ADVIES 28 april 2022
Instroom en studieefficiëntie in hoger onderwijs: blijvende fundamentele bezorgdheden Bijkomend advies bij het voorontwerp van decreet over de instroom en het optimaliseren van de studie-efficiëntie in het hoger onderwijs en overige organisatorische aspecten van het hoger onderwijs
Vlaamse Onderwijsraad Koning Albert II-laan 37 BE-1030 Brussel T +32 2 219 42 99 www.vlor.be info@vlor.be
Wijs beleid door overleg
Advies op vraag van Ben Weyts, Viceminister-president van de Vlaamse Regering en Vlaams minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand op 31 maart 2022 Uitgebracht door de Raad Hoger Onderwijs op 28 april 2022 met eenparigheid van stemmen Voorbereiding: werkgroep Verzameldecreet hoger onderwijs op 19 april 2022 onder voorzitterschap van Ann De Schepper Dossierbeheerder: Tine Degrande
Inhoud 1
Situering .......................................................................................................................................... 2
2
Blijvende fundamentele bezorgdheden ........................................................................................ 2 Beleidsruimte en onnodige uniformisering................................................................................... 2 Haalbare en eenvormige timing .................................................................................................... 3 Onduidelijke onderliggende strategische doelstellingen en beleidskeuzes ............................... 3 Democratisering hoger onderwijs staat voorop ............................................................................ 4 Financiële implicaties..................................................................................................................... 4 Implicaties voor personeel en organisatie .................................................................................... 5 Bezorgdheden Vlor-partners .......................................................................................................... 5
3
Terecht nieuw artikel 2 over studietoelage/leerkrediet .............................................................. 5 Probleemstelling ............................................................................................................................. 5 Doel van het nieuwe artikel ........................................................................................................... 6 De Vlor steunt de toevoeging van het artikel................................................................................ 6
4
Slotbeschouwingen n.a.v. wijzigingen in voorontwerp ................................................................. 6 Nood aan verdere bijsturingen ...................................................................................................... 6 Extra-curriculaire organisatie remediëring.................................................................................... 6 Beperking rechtsbescherming studenten..................................................................................... 7
Bronnen................................................................................................................................................... 8
1
vlor.be
1 Situering De Vlaamse overheid heeft in december 2021 via een voorontwerp van decreet concrete maatregelen voorgesteld over de instroom en het optimaliseren van studie-efficiëntie, en overige organisatorische aspecten van het hoger onderwijs. De Vlor heeft zich eerder al gebogen over de grote lijnen en principes onderliggend aan dat voorontwerp van decreet.1 In dat advies formuleerde de raad ook enkele aandachtspunten voor de verschillende onderdelen van het voorontwerp van decreet, nl. de maatregelen rond de: • instroom in het hoger onderwijs (toelatingsexamen Diergeneeskunde en verplichte remediëring starttoets); • doorstroom in het hoger onderwijs (studievoortgangsbewakingsmaatregelen); en • technisch-organisatorische aanpassingen. We gaven ook aan dat er bij de actoren in het hoger onderwijs grote bezorgdheden leven over de concrete uitwerking in de verschillende artikelen en de concrete implementatie. Intussen werd het voorontwerp van decreet al een tweede keer principieel goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 18 maart 2022. In de bijhorende memorie van toelichting werd gereageerd op het Vlor-advies.2 Via een bijkomende adviesvraag vraagt de minister van Onderwijs nu advies over het nieuwe artikel 2 dat is opgenomen in het nieuwe voorontwerp van decreet. De Vlor grijpt die adviesvraag aan om zijn fundamentele bezorgdheden opnieuw onder de aandacht te brengen.
2 Blijvende fundamentele bezorgdheden De Vlor constateert dat zijn eerdere advies grondig werd bekeken en dat een aantal elementen zijn meegenomen in het voorontwerp van decreet en de bijhorende memorie van toelichting. Dat heeft geleid tot een tekst die vollediger, duidelijker en daardoor kwalitatief beter is. Maar de Vlor vindt het erg jammer dat er nauwelijks is tegemoet gekomen aan zijn fundamentele bezorgdheden. Om die reden herhalen we in dit advies waarom die bezorgdheden voor de Vlor absoluut cruciaal blijven.
