Skip to main content

dossier 2021-232.pdf

Page 1

Uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/232

Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2021/232

DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 16 april 2021 diende xxx een verzoek in bij het kabinet van Vlaams Minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme Zuhal Demir om een afschrift te verkrijgen van: - Alle interne mails (incl. bijlagen) binnen uw organisatie die werden verstuurd/ontvangen n.a.v. de ingebrekestelling en/of de daarin vermelde kwesties, te weten de vaststelling van Chroom 6 in ijzerslib van WPC De Blankaart en de vaststelling van perfluoriden in compost van EcoWerf en IOK; - Alle externe mails (incl. bijlagen) met derden (andere overheidsinstanties, erkende labo’s,… e.d.m.) die werden verstuurd/ontvangen n.a.v. deze ingebrekestelling en/of de daarin vermelde kwesties, te weten de vaststelling van Chroom 6 in ijzerslib van WPC De Blankaart en de vaststelling van perfluoriden in compost van EcoWerf en IOK; - Alle staalnamerapporten, analyseresultaten of verslagen van enigerlei aard die werden opgemaakt n.a.v. deze ingebrekestelling en/of de daarin vermelde kwesties. Op 26 mei 2021 weigerde het kabinet van minister Demir een afschrift van de gevraagde documenten. Op 2 juni 2021 diende xxx beroep in bij de beroepsinstantie tegen deze weigeringsbeslissing d.d. 26 mei 2021. Dit beroep werd geregistreerd op 3 juni 2021. Op 1 juli 2021 werd, in toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet de beroepstermijn van dertig kalenderdagen verlengd tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen. Ontvankelijkheid van het beroep

www.vlaanderen.be


Op 16 april 2021 diende xxx een openbaarheidsverzoek in bij het kabinet van minister Demir. De kabinetschef heeft dit openbaarheidsverzoek beantwoord op 26 mei 2021. Deze beslissing maakt melding van de beroepsmogelijkheden en -modaliteiten, zoals voorgeschreven in artikel II.43, §1, derde lid van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Op 2 juni 2021 diende xxx beroep in tegen de voormelde weigeringsbeslissing. Het ingediende beroep is bijgevolg tijdig ingediend en is ontvankelijk. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.

1.

Bestreden beslissing

Het kabinet deelde mee aan de verzoeker geen andere documenten te bezitten dan deze die reeds bezorgd werden door OVAM en de afdeling Handhaving van het departement Omgeving.

2. Inhoud van het beroepschrift De beroeper stelt dat bij zijn cliënt tijdens een bestuurlijk optreden van de afdeling Handhaving chroom 6 teruggevonden werd in ijzerslib op de exploitatie van de beroepende partij. Het ijzerslib zou echter toekomen bij het bedrijf als grondstof om het te verwerken tot een eindproduct. De beroepende partij heeft echter geen weet van ondernomen acties tegen de leveranciers van deze grondstoffen. Enkel de bedrijfsvoering van de beroepende partij zou stilgelegd zijn, ofschoon de afdeling Handhaving van het departement Omgeving en Ovam ook over gegevens beschikt van de leveranciers van de grondstoffen, aldus de beroeper. De beroepende partij heeft ook geen weet van maatregelen t.a.v. andere installaties die deze grondstoffen zouden ontvangen. Nochtans zou de beroepende partij ook informatie bezorgd hebben aan de afdeling Handhaving van perfluoriden die werd aangetroffen in compost van Ecowerf te Leuven en IOK te Merksplas, Vosselaar en Beerse. De afdeling Handhaving zou volgens de beroeper nalaten om tegen deze bedrijven maatregelen te nemen. De beroeper spreekt van ongelijke behandeling en heeft daarom op 5 april 2021 de afdeling Handhaving van het departement Omgeving in gebreke gesteld. Ook OVAM werd mede in gebreke gesteld. De afdeling Handhaving en bij uitbreiding de voogdijminister moeten volgens de beroeper in staat zijn om ook tegen leveranciers van verontreinigde inputstromen de nodige maatregelen te nemen. De beroeper stelde gelijkaardige vragen tot openbaarmaking van de afdeling Handhaving en aan de OVAM. Deze vragen werden volgens hem slechts zeer gedeeltelijk en selectief ingewilligd. Volgens de beroeper moet de voogdijminister over meer informatie zou beschikken dan deze die reeds bezorgd werd aan de beroeper door de OVAM en de afdeling Handhaving (zeker wat het voormelde

