Skip to main content

SV-rapport-2021-09-bijlagen.pdf

Page 1

BIJLAGEN


Bijlage 1. Gebruikte bronnen en definities Statbel publiceert gegevens over geboorten, overlijdens, interregionale immigraties en emigraties en internationale immigraties en emigraties. Geboorten betreffen het aantal levendgeborenen bij vrouwen uit de wettelijke bevolking met een officiële woonplaats (hoofdverblijfplaats) in het Vlaamse Gewest. Overlijdens betreffen enkel de overlijdens van de inwoners die ingeschreven zijn in de reguliere bevolkingsregisters van de gemeente waar zij hun hoofdverblijfplaats hebben (met uitsluiting van de personen ingeschreven in het wachtregister). Interregionale migraties zijn gewestgrensoverschrijdende verhuisbewegingen binnen België. De aankomsten in een gewest vanuit een ander Belgisch gewest zijn interregionale immigraties, de vertrekken uit een gewest naar een ander Belgische gewest zijn interregionale emigraties. Internationale migraties zijn migratiebewegingen van personen die de landsgrenzen overschrijden van internationaal erkende staten om zich in het land van bestemming te vestigen, hetzij voor een bepaalde duur (minimum 3 maanden), hetzij voor onbepaalde duur. De internationale immigraties betreffen de aankomsten in het land (regio/plaats) van bestemming, de internationale emigraties betreffen de vertrekken naar het buitenland. De internationale immigratie omvat 3 componenten: immigraties vanuit het buitenland (strikt), herinschrijvingen in het bevolkingsregister en overschrijvingen vanuit een wachtregister naar een regulier bevolkingsregister. De internationale emigratie omvat analoog 3 componenten: emigraties naar het buitenland (strikt), ambtshalve schrappingen uit het bevolkingsregister en overschrijvingen van een regulier bevolkingsregister naar een wachtregister. Statbel publiceert gegevens over de wettelijke bevolking. Deze steunen op gegevens uit het Rijkregister van de natuurlijke personen en geven de stand van de bevolking weer op 1 januari van het kalenderjaar. Deze stand wordt – na bijkomende controles door Statbel – afgeleid uit de inschrijvingen in het bevolkingsregister (Belgen en buitenlanders die gemachtigd zijn tot vestiging in België) en het vreemdelingenregister (buitenlanders die toegelaten of gemachtigd zijn tot een verblijf van meer dan 3 maanden in België voor bepaalde of onbepaalde duur). Bepaalde categorieën buitenlanders (bijvoorbeeld diplomatiek en consulair personeel) zijn vrijgesteld van inschrijving in de bevolkingsregisters. In sommige gevallen kunnen zij op eigen vraag wel ingeschreven en dus meegerekend worden in de bevolkingscijfers. De wettelijke bevolking verschilt van de feitelijke bevolking waartoe personen ingeschreven in het wachtregister en personen die niet bij een gemeente zijn ingeschreven, behoren. De afbakening van (de leden van) een huishouden is gebaseerd op het officieel ingeschreven zijn in het Rijksregister op eenzelfde hoofdverblijfplaats. Informatie over de huishoudens wordt verzameld via Informatietypes (IT): IT140 (de referentiepersoon van het huishouden) en IT141 (de relatie van elk lid van het huishouden met de referentiepersoon). IT141 geeft eveneens aan of het een privaat of een collectief huishouden betreft. De referentiepersoon van het huishouden wordt omschreven als de persoon die het huishouden vertegenwoordigt bij de contacten met de overheid. De categorieën voor de relatie tussen elk lid van het huishouden en de referentiepersoon zijn: echtgenoot / echtgenote schoonzoon / -dochter andere verwant zoon of dochter schoonvader / -moeder niet-verwant stiefzoon / -dochter schoonbroer / -zus grootvader / -moeder partner vader of moeder oom of tante wettelijk samenwonende broer of zus neef of nicht (3de graad) meemoederschap kleinzoon / -dochter neef of nicht (4de graad) achterkleinzoon / -dochter gemeenschappen, tehuizen

1


Statbel heeft vertrekkend van de LIPRO-typologie (Lodewijckx & Deboosere, 2008) een algoritme ontwikkeld dat op basis van IT140 en IT141 het type huishouden en de positie van elk lid binnen het huishouden bepaalt. De huishoudpositie wordt bepaald door het type van het huishouden waarin de persoon leeft en door de plaats die hij/zij inneemt binnen dat huishouden. Binnen eenzelfde huishoudtype nemen de leden andere huishoudposities in: Types van huishoudens Alleenwonende of 1-persoonshuishouden Gehuwd paar zonder inwonende kinderen