Beleidsruimte en onnodige uniformisering Het voorontwerp vertrekt nog steeds van maatregelen die heel specifiek gekozen zijn en nagenoeg identiek moeten worden toegepast door alle hogeronderwijsinstellingen, in plaats van een kader te bieden waarbinnen de instellingen zich kunnen bewegen. De Vlor meent dat dit in strijd is met de autonomie van de instellingen. Zo blijft er veel te weinig ruimte over voor de instellingen om hun eigen beleid te voeren en maatregelen te nemen die aangepast zijn aan de specifieke context, studentenpopulatie en pedagogische visie. Bovendien wordt ook niet aangetoond dat de opgelegde maatregelen de ultieme manier zijn om bepaalde doelen te bereiken. Het studievoortgangsbeleid maakt overigens volledig deel uit van het onderwijsbeleid van instellingen, waarvan de vormgeving en kwaliteit al strikt wordt opgevolgd, onder meer via de instellingsreviews.
1 2
Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Instroom en optimalisatie van studie-efficiëntie in hoger onderwijs, 15 februari 2022 Vlaamse Regering (2022). Voorontwerp van decreet over de instroom en het optimaliseren van de studie-efficiëntie in het hoger onderwijs en overige organisatorische aspecten van het hoger onderwijs: Memorie van toelichting. VR 2022 1803 DOC.0302/3BIS Ingediend 18 maart 2022.
2
vlor.be
Ook in voorgaande wijzigingen van de regelgeving rond studievoortgangsbewakingsmaatregelen werd uitgegaan van het maximaal behoud van de autonomie van de instellingen, zo stelt het Rekenhof in hun rapport ‘Studievoortgang in het hoger onderwijs’ (Rekenhof, 2021). In dat rapport pleit het Rekenhof trouwens ook niet voor een sterkere uniformisering.3 Er wordt vermeld dat de huidige verschillen in de studievoortgangsbewakingsmaatregelen tussen instellingen mee voortkomen uit een verschillende pedagogische visie (Rekenhof, 2021). De Vlor vreest dan ook dat een uniformisering van de processen betekent dat de instellingen verplicht worden om hun eigen pedagogische visie rond de doelen voor studenten bij te stellen. De uniforme maatregelen hebben zo mogelijks zelfs een averechts effect op het studiesucces van studenten. De Vlor vindt dat de aangegeven rationale in de memorie van toelichting de nood voor een dergelijke sterke uniformisering niet onderbouwt. Een sterkere uniformisering kan de concurrentie tussen instellingen die de decreetgever wil tegengaan, bovendien zelfs versterken. Door de strenge en uniforme studievoortgangsmaatregel waarbij studenten de opgenomen studiepunten van hun modeltraject binnen de twee jaar moeten behalen, zouden studenten immers op zoek kunnen gaan naar de hogeronderwijsinstelling waar de kans het grootst is om dat doel te behalen.
Haalbare en eenvormige timing De inwerkingtredingsdata werden op vraag van de Vlor op sommige plaatsen gealigneerd, maar de algemene inwerkingtreding van het decreet, nl. vanaf academiejaar 2023-2024, werd niet gewijzigd. Die timing rond de studievoortgangsmaatregelen, starttoetsen, en remediëring is niet haalbaar, o.a. omdat maatregelen die vanaf dan van start gaan reeds maanden voordien volledig moeten verankerd zijn in reglementen, procedures en ICT-systemen om (rechts)zekerheid te bieden voor nieuwe studenten. De tijd tussen de goedkeuring van het decreet en de implementatie in de instellingen is dus bijzonder kort en niet realistisch, mede door de interne medezeggenschapsprocessen waar instellingen ook decretaal toe verplicht zijn. Hoewel de decreetgever argumenteert dat er in de instellingen al veel gebeurt van waaruit verder kan gewerkt worden, valt het niet te onderschatten welke schaalvergroting en extra opdrachten de maatregelen zullen teweegbrengen. Er moet voldoende tijd worden voorzien om op een kwaliteitsvolle manier zowel de impact van de maatregelen te kunnen inschatten als de praktische uitwerking ervan vorm te geven. De voorziene inwerkingtreding is te snel voor de instellingen om de nodige voorbereidingen te kunnen treffen.
