Advies Administratieve samenwerking belastingen, omzetting richtlijn EU 2018/822 Brussel, 23 maart 2020
SERV_20200323_belastingen_richtlijn_EU_2018_822_ADV Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen Wetstraat 34-36, 1040 Brussel T +32 2 209 01 11 info@serv.be www.serv.be
Administratieve samenwerking belastingen, omzetting richtlijn EU 2018/822
Adviesvraag: Adviesvraag na principiĂŤle goedkeuring van het voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 21 juni 2013 (Vlaamse Codex Fiscaliteit) betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van belastingen en tot omzetting van Richtlijn 2018/822/EU van de Raad van 25 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies Adviesvrager: Matthias Diependaele - Vlaams minister van FinanciĂŤn en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed Ontvangst adviesvraag: 6 maart 2020 Adviestermijn: 10 dagen Decretale opdracht: SERV-decreet 7 mei 2004 art. 20 (SAR-functie) Goedkeuring raad: 23 maart 2020
Contactpersoon: Erwin Eysackers - eeysackers@serv.be
2
De heer Matthias DIEPENDAELE Vlaams minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed Martelaarsplein 7 1000 Brussel
contactpersoon Erwin Eysackers eeysackers@serv.be
ons kenmerk SERV_BR_20200323_belastingen_richtlijn_EU_2018_822_ADV
Brussel 23 maart 2020
Administratieve samenwerking op het vlak van belastingen, omzetting EU-Richtlijn 2018/822
Mijnheer de minister De EU heeft de voorbije jaren al verschillende maatregelen genomen om de samenwerking tussen belastingautoriteiten binnen de EU te intensiveren. Het ter advisering voorgelegde voorontwerp van decreet (DAC-6) werkt dit verder uit. De Vlaamse sociale partners onderschrijven het belang van het tegengaan van agressieve fiscale structuren. De uitwisseling van informatie geeft de belastingautoriteiten het noodzakelijke inzicht in de internationale ketens, hetgeen hen in staat stelt gezamenlijk op te treden tegen ongewenste fiscale praktijken. De SERV vraagt dat een heldere handleiding opgesteld wordt die nadere duiding geeft bij de verplichtingen van DAC 6 voor de betrokken ondernemingen. Hoogachtend
Pieter Kerremans
Danny Van Assche
administrateur-generaal
voorzitter
SERV_20200323_belastingen_richtlijn_EU_2018_822_ADV Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen Wetstraat 34-36, 1040 Brussel T +32 2 209 01 11 info@serv.be www.serv.be
Administratieve samenwerking belastingen, omzetting richtlijn EU 2018/822
Advies Inleiding en situering In uitvoering van actiepunt 12 van het project inzake grondslaguitholling en winstverschuiving (BEPS) van de OESO nam de EU-Raad op 25 mei 2018 een richtlijn inzake “Mandatory Disclosure” (Richtlijn 2018/822 of DAC 6) aan, waarin de verplichting tot de automatische uitwisseling van gegevens en inlichtingen over zogenaamde meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies werd voorgeschreven. Het voorliggende ontwerpdecreet incorporeert deze bindende Europese regelgeving in het Vlaamse rechtskader. De EU heeft de voorbije jaren al verschillende maatregelen genomen om de samenwerking tussen belastingautoriteiten binnen de EU te intensiveren. Het ter advisering voorgelegde voorontwerp van decreet vult deze ruimte verder in. De sociale partners onderschrijven het belang van het tegengaan van agressieve fiscale structuren. De uitwisseling van informatie geeft de belastingautoriteiten het noodzakelijke inzicht in de internationale ketens, hetgeen hen in staat stelt gezamenlijk op te treden tegen ongewenste fiscale praktijken. Het economisch belang van deze implementatie situeert zich vooral op federaal niveau (vennootschapsbelasting). De gewestelijke implementatie van de Europese richtlijn is van belang voor eventuele meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies die betrekking hebben op gewestbelastingen, zoals registratierechten en successierechten. In zijn advisering focust de SERV op die aspecten van de omzetting waar de decreetgever enige eigen beleidsruimte wordt toegestaan.
Handleiding voor correcte interpretatie vereist Vooreerst dient geconstateerd dat bijkomende stappen dienen gezet te worden om deze richtlijn efficiënt en correct te implementeren: • De DAC 6-richtlijn bevat geen definitie van meldingsplichtige (plannings)constructies. De reden daarvoor is dat constructies in de loop der jaren complexer zijn geworden. Ze worden ook aangepast in reactie op tegenmaatregelen van fiscale autoriteiten. Daarom probeert het voorstel grip te krijgen op meldingsplichtige grensoverschrijdende planningsconstructies via een lijst van kenmerken en elementen van transacties die een sterke aanwijzing voor belastingontwijking vormen: de zogenaamde “wezenskenmerken”. Zij moeten naast andere gegevens door de intermediairs worden gemeld bij de fiscale administratie. • Deze wezenskenmerken uit DAC 6 bevatten vandaag veel open normen waarvan de betekenis a priori niet volledig duidelijk is. Dit vereist nadere toelichting bij veel DAC 6-normen. Daardoor zullen veel DAC 6-begrippen bij de inwerkingtreding van de regeling op 1 juli 2020 nog niet volledig duidelijk zijn. De inhoud en correcte interpretatie zullen zich bovendien moeten uitkristalliseren op basis van – onder meer – de rechtspraak van het Hof van Justitie. De SERV vraagt dat een heldere handleiding opgesteld wordt die nadere duiding geeft bij de verplichtingen van DAC 6. Hierover is (ook voor de Vlaamse bevoegdheden) afstemming met de federale fiscale administratie aangewezen. Die handleiding moet ten aanzien van concrete constructies aangeven of deze wel of juist niet aan (één van) de wezenskenmerken voldoen.
4