Huishoudposities van personen Alleenwonend - Gehuwd samenwonend met partner zonder inwonende kinderen - Inwonende andere persoon Gehuwd paar met inwonend(e) kind(eren) - Gehuwd samenwonend met partner met inwonend(e) kind(eren) - Kind bij een gehuwd paar - Inwonende andere persoon Ongehuwd* samenwonend paar zonder - Niet-gehuwd samenwonend met partner zonder inwonende kinderen inwonende kinderen - Inwonende andere persoon Ongehuwd* samenwonend paar met - Niet-gehuwd samenwonend met partner met inwonend(e) kind(eren) inwonend(e) kind(eren) - Kind bij een ongehuwd* samenwonend paar - Inwonende andere persoon Eenoudergezin - Alleenstaande ouder - Kind bij een alleenstaande ouder - Inwonende andere persoon Overig huishoudtype - Lid van overig huishoudtype Collectief huishouden - Bewoner van collectief huishouden *Strikt genomen niet-gehuwd (met burgerlijke staat ongehuwd, gescheiden of verweduwd of nietgekend). Om te bepalen of partners of paren bij wie kinderen wonen ongehuwd of gehuwd samenwonen, heeft de relatie van de partner / ouder van een kind met de referentiepersoon voorrang op de nog geldende burgerlijke staat van de 2 betrokkenen. Het ongehuwde of gehuwde karakter van samenwonende partners/ouders wordt dus afgeleid uit de aanwezigheid van respectievelijk een niet-verwant(e) of een echtgeno(o)t(e) in het huishouden en niet uit de burgerlijke staat van de betrokkenen. Zo kunnen er gehuwden zijn die ongehuwd samenwonen met een andere partner. Het voorbije decennium zijn er steeds meer inwoners met een ongekende burgerlijke staat. Dit betreft vooral inwoners die niet de Belgische nationaliteit of herkomst hebben. Zolang zij hun burgerlijke staat niet hebben aangetoond door het voorleggen van de nodige documenten hebben zij in het Rijksregister een ongekende burgerlijke staat en worden zij door Statbel toegevoegd aan de groep ongehuwden. In 2019 had bijvoorbeeld 30% van de ongehuwd samenwonende partners met een niet-Belgische nationaliteit een ongekende burgerlijke staat tegenover 0,15% bij de ongehuwd samenwonenden met de Belgische nationaliteit. Het (nog) niet hebben voorgelegd van de nodige bewijzen van de burgerlijke staat verhoogt dus het aandeel ongehuwd samenwonende partners/ouders bij de groep met een nietBelgische nationaliteit of herkomst. De stijging doorheen de tijd van het aantal kinderen bij ongehuwde paren heeft dus deels te maken met de toename van kinderen van buitenlandse nationaliteit of herkomst wiens ouders (nog) niet de nodige documenten hebben voorgelegd om hun huwelijk aan te tonen. De typologie van de huishoudposities onderschat het aantal inwoners dat bij ouder(s) woont, omdat ze enkel de relatie met de referentiepersoon van het huishouden in rekening brengt. Indien het 2


