Het Milieubeleidsplan wordt vijfjaarlijks opgesteld door de Vlaamse regering. Het bepaalt de hoofdlijnen
Het Milieubeleidsplan 2003-2007 werd door de Vlaamse regering vastgesteld op 19 september 2003. De Vlaamse Regering gaf op 21 december 2007 haar goedkeuring aan de actualisatie en verlenging ervan tot 2010.
MJP2009cover.indd Sec1:2
milieujaarprogramma2009
van het milieubeleid.
{
milieujaarprogramma 2009
12-01-2009 13:03:27
milieujaarprogramma2009
00MJP09.indd 1
12-01-2009 08:51:09
Op basis van de wijziging van het decreet algemene bepalingen inzake milieubeleid maakt het Milieujaarprogramma (MJP) 2009 een herkenbaar onderdeel uit van de begroting. Deze tekst wordt dan ook integraal toegevoegd aan de toelichtingen per programma van de leefmilieubegroting. De beleidsprioriteiten worden in dit MJP omstandig toegelicht.
00MJP09.indd 2
12-01-2009 08:51:10
3
Inhoud Inleiding 5
deel 1. Algemeen kader 13
deel 2. Themabeleid 17 1. Verdunning van de ozonlaag 19 2. Verandering van het klimaat door het broeikaseffect 20 3. Verontreiniging door fotochemische stoffen 23 4. Verzuring 26 5. Vermesting 27 6. Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen 30 7. Verontreiniging en aantasting van de bodem 34 8. Verontreiniging door afvalstoffen 40 9. Verstoring van watersystemen 46 9a. - Integraal waterbeleid 47 9b. - Verontreiniging van oppervlaktewater 50 9c. - Verdroging 54 10. Hinder 58 10a. - Verstoring door geluid 59 10b. - Verstoring door geur 59 10c. - Verstoring door licht 60 11. Versnippering 61 12. Verlies van biodiversiteit 63
deel 3. Gebiedsgericht beleid 73
deel 4. Actoren 77 1. Doelgroepen 79 2. Burgers 81 3. Maatschappelijke organisaties 82
00MJP09.indd 3
12-01-2009 08:51:10
Milieujaarprogramma
4
2009
deel 5. GeĂŻntegreerd overheidsbeleid 83 1. Interne en externe integratie binnen de Vlaamse overheid: organisatie 85 2. Externe integratie binnen de Vlaamse overheid: voorbeelden 86 3. Samenwerking met de andere gewesten en gemeenschappen en de federale overheid 88 4. Samenwerking met lokale overheden 90
deel 6. Internationaal beleid 91
deel 7. Instrumenten 97 1. Beleidsvoorbereiding, -evaluatie en -opvolging 99 2. Beleidsonderbouwing: kennisverwerving 100 3. Beleidsonderbouwing: informatiebeheer 101 4. Beleidsonderbouwing: rapportering 102 5. Beleidsuitvoering: sociale instrumenten 103 6. Beleidsuitvoering: economische instrumenten 105 7. Beleidsuitvoering: juridische instrumenten 107
deel 8. Kosten en ďŹ nanciering 109
Bijlagen 113
00MJP09.indd 4
12-01-2009 08:51:10
5
Inleiding Algemeen Het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (verder het DABM genoemd), bepaalt dat het milieubeleid in Vlaanderen gestalte krijgt door de milieubeleidsplanning waarvan de hoekstenen het milieurapport, het milieubeleidsplan en de milieujaarprogramma’s zijn. Het milieurapport (MIRA) is de wetenschappelijke onderbouwing van het milieubeleid. De opdracht van de milieurapportering is: het beschrijven van de kwaliteit van het leefmilieu (MIRA-T), aangeven hoe die kwaliteit zich zou kunnen ontwikkelen en via welke beleidsinterventies die ontwikkeling kan worden verbeterd (MIRA-S), en onderzoeken in welke mate en op welke wijze het beleid tot nu toe tot veranderingen in de milieukwaliteit heeft geleid (MIRA-BE). Het recentste MIRA-T dateert van december 2007. Specifiek voor het aspect natuur en biodiversiteit werd in november 2007 een Natuurrapport (NARA) gepubliceerd. Het milieubeleidsplan bepaalt de hoofdlijnen van het milieubeleid dat door het Vlaamse Gewest, alsmede door de provincies en gemeenten in aangelegenheden van gewestelijk belang, dient te worden gevoerd. Het plan beoogt enerzijds de bescherming en het beheer van het milieu en anderzijds de doeltreffendheid, de efficiëntie en de interne samenhang van het milieubeleid op alle beleidsniveaus te bevorderen. Het huidige milieubeleidsplan 2003-2007 werd vastgesteld door de Vlaamse regering op 19 september 2003. Naar aanleiding van een wijziging aan het DABM werd het MINAplan 3 in de loop van 2007 geactualiseerd en verlengd tot eind 2010. Het geactualiseerde plan kreeg de naam “MINA-plan 3+”. Een volledig nieuw MINA-plan 4 wordt momenteel voorbereid en zal opgesteld worden voor de periode 2011-2015. De milieujaarprogramma’s dienen ter uitvoering en operationalisering van het milieubeleidsplan. Nadruk ligt hierbij op de organisatie, het tijdpad en de prioriteitenstelling van de verschillende maatregelen. Een milieujaarprogramma moet volgens het DABM minstens het volgende bevatten: - een verslag van de stand van uitvoering van het geldende milieubeleidsplan en de Europese milieuwetgeving; - een verslag van de stand van zaken aangaande de goedkeuring van internationale overeenkomsten; - een opgave van de door het Vlaamse Gewest in het komende jaar te verrichten activiteiten en te nemen maatregelen ter uitvoering van het geldende milieubeleidsplan; - een overzicht van de in het ontwerp van begroting geraamde inkomsten en uitgaven ter uitvoering van het milieubeleidsplan; - een lijst met alle geplande en lopende onderzoeken en herstelprogramma’s.
Milieujaarprogramma 2009 Het milieujaarprogramma 2009 is het zesde programma in uitvoering van het MINAplan 3+. De uitvoering van heel wat maatregelen en van de meeste projecten zit min of meer op schema. De vordering van de 41 projecten werd in 2007 aan een evaluatie onderworpen. De conclusies hiervan zijn terug te vinden in het MINA-plan 3+. De samenvattende projectrapportering wordt niet opnieuw opgenomen in dit MJP.
00MJP09.indd 5
12-01-2009 08:51:10
Milieujaarprogramma
6
2009
Opvolging plandoelstellingen De plandoelstellingen zelf werden niet opgenomen in dit MJP. Daarvoor wordt verwezen naar het MINA-plan3+, waar alle geactualiseerde doelstellingen opgelijst staan. De plandoelstellingen van de thema’s worden opgevolgd met indicatoren. De beoordeling van de trend geschiedt op basis van een (statistische) trendanalyse en een kwantitatieve trendberekening, zodat al deze indicatoren op een eenvormige en objectieve wijze worden geëvalueerd. De statistische analyse omvat het uitvoeren van een regressie op de beschikbare data. De regressies worden berekend op de volledige tijdsreeks. Het model (lineair of niet-lineair) dat de datareeks het best genereert zal vervolgens worden aangewend om de trend te kwantificeren. De trend is daarbij de gemiddelde jaarlijkse wijziging voor de beschouwde periode. De berekende trend wordt als onbeduidend beschouwd indien hij begrepen is tussen -1% en +1%. Zowel de positieve trend als de negatieve trend wordt verder onderverdeeld in twee klassen. Volgende klassengrenzen worden gehanteerd: Beoor del i ngsschaal
K l assengr enz en
Code
Gunstig tot zeer gunstig
>5%
++
Voorzichtig positief
>1% tot 5%
+
Nagenoeg ongewijzigd
-1% tot +1%
+/-
Licht negatief
<-1% tot -5%
-
Negatief tot zeer negatief
<-5%
-
In een aantal gevallen kan de trend niet berekend worden (en wordt de notatie “n.v.t.” gebruikt): - Er is geen (of geen betrouwbare) invulling van de indicator mogelijk; - De tijdreeks bij de indicator is te kort (< 4 jaar); - De tijdreeks is onregelmatig samengesteld (veel ontbrekende waarden, getrapte reeksen,...). Tenslotte komt het ook voor dat er slechts tijdelijk gegevens ontbreken, waardoor het betreffende vakje blanco blijft. In de toekomst kan hier dan wel invulling aan gegeven worden. Bij de delen wordt waar zinvol en mogelijk een korte kwalitatieve beschrijving over het verloop van de plandoelstelling gedurende de planperiode gegeven. Aanvullend wordt een inschatting gemaakt van de trend, gebaseerd op de mening van de coördinator ter zake.
Uitvoering van het MINA-plan 3+ Het DABM geeft het planningsteam de opdracht om vijfjaarlijks een MINA-plan en jaarlijks een milieujaarprogramma (MJP) voor te bereiden. Het planningsteam bestaat bij besluit uit de leidend ambtenaren van AMINAL, VLM, VMM en OVAM (en APS) - dateert van voor de hervormingen n.a.v. BBB. De uitvoering van het geldende Milieubeleidsplan wordt gecoördineerd door een projectleider en een planningsgroep, waartoe één of meerdere vertegenwoordigers van elke entiteit behoren. Voor de uitvoering en de opmaak van milieubeleidsplannen en jaarprogramma's werd een netwerk opgebouwd, dat bestaat uit de planningsgroep, de planningsverantwoordelijken, de thema/deel/hoofdstukcoördinatoren en de projectverantwoordelijken. Voor de projecten van het plan werd een projectwerking opgezet. De eindverantwoordelijkheid voor de uitvoering van de onderdelen van het MINA-plan ligt bij het afdelingshoofd van de respectieve thema-, deel- of hoofdstukcoördinator. De planningsgroep waakt over de inpasbaarheid in het MINA-plan, de timing en de
00MJP09.indd 6
12-01-2009 08:51:10
inleiding
7
afstemming tussen de projecten en verzorgt de rapportage voor de Beleidsraad. De planningsverantwoordelijken tenslotte verzorgen de vlotte doorstroming van informatie binnen de instellingen, in overleg met de leidend ambtenaar. Zij spelen ook een cruciale rol in de afstemming tussen algemene beleidsplannen en-programma's en instellingsspecifieke operationele plannen. De wijze waarop de diverse planningscycli met elkaar worden afgestemd, wordt beschreven in het hoofdstuk ‘Beleidsvoorbereiding en –evaluatie’. Ook de afstemming met de begroting is belangrijk. Idealiter biedt het ontwerp-MJP het inhoudelijk en budgettair kader voor de opmaak van de begroting, sporen de cijfers in de begroting en de tekst van het MJP samen en hanteert de toelichting bij de begroting de terminologie uit het MINA-plan. In 2005 werd voor het eerst een bijzondere inspanning geleverd om de samenhang tussen begroting en milieujaarprogramma maximaal te herstellen. Dit gebeurde zowel op inhoudelijk vlak, door de motivering van de gevraagde middelen in de ontwerpbegroting te enten op de maatregelen van het MINA-plan 3+, als vormelijk.
Begroting en financiering In de onderstaande tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de beleidskredieten die in de periode 2000-2008 voorzien werden voor uitgaven op het gebied van leefmilieu, natuur en energie (LNE). Voor de berekening van de Vlaamse LNE-uitgaven wordt er teruggevallen op de officiële cijfers zoals die jaarlijks door de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement worden goedgekeurd en gepubliceerd in de algemene toelichting bij de begroting. Deze totaalcijfers worden op een ESR-geconsolideerde basis berekend in overeenstemming met de Europese begrotings¬normering. Daarnaast vindt er ook een correctie plaats voor de hervorming van de watersector. Deze correctie komt er in grote lijnen op neer dat de Aquafin-uitgaven die tengevolge de hervorming van de watersector vanaf de begrotingscontrole 2005 gefinancierd worden door de drinkwatermaatschappijen i.p.v. door de Vlaamse overheid meegerekend worden in de totaaluitgaven voor leefmilieu. Dit om een vergelijking van de uitgaven over de jaren heen mogelijk te maken. Uit deze tabel blijkt dat er in absolute cijfers in de periode 2002-2008 een duidelijke trend was om jaarlijks meer beleidskredieten te voorzien voor het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie. In 2008 werd er via de tweede begrotingscontrole uiteindelijk ongeveer 1,146 miljard EUR aan middelen voorzien voor LNE-uitgaven. In 2001 bereikten de LNE-uitgaven een absoluut hoogtepunt met een aandeel van 5,4% in de totale Vlaamse begroting. Daarna kenden de middelen die naar leefmilieu gingen een terugval. Relatief ten opzichte van de andere beleidsdomeinen bleef het aandeel van LNE in de periode 2002-2005 ongeveer op hetzelfde niveau, namelijk tussen 4,4% en 4,6%. De jongste jaren ligt het aandeel terug beduidend hoger. In 2006, 2007 en 2008 ligt het aandeel van de leefmilieu-uitgaven in de Vlaamse begroting immers respectievelijk op 5%, 4,8% en 4,7%. De verdeling over de thema’s is grotendeels gelijk gebleven. De bedragen zijn eveneens aangepast aan de Aquafin-correctie. In tabel 2 is te zien dat van die totale beleidsruimte voorzien voor leefmilieu het merendeel voorzien is voor de thema’s oppervlaktewaterverontreiniging (769 miljoen EUR of 60%) en biodiversiteit (140 miljoen EUR of 11%). Het thema bodem won aan belang voornamelijk tengevolge de verhoogde inspanningen voor bodemsanering en de aanmaak van het GRB (Groot Referentiebestand) voor Vlaanderen. Het thema Verdroging kreeg op het eerste zicht veel minder budget in 2007. In de praktijk is dit niet zo. Deze middelen voor Verdroging zijn opgenomen in de totale dotatie aan de VMM en zijn niet meer rechtstreeks toewijsbaar aan het thema. Ten gevolge van BBB werden er in 2007 twee nieuwe thema’s toegevoegd: energie en natuurlijke rijkdommen.
00MJP09.indd 7
12-01-2009 08:51:10
8
Milieujaarprogramma
2009
Tabel 1: Evolutie van het aandeel van de uitgaven voor het beleidsdomein leefmilieu, natuur en energie t.o.v. de totale Vlaamse uitgaven in de periode 2000-2008 (in beleidskredieten) E SR- u i tg a ve n i n be l e i dskr e di e te n (l o pe n d e pr ijzen)
in duizend Euro Totaal LNE-begroting* Correctie voor hervorming
2000
2001
2002
2003
2004
2005
2006
2007
2008
VK
VK
VK
VK
VK
VK
VK
VK
VK
763.312
899.083
790.855
812.785
821.147
721.915
911.406
825.596
660.339
0
0
0
0
0
161.030
162.746
263.991
486.553
0
0
0
0
0
-263.124
-285.021
-226.891
0
0
0
0
0
0
424.154
447.767
490.882
486.553
5.146
5.263
6.600
6.350
11.397
9.338
in totaal
in totaal
in totaal
LNE
LNE
LNE
watersector (vanaf BC 2005) – '- werkingstoelage drinkwatermaatschappijen MINAfonds** + totale uitgaven op AQF-begroting*** Totaal energiebegroting****
Totale LNE incl. AQF-correctie Totale kredieten Vlaanderen
768.458
904.346
797.455
819.135
832.544
892.283 1.074.152 1.089.587 1.146.892
15.639.255 16.696.864 17.246.089 17.971.087 18.924.053 19.831.488 21.459.870 22.474.675 24.348.658
(incl. FFEU met AQF-correctie) Aandeel LNE
4,9%
5,4%
4,6%
4,6%
4,4%
4,5%
5,0%
4,8%
4,7%
*: cijfer uit Algemene toelichting bij de begroting van het begrotingsjaar 2006, 2005, … (stukken Vlaams Parlement) (cijfer is inclusief uitgaven LNE agentschappen en instellingen, inclusief alle AQF-uitgaven ingeschreven op MINAfonds en inclusief FFEU-uitgaven **: cijfer uit Decreet houdende (aanpassing van) de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2006 (2005, 2004, …); komt overeen met basisallocatie 361B4350 vanaf BC 2005 ***: cijfer uit de Memorie van toelichting bij PR. 61 van de uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2006 (2005, 2004, …) ****: cijfer uit Algemene toelichting bij de begroting van het begrotingsjaar 2006, 2005, … (stukken Vlaams Parlement) Gevolgde redenering: - in de periode voor de hervorming van de watersector (voor BC 2005) kwamen de totale vastleggingskredieten voor waterzuivering geïnitieerd door de Vlaamse overheid overeen met de totalen van de beide AQF-posten op het MINAfonds (361B4100 + 361B6102) - in de periode 2000-2004 werden de AQF-kredieten op het MINAfonds ingeschreven aan 6% BTW, terwijl na de BTW-ruling in 2005 zou blijken dat op deze AQFfacturen wel degelijk 21% BTW verschuldigd was. De terugbetalingen richting AQF (die dit verschil prefinancierde) ter waarde van 15% van de BTW op de facturen uit deze periode worden pas gefaseerd vastgelegd in de periode vanaf 2006 (van op basisallocatie 361B6102). Vandaar dat er logischerwijs voor wordt geopteerd om de terugbetalingen op BA 361B6102 nu aan 2006 (en verder) toe te wijzen (en niet aan de periode 20002004 toen de eigenlijke verbintenissen die aan de grond liggen van deze uitgaven ontstonden). Deze terugbetalingsvastleggingen worden immers afgetrokken van het totaalpakket aan beleidskredieten waarover de minister van leefmilieu en natuur kan beschikken. - in de begrotingsperiode na de hervorming van de watersector (vanaf BC 2005) schrijft de Vlaamse overheid nog maar een deel van de totale AQF-uitgaven in in haar begrotin(grosso modo als compensatie voor het deel van de waterzuiveringskosten die niet verhaald mogen worden op de drinkwaterabonnees). De andere AQF-uitgaven worden gefinancierd vanuit de drinkwatermaatschappijen (vanuit de inkomsten gestort door de drinkwaterabonnees) en vanuit de bedrijven/particulieren die een afzonderlijk contract met AQF hebben (bvb. eigen waterwinners). De enige plek waar dan ook alle uitgaven voor waterzuivering te zien zijn, is de AQF-begroting waar alle financieringskanalen samenkomen!
00MJP09.indd 8
12-01-2009 08:51:10
00MJP09.indd 9
36.334
25.496
19.337
9.148
3.956
3.826
2.456
2.246
991
871
551
307
304
200
169
146
25
Gebiedsgericht Beleid
Instrumenten
Overheden en GeĂŻntegreerd beleid
Lucht
Versnippering
Actoren
Integraal Waterbeleid
Internationaal Beleid
Gevaarlijke Stoffen
Fotochemie
Verzuring
Kosten en Financiering
Geurhinder
Klimaat
Ozon
Geluidshinder
Lichthinder
33.753
47.696
5,03%
47
192
331
377
133
130
325
680
2.202
1.863
14.516
7.411
5.708
9.889
18.510
16.416
42.002
101.671
43.495
3,10%
27.160
882.071
33.814
0
266
0
163
70
255
495
355
759
1.915
11.421
9.849
2.778
6.760
31.805
8.148
36.925
41.911
38.921
18.070
3,08%
100%
3,50%
0,00%
0,03%
0,00%
0,02%
0,01%
0,03%
0,06%
0,04%
0,09%
0,22%
1,29%
1,12%
0,31%
0,77%
3,61%
0,92%
4,19%
4,75%
4,41%
2,05%
Bron: Cel Milieueconomie-DTG-AMINAL dd. 20-01-2006 Contact: ellen.hutsebaut@lin.vlaanderen.be, Graaf de Ferrarisgebouw (lokaal 3G79), Albert II-laan 20 bus 8, 1000 Brussel)
Totale uitgaven (beleidskredieten) incl. bestaansmiddelen en eigen ontvangsten VOI
1.173.316
100%
3,43%
0,01%
0,02%
0,03%
0,04%
0,01%
0,01%
0,03%
0,07%
0,22%
0,19%
1,47%
0,75%
0,58%
1,00%
1,87%
1,66%
4,25%
10,28%
4,40%
2,65%
58,57% 11,01%
3.663
100%
0,01%
0,03%
0,02%
0,04%
0,01%
0,05%
0,06%
0,08%
0,20%
0,23%
1,48%
0,57%
0,50%
1,02%
2,50%
2,05%
4,07%
6,17%
26.151
30.692
516.671 97.117
Eindtotaal
947.490
52
282
161
386
137
460
604
775
1.851
2.211
14.029
5.447
4.779
9.642
23.705
19.456
38.596
58.492
4,79% 6,06%
55,24% 12,12%
Natuurlijke rijkdommen
100%
0,01%
0,02%
0,02%
0,04%
0,03%
0,03%
0,06%
0,09%
0,11%
0,24%
0,28%
0,41%
0,42%
0,98%
2,83%
2,70%
4,33%
5,82%
3,64%
45.385 57.460
546.058 119.805
25.971
928.233
102
193
165
332
302
299
543
853
975
2.229
2.575
3.815
3.934
9.095
26.289
25.068
40.173
54.016
8,63%
8,02%
52,62% 12,38%
in K.EUR in %
2005 i n 2 0 0 4 - 2008
Energie
100%
0,00%
0,02%
0,02%
0,02%
0,03%
0,03%
0,06%
0,01%
0,11%
0,25%
0,27%
0,43%
0,44%
1,02%
2,16%
2,84%
4,05%
4,91%
5,94%
74.442 80.069
498.540 117.346
988.603
44.029
Bodem
896.651
53.248
Afvalstoffen
6,93%
7,79%
46,90% 14,40%
Totaal
62.124
Vermesting
435.314 133.698
in K.EUR in %
2004 2008
30.260
69.860
Verdroging
47,00%
15,57%
in K.EUR in %
200 3
Indirect
421.427
139.601
in K.EUR in %
in K.EUR in %
Biodiversiteit
2 0 02
200 1
Oppervlaktewaterverontreiniging
Them a’s en d oele n
966.792
74.336
0
255
0
104
64
255
268
336
766
1.929
10.822
8.465
2.149
8.946
17.434
8.013
44.812
63.587
39.628
43.875
29.343
98.259
553.670
1.313.803
3.805
19.595
100%
6,50%
0,00%
0,03%
0,00%
0,01%
0,01%
0,03%
0,03%
0,03%
0,08%
0,20%
1,12%
0,88%
0,22%
0,93%
1,80%
0,83%
4,64%
6,58%
4,01%
4,54%
3,04%
10,16%
57,27%
in K.EUR in %
2006
58,94%
6,81%
0,00%
0,03%
0,00%
0,01%
0,01%
0,02%
0,02%
0,03%
0,08%
0,17%
1,18%
0,63%
0,27%
1,16%
1,54%
0,66%
2,82%
7,94%
3,50%
1,72%
0,33%
12,44%
1.143.682 100%
87.821
0
317
0
73
63
252
283
358
916
1.931
13.538
7.239
3.128
13.233
17.605
7.604
32.228
90.804
40.035
19.709
3.738
142.221
674.074
in K.EUR in %
B O 2007
59,63%
0,00%
0,02%
0,00%
0,01%
0,00%
0,02%
0,04%
0,03%
0,07%
0,15%
1,20%
0,59%
0,21%
1,02%
2,27%
0,75%
2,56%
8,14%
3,26%
2,11%
0,16%
10,95%
1.290.403 100%
0
307
0
65
55
252
532
333
938
1.995
15.477
7.583
2.676
13.142
29.294
9.617
33.004
105.043
42.116
27.270
2.122
141.277
769.485
in K.EUR in %
BC2
213.979
-47
115
-331
-312
-78
122
207
-347
-1.263
132
961
172
-3.032
3.253
10.784
-6.800
-8.998
3.373
-1.379
1.119
-28.570
21.472
223.427
-0,01%
0,00%
-0,03%
-0,03%
-0,01%
0,01%
0,01%
-0,04%
-0,15%
-0,03%
-0,27%
-0,16%
-0,37%
0,02%
0,40%
-0,92%
-1,69%
-2,14%
-1,14%
-0,53%
-2,94%
-1,17%
4,40%
Evol ut i e
Tabel 2: Overzicht van de beleidskredieten per thema in de periode 2001-2008 in beleidskredieten (inclusief financiering vanuit eigen ontvangsten VOI en inclusief interdepartementale bestaansmiddelen en FFEU)
inleiding
9
12-01-2009 08:51:11
Milieujaarprogramma
10
2009
Maar bovenstaande uitgaven dienen uiteraard ook gefinancierd te worden. Binnen het domein Leefmilieu, Natuur en Energie kan op meerdere financieringsbronnen teruggevallen worden (i.e. algemene middelen, milieuheffingen, FFEU, diverse andere inkomsten LNE en agentschappen met rechtspersoon). In tabel 3 wordt een beeld geschetst van de manier waarop het milieubeleid de laatste jaren gefinancierd werd. Uit tabel 3 blijkt dat de inkomsten voor het beleidsdomein LNE lichtjes dalen t.o.v. vorig jaar. Het merendeel van de eigen middelen (52%) vloeit nog steeds voort uit de milieuheffingen. De inkomsten van de de afvalwaterheffing blijven na de hervorming van de watersector in 2006 ongeveer op hetzelfde niveau. Dit betekent een aandeel van 22% in de totale inkomsten van 2008. De eigen ontvangsten van de agentschappen met rechtspersoon bestemd voor het milieubeleid kenden in 2008 een stijging van 17.000 K¤ ten opzichte van 2007. Tabel 3: Financiering van het milieubeleid: inkomstenbronnen in de periode 2003-2008 1. I N K OM S T E N MI NA f o n d s Bron: Begroting Minafonds na laatste begrotingscontrole, in MIO EUR
in m il j o e n E U R
2003
2004
2005
2006
2007
2008
341,8
307,6
221,0
142,8
143,9
142,8
53,7
41,0
38
40
55,8
50,8
240,3
239,5
153
66,7
55,3
60,3
mestheffing
11,5
7,1
10
9,8
10,8
9,2
grondwaterheffing
36,3
20,0
20
26,3
22,0
22,6
9,6
29,9
10,4
12,0
14,2
12,9
retributies bodemattesten
-
-
-
-
-
-
bossencompensatiefonds
-
-
-
-
-
-
ontvangsten uit beheer patrimonium ANB
1,6
2,0
2,2
1,8
0,0
0,3
diverse ontvangsten (terugstorten geld- en rente
0,2
0,2
0,2
0,2
0,3
0,3
financiële bijstand EU i.v.m. verordeningen 2078 en 2080
0,0
0,2
0,2
0,4
0,0
0,0
dividenden Vlaamse Milieuholding + kapitaals-
5,3
25,0
5,3
7,1
11,3
9,8
VLAREM dossiertaks
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
jachtverloven en jachtvergunningen
2,0
2,0
2,0
2,0
2,1
2,1
-
0,0
0,0
-
-
-
351,4
337,5
231,4
154,8
158,1
155,7
Milieuheffingen afvalheffing afvalwaterheffing
Andere ontvangsten MINAfonds
voorschotten en terugstorten van lonen)
verminderingen VMH
ontvangsten ikv.federale wetgeving verwerking landbouwkrengen Totaal eigen ontvangsten MINAfonds
00MJP09.indd 10
12-01-2009 08:51:11
inleiding
11
2. I N K O M S T E N a d mi n i st r a t i e v e m i dde l e nbe g r o ti ng i . v. m. Le e fmi l i e u Bron: Alg. Middelenbegroting na begrotingscontrole (= aangepaste begroting), in MIO EUR
in m iljoe n E U R
2003
2004
2005
2006
2007
Nieuwe begr otingsindeling na BBB 2008
0,000
4,500
0,900
3,000
0,000
0,000
0,000
0,000
0,000
12,000
22,800
Departement EWBL, ANRE ontvangsten fonds hernieuwbare energiebronnen (decreet 17.7.2000) ontvangsten energiefonds (decreet 17.07.2000)
Pr. LE: ontvangsten energiefonds
10,510
(decreet 17.07.2000)
Departement AZF, ABAFIM terugneming van participatie
75,000
0,000
0,000
0,000
0,000
- 120,000
40,000
0,000
0,000
0,045
0,180
0,180
door de VMH opbrengst uit de verkoop van de participatie in de VMW Departement LIN, AMINAL ontvangsten mbt. Fonds voor
-
0,225
Pr. LC: ontvangsten mbt. Fonds voor
de controle op uitvoerende taken
de controle op uitvoerende taken
van brander- en stookolietechnici
van brander- en stookolietechnici
bossencompensatiefonds--
1,393
2,500
2,500
2,750
2,800
bosbehoudsbijdrage visserijverloven
0,750
0,600
0,800
0,850
0,780
Pr. LC: visserijverloven
0,800
(visserijfonds decreet 21.12.1990) 2,343
2,555
2,615
1,316
1,430
Pr. LC: Fonds Landinrichting: ontvangsten
uit wetten ruilverkaveling en land-
uit wetten ruilverkaveling en landinrichting
inrichting (decreet 07.07.1998)
(decreet 07.07.1998)
EOGFL-tegemoetkomingen
2,800
bosbehoudsbijdrage
(visserijfonds decreet 21.12.1990) Fonds Landinrichting: ontvangsten
Pr. LD: bossencompensatiefonds-
0,280
1,096
pm
0,000
0,000
pm
pm
0
0,425
0,000
0,000
0,000
pm
0
EOGFL-inkomsten ikv.de waterhuishouding 0,000
0,063
0,040
0,310
0,000
0
inkomsten ikv. waterhuishouding
0,090
0,090
0,550
0,000
0,000
ruilverkaveling en landinrichting (decreet 07.07.1998) inkomsten ikv. Grondwaterwinning (decreet schadefonds 12.12.1990)
0,074
(decreet Fonds waterhuishouding 22.11.1995) Pr. LD: financiĂŤle bijstand van de EU
0,250
betreffende uitgaven gedaan ivm LIFE (art.45 decreet 22.12.006) Pr. LA: Salarissen en toeslagen van
0,100
personeelsleden van de diensten en de Vlaamse regering met verlof voor opdracht en/of waarvan het salaris ten laste wordt genomen door andere overheden of vakorganisaties LNE (art.92, decreet 22.12.2006) Totaal eigen ontvangsten alg. administratieve middelenbegroting
00MJP09.indd 11
80,0
130,5
47,0
21,0
28,0
Totaal eigen ontvangsten
15,8
alg. administratieve middelenbegrotingg
12-01-2009 08:51:11
Milieujaarprogramma 3. I N K OM S T E N A G E NT S C H A P P EN M E T R E C H T S P E R S OON Eigen ontvangsten VOI bestemd
12
2009
2003
2004
2005
2006
2007
2008
22,4
91,4
38
51
83
100
453,8
559,4
316,7
227,1
269,4
271,4
voor voeren milieubeleid 1 + 2 + 3 TOTALE EIGEN INKOMSTEN beleidsdomein LEEFMILIEU
00MJP09.indd 12
12-01-2009 08:51:11
deel 1
algemeen kader
01MJP09.indd 13
12-01-2009 08:52:05
01MJP09.indd 14
12-01-2009 08:52:06
algemeen kader
15
deel 1
Algemeen kader Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2008 De projecten 'Beleid gericht op voorraden' en 'Risicobeheer' zijn nieuw in de Vlaamse context. Beide projecten moesten begin 2004 nog volledig opgebouwd worden. Het laatste project werd in grote mate vooruit geschoven naar een volgende planperiode. Het eerste project is in 2004 gestart. In het kader van transitiemanagement lopen twee processen: 'duurzaam materialenbeheer' en 'duurzaam wonen en bouwen'. Plan C, het Vlaams Transitienetwerk Duurzaam Materialenbeheer ging in 2008 extern en bracht veel deelnemers uit verschillende maatschappelijke geledingen samen in een vijftal thematische leergroepen. Er werden een toekomstvisie uitgewerkt en een vijftal thema's voor Vlaanderen vertaald in lange termijn streefbeelden en 33 potentiële oplossingsrichtingen (of transitiepaden). Op basis hiervan zijn diverse ideeën geformuleerd om vanaf 2008 en later in de praktijk te brengen. Het is de ambitie van Plan C om tegen 2013 "(...) zelf minstens 20 experimenten opgezet en/of gesteund te hebben. Voor minstens de helft van deze experimenten zijn de kennis en ervaringen vertaald naar de praktijk en/of in de markt gebracht." Het proces is daarmee in een cruciale fase beland, namelijk het experimenteren in de praktijk. Het 'duurzaam materialenbeheer' is ook gelinkt aan de verruiming en vernieuwing vanuit de elementen die continu worden aangedragen vanuit de ervaringen met het huidige afvalbeleid (zie thema 'Afvalstoffen'). Tijdens de eerste fase van het 'transitiemanagement duurzaam wonen en bouwen' werd een transitieagenda uitgewerkt die een visie voor 2030, streefbeelden, transitiepaden, opties, projecten en experimenten omvat. Vanaf 2007 werden projecten opgestart en uitgevoerd zoals een afwegingskader voor een duurzame beoordeling op gebouwenniveau, het integreren van duurzaam bouwen in verschillende opleidingen/ leerplannen (secundair en hogeschool), het ondersteunen van een adviesnetwerk, ecobouwpools ondersteunen, het ondersteunen van duurzame wijkontwikkeling en het opzetten en uitvoeren van energiegerelateerde demonstratieprojecten voor publiek toegankelijke gebouwen.
Aanpak prioriteiten 2009 Werken aan transitieprocessen Er zijn momenteel lange termijnvisies en een breed pallet met (ideeën voor) concrete experimenten. Dit is echter geen garantie om op langere termijn tot duurzame systeeminnovaties te komen. Dé uitdaging is dan om de transitieprocessen in gang te houden door het uitvoeren van nieuwe initiatieven en experimenten, en door het werken aan betere randvoorwaarden of condities en aan nieuwe samenwerkingsverbanden. In 2009 zijn er mogelijkheden om op het vlak van systeeminnovaties koppelingen te leggen tussen milieubeleid (het MINA-plan 4), innovatie en duurzame ontwikkeling (de VSDO en de duurzaamheidsprojecten).
01MJP09.indd 15
12-01-2009 08:52:06
Milieujaarprogramma
16
2009
Duurzaam wonen en bouwen in de praktijk Het project duurzaam bouwen en wonen loopt verder in 2009. Door het toetreden van nieuwe praktijkgerichte partners, stijgt het aantal nieuwe initiatieven waaruit geleerd kan worden. Voorbeelden daarvan zijn het ondersteunen van intelligente energienetwerken en uitvoeren van voorbeeldprojecten op wijkniveau, het toepassen van Cradle to Cradle projecten in de bouwsector, het uitbouwen van een gebiedsdekkend adviesnetwerk voor planadvies. Eén van de grote uitdagingen is de uitvoering van demonstratie- en vernieuwingsprojecten. Het doel is om vijf projecten op buurtniveau (kleiner dan 400 wooneenheden) en drie projecten op districtsniveau (meer dan 400 wooneenheden) op te zetten tegen 2012. Dit gaat hand in hand met een adviesverlenend project aan de steden. Duurzaam materialenbeheer in de praktijk Na de concepten (verder denken), de praktijk (durven doen). De verwachting is dat er vanaf 2009 snel nieuwe projecten en experimenten zullen bijkomen. Tegelijk met het zorgen voor continuïteit van het transitieproces duurzaam materialenbeheer is er de ambitie van Plan C - Vlaams Netwerk Duurzaam Materialenbeheer om in een periode van vijf jaar meer dan twintig transitie-experimenten op te zetten en/of die van anderen te ondersteunen. Plan C zal dan een lerend netwerk vormen. Ruim de helft van deze experimenten wordt door verschillende (private) partijen verder in de praktijk gebracht of in de markt gezet. Operationeel maken van een Vlaams milieu-input-outputmodel Vanaf midden 2008 werden de economische gegevens en de milieugegevens gekoppeld zodat een basisversie van het model kan worden opgebouwd. In (2008 en) 2009 ligt het accent op: (1) het verder detailleren en aanvullen van gegevens, o.m. met een indicator rond materialengebruik en met de milieu-impact van de Vlaamse productie buiten Vlaanderen; (2) het verder detailleren van de finale vraag (consumptie) en het starten met het inventariseren van de milieu-impact tijdens de gebruiksfase van producten; (3) het creëren van draagvlak voor de milieu-input-output aanpak via het doorrekenen van een case en bekendmaking van de resultaten.
01MJP09.indd 16
12-01-2009 08:52:06
deel 2
themabeleid
02MJP09.indd 17
12-01-2009 08:52:26
02MJP09.indd 18
12-01-2009 08:52:26
themabeleid
19
deel 2
1. Verdunning van de ozonlaag Plandoelstellingen De doelstellingen zijn aangegeven in het MINA-plan 3+. Ze worden opgevolgd met behulp van onderstaande indicatoren. Indicatoren
1 Emissie van ozonafbrekende stoffen in ODP-ton
doelstelling (2010)
Trend 2002-2006
-74,5* %
++
Doelbereik (%) (2005) (2006) 92
97
100
100
(= CFK-11-equivalenten) 2 Aantal toepassingsgebieden waar ozonafbrekende stoffen
9
nog worden gebruikt *Het referentiejaar voor de procentuele daling is 1999.
1) De emissie van ozonafbrekende stoffen werd met 72% gereduceerd tussen 1999 (691 ODP-ton) en 2006 (194 ODP-ton). Bij deze gunstige trend is het doel in bereik. 2) In 2007 werden in 11 toepassingsgebieden ozonafbrekende stoffen gebruikt, zoals vooropgesteld voor 2007. In 2009 zal het aantal toepassingsgebieden beperkt zijn tot 9.
Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2008 In de loop van 2008 kwam de implementatie van het besluit van de Vlaamse regering van 8 december 2006 inzake de certificering van koeltechnische bedrijven op kruissnelheid. Twee keuringsinstellingen werden aanvankelijk tijdelijk erkend door de Vlaamse overheid en ontvingen ondertussen hun definitieve accreditatie. 22 koeltechnische bedrijven werden al gecertificeerd. Drie examencentra werden eveneens gecertificeerd zodat in 2008 ook kon worden gestart met de examens voor koeltechnici. Op 2 april 2008 werd een Europese commissieverordening aangenomen die de minimumeisen bevat waaraan de certificeringsprocedures voor koeltechnici en koeltechnische bedrijven moeten voldoen. Ten gevolge daarvan zal het besluit inzake de certificering van koeltechnische bedrijven worden geactualiseerd. Zo zullen ook personen en bedrijven die werkzaamheden uitvoeren waarbij er een risico bestaat op emissies van koelmiddelen aan kleine koeltoepassingen (huishoudelijke koelkasten, airco’s in woningen,...) moeten worden gecertificeerd. Een gelijkaardige commissieverordening, eveneens goedgekeurd op 2 april 2008, legt de minimumvoorwaarden vast waaraan de certificering voor personen en bedrijven die betrokken zijn bij het onderhoud van brandbeveiligingssystemen, moet voldoen. Op basis van deze Commissieverordening is de Vlaamse overheid in 2008 dan ook gestart met de voorbereiding van een actualisering van het in 2007 door de Vlaamse Regering goedgekeurde besluit inzake de certificering van technici voor brandbeveiligingssystemen die ozonafbrekende stoffen of gefluoreerde broeikasgassen bevatten. In 2008 werden de inspectiecampagnes rond het gebruik van ozonafbrekende stoffen en gefluoreerde broeikasgassen verdergezet.
02MJP09.indd 19
12-01-2009 08:52:26
Milieujaarprogramma
20
2009
2. Klimaatverandering Plandoelstellingen De doelstellingen zijn aangegeven in het MINA-plan 3+. Ze worden opgevolgd met behulp van onderstaande indicatoren. Indicatoren
doelstelling (2010)
Trend 2002-2006
1 Totale broeikasgasemissie (emissie van CO2, CH4, N2O en gefluoreerde broeikasgassen)
-5,2%
+
0
43
2 Broeikasgasemissie door energievoorziening
-47%*
+
13
34
3 Broeikasgasemissie door industrie
max. +5%*
+/-
>100
>100
4 Broeikasgasemissie door gebouwen
max. +18%*
+/-
0
>100
5 Broeikasgasemissie door landbouw
-23%*
+
90
94
max. +23%*
+/-
76
79
6%
++
28
40
42
47
6 Broeikasgasemissie door transportsector 7 Aandeel groene stroom in de totale leveringen van elektriciteit 8 GeĂŻnstalleerd kwalitatief WKK vermogen
1830 MW (tegen 2012)
Doelbereik (%) (2005) (2006)
*Deze waarden verschillen van deze in MINA-plan 3+. Dit is het gevolg van een gewijzigde sectorindeling (WKK-toewijzing), het verschuiven van installaties tussen sectoren, en het herbereken van de cijfers met nieuwe correctiefactoren.
1) In 2006 bedraagt de broeikasgasuitstoot van Vlaanderen 85032 kton CO2-eq, dat is 2% minder dan in 1990. Met het aanhouden van de bestaande trend kan de doelstelling mogelijk gehaald worden. De doelstelling is immers niet te realiseren tegen 2010 maar in de periode 2008-2012 moet gemiddeld 5,2% reductie gerealiseerd worden. 2) De broeikasgasemissie door de energiesector bedroeg 11589 kton in 2006. Dit is een reductie met 16 % t.o.v. 1990. De doelstelling (-47%) is momenteel nog veraf. 3) De doelstelling voor 2010 laat een stijging van 5% toe ten opzichte van 1990. De huidige uitstoot (33198 kton in 2006) ligt 8% lager dan in 1990. Het doelbereik van meer dan 100% geeft aan dat de industrie nog een marge heeft op de uitstoot. 4) De broeikasgasemissie ligt in 2006 (16094 kton) 14% hoger dan in 1990. Dat geeft een marge van 4% op de maximaal toegestane stijging (18%). In 2005 was de waarde meer dan 18%, vandaar dat het doelbereik in 2005 0% was. 5) Met een uitstoot van 8092 kton in 2006 is een emissiedaling van 22% t.o.v. 1990 gerealiseerd. Het doel is daarmee in bereik. 6) In 2006 (16059 kton) ligt de uitstoot van de transportsector 29% hoger dan in 1990, wat slechts een beperkte afname was ten aanzien van de emissies in 2005 (30% meer dan in 1990). Een sterkere afname is vereist om het doel te bereiken. 7) In 2007 bedraagt het aandeel elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen in het totaal bruto elektriciteitsverbruik 2,7% wat het doelbereik in 2007 op 45% brengt. Op basis van de huidige trend is het waarschijnlijk dat het doel in 2010 wordt gehaald. 8) Enkel waarden voor 2005 en 2006, in 2006 bedraagt het geĂŻnstalleerd kwalitatief vermogen aan WKK 859 MW.
02MJP09.indd 20
12-01-2009 08:52:26
themabeleid
21
deel 2
Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2008 In het Vlaams gewest wordt de tijdige en correcte uitvoering van de voorziene klimaatmaatregelen in het Vlaams Klimaatbeleidsplan 2006-2012 opgevolgd via een zesmaandelijks rapport over de evolutie van de projecten en de mogelijke knelpunten bij de uitvoering, en een tweejaarlijks voortgangsrapport, met een toelichting bij de toestand van het Vlaamse klimaatbeleid. In 2007 werd een verbeterd evaluatie- en opvolgingsinstrument uitgewerkt, gebaseerd op een set van robuuste operationele indicatoren, gekoppeld aan de opmaak van één centrale databank. Uit het laatste zesmaandelijkse rapport blijkt dat 97% van de projecten probleemloos wordt uitgevoerd. 3% van de projecten liepen beperkte vertraging op. De realisatie van het voorziene reductiepotentieel voor de periode 2008–2012 blijft echter 100% op schema. Verder zijn de vastgestelde en geprojecteerde Vlaamse uitgaven voor de periode 2006-2012 toegenomen van 684 miljoen ¤ bij de goedkeuring van het Vlaams Klimaatbeleidsplan 2006–2012 in juli 2006 tot iets meer dan 1 miljard ¤. De uitvoering van het Vlaams Klimaatbeleidsplan 2006 - 2012 (VKP06-12) wordt in 2008 grondig geëvalueerd in een uitgebreid voortgangsrapport (VORA08). In 2006 is de broeikasgasuitstoot gedaald tot 85 Mton CO2-eq of 2,25% onder het referentieniveau van 1990, dankzij belangrijke reducties in de verschillende sectoren door o.a. diverse beleidsmaatregelen. In 2003 bevonden de emissies zich nog 4 % boven het niveau van 1990. Sinds dan is de daling ingezet en evolueren in deze legislatuur de emissies in Vlaanderen dus duidelijk in de richting van de Kyotodoelstelling. Om tijdig de Kyotodoelstelling te halen werd in het Vlaams Klimaatbeleidsplan 20062012 het prioritair uitvoeren van interne maatregelen vooropgesteld in de diverse beleidsdomeinen tegen socio-economisch haalbare kostprijs, afgestemd op en aangevuld met de inzet van flexibiliteitsmechanismen. Concreet wordt meer dan 80% van de kloof tot de Kyotodoelstelling met binnenlandse maatregelen opgevuld. Op 16 mei 2008 keurde de Vlaamse regering definitief het Vlaams Toewijzingsplan CO2-emissierechten 2008-2012 goed. Dit plan werd samen met de plannen van de andere Gewesten op 30 juni 2008 door de Europese Commissie aanvaard. Ter voorbereiding van de handelsperiode 2008-2012 werden bovendien een aantal begeleidende wetgevende initatieven afgerond. In het kader van de Vlaamse strategie Flexibele mechanismen werd een onderzoeksopdracht gestart naar de bijkomende verwerving van CER’s en ERU’s via de secundaire markt. Op deze markt worden CER’s en ERU’s verhandeld die al uitgegeven zijn. In het kader van het Europese Energie- en klimaatpakket 2020 van de Europese Commissie van 23 januari 2008, werd in 2008 de herziening van de richtlijn emissiehandel verder voorbereid. Belangrijke elementen uit het voorstel van de Europese Commissie hebben betrekking op het totstandbrengen van één EU-wide cap (i.p.v. nationale caps), EU-geharmoniseerde toewijzingsregels, een aanzienlijk groter deel te veilen emissierechten, een bijkomende uitbreiding van het toepassingsgebied, ... Het Vlaamse Gewest draagt in deze herzieningsprocedure actief bij aan de Belgische standpuntvorming, en treedt daartoe op als piloot. Als onderdeel van haar Energie- en klimaatpakket 2020 stelde de Europese Commissie een verdeling van de doelstellingen voor 2020 over de verschillende lidstaten voor. Dit voorstel vormt in 2008 het onderwerp van onderhandelingen in de EU-raad en het EU-parlement. Vlaanderen heeft hiervoor de nodige voorbereidingen getroffen opdat de te bepalen doelstellingen ook zo efficiënt mogelijk kunnen gerealiseerd worden.