Onduidelijke onderliggende strategische doelstellingen en beleidskeuzes We stellen vast dat de doelstellingen van het voorontwerp van decreet – ook in deze nieuwe memorie van toelichting – in zeer operationele termen worden omschreven: ingrijpen bij onvoldoende studiesucces, teleurstellingen vermijden wanneer studenten niet snel genoeg op de juiste plaats terechtkomen in het hoger onderwijs, etc. De onderliggende beleidsvisie wordt op die manier onvoldoende geëxpliciteerd en blijft dus onduidelijk. Wat zijn volgens de decreetgever de belangrijkste (toekomstige) doelstellingen en uitdagingen van het hoger onderwijs? En hoe sluiten de voorgestelde maatregelen daarbij aan? De Vlor denkt hierbij bijvoorbeeld aan de uitdaging om als hoger onderwijs in te zetten op levenslang leren. Een ander voorbeeld is de integrale beleidslijn rond de hervorming van de eindtermen van het secundair onderwijs en de plaats van de starttoetsen in het hoger onderwijs
3
Het Rekenhof gaf tijdens de toelichting die werd gegeven voor de Vlor op 18 januari 2022 zelfs aan dat het rapport geen data bevat die pleiten voor de nood aan een sterkere uniformisering (Rekenhof, 2022).
3
vlor.be
daartegenover, die volgens de Vlor onvoldoende is geëxpliciteerd. Daarnaast denkt de Vlor bijvoorbeeld ook aan de graduaatsopleidingen die worden uitgebouwd in de hogescholen: doordat er voor die opleidingen in het voorontwerp geen nieuwe maatregelen zijn opgenomen, schuilt hierin het gevaar van stigmatisering. De Vlor vraagt echter niet om de uniformisering verder door te trekken naar de graduaatsopleidingen.
Democratisering hoger onderwijs staat voorop De Vlor blijft zeer bezorgd over het drempelverhogend effect van de voorgestelde maatregelen, en zeker ook de combinatie ervan, nl. de invoer van een toelatingsexamen of starttoets, de verplichte remediëring bij de starttoets waardoor het programma van een individuele student aanzienlijk verzwaard wordt, de strikte studievoortgangsmaatregelen voor startende studenten, de noodzaak voor bijzondere statuten voor afwijkende modeltrajecten, etc. Het geheel van de maatregelen beïnvloedt niet alleen de perceptie van studenten over wat het inhoudt om een studie in het hoger onderwijs aan te vatten en tot een goed einde te brengen, maar heeft ook een reële impact op bijvoorbeeld het bijhorende kostenplaatje (o.a. doordat de kosten van de verplichte remediëring worden doorgerekend aan de student en het niet duidelijk is of dat ook in de studietoelage opgenomen kan worden). Nochtans moet de bedoeling van de maatregelen net zijn dat meer studenten succesvol zijn in hun studietraject, en in het bijzonder studenten uit kansengroepen. Het is onduidelijk hoe de decreetgever dat drempelverhogend effect zal beperken. De Vlor vindt het noodzakelijk om daarop te anticiperen, eerder dan negatieve neveneffecten pas aan te pakken eens ze worden opgespoord na de invoer van het decreet. Een brede communicatie en het voorzien van bijzondere statuten en aangepaste studietrajecten zijn inderdaad noodzakelijk, maar zorgen enkel voor degelijke informatie en volstaan absoluut niet om die drempels weg te nemen.
