3.3 Selectie van takenclusters en taken 3.3.4 Formulering van vaardigheden met de bijbehorende kennis, inhouden en context 3.3.5 Concrete uitwerking van de vertaalslag 3.3.6 Beroepshoudingen 3.3.7 Contextgegevens

5

3.4

Niveau van het beroepsopleidingsprofiel

12

4

BIBLIO G RAF IE

13

5

L IJST VAN DE M EDEW ERKERS

13


1

TEXTIELONTW ERPER

1

INLEIDING

1.1

Identificatie van het beroepsopleidingsprofiel

1.1.1

Gegevens beroepsprofiel Sector Subsector Beroep Gelegitimeerd door op

1.1.2

: : : : :

textiel textielontwerper textielontwerper koepelcommissie opleidingsprofielen 31 maart 2000

Gegevens beroepsopleidingsprofiel Sectorcommissie vaste kern uitgebreide commissie Studiegebied Benaming van het profiel Legitimator Datum

1.2

Opdracht

1.2.1

Opdrachtgever

: : : : : : : : : :

TEXTIEL TEXTIELONTWERPER TEXTIEL TEXTIELONTWERPER Afdeling TSO/BSO Raad voor Volwassenenonderwijs Raad Hoger Onderwijs Afdeling TSO/BSO: 23 februari 2001 Raad voor Volwassenenonderwijs: 23 januari 2001 Raad Hoger Onderwijs: 8 mei 2001

De koepelcommissie Opleidingsprofielen stelde op de vergadering van 16 oktober 1997 de vaste kern van de sectorcommissie opleidingsprofielen Textiel samen. De sectorcommissie werd op 31 maart 2000 uitgebreid met het oog op de ontwikkeling van een beroepsopleidingsprofiel naar aanleiding van het beschikbare beroepsprofiel Textielontwerper (SERV, oktober 1999).

1.2.2

Doelstellingen 1 De uitbouw van het onderwijs optimaal verzekeren. 2 De opleiding beter laten aansluiten bij de arbeidsmarkt. 3 De uitstroom van gekwalificeerde textielontwerpers verhogen. Een afgestudeerde, die de vaardigheden beheerst, moet voldoen aan de beroepsvereisten van een beginnend textielontwerper, zoals opgesomd in het hierna volgend beroepsopleidingsprofiel.

1.3

Ontwikkelingsproces Het beroepsopleidingsprofiel wordt samengesteld op basis van een handleiding voor het schrijven van beroepsopleidingsprofielen voor het secundair onderwijs en het volwassenenonderwijs, ontwikkeld door de Dienst voor Onderwijsontwik-


2

TEXTIELONTW ERPER

keling. Het is afgeleid van het beroepsprofiel Textielontwerper. De werkgroepmethode wordt toegepast. De uitgebreide sectorcommissie vergaderde op volgende dagen: dinsdag 30 mei 2000 (14 tot 17 uur) woensdag 27 september 2000 (14 tot 17.30 uur) maandag 23 oktober 2000 (14 tot 17 uur) maandag 27 november 2000 (9 tot 12 uur).

1.4

Legitimatie De afdeling TSO/BSO, de Raad voor Volwassenenonderwijs en de Raad Hoger Onderwijs legitimeren het beroepsopleidingsprofiel. Het BOP wordt als advies aan de overheid voorgelegd.


3

TEXTIELONTW ERPER

2

SITUERING VAN DE OPLEIDINGEN

2.1

Gegevens uit de beroepenwereld

2.1.1

Beroepenstructuur De beroepenstructuur is nog in ontwikkeling.

2.1.2

Geraadpleegde beroepsprofielen Het beroepsprofiel Textielontwerper, opgesteld door de Sociaal-Economische Raad voor Vlaanderen (oktober 1999), is de basis voor het beroepsopleidingsprofiel Textielontwerper. Het beroepsprofiel textielontwerper (SERV, 1999) omschrijft het beroep als volgt: ‘De textielontwerper ontwerpt motieven of decoratieve patronen, die of rechtstreeks tijdens het weven, of via bepaalde technieken (bedrukking) op textielgoederen gedrukt zullen worden. De textielontwerper staat in voor de creatie van stoffen en tapijten enerzijds en het omzetten van het ontwerp naar technische gegevens voor de productie anderzijds.’ Dit BP beschrijft de textielontwerper die zowel het artistieke als het technische aspect van een ontwerp voor zijn rekening neemt. Situering van textielontwerper in de sector Het beroep van textielontwerper is vooral terug te vinden in de weverij en de bedrukking. Ook in de breisector worden ontwerpen gemaakt maar het ontwerpen is van een andere aard: de stylist bepaalt het dessin en het model, de uitwerking gebeurt door een breitechnicus (BP blz.13).