02MJP09.indd 21
12-01-2009 08:52:27
Milieujaarprogramma
22
2009
Aanpak prioriteiten 2009 Herziening Europese richtlijn inzake verhandelbare broeikasgasemissierechten
In 2009 wordt op Europees niveau intens verder gewerkt aan een herziening van de Europese richtlijn inzake verhandelbare broeikasgasemissierechten (ETS-richtlijn). De nieuwe richtlijn moet de krijtlijnen vastleggen waarbinnen het emissiehandelsysteem zal functioneren in de handelsperiode die begint vanaf 2013. De Vlaamse overheid blijft erover waken dat een wijziging van de richtlijn moet leiden tot een grotere effectiviteit van het systeem en een gelijkwaardige behandeling tussen vergelijkbare bedrijven in Europa. Daartoe zal worden gestreefd naar een zo groot mogelijke harmonisatie van het systeem. Van belang daarbij is ook een uniforme en gelijkwaardige behandeling van de luchtvaartsector bij opname in de ETS-richtlijn. Vlaamse rol in de onderhandelingen over de post-2012 klimaatdoelstellingen
De Europese Commissie legde begin 2008 samen met het voorstel tot herziening van de ETS-richtlijn ook een aantal wetgevende voorstellen op tafel ter uitvoering van de beslissingen van de Lentetop van 2007. Vlaanderen toetst deze voorstellen verder af aan haar visie op het post-2012 klimaatbeleid en vertolkt dit in de Europese onderhandelingen. De Europese Raad en het Europees Parlement streven naar goedkeuring in eerste lezing eind 2008. Voor Vlaanderen is het essentieel dat de verdeling van de inspanningen op een zodanige manier gebeurt dat de kosten vergelijkbaar zijn voor vergelijkbare lidstaten. Het pakket moet voldoende exibiliteit bevatten om de doelstellingen op een economisch en maatschappelijk haalbare manier te kunnen realiseren. Op de 15de Conference of the Parties (COP) van het Klimaatverdrag eind 2009, wordt gestreefd naar een internationaal akkoord over een klimaatregime na 2012. Vlaanderen zal zich hierop in Belgische en Europese context voorbereiden. Horizontale integratie van het adaptatiebeleid in de Vlaamse overheid
Ter voorbereiding van het Vlaamse adaptatieplan tegen 2012 is het belangrijk om alle initiatieven binnen de Vlaamse overheid die een rechtstreekse of onrechtstreekse link hebben met adaptatie (opvolgen van bepaalde indicatoren, studiewerk, nemen van maatregelen,...) in kaart te brengen en informatie over adaptatie(beleid) uit te wisselen. Via de Vlaamse stuurgroep adaptatie zal een netwerk worden uitgebouwd tussen de beleidsdomeinen. De concrete doelstelling voor 2009 is alle beleidsdomeinen bewust te maken van de problematiek, de uitdagingen en de eigen rol die gespeeld kan worden. In de volgende stap is dit planmatig en praktisch in te vullen binnen elk beleidsdomein. Vlaanderen neemt ook het Belgische pilootschap in het adaptatiedossier op zich waardoor een nauwe link met het Belgische en Europese niveau wordt verzekerd.
02MJP09.indd 22
12-01-2009 08:52:27
themabeleid
23
deel 2
3. Verontreiniging door fotochemische stoffen Plandoelstellingen De doelstellingen zijn aangegeven in het MINA-plan 3+. Ze worden opgevolgd met behulp van onderstaande indicatoren. Indicatoren
1 Aantal dagen waarop het hoogste 8-uurgemiddelde per dag de
doelstelling (2010)
Trend 2002-2007
Doelbereik (%) (2006) (2007)
25
+/-
31
44
Max. 18000 µg/m³
--
0
0
99
103
drempelwaarde van 120µg/m3 overschrijdt (gemiddeld over 3 jaar) 2 Maximale AOT40ppb-vegetatie (gemiddeld over 5 jaar)
uren +
3 Emissie van NOx 4 Emissie van VOS
Max. 91,9 kton
++
1) Er is geen duidelijke trend waarneembaar. De waarden schommelen rond een gemiddelde van ongeveer 33 dagen. In 2006 waren er 34 dagen met overschrijding, in 2007 32. 2) Tot 2002 schommelde de AOT 40ppb-vegetatie rond 15000 μg/m3 uren. Sinds 2003 is een stijging van de AOT-waarde - die in 2006 en 2007 hoger lag dan de te vermijden 18000 μg/m3 uren - waarneembaar. 3) Een Vlaamse doelstelling moet nog worden vastgelegd. 4) De doelstelling is met een emissie van 88,7 kton bereikt. In het MINA-plan 3+ wordt een verdere reductie tot 75,4 kton vermeld als streefwaarde. Met de huidige – weliswaar positieve – trend is deze streefwaarde wellicht niet bereikbaar.
Richtinggevende doelstellingen De doelstellingen zijn aangegeven in het MINA-plan 3+. Ze worden alle opgevolgd met behulp van indicatoren. De indicatoren zijn hieronder opgesomd. Indicatoren
doelstelling (2010)
Trend 2002-2007
1 NOx-emissies stationaire bronnen
Max. 58,3 kton
+
72
VOS-emissies stationaire bronnen
Max. 70,9 kton
++
>100
2 NOx-emissies niet-stationaire bronnen VOS-emissies niet-stationaire bronnen
Doelbereik (%) (2006) (2007) 85
+ Max. 21 kton
++
>100
1) De stationaire NOx-emissies (64,3 kton NOx in 2007) vertonen een dalende trend, doch deze is wellicht niet sterk genoeg om het doel te behalen in 2010. Voor de stationaire VOS-emissies is de doelstelling behaald. In 2007 bedroeg de emissie 68,9 kton. 2) Voor de niet-stationaire NOx-emissies moet een Vlaamse doelstelling nog worden vastgelegd. Voor VOS is de emissie momenteel (2007) 19,8 kton. De doelstelling is sinds 2005 bereikt.
02MJP09.indd 23
12-01-2009 08:52:27
Milieujaarprogramma
24
2009
Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2008 In maart 2007 werd de geactualiseerde versie van het NEC reductieprogramma door de Vlaamse Regering goedgekeurd. Uit dit programma blijkt dat de VOS-emissies van stationaire bronnen in 2010 onder het Vlaamse emissieplafond (70,9 kton) zullen blijven. Dit mede door het akkoord dat bereikt werd met verschillende sectoren en/of bedrijven om tegen 2010 maatregelen te nemen met een belangrijk reductiepotentieel. De aanpak van lekemissies (via een LDAR programma) en de op- en overslagemissies in de raffinaderijen en de chemische industrie werd opgenomen in een ontwerp Vlaremwijzigingsbesluit dat op 18 juli 2008 door de Vlaamse Regering principieel werd goedgekeurd. Deze maatregelen zullen vóór 2010 door de betrokken bedrijven moeten doorgevoerd worden. Door aanpassing van de vergunningsvoorwaarden van een aantal grote verpakkingsdrukkerijen zullen ook vóór 2010 een aantal solventrijke puntbronnen gesaneerd worden. Voor een aantal sectoren is na overleg duidelijk geworden dat de emissies verder kosteneffectief kunnen beperkt worden dan momenteel opgelegd in de milieuwetgeving. Het betreft o.a. de onafhankelijke opslagdepots, productie verf en inkt, auto-assemblage, kunststofverwerking, textielcoating,... Waar mogelijk zullen deze maatregelen wettelijk verankerd worden via Vlarem en/of de milieuvergunning. Om de emissies van de transportsector te reduceren ging in 2008 vooral aandacht naar de hervorming van de verkeersbelasting en de belasting op de inverkeersstelling. Een voorstel werd uitgewerkt en aan de Vlaamse Regering voorgelegd. Tevens werden inspanningen gedaan om de ecoscore databank en website te verbeteren en werd gestart met het in kaart brengen van gegevensuitwisseling tussen de ecoscore databank, de inschrijvingen van voertuigen en de inning van de verkeersbelastingen. Er werd tevens een subsidieregeling uitgewerkt voor het plaatsen van roetfilters op bestaande dieselwagens. De nieuwe techniek voor de interpolatie van ozon, PM10 en NO2 werd uitgebreid met SO2. Verder werd onderzocht of het gebruik van satellietgegevens de techniek niet kan verbeteren. Het belEUROS model werd verder geoptimaliseerd. Er werd een tool ontwikkeld waarmee op een eenvoudige manier emissiescenario’s kunnen berekend worden die dan als input kunnen dienen voor het belEUROS model. Het SMOGSTOP model voor de voorspelling van ozonsmogperiodes werd verder ontwikkeld. Informatie over de NMVOS-emissies en de uitbouw van de emissie-inventaris is terug te vinden onder het deel beleidsonderbouwing.
Aanpak prioriteiten 2009 Verdere reductie van NOx en SO2 in het kader van het NEC-programma
Voor NOx moet in de periode 2009-2010 nog een belangrijke reductie gerealiseerd worden. Een voorstel van MBO’s en een beschrijving van de verdere aanpak zullen in de tweede helft van 2008 aan de Vlaamse Regering worden voorgelegd. Voor SO2 zijn in het NEC-reductieprogramma nog mogelijke maatregelen geïdentificeerd. Nadat een voorstel voor de aanpassing van de Vlarem-voorwaarden voor de productie van zwavelzuur is voorgelegd aan en besproken met de sector, zal de politieke goedkeuringsprocedure worden opgestart. Finaliseren hervorming verkeersbelastingen en meten impact van het verkeer op lokale luchtkwaliteit
M.b.t. de niet-stationaire bronnen komt de hervorming van de verkeersbelastingen voor personenwagens in een eindfase zodat deze in januari 2010 van kracht kan worden. Dit
02MJP09.indd 24
12-01-2009 08:52:27
themabeleid
25
deel 2
vereist een definitieve goedkeuring van de Vlaamse Regering en het afsluiten van een samenwerkingsovereenkomst met de andere Gewesten. In 2009 zal er een actualisatie gebeuren van de studie “Immissieproblematiek tengevolge van het verkeer”. Dit moet toelaten de impact van het verkeer op de lokale luchtkwaliteit te toetsen aan de nieuwe richtlijn luchtkwaliteit en, waar nodig, aanvullende maatregelen te formuleren. Subsidieregeling roetfilters
Voor de subsidieregeling die de plaatsting van roetfilters op bestaande dieselwagens moet bevorderen, wordt 4 miljoen EUR voorzien. Post-2010 NEC-doelstellingen voorbereiden
Op basis van het voorstel van de Europese Commissie m.b.t. de nieuwe NEC-emissieplafonds voor 2020 zullen de onderhandelingen hier rond met Europa aanvangen. Om deze onderhandelingen goed voorbereid aan te vatten, wordt per sector alle relevante informatie (emissieprognoses, reductiepotentieel, kosten) actueel gehouden aan de hand van alle mogelijke informatiebronnen zoals emissiejaarverslagen en milieu-effectenrapporten. Hiermee zal een uitgebreid proces van doelgroepenconsultatie gepaard gaan. Het is tevens noodzakelijk de modelscenario’s, die worden ontwikkeld in het kader van die herziening van de NEC-emissieplafonds voor 2020, te beoordelen en bij te sturen met de eigen belEUROS berekeningen. Het is belangrijk dat deze scenario’s realistisch en haalbaar zijn. Gezien het steeds toenemende belang en gebruik van het belEUROS model zijn bijkomende optimalisatieopdrachten noodzakelijk, o.m. voor de toetsing van beleidsscenario’s in het kader van de EU thematische strategie. Tot slot zal via een nieuw geautomatiseerd systeem waarbij emissiescenario’s (EMEP, IIASA, eigen Vlaamse scenario’s) kunnen omgezet worden in “emissie”-input voor het belEUROS model, de impact van nieuwe NEC-plafonds worden doorgerekend. Verder zal in 2009 onderzocht worden in welke mate satellietgegevens de modelresultaten (van belEUROS, interpolatietools) kunnen verbeteren. Uitgebreide rapportering NH3-concentraties en validatie OPS-model
Binnen het depositiemeetnet verzuring wordt sinds 2008 meer aandacht gegeven aan het opvolgen van NH3-concentraties. In 2009 zal hierover een eerste maal gerapporteerd worden. Metingen met NH3-monitoren zullen vanaf 2009 opgestart worden, zodat ook piekconcentraties kunnen opgevolgd worden. Het OPS-model zal in 2009 verder aangepast en gevalideerd worden aan de hand van o.m. de nieuwe meetresultaten.
02MJP09.indd 25
12-01-2009 08:52:27
Milieujaarprogramma
26
2009
4. Verzuring Plandoelstellingen De doelstellingen zijn aangegeven in het MINA-plan 3+. Ze worden opgevolgd met behulp van onderstaande indicatoren. Indicatoren
doelstelling (2010)
Trend 2002-2007
1 Emissie van NOx
Doelbereik (%) (2006) (2007)
+
2 Emissie van SO2
Max. 67,1 kton
+
66
82
3 Emissie van NH3
Max. 45 kton
++
97
102
1) Een Vlaamse doelstelling moet nog worden vastgelegd. 2) Tot 2000 was er een sterk dalende trend in SO2-emissie, doch deze zette zicht sindsdien niet echt door. Het doel is nog niet in bereik. In 2007 bedraagt de SO2-emissie 103,0 kton. 3) De ammoniakemissie bedraagt in 2007 44,2 kton en ligt meer dan een kwart lager dan in 2000. Als deze trend zich doorzet zal de doelstelling nog voor 2010 gehaald worden.
Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2008 Samen met de goedkeuring van het NEC-programma besliste de Vlaamse regering in 2007 om voor NOx een emissieheffing in te voeren, tenzij in overleg met de doelgroepen een akkoord wordt bereikt over een ander instrument dat toelaat dezelfde emissiereductie te halen. In 2008 werden beide pistes verder uitgewerkt. Met de voornaamste sectoren werden gesprekken gevoerd over het afsluiten van een milieubeleidsovereenkomst of een aanpassing van de Vlarem-voorwaarden (chemie, elektriciteitsproductie, raffinaderijen, ijzer- en staalproductie, glasproductie). Parallel werden studies opgestart ter voorbereiding van een NOx-emissieheffing indien de vorige piste ontoereikend blijkt. De beslissing rond de heffing wordt in de tweede helft van 2008 genomen. Voor SO2 werden in uitvoering van het NEC-programma een aantal bedrijfsspecifieke maatregelen genomen in de chemiesector en de non-ferro en werd een aanpassing van de voorwaarden voor de productie van zwavelzuur voorbereid. Een vergelijking tussen de meetresultaten uit het depositiemeetnet en de OPSmodelberekeningen resulteerde in 2007 in een grondige validatie. Er werd geconcludeerd dat het noodzakelijk is om het OPS te upgraden naar analogie met de Nederlandse versie zodat de berekeningen binnen de toegelaten onzekerheidsmarge van 30% vallen. Na deze correctie van de Vlaamse OPS-versie is deze aangepast aan de huidige stand van zaken inzake kennis van atmosferische dispersiemodellen. De volgende stap is het afstemmen van de Vlaamse op de Nederlandse versie en op het toevoegen van meteo input. Dit om eveneens lokale berekeningen (gemeenteniveau) met voldoende zekerheid te kunnen uitvoeren.
Aanpak prioriteiten 2009 Zie thema 'Verontreiniging door fotochemische stoffen'.
02MJP09.indd 26
12-01-2009 08:52:27
themabeleid
27
deel 2
5. Vermesting Plandoelstellingen De doelstellingen zijn aangegeven in het Mina-plan 3+. Ze worden opgevolgd met behulp van onderstaande indicatoren. Indicatoren
Trend 2002-2006
doelstelling (2010)
1 emissie van NH3
++
45 kton
95
97
+
0%
17
24
+
0%
31
29
2 % meetplaatsen van het oppervlaktewater meetnet met overschrijding
Doelbereik (%) (2005) (2006)
van de grenswaarde van 10 mg N/l (nitraat en nitriet) % meetplaatsen van het MAP-meetnet oppervlaktewater met overschrijding van de nitraatnorm van 50 mg NO3/l 3 % meetplaatsen van het MAP-grondwater meetnet met overschrijding
0%
van de nitraatnorm van 50 mg NO3/l 4 Overschot op de bodembalans
++
70 kg N/ha
95
87
5 % van de meetplaatsen van het oppervlaktewater meetnet dat voldoet
+
40 %
60
65
aan de basiskwaliteit voor orthofosfaat 6 kg P2O5 uit dierlijke mest op Vlaamse landbouwgrond gebracht
++
44 .106 kg
90
97
kg N uit dierlijke mest op Vlaamse landbouwgrond gebracht
++
108 .106 kg
70
70
1) De ammoniakemissie bedraagt in 2006 46,8 kton en ligt bijna drie kwart lager dan in 2000. Als deze trend zich doorzet zal de doelstelling nog voor 2010 gehaald worden. 2) Het aantal meetplaatsen dat voldoet aan de stikstofnorm bedraagt 31% in 2006. Ondanks de licht dalende trend is de doelstelling niet in bereik. In 2007 voldoet net zoals in 2006 42% van de meetplaatsen niet aan de nitraatnorm, in 2008 is dat nog 37%. Het doelbereik is daarmee gestegen tot 37%. Ondanks de beperkt gunstige trend is de doelstelling niet in bereik. 3) De metingen zijn pas in 2004 gestart. Er is geen duidelijke evolutie uit de cijfers af te leiden. De grootteorde van de normoverschrijdingen wijzigt nauwelijks. Het percentage meetplaatsen met overschrijding bedroeg in het voorjaar van 2007 38,6 %. 4) Ondanks een lichte toename in 2006 tot 87 kg N/ha is er sinds 1990 gemiddeld een constante daling. De doelstelling is in bereik. 5) Sinds 1990 is er een toename van het aantal meetpunten dat voldoet aan de basiskwaliteitsnorm voor orthofosfaat. De toename is sinds 2000 erg beperkt. In 2006 voldoet 26 % van de meetplaatsen aan de norm. Met de huidige trend is de doelstelling (40% van de meetpunten voldoet) niet in bereik. 6) Duidelijke daling van het aantal opgebrachte kg P2O5 uit dierlijke mest sinds 1997. In 2006 gaat het nog om 49 miljoen kg. Als deze trend aangehouden wordt dan zal de doelstelling voor 2010 gehaald worden. Het aantal op Vlaamse landbouwgrond opgebrachte kg N uit dierlijke mest is gedaald sinds 1997, de doelstelling kan met behoud van de huidige trend gehaald worden. In 2006 werd 121 kg N op de Vlaamse landbouwgrond gebracht.
02MJP09.indd 27
12-01-2009 08:52:27
Milieujaarprogramma
28
2009
Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2008 Een vernieuwd mestbeleid is in uitvoering vanaf 2007. Het verbeteren van de waterkwaliteit staat voorop in dit vernieuwde mestbeleid. Hiertoe werden een aantal maatregelen verscherpt en nieuwe maatregelen ingevoerd in het Mestdecreet van 22 december 2006. Zo werd Vlaanderen als volledig kwetsbaar gebied aangeduid, met strengere bemestingsnormen en een aangepaste uitrijperiode voor meststoffen. In 2008 werd de door de Europese Commissie toegekende derogatie geïmplementeerd waardoor landbouwbedrijven onder strikte voorwaarden kunnen afwijken van de strengere bemestingsnormen. Deze houden o.m. een verscherpte code van de goede landbouwpraktijken in en een gerichte opvolging van de bemesting via een bemestingsplan en -register. Het nieuwe Mestdecreet accentueerde een meer adviserende en sensibiliserende aanpak. Er werden in 2008 door de Mestbank voorlichtingscampagnes opgestart voor verschillende doelgroepen zoals de derogatiebedrijven, de transporteurs van meststoffen, de mestverwerkers, de verwerkingsplichtige landbouwers en de tuinbouwbedrijven. Landbouwbedrijven werden individueel begeleid en sensibiliserende audits werden voor het eerst door de Mestbank uitgevoerd op bedrijven met een overschrijding van de nitraatresiduwaarde in risicogebied. Vervolgens kregen deze een auditrapport met aanbevelingen voor een meer milieukundig management. Verder werd een oordeelkundig bemestingsgedrag gestimuleerd via versterkte handhaving voor een correcte mestafzet, het respecteren van de bemestingsnormen en het verlagen van gemeten nitraatresiduwaarden. Daardoor lag het accent bij handhaving op de controle van de mesttransporten, de bemesting op perceelsniveau, de controle op de derogatie en de controle van de bodemstaalnames door erkende laboratoria voor de bepaling van het nitraatresidu. Een aantal nieuwe boetes voorzien in het nieuwe mestdecreet werden voor het eerst opgelegd. Dit was ondermeer het geval voor bedrijven met een te hoog nitraatresidu in het najaar in 2007. In het nieuwe mestbeleid wordt de mestproductie onder controle gehouden via een systeem van verhandelbare nutriëntenemissierechten. Deze nutriëntenemissierechten laten de groei toe van individuele landbouwbedrijven via de overname van nutriëntenemissierechten. In 2008 werden de eerste overnames van nutriëntenemissierechten door de Mestbank behandeld. Verder kunnen bedrijven ook groeien na bewezen mestverwerking vanaf 2008, indien voor 2007 voldoende mestverwerkingscertificaten werden uitgereikt. De mestverwerkingsplicht wordt opgevolgd door een systeem van verhandelbare mestverwerkingscertificaten. Het wetgevende kader voor het toekennen en verhandelen van mestverwerkingscertificaten werd gefinaliseerd. In 2008 werd het wetgevende kader voor de tuinbouw gefinaliseerd. Voor de vollegrondsgroententeelt werden maatregelen ingevoerd voor een meer oordeelkundige bemesting. Tuinbouwbedrijven met substraatteelt worden verplicht om opslagcapaciteit te voorzien voor hun drainwater dat niet hergebruikt wordt als voedingswater, of moeten een alternatief voorzien. De mogelijkheid werd gecreëerd om deze af te zetten op landbouwgrond.
02MJP09.indd 28
12-01-2009 08:52:27
themabeleid
29
deel 2
Aanpak prioriteiten 2009 Implementatie en opvolging derogatie
In 2008 werd de door de Europese Commissie toegekende derogatie (afwijking op de strenge bemestingsnorm) geïmplementeerd. Om de gevolgen van de derogatie op de waterkwaliteit op te volgen, wordt in 2009 een monitoringsnetwerk voor derogatie bestaande uit 150 landbouwbedrijven uitgebouwd en opgevolgd. Handhaving versterken
In het kader van handhaving ligt de prioriteit voor 2009 bij de controle op naleving van de derogatievoorwaarden met een bijzonder accent op de mesttransporten en staalnames. Om een duurzame export te garanderen gaan in 2009 eveneens intensere controles op de mestverwerkingsinstallaties, o.a. in het kader van de Verordening (EG) nr. 1774 (sanitaire bepalingen inzake dierlijke bijproducten) uitgevoerd worden. Mestverwerking realiseren
Het plan voor flankerend beleid ter ondersteuning van de mestverwerking in Vlaanderen wordt in 2009 uitgevoerd. Tevens zullen de bepalingen uit het Mestdecreet met betrekking tot de mestverwerkingsvoorwaarden, die aan bedrijfsontwikkeling zijn gekoppeld, effectief worden geïmplementeerd. Ook de mestverwerkingscertificaten worden verder toegekend en de verhandelingen ervan worden geregistreerd. Advisering en sensibilisering
Via bedrijfsadvisering en sensibilisering worden landbouwers individueel begeleid, o.a. inzake bemestingsplan en bemestingsregister. Vanaf 2009 wordt elke bedrijfsleider geconfronteerd met de mestbalans van het bedrijf en worden waterkwaliteitsgroepen geïnstalleerd met als doel landbouwers meer actief te betrekken bij het realiseren van de doelstellingen van het Mestdecreet. Tevens zullen in 2009 sensibiliserende audits worden uitgevoerd voor bedrijven gelegen in risicogebied en die gekenmerkt worden door een hoog nitraatresidu. Deze bedrijven worden na een audit verder begeleid. Vermindering van het meststoffengebruik in de tuinbouw
De nieuwe wetgeving voor tuinbouw zal in 2009 geïmplementeerd en gecommuniceerd worden. Accenten hierbij zijn een volledige inventarisatie van grondloze tuinbouwbedrijven en hoeveelheid spuistroom, alsook de inventarisatie van de opslagcapaciteit voor spuistroom van tuinbouwbedrijven. Uitvoeren van het ondersteunend mestbeleid
In uitvoering van het Mestdecreet worden in 2009 nieuwe gebiedsgerichte maatregelen voor de fosfaatverzadigde gebieden uitgewerkt. In afwachting van de resultaten van het lopend wetenschappelijk onderzoek wordt een aangepast voorstel betreffende de nitraatresidu-normen (wellicht gedifferentieerd naar o.a. bodemtype) uitgewerkt, gebaseerd op eerder uitgevoerd onderzoek en de al uitgevoerde nitraatresidumetingen. Via het interactieve e-loket (mestinternetloket) zal in 2009 het aanmelden van burenregelingen en de raadpleging van mestverwerkingscertificaten mogelijk zijn.
02MJP09.indd 29
12-01-2009 08:52:27
Milieujaarprogramma
30
2009
6. Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen Plandoelstellingen De doelstellingen zijn aangegeven in het MINA-plan 3+. Ze worden opgevolgd met behulp van indicatoren. Indicatoren
doelstelling (2010)
1 Emissie van zware metalen naar de lucht
Trend 2002-2006
Doelbereik (%) (2006) (2007)
-70 % t.o.v. 1995
2 Emissie van zware metalen naar het water
-50 % t.o.v. 1998
3 Emissie van PAK’s naar de lucht 4 Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen 5 Emissie van dioxines naar de lucht 6 Aantal overschrijdingen van 40 µg/m³ fijn stof 7 Aantal dagen waarop de daggemiddelde PM 10-concentratie voor
Max. 192 ton
+/-
111
115
-50 %
++
40 g TEQ/jaar
++
99
99,9
0
+/-
75
88
35
++
81
88
0
+/-
19
32
Vlaanderen groter is dan 50 µg/m³ % meetpunten waarop de daggemiddelde PM-10-concentratie op jaarbasis groter is dan 35 overschrijdingen van 50 µg/m³
1) Met uitzondering van cadmium, kent de emissie van zware metalen naar de lucht een gunstige evolutie. Voor arseen, chroom, kwik en lood werd al meer dan 75% van de voorziene reductie gerealiseerd in 2006. Voor koper, nikkel en zink is dit respectievelijk slechts 46%, 53% en 66%. Voor cadmium was het doel al in 1998 gehaald, doch de trend evolueert intussen in ongunstige zin (terug toename van de emissie). 2) De emissie van zware metalen naar oppervlaktewater is dalend voor de meeste elementen. Voor cadmium, lood en kwik tekent zich geen duidelijke trend af. In tegenstelling tot de luchtemissies van zware metalen, is het doelbereik van de emissies naar het oppervlaktewater globaal nog vrij laag. In de periode 1998-2005 werd tussen 3% (lood) en 54% (nikkel) van de voorziene reductie gerealiseerd. De trend lijkt onvoldoende om de doelstelling te halen. 3) De emissie van PAK’s naar de lucht bedraagt in 2007 177 ton. Het doel werd reeds in 1995 bereikt, doch sindsdien nam de emissie opnieuw toe. 4) In de periode 2002-2005 schommelt de SEQ rond 50% van de waarde van 1990. Het doel zal vermoedelijk bereikt worden. 5) De emissie was 40,4 g TEQ/jaar in 2007, daarmee is de doelstelling zo goed als gehaald. 6) Er is geen duidelijke trend waarneembaar. In 2007 was er slechts 1 overschrijding. 7) In 2007 waren er 48 dagen met overschrijding van de daggemiddelde norm. Op basis van de huidige trend zal het doel vermoedelijk bereikt worden. In 2007 was in 68% van de meetplaatsen de daggemiddelde norm meer dan 35 dagen overschreden.
02MJP09.indd 30
12-01-2009 08:52:27
themabeleid
31
deel 2
Richtinggevende doelstellingen De doelstellingen zijn aangegeven in het MINA-plan 3+. Slechts voor 1 ervan is opvolging met behulp van een indicator mogelijk, deze wordt weergegeven in onderstaande tabel. Indicatoren
Jaargemiddelde concentratie PM10 in de lucht
doelstelling (2010)
Trend 2002-2006
20 µg/m³
+
Doelbereik (%) (2006) (2007) 56
58
Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2008 Algemeen
REACH, het vernieuwde stoffenbeleid in Europa trad in voege op 1 juni 2007 en werd ten volle operationeel op 1 juni 2008 met de oprichting van het Europees Chemisch Agentschap (ECHA). Het Vlaamse Gewest implementeert de verordening in onderlinge afstemming met de andere Gewesten en de federale overheid. Een juridische studie naar de implicaties voor de Vlaamse wetgeving zal nog van start gaan in 2008. Begin 2005 werd de Europese kwikstrategie COM (2005)20 gelanceerd met als doel te komen tot een samenhangend beleid voor kwik als vervuilende component in water, lucht, afval, bodem en producten. In uitvoering van deze strategie werd de exportban en de veilige opslag van kwik in de eerste helft van 2008 geregeld. Water
De tweede lezing van de ontwerp-dochterrichtlijn Prioritaire Stoffen werd opgestart begin 2008. Vlaanderen werkte mee aan de opmaak van het Belgisch standpunt en neemt deel aan de raadswerkgroepen. Het strakke tijdschema voor de triloog vergaderingen tussen Commissie, Raad en Parlement, werd opgevolgd via de voorbereidingen van de COREPER vergaderingen. Dit alles heeft geleid tot een consensus in tweede lezing en een goedkeuring van de richtlijn in het Parlement (17/06/2008). De formele goedkeuring door de Raad wordt nog verwacht tegen eind 2008. Intussen voert Vlaanderen het reductieprogramma ‘Lozing Gevaarlijke Stoffen’ verder uit. Er is verder gewerkt aan de concrete herziening van milieuvergunningen in het kader van gevaarlijke stoffen. Het meetnet oppervlaktewater is conform de kaderrichtlijn Water aangepast. In het voorjaar 2008 is de campagne ‘zonder is gezonder’ voor bestrijdingsmiddelen herhaald. De webtoepassing voor het invoeren van de jaarlijkse inventaris door de gemeenten is uitgewerkt. Een aangepast uitvoeringsbesluit werd principieel goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 18 juli ll. Voor het toepassen van de pesticidentoets is een leidraad voor het onderhoudsarm beheer zonder bestrijdingsmiddelen in opmaak. Het meetnet bestrijdingsmiddelen in oppervlaktewater werd aangepast in functie van de Europese erkenningregels. Naarmate de puntbronnen verder gesaneerd worden, blijven de diffuse bronnen van zware metalen en andere gevaarlijke stoffen in water een aandachtspunt. In 2008 is een studie opgestart om de diffuse emissies naar water van PAK’s beter in kaart te brengen.
02MJP09.indd 31
12-01-2009 08:52:27
Milieujaarprogramma
32
2009
Lucht
De herziening van de kaderrichtlijn Luchtkwaliteit en van de eerste drie dochterrichtlijnen hiervan werden van nabij opgevolgd en een Vlaamse inbreng werd geleverd. De richtlijn 2008/50/EG werd tenslotte op 20 mei 2008 goedgekeurd. In 2008 werd het smog-alarm opnieuw overschreden en werd de snelheidsbeperking van 90 km/u opnieuw opgelegd op enkele ring- en snelwegen. Het actieplan asbest werd eind januari 2007 goedgekeurd. In 2008 werd een stand van zaken opgemaakt. Een code van goede praktijk voor asbest in sorteerinrichtingen en containerparken werd goedgekeurd en zal via een omzendbrief worden verspreid. De sanering van asbestdraailingen werd verder gezet. Voor het storten van asbestafval is er een nulheffing ingesteld. Een verbod op het reinigen onder hoge druk en onzorgvuldig bewerken van asbestcement is principieel goedgekeurd. In het najaar 2008 worden asbestmetingen rondom een stortplaats in St. Niklaas opgestart. De informatieverspreiding met betrekking tot particuliere afvalverbranding (PAK’s en dioxines) blijft doorlopen en het meetprogramma voor PAKs en Nitro-PAKs wordt verdergezet. Nieuwe methodes voor monsterneming en analyse zijn in ontwikkeling. In 2008 worden PCB126 gemeten op alle meetposten.
Aanpak prioriteiten 2009 Omzetting van Europees beleid milieugevaarlijke stoffen
De dochterrichtlijn Prioritaire stoffen, waarvan verwacht wordt dat ze eind 2008 begin 2009 wordt afgerond, wordt omgezet in Vlaamse wetgeving. Bij goedkeuring van de verordening voor exportban en veilige opslag van metallisch kwik wordt in 2009 gestart met de uitvoering van deze verordening. Er wordt gestart met de omzetting van de nieuwe richtlijn Luchtkwaliteit die naast de (huidige) normen van PM10, ook normen van PM2,5 bevat. Uitvoeren van het beleid zware metalen in de lucht
Uiterlijk september 2009 moet in uitvoering van de richtlijn 2004/107/EG betreffende As, Cd, Hg, Ni en PAK’s in de omgevingslucht aan de Europese Commissie gerapporteerd worden over de bronnen en de genomen maatregelen. De uitwerking van de opgelegde saneringsplannen ter reductie van de diffuse emissies van deze zware metalen in de industriële hotspotzones Beerse (Pb, As en Cd), Hoboken (As en Cd) en Genk (Ni) wordt verder opgevolgd. De optimalisering van de emissie-inventaris zware metalen wordt tegen midden 2009 voorzien. Implementatie en toepassing van de REACH-verordening
Midden 2008 wordt een studie opgestart met het oog op de correcte toepassing van de REACH-verordening en de uitwerking van een methodiek en werkwijze voor het optimaal inspelen op de REACH-mechanismen vanuit de Vlaamse overheid. De studie gaat ook na hoe er kan worden ingespeeld op processen zoals de evaluatie van diverse voor Vlaanderen relevante chemische stoffen, en de eventuele vergunning van dergelijke stoffen. Opstarten/uitbreiden van monitoring
In uitvoering van de kaderrichtlijn Water en in functie van de voorbereiding van Europese en Vlaamse regelgeving betreffende milieunormen, wordt in 2009 een kwantitatieve screening naar nieuwe relevante gevaarlijke stoffen in oppervlaktewater en afvalwater; alsook een kwantitatieve bepaling van prioritaire (gevaarlijke) en andere
02MJP09.indd 32
12-01-2009 08:52:28
themabeleid
33
deel 2
verontreinigende stoffen gedaan. De calamiteitenwerking van de Internationale Schelde- en Maascommissies wordt verder op punt gesteld. Een aanpassing van de analysecampagnes voor grondwater (voornamelijk pesticiden) zal uitgevoerd worden op basis van een risicoanalyse voor diverse stoffen enerzijds en (Europese) verplichtingen anderzijds. Bij dit laatste hoort onder meer de vraag van het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen m.b.t. de aanwezigheid van bepaalde stoffen in het grondwater, die een onderdeel uitmaakt van de erkenningsprocedure voor pesticiden. PM metingen in omgevingslucht
In uitvoering van de nieuwe richtlijn luchtkwaliteit worden PM2.5-metingen opgestart (i.v.m. stedelijke achtergrond) en er wordt een optimalisatie van de modellering en de emissie-inventaris van fijn stof voorzien. De meetstrategie -, PAK’s en dioxines-PCB’s in -depositie wordt herzien. Er worden bijkomende chemische karakterisatie metingen van PM10 stof uitgevoerd in hot spot gebieden. Uitvoeren fijn stof beleid
De wetgeving m.b.t. diffuse emissies van fijn stof wordt aangescherpt. Na een laatste overleg met de verschillende betrokken partijen wordt de uitwerking van het fijn stofactieplan voor de haven van Antwerpen opgestart. Waar mogelijk worden concrete maatregelen uitgebreid naar andere havens. In het kader van de nieuwe richtlijn luchtkwaliteit kan er een aanvraag worden ingediend voor uitstel van inwerkingtreding van de normen voor PM10. Gezien de normen in werking zijn sinds 2005 en er zich een structureel probleem stelt voor het behalen van de grenswaarden omwille van het belangrijke grensoverschrijdende aandeel, wordt er een aanvraag tot uitstel ingediend. Strategie Hormoonverstoring
In uitvoering van de strategienota Hormoonverstoring (aspecten aquatisch milieu) worden de analysemethoden voor kwantitatieve routinematige bepalingen van natuurlijke en synthetische oestrogenen gevalideerd. In het kader van milieu en gezondheid wordt de studie rond gebromeerde brandvertragers en perfluorverbindingen gefinaliseerd in loop van 2009. Bijzondere aandacht gaat hierbij naar de identificatie van geschikte en bruikbare indicatoren om de blootstelling van de Vlaamse bevolking aan beide ‘nieuwere’ type hormoonverstorende stoffen te kunnen inschatten. Stimuleren van de pesticidentoets
Om het openbaar domein pesticidenvrij te kunnen beheren, moet bij het ontwerp van een nieuwe openbare ruimte of bij de omvorming van bestaande hier rekening mee gehouden worden. Dit kan via de pesticidentoets - een instrument dat in 2008 ontwikkeld wordt. Vanaf 2009 zal de pesticidentoets toegepast en begeleid worden.
02MJP09.indd 33
12-01-2009 08:52:28
Milieujaarprogramma
34
2009
7. Verontreiniging en aantasting van de bodem Plandoelstellingen De doelstellingen zijn aangegeven in het Mina-plan 3+. Ze worden opgevolgd met behulp van onderstaande indicatoren. Indicatoren
1 Aantal gronden met potentieel bodembedreigende inrichtingen
doelstelling (2010)
Trend 2002-2007
Doelbereik (%) (2006) (2007)
28000
++
90
96
3300
++
82
94
of activiteiten die onderzocht zijn 2 Aantal gronden met historische bodemverontreiniging waarvan de sanering minstens is gestart 3 % gemeenten waarvoor een erosiebestrijdingsplan werd goedgekeurd
100%
58
74
4 % actuele erosieknelpunten waarvoor erosiebestrijdingsmaatregelen
35%
26
26
20%
100
100
op het terrein zijn uitgevoerd % potentiĂŤle erosieknelpunten waarvoor de huidige situatie op het terrein is bestendigd
1) In 2007 bedraagt het aantal onderzochte gronden 26990, een toename van 1777 gronden t.o.v. 2006. Indien dit ritme wordt aangehouden, zal de doelstelling bereikt worden. 2) In 2007 bedraagt het aantal gronden waarvan de sanering gestart is 3105 (2694 in 2006). Op basis van huidige trend ligt de doelstelling binnen bereik. 3) De doelstelling van 100% is gericht op 100 gemeenten in 2010. In 2008 zijn er reeds 83 gemeenten met een goedgekeurd erosiebestrijdingsplan. 4) Op 9 % van de actuele erosieknelpunten zijn sinds 2004 maatregelen uitgevoerd (toestand 2006). In 2008 gaat het om 25% van de actuele ersosiekenlpunten, het doelbereik stijgt daarmee naar 71%. Voor 26 % van de potentiĂŤle erosieknelpunten werd de toestand bestendigd in 2008. Het vooropgestelde doel werd al in 2006 bereikt.
Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2008 Bodemverontreiniging
Het nieuwe VLAREBO ging van kracht op 1 juni 2008. Het geeft uitvoering aan de bepalingen van het nieuwe decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming. Het bevat eveneens de nieuwe regeling over uitgegraven bodem. Doorlopend vond de opvolging van vrijwillige en verplichte bodemsaneringen plaats alsook het beheer van het grondeninformatieregister. Samenlopend met de implementatie van de nieuwe wetgeving werd de dataverwerking grotendeels geĂŻnformatiseerd (Mistral-project).
02MJP09.indd 34
12-01-2009 08:52:28
themabeleid
35
deel 2
Om bodemsanering beter te integreren in bedrijfsspecifieke processen werden onderhandelingen gevoerd met verschillende partijen om de haalbaarheid en opportuniteiten na te gaan van een bedrijfsspecifieke overeenkomst. Dit leidde tot de voorbereiding van overeenkomsten met Defensie, De Lijn en Eandis. De bestaande overeenkomsten met NMBS, Electrabel, DATS, Tessenderlo Chemie en Bekaert werden verder uitgevoerd. De overeenkomst met Umicore werd eveneens verdergezet met o.m. de sanering van de Bankloop in Olen en de voortgang van de sanering van de vier bedrijfsterreinen. In Hoboken werd een biomonitoring voor lood bij kleuters opgestart en werd een bodemsaneringsproject opgemaakt voor de aanpalende wijk Vinkevelden. De cadmiumverontreiniging in de Kempen is verder aangepakt in het kader van deze overeenkomst met Umicore/Nyrstar en in het Cadmiumplan. Zo werden zinkassen verwijderd op enkele schoolterreinen in de Noorderkempen. Verder is het BONK-project (Biomonitoring Noorderkempen) gefinaliseerd: de resultaten van de staalname bij testpersonen en milieumetingen zijn gecommuniceerd naar de bevolking. In het najaar 2008 wordt een vervolgtraject met verschillende experten en de lokale besturen opgestart om de noodzaak aan maatregelen te bepalen. Waterwegen en Zeekanaal nv werkte mee aan het tot stand komen van een samenwerkingsovereenkomst voor het bodemonderzoek van een cluster van oude baggerstorten (‘Schipdonk’). Binnen de schoot van de Orde van Vlaamse Balies werd overlegd met de Commissie Curatoren voor de concrete implementatie en optimalisatie van het protocol voor de aanpak van risicogronden die na een faillissement onbeheerd blijven. Enkele grote ambtshalve saneringsprojecten startten op of werden verder gezet. Projecten met een maatschappelijke meerwaarde kregen de voorkeur, alsook saneringen van risicovolle verontreinigingen. Zo is de ambtshalve sanering van Asphaltco in Asse zo goed als afgerond. De verwijdering van zinkassen bij particulieren in het kader van de samenwerking met Umicore/Nyrstar loopt verder. Een tweede fase van de verwijdering van asbestcementdraailingen in de regio rond Kapelle-op-den-Bos is in volle opstart. Een aanbesteding voor innovatieve technieken voor verder onderzoek op de Carcoke site bood de kans om enkele vernieuwende onderzoekstechnieken te testen. Op 1 oktober werd het Mina-budget (afgerond 21 miljoen EUR) voor ambtshalve bodemsanering reeds voor meer dan 80 % ingevuld. Daarnaast is nog een belangrijke ssaneringsfase op Carcoke gepland die zal gefinancierd worden met FFEU-middelen (10 miljoen EUR). Financiële en planmatige inspanningen moesten de herontwikkeling van een aantal brownfieldprojecten blijven stimuleren. Op de site Willebroek Noord kreeg het protocol verdere uitvoering. Er werd meegewerkt aan de opmaak van een masterplan voor de oude bedrijvenzone in Vilvoorde-Machelen en het hieraan gekoppelde START-project voor de uitbouw van de luchthaven van Zaventem. Daarnaast werd de ambtshalve aanpak van de aanwezige bodemverontreinigingen versneld. Door de vaststelling van de regionale grondwaterverontreiniging als site kan deze via een beheersconcept aangepakt worden. Inzake woonzones wordt de bestaande lijst van potentiële woonzoneprojecten uitgebreid. Een alternatief beleid voor de aanpak van clusters van woonzoneprojecten in centrumsteden is in ontwikkeling. De lopende bodemonderzoeken op 12 sites werden verdergezet of afgerond. Op vier sites werden de onderzoeken aangevat. De bodemsaneringsorganisatie voor de droogkuissector Vlabotex vzw ging effectief van start. Om het aantal aanvragen te verhogen, werden bijkomende stimuli voorzien. Voor BOFAS vzw werden de wijzigingen van de samenwerkingsovereenkomst officieel bekrachtigd. Hierdoor konden o.m. bijkomende aanvragen tot tussenkomst ingediend worden (ca. 1500). Ook loopt een aanpassingsprocedure van Vlarem om de aflevering van een nieuwe milieuvergunning na sluiting van een tankstation te verhinderen. Voor de oprichting van een fonds voor sanering van bodemverontreiniging ten gevolge van
02MJP09.indd 35
12-01-2009 08:52:28
Milieujaarprogramma
36
2009
gasolietanks voor verwarmingsdoeleinden, bleven de discussies op federaal niveau gaande. De politieke wil bij de drie gewesten en het federaal niveau werd alleszins opnieuw bevestigd. Een project ging van start rond het beheren van bodemverontreiniging; de focus ligt o.m. op het responsabiliseren en sensibiliseren van betrokkenen bij het omgaan met bodemverontreiniging. Een eerste aanzet van oplossingsscenario’s werd gegeven. Er werd actief deelgenomen aan de discussies rond het ontwerp van een Europese kaderrichtlijn Bodem. De nauwe opvolging blijft verzekerd, o.m. door de actieve deelname in het informele netwerk tussen diverse lidstaten (Common Forum). In het Europese project SNOWMAN gingen twee internationale onderzoeksprojecten met Vlaamse inbreng van start. Het dit jaar beëindigde Europese project BeNeKempen leverde een belangrijke bijdrage aan de oplossing voor het verwijderen van zinkassen in de Kempen en kon op haar afsluitende conferentie belangrijke resultaten voorleggen over de thema’s water, landbouw, zinkassen, natuur en risico-evaluatie. De goede samenwerking met Nederland wordt bestendigd. Bodemaantasting
De gemeenten werden verder begeleid en financieel ondersteund bij hun aanpak van erosie. Ook werd het gebruik van beheersovereenkomsten gestimuleerd. Wat grondverschuivingen betreft is een beleidskader in voorbereiding. In dit verband is de gevoeligheid voor grondverschuiving in de Vlaamse Ardennen al in kaart gebracht. Informatie over grondverschuivingen en erosie is publiek toegankelijk via de Databank Ondergrond Vlaanderen. Op Europees niveau werd er actief geparticipeerd aan de onderhandelingen over de opmaak van de kaderrichtlijn Bodem. De toekomstige implementatie binnen Vlaanderen is momenteel in voorbereiding. Hierbij wordt o.a. via kenniscirkels van landbouwers gestreefd naar een ruime terugkoppeling met de doelgroep landbouw. Specifiek voor het behoud van organische koolstof in de bodem is er verder ook een adviessysteem voor de landbouwer ontwikkeld. Ook ging de aandacht naar de integratie van bodembescherming in het landbouwbeleid via de randvoorwaarden (cross-compliance) en via beheerovereenkomsten in het kader van het plattelandsontwikkelingsprogramma PDPOII. Tenslotte vond de start plaats van een INTERREG project rond bodembescherming (PROSENSOLS). Waterbodems
Een prioriteitenlijst van de te ruimen waterbodems is voorzien in de ontwerp (deel-) bekkenbeheerplannen. Voor het opstellen van een prioriteitenlijst voor te onderzoeken waterbodems op Vlaams niveau is een model in voorbereiding. Ook is een pilootproject voor waterbodemonderzoek opgestart voor het Eeklo’s Leiken. De historische ruimingsachterstand werd verder weggewerkt. Zo werd op de onbevaarbare waterlopen van 1ste categorie ongeveer 156.000 m³ geruimd. Dit zijn zowel hydraulische als ecologische ruimingen o.m. van de Zenne te Lot - Drogenbos, de Lieve, de Heulebeek, de Dijle afwaarts Leuven, Schijn en Vliet. Om slibafzetting in verstedelijkt gebied te vermijden, kan in de aanleg van sedimentvangen worden voorzien. Voor een optimale inplanting en dimensionering ervan, wordt o.m. gebruik gemaakt van het sedimentmeetnet. Verder is ook het sedimentvangplan verder opgesteld en uitgewerkt. In dit kader wordt in 2008 aangevat met de realisatie van twee sedimentvangen op strategisch gekozen plaatsen: op de Heulebeek in Heule (in uitvoering) en op de Slijpbeek.
