1
‘1, VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID
ACTIVITEITENVERSLAG 1992-1993
Het publiceren van een activiteitenverslag zet aan tot het overschouwen van de periode die voorbij is, en nodigt tevens uit tot een vooruitblikken in de toekomst. De afgelopen twee jaar zijn voor de VRWB een actieve periode geweest. Al diegenen die zich ervoor hebben ingezet, wens ik hiervoor harte lijk te danken. In de eerste plaats de raadsle den, maar ook de minder zichtbare werkers uit commissies en werkgroepen, en het personeel van het secretariaat, o.l.v. mevr. E. Monard, verdienen een speciale vermelding. Als markante feiten in de VRWB-werking van de periode 1992-1993 onthouden we, naast de zeer grondige analyse van de Horizontale Begroting Wetenschapsbeleid, onze publikatie rond het ESA-dossier, de voorbereiding van de decretale heroprichting van de VRWB, en de discussie i .v.m. de relatie hogescholen-un iversi teiten. De aanbeveling i.v.m. ESA heeft, door de gron dige onderbouwing en door de duidelijkeid ervan, veel externe waardering opgeleverd maar ook veel stof doen opwaaien: twee feno menen, die nogal eens aan elkaar zijn gekop peld. Onze aanbeveling heeft het belang van ESA voor Belgié en i.h.b. voor Vlaanderen duidelijk gemaakt. Vlaanderen heeft een belangrijk potentieel voor ruimteonderzoek, en de eis om 1 meer Vlaamse onderzoeksinstellingen en bedri is ma’s ven te betrekken bij de ESA-program méér dan gerechtvaardigd. Op federaal rege ringsniveau is er toch al iets in beweging gezet, en op Vlaams regeringsniveau is er duidelijk bereidwilligheid, maar zijn er weliswaar nog geen centen. We rekenen er alvast op dat de door de minister-president beloofde werkgroep wordt geïnstalleerd, en dat die voor de nodige follow-up zal zorgen. Ondertussen is het bemoedigend te zien dat de bedrijfswereld en de onderzoekswereld niet bij de pakken zijn blijven zitten. FLAG en de K,U.Leuven organi seerden reeds een zeer succesvolle studiedag, die meteen stof voor verdere acties heeft gele verd. De decretale heroprichting van de VRWB is ongeveer gedurende heel de beschouwde periode aan de orde geweest. Het ontwerpdecreet werd eind 1 993 goedgekeurd door de Vlaamse Raad, en zal in de lente van 1994 in volle werking kunnen treden.
Het decreet schept het kader voor een autono me en flexibel werkende VRWB, en daar zijn we dankbaar voor. We appreciëren het ook ten zeerste dat we onze naam hebben mogen behouden. Heel wat leden van de Vlaamse Raad wilden immers door een naamverande ring mogelijke verwarring vermijden. Hopelijk wordt de Vlaamse Raad vlug het Vlaamse par lement. Anderzijds worden we nu ook advies raad voor dit Vlaamse parlement, en dit kan het gewicht van de VRWB alleen maar doen toenemen. Bij de uitvoering van dit decreet dient nog een belangrijke stap genomen te worden, nI. de organisatie van het VRWB-secre tariaat binnen het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap dat op dit ogenblik zelf een ver anderingsproces ondergaat. Hier streven we naar de combinatie van een onafhankelijke inhoudelijke werking en een optimale facilitaire ondersteuning vanuit het ministerie. In het debat hogescholen-universiteiten en de voorbereiding van een decretale regeling aan gaande de hogescholen, heeft de VRWB ook een standpunt willen formuleren, waarbij gepleit wordt voor het behoud van ieders eigenheid en autonomie, en voor samenwer king hierop gebaseerd. Hierbij hoeven de uni versiteiten zich niet als meerdere van de hoge scholen te beschouwen, en moeten ze meer oog hebben voor hun eigen profilering. Dit punt leidt tot de vaststelling dat de overheid de instellingen die betrokken zijn bij onder zoek, meer en meer autonomie wil verlenen, meer wil responsabiliseren iets wat alleen maar kan worden toegejuicht maar dat anderzijds de drang naar verregaande regel geving toch blijft bestaan. -
—
zoals dat in 1 993 het geval is geweest, belang rijke federale middelen voor wetenschappelijk onderzoek niet op optimale wijze zouden kun nen worden toegewezen. Wat de toekomst van het wetenschapsbeleid in Vlaanderen betreft ben ik tegelijk pessimistisch en optimistisch. Pessimistisch omdat onze openbare tinan ciön er zo slecht voorstaan en omdat het den ken en plannen op lange termijn, nodig voor een goed wetenschapsbeleid, tegengesteld is aan de korte termijnen van de politiek. Optimistisch omdat de kwaliteit van de Vlaamse onderzoekers zeer hoog is; omdat de Vlaamse overheid toch meer aandacht krijgt voor het belang van wetenschappelijk onder zoek en er meer middelen aan wil besteden; omdat Vlaanderen een werkbare structuur heeft opgebouwd voor het wetenschappelijk onder zoek (evaluatie van de taakstellingen van de actoren is evenwel niet overbodig) en omdat wereldwijd onderzoek en ontwikkeling wordt erkend als de motor voor meer welvaart en meer welzijn. -
In Vlaanderen kan de overheid, spijtig genoeg, voorlopig alleen nog investeren met geleend geld; dan is het essentieel dat de vruchten van deze investering minstens de gemaakte schul den kunnen afbetalen. Investeren in onderzoek en ontwikkeling geeft hierbij op termijn waar schijnlik de hoogste garantie. De overheid dient Fors meer te aaan investeren ir Onderzoek en Ontwikkeling, Hierdoor kan zij niet alleen iets positiefs doen aan de werkgele genheid van vandaag maar ook aan van de toekomst.
De VRWB heeft in de periode 1992-1993 goed gewerkt. We konden ons verheugen in een positieve relatie met het beleidsniveau en vele van onze adviezen en aanbevelingen wer den gevolgd in regeringsbeslissingen. Op ons verlanglijstje voor het volgend jaar staat even wel dat we in de procedure voor nieuwe initia tieven steeds tijdig zouden worden betrokken, en dat ons in de regel voldoende tijd zou wor den gegund om ons te beraden en om gefun deerde constructieve aanbevelingen te formule ren. We vragen ook dat de minister-president nauw lettend de evolutie i.v.m. de transformatie NRWB-FRWB zou volgen. Onze Raad heeft in dat verband steeds voor een confederaal model voor deze FRWB gepleit. Het zou onduldbaar zijn wanneer ook in de toekomst,
jef ROOS voorzitter
Aanvankelijk werd de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid opgericht bij besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 19851. Op 1 december 1 993 kreeg de VRWB een decretale basis door de goedkeuring in de Vlaamse Raad van het decreet tot oprichting van de Wetenschapsbeleid . Vlaamse Raad voor 2 Het nieuwe decreet beoogt vooral het verlenen van een grotere autonomie aan de VRWB, opdat de Raad zijn opdrachten als hoogste adviesorgaan inzake wetenschapsbeleid onaf hankelijk van de politieke overheid of van indi viduele belangen zou kunnen uitvoeren. De VRWB wordt overigens niet alleen het adviesor gaan van de Vlaamse regering, maar ook van de Vlaamse Raad, d.i. het Vlaamse parlement. Tevens wordt het accent sterker dan voorheen op de globale beleidslijnen en prioriteiten inza ke wetenschapsbeleid gelegd. Het decreet specificeert de bevoegdheden van de VRWB in termen van het verstrekken van advies, het formuleren van aanbevelingen en het verrichten van studies inzake elke aangele genheid op het vlak van het wetenschapsbe leid, met inbegrip van het technologiebeleid. Meer in het bijzonder betreft het de globale beleidslinen en prioriteiten van het weten schapsbeeid, de vorming van het onderzoeks personeel, de grote trends in het wetenschaps beleid en acties op federaal en internationaal vlak, het toetsen van de doelmatigheid met betrekking tot de organisatie van het weten schapsbeleid en het toetsen van het weten schapsbeleid aan de ontwikkelingen op soci aal, economisch, technologisch en cultureel vlak. Verder wordt er nog steeds van de VRWB jaar lijks een advies verwacht over het Vlaamse begrotingsbeleid voor het wetenschappelijk onderzoek. 1 Zie bijlage 1 2 Zie bijlage II
Belangrijk is ook dat de VRWB niet alleen als Vlaams gesprekspartner kan optreden, maar ook als vertegenwoordiger van Vlaanderen betrokken kan worden bij soortgelijke federale en internationale adviesorganen. Het autonome karakter van de VRWB wordt bevestigd door het terbeschikkingstellen van een dotatie, die de Raad moet helpen zijn wer king te financieren, en door het instellen van een permanent secretariaat met gespecialiseerd wetenschappelijk personeel, dat geĂŻntegreerd wordt in het departement CoĂśrdinatie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Dit moet de informatiedoorstroming over het globa le beleid van de Vlaamse regering bevorderen. Andere verschilpunten ten opzichte van het vroegere besluit zijn vervat in aanvullende bepalingen met betrekking tot de openbaarheid van de verslaggeving en de samenstelling van de Raad. De VRWB krijgt in het decreet expli ciet het recht adviezen, aanbevelingen en rap porten, na mededeling ervan aan de Vlaamse regering, openbaar te maken.
Wat de samenstelling betreft, blijft de VRWB bestaan uit 1 6 leden en een voorzitter. Zes leden zijn actief in of hebben ervaring met het universitaire onderwijs of met wetenschap pelijk onderzoek. Zij worden voorgedragen door de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VI. 1. R.). Zes leden worden voorgedragen door de werk gevers- en werknemersorganisaties, die verte genwoordigd zijn in de Sociaal Economische Raad van Vlaanderen (S,E.R.V.). De voorzitter en vier leden worden voorgedra gen door de Vlaamse minister bevoegd voor het wetenschapsbeleid. Er wordt een voldoende wetenschappelijke onderbouw verzekerd door het feit dat ten min ste de helft van de leden èn de voorzitter erva ring dienen te hebben met of hoofdzakelijk actief moeten zijn in wetenschappelijk onder zoek. Verder maken hoge ambtenaren (5 in totaal) uit de dichtst betrokken administraties en O&O financierende instellingen met raadgevende stem deel uit van de VRWB.
De Raadsleden worden benoemd voor de duur van vier jaar. Het mandaat van de eerste VRWB onder het voorzitterschap van prof. dr. Theo PEETERS werd beëindigd op 29 januari 1990. Met ingang van 1 april 1990 werd de Raad opnieuw samengesteld 3 met als voorzitter prof. dr. ir. Jef ROOS. Het huidige mandaat loopt ten einde maart 1 994. De volgende VRWB zal worden samengesteld in overeen stemming met de bepalingen van het decreet.
Ter voorbereiding van zijn werkzaamheden en voor het uitdiepen van bijzondere vraagstukken doet de Raad een beroep op drie permanente basiscommissies en op ad hoc werkgroepen, samengesteld uit deskundigen, voorgedragen door de VRWB . 4
De CWB zal aanbevelingen voorbereiden over de specifieke Vlaamse dimensie en aanpak in het beleid, rekening houdend met de noodzakelijke dimensieverruiming naar het federale, het Europese en inter nationale vlak, over de instandhouding van het wetenschappelijk potentieel, over de vorming van navorsers, over de opti male keuze van de middelen voor over heidssubsidie voor wetenschappelijk onderzoek, over de behoefte aan beleids ondersteunend onderzoek en de manier waarop men die behoefte op het spoor komt, over de interactie tussen het weten schapsbeleid enerzijds en het algemeen beleid, in het bijzonder het onderwijs- en industrieel beleid, anderzijds, over de bevordering van de omzetting van weten schappelik onderzoek in maatschappelij ke, socia e, industriële en economische toepassingen en in beleidstoepassingen. *
De commissies en werkgroepen hebben een voorbereidende opdracht onder toezicht en controle van de VRWB. Ze kunnen niet zelf naar buiten treden met adviezen, publikaties of verklaringen. De drie basiscommissies van de VRWB organi seren hun activiteiten i.v.m. fundamentele per manente aandachtsgebieden. * *
De commissie Wetenschapsbeleid (CWB) is belast met het uitdiepen van de proble men inzake doelstellingen, instrumenten, prioriteiten, evaluatiecriteria, voor het in Vlaanderen te voeren wetenschapsbe leid, en wel voor het hele onderzoekspec trum. Zowel niet-gericht als gericht onder zoek, zowel fundamenteel onderzoek en toegepast onderzoek als ontwikkeling, zowel onderzoek in het domein van de cultuurwetenschappen, de mens- en gedragswetenschappen, de exacte weten schappen als industrieel en technologisch onderzoek komen er aan bod. ...
3 Voor de nominatieve samenstelling van de VRWB, zie bijlage II!. Voor de nominatieve samenstelling van de commis sies en ad hoc werkgroepen van de VRWB, zie respectievelijk bijlage IV en V.
De commissie Nationale en Internationale Samenwerking (CNIS) onderzoekt de vraagstukken inzake de deelname en de betrokkenheid van Vlaanderen aan inter nationale en federale wetenschappelijke initiatieven. De CNIS analyseert bijvoor beeld het belang voor het Vlaamse Wetenschapsbeleid van diverse internatio nale acties, zoals het Europees kaderpro gramma, het ESA-ruimtevaartprogramma, de CERN, bilaterale akkoorden,... De commissie Begroting en Financiën (CBF) bereidt elk jaar het advies over de begroting Wetenschapsbeleid van de Vlaamse Gemeenschap voor, dat, op grond van het oprichtingsbesluit en, in de toekomst, ter uitvoering van het decreet, van de VRWB verwacht wordt. Bij de voorbereiding van dit advies kiest men ervoor de analyse van het Vlaamse Horizontale Begrotingsprogramma Wetenschapsbeleid (BPWB) te plaatsen in een breder kader, zowel geografisch (internationale vergelijking) als qua evolu tie in de tijd. Alle financiële aspecten en begrotingsaspecten worden eveneens door deze commissie geanalyseerd.