2.2

Gegevens uit de opleidingenwereld

2.2.1

Opleidingenaanbod Het opleidingenaanbod voor textielontwerpen situeert zich in het voltijds secundair onderwijs en het hoger onderwijs voor sociale promotie. 2.2.1.1 Overzicht van het met het beroepencluster direct overeenstemmende opleidingenaanbod de

In het voltijds secundair onderwijs wordt in de 2 Textielontwerptechnieken TSO aangeboden.

de

en 3 graad de studierichting

Het Hoger Onderwijs voor sociale promotie biedt in de categorie technisch Textielontwerpen aan.


4

TEXTIELONTW ERPER

2.2.1.2 Overzicht van het met het beroepencluster aanverwante opleidingenaanbod Het voltijds secundair technisch onderwijs biedt binnen het studiegebied Textiel de de in het TSO in de 2 graad de studierichting Textieltechnieken TSO, in de 3 de graad de studierichting Textielproductietechnieken TSO en in het 3 leerjaar van de de 3 graad de studierichtingen Textielveredelingen breikunde TSO en Textielde de vormgevingstechnieken TSO aan. In het BSO wordt in de 2 en 3 graad de de de studierichting Textiel BSO aangeboden en in het 3 leerjaar van de 3 graad de studierichting Instellen van textielmachines BSO. Het secundair onderwijs voor sociale promotie biedt in het studiegebied Textiel de afdelingen Textieltechnologie, Algemene textieltechnologie, Technicus textielchemie en veredeling, Weven en Montage van textielmachines aan. Het hoger onderwijs voor sociale promotie biedt in de categorie Technisch de afdelingen Textielproductietechnieken, Verven en veredeling, Weven en Cad-cam confectie en textieltechnieken aan. Het hogeschoolonderwijs biedt in het studiegebied Industriële wetenschappen en technologie de basisopleiding Textiel van één cyclus en van twee cycli aan. 2.2.1.3 Onderzoek naar de bevolking van de opleidingen In het schooljaar 1998-99 volgden in het voltijds secundair onderwijs: de 47 leerlingen (26 jongens en 21 meisjes) in de 2 graad de studierichting Textiel TSO; de 16 leerlingen (6 jongens en 10 meisjes) in de 3 graad de studierichting Textielontwerpen TSO. In het hoger onderwijs voor sociale promotie volgden in het academiejaar 199899 in het traditioneel stelsel: 48 studenten (4 mannen en 44 vrouwen) de afdeling Textielontwerpen.

2.2.2

Regionale spreiding van het opleidingenaanbod en de tewerkstelling in Vlaanderen en het Brussels Gewest Een opleiding tot textielontwerper wordt in Kortrijk aangeboden. Afgestudeerden kunnen in textielbedrijven waar interieurtextiel geproduceerd wordt (jacquardweverijen, tapijtweverijen, textielbedrukkingsbedrijven) aan het werk.

2.3

Verantwoording van het te ontwikkelen beroepsopleidingsprofiel Bedrijven hebben het moeilijk om textielontwerpers te vinden die een ontwerp over de hele lijn kunnen uitwerken: van het maken van een creatie tot de technische omzetting ervan. Een gerichte beroepsopleiding kan de uitstroom van gekwalificeerden bevorderen.


5

TEXTIELONTW ERPER

3

HET BEROEPSOPLEIDINGSPROFIEL (BOP)

3.1

Benaming van het beroepsopleidingsprofiel Het beroepsopleidingsprofiel heet Textielontwerper en omschrijft de vaardigheden van de kwalificatie Textielontwerper.

3.2

Globale omschrijving van het beroepsopleidingsprofiel De toekomstige textielontwerper leert zijn eigen werk organiseren en hij/zij leert textielontwerpen voor de weverij en voor de bedrukking maken.

3.3

Concrete vertaalslag

3.3.1

Bijeenbrengen van de relevante beroepsprofielen Het beroepsopleidingsprofiel wordt afgeleid van het beroepsprofiel ‘Textielontwerper’ (SERV, 1999).

3.3.2

Evaluatie van de taken uit het beroepsprofiel Het toegeleverde beroepsprofiel kan ondergebracht worden in type A; dat is een beroepsprofiel dat takenclusters omvat voorzien van kennis, attitudes en contextgegevens.