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/232

pagina 2 van 5


mailverkeer betreft over perfluoriden). De beroeper vermoedt dat gelijke gevallen ongelijk behandeld worden en hij vermoedt een gebrek aan een consequent beleid.

3. Toelichting door het kabinet van minister Demir Op 7 juni 2021 contacteerde de beroepsinstantie het kabinet van minister Demir voor toelichting bij de weigeringsbeslissing. Op 22 juni 2021 deelde de kabinetschef mee dat er geen andere bestuursdocumenten werden overgemaakt aan de openbaarheidsverzoeker. Het kabinet heeft niet de gewoonte zich te mengen in individuele handhavingsdossiers. Op heden zijn er het kabinet geen afgewerkte bestuursdocumenten bekend die OVAM of de afdeling Handhaving niet zou hebben overgemaakt aan de beroeper. Op 23 juni 2021 contacteerde de beroepsinstantie het kabinet voor bijkomende toelichting. Op 5 juli 2021 deelde de kabinetschef mee dat de documentatie en het e-mailverkeer die worden opgevraagd uitdrukkelijk betrekking heeft op de ingebrekestelling die xxx op 5 april 2021 verstuurde. Daarnaast wil men informatie ontvangen over vaststellingen die zouden gebeurd zijn of naar oordeel van de beroeper zouden moeten gebeuren bij WPC De Blankaart en bij EcoWerf en IOK. Het kabinet bevestigt dat ze zulke documenten niet in haar bezit heeft. Er wordt tevens gewezen op de talloze juridische procedures lopen tussen de Vlaams Overheid en xxx. Ook een procedure ten gronde voor de rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Turnhout, werd gestart waar xxx o.a. schadevergoeding vordert. De ingebrekestelling van 5 april 2021 gaat vooraf aan de dagvaarding die enkele dagen later werd uitgebracht. Derhalve valt het openbaarheidsverzoek volgens het kabinet hoe dan ook onder de uitzonderingsgrond van art. II.36 § 1 Bestuursdecreet (de beroepsinstantie neemt aan dat meer specifiek artikel II.36, § 1, 8° bedoeld wordt).

4. Standpunt van de beroepsinstantie Voor een schets van de context waarbinnen het openbaarheidsverzoek werd gericht aan het kabinet van minister Demir, kan er verwezen worden naar de dossiers met kenmerk OVB/2021/230 en 231. Ten aanzien van xxx werden veiligheidsmaatregelen uitgevaardigd op grond van het Milieuhandhavingsdecreet (DABM) uit vrees voor schade aan mens en milieu. xxx diende ten gevolge daarvan onmiddellijk haar exploitatie stil te leggen. De beroeper verwijt de afdeling Handhaving een onrechtmatig en een disproportioneel optreden. Ten gevolge daarvan volgde er een ingebrekestelling van het Vlaamse Gewest (waarbij hoofdzakelijk afdeling Handhaving en OVAM geviseerd worden). Er volgde een dagvaarding waarin de beroeper het opleggen van een schadevergoeding voor omzetverlies als gevolg van de veiligheids- en bestuurlijke maatregelen vordert, alsook de aanstelling van een gerechtsdeskundige voor het begroten van de geleden financiële schade. De beroeper verwijt het Vlaamse Gewest klaarblijkelijk geen maatregelen te nemen ten aanzien van andere installaties waarlangs de vermelde stromen waarin verontreiniging gevonden werd zouden gepasseerd zijn. Er zou volgens de beroeper aldus met twee maten en gewichten gewerkt worden. Volgens de beroeper zou de afdeling Handhaving in gelijkaardige gevallen consequent moeten optreden, ofwel zou er geen sprake zijn van een gevaar voor leefmilieu en dan zou er ook niet handhavend moeten worden opgetreden tegen de beroeper, zo meent deze. Er wordt het Vlaamse Gewest verweten dat ze zich niet zou focussen op andere bedrijven of instanties (in het bijzonder IOK, Ecowerf, WPC De Blankaart) waarvan ze weet dat zij dezelfde stromen ontvingen, te controleren en om aan hen gelijkaardige maatregelen op te leggen naar de inputstromen, materialen in de vergisters en eindproducten toe.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/232