*
De Raad doet een beroep op ad hoc werkgroepen voor de analyse van dossiers in specifieke domeinen. In 1992 en 1993 waren er twee ad hoc werkgroepen actief. EĂŠn daarvan, nI, de ad hoc werk groep Natuurontwikkeling werd samenge steld naar aanleiding van de vraag om advies i.v.m. het instellen van een Vlaams Impuisprogramma Notuurontwikkeling. De tweede ad hoc werkgroep werd in het voorjaar 1 992 opgericht en belast met de analyse van de specifieke kenmerken en problemen voor het brede domein van de cultuurwetenschappen. De opdracht van deze ad hoc werkgroep werd Vrij open gehouden. De werkgroep gaf zichzelf de naam: ad hoc werkgroep Wetenschap als Cultuur.
Het bureau van de VRWB is samengesteld uit de voorzitter van de Raad, de voorzitters van de drie permanente basiscommissies en de secretaris van de Raad. Het VRWB-bureau bereidt de onderwerpen voor die aan de Raad worden voorgelegd en waakt over de uitvoe ring van de beslissingen van de Raad.
Het VRWB-secretariaat is belast met de inhou delijke voorbereiding, de rapportering, de voortgangsbewaking en de coĂśrdinatie van de werkzaamheden van de VRWB, zijn commis sies en werkgroepen. Het VRWB-secretariaat draagt zorg voor de voorbereiding van de VRWB-vergaderingen, o.m. het verzamelen van alle nuttige documen tatie, de analyse van de dossiers, het uitvoeren of begeleiden van achtergrondstudies en het opstellen van discussieteksten ter voorbereiding op de adviesfunctie van de Raad. Een belang rijke taak daarbij is het volgen en analyseren van de trends inzake wetenschappeli[k onder zoek op federaal en internationaal vlak in rela tie tot Vlaanderen. De concrete uitvoering van alle beslissingen van de Raad wordt door het VRWB-secretariaat verzorgd. Ook de activiteiten van de commis sies en werkgroepen van de VRWB worden door het VRWB-secretariaat georganiseerd, voorbereid, en gedocumenteerd. Daarnaast heeft het VRWB-secretariaat tot taak functionele contacten te onderhouden met rele vante organisaties op regionaal, federaal en internationaal vlak. De samenwerking met ana loge raden in binnen- en buitenland wordt daarbij beklemtoond. Het VRWB-secretariaat is ondergebracht bij de administratie voor de Programmatie van het Wetenschapsbeleid van het departement CoĂśrdinatie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Het 5 VRWB-secretariaat wordt geleid door een secretaris onder het gezag van de voorzitter van de VRWB. 5 De samenstelling van het VRWB-secretariaat wordt gegeven in bijlage VI
een vergelijking gemaakt tussen nieuwe organi satievormen in onderzoeksopleidingen in een aantal ons omringende landen, en worden er conclusies gegeven en aanbevelingen gedaan voor de ontwikkeling van nieuwe structuren, meer in het bijzonder in het licht van de inter nationalisering van onderzoeksopleidingen. Het jaar 1 992 was maar nauwelijks uit de startblokken, of de onrust in de Vlaamse weten schappelijke kringen culmineerde in een heuse betoging van misnoegde wetenschappers, blijk baar een uniek feit dat zelfs de wereldpers haalde. Het jarenlange teruglopen van de bud getten voor wetenschappelijk onderzoek werd terecht aangeklaagd. De VRWB had dit trou wens bij meerdere gelegenheden aan de kaak gesteld. Nog op het einde van 1991 liet de VRWB dit in een memorandum (21 december 1991) aan de Vlaamse Raad weten. Een beperkte delegatie van de VRWB werd zelfs uit genodigd om de VRWB-standpunten toe te lich ten in de Commissie voor Onderwijs, Vorming en Wetenschapsbeleid van de Vlaamse Raad tijdens een hoorzitting op 1 8 februari 1 992 i.v.m. het wetenschapsbeleid in Vlaanderen. De VRWB-voorzitter maakte van de gelegen heid gebruik om ten aanzien van de Vlaamse volksvertegenwoordigers de drie vereisten te beklemtonen die nodig zin voor het oplossen van de problemen in het V aamse wetenschaps beleid. In de eerste plaats moet de overheid meer uitgeven aan wetenschappelijk onderzoek om zo geleidelijk de achterstand t.o.v. vergelijk bare geïndustrialiseerde landen weg te werken. Ten tweede moet er gewerkt worden aan een rationeel beheer van de middelen door het beter op elkaar afstemmen van de verschillende actoren in het wetenschapsbeleid en het berei ken van meer ‘return on investment’. Tot slot dienden volgens de VRWB-voorzitter de ver schillende onduidelijkheden in bevoegdheids verdeling na de staatshervorming van 1988 weggewerkt te worden. Een ander belangrijk feit in 1992 was het ini tiatief van de minister-president om de VRWB een decretale basis te geven. De huidige VRWB werd geraadpleegd omtrent een voor ontwerp van decreet tot (her)oprichting van de VRWB. De Vlaamse regering wil daarmee aan de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid een grotere autonomie verlenen opdat die in opti male omstandigheden zou kunnen functioneren. Daarnaast was er de vraag van de Vlaamse minister van Onderwijs om commentaar te geven bij een rapport van een internationaal ad hoc adviescomité. In dit rapport wordt er
Verder werd de VRWB om advies gevraagd over de voortzetting van ETC (Emerging Technology Centers of Centra voor Ontluikende Technologie) binnen het “Vlaams Actieprogramma Biotechnologie” (VLAB, perio de 1990-1993). De Vlaamse minister van Economie, KMO, Wetenschapsbeleid, Energie en Externe Betrekkingen heeft hiervoor een voorstel gedaan, dat steunde op een doorlich ting door het IWT (Vlaams Instituut voor Wetenschappelijk-Technologisch Onderzoek in de Industrie). Vervolgens heeft diezelfde minister de VRWB nog geraadpleegd over het voorstel tot het opzetten van gemeenschappelijke industriële impulsacties, die vallen binnen de strategische doelstellingen voor het industrieel beleid. Niet alleen heeft de VRWB adviezen op ver zoek geformuleerd, ook heeft de Raad op eigen initiatief twee aanbevelingen gedaan, gericht aan de Vlaamse regering. Naar aanleiding van het St.-Michielsakkoord stelde de VRWB vast, na kennis te hebben genomen van de voorstellen inzake de bevoegdheid Wetenschapsbeleid, dat er niet tegemoet gekomen werd aan hetgeen de VRWB steeds bepleit heeft. Daarom heeft de VRWB een aanbeveling geformuleerd bij het St.-Michielsakkoord, en die bezorgd aan de minister-president van de Vlaamse regering. Een tweede aanbeveling had betrekking op de studie die door de administratie voor de Programmatie van het Wetenschapsbeleid gepubliceerd werd over de loopbaan van wetenschappelijk onderzoekers, in casu NFWO-aspiranten en IWONL-bursalen.
Begin 1 993 bracht de VRWB zijn advies uit inzake de Vlaamse Horizontale Begrotingspro gramma’s Wetenschapsbeleid 1992 en 1993. Zoals ook voor de begroting 1991 gebeurde, heeft de VRWB een grondige analyse uitge voerd ter onderbouwing van dit advies. Hierbij werden de Vlaamse overheidskredieten voor wetenschapsbeleid in een federaal en interna tionaal kader geplaatst en werd hun evolutie in de tijd nagegaan. Een positieve ombuiging werd vastgesteld in de jarenlange afbouw van de overheidsuitgaven voor wetenschapsbeleid in Vlaanderen. De minister-president en Vlaamse minister voor Economie, KMO, Wetenschapsbeleid, Energie en Externe Betrekkingen heeft de VRWB om advies gevraagd inzake de instelling van een Vlaams lmpulsprogramma Natuurontwikkeling (VLINA). Het initiatief is genomen door de Vlaamse minister voor Leefmilieu en Huisvesting, die voor het uitvoeren en onder bouwen van het natuurbeleid een beroep wil doen op de aanwezige wetenschappelijke ken nis in Vlaanderen. Ook werd de VRWB om raad gevraagd inzake een convenant met de VZW “Vereniging van Vlaamse Textielmachine- en systeembouwers”. Dit convenant past in het economisch beleid, waarbij de vorming van clusters (of trossen) van activiteiten zal worden gestimuleerd. Door het groeiende belang van ruimteonder zoek binnen het wetenschapsbeleid heeft de VRWB het nodig geacht in dat verband een analyse uit te voeren en meer in het bijzonder de Vlaamse deelname aan ruimteonderzoek in het kader van ESA te onderzoeken. Op basis van deze uitgebreide analyse, die grondi onderbouwd was en duidelïkheid bracht, hee de VRWB een aantal vastste lingen en aanbeve lingen geformuleerd ten behoeve van de Vlaamse regering. Deze aanbeveling heeft een ruime weerklank gevonden. Inzake het voorontwerp van decreet betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap werd de VRWB formeel niet geraadpleegd. Toch heeft de Raad het nodig geacht om op eigen initiatief een aantal aanbevelingen te for muleren bij de aspecten inzake wetenschapsbe leid, vervat in dat decreet.
Het jaar 1993 werd in schoonheid beëindigd met de goedkeuring op 1 december 1993 door de Vlaamse Raad van het decreet tot oprichting van de Vlaamse Raad voor Wetenschaps beleid, dat vervolgens bekrachtigd werd door de Vlaamse regering op 15 december 1993. Het nieuwe decreet zal in werking treden in het voorjaar van 1994.
De VRWB heeft in het verleden meerdere malen gepleit voor het ontwikkelen van een lange termijnvisie inzake het Vlaamse wetenschaps beleid. De VRWB stelt als uitgangspunt dat weten schappelijk onderzoek belangrijk is zowel o cultureel, maatschappelijk als economisc gebied. Het moet dan ook in onze maatschap pij een hoge prioriteit krijgen, ondersteund door een goed wetenschapsbeleid. Als alge mene doelstelling moet het wetenschapsbeleid van de overheid zich richten op de verbetering van de samenleving door wetenschapsbeoefe ning. De VRWB heeft gekozen voor een pragmati sche benadering bij het opstellen van een stra tegisch beleidsplan. Binnen de Commissie Wetenschapsbeleid worden discussiegroepen georganiseerd ond thema’s inzake weten schapsbeleid. Eén discussiegroep is reeds opgestart rond de situatie van de onderzoeker en zal onder meer de problematiek omvatten van het wetenschappelijk personeel in Vlaanderen, het statuut van de vorsers en een maatschappelijk debat over de erkenning en waardering van doctoraatsdiploma’s door het bedrijfsleven en de overheid.
Sedert begin 1992 is een ad hoc werkgroep geïnstalleerd, die zich specifiek buigt over de cultuurwetenschappen en het aspect weten schap als cultuur. Deze ad hoc werkgroep heeft op basis van algemeen ervaren lacunes en problemen een interimrapporf aan de VRWB voorgelegd, met als titel “De impact van de wetenschappen op de cultuur en de bijzon dere problematiek van de cultuur- en gedrags wetenschappen”.
In een volgende fase zal een studieopdracht worden uitgevoerd bestaande uit drie delen. Ten eerste het kwantitatief in kaart brengen van de historische evolutie en de huidige situatie van het wetenschappelijk onderzoek in de cul tuur- en gedragswetenschappen; vervolgens een studie van kwalitatieve argumenten; en ten slotte een analyse van acties en initiatieven die reeds ondernomen zijn in de ons omringende landen als antwoord op problemen in deze onderzoekssectoren. Het rapport van deze studieopdracht zal in de loop van 1 994 gefinaliseerd worden.
In het laatste kwartaal van 1 993 werden de volgende vragen om advies aan de VRWB voorgelegd: vraag om advies betreffende het hori zontale begrotingsprogramma voor wetenschapsbeleid 1 994; vraag om advies inzake het ontwerp van besluit van de Vlaamse regering betreffende de financiering van de gecon certeerde onderzoeksacties en van de speciale fondsen voor onderzoek in de universiteiten van de Vlaamse Gemeenschap; vraag om advies betreffende het onder zoeksinitiatief rond “spraak- en taaltech nologie voor het Nederlands�; vraag om advies betreffende de nieuwe regeling voor de cofinanciering van deel name van Vlaamse universitaire onder zoeksploegen aan Europese onderzoeks programma s. -
-
-
De betreffende adviezen zijn in voorbereiding. Begin 1 994 zal de VRWB deze verder afwer ken.