huishouden bestaat uit een grootmoeder, haar dochter en haar partner en hun 3 kinderen dan zijn er in dit huishouden 4 personen ‘kind bij ouder(s)’, terwijl de typologie er maximaal 3 aangeeft. Tot op heden is niet te achterhalen of bij kinderen bij paren de betrokken partners beiden de biologische ouders zijn van het kind. In de toekomst wordt dit op basis van afstammingsgegevens wel mogelijk. Voor personen die in de loop van een jaar vanuit het buitenland immigreren in België is de huishoudpositie gekend op 1 januari volgend op het jaar van de migratie. Deze huishoudpositie kan afwijken van de huishoudpositie op het moment van de immigratie. De leeftijd van de personen op 1 januari betreft de exacte leeftijd zijnde de leeftijd die men bij de laatste verjaardag had (en dus niet het aantal jaren sinds het geboortejaar of de leeftijd die men zal krijgen in de loop van het jaar). Statbel bepaalt de herkomst van de inwoners op basis van volgende gegevens uit het Rijksregister: de huidige en eerst geregistreerde nationaliteit van de persoon zelf en de eerst geregistreerde nationaliteit van de ouders (IT031: nationaliteit). Statbel ontwikkelde een algoritme dat toelaat om op basis van IT110 (afstamming) de ouders van elke persoon te identificeren. De indeling naar herkomst bestaat uit 3 hoofdcategorieën: Belg met Belgische herkomst, Belg met een buitenlandse herkomst en Niet-Belg. De categorie Belg met een buitenlandse herkomst is heterogeen en wordt opgedeeld in enkele subcategorieën: buitenlandse eerst geregistreerde nationaliteit, Belgische eerst geregistreerde nationaliteit met beide ouders met een buitenlandse eerst geregistreerde nationaliteit of met 1 ouder met een buitenlandse eerst geregistreerde nationaliteit. Indien men behoort tot de categorie ‘Belg met Belgische herkomst’, dan is de herkomstgroep Belgisch. Als men niet behoort tot deze categorie dan wordt in eerste instantie gekeken naar de eerst geregistreerde nationaliteit van de vader. Als de eerst geregistreerde nationaliteit van de vader niet-Belgisch is dan wordt de herkomstgroep bepaald door de eerst geregistreerde nationaliteit van de vader. Als de vader niet gekend is of als de eerst geregistreerde nationaliteit van de vader Belgisch is, dan wordt vervolgens gekeken naar de eerst geregistreerde nationaliteit van de moeder. Als deze niet-Belgisch is, dan wordt de herkomstgroep bepaald door de eerst geregistreerde nationaliteit van de moeder. Als de moeder niet gekend is of als de eerst geregistreerde nationaliteit van de moeder Belgisch is, wordt gekeken naar de eigen eerst geregistreerde nationaliteit. Deze laatste wordt dan gebruikt om de herkomstgroep te bepalen. Zie: https://statbel.fgov.be/nl/themas/bevolking/herkomst#documents In dit rapport worden de volgende 7 herkomstgroepen gebruikt: • België • andere West- en Noord-EU-landen: Duitsland, Oostenrijk, Denemarken, Finland, Frankrijk, Groothertogdom Luxemburg, Ierland, Zweden, Nederland • Zuid-EU-landen: Spanje, Griekenland, Portugal, Italië • Oost-EU-landen: Bulgarije, Hongarije, Roemenië, Letland, Estland, Litouwen, Polen, Tsjechië, Slovakije, Kroatië, Slovenië alsook Cyprus en Malta. • Overige Europese landen (buiten de EU): Albanië, Andorra, Verenigd Koninkrijk, IJsland, Liechtenstein, Monaco, Noorwegen, San Marino, Zwitserland, Vaticaanstad, Wit-Rusland, Oekraïne, Moldavië, Russische Federatie, Macedonië, Bosnië en Herzegovina, Montenegro, Servië, Kosovo, voormalig Joegoslavië, Groenland • Turkije en Maghreb-landen: Turkije, Algerije, Libië, Marokko, Mauritanië, Tunesië • Overige landen. Het gebruik van Rijksregisterdata om veranderingen in huishoudposities na te gaan, heeft zowel voordelen als nadelen. Het voordeel is dat het Rijksregister informatie omvat van alle inwoners die 3


behoren tot de wettelijke bevolking in België. Men is dus niet aangewezen op resultaten van surveyonderzoek die op basis van een beperkte steekproef slechts een schatting kunnen maken van de veranderingen van huishoudposities (zie Corijn & Van Peer 2013, Mortelmans e.a., 2011). Het nadeel is dat dit register enkel informatie bevat omtrent de officieel geregistreerde positie van een persoon in een huishouden en niet over zijn/haar feitelijke positie. Een kind kan bijvoorbeeld officieel bij zijn ene ouder zijn ingeschreven, maar feitelijk de helft van de tijd bij de andere ouder wonen in het kader van een co-ouderschapsregeling. De beperking van de gegevens tot de huishoudpositie (of toestand) op 1 januari van 2 opeenvolgende jaren impliceert dat er geen informatie is over de datum van de verandering van huishoudpositie en over eventuele tussentijdse veranderingen of gebeurtenissen in de loop van een jaar. In eerdere rapporten (Corijn & Pickery, 2020, 2021) werd nagegaan of personen die op 2 opeenvolgende tijdstippen samenwoonden met een partner met dezelfde partner samenwoonden. Voor kinderen die op 2 opeenvolgende tijdstippen bij ouder(s) woonden werd nagegaan of dit bij dezelfde ouder(s) was. Dit kon op basis van de identificatiesleutel voor de partner/ouder die in het huishouden aanwezig is. De aantallen inzake samenwonen met een andere partner of andere ouder zijn gering en worden in dit rapport buiten beschouwing gelaten. Sinds 31 maart 2019 is de regel gewijzigd voor echtscheidingen van huwelijken die in het buitenland voltrokken werden. Het is de gemeente van de woonplaats van de echtgenoten of van een van de echtgenoten die bevoegd is voor de inschrijving van de echtscheiding en niet meer de gemeente Brussel. Hierdoor werden in de gemeente Brussel in 2019 2.657 minder echtscheidingen geregistreerd. Deze echtscheidingen werden toegekend aan de betrokken gemeenten in België waardoor het aantal echtscheidingen in het Vlaamse Gewest in 2019 steeg.

4


Bijlage 2. Bevolking naar herkomst en leeftijd

5


Bijlage 3. Kenmerken van overleden personen en van internationale immigranten

6


Bijlage 4. Huishoudposities voor diverse leeftijdsgroepen

7


Bijlage 5. Gemiddelde leeftijd bij verandering van huishoudpositie

8


9


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
SV-rapport-2021-09-bijlagen.pdf by Vlaanderen-be - Issuu