Uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/053
Vlaamse overheid Beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie Afdeling openbaarheid van bestuur Havenlaan 88, bus 20 1000 BRUSSEL T : 02 553 57 25 Mail: openbaarheid@vlaanderen.be Dossiernummer: OVB/2022/053
DE BEROEPSINSTANTIE - Afdeling openbaarheid van bestuur Bevoegdheid beroepsinstantie Bestuursdecreet van 7 december 2018, titel II, hoofdstuk 3, afdeling 6. Besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 tot oprichting van de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en hergebruik van overheidsinformatie. Voorafgaande procedure Op 22 december 2021 diende xxx (hierna: verzoeker) een verzoek in bij de gemeente Zele tot het verkrijgen van een afschrift van de opmerkingen en antwoorden van de bouwheer, dewelke in 2021 door hem verstuurd zijn geworden met betrekking tot de stedenbouwkundige vergunning, verleend op 8 februari 2011 met betrekking tot xxx. Op 23 februari 2022 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur tegen het uitblijven van een antwoord van de gemeente Zele. Op 24 februari 2022 werd dit beroep door de beroepsinstantie geregistreerd. Op 28 maart 2022 werd, in toepassing van artikel II.50, §1, tweede lid van het Bestuursdecreet, de beslissingstermijn door de beroepsinstantie verlengd van dertig kalenderdagen tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen. Ontvankelijkheid van het beroep Op 22 december 2021 werd het oorspronkelijke verzoekschrift ingediend.
www.vlaanderen.be
Op 23 februari 2022 diende verzoeker beroep in bij de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur, tegen het uitblijven van een antwoord van de gemeente Zele. Aangezien de gemeente niet tijdig gereageerd heeft op het oorspronkelijke openbaarheidsverzoek, heeft de termijn om beroep in te dienen conform artikel II.48 van het Bestuursdecreet geen aanvang genomen. Het beroepschrift van verzoeker d.d. 23 februari 2022 is bijgevolg tijdig ingediend en wordt als ontvankelijk beschouwd. Gegrondheid van het beroep Overeenkomstig artikel II.31, eerste lid Bestuursdecreet heeft het recht op passieve openbaarheid betrekking op bestuursdocumenten. Op grond van deze bepaling is elke instantie in principe verplicht aan eenieder die erom verzoekt inzage te geven in, uitleg te verschaffen over of een afschrift te bezorgen van de gewenste bestuursdocumenten. De openbaarmaking kan slechts geweigerd worden mits toepassing wordt gemaakt van één of meerdere uitzonderingen, zoals gestipuleerd in de artikelen II.33 tot en met II.39 van voormeld decreet.
1.
Aangevochten beslissing
Het beroepschrift van 23 februari 2022 is gericht tegen het uitblijven van een antwoord van de gemeente Zele op de oorspronkelijke vraag d.d. 22 december 2021 om een afschrift te verkrijgen te verkrijgen van de opmerkingen en antwoorden van de bouwheer, dewelke in 2021 door hem verstuurd zijn geworden met betrekking tot de stedenbouwkundige vergunning, verleend op 8 februari 2011 met betrekking tot het adres: xxx.
2.
Inhoud van het beroepschrift
Via het indienen van het beroepschrift wenst verzoeker alsnog de gevraagde documenten te verkrijgen.
3.
Standpunt van de beroepsinstantie
De beroepsinstantie heeft op 24 februari 2022 contact opgenomen met de gemeente Zele, die op 1 maart 2022 heeft geantwoord aan de beroepsinstantie, aan wie het thans toekomt te oordelen over het ingestelde beroep. De beroepsinstantie stelt vast dat de gemeente Zele bij mail van 8 november 2021 bepaalde informatie reeds aan verzoeker heeft overgemaakt, zijnde de opmerkingen en antwoorden van de bouwheer, dewelke in 2021 door hem verstuurd zijn geworden met betrekking tot de stedenbouwkundige vergunning, verleend op 8 februari 2011 met betrekking tot het adres: xxx. Thans vraagt verzoeker echter een afschrift van de vermelde opmerkingen en antwoorden van de bouwheer. De beroepsinstantie ziet geen enkele weigeringsgrond om dit afschrift van de betrokken informatie niet vrij te geven aan verzoeker. Het gaat dan in het bijzonder om de mail van ‘do 28/10/2021 23:07’ van de bouwheer aan ‘E-mail Ruimtelijke Ordening ruimtelijke.ordening@zele.be’, waarvan de tekst begint met het woord “Geachte” en eindigt met het woord “geïnformeerd” (en de begroetingsformule).
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/053
pagina 2 van 3
De beroepsinstantie stelt wel vast dat in de betrokken mail de naam en het mailadres van de bouwheer en de namen van de betrokken ambtenaren van de gemeente Zele voorkomen. Nu uit de dossiergegevens genoegzaam blijkt dat deze persoonsgegevens reeds bekend zijn bij verzoeker, dient het onderzoek naar de eventuele toepassing van artikel II.34, 2° (voor niet-milieu-informatie) of artikel II.36, §1, tweede lid, 1° (voor milieu-informatie) voor deze persoonsgegevens niet meer gedaan worden. Deze bepalingen betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Het beroep wordt bijgevolg gegrond bevonden. Na beraadslaging,
BESLUIT: Het beroepschrift d.d. 23 februari 2022 van xxx, gericht tegen het uitblijven van een beslissing van de gemeente Zele op zijn oorspronkelijk verzoek van 22 december 2021 inzake de opmerkingen en antwoorden die door de bouwheer in 2021 werden verstuurd aan de gemeente Zele wordt als ontvankelijk en gegrond beschouwd. Bijgevolg dient de gemeente Zele aan verzoeker een afschrift te bezorgen van de mail van ‘do 28/10/2021 23:07’ van de bouwheer aan ‘E-mail Ruimtelijke Ordening ruimtelijke.ordening@zele.be’, waarvan de tekst begint met het woord “Geachte” en eindigt met het woord “geïnformeerd” (en de begroetingsformule).
Geen toestemming tot hergebruik van bestuursdocumenten In zoverre dit beroep geheel of gedeeltelijk gegrond werd verklaard, geldt dat deze inwilliging van de aanvraag tot openbaarmaking GEEN toestemming inhoudt om de gevraagde bestuursdocumenten te hergebruiken, als vermeld in titel II, hoofdstuk 4 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. Brussel, 4 april 2022 Voor de beroepsinstantie, afdeling openbaarheid van bestuur, Bruno ASSCHERICKX Voorzitter
https://www.vlaanderen.be/openbaarheid-van-bestuur
uitspraak beroepsinstantie OVB/2022/053
pagina 3 van 3