Een internationaal ad hoc adviescomité, opge richt op initiatief van de Nederlandse minister voor Onderwijs en Wetenschappen en in over leg met zijn collega’s in België, Frankrijk en Duitsland, bracht een rapport uit waarin een vergelijking gemaakt wordt tussen nieuwe orga nisatievormen in onderzoeksopleidingen, en waarin conclusies en aanbevelingen gegeven worden voor de ontwikkeling van nieuwe struc turen, meer in het bijzonder in het licht van de internationalisering van onderzoeksopleidin gen. De Vlaamse minister van Onderwijs heeft dit rapport voorgelegd aan de VRWB, en om zijn commentaar gevraagd. De VRWB stelt vast dat in het rapport voorbij wordt gegaan aan de fundamenteel verschillen de tradities waarop universitaire onderwijsme thoden, organisatievormen en selectiecriteria berusten. De recente hervormingen in Nederland en Duitsland beogen uit efficiëntie overwegingen de organisatie van de universi taire studie dichter bij het Franse en Belgische model te brengen. Met de algemene onderwijsexpansie in de jpren zestig werd de opleiding (vooral in de faculteiten Wetenschappen en Letteren & Wijsbegeerte) ingevuld door sterk gespeciali seerde vakken en training in onderzoeksvaar digheden. De laatste jaren wordt er gepro beerd de basisopleiding opnieuw te verbreden met het oog op bredere professionele uitwe gen. Deze evolutie verklaart de noodzaak een vaardigheidstraining voor onderzoek te ver schuiven naar extra jaren na de basisopleiding. 6
De integrale tekst van de adviezen en de aanbe velingen is op aanvraag te verkrijgen bij het VRWB secretariaat, Boudewijniaan 30, 1 2 1 0 BRUSSEL
Een doctoraatsopleiding moet een training tot onderzoeksvaardigheid en een originele bijdra ge tot de wetenschap omvatten. Evaluatie van de kwaliteit van een doctoraatsopleiding kan niet uitsluitend geschieden op basis van slaagpercentages, maar moet eveneens gebeuren op basis van de wetenschappelijke output van de groep. Bij een voltijdse doctoraatsopleiding lijkt een streven naar een standaardisatie van de duur aangewezen. Het eisenpakket moet aangepast zijn aan de te verwachten duur en moet duide lijk aangegeven worden bij het begin van de opleiding. Het behoort tot de verantwoordelijk heid van de promotor om bij de aanvang de doelstellingen te omschrijven en een werkplan voor te stellen. Hoewel de doelstellingen van een eerste jaar vorsersactiviteit zoals verwoord in het rapport (formeel gestructureerd, gespiegeld naar het DEA in Frankrijk) onderschreven worden, lijkt het de VRWB niet aangewezen om een derge lijk jaar als verplicht onderdeel van de docto raatsopleiding op te nemen. De VRWB pleit er verder voor pogingen te ondernemen om voor de geesteswetenschap pen de beroepsactieven, in het bijzonder de academisch gevormde leraren in het secundair onderwijs en het HOBU, aan te sporen tot onderzoek, en criteria te definiëren voor het verwerven van de doctorstitel. Het bezitten van een doctoraat zou ook in het secundair onder wijs en het HOBU gevaloriseerd moeten wor den.
ve De VRWB is van oordeel dat het aangewezen Het creëren van dynamische en creatie kritische is een nuttige diversiteit aan gangbare moge onderzoeksomgevingen met voldoende lijkheden voor beginnende vorsers te handha massa, bestaande uit jonge vorsers, post-doc’s en ervaren onderzoekers, is aangewezen. Een ven, elk met hun geëigende selectiecriteria. adequate basisfinanciering gebaseerd op een Het behalen van een doctoraat op basis van allocatie van financiële middelen voor goede een collectie artikelen wordt door de VRWB ter onderzoeksploegen is vereist. Een effectief discussie gesteld. Het afronden van de oplei kwaliteitsbeoordelingssysteem op basis van out ding met een algemene situering van zijn eigen put-indicatoren is hierbij aangewezen. onderzoek en een discussie van de resultaten inter moet als een belangrijk onderdeel van de oplei De VRWB onderschrijft de opvatting dat cultureel en stimulerend uitwisseling nationale ding beschouwd worden. verrijkend is. Deze uitwisseling moet blrven pe ijke In het belang van een degelijke doctoraatsop geschieden op basis van gemeenschap pleidooi Het contacten. leiding en in het belang van het meest efficiënte interesses en informele gebruik van de middelen, is het model van voor de mobiliteit van post-doc’s wordt even finan onderzoeksscholen, eventueel in een netwerk- eens onderschreven. Naast de Europese moge structuur, aangewezen. Men zou bij de moge ciering en enkele NATO-beurzen zijn de te lijke oprichting van netwerken van onderzoeks lijkheden voor de Vlaamse universiteiten scholen kunnen trachten de bestaande versnip beperkt om op de gewenste wijze de voorzie ningen voor jonge doctors uit te bouwen. pering te doorbreken. S.
—
ftT)
—
S..
.5
a
•.
..
5
.
—
.
— •. —
.
...
.••
—
TE’ BVTI EFE’4D3 PET VflOT’OMTIVEPP VAN D€C’tET TO’
LktI) 4N
‘
iG tO f1 ,(Ls} JA 44 £.& 0. di QC’\ (‘ O’T/WR
De voorzitter van de Vlaamse regering, de heer L VAN DEN BRANDE, waagt het advies van de huidige Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB) omtrent de decre tale (herjoprichting van de VRWB. De huidige VRWB werd opgericht bij besluit van de Vlaamse regering van 17 juli 1985. Zijn opdracht is, zowel op eigen initiatief als op verzoek van de Vlaamse regering, advies uit te brengen en aanbevelingen te doen aan de Vlaamse regering betreffende alle aspecten van het wetenschapsbeleid.
1
L E i. .0. 4
het bij decreet bevestigen van de VRWB; -de doelstelling om aan de Raad een grotere autonomie te verlenen, en het instellen van een permanent secretariaat voor de Raad; - het specificeren en beklemtonen van de bevoegdheden van de Raad, in het bijzon der inzake de globale beleidslijnen en pri oriteiten van het wetenschapsbeleid.
-
De Raad wenst evenwel uitdrukkelijk zijn auto nomie, representativiteit, ruime bevoegdheid, i.h.b. initiatiefrecht, en evaluerende rol, inclu samenhan van het met betrekking tot de 9 sief Met de heroprichting van de VRWB bij decreet beleidsdomei andere met beleid wetenschaps beoogt de Vlaamse regering aan de Vlaamse gebied, cultureel en -, (economisch sociaak Raad voor Wetenschapsbeleid een grotere nen onderwijs, gezondheid, en welzijn . autonomie te verlenen opdat hij in optimale milieu, versterkt te zien. omstandigheden zou kunnen functioneren. Meer in het bijzonder maakt de Raad de vol gende opmerkingen (samengevat): De Raad acht het aangewezen om ten aanzien van de bevoegdheid en opdracht van de Raad De VRWB brengt een gunstig advies uit over de een onderscheid (ook terminologisch) te maken hoofdlijnen van het voorontwerp van decreet, in adviezen, verstrekt op vraag van de Vlaamse regering, en aanbevelingen, op eigen initiatief. meer bepaald over de volgende elementen:
iT
De Raad meent dat “wetenschapsbeleidâ€? ruim geĂŻnterpreteerd dient te worden, dus met inbe grip van het technologiebeleid. De Raad is van oordeel dat de VRWB daarenboven uitdrukke lijk in de mogelijkheid gesteld moet worden analyses, studies en evaluaties te maken ter onderbouwing van zijn adviezen en aanbeve lingen. De Vlaamse regering dient het advies van de VRWB in te winnen betreffende alle aangele genheden die betrekking hebben op het weten schapsbeleid, en acties in dit verband die de regering of haar leden zinnens zijn te onderne men. Dit houdt zowel advisering in over het globale wetenschapsbeleid als over de concre te uitwerking in specifieke acties of via instru menten, echter zonder inmenging in de opera tionele werking. De VRWB dient om zijn opdracht autonoom en naar behoren te kunnen vervullen, te beschik ken over het algemeen recht op informatie. De Raad is van oordeel dat de regering er zich toe dient te verbinden alle benodigde informatie betreffende alle aspecten van het wetenschaps beleid, inclusief zijn relatie tot andere maat schappelijke factoren, op punt te stellen en te verstrekken, en de toegankelijkheid van deze informatie te garanderen. Wat de samenstelling betreft is de Raad zich bewust van de bekommernis die er leeft over de representativiteit van de Raad op het vlak van het wetenschapsbeleid. De wijze van voor dracht van de leden dient hiervoor echter borg te staan: de leden voorgedragen door de VLIR vertegenwoordigen de wetenschappelijke mid dens, terwijl de leden voorgedragen door de SERV representatief zijn voor de diverse gele dingen van het economisch milieu en het maat schappelijk draagvlak. Via de vier leden voor gedragen door de Minister bevoegd voor Wetenschapsbeleid is er de mogelijkheid om de Raad eventueel aan te vullen met comple mentaire deskundigheid. De Raad is van oordeel dat het tot de bevoegd heid en verantwoordelijkheid van de voordra gende instanties behoort om erop toe te zien dat de voorgedragen leden competent zijn inzake wetenschapsbeleid en geza9dragend zijn. Derhalve is de Raad van oordeel dat in het decreet geen bijkomende bepalingen die nen opgelegd te worden. De Raad is akkoord dat vertegenwoordigers van administratieve diensten en operationele instellingen, betrokken bij het wetenschapsbe
leid, met raadgevende stem kunnen deelnemen aan de werkzaamheden van de Raad. Dit bevordert de wisselwerking tussen de Raad enerzijds en deze administraties en uitvoerende organen anderzijds, zoals o.m. de wederzijdse informatie-uitwisseling, verduidelijking van gegeven adviezen en de opvolging van de con crete uitwerking en realisatie van het weten schapsbeleid. De Raad beveelt echter aan in het decreet enkel aan te geven dat leden met raadgevende stem kunnen deelnemen aan de werkzaamheden van de Raad. In zijn huishou delijk reglement dat aan de Vlaamse regering ter goedkeuring wordt voorgelegd, duidt de Raad aan uit welke diensten en instellingen ver tegenwoordigers met raadgevende stem en op regelmatige basis aan de activiteiten deelne men. De Raad benadrukt de autonomie van de inhoudelijke werking van het permanent VRWB secretariaat waarvoor de Vlaamse regering zowel statutair als contractueel personeel ter beschikking stelt. Statutaire ambtenaren, voor wie het principe van vastheid van betrekking geldt kunnen de onafhankelilke werking van het secretariaat bevorderen. Zoals reeds aan gegevenis in de memorie van toelichting, onderschrijft de Raad uitdrukkelijk dat hij zelf contractuelen wenst te kunnen aanwerven, ter versterking van het secretariaatspersoneel in functie van de VRWB-werkzaamheden. Voor de werking van de Raad wordt een jaar lijkse dotatie voorzien. De Raad wijst in dit ver band op de aanzienli[ke bevoegdheden en opdrachten die aan de Raad toegewezen wor den, waarvoor een deskundige en degelijke ondersteuning vanwege het secretariaat onont beerlijk is. De jaarlijkse dotatie moet bijgevolg voldoende omvangrijk zijn, en moet, voor een goede werking van de Raad, aangepast kun nen worden aan de behoeften.
In zijn memorandum van 21 december 1991, gericht aan de Vlaamse Raad, stelde de VRWB o,m.:�Het wetenschapsbeleid dient zo snel en zo volledig mogelijk te worden gefederaliseerd. Samenwerking over de grenzen van de Regio en de Gemeenschap heen zal des te vlotter kunnen naarmate de autonomie groter is.� Na kennis te hebben genomen van het St. Michielsakkoord, meer bepaald inzake de bevoegdheid Wetenschapsbeleid, constateert de VRWB dat dit akkoord niet tegemoet komt aan hetgeen de VRWB steeds bepleit heeft. Het St,-Michielsakkoord stelt dat de Gemeenschappen en de Gewesten in principe bevoegd zijn voor wetenschappelijk onder zoek, uitgezonderd wat de expliciet vermelde restbevoegdheden voor de federale overheid betreft.
kend. De VRWB wijst deze concurrerende bevoegdheid van de federale overheid af. Daardoor wordt de ondoorzichtigheid en de versnippering in de hand gewerkt. Ook stelt de VRWB uitdrukkelijk dat het ruimteonderzoek moet worden overgedragen naar de Gemeenschappen en de Gewesten. Voorts meent de VRWB dat de nationale weten schappelijke en culturele instellingen paritair moeten worden beheerd door de Gemeenschappen en de Gewesten, daar hun activiteiten zich voornamelijk bevinden in de de van bevoegdheidsdomeinen ten. Gewes en pen Gemeenschap
Tenslotte beveelt de VRWB als adviesorgaan voor Raad confederale een aan ernaeen die , richten te Wetenschapsbeleid op beleid schaps Weten natie is van de raden voor uit de Gemeenschappen en de Gewesten. De g belan De VRWB is van oordeel dat nog teveel Raad adviseert de federale over rijke bevoegdheden inzake wetenschapsbeleid confederalemateri es in haar eigen bevoegdheid ressorteren onder de federale overheid, aan heid over het forum voor de advisering over wie daarenboven nog steeds een initiatiefrecht en vormt kingsakkoorden tussen de in de bevoegdheidsdomeinen van de samenwer pen en de Gewesten. Gemeenschappen en Gewesten wordt toege Gerneenschap
Door de administratie voor de Programmatie van het Wetenschapsbeleid werd een studie gepubliceerd betreffende de loopbaan van een wetenschappelijk onderzoeker. In tegenstelling tot wat de htel suggereert, is de studie overwe gend toegespitst op de loopbaan van doctoran di De studie heeft bovendien uitsluitend betrek kina op de loopbaan van NFWO-aspiranten en IWONE-bursalen.
in de academische sector of onderwijssector. Er is wel een significant verschil tussen NWFO mandatarisen en IWONI-bursalen: respectie velijk ca. 25% en 33% van hen komen in indus triële boopbanen terecht.