3.3.3

Selectie van takenclusters en taken De takenclusters van het beroepsprofiel Textielontwerper werden als volgt naar vaardigheidsclusters voor het beroepsopleidingsprofiel omgezet: BEROEPSPROFIEL

BEROEPSOPLEIDINGSPROFIEL

2.1

Vaardigheidscluster 1: Het eigen werk organiseren

2.2

Voorbereidende taken 2.1.1 Dagelijkse organisatiewerkzaamheden 2.1.2 Voorbereidend overleg over het ontwerp Uitvoerende taken 2.2.1 Ontwerpen 2.2.2 Aanpassen van het ontwerp 2.2.3 Maken van de bindingen 2.2.4 Omzetten van de tekening naar technische gegevens 2.2.5 Overbrengen van de gegevens op een drager

Vaardigheidscluster 2: Textielontwerpen maken


6

TEXTIELONTW ERPER

BEROEPSPROFIEL

BEROEPSOPLEIDINGSPROFIEL

2.2.6 Coloratie 2.2.7 Kwaliteitscontrole 2.2.8 Interne communicatie 2.3

Ondersteunende taken 2.3.1 Beheren en archiveren van ontwerpen, stalen en bindingen 2.3.2 Informatievergaring 2.3.3 Netheid

De sectorcommissie zorgde ervoor dat met de vaardigheden van het beroepsopleidingsprofiel alle taken van het beroepsprofiel uitgevoerd kunnen worden. Toegevoegde vaardigheid: 'gegevens van een ontwerp in een weefmachine invoeren' werd toegevoegd omdat het voor de ontwerper belangrijk is dat hij/zij met de mogelijkheden en beperkingen van de machine leert rekening houden. De beginnende textielontwerper heeft de vaardigheden van clusters 1 en 2 verworven.

3.3.4

Formulering van vaardigheden met de bijbehorende kennis, inhouden en context De mate van beheersing van de vaardigheden en kennis wordt genuanceerd aan de hand van volgende criteria: Vaardigheden V1 = oriëntering Een cluster van vaardigheden waarmee de lerende/beginnende beroepsbeoefenaar kennis maakt. Hij/zij neemt deze vaardigheden waar of voert ze kort uit om een beter beeld te krijgen van de beroepsactiviteiten binnen de bedrijfstak. V2 = onder begeleiding uitvoeren. De lerende/beginnende beroepsbeoefenaar voert deze vaardigheden uit in situaties waarin het voordoen/nadoen een rol spelen of waarin de verantwoordelijkheid voor de uitvoering bij derden ligt. V3 = zelfstandig uitvoeren De lerende/beginnende beroepsbeoefenaar voert deze vaardigheden uit in situaties waarin hij/zij op eigen initiatief handelt of waarin de verantwoordelijkheid bij de lerende zelf ligt. V4 = begeleidend uitvoeren De lerende/beginnende beroepsbeoefenaar voert deze vaardigheden uit in situaties waarin hij/zij de verantwoordelijkheid voor de uitvoering door derden op zich neemt.


TEXTIELONTW ERPER

7

Ondersteunende kennis K1 = feitelijke kennis Deze kennis is op herkenning uit te voeren. (Dit niveau kan omschreven worden door middel van werkwoorden van het type: reproduceren, bewust zijn, herinneren, herkennen, registreren, opnoemen, aanduiden, benoemen, opsommen…) K2 = begripsmatige kennis Deze kennis is op inzicht terug te voeren. (Begrijpen, verstaan, aantal aangeven, verband uitdrukken, bewijzen, voorbeelden geven, typren, de essentie aangeven, omschrijven, met eigen woorden zeggen…) K3 = kennistoepassing Deze kennis past de feitelijke en begripsmatige kennis toe. (Gevarieerd aanwenden, uitwerken, beoordelen, evalueren, produceren, vergelijken met, structureren…) K4 = integrerende kennis De kennis in nieuwe situaties toepassen en zoeken naar innovaties.


8

3.3.5

TEXTIELONTW ERPER

Concrete uitwerking van de vertaalslag

CLUSTER 1: HET EIGEN WERK ORGANISEREN

Cluster van vaardigheden De beginnende beroepsbeoefenaar kan:

1.1

Mate van Ondersteunende kennis (K) beheersing en vaardigheden (V)

het werkstation en de randapparatuur aanzetten een orderblad lezen en interpreteren

V3

−

V3

−

1.3

eigen werkzaamheden plannen

V3

− −

1.4

in team de technische en financiële haalbaarheid van een ontwerp bespreken voorstellen in verband met nieuwe/bestaande collecties formuleren ontwerpen, stalen en bindingen volgens instructies klasseren en archiveren een productassortiment toelichten de eigen werkplek op orde houden defecten melden