02MJP09.indd 36
12-01-2009 08:52:28
themabeleid
37
deel 2
Aanpak prioriteiten 2009 Uitvoering decreet en Vlarebo
Het nieuw decreet betreffende bodemsanering en bodembescherming (Bodemdecreet) en het goedgekeurde uitvoeringsbesluit zal onder meer leiden tot een verfijnde toepassing van de saneringsplicht, een aangepast grondeninformatieregister en vereenvoudigde procedures inzake onderzoek en sanering. Anderzijds treden hiermee ook een aantal nieuwe krachtlijnen in het bodembeleid in werking meer bepaald voor de aanpak van waterbodems, risicobeheer en schadegevallen waarbij mogelijke bodemverontreiniging is opgetreden. De aangepaste regeling voor het gebruik van uitgegraven bodem zal de verdere verspreiding van bodemverontreiniging beheersen en een grotere bescherming bieden aan wie uitgegraven bodem ontvangt. Er wordt geïnventariseerd welke aspecten uit het nieuwe decreet nog verder moeten worden uitgewerkt of geoptimaliseerd. Overeenkomsten met saneringsplichtigen
In het kader van het optimaliseren van de bodemsanering worden onderhandelingen gevoerd met saneringsplichtigen om overeenkomsten aan te gaan. Het sluiten van bedrijfsspecifieke overeenkomsten met bedrijven of relevante bedrijfssectoren biedt namelijk een aantal belangrijke voordelen. Zo wordt in nauw overleg gezocht naar het meest efficiënt en effectief traject voor onderzoek en sanering, waarbij rekening wordt gehouden met de bedrijfsprocessen. Op basis van een eerder uitgevoerde oproep naar saneringsplichtingen, worden in 2009 bijkomende onderhandelingen gevoerd met overheden die eigenaar zijn van risicogronden. Daarnaast worden de lopende overeenkomsten (met Umicore, NMBS, Bekaert, Electrabel, DATS en Tessenderlo Chemie) nauwgezet opgevolgd. Aanpak woonzones, brownfields en ambtshalve sanering
De lijst van potentieel verontreinigde woonzones wordt verder afgewerkt volgens prioriteit. In 2009 vindt de alternatieve aanpak plaats van woonzones. Deze is specifiek gericht op centrumsteden en omvat mogelijkheden van schaalvergroting. Het wegnemen van risico’s ten gevolge van asbesthoudende materialen blijft prioritair. De verwijdering van zinkassen in woongebieden in Noord-Limburg in het kader van het Cadmiumplan gaat voort. De aanpak van brownfields blijft een uitdaging voornamelijk voor wat betreft het vinden van financiële middelen en mogelijkheden van een geïntegreerde aanpak. Financiële tussenkomsten van het Vlaamse Gewest aan gemeenten worden voorzien voor de aanpak van brownfieldprojecten in het kader van de milieusamenwerkingsovereenkomst. Ook de samenwerking met andere overheden in gebiedsgerichte projecten zoals in Vilvoorde-Machelen en Willebroek wordt verder gezet. Bij ambtshalve sanering van een brownfield worden inspanningen geleverd om de sanering te integreren in het herontwikkelingsproces van het terrein. Zo worden op de site Carcoke te Zeebrugge de nodige initiatieven genomen opdat deze brownfield eind 2009 kan ingeschakeld worden in de havenontwikkeling. Ook voor de brownfieldsite Balmatt te Mol worden de nodige stappen gezet opdat de ambtshalve sanering aansluit op de herontwikkeling ervan. Financiering bodemsanering
Het creëren van de mogelijkheid om sectorale bodembeheersorganisaties op te richten in het kader van het bodemdecreet, was een belangrijke stap om een juridische basis te creëren voor sectorfondsen. Hierdoor wordt de aanpak van bodemverontreiniging financieel beter realiseerbaar door de saneringslast op een meer billijke wijze te verdelen. De nadruk wordt hierbij gelegd op preventie, responsabilisering en sensibilisering
02MJP09.indd 37
12-01-2009 08:52:28
Milieujaarprogramma
38
2009
van de betrokken sector, de solidarisering binnen deze sector, de spreiding en het reduceren van de saneringskosten, het verhogen van de rechtszekerheid voor de beheerder van de grond en de financiële ondersteuning van bepaalde sectoren. Zo vindt in 2009 de verdere operationalisering plaats van Vlabotex, de erkende bodemsaneringsorganisatie voor de droogkuissector. Voor BOFAS, het fonds voor tankstations, wordt het gewijzigd samenwerkingsakkoord tussen federale staat en gewesten verder geïmplementeerd met het oog op een zo breed mogelijke toepassing. Daarnaast wordt actief gezocht naar middelen voor alternatieve financiering. Na een screening van mogelijke financieringsinstrumenten (bijvoorbeeld via PPS constructies) voor bodemsanering, worden een aantal potentiële pistes weerhouden die verder onderzocht en afgetoetst worden op toepasbaarheid, randvoorwaarden, etc. De mogelijke oplossingsrichtingen worden vervolgens in de tweede helft van 2009 opnieuw voorgelegd aan diverse actoren. Interageren met Europees beleid bodem
Er zal verder actief geparticipeerd worden aan de onderhandelingen over de opmaak van de ontwerpkaderrichtlijn bodem. Gezien de grote invloed ervan op het Vlaamse bodembeleid - zowel voor bodemsanering als voor bodembescherming - blijft Vlaanderen streven naar een maximale invloed en inbreng. Voor bodembescherming voorziet deze ontwerpkaderrichtlijn onder meer in een verplichting van aanduiding van risicogebieden met overeenkomstige maatregelen. Het Vlaamse beleid wordt al in die zin verder uitgewerkt. Ook de herziening van de IPPC-richtlijn (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) vergt een actieve opvolging. De aanpak zoals voorzien in de richtlijn Milieuschade wordt geanalyseerd (dit voor elementen betreffende milieuschade die nog niet zijn ingevuld via het bodemdecreet). In het kader van de toepassing van de Inspire-richtlijn zal Vlaanderen meewerken aan een Europees beste praktijk netwerk voor het aanbieden van bodemdata. Verder wil Vlaanderen haar voortrekkersrol voor bodembeleid blijven spelen via deelname aan internationale initiatieven (bv. ‘Common Forum on Contaminated Land’) en Europese onderzoeksprojecten (bv. SNOWMAN) en samenwerkingsprojecten (bv. PROSENSOLS) waarbij bodembescherming dichter bij de landbouw wordt gebracht. Erosiebestrijding door de landbouwers en door steden en gemeenten versterken
Hierbij worden in 2009 twee accenten gelegd. Via de samenwerkingsovereenkomst 2008-2013 met lokale overheden wordt het overleg tussen gemeenten en landbouwers extra gestimuleerd om de uitvoering van gemeentelijke erosiebestrijdingswerken vlotter te laten verlopen. Hierbij worden onder meer subsidies voorzien voor het aanwerven van een intergemeentelijke projectcoördinator. Verder wordt gestreefd naar het afsluiten van nieuwe beheersovereenkomsten met landbouwers om de doelstellingen opgenomen in het tweede Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling (PDPO 2007-2013) te realiseren. Daarnaast wordt een nieuw uitvoeringsbesluit voorbereid met een aanpassing van het erosiebesluit met o.a. een subsidieregeling voor een erosiecoördinator die de gemeenten zal ondersteunen bij de uitvoering van kleinschalige erosiebestrijdingswerken. Preventieve aanpak van grondverschuivingen
Via een aanpassing van de dossiersamenstelling voor milieuvergunningsaanvragen, zal voor sommige Vlarem-rubrieken een geotechnisch onderzoek worden opgelegd op grondverschuivingsgevoelige percelen. Een subsidieregeling zal worden voorbereid om de gemeenten te ondersteunen die gebiedsgerichte grondverschuivingsbestrijdingsplannen wensen op te maken, alsook om concrete preventieve en remediërende maatregelen voor delen van hun grondgebied uit te tekenen en te realiseren. Voor de
02MJP09.indd 38
12-01-2009 08:52:28
themabeleid
39
deel 2
uitbouw van dit beleidsinstrumentarium voor grondverschuivingen, wordt het nodige ondersteunend onderzoek voorzien. Ruiming en sanering van waterbodems
In 2009 wordt op de onbevaarbare waterlopen van 1ste categorie minstens 150.000 mÂł geruimd. Dit zijn vooral hydraulische ruimingen met een ecologische impact. In 2009 gaat de aandacht vooral naar een ruiming van de Demer in Diest, de Zenne in Lembeek en de Mandel. Sedimentvangplan opmaken
Het sedimentvangplan heeft tot doel de prioritair te bouwen sedimentvangen aan te duiden. Het plan zal opgemaakt worden op basis van volgende gegevens: overgangszones van hellende naar vlakke gebieden, een overzicht van sedimentvrachten van onbevaarbare waterlopen, de inventarisaties van respectievelijk probleemzones voor slibaanwas, slibvangen (bestaande en geplande) en lozingspunten. Ook worden er in 2009 twee sedimentvangen gebouwd.
02MJP09.indd 39
12-01-2009 08:52:28
Milieujaarprogramma
40
2009
8. Verontreiniging door afvalstoffen Plandoelstellingen De doelstellingen zijn aangegeven in het MINA-plan 3+. Ze worden alle opgevolgd met behulp van indicatoren. De indicatoren zijn hieronder opgesomd. Indicatoren
doelstelling (2010)
Trend 2002-2006
1 De totale hoeveelheid primair geproduceerde bedrijfsafvalstoffen
Verminderen*
+/-
2 De totale hoeveelheid primair geproduceerde bedrijfsafvalstoffen
Ontkoppeling*
Doelbereik (%) (2005) (2006) 0
0
0
0
per eenheid Bruto Regionaal Product 3 De hoeveelheid gestorte bedrijfsafvalstoffen 4 De totale hoeveelheid geproduceerde huishoudelijke afvalstoffen
-20%**
++
161
132
Geen toename **
+/-
102
106
(per inwoner) 5 Productie huishoudelijke afvalstoffen per consumptie-eenheid 6 De totale hoeveelheid gestorte en verbrande huishoudelijke afvalstoffen per inwoner
Ontkoppeling ** Maximaal
100 +
94
98
150 kg/inw
* t.o.v. 2002; ** t.o.v. 2000
1) De hoeveelheid primair geproduceerd schommelt boven de waarde van 2002 (19 miljoen ton), in 2005 bedroeg ze bijna 25 miljoen ton, in 2006 ging het om 21,5 miljoen ton. Op basis van de huidige trend is het doel (afname t.ov. 2002) niet in zicht. 2) Hoewel de hoeveelheid primair geproduceerde afvalstoffen in 2006 lager ligt dan in 2005 is er ten opzichte van 2002 nog geen ontkoppeling. De doelstelling wordt niet gehaald. De berekeningsmethode is echter sterk afhankelijk van de uctuaties in de afvalproductie. 3) De trend van de hoeveelheid gestorte bedrijfsafvalstoffen blijft globaal gezien dalend, ondanks de beperkte stijging in 2006 (2,1 miljoen ton). Het doel werd reeds bereikt in 2005. 4) De huishoudelijke afvalproductie nam gestaag toe tot 2002 (556 kg/inwoner), maar lijkt sindsdien te stagneren en zelfs licht af te nemen (531 kg/inwoner in 2006). De doelstelling is hiermee behaald. In 2007 bedraagt de huishoudelijke afvalproductie 555 kg/inwoner. 5) Op basis van de beide waarden van de indicator wordt in 2004 een ontkoppeling gemeten t.o.v. het referentiejaar 2000. De doelstelling is hiermee behaald. De cijfers dienen echter nog met de nodige omzichtigheid geïnterpreteerd te worden en de ontkoppelingsgraad in 2004 is nog beperkt. 6) De totale hoeveelheid gestorte en verbrande huishoudelijke afvalstoffen blijft geleidelijk afnemen. In 2006 was dit nog 154 kg/inwoner. Bij het aanhouden van deze positieve trend, ligt het doel binnen bereik. In 2007 bedraagt de totale hoeveelheid gestorte en verbrande huishoudelijke afvalstoffen 156 kg/inwoner
02MJP09.indd 40
12-01-2009 08:52:28
themabeleid
41
deel 2
Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2008 Het Eco-efficientieprogramma wil Vlaamse KMO’s aanzetten tot investeringen in een eco-efficientiebedrijfsvoering. In 2009 zullen 1000 scans gerealiseerd zijn. De kostprijs van dit programma bedraagt bijna 2,2 miljoen euro. In 2008 werd gestart met een tussentijdse effectmeting van het Eco-efficiëntiescanprogramma. Ecodesign is verder gepromoot via de ruime verspreiding van 50 cases en de verdere uitbreiding en toepassing van de Ecolizer. De Ecodesign Award voor studenten werd voor de derde maal uitgereikt in september. Ondertussen werd ook de Ecodesign Award PRO voor professionele ontwerpers gelanceerd. Verder lopen de laatste 12 PRESTI 5-projecten af eind 2008. Via het PRESTI 5-programma werd meer dan 2 miljoen geïnvesteerd in innovatieve voorbeeldprojecten inzake emissiepreventie. Het proefproject ‘Berekeningsmodel milieuverantwoord productgebruik voor overheidsinstellingen’ resulteerde in een on line-toepassing voor overheidsorganisaties (Producttest.be). De uitwerking van een bijkomende indicatorenset van dit model is in voorbereiding. Meer inzicht werd verworven in de aankoop- en plaatsingsstrategieën van de distributiesector en in innovatieve milieubeleidsinstrumenten. Voor het opvolgen van het aanbod aan en het marktaandeel van milieuverantwoorde producten in de distributie tenslotte zijn er indicatoren ontwikkeld en zijn de eerste stappen gezet in het uitwerken van proefprojecten met de distributiesector. Voor gemengd bedrijfsafval, waarvan de jaarlijkse productie geraamd wordt op 2 miljoen ton, loopt een actieprogramma; voor de drie andere prioritaire bedrijfsafvalstromen zijn deze afgerond. Verder is gestart met de uitvoering van een nieuwe multicriteria-analyse voor bedrijfsafvalstoffen die in de loop van 2008 zal worden afgerond. Ook voor het bevorderen van de afzetmarkt voor gerecycleerde materialen is een uitgebreid analysedocument en actieprogramma uitgewerkt. Via een voorstel van wijziging van VLAREA werden een aantal verbeteringen van het instrument aanvaardingsplicht en aanpassingen aan de Europese richtlijnen voorgesteld, waaronder de afschaffing van de aanvaardingsplicht voor fotochemicaliën. De MBO’s voor oude en vervallen geneesmiddelen en afgewerkte olie werden in mei 2008 goedgekeurd. De MBO’s voor drukwerken zijn in oktober goedgekeurd. Voor AEEA zal de procedure wellicht in het najaar afgerond worden. Ook het collectief plan voor landbouwfolies is in uitvoering. Voor afvalbatterijen, afvalbanden en afgedankte voertuigen zijn de onderhandelingen opgestart. Daarnaast werd een methodologie opgesteld voor de berekening van de recyclagepercentages voor afgedankte voertuigen. Ongeveer 500 controles werden uitgevoerd in functie van de naleving van de verschillende aanvaardingsplichten. De Vlaamse Regering gaf eind 2007 haar goedkeuring aan het Sectorale Uitvoeringsplan (SUP) ‘Milieuverantwoord beheer van huishoudelijke afvalstoffen 2008-2015’. Dit plan wil enerzijds voortbouwen op de bereikte goede resultaten en anderzijds de klemtoon leggen op afvalpreventie en milieuverantwoord productgebruik. Het uitvoeringsplan wil ook meer verantwoordelijkheid leggen bij de producenten, de eindverbrandingscapaciteit uitbreiden met 272 tot 434 kton en een antwoord bieden op de internationalisering van de afvalmarkt. De Vlaamse Regering keurde ook het SUP ‘Milieuverantwoord materiaalgebruik en afvalbeheer in de bouw’ definitief goed. Met dit nieuwe plan wil de Vlaamse Regering de bouwmaterialen en - producten meer milieuverantwoord maken, niet alleen in de afvalfase maar over de gehele materiaalketen vanaf de winning van grondstoffen over de productie van bouwproducten en de toepassing ervan. Het openbaar onderzoek van het aangepaste ontwerp SUP ‘Bagger- en ruimingsspecie’ werd afgerond. De nadruk ligt op structurele, gefaseerde
02MJP09.indd 41
12-01-2009 08:52:28
Milieujaarprogramma
42
2009
oplossingen waarbij preventieve maatregelen samengaan met de opbouw van de capaciteit voor behandeling en eindbestemming. Dit kan maar indien de nodige budgetten ter beschikking worden gesteld van de lokale en regionale waterloopbeheerders. Voor slib van (riool)waterzuiveringsinstallaties, drinkwaterbereiding en rioolkolken kwam - in overleg met de sectoren - een tweede voortgangsrapportage in 2008 tot stand. Rioolkolkenslib wordt voor 99% hergebruikt of gerecycleerd, drinkwaterslib voor 80%. Rioolwaterzuiveringsslib wordt voor 89% verbrand (na zandafscheiding en voorvergisting) en voor 11% nuttig toegepast in de afdichtingslaag van stortplaatsen. Voor dierlijk afval werd onder druk van de Europese Commissie het financieringssysteem voor de ophaling en verwerking van krengen van landbouwdieren aangepast aan de Europese verplichtingen. Vanaf 2008 betalen ook de kleine veehouders mee. In de strijd tegen het zwerfvuil worden vanaf 2008 ook de sectoren nauw betrokken die sigaretten en kauwgom op de markt brengen. In uitvoering van het Actieplan ‘groenestroom’ van de Vlaamse Regering is het aanbod van de biomassastromen (al dan niet afval) voor een tweede maal in kaart gebracht met een overzicht van de stromen die voor groenestroomcertificaten (vergisting, verbranding) in aanmerking komen. Proefprojecten en onderzoek zijn in voorbereiding met de focus op de kwaliteit en de afzet van de (rest)afvalstoffen die ontstaan in het composterings- en vergistingsproces. Een afwijking van het verbrandingsverbod wordt concreet uitgewerkt voor gebruikte frituuroliën en -vetten en voor dierlijke vetten categorie-3. Hierdoor kunnen gebruikte fritieroliën en –vetten nu ook rechtstreeks gebruikt worden voor de productie van groene stroom. Voor categorie 3-vetten zal voor maximaal 30% van de totale productie in Vlaanderen een afwijking verleend worden voor energiewinning via verbranding. Het Vlaamse Gewest volgde van nabij de herziening van de Europese kaderrichtlijn Afvalstoffen. Daarover bereikten Raad en Parlement een definitief akkoord in juni 2008. De richtlijn zal waarschijnlijk in het najaar 2008 worden gepubliceerd, waarna Vlaanderen 2 jaar de tijd krijgt voor de omzetting in Vlaamse wetgeving. Daarnaast werkte het Vlaamse Gewest mee aan de voorbereiding van een herziening van de AEEA-richtlijn, de comitologie beslissingen in het kader van de batterijen- en voertuigwrakkenrichtlijn en de Verordening overbrenging afvalstoffen. Op informele basis bouwt Vlaanderen samen met een aantal lidstaten aan een visie over een mogelijke ontwerprichtlijn rond bioafval. De ontwikkelingen in de richtlijn hernieuwbare energie en actieplan groene stroom werden opgevolgd, in het bijzonder m.b.t. de ontwikkeling van duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen en biomassa. Verder was het Vlaamse Gewest vertegenwoordiger voor België op de COP9 van de Conventie van Basel in juni 2008. De afvalbeheersplannen voor de zeehavens, evenals de plannen voor de vissers- en jachthavens worden bijgestuurd in overleg de doelgroepen. Afhankelijk van de verwachte wijzigingen van Richtlijn 2000/59/EG inzake havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval, zullen ook de bestaande systemen moeten worden aangepast. De modaliteiten voor de praktische uitvoering van het verdrag voor de inzameling van afvalstoffen van de binnenvaart worden verwacht in het voorjaar van 2009. Vanuit de ervaringen van het voorbije en huidige afvalbeleid, worden continu elementen aangedragen die het proces rond de verruiming naar een duurzaam materialenbeleid kunnen voeden. In 2008 is in het kader van het SUP ‘Milieuverantwoord materialengebruik en afvalbeheer in de bouw’ materialenbeheer geconcretiseerd door de start van twee projecten. Een eerste project betreft de invoering van prestatieeisen voor materialengebruik in de bouw. Een tweede project is het operationaliseren van het Vlaamse milieu-input-outputmodel. Voor huishoudelijke afvalstoffen, waar al belangrijke stappen gezet zijn in de richting van een duurzaam materialenbeleid,
02MJP09.indd 42
12-01-2009 08:52:28
themabeleid
43
deel 2
is een zelfde verruimingsoefening gemaakt in het nieuwe SUP ‘Milieuverantwoord beheer van huishoudelijke afvalstoffen’.
Aanpak prioriteiten 2009 Verruiming afvalstoffenbeleid naar een duurzaam materialenbeleid
Een aantal vernieuwende initiatieven en processen met verruimde aanpak die onder de noemer van materialenbeheer vallen, zijn lopende: afval- en emissiepreventie, integraal ketenbeheer, eco-efficiëntie, milieuverantwoorde consumptie, secundaire grondstoffen, kringlooptuinieren, enz. Bij de ontwikkeling naar een duurzaam materialenbeheer wordt dan ook voortgebouwd op bestaande processen en initiatieven op de verschillende beleidsniveaus. Waar nodig worden deze in 2009 versterkt of bijgestuurd (zie hiervoor 5 volgende prioriteiten). Parallel aan de ingezette stapsgewijze verruiming vanuit het gangbare beleid blijft het ‘transitieproces duurzaam materialenbeheer’ (gericht op systeeminnovatie en de langere termijn) en het verder operationaliseren van het Vlaams milieu-input-outputmodel (gericht op beleidsonderbouwing) centraal staan (zie luik innovatief beleid). Milieuverantwoorde productie en consumptie
Het Eco-efficiëntiescanprogramma is een subsidieprogramma dat Vlaame kmo’s wil stimuleren om te investeren in een eco-efficiënte bedrijfsuitvoering. Dit programma heeft tot doel 1000 bedrijven te bereiken in 3 jaar tijd. In het najaar van 2009 zullen 1000 scans gerealiseerd zijn waarbij de opvolging doorloopt t.e.m. 2010. De evaluatie/ effectmeting van dit programma en van het PRESTI-5 programma zal onder meer de basis vormen voor een mogelijke heroriëntering van de beleidsinstrumenten ter bevordering van milieuverantwoorde productie en consumptie. De mogelijkheid van een meer geïntegreerde aanpak wordt hierbij nagegaan. Er zal specifiek aandacht blijven voor de ontwikkeling van bioplastics. De verschillende aspecten bij de productie, het gebruik en de end-of-life fase van bioplastics worden beoordeeld door de uitwerking van duurzaamheidscriteria. Via communicatie en overleg zal er gericht gestuurd worden om het gebruik en de verwerking van bioplastics optimaal te laten plaatsvinden. Het uitvoeringsplan ‘Milieuverantwoord beheer van huishoudelijke afvalstoffen’ omvat een uitgebreid programma preventie en milieuverantwoorde consumptie en producthergebruik’ dat in 2009 op kruissnelheid draait. De uitvoering gebeurt in nauw overleg met vertegenwoordigers van bedrijfswereld, consumenten en maatschappelijke organisaties. Een accent in 2009 ligt onder meer op de samenwerking met de distributiesector, waarbij via proefprojecten kennis en ervaring wordt opgebouwd. Dit gebeurt bij voorkeur op plaatsen waar de consument als individu met het product in contact komt. Verder wordt er ook in het kader van de Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling een project voorbereid/ uitgevoerd ter bevordering van duurzame productie en consumptiepatronen. Om ecodesign meer te stimuleren bij de ontwerpers wordt er, naast de al bestaande ecodesign-prijs voor studenten, nu ook een ecodesign-award uitgereikt voor ontwerpers. De Ecolizer, een instrument op basis van eco-indicatoren, dat het voor ontwerpers eenvoudig maakt om een milieu-evaluatie te maken tussen verschillende productvoorstellen of materialen, wordt geëvalueerd en uitgebreid. Daarnaast wordt verder gezocht naar andere instrumenten voor ecodesign op maat van ontwerpers.
02MJP09.indd 43
12-01-2009 08:52:29
Milieujaarprogramma
44
2009
Optimalisatie geïntegreerde aanpak rond biomassa afval
Een geïntegreerde beleidsvisie wordt uitgewerkt in functie van een verdere optimalisatie én een betere afstemming van enerzijds materiaalrecyclage en anderzijds energetische valorisatie uit afvalstoffen. Dit is ook op Europees niveau één van de discussiepunten naar aanleiding van de herziening van de kaderrichtlijn Afval. Op Vlaams niveau is geopteerd om voor bepaalde afvalstromen een zogenaamd toetsingskader te voorzien. Dit wordt uitgewerkt voor ‘biomassa afval’ in het kader van het Actieplan groene stroom van de Vlaamse Regering. Dit kader zal een ondersteuning bieden bij het afwegen van keuzes betreffende materiaalrecyclage en energetische valorisatie van bepaalde biomassastromen. Verder vindt in 2009 de actualisatie plaats van de inventaris van biomassa. Milieuverantwoord materiaalgebruik en afvalbeheer in de bouw
In het kader van het sectoraal uitvoeringsplan ‘Milieuverantwoord materiaalgebruik en afvalbeheer in de bouw’, wordt verder gewerkt rond de vijf projecten: duurzaam materialenbeheer, selectief slopen, globaal beheersysteem, gebruik van steenachtige fracties en recyclage van specifieke bouwmaterialen. Concreet betekent dit onder meer het ontwikkelen van een expertenmodel om de materiaalgerelateerde milieuimpact van gebouwen af te wegen, de mogelijke opname van de sloopinventaris bij de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning, het vastleggen van een structuur voor een reglementering inzake het beheersen van puingranulaten, het aanwenden van puingranulaten in hoogwaardige toepassingen en tenslotte het verhogen van de betrokkenheid van de producenten van specifieke bouwmaterialen bij onderzoek naar mogelijkheden voor een integraal ketenbeheersysteem. Afzetmarkt voor gerecycleerde materialen verhogen
Selectieve inzameling en sortering worden verder gericht op het verhogen van de kwaliteit van de te recycleren afvalstoffen waardoor ze vlotter op de recyclagemarkt kunnen terechtkomen. In dit verband wordt verder nagegaan hoe de terughoudendheid ten aanzien van het gebruik van gerecycleerde materialen en producten kan worden weggewerkt. Er wordt gefocust op de stromen compost en digestaat, puingranulaten en kunststofgranulaten. Verdere acties worden ondernomen op basis van een analyse van de afzetmarkten met ondermeer promotie van de kwaliteit, gebruiksmogelijkheden en hoogwaardige toepassing van secundaire grondstoffen en een aanpassing van de wetgeving over secundaire grondstoffen. Meer impact op Europese en internationale besluitvorming
Essentieel blijft het pro-actief behartigen van de Vlaamse belangen op het Europese en internationale forum. Prioritair voor 2009 is de bovengewestelijke aanpak betreffende biomassa (richtlijn Biomassa, Europees actieplan Groene Stroom, richtlijn Hernieuwbare Energie, ...) en de herziening van de IPPC-richtlijn (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) en de AEEA-richtlijn (afgedankte elektrische en elektronische apparatuur). Een zwaartepunt ligt verder op de voorbereiding van de omzetting van de kaderrichtlijn afvalstoffen. Dit zal leiden tot een grondige wijziging van het afvalstoffendecreet en uitvoeringsbesluiten. Bij de omzetting zal ook rekening gehouden worden met andere (beleids)ontwikkelingen zoals het duurzaam sluiten van kringlopen, duurzaam produceren en consumeren en materialenbeleid. Vereenvoudigen en toegankelijker maken van de afvalstoffenwetgeving
In het kader van de wijziging van het afvalstoffendecreet en haar uitvoeringsbesluiten zal extra aandacht gaan naar de optimalisatie van de regelgeving voor secundaire grondstoffen, overbrengers en vervoerders van afval, het afvalstoffenregister en een
02MJP09.indd 44
12-01-2009 08:52:29
themabeleid
45
deel 2
normeringskader voor puingranulaten. Het geheel wordt ondersteund met de nodige communicatie en sensibilisering. Optimaliseren van de producentenverantwoordelijkheid
Rekening houdend met eerder uitgevoerde evaluaties, wordt invulling gegeven aan de producentenverantwoordelijkheid onder andere via de opmaak van nieuwe milieubeleidsovereenkomsten (MBO). In 2009 worden voor afvalbatterijen, afvalbanden en afgedankte voertuigen de onderhandelingen afgerond en de goedkeuringsprocedure doorlopen. Ook het verbetertraject loopt verder, onder meer via een onderzoek naar de efficiëntie en financiering van de aanvaardingsplicht en een studie die moet toelaten om een norm ISO 17020 te ontwikkelen die nodig is voor de certificering van de cijfergegevens in het kader van de aanvaardingsplicht. Snelheid en timing van afronding van de MBO’s zijn afhankelijk van de medewerking met de federaties en van de overeenstemming met de andere gewesten. Optimaliseren handhaving
Het nieuwe Handhavingsdecreet moet toelaten efficiënter en met meer impact overtredingen tegen de afvalstoffenwetgeving aan te pakken. Extra inspanningen voor handhaving is ook één van de drie pijlers bij de aanpak van zwerfvuil en sluikstorten, dit als sluitstuk op de nodige acties inzake communicatie en sensibilisering en de verbetering van de infrastructuur voor het opruimen van zwerfvuil. Hierbij zal intensief worden samengewerkt tussen het Vlaamse Gewest, de lokale overheden en de bedrijfswereld.
02MJP09.indd 45
12-01-2009 08:52:29
Milieujaarprogramma
46
2009
9. Verstoring van watersystemen Plandoelstellingen De doelstellingen zijn aangegeven in het MINA-plan 3+. Ze worden opgevolgd met behulp van onderstaande indicatoren. Indicatoren
1 % meetplaatsen oppervlaktewatermeetnet dat voldoet aan
doelstelling (2010)
Trend 2002-2007
Doelbereik (%) (2006) (2007)
66%
+
68
82
40%
+
75
89
basiskwaliteit voor BZV 2 % meetplaatsen oppervlaktewatermeetnet met een BBI-score van tenminste 7 3 % goede meetplaatsen waar de biologische kwaliteit (BBI) niet
Minimum 75%
>100
is verslechterd 4 Zuiveringsgraad van de huishoudens
80%
5 Aansluitingsgraad van rioleringen op RWZI
100%
6 Oppervlakte oeverzones via aankoop Oppervlakte oeverzones via beheersovereenkomsten 7 Waterpeil watervoerende lagen 8 Drinkwatergebruik huishoudens
+
83
85
82
81
Minstens 300 ha
n.v.t.
47
Minstens 100 ha
n.v.t.
>100
Minstens status quo
n.v.t.
55
Minstens
+/-*
52*
+/-*
86*
+/-*
160*
+/-**
64**
30 miljoen m続 9 Hemelwatergebruik huishoudens
Minstens +5 miljoen m続 t.o.v. 2007
10 Watergebruik industrie (exclusief koelwater)
Maximum 350 miljoen m続
11 Watergebruik landbouw
Maximum 43 mio m続
Doelbereik bepaald in/trend tot *2003, **2005
1) In 2007 voldoet 54% van de meetplaatsen aan de basiskwaliteit voor BZV. Ondanks de gunstige trend ligt het doel nog niet in bereik. 2) Het doel is niet in bereik. Momenteel halen 36% van de meetplaatsen de biologische kwaliteitsnorm. Het is onzeker of de huidige datareeks voldoet om de trend te bepalen, wegens schommelingen van het aantal meetpunten. De verbetering in vergelijking met vorige jaren wordt ten dele toegeschreven aan een inkrimping van het aantal meetpunten. 3) Van de meetplaatsen die in 2000-2006 goed of zeer goed scoorden, is 93% niet verslechterd. De doelstelling is daarmee momenteel bereikt. De inkrimping van het aantal meetpunten kan ook hier een rol spelen. 4) Eind 2007 bedraagt de zuiveringsgraad 67,9%. Hoewel de zuiveringsgraad blijft toenemen, verloopt die stijging steeds minder snel. Het doel zal waarschijnlijk niet bereikt worden. 5) De huidige aansluitingsgraad (2007) is 81,8%. In 2006 was dat 80,6%.
02MJP09.indd 46
12-01-2009 08:52:29
themabeleid
47
deel 2
6) In 2006 zijn in totaal 421 ha beheerovereenkomsten perceelsranden langs waterlopen afgesloten. De doelstelling wordt dus verwezenlijkt voor het gedeelte oeverzones via beheerovereenkomsten. In 2006 zijn er slechts 47 ha oeverzones aangekocht. Dat gedeelte van de doelstelling wordt niet gehaald. 7) In 45% van de meetputten werd in de periode 2003-2006 een lichte daling van het grondwaterpeil opgetekend. Momenteel is er bijgevolg geen status quo. 8) In 2003 gebruikte de bevolking ongeveer 222 miljoen m³ leidingwater (101 liter/inw. dag). Het drinkwaterverbruik toonde in de periode 2000-2003 geen duidelijke trend. 9) Het hemelwatergebruik bedroeg in 1999 ongeveer 19,3 miljoen m³. Voor 2003 werd dit op 26 miljoen m³ geschat. 10) In 1997 bedroeg het industriële watergebruik exclusief koelwater 452 miljoen m³. Sinds 2001 stabiliseert het gebruik zich rond 350 miljoen m³. 11) Het waterverbruik van de landbouwsector werd in 2005 op 67 miljoen m³ geschat.
Maatregelen en instrumenten: Integraal waterbeleid Toelichting en evaluatie tot 2008 Door de wijziging aan het decreet Integraal Waterbeleid door het verzameldecreet van 2007 werd het toepassingsgebied van de watertoets nader afgebakend. De Europese Zwemwaterrichtlijn werd omgezet in Vlaamse wetgeving via een aanpassing van Vlarem. Deze nieuwe richtlijn bevat bepalingen voor de controle en beoordeling van de zwemwaterkwaliteit, het beheer van de zwemwaterkwaliteit en de informatieverstrekking naar het publiek. Op 23 oktober 2007 werd de Europese Overstromingsrichtlijn goedgekeurd. De Overstromingsrichtlijn bouwt voort op de structuren en de plannen van de Kaderrichtlijn Water. Ze verplicht de lidstaten om te bekijken voor welke gebieden er risico op wateroverlast bestaat. Voor deze gebieden zullen er overstromingsrisicokaarten en -beheerplannen opgesteld worden. Een voorstel tot omzetting van deze Overstromingsrichtlijn in het decreet Integraal Waterbeleid werd uitgewerkt binnen de CIW. Naast de integratie op het niveau van de wetgeving, wordt ook gekozen voor een integratie op het niveau van de uitvoering. Zo zullen de overstromingsrisicobeheerplannen geïntegreerd worden in de volgende generatie stroomgebiedbeheerplannen. Door het Europese Parlement werd de dochterrichtlijn Prioritaire Stoffen van de kaderrichtlijn Water goedgekeurd. (zie thema Gevaarlijke Stoffen) Op het niveau van de internationale stroomgebieden faciliteren de Internationale Scheldecommissie (ISC) en de Internationale Maascommissie (IMC) de coördinatie van het waterbeheer tussen de oeverstaten. In beide commissies werden de overkoepelende delen van de stroomgebiedbeheerplannen voorbereid. Een nieuw Interreg-project in het Scheldedistrict werd voorbereid en is gestructuurd rond de peilers: vismigratie en ecologisch herstel, sedimentbeheer, monitoring en modellering van grondwater, ontwikkeling van indicatoren voor de beoordeling van effecten en baten van maatregelen, en communicatie. De Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) staat in voor de coördinatie van het integraal waterbeleid op Vlaams niveau. In 2008 was de voorbereiding van de ontwerp-stroomgebiedbeheerplannen voor de Schelde en de Maas de belangrijkste taak voor de CIW. De acties uit de bekkenbeheerplannen werden doorvertaald naar het
02MJP09.indd 47
12-01-2009 08:52:29
Milieujaarprogramma
48
2009
stroomgebiedniveau en leverden de input voor de basismaatregelen van de stroomgebiedbeheerplannen. Bijkomend worden aanvullende maatregelen geformuleerd die zullen bijdragen tot het realiseren van de goede toestand. Het gaat hierbij zowel om generieke maatregelen als specifieke inrichtings- en beheersmaatregelen. De uitwerking van het maatregelenprogramma gebeurde op basis van een kosteneffectiviteitsanalyse en een disproportionaliteitsanalyse. Op bekkenniveau zijn de bekkenstructuren operationeel. De bekkenbeheerplannen en de bijhorende deelbekkenbeheerplanen werden eind 2007 door de CIW overgemaakt. Aan de bekkenbesturen werd de opdracht gegeven een voorstel van prioritering van de acties en maatregelen uit de bekkenbeheerplannen met aanduiding van middelen en termijnen uit te werken.
Aanpak prioriteiten 2009 De omzetting van de (nieuwe) Europese richtlijnen Water
De nieuwe Zwemwaterrichtlijn werd omgezet in Vlaamse wetgeving via een aanpassing van Vlarem. Deze nieuwe richtlijn bevat bepalingen voor de controle en beoordeling van de zwemwaterkwaliteit, het beheer van de zwemwaterkwaliteit en de informatieverstrekking naar het publiek. In uitvoering van de richtlijn wordt een nieuwe lijst van zwemwateren opgemaakt. Dit gebeurt met maximale inspraak van het publiek. Verder wordt gestart met de opmaak van de zwemwaterprofielen. Voor elk zwemwater wordt een profiel opgesteld dat de bader informatie geeft over de kenmerken van het zwemwater, de verontreinigingen, mogelijke gezondheidsrisico’s en de genomen maatregelen ter beperking ervan. De Grondwaterrichtlijn is een dochterrichtlijn van de kaderrichtlijn Water en verscheen op 27 december 2006(2006/118/EG). Deze dochterrichtlijn wordt omgezet in Vlaamse wetgeving (uiterste datum 16 januari 2009) - normaal gezien in 2008. De dochterrichtlijn Prioritaire stoffen, waarvan verwacht wordt dat ze eind 2008 begin 2009 wordt goedgekeurd, wordt omgezet in Vlaamse wetgeving. In uitvoering van de richtlijn Overstromingsbeoordeling en -beheer worden overstromingsgevaarkaarten en overstromingsrisicokaarten voorbereid, op basis waarvan in de volgende stroomgebiedbeheerplannen overstromingsgebieden zullen afgebakend worden en bepalingen voor het beperken van de overstromingsrisico’s zullen opgenomen worden. Eind 2008 zal er volgens de Europese planning een voorstel van aanpassing van de Drinkwaterrichtlijn voorliggen. In 2009 gebeurt de standpuntbepaling. In het kader van de voorbereiding van het Europese voorzitterschap in de tweede helft van 2010, werd op basis van een analyse van de bestaande Europese regelgeving, een werkprogramma voor de Commissie voorbereid. Hierin wordt o.m. een Europese actie over sediment in aanvulling op de kaderrichtlijn Water en een herziening van de Drinkwaterrichtlijn voorgesteld. Verdere ontwikkeling van het juridisch & economisch instrumentarium voor integraal waterbeleid
Via een besluit op het decreet integraal waterbeleid wordt nadere uitwerking gegeven aan de financiële instrumenten (onteigening ten algemene nutte, recht van voorkoop, aankoopplicht en vergoedingsplicht). Deze financiële instrumenten kunnen ingezet worden in de overstromingsgebieden en de oeverzones die afgebakend zijn in de waterbeheerplannen. Een wijziging aan het besluit Watertoets met het oog op de isntelling van een lijst van vergunningen, plannen en programma’s die al dan niet onderworpen dienen te wor-
02MJP09.indd 48
12-01-2009 08:52:29
themabeleid
49
deel 2
den aan de watertoets wordt voorgelegd aan de Vlaamse Regering. Tegelijkertijd zal de kaart met overstromingsgevoelige gebieden geactualiseerd worden. Tegen eind 2008 worden richtlijnen verwacht voor het toepassen en het adviseren van de watertoets bij ruimtelijke uitvoeringsplannen en plannen van aanleg. In 2009 zullen er ook voor andere plannen en programma’s richtlijnen opgesteld worden. Daarnaast komt er een algemene leidraad ter ondersteuning van de adviesverleners in het kader van de watertoets. De ontwerp-stroomgebiedbeheerplannen voor de Schelde en de Maas zullen ten laatste op 22 december 2008 in openbaar onderzoek gaan. Voorafgaand ging een workshop met het middenveld door. Via een startnota werden een aantal instanties, waarvan sprake in het besluit van 12 oktober 2007 betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma’s, geïnformeerd en geraadpleegd over de reikwijdte, het detailleringsniveau en de werkwijze voor de milieubeoordeling van de stroomgebiedbeheerplannen. Voorafgaand aan het openbaar onderzoek wordt een geoloket uitgebouwd met informatie per waterlichaam over de karakteristieken, de waterbeheerder, de milieudoelstellingen en de eventuele afwijkingen. In 2007 keurde de Vlaamse Regering een subsidiebesluit Rubiconfonds goed dat subsidie voorziet voor lokale overheden voor waterbeheersingswerken. Een nieuwe regeling dient voorbereid te worden, waarbij ook de mogelijkheid wordt bekeken om het Rubiconfonds aan te wenden voor de financiële instrumenten van het decreet Integraal Waterbeleid (onteigening, recht van voorkoop, aankoopplicht en vergoedingsplicht). Dit fonds zal dus gebruikt worden om knelpunten weg te werken die ontstaan tussen de ruimtelijke plannen en de overstromingsplannen (onderdeel van de bekkenbeheerplannen). De Vlaamse Hydrografische Atlas (VHA) wordt steeds vaker als referentie gebruikt in o.a. uitvoering van de kaderrichtlijn Water, maar heeft tot op vandaag geen wettelijk statuut. In 2009 wordt verder gewerkt aan de opmaak van een juridisch statuut voor de VHA en verdere digitalisering van de waterlopen en watervlakken. De calamiteitenwerking van de Internationale Schelde- en Maascommissies wordt verder op punt gesteld. Het vastleggen van de klassengrenzen voor de goede toestand
De milieudoelstellingen die in uitvoering van de kaderrichtlijn Water tegen eind 2015 moeten gehaald worden, zullen eind 2008 vastgelegd zijn door middel van milieukwaliteitsnormen voor oppervlaktewater (gevaarlijke stoffen, fysisch-chemische parameters, biologie), milieukwaliteitsnormen voor waterbodems en milieukwaliteits- en kwantiteitsnormen voor grondwater. Bijkomende kwantiteitscriteria voor oppervlaktewater worden uitgewerkt in het kader van de ecologische functies van oppervlaktewater, scheepvaart, watervoorziening en wateroverlast. De milieudoelstellingen zullen mee opgenomen worden in de stroomgebiedbeheerplannen. De waterbeleidsplanning vorm geven
Binnen de Internationale Schelde- en Maascommissie werkt Vlaanderen mee aan de opmaak van de overkoepelende delen voor de stroomgebiedbeheerplannen voor Schelde en Maas. De Vlaamse stroomgebiedbeheerplannen en bijhorende maatregelenprogramma’s worden voor het eerst vastgesteld tegen eind 2009. De stroomgebiedbeheerplannen bevatten maatregelen om de goede toestand te halen. Voor de waterlichamen waarvan verwacht wordt dat ze de normen niet zullen halen tegen 2015, worden gemotiveerde termijnverlengingen voorgesteld. De ontwerpplannen worden vanaf 22 december 2008 voor een periode van zes maanden aan de bevolking voorgelegd.
02MJP09.indd 49
12-01-2009 08:52:29
Milieujaarprogramma
50
2009
Op basis van een evaluatie van de methodiek van eerste bekkenbeheerplannen wordt een voorstel van methodologie voor de volgende bekkenbeheerplannen voorgelegd aan de Vlaamse Regering. Een nieuwe Waterbeleidsnota wordt voorbereid tegen 2010. In de waterbeleidsnota legt de Vlaamse Regering haar visie vast op het integraal waterbeleid voor Vlaanderen. De eerste bekkenvoortgangsrapporten schetsen de voortgang van de uitvoering van de bekkenbeheerplannen en bevatten het advies van het bekkenbestuur over de investeringsprogramma’s van de waterbeheerders. Watersysteemkennis verder uitbouwen
Met het oog op meer interdisciplinair onderzoek naar watersystemen, bekijkt de CIW de mogelijkheden om een meerjarig “onderzoeksprogramma water” op te starten. Intussen wordt ook het economisch beoordelingskader voor de beoordeling van de disproportionaliteit in het kader van de maatregelenprogramma’s voor de stroomgebiedbeheerplannen verder ontwikkeld. Tegen eind 2008 wordt een geoloket uitgebouwd met informatie per waterlichaam over de karakteristieken, de waterbeheerder, de milieudoelstellingen en de eventuele afwijkingen. De CIW werkt verder aan de uitbouw van een online toegankelijk informatiesysteem watersysteemkennis (portaalsite). In het kader van de voorgestelde milieukwaliteitsnormen voor gevaarlijke stoffen worden nieuwe analysemethoden ontwikkeld voor o.m. gechloreerde alkanen, gebromeerde vlamvertragers, organotinverbindingen en PAK’s. De evaluatiemethoden voor de biologische parameters, opgenomen in de monitoringprogramma’s voor de watertoestand, worden bijgestuurd op basis van de opgedane ervaringen in het veld.
Maatregelen en instrumenten: Verontreiniging van oppervlaktewater Toelichting en evaluatie tot 2008 Om de richtlijn Stedelijk Afvalwater versneld te kunnen uitvoeren, definieerde het Vlaamse Gewest een aantal prioritaire projecten in de agglomeraties groter dan 10.000 inwonerequivalent (IE) en in de agglomeraties tussen 2.000 en 10.000 IE. Tevens werden een aantal acties ondernomen om de resterende doorlooptijd voor deze projecten tot een minimum te beperken. De uitvoering wordt nauwgezet opgevolgd via het maandelijkse overleg tussen het Vlaamse Gewest en de NV Aquafin zodat projecten die meerdere jaren geblokkeerd waren, de afgelopen jaren konden aanbesteed worden. De bouw van de RWZI Tervuren kon begin 2008 eindelijk aangevat worden. Hiermee zal de laatste RWZI, gelegen in een agglomeratie groter dan 10.000 IE, begin 2009 in gebruik genomen worden. Via het Optimalisatieprogramma 2010-2014 neemt het Vlaamse Gewest in het kader van het Lokaal Pact met de gemeenten 100 miljoen euro aan gemeentelijke investeringsinspanningen ten laste. Hierdoor zal eind 2008 - begin 2009 voor het eerst een investeringspakket van 250 miljoen euro ter uitvoering worden opgedragen aan de NV Aquafin. Met het zoneringsbesluit van 10 maart 2006 kregen de zoneringsplannen een wettelijke grondslag. De eerste zoneringsplannen voor 254 gemeenten werden op 28 augustus 2008 bij uittreksel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Voor de overige gemeenten is het openbaar onderzoek over het ontwerp van zoneringsplan lopende of afgerond. Verwacht wordt dat ook voor deze gemeenten het zoneringsplan eind 2008 definitief zal kunnen vastgesteld worden. Ook de methodiek voor de opmaak van de gebiedsdekkende uitvoeringsplannen zal eind 2008 beschikbaar zijn.
02MJP09.indd 50
12-01-2009 08:52:29
themabeleid
51
deel 2
Door de aanpassing (9 mei 2008) van Vlarem I en Vlarem II aan het zoneringsbesluit is de gemeente verplicht bij de aanleg van nieuwe riolering steeds een gescheiden stelsel aan te leggen volgens de principes van optimale afkoppeling. Dit betekent dat ook bestaande woningen een scheiding van afvalwater en hemelwater moeten doorvoeren wanneer riolering wordt (her)aangelegd. Het subsidiebesluit voor de aanleg van rioleringen en kleinschalige waterzuiveringsinstallaties werd aangepast met als doel de gemeenten en intercommunales te stimuleren IBA’s in eigen beheer te nemen. In februari 2008 werd het gecombineerde 3de en 4de kwartaalprogramma 2008 (92 projecten voor 102 miljoen euro) goedgekeurd, in juni 2008 het 1ste kwartaalprogramma 2009 (127 projecten voor 165 miljoen euro). Het indicatorenkader voor de beoordeling van de kwaliteit van de werking van de bovengemeentelijke leidingen en de RWZI’s bevindt zich in de operationele fase. Er kan een evaluatie gemaakt worden van het transport en de behandeling van 50% van de aan te sluiten huishoudelijke vuilvracht. Sinds 2004 worden aan de RWZI’s naast de effluentconcentraties ook minimale verwijderingspercentages opgelegd (de zogenaamde kleine Vlaremtrein). Voor 200 RWZI’s die de minimale verwijderingspercentages voor één of meerdere parameters niet zonder meer kunnen halen, werden in de periode tot begin 2007 de te behalen verwijderingspercentages tijdelijk (meestal voor vijf jaar) aangepast in de milieuvergunning van de RWZI. Hierbij werden de voorgestelde herstelprogramma’s in de vergunningen geïmplementeerd, zodat via gerichte ingrepen wordt gestreefd naar een meer optimale werking van de RWZI’s om op termijn te kunnen voldoen aan de Vlarem-effluentnormering. Aansluitend op het indicatorenkader voor NV Aquafin wordt een indicatorenkader voor het beheer van de gemeentelijke saneringsinfrastructuur voorbereid. Het theoretische kader dat in 2008 werd uitgewerkt, wordt momenteel uitgetest op drie gemeenten. Midden 2008 is de gemeentelijke zuiveringsinfrastructuur in ruim de helft van Vlaanderen doorgelicht. Hierbij werden ongeveer 6.500 knelpunten geïnventariseerd. Hiermee zijn de gebieden doorgelicht die het meest problematisch zijn m.b.t. de verdunning van het afvalwater. Verdunning leidt immers tot een lager rendement van de zuiveringsinstallaties. Een aantal van deze knelpunten zijn intussen weggewerkt of worden aangepakt door specifieke inspanningen. Voor de uitvoering van de gemeentelijke saneringsverplichting worden de afspraken vastgelegd in een contract tussen de drinkwatermaatschappij en de gemeente of een gemeentebedrijf, een samenwerkingsverband van gemeenten, een intercommunale of een andere entiteit aangesteld door de gemeente. Inmiddels hebben 304 van de 308 gemeenten een contract afgesloten. Voor 294 gemeenten voorziet het contract dat een gemeentelijke bijdrage wordt aangerekend aan de abonnee. In bijna 70% is de gemeentelijke bijdrage hoger dan de bovengemeentelijke (met een gereglementeerd maximum van 1,4 keer de bovengemeentelijke bijdrage). In overleg met de drinkwatermaatschappijen werd een rapporteringsstructuur uitgewerkt waarmee de aanrekening van de bovengemeentelijke en gemeentelijke saneringskosten, de procedures voor het toekennen van sociale en ecologische vrijstellingen en de werkingstoelage aan de drinkwatermaatschappijen worden opgevolgd. Voor het toezicht op de gemeentelijke saneringsinitiatieven is een rapporteringsinstrument uitgewerkt waarmee een globaal zicht wordt verkregen op de jaarlijkse uitgaven en inkomsten op het vlak van gemeentelijke afvalwatersanering. Dit moet toelaten om de uitgaven te toetsten aan de hoogte van de gemeentelijke saneringsbijdrage of vergoeding. Bedrijven kunnen voor de sanering van hun afvalwater afkomstig van de eigen waterwinning onder bepaalde voorwaarden rechtstreeks een contract afsluiten met de NV Aquafin. In 2007 beschikten 315 bedrijven over een saneringscontract, meestal met
02MJP09.indd 51
12-01-2009 08:52:29
Milieujaarprogramma
52
2009
een looptijd van 20 jaar. Dit betekent een toename van meer dan 20% ten opzichte van 2006. Aquafin rekent de bovengemeentelijke saneringskosten rechtstreeks aan deze bedrijven aan. De kaderrichtlijn Water vraagt dat alle watergebruikers tegen eind 2010 een redelijke bijdrage leveren in de kosten voor waterdiensten. Er werd een methodologie ontwikkeld om het aandeel van de watergebruikers in de bovengemeentelijke saneringskosten te bepalen. In het kader van de heffingen grootverbruikers werden de omzettingscoëfficiënten herbepaald voor de sectoren natwasserijen en textiel. De herberekening voor de groenteconservenbedrijven wordt momenteel afgerond. Daarnaast worden de voorbereidingen opgestart voor het herbepalen van de omzettingscoëfficiënten voor de zuivelindustrie en de cacao-, chocolade-, suikerwerk- en honingfabrieken. De omzendbrief afvalwater van 23 september 2005 zoekt naar een evenwicht tussen de afkoppelingskosten voor bedrijven en de te realiseren verbetering van de waterkwaliteit zonder dat de lozing van bedrijfsafvalwater de werking van de zuiveringsinfrastructuur hypothekeert. Binnen de CIW hebben de waterbeheerders en diverse afvalwateractoren een gezamenlijke visie op het afvoeren van hemelwater en gezuiverd afvalwater uitgewerkt. Deze moet zorgen voor uitvoerbare saneringsscenario’s voor de afkoppeling van hemelwater en/of gezuiverd afvalwater van de riolering waarbij de bestaande infrastructuur zoveel mogelijk wordt ingeschakeld. Bij de herziening van vergunningen worden de uitgangspunten van het in 2005 geactualiseerde reductieprogramma Gevaarlijke Stoffen geïmplementeerd. Om de lozing van de steeds meer niet-klassieke stoffen in afvalwater te normeren wordt de ecotox-normering uitgewerkt in concrete vergunningsvoorwaarden ter aanvulling van de lozingsvoorwaarden voor de individuele stoffen. Daarnaast gebeurt er een ad hoc actualisatie van de sectorale voorwaarden op basis van BBT-studies en beschikbare meetgegevens. Het emissieregister water werd afgestemd op het geïntegreerde formulier van het Integraal Milieu Jaarverslag en voorzien van een datawarehouse om te kunnen voldoen aan de rapporteringsverplichtingen. In het kader van de Europese PRTR-verordening (Pollutant Release and Transfer Register-verordening) werd gestart met de uitwerking van een geïntegreerd rapporteringsloket tegen eind 2009. Voor de optimalisatie en uitbreiding van de waterbodemdatabank werd gestart met de uitwerking van een module voor de kwantitatieve bepaling van baggerspecie en een module voor het meetnet zwevend stof. Er werd begonnen met de integratie van de nieuwe index voor invertebraten in uitvoering van de kaderrichtlijn Water in de meetdatabank oppervlaktewater. Het Afvalwater Informatie Systeem (AWIS), voor de opvolging van de afvalwaterzuiveringsinfrastructuur in Vlaanderen, is sinds het najaar van 2008 in productie. Aansluitend wordt voorzien in de uitbreiding van het AWIS-systeem met modules voor de opvolging van gewestelijke en gemeentelijke investeringsprojecten voor de zuiveringsinfrastructuur.
Aanpak prioriteiten 2009 Investeringsprogramma’s voor de bovengemeentelijke waterzuiveringsinfrastructuur opmaken
Na de veroordeling in 2004 werd een inhaaloperatie voor de grotere agglomeraties op touw gezet onder de titel “ERSA-P”. De resultaten hiervan zijn duidelijk merkbaar: Eind 2008 zal 99% conformiteit inzake collectering gerealiseerd zijn en zullen 111 van de 112 zuiveringsinstallaties in gebruik genomen zijn. De ontbrekende zuiveringsinstallatie van Tervuren zal begin 2009 in gebruik worden genomen. Omdat op 31 december 2005 ook de termijn voor de agglomeraties tussen 2.000 en 10.000 IE verviel, werd intussen een gelijkaardige actie opgestart voor deze groep (“ERSA-P-bis”).
02MJP09.indd 52
12-01-2009 08:52:29
themabeleid
53
deel 2
Bovendien blijft Vlaanderen via de Optimalisatie- en Subsidiëringsprogramma’s verder investeren in de optimalisatie en renovatie van de bovengemeentelijke en gemeentelijke saneringsinfrastructuur. Via het Optimalisatieprogramma 2010-2014 dat door de Vlaamse Regering in het najaar van 2008 zal worden goedgekeurd, zal het Vlaamse Gewest daarenboven in het kader van het Lokaal Pact met de gemeenten 100 miljoen euro aan gemeentelijke investeringsinspanningen ten laste nemen. Op die manier zal eind 2008 - begin 2009 voor het eerst een investeringspakket van 250 miljoen euro ter uitvoering worden opgedragen aan de nv Aquafin. Ook in het najaar van 2009 zal een gelijkaardig pakket aan investeringsprojecten via het Optimalisatieprogramma 20112015 worden goedgekeurd en aan de nv Aquafin worden opgedragen. Uitvoering van de zoneringsplannen
Tegen eind 2008 zullen bijna alle definitieve zoneringsplannen beschikbaar zijn. Tegen dan zal naar verwachting ook de methodiek voorhanden zijn voor de opmaak van de gemeentelijke gebiedsdekkende uitvoeringsplannen. Deze methodiek wordt momenteel verder uitgewerkt en toegepast op 12 proefgebieden. In 2009 kan dan gestart worden met de opmaak van de uitvoeringsplannen. Na de aanpassing van VLAREM II aan de nieuwe reglementering van de zoneringsplannen betreffende de afkoppeling van hemelwater en de bouw van IBA’s (individuele behandeling van afvalwater) zal de handhaving van deze reglementering op punt gesteld worden. Bijsturing subsidiebesluit voor gemeentelijke rioleringen
Om gemeenten te stimuleren om IBA’s in eigen beheer te nemen en zo tot beter geplaatste en geëxploiteerde IBA’s te komen, kwam er in mei 2008 een aanpassing van het subsidiebesluit voor de gemeentelijke rioleringen. Er komt een onderzoek naar de noodzaak van een bijsturing van het subsidiebesluit voor de gemeentelijke rioleringen. Het subsidiebesluit dient in overeenstemming te zijn met de op te maken gebiedsdekkende uitvoeringsplannen voor rioleringen in het buitengebied. Om de gemeenten verder te ondersteunen zal, net zoals in 2008, het beschikbare budget voor de subsidiëring van gemeentelijke saneringsinfrastructuur met 25 miljoen euro worden verhoogd. Kostentoerekening saneringskosten
De methode voor kostentoerekening die ontwikkeld werd voor het bepalen van het aandeel van de verschillende doelgroepen (huishoudens, landbouw en industrie) in de kostprijs voor de bovengemeentelijke sanering, wordt toegepast op de recente data. Tevens wordt onderzocht hoe de knelpunten in deze methodologie weggewerkt kunnen worden en hoe de methodologie overgebracht kan worden op gemeentelijk vlak. Hiertoe dienen in de eerste plaats de resultaten van het rapporteringsinstrument voor de gemeentelijke sanering verwerkt te worden waarmee de gemeenten bevraagd worden over hun inkomsten en uitgaven op vlak van afvalwatersanering. Ook m.b.t. de productie en levering van water bestemd voor menselijke aanwending zal een methode voor de kostenterugwinning, met tenminste een onderscheid tussen gezinnen, industrie en landbouw, moeten opgemaakt worden. Het economisch toezicht op bovengemeentelijk vlak wordt verder uitgebouwd vnl. door het uitwerken van een basispakket indicatoren dat een objectieve benchmarking van de verschillende activiteiten moet toelaten (exploitatiekosten Aquafin, kostenefficiëntie gemeenten/rioolbeheerders, doorrekenen van de saneringskosten via de bijdrage/vergoeding). Dit vereist in eerste instantie het uniformeren van de rapporteringen en het uitbouwen van gebruiksvriendelijke databanken. Zo vereist een concrete uitwerking van het gemeentelijke ondernemingsplan een zo spoedig mogelijke overgang naar een internet-gebaseerd ondernemingsplan.
02MJP09.indd 53
12-01-2009 08:52:29
Milieujaarprogramma
54
2009
Verder uitwerken nieuwe beheersovereenkomst Aquafin
Aquafin NV is momenteel 100% eigendom van het Vlaamse Gewest. Dit biedt de mogelijkheid om wijzigingen aan of nieuwe evaluatiemethoden in de overeenkomst een zekere proeftijd te laten doorlopen en te evalueren alvorens ze in te voeren. Het indicatorenkader voor de evaluatie van de bovengemeentelijke saneringsinfrastructuur bevindt zich in de operationele fase en wordt uitgebreid, zodat een evaluatie mogelijk wordt van het transport en de behandeling van 50% van de aan te sluiten huishoudelijke vuilvracht. In de volgende jaren zal de beoordeling verder uitgebreid worden in de breedte (toepassing op meer zuiveringsgebieden) en in de diepte (meer opgevolgde infrastructuur onderdelen, vb. de pompstations in het stelsel). Optimalisatie werking RWZI’s
Aansluitend op het indicatorenkader voor Aquafin wordt een indicatorenkader voor het beheer van de gemeentelijke saneringsinfrastructuur uitgewerkt. Het theoretische kader dat in de eerste helft van 2008 werd ontwikkeld, wordt uitgetest in drie gemeenten. Tenslotte komt er een verdere uitbouw van het economisch en het ecologisch toezicht (VMM) via o.a. normering, indicatoren en benchmarking teneinde de kostenefficiëntie van de verschillende actoren (gemeentelijk en bovengemeentelijk) te beoordelen. De verdunningsproblematiek werd gericht aangepakt. Daarnaast blijft de CIW het forum om een beleidsdomeinoverschrijdende aanpak voor de relevante hydraulische knelpunten in het rioleringsstelsel uit te werken. Vergunningen lozing afvalwater
Er wordt verder prioriteit gegeven aan de uitvoering van het reductieprogramma Lozing Gevaarlijke Stoffen 2005, meer bepaald aan een concrete uitwerking van de individuele aanpassingen van de vergunningen en prioritering hiervan en aan het verder gebruik van ecotoxiciteitsparameters in complexe vergunningsdossiers, tezamen met het op punt stellen van andere effectgerichte screeningmethodieken. De voorbereidingen voor een nieuw reductieprogramma tegen 2011 worden gestart. In het kader hiervan gebeurt er een kwantitatieve screening naar nieuwe relevante gevaarlijke stoffen in oppervlaktewater en afvalwater.
Maatregelen en instrumenten: Verdroging Toelichting en evaluatie tot 2008 Acties en investeringen, vermeld in de bekkenbeheerplannen, krijgen bijzondere aandacht. In 2008 zijn volgende projecten opgestart: oeverzoneproject voor de Poperingevaart; in uitvoering: overstromingsgebied op de Marke te Galmaarden, oeverzoneproject voor de Abeek; uitgevoerd: aanleg van gecontroleerde overstromingsgebieden op de Molenbeek (Erpe-Mere), verlegging van de Gaverbeek (Harelbeke). In 2008 zijn leemtes in meetlocaties en gemeten parameters verder ingevuld, is het online inschakelen van alle relevante meetposten in een telemetriesysteem uitgewerkt, zijn de online meetgegevens in functie van vragen van de waterbeheerders beschikbaar gesteld. Het bestaande vereenvoudigde voorspellings- en waarschuwingssysteem voor overstromingen voor heel Vlaanderen is in 2008 verder verfijnd. In het Dijlebekken is in 2008 een gedetailleerd systeem in gebruik genomen. De onderhandelingen voor het indienen van projecten voor financiering (max. 50 %) via de Europese structuurfondsen voor de periode van 2007-2013 liepen in 2007 en
02MJP09.indd 54
12-01-2009 08:52:30
themabeleid
55
deel 2
2008. In september 2008 zijn al volgende projecten goedgekeurd onder Interreg IVb NW Europa: Wave, Alfa en FRS. Voor andere projecten zijn de onderhandelingen nog lopend. Met het oog op de lokale waterbeheerprojecten nam het Vlaamse Gewest initiatieven om de Polders en Wateringen te reorganiseren en de rol ervan te herdefiniëren. Mogelijke fusies of gebiedsuitbreidingen zijn opgestart. De fusie tot de Middenkustpolder is gerealiseerd. Een type huishoudelijk reglement is opgemaakt. Zowel overstromingen als grondwaterwijzigingen ten gevolge van waterwinning of ingrepen in de waterlopen kunnen een belangrijke impact hebben op landbouw en natuur. Om in de toekomst deze impact beter te kunnen inschatten, wordt een beslissingsondersteunend model ontwikkeld. In de regio van de Kleine Nete tussen Herentals en Kasterlee werd dit in de praktijk toegepast en werden de mogelijkheden onderzocht om de ecologische doelstellingen in de vallei te herstellen zonder een negatief effect op het landbouwgebruik in de omgevende zones te veroorzaken. Voor verschillende overgeëxploiteerde lagen zijn sinds 2005 aangepaste gebieds- en laagfactoren ingevoerd in de grondwater-heffingsformule. Voor deze lagen worden eveneens gewestbijdragen voorzien voor de uitbouw van grijswatercircuits om de grondwatervergunning van industriële bedrijven af te bouwen - de financiering van deze projecten gebeurt door leefmilieu en economie. Naast de industrie zijn ook landbouwbedrijven vragende partij om in aanmerking te komen voor subsidie voor grijswaterprojecten. Voor deze projecten is de medefinanciering van het departement landbouw noodzakelijk. In 2008 werkte de leefmilieuadministratie een voorontwerp van subsidiebesluit uit. In 2008 wordt op basis van de recente grondwatermodelleringen het vergunningenbeleid en het heffingenbeleid verder afgestemd.
Aanpak prioriteiten 2009 Aanpakken van de wateroverlast en ecologisch herstellen van watersystemen
Bij de aanpak van wateroverlast wordt het concept “vasthouden-bergen-afvoeren” verder toegepast, met aandacht voor de afstemming tussen de verschillende functies van het valleigebied en het ecologische herstel van watersystemen. Dit herstel omvat o.m. hermeandering, structuurherstel van de waterloop en het oplossen van vismigratieknelpunten. Daarnaast wordt ook in 2009 de intensieve bestrijding van de exoten verder gezet. Acties en investeringen, vermeld in de bekkenbeheerplannen, krijgen bijzondere aandacht. In 2009 staan o.a. volgende realisaties op het programma: gecontroleerd overstromingsgebied op de Herk te Stevoort, op de Jeker (Lauw), gecontroleerd overstromingsgebied op de Zwalm (Brakel), oeverzone en visdoorgang Poperingevaart en de hermeandering van de Dommel. Volgende projecten worden opgestart: visdoorgang en beekherstel Warmbeek en beekherstel Demer te Herkenrode. De bouw van twee pompstations op de Schijn, één aan het Churchilldok en één aan het Delwaidedok, passen binnen het strategisch plan Antwerpse haven rechteroever en vormen het sluitstuk om het noorden van Antwerpen tegen wateroverlast te beschermen. Op de begroting 2008 werd reeds budget voorzien om de opmaak van de voorontwerpen voor deze pompstations te starten. Operationeel beheer van de waterlopen
De operationele meetnetten nodig om de infrastructuur te kunnen sturen worden verder uitgebouwd: de leemtes in meetlocaties en gemeten parameters worden ingevuld (vnl. om opnieuw correct debiet te registreren op waterlopen onderhevig aan exces-
02MJP09.indd 55
12-01-2009 08:52:30
Milieujaarprogramma
56
2009
sieve plantengroei) en de resterende meetposten worden uitgelezen via telemetrie. Het bestaande vereenvoudigde voorspellings- en waarschuwingssysteem voor overstromingen voor heel Vlaanderen wordt in 2009 verder verfijnd door de opbouw van gedetailleerde voorspellingssystemen in IJzer- en Demerbekken. Voor performantere voorspellingen van overstromingen is een bijkomende neerslagradar aangewezen. In 2009 wordt de bouw van deze radartoren in Jabbeke in samenwerking met W&Z in de planning opgenomen. Voor een aantal waterlopen in het Waasland zal de opmaak van een (off-line) basismodel worden opgestart. Er komt een inhaalbeweging wat betreft het ruimen van onbevaarbare waterlopen om de historische achterstand weg te werken. In 2008 zal hier nog 8 miljoen euro extra voor vrijgemaakt worden en vanaf 2009 worden 4 miljoen extra recurrente middleen ter beschikking gesteld. Aanpassen van bekken en deelbekken beheerplannen voor extreme overstromingen
Het beschikbare modelinstrumentarium voor ongeveer 4.000 km onbevaarbare waterloop zal herrekend worden waarbij zowel de recente extreme zomeronweders als inschattingen van het toekomstig neerslagklimaat (climate change) zullen gebruikt worden. Nieuwe gemodelleerde overstromingskaarten zullen worden opgesteld. Deze gebieden zullen opgedeeld worden in drie zones: één waar remediëring zal gebeuren via instrumenten van de ruimtelijke ordening (delokalisatie), een tweede die het actiegebied afbakent waar de waterbeheerders de noodzakelijke investeringen doen en een derde waar het verzekeringsstelsel en het rampenfonds speelt. Via de simulatiemodellen zullen een veelheid aan maatregelen worden uitgewerkt, welke na kosten-baten analyse en afweging binnen de bekkenbesturen zullen toelaten de zonering en prioritering op te stellen. Verdere uitwerking van het gebiedsgericht grondwaterinstrumentarium
Ook in 2009 worden op basis van de grondwatermodelleringen het vergunningenbeleid en het heffingenbeleid op elkaar afgestemd. Bijkomend worden in 2009 voor de meest bedreigde grondwaterlichamen op basis van scenarioberekeningen herstelmaatregelenprogramma’s uitgewerkt. Naast industriële bedrijven zouden in 2009 ook landbouwbedrijven in aanmerking moeten komen voor subsidie voor de uitbouw van grijswatercircuits. Ook hier geldt een afbouw van de grondwaterwinning uit een bedreigde watervoerende laag als voorwaarde. In overleg met het departement Landbouw zal een aangepast subsidiebesluit uitgewerkt worden. Opvolgen kwaliteit water bestemd voor menselijke consumptie
In het najaar 2008 start het validatieprogramma water bestemd voor menselijke consumptie. Dit houdt in dat de overheid in openbare gebouwen een controlestaal neemt om de resultaten die de drinkwatermaatschappijen rapporteren te valideren. Over een periode van 3 jaar worden alle leveringsgebieden bemonsterd. Regulator drinkwatersector oprichten
Het Drinkwaterdecreet van 24 mei 2002 voorzag de oprichting van een onafhankelijke reguleringsinstantie met rechtspersoonlijkheid met als opdracht te inventariseren, te evalueren, te adviseren en te rapporteren over alle aangelegenheden met betrekking tot water bestemd voor menselijke aanwending (artikel 12 § 1 van het decreet). De taken van de reguleringsinstantie zijn in het decreet zeer ruim geformuleerd. Het economisch toezicht op de afvalwatersector is reeds toegewezen aan een onafhankelijk rechtpersoon, nl. de VMM. De VMM heeft zich ondertussen gereorganiseerd als economisch toezichthouder op de afvalwatersector. Bij de invulling van de reguleringstaken
02MJP09.indd 56
12-01-2009 08:52:30
themabeleid
57
deel 2
zijn overlappingen met de taken die al uitgevoerd worden door de VMM dan ook niet te vermijden. De grootste synergie is dan ook te bereiken door integratie van deze reguleringsinstantie binnen de VMM. Daarbij zullen garanties ingebouwd worden om de onafhankelijkheid van de reguleringsinstantie en de vertrouwelijkheid van de gegevens te garanderen. De personeelsleden van de reguleringsinstantie zullen geen taken of functies vervullen die niet verenigbaar zijn met het uitoefenen van hun taken en functie bij de reguleringsinstantie. Om de incorporatie van de reguleringsinstantie binnen de VMM mogelijk te maken wordt het Drinkwaterdecreet aangepast. De taken van de reguleringsinstantie van de drinkwatermaatschappijen zijn in extenso opgenomen in artikel 12 van het decreet betreffende water bestemd voor menselijke aanwending. Deze taakstelling blijft onverminderd van toepassing. De kerntaak van de reguleringsinstantie zal zich in de eerste fase vooral richten op prestatievergelijking van exploitanten van een openbaar distributienetwerk, met de bedoeling om via de prestatievergelijking na te gaan of de drinkwatermaatschappijen aan hun abonnees/klanten water leveren tegen een correcte (marktconforme) prijs. De beperking tot een loutere prestatievergelijking van de exploitanten is een eerste belangrijke stap in de regulering van de drinkwatersector. De regulering van de drinkwatersector zal gradueel verder uitgebouwd worden in functie van de beschikbare gegevens en expertise. De wijze waarop deze bijkomende opdracht gradueel wordt uitgebouwd, zal worden opgevolgd en gestuurd via de beheersovereenkomst van het IVA met rechtspersoonlijkheid, VMM en de jaarlijkse ondernemingsplannen die een onderdeel vormen van de begrotingsopmaak. De ďŹ nanciering zal gebeuren via de VMMdotaties uit de algemene uitgavenbegroting. De uitgaven van de reguleringsinstantie zullen als afzonderlijke artikels binnen de VMM-begroting opgenomen worden. Aan de hand van een visienota zal de Vlaams minister bevoegd voor Leefmilieu aangeven hoe ze de verdere evolutie ziet van de taken van de reguleringsinstantie. De reguleringsinstantie zal jaarlijks over haar activiteiten schriftelijk verslag uitbrengen. Dit verslag wordt ter kennis gebracht van het Vlaams Parlement, SERV en Minaraad.
02MJP09.indd 57
12-01-2009 08:52:30
Milieujaarprogramma
58
2009
10. Hinder Plandoelstellingen De doelstellingen zijn aangegeven in het MINA-plan 3+. Ze worden opgevolgd met behulp van onderstaande indicatoren. De indicatoren zijn hieronder opgesomd. De indicatoren i.v.m. lichthinder zijn niet opgenomen gezien er momenteel geen opvolging mogelijk is. Indicatoren
1 Aantal potentieel ernstig gehinderden door geluid 2 Oppervlakte stiltegebied
doelstelling (2010)
Trend 2002-2006
Max. 15%
+/-
Min. 300 km²
Doelbereik (%) (2006) (2008) 11 9
3 % door geur gehinderde burgers
Max. 15%
93
4 % van de bevolking ernstig tot extreem gehinderd door geur
Max. 3%
0
1) Het aantal potentieel ernstig gehinderden schommelt rond 17%. Er is geen duidelijke trend waar te nemen. Het doel is niet in bereik. 2) Het oppervlakte stiltegebied is sinds 2001 gelijk gebleven en bedraagt 28 km². 3) Het aantal door geur gehinderde burgers is de periode 2004-2008 nagenoeg ongewijzigd gebleven (15,3% in 2008). Ten opzichte van de situatie in 2001 (19% gehinderden) is de toestand wel verbeterd. Het doel werd wel nog niet bereikt. 4) Het aantal ernstig tot extreem gehinderden is licht gestegen in 2008 (5,5%) ten opzichte van 2004 (5,2%), terwijl we streven naar een afname tot maximaal 3% van de bevolking. Het doel is niet in bereik.
Maatregelen en instrumenten: Hinder Toelichting en evaluatie tot 2008 De registratie van meldingen van milieuhinder door gemeenten in MKROS is intussen op kruissnelheid gekomen. De voorbije jaren werden telkens meer dan 5000 klachten geregistreerd. Ook in 2008 werd het systeem op technisch vlak verder verbeterd. SLO-2 werd uitgevoerd in het voorjaar van 2008. Het eindrapport met de resultaten is ter beschikking via www.milieuhinder.be. Ter voorbereiding van de evaluatie van milieuzonering als instrument binnen processen van ruimtelijke ordening werd een studieopdracht voorbereid.
Aanpak prioriteiten 2009 Versterken instrument milieuzonering binnen plan-MER en RUP-processen
In samenwerking met het beleidsdomein RWO zal in 2009 worden geĂŤvalueerd op welke wijze principes van milieuzonering voor hinderlijke inrichtingen op bedrijventerreinen al dan niet binnen ruimtelijke ordeningsprocessen en -plannen opgenomen kunnen worden.
02MJP09.indd 58
12-01-2009 08:52:30
themabeleid
59
deel 2
Maatregelen en instrumenten: Verstoring door geluid Toelichting en evaluatie tot 2008 Het geluidsmodel dat moet dienen voor de kartering van agglomeraties is klaar en geïnstalleerd bij de diensten van de betrokken steden (Antwerpen en Gent voor de 1ste fase, Brugge voor de 2de fase). De strategische geluidsbelastingkaarten van de spoorwegen met meer dan 60.000 treinen per jaar (1ste fase) zijn klaar. De opdracht voor de wegen is lopende: de kaarten worden verwacht tegen november 2008. De geluidactieplannen zijn in voorbereiding. Het geluidsmeetnet rond de luchthaven van Zaventem werd verder vernieuwd. Via meetrapporten en maandelijkse geluidsfiches op de website worden de actuele meetgegevens van de LNE-meeteenheden rond de luchthaven bekend gemaakt. Het overzichtsrapport voor 2006 met de meetresultaten van de verschillende meetnetten (LNE-BIM-BAC) is klaar en eveneens ter beschikking. Het rapport voor 2007 is in voorbereiding. Het verdere beleid rond stiltegebieden loopt in samenwerking met plattelandsbeleid (IPO) en lokaal cultuurbeleid (o.a. stilte als onroerend erfgoed). Voor een aantal stiltegebieden in Limburg (Gerhagen in Tessenderlo en Stamproyerbroek en omgeving in Noordoost Limburg), zijn de geluidscontroles aan de gang die nodig zijn voor het toekennen van het ‘kwaliteitslabel stiltegebied’.
Aanpak prioriteiten 2009 Geluidskaarten en geluidsactieplannen omgevingslawaai opmaken
In uitvoering van de Europese richtlijn 2002/49 aangaande omgevingslawaai werden geluidskaarten opgemaakt. De geluidskaarten voor de agglomeraties worden in 2009 afgewerkt. In 2009 worden de actieprogramma’s ontwikkeld, de raadplegingsprocedure wordt uitgewerkt en vervolgens uitgevoerd. Objectieve gegevens worden geleverd door het geluidmeetnet ANNE. De vernieuwing van dit meetnet wordt voltooid in 2009. Ontwikkeling nieuwe stiltegebieden
In 2009 worden de eerste kwaliteitslabels uitgereikt voor een aantal gebieden in Vlaanderen. De toekenning van een kwaliteitslabel is een deel van de verdere ontwikkeling en bescherming van stille gebieden en vindt aansluiting bij een bredere aanpak vanuit platteland, cultuur en welzijn.
Maatregelen en instrumenten: Verstoring door geur Toelichting en evaluatie tot 2008 Het visiedocument heeft in de loop van 2008 via verschillende overlegmomenten met de belangrijkste betrokkenen een solide status bekomen binnen de milieuadministratie. Het zal de basis vormen voor een maatschappelijk debat.
02MJP09.indd 59
12-01-2009 08:52:30
Milieujaarprogramma
60
2009
Aanpak prioriteiten 2009 Uitwerken geurbeleidsmaatregelen
In functie van de resultaten van het maatschappelijk debat wordt in 2009 effectief gestart met de implementatie van die geurbeleidsmaatregelen en -regelgeving waarover een voldoende ruim draagvlak bestaat.
Maatregelen en instrumenten: Verstoring door licht Toelichting en evaluatie tot 2008 De voorbije jaren zijn een aantal sensibiserende acties ondernomen (brochure Wegverlichting, DULOMI-project, databank lichthinder). In 2008 werd een beleidsonderbouwende studie opgestart die afgerond wordt in 2009 en die tot doel heeft een beter zicht te geven op de noden voor het te voeren lichthinderbeleid.
02MJP09.indd 60
12-01-2009 08:52:30
themabeleid
61
deel 2
11. Versnippering Plandoelstellingen De doelstellingen zijn aangegeven in het MINA-plan 3+. Ze worden opgevolgd met behulp van onderstaande indicatoren. Indicatoren
1 % gesaneerde knelpunten op het netwerk van prioritaire waterlopen
doelstelling (2010)
Trend 2002-2007
100%
++
Doelbereik (%) (2006) (2007) 14
15
door vismigratie
1) Het doel is niet in bereik, ondanks de gunstige trend. In 2007 waren 15% van de vismigratieknelpunten op het netwerk van prioritaire waterlopen gesaneerd.
Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2008 Voor het bevorderen van de migratie tussen en binnen leefgebieden worden al geruime tijd een aantal strategische NTMB-ontsnipperingsingrepen uitgevoerd. Deze projectmatige aanpak is aangevuld met een procesmatige benadering over betrokken beleidsdomeinen heen. De bermbeheersplannen voor de E403, de A19, de R8, de E313,de E40, de R0, de T300-N378, de E17, de A12-noord, de E34 (Antwerpen), de E314, de E411, de E429 met inbegrip van de N203a, de R1, de R2, de E19-noord en de N49 (district SintNiklaas) werden afgerond. Voor de kanalen in beheer bij NV De Scheepvaart in Antwerpen en Limburg zijn ontsnipperingsstudies uitgewerkt. Op basis hiervan worden eigen ontsnipperingsprojecten uitgevoerd en adviezen gegeven bij projecten van NV De Scheepvaart. Hierbij gaat het o.m. over de bouw van fauna-uitstapplaatsen, de natuurtechnische inrichting van niet meer gebruikte zwaaikommen langs het kanaal Dessel-Schoten en de inrichting van bedrijventerreinen langs het Albertkanaal. Langs het kanaal Bocholt-Herentals wordt een oude vooroever hersteld en uitgebreid. Er loopt eveneens een overleg rond natuurtechnisch oeverherstel en de aanleg van twee buitenoeverse paaiplaatsen. De aanbestedingsprocedure hiervoor wordt opgestart. In het certiďŹ ceringsproces voor natuurtechnische oeverbeschermingsmaterialen wordt blijvend doelbewust gekozen voor een door de bedrijven uitgewerkt zorgsysteem. De ontsnipperingsstudie voor de E40 ten westen van Brussel is uitgewerkt en enkele projecten worden voorbereid. Binnen het ontsnipperingsproject E314 wordt gezocht naar mogelijkheden om dit te vervolledigen met het uitwerken van een ecovallei. De voorziene ontsnipperingsmaatregelen langs de E19 ten noorden van Antwerpen worden verder afgewerkt. De uitvoering van de bermbrug in Schoten en van het ecoduct in Wuustwezel is opgestart. De bouw van dit ecoduct wordt ondersteund met een landschapsstudie. In samenwerking met Rijkswaterstaat en de provincie Noord-Brabant wordt een ontsnipperingsvoorstel uitgewerkt voor de E34/A67 nabij de landsgrens. Een gezamenlijke studie is opgestart en zal zorgen voor een globale en geĂŻntegreerde aanpak bij de concrete uitvoering. In 2008 werd de monitoring van een aantal NTMB-maatregelen voortgezet. Hieruit blijkt duidelijk dat dergelijke werken beduidend winst aan natuurwaarden opleveren.
02MJP09.indd 61
12-01-2009 08:52:30
Milieujaarprogramma
62
2009
In 2008 zal gestart worden met een studie rond de impact van waterwielen en turbines op stroomafwaartse vismigratie. Ook rond het modelmatig inschatten van de werking van de Ecologische Infrastructuur in de Antwerpse haven, het monitoren van verkeersslachtoffers van wilde dieren op de Vlaamse wegen en het uitwerken van mogelijkheden rond alternatieve verhardingen op trage wegen werden/worden initiatieven opgestart. In 2008 zijn de visdoorgangen op de Abeek te Bocholt, en op de Grote Nete in Retie uitgevoerd. Het project op de Laan te Overijse is in uitvoering. Deze worden maximaal gekoppeld aan andere projecten zoals het structuurherstel van de waterloop.
Aanpak prioriteiten 2009 Ontsnippering door ecologische inpassing van infrastructuur
Ontsnippering is grotendeels een zaak van integratie gericht op de beleidsdomeinen Openbare werken en Ruimtelijke Ordening met de natuurtechnische milieubouw (NTMB) als concrete basis. In 2009 zal extra worden ingezet op integratie van ontsnipperende maatregelen bij sectoren die tot nu toe minder werden benaderd. Zo worden o.m. de landbouw- en de natuursector en de plaatselijke bevolking betrokken bij de inpassing en inrichting van het ecoduct en van de E19/HSL met parallel ďŹ etspad ten noorden van Antwerpen. Een ander aandachtspunt is de internationale samenwerking, waarbij aan beide zijden van de Nederlands-Vlaamse grens ontsnipperingsinitiatieven (E34-A67) worden afgestemd. Binnen het agentschap Wegen en Verkeer wordt het procesmatig werken rond de ontwikkeling en verspreiding van milieu- en natuurkennis ondersteund. De herbestemming van niet meer functionele transportinfrastructuur om de natuurwaarden te verhogen is een vernieuwend idee dat nog onvoldoende wordt ingezet. In 2009 wordt deze aanpak concreet gemaakt langs het kanaal Dessel-Schoten, waar enkele niet meer gebruikte zwaaikommen en restgronden natuurvriendelijk worden ingericht. Bovendien is een multifunctioneel vademecum gepland rond het beheer en de inrichting van trage wegen. Binnen de CoĂśrdinatiecommissie Integraal Waterbeleid wordt een werkgroep rond NTMB operationeel. Het aspect ruimtelijke ordening komt binnen de thematiek van ontsnippering nog onvoldoende aan bod. De uitbouw van de ecologische infrastructuur binnen het Antwerpse havengebied wil hier vanaf 2009 een voorbeeldfunctie en kentering vormen: het zal procesmatig als model worden gebruikt om ook in andere (haven)gebieden natuur en infrastructuur te laten samengaan. Hierbij wordt de intensieve medewerking van de betrokken bedrijven gevraagd. Vismigratieknelpunten oplossen
Het decreet Integraal Waterbeleid en de Benelux-beschikking stellen dat er tegen 2010 vrije vismigratie moet zijn voor alle vissoorten in alle hydrograďŹ sche stroomgebieden en dat nieuwe migratieknelpunten vermeden moeten worden. Op vraag van Vlaanderen werd in overleg met de BENELUX-landen een aangepaste beschikking voorbereid waarbij de timing verschoven wordt naar 2015 (overeenstemming met EU kaderrichtlijn Water) en de focus gelegd wordt op de prioritaire waterlopen. De goedkeuring door de ministers van deze aangepaste beschikking is voorzien voor 2009. In 2009 zullen visdoorgangen op de Dijle te Rotselaar en Florival, de Velpe te Tienen en Halen, de Poekebeek te Nevele, de Kleine Nete te Grobbendonk en de vishelling op de Molse Nete te Kievermont gerealiseerd worden.
02MJP09.indd 62
12-01-2009 08:52:30
themabeleid
63
deel 2
12. Verlies aan biodiversiteit Plandoelstellingen De doelstellingen zijn aangegeven in het MINA-plan 3+. Ze worden opgevolgd met behulp van onderstaande indicatoren. Indicatoren
1 Het % van de oppervlakte speciale beschermingszones in
doelstelling (2010)
Trend 2002-2006
Doelbereik (%) (2006) (2007)
100%
uitvoering van de Habitatrichtlijn waarvoor instandhoudingsdoelstellingen bepaald werden 2 Totale oppervlakte natuurverwevingsgebieden Totale oppervlakte VEN
150000 ha
1
1
125000 ha
+/-
70
70
10000 ha
++
20
20
38000 ha
++
30
30
Niet verminderen
+/-
0
0
4 Totale oppervlakte onder effectief natuurbeheer
50000 ha
++
75
79
5 Totale oppervlakte domeinbos met goedgekeurd beheerplan
18000 ha
Totale oppervlakte ander openbaar bos en privĂŠbos met
toenemen
3 Totale oppervlakte extra bos- en bosuitbreidingsgebied op de gewestplannen of de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen Totale oppervlakte extra natuur- of reservaatgebeid op de gewestplannen of de gewestelijke uitvoeringsplannen Totale oppervlakte extra park- en buffergebieden op de gewestplannen en de gewestelijke uitvoeringsplannen
43
goedgekeurd beheerplan 6 Oppervlakte bos en te bebossen gronden gekocht door
1000 ha/jaar
--
30
38
Oppervlakte natuurgebied gekocht door verenigingen
1000 ha/jaar
+
116
59
Oppervlakte natuurgebeid gekocht door het Vlaamse Gewest
1000 ha/jaar
-
89
51
het Vlaamse Gewest
7 Oppervlakte inrichting voor natuur 8 % oppervlakte met overschrijding kritische lasten verzuring
20000 ha
31
/
+
/
+
/
++
16750 ha
++
in bos, heide en graslanden Gemiddelde overschrijding van kritische lasten vermesting in bos, heide en graslanden % meetplaatsen oppervlaktewatermeetnet met duurzame BBI 9 Aantal soortenbeschermingsplannen in uitvoering 10 Oppervlakte met beheerovereenkomsten natuur 11 Aantal erkende bosgroepen Aantal erkende WBE’s
19 200
++
70 63
80
87
91
12 Totaal aantal gemeenten met goedgekeurd project voor natuurlijke entiteiten Oppervlakte natuurverwevingsgebied dat werd afgebakend en waarvoor een natuurrichtplan is goedgekeurd
02MJP09.indd 63
12-01-2009 08:52:30
Milieujaarprogramma
64
2009
1) Het proces ter bepaling van de instandhoudingsdoelstellingen werd opgestart. 2) De totale oppervlakte VEN is sinds 2003 licht toegenomen, en bedraagt 87045 ha in 2007. In 2007 is er 934 ha oppervlakte natuurverwevingsgebied afgebakend. De doelstelling is niet in bereik. 3) De oppervlakte natuur- en bosgebied is er respectievelijk met 11500 ha en 2000 ha toegenomen (toestand 2007) t.o.v. het referentiejaar 1994. Hoewel de beide indicatoren gunstig evolueren is voor geen van beide het doel in bereik. De oppervlakte overig groen ligt daarentegen 1000 ha lager dan in het referentiejaar. Er is geen duidelijke trend waarneembaar. 4) De totale oppervlakte onder effectief natuurbeheer is gestegen tot 39365 ha. Het doel zal vermoedelijk bereikt worden indien deze gunstige trend wordt aangehouden. 5) Eind 2006 beschikte 7741 ha domeinbos en 34449 ander bos over een beheerplan. In totaal gaat het om 42190 ha, daarvan beschikt 13958 ha over een uitgebreid beheerplan. 6) In 2007 werd door het Vlaams Gewest 383 ha bos en 515 ha natuur aangekocht. Door de natuurverenigingen werd 587 ha natuurgebied gekocht. De doelstelling om het aankoopritme te verhogen tot jaarlijks 3000 ha ligt nog niet in bereik. 7) Sinds 1994 werd 6109 ha effectieve inrichting gerealiseerd. Door het niet volledig in kaart brengen van de oppervlaktes natuurontwikkeling en bosuitbreiding die deel uitmaken van de effectieve inrichting gaat het om een onderschatting. 8) Met betrekking tot het bereiken van natuurgerichte milieukwaliteit worden 3 indicatoren opgevolgd. Enkel de trend wordt opgevolgd gezien er geen doelwaarde werd vastgelegd. De oppervlakte bos, heide en grasland met overschrijding van de kritische lasten voor verzuring viel in 2004 terug op 59%; in 1990 was dat nog 91%. De oppervlakte met overschrijding van de kritische lasten van vermesting ligt enkel voor graslanden onder 100%; ze varieerde in de periode 1990-2004 tussen 72 en 98% van de oppervlakte. Voor de BBI is de trend zeer gunstig maar de percentages blijven erg laag, 2,1% in 2004. 9) Van de 10 soortenbeschermingsplannen zijn er 8 in uitvoering. 10) Eind 2006 waren in totaal 11600 ha beheerovereenkomsten natuur gesloten. 11) In 2007 waren er 15 erkende bosgroepen, en 182 wildbeheerseenheden. 12) Geen wijzigingen in vergelijking met vorig jaar.
Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2008 Wat betreft het finanaciële instrumentarium bij het bos- en natuurbeleid werd er, voortbouwende op een eerdere studie van de Minaraad en op de opeenvolgende Natuurrapporten, een omvattend evaluatiedocument opgemaakt. Dit evaluatiedocument werd terug voorgelegd aan de Minaraad voor advies. Vanuit het natuur- en bosbeleid werd een belangrijke bijdrage geleverd bij de afbakening van de agrarische en de natuurlijke structuur, met het oog op het behalen van de gestelde oppervlaktedoelen. Bij het afbakeningsproces werden 5 gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP’s) definitief vastgesteld, 6 RUP’s werden voorlopig vastgesteld en zijn in openbaar onderzoek, 5 RUP’s zijn in de ontwerpfase. Voor de regio’s Limburgse Kempen en Maasland, Leiestreek, Noorderkempen en Schelde-Dender, werd het voorstel van gewenste ruimtelijke structuur voor finaal advies voorgelegd aan
02MJP09.indd 64
12-01-2009 08:52:30
themabeleid
65
deel 2
de actoren. Het programma voor uitvoering van de ruimtelijke visie en herbevestiging van agrarisch gebied werd bijgesteld in functie van de adviezen van de actoren. Voor de regio’s Zenne-Dijle/Pajottenland, Vlaamse Ardennen, Krekengebied-Waasland en Klein-Brabant/Antwerpse Gordel, werd het voorstel van gewenste ruimtelijke structuur uitgewerkt. Met het oog op de gedegen implementatie van de speciale beschermingszones die op grond van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn vastgesteld zijn, werd er conceptueel, procesmatig en inhoudelijk werk gemaakt van de invulling van de begrippen “instandhoudingsdoelstellingen” en “instandhoudingsmaatregelen”. Door middel van regelmatig overleg met de betrokken doelgroepen wordt er naar gestreefd een invulling te bekomen die Europeesrechtelijk effectief is, maar tegelijk ook acceptabel is. Er werd, op basis van dit conceptueel werk en deze processen, reeds een voorstel van concrete “gewestelijke instandhoudingsdoelstellingen” voorbereid dat het afwegingskader moet aanleveren voor de specifieke instandhoudingsdoelen van de afzonderlijke speciale beschermingszones. Deze voorstellen worden nu besproken met de betrokken doelgroepen. Een ontwerpbesluit dat zorgt voor de nodige juridische verankering werd veelvuldig overlegd met het maatschappelijke middenveld en is nu in adviesprocedure. Vijf van de zes pilootnatuurrichtplannen zijn definitief goedgekeurd. Het natuurrichtplan van de Dender gaat najaar 2008 in openbaar onderzoek. Er werden initiatieven genomen om eigenaars en grondgebruikers te betrekken bij de uitvoering van het natuurrichtplan, o.m. via de natuurprojectovereenkomsten. Een algemene evaluatie van het natuurrichtplan als rechtsfiguur moet er toe leiden dat deze figuur naadloos kan aansluiten bij de vaststelling van specifieke instandhoudingsdoelstellingen voor speciale beschermingszones – zodat op die manier een vlotte en doorgesproken manier werk kan worden gemaakt van eventuele instandhoudingsmaatregelen. In het ontwerpverzameldecreet wordt hiertoe voorzien in een vernieuwde rechtsbasis. De werken in Uitkerkse Polder, Meetkerkse Moeren, Oostends Krekengebied en Noordduinen zijn grotendeels uitgevoerd. Bourgoyen-Ossemeersen is volledig beëindigd. Werken zijn in uitvoering in Dijlevallei, Turnhouts Vennengebied, Merelbeekse Scheldemeersen en De Stropers. Voor Osbroek-Gerstjens is het besluit van maatregelen en modaliteiten voorgelegd, voor Blankaart en Averbode Bos & Heide werden de eerste inrichtingswerken opgestart. Zoerselbos is als nieuw project ingesteld. Onderzoek naar de haalbaarheid van de projecten’ Biscopveld, Kolisbos en Torfbroek, en Bos ‘t Ename zijn lopende. Begin 2008 werd in totaal 69.034 ha door ANB beheerd. Deze oppervlakte omvat gebieden die ANB in eigendom of in beheer heeft zoals Vlaams natuurreservaat (5.983 ha), natuurdomeinen (8.248 ha), bosreservaat (2.566 ha), domeinbossen (20.875 ha), openbare bossen (21.843 ha) en militaire domeinen (9.519 ha). Tot nu toe werd voor 8.992 ha domeinbossen en voor 7.725 ha voor ander openbaar bos een beheerplan goedgekeurd. In 2007 werden 11 nieuwe natuurreservaten erkend en een aantal uitbreidingen goedgekeurd met oppervlakte van 1.247 ha zodat de totale oppervlakte erkend reservaat steeg tot 12.626 ha. In 2008 werd tot nog toe 186 ha natuurreservaat erkend waarvan 5 nieuwe. Voor de subsidiëring van eenmalige inrichtingswerken werden 11 nieuwe dossiers ingediend, zodat het totale aantal lopende projecten tot einde 2007 kwam op 49, waarvan er tot nog toe 46 zijn goedgekeurd. Vier van deze projecten werden reeds in 2007 afgerond. In 2008 werden er reeds 18 projecten ingediend. Binnen het project certificering wordt de bestaande FSC groepscertificering van het bosgebied Lage Kempen verder uitgebreid – de oppervlakte van dit gecertificeerd boscomplex beslaat 3.459 ha. Daarnaast zijn nog te vermelden de FSC-certificeringen van het complex Meerdaalwoud-Heverleebos-Egenhovenbos (1.952 ha) en van het Zoniënwoud (2.561 ha). In elke provincie werd een certificeringsproces opgestart voor
02MJP09.indd 65
12-01-2009 08:52:30
Milieujaarprogramma
66
2009
de domeinbossen en initiatieven opgezet naar andere boseigenaars toe. In 2008 werd 1 bijkomende bosgroep erkend, wat maakt dat er nu 16 erkende bosgroepen zijn, die het geheel van het Vlaamse Gewest dekken, en waarvan er zeven al definitief erkend zijn. In kader van de ondersteuning aan de vzw Fair Timber werd een onderzoek gevoerd naar de gelijkwaardigheidsvereisten voor certificering van duurzaam bosbeheer in Vlaanderen. Voor het bosgebied Lage Kempen werden met de 3 deelnemende gemeenten en andere partners projecten voor duurzame recreatie en toerisme, bosbeheer, herstel en versterking van natuurwaarden opgestart. Eind 2007 zijn de meeste actoren in het kader van Groenjobs in de hoogste subsidieschijf terechtgekomen, hetgeen hen meteen voor dit jaar en de volgende jaren recht geeft op uitbetaling van het maximum subsidiebedrag. Bijna het volledige jaarlijkse contingent groenarbeiders werd ingezet. In 2007 werd een totale oppervlakte van 917 ha verworven: 146 ha bos, 256 ha bosuitbreiding, 515 ha natuurgebied. Tot nu toe werd in 2008 een totaal van 639 ha aangekocht: 7 ha duinengebied, 397 ha bos, 57 ha bestemd voor boscompensatie en 178 ha natuurgebied. Er is gewerkt aan de integratie van de aankoopprocessen om te komen tot een éénduidig ANB-aankoopproces en aan een voorstel voor de toekomstige statuten van de ANB-domeinen. Er is een project ‘patrimoniumdatabank’ opgestart dat moet leiden tot een geïntegreerde databank waarop ook het specifieke beheer zal worden geënt. Samengaand met de promotie van diverse HPG-producten werden gerichte opleidingen opgezet rond het nieuwe vademecum ‘bomen’. Voor de projecten in uitvoering werden thematische werkgroepen opgericht om alle potentiële doelgroepen zo breed mogelijk te betrekken. Tevens werd een actieplan voorbereid voor de ondersteuning van groenbeheerders en voor het reduceren van de bestrijdingsmiddelen. De opmaak van het vademecum ‘infrastructuur’ voor het gebruik en beheer van infrastructuurelementen in parken en openbaar groen werd gestart. Op basis van een pilootproject (Dendermonde) wordt een model opgebouwd voor het uittekenen van een lokale groenstructuur gericht op nood, aanbod en kwaliteit. Voor 5 parkdomeinen van het ANB werd het beheerplan afgewerkt. Het ontwerpbesluit inzake de toegankelijkheidsregeling werd ter goedkeuring voorgelegd samen met een uitvoeringsplan. Ter ondersteuning van de geplande beleidsinitiatieven werd een studie opgestart over optimale afstemming tussen wetgevende aspecten en terreingebonden informatie. Tot nu toe werden 138 goedgekeurde subsidieaanvragen voor openstelling van bosgebieden goedgekeurd, onder meer 42 dossiers met speelzone (waarvan 12 nieuwe speelzones in 2008) met een totale oppervlakte van ca. 100 ha, een 119 km opengestelde bosweg, wat neerkomt op een 1103 ha gesubsidieerde opengestelde bosoppervlakte. Het ontwerpbesluit met de nieuwe soortenwetgeving is ter goedkeuring voorgelegd. Een gecoördineerde visie voor de aanpak van de eikenprocessierups werd gecommuniceerd naar de provinciale overheden. Voor verscheidene exoten werden concrete acties tot uitvoering gebracht. Er is een visiedocument en plan van aanpak voor de aanwezigheid van bever in Vlaanderen opgemaakt voor verder intern en extern overleg. De soortbeschermingsplannen in uitvoering betreffen: vleermuizen in kader van het BatAction Life-project (samengaand met sensibilisering, inrichting van forten), hamster (bijplaatsing van 60 dieren en opvolging van populatie, samenwerking met landbouwers), bruine vuurvlinder, gentiaanblauwtje en nachtzwaluw. Het soortbeschermingsplan voor knoflookpad werd afgewerkt en dat voor jeneverbes opgestart. Soortherstelprogramma’s voor stroomminnende vissoorten zoals kopvoorn, serpe-
02MJP09.indd 66
12-01-2009 08:52:31
themabeleid
67
deel 2
ling en kwabaal werden verder gezet. Een actieplan voor paling werd opgestart. Voor bedreigde inheemse boom- en struiksoorten werden beschermingsplannen opgesteld en uitgevoerd i.k.v. European Forest Genetic Resources Programme (EUFROGEN). Het herstelprogramma van zwarte populier langsheen de Gemeenschappelijke Maas wordt verder gezet, in samenwerking met Nederland en Frankrijk. Het aantal gemeenten dat de cluster Natuurlijke entiteiten ondertekende in 2007, bedraagt 224 en het aantal projecten dat werd ingediend 160. Hiervan werden 122 projecten goedgekeurd. Hiervan betreft 49% aankoop en/of inrichting van gebieden, 29% groendaken, 14% soortenbescherming en 8% planvorming (HPG of bermbeheer). Ter ondersteuning van de lokale besturen werden dit jaar 146 minawerkers ingezet. Eind 2007 werd het PDPO II definitief goedgekeurd en in 2008 werd een nieuw wetgevend kader voor het sluiten van beheerovereenkomsten gepubliceerd. Er werden een 900 beheerovereenkomsten aangevraagd, waaronder perceelsrandenbeheer (170 ha), herstel, ontwikkeling en onderhoud van kleine landschapselementen, (beheer houtkanten 1720 are, beheer heggen/hagen 72 km, beheer poelen 23000 m²), soortenbescherming (86 ha weidevogelbeheer), erosiebestrijding (700 ha brongerichte maatregelen, 80 ha erosiestroken), verminderde bemesting voor een betere waterkwaliteit (740 ha) en botanisch beheer (8 ha). De VLM zal de beheerovereenkomsten op bedrijfsniveau inzetten. Nieuw is de beheerovereenkomst voor akkervogelbescherming op vooraf bepaalde akkervogelgebieden. De beheergebieden voor weidevogelbeheer werden bijgestuurd. De verdere uitwerking van een monitoringsysteem is gericht op de vooruitgang op het terrein van beheerovereenkomsten en de bijdrage aan biodiversiteit. Om een éénduidig standpunt te bepalen over de positionering van het instrument regionale landschappen werd een ontwerp-krachtlijnennota opgesteld waarin ook een afwegingskader is opgenomen voor de landschapsecologische afbakening van bestaande en nieuwe regionale landschappen. Met de aanstelling van een programmacoördinator en de gebiedscoördinatoren voor het Grensoverschrijdend Ecologisch Basisplan werd de uitvoering van de actieplannen opgestart. In het Grenspark De Zoom-Kalmthoutse Heide werd heideherstel en herstel van watersystemen in uitvoering gebracht over een 50 ha natuurgebied aan Vlaamse zijde. In de Grensmaas werden grinddrempels aangelegd, maatregelen voor hoogwaterveiligheid uitgevoerd en een opvolgingssysteem voor het waterpeil uitgewerkt. Voor de ontwikkeling van de groene gordel van het Drie-Landen-Park (3LP) werd een aanpak uitgewerkt voor de afstemming van de ruimtelijke ontwikkelingen en de ecologische verbindingen. Hiervoor werd o.m. het project “contrat de rivière” voor natuurontwikkeling van de Geul-Gulp voorgesteld voor INTERREG-subsidies. Voor de uitvoering van het natuurluik van de Ontwikkelingsschets 2010 voor het Schelde-estuarium en de actualisatie van het Sigma-plan werden de IHD voor het Zwingebied voorgelegd, en de inrichtingswerken voor verscheidene gebieden in uitvoering gebracht. In kader van het Vlaams Fonds Tropisch Bos (VFTB) werden eind 2007 14 projecten beoordeeld, waarvan er in totaal 7 financieel werden ondersteund, telkens goed voor een 700 tot 1400 ha bebossing of herbebossing. De studie over “Kwaliteitsvolle monitoring voor het beleid” resulteerde in een handleiding voor het ontwerpen van meetnetten, en in de uitvoering van een aantal gevalstudies zoals het ‘Ontwerp van een meetnet voor de opvolging van de Staat van Instandhouding van de Natura 2000 habitattypes”. De jaarlijkse bosgezondheidsinventaris werd voortgezet in 72 proefvlakken in privé- en openbare bossen. De handleiding voor de tweede bosinventarisatie werd afgewerkt en het terreinwerk opgestart. Voor de opmaak van een visie en strategie rond monitoring werd een inventaris opgesteld van wettelijke verplichtingen, lopende en uitgevoerde projecten.
02MJP09.indd 67
12-01-2009 08:52:31
Milieujaarprogramma
68
2009
Aanpak prioriteiten 2009 Evaluatie instrumentenmix
In 2009 wordt het financiële instrumentarium bij het bos- en natuurbeleid verder geoptimaliseerd, op basis van de conclusies die de discussie inzake de “evaluatie van de instrumentenmix” oplevert. Om de efficiëntie en effectiviteit van het instrumentarium te verhogen wordt een bijstelling voorbereid van het juridische kader en/of de uitvoeringsconcepten van het gebiedsgericht beleid. Integratie en vereenvoudiging van de regelgeving en procedures binnen het beleidsveld Natuur
Ter afstemming en vereenvoudiging van de regelgeving wordt in 2009 een geïntegreerde visie ontwikkeld. Voor de stroomlijning van adviesverlening en de ondersteuning van initiatiefnemers bij de opmaak van passende beoordelingen worden de screeningfiches voor de afweging van effecten van plannen en projecten met betrekking tot Speciale Beschermingszones (SBZ) verder verfijnd en wordt een kennissysteem ontwikkeld. Afbakenen en invullen van de natuur- en bosstructuur
De ruimtelijke visies op de natuurlijke en agrarische structuur vormen de basis voor de opmaak van gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP’s) voor herbestemmingen en voor afbakening van het VEN en de natuurverwevingsgebieden. Voor de regio’s met een ruimtelijke visie worden bij prioriteit gewestelijke RUP’s opgemaakt, zodat uitvoering wordt gegeven aan het operationele uitvoeringsprogramma waarvoor de Vlaamse Regering een concreet engagement heeft genomen. Voor andere regio’s van het buitengebied worden in 2009 de ruimtelijke visies afgerond en wordt het voorstel voor operationeel uitvoeringsprogramma opgesteld. Het ontwikkelen en realiseren van instandhoudingsdoelstellingen
Op grond van de Habitatrichtlijn is het Vlaamse Gewest ertoe verplicht om de desbetreffende speciale beschermingszones definitief “aan te wijzen” tegen 7 december 2010, en er prioriteiten voor te bepalen. Daartoe wordt er in 2009 volop gewerkt aan instandhoudingsdoelstellingen voor alle 38 “habitatrichtlijngebieden” en de hiermee overlappende “vogelrichtlijngebieden”. Hierbij worden de methodes toegepast zoals in het afgelopen werkjaar ontwikkeld en zoals afgesproken met de betrokken actoren en doelgroepen. De opmaak gebeurt in een transparant en open proces met ondersteuning voor de doelgroepen. Ondertussen worden de goedgekeurde natuurrichtplannen op het terrein uitgevoerd met de mix van bestaande instrumenten en in samenwerking met de partners (regionale landschappen, bosgroepen, …) en betrokkenen. Nieuwe natuurrichtplannen worden opgemaakt om lokale knelpunten op te lossen. Duurzaam beheer van natuur- en bosgebieden uitvoeren en ondersteunen
Voor de planning van duurzaam beheer wordt eerst de functionaliteit van alle ANBdomeinen uitgeklaard zodat duidelijk wordt hoe we best omgaan met de huidige functionele overlap tussen een aantal bosreservaten, natuurreservaten en andere domeinen in beheer. Begin 2009 kan vervolgens de opmaak van beheervisies starten voor de verschillende domeinstatuten. Bij de opmaak van beheerplannen en de verhoging van de effectiviteit van het beheer wordt in eerste instantie geïnvesteerd in het realiseren van de habitattypes volgens de IHD. Voor het beheer van de versnipperde privé-bossen blijven bosgroepen het speerpunt van het beleid. Er wordt onderzocht hoe bosgroepen als lokale actor een rol kunnen spelen in het gebiedsgerichte beleid (beheerplanning, realisatie IHD’s, implementatie IHM’s,…).
02MJP09.indd 68
12-01-2009 08:52:31
themabeleid
69
deel 2
Op basis van de haalbaarheidstudies in 2008 worden de nieuwe natuurinrichtingsprojecten Bos ‘t Ename en Biscopveld in 2009 opgestart. Vanwege EU-vereisten gaat ook prioritaire aandacht naar de verdere uitvoering van ‘Zwarte Beek’ en de ‘Blankaart’. Inrichting en beheer van natuur- en bosgebieden met Europese cofinanciering
De belangrijke lopende LIFE-projecten voor natuurinrichting en grootschalig natuurherstel zijn ‘Stropers’, ‘Averbodebos en heide’, ‘Turnhouts Vennengebied’, ZENO (Zwinduinen en -polders), DANAH (Defensie en NatuurHerstel) en ‘BatAction’ (Vleermuizen). Specifiek gaat hierbij ook aandacht naar zacht-recreatieve voorzieningen en gerichte communicatie (draagvlakvergroting). Voor het project DANAH worden de richtplannen afgewerkt waarin de doelstellingen voor natuurbehoud, militair gebruik en gebruik door derden worden afgestemd en geïntegreerd in een GIS-tool. Ter afronding wordt een internationale conferentie georganiseerd. Valoriseren van het duurzame beheer
Er worden mogelijkheden onderzocht om houtresten en maaisel op ecologisch, landschappelijk en economisch verantwoorde wijze in te zetten voor groene energiewinning of compostering. Hiervoor zal een samenwerking opgezet worden met andere terreinbeherende verenigingen, WBE’s en beheerders van wegbermen. Om het gebruik van duurzaam geëxploiteerd hout te bevorderen in het aankoopbeleid wordt enerzijds een specifieke regeling uitgewerkt en anderzijds een expertisecentrum opgericht dat een duurzaam aankoopbeleid van hout op Vlaams niveau zal begeleiden. Harmonisch park en groenbeheer stimuleren
De beheervisie ‘Harmonisch Park- en Groenbeheer’ (HPG) raakt meer en meer bekend en erkend bij lokale besturen. Bij het toepassen ervan ontstaat bijkomende vraag naar begeleiding en ondersteuning. Daarom wordt in 2009 bijzondere aandacht besteed aan de verdere ontwikkeling van ondersteunende producten (inhoudelijke en financiële ondersteuning met o.m. de projectoproep), de introductie en promotie van de verschillende HPG-producten en aan de operationalisering van een netwerk en een centraal informatiepunt en kenniscentrum. In 2009 wordt het model groenstructuurplan en het technisch vademecum infrastructuur geïntroduceerd en wordt gewerkt aan de vademeca “vaste planten” en “heesters”. De groentoets, voor het meten van de beheerkwaliteit, zal voorgesteld worden aan de lokale besturen. De promotie van al deze producten, zal gebeuren tijdens HPG-dagen, georganiseerd in elke provincie. Met private partners zullen projecten worden opgestart die model kunnen staan voor publiekprivate initiatieven rond HPG. Voorzien in voldoende natuur en bossen
Binnen het project ‘Opmaken van een geïntegreerd afwegingskader aankoopbeleid terreinen ANB’ wordt de functionaliteit van domeinen bepaald, worden de doelstellingen voor de verschillende statuten geformuleerd en worden hierop afgestemde beheervisies ontwikkeld. Op dit laatste zal het accent liggen in 2009. In afwachting zal aangekocht worden volgens de aankoopstrategie, die in de loop van 2008 wordt opgemaakt, met korte en middellange termijndoelstellingen. Bij het voorzien in voldoende robuuste en toegankelijke natuur- en bosgebieden wordt een goede koppeling nagestreefd met de ruimtelijke ordening. Bij de aankoop van natuurgebieden wordt de klemtoon gelegd op verwerving in SBZ en op de verdere realisatie van bestaande projecten. Voor bosuitbreiding wordt een koppeling gezocht met het plattelandsontwikkelingsbeleid en blijven de opgestarte stadsbosprojecten een prioriteit. De verdere planologische afbakening van bosgebieden wordt in het ruimtelijk planningsproces aangestuurd op basis van de lokalisatiestudies. Om de groene
02MJP09.indd 69
12-01-2009 08:52:31
Milieujaarprogramma
70
2009
ruimtes in de rand rond Brussel te vrijwaren en open te stellen, wordt een aangepaste ‘Commissie Bruegelproject’ opgericht. Specifieke aandacht gaat naar aankopen binnen het projectgebied. In het kader van de ontwikkelingsschets 2010 en het geactualiseerde Sigmaplan wordt geïnvesteerd in nieuwe natuur voor het Schelde-estuarium, voor een totaal van 1700 ha. Na goedkeuring van de project-MER’s en GRUP’s zal aandacht gaan naar de voorbereiding van de stedenbouwkundige vergunningen en het uitwerken van een omvormingsbeheer voor landbouwextensievering. In het gebied Kruibeke - Bazel - Rupelmonde zijn de verdere verwerving en vooral de versnelde inrichting van de (compensatie-) natuurgebieden prioritaire acties. Voor het Zwin wordt het beheerplan opgemaakt en gestart met de natuurontwikkeling en de aanleg voor recreatieve ontsluiting. Bij al deze projecten blijft draagvlakontwikkeling cruciaal. De eerste terreinacties voor natuurontwikkeling en rivierherstel onder het project Sigmaplan en het project Leie worden opgestart. Soortenbeleid versterken
Een nieuwe geïntegreerde en geharmoniseerde soortenwetgeving zal in de praktijk worden gebracht. Er worden richtlijnen voor de uitvoeringsmaatregelen opgesteld en verspreid, die moeten bijdragen tot een correcte interpretatie en goed gebruik van de wetgeving. In 2009 zullen soortenbeschermingsmaatregelen worden genomen voor een aantal soorten, o.m. voor vleermuizen (Life-project BatAction), hamster (soortbeschermingsplan), paling (palingbeheerplan), kwabaal, kopvoorn en serpeling (herstelprogramma’s en haalbaarheidstudies). Met de waterloopbeheerders worden afspraken gemaakt in functie van vissoorten uit de Habitatrichtlijn en andere zeldzame vissoorten. Een aanpakstrategie voor de eikenprocessierups wordt verder in de praktijk gebracht en gecommuniceerd naar de provinciebesturen. Wat de aanpak van exoten betreft wordt meegewerkt aan een Interreg-project m.b.t. een aantal exoten; op ad hoc basis wordt een populatie van een uitheemse eekhoornsoort in WestVlaanderen verwijderd. Met het kenniscentrum voor Wildbeheereenheden wordt gewerkt aan de kwalitatieve ondersteuning van de wildbeheereenheden voor het voeren van een duurzaam wildbeheer in uitvoering van het Jachtopeningsbesluit en het Jachtvoorwaardenbesluit. Autochtone bomen en struiken zullen in 2009 het thema vormen van de Week van het Bos. Aansluitend hierop zal vooral communicatie worden gevoerd om het draagvlak te vergroten zowel naar de burger als naar andere overheden toe. In 2009 wordt werk gemaakt van de verfijning van de gebieden voor akkervogels en worden afspraken gemaakt om de inzet van deze beheerovereenkomsten zo veel als mogelijk te optimaliseren, onder meer een wijziging van het PDPO II om het perceelsrandenbeheer te optimaliseren naar soortenbescherming toe (doelstelling voor soortenbescherming: 250 ha). Er wordt werk gemaakt van regelgeving waardoor wildschade kan worden vergoed op basis van een administratieve procedure i.p.v. de bestaande wettelijke procedure. Samenwerking verder stimuleren voor een ecologische inpasbaarheid van menselijke activiteiten
In het kader van het Integraal Waterbeleid, de ruimtelijke planningsprocessen, recreatieve ontsluiting van gebieden blijft de aandacht gaan naar versterking van samenwerking met andere sectoren om een gepaste integratie van natuur en bos te verzekeren. Via de beheerovereenkomsten onder het PDPO II wordt gestreefd om de samenwerking met de landbouwer te bevorderen. Voor de samenwerking met havenbedrijven wordt bijgedragen in de werking van de interdisciplinaire Beheercommissie Natuur Linker Schelde-oever, de Beheercommissie Natuur Kruibeke-Bazel-Rupelmonde en de nieuw opgerichte Beheercommissies Natuur voor de Antwerpse rechteroever en het haven-
02MJP09.indd 70
12-01-2009 08:52:31
themabeleid
71
deel 2
gebied Gent. Om het Duurzaam Kustzonebeheer te versterken wordt de samenwerking met de Provincie West-Vlaanderen en de bevoegde federale instanties verder gezet. Internationale samenwerking
De grensoverschrijdende samenwerking voor het Schelde-estuarium is gericht op de realisatie van de projecten uit de Ontwikkelingsschets 2010 aangevuld met het geactualiseerde Sigmaplan. De organisatie van geïntegreerde ecosysteem- en projectmonitoring (MONEOS) zal ons in staat stellen om de toestand van het estuarium te toetsen aan de doelstellingen en om de effecten van de maatregelen te beoordelen. Gerichte onderzoeksprojecten zullen ons in staat stellen om specifieke beleidsvragen te beantwoorden. Voor de Grensmaas gaat specifieke aandacht naar de opvolging van afspraken en uitvoeringsaspecten/vergunningen bij de monitoring en aanleg van milderende maatregelen, en de opmaak van het beheerplan waarbij een grensoverschrijdende afstemming wordt nagestreefd voor de IHD. Onder het Grensoverschrijdend Ecologisch Basisplan met Nederland worden de prioritair aangegeven acties voor de Achelse Kluis en Voeren-Noord opgestart. Voor de overige 18 gebieden wordt een haalbaarheidsonderzoek afgerond of opgestart. De mid-term evaluatie van het Vlaams Fonds Tropisch Bos (VFTB) leidde tot de verderzetting ervan voor twee jaar, maar met duidelijkere koppeling met het klimaatbeleid. Hierdoor zal bij prospectie en selectie van projecten meer gefocust worden op bebossings- en herbebossingsprojecten in de context van het Kyotoprotocol, maar tegelijk wordt gestreefd een bijdrage te leveren aan biodiversiteitsbehoud en de lokale sociale ontwikkeling. Uitvoering van monitoringsprogramma’s
De (natuur- en bos)monitoring zal in 2009 beter verankerd worden in de permanente opdrachten van de bevoegde instellingen. Uit een totaalanalyse van het te monitoren beleidsinstrumentarium en het beschikbaar monitoringsinstrumentarium zal blijken of aan alle noden voldaan wordt. Naast de stroomlijning van monitoringsprogramma’s wordt gewerkt aan een geïntegreerd en eenvoudig consulteerbaar centraal kennissysteem. Hiertoe worden basisdatasets op elkaar afgestemd en worden een generieke data-architectuur en een datawarehouse uitgewerkt. Voor verschillende plandoelstellingen zullen de ontwikkelde effectindicatoren via pilootprojecten getoetst worden. In 2009 start de 2e gewestelijke bosinventarisatie op basis van een nieuwe handleiding voor de meetnetbeheerder en het veldwerkprotocol. Deze vormt een belangrijke informatiebron voor de opvolging van de boshabitats in de SBZ. Daarnaast wordt de ecohydrologische monitoring op Vlaams niveau verder uitgewerkt. De natuurreservaten zullen in 2009 eveneens gemonitord worden. Voor de multifunctionele domeinen dient hiervoor een methodiek op punt gesteld te worden. Het monitoringsplan dat werd opgestart in 2003 voor het Antwerpse Linkerscheldeoevergebied wordt, als onderdeel van MONEOS, uitgebreid naar de Ontwikkelingsschets 2010. Wetenschappelijk onderzoek
Via modellering wordt verkend wat de effecten zijn van alternatieve beleidsscenario’s op de biodiversiteit. In 2009 zullen de berekeningen worden afgewerkt, zullen teksten worden opgemaakt en worden teruggekoppeld met lectoren. Hiermee zal het NARAScenariorapport wetenschappelijke ondersteuning bieden voor het MINA-plan 4. De website natuurindicatoren wordt regelmatige geactualiseerd en verbeterd. Zo wordt
02MJP09.indd 71
12-01-2009 08:52:31
Milieujaarprogramma
72
2009
verder afgestemd met het Europese niveau (SEBI) en zullen er nieuwe indicatoren voor het MINA-plan 4 worden uitgewerkt. Synergieën tussen biodiversiteit & maatschappij realiseren
In een dichtbevolkte regio zoals Vlaanderen zijn er (potentiële) conflicten tussen economische en maatschappelijke ontwikkeling en het behoud van biodiversiteit. Anderzijds zijn er heel wat potentiële synergieën tussen ecosystemen en maatschappelijke noden. Het identificeren en kwantificeren van goederen en diensten geleverd door ecosystemen is een uitgelezen manier om de synergieën beter te identificeren en te benutten (cf. Millennium Ecosystem Assessment). De kennis die hierbij vergaard wordt kan leiden tot het formuleren van nieuwe instrumenten. In 2009 zal de onderzoekscapaciteit worden vergroot om beleidondersteuning op dit vlak op interdisciplinair niveau verder te ontwikkelen. Er wordt een studie uitgevoerd over de ecosysteemdiensten in Vlaanderen. Op basis hiervan zal met de relevante actoren een eerste analyse worden gemaakt van de vraag en aanbod van ecosysteemdiensten, en zal een eerste lijst worden gemaakt van potentiële beleids- en marktinstrumenten om de ecosysteemdiensten beter te beschermen en benutten. Verbreden van de dialoog
In uitvoering van het samenwerkingsprotocol met de landbouwsector, de groene sectorraden en de MiNa-raad wordt er een thematisch overleg opgestart rond natuur- en bosbeleid, het jachtbeleid en het riviervisserijbeleid. Om de rechtstreekse dialoog en samenwerking met de respectievelijke doelgroepen te bevorderen wordt de structurele ontwikkeling van het doelgroepenbeleid verder geconcretiseerd met de instelling van aanspreekpunten voor de belangrijkste thema’s of instrumenten. Ontwikkelen communicatiestrategie en –planning
Communicatie wordt binnen de reguliere werking steeds belangrijker. In dit licht zal in 2009 een communicatiestrategie en -plan worden uitgewerkt voor korte, middellange en lange termijn. Hierbij zal zowel aandacht gaan naar interne als externe communicatie en de optimale inzet van communicatietools. Agro-milieumaatregelen
Er worden voldoende middelen voorzien voor de uitvoering van de aflopende beheersovereenkomsten landbouwers-VLM onder PDPO I en de nieuwe beheersovereenkomsten onder PDPO II. Via het systeem van bedrijfsplanners worden de landbouwers aangemoedigd zich in te zetten voor het behoud en de ontwikkeling van natuurwaarden.
02MJP09.indd 72
12-01-2009 08:52:31
deel 3
gebiedsgericht beleid
03MJP09.indd 73
12-01-2009 08:52:45
03MJP09.indd 74
12-01-2009 08:52:45
gebiedsgericht beleid
75
deel 3
Gebiedsgericht beleid Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2008 In het kader van het PDPO II (2007 - 2013) dat door de Europese Commissie in november 2007 werd goedgekeurd, werd een eerste projectoproep georganiseerd en werden eind 2007 op provinciaal en Vlaams niveau de eerste 70 projecten goedgekeurd. De uitvoering van deze projecten is overwegend begin 2008 gestart. De projecten geven uitvoering aan as 3 van het nieuwe PDPO. Die van milieubelang hebben betrekking op het landelijk erfgoed (cultureel en natuurlijk erfgoed, o.a. in Natura-2000 gebieden) en dorpskernvernieuwing. Maar ook projecten die toerisme en recreatie, dienstverlening en basiszorg als doelstelling hebben, geven soms indirect uitvoering aan het milieubeleid. Ook in 2008 werden in de 5 provincies projectoproepen georganiseerd die aanleiding hebben gegeven tot meer dan 50 projectvoorstellen, die inmiddels in uitvoering zijn gegaan. Het hoofdstuk ‘Landbouwmilieumaatregelen’ (As 2) gaat verder op de ingeslagen weg. De maatregelen zijn geoptimaliseerd met het oog op een grotere output voor milieu, landschap en natuur. Vanaf 1 januari 2008 werden niet enkel bestaande, aflopende contracten vernieuwd, maar werden ook nieuwe contracten gesloten. De Leader-aanpak in het kader van As 4, die volledig in het nieuwe PDPO II werd geïntegreerd is sinds 2008 operationeel. Tien Leadergebieden werden in 2008 door de Vlaamse Regering goedgekeurd. De plaatselijke groepen, die verantwoordelijk zijn voor de werking van deze gebieden, zijn inmiddels operationeel en organiseren eerste projectoproepen, die inhoudelijk aan de doelstellingen uit as 3 moeten beantwoorden en dan ook bijdragen tot het milieubeleid. Landinrichting is vereenvoudigd en meer flexibel gemaakt. Daarbij wordt vooraf een planprogramma gemaakt voor de motivering van een aantal inrichtingsprojecten. Naast het planprogramma voor de Gentse Kanaalzone werden de planprogramma’s Plateau van Moorsel en Brugse Ommeland goedgekeurd. De natuurinrichtingsprocedure is vereenvoudigd en technisch verbeterd om meer efficiënt op inrichtingsvraagstellingen voor natuur te kunnen inspelen. Om snel tot een agrarische verbetering te komen worden de mogelijkheden voor het aangepast inzetten van het instrument ruilverkaveling uitgetest in het project ‘Grove Groententeelt Limburg’. Meer en meer vormen inrichting en verwerving een onderdeel van ruimere projecten. Voorbeelden hiervan zijn het flankerend beleid in het kader van het Schelde-estuarium en actualisatie Sigma-plan, Zeebrugge, Linkerscheldeoever (LSO) en RSO Antwerpen, Oosterweelverbinding, en de bijdragen van inrichting en verwerving in projecten De Blankaart en Parkbos. Binnen het Europees project FARLAND werd met Europese partners een toekomstvisie voor inrichting in Europese context uitgewerkt. Verder is er een voorstel van een voorontwerp decreet instrumenten landinrichting uitgewerkt om de projectmatige inrichting van de open ruimte te faciliteren door middel van een geïntegreerde gebiedsaanpak en de gerichte inzet van inrichtingsinstrumenten. Hierdoor wordt het inrichtingsinstrumentarium en de inrichtingsbenadering voorbereid op de toekomstige maatschappelijke uitdagingen. Het decreet Vlaamse Grondenbank ging van start op 1 augustus 2007. Alle begunstigden van rechten van voorkoop en koopplicht zijn hierover ingelicht, protocols met partners zijn inmiddels afgesloten en notarissen werden op de hoogte gebracht. Er werden verscheidene bijkomende lokale grondenbanken opgericht: deze zorgen ervoor dat overheidsinitiatieven kunnen doorgaan met een beperking van de impact op openruimte-gebruikers.
03MJP09.indd 75
12-01-2009 08:52:45
Milieujaarprogramma
76
2009
Het afgelopen jaar werd verdere vooruitgang geboekt bij de ruimtelijke afbakeningsprocessen van stedelijke en kleinstedelijke gebieden. Zo heeft de Vlaamse Regering midden 2008 de afbakeningen van Antwerpen en Brugge voorlopig vastgesteld. Door deze afbakeningen wordt gekozen voor een verdichting van wonen en werken in stedelijke gebieden. Hiermee wordt invulling gegeven aan diverse milieudoelstellingen zoals de bundeling van infrastructuren, zuinig ruimtegebruik, mogelijkheden om openbaar vervoer efficiënt in te zetten,... In 2008 werd tevens de afbakening van de haven van Zeebrugge voorlopig vastgesteld. De plan-MER voor de haven van Antwerpen, dewelke de milieu-effecten van een aantal economische ontwikkelingsscenario’s vergelijkt, werd afgerond. Het planningsproces van het Economisch Netwerk Albertkanaal werd in 2007 verder opgevolgd door het departement LNE. Ook hier lopen nog diverse plan-MER’s. Het bewaken van het gebruik van de correcte procedures, het nagaan van aanzienlijke milieu-effecten en het inpassen van milderende maatregelen staan centraal in deze opvolging.
Aanpak prioriteiten 2009 Optimalisatie van de inrichting van de open ruimte
De inrichting van het buitengebied dient nog verder geoptimaliseerd te worden door een betere decretale onderbouwing en financiële omkadering. In 2009 wordt het voorontwerp van instrumentendecreet ingeleid voor besluitvorming waarin modules voor inrichting en grondmobiliteit op vraag en op maat van een project kunnen worden ingezet. In de lopende projecten worden de bestaande mogelijkheden flexibel ingezet. Door een grotere inzet van middelen kunnen de ruilverkavelings-, landinrichtings- en natuurinrichtingsprojecten zo efficiënt mogelijk en binnen aanvaardbare termijnen worden afgerond. Binnen de projecten worden quick-wins mogelijk gemaakt en ingezet. Tegen eind 2009 participeren we in minstens 5 plattelandsprojecten waarbij een geïntegreerde gebiedsontwikkeling wordt beoogd (ingrepen in fysische ruimte, sociale en economische maatregelen). Sinds het decreet Vlaamse Grondenbank van 2007 kunnen alle overheden van het beleidsdomein Leefmilieu beroep doen op de Grondenbank. Overeenkomstig de timing van het decreet zijn alle opdrachten van de Vlaamse Grondenbank in 2009 in werking. De bouw van het e-loket recht van voorkoop wordt tevens voorzien in dit jaar. Nieuwe lokale grondenbanken worden ingesteld om de impact van initiatieven op grondgebruikers te beperken. In 2009 lopen minsten 12 actieve lokale grondenbanken. Insteek van leefmilieu op verschillende niveaus consolideren en vergroten
De implementatie van het nieuwe Vlaams programma voor plattelandsontwikkeling 2007-2013 (PDPO II) en de uitvoering van het Vlaamse plattelandsbeleidsplan (VPBP) zijn prioritair voor het Vlaams geïntegreerd plattelandsbeleid. Het VPBP zal als kader dienen voor de provinciale plattelandsbeleidsplannen. Bij het PDPO II is het beleidsdomein LNE in grote mate verantwoordelijk voor de uitvoering van de maatregelen voorzien bij Landbeheer, Leefkwaliteit van het platteland, de horizontale leader-projecten en in beperkte mate bij competitiviteit van land- en bosbouw. Specifieke aandacht gaat naar beheerovereenkomsten voor soortenbescherming, perceelsrandenbeheer, erosiebestrijding en naar bosbouwmaatregelen (Landbeheer). Er zullen nieuwe beheerovereenkomsten met aanwijsbare output (kwalitatieve verbetering milieu, landschap en natuur) afgesloten worden. In 2009 zullen 500 nieuwe dossiers van start gaan en wordt een toename van circa 1.750 ha aan netto oppervlakte onder beheerovereenkomst beoogd. Tenslotte zal actief ingespeeld worden op opportuniteiten bij de Europese cofinanciering van inrichtings- en plattelandsmaatregelen. Er wordt vanuit gegaan dat in 2009 voor 5 initiatieven Europese medefinanciering verworven wordt.
03MJP09.indd 76
12-01-2009 08:52:45
deel 4
actoren
04MJP09.indd 77
12-01-2009 08:53:04
04MJP09.indd 78
12-01-2009 08:53:04
actoren
79
deel 4
1. Doelgroepen Plandoelstellingen De doelstellingen zijn aangegeven in het MINA-plan 3+. Ze worden opgevolgd met behulp van onderstaande kwalitatieve toelichting gepaard met een inschatting van de trend over de planperiode heen. 1
| Trend +
2
| Trend +
3
| Trend +
Sinds 2002 loopt in dit kader een gestructureerd overleg met de Vlaamse voedingsnijverheid. Uit het gedetailleerde beeld van de milieudruk van deze sector dat de ‘Integrale Milieuanalyse Voedingsnijverheid 2007’ geeft, blijkt dat voor de meeste milieuthema’s deze sector even goed of beter doet dan de Vlaamse industrie in het algemeen. De eco-efficiëntie van deze sector blijft stijgen. Voor de prioritaire sectoren (basischemie en vollegrondstuinbouw/akkerbouw) waarmee eind 2008 een soortgelijke samenwerking wordt opgestart, werd een nulmeting van hun actuele milieudruk uitgevoerd. De plandoelstelling werd verder verfijnd tot volgende praktische doelstellingen voor doelgroepenbeleid: - de overheidsinterne samenwerking is verhoogd met het oog op een eensgezinde benadering van de doelgroep; - de doelgroep is optimaal betrokken bij de milieubeleidsvoorbereiding, -uitvoering en -evaluatie; - de milieuoverheid vergroot en ontsluit kennis m.b.t. de doelgroep en het milieubeleid; - de milieuoverheid verbetert de integratie en afstemming van het beleid op maat van de doelgroep. Deze doelstellingen maken het kader uit van het actieprogramma Doelgroepenbeleid, waarbij voor de hoofddoelgroepen landbouw en industrie doelgroepspecifieke subdoelstellingen werden geformuleerd. Elke subdoelstelling wordt gerealiseerd via een aantal concrete acties. De uitvoering hiervan is voorzien tussen 2006 en 2010. Jaarlijks wordt aan de leidinggevenden van het beleidsdomein LNE gerapporteerd over de voortgang van uitvoering van deze acties. Andere maatschappelijke actoren worden waar nuttig op de meest efficiënte manier betrokken binnen de specifieke benadering van de hoofddoelgroepen (industrie, landbouw, consumenten,...). Het opzetten van gestructureerd doelgroepenbeleid (doelgroepenprogramma) vraagt extra inspanningen van de milieuoverheid. Met het oog op een zo efficiënt mogelijke inzet van middelen worden die inspanningen gericht op die doelgroepen die een belangrijk deel van de actuele milieudruk veroorzaken. Binnen de hoofddoelgroepen industrie en landbouw zijn de basischemie en de akkerbouw/vollegrondstuinbouw als prioritaire sectoren geïdentificeerd. Met deze sectoren wordt een structurele samenwerking of actief doelgroepenbeleid opgezet.
Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2008 Jaarlijks wordt voor het Doelgroepprogramma Voedingsnijverheid (DGP) (2006-2010) een voortgangsrapport opgemaakt. Hieruit blijkt dat overheid en sector ook in 20072008 samen een aantal afspraken realiseerden om de doelstellingen van het DGP te bereiken. In 2008 werd voornamelijk samengewerkt rond het thema water, op basis van een evaluatie van het waterbeleid door de sector zelf. Deze vorm van gestruc-
04MJP09.indd 79
12-01-2009 08:53:04
Milieujaarprogramma
80
2009
tureerd doelgroepenbeleid wordt uitgebreid naar prioritaire deelsectoren van de industrie en de landbouw, respectievelijk de basischemie en de akkerbouw of de vollegrondstuinbouw. Deze sectoren werden bepaald aan de hand van een onderbouwde methodologie met inbreng van de doelgroeporganisaties. Ondertussen zijn de voorbereidende inhoudelijke en organisatorische gesprekken gestart. In het kader van de structurele samenwerking tussen de beleidsdomeinen Leefmilieu, Natuur en Energie en Landbouw en Visserij werden oplossingen uitgewerkt en concreet aangepakt voor knelpunten in milieu- en landbouwbeleid. Beide beleidsdomeinen maakten ook afspraken voor gezamenlijke initiatieven. Verder ging er meer aandacht uit naar de dienstverlenende rol van de Cel DGB om medewerkers van het beleidsdomein te assisteren bij het in praktijk brengen van doelgroepenbeleid. Hiervoor ontwikkelde de Cel DGB een praktisch vademecum doelgroepbetrokkenheid en voorziet ze ook procesbegeleiding.
Aanpak prioriteiten 2009 Ondertekening en start uitvoering van themaoverschrijdende convenanten
Het milieubeleid op maat (cf DGP Voedingsnijverheid) wordt verder geconcretiseerd naar een prioritaire subsector van de industrie en van de landbouw. De samenwerking met de basischemie en de akkerbouwsector of de vollegrondstuinbouw moet leiden tot de opmaak van een themaoverschrijdende convenant. Een analyse van de milieudruk van de sector vormt hierbij de eerste stap. Bij het proces worden zowel de sectorvertegenwoordigende organisatie als het beleidsdomein LNE (en LV voor landbouw) betrokken. Concretiseren van doelgroepinvalshoek in het MINA-plan 4
In de loop van 2008 wordt gestart met de ontwikkeling en het uittesten van een methodologie om de decretale milieubeleidsplanning doelgroepspeciďŹ eker te organiseren. De resultaten hiervan zullen in 2009 worden toegepast bij de opmaak van het MINAplan 4. Het streefdoel is om bij de verschillende milieubeleidsthema’s en andere onderdelen van het plan (en afgeleide producten) waar mogelijk en nuttig te verduidelijken op welke doelgroepen en deelsectoren de vastgelegde doelstellingen en maatregelen van toepassing zijn (m.a.w. wie wat dient te doen).
04MJP09.indd 80
12-01-2009 08:53:04
actoren
81
deel 4
2. Burgers Plandoelstellingen De doelstellingen zijn aangegeven in het MINA-plan 3+. Ze worden opgevolgd met behulp van onderstaande kwalitatieve toelichting gepaard met een inschatting van de trend over de planperiode heen. 1
| Trend +/-
Uit de recentste cijfers blijkt dat het draagvlak eerder stabiliseert of verzwakt. Het percentage Vlamingen dat zegt altijd of dikwijls een zuinig gedrag (verwarmen van ruimtes, gebruik elektrische apparaten, ...) te vertonen daalt in de periode 1996-2006 van 55,3% tot 47,2%. In 1996 gaf 54% van de burgers aan minstens deels bereid te zijn een ďŹ nanciĂŤle bijdrage te leveren ten voordele van het milieu. In 2000 was dat 55% en in 2005 en 2006 56%.
Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2008 Na het openbaar onderzoek voor de verlening en actualisatie van het Milieubeleidsplan werden alle relevante documenten op de website geplaatst, inclusief een overwegingsdocument dat een overzicht geeft van de ingezonden reacties en een motivatie voor het al dan niet wijzigen van de ontwerptekst. Er werd ook een bevattelijke brochure gemaakt met de doelstellingen voor de verlengde planperiode en een samenvatting van de maatregelen.
04MJP09.indd 81
12-01-2009 08:53:04
Milieujaarprogramma
82
2009
3. Maatschappelijke organisaties Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2008 Op 1 januari 2008 gingen de nieuwe samenwerkingsovereenkomsten 2008-2010 met de NGO’s van start. Socio-economische verenigingen werden bij het beleid betrokken door de ondersteuning van de milieuwerking van de vakbonden en milieusensibiliseringsacties van werkgeversfederaties. Jeugdgroepen krijgen verschillende instrumenten aangereikt om milieuvriendelijker op kamp te gaan, zoals de websites www.jeromweb.be (concrete tips) en www.fermweb.be (info over welke boeren in de buurt ze terecht kunnen voor groenten, fruit …) die actueel gehouden worden. Begin 2008 dongen 30 jeugdhuizen mee naar de titel ‘Groenste jeugdhuis van Vlaanderen’ door deel te nemen aan EcoSpot On Tour. Het project ‘Vergroening van de omgeving van jeugdlokalen en speelterreinen’ werd opgestart. De lancering van de projectoproep naar jeugdgroepen is gepland voor februari 2009. Een subsidie werd toegekend aan Ecolife vzw voor de uitwerking van een vormingspakket rond energie en klimaat en aan Pasar vzw voor de uitwerking van het jaarthema Buur Natuur 2008-2010. De website http://nietvoorgroentjes.lne.be ging in september online en biedt vormingswerkers heel wat tips en informatie om met het milieu aan de slag te gaan.
04MJP09.indd 82
12-01-2009 08:53:05
deel 5
geĂŻntegreerd overheidsbeleid
05MJP09.indd 83
12-01-2009 08:53:21
05MJP09.indd 84
12-01-2009 08:53:22
geĂŻntegreerd overheidsbeleid
85
deel 5
1. Interne en externe integratie: organisatie Plandoelstellingen De doelstellingen zijn aangegeven in het MINA-plan 3+. Ze worden opgevolgd met behulp van onderstaande kwalitatieve toelichting gepaard met een inschatting van de trend over de planperiode heen. 1
| Trend +/-
2
| Trend +
De samenwerking binnen het beleidsdomein LNE is geregeld binnen de reorganisatie van de Vlaamse Overheid. Ondertussen functioneren alle opgerichte overlegorganen. In uitzonderlijke gevallen wordt een volledig gezamenlijk proces georganiseerd, zoals bij de voorbereiding van het nieuwe Milieubeleidsplan (2011-2015). De samenwerking met andere beleidsdomeinen wordt voornamelijk projectgebonden georganiseerd. De creatie van de dienst Begeleiding Gebiedsgerichte Planprocessen binnen LNE versterkt de ondersteuning die geboden wordt aan andere beleidsdomeinen. Met name inzake de te volgen plan- en projectprocedures en de inpassing van milieumaatregelen in plannen en projecten.