De beurzen van het lWONl4ype moeten gericht blijven op het maken van een doctoraat en zouden zich verder naar projecten met een mogelijk toegepast karakter moeten richten. In Om een volledig overzicht te krijgen van het de een of andere vorm moet een mogelijke loopbaanprofiel van de vorser is het aan te betrokkenhei d van de industrie bij de beoorde raden een analoge studie te laten uitvoeren ling gewaarbo rgd worden. voor de onderzoekers op universitaire manda ten, de onderzoekers in de wetenschappelijke In het licht van de voorst instellingen, de onderzoekers in contractre van de federale structu ellen tot vervollediging ur (St.-Michielsakkoord) search en onderzoekers met andere statuten. worden een aanta l acties inzake wetenschaps Men moet daarbij rekening houden met het ver beleid overgedragen naar de regio’s. Er moet schil in de statuten en de formele verplichting onderzocht worden welke wijzigingen in de om te doctoreren. wetgeving nodig zijn opdat een Vlaamse instel ling (logischerwijs het IWT) belast zou kunnen De bij de universitaire studies behaalde graden worden met het toekennen van beurzen van het blijken bil NEWO-mandaathouders gevoelig IWONI-type. hoger te liggen dan bij IWONL-bursalen. De behaalde graden zijn bil de toekenning van een NFWO-mandaat een belangrijk criterium. De selectiecriterio zijn duidelijk verschillend bij de twee systemen (NEWO en IWONI). De VRWB beveelt aan de twee systemen te hand haven. De verschillen in graden leiden niet tot signifi cante verschillen wat de kansen om een docto raat te voltooien betreft, en evenmin inzake de duurtijd. Deze conclusie steunt op een correc lie van de cijfers in de studie. De duurtijd van een doctoraat is duidelijk te lang (gemiddeld meer dan zes jaar). Zowel bij NEWO- als bij IWONI-beurzen moeten van de promotoren duidelijk meer waarborgen geëist worden, vooral wat het concept en de begelei ding betreft, zodanig dat de voorgestelde pro jecten in 4 aar tot een doctoraat kunnen lei den. Noch bij de NFWO-mandatarissen, noch bij de IWONL-bursalen ligt na het behalen van het doctoraat de hoofdactiviteit in de industriële sector. De grote meerderheid blijft werkzaam
1
Begin 1 990 ging het “Vlaams Actieprogramma Biotechnologie” (VLAB) van start. Het VLAB had als doelstellingen: het bevorderen van de industriële toepassing van biotechnologische innovaties door het stimuleren van de samenwerking tussen uni versitaire onderzoekscentra en industrie; de consolidatie op lange termijn van het potentieel inzake het industrieel basisonder zoek in geselecteerde kenniscentra.
-
-
Het programma liep over vier jaar (19901 993) en bestond uit drie delen: 1) voor de lange-termijnacties werden 9 uni versitaire onderzoekscentra (Centra voor Ontluikende Technologie of Emerging Technology Centers, ETC’s) geselecteerd met een betoelaging van 1 00% (over heidsinvestering: 350 MBEF); 2) de middellange-termijnacties hadden betrekking op samenwerkingspro[ecten tussen onderzoeksgroep en bedrijf, met een betoelaging van 50% (overheidsin vestering: 337,5 MBEF); 3) in het maatschappelijke onderdeel was er ruimte voor zowel lange- als middellange termijnprojecten (overheidsinvestering: 51 MBEF). Voor trainingsprogramma’s werd 1 3,5 MBEF uitgetrokken en voor het beheer van het VLAB 30 MBEF. In opdracht van de huidige Vlaamse minister van Economie, KMO, Wetenschapsbeleid, Energie en Externe Betrekkingen werden, zoals door de VRWB in zijn adviezen van 1988 en 1 989 betreffende het VLAB-voorstel trouwens werd aanbevolen, de 9 ETC’s van het eerste onderdeel door het IWT (Vlaams Instituut voor Wetenschappelijk-Technologisch Onderzoek in de Industrie) doorgelicht en getoetst aan de vol gende criteria: hun wetenschappelijke uitmun tendheid, hun bijdrage tot de ontwikkeling van ontluikende technologieën (emerging technolo gies), hun invulling van de doelstellingen van het VLAB en hun industriële relevantie. Op basis van deze evaluatie en na advies van het IWT heeft de minister de intentie het onder-
deel van de lange-termijnacties voort te zetten. Hij vraagt de VRWB om advies over het volgen de voorstel: Daar vier centra hoog scoren volgens de in aanmerking genomen criteria en daar het strategisch belang van hun activiteiten voor een breed segment van het Vlaamse bedrijfs leven als een paal boven water staat, wor den die verder gefinancierd voor 1 00% gedurende een periode van vijf jaar. De totale overheidsinvestering hiervoor bedraagt 400 MBEF. Bovendien wordt principieel beslist om voor de financiering van nader te selecteren klei nere centra in totaal 200 MBEF over een periode van 3-5 jaar uit te trekken. De te kie zen thema’s worden vooraf met de bio-indus trie vastgelegd. Daarna worden de onder zoeksploegen uitgenodigd op die thema’s in te tekenen. De betrokkenheid van de indus trie kan gewaarborgd worden door een belangrijke cofinanciering vanuit de indus trie. Hier wijkt de minister af van het IWT advies, waarin werd geadviseerd de bioindustrie nauw te betrekken bij de keuze van de onderzoeksthema’s en te onderzoeken of de concrete betrokkenheid van de industrie kan worden aangewakkerd door een beperkte deelname in de totale financiering van het programma. De Vlaamse Overheid bestemt 20 MBEF voor de ondersteuning van de technologie transfer naar de bedrijven.
-
-
-
In zijn advies stelt de VRWB met tevredenheid vast dat het onderdeel lange-termijnacties van het VLAB duidelijk succesvol is geweest. Bovendien apprecieert de VRWB het ten zeer ste dat de minister de opdracht heeft gegeven voor een evaluatie van dit onderdeel lange-ter mijnacties van het VLAB en dat hij zijn voorstel hierop steunt. De VRWB beveelt aan de andere twee gedeelten (de middellange-termijnacties en de maatschappelijke aspecten) van hetzelf de programma ook te evalueren en op basis daarvan eventueel voort te zetten. De VRWB wenste expliciet zijn waardering uit te spreken voor de deskundige aanpak van de evaluatie en voor de degelijkheid van het eva luatierapport.
In de VRWB was er echter geen unanimiteit trie mag niet tot gevolg hebben dat er onrecht over het vervolg. wordt aangedaan aan de filosofie van de Een meerderheid steunt het voornemen om, als EIC’s, met name het verrichten van basisonder logische conclusie van de evaluatie, de in het zoek met een brede industriële relevantie. De kader van het VLAB als beste bevonden ploe meerderheid van de VRWB treedt in dit ver gen verder te ondersteunen. Deze meerderheid band volledig de visie van het IWT bij. stelt voor het voorstel van het IWT te volgen. Naast de voortzetting van de financiering van In een minderheidsnota gevoegd bi het VRWB de vier geselecteerde centra worden in het advies hebben enkele leden gep eit om een belang van de andere centra, eventueel aange aantal niet-geselecteerde centra met de meest vuld met nieuw te selecteren centra, zo snel sterke fundamenteel wetenschappelijke en mogelijk in overleg met de bio-industrie onder maatschappelijke relevantie een financiering te zoeksthema’s bepaald, waarna de oproep tot laten behouden voor een nieuwe periode van voorstellen onverwijld gelanceerd dient te wor drie jaar. Zij zijn van oordeel dat de vier door den. Alhoewel cofinanciering vanuit de indus het IWT geselecteerde centra met hun bewezen trie voor lange-termijnonderzoek welkom is, industriële dimensie via industriële inbreng kun mag dit geen voorwaarde zijn bij de selectie nen worden gecofinancierd. van de centra. De betrokkenheid van de indus
De Vlaamse minister voor Economie, KMO, Wetenschapsbeleid, Energie en Externe Betrekkingen, heeft de VRWB om advies gevraagd inzake steun aan Vlaamse gemeen schappelijke industriële impulsacties. De minis ter stelt dat, in het kader van de strategische doelstellingen van het industrieel beleid, het van essentieel belang is de wetenschappelijke en technologische onderbouw van de Vlaamse industrie te bestendigen en verder te ontwikke len. Bij het uitwerken van een dergelijk beleid, wil de minister, naast selectieve en concurrentië le steunmaatregelen, zich richten op het geheel van een sector of subsector in een gemeen schappelijke aanpak, hetgeen in het bijzonder voor KMO’s aangewezen is. Het voorstel van de minister omvat het opzetten van een gemeenschappelijke impulsactie, waar bij technologisch onderzoek en technologische ontwikkeling, transfer van technologie en oplei ding centraal staan. De actie is sectoraal gestructureerd en is gebaseerd op sterkten zwakten-analyse van de betrokken sector. De gemeenschappelijke industriële impulsacties bestrijken een meerjarenprogramma, waarbij op initiatief van de overheid een kader wordt uitgewerkt voor steun aan concrete geprogram meerde onderzoeksprojecten.
Een belangrijke rol wordt toegemeten aan een VZW, op te richten door de Vlaamse Collectieve Centra, waarbij de overheid, de sociale partners, de universiteiten, de hoge scholen en onderzoeksinstellingen worden betrokken, In zijn advies uitgebracht op 10 december 1 992 spreekt de VRWB zijn waardering uit voor het feit dat de minister de Raad reeds in een dergelijk vroeg stadium raadpleegt bij het opzetten van deze specifieke actie. De Raad ondersteunt het idee van gemeen schappelijke industriële impulsacties in het kader van een lange-termijnstrategie in de vorm van clusters van bedrijven en onderzoekscen tra, gevormd rond welbepaalde gemeenschap pelijke onderzoeksthema’s, en het idee om hier voor een extra overheidsinvestering uit te trek ken. De VRWB is van mening dat het initiatief kan uitgaan van bedrijven, groepen van bedrijven, bedrijfssectoren, universitaire, collectieve en andere onderzoekscentra. In het bijzonder voor de collectieve centra, die nationaal georganiseerd zijn, vraagt de VRWB hun rol te onderzoeken in het licht van de ver-
technologisch onderzoek in de industrie, m.n. het IWT. Een meerderheid van de VRWB-leden vindt de oprichting van een extra structuur dan ook niet opportuun, terwijl enkele leden in een minderheidsnota bij het advies als mening te kennen geven dat een tijdelijke extra structuur De VRWB blijft voorstander van één overheids- wel zijn nut kan hebben. loket in het kader van het wetenschappelijk-
dere regionalisering van het wetenschappelijk onderzoek. Indien ze erbij betrokken worden, moet er een garantie zijn dat de extra financie ring voor O&O gebruikt wordt voor de onder steuning van het Vlaamse bedrijfsleven.
Zoals bepaald in zijn taakomschrijving, heeft de VRWB aan minister-president 1. VAN DEN BRANDE advies uitgebracht over de jaarlijkse Vlaamse Horizontale Begrotingsprogramma’s (BPWB) 1992 en 1993. Zoals ook voor 1991 gebeurde, heeft de VRWB een grondige analy se uitgevoerd ter onderbouwing van dit advies. Hierbij werden de Vlaamse overheidskredieten voor wetenschapsbeleid in een Belgisch en in een internationaal kader geplaatst en werd hun evolutie in de tijd nagegaan
len voor de universiteiten te integreren in één van de bestaande financieringskanalen. Voor de industriële O&O-kredieten dringt de VRWB erop aan dat de Vlaamse regering haar beleid betreffende de grote onderzoeksinstellin gen en de belangrijke fondsen voor industrieel onderzoek beter zou verantwoorden. De VRWB heeft bovendien nog een aantal aan bevelingen uit zijn vroegere adviezen her haald, waaraan niet of in onvoldoende mate werd tegemoet gekomen. Zo benadrukt de VRWB dat de kredieten die bestemd zijn voor wetenschapsbeleid deze bestemming dienen te behouden binnen elk activiteitenprogramma van de Vlaamse begroting; dit zou begrotings technisch vastgelegd moeten worden. Verder is het voor de VRWB nog altijd niet mogelijk om op basis van het begrotingsprogramma inzicht te verwerven in de beleidsmatige opties van de Vlaamse regering of de impact van genomen initiatieven.
De VRWB verwelkomt de positieve ombuiging in de jarenlange afbouw van de overheicisuit gaven voor wetenschapsbeleid Deze positieve ombuiging is evenwel beperkt in omvang Gezien de grote achterstand die België heeft inzake uitgaven voor Onderzoek en Ontwikkeling (O&O) (in Belgid 1,7% van het BBP t.o.v. een gemiddelde van 2,2% voor onze vijf belangrijkste handelspartners), waar bij vooral de overheid tekort schiet, valt het te betwijfelen of de beperkte verhoging van de -publikatie brengt zowel het advies overheidsmiddelen in 1992 en 1993 voldoen Een VRWBBPWB ’s 1992 en 1993 als de analy de is om op internationaal niveau te komen inzake de se. Op termijn zou nochtans de doelstelling moeten zi[n de 2%-norm (van het BBP) die door de OESO als een minimum wordt voorgesteld te bereiken. Meer in het bijzonder voor de universitaire onderzoeksfinanciering is de neerwaartse trend van de voorgaande taren omgebogen De extra kredieten voor de universiteiten zijn even wel sterk versnipperd zodat het voor de univer siteiten moeilijk is om hiermee een vernieuwd onderzoeksbeleid te voeren De VRWB pleit er dan ook voor om nieuwe, aanvullende midde
Minister-president 1. VAN DEN BRANDE, ook Vlaams minister voor Economie, KMO Wetenschapsbeleid, Energie en Externe Betrekkingen, heeft de VRWB om advies gewaagd inzake de instelling van een Vlaams Impulsprogramma Natuurontwikkeling (VLINA) Het initiatief is genomen door de Vlaamse minister voor Leefmilieu en Huisvesting, de heer N. DE BATSELIER, die voor het uitvoeren en onderbouwen van het natuurbeleid een beroep wil doen op de aanwezige wetenschappelijke kennis in Vlaanderen. Het VUNA zou over een periode van vijf jaar lopen, met een budget van 500milloen BEF, er bestaat uit twee delen (1) twee wetenschappe liike instellingen van de Vlaamse Gemeenschap. met name het Instituut voor Natuurbehoud (IN) en het Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer (IBW) ontvangen gedurende deze vijf jaar een jaarlijkse financie ringsbu4get van 20 miljoen BEF en (2) 300 md joen BEF wordt gebruikt voor onderzoekspro lecten van Vlaamse onderzoeksploegen in uni versiteiten, onderzoeksirstellingen (met t.tzon dering van IN en IBW) en particuliere natuuren milieuverenigingen In zijn advies spreekt de VRWB zijn waarde ring uit voor dit in tiatief. De Raad is tevens verheugd dat ter voorbereiding van dit initiatief eerst een wetenschappelijke studie werd uitge voerd waarvan de resultaten zijn weergegeven in het Eindrapport. De VRWB onderschrijft de noodzaak om voor het natuurbeleid het onderzoekspotentieel in beleidsrelevante nderzoeksdomeinen te mobi liseren. Een dergelijke impuls kan slechts opti maal werken, indien die kan steunen op een voldoende brede basis van kennispotentieel. Daarom moeten ook voor het basisonderzoek gericht op het verwezenlijken van de doelstel lingen van het VLINA, voldoende middelen beschikbaar zijn. Inzake de inhoudelijke uitwerking van het /LINA beaamt de VRWB let belang voor het natuurbeleid van de voorgestelde vijf aan dachtspunter’ die voortvloeien uit het Eind-rap port, n’ .n (1) Nat u gerichte No, mstell ng,
(2) Ecologische Aspecten van Natuur-ontwikke ling, (3) Habitatfragmentatie, (4) Ecohydrolo gische Aspecten, en (5) Maatschappelijke Aspecten van Natuuroniwikkeling. Daar het hier toch om beleidsondersteunend onderzoek gaat, dient in de diverse thema’s ook met aspecten van andere verwante beleids domeinen rekening gehouden te worden, zoals o.m. ruimtelijke ordening, landinrichting, land bouw, De VRWB is van oordeel dat de selectie van onderzoeksploegen in het kader van het VLINA moet steunen op: (1) de wetenschappelijke kwaliteit van het voorgestelde onderzoek, (2) de relevantie ervan voor de realisatie van het natuurbeleid en (3) de onderzoekscapaciteit van de onderzoeksploegen. Bij de evaluatiecri teria ontbreekt expliciet de wetenschappelijke kwaliteit, die dan ook toegevoegd dient te wor den De VRWB bevestigt de belangrijke rol van de twee instituten m.n. het IN en het IBW. in de wetenschappelrke ondersteuning van het beleid door natuurbehoud en natuurontwikke ‘Ing Hun opdracht dient evenwel duidelijk omschreven te woraen in een programma, waarbij rekening gehouden wordt met de eigen doelstelling van elke instelling, en waarvoor de Vlaamse overheid vervolgens de nodige finan ciele en personele m ddelen ter beschikking stelt. Dit valt echter buiten de eigenlijke bedoe ling van dit impulsprogramma. Daarom kiest de VRWB voor slechts één onderdeel in het pro gramma. Voormelde instituten dienen daarbij in competitie te treden met andere onderzoeks ploegen.