V2

−

1.2

1.5

1.6

1.7 1.8 1.9

Mate van beheersing

werkstation en randapparatuur elementen van een orderblad (rapportgrootte, dichtheid...) werkvolgorde moderne communicatiemiddelen kunnen gebruiken elementen van kostprijsbepaling

K2 K2

K2 V3

K1

V3

V3

−

klasserings- en archiveringsmethodes

K1

V3

−

verschillende vormen van presenteren

K2

V3 V3


9

TEXTIELONTW ERPER

CLUSTER 2: TEXTIELONTWERPEN MAKEN

Cluster van vaardigheden De beginnende beroepsbeoefenaar kan:

2.1

2.2 2.3 2.4

2.5

Mate van Ondersteunende kennis (K) beheersing en vaardigheden (V)

gericht zoeken naar ideeen en trends en ze in het kader van het beoogde product filteren

V3

een eerste schets van een idee maken een uitgewerkte tekening van een idee maken een tekening vergroten en verkleinen en op kalkpapier overtekenen een ontwerp met cad/cam maken

V3

informatiebronnen informatiebronnen kunnen raadplegen − zinvolle informatie kunnen selecteren − −

V3

−

V3

− −

V3

− −

2.6

een ontwerp in een cadsysteem invoeren

V3

− − − − − − −

2.7 2.8

een ontwerp op rapport brengen een ontwerp in kaart stellen en verfijnen

V3

−

V3

− − − −

2.9

een weefsel ontleden

V3

−

−

2.10 het ontwerp naar de montering omzetten

V3

− −

in één lijn kunnen tekenen vergrotingsapparatuur technieken om te vergroten/verkleinen kunnen schetsen en tekenen op computer een softwarepakket voor cad/cam kunnen gebruiken apparatuur voor beeldinvoer apparatuur voor beeldinvoer kunnen gebruiken kleurenkennis psychologie van de kleuren kleurstellingen kunnen maken een kleurenpalet kunnen samenstellen met een kleurencodex kunnen werken rapportgrootte kunnen berekenen grondstoffen samenhang binding en kleur resoluties kunnen berekenen lijnen vloeiend kunnen uitpunten basisbegrippen van de jacquardweverij (kettingdichtheid, inslagdichtheid, inwevingsfactoren, effectentabel, bindingen) weefselstructuren jacquardmechanieken en schachtenmachines plankstekingen: soorten en toepassingsgebied

Mate van beheersing

K2 V3 V3

V3 K2 K2 V3 V3

K2 V3 K2 K2 V3 V3 V3 V3 K2 K3 V3 V3 K3

K3 K2 K2


10

Cluster van vaardigheden De beginnende beroepsbeoefenaar kan:

2.11 een ontwerp converteren naar het gebruikte type jacquardmechaniek 2.12 een vlottercontrole uitvoeren (per kleurvlak / kleurvakken tegenover elkaar / doorheen het rapport) en vlotters aanpassen 2.13 bestanden voor films maken

TEXTIELONTW ERPER

Mate van Ondersteunende kennis (K) beheersing en vaardigheden (V)

V3

V3

V3

− − − −

2.14 films maken en monteren

V3

− −

−

2.15 gegevens op een drager overbrengen en het resultaat controleren 2.16 de kwaliteit van de gegevens op de drager controleren 2.17 gegevens van een ontwerp in een weefmachine invoeren 2.18 een proefstaal controleren en beoordelen of het gewenste resultaat bereikt is

2.19 aan de hand van het proefstaal verbeteringen aan het ontwerp voorstellen en het in opdracht aanpassen 2.20 dragers volgens opgedragen procedures labelen en archiveren

Mate van beheersing

V3

−

bedrukkingstechniek belang van paspunten paspunten kunnen aanbrengen kleuren kunnen analyseren apparatuur om films te maken en te monteren films: soorten, eigenschappen en toepassingsgebied technieken om films te maken soorten dragers

K2 K2 V3 V3 K2 K2 K2 K2

V3

V3

V3

V3

V3

fouten die zich in een ontwerp kunnen voordoen − de oorzaak van de fout kunnen situeren −