Maatregelen en instrumenten Aanpak prioriteiten 2009 Uitvoeren van de projecten van de Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling
De Algemene diensten van het regeringsbeleid coÜrdineren de uitvoering en opvolging van een Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling. Vele DO-thema’s hebben een expliciete milieu-invalshoek. Leefmilieu voert de strategie mee uit. Vijf van de twaalf projecten (Duurzaam bouwen en wonen, Duurzaam omgaan met water, Educatie voor duurzame ontwikkeling, Duurzame productie- en consumptiepatronen en Milieu en Gezondheid) uit de strategie worden door het beleidsdomein LNE getrokken en/of opgevolgd. In de loop van 2008 komt de uitvoering van deze projecten op gang, maar vooral in 2009 zal blijken welke resultaten verwacht kunnen worden.
05MJP09.indd 85
12-01-2009 08:53:22
Milieujaarprogramma
86
2009
2. Externe integratie: voorbeelden Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2008 Gezondheid
In het kader van het tweede generatie Steunpunt Milieu en Gezondheid wordt het vervolg van het humaan biomonitoringsprogramma verder voorbereid en uitgevoerd. De rekrutering om op een brede basis de gemiddelde blootstelling aan en effecten van polluenten in Vlaanderen te bepalen is reeds gestart. De selectieprocedure om de blootstelling aan en effecten van bepaalde polluenten in zogenaamde hot spots te bepalen, loopt. Tevens is het onderzoek over gezondheidseffecten van endocriene verstoorders en fijn stof lopende. Het pilootproject van het fasenplan is afgerond. Voor de andere humane biomonitoringsresultaten werden de cases “Astma en allergie in steden” en “Gechloreerde verbindingen in landelijke gebieden” als prioriteit gekozen en deze zullen verder vertaald worden naar concrete beleidsacties. Het geïntegreerde fasenplan zal eind 2008 beëindigd worden. Een vervolgstudie die zich toespitst op het binnenhuismilieu in scholen is lopende en zal aanleiding geven tot het opstellen van een concreet horizontaal beleid voor het binnenhuismilieu in scholen. In 2007 werd de studie rond reële milieugerelateerde gezondheidskosten in Vlaanderen opgestart. Voor deze studie wordt een overzicht van de huidige berekeningswijzen met vastgestelde problemen en mogelijke oplossingen opgemaakt. Voor een specifieke set aan polluenten (fijn stof (PM2,5 en PM10), troposferisch ozon en NO2 ) wordt tevens voor elke stap in de schadefunctieketen een kritische analyse gemaakt van de huidige berekeningsmethodiek, en waar opportuun worden specifieke gegevens voor Vlaanderen verzameld om deze daarna door te rekenen. Deze studie zal begin 2009 leiden tot geoptimaliseerde en geactualiseerde gegevens met betrekking tot de reële milieugerelateerde gezondheidskosten in Vlaanderen. In kader van het actieplan Cadmium werden de groepsresultaten van het humaan biomonitoring project in juni 2008 bekend gemaakt. Dit gebeurde door het uitvoeren van een geïntegreerde risico-evaluatie waarbij de resultaten van de humane biomonitoring en de milieumeetgegevens individueel worden gekoppeld. Op basis van de risico-evaluatie, zullen indien nodig, concrete beleidsacties worden uitgewerkt. In dit kader wordt de studie rond gebromeerde brandvertragers en perfluorverbindingen verder gezet. Hierbij wordt bijzondere aandacht besteed aan het identificeren van geschikte en bruikbare indicatoren ten einde de blootstelling van de Vlaamse bevolking aan beide nieuwere hormoonverstorende stoffen te kunnen inschatten. Mobiliteit
Informatie hierover is voornamelijk terug te vinden bij het thema ‘Verontreiniging door fotochemische stoffen’. Ruimtelijke ordening
Het RSV liep aanvankelijk tot 2007. Nu al is duidelijk dat een nieuw RSV niet verwacht wordt voor 2012. Momenteel is men nog volop bezig met de uitvoering van het huidige
05MJP09.indd 86
12-01-2009 08:53:22
geïntegreerd overheidsbeleid
87
deel 5
plan. Zo heeft de Vlaamse Regering in 2008 de eerste ruimtelijke uitvoeringsplannen voor de afbakening van de natuurlijke en agrarische structuur goedgekeurd. Het nieuwe MER-decreet is van toepassing op alle ruimtelijke uitvoeringsplannen. Door middel van een onderzoek tot milieueffectrapportage moeten de initiatiefnemers hun gemeentelijke, provinciale en gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen screenen mbt aanzienlijke milieu-effecten. Door in een vroeg stadium van de planvorming milieuaspecten te onderzoeken en te integreren in het ruimtelijk plan neemt de (milieu)kwaliteit van die plannen toe. Landbouw
Informatie over de afstemming met landbouw is terug te vinden bij het thema ‘Vermesting’ en het hoofdstuk ‘doelgroepen’. Economie en energie
Informatie hierover is voornamelijk terug te vinden bij het thema ‘Verandering van het klimaat door het broeikaseffect’.
Aanpak prioriteiten 2009 Begeleiden en sturen van het Steunpunt Milieu en Gezondheid
In het kader van het tweede generatie Steunpunt Milieu en Gezondheid 2007-2011 wordt het vervolg van het humaan biomonitoringsprogramma uitgevoerd. Hierbij zal zowel op een brede basis de gemiddelde blootstelling aan en effecten van polluenten in Vlaanderen worden bepaald, als de blootstelling aan en effecten van bepaalde polluenten in zogenaamde hot spots. Zo wordt eind 2009 in het kader van het actieplan Beerse de beperkte humane biomonitoring van kleuters herhaald. Naast het biomonitoringsluik zal tevens onderzoek over gezondheidseffecten van endocriene verstoorders en fijn stof worden uitgevoerd. Beleidsvertaling van humane biomonitoringresultaten (faseplan)
De concrete beleidsacties die op basis van het geïntegreerde faseplan in 2008 worden voorgesteld, zullen in 2009 verder worden uitgevoerd. Tevens wordt gestart met de voorbereiding van de beleidsvertaling van de humane biomonitoringresultaten verkregen in het kader van het tweede generatie Steunpunt Milieu en Gezondheid 2007-2011. Versterken van wetenschappelijke onderbouwing en optimaliseren van meetinspanningen in functie van de volksgezondheid
In 2009 wordt verder toegespitst op het binnenhuismilieu in scholen en een concreet horizontaal beleid voor het binnenhuismilieu in scholen wordt opgesteld. Tevens zal in 2009 gestart worden met de inschatting van de blootstelling aan PAKs in het binnenmilieu en zullen humane biomerkers voor PAKs geoptimaliseerd worden. Aandacht voor milieuvriendelijke mobiliteit bij bedrijven
In navolging van de Vlaamse Klimaatconferentie wordt er een CO2-footprint uitgewerkt (berekeningswijze van CO2- emissies vloot, rijgedrag en verplaatsingen). Dit wordt niet beperkt tot CO2-emissies, maar uitgebreid naar alle emissies van wagens. Daarnaast wordt ook concreet advies gegeven over de wijze waarop bedrijven deze footprint kunnen verbeteren. Alle mogelijke maatregelen rond vlootbeheer, rijgedrag en verplaatsingen komen hierbij aan bod, met de nadruk op vlootbeheer.
05MJP09.indd 87
12-01-2009 08:53:22
Milieujaarprogramma
88
2009
3. Samenwerking met de andere gewesten en gemeenschappen en met de federale overheid Plandoelstellingen De doelstellingen zijn aangegeven in het MINA-plan 3+. Ze worden opgevolgd met behulp van onderstaande kwalitatieve toelichting gepaard met een inschatting van de trend over de planperiode heen. 1
| Trend +
| Trend + 3 | Trend +/2
4
| Trend ++
De opvolging van het federaal milieubeleid en federaal beleid inzake Duurzame Ontwikkeling werd verzekerd. Voor bepaalde relevante onderwerpen is gewaakt over het respect voor de Vlaamse bevoegdheden of werd een synergie gezocht tussen de federale en gewestelijke beleidsinstrumenten. Dit werd vooral in de praktijk gebracht door het proces inzake De Lente van het Leefmilieu begin 2008. Het recente Vlaamse decreet inzake duurzame ontwikkeling vormt de aanzet voor nieuwe onderhandelingen met de andere gewesten gemeenschappen en de federale overheid over meer structurele samenwerking rond duurzame ontwikkeling. Dit geldt zowel voor de uitwerking van posities in internationale onderhandelingen als voor de uitvoering van internationale engagementen. Zie plandoelstelling 1. Door de samenwerking van de milieu-attacheĂŠs op de PV en in het kader van de voorbereidingen van het Belgisch EU voorzitterschap is een nauwere rechtstreekse samenwerking gegroeid met de andere gewesten. De onderhandelingen met de andere gewesten over een formalisering van deze intergewestelijke samenwerking zijn nog niet afgerond. De afgelopen jaren is er vooral vooruitgang geboekt inzake optimalisatie van de werking van het CCIM en van de taakverdeling tussen de betrokken gefedereerde entiteiten. Hierdoor heeft het Vlaams Gewest een betere actuele kijk gekregen op de diverse relevante internationale milieudossiers. Bepaalde belangrijke dossiers worden door het Vlaams Gewest rechtstreeks aangestuurd en de Vlaamse minister voert, in een toerbeurtsysteem, het woord namens BelgiĂŤ op de EU- Raad en op multilaterale ministeriĂŤle bijeenkomsten.
Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2008 De uitbouw van een intergewestelijke structuur blijft geblokkeerd door gebrek aan medewerking van beide andere gewesten. De voorbereiding van de ICL-beslissingen en de opvolging van de uitvoering ervan, gebeurt nu door het CCIM. Er is nu zelfs een toerbeurtsysteem voor het voorzitterschap van het CCIM waardoor het Vlaams Gewest o.a. meer invloed krijgt op de agenda van de ICL. Na een aarzelende opstart van de elektronische uitwisseling en archivering van documenten via het CCIM-secretariaat ontvangen de betrokken Vlaamse expertenambtenaren nu snel, rechtstreeks en op maat de documenten over het internationale
05MJP09.indd 88
12-01-2009 08:53:22
geïntegreerd overheidsbeleid
89
deel 5
dossier dat ze opvolgen. Het eigen Vlaams CIRCA-systeem zorgt voor een actueel overzicht van de beschikbare EU- documenten. Het CCIM heeft instrumenten uitgewerkt voor een betere opvolging van de EU-comitologie inzake Leefmilieu. Er is ook een inventarisatie van de relevante EU-expertgroepen opgemaakt. In 2008 is er werk gemaakt van een systematische opvolging van deze afspraken. Op basis daarvan wordt geëvalueerd of er bijsturingen nodig zijn. Via het Vlaams Inter-Departementaal Europa Overleg (VIDEO) heeft het departement Leefmilieu een betere afstemming gerealiseerd met de meer horizontale inspanningen die door het Vlaams Gewest gebeuren om de opvolging van de Europese besluitvorming en de bijhorende intern-Belgische coördinatie te verbeteren. Er zijn ook nuttige contacten gelegd en afspraken gemaakt voor interdepartementale coördinatie o.a. met de departementen Landbouw en Visserij en Mobiliteit en Openbare Werken. Inzake afstemming met het beleid van de Federale overheid en de andere gewesten, is een fundamentele stap vooruitgezet met het proces inzake De Lente van het Leefmilieu begin 2008.
05MJP09.indd 89
12-01-2009 08:53:22
Milieujaarprogramma
90
2009
4. Samenwerking met lokale overheden Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2008 Bij de opvolging van het algemene lokale milieubeleid ging bijzondere aandacht naar de nieuwe Samenwerkingsovereenkomst die op 1 januari 2008 van start ging (VR 21 dec 2007). De tweede fase (2005-2007) van de vorige Samenwerkingsovereenkomst werd verder opgevolgd. Voornaamste aandachtspunten bij de uitwerking van de nieuwe Samenwerkingsovereenkomst waren minimale plan-, rapporterings- en controleverplichtingen en zo veel mogelijk ruimte voor eigen beleidsruimte en creativiteit. De gemeentelijke samenwerkingsovereenkomst is opgebouwd uit een basis, een onderscheidingsniveau en een projectmodule. De basis bestaat uit acties voor verschillende thema’s waaraan alle gemeenten moeten voldoen. Hiertegenover staat een basisvergoeding. Het onderscheidingsniveau, met bijkomende subsidies, bevat acties die gemeenten stimuleren verder te gaan. Daarnaast kunnen gemeenten die intekenen op de overeenkomst ook projecten indienen. Ook voor de provincies geldt het systeem van de basis en de projectmodule. Naast het voeren van een eigen beleid, ligt in de basis nog meer de nadruk op de ondersteuning van de gemeenten. Inhoudelijk zijn er twee nieuwe thema’s toegevoegd: “Bodem” en “Duurzame ontwikkeling”. Ter ondersteuning van de overeenkomsten met lokale overheden werden ook samenwerkingsovereenkomsten met de NGO’s (BBL en VODO) uitgewerkt (VR 21 dec 2007). De aflopende overeenkomsten (fase 2005-2007) werden verder opgevolgd.
05MJP09.indd 90
12-01-2009 08:53:22
deel 6
internationaal beleid
06MJP09.indd 91
12-01-2009 08:53:36
06MJP09.indd 92
12-01-2009 08:53:36
internationaal beleid
93
deel 6
Internationaal beleid Plandoelstellingen De doelstellingen zijn aangegeven in het MINA-plan 3+. Ze worden opgevolgd met behulp van onderstaande kwalitatieve toelichting gepaard met een inschatting van de trend over de planperiode heen. 1
| Trend +
De Vlaamse milieuoverheid heeft zich de voorbije jaren ingespannen om binnen Vlaanderen en België (verbeterde) structuren op te zetten om te komen tot een meer gedragen en gecoördineerde insteek ten behoeve van het mondiaal en Europees milieubeleid.
Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2008 Het Vlaamse Gewest was in de eerste helft van 2008 Belgisch woordvoerder in de Europese ministerraden Milieu. De voorbereidingen van het Belgische voorzitterschap van de EU in de tweede helft van 2010 werden opgestart. Daartoe werd op Vlaams niveau een interdepartementale werkgroep opgericht. Via het CCIM zijn afspraken gemaakt voor coördinatie tussen de Belgische milieu-overheden. In het eerste semester van 2008 was het Vlaams Gewest trekker van het halfjaarlijkse Belgische stakeholderoverleg inzake Europese milieudossiers. Elk semester worden de lopende Europese onderhandelingsdossiers opgelijst voor de Vlaamse Regering en het Vlaamse Parlement en wordt dit besproken in de Commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement. In 2008 zijn contacten uitgebouwd met een aantal andere prioritaire departementen (Landbouw, Mobiliteit) om de wederzijdse opvolging van relevante EU-dossiers te verbeteren. Voor de uitvoering van internationale milieuverdragen is een project opgestart om te komen tot een overzicht waarin op gestructureerde wijze de impact op Vlaanderen van de multilaterale milieuverdragen op alle vlakken wordt opgenomen (en actueel gehouden). De informatie hierover is in de loop der jaren erg versnipperd onderzocht in verschillende studies en bij de verschillende diensten en entiteiten. Vlaanderen nam in april 2008 deel aan de ministeriële bijeenkomst in Parijs van leefmilieuministers van de OESO-lidstaten. Een maand later vond in Bonn de negende Conferentie van de Partijen bij het Biodiversiteitsverdrag plaats waar Vlaanderen ook op ministerieel niveau vertegenwoordigd was. Tijdens een Vlaams side-event in Bonn werd de ‘Countdown 2010 Declaration’ ondertekend. Dit is een initiatief van IUCN (World Conservation Union) om bij te dragen in het bereiken van de 2010-biodiversiteitsdoelstelling. Verder nam de Vlaamse leefmilieuoverheid o.m. deel aan de UNEP Governing Council/Global Ministerial Environment Forum, de 16de sessie van de Commissie voor Duurzame Ontwikkeling (CSD 16) en de voorbereidende UN/ECE vergadering, de COP van het Basel-verdrag inzake grensoverschrijdende afvaltransporten te Bali en was de Vlaamse leefmilieuoverheid actief in de opvolging van vele werkvergaderingen onder de verschillende leefmilieuverdragen. In het kader van de interregionale samenwerking nam Vlaanderen in juni 2008 deel aan de tweejaarlijkse ministeriële bijeenkomst van ENCORE (Environmental Conference of the Regions of Europe) in Zaragoza. De bilaterale betrekkingen met
06MJP09.indd 93
12-01-2009 08:53:36
Milieujaarprogramma
94
2009
Nederland werden verstevigd door de invulling van een bilateraal samenwerkingakkoord op vlak van landbouw en leefmilieu. De samenwerking met NoordrijnWestfalen en Catalonië werd op ministerieel niveau versterkt. Vijf drinkwater- en sanitatieprojecten werden in 2008 door cofinanciering ondersteund in het kader van het Vlaams Partnerschap Water voor Ontwikkeling. Momenteel lopen in totaal 15 dergelijke projecten, uitgevoerd door partnerschappen van diverse Vlaamse wateren ontwikkelingsNGO’s, drinkwaterbedrijven, privébedrijven en onderwijsinstellingen. Met deze investering worden tienduizenden mensen in Ecuador, Mali, Gambia, Marokko, Oeganda, Ghana, Benin, Congo, Senegal, Guinee-Bissau en Niger voorzien van zuiver water.
Aanpak prioriteiten 2009 Voorbereiden van het Belgisch EU-voorzitterschap
In 2009 zullen de werkzaamheden ter voorbereiding van het EU-voorzitterschap in een stroomversnelling komen. In de aanloop naar het voorzitterschap zal gelobbyd worden bij de Europese instellingen om de agenda van het voorzitterschap te beïnvloeden, zullen intra-Belgische afspraken gemaakt worden om het voorzitterschap optimaal te kunnen laten verlopen, zullen extra budgetten moeten worden vrijgemaakt, zal vorming voor piloten en experten worden opgezet, zullen side-events worden voorbereid enz. Door het verdrag van Lissabon zal nauw moeten samengewerkt worden met Spanje en Hongarije die deel uitmaken van het drievoudig voorzitterschap van de EU. Opvolgen van Europese milieudossiers
2009 is het jaar waarin de Europese verkiezingen gehouden zullen worden, met een nieuw samengesteld Europees Parlement en nieuwe Europese Commissie tot gevolg. Verschillende voor Vlaanderen prioritaire dossiers zullen dus nog voor deze verkiezingen op de agenda’s van de Raden Leefmilieu en Energie komen te staan voor grondige bespreking. Het gaat hier o.a. over: het actieplan duurzame consumptie en productie en de bijhorende voorstellen voor herziening van bestaande Europese wetgeving (EMAS- en ecolabel-verordening), de mededeling over SEIS (Shared Environmental Information System, die de rapportageverplichtingen t.a.v. de EU over milieu moet stroomlijnen), het witboek over de aanpassing aan klimaatsverandering, de richtlijn industriële emissies (o.a. herziening van de IPPC-richtlijn), het bossenactieplan en de mid term herziening van het Actieplan Biodiversiteit, het pakket over de veiligheid van energiebevoorrading en de strategische energie herziening, de herziening van de richtlijn Energieprestaties voor Gebouwen. Mogelijk komt de bespreking van het voorstel over de bodemrichtlijn opnieuw op de agenda. De besprekingen over het klimaat- en energiepakket moeten eveneens tegen de verkiezingen van 2009 worden afgerond. Een succesvolle afronding van dit interne EU-pakket moet helpen om in de tweede jaarhelft van 2009 een geloofwaardige inbreng van de EU in de internationale klimaatconferentie in Kopenhagen te garanderen, zodat in Kopenhagen de opvolger van het Kyotoprotocol kan worden overeengekomen. Verschaffen van woordvoerderschap
Voor zover in 2008 nog geen verdere stappen konden worden gezet in de richting van een volwaardige implicatie van de gewestattachés in de werking van de Permanente Vertegenwoordiging (woordvoerderschap voor gewestattachés in de raadswerkgroepen leefmilieu), zal hier in 2009 verder naar gestreefd worden. Dit wordt des te belangrijker met het oog op een goede werking van de PV tijdens het EU-voorzitterschap van België in de tweede helft van 2010.
06MJP09.indd 94
12-01-2009 08:53:36
internationaal beleid
95
deel 6
Omzetten van richtlijnen
Vermoedelijk zal het Europees Hervormingssverdrag van Lissabon in de loop van 2009 in werking treden waardoor de mogelijkheid van snelle dwangsommen en boetes wegens te late omzetting van richtlijnen erg waarschijnlijk wordt. Het wetgevingsproces voor omzetting van richtlijnen wordt daarom een absolute prioriteit en zal zeker al voor de deďŹ nitieve goedkeuring van de richtlijn in gang moeten gezet worden met mogelijke inzet van kwalitatieve regelgevingsimpactanalyses in het stadium van de onderhandelingen. Om de complexiteit van de Europese regelgeving en de raakpunten met andere beleidssectoren goed te beheersen zullen meer gestructureerde bilaterale overlegmomenten en een zekere centrale aansturing aangewezen zijn. Er zal ook nog meer moeten gestreefd worden naar integratie van normen en procedures binnen de milieusector ten einde de administratieve lasten niet te verhogen en de uitvoeringslast draagbaar te houden.
06MJP09.indd 95
12-01-2009 08:53:36
06MJP09.indd 96
12-01-2009 08:53:36
deel 7
instrumenten
07MJP09.indd 97
12-01-2009 08:53:53
07MJP09.indd 98
12-01-2009 08:53:53
instrumenten
99
deel 7
1. Beleidsvoorbereiding, -evaluatie en -opvolging Plandoelstellingen De doelstellingen zijn aangegeven in het MINA-plan 3+. Ze worden opgevolgd met behulp van onderstaande kwalitatieve toelichting gepaard met een inschatting van de trend over de planperiode heen. 1
| Trend +
De voorbije jaren werd bijkomende vooruitgang geboekt m.b.t. de afstemming binnen de beleidscyclus. De koppeling met indicatorensets werd sterk verbeterd, alsook de afstemming met de begroting. Bovendien werden via de wijziging van het decreet (DABM) afspraken gemaakt over de toekomstige samenhang tussen de regeer- en de planningscyclus. De volledige afstemming met beleidsnota en beleidsbrieven en met de meer operationele plannen is nog geen feit, maar er is vooruitgang.
Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2008 Begin 2008 werd het proces voor de opmaak van het MINA-plan 4 gestart. Een aantal uitgangspunten over proces, vorm en inhoud werd overeengekomen en een eerste ontwerp van inhoudstafel gelanceerd. Alle betrokkenen werden gecontacteerd en schrijversgroepen werden geïnstalleerd. Er werd hierbij ook al overeengekomen om de voorbereidingen voor het MINA-plan 4 te laten samensporen met de bijdrage van de administratie aan de volgende Vlaamse Regering. Tegelijkertijd werd een grootschalige bevraging gehouden (intern en extern) over de functie en de inhoud van de milieubeleidsplanning in Vlaanderen. Op basis van de resultaten, die in het najaar van 2008 ter beschikking zijn, wordt de laatste hand gelegd aan het proces en het concept van het toekomstige MINA-plan 4 (2011-2015). Er werd doorgewerkt op de evaluatie van het MINA-plan 3, die in 2006/2007 werd doorgevoerd. In 2008 werd dit aangevuld met een onderzoek naar de vergelijkbaarheid van Vlaanderen met andere regio’s. In deze benchmarking werden gegevens verzameld voor een geselecteerde set van indicatoren binnen vergelijkbare regio’s (socio-economisch en geografisch). In 2008 werd binnen het beleidsdomein LNE ook een gezamenlijke oefening opgestart om de belangrijkste beleidseffecten in kaart te brengen. Deze set moet dienen om de meer operationele indicatoren uit de beheersovereenkomsten aan te vullen.
Aanpak prioriteiten 2009 Het MINA-plan 4 opstellen
De voorbereidingen voor het opstellen van het MINA-plan 4 werden in 2008 aangevat, maar de klemtoon ligt op 2009. In dat jaar wordt als eerste stap een inhoudelijke bijdrage van de administratie aan de nieuwe Vlaamse Regering bezorgd. Die bijdrage bevat voor het onderdeel milieu en natuur een evaluatie van het MINA-plan 3, een aanzet tot een langetermijnvisie en concrete voorstellen voor de volgende legislatuur. Later op het jaar wordt op basis van de beleidsnota een ontwerp Milieubeleidsplan voor de periode 2011-2015 opgesteld. De daarin opgenomen voorstellen worden, ook in de loop van 2009, afgetoetst met alle betrokkenen. De afstemming met andere plannen is hierbij een bijzonder aandachtspunt.
07MJP09.indd 99
12-01-2009 08:53:53
Milieujaarprogramma
100 2009
2. Beleidsonderbouwing: kennisverwerving Plandoelstellingen De doelstellingen zijn aangegeven in het MINA-plan 3+. Ze worden opgevolgd met behulp van onderstaande kwalitatieve toelichting gepaard met een inschatting van de trend over de planperiode heen. 1
| Trend ++
2
| Trend +
De voorbije jaren werden d.m.v. een vernieuwde overlegstructuur rond onderzoek de geplande onderzoeksvoorstellen ex ante op hun beleidsrelevantie en -prioriteit beoordeeld. Dit resulteert jaarlijks in een inhoudelijk afgestemd (en tevens financieel sluitend) Onderzoeksprogramma waarbij zowel strategische als meer operationele onderzoeksvragen aan bod komen. Een uitgebreid databeheersysteem bevat alle beleidsrelevante onderzoeksprojecten die door het beleidsdomein Leefmilieu de afgelopen jaren werden geprogrammeerd en opgestart. Intern worden de geplande onderzoeksvoorstellen en de onderzoeksresultaten van afgeronde studies via het daarvoor ontworpen databeheersysteem beschikbaar gemaakt voor alle beleidsmedewerkers. Extern worden de belangrijkste onderzoeksgegevens (o.m. het doel en de resultaten van het onderzoek) via het internet verspreid. Voor sommige instellingen is er een probleem omtrent de actualisatie van de te ontsluiten onderzoeksgegevens.
Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2008 De onderzoeksprogrammering verloopt via een duidelijk omschreven coördinatie- en overlegprocedure. Nieuwe onderzoeksvoorstellen worden ex ante geëvalueerd en er wordt gezocht naar synergieën. Er werd afgestemd met andere beleidsdomeinen die milieugerelateerd onderzoek programmeren (o.m. Landbouw, Mobiliteit). Er werd verder gewerkt aan de integratie van het werkprogramma van het INBO in de TWOLcyclus. Belangrijke verwezenlijkingen in 2008 in het kader van het ‘Europees ERA-NET ‘Scientific Knowledge for Environmental Protection (SKEP) - Network of Funding Agencies’ zijn de uitwerking van een eerste oproep tot voorstellen en de voorbereiding en lancering van een tweede testoproep. Tevens werden de topics geselecteerd voor de main joint call van juni 2009, waarbij de problematiek van nanotechnologie aan bod komt. Een rapport rond de verspreiding en uitvoering van milieuonderzoek, met een leidraad voor beste praktijken, werd voltooid. In kader van het project 'Meetnetten en Monitoring' werd een leidraad voor uitbouw van kwaliteitsvolle meetnetten ontwikkeld. In deze handleiding werden de bevindingen van eerder uitgevoerd onderzoek vertaalt naar een methodiek en praktische aanbevelingen voor zowel beleidsverantwoordelijken als meetnetbeheerders. Begin 2008 werd gestart met de optimalisatie van de emissie-inventaris lucht voor de componenten NMVOS en zware metalen. De verfijning van de emissie-inventaris ammoniak zit intussen op schema en zal eind 2008 zijn afgerond.
07MJP09.indd 100
12-01-2009 08:53:53
instrumenten
101 deel 7
3. Beleidsonderbouwing: informatiebeheer Plandoelstellingen De doelstellingen zijn aangegeven in het MINA-plan 3+. Ze worden opgevolgd met behulp van onderstaande kwalitatieve toelichting gepaard met een inschatting van de trend over de planperiode heen. 1
| Trend +
Binnen de planperiode MINA-3 werden reeds heel wat informatiesystemen ontwikkeld of werd de ontwikkeling ervan geïnitieerd. Het volledig operationaliseren van deze systemen vergt evenwel bijkomende inspanningen.
Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2008 In 2008 werd veel energie gespendeerd aan de werking en realisatie van de internetloketten. Met betrekking tot het Integraal Milieujaarverslag (IMJV)-internetloket werden een aantal functionele verbeteringen doorgevoerd (verbeterde invoer van luchtemissies en doelgroepspecifieke functionaliteiten). Het gebruik van het IMJV-loket zit intussen duidelijk in de lift: zowel het aandeel digitaal ingediende IMJV’s als het gebruik van de overige functionaliteiten is in 2008 fors toegenomen. Het milieuvergunningenloket (eMIL) wordt eind 2008 operationeel (on-line). In 2008 werd het backoffice verder uitgebouwd. In het najaar wordt van provincies en gemeenten respons verwacht op de communicatiestandaard (XML) voor uitwisseling van gegevens via het backoffice. De realisatie van het project dat de koppeling tussen het centraal bedrijvenbestand (CBB) en de Kruispuntdatabank Ondernemingen (vKBO) moet mogelijk maken, werd uitgesteld naar 2009.
Aanpak prioriteiten 2009 CBB volledig operationaliseren
Een volledige operationalisering van het Centraal Bedrijvenbestand (CBB) vereist een effectieve koppeling met de Vlaamse Kruispuntdatabank Ondernemingen (vKBO). De koppeling tussen het CBB en de vKBO zal in 2009 gerealiseerd worden. Digitaal loket milieuvergunningen realiseren
Het milieuvergunningenloket (eMIL) wordt in 2009 volledig geoperationaliseerd met betrekking tot de drie basisonderdelen: raadpleging via internet van de gewestelijke milieuvergunningendatabank, de milieuvergunningenwegwijzer en het loket milieuvergunningen (digitale aanvraag milieuvergunning). Parallel wordt ook de backoffice voorbereid door het consolideren van een gemeenschappelijk formaat voor de gegevensuitwisseling van milieuvergunningen.
07MJP09.indd 101
12-01-2009 08:53:53
Milieujaarprogramma
102 2009
4. Beleidsonderbouwing: rapportering Plandoelstellingen De doelstellingen zijn aangegeven in het MINA-plan 3+. Ze worden opgevolgd met behulp van onderstaande kwalitatieve toelichting gepaard met een inschatting van de trend over de planperiode heen. 1
| Trend +
Naast de interne optimalisatie wordt meer overleg gepleegd om de rapporteringen beter af te stemmen op elkaar, en deze beter te laten aansluiten bij de beleidsplanning, -opvolging en -evaluatie.
Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2008 Zowel bij de milieurapportering (MIRA) als bij de natuurrapportering (NARA) ging alle aandacht naar de voorbereiding van de toekomstverkenning milieu en natuur 2009, als wetenschappelijke onderbouwing van het MINA-plan 4. Eind 2008 verschijnen het MIRA-T 2008: Indicatorrapport en de brochure Natuurindicatoren 2008 en worden de websites milieuindicatoren (www.milieuindicatoren.be) en natuurindicatoren (www.natuurindicatoren.be) geactualiseerd.
Aanpak prioriteiten 2009 Scenariorapporten opmaken (MIRA-S en NARA-S)
Tegen eind 2009 zullen MIRA en NARA de scenario-rapporten afwerken, waarin een beschrijving wordt gegeven van de verwachte ontwikkelingen van het milieu en de natuur bij ongewijzigd en gewijzigd beleid. Deze rapporten zijn gebaseerd op de in 2008 uitgewerkte beleidsscenario’s, en moeten ondersteuning bieden bij het maken van strategische keuzes voor het toekomstig milieu- en natuurbeleid in het algemeen en het MINA-plan 4 in bijzonder. Voor dit schrijfproces wordt beroep gedaan op een reeks van auteurs en lectoren.
07MJP09.indd 102
12-01-2009 08:53:53
instrumenten
103 deel 7
5. Beleidsuitvoering: sociale instrumenten Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2008 De structurele uitbouw van de portaalsite www.milieuinfo.be verloopt volgens schema. Deze portaalsite wordt uitgebouwd met informatie en interactieve toepassingen in functie van de behoeften bij verschillende doelgroepen en zal ook op alle mogelijke manieren gepromoot worden als de toegangspoort tot digitale informatie van de Vlaamse milieuoverheid. Het is de bedoeling dat iedereen in Vlaanderen die milieuinformatie zoekt (en vindt) via milieuinfo.be. Het Vlaamse Implementatieplan ‘Educatie voor Duurzame Ontwikkeling’ (EDO) werd afgewerkt en goedgekeurd door het EDO-platform. Voor de Vlaamse Strategie voor Duurzame Ontwikkeling werd de projectfiche van het operationeel project EDO voorgelegd teneinde het EDO-Implementatieplan te officialiseren. Het Vlaamse EDOplatform wacht nog op zijn officiële installatie. De inzet van een ploeg EDO-procesbegeleiders wordt verschoven naar 2009. Een onderzoek dat moet bijdragen aan visieontwikkeling en professionalisering van EDO is opgestart. Bij de doelgroep onderwijs stijgt het aantal MOS-scholen (Milieuzorg op School) dat werkt aan milieuthema’s: afvalpreventie en duurzame materialen, water, energie, mobiliteit en natuur op school/vergroening. Voor het secundair onderwijs werd het nieuwe themapakket ‘water’ afgewerkt. De vernieuwde themabundel 'verkeer' voor basisscholen wordt uitgesteld naar 2009. Na afronding en evaluatie van de 6 proefprojecten gaat vanaf het academiejaar 2008-2009 Ecocampus ten volle van start. Hiervoor worden er 7 Ecocampusbegeleiders (6 VTE), verdeeld over de 5 associaties, ter beschikking gesteld. Zij zorgen voor de concrete invoering en begeleiding van het Ecocampusproject in hogescholen en universiteiten, als sluitstuk van één groot educatief milieuzorgproject voor het formeel onderwijs van kleuter- tot en met hoger onderwijs. Voor het jaar 2008 werden in het kader van het Projectenfonds 29 projecten ingediend: 1 DuLoMi-project, 18 NME-projecten en 9 MiNa-projecten en 1 module 4-project. De adviescommissie gaf een gunstig advies voor 8 van deze projecten. Naast het basisonderhoud van de Milieukoopwijzer voor 2008 werd i.s.m. UNIZO een haalbaarheidsonderzoek opgestart voor de vergroening van het leveranciersaanbod. Het eerste ontwerp van de rapporten over de uitvoering van de actieplannen energiezorg in Vlaamse overheidsgebouwen en milieuzorg in het voertuigenpark van de Vlaamse overheid is klaar. De afwerking is voorzien eind 2008. De omzendbrieven rond rationeel energiegebruik werden van kracht op 15 februari 2008 (Dikke-truiendag). Naar aanleiding hiervan werd een infosessie georganiseerd voor gebouwverantwoordelijken en -beheerders, o.m. over de beschikbare instrumenten om de richtlijnen uit te voeren. De nodige insteek werd gegeven voor een krachtlijnennota die de start zal geven van de verdere uitbouw van duurzame aankopen binnen de Vlaamse overheid. Het beleidsdomein neemt hier een actieve rol in op. In afwachting hiervan werd de helpdesk voor aankopers opgestart en verder werk gemaakt van de promotie van instrumenten voor
07MJP09.indd 103
12-01-2009 08:53:54
Milieujaarprogramma
104 2009
milieuvriendelijke aankopen. In het raamcontract voor aankoop van dienstwagens voor de Vlaamse overheid werd de ecoscore opgenomen als criterium.
Aanpak prioriteiten 2009 Voorbeeldrol van de Vlaamse overheid uitbouwen
Samen met de betrokkenen bij de uitvoering van de actieplannen Energiezorg in Vlaamse overheidsgebouwen en Milieuzorg in het voertuigenpark van de Vlaamse overheid wordt de voorbereiding van het vervolg op beide actieplannen gestart. Tevens wordt voor deze actieplannen en voor andere milieuzorgactiviteiten i.s.m. Bestuurszaken nagegaan hoe gegevens kunnen verzameld worden via de rapportering van de beheersovereenkomsten. Acties zoals vorming, verspreiden en ontwikkelen van instrumenten en communicatieacties worden verder gezet. Zo wordt een digitale wegwijzer milieuzorg ontwikkeld en wordt werk gemaakt van het verkleinen van de kloof tussen beleid en het werkveld op vlak van milieuvriendelijke aankopen (o.m. door ontwikkeling en promotie van instrumenten, helpdesk). Binnen het protocol met het departement Bestuurszaken en het agentschap voor Facilitair Management wordt werk gemaakt van een doorlichting van bestekken voor raamcontracten. Specifieke aandacht zal ook gaan naar milieuvriendelijke aspecten van de organisatie van het Europese voorzitterschap. Het departement LNE neemt haar voorbeeldrol als milieuadministratie op door werk te maken van de invoering van een energie- en milieuzorgsysteem. Vlaams Implementatieplan Educatie voor Duurzame Ontwikkeling (EDO) uitvoeren
In het kader van het VN-decennium (2005-2014) voor EDO (Educatie voor Duurzame Ontwikkeling) en de Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling (cf. operationeel project EDO) wordt gestart met de uitvoering van de acties uit het Vlaamse EDOImplementatieplan. In de eerste helft van 2009 zal in samenwerking met andere betrokken beleidsdomeinen een EDO-coördinatiecel operationeel zijn. Daarnaast gaat per provincie een EDO-procesbegeleider aan de slag, desgevallend parallel aan het lopend MOS-project, om EDO te stimuleren in zowel het formele onderwijs als in niet-formele en informele leercontexten. Een actieonderzoek moet bijdragen aan visieontwikkeling en professionalisering van EDO. Schoolse en niet-schoolse jeugd sensibiliseren
Tijdens het academiejaar 2008-2009 gaan de Ecocampus-begeleiders van start in de vijf associaties. Zij zorgen voor de concrete invoering en begeleiding van het Ecocampusproject in hogescholen en universiteiten, als sluitstuk van één groot educatief milieuzorgproject voor het regulier onderwijs van kleuter- tot en met hoger onderwijs. In het voorjaar 2009 wordt een grootschalig organisatie sensibilisatie-evenement voor studenten georganiseerd; verder wordt didactisch materiaal voor docenten uitgewerkt en komt er een herwerkte uitgave van de handleiding interne milieuzorg. In het kader van de verbreding van NME naar niet-schoolse doelgroepen worden binnen de werking vergroening en de werking JeROM met het project 'Vergroening van jeugdlokalen' jongeren ertoe aangezet de omgeving van hun jeugdlokaal met meer natuur in te richten. De werking Landbouw en Milieu start een sensibiliseringscampagne ‘Voedselkilometers’ rond lokale- en seizoensgebonden consumptie in supermarkten met het oog op vermindering van de milieu-impact.
07MJP09.indd 104
12-01-2009 08:53:54
instrumenten
105 deel 7
6. Beleidsuitvoering: economische instrumenten Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2008 In 2008 werd de invoering van een mogelijke NOx hefďŹ ng voorbereid door studiewerk over de economische en juridische aspecten van een hefďŹ ngssysteem met terugsluizing van ontvangsten. Hierbij zullen ook de reguleringskosten van verschillende alternatieven geraamd worden. Er wordt ook een studie uitgevoerd ter voorbereiding van de invoering van een regulerende waterhefďŹ ng voor oppervlaktewaterlozers.
07MJP09.indd 105
12-01-2009 08:53:54
Milieujaarprogramma
106 2009
7. Beleidsuitvoering: juridische instrumenten Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2008 De EU-richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (IPPC) schrijft tussentijdse evaluaties voor van de vergunningssituatie van GPBVbedrijven. Deze tussentijdse evaluaties zijn al meerdere jaren lopende en hierover wordt driejaarlijks aan de EU-Commissie gerapporteerd. Bij deze evaluaties worden o. a. de BBT/BREF-evoluties meegenomen. Naast de individuele aanpak volgens de vergunningsaanvragen, gebeurt de sectorale aanpak volgens de goedkeuring van de nieuwe en de herziening van bestaande BREF’s. De laatste nieuwe, o.a.chemie, werden recent goedgekeurd zodat de GPBV-evaluaties in deze sector kunnen worden afgerond. Heel wat bestaande BREF’s zijn in herziening. In 2008 wordt ook een plan van aanpak opgemaakt voor een volgende GPBV-evaluatieronde voor de komende jaren van alle GPBV-bedrijven en wordt intensief meegewerkt aan de lopende herziening van de IPPC-richtlijn. In 2008 werd het tweede verzamelbesluit tot wijziging van VLAREM verder afgewerkt. De focus ligt hierbij op technologische actualisering en verdergaande vereenvoudiging door herziening van sommige indelingscriteria. Het besluit is in september 2008 definitief goedgekeurd en treedt begin 2009 in werking. Intussen werd ook een grote stap gezet in de verwezenlijking van een uniek gemeentelijk loket milieuvergunning - stedenbouwkundige vergunning. Een voorontwerp van decreet tot wijziging van het Milieuvergunningsdecreet werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Dit loket zal dienen voor alle aanvragen voor milieuvergunningen en voor stedenbouwkundige vergunningen waarvoor de gemeenten bevoegd zijn. Voor gezamenlijk ingediende aanvragen zal de communicatie via het loket lopen, wordt er maar één openbaar onderzoek meer gehouden en worden de termijnen op elkaar afgestemd. Het voorontwerp wordt in 2008 ingediend in het Vlaamse Parlement en intussen wordt ook al een uitvoeringsbesluit voorbereid. Betreffende de milieuvergunningen werd een voorontwerp van decreet in augustus 2008 ingediend m.b.t. een aantal technische aanpassingen en een aantal beleidsmatige, zoals het mogelijk maken van het opleggen van voorwaarden voor derde klasse inrichtingen. In 2008 keurde de Vlaamse Regering het uitvoeringsbesluit van het Milieuhandhavingsdecreet reeds twee maal principieel goed. Het concretiseert de oprichting van een aantal nieuwe instellingen die het handhavingsbeleid op het terrein gestalte geven zoals de Vlaamse Hoge Raad voor de Milieuhandhaving en het Milieuhandhavingscollege. Daarbij aansluitend zal er binnen het departement LNE een nieuwe afdeling worden opgericht, die zal instaan voor een aantal taken, opgelegd in het kader van het Milieuhandhavings- en het Milieuschadedecreet (de afdeling Milieuhandhaving, Milieuschade en Crisisbeheer). Er komt een regeling rond metingen van trillinghinder, lichthinder en GGO’s. Het toezicht op de naleving van de verschillende milieuwetten en decreten is geharmoniseerd, alsook de opleiding van alle toezichthouders. Het uitvoeringsbesluit geeft tenslotte een kader voor de aanstelling van bijkomende lokale toezichthouders. In 2008 werd een aanvang gemaakt met een tweede onderzoeksproject over veiligheid aangaande transport van gevaarlijke stoffen over de verschillende modi (weg, water, spoor, pijpleiding) in het Vlaamse Gewest. In het kader van de uitvoering van
07MJP09.indd 106
12-01-2009 08:53:54
instrumenten
107 deel 7
het Verdrag van Helsinki aangaande grensoverschrijdende gevolgen van chemische ongevallen, werden in 2008 op basis van bilateraal overleg met Nederland verdere werkafspraken gemaakt. In het kader van ruimtelijke veiligheidsrapportage werd een onderzoek gestart om risicobeelden van Seveso-inrichtingen en aandachtsgebieden (zoals gebieden met woonfunctie) in geografische informatiesystemen in te passen, met de bedoeling om de gewestelijke, provinciale en gemeentelijke diensten van ruimtelijke ordening adequaat te kunnen informeren over veiligheid in de omgeving van Seveso-inrichtingen.
Aanpak prioriteiten 2009 Optimaliseren milieuvergunningen- en erkenningen
In 2008 wordt een meerjarenplan opgemaakt voor een nieuwe evaluatieronde van de milieuvergunningen van de GPBV-bedrijven. In 2009 wordt gestart met de eerste reeks van GPBV-evaluaties conform dit meerjarenplan. Ook het voorstel van wijziging van de IPPC-richtlijn van eind 2007 van de Europese Commissie zal van kortbij worden opgevolgd en bewaakt tot de definitieve goedkeuring ervan. In het kader van de uitvoering van de dienstenrichtlijn zullen de diverse soorten erkenningsprocedures worden opgelijst en zullen er voorstellen worden uitgewerkt ter harmonisatie van de erkenningenregelgeving. Uitvoeren van het Milieuhandhavingsdecreet
In navolging van het Milieuhandhavingsdecreet wordt ook gewerkt aan een ontwerp van uitbreidingsdecreet. Dit moet de handhavingsbepalingen uit heel de milieubeheerswetgeving, het Mestdecreet van 22 december 2006 en het Oppervlaktedelfstoffendecreet beter afstemmen op het Milieuhandhavingsdecreet. De volledige inwerkingtreding van het Milieuhandhavingsdecreet zelf is voorzien voor het voorjaar 2009. Ontwikkelen van een beleid voor externe veiligheid van vervoer van gevaarlijke stoffen
Tot hiertoe kan met het aspect externe veiligheid van vervoer van gevaarlijke stoffen niet of onvoldoende rekening worden gehouden bij beleidsafwegingen over vervoersinfrastructuren, zoals autowegen, spoorwegen, waterwegen en pijpleidingen. In 2009 zal een principiële keuze gemaakt worden over hoe de zorg voor externe veiligheid van het vervoer van gevaarlijke stoffen juridisch verankerd wordt. Dit zal gebeuren op basis van uitgevoerd extern onderzoek en van overleg met de bedrijfssectoren, Vlaamse, lokale en federale overheden. De haalbaarheid van het afwegingskader staat hierbij centraal. Vanaf 2010 wordt uitvoering gegeven aan de genomen beleidsinitiatieven.
07MJP09.indd 107
12-01-2009 08:53:54
07MJP09.indd 108
12-01-2009 08:53:54
deel 8
kosten en ďŹ nanciering
08MJP09.indd 109
12-01-2009 08:55:01
08MJP09.indd 110
12-01-2009 08:55:01
kosten en financiering
111 deel 8
Kosten en financiering Maatregelen en instrumenten Toelichting en evaluatie tot 2008 Het Milieukostenmodel Vlaanderen (een model voor kosteneffectiviteitanalyse) wordt in 2008 ingezet voor de berekening van een mogelijke heffing (of combinaties van heffing en subsidies) op NOx-emissies, voor de onderbouwing van het post-2012 klimaatbeleid en voor de kosteneffectiviteitanalyse vereist door de Kaderrichtlijn Water. In 2008 wordt in Belgisch samenwerkingverband een macro-economische analyse gemaakt door het Federaal Planbureau van de impact van de post-2012 klimaat- en energiedoelstellingen voor België. Begin 2008 werd het rapport “Milieubaten of milieuschadekosten - waarderingsstudies in Vlaanderen” gepubliceerd. Dit beoogt het gebruik van monetaire waardering van milieu en natuur te stimuleren, zodat er met deze baten beter rekening gehouden wordt bij beleidsbeslissingen. Er wordt dit jaar concreet gewerkt aan de waardering van geurhinder, van gezondheidskosten door luchtvervuiling, van natuur en landschap bij zeehavenprojecten (loopt nog door in 2009) en van waterkwaliteit. Samen met de universiteit Gent en de bevoegde beroepsinstituten van boekhouders en bedrijfsrevisoren wordt gewerkt aan een milieuhandleiding voor de enkelvoudige jaarrekening. Dit is een informatiebrochure voor boekhouders die eind 2008 gepubliceerd wordt.
Aanpak prioriteiten 2009 Beleid onderbouwen met behulp van milieu-economische modellering
In 2009 zal nog steeds prioritaire aandacht gaan naar kosteneffectiviteitanalyses met het Milieukostenmodel Vlaanderen (MKM), met name voor de onderbouwing van een kosteneffectief beleid van broeikasgasreducties en een simultane analyse van het lucht en klimaatbeleid, rekening houdend met de interacties van maatregelen en effecten. Ook de kosteneffectiviteitsanalyse met het MKM water is in 2009 nog prioritair aan de orde om insteek te geven aan de vereiste voorstellen van kosteneffectieve maatregelenpakketten van de Kaderrichtlijn Water. In 2009 zal een kosteneffectiviteitsanalyse gebeuren van maatregelenpakketten voor de vermindering van geluidshinder, in het kader van de op te maken geluidsactieplannen. Niet alleen de kosten, ook de baten van het milieubeleid verdienen aandacht en het waarderen van deze baten levert belangrijke beleidsonderbouwing. In 2009 zal prioritair aandacht gaan naar de monetaire waardering van natuur, via een studie over de waardering van natuur en landschap in zeehavengebieden en een project over waardering van ecosysteemdiensten. Waardering van waterkwaliteit zal ook nog aandacht krijgen met het oog op kostenbatenanalyses voor de Kaderrichtlijn Water. Naast de gedetailleerde bottom-up modellering met het MKM is er ook nood aan analyse van de bredere, macro-economische impacts van milieubeleidsmaatregelen (op BBP, tewerkstelling etc).
08MJP09.indd 111
12-01-2009 08:55:01
08MJP09.indd 112
12-01-2009 08:55:01
Bijlagen
09MJP09bijlagen.indd 113
12-01-2009 08:37:14
09MJP09bijlagen.indd 114
12-01-2009 08:37:14
115 bijlagen
Bijlage 1 Overzicht van de gevonden onderzoeken Lange titel
Ho o fdthe ma
vastgelegd bedr ag EUR
Wetenschappelijke onderbouwing van het MINA-plan 3+ (periode 2008-2010)
Beleidsvoorbereiding en -planning
76.907,6
Beleidsanalyse afvallandbouwfolies
Beleidsvoorbereiding en -planning
56.568
Voorbereiden UP huishoudelijke afvalstoffen 2008 e.v. (soc-econ aspecten)
Beleidsvoorbereiding en -planning
47.311
Gemeenschappelijk en geïntegreerd kader voor beleidsopvolging en
Beleidsvoorbereiding en -planning
90.483,8
Uit- en doorwerking van het MINA-plan 4: bevraging
Beleidsvoorbereiding en -planning
82.822,08
Ontwikkelen van een onderbouwd selectiemechanisme voor de keuze
Doelgroepen
78.432,2
Gezondheidsaspecten
205.311
Gezondheidsaspecten
99.970,2
Gezondheidsaspecten
149.258,97
Verkenning milieuverantwoord materiaalgebruik in de bouw via
Innovatie, eco-efficiëntie
76.380,31
doel- of prestatievoorschriften op gebouwniveau
en grondstoffengebruik
Indicatoren voor het opvolgen van het aanbod aan en het marktaandeel
Innovatie, eco-efficiëntie
van milieuverantwoorde producten in de distributie
en grondstoffengebruik
Mogelijkheden en beperkingen van bioplastics
Innovatie, eco-efficiëntie
prestatiemeting
van prioritaire sectoren in het kader van het verruimen van een gestructureerd doelgroepenbeleid Gebromeerde brandvertragers en perfluorverbindingen in Vlaanderen: onderzoek naar verspreiding, humane opname, gehaltes in humane weefsels en/of lichaamsvochten, en gezondheidseffecten als basis voor de selectie van geschikte milieu- en gezondheidsindicatoren Reële milieugerelateerde gezondheidskosten in Vlaanderen: opmaken van een overzicht van huidige berekeningswijzen met vastgestelde problemen en mogelijke oplossingen en uitvoeren van een specifieke waarderingstudie Onderzoek naar de kwaliteit van de binnenlucht in scholen: invloed van het buitenmilieu, van ventillatie en van klasinrichting
86.612
72.152,3
en grondstoffengebruik Voorbereiding & begeleiding proefsetting milieuverantwoorde
Innovatie, eco-efficiëntie
consumptie in Vlaanderen
en grondstoffengebruik
Onderzoek naar de mogelijkheden voor inzet en potentieel van uitgegraven
Innovatie, eco-efficiëntie
bodem als alternatief ter vervanging van primaire oppervlaktedelfstoffen
en grondstoffengebruik
Onderzoek duurzame bevoorrading : gebruik lokale oppervlaktedelfstoffen
Innovatie, eco-efficiëntie
of import van minerale grondstoffen
en grondstoffengebruik
Onderzoek naar stabiliteitsrisico's voor milieuvergunningsplichtige
Innovatie, eco-efficiëntie
inrichtingen waarvoor ALBON in het kader van de VLAREM-reglementering
en grondstoffengebruik
89.637
10.990
78.625,8
281.801,74
adviesbevoegdheid heeft voor wat het gevaar voor grondverschuivingen en/of instortingen betreft Educatie inzake duurzaam wonen en bouwen als hefboom in het noorden
Innovatie, eco-efficiëntie
in het kader van de globale klimaatverandering en (mondiale) duurzame
en grondstoffengebruik
90.614,48
ontwikkeling
09MJP09bijlagen.indd 115
12-01-2009 08:37:14
Milieujaarprogramma
116 2009
Lange titel (v er v o l g )
Ho o fdthe ma
vastgelegd bedr ag EUR
Bepalen van het maximale ambitieniveau voor duurzaam bouwen,
Innovatie, eco-efficiĂŤntie
81.045,8
renoveren en huren door de Vlaamse overheid op basis van een markt-
en grondstoffengebruik
studie van bestaande vergelijkbare voorbeelden en van onderzoeken Afzetmarkt voor gerecycleerde materialen vergroten
Instrumenten
59.290,0082
Operationalisering van economische instrumenten
Instrumenten
118.161
Richtlijnen mer: chemie
Instrumenten
143.578,6
Richtlijnen mer: elektriciteit
Instrumenten
71.559,4
Ontwikkelen van een economisch beoordelingskader voor de beoordeling
Integraal Waterbeleid
168.350,93
Internationaal
58.935,9914
Kosten en financiering
197.680,17
Risicoberekeningen van vaste ontplofbare stoffen bij Sevesobedrijven
Risicobeleid
47.916
Berekening van domino-effecten van en naar Sevesobedrijven
Risicobeleid
73.810
Tools ter optimalisatie van de procedure ruimtelijke veiligheidsrapportage
Risicobeleid
78.650
QRA en veiligheidsmaatregelen voor transport van gevaarlijke stoffen
Risicobeleid
8.885.916
Monitoring van dienstwagens van de Vlaamse overheid die op
Verandering van het klimaat
74.106,56
koolzaadolie (ppo), een biodieselmengsel en diesel rijden
door broeikaseffect
Analyse van de implicaties voor Vlaanderen van beleidsmaatregelen
Verandering van het klimaat
voor de internationale scheepvaart inzake klimaat en verzurende emissies
door broeikaseffect
Fase 2 Post-2012 onderzoekstraject - Opstellen Vlaamse kostenkurve
Verandering van het klimaat
met behulp van MKM Klimaat door gebruik van BAU+resultaten
door broeikaseffect
Beleidsvoorbereidend onderzoek met betrekking tot natuurlijke
Verandering van het klimaat
en hernieuwbare koeling in bestaande gebouwen
door broeikaseffect
De Permanente Inventarisatie van de Natuurreservaten in de Kustzone,
Verlies aan biodiversiteit
119.509
Verlies aan biodiversiteit
64.196,55
Verlies aan biodiversiteit
165.808,6
Verlies aan biodiversiteit
77.350
Verlies aan biodiversiteit
42.436
van disproportionaliteit in het kader van het maatregelenprogramma voor de kaderrichtlijn Water Grondige toetsing van de Vlaamse reglementering inzake exploitatie van hinderlijke inrichtingen aan de EU-Dienstenrichtlijn Uitvoeren van een economische waarderingsstudie van natuur, landschap en leefbaarheid voor kosten-batenanalyses van projecten in Vlaamse zeehavens
73.253,4
98.208,63
49.549,5
afgekort als 'PINK', omvat het systematisch opnemen van de vegetatie en jaarlijks inventariseren van het voorkomen van de doel- en parametersoorten van de door het natuurtechnisch beheer Opmaak van een beschermingsplan voor de met uitsterven bedreigde bruine vuurvlinder Validatie en optimalisatie van methoden voor bosvriendelijke houtexploitatie in Vlaanderen Bomenbeleid en -beheer: opstellen van een model bomenbeheerplan en structuurplan op basis van pilootprojecten Ecohydrologisch onderzoek omgeving Mosselgoren
09MJP09bijlagen.indd 116
12-01-2009 08:37:15
117 bijlagen L a n g e t it e l (v er v olg )
Ho o fdthe ma
vastgelegd bedr ag EUR
Ecohydrologische studie van de Moervaart Zuidlede depressie
Verlies aan biodiversiteit
115.822
Verlies aan biodiversiteit
48.946
Verlies aan biodiversiteit
76.593
Verlies aan biodiversiteit
82.500
Verlies aan biodiversiteit
90.747,58
Vermesting
99.523
Vermesting
95.078,17
Vermesting
29.991,5
Analyse van nitraatstikstofresidu-metingen in de tuinbouw
Vermesting
50.000
Bepalen van de calorische waarde van de verschillende fracties van
Verontreiniging door afvalstoffen
79.310,66
Verontreiniging door afvalstoffen
211.750
Analyse bestrijdingsmiddelen
Verontreiniging door afvalstoffen
14.200,23
GeĂŻntegreerde verwerkingsmogelijkheden (incl. energetische valorisatie)
Verontreiniging door afvalstoffen
131.200,3
Verontreiniging door afvalstoffen
57.011
Verontreiniging door afvalstoffen
14.293,71
LCA drankverpakkingen
Verontreiniging door afvalstoffen
16.866
Meting hoeveelheid zwerfvuil in 2007
Verontreiniging door afvalstoffen
18.150
Proefproject zwerfvuil
Verontreiniging door afvalstoffen
10.000
Ontwikkeling internationaal websapplicatie kostprijsberekenings-
Verontreiniging door afvalstoffen
18.150
Verontreiniging door afvalstoffen
51.739
ter onderbouwing van het natuurrichtplan, de afbakening van het VEN 2de fase, de aanduiding van verwevingsgebieden, de afbakening van de buitengebied-rup's en van natuurbeheerplannen. Historisch ecologisch onderzoek in het E.E.G.-Vogelrichtlijngebied de IJzervallei: onderzoek naar wijzigingen in milieuomstandigheden en beheer van de overstromingsgraslanden ten behoeve van het natuurbeheer en de natuurontwikkeling Model voor de beschrijving van het toekomstige landgebruik in Vlaanderen in functie van verschillende scenario's Ontwikkeling van klimaatmodel voor de beschrijving van toekomstige milieuveranderingen in Vlaanderen en omgeving in functie van verschillende scenario's Onderzoek naar optimale afstemming tussen wetgevende en juridische aspecten enerzijds en terreinkennis en wensen van beheerders anderzijds op vlak van openstelling en toegankelijkheid van de bossen en de natuurreservaten Bepaling van het bemestingsgedrag en de acceptatiegraden voor dierlijke mest via een sectorstudie Opstellen van een procedure voor het opmaken van een nutriĂŤntenbalans bij mestverwerkingstechnieken Afbakening van fosfaatverzadigde gebieden op basis van een kritische fosfaatverzadigingsgraad van 35 %
het huishoudelijk afval Evaluatie selectieve inzameling van huishoudelijk afval: analyse vervolgstromen
van bermmaaisel Inventarisatie en doorlichting van de wijkcompostering in Vlaanderen (vervolgstudie 2001) Uitvoeren prioritaire acties uitvoeringsplan huishoudelijke afvalstoffen 2003-2007
model containerparken Indicatoren milieuverantwoord productgebruik - Fase III: updating + ontwikkeling indicatorenset productgroep 3
09MJP09bijlagen.indd 117
12-01-2009 08:37:15
Milieujaarprogramma
118 2009
Lange titel (v er v o l g )
Ho o fd th e ma
vastgelegd bedr ag EUR
Pilootstudie IMJV-melding door overbrengers van afval en verwerkers
Verontreiniging door afvalstoffen
123.050
Verontreiniging door afvalstoffen
48.763
Optimalisatie emissie-inventaris lucht: NMVOS-sectoren coating,
Verontreiniging door
24.999,57
droogkuis en reinigen en ontvetten
fotochemische stoffen
Ruimtelijke interpretatie van de luchtkwaliteit - 2008
Verontreiniging door
van ingevoerd afval Gevaarlijke componenten in afgedankte voertuigen: Trends in gebruik en nood en mogelijkheden tot selectieve verwijdering
35.000
fotochemische stoffen SMOGSTOP 2008
Verontreiniging door
25.000
fotochemische stoffen Verdere ontwikkeling van de tweetalige Ecoscore-databank:
Verontreiniging door
update, implementatie zwaar vervoer, aanvulling met biobrandstoffen
fotochemische stoffen
Evaluatie van het effect op luchtkwaliteit van het dynamisch
Verontreiniging door
verkeersbeheer op de Ring rond Antwerpen
fotochemische stoffen
Model voor emissies door niet voor de weg bestemde mobiele
Verontreiniging door
machines in het kader van emissie-inventaris en internationale
fotochemische stoffen
62.565,06
14.740,22
59.137,74
rapportering Wetenschappelijke ondersteuning van de hervorming van de
Verontreiniging door
verkeersbelastingen aan de hand van Ecoscore
fotochemische stoffen
Het uitwerken van een systeem om omgebouwde voertuigen mee
Verontreiniging door
op te nemen in de hervorming van de verkeersbelastingen
fotochemische stoffen
Verdere ontwikkeling tweetalige Ecoscore databank
Verontreiniging door
36.924,36
52.211,5
46.153,03
fotochemische stoffen Beheer van bodemverontreiniging
Verontreiniging en aantasting
47.444,1
van de bodem Bodemverontreiniging als gevolg van de eerste wereldoorlog
Verontreiniging en aantasting
49.610
van de bodem Integratie gegevens grondverzet
Verontreiniging en aantasting
23.407,45
van de bodem Ontwikkelen van een expertsysteem voor het adviseren van
Verontreiniging en aantasting
koolstofbeheer van landbouwbodems
van de bodem
Opstellen van een gevoeligheidskaart met betrekking tot massabewegingen
Verontreiniging en aantasting
(massatransport) voor de Vlaamse Ardennen
van de bodem
Afbakening van gebieden gevoelig aan winderosie in Vlaanderen
Verontreiniging en aantasting
100.397
39.195
68.519,88
van de bodem Verkennende studie naar de oorzaken van bodemverdichting
Verontreiniging en aantasting
in Vlaanderen en afbakening van gebieden gevoelig aan verdichting
van de bodem
Onderzoek naar een geschikte techniek voor het continu bemeten
Verontreiniging en aantasting
van bodemtransport in onbevaarbare waterlopen
van de bodem
Uitvoeren van de risico-analyse 2015 in het Scheldestroomgebied in
Verontreiniging van oppervlaktewater
90.024
113.135
146.472
het kader van de KRW met behulp van een rivierkwaliteitsmodel
09MJP09bijlagen.indd 118
12-01-2009 08:37:15
119 bijlagen L a n g e t it e l (v er v olg )
Ho o fdthe ma
vastgelegd bedr ag EUR
Methodeontwikkeling voor de bepaling van kationische surfactanten
Verontreiniging van oppervlaktewater
59.033,48
Verontreiniging van oppervlaktewater
14.818
Verontreiniging van oppervlaktewater
47.547,64
Verontreiniging van oppervlaktewater
14.844,64
Verontreiniging van oppervlaktewater
14.844,64
Verontreiniging van oppervlaktewater
34.574,75
Verontreiniging van oppervlaktewater
31.783,4
Verontreiniging van oppervlaktewater
28.283,75
Verontreiniging van oppervlaktewater
22.971
Verontreiniging van oppervlaktewater
32.673
Verontreiniging va oppervlaktewater
26.205
Verontreiniging van oppervlaktewater
26.205
Verontreiniging van oppervlaktewater
75.000
Versnippering
54.245
Versnippering
64.994,66
in water Vaststellen van het maximaal ecologisch potentieel/goed ecologisch potentieel voor kunstmatige en/of sterk veranderde Vlaamse waterlichamen (5 delen: kanalen en sterk veranderde rivieren, oppervlaktewater in het bekken van de Gentse kanalen, de kusthaven Ontwikkeling van een ruimtelijk model voor de inventarisatie van emissies in water Vaststellen van het maximaal ecologisch potentieel/goed ecologisch potentieel voor kunstmatige en/of sterk veranderde Vlaamse waterlichamen- partim Spuikom Oostende. Vaststellen van het maximaal ecologisch potentieel/goed ecologisch potentieel voor kunstmatige en/of sterk veranderde Vlaamse waterlichamen - partim Boudewijnkanaal en achterhaven Zeebrugge (fytoplankton) Vaststellen van het maximaal ecologisch potentieel/goed ecologisch potentieel voor kunstmatige en/of sterk veranderde Vlaamse waterlichamen - partim zoetgetijwaterlichamen 'GETIJDEDIJLE & GETIJDEZENNE', 'GETIJDEDURME' en 'GETIJDENETES' Vaststellen van het maximaal ecologisch potentieel/goed ecologisch potentieel voor kunstmatige en/of sterk veranderde Vlaamse waterlichamen - partim KRW-waterlichaam 'Havengeul IJer' Vaststellen van het maximaal ecologisch potentieel/goed ecologisch potentieel van kunstmatige en/of sterk veranderde Vlaamse waterlichamen - partim Galgenweel Vaststellen van het maximaal ecologisch potentieel/goed ecologisch potentieel voor kunstmatige en/of sterk veranderde Vlaamse waterlichamen - partim Blokkersdijk. Vaststellen van het maximaal ecologisch potentieel/goed ecologisch potentieel voor kunstmatige en/of sterk veranderde Vlaamse waterlichamen - partim Vinne Vaststellen van het maximaal ecologisch potentieel/goed ecologisch potentieel voor kunstmatige en/of sterk veranderde Vlaamse waterlichamen - partim Schulensmeer. Vaststellen van het maximaal ecologisch potentieel/goed ecologisch potentieel voor kunstmatige en/of sterk veranderde Vlaamse waterlichamen - partim Grote Vijver Mechelen Voortzetting wetenschappelijk onderzoek onderbouwing omzettingscoĂŤffiniĂŤnten heffing grootverbruikers Monitoring van de heraanleg van de Witte Nete in Dessel met inbegrip van hermeandering Opstellen en uitvoeren van een monitoringsprogramma voor natuurvriendelijke oevers langs het Zeekanaal in Grimbergen
09MJP09bijlagen.indd 119
12-01-2009 08:37:15
Milieujaarprogramma
120 2009
Lange titel (v er v o l g )
Ho o fd th e ma
vastgelegd bedr ag EUR
Opstellen en uitvoeren van een monitoringsprogramma voor het ecoduct
Versnippering
74.245,6
Versnippering
54.156,49
Nieuwe methode voor bemonstering- en analyse van toxische organische
Verspreiding van
72.600
micropolluenten in lucht
milieugevaarlijke stoffen
Operationeel model voorspelling luchtkwaliteit - 2008
Verspreiding van
Kikbeek over de E314 in Maasmechelen Opmaak en uitwerking van een modelmatig beheersinstrument voor het ecologische landschapsmodel voor de Antwerpse Haven (in relatie tot de uitgewerkte Ecologische Infrastructuur)
35.000
milieugevaarlijke stoffen Optimalisatie emissie-inventaris lucht: zware metalen
Verspreiding van
96.086,58
milieugevaarlijke stoffen Modellering zware metalen rond industriĂŤle vestigingen 2008
Verspreiding van
74.693,79
milieugevaarlijke stoffen Verdere optimalisatie van luchtmodellen (o.a. het BelEUROS model)
Verspreiding zwevend stof
45.000
Impact van snelheidsreductie tot 90 km/u tijdens fijn stof smogepisodes
Verspreiding zwevend stof
55.000
Verspreiding zwevend stof
55.000
Handleiding voor inschatting van diffuse emissies door bedrijven
Verspreiding zwevend stof
49.681,83
Schriftelijk Leefomgevingsonderzoek SLO-2
Verstoring door geurhinder
141.528,06
Beleidsonderbouwing lichthinder
Verstoring door lichthinder
59.895
Korstmossen als bio-indicator voor NH3-concentraties
Verzuring
74.140,03
Corrigeren OPS model
Verzuring
78.417
Optimalisatie emissie-inventaris lucht - NH3-emissies door landbouwsector
Verzuring
99.488
Verdere toepassing en ontwikkeling van kritische lasten en target loads
Verzuring
45.979
Onderzoek naar synergie en negatieve effecten tussen klimaatbeleid en
Verzuring
88.494,56
op de luchtkwaliteit Onderzoek naar het gebruik van AOD "Aerosol Optical Depth" kaarten voor een verbeterde interpolatie van fijn stof (PM10 en PM2.5) metingen, voorspellingen en modelberekeningen.
beleid inzake luchtverontreiniging
09MJP09bijlagen.indd 120
12-01-2009 08:37:15
121 bijlagen
Bijlage 2 Overzicht van de gevonden onderzoeken L a n g e t it e l
Ho o fdthe ma
Aanvullen milieugegevens voor Vlaams milieu input-outputmodel
Beleidsvoorbereiding en -planning
Opstellen van een vlaamse monetaire produkt X produkt input-outputtabel
Beleidsvoorbereiding en -planning
Onderbouwing van een aantal concepten en beginselen van het leefmilieubeleid
Beleidsvoorbereiding en -planning
in functie van de opmaak van het MINA-plan 4 Inventarisatie van sensibilisatie/communicatie-initiatieven omtrent binnenmilieu
Gezondheidsaspecten
voor de algemene bevolking, grondige herwerking van de inhoud van de brochure "Gezond wonen? Bouw of verbouw gezond" en inventarisatie van de bestaande sensibilisatie/communicatie Tools voor ecodesign
Innovatie, eco-efficiëntie en grondstoffengebruik
Haalbaarheid van de ontwikkeling van een eenvoudige evaluatietool voor bedrijven
Innovatie, eco-efficiëntie en
aan de hand waarvan ze kunnen nagaan hoe hun productieactiviteiten bijdragen
grondstoffengebruik
tot het verlagen van de milieu-impact over de ganse levenscyclus Onderzoek naar haalbaarheid van Cradle to Cradle in Vlaanderen: concepten en
Innovatie, eco-efficiëntie en
toepassing op wijkniveau in het kader van duurzaam bouwen en wonen
grondstoffengebruik
Onderzoek naar mogelijke nieuwe bouwconcepten: inventarisatie en evaluatie van
Innovatie, eco-efficiëntie en
deze methode(s)
grondstoffengebruik
Onderzoek naar een optimale instrumentenmix voor de inrichting van het buitengebied
Instrumenten
Operationeel model voorspelling luchtkwaliteit - 2009
Instrumenten
Actualisering en optimalisering van de inschatting van de verbrandingsemissies
Instrumenten
door de collectief geregistreerde bedrijven Configuratie van een statistisch model voor verwerking van validatiegegevens
Instrumenten
van meetmethoden Vorming van aankopers in de distributiesector
Instrumenten
Ontwikkelen van een set van indicatoren om de prestaties op het gebied van
Instrumenten
milieuverantwoord productgebruik in beeld te brengen Evaluatie statistisch apparaat OVAM, analyse van de bruikbaarheid en tekortkomingen
Instrumenten
voor verplichte rapporteringen en nieuw ontwikkelde indicatoren Opstellen van sectorale voorwaarden voor de rubrieken 32.1 t.e.m. 32.5 en
Instrumenten
32.8.1 van VLAREM I, inzonderheid de bepalingen met betrekking tot bescherming van het publiek Onderzoek naar alternatieve hinderparameters i.p.v. 'totaal geïnstalleerd vermogen'
Instrumenten
in de indelingslijst van VLAREM Actualisering richtlijnenboek milieudiscipline (lucht,...)
Instrumenten
Plan mer richtlijnen: andere gevallen en thema's
Instrumenten
Een CO2 neutrale Vlaamse overheid: onderzoek naar wenselijkheid, haalbaarheid,
Instrumenten
aanpak en communicatie
09MJP09bijlagen.indd 121
12-01-2009 08:37:15
Milieujaarprogramma
122 2009
Lange titel (vervolg)
Ho o fdthe ma
Haalbaarheidsonderzoek van het plaatsen van PV-panelen op de daken van Vlaamse
Instrumenten
overheidsgebouwen (onderzoek naar wenselijkheid, haalbaarheid en aanpak) Onderzoek naar een geschikte maatregelenmix voor het halen van de Kyoto-doelstelling
Instrumenten
binnen het mobiliteitsbeleid van de Vlaamse overheid Onderzoek naar voorspellingsmodellen voor de ecologische toestand van watersystemen
Integraal Waterbeleid
als instrument voor de ex ante evaluatie van maatregelenprogramma's Inventarisatie en kwantificering van wateremissies
Integraal Waterbeleid
Verdere ontwikkeling van de functietoekenningen voor waterlichamen: de gevolgen
Integraal Waterbeleid
(juridisch, beleidsmatig, beheer) en de verhoudingen tussen de verschillende watersysteemniveaus (stroomgebiedniveau, bekkenniveau, deelbekkenniveau) Interreg IV, Cartora: Grensoverschrijdende samenwerking tussen Vlaanderen, WalloniĂŤ
Integraal Waterbeleid
en Frankrijk voor de bestrijding van de muskusrat Evalueren van de effectiviteit van natuurtechnische overbeschermingsmaterialen
Integraal Waterbeleid
in het tegengaan van oevererosie en het bevorderen van natuurwaarde Monitoren van de erking van fauna-uitstapplaatsen
Integraal Waterbeleid
Grondige en systematische screening van multilaterale milieuverdragen op vlak van
Internationaal
doorwerking op de Vlaamse milieuregelgeving en milieubeleid Grondige studie van internationale processen waarop vraagstukken m.b.t. horizontale
Internationaal
en transversale milieu-items worden besproken Maatschappelijke kosten-batenanalyse voor natuurtechnische milieubouw NTMB
Kosten en financiering
Risicocriteria voor transport van gevaarlijke stoffen
Risicobeleid
Haalbaarheid Unificatie Risicoberekeningsprogramma
Risicobeleid
Optimalisatie methodieken ruimtelijke veiligheidsrapporten
Risicobeleid
Transport van gevaarlijke stoffen, derde fase
Risicobeleid
Opmaken van rekenblad voor de beoordeling van het rendement van een
Verandering van het klimaat
luchtbehandelingssysteem en van de dimensionering ervan gelet op de
door broeikaseffect
koelingsbehoefte van het gebouw Contradictorische effecten van beleidsmechanismen op duurzame ambities van VLAREG,
Verandering van het klimaat
i.c. RSV en mobiliteitsplan
door broeikaseffect
Ondersteuning bij de ontwikkeling van het Vlaamse post-2012 beleid
Verandering van het klimaat door broeikaseffect
Ondersteuning verdere implementatie CO2-emissiehandel
Verandering van het klimaat door broeikaseffect
De adaptatie aan de klimaatveranderingen - actieplan
Verandering van het klimaat door broeikaseffect
Verziltingsstudie grondwater in het grensoverschrijdend poldergebied van de provincie
Verdroging
Oost-Vlaanderen en de provincie Zeeland Evaluatie van de aanvaardingsplichten: onderzoek naar de kosten en financiering
Verontreiniging door afvalstoffen
Materiaalkringlopen sluiten in de bouwsector
Verontreiniging door afvalstoffen
Hergebruikscriteria AEEA
Verontreiniging door afvalstoffen
09MJP09bijlagen.indd 122
12-01-2009 08:37:15
123 bijlagen L a n g e t it e l ( v e r v o l g )
Ho o fdthe ma
Verhoging van de efficiëntie waarmee uitbijters (outliers) in de bedrijfsafvalstoffen-
Verontreiniging door afvalstoffen
gegevens (afkomstig van het IMJV) opgespoord worden. Optimaliseren van het inzamelen en recycleren van harde kunststoffen
Verontreiniging door afvalstoffen
In kaart brengen van de verwezenlijkingen en kansen voor Chemical Leasing als concept
Verontreiniging door afvalstoffen
in Vlaanderen Kwantitatieve gegevens verzamelen van bepaalde fracties organisch-biologisch afval
Verontreiniging door afvalstoffen
Voedselbeheer: van aankoop tot consumptie en verwijdering
Verontreiniging door afvalstoffen
Duurzaamheidscriteria voor bioplastics
Verontreiniging door afvalstoffen
Zwerfvuil van recreanten aanpakken in toeristische zones
Verontreiniging door afvalstoffen
Effecten van sensibilisatie en handhaving bij de lokale zwerfvuilaanpak
Verontreiniging door afvalstoffen
Meten van effecten zwerfvuilaanpak
Verontreiniging door afvalstoffen
Structurele aanpak bij de lokale zwerfvuilaanpak
Verontreiniging door afvalstoffen
Kostprijs van publieke en private dienstverlening in het beheer van huishoudelijk afval
Verontreiniging door afvalstoffen
Uitvoering prioritaire acties Uitvoeringsplan milieuverantwoord beheer van huishoudelijke
Verontreiniging door afvalstoffen
afvalstoffen Evaluatie van de selectieve inzameling
Verontreiniging door afvalstoffen
Opmaak van een eventscan
Verontreiniging door afvalstoffen
Levenscyclusanalyse van drankverpakkingen
Verontreiniging door afvalstoffen
Optimalisatie hol glas van wieg tot graf
Verontreiniging door afvalstoffen
Steekproefbepaling sorteeranalyse huisvuilzak
Verontreiniging door afvalstoffen
Uitvoering van de sorteeranalyse Vlaamse huisvuilzak
Verontreiniging door afvalstoffen
Bepalen van factoren die de afvalproductie in gemeenten bepalen bij de inter-
Verontreiniging door afvalstoffen
gemeentelijke vereniging Interrand SMOGSTOP 2009
Verontreiniging door fotochemische stoffen
Ontwikkeling van een kant en klaar pakket voor bedrijven en leasingmaatschappijen
Verontreiniging door fotochemische stoffen
te gebruiken voor de aankoop en verhuur van voertuigen gebruikmakend van de Ecoscore van een voertuig NO2: bronnentoewijzing voor de meetpunten / zones met overschrijding van grens-
Verontreiniging door fotochemische stoffen
waarden uit de rl 2008/50/EG voor het meest recente meetjaar en prognose met bronnentoewijzing naar 2010 en 2015; toetsen van de haalbaarheid ivm het naleven van de NO2 en PM2.5 Verdere uitwerking van de gevalstudie van het geïntegreerde faseplan
Verontreiniging en aantasting van de bodem
"Gechloreerde verbindingen in landelijke gebieden." partim bodem Ontwikkelen en toepassen van een methodiek voor het omzetten van de Belgische
Verontreiniging en aantasting
bodemkaart volgens het Belgische bodemclassificatie naar een bodemkaart volgens
van de bodem
het internationale World Reference Base systeem Analyse van de kwaliteit en toepassingsmogelijkheden van grond afkomstig van
Verontreiniging en aantasting
sedimentruiming bij erosiebestrijdingsmaatregelen
van de bodem
Inventarisatie van ernstige schade door grondverschuivingen in zuidelijk Oost- en
Verontreiniging en aantasting
West-Vlaanderen, oorzaken en remediërende maatregelen
van de bodem
09MJP09bijlagen.indd 123
12-01-2009 08:37:15
Milieujaarprogramma
124 2009
L a n g e t i t e l ( ve r vo l g )
Ho o fdthe ma
Ontwikkelen en toepassen van een methodiek voor het meten van de kennis over en
Verontreiniging en aantasting
de houding ten opzichte van bodems en bodembescherming bij landbouwers en bij
van de bodem
bos- en natuurbeheerders Modelleren van sedimenttransport voor waterlopen van eerste categorie
Verontreiniging en aantasting van de bodem
Ontwikkeling van een transnationaal rivierkwaliteitsmodel van het Maasstroomgebied
Verontreiniging van oppervlaktewater
voor het uitvoeren van de risico-analyse waterkwaliteit 2015 in het kader van de Kaderrichtlijn Water Ecologische en ecotoxicologische kwaliteit van de Dommel na de ruiming van de bodem
Verontreiniging van oppervlaktewater
Evaluatie, bijsturing en vervollediging van de evaluatiemethoden voor biologische
Verontreiniging van oppervlaktewater
kwaliteitskenmerken (cf. uitvoering KRW), met bijzondere aandacht voor kwaliteitsborgingen (Europese) interkalibrati Correlatie tussen de gehaltes aan polluenten in de lucht en de gehaltes gemeten
Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen
in gras Verdere ontwikkeling van het RIO interpolatie model
Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen
Verdere optimalisatie van het belEUROS model
Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen
Verder onderzoek naar de mogelijkheid van een effectgericht meetnet door toepassing
Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen
van effectgericht meten in de geselecteerde hot spots van het 2de generatie Steunpunt Milieu en Gezondheid Verder uitwerken en uitvoeren van actie(s) beschreven in het actieplan van
Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen
gevalstudie 6 in het geïntegreerde faseplan "Astma in steden" Verder uitvoeren van plan van aanpak voor gevalstudie 1 van het geïntegreerde faseplan
Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen
"Gechloreerde verbindingen in landelijke gebieden." Huidige en toekomstige geïntegreerde vertaling van milieumeetgegevens (lucht,
Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen
(grond)water, bodem, ) van de zware metalen cadmium, arseen en lood naar concrete humane risico's met inbegrip van gevoelige groepen in Beerse Onderzoek naar sensibilisering van ouders over blootstelling aan endocriene stoorstoffen
Verspreiding van milieugevaarlijke stoffen
bij (ongeboren) kinderen Trendanalyse fijn stof verspreiding zwevend stof Onderzoek naar maatregelen omgevingslawaai in agglomeraties
Verstoring door geluidshinder
Ontwerp en implementatie van geluidsremediërende maatregelen in actieplannen
Verstoring door geluidshinder
voor Brussels Airport en regionale Vlaamse luchthavens (studie in uitvoering van de richtlijn 2002/49/EG 'Omgevingslawaai) Bepaling van de penetratiegraad van mestaanwendingstechnieken en inventarisatie
Verzuring
van kunstmestgebruik en bijhorende specifieke NH3-emissiefactoren Onderzoek naar verwachte evolutie van de NH3 emissie uit landbouw in Vlaanderen
Verzuring
Afstemming OPS model aan de Nederlandse OPS versie
Verzuring
09MJP09bijlagen.indd 124
12-01-2009 08:37:15
125 bijlagen
Bijlage 3 Uitleg bij tabel milieuverdragen (stand bijgehouden tot augustus 2008) De in de tabel vervatte informatie is, naar goede gewoonte, grotendeels geput uit het zeer nuttige repertorium bijgehouden door Internationaal Vlaanderen (IV), de opvolger van de vroegere administratie Buitenlands Beleid. Betrokken repertorium is onder meer electronisch consulteerbaar op het intranet van de Vlaamse Overheid, als onderdeel van de bijdrage van IV. De keuze van de opname, of niet-opname, van een bepaald verdrag onder deze tabel hing af van heel wat elementen – sommige meer structureel van aard, sommige meer toevallig van aard. De tabel heeft dan ook niet de pretentie, om voor eens en voor altijd uit te maken welke MILIEUverdragen zijn en welke niet. Het gaat hier om een richtsnoer of een hulpmiddel, niet om de strikte vaststelling van een werkveld. Hierna volgt een aanduiding van de vindplaats van betrokken akten in het repertorium: V i n dpl aats i n he t r e p e r to ri u m
09MJP09bijlagen.indd 125
Nr. verdrag
Vindplaats/kwalificatie in repertorium
1
II. Exclusief - Bilateraal
2
idem
3
idem
4
idem
5
idem
6
II. Exclusief - Multilateraal
7
idem
8
idem
9
idem
10
III.4.C.Gemengd - EU
11
III.5.Gemengd - RVE
12
idem
13
III.6.Gemengd - I.A.O.
14
III.8.A.Gemengd - Multilateraal Milieu
15
idem
16
idem
17
idem
18
idem
19
idem
20
idem
21
idem
22
idem
12-01-2009 08:37:15
Milieujaarprogramma
09MJP09bijlagen.indd 126
126 2009
23
idem
24
idem
25
idem
26
idem
27
idem
28
idem
29
idem
30
idem
31
idem
32
idem
33
idem
34
idem
35
idem
36
idem
37
idem
38
idem
39
idem
40
idem
41
idem
42
idem
43
idem
44
idem
45
idem
46
idem
47
idem
48
idem
49
idem
50
idem
51
idem
52
idem
53
idem
54
idem
55
idem
56
idem
57
III.8.D. Gemengd - Multilateraal Scheepvaart
58
idem
59
III.8.G. Gemengd - Multilateraal Varia
12-01-2009 08:37:16
09MJP09bijlagen.indd 127
5
4
3
2
1 Brussel
Antwerpen
en machtigt tot
ondertekening
Nederlanden betreffende
de uitvoering van de
en machtigt tot
ondertekening
Gemeenschap en het Vlaams
Gewest, enerzijds, en het Konink-
rijk der Nederlanden, anderzijds,
beheer in het Schelde-estuarium
het gebied van het beleid en
inzake de samenwerking op
25/11/2005:
VR keurt goed
Verdrag tussen de Vlaamse
Schelde-estuarium
Ontwikkelingsschets 2010
25/11/2005:
VR keurt goed
Gewest het Koninkrijk der
Middelburg
21/12/2005 -
Middelburg
21/12/2005 -
Antwerpen
(Vlaanderen, Nederland)
Verdrag tussen het Vlaams
17/01/95 -
Verdrag inzake afvoer Maaswater
(Vlaanderen, Nederland)
17/01/95 -
Verdrag inzake verruiming
vaarweg Westerschelde
tegen inscharing
oevers langs de Westerschelde
6/01/93 -
29/09/2006
29/09/2006
28/07/1995
28/07/1995
29/09/1998
28/02/2007
28/02/2007
21/12/1995
21/12/1995
31/03/1999
Parlement
Regering
inzake de verdediging van de
door Vlaams
door Vlaamse
Overeenkomst met Nederland
ontwerpdecreet
ontwerpdecreet
chronologisch)
Goedkeuring
Bekrachtiging
09/03/2007
09/03/2007
(BS 06/03/96)
22/12/95 -
(BS 06/03/96)
22/12/95 -
(BS 26/05/99)
13/04/99 -
Regering
door Vlaamse
en afkondiging
I n s t e m m i n g s d e cr e e t Goedkeuring
ve r d ra g
fa se (Rangschikking
On de r te ke n ing
Pr e l imi n air e
27/06/1996
27/06/1996
04/02/2000
ratificatie
Internationale
18/07/2008
het verdrag goedgekeurd op
Regering tot ratificatie van
Besluit van de Vlaamse
18/07/2008
het verdrag goedgekeurd op
Regering tot ratificatie van
Besluit van de Vlaamse
01/07/96
In werking getreden op
wijziging van de Bijlagen B-E
VR hecht goedkeuring aan de
ondertekenen. 30/04/2004:
VR keurt goed en machtigt te
Westerschelde. 15/12/1998:
verruiming vaarweg
van art. 9 van het verdrag
overeenkomst in uitvoering
01/07/1996. HYMEDIS-
In werking getreden op
Inwerkingtreding 01/04/00
Op me r k i n g e n
127 bijlagen
12-01-2009 08:37:16
09MJP09bijlagen.indd 128
UNESCO-conventie inzake de
Gemengd karakter
Antwerpen
Gewest, Frankrijk, Nederland)
gemengd verklaard
strafrecht (4/11/1998,
Straatsburg) (ETS 172)
+ 14/10/98:
leefmilieu door het
WGV
op 20/06/96
bescherming van het
11 Conventie inzake de
procedure
een schriftelijke
menten + protocol i.v.m.
energie-efficiĂŤntie
vastgelegd via
Energiehandvest + amende-
Straatsburg
07/05/99 -
Lissabon
17/12/94 -
Antwerpen
Waterkwaliteit Schelde (Vlaams,
Brussels Hoofdstedelijk en Waals
17/01/95 -
Verdrag inzake bescherming
Gewest, Frankrijk, Nederland)
Brussels Hoofdstedelijk en Waals
17/01/95 -
Verdrag inzake bescherming
Londen
04/12/91 -
Parijs
16/11/72 -
3/06/1997
15/11/1995
15/11/1995
31/03/2000
12/01/1994
18/12/1997
27/03/1996
27/03/1996
14/03/2001
19/05/1994
Parlement
Regering
Waterkwaliteit Maas (Vlaams,
(04/12/1991, Londen)
van vleermuizen in Europa
Overeenkomst ter bescherming
wereld (16/11/1972, Parijs)
en natuurlijk erfgoed in de
bescherming van het cultureel
10 Verdrag inzake het Europees
9
8
7
6
door Vlaams
door Vlaamse
Goedkeuring ontwerpdecreet
Goedkeuring ontwerpdecreet
Bekrachtiging
(BS 10/02/98)
19/12/1997 -
(BS 29/05/96)
16/04/96 -
(BS 29/05/96)
16/04/96 -
(BS 26/04/01)
23/03/01 -
(BS 05/08/94)
01/06/1994 -
Regering
door Vlaamse
en afkondiging
I n s t e m m i n g s d e cr e e t
chronologisch)
ve r d ra g
fa se (Rangschikking
On de r te ke n ing
Pr e l imi n air e
8/05/1998
20/06/1996
20/06/1996
14/05/2003
24/07/1996
ratificatie
Internationale
regels
om in juridisch afdwingbare
in Den Haag op 17/12/1991)
tieke verklaring, ondertekend
Energiehandvest (= een poli-
principes van het Europees
6/8/1998. Dit verdrag zet de
16/4/1998 Inwerkingtreding
Federale Instemmingswet
verdrag vanaf 01/12/2005
vervangen door Schelde-
Wordt opgeheven en
vanaf 01/12/2006
vervangen door Maasverdrag
Wordt opgeheven en
notificatie: BS 02/06/2003
Mededeling VR over
Inwerkingtreding 13/06/2003
Inwerkingtreding 24/10/96
Op me r k i n g e n
Milieujaarprogramma
128 2009
12-01-2009 08:37:16
09MJP09bijlagen.indd 129
(25/02/1991, Espoo)
overschrijdend verband
rapportage in grens-
17 Verdrag inzake milieueffect-
lange afstand (Genève, 1979)
luchtverontreiniging over
inzake grensoverschrijdende
hun stromen bij het verdrag
Espoo
25/02/91 -
Sofia
stikstofoxiden of van
31/10/88 -
sing van emissies van
Regina
28/05/87 -
Parijs
03/12/82 -
Genève
22/06/93 -
Florence
25/03/1997
19/05/2000
13/01/1998
13/01/1998
01/06/2001
14/03/2003
09/07/1997
05/07/2000
08/07/1998
08/07/1998
06/02/2002
09/07/2003
Parlement
Regering 20/10/00 -
door Vlaams
door Vlaamse
16 Protocol inzake de beheer-
(28/05/1987, Regina)
watervogels)
(i.h.b. als verblijfplaats voor
van internationale betekenis
komst inzake watergebieden
15 Amendement op de overeen-
(03/12/1982, Parijs)
plaats voor watervogels)
betekenis (i.h.b. als verblijf-
gebieden van internationale
overeenkomst inzake water-
14 Protocol tot wijziging van de
25/03/96:
gemengd verklaard
industriële ongevallen
WGV
gemengd verklaard
WGV 20/09/2000:
voorkoming van zware
13 Verdrag nr. 174 inzake
landschappen (ETS 176)
12 Europees verdrag inzake
ontwerpdecreet
ontwerpdecreet
chronologisch)
Goedkeuring
Bekrachtiging
(BS 01/10/97)
15/07/97 -
(BS 12/08/00)
17/07/00 -
(BS 22/08/98)
14/07/98 -
(BS 22/08/98)
14/07/98 -
(BS 12/04/2002)
01/03/2002 -
(BS 05/09/03)
18/07/03 -
Regering
door Vlaamse
en afkondiging
I n s t e m m i n g s d e cr e e t Goedkeuring
ve r d ra g
fa se (Rangschikking
On de r te ke n ing
Pr e l imi n air e
02/07/1999
08/11/2000
28/10/1998
28/10/1998
09/06/2004
28/10/2004
ratificatie
Internationale
treding: 30/9/1999
09/06/1999. Inwerking-
Federale Instemmingswet
treding: 06/02/2001.
25/03/1999. Inwerking-
Federale instemmingswet:
treding: 01/02/1999.
10/05/1994. Inwerking-
Federale instemmingswet:
treding: 28/10/1998.
10/05/1994. Inwerking-
Federale instemmingswet:
treding: 09/06/2005
06/09/1996. Inwerking-
Federale instemmingswet:
treding: 01/02/2005.