r
De ruimte en het ruimteonderzoek blijft het grote publiek fascineren, hetgeen nog maar eens geïllustreerd werd bij de ruimtevlucht van Dirk Frimout. Het ruimtevaartonderzoek, en in het bijzonder bemande ruimtevluchten, vergen evenwel zeer grote financiële investeringen. De Europese ruimtevaartorganisatie ESA (European Space Agency) verenigt een aantal Europese landen, die door samenwerking stre ven naar Europese autonomie op het gebied van ruimteonderzoek, inbegrepen de ruimte vaart. Ook België is lid van ESA De budgetten, die België uittrekt voor ruimfeonderzoek, wor den hoofdzakelijk gebruikt voor de Belgische bijdrage aan ESA. Deze bijdrage bedroeg in 1988 ongeveer 3 miljard BEF, in 1992 is ze gestegen tot 4,6 miljard BEF en in 1 993 stijgt ze zelfs tot 5,6 miljard BEF. In relatie tot het BBP (bruto binnenlands produkt) bevindt België zich daarmee op het gemiddelde van zijn 5 belangrijkste handelspartners (0,5 promille van het BBP).
De kredieten voor de ESA-bijdrage komen uit de federale begroting wetenschapsbeleid. De totale overheidsinvesteringen voor 0 & 0 zijn in België de laatste jaren nauwelijks of niet toe genomen en zijn laag in vergelijking met onze belangrijkste handelspartners (slechts 0,5% van het BBP, tegenover 1 % als Europees gemiddel de). De 0 & 0-kredieten voor ruimteonderzoek via ESA stijgen wel sterk, zodat hun relatief aandeel steeds groter wordt (6,64% in 1985, 11 ,45% in 1 990). Van onze vijf belangrijkste handelspartners besteedt alleen Frankrijk een groter aandeel van zijn civiele 0 & 0 aan ruimteonderzoek. Door het groeiende belang van ruimteonder zoek binnen het wetenschapsbeleid heeft de VRWB het nodig geacht een analyse op dat gebied uit te voeren en meer in het bijzonder de Vlaamse deelname aan ruïmteonderzoek in het kader van ESA nader te onderzoeken. Op basis van de uitgevoerde analyse heeft de VRWB vervolgens een aantal vaststellingen en aanbevelingen geformuleerd ten behoeve van de Vlaamse regering.
België heeft zich in het verleden geëngageerd in ESA-programma’s met grote budgettaire implicaties over meerdere jaren. Nochtans komt de VRWB tot de vaststelling dat de federa le overheid tot op heden geen expliciete beleidsdoelstelling heeft geformuleerd inzake ruimteonderzoek, i.h.b. inzake de deelname aan ESA. De VRWB vindt nochtans dat de omvangrijke investeringen voor ruimteonder zoek beter verantwoord dienen te worden, waarbi’ naast economische en wetenschappelij ke doe stellingen ook het maatschappelijke nut en transutilitaire aspecten in de verantwoording worden betrokken. Volgens de VRWB moet de federale overheid van de recente herziening van de ESA-planning, o.m. betreffende HERMES, gebruik maken om de Belgische ESA-bij drage te beperken. Als de ESA budgetten onder druk van de grote landen nog verder worden teruggeschroefd of als België zijn ruim tebeleid herziet, moeten de middelen die vri’ko men, behouden blijven voor 0 & 0 in het a ge meen en voor het ruimteonderzoek in het bij zonder. De werking van ESA wordt bekostigd via de bijdragen van de lidstaten, waarvan een groot deel terugvloeit naar de lidstaten in de vorm van 0&0 contracten met ondernemingen, uni versiteiten en onderzoeksinstellingen. Voor België staan de Diensten voor de Programmatie van het Wetenschapsbeleid (federale DPWB) in voor de coördinatie en het volgen van de ESA contracten. Wat de regionale spreiding van de Belgische terugvloei betreft, komt er slechts 1 9% naar Vlaanderen, terwijl 37% naar Brussel gaat en 38% naar Wallonië (6% valt niet te lokalise ren). Deze verdeling staat helemaal niet in ver houding tot het potentieel dat beschikbaar is in Vlaamse ondernemingen, universiteiten en onderzoeksinstellingen. De oorzaken hiervan zijn niet éénduidig aan te wijzen door de wei nig transparante rol van DPWB Enkele grote Belgische bedrijven, waarvan slechts één in Vlaanderen gevestigde multina tional, slorpen het leeuwenaandeel van de ESA return op. Andere Vlaamse ESA-contractanten zijn hoofdzakelijk KMO’s die betrokken zijn via
financieel weinig omvangrijke contracten.
Onderzoeksinstellingen en universiteiten nemen in slechts geringe mate deel aan ESA-program ma’s (tesamen voor 6%, de universiteiten voor slechts 0,5%). In deze groep is de Vlaamse ondervertegenwoordiging nog schrijnender.
bedrijven en onderzoekers moet maximaal gestimuleerd worden. Er zal ook meer inge speeld moeten worden op de mogelijkheden die ESA biedt op het vlak van wetenschappelij ke en maatschappelijke behoeften.
Een inhaalbeweging is dringend noodzakelijk, zowel voor de Vlaamse bedrijven als voor de Vlaamse universiteiten en onderzoeksinstellin gen.
De VRWB beveelt de Vlaamse overheid aan een eigen beleid inzake ruimteonderzoek op te zetten en Vlaamse onderzoeksploegen (ook in bedrijven) via een adequaat 0 & 0-beleid voor te bereiden op deelname aan ESA.
Daarom beveelt de VRWB aan dat naast een minder uitgesproken Belgische deelname aan de grote infrastructuurprogramma’s (zoals Columbus, Ariane, Hermes en Data Relay Service), ons land meer moet inschrijven op wetenschappelijke programma’s met meer kan sen voor de Vlaamse industrie en voor Vlaamse onderzoekers. In zijn keuze voor deelname aan ESA-programma’s dient België zich specifiek meer af te stemmen op het beschikbaar poten tieel in Vlaamse bedrijven, universiteiten en onderzoeksinstellingen. Samenwerking tussen
De Vlaamse regering hechtte op 3 1 maart 1993 haar goedkeuring aan een convenant met de VZW “Vereniging van Vlaamse Textielmachine- en -systeembouwers”. Het con venant past in het economisch beleid, waarbij het vormen van clusters (of trossen) van activitei ten zal worden gestimuleerd. Centraal in een cluster staat het ontwikkelen van een globaalstrategie waardoor de concurrentiepositie van alle geledingen van de cluster wordt verstevigd. Binnen het concept clusterbeleid zal men instru menten van het wetenschapsbeleid inpassen in die mate dat zij een bijdrage en ondersteuning leveren voor het realiseren van de globale doel stelling van een bepaalde economische cluster. Het door de Vlaamse regering goedgekeurde convenant wordt voorgesteld als pilootproject van een bijzonder 0&0-programma voor een welbepaalde cluster. Het initiatief voor dit convenant is genomen door vier bedrijven die actief zijn in de textielmachine- en -systeembouw. Zij hebben hiertoe een VZW opgericht, die ook openstaat voor andere bedrijven uit deze activiteitengroep. De
Tenslotte herhaalt de VRWB voorstander te zijn van de volledige overheveling van de bevoegd heid voor ruimteonderzoek, met inbegrip van ruimtevaartonderzoek naar de Gewesten. De Raad is dan ook van mening dat de voorstellen dienaangaande in het kader van het St. Michielsakkoord incoherent zijn. Deze aanbeveling betreffende de Vlaamse deelname aan ruimteonderzoek in het kader van ESA is samen met het analyserapport uitge bracht in de vorm van een VRWB-publikatie.
Vlaamse regering verbindt er zich toe 0&0projecten voorgesteld door de VZW-leden te subsidiëren voor een totaal budget van 600 miljoen BEF voor twee jaar (vastgelegd op het FIOV-fonds). Er zijn twee subsidieniveaus: 40% voor een individueel project, 60% indien meer dere leden samen een dossier indienen. Het verkregen steunbedrag komt in meerdering op de normale 0&0-budgetten van de VZW leden. De VRWB is door de minister-president L. Van den Brande om advies gevraagd inzake effi ciëntie en effectiviteit van dit reeds goedgekeur de pilootproject. In zijn advies stelt de VRWB vast dat de Vlaamse regering hier een nieuw concept iza ke 0&0-steun invoert. De VRWB betreurt niet eerder geraadpleegd te zijn, nI. voordat de Vlaamse regering besliste over te gaan tot de concrete uitvoering van dit concept. De VRWB dringt er op aan om zeker tijdig en op gepaste wijze betrokken te worden bij het evaluatiepro ces, vastgesteld na twee jaar.
Hoewel de VRWB voor bijzondere ondersteu ning van elementen uit een cluster waardering kan opbrengen, doet het afsluiten door de Vlaamse regering van een convenant met een VZW voor het toekennen van O&O-steun vele vragen rijzen. De ervaring met dit eerste con venant zou moeten aantonen welke meerwaar de een convenant als instrument van het weten schapsbeleid heeft t.ov. het afsluiten van gewo ne onderzoekscontracten tussen het IWT en bedrijven. Meer bepaald kan hier gedacht worden aan een actief diffusiebeleid van de nieuw verworven kennis, in het bijzonder naar de Vlaamse KMO’s. De toegankelijkheid tot de VZW mag daarom niet worden bemoeilijkt door onverantwoorde drempels.
De VRWB werd door de Vlaamse overheid niet formeel om advies gevraagd aangaande het voorontwerp van decreet betreffende de Hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap. Toch heeft de VRWB het gepast geacht om op eigen initiatief een aantal aanbevelingen te for muleren, in het bijzonder wat betreft de aspec ten wetenschapsbeleid, vervat in het voornoem de voorontwerp van decreet. In zijn aanbeveling wenst de VRWB allereerst de eigenheid van universiteiten en hogescholen te beklemtonen. De opdrachten van de hoge scholen moeten duidelijk beschreven en afge bakend worden. Binnen het landschap van het hoger onderwijs is het immers belangrijk dat de hogescholen een eigen profiel hebben, verschil lend van dat van de universiteiten. Het onder wijs in de universiteiten wordt gekenmerkt door zijn verbondenheid met het wetenschappelijk onderzoek en omvat onder meer de opleiding tot onderzoeker. In de hogescholen daarentegen staat, zoals terecht wordt opgemerkt in de memorie van toe lichting, de wisselwerking tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt centraal. De VRWB is van oordeel dat dit essentieel onderscheid behou den moet blijven. In dit licht vraagt de raad zich af of de bepalingen, zoals gesteld in de artikels 91 en 92, verenigbaar zijn met het pro fessionele karakter van het onderwijs dat in deze instellingen moet worden gegeven.
Daar het initiatief voor het convenant vooruitloopt op de procedure, die afgesproken werd met de sociale partners inzake de afbakenin van economische clusters, kan de VRWB zic niet uitspreken over de plaats van dit convenant in het totale clusterbeleid, Wanneer de clusters eenmaal gedefinieerd zijn, dient te worden nagegaan welke activiteiten binnen elke cluster ondersteund moeten worden via O&O en welke criteria daarvoor in aanmerking komen. Tenslotte merkt de VRWB op dat de statuten van de VZW gewijzigd dienen te worden opdat geen enkele universitaire of andere onderzoeks instelling behorend tot de Vlaamse Gemeenschap wordt uitgesloten van samenwer king in het kader van dit pilootproject.
Verder wordt in het voorontwerp van decreet en in de memorie van toelichting op meerdere plaatsen gesproken van ‘projectmatig onder zoek’, een term die evenwel niet gedefinieerd wordt. Om het ontstaan van alle mogelijke interpretaties te vermijden, beveelt de VRWB aan om expliciet te vermelden wat bedoeld wordt met ‘projectmatig onderzoek’. Daarbij dringt de Raad er tevens op aan om erop toe te zien dat dit voorontwerp van decreet geen aan leiding kan geven tot een verdere versnippering van de reeds schaarse middelen voor weten schappelijk onderzoek in Vlaanderen. Het is bovendien aangewezen dat onderzoeksactivi teiten van hogescholen in de vorm van samen werkingsakkoorden met de universiteiten wor den georganiseerd. Dit zal bevorderlijk zijn voor de wetenschappelijke kwaliteit en sluit niet uit dat hogescholen op contractuele basis onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten uitvoe ren. Inzake de doctoraatsvereiste ten slotte is de VRWB van mening dat er voldoende opening moet blijven om personen aan te trekken, te benoemen en te bevorderen, die door hun beroepservaring een waardevolle professionele inbreng kunnen hebben in het curriculum van de opleiding. Volgens de raad doet het alge meen verplicht stellen van een doctorsdiploma op proefschrift voor toegang tot de hogere ambten, afbreuk aan het principe om de wissel werking tussen het onderwijs en de arbeids markt centraal te stellen.
Op de voordracht van de Voorzitter van de Vlaamse regering;
Na beraadsiaging, BESLUIT HOOFDSTUK 1. Oprichting en bevoegdheid van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid. -
GECOÖRDINEERDE TEKST
Artikel 1. Voor de Vlaamse Gemeenschap wordt een Vlaamse Raad voor Wetenschaps beleid opgericht, verder genoemd de Raad.
DE VLAAMSE REGERING, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1 980 tot hervorming der instellingen, inzonder
heid op de artikelen 4,17 6, § 1, X en 78; ,
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd door het koninklijk besluit van 12 januari 1978 en gewijzigd door de gewo ne wet van 9 augustus 1 980 tot hervorming van de instellingen, inzonderheid op artikel 3, §1
Art. 2. § 1 De Raad heeft als opdracht, zowel op eigen initiatief als op verzoek van de Vlaamse regering, advies uit te brengen en voorstellen te doen aan de Vlaamse regering betreffende alle aspekten van het wetenschaps beleid. § 2. Meer in het bijzonder heeft de Raad als opdracht advies te verstrekken en voorstellen te formuleren over de globale beleidslijnen van het weten schapsbeleid; de prioriteiten in het wetenschapsbeleid; de inhoud en de modaliteiten van het wetenschapsbeleid; de vorm, de samenstelling, de bevoegdhe den en de coördinatie van de structuren inzake het Vlaamse wetenschapsbeleid; de vorming van navorsers; concrete uitvoering van het voorgestelde wetenschapsbeleid op economisch, techno logisch en maatschappelijk gebied; onderzoekacties om het wetenschapsbeleid te realiseren; het wetenschapsbeleid op nationaal en internationaal vlak; een meer samenhangende bevoegdheids verdeling tussen de Staat, Gewesten en Gemeenschappen inzake wetenschappelijk onderzoek. -
Gelet op de dringende noodzaak om in de
Vlaamse Gemeenschap een eengemaakt beleid nzoke wetenschappelijk onderzoek te bevorde ren
-
-
-
-
-
Beigisch Staatsbiad dd. 07-09 1 985.
8 Beslwt van de Vlaamse regering van 31 juli 1991 (B S dd 09-10-199 11 tot vaststelling van het admimstratief en geldelijk statuut van de eerste opdrochthouder en de adjunct eerste opdrachthouder van de Administratie voor de Programmatie van het Wetenschapsbeieid en van het wetenschappelijk per soneel van de Diensten von het Ministerie van de Viaamse Gemeenschap waarin de bevoegdheden zoke wetenschopsbeleid gegroepeerd zijn Besluit von de Vlaomse regering van 23 oktober 991 CBS. dd. i 1-01 992) tot wizigmg van het Besluit van de Viaamse regering van 17 juli 1985 oudende oprichting von een Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeied
-
-
-
§ 3. De Vlaamse regering wint het advies in
van de Raad over de voorontwerpen van decre ten en van besluiten die algemene aangelegen heden regelen inzake wetenschappelijk onder-
zoek De adviezen worden verstrekt binnen een maand te rekenen vanaf de aanvraag
HOOFDSTUK II. Samenstelling. -
In geval van spoed, die met redenen wordt Art. 6 § 1. De Raad bestaat uit eer voorzit omkleed, kan de Vlaamse regering de termijn ter en zestien leden De in de Raad iteje inkorten zonder dat hij minder dan vijf werkda woordigde instanties waken er gezamelijk ove gen mag bedragen. dat in de Raad en in zijn bestuur een evenwicl’t tot stand komt wat de vertege digira Indien het advies niet tijdig is verstrekt moet betreft van de instellingen vannwoor un v.rs ar erop niet worden gewacht. onderwijs en wetenschappelijk onderzoek ener zijds en de sociaal-economische middens § 4. V66r 10 september van elk jaar brengt anderzijds. Ten minste vier leden van de Riad de Raad een met redenen omkleed advies uit zijn personen die ervaring hebben en over het te voeren begrotingsbeleid inzake kelijk aktief zijn in het wetenschapelijichoofdza onder wetenschappelijk onderzoek Het advies wordt zoek. Ten minste vier leden van de Raad toegezonden aan de Vlaamse regering Indien deskundig op het gebied van d ver o socio ezijof het advies niet tijdig is verstrekt, moet erop niet menswetenschappelijke disciplines. worden gewacht § 2. Zes leden vertegenwoordigen hei uni versitair onderwijs en het universitair onder § 5. De Raad treedt op als gesprekspartner zoek. Zij worden voorgedrage’i dor de van analoge nationale en internationale orga Vlaamse Interuniversi taire Raad nen of organismen. 3 Zes leden worden voo gec ro,e i oo Art. 3 De Vlaamse regenng houdt de Raad de §werkgeversen werknemersorganisaties ver op de hoogte van de door het Ministerie
van oordigd in de Sociaal Economische de Vlaamse Gemeenschap en door de diverse tegenw Raad van Vlaanderen instellingen gevoerde werking in verband met het wetenschapsbeleid zij bezorgt de Raad de inlichtingen die hij over die werking waagt. § 4. De leden zoals bepaald in § 2 en § 3 worden door de Vlaarrse. eger wig ben eir ,
Art. 4 § 1. De Raad brengt jaarlijks bij de § 5. De voorzitter en de overge :eaer vor Vlaamse regering verslag uit over de weten rethtstreal d or Ja der r ‘e ge r1 schappelijke activiteiten in de Vlaamse benoemd. Gemeenschap. ‘4
Dit verslag bevat onder meer beschouwin gen over het in dit verband door wetenschap pelijke instanties verrichte werk, evenals over het bedrag en de verdeling van de aan het wetenschappelijk onderzoek bestede middelen uit de openbare en private sector Het verslag bevat tevens een overzicht van de werking van de Raad. Dit verslag wordt door de Vlaamse regering medegedeeld aan de Vlaamse Raad
§ 2. De Raad kan steeds bijzondere versla gen opstellen over bepaalde vraagstukken inza ke wetenschapsbeleid Art. 5 De Raad stelt zijn reglement van orde op dat de wijze bepaalt waarop de Raad zijn bevoegdheden uitoefent en dat onderworpen is aan de goedkeuring van de Vlaamse regering
§ 6 De Secretar $ gene aa voi. e Departement Onderwijs, de Secretaris-generaal van het Departement Economie Werkgelegenheid en Binnenlardse ng le genheden, de Eerste Opdrachthouder van de Administratie voor de Programmatie van het Wetenschapsbeleid bij het Depa ten n Coördinatie, en de Directeur-gene aa bi 1 he Vlaams Instituut voor de Bevorderin van het Wetenschappelqk-techr ologisc Oncie zoe ifl de Industrie (IWT) z In ambtsha ve rr r a gevende stem’.
10 BesluitvordeVlaamser’gei q i2 ok be 1991 (fl.5 dd 11-01 1992) to vprjing iO ie Besluit von de Vloomse reger”ig ve 17 i1 1985 houdende opri h’,ng ion ecn V orr Rood ‘o Wetenschopsbeleid
§ 7 De voorzitter en de leden worden benoemd voor een termijn van vier jaar. Het mandaat is eenmaal hernieuwbaar. Art. 7. De adviezen worden uitgebracht met goedkeuring van de gewone meerderheid van de aanwezige leden. Art. 8. De Raad kan een bureau van de Raad oprichten. De Raad kan voor zijn werk zaamheden permanente of ad hoc commissies instellen, bestaande uit leden aangeduid door de Raad
HOOFDSTUK IU.
-
Zwijgplicht.
Art. 1 1. Aan de leden van de Raad en van het secretariaat van de Raad is het verboden de feiten bekend te maken waarvan zij krach tens hun ambt kennis hebben en die, volgens hun aard of volgens de voorschriften van de bevoegde overheden, een geheim karakter hebben. Dit verbod geldt ook voor diegenen die hun ambt hebben neergelegd.
HOOFDSTUK IV. Uitvoeringsbepcilingen. -
Art 9. De Raad mag voor raadpleging een beroep doen op één of meer deskundigen, die geen deel uitmaken van de Raad. Art. 1 0 § 1. Het secretariaat van de Raad wordt waargenomen door personeelsleden die door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap ter beschikking gesteld worden en bestaat uit een navorser, en een attaché. Deze personeelsleden worden aangeduid door de functïoneel bevoegde Gemeenschapsminis ter op gezamenlijk voorstel van de voorzitter
van de Raad en van de Eerste Opdrachthou der. Zij voeren de opdrachten uit die de voor zitter van de Raad hen opdraagt
§ 2. De Raad kan aan de navorser en attaché respectievelijk de titel van secretaris en adjunct-secretaris van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid toekennen.
1
Besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1991 (B.S dd. 09-10-1991) tot vaststelling van het administratief en geldelijk statuut van de eerste opdrachthouder en de adjunct-eerste opdrachthouder van de Administratie voor de Programmatie van het Wetenschapsbeleid en van het wetenschappelijk per soneel van de Diensten van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap waarin de bevoegdheden nzoke wetenschopsbeleid gegroepeerd zijn.
Art. 1 2. De werkingskosten van de Raad val len ten laste van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap Art. 13. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Brussel, 1 7 juli 1985.
De Voorzitter van de Vlaamse regering, G GEENS.
ยง 2. Meer in het bijzonder kan de Raad advies verstrekken, aanbevelingen formuleren en stu dies verrichten in verband met: HOOFDSTUK 1
-
Algemeen -
Artikel 1 -
Dit decreet regelt aangelegenheden als bedoeld in artikel 59bis en artikel 1 O7quater van de Grondwet.
-
-
HOOFDSTUK II Oprichting van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid
Artikel 2
de grote trends in het wetenschapsbeleid en acties op federaal vlak; het toetsen van de doelmatigheid van de Organisatie van het wetenschapsbeleid; het toetsen van het wetenschapsbeleid aan de ontwikkelingen op sociaal, economisch, tech nologisch en cultureel vlak en het formuleren van behoeften die daaruit voortvloeien.
ยง 4. De Vlaamse regering is verplicht vooraf het advies van de Raad in te winnen over:
HOOFDSTUK III -
Bevoegdheid van de Raad
Artikel 3
12 op 1 december 1993 goedgekeurd door de Vlaamse Raad, en op 15 december 1993 bekrach tigd door de Vlaamse regering.
de vorming van het onderzoekspersoneel;
ยง 3. V66r 30 september van elk jaar brengt de Raad een met redenen omkleed advies uit over het gevoerde en het te voeren begrotingsbeleid inzake het wetenschapsbeleid. Het advies wordt toegezonden aan de Vlaamse regering.
Voor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest wordt een Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid opgericht, hierna te noe men de Raad.
ยง 1. De Raad is bevoegd om inzake elke aan gelegenheid betreffende het wetenschapsbe leid, met inbegrip van het technologiebeleid, op eigen initiatief aanbevelingen te formuleren en studies te verrichten en om, op verzoek van de Vlaamse regering en de in ยง 5 vermelde overheden, over die aangelegenheden advies te verstrekken.
de globale beleidslijnen en prioriteiten van het wetenschapsbeleid;
-
-
alle voorontwerpen van decreet en ontwerpen van reglementaire besluiten van de Vlaamse regering inzake wetenschapsbeleid die alge mene aangelegenheden regelen waarvoor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest bevoegd zijn, met uitzondering van de voorontwerpen van decreet die de begro ting betreffen; alle voorontwerpen van decreet of besluiten houdende de oprichting, afschaffing of veran dering van bevoegdheden van instellingen die instaan voor materies inzake weten schapsbeleid waarvoor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest bevoegd zijn; alle belangrijke niet-gereglementeerde acties en initiatieven inzake wetenschapsbeleid, met inbegrip van acties van de Vlaamse regering op federaal en internationaal vlak.
§ 5. Het advies van de Raad kan gevraagd
worden door:
§ 2. De Raad kan steeds bijzondere verslagen
opstellen over bepaalde vraagstukken inzake wetenschapsbeleid.
de Vlaamse Raad;
-
de Vlaamse minister, bevoegd voor het weten schapsbeleid of, bij ontstentenis van de expli ciete toewijzing van deze bevoegdheid, de minister-president van de Vlaamse regering;
-
elke Vlaamse minister voor wat zijn bevoegd heden betreft.
-
§ 6. De adviezen, bedoeld in § 4 en 5, dienen te worden verstrekt binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de aanvraag. In geval van spoed kan de Vlaamse minister bevoegd voor het wetenschapsbeleid of, bij ontstentenis van de expliciete toewijzing van deze bevoegdheid, de minister-president van de Vlaamse regering, de termijn inkorten met dien verstande dat die niet minder dan tien werkdagen mag bedragen. Het in vorig lid bedoeld advies wordt geacht te zijn gegeven indien het niet binnen bovenge noemde termijn is verstrekt.