Financiële implicaties De decreetgever geeft aan dat het nieuwe decreet uitgaat van wat er in de instellingen reeds gangbaar is en waarop verder gewerkt kan worden. Zoals eerder aangehaald, creëert het decreet daarnaast verschillende extra opdrachten: de invoer van een toelatingsexamen Diergeneeskunde, organisatie van verplichte starttoetsen, verplichting tot het geven van studie-adviezen na de eerste examenperiode wat samen met het recht op gesprek voor studenten zorgt voor administratieve en juridische formalisering, verplichte remediëring voor wie niet slaagt op starttoetsen, opvolging van startpakketten, etc. Ondanks de ervaring die de instellingen al hebben opgedaan met bepaalde maatregelen, brengen de voorgestelde wijzigingen toch een significante schaalvergroting teweeg. De Vlor vindt het dus onaanvaardbaar dat de nieuwe maatregelen en acties opnieuw en bijkomend binnen de gesloten enveloppe van het hoger onderwijs worden gelegd. Het is voor de instellingen gewoonweg onmogelijk om die maatregelen te realiseren met de bestaande financiering, zonder in te boeten op andere activiteiten of op de kwaliteit daarvan. De middelen die via het Voorsprongfonds werden toegekend kunnen bezwaarlijk worden gezien als een financiering voor deze nieuwe decretale bepalingen. Sommige instellingen hebben ervoor gekozen om een deel van die middelen in te zetten voor het ontwikkelen van remediëringspakketten in het kader van de starttoetsen, maar dat betreft slechts één van de bijkomende opdrachten voor de instellingen. Bovendien zijn eenmalige financiële middelen die worden toegekend via projectgebaseerde financiering die op relatief korte termijn moet worden besteed, niet de meest aangewezen manier om veranderingen op lange termijn te consolideren.4
4
Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Voorwaarden voor een relance van het Vlaamse hoger onderwijs. Advies over de visienota ‘Voorsprongfonds hoger onderwijs’, 30 maart 2021.
4
vlor.be
Implicaties voor personeel en organisatie De inspanningen die van het personeel en de organisatie worden verwacht om de diverse maatregelen blijvend te implementeren, mogen niet worden onderschat. De Vlor benadrukt dat het daarbij niet enkel gaat om inspanningen in de opstartfase. De implementatie vergt op recurrente basis extra inzet en taken voor het personeel, terwijl de student-staf ratio nu al een van de hoogste is in Europa (OECD, 2021). Als het hoger onderwijs extra opdrachten krijgt zonder bijkomende middelen, zal dat ten koste gaan van de pedagogische omkadering en de doordacht gekozen initiatieven ter ondersteuning van studievoortgang en -efficiëntie die ontwikkeld werden binnen de eigen instellingscontext.
Bezorgdheden Vlor-partners De Vlor betreurt het nog steeds dat de personeelsvertegenwoordigers bij de voorbereidende werkzaamheden op geen enkele manier betrokken zijn geweest. De memorie van toelichting repliceert daarop dat de samenstelling van de voorbereidende werkgroepen in eerste instantie bestond uit strategische denkers en data-analysten. Hoe dan ook vindt de Vlor het cruciaal dat alle onderwijspartners formeel betrokken worden in beleidsvoorbereidende gesprekken. Het samenbrengen van de input en expertise vanuit diverse geledingen draagt bij tot de rijkdom van het debat, zowel over de beleidskeuzes als over de uiteindelijke uitvoering ervan.
3 Terecht nieuw artikel 2 over studietoelage/leerkrediet Naast een reflectie over het vorige Vlor-advies gaan we in dit advies expliciet in op het nieuwe artikel 2, dat sinds het voorgaande Vlor-advies is opgenomen in het voorontwerp van decreet. We appreciëren dat de minister van Onderwijs de Vlor daarover om advies vraagt. Daarmee komt hij tegemoet aan onze expliciete vraag uit het vorige Vlor-advies om alle onderwijspartners te kunnen bevragen over mogelijke decreetswijzigingen waarover de Vlor nog geen eerder advies uitbracht.
Probleemstelling Wanneer studenten zich in een overmachtsituatie bevinden (ziekte, overlijden van een familielid,...), kunnen ze een verzoek indienen bij de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen om hun leerkrediet aan te passen.5 Indien de Raad zich positief uitspreekt, wordt het verloren leerkrediet voor de betreffende opleidingsonderdelen teruggegeven aan de student. Dat geldt niet voor het studietoelagekrediet6: dat wordt niet opnieuw verhoogd. Daardoor kunnen studenten in de academiejaren na de teruggave in de problemen komen, doordat ze geen (of een lagere) studietoelage ontvangen, ondanks dat de Raad besliste om hen het verloren
Het leerkrediet weerspiegelt het studiesucces van studenten. Startende studenten krijgen een leerkrediet van 140 studiepunten. Die virtueel gevulde rugzak gebruiken ze doorheen hun hele studieloopbaan: Er verdwijnen punten wanneer studenten zich inschrijven voor een opleidingsonderdeel van een initiële bachelor- of masteropleiding opgenomen in het Hogeronderwijsregister. Wanneer studenten slagen, dan winnen ze die studiepunten terug; anders verliezen ze die. Voor meer informatie, zie Departement Onderwijs en Vorming (2022b). 6 Wanneer studenten zich voor het eerst inschrijven voor in het hoger onderwijs, dan gaat het aantal punten van de inschrijving af van hun studietoelagekrediet. Ook het omgekeerde geldt: de punten die studenten verwerven, komen terug bij hun studietoelagekrediet. Naast het startstudietoelagekrediet van 60 studiepunten, ontvangen studenten bij hun allereerste inschrijving in het hoger onderwijs ook een éénmalig jokerkrediet van 60 studiepunten. Dat laatste is bedoeld om studenten een tweede kans te geven indien ze niet slagen en dus geen studietoelagekrediet opbouwen. Voor meer informatie, zie Departement Onderwijs en Vorming (2022a). 5
5
vlor.be
leerkrediet terug te geven. Dat zijn doorgaans uitzonderlijke situaties, omdat in dat geval ook het jokerkrediet al volledig uitgeput zou moeten zijn, nog voor het einde van hun studieloopbaan.
Doel van het nieuwe artikel Artikel 2 voorziet het volgende: Wanneer er door een beslissing van de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen aan het leerkrediet van een student studiepunten worden toegevoegd, worden deze punten ook toegevoegd aan het jokerkrediet voor de studietoelage. Zo wordt er dus vermeden dat studenten die verloren leerkrediet terugkregen van de Raad, in hun verdere studieloopbaan nadelen zouden ondervinden bij de berekening van hun studietoelage.
De Vlor steunt de toevoeging van het artikel Het voorgestelde systeem is analoog aan de specifieke procedure die werd gehanteerd voor overmacht door corona in de academiejaren 2019-2020 en 2020-2021. Als gevolg daarvan zijn de nodige IT-oplossingen reeds beschikbaar. Bovendien leerde de coronacrisis dat de hierboven geschetste bijzondere omstandigheden waarin studenten zich kunnen bevinden, nl. waarin ze geen (of een lagere) studietoelage ontvangen doordat ook hun jokerkrediet al volledig opgebruikt is terwijl de Raad eigenlijk wel besliste om hen verloren leerkrediet terug te geven, toch realistischer zijn dan ze op het eerste zicht lijken. Het is voor die bepaalde groep studenten dan ook nodig dat de systemen van het leerkrediet en studietoelagekrediet op elkaar afgestemd zijn. Ook de OESO benadrukt in haar recente review ‘Resourcing Higher Education in the Flemish Community of Belgium’ het belang van de afstemming tussen leerkrediet en studietoelagekrediet (OECD, 2021).7
4 Slotbeschouwingen n.a.v. wijzigingen in voorontwerp Nood aan verdere bijsturingen Hoewel de Vlor de toevoeging van het nieuwe artikel 2 steunt, vindt hij het een gemiste kans dat zijn fundamentele bezorgdheden bij het voorontwerp van decreet niet werden meegenomen. Naast die algemene bezorgdheden die nog steeds leven in het hogeronderwijsveld, roepen ook bepaalde wijzigingen rond specifieke maatregelen die betrekking hebben op instroom of doorstroom in het hoger onderwijs, nieuwe vragen op. Uiteraard is de Vlor nog steeds bereid om mee na te denken over de verdere uitwerking en bijsturing van het voorontwerp van decreet, en over de verdere implementatie. De Vlor is vragende partij om de maatregelen en nieuwe wijzigingen te herbekijken en bij te stellen.
Extra-curriculaire organisatie remediëring In zijn vorige advies heeft de Vlor gevraagd om de impact van de intra- of extra-curriculaire organisatie van de verplichte remediëring te onderzoeken, vooraleer er daarover een keuze wordt gemaakt door de instellingen. Het herwerkte voorontwerp van decreet bepaalt intussen dat instellingen naast een remediëringsaanbod voorafgaand aan de start van de opleiding, dat sterk wordt aangeraden aan de studenten, verplicht moeten voorzien in een extra-curriculair aanbod tijdens het academiejaar. Eerder hebben we al gewezen op de voor- en nadelen van die extra-
7
Zie ook: Vlaamse Overheid (2022). Financiering van het hoger onderwijs in de Vlaamse Gemeenschap van België. [Nederlandstalige vertaling van ‘Resourcing Higher Education in the Flemish Community of Belgium’]
6
vlor.be
curriculaire organisatie. De Vlor betreurt ook dat de keuze hiertoe door de decreetgever werd gemaakt, op een uniforme manier voor alle hogeronderwijsinstellingen, en dus zonder dat de instellingen zelf een gefundeerde keuze kunnen maken. Bovendien moet ervoor gezorgd worden dat de verplichte extra-curriculaire inspanningen van de instellingen ook volledig meegenomen worden in de financiering.