15/06/2004. Inwerking-
Federale instemmingswet:
Op me r k i n g e n
129 bijlagen
12-01-2009 08:37:16
09MJP09bijlagen.indd 130
WGV
WGV
gemengd verklaard
overschrijdende waterlopen
en internationale meren
Rio de Janeiro)
diversiteit (05/06/1992,
23 Verdrag inzake biologische
(09/05/1992, New York)
klimaatverandering
22 VN-raamverdrag inzake
(17/03/1992, Helsinki)
WGV 25/03/96:
en het gebruik van grens-
gemengd verklaard
17/12/97:
21 Verdrag inzake de bescherming
(17/03/1992, Helsinki)
industriële ongevallen
overschrijdende gevolgen van
20 Verdrag inzake de grens-
afstand (Genève 1979)
verontreiniging over lange
overschrijdende lucht-
bij het verdrag inzake grens-
stromen (Genève, 18/11/1991)
gemengd verklaard
of hun grensoverschrijdende
17/12/1997:
organische koolwaterstoffen
van emissies van vluchtige
19 Protocol inzake beheersing
– verdrag (04/10/1991, Madrid)
bescherming bij het Antarctica
18 Protocol betreffende milieu-
Rio de Janeiro
05/06/92 -
Rio de Janeiro
04/06/92 -
Helsinki
17/03/92 -
Helsinki
17/03/92 -
Genève
18/11/91-
Madrid
18/10/1995
22/02/1995
28/02/1996
01/06/2001
11/03/1997
15/11/1995
28/02/1996
04/04/1995
19/06/1996
06/02/2002
09/07/1997
21/12/1995
Parlement
Regering 04/10/91 -
door Vlaams
door Vlaamse
Goedkeuring ontwerpdecreet
Goedkeuring ontwerpdecreet
Bekrachtiging
(BS 24/05/1996)
19/03/96 -
(BS 07/07/1995)
19/04/95 -
(BS 13/08/96)
08/07/96 -
(BS 12/04/02)
01/03/02 -
(BS 29/08/97)
15/07/97 -
(BS 06/03/96)
22/12/95 -
Regering
door Vlaamse
en afkondiging
I n s t e m m i n g s d e cr e e t
chronologisch)
ve r d ra g
fa se (Rangschikking
On de r te ke n ing
Pr e l imi n air e
22/11/1996
16/01/1996
08/11/2000
06/04/2006
08/11/2000
25/04/1996
ratificatie
Internationale
treding: 20/02/1997
11/05/1995. Inwerking-
Federale Instemmingswet
treding: 15/04/1996
11/05/1995. Inwerking-
Federale Instemmingswet
treding: 06/02/2001
29/09/2000. Inwerking-
Federale Instemmingswet
treding: 05/07/2006
22/03/2006. Inwerking-
Federale Instemmingswet
treding: 06/02/2001
24/06/2000. Inwerking-
Federale Instemmingswet
treding: 14/01/1999
19/05/1995. Inwerking-
Federale Instemmingswet
Op me r k i n g e n
Milieujaarprogramma
130 2009
12-01-2009 08:37:16
09MJP09bijlagen.indd 131
14/06/1994) bij het verdrag
de grensoverschrijdende
overbrenging van gevaar-
+ 20/06/96:
gemengd verklaard
afgifte en inname van afval
in de Rijn- en binnenvaart
28 Verdrag inzake verzameling,
(Bazel, 22/03/1989)
verwijdering ervan
WGV 14/05/96
gemengd verklaard
inzake de beheersing van
lijke afvalstoffen en de
WGV 17/12/97:
27 Amendement op het verdrag
(10/12/1982, Montego Bay)
inzake het recht van de zee
deel XI van het VN-verdrag
26 Akkoord inzake toepassing
lange afstand (Genève, 1979)
luchtverontreiniging over
inzake grensoverschrijdende
gemengd verklaard
en bijlagen I tot V (Oslo,
WGV 04/05/94:
verlaging van zwavelemissies
25 Protocol betreffende de
(22/09/1992, Parijs)
OSPAR-verdrag
Atlantische Oceaan –
van de Noord-Oostelijke
ming van het marien milieu
24 Verdrag inzake de bescher-
Straatsburg
09/09/96 -
Genève
22/09/95 -
New York
28/07/94 -
Oslo
14/06/94 -
Parijs
22-02-2008
18/05/2001
12/05/1998
19/05/2000
23-04-2008
27/11/2002
08/07/1998
05/07/2000
04/04/1995
Parlement
Regering 21/12/1994
door Vlaams
door Vlaamse
03/11/92 -
ontwerpdecreet
ontwerpdecreet
chronologisch)
Goedkeuring
Bekrachtiging
(BS 13/06/2008)
09/05/2008 -
(BS 31/12/2002)
06/12/02 -
(BS 22/08/1998)
14/07/98 -
(BS 12/08/2000)
17/07/00 -
(BS 04/10/1995)
19/04/95 -
Regering
door Vlaamse
en afkondiging
I n s t e m m i n g s d e cr e e t Goedkeuring
ve r d ra g
fa se (Rangschikking
On de r te ke n ing
Pr e l imi n air e
20/06/2003
13/11/1998
08/11/2000
06/09/1996
ratificatie
Internationale
19/06/2008
Federale Instemmingswet:
06/03/2002
Federale Instemmingswet
treding: 13/12/1998
18/06/1998. Inwerking-
Federale Instemmingswet
treding: 06/02/2001
24/06/2000. Inwerking-
Federale Instemmingswet
treding: 06/10/1996
11/05/1995. Inwerking-
Federale Instemmingswet
Op me r k i n g e n
131 bijlagen
12-01-2009 08:37:16
09MJP09bijlagen.indd 132
gemengd verklaard
de zee ten gevolge van
het storten van afval en
verklaard
overschrijdende luchtveront-
WGV 13/05/98: gemengd verklaard
33 Protocol over zware metalen
bij het verdrag inzake grens-
overschrijdende luchtveront-
reiniging (Genève 1979)
(Genève 1979)
reiniging over lange afstand
gemengd
bij het verdrag inzake grens-
WGV 13/05/98:
organische stoffen (POP’s)
32 Protocol m.b.t. persistente
17/12/97:
gemengd verklaard
inzake klimaatverandering
(09/05/1992, New York)
WGV
31 Protocol bij het raamverdrag
07/11/1996, Londen)
andere stoffen van 1972
17/12/97
+ 14/01/98:
de verontreiniging van
23/10/96,
Verdrag ter voorkoming van
30 Protocol van 1996 bij het
1978 (26/09/1997, Londen)
door het protocol daarbij van
MARPOL 1973, zoals gewijzigd
WGV
gemengd verklaard
reiniging door schepen,
ter voorkoming van veront-
WGV
22/03/2002:
van het internationaal verdrag
29 Protocol van 1997 tot wijziging
Aarhus
24/06/98 -
Aarhus
24/06/98 -
Kyoto
29/04/98 -
Londen
27/03/98 -
Londen
14/11/2003
14/11/2003
14/09/2001
22/04/2005
22/04/2005
17/03/2004
17/03/2004
30/01/2002
14/12/2005
14/12/2005
Parlement
Regering 26/09/97 -
door Vlaams
door Vlaamse
Goedkeuring ontwerpdecreet
Goedkeuring ontwerpdecreet
Bekrachtiging
(BS 21/05/2004)
26/03/04 -
(BS 21/05/2004)
26/03/04 -
(BS 23/03/2002)
22/02/02 -
(BS 21/02/2006)
23/12/05 -
(BS 21/02/2006)
23/12/05 -
Regering
door Vlaamse
en afkondiging
I n s t e m m i n g s d e cr e e t
chronologisch)
ve r d ra g
fa se (Rangschikking
On de r te ke n ing
Pr e l imi n air e
08/06/2005
25/05/2006
31/05/2002
13/02/2006
27/02/2006
ratificatie
Internationale
treding: 06/09/2005
25/05/2005. Inwerking-
Federale Instemmingswet
treding: 23/08/2006
25/05/2005. Inwerking-
Federale Instemmingswet
treding: 16/02/2005
26/09/2001. Inwerking-
Federale Instemmingswet
treding: 24/03/2006
21/06/2004 Inwerking-
Federale instemmingswet
27/05/2006
Inwerkingtreding:
instemmingswet 15/06/2004
Toetreding - Federale
Op me r k i n g e n
Milieujaarprogramma
132 2009
12-01-2009 08:37:16
09MJP09bijlagen.indd 133
WGV
bescherming en het gebruik
verklaard
watervogels
gemengd verklaard
ozon in de omgevingslucht
(Gœteborg, 30/11/1999)
(Genève 1979)
reiniging over lange afstand
overschrijdende luchtveront-
bij het verdrag inzake grens-
22/09/00:
verzuring, eutrofiëring en
38 Protocol ter bestrijding van
WGV
gemengd
Euraziatische trekkende
(15/08/1996, Den Haag)
13/06/95:
bescherming van Afrikaans-
37 Overeenkomst inzake de
lopen en internationale meren WGV
gemengd verklaard
van Helsinki betreffende de
van grensoverschrijdende water-
op 17/03/99:
WGV
gemengd verklaard
op 17/06/98:
WGV
gemengd verklaard
13/05/98:
Gezondheid bij de Conventie
36 Protocol inzake Water en
bij het OSPAR-verdrag
35 Bijlage V en Aanhangsel 3
inzake milieu-aangelegenheden
en toegang tot de rechter
bevolking in de besluitvorming
informatie, inspraak van de
34 Verdrag inzake toegang tot
New York
4/02/00 -
Den Haag
29/01/99 -
Londen
17/06/99 -
Sintra
23/07/98 -
Aarhus
05/03/2004
31/01/2003
13/02/2004
03/12/04
procedure:
Herneming
29/04/2004
14/05/2003
29/04/2004
8/06/2005
27/11/2002
Parlement
Regering 19/07/2002
door Vlaams
door Vlaamse
25/06/98 -
ontwerpdecreet
ontwerpdecreet
chronologisch)
Goedkeuring
Bekrachtiging
(BS 13/07/2004)
07/05/04 -
(BS 18/06/2003)
23/05/03 -
(BS 16/07/2004)
07/05/04 -
(BS 07/07/2005)
17/06/05 -
(BS 07/01/2003)
06/12/02 -
Regering
door Vlaamse
en afkondiging
I n s t e m m i n g s d e cr e e t Goedkeuring
ve r d ra g
fa se (Rangschikking
On de r te ke n ing
Pr e l imi n air e
13-09-2007
03/03/2006
29/06/2004
28/07/2005
21/01/2003
ratificatie
Internationale
12/12/2007
01/05/2006. Inwerking-
Federale instemmingswet
treding: 01/06/2006
13/02/2006. Inwerking-
Federale instemmingswet
treding: 04/08/2005
13/05/2003. Inwerking-
Federale instemmingswet
treding: 28/08/2005
06/03/2002. Inwerking-
Federale Instemmingswet
treding: 21/04/2003
17/12/2002. Inwerking-
Federale Instemmingswet
Op me r k i n g e n
133 bijlagen
12-01-2009 08:37:16
09MJP09bijlagen.indd 134
verklaard
(27/02/2001, Sofia)
en machtigt tot
ondertekening
van schadelijke aangroei-
werende systemen op
(Londen, 5 oktober 2001)
schepen (TBT-verdrag)
VR keurt goed
22/11/02:
tot ondertekening
goed en machtigt
Londen
23/12/02 -
Gent
29/11/02: VR keurt
03/12/02 -
WGV 26/09/02:
Gent
03/12/02 -
Stockholm
23/05/01 -
Sofia
27/02/01 -
Nairobi
26/05/00 -
15-02-2008
6/02/2004
6/02/2004
14/11/2003
14/11/2003
23-04-2008
29/04/2004
29/04/2004
17/03/2004
11/02/2004
Parlement
Regering
gemengd verklaard.
tot ondertekening
goed en machtigt
29/11/02: VR keurt
gemengd verklaard.
WGV 26/09/02:
schriftelijke procedure
vastgelegd via
betreffende de controle
44 Internationaal verdrag
43 Maasverdrag
42 Scheldeverdrag
polluenten (POP’s)
persistente organische
Gemengd karakter
gemengd
41 Overeenkomst inzake
02/12/03:
inzake milieueffectrapportage
in grensoverschrijdend verband
40 Wijziging van het Verdrag
WGV
verklaard
inzake biologische diversiteit
(“Cartagena Protocol”)
gemengd
WGV 23/02/00:
veiligheid bij de Conventie
39 Protocol betreffende bio-
door Vlaams
door Vlaamse
Goedkeuring ontwerpdecreet
Goedkeuring ontwerpdecreet
Bekrachtiging
(BS 10/06/2008)
09/05/2008 -
(BS 08/06/2004)
30/04/2004 -
(BS 08/06/2004)
30/04/2004 -
(BS 21/05/2004)
26/03/2004 -
(BS 09/03/2004)
20/02/04 -
Regering
door Vlaamse
en afkondiging
I n s t e m m i n g s d e cr e e t
chronologisch)
ve r d ra g
fa se (Rangschikking
On de r te ke n ing
Pr e l imi n air e
12/10/2005
12/10/2005
25/05/2006
15/04/2004
ratificatie
Internationale
treding: 01/12/2006
06/10/2005. Inwerking-
Federale Instemmingswet
treding: 01/12/2005
06/10/2005. Inwerking-
Federale Instemmingswet
treding: 23/08/2006
17/09/2005. Inwerking-
Federale Instemmingswet
treding: 14/07/2004
15/03/2004. Inwerking-
Federale Instemmingswet
Op me r k i n g e n
Milieujaarprogramma
134 2009
12-01-2009 08:37:16
09MJP09bijlagen.indd 135
WGV 13/01/03:
(SEA-protocol)
46 Protocol betreffende
en machtigt tot
ondertekening
van industriĂŤle ongevallen
op grensoverschrijdende
verklaard
overschrijdend verband
(04/06/2004, Cavtat)
gemengd
milieueffectrapportage in grens-
49 Wijziging van het Verdrag inzake
en internationale meren
overschrijdende waterlopen
en het gebruik van grens-
WGV 21/03/06:
Helsinki van 17 maart 1992
inzake de bescherming
WGV 02/12/03:
gemengd verklaard
48 Wijziging bij het Verdrag van
waterlopen (liability-protocol)
25/04/03:
VR keurt goed
overschrijdende effecten
gemengd verklaard
veroorzaakt door de grens-
vergoeding door schade
WGV
(PRTR-protocol)
13/01/03:
ondertekening
bij het Aarhus-verdrag
aansprakelijkheid en
en machtigt tot
van verontreinigende stoffen
47 Protocol inzake burgerlijke
25/04/03:
VR keurt goed
de emissie en verplaatsing
gemengd verklaard
ondertekening
schrijdend verband
registratiesystemen inzake
VR keurt goed
en machtigt tot
rapportage in grensover-
25/04/03:
milieubeoordeling bij het
Verdrag inzake milieueffect-
WGV 13/01/03:
gemengd verklaard
45 Protocol inzake strategische
Cavtat
04/06/2004 -
Madrid
28/11/2003 -
Kiev
21/05/2003
Kiev
21/05/2003 -
Kiev
13/06/2008 (voorontwerp)
27/06/2007
Parlement
Regering
20/04/2007
door Vlaams
door Vlaamse
21/05/2003 -
ontwerpdecreet
ontwerpdecreet
chronologisch)
Goedkeuring
Bekrachtiging
(BS 05/09/2007)
06/07/2007 -
Regering
door Vlaamse
en afkondiging
I n s t e m m i n g s d e cr e e t Goedkeuring
ve r d ra g
fa se (Rangschikking
On de r te ke n ing
Pr e l imi n air e ratificatie
Internationale Op me r k i n g e n
135 bijlagen
12-01-2009 08:37:16
09MJP09bijlagen.indd 136
gemengd verklaard
uit internationale afvaltrans-
ferten, onder Bazelverdrag
ondertekening WGV 24/03/04: gemengd verklaard
einden dan de scheepvaart
53 Internationaal verdrag van 1990
inzake de voorbereiding op,
de bestrijding van en de samen-
werking bij olieverontreiniging
voorvallen van verontreiniging
gemengd verklaard
Woudinstituut
(28/03/2004, Joensuu)
55 Verdrag van het Europees
stoffen (15/03/2000, Londen)
WGV 24/03/04:
gemengd verklaard
van en de samenwerking bij de
door gevaarlijke en schadelijke
24/03/04:
voobereiding op, de bestrijding
54 Protocol van 2000 inzake de
WGV
en machtigt tot
waterlopen voor andere doel-
(30/11/1990, Londen)
VR keurt goed
het gebruik van internationale
19/05/00:
gemengd verklaard
voor een vergoeding van schade
52 VN-verdrag over het recht inzake
WGV 08/12/99:
51 Protocol inzake aansprakelijkheid
(27/05/2005, Almaty)
aangelegenheden
tot de rechter inzake milieu-
de besluitvorming en toegang
inspraak van de bevolking in
WGV 21/03/06:
inzake toegang tot informatie,
50 Amendement bij het Verdrag Almaty
(voorontwerp)
30/05/2008
Parlement
Regering 27/05/2005 -
door Vlaams
door Vlaamse
Goedkeuring ontwerpdecreet
Goedkeuring ontwerpdecreet
Bekrachtiging
Regering
door Vlaamse
en afkondiging
I n s t e m m i n g s d e cr e e t
chronologisch)
ve r d ra g
fa se (Rangschikking
On de r te ke n ing
Pr e l imi n air e ratificatie
Internationale
Toetreding
Toetreding
Toetreding
Toetreding
Op me r k i n g e n
Milieujaarprogramma
136 2009
12-01-2009 08:37:16
09MJP09bijlagen.indd 137
gemengd verklaard
en III bij het verdrag van
(13/02/2004, Londen)
(13/01/1993, Parijs)
op chemische wapens
59 Verdrag inzake verbod
goed en machtigt
tot ondertekening
ballast
18/02/05: VR keurt
het beheer van scheeps-
WGV 24/03/04:
gemengd verklaard
betreffende de controle en
58 Internationaal verdrag
Parijs
13/01/93 -
06/06/1996
09/10/1996
(BS 29/11/1996)
24/10/96 -
27/01/1997
30/06/2004
Instemmingswet:
Toetreding Federale
treding: 29/04/1997
20/12/1996. Inwerking-
Federale Instemmingswet
treding: 30/06/2005
(BS 14/07/2004)
07/05/04 -
13/05/2003. Inwerking-
Londen
29/04/2004
Regering
door Vlaamse
en afkondiging
Op me r k i n g e n
verklaard
02/10/01:
hulpverlening op zee
03/03/2004
Parlement
Regering
28/04/89 -
door Vlaams
door Vlaamse
Bekrachtiging
ratificatie
Internationale
gemengd
WGV
57 Internationaal verdrag inzake
25-29/06/2007)
Oceaan, OSPAR (Oostende,
de Noord-Oostelijke Atlantische
van het marien milieu van
Parijs inzake de bescherming
WGV 20/11/2007:
56 Wijziging van de bijlagen II
ontwerpdecreet
ontwerpdecreet
chronologisch)
Goedkeuring
I n s t e m m i n g s d e cr e e t Goedkeuring
ve r d ra g
fa se (Rangschikking
On de r te ke n ing
Pr e l imi n air e
137 bijlagen
12-01-2009 08:37:16
Milieujaarprogramma
138 2009
Bijlage 4 Stand van uitvoering van de Europese milieuwetgeving Europese milieuwetgeving
De normeringinstrumenten inzake milieu waarover (1) de Raad, (2) de Commissie en – overeenkomstig de medebeslissingsprocedure – (3) het Europese Parlement samen met de Raad beschikken, zijn ook diegene die in artikel 189 van het EG-verdrag worden gedefinieerd: verordeningen, richtlijnen, beschikkingen, aanbevelingen en adviezen. Deze instrumenten hebben niet dezelfde rechtsgevolgen. • Een verordening heeft een algemene strekking, is bindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks van toepassing in elke lidstaat. • Een richtlijn is bindend ten aanzien van het te bereiken resultaat voor elke lidstaat waarvoor ze bestemd is. Aan de nationale instanties wordt de bevoegdheid gelaten vorm en middelen te kiezen. In tegenstelling tot de verordening is de richtlijn dus niet rechtstreeks van toepassing; ze verkrijgt haar volwaardige normatieve status in de interne (lees Vlaamse) rechtsorde slechts na omzetting in nationaal (lees Vlaams) recht. • Een beschikking is bindend in al haar onderdelen voor degenen tot wie ze uitdrukkelijk is gericht; aanbevelingen en adviezen daarentegen zijn niet bindend. Stand van de uitvoering van Europese richtlijnen
De richtlijnen dienen te worden omgezet in intern Vlaams recht binnen de omzettingstermijnen voorzien in elke richtlijn zelf. Deze omzetting gebeurt of gebeurde via decretale weg en/of (meestal) via besluiten van de Vlaamse Regering. Telkens als er een omzetting in intern Vlaams recht gebeurt, wordt deze via de Permanente Vertegenwoordiging bij de EU medegedeeld aan de Commissie. De Commissie gaat de correctheid van de omzetting na en signaleert welke correcties er moeten gebeuren. De stand van zaken die hierna wordt gegeven, werd afgesloten op 1oktober 2004. Bij het overzicht van de uitvoering wordt een onderscheid gemaakt tussen: 1. de bestaande Europese richtlijnen die reeds zijn omgezet; 2. de bestaande Europese richtlijnen die nog dienen te worden omgezet; 3. de Europese richtlijnen die nog in voorbereiding zijn en die later zullen moeten worden omgezet. Naast de titel wordt voor elke richtlijn eveneens de volgende informatie gegeven: • de officiële referentie (jaar/volgnummer ID = interinstitutioneel dossier, PBC = Publicatieblad EC met mededelingen); • de publicatiedatum; • de referentie in het Europese Publicatieblad (PBL = Publicatieblad EC met wetgeving). De verordeningen werden niet opgenomen in de overzichtslijst omdat ze immers geen omzetting behoeven en in de regel, behoudens voor specifieke Vlaamse behoeften en toepassingen, geen wetgevend initiatief van de Vlaamse overheid vereisen.
09MJP09bijlagen.indd 138
12-01-2009 08:37:17
139 bijlagen
Overzicht van de omgezette Europese richtlijnen (stand op 01.10.2008) Ref.
P ub lic a t ie- T it el r ic h t lijn
Re f.
d a t um
P u b l i ca ti e b l a d
75/0439
25.07.75
75/0440
25.07.75
Richtlijn van de Raad van 16 juni 1975 inzake de verwijdering van afgewerkte olie
PBL 194 p. 31
Richtlijn van de Raad van 16 juni 1975 betreffende de vereiste kwaliteit van het
PBL 194 p. 34
oppervlaktewater dat is bestemd voor de productie van drinkwater in de Lidstaten (wordt d.d. 22/12/2007 opgeheven en vervangen door RL 2000/60) 75/0442
25.07.75
Richtlijn van de Raad van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen (is opgeheven
PBL 194 p. 47
en vervangen door gecodificeerde versie RL 2006/12/EG) 76/0160
05.02.76
Richtlijn van de Raad van 8 december 1975 betreffende de kwaliteit van het
PBL 31 p. 1
zwemwater (wordt opgeheven per 31.12.2014; zodra VR alle nodige wettelijke, bestuursrechtelijke en praktische maatregelen heeft genomen om aan RL 2006/7 te voldoen, is RL 2006/7 van toepassing en vervang zij Richtlijn 76/160/EEG) 76/0403
26.04.76
Richtlijn van de Raad van 6 april 1976 betreffende de verwijdering van polychloor-
PBL 108 p. 41
bifenylen en polychloortefenylen [sedert 16.09.96 vervangen door Richtlijn 96/59] 76/0464
18.05.76
Richtlijn van de Raad van 4 mei 1976 betreffende de verontreiniging veroorzaakt
PBL 129 p. 23
door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de Gemeenschap worden geloosd (is opgeheven en vervangen door gecodificeerde versie RL 2006/11/EG; wordt ingetrokken d.d. 22/12/2013, met uitzondering van artikel 6, dat d.d. 22/12/2000 is ingetrokken) 78/0176
26.02.78
Richtlijn van de Raad van 20 februari 1978 betreffende de afvalstoffen
PBL 54 p. 19
afkomstig van de titaandioxyde-industrie 78/0319
31.03.78
Richtlijn van de Raad van 20 maart 1978 betreffende toxische en gevaarlijke
PBL 84 p. 49
afvalstoffen [sedert 12.12.93 vervangen door Richtlijn 91/869] 78/0659
14.08.78
Richtlijn van de Raad van 18 juli 1978 betreffende de kwaliteit van zoet water
PBL 222 p. 1
dat bescherming of verbetering behoeft teneinde geschikt te zijn voor het leven van vissen (is opgeheven en vervangen door gecodificeerde versie RL 2006/44/EG nog niet gepubliceerd; wordt ingetrokken d.d. 22/12/2013) 79/0409
25.04.79
79/0869
29.10.79
Richtlijn van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de Vogelstand
PBL 103 p. 1
Richtlijn van de Raad van 9 oktober 1979 inzake de meetmethoden en de
PBL 271 p. 44
frequentie van de bemonstering en de analyse van het oppervlaktewater dat bestemd is voor de productie van drinkwater in de Lid-Staten (wordt ingetrokken d.d. 22/12/2007) 79/0923
10.11.79
Richtlijn van de Raad van 30 oktober 1979 inzake de vereiste kwaliteit van
PBL 81 p .47
schelpdierwater (wordt ingetrokken d.d. 22/12/2013) 80/0068
26.01.80
Richtlijn van de Raad van 17 december 1979 betreffende de bescherming van
PBL 20 p. 43
het grondwater tegen verontreiniging veroorzaakt door de lozing van bepaalde gevaarlijke stoffen (wordt ingetrokken d.d. 22/12/2013) 80/0778
30.08.80
Richtlijn van de Raad van 15 juli 1980 betreffende de kwaliteit van voor menselijke
PBL 229 p. 11
consumptie bestemd water (is ten gevolge van de inwerkingtreding en omzetting van Richtlijn 98/83 met ingang van 25 december 2003 opgeheven) 80/0779
30.08.80
Richtlijn van de Raad van 15 juli 1980 betreffende de grens- en richtwaarden van
PBL 229 p. 30
de luchtkwaliteit voor zwaveldioxyde en zwevende deeltjes (ingetrokken per 01/01/2005; vervangen door RL 1999/30/EG)
09MJP09bijlagen.indd 139
12-01-2009 08:37:17
Milieujaarprogramma
140 2009
Ref.
P ub lic a t ie- T it el r ic h tl i j n
Re f.
(v er vo lg )
d a t um
P u b l i ca ti e b l a d
82/0176
27.03.82
Richtlijn van de Raad van 22 maart betreffende de grenswaarden en kwaliteits-
PBL 81 p. 29
doelstellingen voor kwiklozingen afkomstig van de sector elektrolyse van alkalichloriden 82/0501
05.08.82
Richtlijn van de Raad van 24 juni 1982 inzake de risico’s van zware ongevallen
PBL 230 p. 1
bij bepaalde industriële activiteiten 82/0883
31.12.82
Richtlijn van de Raad van 3 december 1982 betreffende de voorschriften voor
PBL 378 p. 1
het toezicht op en de controle van de milieus die betrokken zijn bij de lozing van de titaandioxyde-industrie 82/0884
31.12.82
Richtlijn van de Raad van 3 december 1982 betreffende een grenswaarde
PBL 378 p. 15
van de luchtkwaliteit voor lood (ingetrokken per 01/01/2005; vervangen door RL 1999/30/EG) 83/0029
03.02.83
Richtlijn van de Raad van 24 januari 1983 tot wijziging van Richtlijn 78/176/EEG
PBL 32 p. 28
betreffende afvalstoffen afkomstig van de titaandioxyde-industrie 83/0513
24.10.83
Richtlijn van de Raad van 26 september 1983 betreffende de grenswaarden
PBL 291 p. 1
en kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van cadmium 84/0156
17.03.84
Richtlijn van de Raad van 8 maart 1984 betreffende de grenswaarden voor kwik-
PBL 74 p. 49
lozingen in het aquatisch milieu afkomstig van andere sectoren dan de electrolyse van alkalichloriden 84/0360
16.07.84
Richtlijn van de Raad van 28 juni 1984 betreffende de bestrijding van door
PBL 188 p. 20
industriële inrichtingen veroorzaakte luchtverontreiniging (is ingetrokken per 30/10/2007; vervangen door RL 96/61) 84/0491
17.10.84
Richtlijn van de Raad van 9 oktober 1984 betreffende de grenswaarden en
PBL 274 p. 11
kwaliteitsdoelstellingen voor de lozing van hexachloorcyclohexaan 84/0631
13.12.84
Richtlijn van de Raad van 6 december 1984 betreffende toezicht en controle
PBL 326 p. 31
in de Gemeenschap op de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen [sedert 06.05.94 opgeheven door Verordening van 01.02.93] 85/0203
27.03.85
Richtlijn van de Raad van 7 maart 1984 inzake luchtkwaliteitsnormen voor stikstof-
PBL 87 p. 1
dioxyde (wordt ingetrokken per 01/01/2010; vervangen door RL 1999/30/EG) 85/0337
05.07.85
Richtlijn van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieu-effectbeoordeling
PBL 175 p. 40
van bepaalde openbare en particuliere projecten 85/0411
30.08.85
Richtlijn van de Commissie van 25 juli 1985 tot wijziging van Richtlijn 79/409/EEG
PBL 233 p. 33
van de Raad inzake het behoud van de vogelstand 86/0278
04.07.86
Richtlijn van de Raad van 12 juni 1986 betreffende de bescherming van het
PBL 181 p. 6
milieu, in het bijzonder de bodem, bij gebruik van zuiveringsslib in de landbouw 86/0280
04.07.86
Richtlijn van de Raad van 12 juni 1986 betreffende grenswaarden en kwaliteits-
PBL 181 p. 16
doelstellingen voor lozingen van bepaalde onder lijst I van de bijlage van Richtlijn 76/464/EEG vallende gevaarlijke stoffen 87/0101
12.02.87
Richtlijn van de Raad van 22 december 1986 tot wijziging van RLR 75/349
PBL 42 p. 43
inzake de verwijdering van afgewerkte olie 7/0216
28.03.87
Richtlijn van de Raad van 19 maart 1987 tot wijziging van Richtlijn 82/501/EEG
PBL 85 p. 36
inzake de risico’s van zware ongevallen bij bepaalde industriële activiteiten 87/0217
28.03.87
Richtlijn van de Raad van 19 maart 1987 inzake voorkoming en vermindering
PBL 85 p. 40
van verontreiniging van het milieu door asbest
09MJP09bijlagen.indd 140
12-01-2009 08:37:17
141 bijlagen Ref.
P ub lic a t ie- T it el r ic h t lijn
Re f.
(ver v olg)
d a t um
P u b l i ca ti e b l a d
88/0347
25.06.88
Richtlijn van de Raad van 16 juni 1988 tot wijziging van bijlage II van Richtlijn
PBL 158 p. 35
86/280/EEG betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van bepaalde onder lijst I van de bijlage van Richtlijn 76/464/EEG vallende gevaarlijke stoffen 88/0609
07.12.88
Richtlijn van de Raad van 24 november 1988 inzake beperking van de emissies
PBL 336 p. 1
van bepaalde stoffen in de lucht door grote stookinstallaties (ingetrokken met ingang van 27/11/2002; vervangen door RL 2001/80) 88/0610
07.12.88
Richtlijn van de Raad van 24 november 1988 tot wijziging van Richtlijn 82/501/EEG
PBL 336 p. 14
inzake de risico’s van zware ongevallen bij bepaalde industriële activiteiten 89/0369
14.06.89
Richtlijn van de Raad van 8 juni 1989 ter voorkoming van door nieuwe
PBL 196 p. 32
installaties voor de verbranding van stedelijk afval veroorzaakte luchtverontreiniging 89/0427
14.07.89
Richtlijn van de Raad van 21 juni 1989 tot wijziging van Richtlijn 80/779/EEG
PBL 201 p. 53
betreffende de grenswaarden en richtwaarden van de luchtkwaliteit voor zwaveldioxyde en zwevende deeltjes (ingetrokken per 01/01/2005; vervangen door RL 1999/30/EG) 89/0428
14.07.89
Richtlijn van de Raad van 21 juni 1989 tot vaststelling van de procedure voor
PBL 201 p. 56
de harmonisering van de programma’s tot vermindering en uiteindelijke algehele opheffing van de verontreiniging door afval van de titaandioxyde-industrie [vernietigd door Arrest Hof van Justitie dd. 11.06.91 en vervangen door Richtlijn 92/112] 89/0429
15.07.89
Richtlijn van de Raad van 21 juni 1989 ter voorkoming van door bestaande
PBL 203 p. 50
installaties voor de verbranding van stedelijk afval veroorzaakte luchtverontreiniging 90/0219
08.05.90
Richtlijn van de Raad van 23 april 1990 inzake het ingeperkt gebruik van genetisch
PBL 117 p. 1
gemodificeerde micro-organismen (quasi helemaal gewijzigd door richtlijn 98/81/EG) 90/0220
08.05.90
Richtlijn van de Raad van 23 april 1990 inzake de doelbewuste introductie van
PBL 117 p. 15
genetisch gemodificeerde organismen in het milieu (per 17 oktober 2002 opgeheven door richtlijn 2001/18). 90/0313
23.06.90
Richtlijn van de Raad van 7 juni 1990 inzake de vrije toegang tot milieu-informatie
PBL 158 p. 56
(is opgeheven ingevolge richtlijn 2003/4/EG per 14.2.2005) 90/0415
18.08.90
Richtlijn van de Raad van 27 juli 1990 tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn
PBL 219 p. 49
86/280/EEG betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van bepaalde onder lijst I van de bijlage bij Richtlijn 76/464/EEG vallende gevaarlijke stoffen 90/0667
27.12.90
Richtlijn van de Raad van 27 november 1990 tot vaststelling van gezondheid-
PBL 363 p. 51
svoorschriften voor de verwijdering en verwerking van dierlijke afvallen, voor het in de handel brengen van dierlijke afvallen en ter voorkoming van de aanwezigheid van ziekteverwekkers in diervoeders van dierlijke oorsprong (vissen daaronder begrepen) en tot wijziging van Richtlijn 90/425/EEG 91/0156
26.03.91
Richtlijn van de Raad van 18 maart 1991 tot wijziging van Richtlijn 75/442/EEG
PBL 78 p. 32
van de Raad van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen 91/0157
26.03.91
Richtlijn van de Raad van 18 maart 1991 inzake batterijen en accu’s die
PBL 78 p. 38
gevaarlijke stoffen bevatten (wordt opgeheven per 26.9.2008) 91/0244
08.05.91
Richtlijn van de Commissie van 6 maart 1991 tot wijziging van Richtlijn
PBL 115 p. 41
79/409/EEG van de Raad inzake het behoud van de vogelstand 91/0271
09MJP09bijlagen.indd 141
30.05.91
Richtlijn van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater
PBL 135 p. 40
12-01-2009 08:37:17
Milieujaarprogramma
142 2009
Ref.
P ub lic a t ie- T it el r ic h tl i j n
Re f.
(v er vo lg )
d a t um
P u b l i ca ti e b l a d
91/0676
31.12.91
Richtlijn van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water
PBL 375 p. 1
tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen 91/0689
31.12.91
91/0692
31.12.91
Richtlijn van de Raad van 12 december 1991 betreffende gevaarlijke afvalstoffen
PBL 377 p. 20
Richtlijn van de Raad van 23 december 1991 tot standaardisering en rationalisering
PBL 377 p. 48
van de verslagen over de toepassing van bepaalde richtlijnen op milieugebied 92/0043
22.07.92
Richtlijn van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de
PBL 206 p.7
natuurlijke habitats en de wilde fauna en flora 92/0072
13.10.92
Richtlijn van de Raad van 21 september 1992 betreffende de verontreiniging van
PBL 297 p. 1
de lucht door ozon (met ingang van 9 september 2003 ingetrokken, vervangen door RL 2002/3/EG) 92/0112
31.12.92
Richtlijn van de Raad van 15 december 1992 tot vaststelling van de procedure
PBL 409 p. 11
voor de harmonisatie van de programma’s tot vermindering en uiteindelijke algehele opheffing van de verontreiniging door afval van de titaandioxyde-industrie 93/0076
22.09.93
Richtlijn van de Raad van 13 september 1993 tot beperking van kooldioxide-
PBL 237 p. 28
emissies door verbetering van de energie-efficiëntie (SAVE) 94/0015
22.04.94
Richtlijn van de Commissie van 15 april 1994 betreffende aanpassing voor
PBL 103 p. 20
de eerste maal, van de technische vooruitgang van Richtlijn 90/220 94/0024
30.06.94
Richtlijn van de Raad van 8 juni 1994 tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn
PBL 164 p. 9
79/409/EEG inzake het behoud van de vogelstand 94/0031
02.07.94
Richtlijn van de Raad van 27 juni 1984 tot wijziging van Richtlijn 91/689/EEG
PBL 168 p. 28
betreffende gevaarlijke afvalstoffen 94/0051
18.11.94
Richtlijn van de Commissie van 7 november 1994 betreffende aanpassing aan
PBL 297 p. 29
de technische vooruitgang van Richtlijn 90/219/EEG van de Raad inzake het ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen 94/0062
31.12.94
Richtlijn van het Europees parlement en de Raad van 20 december 1994
PBL 365 p. 10
betreffende verpakking en verpakkingsafval 94/0063
31.12.94
Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 1994
PBL 365 p. 24
betreffende de beheersing van de uitstoot van vluchtige organische stoffen (VOS) als gevolg van de opslag en de distributie van benzine vanaf terminals naar benzinestations 94/0066
24.12.94
Richtlijn van de Raad van 15 december 1994 tot wijziging van Richtlijn
PBL 337 p. 83
88/609/EEG inzake beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door grote stookinstallaties (ingetrokken met ingang van 27/11/2002; vervangen door RL 2001/80) 94/0067
31.12.94
Richtlijn van de Raad van 16 december 1994 betreffende verbranding van
PBL 365 p. 34
gevaarlijke afvalstoffen 96/0059
24.09.96
Richtlijn van de Raad van 16 september 1996 betreffende de verwijdering
PBL 243 p. 31
van polychloorbifenylen en polychloorterfenylen (PCB’s/PCT’s) 96/0061
10.10.96
Richtlijn van de Raad van 24 september 1996 inzake geïntegreerde preventie
PBL 257 p. 26
en bestrijding van verontreiniging 96/0062
21.11.96
Richtlijn van de Raad van 27 september 1996 inzake de beoordeling en het
PBL 296 p. 55
beheer van de luchtkwaliteit
09MJP09bijlagen.indd 142
12-01-2009 08:37:17
143 bijlagen Ref.
P ub lic a t ie- T it el r ic h t lijn
Re f.
(v er volg)
d a t um
P u b l i ca ti e b l a d
96/0082
14.01.97
Richtlijn van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van
PBL 10 p. 13
de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken 97/0011
14.03.97
Richtlijn van de Raad van 3 maart 1997 tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG
PBL 73 p. 5
betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten 97/0016
06.05.97
Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 10 april 1997 betreffende
PBL 116 p. 31
de beperking van het op de markt brengen en het gebruik van hexacloorethaan 97/0035
27.06.97
Richtlijn van de Commissie van 18 juni 1997 houdende tweede aanpassing van
PBL 169 p. 72
de vooruitgang van de techniek van Richtlijn 90/220 99/0049
13.08.97
Richtlijn van de Commissie van 29 juli 1997 tot wijziging van Richtlijn 79/409 van de Raad inzake het behoud van de vogelstand
97/0062
08.11.97
Richtlijn van de Raad van 27 oktober 1997 tot aanpassing van de technische
PBL 305 p. 42
en wetenschappelijke voortuitgang van Richtlijn 92/43 98/0015
07.03.98
Richtlijn van de Commissie van 27 februari 1998 houdende wijziging van Richtlijn
PBL 67 p. 29
91/271 ten aanzien van enkele in bijlage I vastgestelde voorschriften 98/0083
05.12.98
Richtlijn van de Raad van 3.11.98 houdende herziening van richtlijn 80/779 in.v.m.
PBL 330
de kwaliteit vzan voor menselijke consumptie bestemd water 99/0013
29.03.99
Richtlijn van de Raad van 11 maart 1999 inzake de beperking van emissie van
PBL 85 p. 1
vluchtige organische stoffen ten gevolge van het gebruik van organische oplosmiddelen bij bepaalde werkzaamheden en in installaties 99/0030
29.06.99
Richtlijn van de Raad van 22 april 1999 betreffende de grenswaarden voor zwavel-
PBL 163 p. 41
dioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood in de lucht 99/0031
16.07.99
Richtlijn van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen
PBL 182 p. 1
99/0032
11.05.99
Richtlijn van de Raad van 26 april 1999 betreffende een vermindering van
PBL 121 p. 13
het zwavelgehalte van bepaalde vloeibare brandstoffen en tot wijziging van Richtlijn 93/0012 00/0053
21.10.00
Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000
PBL 269 p. 34
betreffende autowrakken 00/0059
28.12.00
Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 27. November 2000
PBL 332 p.81
betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduĂŤn 00/0060
22.12.00
Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vast-
PBL 327 p. 1
stelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid 00/0069
13.12.00
Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2000
PBL 313 p.12
betreffende grenswaarden voor benzeen en koolmonoxide in de lucht 00/0076
28.12.00
Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2000
PBL 332 p. 91
betreffende de verbranding van afval 01/0018
17.04.01
Richtlijn van het europees Parlement en de Raad van 12 maart inzake de
PBL 106 p. 1
doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van Richtlijn 90/220 van de Raad 01/0080
27.11.01
Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001 inzake
PBL 309 p.1
de beperking van de emissiesvan bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door grote stookinstallaties
09MJP09bijlagen.indd 143
12-01-2009 08:37:17
Milieujaarprogramma
144 2009
Ref.
P ub lic a t ie- T it el r ic h t l i j n
Re f.
(v er vo lg )
d a t um
P u b l i ca ti e b l a d
01/0081
27.11.01
Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 23.10.2001 inzake
PBL 309 p. 22
nationale emissieplafonds voor bepaalde luchtverontreinigende stoffen 02/003
09.03.02
Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2002
PBL 67 p.14
betreffende ozon in de lucht 02/0004
14.02.03
Richtlijn van het EP/R van 28.1.03 betreffende de vrije toegang tot de
PBL41
milieu-informatie 02/0049
18.07.02
Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake
PBL 189 p.12
de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai 02/0096
13.02.03
Richtlijn van het EP/R van 27.3.03 betreffende afgedankte elecktrische en
PBL 37
electronische apparatuur 03/0087
25.12.03
Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 13.3.03 tot vaststelling
PBL 275
van een regeling voor broeikasfasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61 03/0035
25.06.03
Richtlijn van het EP/R van 26.5.03 tot voorziening in inspraak van het publiek
PBL 157
in de opstelling van bepaalde plannen en programma's betreffende het milieu, en met betrekking tot inspraak van het publiek en toegang tot de rechter en wijziging RL 95/337 en 91/61 04/0035
30.04.04
Richtlijn van het EP/R betreffende Milieu-aansprakelijkheid i.v.m. het voorkomen
PBL 143
en herstellen van milieuschade 04/0042
30.04.04
Richtlijn van het EP/R van 21 april 2004 beperking tot wijziging van Richtlijn 99/13
PBL 143
(VOS) 04/0101
13.11.04
04/0107
15.12.04
Richtlijn van EP/R tot wijziging van Richtlijn 2003/87
PBL 275
Richtlijn van het EP/Raad van 5 december 2004betreffende arseen, cadmium,
PBL 23
kwik, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht 06/0007
04.03.06
Richtlijn van EP/R betreffende het beheer van de zwemwaterkwaliteit en tot
PBL 64
intrekking van richtlijn 76/160/EEG 06/0011
04.03..06
Richtlijn van EP/R van 15 februari 2006 betreffende de verontreiniging veroorzaakt
PBL 64
door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de gemeenschap worden geloosd (gecodificeerde versie) 06/0012
27.04.06
06/0021
11.04.06
Richtlijn van het EP/R 5 april 2006 betreffende afvalstoffen (gecodificeerde versie)
PBL 114
Richtlijn van het EP/R betreffende het beheer van afvalstoffen van de
PBL 102
winningindustrieĂŤn 06/44
25.09.06
Richtlijn van EP/R van 12 december 2006 betreffende kwaliteit van zoet water
PBL 264
dat bescherming of verbetering behoeft teneinde geschikt te zijn voor het leven van vissen (gecodificeerde versie) 06/113
27.12.06
Richtlijn inzake de vereiste kwaliteit van schelpdierwater (gecodificeerde versie)
PBL 376
01/0042
21.07.01
Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 27 Juni 2001 betreffende de
PBL 197 p. 30
beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's
09MJP09bijlagen.indd 144
12-01-2009 08:37:17
145 bijlagen
Overzicht van de nog om te zetten Europese richtlijnen (stand op 01.10.2008) Ref.
P ub lic a t ie- T it el r ic h t lijn
Re f.
d a t um
P u b l i ca ti e b l a d
04/0012
18.02.04
Richtlijn van het EP/R tot wijziging van Richtlijn 94/62 (verpakkingsafval)
PBL 47
05/0020
09.03.05
Richtlijn van van EP/R betreffende verpakking en verpakkingsafval
PBL 70
06/0018
27.12.06
Richtlijn van EP/R betreffende de bescherming van het grondwater tegen
PBL 372
verontreiniging en achtergang van de toestand 06/66
26.09.06
Richtlijn van het EP/R inzake batterijen en accu's, alsook gebruikte batterijen
PBL 266
en accu's 07/0002
25.04.07
Richtlijn van 14 maart 2007 van het EP/PR tot oprichting van een infrastructuur
PBL 108
voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (Inspire) 07/0060
6.11.07
Richtlijn van het Europees parlement en de raad over beoordeling van over-
PBL 228
stromingsrisico’s 07/0071
14.12.07
Richtlijn van de commissie van 13 december 2007 houdende wijziging van
PBL 329
bijlage II van Richtlijn 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen 08/0050
11.06.08
Richtlijn van 20 mei 2008 van het Europees parlement en de Raad. van
PBL 152
20 mei 2008. betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa 08/0056
25.6.2008
Richtlijn van het Europees parlement en de raad van 17 juni 2008 tot vaststelling
PBL 164
van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (Kaderrichtlijn mariene strategie)
09MJP09bijlagen.indd 145
12-01-2009 08:37:17
Milieujaarprogramma
146 2009
Overzicht van (om te zetten) voorstellen van Europese richtlijnen (stand op 01.10.2008) Ref.
COM (2007) 51 COM (2006) 818
T it el r ic h t lijn
Stand
Re f.
van zaken
P u b l i ca ti e -
bespreking
blad
Voorstel voor een richtlijn inzake de milieubescherming door het strafrecht
Politiek goedgekeurd
Voorstel voor een Richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG teneinde
Politiek goedgekeurd
ook luchtvaartactiviteiten op te nemen in de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap COM (2006) 232
Voorstel van richtlijn tot vaststelling van een kader voor de bescherming
In bespreking
van de bodem en tot wijziging van richtlijn 2004/35/EG COM (2006) 373
Voorstel van Richtlijn tot vaststelling van een kader voor communautaire
eerste lezing Raad en Parlement
actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden COM (2006) 397
Voorstel voor een Richtlijn inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied
Politiek goedgekeurd
van waterbeleid en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG COM (2005) 634
Voorstel voor een richtlijn van het europees parlement en de raad inzake de bevordering van schone voertuigen voor wegvervoer
Eerste lezing Raad en Parl.
COM (2005) 667
Voorstel voor een richtlijn van het europees parlement en de raad
eerste lezing gemeenschappelijk
2005/0281/COD
betreffende afvalstoffen
standpunt 28.6.2007
ID 03/246
Voorstel van RL van het EP/R betreffende toegang tot de rechter
Geen besprekingen
inzake milieuaangelegenheden
09MJP09bijlagen.indd 146
12-01-2009 08:37:17
09MJP09bijlagen.indd 147
12-01-2009 08:37:17
Colofon Milieujaarprogramma 2009 d/2009/3241/003 Verantwoordelijk uitgever Jean-Pierre Heirman Secretaris-generaal Departement Leefmilieu, Natuur en Energie p/a Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20 bus 8 1000 Brussel Vormgeving SignBox, Wolvertem Druk Sintjoris nv, Merendree Gedrukt op 100% gerecycleerd papier
09MJP09bijlagen.indd 148
12-01-2009 08:37:17
Het Milieubeleidsplan wordt vijfjaarlijks opgesteld door de Vlaamse regering. Het bepaalt de hoofdlijnen
Het Milieubeleidsplan 2003-2007 werd door de Vlaamse regering vastgesteld op 19 september 2003. De Vlaamse Regering gaf op 21 december 2007 haar goedkeuring aan de actualisatie en verlenging ervan tot 2010.
MJP2009cover.indd Sec1:2
milieujaarprogramma2009
van het milieubeleid.
{
milieujaarprogramma 2009
12-01-2009 13:03:27