§ 7. De Raad treedt op als Vlaamse gespreks partner en kan als vertegenwoordiger van Vlaanderen worden betrokken bij gelijkaardige federale en internationale adviesorganen.
HOOFDSTUK IV Informatiedoorstroming en verslaggeving Artikel 4
HOOFDSTUK V Samenstelling van de Raad Artikel 6
§ 1. De Raad is samengesteld uit een voorzitter
en zestien leden, allen benoemd om hun des kundigheid op grond van en hun betrokkenheid bij het wetenschapsbeleid in de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest.
Ten minste acht leden van de Raad, alsook de voorzitter, zijn personen die ervaring hebben met of hoofdzakelijk actief zijn in het weten schappelijk onderzoek. De Raad dient evenwichtig samengesteld te zijn uit deskundigen op het gebied van de cultuuren de gedragswetenschappen, de toegepaste, de exacte en de biomedische wetenschappen.
§ 2. Zes leden zijn actief in of hebben ervaring
met het universitair onderwijs of het weten schappelijk onderzoek. Zij worden voorgedra gen door de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VI.. R.). § 3. Zes leden worden voorgedragen door de werkgevers- en werknemersorganisaties die ver tegenwoordigd zijn in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV).
§ 1. De Vlaamse regering stelt de Raad de noodzakelijke informatie ter beschikking om hem in staat te stellen zijn opdrachten naar behoren te vervullen.
§ 4. De voorzitter en vier leden worden voorge dragen door de Vlaamse minister bevoegd voor het wetenschapsbeleid of, bij ontstentenis van de expliciete toewijzing van deze bevoegdheid, de minister-president van de Vlaamse regering.
§ 2. De adviezen, aanbevelingen en studies van de Raad zijn openbaar, tien werkdagen nadat ze medegedeeld zijn aan de Vlaamse regering.
§ 5. De voorzitter en de leden van de Raad worden benoemd door de Vlaamse regering.
Artikel 5
§ 1. De Raad legt jaarlijks aan de Vlaamse
regering een verslag voor van zijn werkzaam heden. De Vlaamse regering overhandigt dit verslag aan de Vlaamse Raad.
§ 6. De duur van het mandaat van de voorzit ter en van de leden bedraagt vier jaar. Het mandaat is éénmaal hernieuwbaar. Indien een lid zijn mandaat niet beëindigt, wordt eert nieuw lid benoemd conform de bovengenoem
de bepalingen. Dit lid zal het desbetreffende mandaat voltooien en kan slechts één nieuw mandaat innemen.
Artikel 7
§ 1. Aan de Raad nemen met raadgevende stem deel: -
-
-
-
-
1 de bevoegdheden van de voorzitter; 2. de samenstelling en de bevoegdheden van het eventuele dagelijks bestuur van de Raad;
de secretaris-generaal van het departement Onderwijs;
3. de wijze van bijeenroeping en beraadsla ging;
de secretaris-generaal van het departement Economie, Werkgelegenheid en Binnenlandse Aangelegenheden;
4. de frequentie van vergaderen; 5. de bekendmaking van de handelingen;
de eerste opdrachthouder van de administra tie voor de programmatie van het weten schapsbeleid bij het departement Coördinatie;
6. de voorwaarden waaronder de Raad een beroep kan doen op externe deskundigen, permanente commissies of ad hoc werk groepen, overeenkomstig artikel 8;
de directeur-generaal van het Instituut voor de bevordering van het WetenschappelijkTechnologisch onderzoek in de industrie (IWT);
7. de voorwaarden waaronder de Raad een beroep kan doen op personen, zoals ver meld in artikel 7, § 2.
de secretaris-generaal van de Vlaamse raad van bestuur van het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (NFWO).
Dit reglement is onderworpen aan de goedkeu ring van de Vlaamse regering. Artikel 10
§ 2. De Raad kan in zijn huishoudelijk regle ment zelf bepalen of hij voor de in § 1 van dit artikel genoemde ambtenaren plaatsvervangers kan toelaten, alsook of hij, in bepaalde omstan digheden en onder bepaalde voorwaarden, andere personen met raadgevende stem wenst te laten deelnemen aan de vergaderingen.
De Vlaamse regering stelt aan de Raad een permanent secretariaat ter beschikking, dat naast personeel met een administratieve oplei ding eveneens personeel met een wetenschap peli*e opleiding omvat, en bepaalt het aantal, de oopbaan en de bezoldigingsregeling in overeenstemming met de aard van de Functie en de gevraagde kwalificaties.
HOOFDSTUK VI
De Vlaamse regering kan voor het voormeld secretariaat van de Raad onder meer een beroep doen op gespecialiseerd personeel, sta tutair of contractueel, in dienst genomen in overeenstemming met de bepalingen van de artikelen 88, 89 en 90 van het decreet van 1 2 december 1990 betreffende het bestuurlijk beleid.
De werking van de Raad Artikel 8 De Raad kan, binnen de mogelijkheden van zijn dotatie, voor het onderzoek van bijzondere vraagstukken of voor het uitvoeren van studieopdrachten een beroep doen op permanente commissies of ad hoc werkgroepen, bestaande uit leden benoemd door de Raad, of op externe deskundigen, onder de voorwaarden bepaald in het huishoudelijk reglement. Artikel 9 De Raad stelt, binnen een termijn van 3 maan den na de inwerkingtreding van dit decreet, een huishoudelijk reglement op, dat minstens regelt:
Het secretariaat wordt onder het gezag van de voorzitter van de Raad geleid door een secreta ns. Artikel 11 Het departement Coördinatie van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap stelt lokalen ter beschikking voor de huisvesting van het secreta riaat van de Raad en verleent het alle logistieke steun. Artikel 1 2 Voor de leden van de Raad en van het secreta riaat van de Raad en voor alle personen die
aan de Raad hun medewerking verlenen, gel den de bepalingen van Titel 1, Hoofdstuk II, arti kel 3 van het koninklijk besluit van 22 novem ber 1991 tot bepaling van de algemene princi pes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de Executieven en van de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen. Artikel 13 De Raad beschikt voor het uitvoeren van zijn opdrachten over een dotatie die jaarlijks inge schreven wordt in de begroting van de Vlaamse Gemeenschap.
HOOFDSTUK VII Het statuut van de Voorzitter, van de leden en van de personen die aan de Raad hun medewerking verlenen Artikel 14 Inzake protocollaire en administratieve aange legenheden wordt de voorzitter gelijkgesteld met een ambtenaar van rang 1 7 en worden de leden van de Raad gelijkgesteld met ambtena ren van rang 16. De leden van commissies of werkgroepen die door de Raad worden opgericht, worden gelijkgesteld met een ambtenaar van rang 15. De ambtenaren die met raadgevende stem deelnemen aan de Raad of aan de commissies of werkgroepen, behouden de rang die zij bekleden in hun administratie. Artikel 1 5
ยง 1. De Vlaamse regering bepaalt het presen
tiegeld en de geldelijke vergoedingen die aan de voorzitter en de leden van de Raad kunnen worden toegekend.
ยง 2. De Raad bepaalt, binnen de perken van zijn werkingsmiddelen, de geldelijke vergoedin gen van de voorzitters en de leden van de per manente commissies en ad hoc werkgroepen en van de externe deskundigen.
HOOFDSTUK VIII Slotbepaling Artikel 1 6 Het besluit van de Vlaamse regering van 1 7 juli 1 985 houdende oprichting van een Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid, gewijzigd bij het besluit van 31 juli 1991 en gewijzigd bij het besluit van 23 oktober 1 991, wordt opge heven.
Drie leden voorgedragen door de werknemersorganisaties vertegen woordigd in de S.E.RV.: Jules ALBRECHTS, directeur Centravoc (Centrum voor Arbeidersvorming en Cultuurbeleid), A.C.W.
-
Voorzitter:
Bernard DE POTTER, medewerker Studiedienst A.C.V,
-
-Jef ROOS, gewoon hoogleraar K.U.LEUVEN, Faculteit Toegepaste Wetenschappen.
Robert VOORHAMME, voorzitter Vlaams A. B V. V.
-
.
Zes leden voorgedraen door de Vlaamse Interuniversitaire Raad (Vll.R.):
Vier leden rechtstreeks benoemd door de Vlaamse regering:
Freddy ADAMS, rector van de Universitaire Instelling Antwerpen (U.l.A.)
-
Gilbert EGGERMONT, gastprofessor navor ser -
-
Walter DECLEIR, rector van het Universitair Centrum Antwerpen (RUCA)
-
Henry MARTENS, rector van het Umburgs Universitair Centrum (L.U.C.)
-
-Jacques WILLEMS (sinds 1 oktober 1993, voordien Leon DE MEYER), rector van de Universiteit Gent (RUG) Roger DILLEMANS, rector van de Katholieke Universiteit Leuven (K.U.LEUVEN)
-
Robert DEJAEGERE, rector van de Vrije Universiteit Brussel (V.U.B.)
-
Frank GOTZEN (sinds 1 oktober 1 992, voor dien Ferdinand VANHEMELRYCK), rector van de Katholieke Universiteit Brussel (K.U. BRUS 5E L)
-
dra door de n voorge e Drie leden 9 werkgeversorganisaties vertegen woordigd in de Sociaal-economische Raad van Vlaanderen (S.E.R.V.):
-
-
-
Guy CLEMER, directeur studiedienst Vlaams Economisch Verbond (V.E.V.) Martin DE PRYCKER, hoofd Research Center, Alcatel BelI Telephone (sinds 20 november 1992, voordien Wilfried DE KINDER, direc teur onderzoek BelI Telephone-Alcatel) Petrus THYS, voorzitter N.C.M.V., Organisatie voor zelfstandige ondernemers. 13
Toestand 31-1 2-1 993.
Oscar STEENHAUT, prorector van de V.U.B.
-
Norbert VAN BELLE, vice-president Handelsontwikkeling, Janssen-Pharmaceutica
-
Leden die ambtshalve lid zijn met raad stem’ : gevende 4 Christine CLAUS, directeur-generaal bij het Vlaams Instituut voor de bevordering van het wetenschappelijk-technologisch onderzoek in de industrie (IWT)
-
-
-
-
Freddy COLSON, eerste opdrachthouder, Departement CoĂśrdinatie, Administratie voor de Programmatie van het Wetenschapsbeleid Johan DELANGHE, secretaris-generaal, Departement Economie, Werkgelegenheid en Binnenlandse Aangelegenheden Georges MONARD, secretaris-generaal, Departement Onderwijs.
14 Besluit van de Vlaamse regering van 23 oktober 1991 tot wijziging van het besluit van 17 juli 1985 houdende oprichting van een Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (B.S. dd. 11-01-1992).
-
L SCHOONBAERT, hoofdconservator Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen
1. Commissie Wetenschapsbeleid (CWB) Voorzitter: 0. STEENHAUT, pro-rector van de V.U.B.
L. STALS, gewoon hoogleraar Natuurkunde LU.C., buitengewoon hoogleraar Materiaalwetenschappen KU.Leuven, direc teur Instituut voor Materiaalonderzoek, LU.C.
Leden: P. BERCKMANS, Stichting Technologie Vlaanderen (ST.V.)
-
A. CARDON, professor-decaan Faculteit Toegepaste Wetenschappen, V.U.B. -
A. CLAUWAER adviseur studiedienst Vlaams AB.V.V.
-
i. DE GRAEVE, opdrachthouder, departement Economie, Werkgelegenheid en Binnenlandse Aangelegenheden -
W. DEGRIECK, assistent-directeur I.W.O.N.L.
B. DE POTTER, medewerker studiedienst A.C.V. -
-
-
-
A. ROELANDT, stafmedewerker onderzoeksbeleid VI.I.R.
Toestand 31-12-1993.
j.
TRAEST, secretaris-generaal N.F.W.O.
D. VANDEPIUE, werkend lid, Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten N. VERCRUYSSE, directeur, departement Onderwis, bestuur Wetenschappelijk Onderzoek W. VERHEYEN, gewoon hoogleraar in de Zoรถlogie, departementen Biologie Universiteit Antwerpen (RUCA-UIA)
M. DE PRYCKER, hoofd Research Center, Alcatel BeII Telephone
G. MARIN, gewoon hoogleraar, Technische Universiteit Eindhoven, Laboratorium voor Chemische Technologie
K. THIELEMANS, hoofddocent V.U.B.; voor zitter van Focus Research
H. VAN DEN BERGHE, vice-rector en onder zoekscoรถrdinator KU.LEU VEN
H. COUSY, gewoon hoogleraar KULEU VEN, Faculteit Rechtsgeleerdheid
R. DONCKELS, gewoon hoogleraar K.U.BRUSSEL; buitengewoon docent K.U.LEUVEN; K.M.O.-problematiek
D. SCHOEMAKER, gewoon hoogleraar in de Fysika, Departement Natuurkunde, U.I.A.
J. VERHOEVEN, gewoon hoogleraar, departement Sociologie, KULEUVEN E. VERMEERSCH, vice-rector, sedert 28/10/93 ter vervanging van A. KINT. E. VERMEYLEN, adviseur VE V-studiedienst L. VERSCHAFFEL, Onderzoeksleider NF.WO. deeltijds hoofddocent K.U.Leuven -
-
P. VERSTRAETEN, opdrachthouder IWT M. VERVIJET, adiunct eerste opdrachthou der departement Coördinatie Administratie voor de Programmatie van het Wetenschapsbeleid
-
L. WYNS, hoogleraar, directeur Instituut Moleculaire Biologie en Biotechnologie, V. U B.
2. Commissie Nationale en Internationale Samenwerking (CNIS) Voorzitter: G. EGGERMONT, gastprofessor navorser
-
Leden
.