pagina 3 van 5


Tussen de afdeling Handhaving van het departement Omgeving, OVAM en de beroeper lopen er momenteel bestuurlijke en jurisdictionele procedures ten gronde. Meer bepaald lopen momenteel de volgende procedures bij xxx: • veiligheidsmaatregel (met onmiddellijke ingang op 09/03/2021) nog integraal van toepassing: O de aanvoer van afvalstoffen, meststoffen, energiegewassen en andere toevoegstoffen voor de vergistingsinstallatie meteen stopzetten. O de eindproducten, de afvalstoffen en de inhoud van de vergisters afvoeren en laten verwerken als een afvalstof dat is gecontamineerd met categorie I-materiaal en niet voldoet aan de samenstellingsvoorwaarden van bijlage 2 3.1 van VLAREMA. Alle afvoer moet worden gestaafd aan de hand van de nodige afvoer- en verwerkingsattesten. De verwerker van de afvalstoffen moet geregistreerd zijn en vergund voor de verwerking van dergelijke afvalstoffen De afvoer van elke vracht dient minstens 5 dagen op voorhand te worden gemeld aan de afdeling Handhaving met aangifte van het tijdstip van transport en de ontvanger. O Een overzicht van de aanwezige producten met hun hoeveelheden op 11/2/2021 wordt ten laatste voor 20/2/2021 aan de afdeling Handhaving bezorgd. Tot op heden heeft het bedrijf dit nog niet kunnen voorleggen. • bestuurlijke maatregel (met onmiddellijke ingang op 09/03/2021) nog integraal van toepassing: O de aanvoer van afvalstoffen, meststoffen, energiegewassen en andere toevoegstoffen voor de vergistingsinstallatie moeten onmiddellijk stop gezet worden O de eindproducten, de afvalstoffen en de inhoud van de vergisters moeten afgevoerd en verwerkt worden als een afvalstof die is gecontamineerd met categorie I materiaal en niet voldoet aan de samenstellingsvoorwaarden van bijlage 2.3.1 van VLAREMA, moet integraal zijn uitgevoerd tegen 1 september 2021. Alle afvoer moet worden gestaafd aan de hand van de nodige afvoer- en verwerkingsattesten. De verwerker van de afvalstoffen moet geregistreerd zijn en vergund voor de verwerking van dergelijke afvalstoffen. De afvoer van elke vracht moet minstens 5 dagen op voorhand worden gemeld aan de afdeling Handhaving met aangifte van het tijdstip van transport en de ontvanger. Het transport dient te worden uitgevoerd door een transporteur die is erkend voor het vervoeren van afvalstoffen en categorie l-materiaal inzake dierlijke bijproducten. De bestuurlijke maatregel is in beroep door de minister bevestigd waarbij de minister nog een termijn heeft bijgevoegd (groen gemarkeerde tekst) • Lopende procedures: O vernietigingsprocedure Raad van State tegen de veiligheidsmaatregel: lopende, memorie van antwoord uiterlijk op 18 juli 2021 neer te leggen (voorafgegaan door een UDN schorsingsprocedure Raad van State tegen de veiligheidsmaatregel: afgewezen bij arrest d.d. 9 maart 2021) O kortgedingprocedure in eerste aanleg: ongegrond verklaard bij beschikking d.d. 2 april 2021 O kortgedingprocedure in hoger beroep: Arrest Hof van Beroep Antwerpen 14/06/2021: hoger beroep is ongegrond. O burgerlijke procedure ten gronde: uitgesteld naar september O administratief beroep bij minister tegen bestuurlijke maatregel; advies afdeling Handhaving verleend op 14 mei 2021; neerlegging bijkomende stukken op 4 juni; hoorzitting georganiseerd op 14/6 en aangepast ontwerp-MB overgemaakt aan kabinet op 15/6; Beslissing minister van 18/06/2021 over het administratief beroep: Beroep wordt ongegrond verklaard. De bestuurlijke maatregel wordt bevestigd, met de volgende toevoeging: De verplichting om de aanwezige eindproducten, afvalstoffen en de inhoud van de vergisters af te voeren en te laten verwerken als een afvalstof die is gecontamineerd met categorie l-materiaal en niet voldoet aan de samenstellingsvoorwaarden van bijlage 2.3.1 van VLAREMA, moet integraal zijn uitgevoerd tegen 1 september 2021.