Beperking rechtsbescherming studenten Eerder gaf de Vlor aan dat er onduidelijkheid was over de rechtsbescherming die voorzien wordt voor studenten bij de starttoets en verplichte remediëring. Toen pleitte de Vlor voor een laagdrempelige en toegankelijke rechtsbescherming voor studenten, met minimale administratieve last voor de instellingen. De Vlor stelt vast dat de decreetgever de rechtsbescherming van studenten wenst te beperken, maar stelt zich hier vragen bij. Studenten die deelnemen aan de starttoets maar het niet eens zijn met hun resultaat hierop, kunnen tegen het resultaat wel beroep aantekenen bij de beroepsinstantie die moet worden vormgegeven in het instellingsoverschrijdend reglement, maar kunnen nadien geen verder beroep meer aantekenen bij de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen. Studenten die niet deelnemen aan de starttoets of aan een toets voor een andere opleiding, kunnen echter ook remediëring opgelegd krijgen. Voor hen is er geen mogelijkheid voorzien om bij een interne instantie beroep aan te tekenen. Zij moeten in dat geval dus meteen de gerechtelijke weg bewandelen. Het huidige voorontwerp behandelt beide groepen studenten dus op een andere manier, zonder dat expliciet te motiveren. De Vlor vindt het belangrijk dat er voor beide groepen een gelijkwaardige beroepsmogelijk wordt voorzien, die niet meteen de gerechtelijke is. Beroepen van beide groepen hebben immers tot doel om de beslissing tot remediëring aan te vechten.8 Uiteraard is het cruciaal dat er voor deze beroepsmogelijkheden de nodige financiering wordt voorzien, zodat de implicaties voor personeel en de organisatie ervan behapbaar zijn.
Mieke Van Herreweghe voorzitter Raad Hoger Onderwijs
8
Dat geldt ook voor de beroepsmogelijkheid voor studenten die het niet eens zijn met hun resultaat op de starttoets. Het enige gevolg dat verbonden is aan dat resultaat, is het al dan niet moeten volgen van verplichte remediëring. Het doel van een beroep tegen dat resultaat is dus om de opgelegde remediëring toch niet te moeten volgen.
7
vlor.be
Bronnen Departement Onderwijs en Vorming (2022a). De opleidingsvoorwaarden - Studietoelagen Departement Onderwijs en Vorming (2022b). Wat is het leerkrediet? – voor studenten (vlaanderen.be). Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD) (2021), Resourcing Higher Education in the Flemish Community of Belgium, Higher Education, OECD Publishing, Paris, https://doi.org/10.1787/3f0248ad-en Rekenhof (2021). Studievoortgang in het hoger onderwijs. Verslag goedgekeurd in de Nederlandse kamer van het Rekenhof op 5 november 2021. Vlaams Parlement, 37-A (20212022) – Nr. 1 Rekenhof (2022). Studievoortgang in het hoger onderwijs. Presentatie gegeven voor de Vlor op 18 januari 2022. Vlaamse Overheid (2022). Financiering van het hoger onderwijs in de Vlaamse Gemeenschap van België. [Nederlandstalige vertaling van ‘Resourcing Higher Education in the Flemish Community of Belgium’] Vlaamse Regering (2022). Voorontwerp van decreet over de instroom en het optimaliseren van de studie-efficiëntie in het hoger onderwijs en overige organisatorische aspecten van het hoger onderwijs: Memorie van toelichting. VR 2022 1803 DOC.0302/3BIS Ingediend 18 maart 2022. Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Instroom en optimalisatie van studie-efficiëntie in hoger onderwijs, 15 februari 2022. Vlor, Raad Hoger Onderwijs. Voorwaarden voor een relance van het Vlaamse hoger onderwijs. Advies over de visienota ‘Voorsprongfonds hoger onderwijs’, 30 maart 2021.
8
vlor.be