K3 V3


TEXTIELONTW ERPER

3.3.6

11

Beroepshoudingen Volgende beroepshoudingen worden voor de textielontwerper als essentieel gezien: Creativiteit Beschikken over de nodige verbeelding en inspiratie om creaties te maken, rekening houdend met de technische mogelijkheden van de productieafdeling, de doelstellingen van het bedrijf en de vraag van de opdrachtgever. Klantgerichtheid Bereid zijn rekening te houden met de uitgesproken en niet-uitgesproken wensen van de klant (o.m. middelen maar ook betekenis, symboliek van de tekens in verschillende culturen). Accuratesse/Resultaatgerichtheid Erop gericht zijn binnen een bepaalde tijd en een bepaald budget een vooropgesteld resultaat te bereiken met inachtneming van gedefinieerde kwaliteitsstandaarden. Zin voor esthetiek Flexibiliteit Bereid zijn om zich aan te passen aan de wijzigende middelen, mensen, doelen en procedures. Leergierigheid Actief zoeken naar situaties om de eigen competenties te verbreden en te verdiepen. Zelfstandigheid Bereid zijn om zonder hulp of toezicht gedurende langere tijd aan een taak te werken. Zin voor samenwerking Bereid zijn om met anderen te overleggen en met hun opmerkingen rekening te houden om een kwaliteitsvol resultaat te bereiken.

3.3.7

Contextgegevens1 Afhankelijk van de arbeidsorganisatie en de grootte van de onderneming beschikt de textielontwerper over een grote autonomie en dat zowel in het creatieve gedeelte van het ontwerpen als in het meer technische luik van de job. Er wordt een groot stuk zelfstandigheid en creativiteit verwacht bij het maken van nieuwe ontwerpen of het aanpassen van reeds bestaande. Ook bij het maken van bindingen in de weverij en bij het kiezen van kleuren in de bedrukking beschikt de ontwerper over een grote zelfstandigheid. Het beroep veronderstelt een continue zoektocht naar ideeën, verbeteringen en vernieuwingen. In kleine tot middelgrote ondernemingen bestaat de ontwerpafdeling uit gemiddeld 2 werknemers: een persoon staat in voor het artistieke, scheppende ontwerpen en een andere persoon voor de technische realisatie van het ontwerp. In grote ondernemingen bestaat de afdeling uit meerdere personen die ofwel het volledige ontwerp van a tot z afwerken, ofwel slechts bepaalde deeltaken van het

1

Deze gegevens werden uit het beroepsprofiel overgenomen.


12

TEXTIELONTW ERPER

ontwerpen uitvoeren. Ook daar is dikwijls de scheiding artistiek-technisch waar te nemen. Meestal staan ontwerpers onder de supervisie van een afdelingsverantwoordelijke.

3.4

Niveau van het beroepsopleidingsprofiel De textielontwerper speelt een belangrijke rol in de productieafdeling. Zonder zijn/haar inbreng kan de productie niet starten. Hij/zij moet binnen de beschikbare tijd een ontwerp realiseren dat technisch uitvoerbaar is. Gezien de aanzienlijke mate van verantwoordelijkheid, de complexiteit van de arbeidssituatie en de mate van transfer, stelt de uitgebreide sectorcommissie voor de kwalificatie Textielontwerper op niveau 3 te plaatsen (In de handleiding van de Dienst voor Onderwijsontwikkeling omschreven als: ‘Een kwalificatie die vooral praktisch werk omvat, dat zelfstandig kan worden uitgevoerd binnen de grenzen van de aangeleerde technieken’).


TEXTIELONTW ERPER

4

13

BIBLIOGRAFIE Onderzoek naar de kwalificatiebehoeften voor textielontwerper, Brussel, SociaalEconomische Raad van Vlaanderen, oktober 1999. Febeltex Jaarverslag 1999, Brussel. Handleiding voor het schrijven van beroepsopleidingsprofielen voor secundair en volwassenenonderwijs, Brussel, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Dienst voor Onderwijsontwikkeling, 1998. Statistisch jaarboek van het Vlaams Onderwijs, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Departement Onderwijs.

5

LIJST VAN DE MEDEWERKERS ♦

Ignace Balcaen, voorzitter van de sectorcommissie, CVPO

♦

Michel Annaert, COBOT

♦

Luc Vandenbroele, ACV-Textiel en Kleding (CCTKB), Gent

♦

Filip Costeur / Julien De Meyer, Vrij Technisch Instituut Waregem, VVKSO

♦

Hans Torbeyns, Technisch Onderwijs Textiel Kortrijk, CVPOHO

♦

Jan Nuyttens, Technisch Onderwijs Textiel Kortrijk, CVPO

♦

Marc Depaepe, Koninklijk Atheneum Ronse, GO

♦

Werner De Muelenaere, inspectie

♦

Eva Verstraete, Dienst Beroepsopleiding van het Departement Onderwijs

♦

Rita Vanheste, Vlaamse Onderwijsraad


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
STUDIE 159 BEROEPSOPLEIDINGSPROFIEL. Textielontwerper.pdf by Vlaanderen-be - Issuu