-
Toegevoegde leden: E. SPRUYT adviseur onderzoeksbeleid recto raat U.l.A, G. EGGERMONT, gastprofessor navorser, Voorzitter Commissie Nationale en Internationale Samenwerking
E. ARYS, departementshoofd, departement Experimentele Aëronomie, B.l.R.A. Y. BRUYNSERAEDE, gewoon noogleraar en voorzitter Onderzoeksraad K.U .LEUVEN
-
-
A. CAPON eerste adviseur S.E.R.V, -
-
-
-
A. CLAUWAERT, adviseur studiedienst Vlaams A. B.V.V. J. DEGADT, gewoon hoogleraar K.U,Brussel
J.P. DE GREVE, hoofddocent V.U.B., Astrofysical Institute; voorzitter V. U Adviesraad Internationale relaties. J. DEPORTE, opdrachthouder IWT
B. DE POTTER, medewerker studiedienst A,C.V. E. DUMORTIER, vice-rector L.U.C. P. LAGASSE, gewoon hoogleraar RUG, faculteit Toegepaste Wetenschappen V. LORIES, attaché, departement Coördinatie, administratie voor de Programmatie van het Wetenschapsbeleid A. OOSTERLINCK, gewoon hoogleraar, groepsvoorzitter voor de exacte weten schappen K.U.LEUVEN; afdelingsverant woordelijke ESAT, K.U.LEUVEN i. STEVERLYNCK, secretaris-generaal N.C.M.V.,organisatie voor zelfstandige ondernemers.
-
-
G. TORDEUR, nationaal secretaris LBC-NVK
-
i. TRAEST, secretaris-generaal N.F.W.O. -
-
M. VALCKENAERS, directeur-generaal, Eureka-representative, departement Economie, Werkgelegenheid en Binnenlandse Aangelegenheden, adminis tratie Werkgelegenheid
-
-
-
-
-
-
-
-
-
J. VAN DER PERRE secretaris-generaal VI 1 R U. VANDEURZEN voorzitter gedelegeerd Bestuurder L.M.S. Internationa NV N. VERCRUYSSE, directeur, departement Onderwijs, bestuur Wetenschappelijk Onderzoek A. VERMANDEL, vice-rector U.l.A. E. VERMEYLEN, adviseur V.E.V.-studiedienst M. VRIJENS, faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen, RUCA
Toegevoegde leden: -
-
-
-
-
A. CAPON, eerste adviseur S.E.R.V. G. dELEN, medewerker dienst onderzoeks coรถrdinatie, K.U.LEUVEN R. DEKEERSMAECKER, project manager IMEC, buitengewoon docent K.U.LEUVEN P. T. DESCAMPS, Advisor Special Studies, BARCO N.V. M. GIJSEMANS, rectoraat V.U.B. D. GOOSSENS, staff assistant central research, Alcatel BelI Telephone N.V.
-
-
S. HOSTE, onderzoeksbeleid, rectoraat RUG B. LEEMANS, Marketing Manager VITO J. MORTIER, beleidsmedewerker rectoraat M. SMEYERS, onderzoekscoรถrdinator E. SPRUYT, adviseur onderzoeksbeleid recto raat U.l.A. 0. STEENHAUT, pro-rector V.U.B.; voorzitter Commissie Wetenschapsbeleid E. VAN OCKEN, Onderzoeksbeleid recto raat RUCA
3. Commissie Begroting en Financiën (CBF) Voorzitter: G. CLEMER, directeur studiedienst Vlaams Economisch Verbond (V.E.V.)
-
-
-
Leden : J. ALBRECHTS, directeur Centravoc (Centrum voor Arbeidersvorming en Cultuurbeleid) A.C.W.
-
V. BOGAERT, stafmedewerker Financiën en Personeel, Vl.l.R.
-
J. DE GRAEVE, opdrachthouder departement Economie, Werkgelegenheid en Binnenlandse Aangelegenheden, sedert 28/10/93, ter vervanging van J. MORTIER.
-
B. DE POTTER, medewerker studiedienst A.C.V.
-
W.P. DE WILDE, voorzitter Onderzoeksraad V. U B.
-
-
-
-
-
-
-
M. LUWEL, navorser, departement Coördinatie, administratie voor de Programmatie van het Wetenschapsbeleid
J. MAES, diensthoofd Studiedienst Vlaams A.B.V.V. S. PROOST, onderzoeksleider N.F.W.O., deeltijds hoofddocent K.U .LEUVEN, Centrum voor Economische Studiën E. SPRUYT adviseur onderzoeksbeleid recto raat U.I.A. H, STEEMAN, eerste wetenschappelijk advi seur, IWT P. THYS, voorzitter N.C.M.V., organisatie voor zelfstandige ondernemers. J. TRAEST, secretaris-generaal N.F.W.O. E. VANLOMMEL, vice-rector en gewoon hoogleraar RUCA, deeltijds hoogleraar RUG N. VERCRUYSSE, directeur, departement Onderwijs, bestuur Wetenschappelijk Onderzoek
Toegevoegd lid:
.
-
R. DONCKELS, gewoon hoogleraar K.U.BRUSSEL; buitengewoon docent K.U.LEUVEN; K.M.O.-problematiek
-
W. GOETSTOUWERS, vast secretaris Raad van Bestuur L.U.C.
-
-
-
-
-
S. HOSTE, onderzoeksbeleid, rectoraat RUG J. HOUBEN, administratief verantwoordelij ke van de Dienst Onderzoekscoördinatie, Secretaris van de Onderzoeksraad, K.U.LEUVEN H. KNOOREN, secretaris, adviseur voor energiebeleid en wetenschapsbeleid, S.P. kamerfractie L. LAMBEETS, vaste secretaris U.I.A.
E. POELVOORDE, opdrachthouder S.E.R.V.
1. Ad Hoc Werkgroep Natuurontwikkeling (WGNA) Voorzitter: B. DE POTTER, medewerker studiedienst A.C.V.
-
-
-
Leden: -
-
-
-
-
-
-
-
-
M. ANTROP, laboratorium Regionale Geografie, Universiteit Gent R. CAUBERGS, voorzitter Departement Biologie, RUCA A. CLAUWAERT adviseur studiedienst ABVV H. CLIJSTERS, hoogleraar L.U.C.
K. DE MEESTER, N.C.M.V.,organisatie voor zelfstandige ondernemers, J. FEYEN, gewoon hoogleraar Instituut Land en Waterbeheer, Landbouwwetenschappen K.U.Leuven L. HENS, eenheid Menselijke Ecologie, V.U.B. R. HERMAN, opdrachthouder departement Onderwijs, bestuur Wetenschappelijk Onderzoek. C. KLEIN, V.E.V.-studiedienst F. OLLEVIER, gewoon hoogleraar, laboratori um voor Ecologie en Aquacultuur, departe ment Biologie, K.U.Leuven
Toestand 3 1-12-1993.
-
-
-
-
-
SPAAS, voorzitter Vlaamse Ho e 9 Bosraad, gasthoogleraar Natuurbehoud, K.U.Leuven
j.
0. STEENHAUT prorector V.U.B. M. VAN MOLLE, dienst Aardrijkskunde, faculteit Wetenschappen, V.U.B. P. VANSTEELANDT, bestuur Natuurlijke Rijkdommen en Energie F. VAN WASSENHOVE, eerste adviseur, IWT R. VERHEYEN, gewoon hoogleraar, onderzoeksgroep Natuurbeheer, Departement Biologie, U.l.A. E. VERMEYLEN, adviseur studiedienst V.E.V. M. VERVLIET, adjunct eerste opdrachthou der, administratie voor de Programmatie van het Wetenschapsbeleid
2. Ad Hoc Werkgroep Wetenschap als Cultuur (WGWC)
-
1. PONJAERT-KRISTOFFERSEN, hoc leraar dienst genetische en sociale psychoogie, V.U.B.
Voorzitter: 0. STEENHAUT, prorector V.U.B.
W. PREVENIER, hoogleraar Universiteit Gent
leden:
S. ROSVELDS, studiedienst ACV J. VAN DER VEKEN, gewoon hoogleraar, Hoger Instituut voor Wijsbegeerte, K.U.Leuven
i.P. ABRAHAM, bestuurder, wetenschappelijk adviseur Paribas Bank België, Buitengewoon hoogleraar K,U.Leuven, -
P. ANTHONISSEN, gedelegeerd bestuurder Anthonissen & Associates -
L. APOSTEL, prof. emeritus Universiteit Gent en VUB
E. VERMEERSCH, hoogleraar Universiteit Gent
W. CALLEBAUT, hoogleraar L.U.C.
J. DE GRAEVE, opdrachthouder, departe ment Economie, Werkgelegenheid en Binnenlandse Aangelegenheden W. GOOSSENS, hoogleraar afdeling Wijsbegeerte, K.U.Brussel E. HENDERICKX, hoofddocent RUCA M. MAES, studiedienst ACW J. NUYTS, departement Germaanse Filologie U.l.A,
N. VERCRUYSSE, directeur, departement Onderwijs, bestuur Wetenschappelijk Onderzoek J. VERHOEVEN, gewoon hoogleraar, departement Sociologie, K.U.Leuven
J. BOULOGNE, directeur vormingsdienst, N.C.M.V., organisatie voor zelfstandige ondernemers.
i.M. DEBAENE, adviseur Studiedienst Vlaams A.B.V.V.
H. VAN GORP, gewoon Hoogleraar, Faculteit Letteren, K.U.Leuven
-
J. VERSCHUEREN, dept. Germaanse Taalen Letterkunde, sedert 28/10/93 ter ver vanging van J. VAN STEENBERGE.
Dr. ir. Elisabeth MONARD, secretaris Dr. Marie Claire VAN DE VELDE, adjunct-secretaris Mevr. Carine Brackenier, administratief medewerker
INHOUD
Voorwoord
.
2
INLEIDING De Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB) Samenstelling van de VRWB Commissies van de VRWB VRWB-bureau
4
ACTIVITEITEN 1992 1993 LOPENDE ACTIVITEITEN
7 7 8 8
4 4 5 6
10 ADVIEZEN EN AANBEVELINGEN THE OF ADVIES BETREFFENDE HET “REPORT TEMPORARY INTERNATIONAL CONSULTATIVE COMMITTEE ON NEW ORGANISATIONAL FORMS OF GRADUATE RESEARCH TRAINING”. 10 (26 maart 1992) ADVIES BETREFFENDE HET VOORONTWERP VAN DECREET TOT OPRICHTING VAN DE VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID EN VOOR ONTWERP VAN MEMORIE VAN TOELICHTING 11 (1 oktober 1992) D: LSAKKOOR AANBEVELING BIJ HET ST.-MICHIE POLITIEKE VOORSTELLEN TOT VERVOLLEDIGING VAN DE FEDERALE STRUCTUUR: BEVOEGDHEID WETENSCHAPSBELEID 13 (29 oktober 1 992) AANBEVELING BIJ DE STUDIE “DE LOOPBAAN VAN EEN WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEKER”, UITGEVOERD DOOR DE ADMINISTRATIE VOOR DE PROGRAMMATIE VAN HET WETENSCHAPSBELEID 14 (26 oktober 1992) TOT L “VOORSTE ADVIES BETREFFENDE HET VERDERZETTING VAN DE FINANCIERING VAN DE ‘EMERGING TECHNOLOGY CENTERS’ IN HET KADER VAN HET VLAAMS ACTIEPROGRAMMA VOOR BIOTECHNOLOGIE” 15 (10 december 1992) VLAAMSE AAN ADVIES INZAKE “STEUN GEMEENSCHAPPELIJKE INDUSTRIËLE IMPULSACTIES” 16 (10 december 1992)
ADVIES INZAKE DE VLAAMSE HORIZONTALE BEGROTINGSPROGRAMMA’S WETENSCHAPS BELEID 1992 EN 1993 (28 januari 1993) 17 ADVIES INZAKE DE INSTELLING VAN EEN VLAAMS IMPULSPROGRAMMA NATUURONTWIKKELING (4 februari 1 993) 18 AANBEVELING BETREFFENDE DE VLAAMSE DEELNAME AAN RUIMTEONDERZOEK IN HET KADER VAN ESA EN ANALYSERAPPORT (22 april 1993) 19 ADVIES INZAKE HET CONVENANT “VLAAMSE TEXTIELMAC H IN E- EN -SYSTEEMBOUW” (10juni 1993) 20 AANBEVELING BIJ HET VOORONTWERP VAN DECREET BETREFFENDE DE HOGESCHOLEN IN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP (28 oktober 1993) 21 BIJLAGE 1: TEKST VAN HET BESLUIT VAN DE VLAAMSE REGERING VAN 17 JULI 1985 HOUDENDE OPRICH TING VAN EEN VLAAMSE RAAD VOOR WETEN SCHAPSBELEID 22 BIJLAGE II: TEKST VAN HET DECREET TOT OPRICHTING VAN DE VLAAMSE RAAD VOOR WETENSCHAPSBELEID
25
BIJLAGE III : SAMENSTELLING VRWB
29
BIJLAGE IV: SAMENSTELLING VAN DE COMMISSIES VAN DE VRWB 30 1 Commissie Wetenschapsbeleid (CWB) 30 2.Com missie Nationale en Internationale Samenwerking (CNIS) 31 3. Commissie Begroting en Financiën (CBF) 33 BIJLAGE V SAMENSTELLING VAN DE AD HOC WERK GROEPEN VAN DE VRWB 34 1 .Ad Hoc Werkgroep Natuurontwikkeling (WGNA) 2. Ad Hoc Werkgroep Wetenschap als Cultuur (WGWC) 35 .
BIJLAGE VI: SAMENSTELLING VRWB-SECRETARIAAT 36
Colofon Uitgave van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid (VRWB) 24 februari 1994 J. ROOS, Voorzitter E. MONARD, secretaris M.C. VAN DE VELDE, adjunct-secretaris VRWB-secretariaat Boudewijnlaan 30 1 2 1 0 Brussel Tel: (02) 5075986 Fax: (02) 5075794 Ontwerp en lay-out R. Goossens dienst Pers, Voorlichting en Ontvangst Druk cover: Van EIst Druk binnenwerk: Govaerts D/ 1994/6099/1
—
t
1
4