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/232

pagina 4 van 5


Uit het beroepschrift leidt de beroepsinstantie af dat men de openbaarmaking wenst van bestuursdocumenten waarover het kabinet zou beschikken en die nog andere documenten zouden betreffen dan hetgeen reeds het voorwerp uitmaakten van het onderzoek van de beroepen in de dossiers met kenmerk 2021/230 en 231. De beroeper vermoedt immers dat de voogdijminister over meer informatie zou beschikken dan deze die reeds bezorgd werd aan de beroeper door de OVAM en de afdeling Handhaving (zeker wat het voormelde mailverkeer betreft over perfluoriden). De beroeper mocht naar aanleiding van gelijkaardige openbaarheidsverzoeken gericht aan de afdeling Handhaving van het departement Omgeving en aan OVAM reeds afschriften ontvangen van een reeks bezorgde bestuursdocumenten. Afschriften van andere bestuursdocumenten werden dan weer terecht geweigerd aan de beroeper omwille van toepasselijke uitzonderingsgronden uit het Bestuursdecreet (art. II.36, § 1, 8° en 9°). De beroepsinstantie stelde op basis van het onderzoek in de beroepsdossiers OVB/2021/230 en 231 vast dat er sprake is van correspondentie waarin ook het kabinet (mede) geadresseerde is. In zoverre er sprake is van overlappende documenten die in de drie samenhangende dossiers (230, 231 en 232) aan bod komen, dan dient ook in het kader van het voorliggende beroep gewezen worden op de vermelde uitzonderingsgronden. Het kabinet stelt voorts uitdrukkelijk zich niet te mengen in individuele dossiers dus daaruit leidt de beroepsinstantie redelijkerwijze af dat ze niet over nog andere bijkomende documenten beschikt. In artikel I.4, 3° van het Bestuursdecreet wordt een bestuursdocument gedefinieerd als de informatie, ongeacht de drager ervan, die in het bezit is van een overheidsinstantie. Aangezien het kabinet niet in het bezit blijkt te zijn van nog andere bijkomende bestuursdocumenten die voldoen aan het verzoek van de beroeper, wordt het beroep als ongegrond beschouwd. Na beraadslaging,

BESLUIT: Het beroepschrift van xxx d.d. 2 juni 2021 tegen de weigeringsbeslissing van het kabinet van minister Demir d.d. 26 mei 2021 wordt als ontvankelijk doch ongegrond beschouwd. Brussel, 9 juli 2021 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter

https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur

uitspraak beroepsinstantie OVB/2021/232

pagina 5 van 5


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook